Tag: maan

  • Futurist Michio Kaku: ‘De eerste stap is dat we deze binnenkort onbewoonbare planeet aarde verlaten’

    Futurist Michio Kaku: ‘De eerste stap is dat we deze binnenkort onbewoonbare planeet aarde verlaten’

    Volgens de Amerikaanse natuurkundige staan we op de drempel van een nieuwe beschaving die ons naar de sterren zal leiden – voordat het te laat is.

    Keuze uit ons archief

    Onlangs kwamen de Amerikaanse inlichtingendiensten met een rapport dat stelt dat het niet uit te sluiten is dat buitenaards leven een mogelijke verklaring is voor zogenaamde unidentified flying objects oftewel ufo’s. Ook Michio Kaku denkt dat er mogelijk buitenaardse wezens op aarde zijn, die ook nog eens verder ontwikkeld zijn dan wij. Maar die gaan ‘echt niet zitten rotzooien met vliegende schotels. Vliegende schotels zijn zo achterhaald. Zij transporteren zich per laser door het heelal.’

    Een gloedvol betoog van deze bestseller schrijvende natuurkundige over waarom we ons universum moeten verkennen en uiteindelijk zelfs verlaten.

    Dit artikel verscheen eerder in #141 van 360 Magazine, juni 2018

    Van kilobytes naar petabytes, van nullen en enen naar qubits: onze toekomstmogelijkheden nemen zulke vormen aan dat de alarmbellen afgaan bij befaamde futuristen als Ray Kurzweil en Max Tegmark, en inmiddels ook bij Michio Kaku, een van de pioniers van de snaartheorie en schrijver van goedverkopende populairwetenschappelijke boeken. Kaku is een van de populairste wetenschappers ter wereld en een van de zeer weinigen die zo over wetenschap kan praten dat bijna iedereen het begrijpt.

    In zijn laatste boek, The Future of Humanity, waagt hij zich aan het voorspellen van onze toekomst. Hij schetst een toekomst waarin nieuwe wetenschappelijke inzichten en technologie de mens zo machtig zullen maken dat we ons moeten herbezinnen op onze plaats in het universum. Een toekomst waarin Mars kan worden bewoond, de mens niet langer het enige intelligente leven is, onsterfelijkheid meer dan alleen een vergezochte fantasie wordt en we uiteindelijk ook zullen uitzwermen naar andere universums. Maar, zegt Michio Kaku, de eerste stap is dat we deze binnenkort onbewoonbare planeet aarde verlaten. Dan begint onze verkenningstocht.

    Uw vorige boek, Physics of the Future, sprak me enorm aan. Sindsdien ben ik gefascineerd door de schaal van Kardasjov [zie onderstaand kader]. In uw nieuwe boek borduurt u daarop voort door te zeggen dat we langzaam naar een Type 1-beschaving toe bewegen. Kunt u uitleggen wat dat betekent en waarom we de aarde misschien al snel moeten verlaten als we willen overleven?

    Een Type 1-beschaving is planetair, in de zin dat zo’n beschaving alle planetaire energiebronnen beheerst: al het zonlicht kan oogsten dat op de planeet valt, het weer kan aansturen. Het duurt nog zo’n honderd jaar voor we daar zijn. Het is simpel te berekenen wat de totale energieproductie van de wereld is, uitgedrukt in joules, en als je de energieproductie van een Type 1-beschaving berekent, zie je dat we rond het jaar 2100 zover zijn. Daarna komt Stella, Type 2, dan hebben we de energie van een ster. Dan spelen we met sterren. Denk aan de Federatie van Planeten in Star Trek, dat zou een Type 2-beschaving kunnen zijn. En dan heb je Type 3-beschavingen, dat is zoals in Star Wars. Elke beschaving is ongeveer tien miljard keer geavanceerder dan de vorige. Dus de energieproductie van het ene type vermenigvuldigd met tien miljard is de energieproductie van het volgende type.

    Waarom is dat van belang? Omdat we op het punt staan een Type 1-beschaving te worden. Het internet is de eerste Type 1-technologie die werkelijk planetair is. Daarom is het internet zo belangrijk. Het is de eerste Type 1-technologie op aarde. Je ziet overal tot wat voor ingrijpende cultuuromslag dat leidt. Een Type 0-beschaving heeft nog de primitiviteit van de holbewoner. Wij kampen ook nog steeds met nationalisme en fundamentalisme en zo. Maar als we eenmaal het stadium van Type 1 bereiken, hebben we de meeste van die problemen opgelost. Tegen de tijd dat we bij Type 2 komen, worden we onsterfelijk. De wetenschap kent geen middel dat een beschaving van Type 2 kan vernietigen.

    Schaal van Kardasjov

    De astrofysicus Nicolaj Kardasjov (1932) is een Russische sterrenkundige, verbonden aan de afdeling sterrenkunde van de Russische Academie van Wetenschappen en onderdirecteur van het Russische ruimtevaartcentrum. In 1963 bestudeerde hij de extreem zware ster CTA-102 in het eerste Russische wetenschappelijk onderzoek naar buitenaards leven. Hoewel hij daar geen sluitend bewijs voor vond, ontstond bij Kardasjov de overtuiging dat ergens in het heelal beschavingen moesten bestaan die miljoenen of zelfs miljarden jaren ouder (en verder) waren dan de aardse beschaving, die vanaf de eerste mens gerekend wellicht 300.000 jaar geleden kan zijn ontstaan.

