Roblox is een razend populair gameplatform met miljoenen spellen en een interactieve omgeving. Een deel van de inhoud wordt ontwikkeld door Roblox, maar een groot deel wordt gegenereerd door gebruikers. In 2024 had het platform meer dan 85 miljoen dagelijks actieve gebruikers, waarvan naar schatting 40 procent jonger is dan dertien jaar.
Recent onderzoek van Revealing Reality, een bureau dat digitale veiligheid onderzoekt, heeft echter onthuld hoe makkelijk kinderen op het gameplatform in aanraking kunnen komen met ongepaste inhoud en onbewaakt contact kunnen leggen met volwassenen. Ouders uiten grote zorgen over kinderen die verslaafd raken, traumatiserende inhoud te zien krijgen en benaderd worden door vreemden, schrijft The Guardian.
Revealing Reality maakte meerdere Roblox-accounts aan en koppelde deze aan fictieve gebruikers van allerlei leeftijden. De accounts hadden alleen contact met elkaar en niet met gebruikers buiten het experiment om ervoor te zorgen dat het gedrag van hun avatars op geen enkele manier werd beïnvloed.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De onderzoekers concludeerden dat de huidige veiligheidscontroles beperkt effectief zijn en dat kinderen op het platform nog steeds aanzienlijke risico’s lopen. Zo vonden ze voorbeelden van interactie tussen volwassenen en kinderen zonder effectieve leeftijdscontrole. Verder ontdekten ze dat de avatar van het account van de tienjarige toegang had tot ‘zeer suggestieve omgevingen’, zoals een hotelruimte met een vrouwelijke avatar die netkousen droeg en op een bed lag te draaien en andere avatars die op elkaar lagen in seksuele poses.
Ze ontdekten ook dat een testavatar die gekoppeld was aan een volwassene in staat was de Snapchat-gegevens van de vijfjarige testavatar op te vragen met behulp van nauwelijks gecodeerde taal. Volgens Beeban Kidron, een campagnevoerder voor internetveiligheid, legt het onderzoek het ‘systematisch falen van het platform om kinderen te beschermen’ bloot. ‘Dit soort gebruikersonderzoek zou routine moeten zijn voor een product als Roblox.’
Landen zetten babybonussen, gesubsidieerde kinderopvang en ouderschapsverlof in om het snel dalende vruchtbaarheidscijfer weer omhoog te krijgen – grotendeels zonder resultaat. Hoe overtuig je mensen om meer kinderen te krijgen?
Sophia en haar partner aarzelen al vijf jaar over het krijgen van kinderen. Ze maken zich zorgen over de impact van de mensheid op de biodiversiteit en de klimaatverandering en over wat de toekomst voor ons in petto heeft.
‘Het gaat ons om twee dingen,’ zegt Sophia, een communicatiespecialist die liever niet haar volledige naam geeft. ‘Aan de ene kant: in hoeverre draagt een kind bij aan de mondiale [klimaat]crisis? Daarnaast gaat het erom hoe haar of zijn leven eruit zou komen te zien. Het verlies van de biodiversiteit raakt me diep. Ik denk veel na over de toekomst en dus ook over de toekomst van mijn kind.’
De angst voor klimaatverandering maakt dat stellen minder kinderen krijgen. Ongeveer een op de vijf vrouwelijke klimaatwetenschappers geeft aan door de klimaatcrisis geen of minder kinderen te willen.
Simpelweg onvoldoende
Het klimaat is niet de enige reden voor wat door regeringen en kranten een baby-, bevolkings-, vruchtbaarheids-, vergrijzings-, demografische of economische crisis wordt genoemd. Ook de kosten van levensonderhoud, huisvestingsproblemen en een gebrek aan kansen spelen een rol. Het resultaat is dat overheden over de hele wereld bezorgd zijn dat vrouwen simpelweg onvoldoende baby’s krijgen.
Volgens Elon Musk vormen dalende geboortecijfers een groter risico voor de beschaving dan de opwarming van de aarde. Er bestaat dan ook een groeiende beweging van zogeheten pronatalisten, die ‘veel kinderen’ willen krijgen om de wereld te redden.
Het is vrij duidelijk dat vrouwen die beter opgeleid en geëmancipeerder zijn en een betere toegang hebben tot anticonceptie, minder kinderen krijgen. Wat nog onbekend is, is hoe je ze kunt overtuigen om er meer te krijgen. Goedkopere kinderopvang? Flexibelere werkplekken? Meer hulp van de mannen? Betaalbare woningen? Meer optimisme over de toekomst?
Het rapport stelt dat ‘vrouwen tegenwoordig gemiddeld één kind minder krijgen dan rond 1990’
Statistieken tonen aan dat de meeste landen inmiddels onder het vervangingspercentage zitten. Dat bedraagt 2,1 kind per vrouw; genoeg om de bestaande bevolking te vervangen, met een kleine buffer.
Vijf decennia geleden leidde het boek The Population Bomb van Paul Ehrlich en Anne H. Ehrlich tot mondiale angst voor ‘massale hongersnood’ op een ‘stervende planeet’ als gevolg van overbevolking. Nu waarschuwen experts dat de vruchtbaarheidscrisis zorgt voor een afname van het aantal jongeren dat een toenemende vergrijzende bevolking moet ondersteunen, en gooien paniekerige regeringen over de hele wereld hier geld tegenaan.
In maart veroorzaakte een artikel in TheLancet een nieuwe golf van krantenkoppen die waarschuwden voor catastrofes. Een grootschalig onderzoek naar vruchtbaarheid, uitgevoerd in 205 landen in de periode 1950-2021, van het Institute for Health Metrics and Evaluation (IHME) van de Universiteit van Washington, stelde vast dat de wereld een ‘toekomst met lage vruchtbaarheid’ te wachten staat.
Volgens het IHME-onderzoek zal in 2050 meer dan driekwart van de landen onder het vervangingspercentage zitten. In 2100 zal dit 97 procent zijn. De enige landen die tegen die tijd naar verwachting een percentage van meer dan 2,1 zullen hebben zijn Samoa, Somalië, Tonga, Niger, Tsjaad en Tadzjikistan.
Pronatalistisch beleid
Plaatsen met lage inkomens en hogere vruchtbaarheidscijfers – zoals Afrika ten zuiden van de Sahara, waar tegen 2100 naar verwachting ruim de helft van de geboorten zullen plaatsvinden – hebben behoefte aan betere toegang tot voorbehoedsmiddelen en onderwijs voor vrouwen, aldus de onderzoekers. Landen met lage vruchtbaarheid en hogere inkomens, zoals Zuid-Korea en Japan, hebben behoefte aan vrije immigratie en beleid om ouders te ondersteunen.
In het onderzoek werd ook gekeken naar het bestaande beleid om het krijgen van kinderen te bevorderen, zoals gratis kinderopvang, beter ouderschapsverlof, financiële prikkels en arbeidsrechten. Maar de bevindingen suggereren dat zelfs dit soort beleid de vruchtbaarheidscijfers niet omhoog krijgt tot het vervangingsniveau. Wel ‘kunnen [deze maatregelen] voorkomen dat sommige landen naar een extreem laag vruchtbaarheidsniveau zakken’.
Historische vergrijzing Japan
Behalve de dalende kinderwens speelt er ondertussen ook nog een ander probleem. Uit een grootschalige meta-analyse blijkt dat de spermaconcentratie bij mannen wereldwijd in rap tempo afneemt. De gemiddelde waarde daalde tussen 1973 en 2018 van 101 naar 49 miljoen per milliliter, wat volgens onderzoeker Shanna Swan wijst op ‘subfertiliteit’. De afname versnelt bovendien: van 1,16 % per jaar vóór 2000 naar 2,64 % sinds 2000, schrijft Le Monde.
De oorzaak ligt volgens onderzoekers in een combinatie van leefstijlfactoren (zoals roken, obesitas en stress) en chemische vervuiling, zoals weekmakers en pesticiden. ‘Onze resultaten zijn de kanarie in de kolenmijn,’ waarschuwt epidemioloog Hagai Levine. Nieuw is dat de achteruitgang nu ook wordt vastgesteld in Afrika, Zuid-Amerika en Azië – een wereldwijd fenomeen dus. Onderzoekers pleiten voor actie, maar beleidsmaatregelen blijven uit. Volgens Swan gaat ook de vrouwelijke vruchtbaarheid achteruit, maar daar is minder aandacht voor omdat eicellen moeilijker te tellen zijn. De afname van spermakwaliteit hangt bovendien samen met andere problemen, zoals zaadbalkanker en aangeboren afwijkingen.
(Zie ook 360-editie 215)
Volgens Natalia V. Bhattacharjee, medeauteur van het onderzoek, zullen de trends ‘de wereldeconomie en het internationale machtsevenwicht volledig (…) hervormen en een reorganisatie van samenlevingen noodzakelijk maken’. Bhattacharjee waarschuwt ook dat sommige landen zouden kunnen proberen ‘drastischere maatregelen te rechtvaardigen’ om het recht op abortus te beperken.
Ondertussen worden in Taiwan, waar het vruchtbaarheidscijfer inmiddels is gedaald tot 0,86, scholen gesloten. In Japan, waar het vruchtbaarheidscijfer 1,21 bedraagt, overtreft de verkoop van incontinentieproducten voor volwassenen inmiddels de verkoop van luiers. In Griekenland, waar het vruchtbaarheidscijfer 1,26 bedraagt, is in sommige dorpen al jaren geen kind meer geboren en worden mensen aangespoord om zes dagen per week te werken. En in Zuid-Korea, met vruchtbaarheidscijfer 0,72, zal de bevolking naar verwachting tegen 2100 zijn gehalveerd. Het vruchtbaarheidscijfer in Australië bereikte in 1961 een piek van 3,5. In 1975 – niet lang nadat de belasting op de anticonceptiepil was afgeschaft – was het gedaald tot het vervangingsniveau (2,1), en nu staat het op 1,6.
Zelfs Scandinavische landen, met hun focus op gendergelijkheid en ouderschapsverlof, ervaren een afnemende vruchtbaarheid
Die dip in de jaren zeventig was te danken aan de pil, zegt Liz Allen, demograaf en docent aan het Centre for Social Research and Methods van de Australian National University, maar ook aan andere grote maatschappelijke veranderingen rond gendergelijkheid, waarbij vrouwen steeds beter opgeleid werden, steeds meer gingen werken en het makkelijker werd om te scheiden.
Er zijn mensen die besluiten dat ze geen kinderen willen. Er zijn vrouwen die het krijgen van kinderen uitstellen en uiteindelijk, omdat hun vruchtbaarheid afneemt, minder kinderen krijgen. En in Australië en andere ontwikkelde landen is er veel minder sprake van tienerzwangerschappen, wat over het algemeen als een goede zaak wordt beschouwd, maar eveneens bijdraagt aan een lager vruchtbaarheidscijfer.
Regeringen in de hele OESO – en in toenemende mate ook in de ontwikkelingslanden – proberen op allerlei manieren de vruchtbaarheid te bevorderen.
De meeste landen met een lage vruchtbaarheid kennen een vorm van zwangerschapsverlof. Vele hebben gesubsidieerde kinderopvang en een of andere vorm van kinderbijslag, en iets meer dan de helft van de landen heeft flexibele werkuren of belastingvoordelen voor gezinnen met kinderen, aldus de Verenigde Naties. Maar zelfs de Scandinavische landen, met hun focus op gendergelijkheid, ouderschapsverlof en sociale diensten, ervaren een afnemende vruchtbaarheid.
In China is de ‘eenkindpolitiek’ veranderd in een ‘driekindbeleid’, in combinatie met betere gezondheidszorg voor moeders en verminderde toegang tot abortus. Japanse politici proberen elkaar te overtreffen in hun pronatalistische beleid, met onder andere subsidies, gratis kinderopvang, betere werkzekerheid en steun voor vruchtbaarheidsbehandelingen. En de Zuid-Koreaanse regering heeft meer dan 200 miljard dollar uitgetrokken om gezinnen te ondersteunen bij het krijgen van kinderen.
Maar het werkt allemaal niet. De beste bedoelingen hebben niet zozeer geleid tot een babyboom als wel tot sporadische ‘babybumps’.
Succesvolgorde
Neem bijvoorbeeld de Australische babybonus, geïntroduceerd door de toenmalige minister van Financiën Peter Costello met de aansporing: ‘Eén voor mama, één voor papa, en één voor het land.’
De maatregel had enig effect, maar deskundigen beschrijven de stijging van de vruchtbaarheid meer als een kortstondige opleving. Dat heeft landen als Rusland, Griekenland en Italië er niet van weerhouden ook babybonussen in te voeren.
Jennifer Sciubba, een Amerikaanse demograaf, politicoloog en auteur van 8 Billion and Counting: How Sex, Death and Migration Shape Our World, sprak in de Ezra Klein-podcast over het complexe samenspel van factoren die van invloed zijn op onze kinderwens. Wie de ‘succesvolgorde’ wil aanhouden – eerst een opleiding, dan een goede baan, een huis en wat spaargeld – stelt het krijgen van kinderen uit. En hebben mensen eenmaal meer geld, dan verlangen ze ook naar andere dingen in hun leven, waar kinderen afbreuk aan kunnen doen: uit eten, op vakantie, een goede nachtrust.
Het hebben van meer dan twee kinderen kan onvoorstelbaar intensief, zwaar en duur lijken, zegt ze, maar het gaat nooit alleen om het geld. Hoe zit het met steun van de familie en de mensen in je omgeving? Religie? En logistieke zaken, zoals een nieuwe auto waar voldoende autostoeltjes in passen?
In Oost-Azië, aldus Sciubba, verspreidt zich [onder vrouwen] het idee dat ‘je niet langer hoeft te trouwen om een goed leven te leiden’. ‘Het huwelijk zou je zelfs kunnen verstikken vanwege de genderverhoudingen binnen de relatie,’ aldus Sciubba.
Ze vraagt zich af hoeveel de staat hier daadwerkelijk tegen kan doen. Zo is er ook nog de heersende cultuur; in Zuid-Korea bestaat bijvoorbeeld betaald vaderschapsverlof, maar daar wordt geen gebruik van gemaakt.
Hongarije heeft onder Viktor Orbán gratis ivf, belastingvoordelen en leningen tegen lage rente aangeboden aan gezinnen met kinderen, en hoewel het vruchtbaarheidscijfer wel omhoog is gegaan, zijn deze maatregelen ook een dekmantel voor nationalistische identiteitspolitiek en gaan ze gepaard met beperkingen op anticonceptie en abortus.
‘Je kunt individuele rechten wegnemen’ om de vruchtbaarheidscijfers te verhogen, zegt Sciubba. ‘Daar ben ik niet voor.’ Ze wijst op het voorbeeld van de Roemeense Nicolae Ceaușescu, de dictatoriale communistische leider die eind jaren zestig aan de macht kwam. Hij probeerde het vruchtbaarheidscijfer te verhogen door anticonceptie te verbieden, evenals abortus voor vrouwen onder de veertig met minder dan vier kinderen. Dit leidde ertoe dat vrouwen doodgingen aan een bevalling of abortus ‘in de achtertuin’ en de weeshuizen vol raakten met achtergelaten baby’s.
‘Je zag het aantal geboorten toenemen… zolang hij de druk erop hield. Daarna ging het weer omlaag,’ zegt Sciubba.
De drie belangrijkste factoren zijn de kosten, werkzekerheid en ‘iemand om van te houden’
Uit een onderzoek uit 2022, uitgevoerd door de Australian National University voor het bevolkingscentrum van de federale overheid, bleek dat financiële prikkels zoals de babybonus en het gezinsbelastingvoordeel een positief effect kunnen hebben op de vruchtbaarheid. ‘Maar dat effect is meestal klein, omdat deze subsidies slechts een klein deel van de totale directe kosten van kinderen dekken,’ aldus het rapport.
De babybonus lijkt het aantal geboorten tijdelijk met ongeveer twee procent te hebben verhoogd. Andere maatregelen, waaronder betere kinderopvang en beter ouderschapsverlof, kunnen allemaal wel iets uitrichten, maar lossen het probleem niet op. De drie belangrijkste factoren die verband houden met de beslissing om al dan niet kinderen te krijgen, zo bleek uit het ANU-onderzoek, zijn de kosten, werkzekerheid en ‘iemand om van te houden’.
Allen zegt dat er rond 2054 waarschijnlijk sprake zal zijn van een natuurlijke bevolkingsafname – meer sterfgevallen dan geboorten. Immigratie zal dus belangrijker worden dan ooit om tekorten op de arbeidsmarkt op te vullen en economische groei te stimuleren. Om huizen en wegen te bouwen. In Australië wordt immigratie gebruikt om het lage vruchtbaarheidscijfer te compenseren, maar erg soepel gaat beleid op dat gebied niet.
Poortwachters
Zonder oplossingen voorhanden, zegt Allen, vormt zich ook een ethisch probleem. Vrouwen wordt gevraagd om de kinderen te krijgen, voor de ouderen te zorgen, deel te nemen aan de arbeidsmarkt en het onbetaalde werk thuis te doen. En jongeren pikken dat niet langer, zegt ze.
Allen vertelt dat vrouwen in Australië al ten tijde van de kolonisatie onder druk werden gezet om de last van de demografische ‘crisis’ te dragen. Deze strategie maakte deel uit van het verdrijven van de oorspronkelijke bevolking en het creëren van een Europese buitenpost, zegt ze: ervoor zorgen dat de ‘juiste vrouwen’ zich voortplantten.
De oplossing van de elite
Nu de geboortecijfers wereldwijd in vrije val zijn, willen ‘pronatalisten’ in Silicon Valley die daling een halt toeroepen door zo veel mogelijk baby’s te krijgen.
In reactie op dalende geboortecijfers omarmen sommige rijke en hoogopgeleide mensen het pronatalisme – de overtuiging dat het krijgen van kinderen cruciaal is voor het voortbestaan van de mensheid. In Silicon Valley groeit deze beweging, schrijft The Telegraph, met steun van techondernemers, denkers en wetenschappers. Ze maken zich zorgen dat moderne samenlevingen kinderen ontmoedigen, terwijl juist verantwoordelijke, intelligente mensen zich zouden moeten voortplanten.
Het Amerikaanse echtpaar Simone en Malcolm Collins is het gezicht van deze trend. Ze stichtten Pronatalist.org om gezinnen te steunen die veel kinderen willen. Hun missie: een diverse, ethische gezinscultuur stimuleren als alternatief voor autoritaire of patriarchale oplossingen.
Tegenstanders uiten zorgen over verborgen racisme en nieuwe vormen van eugenetica, waarbij genetische selectie mogelijk leidt tot sociaal wenselijke baby’s. Voorstanders benadrukken dat het vrijwillig is en gericht op kansen maximaliseren, niet op perfectie. Elon Musk, een van de rijkste mensen in het heelal, die tien kinderen heeft bij drie verschillende vrouwen, is ongetwijfeld de beroemdste persoon met pronatalistische ideeën.
Tegenover ‘pronatalisme’, de algemene term voor overheidsbeleid dat erop is gericht het geboortecijfer op te krikken, staat ‘antinatalisme’: het idee dat het verkeerd is om een nieuwe mens op de wereld te zetten als het onwaarschijnlijk is dat die een goed leven zal hebben. De Voluntary Human Extinction Movement (VHEMT) gaat nog een stap verder: aanhangers pleiten ervoor dat mensen vrijwillig stoppen met voortplanten, zodat de mensheid uiteindelijk uitsterft – als een manier om de planeet en andere levensvormen te beschermen.
‘In de loop der tijd hebben we varianten van dezelfde aansporing gezien. Denk aan leuzen als “voortplanten of vergaan” (“populate or perish”), “Ga liggen en denk aan Engeland”, “Eén voor mama, één voor papa en één voor het land”, “De juiste vrouwen krijgen niet genoeg baby’s, de verkeerde vrouwen krijgen er te veel”,’ zegt Allen.
