In het land werden afgelopen jaar veel korans verbrand
Het Deense parlement heeft donderdag een wet goedgekeurd waarmee het verbranden van korans in het land wordt verboden. Dat schrijft Politiken. Wie de wet overtreedt kan tot twee jaar gevangenisstraf krijgen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De wet noemt niet specifiek de Koran, maar stelt dat de ‘ongepaste behandeling van geschriften die van groot belang zijn voor een erkende religieuze gemeenschap’ strafbaar zijn. Het verbranden van bijvoorbeeld de Bijbel of de Torah zou zo ook verboden worden. 94 parlementariërs van het 179-leden tellende Deense parlement, ook bekend als de Folketing, stemden voor.
Specifiek kan het verbranden, verscheuren of bevuilen van religieuze teksten in het openbaar mensen een boete opleveren of een celstraf tot twee jaar. Ook het vernietigen van een heilige tekst op video en het online verspreiden van de beelden kan mensen in de gevangenis doen belanden. Aanleiding voor de wet zijn de koranverbrandingen in Denemarken en Zweden deze zomer, die leidden tot grote verontwaardiging in de moslimwereld.
Honderden mensen gewapend met knuppels en wapenstokken staken woensdag verschillende kerken in brand in een christelijke wijk in Faisalabad, in het oosten van Pakistan. De woedende menigte was op de been gekomen nadat een christelijke familie werd beschuldigd van het ontheiligen van de Koran, bericht Al Jazeera. Deze furieuze groep vernielde ook een begraafplaats en het plaatselijke overheidskantoor. Niemand raakte gewond bij het geweld.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Ongeveer honderd mensen werden gearresteerd en de twee vermeende daders van de godslastering, die op de vlucht sloegen, werden aangeklaagd. Volgens getuigen brak het geweld uit ‘nadat uitgescheurde pagina’s van de Koran’ waren ontdekt in de christelijke wijk ‘met naar verluidt godslasterlijke opschriften’.
Denemarken zoekt naar manieren om de praktijken te stoppen
In zowel Denemarken als Zweden blijven koranverbrandingen in publieke ruimtes doorgaan. Maandag was het raak in Stockholm, toen een koran in brand werd gestoken voor het Zweedse parlement. Eerder gebeurde dat voor de Iraakse ambassade en voor een moskee.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Autoriteiten in Denemarken en Zweden vragen zich af hoe ze de acties op een legale manier kunnen stoppen, zeker omdat in beide landen de vrijheid van meningsuiting uitgebreid beschermd wordt in de grondwet. Zo benadrukt men in Zweden dat de lokale politie vergunningen geeft voor evenementen zonder de inhoud te beoordelen. Denemarken gaat kijken naar reeds bestaande wetten om de protesten te kunnen verbieden, schrijft de Deense krant Politiken.
Volgens de Deense regering zorgen de verbrandingen voor ‘schade’ voor Denemarken. Zo wordt er vanuit de Arabische wereld woedend gereageerd op de verbrandingen, door protesten bij onder meer de Zweedse ambassade in Irak. Voor Zweden ligt de zaak extra gevoelig, omdat de Turkse president Recep Tayyip Erdogan zijn fiat moet geven aan het NAVO-lidmaatschap van Zweden.
Aanleiding is de toestemming voor een nieuwe koranverbranding
De Zweedse ambassade in de Iraakse hoofdstad Bagdad is donderdag door honderden mensen bestormd. Dat schrijft persbureau Reuters.Aanleiding is de toestemming van de Zweedse politie voor een demonstratie voor de Iraakse ambassade in Stockholm, waarbij waarschijnlijk een koran in brand zal worden gestoken.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het Zweedse ministerie van Buitenlandse Zaken gaf een verklaring aan de Zweedse publieke omroep SVT Nyheter: ‘Onze ambassademedewerkers zijn veilig. Wij veroordelen alle aanvallen op diplomaten en personeel van internationale organisaties. Aanvallen op ambassades en diplomaten zijn een ernstige schending van het Verdrag van Wenen. De Iraakse autoriteiten zijn verantwoordelijk voor de bescherming van diplomatieke missies en diplomatiek personeel.’
