Er zou voor ruim 700 miljoen dollar aan meth zijn vernietigd
Mexicaanse militairen hebben een zogenoemd ‘megalaboratorium’ ontmanteld in het noorden van de staat Sonora. Dat meldt El País. Volgens de autoriteiten gaat het om het grootste drugslaboratorium dat is opgerold onder de huidige regering.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De marine zei dat er 41 ton meth in beslag was genomen en daarnaast 1,27 ton chemicaliën die gebruikt worden om de synthetische drug te maken, met een totale straatwaarde van ruim 700 miljoen dollar. Op de plek werden daarnaast 72 laboratoriumreactoren aangetroffen.
Mexico staat al langer onder druk van onder meer de VS om de drugsproductie door kartels, met name van meth en fentanyl, aan te pakken. Veel van deze drugs gaan naar de VS en hebben daar voor een verslavingscrisis van nationale omvang gezorgd.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Ecuador, dat wordt geteisterd door politiek geweld, met als dieptepunt de moord op presidentskandidaat Fernando Villavicencio. Hoe heeft het ooit zo veilige Zuid-Amerikaanse land zo kunnen afglijden?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Wat is er aan de hand in Ecuador?
‘Hier is niets gratis. Deze democratie heeft ons het leven gekost. Het verdedigen van het vaderland heeft ons het leven gekost,’ sprak presidentskandidaat Fernando Villavicencio op 9 augustus tijdens een campagnerally in de Ecuadoriaanse stad Quito. Een paar uur later werd hij vermoord. Financial Times beschreef de moord als ‘een bevestiging van het verlies van Ecuadors reputatie als een oase van vrede op een gewelddadig continent’.
De president van Ecuador, Guillermo Lasso, probeerde daadkrachtig over te komen. Zo schrijft Deutsche Welle dat duizenden agenten werden ingezet om een bendeleider, die ervan wordt verdacht betrokken te zijn geweest bij de moord, over te plaatsen. De presidentsverkiezingen zullen doorgaan, er worden militairen ingezet om de stembusgang te beveiligen.
Ook heeft de partij van Villavicencio een vervanger aangewezen voor de vermoorde presidentskandidaat: Christian Zurita, net als Villavicencio een fel bestrijder van corruptie, zo beschrijft Time Magazine in een profiel. Net als Villavicencio was Zurita onderzoeksjournalist. Maar Ecuador is verre van terug bij het oude, het geweld is ondanks de noodtoestand en de inzet van het leger niet afgenomen.
Op dinsdag 15 augustus werd namelijk bekend dat er weer een politicus is doodgeschoten in Ecuador: Pedro Briones, een lokale leider van Revolución Ciudadana, de partij van voormalig president Rafael Correa, werd doodgeschoten in de provincie Esmeraldas, schrijft The Los Angeles Times, daaraan toevoegend dat ‘duizenden mensen zijn gedood in de afgelopen drie jaar in Ecuador, en het land is veranderd in een belangrijk knooppunt van drugshandel, waar lokale bendes, gesteund door kartels, strijden om de controle over de straten, gevangenissen en drugsroutes’.
Ecuador, een land dat voor toeristen bekendstaat om de idyllische Galapagoseilanden, is in een mum van tijd veranderd in een narcostaat waar politiek geweld overheerst, waardoor miljoenen Ecuadorianen straks naar de stembus moeten terwijl er militairen op straat staan.
Hoe heeft het zo ver kunnen komen?
Ecuador is in een razend tempo afgegleden, zo schrijftCNNop basis van recente cijfers. Volgens de Nationale Politie van Ecuador bedroeg het moordcijfer in 2016 5,8 moorden per 100.000 mensen. Vorig jaar was het gestegen tot 25,6, een vergelijkbaar niveau met dat van Colombia en Mexico, landen met een lange geschiedenis van geweld door drugskartels.
