Tag: kunstenaars

  • Absint, de creatieve motor. Hoe een sterk groen drankje de kunst veranderde

    Absint, de creatieve motor. Hoe een sterk groen drankje de kunst veranderde

    Was het duivelse of goddelijke absint inderdaad de motor achter de ismen in de artistieke wereld? Bij grote namen als Manet, Monet, Degas en Van Gogh speelde absint in ieder geval een voorname rol. Vooral in het werk van Picasso was de ‘groene fee’ een belangrijk thema.

    Parijs, de nadagen van de negentiende en de eerste jaren van de twintigste eeuw. Een klein uitgevallen heerschap met een groen gezicht fietst door de straten. Soms schreeuwt hij, vaak slaat hij zich op de borst… Hij is nogal eens onder invloed van de absint, zijn geliefde godin, de ‘groene fee’, die hij in grote hoeveelheden tot zich neemt en wel puur, zonder het rituele gedoe met suiker en water waarmee anderen het spul minder sterk maken. Het is een gevaarlijk sujet; hij heeft een revolver bij zich waarmee hij flessen openschiet en hij heeft een eenmalig opgevoerd toneelstuk geschreven dat hem op de kaart zette. Het is Alfred Jarry en lang heeft hij niet meer te leven. Zoals het hoort bij mythische figuren zal hij jong sterven.

    c3eea6e4f05ea5acea947d53596f2669
    Pablo Picasso, Drinkende man, 1901. – ©

    Het is niet zeker of Pablo Picasso hem tijdens zijn bezoeken aan Parijs heeft leren kennen. Vaststaat dat Picasso een van de bewerkingen op basis heeft bijgewoond en ook lijkt bewezen dat hij na Jarry’s dood diens revolver, manuscripten en andere eigendommen onder zijn hoede nam. Mogelijk heeft het brein van de jonge schilder aan de vreemde snoeshaan de wirwar van kleur, object, vlakken en perspectieven te danken, het gevolg van alcoholische beneveling… Als incidentele absintdrinker zal Picasso de mensen blauw zien en zo zal hij hen schilderen. En daarna roze, waarvoor hetzelfde geldt. En daarna merkwaardig, als het ware uiteengevallen in vreemde vlakken of geometrische figuren en ook zo zal hij hen schilderen.

    Mythische drank

    De mythische drank – aldus de schrijver en kunstcriticus Jane Ciabbatari een paar jaar geleden in een bijdrage voor de BBC – ‘was goed voor visioenen en droomtoestanden die in het artistieke werk doorsijpelden. Hij gaf de stoot tot het symbolisme, het surrealisme, het modernisme, het impressionisme, het postimpressionisme en het kubisme.’ Was absint inderdaad de grote creatieve motor achter al die ‘ismen’? Manet, Monet, Degas, Van Gogh of Toulouse-Lautrec, om maar enkelen van de inmiddels groten uit die tijd te noemen, maakten schilderijen met de absint als protagonist en ook talloze portretten van drinkers van de drank. Zo ook Picasso.

    De relatie tussen de schilder uit Malaga en de absint uit zich voor het eerst in het portret van een vrouw die in haar eentje zit te drinken. Ze heeft een wezenloze blik, haar lippen zijn knalrood en haar glas is felgroen. Ze wordt hier niet nader aangeduid, maar haar gezicht komt terug op een heleboel andere schilderijen uit die tijd en alles wijst erop dat het gaat om Odette, zijn eerste Parijse geliefde. Of een van de eerste, want het jonge drietal dat Pablo Picasso, de onfortuinlijke Carlos Casagemas en Manuel Pallarés in Parijs vormden gaf de polyamorie een flinke zet, met medewerking van Germaine, Antoinette en de genoemde Odette.

    Ze sloegen zich er vaak rommelig en zo goed en zo kwaad als het ging met elkaar doorheen maar soms betekende kwaad fataal. In februari 1901 pleegde Casagemas in een bar zelfmoord nadat hij had geprobeerd Germaine met een schot van het leven te beroven, een gebeurtenis die diepe indruk op Picasso maakte, zonder hem er overigens van te weerhouden zijn relatie met de voormalige geliefde van zijn dode vriend voort te zetten. Wel krijgt vanaf dat moment het palet van Picasso donkere ondertonen.

