Tag: koper

  • De Zwitserse grondstoffenbazen achter Trumps diepzeemijnbouw

    De Zwitserse grondstoffenbazen achter Trumps diepzeemijnbouw

    Machtige Zwitserse concerns beheersen voor een groot deel de handel in koper, kobalt en nikkel. Nu willen ze ook de bodemschatten op de diepzeebodem exploiteren.

    In de chaos van zijn grillige beleid, met elke dag nieuwe dreigementen, bekendmakingen en decreten, dreigde een voor de aarde belangrijke beschikking van Donald Trump uit het zicht te raken. Eind april gaf de president de betreffende instanties opdracht ervoor te zorgen dat door de VS gelicentieerde ondernemingen zo snel mogelijk strategisch belangrijke grondstoffen uit de zeebodem kunnen halen, zowel in Amerikaanse als in internationale wateren. Daar, duizenden meters onder het oppervlak, liggen op veel plaatsen enorme voorraden koper, kobalt, mangaan en nikkel. Diepzeemijnbouw is zeer omstreden en door internationale verdragen grotendeels verboden. Sommige deskundigen achten het wel mogelijk en zinvol, mits op terughoudende en voorzichtige wijze. Veel anderen waarschuwen echter voor de onvoorspelbare en dramatische gevolgen voor de oceanen en de mariene ecologie en wijzen diepzeemijnbouw categorisch af.

    Zoals bekend laat Donald Trump zich weinig gelegen liggen aan internationale regels en helemaal aan ecologische argumenten. Hij wil zakendoen. De onderneming die naar het zich laat aanzien het meest profiteert van zijn decreet is The Metals Company (TMC), een vanwege zijn manier van zakendoen omstreden Canadees bedrijf. Maar de grote profiteurs op de achtergrond zitten midden in Europa: in Zwitserland, en hun reputatie is niet minder dubieus.

    Zonder overheidsregulering of enig toezicht controleren en dirigeren zij de wereldwijde handel in bodemschatten. Met name die waar door digitalisering, energietransitie en klimaatbescherming steeds meer vraag naar is. Als je nu op een willekeurige plaats een straatenquête zou houden met de vraag wat de grootste Zwitserse concerns zijn, hoor je waarschijnlijk de namen van UBS, voedingsmiddelenmultinational Nestlé en van farma-giganten als Novartis, Sandoz en Roche. Vrijwel niemand zou Glencore, Trafigura of Mercuria noemen. Terwijl die een branche van in totaal zo’n duizend grondstoffenbedrijven domineren, die samen meer aan het Zwitserse bbp bijdragen dan het toerisme of de financiële sector.

    Grote bazen

    Ongeveer de helft van de grondstoffenbedrijven is gevestigd in het belastingparadijs Zug. De Zwitserse federale autoriteiten gaan ervan uit dat 60 procent van de wereldhandel in grondstoffen via dit kanton loopt, hoewel ze daar – met uitzondering van goud – bijna nooit fysiek terechtkomen. Deze concerns zijn ‘achter de schermen de grote bazen van de wereldeconomie’, schreef het Zwitserse economische tijdschrift Bilanz. In 2024 haalde alleen al marktleider Glencore een omzet van € 202,8 miljard, evenveel als Nestlé, Novartis en Roche bij elkaar. 

    De omvang op zich is echter niet het probleem, wel de dominante marktpositie en methodes die concerns als Glencore hanteren. Vanuit Zwitserland orkestreren en controleren de grondstofreuzen de gehele toeleveringsketen via een ondoorzichtig web van ontelbare, niet zelden in offshore belastingparadijzen gevestigde dochterondernemingen.

    Het begint al bij de mijnen, meestal gelegen in afgelegen streken van politiek instabiele landen in Latijns-Amerika of Afrika waar de rechtsstaat een sluitpost is. Zoals Espinar in de hooglanden van het grondstofrijke Peru, waar zonder enige consideratie met mens en natuur op grote schaal koper wordt gewonnen. De voornamelijk inheemse lokale bevolking wordt verjaagd. Degenen die blijven, hebben gevaarlijke concentraties zware metalen en andere giftige stoffen in hun bloed, veroorzaakt door verontreinigd drinkwater. Dat is vastgesteld door de nationale gezondheidsdienst maar heeft niets veranderd. Ook in andere landen zijn de werkwijzen en de toestanden bij de winning van grondstoffen rampzalig voor de mensenrechten en het milieu. Kerkelijke en andere ngo’s bekritiseren dat zonder resultaat al jaren.

