Tag: Krastev

  • 1. De diepste kloof is die tussen Oost en West

    1. De diepste kloof is die tussen Oost en West

    Achtentwintig jaar na de val van de Berlijnse muur kampen de landen van Oost-Europa nog steeds met de nasleep van hun geschiedenis. 
Dat verklaart waarom zij de Europese crises op een heel andere 
manier ervaren, volgens de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev.

    Wat kunnen collega’s in het Westen leren van een Oost-Europese politicoloog zoals u?

    Ivan Krastev: ‘Mijn boek After Europe is bedoeld als een Oost-Europese visie op de crisis, of misschien moet 
ik zeggen de crises, die de EU nu al tien jaar lang in hun greep houden. Ik wilde laten zien dat er in Europa niet alleen een scheidslijn loopt tussen links en rechts, tussen noord en zuid, tussen de grote en de kleine landen, tussen degenen die méér Europa willen en degenen die minder (of helemaal geen) Europa willen, maar ook tussen degenen die uit eigen ervaring weten wat desintegratie is en degenen die deze desintegratie alleen kennen uit de geschiedenisboeken. En dat een van de diepste scheidslijnen van Europa de kloof is tussen de mannen en vrouwen van Oost-Europa die de ineenstorting van het communisme en het uiteenvallen van het ooit zo machtige Warschaupact hebben 
meegemaakt – of ze nu blij waren met de val van het oude regime of niet – en de inwoners van West-Europa die deze traumatische gebeurtenissen niet hebben ondergaan.

    Die ervaring verklaart het radicale verschil tussen 
de opvattingen over de huidige Europese crisis die 
in Parijs of in Boedapest te beluisteren zijn. Kort gezegd: de Oost-Europeanen volgen de ontwikkelingen met grote ongerustheid, zelfs een zekere angst, terwijl de West-Europeanen koppig blijven geloven dat alles wel goed zal komen. Maar de Oost-Europeanen kunnen vanuit hun persoonlijke ervaring niet 
de ogen sluiten en blijven hopen dat alles wel goed komt. Natuurlijk is het onzinnig om de huidige crisis van de EU te vergelijken met de crisis die het Sovjetblok indertijd heeft doorgemaakt, maar toch is het bijna onvermijdelijk dat wat er vandaag gebeurt veel Oost-Europeanen pijnlijk herinnert aan wat ze al eerder hebben meegemaakt. En dat gevoel van déjà vu verklaart de paradox dat de Oost-Europeanen het meest pro-Europa zijn en tegelijkertijd het meest pessimistisch over de kans dat de EU zichzelf uit de crisis zal kunnen redden.’

    Een Bulgaarse vrouw in het dorp Matochina. In 2050 zal de bevolking naar schatting met 27 procent zijn gekrompen. – © Getty Images
    Een Bulgaarse vrouw in het dorp Matochina. In 2050 zal de bevolking naar schatting met 27 procent zijn gekrompen. – © Getty Images

    Westerse lezers van uw boek worden getroffen door uw droefheid, vooral om die bejaarde ouders die eenzaam wegkwijnen in hun bouwvallige appartementje in Oost-Europa. Hebt u nog meer redenen om treurig en sceptisch te zijn?

    ‘Een van de dramatische gevolgen van de migratiecrisis voor de Oost-Europese samenlevingen is de demografische paniekgolf die is opgekomen. Neem Bulgarije: de afgelopen 25 jaar heeft zo’n 10 procent van onze medeburgers het land verlaten, op zoek naar werk in het buitenland. Volgens voorspellingen van de Verenigde Naties zal de Bulgaarse bevolking in 2050 met 27 procent zijn afgenomen. Deze vrees voor de ‘etnische verdwijning’ leeft ook in veel andere kleine Oost-Europese landen. Voor hen is de komst van de migranten een teken dat zijzelf uit de geschiedenis verdwijnen. Op televisie zien we oudere mensen protesteren tegen de komst van migranten in hun leeggelopen dorpen waar al decennialang geen kinderen meer worden geboren, en ons hart doet pijn voor beide partijen – voor de migranten, maar ook voor die oudjes, die hun wereld voor hun ogen uiteen zien vallen. Voor hen werkt de natie, net zoals God, als een buffer tegen de fysieke verdwijning.

