Tag: koffie

  • Wereldnieuws: wandelende Moai-beelden en meer

    Wereldnieuws: wandelende Moai-beelden en meer

    Oost West, Duits best

    De val van de Muur in 1989 heeft decennialang psychologische littekens achtergelaten bij jonge Duitsers, volgens een onderzoek uit 2023. Meer dan twintig jaar na dato rapporteerden Oost-Duitsers die destijds jong waren meer psychische problemen dan West-Duitsers van dezelfde leeftijd.

    Het tij lijkt echter te keren, zo schrijft Der Tages-Anzeiger. Uit recent onderzoek blijkt dat Oost-Duitsers vergeleken met personen van dezelfde leeftijd, hetzelfde geslacht, dezelfde opleiding en hetzelfde inkomen minder depressieve symptomen rapporteren dan West-Duitsers.

    ‘In Nedersaksen [West-Duitsland] hebben stress en depressie de grootste impact op de bevolking’, aldus het Duitse Centrum voor Geestelijke Gezondheid. De Duitsers die zichzelf het gelukkigst noemen, wonen in Berlijn, terwijl ze in Saarland [uiterst West-Duitsland] het laagste welzijnsniveau rapporteren.
    Al in 2024 toonde een onderzoek naar het verband tussen rijkdom en emotioneel welzijn onder Oost- en West-Duitsers aan dat Oost-Duitsers minder tevreden zijn, maar niet per se minder ‘gelukkig’.

    WN Duitsland compressed
    ©Unsplash

    Wat je neus zegt over stress

    Wetenschappers hebben ontdekt dat de temperatuurdaling in iemands neus kan worden gebruikt als maat- staf voor stressniveaus en om herstel te monitoren. Onder invloed van stress verandert namelijk de bloed- doorstroom in het gezicht. Volgens de psychologen achter het onderzoek zou warmtebeeldtechniek een gamechanger kunnen zijn in stressonderzoek, meldt de BBC. Proefkonijnen moesten in drie minu- ten een toespraak van vijf minuten voorbereiden over hun droombaan. Tijdens hun toespraak legden de wetenschappers hun gezicht vast met een warmtecamera. Bij alle 29 vrijwilligers zagen ze de temperatuur van hun neus met drie tot zes graden dalen.

    Deze ontdekking kan volgens de wetenschappers worden gebruikt om schadelijke stressniveaus te beheersen. Omdat deze techniek niet-invasief is en een lichamelijke reactie meet, zou ze ook nuttig kunnen zijn om stress te monitoren bij baby’s of mensen die niet kunnen communiceren.


    WN Cappucino compressed
    © Pexels

    Een duur bakje koffie

    Een vrouw uit West-Londen heeft een boete van omgerekend 172 euro gekregen omdat ze de restjes van haar ochtendkoffie in een straatputje had gegoten terwijl ze op de bus wachtte, aldus The Guardian. Ze meende er goed aan te doen haar herbruikbare beker leeg te maken voordat ze in de bus naar haar werk stapte. Maar even later werd ze door drie handhavers aangehouden en beboet.

    Ze vertelden haar dat ze een artikel had overtreden dat verbiedt afval te lozen op een manier die land of water kan vervuilen. Ze had de koffie volgens de handhavers in een nabijgelegen afvalbak moeten gooien. De vrouw eist dat de regels voortaan duidelijker worden aangegeven bij prullenbakken en bushaltes.


    AI brengt overledenen tot leven

    Sinds de recente lancering van de Sora-app door OpenAI – een sociaal netwerk dat zich exclusief richt op AI-gegenereerde content – zijn er op sociale media veel hyperrealistische video’s verschenen van Martin Luther King die grove, beledigende of racistische opmerkingen maakt.

    De leider van de burgerrechtenbeweging voor zwarte mensen is er onder andere te zien terwijl hij een supermarkt berooft, de politie ontvlucht of raciale stereotypen verspreidt, meldt NPR. Parodieën op zijn legendarische ‘I Have a Dream’-toespraak tieren er welig. OpenAI heeft de video’s waarin hij te zien is geblokkeerd en beloofd ‘de bescherming voor historische figuren op te schroeven’. Het bedrijf gelooft nog steeds dat AI-video’s van historische personen vallen onder de vrijheid van meningsuiting, maar vindt dat de erfgenamen de uiteindelijke controle moeten hebben over het gebruik van deze afbeeldingen.

    Sora staat echter ook video’s van talloze andere beroemdheden toe zonder expliciete toestemming, waardoor gebruikers valse voorstellingen kunnen creëren van prinses Diana, John F. Kennedy, Kurt Cobain, Malcolm X en vele anderen. OpenAI zou kunnen besluiten het gebruik van afbeeldingen van beroemde mensen, levend of dood, volledig te verbieden, maar heeft ervoor gekozen alleen in te grijpen wanneer de betrokken personen of hun erfgenamen en begunstigden daar uitdrukkelijk om verzoeken. De gebruikelijke aanpak van het bedrijf is ‘om vergiffenis vragen, niet om toestemming’, aldus Kristelia García, hoogleraar intellectueel eigendomsrecht.


    WN Moai.jpg compressed

    Moai-beelden ‘liepen’

    Niemand begreep ooit hoe de 62 Moai-beelden op Rapa Nui, het Paaseiland in het zuidoosten van de Stille Oceaan, daar terecht waren gekomen, aangezien elk beeld tonnen weegt. Dat mysterie is onlangs opgelost door archeologen Carl Lipo en Terry Hunt, zo schrijft My Modern Met. In het Journal of Archaeological Science publiceerden zij onlangs hun onderzoek over welke tocht de beelden moeten hebben afgelegd tussen de steengroeve en hun eindbestemming. Het antwoord ligt in de unieke vorm van de beelden: een D-vormige basis met het ronde deel als draaipunt, en een hellingshoek van zes tot vijftien graden die het zwaartepunt naar de voorkant verschoof. Met een replica van 4,79 ton verplaatsten achttien vrijwilligers het beeld 100 meter in 40 minuten en vonden uit dat door gecoördineerde trekbewegingen met touwen mensen het beeld van links naar rechts konden laten ‘wiegen’, waardoor het letterlijk vooruit ‘liep’. Het bewijst dat de Rapa Nui-bewoners een geavanceerd begrip hadden van natuurkunde en resonantieprincipes.


    dan novac 1naE8177 bI unsplash
    © Dan Novac / Unsplash

    Venetië, een ondersteboven gekeerd bos

    De stad Venetië gaat al 1600 jaar mee dankzij de fundering van miljoenen korte houten palen waarop ze gebouwd is, aldus ScienceDirect. Bomen van verschillende lengtes die met hun punt naar beneden in de grond zijn geslagen, dragen al eeuwenlang stenen palazzo’s en hoge klokkentorens – een knap staaltje techniek dat de krachten van de natuur benut. Maar weinig funderingen gaan zo lang mee als die van Venetië. Hoewel Venetië niet de enige stad is die op houten palen is gefundeerd, zijn er belangrijke verschillen met andere steden die de stad uniek maken. In het geval van bijvoorbeeld Amsterdam lopen de houten palen helemaal door tot aan de rotsbodem en fungeren ze als de poten van een tafel. Dat werkt prima als de rots zich dicht bij het oppervlak bevindt. Maar in veel regio’s ligt de rotsbodem ver buiten het bereik van de palen.

