Tag: kinderen

  • De kinderen van nu hebben een toekomst zonder illusies

    De kinderen van nu hebben een toekomst zonder illusies

    Op welke aarde zullen de nakomelingen van generatie Y – geboren tussen 1986 en 2000 – wonen? Van de privileges die wij ouderen bezitten, kunnen zij alleen dromen.

    Een baby. Hij is pas geboren, maar lijkt wanhopig, zijn beentjes spartelend in de zomerzon, zijn mondje open. Naast de baby staan de ouders, met de gebruikelijke, belangrijke vragen. Zorgen we wel goed voor hem, waarom huilt hij, zou hij pijn hebben? En jij, als toeschouwer, vraagt je af wat hem wordt aangedaan door hem in deze wereld geboren te laten worden. Zal hij een draaglijk leven hebben, wat zouden we kunnen doen om hem te helpen?

    Het zijn de weken van de grote bosbranden en lege rivierbeddingen. Van verdorde oogsten, overal droogte en groter wordende woestijnen. Het is zomer. De zee bij Mallorca is zo warm als het water in een badkuip. De bossen smeulen en het aanrollende onweer klinkt onheilspellend. Je wilt geen doemdenker worden en niet over de oorlog in Europa of de pandemie beginnen. Maar sinds je eigen jeugd in de jaren negentig is het allemaal wel een puinhoop geworden. Wanneer heeft het ooit zo gevoeld? Je kunt maar beter geen kinderen meer op de wereld zetten, zeggen ze tegenwoordig. Zeiden ze dat vroeger ook?

    Grote verantwoordelijkheid

    Weer een generatie die openbaringen krijgt als ze kinderen krijgen, zult u misschien spottend denken. Maar dit is de generatie die pas een paar jaar geleden heeft begrepen wat een bluts in de welvaart betekent. Dat het hun kinderen zijn die hoogstwaarschijnlijk de schuld aan de planeet die zijzelf hebben opgebouwd, moeten afbetalen. De generatie die nog in de openlucht overnachtte, stage liep en in duizend toekomsten geloofde. Zeker, diep weggestopt in hun geheugen herinneren ze zich iets wat na 9/11 en vóór de grote beurskrach gebeurde: een Amerikaanse vicepresident die over de wereld rondreisde met zijn inconvenient truth, de mensen probeerde uit te leggen dat ze een grote verantwoordelijkheid droegen en hen waarschuwde dat er een ramp stond te gebeuren.

    Dat was in 2006. Terwijl de woorden van Al Gore door de klas gonsden, waren er momenten van consternatie en irritatie. Maar wat betekende dat concreet voor een stel middelbare scholieren?

    Al sinds de jaren zeventig stelt de internationale gemeenschap zich ten doel de klimaatverandering te bestrijden. Desondanks is dat doel geen stap dichterbij gekomen. Integendeel, juist in de laatste dertig jaar is de snelheid waarmee de aarde opwarmt aanzienlijk toegenomen.

    Wie nog geen dertig is zal de ‘radicale destabilisatie van het leven op aarde meemaken’

    In zijn essay What If We Stopped Pretending (2019) geeft de Amerikaanse schrijver Jonathan Franzen het dubieuze advies dat we moeten erkennen dat het te laat is om de planeet te redden. Wie nog geen dertig is, schrijft Franzen, zal de ‘radicale destabilisatie van het leven op aarde meemaken: misoogsten, apocalyptische branden, imploderende economieën, epische overstromingen, honderden miljoenen vluchtelingen uit regio’s die door extreme hitte of droogte onbewoonbaar zijn geworden’. Je kunt er maar beter op voorbereid zijn. Franzen beschreef waar wetenschappers allang voor waarschuwden: zodra de opwarming van de aarde meer dan twee graden bedraagt, gaat de wereld veranderen. De mensheid zal wel blijven bestaan, maar onder veel en veel slechtere omstandigheden. Het point of no return kunnen we hoogstens uitstellen. ‘Er is geen hoop. Alleen voor ons.’

    Franzen ontwierp de strategie van het koele abstractievermogen, dat tegenover de aanstormende catastrofe veel verder gaat dan denken aan je eigen kinderen; een hyperidealistische bereidheid om ondanks de totale onmogelijkheid van idealisme en ondanks alle weerstand door te gaan. Wie nog op redding hoopt, zal alleen wanhopen en bij elke nieuwe brand verstijven van angst. Wie de ramp accepteert, kan beginnen na te denken over zijn eigen speelruimte, over ‘de absolute urgentie van vrijwel elke actie om de wereld te verbeteren’.

    Die gedachte is utopisch, omdat wij de idee van onze eigen sterfelijkheid al verontwaardigd van de hand wijzen. Om nog maar te zwijgen over de sterfelijkheid van de moderne beschaving. Maar wie zou niet graag eens het grote geheel van een afstand willen bekijken? De eerste foto’s van de aarde vanuit het heelal zijn symbolen geworden van deze kijk van buitenaf, van ons besef hoe fragiel we zijn. Naar dit moment verwijst het ‘planetaire denken’. Wie claimt planetair te denken, accepteert dat de mens niet langer het middelpunt van de wereld is. Alexander von Humboldt is een van de vaders van het planetaire denken, dat zijn oorsprong vindt in de kosmologie van inheemse volkeren. Klimaatactivisten hebben het altijd over de grenzen van de planeet. Het gaat, zoals Frederic Hanusch, Claus Leggewie en Erik Meyer het in Planetary Thinking schrijven, om een poging beter naar de stem van de bezielde en onbezielde natuur te luisteren. En dat bedoelen ze geenszins esoterisch. Onopvallend, stap voor stap en zonder paniek wil het planetaire denken ons voorbereiden op de catastrofe die Franzen zo plastisch beschrijft.

    De golf voor zijn

    Dus wat heeft de natuur ons eigenlijk te zeggen? Er zitten nog geen vertegenwoordigers van rivieren, bergen en velden in het parlement, en ze hebben ook geen wettelijke status zoals de Maori. Maar de auteurs maken melding van seismische mechanismen die de stem van de natuur hoorbaar maken, en van het seismische lawaai van de mens, dat tijdens de pandemie iets minder is geworden. Ook al drukt Frederic Hanusch zich voorzichtig uit, het komt neer op de volgende boodschappen van de natuur. Ten eerste: ‘Uw daden zijn al door mijn daden bepaald.’ Om ‘de golf voor te zijn’, zoals dat in de taal van de pandemie heet, moet zo’n beetje alles veranderen. Ten tweede: ‘Dit is waarschijnlijk een van de koudste zomers van de rest van je leven.’

    Hanusch, midden dertig, doet onderzoek naar democratie en planetaire verandering en is directeur van het Panel on Planetary Thinking. Hij heeft onderzocht hoe de kwaliteit van democratieën de kwaliteit van het klimaatbeleid beïnvloedt (goed). Maar om de versnelling van de opwarming van de aarde een halt toe te roepen, moet het politieke systeem veel sneller en radicaler veranderen. Met een grondwet die tot stand is gekomen toen het begrip ‘klimaatverandering’ nog niet was uitgevonden, komen we er in elk geval niet; en radicale politieke stappen zijn tot nu toe alleen gezet na middelgrote rampen. Droogte is niet genoeg, eerst moeten binnensteden afbranden.

    Er is toenemende steun voor politici die beloven terug te keren naar een verleden dat nooit bestaan heeft

    Zo drastisch drukt Hanusch zich niet uit, hij is tenslotte wetenschapper. In zijn vakgebied gaat het erom grote samenhangen interdisciplinair te onderzoeken, de scheiding tussen natuur- en geesteswetenschappen op te heffen, iets wat klimaatonderzoekster en kandidaat-astronaute Insa Thiele-Eich ook op scholen wil doen, met de nadruk op de maatschappelijke uitdagingen van de klimaatverandering. Misschien is de generatie van Hanusch’ studenten al beter voorbereid op wat komen gaat dan midden-dertigers, maar hij aarzelt: ‘Dat de komende generaties wat betreft duurzaamheid per se progressiever stemmen, kan niet worden aangetoond.’ Er is eerder sprake van toenemende steun voor politici die beloven terug te keren naar een verleden dat nooit bestaan heeft.

    Het ligt aan het begrip van tijd. De generatie die nu rond de dertig is, is opgegroeid met een lineair vooruitgangsidee in het hoofd, zegt Hanusch. Met de gedachte dat er wel een technologie zal worden uitgevonden die als het kritiek wordt, alles oplost. Of, nog erger, ze heeft het idee verinnerlijkt van ‘great again’, de cyclus van opkomst, hoogtepunt, chaos, verval en nieuwe opkomst. Een door de natuur bepaald alternatief scenario is moeilijk voorstelbaar. Maar de verhalen van vooruitgang en triomf worden steeds meer overstemd door wat de planeet zelf steeds luider verkondigt.

    Complexiteit van de globale verandering

    In hun boek grijpen Hanusch en zijn collega’s terug op een gedachte van Thomas Jefferson. In 1789, te midden van allerlei ingrijpende politieke veranderingen en op de drempel van een nieuwe tijd, schreef Jefferson, een van de grondleggers van de Verenigde Staten, aan zijn collega James Madison dat hij zich zorgen maakte over het feit dat generaties van elkaar afhankelijk zijn. Volgens Jefferson zou de aarde wat betreft het vruchtgebruik moeten toebehoren aan de levenden. Ze mocht niet worden ‘opgebruikt’, maar moest tenminste in gelijkwaardige staat en vrij van schulden aan de volgende generatie worden overgedragen. Dit begin in vrijheid moest democratisch worden vastgelegd: elke generatie mocht een nieuwe grondwet maken en afschaffen wat vroeger goed en nu schadelijk was. Anders zouden de doden heersen over de levenden.

    James Madison praatte Jefferson diens idee van een contingente toekomst uit het hoofd. Maar ervan afgezien dat het te laat is om voor elke nieuwe generatie om de wereld in gelijkwaardige toestand achter te laten, heeft Jeffersons idee voor Hanusch een voordeel: het zou niet langer noodzakelijk zijn de complexiteit van de globale verandering te begrijpen. Wat je aantrof, zou je aan de volgende generatie moeten doorgeven. Er zouden minder overgeërfde schulden zijn en er zou beter worden stilgestaan bij hoe we dingen zelf willen aanpakken.

    De uitbuiting van milieu en hulpbronnen zou een nieuwe context krijgen. Wie zonder consideratie te werk gaat, vergooit zijn onafhankelijkheid, nog afgezien van de vrees dat zijn eigen kleinkinderen in de natte kelders van overstroomde steden moeten wonen. De verantwoordelijkheid voor komende generaties zou deel zijn van het politieke proces dat theoretisch tot in het oneindige zou kunnen worden gebruikt. Theoretisch.

    Dertigjarigen van vandaag hebben ten koste van dat kind geleefd

    Terug naar de schuldvraag en het kind. Dertigjarigen van vandaag hebben ten koste van dat kind geleefd. Het verschijnsel van de shifting base lines beschrijft hoe mensen de toestand van het milieu dat ze in hun kinderjaren aantreffen als gezond beschouwen, hoe ver dat milieu ook van zijn natuurlijke oorsprong verwijderd is. Voor vissers wier vaders twee keer zo veel vis vingen als zijzelf, is hun eigen ervaring het referentiekader: die handvol vissen in hun net. Natuurlijk zijn er de herinneringen van hun ouders en grootouders. Maar er zijn geen data over hoe de planten- en dierenwereld er destijds uitzag, steeds minder mensen hebben in hun dagelijks leven nog iets met de natuur te maken. De kennis daarvan neemt af. Iemand die er heilig van overtuigd was dat het gras altijd groen en budgetmaatschappijen altijd goedkoop zouden blijven, heeft het de laatste tijd niet makkelijk gehad. Wat dertig jaar geleden normaal leek, de onuitputtelijkheid van hulpbronnen, vormde de basis van hun perceptie van vandaag.

    Hoe kunnen we daar ons voordeel mee doen? Met het oog op de over elkaar buitelende crises spreekt socioloog Heinz Bude van een ‘terugkeer van de toekomst’. Het denkbeeld van het steeds breder wordende heden van gelijktijdigheden, dat steeds weer nieuwe, problematische, even belangrijke verledens produceert, loopt op zijn eind. In plaats daarvan registreert Bude een ‘toegenomen gerichtheid op de toekomst’. Wat komen gaat, gebeurt niet meer in zekere zin vanzelf, ‘maar vraagt dat de mensen met een zekere vastberadenheid opkomen voor zichzelf en voor wat in de toekomst belangrijk zal zijn’.

    De omstandigheden waarin je als middertiger van nu geboren bent, waren onbeschrijflijk bevoorrecht. Dat erkennen is pas de eerste stap. In de toekomst zullen we met veel tegenstrijdigheden moeten leren leven. Aan sommige kunnen we wat doen. 

  • Zeker 11.000 kinderen slachtoffer van burgeroorlog Jemen

    Zeker 11.000 kinderen slachtoffer van burgeroorlog Jemen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuwe verkiezingen in Peru na afzetting Castillo

    » Sam Bankman-Fried, oprichter van ingestorte cryptobeurs, gearresteerd op de Bahama’s

    Ruim twee miljoenen in Jemen hebben een tekort aan eten

    Sinds het begin van de burgeroorlog in Jemen acht jaar geleden zijn zeker 11.000 kinderen gedood of gewond geraakt. De meeste slachtoffers vielen door geweld, terwijl kinderrechtenorganisatie Unicef zegt dat het aantal kinderen dat dreigt te overlijden aan ziektes of hongersnood nog vele malen groter is.

    Eerder noemden de Verenigde Naties de situatie in Jemen al de grootste humanitaire crisis van het moment. Volgens Unicef hebben ruim twee miljoen kinderen in Jemen, waarvan een groot deel kinderen onder de vijf jaar, dringend eten nodig. Zij zijn onderdeel van een groep van zeker 18 miljoen Jemenieten die geen toegang hebben tot medische zorg of schoon drinkwater.

    Ondanks een wapenstilstand eerder dit jaar wordt er inmiddels weer gevochten tussen Houthi-rebellen en troepen loyaal aan de Jemenitische regering. De Houthi’s krijgen daarbij steun van Iran, waar de regering van Jemen hulp krijgt van een internationale coalitie, aangevoerd door Saoedi-Arabië.

    Lees ook:

  • Japans verzorgingstehuis zet baby’s in tegen eenzaamheid

    Japans verzorgingstehuis zet baby’s in tegen eenzaamheid

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada: tweede verdachte steekpartijen Saskatchewan overlijdt na arrestatie

    » Oekraïne herovert verschillende dorpen bij Charkiv, claimt Zelensky

    Knuffelen met baby’s verhoogt welzijn ouderen

    ‘Gekoer, gegiechel en het getrippel van kleine voetjes vermengen zich met het geluid van rollators en rolstoelen in dit verzorgingstehuis in het zuiden van Japan. In deze vergrijzende natie heeft dit tehuis een ongewone type werknemers aangeworven om de dagen van de bewoners op te fleuren’, begint The New York Times haar reportage over het verzorgingstehuis Ichoan in de Japanse stad Kitakyushu. Daar heeft de directie een programma gestart waarbij kinderen van nul tot vier worden ingezet om eenzaamheid onder de oudere bewoners – het merendeel boven de tachtig – te verminderen.

    De baby’s, vergezeld van hun ouders of verzorgers, geven de bewoners knuffels. In ruil daarvoor ontvangen ze luiers, zuigelingenvoeding, gratis babyfotoshoots en tegoedbonnen voor een café in de buurt. Wetenschappelijk onderzoek brengt sociale interactie in verband met minder eenzaamheid, vertraagde mentale achteruitgang, lagere bloeddruk en een lager risico op ziekten en overlijden bij ouderen. Voor kinderen is aangetoond dat intergenerationele interacties de sociale en persoonlijke ontwikkeling bevorderen, schrijft de Amerikaanse krant.

    Lees ook:

  • Deze Oekraïense kinderen gaan ‘gewoon’ op zomerkamp

    Deze Oekraïense kinderen gaan ‘gewoon’ op zomerkamp

    Met de komst van de zomer gaan de vakantiekampen in Oekraïne weer open. Maar dit jaar, aldus Oekrajina Moloda, gaat het niet alleen om vermaak, maar ook om psychologische ondersteuning.

    Ook voor kinderen die lijden onder de oorlog begint de zomer. In de zomerkampen hebben zij gedurende minimaal twaalf dagen de gelegenheid om de bezetting, het schieten en de sirenes te vergeten. Specialisten helpen hen weer aansluiting te vinden bij de kindertijd die elk kind in Oekraïne zou moeten beleven.

    Een van de zomerkampen bevindt zich in het dorp Semypolky, in de regio Kyiv. Het wordt georganiseerd door de burgerorganisaties Chtab en 7Fields, met steun van de Amerikaanse ambassade in Oekraïne. De burgemeester van Brovary, Igor Sapojko, heeft bijgedragen aan de totstandkoming van het kamp, evenals vertegenwoordigers van de gemeenteraad van Irpin en de inwoners van de gemeente Kalytyanske, wier kinderen ook in dit zomerkamp mogen verblijven.

    Bijna de helft van de kinderen lijdt aan paniekaanvallen, angsten, bedplassen

    Vijftig kinderen tussen de zeven en vijftien jaar oud zijn al in het kamp aangekomen. De meesten van hen komen uit de oostelijke regio’s, uit Severodonetsk, Bachmoet, Lysytsjansk, Roebizjne, Charkiv, Tsjernihiv en Nova Kachovka. Het zijn bijna allemaal steden die sinds het begin van de Russische invasie als brandhaarden staan vermeld op de kaart van Oekraïne. Deze kinderen verbleven weken- of soms maandenlang noodgedwongen met hun ouders in kelders om te schuilen voor bombardementen en gevechten. In plaats van plezier te kunnen maken als kind luisterden ze naar de inslagen van vijandelijke artillerie en raketten. Zij zagen met eigen ogen hoe gebouwen werden verwoest en hoe mensen stierven. Hun vertrek uit deze steden is slechts een eerste stap in hun nieuwe leven zonder oorlog.

    ‘We proberen de kinderen gedurende minstens twaalf dagen tegen oorlog te beschermen en ze weer een kindertijd te geven. Voor ons is het van essentieel belang dat kinderen die rechtstreeks door de oorlog zijn getroffen en een psychologisch trauma hebben opgelopen, dat ten minste voor een tijdje kunnen vergeten en weer kind kunnen zijn,’ zegt Yulia Hretsjka, directeur van Chtab. ‘Het kamp kan tijdens de zomer slechts driehonderd mensen herbergen. Maar er zijn vandaag de dag miljoenen ontheemde kinderen in Oekraïne. Elk kind is belangrijk, elk kind heeft zijn eigen toekomst. We begrijpen dat onze inspanningen in dit zomerkamp slechts een druppel op een gloeiende plaat zijn, en daarom zijn we zeer bereid onze ervaring te delen en uit te breiden naar de rest van het land.’

    Israëlische methoden

    De hele ploeg van het zomerkamp is opgeleid door psychologen volgens Israëlische methoden die erop zijn gericht de behoeften van de kinderen beter te begrijpen. ‘In feite staat het psychologische werk met kinderen voorop bij de activiteiten van het kamp,’ zegt Oksana Voljyna, directeur en oprichter van het zomerkamp.