    De Zwitserse grondstoffenreuzen hebben meer schepen op zee dan de complete Amerikaanse marine

    Niet alleen de mijnen zelf, ook het daaropvolgende transport en de verwerking van de grondstoffen zijn stevig in handen van de Glencores van deze wereld. Zij bezitten de wegen, de transportbedrijven, de spoorlijnen en de havens; de Zwitserse grondstoffenreuzen hebben meer schepen op zee dan de complete Amerikaanse marine. Zij zorgen voor de veredeling en het verhandelen van de grondstoffen. En bovendien zijn zij door hun enorme opslagcapaciteit in staat de felbegeerde goederen vast te houden en zo de prijzen op de wereldmarkt kunstmatig op te drijven. De rekening is voor de verwerkende industrie – en dus uiteindelijk voor de consument, aangezien energiecentrales, smartphones en elektronische apparaten onnodig duurder worden.

    Het is gezien hun macht en betekenis verbazingwekkend dat de grondstoffenreuzen zo goed onder de radar van de publieke waarneming weten te blijven. En dat willen ze maar al te graag zo houden. Als je de schitterende gebouwen van de Zwitserse banken en de financiële sector aan de Paradeplatz in Zürich ziet, verbaas je je hoe onopvallend het kantoor van de economische wereldmacht Glencore is: een kleurloos kantorencomplex aan Baarermattstraße 3 in de gemeente Baar in kanton Zug.

    Door een fusie met zijn Zwitsers-Britse concurrent Xstrata twaalf jaar geleden stond Glencore in één keer aan de top van de bedrijfstak. De oprichter van het concern was een man die zijn leven lang een reputatie van meedogenloosheid heeft genoten, waar hij zelf helemaal niet mee zat: Marc Rich. In 1934 in België geboren, werd hij later ook Spaans en Israëlisch staatsburger en begon hij in 1974 als zelfstandig oliehandelaar. In zaken had Rich geen morele of politieke scrupules, en dat kostte hem in 1983 de kop. De FBI vaardigde een wereldwijd opsporingsbevel tegen hem uit, officieel wegens belastingfraude. In werkelijkheid werd het Rich in de VS buitengewoon kwalijk genomen dat hij ongegeneerd doorging met zijn oliehandel met de Iraanse moellahs toen die in de Amerikaanse ambassade in Teheran tweeënvijftig Amerikaanse diplomaten en medewerkers 444 dagen lang gegijzeld hielden. Waarom Bill Clinton hem op de laatste dag van zijn ambtstermijn in 2001 verrassenderwijs gratie verleende en het arrestatiebevel introk, is sindsdien onderwerp van veel speculatie.

    Slinks

    Marc Rich, die voor fotografen bij voorkeur poseerde met een dikke sigaar en open overhemd, was in de jaren zeventig ook in de metaalhandel gestapt. Zijn belangrijkste man werd een vrijwel onbekende Duitser, in de Zürichse Tagesanzeiger ooit kort en krachtig ‘de machtigste manager van Zwitserland’ genoemd: Willy Strothotte. Geboren in 1944 in Borken, Westfalen, gold hij in de grondstoffenbusiness als de Metal Man en rechterhand van Rich. In de jaren negentig, toen Rich door zijn eigen managers was afgezet en zij het bedrijf hadden omgedoopt tot Glencore, werd Strothotte de baas van het concern. Ook bleef hij aandeelhouder. Tegenwoordig woont hij in Zwitserland waar hij van zijn miljarden geniet.

    Maar waarom vindt dit alles uitgerekend in Zwitserland plaats? Zolang de kas klopt, blijft men discreet. Politiek en instanties tonen geen noemenswaardige interesse in het reguleren of controleren van de activiteiten van de grondstoffengiganten. Daar hebben ook de herhaalde corruptieschandalen, zoals die bij Glencore, niets aan veranderd. In Congo had het concern met hulp van een dubieuze tussenpersoon en smeergeldbetalingen aan de clan van dictator Joseph Kabila op slinkse wijze exploratierechten weten te bemachtigen. Dat werd in 2017 door de Süddeutsche Zeitung en andere internationale media aan het licht gebracht in de Paradise Papers. Aan het onderzoek door Zwitserse en Amerikaanse autoriteiten wist Glencore in 2022 elegant een einde te maken door € 180 miljoen aan de Republiek Congo over te maken.

    In 2020 is in Zwitserland een poging gedaan de concerns in elk geval op het gebied van mensenrechten en milieunormen aan banden te leggen. Een referendum over de invoering van normen en voorschriften naar het voorbeeld van de EU-richtlijn inzake de toeleveringsketens, mislukte toen nipt. Het initiatief was afkomstig van negentig kerkelijke en maatschappelijke organisaties; inmiddels bereidt deze ‘coalitie voor verantwoord ondernemen’ een nieuwe poging voor.