    De fundering van Venetië is gebaseerd op het idee dat de grond versterkt wordt door er zo veel mogelijk palen in te steken, waardoor er aanzienlijke wrijving ontstaat tussen de palen en de bodem. De technische term hiervoor is hydrostatische druk, wat in feite betekent dat de grond de palen ‘vastgrijpt’ als er veel dicht op elkaar op één plek worden geplaatst.

    De Venetiaanse palen werken op deze manier: ze zijn te kort om de rotsbodem te bereiken en houden de gebouwen overeind dankzij wrijving met de bodem. Na meer dan anderhalf millennium in het water te hebben gestaan, zijn de funderingen van Venetië opmerkelijk veerkrachtig gebleken. Ze zijn echter niet immuun voor schade. Zo ontdekte een onderzoeksteam tien jaar terug dat het hout van de onderzochte constructies beschadigd was. Gelukkig hield het systeem van water, modder en hout alles nog bij elkaar.

  • Londen: vrouw krijgt boete voor het weggooien van koffieresten

    Londen: vrouw krijgt boete voor het weggooien van koffieresten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Directeur Louvre erkent dat diefstal voorkomen had kunnen worden

    » Israël verwerpt het oordeel van het ICJ over de hulp aan Gaza

    Ze maakte zich schuldig aan water- en bodemvervuiling

    Een vrouw uit West-Londen heeft een boete van 150 pond (omgerekend 172 euro) gekregen omdat ze de restjes van haar ochtendkoffie in een straatputje had gegoten terwijl ze op de bus wachtte. Ze meende er goed aan te doen haar herbruikbare beker leeg te maken voordat ze in de bus naar haar werk stapte. Maar even later werd ze door drie handhavers aangehouden en beboet, schrijft The Guardian.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ze vertelden haar dat ze een artikel had overtreden dat verbiedt afval te lozen op een manier die land of water kan vervuilen. Ze had de koffie volgens de handhavers in een nabijgelegen afvalbak moeten gooien. De vrouw zegt ‘geschokt’ te zijn door het voorval en vindt dat de handhavers haar intimideerden. Ze eist dat de regels voortaan duidelijker worden aangegeven bij prullenbakken en bushaltes.

  • Zal koffie binnenkort opraken?

    Zal koffie binnenkort opraken?

    Vandaag de dag worden er wereldwijd ongeveer 3 miljard kopjes koffie per dag gedronken. Maar de koffieteelt staat onder zware druk door de opwarming van de aarde.

    Door de opwarming van de aarde kunnen planten uit tropische en subtropische gebieden plotseling gedijen in gematigde zones ver ten noorden of zuiden van de evenaar. Dit betekent echter ook dat de veranderende omstandigheden in de oorspronkelijke teeltgebieden van de planten niet langer gunstig zijn voor hun groei.

    Een voorbeeld hiervan is de koffieplant, die veel te lijden heeft onder de klimaatverandering. De vier belangrijkste producenten, Brazilië, Vietnam, Colombia en Indonesië, zullen op middellange of lange termijn te maken krijgen met een aanzienlijke afname van het aantal gebieden dat geschikt is voor productieve teelt. Aan de andere kant zouden Argentinië, Uruguay, China en de Verenigde Staten (langs de kust tot aan de Golf van Mexico) meer koffie moeten kunnen verbouwen. Deze regio’s zullen de tekorten in de primaire productielanden echter niet snel kunnen compenseren.

    3 miljard kopjes per dag

    Koffie is niet meer weg te denken uit onze wereld. De vrucht, die oorspronkelijk uit tropisch Afrika komt, werd in de zeventiende eeuw door Arabieren en Turken naar Europa gebracht. Vandaag de dag worden er wereldwijd ongeveer 3 miljard kopjes koffie per dag gedronken. Als de trend van de afgelopen drie decennia doorzet, voorspellen experts dat dit aantal tegen 2050 waarschijnlijk zal zijn verdubbeld. Tussen 1990 en 2022 steeg de jaarlijkse wereldwijde consumptie van koffie van 90 naar 179 miljoen zakken van 60 kilogram. Zelfs de jaren van de pandemie hebben niet geleid tot een aanhoudende daling. 

    Een studie van de Zürich University of Applied Sciences (ZHAW) heeft de verandering in de wereldwijde teeltomstandigheden voor Arabica-koffie tot 2050 onderzocht met behulp van veertien modellen in drie verschillende klimaatscenario’s (opwarming van de aarde met 1,6, 2,4 en 4 graden Celsius). De Arabica-plant is momenteel goed voor 56 procent van de wereldwijde productie. Deze plant wordt voornamelijk geteeld in Zuid-Amerika en levert koffie van de hoogste kwaliteit. Vrijwel de gehele resterende productie (43 procent) is afkomstig van de robustaplant, die vooral in Azië wordt verbouwd. Deze wordt onder andere gebruikt om oploskoffie van te maken.

    De onderzoekers bouwden voort op eerdere studies, maar hielden voor het eerst ook rekening met land- en bodemeigenschappen naast temperatuur- en neerslagtrends. Ze concluderen dat de meest geschikte teeltgebieden in alle drie de scenario’s in productie met meer dan 50 procent zullen afnemen tegen 2050. Voor de matig geschikte gebieden voorspellen ze een afname tussen 31 procent en 41 procent, afhankelijk van het scenario. Het grootste probleem is de stijgende temperatuur, die de groei van de planten beïnvloedt.

    Als boeren de koffieproductie moeten opgeven, gaat kennis die al generaties lang wordt doorgegeven, verloren

    Het is moeilijk om de koffieproductie te verplaatsen naar nieuwe teeltgebieden, zelfs op plaatsen waar dit theoretisch mogelijk is. De teelt van koffieplanten veroorzaakt hoge economische, maatschappelijke en ecologische kosten. Het telen van koffiestruiken is een investering die alleen op middellange tot lange termijn rendabel is. Een koffiestruik draagt zijn eerste vruchten pas drie tot vier jaar na het planten. Daarna kan hij nog meer dan twintig jaar vruchten geven. Als er nieuwe planten moeten worden geplant om beschadigde planten te vervangen, worden de kosten voor de vorige aanplant niet afgeschreven en krijgt de boer te maken met extra jaren zonder oogst.

    Dat maakt een snelle aanpassing aan klimaatverandering moeilijk. Ook omdat ongeveer 70 procent van de koffieproducenten kleine boeren zijn die vaak al op de rand van de armoede leven. Het zal voor hen bijna onmogelijk zijn om de nodige investeringen te doen om zich aan te passen, zoals het planten van meer resistente variëteiten of het installeren van een irrigatiesysteem. Bovendien is succes geenszins gegarandeerd. Boeren kunnen ook niet gemakkelijk worden ‘overgeplant’ naar een nieuw teeltgebied. Als ze de koffieproductie moeten opgeven, gaat kennis die al generaties lang wordt doorgegeven, verloren.

    In regio’s waar de koffieteelt domineert, zullen deze ontwikkelingen dus waarschijnlijk grote gevolgen hebben voor de maatschappij. Boeren dreigen een aanzienlijk deel van hun inkomen of zelfs van hun plantages te verliezen, terwijl die bepalend zijn voor hun persoonlijke bestaanszekerheid. Voor de getroffen regio’s zal de afname van de koffieteelt waarschijnlijk een vergelijkbaar verwoestend effect hebben als de de-industrialisatie elders.

