Tag: Kim Jong-un

  • Noord-Korea lanceert militaire spionagesatelliet, mogelijk met Russische hulp

    Noord-Korea lanceert militaire spionagesatelliet, mogelijk met Russische hulp

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Invloedrijke cryptomiljardair en oprichter van Binance treedt af

    » Israël keurt akkoord met Hamas over vrijlating gijzelaars goed

    Westerse landen hebben de lancering veroordeeld

    Noord-Korea heeft met succes een militaire spionagesatelliet in de ruimte gebracht, nadat twee eerdere pogingen dit jaar mislukten. Dat meldt de BBC. De succesvolle lancering volgt op een ontmoeting tussen de Russische president Vladimir Poetin en de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un in september, waarbij Poetin hulp aanbood bij het Noord-Koreaanse ruimteprogramma.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens Zuid-Korea heeft Noord-Korea hulp gehad van Rusland bij de lancering. De lancering werd veroordeeld door de VN, die sancties handhaven tegen Noord-Korea omdat het land nucleaire raketten zou ontwikkelen. Het Witte Huis noemde de actie een ‘brutale schending’ van VN-resoluties, en Japan spreekt van ‘een zeer ernstige zaak die de veiligheid van ons volk ernstig in gevaar brengt’.

    Na de lancering kondigde Zuid-Korea aan dat het de bewaking langs de grens met het Noorden zou hervatten, waardoor de relatie tussen de twee landen weer lijkt te verharden na enkele jaren van positieve signalen. Of de satelliet al operationeel is, is niet bekend.

    Lees ook:

  • De VS halen de door Noord-Korea vrijgelaten soldaat Travis King terug

    De VS halen de door Noord-Korea vrijgelaten soldaat Travis King terug

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Duitsland voert controles in aan grens met Polen en Tsjechië

    » Greenpeace waarschuwt voor veiligheid kerncentrale Zaporizja

    ‘Zeldzaam diplomatiek succes’

    De Amerikaanse soldaat Travis King zit op een vlucht terug naar de Verenigde Staten vanuit Zuid-Korea, zo meldt CNN. King werd woensdag door Noord-Korea het land uitgezet nadat hij in juli vanuit het zuiden illegaal het land was binnengekomen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Verenigde Staten hadden, althans niet publiekelijk, geen nieuws van hem gehad sinds de zomer. Eenmaal in de Verenigde Staten zal Travis King volgens naar een medisch centrum van het Amerikaanse leger in Texas gaan. Washington zal voorlopig geen juridische stappen tegen de gedeserteerde soldaat ondernemen.

    ‘De vrijlating van King is een zeldzaam diplomatiek succes in de betrekkingen tussen de Verenigde Staten en Noord-Korea’, schrijft CNN. De pogingen om de soldaat terug te halen kwamen op een bijzonder gespannen moment, omdat de VS Noord-Korea onlangs publiekelijk hebben verzocht geen wapens te leveren aan Rusland voor de strijd in Oekraïne. Kim Jong-un heeft tijdens een bezoek aan Poetin eerder deze maand verklaard volledig achter Ruslands oorlog in Oekraïne te staan.

    Lees ook:

  • Kim Jong-un bezoekt Rusland dit jaar

    Kim Jong-un bezoekt Rusland dit jaar

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Generaal in Gabon beëdigd als president na staatsgreep

    » Festival Burning Man valt in het water door noodweer

    Rusland hoopt wapens voor in Oekraïne te krijgen van het land

    De leiders van Noord-Korea en Rusland zijn van plan elkaar deze maand nog te ontmoeten. Dat schrijft The New York Times. Volgens anonieme bronnen bij de Amerikaanse inlichtingendiensten zullen Kim Jong-un en Poetin hun top houden op een universiteit in Vladivostok.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Kim Jong-un en Poetin zijn beiden op zoek naar versterkingen voor hun strijdkrachten. Rusland hoopt dat Noord-Korea artilleriegranaten en antitankraketten kan leveren. Noord-Korea wil technologie voor satellieten en nucleaire onderzeeërs van de Russen krijgen. De wapenleveranties van Noord-Korea aan Rusland zouden ingezet moeten worden in Oekraïne.

    Eerder bezocht de Russische Minister van Defensie Sergej Sjojgoe het Aziatische land, ter ere van wat Noord-Korea ziet als de overwinning op Zuid-Korea en de Verenigde Staten in de Korea-oorlog. Tijdens dat bezoek kreeg de minister het wapenarsenaal van Noord-Korea te zien en werden mogelijkheden voor wapenleveringen besproken.

    Lees ook:

  • Noord-Korea houdt vast aan kernwapens, maar wat wil Kim Jong-un met al die raketten?

    Noord-Korea houdt vast aan kernwapens, maar wat wil Kim Jong-un met al die raketten?

    Kim Jong-un begon zijn tweede decennium als machthebber van Noord-Korea met grote beloften over groeiende welvaart. Maar zolang Kim zijn kernwapens niet wil opgeven, blijft het land economisch geïsoleerd. Ondertussen wordt de Noord-Koreaanse leider steeds brutaler.

    Je zou bijna de tel verliezen, zo veel raketproeven liet Kim Jong-un afgelopen jaar uitvoeren. Onder meer met raketten die in het holst van de nacht vanuit een binnenmeer worden gelanceerd en die in Zuid-Koreaanse wateren belanden, of over Japan vliegen. Alsof dit nog niet genoeg is, onthulde Kim op 19 november zijn grote wapen, de Hwasong-17, een intercontinentale raket. Maar opvallend genoeg werd de 25 meter lange raket, de grootste in zijn soort ter wereld, overschaduwd door de verschijning van een tengere figuur van nog geen anderhalve meter hoog, in een wit jasje en op rode schoenen: Kims dochter Ju-ae, vermoedelijk niet ouder dan een jaar of negen of tien. Het was haar eerste publieke optreden.

    Die vreemde combinatie van een liefhebbende vader en een nieuwsgierige dochter die elkaars hand vasthouden bij het aanschouwen van Noord-Korea’s ‘monsterraket’ deed denken aan een ander opmerkelijk propagandasignaal, van een maand eerder, op de verjaardag van Kims Arbeiderspartij. Er waren veel raketproeven op komst, maar op 10 oktober was in de Arbeiderskrant een ontspannen, stralende Kim te zien tijdens een inspectie – niet van een raketsilo, maar van een kas. Hij werd gefotografeerd terwijl hij trots twee groene paprika’s vasthield, in elke hand een. Kim blijft zijn volk beloven dat hij hen (en hun kinderen) niet alleen zal beschermen, maar ook van voedsel zal voorzien. 

    Jong en onervaren

    Toen Kim Jong-un in 2011 na de dood van zijn vader Kim Jong-il de leiding van Noord-Korea overnam, werd niet verwacht dat hij beide beloftes zou waarmaken. Hij werd alom afgeschilderd als jong en onervaren, en na zijn aantreden voorspelde menig deskundige een ophanden zijnde ineenstorting van het huidige Noord-Korea. Maar meer dan tien jaar later lijkt Kims greep op de macht steviger dan ooit. Hij weerde bedreigingen vanuit zijn eigen familie op brute wijze af door zijn oom te laten executeren en zijn oudere halfbroer te laten vermoorden. Ook vulde Kim de nomenklatoera van partij, leger en regering met mannen die hun positie aan hem te danken hebben. Hij degradeerde de generaals van zijn vader en bevorderde zijn eigen maarschalken. Oudere kaders stuurde hij met pensioen en hij stelde technocraten van middelbare leeftijd aan. Hij knoopte banden aan met lokale functionarissen door ze uit te nodigen naar de hoofdstad en ze in de provincies te bezoeken. 

    Er bestaat in Noord-Korea buiten de staat geen maatschappelijk middenveld. Een levensvatbaar politiek alternatief voor de regering van de Arbeiderspartij ontbreekt, en we hebben niet de minste aanwijzing gezien voor een Pyongyangse Lente. De antioorlogsdemonstraties in Rusland en de protesten tegen de lockdowns in China – laat staan de protesten die Iran op zijn grondvesten doen schudden – vinden in Noord-Korea geen navolging. Hoewel de late uitbraak van corona in het land in het voorjaar van 2022 wellicht ernstiger was dan de autoriteiten toegaven, zijn er geen tekenen dat het virus of de coronamaatregelen hebben geleid tot instabiliteit of noemenswaardige problemen voor Kims bewind.

    De ernstigste bedreiging voor zijn bewind lijkt zijn persoonlijke gezondheid. Hij was lange tijd een zware roker en had morbide obesitas, totdat hij in 2021 wat afviel. Maar in plaats van voortdurend te focussen op de mogelijkheid (gevoed door het wensdenken van analisten) dat Kims regime op instorten staat, is het beter om te kijken waar hij naartoe wil, en hoe hij zijn land over tien jaar ziet. In 2032 is hij immers nog in de bloei van zijn leven – ongeveer vijftig jaar oud – en begint hij ongetwijfeld aan zijn derde decennium aan de macht.

    Om te begrijpen waar hij naartoe wil, moeten we eerst naar zijn verleden kijken

    Bijna alle deskundigen zijn het erover eens dat de kans klein is dat hij binnenkort zijn kernwapens zal opgeven, als dat al ooit gebeurt. Maar dat roept de vraag op: waar zijn al die raketten voor? Is Kim een voorzichtige strateeg die zwakte veinst? Of is hij een risicovolle revanchist die uit is op dwingende diplomatie jegens Zuid-Korea en de Verenigde Staten? Om te begrijpen waar hij naartoe wil, moeten we eerst naar zijn verleden kijken.

    De wereld is geneigd te denken dat kernwapens de belangrijkste prioriteit zijn van Kim Jong-un. Maar voor hemzelf is die belangrijkste prioriteit, op de lange termijn, eerder wat hij voor het eerst verwoordde tijdens zijn inaugurele rede in april 2012. Toen beloofde hij zijn landgenoten dat ze ‘niet opnieuw de broekriem hoefden aan te halen’. In plaats daarvan, benadrukte hij, zouden ze ‘zo veel als ze willen kunnen genieten van de rijkdom en welvaart van het socialisme’.

    Toen hij uit de schaduw trad van zijn vader, die Noord-Korea van 1994 tot 2011 regeerde, begon Kim een reeks veelbelovende economische hervormingen in de landbouw en de industrie, en liet hij de traditionele markten grotendeels met rust. Het leverde het land een paar jaar van solide groei op. Maar na enkele jaren verlegde hij het accent van ‘boter’ naar ‘geweren’ en voerde hij een reeks kern- en raketproeven uit. Die brachten zelfs de formele bondgenoot China van streek en leidden eind 2017 tot strenge sancties van de VN-Veiligheidsraad. Enkele maanden later richtte Kim zich weer abrupt op de economie. In januari 2018 verklaarde hij zijn nucleaire afschrikmiddel als voltooid, en op een partijbijeenkomst in april van dat jaar zette hij een nieuwe strategische lijn uit die ‘alle inspanningen van de partij en het hele land zou richten op de socialistische economische opbouw’.

    Kim werd steeds brutaler. In het voorjaar van 2018 benadrukte hij tegenover de nouveau riche van Noord-Korea (die bekendstaat als de donju) en de lankmoedige massa dat zijn echte strategische doelstelling economische ontwikkeling was. De wereld toonde zich echter geïnteresseerder in het theater van Kims ontmoeting met Donald Trump in Singapore in juni, waarbij internationale media gretig verslag deden van elke wending in het toneelstuk, al veroordeelden tv-commentatoren het theatrale karakter van deze top. Toen de twee mannen elkaar in februari daaropvolgend in Hanoi ontmoetten voor verdere onderhandelingen, was Kim open over wat hij wilde. Hij vroeg om verlichting van de sancties en bood in ruil daarvoor aan zijn belangrijkste nucleaire complex (in Yongbyon) te ontmantelen. 

    Het feit dat het niet tot een overeenkomst kwam, mag de betekenis van Kims verzoek niet verhullen. Het gaf ons de duidelijkste aanwijzing tot nu toe van wat hij wil en wat hij bereid is te geven om dat te krijgen. Door de stille mislukking van de top in Hanoi, die te wijten was aan het feit dat Trump geen belangstelling meer had voor een overeenkomst met Kim, was de kans verkeken om te zien hoe ver Kim bereid was te gaan. De pandemie die begin 2020 toesloeg en de verkiezing van Joe Biden tot president van de VS, later dat jaar, beperkten die kans nog verder.

    Tekortkomingen

    Steeds opnieuw bewees Kim dat hij een blijvende kracht was, en onder waarnemers in de VS en zijn bondgenoten ontstond een nieuw soort angst. Waar er eerder werd gespeculeerd over het schijnbare gevaar van een ophanden zijnde ineenstorting van Noord-Korea, hebben de vorderingen in het nucleaire programma van het land in de afgelopen tien jaar een omgekeerde angst aangewakkerd: dat Kim zich opmaakt om Zuid-Korea binnen te vallen en het Koreaans Schiereiland met geweld te herenigen. Maar een zorgvuldige analyse laat zien dat die vrees misplaatst is. De primaire ambitie van de Noord-Koreaanse machthebber voor 2032 is leiding geven aan een land dat niet langer wordt afgedaan als een economische achterblijver.

    Regelmatig bekritiseerde Kim zichzelf in het openbaar voor zijn tekortkomingen als leider en voor de problemen waarmee het Noord-Koreaanse volk wordt geconfronteerd. In oktober 2020, tijdens de viering van de vijfenzeventigste verjaardag van de Arbeiderspartij, huilde Kim tijdens zijn toespraak vol berouw vanwege zijn falen om een eind te maken aan de ontberingen van het volk. Als Noord-Korea over tien jaar (hoe onwaarschijnlijk dat ook klinkt) uitgroeit tot de nieuwste ‘tijgereconomie’ van Azië, kan Kim zijn strategische lijn een briljant succes noemen en trots verkondigen dat hij na twee zwaarbevochten decennia eindelijk zijn oorspronkelijke belofte heeft ingelost. Een verhoging van de levensstandaard tot wat de Chinese communistische leiders ‘gematigde welvaart’ noemen, zou voor Kim een historische prestatie zijn. Zijn nalatenschap zou die van zijn vader en zijn grootvader, die geen van beiden de kunst van de economische ontwikkeling beheersten, volledig overtreffen.

    De ernstigste bedreiging voor zijn bewind lijkt zijn persoonlijke gezondheid

    Wil hij zijn ambitie van economische modernisering verwezenlijken, dan zal Kim echter moeilijke keuzes moeten maken. Zelfs voor het beste scenario, een door de staat geleid kapitalisme zoals in het communistische China en Vietnam, geldt dat de binnenlandse bronnen voor economische ontwikkeling beperkt zijn. Er is simpelweg niet voldoende investeringskapitaal, persoonlijke rijkdom of marktvraag om een drastische groei te genereren. Of zijn kameraden het nu leuk vinden of niet (en voor velen zal dat laatste gelden), Kim zal het land moeten openstellen als hij serieus werk wil maken van nationale welvaart.

    De makkelijkste plek om op zoek te gaan naar meer handel en investeringen ligt aan de andere kant van de noordgrens, waar zowel China als Rusland oproept tot verlichting van de sancties en betere economische betrekkingen met Noord-Korea. Hoewel het handelsvolume met Rusland van oudsher vrij bescheiden is, is een aanzienlijke toename van de energie-import voorstelbaar nu andere landen zich van Russisch gas en olie ontdoen. En hoewel VN-resoluties landen verbieden om Noord-Koreaanse werknemers in dienst te nemen, zou er in de Russische oorlogseconomie vraag kunnen ontstaan naar vervangende arbeidskrachten in de bouw en bosbouw. China is ondertussen al lang de belangrijkste handelspartner en bron van buitenlandse investeringen voor Noord-Korea. Het handelsvolume zou snel kunnen toenemen als Kim de poorten openzet voor Chinese ondernemers en investeerders – inclusief de onlangs gebouwde, grotendeels ongebruikte Vriendschapsbrug die de twee landen met elkaar verbindt.

    Er is één duidelijke tekortkoming in dit plan. Als Pyongyang niet van plan is zijn nucleaire afschrikmiddel overboord te gooien en een proces op gang te brengen dat kan leiden tot opheffing van de VN-sancties, zou Beijing moeten lobbyen voor versoepeling van die sancties of anders openlijk resoluties moeten schenden die het zelf heeft ondertekend. De eerste strategie zal waarschijnlijk niet werken, aangezien de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hun veto zullen uitspreken over het verlichten van sancties zolang er geen sprake is van wezenlijke denuclearisering. De tweede strategie zou problematisch zijn, omdat een schaamteloze overtreding van sancties China’s claim een verantwoordelijk lid van de Veiligheidsraad te zijn in diskrediet zou brengen. Een derde optie, waarbij wordt geprobeerd dergelijke grootschalige economische activiteiten geheim te houden, is functioneel onmogelijk gezien de intensieve bewaking van de land- en zeegrenzen van Noord-Korea.

    Kim zou ook een doorbraak kunnen bewerkstelligen in zijn relatie met de Verenigde Staten

    En dan is er nog een ander, minder voor de hand liggend probleem. Zelfs als Kim erin slaagt renminbi en roebels aan te trekken, wordt hij geconfronteerd met een duopolie in de buitenlandse handel. Pyongyang zou voor zijn macro-economische stabiliteit en toekomstige groei bijna volledig afhankelijk worden van twee landen. Kim erfde van zijn vader een gevaarlijke afhankelijkheid van China, wat precies de reden was waarom hij tijdens zijn eerste jaren aan de macht de betrekkingen met Xi Jinping zo sterk liet verslechteren en tot 2018 zelfs weigerde Beijing te bezoeken. Ondanks de warme woorden van ambtenaren dat de twee landen zo hecht zijn ‘als lippen en tanden’, zijn de betrekkingen tussen China en Noord-Korea gekleurd door wederzijds wantrouwen en zelfs minachting, iets wat teruggaat tot de Koreaanse Oorlog (1950-1953). Als Noord-Korea een snelle groei weet te realiseren op basis van Chinees kapitaal, en daarbij vertrouwt op een Chinees defensieverdrag en Chinese diplomatie, zou dat de autonomie van het regime in gevaar brengen.

    In plaats van te vertrouwen op het opkomende Chinees-Russische blok zou Kim ook een doorbraak kunnen bewerkstelligen in zijn relatie met de Verenigde Staten, wat een radicaal alternatief zou zijn. Als Noord-Korea het op een akkoord gooit met Washington, zou het land toegang kunnen krijgen tot een totaal nieuwe wereld van markten en zakenpartners. De dichtstbijzijnde bron van kapitaal zou Zuid-Korea zijn. Maar vanwege de kwetsbaarheid die dat oplevert voor de veiligheid van zijn regime zal Kim vermoedelijk minder bereid zijn om deze route te kiezen. Ongecontroleerde blootstelling aan de open samenleving en de politieke vrijheden van het Zuiden zou immers destabiliserend kunnen werken, en met hun economische geavanceerdheid zouden multinationals als Samsung, LG en Hyundai hun tegenhangers in het Noorden gemakkelijk kunnen overvleugelen. Maar Singapore en Vietnam, twee landen die Kim bezocht in 2018, het jaar van zijn topontmoetingen, zouden natuurlijke economische partners kunnen zijn met minder ideologische verplichtingen. 

    Deze tweede weg is veel ambitieuzer en gevaarlijker. Kim zou moeten voldoen aan basiseisen van de VS en Zuid-Korea op het gebied van veiligheid, zonder zijn eigen fundamentele veiligheid in gevaar te brengen door zijn nucleaire afschrikmiddel op te geven. Het Witte Huis zou zijn strategie ten opzichte van Noord-Korea radicaal moeten heroverwegen, en Washington zou bereid moeten zijn definitief te breken met het nucleaire afschrikkingsbeleid van de afgelopen drie decennia. Deze ontwikkeling zou onvermijdelijk voor enige instabiliteit zorgen in een systeem dat gebaseerd is op controle en isolatie. Maar daar staat wat tegenover: tegen 2032 zou Kim op weg kunnen zijn het lang nagestreefde doel te verwezenlijken en van Noord-Korea een ‘sterke en welvarende grote mogendheid’ te maken – iets wat zijn vader niet was gelukt.

    Toekomst

    Dit veronderstelt natuurlijk dat Kim Jong-un over tien jaar nog steeds aan het roer staat. Afhankelijk van zijn gezondheid kan hij zich vrij zeker voelen over zijn toekomst als leider. Toch zal hij spoedig op een ander probleem stuiten – een probleem dat alle heersers kennen: de kwestie van een troonopvolger. Als de berichten over Kims nageslacht juist zijn, dan studeert zijn oudste zoon in 2032 af aan de universiteit, waarmee hij in aanmerking komt voor het politieke voorbereidingsproces dat zijn vader en grootvader rond die leeftijd ondergingen. Ju-ae, de dochter die Kim onlangs aan de wereld toonde, heeft dan ook de studentenleeftijd bereikt en wil zich misschien mengen in de strijd om de kroon.

    Als Kim vastbesloten is de weg te bereiden voor een regering van de vierde generatie, moet hij op zeker moment het opvolgingsproces in gang zetten. Hoewel de meeste Korea-deskundigen uitgaan van opvolging in de mannelijke lijn, is het mogelijk dat Kim kiest voor zijn dochter. Hij is zelf het product van tanistry (opvolging door de meest bekwame nakomeling) in plaats van eerstgeboorterecht. Kim promoveerde bovendien zijn zus Yo-jong naar een hoge functie, terwijl zijn oudere broer Jong-chul nauwelijks in beeld is. En vorig jaar benoemde Kim de eerste vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken van het land, Choe Son-hui.

    Tenzij het regime ineenstort zal denuclearisering niet snel of helemaal niet gebeuren

    Ook denkbaar is dat Kim het erfelijkheidsbeginsel helemaal afschaft. Misschien wil hij zijn kinderen deze ervaring besparen, of tonen zij er geen belangstelling of aanleg voor (hoewel Ju-ae al wel interesse lijkt te hebben voor langeafstandsraketten). Als de Koreaanse Arbeiderspartij tot het werkelijke bestuursorgaan van Noord-Korea zou worden bevorderd, in plaats van de familie Kim, zou het land meer gaan lijken op de communistische partijstaten China en Vietnam. Daarmee zou het regime zich ontdoen van een belangrijk onderdeel van zijn mythische legitimiteit, aangezien de opeenvolgende leiders een heilige ‘Paektu’-bloedband hebben met oprichter en ‘eeuwig president’ Kim Il-sung (de grootvader van de huidige leider). Ook als Kim Jong-un in 2032 lichamelijk en politiek gezond is, zal de kwestie van de opvolging steeds moeilijker te negeren zijn. Hoe hij met deze kwestie zal omgaan, zal bepalend zijn voor de derde tien jaar van zijn bewind. 

    Terwijl de NAVO zich concentreert op de Russische agressie in Oekraïne, en de Aziatische landen langs de Stille Oceaan zich zorgen maken over de rivaliteit tussen de VS en China, pakken zich het hele jaar al stormwolken samen boven het Koreaans Schiereiland. Noord-Korea ontwaakte uit de ongewone rust van de lockdown, toen vrijwel alle grensoverschrijdende handel was afgesloten, door de raketproeven te hervatten en het tempo ervan op te voeren. Pyongyang deed dit jaar al meer proeven dan ooit tevoren, en inlichtingendiensten verwachten dat een zevende kernproef elk moment kan plaatsvinden.

    De confrontatie tussen Rusland en het Westen biedt Kim een kans. De oorlog van Vladimir Poetin heeft Xi Jinping in een lastig parket gebracht, omdat China probeert zijn speciale relatie met Rusland te behouden en tegelijkertijd de internationale kritiek af te wenden dat het niets doet om het geweld in Oekraïne te stoppen. Het uitgesproken verzet van Beijing tegen de sancties tegen Rusland wijst erop dat de twee permanente leden van de VN-Veiligheidsraad geen zin hebben om Pyongyang nieuwe economische sancties op te leggen (zoals al bleek uit de passiviteit van de Veiligheidsraad na de recente lancering van Kims intercontinentale raket). Intussen is er door de lage prioriteit die Washington aan het Noord-Koreabeleid toekent en het onverzoenlijke standpunt van de conservatieve regering in Seoel voor Kim niet veel aanleiding om van koers te veranderen. 

    Rocinante

    Kim zou inderdaad kunnen besluiten dat hij de patstelling in de betrekkingen tussen de twee Korea’s het best kan gebruiken om binnenlandse politieke punten te scoren, door de nieuwe Zuid-Koreaanse president te verslaan in een wedstrijdje onverzettelijkheid. Trends voorspellen op de korte termijn stapsgewijze cycli van provocatie en tegenprovocatie op het Koreaans Schiereiland en de rest van de regio. Kim zou er ook op kunnen gokken dat een verdere versnelling van zijn strategische wapencapaciteit de beste manier is om gebruik te maken van de stilte in de diplomatie met de Verenigde Staten; dat zou hem in een sterkere positie kunnen brengen bij mogelijke onderhandelingen als Trump of een Trump-achtige figuur bij de verkiezingen van 2024 het Witte Huis verovert. Het is aan de regering-Biden om Kim ervan te overtuigen dat niet alleen de deur naar dialoog openstaat, maar dat het Witte Huis ook echt bereid is om tot een oplossing met Pyongyang te komen. 

    Sinds het einde van de Koude Oorlog willen Amerikanen – zowel Democraten als Republikeinen – maar één enkel hoofddoel bereiken als het gaat om Noord-Korea: denuclearisering. Maar tenzij het regime ineenstort of er een onverwachte, catastrofale oorlog uitbreekt zal dit niet snel of helemaal niet gebeuren, dat is het enige waar vrijwel alle deskundigen het over eens zijn. En toch blijft de regering-Biden, net als haar voorgangers, koppig vechten tegen de windmolens en vasthouden aan ‘volledige, controleerbare en onomkeerbare denuclearisering’. Op hun eigen Rocinante (het trouwe ros van Don Quichot) rijden ze naar de Veiligheidsraad en het ministerie van Financiën om een lans te breken voor meer sancties.

    Maar hoe vaak zij hun lansen ook tonen, de windmolen blijft draaien – en steeds sneller. De discussie onder deskundigen en analisten is op een punt van diepe vermoeidheid aanbeland, een soort van collectieve berusting in de hardnekkige tegenstrijdigheid van de politieke wil. Kim Jong-un zal, net als elke leider, zijn eigen macht, de stabiliteit van het regime of de nationale veiligheid niet in gevaar brengen omwille van economische ontwikkeling, en een nucleaire afschrikking is van essentieel belang voor alle drie. Hij zal onze keuze tussen geweren en boter niet accepteren. Maar ondertussen is het zijn eigen onmogelijke droom om te kunnen regeren over een welvarende natie, waarin de schrijnende armoede van vandaag tot het verleden behoort en meer mensen eindelijk in staat zullen hun gezin te voeden. Moeten we deze windmolen blijven bevechten?

    De eerste, voorzichtige contouren van een serieuze overeenkomst lagen in 2018 op tafel. Nu het tempo van de kernproeven in het Noorden en de gezamenlijke militaire oefeningen in het Zuiden steeds verder wordt opgevoerd, is het tijd om opnieuw te bekijken wat voor toekomst er mogelijk is. Met andere woorden: we moeten Noord-Korea behandelen zoals het werkelijk is en begrijpen wat Kim wil, en waar hij zijn land naartoe wil leiden in zijn volgende tien jaar als machthebber. Misschien is de beste optie voor hem ook de beste voor ons. 

    Lees ook:

  • Noord-Korea beweert raketten met bereik van 2000 kilometer te hebben getest

    Noord-Korea beweert raketten met bereik van 2000 kilometer te hebben getest

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iraanse regering treedt hard op tegen protesten: minstens 185 doden

    » Sociaal netwerk Donald Trump beschikbaar op Google-telefoons

    Kim Jong-un: ‘Noord-Korea wil geen dialoog aangaan’

    Volgens het officiële Noord-Koreaanse persbureau KCNA, geciteerd door de Britse zender Sky News, hield Kim Jong-un persoonlijk toezicht op twee nieuwe raketlanceringen. De afgeschoten kruisraketten zouden naar verluidt 2000 kilometer over zee hebben afgelegd en hun doel hebben geraakt (hoewel geen enkele onafhankelijke bron die informatie kan verifiëren).

    Kim benadrukte dat deze lanceringen een nieuwe waarschuwing aan zijn ‘vijanden’ waren en zei dat zijn land ‘de operationele sfeer van de strategische nucleaire strijdkrachten moet blijven uitbreiden om resoluut elke cruciale militaire crisis af te schrikken’, bericht KCNA. Op zondag, aldus Sky News, had het regime in Pyongyang laten doorschemeren dat het ‘zijn nucleaire capaciteiten zou versterken’ en niet van plan was ‘een dialoog aan te gaan met zijn vijanden’.

    Lees ook:

  • Noord-Korea is ‘onomkeerbare’ nucleaire macht, aldus Kim Jong-un

    Noord-Korea is ‘onomkeerbare’ nucleaire macht, aldus Kim Jong-un

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Steve Bannon aangeklaagd voor financiële fraude in New York

    » Britten rouwen om dood koningin Elizabeth II

    Nieuwe wet verbiedt gesprekken over denuclearisatie

    Pyongyang heeft een wet aangenomen die het recht vastlegt om preventief nucleaire aanvallen uit te voeren om zichzelf te beschermen, zeiden de Noord-Koreaanse staatsmedia vrijdag, zoals gemeld door The Japan Times. Volgens het officiële persbureau KCNA heeft het Noord-Koreaanse parlement de wet donderdag goedgekeurd.

    De maatregel maakt de nucleaire status van Noord-Korea ‘onomkeerbaar’ en verbiedt alle gesprekken over denuclearisatie, aldus de leider van Noord-Korea, Kim Jong-un. De stap komt op het moment dat deskundigen zeggen dat het land zich lijkt voor te bereiden om voor het eerst sinds 2017 weer kernproeven te gaan uitvoeren.

    Lees ook:

  • Noord-Korea meldt eerst coronabesmetting sinds uitbraak pandemie

    Noord-Korea meldt eerst coronabesmetting sinds uitbraak pandemie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje wil abortuswetgeving verruimen en menstruatieverlof invoeren

    » Ecuador: 43 doden bij nieuwe gevangenisopstand

    Kim Jong-un zweert uitbraak te ‘overwinnen’

    Noord-Korea heeft voor het eerst toegegeven dat het getroffen is door een corona-uitbraak, aldus The Guardian. Het land heeft een ‘ernstige nationale noodtoestand’ uitgeroepen na de bevestiging van de eerste uitbraak van corona, waarna Kim Jong-un beloofde de uitbraak van de epidemie te ‘overwinnen‘.

    Staatsmedia meldden donderdag dat een subvariant van het zeer besmettelijke omikronvirus, bekend als BA.2, was ontdekt in de hoofdstad Pyongyang. Maar zij verstrekten geen details over het aantal gevallen of mogelijke besmettingsbronnen, aldus de Britse krant.

    Noord-Korea had tot nu toe beweerd geen enkel coronageval te hebben geregistreerd sinds het meer dan twee jaar geleden, aan het begin van de pandemie, zijn grenzen sloot.

    Lees ook:

  • Noord-Korea experimenteert met kapitalisme

    Noord-Korea experimenteert met kapitalisme

    Al jaren geleden werd in Noord-Korea een liberalisering van het economische systeem in gang gezet. Een journalist uit Hongkong ging ter plaatse kijken en gaf zich uit voor investeerder.

    Onder de grijze hemel strekt een vlak landschap zich tot in het oneindige uit. Een oude trein, afkomstig uit Dandong in de Chinese provincie Liaoning en met bestemming de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang, doorkruist het landschap onder het uitspuwen van rookpluimen.

    Het verstoort de rust van deze geïsoleerde plek. De wagon zit vol oude Chinezen die de Culturele Revolutie van 1966 tot 1976 nog hebben meegemaakt en die de afstand en de moeilijke reis trotseren om in Noord-Korea hun oude socialistische droom nieuw leven in te blazen.

    Dan komen er plotseling enkele vrouwen met gouden kettingen, met edelstenen bezette oorbellen en zijden blouses de coupé binnen. Vanwege hun reistassen van Hugo Boss en hun perfecte beheersing van het Mandarijn hield ik hen in eerste instantie voor Chinezen die een uitstapje maakten, maar vervolgens zag ik op hun borst een bordje gespeld met ‘Kim Il-sung, Kim Jong-il’, en dat verried hun identiteit. Een koude douche voor de groep oude Chinezen. ‘Voor nostalgie is geen plaats meer’, leek het verzorgde uiterlijk van deze Noord-Koreaanse vrouwen duidelijk te maken.

    Modelstad

    Het eerste halfjaar van 2018 was rijk aan opzienbarend nieuws op het Noord-Koreaanse schiereiland, maar nu was dan toch de tijd aangebroken voor de langverwachte opheffing van de sancties en de openstelling van het land. Een week voor de top tussen de Verenigde Staten en Noord-Korea begaf ik me naar vijf grote Noord-Koreaanse steden, waar ik me uitgaf voor investeerder.

    Gedurende deze dagen heb ik proefondervinderlijk kunnen vaststellen wat de deskundigen van internationale betrekkingen bedoelen als ze het hebben over de ‘risico’s’ (stroomuitval in het hotel, een geannuleerde vlucht…). Maar één ding blijft als een paal boven water: de Engelstalige boodschap van het ontvangstcomité: ‘We welcome foreign investment’.

    We vertrekken vanuit hotel Ryugyong.

    Deze piramidevormige wolkenkrabber van 105 verdiepingen in de wijk Potonggang van Pyongyang is onlangs op het elektriciteitsnet aangesloten – een hele gebeurtenis. Het is een prestigeproject dat een mooi beeld geeft van de staat van de Noord-Koreaanse economie. Het kostte niet minder dan dertig jaar om het hotel te bouwen; het werd ‘het langst durende bouwwerk uit de geschiedenis’ genoemd. De werkzaamheden lagen een tijdlang stil als gevolg van geldgebrek en diverse keren moesten delen weer worden gesloopt. Aan het interieur lijkt nog het een en ander te moeten gebeuren, maar de gevel kan als voltooid worden beschouwd.

    Als je naar een plattegrond van Pyongyang uit 2012 kijkt, ontbreken er drie verkeersaders: Changjon Street, Mirae Scientists Street (straat van de Toekomstige Wetenschappers) en Ryomyong Avenue. Deze straten zijn pas na 2012 aangelegd – overigens wel binnen een jaar, dankzij een mobilisatie van het leger. De ‘modelstad’ die Pyongyang is, blijft zich voortdurend vernieuwen: er worden nieuwe hotels gebouwd en andere gerenoveerd, en er worden nieuwe winkelcentra in gebruik genomen.

    Als de werkzaamheden zijn voltooid, hebben de rode slogans op een witte ondergrond van weleer dikwijls plaatsgemaakt voor in grijs graniet gegraveerde inscripties met een minder uitgesproken politieke connotatie. Het belang van de economie laat zich steeds sterker voelen en de skyline van Pyongyang blijft nauwelijks meer achter bij die van Hongkong.

    Duizenden Noord-Koreanen stromen toe voor de openingsceremonie van Ryomyong Street, een nieuw woongebied in Pyongyang met 5000 hypermoderne flats. – © Getty
    Duizenden Noord-Koreanen stromen toe voor de openingsceremonie van Ryomyong Street, een nieuw woongebied in Pyongyang met 5000 hypermoderne flats. – © Getty

    De ene wolkenkrabber na de andere schiet uit de grond, want volgens Noord-Koreakenners is Kim Jong-un commerciëler ingesteld en minder aan ideologie gehecht dan Kim Il-sung en Kim Jong-il, zijn grootvader en vader. Terwijl het land eerder voorrang gaf aan het leger en daarop mikte voor zijn ontwikkeling, heeft Kim Jong-un duidelijk te kennen gegeven dat hij ‘alle pijlen op de economie’ wil richten.

    Eerder al had de jonge leider in alle discretie enkele maatregelen genomen om de economie te liberaliseren, zoals het vaststellen van productiequota per huishouden, het toestaan dat landbouwers oogstoverschotten voor eigen gebruik behielden en het creëren van verscheidene speciale economische zones.

    Al moet de effectiviteit van deze maatregelen nog worden aangetoond, de inwoners van Pyongyang kunnen eindelijk op een andere manier door het leven. De mensen gaan niet langer gekleed in ‘de kleuren van het socialisme’ (zwart, wit, grijs of blauw) en de wachtkamer voor binnenlandse vluchten op Sunan International Airport biedt inmiddels een totaal andere aanblik dan die van uitgehongerde en sjofele Noord-Koreanen die ik had verwacht: de jonge moeders doen denken aan pas getrouwde Japanse vrouwen, met hun ton sur ton-outfits en hun westers geklede kinderen. Zelfs de ajumma (wat boerse vrouwen van middelbare leeftijd) pronken met tassen van Prada.

    Natuurlijk, het gaat hier maar om een minderheid van nieuwe rijken, maar in slechts zeven dagen heb ik kunnen constateren dat ook buiten de hoofdstad, zoals in Sinuiju, kinderen rondlopen op sneakers van Adidas. Zijn dat geïmporteerde producten die worden gedistribueerd door de staat? ‘Zeker niet, die hebben de mensen zelf gekocht’, zegt een inwoner. Het laat niet alleen zien dat ouders bereid zijn veel geld uit te geven voor hun kind, maar ook dat de Noord-Koreanen over talrijke kanalen beschikken om artikelen te kopen die zijn geïmporteerd.

    150 noord korea 1

    ‘Toen hij in 2011 zijn vader opvolgde als leider van Noord-Korea, kondigde Kim Jong-un niet aan dat hij het economische beleid van zijn land drastisch wilde veranderen. Dat beleid is in grote lijnen gehandhaafd, al zijn er onmiskenbaar veranderingen doorgevoerd’, meldt het Zuid-Koreaanse weekblad Sisa In. De Noord-Koreaanse economie zou langzaam gezonder worden, al ‘blijft het aandeel van de buitenlandse handel in de sterke ontwikkeling beperkt’.

    Er zijn verscheidene verklaringen gegeven voor deze verbetering: ‘Allereerst wordt op institutioneel niveau de vrije markt inmiddels getolereerd. Ook bemoedigend is dat de staat zijn investeringen heeft herverdeeld in het kader van een pragmatischere benadering, die voorrang geeft aan terreinen met een snel rendement. Bovendien heeft, naast de diversificatie van de in het land geproduceerde producten, de vooruitgang op het gebied van wetenschap en technologie positieve effecten, zoals de modernisering van talrijke sectoren.’

    Het blad licht toe: ‘Op de markten en in de winkels concurreren steeds meer lokaal gefabriceerde producten met producten die uit China zijn geïmporteerd. Apparaten waaraan nieuwe technologie te pas komt, hebben de wind mee dankzij de toegenomen welvaart van de beter gesitueerden, en de assemblage ervan vindt vaak plaats in het land zelf, met enkele geïmporteerde onderdelen.’ Ook op energiegebied zou de situatie sterk verbeteren, dankzij door de staat toegestane investeringen in de renovatie van hydro-elektrische en thermische centrales, evenals in duurzame energie.

    Volgens een andere inwoner kost een Adidas-outfit 200 dollar, ‘en dat kunnen de mensen nog betalen’. Al heeft de langdurige boycot verhinderd dat Noord-Korea veel buitenlands kapitaal kon aantrekken, toch is het land erin geslaagd talrijke buitenlandse producten naar zijn grondgebied te halen. Om de koopkracht van de Noord-Koreanen te meten is er geen betere maatstaf dan de spullen van Adidas.

    Wat het bruto binnenlands product per inwoner betreft, bevindt Noord-Korea zich op het niveau van Myanmar en Cambodja, de twee laatste landen met een autocratisch regime voordat ze hun handelsgrenzen opengooiden. ‘In 2017 bedroeg het gemiddelde jaarinkomen per inwoner 1500 dollar, maar volgens andere schattingen is dat 2000 à 3000 dollar’, zegt Rick Chu, de eerste academicus die onderwijs over Noord-Korea geeft in Taiwan.

    Volgens hem blijven de regionale verschillen groot en komt men, zodra men Pyongyang verlaat, in een andere wereld. Desondanks erkent de onderzoeker ‘dat de economische situatie van Noord-Korea de afgelopen zes jaar aanzienlijk is verbeterd’. Ik had nooit kunnen vermoeden dat ik zo veel dure merken (Gucci, Michael Kors, Louis Vuitton) zou tegenkomen tijdens mijn verblijf. In een kledingzaak aan Ryomyong Avenue telde ik een keur aan merken waarop de ‘buitenwereld’ jaloers kan zijn.

    Ook al gaat het bij deze merken veelal om fraaie kopieën, goedkopere luxeartikelen zijn volop aanwezig. De inwoners van de wijk, veelal docenten aan de Kim Il-sung-universiteit, zijn behoorlijk koopkrachtig. Volgens een inwoner die elke dag de winkels afgaat, ‘kun je beter iets kopen als je het ziet, want morgen is het er niet meer’. Je hoort geregeld dat Noord-Koreaanse vrouwen een voorkeur hebben voor Franse parfums en tassen van Hermès. Hier steken de mensen hun liefde voor dure merken niet onder stoelen of banken, al zijn die meestal nep. Als ik een tas van Hermès omdraai om de prijs te bekijken, lees ik ‘90 dollar’.

    Het is een beetje een déjà vu. ‘Noord-Korea doet denken aan China rond 1980’, zeggen veel analisten de laatste tijd, en ze constateren ‘een overdaad aan goede namaak’. In China konden maar weinig mensen in de jaren tachtig zich een echte Louis Vuitton veroorloven. Als het in een land dat economisch achterloopt beter begint te draaien, kunnen de burgers maar zelden echte producten betalen. Hoeveel Noord-Koreanen zouden deze ‘Hermès’ kunnen betalen als er twee nullen achter de prijs zouden staan? Het voorbeeld van China laat zien dat het tijd kost om consumenten van dure producten te kweken.

    Handelhausse

    Maar hoe heeft een land dat lange tijd onder een embargo gebukt is gegaan, zich zodanig kunnen ontwikkelen? Sinds 1995 publiceert Noord-Korea geen cijfers meer, maar Zuid-Korea maakt elk jaar een schatting. Daaruit blijkt dat Noord-Korea in 2016 een groei van 3,9 procent zou hebben gerealiseerd, de hoogste van de afgelopen zeventien jaar en hoger dan die van Zuid-Korea zelf.

    In feite is dit land ‘achter een ijzeren gordijn’ niet langer op zichzelf aangewezen: de handel met het buitenland beleeft een hausse en levert deviezen op. Noord-Korea exporteert voornamelijk wapens, drugs (met name heroïne) en steenkool. De wapens vinden vooral aftrek in Afrika, de andere twee producten in China. De lange duur van het embargo heeft de ‘immuniteit’ van Noord-Korea alleen maar versterkt, en de ‘Koreaanse rijkdom’ heeft zich steeds meer gediversifieerd.

    Het socialistische Noord-Korea kent allang geen planeconomie meer. ‘Rantsoenen zijn van twintig jaar geleden, alle mensen slaan hun slag op de zwarte markt’, legt een zekere meneer Kim me uit, rustig gezeten in zijn huis in Zuid-Korea. Ik interview hem via Skype over zijn leven in Noord-Korea, voordat hij de wijk nam naar het zuiden. Tijdens de grote hongersnood van de jaren negentig is het rantsoeneringssysteem bezweken: omdat de staat geen middelen meer had om in voedsel en andere basisbehoeften te voorzien, begonnen de mensen stiekem onderling handel te drijven.

    Volgens een enquête die de Nationale Universiteit in Seoul in 2015 hield onder Noord-Koreaanse vluchtelingen, kwam meer dan de helft van het voedsel in die tijd van de zwarte markt. Maar wat het meest opleverde, volgens meneer Kim, waren ‘drugs, artikelen voor dagelijks gebruik, Zuid-Koreaanse tv-series, usb-sticks en cd’s met K-pop’.

    Donju

    Deze zwarte markt heeft op een verkapte manier aan de wieg gestaan van de eerste generatie Noord-Koreaanse kapitalisten. Die maakten aanvankelijk naam met smokkelwaar, om vervolgens langzaam maar zeker geld te verdienen aan het doorverkopen van goederen. Tegelijkertijd werd hun handel steeds exclusiever, van eenvoudige zaken als mais tot bankbiljetten in buitenlandse valuta (deviezen).

    Twintig jaar later, na het vergaren van een flink fortuin, zijn ze ‘geldmeesters’ geworden, donju in het Koreaans. Ze vormen een opkomende kapitalistische klasse die zich vooral bezighoudt met grensoverschrijdende handel, bijvoorbeeld het samen met Chinezen exploiteren van mijnen, het met grote winstmarges exporteren van farmaceutische producten of thee naar Europa, of de handel in zeevruchten.

    De Noord-Koreaspecialist Andrej Lankov schat dat privéondernemingen 30 tot 50 procent bijdragen aan het Noord-Koreaanse bbp. Ook de gewone arbeiders profiteren van het nieuwe elan dat de donju aan de economie verlenen. De afgelopen tien jaar zijn de salarissen in de staatsbedrijven met meer dan 250 procent gestegen, en in de niet-officiële sector (zoals privéondernemingen) zelfs met 1200 procent. Dat schept nieuwe commerciële perspectieven voor de donju op de binnenlandse markt, met name voor consumptieartikelen van de lichte industrie.

    Noord-Korea is al lange tijd een geïndustrialiseerd land, maar voorheen waren politici geneigd voorrang te geven aan de zware industrie. Volgens de Duitse econoom Rüdiger Franck heeft Noord-Korea zijn lichte industrie herhaaldelijk opgeofferd aan de chemische en zware industrie. Vóór het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, aan het eind van de jaren tachtig, hielpen socialistische landen elkaar nog. Ook kon Noord-Korea, hoewel zijn lichte industrie niet in staat was aan de binnenlandse vraag te voldoen, kleding onder zijn inwoners distribueren, al was die qua snit niet bepaald origineel en qua kleur nog minder.

    De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un opent Ryomyong Street. – © Getty
    De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un opent Ryomyong Street. – © Getty

    Maar dat is allemaal verleden tijd. Als je over de grote avenues wandelt, zie je dat de Noord-Koreanen bijdetijds zijn geworden en liefhebbers van buitenlandse producten. Hoe komen ze daaraan? Via de vrije markt. De staat gedoogt dat mensen bedrijfjes beginnen, bijvoorbeeld een dameskledingwinkel. ‘Veel Noord-Koreaanse vrouwen zouden graag een winkel openen, maar ze laten zich vaak afschrikken door de administratieve rompslomp’, wordt me uitgelegd door een Noord-Koreaanse die vaak een handje helpt in dat soort winkeltjes.

    Talrijke plekken die onzichtbaar zijn voor de ogen van toeristen bruisen van de commerciële activiteit. Zo werd me in een wijk in de buurt van het Kim Il-sung-plein (die vanwege zijn vele wolkenkrabbers door buitenlandse inwoners ‘Pyongattan’ wordt genoemd, een samentrekking van Pyongyang en Manhattan) verteld dat een winkel daar zeer veel winst maakt met de verkoop van kleding van Uniqlo.

    Om succesvol te zijn in de verkoop van confectie in Noord-Korea, moet men twee belangrijke zaken in het oog houden. Ten eerste moeten de kleren voldoen aan de kledingregels: Noord-Koreaanse vrouwen dragen over het algemeen vrij elegante kleren die ze opluisteren met een broche. Ze dragen gewoonlijk jasjes die de armen bedekken en rokken die tot de knieën reiken. Strakke kleding is verboden, evenals kleding die lichaamsdelen bloot laat.

    In de tweede plaats verdient het aanbeveling om Japanse kleding te importeren, want als verstandige consumenten weten Noord-Koreanen dat die wereldwijd bekend staat om de kwaliteit.

    Ze mopperen over de Chinese producten van slechte kwaliteit die je aantreft op Taobao, de Chinese verkoopsite die tal van Noord-Koreanen hebben uitgeprobeerd.

    Europese producten daarentegen zijn te duur en hebben vaak een snit die niet beantwoordt aan de Noord-Koreaanse normen. Wel tref je artikelen aan van het Chinese merk Miniso, dat door sommigen in Hongkong wordt beschouwd als een illegale kopie van het Japanse Muji. Ze zijn erg gewild in Pyongyang, vooral bij de elite die zich de luxe kan permitteren, en worden veel verkocht door de winkels aan Ryomyong Avenue. Toch vertelde een vertegenwoordiger van het merk me dat het bedrijf geen filiaal in Noord-Korea heeft.

    De Chinezen hebben oog gekregen voor de enorme commerciële mogelijkheden die de stad biedt: ‘Je kunt een fortuin verdienen als je het goed aanpakt’

    Gezien de ontwikkeling die Noord-Korea doormaakt, is Pyongyang niet meer de enige bestemming waar de mensen naartoe stromen. Ze begeven zich ook naar Sinuiju, een stad die door zijn ligging in de buurt van het Chinese Dandong veelvuldig contact met Chinezen mogelijk maakt.

    Onder hun invloed hebben de mogelijkheden om via internet te communiceren zich vermenigvuldigd, en veel inwoners van Sinuiju zijn bekend met Taobao, het sociale netwerk WeChat en ‘Xi Dada’, zoals [de Chinese] president Xi Jinping wel in de volksmond heet. De Chinezen hebben oog gekregen voor de enorme commerciële mogelijkheden die de stad biedt: ‘Je kunt een fortuin verdienen als je het goed aanpakt’, vertrouwde een inwoner me toe. ‘Sinuiju is tamelijk vrij.’

    Hervormers

    De woorden ‘vrijheid’ en ‘kiezen’ maken steeds vaker deel uit van het dagelijkse spraakgebruik in Noord-Korea. In zijn boek See You Again in Pyongyang: A Journey into Kim Jong-un’s North Korea schrijft de Amerikaanse auteur Travis Jeppesen dat de donju een klasse vormen waarvan de regering niet op aan kan, omdat ze geen onvoorwaardelijke aanbidders van Kim Jong-un zijn en niet klakkeloos geloven wat de propaganda zegt.

    De hervormers zijn altijd bang geweest dat het ‘gif van het kapitalisme’ de Noord-Koreanen zal besmetten en tot oproer zal leiden. De term ‘donju’ heeft een zeer individualistische connotatie, die misplaatst lijkt in een land dat onbekend is met het begrip privébezit – maar geen enkele regel is heilig.

    De onroerendgoedsector beleeft inmiddels een ongekende bloei. Volgens Zuid-Koreaanse onderzoeksorganisaties geven verscheidene Noord-Koreaanse steden tot op zekere hoogte toestemming om onroerend goed in privébezit te nemen. Zo kent Pyongyang een regeling die transacties tussen particulieren toestaat. Ook Sinuiju en Nampo gedogen dat een deel van het bestand aan onroerend goed in privébezit overgaat.

    Maar laten we niet vergeten dat we in Noord-Korea zijn. ‘Natuurlijk, marktwerking wordt inmiddels oogluikend toegestaan, maar iedereen moet zich wel naar de staatsmarkt richten’, zegt de naar Zuid-Korea uitgeweken meneer Kim. De regering heeft privéhandel verboden; elke markt valt onder staatstoezicht, ‘zodat er belasting kan worden geheven’. De ‘onzichtbare hand’ begint zich te roeren in Noord-Korea, hetgeen Travis Jeppesen doet opmerken dat ‘als Noord-Korea een verdrag met de Verenigde Staten sluit, Kim Jong-un zelf misschien ook wel tot de gelederen van de donju zal toetreden’.

    Andrej Lankov op zijn beurt legt uit dat ‘privéondernemingen op zijn Noord-Koreaans ondernemingen in handen van de staat zijn, die worden geleid door iemand die een deel van de winst zelf mag houden en de rest moet afdragen aan de overheid’. Deze ondernemingen, die actief zijn in onroerend goed, de mijnbouw en zelfs het toerisme, werken geheel volgens een kapitalistisch model. Maar uiteindelijk heet de directeur… Kim Jong-un.

    CONTEXT: 1,46

    
… miljoen Zuid-Koreaanse won (ca. 1140 euro). Dit was het bruto nationaal product per inwoner van Noord-Korea in 2017, volgens berekeningen van de centrale bank van Zuid-Korea. Dat komt neer op 4,4 procent van de inkomsten per inwoner van Zuid-Korea.

    CONTEXT: Krimp

    In 2017 heeft de Noord-Koreaanse economie zwaar te lijden gehad onder de internationale sancties ten gevolge van de ballistische en nucleaire proeven van het land.

    Auteur: Lee Yun-yan

    Shun Po Monthly
    Hongkong | maandblad | monthly.hkej.com

    Het maandblad Shun Po (Hong Kong Economic Journal), dat sinds 1977 verschijnt, biedt lange reportages en onderzoeksartikelen op economisch gebied, maar ook over politiek, cultuur en maatschappij. Het richt zich voornamelijk op Hongkong en China, maar ook op de rest van de regio. Een deel van de artikelen is alleen toegankelijk via de website.

  • De sterkemannenclub

    De sterkemannenclub

    Komt het doordat de VS zich steeds minder bemoeien met de binnenlandse politiek van andere landen dat er een nieuw soort leider opstaat? Of is het de ontevredenheid met de democratie waardoor de club van ‘sterke mannen’ er steeds meer leden bij krijgt?

    Keuze uit het archief

    Woensdag vond in de Chinese hoofdstad Beijing een grote militaire parade plaats onder toeziend oog van president Xi Jinping, die vergezeld werd door zesentwintig andere leiders, onder wie de dictators Vladimir Poetin en Kim Jong-un. Daarmee had de parade iets weg van een bijeenkomst van de ‘sterkemannenclub’, het wereldwijde netwerk van autocraten en dictators.
    Dit artikel van The Times uit 2018 legt uit wat deze sterke mannen gemeen hebben, bij welke omstandigheden ze gedijen en wat hun beproefde methode is om aan de macht te komen en te blijven. Het legt bloot hoe fragiel de democratie is en hoe makkelijk ze verwordt tot een politiek instrument.

    Het Saoedische arrestatieteam dat naar Istanboel kwam vliegen om een criticus van het regime de mond te snoeren, handelde op bevel van hogerhand. Of ze een directe order opvolgden van kroonprins Mohammed bin Salman, of van iemand aan het hof die bij hem in een goed blaadje wilde komen, weten we nog steeds niet.

    Onduidelijk is ook of het de bedoeling was om Jamal Khashoggi te vermoorden, bang te maken of mee naar huis te nemen. Wel zonneklaar is dit: algemeen geldende internationale normen worden overschreden, op een manier die we niet meer hebben gezien sinds de jaren dertig van de vorige eeuw, de tijd van de grote, kleine en krankjorume dictators.

    Tegenwoordig kun je zomaar een ander land binnengaan, daar geweld gebruiken uit wraak op kritiek op je persoon, er ongestraft mee wegkomen en toch
respect eisen. De presidenten Xi, Poetin en Erdogan bepalen hun eigen regels en de rest van de wereld kan wat hen betreft doodvallen. Een stuk of tien andere autoritaire leiders kijkt vol bewondering naar de manier waarop zij tegen het Westen opstaan. Voor hen heeft dat onverholen gebruik van macht iets fascinerends,
in een tijd dat de Verenigde Staten en hun bondgenoten daar juist voor terugschrikken.

    Ongecontroleerde macht

    Mohammed bin Salman, ook wel MbS genoemd, is toegetreden tot de club van sterke mannen toen hij niet langer de schijn van prinselijke consensus ophield en openlijk verklaarde dat hij van plan was de hervormingen in Saoedi-Arabië meer vaart te geven. Zijn uitgangspunt was rationeel: het koninkrijk moest gemoderniseerd worden, een duidelijke nationale identiteit ontwikkelen die over meer gaat dan alleen olie, en zich opwerpen als de belangrijkste speler in de regio. Daarvoor, zo concludeerde hij, was het krachtige eenmansleiderschap nodig van een 33-jarige die deze transitie kon aansturen.

    Het resultaat: MbS vergaarde in rap tempo steeds meer ongecontroleerde macht, twijfel werd verboden. Maar wat gebeurt er wanneer persoonlijkheid en beleid samensmelten tot één? Wanneer elke roep om verandering die niet het persoonlijke stempel van de kroonprins draagt, wordt gezien als een subversieve daad? Wanneer critici beschouwd worden als verraders? Veronderstelde tegenstanders ‘verdwijnen’, na een klop op de deur van de Gestapo of Stalins NKVD, of na schaamteloze ontvoeringen in de Zuid-Amerikaanse dictaturen uit het tijdperk van Pinochet.

     © Getty Images, Hollandse Hoogte
    © Getty Images, Hollandse Hoogte

    Wanneer Bolsonaro’s beoogde vicepresident, een voormalige generaal, zegt dat het leger misschien nodig is om een eind aan de corruptie te maken, is het gemakkelijk te zien waar het naartoe kan gaan in Brazilië: naar het soort bestuur dat de leider van de Filipijnen, Rodrigo Duterte, de vergelijking met het Dirty Harry-personage van Clint Eastwood heeft opgeleverd. Duterte heeft zich duidelijk laten inspireren door de films over boze einzelgängers en losgeslagen politiemensen die in de jaren zeventig populair waren.

    Zij vormden het antwoord van Hollywood op de onrust van de jaren zestig en de frustratie bij die leden van de zwijgende meerderheid in Amerika en daarbuiten voor wie het een troost was om te zien hoe Charles Bronson de slappe bureaucraten opzijschoof en de orde op straat herstelde. Duterte laat zijn burgerwachten drugsdealers doodschieten en koketteert welbewust met zijn eigen betrokkenheid bij 
buitengerechtelijke moordpartijen.

    Dit zijn politici die voor sterke man spelen, die zich erop beroemen dat ze het volk beschermen tegen onrecht. Ze rekenen deels op de loyaliteit van de veiligheidsdiensten, maar ook op een veranderende bevolkingssamenstelling: steeds meer jonge kiezers die bereid zijn om simpele oplossingen voor zichtbare problemen uit te proberen.

    Zoals Harvard-professor Yascha Mounk, die veel heeft gepubliceerd over de liberale democratie, zegt: jonge mensen hebben geen directe ervaring met de nadelen van alternatieven voor democratie. ‘Ze kijken naar de werkelijkheid van nu en zien daarin dingen waarover ze terecht kwaad zijn, zoals de stagnatie van de welvaart. En dus zeggen ze: “Waarom zouden we niet iets nieuws proberen? Hoe slecht kan het worden?”’

    Dit zijn politici die voor sterke man spelen, die zich erop beroemen dat ze het volk beschermen

    Wanneer onwetende kiezers iemand aan de macht brengen die zich presenteert als sterke man, brengt dat het risico met zich mee dat die leider een manier vindt om de politiek te radicaliseren en zo langer aan de macht te blijven. Zulke leiders worden heel creatief in het ontdekken van nieuwe vijanden en weten hun eigen rol als beschermer van het volk steeds onmisbaarder te laten lijken. In 1972, minder dan 
een jaar voor de tweede ambtstermijn van president
Ferdinand Marcos zou aflopen, werd Manila opgeschrikt door raadselachtige bomaanslagen.

    De Filipijnse president legde de schuld bij communistische terroristen en kondigde de staat van beleg af. Op televisie zei hij tegen zijn burgers dat ‘een democratische regeringsvorm geen hulpeloze regeringsvorm is’. De grondwet, zei hij in een cynisch staaltje van verhullend taalgebruik, gaf hem het recht om haar met alle mogelijke middelen te beschermen. Vervolgens schortte hij die grondwet op en bleef veertien jaar lang aan de macht.

    Dit was niet zomaar een machiavellistisch trucje; het is al onderdeel van het vaste sterkemannenrepertoire sinds de tijd van Hitler, die de brand in de Rijksdag aangreep om zijn tanden te ontbloten en snel een nazidictatuur te vestigen. Sterke mannen zijn choreografen van dreiging, die nieuwe gevaren voor het voetlicht halen wanneer ze het publiek zien indutten.

    Volgens een boek van Alexander Litvinenko en Yuri Felshtinsky, Blowing Up Russia, werden er dodelijke bomaanslagen gepleegd in een Russisch flatgebouw, die vervolgens werden toegeschreven aan Tsjetsjenen, om zo Vladimir Poetin aan de macht te helpen als de roerganger van een tweede Tsjetsjeense oorlog. In 2006, vier jaar na de verschijning van het boek, werd Litvinenko door Russische geheim agenten vergiftigd met polonium.

    Antwoord op angst

    Sterke mannen verschijnen niet zomaar uit het niets. Ze presenteren zichzelf eerder als het antwoord, hoe onvolmaakt ook, op drie existentiële vragen: bij wie zijn onze diepste angsten veilig? Wie herstelt ons nationale vertrouwen in onzekere tijden? Wie maakt het voor ons mogelijk om ons niet langer zorgen te maken over de toekomst? Dit zijn emotionele behoeften die vaak worden geboren uit een vertraagde reactie op een trauma.

    In het geval van Poetin was het de Russische nationale tragedie die voortkwam uit de ineenstorting van de Sovjet-Unie, het gevoel dat het land werd uitgeleverd aan buitenlanders en criminelen, dat de Russen hun land werd afgenomen en dat jonge mensen gecorrumpeerd werden door het Westen.

    Wat hij hun biedt is een eigenaardig mengsel van contra-Verlichting, Russische orthodoxie en selectieve modernisering, bijeengehouden door een zichzelf verrijkende kliek ‘securocraten’ en grotendeels gezagsgetrouwe media. Is dat het regime van de sterke man, of is het gewoon een soort verlate therapie ter verwerking van de rouw om het verlies van de grootmachtstatus?

    Ze delen Orbáns minachting voor een ‘open samenleving’ waarin het nationale belang ondergesneeuwd raakt

    In China kwam Xi Jinping aan de macht omdat hij de angst verwoordde die het regime al sinds de Oost-Europese revoluties van 1989 en het bloedbad op het Tiananmenplein achtervolgde, namelijk dat het met het land dezelfde kant op kon gaan als met de Sovjet-Unie: een verkruimelende communistische partij, een versplinterd centraal gezag.

    ‘Ik weet niet waarom ze zo bang zijn voor een uiteenval à la de Sovjet-Unie’, zegt Chinakenner David Shambaugh, en hij wijst op de duidelijke verschillen tussen de kwakkelende Sovjeteconomie van de jaren tachtig en de dynamiek van het huidige China. Maar, benadrukt hij, Xi leidt nog steeds een Leninistische partij. ‘Zulke partijen bereiken allemaal het punt waarop de burgers grotere vrijheden en een betere kwaliteit van leven gaan eisen van een toenemend rigide en verkalkte
Leninistische bureaucratie die maar één ding kent: controle.’

    Xi de Poeh

    Xi voldoet aan twee criteria voor de sterke man. Ten eerste kan er niet openlijk aan zijn gezag getornd worden. Censoren verwijderen verwijzingen naar en delen uit boeken en films over Winnie de Poeh, om 
te voorkomen dat Xi’s waggelende, mollige verschijning vergeleken kan worden met die van het honing snoepende beertje. Zoals het er nu voor staat kan Xi wel tien jaar lang aan de macht blijven, misschien wel levenslang. Dat decennium is ook het tijdbestek voor de ‘één gordel, één weg’-initiatieven, voor de historische transformatie van China, voor het voorbijstreven van de Verenigde Staten.

    De oppositie moest dus gesmoord worden, onwelgevallige Nobelprijswinnaars moeten opgesloten en alles waarin klachten vanuit de middenklasse samenkomen met onrust rond fabrieken, zoals protestbewegingen tegen vervuiling, moet verpletterd worden. Wie bij Xi in ongenade valt, wordt uit zijn functie gezet – zoals het Chinese hoofd van Interpol, die onlangs ‘verdween’ – en vernederd.

    Maar Xi’s positie van sterke man zal alleen worden bevestigd als hij een stelsel van alternatieve normen en waarden kan ontwikkelen die samen het handvest van de onliberale democratie vormen. Beijing kijkt heel goed naar Viktor Orbán, de Hongaarse premier, die de wereldwijde consensus uitdaagde door die te bestempelen tot ‘het supranationale fetisjisme van Davos, de soevereiniteitscampagne van Brussel’. Xi, Poetin en Erdogan delen Orbáns minachting voor een ‘open samenleving’ waarin het nationale belang uiteindelijk ondergesneeuwd raakt.

    Buitengewone kans

    De morele ruimte die is ontstaan door de terugtrekking van de VS in de jaren van Obama en aan het begin van het presidentschap van Donald Trump, biedt hun een buitengewone kans. Rusland en Turkije, allebei gemarginaliseerd door de geschiedenis, zouden op een bepaald moment een politieke of defensieve as kunnen vormen, die is gegrondvest op het verwerpen van Europese waarden en het omarmen van Eurazië.

    Erdogan heeft nu al genoeg zelfvertrouwen om zijn NAVO-lidmaatschap opzij te schuiven en met Rusland en Iran te onderhandelen over de toekomst van Syrië. China, de opkomende supermacht, gaat de wereld rond om landen tot een keuze te dwingen: China of Amerika. De schepen van Duterte gaan nu op gezamenlijke oefening met China; Bolsonaro zal, net als veel andere landen in Latijns-Amerika, eerder naar Xi neigen dan naar Trump.

    De sterkemannenclub aarzelde om Trump uit te nodigen als erelid; met zijn onvoorspelbaarheid leek hij een factor te worden om rekening mee te houden. De harde macht van Amerika is enorm, de Amerikaanse hightechvoorsprong is nog steeds aanzienlijk, de intelligentie van de totale Amerikaanse zakenwereld is iets groter dan die van het Amerikaanse staatshoofd. Na twintig maanden van gepoch, van onderhandeling met ‘maximale druk’, zoals Trump bij Iran deed, gaat er van hem geen geloofwaardige dreiging meer uit.

    Zijn onvoorspelbaarheid is voorspelbaar geworden en ingecalculeerd. Hij heeft militaire macht ingezet – tegen een Syrische luchtmachtbasis, om Amerika’s afkeer van het gebruik van chemische wapens kracht bij te zetten – maar heeft eigenlijk liever militaire parades. Hij dreigt met een handelsoorlog, maar alleen als onderhandelingsinstrument. En, zoals de Congresverkiezingen lieten zien, zijn beleid wordt nog steeds ter beoordeling voorgelegd aan kiezers.

    Xi, Poetin en Erdogan mogen elkaar dan niet vertrouwen – zo gaat dat bij sterke mannen – maar in het tumultueuze eerste stadium van Trumps presidentschap hebben ze geleerd dat ze, als ze samenwerken, hun invloedsfeer kunnen uitbreiden ten koste van Amerika. Dat is hun geheime pact. De jaren dertig van de vorige eeuw eindigden deels zo verschrikkelijk omdat twee sterke mannen, Hitler en Stalin, overeenkwamen Europa op te delen, maar
ook omdat Amerika zijn belangstelling verloor voor wat zich aan de andere kant van de Atlantische Oceaan afspeelde. Laten we hopen dat iedereen wat verstandiger is geworden.

  • Noord-Korea begrijpen? Kijk naar China in de jaren zestig

    Noord-Korea begrijpen? Kijk naar China in de jaren zestig

    Het optreden van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un wordt vaak als roekeloos en irrationeel gezien. Maar dat klopt niet, betoogt Yevgen Sautin. China volgde in de jaren zestig dezelfde strategie.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week riep de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un op tot een grondwetswijziging om Zuid-Korea te identificeren als de ‘vijandige staat nummer één’. Daarmee lijkt de belofte van het regime om het Koreaanse schiereiland te verenigen definitief van de baan te zijn. Het land dreigt zelfs met een oorlog.

    Die oorlogstaal is niets nieuws. Al jarenlang is Noord-Korea bezig met de ontwikkeling van een kernwapenprogramma. Raketproeven laten zien dat het land in staat is de VS met een kernaanval te bedreigen. Yevgen Sautin schreef al 2017 in The Diplomat dat we die nucleaire retoriek niet al te serieus hoeven te nemen. Sautin baseert dit standpunt op de strategie van China in de jaren zestig: bluffen over kernwapens om de eigen zwakte te verbergen en de achterstand ten opzichte van andere kernmachten te verdoezelen.

    Recente tests met intercontinentale ballistische raketten wijzen het uit: in de zeer nabije toekomst zal Noord-Korea in staat zijn het Amerikaanse vasteland met een kernaanval te bedreigen. De regering van president Trump heeft gezworen het land geen gelegenheid te geven zijn ‘destructieve koers’ voort te zetten. Het is echter nog niet duidelijk hoe de Amerikanen denken Pyongyang een halt te kunnen toeroepen. Wel hebben Amerikaanse regeringsfunctionarissen hun toon verscherpt. Noord-Korea is in hun ogen nu de meest urgente bedreiging van de VS.

    Het is van belang te beseffen dat er eerder met dit bijltje is gehakt. De 
Verenigde Staten bevonden zich ruim vijftig jaar geleden in een soortgelijke situatie. Zij werden toen geconfronteerd met de nucleaire ambities van het maoïstische China. En net als nu vroegen deskundigen zich ook toen bezorgd af of er wel rationele besluitvormers achter de knoppen zaten in 
de geïsoleerde communistische staat. Militaire opties – hoe riskant ook – werden serieus overwogen. Het vooruitzicht van een nucleair China vervulde Amerikaanse leiders met ontzetting.

    Maar gaandeweg kwam zowel de regering van Kennedy als die van Johnson tot de slotsom dat China’s bescheiden kernarsenaal niet zou leiden tot een verschuiving van de onderliggende machtsverhoudingen in Oost-Azië, noch dat het vertrouwen van de Amerikaanse bondgenoten in Washingtons veiligheidsgaranties een deuk zou oplopen. Het nucleair bewapende China bleef mondiale revolutionaire bewegingen steunen en ging ook door met militaire hulp aan Noord-Vietnam in de oorlog met de Verenigde Staten. Als het om kernwapens ging, werd de toon van Beijing allengs gematigder; het liet hiermee blijken in staat te zijn tot gecalculeerde beheersing jegens de VS.

    Hardnekkig depotisme

    In december 1960 waarschuwde een Amerikaanse National Intelligence Estimate (NIE) [een document dat de standpunten van Amerikaanse geheime diensten samenvat] dat ‘China’s arrogante zelfvertrouwen, revolutionaire vuur en vertekende beeld van de wereld’ tot een ‘verkeerde inschatting van risico’s’ kon leiden. Dat gevaar zou alleen maar toenemen als communistisch China kernwapens kreeg.

    Afgezien van het revolutionaire vuur zouden dezelfde conclusies kunnen worden getrokken voor Noord-Korea. Het is immers een van de meest geïsoleerde regimes ter wereld, met een uiterst wispelturige leider: Kim Jong-un. Daarnaast maakt het land zich ook nog schuldig aan ontvoering en moord, slingert het de Verenigde Staten de wonderlijkste verwensingen naar het hoofd en dreigt het regelmatig met nucleaire aanvallen op Zuid-Korea. Wie Noord-Korea van een afstand bekijkt, zou het land gemakkelijk kunnen aanzien voor een uitzonderlijk geval van hardnekkig despotisme.

    En dat klopt dus niet, zoals blijkt uit de NIE: ook China in de jaren zestig voldeed aan dat profiel. Chinese leiders deden weinig anders dan de gevaren van een kernoorlog afwimpelen en de onvermijdelijke overwinning van de volksmassa op het Amerikaanse imperialisme en het Sovjet-revisionisme benadrukken. Tegelijkertijd overdreven de Chinese leiders de mogelijkheden van hun eigen nucleaire programma enorm en bagatelliseerden ze de effecten van een tegenaanval op het Chinese vasteland.

    Noord-Koreaanse soldaten te fiets bij de Yalu-rivier bij de grens met China. – © Kevin Frayer / Getty
    Noord-Koreaanse soldaten te fiets bij de Yalu-rivier bij de grens met China. – © Kevin Frayer / Getty

    In feite was de Chinese oorlogsretoriek strategische bluf ter compensatie van de grote verschillen in nucleair vermogen tussen China en de twee supermachten: de VS en de Sovjet-Unie. In dat licht doet het haast onwezenlijk aan om Noord-Korea nu zichzelf te horen aanprijzen als ‘een sterke kernmacht’, in het bezit van ‘zeer krachtige intercontinentale ballistische raketten die elke plek op de wereld kunnen treffen’. Het is daarbij van belang in het oog te houden dat het Noord-Koreaanse nucleaire arsenaal nog altijd klein
is, dat het land niet in staat is tot een tegenaanval en nooit in zijn eentje de militaire machtsverhoudingen in de regio zal weten te wijzigen. Het wapengekletter van Noord-Korea heeft tot doel de aandacht af te leiden van de zwakte en angst voor de toekomst van het regime.

    Pyongyang heeft geen officiële nucleaire doctrine, waardoor analisten zich gedwongen zien de strategie van het land uit een aantal uitspraken af te leiden. Kim Jong-un rept van het belang het ‘nucleaire monopolie’ van de Verenigde Staten te doorbreken. Pyongyang zal niet als eerste kernwapens inzetten (‘no first use’) en is voorstander van wereldwijde, volledige ontwapening. Nochtans heeft Noord-Korea herhaaldelijk gedreigd kernwapens te gebruiken in preventieve aanvallen tegen de Verenigde Staten of Zuid-Korea. Sinds het uit het zeslandenoverleg [tussen de VS, Rusland, China, Japan, Zuid-Korea en Noord-Korea (2003-2008)] is gestapt, heeft Noord-Korea eventuele inspanningen om het Koreaanse schiereiland nucleair te ontwapenen onmogelijk gemaakt.

    De Noord-Koreaanse verklaringen over kernwapens sluiten nauw aan op de officiële standpunten van China over kernwapens in de jaren zestig. Na China’s eerste kernproef in 1964 formuleerde Beijing ook drie uitgangspunten: China ontwikkelde atoomwapens om ‘het supermachtmonopolie te doorbreken’, China zou nooit atoomwapens 
als eerste gebruiken, en China ondersteunde de volledige uitbanning van deze wapens. En toch was Beijing sterk gekant tegen het Verdrag voor een Beperkt Verbod op Kernproeven 
(Limited Test Ban Treaty, LTBT, ook wel Beperkt Kernstopverdrag genoemd) en bleef het wereldwijde nucleaire ontwapening vijandig gezind totdat zijn eigen kernprogramma in de jaren zeventig iets begon voor te stellen. Uit het Chinese optreden zou je kunnen afleiden dat Noord-Korea opzettelijk een agressieve houding aanneemt om de algehele zwakte van het Noord-Koreaanse arsenaal te verdonkeremanen.

    Als China’s nucleaire programma in de jaren zestig geen ernstige bedreiging vormde voor de Verenigde Staten, is er nu nog minder reden te vrezen voor Noord-Korea

    Zoals William Burr en Jeffrey T. Richelson stelden in Whether to “Strangle the Baby in the Cradle”: The United States and the Chinese Nuclear Program, 1960-64 (Moeten we het kind in de wieg smoren? De Verenigde Staten en het Chinese nucleaire programma, 1960-64), beschouwde John F. Kennedy een eventuele Chinese kernproef als ‘historisch waarschijnlijk de meest significante en ernstigste gebeurtenis van de jaren zestig’. Een nucleair China was voor de regering-Kennedy zo’n schrikbeeld dat elke denkbare maatregel, van directe Amerikaanse aanvallen tot het parachuteren van Chinese nationalistische commando’s vanuit Taiwan, werd overwogen. Kennedy gaf functionarissen zelfs toestemming om Amerika’s aartsrivaal, de Sovjet-Unie, te polsen over gezamenlijke preventieve actie tegen China.

    De president stond bepaald niet alleen in zijn vrees dat een nucleair China 
de grootste bedreiging voor de wereldvrede was. Terwijl de Culturele Revolutie woedde, was de US Navy bang dat China snel de beschikking zou krijgen over de technologie om ballistische raketten vanaf onderzeeërs te lanceren. En dat zou het misschien op zo’n manier doen dat het leek op een aanval van de Sovjet-Unie, met een mondiale kernoorlog als gevolg. (Zie Lyle J. Goldstein in When China Was a “Rogue State”: The Impact of China’s Nuclear Weapons
Program on US-China Relations during the 1960’s [Toen China een schurkenstaat was: de gevolgen van China’s nucleaire wapenprogramma op de betrekkingen tussen de VS en China in de jaren zestig]). Om deze vermeende dreiging het hoofd te bieden, adviseerde de Navy om China’s eerste met raketten bewapende onderzeeër op zijn maidentrip tot zinken te brengen. Deze angsten grensden aan paranoia en stoelden op een grove overschatting van de Chinese technologie; China zou zijn eerste ballistische onderzeeraket pas in 1982 lanceren. De pers was ook fel tegen het idee dat Mao over kernwapens zou komen te beschikken en riep op tot militaire actie om de nucleaire ambities van Beijing te beknotten.

