Zeker drie journalisten zouden slachtoffer zijn geworden
Sinds de oorlog in Oekraïne zijn meerdere Russische journalisten en activisten, die het land vanwege de toenemende repressie verlieten, slachtoffer geworden van vergiftigingen. Dat schrijft The Insider. De vergiftigingen vonden elders in Europa plaats, toen de Russen al gevlucht waren.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens The Insider werd Jelena Kostjoetsjenko, journalist voor Novaya Gazeta en Meduza, vergiftigd in München en werd een week later Irina Bablojan, journalist bij Echo Moskvj, in Tbilisi opgenomen met bijna identieke symptomen. In het voorjaar werd Natalja Arno, hoofd van de Stichting Vrij Rusland, vergiftigd met een neurotoxische stof.
Wie er achter de vergiftigingen zit, is niet bekend. De symptomen werden voorgelegd aan artsen die experts zijn op het gebied van giftige stoffen, onder wie een chemischwapenexpert die werkt voor de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens en een Russische wetenschapper die werkt in een geheim programma voor de ontwikkeling van giftige stoffen. Zij benadrukken dat de acties waarschijnlijk het werk zijn van Russische agenten.
Wie heeft oppositieleider Vitali Sjisjov vermoord?
Vitali Sjisjov, voorman van de ngo Belarussisch Huis in Oekraïne, een organisatie die mensen ondersteunt die het regime van Aleksander Loekasjenka zijn ontvlucht, is op dinsdag 3 augustus opgehangen aangetroffen in een park in Kiev.
In een interview met de Russische krant Moskovski Komsomolets zegt voormalig lid van de Belarussische geheime dienst Igor Makar dat de Belarussische KGB ‘een speciale operatie, genaamd Trest, heeft opgezet om tegenstanders van het regime van Aleksander Loekasjenka te ontvoeren en te liquideren’.
’De sporen van de moord op Sjisjov leiden naar Minsk’, concludeert de deskundige. Operatie Trest ‘wordt uitgevoerd in verschillende landen – Oekraïne, Polen, Litouwen, Letland, Estland en Rusland’, aldus Igor Makar, die eraan toevoegt dat ‘in westerse landen een hele infrastructuur van geheim agenten wordt opgezet’.
Volgens Makar verleende Vitali Sjisjov ‘rechtsbijstand aan Belarussische politieke vluchtelingen, organiseerde hij demonstraties tegen Loekasjenka in Kiev en verenigde hij de Belarussische diaspora in Oekraïne. Dat is de reden dat hij publiekelijk werd vermoord.’
‘Sjisjov is niet de eerste Belarussische tegenstander die opgehangen is aangetroffen’
De liberale Russische krant Novaja Gazeta deelt dit pacifistische beeld niet: ‘Hij ontmaskerde Loekasjenka’s agenten van de geheime dienst [in Oekraïne]’ en ‘in juni maakte hij een account aan op [het sociale netwerk] Telegram om informatie te verzamelen over Belarussische KGB-agenten die buiten Belarus werkten’.
De Moskouse krant Kommersant brengt in herinnering dat Vitali Sjisjov ‘niet de eerste Belarussische tegenstander is die opgehangen is aangetroffen’: op 18 augustus 2020 werd Konstantin Sjisjmakov, museumdirecteur en lid van een plaatselijke verkiezingscommissie die weigerde het definitieve stemprotocol te ondertekenen, op dezelfde manier vermoord, op 22 augustus trof Nikita Kravtsov, een actief deelnemer aan de protesten na de verkiezingen tegen president Loekasjenka, hetzelfde lot. In 2010 werd Oleg Babenin, oprichter van Khartia-97, een mediakanaal van de oppositie, dood gevonden in zijn datsja, eveneens door ophanging.
Voor Makar is het duidelijk: ‘De moorden hebben allemaal dezelfde signatuur, het zijn dezelfde mensen, dezelfde namen.’ Degenen die ‘tegen het regime van Loekasjenka strijden, moeten aan hun veiligheid denken’.
Oekraïense radicalen
De Russische onlinekrant Pravda.ru meent dat Minsk ‘weinig behoefte heeft aan een verdere verslechtering van de betrekkingen met het Westen’ en ‘een nieuwe reeks sancties’. De krant roept op tot het zoeken naar ‘de vermeende moordenaars van Sjisjov onder zijn medestanders – Oekraïense radicalen en de Oekraïense geheime dienst’.
‘Belarussische radicalen zijn in groten getale aanwezig in Oekraïne en het Belarussische Huis in Oekraïne, de vereniging die is opgericht en wordt voorgezeten door Sjisjov, is hun coördinatiepunt’, analyseert politicoloog Aleksej Dzermant. Volgens hem had Sjisjov ‘banden met het extreemrechtse Oekraïense Azov-bataljon’ (een paramilitaire eenheid) en was hij wellicht ‘slachtoffer van een afrekening, ook op financieel gebied, binnen deze organisatie’.
‘Kan Oekraïne nog steeds kan worden beschouwd als veilig gebied voor Belarussische vluchtelingen?’
Het Russische dagblad Nezavissimaya Gazeta vraagt zich af of ‘de Oekraïense president Volodymyr Zelensky de situatie in zijn land onder controle heeft‘ en of ’Oekraïne nog steeds kan worden beschouwd als veilig gebied voor Belarussische politieke vluchtelingen’.
Of Sjisjov het slachtoffer is van de Belarussische geheime dienst of van Oekraïense radicalen, zal onderzoek moeten uitwijzen. Maar het motief en de manier waarop Sjisjov aan zijn einde kwam lijken te wijzen in de richting van de KGB.
Italië registreert 2040 gevallen van mensensmokkel
Italië registreerde vorig jaar 2.040 gevallen van mensenhandel, volgens een rapport van Save the Children. In 105 gevallen ging het om kinderen en ongeveer 80 procent van de gevallen betrof vrouwen en meisjes. Volgens Save the Children worden momenteel ongeveer 190 vrouwen met 226 kinderen opgevangen binnen het Italiaanse beschermingssysteem, schrijft ANSA.
‘Dit zijn vaak kinderen van alleenstaande meisjes die zijn bedrogen, verkocht, ontvoerd en die op weg naar Europa zijn gemarteld en verkracht’, aldus Save the Children Italië. Volgens het rapport heeft de pandemie het moeilijker gemaakt om criminele bendes op te sporen die hun slachtoffers dwingen tot prostitutie, drugsmokkel of dwangarbeid.
Migranten brengen het Spaanse platteland tot leven
Dankzij een programma dat ontvolkte plattelandsgebieden in Spanje probeert nieuw leven in te blazen, leidt een gevlucht Colombiaans gezin met twee kinderen nu een rustig leven in een dorpje in de Noord-Spaanse provincie León. Het gezin verruilde de Colombiaanse stad Cali, met een bevolking van drie miljoen, voor het dorp Brañuelas, dat tweehonderd inwoners telt.
Het project Nuevo Comienzo beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken
Ze arriveerden in december 2019 in Spanje en vroegen asiel aan om te voorkomen dat ze terug moesten naar Colombia, waar de FARC hun land opeiste. Aanvankelijk liepen ze tegen een bureaucratische muur op, schrijft El País. Totdat ze hoorden van Nuevo Comienzo (‘Nieuw Begin’), een project van de provinciale overheid en verschillende instanties, dat beoogt migranten naar leeglopende gebieden te trekken. Als de Colombianen naar het afgelegen dorp verhuisden, zouden ze werk krijgen, hulp bij huisvesting en zouden hun kinderen worden toegelaten tot het Spaanse schoolsysteem. In ruil daarvoor zou Brañuelas nieuwe inwoners krijgen en genoeg leerlingen om een nieuwe schoolklas te kunnen samenstellen.
Burgemeester Carolina López van de sociaal-democratische PSOE hoopt dat de aanwas leidt tot beter vervoer en betere telefoon- en internetverbindingen. Astorga, de dichtstbijzijnde grote gemeente waar wordt gevaccineerd en waar medische zorg is, is slecht bereikbaar vanuit Brañuelas. Met de auto is het veertig minuten rijden, maar met het openbaar vervoer duurt het vanwege belabberde busverbindingen een hele dag.
Andere leeglopende regio’s in Spanje, zoals Guadalajara, beginnen nu ook met soortgelijke programma’s.
Jack Barsky groeide op in Oost-Duitsland en liet zijn moeder, broer, vrouw en zoon in de steek om te gaan spioneren voor de KGB. In de VS stichtte hij een tweede gezin. Hij waande zich slimmer dan wie ook – tot alles in elkaar donderde. The Guardian sprak de voormalig geheim agent na zijn carrière.
Keuze uit ons archief
Onlangs bleek uit inlichtingen van de Tsjechische autoriteiten en onderzoek van Bellingcat dat KGB-agenten betrokken waren bij een explosie in een Tsjechisch wapendepot in 2014, waarbij twee doden vielen. Dit interview uit The Guardian met voormalig geheim agent Albert Dittrich, alias Jack Barsky, laat zien hoe de Russische inlichtingendienst in de nadagen van de Sovjet-Unie opereerde.
Intrigerend aan het beeld van de KGB dat naar voren komt, zijn zowel de grondige voorbereiding en de complexe communicatiekanalen, als het amateurisme en de gebrekkige kennis over de grote vijand: de VS.
Dit artikel verscheen eerder in nummer 115 van 360 Magazine, februari 2017.
Op een koude decemberochtend in 1988 neemt Jack Barsky net als anders de metro naar zijn werk op Madison Avenue in Manhattan, nadat hij in Queens zijn vrouw en dochtertje gedag heeft gezegd. Op het moment dat hij het metrostation inloopt, registreert hij met een schok iets opmerkelijks: een klodder rode verf op een stalen balk. Barsky is al jarenlang gespitst op dit teken: het wil zeggen dat hij een ongekend ingrijpende beslissing moet nemen, en snel ook.
Barsky weet wat er staat te gebeuren. De rode verf is een waarschuwing dat hij in direct gevaar verkeert, dat hij als een speer geld en nooddocumenten moet ophalen op een vooraf afgesproken plek. Vervolgens zal hij de grens met Canada overgaan en contact opnemen met de Russische ambassade in Toronto. Hij zal het land uit worden gesmokkeld. Hij zal niet langer Jack Barsky zijn. De Amerikaanse identiteit die hij zich tien jaar eerder heeft aangemeten zal als sneeuw voor de zon verdwijnen en hij zal terugkeren naar zijn eerdere bestaan: dat van Albrecht Dittrich, een scheikundige en KGB-agent, een man met een vrouw en een zeven jaar oud zoontje, die geduldig op hem wachten in Oost-Duitsland.
Barsky denkt aan zijn Amerikaanse dochtertje, Chelsea: kan hij haar echt in de steek laten? Maar als hij dat niet doet, hoelang zal hij dan uit handen weten te blijven van zowel de KGB als de Amerikaanse contraspionagediensten?
Barsky geeft eerlijk toe dat ego en een romantisch beeld van het leven als spion een veel grotere rol speelden bij zijn beslissing dan ideologische overwegingen
Nu, op een ongebruikelijk warme middag in januari, komt Barsky mijn hotel binnenlopen in Atlanta, de hoofdstad van de staat Georgia. Hij drukt me stevig de hand. Barsky is inmiddels 67 en hij leeft al zo’n dertig jaar een min of meer doorsneebestaan. Maar de jaren die hij undercover heeft geleefd hebben hun tol geëist, zowel van hem als van zijn naasten. Pas onlangs heeft hij in het reine kunnen komen met zijn verleden.
Het was een ongekende opluchting toen hij eindelijk de waarheid kon vertellen, zegt Barsky. ‘Al die jaren zat er hier een klein mannetje,’ zegt hij, waarbij hij wijst naar het peper-en-zoutkleurige haar dat met een scheiding over zijn schedel is gekamd. ‘Dat hield voortdurend alles wat ik zei heel scherp in de gaten, en maakte me duidelijk dat sommige onderwerpen verboden terrein waren. Ineens was dat mannetje omgelegd, en dat voelde als een explosie.’ Tegenwoordig is Barsky iemand die geanimeerd praat, die nauwelijks aansporing nodig heeft.
‘Het is bijna alsof het over iemand anders gaat. Maar het gaat over mij’
Barsky’s verhaal is ineens weer actueel, en maakt duidelijk hoe ver de Russen tijdens de Koude Oorlog bereid waren te gaan teneinde agenten in vijandelijk gebied te stationeren. Van hacking was toen nog geen sprake, en het was veel ingewikkelder om heen en weer te reizen tussen Moskou en het Westen. ‘Het voelt allemaal heel onwerkelijk, zoals ik er nu over praat,’ zegt hij over zijn ingewikkelde reis van Oost-Duitsland naar Amerika. ‘Het is bijna alsof het over iemand anders gaat. Maar het gaat over mij.’