    Ten slotte zal een verschuiving naar nieuwe teeltgebieden ook grote ecologische kosten met zich meebrengen. Gebieden waar de teelt voet aan de grond zou kunnen krijgen, moeten vaak eerst ontgonnen worden. Dit betekent bijvoorbeeld het kappen van oerwoud, wat verdere klimaatverandering in de hand werkt.

    Kruisen

    Op middellange termijn is het kweken van nieuwe, klimaatbestendige koffieplanten daarom de belangrijkste methode om een daling van de wereldwijde productie tegen te gaan. Deze moeten niet alleen beter bestand zijn tegen hittegolven, maar ook minder kwetsbaar zijn voor de steeds vaker voorkomende perioden van droogte en voor plagen die vanwege klimaatverandering naar andere gebieden opschuiven. Het ontwikkelen van nieuwe variëteiten kost echter veel tijd. Het is daarom niet zeker of de veredeling gelijke tred kan houden met de klimaatverandering.

    Onderzoekers vestigen hun hoop op het kruisen van Arabica en Robusta met andere koffieplanten. Hieronder valt bijvoorbeeld Liberica-koffie, een koffiesoort die populair was in de negentiende eeuw. Tegenwoordig wordt de smaak als onaangenaam beschouwd en daarom werd hij lange tijd nauwelijks verbouwd. In Afrika wordt geëxperimenteerd met de koffieplant Excelsa, die uit de mode was geraakt omdat hij relatief kleine koffiebonen produceert. Deze plant werd gekruist met robusta en wordt sinds kort weer rechtstreeks geteeld. Er zijn meer dan honderdtwintig wilde koffievariëteiten die ook met andere soorten gekruist zouden kunnen worden.

    In ieder geval zal de koffiesector de komende jaren grote extra bedragen in onderzoek en ontwikkeling moeten investeren. World Coffee Research – de non-profit onderzoeksorganisatie van de wereldwijde koffie-industrie – heeft opgeroepen om jaarlijks zo’n 450 miljoen dollar extra te investeren in onderzoek om in de toekomst wereldwijd een toereikend koffieaanbod te garanderen.

  • De tirannie van het algoritme: waarom alle koffiebars op elkaar lijken

    De tirannie van het algoritme: waarom alle koffiebars op elkaar lijken

    Steeds meer koffiebars hebben dezelfde inrichting en hetzelfde menu, zonder dat ze het bij elkaar afgekeken hebben. Hoe het algoritme mensen met dezelfde voorkeuren bij elkaar brengt en ervoor zorgt dat alle koffiebars op elkaar lijken.

    Het grootste deel van de jaren 2010 was ik een fervent gebruiker van Yelp, een app om restaurants en andere lokale ondernemingen te vinden en te recenseren. De rood-witte interface werd een betrouwbare bron van aanbevelingen, niet alleen in New York maar ook in het buitenland. Als ik in Berlijn, Kyoto of Reykjavik naar een koffiebar wilde, scrolde ik al snel door de lijst van Yelp, die was gefilterd op grond van het aantal sterren – sterren die aangaven hoe leuk andere gebruikers van de app een bepaalde plek hadden gevonden.

    Ik tikte meestal alleen ‘hipster koffietent’ in de zoekbalk, omdat het zoekalgoritme van Yelp inmiddels precies wist wat ik daarmee bedoelde. Het was het soort koffiebar waar iemand zoals ik – een westerling van (destijds) ergens in de twintig, een met internet vergroeide millennial die precies weet wat hij wil – graag komt. Ik kon dan ook al snel uit de zoekresultaten precies die koffiebar filteren die over de verlangde eigenschappen beschikte: veel daglicht dat door grote ramen naar binnen valt; grote houten tafels met ruime zitplaatsen; een licht interieur met witte muren of met van die kleine metrotegeltjes; wifi om te kunnen werken of het werk juist voor je uit te kunnen schuiven.

    Natuurlijk, het ging ook om de koffie, en in dit soort tentjes kon je ervan op aan dat je een cappuccino kreeg van licht geroosterde bonen, zoals de trend voorschreef, met een ruime keuze aan melk, en met kunstzinnig bewerkt melkschuim. Koffiebars die voor een tien gingen, serveerden een flat white (een cappuccino-variant die oorspronkelijk uit Australië en Nieuw-Zeeland afkomstig is) met avocado toast, een geroosterd broodje met geprakte avocado, dat ook van Australische origine blijkt – een combinatie die in de loop van de jaren 2010 synoniem is geworden aan wat de consumerende millennial wil. 

    ‘Authentieke plek’

    Deze koffiebars hadden allemaal dezelfde inrichting en hetzelfde menu, zonder daartoe te zijn gedwongen door een moedermaatschappij zoals Starbucks, dat vestigingen heeft die allemaal een replica zijn van het oorspronkelijke concept. Nee, in dit geval waren de koffiebars, ondanks de immense geografische spreiding en de volledige onafhankelijkheid, geheel op eigen initiatief uitgekomen bij hetzelfde eindpunt. Die ongekende, wijdverbreide eenvormigheid was te choquerend en te nieuw om saai te zijn.

    Natuurlijk zijn er in de gedocumenteerde geschiedenis van de beschaving meer voorbeelden van een dergelijke globalisatie. Maar de eenvormige koffiebars van de eenentwintigste eeuw zijn opmerkelijk, niet alleen vanwege hun zeer specifieke overeenkomsten maar ook omdat ze stuk voor stuk de indruk wekken op organische wijze uit hun lokale omgeving te zijn voortgesproten. Het zijn trotse, lokale ondernemingen die vaak worden omschreven als ‘authentiek’, een bijvoeglijk naamwoord dat ik zelf ook maar al te vaak heb gebruikt. Als ik op reis was, ging ik altijd op zoek naar een ‘authentieke’ plek om wat te eten of te drinken.

    Maar als die plekken allemaal zo op elkaar leken, hoezo waren ze dan authentiek?

    Maar als die plekken allemaal zo op elkaar leken, hoezo waren ze dan authentiek? Ik kwam tot de conclusie dat ze allemaal op een authentieke manier waren verbonden met het nieuwe, digitale geografische netwerk, dat in real time bijeen wordt gehouden door social media. Ze waren authentiek voor het internet, met name voor het internet van de algoritmische feeds uit de jaren 2010.

    brent gorwin vhQUnmnOLys unsplash
    © Unsplash 

    In 2016 schreef ik een essay getiteld ‘Welcome to AirSpace’, over mijn eerste impressies van dit fenomeen van eenvormigheid. Mijn theorie was dat alle fysieke plekken die via apps met elkaar waren verbonden, op de een of andere manier op elkaar leken. In het geval van koffiebars bood de groei van Instagram eigenaren en barista’s van over de hele wereld de gelegenheid om elkaar in real time te volgen, waarbij ze geleidelijk, via algoritmische aanbevelingen, dezelfde soorten content tot zich namen. Zo kon de persoonlijke smaak van de ene eigenaar steeds meer in de richting gaan van wat de anderen ook leuk vonden, om daar uiteindelijk mee samen te vallen. Aan de kant van de consument dreven Yelp, Foursquare en Google Maps mensen zoals ik – mensen die de populaire koffiebarvormgeving op Instagram konden volgen – naar de bars die voldeden aan het gewenste plaatje, door ze bovenaan de lijst te zetten of weer te geven op de kaart.