    27b2d21a29e7d89951d8ecd686115158
    Pablo Picasso, De absintdrinker, 1902. – ©

    Daarvoor schilderde hij onverzadigbaar, net als zijn leven in de Parijse bohème, en hij probeerde zo veel mogelijk werk klaar te hebben voor de tentoonstelling die zijn doorbraak zou betekenen: de succesvolle expositie in de galerie van de belangrijke kunsthandelaar Ambroise Vollard. In de tekst van Christie’s bij het schilderij De absintdrinkster (1901) staat dat Picasso eind mei, begin juni wel tien schilderijen per dag maakte. Tot dan overheerst in zijn werk de kleur en thematiek die hij haalde uit het dagelijks leven, zíjn dagelijks leven met name, en dat betekende ook altijd vrouwen, veel vrouwen: vrouwen die glimlachen, vrouwen die in zichzelf zijn gekeerd, vrouwen die denken aan wie zal het zeggen, die in hun eentje drinken, die drinken… Maar in al die drukte sijpelt al het fletsblauwe licht Picasso’s schilderkunst binnen als gevolg van de affaire-Casagemas. Het blauw wordt belangrijker en je ziet het overal terug bij die andere absintdrinkster uit 1901: in de jurk, de fles, het glas, de weerspiegelingen op de huid, de diepte in de spiegel…

    ‘Wat is het verschil tussen een glas absint en de zonsondergang?’

    De eenzame drinksters uit de vorige periode waren ernstig, maar hadden iets kleurigs wat ze met de wereld verbond. In 1902 neemt het blauw het hele palet van Picasso en het gemoed van zijn personages over. Niemand ontsnapt aan de melancholie op werken als De slaperige drinkster, die boven haar glas indut, of het portret dat Picasso een jaar later zou maken van zijn vriend Ángel Fernández Soto. Met hem had hij een wild leven en een verdieping gedeeld maar in 1903 beeldt hij hem uit voor een groot glas absint, met een nietszeggend gezicht en een verveelde of minachtende trek om zijn mond.

    Het wordt nog erger als er twee figuren op de schilderijen staan; een man en een vrouw die elkaar niet aankijken en niet praten, die niets lijken te delen behalve een drankje. Personages en schilderijen die de wereld vol misdeelden bepalen waarin de blauwe periode van Picasso verandert. Zelfs zijn vrienden komen er bekaaid van af. Sebastiá Junyer portretteert hij in 1903 naast een prostituee met wie hij om de ruimte en de bank lijkt te strijden. Ze kijken allebei voor zich uit, allebei in hun eigen gedachten en melancholie. Ze doen sterk denken aan het paar dat Degas bijna drie decennia eerder schilderde onder de titel Het café of, eenvoudig, Absint.

    Keerpunt

    1904 is een keerpunt in het leven van Picasso. Hij verandert van woonwijk en algauw ook van kleurenpalet. Na diverse terugkeren naar Spanje vestigt hij zich in Parijs en betrekt een studio in Montmartre. Het brengt hem een zekere stabiliteit, wat wordt versterkt door zijn kennismaking met Fernande Olivier, met wie hij een liefdesrelatie begint die met onderbrekingen tot 1912 zal duren. Het gaat hem voor de wind; de blauwe jaren van armoede en triestheid maken plaats voor het roze en de absint, die intussen het nodige aanrichtte in de Franse samenleving en elders, laat hij achter zich.

    Maar dat duurt niet lang. En ook in zijn werk keren de sporen terug. In Glas absint, uit 1911, wordt het glas in kwestie uitgebreid en minutieus ontleed: de geometrie van het voorwerp heeft de overhand zoals dat hoort bij analytisch kubistisch werk. De presentatie als geheel is minder onbarmhartig: letters of materialen geven aanwijzingen over de voorstelling en voeden het werk met z’n eigen werkelijkheid. Op doeken als Absint en brieven of Cafétafel met Pernodfles, beide uit 1912, herken je makkelijk de elementen waarvan in de titels sprake is.

    d3a84fc5cdae23a508f3b58193574c99
    Pablo Picasso, Absintglas, 1911. – ©

    Het glas absint dat in verschillende perioden voorkomt en de ruggengraat vormt van deze tocht door het werk van Picasso kent een van zijn spectaculairste weergaven in een doek uit 1914. Daarin wordt de ruimtelijkheid gesuggereerd van de collage waarmee de Spanjaard zich sinds een paar jaar driedimensionaal bezighield. Ja, het gaat om een kleine sculptuur, een brons dat is beschilderd met olieverf en bovenop rust een ‘echt’ metalen lepeltje dat herinnert aan het ritueel dat bij het drankje hoort: de absint zat onderin een glas waarop een lepeltje met spleetvormige gaatjes lag. Op het lepeltje legde je een klont suiker waarover het water werd gegoten dat de pure absint veranderde in een iets zoeter en minder sterk melkkleurig drankje. In dit werk weet hij een kruising te bewerkstelligen tussen een artistiek en een echt voorwerp: de lepels met gaatjes die hij kocht om aan elk van zijn zes sculpturen toe te voegen.