Wat zijn de oorzaken voor deze ongekende toename van geweld in het land? ‘Ecuador heeft de geografische pech ingeklemd te zitten tussen Colombia en Peru, de twee grootste cocaïneproducenten ter wereld, en onderliggend is er een zekere institutionele zwakte in het gerechtelijk apparaat, de politie en het leger’, zegt Cynthia Arnson, een medewerker van het Wilson Center in Washington en een expert in Latijns-Amerika, tegen NPR.
Daar komt bij dat, zoals The Guardian schrijft in een commentaar, er sprake is van ‘een aanhoudende stijging van zowel het aanbod als de vraag naar cocaïne wereldwijd’. Mexicaanse kartels, Balkanbendes en zelfs de Italiaanse maffia hebben zich uitgebreid naar Ecuador, waar ze samenwerken met lokale bendes om hun positie te versterken.
Volgens Associated Press is er ook een toename van geweld tussen lokale bendes door ‘een machtsvacuüm dat ontstond na de moord in december 2020 op Jorge Zambrano, alias “Rasquiña” of “JL”, de leider van Los Choneros. De groep werd opgericht in de jaren negentig en is de grootste en meest gevreesde bende van het land. De leden plegen huurmoorden, zijn betrokken bij afpersingen, verhandelen en verkopen drugs, en maken de dienst uit in gevangenissen.’
Deze bende vecht met andere bendes, zoals Los Lobos en Los Tiguerones, om de macht in Ecuador, daarbij gesteund door kartels en andere buitenlandse bendes. En zowel politici die iets tegen dit geweld willen doen als de inwoners van Ecuador die onder het geweld lijden, worden doelwit van de bloeddorst van deze drugsbendes.
Hoe ziet de toekomst van het land eruit?
De situatie in Ecuador lijkt momenteel op het Colombia van de jaren negentig, toen machtige drugskartels met geweld hun stempel drukten op het politieke landschap. In een opiniestuk in El Paísschrijft voormalig president van Colombia Ernesto Samper dan ook dat het land moet kijken naar hoe zijn land het destijds aanpakte.
Volgens Samper moeten alle sectoren zich ‘verenigen tegen de duistere krachten van de georganiseerde misdaad, die de oorlog hebben verklaard aan de rechtsstaat en de democratische instellingen’. Hoe dat precies moet gebeuren, zegt de oud-president er niet bij.
The Washington Post vindt dat de Verenigde Staten en Europa Ecuador moeten helpen, onder meer om de controle in de gevangenissen, waar bendes de dienst uitmaken, terug te krijgen. ‘De Verenigde Staten moeten, samen met hun partners in Europa, ook meer inlichtingen verzamelen over de transnationale groepen, met hun oorsprong in Albanië, die steeds meer concurreren met de Mexicaanse kartels om de controle over de cocaïne-export vanuit Ecuador – waarvan een groot deel naar Europa gaat’, schrijft de krant.
Naast een harde aanpak van de drugsbendes en een herstel van de democratische rechtstaat is er ook nog de korte termijn: de presidentsverkiezingen gaan door, Zurita vervangt Villavicencio en de moord op de presidentskandidaat zal naar verwachting een grote rol spelen. Zoals het Argentijnse La Nación al schrijft: de kandidaten die een harde aanpak van de misdaad beloven, zijn sinds de aanslag hard gestegen in de peilingen.
Politiek analist Sebastián Hurtado analyseert de kansrijkste kandidaten op in Americas Quarterly:‘Rechts-georiënteerde kandidaten (…) zoals Otto Sonnenholzner en Jan Topic, zouden wel eens meer steun kunnen krijgen.’ Met name Jan Topic zou volgens de analist wel eens kunnen verrassen, hoewel hij ook niet uitsluit dat Zurita electoraal kan profiteren – hoe naar dat ook klinkt – van de moord op de man die hij vervangt.
