Tag: Koude Oorlog

  • Michail Gorbatsjov, laatste leider van Sovjet-Unie, op 91-jarige leeftijd overleden

    Michail Gorbatsjov, laatste leider van Sovjet-Unie, op 91-jarige leeftijd overleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Twee journalisten doodgeschoten in Colombia

    » Joe Biden is ‘vastbesloten’ om aanvalsgeweren in VS te verbieden

    Gorbatsjov bracht Koude Oorlog ten einde

    Michail Gorbatsjov, de laatste leider van de USSR van 1985 tot 1991, is dinsdagavond op eenennegentigjarige leeftijd overleden. Gorbatsjov ‘stond bekend om zijn poging tot grootschalige hervorming van het land, bekend als “perestrojka”, en voor het verminderen van de internationale spanningen met het Westen tijdens de laatste fase van de Koude Oorlog’, meldde het Russische door de staat gecontroleerde medium Sputnik.

    Vladimir Poetin betuigde kort na zijn overlijden in een Moskous ziekenhuis zijn ‘diepe medeleven’. De Russische president ‘zal een telegram van medeleven sturen naar de familie en verwanten’ van de voormalige leider in de ochtend, zei Kremlin woordvoerder Dmitri Peskov op woensdag, zoals gemeld door TASS. BBC meldt dat eerbetonen uit de hele wereld zijn binnengestroomd. Zo zei VN-chef António Guterres dat Michail Gorbatsjov ’de loop van de geschiedenis had veranderd’.

    ’Gorbatsjov was een gewone man die de leider van een supermacht werd’

    Michail Gorbatsjov, die door Sputnik wordt omschreven als ’een gewone man die de leider van een supermacht werd’, werd geboren op 2 maart 1931. Als zoon van een boer begon hij zijn carrière in de partij in 1962. In 1985 bereikte hij, zo schrijft The Moscow Times, ’de hoogste post’ van secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie. Hij was toen vierenvijftig jaar oud en de USSR was ’in economisch, sociaal en politiek verval’ na de periode van ’stagnatie’ onder Leonid Brezjnev en de kortstondige mandaten van Joeri Andropov en Konstantin Tsjernko.

    Toen begon ‘zijn tijdperk’, met ’het tweeledige beleid van perestrojka (wederopbouw) en glasnost (openheid), dat eindigde ‘met de staatsgreep die leidde tot de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991’. ’Michail Gorbatsjov heeft herhaaldelijk verklaard dat de ontbinding van de Sovjet-Unie nooit zijn einddoel was geweest, maar zijn leiderschap heeft een kettingreactie op gang gebracht die de wereld heeft veranderd’, analyseert de krant.

    Gorbatsjov, winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 1990, ’bewonderd in het Westen‘ voor de rol die hij speelde bij het einde van de Koude Oorlog in zijn land, blijft ‘een figuur die voor verdeeldheid zorgt’, benadrukt The Moscow Times, ‘omdat hij wordt gezien als degene die de ontbinding van de Sovjet-Unie, en de economische chaos en het verlies van de status van supermacht die daarop volgden, in de hand heeft gewerkt’.

    ‘Sommigen zagen hem als een idealist, anderen als een hervormer, en sommigen zelfs als een verrader en CIA-“agent”’, schrijft Sputnik.

    Lees ook:

  • Peter Pomerantsev: ‘De journalistiek moet weer op zoek naar een verbindend verhaal’

    Peter Pomerantsev: ‘De journalistiek moet weer op zoek naar een verbindend verhaal’

    Ooit waren er ‘grote verhalen’ die alles verklaarden, van het morele gedrag van staten tot aan literatuur. Met het wegvallen van overkoepelende verhaallijnen is er behoefte ontstaan aan een nieuwe manier van denken over wat ons verbindt, van Manilla tot Silicon Valley tot aan Moskou, aldus de Russisch-Britse journalist.

    ‘Beste Peter. Ik heb lang gewacht voor ik je schreef, maar het laatste nieuws maakt duidelijk dat het eenvoudigweg gevaarlijk is om nog langer te zwijgen.

    Mijn ex-collega’s zitten in de gevangenis. Maandenlang hebben mijn vrienden en ik moeite gehad om ook maar enige aandacht van de media te krijgen. Nu is er iets gebeurd dat wel degelijk de aandacht van de belangrijkste nieuwsagentschappen heeft getrokken – maar ik vraag me af hoelang het zal duren. Is er een manier om die aandacht vast te houden? Ik heb het gevoel dat wij allemaal gijzelaars zijn hier – en het is angstaanjagend. Alles, iedere misdaad, is hier mogelijk geworden.’

    Ik kreeg deze boodschap deze zomer van een vriend in Belarus, een paar dagen nadat de dictator van het land, Alexander Loekasjenka, een MIG-straaljager had ingezet om een internationale passagiersvlucht te onderscheppen bij de doorkruising van ‘zijn’ luchtruim en een journalist uit Belarus en zijn vriendin, die in vermeende veiligheid in Litouwen hadden gewoond, van boord had gehaald. Een paar dagen later verscheen de gevangengenomen journalist, Roman Protasevitsj, met duidelijke sporen van marteling op de staatstelevisie. In een setting die de showprocessen onder Stalin in herinnering roept, bekende hij verraad.

    In het kort

    • De stuitende ontvoering van een journalist uit Belarus en zijn vriendin door Loekasjenka is alweer in de vergetelheid geraakt.

    • De reden is dat Loekasjenka’s schandelijke misdaden niet in een ruimere betekenisketen terecht zijn gekomen.

    • Alles is onderdeel van één samenhangende geschiedenis.

    Er was sprake van enige verontwaardiging in wat we graag de internationale gemeenschap noemen; de woorden ‘kaping’ en zelfs ‘terroristische daad’ vielen. En vervolgens raakte, zoals mijn vriend al vreesde, het voorval in vergetelheid. Loekasjenka kreeg te maken met milde represailles, zoals een verbod aan de staatsluchtvaartmaatschappij van Belarus om op Europa te vliegen. Zijn boodschap aan iedereen die het waagde hem tegen te werken was krachtiger: ik kan met je doen wat ik wil, waar je ook bent. 

    Een gebeurtenis wordt pas onthouden als het past binnen een breder kader

    Het kostte me moeite het verzoek van mijn vriend te beantwoorden. Een gebeurtenis wordt pas onthouden als het past binnen een breder kader. Iedereen die weleens een geheugenspelletje heeft gedaan weet dat je afzonderlijke dingen onthoudt door ze in een reeks te plaatsen, zodat ze betekenis krijgen als onderdeel van een groter geheel. Zo is het ook in de media en politiek: een voorval krijgt pas zeggingskracht als onderdeel van een brede narratief.

    Maar Loekasjenka’s schandelijke misdaden zijn niet in een ruimere betekenisketen terechtgekomen. En dit geldt niet alleen voor Belarus. Van Birma tot Syrië, van Jemen tot Sri Lanka hebben we meer bewijs dan ooit van misdaden jegens de menselijkheid – van marteling, chemische aanvallen, clusterbombardementen, verkrachting, repressie en willekeurige vrijheidsberoving. Maar de verhalen dwingen maar moeizaam aandacht af, laat staan consequenties. We hebben meer mogelijkheden om te publiceren dan ooit; er zijn geen geografische beperkingen; ons publiek behelst in potentie de hele wereld. Toch komt op de meeste onthullingen of onderzoeken geen respons. Hoe kan dat? 

    DE SELECTIE VAN 360

    360 selecteerde dit jaar drie verhalen, uit de categorieën Distinguished Reporting, Public Discourse en Investigative Reporting.

    In deze en in alle andere tijden hebben we een journalistiek nodig die ons informeert over wat er buiten ons blikveld gebeurt, over wat politici proberen geheim te houden, en die regeringen dwingt verantwoording af te leggen over beslissingen die de welvaart van gewone mensen bedreigen. En daar hoort geen enkel ander streven bij dan het zo gewetensvol mogelijk de werkelijkheid proberen te beschrijven. Of zoals Peter Pomerantsev het in zijn artikel beschrijft: ‘We gaan een hobbel te lijf die slechts een onregelmatigheid in een hoek van de tuin leek, maar als we hem uitgraven leiden de wortelstokken ons naar de tuin van de buren. Dit is een nieuwe missie van de journalistiek. Uitzoeken waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou.’

    Instorting

    De instorting van de Sovjet-Unie had moeten aanzetten tot bespiegeling en ons moeten aanmoedigen niemand uit te sluiten van het grotere mensenrechtenverhaal tegen politieke repressie. En in de jaren negentig leek dit ook even mogelijk. Toen de democratiseringsgolf zowel de pro-Sovjet- als de pro-Amerika-dictaturen over de hele wereld omverwierp; toen in 1998 het Internationaal Hof van Strafrecht in Den Haag werd opgericht; toen met succes humanitaire interventies werden uitgevoerd van in de westerse Balkanlanden tot in Oost-Afrika. Even leek het er inderdaad op dat de rechtvaardigheid eerlijker zou worden verdeeld. 

    Maar er gebeurde iets anders. In plaats van dat er meer deelnemers werden toegelaten in het mensenrechtenverhaal, stortte het hele verhaal in elkaar. Eerst kregen sommige slachtoffers meer aandacht dan andere, geleidelijk aan kregen geen enkele slachtoffers meer langdurige aandacht. De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hadden de wereld gedwongen de Verklaringen van de Rechten van de Mens van de VN te onderschrijven, althans in principe, en de post-Koude Oorlog-rampen in Srebrenica en Rwanda hadden humanitaire interventies in de hand gewerkt en de weg geopend naar het ‘recht op bescherming’.

    Bij vorige misdaden tegen de menselijkheid gold altijd onwetendheid als excuus

    Bij vorige misdaden tegen de menselijkheid gold altijd onwetendheid als excuus. Van Auschwitz tot Srebrenica tot Rwanda konden leiders beweren dat ze zich ofwel niet bewust waren van de feiten, ofwel dat de feiten twijfelachtig waren of de gebeurtenissen te snel gingen om in te grijpen. Maar inmiddels hebben we toegang tot alwetende media, die vaak met overvloedig en ogenblikkelijk bewijsmateriaal komen. En toch hebben die minder effect dan ooit. Het misdaadportret bestaat nog altijd uit allemaal losse beelden. 

    Dat voelde in de Koude Oorlog anders. Toen leek er een verband te bestaan tussen de arrestatie van één enkele Sovjet-dissident en een bredere geopolitieke, institutionele, morele, culturele en historische strijd. In de media, boeken en films uit die tijd werden de verhalen van afzonderlijke politiek gevangenen en mensenrechtenschendingen verteld als onderdeel van een breder, overkoepelend verhaal over de algemene vrijheidsstrijd tegen dictatuur, een strijd met de ziel van de geschiedenis als inzet. En dankzij dat complete verhaal voelden inwoners van democratieën zich deel uitmaken van een identiteit: wij staan aan de kant van de vrijheid versus de tirannie. Er waren instanties die dit narratief en deze identiteit ondersteunden. Politiek gevangenen voelden zich minder kwetsbaar wanneer informatie over hun arrestatie bekend werd gemaakt op de BBC of Radio Free Europe, of opgepikt door Amnesty International, in de Verenigde Naties ter sprake kwam, naar voren werd gebracht door Amerikaanse presidenten in bilateraal topoverleg met het Sovjetleiderschap. 

    Hierdoor hielden we onze aandacht erbij. En toen de zonden van het Westen zelf werden onthuld, zoals het CIA-programma met Koude Oorlog-gerelateerde heimelijke moorden en coups in de jaren zeventig, ontstond er bovendien een kader om de aandacht en de verontwaardiging van het westerse publiek te kanaliseren. 

    GettyImages 1236842805
    In protest tegen het regime van Alexander Loekasjenka zijn posters van de politieke gevangenen Andzelika Borys en Andrzej Poczobut opgehangen in het centrum van Bialystok, Polen. © Beata Zawrzel / NurPhoto / Getty

    Er was wat je een ‘groot verhaal’ zou kunnen noemen, dat alles omvatte: van het morele gedrag van staten tot aan literatuur en kunst en hoe de mensen zichzelf zagen. Het was verbonden met verlichtingsidealen aangaande ‘vooruitgang’ en ‘bevrijding’, waarbij feiten en bewijzen iets waren om gerespecteerd, bevestigd of verworpen te worden met redelijke argumenten of verifieerbaar bewijs. Zelfs het Sovjetregime maakte deel uit van een taal en wereldbeeld waarin rechten – de rechten van gekoloniseerde of voorheen economisch onderdrukte volken – er althans in theorie toe deden. Het zette zelfs een handtekening onder mensenrechtenbeloftes, die Sovjet-dissidenten in staat stelden van de Kremlinleiders te eisen ‘hun eigen wetten te eerbiedigen’. 

    In deze strijd tussen verheven ideeën, waarin beide partijen hun idealen superieur verklaarden, ontstond ruimte voor dissidenten om van de macht te eisen dat ze haar idealen na zou leven. In de periferie werden deze idealen aangeheven om steun te vragen voor vrijheidsbewegingen van een van beide kampen.

    Haken en ogen

    Natuurlijk zaten er haken en ogen aan die grote verhalen. Vaak werden slachtoffers van rivaliserende ideologieën bevoorrecht terwijl er continentwijde blinde vlekken bleven bestaan. Priesters die in Polen door de communisten waren vermoord kregen meer aandacht in de westerse media dan priesters die door bondgenoten van de VS waren vermoord in El Salvador. Het Rode Leger dat opstanden in Boedapest en Praag neersloeg werd oneindig intensiever gevolgd dan de neergeslagen antikoloniale opstanden in Kenia.

    Vooralsnog worden ‘de cheques die in 1945 werden uitgeschreven aan de kwetsbaarste volken in de wereld – aangeduid als “internationale humanitaire wet” – niet verzilverd’, aldus David Miliband, de voormalig Britse minister van Buitenlandse Zaken en het huidige hoofd van het IRC (International Rescue Committee). Wij zijn wat hij noemt het Straffeloze Tijdperk ingegaan: ‘Een tijd waarin militairen, milities en huurlingen in conflicten over de hele wereld menen met alles weg te komen. En omdat ze met alles wegkomen, doen ze ook alles.’ 

    Het verval kwam deels van binnenuit. De taal voor rechten en vrijheden werd uitgehold door leiders die haar misbruikten en lege hulzen achterlieten. Het Sovjetregime versjacherde de taal die bestemd was voor economische gerechtigheid en gelijkheid – tegenwoordig klinkt alleen al het woord ‘socialist’ velen in het voormalige communistische blok als een vloek in de oren. In het Westen werden verheven begrippen als vrijheid en tirannie ingezet als excuus voor niet-uitgelokte oorlogen en bezoedeld door de onvermijdelijke consequenties van de oorlog. In 2003 koppelde president George W. Bush voorafgaand aan de invasie van de Verenigde Staten in Irak doelbewust de tweespalt uit de Koude Oorlog aan zijn visie op het Midden-Oosten door beloftes te maken als ‘de democratie zal overwinnen’ en ‘vrijheid kan de toekomst zijn van ieder land’. In werkelijkheid had de invasie een burgeroorlog tot gevolg en honderdduizenden doden, werd de macht van Iran vergroot en veranderde Syrië in een vazalstaat van een nieuwe autoritaire as. Onder de bevolking in rijke democratieën leidde de invasie tot cynisme en een verbitterde zoektocht naar de eigen identiteit. Woorden die in Oost-Berlijn en Praag nog volop betekenis hadden, verloren in Bagdad hun strekking. En voor beelden gold dat net zo goed. 

    Anders dan democratie – luidt de weinig subtiele boodschap – is dictatuur sterk en stabiel

    Dit rottingsproces van binnenuit ging gepaard met de aanval van buitenaf. Het grote leidmotief van de huidige Russische en nu ook Chinese propaganda is dat het verlangen naar vrijheid en de strijd voor mensenrechten niet leiden tot voorspoed maar tot ellende en bloedvergieten. Russische propagandakanalen koppelen graag flitsen van volksopstanden in Syrië of Oekraïne aan beelden van de daaruit voortvloeiende conflicten in die landen, alsof de oorlog het onvermijdelijke gevolg van de revoltes was en niet de reactie van dictaturen om ze neer te slaan. Anders dan democratie – luidt de weinig subtiele boodschap – is dictatuur sterk en stabiel. 

    Nobelprijs

    De Nobelprijs voor de Vrede werd vorig jaar toegekend aan twee journalisten: Maria Ressa, de uitgever van Rappler, uit de Filippijnen, en Dmitri Moeratov, de uitgever van Novaja Gazeta, uit Rusland. Als we goed naar hun werk kijken, tekent zich iets interessants af.