    Hij ging nog een stapje verder: hij bracht die onbewezen beschavingen in een schema onder met drie types, die onderling verschillen in het niveau van energiegebruik. Het laagste niveau van beschaving, Type 1, heeft volgens deze Schaal van Kardasjov een technologisch peil ‘dat redelijk dicht in de buurt komt van de huidige stand van zaken op de planeet aarde: een energieconsumptie van vier maal 1012 Watt’. Type 2 is al een stukje verder: een beschaving ‘die in staat is alle energie voor eigen gebruik te benutten die de eigen ster uitstraalt’, en de beschaving Type 3 zou zelfs ‘beschikken over alle energie op de schaal van het eigen Melkwegstelsel’.

    Om het perspectief enigszins aan te scherpen: het energieverbruik door de beschaving op de planeet aarde bereikte in 1998 een niveau van 1012 Watt, opgebouwd in drieduizend eeuwen. Dat moet dus nog flink omhoog de komende tijd, met een factor 4 zelfs, wil deze beschaving haar entree maken, op het laagste niveau, op de Schaal van Kardasjov.

    Nicolaj Kardasjov kreeg vier jaar geleden, op 82-jarige leeftijd, de Demidov-prijs, ook wel beschouwd als de Russische Nobelprijs, maar dan veel ouder (uit 1832).

    In uw boek ontvouwt u een verstrekkende toekomstvisie. Vol boude ideeën en technologische en wetenschappelijke hoogstandjes. Sterrenschepen die aan terravorming doen, onsterfelijkheid, een hogere beschaving. Dat is toch ook een enorme stap in het onbekende?

    Inderdaad. Maar ik ben natuurkundige, dus we kunnen wel een begin maken met de kwantificering van het onbekende. Als ik sciencefiction schreef, zou ik allerlei maffe dingen bij elkaar kunnen fantaseren die de natuurwetten met voeten treden. Maar ik ben natuurkundige, ik weet wat de energieproductie is en wat er voor deze technologieën verder nodig is.

    Om een van de specifieke ideeën te noemen waarover u schrijft: lasertransport. Kunt u kort uitleggen wat dat is?

    Ja, hoor. Tegen het einde van deze eeuw gaan we onszelf digitaliseren. Alle gegevens over ons, onze persoonlijkheid, zelfs onze herinneringen, worden dan gedigitaliseerd. Kijk naar het Connectome Project, dat is opgestart onder president Obama, om alle neurale verbindingen in de hersenen in kaart te brengen.

    Je hebt nu al een digitale voetafdruk. Al je betalingen, je Instagram-foto’s, filmpjes. Een fikse digitale voetafdruk. Maar tegen het einde van deze eeuw kan er ook een afdruk worden gemaakt van je hersenen. Zo krijg je een compositiefoto van wie je bent. Dat kunnen we digitaliseren en met een laserstraal naar de maan schieten. In een seconde ben je op de maan, in twintig minuten ben je op Mars, in een dag ben je op Pluto en in vier jaar heb je de sterren bereikt. Zonder je te hoeven bekommeren om stuwraketten, ongelukken, gewichtloosheid of kosmische straling. En vooruit, laat ik mijn nek eens uitsteken en zeggen dat het volgens mij al bestaat. Buitenaardse wezens die veel verder dan wij zijn, gaan echt niet zitten rotzooien met vliegende schotels. Vliegende schotels zijn zo achterhaald. Zij transporteren zich per laser door het heelal. Misschien loopt er vlak naast de aarde wel een lasersnelweg waarover miljarden zielen zich door de Melkweg teleporteren, en zijn wij gewoon te dom om het te zien.

    Vliegende schotels zijn zo achterhaald. Het is veel geavanceerder om op een laserstraal door de ruimte te reizen

    Is dat domheid? Of gewoon het feit dat we nog steeds ergens tussen 0 en 1 op de Kardasjov-schaal zitten?

    Allebei. Er is sprake van een zekere domheid omdat we arrogant zijn. We denken dat we alles weten. We denken dat we buitenaards leven kunnen vinden door naar de radio te luisteren. Dat vind ik vrij dom. Als we op een primitieve beschaving stuiten, kunnen wij wel denken dat ze morse gebruiken, maar uiteindelijk zullen ze het hele elektromagnetische spectrum gebruiken. Wij gaan er in principe van uit dat buitenaardse wezens in morse seinen, dat ze hooguit van Type 1 zijn. We gaan ervan uit dat ze misschien honderd jaar verder zijn dan wij. Dat ze vliegende schotels hebben. Maar waarom? Dat is twintigste-eeuws denken. Het is veel geavanceerder om op een laserstraal door de ruimte te reizen.

    Bestaan er in wetenschappelijke kringen grote bezwaren tegen de ideeën in uw boek?

    Nee. Ik ben natuurkundige en heb er collega’s naar laten kijken. Geen van mijn ideeën druist tegen de natuurwetten in. Als dat wel zo was, zou ik het natuurlijk met andere wetenschappers aan de stok krijgen. Maar niets in mijn boek druist tegen de natuurwetten in. Alles wat ik beschrijf, valt binnen de natuurwetten.

    Een van de dingen waar uw boek veel nadruk op legt, is de gedachte dat de macht verschuift van de overheid naar particuliere burgers. Het idee dat we het lot van de wereld in eigen hand hebben, mensen als Jeff Bezos en Elon Musk dan, al hebben die natuurlijk vele miljarden meer dan de gemiddelde burger. Maar zij zien een nieuwe tijd aanbreken, en de NASA lijkt ook overbodig te worden. Is dit het tijdperk waarin grote ondernemers het heft in handen nemen, zoals u in het boek suggereert?