    ‘Toen we voor het eerst tests deden met de kinderen, waren we geschokt door de resultaten. Bijna de helft van de kinderen lijdt aan paniekaanvallen, angsten, bedplassen… We waren bang dat we in zo’n korte tijd niets konden veranderen,’ zegt Voljyna. ‘Voor hen bleek de eerste psychologische hulp dat we ze een terugkeer kunnen bieden naar het leven dat ze voor de oorlog hadden en dat ze zijn kwijtgeraakt. We kunnen ze een basisgevoel van veiligheid geven en de geruststelling dat er morgen weer een dag zal zijn. Het comfortabele en veilige leven in het kamp heeft echt effect. De resultaten van de eerste tests waren schokkend, maar ongeveer halverwege hun verblijf begonnen de kinderen zich te ontspannen, en na een week merkten de psychologen dat hun hulp nauwelijks meer nodig was, behalve voor kinderen die al voor de oorlog problemen met hun ouders hadden. Met andere woorden: het bieden van structuur en liefde in hun dagelijkse leven en de bereidheid van de volwassenen om naar hen te luisteren, bleken effectief te zijn.’

    Om een eerlijke selectie van de kinderen te kunnen maken doen de organisatoren een beroep op de gemeenten. Die verstrekken informatie over de ontheemden die in hun gemeenten zijn geregistreerd en stellen vast voor welke gezinnen hulp nodig lijkt. Ouders kunnen ook zelf formulieren invullen en documenten overleggen waaruit blijkt dat hun gezin de status van ontheemde heeft.

    ‘We moeten alles doen wat we kunnen om kinderen te helpen de oorlog te vergeten’

    ‘De gezondheid van de kinderen heeft prioriteit, en dan met name het psychologische aspect. Wij begrijpen dat het moeilijk is om zoiets gelijktijdig in heel Oekraïne te organiseren. Daarom is het werk van dit zomerkamp van groot belang. Het biedt hulp aan de gezinnen, vooral die uit de bezette gebieden, en ook aan de gemeentebesturen,’ aldus Igor Sapojko, burgemeester van Brovary.

    ‘In Brovary zijn er bijvoorbeeld 14.000 geregistreerde binnenlandse ontheemden, waaronder 1300 kinderen,’ zegt hij, ‘en die hebben allemaal de behoefte om bezig te zijn, om iets te doen, om kinderen van hun eigen leeftijd te leren kennen. Het is onze taak als gemeente om manieren te vinden om te helpen met een zomerkamp zoals dit. We moeten alles doen wat we kunnen om kinderen te helpen de oorlog te vergeten.’

    Kinderen kunnen ook lezingen volgen over bijvoorbeeld de strijd tegen corruptie

    Gedurende twaalf dagen wordt de kinderen een programma geboden boordevol sport, muziek, taalworkshops en spelletjes, maar ze kunnen ook lezingen volgen over bijvoorbeeld de strijd tegen corruptie. In het kamp is er een zwembad, een park met speeltoestellen, een tennisbaan, een minivoetbalveld, een yogaruimte en een reuzenschaakbord. Er zijn ook ruimtes voor ambachtelijke workshops en er is een bioscoop.

    Inmiddels wordt er geld ingezameld voor andere kinderen. Een verblijf in kamp Semypolky kost 315 euro per kind. Daarvan hoeven ouders niets te betalen. De organisatoren van het kamp dekken de kosten door sponsoring uit Oekraïne en daarbuiten, en ze zoeken steun van internationale partners. Zo heeft de Amerikaanse ambassade in Oekraïne de komende twee zomerkampen gefinancierd. Het eerste, dat net is begonnen, werd gefinancierd met particuliere giften.

    Informatie over hoe je een zomerkamp steunt, vind je op deze website.

    Lees ook:

  • Anne Frank in het Perzisch: ‘Veel Iraniërs hebben geen idee van de Holocaust’

    Anne Frank in het Perzisch: ‘Veel Iraniërs hebben geen idee van de Holocaust’

    Om jonge Iraniërs te laten lezen over de Holocaust, en om antisemitische desinformatie tegen te gaan, zorgde filmmaker en journalist Maziar Bahari voor een Perzische vertaling van Het dagboek van Anne Frank. In stripvorm.

    De Iraans-Canadese journalist, filmmaker en activist Maziar Bahari zette zich al langer in om zijn landgenoten bewust te maken van wat er tijdens de Holocaust was gebeurd. Iraniërs die na de [islamitische] revolutie zijn geboren, hebben een verkeerde voorstelling van zaken; ze krijgen verkeerde, antisemitische informatie, zei hij tegen het Israëlische dagblad Haaretz. ‘Dat is alles wat ze horen.’ 

    Om tegenwicht aan die desinformatie te bieden werkte Bahari mee aan het Sarardi Project dat – samen met het U.S. Holocaust Memorial Museum – de Perzische vertaling van Anne Franks dagboek in stripvorm presenteerde op de Internationale Herdenkingsdag, afgelopen 27 januari. 

    Het project is in het leven geroepen om Iran bewust te maken van de Holocaust, door artikelen en video’s te verspreiden over de grotendeels onbekende rol van Iran als toevluchtsoord voor joden die in de Tweede Wereldoorlog voor de nazi’s waren gevlucht. Abdol Hossein Sarardi was een Iraanse diplomaat, die tijdens de Duitse bezetting van Frankrijk consul in Parijs was. Ook wel bekend als de Schindler van Iran, omdat hij duizenden Joden aan een paspoort hielp. 

    cover

    Holocausteducatie

    Volgens Bahari is een  ‘Holocausteducatie’ broodnodig: ‘De ontkenning van de Holocaust moet worden tegengegaan en we moeten weerwoord bieden aan de antisemitische retoriek van de Iraanse regering.’ Zijn eerste film, The Voyage of the Saint Louis (1995), ging over het schip met joodse vluchtelingen dat in mei 1939 de toegang tot Cuba en de VS werd ontzegd en dat moest terugkeren naar Europa. Meer dan een kwart van de passagiers zou uiteindelijk omkomen. Vanaf 1988, toen Bahari naar Canada emigreerde, heeft de Holocaust hem niet meer losgelaten. Hij leerde dat ook in zijn adoptieland joden waren vervolgd: er waren quota voor joden op universiteiten en de meeste joodse vluchtelingen werden in Canada geweigerd. 

    Een historicus die als adviseur bij het project betrokken was, vertelde dat kinderen in Iran op de lagere school wel les krijgen over de Tweede Wereldoorlog, inclusief het naziregime, Hitler en de overwinning van de geallieerden, maar dat er met geen woord wordt gerept over joden. De Holocaust komt in het onderwijsmateriaal niet voor.

    Veel Iraniërs hebben er geen idee dat er destijds duizenden Joden naar Iran zijn gevlucht

    Het is belangrijk, benadrukt Bahari in al zijn werk, dat er kennis is van wat de Holocaust inhield. Veel Iraniërs hebben er geen idee van, ook niet dat er destijds duizenden joden naar Iran zijn gevlucht. Door wat hij zelf leerde over de genocide kon hij de tragedies in eigen land beter begrijpen, vooral sinds de islamitische revolutie en de machtsovername door Khomeini in 1979. ‘Dat wil ik doorgeven.’

    Bahari, ook een van de oprichters van het journalistieke platform IranWire, was dus de aangewezen persoon om te betrekken bij het Sarardi Project, schreef het dagblad Haaretz. Tot nog toe was de Holocaust niet eerder toegankelijk en interessant gemaakt voor jonge Iraniërs in Iran en de diaspora. De graphic novel van het dagboek van Anne Frank in het Perzisch veranderde de zaak. Het probleem is volgens Bahari dat de meeste Iraniërs, zelfs als ze Engels lezen, het moeilijk vinden om complexe kwesties zoals de Holocaust te begrijpen. In hun eigen taal, het Farsi of Perzisch, is dat veel makkelijker.

    Diplomaat Hossein Sardari, de naamgever van het project, verloor zijn pensioen en al zijn bezittingen aan de ayatollahs. Hij stierf in 1981 in armoede in Londen, waar hij na zijn pensionering was gaan wonen.

  • Canada trekt 40 miljard uit om inheemse kinderen te compenseren

    Canada trekt 40 miljard uit om inheemse kinderen te compenseren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Plasticafval Amazon is met een derde gestegen tijdens pandemie

    » NFT’s zijn populair in kunstwereld

    Kinderen uit inheemse families zijn jarenlang achtergesteld

    Dinsdag kondigde de Canadese regering een pakket aan van 40 miljard Canadese dollar (27,64 miljard euro) ten behoeve van kinderen uit inheemse families. Het bedrag zal worden gebruikt om kinderen uit inheemse families dezelfde kwaliteit van zorg en hulpverlening te bieden als kinderen uit niet-inheemse families. De regering heeft gezegd dat de helft van het geld zal worden gebruikt om kinderen en hun families te compenseren, en dat de andere helft zal worden gebruikt om het systeem te hervormen, zo meldt The Globe and Mail.

    In 2019 veroordeelde het Canadese mensenrechtentribunaal de regering tot betaling van een schadevergoeding van 40.000 Canadese dollar aan alle kinderen van de First Nations, zoals de inheemse volkeren van Canada genoemd worden, die na 2006 uit huis werden geplaatst en onder toezicht van de kinderbescherming werden gezet. Het land wordt sinds mei opgeschrikt door onthullingen over het jarenlange beleid van assimilatie van de inheemse bevolking.

    Lees meer:

  • De goede daad

    De goede daad

    De Amerikaanse ontwikkelingswerker Renee Bach begint in Oeganda een gezondheidscentrum voor ondervoede kinderen. Velen van hen sterven daar. Als gevolg van, of ondanks de behandeling? Twee families dagen Bach nu voor de rechter. Maar het gaat om veel meer dan alleen de vraag of ze schuldig is.

    image
    © YouTube

    Ziriya Namutamba (42) is boerin. Ze vertelt: ‘Toen de chauffeur kwam, wist ik dat Twalali dood was. De andere vrouwen hadden mij gewaarschuwd: als hij je komt halen, is de jongen gestorven. In de kliniek wilde ik Twalali zien, maar ik kreeg noch het lijk van het kind, noch een arts te zien. Ik was radeloos en huilde. Later kwam buiten voor het gebouw Renee voorbij, over wie ik had gehoord dat ze arts is. Ze droeg Twalali’s lichaam, gewikkeld in een linnen doek, en legde hem in de kofferbak van een terreinwagen. Het was dezelfde wagen waarmee haar medewerkers Twalali en mij een week eerder uit ons dorp hadden opgehaald.

    De kleine, magere vrouw leeft met haar man en vijf kleinkinderen in een hut met een strodak tussen groene heuvels en velden. Haar dochter en diens man kregen jong kinderen, ze bezitten geen land en werken in het westen van Oeganda. Ziriya Namutamba zorgt voor de kinderen. Twalali, het derde kind, stierf op 16 juli 2013 op tweejarige leeftijd. Hun dorp ligt een uur rijden met de auto van het volgende dorp, waar levensmiddelen te krijgen zijn, maar geen school is, en geen arts. Naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis in Jinja, met 76.000 inwoners de op drie na grootste stad van het land, is het ongeveer twee uur rijden. Als je een auto hebt.

    Boerin Ziriya Namutamba: ‘Ze waren allemaal woedend op me: de ouders van Twalali, mijn man en de imam. Ze vroegen naar papieren van de kliniek. Maar niemand gaf een verklaring over wat er gebeurd was.’

    Vervloeking

    Een derde van de kinderen in Oeganda lijdt als gevolg van ondervoeding aan groeistoornissen, de helft van de kinderen onder de vijf jaar aan bloedarmoede. De bodem van Oeganda, dat als de graanschuur van Afrika geldt, is vruchtbaar, ook in het oosten van het land, waar Ziriya Namutamba woont. Dat veel kinderen desondanks te weinig voedingsstoffen krijgen, ligt onder andere aan gebrek aan kennis. Mais en cassave, de voornaamste voedingsmiddelen in de streek, die ook groeien rond de hut van Namutamba, bevatten koolhydraten maar niet genoeg eiwit. Traditionele genezers verbreiden bovendien de boodschap dat de symptomen van ondervoeding – gezwollen buik, uitgedroogde ledematen of ook hongeroedeem – duiden op een vervloeking.

    Als de ondervoede kinderen geen uitgebalanceerd dieet krijgen, sterven ze vaak. Aan uitputting of aan een longontsteking, aan diarree of malaria. Twalali werd een week voor zijn dood in Jinja positief getest op malaria, in het verpleeghuis van de hulporganisatie Serving His Children, opgericht door de Amerikaanse Renee Bach. Van haar kleinkind heeft Ziriya Namutamba nu alleen nog een zwart-witfoto die Bachs ngo voor de dood van het jongetje gepost had op Instagram: met draden aan Twalali’s uitgeteerde lichaam, op zijn hoofd een grote pleister, de ogen wijd opengesperd en leeg, terwijl hij gevoerd wordt met een lepel.

    Ziriya Namutamba: ‘Vijf jaar na Twalali’s dood kreeg ik bezoek van twee mensen uit de stad. Ze zeiden dat Renee Bach helemaal geen arts is en haar kliniek geen echte kliniek. Ik werd zo woedend! Ze had me bedrogen! Twalali had het zeker overleefd als ik hem naar een echte dokter had gebracht! De vrouw en de man uit de stad stelden me voor om een proces te beginnen tegen de witte. Ik vroeg me af: als ik zo’n misdaad zou begaan onder witte mensen, zou ik daar dan ongestraft mee wegkomen? Mijn man en ik vergaderden met de dorpsgemeenschap en samen besloten we om Renee aan te klagen.’

    De vrouw die vanuit Jinja naar Ziriya Namutamba kwam, heet Olivia Alaso, een Oegandese die samen met de Amerikaanse Kelsey Nielsen de hashtag #nowhitesaviors (‘Geen witte redders’) heeft bedacht. Door deze slogan werd Namutamba’s dorp aan de rand van de heuvels het middelpunt van een wereldwijd debat over de aanmatiging van witte ontwikkelingswerkers in landen als Oeganda, en de schade die ze aanrichten.

     ‘Toen ik over deze neparts hoorde, besloot ik dat de wereld moest weten waartoe witte mensen in Afrika in staat zijn’

    Olivia Alaso (35) is een sociaal werker: ‘Toen ik over deze neparts hoorde, besloot ik dat de wereld moest weten waartoe witte mensen in Afrika in staat zijn. Ik legde contact met een van Renee Bachs voormalige medewerkers. Hij bracht mij bij enkele families die hun kinderen hadden verloren, ook bij Ziriya Namutamba. Samen zijn wij naar een advocate gegaan. Ik wil gerechtigheid. Ik wil dat zoiets nooit weer gebeurt in mijn land.’

    Primah Kwagala, de advocate die pro Deo voor de slachtoffers optreedt, diende op 21 januari 2019 een aanklacht tegen Renee Bach en haar ngo Serving His Children in bij de rechtbank in Jinja. De familie van Twalali is een van de drie klagende partijen, naast de moeder van een ander dood kind en de organisatie Women’s Probono Initiative. In de aanklacht staat: ‘De aangeklaagden hebben de kinderen van de klaagsters fatsoenlijke medische zorg onthouden en het doen voorkomen alsof ze medische diensten aan konden bieden.’ Bach zou hebben gedaan alsof ze arts was en onbevoegd infusen en transfusies hebben toegediend. Het gaat in de aanklacht niet om de vraag of deze ingrepen de kinderen schade hebben toegebracht, maar om het feit dat de families hun kinderen niet aan de hoede van echte artsen hadden toevertrouwd omdat ze dachten dat Bach een echte arts was.

    Primah Kwagala (34) is advocate in de hoofdstad Kampala: ‘De staat heeft te weinig geld. Vooral in de gezondheidszorg is er gebrek aan alles. Vaak springen ngo’s bij. Helaas ontbreken de middelen om regelmatige overheidscontroles uit te voeren op deze organisaties. Veel witte mensen doen wat ze willen. Het gebeurt zelden dat een benadeelde Oegandees opstaat en zegt: mij is onrecht aangedaan! Daarom heeft het lang geduurd voordat iemand iets tegen deze vrouw heeft ondernomen.’

    Papayasmoothies

    Renee Bach, nu 31, uit Virginia in het oosten van de VS, richtte meteen na haar middelbare school, toen ze 18 was, Serving His Children op. Eerst deelde ze rijst en bonen uit in een armenwijk van Jinja. Vanaf 2009 verpleegde ze ook ondervoede kinderen. Tot aan het moment dat ze zes jaar later, in maart 2015, haar Rehabilitation Center na een inspectie van de Autoriteit voor Gezondheidszorg moest sluiten, stierven daar 105 kinderen.

    Jinja, waar Renee Bach en haar ngo actief waren, is een aangename stad. Een favoriete bestemming voor avontuurlijke toeristen vanwege het reusachtige tropische woud, en voor vrijwilligers die hun diensten aanbieden vanwege de reusachtige ellende. Talrijke hulporganisaties zijn in de stad actief; enkele daarvan zijn opgericht door jonge Amerikanen. Dat heeft te maken met de dertigjarige missionaris Katie Davis, die in 2008 het opleidings- en gezondheidscentrum Amazima Ministries oprichtte en een bestseller schreef over haar ervaringen: Kisses from Katie. Dat boek lokt tot op heden adolescenten uit het milieu van de evangelicals in de VS naar Jinja, op zoek naar het zogeheten juiste leven in een zogeheten foute wereld. De hemel boven de stad licht abrikooskleurig en babyblauw op, de Nijl ontspringt hier, de cafés serveren papaya smoothies en cappuccino. Aan de noordkant van de hoofdstraat leeft de inheemse bevolking, in het zuiden, dichter bij de rivier, wonen de ngo-medewerkers en toeristengidsen.

    Olivia Alaso, de sociaal werker, zegt: ‘Ik ben opgegroeid in Jinja. Zoals de meesten hier dacht ik dat alle witte mensen alleen maar goeds brachten en dat ze beter waren dan wij. Zij zaten in de mooie cafés en woonden in de mooie huizen. Vaak kwamen ze in mijn school en gaven ons snoep en speelgoed, en wij zongen voor ze. Later ben ik opgeleid voor sociaal werk en heb ik gewerkt voor internationale ngo’s. Op het laatst voor twee jonge witte Amerikanen met wie ik eigenlijk heel goed kon opschieten. Maar toen namen ze een wit, nog jonger meisje in dienst, dat ons Oegandezen heen en weer commandeerde en beweerde dat we te veel verdienden en te weinig uitvoerden. Ik zei tegen mijn leidinggevenden dat die vrouw ons niet zo kon behandelen. Ze hebben er niets aan gedaan, dus ben ik vertrokken. Ik kon dat doen omdat mijn man goed verdient. De meeste Oegandezen durven niet over misstanden te spreken. Ze hebben het werk nodig omdat hun familie daarvan leeft. De onzekerheid over werk is groot in dit land.’ 

    @nowhitesaviors

    Een van de leidinggevenden voor wier ngo Olivia Alaso in 2015 niet meer wilde werken was Kelsey Nielsen. Maar drie jaar later werkten Alaso en Nielsen toch weer samen – verenigd in de kritiek op zulke ngo’s. In augustus 2018 startten ze het Instagramaccount @nowhitesaviors en begonnen daar de westerse hulpindustrie te bekritiseren: bijvoorbeeld vrijwilligers die zonder bijzondere kwalificaties in Afrika willen helpen en zich bovendien graag op de sociale media vertonen – arm in arm met zwarte mensen die zonder hen zogenaamd hulpeloos zouden zijn. Het begrip ‘white savior’ slaat op witte mensen die zwarte mensen redden uit een noodsituatie, een topos die ook uit films bekend is. Een voorbeeld is de premiejager King Schulz in Quentin Tarantino’s Django Unchained, die de slaaf Django bevrijdt, die vervolgens een veldtocht begint om zich te wreken.

