Tag: Kenia

  • In Kenia is hardlopen een weg naar een betere toekomst

    In Kenia is hardlopen een weg naar een betere toekomst

    Keniaanse topsporters hebben de grenzen van fysieke prestaties met hardlopen verlegd. Maar ook voor mindere goden heeft de sport een belangrijke betekenis: deze is voor Kenianen een manier om contact te maken en biedt perspectief op een betere toekomst voor zichzelf en hun gemeenschap.

    Alweer heeft een Keniaanse atleet een belangrijk record gebroken. Begin oktober, in Chicago, verbeterde Kelvin Kiptum het wereldrecord op de marathon bij de mannen. Daarmee overtrof hij de prestatie van de Keniaanse ‘filosoof-koning van het hardlopen’, Eliud Kipchoge, met ruim een halve minuut. Een geweldige mijlpaal, maar toch niet uniek dit jaar, want in juni vestigde de Keniaanse Faith Kipyegon in zeven dagen tijd twee nieuwe wereldrecords, op de 1500 en 5000 meter (het record op die laatste afstand werd overigens drie maanden later verbroken door de Ethiopische Gudaf Tsegay).

    Overlijden Kelvin Kiptum

    Kelvin Kiptum en zijn coach, de Oegandees Gervais Hakizimana, zijn op 11 februari omgekomen bij een auto-ongeluk in de buurt van de Keniaanse stad Eldoret. Kiptum is slechts 24 jaar geworden.

    De internationale atletiekwereld reageerde geschokt. Sebastian Coe, voorzitter van de internationale atletiekbond, zei dat Kiptum ‘een ongelooflijke atleet was die een ongelooflijke erfenis achterlaat’.

    Ook in Kenia is het verdriet om de dood van de wereldrecordhouder groot. ‘Kelvin Kiptum was een ster’, aldus een bericht op sociale media van de Keniaanse president William Ruto. ‘Zijn mentale kracht en discipline waren ongeëvenaard. Kiptum was onze toekomst.’

    Kiptum zou in april aan de start staan van de marathon van Rotterdam, waar hij een aanval zou doen op zijn eigen wereldrecord. Met een persoonlijk record van 2 uur en 35 seconden leek de Keniaan voorbestemd om als eerste marathonloper onder de magische grens van twee uur te duiken. Helaas zal hij deze belofte nooit waar kunnen maken.

    Ook hardlopers uit andere Oost-Afrikaanse landen, met name Ethiopië en Oeganda (en soms Tanzania en Burundi), blinken sinds jaar en dag uit op het wereldpodium, maar het zijn vooral Kenianen die de internationale atletiek hebben getransformeerd en de grenzen van de fysieke prestatie door middel van hardlopen hebben verlegd.

    In Kenia zijn dergelijke prestaties vaak doordesemd van een diepe symboliek, waarbij allerlei opvattingen over nationalisme, politiek protest en lokale identiteit een rol spelen. De records die Kipyegon binnen één week verbeterde inspireerden de Keniaanse president William Ruto tot mooie woorden over hard werken en nationale trots. ‘Vasthoudendheid, focus, streven naar perfectie en een winnaarsmentaliteit zijn een recept voor grootsheid,’ zo schreef hij op sociale media. ‘Wat een atlete! Wat een inspiratie! Wat een kampioene! Gefeliciteerd, Kenia is enorm trots op je.’

    Kalebas vol mursik

    Kranten lieten foto’s zien van Kipyegon en haar gezin met vicepresident Rigathi Gachagua tijdens een bezoek aan het presidentiële paleis, anderen stelden dat haar heldendaden lieten zien hoe Kenianen ‘kunnen slagen zonder Ruto of Raila’, de kandidaten voor de Keniaanse presidentsverkiezingen van 2022. Toen Kelvin Kiptum na zijn triomf in Chicago terugkwam in Nairobi, werd hij getrakteerd op een kalebas vol mursik, een gefermenteerde melk die populair is onder de Kalenjin, een volk in het westen van Kenia; het betrof een traditie die teruggaat tot begin jaren zeventig.

    Dit enthousiasme is herkenbaar voor iedereen die het Keniaanse hardlopen volgt. In de afgelopen zestig jaar heeft de atletiek telkens een podium geboden waarop Kenianen konden excelleren, en vaak werd dit succes verbonden aan hogere sociale en politieke ambities. Het Keniaanse hardlopen is een interessant onderwerp gebleken voor auteurs met de meest uiteenlopende achtergronden. Zij schreven verhalen over de sport waarin de heldendaden van topatleten centraal stonden; atleten die het hardlopen gebruikten om hun leven te veranderen, de nationale eenheid te bevorderen en elkaar te inspireren.

    ‘Je ziet dat als je in de groep blijft en begrip voor elkaar hebt, je sterk wordt en discipline en teamgeest krijgt’

    Hoewel dergelijke interpretaties zeker van belang zijn, wordt de sport daarmee beperkt tot een onderdeel van grotere politieke projecten of tot een weg naar individuele sociale mobiliteit waarbij hard werken, natuurlijk talent en ‘cultuur’ succes bepalen. Verhalen over topsporters die allerlei ontberingen overwinnen kunnen weliswaar inspirerend zijn, maar ze verdoezelen vaak de sociale dynamiek van de Keniaanse hardloopcultuur en gaan voorbij aan de vele manieren waarop Kenianen betekenis en nut proberen te vinden in de sport.

    De sociale relaties binnen familie, school, team en gemeenschap vormen de netwerken die het Keniaanse hardlopen en zijn lange, roemruchte geschiedenis schragen – dat zijn hoge ligging een ideale trainingsplek is voor veel atleten en ook wel ‘stad van kampioenen’ wordt genoemd), benadrukte de Keniaanse marathonloper Elisha Rotich een paar jaar geleden de sleutelrol die dergelijke factoren hebben gespeeld in zijn eigen hardloopcarrière. ‘Kidole kimoja hakiui chawa (een enkele vinger doodt geen luis), zeggen we in onze cultuur,’ vertelde hij. ‘Eén persoon kan geen goud winnen. Mijn team en familie zijn erg belangrijk voor mij. Je ziet dat als je in de groep blijft en begrip voor elkaar hebt, je sterk wordt en discipline en teamgeest krijgt. Zo niet, dan zul je nooit iets bereiken.’

    Wie zich verdiept in de achterliggende sociale dynamiek van de sport en haar geschiedenis, komt tot de conclusie dat er ook plaats moet zijn voor verhalen van minder bekende mensen die hebben bijgedragen aan de Keniaanse hardlooptraditie. Voormalige atleten zoals Naftali Mutwa, die eind jaren veertig als student aan de Kapsabet High School en de Thika Technical School kennismaakte met atletiek. Hij zat weliswaar in een raciaal gesegregeerd systeem – Kenia was destijds nog een Britse kolonie – maar dat neemt niet weg dat hij bijdroeg aan een aantal mijlpalen in de Keniaanse atletiekgeschiedenis.

    Hordenlopen

    Eind jaren vijftig, begin jaren zestig deed Mutwa aan hordenlopen en concurreerde hij met de bekendste vroege hardlopers van Kenia, zoals Nyandika Maiyoro, Lazaro Chepkwony, Joseph Leresea, Seraphino Antao en Kiptalam Keter. In 1959 nam hij deel aan de eerste atletiekwedstrijd in het beroemde Kamariny-stadion, waar hij eerste werd bij het individuele kampioenschap op de 100 meter horden voor de hele kolonie. In 1960 herhaalde hij deze prestatie.

    Dit alles deed hij terwijl hij als leraar en coach werkte aan de Kaptumo Intermediate School. Mutwa verdiende weinig met zijn prestaties. Toch toonde hij zich voldaan en trots tijdens een interview in zijn huis in Koyo in 2019. Kijkend naar foto’s haalde hij geestdriftig herinneringen op aan zijn teamgenoten. ‘Dit was het team van Kenia,’ vertelde hij trots. ‘En dankzij zo’n foto blijven we aan elkaar denken.’ In het koloniale tijdperk werd atletiek gebruikt om sociale controle uit te oefenen en inheemse sporten zoals worstelen en dansen uit te wissen en te marginaliseren.

    Toch tonen de ervaringen van atleten als Mutwa aan hoeveel jonge Kenianen, veelal mannen, deelnamen aan en betekenis vonden in koloniale sporten. De beroemde Keniaanse auteur Ngugi wa Thiong’o, die in de jaren vijftig als student van de Alliance High School aan veldlopen deed, beschreef het langeafstandshardlopen als ‘een lang verhaal, verteld en gespeeld door de hardloper met zijn lichaam… een gevecht tussen wil en vastberadenheid enerzijds en de duivelse verleiding van het opgeven anderzijds’. Voor Ngugi zou hardlopen later een belangrijke symbolische plaats opeisen in zijn schrijven.

    Zoals blijkt uit de voorbeelden van Mutwa en Ngugi, heeft schoolsport het Keniaanse hardlopen sterk gestimuleerd. De belangrijkste school in deze geschiedenis is misschien wel St. Patrick’s High School in Iten, een stadje in het westen van Kenia dat ook wel het mekka van de atletiek en de thuisbasis van de kampioenen wordt genoemd. St. Patrick’s werd in 1961 op initiatief van lokale politici en Ierse missionarissen geopend als jongenskostschool. Tegenwoordig staat de school in Kenia en de rest van de wereld bekend om zijn atletiekprestaties, maar er zijn ook grote nationale successen geboekt op het gebied van volleybal, hockey, basketbal en tennis.

    Nationale team

    Bovendien herbergt de school een van de eerste trainingsaccommodaties van Iten: een club voor jonge aspirant-hardlopers onder toezicht van broeder Colm O’Connell, die onder meer coaching biedt aan de leden. Tientallen hardlopers die op de school hebben getraind, werden geselecteerd voor het nationale team, namen voor Amerikaanse hogescholen en universiteiten deel aan allerlei wedstrijden en veranderden het internationale professionele hardlopen.

    Wilson Kipketer, een alumnus van St. Patrick’s, was bijvoorbeeld een van de eerste Keniaanse atleten die van staatsburgerschap veranderde en voor een ander land streed, wat de afgelopen decennia steeds meer een patroon is geworden en tot discussies in sportkringen heeft geleid. St. Patrick’s laat, samen met scholen als Sing’ore Girls, zien hoe Keniaanse instituties het internationale hardlopen hebben vormgegeven en biedt daarmee een tegengif voor het idee dat Afrikaanse instituties onbeduidend en ineffectief zouden zijn in mondiale netwerken. Behalve de scholen zijn ook de ervaringen van mensen die een hardloopcarrière hebben opgebouwd en niet tot de professionele atletiektop behoorden van cruciaal belang om de sport beter te begrijpen.

    Hardlopers hebben in hun latere leven vaak te kampen met het gevoel dat de Keniaanse samenleving hen is vergeten

    In de decennia na de onafhankelijkheid van Kenia [in 1963] werkten sommige Keniaanse hardlopers als politieagenten, gevangenispersoneel en soldaten terwijl ze voor Keniaanse nationale teams deelnamen aan internationale wedstrijden. Sinds de jaren tachtig en de explosie van het professionele hardlopen hebben veel ‘tweederangs’ professionals carrière gemaakt in het buitenland, waar ze strijden om prijzengeld van honderden of soms duizenden dollars, waarna ze vaak terugkeren naar Kenia om te investeren in land, onderwijs of zaken.

    Zo liep Everline Kosgei hard in Europa en Azië en gebruikte ze naar eigen zeggen een deel van haar verdiensten om zich in te schrijven voor een vakschool in het Chinese Chengdu. Daarnaast ontplooien Kenianen met uiteenlopende achtergronden en beroepen – van hazen tot coaches en van trainingskampmedewerkers tot resorteigenaren – lokale en nationale economische activiteiten die verband houden met het Keniaanse hardlopen.

    Tegelijkertijd worstelen veel hardlopers met blessures, corruptie en de druk van de nieuwe rijkdom, maar ook met slechte faciliteiten en een toenemende dopingcrisis die de geloofwaardigheid van de sport dreigt te ondermijnen. Oudere hardlopers hebben in hun latere leven vaak te kampen met armoede, en met het gevoel dat de Keniaanse samenleving hen is vergeten. Deze problemen zijn vaak nog groter voor ambitieuze vrouwelijke atleten, die barrières moeten slechten die door inheemse en koloniale ideeën zijn opgeworpen, en bovendien te maken hebben met seksueel en soms zelfs dodelijk geweld. Dergelijke tragedies en obstakels wijzen op de grenzen aan het idee van sport als balsem voor de grootste problemen in Kenia.

    Hardloopsters

    Niettemin zijn de ervaringen van Keniaanse hardloopsters cruciaal geweest voor de ontwikkeling van de sport. In haar recente boek Kenya’s Running Women legt historica Michelle Sikes de centrale rol van gender bloot in de wijze waarop Kenianen door de jaren heen de sport hebben ervaren. Ook belicht ze de vele manieren waarop Keniaanse meisjes en vrouwen betekenis, vreugde en een doel in de sport hebben gevonden. ‘Ik hou van hardlopen,’ zei Sabina Chebichi tegen East African, nadat ze in 1974 als tiener een bronzen medaille had gewonnen op de 800 meter op de Gemenebestspelen. ‘Het geeft me een goed gevoel om beter te zijn dan de rest. Ik hou ervan als mensen in een vreemde stad naar me wijzen en over me praten vanwege mijn hardlopen. En als ik het publiek hoor schreeuwen, dan wil ik nog harder rennen.’

    In een tijd waarin veel Kenianen diepgaand ontevreden zijn over de politiek en worstelen met stijgende prijzen, inflatie, slinkende economische kansen, inhoudsloze politieke agenda’s en toenemende sociale ongelijkheid, is het van belang het Keniaanse hardlopen niet alleen te zien als een aangelegenheid voor topatleten en wereldsterren. Voor tal van Kenianen is de sport een manier om contact te maken met anderen, betekenis te creëren voor zichzelf, vreugde te vinden in hun dagelijks leven en zich een betere toekomst voor te stellen voor zichzelf en hun gemeenschap.

  • Kenia worstelt met extremistische predikers. ‘Mensen worden gehersenspoeld’

    Kenia worstelt met extremistische predikers. ‘Mensen worden gehersenspoeld’

    Meer dan vierhonderd mensen kwamen om bij het recente bloedbad in Shakahola, maar het reguleren van een door Amerikaanse pinksterpredikanten geïnspireerde sekte in Kenia is verre van eenvoudig. Leider Paul Nthenge Mackenzie zit sinds april vast in afwachting van zijn proces.

    Joseph Juma Buyuka stierf eind juni na een hongerstaking van tien dagen in de Keniaanse Shimo La Tewa-gevangenis. Hij was geen gewone gewetensgevangene: Buyuka was gearresteerd met 64 medevolgelingen van de radicale prediker Paul Nthenge Mackenzie, leider van Good News International Ministries. Die sekte zou verantwoordelijk zijn geweest voor zeker vierhonderd doden bij een massa(zelf)moord die de Shakahola Massacre is gaan heten.

    Buyuka was naar verluidt een van de belangrijkste adjudanten van Mackenzie tijdens hun verblijf in het Shakahola-woud, een afgelegen gebied ten noorden van de Keniaanse kuststad Mombassa. In een van de dodelijkste gebeurtenissen in vredestijd in de moderne Afrikaanse geschiedenis zouden ten minste achthonderd slachtoffers zichzelf hebben uitgehongerd; enkele van de 427 opgegraven lichamen toonden tekenen van moord.

    De autoriteiten trokken in april het landelijk gelegen kampement binnen, nadat dorpsoudsten van nabijgelegen nederzettingen hadden gemeld dat er uitgemergelde, om voedsel smekende kinderen waren opgedoken en het plaatselijke mortuarium vol was komen te liggen met skeletachtige lijken. Onder invloed van Mackenzie hadden de slachtoffers van Shakahola – grotendeels arme jongeren en wanhopige jonge gezinnen – een regime van extreem vasten ondergaan teneinde een ontmoeting met Jezus te bespoedigen.

    Buyuka was naar verluidt al te zwak om te lopen toen hij voor het eerst voor de rechter verscheen. Hij en 64 anderen stonden onder verdenking van moord en doodslag, poging tot zelfmoord, religieuze radicalisering en wreedheid jegens en verwaarlozing van kinderen.

    Obscuur

    De massa(zelf)moord van Shakahola is mogelijk het ernstigste geval van collectieve zelfdoding sinds de dood van negenhonderd volgelingen van Jim Jones’ Peoples Temple in 1978, in ‘Jonestown’ in Guyana. Jones en Mackenzie lijken beiden geïnspireerd te zijn door dezelfde obscure Amerikaanse prediker die in de jaren zestig stierf. Door deze tragische gebeurtenissen zijn velen in Kenia en andere Afrikaanse landen zich gaan afvragen hoe groot de invloed van malafide en radicale predikers is – en van degenen van buiten Afrika die hen hebben geïnspireerd.

    GettyImages 1252535516 2
    De Keniaanse sekteleider Paul Mackenzie Nthenge, nadat hij in hechtenis
    is genomen. – © Getty Images

    Mackenzie, die schuld aan het drama heeft ontkend, komt uit de extreemste hoek van de evangelische ‘pinkster-charismatische’ beweging. In 2020 telde deze volgens de World Christian Encyclopedia wereldwijd 644 miljoen aanhangers, van wie 230 miljoen in Afrika. Een sleutelfactor in de opkomst van de beweging, die zich richt op de rol van de Heilige Geest, is dat ze geen traditionele kerkelijke hiërarchie kent; daardoor vindt er ook geen screening van predikanten plaats en is er geen toezicht op hun activiteiten.