‘De schuld wordt bij vrouwen gelegd; ze worden gezien als hedonistisch en egoïstisch als ze geen kinderen krijgen.’
Ze wijst op een onderzoek uit 1944 naar de Australische geboortecijfers, waarin vrouwen voor het eerst hun zegje mochten doen. Als reactie op (de zoveelste) oproep aan vrouwen om zich voort te planten of te vergaan, uitte een vrouw haar frustratie over de last die op haar schouders werd gelegd. ‘Jullie mannen kunnen vanuit je luie stoel dit soort uitspraken doen,’ zei ze. ‘Nou, ik heb me voortgeplant én ben vergaan, in de kou.’
Sophia is nu zwanger, in de beginfase. Dat is de reden dat ze niet haar volledige naam wil gebruiken. ‘Ik was er vrij zeker van dat ik geen kinderen wilde. Daarbij speelde levensstijl een grote rol. Het verandert je leven als je verantwoordelijk bent voor een ander mens. Uiteindelijk was het een zeer egoïstische beslissing… daar kom ik voor uit. Ik wilde die extra diepgang in mijn leven. Maar het was geen makkelijke beslissing voor mijn partner en mij… het was nogal een bevalling, pun intended. Uiteindelijk besloten we dat dit was wat we wilden in ons leven.’
Volgens een rapport van het in Gaza gevestigde Community Training Center for Crisis Management geloven bijna alle kinderen in Gaza dat hun dood nabij is, en bijna de helft van hen geeft aan dat ze willen sterven. ‘Kinderen in Gaza zijn niet slechts nevenschade van de oorlog, ze worden vaak actief als doelwit gekozen.’
In november, meer dan een jaar na het begin van Israëls genocide in Gaza, publiceerde een rapport van het in Gaza gevestigde Community Training Center for Crisis Management een lugubere statistiek: ‘Bijna alle kinderen in de bezette Palestijnse enclave geloven dat hun dood nabij is – en bijna de helft van hen wil dood.’
Het is geen wonder dat deze statistiek, afkomstig uit een enquête onder families met gehandicapte, gewonde of alleenstaande kinderen, zo somber is. Het recente rapport van Amnesty International legt de omvang van de crisis bloot: ‘De acties van Israël (…) hebben de bevolking van Gaza aan de rand van de afgrond gebracht. Het brute militaire offensief had op 7 oktober 2024 meer dan 42.000 Palestijnen gedood, waaronder meer dan 13.300 kinderen, en meer dan 97.000 anderen verwond, waarvan velen in directe of opzettelijk willekeurige aanvallen, waarbij vaak hele families van meerdere generaties werden weggevaagd.’
Dit onvoorstelbare lijden – dat onevenredig veel vrouwen en kinderen wordt aangedaan – vertegenwoordigt een morele gruwel, een politieke schanddaad en een militaristische wreedheid van de hoogste orde. De vernietiging van levens, instellingen en essentiële humanitaire infrastructuur gaat verder dan de uitroeiing van een volk; het is een aanval op toekomstige generaties en op het weefsel van onze gedeelde menselijkheid. Genocidaal taalgebruik ontmenselijkt en maakt het onvoorstelbare mogelijk: een oorlog zonder enige genade, gericht tegen de meest kwetsbaren onder ons, de kinderen.
Onzichtbaar
Israëls oorlog tegen Palestijnse jongeren is genocidaal van aard, niet alleen omdat kinderen worden uitgehongerd, verminkt en op gruwelijke wijze gedood, maar ook omdat elke denkbare betekenis van wat het voor deze jonge mensen betekent om gewaardeerd, menselijk en hoopvol te zijn, genadeloos wordt aangevallen.
De oorlog probeert hen te ontdoen van hun waardigheid, waardoor ze onzichtbaar en onwaardig worden in de ogen van de wereld, alsof hun levens vervangbaar zijn en hun dromen onbelangrijk. Dit overweldigende geweld komt neer op wat we kindermoord kunnen noemen: de opzettelijke of systematische vernietiging van kinderen, hetzij door direct geweld, hetzij door verwaarlozing of onderdrukking. Het is een traumatische blijk van collectief falen, een oorlog tegen onschuld, waarbij de fragiele belofte van de kindertijd wordt uitgeblust voordat deze zich kan ontwikkelen. In Gaza, waar kinderen te maken hebben met onophoudelijke bombardementen, ontheemding en ontberingen, is kindermoord niet alleen een daad van geweld, maar ook een vernietiging van het moreel: het uitwissen van toekomsten, dromen en hele generaties. Het is niet alleen een misdaad tegen het kind, maar ook tegen de mensheid zelf. Het laat een leegte achter die met geen woorden te vullen is en die door geen enkele vorm van gerechtigheid volledig geheeld kan worden.
In de VS manifesteert het geweld van de kindermoord zich meer heimelijk in de censuur en onderdrukking van het vrije woord door rechtse politici, neoliberale onderwijzers en een reactionaire miljardairsklasse die geld doneert. Aanvallen op kinderen zijn erop gericht om de verbeeldingskracht en het kritisch vermogen van jonge mensen te smoren, waardoor hun vermogen om zich een rechtvaardigere toekomst voor te stellen wordt uitgehold.
In Gaza neemt kindermoord een duidelijk zichtbare en verwoestende vorm aan. Het geweld daar doodt en verminkt de kinderen, ontzegt hun levensreddende medische behandelingen en berooft hen van hun toekomst, en soms zelfs van hun ledematen. De schaal van deze horror is onthutsend en wordt alleen geëvenaard door de onverschilligheid of actieve medeplichtigheid van landen als de Verenigde Staten, die door hun stilzwijgen of directe steun deze massale gruweldaad aanwakkeren.
Onder de aankomende regering-Trump zullen deze vormen van kindermoord in zowel de VS als in Gaza waarschijnlijk toenemen.
Dit geweld is niet alleen een aanval op het lichaam, maar ook op de geest
In oktober stuurden bijna honderd Amerikaanse zorgverleners die het afgelopen jaar als vrijwilliger in de Gazastrook hebben gewerkt een brief naar president Joe Biden en vicepresident Kamala Harris. Daarin schreven ze dat ‘ieder van ons die op de spoedeisende hulp, intensive care of een chirurgische afdeling heeft gewerkt, regelmatig of zelfs dagelijks kinderen onder de tien jaar heeft behandeld die in het hoofd of de borst waren geschoten. Het is onmogelijk dat zo’n wijdverspreide schietpartij op jonge kinderen in heel Gaza, die al een heel jaar aanhoudt, per ongeluk plaatsvindt of onbekend is bij de hoogste Israëlische civiele en militaire autoriteiten.’ Anders gezegd: veel van deze kinderen werden opzettelijk gedood door Israëlische sluipschutters en andere troepen.
Dit geweld is niet alleen een aanval op het lichaam, maar ook op de geest. Het ontzegt Palestijnen het recht om als volwaardig mens te worden gezien, om deel uit te maken van een gemeenschap die haar toekomst koestert en om te leven in een wereld waar intimiteit en compassie het winnen van geweld en wanhoop. Zulke wreedheid is niet alleen een misdaad tegen een volk; het is een wond in de essentie van ons gedeelde bestaan.
De wereld kon het ware gezicht van kindermoord zien toen in de media nieuwsberichten en video’s circuleerden over een tienerjongen, Sha’ban al-Dalou, die levend verbrandde in een tent in een vluchtelingenkamp dat getroffen was door een Israëlische luchtaanval. Zak Witus beschrijft in The Guardian wat hij zag:
‘Ik klikte op de video die erbij stond en ik kon niet geloven wat ik zag: een brandend inferno, mensen die schreeuwend rondrenden, en daar, te midden van de vlammen, een lichaam dat kronkelde, knetterde; een opgeheven arm, die om hulp reikte, nog steeds vastgemaakt aan een infuus. Ik wachtte tot de volgende ochtend met het delen van de video, totdat de gebeurtenis was gerapporteerd door gerenommeerde nieuwszenders, omdat de beelden te gruwelijk leken om echt te zijn – alsof ze uit een film kwamen – maar ze waren echt: een Israëlische luchtaanval had het terrein van het al-Aqsa Martelarenziekenhuis in de centrale stad Deir al-Balah in Gaza getroffen en er waren minstens vier mensen omgekomen. Wie was de man die we levend zagen verbranden? Zijn naam was Sha’ban al-Dalou, een negentienjarige student software engineering.’
Uitroeiing
De moord op Sha’ban al-Dalou staat niet op zichzelf; ze is onderdeel van een vernietigingsoorlog. Hoe kan een land Israël blijven steunen, een schurkenstaat die een beleid van uitroeiing nastreeft? Hoe kunnen de Verenigde Staten, die volledig op de hoogte zijn van deze genocidale oorlog die straffeloos wordt gevoerd, zich er niet tegen verzetten? Dit is niet alleen een wrede oorlog, maar ook een vernietigende aanklacht tegen West-Europese naties. Zij gaan er prat op dat ze democratieën zijn, maar blijven medeplichtig door hun weigering om de massamoord op en uitroeiing van Palestijnse vrouwen en kinderen te veroordelen of tegen te houden. Het kwaad van het fascisme schuilt niet alleen in zijn daden van systematisch geweld, maar ook in het stilzwijgen van degenen die het mogelijk maken, rechtvaardigen en ervan profiteren.
Zoals Iain Overton, uitvoerend directeur van de in het Verenigd Koninkrijk gevestigde groep Action on Armed Violence, opmerkt: ‘Het falen van de wereld om de kinderen van Gaza te beschermen is een moreel falen op monumentale schaal. We moeten vastberaden en met mededogen handelen om ervoor te zorgen dat de stem van deze kinderen wordt gehoord en hun toekomst wordt beschermd.’ Parlementslid Jeremy Corbyn gaat verder en stelt: ‘Elke wapenleverancier van Israël heeft bloed aan zijn handen, en de wereld zal hem nooit vergeven.’
Van alle medeplichtigen heeft de regering-Biden het meeste bloed aan haar handen. Zelfs nu het presidentschap van Biden ten einde loopt en premier Benjamin Netanyahu door het Internationaal Gerechtshof tot oorlogsmisdadiger is verklaard, weigert Biden een einde te maken aan de medeplichtigheid van de VS aan de oorlogsmisdaden van Israël. Zoals Jeffrey D. Sachs opmerkt, heeft Biden ‘het Amerikaanse leger en federale budget overgedragen aan Netanyahu voor zijn rampzalige oorlogen (…) die een regelrechte ramp zijn geweest voor het Amerikaanse volk, de Amerikaanse schatkist triljoenen dollars hebben gekost, Amerika’s status in de wereld hebben verspeeld, de VS medeplichtig hebben gemaakt aan zijn genocidale beleid en de wereld dichter bij de Derde Wereldoorlog hebben gebracht’.
Waarschuwing
De uitroeiing van het Palestijnse volk en de genocidale oorlog tegen zijn kinderen is niet alleen een moordcampagne; het is een berekende aanval op de geschiedenis, het erfgoed en de gedachtenis van de Palestijnen, waarbij systematisch een hele generatie wordt weggevaagd en een leegte wordt achtergelaten waar ooit levens, dromen en de belofte van een toekomst bloeiden. Deze aanval wordt gepleegd door een autoritaire staat met een wreedheid die zo diep gaat dat elke schijn van moraliteit, rechtvaardigheid of vrijheid wordt gedoofd en alleen de troosteloosheid van ongecontroleerde wreedheid overblijft. James Baldwin schreef ooit: ‘De kinderen zijn altijd van ons, stuk voor stuk, overal ter wereld; en ik begin te denken dat wie dit niet kan erkennen, misschien niet in staat is tot moraliteit.’ Vandaag de dag zien we deze vorm van immoraliteit overal; het is een teken van macht geworden, een wapen in handen van degenen die macht verwarren met recht.
De droom van democratie, ooit een baken van hoop, is uitgehold door de gemilitariseerde machinerie van de dood. In Gaza laat deze machinerie zich van haar donkerste kant zien: kinderen zijn niet slechts nevenschade, maar worden doelbewust als doelwit gekozen, hun dood is een huiveringwekkend symbool van een diepere intentie. Hier bereikt de wereldwijde oorlog tegen de jeugd zijn meest gruwelijke climax. De lichamen van Palestijnse kinderen liggen verspreid over de ruïnes van Gaza, als een sombere boodschap en waarschuwing dat niet alleen strijders en militanten moeten worden uitgeroeid, maar dat ook de hoop op een Palestijnse toekomst moet worden vernietigd.
Wat zich in Gaza afspeelt is een voorproefje van het verraderlijke fascisme dat de wereld koloniseert
Wat zich in Gaza afspeelt is geen geïsoleerde gruweldaad; het is een voorproefje van het verraderlijke fascisme dat de wereld koloniseert. De doelbewuste aanval op de meest kwetsbaren onthult een huiveringwekkende machtsberekening, die kinderen niet ziet als dragers van hoop maar als obstakels voor een suprematistische visie op verovering. Hun vernietiging is niet alleen bedoeld om hun levens uit te wissen, maar ook de herinnering aan en de veerkracht van hun volk, zodat het hele concept van de staat Palestina in de vergetelheid raakt.
Dit is de bittere les van onze tijd: de oorlog tegen de jeugd, die op talloze manieren over de hele wereld wordt gevoerd, komt tot een hoogtepunt in Gaza. Kinderen zijn daar niet slechts nevenschade; ze zijn het doelwit van een wrede ideologie die de mogelijkheid van een Palestijnse toekomst wil uitroeien. Als we op dit moment niet ingrijpen, als we niet in staat zijn om op te komen voor de onschendbaarheid van de kindertijd en de universaliteit van mensenrechten, lopen we het risico dat we vergeten wat het betekent om mens te zijn en de idealen en beloften van en hoop op een radicale democratie verliezen.
Verzet
Verzet begint met het ontmaskeren van de fascistische dreiging, zodat duidelijk wordt wat deze werkelijk inhoudt: een systematische, berekende aanval op democratie, rechtvaardigheid en menselijke waardigheid. Het gaat niet alleen om het verdedigen van de rechtsstaat; het vraagt om een mobilisatie van collectieve passie en burgermoed om de repressie te bestrijden en massaal verzet op te roepen. De strijd voor gerechtigheid kan alleen beginnen wanneer we de onrechtvaardigheid erkennen die de VS vandaag de dag in zijn greep houdt. Dit is zowel politiek als pedagogisch noodzakelijk.
Om het verzet duurzaam en betekenisvol te laten zijn, moeten mensen niet alleen begrijpen hoe deze schendingen hun eigen leven beïnvloeden, maar ook hoe ze anderen beschadigen en het sociale weefsel verzwakken. Deze erkenning bevordert solidariteit en legt de basis voor verzet dat is geworteld in een gezamenlijk doel en wederzijdse verantwoordelijkheid. Wanneer het politieke en persoonlijke elkaar raken, wordt denken een vorm van actie. De wisselwerking tussen de intieme realiteit van individuele levens en de structurele omstandigheden van de samenleving is wat bewegingen aandrijft die transformaties kunnen bewerkstelligen. Pas dan kan verzet het vluchtige overstijgen en een blijvende strijd voor rechtvaardigheid en democratie ontketenen.
We moeten ruimtes en strategieën creëren die mensen aanmoedigen om vragen te stellen, kritisch na te denken en hun eigen verantwoordelijkheid terug te nemen. Dit betekent niet alleen investeren in directe actie, maar ook in educatie die een collectief begrip kweekt van hoe kapitalisme en imperialisme mensen ontmenselijken, verdelen en zowel sociale verantwoordelijkheid als democratische idealen ondermijnen. Verzet vereist niet alleen daden van verzet, maar ook de vorming van een nieuwe taal, nieuwe verbeelding en nieuwe instellingen die in staat zijn solidariteit te creëren en een cultuur van verzet te behouden.
De ongelijkheden in rijkdom en macht moeten niet alleen benoemd en aangepakt worden, maar ook systematisch ontmanteld
De onderling verbonden crises van scholasticide en kindermoord zijn niet alleen tekenen van het ineenstorten van politiek en moraliteit, maar tonen ook het falen van ideeën en kritisch bewustzijn. Er is een voortdurende strijd om ideeën nodig: een strijd voor radicale verbeelding en bewustzijn als basis voor massaal verzet. De enorme ongelijkheden in rijkdom en macht moeten niet alleen benoemd en aangepakt worden, maar ook systematisch ontmanteld. De inzet is te groot om dit te negeren: de democratie zelf, het leven van gemarginaliseerde groepen, de toekomst van jongeren en het overleven van de planeet staan stuk voor stuk op het spel.
Palestina is een voorbeeld van de veerkracht en kracht van dergelijk verzet, waar onderwijs onder belegering een wapen wordt tegen uitroeiing en waar leren verandert in een vorm van verzet. Initiatieven voor volksonderwijs, ondergrondse scholen en standvastige gemeenschappen die weigeren hun erfgoed op te geven, zijn levende getuigen van het onverzettelijke Palestijnse karakter. De geest van Palestijns verzet belichaamt de morele en politieke essentie van collectieve moed, vastberadenheid en een voortdurende strijd voor vrijheid, rechtvaardigheid en soevereiniteit tegen overweldigende tegenstand. Hun strijd toont aan dat collectieve hoop en de zoektocht naar rechtvaardigheid zelfs onder voortdurende onderdrukking kunnen overleven.
In haar gedicht We Teach Life, Sir weerlegt de Palestijnse dichteres Rafeef Ziadah de veelgehoorde bewering van Amerikaanse experts dat Palestijnen ‘hun kinderen leren te haten’. In plaats daarvan stelt Ziadah: ‘Wij Palestijnen geven les in het leven nadat zij de laatste hemel hebben bezet. Wij geven les in het leven nadat ze hun nederzettingen en apartheidsmuren hebben gebouwd, na de laatste hemel.’ Een multiraciale, multiculturele beweging moet deze levenslessen omarmen. We moeten ons laten inspireren door deze vastberadenheid, onze verdeeldheid overwinnen en samen strijden tegen zowel trumpisme als het neoliberale fascisme dat deze oorlog mogelijk maakte.
Zoals eerder gesteld, is verzet onder de huidige omstandigheden en op dit moment in de geschiedenis geen keuze; het is een absolute noodzaak. Verzet is het heroveren van hoop, rechtvaardigheid en de mogelijkheid van een radicaal betere toekomst, waarbij we kracht putten uit de blijvende voorbeelden van mensen zoals de Palestijnen, die weigeren hun menselijkheid of hun dromen van bevrijding op te geven.
TikTok-CEO Shou Zi Chew laat zijn kinderen niet toe op TikTok en Snap-CEO Evan Spiegel beperkte de schermtijd van zijn zevenjarige tot 90 minuten per week. Hoewel ze beweren dat digitale technologie kinderen helpt, lijken ze daar zelf niet helemaal van overtuigd te zijn.
Keuze uit het archief
In een volle rechtszaal moest Mark Zuckerberg woensdag in Los Angeles voorkomen om te getuigen in een rechtszaak die tegen zijn bedrijf Meta is aangespannen. Een twintigjarige vrouw uit Californië beschuldigt hen ervan verantwoordelijk te zijn voor haar verslaving aan sociale media, die bij haar angst, depressie en zelfmoordgedachten heeft veroorzaakt. De zakenman verdedigde zijn bedrijf met hand en tand en bepleitte zijn onschuld.
Wie dit artikel van The Atlantic leest, kan zich echter moeilijk aan de indruk onttrekken dat Zuckerberg zich goed bewust is van de gevaren van sociale media. De regels die techbazen hun eigen kinderen opleggen, spreken boekdelen over hun kennis van de verslavende werking ervan.
Toen de tabaksindustrie ervan werd beschuldigd schadelijke producten aan tieners te verkopen, ontkenden de leiders de beschuldiging, maar ze wisten dat het waar was. Erger nog, de industrie had beweerd dat roken mensen gezonder maakte doordat het bijvoorbeeld angstgevoelens verminderde of een slankere taille creëerde.