    Maria Ressa’s situatie had heel goed zo’n ver-van-mijn-bedshow voor de rest van de wereld kunnen zijn. Ze staat als journalist bloot aan kritiek van de Filippijnse regering, omdat ze de wederrechtelijke moorden aan de kaak stelt die onder president Rodrigo Duterte zijn gepleegd. Journalisten in de hele wereld staan dag in dag uit bloot aan kritiek en in de Filippijnen worden ze regelmatig vermoord zonder dat er veel aandacht in het buitenland voor is. Zelfs de massamoorden door proregeringbendes, waar Maria (die zitting heeft in de Raad van Commissarissen van Coda Story) verslag van deed, zijn nauwelijks goed voor een krantenkop in het buitenland. Toch wist Maria onze aandacht vast te houden. Hoe?

    GettyImages 1238670441
    Anna Nikitina van de muziek- en theatergroep Dakh Daughters neemt deel aan een protest ter ondersteuning van de politieke gevangenen voor de Russische ambassade in Kyiv. © Olena Khudiakova/ Ukrinform/ Future Publishing/Getty.

    Toen ze zich verdiepte in wat haar overkwam, merkte Maria dat iets aan Duterte’s aanvallen – zijn gebruik van trollenlegers en cybermilitia’s om zijn tegenstanders te intimideren, bekladden en breken – zowel nieuw was als universeel. Hij paste niet alleen censuur toe, hij zorgde daarnaast voor een hoop heisa op de sociale media, zodat de waarheid werd overstemd en de werkelijkheid vervormd. Maria beperkte haar onderzoek niet tot de Filippijnen, maar breidde het uit naar Facebook, de schadelijke kanten van de sociale media, de rechteloosheid van digitale misinformatie. Haar campagne en de manier waarop ze haar verhaal vertelde voerden niet alleen naar het presidentieel paleis in Manilla maar ook naar Silicon Valley, naar iedere verkiezing waarmee online was gesjoemeld, naar ieder conflict dat werd gevoed door digitale haatcampagnes, naar iedere vrouw of minderheid die werd getiranniseerd of getreiterd op sociale media, naar iedere ouder die bezorgd was over wat hun kinderen online overkwam. Haar verhaal kreeg belang voor iedere wetgever en civiel ambtenaar die zich afvragen hoe ze deze nieuwe grens moeten trekken. Het actualiseerde ons denken over vrijheid van meningsuiting in het digitale domein en dwong technologiebedrijven om op z’n minst toe te geven dat illegaal gecoördineerde campagnes geen rechtmatige uitingsvorm waren maar een vorm van censuur. Eén bestaand persoon die iets onaangenaams zegt, alla. Maar als een handvol trollen pretendeert dat duizenden niet-bestaande personen hetzelfde zeggen, ligt dat anders. 

    Maria bracht in haar onderzoek landen met elkaar in verband die nooit onder één noemer waren gebracht

    Daarnaast bracht Maria in haar onderzoek landen met elkaar in verband die nooit onder één noemer waren gebracht. Niemand had ooit Rusland en de Filippijnen op één lijn gezien. Hun dissidenten ontmoeten elkaar niet. Ze stonden in de Koude Oorlog aan verschillende kanten. Maar inmiddels zijn deze twee prominente gebieden op het gebied van online manipulatie onderdeel van een samenhangend verhaal geworden. Maria bekeek research van Russische journalisten om te begrijpen wat in haar eigen land gaande was en begon Rusland en de Filippijnen te zien als één frontlinie van digitaal autoritarisme. 

    Wereldomspannend narratief

    In Rusland ontstond bovendien nog een andere schijnbaar lokale kwestie die uitgroeide tot een wereldomspannend narratief. Toen Russische activisten en journalisten voor het eerst, in het vroege Poetin-tijdperk, de wereld probeerden duidelijk te maken dat het regime stoelde op diefstal uit staatsbezittingen en witwaspraktijken in westerse landen, haalden de meesten hun schouders op. Wat kan het schelen? Het was misschien niet goed voor Rusland, maar Londen en New York werden er rijker van en het Kremlin zwakker. Het kostte tien jaar moeizaam argumenteren en bewijs verzamelen om te laten zien dat het bij de corruptie in Rusland en Afrika, Centraal-Azië en het Midden-Oosten niet alleen ging om een lokale tragedie. Wij werden er net zo goed door geraakt. Corruptie was ook een manier om democratieën te infiltreren en ondermijnen, onze buitenlandpolitiek in opspraak te brengen, politici om te kopen, uiterst rechtse politiek een podium te geven. Er werd een elite gecreëerd die haar invloed en macht aanwendde om oorlogen te beginnen en ermee weg te komen, omdat westerse landen inmiddels afhankelijk waren van de onrechtmatige investeringen. Er werd een wereld gecreëerd waarin de rijken der aarde er andere regels op na houden, niet geplaagd door het binnenlandse recht waar dan ook. En zo werden de ongelijkheid en woede gevoed waardoor het geloof van burgers in democratische instellingen werd ondermijnd. En de vijand zat niet alleen in het Kremlin, het betrof ook tussenpersonen en witwassers op achtenswaardige kantoren in New York en Londen.

    Het was een hele klus om aan te tonen dat de tragedie van een ziekenhuis in Noord-Rusland, dat door bureaucraten was geplunderd om vastgoed in Londen te kopen, ook de mensen in het Pentagon aanging. Tegenwoordig staat corruptie (of preciezer: kleptocratie en witwasserij) centraal op de veiligheidsagenda van de nieuwe regering van de VS. Maar het heeft jaren hard werken gekost om de verbanden bloot te leggen die begraven liggen onder al het nepnieuws en de narcistische blik van de sociale media, en om van iets wat op het eerste oog een randverschijnsel leek een verhaal te maken dat in al onze levens speelt. 

    GettyImages 1235618775
    Pro-democratie-activisten van de politieke partij Liga van Sociaal-Democraten houden foto’s van politieke gevangenen vast tijdens een protest in Hongkong vorig jaar. © Anthony Kwan / Getty

    Dus dat is de opdracht: de als ranken ineengrijpende geschillen aan het licht brengen, de vervlochten wortels van de problemen die de wereld heviger dan ooit teisteren en waarvan de diepere betekenis nog moet worden onthuld. Vroeger bestond het grote verhaal van de democratie ergens boven ons hoofd, als een vliegtuig waar je in kon stappen vanaf een platform dat ‘mensenrechten’ heette. Nu gebruiken we schoppen. We gaan een hobbel te lijf die slechts een onregelmatigheid in een hoek van de tuin leek, maar als we hem uitgraven leiden de wortelstokken ons naar de tuin van de buren. Dit is een nieuwe missie van de journalistiek. Uitzoeken waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou. Het onverwachte raakpunt vinden tussen landen waarvan niemand ooit eerder dacht als onderdeel van een en dezelfde kaart. Want deze nieuwe lijnen bestaan. Ze hoeven niet te worden gecreëerd – ze moeten worden opgediept. En dan kan één afzonderlijk voorval staan voor vele andere en kan één krantenartikel over de grenzen resoneren. Nieuwe kijkers en lezers, die er nooit bij stilstonden dat ze iets gemeen hadden, kunnen worden bijeengebracht. En deze nieuwe journalistiek moet meer doen dan alleen nieuwe verbanden leggen en nieuwe kijkers en lezers verbinden – ze moet de contouren aangeven van de discussie die de oplossing aanreikt voor de blootgelegde kwesties en haar publiek de kans bieden om van passieve spelers te veranderen in deelnemers aan een herformulering van een toekomst. 

    We hebben de laatste jaren over de hele wereld meer protesten gezien dan in decennia het geval was

    Want hoewel het oude verhaal over ‘democratiseringsgolven’, over makkelijk gedefinieerde en herkenbare ‘mensenrechtenverklaringen’ is verbleekt, riskeren mensen nog steeds hun leven en levensonderhoud om te protesteren en te vechten voor… ja, waarvoor? We hebben de laatste jaren over de hele wereld meer protesten gezien dan in decennia het geval was. Van Hongkong tot Tbilisi, van Soedan tot Chili. En in Belarus natuurlijk. Belarus dat altijd werd weggezet als tevreden met z’n ontaarde dictator, met het compromis tussen stabiliteit en eenmansbewind. En toen ineens, hoe bestaat het, kwam het hele land in opstand. Niet alleen stedelijke liberalen, maar ook gepensioneerden en fabrieksarbeiders lieten van zich horen.

    Maar anders dan in 1989 denken we bij al deze protesten over de hele wereld niet aan een geheel. We zien ze niet als onderdeel van één onvermijdelijke, samenhangende Geschiedenis. De rechten waarvoor wordt opgekomen zijn erg verschillend. De regimes waartegen wordt gevochten houden zich niet per se aan de oude verschillen tussen democratieën en dictaturen. En toch kriebelt er nog steeds iets. Een soort onderliggende urgentie, een behoefte die niet kan worden bevredigd. Wat verbindt al deze uiteenlopende bewegingen? Wat zullen we aantreffen tijdens ons graafproces? Misschien houdt zich daarbeneden wel iets samenhangends schuil en leiden alle ranken naar een allesomvattend geheugen, iets levends, enorms, globaals, vreselijks – dat zich klaarmaakt om de epische bewijsschatten, de gigantische hoeveelheid data die getuigen van misbruik en misdaden jegens de menselijkheid, een doel én een betekenis te geven. 

  • Rusland verbreekt de banden met de NAVO

    Rusland verbreekt de banden met de NAVO

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Google Maps gaat reisadvies geven op basis van CO2-uitstoot

    » Regering-Biden vraagt hoogste rechters om abortuswet in Texas te blokkeren

    Volgende stap in ‘koude oorlog‘ tussen Rusland en de NAVO

    De regering van Vladimir Poetin heeft maandag aangekondigd dat zij haar diplomatieke vertegenwoordiging bij de NAVO in Brussel voor onbepaalde tijd zal opschorten, evenals de NAVO-missie die wordt gehost door de Belgische ambassade in Moskou. Het besluit is genomen nadat de westerse militaire alliantie begin oktober acht Russische gezanten van spionage had beschuldigd en hun accreditatie had ingetrokken.

    ‘Deze opeenvolging van incidenten spreekt boekdelen over de “koude oorlog” die Rusland en de NAVO nu voeren‘

    Al enkele jaren nemen de spanningen tussen Rusland en het Westen toe: sancties, uitzettingen van diplomaten, beschuldigingen van verkiezingsbeïnvloeding, spionage en cyberaanvallen. ‘Deze opeenvolging van incidenten spreekt boekdelen over de “koude oorlog” die Rusland en de NAVO nu voeren‘, merkt La Libre Belgique op. De twee mogendheden waren niettemin ‘nader tot elkaar gekomen in de nasleep van de val van de Berlijnse Muur, in de strijd tegen het terrorisme, in Afghanistan en in het voormalige Joegoslavië’, brengt de Belgische krant in herinnering.

    Lees ook:

  • Christiane Amanpour: ‘Ik strijd voor de waarheid’

    Christiane Amanpour: ‘Ik strijd voor de waarheid’

    CNN-verslaggever Christiane Amanpour en voormalig oorlogscorrespondent is zich meer dan ooit bewust van de verantwoordelijkheid die zij heeft als journalist.  ‘Mijn aanwezigheid in Bosnië was zinloos geweest als ik niet bereid en in staat was de waarheid te laten zien.’

    ‘Toen CNN veertig jaar geleden begon, was de Koude Oorlog op zijn hoogtepunt. Onze oprichter Ted Turner wilde een internationale nieuwsorganisatie opzetten om in een van de angstigste periodes van de wereld mensen bijeen te brengen. De grootste angst in die tijd was de dreiging van een kernoorlog. Ik kwam in 1983 bij het team, rechtstreeks uit de collegebanken. Toentertijd dacht ik: “Geweldig, hier kan ik al doende het vak leren en dan zoek ik daarna een fatsoenlijke baan bij een echt netwerk.” Wist ik veel dat CNN tot de allergrootste zou gaan horen.

    Teds motto bij CNN was: “Leid, volg of ga uit de weg”. En ik heb altijd geprobeerd me daaraan te houden. Mijn eerste grote proef als buitenlandcorrespondent kwam toen ik in de zomer van 1990 op pad werd gestuurd. Binnen een paar maanden viel Saddam Hoessein Koeweit binnen, wat tot de eerste Golfoorlog leidde.

    Niemand is er ooit op voorbereid als een gewoon leven omslaat in een extreem leven. En een bestaan als oorlogs- en rampenverslaggever, dat is extreem. Je verkeert op de rand van het leven en dus op de rand van de dood. Het duurde even voordat ik als kersverse correspondent gewend was te leven tussen mensen die onder vuur lagen, op een plek waar iedereen slachtoffer kon zijn. Maar ik moest mijn werk doen, dus stap voor stap leerde ik en paste ik me aan.

    koshu kunii 6m9F6QrJskY unsplash
    Met de leus ‘No justice, no peace’ eisen Black Lives Matter- demonstranten gerechtigheid voor politiegeweld tegen zwarte Amerikanen. – © Koshu Kunii / Unsplash

    Lockdown

    Mijn volgende oorlog was in Bosnië, waar ik verslag deed vanuit Sarajevo, dat toen in volledige lockdown was.

    Je was ofwel aan het werk of je sliep in een soort slaapzaal in het enige hotel dat open was. Je kon elk moment door een sluipschutter op de korrel worden genomen of in een bombardement terechtkomen. En omdat de wereld niet wilde ingrijpen om een eind aan het geweld te maken, zeiden grootmachten als de Amerikanen, de Britten en de Fransen: “Alle strijdende partijen zijn even schuldig. En wij kunnen er niets aan doen.” Nou, ik kon ter plaatse met eigen ogen zien dat dat niet waar was. Er was een agressor en er waren slachtoffers. En ik realiseerde me al snel dat mijn aanwezigheid daar zinloos was als ik niet bereid en in staat was de waarheid te laten zien.

    Op dat moment heb ik geleerd dat het in de journalistiek niet om neutraliteit gaat. Je kunt niet neutraal zijn wanneer je getuige bent van iets als genocide. Het gaat om objectiviteit, bereid zijn alle kanten te onderzoeken. Maar je kunt niet alle partijen gelijk behandelen, als die duidelijk niet gelijk zijn. Het veranderde mijn hele kijk op mijn verantwoordelijkheid als verslaggever. En sindsdien is mijn mantra altijd gebleven: “wees waarheidsgetrouw, niet neutraal”.

    Deze manier van verslaggeving is niet zonder risico. Ik ben op plekken geweest waar werd geschoten, ik heb in malariagebieden gewoond, ik was in Rwanda toen daar de volkerenmoord plaatsvond en zwaar gedrogeerde mensen als gekken met machetes in het rond sloegen. En ook journalisten zijn soms doelwit.

    Lichtpuntjes

    Ja, het was vaak gevaarlijk, maar de andere kant van de medaille is dat ik heb geleerd om uit te kijken naar lichtpuntjes. Waar ik ook was, ik heb altijd geprobeerd dat kleine beetje menselijkheid te vinden. Ik put vreugde en troost uit de manier waarop mensen in tijden van narigheid bij elkaar komen. En zeker nu, met de coronapandemie, zien we dat volop gebeuren.

    In bepaalde opzichten is het alsof de ervaringen die ik als buitenlandverslaggever heb opgedaan een soort training waren voor de moeilijke omstandig-heden waarmee we nu te maken hebben. Het was training voor een lockdown, voor noodmaatregelen, en voor het op afstand per telefoon vergaren van feiten en informatie. Die overlevingstactieken zijn des te belangrijker omdat we nu te maken hebben met een ander soort vijand, die misschien nog wel verwoestender is, aangezien hij ervoor heeft gezorgd dat de hele wereld knarsend tot stilstand is gekomen.

    Dit is iets totaal anders dan alle oorlogen, rampen, epidemieën en andere ellende waarvan ik verslag heb gedaan. Het is altijd mijn instinct geweest om snel op pad te gaan naar wat er ook gaande was. Maar dit is anders dan een oorlog of terrorisme, waarbij je zorgt dat je ter plaatse bent en laat zien dat je niet bang bent. Nu zitten we allemaal achter gesloten deuren. Ik woon alleen en werk vanuit huis, dus ik begrijp de stress die veel mensen nu doormaken. En als journalist in het tijdperk-Trump, dat één eindeloze aanval vanuit het Witte Huis op de media is, ben ik scherper dan ooit op waarheid en feiten.

    Mensen hebben hun vertrouwen in deskundigen en instituties verloren.
    Er zijn zelfs mensen die vraagtekens plaatsen bij de wetenschap. Dat is in mijn ogen verschrikkelijk gevaarlijk. Juist nu is wetenschap het verschil tussen leven en dood. De afgelopen jaren hebben gewetenloze leiders onophoudelijk campagne gevoerd om de journalistiek verdacht te maken, om feiten verdacht te maken, maar we hebben nu meer dan ooit deskundigen nodig. Ik strijd voor de waarheid. Dat zal ik absoluut blijven doen. Het kan me niet schelen of de machthebbers me aardig vinden. Ik zal tot mijn laatste snik blijven vechten.