    Gewaagd

    In de permanente collectie genaamd ‘Gesprekken met Picasso, Collectie 2020-2023’ van het museum in Málaga is het Glas absint te zien dat de maker zelf bewaarde tussen de zes gegoten bronzen die allemaal zijn gebaseerd op een wassen maquette. Het was voor het eerst dat hij variaties aanbracht op een bepaalde zelfde sculptuur zodat alle zes de exemplaren uniek zijn, met wisselende gebieden die qua kleur, patroon en textuur in het oog springen. Ook wordt het uniek door de rechte hoek die het handvat van de lepel heeft en die, curieus genoeg, rechts op de foto’s staat die Brassaï in 1943 in het appartement van Picasso in de Rue des Grands Augustins heeft gemaakt.

    35ade7759e96c31950df22facff28eb9
    Pablo Picasso, Retrato de Sebastián Junyer Vidal, 1903. – ©

    De Hongaarse fotograaf vertelt jaren later welke indruk het kunstwerk op hem maakte: ‘Ik zie ineens het glas absint, nogal gewaagd in die tijd. Het was voor het eerst dat zoiets eenvoudigs in een sculptuur veranderde!’ Dankzij de aandacht die Picasso het gaf. ‘Wat is het verschil tussen een glas absint en de zonsondergang?’ zou Oscar Wilde hebben gezegd. Het verschil? Het onverwoestbare genie van Picasso.

  • Een tentoonstelling met uitsluitend vrouwen

    Een tentoonstelling met uitsluitend vrouwen

    Na een langdurige stilte lijkt het erop dat de kunstwereld nu eindelijk heeft ontdekt dat niet alleen mannen, maar ook vrouwen al sinds mensenheugenis kunst maken. Goede kunst. Het is een besef dat uiterst langzaam is doorgedrongen.

    In de inleiding van haar vorig jaar verschenen boek The Story of Art without Men schetst de Britse kunsthistorica Katy Hessel haar eigen aanvankelijke gebrek aan kennis: ‘In oktober 2015 liep ik op een kunstbeurs en ik realiseerde me dat er van de duizenden kunstwerken die ik zag, niet één van een vrouw was. Dat riep een reeks vragen op: zou ik uit mijn hoofd twintig vrouwelijke kunstenaars kunnen opnoemen? Tien van voor 1950? Iemand van voor 1850? Het antwoord was: nee. Had ik de kunstgeschiedenis hoofdzakelijk vanuit een mannelijk perspectief bekeken? Het antwoord was: ja.’

    Daarmee laat ze eerlijk zien dat de vragen die ze stelt ook voor kunsthistorici lastig te beantwoorden zijn, wellicht omdat het fundament van hun kennis bestaat uit History of Art van Horst Janson of The Story of Art van Ernst Gombrich. De titel van haar boek, schrijft Hessel, is een knipoog naar dit werk van Gombrich, ‘de zogenaamde inleidende “bijbel” van de kunstgeschiedenis. Dat is een prachtig boek, op één foutje na: in de eerste editie (1950) stonden nul vrouwelijke kunstenaars en zelfs in de zestiende editie staat er maar één.’ Volgens Hessel blijkt uit een in 2019 gepubliceerd onderzoek dat in de collectie van achttien grote Amerikaanse musea 87 procent van de kunstwerken van mannen is. En, voegt ze eraan toe, ‘momenteel vertegenwoordigen vrouwelijke kunstenaars slechts 1 procent van de collectie van de National Gallery in Londen’. Maar ze erkent ook dat er inmiddels sprake is van toegenomen aandacht voor niet-mannelijke kunstenaars, ‘mede dankzij het feit dat er voor het eerst in de geschiedenis vrouwen aan het roer staan van de Tate, het Louvre en de National Gallery of Art in Washington D.C., om er maar een paar te noemen’.

    De rol van vrouwelijke kunstenaars is consequent gebagatelliseerd

    Ook de directeur van de Londense Whitechapel Gallery is een vrouw: Gilane Tawadros volgde oktober vorig jaar haar vrouwelijke voorganger Iwona Blazwick op. Wellicht is dat van invloed geweest op de huidige expositie, die nog tot begin mei in dit centrum voor moderne en hedendaagse kunst loopt: Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940-70 [‘Actie, gebaar, verf: Vrouwelijke kunstenaars en mondiale abstractie 1940-1970’]. De expositie presenteert vrouwen die zich bezighielden met wat misschien wel de meest macho kunstvorm van de afgelopen tachtig jaar was: het abstract expressionisme, ook wel The New York School genaamd. Die stijl van schilderen, die wel wordt aangemerkt als de eerste echte moderne Amerikaanse stroming in de beeldende kunst, werd geïntroduceerd door een stel luidruchtige mannen die – voornamelijk in New York – hun testosteron botvierden met grote hoeveelheden verf op doeken van enorm formaat, Jackson Pollock met zijn drip painting voorop.

