Tag: junkfood

  • Wegblijven van verslavingen is voorbehouden aan de rijken

    Wegblijven van verslavingen is voorbehouden aan de rijken

    Vrij zijn of losraken van alle verleidingen die op ons afkomen is een voorrecht geworden van de mensen die het kunnen betalen. ‘Er is een nieuw soort luxe ontstaan: vrij zijn van verlangens,’ schrijft Observer-columnist Martha Gill.

    Keuze uit het archief

    Wanneer het eind van het jaar in zicht komt, zijn er mensen die nadenken wat ze volgend jaar beter gaan doen of waar ze mee willen stoppen. Vaak moet achteraf geconstateerd worden dat de goede voornemens voor het nieuwe jaar niet zijn nagekomen.
    Deze column van The Guardian laat zien waarom het zo moeilijk is om slechte gewoontes los te laten: heel de economie is erop ingericht om ons te verleiden tot het kopen van van alles en nog wat. Wie van verslavingen af wil komen, heeft niet zozeer wilskracht als wel veel geld nodig, betoogt columnist Martha Gill.

    Het zijn echt welvaartsziekten, deze moderne kwalen. Verslaving aan sociale media, gamestoornissen, dwangmatig te veel suiker en bewerkte troep eten: het zijn producten van een maatschappij met meer dan genoeg eten, vrije tijd en verveling, en zonder de spanning van leven of dood die onze voorouders bezighield.

    We kunnen onze toenemende verslavingsproblemen misschien zien als een gezellige parasiet, maar het verontrustende feit is dat een groot deel van de economie nu draait op verslaving.

    Het pad van de prikkels is gemakkelijk te volgen: een verslaafde klant is een betrouwbare klant; en waarom zou je genoegen nemen met alleen de consumptie van je product, als je in plaats daarvan ook voor overconsumptie kunt zorgen? Hoogleraar David Courtwright noemt dit ‘limbisch kapitalisme’, naar het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de verwerking van emoties. Wereldwijde industrieën, zegt hij, beginnen zich hierop te richten.

    Reguleren

    In Groot-Brittannië zijn we eindelijk bezig met het reguleren van een aantal van de oudere ondeugden, zoals nicotine en alcohol. Dat is al moeilijk genoeg geweest – grote industrieën en miljoenen verslaafden hebben zich er decennialang fel tegen verzet. Maar er komen veel nieuwe ondeugden voor in de plaats. Voedingsmiddelenbedrijven maken optimaal gebruik van de verslavende eigenschappen van hun producten: ultrabewerkt voedsel, waarvan gedacht wordt dat het dwangmatig eten stimuleert, is nu goed voor twee derde van de calorie-inname van Britse jongeren. Gokverslaving neemt een hoge vlucht. We horen minder over workaholics dan vroeger, maar dat is misschien alleen maar omdat hun aandoening zo gewoon is; in plaats daarvan horen we over burn-out: het eindresultaat.

    En dan zijn er natuurlijk nog de smartphones, die ons leren hunkeren naar de volgende ping die meldt dat er een bericht binnenkomt, of naar een oplichtende retweet. Die apparaten koppelen ons op hun beurt aan de duizenden verslavende producten die de grootste techbedrijven ter wereld uit de grond stampen. Er zijn gokapps, gameapps en one-click shopping-apps – zelfs het aantal mensen dat verslaafd is aan fitnessapps neemt toe. En dan zijn er natuurlijk ook nog de sociale media, waaraan bijna de helft van de Britse tieners verslaafd is.

    Ondertussen staat Ozempic vooral bekend als een ‘Hollywoodfenomeen’, dat alleen beschikbaar is voor de rijken

    Maar boven deze onvermijdelijke nachtmerrie van dwangmatig werken, dwangmatig eten en dwangmatig klikken hangt een ander soort van leven. Sommigen weten met geld een uitweg uit hun verslaving te vinden, terug naar de ouderwetse realiteit. ­Terwijl de moderne wereld zich ons limbisch systeem binnenvreet, ontstaat er een nieuw soort luxe: vrij zijn van verlangens.