Albrecht Dittrich werd geboren in 1949, in een klein Oost-Duits plaatsje niet ver van de Poolse grens. Zijn vader was onderwijzer en een overtuigd marxist-leninist. Barsky omschrijft zijn moeder als een intelligente vrouw die hem nauwelijks knuffelde. ‘Op mijn veertiende stuurde ze me naar een kostschool, en ik heb haar geen seconde gemist.’ Niet veel later gingen zijn ouders uit elkaar en verloor hij het contact met zijn vader.
Dittrich is een uitstekende leerling en hij gaat scheikunde studeren aan de Universiteit van Jena. Tijdens het vierde jaar van zijn studie klopt er iemand bij hem op de deur om te vragen of hij belangstelling heeft voor een baan bij Carl Zeiss, de lenzenmaker. De onbekende legt al snel zijn masker af: hij is van de Stasi, de Oost-Duitse veiligheids- en inlichtingendienst. Dittrich wordt uitgenodigd voor een etentje in een restaurant, waar hij wordt voorgesteld aan een andere man, Herman, die Duits spreekt met een vaag Russisch accent. Herman zegt dat ze overwegen hem klaar te stomen voor werk als undercoveragent. Dittrich gaat gewoon door met zijn studie, maar hij zal Herman elke maandagochtend ontmoeten, eerst in de auto van de agent en later in een zogeheten safehouse.
Als Dittrich zijn studie heeft voltooid en aan zijn promotieonderzoek is begonnen, stuurt Herman hem drie weken naar Oost-Berlijn met de instructie om daar ene Boris te treffen. Na een training van enkele weken wordt hij naar een Russische legerbasis aan de rand van de stad gebracht, waar Boris en hij iemand spreken die naar Dittrichs idee een hooggeplaatste KGB-agent is. De Sovjet-Unie heeft alleen behoefte aan gemotiveerde spionnen, zegt de man, en het staat Barsky vrij om ja of nee te zeggen. Hij krijgt 24 uur de tijd om te beslissen.
Dittrich was een overtuigd communist, maar Barsky geeft eerlijk toe dat ego en een romantisch beeld van het leven als spion een veel grotere rol speelden bij zijn beslissing dan ideologische overwegingen. ‘Ik beschouwde mezelf als een intellectueel en ik meende slimmer te zijn dan wie ook,’ vertelt hij me, terwijl hij wat aan zijn leesbril met zwart montuur frunnikt. ‘Ze hebben me voor een belangrijk deel over de streep weten te trekken door in te spelen op die eigendunk.’ Hij klinkt het merendeel van de tijd als een onvervalste Amerikaan van de oostkust, maar als ik de opnamen afspeel, hoor ik, naarmate de uren verstrijken, toch iets van een Duitse intonatie in zijn stem kruipen. Zo nu en dan ontsnapt er een heuse Teutoonse R aan zijn keel. Rroom. Rruminate.
In februari 1973 zegt Dittrich tegen zijn moeder dat hij stopt met zijn studie en naar Berlijn gaat verhuizen, waar hij een opleiding zal volgen tot diplomaat. In Berlijn begint zijn KGB-training, meestal uitgevoerd door Russen die hun instructies in het Duits laten vertalen door een instructeur. Hij krijgt les in morse en cryptografie, zodat hij via de kortegolfradio gecodeerde berichten kan ontvangen. Er wordt hem geleerd hoe hij kan voorkomen dat hij wordt gevolgd, hij leert dead drops uitvoeren (pakjes verstoppen en ophalen), en hij wordt geschoold in diverse andere aspecten van de klassieke kunst van het spioneren. Hij krijgt Engels als tweede taal toegewezen en volgt vele uren privéles. ‘In mijn vrije tijd ging ik naar het theater, de opera en musea, en de KGB betaalde de rekening,’ vertelt Barsky.
Moskou
In 1975, op zijn zesentwintigste, wordt hij voor het eerst naar Moskou gestuurd. Daar wordt zijn Engels getoetst door twee vrouwen: een hoogleraar van de Universiteit van Moskou en een ‘depressief ogende’ Amerikaanse van middelbare leeftijd. ‘Jaren later heeft de FBI me een foto van haar laten zien. Ze wisten wie ze was. Ze was verliefd geworden op een Rus, naar het scheen, maar ze was een toonbeeld van treurigheid. Ze was totaal niet geassimileerd.’
Later komt er een groepje KGB-mannen naar Dittrichs appartement voor een uitgebreid en met drank overgoten etentje, waar de man die de hoogste in rang lijkt te zijn een mededeling doet: Dittrich zal deel gaan uitmaken van het Russische ‘illegalenprogramma’ in de VS, het geheimste en meest prestigieuze onderdeel van de KGB-operaties. Illegalen kunnen opereren op een manier die voor agenten met een diplomatieke dekmantel niet is weggelegd. Ze krijgen ook de instructie mee om op elk moment paraat te zijn voor de zogeheten ‘speciale periode’, een mogelijke totale oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, waarin alle diplomatieke banden verbroken zouden worden.
Nu, tijdens ons gesprek, zegt Barsky dat hij nooit geïnformeerd is over zijn rol in dit overkoepelende programma. ‘Ik heb altijd alleen op tactisch niveau geopereerd. Ik werd op geen enkele manier geïnformeerd over hoe ik in een groter plaatje zou passen.’ Maar hij kan wel een zeer gedetailleerde beschrijving geven van het ultrageheime trainingsprogramma.
De mensen die hem hadden getraind, hadden geen flauw idee hoe de Amerikaanse samenleving er in de praktijk uitziet
Nadat hij twee jaar lang dag in dag uit in Berlijn was getraind, zat hij nog twee jaar in Moskou, een periode die hij als moeilijk en eenzaam ervaarde. ‘Daarvoor, thuis, was ik iemand. Daar kende ik mensen – ik was gek op scheikunde en ik vond het heerlijk om les te geven. Daar moest ik allemaal afscheid van nemen om me ergens te vestigen waar ik niemand kende, behalve mijn instructeurs. Ik sprak de taal niet en het was onmogelijk om vriendschappen te sluiten.’ Zijn moeder, die in de overtuiging verkeert dat hij als diplomaat werkzaam is op de Oost-Duitse ambassade, brengt hem een kort bezoek. Hij boekt een hotel voor haar en laat haar de stad zien. Hun gids is in werkelijkheid een KGB-instructeur.
Dittrich wordt een op een getraind, meestal bij hem thuis. Hij heeft geen contact met andere ‘illegalen’ en hij heeft nooit een KGB-agent in uniform gezien. Er zijn dagen dat de KGB hem laat volgen door een team van acht mensen, maar er zijn ook dagen dat hij niet wordt gevolgd. Hij moet leren vast te stellen wanneer hij wordt gevolgd. Hij krijgt lessen taekwondo om zich te kunnen verdedigen, en nog meer Engelse lessen om zijn accent te perfectioneren.
In juni 1978 is hij er bijna klaar voor. Sovjetagenten zijn in Maryland op een grafsteen gestuit van een jongen die op zijn tiende is overleden – Jack Barsky – en hebben een geboorteakte weten te bemachtigen. In Moskou gaat hij met zijn instructeur aan de slag om het ‘levensverhaal’ van Barsky te schrijven: ‘Op welke scholen hij had gezeten, waar hij allemaal had gewoond. We besloten hem een van oorsprong Duitse moeder te geven, ter verklaring van de laatste zweem Duits in zijn accent.’
Missie
Dittrich krijgt een missie: contact leggen met buitenlandse, politieke denktanks, en in het bijzonder met president Carters nationale veiligheidsadviseur, Zbigniew Brzezinski. Hij krijgt nauwelijks aanwijzingen hoe hij dat zou moeten aanpakken, of zelfs maar hoe hij het beste zou kunnen opgaan in de Amerikaanse samenleving. De mensen die hem hadden getraind, hadden geen flauw idee hoe de Amerikaanse samenleving er in de praktijk uitziet, hadden geen weet van de tastbare, niet-kwantificeerbare kanten van het leven daar. ‘Het was alsof ze heel lang naar een aquarium vol vissen hadden gekeken, en je vervolgens wilden leren om een vis te zijn,’ zegt Barsky. ‘Maar ze hadden eigenlijk geen enkel benul hoe het is om echt een vis te zijn.’
Voordat Barsky naar Moskou was verhuisd, had hij de relatie met zijn vriendin Gerlinde verbroken. Maar nu hij terugkeert naar huis, voordat hij wordt uitgezonden, zegt ze dat ze nog altijd van hem houdt. Dittrich vraagt de KGB of hij de relatie mag voortzetten. Zijn instructeurs trekken Gerlinde na en geven hun goedkeuring – wat misschien sympathieker lijkt dan het is, want een agent die thuis nog een vriendin heeft is, in ieder geval in theorie, minder geneigd om over te lopen.
Hij mag Gerlinde een versie van de waarheid vertellen, maar hij liegt tegen zijn moeder, die een document van de Sovjetregering ontvangt waarin staat dat haar zoon op een vijfjarige missie naar het Kosmodroom van Bajkonoer is gestuurd, het zenuwcentrum van het Russische ruimteprogramma. Het is een afgesloten stad, slechts toegankelijk met toestemming van de regering; dit keer zou ze hem niet kunnen verrassen met een bezoekje.
Een paar weken later wordt hij op een metroperron aangeklampt door een onbekende, die zegt dat hij er is geweest als hij niet terugkeert naar huis
Voordat hij naar de Verenigde Staten vertrekt, krijgt Dittrich een stapel witte vellen papier, om een aantal brieven te schrijven aan zijn moeder en zijn jongere broer. Er zal er elke maand eentje worden verstuurd. Aan het einde van elke brief laat hij ruimte over, zodat een KGB-agent daar nog wat kan schrijven over actuele gebeurtenissen, of antwoord kan geven op eventueel gestelde vragen. En dan gaat hij op weg naar het vliegveld.
Dittrich, die dan 29 is, vliegt van Moskou naar Belgrado, waar hij een trein neemt naar Rome en vervolgens naar Wenen. In Oostenrijk krijgt hij een Canadees paspoort, op naam van William Dyson. Hij koopt een vliegticket naar Mexico-Stad, via Madrid. In Mexico koopt hij een ticket naar Toronto, via Chicago. Eindelijk staat hij dan op het punt het vijandelijk gebied binnen te dringen.
‘Ik had het gevoel alsof ik een neonbordje om mijn nek had hangen met “Deze man is niet te vertrouwen”’
Barsky omschrijft zijn aankomst in Chicago op 8 oktober 1978 als ‘het spannendste uur van mijn leven’. Hij heeft een ultramoderne kortegolfradio bij zich en 7000 dollar aan contanten. ‘Ik had het gevoel alsof ik een neonbordje om mijn nek had hangen met “Deze man is niet te vertrouwen”.’ Maar de douaniers slikken het verhaal dat hij alleen een tussenstop maakt van een paar dagen, om de stad te bekijken, voordat hij terugkeert naar Canada. Ze zetten een stempel in zijn paspoort en hij mag Amerika in. Twee dagen later, in een hotelkamer in Chicago, verbrandt hij zijn Canadese paspoort en zijn ticket voor het vervolg van zijn reis: William Dyson is weer even snel van de aardbodem verdwenen als hij was opgedoken.
Barsky, zoals hij nu heet, verhuist naar New York, met zijn nieuwe geboorteakte op zak. Daarmee vraagt hij een lidmaatschapspasje aan bij het Natural History Museum. Vervolgens regelt hij een bibliotheekpasje en een rijbewijs. Hij laat zijn handen en gezicht helemaal groezelig worden door zich dagenlang niet te wassen voordat hij een social security card aanvraagt – die had hij daarvoor nooit nodig gehad omdat hij als dagloner op boerderijen had gewerkt, zegt hij. En men gelooft hem.
Zijn weg naar de wereld van de beleidsmakers op hoog niveau lijkt lang en kronkelig. ‘Ze hadden me nooit uitgelegd hoe ik in die kringen diende te infiltreren,’ zegt Barsky met een glimlach. ‘De vooronderstellingen waren op z’n zachtst gezegd merkwaardig.’ Hij neemt een baantje als fietskoerier om zo de stad te leren kennen. Een man die van zichzelf zegt dat hij een enorme eigendunk heeft, een topstudent, iemand die jaren en jaren is getraind door de KGB, fietst met pakjes door New York: viel de afgedwongen nederigheid hem niet zwaar?
