Tag: Israël

  • Boycot tegen Israël werkt averechts

    Boycot tegen Israël werkt averechts

    De internationale boycotcampagne tegen Israël is een slecht idee, betoogt de bekende Israëlische vredesactivist Uri Avnery in de Palestijnse pers. Volgens hem drijft het de partijen alleen maar verder uit elkaar.

    Keuze uit het archief

    Begin deze maand maakten Nederland, Spanje, Slovenië en Ierland bekend af te zien van deelname aan het Songfestival 2026 nadat bekend werd dat Israël aan het zangfestijn zal meedoen. Deze week sloot ook IJsland zich bij die vier landen aan. De reden voor de boycot tegen Israël is de oorlog in Gaza.
    Wijlen vredesactivist Uri Avnery legt in dit artikel van negen jaar geleden uit waarom een boycot tegen Israël als land averechts werkt en wat er aan Palestijnse en Israëlische zijde moet gebeuren om vrede te bereiken.

    Help! Ik ben in een mijnenveld verzeild geraakt. Het heet BDS: boycot, desinvestering, sancties [een internationale boycotcampagne tegen Israël].

    Vaak wordt mij om mijn standpunt gevraagd over deze internationale beweging, die door Palestijnse activisten is opgezet en zich als een veenbrand over de wereld heeft verspreid. De Israëlische regering beschouwt de beweging inmiddels als een grote bedreiging. Een nog grotere bedreiging, heb ik het idee, dan IS of Iran. Wereldwijd zijn Israëlische ambassades gemobiliseerd om het verschijnsel te bestrijden.

    De academische wereld is het voornaamste slagveld. Fanatieke aanhangers van BDS voeren felle debatten met al even fanatieke aanhangers van Israël. Beide partijen zetten ervaren debaters in en deinzen niet terug voor propagandistische trucs, valse argumenten en regelrechte leugens. Het is een woordenwisseling die alsmaar onverkwikkelijker wordt.

    Vrede betekent niet alleen een einde aan vijandelijkheden, maar ook verzoening en coëxistentie

    Waar gaat het precies over?

    Aan beide zijden van de kloof wordt veel gesproken over vrede. Maar het woord ‘vrede’ is uitgegroeid tot het laatste toevluchtsoord van de haatzaaiers. Vrede is iets wat twee vijanden met elkaar sluiten. En vrede veronderstelt wederkerigheid. Wanneer de ene partij de andere vernietigt, zoals Rome Carthago vernietigde, is de oorlog wel ten einde, maar is er nog geen vrede. Vrede betekent niet alleen een einde aan vijandelijkheden, maar ook verzoening en coëxistentie. Vrede betekent hopelijk ook samenwerking en uiteindelijk zelfs sympathie. Vandaar dat het onoprecht aandoet om enerzijds een vredewens te verkondigen en anderzijds een haatcampagne te voeren. Wat je dit ook wilt noemen, het is geen ijveren voor vrede.

    Een boycot is een legitiem politiek instrument. Het is ook een fundamenteel mensenrecht. Iedereen heeft het recht te kopen of niet te kopen wat hij of zij wil. Iedereen heeft het recht anderen te vragen bepaalde goederen te kopen of juist niet te kopen, om wat voor reden dan ook. Toen in Duitsland de nazi’s aan de macht kwamen, organiseerden Amerikaanse Joden een boycot van Duitse waren. De nazi’s reageerden met een boycotdag van Joodse winkels in Duitsland.

    Vrede Nu

    De eerste boycot tegen de Israëlische bezetting werd afgekondigd door Gush Shalom (Vrede Nu), de Israëlische vredesorganisatie waartoe ik behoor. Dat was lang vóór BDS. We deden een oproep aan het Israëlische publiek. We vroegen hun de producten van de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, in de Gazastrook en op de Hoogvlakte van Golan te boycotten. Voor het gemak publiceerden we een lijst van alle betrokken ondernemingen.

    Ik nam ook deel aan gesprekken met de Europese Unie, en verzocht de bouw van nederzettingen op veroverd land niet aan te moedigen. De Europeanen deden er lang over om te besluiten dat de producten van de nederzettingen duidelijk moesten worden gemarkeerd. Hoeveel Israëli’s gevolg gaven aan onze oproep is moeilijk te zeggen. Vrij veel, is onze indruk, en dat doen ze tot op de dag van vandaag.

    We vroegen mensen niet om Israël zelf te boycotten. Dat leek ons contraproductief. Wanneer de staat wordt bedreigd, sluiten Israëli’s de rijen. Dan worden fatsoenlijke en goedbedoelende burgers in de armen van de kolonisten gedreven. Wij wilden juist het tegendeel bereiken: het brede publiek scheiden van de kolonisten.

    De BDS-beweging heeft een heel ander standpunt. Ze is een initiatief van de Palestijnse nationalisten die zich richten tot een internationaal publiek. Ze slaan volstrekt geen acht op Israëlische gevoelens.