    Het ultieme voorbeeld is misschien wel de snelle groei van het geneesmiddel semaglutide (dat oorspronkelijk werd ontwikkeld voor de behandeling van diabetes). Het wordt behalve bij diabetes ook gebruikt om af te vallen, maar naarmate het aan populariteit wint, beginnen artsen en patiënten iets anders op te merken: semaglutide lijkt ook het verlangen naar alcohol, nicotine en opioïden te verminderen, en misschien zelfs de hang naar dwangmatig gokken en onlinewinkelen.

    Het lijkt niet in te werken op het spijsverteringsstelsel, maar op het verlangen zelf.

    Voor wie semaglutide gebruikt, lonkt dus een alternatieve realiteit. Het is moeilijk om het je voor te stellen: een smartphone hebben maar die niet steeds te hoeven checken, een bus Pringles wegzetten voordat hij leeg is. Want dit is de grootste uitdaging van het moderne leven: zelfbeheersing betrachten tegenover verslavende producten. En ook hier zie je een klassenkloof ontstaan. Natuurlijk zou niet iedereen semaglutide moeten gebruiken – de bijwerkingen worden nog onderzocht – maar de meeste mensen kunnen het zich toch niet veroorloven. Ondertussen staat Ozempic vooral bekend als een ‘Hollywoodfenomeen’, dat alleen beschikbaar is voor de rijken.

    Kloof

    De inkomenskloof is er ook als het gaat om het weerstaan van onlineverslavingen. Nu tijd zonder scherm voor je neus een schaars goed wordt, verdienen sommige bedrijven er geld mee in de vorm van digitale detoxweekenden of opvallend dure dumbphones. Net als scholen. In september begon een privéschool in Cambridge zichzelf te promoten als de eerste ‘schermvrije school’ in Groot-Brittannië. Deze zomer kondigde privéschool Eton aan smartphones te gaan verbieden en nieuwe leerlingen in plaats daarvan Nokia’s te geven. Ondertussen zitten kinderen uit gezinnen met een laag inkomen gemiddeld twee uur per dag meer op hun telefoon dan hun rijkere leeftijdsgenoten.

    Daarbij komt nog het feit dat geld je beschermt tegen allerlei omstandigheden die verslaving in de hand werken. Junkfood is het aantrekkelijkst als je niet de tijd, het geld of de emotionele energie hebt om op zoek te gaan naar gezonde alternatieven: om makkelijk klanten te lokken duiken fastfood­tenten dan ook vaak op in achterstandswijken. Hetzelfde geldt voor wedkantoren. Naast de eindeloos lange wachtlijsten bij de NHS [de openbare gezondheidszorg in Groot-Brittannië] voor therapie of om af te kicken kan een verslavingsbehandeling ook onbetaalbaar worden. We doen soms alsof het weerstaan van gokken, sociale media, zoete lekkernijen en emotioneel shoppen vooral een kwestie van wilskracht is – alsof de economie er niet op gebouwd zou zijn om ons deze dingen op te dringen. In werkelijkheid is het een voorrecht aan het worden dat maar weinigen zich kunnen veroorloven. 

  • Van superfood tot junkfood. De dubbele standaarden van ultrabewerkt voedsel

    Van superfood tot junkfood. De dubbele standaarden van ultrabewerkt voedsel

    Sommige producten hebben ten onrechte een gezond imago, terwijl andere lang niet zo ongezond zijn als wordt beweerd. Tijd voor een nuchtere discussie over gezond eten, vindt hoogleraar Giles Yeo van de Universiteit van Cambridge.