    Zakelijke beslissing

    Om de grote groep klanten binnen te halen die al door het internet waren klaargestoomd, namen steeds meer koffiebars de vormgeving over die overheersend aanwezig was op de platforms. Aanpassen aan de norm was dus niet alleen een kwestie van de trends volgen; het kwam neer op een zakelijke beslissing, waarvoor je door de klanten werd beloond. Als een koffiebar er aantrekkelijk genoeg uitzag, zetten de klanten deze op hun eigen Instagram om te laten zien hoe cool zij waren, wat neerkwam op gratis socialmediareclame en nieuwe klanten genereerde. Zo hield de cyclus van esthetische optimalisering en homogenisering zichzelf in stand. 

    Maar met het verstrijken der jaren kwam het besef dat er niet zozeer sprake was van een specifieke stijl, als wel van een soort zijnstoestand die verder ging dan een esthetische trend. Zoals met alle modeverschijnselen het geval is, raakte ook de visuele stijl van halverwege de jaren 2010 op zijn retour. De kleine, witte metrotegels die ooit cool waren geweest, verwerden tot een cliché en maakten plaats voor felgekleurde tegels, of tegels met meer structuur. De enigszins ruige, houthakkershemdenstijl uit het Brooklyn van de financiële crisis, met zijn gerenoveerde industriële meubilair, maakte plaats voor een subtiel, Scandinavisch aandoend jarenvijftigmodernisme, met rankpotige stoelen en fijn houtwerk.

    Eind jaren 2010 werd de overheersende stijl killer en minimalistischer, met aanrechtbladen van cement en strenge, geometrische dozen in plaats van stoelen. Accessoires zoals lampen van roestige leidingen maakten plaats voor kamerplanten (met name vetplanten) en kunstwerken met textiel, wat eerder het beeld opriep van het kunstenaarswereldje aan de westkust dan van het harde leven in New York. De associatie met Brooklyn doofde langzaam uit – na de pandemie werd Brooklyn als minder aantrekkelijk gezien dan downtown Manhattan – en de eenvormige stijl werd eerder in verband gebracht met digitale platforms zoals Instagram en het opkomende TikTok dan met een bepaalde plek.

    Homogeniteit

    De stijlelementen bleken minder belangrijk dan de fundamentele homogeniteit, die steeds steviger werd verankerd. In de loop der jaren veranderden stap voor stap de uiterlijke kenmerken, maar de eenvormigheid bleef. Het was die eenvormigheid die ging tegenstaan, meer dan de specifieke stijlkenmerken. Homogeniteit in een diverse wereld heeft iets griezeligs. Het kan teleurstellend zijn om op de zoveelste plek dezelfde vormgeving aan te treffen, en het feit dat de invloed van digitale platforms merkbaar is op plekken waar dat voorheen nog niet het geval was, kan ook een gevoel van beklemming oproepen. 

    Sarita Pillay Gonzalez, een Zuid-Afrikaanse wetenschapper, merkte eind jaren 2010 dit fenomeen op in Kaapstad, toen ze daar werkte voor een organisatie die onderzoek doet naar urbanisatie. Gonzalez beschouwde het als een vorm van gentrificatie, of zelfs als een echo van het kolonialisme in een postkoloniaal land. In Kloof Street, in Kaapstad, schoten de eenvormige, minimalistische koffiebars als paddenstoelen uit de grond. Toen wij elkaar spraken, typeerde Gonzalez die tentjes als volgt: ‘lange, houten tafels, smeedijzeren afwerking, peertjes aan het plafond, hangplanten’. Die vormgeving spreidde zich uit naar andere gelegenheden: bierhallen, gastropubs, galeries, Airbnb’s. Gonzalez had een vergelijkbare transformatie waargenomen in het noordoosten van Minneapolis toen ze daar in 2016 woonde: pakhuizen die werden omgebouwd tot koffiebars, microbrouwerijen of flexwerkplekken – stuk voor stuk bedrijven die erop wijzen dat er in een buurt sprake is van gentrificatie.

    De homogeniteit stond in schril contrast met de hipsterfilosofie die in de jaren 2010 opgang deed

    Volgens Gonzalez staat deze stijl voor een ‘mondiaal toegankelijke ruimte. Je kunt van Bangkok naar New York, Londen, Zuid-Afrika of Mumbai vliegen en overal dezelfde sfeer aantreffen. Plekken die een bepaalde rust geven omdat ze zo vertrouwd zijn.’ De homogeniteit stond in schril contrast met de hipsterfilosofie die in de jaren 2010 opgang deed: door bepaalde producten en culturele artefacten te gebruiken kon je laten zien dat je uniek was en je op die manier onderscheiden van de massa – in dit geval ging het dan om een bepaalde koffiebar in plaats van een onbekende band of een kledingmerk. ‘De ironie is dat al deze plekken individualiteit zouden moeten benadrukken, terwijl ze ongekend homogeen zijn,’ aldus Gonzalez.

    En niet alleen de plekken waren eenvormig, hetzelfde gold voor de klanten, merkte Gonzalez op: ‘Als je naar die koffiebars gaat, is het publiek overwegend wit. Maar [Kloof Street] is van oudsher een buurt waar mensen van kleur wonen.’ Alleen een bepaald soort mensen werd verleid om zich hier op zijn gemak te voelen, en anderen werden actief buitengesloten. Je hebt geld en een zeker savoir-faire nodig om je prettig te voelen bij de karakteristieke handeling van het uitklappen van je laptop op zo’n brede tafel en daar vervolgens uren te blijven zitten. In zekere zin is het net zoiets als je de onuitgesproken etiquette eigen maken in de cocktailbar van een duur hotel. Dit soort koffiebars ‘hebben iets beklemmends, in de zin dat ze duur en exclusief zijn’, aldus Gonzalez. Als witheid en welvaart als de norm worden gesteld, ontstaat er een soort esthetisch en ideologisch krachtveld dat iedereen weert die niet in het plaatje past.

    Plat

    Ik ben groot geworden met het idee dat de aarde plat was. Aan het begin van deze eeuw was er in Amerika in brede kring een groeiend bewustzijn van globalisatie, van het idee dat de wereld meer verbonden was dan ooit, en daarmee kleiner aanvoelde. De voornaamste aanjager van deze opvatting was Thomas Friedman, een columnist van The New York Times, bekend van zijn boek uit 2005, De aarde is plat. Zijn betoog appelleerde aan het gezond verstand: plat betekent dat mensen, goederen en ideeën sneller en makkelijker door de fysieke ruimte reizen dan ooit.

    Globalisering heeft ook geleid tot een meer alledaagse en alomtegenwoordige vervlakking van individuele ervaringen. Ik maak in Amerika gebruik van dezelfde apparaten, heb toegang tot veel van dezelfde sociale netwerken en maak verbinding met dezelfde streamingdiensten als een internetgebruiker in India, Brazilië of Zuid-Afrika. Friedmans voorspelling van een toegenomen internationale concurrentie heeft over de hele linie geresulteerd in slechts enkele winnaars, die ongebreideld profiteren van hun monopolisering van de geïnternationaliseerde digitale ruimte.