De socialemedia-industrie gebruikt vandaag de dag een soortgelijke techniek. In plaats van de schade te erkennen die hun producten bij tieners hebben aangericht, houden techgiganten vol dat hen geen blaam treft en dat hun producten meestal onschadelijk zijn. En soms wordt er een nog gewaagdere bewering gedaan: dat sociale media tieners helpen, ook al is er steeds meer bewijs dat ze veel van hen schaden en een belangrijke rol spelen in de geestelijke gezondheidscrisis die jongeren in veel landen over de hele wereld treft.
Toen Mark Zuckerberg in 2022 werd gevraagd naar Meta’s eigen bevinding dat Instagram ervoor zorgde dat veel tienergebruikers zich slechter voelden over hun lichaam, wist hij het resultaat slim te herformuleren. Na te hebben gewezen op andere, gunstigere bevindingen in hetzelfde onderzoek, verkondigde hij dat zijn platform ‘over het algemeen positief’ was voor de geestelijke gezondheid van tieners, ook al meldde minstens een op de tien tienermeisjes dat door Instagram elk van de volgende dingen verslechterde: lichaamsbeeld, slaap, eetgewoonten en angst. (Zuckerberg verzuimde ook om interne gegevens te noemen die de andere gevaren van sociale media voor tieners aantoonden.)
Techlobbyisten zijn nog verder gegaan met het dubbele argument dat sociale media vooral gunstig zijn voor tieners uit historisch gemarginaliseerde gemeenschappen en dat daarom elke regulering schadelijk voor hen zou zijn. Veel leiders in Silicon Valley hebben deze beweringen gebruikt als onderdeel van hun inspanningen om zich te verzetten tegen twee wetsvoorstellen – die nu in het Congres liggen – die bedoeld zijn om de online bescherming van minderjarigen te versterken en die gezamenlijk de Kids Online Safety and Privacy Act worden genoemd. (KOSPA is een combinatie van de Kids Online Safety Act, beter bekend als KOSA, en de Children and Teens’ Online Privacy Protection Act).
Sterk bewijs
Het praatje speelt in op een langlopende progressieve gedachtegang die digitale technologie ziet als een middel om achtergestelde groepen meer macht te geven. Het vroege internet hielp inderdaad veel zwarte Amerikanen, Amerikanen met een laag inkomen en lgbtq+-Amerikanen om middelen en gemeenschappen te vinden. En zelfs vandaag de dag blijkt uit onderzoek dat lgbtq+-tieners aangeven meer voordelen te ondervinden van sociale media dan niet-lgbtq+-tieners.
Dat is een goede reden om voorzichtig te zijn met het opleggen van nieuwe regels. Maar de massale oppositie tegen wetgeving negeert sterk bewijs dat sociale media ook onevenredig veel schade toebrengt aan jongeren in diezelfde gemeenschappen.
KOSPA zou kunnen helpen. De wetgeving zou socialemediabedrijven verplichten om een versie van hun platforms te ontwikkelen die veilig is voor kinderen, bijvoorbeeld door advertenties te verwijderen die gericht zijn op minderjarigen en gebruikers door feeds laten scrollen die niet worden gegenereerd door algoritmes voor persoonlijke aanbevelingen. Ze zou van socialemediabedrijven eisen dat ze redelijke maatregelen nemen om potentiële schade zoals seksuele uitbuiting, psychische stoornissen en pesten te beperken. Ze zou bedrijven ook aansprakelijk stellen om ervoor te zorgen dat minderjarige kinderen toestemming van hun ouders krijgen om hun platforms te gebruiken, zonder tieners vrije toegang tot sociale media te ontzeggen. In juli nam de Senaat de twee wetsvoorstellen met 91-3 aan; het Huis zou er deze maand al mee aan de slag kunnen gaan.
Zelfs sommige techbedrijven steunen de wetgeving, maar digitale-rechtengroeperingen – waarvan vele worden gesubsidieerd door de industrie, waaronder Meta – hebben zich er grotendeels tegen verzet met het argument dat KOSPA de voordelen zou wegnemen die gemarginaliseerde tieners genieten van socialemediaplatforms. Sommige van deze groepen hebben verklaringen uitgegeven waarin ze waarschuwen voor de gevaren die de wetgeving met zich meebrengt voor lgbtq+-jongeren, zelfs nadat veel lgbtq+-voorstanders hun bezwaren hadden laten varen nadat ze met wetgevers hadden samengewerkt om KOSPA te herzien.
Een denktank die gesteund wordt door techbedrijven heeft ondertussen betoogd dat het verbod op gerichte reclame voor minderjarigen kan resulteren in ‘minder gratis online diensten voor kinderen, wat vooral nadelig zou zijn voor huishoudens met lagere inkomens’. Terwijl digitale-rechtengroeperingen politiek links aanspreken met ongefundeerde beweringen over gemarginaliseerde groepen, vertellen ze rechts dat KOSPA neerkomt op censuur, ook al zou het de inhoud waar tieners naar kunnen zoeken niet beperken.
TikTok-CEO Shou Zi Chew laat zijn kinderen niet toe op TikTok
Ongeacht wat hij werkelijk gelooft, Zuckerberg heeft het mis als hij zegt dat sociale media ‘over het algemeen positief’ zijn voor de geestelijke gezondheid van tieners. De techindustrie heeft het mis als ze zegt dat sociale media vooral goed zijn voor tieners in historisch achtergestelde gemeenschappen. En de lobbyisten hebben het mis als ze zeggen dat regulering meer kwaad dan goed zou doen voor deze groepen. Het bewijs – uit het privéleven van tech executives, een groeiende hoeveelheid empirisch onderzoek en de getuigenissen van jonge gebruikers – ondersteunt elk van deze punten.
Eén techniek om te bepalen of een product schadelijk is voor kinderen, is de mensen die dat product hebben ontworpen te vragen of ze het hun kinderen laten gebruiken.
Steve Jobs legde het gebruik van technologie door zijn kinderen aan banden. TikTok-CEO Shou Zi Chew laat zijn kinderen niet toe op TikTok. Bill Gates beperkte de schermtijd van zijn kinderen en gaf ze pas een telefoon toen ze veertien waren. Google-CEO Sundar Pichai gaf zijn elfjarige geen telefoon. Mark Zuckerberg heeft de schermtijd van zijn kinderen nauwlettend in de gaten gehouden en deelde geen identificerende foto’s van hen op Instagram. Snap-CEO Evan Spiegel beperkte het technologiegebruik van zijn zevenjarige tot 90 minuten per week. (Vergelijk dat met de gemiddelde Amerikaanse tiener, die bijna negen uur per dag achter een scherm zit, schoolwerk of huiswerk niet meegerekend.)
De voorbeelden gaan verder: sommige tech-managers stellen ‘nanny-contracten’ op waarin ze babysitters dwingen hun kinderen van schermen weg te houden. Velen van hen betalen meer dan 35.000 dollar per jaar om hun kinderen naar de Waldorf School of the Peninsula te sturen – een paar kilometer verderop van het hoofdkantoor van Meta en Google – waar kinderen pas vanaf de zevende of achtste klas een scherm mogen gebruiken.
Natuurlijk zouden weinig mensen de kinderen van tech-elites gemarginaliseerd noemen. Maar het is opmerkelijk dat deze elites openlijk beweren dat digitale technologie kinderen helpt, vooral de meest kwetsbaren, terwijl ze het uit het leven van hun eigen kinderen verbannen. Die keuzes zijn met name pijnlijk als je ziet hoe hartstochtelijk socialemediabedrijven proberen om de kinderen van andere mensen naar hun producten te lokken, hoe weinig ze doen om gebruik door minderjarigen te voorkomen en hoe hard velen van hen vechten om wetgeving te blokkeren die jongeren op hun platforms zou beschermen.
Schaars
De socialemediaplatforms van vandaag zijn niet zoals het internet van de jaren negentig. Het vroege internet hielp geïsoleerde en kansarme tieners om informatie en steun te vinden, net als veel moderne platforms. Maar de sociale media van vandaag de dag zijn zo ontworpen dat ze gevaarlijker zijn dan een groot deel van het vroege internet. Hebben tieners om informatie te vinden echt bodemloze, algoritmisch samengestelde nieuwsfeeds nodig die vooral op de emotie inspelen? Hebben ze er echt baat bij om de hele dag onderbroken te worden met manipulatieve meldingen die zijn ontworpen om ze te laten kijken en klikken? Hoeveel is er gewonnen toen socialemediaplatforms het online leven van tieners overnamen? Hoeveel is er verloren gegaan?
Onderzoekers van Instagram hoefden die laatste vraag niet te stellen toen ze rond 2019 jonge gebruikers interviewden. Ongevraagd gaven tieners in meerdere focusgroepen het platform de schuld van de toenemende mate van angst en depressie die ze ervoeren. Andere onderzoeken hebben aangetoond dat een aanzienlijk deel van de jongeren gelooft dat sociale media slecht zijn voor hun mentale gezondheid. Een toenemend aantal empirische bewijzen valt hen daarin bij. Op de website After Babel Substack, van twee van de auteurs van dit artikel, Jon en Zach, hebben we talloze essays van jongeren gepubliceerd die getuigen van deze schade en hebben we gerapporteerd over organisaties die zijn opgericht door leden van Gen Z om zich te verzetten tegen socialemediabedrijven. Waar zijn de stemmen van Gen Z die sociale media prijzen om de voordelen voor de mentale gezondheid die ze hun generatie hebben opgeleverd? Ze zijn schaars.
Natuurlijk beschouwen de meeste tieners smartphones of sociale media niet als een negatieve kracht in hun leven; een meerderheid beschouwt de impact van digitale technologie doorgaans als noch positief noch negatief. Maar dat is geen reden om de schade die zo veel jongeren ervaren te negeren. Als er bewijs zou zijn dat een ander product een aanzienlijk aantal kinderen en adolescenten die het gebruiken zou schaden, zou dat product onmiddellijk uit de schappen worden gehaald en zou de fabrikant gedwongen worden het aan te passen. Big Tech moet aan dezelfde standaard worden gehouden.
Adolescenten die het meest worden geschaad door sociale media, blijken degenen te zijn uit historisch achtergestelde groepen. Recente onderzoeken hebben aangetoond dat lgbtq+-adolescenten veel vaker dan hun leeftijdsgenoten zeggen dat sociale media een negatieve impact hebben op hun gezondheid en dat minder gebruik ervan hun leven zou verbeteren. Vergeleken met niet-lgbtq+-tieners meldden bijna twee keer zo veel lgbtq+-tieners dat ze beter af zouden zijn zonder TikTok en Instagram. Bijna drie keer zoveel zeiden hetzelfde over Snapchat.
Jongeren uit gemarginaliseerde groepen hebben goede redenen om dit te vinden. Lgbtq+-tieners lopen aanzienlijk meer risico op cyberpesten, online seksuele roofzucht en een reeks andere online vormen van letsel, waaronder verstoorde slaap en gefragmenteerde aandacht, dan hun leeftijdsgenoten. Lgbtq+-minderjarigen hebben ook drie keer meer kans om ongewenste en riskante online interacties te ervaren.
Een van ons, Lennon, een voorvechter van lgbtq+-rechten, heeft veel van deze schade aan den lijve ondervonden. Op dertienjarige leeftijd, terwijl ze als jonge transgender door haar adolescentie ging, kreeg ze haar eerste iPhone, waarop ze meteen Facebook, Instagram en Snapchat downloadde. Haar Instagram-volgers groeiden in slechts één maand van minder dan 100 naar bijna 50.000 toen ze nationale erkenning begon te krijgen als competitieve danseres. Al snel ontving ze beledigende berichten over haar queer-identiteit, zelfs doodsbedreigingen. Op zoek naar een vriendelijkere plek om haar identiteit te verkennen, volgde ze het advies van enkele online gebruikers op en begon ze te corresponderen op homochatsites, vaak met mannen van middelbare leeftijd. Sommigen boden haar de steun waar ze naar op zoek was, maar anderen hadden kwaad in de zin.
De schaamte, angst en spijt die ze voelde, motiveerden haar om haar carrière te wijden aan het online beschermen van kinderen
Verschillende mannen vroegen Lennon om seksuele handelingen voor de camera uit te voeren en dreigden onthullende screenshots die ze van haar hadden gemaakt openbaar te maken als ze zou weigeren. De schaamte, angst en spijt die ze voelde, motiveerden haar om haar carrière te wijden aan het online beschermen van kinderen. Uiteindelijk sloot ze zich aan bij Heat Initiative, dat de tech-industrie aanspoort om veiligere producten en platforms voor kinderen te maken.
Hoe staat het met jongeren uit andere traditioneel achtergestelde gemeenschappen? Zwarte en hispanische tieners melden cyberpesten iets minder vaak dan blanke tieners, maar ze zeggen veel vaker dat online intimidatie ‘een groot probleem is voor mensen van hun leeftijd’. Bewijs suggereert dat tieners met depressie een groter risico lopen op schade door sociale media, en onderzoeken tonen aan dat het verminderen van het gebruik van sociale media het meest gunstig is voor jongeren met reeds bestaande psychische problemen.
De afgelopen drie decennia is de term digitale kloof gebruikt om te verwijzen naar een ogenschijnlijk onveranderlijke wet: kinderen in rijke huishoudens hebben ruime toegang tot digitale technologieën, kinderen in andere huishoudens niet zozeer. Beleidsmakers en filantropen steken grote sommen geld in het dichten van de kloof. Hoewel de kloof in sommige delen van de wereld nog steeds bestaat, begint de digitale kloof in veel ontwikkelde landen te keren, zodat kinderen uit gezinnen met een laag inkomen in die landen nu meer tijd besteden aan schermen en sociale media – en er meer schade van ondervinden – dan hun financieel bevoorrechte leeftijdsgenoten.
Schermgebruik voor entertainment neemt ongeveer twee uur per dag meer in beslag voor tieners uit gezinnen met een laag inkomen in vergelijking met die uit gezinnen met een hoog inkomen. Een rapport van het Pew Research Center uit 2020 wees uit dat jonge kinderen van ouders met niet meer dan een middelbare schoolopleiding ongeveer drie keer meer kans hebben om TikTok te gebruiken dan kinderen van ouders met een postdoctorale graad. Dezelfde trend geldt voor Snapchat en Facebook. Een deel van de reden is dat ouders met een universitaire opleiding eerder dan ouders zonder universitaire graad geloven dat smartphones een negatief effect kunnen hebben op hun kinderen – en daarom eerder geneigd zijn om de schermtijd te beperken.
De discrepantie is niet alleen een kwestie van klasse. Lgbtq+-tieners geven aan meer tijd op sociale media door te brengen dan niet-lgbtq+-tieners. En volgens een Pew-enquête uit 2022 ‘is het voor zwarte en hispanische tieners ongeveer vijf keer zo waarschijnlijk dat ze aangeven vrijwel constant op Instagram te zitten als voor blanke tieners’.
Consumenteneducatie
Met andere woorden, het uitbreiden van de toegang tot smartphones en sociale media lijkt sociale ongelijkheden te vergroten, niet te verkleinen. Zoals Jim Steyer, de CEO van Common Sense Media, aan The New York Times vertelde:
‘[Meer gebruik van sociale media door zwarte en hispanische jongeren] kan helpen de ongelijkheid in de samenleving in stand te houden, omdat een hoger niveau van socialemediagebruik onder kinderen aantoonbaar in verband is gebracht met negatieve effecten zoals depressie en angst, onvoldoende slaap, eetstoornissen, een laag zelfbeeld en een grotere blootstelling aan online intimidatie.’
Ondertussen kiezen techleiders ervoor om de toegang van hun kinderen tot digitale apparaten uit te stellen, door hun kinderen naar technologievrije Waldorfscholen te sturen en hun nanny’s schermtijdcontracten te laten tekenen.
De techindustrie en anderen die zich verzetten tegen regelgeving zoals KOSPA beweren vaak dat meer educatie en ouderlijk toezicht de beste manieren zijn om de schade van sociale media aan te pakken. Deze benaderingen zijn zeker belangrijk, maar ze zullen technologiebedrijven er niet van weerhouden om producten te blijven ontwikkelen die, van nature, verslavend werken. Daarom is het oproepen tot ‘consumenteneducatie’ een benadering waarop andere bedrijven met schadelijke producten (waaronder alcohol en tabak) hebben vertrouwd om publieke sympathie te genereren en regulering uit te stellen.
De benadering zou weinig veranderen aan de onderliggende realiteit dat socialemediaplatforms, zoals ze momenteel zijn ontworpen, omgevingen creëren die onveilig zijn voor kinderen en adolescenten. Ze verspreiden schadelijke content via gepersonaliseerde aanbevelingsalgoritmen, ze bevorderen gedragsverslaving en ze stellen onbekende volwassenen van over de hele wereld in staat om rechtstreeks en privé met kinderen te communiceren.
Socialemediabedrijven hebben keer op keer laten zien dat ze deze problemen niet op eigen houtje kunnen oplossen. Ze moeten worden gedwongen om te veranderen. Jongeren zijn het daarmee eens. Uit een recente Harris Poll bleek dat 69 procent van de 18- tot 27-jarigen voorstander is van ‘een wet die vereist dat socialemediabedrijven een “kindveilige” accountoptie ontwikkelen voor gebruikers onder de 18’. Tweeënzeventig procent van de lgbtq+-leden van Generatie Z is het daar ook mee eens.
Wetgevers moeten de gebrekkige argumenten verwerpen die bedrijven in de sociale media en techlobbyisten promoten in hun pogingen om regulering te blokkeren, net zoals wetgevers de argumenten van tabaksfabrikanten in de twintigste eeuw verwierpen. Het is tijd om te luisteren naar de jongeren – en de duizenden kinderen met verhalen zoals dat van Lennon –, die ons al jaren vertellen dat sociale media aan een update toe zijn.
Liberale idealen benadrukken zelfontplooiing in de twintiger jaren, terwijl mensen met progressieve ideeën over gendergelijkheid en vrouwenemancipatie het krijgen van kinderen op de lange baan schuiven. Is hier sprake van een cultuuroorlog?
Voor jonge, niet-gelovige, progressieve mannen en vrouwen is het krijgen van kinderen iets geworden wat je op de lange baan schuift. De traditioneel liberale gedachte is dat je je als twintiger wijdt aan zelfontdekking en zelfontplooiing op persoonlijk en professioneel vlak. Kinderen krijgen wordt beschouwd als een bonus, iets waar je pas aan toekomt na een lange lijst te hebben afgevinkt: een diploma halen, een bevredigende en stabiele carrière opbouwen, een huis kopen en de perfecte liefdespartner vinden.
De eisen op die lange lijst zijn zo hoog en tegelijkertijd zo abstract dat het nauwelijks hoeft te verbazen dat mensen er niet aan kunnen voldoen. En onderzoeksgegevens wijzen inderdaad uit dat mensen later aan kinderen beginnen dan vroeger en er minder krijgen dan ze zouden willen.
Voor progressieven is wachten met kinderen ook deel van een soort ethische code. Om gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen te waarborgen mag de vrouwenemancipatie niet worden geofferd op het altaar van het moederschap. Om de vrouwelijke autonomie te garanderen zou een vrouw nooit onder druk moet worden gezet om deze of gene reproductieve beslissing te nemen – noch door een fanatieke partner noch door toondoof geklets over tikkende biologische klokken. Onvoorwaardelijk enthousiasme voor het krijgen van kinderen zou als reactionair kunnen overkomen.
‘Familiewaarden’
De afgelopen vier jaar hebben we interviews gehouden met en onderzoeken gedaan onder honderden jonge Amerikanen over hun houding ten opzichte van het krijgen van kinderen. Uit deze gesprekken is gebleken dat de succesverhalen van het modern liberale leven weinig ruimte laten voor het stichten van een gezin. Vrouwen die kinderen willen, komen daar doorgaans pas laat achter, ergens begin dertig – de zogenaamde ‘paniekjaren’. Als ze geluk hebben, zit hun partner (als ze die hebben) met hen op één lijn. Zo niet, dan hebben ze de keus tussen opnieuw de relatiemarkt op gaan, hun eicellen invriezen (als ze dat niet al gedaan hebben), alleenstaande moeder worden of de hoop op een eigen kind opgeven.
Op deze manier ontneemt de logica van het uitstellen, zoals die wordt gepromoot door liberalen en progressieven – en wordt geschraagd door een overtrokken optimistisch geloof in voortplantingstechnologieën – jonge mensen hun zelfbeschikking. Hoeveel kinderen ze krijgen en of ze die überhaupt zullen krijgen, wordt steeds meer bepaald door de omstandigheden en door culturele conventies.
Dit leidt niet alleen tot ongelukkige mensen, maar laat ook zien dat velen ten prooi zijn aan een diepe verwarring. Het ís niet inherent onprogressief om positief te staan tegenover het vooruitzicht van kinderen. Zelfs Simone de Beauvoir, de filosoof die als een van de eersten aan de kaak stelde dat de voortplanting en het gezin als middelen werden gebruikt om de vrouw te onderdrukken, erkende dat het vormen van het karakter en het intellect van een ander menselijk wezen de meest fijngevoelige en serieuze taak is die er maar bestaat. Hoewel linksdenkenden vast niet veel aankunnen met sommige conservatieve visies op het gezinsleven – zoals ‘tradwives’ en het pronatalisme uit Silicon Valley – zouden progressieven het krijgen van kinderen niet langer moeten beschouwen als het stokpaardje van de conservatieven en het in plaats daarvan opnieuw moeten omarmen als dat wat het in werkelijkheid is: een fundamentele menselijke aangelegenheid.
‘Jonge mensen komen nu voor de legitieme vraag te staan: is het nog verantwoord om kinderen te krijgen?’
De focus op het gezin – beschouwd als de haard van traditionele waarden en gebruiken – was lange tijd de voornaamste aantrekkingskracht van het conservatisme. Toch is het nog niet zo lang geleden dat Republikeinen en Democraten kibbelden over de vraag welk van beide zich de partij van de ‘familiewaarden’ mocht noemen. Toen Bill Clinton het tijdens zijn presidentscampagne in 1992 opnam tegen George H.W. Bush, noemde hij de preoccupatie van de Republikeinse Partij met het gezin hypocriet. ‘Waar zijn ze dan,’ vroeg hij, ‘wanneer zwangere vrouwen het zonder gezondheidszorg moeten stellen? Wanneer er te veel kinderen met een laag geboortegewicht worden geboren?’ Daarna presenteerde Clinton zijn veertien agendapunten met betrekking tot de Amerikaanse familiewaarden.
Maar in de loop der tijd begonnen zowel liberalen als progressieven ervoor terug te schrikken het Amerikaanse gezin openlijk als symbool en ideaal te omarmen. Nadat Clinton – zelf hypocriet waar het op familiewaarden aankwam – aan een impeachment werd onderworpen en George W. Bush mede dankzij een krachtige groep evangelische stemmers werd gekozen, gingen liberalen gruwelen van gezinsvriendelijke retoriek; die werd beschouwd als nep, opdringerig en hatelijk. (Een opvallende uitzondering was het homohuwelijk, dat werd gelegaliseerd met behulp van argumenten die de goede kanten van het gezin benadrukten.) Tegenwoordig verdedigt politiek links trots het heilige recht op abortus en reproductieve rechtvaardigheid, maar het omzeilt de vraag of het krijgen van kinderen überhaupt een waardevolle onderneming is.
De grimmige polarisatie in de huidige samenleving heeft de terughoudendheid van links ten opzichte van kinderen alleen maar vergroot, zowel op persoonlijk als op politiek vlak. Nederlagen van links worden vaak beantwoord met antinatalistische grootspraak. Leden van de in 2018 opgerichte activistische beweging BirthStrike verklaarden dat ze tegen een gebrek aan klimaatactie protesteerden door bewust kinderloos te blijven. Het jaar daarop, kort na een resolutie voor een Green New Deal te hebben ingediend, verwoordde Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez de twijfel die progressieven, geconfronteerd met klimaatverandering, voelen om zich voort te planten, toen ze tegen haar 2,5 miljoen Instragramvolgers zei: ‘Jonge mensen komen nu voor de legitieme vraag te staan: is het nog verantwoord om kinderen te krijgen?’
Filosofische vraag
De uitspraak van het hooggerechtshof in de zaak Dobbs vs Jackson Women’s Health Organization, die in 2022 het grondwettelijke recht op abortus verwierp, heeft het vormen van een gezin voor liberalen en progressieven nog onaantrekkelijker gemaakt. Een jaar na de zaak-Dobbs schreef journalist Andrea González-Ramírez dat ze van plan was geweest kinderen te krijgen als ze begin dertig was, maar daarvan afzag door de uitspraak van het hooggerechtshof: ‘Ik ben er nooit helemaal zeker van geweest dat ik moeder wilde worden, laat staan dat mijn kinderwens sterk genoeg zou zijn om de risico’s te aanvaarden. Nu zit die deur dicht. Ik kies voor mezelf.’
Ze is geen uitzondering. In een recent onderzoek liet 34 procent van de vrouwen tussen de 18 en de 39 weten dat zijzelf of iemand die ze kenden ‘had besloten niet zwanger te worden uit bezorgdheid over het gebrek aan mogelijkheden bij eventuele complicaties en medische noodgevallen’. Dat klinkt misschien alsof hun bezorgdheid de toegang tot abortus gold, maar uit het onderzoek blijkt dat de zaak-Dobbs twijfels over het krijgen van kinderen in het algemeen heeft versterkt. En inderdaad: van alle vrouwen die beweerden vanwege de Dobbs-uitspraak geen kinderen te willen krijgen, woonde ongeveer de helft in staten waar het recht op abortus nog bestond.
De ironie zal niemand ontgaan: doordat ze de conservatieve beweging van invloed laten zijn op hun benadering van de vraag of ze wel of geen kinderen willen, laten liberalen en progressieven hun reproductieve strategie toch door de conservatieven bepalen, zij het indirect.
Je inzetten voor progressieve langetermijndoelen is prima verenigbaar met het omarmen van het gezinsleven
Maar het is fundamenteel onjuist om de kwestie te bekijken door de lens van de ene of andere politieke kleur; het krijgen van kinderen is meer dan politiek. Bij onze beslissing om wel of geen kinderen te krijgen beantwoorden we een filosofische vraag: is het leven, met al zijn imperfecties en uitdagingen – vol politieke strijd en rampen – de moeite waard?
Toegegeven, kinderen krijgen is niet de enige manier om deze kwestie te benaderen. Maar kinderen krijgen blijft de toegankelijkste manier voor de meesten van ons om de waarde van ons leven en dat van anderen te bekrachtigen. Dat heeft ermee te maken dat je door een kind te krijgen en op te voeden een van de grootste verantwoordelijkheden aangaat die een mens voor een ander mens op zich kan nemen. Bovendien maakt de voortzetting van menselijk leven al het andere waar we om geven mogelijk.
Je inzetten voor progressieve langetermijndoelen zoals economische, sociale, etnische en milieurechtvaardigheid, is prima verenigbaar met het omarmen van kinderen en het gezinsleven. Maar dat niet alleen, het veronderstelt ook de bereidheid om persoonlijke en collectieve verantwoordelijkheid te nemen voor de volgende generatie: het opvoeden, koesteren en opleiden van degenen die de toekomst van ons land en onze planeet zullen bepalen.
Natuurlijk zullen progressieven en conservatieven zeer uiteenlopende antwoorden geven op de vraag hoe de opvoeding van kinderen eruit zou moeten zien – net als op de vraag hoe de Amerikaanse samenleving zou moeten worden ingericht. Maar progressieven moeten blijven nadenken over de manieren waarop het hebben van kinderen al dan niet overeenkomt met hun waarden, en welke vorm ze willen dat hun leven aanneemt. Daar moet de loyaliteit aan hun politieke partij geen rol in spelen. Kinderen zijn te belangrijk om op te offeren aan een cultuuroorlog.
Generatie Z kampt met meer depressies en angststoornissen dan welke generatie ook. Een verklaring ligt wellicht in het gebruik van sociale media. Moeten we het smartphonegebruik van kinderen gaan reguleren? Twee redacteuren van The Atlantic gaan met elkaar in debat.
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.
Ja: ‘Bevrijd de jeugd van de overheersing van de smartphone’
Een commentaar van Jonathan Haidt, schrijver, sociaal psycholoog en auteur bij The Atlantic
‘In de jaren tien ging het ineens vreselijk mis bij jongeren’, begint Jonathan Haidt zijn artikel in The Atlantic. Haidt benoemt vervolgens dat de cijfers voor depressie en angststoornissen in de Verenigde Staten tussen 2010 en 2019 met 50 procent zijn gestegen. ‘In uiteenlopende landen zien we bij generatie Z (geboren in of na 1996) meer depressies, automutilatie, angst- en andere stoornissen dan bij welke andere generatie ook waarvan de gegevens bekend zijn’, aldus Haidt.
‘Wat heeft er begin jaren tien voor gezorgd dat de ontwikkeling van jongeren veranderde en hun geestelijke gezondheid verslechterde? Het antwoord is vrij eenvoudig te formuleren, al is de onderliggende psychologie complex: dat waren de jaren dat jongeren in rijke landen hun klaptelefoons inruilden voor smartphones en een veel groter deel van hun sociale leven zich op internet begon af te spelen, met name op sociale media, die viraliteit en verslaving in de hand werken,’ zegt hij.
‘We hebben een culturele ommezwaai nodig, en wel nu meteen’
‘Ik durf te beweren dat de nieuwe manier van opgroeien – met altijd een smartphone binnen handbereik – jongeren ziek maakt en hun ontwikkeling tot gelukkige volwassenen belemmert. We hebben een culturele ommezwaai nodig, en wel nu meteen.’
Haidt komt met vier regels die de negatieve gevolgen van een smartphone-jeugd zouden kunnen terugschroeven. Zo benoemt hij als eerst dat kinderen geen smartphones moeten hebben vóór de middelbare school. ‘Op nationaal of lokaal niveau de norm instellen om kinderen totdat ze naar de middelbare school gaan niet 24 uur per dag toegang te geven tot internet, zou helpen om hen te beschermen tijdens de kwetsbare vroege jaren van de puberteit.’
De tweede regel die hij benoemt, is geen sociale media voor kinderen onder de zestien jaar. ‘Als de meerderheid van de jongeren tot hun zestiende niet op deze platforms zat, zouden kinderen makkelijker de druk kunnen weerstaan zelf een account aan te maken.’ Haidt benoemt dat ze wel video’s kunnen bekijken op platforms als TikTok of YouTube, maar dat ze geen persoonlijke informatie kunnen delen en geen berichten kunnen posten om zo de algoritmen niet de kans te geven om hen en hun voorkeuren te leren kennen.
Regel drie: ‘De enige manier om ervoor te zorgen dat leerlingen op school niet bezig zijn met hun telefoons, is het aanschaffen van telefoonkluisjes, waar alle telefoons (en andere apparaten die berichten kunnen ontvangen en verzenden) gedurende de dag in bewaard worden. Scholen met dit beleid beweren dat de sfeer op school is verbeterd, dat leerlingen beter opletten in de klas en dat er meer sociale interactie is’, vervolgt Haidt.
‘We zouden kinderen en jongeren zo moeten opvoeden dat ze geankerd blijven in de echte wereld’
Tot slot moeten ouders de schermtijd vervangen door ervaringen in de echte wereld, door interactie met vrienden en zelfstandige activiteiten. Op die manier zal het verbieden van apparaten, volgens Haidt, aanvoelen als een verrijking in plaats van een gemis.
‘De voornaamste reden dat opgroeien met smartphones zo schadelijk is, is dat ze al het andere verdringen en levenservaring in de weg zitten’, vervolgt Haidt. ‘We hoeven ons niet tot doel te stellen de schermpjes volledig uit te bannen, en ook niet om onze kinderen precies te laten opgroeien als in de jaren zestig. Nee, we zouden kinderen en jongeren zo moeten opvoeden dat ze geankerd blijven in de echte wereld, en tegelijkertijd gedijen in het digitale tijdperk.’
‘Begin jaren tien wisten we nog niet wat we deden, maar nu wel. Het wordt tijd dat we de jeugd bevrijden van de overheersing van de smartphone’, eindigt Haidt zijn artikel.
Nee: ‘Het beperken van toegang tot smartphones kan juist averechts werken’
Een commentaar van Candice L. Odgers schrijver, ontwikkelingspsycholoog en auteur bij The Atlantic
‘Smartphones en sociale media verpesten de hersenen van onze kinderen en maken ze depressief, althans dat is het verhaal dat ons verteld wordt. De krantenkoppen zijn voortdurend te lezen; het is voor ouders genoeg om elk smartapparaat zo snel mogelijk uit huis te willen gooien’, opent ontwikkelingspsycholoog Candice L. Odgers haar artikel in The Atlantic. ‘Gelukkig voor mijn kinderen, die genieten van een goede “kat-valt-hond-aan”- video op TikTok, ga ik elke dag naar mijn werk en zie ik wat jongeren echt aan het doen zijn op hun apparaten.’
Tijdens haar werk als ontwikkelingspsycholoog heeft Odgers de afgelopen 20 jaar onderzocht hoe kinderen psychische aandoeningen ontwikkelen. Ze bestudeerde 10- tot 15-jarigen die hun mobiele telefoons gebruiken, met als doel te testen hoe een breed scala van hun dagelijkse ervaringen, waaronder hun gebruik van digitale technologie, hun geestelijke gezondheid beïnvloedt. ‘Mijn collega’s en ik zijn er herhaaldelijk niet in geslaagd om overtuigend bewijs te vinden voor de bewering dat het gebruik van digitale technologie een belangrijke bijdrage levert aan depressie bij jongeren en andere symptomen van geestelijke gezondheid,’ zegt Odgers.
‘Sociale media zijn relatief nieuw en vormen een makkelijke zondebok’
‘Veel andere onderzoekers hebben hetzelfde gevonden. Een recente studie en een overzicht van onderzoek naar sociale media en depressie concludeerden zelfs dat sociale media een van de minst invloedrijke factoren zijn bij het voorspellen van de geestelijke gezondheid van adolescenten’, vervolgt Odgers. ‘Daarom geloven andere onderzoekers en ik niet in de verhalen die worden verteld over jongeren en sociale media. De meest recente golf van angst werd ontketend door Jonathan Haidt’s The Anxious Generation, waarvan een fragment verscheen in dit tijdschrift.’
‘Haidt is natuurlijk niet de enige die beweert dat deze apps dergelijke problemen veroorzaken. Sociale media worden qua impact vergeleken met heroïnegebruik en krijgen de schuld van zaken als dalende testscores en jongeren die minder seks hebben’, zegt Odgers. ‘Deze verhalen hebben een intuïtieve aantrekkingskracht – sociale media zijn relatief nieuw en vormen een makkelijke zondebok. Maar de puberteit is altijd al een zorgelijke periode geweest: het is de piekleeftijd voor het ontstaan van een aantal ernstige psychische stoornissen en er zijn veel alarmerende statistieken over de geestelijke gezondheid van jongeren op dit moment.’
‘Door met een beschuldigende vinger te wijzen naar smartphones en sociale media krijgen mensen gemeenschappelijke en onsympathieke vijanden. Maar we weten gewoon niet of dit de juiste doelwitten zijn’, zegt ze.
‘Maar het probleem met het extreme standpunt in Haidt’s boek en in recente krantenkoppen – dat het gebruik van digitale technologie de directe oorzaak is van een grootschalige geestelijke gezondheidscrisis onder tieners – is dat het paniek kan zaaien en ons de middelen kan ontnemen die we nodig hebben om deze complexe problemen aan te pakken,’ meent Odgers. ‘Als we ons alleen richten op sociale media, kan dat betekenen dat de echte oorzaken van geestelijke stoornissen en problemen bij onze kinderen niet worden aangepakt.’
‘We moeten gezinnen en tieners niet de boodschap geven dat het gebruik van sociale media inherent schadelijk en beschamend is’
‘We moeten gezinnen en tieners niet de boodschap geven dat het gebruik van sociale media inherent schadelijk en beschamend is. Dat is niet zo. Wat mijn collega-onderzoekers en ik zien als we in contact komen met jongeren, is dat jongeren online gaan om gewone puberdingen te doen.’ Zo zegt Odgers dat jongeren online contact maken met leeftijdsgenoten uit hun offline leven, muziek consumeren, spelletjes spelen en vooral tijd doorbrengen op YouTube. Daarnaast gaan jongeren op zoek naar informatie over gezondheid. ‘Veel jongeren geven aan online een toevluchtsoord te vinden, vooral als ze een gemarginaliseerde identiteit hebben of geen steun krijgen van hun familie of school.’
Tot slot zegt Odgers: ‘Alle jongeren zullen uiteindelijk moeten weten hoe ze veilig door online omgevingen kunnen navigeren, dus het afsluiten of beperken van de toegang tot smartphones en sociale media zal op de lange termijn waarschijnlijk niet werken. In veel gevallen kan dit juist averechts werken: tieners zullen creatieve manieren vinden om toegang te krijgen tot nog niet-gereguleerde gebieden. We moeten ze geen extra redenen geven om zich vervreemd te voelen van de volwassenen in hun leven.’
Brussel richt pijlen op sociale mediagigant vanwege zogenaamde ‘rabbitholes’
De Europese Commissie heeft zojuist een tweede onderzoek geopend naar Meta en beschuldigt het bedrijf van het mogelijk ‘stimuleren van verslavend gedrag bij kinderen’ door middel van zogenaamde rabbitholes. Dat meldt Politico. Dat wil zeggen dat de website van het bedrijf linkjes bevat waarmee je naar een andere pagina van de website kunt doorklikken. Facebook en Instagram, beide eigendom van Meta, zouden ook onvoldoende effectieve tools hebben om de leeftijd van gebruikers te verifiëren.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘We willen dat jonge mensen een veilige en bij hun leeftijd passende online ervaring hebben’, zegt een woordvoerder van de groep, eraan toevoegend dat er al zo’n vijftig instrumenten en beleidsregels zijn ontwikkeld.
Politico wijst erop dat de onderzoeken van de commissie kunnen leiden tot boetes die oplopen tot 6 procent van de jaarlijkse inkomsten van Meta.
Gewapende mannen, die afgelopen donderdag ten minste 287 schoolkinderen in Nigeria ontvoerden, hebben een losprijs van 1 miljard naira (621.848 dollar) geëist en gedreigd alle leerlingen te vermoorden als niet aan hun eisen wordt voldaan. Dat schrijft persbureau Reuters.De daders zouden binnen drie weken het geëiste bedrag willen ontvangen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De kinderen werden op 7 maart ontvoerd. Volgens de daders was deze ontvoering ‘een manier om wraak te nemen op de regering en de veiligheidsdiensten voor het doden van bendeleden’. Ook zouden leraren zijn meegenomen door de nog onbekende daders.
Meer dan driehonderd studenten werden donderdagochtend vroeg ontvoerd door gewapende mannen op motoren die de LEA Primary and Secondary School in het dorp Kuriga bestormden. Een deel wist te ontsnappen en enkelen werden bevrijd. Het is niet voor het eerst dat Nigeria te kampen heeft met ontvoeringen van schoolkinderen.
De oorlog heeft een groot deel van de Oekraïense economie verwoest, maar de draagmoederschapsindustrie gaat gewoon door. Zo biedt het Oekraïense bedrijf BioTexCom wensouders de mogelijkheid om via draagmoeders kinderen te krijgen.
Tanya, een 45-jarige vrouw in Los Angeles, betaalde zes jaar geleden 10.000 dollar en stuurde twee embryo’s naar een draagmoederkliniek in Oekraïne, in de hoop een gezin te kunnen stichten. Ze zegt dat ze nooit had verwacht hoeveel onzekerheid en hartzeer dat proces met zich mee zou brengen.
