Tag: links

  • VS: Witte Huis geeft links en de media de schuld van aanslag op galadiner

    VS: Witte Huis geeft links en de media de schuld van aanslag op galadiner

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Humanoïde robots gaan bagage afhandelen op Japanse luchthavens

    » Taylor Swift wil haar stem als handelsmerk laten registreren

    Zaterdag werd een galadiner in Washington beschoten

    Zaterdagavond, ‘toen hij de pers toesprak, in zijn smoking, een paar uur na de schietpartij tijdens het White House Correspondents’ Dinner in Washington, riep Donald Trump op tot kalmte’, merkt Politico op. ‘Maar tegen maandag was de toon veranderd’, aldus de Amerikaanse nieuwssite.

    Terwijl een federale rechtbank in Washington Cole Allen, de vermeende schutter, aanklaagde voor poging tot moord op de Amerikaanse president, beschuldigde Karoline Leavitt, perssecretaris van het Witte Huis, de Democratische oppositie ervan politiek geweld aan te wakkeren.

    ‘De haatcultuur van links tegen de president en iedereen die hem steunt en voor hem werkt, heeft geleid tot talloze gewonden en doden, en dreigde dit weekend opnieuw toe te slaan’, verklaarde ze. ‘Degenen die de president voortdurend en onterecht een fascist noemen, een bedreiging voor de democratie, en hem voor politiek gewin met Hitler vergelijken, wakkeren dit soort geweld aan’, aldus Leavitt.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Maar ‘het waren niet alleen Democratische functionarissen’ die kritiek kregen van het conservatieve kamp, ​​merkt Politico op. Maandag suggereerde Todd Blanche, de waarnemend procureur-generaal, ‘ook dat de media een deel van de verantwoordelijkheid droegen’ voor de aanslag. ‘Ze zijn net zo schuldig als veel mensen op X, wanneer je journalisten hebt… die buitensporig kritisch zijn en de president zonder reden of bewijs met vreselijke namen aanduiden’, zei Blanche.

    In twee berichten op sociale media eisten de Amerikaanse president en zijn vrouw Melania Trump maandag dat zender ABC komiek Jimmy Kimmel zou ontslaan vanwege een sketch over het White House Correspondents’ Dinner, die twee dagen voor de aanslag werd uitgezonden, meldt The New York Times. Daarin had de presentator opgemerkt dat de First Lady ‘straalde als een aanstaande weduwe’, achteraf bezien een nogal wrange opmerking.

  • De opmars van linkse partijen in Afrika

    De opmars van linkse partijen in Afrika

    De overwinning van Bassirou Faye en zijn partij PASTEF in Senegal markeert de onvrede met de gevestigde orde en de opkomst van linkse partijen op het hele continent. De overwegend jonge bevolking van Afrika streeft naar soevereiniteit op economisch, monetair en landbouwgebied. Kan het huzarenstuk van Faye inderdaad elders worden herhaald?

    Het aantal Afrikaanse landen dat de afgelopen jaren onder militair bewind is komen te staan, heeft het debat over de onzekere toekomst van de democratie op het continent net als in andere delen van de wereld overheersd. Maar de laatste tijd winnen de protesten van jongeren tegen de situatie op het gebied van kosten van levensonderhoud, corruptie en de schuldencrisis aan populariteit. Wordt dit een herhaling van 1990, toen straatprotesten van Dakar tot Mombasa tegen autocratie en wanbeleid politiek pluralisme inluidden?

    De ontluikende jonge bevolking in veel landen en het falen van de bestaande bestuursstructuren om collectieve goederen, diensten en banen te leveren, schept bijna onvermijdelijk de voorwaarden voor alternatief leiderschap en bestuursstructuren die de Afrikaanse politiek beloven te hervormen.

    Politieke actoren in de marge hebben het momentum aangegrepen om de massa te mobiliseren om de elites uit te dagen die de politieke en economische ruimte ten koste van hen domineren.

    Terwijl neoliberale idealen overal ter wereld de overhand kregen, kregen Afrikaanse landen, vooral die met ontluikende democratieën zoals Senegal en Tanzania, te maken met druk vanuit de bevolking die verandering eist en een wedergeboorte van de idealen die bij hun onafhankelijkheid werden bevochten. In andere landen, zoals Zuid-Afrika, is economische ongelijkheid de brandstof voor het protest tegen de gevestigde orde.

    Verkiezingen

    De heropleving van de links-populistische ideologie in Afrika wordt het meest prominent verdedigd door Bassirou Diomaye Fay uit Senegal, Julius Malema uit Zuid-Afrika en Zitto Kabwe uit Tanzania – de drie oprichters van de jongste marxistisch-leninistische partijen van Afrika.

    In Senegal won African Patriots of Senegal for Work, Ethics and Fraternity (PASTEF) een mandaat van 54 procent om het land te regeren tijdens de historische verkiezingen van 24 maart 2024. De partij versloeg kandidaat Amadou Ba van zittend president Macky Sall.

    In Zuid-Afrika daalde de populariteit van Malema’s partij Economic Freedom Fighters (EFF) onder de Zuid-Afrikaanse kiezers met 1,5 procent bij de verkiezingen van mei 2024, maar door de vorming van een regering tussen het African National Congress (ANC) en de door een meerderheid van witten geleide Democratische Alliantie, genaamd GNU, kreeg de bevlogen politicus alsnog een platform om de idealen van de oppositiepartij nieuw leven in te blazen.

    En in Tanzania is Kabwe optimistisch dat zijn partij ACT-Wazalendo, opgericht in 2014, een kans maakt om de algemene verkiezingen in Zanzibar in 2025 te winnen van Chama Cha Mapinduzi (CCM), de regerings- en tevens de oudste partij van het land. In dit semiautonome eiland van de Republiek Tanzania heeft de oppositiepartij momenteel de grootste aanhang. De lokale verkiezingen van dit jaar, die gepland staan voor oktober, zullen een indicatie vormen voor wat de partij volgend jaar kan bereiken.

    Terwijl het schijnoptimisme van het ‘Africa Rising’-moment vervaagde, kwam er een nieuwe generatie activisten op.

    Het jaar 2014 was een soort waterscheiding. Terwijl het schijnoptimisme van het ‘Africa Rising’-moment vervaagde in de lange schaduw van de wereldwijde recessie, kwam er een nieuwe generatie jeugdige activisten op. Te midden van de golf van wereldwijde antikapitalistische protesten die werd veroorzaakt door de globale recessie, kwamen de genoemde politieke partijen in 2014 met verheven idealen om de politieke toekomst van hun landen opnieuw vorm te geven en een nieuw pan-Afrikaans traject te bepleiten. Ze hadden een gelijkgestemde agenda met betrekking tot corruptie, de nationalisering van natuurlijke rijkdommen en, in het geval van Zuid-Afrika, de onteigening van het land.

    Met de opkomst van PASTEF, EFF en ACT-Wazalendo kregen hun respectieve oprichters continentale bekendheid. Terwijl de wereld opkrabbelde van de turbulentie van de wereldwijde financiële crash, de Arabische Lente, die de val van de Libische president Moammar al-Qadhafi inluidde, het begin van de Syrische burgeroorlog en de schijnbare opkomst van de democratie in Tunesië en Egypte, doken ten zuiden van de Sahara jonge bewegingen op als reactie op de crisis van het tijdperk en ook op een langere democratische recessie die terugging tot de jaren negentig.

    Nu de lokale verkiezingen in oktober en de algemene verkiezingen in Senegal naderen, is het de vraag of het de Senegalese partij PASTEF lukt de visie van haar oprichter levend te houden. Het gaat om het consolideren van de soevereiniteit van Senegal op economisch, monetair en landbouwgebied plus om een verlaging van de kosten van levensonderhoud, het creëren van banen en nieuwe onderhandelingen over visserijovereenkomsten met de Europese Unie. 

    Een einde aan la FrançAfrique

    In Franstalig West-Afrika pleiten landen massaal voor valutasoevereiniteit en een einde aan la FrançAfrique, de neokoloniale regeling die Parijs lange tijd heeft toegepast in haar relaties met haar voormalige koloniën. In Senegal groeiden de sentimenten tegen de CFA-frank van voor de onafhankelijkheid. Ousmane Sonko, een voormalig belastinginner, maakte met steun van de vakbonden van het moment gebruik om de Fransen ervan te beschuldigen dat ze de Senegalese economie in hun greep hielden.

    Voor de Senegalese partij PASTEF waren het anti-Franse grondstoffennationalisme en de corruptiebestrijding belangrijke onderwerpen bij de overwinning van de verkiezingen. De Senegalezen en ook Afrikanen in andere delen van het continent kijken gespannen toe hoe de partij het land zal transformeren. Haar prestaties zullen worden gezien als indicatie of het model kan werken en mogelijk ook andere Afrikaanse landen kan transformeren.

    Voor Tanzania markeerde 2014 het hoogtepunt van het grondstoffennationalisme, met protesten tegen de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen in het zuiden van Tanzania, waarbij verschillende demonstranten omkwamen door politiekogels. Het leger werd ingezet om de protesten de kop in te drukken. In de daaropvolgende maanden leidde een schandaal, waarbij elektriciteit ter waarde van 250 miljoen dollar werd opgewekt, tot een golf van ontslagnemingen op hoog niveau bij de regering. Kabwe positioneerde zichzelf als het publieke gezicht van de protesten, waarbij hij zich stevig uitsprak tegen de grootschalige corruptie binnen de regering en opkwam voor het belang van het publiek bij de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen. Toen hij uiteindelijk uit Chadema werd gezet, richtte hij ACT-Wazalendo op, dat dezelfde boodschap uitdraagt.

    De Zuid-Afrikaanse partijleider Malema bereidt zich ondertussen voor op een meer strategische rol in de oppositie in de hoop de verliezen die zijn partij heeft geleden weer in te halen. Zijn campagne Borderless Africa had weinig succes en ook zijn deelname aan de gesprekken voor een regering met de Democratische Alliantie, die door veel Zuid-Afrikanen wordt beschuldigd van het in stand houden van de apartheid en het terugbrengen van de witte suprematie, kwam zijn populariteit niet ten goede.

    Zwarte mensen hadden het gevoel dat ze economisch een gemarginaliseerde positie behielden

    De post-Thabo Mbeki-periode in het land werd gekenmerkt door een groeiend scepticisme ten opzichte van Nelson Mandela’s politieke overeenkomst met het apartheidsregime, die in 1994 een einde maakte aan de heerschappij van de witte kolonistenminderheid. Zwarte mensen hadden het gevoel dat ze weliswaar politieke vrijheid hadden bereikt, maar economisch een gemarginaliseerde positie behielden.

    Malema’s EFF greep de gelegenheid aan om te pleiten voor de teruggave van Afrikaans land, wat volgens de partij economische vrijheid zou garanderen. De partijleider positioneerde zichzelf als voorvechter van de zwarte economische emancipatie en bekritiseerde de terughoudendheid van het ANC om land van de witte minderheid onder de zwarte meerderheid te herverdelen. De EFF profiteerde ook van de anti-Jacob Zuma-sentimenten; het ANC leed als gevolg van grootschalige corruptie en een staatsgreep onder een hevige factiestrijd, een daling van de populariteit en economische problemen die uiteindelijk leidden tot een rampzalige verkiezingsuitslag in mei 2024.

    Na de Zuid-Afrikaanse verkiezingen van 2014 behaalde de EFF 6 procent van het totaal aantal stemmen en 25 zetels in de Nationale Assemblee om zich te vestigen als de eerste prozwarte oppositiepartij in het land. De partij vergrootte haar invloed in de verkiezingen van 2019 en verhoogde haar aandeel in de stemmen tot 11 procent en het aantal parlementsleden tot 44. Malema heeft aangegeven dat de EFF, ondanks de teleurstellende resultaten tijdens de meest recente verkiezingen, vooral ten faveure van de nieuwe MK-partij van voormalig president Jacob Zuma, een effectief tegenwicht tegen de regering zal bieden.

    Aanvankelijk stelde de EFF zich beschikbaar voor coalitiebesprekingen met het ANC, maar uiteindelijk trok de partij zich terug uit de GNU, die ze als ‘elitepact’ bestempelde. Het feit dat Malema geen deel uitmaakt van de GNU geeft hem nu de mogelijkheid om als de stem van de zwarte massa door te gaan, die op zoek is naar iemand die de regering ter verantwoording roept en zich uitspreekt over de slechte staat van de economie en de verslechterende sociale voorzieningen. De EFF zal waarschijnlijk profiteren van interne meningsverschillen en mogelijk zelfs de ineenstorting van de GNU, voornamelijk als gevolg van het tegengestelde economische beleid van de DA en ANC. 

    United in Hope

    Bij de allereerste verkiezingen van Sonko’s partij in Senegal in 2015, behaalde hij slechts 1 parlementszetel. In de daaropvolgende verkiezingen in 2019 verhoogde dat tot 16 procent van de totale stemmen, wat leidde tot de vorming van een coalitie met de naam ‘United in Hope’ in 2021. Deze coalitie hielp de partij bij het winnen van de gemeenteraadsverkiezingen tijdens de verkiezingen van 2022 en bij het verhogen van het aantal parlementszetels naar 56 van de 165 zetels.

    In Tanzania behaalde Kabwes partij aanvankelijk, bij de verkiezingen van 2015, een jaar na haar oprichting, ook slechts 1 zetel in het parlement. Maar in een verrassende wending van de gebeurtenissen liep de top van Zanzibars lang bestaande belangrijkste oppositiepartij, het Civic United Front (CUF), in 2019 over naar ACT-Wazalendo, waardoor de jonge partij de grootste op de eilanden werd. In 2020 werden de verkiezingen in Zanzibar verstoord door massale fraude, waardoor de partij slechts vijf zetels won in het Huis van Afgevaardigden van Zanzibar en geen enkele in Tanzania. De partij zou later, begin 2021, toetreden tot de regering van nationale eenheid (eveneens genaamd GNU, Government of National Unity) in Zanzibar, waardoor het de officiële oppositiepartij werd.

    Voor ACT-Wazalendo lijkt de verschuiving van een partij die voorstander is van nationaal grondstoffennationalisme naar een partij met een meer liberale oriëntatie een tactiek te zijn geweest om de CUF-leden voor zich te winnen en aan politieke kracht te winnen, vooral in Zanzibar. In tegenstelling tot hun collega’s op het vasteland hebben de eilanden lang gepleit voor marktliberalisme als middel voor een bloeiende economie. Ze waren tegen beleid zoals het nationaliseren van grondstoffen.

    Kabwe heeft de status van de partij weliswaar verhoogd door partner in de GNU te worden, maar de verschuiving in haar ideologie zal haar invloed waarschijnlijk schaden. Dat bleek tot nu toe vooral op het vasteland van Tanzania, waar het grondstoffennationalisme nog steeds een sterke politieke aantrekkingskracht heeft. Op de lange termijn loopt ACT-Wazalendo het risico dezelfde reputatieschade op te lopen als de regeringspartij.

    Of dit inderdaad gebeurt zal duidelijk worden als het land begint aan de campagnes voor de lokale verkiezingen in oktober, een jaar later gevolgd door de algemene verkiezingen. De manier waarop respectievelijk Kabwe en de leiders van de regerende partij CCM omgaan met de zorgen over corruptie binnen de regering en andere economische problemen waar Zanzibari’s mee te maken hebben, zal bepalend zijn voor de hoeveelheid steun die de partij van de bevolking kan verwachten.

  • ‘Verrassende overwinning’ voor links bij verkiezingen in Frankrijk

    ‘Verrassende overwinning’ voor links bij verkiezingen in Frankrijk

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hamas bereid tot grote concessie in onderhandelingen over wapenstilstand

    » Meerdere Democratische politici vinden dat Biden stap opzij moet doen

    Extreemrechts behaalt minder zetels dan verwacht

    Tot de eerste exitpolls zondagavond om acht uur werden gepubliceerd was er haast niemand die de linkse alliantie Nouveau Front Populaire aan de leiding plaatste in de tweede ronde van de Franse parlementsverkiezingen, aldus Le Monde. De samenwerking van een breed pallet aan linkse partijen werd met 182 zetels de grootste kracht in de 577 zetels tellende Assemblée Nationale, ‘een verrassende overwinning’ en een ‘ongekende politieke situatie‘, schrijft de krant, die daaraan toevoegt: ‘Hoewel dit resultaat onverwacht is, blijft de weg naar een NFP-regering in werkelijkheid lang.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    NFP heeft geen absolute meerderheid behaald en een coalitieregering is nog niet zo makkelijk gevormd in het verdeelde en gepolariseerde Frankrijk, waar Ensemble, de groep van partijen die zich achter president Emmanuel Macron schaart, 168 zetels binnensleepte. Rassemblement National bleef steken op 143 zetels, terwijl vooraf veel Fransen dachten (en vreesden) dat de extreemrechtse partij van Marine Le Pen de grootste zou worden.

    Jean-Luc Mélenchon, de leider van het radicaal-linkse La France Insoumise, de grootste partij binnen NFP, zei tijdens een overwinningstoespraak dat hij geen alliantie wil aangaan met het presidentiële kamp. Een standpunt dat werd herhaald door de partijsecretaris van Parti Socialiste, Olivier Faure. ‘We zullen ons niet lenen voor een coalitie van tegenpolen die de stem van het Franse volk zou verraden’, tekent Le Monde op uit de mond van Faure. Premier Gabriel Attal heeft al zijn ontslag bij de president ingediend, maar hij blijft aan totdat er een nieuwe regering is gevormd.

  • Links Europa moet vuist maken tegen dubbele rechtse moraal, aldus Frans Timmermans

    Links Europa moet vuist maken tegen dubbele rechtse moraal, aldus Frans Timmermans

    De Nederlandse politicus en voormalig EU-commissaris Frans Timmermans noemt de ommezwaai op klimaatgebied van landen als Engeland ‘verbijsterend’. In een interview met The Guardian vertelt hij hoe hij bouwt aan een groene toekomst in een gefragmenteerd politiek landschap. 

    Frans Timmermans, de politicus die zijn hoge positie bij de EU heeft opgegeven om mee te doen aan de Nederlandse verkiezingen, roept alle progressieve partijen in Europa op om zich te verenigen tegen de ‘verbijsterende’ ondermijning van de klimaatdoelen door rechts. De voormalige vicevoorzitter van de Europese Commissie voert nu de gezamenlijke lijst van GroenLinks en de PvdA aan en is van mening dat links zich moet mobiliseren tegen het streven van radicaal-rechts om klimaatmaatregelen als ‘onbetaalbaar’ weg te zetten. Hij gaf The Guardian een van zijn eerste campagne-interviews en zei daarin dat het Verenigd Koninkrijk een van de eerste landen was waarvan de regering terugkomt op haar klimaatbeloften. 

    De Britse premier Rishi Sunak zwakte de klimaatplannen van zijn regering vorige maand danig af met de mededeling dat het verbod op de verkoop van nieuwe diesel- en benzineauto’s vijf jaar wordt uitgesteld en ook de afschaffing van gasboilers minder snel zal worden ingevoerd. ‘Het grote gevaar is nu dat rechts gaat zeggen, en Sunak is daar een goed voorbeeld van: we kunnen ons geen klimaatbeleid veroorloven, het is te duur, vooral voor mensen met een smalle beurs,’ zegt Timmermans. ‘Het is vrij verbijsterend om te zien dat politici die meestal weinig oog hebben voor mensen met lage inkomens zich ineens wel sterk voor hen maken nu dat in hun strijd tegen het klimaatbeleid past,’ vindt hij. ‘Daar zitten duidelijk economische belangen achter. Het gevaar voor links, voor progressieve partijen, is dat deze tegenstelling tussen sociale rechtvaardigheid en klimaatrechtvaardigheid door rechts wordt uitgebuit en bij links verdeeldheid kan zaaien.’

    ‘Het grote gevaar is nu dat rechts gaat zeggen: we kunnen ons geen klimaatbeleid veroorloven’

    Timmermans wil de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen in 2030 hebben teruggebracht met 65 procent (meer dus dan de 55 procent die de EU zich ten doel stelt) en hij denkt dat het bedrijven en consumenten alleen maar in verwarring zal brengen als klimaatmaatregelen nu weer worden afgezwakt. Net als het Verenigd Koninkrijk heeft ook Zweden onlangs aangekondigd in zijn klimaatbeleid te gaan snijden, en in Duitsland wordt geklaagd over de kosten van het isoleren van gebouwen. Maar Timmermans’ scherpste kritiek geldt de beleidsvoornemens van Sunak. Hij waarschuwt dat de Conservatieve Partij ‘door de radicalen lijkt te worden overgenomen’. Uitstel van het verbod op benzineauto’s is volgens hem een schijnbesparing. ‘Ik hoop dat we onze burgers ervan kunnen overtuigen dat hoe langer je wacht met het nemen van klimaatmaatregelen, hoe duurder ze worden en hoe moeilijker het zal zijn om nog te veranderen,’ zegt hij.

    Historisch dieptepunt

    De populaire sociaaldemocraat en oud-minister, die vermaard is om zijn talenkennis en sinds kort met een grijze baard rondloopt, werd vrij recent tot lijsttrekker uitgeroepen en op slag stond de nieuwe fusiepartij bovenaan in de peilingen. Op dit moment moet hij maar twee partijen voor zich laten: de centrumrechtse VVD van de huidige premier Rutte en het pas opgerichte Nieuw Sociaal Contract van de ‘gematigde outsider’ Pieter Omtzigt. Maar het vertrouwen in de politiek bevindt zich op een historisch dieptepunt. Mede dankzij de kritiek van Omtzigt in de Kamer viel het vorige kabinet Rutte in 2021 over een schandaal waarbij duizenden ouders, vaak mensen met een dubbele nationaliteit, onterecht van fraude met kindertoeslagen waren beschuldigd. En het land betaalt momenteel een ereschuld van 22 miljard euro aan de provincie Groningen, waar 85.000 woningen zijn beschadigd door de decennialange gaswinning. 

    Timmermans heeft net een rondgang van vijf weken door het land gemaakt en beloofd de bureaucratie terug te dringen en te streven naar meer vertrouwen tussen burger en overheid. ‘Als iemand die uit een mijnstreek komt, sta ik nog steeds versteld [van Groningen]. Want in de mijnstreek hadden we precies hetzelfde probleem, dat woningen schade opliepen, maar daar werd meteen iets aan gedaan,’ zegt hij. Een recent schandaal waarbij de fiscus zich bij fraude-onderzoek schuldig bleek te hebben gemaakt aan etnisch profileren, waarvan de minister van Financiën achteraf heeft erkend dat het een vorm van ‘institutioneel racisme’ was, wordt door Timmermans genoemd als een andere reden voor het gebrek aan vertrouwen in de Nederlandse politiek. Hij vindt het ‘vreselijk, vreselijk pijnlijke’ onthullingen en erkent dat het ‘een hele tijd zal duren’ voordat het vertrouwen bij de kiezer is hersteld.

    Ruttes huidige vierpartijenkabinet is in juli weliswaar gevallen over ‘onoverbrugbare’ verschillen van mening over de asielproblematiek, maar volgens Timmermans zal immigratie in de aanloop naar de verkiezingen op 22 november geen splijtzwam worden. ‘Onbeheersbare migratie is een van de factoren die bijdragen aan de onzekerheid in onze samenleving, dus daar moet links net zo goed als rechts een aanpak voor vinden,’ zegt hij. ‘We hebben een verantwoord migratiebeleid nodig, en dat begint met onze internationale overeenkomsten.’ En hij neemt het Verenigd Koninkrijk weer op de korrel, waar minister van Binnenlandse Zaken Suella Braverman in een populistische toespraak vorige week waarschuwde voor een ‘orkaan’ van massa-immigratie: ‘Wij zijn Braverman niet. Dat zijn onze grondbeginselen. Dat is waar de hele westerse democratie om draait.’

    Veerkracht

    Zijn verkiezingsprogramma belooft een verhoging van het minimumloon en meer tegemoetkomingen aan de lage inkomens, meer belasting op vervuiling en op de winsten van bedrijven, een nieuw toptarief voor de inkomstenbelasting, een extra ‘miljonairsbelasting’ en hardere aanpak van belastingontduiking. Maar hij heeft ook voorstellen die de gewone burger in de portemonnee zullen raken, zoals de geleidelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Hij beseft dat dit weerstand kan oproepen: ‘Op sommige mensen werkt klimaatbeleid als een rode lap, ze winden zich daar enorm over op, en in de rechtse media word ik al heel lang als “klimaatpaus” weggezet.’ Maar hij zegt te staan voor een ‘betere samenleving’. ‘Er heerst een diep gevoel van onrechtvaardigheid in onze samenleving, en we moeten het vraagstuk van de herverdeling aanpakken,’ meent hij. ‘Dat zal ook tot meer zelfvertrouwen leiden. Onze mentaliteit van “er is niks wat wij niet kunnen oplossen, want wij zijn Nederlanders” is omgeslagen in “er is niks wat wij kunnen oplossen, want wij zijn Nederlanders”.’

    ‘Als je geen vertrouwen meer hebt in je eigen veerkracht, wordt alles een probleem’

    Deze Monty Python-fan, gekleed in een keurig hemd en jasje met daaronder een spijkerbroek en sneakers, schreef na brexit een verdrietige liefdesbrief aan Groot-Brittannië en ziet nog steeds grote overeenkomsten tussen dat land en Nederland. ‘Om het te zeggen zoals mijn kinderen zouden doen: we zijn onze swag kwijt,’ zegt hij. ‘Herinneren jullie je de tijd van Cool Britannia nog? Niemand heeft het daar nog over. Maar als je trots bent op je land, heb je ook meer veerkracht. Als je geen vertrouwen meer hebt in je eigen veerkracht, wordt alles een probleem.’ De kracht van verenigd links, het bouwen aan een groene toekomst in een gefragmenteerd politiek landschap, is zijn oplossing voor dat probleem. ‘Een van de redenen dat ik weer de nationale politiek in ben gegaan,’ zegt hij, ‘is dat we nu een kans hebben om tot een beweging in de andere richting te komen.’

  • Pirc Musar eerste vrouwelijke president van Slovenië

    Pirc Musar eerste vrouwelijke president van Slovenië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Biden en Xi ontmoeten elkaar tijdens G20-top

    » Zeker zes doden bij aanslag centrum Istanbul

    Natasa Pirc Musar wordt gezien als progressief en links

    De presidentsverkiezingen in Slovenië zijn gewonnen door Natasa Pirc Musar. Zij wordt de eerste vrouwelijke president van het land. Persbureau Reuters beschrijft Pirc Musar als iemand die zich inzet voor mensenrechten, sociale zekerheid en gerechtigheid.

    Hoewel de rol van president in Slovenië met name een ceremoniële functie is, is de uitslag een overwinning voor de centrumlinkse regering. Zij waarschuwden voorafgaand aan de presidentsverkiezingen dat het land een stap achteruit zou doen als voormalig minister van Buitenlandse Zaken Andze Logar zou winnen. Ook voor de Europese Unie is de winst van Pirc Musar, die als pro-Europees wordt gezien, een goed teken.

    Pirc Musar werkte in eigen land als tv-presentator. Ook was ze advocaat voor Melania Trump, de vrouw van Donald Trump. Zij komt van oorsprong uit Slovenië en tijdens Trumps presidentschap probeerden Sloveense bedrijven een slaatje te slaan uit haar afkomst. Pirc Musar zorgde ervoor dat dat niet gebeurde.

    Lees ook:

  • Deense verkiezingen: sociaaldemocraten weer de grootste

    Deense verkiezingen: sociaaldemocraten weer de grootste

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bolsonaro reageert na verlies en weigert Lula te feliciteren

    » Noodtoestand in delen van Ecuador na bendegeweld

    Premier Frederiksen gaat op zoek naar een nieuwe coalitie

    De linkse regering van de Deense premier Mette Frederiksen lijkt zich op te mogen maken voor een nieuwe termijn. De sociaaldemocraten van Frederiksen werden wederom de grootste partij bij de parlementsverkiezingen in het Scandinavische land. Bijna 28 procent van de stemmen gingen naar de partij van regerend premier, meldt France24.

    Om een regering te kunnen vormen lijken de sociaaldemocraten een handreiking te moeten gaan doen naar de centrumpartij van oud-premier Lars Rasmussen, omdat rechtse partijen niet welwillend tegenover een meerderheidscoalitie met links staan.

    Frederiksen, die zelf verkiezingen uitschreef nadat ze de gedoogsteun van een van haar coalitiepartners was verloren, hoopte op steun van een rechtse partij om een brede coalitie te kunnen vormen. Door de oorlog in Oekraïne en de economische uitdagingen is er volgens haar meer politieke consensus nodig om nationale uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. Of Frederiksen ook premier blijft, is nog onzeker.

    Lees ook:

  • Links in Frankrijk worstelt met ‘het meest vermaledijde electorale gif’: verdeeldheid

    Links in Frankrijk worstelt met ‘het meest vermaledijde electorale gif’: verdeeldheid

    Zoals verwacht kwam Christiane Taubira, de voormalig minister van Justitie van Frankrijk, op 30 januari als winnaar uit de bus bij voorverkiezingen van linkse partijen in aanloop naar de Franse presidentsverkiezingen in april. Maar haar overwinning verandert niets aan de enorme versplintering op links, constateert de internationale pers.

    Ooit was de linkerflank van de Franse politiek min of meer identiek aan de Parti Socialiste (PS), maar sinds de ineenstorting van die partij is links uiteengevallen in zulke kleine partijen, dat kandidaten voor het presidentschap niet eens de eerste ronde van de verkiezingen overleven. Daarom werd dit jaar besloten om een voorverkiezing te houden in de hoop met een gezamenlijke kandidaat meer kans te maken.

    Volgens Politico lieten de organisatoren weten dat van de 467.000 mensen die zich hadden aangemeld, bijna 393.000 hebben gestemd. Dat is het hoogste aantal deelnemers aan presidentiële voorverkiezingen in deze verkiezingscyclus van 2022. Aan de voorverkiezingen van milieupartijen deden 122.000 stemmers mee, en de besloten voorverkiezingen van de conservatieve partij Les Républicains telde 140.000 stemmers.

    Hoe dan ook, het is nog maar zeer de vraag of deze voorverkiezing onder de linkse kandidaten enige zoden aan de dijk zet, want de onderlinge verdeeldheid is groot.

    En nu?

    ‘En nu? … ’ Dat is volgens Silvia Ayuso van de Spaanse krant El País de grote de vraag die politieke analisten en zeker ook een groot deel van de kandidaten ter linkerzijde zullen stellen, na de overwinning afgelopen zondag van voormalig minister van Justitie Christiane Taubira in de voorverkiezingen. De twijfel zal volgens Ayuso vooral groot zijn bij de socialist Anne Hidalgo, de huidige burgemeester van Parijs.

    The New York Ledger laat zien waarom. De kiezers moesten een cijfer aan de zeven kandidaten geven dat varieerde van ‘onvoldoende‘ tot ‘zeer goed’. Dat leidde voor Taubira tot een duidelijke overwinning, want zij werd door 67 procent van de stemmers in ieder geval als ‘goed’ beoordeeld. Yannick Jadot (Les Verts) werd tweede, gevolgd door Jean-Luc Mélenchon (La France insoumise). Anne Hidalgo (PS) kwam niet verder dan een vijfde plaats. Dat is een klap in het gezicht van de burgemeester van Parijs en het is de vraag welke conclusies ze hieruit trekt.

    Volgens Politico heeft Mélenchon de beste vooruitzichten van de linkse kandidaten

    Ondanks de overwinning is het zeker nog geen uitgemaakte zaak voor Taubira, schrijft de Belgische Franstalige krant Le Soir. ‘De stemming die ze won was bedoeld om één enkele kandidaat op links voor de presidentsverkiezingen te kunnen presenteren’, maar volgens de krant ‘weigeren de belangrijkste kandidaten de legitimiteit ervan te erkennen’.

    Sterker nog, volgens Politico hadden de kandidaten die op het stembiljet stonden vooraf aangegeven dat ze hun eigen campagne zouden voortzetten, ongeacht de uitkomst van de voorverkiezingen. Politico signaleert verder dat ‘Christiane Taubira de enige grote kandidaat was die vrijwillig aan de voorverkiezingen deelnam, erop gokkend dat ze als overwinnaar uit de strijd om de presidentiële kandidatuur zou komen’. Maar uiteindelijk lijkt het erop dat ze door haar deelname hooguit nóg een kandidaat heeft toegevoegd aan de toch al ‘gefragmenteerde linkerflank’.

    Volgens de Poll of Polls van Politico heeft Mélenchon overigens de beste vooruitzichten van de linkse kandidaten. Hij staat momenteel op 10 procent en geen van zijn rivalen kon dat resultaat evenaren. Taubira staat in die peiling momenteel op 4 procent.

    Verdeeldheid

    Yannick Jadot, Jean-Luc Mélenchon en Anne Hidalgo weigeren dus alle drie de legitimiteit van deze voorverkiezing te erkennen, maar Taubira riep niettemin op tot eenheid. ‘Voor onze gemeenschappelijke doelen is eenheid en samenhorigheid nodig’, zei ze volgens Politico na haar overwinning.

    Ze beloofde dat ze contact zou opnemen met haar concurrenten om hen te proberen te overtuigen zich bij haar kandidatuur aan te sluiten: ‘Ik ken hun onwil, maar ook hun intelligentie, en hun gevoeligheid voor het algemeen belang.’

    Taubira is als ‘fervent feministe en voorvechter van minderheden dan misschien wel ‘een icoon van links’, maar haar verlangen naar eenheid is gedoemd te mislukken, aldus het Amerikaanse persbureau AP. Links in Frankrijk is volgens AP al tot op het bot verdeeld en verzwakt, en ‘critici en rivalen zeggen dat haar kandidatuur alleen maar leidt tot verdere versplintering’. ‘Zeker vijf linkse presidentskandidaten hebben elke vorm van alliantie met elkaar afgewezen’ en zijn niet van plan om van strategie te veranderen, concludeert AP.

    Ook de Zwitserse krant Le Temps is van mening dat de voorverkiezingen van afgelopen zondag ‘de machtsverhoudingen’ niet veranderen. ‘Er wordt alleen een kandidaat toegevoegd die met haar populariteit moet oppassen voor een valkuil, namelijk de verdere verdeling van gedesoriënteerd links.’

    Het dagblad voegt eraan toe: ‘Christiane Taubira mag hopen dat haar campagne door deze stemming van de grond komt. Maar als haar verkiezingsresultaat erg tegenvalt op de avond van de eerste ronde op 10 april, zal ze er zeker opnieuw van worden beschuldigd het meest vermaledijde electorale vergif te hebben verspreid, namelijk dat van verdeeldheid.’

    Lees ook:

  • We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    We leven in het rijk van het onfatsoen. Een ode aan onvervalste onderzoeksjournalistiek

    De Mexicaanse auteur Jorge Volpi doet naar aanleiding van de vele rellen die in zijn land plaatsvonden op vrouwendag een aanklacht tegen de huichelachtige tijd waarin we leven.

    Rellen in Mexico-Stad

    Volgens de Mexicaanse autoriteiten hebben 62 politiemensen en 19 vrouwen verwondingen opgelopen toen het tot een confrontatie kwam tussen betogers en de politie bij demonstraties op Internationale Vrouwendag. Demonstranten gingen de agenten te lijf met hamers, schilden en zelfgemaakte vlammenwerpers.

    De vrouwen protesteerden tegen het seksueel geweld waarmee ze dagelijks te maken hebben. Volgens México Evalua, een onafhankelijk onderzoeksbureau, zijn in de tweede helft van 2020 5 miljoen vrouwen in het land slachtoffer geworden van seksueel geweld. Volgens gegevens van de Mexicaanse regering zelf zijn in 2020 939 vrouwen vermoord omdat ze vrouw waren. Tussen 2015 en 2020 steeg het aantal femicidegevallen met 130 procent.

    De woede van de demonstranten richtte zich vooral op president López Obrador. Hij zou te weinig doen tegen het misbruik. Onlangs sprak de president nog zijn steun uit voor een politicus die door een aantal vrouwen is beschuldigd van verkrachting.

    De ex-president die de oorlog begon tegen de drugshandel – de directe oorzaak van honderdduizenden doden en verdwijningen –, juicht de protesten tegen de vrouwenmoorden toe. De spreekbuis van de huidige president noemt de metalen afzetting rond het Palacio Nacional, ons regeringsgebouw, tegen de feministische protesten een ‘vredesmuur’. De verantwoordelijke om de covid-19-pandemie te bestrijden loopt zonder mondkapje en wetend dat hij besmettelijk is, door een openbaar park om vervolgens de media uit te foeteren die inbreuk maken op zijn privacy. Voormalige linkse activisten rechtvaardigen het politieoptreden tegen de feministische demonstranten. De voornaamste oppositiepartij, fel gekant tegen de legalisering van abortus, staat achter de protesten van de #8M-beweging op 8 maart. De president zwijgt in alle talen over het geweld tegen de vrouwen maar toont zich vol lof over het feit dat de barricade rond het regeringsgebouw het heeft gehouden. De partij die de corruptie heeft verheven tot landspolitiek wijst witheet op een Accountantsonderzoek dat diverse onregelmatigheden in het huidige regeringsbeleid blootlegt. Hoge vrouwelijke functionarissen en leiders van MORENA (Movimiento Regeneración Nacional), die zich als feminist voordoen, reppen met geen woord over de poging van hun partij om een politicus voor te dragen die herhaaldelijk van verkrachting is beschuldigd.

    Mensenrechtenactivisten die de overstap hebben gemaakt naar overheidsfunctionaris, dekken het misbruik bij de politie. Mensenrechtenactivisten houden hun mond over de demonstranten die een groep vrouwelijke politieagenten afranselden. Een president die zichzelf progressief noemt – en geen dag voorbij laat gaan om zijn rivalen als conservatief te bestempelen – stelt voor zowel de legalisatie van abortus als de kandidatuur van de politicus die van verkrachting is beschuldigd, afhankelijk te maken van de publieke opinie. De voormalige kandidaat voor het presidentschap, die de conservatieve partij verliet, komt op zijn schreden terug en ambieert een functie in een gebied waar hij nooit heeft gewoond. De partij die zichzelf afficheert als sociaal komt aanzetten met een politicus die openlijk klassenjustitie en machismo voorstaat. Een partij die van oudsher als links bekend staat verbindt zich met de twee partijen die ze haar hele geschiedenis lang heeft bestreden. Een journalist die de politieopstelling steunde haalt dagelijks uit naar de president. De kandidaat die de demilitarisatie van het land beloofde draagt alle macht over aan het leger. Tientallen journalisten en intellectuelen die zich hebben verrijkt aan de vorige regimes, beschuldigen de huidige regering van censuur. 

    Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort

    En er zouden nog veel en veel meer voorbeelden te geven zijn. Als iets het Mexico van nu kenmerkt, al zie je hetzelfde gebeuren in andere delen van de wereld, is het niet zozeer de leugen – of wat we alternatieven feiten zijn gaan noemen – als wel het gebrek aan congruentie. Het feit dat er geen peil te trekken is op onze publieke spelers. Wij burgers krijgen dag in dag uit een emmer domme, verbijsterende wartaal over ons uitgestort: we luisteren naar de tot vervelens toe herhaalde uiteenzettingen in de krakende ochtendpraatjes van de president, naar de opgewonden verklaringen van partijleiders, naar de raadselachtige commentaren van journalisten, woordvoerders en influencers, en bovenal naar de weerzinwekkende bagger op de sociale media, en constateren algauw dat de verkondigers met al hun flux de bouche en poeha over het algemeen precies het tegenovergestelde hebben gedaan van wat ze beweren.

    We leven in het rijk van de incongruentie. En van het cynisme.

    Kloof

    Hoe bestaat het dat we dulden dat Felipe Calderón zegt niets te hebben geweten van de banden met de drugshandel van zijn rechterarm, Genaro García Luna? Of dat Andrés Manuel López Obrador de kandidatuur van Félix Salgado Macedonio [die wordt beschuldigd van verkrachtig] steunt? Of dat de aanhangers van PAN (Partido Acción Nacional) hebben ingestemd met alle slogans die op de gevel van het Paleis werden geprojecteerd, behalve de oproep tot legalisering van abortus? Of dat MORENA zijn politieke macht niet heeft ingezet om die decriminalisering erdoor te krijgen?

    Hoe bestaat het dat we dag in dag uit al deze politici, ondernemers, activisten, journalisten en intellectuelen dulden die het ene zeggen en precies het tegenovergestelde doen? Hoe komt het dat de kloof tussen de boodschapper en de boodschap zo diep is geworden?

    Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog

    Ons openbare leven is ineens veranderd in een obscene setting waarin slechte toneelspelers ageren, die tegenover hun gehoor de ene rol vertolken en, eenmaal veilig thuis, hun masker afrukken om iemand anders te zijn. Niemand lijkt last te hebben van ook maar een greintje schaamte: in de arena is alles toegestaan, retorische trucs, leugens, driedubbel bedrog, zolang de vijand maar in een kwaad daglicht wordt gesteld.

    Al hebben ik en de mijnen veel ergere dingen gedaan dan jij en de jouwen – denk aan PRI (Partido Revolucionario Institucional) en PAN –, nu gooien we het je woedend en verontwaardigd in het gezicht. Of: nu we de macht hebben – MORENA – doen we zelf wat we bij de oppositie het meest bekritiseerden. Of: nu ik ultraconservatieve maatregelen tref – zoals het land extreem militariseren of de slachtoffers negeren –, beschuldig ik alle anderen van conservatisme. Of: nu ik weer in de oppositie zit, bekritiseer ik jou omdat je hetzelfde doet als ik voorheen. 

    Daarom klappen we zo als iemand eens consequent is, zoals Estefanía Veloz, een militante feministe van MORENA, die aankondigde haar partij de rug te zullen toekeren als die doorging met haar steun aan Salgado Macedonio… en inderdaad vertrok. Dat zulk gedrag ons verbaast toont wel aan hoezeer we gewend zijn geraakt aan het tegendeel: gegoochel met woorden om wat niet te rechtvaardigen is te rechtvaardigen.

    We leven in het rijk van het onfatsoen.

    Als aan iets behoefte is in dit bedroevende panorama, dan is het aan onvervalste onderzoeksjournalistiek. Die kan dienen als geheugensteun om de ongerijmdheid of incongruentie te ontmaskeren en ons er, als spiegels van Dorian Gray, aan te helpen herinneren wie er schuilgaan achter die mooie facies van degenen die zo fier en vol overtuiging de anderen beschuldigen van wat zij zelf zijn.  

  • Waarom conservatieven gevoeliger zijn voor complottheorieën dan liberalen

    Waarom conservatieven gevoeliger zijn voor complottheorieën dan liberalen

    Zoals het coronavirus zich in ons lichaam nestelt, nestelen duistere theorieën zich in onze hersenen. De ‘infodemie’ rond covid-19, die in februari vorig jaar door de WHO werd uitgeroepen, is niet de eerste wereldwijde uitbraak van desinformatie. Waar komt dit hardnekkige psychische fenomeen vandaan?

    Dit artikel verscheen eerder in Reader #23

    ‘Artsen moeten drie dingen kunnen: liegen zonder door de mand te vallen; doen alsof ze eerlijk zijn; de dood veroorzaken zonder schuldgevoel.’ Dat schreef Jean Froissart, een dagboekschrijver uit de middeleeuwen, na een uitbraak van de builenpest in de veertiende eeuw. Valse berichten hielden destijds onder andere in dat de pest kon worden genezen door in een riool te zitten, door tien jaar oude stroop te eten of door arseen in te nemen.

    De ‘infodemie’ rond covid-19, die in februari door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) werd uitgeroepen, is niet de eerste wereldwijde uitbraak van desinformatie. Enkele van de mythen die werden verspreid waren het idee dat de ziekte kan worden genezen door het drinken van methanol, wat  tot meer dan 700 doden in Iran heeft geleid, en dat deze wordt verspreid door 5G-zenders, wat alleen al in Groot-Brittannië 90 aanvallen op telefoontorens veroorzaakte door brandstichters. Zoals het virus zich in de longen van mensen nestelt, infecteren gevaarlijke ideeën de geest.

    Plandemic

    Een groot verschil tussen de desinformatie van respectievelijk de jaren 1300 en 2020 is de huidige snelle wereldwijde verspreiding, mogelijk gemaakt door het internet. In maart stelde een onderzoek dat Gallup in 28 landen op vier continenten uitvoerde vast dat in alle landen tenminste 16 procent – en tot wel 58 procent – van de mensen dacht dat covid-19 opzettelijk werd verspreid. Een filmpje genaamd ‘Plandemic’, waarin wordt beweerd dat een schimmige elite de uitbraak vanuit winstoogmerk is begonnen, werd op 4 mei geüpload; binnen een week was het 8 miljoen keer bekeken en stond de hoofdrolspeler, Judy Mikovits, bovenaan de bestsellerlijst van Amazon.

    Sociale media stellen mensen in staat om zowel echt als nepnieuws te delen. Maar de fantasten lijken de overhand te krijgen. Een studie die afgelopen mei in Nature werd gepubliceerd wees uit dat, hoewel er meer Facebook-gebruikers zijn die voor vaccineren zijn dan tegen, de anti’s beter zijn in het aanleggen van contacten met onpartijdige groepen zoals verenigingen van schoolouders, zodat hun aantal sneller groeit. Volgens een recent artikel in de Misinformation Review van Harvard Kennedy School, zullen Amerikanen die sociale media gebruiken eerder geloven dat de regering het virus heeft gemaakt of dat overheden de ernst ervan overdrijven.

    In veel landen hebben omroepen een vergunning nodig om uit te zenden en moeten ze toezichthouders ervan overtuigen dat ze hun best doen hun berichtgeving te staven. Maar zulke beperkingen gelden voor het internet nauwelijks. In april censureerde de Britse omroepwaakhond Ofcom een ​​klein tv-station genaamd London Live vanwege het uitzenden van een deel van een interview met David Icke, een complottheoreticus die gelooft dat de pandemie een hoax is. De uitzending was door slechts 80.000 mensen bekeken. Maar ten tijde van de uitspraak van Ofcom hadden inmiddels 6 miljoen mensen het volledige interview bekeken op YouTube, dat buiten de jurisdictie van Ofcom valt.

    YouTube heeft de video daarna verwijderd, samen met vele andere. Sectie 230 van de Amerikaanse Communications Decency Act stelt internetserviceproviders vrij van juridische aansprakelijkheid voor de content die door derden op het platform wordt gepubliceerd. Maar president Donald Trump wil hier verandering in brengen. En  al wordt hij door de rechtbank tegengehouden, dan nog is de publieke opinie voorstander van meer interventie. In Amerika zegt 84 procent dat sociale netwerken berichten zouden moeten verwijderen waarvan zij vermoeden dat ze onjuiste informatie over covid-19 bevatten. De helft daarvan vindt dat ze dit mogen doen zonder aan te tonen dat de berichten onjuist zijn. Techbedrijven zijn begonnen met het geven van waarschuwingen bij valse informatie en doorverwijzingen naar betrouwbare bronnen.

    Niet zo eenvoudig

    Covid-19 lijkt misschien een relatief eenvoudig onderwerp om aan censuur te onderwerpen.

    Vergeleken met bijvoorbeeld politiek, ‘is het gemakkelijker om een ​​wat zwart-witter beleid op te stellen en strenger op te treden’, zei Mark Zuckerberg, de baas van Facebook, in maart tegen The New York Times. Toch blijkt het lastig. De wetenschap verandert snel. In februari noemde de Amerikaanse Surgeon General gezichtsmaskers in een Tweet ‘NIET effectief om te voorkomen dat het grote publiek het virus oploopt’. Nu zegt hij tegenovergestelde.

    Afgezien van wilde complottheorieën, lijken conservatieven ook vaker dan liberalen het officiële verhaal omtrent de pandemie in twijfel te trekken.

    Erger nog is dat elke hoop dat de pandemie niet vatbaar zou zijn voor politiek is inmiddels verdampt. In maart zei de heer Zuckerberg dat Facebook er geen probleem mee had om ‘dingen als “Je kunt genezen door bleekwater te drinken” te verwijderen. Ik bedoel, dat is gewoon van een andere orde.’ Maar weken later suggereerde Trump op sociale media dat het zou kunnen helpen om desinfectiemiddel te injecteren. Facebook, Twitter en Youtube hebben video’s verwijderd die zijn gepost door de Braziliaanse president, Jair Bolsonaro, waarin wordt verklaard dat hydroxychloroquine een effectieve behandeling is. Filmpjes van Trump die ‘de hydroxy’ prijst (en zelfs beweert toe te passen) blijven vooralsnog rondzwerven op het net – volgens de genoemde bedrijven omdat Trump niet langer beweert dat het medicijn een bewezen remedie is.

    Niet nieuw

    Nepinformatie is niet nieuw, en het politieke gebruik ervan evenmin. In 1964 beschreef historicus Richard Hofstadter in een essay over de ‘paranoïde stijl’ in de Amerikaanse politiek, ‘het gevoel van zware overdrijving, achterdocht en samenzweerderige fantasie’ dat overal in doorsijpelde, van de 18e-eeuwse protesten tegen de Illuminati tot de anti-vrijmetselaars beweging. Maar terwijl Hofstadter betoogde dat de paranoïde stijl even gemakkelijk door links als door rechts werd geadopteerd – hij haalde bijvoorbeeld geruchten aan over een slaveneigenarencomplot, die door abolitionisten werden verspreid – lijkt de infodemie van vandaag zich gemakkelijker onder conservatieven te verspreiden dan onder liberalen.

    In Amerika ontdekte het Pew Research Center in maart dat 30 procent van de Republikeinen geloofde dat het virus opzettelijk was gecreëerd, terwijl van de Democraten iets meer dan de helft dat vermoeden deelde. Vorige maand bleek uit een peiling van Yougov dat 44 procent van de Republikeinen denkt dat Bill Gates covid-19 vaccins wil gebruiken om microchips bij mensen te implanteren; 19 procent van de Democraten is het daarmee eens. In Frankrijk bleek uit een peiling van Ifop dat 40 procent van degenen die de Rassemblement national van Marine Le Pen (eerder het Front National) steunen, van mening is dat het virus opzettelijk was gemaakt, terwijl dat onder aanhangers van de extreem-linkse La France insoumise voor slechts de helft gold. Voor voorstanders van de Nederlandse rechts-populistische Partij van de Vrijheid (PVV) en het Forum voor Democratie (FvD) leeft de gedachte dat covid-19 een biologisch wapen is 40 procent meer dan onder voorstanders van de extreem-linkse Socialistische Partij.

    Afgezien van wilde complottheorieën, lijken conservatieven ook vaker dan liberalen het officiële verhaal omtrent de pandemie in twijfel te trekken. Eind maart, toen Groot-Brittannië net op slot was gegaan, geloofde een kwart van de Tories tegenover slechts 15 procent van de Labour-aanhangers dat covid-19 ‘gewoon een griepje’ was.

    Gebrek aan vertrouwen

    De terughoudendheid onder veel conservatieven om het officiële verhaal van covid-19 te geloven, maakt op sommige plekken deel uit van een algemenere argwaan tegenover reguliere informatiebronnen. In Amerika bestaat er een groot partijgerelateerd gebrek aan vertrouwen. De grootste argwaan betreft journalisten, daarop volgen academici. Deze beroepen vormen al sinds lange tijd het doelwit van conservatieven. Rush Limbaugh, een Amerikaanse talkshowhost, spreekt wel over de ‘vier pijlers van bedrog’: de media, wetenschappers, academici en de regering.

    Zulke uitspraken worden onderschreven door Europese rechtspopulisten. FvD-leider Thierry Baudet verklaarde vorig jaar dat ‘we worden kapotgemaakt door de mensen die ons moeten beschermen en ondermijnd door onze universiteiten, door onze journalisten’. Hij heeft een ‘hotline’ opgezet om linkse wetenschappers te melden en spot met het feit dat de Nederlandse publieke omroep ‘braaf knikt voor de macht’. In Frankrijk beweert Le Pen dat ‘de regering de grootste voorziener van nepnieuws is sinds het begin van deze [covid-]crisis’. En in Groot-Brittannië wordt de onpartijdigheid van journalisten, academici en ambtenaren door Brexiteers in twijfel getrokken. Hun houding werd samengevat door de voormalige secretaris van justitie Michael Gove, die zei dat mensen ‘genoeg hebben van experts van organisaties met acroniemen als naam die zeggen dat ze weten wat het beste is maar het constant mis hebben’. Britse conservatieven hebben minder vertrouwen dan anderen in de meeste media evenals in internationale instellingen. In april bleek uit een Opinium-peiling dat ze twee keer zo vaak als Labour-kiezers Tedros Adhanom Ghebreyesus, het hoofd van de WHO, wantrouwden.

    Maar het zijn niet alleen conservatieven die afgeven op de elite. Andrés Manuel López Obrador, de populistische linkse president van Mexico, heeft het voortdurend op de media voorzien. Zo ook de voormalige leider van Labour, Jeremy Corbyn, die duistere theorieën had over een ‘establishment’ dat er op mysterieuze wijze voor zou zorgen dat hij de verkiezingen verloor. Democraten denken eerder dan Republikeinen dat 9/11 van binnenuit werd georganiseerd. En links neigt eerder naar samenzweringstheorieën over bedrijven, zoals de mythe dat aids is uitgevonden door Big Pharma en de CIA. Een prominent verkondiger van covid-19-mythen is volgens waarheidscontroleur Newsguard het account @Organiclife, dat tweets met veganistische notenmelkrecepten afwisselt met paranoïde berichten over 5G-zenders.

    Conspiracy-overtuigingen worden geassocieerd met ideologisch extremisme van welke aard dan ook, stelt Karen Douglas, expert op het gebied van complottheorieën aan de Universiteit van Kent. Toch zegt ze dat er sprake is van ‘asymmetrie’. Mensen aan de rechterkant gaan er vaker in mee en houden zich bezig met een breder scala aan theorieën, met als favoriete insteek dat de tegenpartij tegen hén samenzweert, of dat nu linkse stemmers, buitenlanders of andere groeperingen zijn.

    Conspiracy-overtuigingen worden geassocieerd met ideologisch extremisme van welke aard dan ook

    Structurele verschuivingen kunnen verklaren waarom conservatieve kiezers gevoeliger lijken te zijn voor de infodemie en waarom conservatieve leiders meer reden hebben om betrouwbare bronnen te ondermijnen, en dat dan ook vaker doen. Om te beginnen zijn de klachten van conservatieven dat de elite niet aan hun kant staat aannemelijker geworden. In veel landen is de oude politieke links-rechts kloof, die was gebaseerd op economie, vervangen door een splitsing tussen liberaal en conservatief, gebaseerd op cultuur. Liberale afgestudeerden komen veelal tegenover hun conservatieve schoolleiders te staan. En elites – of het nu in de media, de overheid, de wetenschap of de academische wereld is – worden gedomineerd door afgestudeerden. Dat maakt ze niet noodzakelijkerwijs vooringenomen. Maar als Brexiteers klagen dat de ambtenarij een nest van Remainers is, of wanneer Republikeinen brommen dat de Amerikaanse universiteiten vol zitten met liberalen, dan hebben ze gelijk.

    Conservatieven hebben hierop gereageerd door hun eigen mediabronnen op te zoeken, die er al snel achter waren dat met het versterken van de angsten geld valt te verdienen. Op Amerikaanse ‘talk-radio’ worden paranoïde praatjes onderbroken door advertenties voor dubieuze gezondheidsremedies (Alex Jones, een radiopresentator uit Texas, kreeg onlangs de opdracht om te stoppen met de verkoop van tandpasta waarvan hij beweerde dat die ‘de hele sars-coronafamilie binnen de kortste keren uitschakelt’). Kabelkanalen zoals Fox News en websites als Breitbart bouwden hun publiek op door marginale theorieën mainstream te maken.

    Algoritmen

    En onlangs hebben de algoritmen van sociale netwerken mensen er nog eens toe aangezet hun berichten te polariseren, zodat het waarschijnlijker is dat ze ‘betrokkenheid’ oproepen en dus advertentievertoningen genereren. In 2018 waarschuwde een intern rapport op Facebook dat gebruikers vooral materiaal onder ogen kregen dat verdeeldheid opwekte. Desondanks werden plannen om minder controversiële berichten te promoten, in een project met de naam ‘Eat Your Veggies’, weer van de baan geveegd, volgens The Wall Street Journal deels vanuit bezorgdheid dat de maatregel vooral conservatieve gebruikers zou treffen. Ongeveer 16 procent van de Amerikanen ontvangt hun covid-19-nieuws rechtstreeks van het Witte Huis, en driekwart van hen meent dat de media de ernst van de pandemie overdrijven.

    Een andere oorzaak van het wantrouwen van de conservatieven is dat in sommige landen het kiesstelsel conservatieve politici stimuleert om polarisatie aan te moedigen. Liberalen zitten overwegend in steden, conservatieven zijn meer verspreid. In winner-takes-all-systemen worden liberale partijen dus benadeeld, aangezien hun aanhang opeengepakt zit, terwijl de conservatieve partijen zetels winnen dankzij lagere marges elders in het land. In Amerika betekent dit dat de Republikeinen de verkiezingen kunnen winnen met een minderheid van de stemmen (zoals in 2000 en 2016). In Groot-Brittannië betekent dit dat Brexit-aanhangers in bijna twee derde van de kiesdistricten in de meerderheid zijn, terwijl ze slechts ongeveer de helft van de kiezers uitmaken. Het resultaat, betoogt [Vox-hoofdredacteur] Ezra Klein in zijn meest recente boek over Amerika, Why We’re Polarized, is dat sterke partijdigheid voor conservatieven beter werkt. Liberalen moeten stemmen van gematigden zien te winnen; conservatieven kunnen zegevieren door hun basis te activeren. Naarmate de politiek meer gepolariseerd raakt, wordt dat laatste steeds makkelijker en het eerste steeds moeilijker.

    Hardnekkig psychisch fenomeen

    De lessen uit de geschiedenis beloven weinig goeds.

    Hofstadter betoogde dat politieke paranoia ‘een hardnekkig psychisch fenomeen is, dat altijd wel een bescheiden minderheid van de bevolking treft’. Maar, waarschuwde hij, ‘bepaalde historische rampen of frustraties kunnen bevorderlijk zijn voor een dergelijke psychische ontwikkeling, waardoor de paranoia massaler kan worden en gemakkelijker door politieke partijen kan worden aangegrepen.’ Net als de oorlog in Irak en de wereldwijde financiële crisis, zou de pandemie wel eens zo’n catastrofe kunnen zijn.

  • Prijs voor het pappen en nathouden van links

    Prijs voor het pappen en nathouden van links

    Volgens tabloid Daily Mail is de tijd van tolerantie voor jihadi’s voorbij. ‘Hoeveel gruwelijkheden moeten we nog ondergaan voordat we stoppen hun mensenrechten boven onze veiligheid te stellen?’

    De timing en de plek werden met opzet zo uitgekozen dat 
er zo veel mogelijk mensen zouden worden gedood en verminkt. Het wapen vol spijkers, schroeven en moeren werd geselecteerd zodat overlevenden zo ernstig mogelijke verwondingen zouden worden toegebracht.

    De grootste wreedheid van de dader was de bewuste keuze voor het popconcert van een zangeres die met name populair is bij kinderen en tienermeisjes, kennelijk om het diepste verdriet teweeg te brengen en normale menselijke gevoelens maximaal geweld aan 
te doen.

    Als we al meer bewijs nodig hadden gehad dat we in het vrije Westen vijanden herbergen die, verteerd door haat, als doel hebben onze manier van leven te vernietigen, dan is dat op die maandagavond 22 mei vol bloed en tranen 
in de Manchester Arena wel geleverd.

    Zoals de gruweldaad in Manchester zo pijnlijk duidelijk maakt, wordt het toch tijd dat we onder ogen zien dat de balans in Groot-Brittannië om onze veiligheid te waarborgen dringend weer moet worden aangepast

    Na de ergste massamoord in Groot-Brittannië sinds de aanslagen van 7 juli 2005, zijn de gedachten van alle medewerkers van deze krant allereerst bij de dodelijke slachtoffers en hun families, de verminkten en allen die zo wreed zijn beroofd van hun ouders, geliefde kinderen en broertjes en zusjes. We zijn hun echter meer verschuldigd dan uitdagende verklaringen dat terrorisme niet kan winnen, of steun- en saamhorigheidsbetuigingen in ons aller verdriet.

    Sterker nog, hoewel de volledige details van de achtergrond van de zelfmoordterrorist nog boven water moeten komen, is er al voldoende bekend om essentiële leringen te trekken uit dit recentste voorbeeld uit een lange lijst gruweldaden die in naam van de islam door fanatici zijn gepleegd.

    Vijftien jaar geleden zei een vooraanstaand politicus over een andere massamoord: ‘Deze gebeurtenissen helpen ons er op een verschrikkelijke manier aan herinneren dat vrijheid eeuwige waakzaamheid vergt. En we zijn te lang onoplettend geweest. We hebben degenen die ons haten onderdak verleend, degenen die ons bedreigden getolereerd en het degenen die ons verzwakten naar de zin gemaakt.’

    Deze woorden kwamen van Margaret Thatcher en de gebeurtenissen waaraan zij refereert waren de aanslagen van 9/11. Vandaag de dag, nadat de roekeloze interventies van westerse politici in Irak, Libië en elders het islamitische fanatisme hebben doen oplaaien, zijn haar woorden nog steeds meer dan waar. Maar hoe lang moeten we nog in doodsangst verkeren voordat we naar die woorden gaan handelen?

    In elke samenleving moet er een balans zijn tussen burgerveiligheid en burgerlijke vrijheden. Zoals de gruweldaad in Manchester zo pijnlijk duidelijk maakt, wordt het toch tijd dat we onder ogen zien dat de balans in Groot-Brittannië om onze veiligheid te waarborgen dringend weer moet worden aangepast.

    3000 jihadstrijders

    Er zijn meer dan drieduizend jihadstrijders in het Verenigd Koninkrijk, en nog eens honderden komen terug uit Syrië of sturen hun gezinnen hiernaartoe. Dankzij het handenwringen over burgerlijke vrijheden door de ellendige Nick Clegg wordt maar een zevental strijders onderworpen aan vrijheidsbeperkende maatregelen ter preventie van terrorisme.

    Intussen verspreiden belastingontwijkende socialmediagiganten met 
dodelijke onverantwoordelijkheid terroristische rekruterings- en bommenbouwpakketvideo’s zonder dat de wet hun iets kan maken.

    Ook zelfmoordterrorist Salman Abedi volgt het overbekende patroon waarbij hij kennelijk is geradicaliseerd in dit land nadat zijn ouders hier bescherming hadden gekregen; in hun geval tegen het Libië van Gaddafi.

    Na de aanslag werd de bij, een oud symbool van de stad, weer populair in Manchester. – © HH
    Na de aanslag werd de bij, een oud symbool van de stad, weer populair in Manchester. – © HH

    Vertaler: Martinette Susijn

    Verontrustend genoeg heeft hij vermoedelijk wel de aandacht van veiligheidsdiensten getrokken, maar blijkt nergens uit dat hij ook onder bewaking is geplaatst.
    Hoeveel gruwelijkheden moeten we nog ondergaan voordat we verdachten routinematig gaan volgen en stoppen hun mensenrechten boven onze veiligheid te stellen? Hoeveel terugkerende jihadstrijders met hun gehersenspoelde vrouwen mogen hier nog terugkeren en ongehinderd rondlopen?

    Iedere rechtgeaarde Britse moslim zou de Mail moeten steunen in de eis voor grotere macht voor veiligheidsdiensten om degenen die de goede naam van hun religie door het slijk halen te volgen en uit te roeien.

    Onze premierskandidaat Jeremy Corbyn, die heeft meegedaan aan demonstraties ter ondersteuning van IRA-moordenaars en platforms met Midden-Oostenfanatici heeft gedeeld, spreekt graag in abstracte termen over terrorisme. Hij zou de gezinnen van de verminkte en gedode slachtoffers in Manchester eens moeten vragen wat het daadwerkelijk betekent.

    Zij weten het. Zo lang wij mensen blijven herbergen die ons haten, mensen tolereren die ons bedreigen en wij het de mensen die ons verzwakken naar de zin maken, zullen zij niet de laatsten zijn die onder de gruwelijke realiteit van terrorisme moeten lijden.

    Daily Mail
    VK | dagbad | oplage 2.100.855

    De politieke mening van de Daily Mail is rechts, conservatief en populistisch en de krant is kritisch over de EU, immigranten, buitenlanders en andere minderheden. Deze oriëntatie gaat terug tot de begindagen; de oprichter van de krant, Lord Rothermere, stond positief tegenover de politiek van Oswald Mosley en publiceerde in januari 1934 de krantenkop ‘Hurrah for the Blackshirts’, waarmee hij zijn sympathie voor de British Union of Fascists uitdrukte. Naast de gebruikelijke artikelen over politiek, economie, binnen- en buitenlands nieuws en opinie wordt zeer veel aandacht besteed aan sport, roddel, (seks-)schandalen van nationale en internationale beroemdheden, gezondheidstips en vrouwenzaken als make-up, mode en stijl. De bijnaam van de krant, vooral gebezigd door tegenstanders ervan, is de Daily Wail _(dagelijkse klaagzang) of de _Daily Fail (dagelijkse afgang).

  • Het knettert binnen de Israëlische regering

    Het knettert binnen de Israëlische regering

    Het is lastig laveren voor premier Netanyahu. Nu eens wordt hij op rechts ingehaald door minister van Onderwijs Naftali Bennett. Dan weer wordt hij op links gepasseerd door minister Avigdor Lieberman, die nochtans ook als extreemrechts bekendstaat.

    Bleek in het gezicht en met de onhandige houding van een puber die op bezoek moet bij een vervelende oom en tante, verscheen premier Benjamin Netanyahu op 16 november in de Knesset. Het was voor de stemming over het ‘hasdara’-wetsvoorstel [dat – volgens de Israëlische wet – illegale nederzettingen op Palestijnse privégrond moet gaan legaliseren]. De weerzin dat hij in deze kwestie was meegesleept door minister van Onderwijs Naftali Bennett was hem duidelijk aan te zien. Hij stemde vóór alle drie de wetsvoorstellen en verliet vervolgens haastig weer het parlement.

    Netanyahu kon het zich niet veroorloven rechts te worden ingehaald door Bennett, temeer omdat de overgrote meerderheid van de Likoedpartij zich in het parlement opstelt als een kopie van het extreemrechtse Joodse Huis. Het lastige is dat het Joodse Huis een nichepartij is, terwijl Likoed al tientallen jaren regeert.

    Het is niet de eerste keer dat Netanyahu nationale en strategische belangen ondergeschikt maakt aan machtspolitiek. Maar zo openlijk als nu lapte al heel lang niemand het Israëlisch en het internationaal recht aan zijn laars. Het sowieso al discutabele Joodse-nederzettingenbeleid op de rechter Jordaanoever wint er ook niet bepaald mee aan legitimiteit.


    En met welk resultaat? De leiders van alle coalitiepartijen geven off the record toe dat deze wet tot geen enkele concrete beleidsmaatregel zal leiden. Maar Bennett ruikt electoraal gewin. Hij kan tegen zijn achterban zeggen dat hij nergens voor terugschrikt, zelfs niet voor het ten val brengen van de regering. En de premier zal er de schuld van krijgen.

    Netanyahu heeft gezegd ermee te zitten dat een aantal van zijn ministers, hijzelf incluis, genoemd worden als potentiële verdachten voor het Internationaal Strafhof in Den Haag. Maar toch verkwanselde hij voor een handjevol virtuele zetels in de Knesset maar eventjes ’s lands reputatie.

    Op 14 november was hij nog met een brede lach op de wekelijkse fractievergadering van zijn Likoedpartij verschenen. Hij bracht het nieuws dat de regering de vorige dag het wetsvoorstel had goedgekeurd over de muezzins [dat het volume van de oproep tot gebed van moskeeën omlaag moet brengen] en was zeer opgetogen, alsof hij zojuist de vernietiging van het Iraanse nucleaire programma had aangekondigd.

    Een paar dagen later stemde deze leider van een land dat zich op het vlak van veiligheid en diplomatie in een extreem lastige situatie bevindt voor een wet waarmee hij zijn buren voor het hoofd stoot. Niet alleen waren sommige Likoedministers niet overtuigd van het nut van de wet, maar Netanyahu ging vooral in tegen de oppositie van de ultraorthodoxe partij Shas. Aryeh Deri herinnerde Netanyahu eraan dat er in de [gemengd Joods-Arabische] steden Haïfa, Ramallah en Acre al lokale overeenstemming was bereikt.

    Muezzins

    Daarnaast betoonde Shas zich gevoelig voor een argument van de Arabische Knessetleden. Die riepen in herinnering dat toen er gestemd moest worden over de dienstplicht voor de charedim [religieuze Joden], zij door de ultraorthodoxen waren gevraagd zich van stemming te onthouden, omdat dit thema de orthodoxen zo ‘nauw aan het hart ging’. De Arabische afgevaardigden legden uit dat het thema van de muezzin hun even nauw aan het hart ging. Ze wezen erop dat een dergelijke wet evengoed gebruikt zou kunnen gaan worden om de sirenes te verbieden die religieuze Joden oproepen tot de sabbat.

    Shas, dat geen voorstander was van de wet op de regularisering van de illegale nederzettingen, dwong Netanyahu toen om de wet op de muezzins op te geven, in ruil voor de Arabische stemmen voor de hasdara. De stemming over de wet op de muezzin werd uitgesteld, waarschijnlijk voorgoed.

    Het toppunt is dat de wet op de regularisering van de nederzettingen heel goed tijdens een plenaire zitting kan sneuvelen, of anders simpelweg door het Hooggerechtshof herroepen kan worden. Daar komt nog bij dat het lot van de illegale vooruitgeschoven nederzettingen wat de extreemrechtse minister van Defensie Avigdor Lieberman [niet-religieus] betreft getekend is en ze binnenkort ontruimd zullen worden.

    Lieberman heeft een strategische koerswijziging ingezet

    Dat heeft ermee te maken dat Lieberman een strategische koerswijziging heeft ingezet. Twee maanden voordat er in Washington een nieuwe regering aantreedt, kwam hij tegenover de pers met een opmerkelijke suggestie. Hij stelde voor om de brief waarin George W. Bush bouwactiviteiten binnen Israëlische blokken van nederzettingen toestond, maar de bouw van geïsoleerde nederzettingen afwees, weer als uitgangspunt te nemen. Een politieke uitspraak als deze had geen enkele andere minister in de huidige regering durven doen, zelfs niet een uit meer gematigde hoek.

    De boodschap van Lieberman is dat Israël en de aantredende regering-Trump in de Verenigde Staten het eens zullen moeten worden over het te volgen beleid in de regio. In ruil voor het staken van bouwactiviteiten in geïsoleerde nederzettingen krijgt Israël de vrijheid om verder te bouwen binnen de belangrijkste nederzettingenblokken, waar zo’n tachtig procent van de kolonisten woont. Lieberman positioneert zich daarmee aan de uiterste linkerzijde van Netanyahu’s kabinet.

    Nationale eenheid

    Precies op deze kwestie waren de eindeloze onderhandelingen stukgelopen tussen Netanyahu en de socialistische leider Herzog over de vorming van een regering van nationale eenheid. En nu wordt het onderwerp dus weer op de agenda gezet door Lieberman, de man van wie gezegd werd dat zijn aantreden het Midden-Oosten in vuur en vlam zou zetten. Hij was degene die zei voorstander te zijn van de oprichting van een Palestijnse staat, waar hij de Arabisch-Israëlische steden vlak bij de ‘groene lijn’ naartoe wilde ‘overhevelen’.

    Met deze nieuwe lijn geeft hij in feite de strijd met Netanyahu en Bennett om de extreemrechtse stem op. Toegegeven, hij zal wel nooit als ‘links’ te boek komen te staan. Maar nu het tijdperk-Trump is aangebroken en Europa weinig opheeft met Liebermans anti-Arabische racisme, zullen zijn voorstellen wellicht in goede aarde vallen.

    Auteur: Yossi Verter

    Haaretz
    Israël | dagblad | oplage 80.000

    De eerste Hebreeuwse krant die in 1919 onder Engels mandaat uitkwam. ‘Het land’ is dé krant voor Israëlische politici en intellectuelen.

  • Een weekend met Bernie

    Een weekend met Bernie

    De democraat Bernie Sanders, die Hillary Clinton in de peilingen begint te naderen, is na Donald Trump de meestbesproken Amerikaanse presidentskandidaat van dit moment. En de meest onwaarschijnlijke. De wat norsige senator uit Vermont is een openlijk socialist, die het hele politieke systeem op zijn kop wil zetten.

    De allereerste vraag op de allereerste campagne
bijeenkomst van Bernie Sanders in Iowa komt van een jonge knul met een baard en een superheldenshirt. Hij wil weten wat Sanders’ plannen zijn voor de regelgeving rond onlinepoker.

    ‘Om heel eerlijk te zijn: dat is niet iets waarover ik 
al veel heb nagedacht,’ zegt de 73-jarige senator van Vermont ronduit. Hij zwijgt even en mompelt dan: ‘Een van mijn kinderen pokert best veel, geloof ik. Als de vraag is: mogen bedrijven pokerspelers een poot uitdraaien, dan is het antwoord nee. Ziet u, mensen, dat is iets wat je als senator leert: iedereen snijdt wel een probleem aan.’ 


    Sanders heeft opvallend wit haar en zijn bruuske manier van praten en zijn zware Brooklyn-accent doen denken aan de komiek Larry David. Of om 
precies te zijn: aan Larry Davids imitatie van de 
barse honkbalclubvoorzitter Steinbrenner in Seinfeld. ‘Er is al meer geschreven over mijn haar dan over mijn plannen voor de infrastructuur of het hoger onderwijs, dat is zeker,’ klaagt Sanders later tegen me. Deze donderdagavond in mei houdt hij een 
toespraak op St. Ambrose University, een kleine katholieke universiteit in Davenport. De Republikein Rick Santorum is toevallig ook in de stad voor de lancering van zijn eigen campagne. Volgens de 
regionale krant The Des Moines Register werd Santorums bijeenkomst bijgewoond door tachtig mensen. Sanders trekt er circa zevenhonderd, meer dan alle andere kandidaten in Iowa dit seizoen.

    Socialist

    Het is bij de Democraten onderhand bijna een ritueel: de plotse opkomst in de eerste voorverkiezingen van een kandidaat die linkser is dan de grote favoriet. Bill Bradley in 2000, Howard Dean (net als Sanders uit Vermont) in 2004 en Barack Obama in 2008. Maar Sanders is nog linkser dan die vorige outsiders. Zijn tegenstander in de voorverkiezingen, Hillary Clinton, kan Amerika’s eerste vrouwelijke president worden. Sanders zou de eerste openlijk socialistische president zijn. Als je vraagt wat dat in de praktijk zou betekenen, wijst hij naar Europa, met name naar Scandinavië: ruimhartige sociale voorzieningen 
die iedereen een bestaansminimum garanderen, georganiseerd door een robuuste, activistische 
regering, die dat financiert met hogere belastingen voor rijken en bedrijven en bezuinigingen op zaken zoals de onnodige, 2 biljoen dollar verslindende oorlog in Irak.

    Sanders is ervan overtuigd dat er veel steun bestaat voor zulke ideeën, niet alleen in de linkse marge maar in de hele arbeidersklasse, zelfs in overwegend Republikeinse staten. Toch zijn progressieve bewegingen door het establishment de afgelopen jaren naar de marge gedrongen (Howard Dean, de Occupy-beweging) of, zoals met de steun voor Obama’s plannen, een loze belofte gebleken. Maar door te blijven hameren op economisch populisme denkt Sanders een kans te maken, al is het een kleine.

    ‘Als je de sociale vraagstukken zoals abortus, homorechten en wapenbezit links laat liggen en je concentreert op de economische kwesties,’ zegt hij, ‘dan is er veel meer consensus dan de commentatoren inzien.’ In Davenport weet Sanders de aandacht van zijn publiek inderdaad bijna twee uur vast te houden met een fel, onvermoeibaar en af en toe zeer gedetailleerd verhaal over zijn politieke agenda. Dat is een soort nieuwe New Deal à la Oslo of Helsinki: een federaal banenprogramma (in vijf jaar tijd 1 biljoen dollar investeren in infrastructuur om daarmee 13 miljoen banen te creëren en onze luchthavens, bruggen, wegen en spoorlijnen op te knappen); een federaal minimumloon van 15 dollar per uur; het opknippen van grote banken die too big to fail zijn geworden; een grondwetswijziging om paal en perk te stellen aan de sponsoring van verkiezingscampagnes door het bedrijfsleven; afschaffing van het collegegeld voor alle openbare universiteiten; rijken meer belasting laten betalen en mazen in de wet dichten waardoor bedrijven belasting ontwijken; een belasting op CO2-uitstoot om het gebruik van fossiele brandstoffen terug te dringen en gebruik van alternatieve energie-bronnen te stimuleren; gratis kinderopvang voor iedereen; een ziekenfonds voor iedereen; betaald ziekteverlof en minstens twee weken betaald verlof voor alle werkenden. Er is nog meer, maar dit zijn de hoofdpunten van zijn betoog.

    Sanders in gesprek met een journalist op zijn campagnehoofdkantoor in Iowa. – © Scott Olson / Getty Images
    Sanders in gesprek met een journalist op zijn campagnehoofdkantoor in Iowa. – © Scott Olson / Getty Images

    Als spreker is Sanders een stuk ongepolijster dan senator Elizabeth Warren, met wie hij het meest wordt vergeleken. Maar hij slaagt er heel goed in om van het begrip ‘inkomensongelijkheid’ (wat door al 
te frequent gebruik al net zo’n loze kreet dreigt te worden als ‘hoop en verandering’) niet alleen een heel schrijnend beeld te schetsen, maar er ook een prangende ethische kwestie van te maken. Hoe heeft het rijkste land in de geschiedenis het zover laten komen dat de rijkste 0,1 procent van de bevolking evenveel bezit als de armste 90 procent? Hoe bestaat het dat het inmiddels niet alleen mogelijk, maar zelfs volkomen vanzelfsprekend is dat één enkele familie (de gebroeders Koch, via een door hen aangestuurd politiek donornetwerk) meer geld aan de komende verkiezingen zal besteden dan de Democratische of de Republikeinse partij zelf? En nog 
fundamenteler: moet het kapitalisme echt alleen maar blijven streven naar groei ten koste van alles?

    Het klinkt allemaal niet als materiaal voor filmpjes die viral zullen gaan op internet, maar toch weet Sanders met zijn drammerige antistijl een publiek in zijn ban te houden. Soms maakt hij een gebaar alsof hij tussen duim en wijsvinger iets heel kleins en onzichtbaars te pakken heeft dat zijn pleidooi onderstreept. Als hij naar een vragensteller luistert, tuit hij zijn lippen en steekt zijn kin naar voren, zijn gezicht staat dan ernstig en loopt soms rood aan. Waar alle andere kandidaten Amerika om het hardst ophemelen, zegt Sanders ijskoud: ‘Op dit vlak zijn we in Amerika zo ontzettend dom bezig, het is onvoorstelbaar. Nou ja, we zijn op een helebóél vlakken dom bezig…’ In Davenport zegt hij later: ‘Weet je wat ik mijn Republikeinse collega’s zou willen zeggen?’ Dan zwijgt hij, en bij Sanders is zo’n stilte meteen geladen: heel even verwachten we dat hij nu schuttingtaal gaat uitslaan. Dat beseft hij maar al te goed, dus hij rekt die stilte nog even en buldert dan: ‘Ik ben het niet met u eens.’ Maar omdat die gedachte aan schuttingtaal nog in de lucht hangt, klinkt zijn gespeelde beleefdheid meer als: ‘Go fuck yourselves!’ Het publiek gaat uit zijn dak.

    Het is bij de Democraten onderhand een ritueel: de plotse opkomst van een kandidaat die linkser is dan de favoriet

    Als je Sanders lang genoeg hoort spreken, merk je dat een handjevol uitdrukkingen steeds terugkeren en de aandachtige luisteraar waarschuwen dat er weer een harde waarheid aankomt: ‘in mijn ogen’, ‘kun je je dat voorstellen?’, ‘laat ik daar heel eerlijk over zijn’, ‘geloof het of niet’, ‘laat ik heel duidelijk zijn’, ‘en hoe komt dat nou?’ Het is opzwepend, die gefundeerde minachting van Sanders en het feit dat hij die niet verbloemt. ‘Mijn vrouw zegt altijd dat ik iedereen de put in praat.’ Dat is een grapje, maar niet helemaal. Zijn norsheid maakt hem op een bepaalde manier authentiek.

    Er is al vaker opgemerkt dat hij verrassend populair is op de sociale media, en dat zijn grootvaderlijke gemopper op de stand van zaken lijkt aan te slaan bij twintigers, een moeilijk bereikbare groep kiezers. Juist omdat Sanders het tegendeel is van een BuzzFeed-kop, is hij misschien wel de ideale BuzzFeed-kop. Het is bijna onwerkelijk, die schurende, agressieve toon en openlijke minachting voor de conventies van het moderne campagne voeren. 
En het onderstreept nog eens hoe inhoudsloos en gekunsteld de optredens van de andere kandidaten zijn, hoe afgezaagd hun voorgekauwde teksten.

    Sanders waakt ervoor om een rooskleurig portret van zichzelf te schilderen als grote redder die de boel wel even zal veranderen. Hij praat überhaupt niet veel over zichzelf. Als je het soort kandidaat bent voor wie presidentiële politiek vooral theater is, wil je een verhaal ophangen waarin jij de hoofdpersoon bent. Een massapubliek bereik je met verhalen van strijd en overwinning en een held of heldin die enerzijds zo gewoon is als je eigen broer of zus en anderzijds zo uitzonderlijk als, nou ja… als Amerika zelf, landgenoten!

    Toespraak tijdens de Scott County Democrats Picnic in the Park in Eldridge, Iowa. – © Al Drago / Getty Images
    Toespraak tijdens de Scott County Democrats Picnic in the Park in Eldridge, Iowa. – © Al Drago / Getty Images

    Op de vijf verkiezingsbijeenkomsten in Iowa en New Hampshire die ik bijwoon, doet Sanders dat allemaal niet. In Davenport zegt hij: ‘Laat ik even wat over mezelf vertellen, vrienden.’ En dan volgen er welgeteld drie zinnen, waarin hij vertelt dat hij eerst burgemeester en lid van het Huis van Afgevaardigden is geweest voordat hij senator werd. Dat zijn vader een immigrant was die de kost verdiende met het verkopen van verf. En dat hij in zijn jeugd heeft ‘geleerd wat geld, of geldgebrek, voor een gezin kan betekenen, als je ruzie krijgt over elk dubbeltje dat wordt uitgegeven.’ (En om zelf thuis geen ruzie te krijgen wijst hij ook zijn vrouw Jane in de zaal aan en vertelt dat ze net 27 jaar getrouwd zijn.) 


    Halverwege twee interviews, als we het al hebben gehad over het banenverlies in de Amerikaanse industrie, de funeste invloed van internationale 
handelsovereenkomsten en de invloed van het bedrijfsleven op de Democratische partij, komen we te praten over zijn eerste politieke ambt, als burgemeester van Burlington. Ik vraag hoe hij, als geboren Brooklyner, in Vermont is beland. ‘Dus dit wordt weer zo’n verhaal dat vooral over mijn persoon gaat, in plaats van over wat ik wil bereiken?’ zegt hij geërgerd. 


    Toen Sanders in april officieel aankondigde dat hij het tegen Clinton wilde opnemen, werd hij meteen weggezet als een marginale figuur. De Columbia Journalism Review houdt dat precies bij: ABC Evening News besteedde achttien seconden aan zijn aankondiging (waarvan vijf voor een welkomsttweet van Clinton), CBS Evening News één zinnetje en The New York Times een stukje van zevenhonderd woorden op pagina 21.

    Vergelijk dat eens met de bekendmaking van de 
kandidatuur van senator Ted Cruz. Blijkbaar is die minder ‘marginaal’ dan Sanders, al heeft hij openlijk begrip getoond voor complotdenkers die zeker weten dat Obama legeroefeningen in Texas laat houden omdat hij er de noodtoestand wil afkondigen. Cruz’ kandidatuur haalde de voorpagina van The New York Times, met een prominent artikel dat tweemaal zo lang was als dat over Sanders. Maar toen Sanders in Iowa veel publiek bleek te trekken, steeg de aandacht exponentieel. Niet omdat de media ineens dachten dat hij een serieuze kans maakt tegen Clinton, maar omdat ze verslaafd zijn aan het wedstrijdelement waar Sanders juist zo’n hekel aan heeft.

    Winstkansen

    Toch zegt Sanders dat hij zich niet alleen kandidaat heeft gesteld om een daad te stellen of om als een soort Democratische Tea Party Clinton verder naar links te trekken. ‘Ik had geen zin in een campagne die alleen bedoeld is om aandacht voor onze standpunten te krijgen, weet je, en hij ook niet,’ zegt zijn vrouw Jane op een tuinfeest in West Branch, bij Iowa City. ‘Ik lag dwars, ik gaf steeds allerlei redenen waarom hij het vooral níét moest doen. Ik voerde 
elk argument aan dat ik kon bedenken, inclusief de vraag: Kunnen we winnen? Ja, we willen de inhoud van het debat beïnvloeden. Maar dat doe je omdat je mensen wilt mobiliseren. En als ze de echte feiten horen, zullen ze anders stemmen.’

    Ze wijst op Sanders’ tegenstander in de Senaatsverkiezingen van 2006: Richard Tarrant, een van de rijkste mensen in Vermont, die 7 miljoen dollar in zijn campagne stak en toch met een marge van 33 procentpunt verloor. ‘Als je alleen met veel geld een serieuze kandidaat kunt zijn,’ zegt ze, ‘dan had hij zelfs nooit burgemeester kunnen worden.’ 


    Als Sanders een week na Davenport de vergaderkamer van zijn kantoor in Washington binnenstormt, is hij gejaagder en feller dan anders. Hij moet het vliegtuig naar Burlington halen, maar eerst moet hij nog tegen een defensiebegroting stemmen. In hoog tempo lopend én pratend, als een personage in een politieke dramaserie, begeeft hij zich naar de ondergrondse monorail tussen de Senaatskantoren en het Capitool. ‘Succes, senator,’ roept een jonge liftbediende hem na. In het Capitool stapt hij uit het treintje, een soort minimetro, beent naar de Senaatskamer, laat daar zijn stem registreren en staat in een mum van tijd al weer buiten. ‘Dat is democratie,’ zegt hij droog, en hij loopt naar een deur waar alleen senatoren door mogen. ‘Ik heb assistenten bij me,’ wuift hij de beveiliger weg, die wat beduusd kijkt maar ons niet tegenhoudt.

    Buiten staat een auto te wachten. Sanders is bang om zijn vlucht te missen en kijkt onder het praten voortdurend op zijn horloge, onderbreekt het gesprek zelfs af en toe om de chauffeur aanwijzingen te geven. De vraag of hij kans maakt om president te worden is in veel opzichten totaal niet interessant. Hoeveel kans maakt hij nou tegen een buitengewoon slimme en gedreven tegenstander met 100 procent naamsbekendheid, met meer ervaring in het Witte Huis dan enige andere kandidaat in de geschiedenis en een obscene hoeveelheid geld (Clintons campagneteam belooft 2 miljard dollar bijeen te brengen) – plus natuurlijk de stimulans dat zij kiezers de kans biedt om wéér geschiedenis te schrijven, door de allereerste vrouwelijke president te kiezen? Vrij weinig kans, zou ik zeggen!

    Als je niet bang bent om naïef of simplistisch te klinken en net als Sanders wilt geloven dat je het hele systeem kunt veranderen door je achterban te mobiliseren – wie weet wat er dan mogelijk is

    Maar volgens Sanders gaat dat alleen op als de huidige electorale werkelijkheid niet verandert: een extreem lage opkomst, meer aandacht voor de persoon dan voor de inhoud, en de verderfelijke invloed van het grote geld. Dus de volgende vraag is veel interessanter: maakt Sanders kans om iets te veranderen aan de inmiddels breed geaccepteerde fundamenten van de moderne campagnevoering? Als je niet bang bent om naïef of simplistisch te klinken en net als Sanders wilt geloven dat je het hele systeem kunt veranderen door je achterban te mobiliseren – wie weet wat er dan mogelijk is.

    Zeven jaar geleden brak Barack Obama alle records wat betreft kleine particuliere campagnebijdragen en de kiezersopkomst van Afro-Amerikanen. Sanders neemt vooral een voorbeeld aan de werknemers in de fastfoodsector die ijveren voor een minimumloon van 15 dollar: een eis die door de elite eerst nauwelijks serieus werd genomen, maar die uiteindelijk wel van beslissende invloed is geweest op de nationale discussie over het bestaansminimum (en in grote steden als Los Angeles, San Francisco en Seattle nu zelfs wettelijk is vastgelegd). Daarom wil Sanders in het door ego’s gedomineerde verkiezingscircus zijn eigen ego zo veel mogelijk buiten beeld houden. Hij wil alle aandacht die hij krijgt gebruiken om kiezers te verleiden met de nooit eerder geboden mogelijkheid van echte radicale verandering.

    ‘De Amerikaanse politiek is uitgegroeid tot een miljardenindustrie die de kiezers wijsmaakt dat de regering niets voor je kan doen en dat je je hoop moet vestigen op Wall Street en het bedrijfsleven,’ zegt Sanders in een van onze gesprekken. ‘Ik zeg vaak: Bedenk nou eens waarom de gebroeders Koch een miljard dollar in deze campagne willen steken. Als zij politiek zo belangrijk achten, kun jij dat misschien beter ook doen.’

    Een aanhanger van Sanders pakt een verkiezingsplakkaat op een bijeenkomst in de Valley High School in West Des Moines, Iowa. – © Scott Olson / Getty Images
    Een aanhanger van Sanders pakt een verkiezingsplakkaat op een bijeenkomst in de Valley High School in West Des Moines, Iowa. – © Scott Olson / Getty Images

    Sanders is opgegroeid in Flatbush, een arbeidersbuurt in Brooklyn met een gemengde etnische samenstelling (Italianen, Ieren, Joden). Zijn vader Eli, een Poolse immigrant, en zijn moeder Dorothy, de in Amerika geboren dochter van Poolse Joden, woonden daar met hun twee zonen.

    Sanders wil niet veel kwijt over zijn jeugd, maar makkelijk kan die niet geweest zijn. Zijn vader had een groot deel van zijn familie in de Holocaust verloren en zijn moeder overleed toen Sanders nog maar negentien was. Hij zat samen met zangeres Carole King op de James Madison High School (waar hij aanvoerder van het atletiekteam werd). Met zijn eerste vrouw, die hij op de universiteit had leren 
kennen, kocht hij in 1964 een lap grond (35 hectare voor 2500 dollar) in Vermont, in Middlesex. Hij hield altijd al van het platteland, zegt hij, en in 1968 vestigde hij zich voorgoed in die staat.

    Het landelijke Vermont trok destijds zo veel ‘terug naar de natuur’-types aan dat gouverneur Deane Davis in 1971 zelfs een persverklaring over ‘de toestroom van zogenaamde hippies’ uitvaardigde: hij wilde bezorgde burgers verzekeren dat ‘de overgrote meerderheid van deze jonge passanten net als de meeste mensen rustig haar eigen gang gaat, volstrekt vreedzaam en zonder iemand lastig te vallen, ook al zijn hun uiterlijk en hun gewoonten misschien niet altijd naar onze smaak’.

    Sanders had lang haar en kon zich helemaal vinden in de politieke overtuigingen van de tegencultuur, maar volgens vrienden was hij geen hippie. Hij kluste hier en daar als timmerman en maakte een documentaire over de socialistische vakbondsleider (en vijfvoudig presidentskandidaat) Eugene V. Debs. (Sanders sprak ook een deel van de voice-over in. ‘Als jij zo’n gemiddelde Amerikaan bent die veertig uur per week tv kijkt,’ zegt hij met een voice-overstem, ‘dan heb je vast weleens gehoord van belangrijke figuren als Kojak en Wonder Woman. Maar gek genoeg heeft niemand je ooit verteld over Gene Debs, een van de belangrijkste Amerikanen van de twintigste eeuw.’) 


    Nadat zijn huwelijk eind jaren zestig op de klippen was gelopen, probeerde hij als socialistische kandidaat vergeefs gekozen te worden tot senator en gouverneur. Zijn goede vriend en huisgenoot Richard Sugarman haalde hem in 1981 over mee te doen aan de burgemeestersverkiezingen van Burlington. ‘Ronald Reagan was net gekozen en ik zei: Kijk Bernard, in een land waar Reagan president kan worden, moet jij toch zeker burgemeester van Burlington kunnen worden!’ aldus Sugarman, die inmiddels een leerstoel aan de universiteit van Vermont bekleedt als specialist in het werk van de joodse existentialistische filosoof Emmanuel Levinas. Als volslagen onbekende en onafhankelijke kandidaat moest Sanders het opnemen tegen een Democraat die al vijfmaal was herkozen. Hij maakte geen schijn van kans. Maar hij won toch, met tien stemmen verschil.

    Politieke aardverschuiving

    ‘Dat was een van de grootste politieke aardverschuivingen in de geschiedenis van Vermont, en onze staat is al meer dan tweehonderd jaar oud,’ vertelt Sanders me: voor het eerst klinkt hij bijna opschepperig. 
Sanders voldeed nooit aan de makkelijke karikatuur van de typische linkse politicus, daarvoor was zijn beleid veel te pragmatisch. In Burlington zorgde hij vooral dat de gemeente beter ging sneeuwruimen, hij ontwikkelde stadsparken en het havengebied, 
liet wegen opknappen en onderhandelde bij kabelaanbieders over een lager tarief voor consumenten (al bracht hij ook een bezoek aan de socialistische Nicaraguaanse president Daniel Ortega en riep daar een ‘zusterband’ uit tussen Burlington en Puerto Cabezas).

    In het Huis van Afgevaardigden wist hij meer amendementen aangenomen te krijgen dan enig ander lid tussen 1995 en 2005, en hij benutte zijn positie als onafhankelijk kandidaat om met beide partijen samen te werken. (Die politieke behendigheid heeft Sanders nog steeds: de ultraconservatieve senator en klimaatontkenner James Inhofe omschreef hem onlangs als zijn ‘beste vriend’ in de Senaat.)

    Wat betreft wapenbezit is Sanders’ stemgedrag zelfs veel rechtser dan dat van Hillary Clinton. Vermont is pro-wapenbezit, en in zijn boek Outsider in the House betreurde Sanders al in 1997 dat hij in het begin van zijn carrière veel stemmen van ‘arbeiders’ had verspeeld doordat ‘we dom zijn omgesprongen met de wapenkwestie’.

    Hij heeft zijn carrière als Congreslid zelfs gedeeltelijk aan de National Rifle Association te danken: in de verkiezingen van 1990 werd zijn tegenstander, de zittende Republikeinse Afgevaardigde, doelwit van een serie tv-spotjes van de NRA omdat hij het wapenbezit aan banden wilde leggen. In 2013 zei hij enkele maanden na de schietpartij op een school in Sandy Hook tegen het lokale weekblad Seven Days: ‘Al neem je morgen de strengst mogelijke wapenwet aan, ik denk niet dat dat veel zou uitrichten tegen de tragedies waarvan we getuige zijn geweest.’

    In 1988 werd Sanders de eerste onafhankelijke volksvertegenwoordiger die in 40 jaar verkozen was tot het Huis van Afgevaardigden.  – © Rob Swanson
    In 1988 werd Sanders de eerste onafhankelijke volksvertegenwoordiger die in 40 jaar verkozen was tot het Huis van Afgevaardigden. – © Rob Swanson

    ‘Ik weet dat hij al vrij lang met de gedachte speelde om zich verkiesbaar te stellen voor het presidentschap,’ zegt Sugarman. ‘Ik voorzag dat het hem zwaar zou vallen, en volgens mij merkt hij dat nu ook. Als presidentskandidaat moet je je vaak enorm inhouden. Maar hij raakte er steeds meer van overtuigd dat iemand het moest doen. Had hij het liever iemand anders zien doen? Dat denk ik wel. Ik denk dat hij in het begin hoopte dat Elizabeth Warren het zou doen. Maar hij heeft de handschoen opgepakt.’

    Sugarman geeft toe dat zijn vriend ook wel van zijn openbare optredens geniet. ‘Hij vindt het heerlijk om rond te rijden en de kleinste plaatsjes in Vermont af te gaan,’ zegt hij. ‘Ik zei een keer tegen hem: Bernard, waarom laat je de mensen niet even met rust? Toen zei hij: Nee, ze willen dat ik kom luisteren naar wat ze willen. Ik zei: Misschien willen ze alleen maar dat ze eens een dagje met rust gelaten worden.’

    Maar overschat hij de Amerikaanse behoefte aan revolutie niet? Al marcheren straks een miljoen van zijn aanhangers naar Washington, komen er dan niet evenveel Tea Party-aanhangers om het tegen hem op te nemen? ‘Goeie vraag,’ zegt Sanders. 
(Ook zo’n stopwoordje van hem.) ‘Het zal heel, heel moeilijk worden. En misschien is het wel onmogelijk. Niemand heeft mij ooit horen zeggen dat het makkelijk wordt.’

    Auteur: Mark Binelli

    Rolling Stone
    VS | tweewekelijks tijdschrift | oplage 1,5 miljoen

    Meest gelezen muziektijdschrift van de VS, gelanceerd in 1967. Oprichter Jann Wenner is nog altijd hoofdredacteur. Behandelt ook cultuur en politiek. Door The Guardian werd Rolling Stone omschreven als ‘De bijbel van de Sixties en de tegencultuur’.