    Deze coalitie stelt momenteel ook de zogenaamde Zwitserlandconnectie aan de kaak die zou profiteren van Donald Trumps plannen om grondstoffen uit de diepzeebodem te winnen. Want de in het begin genoemde Canadese onderneming TMC, die hiervoor al in de startblokken staat, is grotendeels in Zwitserse handen. Glencore en het in het kanton Fribourg gevestigde Allseas, dat is gespecialiseerd in voor dit doel ontworpen bijzondere vaartuigen, zijn grote investeerders en ‘strategische partners’ van TMC. Bovendien verzekerde Glencore zich al in 2012 contractueel van vijftig procent van de metalen die TMC ooit uit de bodem onder de Stille Oceaan wil gaan halen.

  • De race naar een groene toekomst leidt tot koperkoorts

    De race naar een groene toekomst leidt tot koperkoorts

    De groene economie heeft een enorme honger naar koper – en de mensen stelen, vechten en sterven om die te kunnen voeden. Met uitzondering misschien van goud heeft geen enkel ander metaal zoveel verwoesting aangericht.

    Voorstanders van de energietransitie willen alles elektrisch maken. Auto’s, verwarmingssystemen, fabrieken en alle andere machines moeten draaien op elektriciteit in plaats van op fossiele brandstoffen. Daarvoor hebben we koper nodig – ontzettend veel koper. Afgezien van zilver, dat veel zeldzamer en duurder is, is koper de beste stroomgeleider die er bestaat. We hebben het nodig voor zonnepanelen, windturbines en elektrische voertuigen. Voor de reusachtige batterijen die ons van stroom zullen voorzien wanneer de zon niet schijnt en de wind niet waait. En voor uitbreiding en verbetering van het elektriciteitsnet, dat in de meeste landen uit talloze kilometers stroomkabels bestaat.

    Een recent rapport van S&P Global voorspelt dat we de komende 25 jaar meer koper nodig zullen hebben dan de mensheid in haar gehele bestaan heeft gebruikt. Analisten voorspellen dat we de komende jaren miljoenen tonnen tekort zullen komen.

    Terwijl de energietransitie op stoom komt, is de waarde van koper de lucht in geschoten. De afgelopen vier jaar is de prijs van een ton koper van 6400 naar 9000 dollar gestegen. Daardoor zijn elektrische bedrading en apparatuur en zelfs het ruwe, net gedolven metaal een aantrekkelijk doelwit geworden voor dieven. Overal ter wereld wordt voor honderden miljoenen aan koper gestolen – waarbij vele mensen om het leven komen. Wellicht met uitzondering van goud heeft geen enkel ander metaal zo veel dood en verderf gezaaid.

    Het meeste koper wordt nog altijd gewonnen en verkocht door erkende bedrijven. Maar zelfs de legale koperindustrie heeft enorm veel schade aangericht. De kopermijnbouw heeft – in het westen van de VS, in Zuid-Amerika, in Centraal-Afrika – enorme stukken land en kilometers waterwegen vervuild.

    Rampen

    En het risico op rampen wordt groter, omdat van de rijkste en makkelijkst bereikbare koperertslagen de meeste inmiddels zijn ontgonnen. ‘Al het laaghangende fruit is geplukt,’ zegt Scott Dunbar, een voormalig mijnbouwkundig ingenieur uit Canada. De kwaliteit van het resterende erts in veel grote mijnen gaat snel achteruit. Dat betekent dat er steeds grotere stukken land moeten worden opengebroken om dezelfde hoeveelheid koper te winnen, waarbij dus ook steeds grotere hoeveelheden afval worden geproduceerd.

    Het nieuwe koperfront ligt in Centraal-Afrika. Sinds de vroege jaren 2000 wordt daar flink geïnvesteerd, als reactie op de schreeuwende vraag naar grondstoffen in China’s groeiende economie. De meeste bedrijvigheid vindt plaats in de Democratische Republiek Congo, een groot land dat rijk is aan koper, diamanten, goud, kobalt en andere delfstoffen. De mijnbouw is goed voor ongeveer 80 procent van de exportopbrengsten. Weinig daarvan komt uiteindelijk bij de inwoners terecht; de meeste Congolezen moeten leven van minder dan 3 dollar per dag.

    De grootste producent van ruw koper ligt echter aan de andere kant van de wereld. Chili houdt die titel al tientallen jaren en levert momenteel een kwart van al het ruwe koper ter wereld. Koper heeft het land enorme rijkdom gebracht, maar ook gezorgd voor plunderingen, onteigeningen en geweld.