    Ik denk dat het hand in hand kan gaan. Toen president Obama het spaceshuttleprogramma schrapte, wist hij dat de particuliere sector in die leemte kon voorzien. De NASA is voorzichtig omdat het een bureaucratie is. Veiligheid staat daar voorop. Voor kapitalisten is veiligheid, nou ja, ook wel belangrijk, maar misschien niet de eerste zorg. Die willen dingen snel en efficiënt van de grond krijgen. De particuliere sector kan met frisse ideeën en deadlines komen waardoor dingen sneller gebeuren dan bij de NASA. En omdat de NASA een bureaucratie is, is alles daar ook een compromis. Ga maar na, toen de spoorwegen werden opgesplitst in maatschappijen voor goederenvervoer en reizigersvervoer, werden ze veel gestroomlijnder, zuiniger en efficiënter. De bureaucraten wilden één ding voor iedereen, en dat werd niets voor niemand. Zo is de bureaucratie met de spaceshuttle ontspoord.

    Dus als ik het goed begrijp, zijn dat de dromers van deze wereld: Jeff Bezos, Elon Musk, Richard Branson? En nu spelen zij met de gedachte om terravorming uit te proberen op een andere planeet. Kunt u eens schetsen op welke termijn ik dat voor me moet zien?

    Ten eerste zijn we nu al bezig met terravorming op aarde, dus dat gebeurt al.

    Maar micro-organismen hebben geen agenda.

    We kunnen het in stapjes doen. Eerst moet je met methaangas de atmosfeer een beetje opwarmen. Dan heb je zonnespiegels in de ruimte nodig om de ijskappen te laten smelten. En als je de temperatuur eenmaal zes graden kunt laten stijgen, krijg je een vliegwieleffect. Dan jaagt het zichzelf aan. Dus meer hoef je niet te doen. De planeet zes graden opwarmen. Wij warmen de aarde nu al één graad op, zonder het zelf te beseffen. Op Mars zouden we de temperatuur doelbewust met een graad of zes moeten verhogen. En dan moet je het natuurlijk nog leefbaar maken, met genetisch gemodificeerde planten die kunnen leven in een atmosfeer van kooldioxide. Die passen we genetisch zo aan dat ze op Mars kunnen overleven. Dan halen we water en raketbrandstof uit het aanwezige ijs, we ontwikkelen genetisch gemodificeerde gewassen die je daar kunt telen, we smelten de ijskappen. Over zo’n honderd jaar kunnen we daarmee beginnen. Niemand zegt dat we dat nu al kunnen doen, maar in de volgende eeuw, als we eenmaal een kolonie op Mars hebben, kunnen we ermee beginnen.

    Dit is een heel serieus idee dat weerklank begint te vinden. Het vooruitzicht dat we de aarde gaan verlaten zou waarschijnlijk nogal wat angst veroorzaken onder de meer dan zeven miljard mensen die haar nu bevolken. U lijkt onder de indruk te verkeren dat we tussen twee ijstijden in zitten. Sommige sceptici zouden zeggen dat verhuizen naar een andere planeet in feite neerkomt op het verlaten van de aarde, maar dat we iets moeten doen omdat de aarde uitgeput raakt. Wat zegt u tegen die critici?

    Volgens mij slaan ze allemaal de plank mis. Niemand zegt dat we de aarde moeten verlaten om naar Mars te gaan. Dat gaat niet gebeuren. Er zijn te veel mensen op aarde en Mars is heel ver weg. Het is alleen iets om op terug te vallen. Maar mensen zien het helemaal verkeerd. We moeten de opwarming van de aarde bestrijden en niet denken dat we kunnen vluchten door naar Mars te gaan.

    U stelt veel vertrouwen in de vierde golf van technologie en wetenschap, die volgens u tot een nieuwe welvaartsrevolutie zal leiden. Maar de aarde verlaten en Mars bewoonbaar maken zal ook weer tot hoogmoed en egoïsme leiden, die we moeten beteugelen. Is er een soort verdrag nodig?

    Ik denk dat we verdragen nodig hebben. Kijk naar het Ruimteverdrag van 1967. Dat voorziet niet in de mogelijkheid dat particulieren een stuk van de maan claimen. Toch is dat nu mogelijk. Als ik in 1967 tegen je had gezegd dat ooit een particulier zijn eigen maanraket zou bouwen om een vlag op de maan te planten en dat te claimen, had je me voor gek verklaard. Maar nu is het zover. Daarom zaten vorige maand miljoenen mensen naar die beelden te kijken. Omdat het een maanraket was. En hoeveel heeft die raket de belastingbetaler gekost? Niets. Geen cent. Dat had niemand in 1967 kunnen denken. Daarom heb je nieuwe verdragen nodig, want je weet nu al dat China naar de maan gaat. China heeft al gezegd dat het zijn vlag op de maan gaat planten. We hebben verdragen nodig, want particuliere ondernemers zullen hoe dan ook naar de maan gaan. Het kost niet zoveel om naar de maan te gaan. In de toekomst zullen de mensen op huwelijksreis gaan naar de maan. Honeymoon op de maan, een toeristische attractie.

    De exploitatie van al die nieuwe technologie zal volgens u een heel nieuw tijdperk van ontdekkingen inleiden. Een van de hoogleraren die u in uw boek aanhaalt, doet een fascinerend uitspraak waar ik u graag eens over wil horen. Ze zegt: ‘We hebben nog steeds geen kopieën van ons zonnestelsel gevonden, we hebben zelfs zoveel vreemde resultaten dat de astronomen te weinig theorieën hebben om ze te kunnen verklaren. Hoe meer we vinden, hoe minder we ervan begrijpen. Het is één grote puinhoop.’ Kunt u dat alstublieft wat nader uitleggen?