De mensen die de Zweedse ambassade bestormden zijn waarschijnlijk aanhangers van de Iraakse geestelijke Moqtada al-Sadr, die al eerder opriep tot het bestormen van de ambassade na koranverbrandingen in Zweden. Eerder koranverbrandingen in Zweden werden al massaal veroordeeld door de Arabische wereld.
Bij de bestorming donderdag zou geen personeel gewond zijn geraakt. Hoe groot de schade aan het ambassadecomplex is, is niet bekend. Mogelijk worden er de komende dagen, als de demonstratie in Stockholm plaatsvindt, nieuwe betogingen gehouden in de Arabische landen.
De Zweedse ambassade in Irak werd bestormd door betogers
In de Arabische wereld is met woede en ontstemdheid gereageerd op een koranverbranding in de Zweedse hoofdstad Stockholm, schrijft Al Jazeera.In de Iraakse hoofdstad Bagdad liepen de gemoederen hoog op toen tientallen betogers korte tijd de Zweedse ambassade bestormden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De koranverbranding vond plaats op woensdag, op de dag dat het Offerfeest begon. Voor de grootste moskee van Stockholm werd het voor moslims heilige boek in brand gestoken door een vluchteling. De Zweedse politie zou toestemming voor het protest hebben gegeven. De Zweedse premier Ulf Kristersson zei de actie te veroordelen, maar dat het protest zelf niet illegaal was.
Onder meer de regeringen van Iran, Jemen, Egypte, Saoedi-Arabië en Jordanië veroordeelden de actie. In de Verenigde Arabische Emiraten werd de Zweedse ambassadeur op het matje geroepen, terwijl Marokko zijn ambassadeur uit Zweden terugriep. Ook Turkije veroordeelde de actie, waardoor toestemming voor het NAVO-lidmaatschap van Zweden verder weg lijkt.
In Marokko ontbreken openbare kleuterscholen, waardoor kinderen onder de zes jaar vaak zijn aangewezen op privéonderwijs. Dit vergroot de ongelijkheid tussen arm en rijk en tussen steden en het platteland.
Het Marokkaanse nationale onderwijsstelsel, dat tot de eenentwintig zwakste ter wereld wordt gerekend, kent geen openbare kleuterschool voor kinderen jonger dan zes jaar, hoewel die al voor 2004 was aangekondigd. Om de leemte te vullen hebben de private, verenigings- en informele sector het voortouw genomen. Driekwart van de Marokkaanse kinderen kan na afronding van de lagere school niet goed lezen, schrijven of rekenen. En toch wil die openbare kleuterschool er maar niet van komen, hoe sterk het maatschappelijk middenveld er ook op aandringt.
Het ministerie van Nationaal Onderwijs had met steun van diverse economische en sociale actoren en verenigingen een nationaal werkplan voor kinderen (2006-2015) ontwikkeld, getiteld ‘Een Marokko dat zijn kinderen verdient’ (‘Maroc digne de ses enfants’). Op het gebied van kleuteronderwijs is van vooruitgang echter nauwelijks sprake geweest. Het deelnamepercentage is onder het streefcijfer gebleven.
Met name op het platteland bleef die deelname met 41,7 procent onder de maat, zeker bij meisjes: 28,3 procent. Volgens het Marokkaanse nieuwsagentschap (MAP) lag het landelijk gemiddelde in het jaar 2013-2014 rond 64,3 procent. Het agentschap herinnerde aan een noodprogramma voor de periode tussen 2009-2012, genaamd ‘Samen de schouders eronder voor een succesvolle school’ (‘Ensemble pour l’école de la réussite’).