    DSC4644HR
    Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940 – 70 – © Damian Griffiths

    Het machismo van de groep, waarvan drinkebroer Pollock, Willem de Kooning, Mark Rothko, Franz Kline en beatschrijvers als Allen Ginsberg en Jack Kerouac de kern vormden, was zo groot dat het eigenlijk verbazingwekkend is dat ook vrouwen zich op het pad van het abstract expressionisme begaven. ‘In de beginjaren waren vrouwelijke kunstenaars verre van welkom,’ schrijft Francesca Peacock in The Telegraph. ‘Een criticus zei tegen Lee Krasner, de vrouw van Pollock, dat een van haar schilderijen ”zo goed was dat je niet zou geloven dat het door een vrouw was gemaakt”.’ Peacock geeft de expositie in Whitechapel vier sterren uit vijf. Ook Jackie Wullschläger van de Financial Times is enthousiast. Ze noemt de tentoonstelling met werken van onder meer Elaine de Kooning, Lee Krasner, Helen Frankenthaler, Gillian Ayres en Wook-kyung Choi ‘een mijlpaal’ die ‘barst van het gevoel’: ‘een viering van zo veel vrouwen die hun eigen stem hebben gevonden’.

    Geschiedenis herzien

    Kunstcriticus Adrian Searle van The Guardian denkt dat de tentoonstelling is bedoeld ‘zo niet om de canon omver te werpen, dan toch zeker om de geschiedenis te herzien. Veel van de kunstwerken zijn afgeleid van het abstract expressionisme, waarin de rol van vrouwelijke kunstenaars consequent is gebagatelliseerd. Deze tentoonstelling wil een correctie aanbrengen, niet alleen door de aandacht te vestigen op de enkele bekendere vrouwen die in de jaren veertig en vijftig met de New York School verbonden waren, maar ook op kunstenaars uit Europa, Latijns-Amerika, China, Japan, Iran en elders. De meeste werken ontstonden in de periode tussen de suffragettes en het feminisme van de tweede golf in de jaren zestig. Om überhaupt kunst en carrière te maken was voor hen een zware strijd.’ Ook Searle is enthousiast over de tentoonstelling en noemt het geheel a punch in the face – een klap in het gezicht.

    DSC4658HR
    Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940 – 70 – © Damian Griffiths

    Een heel ander geluid is te horen bij Eliza Goodpasture in haar recensie voor ArtReview met de veelzeggende titel The Problem with All-Women Exhibitions [‘Het probleem van tentoonstellingen met uitsluitend vrouwen’]. Goodpasture schrijft dat Griselda Pollock, de grande dame van de feministische kunstgeschiedenis en overigens geen familie van Jackson Pollock, in de catalogus van de tentoonstelling betoogt ‘dat selectieve en revisionistische tentoonstellingen als deze een belangrijke rol spelen in de kruistocht om het seksistische kunsthistorische verhaal te corrigeren’. Vervolgens meldt Goodpasture: ‘Dat is de enige verklaring die wordt gegeven voor deze genderspecifieke tentoonstelling, en ik bewonder de eerlijkheid ervan. Maar is het een goede reden om een tentoonstelling met alleen vrouwen te houden, louter omdat er te veel tentoonstellingen met alleen mannen zijn geweest?’

    DSC4675HR
    Action, Gesture, Paint: Women Artists and Global Abstraction 1940 – 70 – © Damian Griffiths

    En dan legt ze de vinger op de zere plek: ‘Natuurlijk zijn de machtsdynamiek en politieke implicaties van een expositie met alleen vrouwen fundamenteel anders dan van een met alleen mannen. Maar het hier getoonde verhaal is net zo onvolledig. De geest van de mannen waart rond in Whitechapel: de namen van eminente mannelijke kunstenaars als Jackson Pollock, Willem de Kooning en Robert Motherwell en critici als Greenberg vullen de teksten op de muur, net zoals zij het leven van de hier getoonde kunstenaars vulden als minnaars, vrienden en collega’s. Zijn we in 2023 nog steeds niet in staat een tentoonstelling van moderne kunst te organiseren waarin mannelijke en vrouwelijke kunstenaars de muren én het hele kunsthistorische verhaal delen?’