    Gerechtigheid

    Als buitenlandcorrespondent heb ik ook talloze demonstraties, manifestaties en revoluties verslagen. Toen ik tijdens de Arabische Lente reportages maakte over de protesten in landen als Libië, Irak en Libanon, benoemde ik wat er gaande was: een beweging van mensen die de straat op gingen tegen onrecht en voor gelijkheid en vrijheid. En dat is precies wat we op dit moment, sinds de brute moord op George Floyd, in de Verenigde Staten en over de hele wereld zien: een opstand voor gerechtigheid en tegen het straffeloos vermoorden van zwarte mensen.

    Mijn hele carrière lang ging het erom mensen rekenschap te laten afleggen: voor oorlogsmisdaden, voor mensenrechtenschendingen, voor ongelijkheid van ras en gender. Vandaar dat ik me altijd sterk met het rechtssysteem heb beziggehouden. En in mijn ogen is de protestleus “No justice, no peace” niet zomaar een kreet. Hij is van groot, wezenlijk belang. En hij drukt precies uit waar dit moment in de geschiedenis om gaat.

    Deze protesten bevatten een zeer belangrijk politiek element. Ze zijn bedoeld om tot verandering te leiden, dus we moeten doorgaan en we moeten de grote vragen stellen.

    Institutioneel racisme bestaat en het moet worden uitgeroeid. Dit is daarvoor het moment. En onze politieke leiders moeten luisteren.

    Eindelijk zien we dat landen hun verantwoordelijkheid nemen voor hun racistische slavernijverleden. Sinds de moord op George Floyd heb ik veel mensen uit de zwarte gemeenschap geïnterviewd, maar ook vooraanstaande witte leiders die zeggen: “Wij hebben dit veroorzaakt, dus wij moeten ook deelnemen aan het oplossen ervan.” Die samenwerking is uiterst belangrijk, want gerechtigheid bereik je niet met maar één groep of met een andere, dit gaat de hele samenleving aan.

    Ik zal mijn schijnwerper blijven richten op de Black Lives Matter-beweging, want ik wil niet zien dat politici, bedrijven of individuen slechts een “hashtagmoment” hebben. Dit is geen kwestie van “en nu weer over tot de orde van de dag”. We moeten onze wereld verbeteren. Politiegeweld is een symptoom van structureel racisme, gebaseerd op structurele armoede.

    Het systeem is zo ingericht dat de ene groep wordt onderdrukt zodat een andere kan bloeien. Ik vind dat we op alle maatschappelijke terreinen onze deuren moeten openzetten en onderwijs-, economische en professionele kansen toegankelijker moeten maken. Anders is het allemaal alleen maar lippendienst. En we kunnen het ons niet veroorloven om dit moment onbenut te laten.

    De twee pandemieën, die van het coronavirus en die van het racisme, hebben ons een enorme kans geboden. Nu moeten we intelligent genoeg, dapper genoeg, empathisch genoeg en eerlijk genoeg zijn om die kans te grijpen en te doen wat nodig is. We moeten weer ergens zien te komen waar deze hyperpartijpolitieke polarisatie, die zo giftig is, begint te vervagen.

    Ik hoop dat er licht is na dit alles. Ik hoop dat we de uitdaging aankunnen. En ik hoop echt dat we dankzij deze periode onze menselijkheid met andere ogen gaan bezien, of het nu gaat om klimaatverandering, mensenrechten, kapitalisme of gewoon de kwaliteit van het leiderschap dat we kiezen. De waarheid is dat de donkerste dagen soms de juiste soort verandering brengen.’

  • Waar is Roman Abramovitsj?

    Waar is Roman Abramovitsj?

    De dagen van de rijke Russen in Londen lijken geteld. Lange tijd gold het VK als speeltuin voor oligarchen, met Roman Abramovitsj als lichtend voorbeeld. Maar nu lijkt de Britse regering het op deze lieveling van Poetin gemunt te hebben.

    Afgelopen augustus, toen supporters van de Chelsea Football Club in het Stamford Bridge-stadion toekeken hoe hun team de Londense rivaal Arsenal versloeg, rolde een groep op de bovenste tribune een twaalf meter breed rood-met-wit spandoek uit. ‘The Roman Empire’, stond er in koeienletters op, naast een foto van de eigenaar van Chelsea, de Russische miljardair Roman Abramovitsj. Vlak daaronder verkondigde een ander spandoek: ‘15 Years. 15 Trophies’.

    Abramovitsj was die dag niet bij de wedstrijd aanwezig. Hij is zelfs helemaal niet meer in Londen gezien sinds het Verenigd Koninkrijk afgelopen lente heeft nagelaten zijn visum te verlengen, kort nadat het Rusland had beschuldigd van het gebruik van een dodelijk zenuwgas op Britse bodem en de relatie tussen Londen en Moskou in een crisissfeer belandde.

    Abramovitsj kocht het bijna failliete Chelsea in 2003 voor 140 miljoen pond en heeft de club sindsdien meer dan 1,1 miljard pond geleend. Chelsea had de landstitel al sinds 1955 niet meer gewonnen. Zijn grote investering bracht daarin verandering en leidde tot een soort wapenwedloop in het Engelse voetbal. In sommige opzichten leek het op het Amerikaanse model: koop talent, koop titels en verkoop merchandise en mediarechten. Maar anders dan eigenaars van Amerikaanse sportteams leek Abramovitsj niet beducht voor gigantische verliezen. (En hij had niet te kampen met investeringslimieten, tot er in 2010 nieuwe regels van kracht werden.) Tijdens de wedstrijd tegen Arsenal hoonden de Chelseasupporters hun tegenstanders met de slogan ‘Wij hebben alles gewonnen!’, waarop de Arsenalfans terug scandeerden: ‘Jullie hebben alles gekocht!’

    De Britse wetgevers noemen de instroom van Russische contanten inmiddels een nationaal veiligheidsrisico

    De Chelseafans zijn nog steeds dol op hun met geld smijtende eigenaar, ook al komt de Britse regering in opstand tegen het Kremlin. Nu overweegt Abramovitsj de verkoop van Chelsea, uit frustratie over zijn Britse visaproblemen en bezorgdheid over de mogelijke gevolgen als de VS de sancties tegen rijke Russen uitbreidt en ook hem op de korrel neemt. Volgens ingewijden heeft hij al een bod van ruim 2,3 miljard dollar (2 miljard euro) voor de club geweigerd, wat het hoogste bedrag zou zijn dat ooit voor een sportteam is neergeteld. Eerder dit jaar huurde Abramovitsj de New Yorkse zakenbank Raine Group LLC in om te adviseren over volledige of gedeeltelijke verkoop van de club. Volgens iemand die deze gesprekken heeft gevolgd zou Abramovitsj 3 miljard pond (3,4 miljard euro) willen. Zijn vertegenwoordigers weigerden ondanks talrijke verzoeken commentaar te geven op dit verhaal en verwezen voor alle communicatie naar zijn advocaten, die ook geen commentaar wilden leveren.

    Met een vermogen van 14,7 miljard dollar (12,7 miljard euro), verdiend met olie en metalen, weet Abramovitsj zich verzekerd van de zegen van de Russische president Vladimir Poetin. Media schrijven over nauwe banden tussen de twee, dankzij welke Abramovitsj enerzijds zijn rijkdommen kon vergaren, en Poetin anderzijds ervan kan meeprofiteren. De Russische president schijnt Abramovitsj zelfs te zien als een soort lievelingszoon. Deze status heeft hem nu in het kruisvuur van de dreigende Koude Oorlog 2.0 doen belanden. Maar hij is niet de enige Rus voor wiens visumverlenging is geweigerd; volgens Londense immigratieadvocaten schijnen Britse ambtenaren de meeste Russische visumaanvragen uiterst traag te behandelen om Poetin te straffen. Tegelijkertijd doet de Britse regering nauwkeurig onderzoek naar de rijkdom van Russen die Londen als basis gebruiken en noemen wetgevers de instroom van Russische contanten inmiddels een nationaal veiligheidsrisico.

    ‘We hadden lastigere vragen moeten stellen, en daar zijn we de afgelopen twaalf maanden mee begonnen’, zegt Ben Wallace, de Britse minister van Veiligheid. ‘We behouden ons te allen tijde het recht voor om welk visum dan ook in te trekken. We hebben de macht om gewoonweg te zeggen: “Nee, dank u. U bent niet welkom.”’

    De aantoonbaar geheimzinnigste Russische miljardair Abramovitsj heeft al meer dan tien jaar lang geen interview gegeven. Met huizen in Aspen, Cap d’Antibes, Moskou, New York, Saint Barth en Tel Aviv zit hij bijna voortdurend in een van zijn jets. Desondanks is hij de avatar van Londongrad, de bijnaam die de Britse hoofdstad ontleent aan het grote aantal rijke Russen dat er woont. Hij heeft naar verluidt 90 miljoen pond (ruim 10,2 miljoen euro) betaald voor een herenhuis op enkele deuren van de Russische ambassade in Kensington. Als in een karikatuur van de Russische geldsmijterij kreeg hij in 2016 toestemming zijn huis uit te breiden tot 1850 vierkante meter om er een in zijn woorden ‘armzalig’ zwembad te dempen en een nieuw ondergronds zwembad en ‘personeelsverblijven’ toe te voegen. Vijf van zijn zeven kinderen hebben hun onderwijs grotendeels in het VK genoten.


    De huidige problemen van Abramovitsj hebben de rijke Russen in Londen de stuipen op het lijf gejaagd. ‘Het is alsof er een granaat in de regering is gegooid, en niemand weet hoe het zal aflopen,’ zegt Dmitri Gololobov, een in Londen woonachtige advocaat die voor Yukos Oil Co. heeft gewerkt. ‘Iedereen is nu bezig zijn risico’s in het VK te minimaliseren. Niemand weet hoe grondig hij zal worden onderzocht.’

    Als reactie op de vertraging trok Abramovitsj zijn visumaanvraag in. Op 28 mei landde zijn Gulfstream G650 in Tel Aviv, waar hij een huis bezit in de exclusieve wijk Neve Tzedek. Als groot donateur aan Joodse goede doelen in Rusland en investeerder in meer dan een dozijn Israëlische tech-start-ups en durfkapitaalbedrijven kon Abramovitsj twee dagen later vertrekken met een Israëlisch paspoort op zak. Daarmee kan hij zes maanden lang in het VK verblijven zonder visum. Wanneer hij het staatsburgerschap heeft aangevraagd, is onduidelijk. Maar zeker is dat hij door deze zet in een klap de rijkste man van Israël werd. De dag nadat Abramovitsj Israël had verlaten maakte Chelsea bekend dat het voorlopig afziet van uitbreidingsplannen voor het stadium ter waarde van een miljard pond, als gevolg van het ‘huidige ongunstige investeringsklimaat’.

    ‘Abramovitsj heeft geld uitgegeven om een zeker aanzien in de Britse maatschappij te verwerven’, zegt de Britse Ruslandkenner Mark Galeotti. ‘Maar zijn verwachtingen ten aanzien van zijn belangrijke rol in het Britse voetbal zijn niet allemaal uitgekomen. Hij staat genoeg in de publiciteit en heeft genoeg banden met het Kremlin om nu als zondebok voor deze nieuwe campagne tegen Poetin te fungeren. Wellicht zal hij besluiten dat hij maar beter kan vertrekken.’

    Rich, Russian and Living in London

    Als financiële hoofdstad van Europa – met coulante regelgeving – heeft Londen altijd veel internationale investeerders aangetrokken die er een veilige haven vonden voor hun geld. Vooral voor Russen heeft de stad van oudsher een speciale aantrekkingskracht. Het is maar vier uur vliegen van Moskou en Londen biedt lagere belastingen dan Parijs. Er is ook een keur aan wereldberoemde privéscholen waar de statusgevoelige Russen graag hun kinderen naartoe sturen. Volgens officiële cijfers beliepen de Russische tegoeden in het VK eind 2017 22 miljard pond (bijna 25 miljard euro), maar daar zijn de offshore-activiteiten niet bij gerekend.

    Volgens een Brits parlementair rapport van afgelopen mei getiteld Moscow’s Gold is er de afgelopen twintig jaar 100 miljard pond (ruim 113 miljard euro) aan Russisch geld het VK binnengestroomd. Volgens de officiële telling wonen er 66 duizend Russen in het VK, maar volgens andere schattingen zijn het er wel 150 duizend. Er worden Russische debutantenbals gehouden in het vijfsterrenhotel Grosvenor House (al is de editie van 2018 net afgelast; te veel genodigden hebben visaproblemen), er zijn chique restaurants geopend met borsjtsj op de kaart en er is al een niet gering aantal tv-series en documentaires aan de Russen in Londen gewijd, waaronder in 2015 het BBC-programma Rich, Russian and Living in London. Eaton Square heeft zo veel Russen getrokken dat de Londenaren het inmiddels Red Square noemen.

    Tot voor kort was Londen ook de favoriete bestemming voor de verkoop van Russische obligaties en aandelen. Eind vorig jaar hadden meer dan honderd bedrijven uit Rusland en de voormalige Sovjet-Unie een beursnotering in Londen, met een totale waarde van zo’n 550 miljard dollar (bijna 475 miljoen euro). Een daarvan is Evraz Plc, de Russische staalgigant waarin Abramovitsj een aandeel van 30 procent heeft. De Britse regering heeft tussen 2008 en 2014 bijna zevenhonderd investeerdersvisa verleend aan Russen die bereid waren minstens een miljoen pond (ruim 1,1 miljoen euro) naar het VK te brengen. Om in aanmerking te komen voor een investeerdersvisum hoefden ze alleen maar aan te tonen dat de tegoeden de voorgaande drie maanden op hun naam hadden gestaan. Als ze het geld via een gift of lening van een door het VK erkende financiële instelling hadden verkregen, konden ze zich al kwalificeren. Het programma bleek zo populair dat de Britse regering de drempel eind 2014 verdubbelde en leningen uitsloot.

    Abramovitsj heeft zich tijdens de voor Rusland tumultueuze jaren negentig opgewerkt tot miljardair. Zoals te lezen in de biografie Abramovich: The Billionaire From Nowhere (2004) werd hij wees op zijn tweede en is hij grootgebracht door zijn oom in de Noord-Russische stad Oechta, voordat hij naar Moskou verhuisde om bij zijn grootmoeder te gaan wonen. Hij verliet de universiteit voor het ineenstorten van de Sovjet-Unie en verdiende zijn eerste geld met de verkoop van poppen in een marktkraampje.

    Toen Jeltsin afwoog wie hij als zijn opvolger moest kiezen, stuurde Berezovski Abramovitsj naar Sint Petersburg voor het verjaardagsfeest van Poetin

    Tegen 1990 was hij een ambitieuze jonge oliehandelaar, en in 1995 kocht hij samen met Boris Berezovski het oliebedrijf Sibneft toen Rusland de staatseigendommen privatiseerde. Berezovski was destijds een prominente oligarch die een enorme invloed uitoefende op president Boris Jeltsin. Berezovski was namelijk lid van Jeltsins kring van politieke intimi, die bekendstond als ‘de Familie’. Tot die kring behoorden ook Jeltsins dochter Tatjana, economisch adviseur Aleksandr Volosjin en uiteindelijk Abramovitsj. In oktober 1999, toen Jeltsin afwoog wie hij als zijn opvolger moest kiezen, stuurde Berezovski Abramovitsj naar Sint Petersburg voor het verjaardagsfeest van Poetin, die net premier was geworden. Volgens Alex Goldfarb, een Russische Amerikaan die een vertrouweling was van Berezovski, was het hun bedoeling om te zien met wat voor mensen Poetin zich omringde.

    Abramovitsj stond achter Poetin, aldus Goldfarb. ‘Abramovitsj heeft een belangrijke rol gespeeld bij de machtsgreep van Poetin’, zegt hij. ‘Hij heeft veel nauwere banden met hem dan andere oligarchen die alleen maar loyaal zijn terwijl ze zichzelf verrijken.’

    Berezovski viel later in ongenade bij het Kremlin en week uit naar het VK. In 2011 spande hij een proces aan en eiste hij 5 miljard pond (4,3 miljard euro) van Abramovitsj omdat hij hem van zijn aandelen in Sibneft en aluminiumgigant Rusal zou hebben beroofd. Tijdens de rechtszaak schilderde Berezovski Abramovitsj af als een heimelijke handlanger van het Kremlin. Hij beweerde dat Abramovitsj Poetin in 2000, vlak voordat deze president werd, heeft beloofd een jacht van 50 miljoen dollar (43 miljoen euro) voor hem te kopen. Ook zou hij Poetin hebben geholpen bij de samenstelling van zijn kabinet. Berezovski verloor het geding, maar de rechter oordeelde wel dat Abramovitsj ‘geprivilegieerde toegang’ tot Poetin had.