Tanya wilde zielsgraag een kind, maar kon zelf niet zwanger te worden. Nadat ze had ontdekt dat de kosten voor draagmoederschap in de VS hoog kunnen zijn, gingen zij en haar man op zoek naar opties in het buitenland. Ze stuitten op het in Kyiv gevestigde bedrijf BioTexCom. Tanya’s ouders komen oorspronkelijk uit Odessa, en ze vond het toepasselijk dat haar toekomstige kind in Oekraïne geboren zou worden.
Maar toen het traject met BioTexCom in de herfst van 2017 begon, zat het Tanya al snel niet lekker. Nadat ze haar embryo’s had opgestuurd, kreeg ze te horen dat die vrijwel onmiddellijk bij een draagmoeder zouden worden geïmplanteerd. Dat was een tijdlijn die niet overeenkwam met al het onderzoek dat ze had gedaan naar het proces van draagmoederschap.
Toen het bedrijf haar een paar dagen later vertelde dat de embryotransfer niet was gelukt en slechts minimale informatie gaf over waarom het was misgegaan, vermoedde ze dat er iets niet klopte.
Haar man was een paar weken later voor zijn werk in Kyiv en besloot langs de kliniek te gaan om te zien of hij antwoorden kon krijgen. Hij stelde zich voor aan een medewerker van de kliniek, die hem meteen bedankte voor het doneren van hun embryo’s aan een ander stel. Hij was verbijsterd: zat dit achter de mededeling van het bedrijf dat het proces onsuccesvol was?
‘Dat was het moment waarop de pleuris uitbrak,’ zegt Tanya. Ze voegt eraan toe dat BioTexCom haar berichten nooit meer heeft beantwoord en dat ze haar embryo’s nooit heeft teruggekregen.
Tweeling ruilen
Het verhaal van Tanya en haar man is een van de vele klachten die verslaggevers van Politico en de Duitse krant Die Welt aan het licht brachten tijdens hun onderzoek naar BioTexCom, mogelijk ’s werelds populairste kliniek voor draagmoederschap. Aan de betrokkenen is anonimiteit beloofd om over dit gevoelige onderwerp te kunnen spreken.
Volgens een Duits koppel verwisselde BioTexCom hun draagmoedertweeling met die van een ander koppel en zagen ze zich gedwongen de baby’s om te ruilen op een geheime plek in Duitsland. Een Duitse vrouw vertelde over haar onzekerheid en stress nadat BioTexCom had verzuimd al haar embryo’s terug te geven nadat ze haar plannen voor een draagmoederschap in Oekraïne had geannuleerd.
Die Welt sprak ook met voormalige aanklagers, draagmoeders en advocaten in Oekraïne. Zij beschuldigen BioTexCom van gebrek aan goede medische zorg voor vrouwen die de baby’s baarden, ook in geval van complicaties. Ze zeggen dat verschillende zaken niet voor de rechter zijn gekomen vanwege het soms chaotische rechtssysteem in het land. Ondertussen bevestigde de oprichter van het bedrijf dat hij huisarrest heeft gekregen vanwege een lopend vooronderzoek.
Tanya werd gedwarsboomd in haar pogingen om een onderzoek naar haar embryo’s te starten. Zij en haar man vrezen dat hun embryo’s zijn geïmplanteerd en dat er een kind is geboren dat aan een ander stel is gegeven. Hoewel ze een klacht heeft ingediend bij het internationale misdaadagentschap Interpol, weet ze meer dan vijf jaar later nog steeds niet wat er precies is gebeurd. (Interpol reageerde niet op een verzoek van Politico om commentaar.)
‘Weet je, het ergste is dat we er zo weinig aan konden doen,’ zegt ze. ‘Dat was zeer traumatisch… We zijn nu vijf jaar verder en ik denk dat ik er pas een jaar geleden mee in het reine ben gekomen.’
‘Er werden tegelijkertijd twee tweelingen geboren en helaas heeft het personeel de kinderen door elkaar gehaald’
Albert Totsjilovsky, de oprichter van BioTexCom, laat in een schriftelijke verklaring aan Die Welt en Politico weten dat de zorgen van Tanya over de implantatie van haar embryo’s bij een ander koppel ‘volkomen misplaatst’ zijn. ‘De kwaliteit van het materiaal was absoluut slecht – het had voor ons geen enkele zin om het voor een ander stel te gebruiken.’ Wat de Duitse tweeling betreft, gaf Totsjilovsky de schuld aan de openbare kraamkliniek van Kyiv. ‘Er werden tegelijkertijd twee tweelingen geboren en helaas heeft het personeel de kinderen door elkaar gehaald. Het is de enige keer dat zoiets is voorgekomen. We controleren alle processen zorgvuldig,’ schrijft hij.
Ook vindt hij de vrees onterecht dat de embryo’s van de Duitse vrouw verkeerd geplaatst zouden zijn of voor een ander gezin zouden zijn gebruikt. ‘We geven het materiaal van onze cliënten altijd vrij op hun verzoek en we helpen zelfs met het vervoer ervan,’ laat hij weten. ‘We hebben geen donoreicellen en -embryo’s nodig – we beschikken over een grote voorraad donoreicellen (meer dan tienduizend) die afkomstig zijn van jonge, gezonde donoren.’
Maar de zorgen blijven, gezien de omvang van de draagmoederindustrie in Oekraïne – die honderden baby’s per jaar produceert – en de zorgen en wanhoop bij betrokkenen. Niet onbelangrijk is dat het hele proces plaatsvindt te midden van een enorm militair conflict waarbij de toekomst van het land op het spel staat.
De Oekraïense economie mag dan zware klappen hebben gekregen door de Russische invasie, maar de babyindustrie van het land is – mede dankzij een gunstig wettelijk klimaat – in vol bedrijf.
Een bloeiende industrie
De afgelopen tien jaar heeft draagmoederschap – of de rent-a-womb-branche [‘huur een baarmoeder’], zoals critici het soms noemen – zich ontwikkeld tot een bloeiende mondiale industrie. De Zwitserse ngo International Social Service schatte in 2016 dat er jaarlijks twintigduizend baby’s werden geboren via draagmoederschap. Beroemdheden als Kim Kardashian, Elton John en Paris Hilton promootten deze industrie, die in 2022 naar schatting 14 miljard dollar waard was en tegen 2032 zo’n 129 miljard dollar zou kunnen bedragen, zo berekende onderzoeks- en consultancybedrijf Global Market Insights.
Hoewel draagmoederschap in de meeste Amerikaanse staten legaal is en ook een steeds belangrijkere optie wordt, is het verboden in een groot deel van Europa en in veel andere delen van de wereld. Dit betekent dat mensen die hierop aangewezen zijn, veelal naar een buitenlandse oplossing zoeken. Op plekken als Californië, waar draagmoederschap algemeen geaccepteerd is, is het vaak onbetaalbaar. Daardoor gaan vrouwen zoals Tanya op zoek naar meer betaalbare opties in het buitenland. De wirwar van tegenstrijdige nationale regelgevingen en de toename van vrouwen die over landsgrenzen reizen op zoek naar draagmoeders, bieden ruimte aan bedrijven zoals BioTexCom, de meest succesvolle kliniek voor draagmoederschap in Oekraïne.
Ondanks de oorlog met Rusland blijft de Oekraïense draagmoederindustrie – die een internationale klantenkring bedient – op zoek naar klanten. In een uitgekiende online omgeving presenteert BioTexCom honderden verhalen van gelukkige gezinnen die dolblij zijn met hun pasgeborene. Maar er zijn weinig details te vinden over de klachten die in het verleden tegen BioTexCom zijn ingediend, noch over aanvaringen met de Oekraïense politie.
Zo kregen Oekraïense aanklagers in 2018 en 2019 bijvoorbeeld het gerechtelijke bevel om Totsjilovsky onder huisarrest te plaatsen. Voormalig aanklager Joeri Kovaltsjoek deed onderzoek naar hem wegens mogelijke kinderhandel – omdat het DNA van sommige kinderen mogelijk niet overeenkwam met dat van de ouders – en wegens beschuldigingen van belastingontduiking en witwassen. Die zaken werden doorverwezen naar andere wetshandhavers en lagere rechtbanken en uiteindelijk geseponeerd. Kovaltsjoek zegt dat hij door hoge ambtenaren op een zijspoor is gezet onder het mom van institutionele hervormingen om de ongebreidelde corruptie in de Oekraïense rechtshandhaving aan te pakken.
Sinds de brute inval van Rusland heeft het draagmoederschap in Oekraïne meer internationale aandacht gekregen
Gevraagd naar een reactie op deze en andere beschuldigingen antwoordt Totsjilovsky dat de strafrechtelijke onderzoeken ‘hysterisch’ waren, aangewakkerd door corrupte Oekraïense aanklagers. Hij spreekt van pogingen om hem en zijn bedrijf af te persen voor een belang in het bedrijf of een losprijs van 1 miljoen dollar. ‘Alle beschuldigingen die hij en zijn team hebben geuit zijn volkomen onjuist,’ zegt hij in zijn verklaring over Kovaltsjoek.
Sinds de brute inval van Rusland heeft het draagmoederschap in Oekraïne meer internationale aandacht gekregen. De draagmoederschapsbusiness in Oekraïne heeft een waarde van tientallen miljoenen dollars en gaat gewoon door. Te midden van bombardementen, haperende watertoevoer en stroomtekorten paste BioTexCom, een van de populairste klinieken ter wereld, zich gewoon aan. Volgens eigen berichten op sociale media beschermt het bedrijf baby’s in bunkers en begeleiden gewapende soldaten pasgeborenen van en naar het ziekenhuis. Ondertussen doen buitenlanders verwoede pogingen om in Kyiv te geraken om zich bij hun pasgeborenen te voegen.
Tijdens deze oorlog baren honderden Oekraïense vrouwen baby’s voor kinderloze stellen, iets wat zelfs in vredestijd al een logistieke – en voor sommigen een ethisch dubieuze – uitdaging is. Toch staan de sociale media van BioTexCom vol met blije verhalen van buitenlandse stellen die alles riskeerden door naar een oorlogsgebied te reizen omdat ze voor het eerst ouders werden dankzij BioTexCom.
Terwijl Oekraïne vecht tegen Rusland, probeert BioTexCom de oorlog in zijn marketing te verwerken. Het bedrijf lanceerde de pr-campagneMake babies, not war en zegt ‘hun best te zullen doen voor jullie droom om ouders te worden. Niets kan ons tegenhouden’. Dat wordt regelmatig gepost op hun Facebook-, Telegram-, Tik Tok- en Instagram-accounts.
BioTexCom schaamt zich niet voor deze business-as-usual aanpak in oorlogstijd. In zijn schriftelijke reactie zegt Totsjilovsky dat het bedrijf actief vrouwen werft uit recent bevrijde gebieden in Oekraïne: ‘We hebben een groot tekort aan draagmoeders, het aantal potentiële klanten is drie keer zo groot als het aantal draagmoeders.’
‘Absolute onvruchtbaarheid bestaat niet’
Draagmoederschap is wereldwijd een controversiële kwestie. Commercieel draagmoederschap werd in 2015 verboden in Thailand en Nepal en in 2019 in India, na een reeks ophefmakende schandalen over uitbuiting en beschuldigingen van dubieuze ethiek. De vraag naar draagmoederschap verdween daarmee echter niet, maar verschoof naar landen zoals Oekraïne, waar het proces vergeleken met veel andere landen minder duur is en minder zwaar gereguleerd.
De vereisten voor draagmoederschap in Oekraïne zijn eenvoudig. De aanvraag moet afkomstig zijn van een getrouwd, heteroseksueel stel dat kan aantonen medisch niet in staat te zijn om kinderen te krijgen en dat bereid is om minstens de helft van de genetische link van het kind te leveren via sperma of embryo. BioTexCom adverteert op zijn website met pakketten vanaf slechts 40.000 dollar. Gemiddeld kost draagmoederschap bij BioTexCom 40.000 tot 50.000 dollar; een all inclusive VIP-pakket kost volgende de website 71.000 dollar. Dat is aanzienlijk minder dan wat draagmoederschap in de Verenigde Staten kost: experts en bedrijven schatten dat de gemiddelde prijs daar boven 100.000 dollar ligt.
Kenners van de Oekraïense draagmoederindustrie van voor de oorlog schatten dat jaarlijks bijna de helft van de 2000 tot 2500 zwangerschappen van draagmoeders in het land voor rekening van BioTexCom kwam. In februari 2023 meldde het bedrijf dat zeshonderd gezinnen gebruik hebben gemaakt van zijn diensten in de eerste elf maanden na de Russische invasie. Als elk gezin gemiddeld 50.000 dollar heeft betaald, zou BioTexCom dus 30 miljoen dollar hebben binnengehaald.
Met als motto ‘Absolute onvruchtbaarheid bestaat niet’ promoot BioTexCom een reeks diensten zoals ‘de grootste (eicel)donordatabase van Europa’, afkomstig van vijftienhonderd middle-class Oekraïense vrouwen. Maar ook ‘innovatieve’ mitochondriale vervangingstherapie, die zwangerschap garandeert. Tot de opties behoort ook pPre-implantatie genetische screening’ (PGS), een controversiële behandeling die wordt gebruikt voor geslachtsselectie. Het bedrijf biedt accommodatie in eersteklas hotels in Kyiv en belooft de geboorteakte van het kind te regelen. Dat is allemaal onderdeel van het pakket, aldus de website.
Tegelijkertijd zijn duizenden jonge Oekraïense vrouwen afhankelijk van deze industrie om te overleven. BioTexCom adverteert op bussen en via sociale media en heeft medewerkers in dienst om jonge vrouwen te werven in heel Oekraïne, zo zeggen vrouwen die als draagmoeder hebben gewerkt. Die Welt interviewde zeven Oekraïense draagmoeders van BioTexCom, op voorwaarde van anonimiteit. De meesten zeiden spijt te hebben van hun beslissing.
Zo vertelt Victoria aan Die Welt dat ze haar gewelddadige partner had verlaten en geld nodig had om een huis te kunnen kopen. BioTexCom betaalde haar in 2018 in totaal 12.000 euro voor drie zwangerschapspogingen, waarvan er uiteindelijk een succesvol was. Nadat het kind was geboren, werd Victoria volledig weggehouden van de baby; ze zei dat ze hem niet mocht voeden of bezoeken, wat ze schokkend en verontrustend vond.
‘Het kind werd niet aan mijn borst gelegd, ik had niet het recht om hem te voeden, ik had niet het recht om hem te zien,’ zei ze. ‘Ik was bevallen, had alles gegeven en dat was het. Ik moest huilen en schreeuwde over de afdeling. Ik kon het niet verdragen, ik voelde me slecht, ik droomde over het kind.’ Maar, voegt ze eraan toe, ze kalmeerde toen ze de vader van de baby zag. ‘Toen wist ik dat ik het niet voor niets had gedaan, dat ik twee mensen gelukkig heb gemaakt die hun hele leven van een kind hebben gedroomd,’ zegt ze.
Tatjana, een 41-jarige vrouw uit de Noord-Oekraïense stad Tsjernihiv, zegt dat ze gezondheidsklachten kreeg na haar draagmoederschap in 2014-2015. ‘Ik maak me zorgen om mensen die de armoede hopen te ontlopen en via het programma voor draagmoederschap geld willen verdienen om een huis te kopen. Ik wil niet dat het met hen afloopt zoals het met mij is gegaan, ik wil ik ze waarschuwen.’
Ze beweert dat BioTexCom-medewerkers begonnen te lachen toen ze hulp vroeg om noodzakelijke medicijnen te kunnen betalen. In 2018 sloot ze zich aan bij andere voormalige draagmoeders die hun klachten deelden met het Openbaar Ministerie in een zaak die nooit de rechtbank heeft gehaald. Tatjana zegt dat artsen haar baarmoederhals, baarmoeder en eierstokken hebben verwijderd. Sindsdien is ze twintig keer bestraald en is ze begonnen met chemotherapie tegen kanker. ‘Ik kampte met aandoeningen van maag, blaas, nieren en milt,’ zegt ze.
Overijverige aanklagers
In zijn verklaring verwerpt Totsjilovsky hun klachten en zegt dat het bedrijf voldoende medische zorg biedt aan de draagmoeders.
Olga, uit de regio Zjytomyr, ongeveer 140 kilometer ten westen van Kyiv, zegt dat artsen in 2014 haar baarmoeder volledig verwijderden nadat de baby die ze droeg stierf tijdens de zwangerschap. Haar klacht maakte deel uit van het onderzoek dat later werd stopgezet. Een andere voormalige draagmoeder, Nadia, spande een rechtszaak aan tegen de kliniek wegens gezondheidsschade. Die klacht is officieel geregistreerd en ligt nog bij een van de rechtbanken in Kyiv, zegt ze.
Anna, een voormalige verpleegster van BioTexCom die in de buurt van Rivne woont, 330 kilometer ten westen van Kyiv, vertelde Die Welt dat ze een ziek kind adopteerde nadat de Chinese biologische ouders weigerden het mee naar huis te nemen. Ze zegt dat dat vaker voorkomt als baby’s worden geboren met medische of gezondheidsaandoeningen.
Die Welt kreeg een reeks documenten van BioTexCom in handen – daterend van 2014 tot 2017 – waaruit blijkt hoe weinig draagmoeders betaald kregen. Vrouwen ontvingen 100 tot 200 euro voor elke embryotransfer en hetzelfde bedrag voor een succesvolle zwangerschap en de bijkomende onderzoeken. Voor eiceldonaties werd 500 euro per eicel betaald. In de VS kan dat oplopen tot 10.000 dollar per eicel. Elk contract varieert, maar gemiddeld kregen draagmoeders 8.000 tot 12.000 euro voor het dragen van een kind tot en met de geboorte. BioTexCom rekende klanten vaak het vijfvoudige van dat bedrag.
Een andere set documenten, die bekend staan als ‘protocollen’, laat zien hoe vijf vrouwen tussen de 27 en 35 jaar instemden met meerdere embryotransplantaties, een procedure waarvan bekend is dat er een hoger risico op complicaties aan verbonden is. Het toestemmingsformulier van één pagina bevatte zinnen als: ‘In geval van onvoorziene situaties of complicaties ga ik er bij voorbaat mee akkoord om alle noodzakelijke maatregelen te treffen ter voorkoming van complicaties.’ Volgens het formulier kunnen ‘complicaties, risico’s en andere gevolgen’ voorkomen, maar er staat niet bij wat de gezondheidsrisico’s of mogelijke gevolgen op lange termijn dan zijn.
In het onderzoek van de voormalige openbare aanklager beweren sommige voormalige draagmoeders dat BioTexCom hun nooit heeft betaald, noch verantwoordelijkheid heeft genomen voor hun gezondheidsproblemen en hen onvoldoende heeft gewaarschuwd voor de risico’s die ze liepen door draagmoeder te worden.
Totsjilovsky gaat in zijn schriftelijke verklaring niet in op specifieke gevallen, maar erkent dat sommige vrouwen een klacht hebben ingediend over het bedrijf. Velen van hen, beweert hij, worden opgejut door overijverige aanklagers. ‘We hebben enkele klachten ontvangen van draagmoeders die beweren dat ze door de aanklagers gedwongen werden om te zeggen wat die graag wilden horen en niet wat de draagmoeders eigenlijk zelf wilden zeggen,’ zegt hij. En dat terwijl het bedrijf zich volgens hem bekommert om het welzijn van de draagmoeders, hun medische zorg serieus neemt en hun compensatie onlangs nog heeft verhoogd naar een bedrag dat in de buurt komt van 20.000 dollar. ‘Alle draagmoeders krijgen uitgebreide controles en gesprekken met het medische team, en ze krijgen alle noodzakelijke informatie,’ aldus Totsjilovsky.