    ANP 469516379
    Medewerkers van de Chuquicamata-mijn in Calama, in de Chileense provincie Antofagasta. – © ANP

    Grootschalige mijnbouw begon in dit land meer dan een eeuw geleden, toen een Noord-Amerikaans bedrijf in het noorden er controle kreeg over Chuquicamata, een gebied waar de oorspronkelijke bevolking al eeuwenlang koper opgroef. Een tijdlang was het de grootste dagbouw- oftewel bovengrondse mijn ter wereld. De arbeidsomstandigheden waren armzalig en er werd vaak gestaakt. Toen de Chilenen in 1970 de socialist Salvador Allende als president kozen, was een van de eerste dingen die hij deed de Chileense kopermijnen nationaliseren, waaronder Chuquicamata. De Amerikaanse eigenaren van de mijn waren woedend. Drie jaar later werd Allende bij een door de VS gesteunde coup ten val gebracht.

    Tegenwoordig wordt Chuquicamata gerund door overheidsbedrijf Codelco. Het terrein van de mijn strekt zich uit over de lage uitlopers van een bergketen in de Atacama-woestijn. Het is een van de droogste gebieden op aarde. De groeve zelf is gigantisch groot: meer dan 1,5 kilometer breed, ruim 3 kilometer lang en bijna een kilometer diep. Deze vormt het middelpunt van een krioelend complex van gebouwen en wegen vol huizenhoge vrachtwagens, omvangrijke machines en torenhoge schoorstenen, allemaal gehuld in stof en rook, als was het een industriële voorstad van Mordor.

    De schatten die in deze mijnen worden opgegraven, trekken schaamteloze criminelen aan

    De mijn heeft ook een verstrekkende impact op het omringende landschap. De schokgolven breiden zich uit in alle richtingen. Grijs-bruingestreepte bergen steengruis liggen verspreid over vele kilometers. Een door wallen van opgehoopte aarde en steen ingesloten bezinkingsbassin met vervuild water beslaat een oppervlakte zo groot als Manhattan. 

    En dan is er nog de schade die je niet direct ziet. Chuquicamata – en andere mijnen in de buurt – onttrekken enorme hoeveelheden water aan de waterhoudende grondlagen en bergstroompjes in de Atacama. Volgens Leonel Salinas, vertegenwoordiger van de plaatselijke bevolking in Lasana, een bescheiden verzameling huizen ongeveer 45 kilometer van Chuquicamata, zuigt de mijn het weinige water in het gebied weg. Akkerland droogt uit, waardoor de meeste boeren zich gedwongen zien naar de stad te verhuizen. 

    De schatten die in deze mijnen worden opgegraven, trekken schaamteloze criminelen aan. Bij het licht van de volle maan komen bandieten in Toyota Tundra-pick-uptrucks naast de treinen rijden die de koperplaten uit de mijnen in de Atacama naar de kust vervoeren. Ze springen op de wagons, snijden de touwen waarmee de 90 kilogram wegende metaalplaten bevestigd zijn door, gooien het koper achter in de rijdende pick-ups en verdwijnen in het donker.

    In januari 2023 werd de belangrijkste zeehaven van Chili overvallen door een heel team van criminelen, dat een handjevol havenarbeiders overmeesterde en ervandoor ging met twaalf containers vol koper van Codelco, met een waarde van meer dan 4 miljoen dollar. Het is zo’n nijpend probleem dat de Chileense politie een speciale kopertaskforce heeft opgezet. 

    Niemand weet precies hoeveel koper er jaarlijks wereldwijd wordt gestolen. Dieven verkopen hun buit doorgaans aan sloop- en recyclebedrijven waar geen vragen worden gesteld over de herkomst. Daar wordt het omhulsel van de stroomkabels gestript en het koper versnipperd of gesmolten. Nadat het gestolen koper gezuiverd is, kan het worden vermengd met legaal verkregen koper, waarna het makkelijk op de officiële markt te verkopen valt; de herkomst valt dan niet meer te achterhalen. Maar je kunt gerust zeggen dat de hoeveelheid gestolen koper jaarlijks vele miljoenen, zo niet miljarden dollars waard is. In 2023 werd bij Aurubis, de grootste koperrecycler van Europa, middels een bijzonder gewaagde operatie voor 200 miljoen dollar aan koper en andere metalen gejat. De grootste roofovervallen, tenminste in de VS, zijn meestal inside jobs.

    Opportunisten

    Amerikaanse koperdieven zijn overigens vaak gewoon opportunisten. Je hebt niet bijzonder veel deskundigheid of lef nodig om in een leegstaand gebouw de bedrading los te trekken, achter een appartementencomplex een airconditioner open te breken of in een rustige buitenwijk een putdeksel mee te pakken. De kosten voor het repareren van de veroorzaakte schade gaat de waarde van het gestolen metaal echter vaak ver te boven. Uitgetrokken kabels hebben drinkwatervoorzieningen in Hawaii belemmerd, straatverlichting in Missouri en landingsbaanlichten in Washington uitgeschakeld en hele metrolijnen in New York stilgelegd. In de VS wordt de schade die door koperdiefstal jaarlijks wordt toegebracht aan gebouwen en bedrijven die behoren tot de vitale infrastructuur geschat op 1 miljard dollar.