    ‘Ik heb alleen maar vrienden die in het Kremlin zitten of hebben gezeten’, zei Abramovitsj in 2003 tijdens een zeldzaam interview met Bloomberg, dat plaatsvond in een helikopter boven Tsjoekotka, de afgelegen Russische regio waar hij van 2000 tot 2008 gouverneur was. In 2005 gaf het Kremlin Abramovitsj toestemming te cashen door Sibneft aan het staatsbedrijf Gazprom te verkopen voor 13 miljard dollar (11,2 miljard euro). Tegen die tijd had Abramovitsj Chelsea al gekocht. Veel Ruslandwatchers zagen die aankoop als een verzekeringspolis voor het geval Poetin zich ooit tegen Abramovitsj zou keren, zoals de president zich ook tegen andere Russische oligarchen heeft gekeerd.

    De Britse stemming jegens Rusland verslechterde dramatisch na 4 maart jongstleden, toen de 67-jarige Sergej Skripal en zijn dochter Joelia met schuim op de mond waren aangetroffen op een bankje in Salisbury, een stadje ten zuidwesten van Londen. Skripal is een voormalige Russische militaire inlichtingenofficier die als dubbelagent heeft gewerkt voor de Britse geheime dienst. Sinds 2010 leidt hij een teruggetrokken leven in het VK. [In Reader # 14 publiceerden we het dossier ‘De spion is terug’, over onder andere de zaak-Skripal.] ‘Gifterreur tegen rode spion in VK’ kopte de krant The Sun toen de antiterreurpolitie het onderzoek overnam. De Skripals overleefden het en wonen nu op een schuiladres. Later overleed een Britse vrouw nadat ze was blootgesteld aan hetzelfde gif, een militair zenuwgas met de naam Novitsjok. De autoriteiten concludeerden dat duizenden mensen risico op blootstelling hadden gelopen.

    Acht dagen nadat de Skripals ziek werden, werd de Russische zakenman Nikolaj Gloesjkov dood aangetroffen in zijn huis in Londen met wurgsporen op zijn nek. De antiterreurpolitie onderzoekt de dood als moord. De regering onderzoekt intussen veertien eerdere sterfgevallen in het VK op links met Rusland. Een van de namen op die lijst is Berezovski, die in 2013 schijnbaar door zelfmoord om het leven kwam in zijn huis buiten Londen.


    De Britse premier Theresa May aarzelde niet om Rusland te straffen voor de aanslag op de Skripals en kondigde verhoogde veiligheidscontroles op vluchten aan, evenals een boycot van het WK in Rusland door Britse ministers en de koninklijke familie en de uitzetting van 23 Russische diplomaten. In september klaagde het Britse Openbaar Ministerie Aleksandr Petrov en Roeslan Bosjirov aan wegens het plegen van de aanslag op de Skripals. Toen May in het parlement verklaarde dat de twee mannen Russische militaire inlichtingenofficieren waren, hapte het Lagerhuis hoorbaar naar adem. Het Kremlin heeft iedere betrokkenheid ontkend. In september verschenen de twee mannen, die waren teruggekeerd naar Rusland, op de door het Kremlin gesteunde zender RT met de verklaring dat ze Salisbury alleen maar als toeristen hadden bezocht.

    In dezelfde weken na de vergiftiging waarin May onder druk kwam te staan om vergeldingsmaatregelen te treffen, verklaarde de regering dat ze het beleid voor investeerdersvisa ging herzien. Op hetzelfde moment kwam de visumverstrekking aan Russen vrijwel tot stilstand.

    Minister van Veiligheid Wallace zegt dat ‘legitieme’ Russische investeerders welkom zijn in het VK, maar hij dringt er bij westerse bondgenoten op aan meer actie te ondernemen tegen de malversaties waaraan het Kremlin zich wereldwijd schuldig maakt. ‘De vraag voor de internationale gemeenschap is: hoe vaak nog?’, aldus Wallace. Hij somt een lijst vijandige acties van de Russen op, waaronder de Novitsjok-aanslag, de invasie op de Krim en het neerhalen van vlucht MH17. ‘Ik heb me tot het corps diplomatique gericht, en ik heb gezegd: “Weet u, hier valt een les uit te trekken, namelijk dat als ze dit ons kunnen aandoen, ze het ook u kunnen aandoen.”’

    McMafia

    De VS heeft Rusland nog zwaarder aangepakt dan het VK, en naar het schijnt op een strategische manier. In april kondigde de VS sancties aan tegen zeven oligarchen, waarbij het Amerikanen verboden werd zaken met hen te doen. Namen werden weggelaten ‘zodat er ruimte bleef om er later meer aan toe te voegen’, zegt David Kramer, die onder president George W. Bush bij het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken werkte en Rusland in zijn portefeuille had. Verdere sancties tegen Russische doelen worden vermoedelijk nog overwogen, zegt John Smith, die in mei aftrad als hoofd van het Office of Foreign Assets Control, het Amerikaanse bureau dat het sanctiebeleid uitstippelt.

    Mensen in de naaste omgeving van Abramovitsj zeggen dat hij is begonnen met de herstructurering van zijn holdings om zijn bezit te beschermen voor het geval de VS sancties tegen hem uitvaardigt. Twaalf jaar lang had hij een gezamenlijk belang in Evraz met twee partners, Aleksandr Abramov en Aleksandr Frolov, maar in september heeft hij zijn aandeel ondergebracht in een afzonderlijk bedrijf. Tegelijkertijd verkocht hij 0,05 procent van zijn aandeel in Crispian Investments Lt., dat een deel van het Russische mijnbedrijf Nornickel bezit, aan zijn partner David Davidovitsj, waarmee zijn eigendom tot 49,95 procent werd gereduceerd. Als hij door sancties zal worden getroffen, zullen bedrijven waarvan hij minder dan vijftig procent van de aandelen bezit buiten de wind blijven. Bovendien verkleint een vereenvoudiging van de aandeelhoudersstructuur het risico van repercussies tegen zijn partners.

    Als het Chelsea-avontuur van Abramovitsj het begin betekende van Londongrad, dan zal McMafia op een dag misschien als begin van het einde worden gezien. De tv-serie McMafia, gebaseerd op het gelijknamige non-fictieboek van Misha Glenny, gaat over een Russische investeerder in Engeland die verzeild raakt in de vanuit Londen opererende georganiseerde Russische misdaad. De serie is in januari en februari uitgezonden op de BBC (seizoen 2 staat voor later dit jaar op het programma) en werd het gesprek van de dag. De serie droeg ertoe bij dat de Britse regering werd opgeroepen het zwarte geld in de hoofdstad aan te pakken.

    Op papier lijkt het VK dat te doen. In januari gaf nieuwe wetgeving het National Crime Agency een wapen in handen genaamd de Unexplained Wealth Order (UWO). Hiermee kan de NCA eigendommen in beslag nemen waarvan wordt vermoed dat ze met illegale middelen zijn verkregen. De eigenaren zullen zo nodig moeten uitleggen hoe ze zich de aankoop ervan hebben kunnen permitteren. Tot dusver is het wapen nog maar één keer gebruikt, maar het agentschap zegt meer dan honderd personen en eigendommen te onderzoeken en verwacht later dit jaar nog twee keer een UWO in te zetten. Waarschijnlijk staan er Russen op de lijst.

    ‘De twee grootste illegale geldstromen die vanuit het buitenland dit land en deze stad binnenkomen, zijn afkomstig uit Rusland en China’, zegt minister Wallace. ‘We moeten deze mensen alle speelruimte ontnemen.’

    In mei heeft het Britse parlement sanctiewetgeving aangenomen die is vernoemd naar de Russische advocaat Sergej Magnitski. Magnitski werkte in Rusland voor de Britse fondsbeheerder Bill Browder en stierf in 2009 in een cel in Moskou nadat hij grootscheepse belastingfraude had ontdekt waarbij regeringsambtenaren waren betrokken. Net als de Amerikaanse Magnitsky Act geeft deze wetgeving het VK de mogelijkheid tegoeden te bevriezen en een visaverbod op te leggen aan personen die van mensenrechtenschending worden beschuldigd. Browder zegt dat Britse politici onder enorme druk staan om actie te ondernemen na het incident met de Skripals. ‘Als je als politicus toezicht houdt op het werk van de regering, accepteer je niet dat ze geen enkele actie onderneemt.’

    In spijkerbroek

    Mensen die Abramovitsj kennen zeggen dat als hij onder druk van al deze factoren afstand zal moeten doen van Chelsea, dat niet van harte zal gaan. Het team is een obsessie geworden. Als hij in New York is, kijkt hij samen met andere fans (en met zijn lijfwachten, die zich discreet op de achtergrond houden) naar wedstrijden van Chelsea in Legends, een sportcafé in het centrum. ‘Als je in zijn huizen of op zijn jacht komt, is er praktisch in ieder vertrek een scherm, bijna altijd met voetbal erop’, zegt een compagnon.

    De enorme uitgaven van Abramovitsj gaan gepaard met een onconventionele stijl. De meeste eigenaren van voetbalclubs bekijken wedstrijden keurig in het pak vanuit een directiebox, maar de eigenaar van Chelsea zit gewoonlijk in een spijkerbroek in een privébox, samen met vrienden. Hij heeft het stadion de afgelopen vier jaar minder vaak bezocht dan toen hij de club pas had gekocht, maar wel duikt hij sporadisch op tijdens trainingen, wat ongebruikelijk is voor een eigenaar.

    Abramovitsj heeft de club op een agressieve manier geleid. Hij bemoeit zich met transfers en houdt sollicitatiegesprekken met beoogde trainers, die hij soms zelfs zijn huis in Kensington schijnt binnen te smokkelen via een ondergrondse ingang om ze te beschermen tegen de pers. Hij verslijt managers op een legendarisch tempo. Toen hij in juli Antonio Conte verving door Maurizio Sarri, werd Sarri de elfde manager van Chelsea in vijftien jaar.

    Het enige wat Abramovitsj niet is gelukt met Chelsea is geld verdienen – de club heeft maar één keer winst gemaakt, in 2014. Maar winst maken was waarschijnlijk nooit het doel, al kan hij misschien een lieve duit in zijn zak steken als hij verkoopt. Compagnons zeggen dat Abramovitsj de club zag als een mogelijkheid om een nalatenschap op te bouwen. Maar die kans schijnt nu wel verkeken.

    Auteurs: Stephanie Baker, David Hellier en Irina Reznik
    Met medewerking van Scott Soshnick en Yuliya Fedorinova
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Abramovitsj bij een wedstrijd van Chelsea. Hij duikt ook sporadisch op tijdens trainingen, wat ongebruikelijk is voor een eigenaar. – © AP Photo/Matt Dunham

    Bloomberg
    Verenigde Staten | bloomberg.com

    Opgericht door Michael Bloomberg, de burgemeester van New York. Richt zich op de zakelijke en financiële markt.

  • 2. De spion als pr-instrument

    2. De spion als pr-instrument

    Het grote publiek is gefascineerd door spionnen, maar de waarde van hun inlichtingen is beperkt, schrijft Simon Kuper. ‘Ze zijn vaak het meest van nut als ze in de openbaarheid treden.’

    Ik heb net een boek geschreven waarvoor ik me moest begeven in de wereld van de Russisch-Britse dubbelspionnen ten tijde van de Koude Oorlog. Ik zag hoe deze mensen van het ene land naar het andere wipten, de schrik waren van elke Britse premier en vermoord werden – als het Russen waren. (Britse verraders brachten het er meestal levend vanaf, vooral als ze uit de hogere kringen kwamen.)

    Er is weinig veranderd. De Russische dubbelagent Sergej Skripal en zijn dochter Joelia belandden onlangs in kritieke toestand in het ziekenhuis van Salisbury, nadat ze waren aangevallen met een zenuwgas uit de Sovjettijd. Voormalig geheime politieman Vladimir Poetin herschept zijn eigen achtergrond: de wereld van de Koude-Oorlogsspionage. Poetin kan ons manipuleren omdat hij weet dat het bij spionage niet om de geheimen gaat. Het gaat om de reactie van publiek, media en politici, telkens als er weer een spion wordt ontmaskerd.

    Voor twee landen die weinig met elkaar te maken hadden voordat rijke Russen het centrum van Londen koloniseerden, hebben Rusland en Groot-Brittannië opmerkelijk lang aan uitgebreide wederzijdse spionage gedaan. Maar het grootste deel daarvan leidde nergens toe. Britse dubbelagenten als Kim Philby en Guy Burgess hebben zich er vaak over beklaagd dat de Sovjets hun inlichtingen negeerden. Veel van de Britse documenten die Philby aan de KGB leverde, werden niet eens in het Russisch vertaald.

    Paranoia

    Een van de oorzaken was paranoia. Een verrader kun je wel rekruteren, maar nooit vertrouwen. De KGB verdacht een gouden dubbelagent als Philby er altijd van dat hij een Britse mol was. En zelfs als de Sovjets wel in bepaalde informatie geloofden, raakte die nogal eens kwijt. Soms waren de koffers vol Britse geheimen gewoon te veel van het goede. Soms raakte informatie versnipperd of verdraaid op zijn weg door de KGB-hiërarchie. En stonden de inlichtingen de baas niet aan, dan gingen ze meestal alsnog de prullenmand in.

    Dat werd de Russen noodlottig toen Richard Sorge, een Russische agent in Tokio, herhaaldelijk het Kremlin waarschuwde voor een Duitse inval in de USSR. Op 15 mei voorspelde hij dat de invasie op 22 of 23 juni zou plaatsvinden. Maar Sorges inlichtingen wekten het misnoegen van de baas: Stalin beschouwde Duitsland toen nog als een bondgenoot. (Er werd gezegd dat Hitler de enige persoon was die hij vertrouwde.) Stalin zette Sorge weg als ‘een eikel die zichzelf een mooi leventje heeft bezorgd met wat fabriekjes en bordelen in Japan’. De Duitse invasie op 22 juni kwam voor de USSR als een volslagen verrassing.

    Ook Chroesjtsjov en Brezjnev stonden vaak sceptisch tegenover de informatie gespitst op bepaalde stukjes inlichtingen, schrijft de vroegere Britse ambassadeur in Moskou, Rodric Braithwaite, in zijn boek Armageddon and Paranoia. Braithwaite legt uit dat spionage nuttig is om bepaalde geheimen te vinden: zeg een scheikundige formule voor de atoombom. Maar het helpt zelden om de bredere intenties van de tegenstander te doorgronden. Zo voorzagen de spionnen van de Sovjets en die van het Westen in de jaren tachtig geen van beiden dat de andere kant bereid zou zijn om samen te werken aan het beëindigen van de Koude Oorlog.

    Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend

    De meeste geheimen zijn trouwens gewoon ergens te vinden, bijvoorbeeld op een obscure technologiewebsite, of op bladzijde 437 van een wetenschappelijk boek dat niemand heeft gelezen. Kortom, ontdekkingen van spionnen hebben zelden invloed op regeringsbeleid. De wereld van de spionage is niet zozeer een schatkist, eerder een uitdragerij waarvan de eigenaar het overzicht over zijn voorraad is kwijtgeraakt. Spionnen, zegt spionageromanschrijver John le Carré, ‘leveren tweedehands inlichtingen die spannender zijn door de geheimzinnigheid waarmee ze zijn verkregen dan vanwege hun werkelijke waarde’.

    Die spannende geheimzinnigheid is inderdaad het belangrijkst. Alles wat in raadselen is gehuld, vindt het publiek fascinerend. Daarom hebben spionnen het grootste effect wanneer ze opduiken uit hun duistere wereld. Elke keer als een Britse functionaris werd ontmaskerd als Russische spion – een bijna rituele gebeurtenis die zich tussen 1946 en 1963 geregeld voordeed – nam het vertrouwen van de Britten in hun samenleving verder af. Britse spionnen konden elkaar niet meer aankijken zonder te denken: Ben jij misschien een KGB-agent?

    De angst binnen de Britse inlichtingenwereld draaide uit op een paranoïde ‘mollenjacht’ door ‘spionnenvanger’ Peter Wright, die de inlichtingendiensten in de jaren zestig en zeventig bijna verscheurde. Het werd een obsessie voor Wright om gerenommeerde Britse politici te ontmaskeren als Sovjetagenten. En zo veroorzaakten verraders als Philby een paranoïde verlamming binnen de Britse staat – niet door al die uren geheimen doorspelen aan contactpersonen in Londense bussen, maar door iets wat juist niet hun bedoeling was: hun ontmaskering.