    In Bulgarije heeft de massale emigratie van voornamelijk 25- tot 50-jarigen dramatische gevolgen gehad voor de economie, maar ook voor de politiek. Wat in 1989 begon als een democratische revolutie, is gevolgd door een demografische contrarevolutie. Als deze trend niet verandert zal het bbp van de landen van Midden- en Oost-Europa tussen 2015 en 2030 met zo’n 9 procent dalen, volgens schattingen van het IMF. De werkgevers in de regio beklagen zich voortdurend over het gebrek aan gekwalificeerde arbeidskrachten. Goed opgeleide verpleegkundigen gaan liever een veelvoud van hun salaris verdienen door in Londen voor één gezin te zorgen dan dat ze in hun eigen land hun vak uitoefenen. Wij blijven maar klagen dat Bulgarije de afgelopen jaren slechte leiders heeft gehad, maar we zouden ons eens moeten afvragen of dat niet ook een gevolg is van 
de massa-emigratie. Waarom zou iemand die wil vertrekken zich nog druk maken over het welslagen van hervormingen in zijn eigen land? Hij wil vooral de koers van zijn eigen leven veranderen en interesseert zich niet meer voor het leven van anderen.’

    In deze tijd van migratie functioneert de democratie steeds meer als een instrument van uitsluiting en niet van integratie

    Er wordt nu gesproken over de terugkeer van het fascisme in Europa.

    ‘De nieuwe revolutie van de eenentwintigste eeuw 
is de migratie. Dat is geen opstand van de massa’s, zoals die van de twintigste eeuw, maar een opstand van individuen en hun gezinnen tegen de grenzen. Die revolutie wordt niet aangewakkerd door ideologische discussies over een stralende toekomst, maar door foto’s op internet van het leven aan de andere kant van de grens. Verandering betekent voor een groeiend aantal mensen op de wereld niet meer veranderen van regering maar veranderen van land.

    Net als bij alle revoluties is ook bij deze het probleem haar vermogen om een contrarevolutie op te roepen. In ons geval heeft ze al de reacties opgeroepen van de “bedreigde meerderheden” in het hart van de Europese politiek. Die mensen vrezen dat de buitenlanders hun land overlopen en hun manier van leven bedreigen. Zij zijn ervan overtuigd dat de huidige crisis het gevolg is van een samenzwering tussen de geglobaliseerde elites 
en de migranten met hun stammencultuur.

    In deze tijd van migratie functioneert de democratie steeds meer als een instrument van uitsluiting en niet van integratie. Het belangrijkste kenmerk van de meeste rechts-populistische partijen in Europa is dat zij niet conservatief of nationalistisch zijn, maar reactionair. Dit offensief van de “bedreigde meerderheden” in Europa doet het meest vrezen voor een terugkeer naar de jaren dertig van de vorige eeuw.’

    Auteur: Iuliana Metodieva
    Vertaler: Annemie de Vries

    Marginalia.bg

    Niet-commerciële informatieve website die zich richt op mensenrechten, en dan vooral op de integratie van de Roma. 
De site wordt onderhouden door Iuliana Metodieva en Emil Cohen, die bekendstaan om hun betrokkenheid bij dit onderwerp.

  • Ivan Krastev: ‘Duitslands probleem is Europa’s probleem’

    Ivan Krastev: ‘Duitslands probleem is Europa’s probleem’

    Toen Ivan Krastev onlangs door Duitsland reisde, trof hij een welvarend, tolerant en democratisch land aan. Maar onder de oppervlakte proefde hij bezorgdheid over de toekomst.

    Keuze uit het archief

    In Duitsland vonden afgelopen zondag verkiezingen plaats. De conservatieve CDU/CSU van Friedrich Merz kwam als grote winnaar uit de bus, met 28,6 procent van de stemmen. De extreemrechtse AfD eindigde als tweede met 20,8 procent, een recordpercentage in de jonge geschiedenis van de partij.
    In dit artikel uit The New York Times doet analist Ivan Krastev verslag van zijn rondreis door Duitsland vlak voor de verkiezingen van 2017. Hij legt uit hoe de scheidslijn tussen Oost- en West-Duitsland tot op de dag van vandaag voelbaar is en verklaart hoe deze tweedeling van invloed is op het stemgedrag van de kiezers.