Voor de huidige president Guillermo Lasso staat de situatie er een stuk slechter voor, zo beschrijft Hurtado. ‘Er zijn oproepen tot zijn aftreden te verwachten en een lopende afzettingsprocedure kan worden hervat zodra het parlement na de verkiezingen weer bijeenkomt. (…) De gevolgen van deze tragische gebeurtenis zijn veelzijdig en complex en zullen waarschijnlijk nog jarenlang blijvend een stempel drukken op de politiek en het beleid van Ecuador.’
‘Een daad van brute terreur’: zes mensen, waaronder vier politieagenten, stierven dinsdagavond in de buurt van Guadalajara, in het westen van Mexico, toen ‘zeven geïmproviseerde explosieven’ ontploften, schrijft El Universal. De autoriteiten schrijven de aanval toe aan de ‘georganiseerde misdaad’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘De georganiseerde misdaad heeft op laffe wijze politieagenten aangevallen’, aldus Enrique Alfaro, de gouverneur van Jalisco, de deelstaat waar de aanslag plaatsvond. Volgens Alfaro had de politie voorafgaand aan de ontploffing een anonieme tip gekregen over de vindplaats van stoffelijke resten van vermiste mensen. ‘Maar in werkelijkheid was het een valstrik, ze wilden dat onze politieagenten daar aanwezig waren om hen aan te vallen.’
In de regio is het gevreesde Jalisco Nueva Generación-kartel actief. Dit kartel wordt gekenmerkt door het gebruik van extreem geweld en houdt zich bezig met drugshandel (voornamelijk cocaïne en methamfetamine).
Onder meer tien bewakers overleden, mogelijk geëxecuteerd
In een federale gevangenis in de Mexicaanse stad Ciudad Juárez zijn zondag zeker veertien doden gevallen nadat de gevangenis werd bestormd door gewapende mannen. Dat schrijft het Mexicaanse El Universal. Het merendeel van de dodelijke slachtoffers was bewaker. Zij zouden volgens Mexicaanse media zijn geëxecuteerd.
Officiële lezingen van de autoriteiten ontbreken tot nog toe, en er is veel onduidelijkheid over hoe de schietpartij ontstond. Een groep mannen zou de gevangenis rond het bezoekuur hebben aangevallen met meerdere auto’s. Tientallen gevangenen wisten tijdens de bestorming te ontsnappen. Een deel van hen is weer opgepakt, andere gevangenen zijn door politieagenten doodgeschoten. Na de bestorming werden militairen naar de gevangenis gestuurd om de orde te herstellen.
In veel Mexicaanse gevangenissen, die vaak overvol zijn, maken drugsbendes de dienst uit. Regelmatig vindt er in deze inrichtingen geweld plaats tussen kartels en rivaliserende bendes. Vanwege de traagheid in het Mexicaanse juridische systeem duurt het soms jaren voordat gevangenen voorkomen en hun vonnis te horen krijgen.
De Mexicaanse socioloog Karina García Reyes interviewde 33 voormalige narco’s om de logica van hun wereldbeeld te kunnen begrijpen. Hiermee wil zijn een nieuw perspectief belichten: dat van de daders. ‘We moeten erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij.’
Keuze uit ons archief
Dat verdeeldheid onder neoliberalisme toeneemt, zien we overal gebeuren – nu ook in de politiek. Reyes legde dit gegeven vast in een studie. Ze kreeg de kans te ontsnappen uit een uitzichtloos gebied in Mexico, en besloot te onderzoeken wat ze overal om zich heen had gezien. De drugsbendeleden die ze interviewden zien zichzelf als de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan. Ze hebben de individualistische ethiek waarvan de hele (Mexicaanse) samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme doortrokken is, geïnternaliseerd.
Dit artikel verscheen eerder in #174, februari 2020.
Ik kom uit het noorden van Mexico, een gebied dat het zwaarst te lijden heeft van het geweld in de war on drugs. De periode van 2008 tot en met 2012 was de meest onzekere en gewelddadige in de geschiedenis van mijn stad. In het begin waren de confrontaties tussen het leger en de drugskartels, waarbij met scherp werd geschoten, sporadisch, maar algauw werden ze frequent, overal in de stad en op klaarlichte dag.