Bij gebrek aan openbare kleuterscholen zijn er particuliere initiatieven. De lessen zijn informeel en worden gehouden in privéwoningen, of door gelovigen in moskeeën. Het aanbod is dus ongestructureerd en ontbeert een gemeenschappelijke visie.
Informele klassen
Sidi Moumen, Casablanca. In deze wijk – een van de meest achtergestelde van Marokko – is de vereniging Umm El Ghait de afgelopen jaren met kleuteronderwijs begonnen. Braaf op hun stoeltjes gezeten, zeggen de kinderen de tafels op in het Frans. ‘We beginnen onmiddellijk met Frans,’ zegt Amal Kadiri Berrada, van Oum El Ghait, ‘want tweetaligheid is erg belangrijk om ongelijkheid te bestrijden.’ In dit gloednieuwe klaslokaal geeft Samira Benali, een gekwalificeerde onderwijzeres, op alle werkdagen van halfnegen tot halfvijf, les aan vierentwintig leerlingen van vier tot zes jaar oud.
‘Het doel van de kleuterschool is om het kind van de moederwereld naar de wereld van de school te begeleiden. Je speelt er, maar leert er vooral wat school is. Volgens mij moet je alleen maar Frans onderwijzen, omdat het kind niet kan spelen en tegelijkertijd Arabisch, Frans en soms zelfs Engels leren,’ zegt Amine Mejjari, directeur van een basisschool in Sidi Moumen.
Scholen die kouttab (ook wel m’sid) heten, bieden informele lessen op grond van ‘oorspronkelijk’ ofwel sterk op islamitische leest geschoeid onderwijs. Volgens overheidsstatistieken waren de kouttab in 2016 goed voor 60,5 procent van het kleuteronderwijs in Marokko. Op het platteland was dit percentage 71,3 procent. In de kouttab staat de islam centraal. De kinderen leren lezen en schrijven aan de hand van boekjes waarin koranverzen worden uitgelegd. Ze moeten zich die eigen maken en opzeggen.
‘Er zijn informele structuren, zoals geïmproviseerde kinderdagverblijven in sloppenwijken, maar ze hebben onvoldoende uitrusting, voldoen niet aan hygiënische normen en zijn over het algemeen overvol. Het onderwijzend personeel is ongeschoold en soms zitten er negentig kinderen in één ruimte,’ zegt Amal voor de school waar zijn vereniging lesgeeft, terwijl ouders hun kinderen komen ophalen. Voor Oujour Hssain, directeur informeel onderwijs bij het ministerie van Nationaal Onderwijs ‘is Marokko zoekende naar een voorschools model dat duurzaam is en dat de staat zou kunnen financieren. Maar eerst moet de lagere school van voldoende niveau zijn om de kleuterschool te kunnen integreren. We hebben nog een lange weg te gaan.’
Toumliline, een klein dorp op ongeveer tien uur rijden van Casablanca, kent wel een lagere school, maar geen kouttab of kleuterschool. Terwijl kinderen op straat in de winterzon spelen, zegt onderwijzeres Raibah dit gebrek aan scholing voor peuters en kleuters te betreuren: ‘Het is heel moeilijk voor een basisschoolleraar om kinderen in de eerste klas te hebben die nog nooit naar school zijn geweest.’
Driehonderd meter verderop, aan de andere kant van de rivier, heeft een vereniging in Aït Daoud een kleuterschool gebouwd, maar daar kunnen de kinderen van Toumliline niet naartoe. Mohamed Gourou, 32, woont in Toumliline en is vader van twee kinderen, van wie een de lagere school van het dorp bezoekt: ‘We willen graag een school voor de jongste, maar dat kan hier niet,’ zegt hij bij de schoolpoort, waar hij op zijn zoontje wacht.
Le Desk, dat in 2015 werd gelanceerd, is een onafhankelijke informatie- en onderzoekssite. Het bedrijfskapitaal is in handen van het team dat de site heeft opgericht en dat voornamelijk uit journalisten bestaat. ‘Een dergelijke structurele economische onafhankelijkheid is vrij zeldzaam in Marokko.’