    De Duitsers hebben lang vakantie van de geschiedenis gehad, maar het ziet ernaar uit dat die nu voorbij is. Dat was mijn indruk toen ik onlangs voor de parlementsverkiezingen door Duitsland reisde. Het trof me hoe abnormaal normaal het land leek: welvarend, democratisch en tolerant. Terwijl andere Europese maatschappijen verscheurd worden door onrust en woede is in Duitsland de grote meerderheid van de inwoners tevreden met hun economische situatie. De regering heeft meer euro’s te besteden dan ooit, werkloosheid komt bijna niet voor en de toon van de verkiezingscampagne verschilde van de laatste Amerikaanse verkiezingen zoals een familiedrama verschilt van een horrorfilm.

    Maar onder deze abnormale normaliteit ligt iets verontrustends. Hoewel de meeste Duitsers zouden beamen dat hun land een periode van welvaart doormaakt, durven maar zeer weinigen te beweren dat het morgen beter zal zijn dan vandaag, of zelfs maar even goed. In plaats daarvan voel je dat er vlak onder het oppervlak bezorgdheid heerst.

    De 9/11 van Europa

    De Duitse verkiezingen illustreerden dat de vluchtelingencrisis, van alle 
crises die de Europese Unie de afgelopen tien jaar heeft doorgemaakt
(de eurocrisis, de Brexit, de oorlog in Oekraïne), de grootste invloed zal hebben op de toekomst van de EU. Dit keer is het niet de economie, stupid. De instroom van vluchtelingen en de culturele en demografische paniek die dat heeft opgewekt, verklaart boven alles de onrust in de gevestigde Europese politiek. Die crisis is, in zekere zin, de 9/11 van Europa geworden, omdat ze de manier waarop burgers naar de wereld kijken fundamenteel heeft veranderd.



    De Duitse verkiezingen lieten eveneens zien dat de Oost-West-scheidslijn niet simpelweg tussen Duitsland en zijn postcommunistische buren loopt, maar soms ook in het Westen zelf. In de oostelijke deelstaten van Duitsland, die vroeger de DDR vormden en waar zich minder vluchtelingen hebben gevestigd dan in andere delen van het land, behaalde het ultrarechtse Alternative für Deutschland zijn beste resultaten. En hoewel de Oost-West-scheidslijn oppervlakkig gezien misschien over migratie gaat, heeft de vluchtelingencrisis in werkelijkheid de toenemende verontwaardiging van de voormalige Oost-Duitsers over de erfenis van de val van het communisme zichtbaar gemaakt.



    Een lokale politicus in het oosten van Duitsland legde het me aldus uit: ‘De regering wil dat wij de vluchtelingen als gelijkwaardig beschouwen, maar waarom beschouwen ze ons niet eerst als gelijkwaardig?’ Meer dan 25 jaar na de Duitse hereniging voelen veel voormalige Oost-Duitsers zich nog steeds tweederangsburgers wier salarissen en pensioenen lager zijn dan die in het westelijke deel van het land.

    Het is een perverse ironie dat juist AfD de wrevel van de verliezers van de hereniging succesvol heeft gemobiliseerd, en niet de postcommunistische Die Linke. De DDR heeft zichzelf altijd afgeschilderd als de belichaming van het Duitse antifascisme. Nu maakt heimwee naar de DDR, of ten minste de wrok over de manier waarop Duitsland met zijn erfenis is omgegaan, het mogelijk dat een fascistisch angehauchte partij een stem in het parlement krijgt.

    De crisis in het politieke centrum, veroorzaakt door het verzet tegen de pro-vluchtelingenpolitiek van de Duitse regering, zou het makkelijker kunnen maken om een gemeenschappelijk beleid inzake migratie in Europa te ontwikkelen. Daar is men het er nu algemeen over eens dat grenzen gesloten moeten worden of op zijn minst slechts voorzichtig mogen worden geopend.

