Tag: jeugd

  • Ongelijkheid, conflicten, werkloosheid: de verspilde kansen van de Arabische jeugd

    Ongelijkheid, conflicten, werkloosheid: de verspilde kansen van de Arabische jeugd

    In het Midden-Oosten en Noord-Afrika is twee derde van de bevolking jonger dan 35 jaar – een enorm potentieel dat nog altijd stuit op massale werkloosheid en een gebrek aan structurele hervormingen. In sommige landen is de situatie sinds de Arabische Lente zelfs verslechterd, omdat regeringen er niet in zijn geslaagd om van die jonge bevolking een drijvende kracht achter economische groei te maken, schrijft Arab Digest.

    De immer groeiende jeugd in het Midden-Oosten en Noord-Afrika staat op het punt het gezicht van de Arabische wereld ingrijpend te veranderen. Inmiddels is 66 procent van de bevolking er jonger dan 35 jaar, en in sommige landen is dat nog zichtbaarder: in Jemen is 67 procent jonger dan 29, en in Irak en de Maghreb – met uitzondering van Tunesië – is respectievelijk 60 procent en bijna de helft jonger dan 25.

    Voor de meeste landen in de regio, met uitzondering van de Golfstaten, vormt dat een enorme uitdaging: ze moeten hun onderwijs, zorg, infrastructuur en arbeidsmarkt daarop afstemmen. Toch is die opgave niet onoverkomelijk, mits middelen beter worden ingezet, hervormingen worden doorgevoerd en de economische en politieke omstandigheden verbeteren.

    Tikkende tijdbom

    Ondanks dalende geboortecijfers zal de MENA-regio (Midden-Oosten en Noord-Afrika) in 2035 naar verwachting zo’n honderd miljoen jongeren tussen de 15 en 24 jaar tellen. Zoals UNICEF in 2019 al met enig optimisme opmerkte: ‘De regio zal haar gunstigste periode kennen tussen 2018 en 2040, wanneer de demografische afhankelijkheidsratio – de verhouding tussen mensen buiten en binnen de arbeidsleeftijd – haar laagste punt bereikt.’ Maar hoewel het aantal jongeren in de arbeidsleeftijd toeneemt, wachten veel landen nog altijd op die ‘gunstige periode’.

    De jeugdwerkloosheid, de hoogste ter wereld, blijft een groot probleem: volgens de Internationale Arbeidsorganisatie zit 25,4 procent van de jongeren in de Arabische wereld zonder werk, tegenover 13,3 procent wereldwijd. Tenzij er massaal banen bijkomen, dreigt de situatie een tikkende tijdbom te worden. Volgens de Wereldbank zijn er tegen 2050 meer dan driehonderd miljoen extra banen nodig om de huidige, toch al lage werkgelegenheid op peil te houden.

    De Arabische landen zijn zich terdege bewust van de situatie en het schreeuwende tekort aan banen, dat zo’n vijftien jaar geleden mede leidde tot de Arabische Lente. Maar in plaats van tegemoet te komen aan de eisen van jongeren, en de voorwaarden te scheppen om hen een eigen inkomen te laten verdienen, zijn regeringen blijven vasthouden aan dezelfde beleidslijnen die deze opstand juist veroorzaakten.

    De oligopolie heeft zich in veel landen nog verder verstevigd en elites zijn rijker geworden, waardoor de ongelijkheid verder is toegenomen. In landen als Egypte heeft het militair-industrieel complex de afgelopen tien jaar zijn invloed uitgebreid en speelt het een steeds grotere rol in de nationale economie, ten koste van de private sector. Die achteruitgang blijkt ook uit de cijfers: de MENA-regio is tegenwoordig de enige ter wereld waar de armoede is toegenomen – van 12,3 procent in 2010 naar 18,1 procent in 2023. De coronapandemie heeft die ontwikkeling nog verder versterkt.

    Instabiliteit

    Maar op langere termijn zijn deze problemen vooral het gevolg van de aanhoudende conflicten en de regionale instabiliteit, die de ontwikkeling van de Arabische wereld al decennialang afremmen en de frustratie onder jongeren verder aanwakkeren. 

    In Syrië verwachten de Verenigde Naties bijvoorbeeld dat de economie bij het huidige groeitempo pas rond 2080 terug zal zijn op het niveau van vóór de oorlog. Ook Jemen, Soedan en Libië worden zwaar getroffen door oorlog en conflicten: 50,6 procent van de Libische jongeren en 32,2 procent van de Jemenitische jongeren is werkloos. Om niet te spreken van de door oorlog verwoeste Gazastrook, waar de werkloosheid extreme niveaus heeft bereikt. In Libanon is de armoede gestegen van 40 procent vóór 2019 tot de huidige 70 procent, door de gevolgen van de oorlog in Syrië, de financiële crisis van 2019 en het conflict met Israël. De jeugdwerkloosheid ligt er inmiddels rond de 23 procent.

    Het beleid van de landen in de regio heeft vaak niet de voorwaarden kunnen scheppen voor fatsoenlijk werk en economische ontwikkeling. De conflicten in de Arabische wereld hebben daarnaast miljoenen mensen op de vlucht gejaagd, zowel in eigen land als naar het buitenland, en zo bijgedragen aan de vluchtelingencrisis die begon met de oorlog in Syrië. Dat heeft op zijn beurt geleid tot een verharding van het Europese migratiebeleid en een groeiende vijandigheid tegenover migranten in de Verenigde Staten – een houding die inmiddels ook zichtbaar is in de Golfstaten, ooit een toevluchtsoord voor werkzoekende jongeren uit de MENA-regio.

    Perspectief

    Door het gebrek aan uitwegen staat de regio voor de enorme opgave om jongeren perspectief te bieden. Volgens de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de Verenigde Naties moet de MENA-regio nog veel obstakels overwinnen om te kunnen profiteren van haar demografische voordeel. Vooral het gebrek aan vooruitgang in het onderwijs baart zorgen. Volgens de Economische en Sociale Commissie voor West-Azië gaan nog altijd zo’n vijftien miljoen kinderen en jongeren niet naar school. Hoewel de deelname aan voorschoolse educatie is gestegen van 15 procent in 2002 naar 28 procent in 2020, blijft dat ver onder het wereldwijde gemiddelde van 61 procent.

    Het Midden-Oosten en Noord-Afrika – en vooral de jongeren in die regio – staan voor ingrijpende veranderingen, die nog verder kunnen worden versterkt door klimaatverandering, de achteruitgang van het milieu en watertekorten.

  • De Aziatische lente: generatie Z daagt de gevestigde orde uit

    De Aziatische lente: generatie Z daagt de gevestigde orde uit

    Sinds 2022 vindt er in Zuidoost-Azië een reeks opstanden plaats onder jongeren die radicale veranderingen opeisen, met één gemeenschappelijke noemer: ze zijn de corruptie en de privileges van politici zat.

    Sri Lanka, Bangladesh, Nepal: sinds 2022 wordt Azië geteisterd door een ‘politieke tsunami’. Het oproer op 8 en 9 september in Kathmandu van generatie Z (de online generatie geboren tussen 1997 en 2012) is de laatste ontwikkeling in een reeks opstanden geleid door jongeren op zoek naar verandering. Deze golf dreigt nu ook Indonesië en de Filipijnen te bereiken. 

    In drie jaar tijd zijn drie regeringen ten val gebracht door straatprotesten waarbij de ontwikkelingen in een stroomversnelling lijken te zitten. In 2022 kostte het de jonge Sri Lankanen vijf maanden om de Rajapaksa-familie, die het land al tientallen jaren regeerde, uit het zadel te wippen. Vervolgens kostte het de Bengalen in 2024 slechts zes weken om premier Sheikh Hasina, die toen 76 jaar oud was en al meer dan vijftien jaar aan de macht was, tot aftreden te dwingen en in september 2025 had de Nepalese generatie Z slechts twee dagen nodig om een einde te maken aan het bewind van de 73-jarige communist Khadga Prasad Sharma Oli.

    Regeringen zijn als rotte appels uit de boom gevallen

    Pakistan en Myanmar hadden, respectievelijk in mei 2023 en begin 2021, aan deze ‘Aziatische lente’ kunnen deelnemen als in beide gevallen het overmachtige leger de woede-uitbarsting van de jongeren niet met harde hand had onderdrukt.

    In veel buurlanden leiden dezelfde kwalen tot dezelfde ergernis; er is een enorme kloof tussen de oude regering en de jonge bevolking en er is systematische corruptie onder de elites, regerende families of dynastieën hebben vaak een machtsmonopolie, er heerst ongelijkheid en er is een schrijnend gebrek aan economische kansen. Regeringen zijn als rotte appels uit de boom gevallen. 

    Toen Sri Lanka in 2022 de weg vrijmaakte voor een vreedzame revolutie stond het eiland met 22 miljoen inwoners, de zogenoemde parel van de Indische Oceaan, op het punt van faillissement door de coronacrisis en door schulden als gevolg van riskante investeringen van de broers Gotabaya en Mahinda Rajapaksa. Maandenlang ging Sri Lanka gebukt onder allerlei gebreken: stroomstoringen die tot dertien uur konden duren, urenlange wachtrijen voor benzinestations en tekorten aan medicijnen en andere basisbehoeften. Het einde leek nabij; de haat tegen de familie Rajapaksa, die verantwoordelijk werd gehouden voor het landelijke faillissement, oversteeg alle lagen van de samenleving.