    ‘Globalisering voltrekt zich alleen in kapitaal en data’

    ‘Globalisering voltrekt zich alleen in kapitaal en data’, schreef literair theoreticus Gayatri Chakravorty Spivak. ‘Al het overige zijn pogingen de schade in te perken.’ We hebben het over de globalisering van politiek, cultuur en toerisme, maar op een fundamenteler niveau heeft Spivak gelijk. Wat er in werkelijkheid over de planeet vloeit, zijn verschillende geld- en informatiestromen: investeringen, bedrijven, infrastructuren, server farms en alle data van digitale platforms, die onzichtbaar als wind- of oceaanstromen heen en weer gaan tussen verschillende landen. Wij als gebruikers pompen uit eigen vrije wil onze informatie in dit systeem, waarmee we ook onszelf tot onderdeel van de goederenstroom maken.

    daniela araya BBK MAfIJUI unsplash
    © Unsplash 

    Die homogenisering is niet alleen een verschijnsel van deze tijd; die is het gevolg van veranderingen die zich hebben voltrokken lang voor de komst van social media en algoritmische feeds, en zal naar alle waarschijnlijkheid in de toekomst alleen nog maar toenemen. Het is tenslotte wel gebleken dat de wereld, telkens wanneer er melding wordt gemaakt van een grote vervlakking, een manier weet te vinden om nog verder af te vlakken.

    Begin jaren 2010 diende er zich een nieuw fenomeen aan, de ‘Instagram wall’. Dat was deels een voortvloeisel uit de streetartbeweging van de jaren ’00, een gentrificatie van graffiti waarbij stadsmuren werden overgenomen door frisse, officieel toegestane muurschilderingen, vooral in buurten met veel vervallen warenhuizen. Streetart werd een soort toeristische trekpleister, bijna een galerie in de openlucht.

    Waar streetart van oorsprong een guerrilla-activiteit was, waren Instagram walls plekken die speciaal waren bedacht om te zorgen dat mensen zouden blijven staan om een foto te nemen tegen de achtergrond van die muur, om die vervolgens op Instagram te posten. Die Instagram walls werden ook wel Instagram traps genoemd – valstrikken. Sommige bestonden uit niet meer dan felgekleurde grafische patronen die een perfecte achtergrond vormden voor een foto.

    Instagram walls

    Het hoogtepunt – of dieptepunt – van dit fenomeen was misschien wel een brunchrestaurant met de naam Carthage Must Be Destroyed. Het restaurant opende zijn deuren in 2017 in Bushwick, een wijk in Brooklyn, in een blok vol pakhuizen. Aan het interieur was weinig gedaan – kale bakstenen wanden en zichtbare leidingen, grote tafels waar iedereen moest aanschuiven – maar er was sprake van één opmerkelijke, opzichtige stijlkeuze: alles was lichtroze geverfd. De deur was roze, de toonbank had roze tegeltjes, het espressoapparaat had een roze behuizing en de borden waren van roze aardewerk. De menukaart bood weinig bijzonders en de inrichting was dan ook de voornaamste attractie. De publiciteitsfoto’s waren nog maar nauwelijks in omloop gebracht of iedereen wilde naar ‘dat roze restaurant’.

    De ruimte was geoptimaliseerd om te worden gebruikt als digitaal beeld. In die tijd zag je dankzij het internet ineens overal ‘millennial roze’, een beetje de kleur van donkere rouge. Het werd ook wel ‘Tumblr pink’ genoemd, naar het bekende sociale netwerk waardoor het in zwang raakte. Je zag deze kleur op Nike-sneakers, Glossier-makeup en Away-koffers. De rosé gouden modellen die Apple in 2015 op de markt bracht, maakten deel uit van die trend. Carthage Must Be Destroyed had ook de Millennial Pink Experience kunnen heten, een immense Instagram wall. De bezoekers waren zo lang bezig met het maken van foto’s dat het restaurant uiteindelijk een regel invoerde om het maken van snapshots van de ruimte tegen te gaan: alleen foto’s van je eigen eten waren toegestaan. 

    Er kwamen zogeheten ‘Instagram museums’, waar het eigenlijk alleen ging om het maken van de foto’s

    Tegen het einde van het decennium zag je tot vervelens toe dit soort installaties. Er kwamen zogeheten ‘Instagram museums’, waar het eigenlijk alleen ging om het maken van de foto’s. The Museum of Ice Cream, dat in 2017 zijn deuren opende in San Francisco, voorzag in installaties die waren gebaseerd op zoetigheden waar je je volledig in kon verliezen. The Color Factory, ook uit 2017, bood surrealistische monochrome kamers voor portretten met een dramatisch effect. In geen van de gevallen was sprake van overtuigende beeldende kunst, aangezien de werken slechts bestonden bij de gratie van een foto en van degene die op de foto stond – zonder de digitale platforms waren de werken niet compleet; het enige waar het om ging was het creëren van content.

    Instagram walls of experiences trokken bezoekers naar een bepaalde plek en hielden hen daar bezig door ze iets te doen te geven met hun mobieltje, vergelijkbaar met restaurants die kleurplaten hebben voor kleuters. Het was een concessie aan onze nieuwe verslavingen – je kunt niet meer gewoon ergens naartoe gaan; je moet die ervaring ook documenteren. En doordat de bezoekers die de foto’s online zetten het bedrijf of de locatie taggen, groeien de foto’s uit tot een soort gedecentraliseerd onlinebillboard, een vorm van gratis zendtijd en digitale mond-op-mondreclame. De Instagram walls houden zichzelf in stand. Hoe meer posts, hoe meer reclame-algoritmen de plek registreren en suggereren aan nog meer potentiële klanten. De walls zijn een duidelijk voorbeeld van het onontkoombare gegeven dat zelfs fysieke bedrijven niet alleen aanwezig moeten zijn in de realiteit, maar ook op internet.

    De walls zijn inmiddels verworden tot een cliché, maar de manier waarop ze functioneren is doorgesijpeld naar allerlei bedrijven en plekken, met als gevolg dat nu volop wordt ingezet op zogeheten instagrammability. Zo kan een restaurant bijvoorbeeld een wand met planten maken, waar in neonletters de naam van de zaak tussen hangt, goed zichtbaar vanaf alle tafeltjes en daarmee ideaal om te fotograferen en te delen. Een bepaald gerecht kan zo kunstig zijn opgemaakt dat het eerder fungeert als beeld dan als voedsel.

    In het afgelopen decennium is Instagram de lens geworden waardoor we naar de mondiale wereld van de specialty-koffiebars kijken,’ zegt Trevor Walsh, marketing manager van Pilot Coffee Roasters, een keten van minimalistische koffiebars in Toronto. ‘We willen ontwerpkeuzes maken die het goed doen op de foto, we willen een omgeving bieden waarin je momenten beleeft die je wilt delen.’ Het posten van foto’s en reviews op Pilots Instagramaccount was voor het bedrijf aanvankelijk een manier om in contact te komen met andere koffiebars en met collega’s uit de koffiebranche in andere steden, maar als gebruiker van het platform voel je ook de constante druk om het account te onderhouden. ‘Je moet aan de lopende band content creëren. We hebben continu het gevoel dat we in de telefoons en laptops van mensen moeten zitten,’ zegt Walsh. 

    Gewoon een koffiebar zijn is niet meer voldoende; de branche moet een parallel bestaan cultiveren op internet

    Gewoon een koffiebar zijn is niet meer voldoende; de branche moet een parallel bestaan cultiveren op internet, wat een vak apart is. ‘Het is alsof je, om succesvol en zichtbaar te zijn, veel verstand moet hebben van social media, alsof je heel goed thuis moet zijn in iets wat wel gerelateerd is aan je vakgebied maar er niet echt onderdeel van uitmaakt,’ vervolgt Walsh. 