    ANP 372199985
    Veiligheidsagent patrouilleert in een verlaten mijn in Carletonville. – © ANP

    In Zuid-Afrika hebben wijdverbreide armoede, een incompetente politie en torenhoge metaalprijzen van koperdiefstal een heuse bedrijfstak gemaakt. Mijnen zijn een dankbaar doelwit. Hun ondergrondse netwerken van schachten en tunnels hebben stroom nodig voor de verlichting en de graafmachines. Die stroom gaat uiteraard door kilometers kabel, onbewaakt en uit het zicht. Elke dag wagen honderden mensen hun leven om aan dat metaal te komen.

    Deze dieven staan bekend als zama zama’s, wat in het Zulu zoiets betekent als ‘waag het erop’. Deze illegale mijnwerkers laten zich aan touwen of via handgemaakte ladders in mijnschachten zakken en dringen het netwerk van tunnels binnen. Daar zetten ze ondergrondse kampen op. Zama zama’s brengen soms weken of zelfs maanden in de tunnels door.

    Het is een misdaad die verbazingwekkend vaak voorkomt en zeer veel schade aanricht. Het mijnbouwbedrijf Implats meldde in 2021 ongeveer 800 gevallen van kabeldiefstal. Vanwege gestolen kabels moeten sommige mijnen wekenlang dicht blijven.

    Illegale mijnwerkers komen bij bosjes om bij gasexplosies, overstromingen door hevige regenval en andere ongelukken

    En het is een buitengewoon gevaarlijke manier om aan de kost te komen. Illegale mijnwerkers komen bij bosjes om bij gasexplosies, overstromingen door hevige regenval en andere ongelukken. Boven de grond worden tientallen vrachtwagens overvallen die koper naar Zuid-Afrikaanse havens vervoeren. Ondertussen wordt het elektriciteitsnet zo vaak en zo zwaar geplunderd dat het hele land eronder lijdt. In 2021 meldde spoorbedrijf Transnet dat er meer dan 1000 kilometer aan bovenleidingkabels was gestolen. Zendmasten, waterpijplijnen en elektriciteitscentrales worden eveneens aangevallen. Een ziekenhuis in Johannesburg moest sluiten nadat er koperen leidingen, kabels en elektrische apparatuur waren gestolen.

    De golf van koperdiefstal heeft in sommige arme townships een tegenreactie opgeroepen van geweld door burgerwachten. Vermeende dieven zijn aangevallen, in elkaar geslagen en worden soms zelfs gelyncht.

    De Zuid-Afrikaanse overheid en mijnbedrijven zoeken ondertussen wanhopig naar een oplossing. Spoorweg- en elektriciteitsbedrijven vervangen het koperdraad soms door aluminium of een legering van koper en mangaan, maar niets geeft een betere geleiding en is beter bestand tegen corrosie dan koper. Om diefstal te ontmoedigen heeft de regering eind 2022 een verbod op de export van oud koper ingesteld, in de hoop de toegang tot de overzeese afzetgebieden voor gestolen koper af te snijden. De dieven lijken daar echter nauwelijks last van te hebben. Er zijn nog genoeg binnenlandse kopers, en het kost de smokkelaars die de waar naar het buitenland verschepen blijkbaar weinig moeite om het metaal langs de ontoereikende haveninspectie te krijgen.

    Een effectievere benadering van het groeiende koperdiefstalprobleem zou kunnen zijn om de aandacht te verleggen van het aanbod naar de vraag. Al zal ook dat niet makkelijk worden. Maar bedenk bijvoorbeeld dat er wereldwijd meer dan een miljard auto’s rondrijden. Als die allemaal moeten worden vervangen door elektrische auto’s, zijn er ontzaglijk grote hoeveelheden koper nodig, voor zowel de productie als het laadnetwerk. Als we in plaats daarvan het openbaar vervoer zouden uitbreiden, e-bikes zouden subsidiëren en onze steden beter zouden inrichten op voetgangers, hebben we er veel minder van nodig.

    Het moet ons lukken om die baanbrekende overstap naar duurzame energie te maken. Maar we moeten ook inzien dat de koolstofvrije, door zon en wind aangedreven toekomst die we ons graag voorstellen haar eigen gevaren voor mens en planeet met zich meebrengt.

  • Waarom schone energie niet afhankelijk moet worden van vieze kopermijnen

    Waarom schone energie niet afhankelijk moet worden van vieze kopermijnen

    Terwijl de wereld langzaam overschakelt naar windenergie en elektrische auto’s, neemt de vraag naar koper navenant toe vanwege de uitstekende geleidende eigenschappen. Maar het delven van koper zorgt voor veel milieuoverlast.

