De historische Belgische stad Leuven wil klimaatneutraal worden en heeft de manier waarop gebouwen worden gebouwd en afgebroken daarom radicaal vernieuwd.
De vader van Kelly Sempels was bouwvakker, de meeste van haar vijf broers waren bouwvakker en zelf was ze eerder ook bouwvakker. Nu oefent ze, na een loopbaan als dakdekker en metselaar, een nieuw beroep uit: ‘urban mining’. Zij en de zes andere leden van haar team kleden zich nog steeds als bouwvakkers, maar hun focus ligt nu eerder bij sloop dan bij bouw. ‘Ik vind het heerlijk om tijdens mijn werk nieuwe dingen te leren,’ zegt de 43-jarige Sempels, wijzend naar een stapel laminaatvloertegels in de hoek van het rijtjeshuis in de Leuvense deelgemeente Kessel-Lo dat ze helpt strippen. ‘Bijvoorbeeld hoe je houten vloeren er heelhuids uit kan krijgen.’
Sempels is een van de honderden werknemers en vrijwilligers in de historische Belgische stad Leuven die betrokken zijn bij een project om de hoeveelheid afval te verminderen en een ‘circulaire economie’ van de grond te krijgen. Het plan, dat in de officiële strategie van de stad – ‘Leuven Circulair’ – in 28 actiepunten is samengevat, heeft als doel het materiaalverbruik te verminderen en mensen ‘bewuster te maken van de grenzen van de planeet’.
Drijvende kracht achter het idee is Thomas Van Oppens, lid van de Belgische partij Groen en schepen Klimaat en Duurzaamheid van de stad. In zijn kantoor, dat over een golvende zee van daken uitzicht biedt op het historische centrum van de stad, schetst Van Oppens een gloedvolle toekomst voor Leuven waarin alles, variërend van keukenafval tot restwarmte van fabrieken, verzameld, gerecycled en eindeloos hergebruikt zal worden. Zijn mantra luidt: ‘Wat de stad binnenkomt, blijft in de stad.’
Nuchter
Aan het ecologisch getinte optimisme ligt het nuchtere besef ten grondslag dat de circulaire ambities van de stad een pragmatische basis vereisen. Vandaar het besluit om in eerste instantie prioriteit te geven aan de bebouwde ruimte van de stad. ‘Wij hebben als stad de ambitie om in 2050 CO2-neutraal te zijn,’ zegt Van Oppens. ‘En als je puur naar de klimaatimpact kijkt, spelen gebouwen daarbij een zeer grote rol.’ Volgens de Europese Commissie wordt in de EU zo’n 40 procent van de energie in gebouwen verbruikt en is meer dan een derde van de energiegerelateerde broeikasgasemissies ook afkomstig van gebouwen.
Voordat Sempels en haar urban mining-team ten tonele verschijnen met hun moersleutels, ijzerzagen en koevoeten, is er al uitvoerig onderzoek verricht. In nauwe samenwerking met architecten en ontwikkelaars bepaalt de afdeling stadsplanning welke panden gesloopt moeten worden en wordt er geïnventariseerd wat daaruit te redden valt.
De Europese Commissie heeft verschillende pilots gefinancierd om met behulp van 3D-scanners en andere digitale tovermiddelen vast te stellen welke materialen herbruikbaar zijn, maar voorlopig komt het in feite nog neer op een vluchtige inspectie door recycling-experts. In Leuven wordt dat gedaan door de Materialenbank, een non-profitorganisatie die de recycling en wederverkoop stimuleert van bouwafval dat anders op de vuilstort zou belanden.
In de circulaire plannen van Leuven is het ‘hergebruik’ van mensen net zo belangrijk als dat van materialen
In de circulaire plannen van Leuven is het ‘hergebruik’ van mensen net zo belangrijk als dat van materialen. In heel België bestaan initiatieven om een ‘sociale economie’ te ontwikkelen waarin mensen belangrijker zijn dan winst. Sempels heeft van deze aanpak geprofiteerd: ze kreeg haar baan na een lange periode van werkloosheid, net als de andere Belg in haar team. De vijf andere leden komen uit Irak, Palestina, Ethiopië, Mali en de Kaukasus.
Ze zijn allemaal in dienst van Wonen en Werken, een sociale onderneming die allerlei publieke diensten levert, zoals park- en tuinonderhoud, schoonmaak en renovatie. Er werken ongeveer tweehonderd mensen, allemaal tegen een minimumloon of iets daarboven, dat deels wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. ‘Meestal werken we met laagopgeleide mensen die al lang werkloos zijn en buiten het werk nog veel andere problemen hebben, maar zeker niet kansloos zijn,’ zegt Patrick Wauters, coördinator bij Wonen en Werken.
Wisselwerking
Een soortgelijke wisselwerking tussen sociale en milieudoelstellingen voltrekt zich in het pakhuis aan de rand van de stad waarin de Materialenbank is gevestigd. Het hangarachtige onderkomen biedt genoeg ruimte voor de schoonmaak en opslag van het sloopmateriaal, maar ook voor werkplaatsen waar lokale ambachtslieden en ondernemers de geredde materialen tot nieuwe producten kunnen verwerken. Een van die ondernemers is Bram de Ridder, een 22-jarige klimfanaat die bezig is met het opzetten van een micro-onderneming die van resthout voetensteunen en handgrepen voor klimwanden produceert. Sinds een vriend hem over de Materialenbank vertelde, komt hij er regelmatig over de vloer om zich verder in het vak te bekwamen voor de opstart van zijn bedrijf. ‘Vroeger gebruikte ik oud hout dat mijn vader nog had liggen of struinde ik vuilnisbakken af op zoek naar oude meubels, maar nu kom ik hier. Ik mag de apparatuur hier gebruiken en materiaal dat anders heel duur zou zijn,’ zegt hij.