    Evengoed is het Kremlin door het hacken van de saaie e-mails van de Amerikaanse Democratische Partij in 2016 waarschijnlijk ook niet meer over de VS te weten gekomen dan het al wist. Die hack was alleen belangrijk omdat de Russen (via Wikileaks) het materiaal openbaar maakten. De Amerikaanse media deden de rest. Rusland was van het aloude verzamelen van geheimen overgestapt op de informatieoorlog. Al dat lekken van verhalen heeft de presidentsverkiezingen duidelijk beïnvloed. Vervolgens zorgde de onthulling van de Russische rol (tegen de Russische wens in) ervoor dat de Amerikanen nog verder gepolariseerd raakten.

    Ook nu weer is de aanval op de afgedankte, onbeduidende dubbelagent Skripal voornamelijk een publiek statement. Rusland zegt tegen de Britten: wij kunnen in jullie land straffeloos moorden. En het zegt tegen machtige Russen in Groot-Brittannië: wij kunnen jou vermoorden. Omdat spionnen fascinerend zijn voor het publiek, komt de boodschap aan. (Eerdere mysterieuze sterfgevallen van Russische niet-spionnen in Groot-Brittannië hebben nauwelijks stof doen opwaaien.) De Russen gaan steeds bewuster paranoia zaaien. Net als veel andere Russische activiteiten in het buitenland verandert ook de Russische spionage in een pr-machine. Tegenwoordig is het de bedoeling dat Russische spionnen zichtbaar zijn.

    Auteur: Simon Kuper
    Vertaler: Annemie de Vries

    Openingsbeeld: Still uit The Spy Who Came in from the Cold.

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk, dagblad, oplage 186.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • 1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    1. De Britten zijn hun koelbloedigheid kwijt

    Waarom speelt de oorlog tussen de veiligheidsdiensten zich juist op Britse bodem af? Dat is de schuld van de Engelsen, aldus de Russische site InoSMI. ‘Zij zijn gijzelaars geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.’

    De opeenvolging van raadselachtige sterfgevallen van Russische vluchtelingen die zich al enkele jaren voordoet in Londen stelt ons eens temeer voor de vraag: waarom vindt deze massale liquidatie van overlopers eigenlijk plaats op de Britse eilanden? In andere westerse landen komt het niet voor. Waarom heeft de grootste kolonie van Kremlin-tegenstanders zich juist in Groot-Brittannië gevestigd, en waarom heeft de oorlog tussen Russische en Britse spionnen zich na het eind van de Sovjet-Unie en de Koude Oorlog voortgezet? Het antwoord is een mengeling van historische, psychologische en geopolitieke factoren. Er zijn veel boeken over het onderwerp geschreven, maar ik wil enkele belangrijke punten onderstrepen. Zonder die punten is het onmogelijk de zaak-Skripal te begrijpen, of de zaak-Litvinenko*, of andere ‘markante momenten’ in deze eindeloze spionagekroniek.

    Engeland is bij uitstek het land van de spionage. Al in de elizabethaanse tijd brachten zijn geïsoleerde ligging en zijn beperkte natuurlijke hulpbronnen Londen ertoe van spionage en diplomatie de belangrijkste instrumenten te maken om zijn wereldhegemonie veilig te stellen. Sir Francis Welshingham richtte op bevel van Elizabeth I een geheime dienst van de kroon op en wist daarmee talrijke samenzweringen te verijdelen, zowel binnenlands als internationaal. De beroemde toneelschrijver en dichter Christopher Marlowe behoorde tot zijn informanten. Jonathan Swift, auteur van Gullivers reizen, en Daniel Defoe, schepper van Robinson Crusoe, waren allebei aan de inlichtingendienst verbonden.

    De eeuw daarna mengde Engeland zich met zijn diplomatie en spionage in het Europese politieke spel en hanteerde daarbij met succes het ‘verdeel-en-heers’-principe. Om Frankrijk de wereldhegemonie te betwisten maakten de Engelsen Napoleon naar hartenlust het leven zuur door het financieren van complotten, coalities en ten slotte de opstand in de Vendée. De beroemde Britse tv-serie Sharpe laat zien hoe de Engelsen actief het Spaanse verzet steunden in gebieden die door de troepen van Napoleon waren bezet.

    Kolonel Lawrence (van Arabië), ook een agent van de Britse inlichtingendienst, maakte zijn opwachting in de spionagegeschiedenis door de enorme inspanningen die hij zich tijdens de Eerste Wereldoorlog getroostte om het Ottomaanse Rijk te vernietigen door middel van steun aan de Arabische opstand op het Arabisch-Palestijnse Schiereiland. De ‘Britse route’ leidde ook naar Rusland, inclusief de deelname van de Engelsen aan de moord op keizer Paul I en Grigori Raspoetin.

    Een van de belangrijkste principes van de Britse politiek is altijd het opvangen van alle dissidenten geweest die ‘in verzet tegen de tirannie’ waren gekomen, en in bredere zin alle mensen die de wetten van hun land waren ontvlucht. Het Verenigd Koninkrijk werd het toevluchtsoord voor duizenden ‘dissidenten’ uit alle landen, van de Franse vrijdenker Voltaire halverwege de achttiende eeuw en Karl Marx halverwege de negentiende tot leden van islamistische groeperingen anno nu. De overlopers van de USSR en Rusland vormen een aparte categorie binnen dit keurkorps: men treft er de voormalige KGB-kolonel Oleg Gordievsky aan, de Tsjetsjeense ‘krijgsheer’ Ahmed Zakajev en vele anderen.

    De Britse gastvrijheid stoelt op koele berekening: door het opvangen van vluchtelingen beschikt Londen over een doeltreffend middel om druk uit te oefenen op de betrokken landen en die te chanteren bij politieke onderhandelingen. Er is ook een materieel belang: mannen met twijfelachtige fortuinen uit alle hoeken van de wereld, en in de eerste plaats Rusland, nemen in allerijl de wijk naar Engeland en vullen daar de belastingpot. De spionnen leveren informatie, de belastingvluchtelingen brengen hun kapitaal mee en die voordelen wegen op tegen eventuele diplomatieke geschillen. De woordvoerder van het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken, Maria Zakharova, herinnerde er onlangs aan dat Rusland op uitlevering door Engeland wacht van minstens veertig aangeklaagde Russische staatsburgers.

    Laten we ook de mentaliteit van de Britse leidende klasse niet vergeten. Spionage als internationale sport beantwoordde aan de ‘voorliefde voor gevaar’ die werd gecultiveerd door de Engelse gentlemen, zodat de inlichtingendienst loten van de beste aristocratische stammen kon inlijven. Waar andere culturen zich eerder terughoudend opstelden tegenover het beroep van spion, is het in Engeland altijd omgeven geweest met een aureool van noblesse en een zekere romantiek. Iets wat je terugvindt in de literatuur, de film en de volkscultuur. Alleen al in de twintigste eeuw waren tal van beroemde schrijvers verbonden aan de Britse inlichtingendienst: William Somerset Maugham, Graham Greene, Anthony Burgess, Ian Fleming, John le Carré, Frederick Forsyth en Arhur Koestler.

    Niet voor niets wordt Engeland als het vaderland van de spionagethriller beschouwd. Geen enkele andere cultuur heeft het spionagethema zo uitgebreid en minutieus onderzocht. De lijst is eindeloos, dus laten we ons beperken tot enkele meesterwerken zoals The 39 Steps van Alfred Hitchcock (1939), The Third Man (1949), The Spy Who Came in from the Cold (1965) en The Ipcress File (1965), om nog maar te zwijgen van de eeuwige James Bond-serie (From Russia with Love etc.) en ten slotte de kaskraker Kingsman: The Secret Service (2014). De liefde van de Britten voor spionage laat zich verklaren door het feit dat ze het nut ervan inzien en zich ervan bedienen voor politieke doeleinden.

    Omdat deze ‘kunst’ zo hoog in aanzien stond, heeft de Engelse politieke elite de regels en risico’s ervan tot aan het vorige decennium geaccepteerd. Bij de zaak-Litvinenko, en meer nog bij de zaak-Skripal, lijken de gentlemen hun legendarische koelbloedigheid te zijn verloren. Rusland en alles wat daarmee te maken heeft is hun duidelijk een doorn in het oog. Vandaar dat de spionage gepaard gaat met russofobie. De combinatie van deze twee tradities, spionage en russofobie, verklaart voor een groot deel deze confrontatie die al decennia duurt en het gebruikelijke inlichtingenkader al lange tijd overstijgt.

    De russofobie begon in Frankrijk en Engeland na de napoleontische oorlogen, toen Rusland een invloedrijke mogendheid werd op het continent. In de jaren 1830, met de Poolse opstanden tegen het Russische Keizerrijk, kreeg de Europese russofobie duidelijk vorm. Daarbij speelde echter niet zozeer solidariteit met de Polen als wel de wil om Rusland te verzwakken. De betrekkingen tussen Engeland en Rusland kwamen nog meer onder druk te staan door de ‘Oosterse Kwestie’ en de bestemming van de Bosporus en de Dardanellen, die leidde tot de Krimoorlog (1853-1856) en wat ‘het Grote Spel’ werd genoemd, de geopolitieke confrontatie (met inzet van inlichtingendiensten en diplomatie) tussen het Verenigd Koninkrijk en Rusland in de tweede helft van de negentiende eeuw.

    Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt

    In de jaren 1855-1865 publiceerden Alexander Herzen en Nikolaj Ogarev, onder het welwillende toeziend oog van de Britse autoriteiten, in Londen de eerste tegen de regering gerichte Russische tijdschriften die een beslissende invloed hadden op de liberale Russische intelligentsia. In het begin van de twintigste eeuw werd Engeland een van de belangrijkste toevluchtsoorden voor Russische dissidenten, met name revolutionaire socialisten, mensjewieken en bolsjewieken. In Londen werden het historische tweede en vijfde congres (1903 en 1907) van de Russische sociaaldemocraten gehouden, waar Lenin aan deelnam en waar het bolsjewisme als beweging werd geïnstitutionaliseerd. Het vijfde congres werd grotendeels gefinancierd door Britse industriëlen die sympathiseerden met de Russische Revolutie.

    Met uitzondering van de twee wereldoorlogen, toen Rusland (de Sovjet-Unie) en Groot-Brittannië bondgenoten waren, is de spionage- en informatieoorlog tussen de twee landen nooit gestopt. Denk alleen maar aan de Lockhart-affaire (1918), de operatie Trust en Sidney Reilly (1925); de laatste had in Engeland de bijnaam ‘spionnenkoning’ en inspireerde Ian Fleming tot het personage James Bond. Ook de Vijf van Cambridge leven voort in de geschiedenis, de legendarische superagenten, onder wie de beroemde Kim Philby, die in de jaren dertig van de vorige eeuw door de Sovjet-Unie werden gerekruteerd. De concurrentie tussen de diensten werd vooral levendig tijdens de Koude Oorlog, die duurde van 1946 tot 1991. De namen van de ‘helden’ en verraders van deze oorlog zijn welbekend. Vooral de Profumo-affaire, vernoemd naar de Britse minister van Defensie, zorgde voor sensatie en leidde tot het aftreden van de laatste in 1963. Het verhaal van escortgirl Christine Keeler, die zowel een verhouding had met Profumo als met Yevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst, hield de Britten in de ban als een spannend spionnenspel. In 1971 vond de grootste uitzetting van Sovjetdiplomaten uit de geschiedenis plaats, waarbij 105 agenten Londen moesten verlaten.

    Christine Keeler had zowel een verhouding met Britse minister van Defensie Profumo als met Jevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst.
    Christine Keeler had zowel een verhouding met Britse minister van Defensie Profumo als met Jevgeny Ivanov, een officier van de Russische militaire inlichtingendienst.

    Na de val van de USSR bleek de adempauze van korte duur: vanaf eind jaren negentig barstte de strijd tussen de inlichtingendiensten weer in volle hevigheid los. Londen werd het toevluchtsoord voor Russische oligarchen, economische criminelen, overgelopen spionnen en allerlei andere tegenstanders van Moskou. De beroemdste van hen, oligarch Boris Berezovski, stierf in 2013 onder nooit opgehelderde omstandigheden. De Russische oppositie in Londen, naar hartenlust uitgebuit door de Britse inlichtingendiensten, is echter voor een groot deel oncontroleerbaar geworden en handelt volgens haar eigen regels. Dat is precies de reden voor een hele reeks onverklaarbare aanslagen die de competentie en de logica van de klassieke inlichtingendiensten te boven gaan en waarschijnlijk het belang dienen van derden. De politieke schade van deze afschrikkingsexecuties is enorm. Het is duidelijk dat de Britten gijzelaars zijn geworden van een systeem dat ze zelf in het leven hebben geroepen.

    Engeland heeft voortdurend geklaagd over en aanstoot genomen aan de dood van Russische overlopers, omdat het zelf de regels van dit spel heeft geschreven waarin de internationale oorlog van de geheime diensten zich precies op haar eigen bodem voltrekt. En dan gaat het niet alleen om de Russische diaspora, maar ook om de islamisten die politiek asiel hebben gekregen dankzij steun van de plaatselijke geheime diensten en die momenteel oncontroleerbaar zijn geworden en tal van terroristische aanslagen plegen op het grondgebied van hun gastheren.

    • Aleksandr Litvinenko, KGB-agent tussen 1988 en 1999, stierf in 2006 in Londen aan een poloniumvergiftiging.

    Auteur: Dmitri Dobrov
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: Still uit The Third Man (1949).

     Sergej Skripal. – © HH
    Sergej Skripal. – © HH

    CONTEXT: De zaak-Skripal

    Op 4 maart 2018 werden de voormalige Russische dubbelspion Sergej Skripal en zijn dochter bewusteloos aangetroffen op een bankje in de Engelse stad Salisbury. Al heel snel bevestigden de Britse autoriteiten dat ze waren vergiftigd met novitsjok, een in Rusland geproduceerd zenuwgas. Omdat deze moordaanslag als een chemische aanslag op zijn grondgebied werd beschouwd, zette Londen drieëntwintig Russische diplomaten uit, waarna de Verenigde Staten en diverse Europese landen er op hun beurt ook meer dan honderd uitzetten. Moskou reageerde met dezelfde maatregel.

    Moskou is van mening dat er geen enkel bewijs is geleverd voor zijn verantwoordelijkheid voor de aanslag en spreekt van een westerse provocatie om Rusland te demoniseren en te isoleren. Terwijl de twee slachtoffers van Salisbury aan de beterende hand zijn, heeft de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens op 18 april verklaard dat haar laboratoria niet hebben kunnen vaststellen door welk land of welk laboratorium de giftige stof is geproduceerd, aldus het Russische dagblad Gazeta.ru. Maar de Britse vertegenwoordiger van de organisatie laat geen enkele ruimte voor twijfel: ‘Wij zijn van mening dat alleen Rusland over de technische mogelijkheden, de praktische ervaring en de motivatie beschikt om deze operatie uit te voeren.’

    InoSMI
    Rusland | inosmi.ru

    InoSMI is een informatiesite die zich specialiseert in de Russische vertaling van artikelen uit de buitenlandse pers. Inderdaad, net als 360. De naam is een samentrekking van twee Russische woorden die ‘buitenlandse media’ betekenen. ‘Alles wat het waard is om vertaald te worden,’ luidt hun slogan. Naast redacteuren en vertalers telt de redactie ook auteurs van oorspronkelijke artikelen in het Russisch.

  • ‘Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht’

    ‘Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht’

    Vladimir Poetin wil niet terug naar het politieke model van de Sovjet-Unie, maar wel naar de economische ambities waartoe de perestrojka de aanzet gaf. Dat gaat niet zonder militaire macht.

    De lasershow met kruisraketten op het reusachtige scherm tijdens de presidentiële redevoering op 1 maart jl. heeft misschien niet alle sceptici van het land overtuigd, maar wel de buitenlandse functionarissen: Rusland heeft de stoutste verwachtingen van de patriotten overtroffen én de angstigste visioenen van zijn vijanden. Russische wetenschappers hebben kruisraketten ontworpen die niet ‘klem zullen komen te zitten in de Eiffeltoren’, maar veel verder en veel sneller zullen vliegen, volgens een volstrekt onvoorspelbare koers.

    Laten we de afgelopen weken nog eens de revue laten passeren. Een nog altijd onmetelijk land – ondanks het verlies van enkele gebieden – dat in het discours van het Westen meermaals op 
de schroothoop is gegooid, heeft blijk gegeven van een buitengewone wil 
om weer het evenbeeld te worden 
van de indertijd geduchte Sovjet-Unie. 
Vladimir Poetin maakte deze vergelijking niet voor niets.

    Wat we moeten begrijpen is dat Poetin niet wil terugkeren naar de Sovjet-Unie, maar naar de taak die de Sovjet-Unie zich gesteld had

    De Sovjet-Unie moest op een gegeven moment het welvaartspeil verhogen 
en de mate van vrijheid in het land 
vergroten. Dat lukte haar bijna in de jaren zestig. Maar in de geschiedenis worden problemen zelden afdoende opgelost. En eind jaren tachtig stortte de Sovjet-Unie alsnog in.