    Kelsey Nielsen (30), sociaal werker: ‘Op mijn twintigste kwam ik voor het eerst in Oeganda. Ik deed vrijwilligerswerk in het weeshuis Amani Baby Cottage. Twee jaar later richtte ik met een vriendin het Abide Family Center op. Zoals veel jonge oprichters geloofde ik dat God me had geroepen. Ik was een evangelisch christen. Onze ngo heeft overigens wel wat zinvols gedaan: wij hielpen kinderen in hun families te blijven doordat we bijvoorbeeld hun schoolgeld betaalden. De ouders van de meeste zogenaamde wezen in Oeganda leven namelijk wel, maar hebben geen geld om voor hun kinderen te zorgen, of ze denken dat witte mensen dat beter kunnen. Als ik mijn blogbijdragen van toen lees, zie ik wel dat ik toch aan het “white savior”-complex leed. Ik verwarde mijn behoefte om nodig te zijn met mijn geloof dat ik nodig was. Het heeft even geduurd tot ik me bewust werd van mijn rol en begreep wat racisme werkelijk betekent. Toen Olivia ontslag nam, heeft ze mij een duwtje in de juiste richting gegeven. We hebben veel gediscussieerd. Ik heb boeken gelezen: James Baldwin, Toni Morrison, Audre Lorde. Ik herkende mijn fouten, mijn arrogantie en mijn onwetendheid, en de fouten van de andere witten. Ook die van Renee.’

    Het Instagramaccount van Kelsey Nielsen en Olivia Alaso trok de aandacht van journalisten uit de VS. Eerst berichtte Medium eind september 2018: ‘Amerikaanse missionaris speelt voor dokter, kinderen sterven. Wanneer zal er gerechtigheid zijn?’ Na een op 19 juni 2019 gepubliceerd videobericht van een half uur van Al Jazeera, pikten veel grote media het verhaal op. In maart 2020 heeft @nowhitesaviors meer dan 760.000 volgers [in maart 2019 waren dat er nog 300.000].

    Renee Bach verklaarde in een persbericht van 24 juni 2019: ‘Helaas sterven er elk jaar 3,1 miljoen kinderen aan ondervoeding, wat de noodzaak van organisaties als Serving His Children glashelder aantoont.’ Bach bevestigde dat ze geen medische opleiding heeft en dat in haar instelling 105 kinderen gestorven zijn. Maar ze wees elke verantwoordelijkheid voor hun dood af. Ze zou nooit beweerd hebben arts te zijn.

    De Süddeutsche Zeitung (SZ-Magazin) beschikt over haar verweer tegen de aanklacht. Daarin geeft Bach alleen toe dat ze te laat is geweest met het aanvragen van verlenging van de vergunning voor het runnen van een gezondheidscentrum.

    ‘Bach deed dingen waar ze geen verstand van had, zoals bij extreem ondervoede kinderen levensnoodzakelijke infusen aanleggen’

    Na veel e-mails van het SZ-Magazin aan de advocaten van Renee Bach meldde zich eind 2019 haar moeder Lauri, directeur van Serving His Children in de VS. Aan de telefoon zei ze dat haar familie diep geraakt was; de verwijten van de klagers en de persberichten noemde ze onjuist. Renee was niet beschikbaar voor een interview. Ook de medewerkers van haar hulporganisatie, die nog steeds actief is in Oeganda, zouden getraumatiseerd zijn door de beschuldigingen. Het gebouw van twee verdiepingen waarin Renee Bach het gezondheidscentrum runde, waar de kinderen stierven, ligt in een buitenwijk van Jinja, naast een krottenwijk met golfplaathutten waarin de armsten van de stad wonen, mensen die vluchtten voor de burgeroorlog die tot 2006 woedde in het noorden van het land. Na de onafhankelijkheid van Groot-Brittannië braken in het land steeds weer gevechten uit, de ene gewelddadige heerser volgde de andere op. De autoritair regerende president Yoweri Museveni is sinds 1986 aan de macht.

    Kelsey Nielsen, sociaal werker: ‘Ik heb Renee in maart 2015 samen met andere witte ngo-medewerkers bij de politie in Jinja aangegeven. De verpleegster Jacqueline Kramlich had me verteld dat Bach dingen deed waar ze geen verstand van had, zoals bij extreem ondervoede kinderen levensnoodzakelijke infusen aanleggen. Jacqueline en haar man hadden een contract voor twee jaar bij Serving His Children getekend, maar na twee maanden ontslag genomen. Hoe vaak ze er ook met Bach over gesproken hadden, ze hield niet op met deze ingrepen. Ze nam zelfs meer medische taken op zich. Een Amerikaanse die indertijd bij haar werkte, vertelde me later dat ze na onze aangifte met Renee Bachs zus alle documenten van Serving His Children doornam en zag dat minstens tachtig procent van alle patiëntendossiers Renees handtekening droegen. Renee en ik waren ooit goede bekenden, we hadden dezelfde vrienden en zagen elkaar op de bijbelkring. Dat veranderde in januari 2014, toen een jongen die Sharifu heette in ons centrum stierf aan een hartinfarct, hij was drie jaar oud. Een paar maanden voor hij bij ons kwam had Renee hem onder haar hoede gehad. Ze had hem dik en gezond gevoerd – en toen naar huis gestuurd. Ondervoeding bij kinderen gaat vaak gepaard met verwaarlozing, de ouders hebben geen geld en geen opleiding. Je moet zulke gezinnen langdurig begeleiden en ze laten zien hoe ze hun kinderen met de juiste groente, peulvruchten, vlees en vis kunnen helpen. Na de dood van Sharifu confronteerde ik Renee met het feit dat haar werk niet duurzaam was. Zij deed toch niet aan noodhulp, maar leidde een hulporganisatie die pretendeert het leven van de mensen op de lange termijn te verbeteren. Ik stelde haar medeverantwoordelijk voor de dood van Sharifu.’ 

    Nadat Nielsen en haar medestanders Renee Bach hadden aangegeven, werd Bachs centrum gesloten door een vertegenwoordiger van de Oegandese Autoriteit voor Gezondheidszorg. Bach vertrok voor een jaar naar haar ouders in de VS. In juni 2017 opende ze weer een afdeling voor ondervoede kinderen, deze keer in samenwerking met de Oegandese regering, in een gezondheidscentrum van de overheid in Kigandalo, een gemeente op anderhalf uur rijden ten oosten van Jinja, waar het aantal ondervoede kinderen bijzonder hoog is.

    Kelsey Nielsen: ‘Ik ken Oegandezen die met Bach gewerkt hebben op de nieuwe afdeling in Kigandalo. Ze hebben geprobeerd met haar te praten. Maar ook daar ging ze op dezelfde voet verder.’

    Kort na de opening van Bachs nieuwe gezondheidsinstelling deden zeven Oegandese werknemers hun beklag in een brief aan Bach, dat de witte medewerkers boven hen stonden en dat de Oegandezen in vergelijking te weinig verdienden. Ze werden alle zeven ontslagen. Drie van hen ondersteunden later de aanklacht van de families tegen Renee Bach met plechtige verklaringen die inhielden dat ze zelf lang geloofd hadden dat Bach een arts was, want ze had vaak een witte jas aan en een stethoscoop om de hals.

    Kelsey Nielsen: ‘De advocate heeft slechts twee gedupeerde families in de aanklacht opgenomen omdat ze voor elke klager geld moest betalen aan de rechtbank. Wij hopen dat op de civiele procedure een strafproces volgt, zodat recht gedaan wordt aan alle getroffen families. Daarvoor moet de recherche eerst onderzoek doen. Maar de politie heeft nauwelijks middelen. Olivia en ik ondersteunen de beambten, we brengen ze in contact met de moeders van de gestorven kinderen en geven ze documenten die we verzameld hebben.’

    Geen bewijs

    Nog meer moeders hebben Renee Bach en Serving His Children aangegeven nadat ze door de activistes bezocht zijn. Zo ook Kakai Gorreti, wier negenjarige zoon Massai door behandelingen van Bach geestelijk gehandicapt zou zijn geraakt. Het is een uur rijden naar de lemen hut van de familie vanaf de dichtstbijzijnde verharde weg. Gorreti’s zeven kinderen spelen in het zand. Massai lacht vaak luid en ongecontroleerd, werpt zich op de grond of brabbelt met een lege blik. Zijn linkerhand is verstijfd en staat haaks op zijn onderarm. Zijn moeder zit gehurkt bij hem en staart naar de grond. Haar man verstopt zich in het maisveld achter de hut.

    Kakai Gorreti (32), boerin: ‘De witte vrouw heeft ons uit het gezondheidscentrum in Nakhupa gehaald. Daar was Massai nog normaal. Ze heeft hem niet goed behandeld, dat weet ik, omdat mijn kind gestoord is teruggekomen uit haar kliniek. Dokter Renee heeft Massai’s handen en hersenen beschadigd. Ik heb haar aangegeven omdat ik wil dat ze eindelijk verantwoording af moet leggen. Ze moet zijn medicijnen betalen en instaan voor zijn maandelijkse verzorging. Ik wil dat ze ons elke maand een miljoen shilling geeft voor zijn onderhoud.’ 

    Dat is minder dan € 250. Renee Bach heeft verklaard dat ze Kakai Gorreti en haar zoon Massai nooit heeft gezien. Inderdaad was Massai nooit bij haar in Jinja, maar alleen op de latere afdeling in het gezondheidscentrum van Kigandalo, waar Bach aantoonbaar zelden was. Ook Constance Milech, een verpleegster van Serving His Children, spreekt Kakai Gorreti tegen: Massai was al voor de behandeling op de ziekenafdeling niet normaal ontwikkeld voor zijn leeftijd. 

    Z945lCUje7a8nTxadTLyG9z9ZZ1RPqa4jnFu6qzZQZowic qrz Mb 2 rP3QNAtcwV5dZQXO
    Still uit het promotiefilmpje voor Save His Children.© YouTube

    Er is geen bewijs dat Massai’s gezondheid door de behandeling van Serving His Children geschaad is – en ook niet dat Renee Bach hem ooit persoonlijk heeft behandeld. Primah Kwagala, de advocate in het civiele proces tegen Renee Bach, schudt haar hoofd als ze wordt aangesproken over een mogelijk strafproces in het geval van Massai. Ook al moedigden de activistes van @nowhitesaviors de moeder aan om aangifte te doen, het is niet na te gaan of een kind als Massai verkeerd behandeld is door Renee Bach. Het gaat er alleen om dat Bachs zich voordoen als arts, met ernstige gevolgen. Dat voor de rechtbank bewijzen is al moeilijk genoeg. De recherche in Kampala en de politie in Jinja verklaren tegenover SZ-Magazin dat er geen onderzoek gedaan wordt naar de nieuwe aangiften tegen Bach; ze zouden in het proces geen rol spelen.

    Peter Waiswa (48), arts en professor Gezondheidsmanagement in Kampala: ‘Toen ik voor het eerst op tv hoorde van de beschuldigingen tegen de Amerikaanse, was ik ervan overtuigd dat het verhaal opgeblazen was. Het kan hier makkelijk gebeuren dat mensen voor geld bepaalde klachten indienen. Ik wilde me zelf een beeld vormen, dus heb ik haar afdeling voor ondervoede kinderen in het gezondheidscentrum in Kigandalo bezocht. En ik was onder de indruk van wat daar tegenwoordig gepresteerd wordt. Daarop belde ik de advocate Primah Kwagala en zei haar dat ze beter onderzoek moest doen. Ze nodigde mij uit om haar materiaal te komen inzien. Inderdaad vond ik in de oudere documenten van Bachs instelling veel gebreken. De patiëntendossiers waren niet goed bijgehouden, vaak was geen ordentelijke diagnose vermeld, er ontbrak een stringent verslag van de behandeling. Bovendien had Bach bijna alle overlijdensaktes zelf ondertekend. Dat mogen in Oeganda alleen artsen doen. In de praktijk is het natuurlijk helaas gebruikelijk dat formulieren slordig worden ingevuld en dat niet-medisch personeel medische taken overneemt. Maar wanneer iemand schade oploopt kom je daar niet mee weg – ook al maken anderen dezelfde fouten. Nu is de publieke interesse groot, en de opwinding op de sociale media ook. Het gaat niet meer alleen om de vraag wat Renee Bach fout gedaan heeft, maar om de vraag wat er allemaal misgaat in ons gezondheidssysteem.’

    Op 21 januari 2020 begint bij de rechtbank in Jinja het proces tegen Renee Bach. Hoe spectaculair de aanklacht is, omdat het de eerste is in Oeganda die gericht is tegen de praktijken van een buitenlandse ngo, is in de zaal waar het zich afspeelt niet te merken. De vrouwelijke rechter verklaart dat beide partijen twee maanden de tijd hebben om er zonder tussenkomst van de rechter uit te komen. Dan sluit ze de zitting. Pas eind februari stuurt Primah Kwagala, de advocate van de families, haar voorwaarden aan de vertegenwoordigers van Bach: ze moet zich schriftelijk verontschuldigen en de families van de dode kinderen schadeloos stellen met in totaal 500 miljoen shilling, omgerekend 120.000 euro.

    Naast het team van SZ-Magazin is er een schrijfster van het Amerikaanse tijdschrift The New Yorker aanwezig bij de opening van het proces. Ze heeft Renee Bach en haar familie meerdere malen ontmoet. De collega uit de VS overtuigt de Bachs dat ook de Duitse verslaggeefster te vertrouwen is. Ten slotte gaan de Bachs in februari 2020 akkoord met een ontmoeting in hun vaderland in Bedford County, Virginia.

    ‘Ik voelde me zo bloot, zo weerloos. Ik had het gevoel alsof iedereen me aankeek: een moordenares die vrij rondloopt!’

    Renee Bach (31), directeur en oprichter van Serving His Children: ‘Ik was in de zomer van 2018 op weg naar Los Angeles om met mijn zussen mijn dertigste verjaardag te vieren, toen mijn moeder belde. Ze zei dat een vliegtuig met journalisten bijna op onze schuur was neergestort; ze hadden foto’s gemaakt van ons huis. Ze zou nu gaan inpakken, want thuis waren ze niet meer veilig. Ik begreep er niets van. Toen vertelde ze dat mijn verhaal in het nieuws was, nationaal en internationaal, overal. Op het internet vond ik toen al die artikelen over mij. Ik zat op de luchthaven en voelde me zo bloot, zo weerloos. Ik had het gevoel alsof iedereen me aankeek: een moordenares die vrij rondloopt! Toen ik na twee dagen terugvloog naar Virginia, wezen inderdaad wildvreemde mensen naar me en fotografeerden me. Ik wilde me alleen nog maar verstoppen.’

    Lauri Bach (58), de moeder van Renee en directeur in de VS van Serving His Children: ‘Wij voelden ons machteloos. Mensen bediscussieerden op het internet zelfs of Renee zich had schuldig gemaakt aan genocide! Mijn man Marcus en ik gingen naar de sheriff. Vroeger sloten wij ons huis nooit af, zelfs niet als we langer weggingen. Maar op advies van de sheriff hebben we nu een slot aan onze poort gehangen en meerdere bewakingscamera’s geïnstalleerd.’ De Bachs leven op een kleine boerderij in het zuiden van Virginia, met twee buren in hun blikveld, niet ver van de kleine stad Bedford, in een heuvellandschap waar meer evangelische kerken dan restaurants te vinden zijn en in de voortuinen uitsluitend reclameborden voor Trump. Moeder Lauri is huisvrouw. Haar vijf kinderen heeft ze thuisonderwijs gegeven en van jongs af aangespoord om zich in te zetten voor de gemeenschap, zegt ze. Renee heeft als meisje levensmiddelen uitgedeeld aan armen en geestelijk gehandicapte jongeren op paarden rondgereden op het familie-erf.

    Tom Wilmoth (58), redacteur van The Bedford Bulletin: ‘Wij werden gebombardeerd met mails. De inhoud was steeds hetzelfde: weet u dat deze vrouw uit uw gemeente deze erge dingen doet? Daarachter zat de groep @nowhitesaviors. Via hun Instagram hadden ze opgeroepen om deze e-mails naar de lokale media te sturen en ze hadden ook ons adres gepubliceerd. Ik ken de familie Bach al heel lang. Ik wist dat het niet waar kon zijn, dat het een gemene aanval was. Maar de meeste media publiceerden de aanklacht van de families uit Oeganda. Het was steeds hetzelfde verhaal, er zat nauwelijks variatie in.’

    Wel oké

    Renee Bach: ‘Toen ik in september 2007 naar Oeganda kwam, had ik in elk geval dat white-savior-complex: ik wilde beslist helpen in het buitenland, maar had geen idee van Oeganda en kende niemand die er geweest was. Ik was nooit buiten de States geweest, alleen een keer in Canada, en had niet eens een paspoort. Toen ik aankwam, was ik behoorlijk ontdaan, maar daarna begon ik van de mensen en het land te houden, en het werk in een kindertehuis gaf me veel voldoening. Terug in de VS wilde ik absoluut weer terug naar Oeganda. Dus ik bad of ik een manier mocht vinden om de nood van de mensen in Jinja te lenigen. Eerst deelde ik tweemaal per week in een achterbuurt middageten uit aan ongeveer duizend kinderen. Na een poosje vroeg de leidster van een afdeling voor ondervoeding in het ziekenhuis van Jinja of ik een paar kinderen bij mij kon opnemen. Ik verklaarde dat wij niet gespecialiseerd waren in ondervoede kinderen. Dat was wel oké, antwoordde ze, de kinderen hadden gewoon een schone en rustige plek nodig, waar ze goed te eten kregen. Zo begonnen wij.’

    Constance Milech (54), verpleegster bij Serving His Children: ‘Er waren al snel heel veel kinderen. Renee kon zich niet met allemaal bezighouden. Na een poosje begonnen wij met artsen te werken. Ze bekeken het resultaat van ons werk en schreven op welke medicijnen een kind nodig had.’ Als je spreekt met Milech en anderen die indertijd met Renee Bach hebben gewerkt, krijg je de indruk dat het team van Serving His Children onder een voortdurende overbelasting heeft gewerkt. Alsof de vraag of iemand bevoegd was om een infuus aan te leggen nooit was opgekomen omdat er iedere dag te veel infusen aangelegd moesten worden. Iedereen die daar was, hielp. En Renee Bach, de leidinggevende, was er meestal.

    De verantwoordelijke kinderarts in het Nalufenya-kinderziekenhuis in Jinja (anoniem): ‘Onze openbare ziekenhuizen zijn volkomen overbelast en hebben gebrek aan alles. Daar is alleen plaats voor zwaar ondervoede kinderen en zodra het ze wat beter gaat worden ze weggestuurd om plaats te maken. Dat is een leemte in het systeem en die heeft Renee Bach hier in Jinja opgevuld.’ Constance Milech is sinds 2010 in dienst bij Serving His Children. Kort daarvoor had ze ontslag genomen in een ziekenhuis in Jinja; de stress was haar te veel geworden.

    De verantwoordelijke kinderarts in het Nalufenya-kinderziekenhuis in Jinja (anoniem):

    ‘In openbare ziekenhuizen is alleen plaats voor zwaar ondervoede kinderen en zodra het ze wat beter gaat worden ze weggestuurd om plaats te maken. Dat is een leemte in het systeem en die heeft Renee Bach hier in Jinja opgevuld’

    ‘Bach kwam in een vicieuze cirkel terecht. Ons zorgpersoneel is onderbetaald en overwerkt. Patiënten lijden aan de ziekte armoede. Er is veel hartstocht voor nodig om je daarmee in te laten.’

    Constance Milech, verpleegster bij Serving His Children: ‘Soms brachten moeders kinderen in kritieke toestand rechtstreeks naar ons, en niet naar een hospitaal. Die verwezen wij naar het ziekenhuis. Maar voor het transport moesten wij ze een beetje stabiliseren. En in die procedure zijn er meerdere gestorven.’