    Op de lagere school leerden wij nog dat alles netjes en overzichtelijk was. Dat ons zonnestelsel bestond uit rotsachtige planeten zoals de aarde en Mars, uit gasreuzen zoals Saturnus, en uit kometen. Alles was heel simpel. Alle planeten cirkelden in een baan om de zon en alles was pais en vree. Van dat hele idee is niets meer over. Waarom? Omdat er zonder zo’n mooie cirkelende baan om de zon geen leven mogelijk is. Leven is in het heelal heel zeldzaam. Er is rust en een gematigde omgeving nodig om het ontstaan van leven mogelijk te maken. Het is een ruwe bedoening in het heelal, hemellichamen beschrijven grillige banen, planeten botsen de hele tijd op elkaar. Wij zijn de uitzondering. Waarom? Hier is leven. Leven op een planeet is enorm moeilijk. Dat vereist een stabiele, rustige omgeving. Miljarden jaren van stabiliteit. Maar in het heelal vindt om de zoveel duizend jaar weer ergens een ramp plaats. Waarin verschilt de aarde dan zo van alle andere zonnestelsels die we zien? Dat hier leven is. DNA kan alleen onder heel strikte voorwaarden ontstaan. Als kinderen bijvoorbeeld leren dat het heelal heel oud is, vragen ze: ‘Waarom is het heelal zo oud?’ De meeste mensen staan dan met de mond vol tanden, hè. Maar de reden dat het heelal zo oud is, is dat het zo lang heeft geduurd om DNA van de grond te krijgen. Vlak na de oerknal was er geen DNA, het heeft ongeveer 13 miljard jaar geduurd om in deze sector van het melkwegstelsel DNA van de grond te krijgen.

    De dinosauriërs hadden geen ruimtevaartprogramma. Daarom zijn zij er nu niet meer

    Maar het feit dat wij hier zijn ontstaan en het al zo lang volhouden is toch vreemd? Past uw multiversumtheorie wel in dat idee?

    Ja, dat is de oplossing voor het probleem van de fijnafstemming. Het leek wel of het universum wist dat wij eraan kwamen. Alle krachten in het heelal waren precies goed afgestemd om leven op aarde mogelijk te maken. Als de kracht van kernfusie sterker was geweest, zou de zon miljarden jaren geleden al zijn opgebrand. Als die zwakker was geweest, zou de zon nooit ontbrand zijn. Dus de kernkracht is precies goed voor het produceren van zonlicht, wat heel zeldzaam is. Zo kun je een heel lijstje afgaan van allerlei toevalligheden. Dus ofwel God bestaat of het is één groot dobbelspel.

    Kunt u het idee van een multiversum kort uitleggen?

    Het heelal is een zeepbel. Wij leven in het vlies van die bubbel en die is aan het groeien. Dat is de oerknaltheorie. Nu geloven wij in een heel bubbelbad, tal van universums die rondzweven en soms tegen elkaar botsen, dat is de oerknal. Dus wat is er gebeurd voor Genesis 1:1, toen God zei dat er licht was? Wat gebeurde er daarvoor? Vlak daarvoor zijn universums op elkaar gebotst. En op een dag gaan we met behulp van zwaartekrachtgolfdetectoren babyfoto’s van het heelal maken. Ik denk dat we over een paar jaar foto’s hebben van het heelal in de babyfase. Dan zien we het heelal uit de baarmoeder komen, en misschien zien we ook de navelstreng die ons babyuniversum dan nog verbindt met een moederuniversum.

    Daarover zegt u: ‘De natuurwet is een doodvonnis voor al het intelligente leven.’ Dus uiteindelijk, over vele triljoenen jaren, zal het universum uitsterven. Bedoelt u dat die zeepbellen op den duur uiteen zullen spatten en plaatsmaken voor nieuwe zeepbellen?

    Nou, uiteenspatten kunnen ze niet, want dat druist in tegen de theorie van Einstein, maar ze worden steeds groter en groter en kouder en kouder. En als die expansie zich eeuwig voortzet vriezen we uiteindelijk allemaal dood. Dat wordt de Big Freeze genoemd. Dat staat nog niet vast, want het proces kan ook worden omgekeerd, maar op dit moment lijkt het universum te versnellen. Het loopt gierend uit de klauw. Het universum is op hol geslagen.

    Dan rijst natuurlijk de gedachte dat we dit universum moeten verlaten, vandaar uw hoofdstukken over interstellaire ruimtevaart. U zegt dat die mogelijk wordt als we gebruik kunnen maken van Planck-energie. Kunt u een idee geven van wat dat is en wat je daaraan hebt?

    Planck-energie is de ultieme energie. Tien tot de negentiende macht elektronvolt. Een biljard keer zo krachtig als de Hadron Collider. Bij zo veel energie wordt de stabiliteit van de ruimte aangetast. Als je water verhit, gaat het toch uiteindelijk koken? Als je lege ruimte verhit, begint die ook te koken. Dan vormen zich luchtbellen en die bellen zijn universums. De meeste daarvan springen weer terug in het vacuüm en verdwijnen voorgoed, maar sommige blijven uitdijen, en dat is ons universum. Waarschijnlijk is ons universum zo begonnen. Maar op een dag wordt ons universum zo groot en koud dat er niets meer kan leven, en wij fysici hebben veel artikelen geschreven over hoe er leven kan blijven bestaan als het universum echt heel, heel koud wordt. Als deze uitdijing doorgaat, zal uiteindelijk al het leven op aarde sterven. Ik vind: als het universum gaat sterven, moeten wij het universum verlaten.