    De strijd

    In april 2022 begon de Aragalaya (‘de strijd’) zich langs de kust te verspreiden, tot aan een uitkijkplaats vol luxueuze hotels niet ver van het presidentiële paleis. Op 13 juli vluchtte de president met de staart tussen de benen naar de Malediven. De Sri Lankanen hebben laten zien dat ook autoritaire regimes ten val kunnen worden gebracht door een volksopstand en daarmee hebben ze geschiedenis geschreven.

    Een beeld dat deze jeugdige vloedgolf in het collectief geheugen zal vereeuwigen, is dat van honderden jonge Sri Lankanen die het paleis in Colombo bestormen, het bed en het ondergoed van de president uitproberen en een duik nemen in zijn zwembad. 

    Twee jaar later, op 5 augustus 2024, was er een beladen moment in Dhaka, in de ambtswoning van de Bengaalse premier Sheikh Hasina. Nadat ze hadden vernomen dat hun leider naar India was gevlucht, bestormden de euforische Bengalen het pand. Ze lieten het zich goed smaken in de keukens, namen meubilair mee in hun riksja’s en gingen er met eenden en konijnen vandoor. 

    De uiterst gewelddadige onderdrukking van de demonstraties transformeerde het studentenprotest in een massabeweging

    Hasina, de ‘Iron Lady’ die ooit de democratische hoop van het land belichaamde, had zich aan de macht vastgeklampt door middel van vervalste verkiezingen en een systematische jacht op tegenstanders en critici. Niets leek het regime te kunnen deren, totdat de invoering van quota voor overheidsfuncties de vlam in de pan deed slaan. De quota werden gezien als een manier om leden van de regeringspartij te bevoordelen. In een land met meer dan 170 miljoen inwoners, van wie de helft jonger is dan 26, kampt de jeugd met massale werkloosheid.

    Er ontstond een protestbeweging aan de universiteit van Dhaka en die verspreidde zich al snel naar particuliere instellingen. De uiterst gewelddadige onderdrukking van de demonstraties – volgens schattingen van de VN vielen er ongeveer 1400 doden – transformeerde het studentenprotest in een massabeweging die het vertrek van Sheikh Hasina eiste.

    Een jaar later kwam in Nepal generatie Z op haar beurt in opstand tegen de leiders. Het voormalige koninkrijk, sinds 2008 een republiek, was het toneel van een bliksemrevolutie zonder aangewezen leiders. De beweging verspreidde zich via sociale media, waar jongeren onder de hashtag #NepoBaby de levensstijl van de zonen en dochters van politieke leiders aan de kaak stelden als symbool van de corruptie en ongelijkheid die het land teisteren.

    De lont in het kruitvat

    In een poging deze kritiek de kop in te drukken, besloot de communistische regering van premier K.P. Oli op 4 september zesentwintig digitale platforms te blokkeren. Daarmee staken ze de lont in het kruitvat. Bij gebrek aan Facebook en WhatsApp organiseerden de jongeren zich via de app Discord. Op 8 september werd in Kathmandu een grote demonstratie tegen corruptie gehouden.

    De vreedzame mars ontaardde in extreem geweld toen de politie het vuur opende op de menigte. De studenten kregen bijval van radicalere groepen, en op 9 september veranderde de Nepalese hoofdstad in een vuurzee. Alle machtscentra – de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht – gingen in vlammen op. De opstand was ‘van een ongekende omvang en snelheid, en staat gelijk aan een totale afwijzing van de gevestigde orde na jaren van wanbestuur en uitbuiting van staatsmiddelen’, merkt Ashish Pradhan van de denktank International Crisis Group op.

    De golf van protest heeft inmiddels Zuidoost-Azië bereikt – Indonesië, de Filipijnen, Oost-Timor – en heeft overal dezelfde voedingsbodem: de jongeren zijn de corruptie en de privileges van politici meer dan zat.

    De piratenvlag met een strohoedje op de schedel lijkt het vaandel van generatie Z te zijn geworden

    In de Indonesische archipel, met 284 miljoen inwoners, was de beslissing van parlementsleden op 25 augustus om zichzelf een maandelijkse huisvestingstoelage van 50 miljoen roepia (circa 2800 euro) toe te kennen de druppel die de emmer deed overlopen. Dit bedrag, bijna tien keer het minimumloon in de hoofdstad, ontketende een storm van studentenprotesten. De studenten eisen een reeks hervormingen om de politiek te zuiveren.

    Op de Filipijnen dreef de extravagante levensstijl van familieleden van politici en directeuren van bouwbedrijven duizenden mensen de straat op. De betrokkenen worden verdacht van een massaal schandaal rond de verduistering van overheidsgeld dat bedoeld was voor de bescherming tegen overstromingen. Ook hier knaagt hetzelfde kwaad aan de democratie: familieclans die de macht op zowel nationaal als lokaal niveau onderling verdelen. Deze erfenis van de Spaanse en later Amerikaanse kolonisten bleef ondanks de revolutie van 1986 intact. ‘De elite heeft nooit geprobeerd om echte, moderne politieke partijen op te richten. Zelfs na de val van de dictatuur werd de familie Marcos zelf uiteindelijk opgenomen in het systeem van politieke dynastieën dat zich succesvol in stand houdt,’ aldus politicoloog Richard Heydarian. Hij verwijst naar de verkiezing in 2022 van Ferdinand ‘Bongbong’ Marcos, de zoon van dictator Ferdinand Marcos.

    Het feit dat de protesten in Azië gelijktijdig plaatsvinden, roept vragen op over de onderlinge beïnvloeding. Vergelijkbare methoden, leuzen en gemeenschappelijke eisen suggereren dat de bewegingen elkaar hebben geïnspireerd. De piratenvlag met een strohoedje op de schedel uit de Japanse manga One Piece lijkt het vaandel van generatie Z te zijn geworden. De held van de manga, een tiener, staat symbool voor moed, solidariteit en de strijd tegen corrupte leiders. De vlag wapperde in Indonesië, daarna in Nepal en ten slotte op de Filipijnen. Sindsdien is hij ook veelvuldig opgedoken bij demonstraties in Frankrijk.

    Resultaat

    De uitkomst van deze ‘Aziatische Lentes’ blijft onzeker. Het voorbeeld van de ‘Arabische Lente’ uit de jaren 2010 maant tot voorzichtigheid. Die protestgolf begon in Tunesië na de zelfverbranding van een jonge straatverkoper, wanhopig door armoede en vernederingen door de politie, en verspreidde zich naar Egypte, Libië, Bahrein, Jemen en Syrië. Deze opstanden van de jeugd, net als in Azië aangejaagd door sociale media, mondden al snel uit in opstanden tegen tirannieke regimes. Uiteindelijk hadden ze alleen maar nog autoritairdere regeringen als resultaat.

    Ondanks de overeenkomsten – de centrale rol van de jeugd, de focus op werkloosheid, corruptie en politiegeweld en het domino-effect waardoor mensen hun angst overwonnen – is de context van de ‘Aziatische Lentes’ wezenlijk anders. De demonstraties vonden plaats in democratische, zij het onvolmaakte en autoritaire, regimes. Vooralsnog hebben ze geleid tot vreedzame transities waarbij jongeren de drijvende kracht achter de verandering zijn.

    Wat zal er terechtkomen van generatie Z’s diepe verlangen naar vernieuwing? In Sri Lanka is de grote omwenteling uitgebleven, maar de economie herstelt zich en het land zit weer in de lift. Voormalig marxist en prominent figuur in de Aragalaya-beweging Anura Kumara Dissanayake, die in 2024 tot president werd gekozen, moest zich schikken naar de voorwaarden die het Internationaal Monetair Fonds stelde in ruil voor leningen.

    De geschiedenis moet nog geschreven worden

    In Bangladesh, dat sinds augustus 2024 tijdelijk wordt geleid door Nobelprijswinnaar voor de Vrede Muhammad Yunus, hebben politieke partijen en studenten moeite om het eens te worden over de noodzakelijke hervormingen. Het geweld is in het afgelopen jaar sterk toegenomen. Begin 2026 komen er verkiezingen aan, met het risico dat de traditionele politieke elite de macht herovert.

    In Nepal heeft Sushila Karki, voormalig opperrechter en een boegbeeld in de strijd tegen corruptie, de leiding over het land tot de verkiezingen in maart 2026. Ook hier zal de oude elite elke kans grijpen om weer aan de macht te komen. De geschiedenis moet nog geschreven worden; Azië kent immers talloze opstanden die op niets uitliepen.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.


    Een liefdesverklaring aan de Swinging Sixties

    DOCUMENTAIRE | 85 minuten goeie ouwe lol

    De jeugd vindt zichzelf wijs zoals een dronkenlap denkt dat ie nuchter is, schreef auteur en componist Anthony Burgess over de swingingsixtiesgeneratie in Londen. Al was wijsheid misschien niet zozeer wat ze ambieerden. ‘Toen de oorlog eenmaal voorbij was werden we naar Maleisië en Korea gestuurd om mensen te doden,’ zegt acteur Michael Caine tegen The Independent. ‘De jaren vijftig werden gedomineerd door smog en rantsoenen. En toen kwamen de sixties, en besloten we dat we plezier wilden maken.’