    De tentoonstelling Action, Gesture, Paint is t/m 7 mei te zien in Whitechapel Gallery in Londen (whitechapelgallery.org) en reist daarna naar de Fondation Vincent van Gogh in Arles en de Kunsthalle in Bielefeld

  • Kunstenaars halen werk weg uit Russisch museum

    Kunstenaars halen werk weg uit Russisch museum

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Expansieplannen van Erdogan in Afrika

    » Italië: Nogmaals 14 miljard euro steun om stijgende energieprijzen hoofd te bieden

    Ook Russische paviljoen op Biënnale van Venetië blijft leeg

    Vorig jaar opende GES-2, een enorm kunstcentrum dat de Italiaanse architect Renzo Piano ontwierp in een voormalige elektriciteitscentrale dicht bij het Kremlin als de Moskouse variant van Tate Modern. Het centrum, met een oppervlak van 54.400 vierkante meter, heeft momenteel een probleem: er is geen kunst, aldus The Guardian. ‘We kunnen niet doen alsof het leven normaal is,’ zegt Evgeny Antufiev, een Russische kunstenaar die zijn werk uit GES-2 weghaalde kort nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen op 24 februari. ‘We moeten een einde maken aan de illusie dat de dingen weer worden zoals ze waren voor de oorlog. Cocktails drinken bij kunstopeningen terwijl mensen worden vermoord, voelt crimineel.’ 

    Samen met oligarch Leonid Mikhelson, die de miljoenen dollars voor het centrum financierde, bezocht Vladimir Poetin vorig jaar de openingstentoonstelling van de IJslandse kunstenaar Ragnar Kjartansson. Kjartansson en andere Russische en buitenlandse kunstenaars distantieerden zich van GES-2 toen duidelijk werd dat het museum zich niet zou uitspreken tegen de Russische invasie.

    ‘Kunstenaars zullen in hun werk ofwel protesteren tegen de oorlog, ofwel hun mond houden’

    Ook het nationale paviljoen van Rusland op de Biënnale van Venetië, die 23 april opende, zal leeg blijven. Daags nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen, verklaarden twee Russische kunstenaars dat zij hun land niet zouden vertegenwoordigen in het paviljoen, en ook de in Litouwen geboren tentoonstellingsmaker Raimundas Malašauskas stapte op. 

    De Russische kunstverzamelaar en columnist Marat Gelman vreest dat naarmate de oorlog zich voortsleept, alleen nog Russische kunstenaars in Europa welkom zullen zijn die openlijk tegen de oorlog protesteren. ‘Kunstenaars zullen in hun werk ofwel protesteren tegen de oorlog, ofwel hun mond houden. Ik geloof niet dat er ruimte zal zijn voor een compromis.’ Vladimir Poetin zei eind vorige maand van mening te zijn dat Rusland ook verwikkeld is in een culturele strijd met het Westen. Hij vergeleek de behandeling van de Russische cultuur in het buitenland met het verbranden van ‘ongewenste literatuur’ door nazi-Duitsland.

    Lees ook:

  • Steunbetuiging aan Afghaanse kunstenaars | Algerije verwijt Marokko ‘vijandige acties’

    Steunbetuiging aan Afghaanse kunstenaars | Algerije verwijt Marokko ‘vijandige acties’

    Oproep voor steun aan Afghaanse kunstenaars

    Een groep van 350 kunstenaars, filmmakers, artiesten, schrijvers en curatoren heeft de Amerikaanse regering in een open brief verzocht om hulp te bieden aan Afghanen werkzaam in de culturele sector die op de vlucht zijn voor de taliban. De groep, die zich Arts for Afghanistan noemt, roept de Amerikaanse regering op om ‘alles te doen’ om ‘het vertrek van Afghanen die risico lopen, te bespoedigen’ en om daarbij ook ‘kunstenaars, filmmakers, artiesten en schrijvers’ op te nemen, aldus ArtNet News.

    ‘De stemmen van kunstenaars worden als gevaarlijk beschouwd omdat ze de macht de waarheid zeggen’

    Volgens de briefschrijvers namen cultuurwerkers al vóór de overname door de taliban grote risico’s bij het weergeven van de ervaringen en het verwoorden van de ambities van Afghanen, daartoe vaak aangemoedigd of gesteund door de Amerikaanse regering.

    Volgens politicoloog Eric Gottesman, een van de ondertekenaars, ‘worden de stemmen van kunstenaars als gevaarlijk beschouwd omdat ze de macht de waarheid zeggen’. De briefschrijvers vragen de Amerikaanse regering om de uitgifte van visa voor artiesten te versnellen.


    Draghi bepleit humanitaire hulp voor Afghanistan

    De Italiaanse premier Mario Draghi wil dat Italië de middelen die bestemd waren voor de Afghaanse strijdkrachten nu inzet voor humanitaire hulp. Tijdens een digitaal overleg vroeg hij leiders van G7-landen hetzelfde te doen. Hij voegt eraan toe dat de door Italië voorgezeten G20 de G7 zouden kunnen helpen om andere belangrijke spelers zoals Rusland, China, Saoedi-Arabië, Turkije en India bij de plannen te betrekken, schrijft het Italiaanse persbureau ANSA. Dit alles omdat er een enorme inspanning nodig is op het gebied van immigratie.

