Tag: Kunstmatige intelligentie

  • Schaken begint langzamerhand steeds meer op poker te lijken

    Schaken begint langzamerhand steeds meer op poker te lijken

    Hoezeer de computer het schaakspel heeft veranderd, bleek onlangs toen wereldkampioen Magnus Carlson zijn tegenstander Hans Niemann van vals spel beschuldigde. ‘Schakers moeten zich tegenwoordig ook bezighouden met trucjes, misleiding en andere psychologische spelletjes.’

    https://soundcloud.com/blendle/360-magazine-schaken-begint-langzamerhand-steeds-meer-op-poker-te-lijken?si=27e4c28f5fdb4d2b826f8da46cb1ea8e&utm_source=clipboard&utm_medium=text&utm_campaign=social_sharing

    Het was alsof de absolute underdog het beste team van de NBA uitschakelde. Begin september, bij het Sinquefield Cup-schaaktoernooi in St. Louis, versloeg de Amerikaanse tiener Hans Niemann wereldkampioen Magnus Carlsen. Daarmee doorbrak hij de ongeslagen reeks van drieënvijftig wedstrijden van misschien wel de beste speler aller tijden. Echte ophef ontstond echter pas de dag erna, toen Carlsen in een cryptische tweet aankondigde dat hij zich terugtrok en een video bijvoegde met de woorden ‘Als ik mijn zegje zou doen, zou ik grote problemen krijgen’. De schaakkoning leek zijn tegenstander op impliciete wijze van valsspelen te beschuldigen. De schaakwereld explodeerde.

    In de dagen daarop werd Niemann door een aantal van de grootste spelers in de schaakwereld aangevallen, terwijl anderen hem juist meteen verdedigden. Niemann heeft onlangs toegegeven dat hij in het verleden minstens twee keer heeft valsgespeeld bij online schaakpartijen, één keer toen hij twaalf en één keer toen hij zestien jaar oud was. Deze vroegere overtredingen en het feit dat hij in interviews na wedstrijden gebrekkige schaakanalyses zou geven, droegen bij aan een groeiend wantrouwen. Op Twitch en Twitter speculeerden spelers en fans over mogelijke manieren om vals te spelen: zo zou Niemann via trillingen geheime boodschappen hebben ontvangen, die ofwel uit elektronische inzetstukken in zijn schoenen ofwel uit op afstand bediende anale kralen kwamen. Er is geen concreet bewijs voor vals spel gevonden. Bovendien ontkende de negentienjarige grootmeester in St. Louis de beschuldigingen stellig en bezwoer hij een interviewer dat hij bij een liveschaakwedstrijd nooit had vals gespeeld en van zijn vroegere fouten had geleerd.

    [Schaakwebsite Chess.com publiceerde op 4 oktober een uitgebreid onderzoek, waarin het stelde dat Niemann in meer honderd online schaakwedstrijden heeft valsgespeeld, bericht The Guardian.]

    Schaakmachines hebben een andere invulling gegeven aan creativiteit binnen het schaken

    Los van wat er nu echt is gebeurd, staat vast dat het voor Niemann, of wie dan ook, niet moeilijk is om anno 2022 vals te spelen met schaken. In de afgelopen vijftien jaar zijn algemeen verkrijgbare AI-softwarepakketten, ook wel bekend als ‘chess engines’ ofwel schaakmachines, zo ver ontwikkeld dat ze gemakkelijk de beste schakers ter wereld verslaan. Het enige wat een valsspeler dus nog hoeft te doen om zich van de winst te verzekeren, is een manier vinden om het advies van een machine doorgestuurd te krijgen. Maar dat is niet de enige manier waarop computers de afgelopen jaren de vijftienhonderd jaar oude sport hebben veranderd. Menselijke spelers, zowel beginners als grootmeesters, putten tegenwoordig inspiratie uit de output van schaakprogramma’s, en trainen zichzelf door computerzetten te onthouden. Met andere woorden: schaakmachines hebben een andere invulling gegeven aan creativiteit binnen het schaken, waardoor het voor topspelers niet meer genoeg is om simpelweg het sterkst te spelen. Ze moeten zich ook bezighouden met trucjes, misleiding en andere psychologische spelletjes. In die zin laat het recente schandaal alleen maar zien hoe ook de duistere kant van het schaken langzaamaan is veranderd.

    Griekse tragedie

    Voor de meeste mensen werd vijfentwintig jaar geleden duidelijk dat computers het schaakspel zouden overnemen: toen versloeg IBM-supercomputer Deep Blue wereldkampioen Garry Kasparov. In de media werd de wedstrijd destijds een ‘Griekse tragedie’ genoemd, waarin een kunstmatige ‘hand van God’ de mensheid had verpletterd. Toch vormde 1997, ondanks de culturele impact van het moment, niet echt een keerpunt in het schaken. Deep Blue, een ruim 1350 kilo wegende supercomputer, de enige in zijn soort, kon an sich niets wezenlijks aan het spel veranderen. Zijn genialiteit leek af te hangen van een toen nog onvoorstelbare rekenkracht en van de grootmeesters die hadden geadviseerd bij zijn ontwikkeling. Naar aanleiding van die adviezen beschuldigde Kasparov IBM er na zijn verlies van vals te hebben gespeeld door van menselijke hulp gebruik te hebben gemaakt. Die dynamiek is inmiddels omgedraaid bij beschuldigingen van vals spel.

    Tegen het midden van de jaren nul werden de algoritmes van schaakmachines door verbeteringen in de software en commerciële hardware toegankelijker; in 2006 versloeg een machine op een standaarddesktopcomputer de toenmalige wereldkampioen Vladimir Kramnik. Spelers maakten al langer gebruik van schaakmachines om individuele tactieken te evalueren. Maar het verlies van Kramnik luidde een nieuw tijdperk in: de invloed van de schaakcomputer was een feit. Vanaf dat moment gebruikten zelfs topschakers software om hun eigen strategieën mee te evalueren, vertelt Matthew Sadler, een grootmeester die meerdere boeken over schaakmachines heeft geschreven.

    Veel topschakers hebben de agressievere stijl van de nieuwe schaakmachines overgenomen

    Toen schaakmachines gemeengoed werden, veranderde het spel. Voor schakers op hoog niveau was uit het hoofd leren altijd al essentieel, maar ‘de hoeveelheid dingen die je moet voorbereiden, de hoeveelheid dingen die je moet onthouden, is nu echt geëxplodeerd’, aldus Sadler. Computers kunnen mogelijke schaakzetten veel nauwkeuriger en sneller berekenen dan mensen, waardoor er nu veel meer data is die überhaupt kan worden bestudeerd. Wat ooit magisch leek, werd berekenbaar; waar men ooit nog op intuïtie kon vertrouwen, werd het nu noodzakelijk om veel meer uit het hoofd te leren en om met een machine te oefenen. Schaken, dat ooit een poëtisch en filosofisch spel was, begon steeds meer te lijken op een spellingswedstrijd: de voorbereiding en het aantal geïnvesteerde uren maken het verschil. ‘Vroeger ging het erom je geest creatief in te zetten en strategische problemen met unieke en ingewikkelde oplossingen uit te werken’, schrijft grootmeester Wesley So, de vijfde beste speler ter wereld, in een e-mail. ‘Het was toen geen test om te kijken wie er het beste uit zijn hoofd kan leren.’

    Toen computers eenmaal structureel grootmeesters gingen verslaan, werd valsspelen via een computer een serieus gevaar, aldus Emil Sutovsky, directeur van de Internationale Schaakfederatie. De federatie voerde in 2008 haar eerste maatregelen tegen valsspel in.

    In tegenstelling tot dammen is schaken niet ‘uitgespeeld’. Het is niet zo dat er voor elke positie een perfecte reeks zetten is uitgedacht; er zijn meer schaakpartijen mogelijk dan er atomen in het waarneembare universum zijn. Sadler gelooft dat ‘menselijke feilbaarheid’ – het feit dat we geen machines zijn – het schaken spannend hield: mensen vergaten soms de analyse die ze vóór de partij hadden opgesteld, konden de strategie van hun tegenstander niet voorspellen, en belandden in posities waarop ze zich niet hadden voorbereid. In deze fase waren schaakmachines erg goed in de verdediging, maar hadden ze volgens Sutovsky ook nog zwakke punten: zo konden ze slecht bepalen wat voor voordeel het offer van een stuk op de lange termijn kon opleveren.

    Carlsen zei dat hij ‘geïnspireerd’ werd toen hij AlphaZero voor het eerst zag spelen

    Maar dat alles veranderde op 5 december 2017, toen AI-onderzoekers van Alphabet AlphaZero aankondigden, een nieuw algoritme dat de beste bestaande schaakmachines versloeg na slechts vier uur lang partijen tegen zichzelf te hebben gespeeld. AlphaZero maakte gebruik van een neuraal netwerk: een vorm van kunstmatige intelligentie die het menselijk brein nabootst en een machine in zekere zin zelf laat leren. Andere schaakmachines namen deze nieuwe technologie snel over en luidden zo het huidige tijdperk in, waarin de computer totale superioriteit geniet.

    In het eerste tijdperk van de schaakmachine ontwikkelden spelers aanvalsstrategieën, die ze vervolgens verfijnden door tegen een machine te spelen. AlphaZero verpletterde deze vroegere machines door ‘extreem agressief te schaken’, aldus Sadler. De hedendaagse machines die via een neuraal netwerk functioneren, offeren gemakkelijk stukken op. Daarnaast hebben ze een sterk inzicht wat openingen, positiestructuur en langetermijnstrategie betreft. ‘Het begon wat meer op een menselijke manier van spelen te lijken,’ zegt Sutovsky over deze ontwikkeling. Misschien zelfs wel bovenmenselijk, vervolgt hij: de nieuwe schaakmachines leken inzicht te hebben in ‘directe tactische beslissingen, maar konden zich ook oriënteren op langetermijncompensatie voor materieel verlies.’

    Nagenoeg onmogelijk

    Wil je begrijpen hoe superieur schaakmachines zijn geworden, kijk dan eens naar het ‘Elo’-systeem dat ooit door een Hongaars-Amerikaanse natuurkundige is bedacht en dat wordt gebruikt om de relatieve kracht van spelers te vergelijken. De hoogste menselijke score ooit, die Carlsen in de afgelopen tien jaar tot tweemaal toe haalde, is 2882. De Elo-rating van DeepBlue was 2853. Schaakmachine Rybka was in 2007 de eerste die 3000 punten haalde. En Stockfish, vandaag de dag het sterkste programma, heeft volgens voorzichtige schattingen momenteel meer dan 3500 Elo-punten. Dat betekent dat Stockfish ongeveer 98 procent kans heeft om Carlsen in een wedstrijd te verslaan en, volgens één schatting, 2 procent kans op gelijkspel. (Een overwinning is voor Carlsen nagenoeg onmogelijk.)