Barsky krabt zachtjes achter zijn oor en glimlacht. ‘Ik herinner me nog een aantrekkelijke vrouw die riep: “De boodschappenjongen staat voor de deur!” Ik zat er niet mee. Ik heb nooit echt gedacht: Je moest eens weten.’ Maar omdat dit beeld me bijna veertig jaar later nog zo scherp voor de geest staat, vraag ik me nu toch af of ik me daar niet in vergis.’
Hij keert elke twee jaar terug naar Moskou en Oost-Duitsland, waar ingewikkelde paspoort- en documentenverwisselingen bij komen kijken, via dead drop. De eerste keer dat hij naar huis terugkeert, in 1980, trouwt hij met Gerlinde. Een paar dagen later schuift hij de trouwring weer van zijn vinger en verdwijnt opnieuw twee jaar uit beeld.
Maar negen maanden later klinkt er een echo van zijn andere leven door op een van de gecodeerde radioberichten die hij elke donderdagavond ontvangt. Hij is vader geworden. Twee jaar later ziet hij zijn zoon, Matthias, maar hij vindt het moeilijk om iets van verbondenheid te voelen. Zijn relatie met Gerlinde lijkt afstandelijker dan ooit. ‘Ik schoof alle gedachten voor me uit,’ zegt Barsky. ‘Op een dag zou ik voorgoed terugkeren, dan zouden we het vuur weer kunnen oprakelen.’
Arrogant
Albrecht Dittrich mocht dan zijn afgestudeerd in scheikunde, Jack Barsky heeft geen noemenswaardige opleiding genoten. Dus schrijft hij zich in op het Baruch College in New York en volgt avondonderwijs om een diploma te halen. In 1984 krijgt hij een baan als programmeur bij MetLife, een verzekeringsmaatschappij. Hij past zich gemakkelijk aan: hij heeft geen moeite met de taal en de dagelijkse maskerade. Wel zijn er bepaalde omgangsvormen die lastiger onder de knie te krijgen zijn. ‘Een goede vriend nam me op een keer apart en zei: “Weet je, iedereen vind je een eikel. Je gaat overal tegenin, je neemt geen blad voor de mond en je bent arrogant.” Terwijl ik dacht dat ik heel aardig was.’ Pas jaren later is hij enigszins in staat naar de omgangsvormen van zijn vroegere Duitse vrienden te kijken door de ogen van een Amerikaan. ‘Het was alsof er ergens in mijn hoofd een lampje begon te branden: O, mijn God, dat ben ik!’ Het zijn dergelijke subtiele cultuurverschillen, zegt Barsky, waar de KGB je niet op wist voor te bereiden.
Hij is elke week een paar uur in de weer met het decoderen van berichten uit Moskou. Soms bevatten ze een opdracht: zo moet hij een keer naar Californië om het huisadres van een overgelopen Sovjetwetenschapper te achterhalen en door te geven. (De nare bijsmaak van die missie verdwijnt pas wanneer hij er jaren later achter komt dat de bewuste wetenschapper 85 jaar is geworden.) In de meeste gevallen zijn de radioberichten weinig opwindend. ‘Het irritantste is wanneer je uren hebt zitten zwoegen om iets te decoderen, en dan blijken het alleen groeten en goede wensen te zijn.’
Tot slot kijkt hij of er nog ergens lijken in de kast zitten, alles wat eventueel ooit gebruikt zou kunnen worden om iemand te chanteren
Antwoorden is nog ingewikkelder. Daartoe schrijft Barsky om te beginnen een nietszeggende brief aan een verzonnen vriend, op een vel papier dat is geïmpregneerd met speciale chemicaliën. Vervolgens wordt dat papier op een spiegel of een glasplaat gelegd; daarbovenop komt een vel speciaal contactpapier, en dan weer een vel normaal papier. Het geheime bericht wordt heel licht op het bovenste vel geschreven, dat vervolgens wordt vernietigd. Door de chemicaliën worden de woorden in het onderste vel geïmpregneerd. Vervolgens wordt de brief naar een adres in Europa gestuurd, waar een betrouwbare handlanger hem doorspeelt naar een KGB-agent, die hem met de diplomatieke post naar Moskou stuurt, waar hij in een laboratorium wordt ontwikkeld. Het duurt ongeveer drie weken om een bericht van New York naar Moskou te krijgen.
Barsky’s berichten zijn vaak profielen van mensen die hij heeft ontmoet en van wie hij denkt dat ze ontvankelijk zullen zijn voor een bezoek van Sovjetagenten. Hij besteedt aandacht aan aspecten die bij de rekrutering van belang kunnen zijn. Ideologie is een van die aspecten; zwakke plekken en financiële problemen zijn ook het vermelden waard. Tot slot kijkt hij of er nog ergens lijken in de kast zitten, alles wat eventueel ooit gebruikt zou kunnen worden om iemand te chanteren.
Agnosticisme
Ik vraag hem hoe hij denkt over de niet-geverifieerde aantijgingen dat president Trump zich tijdens zijn bezoeken aan Rusland op compromitterende wijze heeft gedragen. Het dossier met deze aantijgingen, samengesteld door voormalig MI6-medewerker Christopher Steele, is net een paar dagen voor onze afspraak naar buiten gekomen. ‘Chantage is zonder meer een wapen in het KGB-arsenaal,’ zegt Barsky schouderophalend. ‘Als ze het kunnen gebruiken, zullen ze het niet laten. De enige vraag is of onze president echt zo dom is geweest om dat soort dingen te doen.’ De Russische geheime dienst anno nu lijkt in grote lijnen nog precies zo te denken als zijn oude instructeurs bij de KGB, zegt hij. ‘Dat zie je eigenlijk bij vrijwel alle grote organisaties: die veranderen niet zo snel.’
In de jaren tachtig zijn het vooral radicaal-rechtse ideologen op wie Barsky zijn pijlen richt; in Amerika zouden Sovjetagenten zich voordoen als radicaal-rechtse activisten. ‘Van één iemand over wie ik verslag heb uitgebracht, weet ik zeker dat hij door de knieën zou zijn gegaan, want hij was heel erg rechts,’ zegt hij. Maar Barsky weet niet of die mensen van enige waarde zijn gebleken voor de KGB; de operationele procedures schrijven voor dat de agent die het profiel opstelt niet dezelfde mag zijn als degene die de rekrutering doet. Barsky blijft profielen opstellen en versturen; het vervolg onttrekt zich volledig aan zijn blikveld.
‘De Duitser en de Amerikaan waren twee verschillende mensen. Geen van beiden heeft ooit iets met meer dan één vrouw tegelijk gehad’
Vanuit New York kan Barsky op geen enkele manier contact opnemen met Gerlinde. Hij wordt eenzaam en gaat uit, loopt uiteindelijk Penelope tegen het lijf, een stewardess uit Guyana. Zij moet trouwen om aan een verblijfsvergunning te komen, en Barsky is bereid haar te helpen.
Hij heeft dan al zo lang een dubbelleven geleid, legt hij uit, dat het ethische dilemma van twee huwelijken er ook nog wel bij kan. Zijn twee identiteiten nemen elk een ander deel van zijn hersenen in beslag en voor zijn gevoel is noch Jack Barsky noch Albrecht Dittrich ooit ontrouw geweest. ‘De Duitser en de Amerikaan waren twee verschillende mensen. Geen van beiden heeft ooit iets met meer dan één vrouw tegelijk gehad.’
In 1986 gaat Barsky voor de laatste keer naar Moskou. Hij maakt kennis met iemand die zich bezighoudt met bedrijfsspionage, en die raadt hem aan te gaan stelen. ‘Hij was er heel open over. Hij zei dat de Sovjet-Unie het zwaar had. “We hebben behoefte aan hardware, software, alles wat je maar kunt vinden.”’ Barsky levert software die bij hem op het werk wordt gebruikt, via dead drop, maar hij heeft geen idee of er ooit iets mee is gedaan.
In 1988, een jaar na de geboorte van Chelsea, krijgt Barsky het bericht van de KGB dat hij moet vluchten. Hoewel hij inmiddels is afgeknapt op het Sovjet-communisme, heeft hij nooit overwogen over te lopen, zegt hij, en hij is dan ook niet van plan om nu naar de FBI te stappen. ‘Ik had me teruggetrokken in een soort agnosticisme. Ik denk dat ik mezelf een socialist zou noemen, maar ik probeerde er niet al te veel over na te denken.’
Hij slaat de waarschuwing in de wind. Er volgen meer berichten, steeds dringender, op zijn kortegolfradio. Een paar weken later wordt hij op een metroperron aangeklampt door een onbekende, die zegt dat hij er is geweest als hij niet terugkeert naar huis. Het is voor het eerst dat er binnen Amerika iemand van de Sovjetkant contact met hem legt.
Maar Barsky is vastberaden om te blijven. Hij stuurt een bericht naar Moskou en schrijft de KGB dat hij aids heeft opgelopen van een vrouw met wie hij iets heeft gehad en van wie hij een profiel heeft opgesteld, en dat hij een behandeling moet ondergaan die alleen in Amerika beschikbaar is; hij is absoluut niet van zins over te lopen. Opmerkelijk genoeg lijkt zijn list te werken. De Sovjets zijn als de dood voor hiv, de USSR kan elk moment uit elkaar vallen en door Michael Gorbatsjovs nieuwe politiek van openheid staat de KGB onder grote druk. De mensen aan de top hebben vermoedelijk andere dingen aan hun hoofd; een losgeslagen agent opsporen heeft geen prioriteit.
Barsky stort zich op het gezinsleven. Penelope en hij krijgen nog een kind, een zoon, Jessie, maar het huwelijk begint scheurtjes te vertonen. Hij besluit zijn vrouw de waarheid te vertellen in de hoop zijn huwelijk te redden. ‘Weet je wat ik allemaal voor jou op het spel heb gezet? Ze hadden me kunnen vermoorden of gevangennemen,’ zegt hij tegen haar. Ze reageert eerder boos dan opgelucht: als hij illegaal in het land is, dan is Penelope zelf ook illegaal, wat betekent dat ze haar kinderen kan kwijtraken.
‘Ik zou waarschijnlijk sympathieker overkomen als ik iets anders zei, maar het is zoals het is. Ik voel er gewoon niets bij’
Dit gesprek, dat plaatsvindt in 1997, blijkt in meerdere opzichten een keerpunt. Barsky wordt al jaren gevolgd door de FBI. Zijn naam is opgedoken in papieren die zijn gekopieerd uit de KGB-archieven door Vasili Mitrokin, een archivaris die in 1991 de Engelse ambassade in Riga binnen is gestapt om zijn geheimen aan te bieden. Barsky’s huis wordt al langere tijd in de gaten gehouden door FBI-agenten, soms verkleed als vogelaars; zijn auto wordt doorzocht en wanneer Penelope Londen bezoekt wordt ook zij gevolgd, door MI5. De FBI heeft zelfs het huis naast dat van Barsky gekocht en daar hebben zich twee agenten geposteerd, die steeds gefrustreerder worden omdat hij zo’n volkomen alledaags bestaan leidt. Misschien is hij een slapende cel, die wacht op een teken uit Moskou.
Uiteindelijk wordt er afluisterapparatuur geplaatst. Als Barsky alles opbiecht aan Penelope, concludeert de FBI dat hij de actieve dienst heeft verlaten en besluiten ze toe te slaan. Barsky wordt met zijn auto aan de kant gezet en krijgt te horen dat hij misschien niet naar de gevangenis hoeft – maar dan moet hij wel meewerken. ‘Ik zei meteen ja. Ik vertelde ze alles wat ik wist,’ zegt hij. In 2009 krijgt hij een green card, en in augustus 2014 een echt Amerikaans paspoort, op naam van Jack Barsky, de identiteit die de KGB voor hem had gestolen.
Nadat Barsky’s huwelijk met Penelope is stukgelopen huilt hij zichzelf elke avond in slaap, zegt hij. ‘Mijn bestaan had geen enkele zin meer. Ik was in de vijftig, mijn kinderen waren het huis uit, mijn huwelijk was gestrand. Wat had het nog voor zin?’ Het is dan al meer dan tien jaar geleden dat hij voor het laatst contact heeft gehad met zijn Duitse vrouw Gerlinde en hun zoon Matthias.
De FBI-agent die op Barsky’s zaak zat, is uitgegroeid tot een goede vriend
Hij rolt van het ene baantje in het andere, werkt voor verschillende bedrijven, eerst als programmeur, later als hoofd IT. Hij begint een voorzichtige affaire met zijn assistente, Shawna, met wie hij later trouwt. Ze wonen nu ergens buiten Atlanta, met hun dochtertje van zes, Trinity. Via Shawna heeft Barsky God gevonden en zijn geloof vult het gat dat is ontstaan toen het communistische vuur doofde. Joe Reilly, de FBI-agent die op Barsky’s zaak zat en die de ondervragingen deed, is uitgegroeid tot een goede vriend en de peetvader van Trinity.
Shawna, een Jamaicaanse die iets meer dan tien jaar geleden naar de Verenigde Staten is gekomen, vertelt met een glimlach over haar eerste afspraakje met Barsky. Hij besluit haar alles over zijn verleden te vertellen, waardoor zij een van de weinigen buiten de FBI is die zijn ware verhaal kent. Maar ze lacht alleen maar. ‘Ik was daarvoor getrouwd geweest met een man die alles aan elkaar loog,’ zegt ze, ‘dus ik wilde het eigenlijk helemaal niet horen. Ik vond hem nogal zonderling, en ik dacht: ik vind het best, hoor, als jij in een fantasiewereld wilt leven – maar ik hoef het allemaal niet te horen.’ Pas jaren later, vertelt ze, dringt tot haar door dat zijn verhaal, dat hij in Duitsland is opgegroeid, weleens waar zou kunnen zijn.
Barsky leeft een aangenaam burgerbestaan en speelt overtuigend de rol van een ‘geboren Amerikaan’ – precies waarvoor hij ooit op missie is gestuurd – maar hij heeft een paar eigenaardigheden overgehouden aan zijn KGB-tijd. Soms, wanneer hij tijdens het hardlopen een auto geparkeerd ziet staan op een merkwaardige plek, begint hij te zigzaggen om mogelijke achtervolgers af te schudden. Meestal blijkt het om vogelspotters te gaan (en dan dit keer echte) of vrijende stelletjes. Hij is ook nog niet helemaal losgekomen van het patroon van dead drops en geheime schuilplekken, al leeft hij zich nu uit op koekjes. ‘Ik weet dat ik geen koekjes zou moeten kopen, dus ik verstop ze. Op verschillende plekken – er valt geen patroon in te ontdekken. Shawna zegt dat ik ze niet hoef te verstoppen, maar ik kan het gewoon niet laten.’
In 1988 sloeg hij een bevel van hogerhand in de wind, zegt hij, vanwege zijn pasgeboren dochtertje – hij verkoos haar boven Gerlinde en Matthias. ‘Ik weet niet of ik hetzelfde had gedaan als Chelsea een jongetje was geweest. Voor mijn gevoel zijn vrouwen betere mensen.’
Verklaring
Maar er zijn minstens twee mensen in zijn leven voor wie die beslissing bijzonder pijnlijk is. Gerlinde krijgt van de KGB te horen dat haar man is overleden aan aids, en zijn moeder, die in de overtuiging verkeert dat hij naar Bajkonoer is gestuurd, wordt in het ongewisse gelaten. Barsky zet zijn Duitse gezin uit zijn hoofd, vastbesloten om nooit meer contact met hen op te nemen.
Wanneer Chelsea achttien wordt, vertelt hij haar over zijn verleden. Zij blijkt er heel anders tegenaan te kijken: wanneer ze hoort dat ze een halfbroer in Duitsland heeft, gaat ze naar hem op zoek. In 2014 gaat ze samen met Barsky naar Duitsland om een bezoek te brengen aan Matthias, die inmiddels in de dertig is. Gerlinde leeft nog, maar wil hem niet zien. Ze heeft meer dan een kwarteeuw in de veronderstelling geleefd dat de vader van haar zoon dood was. Barsky zegt wel zich schuldig te voelen, maar zegt ook dat een excuus niet meer zou zijn dan loze woorden. ‘Als we elkaar spreken, zal ik zeker zeggen dat het me vreselijk spijt; maar hoe je het ook wendt of keert, ik heb domweg niet voor haar gekozen. Ik heb niet gekozen voor een andere vrouw, ik heb gekozen voor een kind.’
Zijn moeder heeft zich jaren en jaren vertwijfeld afgevraagd wat er van haar vermiste zoon is geworden. Ze heeft zowel Gorbatsjov als de eerste Oost-Duitse kosmonaut geschreven, om te vragen of zij iets wisten van een jonge diplomaat die op een geheime missie naar Bajkonoer is gestuurd. Jaren later leert ze op safari een Duitse wetenschapper kennen. De wetenschapper vertelt haar dat hij binnenkort naar Rusland gaat en als Barsky’s moeder hem vertelt over haar vermiste zoon, belooft hij een oproep te doen op de Russische televisie. Zoals te verwachten komt er geen enkele reactie. Barsky’s moeder overlijdt zonder te weten hoe het hem is vergaan.
Barsky vertelt het zonder zichtbare emotie. ‘Het klinkt hard, maar ze heeft het aan zichzelf te danken,’ zegt hij. ‘In de band tussen ouder en kind moet de ouder het zaadje van de emotionele verbintenis planten. Ze heeft me nooit geknuffeld. Daarmee wil ik niet goedpraten dat ik tegen haar heb gelogen. Het is geen excuus, maar wel een verklaring.’
Wat zijn drie jaar jongere broer betreft, die weet Barsky op te sporen in Berlijn. Ze mailen elkaar, maar uiteindelijk zegt de broer dat hij Barsky niet wil zien, hij kan hem niet vergeven dat hij hun moeder de laatste jaren van haar leven zo heeft laten lijden. Barsky haalt zijn schouders op, alsof hij die beslissing onbegrijpelijk vindt. ‘Hij moet het zelf weten. Hij had naar Amerika kunnen komen om me op te zoeken. Ik heb hem nooit kwaad gedaan. We hadden nauwelijks een band. Hij was altijd een matige leerling.’
Deze onverschillige opmerkingen over zijn Duitse familie botsen met Barsky’s gebruikelijke jovialiteit. Gaat hij echt niet gebukt onder schuldgevoel, voelt hij zich echt niet verantwoordelijk? Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik zou waarschijnlijk sympathieker overkomen als ik iets anders zei, maar het is zoals het is. Ik voel er gewoon niets bij.’ Na een leven dat van leugens aan elkaar hing, kan hij nu niet anders dan eerlijk zijn.
Ik vraag hem wat Jack Barsky zou zeggen tegen de jonge Albrecht Dittrich, als hij terug zou kunnen gaan in de tijd, naar een moment voordat de man van de Stasi op zijn deur klopte. Hij aarzelt geen moment. ‘Ga er niet op in. Je bezorgt jezelf alleen maar ellende. De hele opzet is gedoemd te mislukken, en in de meeste gevallen loopt het dan ook op niets uit; en het is bij lange na niet zo spannend als het lijkt. Undercoverwerk is behoorlijk saai: 99 procent van het werk bestaat uit wachten, en 1 procent uit actie. Het is een eenzaam bestaan.’
Maar, zegt hij, alles verloopt volgens Gods plan, en in de nadagen van zijn bestaan heeft hij eindelijk rust en harmonie gevonden. ‘Ik heb altijd dit kinderlijke gevoel gehouden dat alles uiteindelijk wel goed zou komen,’ zegt hij, met een zweem van nostalgie. ‘En in zekere zin is dat ook het geval.’
Deep Undercover: My Secret Life And Tangled Allegiances As A KGB Spy in America, door Jack Barsky, is verschenen bij uitgeverij Tyndale Momentum.
Het grote publiek is gefascineerd door spionnen, maar de waarde van hun inlichtingen is beperkt, schrijft Simon Kuper. ‘Ze zijn vaak het meest van nut als ze in de openbaarheid treden.’
Ik heb net een boek geschreven waarvoor ik me moest begeven in de wereld van de Russisch-Britse dubbelspionnen ten tijde van de Koude Oorlog. Ik zag hoe deze mensen van het ene land naar het andere wipten, de schrik waren van elke Britse premier en vermoord werden – als het Russen waren. (Britse verraders brachten het er meestal levend vanaf, vooral als ze uit de hogere kringen kwamen.)
Er is weinig veranderd. De Russische dubbelagent Sergej Skripal en zijn dochter Joelia belandden onlangs in kritieke toestand in het ziekenhuis van Salisbury, nadat ze waren aangevallen met een zenuwgas uit de Sovjettijd. Voormalig geheime politieman Vladimir Poetin herschept zijn eigen achtergrond: de wereld van de Koude-Oorlogsspionage. Poetin kan ons manipuleren omdat hij weet dat het bij spionage niet om de geheimen gaat. Het gaat om de reactie van publiek, media en politici, telkens als er weer een spion wordt ontmaskerd.
Voor twee landen die weinig met elkaar te maken hadden voordat rijke Russen het centrum van Londen koloniseerden, hebben Rusland en Groot-Brittannië opmerkelijk lang aan uitgebreide wederzijdse spionage gedaan. Maar het grootste deel daarvan leidde nergens toe. Britse dubbelagenten als Kim Philby en Guy Burgess hebben zich er vaak over beklaagd dat de Sovjets hun inlichtingen negeerden. Veel van de Britse documenten die Philby aan de KGB leverde, werden niet eens in het Russisch vertaald.
Paranoia
Een van de oorzaken was paranoia. Een verrader kun je wel rekruteren, maar nooit vertrouwen. De KGB verdacht een gouden dubbelagent als Philby er altijd van dat hij een Britse mol was. En zelfs als de Sovjets wel in bepaalde informatie geloofden, raakte die nogal eens kwijt. Soms waren de koffers vol Britse geheimen gewoon te veel van het goede. Soms raakte informatie versnipperd of verdraaid op zijn weg door de KGB-hiërarchie. En stonden de inlichtingen de baas niet aan, dan gingen ze meestal alsnog de prullenmand in.
Dat werd de Russen noodlottig toen Richard Sorge, een Russische agent in Tokio, herhaaldelijk het Kremlin waarschuwde voor een Duitse inval in de USSR. Op 15 mei voorspelde hij dat de invasie op 22 of 23 juni zou plaatsvinden. Maar Sorges inlichtingen wekten het misnoegen van de baas: Stalin beschouwde Duitsland toen nog als een bondgenoot. (Er werd gezegd dat Hitler de enige persoon was die hij vertrouwde.) Stalin zette Sorge weg als ‘een eikel die zichzelf een mooi leventje heeft bezorgd met wat fabriekjes en bordelen in Japan’. De Duitse invasie op 22 juni kwam voor de USSR als een volslagen verrassing.
Ook Chroesjtsjov en Brezjnev stonden vaak sceptisch tegenover de informatie gespitst op bepaalde stukjes inlichtingen, schrijft de vroegere Britse ambassadeur in Moskou, Rodric Braithwaite, in zijn boek Armageddon and Paranoia. Braithwaite legt uit dat spionage nuttig is om bepaalde geheimen te vinden: zeg een scheikundige formule voor de atoombom. Maar het helpt zelden om de bredere intenties van de tegenstander te doorgronden. Zo voorzagen de spionnen van de Sovjets en die van het Westen in de jaren tachtig geen van beiden dat de andere kant bereid zou zijn om samen te werken aan het beëindigen van de Koude Oorlog.
Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend
De meeste geheimen zijn trouwens gewoon ergens te vinden, bijvoorbeeld op een obscure technologiewebsite, of op bladzijde 437 van een wetenschappelijk boek dat niemand heeft gelezen. Kortom, ontdekkingen van spionnen hebben zelden invloed op regeringsbeleid. De wereld van de spionage is niet zozeer een schatkist, eerder een uitdragerij waarvan de eigenaar het overzicht over zijn voorraad is kwijtgeraakt. Spionnen, zegt spionageromanschrijver John le Carré, ‘leveren tweedehands inlichtingen die spannender zijn door de geheimzinnigheid waarmee ze zijn verkregen dan vanwege hun werkelijke waarde’.
Die spannende geheimzinnigheid is inderdaad het belangrijkst. Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend. Daarom hebben spionnen het grootste effect wanneer ze opduiken uit hun duistere wereld. Elke keer als een Britse functionaris werd ontmaskerd als Russische spion – een bijna rituele gebeurtenis die zich tussen 1946 en 1963 geregeld voordeed – nam het vertrouwen van de Britten in hun samenleving verder af. Britse spionnen konden elkaar niet meer aankijken zonder te denken: Ben jij misschien een KGB-agent?
De angst binnen de Britse inlichtingenwereld draaide uit op een paranoïde ‘mollenjacht’ door ‘spionnenvanger’ Peter Wright, die de inlichtingendiensten in de jaren zestig en zeventig bijna verscheurde. Het werd een obsessie voor Wright om gerenommeerde Britse politici te ontmaskeren als Sovjetagenten. En zo veroorzaakten verraders als Philby een paranoïde verlamming binnen de Britse staat – niet door al die uren geheimen doorspelen aan contactpersonen in Londense bussen, maar door iets wat juist niet hun bedoeling was: hun ontmaskering.
Evengoed is het Kremlin door het hacken van de saaie e-mails van de Amerikaanse Democratische Partij in 2016 waarschijnlijk ook niet meer over de VS te weten gekomen dan het al wist. Die hack was alleen belangrijk omdat de Russen (via Wikileaks) het materiaal openbaar maakten. De Amerikaanse media deden de rest. Rusland was van het aloude verzamelen van geheimen overgestapt op de informatieoorlog. Al dat lekken van verhalen heeft de presidentsverkiezingen duidelijk beïnvloed. Vervolgens zorgde de onthulling van de Russische rol (tegen de Russische wens in) ervoor dat de Amerikanen nog verder gepolariseerd raakten.
Ook nu weer is de aanval op de afgedankte, onbeduidende dubbelagent Skripal voornamelijk een publiek statement. Rusland zegt tegen de Britten: wij kunnen in jullie land straffeloos moorden. En het zegt tegen machtige Russen in Groot-Brittannië: wij kunnen jou vermoorden. Omdat spionnen fascinerend zijn voor het publiek, komt de boodschap aan. (Eerdere mysterieuze sterfgevallen van Russische niet-spionnen in Groot-Brittannië hebben nauwelijks stof doen opwaaien.) De Russen gaan steeds bewuster paranoia zaaien. Net als veel andere Russische activiteiten in het buitenland verandert ook de Russische spionage in een pr-machine. Tegenwoordig is het de bedoeling dat Russische spionnen zichtbaar zijn.
Waarom speelt de oorlog tussen de veiligheidsdiensten zich juist op Britse bodem af? Dat is de schuld van de Engelsen, aldus de Russische site InoSMI. ‘Zij zijn gijzelaars geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.’
De opeenvolging van raadselachtige sterfgevallen van Russische vluchtelingen die zich al enkele jaren voordoet in Londen stelt ons eens temeer voor de vraag: waarom vindt deze massale liquidatie van overlopers eigenlijk plaats op de Britse eilanden? In andere westerse landen komt het niet voor. Waarom heeft de grootste kolonie van Kremlin-tegenstanders zich juist in Groot-Brittannië gevestigd, en waarom heeft de oorlog tussen Russische en Britse spionnen zich na het eind van de Sovjet-Unie en de Koude Oorlog voortgezet? Het antwoord is een mengeling van historische, psychologische en geopolitieke factoren. Er zijn veel boeken over het onderwerp geschreven, maar ik wil enkele belangrijke punten onderstrepen. Zonder die punten is het onmogelijk de zaak-Skripal te begrijpen, of de zaak-Litvinenko*, of andere ‘markante momenten’ in deze eindeloze spionagekroniek.
Engeland is bij uitstek het land van de spionage. Al in de elizabethaanse tijd brachten zijn geïsoleerde ligging en zijn beperkte natuurlijke hulpbronnen Londen ertoe van spionage en diplomatie de belangrijkste instrumenten te maken om zijn wereldhegemonie veilig te stellen. Sir Francis Welshingham richtte op bevel van Elizabeth I een geheime dienst van de kroon op en wist daarmee talrijke samenzweringen te verijdelen, zowel binnenlands als internationaal. De beroemde toneelschrijver en dichter Christopher Marlowe behoorde tot zijn informanten. Jonathan Swift, auteur van Gullivers reizen, en Daniel Defoe, schepper van Robinson Crusoe, waren allebei aan de inlichtingendienst verbonden.
De eeuw daarna mengde Engeland zich met zijn diplomatie en spionage in het Europese politieke spel en hanteerde daarbij met succes het ‘verdeel-en-heers’-principe. Om Frankrijk de wereldhegemonie te betwisten maakten de Engelsen Napoleon naar hartenlust het leven zuur door het financieren van complotten, coalities en ten slotte de opstand in de Vendée. De beroemde Britse tv-serie Sharpe laat zien hoe de Engelsen actief het Spaanse verzet steunden in gebieden die door de troepen van Napoleon waren bezet.
Kolonel Lawrence (van Arabië), ook een agent van de Britse inlichtingendienst, maakte zijn opwachting in de spionagegeschiedenis door de enorme inspanningen die hij zich tijdens de Eerste Wereldoorlog getroostte om het Ottomaanse Rijk te vernietigen door middel van steun aan de Arabische opstand op het Arabisch-Palestijnse Schiereiland. De ‘Britse route’ leidde ook naar Rusland, inclusief de deelname van de Engelsen aan de moord op keizer Paul I en Grigori Raspoetin.
Een van de belangrijkste principes van de Britse politiek is altijd het opvangen van alle dissidenten geweest die ‘in verzet tegen de tirannie’ waren gekomen, en in bredere zin alle mensen die de wetten van hun land waren ontvlucht. Het Verenigd Koninkrijk werd het toevluchtsoord voor duizenden ‘dissidenten’ uit alle landen, van de Franse vrijdenker Voltaire halverwege de achttiende eeuw en Karl Marx halverwege de negentiende tot leden van islamistische groeperingen anno nu. De overlopers van de USSR en Rusland vormen een aparte categorie binnen dit keurkorps: men treft er de voormalige KGB-kolonel Oleg Gordievsky aan, de Tsjetsjeense ‘krijgsheer’ Ahmed Zakajev en vele anderen.
De Britse gastvrijheid stoelt op koele berekening: door het opvangen van vluchtelingen beschikt Londen over een doeltreffend middel om druk uit te oefenen op de betrokken landen en die te chanteren bij politieke onderhandelingen. Er is ook een materieel belang: mannen met twijfelachtige fortuinen uit alle hoeken van de wereld, en in de eerste plaats Rusland, nemen in allerijl de wijk naar Engeland en vullen daar de belastingpot. De spionnen leveren informatie, de belastingvluchtelingen brengen hun kapitaal mee en die voordelen wegen op tegen eventuele diplomatieke geschillen. De woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, Maria Zakharova, herinnerde er onlangs aan dat Rusland op uitlevering door Engeland wacht van minstens veertig aangeklaagde Russische staatsburgers.
Laten we ook de mentaliteit van de Britse leidende klasse niet vergeten. Spionage als internationale sport beantwoordde aan de ‘voorliefde voor gevaar’ die werd gecultiveerd door de Engelse gentlemen, zodat de inlichtingendienst loten van de beste aristocratische stammen kon inlijven. Waar andere culturen zich eerder terughoudend opstelden tegenover het beroep van spion, is het in Engeland altijd omgeven geweest met een aureool van noblesse en een zekere romantiek. Iets wat je terugvindt in de literatuur, de film en de volkscultuur. Alleen al in de twintigste eeuw waren tal van beroemde schrijvers verbonden aan de Britse inlichtingendienst: William Somerset Maugham, Graham Greene, Anthony Burgess, Ian Fleming, John le Carré, Frederick Forsyth en Arhur Koestler.
Niet voor niets wordt Engeland als het vaderland van de spionagethriller beschouwd. Geen enkele andere cultuur heeft het spionagethema zo uitgebreid en minutieus onderzocht. De lijst is eindeloos, dus laten we ons beperken tot enkele meesterwerken zoals The 39 Steps van Alfred Hitchcock (1939), The Third Man (1949), The Spy Who Came in from the Cold (1965) en The Ipcress File (1965), om nog maar te zwijgen van de eeuwige James Bond-serie (From Russia with Love etc.) en ten slotte de kaskraker Kingsman: The Secret Service (2014). De liefde van de Britten voor spionage laat zich verklaren door het feit dat ze het nut ervan inzien en zich ervan bedienen voor politieke doeleinden.
Omdat deze ‘kunst’ zo hoog in aanzien stond, heeft de Engelse politieke elite de regels en risico’s ervan tot aan het vorige decennium geaccepteerd. Bij de zaak-Litvinenko, en meer nog bij de zaak-Skripal, lijken de gentlemen hun legendarische koelbloedigheid te zijn verloren. Rusland en alles wat daarmee te maken heeft is hun duidelijk een doorn in het oog. Vandaar dat de spionage gepaard gaat met russofobie. De combinatie van deze twee tradities, spionage en russofobie, verklaart voor een groot deel deze confrontatie die al decennia duurt en het gebruikelijke inlichtingenkader al lange tijd overstijgt.
De russofobie begon in Frankrijk en Engeland na de napoleontische oorlogen, toen Rusland een invloedrijke mogendheid werd op het continent. In de jaren 1830, met de Poolse opstanden tegen het Russische Keizerrijk, kreeg de Europese russofobie duidelijk vorm. Daarbij speelde echter niet zozeer solidariteit met de Polen als wel de wil om Rusland te verzwakken. De betrekkingen tussen Engeland en Rusland kwamen nog meer onder druk te staan door de ‘Oosterse Kwestie’ en de bestemming van de Bosporus en de Dardanellen, die leidde tot de Krimoorlog (1853-1856) en wat ‘het Grote Spel’ werd genoemd, de geopolitieke confrontatie (met inzet van inlichtingendiensten en diplomatie) tussen het Verenigd Koninkrijk en Rusland in de tweede helft van de negentiende eeuw.
Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt
In de jaren 1855-1865 publiceerden Alexander Herzen en Nikolaj Ogarev, onder het welwillende toeziend oog van de Britse autoriteiten, in Londen de eerste tegen de regering gerichte Russische tijdschriften die een beslissende invloed hadden op de liberale Russische intelligentsia. In het begin van de twintigste eeuw werd Engeland een van de belangrijkste toevluchtsoorden voor Russische dissidenten, met name revolutionaire socialisten, mensjewieken en bolsjewieken. In Londen werden het historische tweede en vijfde congres (1903 en 1907) van de Russische sociaaldemocraten gehouden, waar Lenin aan deelnam en waar het bolsjewisme als beweging werd geïnstitutionaliseerd. Het vijfde congres werd grotendeels gefinancierd door Britse industriëlen die sympathiseerden met de Russische Revolutie.
Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt. Denk alleen maar aan de Lockhart-affaire (1918), de operatie Trust en Sidney Reilly (1925); de laatste had in Engeland de bijnaam ‘spionnenkoning’ en inspireerde Ian Fleming tot het personage James Bond. Ook de Vijf van Cambridge leven voort in de geschiedenis, de legendarische superagenten, onder wie de beroemde Kim Philby, die in de jaren dertig van de vorige eeuw door de Sovjet-Unie werden gerekruteerd. De concurrentie tussen de diensten werd vooral levendig tijdens de Koude Oorlog, die duurde van 1946 tot 1991. De namen van de ‘helden’ en verraders van deze oorlog zijn welbekend. Vooral de Profumo-affaire, vernoemd naar de Britse minister van Defensie, zorgde voor sensatie en leidde tot het aftreden van de laatste in 1963. Het verhaal van escortgirl Christine Keeler, die zowel een verhouding had met Profumo als met Yevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst, hield de Britten in de ban als een spannend spionnenspel. In 1971 vond de grootste uitzetting van Sovjetdiplomaten uit de geschiedenis plaats, waarbij 105 agenten Londen moesten verlaten.
Christine Keeler had zowel een verhouding met Britse minister van Defensie Profumo als met Jevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst.
Na de val van de USSR bleek de adempauze van korte duur: vanaf eind jaren negentig barstte de strijd tussen de inlichtingendiensten weer in volle hevigheid los. Londen werd het toevluchtsoord voor Russische oligarchen, economische criminelen, overgelopen spionnen en allerlei andere tegenstanders van Moskou. De beroemdste van hen, oligarch Boris Berezovski, stierf in 2013 onder nooit opgehelderde omstandigheden. De Russische oppositie in Londen, naar hartenlust uitgebuit door de Britse inlichtingendiensten, is echter voor een groot deel oncontroleerbaar geworden en handelt volgens haar eigen regels. Dat is precies de reden voor een hele reeks onverklaarbare aanslagen die de competentie en de logica van de klassieke inlichtingendiensten te boven gaan en waarschijnlijk het belang dienen van derden. De politieke schade van deze afschrikkingsexecuties is enorm. Het is duidelijk dat de Britten gijzelaars zijn geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.
Engeland heeft voortdurend geklaagd over en aanstoot genomen aan de dood van Russische overlopers, omdat het zelf de regels van dit spel heeft geschreven waarin de internationale oorlog van de geheime diensten zich precies op haar eigen bodem voltrekt. En dan gaat het niet alleen om de Russische diaspora, maar ook om de islamisten die politiek asiel hebben gekregen dankzij steun van de plaatselijke geheime diensten en die momenteel oncontroleerbaar zijn geworden en tal van terroristische aanslagen plegen op het grondgebied van hun gastheren.
Aleksandr Litvinenko, KGB-agent tussen 1988 en 1999, stierf in 2006 in Londen aan een poloniumvergiftiging.
Op 4 maart 2018 werden de voormalige Russische dubbelspion Sergej Skripal en zijn dochter bewusteloos aangetroffen op een bankje in de Engelse stad Salisbury. Al heel snel bevestigden de Britse autoriteiten dat ze waren vergiftigd met novitsjok, een in Rusland geproduceerd zenuwgas. Omdat deze moordaanslag als een chemische aanslag op zijn grondgebied werd beschouwd, zette Londen drieëntwintig Russische diplomaten uit, waarna de Verenigde Staten en diverse Europese landen er op hun beurt ook meer dan honderd uitzetten. Moskou reageerde met dezelfde maatregel.
Moskou is van mening dat er geen enkel bewijs is geleverd voor zijn verantwoordelijkheid voor de aanslag en spreekt van een westerse provocatie om Rusland te demoniseren en te isoleren. Terwijl de twee slachtoffers van Salisbury aan de beterende hand zijn, heeft de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens op 18 april verklaard dat haar laboratoria niet hebben kunnen vaststellen door welk land of welk laboratorium de giftige stof is geproduceerd, aldus het Russische dagblad Gazeta.ru. Maar de Britse vertegenwoordiger van de organisatie laat geen enkele ruimte voor twijfel: ‘Wij zijn van mening dat alleen Rusland over de technische mogelijkheden, de praktische ervaring en de motivatie beschikt om deze operatie uit te voeren.’
InoSMI is een informatiesite die zich specialiseert in de Russische vertaling van artikelen uit de buitenlandse pers. Inderdaad, net als 360. De naam is een samentrekking van twee Russische woorden die ‘buitenlandse media’ betekenen. ‘Alles wat het waard is om vertaald te worden,’ luidt hun slogan. Naast redacteuren en vertalers telt de redactie ook auteurs van oorspronkelijke artikelen in het Russisch.
Het hoofd van de dienst openbaar vervoer in Boedapest zit een Russische metrostellenfabrikant in de weg. Voor het Russische bedrijf staat er meer dan tweehonderd miljoen euro op het spel. Dus wordt de Hongaarse CEO door middel van een duivels spel op een dood spoor gezet. Einde van het liedje? De Hongaarse hoofdstad is opgezadeld met veel te dure, gebrekkige Russische metrostellen waarvan de deuren onderweg openvliegen en de noodrem zichzelf activeert.
De burgemeester van Boedapest kan zijn frustratie niet langer binnenhouden. ‘We hebben hier te maken met Murphy’s Law, of er wordt een duivels spel gespeeld,’ aldus István Tarlós in maart 2017 op zijn wekelijkse persconferentie. Met een verbitterd lachje zegt hij: ‘Hoewel ik in God geloof, ben ik er absoluut van overtuigd dat Satan de hand heeft gehad in de kwestie van metrolijn M3.’ Tarlós doelt op de onlangs geleverde Russische metrostellen, die vanaf de allereerste dag dat ze in gebruik zijn genomen allerlei gebreken vertonen en voortdurend haperen.
De burgemeester heeft het bij het rechte eind wanneer hij meent dat er clandestien is gehandeld waar het de metro van Boedapest betreft. Inmiddels is hem vermoedelijk wel duidelijk dat hij vier jaar lang door de Russen om de tuin is geleid.
Een geslaagde lastercampagne
In 2013 stelt de ouderwetse, conservatieve burgemeester van Boedapest zich steeds feller op ten opzichte van Dávid Vitézy, de CEO die aan het hoofd staat van de openbaar-vervoersdienst van de stad, het BKK (Budapesti Közlekedési Központ). Vitézy is, met zijn vooruitstrevende standpunten, in vrijwel alles de tegenpool van Tarlós. Het publiek smult van het geruzie, totdat het eindigt met het ontslag van de CEO, een graag geziene figuur binnen intellectuele kringen in Boedapest.
Iedereen, ook de burgemeester en de CEO zelf, heeft al die tijd gedacht dat de meningsverschillen enkel en alleen draaiden om politieke ambities, een botsende wereldvisie en een diepe, persoonlijke animositeit tussen beide mannen.
Wat niemand weet is dat er in het geheim een derde partij bij betrokken is.
Tarlós en Vitézy werken al samen sinds 2010, het jaar waarin Orbáns partij, Fidesz, niet alleen de parlementsverkiezingen wint, maar ook als overwinnaar uit de bus komt bij de gemeenteraadsverkiezingen. Op het moment dat Tarlós burgemeester wordt van Boedapest is het een voor de hand liggende keuze om Vitézy, de achtentwintigjarige verkeersexpert die ook als kind al dol was op trams en bussen, aan te stellen als hoofd van de dienst die het openbaar vervoer in de stad coördineert. Niet alleen heeft Vitézy duidelijke ideeën over de modernisering van het openbaar vervoer in Boedapest, ook heeft hij sterke familiebanden met de partijtop van Fidesz.
Vitézy’s moeder zit voor Fidesz in het Europees Parlement in Brussel, en wat misschien nog wel belangrijker is: zijn halfzus is een nicht van Viktor Orbán.
Maar van de ene op de andere dag begint de politieke steun voor de jonge CEO af te kalven. VSquare stuit op een Russische lastercampagne uit 2013, die erop is gericht Vitézy uit te rangeren. Vitézy vormt namelijk een obstakel om de opdracht binnen te slepen voor het opknappen van de oude M3-metrolijn in Boedapest. Zowel de burgemeester als de CEO worden het slachtoffer van deze manipulaties.
VSquare ontdekt dat in mei 2013 een Russische delegatie een ontmoeting heeft met Vitézy, die de grote fout begaat om geen officiële notulen te maken van zijn onderhandelingen met de Russen. Het duurt niet lang of er worden met opzet onware verhalen over deze ontmoeting de wereld in gestuurd. In de inner circle van de premier, die steeds meer pro-Kremlin wordt, klinken beschuldigingen als zou het hoofd openbaar vervoer van Boedapest anti-Russische sentimenten koesteren en zakelijke overeenkomsten met Moskou dwarsbomen. Hij wordt ontslagen. Op die manier krijgen de Russen vrije toegang tot zo’n tweehonderd miljoen euro aan Hongaarse publieke middelen. De burgemeester van Boedapest vertelt VSquare desgevraagd dat het hoofd van het openbaar vervoer van Boedapest inderdaad niet op zijn initiatief is ontslagen.
István Tarlós, de non-conformistische, rechtse burgemeester die sinds 2010 de scepter zwaait over Boedapest, is de politieke strijd aangegaan met een aantal machtige ministers en oligarchen van premier Viktor Orbán. De oligarchen doen niet-aflatende pogingen om via verschillende louche transacties en kanalen het budget van Boedapest en het geld van de Europese subsidies weg te sluizen. Tarlós, wiens integriteit boven vrijwel elke twijfel is verheven, probeert die pogingen te verijdelen.
Zo botst hij met iemand als Lajos Simicska, de beruchte oligarch die het economische achterland van Fidesz bestiert. Tarlós slaagt erin hem te weren uit Boedapest, in ieder geval tot op zekere hoogte. Dat is opmerkelijk omdat Simicska – al sinds de studietijd een goede vriend van Orbán – tussen 2010 en 2014 besliste over leven en dood binnen de Fidesz-regering. Simicska was zo machtig dat hij eigenhandig enkele van Orbáns kabinetsleden selecteerde of de laan uit stuurde.
In zijn strijd heeft Tarlós echter behoefte aan invloedrijke bondgenoten om de aanvallen van inhalige oligarchen en Fidesz-politici te kunnen pareren. Er is een steeds belangrijkere maar informele rol weggelegd voor István Kocsis, een bekende russofiel die in het verleden aan het hoofd heeft gestaan van de voorloper van het BKK, het KKV, en van het MVM, de Hongaarse overheids-energieleverancier. Hij is ook CEO geweest van de kernenergiecentrale Paks, oorspronkelijk gebouwd door de Sovjets. Kacsis, een van de toonaangevende economen van de voormalige socialistisch-liberale regering van 2002 tot 2010, is betrokken geweest bij meerdere corruptieschandalen, als gevolg waarvan hij zich vanaf 2010 gedwongen gedeisd heeft moet houden.
Tarlós steunt ook op een andere langdurige bondgenoot, György Pető, voormalig lid van de socialistische partij, een man die in het communistische tijdperk bij de geheime dienst heeft gewerkt, en in de jaren tachtig voor de Amerika-afdeling van de Hongaarse contraspionagedienst.
Later verschijnt ook András Tombor, een voormalig veiligheidsofficier van Orbán, ten tonele – of liever gezegd, ergens in de coulissen. Hij biedt het stadsbestuur van Boedapest officieus zijn diensten aan om wat plooien glad te strijken bij Tarlós’ vervaarlijke tegenstanders in het kabinet van Orbán.
Kocsis en Tombor worden gezien als lobbyisten die banden onderhouden met verschillende Russische zakenlieden. Van Pető is bekend dat hij zijn loopbaan is begonnen op het Hongaarse ministerie van Binnenlandse Zaken, afdeling III/II – min of meer de plaatselijke afdeling van de KGB, waar dan ook soms orders uit Moskou werden uitgevoerd. Volgens bronnen die zich in de kwestie hebben verdiept is de Russische invloed in Boedapest pas echt goed aan het licht gekomen op het moment dat verschillende partijen het stadsbestuur ervan probeerde te overtuigen om bij de uitvoer van het lucratieve renovatieproject van lijn M3 in zee te gaan met Metrowagonmash, een Russisch bedrijf dat metrostellen levert.
De aanleg van de derde metrolijn van Boedapest – ook wel de blauwe lijn geheten – begint in 1970, en de lijn is in bedrijf sinds 1976. Hoewel er dagelijks meer dan een half miljoen mensen van deze metrolijn gebruikmaken, is hij al drie decennia lang niet opgeknapt. Nadat in 2011-2012 grote publieke verontwaardiging ontstond vanwege een aantal ernstige technische storingen, met angstaanjagende beelden van rook en vuur, begreep het stadsbestuur dat renovatie en de aanschaf van nieuwe metrostellen onvermijdelijk is. De Sovjet-metrostellen die al sinds de jaren zeventig in Boedapest rijden, en de constructietechniek van de tunnels en de ventilatiesystemen, zijn vrijwel identiek aan die in Baku in Azerbeidzjan, waar in 1995 een brand ontstond door kortsluiting, met 289 doden en 270 gewonden als gevolg.
Jaren eerder, lang voordat de winnaar van deze metrotender bekend wordt, hebben we een achtergrondgesprek gevoerd met een van de informele lobbyisten die ervoor pleit met Metrowagonmash in zee te gaan. Hij maakte er bezwaar tegen dat we hem een Russische lobbyist noemde, en zei dat hij niets anders wilde dan dat de partijen op één lijn zouden komen zodat een groot metro-ongeluk kon worden voorkomen.
‘Niemand wil de dood van passagiers op zijn geweten hebben, toch?’ zei de lobbyist, die beweerde dat de Hongaarse politici bang waren en de voorkeur zouden geven aan een snelle oplossing boven de meest kosteneffectieve oplossing. Aangezien zowel de metrostellen als de tunnel door de Russen waren geleverd, waren zij ook de meest gekwalificeerde partij voor de renovatie, betoogde de lobbyist. De kern van zijn betoog was dat koste wat kost een tragisch ongeluk moest worden voorkomen.
Dat is natuurlijk een drogredenering. Zo zijn de oude Sovjet-metrostellen in Praag in 2011 met succes gerenoveerd, niet door Metrowagonmash maar door het Tsjechische bedrijf Škoda Transportation. Een tragisch ongeluk is uitgebleven.
De Hongaarse veiligheidsdiensten hebben al heel lang weet van de banden tussen Metrowagonmash en de Russische geheime dienst. Sterker nog, in het verleden hebben ze zelf geprobeerd gebruik te maken van die connecties
Tarlós bedient zich echter van dezelfde redenering wanneer hij in een e-mail reageert op vragen van VSquare: ‘Ik ben nog altijd van mening dat het niet meer dan logisch is dat degene die iets heeft geproduceerd, als geen ander is gekwalificeerd om het te renoveren,’ betoogt de burgemeester. ‘Maar ik kan in alle eerlijkheid zeggen dat ik de Russen niet heb geholpen bij de openbare aanbesteding, en dat ik op geen enkel moment heb ingegrepen. Het enige waar het mij om ging, is dat de renovatie zou plaatsvinden,’ vervolgt hij.