    Draghi wil er zorg voor dragen dat internationale organisaties ook na de deadline van 31 augustus toegang houden tot Afghanistan.

    Lees ook:


    Algerije en Marokko ruziën

    Algerije heeft vorige week de diplomatieke betrekkingen met Marokko verbroken op beschuldiging van ‘vijandige acties’. Algerije beweerde vorige week al dat de dodelijke bosbranden die op 9 augustus uitbraken tijdens een zinderende hittegolf, het werk waren van ‘terroristische’ groepen. Een daarvan wordt gesteund door Marokko, schrijft Al-Jazeera.

    De bosbranden hebben ten minste negentig mensen het leven gekost

    De bosbranden in Algerije hebben tienduizenden hectaren bos verwoest en aan ten minste negentig mensen het leven gekost, waaronder meer dan dertig soldaten. Volgens de Algerijnse autoriteiten zijn branden aangestoken door de onafhankelijkheidsbeweging MAK uit de Berberse regio Kabylië, die zich uitstrekt langs de Middellandse Zeekust ten oosten van de hoofdstad Algiers.

  • Tien hedendaagse Afrikaanse kunstenaars die u zou moeten kennen

    Tien hedendaagse Afrikaanse kunstenaars die u zou moeten kennen

    De Afrikaanse kunstmarkt is booming. Toch zijn kunstenaars van het continent lang niet zo bekend als hun westerse collega’s. Volgens The Culture Trip zijn dit tien namen om in uw oren te knopen.

    Tracey Rose, ‘MAQUE II’ (uit een serie van zes), 2002, Lambda-print van 118 x 118 cm. – © Goodman Gallery
    Tracey Rose, ‘MAQUE II’ (uit een serie van zes), 2002, Lambda-print van 118 x 118 cm. – © Goodman Gallery

    Tracey Rose, Zuid-Afrika

    Tracey Rose (1974), geboren in Durban en momenteel woonachtig in Johannesburg, is een gevestigde hedendaagse multimediakunstenaar en een uitgesproken feministe. Ze is bekend geworden met haar stoutmoedige, provocatieve, niet-verhalende performances, videoinstallaties en foto’s. In al haar werk gaat Rose de confrontatie aan met de identiteitspolitiek; kwesties die te maken hebben met seksualiteit, lichaam, ras en gender. De thematiek van Rose is dikwijls een weerslag van haar multiculturele achtergrond en komt voort uit haar ervaring te zijn opgegroeid als iemand van gemengd ras in Zuid-Afrika. In haar werk maakt ze veel gebruikt van traditionele volkscultuur en illustreert ze de ongelijkheden in het politiek-sociale landschap van haar land. Rose had solotentoonstellingen in Zuid-Afrika, Europa en Amerika, en nam deel aan een aantal internationale evenementen waaronder de Biënnale van Venetië.

    Meschac Gaba, ‘Souvenir Palace’, 2010.  – © Julian Stallabrass / Flickr
    Meschac Gaba, ‘Souvenir Palace’, 2010. – © Julian Stallabrass / Flickr

    Meschac Gaba, Benin

    Meschac Gaba (1961) werd bekend door zijn Museum of Contemporary African Art (Museum voor Hedendaagse Afrikaanse Kunst), een reizende tentoonstelling die in 1997 van start ging in het Amsterdamse Rijksmuseum. Gaba’s nomadisch museum bestond uit twaalf tentoonstellingszalen, die in een periode van vijf jaar bij diverse Europese kunstinstellingen ‘te gast waren’, in een ingenieuze poging ruimte te creëren voor de Afrikaanse kunst. In 2013 kocht het Tate Modern Gaba’s hele ‘museum’ om het permanent tentoon te kunnen stellen. Wat Gaba in zijn zalen presenteert loopt zeer uiteen, van mode in de Summer Collection Room en gastronomie in het Museum Restaurant, tot de buitensporige overproductie van voedsel in de Draft Room. Hij maakt zelf schilderijen en keramiek, maar ook installaties, waarvoor hij gebruikmaakt van verf, triplex, gips, steen en uit de roulatie genomen bankbiljetten.

    Kudzanai Chiurai, ‘Last Supper’, 2012, dOCUMENTA (13), Kassel. – © Marc Wathieu / Flickr
    Kudzanai Chiurai, ‘Last Supper’, 2012, dOCUMENTA (13), Kassel. – © Marc Wathieu / Flickr

    Kudzanai Chiurai, Zimbabwe

    Kudzanai Chiurai (1981) werd verbannen uit Zimbabwe nadat hij een opruiend portret had vervaardigd van president Robert Mugabe. Hij studeerde als eerste zwarte aan de Universiteit van Pretoria af in de Beeldende Kunst en werd als snel een spraakmakend figuur in de Afrikaanse kunstscene. Chiurai maakt gebruik van dramatische multimediacomposities (digitale fotografie, montage, prints, schilderijen en recentelijk ook film) om urgente zaken in zuidelijk Afrika aan de orde te stellen: overheidscorruptie, geweld, xenofobie, ontheemding… Hij woont op het moment in Johannesburg. Zijn jongste werk, getiteld This is not Africa, this is us, is een driedelige tentoonstelling met een video-installatie en was maart vorig jaar te zien in Rotterdam en Den Haag.