CONTEXT: 84 %
van de Marokkaanse kinderen zit op scholen waar achtergestelde bevolkingsgroepen dominant zijn. Dat blijkt uit een in 2016 in vijftig landen uitgevoerd onderzoek van PIRLS (Progress in International Reading Literacy Study), een internationaal vergelijkende studie naar de leesprestaties van leerlingen in het basisonderwijs. Volgens het Marokkaanse economisch dagblad L’Économiste is het internationale gemiddelde bijna drie keer zo laag (29 procent). ‘Slechts 8 procent van de Marokkaanse kinderen bezoekt onderwijsinstellingen met een evenwichtige sociale samenstelling; internationaal is dat gemiddeld 33 procent.’
Eind december werd in Jakarta een jonge vrouw aangehouden toen ze zich opmaakte om een zelfmoordaanslag te plegen op de presidentiële garde. Het weekblad Tempo wist haar op het politiebureau te spreken te krijgen. Een interview.
De jonge vrouw is opmerkelijk kalm. Ze vermijdt elk oogcontact met mannen. Ze klinkt vastberaden als ze spreekt over de jihad en de amaliyah [een Arabische term die door extremisten wordt gebruikt voor (zelfmoord)aanslagen], de goede daden volgens een bepaalde interpretatie van de Koran. Er verschijnt alleen een lachje op haar gezicht als ze over haar man, Muhammad Nur Solihin, begint.
Hoe kwam u ertoe om dit te doen?
‘Het begon met een soort nieuwsgierigheid. Waarom zou je moeten doden? Waarom iemand de handen afhakken? Ik vond de redenaties daarvoor hard, fanatiek. Ik was er fel op tegen en op de Facebookpagina van een jihadiste discussieerde ik daarover. Maandenlang bleef ik tegen de anderen ingaan. Ze zeiden: “Ukhti [zusje], als je werd verkracht, als er familie van je werd verkracht, wat zou er dan gebeuren? Dan zou je toch woedend zijn?”’
Dus wat was uiteindelijk uw conclusie?
‘Dat ik wraak zou nemen natuurlijk. In de islam zijn we samen één lichaam. Als een van onze broeders of zusters wordt onderdrukt, wat voel je dan? Dan doet dat toch pijn? Daarmee begon mijn interesse. In alles wat ze zeggen zit wel een kern van waarheid, dacht ik toen. Maar ik begreep nog steeds niet waarom de media schreven dat we niet het recht hebben dit of dat te doen. Toen vroegen ze me: “Zusje, op welke media zoek jij? Op islamitische media of op media van ongelovigen?”’
Kunt u een voorbeeld noemen van zo’n jihadistisch account?
‘Dat van oelama Binti Gulam. Ze zeggen dat ze in Syrië zit. Ze is als een grote zus voor me en legt me veel dingen uit. En er zijn ook anderen die dat doen.’
‘In de pauzes van mijn werk in een bejaardentehuis probeerde ik te begrijpen wat de zin van dat geweld was’
Zelfs al weet u niet wie er echt achter die accounts zitten, dan gelooft u toch wat ze zeggen?
‘Het klopt niet dat ik dat niet weet. Als er een spion achter zo’n account zit, dan merk je dat uiteindelijk wel. Als je de reacties leest, dan weet je of het account echt of nep is. Om het zeker te weten doe ik rondvraag.’
Hoe lang volgt u die jihadistische accounts al?
‘Sinds een jaar.’
Maar wanneer bent u zich echt in de islamitische leer gaan verdiepen?
‘Sinds ik in Taiwan ben gaan werken. Daar zijn mobiele telefoons veel goedkoper in gebruik dan hier. In de pauzes van mijn werk in een bejaardentehuis probeerde ik te begrijpen wat de zin van dat geweld was. Op dat moment dacht ik nog helemaal niet aan de jihad. Ik dacht alleen dat de door de mens gemaakte wetten zouden moeten worden aangepast en vervangen door de wetten van de Koran.’