    © Wiki commons
    © Wiki Commons

    U sprak heel toepasselijk van een dobbelspel. Hoeveel kans geeft u ons dat we de komende honderd jaar in onze huidige staat overleven?

    99,9 procent van al het leven op aarde is al uitgestorven. Uitsterven is de norm. Wij denken dat Moeder Natuur warm en knuffelbaar is, maar de natuur kan net zo goed wreed en onverschillig zijn. Het kan de natuur niet schelen of wij een voetnoot in de geschiedenis van het leven worden. Maar ik denk dat wij verschillen van de 99,9 procent die is uitgestorven. De dinosauriërs hadden geen ruimtevaartprogramma. Daarom zijn zij er nu niet meer. Ze horen bij de 99,9 procent. Toen hier een meteoor insloeg, hadden zij geen idee wat te doen. Wij hebben een ruimtevaartprogramma, wij kunnen onze maatregelen nemen.

    Toen bijna honderd jaar geleden de kwantumfysica werd ontdekt, druiste dat in tegen de logica van het wereldbeeld dat natuurkundigen tot dan toe hadden. Denk u dat er weer zoiets kan worden ontdekt, een nieuw soort energie of een aspect van het heelal waardoor we ineens dingen zien waar we nu blind voor zijn?

    Ik denk niet dat we fundamenteel nieuwe dingen gaan ontdekken. Als zich nog opzienbarende en verbluffende nieuwe ontwikkelingen voordoen, zal dat eerder op het vlak van de techniek dan de natuurkunde zijn. We begrijpen namelijk redelijk goed hoe het heelal natuurkundig in elkaar zit, van protonen tot de oerknal. Van het binnenste van een proton tot de uiterste randen van het universum. Dus daar verwachten we niet echt verrassingen meer van, tenzij we natuurlijk in een proton kunnen doordringen naar wormgaten of zoiets, of naar dingen buiten ons universum zoals de hyperruimte. Maar in de techniek, ja, op dat vlak kun je nog allerlei opzienbarende vernieuwingen verwachten, en ook op het gebied van bio-engineering.

  • IJslands invasieve alfaplant

    IJslands invasieve alfaplant

    Eerst werd de Alaska-lupine nog verwelkomd als bedekker voor de geërodeerde grond. Maar nu is men de ‘kwaadaardige paarse indringer’ beu. De spanningen tussen voor- en tegenstanders lopen hoog op.

    Twee jaar voordat Neil Armstrong de eerste stap op de maan zette, ging hij op zalm vissen in het noorden van IJsland. In een plaatselijk museum hangt een foto waarop hij in een rivier staat – maar het fotootje is zo klein dat ik aanvankelijk dacht dat het slechts een sfeerbeeld was, bedoeld om te laten zien hoe mensen in de jaren zestig hun vrije tijd doorbrachten. Met een flauwe glimlach houdt de 36-jarige Armstrong zijn hengel vast. Hij zou kunnen doorgaan voor een IJslander, ware het niet dat hij een honkbalpetje draagt, en 
een dure pilotenzonnebril. En vier lagen kleren.

    Armstrong verkeerde destijds in het gezelschap van nog enkele toekomstige ruimtevaarders, die in trainingskampen in het binnenland van IJsland verbleven. Het was zomer en door het constante daglicht werd hun uiteindelijke doel aan het oog onttrokken. Midden in de hooglanden van IJsland had de NASA een tweede maanlandschap aangetroffen: geen vegetatie, geen leven, geen kleuren, geen oriëntatiepunten. In feite was het hele gebied één uitstrekte grindvlakte. De toekomstige astronauten maakten van de gelegenheid gebruik en formeerden twee teams voor een partijtje voetbal, om de spanningen van de dag kwijt te raken. Met grote stenen markeerden ze het doel. De dichtstbijzijnde boom was vele dagen lopen in noordoostelijke richting, naar de kust, over de Hólasandur, de zwarte zandwoestijn. En dan nog zou de boom in kwestie niet veel langer zijn geweest dan Armstrongs hengel, verweerd 
zoals alles op het door erosie geteisterde Noord-Atlantische eiland.

    De term ‘maanlandschap’ wordt tegenwoordig veel gebruikt door toeristen die foto’s maken van de eindeloze IJslandse vlakten – gevormd door vulkaanuitbarstingen, bedekt met verschillende tinten lava. 
Op veel van die foto’s prijkt echter een opmerkelijk paarse indringer: de lupinus nootkatensis, ook wel de Alaska-lupine genoemd. Deze plant deed zijn intrede niet lang na de astronauten, en hij werd verwelkomd als een prima bedekker voor de geërodeerde grond. Maar geleidelijk keerde het experiment zich tegen het gebied en inmiddels wordt IJsland getekend door een permanente paarse vlek. Tegenwoordig wordt deze Alaska-lupine beschouwd als een invasieve plant, die niet alleen een bedreiging vormt voor de bestaande vegetatie maar ook voor het kale, vulkanische landschap dat geregeld wordt omschreven in termen waarin de bewoordingen doorklinken van Buzz Aldrin toen hij voor het eerst het maanlandschap aanschouwde: een desolate pracht.

    Kleur van IJsland

    Het ooit zo zwarte zand van de Hólasandur, waar 
de astronauten rondliepen, is momenteel een paarse vlakte. Met de klimaatverandering rukt de lupine 
op naar plekken die er tot dan toe van waren gevrijwaard door de koude temperaturen en de regenval. Sommige IJslanders zijn blij met deze paarse plant. De strijd om de kleur van IJsland heeft geleid tot 
een diepgaande discussie die een nieuwe vorm van identiteitspolitiek in de hand heeft gewerkt. De spanningen liepen hoog op toen afgelopen zomer enkele gemeenschappen in het oosten van IJsland – het zogenaamde maanlandschap – de bewoners opriepen de handen ineen te slaan teneinde IJslands alfaplant te verdrijven. Maar zelfs als we het er allemaal over eens zouden zijn dat de lupine een kwaadaardige indringer is die het veld moet ruimen, zouden we de plant dan ook echt weten uit te roeien?