    Maar tegelijkertijd heeft de convergentie tussen Oost en West inzake migratie het wantrouwen tussen het Europese Oosten en Westen alleen maar aangewakkerd. De coalitie die naar verwachting in Duitsland zal gaan regeren – gevormd door christen-democraten, liberalen en groenen – zal waarschijnlijk kritischer staan tegenover Oost-Europese regeringen dan de vertrekkende coalitie. De nieuwe Duitse regering is misschien wel bereid om enkele anti-migratiemaatregelen aan te nemen 
die de Oost-Europeanen voorstaan, maar zal ook meer druk uitoefenen op de regeringen die oorspronkelijk pleitbezorger waren van dat beleid.

    Mensen met wortels gingen wrok koesteren jegens mensen met benen. Het zijn dan ook de inwoners van de ontvolkte gebieden in Europa die het meest enthousiast op populisten stemden

    Vreemdelingenangst lijkt ten grondslag te liggen aan het conflict tussen Europa’s Oosten en Westen, maar dat het Oosten zich nu verwijdert van het Europese project lijkt eerder geworteld in het trauma van diegenen die vertrokken zijn. Beschouw het als een uitgestelde reactie op de gevolgen van het feit dat in de afgelopen 25 jaar miljoenen Oost-Europeanen naar het Westen zijn geëmigreerd.

    In de periode tussen 1990 en 2015 verloor de voormalige DDR 15 procent van haar inwoners. Die massamigratie vanuit het postcommunistische Europa was niet alleen schadelijk voor de economische concurrentie en de politieke dynamiek, maar zorgde er ook voor dat diegenen die besloten thuis te blijven het gevoel kregen de verliezers te zijn. Mensen met wortels gingen wrok koesteren jegens mensen met benen. Het zijn dan ook de inwoners van de ontvolkte gebieden in Europa die het meest enthousiast op populisten stemden.

    En hoewel er zowel in het oosten als het westen van Duitsland en in het oosten en westen van Europa politieke woede is, zien we een duidelijk patroon: als westerlingen ontevreden zijn over de status quo, zoeken ze over het algemeen alternatieven binnen of rondom de gevestigde politiek – veel van de mensen die teleurgesteld waren in Merkels christen-democraten in West-Duitsland stemden op de liberalen – maar in het oosten zoeken kiezers alternatieven in extreem-links of -rechts.

    De centrale rol van Duitsland voor de toekomst van Europa wordt niet alleen bepaald door zijn economische en politieke kracht, maar ook door het feit dat Duitsland als geen ander Europees land de Oost-West-scheidslijn niet zozeer ervaart als een botsing tussen lidstaten, maar als een splitsing in de eigen maatschappij.

  • Trump: redder van de EU?

    Trump: redder van de EU?

    Nog voor de uitslag van de Nederlandse verkiezingen waagde Ivan Krastev al een voorspelling: de anti-EU-partijen in Europa zullen niet overwinnen. Met dank aan Donald Trump.

    ‘De Europese Unie is dood, maar ze weet het nog niet,’ verklaarde Marine Le Pen, leider van het Front National, onlangs. De voornaamste nieuwsmedia namen meteen afstand van haar uitspraak, maar veel mensen vragen zich af of 2017 misschien het laatste jaar van 
de Europese eenheid zou kunnen zijn. Europese leiders voelen zich alsof ze elk moment de strop van de beul om hun hals kunnen krijgen.

    In veel delen van Europa maken mensen zich ongerust dat de populistische golf niet gekeerd kan worden. Het 
oude continent wordt verscheurd 
door bittere tegenstellingen die zijn veroorzaakt door de euro en migratiecrises. De unie zit klem tussen het 
revisionistische Rusland en president Trumps America First, en is gedemoraliseerd door Groot-Brittanniës schokkende keuze voor een Brexit.

    Bovendien zouden de komende verkiezingen in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Tsjechië en, hoogstwaarschijnlijk, Italië het naoorlogse Europese project de das om kunnen doen. De Europese economie leeft op, maar tegelijk neemt het gevoel van onveiligheid toe. Uit een peiling van het Britse bureau YouGov in januari bleek dat 81 procent van de Fransen, 68 procent van de Britten en 60 procent van de Duitsers verwachtte dat er dit jaar een grote terroristische aanval zou plaatsvinden in hun land.

    Dus: zal de Europese Unie in 2017 
uiteenvallen?