    De vraag die Poetin stelde, heel wat jaren geleden al, over de aard van de onzichtbare catastrofe die zich parallel aan de geopolitieke catastrofe [de ineenstorting van de Sovjet-Unie] afspeelde, is nog altijd niet definitief beantwoord. Oud-premier Jegor Gajdar had op een dag gedecreteerd dat de Sovjeteconomie niet te hervormen was. Maar communistisch China heeft vervolgens aangetoond dat deze stelling niet klopt. Natuurlijk, we hebben nationale conflicten gehad, maar het waren niet alleen de mechanismen van de ‘unie’ die blokkeerden. Dat gebeurde ook met de mechanismen van de ‘socialistische Sovjetmachine’, terwijl die diepgaand hervormd had kunnen worden en nog altijd had kunnen functioneren in het grootste deel van de uiteengevallen Sovjet-Unie, namelijk de Russische Federatie.

    Een van de beroemdste ruimtevaarders van de Sovjet-Unie, Boris Tsjertok, heeft geschreven dat de technocratische elite van de Sovjet-Unie, de beste ter wereld, indertijd had gewezen op ‘het onvermogen van de intelligentsia, met name de Russische, om zich op 
het politieke vlak te organiseren’.

    Poetin bezoekt de Peter de Grote Strategic Missile Forces Academy. – © Mikhail Klimentyev / Getty Images
    Poetin bezoekt de Peter de Grote Strategic Missile Forces Academy. – © Mikhail Klimentyev / Getty Images

    Toen Rusland een tiental jaren geleden weer ‘opkrabbelde’ – waar sommigen over lasterden – herinnerde men zich plotseling weer dat ‘de versnelling en de perestrojka’ [het programma voor 
de hervorming van de Sovjet-Unie van Michail Gorbatsjov in de jaren 1985-1991] niet gericht waren op achteruitgang. Ze waren erop gericht een grote, egalitaire en machtige natie te transformeren tot een even grote, militair iets minder machtige (op gelijke voet met de VS) en nog steeds egalitaire natie, maar op een iets andere, liberalere en welvarendere leest geschoeid. En dat is de uitdaging waar we nu voor staan. Wat we moeten begrijpen is dat Poetin niet wil terugkeren naar de Sovjet-Unie, maar naar de taak die de Sovjet-Unie zich gesteld had. En die niet is gerealiseerd. Want een van de voorwaarden – de handhaving van een sterke militaire capaciteit – was verwaarloosd. Zoals een van onze lezers die thuis is in de natuurkunde, ons schreef: ‘Een nieuwe thermonucleaire kruisraket, daar hadden we ons al veel eerder mee moeten uitrusten. Dan waren ons al die sancties bespaard gebleven.’

    Nu zijn we dus weer een militaire grootmacht. Maar hoe zit het met de andere gebieden? In zijn redevoering wordt de snelle groei van het bbp als doelstelling aangekondigd. ‘Een bbp dat met 1,5 wordt vermenigvuldigd voor het midden van het volgende decennium, dat wil zeggen voor de jaren 2024-2025, dat wil zeggen een gemiddelde stijging van het bbp met 6 procent’, zo is uitgerekend door Aleksej Koedrin, directeur van het Centrum voor Strategisch Onderzoek. Volgens hem heeft de president ‘de lat een stuk hoger gelegd dan de ramingen van de deskundigen, zelfs als ervan uit wordt gegaan dat er structurele hervormingen worden doorgevoerd’. Iedere deskundige heeft natuurlijk zijn eigen visie. In zijn redevoering heeft de president ook een beroep gedaan op de onafhankelijke, centrale bank om zich bezig te houden met de economische groei, wat in de ‘structurele hervormingen’ niet is opgenomen. Dialoog is dus noodzakelijk.

    Nieuwe kans

    Er is iets zeldzaams gebeurt in de geschiedenis: door onze fouten hebben we een nieuwe kans om te realiseren wat ooit is mislukt. Een van de belangrijkste lessen die we geleerd hebben is dat we leven in een wereld waar de concurrentie meedogenloos is. Die is niet verdwenen met de Koude Oorlog, of met het einde van de communistische ideologie, die zal nooit verdwijnen. Je kunt het je concurrenten niet naar de zin maken. Je kunt ze alleen overwinnen. Door te concurreren natuurlijk en, alleen in geval van agressie, met geweld. Hoe kunnen we in deze context een innovatieve, onbeperkte groei van de productiemiddelen bevorderen zonder een buitensporige druk uit te oefenen op de bevolking? We weten het niet. Maar er zijn veel elementen van dit mechanisme aangedragen in deze redevoering. De 
Russische samenleving staat voor 
de uitdaging ze aan te grijpen en te ontwikkelen en ‘zich op het politieke vlak te organiseren’.

    Expert
    Rusland | dagblad | oplage 85.000

    In 1995 opgericht door oud-medewerkers van dagblad Kommersant. Gezaghebbend in economische kringen, kritisch waarnemer van 
de Russische samenleving.

    Nieuwe spelregels

    Onder de kop ‘Daarentegen bouwen wij raketten’ wijdt het Russische magazine Profil zijn openingsartikel aan de toespraak van Vladimir Poetin, die ‘verbazing en schrik, en tezelfdertijd hoop heeft gewekt’. In een artikel met als kop ‘Destabilisering van de instabiliteit’ stelt het blad dat het militaire aspect van diens boodschap urbi et orbi erg lijkt op ‘een totale herziening van de spelregels op het gebied van een evenwicht van militaire en politieke machten’.

  • Raúl Castro treedt terug – maar raakt niet uit zicht

    Raúl Castro treedt terug – maar raakt niet uit zicht

    In februari krijgt Cuba een nieuwe president, als opvolger van Raúl Castro. Maar dat betekent niet dat de Castro-clan alle macht opgeeft, denken analisten. Daarvoor zijn de verhoudingen met de VS sinds de verkiezing van Donald Trump te gespannen.

    Wie de Cubaanse leider Raúl Castro na de aanstaande presidentsverkiezingen ook zal opvolgen, hij zal een storm van uitdagingen het hoofd moeten bieden met als absoluut hoogtepunt orkaan Donald Trump. De zesentachtigjarige Castro heeft gezegd dat hij van plan is na de landelijke verkiezingen van februari 2018 terug te treden als hoofd van de Staatsraad en de Ministerraad. Wel verwacht men dat hij zal aanblijven als leider van de Cubaanse Communistische Partij van Cuba.

    Sinds Donald Trump in januari 2017 zijn intrede deed in het Witte Huis is de relatie tussen de Verenigde Staten en Cuba duidelijk bekoeld. Zo verharde Trump zijn taal tegen Castro en heeft hij gezegd korte metten te maken met de toenaderingspolitiek van zijn voorganger Obama.

    Zakendoen met staatsbedrijven die door Cubaanse militairen worden geleid, is voortaan verboden. De spanning tussen beide landen liep onrustbarend op toen het nieuws naar buiten kwam dat Amerikaanse diplomaten in Havana en medewerkers van de ambassade doelwit zouden zijn van aanvallen met geluidswapens of iets van dien aard. Beide regeringen hebben over en weer beschuldigingen geuit en de aanvankelijk terughoudende Cubaanse media deinzen er niet langer voor terug om Trump een ongelikte beer te noemen. Al hebben de Verenigde Staten de Castro-regering niet rechtstreeks beschuldigd, toch hamert regeringswoordvoerder Heather Nauert erop dat de Cubaanse regering op de hoogte moet zijn geweest van wat er is voorgevallen. Op zijn beurt heeft Cuba verklaard zich van geen kwaad bewust te ziijn. De hele episode lijkt een flashback van de Koude Oorlog.

    ‘De Communistische Partij heeft veel ervaring met het voeren van een sober beleid. In de jaren negentig wist ze de eenheid in Cuba te bewaren’

    Voor Domingo Amuchástegui, voormalig analist bij de Cubaanse inlichtingendienst en momenteel woonachtig in Miami, is het ‘ondenkbaar’ dat onder de huidige omstandigheden iemand terug zal treden.

    Het ‘Trump-effect’ is voelbaar in het politieke debat in Cuba, menen enkele analisten. Trumps nieuwe maatregelen, die het reizen naar Cuba en de handel met staatsbedrijven aan banden leggen, voeden de oude staat-van-beleg-mentaliteit op het eiland, zegt 
de Cuba Study Group, de Cubaans-Amerikaanse organisatie die de toenaderingspolitiek van oud-president Barack Obama steunde. Hoe groot de macht is van de conservatieven binnen de Cubaanse regering bleek al toen de regering de afgifte van nieuwe licenties voor werknemers in de private 
sector stopzette. ‘Raúl Castro zegt al langer dat de oude mentaliteit het voornaamste obstakel voor hervormingen is. Ook heeft hij gezegd dat de hervormingen zo snel gaan als de consensus dat toestaat. Die twee dingen wijzen er wel degelijk op dat er een groep is die het proces vertraagt,’ meent Carlos Alzugaray, oud-ambassadeur van Cuba bij de Europese Unie.

    Wie de nieuwe president van Cuba ook wordt, hij zal het hoofd moeten bieden aan ingewikkelde uitdagingen die van invloed zijn op zijn politieke speelruimte. De olievoorziening uit Venezuela is het afgelopen jaar opgedroogd omdat Cuba’s bondgenoot zelf kampt met een economische crisis. Orkaan Irma, die over de noordkust van het eiland trok, heeft een spoor van verwoestingen achtergelaten. De Cubanen morren over de traag verlopende herstelwerkzaamheden en er waren kleine, spontane protestacties in de hoofdstad en in een aantal provincies. Econoom Carmelo Mesa-Lago verwacht dat de Cubaanse economie dit jaar opnieuw met 0,3 procent zal krimpen – het afgelopen jaar werd afgesloten met een recessie. Volgens Mesa Lago zit Cuba in de zwaarste economische crisis sinds 1990, het jaar waarin de Sovjet-Unie uiteenviel.

    Moody’s Investors Service voorspelt dat als gevolg van orkaan Irma en de nieuwe maatregelen van de Trump-regering de Cubaanse economie met 0,5 procent zal krimpen. Manuel Cuesta Morúa, een tegenstander van het regime, die het voortouw nam om onafhankelijke kandidaten op de lokale verkiezingslijsten te krijgen, acht het niet uitgesloten dat Raúl Castro voorlopig aanblijft als hoofd van de regering vanwege ‘de kritieke situatie’ waarin Cuba plotseling terecht is gekomen door de nasleep van orkaan Irma en de verslechterde relatie met de Verenigde Staten. ‘Zo’n crisis kan beter door ervaren mensen worden aangepakt dan door nieuwkomers.’ Wel denkt Morúa dat Raúl Castro het regeren zal overlaten aan vicepresident Miguel Díaz-Canel, de zichtbaarste kandidaat tot nu toe. ‘Ik denk dat de Cubanen in institutionele zin voldoende zijn voorbereid om de toenemende problemen te trotseren en tegelijkertijd de politieke overgang door te zetten,’ zegt Richard Feinberg, docent politicologie aan de Universiteit van Californië in San Diego. ‘De Communistische Partij heeft veel ervaring met het voeren van een sober beleid. In de jaren negentig wist ze de eenheid in Cuba te bewaren.’

    De gebroeders Castro.
    De gebroeders Castro.

    ‘Het is weinig waarschijnlijk, zo niet onmogelijk dat er zich géén wisseling van de wacht zal voordoen in de hoge echelons van de regering,’ meent oud-ambassadeur Alzugaray. ‘Raúl Castro heeft duidelijk te kennen gegeven dat hij wil terugtreden en de institutionele basis wil leggen voor het Cuba na de Castro’s. Raúl Castro is bijna negentig en staat bekend als iemand die het fijn vindt tijd met zijn familie door te brengen. Hij zal nu niet terugkrabbelen,’ aldus de Cubaanse ex-diplomaat. ‘Hij heeft niet voor niets voorgesteld dat een president maar twee termijnen mag aanblijven. Op die regel zal hij niet de eerste uitzondering zijn.’

    Castro’s plannen dateren van 2013. Toen zei hij voor het eerst dat hij van plan was zich na vijf jaar uit de staatsraad terug te trekken. Op het zevende congres van de Communistische Partij van Cuba in 2016 heeft de president voorgesteld een leeftijdslimiet in te stellen voor leden van de regering en van de Communistische Partij, een voorstel dat door de aanwezige tachtigers die tot de ‘historische generatie’ behoren – de mannen die samen met Fidel en Raúl Castro deelnamen aan de omverwerping van de Baptista-dictatuur – lauwtjes werd ontvangen.

    ‘Vanaf het moment dat hij president werd (officieel in 2008) heeft Castro gepoogd de instituties te versterken, hetgeen de beste garantie op voortzetting van het regime zou zijn,’ aldus William LeoGrande, docent aan de American University. ‘Maar Castro heeft met geen woord gerept over het opgeven van zijn plek als eerste secretaris van de Communistische Partij van Cuba, en in die hoedanigheid heeft hij een grote vinger in de pap bij belangrijke beslissingen.’

    Ander debat

    Maar zelfs áls Castro uit de regering stapt, dan liggen de kaarten van het politieke debat nu anders, meent Arturo López Levy van de Universiteit van Texas in Río Grande en voormalig analist bij de Cubaanse inlichtingendienst. ‘Eerst ging het erover of vicepresident Díaz-Canel genoeg in huis had om te kunnen omgaan met een geglobaliseerde wereld en een pluriformere samenleving. Nu is het debat over de politieke hervormingen in Cuba uitgesteld of zelfs stopgezet,’ aldus López Levy. De regering heeft bijvoorbeeld het verzoek afgewezen van meer dan honderd onafhankelijke kandidaten om deel te mogen nemen aan de lokale verkiezingen van 26 november. In plaats van over progressievere kandidaten of andere politieke hervormingen gaat het huidige debat erover of Díaz-Canel en zijn team voldoende zijn klaargestoomd om een adequate strategie te ontwikkelen tegen Trump, en of ze de energie hebben om het tegen Washington op te kunnen nemen.

    Auteurs: Nora Gámez Torres en Mimi Whitefield
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    El Nuevo Herald
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 95.000

    In 1977 voor het eerst uitgebracht als bijlage van de Miami Herald, staat sinds 1986 op eigen benen. Dé Spaanstalige krant (de tweede en meest gelezen in de VS) van de latinogemeenschap in Miami.

  • Wat wil Poetin nu in het Midden-Oosten?

    Wat wil Poetin nu in het Midden-Oosten?

    Rusland heeft eigenlijk niets te zoeken in Syrië, betoogt deze Israëlische commentator. ‘Het gaat Poetin vooral om status, maar iedereen ziet dat die schijn is.’

    Wat heeft Rusland precies te zoeken in Syrië? Wie die vraag stelt, kan rekenen op een aantal standaardantwoorden. Moskou is vastbesloten de dreiging van het islamitisch fundamentalisme uit te roeien voordat het de moslimminderheid in Rusland – 7 procent van de bevolking – bereikt. Of: door tegen IS te vechten, hoopt Poetin de aandacht van het Westen af te leiden van zijn manoeuvres in Oekraïne. Of: Moskou moest het regime van Bashar Assad overeind houden om de Russische marinebasis in de Syrische havenstad Tartoes te redden.

    Maar wat Poetin in de eerste plaats beoogde, was een herstel van de Russische status van grote speler in het Midden-Oosten. Hij wilde de wereld laten zien dat Rusland nog net zo’n grootmacht is als in de goede oude tijd van de Koude Oorlog.

    Anderhalf jaar later is de balans voor Rusland niet zonder meer gunstig. Zeker, het regime van Assad is van de ondergang gered. En Rusland heeft nu niet alleen Tartoes: er is een luchtmachtbasis bij Latakia bijgekomen. Aan de andere kant heeft het Westen zich weinig bereid getoond tot een verlichting van de sancties die Rusland zijn opgelegd vanwege de inval in Oekraïne. Uit de bomaanslag op 4 april in de metro van Sint-Petersburg blijkt dat de dreiging van islamitisch extremisme nog niet is geweken. En ten slotte heeft de verrassende Amerikaanse raketaanval op Syrië een einde gemaakt aan de toenadering tussen Moskou en het Witte Huis van Trump.

    Poetin heeft zeker winst geboekt als het gaat om het imago van Rusland als grootmacht. Anders dan de stuurloze Amerikanen heeft Rusland aangetoond dat het zijn vrienden te hulp schiet zonder vervelende vragen te stellen over mensenrechten en democratie, zelfs niet over het gebruik van chemische wapens.

    Voor de dictators en monarchen van de regio lijkt Moskou een veel geschiktere bondgenoot en begunstiger dan Washington. Toch zijn er weinig tekenen dat zij dit ook werkelijk vinden. 
Ik vermoed dat ze inzien hoezeer Moskous status als grootmacht schijn is.