    Lol, daar verlangden ze naar, en drugs, en het omverwerpen van het gezag, of van wat op school werd aangeduid als hun ‘betters’, vertelt Caine.

    De acteur, bekend van o.a. Alfie en The Italian Job en inmiddels 85, maakte een documentaire over de jaren van zijn jeugd: My Generation. Grote namen als Paul McCartney, Joan Collins, Marianne Faithfull en Twiggy werden urenlang geïnterviewd om hun herinneringen met de kijker te delen. Het beeld bestaat uitsluitend uit opnamen van toen: alleen Caine is in zijn huidige verschijning te zien. Anders zou de aandacht maar worden afgeleid van de sfeer van toen, licht Caine toe. Vanwege al die oude koppen, vult Peter Bradshaw van The Guardian aan. Hij vindt het een teleurstellende beslissing dat de acteurs niet echt in de documentaire voorkomen, en betreurt eveneens een gebrek aan aandacht voor films (de focus ligt op popsterren), tv en Cliff Richard.

    Daarnaast vindt hij niet dat Caine en zijn kringen representatief waren voor de tijd: ‘Voor de meeste mensen buiten maar ook binnen Londen sleepten de jaren zestig zich net zo goed voort als de jaren vijftig en veertig.’ Een interview met Caine in The Spectator kopt inderdaad: ‘Iedereen die ik kende werd rijk’.

    Volgens Bradshaw is de grootste waarde van de documentaire dat we eraan worden herinnerd hoe afkeurend veel mensen van de oudere generatie waren over de hoogvliegers van de jarenzestigrevolutie

    RadioTimes benoemt de ironie dat deze wildebrassen het een halve eeuw later over ‘die goede ouwe tijd’ hebben, zoals hun ouders het over de jaren voor de oorlog hadden. Maar volgens The Independent laat My Generation goed zien waarin deze tijd baandoorbrekend was: de opkomst van de arbeidersklasse, die in de woorden van McCartney ‘zo gek nog niet bleek en bovendien best talentvol’, en een gebrek aan seksisme: ‘Mary Quant, Twiggy, Jean Shrimpton waren net zo belangrijk voor deze tijd als Caine of [fotograaf David] Bailey.’

    Volgens Bradshaw is de grootste waarde van de documentaire dat we eraan worden herinnerd hoe ‘afkeurend veel mensen van de oudere generatie waren over de hoogvliegers van de jarenzestigrevolutie. (…) Ze hadden niet door hoe absurd ze klonken. Het was de eeuwenoude jaloezie en ergernis van de ouden tegenover de jongen. Tegenwoordig verbloemen we dat beter in onze schimpende verwijzingen naar “de millennials”. Maar vervang die term door “de jeugd” en die lollige commentatoren van nu lijken ineens verdacht veel op die van de opgeblazen types die vonden dat Mick Jagger zijn haar moest knippen en in het leger dienen.’

    Een recensent van de Engelse Metro, die zelf dichter bij de millennialgeneratie staat, zegt niets nieuws van My Generation te hebben geleerd. Maar ‘door de beelden en soundtrack krijgen de swingende sixties wel degelijk een relevantie voor deze tijd’. Variety noemt de documentaire een liefdesverklaring en belooft de kijker ‘85 minuten goeie ouwe lol’.

    Vanaf 31 mei in de bioscopen.

    © Concertgebouw
    © Concertgebouw

    MUZIEK | Wie durft, wint

    De dirigent die Bach naar Japan bracht

    Het plan van de Japanse dirigent Maasaki Suzuki om een Bach Collegium Japan in Kobe en Tokio op te zetten, een orkest en koor gespecialiseerd in het uitvoeren van barokmuziek op authentieke instrumenten, werd aanvankelijk met scepsis bekeken. Inderdaad liep Suzuki toen hij in 1990 aan de realisatie begon tegen aanzienlijke problemen aan, vertelt hij Erica Jeal van The Guardian: hij moest de muziekstijl in Japan introduceren, muzikanten vinden die de oorspronkelijke instrumenten bespeelden (aanvankelijk kwamen die vaak uit Europa), en dan was er nog het probleem dat Japanse koorlieden de bijbelse referenties uit de teksten van Bach niet altijd even goed konden plaatsen, zodat Suzuki, die tot de 3 procent christenen van Japan behoort, ze voor hen vertaalde: ‘Een heel karwei! Soms overdrijf ik mijn uitleg een beetje om een concept over te brengen.’ Net als Bach, die hij ‘een natuurlijk verlengde van mijn leven’ noemt, behoort hij tot de Lutherse Kerk.

    Maar de scepsis betrof vooral de ideologische kant van het plan. Na een optreden in Tel Aviv, vertelt Suzuki aan Jeal, schreef een Israëlische recensent dat hij een verband tussen Japan en Bach sowieso afkeurde. Een auteur van The Guardian sloot een positieve recensie af met de geruststellend bedoelde woorden ‘Dit is geen Bach in Komono’.

    Suzuki, die als zoon van twee muzikale ouders opgroeide in Tokio en later studeerde aan het Conservatorium in Amsterdam, kan er wel om lachen. Inmiddels is zijn Collegium ook in Europa en de Verenigde Staten bekend en won hij onder andere een Gramophone Award, de meest prestigieuze prijs binnen de klassieke muziek. ‘Zijn timing is onberispelijk en de energie op een mooie manier meedogenloos’, schrijft Presto Classical. The New York Times is in het bijzonder onder de indruk van de drie trompettisten, ‘gezien de moeilijkheid om een barokke versie van het instrument te bespelen’. ‘Wie durft, wint’, concludeert The Guardian over Suzuki’s omstreden project.

    De dirigent breidde zijn repertoire inmiddels uit tot onder meer de missen van Mozart, en hij wil ook vroeger werk gaan uitvoeren, zoals van Schütz and Monteverdi. Maar, schrijft The Spectator in een artikel met de curieuze kop ‘Denkt Maasaki Suzuki dat zijn publiek zal branden in de hel?’, ‘Hij praat nog steeds over de Hohe Messe alsof hij deze gister ontdekt heeft. (…) ‘Hij zingt de woorden “in remissionem peccatorum” aan me voor om me aan hun pracht te herinneren. Geen wonder dat in Suzuki’s vertolking van Bachs cantata’s de inspiratie in elke toon doorklinkt.’

    Het antwoord op de vraag uit de kop luidt trouwens ontkennend. Wel gelooft Suzuki dat ‘de Heer de harten via muziek kan beroeren’ – zoals ook Bach dat volgens de recensent geloofde. Een Europese dirigent was deze vraag waarschijnlijk niet gesteld.

    Op 29 mei speelt het Bach Collegium Japan Mozarts Mis in c in het Concertgebouw, Amsterdam.


    LITERATUUR | Geen literatuur, maar hekserij

    De Braziliaanse Kafka, of Beckett, of Joyce

    Twee jaar geleden verscheen een biografie over het leven van de Braziliaanse auteur Clarence Lispector (1920-1977) van Benjamin Moser. Voordat hij eraan begon was hij door een vriend gewaarschuwd dat haar werk ‘geen literatuur, maar hekserij’ was. ‘Sinds haar dood is haar betovering alleen maar toegenomen’, schrijft Moser in The New Yorker. ‘Destijds zou het overdreven zijn geweest om haar de belangrijkste moderne auteur van haar land te noemen. Nu gaat het zelfs niet langer om het artistieke aspect. Het gaat om de overweldigende aantrekkingskracht waarmee ze degenen die er ontvankelijk voor zijn inspireert. Het lezen van haar boeken is voor velen een van de emotioneelste gebeurtenissen van hun leven.’

    Lispector werd onder barre omstandigheden geboren in Oekraïne en woonde tot haar drieëntwintigste in Brazilië, waarna ze een diplomaat trouwde en vijftien jaar in het buitenland verbleef. Ze was exceptioneel mooi, intelligent en mysterieus en debuteerde op jonge leeftijd met Dicht bij het wilde hart. Dat het haar in eigen land aanvankelijk moeite kostte gepubliceerd te worden, kwam volgens vrienden niet alleen door haar ingewikkelde proza, maar ook door haar karakter. ‘Een van haar lezeressen smeekte haar om een ontmoeting omdat ze hoopte op een diepgaande band. Toen de fan arriveerde, zat Lispector daar maar naar haar te staren, zonder een woord te zeggen, net zolang tot de vrouw uiteindelijk het appartement uit vluchtte.’

    De titel van haar eerste roman is ontleend aan James Joyce, waarvan Lispector destijds niks gelezen had. (Volgens haar Amerikaanse vertaler Elizabeth Bishop was ze de ‘meest niet-literaire auteur die ze ooit ontmoette’; ze zou nooit een boek inkijken.) Meteen werd ze met de Ierse meester vergeleken. En vervolgens ook met Beckett, omdat ze net als hij het onnoembare wilde benoemen, schrijf Irish Times, met Woolf (een vergelijking die ze niet prettig vond omdat Woolf een einde maakte aan haar leven, terwijl ze zelf ondanks dat het haar zwaar viel vastbesloten was door te zetten), met Spinoza, in de manier waarop ze het individu wil ‘deheroïseren’, met Nietzsche, vanwege haar existentiële blik. Biograaf Moser noemt de vertaling van haar werk in het Amerikaans het belangrijkste vertaalproject uit Zuid-Amerika sinds het verzamelde werk van Borges. Bishop schreef in een brief aan dichter Robert Lowell dat ze Lispector zelfs béter vindt dan Borges.