    Corky Stewart is een gepensioneerde geoloog die met zijn vrouw op het platteland woont in Grant County in New Mexico, ongeveer anderhalve kilometer ten noorden van de uitgestrekte Tyrone-kopermijn. ‘We wonen hier nu drie jaar en we hebben vier keer een explosie gehoord,’ zegt Stewart over de mijn. Hij vindt dat niet zozeer onredelijk, aangezien het mijnbouwbedrijf eigenaar is van het terrein en het recht heeft om daar te doen wat het wil.

    Maar toen hij het pand kocht, wist hij niet dat het bedrijf aanvraag zou doen voor een nieuwe groeve, de Emma B, op slechts 800 meter van de bronnen waarvan hij en zijn vrouw afhankelijk zijn voor drinkwater. ‘Als ze op de een of andere manier ook onze watertoevoer gaan gebruiken en daarmee onze watervoorziening zouden uitputten, dan worden onze huizen waardeloos,’ zegt Stewart.

    ‘We doen geen poging om te voorkomen dat die groeve wordt gerealiseerd,’ zegt hij. ‘Het enige wat we vragen, is een toezegging dat alles netjes wordt geregeld ten aanzien van onze watervoorziening.’ Maar de mijn, eigendom van het bedrijf Freeport-McMoRan, weigert volgens Stewart om hen die zekerheid te geven. Freeport-McMoRan heeft niet gereageerd op meerdere verzoeken van New Mexico In Depth en The Guardian om te reageren.

    Stijgende vraag

    De uitbreidingsplannen van het bedrijf hangen samen met de verwachting dat de VS gaan investeren in schonere energiebronnen dan fossiele brandstoffen, waardoor de wereldwijde vraag naar koper zal stijgen. Koper geleidt elektriciteit, buigt gemakkelijk en is recyclebaar, en daarmee is het een cruciaal materiaal voor de meeste vormen van hernieuwbare energie, van wind- en zonne-energie tot elektrische voertuigen. Maar als die ‘schone energie’ afhankelijk wordt van de winning van metalen zoals koper, kan de omgeving worden vervuild.

    Freeport-McMoRan roemt de vele duurzame maatregelen die het bedrijf heeft genomen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, maar het lijdt geen twijfel dat koperwinning aanzienlijke risico’s inhoudt voor omliggende gemeenschappen en een bedreiging vormt voor allerlei zaken, uiteenlopend van de watervoorziening en de luchtkwaliteit tot belangrijke locaties voor inheemse culturen.

    Mijnbedrijven graven enorme gaten in de grond, die tot onder de grondwaterspiegel reiken. Zware machines stuwen stof op waardoor de lucht vervuild raakt. Er worden chemicaliën gebruikt om het mineraal uit erts te logen en water dat daaraan wordt blootgesteld, is voor altijd verontreinigd. Sommige projecten, zoals de Tyrone-mijn van Freeport, zullen continu water moeten blijven pompen, zelfs als er geen koper meer te vinden is, om te zorgen dat verontreinigd water uit de mijn niet terugvloeit naar de grondwaterspiegel.

    De vraag naar koper zal naar schatting met 350 procent groeien in 2050, indien de wereld overschakelt op schone energie

    Volgens Chris Berry, een onafhankelijk analist die zich bezighoudt met energiemetalen, is het streven naar schone energie een belangrijke reden voor de toegenomen vraag naar koper, die naar schatting met 350 procent zal groeien in 2050, indien de wereld overschakelt op schone energie. Tussen 2019 tot 2020 is de prijs in de VS al bijna verdubbeld. Dat komt deels omdat de rol van koper in de transitie naar schone energie niet genoeg kan worden benadrukt.  ‘We zullen het elektriciteitsnet echt opnieuw moeten gaan ontwerpen om het schoner, groener en efficiënter te maken. En dat vereist veel meer koper en kopermijnen.’

    Deze realiteit stelt milieuactivisten zoals Allyson Siwik, directeur van het Gila Resources Information Project, een lokale milieuorganisatie in Grant County, voor problemen.

    Lees ook:

    ‘We proberen natuurlijk over te stappen naar een economie met schone energie,’ stelt Siwik. ‘Daar zijn we uiteraard groot voorstander van.’ Ze voegt er echter aan toe: ‘De toename van de wereldwijde vraag naar deze metalen is wel zeer verontrustend voor mij. Het zijn de gemeenschappen in de frontlinie, zoals wij hier in Grant County, die de prijs betalen voor de toegenomen exploratie en uitbreiding van de mijnbouw.’