    Verstand hebben van social media betekent je bewust zijn van de algoritmen van de afzonderlijke platforms. Het viel Walsh op dat sommige bedrijven misschien wel een geweldig verhaal hebben, maar ‘zich niet leken te verdiepen in de algoritmen die hen in staat stellen hun zichtbaarheid te vergroten’. Misschien posten ze niet vaak genoeg of houden ze de veranderingen niet bij, zoals de ontwikkeling dat Instagram ineens meer aandacht had voor filmpjes dan voor foto’s – een ingrijpende verandering die zich voltrok in 2022, toen het platform TikTok probeerde te imiteren. Het is niet makkelijk om in de peiling te houden wat het algoritme precies wil, en zelfs mensen die met verstand van zaken een gok wagen, schieten niet altijd raak. Zoals Walsh zegt: ‘We hebben er veel tijd en moeite in gestoken om mooie content te creëren. Maar door dat algoritme hebben we minder voltreffers dan we volgens ons hadden kunnen of hadden moeten krijgen. Dat kan soms wat ontmoedigend zijn.’ 

    ‘Ik haat het algoritme. Iedereen haat het algoritme’

    ‘Ik haat het algoritme. Iedereen haat het algoritme,’ zegt Anca Ungureanu, eigenaar en oprichter van Beans & Dots, een koffie-vestiging in Boekarest, Roemenië. In eerste instantie was de zaak gevestigd in een voormalige drukkerij. Haar streven was ‘om iets neer te zetten dat er nog niet was in Boekarest’ – een plek die, in ieder geval in artistieke zin, niet typerend is voor Boekarest. De zaak trekt een internationaal publiek; wie op Google zoekt naar specialty-koffie in Boekarest, krijgt meteen Beans & Dots voorgeschoteld. Ungureanu heeft een Instagramaccount gemaakt vol cappuccino-foto’s, met meer dan zevenduizend volgers, maar ze raakte gefrustreerd toen ze het gevoel kreeg dat het platform haar de mogelijkheid ontnam om via haar feed haar publiek te bereiken.

    Toen ze ook koffie online ging verkopen, leken Facebook en Instagram haar bereik af te knijpen – tenzij ze reclameruimte zou kopen en zo de kas van de socialmediabedrijven zou spekken. Het voelde als algoritmechantage: als je niet betaalt, gaan wij je niet langer promoten. De middelen die Ungureanu in staat hadden gesteld te groeien en nieuwe klanten te trekken, keerden zich ineens tegen haar. Facebook en Instagram ‘staan niet toe dat je garen spint bij de gemeenschap die je zelf hebt gebouwd. Vanaf een bepaald moment spelen ze geen eerlijk spel meer,’ zegt Ungureanu.

    Volgersinflatie

    Andere eigenaren van koffiebars komen met dezelfde klacht. Jillian May is mede-oprichter van Hallesches Haus in Berlijn, een koffiebar annex boetiek die in 2014 de deuren heeft geopend. In de hoge, strakke ruimte met boogramen kunnen bezoekers niet alleen gieters, lampen en aardewerken bloempotten kopen, maar ook koffie en salades. Hallesches Haus heeft bijna dertigduizend volgers op Instagram. Maar ‘in verhouding tot het aantal klanten kregen we in de loop der tijd steeds minder likes,’ aldus May.

    ‘Een foto die vijf jaar geleden werd gepost kreeg duizend likes, en diezelfde foto krijgt tegenwoordig nog maar honderd tot tweehonderd likes.’ Ze heeft het gevoel dat de app ‘de gebruikers onder druk zet om te betalen voor het promoten van dit soort posts, en daar voelen we ons niet prettig bij’. Die discrepantie voelt als een verbroken belofte van een sociaal netwerk dat is gebouwd op gedemocratiseerde, door gebruikers gegenereerde content. Wij als gebruikers zorgen dat de social media functioneren, maar toch krijgen we niet de volledige controle over de relaties die wij op de platforms tot stand brengen, voornamelijk omdat de algoritmische aanbevelingen zo dominant zijn.’

    clayton malquist 4x9q7p17bE unsplash
    © Unsplash 

    Het effect dat May heeft waargenomen zou je ‘volgersinflatie’ kunnen noemen. Een groot aantal volgers komt niet langer overeen met de werkelijke betrokkenheid over een langere periode, aangezien de prioriteiten van het platform kunnen veranderen of omdat de aloude contenttrucjes hun uitwerking verliezen. Het is een gevoel dat iedereen zal herkennen die het afgelopen decennium op Instagram heeft gezeten. Het is misschien een klap voor je ego als je minder likes krijgt bij een selfie, maar voor een bedrijf dat op deze manier geld moet verdienen is het een serieus financieel probleem – of het nou gaat om een koffiebar die bezoekers wil trekken of om een influencer die gesponsorde content aan de man brengt.

    Fysieke filters

    Het nastreven van instagrammability is een valstrik: de snelle groei als je een herkenbaar format overneemt, ongeacht of het om een fysieke ruimte gaat of om zuiver digitale inhoud, maakt geleidelijk plaats voor een dagelijkse sleur waarin je dingen moet blijven posten en moet bijhouden hoe het algoritme nu weer werkt – welke hashtags, memes of formats je moet volgen.

    Digitale platforms nemen ondernemers hun autonomie af, zetten hen onder druk om in de pas te lopen in plaats van hun eigen creatieve ingevingen te volgen. Te dicht op een trend zitten brengt ook een risico met zich mee: als de glans eraf is, zal het algoritmische publiek het ook laten afweten. Daarom zullen de koffiebars van dertien in een dozijn voortdurend kleine aanpassingen aanbrengen in het interieur, net wat meer planten neerzetten of er juist een paar weghalen. In de algoritmische feed is timing van cruciaal belang.

    In zekere zin zijn koffiebars ook fysieke algoritmische filters

    De alternatieve strategie is je niet van de wijs te laten brengen, je geen zorgen te maken over trends en betrokkenheid en domweg vasthouden aan datgene waar je goed in bent; op een wezenlijk niveau trouw blijven aan je persoonlijke opvattingen of aan de identiteit van je merk. In zekere zin zijn koffiebars ook fysieke algoritmische filters: mensen worden gefilterd op basis van hun voorkeuren en door middel van de inrichting en wat er op de menukaart staat.

    Zo wordt stilletjes een bepaald soort mensen aangetrokken en een ander soort mensen geweerd. Op de lange termijn is die manier om een gemeenschap te creëren misschien wel van grotere waarde dan kunstzinnig bewerkt melkschuim en grote aantallen volgers op Instagram. Uiteindelijk is dat ook wat Anca Ungureanu probeert te doen in Boekarest. ‘We zijn een koffiebar waar je gelijkgestemden kunt ontmoeten, mensen met dezelfde belangstelling,’ zegt ze. Door die opmerking realiseerde ik me dat een bepaalde mate van homogeniteit waarschijnlijk een onvermijdelijk gevolg is van algoritmische globalisering, eenvoudigweg omdat tegenwoordig zo veel gelijkgestemden zich, beïnvloed door dezelfde digitale platforms, door dezelfde fysieke ruimtes bewegen. De eenvormigheid heeft de neiging te accumuleren. 

  • Wordt espresso in Italië een luxe voor de rijken?

    Wordt espresso in Italië een luxe voor de rijken?