    De lupinus nootkatensis – die oorspronkelijk voorkwam in Alaska en Brits-Columbia – is een geslacht uit de vlinderbloemenfamilie, waartoe ook de peulvruchten behoren. Hij is een specialist in fotosynthese: lupine is gastheer van bepaalde bacteriën die stikstof uit de lucht halen en doorgeven via de okselknoppen. Wanneer je de aarde onder de lupine (of peulvruchten) omspit, komt de stikstof in de aarde terecht, wat dient als mest voor de planten die volgen. Het is een elegante oplossing om uitgeputte grond van voeding te voorzien.

    De lupinus nootkatensis is ooit in een koffer in IJsland gearriveerd. De doelbewuste introductie van 
de plant in het IJslandse landschap is echter al zo’n duizend jaar geleden in gang gezet. Toen de eerste kolonisten hun Vikingschepen aanlegden, was tweederde van het eiland bedekt met groen en leefde er slechts één landzoogdier, de poolvos. De eerste mensen die zich op het eiland vestigden, hadden een scheepslading vee bij zich en namen hun agrarische manier van leven mee: ze kapten bomen en stookten het hout, zonder zich te realiseren dat de IJslandse bodem eerder uitgeput raakte en minder snel herstelde dan die van het Europese vasteland.

    Een lupineveld aan de rand van Reykjavik. – © Getty Images
    Een lupineveld aan de rand van Reykjavik. – © Getty Images

    De kolonisten van toen zouden nauwelijks de kale kustlijn van nu herkennen, die de overheid nieuw leven heeft willen inblazen door in 1908 de National Forest Service op te richten. Tegen die tijd was IJsland in ecologisch opzicht ‘het zwaarst beschadigde land van Europa’, om de beroemde polyhistor en auteur Jared Diamond te citeren. Door winderosie werd het eiland, korrel voor korrel, de zee in geblazen. De verwoesting ging onverminderd voort en halverwege de twintigste eeuw, toen andere Europese landen druk bezig waren met de wederopbouw van na de Tweede Wereldoorlog, brak de IJslandse Forest Service zich het hoofd over een heel andere vorm van verwoesting: de IJslanders hadden roofbouw gepleegd op hun eiland, ze hadden de berkenbossen gekapt en er was sprake van overbegrazing van het land. Van de oorspronkelijke vegetatie restte nog slechts 25 procent.

    De Forest Service stuurde het hoofd, Hákon Bjarnason, naar Alaska, om daar drie maanden lang alle zaden van alle planten en bomen te verzamelen waarvan hij meende dat ze de natuur van IJsland een nieuwe impuls zouden kunnen geven. De dag dat hij huiswaarts keerde, 3 november 1945 – zoals uit het stempel in zijn paspoort blijkt – is de dag waarop de IJslandse lupinelegende een aanvang neemt.

    De eerste drie decennia leeft de plant in de groene ruimten in de buurt van de hoofdstad Reykjavik. Árni Bragason, hoofd van de Soil Conservation Service of Iceland, zegt dat pas in 1976 actief lupinezaad werd verzameld en in het wild uitgestrooid, met de bedoeling de kwetsbare grond in het land een extra impuls te geven. De lupine deed het uitstekend en fungeerde als een soort mestfabriek. Het hele landschap kleurde roze zonder dat er veel kosten mee waren gemoeid en zonder dat er speciaal mensen voor hoefden te worden opgeleid: werkelijk iedereen kon de zaden verzamelen, die in een gat ter grootte van een schoenzool strooien en – abacadabra – geleidelijk zag je het landschap veranderen. Misschien wel voorgoed.

    Pas na enkele tientallen jaren werd mij enigszins duidelijk wat deze paarse plant heeft gedaan met 
de psyche van mijn landgenoten. IJsland is verdeeld in twee kampen en de splijtzwam is de lupine.

    Nadat ik de groep heb aangeklikt, bombardeert Facebook me met advertenties voor lupinekruidenthee, een drank die wordt verkocht in plastic anderhalveliterflessen van maar liefst 19 dollar – wat nog niet eens zo’n gekke prijs is voor een drankje dat zou helpen tegen “slechte doorbloeding, Parkinson en kanker”, om maar een greep te doen

    In 2006 posteerde ik me voor de ingang van een supermarktje in Selfoss, in het zuiden van IJsland, met een notitieblokje en een goedkope camera, 
die ik te leen had gekregen van een lokale krant, 
de Sunnlenska. Ik was op zoek naar mensen die hun mening wilden geven voor ‘De vraag van de dag’, 
een column waarin toevallige voorbijgangers wordt gevraagd zich uit te spreken over een heet hangijzer, een onderwerp waar ze gewoonlijk niet al te veel van afweten, waarna ze ook nog – na enige intellectuele gêne – op de foto worden gezet, voor bij het stukje.

    Milieukwesties liggen altijd gevoelig – welk normaal mens gaat boodschappen doen om een gesprek te voeren over de vraag of de aarde al dan niet ten dode is opgeschreven? Maar die dag bleek ik een wel zeer gevoelige snaar te raken met een zo op het oog redelijk onschuldige vraag: hoe kijkt u aan tegen de lupinus nootkatensis?