De Materialenbank wil echter vooral een bemiddelaar zijn tussen de leveranciers van Leuvens bouwafval en projectontwikkelaars en bouwers. In de drie jaar van zijn bestaan is de jaarlijkse inzameling meer dan verdrievoudigd, van 20 tot meer dan 250 ton, zodat er naar een grotere locatie moet worden gezocht, zegt coördinator August Smessaert: ‘Het is hier moeilijk bereikbaar voor vrachtwagens met een zware lading en de ingangen zijn niet al te hoog. Mogelijk zamelen we tegen 2030 meer dan 5000 ton in.’
Eén oplossing is om niet alles naar het pakhuis te brengen, maar de kopers zover te krijgen dat ze het materiaal rechtstreeks ophalen waar het ‘gedolven’ wordt. Bij bakstenen, ijzer en staal, waarvoor al een tweedehandsmarkt bestaat, is dat volgens Smessaert betrekkelijk eenvoudig, maar bij ander materiaal waarvoor meer herstelwerk nodig is of waarvan de nieuwprijs even laag of zelfs nog lager is, ligt dat moeilijker. Daarom geeft de Materialenbank de voorkeur aan het inzamelen van hout, omdat de vraag daarnaar groot is en de marge redelijk. Toch is het niet eenvoudig om kopers te vinden, zegt Smessaert. Bouwbedrijven staan niet alleen wantrouwig tegenover nieuwe ideeën, zegt hij, maar hechten ook aan de zekerheid die nieuwkoop biedt. Bij gerecycled materiaal is nogal eens sprake van onregelmatige aanvoer en variabele volumes en kwaliteit.
Wat is er nodig om Van Oppens utopie van een volledig circulaire toekomst waar te maken? Strengere wetgeving zou helpen
Om de situatie te verbeteren heeft de gemeenteraad van Leuven een overeenkomst gesloten met de drie grootste instellingen van de stad: de zeshonderd jaar oude KU Leuven, de Universitaire Ziekenhuizen (het grootste ziekenhuiscomplex van België) en Imec, het onderzoekscentrum voor halfgeleiders. Dit drietal heeft zich ertoe verbonden niet alleen afvalmateriaal aan de Materialenbank te leveren, maar ook gerecyclede items te gebruiken bij toekomstige bouw- en renovatieprojecten. Dus toen de faculteit Geneeskunde in het universitair ziekenhuis besloot tot de inrichting van een ‘chill-outzone’ voor studenten en de bouw van een aparte administratieve afdeling, zocht het eerst op de hergebruikmarkt, met als resultaat twee onlangs voltooide faciliteiten die grotendeels zijn opgetrokken uit materialen die waren bestemd voor de vuilstort.
Hoewel de diverse circulaire bouwinitiatieven in Leuven veel potentieel hebben, zijn de meeste in feite pilotprojecten. Wat zal er dan nodig zijn om Van Oppens utopie van een volledig circulaire toekomst waar te maken? Strengere wetgeving zou helpen. De door de Europese Commissie voorgestelde wetgeving inzake een circulaire economie zou alle bouwers tot hergebruik kunnen verplichten. En andere Europese steden hebben al eigen circulaire eisen geformuleerd. Zo moet in Zürich in alle openbare nieuwbouw minstens 25 procent gerecycled beton of een soortgelijke toeslagstof worden gebruikt.
Mentaliteitsverandering
Wil urban mining echt van de grond komen, dan is er bij alle inwoners van een stad een mentaliteitsverandering nodig, niet alleen bij de bouwers. De natuurlijke neiging om oude spullen weg te gooien zal plaats moeten maken voor het zoeken naar andere toepassingen voor die spullen, zegt ingenieur Kobe Vaes, die werkt als coördinator bij de Maakleerplek, een multifunctioneel centrum dat zich toelegt op reparatie en hergebruik. Het centrum ligt in de schaduw van twee voormalige graansilo’s van bierbrouwer Stella Artois.
Het hart van de Maakleerplek wordt gevormd door een grote makersruimte vol 3D-printers, draaibanken, persen en andere apparatuur, plus rekken met timmergereedschap en dozen met resten plexiglas, multiplex en repen stof. Te midden van deze georganiseerde chaos tref je sleutelhangers, telefoonhoesjes, kaasplanken en handwerkproducten aan van de honderden schoolkinderen die het centrum regelmatig bezoeken. ‘’s Zomers gaan we elke week met kinderen kanoën op het kanaal om plastic afval te verzamelen, dat we hier in de werkplaats verwerken,’ zegt Vaes.
In het binnenkort te slopen rijtjeshuis in Kessel-Lo is ook Sempels heilig overtuigd van de mogelijkheden die een circulaire aanpak van afval biedt. Ze pakt haar telefoon en toont trots een paar foto’s van een nieuwe door de gemeente geïnstalleerde vuilnisbakkenstalling op straat. Die is gemaakt van houten planken die ze heeft helpen redden, zegt ze. ‘Ik word blij als ik zie wat er met het materiaal gedaan wordt,’ voegt ze eraan toe. ‘Het is een prachtige stalling geworden, vind je ook niet?’