    In de turbulente wereld van dieet en voeding werd het afgelopen jaar verhit gediscussieerd over de nadelen van sterk bewerkt voedsel, bekend onder de Engelse benaming ultra-processed foods (UPF’s). Niet alleen in de media, ook in wetenschappelijke kringen – en dat is uitzonderlijk – werd hierover driftig gedebatteerd. Dus hoe zit het nou écht met UPF’s? Zijn die inderdaad zo schadelijk voor de gezondheid als velen beweren? En hoe vind je als consument, gewapend met deze informatie, je weg in de supermarkt?

    Het bewerken van voedsel, zoals koken, fermenteren, inmaken, zouten en roken, doen we al sinds mensenheugenis. Deze bereidings- en conserveringsmethoden verminderden de kans op voedselvergiftiging, verbeterden de benutting van voedingsstoffen en zorgden voor een constante bron van calorieën bij de wisselende beschikbaarheid van vers voedsel door het jaar heen. Ze waren van cruciaal belang voor het overleven en welvaren van onze soort.

    Maar UPF’s zijn een heel ander verhaal – die komen tot stand via industriële processen die we thuis niet na kunnen doen. Hieronder vallen ongeveer alle soorten frisdrank, ijs, koekjes, margarine, gebakjes, ontbijtgranen, bouillonblokjes, zuigelingenmelk en voorverpakt fabrieksbrood.

    Ze zijn goedkoop om te produceren en met hun lange houdbaarheidsdatum makkelijk te bewaren en te transporteren. De prijs van deze producten ligt laag en ze worden dan ook vooral gekocht en geconsumeerd door klanten met een kleine portemonnee. In het Verenigd Koninkrijk halen we ongeveer de helft van onze calorieën uit UPF’s, en de alomtegenwoordigheid van deze producten in onze winkels verdient een nuchtere discussie.

    Gezondheidsrisico’s

    Ondertussen is het een interessant gegeven – vind ik althans – dat sommig sterk bewerkt voedsel niet alleen ontkomt aan een negatief imago, maar zelfs lijkt te worden geassocieerd met een verstandige manier van eten.

    Het scala aan plantaardige zuivelalternatieven en nepvleesvarianten en vele andere sterk bewerkte ‘premium’-voedingsmiddelen die worden aangeboden in duurdere supermarkten en restaurants, zijn daar een voorbeeld van. Deze voedingsmiddelen zijn gespaard gebleven voor de kritische blik waaraan de rest van de UPF’s worden onderworpen. Maar wat de mate van bewerking betreft is er echt geen verschil tussen crème fraîche van havermelk en roomijs van koemelk, of tussen een bevroren hamburger van rundvlees en eentje van soja-eiwit.

    In havermelk zitten olie, emulgators en andere additieven, en vegaburgers hebben een hoog suiker-, zout- en vetgehalte; zo bekeken zou je ze zelfs als junkfood kunnen beschouwen. En toch wordt in de discussie over UPF’s vrijwel nooit de vraag gesteld waarom sommige van deze producten als ongezonder te boek staan dan andere.

    Er is volop bewijs dat de consumptie van te veel UPF’s in verband kan worden gebracht met een slechtere gezondheid. Een in het British Medical Journal gepubliceerde metastudie van 45 verschillende onderzoeken, uitgevoerd onder in totaal bijna 10 miljoen mensen, heeft onlangs verbanden aangetoond met 32 gezondheidsrisico’s, waaronder vroegtijdig overlijden, kanker, psychische problemen, luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten, maag-darmproblemen en stofwisselingsziekten.

    De smaak daargelaten is supermarktbrood niet slechter voor je gezondheid dan zo’n luxebrood van een yuppenbakkerij

    Dat is niet verwonderlijk als je kijkt naar de bestanddelen van UPF’s. In de meeste daarvan zitten weinig eiwitten en vezels, en ze hebben een hoog suiker-, zout- en vetgehalte. Maar de manier waarop we het tegenwoordig over UPF’s hebben, is op geen enkele manier bevorderlijk. De term bestrijkt een ontzettend breed gamma van voedingsmiddelen: van producten die in de fabriek bijna geheel zijn opgebouwd uit basisingrediënten tot minimaal bewerkte voedingsmiddelen met enkele additieven, zoals een natuurlijke yoghurt met een klein beetje UPF-jam.