    Een Russisch konvooi bij Latakia in Syrië. – © Sergei Bobylev / Getty
    Een Russisch konvooi bij Latakia in Syrië. – © Sergei Bobylev / Getty

    Rusland stelt belang in het Midden-Oosten, maar heeft er geen belangen. Echte belangen beginnen met jongens en meisjes in nette pakken met aktetassen vol contracten om dingen te bouwen en te verkopen. Daarna komen pas de generaals, de oorlogsschepen en luchtmachtbases om dat alles te beschermen. Handel en investeringen zijn wat grootmachten als de VS, Europa of China naar een regio als het Midden-Oosten lokt. Militaire betrokkenheid vloeit daaruit voort.

    Poetin heeft het paard achter de wagen gespannen, en hij heeft niet eens een behoorlijk paard. De waarheid is dat Rusland een onderontwikkelde economie heeft, die de wereld weinig meer kan bieden dan wapens, nucleaire technologie, energie en tarwe.

    Deze beperkingen in aanmerking genomen, heeft Rusland het niet slecht gedaan. Als graanexporteur streefde het de VS vorig jaar voor het eerst in decennia voorbij, en is het op dit gebied nu hoofdleverancier van Egypte. Tussen 2006 en 2015 bracht de Russische wapenverkoop aan het Midden-Oosten en Noord-Afrika een kleine 12 miljard euro op, twee keer zoveel als in het decennium ervoor.

    Ja, Rusland heeft ook overeenkomsten gesloten om kerncentrales in Egypte, Jordanië en Iran te bouwen. Russische energiebedrijven zijn actief in Egypte en Irak. Het klopt dat Rusland wapendeals heeft met Egypte en zelfs in de Golfregio een voet tussen de deur heeft gekregen. Maar dat heeft weinig te maken met de kwaliteit van Russisch wapentuig in de Syrische burgeroorlog en veel meer met de westerse aarzeling om wapens te verkopen aan tirannieke regimes. Overigens is de nucleaire deal van Moskou met Egypte economisch niet levensvatbaar. En nu blijkt zelfs dat Egypte geen kernenergie nodig heeft, na de vondst van grote aardgasvelden voor de Egyptische kust. Het is moeilijk voor te stellen dat de machten in het Midden-Oosten de voorkeur zullen geven aan Russische energiebedrijven boven hun technologisch geavanceerdere westerse concurrenten.

    Auteur: David Rosenberg
    Vertaler: Carl Stellweg

    Ha’aretz
    Israël, dagblad, oplage 80.000

    De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.

  • Het einde van Fidel

    Het einde van Fidel

    Cuba nam afscheid van een leider wiens tijd allang voorbij was. Maar juist nu was hij misschien wel goed van pas gekomen. ‘Fidel was beter uitgerust om een bullebak in jumboformaat als de Amerikaanse president elect van repliek te dienen dan zijn rationelere broer Raúl.’

    Van een afstand was hij ontzagwekkend. Dat heroïsche profiel, die blik waarmee hij een menigte overzag, ze waren even onontkoombaar als de herinnering aan zijn overwinning op het corrupte regime dat met zijn bordelen en casino’s en zijn whites-only golfclubs en strandhotels geheel ten dienste stond van een in Miami gevestigde Amerikaanse maffia en het ergste soort Amerikanen.

    Er was ook het vonkje opwinding dat zo’n uitdagend gebalde vuist, zo’n rebelse retoriek altijd ontsteekt in de jongeren en armen op de wereld. Politici in Washington die zichzelf beschouwden als een baken in een onwetende, hulpeloze of regelrecht moordzuchtige Rest van de Wereld, zagen hem als een clowneske gek, maar ondertussen was er wel een eiland op nog geen 150 kilometer van Key West dat weigerde naar de pijpen van Uncle Sam te dansen of de Verenigde Staten ook maar iets te zeggen te geven.

    Dan waren er de tastbare successen die zelfs in de zwaarste jaren van honger en gebrek op het eiland overeind bleven: de veelgeprezen stelsels voor onderwijs en gezondheidszorg, het beëindigen van de feitelijke apartheid, de extra aandacht voor baby’s en kinderen zodat die even gezond opgroeiden als hun tegenvoeters in de rijkste landen, een vroege belangstelling voor milieubewuste stedelijke ontwikkeling, baanbrekend medisch onderzoek. De normen die hij stelde legden de lat hoog voor de primitieve en roofzuchtige heersende klassen op het halfrond en lieten de armen zien wat ze mochten verlangen.

    Een jongen in Havana laat een duif los gedurende de negendaagse rouwperiode voor Castro. – © Getty
    Een jongen in Havana laat een duif los gedurende de negendaagse rouwperiode voor Castro. – © Getty

    Van dichterbij werd het plaatje minder rooskleurig: smerige, overvolle gevangenissen als resultaat van vijftig jaar onhandige pogingen om de vrije gedachte te onderdrukken, een economie die er beter aan toe zou zijn geweest als hij was gerund door apen, gezinnen die uit elkaar waren gerukt door een starheid van hogerhand die deel van de nationale mentaliteit werd, kinderen die hun moeder verloren en moeders die hun kinderen verloren aan de zee bij pogingen om hun verstikkende geboorteland te ontvluchten, twee angstaanjagende weken waarin roekeloos gezwaai met kernkoppen de wereld op de rand van de totale vernietiging bracht. Ook was er de uitzichtloze verveling van de latere decennia, de claustrofobische treurigheid van het leven in een land dat zich moest plooien naar de fantasieën van zijn dictator.

    En nu is Fidel Castro dood. Cubanen hebben een ongekend lange rouwperiode van negen dagen in acht genomen, al voelden de meesten van de elf miljoen eilandbewoners weinig voor het vertoon en de symboliek waarmee de staat luister probeerde bij te zetten aan het afscheid van een man wiens tijd allang voorbij was.

    Nooit het plan

    Het was nooit het plan geweest om zo lang te leven, zei hij afgelopen april tot een stilgevallen publiek op het Zevende Partijcongres in Havana, en inderdaad, degenen die zich hem herinnerden als de belichaming van mannelijke glorie in zijn beste olijfgroene dagen, huiverden bij de aanblik van de bevende, strompelende oude man in Adidas-trainingspak. Hij was negentig. Hij was altijd aan de macht gebleven. Hij was al meer dan tien jaar ziek. Het is al vaak gezegd: was hij in pakweg 1967 gestorven, op het hoogtepunt van zijn revolutie, dan zou hij daarna in heel Latijns-Amerika en daarbuiten zijn vereerd als een nieuwe Bolívar, een nieuwe Martí. Maar nu is het zelfs onmogelijk te zeggen hoe hij over tien jaar zal worden gezien. Gedeeltelijk omdat hij zo veel economische, morele en sociale misstanden heeft nagelaten en gedeeltelijk omdat de waarden waaraan hij vasthield – absolute loyaliteit, onwankelbaar geloof, het najagen van een utopie, onverzettelijke morele en fysieke moed – nu allemaal hopeloos uit de tijd lijken.

    Hoe Cuba zal overleven zonder Fidel is niet echt een vraag: het eiland overleeft al zonder hem sinds zijn ziekte hem dwong om eerst tijdelijk en vervolgens permanent de macht over te dragen aan zijn broer Raúl Castro. Dat was tien jaar geleden. Sindsdien hebben er noodzakelijke en belangrijke veranderingen plaatsgevonden, zonder Fidel, maar het revolutionaire model dat hij heeft ingesteld sleept zich nog steeds voort en kan elk moment ineenstorten, net als de afbrokkelende gebouwen langs de Malecón, Havana’s beroemde zeeboulevard. Er is een snel opkomende toeristenindustrie, er is een beetje export, er komt steeds meer belangstelling voor het Cubaanse kankeronderzoek en andere medische innovaties, er bestaat een kleine, maar groeiende zakensector, mensen kunnen vrij van en naar Cuba reizen, er wordt minder scherp gecontroleerd op afwijkende meningen, de lhbt-gemeenschap heeft wat eerste successen behaald en er is steeds meer open toegang tot het internet.

    Het graf van de Cubaanse leider in Santiago de Cuba. – © Getty
    Het graf van de Cubaanse leider in Santiago de Cuba. – © Getty

    Er zijn ook politieke gevangenen – weliswaar slechts een handvol, maar het feit dat ze er zijn bewijst dat het in Cuba nog steeds een misdaad is om een afwijkende mening te hebben. Met het onvermijdelijke verdwijnen van Cuba’s economische reddingsboei, het chavistische regime in Venezuela, dreigt een economische crisis. Bij zijn leven stuurde Hugo Chavez scheepsladingen olie naar Cuba in ruil voor goedkope artsen en sporttrainers; die zendingen zullen ongetwijfeld ophouden wanneer Chavez’ onbekwame opvolger Nicolás Maduro omvergeworpen wordt of aftreedt. En al sinds de ineenstorting van de Sovjet-Unie heeft het idealistische egalitarisme uit de eerste jaren van de revolutie plaatsgemaakt voor een samenleving die zich hongerig op de eerste kleine kruimels van het nieuwe consumentenkapitalisme stort, maar nu al de bijverschijnselen daarvan ondervindt: de snelle vorming van een klassenmaatschappij en toenemende ongelijkheid.

    De allerbelangrijkste verandering voltrok zich aan het begin van dit jaar, toen Barack Obama naar Havana kwam ter gelegenheid van de hernieuwde diplomatieke betrekkingen tussen beide landen. Met dat bezoek erkenden de VS – eindelijk – dat 57 jaar passief-agressieve dreiging het fidelistische regime niet op de knieën had kunnen krijgen. Een bijzonder moment voor Cuba. Maar er zat een adder onder het gras: door de hand van Obama te drukken maakte Raúl Castro een einde aan een tijdperk waarin de VS niets in de Cubaanse melk te brokkelen hadden. Dit was slechts tien maanden voor de verkiezing van Donald Trump.

    Uiterlijk was hij een zeer beschaafd man met uitstekende manieren, maar vanbinnen was hij een bullebak

    En nu heeft Fidel het toneel verlaten op het moment dat hij misschien goed van pas was gekomen. Uiterlijk was hij een zeer beschaafd man met uitstekende manieren, maar vanbinnen was hij een bullebak. Na een nederlaag sloeg hij altijd harder terug; hij had het gewoon niet in zich om zich gewonnen te geven. Toen John F. Kennedy en Nikita Chroesjtsjov in de rakettencrisis van 1962 een overeenkomst sloten om de Sovjet-kernkoppen van Cubaans grondgebied te verwijderen, werd Fidel woest en organiseerde hij een protestdemonstratie tegen zijn Russische geldschieter. Een gedenkwaardige leus die dag was: Nikita, mariquita, lo que se da no se quita (‘Nikita, je bent een mietje, eens gegeven blijft gegeven’). Fidel was beter uitgerust om een bullebak in jumboformaat als de Amerikaanse president elect van repliek te dienen dan zijn rationelere broer Raúl.

    In de tweets na de aankondiging van Fidel Castro’s dood was al te zien hoe de komende president mogelijke zwakke plekken aftastte. Nu de regering-Obama de relatie met Cuba heeft genormaliseerd, stelde Trump de Cubaanse regering voor, als een haai die een voorstel doet aan een zeebaars, om samen te gaan praten over een betere ‘deal’.

    Het is niet moeilijk te bedenken wat voor deal Trump voor ogen staat. Hij heeft tot zijn eigen tevredenheid vastgesteld dat het volgens de grondwet niet verboden is om naast het presidentschap een bedrijf te bestieren, en al twitterde hij vervolgens dat het presidentschap misschien toch wel zijn volle aandacht zou vragen, dan nog kun je je voorstellen dat Trump zijn oog op de toekomst richt: nu of over vier jaar, voor zichzelf of voor zijn kinderen, is er voor een magnaat als hij geen aantrekkelijker investering denkbaar dan Cuba. De hotels aan zee, de golfclubs, de casino’s! Net als in de goede oude tijd.

    Auteur: Alma Guillermoprieto

    Alma Guillermoprieto is een gelauwerde Mexicaanse journaliste en auteur van verschillende boeken over Latijns-Amerika.

    The New York Review of Books
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

    Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte en lange bijdragen van hoge kwaliteit van diverse grote schrijvers, journalisten en historici als J.M. Coetzee, Orhan Pamuk, en eerder Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.

  • Dossier: Poetins nieuwe Koude Oorlog

    Dossier: Poetins nieuwe Koude Oorlog

    Hoe reageert Donald Trump op de Russische provocaties?

    Bij zijn aantreden wacht de nieuwe Amerikaanse president Trump een pikante confrontatie met Vladimir Poetin, de man over wie hij lovende woorden sprak. Nooit immers sinds de val van de Berlijnse Muur was de spanning tussen het Westen en Rusland zo groot.

    Poetin zorgt voor onrust op de Balkan en in de Baltische staten, dreigde met het inzetten van kernwapens en zou hebben geprobeerd de Amerikaanse verkiezingen (in het voordeel van Trump) te beïnvloeden. De Russische politicoloog Fjodor Loekianov waarschuwt voor een confrontatie in Syrië, de Financial Times voor een cyberoorlog. 

    1. Het woord ‘oorlog’ valt weer in Sarajevo

    2. Hoofdbrekens voor Trump

    3. Voorkom confrontatie in Syrië

    4. De gevaren van een cyberoorlog

    5. Een heel ander soort Koude Oorlog

    6. Stop de domme provocaties tegen Rusland

    © Illustraties: Tammo Schuringa

  • 5. Een heel ander soort Koude Oorlog

    5. Een heel ander soort Koude Oorlog

    Volgens de Egyptische politicoloog Ammar Ali-Hassan dreigt er een nieuw soort globaal conflict. Hij zet de tien belangrijkste kenmerken daarvan op een rij.

    Een kwart eeuw na het eindigen van de Koude Oorlog lijkt er een vergelijkbaar conflict op te doemen aan de horizon, al is de vorm ervan een beetje anders. Het conflict zal een uitvloeisel zijn van de recente gebeurtenissen in Syrië. En als het echt losbarst, zal het de volgende eigenschappen hebben:

    1. Ideologie zal er geen centrale plaats in hebben, zoals dat tijdens de Koude Oorlog tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie wel het geval was. De strijd tussen het kapitalisme en het socialisme is voorbij.

    2. Als gevolg van de telecommunicatierevolutie en de vrijelijke verspreiding van informatie die daar het gevolg van is, zal een strategie van soft power overheersen en zullen ‘harde’ methoden minder gebruikelijk zijn.

    3. Het verdwijnen van totalitaire regimes (met name in Oost-Europa) ten gunste van democratische regeringen geeft het volk weer een stem. De oorspronkelijke Koude Oorlog werd gevoerd door regimes geleid door slechts een handvol mensen.

    4. Het terrorisme zal weer opleven. Dat komt doordat de twee belangrijkste grootmachten, de Verenigde Staten en Rusland, het als instrument gebruiken om hun doelen te bereiken. Zij ondersteunen hun welgevallige terroristische groeperingen terwijl ze andere fel bestrijden.

    Deze oorlog zal niet in het centrum beginnen om zich vervolgens uit te breiden naar de periferie. Hij is allang begonnen in de periferie en zal uiteindelijk ook het centrum bereiken

    5. Religieuze, etnische en xenofobe spanningen zullen door deze nieuwe Koude Oorlog verder oplopen. Elk van de twee grootmachten zal zich met bepaalde etnische, religieuze of confessionele groepen verbinden. Dit brengt de eenheid van sommige staten in gevaar.

    6. Er zullen meer conflicthaarden ontstaan. In Syrië en Oekraïne zullen de twee grootmachten nog vijandelijker tegenover elkaar komen te staan dan nu, en in Libië en Jemen mogelijk ook. Ook het Koreaans schiereiland zal zich niet aan deze dynamiek kunnen onttrekken.

    7. De Russische leiders zullen militaire activiteiten in het buitenland gebruiken om de publieke opinie af te leiden van binnenlandse problemen. Ook in de Verenigde Staten zullen bestuurders, vooral die uit de wapenindustrie, een grootschalige oorlog verwelkomen om de economie te stimuleren. Omgekeerd zullen politici en bedrijven in geval van een nieuwe economische en financiële crisis de oorlog de schuld kunnen geven.

    schermafbeelding 2016 11 16 om 11 58 48

    8. Deze oorlog zal niet in het centrum beginnen om zich vervolgens uit te breiden naar de periferie. Hij is allang begonnen in de periferie en zal uiteindelijk ook het centrum bereiken.

    9. Er zal geen verbond komen van niet-gebonden staten [zoals dat in 1956 tijdens de Koude Oorlog werd opgericht om tegenwicht te bieden aan de VS en de Sovjet-Unie], al staan veel landen er niet om te springen om in de invloedssfeer van Washington of Moskou terecht te komen.

    10. In de vorige Koude Oorlog stonden twee volstrekt tegengestelde partijen tegenover elkaar. Dit keer zal de opkomst van nieuwe spelers als China, India en de Europese Unie – die allemaal hun eigen belangen verdedigen en conflicten uit de weg gaan – de spanningen wellicht iets verzachten.