Desondanks zeggen externe experts dat het proces van het voldragen en vervolgens afstaan van een baby het risico van zowel fysieke als psychologische complicaties met zich meebrengt. Sommigen zijn bezorgd over het gebrek aan toezicht in Oekraïne.
‘Pleitbezorgers voor de gezondheid van vrouwen zijn ernstig bezorgd om het gebrek aan regelgeving’
Katie Hasson, adjunct-directeur van het Center for Genetics and Society in Oakland, Californië, houdt zich al jaren bezig met de ethische aspecten van menselijke genetische en reproductieve technologieën. Ze zegt dat draagmoederschap een belangrijk thema is geworden nu het deel uitmaakt van de reguliere vruchtbaarheidspraktijk. ‘Pleitbezorgers voor de gezondheid van vrouwen en vrouwenrechten zijn ernstig bezorgd om het gebrek aan regelgeving ter bescherming van draagmoeders en leveranciers van eicellen in Oekraïne,’ zegt ze.
Meer specifiek, zegt Hasson, gaan sommige medische procedures die BioTexCom en andere internationale bedrijven voor draagmoederschap aanbieden, gepaard met aanzienlijke gezondheidsrisico’s voor vrouwen. Het implanteren van meerdere embryo’s in draagmoeders om de kans op een succesvolle zwangerschap te vergroten of omdat aanstaande ouders twee kinderen willen, verhoogt volgens haar het risico aanzienlijk op complicaties voor zowel de baby’s als voor de draagmoeders.
Naarmate de vruchtbaarheidswetenschap voortschrijdt, wordt de behoefte aan voorzorgsmaatregelen groter. ‘Een onbewezen en riskante techniek, die bekendstaat als “mitochondriale overdracht” bijvoorbeeld, houdt in dat materiaal van de eicellen van twee verschillende vrouwen wordt gecombineerd,’ zegt Hasson. ‘Dat is in de VS verboden, maar in Oekraïne prijzen sommige klinieken het aan als een manier om algemene onvruchtbaarheid aan te pakken, hoewel er geen bewijs voor deze claim is.’
Op 9 mei van dit jaar meldde de Britse krant The Guardian dat in het Verenigd Koninkrijk de eerste baby was geboren met DNA van drie mensen via mitochondriale overdracht. Ondertussen leeft echter ook de zorg dat het toestaan van dit soort procedures de deur opent naar erfelijke genetische modificaties, oftewel designer baby’s, aldus Hasson.
Geen veilige plekken
De oorlog in Oekraïne heeft de harde realiteit van draagmoederschap in het Oost-Europese land blootgelegd, die in vredestijd grotendeels verborgen bleef of verdoezeld werd. Maryna Legenka, vicevoorzitter van de ngo voor mensenrechten La Strada-Oekraïne, heeft twijfels over de veiligheid van draagmoederschap tijdens de oorlog, ondanks het potentiële geluk dat het aanstaande ouders kan brengen. ‘Er zijn vandaag de dag geen plekken in Oekraïne waar het veilig is,’ zegt ze. ‘Alle klinieken kampen met ernstige problemen.’
Legenka, wier ngo honderden draagmoeders heeft ondersteund, zegt dat de meeste Oekraïners tegen draagmoederschap zijn en dat er een stigma kleeft aan vrouwen die ervoor kiezen. ‘De overgrote meerderheid van de vrouwen die als draagmoeder een kind dragen, verbergt voor de maatschappij dat ze in zo’n programma zit. Ze verbergen het vaak zelfs voor hun eigen familie.’
Maria Dmytrieva, een Oekraïense activist voor vrouwenrechten en programmadirecteur van het Democracy Development Center in Kyiv, is fel tegenstander van draagmoederschap. ‘De bescherming van vrouwen in Oekraïne is verschrikkelijk,’ zegt ze, en ze omschrijft draagmoederschap als ‘slavernij’.
‘In de wetgeving en de praktijk is er maar weinig interesse voor deze kwesties. De biologische moeder die de baby draagt, heeft geen rechten. Ze is wettelijk geen moeder, heeft geen rechten op de baby en geen recht op een medische procedure als er complicaties optreden,’ zegt ze. ‘Dit zijn dingen die uiteindelijk worden bepaald door de wensouder en de kliniek voor draagmoederschap.’
Legenka van La Strada heeft gelijkaardige zorgen. Ze wijst erop dat sommige contracten voor draagmoederschap beperkingen opleggen voor het dagelijkse leven van vrouwen, zoals een verbod om meer dan drie kilogram te tillen en andere instructies, zoals wat ze mogen eten. ‘De beperkingen in de contracten met draagmoeders – bedoeld om het risico op vroegtijdige beëindiging van de zwangerschap te verkleinen – verbieden hun vaak om hun eigen kinderen op te halen of om boodschappen te dragen die nodig zijn om ze te voeden,’ zegt ze.
Commercieel draagmoederschap is illegaal in de meeste Europese landen, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië. Maar andere landen zetten juist stappen om aan de vraag te voldoen. Veel van die landen hebben ontoereikende regelgeving en handhaving ervan is laks.
‘BioTexCom lijkt een soort fabriek die zorg voor draagmoeders niet vooropstelt, we raden ze niet aan’
Nadat hij zelf ouder was geworden via draagmoederschap in India, richtte Sam Everingham in zijn woonplaats Sydney Growing Families op, een adviesbureau voor draagmoederschap. De afgelopen tien jaar adviseerde hij gezinnen die via draagmoederschap een kind willen. Hij zegt dat BioTexCom ‘opereert in een grijze zone’ en dat het bedrijf de risico’s vergroot in een toch al ingewikkelde procedure. ‘BioTexCom lijkt een soort fabriek die zorg voor draagmoeders niet vooropstelt,’ zegt hij. ‘We raden ze niet aan. Maar ze beschikken over een enorme marketingmachine, vooral online, en ze zijn goedkoop, dus ze zijn nog steeds populair.’
Ook Sylvie Mennesson, voorzittter van CLARA, een Parijse ngo die onvruchtbare stellen bijstaat met advies over draagmoederschap – ondanks het feit dat het proces illegaal is in Frankrijk – vindt dat ouders met een kinderwens Oekraïne moeten mijden. ‘Als er problemen ontstaan, zullen ze die niet oplossen. Vooral als de baby prematuur is. Het is niet alleen een ethische, maar ook een medische kwestie,’ zegt ze. ‘Het gaat uiteindelijk ook om het belang van het kind. Welk verhaal ga je ze vertellen? Wie wil er nou te midden van bommen geboren worden? We weten niet wat de impact op het kind zal zijn.’
Tattoo met logo
De feministische activist Marie-Josèphe Devillers, auteur van Towards the Abolition of Surrogate Motherhood [Op weg naar afschaffing van draagmoederschap] zegt dat Europeanen die betalen voor toegang tot de lichamen van Oekraïense vrouwen een al afschuwelijke situatie nog veel erger maken. ‘Het is neoliberale uitbuiting. Een marktgedreven winstoogmerk dat het individu, dat koste wat het kost een baby wil, boven het collectieve goed stelt dat vrouwen beschermt,’ zegt ze.
Natuurlijk zijn er ook positieve verhalen over BioTexCom. Honderden nieuwe gezinnen hebben video’s online gezet waarin ze BioTexCom bedanken. Ze komen uit landen als Australië, Brazilië en China en hun vreugde en tevredenheid over het nieuwe ouderschap kent geen grenzen. Een gelukkig Spaans koppel liet zelfs het logo van BioTexCom als tatoeage zetten.
Maar BioTexCom is niet onbekend met controverse, en net zomin als voor Tanya is er voor veel buitenlandse gezinnen die voor het bedrijf kiezen sprake van een happy end. In 2011 leverde BioTexCom zonder bevestigde DNA-link een kind af aan een Italiaans stel in Brescia. Volgens berichten in de media moest het echtpaar na jarenlange rechtszaken in Italië het kind ter adoptie afstaan. In de loop der jaren doken er ook andere verhalen op. In maart 2011 werden een Franse vader en zoon betrapt toen ze twee baby’s in een busje over de grens van Oekraïne naar Hongarije smokkelden. Hun ambassade had geweigerd de paspoorten van de kinderen goed te keuren omdat draagmoederschap in Frankrijk illegaal is.
Voormalige klanten vertelden Die Welt over hun persoonlijke trauma’s of tragedies die verband hielden met het bedrijf. Zo vertelde het Duitse stel Anke en Ingo, dat anoniem wil blijven, dat ze kort na thuiskomst in 2020 een mysterieuze e-mail ontvingen van een medewerker van BioTexCom, waarin stond dat er een misverstand was met een ander Duits koppel over hun tweeling. Ze vreesden dat ze de wet hadden overtreden en namen contact op met de andere ouders. In het geheim verwisselden ze de kinderen zodat hun zoon Anton, die was verwisseld met een andere jongen, weer kon worden herenigd met zijn broer. ‘Als we ze het babyalbum van hun eerste levensdagen laten zien, zullen we moeten zeggen “Dit ben jij niet, Anton”,’ zegt Anke.
Een andere Duitse vrouw, Inge, besloot in 2016 niet door te gaan met het draagmoederschap, ook al had ze al meer dan 11.000 dollar uitgegeven en had ze haar eicellen geleverd. Ondanks vele verzoeken heeft BioTexCom nooit haar eicellen teruggegeven, zegt ze. ‘We hebben onze embryo’s nooit teruggekregen. Het is mogelijk dat ze die in een andere zwangerschap hebben gebruikt. Maar we kunnen het niet bewijzen,’ zegt ze. Totsjilovsky betwist dat en zegt dat ‘we het materiaal van onze patiënten op hun verzoek altijd vrijgeven’.
Wet en politiek
Voor de oorlog had de regering van president Volodymyr Zelensky gezworen om de Oekraïense economie te hervormen en het politieke systeem te verbeteren. Dat werd vaak bekritiseerd omdat het de rijke en machtige elite in staat stelde om oneerlijke voordelen te behalen via een netwerk van wetshandhaving, zakelijke en politieke belangen.
Kovaltsjoek, de voormalige aanklager, vertelde Die Welt over de moeilijkheden die hij en anderen ondervonden toen ze Totsjilovsky wilden aanklagen. Na een onderzoek dat een reeks kantoorinvallen omvatte, werd Totsjilovsky in 2018 officieel aangeklaagd, maar in 2019 liep de zaak spaak en bleef Totsjilovsky een vrij man. ‘Albert en zijn advocaat vertelden me openlijk dat ik niet langer als openbare aanklager kon blijven werken als ik de zaak voor de rechter zou brengen,’ zegt Kovaltsjoek. Hij werd daarna – na veertien jaar dienst als openbaar aanklager – daadwerkelijk uit het BioTexCom-onderzoek gehaald.
Totsjilovsky zegt dat hij niet verantwoordelijk is voor het ontslag van aanklagers en laat in een verklaring weten inderdaad contact te hebben met Oekraïense politici, maar niet te lobbyen ‘voor mijn bedrijf of voor het beschermen van mezelf in strafzaken. Ik streef ernaar om nieuwe veelbelovende industrieën te ontwikkelen’. Ondertussen is wel duidelijk dat BioTexCom en Totsjilovsky prominente aanhangers hebben, in het bijzonder Vitali Koepri, voormalig parlementariër en presidentskandidaat in 2019, die in augustus 2018 een aflevering van zijn tv-programma wijdde aan het verdedigen van BioTexCom.
Koepri, voormalige vicevoorzitter van de juridische toezichtscommissie van het Oekraïense parlement, vertelde Die Welt in 2018 dat hij van Totsjilovsky’s advocaten klachten had ontvangen over het onderzoek naar kinderhandel door het Openbaar Ministerie. ‘Ik heb die zaak nader bekeken,’ zegt hij in een WhatsApp-bericht. ‘Voor zover ik heb begrepen heeft BioTexCom besloten geen steekpenningen te betalen, maar juridische middelen te gebruiken om zijn rechten en belangen te verdedigen.’
Het meest schokkende aan de beschuldigingen van de voormalige aanklager is dat BioTexCom documenten en DNA-tests vervalste om kinderen die in Oekraïne waren geboren te kunnen verkopen aan ouders die genetisch niet aan hen verwant waren. ‘Ook als er van elke duizend kinderen slechts één (illegaal) verkocht wordt, vaagt dat alle goede, humane bedoelingen weg die de kliniek zichzelf gesteld heeft. Ik vind dat onacceptabel,’ zegt Kovaltsjoek. Maar Totsjilovsky verwerpt zijn beweringen en roept de aanklager op om met DNA-bewijs te komen.
‘Voor mij als onderzoeker was het psychologisch zwaar omdat elk van hen die haar levensverhaal vertelde, een tragisch verhaal had’
Volgens Kovaltsjoek kwamen tal van vrouwen die van 2013 tot 2017 draagmoeder waren, met tientallen beschuldigingen, waaronder beweringen dat BioTexCom hun niet had betaald en niet had gecompenseerd voor een mislukte zwangerschap of voor de kosten van medische complicaties die zich voordeden tijdens het draagmoederschap. ‘Voor mij als onderzoeker was het psychologisch zwaar omdat elk van hen haar levensverhaal begon te vertellen,’ zegt hij. ‘Degenen die durfden te praten, hadden allemaal een tragisch verhaal.’
Het Openbaar Ministerie beweert dat er sprake is van belastingontduiking waarbij tientallen miljoenen aan BioTexCom-gelden zijn weggemoffeld via offshorebedrijven die geregistreerd staan op de Seychellen of in Letland, Cyprus en Tsjechië.
Totsjilovsky, die tijdens het onderzoek in 2018 twee maanden onder huisarrest stond, vertelt Politico en Die Welt in zijn schriftelijke reacties dat de aanklagers geen bewijs hebben kunnen leveren en geen enkel voorbeeld van kinderhandel konden vinden. Dat kinderen aan ouders werden geleverd zonder DNA-link was gewoon een menselijke fout, zegt hij, en hij beweert dat het Openbaar Ministerie de omvang van deze kwestie overdrijft. ‘We doen zelf een verplichte DNA-test, dat hoort gewoon bij het pakket,’ zegt hij. Hij zegt ook dat hij nooit is veroordeeld voor een misdaad die verband houdt met zijn werk met draagmoeders.
Volgens Totsjilovsky probeerden machtige figuren uit de vorige regering van Oekraïne hem af te persen. ‘Ze wilden gewoon geld verdienen,’ zegt hij. ‘Net als in Rusland gebeurt het hier vaak dat wetshandhavers erg rijk zijn, omdat ze betrokken raken in andermans zaken,’ zegt hij. Hij heeft geen bewijzen overgelegd om deze beschuldigingen te staven.
Niets te verbergen
Op de dag dat Die Welt de kliniek van BioTexCom in Kyiv bezocht, eind december 2022, zaten tientallen draagmoeders geduldig in de ontvangsthal het resultaat van hun medische onderzoeken af te wachten. Het team van Die Welt kreeg te horen dat ze alles mochten filmen. ‘We hebben niets te verbergen,’ zei Totsjilovsky met een glimlach toen hij hen welkom heette.
Volgens zijn website is Totsjilovsky larger-than-life, een ‘zakenman, filantroop en publiek figuur,’ die zich op zijn gemak voelt bij internationale media en critici uitdaagt. Maar als hem wordt gevraagd hoeveel baby’s er in oorlogstijd zijn geboren, wordt hij minder direct en schat hij de geboortes per maand in het vroege voorjaar op slechts dertig. ‘We overleven, maar draaien nu met verlies omdat we veel onkosten en een groot team hebben en heel weinig programma’s.’
Hij ontkent miljonair te zijn geworden door het draagmoederschap. ‘Ik heb rijke familieleden,’ zegt hij. ‘Ik heb veel geld geleend.’
In werkelijkheid is er nog weinig gedaan om de industrie te reguleren
In de loop der jaren heeft het Europees Hof voor de Rechten van de Mens verschillende zaken over draagmoederschap behandeld. Hoewel de meeste uitspraken ouders bevoordelen ten opzichte van nationale wetten, tonen ze de complexe aard van de Europese wetgeving in deze kwesties. Het is duidelijk dat er geen consensus bestaat over draagmoederschap. Binnen het Parentage/Surrogacy Project worstelden internationale juridische experts in Den Haag de afgelopen tien jaar alleen al met het ontwikkelen van een kader, laat staan dat ze zijn gekomen tot implementatie van regelgeving voor deze wereldwijde handel. Het Comité voor de Rechten van het Kind van de Verenigde Naties steunde in februari 2021 de ‘Verona-principes’ om richtlijnen te ontwikkelen ter bescherming van kinderen uit draagmoederschap. Het Europees Parlement veroordeelde draagmoederschap in mei 2022 en roept in een rapport over de oorlog in Oekraïne op tot ‘bindende maatregelen’ om vrouwen en kinderen te beschermen.
Maar in werkelijkheid is er nog weinig gedaan om draagmoeders mondiger te maken, kinderen te beschermen en de industrie te reguleren. Een persvoorlichter van de Europese Commissie zegt dat draagmoederschap niet onder haar bevoegdheid valt. ‘De EU heeft geen bevoegdheden om wetgeving aan te nemen die nationale wetten harmoniseert over familierecht in het algemeen en over methoden van menselijke voortplanting met behulp van draagmoeders in het bijzonder,’ zegt ze.
Volgens een woordvoerder van Europol, het Europese agentschap voor wetshandhaving dat onder meer mensenhandel bestrijdt, ‘moet de kwestie van draagmoederschap – die buiten ons mandaat valt – worden behandeld op nationaal niveau’. Organisaties van de Verenigde Naties, of ze nu bedoeld zijn om mensenrechten, vrouwen of kinderen te beschermen, weigerden commentaar of gaven vergelijkbare antwoorden waarin de verantwoordelijkheid wordt afgewezen.
Everingham van Growing Families zegt dat regeringen zoals die van Australië draagmoederschap openlijk kunnen ontmoedigen, net als in Europa, maar weinig kunnen doen om de wet te handhaven en om verwarrende binnenlandse of internationale geschillen te voorkomen. ‘Het zou verschrikkelijk zijn om nieuwe ouders gevangen te zetten wegens het stichten van een gezin,’ zegt hij.
Wetgeving
Het streven van Oekraïne om EU-lidstaat te worden – in juni 2022 kreeg het land de status van kandidaat-lidstaat – zou voor ambtenaren aan beide zijden een punt van aandacht kunnen zijn om de industrie verder te reguleren.
Er zijn tekenen dat Oekraïne stappen onderneemt om het toezicht te vergroten. In april van dit jaar werd een wetsontwerp voor het parlement opgesteld om draagmoederschap voor buitenlanders te verbieden, maar er werd niet gespecificeerd wanneer het zal worden behandeld. De Oekraïense commissie voor gezondheidszorg buigt zich momenteel over het voorstel.
‘De status van deze wetgeving is onbekend,’ zegt Maria Dmytrieva van het Democracy Development Center. In dit stadium kan het nog alle kanten op wat betreft de vraag of de wet wordt aangenomen. We proberen meer informatie te krijgen over de details.’
‘De wetgeving garandeert noch de bescherming van de rechten van de moeder noch die van het kind’
Maar het staat laag op de prioriteitenlijst zolang er een oorlog wordt uitgevochten waar geen einde aan lijkt te komen. ‘Het probleem zit in onze wetgeving zelf,’ zegt voormalig aanklager Kovaltsjoek. ‘Die garandeert noch de bescherming van de rechten van de moeder, noch die van het kind. In het algemeen is er op dit gebied praktisch niets geregeld. En daar profiteren gewetenloze klinieken van.’
Totsjilovsky vecht tegen het wetsvoorstel. ‘We hopen dat de wet niet aangenomen wordt,’ zegt hij, maar hij laat ook weten dat BioTexCom ‘voorbereidingen treft om vestigingen op te zetten in Georgië en Kazachstan om klaar te zijn voor elk denkbaar scenario’.
Tot op de dag van vandaag is Tanya onzeker en gefrustreerd door het gebrek aan duidelijkheid en uitleg van BioTexCom. Het bedrijf reageerde na het bezoek van haar man niet meer op haar telefoontjes en e-mails, zegt ze. Ze nam contact op met Interpol om een claim in te dienen, maar sinds de pandemie uitbrak, heeft ze van dat internationale agentschap niets meer gehoord.
Zij en haar man besloten toch verder te gaan met draagmoederschap in de VS en hebben nu een zoontje. ‘Het verhaal eindigt dus niet tragisch,’ zegt ze. Maar ze zegt wel dat ze zich de rest van haar leven zal afvragen wat er met dat embryo is gebeurd en of er ergens een kind opgroeit zonder ooit zijn biologische ouders te kennen. ‘Ik moest er altijd veel om huilen en was er altijd boos over,’ zegt Tanya. ‘Maar wat de situatie ook is, ik kan er niet veel aan doen. Dus daar heb ik me maar bij neergelegd.’
Het mantra ‘als je maar hard werkt, krijg je vanzelf een goede baan’ gaat gezien de onzekerheid op de arbeidsmarkt niet meer op. Volgens deze Britse schrijver moeten we ons daarom minder focussen op werk. ‘Misschien kunnen we onze kinderen helpen hun eigen weg naar “succes” te zoeken.’
Toen ik een kind was in de relatief zorgeloze jaren negentig van de vorige eeuw, kreeg ik het nodige voor mijn kiezen: vriendschapsproblemen, huiswerk, ruzietjes met broers en zussen en wanstaltige mode . Maar één ding stond als een paal boven water: hoe je het beste uit je leven kon halen.
Dat werd je in die predigitale dagen bijgebracht door een paar betrouwbare volwassenen: docenten, familieleden en ouders. En die zeiden maar zelden iets anders dan: ‘Volg een goede opleiding, kies een goede baan en beklim de ladder.’ Over het algemeen gold de regel dat als je tussen je kinderjaren en de volwassenheid door de vereiste hoepels sprong, succes en geluk je deel zouden worden.
Vandaag de dag is het allemaal minder overzichtelijk. De weg naar beoogd succes is bezaaid met valkuilen, en hoe je financiële stabiliteit en potentieel geluk bereikt is minder duidelijk dan voorheen. Huizenprijzen rijzen de pan uit en voor starters is het moeilijker dan ooit om de onroerendgoedmarkt te betreden. De huidige financiële crisis heeft de baanonzekerheid verhoogd en gezien de stijgende pensioenleeftijd is een comfortabel pensioen allerminst gegarandeerd.
Dus wat staat ons te doen, als ouders? Het lijkt verkeerd om te doen alsof de wereld niet is veranderd, of om onze kinderen aan te moedigen iets na te streven wat in de praktijk misschien onhaalbaar is. Maar als de doelen en dromen die het vuur van hun ambitie moeten aanjagen ontbreken, waar halen ze dan de motivatie vandaan die nodig is om vooruit te komen?
Roze bril
Kortgeleden begon mijn dertienjarige dochter zich af te vragen waarom ze naar school moet om vakken te leren die haar toch niet interesseren. Hoe kan ik haar uitleggen dat ze elke dag naar school moet terwijl ze twee jaar geleden nog thuis moest blijven voor haar eigen veiligheid? Hoe kan ik haar duidelijk maken dat ze zonder opleiding misschien geen ‘goede’ baan krijgt, terwijl ik er na mijn eigen ervaringen niet langer zeker van ben hoe een ‘goede baan’ eruit zou moeten zien? Is dat een baan die een hoger inkomen oplevert? Of persoonlijke voldoening? Zullen, met AI aan de horizon, banen waarin ze mogelijk geïnteresseerd is over vijf jaar überhaupt nog wel bestaan? En bovendien, hoe kan ze zelfs maar naar de toekomst kijken als we in allerijl op een klimaatramp afstevenen en er vlak bij huis een oorlog woedt?
In mijn eigen kinderjaren was mijn enige echte nieuwskennis afkomstig van het brave Britse jeugdjournaal. Het was zó beperkt, dat toen een klasgenootje me vertelde dat haar vader tijdens de Golfoorlog als piloot naar Bagdad was vertrokken, ik er gewoon van uitging dat vaders daar nu eenmaal soms naartoe gingen. Hoewel mijn kinderen over het algemeen geen nieuws lezen of zien, sijpelt er toch op de een of andere manier iets door. (‘Ik haat die bullebak!’ merkte mijn zoon kortgeleden op terwijl hij naar een scherm in een afhaalrestaurant keek. Ik wilde hem net de les lezen, totdat ik me omdraaide en zag dat hij het over Kim Jong-un had.)
Maar misschien moet ik die roze bril waardoor ik naar mijn eigen kinderjaren kijk eens afzetten. Ja, er werd me een gevoel van stabiliteit gegeven, maar aan het advies dat voor iedereen zou gelden, had ik steeds minder naarmate ik ouder werd. Na acht jaar lesgeven kreeg ik een totale burn-out en begon een nieuw leven in Frankrijk. Dit hielp me mijn idee van ‘succes ’opnieuw te definiëren.
Ik leerde dat een baan nooit boven je geestelijke gezondheid gaat; dat geld, hoe aantrekkelijk ook, niet alle problemen oplost. Naar Frankrijk verhuizen, waar de onroerendgoedprijzen lager zijn, gaf me financiële ademruimte, en ik was in staat een carrière als freelancer op te bouwen. Dat heeft verbluffend goed uitgepakt: ik doe nu wat ik leuk vind, bepaal mijn eigen werktijden en lijd nooit meer aan de ‘zondagavondstress’ die de laatste uren van mijn weekend placht te vergallen.
Een goede opleiding is nog altijd van het allergrootste belang, maar dat geldt ook voor relaties, vrije tijd, sport en begrip voor de wereld om je heen
Mijn vijf kinderen zijn allemaal hier geboren, ze hebben nooit meegemaakt dat hun ouders bij het krieken van de dag verdwenen en tot diep in de nacht proefwerken nakeken. In plaats daarvan zien ze hun vader maar zelden zonder penseel en hun moeder er lustig op los typen op de computer in haar werkkamer thuis (wat ze niet als ‘werk’ beschouwen omdat ik voor een scherm zit). Ik laat liever zien wat een evenwichtig en gelukkig leven is dan dat ik mijn kinderen van stabiele, onwrikbare toekomstadviezen voorzie die waarschijnlijk toch niet langer opgaan.
Daar komt nog bij dat niet alle veranderingen per definitie slecht zijn: banen worden flexibeler en jongere generaties zetten vraagtekens bij het idee dat werk voor alles gaat. Belangrijk is ook dat hoewel er misschien meer beren op de weg naar rijkdom zijn, het niet langer taboe is om over geestelijk welzijn te praten en dat voorrang te geven. (Toen ik op mijn vierentwintigste in de ziektewet ging met een depressie, bood mijn arts aan iets anders op het formulier te zetten zodat ik niet gestigmatiseerd zou raken.)
Misschien ben ik nu in staat een beter toekomstbeeld voor te spiegelen dan het smalle weggetje naar een ‘goed leven’ dat me in mijn eigen kinderjaren werd voorgespiegeld. Misschien kan ik mijn kinderen leren dat ze niet vanuit een teruggetrokken bestaan naar financieel succes moeten streven, maar moeten bedenken wat het betekent om voldaan en tevreden te zijn en volledig je draai te vinden. Een goede opleiding is nog altijd van het allergrootste belang, maar dat geldt ook voor relaties, vrije tijd, sport en begrip voor de wereld om je heen.
Welke weg je precies moet volgen is niet langer duidelijk, maar wellicht zijn de valkuilen minder diep dan gedacht. Misschien leiden er meer wegen naar Rome, die bij een ander soort leven passen, met andere doelen en andere maatstaven. En misschien kunnen we onze kinderen helpen hun eigen weg naar ‘succes’ te zoeken, een weg die niet alleen naar een mooie carrière leidt maar ook naar voldoening, veiligheid, geestelijk welzijn en een prettig leven.
Bijna overal in Europa proberen regeringen de geboortecijfers op te krikken. In het ene land gaat dit met meer succes gepaard dan in het andere. Eén ding staat in ieder geval als een paal boven water: geld alleen helpt niet.
Het plan van minister Lisa Paus [de Duitse minister van Gezin, Senioren, Vrouwen en Jongeren] om de ouderschapsuitkering af te schaffen voor stellen met hogere inkomens is onderwerp van verhitte debatten. Ook de toekomst van de gescheiden belastingaanslag voor echtgenoten is binnen de Duitse coalitie een twistpunt. Maar is gezinsbeleid alleen in Duitsland controversieel? Hoe is de situatie in andere Europese landen? Hoe ontwikkelen de cijfers zich daar en welke tegemoetkomingen krijgen ouders en kinderen?
Polen
Spanje en Italië kijken misschien jaloers naar het geboortecijfer van Polen, maar vergeleken met zijn EU-buren komt Polen achteraan met 1,33 kind per gezin (in 2021). Zelfs het Familie 500+-programma heeft daar geen verandering in kunnen brengen. Sinds de partij PiS in 2016 aan de macht is, ontvangt elk gezin 500 złoty per kind per maand, ongeacht het inkomen, tot de achttiende verjaardag van het kind. Omgerekend is dat ongeveer 112 euro.
De PiS-regering verwaarloost de gezondheidszorg, schaft seksuele voorlichting op scholen af, beperkt de toegang tot voorbehoedsmiddelen en staat abortussen alleen toe na verkrachting, incest of als het leven van de moeder gevaar loopt. Toch is het 500+-programma als belangrijke sociale beleidsmaatregel onomstreden. In de verkiezingscampagne overboden de PiS en zijn grootste tegenstander, de PO van Donald Tusk, elkaar met beloftes. De PiS heeft vanaf 2024 een kinderbijslag van 800 złoty beloofd. Hoe dat gefinancierd moet worden is onduidelijk.
Dat het geboortecijfer nog steeds niet stijgt, komt volgens activisten voor vrouwenrechten mede door het verbod op abortus. Jonge vrouwen zijn bang om zwanger te worden. Er sterven regelmatig zwangere vrouwen in Poolse ziekenhuizen. In alle gevallen stierf de foetus in de baarmoeder. Als er niet snel wordt ingegrepen, leidt dat tot een fatale sepsis [een heftige reactie op een bacterie].
Door een gebrek aan kinderopvangplaatsen is het vooral voor vrouwen ook moeilijk om weer aan het werk te gaan. Pas na de derde verjaardag van het kind is er recht op gratis kinderopvang. Het maakt de wetgever niet uit of de vader of de moeder ouderschapsverlof opneemt; degene die voor het kind zorgt, krijgt kinderopvangtoeslag. Om het geboortecijfer te verhogen, dragen verschillende steden bij aan de kosten van in-vitrofertilisatie (ivf). Onder de PO-regering gold dat voor het hele land, maar de PiS heeft deze maatregel stopgezet.
Oostenrijk
Wat betreft sociale uitkeringen voor ouders is Oostenrijk vrij royaal in vergelijking met de rest van Europa. Er is een inkomensafhankelijke ouderschapsuitkering van 80 procent van het inkomen, tot een maximum van 2100 euro per maand – als alternatief zijn er verschillende soorten forfaitaire regelingen, bijvoorbeeld voor mensen die voor de geboorte geen betaald werk hadden. Er is een gezinstijdbonus en een leeftijdsgebonden kinderbijslag. De regeringspartij ÖVP heeft zich onlangs zelfs uitgesproken voor uitbreiding van de kinderopvang vanwege het enorme tekort aan geschoolde arbeidskrachten en het hoge percentage deeltijdwerkers onder vrouwen.
Op papier ziet het er allemaal goed uit, maar in de praktijk ontbreekt het belangrijkste: keuzevrijheid. Het blijft bij mooie woorden, en vooral in deelstaten waar de FPÖ in de regering zit, wordt symboolpolitiek bedreven. In Salzburg hebben de rechtspopulisten een ‘kuddepremie’ in het regeerakkoord laten opnemen, en ook in Neder-Oostenrijk wil de FPÖ ‘staatskinderbijslag’ voor ouders die hun kinderen thuis opvangen. De ‘kuddepremie’ bestaat in Opper-Oostenrijk al jaren. Tegelijkertijd bestaat er in alle conservatief geregeerde deelstaten een enorm tekort aan plekken op kinderdagverblijven. Gedurende bijna twee maanden per jaar, veel langer dan welke vakantie ook, is meer dan een tiende van de kinderdagverblijven gesloten. Salzburg heeft voor slechts 24 procent van de kinderen onder de drie jaar plek bij de kinderopvang.
Ondertussen daalt het geboortecijfer (in 2021 was het 1,48). Het antwoord van de FPÖ, met ongeveer 30 procent de sterkste partij in de peilingen: ‘Oostenrijk is geen immigratieland. Daarom voeren we een geboortegericht gezinsbeleid.’ Dat gaat de partij doen door ‘prioriteit te geven aan het huwelijk tussen man en vrouw als een bijzondere vorm van bescherming van het welzijn van het kind’. ‘De opvang van kinderen binnen de zekerheid van het gezin heeft bij ons de voorkeur boven vervangende maatregelen van de overheid.’
Groot-Brittannië
De Britten worden van oudsher voornamelijk geregeerd door conservatieve Tories en die hebben als uitgangspunt dat de staat zo min mogelijk moet ingrijpen, lees: regelen of helpen. Voor ouders is er daarom weinig financiële steun. Wat er wel is, voor wie, wanneer en hoeveel, is bovendien behoorlijk ingewikkeld.
De situatie van de moeder is altijd doorslaggevend (ongeacht of ze een natuurlijke moeder of een adoptiemoeder is). Als de moeder vóór de zwangerschap in vaste dienst was en in ieder geval het minimumloon verdiende, hebben de ouders recht op maximaal 39 weken door de staat betaald ouderschapsverlof, waarbij het aan de ouders is hoe ze deze 39 weken onderling verdelen. De eerste zes weken wordt 90 procent van het salaris van de moeder uitbetaald, zonder bovengrens. Deze periode van zes weken kan ook beginnen tijdens de zwangerschap, bijvoorbeeld als de moeder niet kan werken. Voor de resterende 33 weken is er slechts een maximum van ongeveer 172 pond (200 euro) per week. Als de moeder vóór de zwangerschap geen vast dienstverband had, kan de vader maximaal twee weken betaald ouderschapsverlof aanvragen, maar ook hij ontvangt dan slechts 172 pond per week. Als het huishouden als geheel weinig verdient, zijn er nog andere sociale uitkeringen mogelijk, zoals huursubsidie of een bijdrage in de kosten voor kinderopvang.
De combinatie van relatief weinig financiële tegemoetkoming van de staat en de algemeen stijgende kosten van levensonderhoud heeft vanzelfsprekend gevolgen voor de manier waarop Britse gezinnen leven en werken. Het Office for National Statistics merkt op dat het sinds 2020 ‘gebruikelijk is dat beide ouders voltijds werken’, in tegenstelling tot vroeger, toen in het typische Britse gezin een tweede werkende ouder hoogstens een deeltijdbaan had. Gezinsbeleid is een terugkerend thema in het Verenigd Koninkrijk – maar geen centraal thema, althans niet voor de huidige Tory-regering. Premier Rishi Sunak heeft vijf doelen gesteld voor de verkiezingen van volgend jaar, en die gaan over vluchtelingen en de slechte economische situatie. Gezinnen komen er niet in voor.
Spanje
Rechtse partijen in Spanje willen meer prioriteit voor de verhoging van het relatief lage geboortecijfer (1,19 in 2021). Het gezinsbeleid van de linkse regering van premier Pedro Sánchez was daarentegen vooral gericht op het bevorderen van gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Tweeënhalf jaar geleden veranderde de regering de regels voor ouderschapsverlof en ouderschapsuitkering. Sindsdien hebben vaders in Spanje recht op dezelfde hoeveelheid ouderschapsverlof als moeders, namelijk zestien weken. En dat niet alleen: de eerste zes weken ouderschapsverlof direct na de geboorte zijn verplicht voor vaders. Daarna is het aan hen of ze het verdere ouderschapsverlof in één keer opnemen of in losse weken tot de eerste verjaardag van het kind.
Tijdens de ambtstermijn van Sánchez werd het ouderschapsverlof voor vaders steeds een beetje verlengd: van vier weken in 2018 naar acht, toen twaalf en uiteindelijk zestien weken. Vaders kunnen hun weken niet overdragen aan moeders. Hiermee voorkomt de Spaanse regering wat in Duitsland nog steeds gebruikelijk is: dat moeders aanzienlijk meer ouderschapsverlof opnemen dan vaders.
Toen de laatste stap van dit beleid werd doorgevoerd, noemden veel feministen dat historisch. Werkgevers weten nu dat iedereen, man of vrouw, na de geboorte van een kind een tijdje thuis zal blijven. Er is echter ook kritiek: velen vinden de zestien weken ouderschapsverlof per partner te kort. Vooral omdat openbare kinderdagverblijven niet voor alle kinderen plek hebben. Als er dan evenmin genoeg geld is voor een oppas, zijn het uiteindelijk meestal de vrouwen die thuisblijven.
Tijdens de bij elkaar opgeteld acht maanden ouderschapsverlof krijgen vaders en moeders in Spanje volledige looncompensatie. In Spanje bestaat in het algemeen echter geen kinderbijslag, die is er alleen voor kinderen met een handicap. Alleenstaande ouders of ouders met drie of meer kinderen ontvangen een eenmalige uitkering van 1000 euro na de geboorte.
Italië
Terwijl extreemrechts in Spanje er nog van droomt om de macht te grijpen, is dat in Italië al gelukt. Het is duidelijk dat het dramatisch lage geboortecijfer (1,25 in 2021) deze regering zorgen baart. Het aantal pasgeborenen daalde in 2022 voor het eerst onder de drempel van vierhonderdduizend. De bevolking van Italië daalt al jaren gestaag – tot 58,85 miljoen mensen bij de laatste telling – en zou kunnen krimpen naar 37 miljoen in 2060. De partij Fratelli d’Italia van premier Giorgia Meloni liet weten dat er geen ‘etnische vervanging’ zal plaatsvinden, dus geen ‘bevolkingsuitruil’ van Italianen tegen immigranten. Dit fascistische taalgebruik leidde tot een storm van verontwaardiging bij gematigde partijen.
Tot nu toe heeft Meloni echter nog geen strategie om de bevolkingsafname tegen te gaan en daarmee de economie te voorzien van meer werknemers en het sociale stelsel van meer belastingbetalers. De nadruk op conservatieve gezinswaarden is duidelijk niet genoeg om het tij te keren. Er wordt gesproken over meer kinderopvang en hiervoor is zelfs 4,6 miljard euro beschikbaar, voornamelijk uit EU-fondsen. Maar de staat slaagt er niet in om landelijk meer kinderdagverblijven te bouwen. Zelfs een belastingvrije toelage van 950 euro per kind en de aanzienlijk verhoogde kinderbijslag onder de vorige regering van Mario Draghi blijken niet bevorderend te werken.
Al met al bevindt Italië zich wat betreft financiële steun voor kinderen in het laagste derde deel van de groep geïndustrialiseerde landen van de OESO. Er is geen sprake van gelijke voorwaarden voor vaders en moeders: moeders kunnen vijf maanden ouderschapsverlof nemen tegen 80 procent van hun salaris, vaders slechts tien dagen, tegen 100 procent van hun salaris.
Frankrijk
Frankrijk wordt in Duitsland vaak genoemd als rolmodel, en als je een van de belangrijkste doelen van gezinsbeleid – een groot aantal kinderen – als maatstaf neemt, is dat ook wel terecht. In Frankrijk worden aanzienlijk meer kinderen geboren, het land loopt al lang voorop in de EU en de staat werkt hier dan ook al sinds de Tweede Wereldoorlog aan. Hoewel het geboortecijfer de laatste tijd is gedaald, ligt het met ongeveer 1,8 kinderen nog steeds ver boven het Duitse cijfer, dat rond de 1,5 schommelt. Vrouwen blijven niet alleen minder vaak kinderloos, ze hebben ook vaker grote gezinnen met drie of meer kinderen.