    De Joodse koloniste Maanit Rabinovitz bij haar gastenverblijven op de Westelijke Jordaanoever. De Palestijnse Autoriteit heeft Airbnb gevraagd om dit soort appartementen te weren, omdat ze de Israëlische nederzettingenpolitiek in stand zouden houden.  ©
    De Joodse koloniste Maanit Rabinovitz bij haar gastenverblijven op de Westelijke Jordaanoever. De Palestijnse Autoriteit heeft Airbnb gevraagd om dit soort appartementen te weren, omdat ze de Israëlische nederzettingenpolitiek in stand zouden houden. ©

    Een boycotbeweging heeft geen precies programma nodig. Het doel om een einde te maken aan de bezetting en om de Palestijnen de mogelijkheid te bieden een eigen staat te stichten,
was voldoende geweest. Maar BDS publiceerde onmiddellijk een duidelijk politiek programma. Daar begon het probleem.

    BDS verkondigt drie doelstellingen: beëindiging van de bezetting en ontmanteling van de nederzettingen, gegarandeerde gelijke behandeling van Arabieren in Israël en bevordering van de terugkeer van de vluchtelingen.

    Klinkt onschuldig, maar dat is het niet. Vrede met Israël wordt niet genoemd. Een tweestatenoplossing evenmin. Maar het belangrijkste punt is het derde. De uittocht van de helft van het Palestijnse volk in de oorlog van 1948 – deels omdat het vluchtte voor gevechten in een lange en wrede oorlog, deels omdat het door de Israëlische strijdkrachten actief werd verdreven – is een ingewikkeld verhaal. Het opvallendste feit is dat de Palestijnen niet mochten terugkeren nadat de oorlog ten einde was, en dat hun huizen en land aan Joodse immigranten – velen van hen Holocaustoverlevenden – werden gegeven.

    Omkering van dat proces is net zo realistisch als eisen dat blanke Amerikanen teruggaan naar waar hun voorouders vandaan kwamen, en het land teruggeven aan de oorspronkelijke, inheemse eigenaars. Het zou de afschaffing van de staat Israël betekenen en de oprichting van een Palestijnse staat, van de Middellandse Zee tot de Jordaan, een staat met een Arabische meerderheid en een Joodse minderheid.

    Hoe kan dit worden bereikt zonder oorlog met een nucleair bewapend Israël? Hoe verhoudt dit zich tot vrede?

    Alle serieuze Palestijnse onderhandelaars hebben op dit punt impliciet ingeschikt. De stilzwijgende afspraak is dat Israël in het kader van een 
definitief vredesakkoord een symbolisch aantal vluchtelingen terugneemt, en dat alle anderen, én hun afstammelingen – nu zo’n vijf tot zes miljoen – passende compensatie ontvangen. Dit alles als onderdeel van de tweestatenoplossing. Dat is een vredesprogramma. Eigenlijk het enige vredesprogramma dat er is. De BDS-doelen zijn dat niet.

    De andere partij in het felle debat is nog minder gericht op vrede. Hele legers zionistische ‘uitleggers’ – velen van hen betaalde professionals – worden op pad gestuurd om de BDS-aanval te pareren. Ze beginnen met het ontkennen van de meest voor de hand 
liggende feiten: dat de staat Israël het Palestijnse volk onderdrukt, dat een genadeloze militaire bezetting het leven van de Palestijnen verziekt, dat ‘vrede’ een scheldwoord is geworden
in Israël.

    De eenvoudigste manier om BDS te delegitimeren is om de beweging te beschuldigen van antisemitisme. Dat maakt een einde aan iedere zinnige discussie, zeker in Duitsland, en meestal ook elders in het buitenland.

    Er is geen enkel bewijs voor de beschuldiging dat de meeste BDS-sympathisanten antisemieten zijn. Ik ben ervan overtuigd dat de overgrote meerderheid bestaat uit toegewijde idealisten, wier hart uitgaat naar de onderdrukte Palestijnen, net zoals Joden door de eeuwen heen onderdrukte mensen te hulp zijn geschoten, of dat nu zwarte Amerikanen of anderen waren.

    Ik wil de Palestijnen en hun ware vrienden (andermaal) op het hart drukken dat antisemieten in de praktijk gevaarlijke vijanden zijn

    Dat neemt niet weg dat sommige verklaringen van BDS-aanhangers onmiskenbaar rieken naar antisemitisme. Voor antisemieten van de oude school is BDS een veilige preekstoel vanaf 
waar zij hun verfoeilijke evangelie kunnen verspreiden, onder het mom van antizionisme en anti-Israëlisme.