    Iedereen vond er het zijne van. Veel van de mensen die ik sprak hadden de lupine letterlijk zien oprukken. Wie aan het begin van de zomer over IJslands Route 1 rijdt, die alle kleine dorpjes en steden van het eiland met elkaar verbindt, heeft het gevoel dat hij over een weg rijdt die dwars door de lupinevelden is aangelegd, alsof de bloemen er eerder waren dan de weg. Dat is niet het geval. In de loop der jaren is het enthousiasme van de Forest Service overgeslagen 
op veel van de inwoners, die in het wilde weg zaden hebben meegenomen naar andere steden, andere valleien en zelfs naar enkele eilandjes voor de kust. Er is geen IJslander die zich níét heeft vergaapt aan de paarse vlakten. En velen zijn dol op de lupine.

    De Facebookgroep Vinir lúpínunnar, ‘Vrienden van de lupine’, die momenteel zo’n 2800 leden telt, maakt duidelijk hoeveel steun er onder de IJslanders is voor de lupine. Sommige leden roemen de eigenschappen van de bloem als middel om de ontbossing te keren: bomen die in de buurt van lupine worden geplant, profiteren van de rijke grond. Zodra de bomen groot genoeg zijn, nemen ze het licht weg van de bloemen, die bijna een meter hoog kunnen worden. In het ideale geval zullen na zo’n 25 tot 30 jaar de lupines als vanzelf verdwijnen en is de grond vruchtbaar genoeg voor andere vegetatie. Sommige leden van 
de Facebookgroep zijn voorstander van de lupine vanwege de esthetische waarde. Ze posten filmpjes en foto’s, zonder er ook maar een moment bij stil 
te staan dat de plant niet inheems is.

    De vrienden van de lupine zijn met name gecharmeerd van zogeheten ‘voor en na’-foto’s. En natuurlijk probeert men munt te slaan uit die geestdrift. Nadat ik de groep heb aangeklikt, bombardeert Facebook me met advertenties voor lupinekruidenthee, een drank die wordt verkocht in plastic anderhalveliterflessen van maar liefst 19 dollar – wat nog niet eens zo’n gekke prijs is voor een drankje dat zou helpen tegen ‘slechte doorbloeding, Parkinson en kanker’, om maar een greep te doen.

    De mensen bij de supermarkt die op mijn vraag ingingen, waren duidelijk in twee kampen te verdelen: pro en contra lupine. Het is volkomen zwart-wit. De meeste antwoorden waren echter lang en emotioneel geladen, allesbehalve objectief, noch wetenschappelijk onderbouwd.

    Balanceeract

    De eerste twee mensen vertelden verhalen over de magie van de lupine: dat hij erosie en afstuiving tegengaat en dat er dankzij lupine weer bomen 
kunnen worden geplant. De derde zei dat de lupine het uitzicht uit zijn zomerhuisje had verpest. De vierde beweerde in zijn vrije tijd lupinevelden leeg 
te ruimen maar durfde daar niet openlijk voor uit te komen. Vrijwel iedereen voorspelde twee verschillende toekomstscenario’s: een toekomst met lupine en een toekomst zonder lupine. Mijn vijfde respondent stak een lange tirade af, die ik zou willen terugbrengen tot een enkele vraag: ‘Waarom heeft niemand hier een stokje voor gestoken?’

    Het is een balanceeract om IJsland weer groener te maken: we willen de natuur herstellen in de oude glorie, met onze op natuurlijke wijze ontstane vulkanische woestijnen, maar daarnaast moeten we de vegetatie herstellen die verloren is gegaan. De voor- en tegenstanders hebben allebei valide argumenten.

    Ongeveer 0,4 procent van het oppervlak van het eiland is bedekt met lupine, als we afgaan op schattingen op grond van luchtfoto’s. Dat klinkt niet veel, maar in aanmerking genomen dat slechts 400 vierkante kilometer van het eiland bebost is, gaat het toch om een heleboel lupine. En terwijl de aangeplante bossen in 2085 naar verwachting 1,6 procent van het oppervlak zullen bedragen, zou het aandeel van de paarse bloemen wel eens in de dubbele cijfers kunnen komen, mede dankzij klimaatverandering en menselijke activiteit. ‘Exponentiële groei is de natuur van invasieve soorten,’ zegt botanist Pawel Wasowicz, de lupine-expert van het Iceland Institute of Natural History. Naar zijn inschatting zal de groeicurve ergens in de volgende twee decennia een spectaculaire piek vertonen.

    Volgens het Institute of Natural History zijn maar weinig landen zo gevoelig voor het broeikaseffect 
als IJsland, aangezien invasieve soorten een ongekend groot vermogen hebben om de bestaande vegetatie te verdringen en op te rukken naar de hoger gelegen binnenlanden, waar het momenteel voor de meeste planten nog te koud en te nat is. Met andere woorden: dit op natuurlijke wijze ontstane maanlandschap zou kunnen verdwijnen. Als de klimaatverandering in dit tempo doorgaat, zou de lupine over dertig jaar een groot deel van het hoger gelegen land kunnen innemen, blijkt uit een onderzoek dat in 2013 is verschenen in het blad Flora. Hjörleifur Guttormsson, een 82-jarige naturalist en voormalig parlementslid, tevens een van de eerste tegenstanders van de plant, zegt: ‘Alles behalve de gletsjers is een mogelijke ondergrond voor lupine.’