Daar zijn verschillende redenen voor. In 2020 bleek uit een vergelijkende studie van het Europees Centrum voor Economisch Onderzoek dat financiële factoren vooropstaan. Dankzij betere kinderopvang is het al tientallen jaren gemakkelijker om gezin en werk te combineren. Veel Franse vrouwen beginnen snel na de bevalling weer te werken. Tussen twee bevallingen verlaten ze de arbeidsmarkt meestal niet. De kleintjes worden ondergebracht bij een kinderoppas of in een kinderdagverblijf, waar echter een tekort aan plaatsen is.
Op driejarige leeftijd gaan ze naar de école maternelle, de kleuterschool. Ook in Frankrijk neemt het aantal kinderen af naarmate de ouders beter opgeleid zijn, maar lang niet zo veel als in Duitsland. Meer vrouwen werken fulltime. Dit alles bevordert de gelijkheid, maar vrouwen dragen nog steeds veruit de grootste lasten en ervaren dan ook veel stress.
De sociale uitkeringen voor gezinnen liggen ver boven het EU-gemiddelde. Naast een geboortepremie is er kinderbijslag vanaf het tweede kind en een extra vaste uitkering voor drie of meer kinderen. Moeders hebben recht op minstens zestien weken betaald zwangerschapsverlof, dat vanaf het derde kind wordt verlengd. Ze kunnen tot drie jaar ouderschapsverlof aanvragen bij hun werkgever, maar krijgen ondertussen relatief weinig steun. Belastingtechnisch profiteren Franse stellen van een splitsingssysteem voor gezinnen dat in feite nauwelijks verschilt van het Duitse systeem; in plaats van kindertoeslagen zijn er echter extra splitsingsfactoren voor kinderen. De toeslag voor het derde kind is twee keer zo hoog als voor het tweede.
Onder de doden zijn drie kinderen en de vermoedelijke schutter
Bij een schietpartij op een basisschool in de Amerikaanse stad Nashville zijn zeven mensen om het leven gekomen. Drie van de dodelijke slachtoffers zijn kinderen. Ook de vermoedelijke schutter is omgekomen, schrijft NBC News.
De plaatselijke politie, die de dader doodschoot na een vuurgevecht, meldt dat de schutter een vrouw van achtentwintig is die zelf ooit op de school zat. Ze had twee automatische geweren en een pistool bij zich. Over haar motief is niets bekendgemaakt.
Onder meer president Joe Biden heeft gereageerd op de schietpartij. Biden noemde het ‘de ergste nachtmerrie die een gezin kan overkomen’, en riep het Congres op de wapenwetgeving aan te scherpen. Er ligt een wetsvoorstel in het Huis van Afgevaardigden, maar door de huidige meerderheid van de Republikeinse Partij zijn een stemming over en een meerderheid voor dit voorstel niet waarschijnlijk.
Voor het eerst in zestig jaar is in China, het land met de meeste inwoners, het bevolkingsaantal gedaald. In China werden vorig jaar in totaal 9,56 miljoen geboorten geregistreerd, tegenover 10,41 miljoen sterfgevallen, maakte het Nationaal Bureau voor de Statistiek (NBS) dinsdag in een rapport bekend. Deze daling zal volgens veel demografen enkele decennia aanhouden, schrijft South China Morning Post.
Voor het jaar 2022 kan deze daling met name worden verklaard door de sterk gestegen kosten van levensonderhoud, door het hogere opleidingsniveau van vrouwen, waardoor zwangerschappen worden uitgesteld, en door het gebrek aan een kinderwens bij de jongere generaties. Deze ‘demografische crisis’ in combinatie met ‘een snel vergrijzende bevolking zal ongetwijfeld verstrekkende economische gevolgen hebben’, merkt het dagblad uit Hongkong op. Dit zal naar verwachting leiden tot ‘een krimpende beroepsbevolking, verminderde koopkracht en een onder druk staand pensioenstelsel’, aldus SCMP.
In 2021 werden de beperkingen opgeheven op het krijgen van drie kinderen
De laatste keer dat China een bevolkingskrimp meemaakte was in 1961. Sinds 2016 nam de bevolkingsgroei al af, hoewel Beijing tal van maatregelen heeft genomen om koppels meer kinderen te laten krijgen. Zo werd in 2021 de beperkingen opgeheven op het krijgen van drie kinderen, waardoor ouders recht kregen op kinderopvang en andere voordelen. Ook werden er op lokaal niveau subsidies uitgedeeld aan mensen die één tot drie kinderen hadden. Maar uit onderzoek blijkt dat die maatregelen weinig effect hebben gehad, bericht SCMP.
18 Oezbeekse kinderen mogelijk overleden aan hoestdrank
Autoriteiten in India zijn een onderzoek gestart naar het grote farmaceutisch bedrijf Marion Biotech. Volgens Hindustan Times zou er een verband zijn tussen hoestdrank van Marion Biotech en de dood van zeker achttien kinderen in Oezbekistan. Het is niet voor het eerst dat de hoestdrank van een Indiaas bedrijf in verband wordt gebracht met de dood van meerdere kinderen.
Volgens experts uit Oezbekistan zitten er giftige stoffen in de drank, waaronder ethyleenglycol, een chemische stof die wordt gebruikt bij de productie van antivries. Het bedrijf heeft de productie van de hoestsiroop in afwachting van het onderzoek stopgezet. Daarnaast zijn er zeker zeven werknemers van het bedrijf ontslagen.
Twee maanden geleden waarschuwde de Wereldgezondheidsorganisatie al voor een andere Indiase hoestdrank, gemaakt door fabrikant Maiden Pharmaceuticals. Ook in hun siroop zou ethyleenglycol hebben gezeten, wat zou hebben gezorgd voor de dood van 66 kinderen in Gambia. De meeste slachtoffers waren onder de vier jaar oud. Het onderzoek naar deze zaak loopt nog.
Kinderen in wiens leefomgeving in de eerste jaren veel ontsmettingsmiddel gebruikt is, hebben vast en zeker een ander microbioom gevormd. De vraag in dit geval is of ‘anders’ ook slecht is.
In het voorjaar van 2021 deed Brett Finlay, microbioloog aan de Universiteit van British Columbia, een gewaagde en zorgwekkende voorspelling. ‘Ik gok dat we over vijf jaar een grote groep kinderen met astma en obesitas gaan zien,’ zei hij tegen tijdschrift Wired. Hij noemt deze generatie de ‘coronakinderen’: zij die net vóór of tijdens het hoogtepunt van de crisis zijn geboren, toen het coronavirus alom aanwezig was en we collectief alles schoonmaakten om maar niet besmet te raken.
Finlays voorspelling is niet ongegrond. Zoals James Hamblin vorig jaar in The Atlantic schreef, hangt onze gezondheid af van een constante wisselwerking met triljoenen microben die op en in ons lichaam leven. De microben die tot het zogenaamde microbioom behoren, zorgen ervoor dat we ons voedsel kunnen verteren, ons immuunsysteem kunnen trainen en onze cognitieve functies optimaliseren. Die wisselwerking begint in de kindertijd, waarbij de eerste drie levensjaren cruciaal zijn: eerst moeten bacteriën zich in zogenaamde kolonies op baby’s nestelen en vervolgens moeten beide partijen fysiologisch op elkaar afgestemd raken. Als er in deze vormende periode grote verstoringen plaatsvinden, ‘kan het systeem uit balans raken’, aldus Katherine Amato, biologisch antropoloog aan de Northwestern University. En dat vergroot de kans dat een kind later allergieën, astma, obesitas en andere chronische aandoeningen ontwikkelt.
Hoe vroeger die verstoringen plaatsvinden en hoe intenser en langduriger ze zijn, hoe dramatischer de gevolgen. Zware antibioticakuren kunnen bijvoorbeeld de microbiële diversiteit vernietigen – baby’s die op jonge leeftijd zo’n kuur ondergaan, lopen een groter risico op eerdergenoemde complicaties. Min of meer hetzelfde geldt voor baby’s die via een keizersnede worden geboren, flesvoeding krijgen of opgroeien in een natuurarme omgeving. Als de coronamaatregelen zelfs maar een fractie van die effecten teweeg hebben gebracht, zijn door de strijd tegen schadelijke microben een heleboel kleine kinderen ook allerlei nuttige microben misgelopen – en dat kan grote problemen veroorzaken.
Dreiging
Nu, meer dan anderhalf jaar nadat Finlay zijn oorspronkelijke voorspelling deed, zijn kinderen weer op de crèche en op school te vinden. Mensen houden geen afstand meer en mijden niet langer de grote menigten. En, afgaand op de grote golf luchtwegvirussen die het noordelijk halfrond overspoelt, kan men stellen dat kinderhandjes en -mondjes weer druk microben uitwisselen. Maar voor de coronageneratie hangt de dreiging van de chronische ziektes die Finlay vanaf pakweg 2026 verwacht, nog steeds in de lucht. Het zal nog wel even duren voordat onderzoekers met zekerheid kunnen zeggen hoeveel verschil die maanden van microbiële leegte daadwerkelijk hebben gemaakt.
Voorlopig ‘bevinden we ons in het domein van speculatie’, aldus Maria Gloria Dominguez Bello, microbioloog aan Rutgers University. Wetenschappers weten nog niet hoe de samenstelling van onze darmflora zich in de toekomst in ons lichaam zal gedragen. Bovendien duurt het lang voordat chronische ziekten zoals obesitas en astma zich manifesteren. Er is nog geen bewijs dat ze bij de huidige generatie kinderen vaker voorkomen, en als dat inderdaad het geval blijkt te zijn, kunnen onderzoekers het pas over een paar jaar of zelfs langer vaststellen.
Finlay blijft bij zijn oorspronkelijke voorspelling dat de pandemie een netto negatief microbioom zal opleveren. ‘We hebben een enorme maatschappelijke verschuiving ondergaan,’ vertelt hij. ‘Ik weet zeker dat we daarvan de gevolgen gaan zien.’ En hij is niet de enige die dat denkt. ‘Ik denk dat gevolgen haast onvermijdelijk zijn, zegt Graham Rook, medisch microbioloog aan University College London. Als zich halfweg dit decennium geen incidenten voordoen, zou Rook ‘zeer verbaasd zijn’. Andere onderzoekers zijn minder overtuigd. ‘Ik denk niet dat we een generatie kinderen de verdoemenis in hebben geholpen,’ zegt Melissa Manus, antropoloog en microbioomonderzoeker aan de Universiteit van Manitoba. Enkele wetenschappers menen zelfs dat de pandemie het microbioom van de coronakinderen wellicht ten positieve heeft beïnvloed. Martin Blaser, microbioloog aan de Rutgers University, gelooft dat het aantal astma- en obesitasgevallen de komende jaren ‘met een beetje geluk’ zelfs zou kunnen dalen.
Het is bekend dat het microbioom van mens tot mens sterk varieert: soms is er tussen individuen geen enkele overlap
Wat de mogelijke gevolgen van de pandemie betreft, zijn de onderzoekers het over één ding eens: de coronababy’s hebben een ongewone kindertijd gehad. Hun micriobioom zal er dus gemiddeld heel anders uitzien. Maar anders hoeft niet per se slecht te zijn. ‘Het is niet zo dat er één winnend microbioom is,’ zegt Efrem Lim, microbioloog aan de Arizona State University. Neem bijvoorbeeld de zonen van Liz Johnson. Die werden geboren in maart 2018, augustus 2020 en maart 2022, alle drie vaginaal, in hetzelfde ziekenhuis, met de hulp van dezelfde vroedvrouw. Vervolgens kregen ze alle drie borstvoeding, en geen van hen onderging op jonge leeftijd een zware antibioticakuur. En toch ‘begonnen ze allemaal met een ander microbioom aan hun leven,’ vertelt Lim.
Op zich is dat niks zorgbarends. Het is bekend dat het microbioom van mens tot mens sterk varieert: mensen kunnen honderden bacteriesoorten op en in hun lichaam dragen en het is dus ook mogelijk dat er tussen individuen geen enkele overlap is. Bacteriële gemeenschappen lijken in zekere zin op kookrecepten: als je een ingrediënt niet bij de hand hebt, kun je het meestal door iets anders vervangen.
Lucas, Johnsons tweede zoon, kwam op een heel andere manier ter wereld dan zijn oudere broer – en in veel opzichten ook anders dan zijn jongere broer. Lucas werd geboren in een verloskamer vol gemaskerde gezichten. In de dagen na zijn geboorte kwam er geen familie op bezoek in het ziekenhuis. En terwijl zijn broers gedurende de eerste maanden van hun leven met hun moeder meegingen op werkreisjes over de hele wereld, bleef Lucas thuis. ‘Bijna niemand wist überhaupt dat hij geboren was,’ vertelt Johnson. Maar tijdens zijn eerste twee levensjaren kreeg Lucas wel borstvoeding en had hij veel contact met zijn familie thuis en met kinderen op de crèche. Bovendien was hij vaak in de natuur.
Maar Johnson en anderen weten nog niet precies in hoeverre dat alles opweegt tegen de extreme hygiëne en het weinige sociale contact tijdens Lucas’ eerste dagen. Zowel een teveel als een gebrek aan voorzichtigheid kunnen negatieve gevolgen hebben. Als het erop aankomt, weten wetenschappers gewoonweg niet hoeveel microbiële blootstelling precies goed is.
Arm en rijk
Onder coronababy’s zal het microbioom waarschijnlijk eveneens variëren, afhankelijk van wat voor beslissingen hun ouders op het hoogtepunt van de pandemie namen – wat weer afhangt van de financiële en sociale middelen waarover deze beschikten. Amato maakt zich vooral zorgen kinderen van wie de gezinnen niet alleen flink hebben ontsmet, maar wier microbiome diversiteit daarnaast ook op andere manieren is aangetast: bijvoorbeeld door keizersneden, flesvoeding en antibioticagebruik. Meghan Azad, onderzoekster op het gebied van kindergezondheid aan de Universiteit van Manitoba, legt uit dat het voor sommige nieuwe ouders tijdens de ergste fases van de pandemie aanzienlijk moeilijker kan zijn geweest om borstvoeding te geven. Bijvoorbeeld doordat het lastig was om persoonlijke begeleiding te krijgen, of door werkonzekerheid. Het microbioom kan ook zijn aangetast door een aanhoudend slecht dieet en door stress, waar veel mensen de afgelopen jaren mee te maken hebben gehad.
Volgens Rook is het probleem deels dat veel risicofactoren onevenredig veel voorkomen bij mensen die sociaaleconomisch zijn achtergesteld en daardoor vaak toch al een minder divers microbioom hebben. ‘Ik ben bang dat deze ontwikkeling de gezondheidsverschillen tussen arm en rijk verder zal vergroten. Zelfs coronabesmettingen zelf lijken het microbioom te veranderen, en die komen nog steeds het meest voor onder mensen met essentiële beroepen en mensen die dicht op elkaar leven. Hoewel de verandering bij volwassenen misschien maar tijdelijk is, kan dat bij zuigelingen anders liggen, aangezien hun microbioom nog geen stabiele toestand kent.
Veel gezinnen zitten ertussenin. Het ene gezin vond het bijvoorbeeld belangrijk om het huis te ontsmetten, maar kon vanwege het thuiswerken gemakkelijker borstvoeding geven en gezonde maaltijden koken. Het andere gezin hield de kinderen weg van peuters op de crèche, maar had wel gelegenheid om ze buiten te laten spelen, wat ook contact met bijvoorbeeld honden mogelijk maakte. Wetenschappers hebben nog geen handige formule gevonden om aan de hand van de verschillende factoren de gezondheid van een kind kunnen bepalen. Momenteel wordt uitgezocht hoe zwaar elke component weegt en hoe eventuele aanvullende factoren kunnen worden geïdentificeerd.
Zelfs in het geval van mensen die niet in aanraking kwamen met extra buitenlucht of hondenkwijl, maakt Lim zich geen zorgen over de gedragsbeperkingen waaraan ze zich moesten houden. We worden allemaal ‘voortdurend blootgesteld aan duizenden microben’, vertelt Lim, die zelf een dochtertje van anderhalf jaar oud heeft. Wat vaker handen wassen, een mondkapje dragen en wat meer tijd thuis doorbrengen verandert daar niet zoveel aan. Zelfs kinderen die behoorlijk afgezonderd waren, ‘hebben niet in een bubbel geleefd’. Mogelijk hebben ze zelfs geprofiteerd van de sociale beperkingen. Kinderen die de crèche of kleuterschool hebben overgeslagen, hebben mogelijk een hele reeks virussen kunnen omzeilen die hen anders een antiobioticakuur hadden opgeleverd en zo hun microbioom hadden beschadigd. Het antibioticagebruik daalde in de ambulante zorg in 2020 aanzienlijk ten opzichte van het jaar ervoor. Volgens Blaser is het mogelijk dat het voordeel van afgenomen antibioticagebruik zwaarder weegt dan de relatief kleine tol van de coronamaatregelen. Als antibioticakuren afnemen, daalt bijvoorbeeld ook het aantal astmagevallen.
Deskundigen hebben goede hoop dat bepaalde microbiële verliezen nog kunnen worden hersteld door een combinatie van voeding, buitenspelen en genoeg sociaal contact (met mensen die niet ziek zijn)
Finlay en anderen houden de komende jaren hun ogen open voor mogelijke signalen. Kinderen wier familie in de eerste paar maanden van hun leven in de ‘hyper-hygiënemodus’ gingen, lopen het grootste risico. Die eerste maanden zijn cruciaal, aangezien microben het immuunsysteem in die fase leren hoe het op gepaste wijze op ziekteverwekkers moet reageren. Als kinderen die kans mislopen, kunnen hun afweercellen vijanden voor bondgenoten gaan aanzien, of andersom, wat zeer ernstige infecties of auto-immuunziekten tot gevolg kan hebben. Als een kind dergelijke aanpassingen eenmaal heeft geïnternaliseerd, kunnen ze moeilijk ongedaan worden gemaakt, zo stelt Finlay. Maar andere deskundigen hebben goede hoop dat bepaalde microbiële verliezen nog kunnen worden hersteld door een combinatie van voeding, buitenspelen en genoeg sociaal contact (met mensen die niet ziek zijn). Die herstellende interventies vinden idealiter zo vroeg mogelijk plaats. ‘Hoe eerder we het oplossen, hoe beter,’ aldus Blaser.
Niemand kan kiezen aan welke microben hij of zij precies wordt blootgesteld: het tegengaan van de overdracht van bekende ziekteverwekkers kan ook de overdracht van goedaardige bacteriën stoppen. Maar de context waarin dat gebeurt, is belangrijk. Microben-gunstig gedrag, zoals buitenspelen, kan bijvoorbeeld worden gecombineerd met tactieken die microben uit de weg gaan, zoals het ventileren van binnenruimtes. Tijdens de pandemie zorgden de coronamaatregelen er tevens voor dat griepgevallen en RSV afnamen. Nu die virussen weer actief zijn, herinneren deskundigen ons eraan dat we dus weten hoe we ze kunnen tegenhouden.
Coronakinderen kunnen dat concept ook onderschrijven. Zo was Koziks zevenjarige zoon een peuter toen de pandemie begon. Zelfs te midden van de algemene hygiënegekte rolde hij met plezier rond in de modder en speelde hij graag met de twee honden van het gezin. ‘Ik heb hem geleerd dat niet alle bacillen hetzelfde zijn,’ zegt Kozik. Haar zoon heeft bovendien een hygiënische gewoonte opgepakt waar zijn moeder erg trots op is: elke dag als hij uit school komt, loopt hij naar de wasbak om zijn handen te wassen. ‘Het is het eerste wat hij doet,’ vertelt Kozik, ‘zelfs zonder dat het hem gevraagd wordt.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.