    De onstuimige geloofsbeleving heeft geleid tot een nieuwe generatie extremistische predikers

    In de pinkstertraditie hebben predikers, om moreel en spiritueel gezag uit te oefenen, alleen volgelingen nodig. De meest charismatische leiders – in beide betekenissen van het woord – beklimmen de hiërarchische ladder het snelst. Aan de ene kant is dit gunstig, omdat het opkomende landen een geloof biedt dat cultureel en materieel toegankelijk is. Tegelijkertijd heeft deze onstuimige geloofsbeleving ook geleid tot een nieuwe generatie extremistische predikers. Hoewel Mackenzie ongetwijfeld een gruwelijk buitenbeentje is binnen de pinksterbeweging, is hij ook een autodidact met een persoonlijkheid die hem tot misschien wel de actiefste sekteleider van deze eeuw heeft gemaakt. En zoals Buyuka’s recente dood laat zien, is hij iemand die van achter de tralies nog steeds een sterke greep heeft op zijn volgelingen.

    Terwijl de autoriteiten zich een weg banen door de lichamen, roept het drama prangende vragen op. Moeten er meer regels aan religieuze leiders worden opgelegd? Waar liggen de grenzen van kerk en staat precies? De Keniaanse president William Ruto, zelf evangelisch, lanceerde een taskforce om te bezien of er nieuwe wetten konden worden uitgevaardigd om gevaarlijke kerken en predikanten hard aan te pakken. Daarop sprak de Nationale Raad van Kerken zijn vrees uit voor een aanval op de godsdienstvrijheid.

    In de weken na de eerste ontdekking van de lichamen in april werden er meerdere overlevenden gevonden. Zij hadden zich in de struiken verstopt en weigerden nog steeds voedsel en water. En dat bleven ze doen in het opvangcentrum. Daarop beschuldigden de autoriteiten ‘de 65’ van poging tot zelfmoord – een misdrijf waar twee jaar gevangenisstraf op staat – en probeerden ze hun dwangvoeding te geven.

    Tijdens een rechtszaak in augustus hield Mackenzie voet bij stuk. Hij zei tegen journalisten dat wie Jezus wil ontmoeten, zich nu eenmaal beproevingen moet getroosten in dit ondermaanse. ‘In Johannes 12 staat dat je niet bang hoeft te zijn voor wat je overkomt,’ zei hij. ‘Heb dus geduld. Dit is wat Jezus Christus predikt.’ 

    De enige aardse zonde die hij had begaan, zo beweerde Mackenzie, was eten – en op het moment dat hij daarmee stopte, zou ook hij zich bij de hemelse Vader voegen. Mackenzies advocaat Wycliffe Makasembo weerhield hem ervan verder te spreken en drukte journalisten op het hart ‘geen verslag te doen van de gevoelens die mijn cliënt heeft geuit, uitgezonderd de bijbelverzen waaruit hij citeerde’.

    Julius M. Gathogo, hoogleraar theologie aan de Kenyatta-universiteit, zegt dat Mackenzie weliswaar een tijdlang tv-dominee was geweest, maar dat de meeste Kenianen nog nooit van hem hadden gehoord toen het drama in Shakahola aan het licht kwam. Voordat Mackenzie in 2003 zijn Good News International Ministry oprichtte, werkte hij ’s nachts als taxichauffeur in de hoofdstad Nairobi. 

    Controversiële preken

    Volgens Gathogo werd Mackenzie vier keer gearresteerd vanwege zijn controversiële preken, maar steeds vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Bij een zo’n incident, in oktober 2017, bevrijdde de politie 93 kinderen en werd Mackenzie beschuldigd van het bevorderen van radicalisering. De predikant had buurtbewoners ‘gehersenspoeld en opgezet tegen scholen en ziekenhuizen’, vertelde een plaatselijke functionaris. Mackenzie onderwees kinderen op dat moment een extreme vorm van christendom op een niet-geregistreerde kerkelijke school. Maar weer werd hij vrijgesproken. Een jaar later sloopten inwoners van een stad in de buurt van de locatie van het latere drama een van zijn kerken, uit protest tegen wat zij bestempelden als vals-christelijke leerstellingen.

    In 2019 werd de predikant opnieuw gearresteerd, nu omdat hij zijn volgelingen had geadviseerd de nieuwe identiteitskaart van de overheid, de zogeheten huduma namba, af te wijzen. ‘Mackenzie noemde de kaart satanisch en vergeleek het burgerservicenummer met het getal van het beest uit het boek Openbaring,’ aldus Gathogo. Door zich met een belangrijke nationale kwestie te bemoeien zocht Mackenzie volgens Gathogo ‘een verkeerd soort publiciteit’.

    De huduma namba verschafte Mackenzie bekendheid, maar door corona kwam zijn eindtijdboodschap in een stroomversnelling, met verdere radicalisering van zijn aanhangers als gevolg. Voor velen onder hen was de pandemie een bevestiging dat de wereld ten einde liep en dat Mackenzie de profeet van de eindtijd was. Steeds meer volgelingen zegden hun baan op en trokken naar het bos, waar sommigen een stuk land kochten voor 80 dollar – ongeveer de prijs van een schaap, hoewel het land waarschijnlijk veertig keer zoveel waard was. 

    Hoewel Mackenzies groep ontegenzeglijk marginaal was, is Kenia een vruchtbare voedingsbodem gebleken voor nieuwe religieuze bewegingen, waarvan er vele voortkomen uit de pinksterbeweging. Kenia is een van de vroomste landen ter wereld, ruim 85 procent van de inwoners is belijdend christen. In de eenentwintigste eeuw, zo vertelt Gathogo, is de Afrikaanse pinksterbeweging een van de belangrijkste religieuze bewegingen in het land geworden; ongeveer een derde van de bevolking – zo’n 15 tot 20 miljoen mensen – maakt er tegenwoordig deel van uit. Gathogo merkt op dat de traditionele geloofsrichtingen, zoals het katholicisme en het anglicanisme, proberen aan te haken door ook pinksterpraktijken te beoefenen, zoals gebedsgenezing en het spreken in tongen.

    De zang en dans waarmee de gelovigen worden gelokt, horen bij de inheemse Afrikaanse religiositeit

    Pas na 1963, toen het land onafhankelijk werd, kwam de pinksterbeweging sterk op. ‘De Britse koloniale regering moedigde de beweging niet aan,’ zegt Gathogo. De eerste golf was dus lokaal en authentiek. Een belangrijk onderdeel van de aantrekkingskracht is volgens de theoloog de aansluiting op inheemse culturen. ‘Dat zit ’m in de levendige kerkdiensten, die met hun luidruchtigheid en gastvrijheid ook de minstbedeelden aanspreken,’ aldus Gathogo. De zang en dans waarmee de gelovigen worden gelokt, horen bij de inheemse Afrikaanse religiositeit. 

    Kapya John Kaoma, een deskundige in de Amerikaanse invloed op Oost-Afrikaanse kerken, vertelt dat de tweede golf van Amerikaanse evangelische missionarissen, begin deze eeuw, een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de geloofsbeleving in de regio. Door de VS gefinancierde groeperingen openden scholen en importeerden christelijke televisie. Hierdoor kregen zowel lokale als internationale fundamentalisten de kans om zich te nestelen in gebieden waar van gereguleerd onderwijs nauwelijks sprake was.

    De in de VS opgerichte New Apostolic Reformation, een afsplitsing van de pinksterbeweging, verving traditionele predikanten door lieden uit ‘deze nieuwe groep die het gevoel had dat ze oneerlijk werd behandeld door de eisen van het reguliere theologische onderwijs’, aldus Kaoma. Twijfelachtige instellingen boden ‘binnen drie maanden’ een doctoraat in de theologie.

    Toen George W. Bush president was, werden fanatieke evangelische groeperingen in de VS aangemoedigd om hun ideologie door te drukken in door [het Amerikaanse agentschap] USAID gefinancierde programma’s in Afrika. Vervolgens zijn deze groeperingen de gedrukte media, de radio en uiteindelijk de televisie gaan ‘monopoliseren’, aldus Kaoma. De reguliere pinksterkerken namen Amerikaanse stokpaardjes over, waaronder felle anti-lhbti- en anti-abortusopvattingen, en daardoor konden extremistische predikers zoals Mackenzie steeds radicalere ideeën verkondigen.

    Inheemse Afrikaanse kerken hadden hun eigen theologie. Die was niet noodzakelijkerwijs in tegenspraak met deze buitenlandse opvattingen, maar veel lokale leiders die zich traditioneel bezighielden met genezing, raakten geïnspireerd door ‘de moderniteit van Amerikaans christelijk rechts, waarvan ze via de tv kennis konden nemen’, zegt Kaoma. Het typisch Amerikaanse ‘welvaartsevangelie’ verwierf grote kracht.

    Pastorale netwerken, en zeker ook politici, profiteerden enorm van deze ‘gezondheid en welvaart’-variant van het christendom. Kaoma zegt dat veel christenen in Afrika bovendien erg opkijken tegen westerse boodschappen. ‘Alles wat in Afrika met witheid verband houdt, heeft legitimiteit’, zegt hij. ‘Als Mackenzie een boek leest of iets citeert dat door een wit persoon is geschreven, heeft dat kracht.’

    Vasten

    Daarom denken onderzoekers dat Mackenzie van koers wijzigde toen hij een aanhanger werd van William Branham, een Amerikaanse eindtijdprediker die in de jaren veertig en vijftig van zich deed spreken en die tot aan Shakahola vooral bekendstond om zijn invloed op Jim Jones.

    De preken en boeken van Branham (die ‘the Message’ worden genoemd) werden vanuit zijn hoofdkwartier in Indiana uitgegeven en wereldwijd verspreid. De doctrine die erin centraal stond heette ‘atomic power’ [‘atoomkracht’], een toestand die kon worden bereikt door veertig dagen vasten en gebed. In een opwekkingspreek in 1961 gaf Branham toe dat sommige volgelingen door deze extreme praktijk hun leven in gevaar hadden gebracht. Zwangere vrouwen, zei hij, ‘worden gek’ en ‘belanden daardoor in instellingen voor krankzinnigen’.

    Douglas Weaver, hoogleraar religieuze studies aan de christelijke Baylor-universiteit in Texas, zegt dat Branham in de jaren veertig en vijftig een vooraanstaande gebedsgenezer was in de Verenigde Staten, die ook ‘kruistochten’ in het buitenland op touw zette. Hij begon zichzelf ‘de tweede Johannes de Doper’ te noemen, naar de profeet die Christus voorafschaduwde, en voorspelde de wederkomst, waarmee hij populair werd onder eindtijdpredikers. De louche prediker had volgens Weaver zulke ‘ongerijmde doctrines’ dat de pinksterbeweging in de VS hem zo rond de jaren zestig ging schuwen. Toch doet Branhams leer nog steeds opgeld, wat volgens Weaver laat zien dat sommige fundamentalistische publicaties ‘nog altijd worden beschouwd als onfeilbare interpretaties van de Bijbel’.

    In Kenia en ver daarbuiten is er weinig toezicht op esoterische geloofssystemen en nieuwe, uit het pinksterdenken voortkomende religieuze bewegingen. Sociale media bieden daarnaast perverse prikkels. In Kenia word je ‘overspoeld door onlinewervingscampagnes met beloftes van bijvoorbeeld een beter leven, een betere baan of het vinden van een echtgenoot’, zegt Gathogo.

    Mensen op zoek naar troost en steun zijn een gat in de markt voor predikers

    Hij legt uit dat door het onvermogen in Oost- en Centraal-Afrika om gedegen theologische opleidingen aan te bieden en om leiders van de Afrikaanse pinksterbeweging te screenen, krijgsheren en drugshandelaren zoals Joseph Kony en zijn Verzetsleger van de Heer theocratische enclaves met extremistische overtuigingen konden stichten. Gewetenloze predikanten bieden ‘baanbrekende ervaringen in alle aspecten van het leven’ aan, aldus Gathogo, inclusief visa voor werk in het buitenland, of ze bieden uitgeputte moeders manieren aan om hun tieners in toom te houden. Mensen op zoek naar troost en steun zijn een gat in de markt voor predikers die oplossingen pretenderen te bieden. Types als Mackenzie profiteren daarvan, zegt Kaoma. Elk succes wordt het succes van de leider. Zodra volgelingen een baan hebben gevonden, of de liefde, schrijven ze dat vaak aan de kerk toe en spekken ze met hun giften de kassen van de prediker.

    Wat bijzonder is aan het drama in Shakahola, zo merkt Kaoma op, is dat predikers als Mackenzie de meeste invloed hebben in stedelijke gebieden, waar het leven duur is en mensen afgezonderd van hun traditionele gemeenschappen leven. Het platteland is meer het domein van typisch Afrikaanse religieuze bewegingen, gericht op heling en gemeenschap. Dat Mackenzie veel volgelingen met stedelijke problemen naar een afgelegen bos wist te brengen, waar ze bereid waren te sterven voor hun pas verworven overtuigingen, kan hebben bijgedragen aan het macabere succes van zijn beweging.

    In 2014 moedigde de Zuid-Afrikaanse ‘professor’ Lesego Daniel zijn gemeente aan om giftige chemicaliën te drinken als vorm van communie, waarbij hij beweerde dat hij de gave had om ‘benzine in ananas’ te veranderen. Twee jaar later kreeg zijn beschermeling, dominee Lethebo Rabalago, de bijnaam ‘Prophet of Doom’ [‘Onheilsprofeet’] na schuldig te zijn bevonden aan mishandeling: hij had kerkgangers besproeid met insecticiden van het merk Doom om demonen te helpen uitdrijven die zich aandienden in de vorm van aids. Eerder dit jaar beval een Ghanese predikant de kerkleden zich uit te kleden, zodat de Heilige Geest vrijelijk door hen heen kon stromen.

    Tegen de opkomst van extremistische predikers over het hele continent hebben sommige religieuze leiders met succes hun stem verheven. In Rwanda maakte president Paul Kagame zich sterk voor een nieuwe wet die van predikers een graad in de theologie verlangt voordat zij een eigen gemeente kunnen stichten. Dit zou hebben geleid tot de sluiting van zo’n zesduizend kerken.

    Taskforce

    In de nasleep van Shakahola lanceerde de Keniaanse president Ruto een taskforce om wetten en regels voor religieuze organisaties te herzien. Hij vroeg het publiek voorstellen in te dienen voor de veranderingen die nodig zijn om extremistische religieuze organisaties aan banden te leggen. De zeventien leden tellende commissie beoordeelt momenteel de inzendingen. 

    De belangrijkste doelstellingen van de taskforce zijn het opsporen van lacunes waardoor extremistische religieuze organisaties in Kenia vaste grond onder de voeten konden krijgen, en het opzetten van een wettelijk raamwerk om te voorkomen dat radicale groeperingen er actief worden. Tegenstanders van nieuwe regelgeving vinden dat kerken zichzelf moeten kunnen zijn. Anderen betogen dat de collectieve (zelf)moord een unicum was en dat de staat eerder had moeten ingrijpen, maar dat kerken in het algemeen aan zelfregulering moeten doen om het respect van de gemeenschap te winnen.

    In een land dat zo doordrenkt is van geloof, is het moeilijk om diepgaande spirituele zaken te verzoenen met politiek. Velen betogen dat de scheiding van kerk en staat een koloniaal idee is dat niet aansluit op de waarden van een moderne Afrikaanse staat. Er bestaat een zeer reële kans dat ‘verboden’ predikers juist volgelingen aantrekken omdat ze zo dwars zijn.

    Voorstanders van regulering, zoals Gathogo, dringen er bij het parlement op aan de tijd te nemen voor het inwinnen van advies en het opstellen van een passende wet. 

    ‘Afrika heeft geen sterke mannen nodig maar sterke instellingen’

    Het is de vraag of wetten – welke wetten ook – greep kunnen krijgen op een veranderende geloofscultuur. Volgens Gathogo zegt het verhaal van Mackenzie iets over de opkomst van nieuwe religieuze bewegingen in het Afrika van de eenentwintigste eeuw. ‘Ze hebben een extreme interpretatie van de Bijbel en wijzen zelfs een theologische opleiding af, omdat ze menen dat ze aan de Heilige Geest genoeg hebben’, zegt hij. ‘Uiteindelijk zijn het oplichters. De leider groeit uit tot een godheid, zijn woord is wet, en mensen worden geconditioneerd om hem te vrezen.’

    Als de Keniaanse wetten succesvol zijn, kunnen ze wereldwijd worden gezien als een manier om malafide geloofsexploitanten in toom te houden. Maar ze creëren ook een juridisch en ethisch mijnenveld, om nog maar te zwijgen van het risico dat predikanten zoals Mackenzie een martelaarsstatus verwerven. Voor Gathogo moeten nieuwe normen voor religieuze leiders vooral leiden tot beter bestuur op het Afrikaanse continent. Predikers vullen leemtes in landen die niet kunnen voorzien in de materiële behoeften van hun inwoners, laat staan in hun spirituele behoeften. ‘Afrika heeft geen sterke mannen nodig’, zegt Gathogo, ‘maar sterke instellingen.’