    De verkeerde gok van 2017

    Waarschijnlijk niet. Net zoals arrogantie en zelfverzekerdheid de Europese elites blind hebben gemaakt voor de mogelijkheid van een Brexit, kunnen mensen nu, gehinderd door wanhoop en een modieus fatalisme, niet voorzien welke kant het zal uitgaan. Een weddenschap afsluiten op de instorting van de Europese Unie zou weleens de verkeerde gok van 2017 kunnen zijn.

    Het ziet er op dit moment naar uit 
dat Amerika, wederom, de redder van Europa zal zijn. Sommige Europeanen steunen het feit dat Trump afstand neemt van de traditionele bondgenoten van zijn land, anderen verafschuwen het. Maar beide groepen zijn nerveus geworden door wat ze in de eerste maand van de nieuwe Amerikaanse regering hebben zien gebeuren. 
Europeanen zijn niet bang voor Trump omdat hij bereid is muren te bouwen (Europa loopt wat dat betreft op hem vooruit) en ook niet omdat ze zo dol 
zijn op globalisering (velen hebben er een afkeer van). Hij jaagt Europeanen schrik aan omdat hij president Chaos is. Hij gedraagt zich als een personage uit een kinderboek – de man die op zijn paard sprong en in alle richtingen 
tegelijk galoppeerde.

    Marine Le Pen veranderde ineens van een meelevende radicaal in een heilige strijdster tegen de twee “totalitarismen” van onze tijd: de islam en globalisering

    Maar wat Trump tot de redder van 
de Europese Unie zou kunnen maken, is niet alleen de verontwaardiging 
die hij opwekt in de risicomijdende middenklassen, maar ook het radicaliserende effect dat zijn overwinning heeft op de populistische partijen hier. De populisten waren al lang voor de Amerikaanse verkiezingen in opkomst. In diverse landen slaagden ze erin een aanzienlijk aantal stemmen te trekken door naar het politieke centrum te laveren. Zo werden ze, voor sommigen, een levensvatbaar alternatief voor de status-quo.

    Maar sinds de overwinning van Trump hebben zijn Europese zielsverwanten die benadering laten vallen en besloten om weer te radicaliseren en de winnende strategie van zijn campagne te imiteren. Ze gooiden hun moeizaam aangeleerde matigheid overboord en keerden terug naar een bozere toon 
en een apocalyptischer wereldbeeld. 
Marine Le Pen veranderde ineens van een meelevende radicaal in een heilige strijdster tegen de twee ‘totalitarismen’ van onze tijd: de islam en globalisering.

    De electorale nederlaag van Norbert Hofer, de kandidaat van extreem-rechts, bij de Oostenrijkse presidentsverkiezingen in december, is misschien het beste voorbeeld van het Trump-effect op de Europese politiek. Door de overwinning van Trump werd extreem-rechts in Europa agressiever en arroganter, terwijl tegelijkertijd de bereidheid van zwevende kiezers om radicale alternatieven uit te proberen afnam.


    Net zoals Barack Obama’s gejubel over de Europese Unie de aanhangers ervan niet heeft geholpen, bewijst Trumps anti-EU-retoriek de populisten geen dienst. Europese elites grijpen dit moment aan om de onafhankelijkheid van Europeanen te verdedigen en op 
te komen voor hun nationale belang. Zo maakt Trumps revolutie ruimte voor een EU-vriendelijk nationalisme.

    Tot voor kort waren het extreem-rechts en extreem-links die vraagtekens zetten bij de mate waarin de Europese Unie afhankelijk is van de Verenigde Staten. Nu pleiten pro-
Europeanen voor een Europees leger 
en een onafhankelijke Europese 
buitenlandse politiek. Vorige maand omschreef Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad, in een open brief aan de leiders van de 27 lidstaten het Amerika van Trump als een existentiële bedreiging van de Europese Unie, samen met Rusland, China en 
de radicale islam.

    Wat 2017 anders maakt dan vorig jaar, en waarom de Europese Unie een 
goede overlevingskans heeft, is dat de verwachtingen van het publiek zijn veranderd. Nu zijn we er niet alleen van overtuigd dat het ondenkbare wel degelijk realiteit kan worden (Brexit, president Trump), maar we verwachten het ook. We wachten erop dat Geert Wilders de volgende premier van Nederland wordt. We nemen aan dat Marine Le Pen de volgende president van Frankrijk zal zijn. En we speculeren erop dat er een einde komt aan 
bondskanselier Angela Merkels 
ambtsperiode.