Waarom zocht u op sociale media naar informatie over het geloof?
‘Omdat het me moeilijker leek om dat in de echte wereld te doen. Dan zijn de mensen die je ernaar vraagt geslotener, wantrouwender. Ze verdenken [als ze jihadist zijn] degenen die vragen stellen ervan spionnen te zijn. Ze zijn bang om ontmaskerd te worden. Dus het is veiliger om dat op sociale media te doen. Ik vroeg me af waarom je zou moeten doden en bommen plaatsen. Was er geen andere manier?’
Toen ontstond uw plan voor amaliyah?
‘Toen ik [in maart 2016] uit Taiwan terugkwam nog niet meteen. Maar in de loop van de tijd werd mijn verlangen om dat te doen steeds groter. Toen de gelegenheid zich voordeed, insjallah, was ik er klaar voor.’
Hebt u contact gehad met Bahrun Naim [het vermeende brein achter de aanslagen in Jakarta van januari 2016 waarbij vier doden vielen, en sinds 2014 strijder voor IS in Syrië]?
‘Ja, heel kort geleden nog, in december. Mijn man heeft me met hem gelinkt en daarna nam Bahrun Naim meteen contact met me op.’
Wat zei hij tegen u?
‘Hij vertelde me wat het doelwit was, namelijk de presidentiële garde. Ik moest het doen tijdens de training, niet bij de wisseling van de wacht.’
Kreeg u een schema van hem?
‘Bahrun Naim zei: “Maak je daarover maar niet druk. Er is een team dat de locatie gaat verkennen. Jij hoeft alleen jouw taak te kennen.”’
Wat was het wachtwoord voor het tot ontploffing brengen?
‘Dat was er niet. Het moest meteen gebeuren, de ontploffing stond gepland voor zondagmorgen om zeven uur. Want dan oefent de presidentiële garde altijd. Het team had alles verkend.’
Hadden ze u geleerd hoe je een bom tot ontploffing brengt?
‘Nee, dat moest mijn man me onderweg naar het doelwit leren.’
Zou dat genoeg zijn geweest?
‘Insjallah.’
Waarom volgde u de orders van Bahrun Naim op?
‘U bedoelt: waarom deed ik wat hij zei? Omdat mijn man en ik trouw hadden gezworen. Het was mijn opdracht om een goede daad te doen. En Bahrun Naim heeft hier de leiding over zijn broeders.’
Gelooft u dat u dankzij deze zelfmoordaanslag in het paradijs was gekomen?
‘Het is aan Allah om te bepalen of ik naar het paradijs ga of naar de hel. Het gaat er vooral om dat ik alles doe om dat te verdienen, dat is genoeg.’
‘Ik was niet bang. Het was alsof ik naar een film keek. Ik dacht: O, dus zo ziet dat eruit’
Had u al eerder zelfmoordaanslagen meegemaakt? Wat ging er door u heen toen u die zag gebeuren?
‘Ik heb er veel gezien. Waar ik aan dacht? Ik was niet bang. Het was alsof ik naar een film keek. Ik dacht: O, dus zo ziet dat eruit.’
Is het nodig om voor ‘goede daden’ bommen in te zetten?
‘Dat wisselt per persoon. Je doet wat je kunt.’
Beseft u dat u het risico loopt te worden veroordeeld?
‘Dat weet ik, ja. Er staat me vast een gevangenisstraf of de doodstraf te wachten. Ik ben er klaar voor.’
Denkt u dat u het verkeerde pad hebt gekozen?
‘Misschien is dat zo voor de wet van de mensen, de wet die het parlement heeft aangenomen. Maar volgens de Koran is het de juiste weg.’
Maar de Koran zegt niet dat je moet doden.
‘Hoezo? Wie is er begonnen met doden? Onschuldigen, onze moslimbroeders die niet gezondigd hebben, doden wij niet.’
Bij de presidentiële garde zitten toch ook moslims?
‘Ja, maar die zijn in dienst van de president. En de president is de man die de wetten van de Koran heeft omgezet in door mensen gemaakte wetten, vandaar al dat onrecht.’
Erkent u Joko Widodo als president?
‘Ja, hij is de president van Indonesië.’
Auteurs: Wayan Agus Purnomo en Anton Aprianto
Vertaler: Tess Visser
CONTEXT: Undercover
Op 11 december 2016, een dag na de arrestatie van zelfmoordterroriste Dian Yulia Novi en haar echtgenoot, benaderde Tempo de antiterrorisme-eenheid Brigade 88 met het verzoek om de twee te interviewen. Omdat de arrestatie in Indonesië werd gezien als een manier om de aandacht af te leiden van het proces wegens godslastering tegen de burgemeester van Jakarta [en door velen niet werd geloofd], stemde de brigade toe – op voorwaarde dat de journalisten hun identiteit geheim hielden. Pas aan het eind van het gesprek vertelden ze wie ze waren. Hierop verklaarden Dian en haar man dat ze geen bezwaar hadden tegen publicatie van het interview.
Eeuwenlang verbaasden Europeanen zich over de tolerantie van de moslimwereld voor homoseksualiteit. Hoe kan het dat de situatie tegenwoordig omgekeerd is?
Van 1826 tot 1831 woonde de Egyptische intellectueel Rifa’a al-Tahtawi in Parijs. Weer terug in Egypte schreef hij een boek over de Franse en Europese zeden en gewoonten. Het ging onder andere over het patriottisme van de Fransen, over hoe ze aten en zich vermaakten. En hij besteedde vooral veel aandacht aan iets wat in zijn ogen heel vreemd was: Europeanen hielden alleen van vrouwen.
Hij verbaasde zich erover dat Europeanen zich niet tot jonge jongens aangetrokken voelden en dat, in tegenstelling tot de dichters in zijn eigen land, ze beslist geen gedichten aan hun schoonheid wilden wijden, ‘en dat gaat zelfs zo ver dat de Franse taal het mannen niet toelaat om te schrijven “Ik ben verliefd geworden op een jongen”, want dat is een absoluut vergrijp tegen de goede zeden. Ze roeren het onderwerp nooit aan in hun werk. En ieder gesprek hierover is taboe.’
‘Sodomitische neigingen’
In deze tijd lijken de observaties van Rifa’a al-Tahtawi misschien vreemd. Maar destijds verfoeiden Europese geleerden de moslimwereld vanwege de daarin heersende tolerantie tegenover homoseksualiteit. Zoiets was in de christelijke wereld ondenkbaar. Britse reizigers verklaarden dat de ‘sodomitische neigingen’ uit de Griekse Oudheid schering en inslag waren in Egypte en de Oriënt.
Inderdaad was het in het Ottomaanse Rijk van de achttiende eeuw niet moeilijk om boeken over seksualiteit te vinden die vol stonden met prenten van seksuele relaties tussen mannen. Het systeem van patronage, waarop het Ottomaanse politieke systeem berustte, was grotendeels gebaseerd op homo-erotische relaties.
Maar sinds enkele decennia geldt juist de moslimwereld als bij uitstek homofoob. En dat beeld klopt: LHBT’s [lesbiennes, homo’s, biseksuelen en transgenders] moeten in moslimlanden vrezen voor hun leven. En de situatie wordt er alleen maar slechter op in ‘seculiere’ landen als Egypte en natuurlijk ook in gebieden die in handen van IS zijn, waar mannen die als homo bekendstaan een wrede dood te wachten staat.
Het bloedbad in Orlando is een angstaanjagend teken dat de homohaat binnen fundamentalistische moslimgroeperingen momenteel escaleert. Door deze tragedie zal het gevoel van onveiligheid toenemen binnen de LHBT-gemeenschap, die vrijwel overal in de wereld al blootstaat aan fysieke bedreigingen. Maar dit bloedbad zal ook de islamofobie binnen de LHBT-gemeenschap aanjagen, en dat is in Europa al te merken.
Rifa’a al Tahtawi.
Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Het klopt dat homoseksualiteit volgens de Koran strikt verboden is, maar dat geldt net zo goed voor de Wajikra [Leviticus] of de Brief van Paulus aan de Romeinen. En ondanks het Koranverbod zijn liefdes en seksuele relaties tussen mannen in islamitische culturen lange tijd heel gangbaar geweest.
In de veertiende eeuw noteerde de Egyptische geschiedschrijver al-Maqrizi dat ‘onder de Mamelukse leiders de liefde tussen mannen zo gewoon was dat de courtisanes zich uit frustratie als mannen verkleedden’. Toch verdient de terminologie wel precisering. De premoderne Arabische samenlevingen waren niet tolerant tegenover ‘homoseksuelen’. Het begrip ‘homoseksualiteit’ is pas in de tweede helft van de twintigste eeuw in Europa opgedoken en bestond helemaal niet in de Arabisch-islamitische culturen. Affectie voor jongens werd getolereerd, maar mannen moesten wel met vrouwen trouwen en het bed met ze delen.
Waarom wordt homoseksualiteit dan nu in de moslimwereld als iets zeer schandaligs gezien? Sommige intellectuelen wijten dit aan westers imperialisme. Een van de aanhangers van deze hypothese is Joseph Massad (universiteit van Columbia). Volgens hem is het de ‘Gay Internationale’, zoals hij die noemt, die de westerse homoseksuele identiteit opdringt aan de oosterlingen die tot nu toe erotische afspraakjes met mannen in de privésfeer nooit als onderdeel van hun identiteit zagen.
Kortom, nationalistisch-islamitische bewegingen beschouwen homoseksualiteit als een westerse invloed en bestrijden ze om die reden. Als de Egyptische politie meer invallen doet op LHBT-feesten in Cairo, dan zijn die volgens Massad niet gericht tegen de seksuele praktijken daar, maar tegen de westerse homo-identiteit die geen ingang mag vinden.
De groeiende zichtbaarheid van de LHBT-gemeenschap roept ook elders in de wereld een homofobe tegenreactie op die steeds gewelddadiger wordt
Veel Arabische homoseksuelen zien helemaal niets in deze redenering. In hun ogen idealiseren mensen als Massad de seksuele normen in de Arabische wereld van voor de ‘invasie’ van de westerse homoseksualiteit. Een voorbeeld hiervan komt van een Marokkaan die door professor Samir Ben-Layashi (universiteit van Tel Aviv) wordt geciteerd in een artikel dat in 2008 in Haaretz verscheen: ‘Het klopt dat het voor een Europese homo van in de zeventig niet moeilijk is om een relatie met een jongen uit Marrakesh te beginnen, maar zo’n jongen wordt niet per se als een gay gezien.’
Maar is dit alles relevant om de slachting in Orlando te duiden? Omar Mateen [de schutter in de homoclub in Orlando] was geboren en getogen in de Verenigde Staten. Verder kunnen we er niet omheen dat de groeiende zichtbaarheid in de publieke ruimte van de LHBT-gemeenschap ook elders in de wereld een homofobe tegenreactie oproept die steeds gewelddadiger wordt, met name in Rusland, in sub-Saharaans Afrika, in Azië en in Oost-Europa. In de christelijke landen in sub-Saharaans Afrika wordt homoseksualiteit gehekeld als ‘anti-Afrikaans’ gedrag, opgelegd door de rijke noordelijke landen. Het lichaam van de homoseksuele mens, m/v, is een westers slagveld geworden.
Auteur: Ofri Ilani
Vertaler: Tess Visser
Auteur: Ofri Ilani
Beeld bovenaan: Homo-erotische foto uit de omgeving van Taormina, Sicilië, gemaakt in 1895 door Wilhelm von Gloeden.
De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.