De burgemeester probeert de rol van zowel Kocsis als Tombor af te zwakken. ‘Niemand heeft gevraagd – in ieder geval niet aan mij – om de opdracht aan Metrowagonmash te gunnen. István Kocsis niet en de heer Tombor niet. Ik heb Kocsis gebeld met de vraag of de geruchten klopten dat hij zou lobbyen voor de Russische belangen. Hoewel hij toegaf dat hij verschillende Russische contacten heeft, ontkende hij onmiddellijk en met klem dat hij zou hebben gelobbyd. ‘Ik vraag Kocsis zelden naar kwesties uit het verleden (…) en ik vraag de heer Tombor nooit naar zijn mening, over wat dan ook,’ aldus de burgemeester.
Metrowagonmash ziet twee obstakels op haar weg. Het eerste obstakel is Dávid Vitézy, de jonge CEO die aan het hoofd staat van BKK. Zijn loyaliteit aan de regeringspartij wordt door niemand in twijfel getrokken en hij lijkt stevig in het zadel te zitten. Vitézy toont geen enkele belangstelling voor buitenlandbeleid en hij heeft geen moeite met Rusland als een politieke factor. ‘Misschien had Vitézy het niet zo op de Russen, maar zover ik me kan herinneren heeft hij dat nooit met zoveel woorden gezegd, heeft hij dat nooit echt uitgedragen,’ aldus de burgemeester.
Maar als specialist op het gebied van openbaar vervoer is Vitézy gekant tegen het idee om de roestige, ouderwetse Sovjet-metrostellen domweg op te knappen. Het hoofd van het BKK is voorstander van een eerlijke en competitieve aanbestedingsprocedure en hij heeft liever dat Boedapest nieuwe metrostellen aanschaft dan dat de oude metrostellen een facelift krijgen.
Ondanks hun verschillende achtergrond zitten Vitézy en Tarlós dit keer op één lijn: beide mannen willen gloednieuwe metrostellen tegen de scherpst mogelijke prijs, met financiële steun van de EU. Dat is het tweede obstakel op het pad van de Russen, aangezien Metrowagonmash heel goed weet dat waar het om nieuwe metrostellen gaat, hun technologie zonder meer onderdoet voor die van de concurrent.
De Russen moeten dus twee dingen doen om de openbare aanbesteding binnen te halen. Om te beginnen moeten ze zorgen dat Vitézy het veld ruimt, en ook moeten ze zorgen dat Boedapest geen nieuwe metrostellen koopt, maar gerenoveerde oude metrostellen. De Russen hebben het geluk dat ze een zeer ervaren vertegenwoordiger in Boedapest hebben zitten. In Hongarije wordt Metrowagonmash al meer dan tien jaar vertegenwoordigd door ene Béla Juhász.
Hoewel zijn Hongaarse naam anders doet vermoeden, is Juhász geboren als Sovjet-burger in Transkarpatië (inmiddels deel van Oekraïne), en hij heeft een groot deel van zijn leven de belangen van de Russische overheid behartigd. Dat verneemt VSquare van een bron die vroeger voor een tak van de Hongaarse geheime dienst heeft gewerkt.
Geheime dienst
Eind jaren tachtig van de vorige eeuw, niet lang voor de machtswisseling en de ineenstorting van het Sovjetrijk, vestigt Juhász zich in Hongarije waar hij – anders dan de meeste mensen uit Transkarpatië – al snel een vermogen weet te vergaren, vervolgt onze bron. Juhász zet in 1990 een import-, export- en consultancybedrijf op. Hij werkt onder meer met Russische klanten.
Een belangrijke klant is Metrowagonmash, een in Mytisjtsji gevestigd bedrijf dat metrostellen en railbussen maakt.
Metrowagonmash maakt ook gepantserde voertuigen voor het Russische leger, zoals het chassis van de Boek, de Toengoeska en de Tor – geleide en zelfstandig aangedreven luchtdoelraketten. Niet alleen produceert Metrowagonmash al heel lang voor militaire doeleinden, ook is het een dochteronderneming van CJSC Transmashholding, een bedrijf dat van groot strategisch belang is voor Moskou, als grootste producent van locomotieven en spoorwegmaterieel. In Rusland werken dergelijke bedrijven nauw samen met landelijke veiligheidsdiensten.
De bron van VSquare treedt niet verder in detail over het Sovjetverleden van Juhász. We weten niet waaróm zijn achtergrond de aandacht heeft getrokken van de Hongaarse geheime dienst, maar we weten wel dat het zo is. Afgelopen voorjaar liet Ferenc Katrein, voormalig officier van de contraspionagedienst, in een interview vallen dat Hongaarse agenten die op zoek zijn naar mogelijke Russische spionnen hun pijlen niet alleen richten op de diplomatieke wereld, maar ook op bedrijven die in handen zijn van de Russische staat, of die worden gesteund door de Russische staat. ‘Naast traditionele posities, die diplomatieke immuniteit bieden, is het ook de moeite waard om individuen in kaart te brengen die banden hebben met verschillende bedrijven die in handen zijn van de staat of die worden gesteund door de staat, zoals luchtvaartmaatschappijen, reisbureaus, culturele centra, onderwijsinstellingen en media die in handen zijn van de staat – zo heeft de praktijk van de contraspionage ons geleerd,’ aldus Katrein.
De Hongaarse veiligheidsdiensten hebben al heel lang weet van de banden tussen Metrowagonmash en de Russische geheime dienst. Sterker nog, in het verleden hebben ze zelf geprobeerd gebruik te maken van die connecties. Halverwege de jaren negentig had de voormalig communistische socialistische regering plannen om spionage-apparatuur te kopen van Metrowagonmash, zo viel vorig jaar te lezen op de website Atlatszo.hu. ‘Om de transactie geheim te houden werd een bemiddelend bedrijf in het leven geroepen, Nádor 95 Rt., dat de metrostellen zou kopen van Metrowagonmash, als financiële en administratieve dekmantel voor de aanschaf van spionageapparatuur’, schrijft Atlatszo.hu. Die deal heeft echter nooit zijn beslag gekregen (het Nádor-verhaal is oorspronkelijk gepubliceerd door ÉS, een Hongaars weekblad).
Tien jaar geleden, in 2006, haalde Juhász voor het eerst het nieuws toen hij Alstom voor de rechter daagde – het Franse bedrijf dat hoger was geëindigd dan Metrowagonmash in de strijd om de levering van nieuwe metrostellen voor de vierde lijn van Boedapest. Zijn poging mislukte echter. Niet in de laatste plaats omdat Alstom de voormalige Hongaarse beleidsmakers zou hebben omgekocht, volgens een onderzoek van OLAF, het Europese antifraude agentschap. Begin 2017 is het OLAF-rapport verschenen over fraude, corruptie en het verkeerd aanwenden van EU-subsidies. In dat rapport worden als belanghebbenden genoemd Péter Medgyessy, de voormalig premier van de socialistisch-liberale coalitie (2002-2004), het socialistisch-liberale gemeentebestuur van Boedapest, en Alstom Transport SA. Zowel Medgyessy – een notoir francofoon – en de voormalig burgemeester van Boedapest ontkennen de aantijgingen.
Maar het rapport onderschrijft wat velen al denken: wie in Hongarije een publieke aanbesteding wil binnenhalen die verband houdt met het openbaar vervoer in Boedapest, zal zoals altijd moeten zien dat hij de goodwill en de actieve steun vergaart van de machthebbers.
Het valt dan ook goed te begrijpen dat de Russische bedrijven dachten dat ze binnen waren toen Viktor Orbán in 2011 zijn nieuwe pro-Russische en pro-Chinese buitenlandbeleid bekendmaakte, genaamd ‘Opening naar het oosten’.
In mei 2013 verzoekt Victor Sorokin, de adjunct handelsgezant van Rusland in Hongarije (Rustrade), om een officiële ontmoeting met de leiding van BKK. Sorokin lijkt zich gesterkt te voelen door Orbáns opening naar het oosten en laat doorschemeren dat hij wil lobbyen voor Russische bedrijven.
Meerdere specialisten op het gebied van nationale veiligheid zeggen dat provokatsiya – het aanzwengelen van een conflict – en het verspreiden van onwaarheden al sinds jaar en dag het handelsmerk zijn van zowel de oude KGB als de hedendaagse Russische geheime dienst
Het volgende verhaal is bevestigd door anonieme bronnen die weet hebben van de ontmoeting tussen Vitézy, zijn medewerkers en de Russische delegatie. Daarnaast bestaat er een intern verslag van de ontmoeting, maar het is belangrijk om vast te stellen dat dit verslag pas weken na de bespreking boven tafel is gekomen. Het is op het bureau van de burgemeester beland, zo is VSquare aan de weet gekomen.
De bespreking vindt plaats op het hoofdkwartier van BKK, in het zevende district van Boedapest, op 24 mei 2013. Sorokin is in het gezelschap van twee mensen, onder wie een de tolk. Er zijn ook enkele medewerkers van Vitézy aanwezig. Het belangrijkste onderwerp is de levering van nieuwe trolleybussen aan Boedapest, en daarnaast komt ook de aanstaande openbare aanbesteding van de metrostellen voor lijn M3 aan de orde.
De bronnen van VSquare herinneren zich dat Vitézy deze processen alleen heel schetsmatig aanstipt. Hij geeft geen gevoelige informatie prijs waarmee Metrowagonmash een voorsprong zou hebben op de concurrentie. Hij maakt duidelijk dat het gemeentebestuur van Boedapest een open competitie en een openlijke aanbesteding wil, aangezien dat de enige manier is waarop de Europese Unie deze projecten (mede) wil financieren. Vitézy zegt ook dat de hoofdstad liever nieuwe metrostellen koopt dan de oude te laten opknappen. Volgens onze bronnen verloopt de bijeenkomst in een gemoedelijke sfeer, maar de Russische delegatie heeft wellicht opgemerkt dat de CEO en zijn medewerkers zijn vergeten officiële notulen van de bijeenkomst te maken, of het gesprek op te nemen. Dat zal een kapitale fout blijken.
Weken later hoort de leiding van BKK tot zijn verbazing over een zogenaamde aanvaring met vertegenwoordigers van de Russische Federatie. Vanuit de politiek worden vragen gesteld over geheimzinnige onderhandelingen tussen Vitézy en de Russische ambassadeur op de Russische ambassade in Boedapest – een bespreking die aanvankelijk is geheimgehouden voor de burgemeester, voor iedereen eigenlijk. Vitézy wordt er min of meer van beschuldigd op eigen houtje te hebben geopereerd, achter de rug van de burgemeester om, en ruzie te hebben gezocht met de Russen om te voorkomen dat het gemeentebestuur van Boedapest in zee zou gaan met Metrowagonmash. BKK krijgt voor de voeten geworpen dat ze niet willen meewerken met Russische diplomaten, dat ze het hele renovatieproject saboteren en dat ze de Russische ambassadeur, Aleksandr Tolkach, vijandig of oneerbiedig hebben bejegend.
Verschillende bronnen zeggen dat deze verhalen op niets zijn gebaseerd, dat Vitézy’s geheimzinnige bezoek aan de Russische ambassade nooit heeft plaatsgevonden. Volgens het rapport dat later op het bureau van de burgemeester belandt, heeft de CEO geen besprekingen gevoerd op de ambassade en is de Russische ambassadeur helemaal niet betrokken geweest bij een bespreking met Vitézy.
Het doet er allemaal niet toe. Het nepverhaal over Vitézy’s aanvaring met Tolkach wordt steeds groter en BKK heeft aanvankelijk geen officiële notulen of opnamen om hun ontkenning te staven. Tarlós laat ook weten dat hij zich kan herinneren dat er werd gefluisterd over een naar verluidt omstreden gesprek tussen Vitézy en de Russen. ‘Ik herinner me dat ik in de wandelgangen iets opving over “Vitézy versus de Russische ambassade”, maar het kwam mij nogal ongeloofwaardig voor dat Vitézy stiekem naar de ambassade zou zijn geglipt, dus liet ik het verder maar rusten. Ik weet het niet honderd procent zeker, maar het staat me bij dat ik erover ben begonnen tegen Dávid, die het verhaal ontkende’, zegt de burgemeester tegen VSquare.
Ook wordt duidelijk dat iemand aan kringen rond de Hongaarse regering heeft gemeld dat Vitézy de voor beide partijen lucratieve overeenkomsten met Rusland in gevaar heeft gebracht. VSquare probeert de details te achterhalen van de Russische bezwaren tegen Vitézy en benadert een hooggeplaatste ambtenaar op het Hongaarse ministerie van Buitenlandse Zaken. Als de Russen op diplomatiek niveau contact hebben gezocht met de Hongaarse regering, dan moet deze hooggeplaatste bron van VSquare daar weet van hebben. Het wekt nauwelijks verbazing wanneer de bron beweert niets van het verhaal af te weten. ‘Inmiddels is de bureaucratie van het ministerie van Buitenlandse Zaken al helemaal buiten spel gezet waar het gaat om de zakelijke betrekkingen met Rusland, betrekkingen waar slechts een handjevol Fidesz-leider garen bij spinnen’, hoort VSquare uit de mond van een andere bron die kennis heeft van de Russische lobby.
‘Met de Vitézy-affaire kom je in de hoogste politieke regionen terecht, en dan heb ik het over Viktor Orbán en zijn vertrouwelingen, die Vitézy als een risico zijn gaan beschouwen’, voegt onze bron eraan toe.
Verdeel-en-heerstactiek
Noch de ambassade van de Russische Federatie in Boedapest, noch Rustrade heeft gereageerd op onze vragen over de (vermeende) ontmoetingen met Vitézy. We hebben ook officiële vragen gesteld aan Metrowagonmash en de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken en Handel, maar tot op heden hebben we geen reactie mogen ontvangen. Gelukkig zijn we erin geslaagd het verhaal te bekijken vanuit een Russisch perspectief door te gaan praten met een bron binnen de zakenwereld, die banden heeft met Russische bedrijven die in handen zijn van de staat. ‘Vitézy is bij de ambassadeur op bezoek geweest. Dat verhaal klopt. Het verhaal heeft de ronde gedaan, in eerste instantie via de Russische overheid, en daarna via de Hongaarse overheid. Dat is alles. Ik weet niet wat Vitézy ertoe heeft gedreven (om de strijd aan te binden met de ambassadeur), maar ik vermoed dat het net zoiets is als met de bussen. Ik denk dat ze het metrostelsel ook wilden privatiseren,’ aldus onze bron.
Wanneer VSquare contact opneemt met Dávid Vitézy, momenteel algemeen directeur van het Hongaarse museum van wetenschap, technologie en transport, vraagt Vitézy of we onze vragen per e-mail willen stellen. In plaats van antwoord te geven op onze vragen, reageert hij met een korte verklaring. ‘Momenteel richt ik mijn volledige aandacht op het nieuwe museum voor transport, dat ik naar een zo hoog mogelijk plan wil tillen. Ik wil dan ook niet ingaan op verhalen van jaren geleden’, schrijft hij. De voormalige CEO weerlegt echter geen van onze uitspraken.
Ondanks zijn politieke loyaliteit en de familiebanden met Orbán, kalft Vitézy’s invloed in 2013 en 2014 geleidelijk af. Hij is de politieke steun van de overheid verloren nadat hij als anti-Russisch is bestempeld en de lastercampagne zijn vertrouwensband met Tarlós onherstelbaar heeft beschadigd. ‘Tot aan de dag van vandaag geloof ik niet dat Vitézy domweg de Russische ambassade is binnengelopen met het voornemen om ergens een stokje voor te steken, tenzij hij daar iemand kende. Dat laatste lijkt echter niet waarschijnlijk, al heb ik de ambassade er nooit naar gevraagd,’ zegt Tarlós tegen VSquare, waarmee we tot op zekere hoogte in het duister blijven tasten over wat hij nou echt denkt.
Uiteindelijk heeft de verdeel-en-heerstactiek van de Russen en hun lobbyisten succes. Dat is deels het gevolg van de soepele samenwerking tussen de Russische diplomatie, een Russisch bedrijf, hun Hongaarse afgevaardigden en waarschijnlijk ook nog andere vertakkingen van de Russische staat. Meerdere specialisten op het gebied van nationale veiligheid zeggen tegen VSquare dat provokatsiya – het in de hand werken van een crisis, het aanzwengelen van een conflict – en het verspreiden van dergelijke onwaarheden, al sinds jaar en dag het handelsmerk zijn van zowel de oude KGB als de hedendaagse Russische geheime dienst.
Uiteindelijk wordt Dávid Vitézy eind 2014 ontslagen.
De burgemeester van Boedapest heeft een aantal dingen in het midden gelaten in de versie van het verhaal die wij van hem te horen krijgen. Tarlós vertelt VSquare dat hij Vitézy in 2010 heeft aangesteld als hoofd van BKK op verzoek van een van zijn adjuncten. ‘Na een tijdje werd duidelijk dat de opvattingen van Vitézy op een heleboel terreinen niet overeenkwamen met die van mij,’ vervolgt hij. Hij zegt dat de band tussen hen verslechterde en hij erkent dat hij Vitézy op een zijspoor probeerde te zetten. ‘Ik mocht hem niet, en ik wilde eigenlijk niet langer dat hij aan het hoofd stond van BKK,’ voegt hij er nog aan toe.
Verrassend genoeg impliceert de burgemeester dat hij weliswaar achter de beslissing stond, maar dat hij niet zelf het initiatief heeft genomen om Vitézy te ontslaan. Tarlós weigert bekend te maken wat de achtergrond van die beslissing is geweest, en van wie het initiatief uitging. ‘Ik wil niet al te gedetailleerd op de omstandigheden van deze beslissing ingaan, deels omdat ik niet veel later hoe dan ook die stap in werking zou hebben gezet.’ Hij beklemtoont nog eens dat het ontslag niets van doen heeft met de Russen. ‘Ten minste niet voor zover ik weet,’ gaat hij verder. Wat de burgemeester exact heeft gezegd – aangaande het ontslag van Vitézy – is dat ‘de Russen niet specifiek zijn genoemd’, noch door ‘de Russen zelf’ noch door ‘de Hongaarse regering en de mensen die daar deel van uitmaken’.
Nadat het eerste obstakel uit de weg is geruimd door Vitézy uit te rangeren, richten de Russische lobbyisten rond de leiders in Boedapest hun pijlen op het tweede obstakel. De lobbyisten proberen de renovatie van de metro te laten plaatsvinden binnen een zogeheten buitengewone procedure, zonder openbare aanbesteding en concurrentie. Als ze daarin slagen, kan Metrowagonmash de aanbesteding winnen zonder het ook maar tegen iemand te hoeven opnemen.
VSquare heeft de hand weten te leggen op het officiële verzoek – oorspronkelijk aangehaald door Népszabadság – waarin wordt verzocht om een buitengewone procedure. Dit verzoek dateert van 23 augustus 2013, drie maanden nadat Vitézy en Sorokin elkaar hebben gesproken. Het is ondertekend door Tarlós en gestuurd aan Lászlóné Németh, die aan het hoofd staat van het ministerie van Nationale Ontwikkeling (Nemzeti Fejlesztési Minisztérium, NFM), het ministerie dat gaat over het budget voor ontwikkelingsfondsen.
‘Naar onze mening is het risico dat het gebruik van de oude metrostellen met zich meebrengt, onacceptabel groot’, staat te lezen in het verzoek, dat verwijst naar veiligheidsrisico’s en risico’s op allerhande andere gebieden. In de brief wordt verwezen naar het belang van de nationale veiligheid en wordt verzocht af te zien van een openbare aanbesteding, omwille van een snelle renovatie. In tegenstelling tot zijn eerdere opvattingen pleit Tarlós nu onomwonden tégen de aanschaf van nieuwe metrostellen en zegt dat hij opgeknapte metrostellen wil.
De burgemeester laat zelfs weten dat hij niet langer steun wil van de Europese Unie. Tarlós zegt niet met zoveel woorden wie hij voor dit project in de arm wil nemen, maar hij schrijft in een brief dat er bedrijven zullen worden gepolst die op een niet-openbare lijst staan van het Hongaarse Constitutional Protection Office, de dienst die zich ook bezighoudt met contraspionage.
Destijds stonden minister Lászlóné Németh en het NFM onder volledige controle van Simicska, de machtige oligarch die overhooplag met Tarlós, en het verzoek wordt dan ook afgewezen.
Tegenover VSquare houdt Tarlós vol dat hij nooit enige druk heeft gevoeld van Simicska. Maar na de parlementsverkiezingen van 2014 verbreekt Simicska al snel de banden met Orbán.
Simicska’s invloed is tanende en later wordt ook Lászlóné Németh ontslagen. Als alle obstakels uit de weg zijn geruimd, neemt de regering Orbán een financiële beslissing door een decreet aan te nemen dat in feite alle mogelijkheden uitsluit, behalve het opknappen van de oude metrostellen.
Wanneer VSquare ernaar vraagt, zegt Tarlós dat hij zich, ondanks zijn eerdere opvatting, uiteindelijk heeft neergelegd bij de beslissing van regering en dat hem geen andere mogelijkheid restte dan de oude metrostellen te laten opknappen. De burgemeester rept met geen woord over het feit dat hij in augustus 2013 van gedachten is veranderd – in ieder geval waar het de inhoud van die brief betrof – zoals maar al te duidelijk blijkt uit zijn verzoek om een buitengewone procedure.
Van de bedrijven die overblijven komt de Estlander met het beste, modernste en goedkoopste bod, waarmee het Boedapest en de Hongaarse regering knap lastig wordt gemaakt. Skinest Rail wordt uiteindelijk gediskwalificeerd
Uiteindelijk trekken Béla Juhász en Metrowagonmash aan het langste eind. Hoewel er uiteindelijk toch een openbare aanbesteding moet worden gedaan, worden de voorwaarden en de vereisten toegespitst op de Russen. Zeven bedrijven dingen mee naar de opdracht. Vijf bedrijven halen de tweede ronde: Alstom (Frankrijk), CAF (Spanje), Škoda Transportation (Tsjechië), Skinest Rail (Estland) en Metrowagonmash. Voordat de uitslag bekend wordt gemaakt, hebben wij een gesprek met een wettelijk vertegenwoordiger van een van de Europese bedrijven die hebben meegedongen. Deze vertegenwoordiger laat weten dat van begin af aan duidelijk was dat het doorgestoken kaart was, maar dat ze vanuit een gevoel van rechtvaardigheid toch hebben besloten mee te dingen. Alstom, CAF en Škoda hebben al snel door hoe weinig kans ze maken en trekken zich terug uit de race. Van de bedrijven die overblijven komt de Estlander met het beste, modernste en goedkoopste bod (196 miljoen euro), waarmee het Boedapest en de Hongaarse regering knap lastig wordt gemaakt. Skinest Rail wordt uiteindelijk, onder het mom van onduidelijke technische redenen, gediskwalificeerd. Zo weet Metrowagonmash de opdracht binnen te halen, met een offerte die niet alleen hoger is (220 miljoen euro) maar ook nog eens minder aantrekkelijk. Hun metrostellen zijn niet eens voorzien van airconditioning.
Begin 2017 arriveren de eerste opgelapte Russische metrostellen – die spottend Moskvitsj worden genoemd, naar het goedkope Russische automerk – in Boedapest. Het blijkt dat de Russen echt iedereen om de tuin hebben geleid. Er wordt vermoed dat ze de oude metrostellen helemaal niet hebben opgeknapt, maar dat ze gloednieuwe metrostellen hebben geleverd – een verouderd model dat ze aan de straatstenen niet kwijt konden. Als ze met deze modellen hadden moeten concurreren in een openbare aanbesteding voor nieuwe metrostellen, waren ze kansloos geweest tegenover de Esten, de Spanjaarden en de Tsjechen. De burgemeester van Boedapest reageert op het schandaal met de woorden: ‘Laten we blij zijn dat we iets veel mooiers en beters hebben gekregen dan we verwachtten.’
De nieuwe Moskvitsjen haperen ogenblikkelijk. De deuren gaan plotseling open terwijl de metro rijdt, maar weigeren open te gaan wanneer dat moet, zodat honderden passagiers vast komen te zitten. Soms wordt de noodrem uit zichzelf geactiveerd. Na enkele weken geeft de landelijke verkeersdienst zelfs de opdracht alle gerenoveerde Russische metrostelling tijdelijk uit de roulatie te nemen.
Een platform voor onafhankelijke cross-border journalistiek ter bevordering van de kwaliteit van onderzoeksreportages en onafhankelijke journalistiek in de Visegrad-regio (Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië). De redactie zit verspreid over deze vier landen. Het initiatief wordt gesteund door het Nationaal Endowment for Democracy.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.