    Auteur: Ammar Ali-Hassan
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    Al-Ittihad
    Abu Dhabi, Verenigde Arabische Emiraten | dagblad | oplage onbekend

    Deze in 1969 opgerichte krant is een van de oudste van de Emiraten. Onder toezicht van het ministerie van Informatie en Cultuur publiceert het dagblad achtergrondartikelen van intellectuelen, soms zeer kritisch ten opzichte van de Arabische wereld.

  • 3. ‘Spion van de eeuw’ liet zich bedotten

    3. ‘Spion van de eeuw’ liet zich bedotten

    Reinhard Gehlen (1902-1979) was de beroemdste spion van Duitsland tijdens de Koude Oorlog. Maar van zijn onfeilbare reputatie blijft na recent onderzoek weinig over.

    Al tijdens zijn leven was hij een door geheimen omhulde legende, ‘de man zonder gezicht’. Kort voor zijn dood in 1979 noemde een Britse auteur hem zelfs ‘Duitslands meesterspion’, en ook nog ‘spion van de eeuw’: generaal Reinhard Gehlen, het eerste hoofd van de Bundesnachrichtendienst (BND), de buitenlandse geheime dienst van de Bondsrepubliek. De BND was in 1956 voortgekomen uit een al geformeerde groep, die Gehlen niet alleen had geleid, maar die zelfs zijn naam droeg, de Organisation Gehlen.

    Voor zijn dominante rol in de West-Duitse geheime dienst van na de oorlog had Gehlen zich uitgerekend laten voorstaan op zijn werk als leider van de Abteilung fremde Heere Ost in Hitlers oorlog tegen de Sovjet-Unie. In die positie was hij in het opperbevel van het leger verantwoordelijk geweest voor de analyse en prognose van de operationele bedoelingen van de Sovjetstrijdkrachten. Toen al was hij bezig de mythe van zijn eigen onfeilbaarheid op te bouwen. In Der Dienst, zijn memoires die in 1971 verschenen, beweerde hij zelfs dat hij het in zijn analyses van de vijand in het Oosten tussen 1942 en 1968 altijd bij het rechte eind had gehad, of die analyses nu voor Adolf Hitler, voor de Amerikanen of voor de Bondsregering bestemd waren.

    Max-Meldungen

    Het is verbazingwekkend dat niemand die bewering ooit grondig heeft onderzocht. Pas vijf jaar geleden riep de BND zelf een onafhankelijke commissie van historici in het leven om de ontstaansgeschiedenis en de vroege jaren van de BND wetenschappelijk te onderzoeken – en daarmee ook de persoon Gehlen van zijn geheimzinnigheid te ontdoen. Of het eindrapport van de commissie nog dit jaar zal verschijnen, zoals was aangekondigd, is onzeker: de BND verzet zich heftig tegen het voornemen van de historici om ook de echte namen van de agenten van de dienst te vermelden. Maar nu al is het beeld van de onfeilbare meesterspion onhoudbaar.

    Al in september 1943 moest Gehlen als hoogste inlichtingenofficier van het Duitse leger een soort bekentenis afleggen: in juli 1943 was het laatste grote Duitse offensief in het Oosten mislukt tijdens de grootste tankslag die ooit werd geleverd – bij Koersk, op 100 kilometer van de huidige Oekraïense grens –, mede omdat de Sovjets al lang van de plannen wisten. De Duitsers raakten in de verdediging, en daarom werden er van Gehlens afdeling realistische aanwijzingen geëist over plaats, tijd en sterkte van de aanvalsplannen van de Sovjets.

    Maar uitgerekend in die situatie moest Gehlen bekennen: ‘Door het uitvallen van de belangrijkste bronnen ontbreken op dit moment meldingen over de bedoelingen van de vijand.’ Men was nu ‘voor een aanzienlijk deel’ aangewezen op ‘gevolgtrekkingen van zuiver theoretische aard’.

    Sinds zijn aantreden in april 1942 had Gehlen zich steeds sterker georiënteerd op de zogeheten ‘Max-Meldungen’, die door de inlichtingendienst van de Wehrmacht werden aangeleverd. Die meldingen behelsden informatie over de verplaatsing van Sovjettroepen, de positie en bezetting van vliegvelden, maar berichtten ook over actuele strategische besluiten van de generale staf van de Sovjets onder leiding van Stalin. Na aanvankelijke scepsis beschouwde Gehlen de meldingen als zodanig betrouwbaar dat hij ze ook geloof schonk als ze uitsluitend door volgende ‘Max-meldingen’ leken te worden bevestigd.

    Gehlen kreeg zijn berichten van de joodse agent ‘Klatt’ en de Russische balling Longin Ira, die ze in werkelijkheid zelf verzon

    De meldingen waren afkomstig van een informant met de schuilnaam ‘Klatt’. Die leidde in de Bulgaarse hoofdstad Sofia de ‘Luftmeldekopf Südost’ en was in kringen van ingewijden in de inlichtingendienst van de Wehrmacht bekend als ‘de jood Klatt’. Achter die naam ging de voormalige vastgoedmakelaar Richard Kauder schuil, de zoon van een tot het katholicisme bekeerde jood, arts uit het voormalige Oostenrijkse leger.

    Sinds de zogenaamde Anschluss van Oostenrijk gold Kauder volgens de naziwetten als ‘Volljude’. Hij onderkende het gevaar, vluchtte naar Hongarije, maar werd uitgewezen. Begin 1940 werd hij door de Weense Gestapo gearresteerd. Maar de leider van de Abwehrstelle in Wenen, een conservatief-katholieke tegenstander van Hitler en een vriend van Kauders overleden vader, zorgde ervoor dat hij vrijkwam. Om zichzelf en zijn moeder te verzekeren van verdere bescherming van de Abwehrstelle tegen racistische vervolging, trad Richard Kauder als informant in dienst van de Abwehr.

    Vanuit Sofia zond hij vanaf de herfst van 1941 steeds meer berichten naar Wenen, zowel uit het achterland van het Russische front als uit de door de Britten beheerste gebieden in het Midden-Oosten en Noord-Afrika, die ter onderscheiding van het geografische gebied waarop ze betrekking hadden ‘Max-’ dan wel ‘Moritz-Meldungen’ werden genoemd. Zijn informatie kreeg Kauder weer van de Russische balling Longin Ira, die hij tijdens zijn vlucht als medegevangene had leren kennen in de stadsgevangenis van Boedapest.

    Longin Ira had deel uitgemaakt van het tsaristische en het ‘Witte’ leger in de Russische burgeroorlog en had zich als emigrant aangesloten bij een organisatie van Russische ballingen. Ira’s berichten zouden afkomstig zijn van een netwerk van agenten dat deze organisatie in de Sovjet-Unie had opgebouwd.

    Gehlen op een ontspannen moment, begin jaren zestig. – © Getty
    Gehlen op een ontspannen moment, begin jaren zestig. – © Getty

    In werkelijkheid werden de berichten door Ira verzonnen, zij het wel op grond van een uitstekende kennis van het Sovjetleger en van het gebied van de operaties, en ook door een zorgvuldig gebruik van de neutrale en de Sovjetmedia. Die waren in Bulgarije vrij verkrijgbaar, omdat het land – hoewel het met Duitsland geallieerd was – niet met de Sovjet-Unie in oorlog verkeerde. Richard Kauder maakte zich weinig zorgen over de authenticiteit van zijn berichten, zolang de ontvangers er maar tevreden mee waren en hem daarmee vrijwaarden van deportatie en dood.

    Vooral zijn ‘Max-meldingen’ konden vanwege hun actualiteit en vermeende precisie rekenen op een steeds hogere waardering in de Duitse legerstaven. Dagelijks werden er tot wel tien ‘Max-meldingen’ vanuit Wenen direct verzonden naar de post ‘Walli I’ van majoor Hermann Baun, die de hele inlichtingendienst aan het Oostfront coördineerde. Baun gaf de berichten, die het grootste deel vormden van de inlichtingen waarover hij kon beschikken, door aan de betreffende legeronderdelen en aan de afdeling van Gehlen.

    Intrige

    Maar vanaf 23 augustus 1943 bleven de vanuit Wenen aangeleverde berichten uit het achterland van het Sovjetfront plotseling uit. Wat was er gebeurd? In een intrige tegen de inlichtingendienst van de Wehrmacht was Hitler er opmerkzaam op gemaakt dat een informant die in Stockholm geheime contacten onderhield met de Russische ambassade een jood was. Woedend ontbood de Führer de chef van de Abwehr, admiraal Canaris, en eiste het ontslag van alle als ‘Volljuden’ geldende informanten.

    Nu durfde ook de Abwehrstelle in Wenen het niet meer aan berichten door te geven van hun joodse informant in Sofia. Het ‘wegvallen van de belangrijkste bron van de Abwehr’ bracht zowel majoor Baun als overste Gehlen in een precaire positie. Ook op het verzoek van de legerleiding om Hitler te bewegen tot een uitzonderingsregeling voor Kauder toonde de dictator zich ‘onverbiddelijk’. In november 1943 beklaagde Gehlen zich nog dat Hitler hem het gebruik had verboden van zijn ‘betrouwbaarste vertrouwensman, die ons de beste berichten over Rusland bracht’. Maar hij zou ‘al middelen en wegen gevonden’ hebben ‘om hem verder in te zetten’.

    Richard Kauder, de legendarische agent ‘Klatt’, stierf als een gebroken man

    Gehlen had inderdaad ingestemd met een regeling waarbij Richard Kauder als informant werd overgedragen aan de bevriende geheime dienst van het Hongaarse leger. Hij kreeg een nieuwe schuilnaam en verplaatste zijn standplaats naar Boedapest, vanwaar hij vanaf midden september 1943 zijn berichten met de gebruikelijke frequentie naar Wenen stuurde. En zo maakten de door een dubieuze Russische balling verzonnen en door een joodse vastgoedmakelaar geleverde berichten weer het leeuwendeel uit van het door Gehlen benutte inlichtingenmateriaal over de vijand in het Oosten.

    Omdat zijn berichten nog steeds golden als belangrijk voor de oorlogsvoering, kon Kauder zijn positie bijna tot het einde van de oorlog behouden. Pas in februari 1945 werd hij in Wenen door de Gestapo gearresteerd wegens een deviezenvergrijp en op verdenking dat hij ervandoor wilde gaan. Met veel geluk overleefde Kauder de oorlog. Al in de zomer van 1945 trad hij in Salzburg in dienst van een daar gestationeerde kleine eenheid van de Amerikaanse geheime dienst OSS, deze keer onder de schuilnaam ‘Saber’ (Sabel).

    Maar het contact met zijn – eveneens in Salzburg gestrande – voormalige leverancier van berichten, Longin Ira, werd hem door de Amerikanen ten strengste verboden. De Amerikanen hadden Ira en zijn belangrijkste Russische verklikkers uitverkoren als agenten voor een operatie met als doel te infiltreren in de geheime dienst van de Sovjet-Unie. Dat moest volgens de initiatiefnemers ‘een van de belangrijkste contraspionageoperaties aller tijden’ worden, en derhalve net zo geheim te behandelen als het ‘Manhattan Project’, de ontwikkeling van de Amerikaanse atoombom.

    Daarmee werd de operatie van de Amerikaanse geheime dienst in Oostenrijk een gevaarlijke concurrent voor een project van de chef van de inlichtingendienst van het Amerikaanse leger in Duitsland, generaal Edwin Luther Sibert, waarin Reinhard Gehlen centraal stond. Gehlen was pas op 9 april 1945 wegens foute prognoses door Hitler ontslagen en had met zijn opvolger en Hermann Baun een afspraak gemaakt: ze wilden hun diensten, en al hun inlichtingenmateriaal, aan de Amerikanen aanbieden, om na de onvermijdelijke nederlaag van Hitler-Duitsland de strijd tegen het bolsjewisme in Amerikaanse dienst en vooral met Amerikaans geld te kunnen voortzetten.

    Voor zijn anticommunistische plannen vond Gehlen een enthousiaste medestander in generaal Sibert, in wiens sector hij in juli 1945 krijgsgevangene was gemaakt. Sibert installeerde hem en een paar van zijn uit Amerikaanse krijgsgevangenenkampen gehaalde voormalige medewerkers als ‘Fachstab Gehlen’. Hun analyses over de tactiek en de leiding van het Sovjetleger bevatten vooral opmerkingen van Gehlen over het vermeende karakter van de ‘oostelijke Slaven’, dat gekenmerkt zou worden door ‘zwart-witdenken’, een ‘neiging tot schematisch denken’ en een ‘grenzeloos wantrouwen tegen anderen, de wereld en zichzelf’.

    Reinhard Gehlen in gesprek met een Russische officier, in 1943/1944. – © Getty
    Reinhard Gehlen in gesprek met een Russische officier, in 1943/1944. – © Getty

    Eind augustus 1945 moesten Gehlen en zijn medewerkers op instructie van het Amerikaanse ministerie van Defensie naar de VS vliegen. Daar werden ze echter niet ontvangen voor directe onderhandelingen over de opbouw van een Duitse geheime dienst, zoals Gehlen later in zijn memoires beweerde, maar om in een geheim verhoorcentrum ondervraagd te worden over de Duitse oorlogvoering aan het Oostfront.

    Pas in de herfst van 1945 kon generaal Sibert Gehlens partner Baun opsporen en naar ‘Camp King’ in Oberursel laten brengen. Daar ontwikkelde Baun plannen voor een Duitse inlichtingendienst die onder zijn leiding voor de Amerikanen zou werken – een onderneming die Washington in een Europese variant 4 miljoen en in een wereldwijd opererende variant 8 miljoen dollar zou gaan kosten.

    Deze plannen zag Baun wel in gevaar komen toen hij vernam dat de geheime dienst van de Amerikanen in Oostenrijk een soortgelijk project wilde opzetten met Longin Ira en zijn medestrijders, de voormalige leveranciers van inlichtingen die het werk van Gehlen en hem zo succesvol hadden doen lijken. Baun ging ertoe over om de beide Russen en hun partner Kauder bij de Amerikanen aan te geven als dubbelagenten, ‘van wie bekend was dat ze jarenlang voor de Sovjets hadden gewerkt’. Deze bevinding staat op deze manier nog altijd in de akten van de Westelijke Geallieerden.

    Afgebrand, oncontroleerbaar en overschat

    Maar zelfs met Bauns desinformatie kon generaal Sibert de operatie van de Amerikaanse geheime dienst in Salzburg aanvankelijk niet stoppen. De concurrentiestrijd tussen de in Salzburg en in Oberursel voorbereide projecten werd ten slotte beslecht doordat de geheime dienst OSS in de herfst van 1945 werd opgeheven en de restanten daarvan bij het Amerikaanse ministerie van Defensie werden ondergebracht.

    De militairen in het ministerie besloten uiteindelijk ten nadele van de in Oostenrijk voorziene operatie en kozen voor het project om met de Duitse beroepsmilitairen Gehlen en Baun een voor de Amerikanen werkende Duitse geheime dienst op te bouwen. Gehlen, die een hogere rang had dan Baun, kreeg daarover de leiding – reden waarom de oude-nieuwe geheime dienst de firmanaam ‘Organisation Gehlen’ kreeg.

    Kort voordat deze organisatie in 1956 opging in de Bundesnachrichtendienst (BND), konden Richard Kauders oude contacten daar de verleiding niet meer weerstaan om hem als informant aan te trekken, omdat hij tijdens de Tweede Wereldoorlog ‘een van de bekwaamste agenten van de Duitse geheime dienst’ was geweest. Maar nu maakten de Amerikanen duidelijk dat Kauder ‘volledig afgebrand, oncontroleerbaar en overschat’ was, en dat men van de Organisation Gehlen in geen geval berichten van zijn hand geleverd wilde krijgen.

    Vier jaar later stierf Richard Kauder, de legendarische agent ‘Klatt’, als een gebroken man, verarmd en vereenzaamd, in een ziekenhuis in Salzburg. Hij werd op kosten van de gemeente begraven in een armengraf.

    Auteur: Winfried Meyer
    Vertaler: Piet Meeuse

    Reinhard Gehlen bleef tot zijn pensionering in 1968 hoofd van de BND.

    Winfried Meyer is onderzoeker aan het Zentrum für Antisemitismusforschung van de Technische Universität Berlin en auteur van Klatt. Hitlers jüdische Meisteragent gegen Stalin: Überlebenskunst in Holocaust und Geheimdienstkrieg (Metropol Verlag, Berlijn 2014).

    Tagesspiegel
    Duitsland | dagblad | oplage 132.000

    Opgericht in 1945 in Berlijn, waar zich nog altijd het merendeel van de lezers bevindt. Degelijke kwaliteitskrant, in 2005 onderscheiden voor zijn restyling.