    Renee Bach:‘Tot maart 2015 heb ik nooit iets gemerkt van argwaan jegens mij. Op die dag kwam de medewerker van de Autoriteit voor Gezondheidszorg. Hij zwaaide met een papier en riep dat ik me voor arts uitgaf, dat ik 800 kinderen had gedood, dat mijn instelling geen vergunning had en geen medisch personeel. Hij gaf mij een officieel document waarin stond dat iedereen die zich na 17 uur op het terrein zou bevinden, gearresteerd zou worden. Er waren 18 kinderen bij ons. Drie in kritieke toestand. Twee hadden zuurstoftoevoer nodig, een pasgeborene woog minder dan een kilo. De moeders gingen voor mij op de knieën. Ik wilde ze niet wegsturen, maar op dat moment dacht ik dat ik geen keus had. Wij brachten de kinderen naar het ziekenhuis. Later hoorde ik dat de man van de Autoriteit onze post helemaal niet had mogen sluiten, hij had een politiebevel nodig gehad. Ik heb mezelf zo veel verwijten gemaakt! Acht van de 18 kinderen zijn binnen 72 uur gestorven.’ Een week later gaf de Autoriteit voor Gezondheidszorg Bach toestemming om haar instelling weer te openen. Enige voorwaarde: ze moest de vergunning als Health unit verlengen. In 2014 had Bach deze licentie voor het eerst aangevraagd. Tot dan toe stond slechts een ‘revalidatiecentrum’ geregistreerd. Veel moeders van kinderen die daar zijn gestorven zeggen dat ze de instelling aanzagen voor een kliniek, maar in de brief van de Autoriteit na de tussentijdse sluiting van Bachs instelling heet het dat er geen bewijs is gevonden dat Bach zich uitgaf voor arts.

    De verantwoordelijke kinderarts van het Nalufenya-kinderziekenhuis in Jinja zegt: ‘Wij zouden haar nog goed kunnen gebruiken. Om mensen te adviseren over voedingsvraagstukken en eten uit te delen hoef je niet per se een medische opleiding te hebben.’

    Renee Bach: ‘Het nieuws dat mijn instelling was gesloten ging in 2015 in Jinja heel snel rond. Ik ontdekte wie er achter de beschuldigingen zat: Kelsey Nielsen. Ik wist dat ze mij niet erg mocht. Ongeveer een jaar eerder was in haar centrum een jongen gestorven en ze hield mij verantwoordelijk voor zijn dood, omdat hij twee maanden eerder bij ons was geweest. Een paar mannen uit de ouderlingenraad van de kerk waar ik destijds lid van was, boden aan tussen ons te bemiddelen. Ze zeiden dat het niets zou opleveren als ik rechtstreeks met Kelsey zou spreken, ze was woedend. De mannen bedoelden het goed, maar ze vreesden ook dat ze eveneens slachtoffer van zulke aanvallen zouden kunnen worden. Alle witten in Jinja waren onzeker geworden en bang om partij te kiezen. In het begin dacht ik dat de zaak na een paar weken zou zijn opgelost. Maar het werd een eindeloze kwelling en deze vrouw maakte het steeds gekker. De andere missionarissen raadden ons aan onze instelling pas weer te openen als we het conflict hadden bijgelegd. Dus besloten wij een pauze in te lassen en de tijd te benutten om onze missie te overdenken. We hadden altijd zo veel te doen gehad dat we er helemaal niet aan toe waren gekomen om eens even te stoppen en ons af te vragen: hoe kunnen we effectiever werken? Heeft ons werk duurzaam effect? Het werd mij duidelijk dat er dingen misgegaan waren. Onze hoop dat de ouders van onze patiënten in hun dorpen informatie zouden geven over de ware oorzaken van de ondervoeding, was niet in vervulling gegaan. Ze vertelden de andere getroffen families niet dat ze zelf iets konden doen. Wanneer ze bij een kind de symptomen ontdekten, stuurden ze de ouders in plaats daarvan direct naar ons in Jinja toe.’

    pu8yC 1FyzLPo4lqTb8dt8fcGITo7hKkLiLVMAm64HH0R4rhncnAINuQUc8gaeTjhmBzDxlSldoPL4IB4L50JZtI0zWIiIo ES 5iuhgeTuQkD0qFbFddUpkt9opYSq83ORtmUc
    © YouTube

    Verinnerlijkt

    Wendy Lubega (27), medewerkster van de campagne @nowhitesaviors: ‘In Oeganda wordt nog altijd onderwijs gegeven met een koloniaal leerplan! Wij leren dat de Britten kwamen om ons te redden. Het schoolsysteem in Oeganda brengt ons bij dat wij zwarten slechter en minder bekwaam zijn dan de witten. Wij hebben de onderdrukking verinnerlijkt. Wij denken dat het normaal is dat wij minder zijn dan de witten. Veel mensen kunnen het zich helemaal niet veroorloven om vragen te stellen bij het gedrag van de witten. Die brengen immers het geld.’

    Wendy Lubega, wier vader een steenbakkerij bezit en die ethiek en mensenrechten studeert, werkte in een café in Kampala waar Kelsey Nielsen en Olivia Alaso elkaar vaak troffen. Toen ze ontdekte dat die twee achter het Instagramaccount zaten, vertelde ze hun dat ze aanhanger was en de vrouwen vroegen haar of ze mee wilde doen.

    Renee Bach: ‘Een jaar nadat we ons centrum gesloten hadden, werden we gevraagd of we een afdeling voor ondervoede kinderen wilden inrichten in een klein gezondheidscentrum. In juni 2017 begonnen wij in Kigandalo patiënten op te nemen. Niet veel later overhandigden werknemers mij een brief. Ze klaagden dat wij hen niet goed behandelden, dat onze Amerikaanse medewerkers betere arbeidsvoorwaarden hadden en meer verdienden, en ze dreigden dat er erge dingen zouden gebeuren als ik niet reageerde. In de twee jaar na de sluiting hadden we hun het volledige salaris doorbetaald, hoewel ze maar een dag per week werkten: ze moesten boeren voorlichten over de oorzaken van ondervoeding. Ze waren aan het goede leven gewend geraakt. Dat kan ik wel begrijpen. Ik ben toen naar de ambtenaar voor arbeidsrechtelijke kwesties in Jinja gestapt. Die raadde me aan alle werknemers te ontslaan en een schadeloosstelling te betalen. Ik bood toen iedereen aan ze te helpen bij het zoeken van een baan. Ik dacht dat we goed uit elkaar waren gegaan.’

    Constance Milech, verpleegster bij Serving His Children: ‘Sinds 2015 gingen die geruchten over Renee rond. Maar pas nadat de anderen zich van ons hadden afgewend, werd het een grote kwestie. Ook zij begonnen Renee nu erge dingen te verwijten. Ze waren woedend omdat zij ze ontslagen had. Ze stuurden journalisten op ons af die ons ongevraagd filmden. Later zag ik beelden van mijzelf op tv, waarbij een stem verklaarde: ‘Renee laat op haar afdeling nog steeds ongekwalificeerd personeel werken.’ Dat was heel pijnlijk om te zien. Ik heb lang gestudeerd, ik ben verpleegkundige en vroedvrouw, en elk jaar vernieuw ik mijn beroepsvergunning.’

    Renee Bach: ‘Een vriendin liet mij in juli 2018 het Instagramaccount @nowhitesaviors zien. Ze hadden beelden gepubliceerd van een vriendin van ons, een Amerikaanse, die net een baby had geadopteerd. Ze schreven dat het voor Afrikaanse kinderen niet gezond was om op te groeien in een witte familie. Kort daarop verscheen de eerste post over mij. Ik stuitte plotseling overal op Kelsey en Olivia, op de gekste plekken. Ik kocht een keer iets in een van de vele kleine kunstnijverheidswinkeltjes aan de hoofdstraat, toen Kelsey uitgerekend dit winkeltje binnenkwam. Na de posts op @nowhitesaviors begonnen mensen op het internet doodsbedreigingen tegen mij uit te spreken.’ In 2015 heeft Renee Bach haar eerste dochter geadopteerd; Selah uit Oeganda is nu elf jaar. Toen in de herfst van 2018 voor het eerst een foto van Bach opdook op het @nowhitesaviors account, plande Bach juist de adoptie van haar tweede dochter in de VS. In oktober 2018 wilde Bach daarvoor naar huis vliegen.

    Lauri Bach: ‘Tussen de posts over Renee ontdekten we op een avond alarmerende commentaren: wij nemen de zaken zelf ter hand. Wij weten waar ze woont. Wij weten haar te vinden. Zulke dingen. Toen heeft mijn man Renee opgebeld en gezegd: je moet meteen naar huis komen!’

    ‘Mensen hebben mijn dorpshoofd geld gegeven om te zeggen dat die vrouw een moordenares is’

    Renee Bach: ‘Het was negen uur ’s avonds. Mijn dochter zat juist met vrienden in de tuin te eten en een vriendin met liefdesverdriet lag uit te huilen op mijn bed. Eerst probeerde ik mijn vader gerust te stellen, maar toen werd ik zelf bang. Ik boekte onze tickets voor de herfst om naar de volgende ochtend. Nog voor zonsopgang verlieten we het huis richting vliegveld.’ 

    Jane Amali (29) boerin: ‘Kort nadat ik in het nieuws de berichten over Renee had gezien, werd ik bezocht door twee van haar voormalige medewerkers, samen met twee advocates. Ze drongen erop aan dat ik bekend zou maken wat ik had gezien. Ze wilden dat ik zou zeggen dat Renee kinderen doodde, dat ze mijn dochter verminkt had. Ik was heel verrast. Tante Renee heeft Patricia altijd geholpen. Ik zei: ik ga niet liegen! Later hebben mensen mijn dorpshoofd geld gegeven om te zeggen dat die vrouw een moordenares is.’

    Feit is dat Jane Amali’s dochter Patricia, nu negen jaar oud, in oktober 2011 bij Serving His Children in Jinja werd opgenomen. Op haar rechterwang draagt Patricia een groot litteken. Voormalige werknemers van Renee Bach verklaren dat dit het resultaat is van mislukte behandelingen van Renee Bach persoonlijk. Een bloedtransfusie waarvoor ze niet de (verplichte) toestemming van de familie zou hebben gevraagd, zou misgegaan zijn. Maar Jane Amali zegt dat de fout bij de behandeling in een ziekenhuis in Kampali is gebeurd.

    Jane Amali: ‘Ik heb nooit gezien dat Renee ook maar de geringste fout heeft gemaakt. Ze heeft geen injecties gegeven en geen slangen aangebracht, dat hebben verpleegsters gedaan. Renee heeft ons alleen naar het ziekenhuis gereden en alle behandelingen en medicijnen betaald die mijn dochter nodig had.’

    Hoe geloofwaardig zijn de uitspraken van Jane Amali, die niets kwaads van Renee Bach wil horen? Op haar blog Serving His Children in Oeganda publiceerde Renee Bach op 28 oktober 2011 een bijdrage over Amali’s dochter Patricia: ‘Ik diende de baby zuurstof toe, legde een intraveneus infuus aan, controleerde haar bloedsuiker, testte haar op malaria.’ Bach schrijft weliswaar niet over een bloedtransfusie, die haar voormalige medewerkers haar verwijten, maar ze heeft Patricia dus inderdaad rechtstreeks behandeld. Ze verklaart daarover dat Patricia op een zondag in haar centrum was aangekomen, toen er slechts een noodbezetting aanwezig was; daarom moest ze zelf komen. Maar ook in zulke situaties zou ze zich niet als arts hebben voorgedaan. Hoe ze zich in zulke situaties dan wel presenteerde en of de moeders van de door haar behandelde kinderen de indruk moesten krijgen dat zij een arts was, is waarschijnlijk niet meer te achterhalen.

    Karaktermoord

    David Gibbs III, advocaat van Serving His Children en een van de invloedrijkste evangelicals in de VS: ‘De mensen achter @nowhitesaviors zijn voor mij karaktermoordenaars. Ik wil verhinderen dat hun aanvallen mensen ervan weerhouden om hulp te verlenen. Uiteindelijk brengen deze mensen schade toe aan de behoeftigen van de wereld, degenen die profiteren van de hulp van organisaties als Serving His Children. Ze doen juist diegenen pijn die ze voorgeven te helpen. Ze verscherpen het racisme. Ze laten de wereld geloven dat de mensen in Oeganda te dom zijn om in te zien dat Renee Bach geen arts is.’

    Lauri Bach: ‘Sinds de berichten in de media krijgen we nauwelijks nog donaties. Driekwart van ons budget haalden we op via sociale media. Daar kunnen we niets meer over ons werk publiceren, we worden meteen aangevallen. Het is nog net voldoende om onze werknemers in Kigandalo de verzorging van ondervoede kinderen te laten voortzetten. Maar we kunnen onze medewerkers nog maar twee in plaats van drie maaltijden per dag bieden en ze geen reiskosten meer vergoeden. Renee en ik hebben al meer dan een jaar geen salaris meer gekregen.’

    De eerste tijd terug thuis leefden Renee Bach en haar geadopteerde dochter op de boerderij bij haar ouders. Een half jaar geleden, zegt Renee Bach, zijn ze drie kilometer verderop gaan wonen, in de uitgebouwde garage van een bejaarde vriendin van de familie. Bach betaalt geen huur maar zorgt elke middag, als de verzorgster pauzeert, voor de 95-jarige. Een baan heeft ze niet gevonden. In de zomer van verleden jaar had ze bijna een baantje in een tehuis voor daklozen gekregen. Maar na nieuwe berichten in de media had het tehuis niets meer van zich laten horen.

    De mediatie buiten de rechter om zal eind maart zoals te voorzien is mislukken. Advocaat David Gibbs verklaart dat de Bachs het lot van de moeders zeer betreuren, maar geen schadeloosstelling zullen betalen, noch een verontschuldiging uitspreken. Ze zouden immers geen fouten gemaakt hebben.

    Renee Bach: ‘Ik hoop dat ik ooit nog eens de diepere zin van deze geschiedenis zal begrijpen, dat ik uiteindelijk meer kan meevoelen en me beter in de levensomstandigheden van anderen kan verplaatsen. Andersom wens ik dat ook. Ik verwacht niet dat wie dan ook mij als een engel beschouwt. Ik ben gewoon een mens.’

    ‘Onze jongen, die had kunnen werken en ons had kunnen ondersteunen, is dood’

    Ziriya Namutamba, de boerin: ‘Ik verwacht een schadeloosstelling. Onze jongen, die had kunnen werken en ons had kunnen ondersteunen, is dood.’

    Peter Waiswa, arts en professor gezondheidsmanagement in Kampala: ‘Ik weet zeker dat ze wilde helpen. Mogelijk zouden die baby’s toch gestorven zijn. De sterftecijfers van kinderen met ondervoeding zijn bij ons heel hoog. Bach schijnt van haar fouten geleerd te hebben. In Kigandalo levert haar organisatie goed werk. En toch doen zich daar onder omstandigheden ook sterfgevallen voor. Voor mij is de belangrijkste les uit deze zaak: buitenlanders die naar ons toe komen, moeten weten dat de tijden veranderen. De mensen kennen tegenwoordig de wet, ze volgen wat er in de sociale media gebeurt, ze zijn zich duidelijk meer bewust van veel dingen dan vroegere generaties. Je moet erg oppassen, controleerbaar werken en je aan de regels houden.’

    Primah Kwagala, advocate: ‘Het is een strategische zaak. Het gaat niet alleen om de moeders, het gaat om de strijd tegen racisme. Dit geval kan de samenleving wakker schudden.’

    Wendy Lubega: ‘Wie wil helpen, moet eerst luisteren. Je mag niet denken dat je al weet wat het beste is voor de mensen die je wilt helpen. Ze weten zelf het beste hoe ze hun problemen kunnen oplossen. Ze hebben ondersteuning nodig om hun eigen ideeën te verwerkelijken en initiatieven van de grond te krijgen.’

    Wake-upcall

    Primah Kwagala, advocate: ‘Als er een witte komt, geloven wij automatisch dat die vooruitgang brengt. Deze zaak is een wake-up call. We mogen ons niet meer laten beheersen.’

    Wendy Lubega, medewerkster van de campagne #nowhitesaviors: ‘Witten moeten ook van de zwarte mensen willen leren. De wereld wordt alleen rechtvaardiger wanneer we de individuele mens achter het stereotype zien.’

    In wezen lijkt het in het proces dat op 2 april in afwezigheid van Renee Bach zal beginnen niet zozeer te gaan om de vraag of Bach haar bevoegdheden te buiten is gegaan en of de moeders een schadeloosstelling moeten krijgen. De zaak is veeleer een aantasting van het systeem dat Bach en de moeders beiden belichamen. Een systeem waarin witte mensen menen de wereld te moeten redden en zwarten dat niet ter discussie stellen. Waarin een witte die zich bekommert om zwarte kinderen automatisch competent lijkt. En waarin kinderen van zwarte families niet als patiënten maar als slachtoffers worden behandeld. Een systeem dat de akelige omstandigheden in landen als Oeganda echter niet verandert.

    Veronica Frenzel en Anne Ackermann, de verslaggeefster en de fotografe, hadden een wagen met vierwielaandrijving gehuurd, maar bleven op hun ritten naar de betreffende families desondanks meermalen in de modder steken. Toen ze de weg zochten naar Twalali’s grootmoeder vroeg een boer met een blik op de twee vrouwen aan hun tolk Jolley Semei: ‘Komen die geld brengen?’

    Ngo’s in Oeganda

    Sinds 1989 werden meer dan 14000 hulporganisaties in Oeganda aangemeld.

    In de zomer van 2019 heeft de Oegandese regering alle hulporganisaties verzocht hun registratie te vernieuwen. Het grootste deel ervan was helemaal niet meer actief; iets meer dan 3000 organisaties gaven gehoor aan het verzoek.

    2000 organisaties hebben aan de formele verplichtingen voldaan, 400 daarvan zijn in het buitenland gevestigd. Het Oegandese ministerie van Binnenlandse Zaken laat weten dat de regering zo het werk van de ngo’s beter wil controleren.

    De advocate Primah Kwagala interpreteert het verzoek om hernieuwde registratie als een reactie op de aanklacht tegen Renee Bach en Serving His Children. Maar mensenrechtenactivisten klagen ook dat de registratie-actie onwelgevallige ngo’s moet tegenhouden, bijvoorbeeld die welke zich inzetten voor LHBTI-rechten of die welke het werk van de regering bekritiseren.

    De rechtszaak

    Bach en de liefdadigheidsinstelling – Serving His Children – zijn in juli 2020 gezamenlijk overeengekomen ongeveer $ 9.500 te betalen aan elk van de moeders, zonder enige erkenning van aansprakelijkheid.

    Primah Kwagala, een Oegandese burgerrechtenadvocaat wiens organisatie in januari vorig jaar namens de moeders een aanklacht indiende, zei dat de schikking in overeenstemming was met de typische rechterlijke uitspraken over doodszaken wegens medische wanpraktijken in Oeganda en dat het haar cliënten vooral om ‘closure’ gaat.

  • Waarom we later en minder kinderen krijgen – terwijl we ze wel graag willen

    Waarom we later en minder kinderen krijgen – terwijl we ze wel graag willen

    Wereldwijd vertonen de vruchtbaarheidscijfers al enkele decennia een dalende lijn. De oorzaak moeten we zoeken in economische en sociale omstandigheden, die als onzichtbaar voorbehoedsmiddel dienen, schrijft Anna Louie Sussman. Een verklaring van de zogeheten voorplantingsmalaise.

    Keuze uit ons archief

    Nu bevolkingsrijke landen als China en India een steeds grotere middenklasse krijgen, daalt ook het wereldwijde geboortecijfer. Na het loslaten van de eenkindpolitiek in 2015, heeft China onlangs zelfs de driekindpolitiek ingevoerd om bevolkingskrimp te voorkomen. Maar zoals dit artikel van South China Morning Post stelt, zijn veel Chinese stellen door sociaal-economische factoren huiverig om een derde kind te nemen.