    Nástio Mosquito, Angola

    Als multimedia- en performance-kunstenaar, die werkt met muziek, video, gesproken woord en a-capellazang, flirt Nástio Mosquito (1981) met Afrikaanse stereotypen in een westerse context. Hij portretteert zichzelf dikwijls als de centrale figuur in zijn kunst, en doet met zijn werk krachtige politieke en sociale uitspraken die op het eerste gezicht enigszins ongemakkelijk zijn, maar juist daardoor tot nadenken stemmen. Tot zijn vroegere tentoonstellingen behoren 9 Artists (2013) in het Walker Art Centre in Minneapolis, en Across the Board: Politics of Representation in het Tate Modern in Londen in 2012. In een recent werk verklaarde Mosquito: ‘Ik vertegenwoordig zo u wilt het leger der individuen’, in overeenstemming met zijn geloof in het vervaardigen van kunstwerken samen met de gemeenschap, en niet als geïsoleerd kunstenaar.

    Julie Mehretu, ‘Stadia’.
    Julie Mehretu, ‘Stadia’.

    Julie Mehretu, Ethiopië

    Julie Mehretu (1970), een van de belangrijkste Afrikaanse kunstenaars van haar generatie, met een groeiende internationale bekendheid, verwerkt in haar grote schilderijen elementen van luchtcartografie en architectuur. Met een onderliggende kalligrafische complexiteit weerspiegelt Mehretu in haar energetische kunstwerken de snelle groei van de steden en de dichtbevolkte stedelijke omgevingen en sociale netwerken van de eenentwintigste eeuw. Mehretu maakt elk schilderij door steeds weer dunne laagjes acrylverf op het doek aan te brengen en het vervolgens af te werken met delicate, daarbovenop gelegde markeringen en patronen, waarbij ze gebruikmaakt van potlood, pen, inkt en verfstromen. Het werk van Mehretu verbeeldt het samenkomen van tijd, plaats en ruimte, onafhankelijk van de historische betekenis. Mehretu beschrijft haar schilderijen, die verwijzen naar het constructivisme, de geometrische abstractie en het futurisme, als ‘niet-plaatsgebonden plattegronden van verhalen’. Zij ziet haar werk eerder als het abstracte product van haar verbeelding dan als een realistische weergave van de werkelijkheid.

    El Anatsui, ‘Big 4’, Channel 4 HQ, Horseferry Road, Londen. – © Loz Pycock / Flickr
    El Anatsui, ‘Big 4’, Channel 4 HQ, Horseferry Road, Londen. – © Loz Pycock / Flickr

    El Anatsui, Ghana

    Als een van Afrika’s invloedrijkste beeldhouwers staat de Ghanees El Anatsui (1944) aan de frontlinie van de hedendaagse kunst. Hij heeft aanzienlijke internationale aandacht gekregen voor zijn sculpturale experimenten. Anatsui is hoogleraar aan de beeldhouwafdeling van de Universiteit van Nigeria en een productief beeldhouwer. Zijn favoriete materialen zijn klei en hout, die hij gebruikt om objecten te vervaardigen die uiting geven aan diverse sociale, politieke en historische motieven. In zijn latere werken heeft hij zich gestort op de installatiekunst en naaiprocessen. Met gebruikmaking van onconventionele gereedschappen als kettingzagen en andere zware werktuigen heeft hij een nieuwe betekenis gegeven aan niet voor de hand liggende materialen: spoorwegbielzen, wrakhout en flessendoppen van aluminium. In een interview heeft Anatsui gezegd: ‘Het verbazingwekkende aan het werken met deze materialen is dat de armoedigheid ervan geenszins het vertellen van rijke en prachtige verhalen in de weg staat.’

    Ibrahim El Salahi, ‘Self-portrait-of-suffering’, 1961.
    Ibrahim El Salahi, ‘Self-portrait-of-suffering’, 1961.

    Ibrahim El Salahi, Soedan

    Ibrahim El Salahi (1930), die dikwijls de peetvader van het Afrikaanse modernisme wordt genoemd, heeft ruim vijf decennia visionaire kunst geproduceerd, in een soort surrealistische spagaat tussen zijn Arabische en Afrikaanse wortels. El Salahi, een voormalige diplomaat en onderminister op het Soedanese ministerie van Cultuur in de jaren zeventig, zat zes maanden in de gevangenis zonder in staat van beschuldiging te zijn gesteld, omdat hij zich zou hebben beziggehouden met antiregeringsactiviteiten. Als een welbespraakt en vaderlijk figuur heeft El Salahi zijn eigen unieke kunstgeschiedenis ontwikkeld, door op vele fronten een voortrekkersrol te vervullen. Zo was hij een van de eerste Afrikaanse kunstenaars die Arabische kalligrafie in zijn schilderijen verwerkte, en de eerste Afrikaanse kunstenaar die een retrospectief in het Tate Modern kreeg. Zijn vroege kunstwerken werden gedomineerd door elementaire vormen en lijnen, en in de loop der jaren heeft zijn werk een meditatieve en abstracte wending genomen, met een sterke nadruk op lijnen en het gebruik van zwart en wit.

    Sokari Douglas Camp, ‘A Light Moment’.
    Sokari Douglas Camp, ‘A Light Moment’.

    Sokari Douglas Camp, Nigeria

    De in Nigeria geboren Sokari Douglas Camp (1958) is een van de beste vrouwelijke beeldhouwers die zijn doorgebroken in de voornamelijk door mannen gedomineerde sector van het beeldhouwen in Afrika. Zij behoort bovendien tot de eerste generatie vrouwelijke kunstenaars die de aandacht van de internationale kunstmarkt heeft getrokken. Het werk van Douglas Camp, die afkomstig is uit een grote Kalabari-stad in de Nigerdelta, staat onder grote invloed van de Kalabaricultuur en –tradities. Gebruikmakend van moderne beeldhouwtechnieken, met een voorkeur voor staal, vervaardigt Douglas Camp grote, semi-abstracte werken, versierd met maskers en rituele kleding. Zo weerspiegelt ze haar nauwe verwantschap met Nigeria, ondanks het feit dat ze al jaren in Londen woont. Douglas Camp heeft talloze groeps- en solotentoonstellingen in de hele wereld op haar naam staan. Permanente collecties van haar werk kunnen worden aangetroffen in het Smithsonian Instituut in Washington DC en in het British Museum in Londen.

    Chéri Samba, ‘Little Kadogo’.
    Chéri Samba, ‘Little Kadogo’.

    Chéri Samba, Democratische Republiek Congo

    De schilderijen van Chéri Samba (1956), een toonaangevende hedendaagse Afrikaanse schilder, verbeelden zijn ideeën over verschillende facetten van het dagelijks leven in de Democratische Republiek Congo en de rest van het Afrikaanse continent. In zijn latere werken is Samba zelf het voornaamste onderwerp. Samba is zijn carrière begonnen als schilder van reclameborden en als striptekenaar. Geleidelijk aan is hij overgestapt op het schilderen op jute, omdat canvas te duur was. In zijn schilderijen begon Samba de techniek van de ‘gedachtewolkjes’ uit strips toe te passen, waardoor hij commentaar aan zijn werken kon toevoegen. Erkend als de unieke ‘Samba-signatuur’ was deze werkwijze Samba’s innovatieve manier om mensen ertoe aan te zetten meer tijd te besteden aan het onderzoek en het begrip van zijn fascinerende schilderijen.

     Abdoulaye Konaté, ‘Les Marcheurs’.
    Abdoulaye Konaté, ‘Les Marcheurs’.

    Abdoulaye Konaté, Mali

    De kunst van Abdoulaye Konaté (1953), een vooraanstaand figuur in de hedendaagse kunst in Mali, bestaat uit een opvallende combinatie van installaties en schilderijen. Na te hebben gestudeerd aan het Nationaal Kunst Instituut in Bamako heeft Konaté zijn schildersopleiding voltooid in Cuba. De meeste grootschalige werken van Konaté zijn gebaseerd op textiel, een makkelijk verkrijgbaar en goedkoop medium in Mali. Met textiel als een oneindig palet, verft, knipt, naait en borduurt Konaté stukjes katoen en de traditionele bazin-stof om zijn kenmerkende monumentale kleden te vervaardigen. Middels zijn creaties verwoordt Konaté zijn gedachten over de politieke, sociale en ecologische sfeer en de culturele tradities in het hedendaagse Mali. Zijn belangrijkste werken draaien om de politieke spanningen in de Sahel-regio, en sinds het begin van deze eeuw ook om de verwoestende gevolgen van aids voor de Malinese samenleving.

    Auteur: Lilian Diarra
    Vertaler: Menno Grootveld

    The Culture Trip
    VS, culturetrip.com
    Digitaal platform voor cultuur en lifestyle wereldwijd, met ruim 1,5 miljoen lezers per maand. Won vorig jaar de UK Website of the Year Award for Arts & Culture.