    Ik begrijp dat je meer gezondheidsrisico’s loopt als je te veel eet uit de eerste categorie. Maar in de tweede categorie bevindt zich ook supermarktbrood, en een groot deel van de ingenomen UPF-calorieën is hieruit afkomstig. Je kunt natuurlijk naar een yuppenbakkerij gaan en een ambachtelijk gebakken zuurdesembrood kopen, dat veel duurder en ook veel lekkerder zal zijn dan een supermarktbrood. Maar brood is in principe gewoon meel, zout, water en gist. De smaak daargelaten is supermarktbrood niet slechter voor je gezondheid dan zo’n luxebrood.

    Onnauwkeurig

    Ik ben een fervent voorstander van gezonder eten in een poging de huidige stroom dieetgerelateerde ziekten te stuiten, en er zijn veel voedingsmiddelen waarvan we ongetwijfeld een stuk minder zouden moeten eten. Allereerst is het verstandig om te letten op de voedingswaarde van ons eten; we moeten ervoor zorgen genoeg eiwitten en vezels binnen te krijgen, en iets minder suiker, zout en verzadigde vetten. Om dat voor iedereen haalbaar te maken, zou de gezondere keuze ook de goedkopere en makkelijkere moeten worden – zo is het nou eenmaal.

    Ik vrees dat het concept UPF te onnauwkeurig is om te bepalen hoe gezond of ongezond een bepaald voedingsmiddel is en, erger nog, dat het momenteel wordt gebruikt om de eetgewoonten van andere mensen af te kraken. Ondertussen prijst de elite zichzelf gelukkig met het eten van voedsel dat even sterk bewerkt is, maar een betere pr heeft.

  • Junkfood is toe aan een nieuwe definitie

    Junkfood is toe aan een nieuwe definitie

    Ons dieet bestaat voor een steeds groter gedeelte uit ultrabewerkte producten. Dat is niet bepaald goed voor de gezondheid. Maar voor veel mensen is ‘echt eten’ onbetaalbaar. Volgens de Britse arts infectie­ziekten Chris van Tulleken ligt hier een taak voor de overheid.

    Het lijkt misschien raar, maar toch is het echt zo: wereldwijd is niet langer tabak, maar voedsel de belangrijkste oorzaak van een vroegtijdige dood. Jaarlijks sterven in de Verenigde Staten meer mensen aan ziekten die zijn veroorzaakt door slechte voeding dan er soldaten zijn gesneuveld in alle Amerikaanse oorlogen bij elkaar. In het Verenigd Koninkrijk is de situatie al net zo ernstig.

    Volgens officiële bronnen zijn de gezondheidseffecten van voedsel direct gerelateerd aan de voedingswaarde ervan, dus de hoeveelheid vet, zout, suiker en vezels die het bevat. In het huidige systeem is het aan de consument om de uitgebreide informatie op de verpakking te lezen en op basis van de aanbevolen hoeveelheden te beslissen wat een geschikte portie is. Als je kinderen hebt, moet je die hoeveelheden ook voor hen kunnen inschatten. Voor de meeste mensen is dat vrijwel onmogelijk – maar zelfs als je precies zou kunnen berekenen hoeveel vet, zout en suiker je per hap binnenkrijgt, zou je nog steeds voorbijgaan aan een cruciale factor: in hoeverre het voedsel bewerkt is.