    Vroeger deden schaakmachines niets anders dan menselijke strategieën evalueren. Nu genereren de nieuwe, verbeterde versies – die, zoals Stockfish, gratis online te vinden zijn – verrassende ideeën en bepalen ze wat de ideale vorm van spelen is. Het gevolg daarvan is dat menselijke prestaties worden gemeten aan de hand van zogenaamde ‘centipawns’ (honderdsten van een pion), die aangeven in hoeverre men zou hebben verloren van de strategie van een computer. Tijdens de training kan een speler de software vragen om een aantal zetten voor te stellen voor een bepaalde situatie, en dan besluiten om in plaats van de eerste optie van de computer bijvoorbeeld de zesde te kiezen. Zo hoopt de speler een menselijke concurrent te kunnen verwarren die met soortgelijke algoritmen heeft geoefend. Of de speler selecteert een zet die is afgestemd op de zwakke punten van een bepaalde tegenstander. Veel topschakers hebben de agressievere stijl van de nieuwe schaakmachines overgenomen, en de algoritmen hebben veel tactieken populair gemaakt die menselijke spelers eerder hadden onderschat.

    Veel schakers en coaches, waaronder Sutovsky en Sadler, zijn enthousiast over de komst van schaakcomputers die werken met een neuraal netwerk. Carlsen zei dat hij ‘geïnspireerd’ werd toen hij AlphaZero voor het eerst zag spelen. Computers hebben het voor amateurs gemakkelijker gemaakt om beter te worden, terwijl ze voor experts nieuwe dimensies van het spel blootleggen. Zo bezien hebben schaakmachines de creativiteit niet uitgeschakeld, maar eerder opnieuw vormgegeven.

    Mechanische bots

    Maar als computers de gouden standaard van het spel bepalen, en topspelers alleen nog maar kunnen proberen machines te evenaren, is het niet duidelijk wat mensen precies toevoegen. ‘Doordat er tegenwoordig overheersend gebruik wordt gemaakt van machines,’ zegt grootmeester So, ‘worden we aangemoedigd om alle creatieve gedachten uit te roeien en te spelen als mechanische bots. Het is zo saai. Zo beneden onze stand.’ En als topspelers geen kans maken tegen machines en in plaats daarvan alleen nog maar subtiele, onverwachte of suboptimale zetten doen en rekenen op de ‘menselijke feilbaarheid’ van hun tegenstander om te winnen, dan lijkt het moderne schaken steeds meer op een spelletje psychologische oorlogsvoering. Niet zozeer een spellingswedstrijd dus, maar eerder een potje poker.

    In die context zijn schandalen over vermeend valsspelen niets minder dan een natuurlijke stap binnen de evolutie van het schaken. De pokerwereld wordt immers al jaren geteisterd door beschuldigingen van vals spel, waaronder gevallen van spelers die ervan worden beschuldigd hulp te krijgen van kunstmatige intelligentie. Als de hoogste vorm van creativiteit enige sluwheid vereist – zoals bij poker altijd al het geval is geweest –, dan lijkt het overtreden van de regels niet meer dan logisch.

    Lees ook:

  • Deze Deense partij wordt volledig aangestuurd door kunstmatige intelligentie

    Deze Deense partij wordt volledig aangestuurd door kunstmatige intelligentie

    Een groep Deense kunstenaars heeft de eerste politieke partij opgericht die volledig wordt aangestuurd door kunstmatige intelligentie. De Synthetische Partij heeft ter voorbereiding van de parlementsverkiezingen van 2023 zelfs een niet-virtuele vergadering gehouden.

    In de politiek pakken mensen complexe vraagstukken aan met verstand en gevoel en worden beslissingen genomen die voor de samenleving van belang zijn. Maar is er in Christiansborg [het paleis dat onder meer het Deense parlement en de kantoren van premier Mette Frederiksen huisvest] ook plek voor een politieke partij die uitsluitend door kunstmatige intelligentie wordt aangestuurd? Die vraag probeert kunstenaarscollectief Computer Lars te beantwoorden.

    In samenwerking met het technologische centrum MindFuture heeft het collectief de Synthetische Partij opgericht, die volledig wordt geleid door kunstmatige intelligentie. Het collectief, dat zich beweegt op de grens tussen kunst en politiek, neemt deze taak zeer serieus en heeft als doel een zetel in het Folketing [parlement] te veroveren.

    De kunstmatige intelligentie waarvan de Synthetische Partij gebruikmaakt is ontworpen en geprogrammeerd door Computer Lars. Deze kreeg allerlei teksten voorgelegd die op internet zijn gepubliceerd door kleine Deense partijen die niet aan de verkiezingen kunnen deelnemen. Zo werd de Synthetische Partij een smeltkroes van politieke standpunten en ideeën over democratie, waarmee ze zich onderscheidt van de andere partijen die in Christiansborg het politieke spel spelen.

    ‘De kunstmatige intelligentie is een samensmelting van wat gewone Denen op politiek vlak denken’

    ‘We hopen dat de Synthetische Partij het gevestigde politieke systeem kan veranderen door zeer verschillende burgers en hun politieke visies te vertegenwoordigen,’ zegt Asker Bryld Staunæs, een kunstenaar en filosoof die deel uitmaakt van Computer Lars. ‘De kunstmatige intelligentie is een samensmelting van wat gewone Denen op politiek vlak denken. Individuen hebben de neiging zichzelf te matigen, terwijl kunstmatige intelligentie juist een idee geeft van de werkelijke politieke opvattingen onder de bevolking.’

    Het collectief, legt hij uit, heeft de teksten van kleine partijen gebruikt omdat die meer reflecteren op de vraag wat politiek en democratie precies inhouden en de manier waarop de politiek georganiseerd zou moeten worden. Volgens hem hebben de gevestigde partijen zulke kwesties allang achter zich gelaten.

    Interactie

    Om de Synthetische Partij concrete en interessante beleidsstandpunten te laten ontwikkelen, moet Computer Lars interactie aangaan met mensen, zegt Asker Bryld Staunæs. ‘Hoe meer mensen verschillende vragen blijven stellen en hoe meer interactie er is, hoe meer de kunstmatige intelligentie in staat zal zijn om te lezen, te schrijven en te debatteren.’

    Waar komt het idee van deze politieke toepassing vandaan? Waarom niet gewoon een kunstwerk maken dat soortgelijke ideeën over technologie kan oproepen? De vertegenwoordiger van Computer Lars vindt het antwoord simpel: de politieke kant is onontkoombaar. Hij herinnert eraan hoe de Federatie van Bewust Luie Elementen [een Deense politieke partij die in 1979 werd opgericht door de komiek Jacob Haugaard] kunst en een flinke dosis humor gebruikte om kritiek te leveren op het arbeidsethos van de moderne samenleving. Haugaard werd in de jaren negentig in het parlement gekozen, met als programmapunten onder meer wind in de rug op fietspaden en grotere kerstcadeaus voor iedereen.

    ‘Als kunstenaars zich met politiek bezighouden, is dat om zaken onder de aandacht te brengen die gewoonlijk niet worden opgepikt’

    ‘Als kunstenaars zich met politiek bezighouden, is dat om zaken onder de aandacht te brengen die gewoonlijk niet worden opgepikt. Ons project moet wel politiek zijn, want het is moeilijk om op een andere manier algoritmen ter verantwoording te roepen en vast te stellen wie zij vertegenwoordigen,’ aldus Asker Bryld Staunæs. ‘Techgiganten als Google hebben onze berichten allemaal gelezen en al onze foto’s doorzocht. Zij zijn dus op de hoogte van de gedachten en standpunten van gewone mensen. Maar omdat veel algoritmen en kunstmatige intelligentie in het geheim werken, is het lastig bepalen welke politieke onderwerpen hier concreet uit voortkomen.’

    Computer Lars zal deze verborgen algoritmen zichtbaar maken, zodat we beter inzien wat het precies inhoudt om met machines te praten in plaats van met individuen.

    Verruimd kader

    Bovendien is het kunstenaarscollectief van mening dat het politieke en democratische kader verruimd kan worden en dat bestaande meningen die niet altijd worden gehoord, directer kunnen worden geuit. ‘De Synthetische Partij systematiseert de verschillende posities die kunstmatige intelligentie aan het licht brengt niet op basis van een ideologie, maar op basis van een reeks statistische gemiddelden. De partij geeft niet duidelijk aan wat mensen denken, maar geeft veel verschillende standpunten weer. Daar kunnen we dan direct op reageren,’ legt Asker Bryld Staunæs uit.

    De eerste verkiezingsbijeenkomst van de Synthetische Partij (met het oog op de parlementsverkiezingen, waar nog geen datum voor is vastgesteld maar die uiterlijk op 4 juni 2023 zullen worden gehouden) zal plaatsvinden in het gebouw van MindFuture tijdens de Vestegnenweek – een cultureel festival dat van 8 tot 18 september wordt gehouden in verschillende buurten in de westelijke voorsteden van Kopenhagen. Geïnteresseerde kiezers kunnen dan chatten met de kunstmatige intelligentie en zo helpen om de positie van de partij verder te ontwikkelen.

    Maar stel dat de Synthetische Partij uitsluitend kwalijke meningen verkondigt? Die zijn dan blijkbaar door verschillende mensen geuit. Wie wordt daar uiteindelijk verantwoordelijk voor gehouden? ‘Computer Lars is verantwoordelijk voor het censureren van bepaalde standpunten, maar ook personen die interactie aangaan met de kunstmatige intelligentie hebben in dit opzicht een verantwoordelijkheid. Het zou spijtig zijn als mensen opzettelijk op onplezierige dingen zouden aansturen,’ aldus Asker Bryld Staunæs.

    ‘Het is niet altijd leuk om te horen wat machines zeggen, maar het kan wel veel indruk maken’

    Hij gelooft dat de wereld bijna klaar is om deze technologie te verwelkomen. De afgelopen jaren zijn wij, gewone mensen, getuige geweest van de groei van voor een bredere doelgroep toegankelijke kunstmatige intelligentie, en zijn we steeds beter gaan begrijpen hoe algoritmen te werk gaan.

    Hij geeft toe dat er nog vaak moeilijkheden ontstaan wanneer mensen en machines moeten leren samenleven, maar hij gelooft niet dat machines zich tegen ons zullen keren en de planeet zullen overnemen. Integendeel, hij en Computer Lars denken dat we veel kennis kunnen vergaren als we kunstmatige intelligentie creatief gebruiken – vooral kennis over onszelf.

    ‘Veel mensen denken dat de enige betrouwbare uitspraken die van menselijke wezens zijn. Maar kunstmatige intelligentie is een versterkte manifestatie van bepaalde tendensen in ons gemeenschappelijk cultureel erfgoed,’ zegt hij. ‘Het is niet altijd leuk om te horen wat machines zeggen, maar het kan wel veel indruk maken, en zo kunnen we echt een samenleving creëren waarin ook zij meningen en standpunten bijdragen.’

    Lees ook:

  • Amazon demonstreert ‘Alexa’ die de stem van een overledene kan nabootsen

    Amazon demonstreert ‘Alexa’ die de stem van een overledene kan nabootsen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden zet zich in voor veiligheid Israël tijdens rondreis in Midden-Oosten

    » Peru: onderzoek naar vrouwen gemarteld voor hekserij

    Techniek kan gebruikt worden om elke stem te imiteren

    Amazon werkt aan een techniek waarbij gebruikers via spraakassistent Alexa met familieleden kunnen spreken, zelfs nadat deze zijn overleden. Op een conferentie van Amazon in Las Vegas presenteerde Rohit Prasad, senior vicepresident en hoofd wetenschap van het Alexa-team, een functie die de spraakassistent in staat stelt om een specifieke menselijke stem na te bootsen, meldt CNBC.

    In een demonstratievideo zegt een kind: ‘Alexa, can Grandma finish reading me The Wizard of Oz?’ Dat verzoek wordt door Alexa eerst beantwoord met de standaard robotachtige stem en daarna met een zachtere, menselijkere stem, die het familielid van het kind lijkt te imiteren. Volgens Prasad heeft zijn team een model ontwikkeld waarmee Alexa op basis van geluidsopnames van ‘minder dan een minuut’ een stem van hoge kwaliteit produceren. Het is niet bekend wanneer die functie beschikbaar zal zijn voor het publiek. 

    ‘Kunstmatige intelligentie natuurlijker en gezelliger maken, is een belangrijk aandachtspunt geworden’

    Hoewel de techniek gebruikt kan worden om elke stem te imiteren, suggereerde Prasad dat deze zou kunnen worden toegepast als hulpmiddel om een overleden familielid te herdenken. Kunstmatige intelligentie natuurlijker en gezelliger maken, is een belangrijk aandachtspunt geworden, vooral gezien het feit dat ‘zo velen van ons een geliefde hebben verloren’ tijdens de pandemie, aldus Prasad.

    Het bedrijf wil conversaties met Alexa in het algemeen natuurlijker maken, en heeft al een reeks functies uitgerold die de spraakassistent in staat stellen om menselijkere gesprekken te voeren, waarbij Alexa zelfs vragen zal kunnen stellen aan gebruikers.

    Lees ook:

  • Chili erkent neurorechten om burgers te beschermen tegen kunstmatige intelligentie

    Chili erkent neurorechten om burgers te beschermen tegen kunstmatige intelligentie

    Chili is het eerste land ter wereld dat in zijn grondwet opneemt dat iemands mentale identiteit niet mag worden gemanipuleerd. De drijvende kracht achter dit initiatief is neurowetenschapper Rafael Yuste: ‘We moeten voorkomen dat zich herhaalt wat met sociale media is gebeurd.’

    Eind augustus stelde Elon Musk ons de biggen Joyce, Dorothy en Gertrude voor. In het bijzin van een klein groepje toeschouwers tijdens een evenement in San Francisco, kwamen de eerste twee snel naar hem toegerend toen hij ze riep. Maar de laatste kwam iets later uit het hok dan verwacht en de Zuid-Afrikaanse goeroe moest zijn toevlucht nemen tot het afgezaagde ‘dat heb je met een live-uitzending’.

    De presentatie werd wereldwijd uitgezonden alsof het om een raketlancering ging. Toen de varkentjes eindelijk voor de camera stonden, kon Musk opgelucht ademhalen en uitleggen waarom ze daar waren. Ze waren er niet als hoofdpersonen van een kindersprookje, eerder als die uit een sciencefictionverhaal. Het evenement werd georganiseerd door NeuraLink, het neurotechnologiebedrijf dat de baas van SpaceX en Tesla heeft opgericht. En Gertrude, de bijzonderste van de drie, was het testvarkentje.

    Een paar maanden daarvoor was bij haar een chip geïmplanteerd die een deel van de hersensignalen registreerde die van en naar haar snuit gaan. Toen ze overal begon te snuffelen, begon halverwege de uitzending een apparaat te piepen. Musk noemde deze gadget een ‘brein-fitbit’. Hiermee maakte hij duidelijk dat hij op weg was een van zijn toekomstdromen waar te maken: het menselijke brein met een computer verbinden zonder dat er bedrading voor nodig is. In techjargon heet dat een ‘brain-computer interface’.

    ‘Op dat moment beseften we dat de situatie urgent werd,’ verklaart de Chileense senator Guido Girardi. Hij kwam meteen in actie.

    Met neurotechnologie kunnen nu al emoties, gevoelens en zelfs het onderbewustzijn worden uitgelezen

    En daardoor staat zijn land nu op het punt om als eerste ter wereld neurorechten te gaan erkennen en te reguleren. We hebben het hier over een baanbrekend wettelijk kader waarin wordt bepaald dat mentale integriteit niet manipuleerbaar is en waarin die wordt beschermd tegen de opmars van kunstmatige intelligentie en andere nieuwe technologieën. Dit wetsvoorstel wordt ook gevolgd door de Verenigde Naties en de techreuzen in Silicon Valley. Binnenkort wordt het geratificeerd door het Lagerhuis van het Zuid-Amerikaanse land nadat het in het Chileense Hogerhuis al unaniem was aangenomen.

    De bescherming van deze ‘nieuwe mensenrechten’, zoals Girardi ze noemt, heeft de steun van het complete Chileense parlement en wordt vastgelegd in de hervorming van de grondwet en een speciale wet met vijf grondbeginselen: het recht op geestelijke privacy, persoonlijke identiteit, vrije wil, gelijke toegang tot technieken voor ‘mentale verbetering’ en bescherming tegen vooringenomenheid en discriminatie door algoritmen. Bovendien worden in deze wet de neurale gegevens van ieder mens gelijkgesteld aan een orgaan: zonder dat er een leven mee kan worden gered en zonder uitdrukkelijke toestemming, mogen ze niet worden verhandeld. Wie er munt uit wil slaan, riskeert zware strafrechtelijke sancties.

    Menselijke maat

    Girardi is arts van beroep en zegt dat hij zich op dit vlak heeft laten inspireren door de Spaanse orgaantransplantatiewet. Hij waarschuwt met klem dat het nodig is om in actie te komen voordat sensoren zoals die van Neuralink op industriële schaal worden gefabriceerd en voor gebruikers net zo gemakkelijk verkrijgbaar zijn als de nieuwste generatie smartphones. Sinds een paar maanden brengt het bedrijf Hyperfine bijvoorbeeld een draagbare MRI-scanner op de markt waarmee hersenbeschadiging bij kinderen kan worden gediagnosticeerd. Dat kan zijn nut bewijzen bij zorginstellingen met weinig apparatuur.

    Guido Girardi CC 2
    De Chileense senator Guido Girardi. – © Wikimedia Commons

    ‘Democratische instituties en regelgeving lopen altijd achter wat betreft de bescherming van de menselijke maat, vooral in deze wereld die steeds verder versnelt. Bij dit soort processen is consensus nodig en dus verlopen ze altijd traag,’ aldus de woordvoerder van de sociaaldemocratische oppositiepartij PPD. ‘Maar technologische processen verlopen juist in een razend tempo en daarom moeten we dit er nu doorheen krijgen, later heeft het geen zin meer.’

    En hij waarschuwt: ‘Met neurotechnologie kun je nu al emoties, gevoelens en zelfs het onderbewustzijn uitlezen. En op basis daarvan kunnen gedachten en levensverhalen worden bedacht en weer worden teruggestopt in de hersenen. En dan weet je niet of die echt van jou zijn of dat die met een ander belang zijn gecreëerd. Dat brengt een enorm groot risico voor je beslissingsbevoegdheid met zich mee.’

    Tegen wie moeten we ons eigenlijk beschermen: de internetgiganten, de regering, hackers? Onszelf?

    De afgelopen jaren hebben behalve Musk, ook tycoons als Mark Zuckerberg (Facebook/CTRL-Labs) en Bryan Johnson (Braintree/Kernel) plannen aangekondigd om de connectiviteit van het menselijk brein te verbeteren en zelfs te herstellen met behulp van neurotechnologie. En ook bij Microsoft, IBM en Google zitten ze niet stil. Het zijn projecten die van een afstandje bekeken iets weg hebben van het Wilde Westen. ‘Er is wel gezegd dat we in een tijd zitten die te vergelijken is met de goudkoorts, alleen is dit vele malen complexer. Hier zijn ideologische actoren aan het werk die alle macht willen vergaren,’ waarschuwt Girardi.

    Zitten we misschien al middenin een Black Mirror-aflevering? Is de voortgang van de neurotechnologie dan echt zo eng als in de jaren vijftig de ontwikkeling van de kernenergie leek? En tegen wie moeten we ons eigenlijk beschermen: de internetgiganten, de regering, hackers? Of misschien wel tegen onszelf?

    Een dystopische connotatie dringt zich op (letterlijk en figuurlijk): in China zijn in 2019 op scholen in de provincie Zhejiang hoofdbanden ingevoerd die de aandachtsspanne van leerlingen meten. De leraar krijgt een seintje in de kleuren van een stoplicht. De paradox is dat deze hoofdband — of eentje die erop lijkt — iemand met amputaties of die verlamd is levensreddende ondersteuning kan bieden. Wetenschappers van de Amerikaanse universiteiten Stanford, Brown en Harvard hebben dat onlangs aangetoond.

    ‘We moeten naar de toekomst kijken om mogelijk schadelijk gebruik vóór te zijn’

    ‘Neurotechnologie kan de mensheid op drie terreinen helpen: de wetenschap omdat die ons kan helpen begrijpen hoe de hersenen werken en ontdekken wat een menselijk wezen eigenlijk is, de gezondheidszorg om patiënten met neurologische en geestesziekten te ondersteunen, en de economie,’ aldus Rafael Yuste, neurowetenschapper en hoogleraar aan de universiteit van Columbia (VS). ‘Voor elke negatieve toepassing zijn er negen positieve. Wat we moeten doen is naar de toekomst kijken om mogelijk schadelijk gebruik vóór te zijn. We moeten voorkomen wat er met sociale media is gebeurd, waarbij de technologiewereld zomaar in het diepe is gesprongen. Tien jaar later moeten we met veel spijt toegeven dat de spelregels zijn veranderd.’

    Rafael Yuste CC
    De Spaanse neurowetenschapper Rafael Yuste. – © Wikimedia Commons

    Yuste is de Spaanse onderzoeker die president Obama er in 2013 van overtuigde dat het een goed idee was om 6 miljard dollar te spenderen aan het in kaart brengen van de hersenen. Hij is ook een van de belangrijkste adviseurs van het Chileense project. Een paar jaar geleden heeft Girardi hem uitgenodigd voor Congreso Futuro, het forum dat in tien jaar tijd is uitgegroeid tot het belangrijkste wetenschappelijke en intellectuele evenement van Latijns-Amerika. Daar zijn ze samen ‘s nachts onder de sterrenhemel in de Atacama-woestijn tot de conclusie gekomen dat er wettelijke en ethische grenzen moesten worden gesteld aan het gebruik van apparatuur waarmee het brein kan worden uitgelezen en beschreven.

    Zo begon Yuste, de geestelijk vader van het NeuroRights Initiative, die al een team van 25 deskundigen in neurowetenschappen, recht en ethiek (Morningside Group) om zich heen had verzameld, samen met Congreso Futuro met het leggen van de wetenschappelijke basis voor het wijzigen van de Chileense grondwet. Onlangs heeft Morningside hetzelfde voorstel voorgelegd aan de entourage van President Biden. ‘Hoewel we verontrustend waren door de acties van Trump, hebben we gemerkt dat de Amerikaanse regering hier belangstelling voor heeft,’ vertelt Yuste.

    Zijn doel is enerzijds dat neurorechten worden opgenomen in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en anderzijds dat neurotechnologen bereid zijn een eed af te leggen in de trant van Hippocrates. De Spaanse regering overweegt dit op te nemen in de Estrategia Nacional de Inteligencia Artificial (nationale strategie voor kunstmatige intelligentie) die ze momenteel aan het voorbereiden zijn.

    Vreemde gedragingen

    De Canadese filosoof Frederic Gilbert is bio-ethicus, geeft les aan de universiteit van Tasmanië (Australië) en bestudeert het beleid bij klinische en experimentele proeven op mensen, waaronder bij invasieve hersenchirurgie. Hij geeft toe ‘een beetje sceptisch’ te zijn over het inpassen van neurorechten in het VN-kader en vestigt liever de aandacht op de ‘schijn van controle’ die ze pretenderen. ‘Jij hebt natuurlijk een smartphone. Kun je één dag zonder? Merk je dat je hem steeds nodig denkt te hebben, ook als hij niet binnen handbereik is? En dan hebben we het hier niet over iets wat in je hoofd zit, maar je in je hand hebt.’

    Bij bijna alle patiënten bij wie een apparaatje was geïmplanteerd, bleek diepe hersenstimulatie heilzaam. Maar af en toe waren er meldingen van vreemde gedragingen als hypomanie of hyperseksualiteit. The New Yorker meldde enkele weken geleden bovendien dat bij 65 procent van deze mensen hun huwelijk of relatie was stukgelopen en dat ongeveer evenveel mensen met hun opleiding wilden stoppen. Kunnen dit soort ontwikkelingen in de toekomst ook plaatsvinden bij gebruik van technologie die nu wordt ontwikkeld? ‘Dat is een reële mogelijkheid,’ zegt Gilbert. ‘Zelfs al werkt het duurste en meest geavanceerde apparaat van Elon Musk nog zo goed, dat betekent nog niet dat de patiënt er ook baat bij heeft.’

    Het is bijna een kwart eeuw geleden dat de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) het gebruik van een apparaatje goedkeurde voor diepe hersenstimulatie tegen essentiële tremor en de ziekte van Parkinson in een vergevorderd stadium. Nu zijn er wereldwijd naar schatting minimaal 200.000 mensen met een of ander hersenimplantaat, bijvoorbeeld een Cochlear-implantaat voor mensen met hoorproblemen. Maar op de drempel van een nieuw tijdperk van bovenmenselijke kwaliteiten, moet je je afvragen wat de gevolgen zijn van het gebruik van neurotechnologie zonder doktersrecept.

    ‘Zoals tijdens corona een commissie besliste wie het eerst moest worden ingeënt, zou je kunnen beslissen wie het eerst aan de beurt is voor verbeterde cognitie’

    Yuste pleit ervoor de toegang tot neurotechnologie niet alleen een persoonlijke keuze te laten zijn, maar ook voor te leggen aan een ethisch panel bestaande uit artsen en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld. Of dat er in ieder geval een of ander filter wordt ingesteld. ‘Zou ik bereid zijn vrijwillig een implantaat te nemen zonder dat er sprake is van een geestesziekte?’ vraagt hij zich af. ‘In dat geval zou ik de aanbevelingen van zo’n panel voetstoots aannemen. Zoals tijdens de coronapandemie een commissie besliste wie het eerst moest worden ingeënt, zou je met dit systeem kunnen beslissen wie het eerst aan de beurt is voor verbeterde cognitie.’

    Maar aan de andere kant van de Atlantische Oceaan toont Girardi zich bezorgder. ‘Zo zou een heuse kaste van ‘augmented’ menselijke wezens kunnen worden gegeneerd. Als je IQ 10 punten hoger is dan het gemiddelde, leef je langer, ben je gelukkiger, heb je minder last van ziektes, heb je meer geld, en ga zo maar door. Dat is wetenschappelijk aangetoond. Bij iemand met een IQ van 200 punten meer, wordt die kloof maatschappelijk gezien onoverbrugbaar,’ aldus Girardi. Als lid van het Hogerhuis is hij in zijn land ook de drijvende kracht achter de levensmiddelenwet en -etikettering waarop wordt gewaarschuwd voor een te hoog zout-, suiker- en verzadigd vetgehalte (te vergelijken met de Europese Nutri-Score).

    ‘Weet u of er multinationals zijn die uw project willen stilleggen of laten ontsporen? Hoe verdedigt u het wetgevingskader als het onder druk komt te staan?’ vroegen we hem.

    ’De voedingswaarde-etikettering erdoor krijgen bij frisdrankconsortia en andere grote bedrijven, was veel ingewikkelder. Ferrero zei dat ze ons bij de WTO zouden aanklagen en Nestlé bedreigt ons nu nog steeds. Maar we begrijpen dat ook dit niet gemakkelijk zal zijn’, luidde zijn antwoord.

    Wat zijn de vijf neurorechten?

    De groep wetenschappers onder leiding van Rafael Yuste dringt aan op het opnemen van vijf nieuwe rechten in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens die in 1948 door de Verenigde Naties is opgesteld:

    1. Het recht op geestelijke privacy. Hierin wordt bepaald dat informatie die wordt verzameld met neurotechnologische hulpmiddelen die interactie hebben met de hersenen (neurogegevens), even vertrouwelijk moet worden behandeld als informatie verkregen uit orgaantransplantaties.

    2. Het recht op persoonlijke identiteit. Dit beoogt het besef van het ik — de essentie van elk individu — te beschermen tegen elk gebruik van chips, sensoren en andere neurotechnologische apparatuur die hersenactiviteiten kunnen wijzigen.

    3. Het recht op vrije wil. Dit is nauw verwant aan het vorige punt en wil het vermogen van een mens om beslissingen te nemen — ‘agency’ genoemd in de psychologie — beschermen tegen hersenstimulatietechnieken met een massaal bereik.

    4. Het recht op gelijke toegang tot technieken voor ‘mentale verbetering’. ‘We leven in een wereld waarin mobiele apparatuur onze cognitieve vermogens al heeft verbeterd. Je komt bijvoorbeeld in een stad waar je nog nooit bent geweest, zet je smartphone aan en met GPS weet je dan misschien zelfs nog beter de weg dan een stadsbewoner,’ licht Yuste toe. ‘Door de overstap van dit soort technologie van je hand naar je brein, zou een mensheid van twee snelheden kunnen ontstaan. Met dit recht kunnen we voorkomen dat ongelijkheid tussen personen die zich de toegang tot dit soort instrumenten al dan niet kunnen veroorloven, ontaart in een sociale kloof. Een ethisch panel van artsen en vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld zou kunnen beslissen wie zich wel en niet cognitief mag verbeteren.’

    5. Het recht op bescherming tegen vooringenomenheid en discriminatie door algoritmen. Deze regel moet ervoor zorgen dat het gebruik van algoritmen in het menselijk brein niet leidt tot vooringenomenheid, zoals we bij het gebruik van sociale netwerken hebben gezien.

  • Google krijgt vakbond | Herleving van de kulhad | Touadéra herkozen

    Google krijgt vakbond | Herleving van de kulhad | Touadéra herkozen

    Verenigde Staten

    Kunstenaar voor kunstenaars

    De New Yorkse kunstenaar Guy Stanley Philoche heeft voor ruim 65.000 dollar aan werk gekocht van kunstenaars die zijn getroffen door de coronapandemie. Hij kocht ruim honderdvijftig kunstwerken voor maximaal 500 dollar per stuk. Zijn eigen schilderijen kosten zo’n 120.000 dollar, dus hij kan zich wel wat veroorloven. 

    In een video op Instagram vroeg Philoche kunstenaars die de gevolgen merken van de pandemie om hem hun werk te tonen. Beviel het, dan kocht hij het en betaalde hij voor de verzending naar zijn studio in East Harlem. Zo kwam hij in contact met kunstenaars van over de hele wereld. ‘De kunstwereld is mijn gemeenschap en ik voel me verplicht mijn gemeenschap te helpen. En dat blijf ik doen’, aldus Philoche. 

    Overigens zet hij ook weleens een eigen werk ter waarde van 100.000 dollar aan de straat, voor de gelukkige vinder. ‘Art for the People’ noemt hij deze poging om zijn werk met iedereen te delen, ook met mensen die het zich niet kunnen veroorloven.

    (CNN, Atlanta)


    Colombia

    Bungeejumpen in de prehistorie

    Wie had gedacht dat mensen al sinds de Oudheid van grote hoogten sprongen? Een enorme collectie prehistorische rotsschilderingen die wetenschappers diep in het Colombiaanse Amazoneregenwoud aantroffen, onthult dat er al in de prehistorie waaghalzen waren die de spanning opzochten door te bungeejumpen.

    De rotsschilderingen strekken zich uit over bijna 13 kilometer en dateren van ongeveer 12.500 jaar geleden, toen de mens voor het eerst het Amerikaanse continent bevolkte. De inheemse bewoners van het regenwoud bestudeerden de schilderingen al jaren, maar nu heeft ook een groep wetenschappers de afbeeldingen gedocumenteerd. Onder de geportretteerde dieren bevinden zich ook enkele uitgestorven soorten.

    (Colossal, Chicago)


    Zimbabwe

    Journalist weer gearresteerd

    In Zimbabwe is journalist en anticorruptieactivist Hopewell Chin’ono voor de derde keer in korte tijd gearresteerd, ditmaal voor het ‘aanzetten tot openbaar geweld’ tijdens antiregeringsprotesten. Chin’ono berichtte in juni over corruptie rond de aankoop van beschermende uitrustingen voor gezondheidswerkers ter waarde van 60 miljoen dollar. Volgens de journalist en zijn collega’s zijn Collins Mnangagwa, zoon van de president, en enkele hoge regeringsfunctionarissen betrokken bij het schandaal.

    ZANU-PF, de partij die onafgebroken regeert sinds de onafhankelijkheid van Zimbabwe in 1980, ontkent: ‘We hebben met bezorgdheid kennisgenomen van de systematische aanvallen op de integriteit van de familie Mnangagwa door gewetenloze karakters zoals Hopewell Chin’ono.’ Activisten en mensenrechtenorganisaties wijzen op de ‘ongekende’ onderdrukking van mensen met een afwijkende mening in Zimbabwe, die resulteert in arrestaties van tientallen activisten en oppositieleden.

    (Al Jazeera, Qatar)

    Kulhadchai
    Kulhad chai. – © Wikimedia

    India

    Terug naar de kulhad

    Een bescheiden overblijfsel uit het verleden van India is bezig met een grote comeback. Op alle zevenduizend treinstations in het land moet thee voortaan worden geserveerd in aarden bekers die bekendstaan als kulhads. De kulhads zijn ongeverfd, ongeglazuurd, perfect biologisch afbreekbaar en dus milieuvriendelijk. Daarom heeft Piyush Goyal, de Indiase minister van Spoorwegen, besloten dat ze plastic bekers moeten vervangen in de strijd tegen wegwerpplastic.

    ‘Kulhads helpen niet alleen het gebruik van giftig plastic te verminderen, maar bieden ook werkgelegenheid en inkomen aan honderdduizenden pottenbakkers’, aldus de minister. Vóór de corona-uitbraak reisden dagelijks 23 miljoen Indiërs met de trein, dus na de pandemie zal er een astronomisch aantal kulhads nodig zijn. Naar verwachting zal het besluit werkgelegenheid genereren voor zo’n twee miljoen pottenbakkers.

    (The Guardian, Londen)


    Verenigde Staten

    AI-wereld is boos op Google

    Timnit Gebru, ethicus op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI), wordt wereldwijd gerespecteerd om haar werk dat raciale vooringenomenheid in algoritmen blootlegt. Ze is bekend als pleitbezorger van grotere participatie door vrouwen en mensen van kleur in haar vakgebied.

    Begin deze maand werd ze plotseling ontslagen door Google, waar ze het ethische AI-team leidde. Het bedrijf wilde dat ze haar naam verwijderde uit een onderzoeksartikel waarin ethische kwesties rondom toepassing van taal in AI-technologie worden besproken, omdat het bezwaren had tegen de inhoud. Gebru beriep zich op de academische vrijheid, waarna ze werd ontslagen. Google beweert dat ze zelf is opgestapt. 

    ‘Er werken amper zwarte mensen bij Google Research, en al helemaal niet in het hogere management’

    De gang van zaken leidde tot een stroom van steunbetuigingen en commentaar van AI-onderzoekers bij Google, bij topuniversiteiten en bij bedrijven als Microsoft en chipmaker Nvidia. Ruim tweehonderd Google-medewerkers eisen openheid over de gang van zaken en willen dat hun werkgever zich committeert aan ‘onderzoeksintegriteit en academische vrijheid’. De betrokkenen vinden dat het bedrijf zijn reputatie op dit cruciale gebied te grabbel heeft gegooid. 

    Gebru’s conflict met Google benadrukt de gespannen relatie tussen ethische overwegingen rond AI en het enorme winstpotentieel van deze technologie voor bedrijven. Gebru vermoedt dat haar ontslag is ingegeven door haar uitgesprokenheid over diversiteit en de omgang van Google met mensen uit gemarginaliseerde groepen: ‘Er werken amper zwarte mensen bij Google Research, en al helemaal niet in het hogere management.’

    (Wired, San Francisco)


    Een vakbond bij Google

    226 Google-medewerkers maakten maandag de oprichting bekend van de Alphabet Workers Union (AWU), de eerste vakbond van de internetgigant (Alphabet is het moederbedrijf van Google). De vakbond is een zeldzaamheid in Silicon Valley en de technische industrie, die bekendstaat om zijn hoge salarissen en goede arbeidsomstandigheden. The Verge legt uit dat de groep van plan is om te vechten tegen loonverschillen tussen mannen en vrouwen en ‘controversiële’ contracten met regeringen. 

    Het ontbreken van een gestructureerde vakbond heeft de werknemers van de groep er tot dusver niet van weerhouden zich te uiten, aldus The Verge. Zo werd er geprotesteerd tegen Project Maven, dat droneaanvallen door middel van kunstmatige intelligentie moest verbeteren, en lieten 20.000 medewerkers hun stem horen toen een leidinggevende het bedrijf verliet met een cheque van $90 miljoen – ondanks beschuldigingen van seksuele intimidatie. 

    In een column van de New York Times zeggen twee leden van de AWU dat Alphabet ‘de verantwoordelijkheid heeft tegenover zijn duizenden werknemers en miljarden gebruikers om van de wereld een betere plek te maken’, en dat de vakbond daaraan wil bijdragen.


    Centraal-Afrikaanse Republiek

    Faustin Archange Touadéra uitgeroepen tot president van de CAR

    Maandag bevestigde de nationale verkiezingsautoriteit dat Touadéra 53,9% van de stemmen binnen had. Het resultaat moet nog worden gevalideerd door het Grondwettelijk Hof, schrijft Deutsche Welle, dat de uitslag ‘niet verrassend’ noemt. Maar een deel van de oppositie weigert de herverkiezing van het staatshoofd te erkennen. 

    De verkiezingen gingen gepaard met spanningen en geweld. De stad Bangassou, 750 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Bangui, werd zondag belegerd door de Coalition of Patriots for Change, een rebellengroepering. Touadéra legde de schuld hiervan bij François Bozizé, voormalig president, die in 2013 uit de macht werd gezet.

  • ‘Het komt aan op compassie’

    ‘Het komt aan op compassie’

    Op social media heeft hij meer volgers dan Madonna en Oprah Winfrey, maar u hebt waarschijnlijk nog nooit van hem gehoord. Opiniemaker Kai-Fu Lee, ex-chef van Google in China, is hét gezicht van de Chinese techsector. Zijn naam is synoniem met een opkomende economie die staat te popelen om de rest van de wereld te veroveren.

    In zijn beginjaren hielp Kai-Fu Lee bedrijven als Microsoft en Apple hun innovatiestrategie uit te stippelen. Maar pas toen onder zijn aanvoering een poging om Google naar de Chinese markt te brengen mislukte, veranderde alles. Hij verliet 
Google in 2009 om ter bevordering van de Chinese techsector zijn eigen durfkapitaalfonds Sinnovation op te zetten. Lee, in eigen land machtig en invloedrijk, heeft zo’n 50 miljoen volgers die op de microblogsite Weibo aan zijn lippen hangen. Het China dat hij promoot bruist van innovatie. Maar het Westen staat nog weifelend tegenover dit mysterieuze, 
economisch reusachtige land, dat druk doende is 
zijn rol in de wereld te bepalen.

    Volgens Lee hoeven we ons over China echter geen zorgen te maken. Hij wil zijn invloed juist aanwenden om te waarschuwen voor een naderende ‘AI-ramp’. Hij schat dat kunstmatige intelligentie wereldwijd zo’n 40 tot 50 procent van de banen overbodig zal maken, maar dat we dat gedeeltelijk kunnen afwenden als we genoeg creativiteit en compassie inzetten. Volgens Lee is het menens. Regeringen wereldwijd zijn gewaarschuwd, maar zouden met goed beleid maatschappelijke onrust kunnen voorkomen.
    We spraken met Kai-Fu Lee over het raadselachtige China, over waarom Google het moeilijk zal krijgen in dit grootste techland ter wereld en over waarom overheden AI serieus moeten nemen.

    52 Insights: Om er maar geen doekjes omheen 
te winden: komt het betoog in uw boek AI Superpowers er niet op neer dat de Chinese techsector Silicon Valley voorbij zal streven omdat de Chinezen beter zijn in kopiëren en stelen?
    Kai-Fu Lee: Nee, helemaal niet, ik denk dat u dat 
verkeerd hebt begrepen. Daar klopt niets van.

    Kunt u me dan uitleggen waar uw betoog wél op neerkomt?
    ‘Volgens mij is wat China doet wel degelijk te danken aan kopiëren, maar geëvolueerd tot iets wat net zo goed is als Silicon Valley. Het zijn twee systemen die zich totaal anders hebben ontwikkeld. Het is alsof je aan iemand vraagt wat belangrijker voor hem is, lucht of water, of wat het meeste waard is, diamant of goud. Zowel Silicon Valley als het Chinese systeem heeft intrinsieke waarde, want beide zorgen voor enorme welvaart en beide zullen over een eeuw nog van groot belang zijn. Maar ik ga geen voorspellingen doen welke van de twee de ander gaat overschaduwen.

    Het is geen wapenwedloop, ze functioneren 
in parallelle universums. Het Chinese model draait om het opwerpen van een hoge drempel om kopieergedrag en een prijzenoorlog te voorkomen. Het gaat om aandacht voor detail, operational excellence, werken voor een gigantische markt, directe feedback uit de markt en net zo vaak herhalen tot het innovatief wordt. Zo doe je dat. Ik denk wel dat het met kopiëren is begonnen.’

    Ik wil de manier van denken van Chinese ondernemers proberen te doorgronden. U zegt dat die draait om herhalen en details. In het Westen hebben we meer waardering voor ideeën en het belang van innovatie. Is er een groot verschil?

    ‘Ik denk dat waarde in China het einddoel is. Hoe je daar komt, doet er minder toe. Of jij het idee bedacht hebt, is onbelangrijk. Dus je neemt een eigen idee, 
of dat van iemand anders, of van wie ook. Vaak hééft een beginnend bedrijf niet eens een idee; zodra je van start gaat en feedback krijgt van je gebruikers, verwerf je inzicht en krijg je uiteindelijk een wereldschokkend product.

    ‘De vijf beste Chinese apps zijn niet ontstaan doordat er bij iemand een lichtje opging: “Laat ik er daar 
eens een van gaan bouwen.” Na een jaar of vijf zes aanpassen zijn ze ongelooflijk krachtig en doen ze niet onder voor Amerikaanse apps. Het is lastig ze te beschrijven zonder ze te laten zien, maar ik heb een top drie in gedachten die u versteld zou doen staan, zoals toen u YouTube, Google Maps of Snapchat voor het eerst zag.’

    Robotdemonstratie in Hangzhou, China. – ©  Getty  Images
    Robotdemonstratie in Hangzhou, China. – © Getty Images

    Stelt het succes tegen elke prijs en het veel 
hogere arbeidsethos waarover u schrijft, Chinese techbedrijven in staat een hoge vlucht te nemen en het andere sectoren, zoals Silicon Valley, moeilijk te maken?

    ‘Omdat ze niet voor dezelfde markt werken, 
beconcurreren ze elkaar niet. Maar ik heb onlangs nog gezegd dat wanneer er internetgebruikers op Mars zouden zijn en Chinese én Amerikaanse 
bedrijven daar voet aan de grond zouden zetten, ik mijn geld op de Chinezen zou inzetten. In de echte wereld behoren Europa en de VS volledig tot het Amerikaanse “ecosysteem”. Hun mobieltjes zitten vol Amerikaanse apps, daar kun je niet zomaar een Chinese tussen zetten. Dat is niet alleen een kwestie van taal, maar ook van researchpatronen en betaalmethoden. Het heeft te maken met liefde voor een merk, geloof in je bedrijf, dat soort dingen.’

    Sommige mensen denken daar heel anders over. Ze denken dat er een wapenwedloop gaande is, 
dat je alleen maar hoeft te kijken naar de grotere defensie-uitgaven van Amerikanen en naar China, dat zich op de borst slaat en beweert dat het in 2030 leider wil zijn op het gebied van AI. Er heerst ook iets van scepsis en ongerustheid als het gaat om China. Dat komt misschien doordat we niet zo veel van dat land weten, omdat het nog altijd 
achter zo’n zwaar gordijn schuilgaat.

    ‘Elk land heeft zijn ambities. Donald Trump werd 
tot president gekozen met zijn slogan “Make America great again”, Obama zei “Yes we can” en China zegt dat het tot de beste op AI-gebied wil behoren. Hopelijk wil de Chinese overheid dat het Chinese volk beter wordt van de vooruitgang op dat gebied. En Amerika zou van hetzelfde moeten dromen voor zijn burgers. Het gaat hier niet om een strijd om grondstoffen, 
olie of land. Elk land ontwikkelt zijn talenten. Verder is het ook niet alsof ze allebei hun waar aan Zuid-Amerika proberen te slijten en erover bakkeleien welk product Brazilië bijvoorbeeld zal kiezen. Het zijn echt twee naast elkaar bestaande ruimten, 
twee landen die het uitstekend doen op basis van verschillende methodologieën.’

    Maar sommige mensen associëren China met 
een autoritaire overheid, met schendingen van mensenrechten. Staat dat volgens u ware innovatie en originaliteit niet in de weg?

    ‘Ik ben geen expert op het gebied van overheidsbeleid en mensen hebben uiteraard recht op hun mening. Het belangrijkste is volgens mij dat er innovatieve producten uit China komen. Dat is een realiteit die niet valt te ontkennen. Als ik u WeChat zou laten zien, zou u zeggen: “Wauw, dat is nog eens inno-vatief!” Heiligt het doel niet de middelen? Er is geen idee gestolen, alles is in China ontwikkeld. Daar was veel geld en ondernemingszin voor nodig. Het is gewoon een andere manier om een resultaat te bereiken.’

    ‘AI zal wereldwijd zo’n 40 tot 50 procent van de banen overbodig maken’

    *U schrijft dat de Chinese overheid via een durfinvesteringsconstructie steeds meer geld 
in de techsector pompt; in acht jaar is dit bedrag gestegen van 7 miljard tot 27 miljard dollar. Wat verwacht de Chinese overheid van de techsector, aangezien ze er zo veel geld in investeert? *

    ‘Het Chinese durfkapitaalsysteem heeft zich min of meer op eigen kracht ontwikkeld, bijna zonder overheidssteun, dankzij kapitaal uit Amerika en Europa, die beseften dat China in de lift zat. Over het geheel genomen is 27 miljard dollar over vijftien jaar ook niet zo veel. Het helpt, je stookt het vuurtje ermee 
op, maar het is niet de ware katalysator. En het geld kwam laat; tegen de tijd dat de overheid ging meedoen, wás er al durfkapitaal. Maar ik geef toe dat de overheid bijdraagt aan het Chinese ondernemers-klimaat. Nieuwe technologieën worden niet met wetten aan banden gelegd, waardoor ze tot bloei kunnen komen. Betalen met je mobieltje is een 
goed voorbeeld.’

    ‘Nieuwe technologieën worden niet met wetten aan banden gelegd, waardoor ze tot bloei kunnen komen’

    *Denkt u dat Chinese bedrijven tot de Amerikaanse en Europese markt willen doordringen? *

    ‘Amazon, Google en Facebook hebben zo’n sterke marktpositie dat het voor Chinese bedrijven heel moeilijk zal zijn om te concurreren. Maar China zou in opkomende economieën mogelijk in het voordeel kunnen zijn. Chinese bedrijven dringen tot Zuidoost-Azië, Afrika en het Midden-Oosten door via samenwerkingen en investeringen.’

    Zou u iets zou willen zeggen over de terugkeer 
van Google op de Chinese markt na zo’n lange afwezigheid? Onlangs haalde hun zoekmachine Dragonfly alle kranten omdat de technologie het mogelijk maakt zoekopdrachten van gebruikers te koppelen aan hun telefoonnummer, waardoor ze op de radar van de overheid blijven. Wat vindt 
u daarvan?

    ‘Ik ben negen jaar geleden bij Google weggegaan. 
Het is voor Google heel moeilijk om naar China te komen. Om dezelfde redenen kunt u zich voorstellen dat Chinese bedrijven weinig succes zullen hebben in het Verenigd Koninkrijk. Het wordt een harde strijd voor Google. Ik stond dertien jaar geleden aan het hoofd van dat bedrijf en toen waren de parallelle universums lang niet wat ze nu zijn. Wat toen nog kon, is tegenwoordig heel moeilijk.’

    In een opinieartikel in The New York Times schrijft u dat AI allerlei banen overbodig zal maken: bankemployees, medewerkers van klantenservices, telemarketeers. Hoe serieus moeten overheden die dreiging nemen?

    ‘Het begint waarschijnlijk pas echt over een paar 
jaar, omdat de technologie dan verder is. We horen bijvoorbeeld van bedrijven dat ze erover denken de operationele staf de komende drie jaar te halveren. Dat zijn voortekenen. Maar veel bedrijven moeten eerst nog aanpassings- en technische problemen oplossen. Ik denk dat het een jaar of vijftien duurt voordat grote aantallen banen overbodig zullen 
worden. Overheden moeten gaan beseffen wat er aan de hand is. Als ook maar 1 procent van de bevolking het slachtoffer wordt, is het te laat om over de 
kwestie na te gaan denken. Dat moeten we voor zijn.’

    Kai-Fu Lee, hét gezicht van de Chinese techsector. – © Getty
    Kai-Fu Lee, hét gezicht van de Chinese techsector. – © Getty

    U schrijft: ‘Ik vrees dat er voor werknemers steeds minder vaste voet onder de grond overblijft, als dieren die zich moeten terugtrekken voor een overstroming, springend van de ene rots naar de andere.’ Dat is een beangstigend beeld.
    ‘Ja, op basis van onderzoek voorspel ik dat dat zal gebeuren.’

    U zegt dat China zich niet druk maakt over die kwestie.
    ‘Amerikanen en Europeanen denken het meest 
over deze kwestie na. Dat doen maar heel weinig Chinezen. Ze vertrouwen op de Chinese overheid, 
die zich meestal met dit soort zaken bezighoudt. De belangrijkste reden waarom Chinezen zich niet druk maken, is omdat de Chinese overheid de transitie van landbouw naar maakindustrie effectief heeft aangepakt door die van bovenaf op te leggen. Dat is een verschil met de westerse aanpak. Ik zeg niet of dat goed of slecht is. Maar omdat de overheid het eerder goed heeft gedaan, geloven mensen dat ze zich ook wel weer over een volgende grote verandering zal ontfermen.

    ‘Chinezen zijn veel meer gericht op geld verdienen. De “goudkoorts” is begonnen toen Deng Xiaoping een aantal jaren geleden zei: “Laat sommige mensen eerst maar eens rijk worden.” We bevinden ons nu in het vierde decennium van die zucht naar rijkdom. 
Er zijn nog steeds veel mensen uit families die al 
tien of twintig generaties lang rijk of arm zijn, en de verwachting is nog altijd groot dat het volgende kind de familie zal opstoten naar de middenklasse of naar een zeker welvaartspeil. Die verwachting zet het Chinese volk aan tot hard werken en tot die genoemde manier van ondernemen. Het zorgt er ook voor dat mensen materiële welvaart hoger aanslaan. 
Die cultuur verdwijnt over een jaar of vijftig vanzelf, wanneer de middenklasse zal zijn gegroeid.’

    Zonder twijfel is China voor het Westen een interessant land. Wij kijken ernaar met een mengeling van nieuwsgierigheid, angst en fascinatie. Wat zijn de grote uitdagingen voor China? Het land telt bijna 1,4 miljard inwoners, 
de middenklasse rijst de pan uit en wordt steeds veeleisender, terwijl sommigen waarschuwen voor een uiteindelijke economische terugval.

    ‘Het onderwijs is verbeterd, maar er bestaat nog steeds een grote kloof tussen onze universiteiten en de beste in de VS en het Verenigd Koninkrijk. Vooral de VS weet fantastische jonge mensen aan zich te binden die er willen studeren, er geweldig onderzoek doen en er vervolgens blijven hangen. China heeft dat voordeel niet. De VS trekt mensen van heinde 
en verre, China heeft bijna alleen Chinezen. En hoe groot het land ook is, het is maar een fractie van de wereld. Dus om een wereldspeler te zijn en ervoor 
te zorgen dat Chinezen willen blijven, moet China mensen uit andere landen trekken.’

    Wat zal er gebeuren wanneer technologie zo 
diep in onze samenleving doordringt dat alle fabrieksbanen sneuvelen?
    ‘Als we daarop willen anticiperen, komt het aan 
op twee dingen: creativiteit en compassie. Bij crea-
tiviteit draait het om onderwijsbeleid voor slimme, talentvolle mensen: die moet je al vroeg laten specialiseren en hun passie laten volgen, zodat ze optimaal presteren in hun creatieve domein. Maar dat is 
maar voor een klein percentage weggelegd, waardoor het banenprobleem niet wordt opgelost. Dan blijft compassie als enige oplossing over. Daarmee bedoel ik compassie in brede zin: in staat zijn een band 
met iemand aan te gaan. Daarbij denk ik aan banen als au pair, leraar, verpleegkundige, sociaal werker en psychiater, waarbij veel menselijke interactie komt kijken.

    ‘Overheden moeten er alles aan doen om het aantal banen in die sector te vergroten. Zelfs al kunnen machines ze nabootsen – denk aan een robot-
verpleegkundige – dan willen mensen ze niet echt. Ik denk dat AI aan dat soort banen kan bijdragen als analytische machine die mensen in staat stelt te doen waar ze het beste in zijn: andere mensen 
aandacht geven. Daarom is die sector waarschijnlijk de enige die groot genoeg is om de verschuiving op de arbeidsmarkt op te vangen. In de komende 15 
tot 25 jaar zijn sociaal ondernemerschap, maatschappelijk verantwoord investeren en vrijwilligerswerk noodzakelijk.

    ‘Als we over tachtig jaar terugkijken, als routine-matige banen zijn overgenomen door machines, kunnen we doen waar we goed in zijn, waar we van houden, dan kunnen we bijvoorbeeld nadenken over de zin van het leven. Maar eerst moeten we door de komende 25 jaar heen, waarin ons een uitdagende transitie staat te wachten.’

    Openingsbeeld: © Getty

    52 insights
    Verenigd Koninkrijk | 52-insights.com

    Opgericht in 2015 vanuit de behoefte om mensen te informeren over fundamentele veranderingen in de wereld door middel van diepgaande discussies. Het format bestaat uit een interview per week met een schrijver, designer, onderzoeker, leider of anderszins innoverende persoon die onze visie op de wereld kan veranderen.

  • Stopt Google terecht zijn samenwerking met het Pentagon?

    Stopt Google terecht zijn samenwerking met het Pentagon?

    Techgigant Google ondersteunt het droneprogramma Project Maven van het Pentagon. Dat strookt niet met de waarden van het bedrijf, vonden veel werknemers. Daarop besloot Google op 1 juni het contract in 2019 niet te verlengen. Een juiste beslissing?

    JA

    Moet multinational Google zijn technologie gebruiken om het militaire overwicht van één land te versterken? Moet het zijn geavanceerde AI-software, zijn onlinediensten en de reusachtige hoeveelheid persoonlijke gegevens die het verzamelt, inzetten bij de ontwikkeling van autonome wapens?

    Onlangs nam ruim een dozijn werknemers ontslag omdat Google het droneprogramma Project Maven van het Pentagon met zijn AI ondersteunt. Dit project moet drones gemakkelijker mensen laten identificeren. Hun stap volgt op een open brief, ondertekend door ruim 3100 Google-werknemers, waarin staat dat Google zich niet met oorlogsvoering moet bezighouden.

    In het Maven-programma van het Amerikaanse leger wordt AI gebruikt om op beelden van surveillancedrones ‘interessante objecten’ te ontdekken, die menselijke analisten dan verder kunnen inspecteren. Niet alleen levert Google hiervoor de AI-technologie, maar ook technici en expertise. Maven is al actief ‘in het Midden-Oosten’ en vanaf volgende zomer wordt de inzet geïntensiveerd. De bedoeling is om er ongerichte surveillancebeelden mee te analyseren die ‘hele steden kunnen bestrijken’.

    Door aan project Maven deel te nemen, ondersteunt Google het mogelijk illegale Amerikaanse droneprogramma en werkt het de immorele praktijk in de hand van door statistiek en algoritmes gedreven liquidaties

    In de berichtgeving over Project Maven wordt vooralsnog de rol van menselijke analisten benadrukt, maar de bedoelingen van de Amerikaanse ministerie van Defensie zijn overduidelijk. De techniek moet het proces van identificatie van doelwitten, waaronder mensen, gaan automatiseren en vervolgens de wapens aansturen om die mee aan te vallen. Volgens Defense One heeft het Pentagon al plannen om zulke beeldanalysesoftware eveneens in de drones zelf in te bouwen, ook in gewapende. Het is dan nog maar een kleine stap naar volledig autonome drones, die zonder menselijk toezicht of menselijke controle mogen doden.

    Zelfs zonder de automatische identificatie van doelwitten was het Amerikaanse droneprogramma al controversieel. Volgens velen waren de gerichte liquidaties in strijd met Amerikaanse en internationale wetgeving. Het ging bij deze liquidaties om ‘personality strikes’ op bekende individuen, wier naam op een dodenlijst voorkwam, en om ‘signature strikes’, gebaseerd op een ‘levenspatroonanalyse’. Bij dit laatste type aanval worden mensen tot doelwit bestempeld louter op basis van hun uiterlijk en hun gedrag op surveillancebeelden. Het gevolg was dat er bij luchtaanvallen niet alleen geregeld omstanders werden gedood, maar dat zelfs sociale bijeenkomsten, zoals huwelijken, soms doelwit werden van een aanval.

    Door aan project Maven deel te nemen, ondersteunt Google het mogelijk illegale Amerikaanse droneprogramma en werkt het de immorele praktijk in de hand van door statistiek en algoritmes gedreven liquidaties. Het multinationale bedrijf Google heeft de handen ineen geslagen met het leger van één bepaald land. Het ontwikkelt een techniek die mogelijk zeer gevaarlijk kan worden voor haar gebruikers en hun buren. Dit is een kritiek moment.

    Auteurs: Lucy Suchman, Lilly Irani, Peter Asaro
    Bron: The Guardian

    Lucy Suchman is hoogleraar wetenschapsantropologie aan Universiteit van Lancaster. Lilly Irani is universitair docent aan de Universiteit van California. Peter Asaro doceert aan de New School in New York.

    1. Lucy Suchman; 2. Christopher M. Kirchoff.
    1. Lucy Suchman; 2. Christopher M. Kirchoff.

    NEE

    Moeten technologen voorkomen dat hun gereedschappen gebruikt worden om oorlog te voeren? Bij Google werd deze vraag woedend met ‘ja’ beantwoord. Ruim drieduizend werknemers ondertekenden een petitie als protest tegen het gebruik van de algoritmes van het bedrijf in Project Maven. Dit is een project waarmee het ministerie van Defensie objecten op videobeelden automatisch wil gaan identificeren.

    Ondanks hun nobele bedoelingen snappen de ondertekenaars niet goed wat technologie is. Evenmin zien ze in hoe belangrijk het leger is voor de economische voorspoed van de VS. Een nauwe relatie tussen Silicon Valley en het Pentagon is zowel goed voor de industrie als voor de nationale veiligheid.

    Op zich valt toe te juichen dat de technici van Google zich openlijk afvragen of de door hun uitgevonden machine learning-algoritmes wel in Project Maven mogen worden toegepast. Het zou morele helderheid scheppen als technologie voor oorlogvoering netjes van andere soorten technologie kon worden gescheiden. Alleen kan dat helaas niet. Silicon Valley voert allang oorlog: de technologieën die het ontwikkelt voor automatisch zoeken, gegevensopslag en patroonherkenning hebben ook militaire toepassingen. De machinaal lerende algoritmes waarmee beelden op het internet worden geclassificeerd kunnen ook gebruikt worden om terroristische activiteiten mee op te sporen. Overheid en industrie wisselen technologie uit; vredelievende technologie wordt ingezet bij oorlogsvoering en andersom.

    De technologie achter Project Maven probeert het aantal onschuldige slachtoffers verder te beperken. Een beslissing van Google om er niet aan mee te werken is dus moreel erg complex

    Toch is de hoop op een verantwoord gebruik van deze techniek niet vervlogen. De controverse omtrent Project Maven leert ons een belangrijke les over wie uiteindelijk de inzet van technologie bepaalt. Google maakt immers deel uit van een democratisch bestel. Uiteindelijk besluiten onze volksvertegenwoordigers over het gebruik van geweld en de ingezette middelen. Beïnvloeden hoe de VS oorlog voeren, kun je via de stembus.

    Ook het Amerikaanse leger functioneert binnen ons democratisch bestel en probeert daarom om met een zo groot mogelijke precisie te vechten. Veel meer dan bij minder democratische grootmachten ligt de focus op het beperken van burgerslachtoffers. De technologie achter Project Maven probeert het aantal onschuldige slachtoffers verder te beperken. Een beslissing van Google om er niet aan mee te werken is dus moreel erg complex.

    De marktwaarde van Apple en Google ligt twee keer zo hoog als de waarde van de gehele Amerikaanse defensie. De enige manier waarop het leger het land kan blijven beschermen en de relatieve vrede kan blijven waarborgen, is door voortdurend de nieuwste technieken toe te passen. Het leger de toegang weigeren tot deze techniek zou op termijn de slagvaardigheid in de weg staan, wat een ramp zou betekenen voor de natie, en voor de wereld.

    Auteur: Christopher M. Kirchhoff
    Bron: The New York Times

    Christopher M. Kirchhoff leidde een Pentagongroep die technologie van start-ups integreerde in militaire missies.

    Vertaler: Valentijn van Dijk

  • Japanse miljardair ‘Masa’ wil de koning van het dataverkeer worden

    Japanse miljardair ‘Masa’ wil de koning van het dataverkeer worden

    Masayoshi Son is de rijkste man van Japan, met belangen in Yahoo, het Chinese Alibaba en robot Pepper. Hij bouwt aan een IT-imperium dat ons dagelijks leven met behulp van kunstmatige intelligentie ingrijpend kan gaan veranderen.

    Begin december 2016 was Masayoshi Son te gast in de Trump Tower in New York. Hij straalde van top tot teen, en ging zo dicht mogelijk naast de kersverse president van de Verenigde Staten staan, die een kop groter was dan hij en die hem voorstelde met de woorden: ‘Dit is Masa van Softbank uit Japan.’ Masa had zojuist aangekondigd 50 miljard dollar te investeren om 50.000 nieuwe banen te scheppen. Masa was een van de grote spelers van de industrie.

    Voor Son, 59 jaar, en grondlegger van het Japanse IT-concern Softbank, was de ontvangst bij Donald Trump de zoveelste stunt in het verhaal van zijn snelle opkomst.
    Daarom verdroeg Son het ook dat velen niet wisten wie hij was. ‘M-a-s-a’ spelde hij zijn bijnaam voor de verslaggevers in de lobby van de Trump Tower. Daarna vertelde hij dat hij de eigenaar was van Sprint, de vierde mobiele telefonieaanbieder in de VS. Onlangs kocht Softbank ook ARM, het Britse hightechconcern dat microchips ontwikkelt die in meer dan 95 procent van alle smartphones ter wereld worden gebruikt. Daarvoor had hij 32 miljard dollar betaald, zei Son. ‘Contant.’

    © Tomohiro Ohsumi / Getty
    © Tomohiro Ohsumi / Getty

    Sons imperium behelst onder veel meer een Franse robotbouwer, een Chinese taxi-app en een Indiase portal voor online shopping. De kern van zijn IT-conglomeraat bestaat uit Softbank, een van de drie grote telecombedrijven van Japan. In het afgelopen boekjaar, dat liep tot eind maart 2017, verdrievoudigde Softbank zijn zuivere winst over het laatste kwartaal tot omgerekend 11,5 miljard euro. En met een privévermogen van meer dan 20 miljard dollar veroverde Son onlangs de eerste plaats op de Forbes-lijst van rijkste Japanners.

    Son wil het grootste IT-imperium van de wereld scheppen en het dagelijks leven van de mensheid met behulp van kunstmatige intelligentie ingrijpend veranderen. Hij hoopt dat de Amerikaanse president een versoepeling zal invoeren van de regels die hem tot dusver verhinderden om bijvoorbeeld ook T-Mobile, de Amerikaanse dochteronderneming van Deutsche Telekom, te kopen en met Sprint te fuseren tot een reuzenspeler in de branche.

    Zijn eerzuchtigste project ontwikkelt hij met Saoedische investeerders: een hightechfonds ter grootte van honderdmiljard dollar, dat Son als de grootste investeerder moet gaan managen. Als potentiële investeringsobjecten wordt gesproken met Intelsat en OneWeb, exploitanten van satellieten. Met hun netwerken zou Son zijn visie voor deze eeuw een flink stuk dichterbij brengen: de controle over een aanzienlijk deel van het wereldwijde dataverkeer, dat mensen en machines steeds nauwer en steeds sneller met elkaar verknoopt. Dan zou Son ook meteen de controle hebben over die grondstof waarmee de kunstmatige intelligentie zich voedt.

    Al over ongeveer drie decennia, profeteert Son, zal kunstmatige intelligentie de gezamenlijke intelligentie van de mensheid overvleugelen. In die computergestuurde sciencefictionwereld, de zogeheten singulariteit, zou de miljardair dan een van de machtigste mensen zijn.

    Zuid-Koreaanse immigrant

    Maar wie is die Son eigenlijk precies? Hoe is zijn ongewoon snelle opkomst te verklaren en wat drijft hem?

    Op Kyushu, het zuidelijkste hoofdeiland van Japan, ligt Tosu. De stad van ongeveer 70.000 inwoners is vooral bekend als spoorwegknooppunt. Vlak naast de belangrijkste spoorlijn groeide Son op in een illegaal gebouwde plankenhut met een dak van golfplaat. Nu is het de parkeerplaats bij een ketenrestaurant. Van de ellende van toen is niets meer te zien.

    Son behoort tot de derde generatie van Zuid-Koreaanse immigranten. Om niet op te vallen in een vaak vijandige omgeving voerde de familie de Japanse naam Yasumoto. Veel hielp het niet. De jongens uit de buurt bekogelden Son met stenen, een keer werd hij tot bloedens toe aan zijn hoofd getroffen.

    Om de familie te voeden stookte de vader illegale jenever en fokte hij varkens. Son, die zelden interviews geeft, vertelde een paar jaar geleden voor personeel dat hij vaak achterop de glibberige handkar hurkte waarmee zijn grootmoeder er dagelijks op uit trok om bij restaurants etensresten voor de varkens op te halen. Son huilde bij zijn toespraak. De vernederingen werken nog door en ondanks zijn successen blijft Son voor veel Japanners een buitenstaander. Op het Japanse internet wemelt het van de hatelijke tirades tegen hem.

    Toen Son vijftien jaar was, werd zijn vader erg ziek. Zijn oudere broer moest van school om geld te verdienen. Son dacht na hoe hij zich nuttig kon maken. Ondanks de weerstand van zijn ouders en leraren ging hij naar de VS, leerde Engels en studeerde. Hij werd tot deze ongewone stap geïnspireerd door een boek over de samoeraiheld Sakamoto Ryoma, die Japan wilde bewapenen tegen de westerse grootmachten. Ook als bedrijfsleider treedt Son in de voetsporen van zijn krijgersidool: in het hoofdkantoor van Softbank in Tokio bewaart hij diens portret en een houten kopie van zijn zwaard.

    Als 19-jarige werd hij diep getroffen door een afbeelding van een microchip. Een beslissende gebeurtenis

    In de Verenigde Staten kwam Son terecht in de ontkiemende IT-revolutie. Aan de universiteit van Berkeley in California leerde hij software ontwikkelen. Onder zijn hoofdkussen, tussen de bladzijden van zijn leerboeken geklemd, bewaarde hij een uitvergrote afbeelding van een van de eerste microchips, die hij bewaakte als een schat. Die had hij uit een tijdschrift gescheurd. Herhaaldelijk vertelde hij hoe de aanblik van dit technische wonderwerk hem had ontroerd en gemotiveerd om te leren.

    Terug in Japan richtte hij in 1981 Softbank op, een groothandel in computerprogramma’s. Daarmee begon hij de wonderbaarlijke expansie van zijn bedrijf. Hij investeerde in start-ups toen nog nauwelijks iemand vermoedde hoe belangrijk die later zouden worden. In 1995 belegde hij in Yahoo. Met het Amerikaanse internetportal richtte hij in 1996 ook een gelokaliseerde versie voor Japan op. Die is voor veel van zijn landgenoten tot op vandaag de belangrijkste zoekmachine.

    Zijn grootste slag sloeg Son drie jaar later met zijn deelname in Alibaba, het toen bijna onbekende Chinese platform voor e-commerce. Toen de oprichter daarvan, Jack Ma, hem zijn businessmodel voorstelde, ging Son meteen akkoord om 30 procent van de aandelen te kopen.

    Tegenwoordig heeft Softbank nog een aandeel van 28 procent in Alibaba, waarvan de beurswaarde is opgelopen tot 310 miljard dollar. Die deelname maakt het grootste deel uit van de bedrijfswaarde van Softbank.


    Son zou allang van zijn rijkdom kunnen genieten, maar zijn eerzucht drijft hem voort. Onvermoeibaar probeert hij Softbank, maar ook heel Japan, klaar te stomen voor de door hemzelf voorspelde toekomst, waarin kunstmatige intelligentie het dagelijks leven vormgeeft.

    Op een vrijdagavond in februari richt Son zich tot de volgende generatie: de ondernemer betreedt het podium in een luxe hotel in Tokio. In de zaal zitten honderden scholieren die online kaarten hebben weten te bemachtigen voor het optreden van de inheemse IT-goeroe.

    Son draagt een grijs jasje en een gestreept hemd met open kraag. Hij spreekt vrijuit en bijna alsof het gedrukt staat. Maar niet over winsten en verliezen. Hij vertelt nog maar eens over zijn beslissende belevenis: hoe diep hij als negentienjarige onder de indruk was van de afbeelding van die microchip. En dan schildert hij het tijdperk van de singulariteit, wanneer de computers zelfstandig zullen leren en de wereld zullen regeren.

    ‘Wat zullen wij mensen dan doen?’ vraagt Son. ‘Asjeblieft,’ roept hij de jongelui toe, ‘daar moeten jullie absoluut over nadenken! Leer niet alleen dingen uit je hoofd!’

    Met een pas opgerichte stichting wil Son getalenteerde jongeren financieel steunen om naar het buitenland te gaan, Engels te leren en computers te programmeren. Zoals hij het zelf ooit deed.

    In Sons woorden klinkt ook bezorgdheid. Hij is bang dat Japan de aansluiting naar de digitale toekomst zal missen. Maar ook dat hij zelf niet de doelen zal bereiken die hij zichzelf in het kader van een levensloop in vijf fasen gesteld heeft.

    Eigenlijk wilde Son zijn imperium binnenkort overdragen aan de volgende generatie. Maar in het afgelopen jaar nam hij afscheid van de manager die hij als zijn opvolger had gekozen. Son liet weten dat hij nog een poosje door wilde gaan.

    Moet robot “Pepper” het platform worden waarmee de mensen in de toekomst communiceren?

    Zo kan hij de wereld misschien nog laten zien waarvoor zijn allegaartje van bedrijven en beleggingen uiteindelijk moet instaan. Voor kunstmatige intelligentie? Maar wat betekent dat concreet, wat is het element dat al die verschillende bedrijfsactiviteiten verbindt – afgezien van Son zelf? Dat is tot op heden niet duidelijk.

    Moet robot ‘Pepper’ bijvoorbeeld het platform worden waarmee de mensen in de toekomst communiceren? Het apparaat ziet eruit als een iPad met een hoofd en armen en kan reageren op menselijke emoties. Pepper moet het wereldwijde handelsmerk van Softbank worden.

    In Japan zijn al tienduizend exemplaren van de robot in gebruik, in Softbankfilialen of banken schudden ze klanten de hand of wijzen hem de weg [ook in Nederland wordt met Pepper geëxperimenteerd, onder andere in Rotterdam, waar hij Peppert heet]. Son steekt veel tijd in het bewaken van de ontwikkeling van de kunstmens, zegt Kenichi Yoshida, de baas van de roboticadochter van Softbank.

    Pepper werd oorspronkelijk ontwikkeld door de Franse firma Aldebaran, waarin Softbank in 2012 een meerderheidsaandeel verwierf. Son heeft Peppers lichte kleur bepaald, bericht Yoshida. Ook het hoge stemgeluid zou Son hebben uitgekozen.

    Voor Son is Pepper geen spelletje. Als de robot wereldwijd in miljoenen bedrijven en huishoudens actief was, zou hij waardevolle data van bedrijfsvoering en huishoudens kunnen verzamelen, want die worden continu naar de cloud verzonden en daar opgeslagen.

    Ongetwijfeld streven ook Amerikaanse giganten als Google & co naar wereldwijde heerschappij over de data – waarin ze vaak veel verder zijn dan Softbank. Dat geldt zelfs voor India, een van de laatste grote groeimarkten: al in 2014 verkondigde Son dat hij tot 2024 tien miljard dollar zou investeren, vooral in de onlinehandel. Maar tegenover marktleider Amazon heeft hij ook daar nauwelijks uitzicht op de zege.

    Even moeizaam verloopt het voor Son op de belangrijke Amerikaanse markt. De dochteronderneming Sprint, die hij voor 22 miljard dollar kocht, verliest klanten en schrijft rode cijfers. Als het Son niet lukt om Sprint door nog meer bedrijfsovernames om te bouwen tot een telecomreus, dan moet hij het bedrijf misschien wel weer verkopen.
    Ook daarom dong hij als een van de eersten naar de gunsten van Donald Trump. ‘De Verenigde Staten zullen weer groot worden,’ zei hij na de ontmoeting in New York.
    Daarmee zou hij in eerste instantie zijn eigen zaken daar wel eens bedoeld kunnen hebben.

    Auteur: Wieland Wagner
    Vertaler: Piet Meeuse

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.