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Directeur Greenpeace wordt klimaatgezant voor de Duitse regering

    » Mexico wil ‘pauze’ in de betrekkingen met Spanje: ‘Wij willen niet bestolen worden’

    Koffieprijs blijft stijgen

    De prijs van een espresso, de drank die dagelijks zo’n 5,5 miljoen Italianen op gang helpt, ligt onder vuur. Sinds jaar en dag schommelde de prijs rond de 1 euro, maar vorig jaar ging die op veel plekken naar 1,10 euro. Volgens sommige experts kunnen de kosten dit jaar verder stijgen tot wel 1,50 euro, aldus The Independent.

    Die inflatie is gedeeltelijk te wijten aan de pandemie, die ook de prijzen voor energie en andere boodschappen heeft beïnvloed. Maar ook klimaatverandering speelt een belangrijke rol. De stijgende kosten van espresso zijn namelijk het gevolg van hogere prijzen op de grondstoffenmarkt, voor zowel arabica- als robustabonen. Vorst, droogte, overstromingen en onvoorspelbare weerpatronen hebben de productie in landen als Brazilië en Vietnam, waar veel grondstoffen vandaan komen, geraakt en consumenten beginnen dat nu te voelen.

    Volgens Furio Truzzi van Assoutenti, een Italiaanse organisatie voor consumentenrechten, zullen hogere espressoprijzen ’een dagelijks ritueel transformeren tot een luxe voor de rijken’.

    Lees ook:

  • Filosoof moet machocultuur in start-ups aanpakken

    Filosoof moet machocultuur in start-ups aanpakken

    De CEO van Kitu Life Inc., een start-up die superkoffie produceert, constateerde een probleem in zijn bedrijf: er werkten alleen maar ‘white dudes’. Dus belde hij een oud-docent van zijn filosofieopleiding.

    Op het hoogtepunt van de #MeToo-beweging, kregen bedrijven als Uber en Facebook te maken met een boycott. Jim DeCicco, de CEO van Kitu Life Inc., was niet helemaal gerust op de cultuur die binnen zijn eigen bedrijf heerste.

    Zowel hij als zijn twee broers – met wie hij samen de in Manhattan gevestigde start-up had opgezet die Super Coffee produceert, een drankje waaraan proteïne is toegevoegd – zijn jong en sportief, het soort mannen dat ze zelf zouden omschrijven als ‘white dudes’, en ook precies het soort mannen dat ze destijds hebben aangenomen in hun bedrijf.

    ‘Soms was het hier net een kleedkamer na een sportwedstrijd,’ zegt DeCicco.

    De sfeer was supercompetitief en het kwam wel eens voor dat een van de teamleden het uiterlijk van een vrouw becommentarieerde, of dat er antisemitische opmerkingen werden gemaakt.

    DeCicco was vastbesloten dit een halt toe te roepen op een moment dat het bedrijf nog betrekkelijk klein was.

    Zijn oplossing? Hij huurde een filosoof in.

    ‘Je kunt niet domweg zeggen dat je belang hecht aan vertrouwen en integriteit. Wat betekent dat in godsnaam?’

    ‘Het leek me een interessante manier om ethische en morele principes en bepaalde normen en waarden te vervlechten in het bedrijf zonder dat er meteen zo’n bureaucratische sfeer zou ontstaan waarin je allerlei HR-protocollen moet volgen,’ aldus DiCicco.

    De filosoof in kwestie was Reid Blackman, een zogeheten consultant ethische risico’s uit Brooklyn. Blackman had twintig jaar in de academische wereld gewerkt. Hij had ethica gedoceerd aan Colgate University, waar DiCicco een major filosofie had gedaan. Toen DiCicco een bericht van zijn voormalig docent op LinkedIn zag staan, stuurde hij hem een berichtje en stelde voor een keer koffie te gaan drinken.

    Witte mannen

    Blackman had al snel door waar de schoen wrong – hij zag een foto van het Kitu-team op LinkedIn. Vrijwel uitsluitend witte mannen. ‘Ik zei meteen: “Dat is vragen om problemen!”’ herinnert hij zich.

    Het was volkomen begrijpelijk dat het zo was gelopen. De drie DeCicco-broers, allemaal in de twintig, zijn opgegroeid in Kingston, New York. Hun ouders werkten bij de plaatselijke YMCA en in de bouw. Jordan, de jongste, ontwikkelde Super Coffee op zijn studentenkamer toen hij aan Philadelphia University zat. Hij stopte met zijn studie om zijn tijd volledig aan het bedrijf te kunnen wijden. Al snel voegden zijn broers zich bij hem, geholpen door hun tantes, die $30.000 in hun bedrijf staken.

    Het drietal huurde een appartement in Lower Manhattan. Ze werkten dag en nacht en namen hun vrienden in dienst. ‘Ons hoofd verkoop was de aanvoerder van Jordans basketbalteam,’ zegt DiCicco. ‘Onze regionale salesmanager was Jakes kamergenoot.’ Wat kon een filosoof voor hen betekenen?

    ‘Filosofie helpt je zin van onzin te onderscheiden,’ zegt Blackman, die zelf ook een zakelijke achtergrond heeft: vijftien jaar lang heeft hij zijn eigen groothandel in vuurwerk bestierd.

    Ethische uitgangspunten zijn niet subjectief, zegt hij, en normen en waarden moeten worden gedragen door je handelen. ‘Je kunt niet domweg zeggen dat je belang hecht aan vertrouwen en integriteit,’ zegt hij. ‘Wat betekent dat in godsnaam?’ Blackman was twee dagen per week op de werkvloer aanwezig en stelde als eerste een ethisch handvest van twee pagina’s op. Hij begon bij de drie broers en betrok gaandeweg het hele Kitu-team bij zijn project.

    Sommige onderwerpen sneuvelden zodra de medewerkers dieper ingingen op de bijbehorende normen en waarden. Zo wilden de broers graag in het handvest opgenomen hebben dat ze zich bekommerden om de arbeiders die de koffiebonen plukken, maar uiteindelijk moesten ze erkennen dat het niet binnen hun macht lag echt iets voor die mensen te doen. Dus dat punt werd geschrapt.

    Wat overbleef: Een toezegging om in een grotere en meer diverse vijver te vissen bij het aannemen van personeel. In het handvest staan concrete actiepunten, zoals: ‘Adverteren op plekken waar niet-witte mannen zijn.’

    Familie

    Het bedrijf zegt sindsdien te zijn gegroeid van een tiental medewerkers, onder wie 2 vrouwen en 2 minderheden, naar 66 medewerkers, waarvan 22 vrouwen en 11 minderheden. Het managementteam bestaat voor twee derde uit vrouwen en het gemiddelde jaarsalaris van de vrouwelijke medewerkers is $75.000 dollar, tegen $64.000 voor de mannen.

    Op het front van het welzijn biedt Kitu inmiddels een onbeperkt aantal vakantiedagen en men zorgt dat het aantal telefoontjes en mails na werkuren beperkt blijft.

    Om een cultuur van samenwerking te stimuleren krijgen ook de vertegenwoordigers een salaris in plaats van commissie. Vergaderingen zijn erop gericht strategieën te delen en ‘hulp’ te herkennen.

    Volgens Blackman, die $500 tot $600 per uur rekent, leidt een goede bedrijfsethiek tot goede resultaten

    Martin Chung, de regionale sales manager, die eerder bij twee andere drankjesstart-ups heeft gewerkt, zegt dat er een duidelijke cultuuromslag heeft plaatsgevonden sinds hij in 2017 bij Kitu is komen werken, en dat hij meer saamhorigheid voelt dan ooit. ‘We beschouwen elkaar als familie,’ zegt hij.