    Onderhandelingstafel

    Niet iedereen in Kennedy’s regering deelde zijn angsten. De Policy Planning Council [Raad voor Beleidsplanning] van het ministerie van Buitenlandse Zaken leverde een invloedrijke studie af waarin de vreselijke gevolgen van een Chinese kernproef werden betwijfeld. De stelling luidde dat het Chinese arsenaal geen grote bedreiging voor de Verenigde Staten kon vormen en de machtsverhoudingen
in de regio er nauwelijks door zouden veranderen. Bovendien stond dat
arsenaal bloot aan tegenaanvallen van de Amerikanen, iets waartoe de Chinezen zelf niet in staat waren. Een nucleair China zou er dus weinig voor voelen de VS overmatig uit te dagen. De aanhangers van deze aanvankelijk omstreden visie wonnen uiteindelijk het pleit in het Witte Huis.

    In het rapport werd wel onderkend dat er negatieve politieke gevolgen kleefden aan een Chinese kernproef – zoals proliferatie – maar die konden worden bezworen door garanties van Washington aan zijn bondgenoten. En zie: in de nasleep van de eerste Chinese kernproef lukte het de regering-Johnson om Japan met een juiste mix van veiligheidswaarborgen en diplomatieke druk van het nucleaire pad af te houden. De jaren daarop oefenden de Verenigde Staten vergelijkbare druk uit op Taiwan en Zuid-Korea om niet met eigen kernwapenprogramma’s te komen.

    Als China’s nucleaire programma in de jaren zestig geen ernstige bedreiging vormde voor de Verenigde Staten, is er nu nog minder reden te vrezen voor Noord-Korea. Zelfs als Noord-Korea zijn raketten verbetert, behouden de Verenigde Staten en hun bondgenoten nog een overweldigend militair en economisch overwicht. Net als in de jaren zestig moeten de Verenigde Staten hun regionale bondgenoten en partners openlijk en op geloofwaardige wijze gerust stellen, dat is alles. Elke Noord-Koreaanse poging een wig te drijven in de alliantie tussen de VS en Zuid-Korea zal mislukken zolang Washington brede veiligheidsgaranties blijft leveren aan Seoul. Ook Japan zal drastische maatregelen niet nodig vinden als het zich openlijk gesteund weet door de regering-Trump.

    Ten slotte: de VS moeten zich krachtig uitspreken tegen het koppelen van de Noord-Koreaanse nucleaire kwestie aan problemen in de relatie tussen de VS en China die daar niets mee te maken hebben. Dat is nodig om de angst van Taiwan weg te nemen dat Washington de feitelijke onafhankelijkheid van het eiland zou willen opgeven in ruil voor Chinese druk op Noord-Korea. Het is inmiddels duidelijk dat Beijing, uit machteloosheid of onwil, Pyongyang niet zal dwingen een andere koers te kiezen. De Verenigde Staten moeten zich niet laten verleiden tot bredere besprekingen in de hoop op meer Chinese samenwerking inzake Noord-Korea.

    Na de Chinese kernproef van 1964 zette president Johnson handelscontroles 
en extra inlichtingenwerk in om het tempo van de Chinese nucleaire ontwikkeling af te remmen. Al bleef het Chinese kernprogramma een bron van zorg, Washington leerde er uiteindelijk mee leven. En dat was dankzij snelle en geloofwaardige Amerikaanse garanties aan belangrijke regionale bondgenoten, zoals Japan. Naarmate Chinese leiders hun strategie wijzigden en enige toenadering zochten tot het Westen, veranderden ook China’s nucleaire standpunten beetje bij beetje. Noord-Korea is China niet, maar een soortgelijk beleid van strategisch geduld en robuuste veiligheidswaarborgen aan Zuid-Korea en Japan is de beste optie om Noord-Korea weer terug te krijgen aan de onderhandelingstafel.

  • Kim Jong-un-imitator zijn, wie wil dat nou niet?

    Kim Jong-un-imitator zijn, wie wil dat nou niet?

    De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un heeft verschillende professionele imitators. Het is leuk werk, vinden ze. Je wordt overal uitgenodigd, en je kunt er een aardig centje mee verdienen, ook al zullen niet alle mensen je imitaties waarderen. En soms word je uiterst serieus genomen.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week was Kim Jong-un te gast in Rusland om met Vladimir Poetin afspraken te maken over leveranties van voedsel en wapens tussen Rusland en Noord-Korea. Niet alleen het bezoek zelf, ook het buitenissige vervoersmiddel waarmee de Noord-Koreaanse leider naar Rusland reisde was onderwerp van gesprek: een zwaar gepantserde trein, voorzien van alle mogelijke luxes, die door het bijbehorende gewicht een maximumsnelheid heeft van 88 km/u. Daar komt nog bij dat Kim Jong-un zelf sowieso al de aandacht trekt met zijn excentrieke kapsel, bolle wangen en dichtgeknoopte zwarte overhemden.

    Genoeg redenen voor imitators om de Kim-Jong-un uit te hangen, zo blijkt uit dit artikel van The Guardian van zeven jaar geleden. Ze vinden het leuk werk en verdienen er ook nog een aardig bedrag mee. Toch zijn ze niet van plan om dit de rest van hun leven te blijven doen. ‘Ik doe dat imiteren om studenten aan het lachen te maken en om voor wat vertier te zorgen… maar ik heb mijn eigen dromen en carrièreplannen.’

    Met zijn buitenissige korte kapsel, zijn mollige wangen en zijn voorliefde voor zwarte dichtgeknoopte overhemden en glimmende brogues is Kim Jong-un een van ’s werelds meest herkenbare dictators – en een van degenen met wie het meest de spot wordt gedreven.

    Professionele Kim-imitators duiken op bij footballwedstrijden, op universiteitscampussen en zelfs bij politieke demonstraties en bijeenkomsten. Als je zo’n klus kunt krijgen, is het leuk werk. Een imitator, die we op zijn verzoek Howard noemen, verkeerde vorig jaar bij de uitreiking van de Grammy Awards in het gezelschap van popster Kate Perry. Een andere imitator, die alleen Jeremy genoemd wil worden, pochte dat hij heeft gezoend met wel veertig vrouwen toen hij vorig jaar maart als Kim aanwezig was bij een rugbytoernooi in Hongkong.

    Howard wil graag benadrukken dat hij met zijn personage ‘Kim-Jong-um’ de eerste professionele lookalike was van de dictator, vóór rivaal Jeremy. Howard verkoopt zichzelf met de slogan: ‘Maak kennis met de Dierbare Leider zonder dat je naar Noord-Korea hoeft’. Hij komt er eerlijk voor uit dat hij het fijn vindt om zijn personage te lenen voor ‘projecten die extra geld opleveren’.

    Kim worden

    ‘Het begon allemaal op 1 april 2013, toen ik een paar foto’s van mezelf uploadde met een Kim-Jong-un-achtig kapsel. Twee weken later kreeg ik een telefoontje of ik naar Israël wilde komen om een hamburgercommercial op te nemen,’ vertelt Howard via de telefoon vanuit Hongkong.

    Maar het zijn niet alleen commerciële schnabbels. ‘Kim-Jong-um’ woonde vorig jaar in Rusland de viering van de Dag van de Overwinning bij toen de echte Kim, die samen met enkele andere bekende autocraten op de gastenlijst stond, verstek liet gaan. Volgens Howard hadden de meeste Moskovieten de grap wel door en stonden ze in de rij voor een selfie. Maar sommigen trapten erin en één omstander vroeg in alle ernst waarom hij daar alleen stond, zonder gevolg.

    Een imitator pocht dat hij heeft gezoend met wel veertig vrouwen

    Howard heeft ook zijn personage ingezet om enkele politieke acties te ondersteunen, zoals die van Occupy Central, de beweging die in 2014 plotseling opkwam en streed voor meer democratie. Ook heeft hij zijn gezicht geleend aan protesten die werden georganiseerd door een groep die de North Korea Defector Concerns heet en zich verzet tegen China’s gedwongen repatriëring van Noord-Koreanen – een situatie die hij ‘onaanvaardbaar en moreel uiterst verwerpelijk’ noemt. Maar de enige Noord-Koreanen die zijn personage in levenden lijve hebben gezien waren die op het consulaat in Hongkong, waar hij als onderdeel van een mediastunt aanwezig was. ‘Ze waren pisnijdig en belden de beveiliging,’ vertelt hij.

    Ook Minyong Kim uit Zuid-Korea heeft zich een Kim Jong-un-uiterlijk aangemeten. Eerst verkleedde hij zich voor de lol, tot hij besefte dat het ook interessant parttimewerk kon opleveren. Ontegenzeggelijk zijn opzienbarendste stunt was toen hij samen met de imitator van Barack Obama, Reggie Brown, in de straten van Seoul Eric Carmens klassieker All By Myself zong. Daarna is hij in de VS gaan studeren, waar hij intussen ‘de meest gefotografeerde man op de campus is’, vertelde hij News Gazette.

    Misschien vinden sommigen het smakeloos om je te verkleden als een man die ervan wordt beschuldigd zich lovend uit te laten over gevangenkampen en miljoenen ondervoede burgers. Maar Howard benadrukt dat het nooit zijn bedoeling is geweest om de Noord-Koreaanse leider te verheerlijken.

    Anders dan Howard heeft Minyong alle verzoeken afgeslagen om zich te lenen voor iets politieks. Liberty in Noord-Korea, een vanuit de VS opererende actiegroep, riep zijn hulp in. ‘Maar die heb ik geweigerd, ik doe aan geen enkele politieke activiteit mee – of het nu voor of tegen het Noord-Koreaanse bewind is’, mailde hij The Guardian.

    Als hij weet dat Noord-Koreanen een ontmoeting met zijn personage niet waarderen, zal hij zo’n treffen zeker vermijden, maar ‘Zuid-Koreanen begrijpen wat ik doe en veel mensen vinden het grappig… het is een parodie en niet meer dan dat.’ Over het algemeen wordt zijn act ook door het Amerikaanse publiek gewaardeerd, maar ‘sommige extreemrechtse conservatieven reageren agressief, ze vinden dat ik me onvaderlandslievend opstel.’

    Toen News Gazette hem vroeg wat hij van Kim Jong-un zelf vond, zei hij: ‘Volgens mij trekt hij zich van mij niks aan want hij is de “dierbare leider” van Noord-Korea, en ik ben maar een gewone burger.’

    ‘Een paar mensen hebben me wel even apart genomen en gevraagd: “Je weet toch wel wie hij is, hè?”’

    Howard komt weinig mensen tegen die zich aan zijn act storen of ervan walgen. ‘Een paar mensen hebben me wel even apart genomen en gevraagd: “Je weet toch wel wie hij is, hè?”.’

    Hoe leuk het nu ook allemaal mag zijn, Howard noch Minyong is van plan om nog lang door te gaan met de verkleedpartij. Howard droomt van een carrière in de muziek, en ook voor Minyong is het maar tijdelijk. ‘Ik doe dat imiteren om studenten aan het lachen te maken en om voor wat vertier te zorgen… maar ik heb mijn eigen dromen en carrièreplannen. Het imiteren van Kim Jong-un maakt maar een klein onderdeel uit van mijn leven.’ Bovendien heeft zijn vriendin gezegd dat ze zijn hele act weerzinwekkend vindt.