    Ik wil de Palestijnen en hun ware vrienden (andermaal) op het hart drukken dat antisemieten in de praktijk gevaarlijke vijanden zijn. Zij zijn het die Joden wereldwijd ertoe drijven zich in Israël te vestigen. Deze antisemieten geven niets om de Palestijnen, ze exploiteren hun situatie om hun eeuwenoude, perverse afkeer van het Jodendom te kunnen botvieren.

    Omgekeerd begaan Joden die bij wijze van misplaatste steun aan Israël graag meedoen aan de nieuwe golf van islamofobie, een pijnlijke vergissing. De islamhaters van nu zijn de Jodenhaters van gisteren en van morgen.

    Palestijnen hebben vrede nodig om zich te ontdoen van de bezetting en om eindelijk vrijheid, onafhankelijkheid en een normaal leven te kunnen
realiseren. Israëli’s hebben vrede nodig omdat ze anders steeds dieper wegzakken in het moeras van een eeuwige oorlog, de democratie die hun trots was zullen verspelen en uiteindelijk zullen verworden tot een gehate apartheidsstaat.

    Het gevaar van het BDS-debat is dat het de wederzijdse vijandschap verdiept, de kloof tussen de twee volkeren verbreedt, hen nog verder van elkaar vervreemdt. Alleen actieve samenwerking tussen de vredeskampen aan beide zijden zal brengen wat alle betrokkenen het hardst nodig hebben: vrede.

  • Rechts brengt Israëlische democratie in gevaar

    Rechts brengt Israëlische democratie in gevaar

    Rechtse politici als Naftali Bennett bedreigen de fundamenten van de Joodse staat, waarschuwt Rachel Liel. ‘Als we niet snel iets doen worden we weldra wakker in een democratie à la Poetin of Erdogan.’

    De staat Israël heeft al eerder periodes van ernstig politiek geweld gekend. Tijdens het debat over de Duitse herstelbetalingen in het begin van de jaren vijftig belaagden woedende betogers de Knesset. 
Op het hoogtepunt van de oorlog in Libanon in 1982 kwam Emil Grunzweig, een betoger van Vrede Nu, om het leven door een granaat. Een andere zwarte bladzij uit de Israëlische geschiedenis was de moordaanslag door de rechtse extremist Yigal Amir op premier Yitzhak Rabin aan het eind van een vredesbetoging in november 1995.

    Toch lijkt de sfeer die sinds een jaar in Israël heerst nog ernstiger, verstikkender en verontrustender. In de Knesset en de regering zitten te veel kwade genii die de tweespalt aanwakkeren. Een gezonde democratie weet zich te herstellen van fatale aanslagen op vertegenwoordigers of symbolen van het wettige gezag. Maar als de regering zelf zich tegen een deel van de bevolking keert, wordt de toekomst van de hele maatschappij bedreigd.

    Rusland achterna

    Toen de demissionaire premier Benjamin Netanyahu het in maart 2015 ‘een bedreiging voor de nationale veiligheid’ noemde dat Arabische kiezers hun stem mochten uitbrengen bij de parlementsverkiezingen, iets waar de Israëlische democratie vroeger trots op was, droeg hij daarmee bij aan een sfeer van haat, angst en gewelddadigheid tussen Joden en Palestijnen (Israëlische Arabieren).

    Toen minister van Justitie Ayelet Shaked, in koor met de extreemrechtse militanten, de ngo’s handlangers van het buitenland noemde, wees ze daarmee duidelijke doelen aan voor potentiële politieke aanslagen. Maar in tegenstelling tot wat Shaked beweert worden ngo’s overal ter wereld financieel door buitenlandse geldschieters gesteund voor de verdediging van de mensenrechten.

    Als de regering zelf zich tegen een deel van de bevolking keert, wordt de toekomst van de hele maatschappij bedreigd

    Alleen in niet-democratische staten krijgen ngo’s om deze reden sancties opgelegd. Israël gaat hard Rusland achterna, waar Poetin weliswaar democratisch verkozen is, maar zijn politieke tegenstanders onder allerlei voorwendsels gevangen worden gezet en onafhankelijke journalisten worden vermoord. Is dat de weg die de Israëlische regering ons wil laten inslaan? Die van een regime dat alle formele kenmerken van een democratie vertoont, maar 
gespeend is van alles wat een levende democratie bezielt?

    Elke keer als vertegenwoordigers van het gezag opkwamen voor de zwakken en de slachtoffers, is de storm gaan liggen. Dat gebeurde bijvoorbeeld toen de brandstichting in de tweetalige Arabisch-Joodse school Max Rayne in Oost-Jeruzalem (november 2014) onmiddellijk en ondubbelzinnig werd veroordeeld door president Shimon Peres en talrijke ministers, zodat de politie de schuldigen snel kon aanhouden.

    Benjamin Netanyahu en Naftali Bennett in de Knesset.  – © Miriam Alster / Flash90
    Benjamin Netanyahu en Naftali Bennett in de Knesset. – © Miriam Alster / Flash90

    Maar tegenwoordig gooit de regering zelf olie op het vuur. Minister van Onderwijs Naftali Bennett of minister van Defensie Moshe Yaalon knippert niet eens met zijn ogen bij de bedreigingen en verdachtmakingen die op de sociale netwerken aan het adres van de ngo’s worden gericht. Eén aanslag door een Israëlische Arabier was voor de premier voldoende om de raciale haat jegens de Arabische minderheid aan te wakkeren en zelfs te dreigen de voedselvoorziening voor de Arabische gemeentes af te snijden. Deze boodschap is bij de extremistische Joden luid en duidelijk overgekomen.

    Docenten worden tegenwoordig aangesteld op basis van hun veronderstelde politieke overtuigingen. Boeken die ‘gevaarlijk’ voor de nationale identiteit worden geacht worden verboden, zoals een roman over de liefde tussen een Arabische man en een Joodse vrouw. Schoolboeken voor de vakken geschiedenis en maatschappijleer worden herschreven. Politieke bewegingen worden onwettig verklaard. Sommige organisaties wordt een algeheel contactverbod met soldaten of studenten opgelegd.

    Misschien is het al te laat

    Overal bespeurt men ‘handlangers van het buitenland’ of verraders. Democratisch gekozen afgevaardigden worden uit hun partij gezet. Er wordt haat gepredikt tegen alles wat links of Arabisch is. Degenen die de aanval inzetten zitten in de regering zelf.

    Diverse malen heeft oorlog de Israëlische maatschappij op de rand van de afgrond gebracht. Maar de huidige dreiging is veel verontrustender dan die van vroeger: ze komt vanuit onze maatschappij zelf en kan veel meer schade aanrichten dan de oorlogen die door onze vijanden worden gevoerd. Als we er niet snel in slagen deze spiraal te doorbreken, zullen we weldra wakker worden in 
een democratie à la Poetin of Erdogan. Misschien is het zelfs al te laat.

    Auteur: Rachel Liel
    Vertaler: Peter Bergsma

    Rachel Liel is directeur van het progressieve New Israel Fund. Ze bekleedde talloze publieke functies, en werd uitgeroepen tot een van Israëls veertig meest invloedrijke vrouwen.

    Yediot Aharonot
    Israël, dagblad, oplage 300.000
    ‘Het laatste nieuws’ is lang de grootste nationale krant van Israël geweest, opgericht in 1939. Over het algemeen kritisch over het beleid van Netanyahu.

  • Het beschamende succes van Naftali Bennett

    Het beschamende succes van Naftali Bennett

    De uiterst rechtse Israëlische minister van Onderwijs Naftali Bennett censureerde een liefdesroman, en eist van kunstenaars dat ze loyaal zijn aan de staat. Het maakt hem alleen maar populairder.

    De extreemrechtse minister van Onderwijs Naftali Bennett is langzaam maar zeker bezig om op de ruïnes van de Israëlische democratie een nieuwe messiaanse en eendimensionale wereld te grondvesten waarmee hij het hart van de Israëliers verovert. Het onverbloemd totalitaire karakter van zijn jongste initiatieven zal zijn volgelingen niet ontmoedigen. Zijn openlijke bedoeling om het al dan niet verspreiden van literaire werken op scholen op irrelevante criteria te baseren zal niet op onoverkomelijke bezwaren stuiten. Hoe kun je dat zo stellig beweren? Omdat Bennett, nadat hij zonder een schrammetje het laatste censuurschandaal heeft overleefd (het verbieden van een roman over de liefde tussen een Joodse vrouw en een Palestijnse man), voortaan zelfs een raket kan overleven.

    Israëlische kunstenaars zijn slappelingen

    Bennett heeft alle redenen om de behandeling van zijn nieuwste wetsvoorstel door de Knesset met rotsvast vertrouwen tegemoet te zien, het voorstel om van Israëlische kunstenaars te eisen dat ze loyaal zijn aan de staat Israël en zich schriftelijk bereid verklaren om hun creaties in de bezette gebieden te presenteren. Gezien de recente ervaringen hoeft hij geen echte oppositie te vrezen en zullen de petities die op ad-hocsites of de sociale netwerken worden ingediend daar niets aan veranderen. Zoals gebruikelijk zullen sommigen Heine citeren, zullen anderen Brecht of nog andere helden van stal halen en, o heldenmoed, zelfs zo ver gaan hun profielfoto door die van een of andere mediarevolutionair te vervangen. De Israëlische kunstenaars zijn niet alleen slappelingen, zoals Bennett mopperend opmerkt, ze hebben ook de betreurenswaardige neiging om erg hoog van zichzelf op te geven.


    De feiten liegen er niet om. Toen Bennett aankondigde een prijs voor Joodse kunst te zullen instellen, trad hij daarmee alleen maar in de voetsporen van de voormalige Likoed-minister van Onderwijs Limor Livnat, die besloot een zionistische oeuvreprijs in het leven te roepen. Het meest absurde en beschamende was nog wel dat het merendeel van de daarmee bekroonde kunstenaars tot het linkse kamp behoorde en dat de enige die de prijs weigerde de oude dichter, romanschrijver en filmmaker Haïm Gouri was. Het zit er dik in dat als de prijs voor de Joodse kunst eenmaal zal worden toegekend, maar weinigen tegen de initiatiefnemer zullen zeggen wat hij met zijn prul kan doen.

    Weigering van Amos Oz

    Het is in onze contreien moeilijk, zoals Bennett heel goed weet, om prijzen en onderscheidingen te weigeren. Zonder ben je nu eenmaal niets. Zo kon het gebeuren dat nauwelijks een maand geleden een nogal middelmatige kunstenaar blij op Facebook meldde dat hij de zionistische oeuvreprijs van 2015 in de wacht had gesleept. Hij vond het daarbij nodig om aan zijn ‘vrienden’ te melden dat de aanvaarding van de prijs niet betekende dat hij niet met gewetensproblemen kampte. Bennett zal zich ongetwijfeld rot hebben gelachen toen dit bericht hem onder ogen kwam. Iedere poging om de totalitaire macht te grijpen kan snel op collaborateurtjes rekenen.

    Al hardlopend wilde Naftali Bennett de bewoners van Tel Aviv een hart onder de riem te steken na de dodelijke aanslag begin januari.
 – © Tomer Neuberg / Flash90
    Al hardlopend wilde Naftali Bennett de bewoners van Tel Aviv een hart onder de riem te steken na de dodelijke aanslag begin januari.
 – © Tomer Neuberg / Flash90

    Bennett is zeer wel bekend met de onbedwingbare behoefte van Israëlische kunstenaars om naar het buitenland te worden uitgezonden. Als we de beroemdste en luidruchtigste onder hen mogen geloven, is het absoluut niet hun bedoeling om het beleid van de Israëlische regering te belichamen. Toch aarzelen ze niet om hun buitenlandse reizen te laten financieren door iemand als Avigdor Lieberman, de voormalige extreemrechtse minister, of zich aan diens zijde te vertonen.

    Kortgeleden heeft de schrijver Amos Oz bekendgemaakt dat hij voortaan zal weigeren zich te verbinden aan culturele initiatieven van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken. Het klinkt hard, maar de voorbeelden van Amoz Oz (77) en Haïm Gouri (93) herinneren aan een wrede waarheid: het is makkelijker om moedig te zijn als je op het punt staat het toneel te verlaten. Als er mensen zijn die denken dat ze de publieke opinie kunnen wakker schudden door schokkende uitspraken of groteske initiatieven, dan moeten ze zich niet de geringste illusie maken: in Joods-Israëlische kringen zal de populariteit van Bennett alleen maar stijgen.

    Auteur: Lior Leal
    Vertaler: Peter Bergsma

    Ha’aretz
    Israël, dagblad, oplage 80.000
    De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.

  • Weten we zeker dat op de Tempelberg ooit een joodse tempel stond?

    Weten we zeker dat op de Tempelberg ooit een joodse tempel stond?

    Een recent artikel in The New York Times waarin het bestaan van de tempel in twijfel wordt getrokken, heeft de aloude discussie weer in alle hevigheid doen oplaaien.

    Nee

    De recente confrontaties tussen Israëliërs en Palestijnen laaiden op omdat veel Palestijnen zich zorgen maakten over de Esplanade der Moskeeën. Zij vrezen – terecht of onterecht – dat de Israëliërs zich die zullen toe-eigenen als plek voor de joden om te bidden. Later zou die dan exclusief voor hen toegankelijk worden, en dus verboden voor moslims.
    Wat moslims kennen als de Esplanade der Moskeeën, is voor de joden de plaats waar lang geleden de Tempel van Salomon stond. The New York Times publiceerde een stuk waarin werd betoogd dat het historisch feitenmateriaal ontbreekt om deze laatste claim te onderbouwen. Na verschijning reageerden Amerikaanse joden op diverse sociale media furieus en beschuldigden de auteur onder andere van achterlijkheid.
    Terwijl de joden aan de ene kant benadrukken te hechten aan de ‘historische waarheid’ over deze plek, lijken ze in werkelijkheid hun zienswijze te willen opleggen aan anderen, simpelweg door het hardste te schreeuwen. Niemand is gebaat bij een politisering van de geschiedenis. Uiteindelijk kan alleen de meerderheid van de bevolking haar rechten op een plek laten gelden, niet de geschiedenis. Anders zou Italië bijvoorbeeld de teruggave kunnen verlangen van Istanboel – 
het oude Byzantium dat na het schisma van de christelijke kerk in de vierde eeuw na Christus onafhankelijk werd van Rome, ruim duizend jaar voor de verovering door de Turken.
    Daar komt nog bij dat er, zelfs in joodse geschriften, onduidelijkheid bestaat over de plaats waar zich die tempel nu eigenlijk bevond. Volgens de Samaritanen [een kleine sekte die zichzelf joods noemt, maar door de overige joden niet als zodanig wordt erkend] was dat op de berg Gizrim, op de westelijke Jordaanoever; iets dergelijks valt te lezen in de Qumran [de Dode Zeerollen]. Kortom: het debat over de precieze historische locatie van de Tempel van Salomon wordt in judaïstische kringen nog volop gevoerd.
    Sowieso is het een slecht idee om uitsluitend op basis van religieuze teksten een uitspraak te willen doen over de vraag waar historische gebouwen ooit hebben gestaan. Luidkeelse beschuldigingen van ‘onwetendheid’ aan het adres van diegenen die niet geloven dat de Tempel van Salomon zich op de plek van de al-Aqsa-moskee bevond, zijn een uiting van politiek opportunisme, waarvoor in een serieuze historische discussie geen plaats is.

    Hussein Abdelhussein

    Hussein Abdelhussein 
is een Iraaks-Libanese journalist die tegenwoordig in de VS woont. 
Hij schreef talloze opiniestukken voor onder meer The New York Times, The Washington Post, The National en Now.

    Ja

    Stond het Witte Huis vroeger in Washington D.C.? Zullen we daar ooit zekerheid over verkrijgen? Niet zolang we niet onder de bestaande bebouwing gaan graven en solide archeologische overblijfselen van het oorspronkelijke gebouw aantreffen dat de Britse generaal Robert Ross – volgens sommige bronnen tenminste – in augustus 1814 bombardeerde.
    Als de voorgaande paragraaf je voorkomt als aperte onzin, ben je waarschijnlijk geen auteur of redacteur van The New York Times. In deze gerenommeerde krant verscheen vanmorgen een stuk over de Tempelberg in Jeruzalem, waarin twijfel werd uitgesproken over de vraag of hier de beroemde joodse tempel heeft gestaan. De kop luidde: ‘Historische zekerheid ver te zoeken in de heilige grond van Jeruzalem’.
    Waar moeten we beginnen, als we dit amalgaam van achterlijkheid en kwaadaardigheid goed willen analyseren? Het begint er al mee dat de auteur bewust en schaamteloos twee totaal verschillende kwesties met elkaar verknoopt. De eerste, nauwere, is de vraag die hij aan een aantal historici voorlegde: stonden de tempels precies op dezelfde plek op de Tempelberg waar later de al-Aqsa-moskee verrees, of misschien wel een vijftigtal meters verderop? De tweede is de steeds terugkerende suggestie dat het hele idee van de ‘joodse tempels’ voortkomt uit een religieuze koortsdroom, die de zionisten zich vervolgens ter rechtvaardiging van hun agressieve neigingen eigen hebben gemaakt.
    Als je iets weet van religieuze geschiedenis – de islamitische wel te verstaan, niet de joodse – weet je dat de Rotskoepel in 692 na Christus tijdens het kalifaat van de Omajjaden op de huidige plek werd gebouwd, juist omdat het heilige grond was waar daarvoor een joodse tempel had gestaan.
    Maar ach, dat doet er allemaal niet toe. Evenmin doen de tastbare overblijfselen van de westelijke muur, waar ook de Times aan refereert, ertoe. Alsof het bestaan van een enorme dragende muur direct onder de plek waar volgens bronnen de tempel stond, niet bewijs genoeg is. En ook de vele historische Romeinse getuigenissen van het bouwwerk, dat algemeen als een van de wonderen van de antieke werelden werd beschouwd, lijken er niet toe te doen. Ook de afwezigheid van controverse omtrent dit onderwerp onder onderzoekers die zich met de joodse tempels op de Tempelberg in Jeruzalem bezighouden, doet er niet toe.
    De claim dat er op de Tempelberg nooit een joodse tempel heeft gestaan, mist elke historische onderbouwing. Het is net zoiets als ontkennen dat de aarde rond is, dat de opwarming van de aarde een feit is, of dat de bewijzen van menselijke evolutie breed door onderzoekers worden erkend. In een historisch licht gezien komt het op hetzelfde meer als het opblazen van Boeddhabeelden, of van kerken, of ontkennen dat de Holocaust heeft plaatsgevonden. Het is een vorm van ontkenning die bewijsmateriaal verdonkeremaant en geaccepteerde standaarden van bewijsvoering ondergeschikt maakt aan een vermeend hoger doel. Iets waar de toekomst zelden dankbaar voor is.

    Liel Leibowitz

    Liel Leibowitz is een Israëlisch-Amerikaanse journalist. 
Hij publiceerde onder meer in The New Republic en The Nation. Bij het joodse online tijdschrift Tablet is hij producer voor video en interactieve media.

    De Tempelberg. – © Ian Scott / Flickr Creative Commons
    De Tempelberg. – © Ian Scott / Flickr Creative Commons
  • Zionisme: de doodsstrijd van een racistische droom

    Zionisme: de doodsstrijd van een racistische droom

    De Palestijns-Amerikaanse schrijfster en activiste Susan Abulhawa beschouwt het zionisme als op sterven na dood. ‘Hoewel getraumatiseerd en zonder duidelijke leider, zijn de Palestijnen nog altijd opstandig en vastberaden – we blijven eensgezind, verbonden door een gedeeld leed.’

    Keuze uit het archief

    Sinds de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober 2023 neemt Israël de Palestijnen in Gaza geregeld onder vuur. De gedachte dat het land alleen erop uit is Hamas uit te roeien, wordt door het merendeel van de internationale gemeenschap allang niet meer geloofd. Regelmatig wordt Israël ervan beticht genocide op de Palestijnen te plegen.
    Of Israël het gemunt heeft op de uitroeiing van het Palestijnse volk, is volgens de Palestijns-Amerikaanse schrijfster en activiste Susan Abulhawa allang geen vraag meer. Al decennialang roepen vooraanstaande Israëliërs onomwonden om de vernietiging van de Palestijnen, schreef ze in 2015 in dit artikel uit Middle East Eye. Tegelijkertijd is ze ervan overtuigd dat Israël er nooit in zal slagen de Palestijnen te onderwerpen. ‘Wij laten ons niet klein krijgen.’

    In 1945 schreef luitenant-kolonel George Gawler een rapport over de eventuele kolonisatie van Palestina voor de Joden. De problemen die hij voorzag hadden te maken met bestaansmiddelen en de vraag of men Joden zou weten over te halen om naar Palestina te emigreren. Er werd volkomen voorbijgegaan aan de Palestijnse bevolking die er al vele eeuwen woonde.

    Tientallen jaren later, toen werd besloten over het lot van Palestina (destijds een zogeheten Brits mandaatgebied) zei Lord Balfour: ‘We zijn niet van zins om, al was het maar voor de vorm, te informeren naar de wensen van de huidige bewoners van het land.’ Toch trokken de Engelsen zich terug, uit 
angst voor een Palestijnse opstand. 
Ze realiseerden zich dat ze een fout hadden begaan door geen acht te slaan op de wil en de menselijkheid van de oorspronkelijke bevolking. Toen later de zionisten Palestina bezetten en meer dan tachtig procent van de inheemse bevolking verdreven, voorspelde de eerste premier van Israël, David Ben-Goerion (de in Polen geboren David Grün), op triomfantelijke toon dat de oorspronkelijke bevolking binnen afzienbare tijd het veld zou ruimen. ‘De ouderen zullen overlijden en de jongeren zullen vergeten,’ zei hij.

    ‘We zullen moeten doden en nog eens doden, de hele dag door, elke dag opnieuw’

    Ook hij zat ernaast. Vele decennia later, toen deze zionistische fantasie niet bleek te zijn bewaarheid, ging Israël ervan uit dat men met bruut geweld en een volledige kolonisatie van het land uiteindelijk de oorspronkelijke bevolking van Palestina volledig zou weten uit te roeien. De stafchef van het leger, Raphael Eitan, zei onomwonden: ‘Als we het hele land hebben gekoloniseerd, kunnen de [Palestijnse] Arabieren
weinig anders meer doen dan als een stel verdwaasde kakkerlakken in een fles krioelen.’

    Ook nu weer bleek Israël zich te hebben vergist, en als reactie werd domweg het geweld opgevoerd. ‘We zullen moeten doden en nog eens doden, de hele dag door, elke dag opnieuw,’ aldus een Israëlische professor. Een vooraanstaande Israëlische wetgever breidde deze oproep tot genocide uit naar Palestijnse moeders en hun kinderen, die zij ‘kleine slangen’ noemde. En nu heeft Netanyahu, als een bokkig en verwend kind dat niet zijn zin heeft gekregen in de onderhandelingen met Iran zijn 
boevenbende bij elkaar geroepen om met veel misbaar te stampvoeten op heilige grond – een geweldige woedeaanval, bedoeld voor president Obama, als om te zeggen: Kijk wat ik allemaal nog klaar kan spelen.

    De nieuwste manier om Palestina van de aardbodem te vagen is de inzet van de burgerbevolking, die wordt verzocht zich te bewapenen en zich aan te sluiten bij het legertuig, om onze ongewapende burgerbevolking te lijf te gaan. Op internet wemelt het van de filmpjes en berichten over willekeurige executies, steekpartijen en de bandeloze bloeddorst van groepen burgers.

    Maar toch.

    Wij laten ons niet klein krijgen.

    Onze eeuwenoude samenleving, 
uit elkaar gevallen en onmenselijk behandeld, houdt nog immer stand: strijdlustig, bezield en vastberaden. Ondanks alle trauma’s en het gebrek aan een leider blijven we opstandig, dapper en wilskrachtig. Waar we ons ook bevinden, in bezet gebied of ontheemd, verspreid over de wereld – Gaza, de Westoever, Jeruzalem, vluchtelingenkampen in Libanon of Syrië of Irak, gevlucht in een diaspora die tot in alle uithoeken van de wereld reikt – we blijven handelen als één, verbonden 
in een gemeenschappelijk trauma waarvan je zou verwachten dat de Joden er begrip voor zouden hebben.

    Wat zullen ze verbaasd zijn. Wat moet het fnuikend zijn voor hun moraal om zo’n enorm leger te hebben en uiteindelijk maar zo weinig te kunnen uitrichten tegen onze stenen.

    Wat moet het je moedeloos stemmen, Israël. Wat moet het afschuwelijk zijn om zo verschrikkelijk te falen, jaar in jaar uit, decennium na decennium. 
Om keer op keer de wreedheden op te voeren, meer dood en verderf te zaaien, maar ons niet klein te kunnen krijgen. Om kleine kinderen, die het in hun broek doen van angst, met duizenden tegelijk af te voeren om vervolgens 
tot de ontdekking te komen dat de 
volgende dag duizenden anderen hun plek hebben ingenomen en stenen gooien naar jullie tanks en geweren. Om ze gevangen te zetten als ze nog 
zo jong zijn dat ze huilen van angst en om hun moeder schreeuwen, maar vervolgens te moeten merken dat je ze niet hebt weten te breken, dat ze zich blijven verzetten en tegen je blijven vechten. Om huizen en hele dorpen met de grond gelijk te maken om tot 
de ontdekking te komen dat we sneller bouwen en ons sneller vermenigvuldigen dan jullie. Om te zien dat we onder jullie onophoudelijke bezetting en de bloedbaden die jullie aanrichten blijven dansen, studeren en trouwen. Om te zien hoe we leven terwijl we verscheurd worden door het verdriet en het lijden dat jullie ons aandoen. Om onze scholen plat te gooien, om te verhinderen dat leerlingen en docenten het klaslokaal bereiken, en toch te moeten erkennen dat onze geletterdheid nauwelijks onderdoet voor die van jullie. Wat moet het jullie een angst inboezemen dat we nog altijd niet bang van jullie zijn; dat wij, in het diepst van ons wezen, een onoverwinnelijk volk zijn en dat jullie het juist zijn die in angst leven. Wat moet het ongekend teleurstellend zijn om onze dorpen met de grond gelijk te maken, om vele decennia opgravingen te doen in Siloam, onder de al-Aqsa-moskee en de al-Shakra, maar nog altijd geen tastbare bewijzen te hebben gevonden die jullie verhaal ondersteunen, terwijl er tegelijkertijd talloze Palestijnen zijn wiens historische aanspraken onweerlegbaar zijn, zwart-op-wit staan, grote bekendheid genieten en op grote schaal worden erkend. Wat moet het frustrerend voor jullie zijn dat degenen van ons die door jullie uit hun huis zijn verdreven, van wie jullie dachten dat ze zouden vergeten, gewoon blijven schrijven, scheppen, protesteren, jullie in het buitenland aan de schandpaal nagelen en steeds meer steun krijgen voor de Boycott Divestment and Sanctions-campagne [BDS, een beweging die zich fel inzet voor minder economische en politieke druk vanuit Israël op Palestina] die 
jullie leugens ontzenuwt. Wat moet het ontmoedigend zijn om miljoenen uit te geven om ons in het buitenland in diskrediet te brengen, teneinde 
ons de mond te snoeren, terwijl onze stem alleen maar luider wordt.

    Wij hebben een sterke, instinctieve hang naar waardigheid

    Israël heeft de fout begaan van alle koloniale bezetters in het verleden, aangezien kolonialisme altijd gepaard gaat met een gevoel van superioriteit waarbij de oorspronkelijke inwoners niet langer als mensen worden beschouwd. Israël heeft ons dan ook stelselmatig onderschat. Wat Israël ontgaat, en wat Israël ook onwelgevallig is, is dat ook wij het diep menselijke, impulsieve verlangen hebben naar 
vrijheid; dat wij een sterke, instinctieve hang hebben naar waardigheid.
    Ik zie het dilemma van Israël. Ik zie de angst van Israël. De frustratie dat de racistische droom net geen werkelijkheid is geworden. En ik zie ook dat de manier waarop Israël nu wild van zich af trapt – gewelddadig, stuitend, krankzinnig onzeker en onvoorstelbaar wreed – de doodsstuipen zijn van het zionisme.