    Wat de grondslag achter dezelfde aarzeling in de westerse wereld om kinderen te nemen is, legt Anna Louie Sussman van The New York Times scherp bloot. Want het lage geboortecijfer ligt niet aan de afwezigheid van een kinderwens, zo schrijft Sussman, maar aan ‘het onvermogen van overheden en werkgevers om de combinatie werk en gezin mogelijk te maken; van de hele gemeenschap om de klimaatcrisis het hoofd te bieden zodat het stichten van een gezin geen onverantwoorde keuze lijkt; van de in toenemende mate ongelijke mondiale economie. In dit licht bezien is het krijgen van minder kinderen niet eens zozeer een keuze als wel een wrange consequentie van een aantal stuitende omstandigheden.’

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 175 van 360 Magazine, februari 2020.

    In het najaar van 2015 doken ineens overal in Kopenhagen posters op. Op een ervan stond met grote, roze letters, dwars over een afbeelding van eendeneieren: ‘Heeft u vandaag uw eieren al geteld?’ Op een andere poster – een blauwige close-up van menselijk sperma – stond de vraag: ‘Zwemmen ze wel hard genoeg?’

    De posters, die deel uitmaakten van een campagne van de gemeenteraad om jonge Denen te herinneren aan het gestage tikken van hun biologische klok, viel niet bij iedereen in de smaak. De campagne werd bekritiseerd omdat jonge vrouwen gelijk zouden worden gesteld aan fokvee. De timing was ook niet al te gelukkig: Denen aanmoedigen om meer kinderen te krijgen terwijl op de televisie voortdurend beelden zijn te zien van Syrische vluchtelingen die door Europa trekken, riekt onbedoeld naar nativisme.

    © Getty Images
    © Getty Images

    Als er een land bestaat waarvan je zou verwachten dat het er wemelt van de baby’s, is het Denemarken wel. Het is een van de rijkste landen van Europa. Jonge ouders krijgen twaalf maanden doorbetaald ouderschapsverlof en de kinderopvang wordt zwaar gesubsidieerd. Vrouwen onder de veertig kunnen door de overheid betaalde ivf-behandelingen krijgen. Toch houdt het Deense geboortecijfer, met 1,7 kind per vrouw, min of meer gelijke tred met dat van de Verenigde Staten. Er is sprake van een voortplantingsmalaise in dit verder zo gelukkige land.

    Het zijn niet alleen de Denen. Wereldwijd vertonen de vruchtbaarheidscijfers al enkele decennia een dalende lijn – in landen met een gemiddeld inkomen, in arme landen, maar ook, en dat wekt misschien nog wel de meeste verbazing, in rijke landen.

    Kleine gezinnen

    Economische voorspoed gaat wel vaker hand in hand met een afnemende vruchtbaarheid en dat hoeft niet per se een slechte ontwikkeling te zijn. In het gunstigste geval betekent het betere scholing en betere kansen op de arbeidsmarkt voor vrouwen, een bredere acceptatie van de keuze om kinderloos te blijven en een hogere levensstandaard.

    Maar in het ergste geval is het een blijk van onvermogen: van overheden en werkgevers om de combinatie werk en gezin mogelijk te maken; van de hele gemeenschap om de klimaatcrisis het hoofd te bieden zodat het stichten van een gezin geen onverantwoorde keuze lijkt; van de in toenemende mate ongelijke mondiale economie. In dit licht bezien is het krijgen van minder kinderen niet eens zozeer een keuze als wel een wrange consequentie van een aantal stuitende omstandigheden.

    In de VS is de kloof tussen het aantal kinderen dat mensen willen en het aantal kinderen dat ze in werkelijkheid krijgen, groter dan in de afgelopen veertig jaar

    Uit onderzoeksgegevens over enkele tientallen jaren blijkt dat mensen steeds vaker de voorkeur geven aan een klein gezin. Maar ook wordt duidelijk dat in het ene na het andere land de feitelijke vruchtbaarheidscijfers sneller dalen dan de opvattingen over de ideale gezinsgrootte rechtvaardigen.

    In de Verenigde Staten is de kloof tussen het aantal kinderen dat mensen willen en het aantal kinderen dat ze in werkelijkheid krijgen, groter dan in de afgelopen veertig jaar. De Organization for Economic Cooperation and Development heeft onderzoek gedaan in 28 verschillende landen. In 2016 wilden vrouwen gemiddeld een gezin met 2,3 kinderen en mannen wilden een gezin met 2,2 kinderen. Maar slechts weinigen wisten dat te realiseren. Iets weerhoudt ons ervan het gezin te stichten dat we willen. Maar wat is dat dan precies?

    Op die vraag zijn er net zoveel antwoorden als er mensen zijn die er al dan niet voor kiezen zich voort te planten.

    Op landelijk niveau zijn er verschillende verklaringen voor wat demografen een ‘achterblijvende vruchtbaarheid’ noemen, variërend van de opvallende afwezigheid van gezinsvriendelijk beleid in de Verenigde Staten tot genderongelijkheid in Zuid-Korea tot een hoge werkloosheid onder jongeren in heel Zuid-Europa. Dat heeft geleid tot zorgen over publieke gelden en de stabiliteit van de arbeidsmarkt en in sommige gevallen heeft het bijgedragen aan een opkomende xenofobie.

    Maar dat gaat allemaal voorbij aan het grotere plaatje.

    screenshot 2020 02 19 at 14 35 53

    ‘Laatkapitalisme’

    Onze huidige versie van het mondiale kapitalisme – waaraan maar weinig landen en individuen kunnen ontsnappen – heeft ertoe geleid dat sommige mensen stuitend rijk zijn, terwijl vele anderen met moeite het hoofd boven water weten te houden.

    Deze economische omstandigheden genereren sociale condities die niet bevorderlijk zijn voor het stichten van een gezin: onze werkweek is langer en ons inkomen is lager, waardoor we minder tijd en geld hebben om iemand te ontmoeten, diegene beter te leren kennen en verliefd te worden. Onze steeds competitievere maatschappij vereist dat kinderen veel aandacht krijgen en dure opleidingen volgen, waardoor we ons meer en meer gaan afvragen wat voor toekomst we een kind kunnen bieden. Een leven vol moderne media drijft ons juist in een andere richting: scholing, werk, reizen.

    Naast deze economische en sociale dynamiek is er nog de verslechtering van onze leefomgeving, op manieren die het krijgen van kinderen niet bepaald bevorderen: steeds meer chemicaliën en giffen sijpelen ons lichaam binnen, verstoren onze endocriene systemen. Het lijkt erop dat er altijd wel een deel van de bewoonde wereld is dat in brand staat of is ondergelopen.

    Wie zich zorgen maakt over de teruglopende geboortecijfers omdat ze het sociale vangnet dreigen te ondergraven of omdat er in de toekomst niet voldoende arbeidskrachten zullen zijn, ziet over het hoofd waar het werkelijk om gaat: de dalende geboortecijfers zijn een symptoom van iets veel ingrijpenders.

    Het lijkt duidelijk dat het ‘laatkapitalisme’, zoals wij het noemen – dus niet alleen het economische systeem, maar alle bijbehorende vormen van ongelijkheid en vernedering, kansen en absurditeiten – de voortplanting dwarsboomt. Over de hele wereld functioneren de economische en sociale omstandigheden, en het milieu, als een vrijwel onzichtbaar voorbehoedsmiddel. En ja, dat fenomeen doet zich zelfs voor in Denemarken. De Denen hebben niet te kampen met de verschrikkingen van de Amerikaanse studentenschulden, onze torenhoge ziektekostenrekeningen of het ontbreken van fatsoenlijke regelingen voor ouderschapsverlof. Studeren is gratis. De inkomensverschillen zijn relatief klein. Om kort te gaan: veel van de factoren die jonge Amerikanen ervan weerhouden een gezin te stichten spelen in Denemarken domweg geen rol.

    De sociale acceptatie van vrijwillige kinderloosheid is zonder meer een stap in de goede richting, zeker voor vrouwen

    Toch gaan ook veel Denen gebukt onder de sombere gevoelens die het laatkapitalisme zelfs in rijke, egalitaire landen met zich meebrengt. De Denen hoeven zich geen zorgen te maken over hun primaire levensbehoeften en de kansen liggen voor het oprapen, maar ondertussen hebben ze toch moeite met alle beloften en de druk van hun schier onbeperkte vrijheid, waardoor het krijgen van kinderen op de lange baan wordt geschoven, of wordt gezien als een onaangename verstoring van een leven dat een heel ander soort genoegens en beloningen biedt – een interessante carrière, esoterische hobby’s, exotische vakanties.

    Natuurlijk zijn er veel mensen die ervoor kiezen om geen kinderen te krijgen, en de sociale acceptatie van vrijwillige kinderloosheid is zonder meer een stap in de goede richting, zeker voor vrouwen. Maar de stijging van het aantal vruchtbaarheidsbehandelingen in Denemarken en enkele andere landen (zoals Finland, waar het aantal kinderen dat met behulp van vruchtbaarheidsbehandelingen ter wereld is gekomen in minder dan
    tien jaar bijna is verdubbeld; in Denemarken gaat het om ongeveer een op de tien geboorten) suggereert dat dezelfde mensen die kinderen als een belemmering zien, ze uiteindelijk toch vaak willen.

    ‘Solomors’

    Kristine Marie Foss, een netwerkspecialist en eventmanager, had bijna haar kans voorbij laten gaan om moeder te worden. Foss, een elegante vrouw van vijftig met een innemende glimlach, heeft er altijd van gedroomd om de ware te vinden, maar met geen van haar vriendjes hield het lang stand. Ze is heel lang single geweest. Toen ze in de dertig en in de veertig was, werkte ze als interieurarchitect en heeft ze verschillende sociale netwerken opgezet (waaronder eentje voor singles, toen het nog niet ‘cool was om single te zijn’). Ze is veel vriendschappen aangegaan en heeft die verdiept.

    Pas op haar negenendertigste realiseerde ze zich dat het misschien wel eens tijd werd om serieus over kinderen te gaan nadenken. Bij een routinebezoekje aan de gynaecoloog dacht ze ineens tot haar eigen verbazing: ‘Als ik straks vijftig of zestig ben en ik heb geen kinderen, zal ik mezelf dat nooit vergeven,’ aldus Foss, die inmiddels moeder is van twee kinderen, van negen en zes, met behulp van een spermadonor. Foss maakt nu onderdeel uit van wat de Denen ‘solomors’ noemen, moeders die bewust single zijn, een groep die steeds groter is geworden sinds 2007, toen de Deense regering besloot ivf-behandelingen voor alleenstaande moeders te vergoeden.

    Er zijn mensen die de schuld voor de afnemende vruchtbaarheid op de een of andere manier bij de vrouwen proberen te leggen – omdat ze een egoïstische keuze zouden maken door het moederschap te schuwen, of omdat ze zich scharen achter een feministische visie die zich verzet tegen de beperkte rol van de vrouw. Maar het instinct om te onderzoeken hoe het leven eruitziet zonder kinderen, is niet voorbehouden aan vrouwen. In Denemarken zal een op de vijf mannen nooit vader worden, een percentage dat vergelijkbaar is met de Verenigde Staten.

    Anders Krarup is een 43-jarige softwareontwikkelaar uit Kopenhagen die onlangs zijn liefde voor vissen heeft herontdekt. In het weekend rijdt hij vaak naar de kust van Seeland, waar hij op zeeforel vist. Als hij niet met zijn start-up bezig is, gaat hij met vrienden naar een concert. Een gezin hoeft van hem niet zo nodig. ‘Ik ben heel tevreden met het leven dat ik nu leid,’ zegt hij.

    Zijn al deze keuzemogelijkheden niet precies wat het kapitalisme ons voorhield? We kregen voorgespiegeld dat we met de juiste opleiding, het juiste arbeidsethos en de juiste visie beroepsmatig succes konden behalen en een inkomen zouden kunnen vergaren dat we konden gebruiken om uit te groeien tot de meest interessante, cultureel ontwikkelde, uitgebalanceerde versie van onszelf. Ons werd te verstaan gegeven dat dit alles – leren, werken, creëren en reizen – belangrijk was en voldoening zou schenken.

    Trent MacNamara, verbonden aan de geschiedenisfaculteit van de Texas A&M University, houdt zich al een jaar of tien bezig met de opvattingen over vruchtbaarheid en het gezin. Economische omstandigheden zijn slechts een deel van het plaatje, merkt hij op. Wat misschien wel veel belangrijker is, zijn ‘de kleine morele signalen die we elkaar geven’, schrijft hij in een artikel dat nog moet uitkomen. Het gaat om ‘signalen die hun wortels vinden in bredere opvattingen over waardigheid, identiteit, transcendentie en betekenis’. In de moderne maatschappij hebben we andere manieren gevonden om betekenis te geven, identiteiten te vormen en ons te verhouden tot transcendentie.

    ’Binnen deze context’, aldus MacNamara, lijkt het krijgen van kinderen misschien niet veel meer dan een ‘wat wereldvreemde lifestylekeuze’, bij gebrek aan sociale signalen die het idee uitdragen dat het ouderschap mensen verbindt met ‘iets wat op een unieke manier waardig, waardevol en transcendent is’. Die signalen zijn steeds lastiger op te pikken of uit te zenden in een seculiere wereld waarin een kapitalistische ethiek – onttrekken, produceren, optimaliseren, verdienen, bereiken, groeien – de boventoon voert. Op plekken waar een ander waardesysteem prevaleert, kunnen nog altijd veel kinderen worden geboren. In de Verenigde Staten zie je bijvoorbeeld dat in gemeenschappen van orthodoxe of chassidische joden, mormonen en mennonieten, het geboortecijfer veel hoger is dan het landelijk gemiddelde.

    screenshot 2020 02 19 at 14 36 14

    Zingeving

    Lyman Stone, een econoom die onderzoek doet naar populaties, wijst op twee karakteristieken van het moderne bestaan die verband houden met lage geboortecijfers: het opkomende workism – een term die is gemunt door Derek Thompson, een schrijver van The Atlantic – en de afnemende religiositeit. ‘Mensen hebben een verlangen naar zingeving,’ aldus Stone. Zonder religie gaan mensen op zoek naar externe bevestiging, bijvoorbeeld in werk, dat ‘inherent nadelig is voor de vruchtbaarheid’ wanneer het een dominante culturele waarde wordt.

    Denemarken is geen land van workaholics, zegt hij, maar het land is wel in hoge mate seculier. In Oost-Azië, waar het vruchtbaarheidscijfer tot een van de laagste ter wereld behoort, geldt het allebei. In Zuid-Korea heeft de regering belastingmaatregelen ingevoerd om het krijgen van kinderen te stimuleren en men heeft de kinderopvang toegankelijker gemaakt. Maar door de combinatie van ‘excessief workism’ en het vasthouden aan de traditionele rolverdeling is het ouderschap er niet makkelijker op geworden, en het is met name een onaantrekkelijk perspectief voor vrouwen, die thuis een tweede baan wacht.

    Er is een enorm verschil tussen het leven in het kleine Denemarken, met de goede sociale voorzieningen en een grote mate van gendergelijkheid, en het leven in China, waar het sociale vangnet niet zo sterk is en vrouwen stelselmatig worden gediscrimineerd. Toch hebben beide landen een geboortecijfer dat de bevolking steeds meer doet krimpen.

    Denemarken laat zien hoe de kapitalistische waarden van individualisme en zelfverwezenlijking ook voet aan de grond kunnen krijgen in een land waar de ergste gevolgen ervan zijn afgevlakt. China daarentegen is een voorbeeld van een land waar diezelfde waarden de concurrentiestrijd zodanig aanwakkeren dat ouders het water aan de lippen voelen staan en termen gebruiken als ‘winnen vanaf de start’, waarmee wordt bedoeld dat ze hun kinderen al op zo vroeg mogelijke leeftijd zo veel mogelijk kansen willen geven. (Dat kan ver gaan: een onderzoeker vertelde me dat er zelfs ouders zijn die de bevruchting timen vanwege de toelating tot bepaalde scholen.)

    Het instinct om te onderzoeken hoe het leven eruitziet zonder kinderen is niet voorbehouden aan vrouwen

    Na tientallen jaren een eenkindpolitiek te hebben gevoerd heeft de Chinese regering in 2015 laten weten dat elk echtpaar twee kinderen mag krijgen. Ondanks deze maatregel is het geboortecijfer nauwelijks gestegen. In 2018 was het geboortecijfer in China 1,6.

    De Chinese overheid heeft lang gezocht naar manieren om de bevolking te sturen, om de kwantiteit te verkleinen teneinde de ‘kwaliteit’ te vergroten. Deze inspanningen richten zich meer en meer op wat Susan Greenhalgh, die aan Harvard onderzoek doet naar de Chinese samenleving, ‘het cultiveren van wereldburgers’ noemt, door middel van scholing en opleiding, als middel voor de Chinese bevolking en het land als geheel om een belangrijke rol te spelen in de mondiale economie.

    In de jaren tachtig van de vorige eeuw, zegt Greenhalgh, werd het opvoeden van kinderen in China meer en meer geprofessionaliseerd, volgens richtlijnen die werden opgesteld door experts op het gebied van onderwijs, gezondheidszorg en pedagogiek. Vandaag de dag is het grootbrengen van een kwaliteitskind niet langer alleen een kwestie van de nieuwste opvoedadviezen volgen; het gaat ook om de bereidheid er zoveel geld in te steken als maar nodig is.

    screenshot 2020 02 19 at 14 36 46

    Kwaliteitskind

    ‘Dit concept van het kwaliteitskind, een kwaliteitsmens, is doorgedrongen in de taal van de markt,’ zegt ze. ‘Het laat zich vertalen als: “Wat kunnen we voor het kind kopen? We moeten een piano in huis halen, we moeten dansles betalen, we moeten een Amerikaanse uitwisseling bekostigen.”’

    In gesprekken met jonge Chinezen die veel baat hebben gehad bij alles wat hun ouders in hen hebben geïnvesteerd, hoorde ik de woorden doorklinken van hun Deense leeftijdsgenoten. Wie over de juiste diploma’s beschikt, heeft de afgelopen decennia kansen gekregen waar zijn of haar ouders nooit van hadden kunnen dromen, en in vergelijking daarmee lijkt het krijgen van kinderen een zware last.

    ‘Ik heb het gevoel alsof ik nog maar net ben afgestudeerd, alsof ik nog maar net ben begonnen met werken,’ zegt Joyce Yuan, een 27-jarige tolk uit Beijing, die graag een MBA-opleiding wil gaan volgen buiten China. ‘Ik heb nog steeds het gevoel dat ik aan het begin van mijn leven sta.’

    De factoren die een negatieve invloed hebben op de vruchtbaarheid doen zich in het hele land gelden: op het platteland, waar nog altijd 41 procent van de bijna 1,4 miljard Chinezen woont, staat men niet te popelen om een tweede kind te nemen, en beleidsmakers lijken daar weinig tegen te kunnen uitrichten. Nadat de centrale overheid in 2013 besloot dat echtparen in het geval dat een van beide partners zelf enig kind was dispensatie konden krijgen om twee kinderen op de wereld te zetten, dienden in de hele provincie Xuanwei – een gebied met zo’n 1,25 miljoen inwoners – in de eerste drie maanden slechts 36 mensen daartoe een aanvraag in. ‘De ambtenaren die zijn belast met gezinsplanning wijten dit aan de economische druk die jonge mensen voelen,’ valt te lezen in een onderzoek naar China en vruchtbaarheid.

    In stedelijke omgevingen zijn veel scholings- en carrièremogelijkheden, en er heerst dan ook een veel competitievere sfeer. Maar overal in het land reageren echtparen op de druk van de hyperkapitalistische Chinese economie, waar mensen hun hele leven op z’n kop moeten zetten wanneer ze een kind krijgen en dat kind op het juiste pad willen zetten – het verkeerde pad betekent een moeizaam bestaan vol onzekerheid.