    De enorme kopermijnen van Chino en Tyrone die eigendom zijn van Freeport-McMoRan, liggen verscholen in landelijke gebieden van Grant County in het zuidwesten van New Mexico en hebben daarom niet de aandacht van Santa Fe, de hoofdstad van de staat. New Mexico staat nationaal gezien op de derde plaats wat koperproductie betreft, en de mijnen bieden werk aan meer dan dertienhonderd mensen. Naarmate de vraag naar koper toeneemt, kan de lokale werkgelegenheid groeien. En daar gokt Freeport-McMoRan op.

    Het winnen van metalen is nu winstgevender is dan ze te recyclen

    In het jaarverslag van 2020 schat het bedrijf dat de vraag naar koper de komende vijf jaar zal verdubbelen als gevolg van de toename van elektrische voertuigen en hernieuwbare technologie.

    ‘Er is toenemende interesse om koper te ontginnen in zowel bestaande als nieuwe mijnen, om zo de energietransitie te ondersteunen,’ bevestigt Holland Shepherd. Hij is manager van het mijnbouwprogramma van het ministerie van Energie, Mineralen en Natuurlijke Hulpbronnen van de staat New Mexico. Zo wil mijnbouwbedrijf Themac Resources in Sierra County de Copper Flat-mijn opnieuw in gebruik nemen.

    Die mijn was begin jaren tachtig kort in bedrijf, maar stopte omdat de prijzen daalden. Themac Resources heeft een mijnbouwvergunning voor twaalf jaar aangevraagd, waarvoor ook voldoende waterrechten moeten worden verworven om de regelgevende instanties van de staat tevreden te stellen. Daarover maken bewoners van het nabijgelegen dorp Hillsboro zich zorgen.

    ‘We zijn voor al ons water afhankelijk van bronnen hier in de stad,’ zegt Gary Gritzbaugh, die al vijfentwintig jaar in Hillsboro woont en voorzitter is van de Hillsboro Mutual Domestic Water Consumers Association. Deze kleine watervereniging bedient tachtig tot negentig klanten en bestaat al meer dan een halve eeuw. ‘Het is een goed systeem,’ zegt hij, maar hij is bezorgd dat de mijn hun bronnen zal uitputten of vervuilen, ook al proberen ingenieurs van het mijnbouwbedrijf de stad gerust te stellen dat verontreinigd water uit de mijn de watervoorziening van Hillsboro niet zal bereiken.

    Voor milieuactivisten die achter vermindering van CO2-uitstoot staan, zijn er geen gemakkelijke oplossingen voor de bedreiging die de winning van koper en andere essentiële mineralen vormt voor gemeenschappen zoals Hillsboro of voor plattelandsbewoners zoals Stewart.

    Recycling

    Noah Long, regiodirecteur van het klimaat- en schone-energieprogramma bij de Natural Resources Defense Council, zegt dat als een energietransitie uitblijft de gevolgen desastreus zullen zijn, en dat sommige gevolgen al zichtbaar zijn. ‘We kunnen het ons niet veroorloven om te wachten,’ meent hij. Maar hij merkt ook op dat er behoefte is aan adequate regulering van mijnen, evenals aan het hergebruik en recyclen van batterijen van elektrische voertuigen.

    Een markt voor het recyclen van dergelijke batterijen, die zo’n tien jaar mee kunnen, kan helpen de vraag naar koper te verminderen en de mijnbouwactiviteiten te beperken in gebieden als New Mexico, waar kopererts overvloedig aanwezig is.  

    ‘We moeten overschakelen naar een beleid dat duidelijke prikkels creëert voor recycling,’ vindt ook Aimee Boulanger, directeur van het Initiative for Responsible Mining Assurance. Ze wijst erop dat het winnen van metalen nu winstgevender is dan ze te recyclen.

    Het recyclen van batterijen voor elektrische voertuigen staat nog in de kinderschoenen

    Vorig jaar werd in de VS naar schatting 35 procent van het koper gerecycled en aan ongeveer een derde van de totale wereldwijde vraag wordt voldaan met gerecycled koper. Maar het recyclen van batterijen voor elektrische voertuigen staat nog in de kinderschoenen. Die batterijen bevatten koper, nikkel, kobalt en lithium; hiervan zijn kobalt en nikkel meestal terug te winnen voor nieuwe batterijen, maar lithium en koper worden opgevangen voor gebruik in andere producten, of gaan verloren tijdens het proces.

    Toen loodzuurbatterijen in 1859 in beeld kwamen, werden ze zelden gerecycled, maar nu kunnen ze gemakkelijk worden afgebroken voor hergebruik. Dat zou een blauwdruk kunnen zijn voor batterijen voor elektrische voertuigen. China heeft al voorlopige regelgeving die fabrikanten aanmoedigt om voorzieningen te treffen voor het inzamelen en recyclen van gebruikte batterijen. Ook de EU heeft een wet in de maak die is gericht op duurzaamheid van batterijen.

    Als elektrische voertuigen het alternatief zijn voor olieslurpende auto’s, dan moet hun ecologische voetafdruk, van de winning van grondstoffen die nodig zijn voor de productie tot het beheer van afval van dat proces, in ogenschouw worden genomen, vindt Boulanger. ‘We moeten eraan werken om die impact te verminderen.’

    Het is ook belangrijk om autofabrikanten en elektronicabedrijven aan te moedigen om samen te werken met leveranciers die op verantwoorde wijze mineralen winnen, zeggen milieuactivisten. Maar uiteindelijk zullen dergelijke mijnen nooit 100 procent veilig zijn volgens Siwik, die zich onlangs bij inheemse stammen en milieugroeperingen heeft aangesloten om de Amerikaanse regering op te roepen om mijnbouwregulering te herzien.

    ‘We moeten de maximale hoeveelheid milieubescherming eisen, met mijnen die zo veilig mogelijk zijn.’ Dat betekent het veilig opslaan van voorraden, voorkomen dat giftige stoffen het grondwater binnendringen, de gevolgen voor de luchtkwaliteit verminderen en ook ervoor zorgen dat mijnen land teruggeven zodra een bepaald mijngebied opgebruikt is. Daarnaast moeten autofabrikanten en elektronicabedrijven worden aangemoedigd om samen te werken met leveranciers die op een verantwoorde manier mineralen winnen.

    Verantwoorde mijnbouw

    Siwik wil dat voor het beoordelen van mijnbouwpraktijken de standaard wordt gebruikt die is opgesteld door het Initiative for Responsible Mining Assurance (IRMA). Het IRMA werd onafhankelijk opgesteld en wijkt af van de normen die worden gehanteerd door de mijnbouwindustrie. Het IRMA kijkt onder meer naar sociale en ecologische verantwoordelijkheid, zakelijke integriteit en ‘de langetermijnplannen voor een positief nalatenschap’ om de prestaties te meten. Resultaten, beoordeeld door een onafhankelijke auditor, bevatten details over mijnbouwactiviteiten, bezochte faciliteiten en interviews die de auditors hebben gehouden met bedrijfsvertegenwoordigers.

    Deze openbare controle omvat ‘alles, van de bescherming van de rechten van inheemse volkeren, tot biodiversiteit en water en tot de gezondheid en veiligheid van werknemers’, aldus Boulanger. Het IRMA heeft al soortgelijke openbare audits uitgevoerd bij een platinamijn in Zimbabwe en een lood-zinkmijn in Mexico. Bedrijven als Tiffany’s, BMW en Ford hebben zich al gecommitteerd aan verantwoorde inkoop, dus als een mijn deel wil uitmaken van hun toeleveringsketens, zullen ze zich aan deze hoge standaard moeten houden, zegt Boulanger. Maar milieuactivisten vrezen dat de grote kopermijnen in New Mexico terughoudend zullen zijn om dergelijke normen te accepteren.

    ‘Zij zijn degenen die een expert betalen en als je wilt dat een expert iets zegt, kun je hem daarvoor gewoon betalen’

    Vorig jaar liet Freeport-McMoRan weten een andere standaard, het Copper Mark Responsible Production Framework, te zullen hanteren. Dat is speciaal ontworpen voor de koperindustrie en is ontwikkeld door de International Copper Association, een invloedrijke handelsgroep. Copper Mark luistert niet naar getroffen gemeenschappen, arbeidsorganisaties, niet-gouvernementele organisaties of mensenrechtenorganisaties, zoals het IRMA dat wel doet. Maar Copper Mark brengt wel rapporten uit op basis van duurzaamheidsnormen. Volgens Holland Shepherd van de staat New Mexico is er niets mis met Copper Mark.

    Gemeenschappen die worden getroffen door mijnactiviteiten staan juist sceptisch tegenover gegevens en rapporten die door de industrie zelf worden verstrekt.

    Zo is plattelandsbewoner Corky Stewart uit Grant County niet overtuigd als het bedrijf hem verzekert dat vervuild water van de geplande Emma B-mijn zijn waterputten niet zal bereiken. ‘Het is de mijn die de gegevens levert, toch?’ zegt hij. ‘Zij zijn degenen die een expert betalen en als je wilt dat een expert iets zegt, kun je hem daarvoor gewoon betalen.’

    Zodra vergunning wordt verleend voor de Emma B-mijn, is een rechtszaak de enige toevlucht die ingezetenen zoals Stewart nog hebben in het geval van waterverontreiniging. En dat vergt aanzienlijke financiële middelen, zegt hij. ‘Ik kan het me niet veroorloven om een eigen hydrologiebedrijf, advocaten, enzovoort in te huren.’

    Lees ook: