Tag: leger

  • Soedanese generaal Al-Burhan zegt dat leger zich terugtrekt uit regering

    Soedanese generaal Al-Burhan zegt dat leger zich terugtrekt uit regering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Minstens zes doden bij schietpartij tijdens 4 juli-parade in voorstad van Chicago

    » Overstromingen Sydney: 50.000 mensen opgeroepen te evacueren

    Na vijf dagen protest komt leger demonstranten tegemoet

    Na vijf dagen van protesten belooft het Soedanese leger niet deel te nemen aan de vorming van de volgende regering. Generaal Abdel Fattah al-Burhan, die op 25 oktober 2021 na een staatsgreep de macht greep in Soedan, zei in een toespraak op 5 juli dat ‘het leger plaats zou maken voor een burgerregering, zich zou terugtrekken uit de lopende politieke besprekingen en politieke en revolutionaire groeperingen zou toestaan een overgangsregering te vormen’, meldt Al Jazeera.

    De aankondiging volgt op een dodelijke week voor de Soedanese democratische beweging – waarin negen doden en meer dan zeshonderd gewonden vielen. Sinds 30 juni vinden er in Soedan grootschalige protesten plaats die een einde aan het militaire bewind eisen. Al-Burhans toespraak kon de activisten, die zich niet uit het centrum van hoofdstad Khartoem verwijderden, echter niet overtuigen. ‘We vertrouwen Al-Burhan niet,’ vertelde een demonstrant aan de Qatarese nieuwszender. ’We willen dat hij voorgoed vertrekt.’ ‘Al-Burhan moet worden berecht voor alle mensen die hij sinds de staatsgreep heeft gedood [meer dan honderdtien],’ aldus een andere woedende burger.

    Lees ook:

  • Songfestivalwinnaars veilen trofee om drones te kopen voor Oekraïense leger

    Songfestivalwinnaars veilen trofee om drones te kopen voor Oekraïense leger

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Shanghai beëindigt strikte lockdown na twee maanden

    » Washington stuurt geavanceerde raketwerpers naar Oekraïne

    Opbrengst bedroeg meer dan 1,1 miljoen euro

    ‘De Oekraïense overwinning op het Eurovisiesongfestival bracht nationale trots, vreugde en artistiek prestige aan een land dat verwikkeld is in een verwoestende oorlog. Nu zal de winst ook worden ingezet om drones te leveren aan het Oekraïense leger’, schrijft The New York Times.

    Kalush Orchestra, de Oekraïense band die Eurovisie won, heeft zijn trofee en de roze vissershoed die de leadzanger tijdens het Songfestival droeg, geveild. De opbrengst bedroeg meer dan 1,1 miljoen euro, zei de woordvoerder van de band maandag in een verklaring. Het geld gaat naar de Serhiy Prytula Charity Foundation en zal worden gebruikt om drie drones te kopen voor het leger.

    De trofee werd na hevige biedingenstrijd geveild voor zo’n 840.000 euro in cryptovaluta

    De trofee, een handgemaakte glazen microfoon ontworpen door de Zweedse kunstenaar Kjell Engman, werd na een hevige biedingenstrijd verkocht voor zo’n 840.000 euro in cryptovaluta. De vissershoed werd verloot in een aparte loterij, waarin elk lot 200 Oekraïense hryvnia kostte – zo’n 6,50 euro – en bracht uiteindelijk ongeveer 280.000 euro op.

    Lees ook:

  • De Oekraïense vrouwen die bleven om te vechten

    De Oekraïense vrouwen die bleven om te vechten

    In Oekraïne vechten tienduizenden vrouwen – met het geweer en met hun smartphone. In tegenstelling tot de mannen hadden zij het land kunnen verlaten. Wat drijft hen?

    Soms poseert ze tijdens een zonsondergang, soms in het bos. Ze zit met gekruiste benen tussen de struiken en lacht naar de camera. Haar selfies gaan vaak vergezeld van blauw-gele harten of de Oekraïense vlag. Soms zet ze er korte teksten in het Engels bij. Haar berichten zijn een ‘dagboek van haar herinneringen’, aldus haar profiel.

    Er is dus eigenlijk niets ongewoons aan het Instagram-account van Yuliya. Behalve dan dat ze op de meeste foto’s een Oekraïens legeruniform en een geweer draagt.

    Yuliya is twintig jaar oud en komt uit Ivano-Frankivsk, een stad die 130 kilometer ten zuiden van Lviv ligt. Acht maanden geleden ging ze in dienst, vertelt ze, en werd ze opgeleid tot hospik. Sinds februari behandelt ze gewonde soldaten aan het front. Waar precies, dat kan ze om veiligheidsredenen niet zeggen. Ook communiceert ze tegenwoordig alleen nog maar schriftelijk. Anders is het te onveilig, geeft ze aan.

    Vrouwenoorlog

    Yuliya is een van de minstens dertigduizend vrouwen die momenteel vechten aan Oekraïense zijde. Volgens officiële cijfers is vijftien procent van de Oekraïense soldaten vrouw. Als alle vrijwilligers worden meegeteld is dat aantal waarschijnlijk ruim twee keer zo groot.

    Het aandeel vrouwen in de Duitse strijdkrachten is ongeveer 13 procent, in het Poolse leger 7,5 procent, in Rusland 4,2 procent.

    Sinds 24 februari, toen de Russische invasie begon, spelen deze vrouwen een centrale rol in de oorlog van Rusland tegen Oekraïne. Als strijders, verplegers of helpers aan het front. Maar ook op dat andere slagveld, dat in deze oorlog voor het eerst zo’n essentiële rol inneemt: het digitale. Je zou kunnen zeggen dat deze oorlog ook een vrouwenoorlog is.

    Maar wat is de reden dat zoveel vrouwen bleven om te vechten? In tegenstelling tot mannen tussen de 18 en 60 jaar hebben ze toestemming het land te verlaten. Velen zien daar echter van af en nemen in plaats daarvan de wapens op. Wat drijft hen?

    ‘Op het moment dat een vrouw het leger ingaat, geeft ze ook een signaal af over genderrollen’

    Gerhard Kümmel is militair socioloog bij de Duitse Bundeswehr, waar hij onder meer onderzoek doet naar integratie van vrouwen in het leger. Allereerst ziet hij bij hen dezelfde motivatie als bij mannen die ten strijde trekken: verbondenheid met het land, gemeenschapszin, patriottisme. Maar er is meer. ‘Mogelijk speelt er ook een emancipatie-aspect mee,’ zegt Kümmel aan de telefoon. ‘Op het moment dat een vrouw het leger ingaat, geeft ze ook een signaal af over genderrollen.’ Al is het maar omdat vrouwen dan taken op zich nemen die lange tijd als typisch mannelijk werden gezien.

    Dat geldt ook voor Yuliya. Als hospik moet ze dag en nacht klaar staan om voor haar kameraden te zorgen, zegt ze. In het ziekenhuis waar ze werkt verschijnen onophoudelijk soldaten met uiteenlopende verwondingen, soms zeer ernstige. Op het slagveld is ze nog niet ingezet. Vooralsnog.

    Kan daar verandering in komen? ‘Ja, elk moment,’ antwoordt ze resoluut. Heeft ze er ooit aan gedacht de oorlog te ontvluchten? ‘Ik ben niet van plan het land te verlaten. Niet in vredestijd, en niet in tijden van oorlog.’

    ‘Oorlog is altijd slecht en brengt alleen maar dood en verdriet. Maar nu verdedigen we onszelf’

    Om te begrijpen waarom zoveel vrouwen net als Yuliya zijn vechten in Oekraïne, is het van belang om naar de specifieke situatie te kijken, zegt Kümmel. ‘Oorlog is altijd een noodsituatie,’ aldus de militair socioloog. ‘Mensen ontwikkelen defensieve neigingen als het eigen land of de eigen gemeenschap wordt aangevallen.’

    En Oekraïne is niet pas sinds 24 februari in oorlog. ‘Rusland heeft ons aangevallen, onze territoria ingenomen, onze steden verwoest en burgers gedood,’ zegt Yuliya. ‘Oorlog is altijd slecht en brengt alleen maar dood en verdriet. Maar nu verdedigen we onszelf.’

    Toen ze twaalf jaar oud was, in 2014, besloot ze om het leger in te gaan. Een paar maanden eerder, in december 2013, had de toenmalige Oekraïense regering onverwacht aangekondigd geen associatieverdrag met de Europese Unie te zullen ondertekenen. Als gevolg daarvan braken in Kyiv de zogenoemde Euromaidan-protesten uit: honderdduizenden Oekraïners demonstreerden maandenlang tegen de pro-Russische president Viktor Janoekovitsj en voor een Europagezinde koers van hun land.

    Medio februari 2014 escaleerden de protesten en kwam het tot rellen en straatgevechten. Er vielen meer dan honderd dodelijke slachtoffers, meer dan driehonderd mensen raakten gewond. ‘Dat was het moment waarop ik besloot dat ik de vrijheid van Oekraïne actief wilde verdedigen,’ aldus Yuliya.

    Keerpunt

    De protesten in Kyiv waren volgens Kostiantyn Fedorenko een keerpunt voor veel Oekraïners. De socioloog, die opgroeide in Oekraïne, doet onderzoek aan het Centrum voor Oost-Europese en Internationale Studies in Berlijn. ‘Voor die tijd had het leger een slechte reputatie en werd bijna niemand vrijwillig soldaat,’ zegt Fedorenko.

    Maar na achtereenvolgens het geweld op de Maidan, de Russische annexatie van de Krim begin maart 2014 en het uitbreken van de oorlog in de Donbas-regio, groeide het Oekraïense leger snel, zegt hij. En bij de bevolking groeide de populariteit van het leger. ‘De mensen hebben een vechtlust ontwikkeld,’ zegt hij. ‘Sindsdien maken ook steeds meer vrouwen deel uit van het leger.’ Sommige van die vrouwen vechten nu, zo’n acht jaar later, met wapens.

    De vrouwen in het Oekraïense leger zijn niet alleen vanwege hun diensten aan het front essentieel voor de oorlogsvoering van het land, aldus Fedorenko. Ook hun bijdrage aan wat velen een informatieoorlog noemen is van groot belang.

    Wat gebeurt er? Waarom? En met welke kant sympathiseert de internationale gemeenschap? ‘Doordat ze veel oprechtheid en emotie hebben getoond, hebben de Oekraïners de eerste fase van deze oorlog duidelijk gewonnen,’ zegt Fedorenko.

    Met hun grote bereik hebben jonge vrouwen als Yuliya daar een cruciale bijdrage aan geleverd. Meer dan 15.000 mensen volgen haar op Instagram. Haar berichten krijgen vaak enkele duizenden likes en worden wereldwijd verspreid. Ze zijn belangrijk omdat ze de boodschap overbrengen ‘dat niet alleen mannen bij deze oorlog betrokken zijn, maar de gehele samenleving,’ aldus Fedorenko.

    Foto’s plaatsen op Instagram is gewoon haar hobby. Net zoals ze graag aan sport doet of boeken leest.

    Bijdragen als die van Yuliya en andere vrouwen vergroten volgens hem al dan niet bewust de sociale cohesie. ‘Mensen zien gemeenschappelijke waarden waarover ze het eens kunnen zijn,’ aldus Fedorenko. ‘Dat motiveert weer anderen om in beweging te komen.’

    Yuliya denkt daar allemaal niet over na, zegt ze. Ze heeft geen agenda met haar berichten of met haar bereik. Foto’s plaatsen op Instagram is gewoon haar hobby. Net zoals ze graag aan sport doet of boeken leest. En oorlog beheerst nu nou eenmaal haar dagelijks leven.

    Zijn er aspecten aan het Oekraïense leger die maken dat zij als vrouw structureel anders wordt behandeld? Yuliya ontkent dat stellig. Er zijn aanzienlijk meer mannen in haar eenheid, zegt ze. Maar er is absoluut geen onderscheid merkbaar. ‘We worden verenigd door het gemeenschappelijke doel om ons vaderland te verdedigen.’

    In haar laatste bericht poseert Yuliya in uniform in het bos. Ze staat zijwaarts voor de camera en staart recht voor zich uit. Haar gezicht is tot aan haar neus bedekt door een sjaal, en ze houdt een aanvalsgeweer vast. Eronder staat: ‘Oekraïne geeft niet op’.

    Lees ook:

  • Zuid-Korea: Rechter schrapt veroordeling van twee homoseksuele soldaten

    Zuid-Korea: Rechter schrapt veroordeling van twee homoseksuele soldaten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Russische autoriteiten overspoelen de ether met ‘positieve’ nieuwsverhalen

    » Afghanistan: Ten minste zestien doden bij twee aanslagen door IS

    Artikel 92-6 verbiedt homoseksueel gedrag onder soldaten

    Het Zuid-Koreaanse hooggerechtshof heeft een uitspraak van de militaire rechtbank te niet gedaan die twee homoseksuele soldaten veroordeelde voor het hebben van seks buiten militaire faciliteiten. De rechtbank is van mening dat de veroordeling de alom bekritiseerde militaire anti-homowet van het land te breed interpreteerde, meldt The Guardian.

    De beslissing van de rechtbank afgelopen donderdag om de zaak terug te sturen naar het militaire hooggerechtshof werd toegejuicht door mensenrechtenorganisaties. Mensenrechtenactivisten protesteerden al lang tegen artikel 92-6 van de militaire strafwet van 1962, die homoseksueel gedrag tussen soldaten in het overwegend mannelijke leger van het land verbiedt.

    ‘De specifieke opvattingen over wat onfatsoenlijkheid is, zijn met de tijd en de samenleving mee veranderd’

    Het artikel voorziet in een maximale gevangenisstraf van twee jaar voor ‘anale geslachtsgemeenschap‘ en ‘alle andere onfatsoenlijke handelingen‘ tussen militairen. Na de beraadslaging van het hooggerechtshof, zei opperrechter Kim Myeong-su dat zij tot de conclusie waren gekomen dat de bepalingen niet moeten worden toegepast op consensuele seks tussen mannelijke militairen die buiten militaire faciliteiten plaatsvindt tijdens de uren dat zij geen dienst hebben. ‘De specifieke opvattingen over wat onfatsoenlijkheid is, zijn met de tijd en de samenleving mee veranderd,’ zei Kim in een besluit dat online werd uitgezonden.

    De twee verdachten – een luitenant en sergeant van verschillende eenheden van de landmacht – waren in 2017 door militaire aanklagers beschuldigd van het hebben van seks buiten diensturen in een woning buiten hun bases in 2016.

    Lees ook:

  • Israël boekt succes in ontwikkeling van luchtafweer met laser

    Israël boekt succes in ontwikkeling van luchtafweer met laser

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: mannen over- en vrouwen onderschatten hun IQ

    » Indonesië neemt na tien jaar wet op seksueel geweld aan

    Nieuw verdedigingssysteem zou slechts drie euro kosten

    Israël heeft een belangrijke stap gezet in de richting van de voltooiing van zijn lasersysteem. Bij het uitvoeren van een reeks experimenten, werd een verscheidenheid van luchtdreigingen op ‘uitdagende afstanden‘ neergehaald, kondigde het ministerie van Defensie donderdag aan, aldus The Jerusalem Post.

    Bij de experimenten, die werden uitgevoerd in het zuiden van Israël door het Directoraat Onderzoek en Ontwikkeling (DDR&D, of MAFAT in het Hebreeuws) van het ministerie van Defensie en Rafael Advanced Defense Systems, onderschepte het lasersysteem, bekend als ‘Iron Beam‘, met succes een aantal luchtdoelen, waaronder onbemande luchtvaartuigen, mortieren, raketten en antitankraketten in verschillende scenario’s.

    Dit is een historisch moment voor wapensystemen. Voor het eerst werkt een op energie gebaseerd wapensysteem echt

    ‘Dit is een historisch moment voor de ontwikkeling van wapensystemen. Voor het eerst werkt een op energie gebaseerd wapensysteem in de praktijk,‘ zei Yaniv Rotem, directeur van onderzoek en ontwikkeling bij het ministerie van Defensie, tegen het dagblad.

    Voor drie euro zou het Israëlisch defensieleger in staat zijn drones, mortiervuur of raketten tegen te houden met deze onzichtbare en stille laser. Dit verdedigingssysteem zou het voordeel hebben veel goedkoper te zijn dan de ‘Iron Dome‘, die doeltreffend is tegen raketvuur, maar iedere keer dat hij gebruikt wordt tienduizenden euro’s kost.

    Lees ook:

  • Achter de schermen bij het Myanmarese leger. ‘De meeste militairen zijn gehersenspoeld’

    Achter de schermen bij het Myanmarese leger. ‘De meeste militairen zijn gehersenspoeld’

    In Myanmar leven de militairen apart van de rest van de samenleving. Ze mogen hun bases nauwelijks onbegeleid verlaten en hebben geen toegang tot internet. In combinatie met een gestaag propagandadieet, leidt dit tot tot de overtuiging dat burgers – de zogenaamde vijand – zonder pardon mogen worden gedood.

    Kapitein Tun Myat Aung boog zich over het hete wegdek in Yangon, de grootste stad van Myanmar, en raapte kogelhulzen op. Hij voelde zich misselijk worden. De hulzen, wist hij, betekenden dat er geweren waren gebruikt, dat er met echte kogels op echte mensen was geschoten.

    Diezelfde avond, begin maart, ontdekte hij op Facebook dat er in Yangon meerdere burgers waren gedood door soldaten van de Tatmadaw, zoals het Myanmarese leger wordt genoemd. Door mannen in uniform, net als hij.

    Enkele dagen later glipte de kapitein van de 77ste Lichte Infanteriedivisie, berucht om het massaal afslachten van burgers in heel Myanmar, de basis uit en deserteerde. Hij zit nu ondergedoken.

    ‘Ik hou zoveel van het leger,’ zegt hij. ‘Maar de boodschap die ik aan mijn medemilitairen wil meegeven is: Als je moet kiezen tussen het land en de Tatmadaw, kies dan alsjeblieft voor het land.’

    Robotleger

    De Tatmadaw, die over een half miljoen parate manschappen zegt te beschikken, wordt vaak afgeschilderd als een robotleger dat getraind is om te doden. Na het afzetten van de burgerregering van Myanmar twee maanden geleden, dat overal in het land tot protesten heeft geleid, hebben de militairen hun meedogenloze reputatie alleen maar versterkt door het doden van meer dan 420 mensen en het aanvallen, gevangenzetten of martelen van duizenden anderen.

    Op zaterdag 27 maart, de dodelijkste dag sinds de coup op 1 februari, hebben de veiligheidstroepen volgens de Verenigde Naties meer dan honderd mensen gedood. Zeven van hen waren kinderen, onder wie twee jongens van dertien en een jongen van vijf.

    ‘We moeten elk bevel van onze meerderen opvolgen’

    Uit diepgaande interviews met vier officieren, van wie er twee na de coup zijn gedeserteerd, komt een complex beeld naar voren van een institutie die Myanmar al zes decennia lang domineert. Vanaf het moment dat ze aan hun opleiding beginnen leren manschappen van de Tatmadaw dat ze hoeders zijn van een land en een religie die zonder hen ten onder zullen gaan.

    Ze vormen een geprivilegieerde staat binnen een staat, waarin militairen apart van de rest van de samenleving leven en werken en een ideologie ingeprent krijgen die hen ver boven de burgerbevolking verheft. De beschreven officieren worden continu in de gaten gehouden door hun meerderen, zowel in de kazerne als op Facebook. Een gestaag propagandadieet voedt hun idee dat er op iedere straathoek vijanden staan.

    Lees ook:

    Dit leidt alles bij elkaar tot een wereldbeeld dat het rechtvaardigt om ongewapende burgers zonder pardon dood te schieten. Hoewel er volgens de militairen enige onvrede over de staatsgreep bestaat, achten ze het onwaarschijnlijk dat het leger op grote schaal in opstand zal komen. Dat maakt meer bloedvergieten tijdens de komende dagen en maanden des te waarschijnlijker.

    ‘De meeste militairen zijn gehersenspoeld,’ zegt een kapitein die is afgestudeerd aan de prestigieuze militaire academie van Myanmar. Net als de twee anderen met wie The New York Times heeft gesproken, wil hij zijn naam niet gepubliceerd zien vanwege mogelijke represailles; hij is nog in actieve dienst.

    ANP 429648468 2
    Parade van de Tatmadaw ter gelegenheid van de 76ste Dag van de Strijdkrachten afgelopen maart in Naypyidaw, Myanmar. – © Xinhua / Zhang / AFP

    ‘Ik ben bij de Tatmadaw gegaan om het land te beschermen, niet om tegen ons eigen volk te vechten,’ zegt hij. ‘Ik vind het zo verschrikkelijk om soldaten onze eigen mensen te zien doden.’

    De Tatmadaw verkeert al sinds het land onafhankelijk werd in 1948 op voet van oorlog met militaire guerrilla’s, etnische opstandelingen en pleitbezorgers van de democratie. Binnen de cultachtige grenzen van de Tatmadaw wordt het boeddhistische Bamar-volk, dat de etnische meerderheid vormt, verheerlijkt ten koste van de vele etnische minderheden die Myanmar rijk is en die al decennia lang met militaire onderdrukking worden geconfronteerd.

    De vijand kan zich ook in de eigen gelederen bevinden. Een doelwit van de toorn van de Tatmadaw is Daw Aung San Suu Kyi, de burgerleider die na de staatsgreep van twee maanden geleden is afgezet en opgesloten. Haar vader, generaal Aung San, heeft de Tatmadaw opgericht. 

    Tegenwoordig komen de vijanden van de Tatmadaw niet langer uit het buitenland maar uit eigen land: de miljoenen mensen die de straat op zijn gegaan om tegen de staatsgreep te protesteren of die aan stakingen hebben deelgenomen.

    Beschermen

    Op zaterdag 27 maart, de Dag van de Strijdkrachten, hield generaal Min Aung Hlaing, de opperbevelhebber die de staatsgreep in gang heeft gezet, een toespraak waarin hij zwoer ‘het volk tegen alle gevaar te beschermen’. Terwijl tanks en soldaten over de brede avenues van Naypyidaw paradeerden, de hoofdstad vol bunkers die door een eerdere junta is gebouwd, schoten in meer dan veertig steden veiligheidstroepen op zowel demonstranten als omstanders.

    ‘Ze beschouwen demonstranten als criminelen omdat iedereen die niet aan het leger gehoorzaamt of ertegen protesteert een crimineel is,’ zegt kapitein Tun Myat Aung. ‘De meeste soldaten hebben hun hele leven nog geen democratie meegemaakt. Ze weten nog niet wat dat inhoudt.’

    Hoewel de Tatmadaw in de vijf jaar die aan de staatsgreep voorafging enige macht met een gekozen regering heeft gedeeld, behielden de militairen hun greep op het land. Ze hebben hun eigen conglomeraten, banken, ziekenhuizen, scholen, verzekeringsmaatschappijen, aandelenopties, mobiele netwerk en groentekwekerijen.

    ‘Ik zou deze situatie moderne slavernij noemen’

    Het leger runt televisiestations, uitgeverijen en een filmindustrie met opwindende titels als Happy Land of Heroes en One Love, One Hundred Wars. De Tatmadaw heeft dansgroepen, traditionele muziekensembles en vragenrubrieken waarin vrouwen worden gemaand zich zedig te kleden.

    Verreweg de meeste officieren en hun gezinnen wonen op een militair complex, waar al hun bewegingen worden gevolgd. Sinds de staatsgreep hebben de meesten van hen die complexen niet langer dan een kwartier zonder toestemming mogen verlaten.

    ‘Ik zou deze situatie moderne slavernij noemen,’ zegt een officieren die na de staatsgreep is gedeserteerd. ‘We moeten elk bevel van onze meerderen opvolgen. We mogen de juistheid of onjuistheid ervan niet aan de orde stellen.’

    Officierskinderen

    Kinderen van officieren trouwen vaak met andere officierskinderen, of met het nageslacht van rijke zakenlieden die van hun militaire connecties hebben geprofiteerd. Infanteristen brengen dikwijls de volgende generatie infanteristen voort. Het ecosysteem van de Raad voor het Staatsbestuur, zoals de junta die vorige maand de macht heeft gegrepen zichzelf noemt, is een kluwen van onderling verstrengelde stambomen.

    Zelfs tijdens de vijf jaar van politieke openheid was een kwart van de parlementszetels voor mannen in het groen gereserveerd. Ze mengden zich niet met andere parlementsleden en stemden alleen maar en bloc. De belangrijkste ministeries bleven in militaire handen.

    ‘Ik wil heel graag het volk dienen, maar militair zijn betekent dat je de leiders van de Tatmadaw dient,’ zegt een legerarts in Yangon. ‘Ik wil ontslag nemen, maar dat kan niet. Als ik dat doe, sturen ze me naar de gevangenis. Als ik vlucht, martelen ze mijn familie.’

    De geïsoleerde positie van de Tatmadaw verklaart misschien mede waarom de leiding de felheid van het verzet tegen de putsch heeft onderschat. Officieren die in psychologische oorlogvoering zijn getraind, planten dikwijls complottheorieën over democratie in Facebookgroepen die worden bezocht door militairen, aldus socialmedia-experts en een van de officieren die met onze krant sprak.

    Een moslimsamenzwering wordt beschuldigd van pogingen het boeddhistische geloof de kop in te drukken

    In deze paranoïde wereld viel de dreun die Aung San Suu Kyi’s Nationale Liga voor Democratie tijdens de verkiezingen van afgelopen november toebracht aan de partij die de steun van het leger genoot, gemakkelijk af te schilderen als verkiezingsfraude.

    Een moslimsamenzwering, gefinancierd door rijke oliesjeiks, wordt beschuldigd van pogingen het boeddhistische geloof van de Myanmarese meerderheid de kop in te drukken. Invloedrijke monniken, aan wier voeten ook generaals bidden, prediken dat de Tatmadaw en de boeddhistische monniken zich moeten verenigen om de islam te bestrijden.

    ANP 429855592 kopie 2
    Demonstranten maken de drievingergroet voor democratie. – © AFP

    De Tatmadaw wil doen geloven dat het roofzuchtige Westen Myanmar elk moment kan veroveren. Angst voor een invasie geldt als een van de redenen waarom de militaire machthebbers de hoofdstad begin deze eeuw van Yangon, dat aan de kust ligt, naar de landinwaarts gelegen stad Naypyidaw hebben verplaatst.

    ‘Nu doden soldaten mensen met het idee dat ze hun land voor buitenlandse interventie behoeden,’ zegt de kapitein die nog in actieve dienst is. Zijn brigade is in een niet nader genoemde stad ingezet om een woedende volksmenigte in toom te houden.

    De gevreesde invasie hoeft niet per se door de lucht of over zee te komen, maar kan ook door de ‘zwarte hand’ van buitenlandse invloed worden bewerkstelligd. George Soros, de Amerikaanse filantroop en pleitbezorger voor de democratie, wordt in kringen van de Tatmadaw beschuldigd van pogingen het land te ondermijnen met grote sommen geld voor activisten en politici. Een legerwoordvoerder impliceerde tijdens een persconferentie dat ook mensen die tegen de staatsgreep protesteren door het buitenland worden gefinancierd.

    Kapitein Tun Myat Aung zegt dat hij tijdens zijn eerste jaar op de militaire academie een film te zien kreeg waarin democratische activisten uit 1988 werden afgeschilderd als dolgedraaide beesten die soldaten het hoofd afsneden. In werkelijkheid werden dat jaar duizenden betogers en anderen door de Tatmadaw gedood.

    Een van de manschappen van kapitein Tun Myat Aung werd kortgeleden in het oog getroffen door een projectiel uit de katapult van een betoger, zegt hij. Maar de kapitein erkent dat de andere kant beduidend veel meer slachtoffers heeft gemaakt.

    ‘De meeste militairen leiden een geïsoleerd bestaan, en voor hen is de Tatmadaw de enige wereld’

    Op Facebookberichten van de Tatmadaw zie je soms soldaten die worden belegerd door gewelddadige betogers met zelfgemaakte brandbommen. Maar in werkelijkheid zijn het de veiligheidstroepen die artsen hebben aangevallen, kinderen hebben gedood en omstanders hebben gedwongen nederig door het stof te kruipen.

    Volgens de militairen die met onze krant hebben gesproken was het opschorten van de toegang tot mobiele data de afgelopen twee weken evenzeer bedoeld om manschappen te isoleren die twijfels begonnen te krijgen over de bevelen die ze kregen, als om de bevolking onwetend te houden.

    Kort na de staatsgreep verklaarden enkele militairen zich op Facebook solidair met de betogers. ‘Het leger is aan het verliezen. Geef niet op, mensen’, schreef een inmiddels ondergedoken kapitein in een Facebookbericht. ‘Uiteindelijk zal de waarheid zegevieren.’

    Loyaliteit

    De geïsoleerde positie van de Tatmadaw dient ook een ander doel. Decennia lang heeft het leger op talrijke fronten tegen talrijke vijanden gevochten, voornamelijk gewapende etnische groeperingen die op zelfbestuur aandrongen. Een sterk gevoel van saamhorigheid is nodig om desertie te beperken en loyaliteit te bevorderen.

    Dodentallen worden niet gepubliceerd in Myanmar omdat ze als een staatsgeheim worden beschouwd. Maar uit uitgelekte documenten die The New York Times heeft kunnen inzien, zoals over een aantal gesneuvelde soldaten in de westelijke staat Rakhine een paar jaar geleden, blijkt dat er elk jaar minimaal honderden militairen omkomen.

    Volgens de kapitein die nog in actieve dienst is, is het gebruikelijk dat ongetrouwde militairen lootjes trekken om met de weduwe van een in de strijd gesneuvelde collega te kunnen trouwen. De vrouw, zegt hij, heeft weinig te zeggen over wie haar nieuwe man wordt. ‘De meeste militairen leiden een geïsoleerd bestaan, en voor hen is de Tatmadaw de enige wereld.’

    Etnische minderheden, die ruwweg een derde van de Myanmarese bevolking uitmaken, leven in voortdurende angst voor de Tatmadaw, die door onderzoekers van de Verenigde Naties van genocidale acties is beschuldigd, waaronder massaverkrachtingen en executies. De bekendste slachtoffers van zulke campagnes zijn de Rohingya-moslims, maar ze hebben zich ook op andere etnische groeperingen gericht, zoals de Karen, de Kachin en de Rakhine.

    Kapitein Tun Myat Aung zegt dat toen zijn 77ste Lichte Infanteriedivisie in de staat Shan in het noordoosten van Myanmar vocht, hij de weerzin van mensen uit diverse etnische groeperingen kon voelen. Als lid van een andere etnische minderheid, de Chin, begreep hij hun angst voor de Bamar-meerderheid maar al te goed.

    ‘Etnische minderheden haten het leger om wat dat hun heeft aangedaan’

    Hoewel hij zegt alleen te hebben geschoten om te verwonden, niet om te doden, heeft kapitein Tun Myat Aung acht jaar in de frontlinies doorgebracht. Volgens hem heeft hij in al die tijd maar met één dorpeling contact gehad. ‘Mensen haten het leger om wat dat hun heeft aangedaan,’ zegt hij.

    Maar de Tatmadaw heeft hem ook gered. Zijn moeder overleed toen hij tien was. Zijn vader dronk. Hij werd naar een kostschool voor leerlingen uit etnische minderheden gestuurd, waar hij uitblonk. Op de militaire academie leerde hij natuurkunde en Engels. ‘Het leger werd mijn familie,’ zegt hij. ‘Ik was automatisch blij als ik mijn uniform zag.’

    In de vroege uurtjes van 1 februari klom een nog half slapende kapitein Tun Myat Aung in Yangon in een legertruck en gordde zijn helm vast. Hij wist pas wat er aan de hand was toen een collega iets over een staatsgreep fluisterde. ‘Op dat moment was het alsof ik alle hoop voor Myanmar verloor,’ zegt hij. 

    Enkele dagen later zag hij zijn majoor met een doos kogels, echte, niet van rubber. Die nacht huilde hij. ‘Ik realiseerde me,’ zegt hij, ‘dat de meeste militairen het volk als de vijand beschouwen.’ 

  • Moeten fresco’s weg van de Italiaanse muren? | Ernstige crisis voor Bolsonaro

    Moeten fresco’s weg van de Italiaanse muren? | Ernstige crisis voor Bolsonaro

    Leger, marine en luchtmacht keren zich tegen Bolsonaro

    De commandanten van het leger, de marine en de luchtmacht traden op dinsdag 30 maart af vanwege een conflict met de Braziliaanse president, die de dag ervoor de minister van Defensie had ontslagen. Volgens Folha de S. Paulo is de crisis tussen de Braziliaanse uitvoerende macht en het leger de ergste sinds 1977, toen minister van Defensie Sylvio Frota werd ontslagen te midden van een militaire dictatuur. De gerenommeerde Braziliaanse krant spreekt van ‘een primeur’.

    Volgens het dagblad was het onbehagen over het onverwachte ontslag van Azevedo ‘te groot’. Deze laatste en zijn bondgenoten zijn van mening dat Bolsonaro ‘een rode lijn heeft overschreden’ door in het bijzonder voor te stellen een ‘staat van verdediging’ uit te roepen om te voorkomen dat in het hele land lockdowns worden afgekondigd.

    ‘Mijn leger’ zal dergelijke maatregelen niet toestaan, verklaarde de Braziliaanse president publiekelijk. Volgens Folha de S. Paulo is het verzet tegen de lockdowns waartoe de gouverneurs van de Braziliaanse staten besloten hebben om de verspreiding van het coronavirus te beteugelen, een ‘obsessie’ geworden voor de president, die de vaccinatiecampagne al tegen zijn wil heeft moeten omarmen.

    Lees ook:

    De beperkende maatregelen roepen nog meer weerstand op dan de oproep tot vaccinatie, en Bolsonaro vreest dat ze zijn herverkiezing in 2022 ‘nog moeilijker’ zullen maken, concludeert het dagblad.

    Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19

    Ondertussen is de toestand in ziekenhuizen vanwege de agressievere Braziliaanse P.1-variant penibel, meldt Wall Street Journal, die een videoreportage op de intensive care in de staat Rio Grande do Sul maakte. ‘Volgens gezondheidswerkers neemt het sterftecijfer toe en verslechtert de toestand van patiënten die de P.1-variant dragen zeer snel.’ 

    Volgens intensivecaremedewerkers is deze nieuwe golf van covid-19-gevallen het gevolg van een versoepeling van de maatregelen. Veel Brazilianen trotseren de maatregelen, legt de Wall Street Journal uit, daarin aangemoedigd door ‘een president die het virus blijft bagataliseren’. Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19.


    Beladen controverse in Napels

    Veel muren in de stad aan de voet van de Vesuvius worden gesierd door tekeningen ter ere van overledenen. ‘Het vieren van overleden dierbaren met portretten of kleine altaren op straat is een traditie die verband houdt met een zekere archaïsche religiositeit’, legt La Stampa uit. 

    ‘Maar steeds vaker zijn de gezichten op de muren van de stad die van de doden die verband houden met de georganiseerde misdaad; jonge jongens die stierven als gevolg van illegale acties. (…) Emanuele Errico, Luigi Caiafa, Emanuele Sibillo, Ugo Russo en vele anderen. Ze hadden allemaal problemen met de wet, ze hadden allemaal recht op hun fresco, maar dat recht wordt nu bedreigd.’ Sommige portretten zijn al gewist.

    Lees ook:

    In het centrumlinkse dagblad La Repubblica neemt een Napolitaanse advocaat de pen op (en hij is niet de enige) om de symbolische waarde van de ‘kunstwerken’ te verdedigen. ‘We zijn het er allemaal over eens dat de dood van tieners in het stadscentrum een ​​tragedie is, maar om deze reden moeten we de dingen niet vereenvoudigen. De staat tegenover zijn vijanden plaatsen is zwart-wit. Een vijftienjarige jongen die wordt vermoord, is nog steeds een slachtoffer, en je kunt zijn dood niet bezweren door de verantwoordelijkheid bij hem zelf te plaatsen en te zeggen: ‘Hij heeft erom gevraagd.’”

    Het verwijderen van het fresco van Ugo Russo (hieronder) is voorlopig opgeschort door de rechtbanken, maar de druk van de bewoners is vaak niet voldoende om de regering te dwingen terug te treden. Als vergelding werd bijvoorbeeld het portret van een Napolitaanse zanger beklad met een ‘verhulde bedreiging’, schrijft Corriere della Sera: ‘De doden moeten worden gerespecteerd, niet gewist.’ Belangrijk detail: dit fresco is gemaakt in samenwerking met het stadhuis van Napels, merkt het Milanese dagblad op.

    Corriere zet het dilemma helder uiteen: ‘Enerzijds kunnen we de wens om de symbolen van een levensstijl die is gebaseerd op het negeren van regels en wettigheid, uit te wissen, niet betwisten, maar we kunnen ook erkennen dat een verflaag niet voldoende is om het probleem op te lossen, waarvan deze fresco’s slechts het gevolg zijn.

    Gaan we getuige zijn van een slepende oorlog tussen twee teams, totdat een van de twee het terugvechten beu wordt? Het probleem is dat het om veel muren gaat, aangezien veel jonge mensen leven van (en sterven door) criminele handelingen. Een leger van schilders zou niet genoeg zijn om al deze gezichten van de muren van Napels en uit van ons geweten te roeien.’

    Lees ook:

    Het belangrijkste dagblad van de stad, Il Mattino, deelt deze mening niet. Het is verheugd met de beslissing die ‘gemakkelijke compromissen vermijdt en geen consessies doet op het gebied van legaliteit’. 

    Om haar standpunt te illustreren, gebruikt de Napolitaanse krant geen grote woorden, maar haalt ze een voorbeeld aan dat het belang moet illustreren van het terugwinnen van het stedelijk grondgebied voor de bevolking zelf: ‘Denk aan het fresco van Luigi Caiafa. Hoeveel ouders moesten hier elke ochtend langs lopen en liegen tegen hun kinderen die hen vragen wie deze persoon was? Dat gezicht werd vereeuwigd vlak voor hun huis.’

    Lees ook:


    Amazon-medewerkers krijgen mogelijk een eerste vakbond

    Dinsdag begon de telling van de stemmen die zullen bepalen of werknemers in Bessemer, Alabama, de allereerste vakbond zullen vormen binnen een Amazon-magazijn in de VS, meldt ABC News.

    Het initiatief voor een vakbond bij een van de grootste werkgevers in de natie heeft de aandacht getrokken van wetgevers en beleidsmakers, aangezien velen de stemming beschouwen als een keerpunt in de georganiseerde arbeidersbeweging, die de afgelopen decennia in de VS wegkwijnde.

    De vakbondsformatie in Alabama zou bovendien een ‘precedent’ kunnen scheppen en andere Amazon-arbeiders in het hele land kunnen inspireren om dit voorbeeld te volgen.

    Als het doorgaat, zullen de magazijnmedewerkers worden vertegenwoordigd door de Retail, Wholesale and Department Store Union (RWDSU). ‘Deze campagne is in veel opzichten al een overwinning geweest’, zegt RWDSU-voorzitter Stuart Appelbaum in een verklaring. ‘Ook al weten we niet hoe de stemming zal verlopen, we denken dat we de deur hebben geopend voor meer organisatie in het hele land; en we hebben laten zien hoe ver werkgevers zullen gaan om tegen te gaan dat hun werknemers een ​​vakbondsstem krijgen. Deze campagne is het belangrijkste voorbeeld geworden van waarom in dit land hervorming van het arbeidsrecht nodig is.’

    Lees ook:

    Vorige week bezocht senator Bernie Sanders Alabama om enkele van de arbeiders te ontmoeten die betrokken waren bij de vakbondsinspanningen. ‘Waar ik benieuwd naar ben is waarom de rijkste man ter wereld, Jeff Bezos, miljoenen uitgeeft om te voorkomen dat arbeiders een vakbond oprichten, zodat ze kunnen onderhandelen over betere lonen, secundaire arbeidsvoorwaarden en contracten’, tweette Sanders voorafgaand aan zijn bezoek, geciteerd door CNN.

    Zijn tweet wekte woede van Amazon-directeur Dave Clark, die op Sanders’ tweet reageerde door op te merken dat het minimumloon van Vermont [waarvan Sanders senator is] $11,75 per uur bedraagt in vergelijking met Amazons $15. ‘De senator mag zijn onzinnige interpretaties bewaren tot hij zijn achtertuin op orde heeft’, aldus Clark.

    Aan de andere kant van het spectrum heeft ook de Republikeinse senator Marco Rubio publiekelijk zijn steun voor de vakbond uitgesproken in een opiniestuk dat eerder deze maand door USA Today werd gepubliceerd.

    Op de dag dat er voor de vakbond werd gestemd, bracht president Joe Biden een video op Twitter uit waarin hij zijn steun uitsprak voor de vakbonden en arbeiders aanmoedigde om ‘je stem te laten horen’.

    ‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek’

    In reactie op een verzoek om commentaar meldde Amazon dinsdag aan ABC News dat ‘het RWDSU-lidmaatschap met 25 procent is gedaald tijdens de ambtsperiode van Stuart Appelbaum, maar dat is nog geen rechtvaardiging voor de heer Appelbaum om de feiten verkeerd voor te stellen’.

    Het bedrijf vervolgt: ‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek. We moedigden al onze werknemers aan om te stemmen, en hun stem zal in de komende dagen worden gehoord.’

  • Aanbevolen door de redactie. De meest onmogelijke dans ter wereld & Meer

    Aanbevolen door de redactie. De meest onmogelijke dans ter wereld & Meer

    Diepgravende artikelen over rechtsextremisme in het Duitse leger en over Reddit, ’een van de meest onbegrepen en ondergewaardeerde bedrijven ter wereld’ & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Reddit, het dorpsplein van het internet

    Toen Reddit in 2005 werd opgericht in de VS, stroomden de gebruikers al snel toe. Omzet maken bleek echter lastig. T-shirts en advertenties verkopen haalde weinig uit, evenals andere inventieve probeersels. Een jaar na oprichten verkochten de eigenaren het bedrijf voor tussen de $10 en $20 miljoen aan Condé Nast en gingen ieder huns weegs. Aron Swartz, die de code schreef, werd webactivist en beroofde zich later van zijn leven.

    Nog altijd is de beurswaarde van Reddit amper een tiende van die van Twitter, en de nieuwswebsite wordt wel ‘een van de meest onbegrepen en ondergewaardeerde bedrijven ter wereld’ genoemd.

    Hoe komt het dat dit bedrijf zo veel marginaler is gebleven dan de andere sociale media – en daarmee ook zo veel sympathieker? Dit met veel toewijding, enthousiasme en details geschreven artikel van artikel van The Generalist duikt diep in de geschiedenis en werking van Reddit, het ‘dorpssplein’ van het internet. Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda.


    De meest onmogelijke dans ter wereld

    De putlucht die uit Twitter opstijgt is vaak niet te harden, maar het medium levert ook bijzondere nieuwe contacten én ontdekkingen op, vindt redacteur IJsbrand van Veelen. Zo stuitte hij onlangs op onderstaande tweet met een filmpje van ‘de meest onmogelijke dans ter wereld’. Het betreft de Zaouli, een traditionele dans van de Guru uit centraal Ivoorkust. Elk Guro-dorp heeft een mannelijke lokale Zaouli-danser, die optreedt tijdens begrafenissen en vieringen. De dans moet de opbrengsten verhogen van het dorp waarin hij wordt uitgevoerd en de eenheid van de Guro-gemeenschap bestendigen. 

    https://twitter.com/JamesMelville/status/1367202377988796416?s=20

    Een retweet van het filmpje leverde nog een cadeautje op toen een volger reageerde met een verwijzing naar de schitterende track Ma Afrika van de Zuid-Afrikaanse DJ Culoe De Song met zang in Zoeloe van zijn landgenoot Shota. De even aanstekelijke als melancholieke track wordt begeleid door zwart-witbeelden van een Zaouli-danser en is een absolute aanrader om je dag van energie te voorzien.


    Rechts-extremisme in het Duitse leger

    Vorige week heeft de politie in de deelstaat Hessen een soldaat gearresteerd op beschuldiging van het bezit van een illegale voorraad wapens en munitie; de soldaat zou een extreem-rechts manifest hebben geschreven, getiteld ‘Hoe de macht te grijpen in Duitsland’, bericht persbureau RND.

    In Duitsland vormt rechtsextremisme een existentiële bedreiging voor het leger, schrijft de politieke nieuwssite Politico in een diepgravend artikel over het onderwerp, getipt door redacteur Joep Harmsen.

    Wij publiceerden hier vorige zomer ook over: ‘Extreemrechtse politieagenten bereiden zich voor op “Dag X”’.

    Waarom dat zo’n gevoelig onderwerp is ligt voor de hand: het naziverleden van onze oosterburen

    Waarom dat zo’n gevoelig onderwerp is ligt voor de hand: het naziverleden van onze oosterburen. Precies daarom is het leger al niet populair in Duitsland, en dan trekt het ook nog eens types aan met extreme ideeën.

    Na een reeks arrestaties van soldaten met nazisympathieën, plannen én middelen voor aanslagen, wil men het Duitse leger grondig hervormen en zuiveren van het bruine gevaar. Of dat gaat lukken blijft de vraag.

  • Aanbevolen door de redactie. Hoe de FBI Martin Luther King op de nek zat & meer

    Aanbevolen door de redactie. Hoe de FBI Martin Luther King op de nek zat & meer

    Het Mexicaanse leger krijgt steeds meer invloed en dat maakt het land niet veiliger, toont Nexos aan met een uitgebreid onderzoeksdossier. Verder: een verbijsterende documentaire over hoe de FBI Martin Luther King Jr. probeerde te dwarsbomen & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    De val van de Inca’s

    De podcasts Fall of Civillizations gaat over beschavingen die opbloeiden en weer volledig verdwenen ‘in de as van de geschiedenis’. Wat hebben deze beschavingen gemeen en hoe voelt het om het einde van zo’n beschaving mee te maken? vraagt verteller Paul Cooper zich af.

    Deze aflevering gaat over de Inca’s, de bewoners van het Urumbara-gebergte die het grootste rijk in het westelijk halfrond bouwden, op een van de moeilijkste terreinen op aarde – waar geen paarden of ossen waren om te helpen dragen, vrijwel geen vruchtbare aarde was en kinderen pas op hun derde een naam kregen vanwege de hoogte sterfte. De enige manier om te overleven was samenwerken.

    Afgewisseld met Inca-poëzie, mythen, instrumenten uit de Andes en vol beschrijvingen van het spectaculaire landschap, vertelt Cooper hoe de Heilige Vallei werd ontdekt, hoe de bewoners erin slaagden onder de bizarre extreme omstandigheden te bouwen en hoe het rijk uiteindelijk op ‘de meest dramatische en rampzalige’ manier aan haar einde kwam. Een tip van hoofdredacteur Laura Weeda.


    Ieder mens is mooi

    Visueel activist, Zanele Muholi, gebruikt fotografie en film om rassenkwesties en representatie van ras te documenteren en te onderzoeken en om de LGBTQIA+ gemeenschap in Zuid-Afrika en daarbuiten te vieren. In dit interview met Tate Modern praat hen (Zanele Muholi verkiest in het Engels het voornaamwoord ‘they’) over hoe de kracht van beelden LGBTQIA+ mensen in Zuid-Afrika en mensen queer, trans en intersekse mensen van kleur wereldwijd kan laten zien dat ze niet alleen zijn.

    Een aanrader van art director Majel van der Meulen: ‘Het werk van “visual activist” Zanele Muholi is wereldwijd te zien en steeds weer wil ik een tentoonstelling van Muholi bezoeken. Ze maakt kleurrijke zwart-wit fotografie. In het Tate Modern is nu een overzichtstentoonstelling met 260 werken. Zodra het weer kan, zien! Voor nu een interview.’

    In het februarinummer van 360 Magazine is een artikel te lezen over de effecten van hashtagactivisme in Afrika ‘The revolution will be hashtagged’.


    Martin Luther King Jr.

    Deze week verscheen de documentaire MLK/FBI van Sam Pollard, over de lastercampagne van de FBI die Marten Luther King Jr. achtervolgde tot op de dag dat hij werd vermoord in 1968. Aangeraden door redacteur IJsbrand van Veelen.

    De verbijsterende geschiedenis van afluisteren, intimidatie en smaad tegen Martin Luther King Jr, is grotendeels gebaseerd op het werk van historicus en Pulitzerprijs-winnaar David J Garrow, schrijft Peter Bradshaw in The Guardian. Bradshaw vervolgt:

    ‘De documentaire laat zien hoe bizar giftig en disfunctioneel de campagne van de FBI was. Een aanhoudende geheime oorlog waarbij informanten binnen de burgerrechtenbeweging betrokken waren. Bureau-directeur J. Edgar Hoover was verbolgen over Kings linkse contacten en over zijn internationale beroemdheid, vooral nadat hij in 1964 de Nobelprijs voor de Vrede had gekregen. Na toevallig bewijs van overspel te hebben verkregen, hoopte Hoover dit te gebruiken om King te ondermijnen. Met uitzonderlijke rancune speelde hij de informatie door naar Kings vrouw Coretta en zelfs naar kerkleiders en de pers, kennelijk in de (vergeefse) hoop dat iemand het openbaar zou maken.’

    Bekijk hier de trailer:


    De film wordt onder meer hier online aangeboden.


    De groeiende invloed van het leger in Mexico

    Het onvolprezen Mexicaanse tijdschrift Nexos – een soort Mexicaanse Groene Amsterdammer – heeft een omvangrijk dossier gepubliceerd over de grotere rol die het leger in Mexico heeft gekregen onder de in 2018 aangetreden president Andrés Manuel López Obrador. Volgens de redacteuren van Nexos is het leger alomtegenwoordig tot en met ‘in de soep’ [hasta en la sopa], nu AMLO het leger meer bevoegdheden heeft gegeven. De centrale vraag is: wat zit er achter de nieuwe relatie tussen de regering en het leger?

    Een tip van redacteur Joep Harmsen: ‘In dit dossier met medewerking van wetenschappers en historici leggen de auteurs bloot hoe de Mexicaanse samenleving de afgelopen jaren is gemilitariseerd. En dit heeft zeker niet tot meer veiligheid geleid: zo is bijvoorbeeld het geweld tegen vrouw van militairen toegenomen en worden mensenrechten door het leger structureel met de voeten getreden. Alleen al de moeite waard om de scherpe spotprenten van Victor Solís.’

  • Scouts bewaren de vrede in Centraal-Afrikaanse Republiek

    Scouts bewaren de vrede in Centraal-Afrikaanse Republiek

    De scoutingbeweging is groter dan welke rebellengroep ook in de geteisterde Centraal-Afrikaanse Republiek. Misschien is het wel het effectiefste vredesleger van allemaal.

    Het is begin september en de diverse humanitaire hulp-
organisaties in Bangui, de hoofdstad van de Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR), vrezen het ergste. 
De ebola-uitbraak in buurland Congo maakt een dodelijke opmars en de kans is groot dat deze overslaat naar een afgelegen gebied in het oosten van de CAR, waar gewapende groeperingen de dienst uitmaken. Op een donderdag-
ochtend bereiken paniekerige berichten over mensen met inwendige bloedingen de hoofdstad. Misschien zijn ze besmet met ebola.

    Die informatie moet worden geverifieerd. Klopt het? Is het inderdaad ebola? De regering heeft geen enkel gezag over de oostelijke uithoek van het land, en door de geweldsuitbarstingen zijn er geen internationale organisaties actief. Het ontbreekt aan gezondheids-klinieken en een betrouwbaar communicatienetwerk, dus er valt niet te 
checken of de informatie klopt, zonder een helikopter met zwaar bewapende vredessoldaten in te zetten, wat een gevaarlijke, peperdure operatie is. 
Maar er is nóg een optie: de scouts inschakelen.

    Milities

    Na vijf jaar burgeroorlog kun je de 
CAR niet met goed fatsoen een land noemen. Goed, er is een vlag, er is een volkslied en er zijn grenzen, maar wat zich binnen die grenzen afspeelt, wordt niet gereguleerd door iets wat ook maar enigszins op een traditionele staat lijkt. De regering in Bangui, overeind gehouden door een heel legioen aan vredessoldaten, heeft alleen controle over een paar gebieden rondom de hoofdstad en in het westen.

    De rest van het land is verdeeld onder een tiental milities die continu van gezicht veranderen en steeds wisselende 
territoria beheersen. Het is zelfs zo dat sommige groeperingen tegen de tijd dat er vredesbesprekingen worden gehouden, inmiddels niet meer bestaan en dat nieuwe groeperingen, die juist niet bij de besprekingen zijn betrokken, de kop hebben opgestoken. Soms lijkt het alsof de rebellen zelf 
niet eens precies weten waar ze voor vechten.

    Vaak is het geweld doordrenkt van religieuze motieven: de ‘goede’ christelijke soldaten binden de strijd aan met ‘de terroristen’, de vervolgde moslims beschermen hun geterroriseerde minderheidsgroep, maar nog vaker gaan de gevechten over de steeds schaarsere voedselbronnen.
    In Bangui wemelt het van de uniformen: VN-soldaten met hun opvallende lichtblauwe helmen, militairen met rode baretten in hun versleten plunje, gendarmerie in het blauw.

    De rebellen in de stad, die zich voornamelijk in de moslimwijk schuilhouden, laten zich minder vaak zien. En dan heb je nog 
de leden van de verschillende takken van de scoutingorganisatie, de Central African Boy Scouts Movement, in hun uniform.
    Ze lijken op elkaar, met hun kaki blouse, shorts, kousen en keurig gestrikte sjaaltjes, en je ziet ze regelmatig in groepjes door de stad lopen. Als je goed kijkt, zie je de behaalde insignes op hun korte mouwen: voor houtbewerking, koken, navigatie.

    Scouting is ongekend populair in de CAR: volgens de organisatie zelf telt het land rond de twintigduizend scouts, maar door de burgeroorlog is het lastig om de statistieken precies bij te houden. (Ter vergelijking: het land telt 14.787 VN-soldaten.) De scouts zijn 
vertegenwoordigd in alle zestien provincies en in bijna ieder bisdom. Hiermee is de scoutingbeweging groter dan welke rebellengroep ook, en sterker verankerd. Door de strikte, hiërarchische structuur heeft de beweging de klappen van de burgeroorlog overleefd en ze is een van slechts een handjevol nationale instellingen – waaronder ook de katholieke kerk – waarvan je redelijk zeker kunt zijn dat wanneer in Bangui een beslissing wordt genomen, die elders in het land wordt uitgevoerd.

    Het allerbelangrijkste was dat ze hem van de straat hielden, uit de klauwen van de rebellen en de drugsdealers die azen op de talloze rondhangende puberjongens en jonge mannen

    Zoals zoveel dingen in dit land is de beweging opgedeeld langs religieuze lijnen: je hebt ook nog de evangelische scouts, bekend als Les Flambeaux, 
en een slinkende groep islamitische scouts.

    Bengai sloot zich op zijn zevende aan bij de scouts en is nu, op zijn negenentwintigste, al tweeëntwintig jaar in een of andere vorm actief. Voor hem is het een reddingslijn geweest.

    ‘Bij de scouts heb ik geleerd in een gemeenschap te leven, ik heb er een morele, lichamelijke en geestelijke opvoeding gekregen’, zegt hij. Maar het allerbelangrijkste was dat ze hem van de straat hielden, uit de klauwen van de rebellen en de drugsdealers die azen op de talloze rondhangende puberjongens en jonge mannen, die vrijwel allemaal werkloos en ongeschoold zijn en weinig andere opties hebben.

    Bengai 
is niet voor die verleiding bezweken. 
Hij en zijn medescouts dreunen een waslijst aan successen op waaruit duidelijk blijkt dat de scoutingbeweging in dit land meer is dan een alleen een leuke vrijetijdsbesteding. Een paar voorbeelden: als nerveuze dorpsbewoners opzien tegen een bezoek aan het ziekenhuis in een nabijgelegen plaats, kunnen ze om een scout vragen 
die hen begeleidt; toen een moslimgemeenschap in de jungle nabij Boda in 2017 door rebellen werd gegijzeld, waren het scouts die hun vrijlating bedongen.

    Wees voorbereid

    Abdelwadid Gakara, een leider van 
de Moslim Scouts Association, haalt Baden-Powels beroemde leus aan 
wanneer hem wordt gevraagd de enorme maatschappelijke bijdrage van de scouts te verklaren: ‘Ons motto is: Wees voorbereid! Er kan van alles gebeuren.’ Hij voegt eraan toe: ‘Bij ons draait alles om de vredesboodschap. Een goede scout is iemand die met iedereen overweg kan.’ Was het maar zo eenvoudig.

    Ngoaporo Ghislain-Oxwold (17) en 
Boy-Fini Mikael (18) zijn vrienden. Ze hebben het initiatiekamp al achter 
de rug, waar ze overlevingstechnieken hebben geleerd, zoals het vinden van een goede overnachtingsplek en het maken van een kampvuur. Ze leren 
ook vaardigheden die als vrouwenwerk worden bestempeld: de was doen, afwassen, koken. Ghislain-Oxwold, die aan ’s lands enige functionerende universiteit studeert, merkt dat zijn leerprestaties verbeterden sinds hij zich bij de scouts heeft aangesloten. ‘Dankzij de scouts heb ik God leren kennen en heb ik mijn laatste examen gehaald.’

    Niet al hun vrienden zijn scouts. Sommigen hebben zich aangesloten bij milities, die een soortgelijke aantrekkingskracht uitoefenen. Net als scouts voorzien rebellengroepen in een sterk saamhorigheidsgevoel en een gemeenschappelijk doel. Zelfs hun trainingskampen hebben, gelet op de vaardig-
heden die nieuwe rekruten worden 
bijgebracht, veel van elkaar weg – met als enige uitzondering dat scouts niet leren hoe ze met wapens moeten omgaan. Ondanks de militaristische attributen is de scoutingbeweging, zowel in de car als de rest van de wereld, expliciet pacifistisch. In de 
context van een burgeroorlog kan het verkondigen van pacifisme een revolutionaire daad zijn die niet altijd even populair is.

    Ali Ousman is de coördinator van de grootste moslimorganisatie in Bangui. Hij woont, zoals alle moslims in de stad, in Point Kilomètre Cinq, ofwel PK5, een wijk op precies vijf kilometer van het centrum, feitelijk een getto waar het merendeel van ’s lands moslimpopulatie opeen is geperst. PK5 is een gevaarlijk gebied. Er zijn verschillende milities actief, die regelmatig 
in gevecht raken met de zogenaamde christelijke milities. VN-soldaten 
bewaken de in- en uitgaande wegen, maar gaan zelf zelden de wijk in.

    De enige reden dat de moslimpopulatie nog niet is uitgemoord, gelooft het merendeel van de inwoners, is dat PK5 door gewapende groeperingen wordt beschermd. Sinds het uitbreken van 
de burgeroorlog zijn er duizenden 
moslims vermoord. Nog eens duizenden moslims zijn de grens over gevlucht. Vanuit Ousmans perspectief zijn de jongens die zich bij de plaatselijke milities hebben aangesloten helden.

    ‘De jeugd heeft noodgedwongen de wapens opgepakt om PK5, de enige plek in Bangui waar moslims mogen wonen, te verdedigen. Deden 
ze dat niet, dan zouden ze eraan gaan, hun ouders zouden eraan gaan, hun grootouders zouden eraan gaan. Ze hebben geen keus. De moslimscouts daarentegen, in hun belachelijke outfit, met die shorts en die kniekousen, doen als het erop aankomt helemaal niks.’

    Scouts van jeugdorganisatie Flambeaux werken als veiligheidsbewaker bij een event in het Complexe Scolaire International Galaxy in Bangui (CAR). – © Will Baxter
    Scouts van jeugdorganisatie Flambeaux werken als veiligheidsbewaker bij een event in het Complexe Scolaire International Galaxy in Bangui (CAR). – © Will Baxter

    Een aantal jaar geleden werden de scouts van de car tijdelijk geschorst door de World Organisation of the Scout Movement (WOSM), omdat de contributiegelden niet waren betaald. Inmiddels wordt er druk onderhandeld of ze zich weer kunnen aansluiten bij de moederorganisatie, die erg te 
spreken is over de inspanningen 
van de Centraal-Afrikaanse tak. Wel moeten er nog een paar obstakels worden overwonnen, voordat ze kunnen terugkeren in de moederschoot.

    Ten eerste is er de openstaande rekening. Ook de versplintering van 
de nationale scoutingorganisatie is een probleem: Les Flambeaux, de Catholic Scouts en de Muslim Scouts moeten allemaal onder één paraplu komen. 
En een ander belangrijk punt is dat de scoutingbeweging in de CAR tot dusver een jongensaangelegenheid is geweest. Om internationaal mee te mogen doen, moeten ook meisjes worden toegelaten. In Bangui is onlangs een meisjesgroep opgericht; een welkome ontwikkeling, zeker in een land waar meisjes weinig te kiezen hebben, zowel wat werkgelegenheid als recreatie betreft.

    Vredesleger

    De eventuele terugkeer van de nationale scoutingorganisatie in de moederschoot zou een erkenning zijn 
van de belangrijke rol die de scouts in de CAR spelen, waardoor de beweging meer geldbronnen kan aanboren en meer partnerschappen kan aangaan om de werkzaamheden uit te breiden. Om dat werk echt op waarde te schatten, is het zinnig je voor te stellen dat er geen scouts in de car zouden zijn.

    Stel je voor dat die twintigduizend jongens niet op kamp zouden gaan, geen insignes zouden behalen of afgelegen dorpjes zouden bezoeken om over 
vaccinatiecampagnes te vertellen. Wat zouden ze dan doen? Bij welke groeperingen zouden ze zich dan aansluiten? Stel je voor dat die jongens andere uniforms zouden dragen, en geweren, dat ze de bevolking zouden terroriseren.

    Het antwoord op die vraag wordt nog het best verwoord door Bengai. ‘De gewapende rebellen zijn een oorlogs-leger, de scouts zijn een vredesleger’, zegt hij. In een ineengestort land waar een burgeroorlog woedt, zijn de scouts misschien nog wel het effectiefste leger van allemaal.

    Auteur: Simon Allison

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail _
en in 1990 nieuw leven in 
geblazen door _The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links 
georiënteerde krant ijvert voor 
een toleranter Zuid-Afrika.

  • Ruslands gevinde leger

    Ruslands gevinde leger

    In het geheimzinnige instituut voor mariene biologie in Moermansk worden zeezoogdieren als dolfijnen en robben getraind voor gevechtsdoeleinden. ‘Er is geen robot die tegen ze op kan.’

    De kisten voor het transport van de robben zijn speciaal voor dit doel gemaakt van gladgeschaafde planken. Aan de zijkanten nylon koord, bovenop twee hangsloten en binnenin een besnorde snuit met twee grote zwarte ogen. Het grijze vrouwtje Boezia heeft al een hele reis achter de rug. Vanaf het grote Kyi-eiland in de Witte Zee is ze per schip, per vrachtwagen en vervolgens per auto vervoerd naar de haven van Polyarny, de grootste marinebasis van de Russische Noordelijke Vloot, waar kernonderzeeërs worden gerepareerd en ontmanteld. Het is een ‘gesloten stad’, met andere woorden: voor de meeste mensen verboden terrein.

    Hun vermogen om uit vrije wil een houten kist binnen te gaan bepaalt het lot van deze ‘multi-inzetbare robben’, zoals ze door de onderzoekers worden genoemd, want dat maakt ze geschikt om zowel voor militaire als voor burgerdoeleinden dienst te doen. Het is voor deze zeezoogdieren heel stressvol om een krappe ruimte in te moeten gaan. En toch is dat de basis van het militaire werk dat met hen wordt gedaan. ‘Wanneer ze worden ingezet, moeten ze in zo’n kist blijven tot het tijd is voor hun missie,’ zegt Dmitri Isjkoelov, wetenschappelijk directeur van het instituut voor mariene biologie in Moermansk. ‘Robben kennen twee natuurlijke habitats, de zee en het land. Dat is hun voordeel boven walvisachtigen. Dolfijnen en beloega’s [witte walvissen] moeten in een speciaal bassin worden vervoerd: hun huid moet nat blijven, anders gaat die barsten.’

    Uniek

    Het instituut voor mariene biologie in Moermansk is uniek in de wereld. Het is gevestigd boven de poolcirkel en doet al tientallen jaren onderzoek naar zeezoogdieren, waarbij het fundamenteel onderzoek en praktische toepassingen met elkaar verbindt. In 1984 is er op initiatief van Gennadi Matisjov, lid van de Russische Academie van Wetenschappen, een speciale militaire afdeling gevestigd waar zeezoogdieren getraind konden worden voor gevechtsdoeleinden. Sindsdien zijn de meest uiteenlopende dieren hier ‘onder de wapenen’ gekomen – Stellerzeeleeuwen, pelsrobben, grote dolfijnen, beluga’s, zadelrobben, grijze robben, ringelrobben en baardrobben.

    Onlangs hebben de onderzoekers onder leiding van Gennadi Matisjov de Stepan-Makarov prijs (een onderscheiding vanwege grote wetenschappelijke verdiensten op het terrein van de oceanografie) gekregen, voor hun werk rond ‘de inzet van zeezoogdieren voor operationele doeleinden’. Er is een artikel gepubliceerd op de website van de Russische Academie voor Wetenschappen, waarin staat dat er in deze tijd van toenemende terroristische dreiging weleens hernieuwde belangstelling zou kunnen ontstaan voor onderzoek naar gevechtsrobben. Misschien kunnen de gevinde soldaten ‘terugkeren in de rangen en weer een eigen plaats krijgen in het Russisch militair complex’, aldus het artikel.

    Het vinpotigencommando in Moermansk is het enige dat nog over is van het belangrijke trainingscomplex dat de Sovjet-Unie in de tweede helft van de twintigste eeuw had ingericht. Het doel van de wetenschappers en militairen was enerzijds om het mysterie van de werking van de dieren te doorgronden en die kennis toe te passen bij de ontwikkeling van nieuwe wapens, en anderzijds om de dieren zelf te gebruiken. Aleksander Zajitsev, directeur van het laboratorium voor biotechnologische systemen van het instituut voor maritieme biologie, vertelt: ‘De onderzoeksresultaten worden zelden openbaar gemaakt, er zijn geen internationale conferenties over het “operationeel” gebruik van zeedieren. Elk land houdt zijn geheimen liever voor zich. Want er zijn dan wel bepaalde basistechnieken, maar elke dompteur heeft zijn eigen trucs om het dier zover te krijgen dat het een bepaalde taak uitvoert. Het is een ware kunst.’

    Door die geheimzinnigheid ontstaan allerlei mythen. Bijvoorbeeld over dolfijnen die in de Sovjettijd duikers op sabotagemissie aanvielen in de Zwarte Zee, parachutesprongen maakten en de kernonderzeeërs bewaakten. Maar volgens sceptici is het hele project nooit het niveau van een circusnummer ontstegen. Zoals altijd ligt de waarheid ergens in het midden. De trainingscentra van het instituut voor mariene biologie in Moermansk in de Barentszzee en in de baai van Kola, vormden binnen de Sovjet-Unie de derde pijler voor het scheppen van ‘biotechnologische systemen’, zoals Boezia en haar medebewoners van het trainingscentrum in Krasnije Kamni [in de baai van Kola, in de buurt van Polyarny in het district Moermansk] eufemistisch worden genoemd.

    Tot op het laatste moment dachten de piloten dat “dolfijnen” een codenaam was voor materieel. Wat zullen ze verbaasd zijn geweest toen er mobiele bassins aan boord werden gebracht

    ‘Eerst was er, in de jaren zestig, het militaire dolfinarium van Sebastopol (op de Krim), waar gevechtsdolfijnen werden gedresseerd,’ vertelt Vitali Varganov, een van de laatste directeuren van dit legendarische militaire centrum, dat in 1990, na het uiteenvallen van de USSR, de poorten sloot. Het was een enorm project dat vanuit de hele Sovjet-Unie steun kreeg: 52 onderzoeksinstituten op verschillende vakgebieden werkten mee aan dit biotechnologisch centrum. Het dolfinarium, dat het ‘oceanarium’ werd genoemd toen men er ook dieren uit het Verre Oosten kreeg, besloeg een terrein van 10 hectaren en omvatte onder andere drie afgesloten dierenverblijven, bassins, installaties voor het leegpompen daarvan en voor het vangen van de dieren, een militaire kazerne en een laboratorium.

    De officiële opdracht van het onderzoeksteam, dat voor bijna de helft uit marineofficieren bestond, was om het geheim te ontraadselen van de Gray-paradox, zo genoemd naar de wetenschapper die deze had ontdekt (de Britse zoöloog James Gray, 1891-1975). Hem was opgevallen dat dolfijnen tien keer zo hard zwommen als je aan de hand van hun spiermassa zou verwachten. De onderzoekers lieten een kanaal aanleggen van vijftig meter lang, met glazen panelen in de zijkanten. Daar lieten ze de dolfijnen doorheen zwemmen terwijl zij ze observeerden. Zo ontdekten ze dat de opperhuid van de dolfijnen hun weerstand tegen de beweging van het water vermindert, zodat de dieren geen energie hoeven te besteden aan de strijd tegen de werveling van de golven. Deze ontdekkingen probeerden natuurkundigen toe te passen om de voortstuwing van kernonderzeeërs te verbeteren. Of ze daarin zijn geslaagd is niet bekend.

    Een aantal jaren later, in 1980, werd in het Russische Verre Oosten nog een trainingsbasis geopend. Deze heette officieel 168 NITZ TOF (de Russische afkorting voor ‘168ste onderzoekscentrum van de Pacifische Vloot) en bevond zich in de Posjetbaai. Hier werkte men met Stellerrobben en beloega’s. De eerste groep blonk vooral uit door hun kracht en onverschrokkenheid, terwijl de beloega’s zich onderscheidden door een buitengewone bekwaamheid in echolocatie. Zij werden getraind om vijandige duikers te spotten die sabotageacties wilden uitvoeren, natuurgebieden te beschermen en pijpleidingen en kabels onder water te inspecteren. Maar met het eind van de Sovjet-Unie kwam er ook een eind aan dit project. Het half ingestorte gebouw van het verwarmde bassin, dat op een gigantische golfbal lijkt, geeft het landschap hier nog steeds iets buitenaards.


    unnamed kopie

    Het idee om in Moermansk een gevechtscommando van vinpotigen te vormen ontstond ergens in de hoogste rangen van de Russische marine. De vloot van kernonderzeeërs was op dat moment op volle sterkte. Maar toen kwam het gerucht op dat de Verenigde Staten robben trainden om sabotagemissies uit te voeren, en dat werd als een bedreiging gezien. Daarom werd besloten dat er een levend schild rond de Sovjetvloot moest komen, en wendde men zich tot de biologen van het instituut van Moermansk, die toen in het dorp Dalnie Zelentsky aan de Barentszzee werkten.

    De eerste dompteurs werden geselecteerd uit de militaire duikers die dienstdeden op de Noordelijke Vloot, want die waren gewend aan de ijzige diepten. Dat was belangrijk, want een trainer moest met beloega’s en enorme zeeleeuwen uit het Verre Oosten kunnen werken. Het leger leverde het vliegtuig en het personeel voor het transport. De militairen hadden ook de opdracht om het transport van de gevechtsdolfijnen uit Sebastopol te begeleiden. Tot op het laatste moment dachten de piloten dat ‘dolfijnen’ een codenaam was voor materieel. Wat zullen ze verbaasd zijn geweest toen er mobiele bassins aan boord werden gebracht.

    Vervolgens besloot men een trainingscentrum op te zetten bij de nucleaire vloot in het noorden. In de haven van de basis werd speciaal voor de gevechtsrobben een drijvend verblijf aangelegd. Volgens academicus Gennadi Matisjov konden de robben daardoor ‘operationeel ingezet worden om de speciale troepen te ondersteunen in de strijd tegen onderzeese aanvallen’. Vandaag de dag leven de gevechtsrobben in de buurt van Polyarny, op Kaap Tonia. De zwarte ruggen van de onderzeeërs die uit het water opduiken lijken zelf wel op reusachtige dieren die naar de oppervlakte komen om lucht te happen. En voor de robben is een eigen stadje gebouwd: in zee zijn met netten van geel met groen nylon verblijven afgebakend. De dieren trainen twee keer per dag, de rest van de tijd rusten ze uit, eten ze vis en doen ze mee aan wetenschappelijke experimenten, waarbij onderzoekers verschillende aspecten van hun gedrag bestuderen.

    Zadelrobben en grijze robben

    Uiteindelijk bleek dat de dolfijnen zich niet konden aanpassen aan het noordelijke klimaat, dat de zeeleeuwen uit het Verre Oosten te agressief waren en de beloega’s te kwetsbaar en te duur: toen deze dieren ziek werden, was er niemand in Rusland die wist hoe je walvissen moest verzorgen. ‘In de loop der tijd hebben we alleen de lokale soorten overgehouden,’ vertelt Dmitri Isjkoelov van het instituut voor mariene biologie in Moermansk. ‘We hebben de kosten van het vangen en het onderhoud afgezet tegen wat de dieren eigenlijk konden. De robben bleken het grootste rendement op te leveren. Daarom werken we nu alleen met zadelrobben en grijze robben. Die hebben veel minder voedsel nodig dan walvissen, ze zijn gemakkelijker onder controle te houden, te vervoeren en te trainen.’

    Op dit moment herbergt het centrum negen robben. De training van een dier duurt ongeveer anderhalf jaar. Eerst gaan de robben naar de ‘basisschool’. Daar leren ze zich te laten benaderen, zich een tuig met een riem te laten omdoen, materiaal op hun rug te vervoeren, een kist binnen te gaan en niet bang te zijn voor harde geluiden. Vervolgens kunnen ze doorstromen naar de ‘hogeschool’. Elke rob krijgt een eigen specialiteit. Zo zal de ene leren pijpleidingen te inspecteren met een camera op de rug; een andere moet in een bepaalde sector onder water vreemde objecten kunnen opsporen, zogenaamde ‘doelen met zwakke emissie’ (zwarte dozen, verloren apparaten of materialen); een derde leert gereedschap brengen naar mensen die in de diepzee aan bekabeling werken, een vierde wordt gedresseerd om vijanden uit te schakelen.

    ‘Boezia bijvoorbeeld kan met duikers werken, maar we hebben haar niet geleerd om het zuurstofmasker van een kikvorsman af te trekken,’ legt Aleksander Zajitsev, directeur van het laboratorium voor biotechnologische systemen uit. ‘Maar het is heel goed mogelijk om van een rob een aanvalswapen te maken. Hij heeft tanden die even effectief zijn als die van een hond en klauwen van 8 tot 10 centimeter lang. We hebben gezien hoe de robben de eenden op de ponton rond het verblijf besluipen. Ze vallen ze over het hek heen aan, doden ze met hun klauwen en peuzelen ze dan smakelijk op.’

    Alleen zullen deze robben die ‘vaardigheid’ waarschijnlijk nooit op mensen toepassen. Want het laboratorium voor biotechnologische systemen richt zich voornamelijk op fundamenteel onderzoek en behaalt buitengewone resultaten op het gebied van sensorische systemen. Zo is ontdekt dat de robben niet in zwart-wit zien, zoals tot nu toe werd gedacht, maar in kleur, en dat ze uitstekend in staat zijn om rood van blauw te onderscheiden. ‘Dat kunnen we gebruiken voor toepassingen bij ‘vriend-vijand’-systemen, bijvoorbeeld tegen saboteurs, of voor het zoeken naar objecten onder water,’ vertelt Dmitri Isjkoelov. Op een ander vakgebied houdt men zich bezig met onderzoek naar magnetische velden. Er is een theorie dat de robben zich kunnen oriënteren dankzij die velden, net zoals vogels of vleermuizen. Het zou interessant zijn om die hypothese te testen.’

    ‘Weer een ander vakgebied is dat van elektromagnetische golven. Wij werken samen met onderzoekers van het instituut voor polaire geofysica. Zij hebben apparaten die golven van verschillende frequenties kunnen uitzenden,’ legt Dmitri Isjkoelov uit. ‘We leren de rob een serie oefeningen, vervolgens kijken we of hij die nog steeds doet onder invloed van golven van lage frequenties. Waarschijnlijk worden nu systemen ontwikkeld om levende wezens te kunnen desoriënteren met behulp van magnetische velden. Ik wil er meteen bij zeggen dat het gaat om vrij zwakke golven en dat de dieren er niet van te lijden hebben. Alles bij elkaar is het belangrijk om het gedrag van de dieren grondig te bestuderen, zodat we weten tot op welk punt wij ze nog kunnen aansturen.’

    unnamed 1 kopie

    Ondertussen is de vraag of een modern leger vinpotigen of walvisachtigen nodig heeft, nog steeds niet echt beantwoord. Volgens sommigen zijn robotsystemen, zoals onderwaterdrones, betrouwbaarder in het uitvoeren van taken. ‘Ik denk dat we moeten bepalen op welke terreinen het gebruik van zeezoogdieren goed werkt en wanneer het alleen maar verspilde tijd is,’ zegt Vitali Varganov. ‘Wij hebben indertijd in Sebastopol zo veel ervaring opgedaan dat het antwoord makkelijk te vinden moet zijn.’

    Dat oceanarium beschikte over twee onderzoekslaboratoria. Het eerste hield zich bezig met de bescherming van de baai: de dieren leerden vijanden onderscheiden en die vervolgens naar de oppervlakte te dwingen of ze te elimineren. ‘Wij deden veel experimenten met het bewapenen van zeedieren,’ herinnert Vitali Varganov zich. ‘De Amerikanen werkten er ook aan, net als wij, ook zonder veel succes. Zij bewapenden de dieren met speciale messen en injectienaalden met vergif of een slaapmiddel. De Sovjets hadden het klassieke pistool van de duiker genomen en daarvan de kolf zo aangepast dat hij op de neus van een dolfijn paste. Dat moest dan afgaan bij het contact met de vijand. Dat is niks geworden. Wel zijn de dieren erg nuttig gebleken voor het zoeken naar allerlei objecten op de zeebodem.’
    Dat was wat de dolfijnen en zeeleeuwen in het tweede laboratorium leerden. Uiteindelijk waren de dieren in staat torpedo’s en mijnen en dat soort voorwerpen te vinden. Ook konden ze wapens en mijnen spotten die nog uit de Tweede Wereldoorlog stamden. Vervolgens heeft men hun vaardigheden uitgebreid door ze te leren hulp te bieden aan onderwaterploegen in nood. Hadden zij in 2000 de bemanning van de Koersk kunnen redden [de kernonderzeeër die met 118 bemanningsleden aan boord was gezonken na een reeks explosies]? Die vraag moeten de deskundigen helaas met nee beantwoorden: daarvoor was een speciaal getraind dier nodig geweest en dat was er in die tijd niet.
    Vitali Varganov: ‘Ons onderzoekscentrum is in 1992 gesloten. Aan het begin van de jaren negentig hadden we tweeënzestig grote dolfijnen, zes zeeleeuwen, enkele pelsrobben en twee beloega’s, dus bijna tachtig dieren. Er werkten meer dan dertig onderzoekers, zowel burgers als militairen. Tot het eind toe hebben we de biotechnologische systemen draaiend gehouden en we hadden permanent zes dolfijnen paraat. Maar op die plek zouden we nooit werkelijk met vijanden geconfronteerd zijn.’

    ‘De bouw van het oceanarium was gefinancierd door het ministerie van Defensie,’ vertelt Varganov. ‘Maar we moesten van het begin af aan financieel zelfstandig zijn. We kregen opdrachten van het leger en daar werden we voor betaald. Volgens ons contract mochten we geen opdrachten van anderen aannemen.’ In 1992 bij het uiteenvallen van de USSR bleef het oceanarium gevangen in dat systeem, de geldstroom droogde op, niemand had meer behoefte aan de dieren en die kwijnden weg.

    ‘Weet je wat het allerbelangrijkst was in dat programma?’ vraagt Varganov. ‘Niet de technische installaties of de gedresseerde dieren, maar de mensen. Het kost jaren om een specialist op te leiden die met zeezoogdieren kan werken. Daarom zijn onze specialisten door oceanaria in het buitenland gerekruteerd en vertrokken ze – naar Turkije, naar Cyprus, naar Israël, naar Saoedi-Arabië. Vervolgens, toen het dolfinarium onder Oekraïne kwam te vallen (na het uiteenvallen van de USSR; de Krim werd vervolgens in 2014 geannexeerd door Rusland), heeft men de dieren zelf naar het buitenland gestuurd. Het oceanarium ging dieren speciaal voor de verkoop dresseren en kon zo deze moeilijke periode doorstaan.’

    Het goede nieuws is dat de eenentwintigste eeuw nieuwe professionele perspectieven biedt voor de zoogdieren, en dat kan een stimulans zijn voor de ontwikkeling van deze wetenschap. De robben van Moermansk kunnen een gaspijpleiding volgen en lekken opsporen aan de hand van de luchtbellen die daaruit opstijgen. Ontdekt zo’n besnorde arbeider een gevaarlijke plek, dan markeert hij die door er een gewicht neer te leggen dat vastzit aan een boei: die heeft hij in zijn bek bij zich.

    ‘Het is moeilijk om de dieren te dresseren, maar vervolgens kan een rob twintig tot dertig jaar operationeel zijn. Het belangrijkste voordeel van robben is dat ze kunnen nadenken en besluiten kunnen nemen al naar gelang de omstandigheden’

    En dan zijn er nog de wetenschappelijke expedities. ‘Een paar jaar geleden hebben we een groep baardrobben uitgerust met zendertjes en hun verplaatsingen geobserveerd,’ vertelt Dmitri Isjkoelov van het instituut voor mariene biologie van Moermansk. ‘Dat heeft interessante resultaten opgeleverd: in een paar maanden tijd legden de dieren meer dan 8000 zeemijlen af en zijn ze helemaal naar Spitsbergen en Nova Zembla geweest. De zenders registreerden niet alleen hun locatie, maar ook omgevingsfactoren, zoals het zoutgehalte en de temperatuur. Zo ontpopten ze zich tot formidabele wetenschappelijke meetinstrumenten.’ Tegenwoordig is een groep robben in realtime te volgen via een app voor de mobiele telefoon. Die informatie kan bijvoorbeeld belangrijk zijn voor vissersschepen: blijft de groep robben een paar dagen in een bepaalde zone, dat betekent dat waarschijnlijk dat daar veel vis zit.

    ‘Mensen zeggen vaak dat we beter robotica kunnen gebruiken, maar op veel terreinen zullen dieren nog steeds rendabeler zijn,’ stelt Aleksander Zajitsev. ‘Net zoals er ondanks alle technologische innovaties nog steeds politiehonden op de luchthavens zijn. Zo gaat het ook met robben, zij kunnen in diepe wateren werken, snel een zone verkennen, ook in troebel water. Op dit moment bestaat er niet één robot die daar tegenop kan. Het is moeilijk om de dieren te dresseren, maar vervolgens kan een rob twintig tot dertig jaar operationeel zijn. Het belangrijkste voordeel van robben is dat ze kunnen nadenken en besluiten kunnen nemen al naar gelang de omstandigheden.’

    Of er inmiddels ook weer militaire belangstelling voor zeedieren is, valt op dit moment moeilijk te zeggen. Voor dit artikel hebben we geprobeerd in contact te komen met de militaire eenheid die nu het legendarische dolfinarium van Sebastopol bestiert. We kregen echter te horen dat dit een speciale eenheid van de marine is, die onder de Russische militaire inlichtingendienst valt. We konden er dus niet achter komen waar het leger op die plek mee bezig is, maar in de wandelgangen gaat het gerucht dat er vorig jaar vijf grote dolfijnen zijn aangekocht.

    Auteur: Elena Koudriavtseva
    Vertaler: Annemie de Vries

    Illustraties: © Ale+Ale

    Ogonjok
    Rusland | dagblad | oplage 67.000

    ‘Het vlammetje’ werd opgericht in 1899 en heeft een veelbewogen geschiedenis achter de rug. In de jaren 1970-1980 deed het dagblad vooral verslag van het culturele leven van de Sovjets, vervolgens werd het de spreekbuis van de perestrojka. Nu is het een gerenommeerd nieuwsmedium.

  • Oplossing conflict Jemen nog ver weg

    Oplossing conflict Jemen nog ver weg

    Eind januari veroverden rebellen van de Zuidelijke Overgangsraad de havenstad Aden op het 
regeringsleger. Reden voor de Amerikaanse site 
The Hill om de belangrijkste spelers en oorzaken 
van het conflict nog eens op een rij te zetten.

    Als Washington Jemen ter 
sprake brengt gaat het meestal over toenemende hongersnood, die ten minste voor een deel is te wijten aan onnauwkeurige Saoedische bombardementen op pro-Iraanse Houthi’s. Het werkelijke, verborgen verhaal betreft de beschamende 
Saoedische militaire incompetentie en het reële gevaar dat het conflict zich uitbreidt, met Iran als lachende derde.

    Sinds de oorlog in maart 2015 begon, heeft de door Saoedi-Arabië en de
 Verenigde Arabische Emiraten (VAE) geleide alliantie geprobeerd de internationaal erkende regering van 
president Abd-Rabbu Mansour Hadi, die in ballingschap in Riyad leeft, weer in het zadel te helpen. Geholpen door Colombiaanse huurlingen veroverden VAE-troepen in snel tempo de zuidelijke havenstad Aden. De Houthi’s wisten echter de controle over de hoofdstad Sanaa te behouden. Ze deden dat samen met troepen die loyaal waren aan ex-president Ali Abdullah Saleh. De Houthi’s komen uit de streek rond de noordelijke stad Sanaa. Het gebied dat ze nu beheersen beslaat weliswaar slechts 20 procent van Jemens oppervlak, maar 80 procent van de 28 miljoen inwoners woont er.

    Langs de noordgrens van Jemen wisten de Saoedische strijdkrachten alleen een stukje nabij de Rode Zee te veroveren. De militaire realiteit is in feite omgekeerd: de Houthi’s beheersen een kilometersdiepe strook Saoedisch land, ten oosten van de stad Jizan en verder oostwaarts in de richting van Najran. Het gaat om zo’n 150 vierkante kilometer, mogelijk meer. Of het land daadwerkelijk ‘bezet’ kan worden genoemd is niet helemaal duidelijk: af en toe weet het Saoedische leger erin door te dringen, maar in ieder geval gebruiken de Houthi’s het gebied als basis voor aanvallen op Saoedische militaire 
posities en grenssteden.

    Een man loopt langs een door Saoedische bommen verwoeste gevangenis in de stad Sanaa, in december 2017. © Hollandse Hoogte
    Een man loopt langs een door Saoedische bommen verwoeste gevangenis in de stad Sanaa, in december 2017. © Hollandse Hoogte

    De wijze waarop diplomaten lucht geven aan hun mening over de prestaties van het Saoedische leger zijn, tja, niet erg diplomatiek. Adjectieven als ‘slecht’, ‘afschuwelijk’ en ‘ontstellend’ zijn niet van de lucht en hebben zowel betrekking op het leger in het algemeen als op de speciale strijdkrachten en de luchtmacht. Ergerniswekkend, zo beoordelen de westerse bondgenoten van Saoedi-Arabië, de Verenigde Staten inbegrepen, de situatie op het slagveld, en ze willen de patstelling doorbreken.

    Een gelegenheid daartoe scheen zich in december voor te doen, toen de 
alliantie van Houthi’s en Saleh uit elkaar viel en Saleh een paar dagen later werd gedood in een hinderlaag. 
Er waren echter ook allerlei andere verwikkelingen. Saoedi-Arabië en de VAE lijken anders te denken over het nut om president Hadi te blijven 
steunen. Onlangs vormden Zuid-
Jemenitische activisten in Aden een ‘Zuidelijke Overgangsraad’, die zwoer de regering-Hadi omver te werpen. 
Het initiatief genoot op zijn minst de impliciete steun van de VAE, maar een Saoedische functionaris noemde het meteen ‘onaanvaardbaar’.

    De rol van Iran is onopvallend maar significant. In Teheran lijkt er iemand aan de knoppen te zitten die de spanning weet op te voeren zonder een directe Saoedisch-Iraanse confrontatie uit te lokken. Er zijn raketten ingezet tegen Amerikaanse marineschepen 
in de strategische waterweg Bab al Mandab, die de Indische Oceaan met de Rode Zee verbindt; een Saoedisch fregat werd zwaar beschadigd door een dronespeedboot. Beide acties zijn aan Iran toe te schrijven.

    Het werkelijke verhaal betreft de beschamende Saoedische militaire incompetentie

    In november kwam een Jemenitische raket, waarvan het bereik door Iraanse ingenieurs was vergroot, neer bij het belangrijkste vliegveld van Riyad, op ruim 800 km van Houthi-grondgebied; de maand daarop werd een andere raket afgevuurd op een koninklijk paleis in de Saoedische hoofdstad. Eveneens in december zouden de Houthi’s naar eigen zeggen een 
raket hebben afgeschoten op een kerncentrale in aanbouw nabij Abu Dhabi, de hoofdstad van de VAE. VAE-functionarissen lachten dit bericht weg. 
Westerse collega’s namen het daarentegen wél serieus en zeiden dat de Houthi’s aardig op weg waren een reële bedreiging te vormen voor de VAE.

    Een ogenschijnlijk zijdelingse, maar in werkelijkheid centrale speler is Oman, dat zowel aan Saoedi-Arabië en de VAE als aan Jemen grenst. Het is aannemelijk dat dit land als doorvoerroute dient voor Iraanse militaire technologie, bestemd voor Houthi-troepen. Het is tevens zeer wel mogelijk dat de zieke sultan Qaboes van Oman dit opzettelijk toelaat. De 77-jarige vorst stoort zich naar verluidt aan wat hij beschouwt als een dwaze interventie van Saoedi-Arabië en de Emiraten in Jemen. Riyad en Abu Dhabi zien op hun beurt de hulp die de sultan in de jaren zeventig van Perzische troepen kreeg om rebellen te verslaan, als een precedent van Teherans onwelkome bemoeienissen op het Arabische schiereiland.

    De aan kanker lijdende sultan Qaboes, die volgens ten minste één inlichtingendienst 2019 niet zal halen, is waarschijnlijk ook ontstemd over de recente aflevering van Saoedische militaire voertuigen in de Jemenitische haven van Nishtun. Dit zou een opmaat kunnen vormen tot uitvoering van het al lang sluimerende Saoedische voornemen een corridor te creëren tussen Jemen en Oman, om zo directe toegang te verkrijgen tot de Indische Oceaan. 
In het verleden zorgde Oman voor informele diplomatieke contacten tussen de Houthi’s en Riyad, een functie die zou moeten worden gereactiveerd.

    Vermoorde onschuld

    Ondertussen blijft Iran de vermoorde onschuld spelen. In de Financial Times van 22 januari pleitte de Iraanse 
minister van Buitenlandse Zaken Mohammad Javad Zarif ervoor een forum op te zetten voor regionale 
dialoog in de Perzische Golf. ‘Onze 
uitnodiging tot dialoog bestaat al jaren en blijft openstaan. We kijken uit naar de dag dat onze buren deze aanvaarden en hun bondgenoten – in Europa en elders in het westen – hen daarin 
aanmoedigen.’

    Vrijwel zeker onbedoeld zullen deze woorden Washington in staat stellen Riyad over te halen te luisteren naar Amerikaans advies over Jemen.

    Auteur: Simon Henderson
    Vertaler: Carl Stellweg

    The Hill
    VS | oplage 24.000

    Krant over (overwegend 
binnenlandse) politiek, beleid en economie, 
uitgegeven door Capitol Hill.

  • Niet Maduro maar het leger heeft de macht in Venezuela

    Niet Maduro maar het leger heeft de macht in Venezuela

    De massale demonstraties tegen het socialistische regime van president Nicolás Maduro houden aan in de almaar erger wordende crisis in Venezuela. Maduro klampt zich vast aan het leger, zijn voornaamste steunpilaar. Het controleert de voedselimport, beheert de mijnen en slaat de protesten neer, terwijl de regering met de armen over elkaar toekijkt.

    Carlos Soublette, een Venezolaans militair, politicus en staatsman, deed in 1837 een historische uitspraak over dit land, die nu toepasselijker is dan ooit: ‘Venezuela is nooit ten onder gegaan en zal ook nooit ten onder gaan omdat een burger met de president spot. Venezuela zal ten onder gaan wanneer de president met de burgers spot.’

    Na vier jaar aan de macht heeft president Nicolás Maduro door zijn lukrake beleid het land in een van de ergste economische en sociale crises van zijn geschiedenis gestort. De opvolger van Hugo Chávez is, met zijn melodramatische stijl, niet in staat gebleken tegemoet te komen aan de meest urgente behoeften van de Venezolanen. De burgers van het land moeten nu toezien hoe hij de vloer aanveegt met de staatsinstellingen, zijn politieke tegenstanders, het parlement, de rechterlijke macht, de internationale gemeenschap en met hen het volk, dat de buik vol heeft van schaarste, inflatie en geweld.

    Met aantijgingen (niet één gestaafd) van internationale complotten, economische oorlogen en buitenlandse invasies (naast een wanhopige cliëntelistische strategie van sociale bijstand) is Maduro erin geslaagd zich in Miraflores, het presidentiële paleis, te verschansen. Zonder steun van de Venezolaanse strijdkrachten, die op dit moment het machtigste staatsorgaan zijn, zou hem dat nooit gelukt zijn. Er wordt sowieso getwijfeld aan zijn politieke leiderskwaliteiten.

    Privileges

    ‘De Nationale Bolivariaanse Strijdkrachten hebben hun onvoorwaardelijke steun aan de president bevestigd,’ zei de minister van Defensie, Vladimir Padrino López, op een militaire plechtigheid bij het presidentieel paleis. Padrino López beschreef Maduro als een ‘authentieke chavistische president die door de strijdkrachten hogelijk wordt bewonderd’. De strijdkrachten noemde hij ‘radicaal anti-imperialistisch en trouw aan de socialistische leider Hugo Chávez’.

    Vóór zijn dood had el comandante Chávez er door middel van allerlei privileges voor gezorgd dat het presidentschap tot in lengte van dagen verzekerd zou zijn van militaire steun. Maar het was Maduro die na zijn installatie als president letterlijk alles aan de militairen weggaf. Tegenwoordig zijn het de strijdkrachten die de import van levensmiddelen controleren, ze bezitten de ateliers waar hun uniformen worden gemaakt, ze hebben een eigen tv-zender, een bank, een autofabriek en een bouwonderneming. Dit jaar wisten ze de hand te leggen op een bedrijfstak waar ze altijd al een oogje op hadden: de olie- en mijnindustrie. Twee maanden geleden werd Camimpeg (Compañía Anónima Militar de Industrias Mineras, Petrolíferas y de Gas) een soort alternatief voor of concurrent van het staatsoliebedrijf Petróleos de Venezuela. De militairen beschikken tegenwoordig over hun eigen oliebronnen en hebben de verkoop en distributie in handen van alle producten uit hun mijnen en aardgasvelden, alsmede hun aardolieproducten. Alles gaat buiten de toezichthouders om, zoals is afgesproken met de regering.

    Zes dagen na zijn beëdiging tot president gaf Maduro een impuls aan de ondernemingsdrift van de militairen. Volgens dagblad El Nacional heeft de minister van Defensie tussen juli 2013 en februari 2016 elf ondernemingen opgericht ten behoeve van de economische ontwikkeling van de strijdkrachten. ‘Acht van de in totaal elf bedrijven openden hun deuren na de afkondiging van de zogenaamde Militaire Economische Zone: de Banco de la FANB (Fuerza Armada Nacional Bolivariana), een onderneming voor landbouw- en veeteeltproducten (Agrofanb), een militaire transportonderneming (Emiltra), een telecommunicatiebedrijf (Emcofanb), een digitaal tv-kanaal (TVFanb), een investeringsfonds (Fimnp), een bouwonderneming (Construfanb) en een bedrijf voor de productie en distributie van mineraalwater (onderdeel van de industriële holding Fuerte Triuna)’, aldus het dagblad.

    Daar houden de privileges nog niet op. De salarissen van de militairen worden geregeld verhoogd, ze hebben toegang tot producten en sociale voorzieningen waar maar weinig Venezolanen van kunnen profiteren, vooral niet sinds het uitbreken van de economische crisis. En de invloed van het leger gaat nog veel verder: ze hebben een militair in actieve dienst in de regering zitten, plus nog eens tien officieren buiten dienst in elf van de 32 ministeries. Volgens politiek analist Luis Vicente León was Chávez begonnen met het opnemen van militairen in de regering en is die lijn onder Maduro verder doorgezet. ‘Nu hebben we in plaats van een civiel-militaire regering eerder een militair-civiele regering,’ aldus Vicente León.

    Met gigantische katapulten schieten demonstranten flessen met fecaliën naar de strijdkrachten die de weg naar het (pro-Maduro) Hooggerechtshof blokkeren. – © Ariana Cubillos / HH
    Met gigantische katapulten schieten demonstranten flessen met fecaliën naar de strijdkrachten die de weg naar het (pro-Maduro) Hooggerechtshof blokkeren. – © Ariana Cubillos / HH

    De strijdkrachten hebben 165.000 manschappen in actieve dienst en 25.000 reservisten. Ook voeren zij het bevel over de nationale Venezolaanse militie, het militair getrainde burgerkorps dat de strijdkrachten moet ondersteunen – 500.000 man en ‘iedereen gegarandeerd met zijn eigen geweer’. Toen Chávez in 2002 voorstelde burgers te bewapenen, waren de strijdkrachten eerst nog tegen, maar gaven ze uiteindelijk toe en verzorgden ze zelf militaire training. Nu de zaken complexer liggen, zijn de tegenstemmen nagenoeg verstomd.

    Naarmate de regering de steun van de bevolking begon te verliezen besloot ze, volgens politiek analist Benigno Alarcón, ‘met geweld aan de macht te blijven en de loyaliteit van de militairen te kopen’. Zijn mening wordt door andere analisten gedeeld. ‘De regering heeft zich verschanst en steunt op de militairen, de staatsinstellingen die ze in de hand heeft en op groepen paramilitairen die burgers aanvallen,’ zegt politicologe Francine Jácome. Lokale commentatoren bevestigen dan ook dat het de militairen waren die het Hooggerechtshof dwongen het omstreden decreet te herroepen. In het decreet werd het parlement buiten werking gesteld en de huidige crisis veroorzaakt, misschien wel de ernstigste ooit in Venezuela.

    Vladimir Padrino López zorgde ervoor dat Luisa Ortega Díaz, hoofdofficier van justitie en radicaal chavist, de maatregel ‘ongrondwettig’ verklaarde om zodoende de regering-Maduro van de ondergang te redden. En hij was het ook die in 2015 de verkiezingsuitslag erkende waarmee de gezamenlijke oppositie de meerderheid in het parlement won. Pas nadat hij dat had gedaan, legde ook Maduro zich bij de overwinning van zijn tegenstanders neer.

    Julio Borges, de voorzitter van het parlement, verzocht de militairen alleen “loyaal” te zijn aan de grondwet, en voor die uitspraak werd hij bedreigd met een proces wegens “oproepen tot een staatsgreep”

    Het gaat erom dat Vladimir Padrino López niet zomaar een minister is. Als militair bleef hij in 2002 Chávez trouw toen hij zich als commandant van een van de legereenheden tegen de staatsgreep keerde, die na 48 uur mislukte. Hij klom vervolgens op in de hiërarchie, tot hij in opdracht van Chávez de vertrouwensman van Maduro werd. Sebastiana Barráez, een journaliste uit de deelstaat Táchira die al tientallen jaren verslag doet van de militairen, zei tegen de BBC dat er ‘in de Venezolaanse strijdkrachten’ twee belangrijke machtsgroepen zijn: die van Maduro en Padrino, en die van Diosdado Cabello, parlementslid en ex-vicepresident onder Chávez’.

    Padrino López is een van de weinige militairen die niet door de Verenigde Staten zijn aangeklaagd wegens drugshandel en witwassen, en dat geeft hem aanzien bij de troepen. Onder zijn bevel is het Venezolaans militair budget voor wapens en materiaal met 4 miljard dollar gestegen. Volgens rapporten zijn de totale militaire uitgaven tussen 2004 en 2006 met 46 procent gestegen.

    Zowel de Venezolaanse ambassadeur bij de OAS [de Organisatie van Amerikaanse Staten] als de voormalig minister van Buitenlandse Zaken Roy Chadertos zegt dat Venezuela de sterkste militaire macht in de regio is, ‘qua vernietigingskracht’.

    En dit machtige leger is nu bezig de demonstraties te onderdrukken. Drie weken geleden zijn de manifestaties van de oppositie begonnen en al die tijd heeft het leger geprobeerd de protesten neer te slaan. Volgen officiële cijfers zijn er negen mensen in de demonstraties omgekomen en elf gesneuveld tijdens de plunderingen.

    ‘Sommige slachtoffers werden tijdens de plunderingen geëlektrocuteerd en andere bezweken aan kogelwonden,’ verklaart het OM. Getuigen geven de schuld aan de ‘collectieven’ (gewapende groepen chavisten) die op de demonstranten zouden hebben geschoten. Die gewapende burgermilities, vroeger ‘bolivariaanse kringen’ genoemd, zijn verworden tot ware criminele organisaties zonder enige loyaliteit aan Maduro.

    De regering en de oppositie geven elkaar de schuld van het uit de hand gelopen geweld en de golf van protesten. Volgens de ngo Foro Penal zijn er tijdens de protesten niet alleen doden gevallen, maar is ook nog eens een recordaantal mensen gearresteerd – zevenhonderd – en vielen er tientallen gewonden. Julio Borges, de voorzitter van het parlement, verzocht de militairen alleen ‘loyaal’ te zijn aan de grondwet, en voor die uitspraak werd hij bedreigd met een proces wegens ‘oproepen tot een staatsgreep’.

    De oppositie is, ondanks alle dreigementen en repressie, vastbesloten door te gaan met demonstreren tot de regering instemt met nieuwe verkiezingen. Een precaire aangelegenheid aangezien volgens de peilingen steeds meer mensen tegen de huidige regering zijn. Zeven op de tien Venezolanen willen een wisseling van de macht.

    Volksraadpleging

    Vanaf zijn eigen verkiezing in 2013 tot aan de laatste parlementsverkiezingen in december 2015 heeft Maduro er blijk van gegeven niet over de electorale vaardigheden te beschikken van zijn ‘politieke peetvader’. Hij heeft de grootste nederlaag in de zeventien jaar van chavistische hegemonie op zijn naam staan. Daarom vermijdt hij verkiezingen. Maar er is voor hem bijna geen uitweg meer, en de roep om een oplossing van de crisis middels een volksraadpleging wordt steeds luider. ‘Als de politieke leiding opdracht geeft op het eigen volk te schieten, dan is dat een teken van grote lafheid en zwakte van het huidige regime in Venezuela,’ verklaart Luis Almagro, secretaris-generaal van de OAS.

    Heeft Chávez zich in zijn opvolger 
vergist of is de bolivariaanse revolutie mislukt, zoals de Colombiaanse president Juan Manuel Santos zei? Volgens Almagro en andere stemmen uit binnen- en buitenland ‘zijn verkiezingen hét redmiddel tegen dictaturen’. We zullen zien hoe de Venezolaanse strijdkrachten hierover denken. Ze hebben onlangs hun kazernes verlaten om de politieke toekomst van het land te bepalen – en dat is spotten met de volkswil, zoals Soublette meer dan een eeuw geleden opmerkte.

    Auteur: Angélica Lagos Camargo
    Vertaler: Jos den Bekker

    El Espectador
    Colombia | dagblad | oplage 80.000

    Opgericht in 1887 en tot 2000 een van de meest dynamische kranten van het land. De stellingname tegen de drugskartels bezorgde de krant een internationale reputatie. Financiële problemen dwongen El Espectador ertoe zich om te vormen tot weekblad, maar sinds 2008 verschijnt de krant opnieuw als dagblad.

    b62ba5b7fa60433b8bdea5de1bd11d4a 0

    CHRONOLOGIE

    2013, 5 maart Hugo Chávez, president sinds 1999 en ‘vader van de socialistische Bolivariaanse revolutie’ sterft op 58-jarige leeftijd. Hij had Nicolás Maduro aangewezen als zijn opvolger. Maduro wint de presidentsverkiezingen in dat jaar met een nipte meerderheid (50,66 procent van de stemmen).

    2014 De prijs van ruwe olie keldert, waar- door de Venezolaanse economie hard wordt geraakt. Het land beschikt over de belangrijkste oliereserves in de wereld, waaruit het 96 procent van het nationale inkomen put.

    2015, 6 december De oppositie behaalt de meerderheid bij de verkiezingen voor het parlement.

    2016, 8 maart De Nationale Kiesraad blokkeert een referendum over de vraag of Maduro kan aanblijven. De ene betoging volgt op de andere.

    2016, juli Lege schappen in de super- markten. Het ontbreekt de bevolking aan alles. Volgens het Internationaal Monetair Fonds zal de inflatie in Venezuela in 2017 liefst 1660 procent bedragen.

    2017, 29 maart Het Hooggerechtshof, waarin de aanhangers van Maduro de overhand hebben, eigent zich de macht van het parlement toe, maar ziet daar vanwege de diplomatieke verontwaardiging weer van af. De oppositie probeert de straat in beweging te krijgen, met (sinds begin april) ten minste 31 doden tot gevolg.
    Zoho CRM – Affordable On-demand CRM

  • In Latakia is de sfeer optimistisch

    In Latakia is de sfeer optimistisch

    Sinds de Russische interventie in Syrië, heeft het leger van president Assad weer moed gevat in de strijd tegen IS. Russische journalisten op reportage in de alevitische stad Latakia krijgen een warm welkom.

    Het lijkt vreemd, maar in Latakia, de Syrische stad waar zich de Russische militaire basis bevindt, heerst een feestelijke sfeer. In deze stad, waar het in augustus 2011 tot heftige confrontaties kwam, is geen spoor van oorlog te bespeuren. Het straatleven heeft zijn normale gang hernomen: auto’s wachten geduldig in verkeersopstoppingen, vrouwen in strakke spijkerbroeken en T-shirts trekken beroepsmatig de aandacht van Russische journalisten. 
’s Avonds treffen de inwoners elkaar in de cafés, in het weekend worden feesten en bruiloften gevierd. Overdag kun je de Syriërs tegenkomen op het strand. De vrouwen lopen onbekommerd in badpak. Alles wijst erop dat deze mensen niet gediend zijn van islamisten.

    De veiligheid van de Russische militaire basis wordt verzekerd door helikopters en het Korps Mariniers. 
’s Avonds klinken in de verte schoten, maar de strijd komt niet in de buurt van de basis. Binnenkort zal het nog rustiger worden, want het Syrische leger is aan een offensief begonnen.

    Patriottische oorlog

    De regio Latakia is net als een groot deel van de Syrische kust alevitisch. Ook de Syrische president Bashar al-Assad behoort tot deze moslimminderheid en 
is uit de regio afkomstig. Zijn regime 
in Damascus wordt aangevallen door radicale islamistische organisaties [de ‘rebellen’], waartoe behalve IS ook Jabhat al-Nusra (ook wel Al-Nusra Front genaamd en gelieerd met Al-Qaida) en andere, minder belangrijke groeperingen behoren. Allemaal hebben ze zich schuldig gemaakt aan wrede etnische of religieuze zuiveringen onder de christelijke Arabieren, de Koerden, de Jezidi’s, de Assyriërs en de sjiieten. Ook de alevieten voelen zich dus rechtstreeks bedreigd door de terroristen, die op nog geen veertig kilometer van Latakia en de luchthaven Bassel Al-Assad opereren. Zij beschouwen de Russische vliegtuigen niet alleen als een schild, maar ook als een factor die een ommekeer in de oorlog teweeg kan brengen. Wij Russische journalisten ervaren dat dagelijks: de mensen salueren voor ons, nodigen ons uit voor een drankje in het café en groeten ons hartelijk.

    Momenteel hebben de rebellen het grootste deel van het land in handen. Alleen in Latakia, Tartus, Damascus en enkele andere steden is het vooroorlogse Syrië nog te zien, een gewoon oosters land, waar de industrie en de openbare diensten functioneren, internet en het mobiele netwerk werken, de cafés geopend zijn. Waar je op je laptop moeiteloos toegang krijgt tot YouTube, Twitter of Facebook. Alleen de sterke militaire aanwezigheid (Syrisch uiteraard) en de controleposten herinneren ons aan de bijzondere situatie in het land.

    De Syrische burgeroorlog is allang een patriottische oorlog geworden. Dat is iets wat de westerse journalisten en experts ontgaat: de Syriërs die vóór Damascus zijn strijden niet voor het regime van Assad, ze strijden voor hun land dat wordt aangevallen door islamisten van over de hele wereld. Zelfs de groeperingen die deze oorlog feitelijk begonnen zijn, zoals het Vrije Syrische Leger (FSA), hebben een wapenstilstand met Damascus gesloten nadat ze zelf werden geconfronteerd met het radicalisme en de wreedheden van de jihadisten. Geen Syriër moet daar iets van hebben.

    De mensen nodigen ons uit voor een drankje in het café en groeten ons hartelijk

    De aankondiging van een Syrisch offensief door de Syrische chef-staf generaal Ali Abdullah Ayyoub heeft de emoties en het patriottisme nog eens verder aangewakkerd. De Syrische officieren en soldaten maken een goede indruk op ons. Velen van hen zijn moderne jongeren die goed Engels spreken. Zij vechten tegen IS en het Al-Nusra Front. Dat laatste vecht niet alleen tegen het reguliere leger, maar voert ook onderling strijd. De terroristen die de leider van IS, Abou Bakr al-Baghdadi, niet erkennen, worden door het westen aangeduid als ‘gematigde oppositie’. Maar hun methodes zijn dezelfde: zelfmoordaanslagen, etnische zuiveringen, het bombarderen van loyalistische posities.


    De belangrijkste conflictgebieden bevinden zich niet alleen in de buitenwijken van Idlib, in Aleppo, rond Homs, in Hama en in Tadmur (Palmyra), maar ook in Hasaka en Deir ez-Zor in het oosten van het land, twee steden die in handen van het leger zijn maar worden belegerd door IS. De steden die de oorlog gespaard zijn gebleven zijn op de vingers van één hand te tellen. Ook Palestijnse eenheden vechten tegen IS, net als de Koerden, die een soort wapenstilstand met Damascus hebben gesloten. Een vreedzaam land, kortom, dat door krachten van buitenaf in een enorme vuurzee is veranderd. Een echo van de ‘Arabische Lente’ die in december 2010 in Tunesië begon als gevolg van binnenlandse conflicten, en zonder inmenging van buitenaf, maar algauw een heel ander karakter kreeg: zo analyseert Andrej Korotajev, islamspecialist en lid van het Instituut voor Oosterse Studies van de Russische Academie van Wetenschappen, de huidige gebeurtenissen. Hij is een van de weinige deskundigen op het gebied van een onderwerp dat ten grondslag ligt aan de grootste politieke controverse op de wereld: de opbouw en afbraak van staten, en de redenen voor burgeroorlogen en rampen. ‘De buitenlandse inmenging in de gebeurtenissen in Libië en daarna Syrië is zonneklaar,’ legt hij uit.

    IS biedt een alternatief door antwoord te geven op existentiële vragen van verwarde bekeerlingen

    In Syrië stak de revolutionaire liberale jeugd de lont in het kruitvat met haar democratische eisen. Toen ook andere stromingen zich bij hun beweging aansloten, met name de islamisten, is het Westen zich er echt mee gaan bemoeien. Aanvankelijk schaarden de westerlingen zich vierkant achter de tegenstanders van Assad. Ze stonden toe dat de jihadisten Syrië binnendrongen, ze hebben geld en wapens gestuurd. Het eerste verzetsleger, het Vrije Syrische Leger, bestond nog uit areligieuze tegenstanders, maar die kregen algauw gezelschap van radicale islamistische splintergroepen. Het breekpunt was de verschijning van het Al-Nusra Front. Daarna heeft IS zich op alle fronten 
in de strijd gestort, tegen de andere islamistische groeperingen en tegen Bashar al-Assad. Ze behaalden de ene overwinning na de andere en bezetten uiteindelijk een groot deel van het land. Al-Qaida is in vergelijking met hen een gematigde groepering. Toch was er een tijd dat Al-Nusra het absolute kwaad vertegenwoordigde in de ogen van de eerste islamistische groeperingen die zich tegen Assad verzetten. Nooit eerder waren er zo veel radicaliseringsgolven in zo korte tijd.

    Kinderen in Latakia tonen foto’s van de Syrische president Assad en de Russische president Poetin om hun steun te betuigen aan het Russische ingrijpen. © Dmitriy Vinogradov / HH
    Kinderen in Latakia tonen foto’s van de Syrische president Assad en de Russische president Poetin om hun steun te betuigen aan het Russische ingrijpen. © Dmitriy Vinogradov / HH

    De regering-Assad leek begin augustus 2015 te wankelen en Syrië balanceerde op de rand van de chaos. Maar in september heeft de frontlinie zich gestabiliseerd, is het offensief van IS gestokt en heeft zich een ommekeer in het krachtveld voltrokken toen het Syrische leger (dat wapens uit Rusland had ontvangen) haar posities versterkte. De Russische luchtmacht verscheen ten tonele op het moment dat het Syrische leger al klaar was voor een tegenoffensief. Als het leger van Assad erin slaagt de buitenwijken van Aleppo en Palmyra te bevrijden, zal IS gedwongen zijn zich terug te trekken in de woestijn.

    De psychologische impact van de Russische aanwezigheid is duidelijk zichtbaar

    De Russische betrokkenheid in Syrië is waarschijnlijk de opzienbarendste militaire en politieke operatie van het tijdperk-Poetin. (…) Vanuit historisch oogpunt bezien betekent deze interventie dat Rusland terugkeert op het internationale toneel als een belangrijke speler waarmee zijn tegenhangers, inclusief de Verenigde Staten, tot een akkoord moeten zien te komen, ook al is het tegen hun zin,’ schreef het invloedrijke Amerikaanse blad The National Interest. Het is inmiddels voor iedereen duidelijk, zelfs voor de westerlingen, dat Rusland voortaan weer zijn partijtje meeblaast in de globale ontwikkelingen.

    Bescherming van de staten

    Het aantal Russische luchtaanvallen neemt toe. Bovendien worden ze afgestemd met de grondoperaties van het Syrische leger. De psychologische impact van de Russische aanwezigheid is duidelijk zichtbaar: voor het eerst sinds lange tijd heeft het Syrische leger het offensief weer ingezet en steden en dorpen bevrijd. En dan is het effect van het gebruik van Russische precisiewapens nog niet eens gemeten. Chirurgische aanvallen waren tot nu toe voorbehouden aan Washington.

    ‘De Russische operatie is op zichzelf al opzienbarend, en deze chirurgische aanvallen maken haar nog opzienbarender,’ aldus Roeslan Poechov van het Russische Centrum voor de Analyse van Strategie en Technologie (cast).

    Over het werkelijke militaire potentieel dat achter dit machtsvertoon schuilgaat blijven de meningen verdeeld. En als de kansen keren en Rusland met deze beperkte interventie zijn doel niet bereikt? Volgens sommige experts kost een lading van 26 raketten ongeveer een miljard roebel [zo’n veertien miljoen euro]. Rusland beschikt waarschijnlijk over voldoende middelen om de stabiliteit in Syrië te verzekeren. Maar als het de verkeerde kant op gaat, moet het land zich kunnen terugtrekken. Want het probleem in het Midden-Oosten gaat de hele beschaafde wereld aan, en het drama is nog maar net begonnen.

    De Syrische officieren en soldaten maken een goede indruk op ons

    Zelfs in landen waar dat indruiste tegen de Amerikaanse belangen heeft de ‘democratiseringspolitiek’ van de VS gewerkt. Maar vervolgens is het in deze landen [Tunesië, Egypte, Jemen] verschillende kanten op gegaan. Daar staat tegenover dat in landen waar de regimes van oudsher vijandig waren en weinig geneigd om samen te werken, zoals Libië en Syrië, de buitenlandse krachten de revolutie uit alle macht hebben gesteund, alleen maar om ze tot de ondergang te dwingen.

    De Verenigde Staten wilden Assad koste wat kost ten val brengen, totdat ze de controle volledig verloren: het gaat er niet langer om wie de oorlog tussen de staten en machtsblokken in het Midden-Oosten zal winnen, maar om hoe kan worden voorkomen dat alle staten het onderspit delven tegen IS.

    Maar is IS werkelijk zo machtig en verschrikkelijk? Andrej Korotajev windt er geen doekjes om: het gaat niet om zomaar een schurkenbende, maar om een aanval op de algehele beschaving. Het socialistische staatsmodel werd meegesleurd in de val van de Sovjet-Unie, het nationalistische model heeft zijn doeltreffendheid niet bewezen en de democratische mondialisering leidt tot de vernietiging van de staat als zodanig. De verantwoordelijken binnen de Russische politiek stellen zich terecht behoudend op: ze roepen 
op om de staatsinstellingen waar mogelijk in stand te houden. Maar dit idee zal nog ingang moeten vinden in een duurzame en constructieve toekomstvisie, want de natuurlijke afkalving van deze instellingen zal op een dag tot hun ondergang leiden, en het blijft de vraag waardoor ze vervangen moeten worden. IS, hoe misdadig, moordzuchtig en meedogenloos ook, biedt een alternatief door antwoord te geven op existentiële vragen van verwarde bekeerlingen. Heel wat mensen in het [Russische] noorden van de Kaukasus en het Midden-Oosten zijn ervan overtuigd dat zich in Syrië de strijd van het laatste kalifaat tegen de ongelovigen afspeelt voordat de apocalyps zich voltrekt. Wat kun je daartegenover stellen?

    Auteurs: Mikhail Rogojnikov, Andrei 
Vesselov, Marina Akhmedova 
en Dmitri Vinogradov
    Vertaler: Peter Bergsma

    Roesski Reporter
    Rusland, dagblad, oplage 168.000
    Nieuwsmagazine gericht op de middenklasse.