    Mijn eigen ervaring als Amerikaanse is in bepaalde opzichten Deens, in andere opzichten Chinees. Ik ben een van de gelukkigen: dankzij beurzen en de ongekende offers die mijn moeder heeft gebracht, heb ik kunnen studeren zonder een schuld op te bouwen. Tot ongeveer mijn dertigste heb ik in die zin redelijk onbekommerd kunnen werken en in het buitenland kunnen studeren. Ondertussen heb ik twee masters gehaald en een mooie, zij het niet echt rendabele carrière opgebouwd. Toen ik tegen de dertig liep, hoorde ik over de mogelijkheid eitjes te laten invriezen. Het leek een geheim wapen, waarmee ik de beslissing voor me uit kon schuiven óf en wanneer ik kinderen wilde – een soort absolutie voor al die jaren die ik in het buitenland had gezeten zonder al te veel moeite te doen een partner te vinden.

    Tientallen jaren lang zijn mensen die net zoveel geluk hebben gehad als ik betrekkelijk ongevoelig geweest voor de zorgen van de jongeren van nu. Maar ineens worden we geconfronteerd met veel van de problemen waar vrouwen uit de arbeidersklasse, en met name vrouwen van kleur, al veel langer mee hebben te kampen. Deze vrouwen hadden vaak verschillende baantjes zonder enige vorm van zekerheid, zonder sociaal vangnet, en ze hebben kinderen moeten grootbrengen in gemeenschappen met vervuild drinkwater of met scholen die onvoldoende budget hadden. Ook vandaag de dag hebben ouders uit de middenklasse een structureel tijdgebrek, worden ze geweerd uit de buurten met de betere scholen en maken ze zich zorgen over plastic en milieuverontreiniging.

    artboard 1

    In de jaren negentig van de vorige eeuw ontwikkelden zwarte feministen die met bovenstaande omstandigheden werden geconfronteerd, het analytische kader dat bekend is komen te staan als reproductive justice (reproductieve rechtvaardigheid), een benadering die verder gaat dan de reproductieve rechten zoals die gewoonlijk worden begrepen – het recht op abortus en voorbehoedsmiddelen. Reproductive justice omvat ook het recht om op een humane wijze kinderen te krijgen: om ‘kinderen te krijgen, of geen kinderen te krijgen, en de kinderen die we hebben in een veilige en stabiele omgeving groot te brengen’, om de woorden te gebruiken van het collectief SisterSong.

    Het concept reproductive justice werd niet altijd helemaal begrepen, of toegejuicht, door mainstreamgroeperingen die zich bezighouden met reproductieve rechten (Loretta Ross, een van de oprichters van de beweging, zei dat een focusgroep uit de begindagen meende dat het iets van doen had met een eerlijke beloning voor kopieerbedrijven). Maar doordat er steeds meer sprake is van reproductieve onrechtvaardigheid zou de beweging wel eens aan kracht kunnen gaan winnen. ‘Wit Amerika ervaart nu de gevolgen van het neoliberale kapitalisme die de rest van Amerika altijd al heeft gevoeld,’ aldus Ross.

    Er ligt een voortplantingscrisis op de loer, en wie goed kijkt ziet overal de tekenen. Je ziet het aan de geboortecijfers die elk jaar weer een nieuw dieptepunt bereiken. Je ziet het aan de aanhoudende stroom onderzoeken die aantonen dat er een verband is tussen enerzijds onvruchtbaarheid en lage geboortecijfers en anderzijds vrijwel alle facetten van het moderne bestaan – fastfoodverpakkingen, luchtvervuiling, bestrijdingsmiddelen. Je ziet het aan de verlangende blik in de ogen van je vrienden die naar hun eerste kind kijken dat zoet zit te spelen in hun te kleine appartement, en zeggen: ‘We zouden er dolgraag nog eentje willen, maar…’ Je ziet het aan al die mensen die de top proberen te bereiken en tot de pijnlijke constatering komen dat de lat te hoog ligt.

    Vanuit dit perspectief bezien zou het debat over voortplanting even prangend kunnen – of moeten – zijn als het debat over klimaatverandering. We realiseren ons pas hoe machtig de natuur is nu het te laat is, we hebben pas oog voor de unieke schoonheid van de natuur nu ze in brand staat.

    ‘Ik zie veel parallellen tussen het kantelpunt dat mensen in hun eigen leven ervaren waar het gaat om de vraag of ze zich willen voortplanten in deze kapitalistische maatschappij en het lot van de aarde in deze kapitalistische wereld, zoals dat in bredere, meer existentiële gesprekken terugkomt,’ aldus Sara Matthiesen, een historica verbonden aan de George Washington University. Binnenkort verschijnt er een boek van haar hand over het stichten van een gezin in de tijd na Roe versus Wade (de uitspraak van het Amerikaanse Hooggerechtshof, in 1973, die abortus in de VS legaliseerde). Het lijkt erop dat steeds meer mensen in de hoek worden gedrukt van: ‘Oké, dit normen-en-waardenstelsel wordt letterlijk onze dood.’

    Individualisme

    De klimaatcrisis heeft het verraderlijke debat over geboortebeperking nieuw leven ingeblazen, maar tegelijkertijd ook geleid tot een nieuwe golf van activisme, geboren uit het besef dat er sprake is van een innige verstrengeling van deze twee wezenlijke componenten van het leven – voortplanting en de gezondheid van onze planeet – en dat gezamenlijk optreden is vereist om beide te waarborgen.

    De eerste stap is afstand nemen van het individualisme dat het kapitalisme zo hoog in het vaandel heeft staan, en inzien dat we van elkaar afhankelijk zijn willen we op lange termijn overleven. We rekenen erop dat ons drinkwater schoon is, en onze rivieren rekenen erop dat wij ze niet verontreinigen. We vragen onze buren om voor onze hond en de planten te zorgen als we op vakantie gaan, en bieden aan om dat ook voor hen te doen. We huren onbekenden in om onze kinderen of onze bejaarde ouders te verzorgen en we vertrouwen erop dat die onbekenden competent en zorgzaam zijn. We betalen belasting en hopen dat de politici die wij kiezen dat geld gebruiken om te zorgen dat de wegen worden onderhouden, de scholen openblijven en de nationale parken worden beschermd.

    Al deze betrekkingen – tussen mensen onderling en tussen mens en natuur – zijn het bewijs van de onderlinge afhankelijkheid die de kapitalistische logica ons wil laten loochenen.

    Voortplanting is de ultieme erkenning van onderlinge afhankelijkheid. Er zijn tenminste twee mensen voor nodig. We worden voldragen in het lichaam van een ander mens en we komen ter wereld met hulp van artsen of vroedvrouwen of familieleden. We groeien op in omgevingen en gemeenschappen die bepalend zijn voor onze gezondheid, onze veiligheid en onze normen en waarden. We moeten concrete manieren zien te vinden om deze onderlinge afhankelijkheid te erkennen en we moeten alles op alles zetten om die te versterken. 

    Schermafbeelding 2021 06 04 om 11.18.51 1
  • Vijftien,  hoogbegaafd en pedofiel

    Vijftien, hoogbegaafd en pedofiel

    Toen Leon twaalf was, vond zijn moeder plaatjes van kleine kinderen in ondergoed op zijn computer. Nu is Leon vijftien en volgt hij een therapie voor pedofiele jongeren. Het verhaal van een gezin dat altijd op scherp staat.

    Keuze uit het archief

    Verhalen over pedofilie en kinderporno houden de laatste jaren de media in de greep. Geen wonder, voor veel mensen is niets erger dan wanneer iemand zich vergrijpt aan een kwetsbaar en onschuldig kind. Door die maatschappelijke afschuw is een nieuw fenomeen ontstaan dat eveneens veel media-aandacht krijgt: de pedojager, een bezorgde burger die het recht in eigen hand neemt en al dan niet veroordeelde pedofielen opzoekt en mishandelt. Er wordt maar weinig geschreven over de dader zelf, en over mensen die pedoseksuele gevoelens hebben – want lang niet iedere pedofiel gaat over tot aanranding.
    Süddeutsche Zeitung publiceerde een aantal jaar geleden een aangrijpende longread over de vijftienjarige Leon, die in therapie is vanwege zijn gevoelens voor kleine meisjes. De Duitse krant volgde hem en zijn gezin een half jaar lang en deed uitgebreid en genuanceerd verslag, zonder veroordeling. Wie weet volgt er, nu Leon ouder is, ooit een follow-up-artikel.

    Bij pedofilie zijn er verschillende seksuele oriëntaties: zo voelt Leon zich alleen aangetrokken tot meisjes, anderen alleen tot jongens. Als Leon uitlegt wat voor soort meisjes hij leuk vindt, beschrijft hij Maja, zijn buurmeisje. Hij heeft het over haar kroeshaar en haar gave, zachte huid, en eigenlijk is daar niets mis mee. Maar Leon is vijftien en Maja vijf. Vandaar het probleem.

    Leon heeft wat artsen bij jongeren onder de zestien ‘seksuele interesse voor prepuberale lichaamsvormen’ noemen. Hijzelf gebruikt liever het begrip voor volwassenen: pedofilie. Dat met die interesse vindt hij te ingewikkeld. Leon is een pragmaticus. De therapie die hij volgt is gratis en er is zwijgplicht: ook de zorgverzekering komt er niets van te weten.

    Verder is hij een jongen van vijftien die opgroeit in een dorp in de buurt van Maagdenburg en nu al groter is dan zijn moeder en haar partner. Zijn moeder, Julia Büchner, denkt na voor ze iets zegt. Leon denkt nauwelijks na, hij heeft altijd zijn woordje klaar. Als hij praat doen zijn gedachten en zijn mond een wedstrijdje wie het snelst is en soms struikelt hij over zijn woorden. Hij kan je uitleggen wat de snelheid van het licht betekent en twijfelt of hij op het gymnasium wel over zal gaan naar de volgende klas. Hij heeft sluik, bruin haar en waar over niet al te lange tijd zijn baard zal groeien, is zijn smalle gezicht wat donkerder. Zijn moeder is geblondeerd en heeft een rond gezicht. Soms ziet ze er erg moe uit voor een vrouw van midden dertig, tot ze begint te praten. Leon ziet er alleen moe uit als hij met zijn beste vriend Jannis tot drie uur in de nacht Halo heeft gespeeld op zijn Xbox.

    Details aan de hand waarvan het gezin van Leon geïdentificeerd zou kunnen worden, zoals namen, beroep en woonplaats, zijn in dit artikel veranderd.

    ‘Fase’

    Een vrijdagavond, voorjaar 2018. Over een maand wordt Leon zestien, dan wil hij met Jannis aan de zuip gaan. Hij is nu een jaar in therapie vanwege zijn pedofilie. Hij stelt voor een spelletje te gaan doen. Dat doet hij in het weekend vaak, hij blijft thuis en doet een bordspel of speelt op zijn Xbox. Of hij gaat naar Jannis, daar spelen ze op diens computer. Hij houdt niet van feestjes en bovendien is hij vrijdags na therapie vaak moe. Scotland Yard, schreeuwt Leon vanuit de gang. Nee, schreeuwt zijn moeder 
uit de keuken terug, dan doet ze niet mee, dat vindt ze stom. Bij de familie Büchner wordt even vaak geschreeuwd als gezwegen. Marcel, Julia’s partner, staat in de keuken de goulash voor zaterdag klaar te maken, hij heeft 
nachtdienst en moet straks weg. Als het over pedofilie gaat houdt hij zich erbuiten. Leon 
en zijn moeder besluiten tot Kolonisten van Catan. Omdat je daar minstens drie spelers voor nodig hebt, wordt de verslaggeefster ook ingeschakeld.

    In de woonkamer heeft alles zijn plaats, er slingert niets rond, de tafel is nieuw en glimmend wit. Als Julia Büchner daar zo zit en vertelt hoe ze heeft ontdekt dat Leon in jongere, veel jongere meisjes is geïnteresseerd, praat 
ze met veel distantie, alsof ze het verhaal al duizend keer heeft verteld, en bovendien heeft ze het in haar hoofd minstens even vaak 
herhaald. Het was in de zomer van 2014, Leon was twaalf. Zijn moeder vond op de laptop, die voor het hele gezin is bedoeld, afbeeldingen van argeloos poserende vijf-, zesjarige meisjes in hun ondergoed. Afbeeldingen die iedereen kan vinden die op Google zoekt met de trefwoorden ‘meisje ondergoed’, ‘meisje badpak’, ‘meisje, vier, vijf, zes jaar’. Julia Büchner verdacht haar partner Marcel. Ze schreeuwde tegen hem. Hij overtuigde haar ervan dat hij het niet geweest kon zijn. Leon had de laptop de laatste keer meegenomen naar zijn kamer. Hij moest naar de plaatjes gezocht hebben. Leon gaf het toe. Toen was het Marcels beurt om te gaan schreeuwen.

    Leons moeder ging met haar zoon naar een kinderpsycholoog, die haar uitlegde dat het een fase was. Waarom zou iemand van twaalf naar plaatjes van volwassenen kijken? Hij probeerde gewoon verschillende dingen uit om zijn seksualiteit te ontdekken. Destijds nam Leons moeder genoegen met deze verklaring. Nu zegt ze dat ze het toen al niet echt geloofde. Leon beloofde niet meer naar zulke plaatjes te zoeken. Zijn moeder beloofde dat 
ze hem niet meer zou controleren.

    Zoiets werkt alleen als je elkaar vertrouwt, zegt 
Julia Büchner.

    Hij riep, help me, wat moet ik doen, stop me maar in een inrichting!

    Toen ze het afgelopen jaar een vrijwel identieke zoekgeschiedenis op de laptop aantrof, wist ze: dat kan geen fase meer zijn. Ze klopte voorzichtig op Leons kamerdeur om te zeggen dat ze hem iets wilde laten zien. Ze nam plaats op de grote, lichte bank en klapte de laptop open. Leon kwam zijn kamer uit sloffen en ging naast haar zitten. Hij begreep meteen wat ze had ontdekt. Toen hij naar het scherm keek begon Leon te huilen. Hij huilde als een jongen die het gevoel heeft dat hij als een rat in de val zit. Zijn moeder nam hem in haar armen, een gebaar dat hij als bijna vijftienjarige zo goed als nooit accepteerde. Hij riep, help me, wat moet ik doen, stop me maar in een inrichting!

    Julia Büchner dacht, wat moet mijn kind in een inrichting? Ze belde de psycholoog en zei dat de fase weer terug was. De psycholoog adviseerde haar een therapie voor pedofiele mannen in de Charité in 
Berlijn, een van de oudste en grootste universitaire klinieken van het land. Daar hoorde Leons moeder dat er bij hetzelfde instituut nog een programma was: ‘Je droomt van hen’. Het is gericht op jongeren die zich tot prepuberale lichamen aangetrokken 
voelen. Tot kinderen dus.

    In het gezin Büchner zijn ze open en houden ze tezelfdertijd hun mond. Praten kan de pijn verlichten en problemen oplossen, daarom volgt Leon sinds een jaar de therapie in de Charité. Maar praten kan de dingen ook compliceren, dat ervaren Leon en zijn moeder al binnen hun eigen familie. Marcel, de partner van Julia, praat niet graag over Leons pedofilie. Leons zusje Emily weet er zelfs helemaal niets van. Omdat ze zo’n praatgraag kind is, zegt haar moeder. Bovendien is ze maar een jaar jonger dan Leon. Ooit hadden de kinderen luizen, en Julia had hun op het hart gedrukt dat niet overal rond te bazuinen. Het hele dorp hoeft het niet te weten, had ze gezegd. Emily had geknikt. De volgende dag wist het hele dorp het. Tegen de vrienden van Leon en tegen Emily hebben ze gezegd dat Leon vanwege een huidziekte regelmatig naar de dermatologieafdeling in de Charité moet.

    Sinds een jaar rijden Julia en Leon Büchner om de vrijdag naar Berlijn. Vanuit hun dorp bij Maagdenburg is dat 160 kilometer, twee uur heen en twee uur terug. Twee uur lang zit Leons moeder in een konditorei te wachten, soms drinkt ze chocolademelk, soms koffie. 
Als Leon naar buiten komt, eten ze af en toe nog een stuk taart, en vraagt zijn moeder of het goed ging. En Leon zegt ja of haalt zijn schouders op. Ze wil hem niet uithoren, zegt ze, het is zijn ding. Tijdens de rit terug zet Leon zijn koptelefoon op, trekt zijn capuchon over zijn hoofd en zet de muziek zo hard dat je 
het in de hele auto kunt horen. Hiphop, liefst van de Oostenrijkse rapper Dame, soms Ed Sheeran, Galway Girl.

    Nauwelijks buiten

    Leons moeder moet toezien hoe haar zoon langzaam maar zeker een leven opbouwt dat hij vanuit zijn kamer kan leven. In weekends komt hij nauwelijks buiten. Als hij al naar 
een feestje gaat is het een gamefeestje: multiplayervideogames. De paar vrienden die hij heeft, ziet hij op school. Over zijn kamer zegt hij trots: de kamer van een klassieke gamer. Zijn favoriete Xbox-games staan in een vitrine: GTA, Halo, Minecraft. Leon houdt van fantasy: Harry Potter, Lord of the Rings, The Hunger Games. Allemaal verhalen waarin jonge mensen 
avonturen beleven en belangrijke beslissingen nemen. Na school gaat Leon alleen de deur uit om naar de sportschool te gaan, zijn lichaam is belangrijk voor hem. Minstens drie keer per week moet hij sporten, anders mist hij iets: tafeltennis, jiujitsu, karate, atletiek, stoom afblazen.

    Zijn moeder heeft het vaak met hem aan de stok over de vraag of hij wel genoeg eet. Op Instagram post Leon foto’s van zichzelf in een hoody, zonder bril, hij vindt zichzelf knapper als hij die niet op heeft. Leon vertelt graag het grapje dat hij geen grasmachine nodig heeft om het gras te maaien omdat hij er zelf een is. Hij moet al lachen terwijl hij het vertelt, omdat het zo’n stomme grap is. Hij zegt zelf dat hij niet weet wat voor soort man hij zal worden. Hij is bang dat hij ooit iets zal doen wat hij nu niet kan beïnvloeden. Ik heb mezelf nu nog in de hand, zegt hij, maar als je er logisch over nadenkt dat je alles wegstopt, wordt 
het waarschijnlijk ooit te veel.

    Leon is een realist. Het is net als met computerspelletjes, zegt hij: pedofilie is geen fraaie eigenschap, maar is er gewoon. Als je gaat gokken, zegt ook 
iedereen dat het niet goed voor je is. Maar toch heb 
je er plezier aan en wil je er niet mee ophouden. 
Ik vind niet dat het iets slechts is.

    Zijn whatsappstatus: ‘We shall overcome’.

    Illustraties. – © Winston Chmielinski
    Illustraties. – © Winston Chmielinski

    Als iemand me vijf jaar geleden over een pedofiel zou hebben verteld, had ik gedacht: chemisch castreren, opsluiten die lui, zegt Leons moeder aan de tafel in haar woonkamer. Nu denk ik, jullie moeten het zelf uitzoeken, maar ga in therapie. Leon is zoals hij is, zegt ze. Misschien zou hij anders zijn als hij deze diagnose niet had. Maar ik geloof van niet.

    Als je van Leons pedofilie weet, ga je anders met hem om. In de supermarkt, op straat, in de bus, vier- of vijfjarige meisjes vallen hem meteen op. Hij ziet ze 
al voordat je als begeleider überhaupt in de gaten hebt dat er een klein meisje in de buurt is. Tof, zegt Leon als hij een meisje mooi vindt. Als Leon ‘tof’ zegt, gaat zijn moeder nadenken.