    Dat zou allemaal kunnen – maar hoogstwaarschijnlijk gebeurt het niet. Als het ergste vermeden wordt, zou 
dat het Europese project juist nieuwe, broodnodige politieke energie kunnen geven. De geschiedenis leert ons dat overleven in tijden van crisis de 
ultieme bron van legitimiteit is. Het is eerder het vermogen van de Europese Unie om in 2017 te overleven dan het vermogen van de Unie om zichzelf te hervormen, dat de Europeanen ervan zal overtuigen dat eenheid niet tot het verleden behoort.

    Auteur: Ivan Krastev
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Ivan Krastev is voorzitter van het Center for Liberal Strategies, staflid van het Institute for Human Sciences in Wenen en columnist van The New York Times.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De Krant der kranten. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium. Het motto ‘All the news that’s fit to print’ wordt sinds 1896 bewaakt door de familie Ochs Sulzberger. De gedrukte oplage is onder de 1 miljoen gedaald maar de website trekt meer dan 30 miljoen bezoekers per maand.

  • Opkomst en ondergang van de Europese meritocratie

    Opkomst en ondergang van de Europese meritocratie

    Waarom botert het zo slecht tussen de Europese elite en een groot deel van de kiezers? Omdat ze weinig of niets meer met elkaar gemeen hebben, schrijft de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev.

    Als je niet begrijpt waarom mensen zich op een bepaalde manier gedragen, kun je jezelf er maar beter van overtuigen dat mensen niet weten wat ze doen. Dat hebben de leiders van de Europese politiek, zakenwereld en nieuwsmedia gedaan als reactie op de populistische golf die het oude continent overspoelt. Ze zijn geschokt dat zo veel landgenoten op onverantwoordelijke demagogen stemmen. Ze kunnen de oorzaak van de woede jegens de meritocratische elites, waarvan de goed opgeleide, competente ambtenaren in Brussel het meest sprekende symbool zijn, maar moeilijk begrijpen.

    Waarom staan mensen met een goede opleiding in zo’n kwaad daglicht in een tijd waarin de complexiteit van de wereld erop duidt dat die het hardste nodig zijn? Waarom weigeren mensen die hard werken om hun kinderen te laten afstuderen aan de beste universiteiten ter wereld mensen te vertrouwen die al aan deze universiteiten zijn afgestudeerd? Hoe kan iemand het eens zijn met Michael Gove, de pro-Brexit-politicus, die zei dat mensen ‘genoeg hebben van deskundigen’?

    Het zou duidelijk moeten zijn dat meritocratie – een systeem waarin de meest getalenteerde en capabele, best opgeleide mensen die het hoogste scoren bij examens – beter is dan plutocratie, gerontocratie, aristocratie en misschien zelfs de macht van de meerderheid, democratie.

    Maar de meritocratische elites van Europa worden niet alleen gehaat vanwege de onverdraagzame stompzinnigheid van populisten of de verwarring van de gewone man.

    Michael Young, de Britse socioloog die halverwege de vorige eeuw de term ‘meritocratie’ muntte, zou niet verbaasd zijn over deze ommekeer. Hij legde als eerste uit dat hoewel ‘meritocratie’ de meeste mensen misschien goed in de oren klinkt, een meritocratische maatschappij een ramp zou zijn. Dat zou een maatschappij zijn van egoïstische en arrogante winnaars, en boze en wanhopige verliezers. De triomf van de meritocratie, zo begreep Young, zou ten koste gaan van de politieke gemeenschapszin.

    Mensen vertrouwen hun leiders niet alleen vanwege hun competentie, maar ook vanwege hun moed en betrokkenheid, en omdat ze geloven dat hun leiders in tijden van crisis bij hen zullen blijven in plaats van zich per helikopter naar de nooduitgang te spoeden

    Wat meritocraten zo onverdraaglijk maakt voor hun critici is niet zozeer hun succes als wel hun aanspraak dat ze zijn geslaagd omdat ze harder hebben gewerkt dan anderen, omdat ze nu eenmaal beter gekwalificeerd zijn dan anderen en omdat ze voor de examens zijn geslaagd waarvoor anderen zijn gezakt.