    ‘We zijn op een keerpunt aangeland,’ beaamt Bragason van de Soil Conservation Service. ‘Het beste wat we nu kunnen doen, is proberen consensus te bereiken over waar we de plant willen toelaten. Dat is al moeilijk genoeg.’ Bragason is van mening dat de beschadigde kustgebieden het ideale terrein vormen voor 
de lupine, met bergen en rivieren als natuurlijke grenzen. Daar kunnen de positieve effecten zich 
aftekenen op zowel de korte als de lange termijn: het voorkomen van zandstormen en het creëren van een vruchtbare voedingsbodem voor herbebossing. Niet ver van de vulkaan de Hekla, waar door de veelvuldige uitbarstingen in de loop der jaren een immens berkenbos verloren is gegaan, heeft de Soil Conservation Service met behulp van de magische lupine delen van het bos nieuw leven weten in te blazen. Het zou veel tijdrovender en duurder zijn geweest om gebruik te maken van inheemse planten en bemesting.

    Er zijn maar weinig regio’s die over de middelen beschikken om het landjepik van de lupine een halt toe te roepen. Met het uitroeien van de plant blijkt zo’n drie tot vijf jaar te zijn gemoeid. Wanneer ik lúpína drepa – ‘lupine doden’ – intik in mijn zoekmachine, kom ik terecht op diverse blogs waar het proces in allerlei militaristische termen wordt beschreven. De lupine blijkt vijanden te maken onder de bevolking zodra hij aangrenzende bessenvelden 
binnendringt. Gewapend met grastrimmers slaan 
de IJslanders de handen ineen om de indringers het hoofd te bieden. De gehanteerde methode is om de lupine aan het begin van de zomer te kortwieken, nog voordat de plant zaadjes heeft gemaakt, op een moment dat de wortels het snoeien vermoedelijk niet te boven zullen komen. Afgelopen zomer zijn in drie plaatsen in het oosten van IJsland grastrimmers uitgeleend aan alle vrijwilligers die wilden deelnemen aan de moordpartij. Het voornemen is om elk jaar een uitroeiactie te organiseren, net zo lang totdat ‘de plant is verdrongen, in ieder geval uit onze natuurgebieden’, aldus Anna Samúelsdóttir, hoofd van de milieudienst van de gemeente Fjardabyggd, die het voortouw heeft genomen bij deze vernietigingsexpeditie. Haar inspanningen hebben de landelijke pers gehaald, omdat dergelijke gecoördineerde acties, met een hoge participatiegraad, een nieuw fenomeen zijn in IJsland.

    ‘De mensen zien dat het lupinelandschap zich als een sneeuwbal uitbreidt,’ zegt Samúelsdóttir. Sterker nog, in de afgelopen vijftien jaar heeft de plant zich in delen van oostelijk IJsland vervijfendertigvoudigd, met name op plekken waar voorheen inheemse planten groeiden. ‘Als je in het midden van een lupineveld naar beneden kijkt, zie je de grond niet eens omdat het zo dicht begroeid is. Kraaiheibessen, blauwe bessen en blauwe bosbessen – allemaal verdwenen.’

    Ondertussen wordt het initiatief van Samúelsdóttir op de Facebookpagina van de lupinelobby gezien als een regelrechte oorlogsverklaring. ‘Snoei maar lekker raak’, schrijft een van de leden, doelend op de guerrilla-achtige methoden die de lupineactivisten hanteren. ‘Ik ga daarna gewoon met een zak vol zaden naar diezelfde plek.’ Iemand anders oppert dat het streven van de oostelijke IJslanders om het land lupinevrij te maken, tekenend is voor hun xenofobie: men zou niets moeten hebben van alles wat afkomstig is uit het buitenland.

    Niemand had rekening gehouden met de hardnekkigheid van een mooie bloem, niemand had voorzien dat IJsland paars zou kleuren

    Van de twaalf mannen die tussen 1969 en 1972 voet op de maan hebben gezet, hebben er negen eerst de geologie van IJsland bestudeerd, vanuit de gedachte dat ze zo een beter beeld zouden krijgen van de geologie van de maan. NASA had ooit die parallel getrokken op grond van beelden die jaren eerder waren gemaakt vanuit een satelliet die in een baan om 
de aarde cirkelde: de hoogvlakten van de maan (van grote afstand zichtbaar als de lichtere delen van het oppervlak) deden sterk denken aan de desolate binnenlanden van IJsland. Op 24 juli 1969 landde de Apollo 11 weer op de aarde met aan boord een geologisch monster – een stukje maan. De gelijkenis met IJsland bleek oppervlakkig.

    In 1945 keerde de Indiana Jones-achtige bosbeheerder Hákon Bjarnason terug van zijn onderzoekingen in Alaska. Hij was het vliegtuig nog niet uit of hij zei tegen een verslaggever dat IJsland met enige moeite zou kunnen gaan lijken op de kuststreek van Alaska, met hoge bomen en veel bessenstruiken. Het klimaat in beide landen vertoonde opmerkelijk veel overeenkomsten. Maar ook hier bleken de overeenkomsten uiteindelijk slechts oppervlakkig.

    Achteraf gezien zijn de hooggespannen verwachtingen zeer begrijpelijk. In de jaren na 1945 kwamen we terecht in een technologische stroomversnelling. Het was een tijd waarin we meenden de natuur de baas te zijn, waarin we zelfs meenden de zwaartekracht te kunnen trotseren door mensen naar de maan te sturen. Niemand had rekening gehouden met de hardnekkigheid van een mooie bloem, niemand had voorzien dat IJsland paars zou kleuren.

    Auteur: Egill Bjarnason

    Hakai Magazine
    Canada | hakaimagazine.com

    Onlinetijdschrift dat verhalen publiceert over kustgebieden. De medewerkers komen van over de hele wereld, de redactie is gevestigd in Victoria, Brits-Columbia. Hakai wordt gefinancierd door de Tula Foundation.