Ikzelf maakte een keer een vuurgevecht mee op het deel van de universitaire campus waar ik college gaf. We moesten de deuren sluiten en de veiligheidsmaatregelen in acht nemen die voor dit soort situaties golden. En al mijn vrienden en familieleden hebben wel iets dergelijks meegemaakt, sommigen zagen het gebeuren vanuit hun auto en anderen vanuit huis.
Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld
Tegelijk met het toenemende geweld begon het kartel Los Zetas de plaatselijke middenstand af te persen. Als de kleine ondernemers geen ‘stageld’ – de eufemistische term voor beschermgeld – betaalden, kregen ze met geweld te maken of werden leden van hun familie ontvoerd.
Geleidelijk aan sloten alle kleine ondernemers hun deuren en groeide de paranoia onder de bevolking vanwege de berichten die de narco’s op sociale media plaatsten. ‘Ga vanavond de deur niet uit, want er wordt geschoten.’ Soms werden die dreigementen nog waargemaakt ook.
In die omstandigheden besloot ik naar het buitenland te gaan om te promoveren. Ik wilde in die onzekere toestand niet verder studeren en ging daarom naar Engeland. Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld. Dankzij de goede raad van een van mijn professoren was ik in staat om door middel van een proefschrift mijn frustratie uit te leven over de veiligheidspolitiek van Felipe Calderón, die van 2006 tot 2012 president van Mexico was. Ik ben zeven jaar met dit onderwerp bezig geweest.
In mijn proefschrift onderzoek ik het drugsgeweld aan de hand van persoonlijke geschiedenissen. Tussen oktober 2014 en januari 2015 interviewde ik 33 mannen uit de wereld van de drugscriminaliteit. We spraken over hun kindertijd en hun puberteit, over alcohol- en drugsverslaving, vandalisme en hoe ze in de criminaliteit terecht waren gekomen en welke rol ze daarin vervulden. Om begrip te krijgen van de invloed die hun persoonlijke ervaringen hadden op hun intrede in de drugswereld, onderwierp ik hun verhalen aan een discursieve analyse.
Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt
De geïnterviewden hebben op twee manieren bijgedragen aan het karakter van mijn studie. In de eerste plaats methodologisch, omdat directe interviews met drugscriminelen iets totaal nieuws zijn in de academische wereld. Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt. Ook opent mijn studie voor de academische wereld een nieuw perspectief, namelijk dat van de daders, dat tot nog toe zowel door onderzoekers als door bestuurders en politici werd genegeerd.
In deze zin werpt de analyse van hun persoonlijke verhalen licht op de mogelijke oorzaken van hun intrede in de drugswereld en verklaart deze de logica van hun wereldbeeld. Dat te begrijpen is cruciaal, niet alleen voor de benadering van zo’n complex fenomeen, maar ook voor het bepalen van beleid om de veiligheid te waarborgen. Tot nog toe werden die maatregelen alleen genomen vanuit de logica van hen die de maatregelen nemen. Geen wonder dus dat ze faliekant mislukten.
Slachtoffers noch monsters
Om te beginnen moeten we erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij. Ze zijn onderhevig aan dezelfde normen en waarden en tradities als wij allemaal. Een van de voornaamste problemen in Mexico is dat de overheid ze systematisch discrimineert door het binaire discours van de Verenigde Staten over te nemen: ‘zij’ versus ‘wij’, ‘goed’ versus ‘kwaad’. Behalve dat dit discours een absurde oversimplificatie is, verdoezelt het de rijkgeschakeerde oorzaken van het geweld.
Een analyse van de persoonlijke geschiedenissen van de ex-narco’s doet die schakeringen juist scherp uitkomen. De geïnterviewden zien zichzelf noch als slachtoffers, noch als monsters. Ze rechtvaardigen allemaal hun intrede in de drugswereld als hun ‘enige optie’ om te overleven, een motivatie die door veel wetenschappelijke studies wordt bevestigd. Maar hoewel ze goed van de schaduweconomie konden leven en voor hun gezinnen zorgden, wilden ze toch ‘meer’.
De geïnterviewden zien zich ook niet als de bloeddorstige criminelen die in films worden opgevoerd. Ze omschrijven zichzelf als vrij handelende personen die besloten hebben in het illegaal circuit te opereren, maar tegelijkertijd noemen ze zichzelf ‘niks waard’, ‘wegwerpartikelen’.
Dat gevoel van marginalisering, gevoegd bij de verslavingsproblemen en het ontbreken van een toekomstperspectief, maakt dat ze weinig waarde hechten aan hun leven en dat de dood zelfs als een bevrijding wordt gezien.
Dit laatste is een cruciale factor voor het beleid dat ten aanzien van deze problematiek gevoerd dient te worden. De kernopdracht daarbij is te vermijden dat nog meer kinderen en jongeren zich als ‘niks waard’ gaan beschouwen.
Mijn onderzoek laat zien hoe de participanten het binaire discours van de overheid overnemen. Ze noemen zichzelf de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan, ze vinden niet dat ze daar deel van uitmaken. Ze hebben ook de individualistische ethiek overgenomen waarvan de hele Mexicaanse samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme aan het eind van de jaren tachtig doortrokken is. Die ethiek is een tweesnijdend zwaard: ze geven niet de staat of de maatschappij de schuld van hun armoede, maar ze hebben ook geen spijt van hun misdaden. Ze vinden dat ze de ‘pech’ hebben gehad in armoede en in de marge van de maatschappij geboren te zijn en dat hun slachtoffers de ‘pech’ hebben gehad in hun handen te vallen. De logica is simpel: ‘Ieder voor zich.’
Niets te verliezen
Uit de analyse van de interviews kwam een cluster van ideeën en opvattingen naar voren die als vaststaande waarheden werden geponeerd en die ik ‘het narcodiscours’ heb gedoopt.
De betekenis die armoede heeft in het narcodiscours liegt er niet om. Het heet dat arme mensen geen toekomst hebben en daarom ook niets te verliezen. Zoals een van de geïnterviewden (Wilson) zei: ‘Ik wist dat ik tot aan mijn dood in armoede zou leven en het enige wat ik deed was God vragen: waarom ik?’ Armoede wordt gezien als een natuurlijk gegeven, een omstandigheid waar niets aan te doen is en waar niemand verantwoordelijk voor is. Voetstoots wordt aangenomen dat ‘er iemand moet zijn die arm is’ (Lamberto) en ‘dat je er niks aan kunt veranderen’ (Tabo).
Die kijk op armoede impliceert een individualistische kijk op de wereld: het individu is zelf verantwoordelijk voor zijn economische en sociale ontwikkeling. ‘Ik wist dat ik alleen stond, als ik iets wilde, dan moest ik het zelf gaan halen’ (Rigoletto).
De logica van het narcodiscours met betrekking tot armoede is dat iedereen er alleen voor staat en dat dus ‘het recht van de sterkste’ (Yuca) geldt. Zo verklaart ook Cristian het: ‘In mijn wijk wisten we allemaal wat de regel was: als je zit te slapen, verlies je. Dat was de regel. Je moet gewelddadig zijn, door roeien en ruiten gaan, je moet voor jezelf opkomen, want niemand anders zal het doen.’
“Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?”
In het narcodiscours wordt ervan uitgegaan dat kleine kinderen en tieners onvermijdelijk bendeleden en drugsverslaafden worden. ‘Als je in een arme buurt opgroeit, dan weet je dat je op een bepaald moment aan de drugs verslaafd raakt’ (Palomo). Net zo worden de bendes, die dagelijks geweld en vandalisme plegen, gezien als ‘de enige manier om het geweld van de straat te overleven’ (Piochas). Er wordt dus van uitgegaan dat die jongeren geen toekomst hebben en daarom niks waard zijn: ‘Als je aan drugs verslaafd bent, beschouw je jezelf als een nul, minder dan afval… Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?’ (Palomo).
Ook de vroege dood van deze jongeren wordt als onvermijdelijk gezien: ‘Als je zo veel van je vrienden door geweld, door overdoses, door politiekogels, ziet omkomen, dan denk je dat dat ook jouw toekomst is’ (Tigre). Op die manier wordt al bij voorbaat aangenomen dat het met de jongeren slecht zal aflopen: ‘Ik dacht altijd dat ik óf aan een overdosis óf door een kogel zou sterven’ (Pancho).
Volgens die logica kun je eigenlijk alleen maar van het leven genieten door de consumptie van luxegoederen, en de enige manier om daaraan te komen is door middel van ‘gemakkelijk geld’ dat het ‘gemakkelijke leven’ je biedt. Het gemakkelijke leven is de drugshandel. Ze weten dat de kick van gemakkelijk geld van korte duur is, maar toch loont die de moeite, omdat je ‘in deze wereld, als je geen geld hebt, niemand bent’ (Canastas). Ze kennen de gevaren. ‘De ene dag kun je nog in een duur restaurant zitten met allemaal mooie vrouwen om je heen, en de volgende dag word je wakker in de bajes’ (Ponciano). Het ‘gemakkelijke leven’ moet dus snel en op de toppen geleefd worden: ‘Mijn opzet was om elke dag te leven of het de laatste was. Ik liet het breed hangen. Ik kocht de duurste SUV’s, de duurste wijnen en ik had de mooiste vrouwen’ (Jaime).
‘Echte man’
In het narcodiscours speelt ook het idee van de ‘echte man’, die agressief en gewelddadig dient te zijn. En een rokkenjager.
De participanten noemden de arme wijken ‘de jungle’, de plaats waar het recht van de sterkste heerst. Lichamelijk geweld is essentieel om te kunnen overleven – letterlijk.
In het narcodiscours komt ook een cruciaal element van geweldpleging tot uitdrukking, namelijk dat het aangeleerd gedrag is. Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt. Zoals Jorge zegt: ‘Als kind werd ik door grotere kinderen geslagen, ze maakten misbruik van me omdat ik alleen was. Ik was niet gewelddadig… maar ik moest wel gewelddadig worden, nog gewelddadiger dan zij. Dat moet als je op straat wilt overleven.’
In ‘de jungle’ moeten mannen ook een reputatie opbouwen om te overleven. Een ‘echte man’, zo is de opvatting, is heteroseksueel, een rokkenjager, ‘een feestbeest met drugs en alcohol’ (Dávila).
Daarnaast komt in het discours naar voren dat ‘echte mannen’, in tegenstelling tot vrouwen, geen angst of emoties of zwakte mogen tonen, en de beste manier om dat te doen is laten zien dat je onder alle omstandigheden sterk en dominant bent: binnen de bende, in gevechten met concurrerende bendes en thuis in het gezin.
In de interviews uitten de participanten vaak de wrok die ze jegens hun vader koesterden. Van de 33 geïnterviewden bekenden er 28 dat ze op zeker moment in hun leven het liefst hun vader zouden hebben vermoord. Huiselijk geweld en geweld tussen mannen en vrouwen horen tot de eerste levenservaringen van deze participanten. Allemaal zijn ze het erover eens dat het dagelijks geweld van hun vaders tegen hun moeders hun als kind het meeste weerzin inboezemde. Het is een constant gegeven in de verhalen die ze vertellen, niet alleen over hun kindertijd, maar ook over drugsverslaving, geweld in het algemeen en hun intrede in de wereld van de misdaad.
Voor een aantal participanten was het verlangen om hun vader te vermoorden of te martelen de belangrijkste motivatie om in de drugscriminaliteit te gaan. Rorro, bijvoorbeeld, vertelde dat hij als kind ‘geen enkele illusie of plannen voor de toekomst had, het enige waar ik aan dacht was mijn vader vermoorden als ik groot was… ik wilde hem aan stukken hakken’. De drugscriminaliteit in gaan verschafte hem die mogelijkheid. Ook Ponciano gaf aan dat hij zich, als hij mensen moest martelen, altijd voorstelde dat het om zijn vader ging, ‘en dan martelde ik ze met genoegen, net zoals hij ons martelde’.
De fantasieën die de participanten hadden over het vermoorden van hun vader lijken allemaal op elkaar, allemaal wilden ze hem laten boeten, niet uit wraak voor wat hij hun had aangedaan, maar voor wat hij hun moeder had aangedaan. Opmerkelijk is dat ze ook geen van allen in staat waren hun voornemen uit te voeren toen ze daar de gelegenheid voor kregen. Facundo verwoordt het zo: ‘Ik had hem kunnen vermoorden als ik wilde. Ik had tientallen huurmoordenaars die voor me werkten. Als ik wilde… ik had hem kunnen laten martelen en toekijken hoe hij crepeerde. Maar ik kon het niet… dus ik zei tegen hem: maak dat je wegkomt, ik wil je nooit meer zien. Als ik je weer zie, vermoord ik je.’
Macho-ideologie
De oorzaken van de criminaliteit en het geweld in Latijns-Amerika zijn vrijwel in alle landen dezelfde. Tussen de verschillende bronnen van het geweld – van drugscriminelen, het leger, de guerrilla of de bendes – zijn er volgens mij twee dwarsverbindingen: de armoede en de giftige macho ideologie*. De dagelijkse ervaringen van de mensen die in armoede leven is de soep waarin alle soorten geweld (huiselijk geweld, bendegeweld, geweld tussen de seksen) gaar koken. En dat alles binnen het kader van het onzichtbare geweld dat zelden onderkend wordt: het structurele geweld van de staat.
Wij moeten allemaal, academici, politici en burgers, deze ervaringen proberen te begrijpen en ervan leren. We kunnen wel erkennen dat armoede de moeder is van alle kwaad, maar we weten niet hoe het is om in armoede te leven. Het terugdringen en voorkomen van geweld kan alleen op lokaal niveau gebeuren. Elke regio, elke wijk heeft zijn eigen specifieke problemen en behoeften. Algemene politieke maatregelen zullen niet helpen. En misschien is dat het grote struikelblok: de geweldsproblemen bij de wortel aanpakken, daar kunnen politici geen goede sier mee maken.
Ook moeten we bedenken dat de dominante macho-ideologie in de Latijns-Amerikaanse landen het geweld niet alleen goedkeurt, maar ook aanmoedigt. In de regio’s worden de problemen onveranderlijk te lijf gegaan met agressie en gemilitariseerde veiligheidsmaatregelen. Geweldloze oplossingen waren tot nog toe geen optie in onze landen, omdat machismo en geweld geïnstitutionaliseerde fenomenen zijn.
Om het geweld aan te pakken moeten we beginnen met het te begrijpen. Waar komt het vandaan? Wie rechtvaardigt het en hoe? Hoe wordt het gepropageerd? Hoe hebben ze het eerder proberen te bestrijden? Om antwoord te geven op die vragen loont het om interdisciplinair te werk gaan en dienen onze overheden bereid te zijn naar ons te luisteren.
Wat eerst moet gebeuren is een verandering van paradigma: de militairen moeten terug de kazerne in, complexe problemen moeten lokaal worden aangepakt (al zal dat de landelijke politiek geen punten opleveren) en we moeten ophouden met het binair discours waarin het heet dat ‘zij’ dood moeten, want daar bereiken we alleen maar mee dat de onverschilligheid van ‘hen’ jegens ‘ons’ toeneemt.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.