    Leon kan goed met andere kinderen omgaan, of ze nu even oud zijn of jonger. Als hij met Sophie, een meisje van acht, tafeltennist en ze een fout maakt, zegt hij, rustig maar, geen stress, je kunt het. Of hij tilt haar op, dan moet ze lachen. De grote kinderen 
in het team zeggen tegen Leon dat Sophie verliefd 
op hem is. Dat weet Leon wel, maar hij is toch niet verliefd op haar, dus? Hij vindt het schattig om te zien hoe ze voor ieder punt vecht. Tof.

    Als er meer jonge kinderen bij zijn heeft Leon geen probleem. Het wordt pas moeilijk als hij met een meisje alleen is. Dan probeert hij zo intensief aan 
iets anders te denken dat hij vergeet dat er iemand anders in de buurt is. Meestal denkt hij dan aan 
tv-commercials en probeert hij zich details daarvan te herinneren: van die scènes waarin een gelukkig gezinnetje aan tafel zit te eten. Dat is zijn strategie: hij sluit zich af. Occlumentie, net als in Harry Potter. Maar meestal komt Leon toch al niet in zulke 
situaties terecht. Zijn moeder komt altijd als hij haar roept.
    Op deze voorjaarsavond worden de regels van het bordspel uitgebreid: iedereen die een nederzetting 
of een stad bouwt, mag vandaag een medespeler een vraag stellen over pedofilie. Julia Büchner bouwt het eerst een straat.

    Ze vraagt of ze zich zorgen moet maken als de 
buurkinderen langskomen. Ze vraagt het, omdat ze het serieus wil weten, omdat ze niet weet wat Leon denkt. In de keuken ruimt Marcel voorzichtig de vaatwasmachine uit. Leon zegt: zolang het meisje zich niet helemaal uitkleedt en niet zegt dat ze met hem naar bed wil, hoef je je geen zorgen te maken.

    Hij is trots op zijn IQ, 138, hoogbegaafd, hij heeft een test gedaan. Bij elke discussie laat hij zijn moeder voelen dat hij beter kan argumenteren

    Leon houdt van een beetje sarcasme. Hij is trots op zijn IQ, 138, hoogbegaafd, hij heeft een test gedaan. Bij elke discussie laat hij zijn moeder voelen dat hij beter kan argumenteren. Zij houdt vaak alleen het argument over dat ze nu eenmaal zijn moeder is. Dan stuift Leon naar zijn kamer, zet zijn koptelefoon op en denkt: waarom moet ik mensen gehoorzamen die minder intelligent zijn dan ik?

    Vaak, als Julia Büchner ’s nachts wakker ligt, lijken haar gedachten wel een rij dominostenen. Als iemand het te weten komt? Hoe zullen de buren 
reageren? Kunnen we wel hier blijven wonen? Waar moeten we anders naartoe?

    Een leven met Leon betekent een leven lang een vage angst met je meedragen dat hij een meisje iets aandoet. Een leven met Leon betekent ook met niemand over die angst kunnen praten. Sinds Leons moeder niet meer in een winkel werkt, is ze bijna de hele dag thuis en is ze in het dorp een soort opvangmoeder geworden. Als het gezin ’s zomers gaat barbecueën, zetten ze een behangerstafel in de tuin, dan zitten er zes of zeven kinderen van allerlei leeftijden worstjes te eten. Als iemand dat van Leon ontdekt, kunnen 
we het hier vergeten, zegt zijn moeder. Als pedofilie gelijkgesteld wordt aan kindermisbruik maakt dat haar bang. Omdat ze op Facebook de reacties leest onder artikelen over kindermisbruik: opsluiten, 
castreren, afmaken. Omdat ze dat vroeger zelf ook vond. En omdat ze pas door Leon van gedachten is veranderd. Ik kijk er nu anders naar, zegt ze, ik sta anders in het leven. Niet dat ik nu overal pedofielen zie, maar ik weet dat het in elk gezin kan voorkomen.

    Leon heeft nog nooit iemand iets gedaan. Julia 
Büchner hoopt dat dat zo blijft. Ik hoop dat hij zichzelf niet ongelukkig maakt, zegt ze. Haar ouders, waarmee ze alles kon bespreken, zijn een paar jaar geleden kort na elkaar overleden. Met haar vriendinnen wil ze het er niet over hebben, omdat ze niet weet hoe die zullen reageren. Omdat ze bang is dat ze zo reageren als ze denkt. Er wordt zo veel gezwegen, zegt ze. Er moet meer gepraat worden. Aan de Charité willen ze zich ook met de ouders van de 
kinderen gaan bezighouden, maar dat duurt Leons 
moeder te lang. Ze voelt zich in de steek gelaten.

    Marcel staat aan Julia’s kant als Leon begint te 
discussiëren, en hij brengt Leon naar therapie als Julia griep heeft en niet zelf kan rijden. Als het over de therapie zelf gaat geeft hij heel korte antwoorden. Hij ziet de kinderen als zijn eigen kinderen, al bijna negen jaar, hij zegt dat hij zich een leven zonder hen niet meer kan voorstellen. Maar ze zijn zoals ze zijn. En die therapie, ik hoop dat het wat wordt, zegt hij.

    Maar pedofilie is niet te genezen zoals de meeste andere ziektes te genezen zijn. Als je het eenmaal hebt, gaat het vrijwel zeker niet meer over. Zeer waarschijnlijk ontstaat pedofilie in de puberteit, onder invloed van de geslachtshormonen, zegt Klaus Beier, directeur van het Instituut voor seksualiteit 
en seksuele geneeskunde van de Charité in Berlijn. Hij heeft zijn kantoor aan de Luisenstraße, dat heel licht zou moeten zijn omdat het hoge ramen heeft; toch is het donker, omdat er zulke eerbiedwaardige bomen voor staan. Onderzoek wijst uit dat ongeveer één procent van de mannen seksuele belangstelling voor prepuberale lichaamsvormen heeft, zegt Klaus Beier, en dat is een conservatieve schatting. Op de spelletjesavond heeft Leons moeder de kaart die ze heeft gekregen omdat ze de langste handelsroute heeft gelegd voor zich liggen en ze vraagt en vraagt maar door, alsof ze alleen deze ene avond heeft om alle antwoorden te krijgen. Ze vraagt of Leon Maja, het buurmeisje, aantrekkelijk vindt. Leon antwoordt te snel. Nee, zegt hij, dat gat in haar gebit is toch lelijk. Hij zet zijn kleine blauwe plastic stadjes in een cirkel. Zijn moeder sorteert haar kaarten en zegt oké.

    Legaal en illegaal

    In zijn therapie leert Leon dat pedofilie geen gevaar vormt, zolang alles alleen in zijn hoofd gebeurt. Hij leert het verschil tussen legaal en illegaal. Foto’s die op internet net zo toegankelijk zijn als afbeeldingen op websites voor kindermode, zijn legaal. Hentai, een bepaalde Japanse manga, waarin ook prepuberale kinderen in expliciet seksuele situaties voorkomen, zijn een randgeval. Kinderpornografische afbeeldingen en video’s zijn illegaal. Leon kent de lijst waar deze indeling op staat van buiten. Die geeft hem duidelijkheid. Op de plaatjes waarbij hij masturbeert staan meisjes van vijf of iets ouder. Eén keer in de week, schat hij.

    Legaal en illegaal zijn categorieën die het de jongeren makkelijker moeten maken om met hun fantasieën om te gaan. Het verschil tussen goed en fout moeten ze zelf leren. Naar films waarin kinderen tot expliciet seksuele handelingen worden gedwongen, heeft Leon nog nooit gekeken. Zijn therapeute zegt dat ze hem gelooft. Zijn moeder wil hem geloven. Ik moet hem toch vertrouwen, zegt ze, anders word ik gek.
    Andere tieners zijn chagrijnig omdat ze acné hebben, een beugel moeten dragen of zichzelf te dik vinden. Leon wordt voorbereid op een leven waarin hij geen gevaar voor meisjes van vijf mag worden. Klaus Beier, de professor aan de Charité, zegt dat patiënten moeten leren dat het aan hen ligt, en niet aan de kinderen of aan iets anders. Ze hebben de plicht ervoor te zorgen dat hun fantasieën geen daden worden. Jongeren kunnen dat heel goed accepteren, zegt Beier, omdat hun hersenen zich nog aan het ontwikkelen zijn, en de neuronale centra waar het geweten wordt ontwikkeld dus ook.

    Op een koude zondagochtend in januari 2018 ziet Leon door het grote raam van de woonkamer Maja, hun buurmeisje, komen aanlopen. Hij gaat naar zijn kamer. Als ze aanbelt doet Leons moeder de deur open. Ze grinnikt als Julia Büchner bij wijze van begroeting haar vingers over haar schouders en gezicht laat gaan alsof er een beestje tegen haar op kruipt. Eigenlijk is ze daar al te groot voor, maar 
Maja moet giechelen. Vijf jaar, een gebit als een fietsenstalling. Maja is geweldig. Of Emily, Leons zusje, komt spelen, vraagt ze uit de kraag van haar windjack. Het laatste jaar stuurt Leons moeder de twee meisjes vaak naar 
buiten om te spelen, of ze let op dat Leon niet thuis is. Het valt Emily niet op. Leon interesseert zich helemaal niet voor kleine kinderen, zegt ze, daar kan hij niets mee.

    Op de spelletjesavond wil Leon doorspelen, maar zijn moeder wil praten. Leon heeft net gezegd dat hij later kinderen wil. Je kunt aan zijn moeder zien dat ze nadenkt of ze wat ze wil zeggen ook echt gaat zeggen. Leon, als je een partner hebt, gaat het niet meer alleen 
om jou. Dan bepaal je ook wat voor leven je vrouw leidt.

    Ik bepaal helemaal niets, zegt Leon terwijl 
hij opspringt. Als hij boos is op zijn moeder springt Leon vaak op.

    Jawel, zegt zijn moeder en ze ruilt een paar kaarten uit haar hand met kaarten uit de doos. Jawel, als jullie kinderen hebben dan bepaal jij jullie leven, omdat ze zich voortdurend zorgen zal maken. En als jullie geen kinderen hebben, omdat zij dat niet wil, dan bepaal jij ook haar leven. Nietwaar, Marcel, roept ze over haar schouder.

    Leon gaat weer zitten. Een paar seconden blijft het stil. Joa, klinkt het dan uit de keuken.

    Leon heeft kans op een normaal leven. Hij is niet een wat je bij volwassenen ‘kernpedofiel’ zou noemen: iemand die seksuele contacten met volwassenen mijdt en alleen gefixeerd is op kinderen als partner. Hij vindt niet uitsluitend meisjes van vijf of acht aantrekkelijk, maar ook meisjes die even oud zijn als hij. Nog iets wat Julie Büchner zorg baart: Leon heeft het afgelopen halfjaar drie vriendinnetjes gehad. 
Dat gaat nog niet veel verder dan handje vasthouden, zegt zijn moeder, maar het bevalt haar niet hoe Leon met de gevoelens van die meisjes omgaat. Op het ogenblik is hij met Pia, ze waren een paar maanden geleden ook al een stel. Pia is veertien en zegt dat ze aseksueel is, maar dat maakt Leon niets uit. Leon heeft al nagedacht over hoe hij dat met die pedofilie aan Pia kan vertellen. Hij zou zeggen: mensen houden nu eenmaal van verschillende dingen, daar hebben ze geen invloed op. Hij zou zeggen: dat geldt ook voor hun seksualiteit. Hij zou zeggen: ik ben pedofiel. En ik ben er vrijwel zeker van dat dat niet zal veranderen. Hij gelooft dat Pia heel cool zou reageren. 
Desondanks zegt hij het natuurlijk niet. Zijn moeder wil het niet, en bovendien is Pia’s vader politieagent.

    Maar jongeren zouden het veel beter begrijpen en er veel beter mee omgaan dan volwassenen, dat weet Leon zeker. Zijn moeder maakt zich te veel zorgen, zegt hij.

    Leon wil later absoluut kinderen. Zijn eigen kinderen zou hij nooit iets kunnen aandoen, zegt hij.

    Waarom komt seksueel misbruik desondanks zo vaak binnen het gezin voor?

    Omdat mensen shit zijn, zegt Leon beslist. Als hij geen zin meer heeft om over zichzelf te praten, praat hij over fantasy. Over verhalen waarin andere jongeren avonturen beleven en zich niet bezig hoeven te houden met seksuele interesse en bange moeders en vrijdags naar therapie. Daarna vraagt hij welke beter is, de film The Hobbit of de Lord of the Rings-trilogie? 
En geeft zelf het antwoord: in Lord of the Rings is het verhaal veel beter, maar bij The Hobbit spelen ze aan het eind I See Fire van Ed Sheeran, man, dat is episch, zegt hij.

    Het verband tussen een seksueel trauma in je eigen kindertijd en het ontstaan van pedofilie mag je niet zonder meer leggen

    Of pedofilie erfelijk is of niet, is onduidelijk, wetenschappelijk is niet aangetoond dat er een verband bestaat. Toen Leon en Emily vijf en vier waren, vond Julia Büchner in het kantoor van haar man in een dekbedovertrek verstopte plaatjes van kleine 
kinderen in expliciete poses. Ze is van hem gescheiden omdat ze deze vondst in verband bracht met dingen die ze tot dan toe niet kon verklaren: opengescheurde pakjes condooms als ze thuiskwam, de kinderen waren anders als ze met hun vader alleen geweest waren. Jaren later heeft Julia de vader van Leon en Emily aangegeven. Maar de openbare aanklager in Maagdenburg heeft de klacht geseponeerd, met de motivering dat er geen bewijs is geleverd voor seksueel misbruik.

    Nu weet Leons moeder zelf niet meer zeker wat er wel en wat er niet is gebeurd. De
 kinderpsychologe waar ze de kinderen destijds naartoe heeft gestuurd, zei dat ze moesten afwachten tot de kinderen groot genoeg waren om erover te praten. Ze heeft echtscheiding aangevraagd, kreeg de zorg voor de kinderen toegewezen, ontmoette Marcel, die van 
haar hield, en ze leerde weer een man te 
vertrouwen. Ze zijn nu bijna negen jaar samen, en bijna negen jaar is Marcel de stiefvader van haar kinderen. Leon en Emily hebben geen contact meer met hun vader. Dat willen ze niet.

    Toen Leon met zijn therapie begon, heeft Julia haar zoon verteld dat ze dacht dat zijn vader ook pedofiel was. Leon was opgelucht. Het bevestigde hem in de gedachte dat hij het niet kan helpen dat hij zulke ideeën heeft. Maar 
dat gevoel van opluchting is bedrieglijk, zegt Klaus Beier. Als je een lekke band hebt en je ontdekt dat het komt doordat je over een punaise bent gereden, heb je desondanks nog steeds een lekke band.

    Op de spelletjesavond perst Leons moeder 
alle gedachten die het laatste jaar of al langer geleden bij haar zijn opgekomen in een paar seconden. Als je partner eenmaal weet heeft van je pedofilie, is het elke dag opnieuw een strijd. Dan moet ze zich elke dag afvragen of ze bij je wil blijven of niet.

    Leon roept hard: ík, ík ben toch degene die ermee moet leven!

    Zijn moeder kijkt hem aan. Leon, zo heb ik je niet opgevoed, zegt ze. Je kunt niet blijven zeggen dat 
het alleen om jou draait. Wat denk je dat het met anderen doet? Jij hebt altijd iemand bij wie je terecht kunt. Wij niet. Wij hebben het er heel moeilijk mee en staan soms op instorten, zo gespannen zijn we. Hoe moeilijk denk je dat het voor Marcel en mij is?

    Ja, erg moeilijk, denk ik, zegt Leon.

    Ja, zegt zijn moeder, erg moeilijk.

    Het is volkomen stil in de kamer en de keuken.

    Seksueel trauma

    Het verband tussen een seksueel trauma in je eigen kindertijd en het ontstaan van pedofilie mag je niet zonder meer leggen, zegt Klaus Beier. Vaak zullen mensen die zich seksueel hebben misdragen met kinderen, zeggen dat ze in hun jeugd zelf zijn misbruikt. Ze hopen dat er dan meer begrip voor hen is.

    Het was in de zomer toen Leon tien was. Zijn moeder had hem naar een jeugdvakantiekamp op het platteland gestuurd. Klimmen, wandelen. In de loop van de tweede week belde de begeleiding Julia op om te zeggen dat een oudere jongen ervan verdacht werd een paar kleinere jongens tot seksuele handelingen te hebben gedwongen. Een van hen was Leon.

    En er was de kwestie in het bos, een jaar later. Het jonge gezin, Leon, Emily, Julia en Marcel, had net het huis in de buurt van Maagdenburg betrokken. Een buurjongen van dertien had Leon meegenomen het bos in. Hij had gedreigd geweld te gebruiken als Leon niet deed wat hij wilde. Dus liet hij de oudere jongen dingen doen, uit angst. Leons moeder ontdekte wat er in het bos was gebeurd omdat Emily er toespelingen op had gemaakt. Ze sprak de buurjongen en zijn ouders erop aan, en de jongen gaf alles toe. Met Leon heeft ze er niet over gesproken omdat ze niet wilde dat hij alles nog een keer moest doormaken.

    Als het leven van Leon een filmscript was, zou alles ondubbelzinnig zijn: Leons vader was de boosdoener. De jongen in het kamp was de boosdoener. De buurjongen in het bos was de boosdoener. Zij zijn er de schuld van dat Leon nu kinderen aantrekkelijk vindt, omdat het bij pedofilie gaat om machtsuitoefening en om het eigen verleden. Dat mag in Hollywood zo zijn, maar niet in het echte leven en niet in de 
medische wetenschap.

    Voor de jongen in het vakantiekamp en ook voor de jongen in het bos had het geen consequenties. Julia Büchners reactie op wat haar kind al dan niet had meegemaakt was zorgen voor regelmaat in het 
dagelijks leven en structuur geven. Mijn kind heeft regelmaat nodig, dacht ze. Een veilig thuis, een gezin waar we elke avond samen eten.

    Ze heeft toen lang naar een therapeut gezocht die met Leon kon praten over wat er in het kamp en in het bos was gebeurd. In de buurt kon ze niemand vinden die Leon als cliënt wilde hebben, ook specialisten niet. Ze hebben me allemaal afgewimpeld en gezegd, daar beginnen we niet aan, vertelt Leons moeder.

    Ze zegt, deze strijd moet je gewoon alleen voeren. Regelmaat, structuur en een veilig thuis, daar houdt ze zich aan.

    Thuis is pedofilie geen onderwerp, met Marcel heeft ze het er nooit over. Maar daar gaat het niet om, 
zegt Leons moeder. Het beste wat Marcel voor me heeft gedaan en nog elke dag doet, is dat hij er nog steeds is. Na alles wat er is gebeurd, is hij hier 
gebleven, zegt ze.
    Hoeveel kan een gezin aan? Als je naar het gezin Büchner kijkt: ontzettend veel. Omdat ze openstaan tegenover de eigenaardigheden van de wereld en tegenover het toeval, dat soms kwaadaardig is. Omdat ze voor hun eigen en in dit geval ook voor vreemde kinderen alles doen om ze een normaal leven te bezorgen.

    Klaus Beier zegt dat je geen slecht mens bent omdat je pedofiel bent. Want je wordt geen slecht mens door je fantasiewereld, maar door wat je doet. Hij zegt ook dat er veel mensen zijn met pedofiele 
neigingen die ze nooit in praktijk zullen brengen. Maar wat voor type iemand is, weet je niet.

    Julia’s partner Marcel zegt dat de therapie ergens toe moet leiden. En, zegt hij, wat er nu gebeurt is veel belangrijker dan het verleden.
    Ik heb eigenlijk een heel chill leven, zegt Leon.

    Zijn moeder zegt: We komen overal doorheen, tot nu toe tenminste.