  • Vrouwenrechten in Afrika: ‘De bereidheid is er, het ontbreekt aan capaciteit’

    Vrouwenrechten in Afrika: ‘De bereidheid is er, het ontbreekt aan capaciteit’

    She Leads is een vijfjarig programma dat zich inzet voor de zelfbeschikking van meiden en jonge vrouwen in Oost-Afrika, West-Afrika en het Midden-Oosten. 360 ging hierover in gesprek met de Keniaanse Caroline Boraya en de Sierra Leoonse Hawa Mansaray, beiden She Leads-landencoördinator in hun desbetreffende land. ‘Waar we ons nu op richten is gendergelijkheid, representatie en leiderschap van jonge vrouwen.’

    Caroline Boraya is pleitbezorger van kinderrechten en woont in Nairobi, Kenia. Zo kwam ze onder andere te werken voor Kesho Kenia, een lokale ngo die zich inzet voor onderwijs, training en bescherming van kinderen en jongeren, en gaf ze de leiding aan het Changing the Way We Care Initiative, een project dat onderwijs en gezinszorg promoot. Nu is ze landencoördinator van het She Leads Consortium, een gezamenlijk programma van Plan International, Defence for Children-ECPAT, African Women’s Development and Communication Network (FEMNET) en Terre des Hommes (TdH) dat in 2021 van start is gegaan. 

    Het She Leads-consortium, lezen we online, brengt kinderrechtenorganisaties, vrouwenrechtenorganisaties en door GYW [girls and young women] geleide groepen samen en heeft tot doel de duurzame invloed van deze groep op de samenleving te vergroten en de visie op en besluitvorming rondom gendernormen binnen formele en informele instellingen te veranderen.

    ‘Dit liet haar ‘de kracht van vrouwen zien, het belang van het helpen van anderen’

    Ook Hawa Mansaray is coördinator van dit programma, in haar geval van Sierra Leone. Ze groeide op in een gezin met veel broers en zussen, waarvan maar één ‘echt’ was. De anderen waren kansarme kinderen die haar moeder, een alleenstaande vrouw, in huis had genomen om ze te helpen. Dit voorbeeld inspireerde haar van jongs af aan en liet haar ‘de kracht van vrouwen zien, het belang van het helpen van anderen, vooral meisjes en jonge vrouwen, en zette mij ertoe aan om de mensheid te dienen’, aldus Mansaray. Vanuit deze wens wilde ook zij aanvankelijk rechten studeren, maar ze bleek niet aan de eisen te voldoen. Uiteindelijk, zegt ze, was dat een zegen want zo kwam ze terecht in een studie vredes- en conflictstudies/ontwikkeling, die haar naar haar stage bij Defense for Children Sierra Leone leidde.

    Op 4 oktober spraken Boraya en Mansaray in De Balie met vier anderen die zich met feminisme en beleid bezighouden. De dag erna sprak ik hen samen in Den Haag op het hoofdkantoor van Terre des Hommes.

    Hoe was het gesprek in De Balie?

    C+H: Het was een mooie avond, echt bijzonder. 

    C: Er was alleen niet echt sprake van een gesprek. Het was eigenlijk zo dat iedereen zichzelf presenteerde en zijn verhaal vertelde, terwijl de anderen luisterden. Er werd niet gedebatteerd.

    Dus dat viel eigenlijk een beetje tegen?

    C: Juist niet, het hoeft niet altijd confronterend te zijn. Het is bijzonder dat iedereen de ruimte krijgt en alles kan zeggen, zonder dat daar protest op volgt. Bijvoorbeeld het verhaal van Lucy Hall, hoogleraar Internationale Betrekkingen en Feminisme, over de geschiedenis van het feminisme, vond ik buitengewoon informatief. Het publiek en wij luisteren en bepalen zelf wat we ermee willen. Iedereen kan zeggen wat hij wil.

    Orange team cheering during the team building session in Kisumu KENYA on 1st Dec 2022. Pic by Felista Nduta 2.JPG 1
    © Felista Nduta

    Is zoiets in Kenia niet mogelijk? 

    C: Ik denk dat het nu wel mogelijk zou zijn, maar het is vooral een nieuwe vorm, die we nauwelijks kennen. Er is veel meer sprake van strijd. Dit heette een debat, maar was het niet, niet zoals wij dat kennen.

    Kunnen jullie kort de situatie in jullie respectievelijke thuisland schetsen op het gebied van vrouwen en kinderrechten?

    H: In Sierra Leone is er veel in ontwikkeling geweest op het gebied van bescherming en emancipatie van vrouwenrechten. Voor de jaren negentig was hier nauwelijks aandacht voor. Rond de jaren 2000-2020 zijn de meeste wetten (de 3 Gender Justice Laws: Customary Marriage and Divorce Act, Devolution of Estate Act en Domestic Violence Act, The Child Right Act 2007, and the Sexual Offences Act) ontworpen, gericht op de bescherming van meisjes en jonge vrouwen in plaats van op het bevorderen van hun participatie en vertegenwoordiging in besluitvormingsprocessen. In 2019 werd bovendien een callcentrum opgericht voor slachtoffers van seksueel geweld, daarvoor konden zij nauwelijks ergens terecht. 

    Waar we ons nu op richten, is niet alleen de opvang maar ook preventie en het veranderen van de blik binnen de maatschappij; gendergelijkheid, representatie en leiderschap van jonge vrouwen. Ook op dit gebied beginnen de vooruitzichten langzaam te veranderen. Sierra Leone heeft in 2022/2023 de Gender Equality and Women’s Empowerment Act aangenomen als een manier om gendergelijkheid te bevorderen.

    ‘Het moeilijke gedeelte is dat de wetten worden nageleefd’

    Dat klinkt veelbelovend.

    H (lacht): Op papier wel ja. Het moeilijke gedeelte is dat de wetten worden nageleefd.

    Hoe is dat in Kenia?

    C: Ook hier is de grootste uitdaging het naleven van de wetten. Er liggen heel veel voorstellen op de plank, het gaat erom ze erdoorheen te krijgen én om de mensen ervan op de hoogte te brengen. We hebben vaak te maken met mensen die nauwelijks zijn opgeleid, juist die moeten we zien te bereiken. We kijken per regio wat het beste aanslaat, en maken om de jeugd te bereiken bijvoorbeeld ook veel gebruik van animaties, kunst en sport.

    Daarnaast moeten we natuurlijk duidelijk maken waar de slachtoffers terecht kunnen. 

    We zien niet meteen verandering, de zienswijze verandert ook van generatie op generatie, bijvoorbeeld op het gebied van meisjesbesnijdenis. Daarvoor gaan we met ouders zitten, die meestal claimen dat het een traditie is, die onder andere in het leven is geroepen om het vreemdgaan van vrouwen tegen te gaan. We leggen bijvoorbeeld uit dat het dat niet tegengaat en dat het de gezondheid van de vrouw in gevaar brengt tijdens de bevalling, dat er andere manieren zijn om ernaar te kijken. We proberen als het ware door hun ‘verkeerde geloofssysteem’ heen te breken, dat gevoed wordt door religie en traditie. Het belangrijkst is om te kijken met wie je aan tafel moet gaan zitten, en vervolgens om steeds dichter in de buurt van die muur te komen, om er uiteindelijk helemaal doorheen te breken.

    Draagt het She Leads-programma hieraan bij?

    H: Zulke programma’s dragen zeker bij aan deze ontwikkelingen. Vooral omdat het niet gaat om een eenmalige campagne, waarmee je mensen iets bijbrengt. Het gaat om de consistentie. We zien niet direct verandering, misschien pas over 5 jaar, of zelfs 10 jaar nadat het programma is afgerond. Het gaat om het uitdragen en lobby’en, om het in gang zetten van ontwikkelingen. We moeten ervoor zorgen dat dit überhaupt mogelijk is: dat er budget voor vrij wordt gemaakt bijvoorbeeld. In dat opzicht hebben we nog een lange weg te gaan.

    Het is nu het derde jaar, waarin veel ruimte is voor reflectie. Want de praktijken die wij initiëren moeten ook na jaar vijf worden voortgezet.

    ‘De praktijken die wij initiëren moeten ook na jaar vijf worden voortgezet’

    Vinden jullie het op de een of andere manier nadelig dat het een westers programma betreft, dat wil zeggen dat het door westerse landen is opgezet?

    C: She Leads is geen westers programma. Het is geen omlijnd concept, de coördinatoren krijgen juist de vrijheid het op hun eigen manier in te richten, afgestemd op het betreffende land.

    H: Klopt, het is niet westers, het ligt niet vast. Het groeit geleidelijk binnen de context van het land.

    Hoe is de samenwerking internationaal, zorgt die voor culturele verschillen en dergelijke?

    C: We hebben weliswaar andere achtergronden, maar ook heel veel gemeen, en de focus ligt natuurlijk op één gebied. Ook de verschillen brengen ons samen. We leren van elkaar, we wisselen ideeën uit, andere manieren van aanpak et cetera.

    Werken de regeringen in jullie respectievelijke landen mee?

    C: In Kenia merk ik dat er heel veel goodwill is van de regering als instituut. Zo heeft het ministerie van Gender onlangs bijvoorbeeld de Protection Against Domestic Violence Act gelanceerd, die de bescherming van slachtoffers van sexual and gender-based violence (SGBV) moet bevorderen. Dit genderbeleid heeft tot doel de participatie en empowerment van vrouwen en mannen, jongens en meisjes, kwetsbare en gemarginaliseerde groepen te vergroten. Soms lopen we wel aan tegen de persoonlijke vooroordelen van iemand met wie we te maken hebben, dat zal nog wel een tijd zo blijven en daar werken we hard aan, om die zienswijze te veranderen.

    H: In Sierra Leone is dat net zo, er is veel steun vanuit de bevolking en de overheid. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de unanieme stem voor de GEWE (de Gender Equality and Women’s Empowerment Act, die een quotum van 30 procent vaststelt voor de participatie van vrouwen in de regering voor zowel benoemde posities als voor gekozen posities). Op dit moment is de wet ook van kracht, hij is in januari 2023 door de president ondertekend. 41 vrouwen zijn in het parlement gekozen, wat neerkomt op 30,4 procent van de gewone parlementsleden en 28,2 procent van het totale aantal parlementsleden. De moeilijkheid zit hem meer in de expertise, voor het opstellen van de wetten bijvoorbeeld, en ook voor de technische uitvoering ervan. De bereidheid is er, het ontbreekt aan capaciteit. 

    Youth advocate Blessing rallies at a She Leads girls meetup in Freetown Sierra Leone. Pic by MJ Sessy Kamara 1
    © MJ Sessy Kamara

    Hoe vinden jullie, als jullie westerse kranten lezen, dat jullie land wordt vertegenwoordigd in westerse media?

    C: Ik lees veel internationaal nieuws, omdat ik wil weten wat er speelt en ook hoe andere kranten daarover berichten. Wat me opvalt is dat er twee manieren van weergave zijn, afhankelijk van het medium. Of de lezer wordt verteld vooral naar Kenia te komen omdat het zo’n fantastisch vakantieland is, mooie safari’s, leuke mensen, goede sfeer, lekker eten. Of er wordt juist gezegd dat je er niet heen moet gaan, bijvoorbeeld vanwege het geweld na de verkiezingen [augustus 2018 en augustus 2022], de honger, de hoge kindersterfte. Er wordt vanuit het land zelf en door ngo’s vaak naar sympathie gezocht, ook door middel van zielige foto’s. Ik snap dat dit een manier is om de aandacht te trekken, maar het probleem is toch dat de meesten hier niet echt verwantschap mee voelen. Ik kan me zelf in ieder geval niet in het beeld herkennen.

    H: Ik merk dat de berichtgeving vaak is gerelateerd aan belangen. Sierra Leone kwam bijvoorbeeld in het nieuws vanwege de bloeddiamanten, het vele geweld, de oorlog, ebola. Dan schrijven westerse media erover; dat gaat ook hen in meer of mindere mate aan. De reden dat bedrijven en particulieren naar Sierra Leone komen is ook vaak om meer te exploiteren. Die houding wordt weerspiegeld in de berichtgeving. De mooie ontwikkelingen worden vaak nauwelijks genoemd, zoals de toegenomen vertegenwoordiging van vrouwen in de wetgevende macht, die de laatste tijd een recordhoogte heeft bereikt: vrouwen zijn nu bijna evenredig vertegenwoordigd als mannen in het parlement van Sierra Leone, zoals hierboven al is gezegd. Vergeleken met de uitdagingen waarover meestal wordt bericht.

    ‘De mooie ontwikkelingen worden vaak nauwelijks genoemd’

    Is er in jullie respectievelijke landen sprake van persvrijheid?

    C: In Kenia gaat dit opvallend goed. In onze grondwet van 2010 beschermt artikel 34 het recht van de media om verslag te doen en ze worden niet gestraft voor geuite meningen. Op sociale media bijvoorbeeld uiten mensen openlijk kritiek op de regering, waar zoiets vroeger nog je leven kon kosten.

    H: In Sierra Leone is er niet zozeer sprake van directe censuur, maar zijn mensen bang om slecht te spreken over de regering vanwege de mogelijke consequenties op het gebied van werk, ook voor hun familie. Ze leggen het zichzelf dus op. De Right to Access Information Act, 2013 (wet op het recht op toegang tot informatie) biedt echter de mogelijkheid om gedurende een bepaalde periode informatie op te vragen bij overheidsfunctionarissen of particuliere instellingen. Onlangs heeft bijvoorbeeld een gerenommeerde advocaat, Augustine Marrah, bij het Hooggerechtshof een rechtszaak aangespannen tegen de nationale verkiezingscommissie omdat deze heeft nagelaten om de uitgesplitste gegevens over de algemene verkiezingen van 24 juni 2023 in Sierra Leone vrij te geven.

    Welke Keniase en Sierra Leoonse kranten kunnen jullie aanraden?

    In Kenia: The Star, Nation, Standard Newspaper en Mpasho News.
    In Sierra Leone: De Awoko, Politico en AWL-krant wordt veel gelezen.

    Kennen jullie ook panafrikaanse initiatieven als Africa is a Country en African Argument, die ernaar streven het continent op een andere manier te belichten dan westerse media meestal doen?

    C + H: Nee, nooit van gehoord.

    Wat is jullie droom voor de toekomst?

    C: Vooral dat meer meisjes op leidinggevende posities terechtkomen, onderwijs volgen, ook voortgezet. Dat ze zich bewust worden van hun rechten. Dat samenwerking zoals die tijdens onder andere She Leads is ontstaan en wordt voortgezet, ook na 2025.

    H:  Hier sluit ik me volledig bij aan.

  • VN-Veiligheidsraad stemt in met missie naar Haïti

    VN-Veiligheidsraad stemt in met missie naar Haïti

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Trump verschijnt in rechtbank voor fraudeproces

    » Servië trekt troepen terug aan grens met Kosovo

    De interventiemacht zal geleid worden door Kenia

    De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft maandag groen licht gegeven voor de inzet van een gewapende multinationale troepenmacht in Haïti, meldt The New York Times. Haïti is volledig lamgelegd door aanhoudend bendegeweld. De Haïtiaanse premier Ariel Henry had meermaals opgeroepen tot militaire bijstand en onder meer de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, António Guterres, en de Verenigde Staten steunden die oproep.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dertien leden van de Veiligheidsraad stemden vóór de resolutie, Rusland en China onthielden zich van stemming. Naar verwachting zal de troepenmacht worden geleid door Kenia, dat duizend politieagenten heeft toegezegd om de missie te leiden. Verschillende Caribische buurlanden van Haïti, zoals Antigua en Barbuda, de Bahama’s en Jamaica, hebben ook steun aangeboden.

    De troepenmacht krijgt een mandaat van twaalf maanden in Haïti, maar het staat nog niet vast wanneer de missie begint. Daarnaast zijn meer landen uitgenodigd om deel te nemen. Een groot deel van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince wordt gecontroleerd door bendes, waardoor de bevolking honger leidt en uit angst voor geweld de straten niet op durft.

    Lees ook:

  • Moet Kenia ingrijpen in Haïti om het bendegeweld te stoppen?

    Moet Kenia ingrijpen in Haïti om het bendegeweld te stoppen?

    Op verzoek van de Verenigde Staten neemt Kenia het voortouw in een internationale politiemissie om de geweldscrisis in Haïti te stoppen. Het maatschappelijk middenveld in Haïti verzet zich echter tegen deze buitenlandse interventie. Onterecht, stelt journalist Jean Pharès Jérôme, het land kan alle mogelijke hulp gebruiken.

    Ja: ‘We kunnen geen nee zeggen tegen een helpende hand’

    ‘Haïti, dat aan de rand van de afgrond staat, kan moeilijk een helpende hand weigeren in de strijd tegen de bendes die grenzeloos zijn in hun wreedheid’, schrijft de Haïtiaanse journalist Jean Pharès Jérôme in Le Nouvelliste. Vorig jaar vroeg de interim-regering van Haïti officieel om internationale ingrijpen om het bendegeweld in het land te stoppen, hierbij gesteund door secretaris-generaal António Guterres van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten. Maar hoewel verschillende landen al eerder hun steun hadden uitgesproken voor het sturen van wat de VN een ‘gespecialiseerde ondersteuningsmacht’ heeft genoemd naar Haïti, had vóór de aankondiging van Kenia eind juli nog geen enkel land zich gemeld om de interventie te leiden.

    Groepen uit het Haïtiaanse maatschappelijk middenveld hebben zich echter sterk verzet tegen een dergelijke stap. Zij wijzen op de problemen die in het verleden zijn veroorzaakt door buitenlandse interventies en vrezen dat de internationale gemeenschap Haïtiaanse functionarissen zou steunen die deels verantwoordelijk worden geacht voor de crises in het land, schrijft Al Jazeera.