    Bewerkt voedsel

    Misschien klinkt dit je allemaal bekend in de oren, want mensen maken zich al lange tijd zorgen over ‘bewerkt voedsel’. Toch is dat niet altijd een duidelijk begrip geweest: we bewerken immers al honderdduizenden jaren voedsel. Het menselijk dieet is uitgevonden door huishoudelijk deskundigen, voornamelijk vrouwen, die planten en dieren bewerkten door ze te malen, schudden en stampen; of die ze transformeerden door ze te fermenteren en te verwarmen, waarna ze ze pekelden, rookten en droogden om ze te conserveren. Voedselbewerking heeft bijna elk onderdeel van het menselijk lichaam beïnvloed: van alle dieren met onze omvang hebben wij de kortste darmen, omdat we de darmfunctie deels hebben uitbesteed aan onze keuken. We zijn de enige diersoort die zijn voedsel moet bewerken om te overleven. Voedselbewerking is dus prima.

    Maar iets meer dan tien jaar geleden stuitte een groep wetenschappers op een paradox in de gegevens van Braziliaanse voedingsonderzoeken. Obesitas was uitgegroeid van een zeldzame kwaal tot het grootste volksgezondheidsprobleem van het land, terwijl mensen minder olie en suiker kochten dan voorheen. Wel aten ze meer industrieel bewerkt voedsel: koekjes, geëmulgeerd brood, snoepgoed enzovoort. Het team ontwikkelde een definitie die onderscheid maakt tussen enerzijds traditionele levensmiddelen, al dan niet bewerkt, en anderzijds industrieel bewerkte producten, die ze ultra processed foods [ultrabewerkt voedsel] noemden, kortweg UPF’s.

    De volledige definitie is pagina’s lang, omdat er zo veel verschillende producten onder vallen. Maar als je wilt weten of iets een UPF is, is een goede vuistregel dat het veelal in plastic is verpakt en een ingrediënt bevat dat je niet in een doorsneekeuken aantreft. Dankzij de uitgewerkte definitie kon de hypothese van het Braziliaanse team – dat UPF’s de oorzaak zijn van gezondheidsproblemen – worden getest. Er zijn inmiddels honderden wetenschappelijke onderzoeken die UPF’s op overtuigende wijze in verband brengen met gewichtstoename, beroertes, hartaanvallen, kanker, diabetes type 2, een hoge bloeddruk, leververvetting, chronische darmontsteking, depressie, dementie en een vroegtijdige dood.

    Volproppen met UPF’s

    UPF’s zijn in het Verenigd Koninkrijk goed voor zo’n 60 procent van de calorieën die we binnenkrijgen, en dat cijfer ligt voor jongeren nog hoger. Onze Britse eetcultuur draait inmiddels zodanig om UPF’s dat we onze kinderen ermee volproppen. Veel UPF’s staan al bekend als ‘junkfood’, maar het traditionele beeld dat daarbij hoort – patat, chips, frisdrank – moet worden bijgesteld. Supermarktbrood, ontbijtgranen, verpakte snacks, bewerkte vleesproducten en diepvriesmaaltijden vallen er eigenlijk ook allemaal onder. En pas op: veel UPF’s worden op de markt gebracht als producten die gezond en voedzaam zijn, of die je zelfs kunnen helpen afvallen.

    Additieven en textuur

    Onderzoek toont nu aan dat UPF’s niet alleen schadelijk zijn omdat ze zout, vet, suikerrijk en vezelarm zijn; het simpele feit dat ze bewerkt zijn, is de boosdoener. Als je goed naar de ingrediënten kijkt, zul je zien dat de meeste UPF’s zijn gemaakt van basisgewassen zoals maïs of soja, die zijn gereduceerd tot hun meest elementaire moleculen (eiwitisolaten, geraffineerde oliën en gemodificeerde koolhydraten). Deze worden vervolgens opnieuw samengevoegd en voorzien van additieven, om het voedsel in elke gewenste vorm of textuur te kunnen produceren.

    De manipulatie van de textuur van het voedsel is een belangrijk deel van het probleem. UPF’s zijn vaak erg zacht en droog. Met behulp van gommen en oliën wordt vochtigheid nagebootst, maar het watergehalte is laag zodat de producten lang houdbaar blijven. Dat zorgt ervoor dat ze een zeer hoge energiedichtheid hebben, wat er, in combinatie met de zachte textuur, voor zorgt dat je (te) snel eet. De systemen die ons lichaam in de loop van miljoenen jaren heeft ontwikkeld om een vol gevoel te signaleren, kunnen dat niet bijhouden. Er zijn veel mogelijke verklaringen voor de schade die UPF’s veroorzaken.

    Stofwisseling

    Fruit en groenten zijn bijvoorbeeld complex: ze bevatten tienduizenden fytochemicaliën, moleculen die essentieel zijn voor gezonde voeding. In UPF’s is het aantal fytochemicaliën drastisch verminderd. En veel van de gebruikte additieven (zoals emulgatoren, smaakversterkers en zoetstoffen) hebben directe ongewenste effecten op onze stofwisseling en ons microbioom.
    Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dit allemaal fascinerend. Achterhalen wat UPF’s precies zo schadelijk maakt is belangrijk. Maar voor de volksgezondheid is het nuttiger om je af te vragen waarom ze überhaupt in de schappen liggen. Culinair deskundigen in de prehistorie vonden voedselproducten uit om hun gezin en hun omgeving te voeden.

    Een economisch voedselsysteem waarin het draait om winst

    Ultrabewerkt voedsel daarentegen is onderdeel van een economisch voedselsysteem waarin het draait om winst. Hierdoor persen we werkelijk elk verhandelbaar ingrediënt uit dingen die niet eens voor menselijke consumptie worden verbouwd: soja-eiwitisolaat, maïssiroop en gemodificeerd zetmeel zijn allemaal afkomstig van gewassen die op grote schaal worden verbouwd om dieren te voeden. Ons voedsel ondergaat decennialange cycli van productontwikkeling en -marketing; om de producten onweerstaanbaar te maken laten producenten ze steeds meer bewerkingsprocessen doorlopen en voegen ze steeds meer ingrediënten toe. Onderzoek wijst uit dat sommige UPF’s voor veel mensen, waaronder ikzelf, even verslavend zijn als sigaretten en andere drugs.

    Multinationals

    Voedsel dat is ontwikkeld door multinationals die uit zijn op winst doet iets anders met ons lichaam dan een maaltijd die is bereid door iemand die van ons houdt. Dat is misschien niet verrassend, maar het heeft lang geduurd voordat we het met zekerheid konden aantonen. Inmiddels raken onafhankelijke wetenschappers van toonaangevende instellingen zoals University College London, waar ik werk, er steeds meer van overtuigd dat ultra-processing een belangrijke motor is van de gezondheidsproblemen waaraan zo veel mensen lijden.

    Echt voedsel

    Dus wat moeten we doen? Nationale voedingsadviezen moeten niet alleen waarschuwen tegen zout, vet en suiker, maar ook tegen UPF’s. Dat lijkt een kleine stap, maar die is van cruciaal belang. Vervolgens moeten we voorzichtig te werk gaan. Voor veel mensen zijn UPF’s het enige betaalbare voedsel dat beschikbaar is. Beleidsveranderingen moeten voorkomen dat de kansarme groepen die het kwetsbaarst zijn voor de gevolgen ervan verder worden gestigmatiseerd. Het zou enorm helpen om de marketing van deze producten, vooral aan kinderen, te beperken. En we moeten ervoor zorgen dat alles wat in instellingen zoals scholen, ziekenhuizen en gevangenissen wordt geserveerd echt voedsel is. Uiteindelijk zullen we, net als bij tabaksproducten, moeten inzien dat een waarschuwing op de verpakking noodzakelijk is. En er zijn bredere inzichten die we in acht moeten nemen. We weten dat mensen die het kunnen betalen ook daadwerkelijk gezonder eten. Als we de gevolgen van UPF’s – gewichtstoename, diabetes en hartaanvallen – willen beperken, moeten we de oorzaken aanpakken waardoor ze voor veel mensen de enige optie zijn: armoede en ongelijkheid.