    Maar bij het creëren van een ethische cultuur komt meer kijken dan beleid uitstippelen. Blackman geeft ook workshops waarin Kitu-medewerkers op grond van logica onderwerpen analyseren, zoals de vraag wat nou precies een kwetsende opmerking is, of wanneer iemand zich bot gedraagt.

    Blackman, die $500 tot $600 per uur rekent en die voor allerlei bedrijven werkt, van softwarebedrijven tot een start-up in biochip-implantaten, zegt dat een goede bedrijfsethiek leidt tot goede resultaten. In het geval van Kitu lijkt dat inderdaad het geval.

    Volgens Alliance Sales & Marketing is Kitu zonder meer de snelst groeiende partij binnen het ready-to-drink koffiesegment in Amerika. In het afgelopen kwartaal is de verkoop aan supermarkten meer dan verviervoudigd ten opzichte van het jaar ervoor. Super Coffee is verkrijgbaar in 12.500 winkels verspreid over heel Amerika, waaronder Target en CVS, en de totale omzet over 2019 lijkt in de buurt te gaan komen van de $28 mln, aldus Kitu.

    En ja, het team bestaat nog altijd voor een groot deel uit mannen, en voorgenomen veranderingen zoals anonieme screening van sollicitatiebrieven moeten nog worden geïmplementeerd. Maar Jim DeCicco is blij met de vooruitgang die is geboekt. Iedereen kan een nieuwe koffiedrank op de markt brengen, zegt hij, maar door de bedrijfscultuur zal Kitu in staat zijn het succes ook vast te houden.

    ‘Bij ons werken zeventig gemotiveerde mensen,’ zegt hij, ‘en die hebben een bredere visie dan alleen koffie verkopen.’

  • Het plezier van het ondernemen

    Het plezier van het ondernemen

    Sinds de Cubanen zelf bedrijfjes mogen oprichten, ontstaan overal op het eiland kleine initiatieven. Voormalig ambtenaar Luís verkoopt bijvoorbeeld sinds kort zijn eigen koffie.

    Bij het krieken van de dag hebben de slapelozen, de reizigers en de nachtwakers de primeur om van een kopje koffie te genieten dat de naam van dit heerlijke brouwsel alle eer aandoet. Vanaf drie uur ’s ochtends begint Luís Armando Cabrera Soler met de bereiding van zijn nectar in de dokterspraktijk aan de Calle 27 de Noviembre in Pinar del Río, 150 kilometer ten zuiden van Havana, waar hij woont. Zijn vrouw Madalina, arts, helpt hem bij het in gereedheid brengen van zijn uitrusting voor de straatverkoop: thermosflessen, tassen en een draagstel.

    Ondertussen snuift de bewaker die in de buurt werkt genietend het aroma op van de koffie die gezet wordt. ‘Ik heb een lampje op mijn pet gemonteerd zodat een klant niet naar een straatlantaarn hoeft te lopen om goed te kunnen zien, en uiteindelijk is dit lichtpunt ook een vorm van reclame,’ vertelt Luís. Hij is begonnen met één thermosfles en nu heeft hij er elke ochtend vijf. ‘Ik heb mijn assortiment allereerst uitgebreid met een cortadito, koffie met een wolkje melk, zoals me was aangeraden door een taxichauffeur die dat in Havana had gezien. Daarna ben ik verdergegaan met cappuccino en koffie met een chocoladearoma of gecondenseerde melk.’

    Een café beginnen is niet nodig: de klanten verdringen zich. ‘Kwaliteit is de beste reclame,’ verkondigt Luís. ‘Als ze me met een groot biljet willen betalen en ik heb geen wisselgeld, dan serveer ik ze gratis. Dat kost me geen geld, want uiteindelijk levert het me meer klanten op.’

    Luís met een klant in Pinar del Río.
    Luís met een klant in Pinar del Río.

    Over de koffie die hij gebruikt doet Luís niet geheimzinnig: ‘Café 100% Soler,’ zegt hij, terwijl hij het logo laat zien dat hij zelf heeft ontworpen. ‘Koffie die door mijn familie wordt geoogst en door mijzelf gebrand en gemalen. Mijn plantage in een dorpje hier in de buurt is niet groot, en daarom ben ik niet verplicht mijn productie aan de staat af te staan; maar ze is toereikend voor een heel jaar,’ legt hij uit.

    In principe is de Cubaanse staat de enige die koffieoogsten mag opkopen, en overtreding van deze wet staat gelijk aan diefstal of illegale export. De enige manier om koffie te vercommercialiseren is door het in winkels te kopen waar je betaalt in CUC’s, de Cubaanse peso die inwisselbaar is tegen een tarief dat veel te hoog is voor gewone Cubanen. Door de hoge prijzen in deze winkels nemen de onafhankelijke ondernemers (cuentapropistas) hun toevlucht tot de informele markt.

    ‘Het moeilijkste is om aan weggooibekers te komen,’ zegt Luís terwijl hij een klant zijn koffie serveert. ‘Omdat je die nergens kunt kopen, ben ik aangewezen op de welwillendheid van buren en vrienden die ze voor me meenemen uit het buitenland.’

    Door zijn creoolse humor weet Luís zelfs de lastigste klanten voor zich te winnen

    Eerst werkte Luís bij de inkoopafdeling van de benzineverkoopdienst van Pinar del Río, die onder het ministerie van Energie en Mijnbouw valt. Voorzichtigheidshalve heeft hij deze baan eerst met zijn straatverkoop van koffie gecombineerd, ‘Veel mensen zijn bang om hun baan op te zeggen en een eigen bedrijf te beginnen. Ik heb de sprong alleen maar gewaagd omdat mijn bedrijfsinkomsten regelmatig begonnen te worden en de werkuren voor mijn baan mijn bedrijfje in de weg begonnen te staan.’

    Door zijn creoolse humor en de vriendelijkheid waarmee hij een vuurtje geeft aan degenen die er eentje willen opsteken bij hun koffie, weet Luís zelfs de lastigste klanten voor zich te winnen. ‘Biljetten van hoeveel wil je terug hebben?’ grapt hij tegen een klant die geen kleingeld terug wil. ‘Ik zorg dat de mensen over de kleinste details tevreden zijn,’ licht hij toe.

    Om negen uur ’s ochtends loopt zijn verkoop ten einde, maar begint de voorbereiding voor de volgende dag: hij moet de koffie branden en malen, de thermosflessen schoonmaken met chloor, de servetten wassen waarmee hij de druppels opneemt, de vlekken verwijderen van het witte blad waarop hij zijn koffie serveert en ten slotte zijn boekhouding doen. Zo eindigt de werkdag van Luís Armando Cabrera, die er geen spijt van heeft dat hij een kleine ondernemer is geworden.

    Auteur: Ricardo Fernández
    Vertaler: Peter Bergsma

    14ymedio
    Cuba | 14ymedia.com

    Eerste onafhankelijk digitale medium in Cuba. Opgericht in 2014 door de Cubaanse activistische blogger Yoani Sánchez en de Cubaanse journalist Reinaldo Escobar. Omdat Cuba van alle landen in de wereld zo ongeveer de laagste internetconnectiviteit heeft, en de onlinecontent bovendien voortdurend door de overheid wordt gecheckt en gecensureerd, werkt de redactie niet online maar zet de content klaar en loadt die dan op in hotellobby’s. Van de 11,2 miljoen mensen in Cuba heeft iets meer dan een vijfde toegang tot het internet, en dan nog met name tot intranet, dat door de regering wordt beheerd.