    ‘Geconfronteerd met het gruwelijke bendegeweld is het Keniaanse voorstel een voldongen feit voor Haïti’

    ‘Geconfronteerd met het lijden van de familieleden van de ontvoerde, vermoorde en verkrachte mensen, is het moeilijk om het Keniaanse aanbod te weigeren’, werpt Jérôme tegen. ‘De Verenigde Staten en Canada hebben het Keniaanse voorstel verwelkomd. De Dominicaanse Republiek, die zeer actief heeft gelobbyd om de internationale gemeenschap de Haïtiaanse crisis te laten aanpakken, is opgetogen. De premier van Haïti, Ariel Henry, en de minister van Buitenlandse Zaken, Jean Généus, hebben Kenia al publiekelijk verwelkomd. Nu moet de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties alleen nog stemmen om het voorstel goed te keuren.‘

    De Haïtiaanse journalist wijst erop dat Haïti niet veel keus heeft: ‘landen staan niet te springen om een internationale gewapende macht te leiden in Haïti’. Hij vindt het daarom begrijpelijk dat het Keniaanse voorstel wordt verwelkomd door de buurlanden van Haïti. ‘Hoewel sommigen dit Oost-Afrikaanse land zien als een eenoog die een blinde wil leiden, zien anderen het juist als een goede keuze, aangezien Kenia kampt met problemen die vergelijkbaar zijn met die van Haïti. Het land opereert als het ware op bekend terrein’, stelt Jérôme.

    ‘Haïti zit gevangen in de vicieuze cirkel van ontvoeringen, corruptie, voedselonzekerheid, werkloosheid en braindrain’, vervolgt hij in zijn commentaar. ‘De Haïtiaanse instellingen – politie, justitie, maatschappelijke organisaties, politieke partijen – zijn niet in staat om hierop te reageren. In deze omstandigheden is het moeilijk om nee te zeggen tegen een helpende hand om de onherstelbare schade van een crisis die te lang heeft voortgeduurd te stoppen. Geconfronteerd met het gruwelijke bendegeweld is het Keniaanse voorstel een voldongen feit voor Haïti, vooral omdat de nationale politie haar beperkingen al heeft laten zien in de strijd tegen bendes. Ook de regering heeft laten zien dat de inzet van een internationale gewapende macht in het land de enige oplossing is‘, concludeert hij.


    Nee: ‘Kenia zal Haïti geen stabiliteit op langere termijn brengen‘

    In oktober 2022 vroeg de Haïtiaanse premier Ariel Henry om een ‘gewapende buitenlandse interventie‘ om een einde te maken aan de chaos die wordt veroorzaakt door de gewapende bendes die het land onder hun controle hebben. Maar de politiek geëngageerde schrijver Lyonel Trouillot waarschuwt op de website AyiboPost: ‘Het zijn niet de bendes die dit land in deze staat van verval en ellende hebben gebracht.‘ Trouillot geeft de schuld aan ‘decennia van sociaal onrecht [en] het falende beleid van het Westen en internationale instellingen.’

    De oproep van Ariel Henry werd onmiddellijk herhaald door zogenaamde ‘bevriende’ en ‘naburige’ landen zoals de Verenigde Staten, Canada en de Dominicaanse Republiek, die het eiland Hispaniola deelt met Haïti. Deze drie landen hebben echter geweigerd om het voortouw te nemen in deze hypothetische interventie, uit angst voor de afwijzing die het zou kunnen uitlokken bij de Haïtiaanse bevolking.

    Ariel Henry, het feitelijke staatshoofd sinds de moord op president Jovenel Moïse in juli 2021, is nu erg impopulair en slaagt er niet in om een politieke consensus te bereiken om algemene verkiezingen uit te schrijven in een land dat geen president, afgevaardigden of senatoren meer heeft. Lyonel Trouillot geeft hem daarom evenveel schuld als het Westen: ‘De bendes zijn de kinderen die jullie hebben gemaakt voor de Republiek Haïti. (…) Oplossing voor het geweldsprobleem hangt af van de politieke situatie en elke strijd tegen onveiligheid moet deel uitmaken van een politieke oplossing.’

    ‘We waarschuwen onze Afrikaanse neven en vrienden om de imperialistische landen niet in de kaart te spelen’

    Buitenlandse interventie is dus uitgesloten voor Trouillot. Hij spreekt schande van Kenia en Jamaica, de landen die het initiatief steunen en troepen hebben aangeboden: ‘Hun bereidheid om met hun laarzen op Haïtiaanse grond te betreden heeft niets te maken met de zorg om Haïti te helpen, maar ongetwijfeld met de subsidies waarop ze hopen‘. En hij vervolgt: ’Het is belachelijk dat landen die gespecialiseerd zijn in vervalste en betwiste verkiezingen, dreigen militair in te grijpen in andere landen om de democratie te herstellen.’

    Deze mening wordt gedeeld door veel Haïtianen, die na de oproep van Ariel Henry in oktober 2022 het land in vuur en vlam zetten door te demonstreren tegen een mogelijke Amerikaanse interventie. Op 21 augustus publiceerden Haïtiaanse mensenrechtenorganisaties gezamenlijk een open brief tegen de geplande interventie, die werd opgepikt door de website Rezo Nodwes: ‘We waarschuwen onze Afrikaanse neven en vrienden om de imperialistische landen niet in de kaart te spelen.’ Ze voegden eraan toe dat buitenlandse militaire interventie ‘pervers is en waarschijnlijk ernstige schade zal aanrichten. Het zal Haïti zeker geen stabiliteit op lange termijn brengen’.

    In de naburige Dominicaanse Republiek schreef mensenrechtenadvocaat Ramón Antonio Negro Veras op de website Acento: ‘Interventie in Haïti, of dat nu door de Verenigde Staten is of op een heimelijke manier met Kenia, is afschuwelijk en is niet legitiem als je gelooft in de onafhankelijkheid van volkeren.‘

    Lees ook:

  • De nazaten van 15e-eeuwse Chinese zeelui in Kenia houden hun geschiedenis in leven

    De nazaten van 15e-eeuwse Chinese zeelui in Kenia houden hun geschiedenis in leven

    Terwijl China zijn invloed in Afrika met het ene na het andere infrastructuurproject blijft uitbreiden, zijn er maar weinig culturele banden tussen Beijing en het continent. Toch lijken ontdekkingsreiziger Zheng He en zijn zeelui uit de vijftiende eeuw hun sporen in Kenia te hebben achtergelaten.

    Het huis van Mama Baraka, met zijn gebarsten lemen muren en slecht verlichte kamers met muggennetten aan het plafond, verscholen in een labyrint van smalle steegjes in het dorpje Siyu op het eiland Pate, is zelf niet opzienbarend. Maar één object in dit traditionele huis op het piepkleine eilandje voor de kust van Kenia heeft nieuwsgierige bezoekers van ver getrokken: een porseleinen kom die van generatie op generatie is doorgegeven, een artefact dat volgens Baraka bewijst dat haar voorouders honderden jaren geleden uit China kwamen.

    ‘We hebben de kom generatieslang als een familieschat bewaard,’ vertelt de 75-jarige Baraka. ‘Mijn grootouders hebben me van jongs af aan verteld dat we Chinees bloed hebben en dat we onze afkomst nooit moeten vergeten.’

    ‘Moeder heette Safina, het Arabische woord voor “schip”,’ vertelt Baraka, die in de schaduw van de overhangende dakrand wat verkoeling zoekt in de zinderende hitte. ‘Mijn oma wilde dat ze niet zou vergeten dat haar voorouders met een schip helemaal vanuit China hierheen waren gekomen.’

    Volgens de historische consensus ondernam de Chinese ontdekkingsreiziger Zheng He tussen 1405 en 1433 zeven zeereizen, waarbij hij meer dan dertig landen bezocht. Zheng keerde terug naar China, zo is opgetekend, met ‘ontelbare schatten met onbekende namen’.

    De grootste vloot ter wereld

    Met meer dan 26.000 zeelieden aan boord van 300 of meer schepen, waaronder zich 63 zogeheten ‘schatschepen’ bevonden en waarvan het grootste meer dan 120 meter lang was, was dit tot de Eerste Wereldoorlog de grootste vloot ter wereld. (De vloot van Christoffel Columbus aan het einde van de vijftiende eeuw bestond uit drie schepen waarvan het grootste, de Santa María, ongeveer 36 meter lang was.)

    Volgens de Mao Kun-kaart, ook wel bekend als Zheng He’s navigatiekaart en ’s werelds oudste zeeatlas, zeilden de vijfde, zesde en zevende expeditie door de Straat Malakka, via het zuidelijkste puntje van het Indiase schiereiland naar de Swahili-kust, helemaal tot aan het zuiden van het huidige Mozambique.

    ‘We waren wel een erg gesloten gemeenschap, dus ze werden misschien niet meteen met open armen ontvangen’

    Steden als Mombassa, de oudste zeehaven van Kenia, stonden op de kaart gemarkeerd. De lokale legende wil dat een van Zhengs schepen voor de kust van Pate in een storm belandde, op een rots liep en naar de bodem van de Indische Oceaan zonk. Dit zou tussen 1417 en 1433 moeten zijn gebeurd, de enige periode waarin Zheng He en zijn zeelieden volgens de meeste kenners de Oost-Afrikaanse kust bereikten.

    Baraka’s gezicht licht op als ze over de zeemannen vertelt die bij het plaatsje Shanga op Pate aanspoelden. ‘Daar is onze familiegeschiedenis begonnen.’ Maar, voegt ze eraan toe, ‘we waren wel een erg gesloten gemeenschap, dus ze werden misschien niet meteen met open armen ontvangen.’

    Pythons

    ‘Destijds bezorgden een paar pythons de dorpelingen een hoop last, dus als de Chinese zeelui dat probleem konden verhelpen, werd hun verteld, dan mochten ze blijven. En inderdaad slaagden ze erin de pythons te doden, en zo werden ze alsnog verwelkomd. Ze bekeerden zich tot de islam, trouwden met lokale vrouwen en stichtten gezinnen.’

    De overlevering vermeldt niet hoeveel zeemannen gezinnen vormden in Shanga, en Baraka weet niet hoeveel er die dag zijn aangespoeld, maar ‘we wonen al eeuwenlang in dit huis; ik ben hier opgegroeid en heb mijn kinderen hier grootgebracht’.

    GettyImages 1291392250
    Historische graftombes op het eiland Pate, Kenia. © Getty Images

    Met de publicatie van het boek When China Ruled the Seas, geschreven door Louise Levathes, bereikte dit verhaal in 1994 voor het eerst een groter publiek. De auteur noemt de vermeende nazaten van de Chinese zeelui op Pate in haar epiloog. Het verhaal vergaarde nog meer bekendheid door een artikel in The New York Times van journalist Nicholas Kristof, die het eiland naar aanleiding van Levathes’ boek in 1999 bezocht. In China haalde deze mogelijke geschiedenis pas in 2003 het nieuws, toen Li Xinfeng, verslaggever voor het Volksdagblad, naar Pate afreisde en het verhaal toegankelijk maakte voor het Chinese publiek.

    Een van de doelen was absoluut om een oude schakel te vinden

    Dit wakkerde de Chinese aandacht aan en al snel volgden bezoeken van staatsomroep CCTV, China Daily en staatspersbureau Xinhua, die allemaal op zoek waren naar een Chinese link met Kenia die ouder was dan de door China aangelegde spoorweg van Nairobi naar Mombassa (waar op het eindpunt aan de kust een buste van Zheng He prijkt met de inscriptie: ‘Zhengs vloot bracht vier bezoeken aan Mombassa, wat heeft bijgedragen aan het wederzijdse begrip tussen China en Kenia en de vriendschappelijke uitwisselingen tussen beide landen heeft bevorderd’).

    Een van de doelen was absoluut om een oude schakel te vinden, een aanknopingspunt dat Afrika tot een van de hoofdbestemmingen zou verheffen voor het Belt and Road Initiative, het Chinese megaproject waar president Xi Jinping in 2013 het startsein voor gaf.

    China heeft gigantische sommen geld in de infrastructuurontwikkeling gepompt, van de spoorweg tussen Tanzania en Zambia tot Entebbe International Airport in Oeganda. Op zee introduceerde China de maritieme zijderoute, die kustlanden van Zuidoost-Azië tot aan de Afrikaanse kust met elkaar verbindt, om zo de economische samenwerking tussen deze landen te stimuleren. Deze zeebrug overlapt grotendeels de route die Zheng zeshonderd jaar geleden bevoer.

    Porselein

    ‘Ik had een paar vrienden, helaas inmiddels allemaal overleden, die een lichte huidskleur en kleinere ogen hadden,’ vertelt Walid Bihala, een tachtigjarige inwoner van Siyu. ‘We waren er allemaal van overtuigd dat ze van de Chinezen afstamden, en dat was ook wat er in hun familie werd gezegd.’

    Sinds vijftiger Manour Ile, een andere dorpeling, een paar decennia terug voor het eerst van de Chinese schipbreuk hoorde, heeft hij langs de kust struinen en aangespoelde porselein jutten tot hobby verheven. Hij zegt dat hij nog altijd dingen vindt. Vol trots laat hij zijn verzameling scherven en brokstukken zien, die inderdaad afkomstig lijken van traditionele Chinese porseleinen kommen.

    ‘Door die rots is het Chinese schip gezonken. Net zoals die ijsberg bij de Titanic

    ‘Professor Mark Horton uit het Verenigd Koninkrijk is bij me thuis geweest toen hij hier onderzoek deed,’ vertelt Ile. ‘Hij heeft me geholpen een aantal brokstukken te identificeren.’ Hij pakt een scherf op en zegt: ‘Deze, bijvoorbeeld, komt uit Europa.’ Hij pakt er nog een op, stoft hem af en zegt: ‘Deze komt uit China, maar ik weet niet precies van welke dynastie. Mijn buren zeggen alsmaar dat ik ze moet verkopen, misschien kan ik er wel een fortuin mee verdienen, maar ik peins er niet over. Dit is deel van ons erfgoed.’

    Ile stelt voor een bezoek te brengen aan het verlaten, volledig overwoekerde dorp Shanga, een brommerritje van een halfuur. Gezeten onder een flinke baobab, uitkijkend op twee vissersboten die op het zand zijn getrokken, wijst hij naar de punt van wat een grote rots lijkt, die honderden meters verderop boven het water uitsteekt. ‘Door die rots is het Chinese schip gezonken,’ zegt hij. ‘Net zoals die ijsberg bij de Titanic.’

    Pate werd na de eerste nieuwsberichten niet alleen bezocht door nieuwsgierige toeristen; in december 2002 stuurde de Chinese ambassade twee diplomaten op hun eerste officiële bezoek naar de Lamu-archipel, en vanaf 2010 volgden Chinese archeologen.

    Archeologische missies

    ‘Onze grootouders hebben ons dit verhaal verteld,’ zegt Baraka, die nog goed weet hoe opgetogen ze was om haar verhaal te kunnen doen tegen zowel Keniaanse als Chinese archeologen. ‘Het was heel bijzonder om van Chinezen te horen dat het klopt.’

    In december 2005 tekenden de Chinese Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Keniaanse regering een memorandum om de handen ineen te slaan voor archeologische missies op de Lamu-archipel. In 2010 stuurde China een team van archeologen van het Nationale Museum van China, de Provinciale Dienst voor het Cultureel Erfgoed van Henan en de Universiteit van Beijing naar Kenia om opgravingen te doen met lokale experts, waaronder die van de Nationale Musea van Kenia. Het was de eerste keer dat China een opgravingsteam over de landsgrenzen zond.

    Van 2010 tot 2013 werden drie archeologische missies uitgevoerd om te kijken of de zeelieden van Zheng He hier inderdaad waren geweest. Professor Herman Kiriama, voormalig hoofd kustarcheologie van de Nationale Musea van Kenia, gaf leiding aan de Keniaanse archeologen die in 2010 met hun Chinese collega’s samenwerkten bij een onderwatermissie.

    ‘Het zou best kunnen dat er een schip ligt, maar wij hebben het niet gevonden’

    ‘Zelfs na jaren zoeken zijn we niet op scheepsresten van Zheng He’s vloot gestuit,’ vertelt Kiriama in een telefoongesprek. ‘Er zijn sterke stromingen en de oppervlakte van de zeebodem is in de loop der tijd drastisch veranderd. Het zou best kunnen dat er een schip ligt, maar wij hebben het niet gevonden.’

    Toch leverde de expeditie een aantal veelbelovende vondsten op voor de kust van Malindi, een kustplaats die tussen de negende en vijftiende eeuw het hart vormde van het koninkrijk Malindi, een Bantoe-beschaving die op de navigatiekaart van Zheng He staat vermeld. Er werd intensief handelgedreven met de Arabieren. De teams vonden verschillende Chinese relikwieën, waaronder porselein, afkomstig van het Portugese fregat Santo Antonio de Tanna, ook wel bekend als het Mombassa-wrak, dat is gezonken in 1697 – meer dan tweehonderd jaar na Zhengs reis – tijdens het bewind van keizer Kangxi, de tweede heerser van de Qing-dynastie die over China regeerde.

    Vondsten

    Aan land deden archeologen van de Universiteit van Beijing en de Nationale Musea van Kenia opgravingen in Mambrui, vlak bij Malindi. Twee vondsten sprongen eruit: een aantal Yongle Tongbao, Chinese geldmunten uit de Ming-dynastie ten tijde van keizer Yongle, en blauw-wit porselein dat in de vroege Ming-dynastie uitsluitend voor keizerlijk gebruik was bedoeld.