    De paradox van de huidige politieke crisis in Europa is geworteld in het feit dat de Brusselse elites precies de schuld krijgen van datgene waarop ze zich laten voorstaan: hun kosmopolitisme, hun weerstand tegen publieke druk en hun mobiliteit.

    In Europa is de meritocratische elite een elite van huurlingen die niet veel verschilt van de manier waarop de beste voetballers overal op het continent aan de succesvolste clubs worden verhandeld. Succesvolle Nederlandse bankiers verhuizen naar Londen; competente Duitse bureaucraten verhuizen naar Brussel. Europese instellingen en banken geven, net als voetbalclubs, gigantische hoeveelheden geld uit om de beste ‘spelers’ binnen te halen. Meestal zorgt dit systeem voor overwinningen op het veld of in de bestuurskamer van de centrale bank.

    Maar wat gebeurt er als deze teams beginnen te verliezen of wanneer de economie hapert? Dan laten hun supporters hen in de steek. Dat komt doordat er geen andere relatie tussen de ‘spelers’ en hun supporters is dan het vieren van overwinningen. Ze komen niet uit dezelfde buurt. Ze hebben geen gemeenschappelijke vrienden of herinneringen. Veel spelers komen zelfs niet uit hetzelfde land als hun team. Je kunt de ingehuurde ‘sterren’ bewonderen, maar je hebt geen reden om medelijden met hen te hebben.

    In de ogen van de meritocratische elites is hun succes buiten hun vaderland een bewijs van hun talent, maar in de ogen van veel mensen is deze zelfde mobiliteit een reden om hen niet te vertrouwen.

    Loyaliteit

    Mensen vertrouwen hun leiders niet alleen vanwege hun competentie, maar ook vanwege hun moed en betrokkenheid, en omdat ze geloven dat hun leiders in tijden van crisis bij hen zullen blijven in plaats van zich per helikopter naar de nooduitgang te spoeden. Paradoxaal genoeg zijn het de uitwisselbare competenties van de huidige elites, het feit dat ze even goed een bank kunnen leiden in Bulgarije als in Bangladesh of even goed les kunnen geven in Athene als in Tokio, waardoor mensen hen zo wantrouwen. Ze zijn bang dat de meritocraten er in moeilijke tijden vandoor zullen gaan in plaats van de kosten van het blijven te delen.

    Het wekt dan ook geen verbazing dat loyaliteit – namelijk de onvoorwaardelijke loyaliteit aan etnische, religieuze of sociale groepen – de kern vormt van de aantrekkingskracht van het nieuwe Europese populisme. Populisten beloven de mensen dat ze hen niet alleen op hun merites zullen beoordelen. Ze beloven solidariteit, maar niet per se rechtvaardigheid.

    Anders dan een eeuw geleden zijn populaire leiders vandaag de dag niet geïnteresseerd in het nationaliseren van industrieën. In plaats daarvan beloven ze de elites te nationaliseren. Ze beloven niet dat ze de mensen zullen redden, maar dat ze bij hen zullen blijven. Ze beloven dat ze de nationale en ideologische beperkingen weer zullen invoeren die door de globalisering zijn afgeschaft. Kortom, wat populisten hun kiezers beloven is niet competentie, maar innige verbondenheid. Ze beloven dat ze de band zullen herstellen tussen ‘de elites’ en ‘het volk’. En velen in het huidige Europa vinden dat een aantrekkelijke belofte.

    De Amerikaanse filosoof John Rawls sprak namens veel liberalen toen hij betoogde dat het minder pijnlijk was om een verliezer te zijn in een meritocratische samenleving dan in een openlijk onrechtvaardige samenleving. Naar zijn idee zou de eerlijkheid van het spel mensen verzoenen met hun mislukking. Nu lijkt het erop dat de grote filosoof het bij het verkeerde eind had.

    Auteur: Ivan Krastev
    Vertaler: Peter Bergsma

    Ivan Krastev is voorzitter het Center for Liberal Strategies in Sofia, fellow bij het Institute for Human Sciences in Wenen, en columnist van The New York Times.

    Ivan Krastev neemt op 16 februari deel aan een rondetafelconferentie over Oekraïne.
    Castrum Peregrini in Amsterdam | Aanvang 20 uur, entree 7,50 euro | Castrumperegrini.org

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.