    Het is vrijdagavond en het spel is nog lang niet 
afgelopen. Leon legt een paar kaarten in de doos, neemt een kleine plastic nederzetting van het bord en vervangt die door een kleine plastic stad.

    Wat zal ik zeggen, zegt hij. Jullie moeten je niet zo veel zorgen maken.

    Leons moeder haalt diep adem. Dat is niet genoeg, zegt ze, dat is gewoon niet genoeg. Leon, ik wens je 
al het geluk van de wereld. En ik wens je net zulke kinderen als jullie zijn.

    Dank je, zegt Leon.

    Geen dank, zegt zijn moeder.

    Kunnen we nu doorspelen, vraagt Leon. Het duurt altijd eeuwig hier.

    Theresa Hein, de auteur, heeft het gezin een half jaar lang gevolgd en ook met de therapeute van Leon gesproken. Hoe het met Leon zal gaan als hij volwassen is, weet niemand. Leon zegt dat hij, als hij tegen die tijd weer wil praten, van zich zal laten horen.

  • Een kleuterschool voor onze kinderen!

    Een kleuterschool voor onze kinderen!

    In Marokko ontbreken openbare kleuterscholen, waardoor kinderen onder de zes jaar vaak zijn aangewezen op privéonderwijs. Dit vergroot de ongelijkheid tussen arm en rijk en tussen steden en het platteland.

    Het Marokkaanse nationale onderwijsstelsel, dat tot de eenentwintig zwakste ter wereld wordt gerekend, kent geen openbare kleuterschool voor kinderen jonger dan zes jaar, hoewel die al voor 2004 was aangekondigd. Om de leemte te vullen hebben de private, verenigings- en informele sector het voortouw genomen. Driekwart van de Marokkaanse kinderen kan na afronding van de lagere school niet goed lezen, schrijven of rekenen. En toch wil die openbare kleuterschool er maar niet van komen, hoe sterk het maatschappelijk middenveld er ook op aandringt.

    Het ministerie van Nationaal Onderwijs had met steun van diverse economische en sociale actoren en verenigingen een nationaal werkplan voor kinderen (2006-2015) ontwikkeld, getiteld ‘Een Marokko dat zijn kinderen verdient’ (‘Maroc digne de ses enfants’). Op het gebied van kleuteronderwijs is van vooruitgang echter nauwelijks sprake geweest. Het deelnamepercentage is onder het streefcijfer gebleven.

    Met name op het platteland bleef die deelname met 41,7 procent onder de maat, zeker bij meisjes: 28,3 procent. Volgens het Marokkaanse nieuwsagentschap (MAP) lag het landelijk gemiddelde in het jaar 2013-2014 rond 64,3 procent. Het agentschap herinnerde aan een noodprogramma voor de periode tussen 2009-2012, genaamd ‘Samen de schouders eronder voor een succesvolle school’ (‘Ensemble pour l’école de la réussite’).

    Bij gebrek aan openbare kleuterscholen zijn er particuliere initiatieven. De lessen zijn informeel en worden gehouden in privéwoningen, of door gelovigen in moskeeën. Het aanbod is dus ongestructureerd en ontbeert een gemeenschappelijke visie.

    Informele klassen

    Sidi Moumen, Casablanca. In deze wijk – een van de meest achtergestelde van Marokko – is de vereniging Umm El Ghait de afgelopen jaren met kleuteronderwijs begonnen. Braaf op hun stoeltjes gezeten, zeggen de kinderen de tafels op in het Frans. ‘We beginnen onmiddellijk met Frans,’ zegt Amal Kadiri Berrada, van Oum El Ghait, ‘want tweetaligheid is erg belangrijk om ongelijkheid te bestrijden.’ In dit gloednieuwe klaslokaal geeft Samira Benali, een gekwalificeerde onderwijzeres, op alle werkdagen van halfnegen tot halfvijf, les aan vierentwintig leerlingen van vier tot zes jaar oud.

    ‘Het doel van de kleuterschool is om het kind van de moederwereld naar de wereld van de school te begeleiden. Je speelt er, maar leert er vooral wat school is. Volgens mij moet je alleen maar Frans onderwijzen, omdat het kind niet kan spelen en tegelijkertijd Arabisch, Frans en soms zelfs Engels leren,’ zegt Amine Mejjari, directeur van een basisschool in Sidi Moumen.

    Scholen die kouttab (ook wel m’sid) heten, bieden informele lessen op grond van ‘oorspronkelijk’ ofwel sterk op islamitische leest geschoeid onderwijs. Volgens overheidsstatistieken waren de kouttab in 2016 goed voor 60,5 procent van het kleuteronderwijs in Marokko. Op het platteland was dit percentage 71,3 procent. In de kouttab staat de islam centraal. De kinderen leren lezen en schrijven aan de hand van boekjes waarin koranverzen worden uitgelegd. Ze moeten zich die eigen maken en opzeggen.

    ‘Er zijn informele structuren, zoals geïmproviseerde kinderdagverblijven in sloppenwijken, maar ze hebben onvoldoende uitrusting, voldoen niet aan hygiënische normen en zijn over het algemeen overvol. Het onderwijzend personeel is ongeschoold en soms zitten er negentig kinderen in één ruimte,’ zegt Amal voor de school waar zijn vereniging lesgeeft, terwijl ouders hun kinderen komen ophalen. Voor Oujour Hssain, directeur informeel onderwijs bij het ministerie van Nationaal Onderwijs ‘is Marokko zoekende naar een voorschools model dat duurzaam is en dat de staat zou kunnen financieren. Maar eerst moet de lagere school van voldoende niveau zijn om de kleuterschool te kunnen integreren. We hebben nog een lange weg te gaan.’

    Een schooltje in het Atlasgebergte. – © Sabine Joosten / HH
    Een schooltje in het Atlasgebergte. – © Sabine Joosten / HH

    Toumliline, een klein dorp op ongeveer tien uur rijden van Casablanca, kent wel een lagere school, maar geen kouttab of kleuterschool. Terwijl kinderen op straat in de winterzon spelen, zegt onderwijzeres Raibah dit gebrek aan scholing voor peuters en kleuters te betreuren: ‘Het is heel moeilijk voor een basisschoolleraar om kinderen in de eerste klas te hebben die nog nooit naar school zijn geweest.’

    Driehonderd meter verderop, aan de andere kant van de rivier, heeft een vereniging in Aït Daoud een kleuterschool gebouwd, maar daar kunnen de kinderen van Toumliline niet naartoe. Mohamed Gourou, 32, woont in Toumliline en is vader van twee kinderen, van wie een de lagere school van het dorp bezoekt: ‘We willen graag een school voor de jongste, maar dat kan hier niet,’ zegt hij bij de schoolpoort, waar hij op zijn zoontje wacht.

    Auteurs: Louis Witter en Sebastian Castelier
    Vertaler: Carl Stellweg

    Le Desk
    Marokko | ledesk.ma

    Le Desk, dat in 2015 werd gelanceerd, is een onafhankelijke informatie- en onderzoekssite. Het bedrijfskapitaal is in handen van het team dat de site heeft opgericht en dat voornamelijk uit journalisten bestaat. ‘Een dergelijke structurele economische onafhankelijkheid is vrij zeldzaam in Marokko.’

    CONTEXT: 84 %

    van de Marokkaanse kinderen zit op scholen waar achtergestelde bevolkingsgroepen dominant zijn. Dat blijkt uit een in 2016 in vijftig landen uitgevoerd onderzoek van PIRLS (Progress in International Reading Literacy Study), een internationaal vergelijkende studie naar de leesprestaties van leerlingen in het basisonderwijs. Volgens het Marokkaanse economisch dagblad L’Économiste is het internationale gemiddelde bijna drie keer zo laag (29 procent). ‘Slechts 8 procent van de Marokkaanse kinderen bezoekt onderwijsinstellingen met een evenwichtige sociale samenstelling; internationaal is dat gemiddeld 33 procent.’

  • Marokko verbetert positie alleenstaande moeders

    Marokko verbetert positie alleenstaande moeders

    Alleenstaande moeders en onwettige kinderen waren lange tijd paria’s in de Marokkaanse samenleving. Maar het tij is aan het keren.

    In Marokko zijn vaderloze of buitenechtelijke kinderen misschien wel de kwetsbaarste bevolkingsgroep. Ze blijven vaak onzichtbaar omdat hun geboorte veelal niet wordt geregistreerd. De ongetrouwde 
moeders, zelf al gestigmatiseerd 
vanwege de buitenechtelijke seks – wat bij wet verboden is –, hebben de grootste moeite om hun kinderen, die in de afkeurende omgeving gedoemd zijn tot een bestaan als tweederangsburgers, 
te onderhouden. Door de schaamte-cultuur en de enorme sociale druk voelen veel vrouwen zich gedwongen hun kinderen af te staan. Maar het tij is aan het keren. Eindelijk worden er maatregelen getroffen die de rechten van onechte kinderen en alleenstaande moeders beschermen.

    Onwettige kinderen vallen volledig buiten de boot. Ze hebben geen recht op scholing en geen toegang tot gezondheidszorg. Als ze volwassen zijn, kunnen ze niet stemmen, het 
land in- en uitreizen of legaal werken

    Unicef-onderzoek naar geboorteregistratie per land wijst uit dat 6 procent van het aantal geboorten in Marokko tussen 2010 en 2016 ongeregistreerd bleef. Onwettige kinderen vallen volledig buiten de boot. Ze hebben geen recht op scholing en geen toegang tot gezondheidszorg. Als ze volwassen zijn, kunnen ze niet stemmen, het 
land in- en uitreizen of legaal werken. Feitelijk zijn ze paria’s, veelal veroordeeld tot contractarbeid en een leven in de marge van de samenleving. Hun moeders zijn zelden beter af. Zoals een columnist op nieuwssite Morocco World News schreef: ‘Volgens de Marokkaanse familiewetgeving moet een alleenstaande moeder in haar eentje de ouderlijke verplichtingen op zich nemen, terwijl de biologische vader van iedere zorgplicht is ontheven.’ Sociale onderdrukking maakt het alleenstaande moeders nog moeilijker om hun kinderen te onderhouden. Vaak worden ze door de familie en de gemeenschap verstoten en ze hebben moeite aan het werk te komen.

    Om deze problemen te lijf te gaan heeft de Marokkaanse vereniging 
voor kinderbescherming (LMPE) in 
de grootste Marokkaanse steden 
kindertehuizen opgezet om verlaten kinderen op te vangen. Behalve sociale en psychologische hulp bieden ze opleidingsmogelijkheden voor alleenstaande moeders, en in sommige gevallen tijdelijke kinderopvang om werkende moeders te ontlasten die 
een beter bestaan voor zichzelf en hun kinderen proberen op te bouwen.

    Ook rechtbanken helpen mee aan de verbetering van de positie van alleenstaande moeders. In Souk el Arba, in het noordwesten van Marokko, heeft een lokale rechtbank een alleenstaande moeder die haar ‘gezinsboekje’ opeiste in het gelijk gesteld. Een gezinsboekje is een officieel document met informatie over de burgerlijke staat van alle gezinsleden, inclusief geboorteakten van zowel de ouders als de kinderen. Dit document, dat in Marokko van oudsher alleen aan de pater familias wordt verstrekt, is voor alleenstaande moeders cruciaal om de wettelijke identiteit van hun kinderen te laten vastleggen.

    Spelende kinderen in de medina van de Marokkaanse stad Tiznit. – © Getty Images
    Spelende kinderen in de medina van de Marokkaanse stad Tiznit. – © Getty Images

    DNA-tests

    De Marokkaanse minister van Gezinszaken, Solidariteit, Gelijkheid en Sociale ontwikkeling, Bassima Hakkaoui, dringt aan op regeringsmaatregelen die ervoor moeten zorgen dat verlaten kinderen aanspraak kunnen maken op dezelfde voorzieningen als alle andere kinderen. Ze pleit ervoor onechte kinderen in het bevolkingsregister te laten opnemen en door middel van DNA-tests te achterhalen wie hun biologische vader is, in de hoop dat een biologische band ook een juridische band zal 
creëren. Willen deze maatregelen effect sorteren en zorgverantwoordelijkheid bij de vaders afdwingen, dan moet natuurlijk eerst de Marokkaanse 
familiewetgeving worden aangepast om de legitimiteit van buitenechtelijke kinderen te erkennen.

    Deze wapenfeiten, hoe bescheiden 
ook, leggen de basis voor de sociale en wettelijke bescherming van de rechten van onechte kinderen en alleenstaande moeders in Marokko.

    Auteur: Fatima Mohie-Eldin
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Muftah
    VS | muftah.org

    Analyses over het Midden-Oosten en Noord-Afrika. Vooral over gebieden waar veranderingen kunnen 
worden waargenomen.

  • Japanse moeders eisen kinderopvang

    Japanse moeders eisen kinderopvang

    Veel Japanse vrouwen stoppen met werken omdat er te weinig crèches zijn. Een van hen schreef een woedende blog.

    ‘Mijn zoon is op geen enkele crèche geaccepteerd. Dood aan Japan!!!’ Onder deze titel verscheen onlangs een bericht op een anonieme blog. De tekst, een aanklacht tegen het tekort aan plaatsen op crèches en het gebrek aan bereidwilligheid bij de autoriteiten om hier iets aan te doen, is sindsdien het gesprek van de dag. De moeder die het bericht schreef, laat haar woede de vrije loop: ‘Leven we soms niet in een samenleving waarin “elke burger mee mag doen” [een verwijzing naar een verkiezingsleuze van de conservatieve premier Shinzo Abe]? Ik heb geen andere keus dan mijn baan op te zeggen.’

    Toen onlangs een vrouwelijk lid van de oppositie Abe in het parlement vragen stelde over deze kwestie, antwoordde de premier dat hij niet kon nagaan of het verhaal waar was, omdat de schrijfster van de blog ervoor had gekozen anoniem te blijven. De parlementariër werd uitgejouwd door haar collega’s van de regeringspartijen, en een van hen daagde haar uit met de woorden: ‘Wie is die schrijfster dan? Laat ze haar gezicht maar eens zien!’

    Deze woordenwisseling ontlokte heftige reacties bij ouders [vooral moeders] die met dezelfde problemen rondom de kinderopvang te kampen hebben. Voor het parlementsgebouw werd gedemonstreerd en er werd een petitie aangeboden met 28.000 handtekeningen, waarin geëist werd dat de kinderopvang in het land structureel wordt verbeterd. De liberaal-democratische regering en de coalitiepartijen, door dit alles overvallen, lijken nu eindelijk te zijn begonnen na te denken over nieuwe maatregelen om de wachtlijsten van kinderdagverblijven te verkorten.

    Crèchekinderen lopen door de tulpenvelden in Toyooka, Japan. – © Getty
    Crèchekinderen lopen door de tulpenvelden in Toyooka, Japan. – © Getty

    Toch is hun antwoord volstrekt onvoldoende. Een woordvoerder van de liberaal-democratische partij gaf toe dat de ‘aanvankelijke reactie (van de fractieleden) ongepast was’, maar er is meer aan de hand. De affaire toont aan hoe weinig benul de autoriteiten hebben van de omvang van het probleem. De ellenlange wachtlijsten voor een plekje op de crèche brengen veel huishoudens ernstig in de problemen. Moeders die graag willen blijven werken, en gezinnen die om de eindjes aan elkaar te knopen afhankelijk zijn van twee inkomens, kunnen geen kant op. De storm aan bijval die de blog opwekte en het massale protest dat erop volgde, duiden erop dat er over de laksheid van de regering op dit punt een diepe onvrede bestaat. Het valt te hopen dat de regering dit ter harte neemt.

    De inkomensongelijkheid tussen de seksen wordt nog steeds alsmaar groter. Dit ligt deels aan het feit dat veel vrouwen geen vast contract hebben

    Premier Abe is dol op leuzen als ‘vrouwen kunnen actief deelnemen’ of ‘we leven in een maatschappij waarin alle vrouwen zich kunnen ontplooien’. Maar hebben zij in het huidige systeem die mogelijkheid echt? Het gebrek aan kinderopvangplaatsen is niet de enige factor die vrouwen belet om ‘actief deel te nemen’ aan het arbeidsproces.

    Eerder deze maand deed het comité van de VN voor de Bestrijding van Vrouwendiscriminatie de Japanse regering een aanbeveling. Het stuk stelt dat ‘de vorige aanbevelingen (uit 2009) onvoldoende zijn toegepast’. Opnieuw maant het comité Tokio om juridische maatregelen te nemen om vrouwendiscriminatie op de werkvloer te verbieden en te voorkomen. Een andere aanbeveling is om het aantal vrouwen in leidinggevende posities, zoals in het parlement of in de directie van bedrijven, te vergroten.


    Japan heeft in 1985 het verdrag over de uitbanning van alle vormen van vrouwendiscriminatie geratificeerd (het verdrag werd al in 1980 opgesteld). 
In 1999 werd een wet aangenomen die stelt dat onze samenleving gebaseerd is op gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Weliswaar is het aantal werkende vrouwen sindsdien sterk toegenomen, maar de inkomensongelijkheid tussen de seksen wordt nog steeds alsmaar groter [een verschil van 28 procent, oftewel het op twee na hoogste van alle OESO-landen]. Dit ligt deels aan het feit dat veel vrouwen geen vast contract hebben.

    Ook doen mannen onvoldoende mee bij de opvoeding van de kinderen en bij de zorg voor ouderen die niet meer voor zichzelf kunnen zorgen. Het idee dat mannen en vrouwen andere taken te vervullen hebben, blijft de norm in onze samenleving. In het laatste rapport van het World Economic Forum over sekseongelijkheid bungelt Japan nog altijd onder aan de lijst, op de 101e plaats. Als politici leuzen debiteren zoals dat ‘vrouwen actief mee kunnen doen’, moeten ze om te beginnen de realiteit onder ogen gaan zien.

    CONTEXT: De bevolking krimpt snel

    Japan heeft te maken met een sterke demografische terugloop. Dat komt door de toenemende vergrijzing van de bevolking, in combinatie met een erg laag geboortecijfer (gemiddeld 1,42 kinderen per vrouw). Als deze tendens zich voortzet, ‘is de Japanse bevolking aan het eind van deze eeuw nog maar half zo groot’, schrijft de Nihon Keiz ai Shimbun. Het lage geboortecijfer is een van de meest urgente sociale kwesties van het land. In 2007 is er een ministerie opgezet dat zich speciaal met dit probleem moest gaan bezighouden. Doel is om het geboortecijfer op te krikken tot minstens 1,8, en ervoor te zorgen dat de bevolking zich over vijftig jaar stabiliseert rond de 100 miljoen mensen (momenteel zijn het er 127 miljoen). De laatste 
regeringen hebben echter nauwelijks vergaande maatregelen genomen.

    In 2013 was de regering-Abe van plan om aan alle Japanse vrouwen in de vruchtbare leeftijd een ‘levensloopplan’ uit te delen, om ze bewust te maken van hun afnemende vruchtbaarheid in de loop van hun leven. Dit idee kreeg zo veel kritiek dat er snel weer van af werd gezien. Sinds het parlementaire debat over de blog ‘Dood aan Japan!!!’ (zie artikel hierboven) heeft de regering snel een aanbevelingscommissie in het leven geroepen die binnen enkele weken met een rapport over het gezin moet komen. De ambitie is om het aantal kinderen dat geen plek op een crèche kan vinden terug te brengen tot nul: een enorme uitdaging, aangezien het naar schatting om 850.000 kinderen gaat.

    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Asahi Shimbun
    Japan | dagblad | oplage 11.720.000

    De ‘Krant van de Rijzende Zon’, pleitbezorger van het Japanse pacifisme na de Tweede Wereldoorlog. 3000 journalisten, verdeeld over 300 nationale kantoren en 30 in het buitenland.