    ‘Dit suggereert dat de site een van Zhengs landingsplaatsen was in de vroege Ming-dynastie,’ aldus een verklaring van het Instituut voor Archeologie van de Chinese Academie van Sociale Wetenschappen, ‘en het biedt een aanknopingspunt voor verder onderzoek naar Zheng He’s reis en zijn contact met Oost-Afrika.’

    Maar deze theorie is niet waterdicht. De Portugese ontdekkingsreiziger Vasco da Gama was in 1498 om de Kaap de Goede Hoop via de Oost-Afrikaanse kust naar India gevaren. Nadat deze zeeroute in gebruik was genomen, bloeide de handel tussen Azië en Oost-Afrika op, en het is heel goed mogelijk dat de relikwieën die van Zheng He’s vloot afkomstig zouden zijn, pas nadien, tijdens de Portugese uitwisseling van goederen, in Kenia zijn beland.

    Mwamaka Sharifu, Mama Baraka’s dochter, weet nog goed dat mensen uit China haar moeder in 2002 bezochten om DNA te verzamelen. In opdracht van wie herinnert ze zich niet meer. ‘We waren benieuwd naar de uitslag, maar toen ik ernaar vroeg kreeg ik alleen te horen: “Het is in orde.” Het waren niet echt overheidsfunctionarissen, dus het zal wel alleen voor de documentaire zijn geweest,’ zegt Sharifu, waarmee ze doelt op 1405. The Voyages of Zheng He, die in 2002 in opdracht van CCTV en de provinciale overheid van Jiangsu werd gemaakt.

    Bloedlijn

    Moeder en dochter vernamen geen van beiden de uitslag, die ook nergens is gedocumenteerd. Het feit dat er een DNA-test was uitgevoerd, was voor sommige Chinese media voldoende om ermee aan de haal te gaan. De Nanjing Morning Post schreef in 2005 dat Baraka zou hebben gezegd dat ze de uitslag had ontvangen en dat ‘onomstotelijk’ vaststond dat ‘de bloedlijn van haar moeder Chinese genen bevat’.

    Volgens Mingqing Yuan, fellow aan de Internationale Postdoctorale Opleiding voor Afrikaanse Studies in Bayreuth, Duitsland, lijkt de DNA-test misschien een wetenschappelijk bewijs van bloedverwantschap, maar is die ‘niet echt wetenschappelijk verantwoord, of zelfs plausibel, gezien de heterogeniteit en ambiguïteit van Chinees DNA’.

    Afrika kaart

    Tot zover de wetenschap. Maar aan anekdotes geen gebrek. In de ruïnes van het overwoekerde dorp wijst Ile op de gelijkenis tussen de naam Shanga en Shangai, die inwoners van Siyu ook al was opgevallen.

    Andere dorpelingen, zoals Walid Bihala, beweren dat de tombes die over het eiland verspreid liggen, waaronder een oud uitziende koepel tussen Siyu en Shanga, van Chinese makelij zijn. ‘Kijk,’ zegt Ile terwijl hij van zijn brommer springt en uitsparingen op de koepel aanwijst. ‘Hier zat porselein, maar dat is gestolen omdat het geld waard is.’ Hij schudt zijn hoofd. ‘Ze zijn gebouwd door de Chinezen.’ Volgens professor Qin Dashu, een van de archeologen verbonden aan de Universiteit van Beijing, zouden de uitsparingen waar het porselein zou hebben gezeten voor een Chinees kenmerk kunnen doorgaan, maar de inscripties op de grafmonumenten zijn grotendeels weggevaagd en er zijn maar drie stenen platen die nog tekst bevatten, allemaal in het Arabisch.

    De meeste mensen in de kustregio van Kenia en Tanzania zijn nog altijd soennitische moslims

    De Arabische invloed langs de Swahili-kust, van Somalië tot Mozambique, is goed gedocumenteerd. Moslimhandelaren, voornamelijk Arabieren, vestigden zich vanaf de achtste eeuw in de regio, in de twaalfde eeuw gevolgd door Perzen – een mogelijke verklaring voor de ‘lichtere huid’ en de ‘kleinere ogen’ van de inwoners van Pate. De meeste mensen in de kustregio van Kenia en Tanzania zijn nog altijd soennitische moslims.

    Behalve dit teleurstellende nieuws over de tombes vertelt Dashu ook dat de kom van Baraka ‘niets te maken heeft’ met de expeditie van Zheng He. Afgaande op de patronen en de technieken die bij het bakken van het porselein zijn gebruikt, is de kom op zijn vroegst in de late Qing-dynastie gemaakt, een paar eeuwen later.

    Maar dit gebrek aan bewijs stond een softpowerinitiatief niet in de weg. Dankzij de legendes die hier al eeuwenlang voortleefden werd Sharifu het middelpunt van het Chinese mediaoffensief van halverwege de jaren 2000. Met directe steun van de Chinese ambassade in Nairobi reisde ze af naar China.

    Staatssponsors

    ‘Ik was altijd de spraakzaamste van de familie, dus toen Chinese verslaggevers bij ons aanklopten, stond ik ze altijd vriendelijk te woord,’ vertelt ze. En al die door de staat gesponsorde berichtgeving kwam ook de staatssponsors zelf onder ogen, zodat Sharifu in 2005 werd uitgenodigd in Taicang, een stad in de provincie Jiangsu, ‘om de viering bij te wonen van de zeshonderdste verjaardag van Zheng He’s verkenningstochten’.

    Na de festiviteiten in de stad van waaruit de ontdekkingsreiziger zijn reizen had ondernomen, mocht ze als onverwachte beroemdheid haar opwachting maken in de Grote Hal van het Volk, in Beijing, als ‘levend bewijs’ van de lange, vriendschappelijke geschiedenis tussen China en Afrika – zelfs al viel dit helemaal niet te staven. In 2017 werd Zheng He door president Jinping geroemd als ‘vriendelijke afgezant’ die een brug ‘voor vrede en samenwerking tussen Oost en West’ had gebouwd – een mythe die volgens fellow Yuan is gecreëerd ‘door selectieve herinnering vanuit politieke en economische bedoelingen’.

    ‘Wo hui jia je’[‘Ik ben thuisgekomen’] waren de eerste woorden die Sharifu tijdens de viering in Taicang leerde schrijven

    Yuan zegt dat de Chinese overheid deze mythe over Zheng voortdurend aangrijpt om zichzelf ‘neer te zetten als de rechtmatige erfgenaam van de historische erfenis van Zheng He’ en als ‘woordvoerder van de Chinese etniciteit’. ‘Wo hui jia je’[‘Ik ben thuisgekomen’] waren de eerste woorden die Sharifu tijdens de viering in Taicang leerde schrijven en vervolgens omhooghield voor de camerahaag.

    ‘Wij zijn nazaten van Zheng He, en aangezien jij hier geen familie hebt en jij ook van Zheng He afstamt, ben je een van ons,’ zo zei het gezin dat het lokale bestuur als logeeradres voor haar had geregeld. ‘Vind je het leuk om in Kenia “China Girl” te worden genoemd?’ vroeg de presentator van Guests in juli 2005 op CCTV. ‘Jazeker,’ antwoordde Sharifu.

    ‘Hoe voelt het om thuis te komen?’ vroeg een verslaggever van staatspersbureau Xinhua toen Sharifu in Taicang was. ‘Het voelt goed,’ luidde haar antwoord.

    Gecastreerd

    Nog lang nadat de initiële media-aandacht was verslapt, bleven er artikelen over Sharifu’s reis naar China verschijnen. In 2017 publiceerde de site Overseas Chinese Network een verhaal over Sharifu’s etniciteit, waarin opnieuw werd beweerd dat een DNA-uitslag haar Chinese afkomst had bevestigd. Sharifu zegt dat ze tijdens haar Guests-interview heeft verteld dat zij de uitslag zelf nooit heeft gezien, maar dat deel was in de uitzending weggeknipt. In een artikel op nieuwsportaal 163 legde een journalist haar de woorden in de mond dat ze ‘altijd al naar China wilde omdat ze werd gepest omdat ze er anders uitzag’.

    ‘Dat klopt helemaal niet,’ zegt Sharifu lachend, terwijl ze in haar flat in Nairobi haar éénjarige zoontje wiegt. ‘Niemand deed lelijk tegen me, maar kennelijk wilden ze een beeld schetsen dat ik alleen maar in China terecht kon.’

    Maar na alle heisa en de manier waarop het verhaal is opgeklopt om een verband te leggen met de legendarische Zheng He staat één ding als een paal boven water: Zheng was op jonge leeftijd gecastreerd. Er zal geen directe afstamming van onze tot de verbeelding sprekende avonturier zijn, want de goede man was een eunuch. En hoewel Zheng He in China een begrip is, maakt hij zelden indruk in Kenia, zelfs niet op Pate.

    ‘Ja, ik heb gehoord dat een Keniaans meisje in China is gaan studeren omdat ze Chinees bloed heeft,’ zegt de bejaarde Bihala, ‘maar zij was een uitzondering, want volgens mij is er verder niemand meer gegaan.’

    En hoe graag Mama Baraka ook over haar Chinese geschiedenis praat, ze wuift elke suggestie dat ze zelf de pelgrimstocht zou willen maken weg. ‘Natuurlijk wil ik niet naar China,’ zegt ze lachend. ‘Ik wil niet eens naar Nairobi.’ 

    Lees ook:

  • De extravagante Sonko klom op van buschauffeur tot gouverneur van Nairobi – totdat hij in ongenade viel

    De extravagante Sonko klom op van buschauffeur tot gouverneur van Nairobi – totdat hij in ongenade viel

    Mike Mbuvi Gidion Kioko Sonko schopte het tot senator en gouverneur van Nairobi dankzij zijn populariteit en het fortuin dat hij maakte met zijn enorme wagenpark. De heersende bovenklasse stak uiteindelijk een spaak in de wielen van de politieke ambities van deze onbetwiste koning van de matatusubcultuur.

    Halverwege het eerste decennium van deze eeuw nam Mike Mbuvi Gidion Kioko Sonko, die toen nog net geen veertig was, als een soort kolossus plaats in het zadel van Nairobi’s Eastlands: een koning en zijn uitpuilende leengoed. Eastlands is van alles, en niet in de laatste plaats een verzameling koloniale buitenhuizen en de vele imitaties daarvan uit de tijd van na de onafhankelijkheid. Ooit was Eastlands dé plek waar de Zwarte Afrikaanse elite zich vestigde. Maar toen die elite de macht in handen kreeg, trok ze en masse naar de buurten waar tot dan toe enkel Europeanen hadden gewoond. De wijk werd aan haar lot overgelaten en aan de randen ontstonden getto’s. Latere pogingen tot urbanisatie resulteerden in slecht ontworpen hoogbouw: flatgebouwen met krap bemeten en slecht verlichte woningen.

    Maar Eastlands ging niet bij de pakken neerzitten. Op de stoffige, onverlichte straten waar soms nauwelijks nog water uit de kraan kwam, ontstond de populaire straattaal Sheng, een fascinerende mengeling van Engels en Swahili, met her en der wat invloeden van andere straattalen. Het Sheng maakte de weg vrij voor de Keniaanse rapcultuur uit de jaren negentig, een uitdagende imitatie van de Amerikaanse gangsterrap.

    Matatu

    Mede dankzij deze evolutie veranderden de matatu [het informele openbaar vervoer van Nairobi] van eenvoudig ogende busjes, jalopies, in manyanga: gepimpte voertuigen met een opzichtige carrosserie, versierd met avant-gardistische kunstwerken, waaruit oorverdovende muziek schalt. Matatucrews – chauffeurs, kaartjesverkopers en mensen die wat bijverdienen als chauffeur of kaartjesverkoper – maken hun naam waar als de meest modieuze inwoners van Nairobi. Piekfijn gekleed en met veel blingbling, alsof ze zo uit een videoclip van Snoop Dogg zijn gestapt – tatoeages, geverfd haar, gouden en zilveren tanden, kettingen en ringen – zijn deze deres en kanges hiphopversies van de smetteloos geklede sapeurs uit de Democratische Republiek Congo. Deze extravagante figuren, die een schamel loon verdienen dat net zo snel weer wordt uitgegeven als het wordt verdiend, zijn een soort halfgoden op de straathoeken vol werklozen in Eastlands. Ze trakteren geregeld op flessen goedkope drank en op bundels qat, de bladeren met een stimulerende werking, tot grote vreugde van hun minder draagkrachtige leeftijdsgenoten en bewonderaars.

    116153189 233a7f07 fbad 4343 a4ae 8be714a044e0 2
    Blingbling met voodookrachten. © Facebook Mike Sonko

    De matatusubcultuur groeide uit tot een onlosmakelijk onderdeel van Eastlands. In 2010, toen de rest van Nairobi en Kenia Mbuvi leerde kennen, was de vijfendertigjarige al de onbetwiste koning van de matatusubcultuur. Hij bezat een aantal van de mooiste nganya – het Sheng-woord voor de versierde matatu was geëvolueerd van manyanga in de jaren negentig tot nganya rond 2000, en onlangs tot choda. Ze reden allemaal op route 58, tussen downtown Nairobi en het Buru Buru-winkelcentrum, een enorm druk gebied met cafés, gigantische supermarkten en discotheken.

    Voor matatu geldt: hoe uitbundiger, hoe beter. Dus Mbuvi leefde zich helemaal uit, experimenteerde met de installatie van grote tv-schermen in zijn 32-persoonsmatatu, en gaf de busjes namen als Brown Sugar, Convict, Ferrari, Lakers en Ruff Cuts. De passagiers konden nu naar de clips kijken van de muziek die ze hoorden. Mbuvi verrijkte zijn wagenpark zelfs met een dubbeldekker, zodat de Buru Buru-passagiers een mooi uitzicht hadden terwijl ze door hun stad reden. Voor Mbuvi, die nog geen twaalf jaar eerder in een extra beveiligde gevangenis had gezeten, had het leven een opmerkelijke wending genomen. Maar weinig mensen realiseerden zich dat dit nog maar het begin was.

    Mbuvi en Primrose wisten uiteindelijk een heel wagenpark te verwerven, met de meest lawaaierige en opzichtige nganya van Nairobi

    Op 12 maart 1998 was Mbuvi naar de Shimo La Tewa Maximum Security Prison gestuurd. Hij was gevangene P/No. SHO/477/1998. Na een maand achter de tralies deed hij alsof hij ziek was en werd overgeplaatst naar het Coast General Hospital in Mombassa, waar hij op 16 april 1998 uit ontsnapte, om later terug te keren in Buru Buru. Samen met zijn vrouw Primrose wist Mbuvi voldoende geld bij elkaar te schrapen om een hair salon, een barber shop, een videobibliotheek, een cybercafé, een zaak in tweedehands auto-onderdelen en een kledingboetiek op te zetten.

    Omdat Mbuvi voortvluchtig was, hield hij zich op de achtergrond. Primrose hield de boel draaiende en de zaken floreerden. Het stel opende een populaire nachtclub en stortte zich vervolgens in de matatu-business. In het begin kon Mbuvi zich geen nganya veroorloven. En dus nam hij genoegen met een paar aftandse matatu, die hij inzette in Dandora, diep in Eastlands: een uitgestrekte nederzetting waar zich de grootste stortplaats van Nairobi bevindt.

    Mbuvi en Primrose wisten uiteindelijk een heel wagenpark te verwerven, met de meest lawaaierige en opzichtige nganya van Nairobi. Daarmee waren zij heer en meester op de Buru-route. Het geld begon binnen te stromen. Er bestaat een hiërarchie in de wereld van de nganya, die ongeveer net zo werkt als bij hitlijsten. Hoe langer een nummer op één staat, hoe meer de artiest eraan verdient. Bij de nganya geldt dat de busjes die bovenaan staan, meer verdienen op een dag: door een hogere prijs te vragen of door vaker op en neer te rijden, of beide.

    Groupies

    Dat men hogere prijzen durft te vragen komt voort uit het feit dat er altijd een gestage stroom passagiers is die bij de halte blijven wachten op hun favoriete nganya – je zou ze fans of groupies kunnen noemen. Deze mensen vinden het geen probleem om wat extra te betalen voor comfort, muziekkeuze of prestige als ze in hun favoriete nganya kunnen zitten. En wat nog belangrijker is: de nganya aan de top kunnen vaker op en neer rijden, omdat zij zich niet hoeven te houden aan bepaalde protocollen binnen het matatu-ecosysteem, zoals de regel dat bij de haltes het busje dat het eerst komt, het eerst maalt. Dus hoefden Mbuvi’s nganya in het centrum van Nairobi niet achter in de rij aan te sluiten, maar konden ze onmiddellijk passagiers aan boord nemen en weer terugrijden. Hetzelfde gold in het Buru-winkelcentrum, waar ze de motor niet eens uit hoefden te zetten. Zolang de nganya in beweging waren, waren Mbuvi’s geldschieters tevreden. Maar het grootste voordeel van de nganya was dat ze hun eigen wetten maakten. Om maar zo vaak mogelijk op en neer te kunnen rijden, haalden ze aan de verkeerde kant in, sneden af, drukten motoren van de weg en reden soms op de verkeerde weghelft.