    ‘Boeken als dit wijzen erop dat een onderdrukkende omgeving niet de werkelijkheid is en het nooit zal zijn’

    Bij het boek De passie volgens GH ligt een vergelijking met Kafka voor de hand. Hierin besluit een vrouw de kamer van haar vertrokken dienstmeid op te ruimen, en plet ze per ongeluk een kakkerlak tussen de deur. Vervolgens komt ze tot diepgaande inzichten over haar eigen leven. In LitHub schrijft journalist Scott Esposito: ‘Wie anders dan Lispector zou het aandurven het sap uit een stervende kakkerlak als aanzet te gebruiken voor een existentiële crisis die het hoofdpersonage doet inzien dat haar materiële leven een leugen is?’

    Volgens Electric Literature is het boek zoals haar meeste werk sterk autobiografisch. ‘Ik ben niets’, zou ze haar psychiater eens hebben geschreven. ‘Ik voel me net zo’n insect dat zich ontdoet van zijn huid. Die huid heet Clarence Lispector.’

    Esposito van LitHub beschrijft hoe De passie volgens GH ‘zijn leven redde’ toen hij zich na jaren reizen probeerde neer te leggen bij een saaie kantoorbaan. ‘Het boek herinnerde me aan de zelf waaraan ik trouw wilde zijn. En gaf me de moed dat te doen. Boeken als dit (…) wijzen erop dat een onderdrukkende omgeving niet de werkelijkheid is en het nooit zal zijn.’

    Er zijn er ook die de Lispector-devotie te ver gaat. Uitgever Alfred Knopf constateerde na het lezen van een van haar boeken dat hij er geen woord van begrepen had, schrijft Nicholas Shakespeare van The Telegraph. Zelf denkt hij dat Lispector inderdaad het soort boeken schreef waar mensen in een bepaalde fase van hun leven troost in vinden, die ze inspireert om zelf te schrijven, maar vindt hij bij nadere bestudering dat ze ‘een hoop gebazel’ bevatten. ‘Als Clarice Lispector inderdaad op de plank naast Kafka, Woolf en Joyce thuishoort (…) dan is dat om te benadrukken wat zij niet zijn.’

    De passie volgens GH verschijnt half mei bij De Arbeiderspers, in een vertaling van Harrie Lemmens.

    Auteur: Laura Weeda

    Openingsbeeld: © Literary Hub

  • ‘Stad zonder banen’ wordt boomtown

    ‘Stad zonder banen’ wordt boomtown

    In 2009 telde Elkhart, een stadje in Indiana waar vooral campers worden gemaakt, nog twintig procent werklozen. Nu is vrijwel iedereen aan het werk.

    De zelfbenoemde camperhoofdstad van de wereld geeft een kijkje in hoe de Amerikaanse economie eruit zal zien als die op stoom is.

    Jongeren gaan hier na de middelbare school niet studeren maar werken in de fabriek omdat die een geweldig salaris en uitstekende arbeidsvoorwaarden biedt. Reclameborden waarop personeel wordt gevraagd schieten als bermonkruid uit de grond. En arbeiders zijn zó goed bij kas dat autodealers vertellen dat nieuwe pick-ups bijna niet aan te slepen zijn.

    Maar dat brengt ook spanningen met zich mee. Werkgevers kunnen werknemers niet aan zich binden en de huizenprijzen schieten omhoog. Het tekort aan personeel noodzaakte een filiaal van Kentucky Fried Chicken om 150 dollar tekenbonus aan te bieden. Een filiaal van McDonald’s kon afgelopen herfst niet open met de lunch omdat de managers niet genoeg personeel konden vinden voor acht dollar per uur om de rijen wachtenden aan de deur te helpen.

    Wat ons te wachten staat

    Nergens in de VS heeft zich zo’n ommekeer op de arbeidsmarkt voorgedaan als in deze stedelijke regio met 110.000 arbeiders, een mix van blanke fabrieksarbeiders, Mexicaanse immigranten en Amish. ‘Het is net 1955,’ zegt Michael Hicks, econoom aan de Ball State University. ‘Ook als je minimaal geletterd bent, vind je hier zo een baan.’

    De economische omstandigheden in Elkhart zijn uniek: de voorspoed heeft te maken met Elkharts centrale rol in de wederopleving van de campermarkt, waar automatisering noch buitenlandse concurrentie een bedreiging vormt. Maar nu de VS de periode van tien jaren werkloosheid achter zich heeft gelaten, breekt in de regio een toekomst aan van tekorten op de arbeidsmarkt en vechten om personeel.

    Het werkloosheidscijfer in de regio Elkhart daalde van twintig procent in 2009, het slechtst in de VS, naar net iets boven de twee procent in januari, de helft van het nationale gemiddelde. Het plaatselijke werkloosheidscijfer is nog dichter bij nul: zo’n 9500 openstaande vacatures. Dagelijks forenzen 25.000 arbeiders naar Elkhart, dat zelf 50.000 inwoners telt. Een economisch ontwikkelingsbureau van de county is in heel Appalachia en zelfs tot in Porto Rico op zoek naar kandidaten voor de vacatures.

    De toename in banen is in Elkhart het grootst van alle 403 stedelijke gebieden die door Moody’s Analytics zijn onderzocht. Terwijl het nationale werkloosheidscijfer naar de vier procent aan het zakken is, zit de Elkhart-regio al vierendertig achtereenvolgende maanden op dat niveau of lager. De rest van de VS zal waarschijnlijk nooit die duizelingwekkende ontwikkeling kunnen evenaren, maar de regio laat wel zien wat ons te wachten staat.

    In het derde kwartaal van 2017 was het gemiddelde weekloon met 6,3 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder, meldt het Labor Department, terwijl nationaal sprake was van een daling van 0,6 procent. In de camperindustrie van Elkhart, waar twaalf procent van de lokale arbeiders werkt, steeg het gemiddelde jaarsalaris met zeventien procent naar 68.000 dollar. En het stijgt nog steeds.

    LCI, een bedrijf dat camperonderdelen maakt, heeft vier “dream managers” in dienst, adviseurs die arbeiders helpen bij het plannen van hun vakantie of bij het aanpakken van gezinsproblemen

    Sommige arbeidsvoorwaarden klinken meer naar Silicon Valley dan naar de Rust Belt. LCI, een bedrijf dat camperonderdelen maakt, heeft vier ‘dream managers’ in dienst, adviseurs die arbeiders helpen bij het plannen van hun vakantie of bij het aanpakken van gezinsproblemen. ‘We willen dat de mensen een hoger doel in hun leven hebben,’ vertelt een manager, John Ferguson, een vroegere dominee.

    Een ander bedrijf, dat planken maakt, adverteert met een gratis gezondheidscentrum om nieuwe krachten te lokken.

    De jacht op de arbeider heeft elders de inflatie opgestuwd. De prijzen van woningen in het middensegment zijn in de afgelopen twee jaar jaarlijks met 6,5 procent gestegen, aldus Gary Decker, de vroegere voorzitter van de makelaarsvereniging van Elkhart County, meer dan twee keer zo snel als in eerdere herstelperiodes.

    Jayco Factory 44 ziet eruit als een reusachtige timmermanswerkplaats, compleet met het geratel van nietpistolen en het gezoem van elektrische zagen. Het bedrijf, dat Entegra-kampeerauto’s produceert van 475.000 dollar per stuk, is onderdeel van Thor Industries Inc.

    Thor koopt het stalen chassis en arbeiders bij Jayco bouwen de camper verder af. Werknemers duwen met de hand vijftien meter lange campers over een railsysteem. De voertuigen worden verplaatst van werkeenheid naar werkeenheid, waar specialisten de verscheidene onderdelen met de hand monteren: kastjes, bedrading, wanden en daken. Om vijf uur ’s morgens komen Amish aan en om een uur ’s middags keren ze weer terug naar hun boerderij. Thor, de grootste werkgever van de regio, is al via allerlei onconventionele manieren op zoek naar personeel. Het bedrijf zoekt gegadigden in Youngstown, Ohio en andere steden in het Midwesten met hoge werkloosheid. Het neemt ook gedetineerden uit de countygevangenis in dienst in het kader van scholingsverlofprogramma’s.

    Met het oog op de toekomst nodigt het bedrijf brugklassers uit om zijn vestigingen te bezoeken, en stuurt het mooi afgewerkte campers op tournee langs basisscholen in de streek.


    Een camper in aanbouw in Elkhart. – © Ty Wright / Getty Images
    Een camper in aanbouw in Elkhart. – © Ty Wright / Getty Images

    De lonen in de camperindustrie zijn op een niveau waar andere sectoren niet tegenop kunnen: acht van de tien grootste werkgevers in Elkhart maken campers of camperonderdelen. Het personeel wordt betaald op basis van geproduceerde eenheden. Bij een volle werkweek betekent dat 90.000 dollar per jaar voor assembleurs in camperfabrieken en 100.000 dollar voor voormannen.

    Het werk is zwaar. In de personeelsadvertentie voor een baan als assembleur bij LCI staat dat het werk betekent dat je de hele dag moet lopen, bukken, knielen, voorover buigen, kruipen, hurken en klimmen, plus dat je voorwerpen van meer dan vijfentwintig kilo moet tillen.

    Oudere arbeiders zoeken wat minder eisende banen bij camperbedrijven die onderdelen maken en waar het basisloon vijftien tot twintig dollar per uur is.

    Lamont Blackwell, de manager van het plaatselijke filiaal van McDonald’s, vertelt dat hij vroeger voor meer geld bij LCI werkte. ‘Ik heb overwogen om terug te gaan, maar ik kan het niet meer aan,’ zegt hij. ‘Ik ben veertig en mijn lichaam laat het afweten.’

    Werknemers wisselen in deze arbeidsmarkt vaak van baan. Volgens lokale fabrikanten is het verloop in de camperindustrie grofweg honderd procent. Nieuwe werknemers worden bonussen van vijfhonderd tot duizend dollar geboden als ze negentig dagen blijven.

    De stedelijke regio Elkhart functioneert als een olie-economie – een Koeweit te midden van de maisvelden – aldus Enrico Moretti, econoom aan de Universiteit van Californië in Berkeley. De lonen in de camperindustrie zijn op een niveau waar maar weinig concurrenten tegenop kunnen, en daarom is er weinig verscheidenheid.

    Toen president Barack Obama met een stimuleringsplan van 800 miljard dollar kwam, reisde hij twee keer af naar Elkhart ter illustratie van hoe dramatisch de recessie was. “Bij ons was de situatie het slechtst van het hele land”

    Als er slechte tijden komen, zijn ze ook echt slecht. In 2009 liep de verkoop van campers met de helft terug en dat gold ook voor het aantal banen. De campershow van Elkhart werd voor het eerst in meer dan vijftig jaar afgezegd.

    De Britse krant The Independent noemde Elkhart ‘de stad zonder banen’. In het district Elkhart stonden op de scholen duizend kinderen minder ingeschreven, ongeveer zeven procent, omdat gezinnen de stad uit gingen op zoek naar werk, vooral de mensen uit Mexico, die in 1990 nog twee procent van de bevolking van Elkhart City uitmaakten en in 2010 al vierentwintig procent.

    Velen die in Elkhart bleven raakten hun huis kwijt. Meer dan een derde van de verkochte huizen in 2010 waren executieverkopen, vertelt Decker, de vastgoedmakelaar. Toen president Barack Obama met een stimuleringsplan van 800 miljard dollar kwam, reisde hij twee keer af naar Elkhart ter illustratie van hoe dramatisch de recessie was. ‘Bij ons was de situatie het slechtst van het hele land,’ zegt Jason Lippert, directeur bij LCI Industries.

    Langzaam krabbelde Elkharts economie weer op. Het stimuleringsplan sloeg aan, hoewel ook een aantal projecten mislukten. Drie bedrijven vestigden zich er, kregen van de overheid meer dan 50 miljoen dollar steun en produceerden slechts twee elektrische voertuigen voordat ze over de kop gingen.

    Vanaf 2012 begon de camperindustrie – en bij uitbreiding Elkhart – sterk te groeien, voornamelijk vanwege de verbeterende economie in de VS. De productie van campers en stacaravans verdrievoudigde ten opzicht van 2009 tot 500.000, aldus de Recreational Vehicle Industry Association.

    Herinneringen

    Shelley Moore, een stadsplanoloog, zegt dat de stad in een race tegen de klok is gewikkeld om een diversere en duurzamere economie op te bouwen. Dat streven wordt gefrustreerd door het succes van de camperindustrie.

    Een baan is nu zo makkelijk te krijgen dat niemand in de regio doorleert, wat een risico betekent bij een volgende crisis. Elkhart staat qua aantal inwoners met een afgeronde vervolgopleiding op de 335ste plaats van de 380 stedelijke gebieden, meldt het Brookings Institution.

    De inschrijvingen bij de vestiging van het Ivy Tech Community College in Elkhart zijn sinds de recessie met de helft afgenomen. ‘We moeten opboksen tegen een florerende economie,’ zegt Kyle Hannon, directeur van de plaatselijke campus. ‘Het is een beetje maf.’

    Maar zelfs in goede tijden bepalen herinneringen aan de laatste recessie – en angsten voor de volgende – zakelijke en persoonlijke beslissingen in Elkhart. Inwoners leggen spaarpotjes aan, onzeker of ze de economische opbloei wel kunnen vertrouwen. Dat is logisch, zegt Hicks, econoom aan de Ball State University. Bij de volgende recessie worden ze volgens hem hard getroffen.

    Weinig camperfabrikanten willen investeren in automatisering, vanwege de pieken en dalen in de bedrijfstak in het verleden. Zonder grote investeringen ‘zijn we heel flexibel’, legt Robert Martin uit, de algemeen directeur van Thor. ‘We kunnen inkrimpen als er slechte tijden aanbreken.’

    Er is bijna geen woning meer te huur in en om Elkhart, maar weinig bouwers zullen het wagen om huizen of appartementen neer te zetten die leeg komen te staan in een economie die zo sterk fluctueert.

    Matt Stump, assembleur bij Jayco, vertelt dat hij in januari naar Elkhart is teruggekeerd nadat hij vijftien jaar met zijn gezin in Peoria, Illinois, had gewoond, waar hij bij Caterpillar werkte. Hij kon in Elkhart geen huurhuis voor zijn gezin vinden, dus hij zit nu alleen in een B&B en in de weekenden rijdt hij naar huis, een rit van 4,5 uur.

    Auteur: Bob Davis
    Vertaler: Paul Bruijn

    The Wall Street Journal
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 2.277.000

    De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn, dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.

    Elkhart vs VS.
    Elkhart vs VS.
  • Poetins 
jonge helpers

    Poetins 
jonge helpers

    Voor zijn vierde mandaat omringt Poetin zich met een nieuwe generatie ambitieuze bureaucraten. Zij moeten de economische successen uit de tijd van Stalin herhalen. En misschien wordt een van hen wel zijn opvolger.

    ‘Rusland heeft nu ambitieuzere doelstellingen nodig, een snellere groei’, zei Poetin al in 2002. Onlangs herhaalde hij zijn idee in een toespraak voor de Doema, waarbij hij meermaals de woorden ‘doorbraak’ en ‘opleving’ gebruikte. Om die groei te bereiken, en om zich voor te bereiden op de machtsoverdracht in 2024, heeft de president sterke, vastberaden en betrouwbare medewerkers nodig, die hem eventueel ook kunnen opvolgen.

    Het is absoluut niet zeker dat de namen die nu genoemd worden in 2024 nog altijd op het bord zullen staan. Zes jaar is lang genoeg om pionnen naar voren te schuiven die nu nog volstrekt onbekend zijn.

    De technocratische tendens in het landsbestuur is de afgelopen twee jaar duidelijk geworden. Eerst was er de benoeming van Anton Vajno tot hoofd van de presidentiële administratie [in augustus 2016]. Vrij snel daarna volgde een ontslaggolf onder de gouverneurs ten gunste van technocraten. Geleidelijk vertrekken de oude makkers, de ‘vrienden’ van Poetin. De leden van zijn entourage gaan met pensioen, of komen in sommige gevallen achter de tralies terecht. De president geeft de voorkeur aan mensen met een jonger profiel, die naar verondersteld mag worden minder rijk en corrupt zijn, loyaal, en geen duidelijke ideologie aanhangen – ‘specialisten’ in zekere zin.

    Loyaliteit

    Wat Poetins precieze motieven ook zijn, het is duidelijk dat hij, zonder te raken aan de pijlers van het politieke stelsel, op zoek is naar mensen die ervoor kunnen zorgen dat hij beter presteert, vooral op het vlak van economie en management. Of dat beleid ook succesvol zal zijn is de vraag, maar dit is Poetins idee van een doelmatige aanpak.

    De president maakt het voor zijn jonge aanhangers veel gemakkelijker om carrière te maken dan de afgelopen jaren het geval was in de uiterst gepolitiseerde en in diskrediet gebrachte jongerenorganisaties. Hij verzekert zich op die manier van de loyaliteit van een nieuwe bureaucratie, die zonder al te veel turbulentie minstens tot 2024 zal moeten standhouden. Deze rekruten mogen het staatshoofd niet tutoyeren en zijn hem veel verschuldigd voor elke sport die ze op de carrièreladder stijgen. Dit maakt ze loyaal. Met deze stoottroepen kan de machtsoverdracht plaatsvinden. In die zin heeft de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev gelijk wanneer hij zegt dat Poetin niet wordt opgevolgd door één man, maar door een generatie. Een generatie ambitieuze bureaucraten.

    Politieke partijen zijn in Rusland niet langer springplanken voor de opkomst van nieuwe kaderleden. De komende zes jaar zal het nieuwe talent van buiten de politiek komen. Om te slagen in zijn transitie heeft Poetin hetzelfde soort technocraten nodig dat floreerde in de jaren dertig van de vorige eeuw. Wat de president wil is het kunststukje van de industrialisatie uit die tijd herhalen, maar dan in een ander economisch systeem.

    De transitie van de jaren 1930 en 1940 was het tijdperk van de bliksemcarrières, vooral voor ingenieurs en administratieve kaderleden. Aleksej Kosygin werd op zijn 35e volkscommissaris van Textielindustrie. Nikolaj Bajbakov op zijn 33e volkscommissaris van Olie-industrie. Ivan Tevosjan werd volkscommissaris toen hij 37 was, en vervolgens heel snel minister. Dmitri Oestinov, toekomstig lid van de ‘clan’ van Breznjev die alle belangrijke besluiten in de jaren 1970 en 1980 zou nemen, werd volkscommissaris van Bewapening toen hij 32 was.

    Zo zijn er tal van voorbeelden. Stalin lanceerde heel jonge ‘sterren’ door zich te verzekeren van hun loyaliteit en door een maximaal rendement van hen te eisen. Ouderen konden een dergelijk fysieke en psychologische belasting eenvoudigweg niet aan. Degenen die niet werden gefusilleerd en niet stierven, hadden geen enkele carrièremogelijkheid meer. Bajbakov, Kosygin en Oestinov werden mettertijd zelf het symbool van immobilisme.

    Uiteraard leven wij niet in stalinistische tijden en de nieuwe pupillen van 2018-2024 moeten nog een hele weg afleggen voordat ze de status van lid van het “Politburo” verwerven

    Uiteraard leven wij niet in stalinistische tijden en de nieuwe pupillen van 2018-2024 moeten nog een hele weg afleggen voordat ze de status van lid van het ‘Politburo’ verwerven. Het zou niet opportuun zijn het team dat de overwinning in 2018 heeft mogelijk gemaakt in de politieke calculaties buiten beschouwing te laten. Ook dit team neemt deel aan de wedstrijd van de beste kandidaten voor de machtsoverdracht.

    Auteur: Andrej Kolesnikov
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Openingsbeeld: Vladimir Poetin begeleidt een groepje jonge Russen tijdens een tour door het Kremlin. – © Alexei Druzhinin / HH

    Gazeta.ru
    Rusland | gazeta.ru

    De Russische nieuwssite met een liberaal profiel onderscheidt zich door
    zijn snelle reactievermogen ten opzichte van de actualiteiten en zijn brede verslaggeving van zowel Russisch als internationaal nieuws. Met regelmaat publiceert het blad ook bijdragen van bekende opinieleiders. Heldere, moderne vormgeving.

  • Emma González: Het nieuwe gezicht van Florida’s latino’s

    Emma González: Het nieuwe gezicht van Florida’s latino’s

    Tot voor kort stond de Cubaanse gemeenschap in Florida bekend als oerconservatief. Maar met Emma González, het gezicht van het antiwapenprotest, staat een generatie op met progressievere idealen.

    In de nasleep van de afschuwelijke schietpartij van 14 februari op de Marjory Stoneman Douglas High School in Florida is een nieuwe beweging ontstaan die oproept tot aanscherping van de wapenwetgeving op automatische wapens, het sterkste protest sinds het Columbine-bloedbad in 1999. Emma González ontpopte zich tot het gezicht van de beweging met een gloedvolle toespraak voor het gerechtsgebouw van Broward, waar ze president Trump en andere politici de mantel uitveegde voor het aannemen van donaties van de National Rifle Association. González en haar schoolgenoten David Hoog en Cameron Kasky vertegenwoordigen een jeugdprotestbeweging die misschien eindelijk strengere wapenwetgeving zal kunnen afdwingen.

    Emma, dochter van advocaat Jose González die Cuba in 1968 ontvluchtte, is de voorbode van een nieuwe generatie latinojongeren die de potentie hebben belangrijke politieke spelers te worden vanwege hun talent om verschillende groepen kiezers aan te spreken en een duidelijke boodschap voor verandering uit te dragen. Ze komt rond voor haar identiteit uit. ‘Ik ben achttien jaar oud, Cubaan en biseksueel’, zegt ze in de inleiding van haar essay dat onlangs in Harper’s Bazaar werd gepubliceerd. Hoewel het Spaanstalige televisiestation Univision wist te melden dat ze geen Spaans spreekt, steekt González haar Cubaanse identiteit niet onder stoelen of banken. En al meldde The Sun Sentinel dat haar gemillimeterde haar is ingegeven door praktische overwegingen – ‘Haar is gewoon een extra laag kleding [in dit warme klimaat],’ protesteerde ze –, maakt ze gezien haar inzet voor een veilige schoolomgeving voor LHBT’ers en het feit dat ze onlangs zelf uit de kast is gekomen geen geheim van haar seksuele geaardheid. Maar terwijl ze als adolescent met verschillende rollen jongleert, weet ze ondertussen haarscherp in te zoomen op het probleem dat de Amerikaanse politiek en de democratie bedreigt. ‘Het ergste is dat het merendeel van de Amerikaanse bevolking zich heeft neergelegd bij het zinloze onrecht dat overal om hen heen wordt aangericht’, schrijft ze in Harper’s Bazaar. ‘Het ergste is dat de meeste Amerikaanse politici zich eerder door geld laten leiden dan door de mensen die op hen hebben gestemd.’


    Ana María Dopico, hoofddocent aan de New York University, zegt dat González doet denken aan de legendarische Cubaanse revolutionair José Martí. ‘Als kenner van José Martí, die als tiener al politiek gevangene was en later een bekend dichter en politieke ster werd, is het fascinerend om naar Emma González te kijken,’ zegt Dopico. ‘De openhartige manier waarop ze over zichzelf vertelt, de rouwklacht over haar gestorven vrienden, het opeisen van een leiderschapsrol voor de jeugd, het appelleren aan een betere toekomst, een nieuwe invulling geven aan het burgerschap, dit alles maakt deel uit van de Cubaanse en Amerikaanse politieke geschiedenis.’

    Eind februari namen González, die op Twitter inmiddels meer volgers heeft dan de NRA, en Republikein Marco Rubio, senator voor Florida, deel aan de meest bekeken ‘town hall meeting’ op CNN. Tijdens deze discussiebijeenkomst tussen onder anderen overlevenden van de schietpartij en politici weigerde Rubio, zoon van Cubaanse immigranten, te zeggen of hij nog donaties zou aannemen van de NRA. Hij draaide om de hete brij heen en zei dat donaties van de organisatie niet ter zake deden maar dat het erom ging dat de kiezers ‘instemmen met mijn politieke agenda’ om het tweede amendement van de grondwet [het recht om wapens te dragen] te steunen.

    Emma González zet een trend voort die al jaren te zien is in Florida. Terwijl de rechtse agenda van de oorspronkelijke ballingen uit het Fidel Castrotijdperk aan politiek belang heeft ingeboet, verschuiven de Cubaanse kiezers geleidelijk aan van de Republikeinen naar de Democraten. Rubio doet zijn best om beide groepen te bedienen. Uit exitpolls bleek dat hij bij zijn laatste verkiezing beter scoorde onder oudere kiezers en Cubaanse Amerikanen dan bij kiezers onder de veertig jaar en andere latino’s. Bij de presidentsverkiezingen van 2016 haalde Trump 54 procent van de Cubaans-Amerikaanse stemmen binnen. Anti-Castro-hardliners hebben Trump wellicht gesteund vanwege zijn voornemen een einde te maken aan Obama’s toenaderingsbeleid, maar het percentage van 54 procent verbleekt bij de 78 procent Cubaanse Amerikanen die George W. Bush in 2004 steunden. Die daling is te danken aan de jongere generatie Cubanen die in de VS zijn geboren.

    De ruk naar links werd in gang gezet door de recessie van 2008, waarbij de oudere millennials hun loopbaanperspectieven zagen verslechteren en hun kansen op een koophuis snel zagen slinken

    Emma González vertegenwoordigt niet alleen deze jongere Cubaanse-Amerikaanse generatie, die een andere kijk heeft op de betrekkingen met Cuba, maar ook de millennials en de opkomende generatie Z, die er progressievere idealen op nahouden. De ruk naar links werd in gang gezet door de recessie van 2008, waarbij de oudere millennials hun loopbaanperspectieven zagen verslechteren en hun kansen op een koophuis snel zagen slinken. En nu eist een protestbeweging, opgezet door tieners die hun leven niet zeker zijn in een omgeving die juist hun veiligheid zou moeten garanderen, strengere wapenwetgeving. Hoewel er overeenkomsten zijn tussen de beweging waarvan Emma het boegbeeld is en jongerenbewegingen elders in de wereld, bijvoorbeeld in Chili, heeft de zoveelste aanslag op Amerikaanse scholieren een politieke woede ontketend die herinnert aan het activisme dat mede tot de beëindiging van de Vietnamoorlog leidde. Destijds gingen studenten de straat op omdat ze niet als kanonnenvoer wilden dienen in een oorlog waar ze het nut niet van inzagen, nu gaan ze de straat op omdat ze niet in hun eigen onderwijsinstituten willen worden afgeslacht.

    Na een jaar Trump zijn talloze groepen – vrouwen, moslims, latino-immigranten, Afro-Amerikanen – aangevallen en gekleineerd, niet alleen door het tactloze gedrag van de president maar ook door het politieke spel van de rechterflank van de Republikeinen. Emma vertegenwoordigt als scholier niet alleen jongeren, maar ook vrouwen, latino’s en de LHBT-gemeenschap. ‘Het is interessant dat ze ervoor heeft gekozen te zeggen dat ze tot verschillende gemeenschappen behoort,’ zegt Jorge Duany, hoofd van het Cuban Research Institute van de Florida International University. ‘Daarmee benadrukt ze de gedeelde belangen tussen de gemeenschappen.’ NYU-hoofddocente Dopico stelt dat González’ homoseksualiteit haar zowel met de Amerikaanse politiek van sociale rechtvaardigheid als met de Cubaanse en Cubaans-Amerikaanse strijd voor homorechten verbindt. ‘Ze behoort tot een generatie die zich vrijer voelt met betrekking tot hun identiteiten en loyaliteiten.’

    Kan Emma González bepalend worden voor de latinopolitiek in Florida en een impuls geven aan een nieuwe intersectionele beweging onder Amerikaanse jongeren om de conservatieve politieke trends van de komende jaren een halt toe te roepen? Hoewel Emma in haar essay in Harper’s Bazaar beweert zo besluiteloos te zijn dat ze niet eens een lievelingskleur kan kiezen, is dat misschien niet eens een bezwaar. Door haar verschillende identiteiten te integreren heeft ze de kracht gevonden om een zaak te verdedigen die een stempel zou kunnen drukken op haar generatie.

    Auteur: Ed Morales
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Openingsbeeld: Emma González (midden) met klasgenoten tijdens de March for Our Lives op 24 maart jl. in Washington. – © Matt McClain / Getty Images

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    © HH
    © HH

    LITERATUUR – Zo was het

    Humor en sentiment om de verloren dagen

    Hoe een recensent in één alinea een boek in z’n context kan plaatsen, en dan ook heel precies de plaats van dat boek binnen die context aangeven. Bij Die Zeit verstaan ze die kunst. De recensie van de roman_ Auerhaus_ van Bov Bjerg begint zo: ‘Het meest voor de hand liggende wat je over een roman als deze kan zeggen, is waarschijnlijk dat de jeugd, als hij eenmaal voorbij is, ook werkelijk verloren is. Die tijd waarin al het zware nog licht leek en een kleinigheid loodzwaar kon wegen, is niet meer terug te halen, elke poging daartoe is slechts nostalgie. Er is geen weg terug. Daarom heeft elke goede roman over volwassen worden aandacht voor het verdriet over die onmogelijkheid om de jeugd terug te halen. En Auerhaus van Bov Bjerg is een van die goede romans, maar ook weer niet een hele goeie.’

    Hoe zou het zijn om zo’n alinea te lezen, met die ontknoping aan het eind, als je Bov Bjerg heet?

    Bjerg, pseudoniem van Rolf Böttcher, is een bekende in de Berlijnse literaire wereld. Verwijzend naar de wijk Prenzlauer Berg, waar hij vaak te vinden is, noemt de Duitse pers hem soms Prenzlauer Bjerg. Hij heeft zijn pen gescherpt bij het Duitse fenomeen van de Lesebühne, een soort voordrachtsavonden. Behalve romanschrijver is Bjerg ook cabaretier. Hij is 51 jaar oud, Auerhaus (de verduitsing van Our House, een nummer van Madness uit de jaren tachtig), is zijn tweede roman. Dan kan je wat hebben. Maar toch.

    ‘We moeten zonder meer vaststellen dat Bjergs roman niet vervalt tot dat verkrampt opgekraste jargon van de jeugdrestauratie waarin zo veel van zulke literatuur is geschreven, die dan ook meestal klinkt als de presentator van de ontbijt-tv die het lexicon straattaal heeft verslonden’, zo gaat recensent David Hugendick verder. Dat klinkt toch alsof Bov Bjerg weer rustig kan ademhalen. ‘Het is vooral de melancholische koppigheid die Bjerg uit de taal van de jeugd weet over te leveren.’ Dat klinkt zelfs helemaal niet slecht. En dat Hugendick Auerhaus vervolgens ‘een zeer spaarzaam verteld boek’ noemt, zal in het licht van het voorgaande ook als een compliment zijn bedoeld. Waar zit dan het voorbehoud, die vileine ‘ook weer niet een hele goeie’ van het begin?

    Alsof Bjerg zelf nog bezig is met zijn coming of age en zijn eigen jeugd nog niet voorbij is, alleen die van zijn personages, die stap voor stap leren dat de tijd onherroepelijk voortschrijdt

    Hugendick concludeert nogmaals dat het ‘eenvoudig dieptreurig’ is dat geen dag van onze jeugd ooit nog terugkeert, een besef dat Bjerg met ‘sympathieke sentimentaliteit’ de lezer nog eens onder de neus wrijft, ‘en ons eraan herinnert dat we zelfs de mooiste momenten van die dagen al lang zijn vergeten’, eindigt hij. Het lijkt erop dat Hugendick het boek eerder verwijt dat het hem te hard heeft geraakt, in plaats van niet hard genoeg.

    Der Tagesspiegel noemt Auerhaus een ‘wonderbaarlijke roman’ en de toon van de recensie lijkt veel minder door een persoonlijke midlifecrisis bepaald dan die van Die Zeit. Want: ‘zo was het, toen we eindexamen deden (…) diep in de jaren tachtig’. De manier waarop Bjerg dat verleden evoceert is ‘opwindend’. Hij schrijft ‘authentiek, het klopt, hij treft precies de taal van de opgroeiende jeugd, het wijsneuzige en hoogdravende ervan (…) alsof Bjerg zelf nog bezig is met zijn coming of age en zijn eigen jeugd nog niet voorbij is, alleen die van zijn personages, die stap voor stap leren dat de tijd onherroepelijk voortschrijdt’. Toch is het geen nostalgische roman, vindt Gerrit Bartels, ook al ‘komt het ene na het andere citaat voorbij: Madness, The Godfather en ook telefooncellen, waar ’s avonds “gastarbeidersgezinnen” in de rij staan’. Bov Bjerg vertelt ‘zonder tierelantijnen en met overzicht. Zijn talent voor het komische is even groot als dat voor terloopse sentimentaliteit.’

    De vertaling van_ Auerhaus_ door Anne Folkertsma verschijnt bij Uitgeverij Cossée. Het Duitsland Instituut organiseert op 14 februari een avond met Bjerg in de Duitse ambassade te Den Haag. Aanmelding is gratis maar verplicht, via ku-s1@denh.diplo.de.


    FILM – Poëzie op het witte doek

    Jarmusch en de muze

    Drieëndertig jaar geleden kwam_ Stranger than Paradise_ uit, de verpletterende doorbraak van cineast Jim Jarmusch. The Washington Post schreef daarover toen dit: ‘Er bestaat geen tweede geur als die scherpe eerste betovering van een nieuwe lente, geen kwelling zo goddelijk als die van een eerste liefde en geen ervaring in de filmwereld als de collectieve ontdekking van een geestige, helder-realistische en volstrekt originele nieuwe film van een onbekend, jong talent. Dit is de belangrijkste week uit het leven van Jim Jarmusch.’

    Jarmusch maakte daarna klassiekers als Down by Law en de serie korte vignetten Coffee and Cigarettes, evenals een aantal documentaires, onder meer over Neil Young en The Stooges. ‘Hij is een natuurlijke verteller met een zeer droog gevoel voor humor’ schreef The Independent over de in 1953 in Ohio uit een half-Duitse moeder geboren regisseur.

    Zijn twaalfde speelfilm komt deze week uit.

    ‘De held in de nieuwe film van Jim Jarmusch, Paterson, heet Paterson (gespeeld door Adam Driver). Hij woont in Paterson, New Jersey, met zijn vrouw Laura (Golshifteh Farahani). Paterson staat elke dag vroeg op, ontbijt, en gaat op weg naar zijn werk als buschauffeur. Hij bestuurt lijn 23, waar aan de voorkant “Paterson” op staat. Aan het eind van de dag komt hij weer thuis, om te eten. Waarna hij zijn Engelse buldog gaat uitlaten, die buiten moet wachten bij de bar waar hij een biertje drinkt. Om de een of andere reden heet die hond Marvin. Belachelijk. Hij had Paterson moeten heten’, schrijft Anthony Lane in de eerste New Yorker van het nieuwe jaar.

    Zoals in andere films specialisten worden ingezet voor het halsbrekende werk, werkte de dichter Ron Padgett aan deze film mee als “poëzieadviseur” van Jim Jarmusch

    Die ironische kritiek op de naam van de hond zet de toon voor de hele recensie: Lane heeft zich overgegeven aan deze film. En wie daarin niet mee wil, die moet maar achterblijven: ‘Als dit je allemaal een beetje saai lijkt, dan weet je nog niet de helft. Nog niet een zevende’, gaat Lane verder. Want de film beslaat een hele week van Patersons leven in Paterson, op de Paterson-bus. Maar Paterson is geen gewone buschauffeur. Hij zit vaak in zijn kelder. Liefhebbers van het Jarmusch-universum denken nu direct aan het geheimzinnige nummer What’s He Building In There? van Tom Waits, vriend van Jarmusch (en als acteur in meerdere van diens films magistraal).

    Anthony Lane vertelt u wat Paterson uitspookt: ‘Het is u vergeven als u denkt dat hij seriemoordenaar is of kidnapper, want in films en op tv zijn dat de enige redenen waarom onopvallende mannen de kelder in gaan. Maar nee. Paterson doet nog iets veel raadselachtigers. Hij schrijft gedichten.’

    En zo komt het dat Paterson niet echt over Paterson gaat. Noch over de man, noch over de plaats, noch over de bus. Paterson is een film over poëzie. ‘De wereld die we in Paterson zien en beleven, voelt aan als een gedicht’, schrijft Kevin Crust van de Los Angeles Times, die zich niet minder liet meeslepen door de film dan zijn collega aan de oostkust, ‘van de natuurlijke schoonheid van de Great Falls tot het industriële patroon van de straten waar Paterson zijn bus doorheen rijdt. De woorden die hij neerpent in zijn “geheime notitieboek” verschijnen op het scherm en meanderen voort, waardoor de kijker de beelden en de emoties die ze oproepen, in zich kan opnemen.

    De poëzie heeft geen grote reputatie op het witte doek. We moeten waarschijnlijk terug tot Il Postino van Michael Radford voor de laatste keer dat een film werkelijk probeerde de poëtische ervaring over te brengen. Dat vereist dus speciale maatregelen. Zoals in andere films specialisten worden ingezet voor het halsbrekende werk, werkte de dichter Ron Padgett aan deze film mee als ‘poëzieadviseur’ van Jim Jarmusch. Noem hem een stuntman, uiteindelijk schreef hij zeven gedichten die in de film voor rekening komen van de buschauffeur met z’n geheime notitieboekje Paterson. ‘Er komen minstens tien gedichten in de film voor’, telde de Los Angeles Times, ‘en vier personages houden zich op de een of andere manier met poëzie bezig.’ Dat zijn inderdaad waarschijnlijk wereldrecords.

    Auteur: Pieter van den Blink

  • Worden Amerikaanse scholieren overbelast?

    Worden Amerikaanse scholieren overbelast?

    Onder druk van hun ouders moeten scholieren in de VS steeds harder werken, zo stellen onderzoekers. Dat leidt tot angsten, slaapgebrek en zelfs het gebruik van pepmiddelen. Gaan Amerikaanse ouders te ver?

    Frank Bruni: Ja

    Bij het lezen van het zojuist verschenen boek Overloaded and Underprepared kreeg ik soms medelijden met Amerikaanse middelbare scholieren. De meest ambitieuze onder hen doen er alles aan om maar beter te zijn dan de rest. Sommige gebruiken pepmiddelen als Aldenall. Anderen spieken. Maar het meest aangrijpende was wel wat ik las over slaap. Zolang je nog niet volwassen bent moet je goed slapen. Anders ga je er geestelijk aan onderdoor. Maar veel tieners zijn tegenwoordig zo opgefokt en gestrest dat ze bij lange na niet genoeg uitrusten. In het boek komt een middelbare school in Silicon Valley voor die slaapexperts van buitenaf inhuurde, een soort slaapcurriculum opstelde en leerlingen opleidde tot ‘slaapambassadeurs’. Allemaal om maar een oog dicht te kunnen doen. Slaapambassadeurs? Zelf ging ik in de tachtiger jaren naar de middelbare school, in een omgeving die destijds als veeleisend gold. Het enige slaapprobleem waar ik en mijn medeleerlingen mee kampten was dat we ons versliepen, waardoor we te laat op school kwamen. Nu is het andersom: het probleem is niet meer hoe je tieners hun bed uit krijgt, maar hoe je ze kunt laten pitten. Dat geeft aan hoe – onder een ambitieus en bevoorrecht deel van de Amerikanen tenminste – opgroeien is verworden tot een exact uitgestippelde, op status gefixeerde en soms ronduit geestdodende race. Het boek, geschreven door Denise Pope, Maureen Brown en Sarah Miles, kijkt naar de hoeveelheid huiswerk, de opbouw van een schooldag en nog veel meer. Het is het laatste in een reeks boeken die vraagtekens zetten bij de overdreven bemoeizucht van ouders, het teveel aan bijlessen, de al te intensieve voorbereiding op gestandaardiseerde tests en dergelijke uitwassen. Een overkoepelend thema van het genre is: ‘genoeg is genoeg’. Volgens Denise Pope, professor pedagogiek aan Stanford University, komt er een moment dat je moet zeggen: nee, dit wordt te gek. De waanzin beperkt zich niet tot een gebrek aan slaap, maar dit thema illustreert wel perfect de trend dat er bij het opgroeien steeds minder plek is voor spontaneïteit en speelsheid, omdat alles moet wijken voor ‘de druk van 
de perfectie’. Een recent artikel in The New York Times beschreef zes zelfmoorden in dertien maanden op de 
Universiteit van Pennsylvania, de angstigheid en depressies die heersen op college-campussen en het onvermogen van veel uitblinkers om ook maar de kleinste tegenslag te verwerken. Naar alle waarschijnlijkheid hebben deze studenten gewoon behoefte aan slaap. In een recent onderzoek van het Amerikaanse tijdschrift Pediatrics gaf 55 procent van de Amerikaanse tieners van tussen de 14 en 17 jaar aan minder dan zeven uur per nacht te slapen, terwijl de National Sleep Foundation hun wel acht tot tien uur aanraadt.

    Frank Bruni is opinieredacteur van The New York Times. Hiervoor werkte hij als restaurantcriticus voor dezelfde krant. Hij schreef boeken over de liefde van zijn familie voor eten en over George W. Bush.

    Robert Pondiscio: Nee

    Over het onderwijs wordt eindeloos gediscussieerd: over de hoeveelheid huiswerk, wiskundeonderwijs, straf op school en nog een aantal hete hangijzers. Zo nu en dan laaien deze discussies op en bedaren dan weer, zonder dat ze ooit afgesloten of beslist worden. Een van die eeuwige twistpunten is opeens terug van weggeweest: de mythe van het overbelaste kind. Opgetogen begroette _New York Times_–columnist Frank Bruni het verschijnen van een golf aan nieuwe boektitels over het onderwerp, met als overkoepelend thema: ‘genoeg is genoeg’. Hij beweert dat de Amerikaanse jeugd in een snelkookpan van overbelasting en stress moet opgroeien, 
al is daar in onderzoeksresultaten weinig van terug te zien. In 2006 bijvoorbeeld gingen psycholoog Joseph Mahoney en zijn collega’s na hoeveel tijd kinderen precies aan sportwedstrijden en -trainingen, religieuze activiteiten, vrijwilligerswerk, naschoolse activiteiten en andere verplichtingen besteden. Gemiddeld was het vijf uur per week. Zo’n veertig procent van de tieners deed doordeweeks helemaal niet mee aan georganiseerde activiteiten. Waar zijn die overbelaste uitblinkertjes eigenlijk? Niet meer dan zes procent van de Amerikaanse tieners neemt wekelijks twintig uur of meer deel aan buitenschoolse activiteiten, en zelfs deze overdrijvers blijken uiteindelijk beter af te zijn dan degenen die er helemaal niet aan doen. ‘De bewering dat buitenschoolse programma’s te zwaar zouden zijn, is overdreven,’ aldus professor Mahoney. ‘Relatief weinig jongeren hebben te veel naschoolse verplichtingen en zelfs zij doen het in alle stadia van hun jeugd op allerlei vlakken beter dan jongeren die helemaal nergens aan meedoen,’ benadrukt hij. Toen ze in 2012 opnieuw gingen kijken, bleek dat bij hen de gunstige effecten van extra–
curriculaire activiteiten ook als jongvolwassen nog merkbaar waren. ‘Ze hadden minder last van spanningen, hun studieresultaten waren beter en ze waren maatschappelijk meer betrokken.’ Er bestaat een wijde kloof tussen het 
beeld van de overbelaste Amerikaanse tiener in de media 
en de werkelijke situatie. Bruni geeft zelf al aan dat de overbelasting vooral een probleem vormt voor ‘een ambitieus 
en bevoorrecht deel van de Amerikanen’. Ik geloof graag dat in veel gezinnen kinderen inderdaad onder grote druk staan om te presteren en veel te bereiken. Maar veel zorgelijker zijn de vele Amerikaanse kinderen die veel te weinig worden uitgedaagd, niet over lesmateriaal van academisch niveau beschikken en nauwelijks kansen of mogelijkheden hebben om aan buitenschoolse activiteiten mee te doen. Het zou jammer zijn als de zorgen omtrent een kleine bevoorrechte groep – hoe gegrond ook – zonder meer worden betrokken op de rest. Onderzoeksresultaten spreken duidelijke taal: de meeste kinderen hebben behoefte aan meer verdieping en uitdaging, niet aan minder.

    Robert Pondiscio is voormalig journalist en onderwijsspecialist. Hij adviseert scholen in de New Yorkse wijk Harlem en schrijft regelmatig opiniestukken voor o.a. The Wall Street Journal en The Atlantic.