Tag: Lala

  • En toch is het geen politiek speerpunt

    En toch is het geen politiek speerpunt

    Nederland kampt met een ernstig huizentekort. Over hoe dat moet worden opgelost verschillen de politici nogal van mening.

    Om Nederlandse stemmers er voor de verkie- zingen van te overtuigen dat ze het nationale huizentekort van 400.000 huizen kunnen dichten, raakten Nederlandse politici in een biedoorlog verwikkeld. De meesten kunnen maar op één ding focussen: meer bouwen. Maar hoewel ze de behoefte aan meer huizen allemaal inzien, verschillen ze nogal van mening over hoe ze hieraan tegemoet kunnen komen.

    De extreemrechtse anti-immigratiepoliticus Geert Wilders, die vooraan staat in de peilingen, wil alle NPO-gebouwen met de grond gelijk maken om er een woonwijk te plaatsen, GroenLinks-PvdA wil twee vliegvelden in woongebieden veranderen en, in een land waar meer dan een kwart van het grondgebied onder zeeniveau ligt, wil D66 zelfs een nieuwe polder stichten, naast Almere.

    Ambitieuze plannen

    Volgens wethouder Caroline van Brakel (CDA) van de gemeente Veldhoven, waar de huizencrisis extra nijpend is, is het niet nodig om vliegvelden te sluiten of nieuwe eilanden te creëren om het ruimteprobleem op te lossen. ‘We bouwen vierhonderd huizen per jaar, dat was ooit minder dan tweehonderd,’ vertelt Brakel in oktober aan Politico op een bouwterrein tegenover het hoofdkwartier van ASML, het meest waardevolle techbedrijf in Europa en voorloper op het gebied van chipproductiemachines. Er passen best meer huizen in de steden en dorpen, meent ze.

    Van Brakel is wethouder op het gebied van wonen in Veldhoven, een gemeente met snelwegverbinding naar Eindhoven, en heeft ambitieuze plannen om de vier dorpen in een heuse stad te veranderen.

    Er zullen veel huizen tussen de lege bouwplaats en de witte torens van ASML gepropt moeten worden. ‘De rivier maakt zijn herintrede in een groene strook, er komt een sneltrein naar Eindhoven en we bouwen 2800 nieuwe wooneenheden,’ aldus Van Brakel. Veldhoven ligt in een van de snelst groeiende gebieden van Nederland. ASML is het kloppende hart, maar je vindt er ook andere grote techbedrijven, een automotivecampus en een van de drie Nederlandse technische universiteiten in deze regio, die ook wel bekendstaat als de brainport.

    Stikstofvervuiling vanuit de vee-industrie is een probleem waar opeenvolgende regeringen weinig aan hebben weten te veranderen.

    Bijna overal in Nederland heerst een ernstige woningcrisis. In het hele land, dat de op twee na grootste landbouwexporteur ter wereld is – moeten boeren mogelijk worden uitgekocht vanwege een te hoog stikstofgehalte in de lucht. Stikstofvervuiling vanuit de vee-industrie is een probleem waar opeenvolgende regeringen weinig aan hebben weten te veranderen. Het elektriciteitsnetwerk is overbelast, defensie heeft meer ruimte nodig en distributiecentra veranderden het landschap in een ‘blokkendoos’. Nederland is al het dichtst bevolkte land in Europa (op kleine landen zoals Malta na). De bevolking van 18 miljoen mensen zal naar schatting in 2037 de 19 miljoen bereiken en net als in heel Europa oefenen de gerelateerde crises van woongelegenheid en woningprijs druk uit op politici.

    Vastgoedprijzen zijn in de laatste dertig jaar verviervoudigd, terwijl lonen slechts zijn verdubbeld. Uit een recent onderzoek door onderzoeksbedrijf Gallup blijkt dat tevredenheid met de beschikbaarheid van betaalbare huizen tussen 2017 en nu is gekelderd van 65 naar 29 procent. Van de ondervraagden tussen de 15 en 29 jaar was slechts 14 procent tevreden. Mensen die net boven het minimumloon verdienen en op zoek zijn naar een huis, kunnen zich geen koopwoning veroorloven, maar verdienen tegelijk te veel om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning, terwijl die in Nederland het grootste deel van de huurmarkt uitmaken.

    Net als in de rest van Europa stijgt het aandeel aan eenpersoonshuizen. Ouderen worden gedwongen om zo lang mogelijk alleen te blijven wonen vanwege de hoge kosten van verzorgingshuizen, waardoor kwalitatief goede woningen langer bezet blijven. Ten slotte wordt het probleem verergerd door lakse regels die investeerders vrij baan geven om op de woningmarkt te speculeren. De problemen zijn zo vergevorderd dat een simpele oplossing niet langer volstaan. En toch heeft ‘geen enkele partij [huisvesting] als voornaamste speerpunt’, aldus Asher van der Schelde, senior onderzoeker bij Ipsos. ‘Ze zeggen allemaal ongeveer hetzelfde, namelijk: we moeten veel meer huizen bouwen.’

    Inbreiden

    Een van de kopers van een appartement tegenover ASML, een vierentwintigjarige projectmanager bij een bedrijf, genaamd Bart, zegt dat hij liever op een wachtlijst van twee jaar voor een nieuw huis staat dan dat hij een te duur huis koopt dat aan verbouwing toe is.

    ‘De huur is hier erg hoog en alles lijkt vol te zijn. Toch moeten de meeste mensen nu iets vinden, zodat ze niet op nieuwe projecten kunnen wachten,’ aldus Bart, die zijn achternaam liever niet vermeldt.
    Veldhoven heeft geen treinstation, waardoor er een heleboel verkeersdrukte is rondom ASML. Van Brakel vertelt dat de gemeente steun ontvangt vanuit Den Haag om een buslijn naar Eindhoven aan te leggen. Maar om die buslijn te bewerkstelligen zullen kleine en middelgrote bedrijven moeten wijken.
    Deze maatregelen passen in het kader van het oude Nederlandse gebruik van het ‘inbreiden’ (in plaats van uitbreiden) van stadsgrenzen om niet te hoeven bouwen in zeldzame groene gebieden. ‘We moeten het landelijke mozaïek beschermen,’ aldus Van Brakel. ‘Een aantal grote steden en voor de rest kleinere plaatsen en groen tussen de dorpen.’

    De bouw van de nieuwe appartementencomplexen in Veldhoven is pas net begonnen – zeven jaar nadat de eerste vergunningen zijn aangevraagd. In de tussentijd vonden vier landelijke verkiezingen plaats [2017, 2021, 2023 en 2025]. Het huizentekort is in die tijd alleen maar gegroeid en de huizenprijzen stegen in 2021 als nooit tevoren.

    Als er elke twee jaar verkiezingen zijn is er minder reden voor politici om plannen op de lange termijn te maken.

    ‘De politiek kan de technologie en de economie tegenwoordig nauwelijks bijbenen,’ vertelt professor filosofie Bart Zantvoort van de Universiteit van Leiden. Als er elke twee jaar verkiezingen zijn is er minder tijd om beleid te veranderen en minder reden voor politici om plannen op de lange termijn te maken. ‘Burgers hebben vaak moeite met de inherente traagheid van de democratische politiek, met meer ontevredenheid tot gevolg,’ aldus Zandvoort. Volgens hem verklaart dit ook waarom veel Wilders-stemmers de politicus nog altijd steunen, ondanks het feit dat hij de coalitie deze zomer heeft laten instorten.

    Andere partijen gebruiken bij gebrek aan beter Wilders-achtige tactieken, zoals de sloop van vliegvelden of landbouwgrond om woningen te bouwen. ‘Op dit moment hebben alle varkens in Nederland een dak boven het hoofd, terwijl een student of een starter nog niet eens een bezemkast kan vinden,’ aldus D66-leider Rob Jetten in een recent debat.

    ‘Het is momenteel nagenoeg onmogelijk om een politieke beweging te beginnen die op een brede consensus berust,’ zegt Zandvoort. Hij legt een verband tussen het prikkelbare politieke klimaat en de toenemende sociale polarisatie die het ‘geven en nemen’, dat ooit het Nederlandse poldermodel karakteriseerde, ondermijnt – niet alleen in Nederland, maar in democratieën door heel Europa. Ondertussen vertelt Bart uit Veldhoven dat hij zijn toekomstige appartement heeft gekocht via een zogenoemde Duokoop-constructie: hij koopt de woning zelf en betaalt daarnaast een bescheiden maandelijkse huur voor de grond. ‘Dat schrikt investeerders af en zorgt er voor dat niet alles binnen een paar dagen is weggekocht.’

  • Tegelwippen: goed voor de grond, de buurt en de stad

    Tegelwippen: goed voor de grond, de buurt en de stad

    In Nederland zijn steeds meer gemeentes begonnen met ‘tegelwippen’, waarbij trottoirs of parkeerplaatsen worden opengebroken en beplant. De nieuwe bloemenperkjes staan leuk, maken een buurt hechter en verduurzamen bovenal de stad.

    Onopvallende huizen en grijze stoeptegels tekenen de buurt rond de Katendrechtse Lagedijk, een straat in het Rotterdamse stadsdeel Charlois. Hier en daar staan er voor de variatie wat bomen, maar hun voortbestaan is niet zeker. In de zomer warmt de straat snel op en bij zware regenval stroomt hij vaak over. ‘Vanavond zal het er hier heel anders uitzien,’ zegt Boris Stein. Het is zaterdagochtend, hij is net uit bed en draagt een bordeauxrode joggingbroek. In zijn ene hand heeft hij een kop koffie en een sjekkie, met de andere begroet hij Raymond Landegent, die net zijn werkbroek heeft aangetrokken. Op de stoep staan kruiwagens met scheppen, een aanhangwagen vol planten en grote zakken tuinaarde. Stein en Landegent gaan deze stoep met wat hulp van de buren volledig omtoveren. Het plan is om honderd meter aan tegels eruit te halen en te vervangen door bloemperkjes.

    Regenwater

    Nederlanders planten de laatste jaren wel vaker bloemen in een opgebroken stoepje om oververhitting en overstroming tegen te gaan. De overheid gedoogt dit zogeheten ’tegelwippen’ niet alleen, het steunt het zelfs. Tegelwippen gaat niet alleen om een mooier straatbeeld. De klimaatcrisis brengt steeds meer warmte, droogte en zware regenbuien met zich mee, en daar is een betonnen stadsomgeving niet op gebouwd. Gebouwen en verharde oppervlakken warmen op, waardoor de warmte alleen maar verder toeneemt. Tegelijkertijd wordt er steeds meer grond bedekt en komt er dus minder regenwater in de bodem. Er komen steeds meer huizen bij en daarmee meer parkeerplaatsen, wegen, winkelcentra, vliegvelden en bedrijfspanden. Volgens het Europees Milieuagentschap is in de EU van 2000 tot 2018 ongeveer 1,6 miljoen hectare aan grond met tegels of beton bedekt; dat staat gelijk aan ruim twee keer grootstedelijk Londen. Hoewel de jaarlijkse toename enigszins afneemt, komt er per jaar nog steeds zo’n 70 duizend hectare aan bedekte grond bij. In Azië stijgt het nog harder en in Noord-Amerika is de hoeveelheid grond die door waterdicht materiaal wordt bedekt tussen 1985 en 2020 bijna verdubbeld. Hoe meer een stad geplaveid wordt, des te groter de behoefte aan verkoeling en plekken die regenwater doorlaten. Dus nemen Nederlanders het heft in eigen hand. Nederland is de afgelopen vijf jaar in de ban geraakt van het tegelwippen. Het doel is om zo veel mogelijk plekken open te breken: voor- en achtertuinen, schoolpleinen, parkeerplaatsen en stoepen zoals aan de Katendrechtse Lagedijk.

    Landegent pakt een beitel om de eerste tegel eruit te wippen. ‘Geef me die schep eens, daarmee gaat het beter,’ zegt hij tegen Stein. Dan komt de tegel los. Met wat gesteun tilt hij hem op en hij legt hem naast zich neer. ‘De eerste stoeptegel is altijd een speciaal moment,’ glimlacht hij. Er komen langzaamaan steeds meer mensen opdagen. Buren komen met het hele gezin het huis uit om een handje te helpen, onder wie twee jonge mannen die onlangs in de straat zijn komen wonen. Met handen zwart van de tuinaarde doen ze een graai in de zak stroopwafels – niemand die het deert. Buren die op weg zijn naar de supermarkt maken een praatje of nemen een foto. Een vriend komt aanrijden op een bakfiets met ingebouwde speaker; door de luide reggaemuziek begint het steeds meer op een feestje te lijken. De groep begint steeds kleurrijker te worden. Charlois is een immigrantenwijk, getuige de Poolse supermarkten, kebabzaken en Turkse bruidswinkels. ‘We zijn van deur tot deur gegaan om te vragen of mensen mee wilden doen, en we kregen heel veel positieve reacties,’ vertelt projectmanager Bjefke Bonnema, terwijl ze het zweet van haar voorhoofd veegt. Ze draagt een vintage trainingsjack en laarzen met luipaardprint. ‘Het is fijn om de handen eens uit de mouwen te steken, om een verschil te maken.’

    Tegeltaxi

    De stapels stoeptegels langs de straat worden steeds hoger. De gemeente komt ze gratis ophalen met de zogeheten Tegeltaxi. Tuineigenaren, maar ook organisaties en buurtgroepen kunnen deze taxi bestellen. ‘Je hoeft alleen maar te bellen of een mailtje te sturen,’ zegt Landegent. Hij is de stadsvertegenwoordiger van het tegelwipproject en helpt vrijwilligers campagnes op te starten en op kosten van de gemeente tuingereedschap, pootaarde en planten aan te vragen. Bewoners kunnen hem om hulp vragen bij het tegelwippen, maar dat is niet verplicht. In Nederland mag een bewoner de tegels tot vijftig centimeter van zijn huis zelf uit de stoep halen, zonder dat daarvoor een vergunning nodig is. ‘We willen dat zo veel mogelijk mensen hun verantwoordelijkheid nemen om onze steden groener te maken, en beter bestand tegen de klimaatcrisis,’ zegt Landegent, terwijl hij een glasvezelkabel oprolt die onder de tegels lag. Hij zegt dat ze de kabel later weer zullen terugleggen. Moet de provider hier niet toestemming voor geven, of een installateur sturen om toezicht te houden? Moet de huiseigenaar niet op zijn minst worden ingelicht? Landegent schudt lachend zijn hoofd. Landegents werkgever, de gemeente Rotterdam, is een van de ruim tweehonderd Nederlandse gemeentes die het tegelwippen hebben ingevoerd.

    Het idee komt oorspronkelijk van creatief conceptbureau Frank Lee uit Amsterdam. ‘Wij hebben het ooit tijdens een brainstormsessie bedacht,’ vertelt medeoprichter Eva Braaksma. ‘Het gebeurde allemaal tijdens de coronapandemie. Mensen waren opeens veel meer thuis, en dus ook vaker in de tuin.’ Ook waren er geen voetbalwedstrijden meer. Waarom zouden steden het dan niet tegen elkaar opnemen in een NK tegelwippen? Frank Lee organiseert deze wedstrijd nu met steun van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat; op lokaal niveau is er vaak hulp van de deelnemende gemeentes. Volgens Frank Lee zijn er sinds 2020 al bijna dertien miljoen tegels gewipt; dat is ongeveer 1.175.825 vierkante meter, oftewel 235 voetbalvelden. Alleen al vorig jaar werden er ruim vijf miljoen tegels verwijderd, ongeveer honderd voetbalvelden. Verwijderd asfalt of beton telt ook mee; het tevoorschijn gekomen oppervlak wordt dan omgerekend in tegels.

    ‘Ze noemen het een probleemwijk,’ zegt ze, ‘maar kijk eens hoe iedereen hier samenwerkt’

    In Rotterdam werden er vorig jaar 250 duizend tegels verwijderd, iets wat nooit mogelijk was geweest zonder mensen zoals Cato de Beer en haar buren. Met haar roodblonde haar weggestopt onder een vaal petje kijkt ze in de Moerkerkestraat tevreden toe hoe haar buren in de weer zijn. Vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw woonden hier voornamelijk havenarbeiders. Vandaag de dag wonen er, net als aan de Katendrechtse Lagedijk, vijf minuten lopen hiervandaan, mensen van allerlei afkomsten. Ook hier heerst een feeststemming. ‘Dit is de tweede keer dat we dit doen dit jaar, de eerste keer was tijdens de zomer,’ zegt cultureel manager De Beer. Het tegelwippen heeft een heleboel teweeggebracht in de buurt. ‘Ik heb mijn buren veel beter leren kennen,’ zegt De Beer, die hier een half jaar geleden is komen wonen. Miriam Watson, een vrouw met dreadlocks en een lichtgroene trui, knikt instemmend terwijl ze de planten water geeft. Ze woont hier nu al een tijdje. ‘Ze noemen het een probleemwijk,’ zegt ze, ‘maar kijk eens hoe iedereen hier samenwerkt.’

    Geen wonder dus, dat dit fenomeen nu ook door buurlanden wordt overgenomen. Onlangs is het de grens overgestoken naar Duitsland. ‘Wij wilden ook tegelwippen,’ zegt Susanne Dickel tijdens een rondleiding langs de pleinen van Düsseldorf. Met haar initiatief Platzgrün! heeft ze in samenwerking met de gemeente een aantal pleinen opgebroken, herontworpen en beplant. Waar ooit verwaarloosde stukken grond, parkeerplaatsen en hondenveldjes waren, vind je nu gras- en bloemperkjes, bankjes en zelfs jeu-de-boulesbanen. De stad zorgde voor tuingereedschap, potaarde en planten, en Platzgrün! regelde vrijwilligers voor de uitvoering. Tegelwippen staat nu in zes wijken van de stad op de agenda, en ook Hamburg is geïnteresseerd. ‘Ik hoop dat het in Duitsland een soort anarchistische, democratische massabeweging wordt, net als in Nederland,’ zegt Dickel.

  • Leuven zet in op ‘urban mining’ voor een circulaire toekomst

    Leuven zet in op ‘urban mining’ voor een circulaire toekomst

    De historische Belgische stad Leuven wil klimaatneutraal worden en heeft de manier waarop gebouwen worden gebouwd en afgebroken daarom radicaal vernieuwd.

    De vader van Kelly Sempels was bouwvakker, de meeste van haar vijf broers waren bouwvakker en zelf was ze eerder ook bouwvakker. Nu oefent ze, na een loopbaan als dakdekker en metselaar, een nieuw beroep uit: ‘urban mining’. Zij en de zes andere leden van haar team kleden zich nog steeds als bouwvakkers, maar hun focus ligt nu eerder bij sloop dan bij bouw. ‘Ik vind het heerlijk om ­tijdens mijn werk nieuwe dingen te leren,’ zegt de 43-jarige Sempels, wijzend naar een stapel laminaatvloer­tegels in de hoek van het rijtjeshuis in de Leuvense deelgemeente Kessel-Lo dat ze helpt strippen. ‘Bijvoorbeeld hoe je houten vloeren er heelhuids uit kan krijgen.’

    Sempels is een van de honderden werknemers en vrijwilligers in de historische Belgische stad Leuven die betrokken zijn bij een project om de hoeveelheid afval te verminderen en een ‘circulaire economie’ van de grond te krijgen. Het plan, dat in de officiële strategie van de stad – ‘Leuven Circulair’ – in 28 actiepunten is samengevat, heeft als doel het materiaalverbruik te verminderen en mensen ‘bewuster te maken van de grenzen van de planeet’.

    Drijvende kracht achter het idee is Thomas Van Oppens, lid van de Belgische partij Groen en schepen Klimaat en Duurzaamheid van de stad. In zijn kantoor, dat over een golvende zee van daken uitzicht biedt op het historische centrum van de stad, schetst Van Oppens een gloedvolle toekomst voor Leuven waarin alles, variërend van keukenafval tot restwarmte van fabrieken, verzameld, gerecycled en eindeloos hergebruikt zal worden. Zijn mantra luidt: ‘Wat de stad binnenkomt, blijft in de stad.’

    Nuchter

    Aan het ecologisch getinte optimisme ligt het nuchtere besef ten grondslag dat de circulaire ambities van de stad een pragmatische basis vereisen. Vandaar het besluit om in eerste instantie prioriteit te geven aan de bebouwde ruimte van de stad. ‘Wij hebben als stad de ambitie om in 2050 CO2-neutraal te zijn,’ zegt Van Oppens. ‘En als je puur naar de klimaatimpact kijkt, spelen gebouwen daarbij een zeer grote rol.’ Volgens de Europese Commissie wordt in de EU zo’n 40 procent van de energie in gebouwen verbruikt en is meer dan een derde van de energiegerelateerde broeikasgasemissies ook afkomstig van gebouwen.

    Voordat Sempels en haar urban mining-team ten tonele verschijnen met hun moersleutels, ijzerzagen en koevoeten, is er al uitvoerig onderzoek verricht. In nauwe samenwerking met architecten en ontwikkelaars bepaalt de afdeling stadsplanning welke panden gesloopt moeten worden en wordt er geïnventariseerd wat daaruit te redden valt.

    De Europese Commissie heeft verschillende pilots gefinancierd om met behulp van 3D-scanners en andere digitale tovermiddelen vast te stellen welke materialen herbruikbaar zijn, maar voorlopig komt het in feite nog neer op een vluchtige inspectie door recycling-experts. In Leuven wordt dat gedaan door de Materialenbank, een non-­profitorganisatie die de recycling en wederverkoop stimuleert van bouwafval dat anders op de vuilstort zou belanden.

    In de circulaire plannen van Leuven is het ‘hergebruik’ van mensen net zo belangrijk als dat van materialen

    In de circulaire plannen van Leuven is het ‘hergebruik’ van mensen net zo belangrijk als dat van materialen. In heel België bestaan initiatieven om een ‘sociale economie’ te ontwikkelen waarin mensen belangrijker zijn dan winst. Sempels heeft van deze aanpak geprofiteerd: ze kreeg haar baan na een lange periode van werkloosheid, net als de andere Belg in haar team. De vijf andere leden komen uit Irak, Palestina, Ethiopië, Mali en de Kaukasus.

    Ze zijn allemaal in dienst van Wonen en Werken, een sociale onderneming die allerlei publieke diensten levert, zoals park- en tuinonderhoud, schoonmaak en renovatie. Er werken ongeveer tweehonderd mensen, allemaal tegen een minimumloon of iets daarboven, dat deels wordt gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. ‘Meestal werken we met laagopgeleide mensen die al lang werkloos zijn en buiten het werk nog veel andere problemen hebben, maar zeker niet kansloos zijn,’ zegt Patrick Wauters, coördinator bij Wonen en Werken.

    Wisselwerking

    Een soortgelijke wisselwerking tussen sociale en milieudoelstellingen voltrekt zich in het pakhuis aan de rand van de stad waarin de Materialenbank is gevestigd. Het hangarachtige onderkomen biedt genoeg ruimte voor de schoonmaak en opslag van het sloopmateriaal, maar ook voor werkplaatsen waar lokale ambachtslieden en ondernemers de geredde materialen tot nieuwe producten kunnen verwerken. Een van die ondernemers is Bram de Ridder, een 22-jarige klimfanaat die bezig is met het opzetten van een micro-onderneming die van resthout voetensteunen en handgrepen voor klimwanden produceert. Sinds een vriend hem over de Materialenbank vertelde, komt hij er regelmatig over de vloer om zich verder in het vak te bekwamen voor de opstart van zijn bedrijf. ‘Vroeger gebruikte ik oud hout dat mijn vader nog had liggen of struinde ik vuilnisbakken af op zoek naar oude meubels, maar nu kom ik hier. Ik mag de apparatuur hier gebruiken en materiaal dat anders heel duur zou zijn,’ zegt hij.

    De Materialenbank wil echter vooral een bemiddelaar zijn tussen de leveranciers van Leuvens bouwafval en projectontwikkelaars en bouwers. In de drie jaar van zijn bestaan is de jaarlijkse inzameling meer dan verdrievoudigd, van 20 tot meer dan 250 ton, zodat er naar een grotere locatie moet worden gezocht, zegt coördinator August Smessaert: ‘Het is hier moeilijk bereikbaar voor vrachtwagens met een zware lading en de ingangen zijn niet al te hoog. Mogelijk zamelen we tegen 2030 meer dan 5000 ton in.’

    Eén oplossing is om niet alles naar het pakhuis te brengen, maar de kopers zover te krijgen dat ze het materiaal rechtstreeks ophalen waar het ‘gedolven’ wordt. Bij bakstenen, ijzer en staal, waarvoor al een tweedehandsmarkt bestaat, is dat volgens Smessaert betrekkelijk eenvoudig, maar bij ander materiaal waarvoor meer herstelwerk nodig is of waarvan de nieuwprijs even laag of zelfs nog lager is, ligt dat moeilijker. Daarom geeft de Materialenbank de voorkeur aan het inzamelen van hout, omdat de vraag daarnaar groot is en de marge redelijk. Toch is het niet eenvoudig om kopers te vinden, zegt Smessaert. Bouwbedrijven staan niet alleen wantrouwig tegenover nieuwe ideeën, zegt hij, maar hechten ook aan de zekerheid die nieuwkoop biedt. Bij gerecycled materiaal is nogal eens sprake van onregelmatige aanvoer en variabele volumes en kwaliteit.

    Wat is er nodig om Van Oppens utopie van een volledig circulaire toekomst waar te maken? Strengere wetgeving zou helpen

    Om de situatie te verbeteren heeft de gemeenteraad van Leuven een overeenkomst gesloten met de drie grootste instellingen van de stad: de zeshonderd jaar oude KU Leuven, de Universitaire Ziekenhuizen (het grootste ziekenhuiscomplex van België) en Imec, het onderzoekscentrum voor halfgeleiders. Dit drietal heeft zich ertoe verbonden niet alleen afvalmateriaal aan de Materialenbank te leveren, maar ook gerecyclede items te gebruiken bij toekomstige bouw- en renovatieprojecten. Dus toen de faculteit Geneeskunde in het universitair ziekenhuis besloot tot de inrichting van een ‘chill-outzone’ voor studenten en de bouw van een aparte administratieve afdeling, zocht het eerst op de hergebruikmarkt, met als resultaat twee onlangs voltooide faciliteiten die grotendeels zijn opgetrokken uit materialen die waren bestemd voor de vuilstort.

    Hoewel de diverse circulaire bouwinitiatieven in Leuven veel potentieel hebben, zijn de meeste in feite pilotprojecten. Wat zal er dan nodig zijn om Van Oppens utopie van een volledig circulaire toekomst waar te maken? Strengere wetgeving zou helpen. De door de Europese Commissie voorgestelde wetgeving inzake een circulaire economie zou alle bouwers tot hergebruik kunnen verplichten. En andere Europese steden hebben al eigen circulaire eisen geformuleerd. Zo moet in Zürich in alle openbare nieuwbouw minstens 25 procent gerecycled beton of een soort­gelijke toeslagstof worden gebruikt.

    Mentaliteitsverandering

    Wil urban mining echt van de grond komen, dan is er bij alle inwoners van een stad een mentaliteitsverandering nodig, niet alleen bij de bouwers. De natuurlijke neiging om oude spullen weg te gooien zal plaats moeten maken voor het zoeken naar andere toepassingen voor die spullen, zegt ingenieur Kobe Vaes, die werkt als coördinator bij de Maakleerplek, een multifunctioneel centrum dat zich toelegt op reparatie en hergebruik. Het centrum ligt in de schaduw van twee voormalige graansilo’s van bierbrouwer Stella Artois.

    Het hart van de Maakleerplek wordt gevormd door een grote makersruimte vol 3D-printers, draaibanken, persen en andere apparatuur, plus rekken met timmergereedschap en dozen met resten plexiglas, multiplex en repen stof. Te midden van deze georganiseerde chaos tref je sleutelhangers, telefoonhoesjes, kaasplanken en handwerkproducten aan van de honderden schoolkinderen die het centrum regelmatig bezoeken. ‘’s Zomers gaan we elke week met kinderen kanoën op het kanaal om plastic afval te verzamelen, dat we hier in de werkplaats verwerken,’ zegt Vaes.

    In het binnenkort te slopen rijtjeshuis in Kessel-Lo is ook Sempels heilig overtuigd van de mogelijkheden die een circulaire aanpak van afval biedt. Ze pakt haar telefoon en toont trots een paar foto’s van een nieuwe door de gemeente geïnstalleerde vuilnisbakkenstalling op straat. Die is gemaakt van houten planken die ze heeft ­helpen redden, zegt ze. ‘Ik word blij als ik zie wat er met het materiaal gedaan wordt,’ voegt ze eraan toe. ‘Het is een prachtige stalling geworden, vind je ook niet?’ 

  • Zie het Lam Gods, maar waar is het?

    Zie het Lam Gods, maar waar is het?

    Het is het grootste mysterie in de geschiedenis van de Belgische kunst: waar is het in 1934 gestolen paneel van het Lam Gods verborgen? Bestaat het nog? Vlaanderen wil al jaren de ontknoping van dit detectiveverhaal weten.

    Iedereen wil het Lam Gods zien. De Franse revolutionairen en de hertog van Wellington, Hitler en Eisenhower, Jules Michelet en Albert Camus, koning Frederik III van Pruisen en zijn collega Jozef II uit het Heilige Roomse Rijk. Door de kunst en de geschiedenis is het altaarstuk, dat in opdracht werd gemaakt voor de kathedraal van Gent (waar het in gerestaureerde staat te bewonderen is), een van de beroemdste kunstwerken ter wereld.

    Deze 3,75 meter hoge polyptiek, bestaande uit vier vaste panelen en twintig beweegbare luiken, werd tussen 1424 en 1432 gemaakt door Hubert Van Eyck en zijn jongere broer Jan Van Eyck. Het Lam Gods is een meesterwerk van de westerse kunst vanwege zijn harmonie, ontwerp, voorstelling, lichtval en uitvoering, schreef historicus Jules Michelet erover. De jongste van de gebroeders Van Eyck, die de olieverftechniek perfectioneerde, voegde veel details toe, zelfs de maankraters op de maan, en bracht de mensen, dieren, bomen en bloemen die op dit altaarstuk rond Christus (het Lam) zijn afgebeeld tot leven. Het Lam offert zijn leven, gesymboliseerd door zijn bloed, en ziet hoe engelen, heiligen, geestelijken en notabelen naar hem toe komen om hem te aanbidden.

    Mysterie

    Behalve schoonheid bevat het werk ook veel mysterie. In de lucht boven de stad zijn bijvoorbeeld gezichten van mensen onderscheiden. Maar wie zijn het? Tijdens de restauratie werd op de kop van het lam een tweede paar oren ontdekt. Deze zouden het eerste paar in de zestiende eeuw hebben vervangen. Maar waarom?

    Historici wijzen ook op het voortdurende rondzwerven van het altaarstuk. In 1566 namen de calvinisten de macht over in Gent. Beeldenstormers wilden het werk van Jan Van Eyck vernietigen. Maar het werd op het laatste moment door de katholieken verborgen. Twee eeuwen later liet de burgemeester van Gent op verzoek van Jozef II de twee eikenhouten schilderijen met de afbeeldingen van Adam en Eva verwijderen, omdat de keizer deze te naakt vond. In 1794 brachten de revolutionairen het veelluik naar het Louvre, waarna Wellington het in 1816 persoonlijk terugbracht naar Gent. Via de ene verkoop na de andere belandde een deel ervan vervolgens in handen van de Pruisische koning Frederik III en daarna kwam het terecht in het Bode-Museum in Berlijn.

    Het is zo vaak rondgegaan dat het Lam Gods door de eeuwen heen het meest gestolen, verspreide en getransporteerde schilderij ter wereld is geworden. En het gaat niet alleen om oude geschiedenis. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de overgebleven delen in Gent ingemetseld en in 1918 werden de overige panelen in Berlijn teruggevonden. De nazi’s namen het werk in beslag in 1940 en verstopten het in de zoutmijn van Altaussee in Oostenrijk. Toen de de nazi’s de zoutmijn vier jaar later wilden laten ontploffen, werd het altaarstuk gered door de Monuments Men, opgericht door de Amerikaanse generaal Eisenhower.

    De bisschop van Gent ontving een brief waarin om losgeld van een miljoen Belgische frank werd gevraagd

    In 1940 hadden de Duitsers echter niet op het gehele altaarstuk de hand kunnen leggen. Er ontbrak een paneel, dat tot op heden mist. Toen kerkdienaar Van Volsem op 11 april 1934 de Sint-Baafskathedraal in Gent opende, ontdekte hij dat er twee panelen waren gestolen: het paneel met de afbeelding van de Rechtvaardige Rechters [binnenkant] en het paneel met de afbeelding van Johannes de Doper [buitenkant].

    De politie had weinig aanknopingspunten. Op de laatste dag van dezelfde maand ontving de bisschop van Gent echter een brief waarin om losgeld van een miljoen Belgische frank werd gevraagd, ondertekend met de initialen D.U.A. De bisschop ging het gesprek aan en D.U.A. stuurde hem vervolgens een ticket voor een bagagedepot toe van het station Brussel-Noord. Ter plaatse overhandigde de medewerker van het bagagedepot een groot rechthoekig pakket aan de politie, waarin het paneel van Johannes de Doper zat. D.U.A. was dus geen oplichter. Maar toen de medewerker gevraagd werd naar het uiterlijk van de persoon die het pakket had achtergelaten, wist hij zich weinig te herinneren; hij omschreef hem als een man van in de vijftig met een sikje. Dat was alles.

    Nadat het eerste paneel was overhandigd, besloot de politie een stap verder te gaan en bood aan om op 14 juni via een tussenpersoon in Antwerpen het losgeld te betalen om het tweede paneel terug te krijgen. Ze stopten echter slechts vijfentwintigduizend frank in de envelop. De dief, woedend, overhandigde de Rechtvaardige Rechters niet en het onderzoek liep vast.

    Zijn geheim

    Eind november 1934, tijdens een politieke bijeenkomst in Dendermonde vond een van de vreemdste feiten uit de hele zaak plaats. Nadat een man genaamd Arsène Goedertier een toespraak had gehouden, kreeg hij een hartaanval. Deze voormalige kerkdienaar en betrouwbare bankier uit Wetteren gaf op zijn sterfbed toe dat hij de enige was die wist waar het paneel met de Rechtvaardige Rechters zich bevond. Hij sprak de woorden ‘in mijn kantoor, sleutel, kast, map ziekenfonds…’, blies zijn laatste adem uit en nam zijn geheim mee het graf in. In de hoop meer te weten te komen ging men op zoek naar de bewuste map in Goedertiers kantoor. Er zat een envelop in met kopieën van de dertien losgeldbrieven, maar nergens was ook maar een spoor van het schilderij te bekennen…

    In 1939 verklaarde de rechtbank Arsène Goedertier als de dief van de schilderijen, maar het laatste woord was hierover nog niet gezegd. Zoals dat gaat, doen sindsdien allerlei theorieën de ronde. Er werd bijvoorbeeld beweerd dat het schilderij zich bevond in de grafkelder van Koning Albert I, die in februari 1934 was overleden. In 2018 kwamen sommigen met het idee dat er zich onder de Kalandebergstraat, een winkelstraat in Gent, een kleine tunnel bevond. Maar er zijn geen doorslaggevende bewijzen. In 1941 werd een bestelling geplaatst bij een kopiist, die het schilderij reproduceerde en een van de Rechtvaardige Rechters afbeeldde in de gedaante van koning Leopold III. Albert Camus laat een van de personages in zijn roman De val het originele paneel in een kledingkast verstoppen.

    Het verhaal eindigt hier niet. Caroline Dewitte, magistraat bij het parket van Gent en al twintig jaar verantwoordelijk voor de zaak van de Rechtvaardige Rechters, bevestigt dat er in oktober 2024 opnieuw een huiszoeking werd uitgevoerd in Oost-Vlaanderen. ‘Er waren wel degelijk aanwijzingen,’ benadrukt ze, ‘maar het schilderij is niet gevonden. Het Openbaar Ministerie doet altijd onderzoek als er geloofwaardige informatie binnenkomt. We willen geen deuren sluiten, enerzijds omdat het een belangrijk werk is en anderzijds om in toekomstig onderzoek duidelijk te kunnen maken dat een locatie al is gecontroleerd.’

    ‘Gemiddeld zijn er per jaar twee of drie sporen om te onderzoeken’

    ‘We hopen het nog steeds te vinden,’ zegt ze. ‘Er is geen bewijs dat suggereert dat het vernietigd is.’ Hoewel er bij het parket van Gent geen actief onderzoek loopt naar de zaak van de Rechtvaardige Rechters neemt het natrekken van aanwijzingen die door burgers of amateurspeurders worden doorgegeven ongeveer vijf procent van de werktijd van de magistraat in beslag. ‘Gemiddeld zijn er per jaar twee of drie sporen om te onderzoeken. Ik ben niet alleen. Er zijn twee agenten van de federale politie in Gent die ervaring hebben en meewerken aan het dossier.’

    De zaak is in Gent nog steeds springlevend. Naar aanleiding van de recente berichten over de huiszoeking in oktober heeft Dewitte nadere informatie ontvangen.

    In zijn invloedrijke werk The Story of Art beschrijft Ernst Hans Gombrich het ‘onvermoeibare geduld’ van Jan Van Eyck, waarbij hij detail na detail toevoegde om ervoor te zorgen dat zijn schilderijen de wereld om hem heen weerspiegelden. Dit is wat de Vlaamse schilderkunst onderscheidt van de Italiaanse. Op het Italiaanse schiereiland schilderden Brunelleschi en zijn collega’s – die de olieverfschilderkunst nog niet onder de knie hadden – de werkelijkheid na door middel van lijnen en perspectieven in plaats van minuscule details. Wie weet zal de opeenstapeling van aanwijzingen, details, verhoren, huiszoekingen en het onvermoeibare geduld van magistraten ons, in de geest van Jan Van Eyck, op een dag weer naar de Rechtvaardige Rechters leiden. 

  • Mark Rutte, ofwel de Trump-fluisteraar

    Mark Rutte, ofwel de Trump-fluisteraar

    Mark Rutte wordt secretaris-generaal van de NAVO, ook al is niet iedereen het daarmee eens. Die Zeit-redacteur Jörg Lau denkt dat de antiaanbaklaag van de voormalige Nederlandse premier van pas zal komen bij de grootste dreiging voor het bondgenootschap: Donald Trump.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week vond in Den Haag de NAVO-top plaats, de eerste top onder leiding van Mark Rutte. De gebeurtenis kwam uitgebreid aan de orde in talkshows en de media, waarbij de aandacht vooral uitging naar de vleiende opmerkingen die Rutte over Donald Trump maakte. Zo lekte een appje uit waarin hij Trump prees om de aanvallen op Iran en noemde hij hem liefkozend ‘daddy’. De een vond het smakeloos en stuitend, de ander zag hierin een slimme tactische zet.
    Je kunt je afvragen of Rutte secretaris-generaal van de NAVO zou zijn geworden als hij niet bekendstond als degene die weet hoe je met Trump moet omgaan. Volgens dit artikel van Die Zeit van vorig jaar zou deze kwaliteit van hem weleens precies kunnen zijn wat de NAVO nodig heeft.

    Er zijn maar weinig landen waar je zulke sympathieke beelden kunt verwachten van een vreedzame machtsoverdracht: Mark Rutte, aftredend premier van Nederland, ontving zijn opvolger Dick Schoof vorige week in het Torentje, de ambtswoning van Den Haag, overhandigde hem de rituele houten voorzittershamer voor de kabinetsvergaderingen, en zwaaide vervolgens naar de camera om op zijn fiets zijn nieuwe avontuur tegemoet te gaan – zonder helm, zonder bewaker, een burger als alle andere.

    In zijn dertien jaar als president heeft Mark Rutte een imago verworven dat perfect balanceert tussen benaderbaarheid en eigenzinnigheid, en dat hem tot een van de populairste politici van zijn land heeft gemaakt: hij is altijd correct gekleed, woont altijd in hetzelfde bescheiden huis en gaat elk jaar met dezelfde vriend op vakantie naar New York. Hagenaars konden hem op de fiets naar kantoor zien gaan, bijtend in een appel. Vaak stopte hij onderweg even voor een praatje.

    Deze nabijheid tot de mensen is binnenkort verleden tijd, aangezien Rutte de nieuwe secretaris-generaal van de NAVO wordt. De alliantie had nog vóór de top ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum, die van 9 tot 11 juli in Washington plaatsvindt, hierover overeenstemming bereikt. De ex-minister-president zal zich moeten voorbereiden op een leven in een streng beveiligde vleugel.

    Populair

    Rutte is niet alleen populair in zijn thuisland, maar ook onder zijn collega’s. Dat bleek uit de spontane knuffel van Emmanuel Macron op de laatste EU-top, die meteen viraal ging. Rutte was bezig een menigte Brusselse journalisten te woord te staan toen Macron vanaf de achtergrond in beeld verscheen. De Fransman onderbrak het interview van zijn collega. ‘Sorry, ik heb dorst’, zei Macron in het Engels tegen de camera’s. Daarom zou hij Rutte meevoeren. ‘We zijn hier allemaal verdrietig omdat we een geweldige kameraad en premier verliezen,’ voegde hij eraan toe. Emotie, knuffel, schouderklopje. Een perfect moment voor op TikTok en een onverwacht coole meme voor de NAVO.

    Dit ontroerende tafereel kon de bittere waarheid niet verdoezelen: Mark Rutte staat, net als Emmanuel Macron, voor een liberaal centrum dat momenteel door nationalisten overal in het Westen wordt verdrongen. In Parijs grijpt het Rassemblement National van Marine Le Pen de macht. In Den Haag droeg Rutte de macht over aan een regering onder leiding van nationaal-populist Geert Wilders.

    Mark Rutte leidde zijn land bijna veertien jaar lang, ruim vijfduizend dagen, in vier verschillende coalities. Hij is wat je in Duitsland een neoliberaal zou noemen. Hoewel zijn kabinetten allerlei politieke smaken combineerden, waaronder de sociaaldemocratie, bleef Rutte altijd vasthouden aan het ideaal van een niet al te aanwezige overheid. In zijn ogen was de staat iets waarvan burgers bevrijd moesten worden, zodat ze ‘met verve konden leven’. Zelfs toen Europa achtereenvolgens te maken kreeg met de financiële crisis, de migratiecrisis en vervolgens de pandemie, bleef Rutte onverschrokken. 

    Het feit dat de terugtrekking van de staat onder zijn bewind de burgers een gevoel van onveiligheid bezorgde, kwam tot uiting in steeds nieuwe regeringscrises – en in de winst die rechts-extremistische en nationaal-populistische partijen boekten.

    Aan het einde van zijn liberale tijdperk staat, paradoxaal genoeg, het verlangen naar veiligheid vanuit de staat nu voorop. Het beheersen van migratie, het verlagen van de kosten van levensonderhoud, het beschermen tegen oorlog in Europa – het zijn vragen waarop het liberalisme van Mark Rutte geen antwoord kon geven. De illiberale krachten rondom Wilders namen de macht over – tegen de immigratie, tegen de EU en lange tijd ook tegen Oekraïne.

    Wat heeft de opkomst van de illiberalen te maken met de recordtermijn van aartsliberaal Rutte? Of fundamenteler: hoe verdedig je de democratie vandaag de dag tegen haar vijanden? Dit zijn vragen waar Mark Rutte mee te maken krijgt als hij binnenkort leiding geeft aan de militaire alliantie, die zichzelf ziet als een paraplu en een schild van de liberale democratie tegen autocratie.

    Volgens een inside joke verdient de Russische president eigenlijk de onderscheiding ‘Verkoper van het Jaar’

    De nieuwkomer treft een NAVO aan die op haar 75ste verjaardag zowel van buitenaf als van binnenuit onder druk staat zoals misschien wel nooit eerder in haar geschiedenis. Het is goed mogelijk dat Rutte de alliantie niet alleen ten opzichte van Vladimir Poetin zal moeten herpositioneren, maar ook tegen de aanvallen van Donald Trump.

    De nieuwe zoektocht van Rusland naar wijdverbreide macht is, hoe paradoxaal het in eerste instantie ook klinkt, geen al te grote uitdaging voor het zelfbeeld van de NAVO. De Russische oorlog brengt hen terug naar het oorspronkelijke doel van de Koude Oorlog, toen het Westen probeerde de agressieve expansiedrift van de Sovjet-Unie in toom te houden. Vladimir Poetin heeft de NAVO versterkt (in tegenstelling tot zijn bedoeling uiteraard); de organisatie is recentelijk uitgebreid met Zweden en Finland en telt nu 32 lidstaten. Volgens een inside joke verdient de Russische president eigenlijk de onderscheiding ‘Verkoper van het Jaar’. De bestaansreden van de NAVO is lang niet zo onbetwist geweest als nu – althans vanuit Europees perspectief.

    En juist op dit punt worden de zaken lastig voor de toekomstige secretaris-generaal. Zijn moeilijkste taak zal zijn om de NAVO door een tweede presidentschap van Trump te leiden. De existentiële dreiging voor het huidige bondgenootschap komt van binnenuit. Trump gebruikt de alliantie al jarenlang als iets om mee te schermen. Ofwel de Europeanen betalen meer, snoeft hij tijdens verkiezingscampagnes, ofwel ik laat Poetin met hen doen wat hij wil.

    Niemand binnen de NAVO spreekt dit openlijk uit, al was het maar om Joe Biden niet af te vallen, maar Mark Rutte is gekozen met de terugkeer van Trump al in gedachten. Financial Times heeft onlangs onthuld dat Rutte de NAVO eens al van zijn toorn heeft gered. Tijdens een top in juli 2018 in Brussel verraste Trump de verzamelde regeringsleiders met een ultimatum. De verdeling van de lasten is oneerlijk, was zijn klacht. De VS betalen een onevenredig hoog bedrag voor een bondgenootschap dat in de eerste plaats dient om Europa te verdedigen.

    Paniek

    Vooral de toenmalige Duitse president werd volgens het FT-artikel op haar stuk gezet. De Bondsrepubliek gaf aanzienlijk minder dan de afgesproken twee procent uit aan defensie en kocht grote hoeveelheden gas van Rusland. Trump sprak Angela Merkel sarcastisch toe: ‘Wij verdedigen jou tegen Rusland, maar jij betaalt miljarden dollars aan Rusland?’ Het toenmalige (en huidige) hoofd van de NAVO, Jens Stoltenberg, probeerde Trump van repliek te dienen. Tijdens de Koude Oorlog, zei hij, hebben we geleerd dat we ‘samen sterker’ zijn. Trump antwoordde: ‘Hoe kun je samen zijn als een land zijn energie bij de persoon vandaan haalt waartegen het ook beschermd wil worden?’ Ofwel iedereen zou zijn defensie-uitgaven verhogen, dreigde Trump, ofwel de VS zouden zich terugtrekken op nieuwjaarsdag 2019.

    In de paniek die volgde kwam het moment van Mark Rutte. Merkel, Macron en Stoltenberg stuurden hem naar voren om Trump te sussen met een drievoudige tegemoetkoming: u heeft gelijk als u ons bekritiseert; jullie hebben al voor hogere militaire uitgaven gezorgd; wij zullen in de toekomst veel meer doen. Trump stemde ermee in en dat leverde Rutte sinds 12 juli 2018 de reputatie op een Trump-fluisteraar te zijn.

    De chantage van Trump werkte (samen met de aanval van Poetin). De defensie-uitgaven van de NAVO-leden (exclusief de VS) zijn sinds de crash op de top met 55 procent gestegen. Destijds voldeden twee leden aan de doelstelling van twee procent; nu zijn dat er tweeëntwintig.

    Mark Rutte hoeft op het gebied van de lastenverdeling dus niet helemaal van voren af aan te beginnen wanneer hij straks opnieuw tegenover president Trump komt te staan. Maar rondom de belangrijkste kwestie is de situatie anders: de steun aan Oekraïne. Trump heeft hierover eveneens onconventionele ideeën: hij wil de oorlog snel beëindigen door Amerikaanse militaire hulp te gebruiken om beide partijen tot een deal te bewegen. Aan Zelensky wil Trump het signaal geven dat hij hiermee zal stoppen als de Oekraïense president bereid is te onderhandelen. Poetin daarentegen dreigt hij dat hij zijn steun anders zal verhogen.

    De NAVO bereidt zich voor op dit scenario door de coördinatie van de steun aan Oekraïne over te dragen van het door de VS gecontroleerde Ramstein-groep aan het bondgenootschap. Het idee is dat in de toekomst een NAVO-missie de levering van wapens en de training van Oekraïense soldaten zal controleren. (Waarschijnlijk zal de missie niet zo worden genoemd omdat de Duitse regering de naam afwijst; mensen in Berlijn vrezen dat het de indruk zou kunnen wekken dat de NAVO de troepen stuurt.)

    Rutte is een sympathieke stuurman die met veel mensen overweg kan en niet bang is voor contact met rechtspopulisten

    Vanuit Midden- en Oost-Europa werd de kandidatuur van Mark Rutte sterk bekritiseerd. Niet zonder reden: Rutte was lange tijd een van de voorstanders van de Nord Stream 2-Oostzeepijpleiding; Nederland heeft de doelstelling van twee procent niet gehaald; en eigenlijk zouden de nieuwe frontlijnstaten van het bondgenootschap eindelijk het voortouw moeten nemen. Dit was de reden voor de kandidatuur van de Estse premier Kaja Kallas voor de functie van secretaris-generaal van de NAVO.

    En toch is Rutte een goede keuze vanuit het perspectief van degenen die krachtige steun voor Oekraïne willen. Tijdens zijn ambtsperiode vond  in juli 2014 het Russische neerhalen van vlucht MH17 van Malaysia Airlines boven Oekraïne plaats, aan het begin van de eerste invasie door de Russen. Er kwamen 298 mensen om het leven, waaronder 192 Nederlanders. De Russische regering probeerde de misdaad te verdoezelen met eindeloze propagandaleugens. Het was Mark Rutte die de nabestaanden moest troosten en hen van informatie moest voorzien.

    Het betekende het einde van zijn naïviteit in het Ruslandbeleid en het verklaart ook waarom Nederland keer op keer een voortrekkersrol speelde bij de wapenleveranties aan Oekraïne, met bijvoorbeeld de zelfrijdende houwitser uit 2000 en de F-16-straaljager.

    Als je tegenwoordig naar NAVO-insiders luistert, ontstaat het volgende beeld: als regeringsleider heeft Mark Rutte met zijn pragmatische onderhandelingsvaardigheden vier kabinetten van alle politieke smaken bij elkaar gehouden. Geen slechte training om de westerse alliantie van nu 32 landen te leiden. Rutte is een sympathieke stuurman die met veel mensen overweg kan – van extreemrechts tot centrumlinks – en niet bang is voor contact met rechtspopulisten. Dit is niet alleen belangrijk met betrekking tot Trump, maar mogelijk ook in de omgang met Frankrijk.

    En dat de liberaal Rutte het naïeve geloof van veel West-Europeanen heeft belichaamd dat zij de veiligheid volledig aan de VS kunnen uitbesteden, hoeft geen nadeel te zijn als hij straks de taak op zich neemt om dit decennialange misverstand recht te zetten.