    Dat deze ‘matatuwaanzin’ al die tijd werd gedoogd door de inwoners van Nairobi, komt door de corruptie van de verkeerspolitie, die op de loonlijst staat van de matatubaronnen. Volgens de bestuurders van enkele van de populairste nganya van Nairobi (de routes die ze rijden moeten geheim blijven uit angst voor represailles) heeft er altijd een corruptievoedselketen bestaan. De belangrijkste agenten krijgen elke maand betaald en het bedrag daalt naarmate men lager in de rangorde zit. De verkeersagenten krijgen het minst betaald, een halve dollar per nganya per dag. Nganya moesten de verkeersregels wel breken, zo was de gedachte, want het is een geweldige investering om een gewoon minibusje om te bouwen tot een nganya.

    Nog los van het feit dat Mbuvi hier een godsvermogen mee verdiende – volgens een schatting die Mbuvi zelf ooit maakte, zou hij op een gemiddelde dag al tegen het einde van de ochtend zo’n 200 dollar per nganya hebben verdiend, en dan moest het spitsuur nog komen – heeft hij het door de matatu ook geschopt tot baas.

    ‘Sonko’

    In deze periode van zijn leven kreeg Mbuvi de bijnaam ‘Sonko’ – Sheng voor baas, of de man met het geld. Mbuvi’s andere bijnaam, die nooit hardop is uitgesproken, is Kabumba – een Sheng-term die verwijst naar zwarte magie. Mbuvi’s ster rees zo snel dat sommige mensen tovenarij vermoedden. De gefluisterde geruchten werden deels gevoed door het feit dat Mbuvi is geboren en getogen aan de kust, en ze steunden op de populaire mythe dat er een krachtige vorm van tovenarij is die haar kracht ontleent aan de Indische Oceaan. Mbuvi heeft geen moeite gedaan dit beeld weg te nemen; hij draagt aan al zijn vingers gouden ringen met merkwaardig uitziende dieren – het idee is dat er voo­dookrachten schuilen in blingbling.

    ANP 409337621 1
    Een door Sonko gefinancierd Rescue Team ontsmet de straten tijdens de pandemie. – © AFP

    Dus tegen de tijd dat er in april 2010 tussentijdse parlementsverkiezingen werden gehouden in Nairobi’s Makadara-kiesdistrict, was Mbuvi in Eastlands al een factor om rekening mee te houden. Mbuvi was niet langer alleen de flamboyante eigenaar van de coolste nganya, hij was bovendien uitgegroeid tot woordvoerder van alle Eastlands-matatu, die hem tot voorzitter hadden gekozen. Toen de overheid in 2007 de haltes van de Eastlands-matatu wilde verplaatsen van het centrum naar de randen van de stad, stapte Mbuvi naar de rechter en wist er een stokje voor te steken. Buiten Eastlands had Mbuvi nog altijd iets mystieks: de geheimzinnige eigenaar van beruchte Buru-matatu, die zich nergens iets aan gelegen liet liggen. Maar Nairobi zou al snel meer over hem te weten komen.

    Mbuvi’s belangstelling voor de tussentijdse verkiezing was gewekt doordat hij meende dat niemand anders in het kiesdistrict beschikte over zo’n netwerk, zo veel mankracht en zo’n uitgebreide infrastructuur als hij, met het Buru-winkelcentrum als middelpunt. Als hij zou besluiten zijn uitgebreide nganyanetwerk van chauffeurs, kaartjesverkopers en losse krachten te gebruiken als campagnetool, zou hij een enorme voorsprong hebben op de andere kandidaten. Bovendien had Mbuvi dankzij zijn nganya grote hoeveelheden contant geld, waar hij kwistig mee strooide.

    Hij speelde het spel niet volgens de regels van de politieke elite, en hij was dan ook niet welkom

    Mbuvi zorgde onmiddellijk voor ophef in de doorgaans zo rustige politiek in Nairobi. Wie was die magere knul op dat billboard, met dat opzichtige uiterlijk? En hoezo noemde hij zichzelf Sonko? Maar al snel deed het nieuws de ronde dat Mbuvi de eigenaar was van de beruchte nganya, en toen vielen de puzzelstukken op hun plek. Door de nganya verdiende Mbuvi schatten geld – vandaar de naam Sonko – en als eigenaar genoot hij immuniteit.

    Vanaf dat moment, en gedurende zijn hele theatrale decennium in de politiek, werden Mbuvi’s vele misstappen hem vergeven omdat hij de verpersoonlijking was van umatatu: een anarchistisch fenomeen dat wordt gekenmerkt door brutaliteit, vulgariteit en bravoure, en belichaamd door zorgeloze matatucrews.

    Maar umatatu leverde Mbuvi niet alleen geld en roem op, het leidde ook tot opgetrokken wenkbrauwen. De gevestigde politieke partijen wilden zich niet met Mbuvi inlaten, ondanks zijn herhaaldelijke toenaderingspogingen. Hij speelde het spel niet volgens de regels van de politieke elite, en hij was dan ook niet welkom.

    Parlementslid

    Hoewel hij het opnam tegen lokale kandidaten, won Mbuvi de verkiezingen en daarmee had Makadara een nieuw parlementslid. Mbuvi liet er geen gras over groeien. Hij wilde zo snel mogelijk zijn stempel op de politiek drukken aangezien hij nog maar twee jaar de tijd had voor de algemene verkiezingen van 2013. Mbuvi maakte zijn naam, Sonko, waar door in het wilde weg stapeltjes knisperende bankbiljetten uit te delen zodra hij een behoeftige Nairobiaan tegenkwam en ventte zijn vrijgevigheid handig uit op social media. Om te zorgen dat er over hem werd gepraat, reed hij rond in vergulde SUVs, droeg kilo’s gouden sieraden en verfde zijn haar goud. Zo trok hij meer dan genoeg aandacht – niet allemaal even positief.

    Mbuvi speelde een kat-en-muisspel met de politie

    Drie maanden nadat Mbuvi was gekozen, deed de politie een inval in zijn kantoor en in zijn huis in Buru, op verdenking van betrokkenheid bij drugshandel, na een tip van de Amerikaanse ambassade (de minister van Binnenlandse Veiligheid heeft in het parlement toegegeven dat de Amerikanen dit hebben gelekt). Mbuvi speelde een kat-en-muisspel met de politie en deed in het parlement op hoge toon zijn beklag over intimidatie door de politie.

    Op 10 november 2005 landden Artur Margaryan en Artur Sargasyan, twee met gouden kettingen behangen Armeniërs, in Nairobi. Door zich eerst voor te doen als zakenlieden, vervolgens als playboys en uiteindelijk als veiligheidsexperts, wist het stel connecties te leggen op het hoogste niveau van de Keniaanse samenleving. Uiteindelijk bleken de beide mannen zo nuttig voor degenen met wie ze verwikkeld waren in allerlei schimmige zaakjes, dat ze allebei werden benoemd tot adjunct-commissaris van politie.

    ANP 408379752
    Aanhangers van Sonko tijdens de Dag van de Arbeid. – © AFP via Getty Images

    Keniaanse journalisten brachten de beide Arturs herhaaldelijk in verband met drugshandel. En hoewel de politie niet kon bewijzen dat Mbuvi zelf was betrokken bij drugshandel, leek de politie, door nadrukkelijk te verwijzen naar de nganya die Mbuvi Artur had gedoopt – en door ARTUR zelfs in hoofdletters te schrijven – te impliceren dat hij dan misschien niet direct schuldig mocht zijn, maar dat zijn voorliefde voor vermoedelijke dealers veelzeggend was.

    Terecht of niet, het stempel van drugsdealer bleef aan Mbuvi kleven (misschien dat hij daarom in 2012 besloot zijn naam te veranderen van Mbuvi Gidion Kioko in Mbuvi Gidion Kioko Mike Sonko). Niet dat dit hem schade berokkende: zijn populariteit steeg tot ongekende hoogten.

    Drugshandelaanklacht

    Mbuvi zag de drugshandelaanklacht als een schot voor de boeg en hij begreep dat hij politieke bescherming moest zoeken – en snel ook. Zijn succes bij de tussentijdse verkiezing was natuurlijk geen garantie voor toekomstige politieke successen, zeker niet nu hij zijn zinnen erop had gezet de eerste senator ooit te worden voor Nairobi (een functie die in 2010 in de Keniaanse grondwet was opgenomen). Hij moest aansluiting zoeken bij een van de twee politieke partijen. Dit keer was zijn timing perfect. Uhuru Kenyatta, destijds een van de twee vicepremiers, stond op het punt zich kandidaat te stellen voor het presidentschap namens de Nationale Alliantie Partij. Als zoon van Jomo Kenyatta, de grondlegger van de Keniaanse onafhankelijkheid, behoort Kenyatta tot de politieke royalty, maar hij zat in ernstige problemen en hij had alle vrienden nodig die hij maar kon vinden.

    Hij ging zelfs zo ver om zijn kapper te vragen de naam Kenyatta op zijn hoofd te scheren

    Kenyatta was een van de vier Kenianen die door het Internationaal Strafhof in Den Haag werden vervolgd wegens misdaden tegen de mensheid. De aanklachten houden verband met het geweld in 2007 en 2008, voorafgaand aan de verkiezingen, waarbij meer dan duizend mensen zouden zijn vermoord. Mbuvi wierp zich op als Kenyatta’s belangrijkste pleitbezorger. Hij trok Kenyatta’s situatie naar zich toe en ging zelfs zo ver om zijn kapper te vragen de naam Kenyatta op zijn hoofd te scheren. Hij vloog naar Den Haag om demonstraties vóór Kenyatta te leiden, telkens wanneer Kenyatta moest voorkomen. Dan droeg hij steevast een T-shirt met de woorden Respect our Prezzo, Takataka nyinyi ghasia! (Respect voor onze president, stelletje eikels!)

    Mbuvi’s steun voor Kenyatta loonde. Tijdens de verkiezingen van 2013 wisten Kenyatta en zijn running mate William Ruto – die ook in Den Haag was aangeklaagd wegens misdaden tegen de mensheid – met een minieme marge het presidentschap in de wacht te slepen. De zaak tegen beide leiders werd vervolgens geseponeerd.

    Mbuvi liftte mee op dit succes en werd de eerste senator van Nairobi, met maar liefst 808.705 stemmen: het hoogste aantal stemmen dat tot dan toe in Kenia was uitgebracht op een afzonderlijke politicus die niet opging voor het presidentschap. Mbuvi was niet te stuiten.

    Misrekening

    Zoals de meeste net gekozen senatoren realiseerde Mbuvi zich dat hij misschien een misrekening had gemaakt. De titel mag dan nog zo indrukwekkend zijn, de baan zelf beperkt zich tot toezicht houden. De echte macht lag bij de gouverneurs, die zeggenschap hadden over enorme budgetten en die zodoende levens en leefomstandigheden konden beïnvloeden. Dus bedacht Mbuvi een plan. Hij richtte een particulier gefinancierde, pro-bono opererende dienstverlenende instantie op, het Sonko Rescue Team, dat bestond uit ambulances, brandweerauto’s en watertanks. Hij schakelde honderden jongeren in om het geheel te bemannen, en liet ze ondertussen afval van de straat halen. Hij zorgde dat de nieuwe organisatie de ziekenhuisrekening betaalde van mensen die een gespecialiseerde behandeling moesten ondergaan in Kenia of in het buitenland. Mocht diegene onverhoopt overlijden, dan stelde Mbuvi gratis een van zijn beroemde nganya beschikbaar als lijkwagen.

    Tijdens een senaatsbijeenkomst ging Mbuvi bijna op de vuist met gouverneur Kidero, de man die hij uit het zadel wilde wippen. Het had geen negatieve gevolgen voor hem. Niets kon Mbuvi raken. Voorlopig niet, in ieder geval.

    Samen met enkele van de rijkste zakenlieden van Kenia werkten ze een plan uit dat bekend zou komen te staan als ‘Operatie stop Mbuvi’

    Maar hoewel de doorgaans achteloze Kenyatta zich niet leek te storen aan Mbuvi’s umatatu en zijn anarchistische streken keer op keer door de vingers zag, was er een groepje hoge ambtenaren dat daar anders over dacht. Zij maakten zich zorgen over wat er zou gebeuren als Mbuvi gouverneur van Nairobi zou worden. Samen met enkele van de rijkste zakenlieden van Kenia werkten ze een plan uit dat bekend zou komen te staan als ‘Operatie stop Mbuvi’ – een operatie waar Mbuvi zich herhaaldelijk in het openbaar over beklaagde, zodra hij tegenwerking ervoer van de overheid.

    Op zeker moment zag het ernaar uit dat Mbuvi naar een zijspoor was gedirigeerd. Op een avond laat vroeg hij belet aan bij Kenyatta. Naar het schijnt raakte Mbuvi overstuur en vroeg hij Kenyatta waarom die hem verloochende terwijl Mbuvi de president juist had gesteund tijdens het proces in Den Haag. De volgende ochtend om acht uur ontving Mbuvi een bewijs van goed gedrag van de politie, waarmee hij toch aan de voorverkiezingen kon meedoen. Die hij won.

    Toontje lager

    Nadat de president had laten zien dat hij Mbuvi dan misschien niet steunde maar wel naar hem luisterde, zagen de hoge ambtenaren en hun geldschieters zich gedwongen een toontje lager te zingen. Maar daar wilden ze dan iets voor terug: zij wilden bepalen wie Mbuvi’s running mate zou worden. Het was de bedoeling om op die manier Mbuvi’s umatatu te beteugelen, door hem te koppelen aan een ingetogener iemand. Maar vooral hoopte men op deze manier bepaalde commerciële belangen veilig te stellen. De politiek was belangrijk, maar nog belangrijker was het geld. Polycarp Igathe, een loyale protégé die ervaring had opgedaan binnen het Keniaanse bedrijfsleven, leek dé man voor deze klus.

    Het plan was eenvoudig. Mbuvi zou de stemmen binnenhalen. Igathe zou regeren, met als uiteindelijke bedoeling Mbuvi uit het zadel te wippen, zodat de paar uitverkorenen Nairobi konden overnemen, met Igathe als mogelijke gouverneur. Mbuvi ging op dat moment niet de directe confrontatie aan, maar verliet zich op realpolitik. Hij gaf toe aan de eisen van zijn tegenstanders en veinsde gedurende de hele campagneperiode een vriendschappelijke band met Igathe.

    De merkwaardige combinatie werkte. Mbuvi won met 871.974 stemmen – waarmee hij zijn eigen record uit 2013 brak. Het overgrote deel van de stemmen was afkomstig van het Eastlands-proletariaat.

    Igathe walste het gemeentehuis binnen en foeterde het personeel uit toen hij afval zag liggen in de parkeergarage. De overname van het stadhuis door Igathe was in volle gang. Maar Mbuvi was hem een stap voor. Hij vulde het stadhuis met loyale rouwdouwers uit Eastlands. De meesten hadden nauwelijks een taakomschrijving, behalve kijken en luisteren. Dankzij hen was Mbuvi alomtegenwoordig. Er kon geen papiertje worden verplaatst zonder zijn toestemming.

    ANP 408438949
    Gouverneur Mike Sonko in tweedelig pak op een politieke bijeenkomst in Nairobi,  2018. © AFP

    Vervolgens omringde hij zich met een legertje lijfwachten, personal assistants en handlangers uit zijn matatuhoogtijdagen. De achterdocht greep om zich heen. Nairobi werd geregeerd door paranoia.

    Om de chaos te vergroten had Mbuvi een handvol mobiele telefoons en hij was de enige die wist welke waarvoor was. Hij bepaalde zelf wanneer hij bereikbaar was en wanneer hij van de aardbodem verdween. Uit angst dat er een administratieve maalstroom dreigde, deed Igathe verwoede pogingen de bureaucratie op het gemeentehuis vlot te trekken. Maar het was te laat. Na zes maanden liet de man die Mbuvi in het gareel had moeten houden om hem uiteindelijk te vervangen, op Twitter weten dat hij ontslag nam.

    Plaatsvervanger

    Mbuvi moest een nieuwe plaatsvervanger benoemen, maar dat deed hij niet. Toen er druk op hem werd uitgeoefend om dat toch te doen, stuurde hij in het wilde weg kandidaten naar het districtsbestuur, ter goedkeuring. Die werden automatisch afgewezen. Maar met elke stap won hij tijd. Vervolgens zorgde hij dat alle telefoongesprekken werden opgenomen: kruisraketten die hij afvuurde al naargelang de hoeveelheid schade die hij wilde berokkenen, wíé hij wilde schaden en wáár. Toen Igathe ontslag nam, lekte Mbuvi hun gesprekken, waarmee Igathe in een slecht daglicht kwam te staan. Toen er een woordenwisseling ontstond met Esther Passaris, parlementslid voor Nairobi, liet Mbuvi screenshots lekken met berichten waarin zij hem vroeg haar campagnes te financieren.

    Met eenzelfde machiavellistische tactiek bestuurde Mbuvi Nairobi. Zijn kabinet moest op eieren lopen omdat hij wekelijks de samenstelling veranderde. Om iedereen in het gemeentehuis scherp te houden, zorgde Mbuvi ook dat alle hoge ambtenaren een tijdelijke functie kregen, zodat hij hen zonder enig probleem kon ontslaan, overplaatsen of degraderen. Hij regeerde enerzijds door angst en corruptie; anderzijds door chaos en verwarring. Alles leek te gaan zoals hij wilde.

    Toen hij de volledige controle leek te hebben, konden Mbuvi en zijn mannen doen wat ze maar wilden

    Toen hij de volledige controle leek te hebben, konden Mbuvi en zijn mannen doen wat ze maar wilden. Op een zaterdagochtend in april 2018 leken ze toch te ver te gaan. Een groep stevig gebouwde kleerkasten stormde Hotel Boulevard in het centrum van Nairobi binnen en verstoorde met veel geweld een persconferentie van de ingetogen Timothy Muriuki, een voormalig hoofd van de Nairobi Central Business District Association. Muriuki werd gezien als een onbeduidende criticaster die een lesje moest leren. De mannen takelden hem toe terwijl de journalisten zich uit de voeten maakten. De knokploeg, die er enkel op was gericht Muriuki de mond te snoeren en de pers uiteen te drijven, sleurde Muriuki het terrein af. Hij werd in een modderpoel geduwd en hij viel. Muriuki wist overeind te krabbelen en wilde wegrennen, waarop de aanvallers zijn jasje grepen en weer begonnen te slaan en te trappen. Muriuki wist te ontsnappen terwijl journalisten de bewakers van een naburig gebouw wisten over te halen hem een veilig heenkomen te bieden.

    Kenia’s deep state

    Toen de inwoners van Nairobi dit alles op social media zagen, realiseerden velen zich dat ze een stommiteit hadden begaan door Mbuvi met zijn umatatu te kiezen.

    De ambtenaren en zakenlieden die er niet in waren geslaagd hem uit het zadel te wippen, besloten een nieuwe poging te wagen. Ze probeerden gebruik te maken van Mbuvi’s paranoia. Uit angst dat het gemeentehuis werd afgeluisterd besloot Mbuvi Nairobi te besturen vanuit afwisselend een onopvallend pied-à-terre in de Upper Hill-buurt – een huis dat hij had omgebouwd tot kantoor – en zijn gigantische villa op een heuveltop in Mua Hills, vol opzichtig goud, midden in de buitenwijken van Nairobi.

    Mbuvi liet zijn kabinet bijeenkomen in deze privéwoningen. Mbuvi’s tegenstanders gebruikten de pers als spion en zo kwam de ene na de andere weinig lovende krantenkop uit, totdat Mbuvi uiteindelijk liet weten slachtoffer te zijn van Kenia’s deep state, gerund vanuit het kantoor van de president. Voor de zoveelste keer noemde hij minister Karanja Kibicho een marionettenspeler. De inkt van al deze schadelijke krantenberichten – dat hij dronk tijdens het werk, dat hij het gemeentehuis bestuurde als een maffiabaas, dat hij nooit naar zijn kabinet luisterde en dat hij bijna failliet was – was nog niet droog of de landelijke anticorruptie-eenheid sloeg toe. Verschillende van Mbuvi’s banktransacties werden als verdacht aangemerkt. Mbuvi liet in niet mis te verstane bewoordingen weten dat hij weliswaar in armoede was opgegroeid, maar dat hij geen pauper was. Hij zei handenwringend: ‘Als ik al mijn eigendomsakten te gelde maak, heb ik meer geld dan het jaarlijkse budget van heel Nairobi.’ Het budget van Nairobi voor de periode 2019-2020 bedroeg 320 miljoen dollar. Hij probeerde het publiek te bespelen, maar daarmee wist hij nog niet de autoriteiten af te schudden. Eind 2019 stond zijn arrestatie gepland.

    Op het moment dat Mbuvi op zijn zwakst was, besloot Kenyatta de genadeklap uit te delen

    Toen hij vernam dat hem verschillende aanklachten boven het hoofd hingen, van witwassen tot corruptie, nam Mbuvi de benen en probeerde zich schuil te houden in een van zijn huizen aan de kust. Zijn konvooi werd onderschept bij Voi, tussen Nairobi en Mombassa, en Mbuvi werd in een helikopter gewerkt en teruggevlogen naar de hoofdstad. Het machtsvertoon maakte iedereen duidelijk dat de voormalige matatukoning het opnam tegen niemand minder dan Kenyatta.

    Mbuvi moest een duizelingwekkende borgsom betalen, van 150.000 dollar, en de rechtbank legde hem een verbod op om het stadhuis te betreden totdat de zaak helemaal was afgehandeld. Op het moment dat Mbuvi op zijn zwakst was, besloot Kenyatta de genadeklap uit te delen.

    Op de avond van 24 februari 2020 kreeg Mbuvi het bericht dat hij zich moest melden op het State House, de officiële residentie van de president. Hij kwam twee uur te laat voor zijn afspraak van 6 uur ’s ochtends. Kenyatta was er niet meer. Toen Kenyatta die middag terugkwam, droeg hij Mbuvi op een aantal functies binnen het districtsbestuur van Nairobi over te dragen aan de landelijke overheid – onder meer functies met betrekking tot planning, gezondheid, transport, openbare werken, ondersteunende diensten en belastinginning. Als troost mocht Mbuvi aanblijven als gouverneur, zij het eentje zonder werkelijke macht. Om 4 uur ’s middags verscheen een duidelijk geslagen Mbuvi op een persconferentie met de president, waar hij deemoedig een document ondertekende waarmee hij afstand deed van zijn electorale mandaat.

    Afzettingsprocedure

    En zo was de grootste stad van Kenia, tevens de hoofdstad, van de ene op de andere dag zijn gekozen gouverneur kwijt en werd de stad geleid door een keiharde generaal. Ondanks zijn eerdere berusting kwam Mbuvi in opstand. Als gouverneur was Mbuvi de officiële ondertekenaar geweest van de rekeningen bij Nairobi County-bank, en nu weigerde hij geld over te maken naar gemeentelijke diensten. Kenyatta sloeg terug en zette een afzettingsprocedure in gang. Mbuvi greep terug op umatatu en liet een aanzienlijke groep leden van de County Assembly overvliegen naar de kust, zodat het stadsbestuur niet de vereiste hoeveelheid stemmen kon binnenhalen om hem af te zetten. Er doken video’s op van tientallen leden van de gemeenteraad, mannen en vrouwen, die dikke pakken geld toonden terwijl ze met Mbuvi feestvierden in een van zijn vele kustresorts. De gemeenteraad besloot echter dat vanwege het covid-protocol niet alle leden van de gemeenteraad lijfelijk hun stem hoefden uit te brengen. Dus de mensen aan de kust konden digitaal stemmen.

    Mbuvi werd vlak voor kerstmis 2020 afgezet. Een verbitterde en ongelovige Mbuvi, die zonder werk was komen te zitten en in ongenade was gevallen, ging in de aanval. Hij liet een telefoongesprek lekken waarin de jongere zus van de president, Christina Pratt, Mbuvi zou hebben geprobeerd over te halen haar vriend te benoemen als vicegouverneur.

    Vervolgens ging Mbuvi naar bijeenkomsten door het hele land, waar hij publiekelijk allerlei corruptieschandalen in de schoenen van de presidentiële familie schoof. Zijn aanvallen sorteerden effect en Kenyatta kon niet langer de schijn ophouden. Tijdens een bijeenkomst met andere leiders in de buurt van Mount Kenya, bekende hij dat hij zelf de hand had gehad in het afzetten van Mbuvi. ‘Ik heb geprobeerd mijn vriend te helpen… uiteindelijk sloeg hij dat aanbod af omdat hij zich wilde blijven verschuilen achter zijn zonnebril, wilde blijven opscheppen en blijven stelen… dus heb ik gezegd: als dat het geval is, scheiden onze wegen. Tegenwoordig is hij druk bezig mij zwart te maken. Ik heb niets tegen hem, maar Nairobi is nu in betere handen.’

    Mbuvi had ten onrechte gedacht dat hij en Kenyatta gelijken waren

    Een verhitte Mbuvi ging binnen een uur in de tegenaanval en sloeg een aloud Swahili-gezegde in de wind: usishandane na ndovu kunya, utapasuka msamba – een waarschuwing dat je nooit een wedstrijdje poepen moet doen met een olifant omdat jij dan je ingewanden scheurt. Mbuvi had ten onrechte gedacht dat hij en Kenyatta gelijken waren.

    ANP 433163533
    De Keniaanse DJ Slice draait in een tot luxueuze club omgebouwde matatu. – © ANP

    In februari sprak Mbuvi tijdens een demonstratie in Machakos. Hij liet Kenyatta’s speech door de luidsprekers horen en noemde de president vervolgens een dronkenlap met wie hij nog marihuana had gerookt. ‘Ik zal zijn naam niet noemen omdat hij me anders laat oppakken of vermoorden, dat is zijn probleem,’ zei Mbuvi. ‘Maar wat mijn vriend er niet bij vertelt is dat hij me heeft aangeraden die zonnebril op te zetten toen we samen marihuana rookten. Hij heeft me geleerd mijn bloeddoorlopen ogen te verbergen achter die bril als we hadden gerookt… van hem heb ik alles geleerd over zonnebrillen, drank en marihuana.’

    Mbuvi had in de ogen van de president nu dan toch eindelijk een grens overschreden met zijn umatatu. Hij werd achtenveertig uur later opgepakt en meer dan een maand vastgehouden op verdenking van terrorisme. De openbaar aanklager stelt dat Mbuvi een privéleger heeft dat een bedreiging vormt voor de nationale veiligheid.

    Umatatu had gunstig uitgepakt voor Mbuvi, totdat alles ineens anders was. En diegenen die hij had geprobeerd te verslaan – de zakenlieden en de politici van de oude stempel – waren hem te slim af geweest. De matatukoning was geveld. 

    Lees ook:

  • Mensenrechtenschendingen op theeplantages gelinkt aan Starbuck en Unilever

    Mensenrechtenschendingen op theeplantages gelinkt aan Starbuck en Unilever

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Chinese laboratoria verkopen ingrediënten fentanyl voor miljoenen in cryptovaluta

    » New Yorkse bodem zinkt door het gewicht van wolkenkrabbers

    De rechten van zo’n 13 miljoen arbeiders worden geschonden

    De wereldwijde thee-industrie worstelt niet alleen met de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne maar ook met een ander probleem: schendingen van mensenrechten op de plantages, aldus de New Yorkse nieuwswebsite Quartz. Volgens het Britse Business & Human Rights Resource Centre (BHRRC) zijn ongeveer 13 miljoen arbeiders op theeplantages in India, Sri Lanka, Bangladesh, Kenia, Oeganda en nog drieënveertig andere landen het slachtoffer van rechtenschendingen. De beschuldigingen omvatten schending van de vrijheid van vereniging, van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften, loonbetalingen en aantasting van de levensstandaard.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De productiekosten van thee zijn de afgelopen jaren gestegen, maar de prijzen zijn min of meer gelijk gebleven. ‘Beheerders van plantages proberen kosten te besparen in een steeds minder winstgevende sector. Daardoor is er sprake van een groeiende trend om gebruik te maken van tijdelijke contracten, koppelbazen en andere onzekere arbeidsomstandigheden,’ aldus het BHRRC-rapport. ‘Werknemers zijn daardoor kwetsbaarder voor allerlei vormen van misbruik, waaronder seksuele uitbuiting en schendingen van gezondheid en veiligheid. Het is moeilijker voor werknemers om zich bij een vakbond aan te sluiten.’

    Bedrijven als Starbucks, Unilever, Marks & Spencer, Twinings, en het in Nederland gevestigde Ekaterra betrekken hun thee van plantages waar zevenenveertig van de zeventig gesignaleerde mensenrechtenschendingen hebben plaatsgevonden. Deze bedrijven tonen volgens het rapport ‘weinig betrokkenheid bij de leveranciers om de effecten voor werknemers te verzachten’.

    Lees ook:

  • AI pikt werk in van Kenianen die essays schrijven voor Amerikaanse studenten

    AI pikt werk in van Kenianen die essays schrijven voor Amerikaanse studenten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël viert 75-jarig bestaan te midden van massale protesten

    » Historische poging van Japanse start-up om op de maan te landen mislukt

    Zo’n 90 procent van de studenten maakt gebruik van ChatGPT

    Kenia is een belangrijke hub voor de huiswerkfraude-industrie: freelancers die Amerikaanse studenten helpen met het schrijven van essays en het maken van huiswerk, schrijft Rest of World. De opkomst van AI-tools zoals ChatGPT vermindert de inkomsten van Kenianen die betrokken zijn bij deze vorm van ghostwriting.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zo sprak de techwebsite met Collins, een zeventwintigjarige Keniaanse ghostwriter voor Amerikaanse studenten. In 2022 verdiende hij nog tussen de 900 en 1200 dollar per maand met zijn werk, inmiddels is dat bedrag gedaald naar 500 tot 800 dollar per maand. Collins brengt dit in verband met de razendsnelle opkomst van ChatGPT en andere generatieve AI-tools.

    In januari 2023 ondervroeg online leerplatform Study meer dan duizend Amerikaanse studenten en meer dan honderd ouders/verzorgers. Zo’n 89 procent van de studenten zei ChatGPT te hebben gebruikt voor hulp bij een huiswerkopdracht. Bijna de helft gaf toe ChatGPT te hebben gebruikt voor een thuistoets, 53 procent had het gebruikt voor het schrijven van een essay, en 22 procent voor het maken van de opzet van een essay.

    Lees ook:

  • Keniaanse politie vindt lichamen van tientallen sekteleden

    Keniaanse politie vindt lichamen van tientallen sekteleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Peruaanse oud-president Toledo uitgeleverd aan Peru

    » Diplomaten en buitenlanders geëvacueerd uit Soedan

    De sekteleden zouden zichzelf hebben uitgehongerd

    In het oosten van Kenia heeft de politie dit weekend de lichamen van tientallen mensen gevonden die vermoedelijk lid waren van een sekte. Dat schrijft persbureau AFP. Inmiddels zijn zevenenveertig lichamen gevonden, een aantal dat mogelijk nog oploopt aangezien autoriteiten op meerdere plekken graven en zoeken.

    Volgens de politie zouden er nog levende leden van de sekte verstopt zitten in een nabijgelegen bosgebied. Militairen zijn momenteel naar hen op zoek. Daarnaast is er een arrestatiebevel uitgevaardigd tegen de leider van de sekte, aangezien hij zijn sekteleden zou hebben aangemoedigd te vasten en zichzelf uit te hongeren om met Jezus in contact te komen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een mensenrechtenorganisatie die samenwerkt met de autoriteiten zegt dat leden van de sekte zo geïndoctrineerd waren dat ze weigerden te eten nadat de autoriteiten hen meenamen, ook al waren ze er fysiek zeer slecht aan toe. ‘Toen [een van de slachtoffers] hier werd gebracht, weigerde ze eerste hulp en hield haar mond stevig dicht, ze wilde doorgaan met vasten tot ze stierf,’ vertelde een medewerker van de organisatie aan AFP.

    Lees ook:

  • Afrika getroffen door ‘beangstigende’ cholera-epidemie

    Afrika getroffen door ‘beangstigende’ cholera-epidemie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Polen krijgt geen aardolie meer van Rusland

    » De VS en Canada verbieden ambtenaren om TikTok te gebruiken

    Vaccintekort is grote oorzaak

    Verschillende Afrikaanse landen kampen momenteel met een cholera-uitbraak. Afrika kent een ‘exponentiële toename van het aantal choleragevallen’, waarschuwde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op 9 februari. ‘Het adjectief “exponentieel” is beangstigend, aangezien tien Afrikaanse landen te kampen hebben met epidemieën van uiteenlopende omvang’, schrijft Le Monde. Alleen al in januari ligt het aantal cholerabesmettingen in Afrika op ‘al meer dan 30 procent van het totale aantal geregistreerde gevallen voor heel 2022’, aldus de WHO.

    Terwijl in het westen momenteel alleen Nigeria en Kameroen zijn getroffen, hebben Centraal- en Oost-Afrika meer te lijden: de Democratische Republiek Congo (DRC), Burundi, Kenia, Ethiopië, Somalië, Mozambique, Zambia – en vooral Malawi.

    Een overgrote meerderheid van de farmaceutische industrie beschouwt het choleravaccin als onrendabel

    Dat Zuid-Afrikaanse land met twintig miljoen inwoners is alleen al goed voor bijna de helft van de besmettingen op het continent, met 49.207 gemelde gevallen en 1564 doden sinds maart 2022. Begin december omschreef de regering van Malawi de epidemie als een noodsituatie.

    Volgens Marion Pechayre, missiehoofd in Malawi voor Artsen zonder Grenzen, is de ergste cholera-epidemie in de geschiedenis van het land ontstaan door een gebrek aan toegang tot schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen. Malawi is het armste land ter wereld waar geen oorlog is.

    Ook is het tekort aan choleravaccins een groot probleem, zei Pechayre tegen Le Monde. Een overgrote meerderheid van de farmaceutische industrie beschouwt dit vaccin als onrendabel.

    Lees ook:

  • Kenia: verliezer Odinga verwerpt uitslag presidentsverkiezingen

    Kenia: verliezer Odinga verwerpt uitslag presidentsverkiezingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » Klimaatzaak: jonge Portugezen dagen 32 Europese landen voor de rechter

    » Myanmar: zes jaar extra gevangenis voor Aung San Suu Kyi

    Odinga wil uitslag aanvechten via de rechter

    De Keniaanse presidentskandidaat Raila Odinga heeft dinsdag de uitslag van de presidentsverkiezingen van 9 augustus verworpen en het proces een ‘aanfluiting’ genoemd. De kiescommissie heeft zijn rivaal William Ruto maandag tot winnaar uitgeroepen met 7.176.141 stemmen (50,45 procent). Daarmee versloeg hij Odinga, die 6.942.930 stemmen (48,85 procent) kreeg, meldde The EastAfrican.

    Volgens de krant heeft Odinga er bij zijn aanhangers op aangedrongen de rust en kalmte te bewaren terwijl hij alle juridische mogelijkheden die hem ter beschikking staan onderzoekt. Het is de vierde keer op rij dat Odinga de uitslag van een presidentsverkiezing heeft verworpen.

    Lees ook:

  • Wetenschappers: kameleons kleuren feller in omgeving zonder natuurlijke vijanden

    Wetenschappers: kameleons kleuren feller in omgeving zonder natuurlijke vijanden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VN-onderzoek: Israëlische leger doodde Al Jazeera-journalist Shireen Abu Akleh

    » Pakistan heeft vermoedelijk brein achter aanslagen Mumbai gearresteerd

    Fellere kleuren zijn voorbeeld van snelle evolutie

    Kameleons kleuren feller als ze zich in een omgeving bevinden zonder natuurlijke vijanden. Dat blijkt uit een studie die Science Advances publiceerde en waarvan Daily Maverick melding maakt. De soort die werd onderzocht is de Oost-Afrikaanse driehoornkameleon (Triocerus j. Xantholophus), die in de jaren zeventig per ongeluk op Hawaï terechtkwam.

    De studie laat zien dat de Hawaiiaanse kameleons veel feller gekleurde sociale signalen afgeven dan hun soortgenoten in de oorspronkelijke leefgebieden in Kenia. De oorzaak is de afwezigheid van roofvogels en slangen, die het op kameleons gemunt hebben. De studie noemt dit een voorbeeld van snelle evolutie.

    In het dierenrijk kunnen felle kleuren de aandacht trekken van roofdieren met scherpe ogen

    In het dierenrijk kunnen felle kleuren de aandacht trekken van roofdieren met scherpe ogen. Dat vermindert de overlevingskans en reproductieve geschiktheid. Wanneer vervolgens het voortbestaan van de soort wordt bedreigd, werkt natuurlijke selectie als een rem. De kameleons worden in hun zichtbare delen minder fel gekleurd, terwijl de felle kleuren alleen nog te zien zijn op lichaamsdelen die minder zichtbaar zijn voor roofdieren.

    Omgekeerd zorgen felle kleuren ervoor dat de conditie van de soort beter wordt. Hoe helderder en kleurrijker de mannetjes, hoe aantrekkelijker ze worden voor de vrouwtjes en hoe gemakkelijker ze kunnen winnen van hun rivalen.

    Lees ook:

  • Keniaanse overheid wijt onrust op scholen aan drugsgebruik

    Keniaanse overheid wijt onrust op scholen aan drugsgebruik

    Op sommige scholen en internaten in Kenia worden sinds enige tijd leerlingen getest op drugsgebruik. De stap volgt op eerdere conflicten tussen studenten en overheid. De Keniaanse pers is verdeeld en roept op om toch vooral de dialoog tussen betrokkenen te herstellen.

    Vorige maand publiceerde 360 Magazine een artikel over boze leerlingen in Kenia die hun scholen en internaten in brand steken uit onvrede over het corrupte, rigide en ongelijke onderwijs waar ze dagelijks mee te maken hebben. Die storm van onvrede is allesbehalve gaan liggen. De scholen zijn weer begonnen en het land blijft zich verwonderen over de crisis die de onderwijssector op zijn grondvesten doet schudden.

    In de hoop de problemen aan te pakken is een van de stappen die wordt ondersteund door de minister van Onderwijs om studenten drugstesten te laten ondergaan. De Keniaanse pers reageert er wisselend op.

    Het dagblad Nation ziet wel wat in zitten in dat voorstel en noemt het in een hoofdredactioneel commentaar een ‘veilige manier’ om een einde te maken aan de excessen op de scholen. De krant weigert de branden te zien als een vorm van protest en stelt dat ‘de studenten maar al te goed weten dat hun ouders hoge boetes zullen moeten betalen om de schade aan de scholen te herstellen’. De krant is ervan overtuigd dat ‘drugsmisbruik een sleutelfactor is rond de problemen met de studenten’.

    ‘In belangrijke mate vernielen jonge criminelen de hun ter beschikking gestelde infrastructuur onder invloed van harddrugs of alcohol’. Marihuana, cocaïne en heroïne zouden volgens de krant ‘gemakkelijk verkrijgbaar zijn in scholen, kantines en bars’. Drugtests zullen scholen helpen ‘ontregelde studenten te identificeren’, waarna ze kunnen worden geïsoleerd en onder toezicht worden gesteld, waardoor de instellingen weer goed kunnen functioneren, aldus het dagblad.

    Gedwongen testen

    Sommige scholen zijn al begonnen met het uitvoeren van tests, maar er gaan veel stemmen op tegen die aanpak. ‘Ouders, docenten, advocaten en psychologen hebben laten weten geschokt te zijn over het gedwongen testen van leerlingen’, meldt The Standard, en voegt daaraan toe dat tegen het testen beroep kan worden aangetekend bij de rechtbank. De krant citeert een advocaat die bevestigt dat deze verplichte testen het recht op privacy van studenten schenden. Een psycholoog zet vraagtekens bij het gesuggereerde verband tussen drugsgebruik en het opstandige gedrag van leerlingen.

    Volgens Nation zoekt een vakbond van schoolhoofden via heel andere wegen naar oplossingen. De vakbond roept op kostscholen af te schaffen en om te bouwen tot dagscholen, zodat ‘ouders betrokken worden bij de opvoeding van hun kinderen’. De vakbond ziet overvolle scholen als een belangrijke factor in de toename van brandstichtingen in de afgelopen maanden.

    Half december opperde Teresa Wasonga, een onderzoeker die is verbonden aan de Universiteit van Northern-Illinois in de VS, in The Standard dat ‘de geweldsuitbarstingen van studenten een reactie is op de onderdrukkende en vernederende omstandigheden op kostscholen’.

    ‘Zoals in de meeste landen in Afrika ten zuiden van de Sahara, zijn kostscholen in Kenia populair bij ouders die traditioneel het geloof koesteren dat ze kwalitatief goed onderwijs bieden in vergelijking met gewone middelbare scholen’, aldus The Standard. Maar in werkelijkheid, meent Teresa Wasonga, zijn deze instellingen opgezadeld met een koloniale erfenis die onder meer wordt gekenmerkt door autoritarisme, geweld en een strikte opvatting van discipline. Ondanks dat lijfstraffen bij wet verboden zijn, worden veel studenten nog steeds geslagen door onderwijzend personeel, zegt Wasonga.

    ‘De enige “oplossing” die tot nu toe werd gesuggereerd (…) is de terugkeer van lijfstraffen’

    Tot schrik en wanhoop van het dagblad The Star is een oproep tot officiële herinvoering van lijfstraffen het debat binnengeslopen. ‘De schoolbranden in het hele land hebben miljoenen gekost, maar de enige “oplossing” die tot nu toe werd gesuggereerd door onderwijsbestuurders, is de terugkeer van lijfstraffen.’ De krant betreurt het dat niemand die toeziet op het onderwijs geneigd lijkt te zijn om de daadwerkelijke oorzaken van de brandstichtingen te onderzoeken.

    ‘Sommige schoolhoofden runnen hun scholen als militaire kazernes waar studenten niets te zeggen hebben, ondanks het bestaan van gekozen studentenraden. Studenten zijn veranderd in robots waarvan wordt verwacht dat ze zes dagen per week lange studiedagen maken en alleen op zondag rusten. Dezelfde studenten zijn ondervoed of krijgen heel slecht eten aangeboden en ze mogen geen recreatieve activiteiten ondernemen zoals tv-kijken, dansen of sporten’, schrijft de krant gealarmeerd. Om de onrust op de scholen te bestrijden ziet de krant daarom veel meer heil in het betrekken van leerlingen bij de besluitvorming.

    Maar dat is niet de weg die de Keniaanse regering in lijkt te willen slaan. Minister van Onderwijs George Mahoga heeft al meerdere keren opgeroepen tot harde maatregelen tegen ‘criminelen’ die brand stichten op scholen.

    ‘Lijfstraffen noch gespierde taal zullen de discipline op scholen terugbrengen’

    ‘Het ministerie van Onderwijs heeft jarenlang dezelfde strategieën toegepast zonder het systeem te verbeteren. Het ministerie vertrouwt op dwang en dreigende taal richting schoolhoofden, leraren, studenten en zelfs ouders’, stelt Nation vast. Volgens het dagblad ligt dergelijk top-downbeheer, waarbij niet wordt gekeken naar noden van de belangrijkste betrokkenen, ten grondslag aan de angst en demotivatie die leeft bij onderwijzers, ouders en leerlingen.

    Net als The Star pleit Nation voor dialoog en is de krant van mening dat ‘het echte probleem ligt bij het ministerie van Onderwijs en zijn instanties’. ‘Lijfstraffen noch gespierde taal zullen de discipline op scholen terugbrengen. De uitdrukking “straffen is een gemakzuchtige aanpak van ongedisciplineerdheid”, bestaat niet voor niets’, zo concludeert het dagblad.

    Lees ook:

  • Uit protest steken Keniaanse leerlingen hun school in brand

    Uit protest steken Keniaanse leerlingen hun school in brand

    Leerlingen in Kenia uiten massaal hun onvrede over het corrupte, rigide en ongelijke onderwijs dat ze dagelijks ervaren. Sinds de scholen weer opengingen werden al ruim 65 kostscholen in brand gestoken. Een andere manier om de aandacht te trekken zien ze niet. ‘Dit is Kenia; niemand kijkt in de ideeënbus.’

    Toen de pandemie in 2020 toesloeg, maakten leerlingen, ouders en opvoeders in Kenia zich zorgen over de gevolgen van de schoolsluitingen voor het welzijn en de vorderingen van de kinderen. Nadat de sluitingen begin 2021 werden opgeheven, werd de grootste zorg of leerlingen opnieuw hun scholen in brand zouden steken.

    En die zorg was niet ongegrond, aldus Elizabeth Cooper, universitair docent Internationale Studies aan de Simon Fraser University. Haar boek Burning Ambition: Education, Arson, and Learning Justice in Kenya, over onderwijs en schoolbranden in Kenia, wordt komend jaar gepubliceerd.

    In een artikel voor African Arguments schrijft Cooper: ‘In de eerste maand dat de scholen weer open waren, staken leerlingen in Kenia minstens vijfentwintig middelbare kostscholen in brand. In oktober en november werden er nog eens ten minste veertig scholen getroffen door brandstichting. Tragisch genoeg is één leerling omgekomen bij een van de branden van dit jaar.’

    Elk jaar worden tientallen pogingen tot brandstichting ondernomen

    ‘Honderden anderen kregen de schrik van hun leven toen ze wakker werden en hun slaapzalen in brand zagen staan, hun persoonlijke bezittingen zagen afbranden en door de autoriteiten bedreigd werden om verantwoordelijkheid te bekennen. Tientallen middelbare scholieren zijn gearresteerd en wachten op mogelijke strafvervolging. Diverse scholen zijn gesloten in afwachting van nieuwe financiële middelen (voornamelijk afkomstig van ouders) om beschadigde gebouwen te herstellen.’

    Natuurlijk is elke vorm van brandstichting angstaanjagend, schrijft Cooper, maar de trend van schoolbranden in Kenia noemt ze ‘niet langer schokkend’, gezien de frequentie. Volgens haar onderzoek, gebaseerd op berichten van de overheid en in de media, vonden er tussen 2008 en 2018 minstens zevenhonderdvijftig pogingen tot brandstichting plaats op Keniaanse middelbare kostscholen. De hoeveelheid per jaar verschilde, met als hoogtepunt 2016 toen er sprake was van 239 brandstichtingen, maar elk jaar worden er tientallen pogingen ondernomen.

    Oorzaken

    Cooper las ook elk jaar weer ‘een stortvloed van analyses’ over de oorzaken van deze branden. Zo deed een parlementaire commissie in 2008 onderzoek naar de onrust onder middelbare scholieren, waarbij drieëndertig openbare hoorzittingen werden gehouden waar duizenden Kenianen aan deelnamen. Tijdens onderzoek door een andere parlementaire commissie in 2016 werden mensen op zevenennegentig scholen ondervraagd.

    De factoren en verklaringen die in die onderzoeken werden genoemd gingen volgens Cooper alle kanten op. In het rapport dat verscheen na het onderzoek van 2008 bijvoorbeeld werden maar liefst negenenveertig ‘mogelijke hoofdoorzaken’ genoemd en honderdenvierentwintig aanbevelingen gedaan.

    Ook de commissie van 2016 somde een reeks van oorzaken op, aldus de Keniaanse krant The Standard: ongedisciplineerd gedrag van studenten, alcohol- en drugsmisbruik, druk van medeleerlingen, wanbeheer op school, opstoppingen in slaapzalen, te veel examens, criminele bendes, tribalisme, slechte opvoeding, invloed van sociale media en sensationele berichtgeving in de media.

    ‘Keniaanse leerlingen gaan tot brandstichting over omdat ze geen andere middelen hebben om hun grieven te uiten’

    ‘Ik heb sinds 2013 onderzoek gedaan in Keniaanse internaten, waarbij ik tientallen leerlingen, oud-leerlingen, leraren en directeuren heb geïnterviewd’, schrijft Cooper. ‘Deze instellingen richten zich voornamelijk op examenvoorbereiding, en dat vertaalt zich vaak in beruchte rigide en pijnlijke omstandigheden voor leerlingen. Dit is niet uniek voor Kenia, maar bijna iedereen met wie ik sprak, erkende dat Keniaanse leerlingen tot brandstichting overgaan omdat ze geen andere middelen hebben om hun grieven te uiten.’

    Cooper verwijst naar de simpele uitleg van een van de studenten die ze sprak: ‘Er is een ideeënbus, maar weet je, dit is Kenia; niemand kijkt in de ideeënbus.’ Een ander vertelde haar: ‘Je begint met de ideeënbus. Maar als ze dan weigeren te reageren, ga je over op een andere tactiek, zoals een rel. En als dat niet werkt, dan een brand. Dan worden ze het wel met ons eens dat ze iets moeten gaan ondernemen.’

    Een vijandige overheid

    Middelbare scholieren zijn over veel dingen ontevreden, schrijft Cooper. ‘Ze grijpen naar brandstichting omdat ze denken dat het hun enige optie is om serieus genomen te worden. Toch is de typische reactie van de regering op schoolbranden het intensiveren van discipline en straffen. Jarenlang hebben ministers van Onderwijs ultimatums gesteld, leerlingen “primitief” genoemd, of “hooligans”, en gezworen hen “hard aan te pakken” met strengere straffen.’

    Dat leidde volgens Cooper ook tot uitspraken van ‘grote mannen’, zoals de huidige minister van Onderwijs, die pleit voor toestemming om studenten te slaan. ‘Het hele jaar al haalt George Magoha de kranten door te verklaren dat hij “de stok wil terugbrengen”. Hij stelt dat “we leraren de macht moeten geven om te straffen” omdat er kinderen zijn “die horens hebben gekweekt”.’

    Lees ook:

    Met dergelijke retoriek sluit je de mogelijkheid uit om de daden van studenten serieus te nemen, stelt Cooper. Door studenten weg te zetten als slecht en irrationeel, proberen politici zichzelf te vrijwaren van elke vorm van verantwoordelijkheid voor de boze, uit wanhoop geboren acties van studenten. Ze citeert met instemming wetenschapper Wandia Njoya: ‘Het geweld tegen kinderen wordt vaak toegeschreven aan de kinderen zelf, waardoor Keniaanse volwassenen de realiteit kunnen ontlopen dat het echte probleem het schoolsysteem is.’ Bovendien, voegt Cooper eraan toe, kunnen politici door deze beschuldiging aan het adres van ‘onhandelbare’ leerlingen, zich voordoen als de ordehandhavers van het land.

    ‘Jonge Kenianen moet geleerd worden dat geweld niet de enige manier is om invloed uit te oefenen’

    Om het probleem van de schoolbranden aan te pakken, zal de regering harder zijn best moeten doen, betoogt Cooper. Daadwerkelijk luisteren, medeleven tonen, kritisch denken en systematische hervormingen doorvoeren zijn volgens haar hard nodig om het probleem aan te pakken van ‘de bestraffende logica van kostscholen die Kenia’s intens concurrerende onderwijssysteem voortbrengt. Ze zijn nodig om jonge Kenianen te laten zien dat geweld niet de enige manier is om invloed te verwerven in het openbare leven.’

    Cooper signaleert wel wat tekenen die op verandering zouden kunnen wijzen. ‘Ten eerste gaan er steeds meer stemmen op om de kostscholen geleidelijk af te schaffen, hoewel Magoha heeft gezegd dat deze mogelijkheid “op dit moment geen punt van discussie is”. Ten tweede is de regering bezig met de invoering van een nieuw “competentiegericht curriculum” dat naar eigen zeggen meer op de leerling gericht zal zijn.’ Verwijzend naar de argumenten van onderwijsexperts en ouders, heeft Cooper daar zo haar vraagtekens bij: ‘Deze veranderingen lijken er eerder toe te leiden dat het onderwijs nog minder rechtvaardig wordt naarmate er meer mogelijkheden voor privatisering binnensluipen.’

    Misschien is er na die honderden schoolbranden verandering op til, schrijft Cooper. Maar ze wijst er wel op dat de status quo eigenlijk prima werkt voor degenen die in Kenia aan de top zitten, met ‘een onderwijssysteem dat georganiseerd is rond felle concurrentie en ongelijke kansen’. Voor ‘een hiërarchische en dwingende manier van regeren die de aspiraties van de burgers indamt’ is het dan heel handig om ‘onhandelbare studenten’ als eeuwige zondebok aan te wijzen en zo ‘de legitimiteit van disciplinair handelen te versterken’.

    Lees ook: