Tag: maatschappij

  • Waarom onze angst om opgelicht te worden schadelijk is

    Waarom onze angst om opgelicht te worden schadelijk is

    De angst om bedrogen te worden kan zo groot worden dat hij tot wantrouwen leidt en onze besluitvorming beïnvloedt. Dit kan zelfs bijdragen aan de versterking van discriminatie en racisme, beweert hoogleraar in de rechten Tess Wilkinson-Ryan.

    In 2007 bedachten drie experimenteel psychologen, enigszins ironisch, het begrip sugrophobia, ‘sugrofobie’, wat je zou kunnen omschrijven als de ‘angst om de sukkel te zijn’. Onderzoekers Kathleen Vohs, Roy Baumeister en Jason Chin zochten een term voor de bekende en specifieke angst die mensen ervaren als ze het idee hebben de sukkel te zijn – de angst dat iemand ze belazert, mede door hun eigen toedoen. Het idee dat psychologen sukkels aan academisch onderzoek zouden onderwerpen lijkt in eerste instantie bijna belachelijk. Maar als je er eenmaal naar op zoek gaat, wordt duidelijk dat sugrofobie niet alleen echt bestaat, maar zelfs een ware epidemie is. De invloed ervan reikt van individuele keuzes die we maken tot maatschappijbrede opvattingen die wantrouwen en discriminatie zaaien.

    Alleen al het aantal synoniemen voor sukkel duidt op een culturele obsessie: kluns, dwaas, onnozele, oen, loser enzovoort. Publieke debatten over allerlei sociale beleidsmaatregelen en technologische ontwikkelingen worden gekenmerkt door de sluimerende angst over de vraag wie de volgende is die opgelicht zal worden. Gaat ChatGPT studenten helpen om nietsvermoedende leraren op te lichten? Is werken op afstand sinds de pandemie populair omdat werknemers er dan gemakkelijker de kantjes vanaf kunnen lopen? Zorgt het kwijtschelden van studieschulden ervoor dat ‘luie barista’s’ hardwerkende belastingbetalers uitbuiten, zoals een Amerikaanse politicus opperde?

    De angst om bedrogen te worden kan zo veel afkeer oproepen dat hij het rationele denken overstijgt

    Sugrofobie is meer dan alleen de angst om belazerd te worden. De hoeveelheid ponzischema’s of Enron-achtige scenario’s om in verwikkeld te raken is beperkt, en de meeste mensen zullen nooit in een fraudezaak belanden waarin er veel op het spel staat. Toch komt het gevoel een sukkel te zijn – en de angst voor dat gevoel – veel voor. Als je lunch meer kost dan je had verwacht, als je collega zich voor de derde keer deze maand ziek meldt, als je die aandringende automobilist op de vluchtstrook voor laat gaan: in zulke tamelijk onbeduidende situaties hebben veel mensen een gevoel van zelfverwijt: ‘Wacht even, ben ik nu de sukkel?’ De angst om bedrogen te worden kan zo veel afkeer oproepen dat hij het rationele denken overstijgt en iets onbewusters en intensers wordt: een echte fobie.

    Oplichterij

    Het is logisch om op je hoede te zijn voor oplichterij: je moet geen spammails beantwoorden, hoe graag je ook een prins zou willen helpen om miljoenen uit een trustfonds te halen. Maar buitensporige scepsis brengt ook kosten met zich mee, zowel voor jezelf als voor de maatschappij. Diverse voorbeelden uit de psychologie en de gedragseconomie kunnen ons helpen die kosten te begrijpen. Op persoonlijk niveau kan de angst om bedrogen te worden iemand aanmoedigen om risico’s te mijden en zodoende samenwerkingen uit de weg te gaan die essentieel kunnen zijn om iets nieuws te ondernemen. Op systeemniveau is de prijs van wantrouwen nog hoger: de angst om opgelicht te worden kan een excuus worden om solidariteit af te wijzen en mensen verdacht te maken. Als hier op grote schaal sprake van is, draagt dit bij aan de instandhouding van groepsstereotypen – over wie te vertrouwen is en wie in de gaten moet worden gehouden – en de versterking van traditionele klasse-, ras- en genderhiërarchieën op een manier die we eigenlijk niet willen.

    Horizon7
    Een vrachtwagen op Pennsylvania Avenue in Washington D.C. noemt president Donald Trump een loser.– © Getty Images

    Er zijn tal van voorbeelden die laten zien dat de afkeer van het idee bedrogen te worden onze besluitvorming beïnvloedt, ook als we er niets nuttigs mee bereiken. Veel bewijs voor deze afkeer wordt geleverd door experimentele economische studies die proberen menselijke transacties tot de essentie terug te brengen. Dat helpt onderzoekers om andere verklaringen voor wat ze observeren uit te sluiten. De studies betreffen doorgaans experimentele spellen met echte prikkels – deelnemers kunnen afhankelijk van de uitkomst daadwerkelijk geld verdienen of verliezen, maar de spelers ontmoeten elkaar niet, noch kennen ze elkaars identiteit. Aan de transacties zijn geen daadwerkelijke sociale gevolgen verbonden. Dit stelt onderzoekers in staat de volgende vraag te stellen: als niemand erachter komt wat er tijdens een interactie is gebeurd, en als er geen precedent wordt geschapen of voorbeeld wordt gesteld, reageren mensen dan nog steeds overmatig op het risico om opgelicht te worden?

    Het vertrouwensspel

    Dat brengt ons bij de Trust Game, het vertrouwensspel. Dit is een eenvoudig experiment waarbij spelers aan elkaar gekoppeld worden om een korte reeks transacties uit te voeren. Eén speler wordt aangewezen als investeerder. Deze begint het spel met bijvoorbeeld 10 dollar en moet een keuze maken: hoeveel maakt hij eventueel over aan de andere speler (de ‘beheerder’)? Het bedrag dat hij overmaakt wordt automatisch vermenigvuldigd. Zodra de beheerder weet hoeveel hij heeft ontvangen, verricht hij de laatste actie: hij beslist hoeveel geld hij eventueel teruggeeft aan de investeerder. 

    Het is duidelijk waarom dit een vertrouwensspel wordt genoemd: beide spelers zijn beter af als ze goed samenwerken en gul geld overmaken – wat ze vaak ook doen. Maar de eerste stap van de belegger is riskant: die kan al of bijna al het geld weggeven en er vervolgens weinig of niets voor terugkrijgen. Het risico dat je je een sukkel zult voelen is duidelijk aanwezig.

    In het vertrouwensspel en in de echte wereld schrikt het vooruitzicht een sukkel te worden mensen af

    In de loop der jaren is er weleens betoogd dat terughoudende beleggers niet zozeer angst voelen om de sukkel te zijn, maar gewoon rationeel risicomijdend zijn. De psychologen Daniel Effron en Dale Miller probeerden dat na te gaan door een slimme draai aan het spel te geven. In hun versie konden beleggers ofwel 10 dollar overmaken, of niets. Als de investeerder ervoor koos om geld over te maken, werd het vermenigvuldigd en kon de beheerder ofwel 15 dollar (de helft van het uiteindelijke bedrag, een eerlijk rendement) of 8 dollar (een mager rendement) teruggeven. (Het onderzoek betrof valuta gebaseerd op punten, maar voor het gemak gebruik ik hier dollarbedragen.) Sommige investeerders werd verteld dat het bedrag dat de tegenpartij terug zou geven willekeurig zou worden bepaald, op basis van een door de computer gegenereerd getal. Andere beleggers kregen te horen dat de tegenpartij zelf die beslissing zou nemen. In beide gevallen werd tegen de investeerders gezegd dat de kans op een oneerlijk rendement 30 procent was. Sommigen liepen risico op verlies omdat de beslissing van de computer voor hen slecht uitpakte; anderen hadden een even grote kans om te verliezen vanwege een onbetrouwbare tegenpartij. De vraag was: hoeveel van hen zouden ervoor kiezen om hun 10 dollar over te maken?

    Horizon6
    Charles Ponzi neemt zijn hoed af als hij de gevangenis verlaat in Charleston, South Carolina. – © Getty Images

    De spelers hadden elkaar nooit ontmoet, dus er stonden geen reputaties op het spel. Het risico vóélde in beide gevallen alleen anders, omdat samenwerken met een egoïstische persoon jou tot de sukkel zou maken. Toen de onderzoekers de deelnemers vroegen naar hun risicoberekening, was het element van zelfverwijt een overweging die opviel. De deelnemers voorzagen dat ze zichzelf zouden beschuldigen van misplaatst vertrouwen.

    In het vertrouwensspel en in de echte wereld schrikt het vooruitzicht een sukkel te worden mensen af. Het is een waarschuwing om niet te delen, niet samen te werken, niet mee te doen. In risicovolle financiële scenario’s is duidelijk wat er op het spel staat; iedereen houdt daar rekening mee, wat de situatie ook mag zijn. De angst om de sukkel te zijn is een automatisme. Maar soms kan het ‘sukkelframe’ een retorische keuze zijn, een wapen dat gebaseerd is op sugrofobie.

    Slang

    Toen Donald Trump zich kandidaat stelde voor het presidentschap in 2016, herhaalde hij voortdurend een fabeltje dat uit een oud liedje afkomstig is. Het is het verhaal van een vrouw die een bibberende en hongerige slang op haar pad vindt. ‘Help me, goede vrouw,’ smeekt de slang, net zolang tot ze toegeeft – waarop de slang haar prompt een dodelijke beet toedient. Als ze klaagt over haar onverdiende lot, snauwt de slang: ‘Je wist donders goed dat ik een slang was voordat je me in huis nam.’ 

    De fabel is afkomstig van een lied over burgerrechten uit de jaren zestig (The Snake van Oscar Brown Jr.), maar werd door Trump gebruikt met een heel ander doel: om Amerikanen erop te wijzen dat ze te laks waren op het gebied van immigratie. De fabel was bedoeld om steun aan vluchtelingen op grond van mensenrechten af te wijzen en suggereerde dat Amerikanen die dachten dat het een morele verplichting was om op humanitaire gronden asiel te verlenen, werden bedrogen: je dacht een heilige te zijn, maar je bent eigenlijk gewoon een sukkel. Het doel was om een wig te drijven tussen Amerikanen en hun medelevende instincten, en om de onderbuikgevoelens op te wekken die horen bij het risico om bedrogen te worden.

    Verhalen over sukkels zijn een kernonderdeel van de sociale constructie van ‘de anderen’

    De neiging die mensen over het algemeen hebben om waakzamer te zijn tegen uitbuiting door buitenstaanders en ambitieuze mensen dan tegen uitbuiting door hen die daadwerkelijk de macht hebben om kwaad te doen, laat zich deels verklaren door de angst voor sociale degradatie. Werknemers die werkgevers zouden bedriegen, of studenten die leraren zouden foppen: vooral dergelijke angsten springen eruit, omdat ze de basisstructuur van de macht ondermijnen.

    In feite zijn verhalen over sukkels een kernonderdeel van de sociale constructie van ‘de anderen’. Psycholoog Jim Sidanius stelt dat elke menselijke samenleving groepscategorieën creëert en zichzelf daarin onderbrengt. In hun boek Social Dominance uit 1999 schrijven Sidanius en zijn collega Felicia Pratto dat ‘groepsvooroordelen, stereotypen en ideologieën van groepssuperioriteit en -inferioriteit deze op groepen gebaseerde sociale hiërarchie helpen produceren en er ook een weerspiegeling van zijn’. Eenvoudiger gezegd: het doel van discriminatie is macht.

    Straattaal

    Om te zien hoe de retoriek van oplichting bijdraagt aan vervreemding tussen groepen, hoef je alleen maar te kijken naar straattaal voor ‘bedrogen worden’. Een verbluffend aantal synoniemen heeft zijn wortels in racisme, antisemitisme, xenofobie of misogynie. Het beledigende Engelse werkwoord to gyp is een verwijzing naar een wijdverbreid stereotype over Roma. (Het scheldwoord verwijst naar ‘Egyptisch’, en is niet alleen onvriendelijk maar ook onjuist: Roma kwamen uit Noord-India). Als iemand bij een deal wordt beschuldigd van welching, is dat een toespeling op verhalen over onbetrouwbare Welshe gokkers op de renbaan. En vanzelfsprekend bestaat er een lange lijst met woorden voor vrouwen die doen alsof het om liefde gaat terwijl ze eigenlijk op geld uit zijn: die beginnen bij ‘golddigger’ en worden gaandeweg erger.

    Horizon5
    Een zakkenroller aan het werk in 1940. – © Getty Images

    Sidanius en Pratto noemen de verhalen die verteld worden over wie wat verdient de ‘legitimerende mythes’ van sociale overheersing: ze bieden morele en intellectuele rechtvaardiging voor sociale ongelijkheid. Het zijn verhalen als: ‘Deze mensen willen je vrienden niet zijn; ze willen alleen maar je spullen afpakken.’ Of: ‘Ze hebben helemaal geen hulp nodig, maar proberen gewoon je baan in te pikken.’

    Stereotypen

    Onderzoek naar stereotypen, vooral over vrouwen en mensen van kleur, suggereert dat een belangrijke ‘legitimerende mythe’ van sommige sociale hiërarchieën erop neerkomt dat er minder sprake is van discriminatie dan historisch gemarginaliseerde groepen graag beweren. Oftewel: ‘Ze worden niet gediscrimineerd, maar willen gewoon “speciale gunsten”.’

    Psychologen houden zich al langer bezig met het meten van vooroordelen. Vanaf de jaren zeventig ontwikkelden onderzoeksteams schalen om raciale vooroordelen mee te meten, door specifiek te kijken naar tegenstand tegen zwarte sociale macht en economische voorspoed. De onderdelen op de hieruit voortkomende Modern Racism Scale moesten ‘verborgen’ racisme zo goed mogelijk in kaart brengen – niet alleen botte vijandigheid, maar ook iets wat dichter bij rancune ligt. De opvattingen die hedendaags racisme in de VS kenmerken zijn op deze manier treffend – en hard – samengevat:

    ‘Van discriminatie is niet langer sprake aangezien zwarte mensen buitensporige eisen blijven stellen voor veranderingen in de status quo – eisen die oneerlijk zijn, omdat zwarte mensen al alle rechten hebben die ze nodig hebben. Daarom is de aandacht die zwarte mensen krijgen van de overheid en andere instellingen onverdiend: dit creëert een ‘voorkeursbeleid’.’ Twee aanvullende stellingen zijn: de bovengenoemde overtuigingen zijn empirische feiten; mensen die deze overtuigingen onderschrijven, zijn dus niet racistisch.’

    Het onderzoek suggereert, met andere woorden, dat een belangrijke uiting van racisme de overtuiging is dat wanneer zwarte mensen protesteren tegen discriminatie, ze eigenlijk samenzweren om macht te verwerven die ze niet verdienen. Zo bezien worden mensen die klachten over discriminatie serieus nemen dus voor de gek gehouden.

    Solidariteit en samenwerking is het juiste antwoord op ongelijkheid

    Vergelijkbare verhalen duiken op in psychologische studies over vrouwenhaat. Onderzoekers hebben ontdekt dat de neiging tot discriminatie op basis van geslacht samenhangt met seksistische opvattingen als: ‘Vrouwen overdrijven problemen die ze op hun werk hebben.’ En: ‘Veel vrouwen zijn eigenlijk op zoek naar speciale gunsten, zoals een sollicitatiebeleid dat hen bevoordeelt ten opzichte van mannen, onder het mom van een pleidooi voor “gelijkheid”.’

    Deze afkeer van een speciale behandeling is een vorm van vooringenomenheid die berust op een automatische reactie: als je oplichting waarneemt, verwerp je de oplichters. Als leden van een gemarginaliseerde sociale groep worden gezien als mensen die oprecht om gelijkheid vragen, dan doen ze een diep morele oproep die je moeilijk kunt verwerpen. Moreel en intuïtief gezien is solidariteit en samenwerking dan het juiste antwoord op ongelijkheid. Maar als deze mensen in plaats daarvan worden gezien als mensen die om ‘speciale gunsten’ vragen, ontstaat er een moreel voorbehoud om ze te geven wat ze willen. En als men denkt dat ze om een speciale behandeling vragen maar doen alsof ze alleen maar gelijkheid willen, dan lijkt dat op oplichterij en is het een reden om ze meteen af te wijzen.

    De sukkel is een kneedbaar concept. Het menselijke sociale leven is ingewikkeld en mensen zijn geneigd het geschiktste of aantrekkelijkste verhaal te geloven over wie de sukkel is en wat oplichterij is. Door de angst om de sukkel te zijn te bestuderen – of zelfs maar te benoemen – kunnen we de strijd aangaan met dit concept, dat zijn verderfelijkste werk doet wanneer niemand oplet. 

    Lees ook:

  • Ondernemen in Oekraïne: ‘Supermarkten zijn de plekken van onze onverzettelijkheid’

    Ondernemen in Oekraïne: ‘Supermarkten zijn de plekken van onze onverzettelijkheid’

    Poetin wil met zijn bombardementen de Oekraïense maatschappij platleggen. Maar het bedrijfsleven gaat gewoon door. De supermarkten liggen vol, de IT-industrie groeit, en er worden zelfs weer vliegtuigen gebouwd. Hoe doen de Oekraïners dat?

    Bij elke stroomstoring in het westen van Oekraïne gaat er in het bedrijf van Maxim Ivanov iets zoemen: de dieselgenerator voor zijn kantoren in Ivano-Frankivsk start dan op. ‘Teksan Jeneratör’ is de naam van de kolos uit Turkije. Het apparaat genereert 80 kilowatt stroom, genoeg om het bedrijf met zijn 350 werknemers draaiende te houden – en om de plannen van Vladimir Poetin te dwarsbomen. Want zo ziet de eigenaar dat.

    Ivanovs IT-bedrijf Aimprosoft heeft programmeurs, webdesigners en productmanagers in dienst. De opdrachten komen van westerse bedrijven die zelf geen nieuw personeel durven aan te nemen, of die op hun thuismarkt nauwelijks nog geschoolde werknemers vinden. Ondanks de oorlog hoeven zijn klanten niet bezorgd te zijn over vertragingen. Of de Russische strijdkrachten nu een elektriciteitscentrale of –knooppunt aanvallen, de mensen van Aimprosoft werken gewoon door, dankzij de generator en de vaten met diesel, die maximaal tien dagen stroomuitval aankunnen.

    Aanvankelijk had de Russische president Poetin zijn zinnen gezet op een snelle verovering van Kyiv. Vervolgens liet hij zijn troepen beginnen met de gerichte vernietiging van vitale infrastructuur in Oekraïne. Vanaf de herfst troffen honderden kruisraketten en kamikazedrones elektriciteitscentrales en verdeelstations. Eind december zat 90 procent van de 700.000 inwoners van Lviv zonder elektriciteit. De stadsverwarming werkte met horten en stoten en Kyiv zat soms zonder stromend water. Vanuit de ruimte was het effect van de bombardementen goed te zien: Rusland deed het licht in Oekraïne uit.

    Maar het land raakte niet verlamd door duisternis en kou. De winterse apocalyps bleef uit. Onder andere dankzij de generatoren. Bij grote bedrijven zoals Ivanovs Aimprosoft staan buiten de kolossen te zoemen; voor kapsalons en cafés staan kleinere exemplaren. Alleen al in de laatste drie maanden van vorig jaar kocht Oekraïne in het buitenland ongeveer een half miljoen aggregaten voor noodstroom, plus accu’s op zonne-energie met namen als EcoFlow of Bluetti. Samen leveren deze eenheden hetzelfde vermogen als een blok in een kerncentrale. Strategisch gezien zijn ze nog waardevoller, aangezien Rusland ze niet in één klap kan uitschakelen of met een aanval kan veroveren.

    Gewoon overleven

    De snelle verspreiding van de generatoren is meer dan alleen een symbool van de taaie Oekraïense assertiviteit. Het doorzettingsvermogen van zakenlieden als Ivanov is simpelweg noodzakelijk, wil het land volharden in zijn militaire weerstand tegen de indringers. De kosten van het snel gestegen defensiebudget moet Oekraïne immers zelf opbrengen. De partners in de EU en de VS maken maandelijks weliswaar miljarden over aan de regering in Kyiv, maar zij zien er in de staatsbegroting op toe dat het geld vooral wordt besteed aan civiele doeleinden. De eigen belastinginkomsten van Oekraïne vloeien nu bijna volledig naar het leger. Die mogen niet verdwijnen.

    Dat is al moeilijk genoeg: de economische productie van Oekraïne is vorig jaar drastisch gedaald. Miljoenen mensen hebben het land verlaten. De belangrijke staalfabrieken in het oosten zijn vernietigd of bezet door Rusland. Alleen de IT-sector is blijven groeien, zelfs in 2022. Daarvan zijn de exportinkomsten gestegen tot 7,3 miljard dollar: een plus van 6 procent. De belastingafdracht van techbedrijven aan de Oekraïense staat stegen – gerekend in dollars – met 16 procent.

    De oorlog veranderde zijn industrie, zegt Ivanov. Hij heeft nu andere prioriteiten. Vroeger hielden hij en zijn partners zich vooral bezig met groei. Dit jaar echter heeft hij zich als doel gesteld ‘dat we allemaal gewoon overleven’. Veel van zijn werknemers doneren tot 20 procent van hun maandsalaris aan de strijdkrachten. Elke Oekraïner heeft vrienden of familieleden in de strijd. Zij staan voortdurend met elkaar in contact, via berichtenservices als Telegram en dankzij de Starlink-systemen van Tesla-baas Elon Musk.

    De donaties gaan naar het leger of naar vrijwilligersorganisaties. Soms sturen ze nachtzichtapparatuur of winteruitrusting. De particuliere koeriersdienst Nova Poschta – Nieuwe Post – bezorgt de pakketten portvrij aan het front. ‘Ook de koeriers,’ zegt Ivanov, ‘liggen vaak onder vuur.’

    De oorlog heeft de Oekraïense samenleving gemobiliseerd, en daarmee ook de economie. Volgens een onderzoek van adviesbureau Deloitte doneert meer dan de helft van de Oekraïners aan de strijdkrachten. Van de Oekraïense bedrijven maakt 56 procent geld over en 40 procent regelt donaties in natura, aldus de European Business Association (EBA). Poetin wilde de nationale economie van het buurland op de knieën dwingen door gerichte klappen toe te brengen aan de meest kwetsbare punten, maar hij lijkt geen rekening te hebben gehouden met de bevolking.

    Ze zijn zo geroutineerd geraakt dat ze beschadigde apparatuur ‘vier keer sneller repareren dan in de herfst’

    Neem de eenenzestigjarige Joeri Jakovlev. Meteen al aan het begin van de invasie vernietigden de Russen zijn levenswerk, Aeroprakt. Ze rukten op naar het kleine vliegveld bij Kyiv waar Jakovlev zijn bedrijf had. Het produceerde ultralichte vliegtuigen voor de wereldmarkt – negen stuks op maandbasis voor de oorlog. De Russen beschoten de hangar, het dak stortte in. Met durf en geluk wist hij belangrijk gereedschap en bouwtekeningen in veiligheid te brengen. Korte tijd later sloegen de Russen alles aan diggelen, herinnert Jakovlev zich. Hij bracht het materiaal naar zijn bedrijfsvestiging in Polen, zodat hij ten minste de onderhouds- en reparatiewerkzaamheden voor zijn klanten in het Westen kon continueren.

    In de luchtvaartwereld heeft Jakovlev een legendarische status: wereldwijd verkocht de Oekraïner afgelopen decennia meer dan duizend vliegtuigen. Hij leerde zijn vak bij Sovjet-vliegtuigbouwer Antonov. Wanhoop en angst zijn hem vreemd. In Polen maakte hij eerst een doorstart met de verzending van reserveonderdelen, daarna nam hij contact op met verkooppartners en klanten en beloofde hij weldra weer nieuwe vliegtuigen te bouwen. Al in april was hij met zijn onderneming aanwezig op de luchtvaartbeurs in Friedrichshafen. Op Jakovlev en Aeroprakt kan nog steeds gerekend worden, was de boodschap.

    Een jaar na het begin van de oorlog doet hij provisorische reparaties op het vliegveld en in de buitenwijken van de Oekraïense hoofdstad. Deze zijn nodig vanwege de raketinslagen en het geweergeschut. Helaas is het personeelsbestand nu veel kleiner, zegt hij. Veel van de jongere werknemers zijn aan het front. Niettemin assembleert Aeroprakt weer vliegtuigen. ‘Negen per maand,’ aldus Jakovlev. Dat zijn er net zoveel als in januari 2022.

    In Oekraïne zijn er veel van dit soort verhalen over hardnekkig doorgaan. Neem de bestuursleden van de centrale bank NBU, de controlekamer van de economie. Als het luchtalarm afgaat, haasten ze zich naar de bunkers en onderhandelen desnoods vanuit een cel van vier vierkante meter verder met het Internationaal Monetair Fonds over miljardensteun.

    In de pikorde ver daaronder zijn er de reparatieploegen van staatsenergieleverancier Ukrenergo. Na maanden onafgebroken werken zijn ze zo geroutineerd geraakt dat ze beschadigde apparatuur ‘vier keer sneller repareren dan in de herfst’, aldus het hoofd van Ukrenergo. Ze zijn nu even snel in repareren als de Russen in vernietigen en ‘soms zelfs sneller’.

    Demografische crisis

    De Oekraïners hebben de vrije val van hun economie tot staan gebracht. In de zomer voorspelde de Wereldbank een daling van het bruto binnenlands product met 45,1 procent. Eind 2022 zou de min 30 procent al aangetikt moeten zijn – nog steeds een enorme inzinking. Maar voor het lopende jaar achten deskundigen zoals German Economic Team zelfs een lichte groei van 1,8 procent mogelijk.

    Is het genoeg? Van de staalproductie, die vroeger zo belangrijk was voor Oekraïne, is 85 procent ingestort. Russische troepen hebben fabrieken in het oosten bezet en de Azov-staalfabriek in Marioepol verwoest. De productie is daardoor gedaald van 60.000 ton staal per dag naar slechts 10.000 ton. De werkloosheid is verdrievoudigd, naar schatting tot 30 procent, ook al zijn sinds het begin van de oorlog honderdduizenden mannen opgeroepen voor de militaire dienst.

    Een demografische crisis begint zich af te tekenen. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verminderde de Oekraïense bevolking met ongeveer acht miljoen door emigratie en een laag geboortecijfer. Voor de oorlog telde het land nog zo’n vierenveertig miljoen inwoners. Sindsdien zijn acht miljoen mensen gevlucht. Dat betekent dat de bevolking is gekrompen tot het niveau van voor de Tweede Wereldoorlog, tachtig jaar geleden. De meeste vluchtelingen verklaren dat zij na de oorlog willen terugkeren. Sommige EU-regeringen proberen hen te behouden – driekwart van de vluchtelingen heeft een universitair diploma.

    Zonder de miljardensteun van zijn partners zou de Oekraïense staat waarschijnlijk zijn ingestort. Toch is het betalingsgedrag van de internationale gemeenschap nog voor verbetering vatbaar. In 2022 werd er 64 miljard euro toegezegd, maar tot nu toe is slechts 31 miljard euro uitbetaald, zo berekende het Institut für Weltwirtschaft uit Kiel.

    Oekraïne moet nog steeds elke maand tot zo’n vijf miljard euro bij andere staten ophalen, anders kan het zijn leraren en ambtenaren niet meer betalen. Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) wordt niet geacht geld uit te keren aan staten die in een militair conflict verwikkeld zijn maar verklaart zich bereid een uitzondering te maken voor Oekraïne. Om dat proces officieel gestalte te geven zijn de donoren overeengekomen een secretariaat op te zetten met kantoren in Kyiv en Brussel.

    De EU is de belangrijkste handelspartner. In de eerste maanden na het uitbreken van de oorlog steeg haar aandeel in de Oekraïense export van 40 naar 80 procent. Kort voor de oorlog werd de al langer geplande synchronisatie van de elektriciteitsnetten van de EU en Oekraïne voltooid. Dat was een zegen voor Kyiv: in de eerste maanden van de oorlog exporteerde het land kernenergie naar het Westen, waarmee het broodnodige deviezen verdiende. Sinds de bombardementen op energiecentrales begonnen, kan het land nu grote hoeveelheden elektriciteit van de EU kopen. De banden zijn inmiddels zo hecht dat sommige commentatoren Oekraïne beschouwen als ‘de facto lid van de EU’.

    Gewild

    Zover is het nog niet helemaal. ‘Er zijn initiatieven om Oekraïne te integreren in de toeleveringsketens van de EU,’ zegt Michael Harms, directeur van de op Oost-Europa en Centraal-Azië gerichte handelsvereniging Ost-Ausschusses der Deutschen Wirtschaft. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan omdat sommige producten nog niet aan de EU-normen voldoen of om andere redenen nog niet concurrerend zijn. Soms is het ook gewoon een kwestie van bureaucratie. Zo zijn er landbouwbedrijven in Oekraïne die biogas produceren en vloeibaar maken en klanten in de EU die dat willen kopen. De certificaten ontbreken echter nog.

    Economen van de Kyiv School of Economics schatten de oorlogsverwoesting op 138 miljard dollar – een bedrag dat elke dag stijgt. ‘Zonder particulier kapitaal lukt de wederopbouw niet,’ zegt econoom Robert Kirchner, plaatsvervangend hoofd van het Duitse economische team dat Oekraïne op last van de Duitse regering adviseert. Maar welke investeerder wil vrijwillig geld steken in een land dat door buurland Rusland met vernietiging wordt bedreigd? Desondanks heeft het Bayer-concern onlangs aangekondigd vast te houden aan een investering van 30 miljoen euro in een zaadfabriek. En de fabrieken van westerse autoleveranciers hebben hun activiteiten weer opgevoerd. Om ervoor te zorgen dat er nieuwe investeringen worden gedaan, ontwikkelen de Europese Bank voor Wederopbouw en Wereldbankdochter Miga programma’s om risico’s in Oekraïne af te dekken.

    Voor Oekraïense handelaren is vlotte bevoorrading van hun winkels een patriottische plicht geworden

    Oekraïense levensmiddelen zijn bijzonder gewild. Een Britse logistieke reus heeft daarom geïnvesteerd in een overslagcentrum in Moldavië om toegang te krijgen tot Oekraïense landbouwproducten. Het centrum ligt op 190 kilometer ten westen van de havenstad Odessa. Van daaruit zullen groenten en fruit binnenkort via Moldavië het Verenigd Koninkrijk bereiken. Het zou echt kunnen werken: de Oekraïners zijn erin geslaagd om zelfs in de onmiddellijke nabijheid van het front de bevoorrading op peil te houden – heel anders dan wat momenteel in bijvoorbeeld Britse supermarktketens gebeurt.

    Voor Oekraïense handelaren is vlotte bevoorrading van hun winkels een patriottische plicht geworden. Velen bieden voorbijgangers de mogelijkheid aan om zich binnen op te warmen of mobiele telefoons en laptops op te laden. Sommige winkels hebben openbare werkplekken ingericht, die voor iedereen toegankelijk zijn. ‘Supermarkten,’ zegt het hoofd van de winkeliersvereniging, ‘zijn nu de plekken van onze onverzettelijkheid.’

    Lees ook:

  • Het leed van de Arabische vrouw. ‘Meisjes worden van jongs af aan gekortwiekt’

    Het leed van de Arabische vrouw. ‘Meisjes worden van jongs af aan gekortwiekt’

    De Arabische nieuwswebsite Muwatin stelt de vraag hoe het alomtegenwoordige geweld tegen vrouwen is te stoppen. In een door mannen gedomineerde samenleving moeten vrouwen hun onafhankelijkheid bevechten door middel van werk en studie.

    Steeds wanneer er geweld plaatsvindt en er berichten over geweld via de media worden verspreid, vragen we ons af waarom vrouwen het geweld dat hun lange tijd is aangedaan, accepteren. Dat geldt vooral wanneer het geweld vrouwen treft die financieel onafhankelijk lijken, zoals beroemde artiesten, die zich kunnen omringen met de beste advocaten en psychiaters, die de misbruiker kunnen stoppen en daar een hoge prijs voor kunnen betalen.

    Misschien heeft de beroemde zangeres, die we de afgelopen maanden in de bladen en op sociale media hebben kunnen volgen, ons een nieuwe definitie gegeven van het begrip onafhankelijkheid, want een financieel onafhankelijke vrouw in een door mannen gedomineerde samenleving heeft misschien geen man nodig om haar van voedsel en kleding te voorzien, maar ze heeft hem wel nodig om te leven. Om de oorsprong te achterhalen van die ziekelijke behoefte van vrouwen om zich vast te klampen aan mannen, die door de samenleving worden bestempeld als ‘steun van de vrouw’, moeten we teruggaan naar de beginfase van de opvoeding, waarin de vleugels van meisjes al worden gebroken als ze nog een kind zijn.

    Hoe is het mogelijk dat deze samenleving eerst een crisis voor vrouwen creëert en vervolgens met mannelijke oplossingen komt om problemen die opzettelijk voor vrouwen zijn bedacht, op te lossen? Dat is bijvoorbeeld met polygamie gebeurd. De patriarchale samenleving, die polygamie hoog in het vaandel droeg, verminderde de keuzemogelijkheden van vrouwen door hun, met de wet in de hand, een huwelijk met mannen van een andere religie te ontzeggen. De genadeslag kwam toen in veel Arabische landen vrouwen bij wet werd verboden met mannen van een andere nationaliteit te trouwen. Het besluit om met een buitenlander te trouwen werd daardoor een riskant avontuur. En daar stopte het niet. Vrouwen mochten ook niet meer trouwen met iemand buiten de eigen stam, een verbod dat was gebaseerd op het stamrecht, terwijl het mannen vrijstond om met iedereen, overal ter wereld te trouwen. Hierdoor werd een crisis gecreëerd, die ‘de crisis van de oude vrijster’ werd genoemd, waarvoor vervolgens een oplossing werd geboden die de waardigheid van de vrouw voorgoed zou aantasten: polygamie.

    De vrouw is zwak

    Dit is hoe de mannelijke, patriarchale samenleving met vrouwen omgaat. Die vermindert hun opties, houdt logische oplossingen tegen en verzwakt hen op alle mogelijke manieren, tot ze zich onderwerpen. En dan wordt er gezegd: ‘Kijk, de vrouw is zwak en heeft de steun van de man nodig.’

    Vrouwen zijn in het beste geval een half mens en alles in hun omgeving bevestigt dat

    De maatschappij ziet vrouwen niet als volwaardige mensen en probeert op allerlei manieren te voorkomen dat ze dat ooit zullen worden. Om dit doel te bereiken, worden meisjes er al in hun kindertijd op voorbereid dat ze onvolwaardige volwassenen zullen worden. Meisjes zouden zich bijvoorbeeld kunnen afvragen waarom hun vader naar hun jongere broer wordt genoemd (vader van die-en-die), terwijl zij de oudste zijn. In het begin maken ze nog bezwaar tegen het feit dat ze geen aandacht krijgen, alsof ze niet bestaan, maar als ze opgroeien horen ze dat hun tante van vaderskant haar erfenis is ontnomen en dat hun tante van moederskant iets meer geluk heeft gehad en de helft van de erfenis van haar broer heeft gekregen. Vrouwen zijn in het beste geval een half mens en alles in hun omgeving bevestigt dat. 

    In patriarchale systemen wordt onafhankelijkheid vanaf de kindertijd aangeleerd. De man wordt opgevoed in zelfredzaamheid, terwijl de vrouw wordt opgevoed in volgzaamheid. Wanneer een meisje wordt gevraagd dienstbaar te zijn aan haar broers, die allemaal ongeveer dezelfde leeftijd hebben als zij, is dat verzoek niet zo onschuldig als het voor sommigen lijkt. Het is opzettelijk bedoeld om een deel van haar zelfvertrouwen weg te nemen en dat op een gouden dienblad aan te bieden aan haar broer. Vervolgens opent zich voor de man een wereld van ervaringen, die voor de vrouw gesloten blijft. Hij trekt erop uit, wordt geconfronteerd met het volle leven en leert. Hij gaat niet één keer, maar wel tien keer in de fout en wordt altijd vergeven, terwijl zij wegkwijnt in de gevangenschap van taboes en verboden en wordt doordrongen van het idee van één enkele, fatale zonde. Ze mag geen fouten maken, want als glas eenmaal is gebroken, kan het niet meer worden gerepareerd, en de vrouw is gemaakt van glas; dat heeft de samenleving haar geleerd. Geleidelijk geeft ze haar dromen op en wordt ze volgestopt met ideeën over de schoonheid van vrouwelijkheid en zwakte, vereist om het andere geslacht aan te trekken. En dit alles gaat gepaard met een systematisch proces van intimidatie, als ze tegen de wil van haar familie ingaat. 

    Haar reputatie is het belangrijkste wat ze heeft, belangrijker dan haar leven

    Dit alles maakt haar tot een zwakke, onderdanige persoonlijkheid, die confrontaties uit de weg gaat, uit angst dat iemand haar zal zien en haar verkeerd zal begrijpen. Haar reputatie is het belangrijkste wat ze heeft, belangrijker dan haar leven, haar toekomst en haar dromen. Zelfs dromen heeft ze niet. Ze geeft ze geleidelijk op, tot haar enige doel is geworden zich voegen naar de maatschappij en voldoen aan de lijst van eisen uit de Catalogus van de Meisjes. In diezelfde catalogus wordt gewaarschuwd voor angstaanjagende woorden als ‘oude vrijsters’ en ‘gescheiden vrouwen’. Opgroeiende meisjes zijn daar zo bang voor dat ze het eerste het beste aanzoek accepteren om aan de eerste benaming te ontsnappen en bereid zijn in elke giftige relatie te blijven hangen om ook aan de tweede benaming te ontkomen.

    Dit gendergerelateerde geweld, dat vanaf jonge leeftijd op meisjes wordt uitgeoefend, gaat gepaard met economisch geweld, waardoor vrouwen vaak niet in staat zijn om later in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Hoewel gebrek aan geld waarschijnlijk een van de belangrijkste redenen voor vrouwen is om geweld te accepteren, leiden het gebrek aan zelfvertrouwen, de angst voor de buitenwereld en de onderworpenheid waarmee veel meisjes zijn grootgebracht ertoe dat ook veel financieel onafhankelijke vrouwen in gewelddadige, onstabiele relaties blijven hangen.

    Om te huilen

    Het is lachwekkend maar ook om te huilen dat dezelfde maatschappij die meisjes van jongs af aan kortwiekt, van hen verwacht dat ze kunnen vliegen als ze in de steek worden gelaten door hun man, of als ze weduwe worden of worden verstoten. We zien weduwen die plotseling op eigen benen moeten staan, op zichzelf moeten vertrouwen en zonder ervaring of hulp in de woelige zee van het leven moeten leren zwemmen. 

    Er is een groot verschil tussen afhankelijkheid en behoefte aan ondersteuning. We hebben allemaal steun nodig in het leven; die kan van een zus, broer, vader, moeder of vriend komen. Een man kan gesteund worden door een sterke vrouw. Steun krijgen betekent niet dat je iemand blindelings volgt of vernederingen accepteert. Goede relaties zijn gebaseerd op wederzijdse liefde en op het gevoel dat de behoefte aan ondersteuning wederzijds is.

    Het zijn die verstoorde relaties die bemiddelde vrouwelijke artiesten ertoe drijven zich te binden aan mannen die hen mishandelen

    Het zijn die verstoorde relaties die bemiddelde vrouwelijke artiesten ertoe drijven zich te binden aan mannen die hen mishandelen. Ze hebben het gevoel dat ze na hem hun steun kwijt zijn. Ze zijn er niet aan gewend in hun eentje overeind te blijven zonder een muur om tegen te leunen, ook al zijn zij het zelf die worden gechanteerd en alle ‘steunmuren’, zowel die van vroeger als die van nu, financieel overeind houden. 

    Het leed dat de Arabische vrouw tegenwoordig ondergaat, is bekend bij vrouwen over de hele wereld. Europese en Amerikaanse vrouwen hebben alles meegemaakt wat wij doormaken, maar zij zijn de strijd aangegaan. Beetje bij beetje hebben ze gelijke rechten verworven, dankzij de feministische bewegingen die actief waren na de Eerste Wereldoorlog en een aantal feministische golven die een hele eeuw overspanden. En nog steeds strijden ze voor meer rechten en dat zullen ze blijven doen, tot ze volledige gelijkheid hebben bereikt, volgens de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, een autoriteit die internationale consensus geniet en alle vormen van discriminatie verwerpt.

    Op de Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen moeten we vrouwen eraan herinneren dat gewelddadige mannen destructieve vijanden zijn en geen steunpilaren. En we moeten hen eraan herinneren dat ze zich uit hun afhankelijkheidspositie kunnen bevrijden door te lezen, te studeren, hulp te zoeken bij specialisten, zich te omringen met een netwerk van echte vrienden en overal andere vrouwen te steunen en te helpen de onrechtvaardige, patriarchale wetten te veranderen. Daarnaast speelt ook werk een rol, dat hen economisch bevrijdt en hun ruimere mogelijkheden geeft dan de beperkte kansen die de samenleving biedt. 

  • Primeur in VS: stadsbestuur Seattle verbiedt discriminatie op grond van kaste

    Primeur in VS: stadsbestuur Seattle verbiedt discriminatie op grond van kaste

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zeker tien Palestijnen omgekomen bij inval Israëlische leger

    » Poetin ontvangt Chinese topdiplomaat en maakt nieuwe afspraken

    Eerste stad buiten Zuid-Azië die kaste in de wet opneemt

    Het bestuur van de Amerikaanse stad Seattle heeft discriminatie op grond van kaste in de antidiscriminatiewetgeving opgenomen. Daarmee is Seattle de allereerste niet in Zuid-Azië gelegen stad die officieel zo’n bepaling in de wet opneemt, meldt de Amerikaanse omroep NPR. Het wetsvoorstel werd met een ruime meerderheid van zes tegen één aangenomen. Het stadsbestuur redeneerde dat discriminatie op grond van kaste losstaat van nationaliteit en religie en daarom een speciale vermelding in de wet verdient.

    Volgens Zuid-Aziatische gemeenschappen in de VS komt deze vorm van discriminatie veel voor in het land. Met name op het gebied van huisvesting en onderwijs en binnen de technologiesector, waar Zuid-Aziaten belangrijke functies bekleden, vindt uitsluiting op grond van kaste plaats.

    ‘De wet zou ervoor kunnen zorgen dat werkgevers ervoor terugdeinzen om Zuid-Aziaten in dienst te nemen’

    Er klinken echter ook tegengeluiden. Zo gaan er stemmen op die vinden dat de wetsbepaling te eenzijdig de aandacht vestigt op hindoes en de bevolkingsgroep in een kwaad daglicht stelt. Volgens hen behandelt de wetsbepaling een probleem waarvan nooit officieel is aangetoond dat het bestaat en zou ze weleens een averechtse uitwerking kunnen hebben. ‘Dit zou ervoor kunnen zorgen dat hindoes vaker gediscrimineerd worden en dat werkgevers ervoor terugdeinzen om Zuid-Aziaten in dienst te nemen,’ aldus Sara Nelson, het enige bestuurslid dat tegenstemde.

    Het kastensysteem ontstond drieduizend jaar geleden in India. Het houdt in dat mensen hiërarchisch worden gerangschikt op basis van hun afkomst en geboorte. De laagste kaste zijn de zogeheten dalits, ofwel ‘de onaanraakbaren’, die eeuwenlang werden onderdrukt. In 1948 werd het systeem in India opgeheven. In de VS, de op een na favoriete bestemming voor Indiërs die naar het buitenland vertrekken, wonen naar schatting zo’n 5,4 miljoen Zuid-Aziaten.

    Lees ook:

  • Ontwerpers grijpen terug naar agitprop

    Ontwerpers grijpen terug naar agitprop

    Politieke affiches die vooral in het Verenigd Koninkrijk na de Tweede Wereldoorlog baanbrekend waren, worden door ontwerpers opnieuw gebruikt om inspiratie uit te putten. Ze gaan terug naar het straatactivisme, recht-voor-zijn-raap, fel en kleurig.

    Maatschappelijke en politieke bewegingen hebben vaak baanbrekend grafisch ontwerp voortgebracht. Van de overvloed aan propaganda-affiches tijdens de Tweede Wereldoorlog tot het telkens hergebruikte portret van Che Guevara en de uiterst effectieve aids-poster Silence = Death uit de jaren tachtig: een goed ontworpen affiche kan invloed uitoefenen, verandering brengen en inspireren.

    Maar nu de wereld meer dan ooit in het onlinedomein verkeert, is het de vraag hoe relevant een medium nog is dat altijd bij uitstek zichtbaar was op straat. Sinds de snelle commercialisering en commodificering van de ontwerpkunst worden nu vaak gedachteloos dezelfde beelden en stijlen gereproduceerd, en daarmee is de kans op een radicale en innovatieve aanpak afgenomen. Maar via collectieven als Labour Party Graphic Designers en Autonomous Design Group zijn ontwerpers bezig uit dat stramien los te breken, nieuwe esthetische wegen te zoeken en het radicale affiche nieuw leven in te blazen. 

    Labour Party Graphic Designers (LPGD) is een onafhankelijk ontwerperscollectief dat zich sterk maakt voor een Labour-regering

    Labour Party Graphic Designers (LPGD) is een onafhankelijk ontwerperscollectief dat zich sterk maakt voor een Labour-regering. Het collectief is in 2018 opgericht door freelance ontwerper Kevin Kennedy-Ryan en was aanvankelijk bedoeld om linkse ontwerpers bij politieke discussies te betrekken en de partij een praktische manier van communiceren te bieden. Kevin benadrukt dat LPGD ‘onofficieel’ gelieerd is met de Labour Party. Hij weet nog goed hoe de partij vlak na de oprichting van het collectief (dat toen voornamelijk vanuit zijn flatje opereerde) contact met hem legde. ‘De eerste boodschap die we ooit van de partij kregen was: “Hé, cool project. Kun je wel een disclaimer toevoegen dat jullie niet met ons verbonden zijn?”’ Sana Iqbal, freelance strategisch ontwerper en pas later lid geworden van LPGD, heeft onlangs met de afdeling Lewisham van de Labour Party samengewerkt. Daarvoor werd ze benaderd via ‘een berichtje in mijn direct mails’ zegt ze. ‘Ik werk meestal alleen en het was fijn om met een collectief te werken en meer mensen te leren kennen met dezelfde politieke ideeën en ontwerpinteresses.’

    1935.6 SqCQOd7.format webp.width 1440 Ab5C19JT6jJNCggh
    Verkiezingsposter van onbekende ontwerper, 1935. – © The Labour Party

    Archiefnerd

    De designgeschiedenis van Labour is een van de belangrijkste inspiratiebronnen voor het collectief en in hun werk proberen ze vaak de levendigheid, kracht en invloed van de vroegere Partij-ontwerpen te hervinden. Volgens Kevin, die zichzelf een ‘archiefnerd’ noemt, zijn vooral de jaren dertig tot het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw een bepalende periode geweest voor het linksgeoriënteerde design. Hij vertelt over zijn liefde voor de sterk typografische affiches in boekdruk en houtsnede uit de jaren dertig, maar ziet ook de jaren vlak na de oorlog als een bepalende periode, ‘toen de partij terugkeerde naar de ideeën van het millennianisme, wedergeboorte en de opbouw van een beter land’. 

    Sana zag bij een recent en verhelderend bezoek met LPGD aan het People’s History Museum in Manchester hoeveel geld en aandacht Labour vroeger voor grafisch ontwerp over had. De tentoongestelde voorbeelden, met hun emblemen, goudfolie, illustraties en kalligrafie, stonden voor een veel grotere boodschap. ‘Het was bijna een manier om tegen de kijker te zeggen: “Wij vinden jou zo belangrijk, dat we je niet zomaar een stukje plastic geven, we geven je iets dat zo prachtig is dat je het wilt hebben en bewaren,”’ vertelt ze een beetje weemoedig.

    Dus wanneer is het misgegaan? Kevin: ‘Tussen eind jaren tachtig en eind jaren negentig werd communicatie veel meer ”verfijnd”. New Labour deed dat uitzonderlijk goed en zo kreeg de partij waarschijnlijk voor het eerst zeer strikte merkrichtlijnen opgelegd.’ Volgens Sana is als gevolg van deze vercommercialisering ‘de centrale functie van het design zijn fundament kwijtgeraakt en nu is het naar mijn idee net een reusachtig verkoopapparaat, en daar heb ik gewoon niets mee’. Het is deze aanpak waartegen LPGD iets probeert te doen: het vluchtige wegwerpkarakter van onverschillig politiek design.

    Het collectief geeft om de paar maanden een ‘artpack’ uit met daarin een aantal door verschillende ontwerpers gemaakte affiches

    Het collectief geeft om de paar maanden een ‘artpack’ uit met daarin een aantal door verschillende ontwerpers gemaakte affiches. Deze pakketten stellen altijd een actueel thema aan de orde, zoals de vierdaagse werkweek, de privatisering van de National Health Service, het belang van vakbonden en de klimaatcrisis. Hiervoor creëert de groep visuele elementen waaraan evenveel zorg en aandacht zijn besteed als aan de affiches uit het verleden, met de bedoeling iets te maken wat ‘mooi’ is. Sana: ‘Van oudsher bestond de opvatting dat kunst aan alle mensen toebehoort en dat die “beautification” iets is waarnaar we allemaal moeten streven: het idee dat het leven voor mensen uit de arbeidersklasse mooier moet zijn. En dat is wat LPDG probeert te doen: dingen maken waarvan mensen denken: “Dit is zo mooi, dat wil ik in mijn huis.”’

    628b3f28e461d3b1878b8b5c Simon Pates

    Een van de middelen waarmee LPDG deze ‘beautification’ wil bereiken is door afstand te doen van de archetypische kleurkeuzes. Sana: ‘De functie van kleuren is met de tijd echt veranderd. “Conservatief blauw” en “Labour rood” gaven ooit echt onderscheid aan. Maar nu vervaagt dat onderscheid.’ Het verlangen om niet door kleur te worden beperkt wordt duidelijk als je naar de vele artpacks van LPDG kijkt. In zijn affiche voor het artpack Public Spaces gebruikte Keir Barnett paarse, roze, gele en oranje tinten om een opvallend, in het licht van een zonsondergang badend berglandschap te creëren. Talitha Cargil gaf haar affiche – in het artpack over de privatisering van de NHS – een zuurstokroze achtergrond met pastelkleurige typografie. Dat uiterst zoete beeld vormt een scherp contrast met de serieuze boodschap van het affiche.

    Helderheid en directheid

    Nog een aspect van het historische Labour-design dat LPDG probeert terug te brengen is het gevoel van helderheid en directheid. ‘Hoe verder je teruggaat, hoe meer visuele eenvoud je ziet,’ zegt Kevin. ‘De boodschap is heel effectief, met name wanneer die goed samengaat met de visuele kant.’ Kijkend naar het werk van LPDG noemen Kevin en Sana het affiche van Toby Forster uit het New Green Deal-artpack als een voorbeeld van een ontwerp dat het potentieel van een simpel beeld bewijst. Met een figuur die op een windturbine in aanbouw staat, is het affiche een volmaakt voorbeeld van het adagium ‘show, don’t tell’.

    ‘Wij proberen te bereiken dat meer mensen voor hun eigen groep en hun eigen actie ontwerpen kunnen maken’

    De Autonomous Design Group is een anoniem ontwerperscollectief, opgericht door een groep individuele ontwerpers die voornamelijk voor linkse activistische organisaties werken. Verreweg de meeste groepsleden, die affiches ontwerpen over actuele maatschappelijke en politieke kwesties zoals huisvesting, vakbonden en de politie, hebben het vak in de praktijk geleerd: maar twee leden hebben een academische kunstopleiding gevolgd. Belangrijke motivatie voor dit collectief is dat iedereen toegang tot design zou moeten hebben, zodat het medium in feite wordt ‘gedemocratiseerd’; leden van de groep organiseren en leiden vaak workshops voor organisaties als People and Planet, The World Transformed en de huurdersbond Acorn. ‘Wij proberen te bereiken dat meer mensen voor hun eigen groep en hun eigen actie ontwerpen kunnen maken.’

    Nog een kerndoel van ADG is om de ontwerpen van de groep op straat te krijgen: ‘Wij ontwerpen niet alleen om het ontwerpen, of om ons werk in een galerie te laten zien. We willen het als instrument inzetten en daarvoor gebruiken we de straat.’ Voor deze manier van werken heeft ADG zich vooral laten inspireren door Atelier Populaire. Dit was een groep radicale studenten die in het Parijs van 1968 demonstraties organiseerde en affiches maakte ter ondersteuning van de arbeidersstakingen. Door de affiches gratis te verspreiden en een kleurige, opvallende, maar simpele zeefdrukstijl te hanteren, gebruikte de groep de straat als megafoon. ADG is ook beïnvloed door de Cubaanse politieke organisatie OSPAAAL (Organización de Solidaridad con los Pueblos de Asia, Europa, África y América Latina), die vooral bekend is uit de jaren zestig, en door See Red Women’s Workshop, een feministische zeefdrukstudio die in de jaren zeventig tegen de kleinerende behandeling van vrouwen protesteerde. Wat al deze bewegingen verbindt is het ‘idee van collectief ontwerpen’, volgens ADG. De groep kan zo twee van de belangrijkste redenen opnoemen waarom er in het Verenigd Koninkrijk nu zo weinig van dit type bewegingen zijn: de voortdurende afbraak van de verzorgingsstaat en van het recht op kraken.

    628684dc3d12e7bebdde79c5 Untitled 26

    Dit verlangen om de verloren gegane waarden van het zichtbare straatactivisme een nieuw bestaan en nieuwe kracht te geven drijft het werk van ADG. En misschien is de belangrijke esthetische invloed die ADG ondergaat van groepen als Atelier Populaire, OSPAAAL en See Red Woman’s Workshop wel hun neiging om affiches te maken die recht-voor-zijn-raap, fel en kleurig zijn. ‘Omdat ons echte doel is om kunst te maken die gewone mensen op straat kunnen zien.’ Dit betekent dat er ook designbewegingen in het verleden zijn die ADG esthetisch gezien verwerpt, met name het werk van de anarchisten uit de jaren negentig. Het collectief vindt dat veel van die ontwerpen door het overheersende gebruik van rood en zwart ‘angstaanjagend’ overkomen, waardoor de politieke en maatschappelijke boodschap die de makers proberen over te brengen, ‘intimiderend’ kan overkomen. ‘Die ideeën zouden niet supereng moeten zijn, of alleen gericht op een bepaald subgroepje in de samenleving. Door je eigen esthetiek te bederven, schiet je jezelf in de voet.’

    Rent Strike-posters

    Een briljant voorbeeld van de kleurige en betrokken benadering van ADG is te vinden in de door het collectief zelf geïnitieerde Rent Strike-posters, waarvan vele tijdens de pandemie werden ontworpen, toen al langer bestaande huisvestingsproblemen en ongelijkheden extra duidelijk naar voren kwamen. Een ervan – The Rent is too Damn High. RENT Strike – is een collage in de sfeer van de Franse affiches uit de jaren zestig: een brutalistisch flatgebouw, bijna verscholen achter weelderige palmbomen, met daaronder de slogan in een retro-lettertype. Op een ander opvallend exemplaar – Landlords Need Us, We Don’t Need Landlords – breekt zo’n brutalistisch gebouw door de diepblauwe achtergrond heen, terwijl de barsten zijn versierd met roze bloesems. Beide posters vertonen schoonheid en een zichtbaar optimisme en geven zo hoop op de mogelijkheid van een betere toekomst. Het is het zeldzame type politiek affiche, zowel anekdotisch als visueel, dat je in je slaapkamer zou willen hangen.

    ‘Met een klein beetje tekst laten we zien hoe ze daadwerkelijk bij de beweging betrokken kunnen raken’

    Met dit soort opvallende en unieke ontwerpen hoopt het collectief mensen aan te trekken. ‘Met een klein beetje tekst laten we zien hoe ze daadwerkelijk bij de beweging betrokken kunnen raken.’ Daarom zijn naast de beeldkeuze ook de tekst en formulering voor het collectief van groot belang. Net als LPGD streeft ADG naar eenvoud, toegankelijkheid en samenhang. ‘Links heeft een veel te grote neiging naar onnodig wollige taal. Maar die is niet bevorderlijk om een idee toegankelijk over te brengen.’ Daarom discussieert de groep vaak uitgebreid over de ‘exacte’ formulering van een slogan, de hoeveelheid tekst en hoe zichtbaar die moet zijn. Daarbij wordt altijd één belangrijke vraag gesteld: ‘Als mensen hierlangs lopen, zien ze het dan en, belangrijker: begrijpen ze het?’

    628b3df8a5a4f75d3a2305b7 Peter Brawne2

    Het is duidelijk dat de twee collectieven bepaalde kernaspecten van hun ontwerpen, hun aanpak en hun ethische opvattingen gemeen hebben. Beide zien ontwerpersbewegingen uit de twintigste eeuw als krachtiger en overtuigender, terwijl een verenigde, radicale ontwerpcultuur in hun ogen momenteel ontbreekt. Ze vinden het belangrijk om levendigheid, kleur en visuele herkenbaarheid in hun affiches terug te brengen en dat onderscheidt hen van de saaie monotonie waaronder het huidige politieke design lijdt. Ten slotte willen ze afstand nemen van al te grote gecompliceerdheid en zich juist op eenvoud en toegankelijkheid richten. Daarom zijn hun affiches niet alleen esthetische objecten, maar ook een middel om een duidelijke en inzichtelijke boodschap af te geven. Bij de discussie over de toekomst van hun projecten zijn LPDG en ADG tot dezelfde conclusie gekomen, namelijk dat ze meer middelen moeten verwerven en op zoek moeten gaan naar creatieve samenwerkingsverbanden tussen individu en collectief. Met deze aanpak kunnen de affiches van nu weer even vooruitziend, tijdloos en overtuigend worden als die uit het verleden.

  • Mizrachim-feministen schudden mensenrechtensituatie in Israël op

    Mizrachim-feministen schudden mensenrechtensituatie in Israël op

    Een nieuwe beweging komt met een ander model om te strijden voor de rechten van de meest onzichtbare en gemarginaliseerde groepen binnen de Israëlische maatschappij. Heeft dat kans van slagen?

    Sapir Sluzker Amran werkte nog voltijds als advocaat toen ze Dalal Daoud leerde kennen. Dat was in November 2018. Zoals elk jaar was Sluzker Amran op zoek naar een manier om aandacht te besteden aan de komende International Day for the Elimination of Violence Against Women (Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen).

    Destijds zat Daoud, een Palestijnse inwoner van Israël, een gevangenisstraf uit van vijfentwintig jaar in Israëls enige vrouwengevangenis, Neve Tirtza, voor de moord op haar man, die haar stelselmatig had mishandeld, verkracht en haar binnenshuis had geketend. Nadat Sluzker Amran had gehoord over Daouds verhaal, en ze haar aan de telefoon had gesproken, stond haar besluit vast: dit jaar zou ze geld inzamelen voor Daoud, zodat ze wat spullen zou kunnen kopen in het gevangeniswinkeltje. Op die manier wilde Sluzker Amran haar duidelijk maken dat er buiten de gevangenis vrouwen waren die zich haar lot aantrokken.

    Maar meteen bij hun eerste ontmoeting begreep Sluzker Amran dat geld voor het gevangeniswinkeltje slechts het begin was van hun relatie. Ze besloot een campagne op te zetten om Daoud vrij te krijgen en ging minder werken zodat ze één dag per week kon besteden aan de coördinatie van dit project.

    Het werkte. Na enkele maanden campagne voeren kwam Daoud in juni 2019 voorwaardelijk vrij

    ‘Een kleine groep vrouwen en enkele organisaties sloten zich aan bij de campagne, en alle plannen werden samen met Dalal uitgewerkt,’ vertelt Sluzker Amran aan +972 Magazine. In de campagne werden straatprotesten gecombineerd met breed opgezette acties op social media en aandacht in de traditionele media, en daarnaast werd er gelobbyd in de Knesset – dit alles met de bedoeling om het verhaal van Dalal in een ander perspectief te plaatsen. De nadruk kwam te liggen op haar veerkracht en haar vermogen om zich te handhaven in een onmogelijke situatie.

    Het werkte. Na enkele maanden campagne voeren kwam Daoud in juni 2019 voorwaardelijk vrij. Niet alleen had het leven van Daoud een radicale wending genomen, het succes van de campagne betekende ook een keerpunt voor Sluzker Amran nadat ze bijna tien jaar lang had geprobeerd haar radicale activisme te combineren met haar carrière in de advocatuur. ‘Op de dag dat Daoud vrijkwam, besloot ik te stoppen met mijn werk als advocaat omdat ik merkte dat ik op deze manier meer effect kon sorteren,’ zegt ze.

    Formule voor succes

    Sluzker Amran beschikte over een formule voor succes, maar ze beschikte nog niet over de middelen om die formule ook op grotere schaal toe te passen. Daar had ze een beweging voor nodig, en ze wist precies tot wie ze zich zou moeten wenden om een dergelijke beweging van de grond te krijgen: Carmen Elmakiyes Amos, met wie ze al heel lang samen actievoerde. De beide vrouwen zetten zich in op verschillende terreinen die allemaal te maken hebben met armoede en huisvesting. Ze droomden er allebei van hun activisme naar ‘een hoger plan te tillen en meer te structureren’, zegt Elmakiyes Amos. 

    En zo zag eind 2019 een nieuwe beweging het licht: Shovrot Kirot (Hebreeuws voor ‘Muren neerhalen’, in de vrouwelijke vorm).

    De naam van de beweging is een hommage aan een gedicht van Vicki Shiran – een van de grondlegsters van het Mizrachim-feminisme [Mizrachim zijn Joden die uit Arabische of moslimlanden naar Israël zijn geëmigreerd]. Het gedicht vertelt het verhaal van een Mizrachim-vrouw uit de periferie die de muren waartussen ze gevangen zat neerhaalde en vervolgens wegvloog. De naam is ook bedoeld als een veeg uit de pan naar het traditionele ‘liberale’ feminisme, dat geen oog zou hebben voor racisme en de financiële problemen waar veel niet-witte vrouwen mee worstelen.

    ‘Wij hebben het over de vrouwen die muren moeten neerhalen voordat ze door welk glazen plafond ook kunnen breken’

    ‘[Liberale feministen] hebben het altijd over het glazen plafond en over op het schild gehesen, geprivilegieerde vrouwen die een inspiratie voor ons zouden moeten zijn,’ zegt Sluzker Amran. ‘Wij hebben het over de vrouwen die muren moeten neerhalen voordat ze door welk glazen plafond ook kunnen breken – vrouwen die niet eens een huis hebben, of die geen geld hebben om de elektriciteitsrekening te betalen, of die bang zijn te worden vermoord door hun man. Dat zijn de meest inspirerende leiders die we hebben.’

    Het verhaal van Sluzker Amran en Elmakiyes Amos begint meer dan tien jaar geleden, in de zomer van 2011. De demonstraties in Israël voor ‘sociale rechtvaardigheid’ hebben zich uitgebreid naar de chique Rothschild Boulevard in Tel Aviv, midden in het financiële district, en in het hele land grijpt de onvrede in razend tempo om zich heen. Honderdduizenden mensen gaan de straat op en slaan tenten op, in reactie op de krapte op de woningmarkt en het onbetaalbare levensonderhoud op het platteland. Ze schreeuwen de bekende leuze die is geïnspireerd op de Arabische Lente: ‘Het volk eist sociale rechtvaardigheid!’

    Voor Sluzker Amran, die destijds twintig was, betekende de golf van protesten het begin van haar activistische reis: nadat ze had gelezen over de demonstraties, besloot ze naar de tenten op Rothschild Boulevard te gaan en zich aan te sluiten. Maar wat ze daar aantrof was geen radicale beweging die iets wilde doen aan de benarde omstandigheden van de meest gemarginaliseerde groeperingen binnen de samenleving, maar een groep van voornamelijk Ashkenazi-activisten uit de middenklasse, die op de allereerste plaats probeerden de huren in Tel Aviv naar beneden te krijgen. Gedesillusioneerd keerde ze huiswaarts. 

    Dezelfde financiële problemen

    In het belangrijkste tentenkamp van de demonstranten leek men zich niet bewust van het feit dat niet alle Israëli’s worstelen met dezelfde financiële problemen. De Mizrachim worden al tientallen jaren gediscrimineerd en gemarginaliseerd door het Ashkenazi-Zionistisch establishment, waardoor er binnen de Joods-Israëlische maatschappij een etnische onderklasse is ontstaan. De Mazrachim verzetten zich al sinds de oprichting van de staat tegen hun onderdrukking – van opstanden in de ma’abarot [doorgangskampen] begin jaren vijftig en de rebellie van 1959 in Wadi Salib, een wijk in Haifa, tot de protesten van de Black Panthers begin jaren zeventig. Maar de strijd voor enerzijds een eerlijke herverdeling van de natuurlijke rijkdommen en anderzijds de erkenning van het onrecht uit het verleden, gaat tot vandaag de dag door.

    Toen de protesten in 2011 om zich heen bleven grijpen, ging Sluzker Amran met een eigen tent terug naar de protesten en vond aansluiting bij een andere groep mensen, het zogenaamde ‘No Choice’-kamp, bestaande uit mensen die geen enkele andere vorm van onderdak hadden, een groep waarmee ze meer affiniteit voelde. ‘Ik vond niet per se aansluiting bij de studenten of bij mensen van mijn eigen leeftijd, maar veel meer bij de daklozen, de alleenstaande moeders, de mensen die net uit de gevangenis kwamen en een plek moesten hebben om te wonen,’ zegt ze. Geleidelijk vond Sluzker Amran haar weg naar de parallelle tentenkampen die waren opgeslagen in de over het algemeen armere en voornamelijk door Mizrachim bevolkte buurten in het zuiden van Tel Aviv, waar een gemeenschappelijke kennis haar in contact bracht met Elmakiyes Amos.

    ‘Wij wilden dat er ook gepraat zou worden over allerlei kwesties die als een stuk minder sexy werden beschouwd’

    Dat bleek een van de vele bepalende ontmoetingen te zijn tussen Mizrachim-activisten, in die zomer waarin overal de initiatieven uit de grond schoten. De vrouwen vonden elkaar in hun kijk op de mainstream protestkampen. ‘Wij wilden dat er ook gepraat zou worden over armoede, over sociale huisvesting, over kindertoeslagen – over allerlei kwesties die als een stuk minder sexy werden beschouwd,’ zegt Elmakiyes Amos. Zo stak ze op een avond met een groep activisten de koppen bij elkaar en werd er besloten een nieuwe beweging in het leven te roepen, Lo Nechmadim/Lo Nechmadot (‘niet aardig’, zowel mannelijk als vrouwelijk, een ironische verwijzing naar de beschrijving die de toenmalige premier Golda Meir had gegeven van de Israëlische Black Panthers, nadat ze die in de jaren zeventig had ontmoet).

    Nadat de mainstream protesten van 2011 weer waren geluwd, bleef Lo Nechmadim/Lo Nechmadot jaren onvermoeibaar strijd leveren voor sociale huisvesting in Israël, samen met een aantal andere grassrootsbewegingen en -organisaties. Deze groeperingen demonstreerden geregeld voor de deur van ministers; in hun ogen waren de privéwoningen van gekozen bestuurders legitieme plekken om te demonstreren als deze politici er verantwoordelijk voor waren dat andere mensen uit hun huis werden gezet. Maar al hun inspanningen leverden frustrerend weinig resultaat op en zowel Sluzker Amran als Elmakiyes begreep dat, zoals de eerste het formuleerde, ‘de manier waarop we ons hadden georganiseerd in het begin prima had gewerkt, maar dat het nu tijd werd voor iets anders’.

    Geen enkele link

    Terugkijkend op hun ervaringen met ngo’s, en in het besef dat ze niet in staat waren gebleken de gewenste veranderingen binnen de Israëlische maatschappij te realiseren, zagen Sluzker Amran en Elmakiyes Amos een structureel probleem, dat zij de ‘ngo-driehoek’ noemden. Er is geen enkele link, betogen zij, tussen de ‘experts’ die werkzaam zijn binnen mensenrechtenorganisaties; hun cliënten binnen de gemarginaliseerde groepen in de samenleving, die vaak afhankelijk zijn geworden van de steun van de ngo’s; en diegenen die het werk van de ngo’s financieren, meestal grote internationale stichtingen, rijke buitenlandse geldschieters of zelfs buitenlandse regeringen.

    Het Shovrot Kirot-model beoogt deze drie categorieën samen te voegen tot één: de ‘cliënten’ zouden zelf het voortouw moeten nemen in de strijd voor hun rechten, goeddeels gefinancierd door kleine donaties die de beweging in staat stellen haar onafhankelijkheid te bewaren. ‘Mensen die ooit dit soort werk hebben gedaan weten precies hoe wezenlijk die vrijheid is,’ zegt Elmakiyes Amos. Na twee jaar zijn de eerste successen van dit model al zichtbaar: ‘We zien vrouwen die een jaar geleden nog door ons werden geholpen, maar die nu partner kunnen worden in de beweging – als donor of als activist – omdat ze het hoofd boven water kunnen houden,’ voegt ze eraan toe.

    ‘Mijn streven is dat niemand hoeft door te maken wat ik heb doorgemaakt’

    Daoud is hier een uitstekend voorbeeld van. Nadat ze was vrijgelaten uit de gevangenis sloot ze zich als activist aan bij Shovrot Kirot, en inmiddels geeft ze leiding aan een ‘community’ (de naam die binnen de beweging wordt gebruikt voor een groep activisten die strijden voor een specifiek doel) die zich bezighoudt met gevangenisstraffen en rehabilitatie, specifiek van vrouwen. ‘De mensen buiten de gevangenis hebben geen idee wat zich daar afspeelt,’ zegt Daoud tegen +972. ‘Maar ik weet nu hoe ik mensen kan helpen als ze in de gevangenis zitten, en nadat ze zijn vrijgekomen – met zaken als geld, zorg en opvang. Er zijn wezenlijke dingen die we kunnen doen zodat deze vrouwen een nieuwe start kunnen maken en niet afhankelijk hoeven te zijn. Mijn streven is dat niemand hoeft door te maken wat ik heb doorgemaakt.’

    Maar ondertussen blijkt het niet eenvoudig om de beweging gaande te houden met alleen kleine donaties. Elmakiyes Amos legt uit dat het met name bij dit soort projecten moeilijk is om financiering te krijgen. Er zijn namelijk maar weinig mensen die zich hiervoor willen inzetten als ze er niet zelf direct mee te maken hebben gekregen – omdat ze bijvoorbeeld in sociale huurwoningen zitten, de elektriciteitsrekening niet kunnen betalen of zelf ooit hebben vastgezeten. Deze situatie werd nog eens verergerd door de uitbraak van de corona-epidemie kort na het opzetten van hun beweging. ‘We houden het hoofd nog net boven water, maar als we nog langer willen doorgaan, zal ons maandelijkse budget van kleine donaties omhoog moeten,’ zegt Elmakiyes Amos.

    ‘Dat vrouwen in armoede leven, en dan met name Mizrachim of vrouwen uit Ethiopië, laat de meeste mensen min of meer koud,’ vervolgt ze. ‘Het lijkt erop dat veel mensen die zich mensenrechtenactivist noemen zich niet zo graag bezighouden met onze problemen en onze mensen. Het is echt lastig om mensen ervan te doordringen dat kwesties als armoede, het recht op onderdak en het recht op elektriciteit een onlosmakelijk deel zijn van de strijd voor mensenrechten in Israël, en dat deze kwesties even belangrijk zijn als de strijd tegen de bezetting en de strijd voor democratie. Natuurlijk is die strijd belangrijk, maar er spelen ook nog andere dingen die volkomen uit beeld zijn verdwenen.’

    Speerpunt

    Voor Shovrot Kirot blijft de strijd voor sociale woningbouw een speerpunt, in navolging van Lo Nechmadim/Lo Nechmadot en andere bewegingen die daaraan voorafgingen. Momenteel staan er in Israël meer dan dertigduizend gezinnen op een wachtlijst voor sociale huurwoningen, terwijl duizenden andere gezinnen zich niet eens kunnen inschrijven vanwege de stringente criteria die de regering heeft opgesteld. En omdat binnen dit systeem arme Mizrachim-vrouwen het sterkst worden uitgebuit, is het een strijd met een uitgesproken feministisch en Mizrachim-karakter.

    Nog los van het gebrek aan sociale huurwoningen en het feit dat het ongekend moeilijk is zo’n woning te bemachtigen, hebben de huurders nauwelijks een poot om op te staan als de autoriteiten besluiten ze uit hun huis te zetten, waardoor hun woonsituatie zeer hachelijk is. In de afgelopen jaren is Givat Amal, een buurt in het noorden van Tel Aviv, uitgegroeid tot een krachtig symbool van dit verrotte systeem en van de strijd voor rechtvaardigheid – een strijd waarin Shovrot Kirot weer haar unieke organisatiemodel heeft ingezet.

    ‘In 2011 gingen mensen de straat op omdat ze het gevoel hadden dat ze geen steun meer kregen van de staat’

    ‘In 2011 gingen mensen de straat op omdat ze het gevoel hadden dat ze geen steun meer kregen van de staat,’ zegt Ronit Aldouby, die lid is van het actiecomité van Givat Amal, en die in de buurt heeft gewoond totdat in november 2011 de laatste bewoners met geweld uit hun huis werden gezet, waarna de huizen met de grond gelijk werden gemaakt.

    Het verhaal van Givat Amal is een verhaal van uitbuiting, verwaarlozing en verbroken beloften. Givat Amal is ontstaan in 1947, oorspronkelijk vanuit een Ashkenazi-Zionistisch establishment dat de Mizrachim beschouwde als ‘menselijk materiaal’ voor de kolonisatie van Palestina. De eerste Joodse inwoners vestigden zich daar om te voorkomen dat de Palestijnse vluchtelingen uit al-Jammasin al-Gharbi zouden terugkeren. Maar het werd de Mizrachim-families wettelijk onmogelijk gemaakt om de panden te kopen waarin ze woonden. 

    Ondanks veelvuldige beloften dat de inwoners van Givat Amal niet uit hun huis zouden worden gezet zonder volledig te worden gecompenseerd en zonder dat er voor andere woonruimte werd gezorgd, werd het land waarop ze woonden herhaaldelijk doorverkocht. Totdat de huidige eigenaar, onroerend goed tycoon Yitzhak Tshuva, in 2005 uiteindelijk instemde met een grootschalig project waarmee hun uitzetting een feit werd. De inwoners hebben jaren strijd geleverd, wat heeft geresulteerd in een pakket compensatiemaatregelen waarmee de laatst overgebleven inwoners uiteindelijk akkoord zijn gegaan vlak voordat ze zouden worden uitgezet. Maar het geld is blijven steken op het ministerie van Justitie onder Gideon Sa’ar (wiens New Hope-partij tegenwoordig ook het ministerie van Huisvesting in handen heeft).

    Sleutelrol

    Shovrot Kirot heeft een sleutelrol gespeeld in wat Aldouby de ‘Sisyfusstrijd’ van de inwoners heeft genoemd, een strijd die ze voeren sinds de oprichting van de groep in 2019 – al zijn de oprichters en de activisten al bij de strijd betrokken sinds 2014, het jaar waarin zo’n tachtig gezinnen in deze buurt uit hun huis werden gezet. ‘Die jaren leverden we strijd om een einde te maken aan de uitzettingen, en Carmen en Sapir begeleidden ons bij alle protestacties. Ze waren ook bij de uitzettingen – Sapir is zelfs een keertje opgepakt.’

    Tijdens een demonstratie begin februari, mede georganiseerd door Shovrot Kirot, om rechtvaardigheid te eisen voor de bewoners die uit hun huis waren gezet, blokkeerden zo’n honderd actievoerders het drukke kruispunt tussen Givat Amal en het appartement van Gideon Sa’ar – een appartement dat, wrang genoeg, uitkijkt op wat nu de ruïnes van een platgegooide buurt zijn. Met bordjes, megafoons en trommels, en met in hun kielzog tientallen agenten, scandeerden de actievoerders: ‘Criminele regering, maak een einde aan de uitzettingen!’ en ‘We blijven strijden voor compensatie!’ Bij de toegang tot Givat Amal, naast een tiental waxinelichtjes die zo waren neergezet dat ze de woorden ‘We zullen niet vergeven’ vormden, stond een handgeschreven bord met daarop de naam Shovrot Kirot, en als tekst: ‘Het beleid om mensen uit hun huis te zetten is geweld tegen vrouwen.’

    Hoewel de vrouwen nog altijd wachten op de door de regering toegezegde compensatie, putten ze er kracht uit dat ze er in ieder geval in zijn geslaagd de regering onder druk te zetten. Het feit dat ze, op instigatie van Shovrot Kirot, nieuwe tactieken hebben ingezet – en vooral het besluit om het juridische strijdperk te betreden, naast het organiseren van demonstraties en het werven van steun via nieuwe én traditionele media – heeft hier ook een rol gespeeld.

    ‘Carmen en Sapir gingen met andere activisten naar de debatten in de Knesset,’ zegt Aldouby. ‘Ze zitten zelfs in de WhatsAppgroep van het buurtcampagneteam, ontvangen alle updates en denken met ons mee over wat de volgende stappen moeten zijn. Ze staan naast ons, bij alles wat er gebeurt en bij elke beslissing die er wordt genomen.’ 

    Ook hier worden alleenstaande moeders het zwaarst getroffen door het overheidsbeleid

    Hoewel Shovrot Kirot zichzelf bestempelt als Mizrachim-feministische beweging, zit de beweging zo in elkaar dat er makkelijk aansluiting kan worden gevonden tussen de strijd van de Mizrachim en de strijd van andere onderdrukte bevolkingsgroepen in Israël – zoals de Palestijnse inwoners. De afgelopen maanden is de beweging steeds actiever geworden in Jaffa, waar als gevolg van een agressieve gentrificatie het leven onbetaalbaar wordt voor de Palestijnen die er na de Nakba zijn blijven wonen. Ook hier worden alleenstaande moeders het zwaarst getroffen door het overheidsbeleid en het feit dat het gemeentebestuur niet in sociale woningbouw investeert.

    In november 2021, in de week dat de laatste inwoners van Givat Amal uit hun huis werden gejaagd, besloot Farida Najar, een alleenstaande Palestijnse moeder die al vier jaar op de wachtlijst stond voor een woning, een tent op te zetten in een park in Jaffa, en daar met haar vier kinderen te gaan wonen. Al snel kreeg Najar gezelschap van acht andere moeders met hun kinderen, die ook hun tent opzetten in het park om te protesteren tegen het falende stadbestuur van Tel Aviv-Jaffa, dat geen oplossing had weten te vinden voor hun nijpende situatie. Uiteindelijk werd er een tijdelijke oplossing overeengekomen.

    Ohad Amar, een sociaal-advocaat die in de raad van bestuur zit van Shovrot Kirot, ging naar het park om met de moeders te praten, en zette zich vanaf dat moment in om rechtsbijstand voor hen te regelen. ‘Toen ik de vrouwen sprak, werd me duidelijk dat ze geen van allen hebben waar ze recht op hebben, in termen van sociale zekerheid of huisvesting. Ze hebben geen van allen een advocaat, ze hebben niemand die hen kan helpen met het aanvragen van een uitkering,’ zegt hij tegen +972.

    ‘We proberen een groep vrijwilligers samen te stellen om dat te regelen, want het is ongekend moeilijk voor mensen om hun recht te halen,’ vervolgt hij. Voor de negen vrouwen in Jaffa die op deze manier hulp hebben gekregen is er een tijdelijke oplossing gevonden, en hun bijstandsaanvragen zijn ingediend. Maar, zo zegt Amar, zelfs als dat allemaal is geregeld, ‘leven deze vrouwen nog altijd in armoede’.

    Ethiopische vrouwen

    Ook Ethiopische vrouwen zijn oververtegenwoordigd in sociale woningbouwprojecten in Israël. Elmakiyes Amos herinnert zich een episode waarin een Mizrachim-vrouw, Rachel Levy, met haar kinderen uit huis werd gezet nadat haar moeder was overleden, omdat ze niet langer voldeed aan de voorwaarden voor een sociale huurwoning. ‘De autoriteiten wezen de woning toe aan een andere Ethiopische vrouw,’ zegt Elmakiyes Amos. ‘Toen zij Rachel zag, die na haar uithuisplaatsing een tent had opgezet in het gras voor de deur, bood ze haar verontschuldigingen aan. Maar Rachel antwoordde: “Jij kunt hier niets aan doen. We zouden niet hoeven te vechten om dit appartement; er zou een appartement voor jou moeten zijn en een appartement voor mij.” Naar mijn idee is dat de essentie van deze tragedie. Toen ik dat zag, werd me duidelijk hoe intrinsiek kwalijk dit beleid is, waarmee verzwakte groepen tegen elkaar op worden gezet. Het illustreert ook perfect de noodzaak voor verzwakte bevolkingsgroepen om samen op te trekken en dit soort verbonden aan te gaan.’

    Het bevorderen van solidariteit tussen onderdrukte groepen is zeker een van de ambities van de activisten van Shovrot Kirot, al is het momenteel slechts een neveneffect van hun inspanningen. Voor nu is Amar ervan overtuigd dat er nog altijd spanning bestaat tussen mensen die strijden voor ‘sociale rechtvaardigheid’ en mensen die ‘politieke rechten’ propageren – hoofdzakelijk de Palestijnse strijd.

    Een deel van deze spanning is terug te voeren op de aard van de links/rechts-dichotomie in Israël, waarin wat als ‘links’ wordt gezien – en dan met name als ‘zionistisch links’ – grotendeels wordt gelijkgesteld aan de rijkere, voornamelijk Ashkenazi-delen van de samenleving; terwijl dat wat als ‘rechts’ wordt beschouwd van oudsher het armere deel van de samenleving is, voornamelijk Mizrachim.

    ‘Ik weet niet of we er al aan toe zijn om te zeggen dat er een verband is tussen de rechten van de Palestijnen en het verzet tegen het kapitalisme’

    ‘We hebben nog niet de basis gevonden om samen op te trekken in alle campagnes en voor alle strijdpunten,’ zegt Amar. ‘Ik weet niet of we er al aan toe zijn om te zeggen dat er een verband is tussen de rechten van de Palestijnen en het verzet tegen het kapitalisme, en of we onze krachten al moeten bundelen. Links Israël kan zich makkelijker verhouden tot de bezette gebieden dan tot mensen die bijvoorbeeld zijn afgesneden van de elektriciteit, waarbij zij zich de vraag moeten stellen: “Tja, wil dat zeggen dat ik meer belasting zou moeten betalen?”’

    ‘Aan de andere kant,’ vervolgt hij, ‘staat onze gemeenschap open voor het idee van sociale rechtvaardigheid, dus we willen het graag in één en hetzelfde gesprek kunnen hebben over het debat over de rechten van de Palestijnen en het recht op sociale huisvesting. Volgens mij is dat de functie van Shovrot Kirot: mensen meer bewust maken van sociale rechtvaardigheid, zodat we strijd kunnen voeren tegen zowel het kolonialisme als kapitalisme.’

    Eigen gemeenschap

    Sluzker Amran is ervan overtuigd dat het strategische waarde heeft om je allereerst op de eigen gemeenschap te richten. ‘Niet dat we ons verzet tegen de bezetting opgeven – ik denk dat de Palestijnen een einde zullen maken aan de bezetting,’ benadrukt ze. ‘Maar tegelijkertijd kunnen we ervoor zorgen dat onze eigen gemeenschappen sterker worden. En we kunnen er samen over praten op een manier waar iedereen zich in kan vinden en waarbij we de overeenkomsten benoemen.’

    ‘Mij staat geen “vredeskamp” voor ogen, waarin de meeste mensen zeer geprivilegieerd zijn en afkomstig uit een milieu dat al behoorlijk links is,’ vervolgt Sluzker Amran. ‘Ik richt me op mensen die weten hoe het is om met politiegeweld te maken te krijgen, mensen die niet verbaasd opkijken als de politie Iyad al-Hallaq vermoordt [een 32-jarige autistische Palestijnse man die werd neergeschoten en gedood door de Israëlische politie toen hij niet stopte bij de controlepost Lions’ Gate in Jeruzalem], of als ze zien hoe de politie zich opstelt tegenover de Bedoeïenen in de Negev-woestijn of bij de vrijdagse demonstraties in het bezette Oost-Jeruzalem. In Givat Amal, maar ook op andere plekken, zien ze de uitzettingen in Sheikh Jarrah en in de Negev-woestijn, ze zien de foto van een oude vrouw die de agenten of de soldaten smeekt om in haar huis te mogen blijven.’

    ‘Het is niet hetzelfde,’ verduidelijkt Sluzker Amran. ‘Maar mensen zien de gelijkenissen. Dat is niet de reden dat ik dit doe, maar ik heb wel het idee dat ik me op deze manier verzet tegen de bezetting.’

    Sivan Tahel, een activist van Shovrot Amran die zich voornamelijk bezighoudt met politiegeweld, ziet er geen meerwaarde in als de beweging zich zou voegen naar traditionele politieke labels. ‘Zeggen dat ik een Mizrachim-vrouw ben is al een politieke stellingname,’ betoogt ze, ‘omdat daarmee de machtsverhoudingen worden benoemd; niet of ik tot het “linkse” of het “rechtse” kamp behoor.’

    ‘Daarom zijn bewegingen als de onze ook zo belangrijk, want wij hebben eigenlijk geen politieke kleur’

    ‘Daarom zijn bewegingen als de onze ook zo belangrijk,’ vervolgt ze. ‘Want wij hebben eigenlijk geen politieke kleur. En wat is er zo radicaal aan om binnen het systeem op zoek te gaan naar een politieke kleur? Wij zijn activisten, waar wij naar streven is een verandering van het hele systeem, niet alleen van de mensen aan de top.’

    Maar hoewel Tahel de overeenkomsten ziet tussen verschillende gemarginaliseerde groepen die met dezelfde sociale problemen worstelen, waarschuwt ze ook dat de verschillen niet moeten worden uitgevlakt. ‘Door bevolkingsgroepen met elkaar te verbinden, creëer je een mechanisme dat de tactiek van verdeel-en-heers ondermijnt,’ zegt ze. ‘Maar als we ons willen verenigen in de strijd, is het belangrijk om te onderkennen dat elke bevolkingsgroep uniek is.’

    Ze licht toe: ‘Het is schadelijk om de Mizrachim-strijd altijd te zien als een poort naar de strijd van een andere gemeenschap die een zwakkere positie zou hebben dan wij, aangezien de Mizrachim meer dan zeventig jaar lang zijn onderdrukt en uitgesloten zonder dat er ook maar sprake is van enige rechtvaardigheid of compensatie. Als Mizrachim moet je constant strijd leveren om je plek op te eisen, en je moet mensen er voortdurend van overtuigen dat je de waarheid vertelt over het feit dat je wordt onderdrukt. Dus de Mizrachim hebben een eigen strijd, die ook gevoerd moet worden. En Shovrot Kirot geeft ons daar de kracht voor.’

  • Hoe Uruguay een voorbeeld voor de rest van Zuid-Amerika werd

    Hoe Uruguay een voorbeeld voor de rest van Zuid-Amerika werd

    Uruguay heeft, in tegenstelling tot veel buurlanden, een grote maatschappelijke consensus en een stabiel partijenstelsel. Het land produceert ook nog eens 97 procent van zijn elektriciteit duurzaam, zonder uitstoot van kooldioxide.

    Luister dit artikel:

    Direct na aankomst in Montevideo wordt duidelijk dat je hier een ander Zuid-Amerika binnenkomt. Op de stijlvolle luchthaven in de voorstad Carrasco vind je geen mensenmassa’s, geen rijen bij immigratie of de douane. De rit naar het stadscentrum 20 kilometer verderop langs de Atlantische kust verloopt rustig, zonder file. In vergelijking met het chaotische, overvolle São Paulo of Buenos Aires krijg je – ondanks de 1,8 miljoen inwoners – het gevoel in een kuuroord te zijn beland.

    In tegenstelling tot de meeste Zuid-Amerikaanse miljoenensteden staan hier weinig glinsterende kantoor- of woontorens. Zelfs de zakenwijken worden regelmatig afgewisseld door wijken met huizen of kleinere woon- of bedrijfsgebouwen. Het centrum rond de haven en de oude binnenstad zijn hier en daar gerestaureerd. Maar het oude stadsgedeelte is gedeeltelijk ook aan renovatie toe en straalt met zijn bric-à-bracwinkeltjes een charme uit van vijftig jaar geleden. Het is tekenend dat er hier trots op gewezen wordt dat tijdschrift Readers Digest, dat zijn beste dagen heeft gehad, Uruguay het leefbaarste en groenste land van Noord- en Zuid-Amerika noemde. 

    Twee derde is middenklasse

    De statistieken bevestigen deze indruk van een conservatieve middenklasse. Anders dan in de meeste Latijns-Amerikaanse samenlevingen bestaat Uruguay niet uit enkele superrijken, een kleine middenklasse en heel veel armen. Twee derde van de 3,6 miljoen Uruguayanen behoort tot de middenklasse. Weinig mensen leven onder de armoedegrens. De verhouding rijk-arm is de laagste in Latijns-Amerika. Het inkomen per hoofd van de bevolking is met 17.000 dollar per jaar het hoogste in de regio.

    Net als in Zwitserland hecht men waarde aan discretie en ‘low profile’

    In de straten van Montevideo ontbreken luxeauto’s zoals in de metropolen van de buurlanden, waar de rijken graag met hun rijkdom pronken. Net als in Zwitserland hecht men waarde aan discretie en ‘low profile’. Zo kan het gebeuren dat de nationale voetbalster Diego Forlán ongestoord tussen de andere gasten in een café zit – iets wat bij een Neymar in Brazilië totaal ondenkbaar zou zijn.

    Je vraagt je af hoe dit voor Zuid-Amerika kleine land – half zo groot als Duitsland, met nauwelijks half zoveel inwoners als Zwitserland – het voor elkaar krijgt sociaal en economisch succesvol te zijn in de onmiddellijke nabijheid van zulke grote en politiek verscheurde staten als Brazilië en Argentinië. Hoe is dit land erin geslaagd zich te isoleren en te onderscheiden van zijn buurlanden, ondanks een sterk overeenkomstige samenleving, geschiedenis en geografie?

    Populisten zijn kansloos

    Eén antwoord levert de politiek. Uruguay is een van de stabielste democratieën ter wereld. Op de democratie-index van de Economist Intelligence Unit (EIU) staat Uruguay op de dertiende plaats, drie plaatsen onder Zwitserland en twee boven Duitsland. Volgens deze index is Uruguay de enige volwaardige democratie in Zuid-Amerika, een continent waar de EIU al enkele jaren een gestage achteruitgang in de kwaliteit van democratieën vaststelt. Uruguay gaat in tegen de regionale trend, aldus de EIU. Het land is een van de weinige staten ter wereld die hun democratie al meer dan vijftien jaar voortdurend verbeteren. Op de corruptie-index van Transparency International staat Uruguay met zijn achttiende plaats van de honderdtachtig landen eenzaam aan de top in Latijns-Amerika, twee plaatsen boven Frankrijk.

    Politicoloog Sebastian Grundberger van de Konrad-Adenauer-Stiftung constateert in Uruguay in tegenstelling tot in de rest van Latijns-Amerika een grote maatschappelijke consensus, het stabielste partijenstelsel in de regio, met sterkere democratische afweerkrachten dan in de buurlanden. Populisten hebben hier geen kans, zegt Grundberger.

    Hoe soepel de politiek in Uruguay functioneert, werd eind maart duidelijk bij een referendum. Toen stemden de Uruguayanen over de vraag of 135 van in totaal 476 wetsartikelen ongeldig moeten worden verklaard. Deze waren onderdeel van een wetgevingspakket dat de centrumrechtse regering van president Luis Lacalle Pou kort na haar aantreden in 2020 in het Congres had aangenomen. Centrale thema’s waren veiligheid en onderwijs; thema’s die de regering doortastender wil aanpakken. Bovendien moet de macht van de vakbonden worden ingeperkt en de dominantie van staatsmonopolies, bijvoorbeeld in de telecommunicatie, worden teruggedrongen.

    Populaire president

    Het invloedrijke verbond van vakverenigingen had zich hiertegen gemobiliseerd. Maar anders dan in de buurlanden waren er in de aanloop naar het referendum geen woedende protesten en zelfs geen gewelddadige confrontaties. Ook op de zondag van de stemming wandelden gezinnen met kalebaskommetjes over de Rambla, de boulevard van Montevideo, om hun maté te drinken.

    Dat de regering zich met een flinterdunne marge heeft kunnen handhaven en de wetten dus geldig blijven, is vooral te danken aan de populariteit van de president. De 49-jarige jurist Lacalle Pou is telg uit een politieke familie die sinds het begin van de vorige eeuw de Uruguayaanse politiek bepaalt. Zijn vader was president van 1990 tot 1995. Maar Lacalle Pou ging zelf pas de politiek in toen hij al bijna dertig was. Hij had lange tijd de reputatie van surfboy; pas bij zijn tweede poging in 2019 slaagde hij erin met een nipte meerderheid te worden gekozen.

    Vooral de bedachtzame manier waarop hij de pandemie managede heeft Pou populair gemaakt

    Vooral de bedachtzame manier waarop hij de pandemie managede heeft Pou populair gemaakt. Herhaaldelijk legde hij de nadruk op vrijheid en burgerlijke verantwoordelijkheid. Een lockdown is er nooit geweest. Soms werd thuisonderwijs voorgeschreven. Het land beschikte al over een goede breedbandvoorziening en een digitale infrastructuur. Bars en restaurants hoefden pas om middernacht te sluiten. Uruguay werd na Chili al snel het land met de meeste gevaccineerde mensen in Latijns-Amerika. Halverwege zijn ambtstermijn beoordeelde 52 procent van de bevolking Lacalle Pou positief. Daarmee was hij de populairste president sinds lange tijd. Ook de groei van de economie na enkele jaren van stagnatie geeft Pou een steuntje in de rug.

    Referentiepunt voor burgerkrachten

    Voor de president is het referendum vergelijkbaar met het winnen van tussentijdse verkiezingen. De kans is groot dat Pou samen met de presidenten van Ecuador en Paraguay aan het eind van het jaar tot het selecte clubje conservatieve staatshoofden in Zuid-Amerika behoort. In een regio die politiek gezien naar links afdrijft, wordt hij steeds meer een referentiepunt voor burgerkrachten, zegt politicoloog Grundberger. 

    Dit geldt ook voor ondernemingen in Zuid-Amerika; de stabiliteit van Uruguay trekt ze aan. De laatste jaren staken vooral veel ondernemers uit Argentinië de Río de la Plata over. Bijvoorbeeld Marcos Galperín, oprichter van Mercado Libre, het succesvolste internetplatform van Latijns-Amerika, met zijn hele managementteam. Venancio Trigo, advocaat bij advocatenkantoor Guyer & Regules in Montevideo, meldt dat nu ook detailhandelaren uit Chili overwegen hun hoofdkantoor naar Uruguay te verplaatsen. In Chili zijn ondernemers verontrust door de groeiende linkse tendens in de politiek.

    In het schoolsysteem verlopen de ontwikkelingen traag: 40 procent van de leerlingen verlaat school voortijdig

    Het wordt spannend om te zien wat Pou, nu het referendum zijn beleid heeft bekrachtigd, de resterende twee jaar zal doen. Op de agenda staan hervormingen van het pensioenstelstel en het onderwijs. Vooral in het schoolsysteem verlopen de ontwikkelingen traag: 40 procent van de leerlingen verlaat school voortijdig. Verouderde leerplannen en een personeelsbeleid voor leraren waarbij de vakbonden de banen volgens het senioriteitsprincipe invullen zouden hiervan de voornaamste redenen zijn.

    Software als exportproduct

    Voor Uruguay is dit een tikkende tijdbom. Het land exporteert een recordhoeveelheid software per inwoner. Het is een belangrijke vestigingsplaats voor startende ondernemingen in de regio geworden. Fintechbedrijf dLocal uit Uruguay is op Wall Street nu zo’n 10 miljard dollar waard. Bezorgdienst PedidosYa is inmiddels overgenomen door de Duitse Delivery Hero. Maar er is een groeiend tekort aan ingenieurs en programmeurs. ‘Uruguay zou met zijn geavanceerde digitalisering het Estland van Zuid-Amerika kunnen worden,’ zegt Mischa Goh, directeur van de Duits-Uruguayaanse Kamer van Koophandel en Fabrieken.

    Econoom Augustín Iturralde hoopt op verdergaande economische hervormingen. De directeur van het Centro de Estudios para el Desarrollo, een liberaal economisch instituut, is kritischer over het concurrentievermogen dan de meeste gesprekspartners. Institutioneel gezien is Uruguay een hoogontwikkelde democratie, maar in de economie regeert de middelmaat. Het land heeft een achterstand op het gebied van zakendoen, het is niet ondernemersvriendelijk. Staatsmonopolies in de telecommunicatie worden getolereerd. Uruguay is dus een dure vestigingsplaats. De productiviteit moet hoger, anders verliest Uruguay zijn aantrekkelijkheid. ‘We zijn een klein land,’ zegt Iturralde, ‘we moeten meer bieden.’

    97 procent groene stroom

    Maar Uruguay zou wel eens geluk kunnen hebben. De wereldwijde energietransitie en de geopolitieke verschuivingen zijn in het voordeel van het land aan de Río de la Plata. Want Uruguay heeft zijn elektriciteitssysteem met massale investeringen in windmolenparken in tien jaar omgevormd tot een van de duurzaamste ter wereld. Sindsdien draaien er windturbines op de heuvels in het verlaten binnenland. Tegenwoordig produceert het land 97 procent van zijn elektriciteit duurzaam, zonder uitstoot van kooldioxide. Dit betekent ook dat Uruguay binnenkort een strategisch belangrijke leverancier van groene waterstof kan worden, als vervanger van de energiebronnen olie, kolen en gas. 

    ‘Uruguay zou snel een relevant substituut voor Russisch gas kunnen leveren’

    De Duitse ingenieur en econoom Aram Sander, die in Uruguay al windmolenparken heeft opgezet en operationeel gemaakt, zegt: ‘Door het Oekraïneconflict komen er met de vraag naar voorzieningszekerheid geheel nieuwe argumenten op tafel.’ Vertrouwen is daar een van. Er is geen land in de regio dat zijn contracten zo betrouwbaar nakomt als Uruguay, volgens Sander, die nu wereldwijd waterstofprojecten promoot voor het Duitse bedrijf Enterdreg. Het grote vertrouwen in Uruguay is af te meten aan de lage rentetarieven. In Zuid-Amerika heeft alleen Chili een hogere kredietwaardigheid. Ontwikkelingsbanken verstrekken Uruguay graag kredieten. Sander is er zeker van: ‘Uruguay zou snel een relevant substituut voor Russisch gas kunnen leveren.’

    Een andere aanwijzing voor de stabiliteit waarom Uruguay bij beleggers bekendstaat, is de groeiende belangstelling van family offices, rijke vermogensbeheerders, uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland in Uruguay, constateert financieel adviseur Thomas Logemann uit Hamburg. Ze waren niet op zoek naar weekendhuisjes in het mondaine vakantieoord Punta del Este, zegt Logemann, die opgroeide in Uruguay. Ze wilden professioneel investeren in boerderijen en landerijen.

  • Deze Amsterdamse non-profitorganisatie laat zien wat onze boodschappen echt kosten

    Deze Amsterdamse non-profitorganisatie laat zien wat onze boodschappen echt kosten

    Waarom kost dezelfde appel in de ene winkel meer dan in de andere? Die vraag stelt de Amsterdamse non-profitorganisatie True Price. Want de echte prijs van een product – inclusief externe kosten, vaak op het gebied van milieu en maatschappij – ligt vrijwel altijd hoger dan de winkelprijs.

    Eind 2020 zette de charmante Amsterdamse supermarkt De Aanzet een bord op straat met de tekst: ‘Welkom in de eerste supermarkt ter wereld met echte prijzen’. Binnen bleken steeds twee prijzen vermeld te staan bij aardappelen, paprika’s, bananen, broccoli, brood en allerlei andere levensmiddelen. De ‘normale’ prijs voor tomaten was 3,75 euro per kilo, maar de ‘echte’ prijs bedroeg 3,97 euro. Het verschil van 22 cent stond voor de verborgen kosten van de teelt en het vervoer van de tomaten – dus de kosten van de CO2-uitstoot, onderbetaling van arbeiders en water- en grondverbruik.

    Die echte prijzen waren berekend door de Amsterdamse non-profitorganisatie True Price, al in 2012 opgericht door Michel Scholte en Adrian de Groot Ruiz. Deze twee vrienden, de een kampioen in universitaire debatwedstrijden en de ander een voormalig universitair docent finance, werken samen met allerlei bedrijven – een chocoladeproducent, een bakkerijketen, banken en modemerken – om van uiteenlopende artikelen de werkelijke prijs te kunnen berekenen. De samenwerking met De Aanzet was hun meest publieke project tot nu toe. De dubbele prijsvermelding stelt consumenten voor een keuze. Ze kunnen de normale en de werkelijke prijzen nu met elkaar vergelijken: als het verschil tussen die twee bij de ene appel 5 cent en bij de andere 50 cent is, is die eerste appel dus afkomstig van een producent die milieubewuster en meer sociaal verantwoord bezig is. De klant kan er dan voor kiezen om voor zijn product de echte prijs te betalen, waarna De Aanzet dat extra geld doorsluist naar projecten die de kwalijke gevolgen van die stille kosten proberen tegen te gaan.

    Scholte en de Groot Ruiz leerden elkaar zo’n vijftien jaar geleden kennen bij een universitaire debatclub. Scholte studeerde sociologie aan de Vrije Universiteit en werkte als schoonmaker in de businesslounge op Schiphol. De Groot Ruiz studeerde economie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze vonden elkaar in hun belangstelling voor gedragseconomie, statistiek en de onderliggende structurele oorzaken van armoede en milieuvervuiling. Als tiener had De Groot Ruiz, die ook liefhebbert in de natuurkunde, met twee vrienden eens een techniek bedacht om energie te winnen uit de golfslag op zee. Toen kreeg hij te horen dat investeerders daar geen interesse in hadden omdat de ‘businesscase’ voor de ontwikkeling ervan zo onzeker is. Dat vond hij volstrekt irrationeel. De ware kosten van fossiele brandstoffen – het instorten van ecosystemen, stijgende zeespiegel, extreem weer – zijn uitzonderlijk hoog maar blijven buiten de boeken, zodat die brandstoffen in vergelijking met alternatieven onrealistisch goedkoop lijken.

    ‘Externaliteiten’

    In hun studietijd sloten de twee zich al aan bij de Nederlandse denktank Worldconnectors. Daar praatten ze met gelijkgestemden over wat economen wel ‘externaliteiten’ noemen: de externe kosten, vaak op het gebied van milieu en maatschappij, die niet worden meegenomen in prijsberekeningen. Mettertijd kwamen ze zo op het idee voor hun ‘echte prijzen’. Politici blijken vaak niet bereid bedrijven regelgeving op te leggen die streng genoeg is om de maatschappelijke en milieukosten fundamenteel te verlagen. Maar het is wel mogelijk de omvang van die kosten te schatten en die informatie direct in de prijzen te verwerken. Dus lanceerden Scholte en De Groot Ruiz in 2012 True Price, om bij te dragen aan de totstandkoming van duurzamere productieketens. De hoop is dat als bedrijven en consumenten zich minder illusies maken over de werkelijke kosten, dat zal leiden tot aanpassing van hun uitgavenpatroon en hun verkoop- en productiemethoden.

    Lage prijs is illusie

    Maarten Rijninks, de eigenaar van De Aanzet, hoorde voor het eerst over ‘echte prijzen’ op een lezing die Scholte in 2018 gaf. Hij beschouwt het nu als een manier om iets te doen aan een kwalijke situatie die zo wijdverbreid is dat we haar niet eens meer als vreemd ervaren. ‘Als je nu in een gewone supermarkt iets koopt, is dat altijd goedkoper dan hetzelfde product in mijn winkel, dat biologisch geteeld en duurder is,’ zegt Rijninks. Maar die lage prijs is een illusie: die is alleen mogelijk als je de ware kosten van de productie negeert. ‘Als je de echte prijzen berekent, zijn ook mijn producten goedkoper,’ zegt Rijninks. Sinds hij dit systeem hanteert, is de omzet van zijn winkel met een procent of vijf gestegen. Veel klanten zeggen het te waarderen. ‘Het probleem is dat klanten niet de middelen hebben om hun maatschappelijke en milieutechnische impact te verminderen,’ zegt hij. ‘Het is niet dat ze het niet willen.’

    Rijninks zegt tegen zijn klanten dat het systeem nog een experiment in uitvoering is. Een onontkoombaar probleem is misschien dat de gegevens van True Price niet perfect zijn. De analisten van de organisatie gaan soms uit van regionale gemiddelden, die de precieze productieomstandigheden van een specifiek artikel niet altijd goed weerspiegelen. En de herstelprojecten die De Aanzet heeft uitgekozen zijn niet altijd even doelgericht, zodat een klant die de echte prijs betaalt voor een banaan misschien meebetaalt aan een irrigatieproject van een spinazieboer. De komende jaren hoopt Rijninks met buitenlandse leveranciers gerichtere projecten op te zetten en ook meer producten in het systeem op te nemen dan alleen brood en verse groente en fruit. In de loop van dit jaar wordt het systeem ook nog op een andere manier uitgebreid: een vereniging van biologische winkels wil in al haar vestigingen in Nederland een pilot met echte prijzen gaan uitvoeren.

    De dubbele prijsvermelding stelt consumenten voor een keuze

    In De Aanzet kunnen de klanten de echte prijzen zien, maar bij andere bedrijven worden die voor interne analyse gebruikt. Tony’s Chocolonely vroeg Scholte en zijn mensen in 2013 om de ware kosten te berekenen van cacao uit Ghana en Ivoorkust. Ze hebben toen gekeken naar acht vormen van externe milieukosten en zes soorten maatschappelijke kosten, waaronder lucht-, bodem- en waterverontreiniging, klimaatverandering, onderbetaling en kinderarbeid. In West-Afrika, waar de meeste cacao in de wereld vandaan komt, zijn de arbeidsomstandigheden berucht: volgens een onderzoek van de universiteit van Chicago uit 2020 zijn in de cacaoproductie in Ghana en Ivoorkust anderhalf miljoen kinderen werkzaam. De grote merken beloven wel dat ze het probleem zullen oplossen, maar kinderarbeid blijft in deze sector een probleem.

    Tony’s Chocolonely

    True Price probeerde de kosten van al deze externe effecten te berekenen en kwam voor 2013 uit op een gemiddelde echte prijs voor cacao van 14,17 euro per kilo. Het grootste deel van die prijs, namelijk 12,07 euro, gaat op aan die externe kosten. Tony’s Chocolonely deed al erg zijn best om cacao van eerlijke producenten te krijgen, zodat zijn gemiddelde echte kosten een stuk lager waren: 7,93 euro, waarvan 5,99 euro de maatschappelijke kosten waren. Toen Tony’s het in 2017 opnieuw liet doorrekenen, was de echte prijs gedaald tot 4,52 euro, waarvan 2,93 voor externe kosten. En al zijn deze kosten slechts een beredeneerde gok – dus niet echt ‘echt’ – Tony’s Chocolonely kon ze goed gebruiken om doelstellingen te formuleren en de geboekte vooruitgang te meten.

    Tony’s spendeert 1 procent van zijn omzet aan investeringen in lokale infrastructuur en aan de lobby voor betere wetgeving rond productieketens

    Tony’s betaalt hoger dan gemiddelde prijzen voor cacaobonen, stimuleert efficiëntere en duurzamere landbouwtechnieken, heeft een initiatief opgezet om de grondstoffen in de productieketen te kunnen volgen en een systeem opgetuigd om toe te zien op het voorkomen van kinderarbeid. Het bedrijf spendeert 1 procent van zijn omzet aan investeringen in lokale infrastructuur en aan de lobby voor betere wetgeving rond productieketens. True Price stelde vast dat de boerencoöperaties die producten aan Tony’s Chocolonely leveren meer winst maken, veiliger zijn en zich minder vaak aan kinderarbeid schuldig maken dan de gemiddelde leverancier in de sector. Als het bedrijf op deze voet doorgaat, kunnen de verborgen kosten van de chocola van Tony’s in de komende jaren het nulpunt bereiken.

    Om een concreet cijfer te plakken op de kosten van kinderarbeid of bodemerosie moet je eerst een hele serie aannames doen. Ten eerste moet True Price natuurlijk beslissen welke kosten er moeten worden berekend. Daarbij gaan ze uit van kosten die verband houden met schendingen van mensenrechten zoals vastgelegd door de VN, in internationale verdragen of andere breed gedragen kaders. In deze op mensenrechten gebaseerde benadering is True Price compromisloos: zo verwerpen ze principieel de gedachte dat het scheppen van banen, aandeelhouderswaarde of het gemak van de consument het ‘waard’ kan zijn om mensenrechten te schenden – waaronder ook het recht op een gezonde natuurlijke leefomgeving. Bedrijven die grondstoffen betrekken uit gebieden waar sprake is van kinderarbeid kunnen hun echte prijzen voor True Price alleen verlagen door te zorgen dat er minder kinderen betrokken zijn bij hun productieproces. Ze kunnen die kinderarbeid niet wegstrepen tegen andere gunstige effecten en zeggen dat het nettoresultaat positief uitvalt.

    Andere onderzoekers voeren vergelijkbare berekeningen uit. Zo heeft een team in Italië berekend dat de verborgen kosten van een kilo rundvlees, inclusief de gevolgen voor het milieu en de gezondheid van de mens, zo’n 19 euro per kilo bedragen. Dat wil zeggen dat de verborgen kosten van de rundvleesconsumptie alleen al in Italië zo’n 36,6 miljard euro per jaar bedragen. En onderzoekers van de Britse Sustainable Food Trust hebben diezelfde kosten voor hun land berekend: zo’n 116 miljard per jaar. Volgens een rapport uit 2021 van The Rockefeller Foundation op basis van onderzoek door True Price en wetenschappers van de universiteiten Oxford, Harvard, Cornell en Tufts bedragen de ware kosten van het hele voedselsysteem van de VS, als de verborgen kosten voor maatschappij en milieu eenmaal worden meegerekend, minstens 3,2 biljoen dollar per jaar – bijna driemaal zoveel als de ‘normale’ uitgaven aan voedsel van het land, die 1,2 biljoen bedragen.

    Hervormingen

    Driemaal de huidige prijs voor voedsel betalen is geen houdbare strategie voor consumenten, bedrijven of overheden. Maar er zijn andere manieren om met behulp van echte prijzen tot hervormingen te komen. De afgelopen tien jaar heeft de federale Amerikaanse overheid gemiddeld 16 miljard dollar per jaar aan landbouwsubsidies uitgegeven, met name voor de productie van soja, maïs, rijst en graan. Als het terugdringen van de echte kosten een voorwaarde wordt voor die subsidies, zou dat een prikkel voor producenten zijn om aan een paar van de meest funeste landbouwpraktijken een eind te maken. Net als bij supermarkt De Aanzet zou transparantie over de echte prijs dan tot verandering kunnen aanzetten.

    Alleen al praten over prijzen kan zijn nut hebben. Een product heeft geen ‘echte’ prijs in de objectieve zin waarin een element een atomaire massa-eenheid heeft. Maar de vragen die echte prijzen opwerpen zijn ook weer niet hopeloos subjectief. De meeste mensen zijn voorstander van een verbod op artikelen die geproduceerd worden in gevaarlijke omstandigheden door slaven en jonge kinderen.

    Eerlijke prijzen zijn ook rechtvaardige prijzen

    De analyses van True Price en andere deskundigen sporen ons aan om die redenering ook toe te passen op andere zaken: lonen die een bestaansminimum garanderen, bescherming tegen intimidatie, veilige arbeidsomstandigheden, duurzame productietechnieken enzovoort. In dat opzicht zijn eerlijke prijzen ook rechtvaardige prijzen: ze weerspiegelen ons morele besef dat we de mensenrechten en de natuur geen geweld mogen aandoen om goedkope artikelen te kunnen produceren. Mettertijd zal beter onderzoek ons nog meer inzicht geven in de kosten van het herstel van een ecosysteem waarin het grondwater door meststoffen is vergiftigd, of van het aanbieden van onderwijs aan boerenfamilies op het Ghanese platteland. Wat we nu al weten, is dat het weglaten van die kosten uit de prijsberekening betekent dat consumenten, overheden en bedrijven onjuiste informatie over de wereld krijgen voorgeschoteld. Dat is een vorm van liegen – over de natuur, over de economie en over elkaar.

  • Het meedogenloze perfectie-ideaal. Waarom we allemaal gelukkiger, fitter en rijker willen zijn

    Het meedogenloze perfectie-ideaal. Waarom we allemaal gelukkiger, fitter en rijker willen zijn

    De maatschappij bestookt ons met adviezen voor een beter leven. Het dwingende verlangen naar perfectie is krachtiger en aanweziger dan ooit. Waarom zijn we zo bang om ‘gewoon’ te zijn?

    Keuze uit het archief

    Voor veel mensen is de start van een nieuw jaar de aanleiding om goede voornemens te bedenken en in praktijk te brengen. Blijkbaar vinden veel mensen dat er altijd nog wat aan hun leven te verbeteren valt. Dit artikel van The Economist van drie jaar geleden laat zien welke gevaren er kleven aan het streven naar perfectie en dat het beter is om onze imperfectie te aanvaarden. ‘Perfect is de vijand van goed.’

    Zo’n twintig jaar geleden gaf ik, als jonge universitair docent, een college over negentiende-eeuwse Amerikaanse literatuur. Ik was dol op die periode, maar mijn studenten deelden mijn enthousiasme niet. De meesten hielden het met Moby-Dick of Ralph Waldo Emersons Essays al na een paar bladzijden voor gezien en woonden vervolgens gehuld in stilzwijgen mijn colleges bij, in de hoop dat ze geen vragen zouden krijgen.

    Roy was anders dan de anderen. Hij was uitzonderlijk belezen en hij sprak vol bezieling over de teksten, door zijn medestudenten gadegeslagen met een mengeling van verbijstering en ontzag. Aan het einde van het semester leverden de meeste studenten plichtmatige en volstrekt onleesbare essays in. Maar Roy kwam twee dagen voor de deadline naar mijn kamer met de vraag of hij uitstel kon krijgen. Ik legde uit dat ik hem geen extra tijd kon geven zonder doktersverklaring en dat het hem punten zou kosten als hij te laat inleverde. Ik zei dat hij het best naar huis kon gaan en gewoon maar moest beginnen met schrijven. Hij had er allang blijk van gegeven dat hij veel interessants had te melden. Hij had zijn essay al af, zei hij. Waarom had hij het dan nog niet ingeleverd, wilde ik weten. ‘Omdat het niet goed is,’ antwoordde hij, met een vertrokken gezicht. Hij smeekte me hem wat respijt te geven; ik hield vol dat dat niet binnen mijn vermogen lag.

    Het essay werd een dag te laat ingeleverd. Hoewel het hem vijf punten kostte, had hij nog altijd een hoog cijfer. Ook de rest van dat jaar leverde Roy zijn werk te laat in, maar desondanks was hij de ongeslagen nummer één van de groep. Het jaar daarop schreef hij zich bij mij in voor een masterprogramma. Zijn werk werd steeds indrukwekkender en zijn overschrijdingen van de deadlines steeds ingrijpender. Toen hij een week voor de inleverdatum van zijn eindscriptie naar me toe kwam, zag ik een vurige, rode uitslag op zijn voorhoofd. Geschrokken vroeg ik of het wel goed met hem ging.

    ‘Het ging om zijn afstudeerscriptie en niet om zijn levenswerk. Het hoefde niet perfect te zijn’

    ‘Niks aan de hand,’ zei hij fel. ‘Ik ga krabben als ik stress heb, dat is alles.’ Op datzelfde moment zag ik dat zijn nagels helemaal waren afgekloven en dat er opgezwollen plekken op zijn vingers zaten. Ik verwees Roy door naar de studentenpsycholoog. Eerst wilde hij daar niets van weten, maar al snel begreep hij dat hij daardoor misschien makkelijker uitstel zou kunnen krijgen. In september verstreek zijn officiële deadline, maar dankzij de psycholoog kon hij het rekken tot januari van het volgende jaar. Roy kwam vlak voor de Kerst naar me toe. Hij zag er slonzig uit en staarde wat voor zich uit. Hij kon zijn scriptie onmogelijk op tijd afkrijgen, zei hij. Maar inmiddels beheerste ik de kunst van de zachtmoedige aanpak. Het ging om zijn afstudeerscriptie, zei ik, en niet om zijn levenswerk. Het hoefde niet perfect te zijn.

    ‘Geloof me,’ zei hij met een vreugdeloos lachje, ‘het is verre van perfect. Het komt niet eens in de buurt.’ Ik vermoedde dat hij zijn hele scriptie al had geschreven, wat hij bevestigde. ‘Ik heb het allemaal nog eens overgelezen,’ voegde hij eraan toe. ‘En ik zag geen andere mogelijkheid dan alles weg te gooien.’ Met open mond vroeg ik of hij nog een kopie had bewaard. Dat was niet het geval. Hij had meer dan twintigduizend woorden gewist. ‘Ik heb te veel respect voor u om zoiets bij u in te dienen,’ zei hij.

    Het bleek de laatste keer dat ik Roy zou zien. In de anderhalf jaar daarna kreeg hij keer op keer uitstel vanwege zijn aanhoudende angsten. Toen de deadline van het laatste uitstel was verstreken, kwam hij noch met een scriptie, noch met excuses. Ik schreef hem en vroeg of hij me een voorlopige versie kon laten zien. ‘Dat zou ik u niet willen aandoen,’ luidde zijn antwoord. Daarna heb ik nooit meer iets van hem vernomen.

    Perfectionisme: Troost bij Sylvia Plath

    Creativiteit en frustrerend perfectionisme gaan vaak samen, getuige talloze kunstenaarsbiografieën.

    Het door depressies gekenmerkte en door zelfmoord beëindigde leven van de Amerikaanse schrijfster Sylvia Plath (1932-1963) is doordrenkt van die combinatie. In een bespreking van The Letters of Sylvia Plath, Volume 1: 1940-1956 schreef The New Yorker vier jaar geleden: ‘Ze had het temperament van een perfectionist, dat andere perfectionisten zullen herkennen: de basis is roekeloosheid, zelfs wreedheid jegens zichzelf.’

    Titels als ‘Perfection is Terrible’ en ‘The Imperfect Perfectionist’, maar wellicht het meest in het oog springend is de tekst ‘How Sylvia Plath Helped Me Overcome Depression and Embrace Uncertainty’. Daarin omschrijft ‘popcultuurjournalist’ Jeffrey Davies zichzelf als iemand die van jongs af aan was geobsedeerd door perfectie en controle. Als hij Plath begint te lezen voelt hij herkenning: ‘Net als ik begreep Sylvia niet waarom ze ooit was ondergedompeld in sprookjesfantasieën, terwijl het echte leven daar helemaal niet op leek. Net als ik begreep Sylvia niet waar ze het zelfvertrouwen vandaan moest halen om haar schrijversdromen na te jagen, laat staan hoe ze een functionerend volwassen mens moest zijn.’ 

    De ontdekking van haar werk was doorslaggevend: ‘Ik denk niet dat Sylvia Plath ooit de plek van innerlijke rust heeft kunnen vinden die ik heb gevonden, maar ik ben nog steeds dankbaar dat ze er met mij was. Voor de duisternis, en voor het licht.’

    Onoverkomelijk tekort

    Een van de teksten uit een syllabus die ik had gebruikt tijdens Roys colleges was ‘The Birth-Mark,’ een kort verhaal van Nathaniel Hawthorne uit 1843. Het is het aangrijpendste verhaal dat ik ken over de psychologie van perfectionisme. Aylmer, een jonge bètastudent, ontwikkelt een toenemende koortsige obsessie met een kleine, rode moedervlek in de hals van zijn beeldschone jonge vrouw Georgiana. Zij komt gekmakend dicht in de buurt van perfecte schoonheid en voor hem is dat onverdraaglijk. Hij ziet die moedervlek als een symbool van het ‘fatale menselijk tekort… een teken dat zonde, ellende, verval en dood ook vat kunnen krijgen op zijn vrouw’. Georgiana kijkt ook steeds meer naar zichzelf in de verwrongenheid van haar mans blik en begint zijn afschuw van de moedervlek te delen. Ze smeekt hem zijn vindingrijkheid te gebruiken om ‘de imperfectie van de natuur’ te corrigeren.

    Aylmer brengt zijn vrouw onder in een verborgen boudoir naast zijn laboratorium en dient haar verschillende alchemistische brouwsels toe. Terwijl ze daar in afzondering zit, leest Georgiana het wetenschappelijke dagboek van haar man, feitelijk een litanie van teleurstellingen: ‘Al had hij nog zo veel bewerkstelligd, de conclusie leek onontkoombaar dat zijn grootste successen vrijwel zonder uitzondering mislukkingen waren, gemeten naar het ideaal van zijn ambities.’

    Daarom maakt Georgiana zichzelf wijs dat zijn afschuw van haar imperfectie een nobele blijk van liefde is

    Georgiana is niet in staat de onvermijdelijke conclusie te trekken: de morbide obsessie van haar man met haar ‘onoverkomelijke tekort’ is een projectie van zijn teleurstelling over zichzelf. Daarom maakt Georgiana zichzelf wijs dat zijn afschuw van haar imperfectie een nobele blijk van liefde is. Aylmer distilleert een mysterieus drankje met de smaak van ‘water uit een goddelijke bron’ en Georgiana drinkt het op. De moedervlek verdwijnt, maar vrijwel meteen daarna laat Georgiana het leven.

    Deze verontrustende fantasie van een merkwaardige jonge man in een ondergronds laboratorium heeft wereldwijd tot de verbeelding gesproken van vele mannen en vrouwen. Bij het lezen van Hawthornes verhaal is het moeilijk om niet te denken aan alle verhalen over mensen die zijn overleden, of voor het leven zijn verminkt, na bezoek aan een plastisch chirurg in Turkije of de Dominicaanse Republiek. De vorm van een neus of een bovenlijf veranderen staat symbool voor de zeer begeerde maar onbereikbare droom van een perfecte toekomst. Het is slechts een van de perfectionistische fantasieën die ons consumentenbestaan teisteren. We zien perfecte bruiloften, huizen en vakantiebestemmingen op reclamezuilen, tv-schermen en sociale media. Die beelden roepen bij miljarden kijkers gevoelens op van afgunst, onvolkomenheid en verlangen.

    Zelfkastijding

    In mijn werk als psychoanalyticus zie ik geregeld mensen die in de greep zijn van een meedogenloos ideaal van professionele, romantische, fysieke of morele perfectie. Er gaat vrijwel geen dag voorbij of ik heb wel een patiënt die zich erover beklaagt, of zichzelf verwijt, dat hij niet weet te voldoen aan een bepaald doel dat hij zichzelf heeft gesteld, of aan een bepaalde standaard. Deze zelfkastijding wordt meestal versterkt door de overtuiging dat iemand die ze kennen – een collega, broer of zus, een vriend – in hun plaats wel slim genoeg zou zijn, of voldoende doorzettingsvermogen zou hebben, om te slagen.

    Aan het begin van de lockdown, in het voorjaar van 2020, kreeg ik het idee dat veel van mijn patiënten de perfectionistische eisen die ze aan zichzelf stelden een beetje konden loslaten. Instellingen en bedrijven schakelden over op thuiswerken en voor veel mensen nam de werkdruk iets af; ze werden niet voortdurend in de gaten gehouden en kregen de kans hun prioriteiten te heroverwegen. Ze ontdekten kleine genoegens – taart bakken, wandelen, lezen, praten – en leken optimistisch over de relatie met hun partner en hun familieleden.

    Ik verbaasde me vooral over de betrekkelijk nieuwe instelling van zelfacceptatie waarmee deze veranderingen gepaard gingen. ‘Ik was eigenlijk heel vrolijk nadat ik dat beleidsstuk had ingeleverd,’ zei Polly, een van mijn patiënten. ‘Het rammelde aan alle kanten.’ Nadat ze zichzelf bij onze eerste ontmoeting had getypeerd als ‘pathologisch nauwgezet’, schepte ze er nu genoegen in werk af te leveren dat ‘net door de beugel’ kon. ‘Zie het maar als een soort compensatie voor alle duizenden uren onbetaald werk van de afgelopen jaren.’

    Net als het virus

    De beperkingen hadden haar de ogen geopend voor alles wat ze al die jaren had gemist: tuinieren, fietsen met haar partner, spelletjes doen met haar kinderen. Maar na een week of zes voelde ik deze nieuwe lankmoedige houding verflauwen en zag ik oude eisen weer meedogenloos de kop opsteken. Net als het virus zelf had Polly’s perfectionisme zich aangepast aan de omstandigheden die het geleidelijk hadden geneutraliseerd. Ze meende thuis verlost te zijn van het oordeel en het toezicht van haar manager; maar inmiddels was ze zich er meer en meer van bewust dat ze in de gaten werd gehouden op [het chatprogramma] Slack. Thuiswerken bleek nieuwe ingangen te bieden om met elkaar te wedijveren: wie presteerde het best onder alle extra druk?

    Bij vrijwel al mijn patiënten zag ik deze verschuiving in enige vorm plaatsvinden: een strikter fitnessprogramma, er strenger op toezien of de kinderen hun huiswerk maakten. Mijn patiënten ergerden zich ook vaker, en sneller, aan hun partner, aan hun collega’s en soms aan mij. ‘Denkt u niet dat al die zelfreflectie daadwerkelijk handelen soms in de weg staat?’ vroeg een man me. ‘Is het soms niet beter om op te houden met mekkeren en gewoon in actie te komen?’

    Het perfectionisme was terug, even verlokkelijk en onverbiddelijk als voorheen

    Ook buiten mijn spreekkamer merkte ik deze omslag, het gevoel dat de lockdown even respijt had geboden maar dat het nu tijd was om weer serieus aan de slag te gaan. Het perfectionisme was terug, even verlokkelijk en onverbiddelijk als voorheen. Doordat het perfectionisme na een korte pauze weer zo ongenadig toesloeg, begon ik te vermoeden dat het een diepgeworteld en onlosmakelijk aspect is van ons mens-zijn. Uiteindelijk begint de Bijbel ook niet voor niets met de zondeval, waarna de door God geschapen mens sterfelijk wordt. In allerlei culturen zien we een versie van dit scheppingsverhaal. Vanuit dit perspectief is religie een extravagante manier om onze verloren perfectie te herwinnen – in ieder geval in monotheïstische godsdiensten.

    Maar het geloof heeft ook een tegengesteld – of complementair – doel. Eeuwenlang is religie de belangrijkste manier geweest om in het reine te komen met het feit dat we zondig en feilbaar zijn, imperfect dus. Het religieuze streven naar morele en spirituele verbetering gaat hand in hand met het somber stemmende besef dat perfectie is voorbehouden aan God. Stervelingen in de Bijbel of in de mythologie, zoals de architecten van de Toren van Babel, of Prometheus, die een goddelijke status proberen aan te nemen, worden terstond gestraft. In de religieuze verbeelding staat het idee van menselijke perfectie gelijk aan blasfemie.

    Autonomie

    Met de opkomst van de industriële samenleving gingen mensen iets losser om met het geloof. Nietzsche merkte op dat de burgers van de moderne, seculiere samenleving, die hadden afgerekend met God, merkten dat ze toch niet zonder hem konden. Ze verzonnen een keur aan nieuwe goden in zijn plaats: Cultuur, Wetenschap, Handel, de Staat, het Zelf.

    Van Emersons provocerende essay over onafhankelijkheid in 1841 tot aan de opkomst van de zelfhulpindustrie ergens in de jaren dertig van de vorige eeuw, en niet in de laatste plaats de opkomst van onze selfiecultuur, wordt autonomie beschouwd als een groot goed, als iets nastrevenswaardigs. Een verbetering van onze onderwijskundige, esthetische en financiële positie, en de behoefte aan erkenning van anderen – het zijn allemaal elementen van de perfectionistische wind die er door onze maatschappij waait.

    Het dwingende verlangen naar perfectie is krachtiger en aanweziger dan ooit

    Het dwingende verlangen naar perfectie is krachtiger en aanweziger dan ooit. In een artikel uit 2017 schrijven twee Britse psychologen, Thomas Curran en Andrew Hill, de exponentiële toename van perfectionisme onder jonge mensen toe aan de ‘steeds veeleisendere sociale en economische parameters’ waarbinnen zij een bestaan moeten zien op te bouwen. Ook zien Curran en Hill een oorzaak in een ‘in toenemende mate angstig en controlerend ouderschap’.

    Door de krapte op de arbeidsmarkt, met name waar het gaat om goedbetaalde en creatieve banen, en door het feit dat huizen onbetaalbaar zijn geworden, gaan zowel jongeren als hun ouders steeds verder in hun pogingen een gunstige uitgangspositie te verwerven. Vandaar de zoveelste onbetaalde stage, cursus of extra klus. Door de opkomst van perfectionistische stress in verband te brengen met de sfeer van onzekerheid en competitie die de vrijemarkteconomie met zich meebrengt, waren Curran en Hill voorlopers in hun kritiek op de meritocratie, zoals die later is geuit door bijvoorbeeld de Amerikaanse filosoof Michael Sandel.

    Door sociale media wordt het gevoel niet goed genoeg te zijn nog eens versterkt

    In The Tyranny of Merit, gepubliceerd in 2020, betoogt Sandel dat het meritocratische kapitalisme heeft gezorgd voor een permanente wedijver binnen de maatschappij, een wedijver die solidariteit en het idee van een ‘algemeen belang’ ondergraaft. Dit systeem zorgt voor een tweedeling tussen winnaars en verliezers, werkt bij de eerste groep ‘hoogmoed en zelfingenomenheid’ in de hand en bij de laatste een structureel laag zelfbeeld. Binnen een dergelijke cultuur zullen jonge mensen snel ontevreden worden, zowel over wat ze hebben als over wie ze zijn. Door sociale media wordt de druk opgevoerd om een perfect beeld van jezelf neer te zetten, en wordt het gevoel niet goed genoeg te zijn nog eens versterkt.

    Zonder intrinsiek gevoel van eigenwaarde zal een perfectionist zijn eigenwaarde afmeten aan externe maatstaven: academische verdiensten, sportieve prestaties, populariteit, behaalde successen op werkgebied. Als hij niet aan de verwachtingen voldoet, zal hij zich beschaamd en vernederd voelen. De druk van maatschappelijke verwachtingen is bepaald geen nieuw fenomeen, maar de afgelopen decennia wordt die last als veel zwaarder ervaren, wellicht doordat de verwachtingen zelf zo uiteenlopend en tegenstrijdig zijn. Het perfectionisme van de jaren vijftig was geworteld in de normen en waarden van de massacultuur en vastgelegd in iconische beelden van het ideale, witte, Amerikaanse gezin – beelden die nu een parodie lijken.

    In die tijd betekende perfectionisme je naadloos voegen naar bepaalde waarden, gedragingen en conventies: robuust zelfvertrouwen voor mannen, ingetogen elegantie voor vrouwen. De perfectionist stond onder druk om er net zo uit te zien als ieder ander, maar dan nog net wat uitgesprokener. De perfectionist van nu moet zich juist onderscheiden door middel van een eigenzinnige stijl of spitsvondigheid, wil hij of zij een voet tussen de deur krijgen in onze aandachteconomie.

    Controle

    Maar perfectionisme is niet alleen een kwalijke kracht. De eis van perfectie kan weliswaar verstikkend zijn, maar perfectionisten kunnen zich soms ook juist staande houden door wat ze presteren. Als het ons allemaal te veel dreigt te worden en we ons vastbijten in onze tekortkomingen, kunnen een geweldig examenresultaat of duizend likes op Instagram ons heel even het gevoel geven dat we alles onder controle hebben.

    Het is natuurlijk wel een vluchtige sensatie, die voortdurend moet worden gevoed. Zoals Moya Sarner, een auteur die veel psychoanalytische opvattingen incorporeert in haar werk, het formuleerde: ‘Het levert een schraal bestaan op, dat niet zozeer wordt bepaald door wat er is, maar vooral door wat er níét is. Als je voortdurend probeert je leven te veranderen in het leven dat je ambieert, leef je niet het leven dat je hebt.’ In 1990 ontwikkelde de Amerikaanse psycholoog Randy Frost een lijst met 35 vragen, bedoeld om perfectionisme in kaart te brengen. Zijn ‘multidimensionale perfectionismeschaal’ maakt een onderscheid tussen drie soorten van perfectionisme.

    Het werkt een zeer motiverende, maar uiteindelijk slopende drang in de hand om een geïdealiseerde versie van jezelf te verwezenlijken

    De eerste soort is het zelfgerichte perfectionisme, een zeurderig stemmetje in je hoofd dat voortdurend zegt dat je het beter moet doen. Dat werkt een zeer motiverende, maar uiteindelijk slopende drang in de hand om een geïdealiseerde versie van jezelf te verwezenlijken: gelukkiger, gezonder, rijker (dergelijke vergelijkende adjectieven tref je vaak aan op het omslag van zelfhulpboeken). In mijn spreekkamer neemt dit vaak de vorm aan van een patiënt die zichzelf verwijt een amandelcroissant te hebben gegeten, of de hele dag politieseries te hebben gekeken, in plaats van een presentatie voor te bereiden of een kind te helpen met een geschiedenisopstel.

    De tweede soort is het sociaal wenselijke perfectionisme, waardoor we proberen te voldoen aan de verwachtingen van anderen. Dat komt vaak tot uiting in fantasieën over kritiek, als een innerlijke monoloog waarin ons te verstaan wordt gegeven hoe we zouden moeten zijn en wat we zouden moeten doen. In ons hoofd horen we hatelijke, kleinerende opmerkingen over onze lompe manier van doen, onze lelijke kleren of onze saaie gesprekken.

    Projectie

    De derde soort is perfectionisme dat is gericht op anderen. Daarbij wordt die bestraffende stem naar buiten gekeerd en verlangen we van de mensen om ons heen dat ook zij voldoen aan onze onmogelijke idealen. Dit is met name kwalijk als het wordt ingezet als machtsmiddel: de ouder die zijn kind vraagt waarom het maar negen tienen heeft, of de baas die niet begrijpt waarom een werknemer zich laat vloeren door een griepje. Op anderen gericht perfectionisme is vrijwel altijd projectie: je zoekt naar zwakten en teleurstelling bij anderen omdat je het niet kunt verdragen die bij jezelf te onderkennen, en dat maskeer je als autoritaire kritiek.

    Dit zijn interessante denkbeelden, maar zodra we met echte mensen te maken hebben is het moeilijk deze categorieën van elkaar te onderscheiden. De drang om slanker of slimmer te zijn wordt vaak gevoed door een koor van interne en externe stemmen. Het is niet zo heel moeilijk te begrijpen hoe zelfkritische gevoelens worden omgezet in kritiek op anderen.

    Perfectionisme is een lastig te vangen begrip. Klinisch gezien kan het zich uiten in een duizelingwekkende hoeveelheid symptomen: depressies en angsten, obsessieve stoornissen, narcisme van de ‘dunne huid’-soort (een geprojecteerd opgeblazen zelfbeeld verhult intense kwetsbaarheid), psychosomatische ziekten, suïcidale gedachten, een vertekend lichaamsbeeld en eetstoornissen. Perfectionisme heeft de kameleontische gave zich te voegen naar verschillende karakters en kwetsbaarheden, en misschien is dat wel de reden dat het nooit is geclassificeerd als een afzonderlijke psychische aandoening.

    Helikopterouders

    Dat betekent ook dat zeer verschillende jeugdervaringen een voedingsbodem kunnen vormen voor perfectionisme. Curran en Hill hebben gelijk dat de zogenaamde ‘helikopterouders’ – ouders die op een verstikkende manier waken over de schoolprestaties en de buitenschoolse activiteiten van hun kinderen – hebben geleid tot een toename van perfectionisme. Maar mijn eigen ervaring heeft me geleerd dat heel andere opvoedstijlen tot een vergelijkbare uitkomst kunnen leiden.

    De ouder die een respectvollere afstand bewaart tot het leven van zijn of haar kind, kan het kind een diepgeworteld verlangen naar erkenning meegeven – erkenning die het kind alleen meent te kunnen krijgen door onophoudelijk te presteren. De dochter die het gevoel heeft nooit te kunnen winnen, die het gevoel heeft dat ze nog zo haar best kan doen met rugby, schaken of cheerleaden, maar van haar ouders toch vooral kleinzielige kritiek zal krijgen, zal ook altijd het gevoel blijven houden dat ze het béter moet doen.

    Maar het kind dat door de ouders bij elke tekening of elke medaille op het schild wordt gehesen alsof het een meesterlijke prestatie heeft geleverd, kan ook het gevoel blijven houden dat het de prestaties van zijn jonge jaren moet evenaren. Hoe je het ouderschap ook invult, de kans bestaat dat je je kind een wanhopig verlangen meegeeft om te pleasen en dat je kind de rest van zijn leven moeite zal hebben het onderscheid te maken tussen wat het zelf wil en wat jij van hem verlangt.

    De ideale plek tussen te veel en te weinig betrokkenheid is ongekend lastig te vinden.

    Dit klinkt misschien als een methode om alle schuld in de schoenen van de ouders te schuiven – wat volgens velen de essentie is van psychoanalyse. Maar je zou het ook kunnen zien als een menselijk inzicht, de erkenning dat het ongekend moeilijk is om een kind goed op te voeden. De ideale plek tussen te veel en te weinig betrokkenheid is ongekend lastig te vinden.

    Dat het zo moeilijk is om niet verstrikt te raken in de tentakels van perfectionisme, suggereert dat perfectionisme daadwerkelijk in de menselijke psyche zit ingebakken. Hoe we ook worden opgevoed, we internaliseren een ideaalbeeld van wie we zouden willen zijn. Psychoanalytici noemen dit het ego-ideaal, een beeld van het perfecte zelf dat we als klein kind zagen weerspiegeld in de adorerende blik van onze ouders of verzorgers. Maar we krijgen op dat punt in ons leven ook een superego, de geïnternaliseerde stem van een zeer kritische ouder, die veel later maar al te vaak wordt versterkt door andere volwassenen met gezag, zoals een docent of een baas. Beide personages die onze psyche bewonen, kunnen beschuldigend aanvoelen. Perfectionisme groeit uit zelfliefde en zelfvernedering.

    Sommige psychologen zijn van mening dat perfectionisme niet pathologisch hoeft te zijn

    Sommige psychologen zijn van mening dat perfectionisme niet pathologisch hoeft te zijn. In 1978 maakte D.E. Hamachek, een Amerikaanse psycholoog, onderscheid tussen normaal en neurotisch perfectionisme. De normale perfectionist kan de lat voor zichzelf heel hoog leggen zonder te vervallen in bestraffende zelfkritiek. Hij kan er zelfs plezier in scheppen om te streven naar verbetering.

    Latere onderzoekers hebben vraagtekens gezet bij Hamacheks onderscheid, met als argument dat het verlangen om perfect te zijn nooit ‘normaal’ kan zijn. Hunkeren naar iets wat intrinsiek onmogelijk is, kan alleen maar leiden tot frustratie en het gevoel tekort te schieten. Door mijn eigen ervaring met perfectionisten ben ik tot een soortgelijke conclusie gekomen. Maar hoewel perfectionisme ons gevoel van eigenwaarde kan ondermijnen, ken ik maar weinig mensen die afstand zouden willen doen van het streven jezelf te ontwikkelen en te groeien.

    Iets in ons mens-zijn zorgt ervoor dat het lastig is om te voelen dat we genoeg hebben gedaan, genoeg zijn

    Hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze ambitie niet stukloopt op perfectionistische geestdrift? Er zijn geen makkelijke oplossingen. Iets in ons mens-zijn zorgt ervoor dat het lastig is om te voelen dat we genoeg hebben gedaan, genoeg zíjn. We zijn niet bereid de hoop te laten varen dat anderen op een dag zullen inzien hoe bijzonder wij zijn: het perfecte wezen dat onze ouders ooit op een voetstuk hebben geplaatst. De Franse psychoanalyticus Serge Leclaire poneerde de intrigerende stelling dat onze taak in het leven erin bestaat dit fantastische kind in metaforische zin te doden. We moeten bij voortduring afstand doen van de fantasie van het ideale zelf, en treuren om het feit dat dit een onbereikbaar ideaal is.

    Ik moet dan altijd denken aan een van mijn eerste patiënten, Lydia, een vrouw van in de twintig wier moeder onlangs was overleden aan een ernstige ziekte. Haar ouders waren gescheiden toen ze nog heel klein was; haar vader was hertrouwd en woonde met zijn nieuwe gezin in het buitenland. Lydia werd gekweld door haar eigen uiterlijk, ze postte dwangmatig selfies en telde het aantal likes, terwijl ze nauwgezet controleerde of haar huid, gebit en figuur geen smetjes vertoonden.

    Tijdens Lydia’s jeugd was haar moeder voornamelijk bezig geweest met haar carrière en had de zorg voor haar dochter uitbesteed aan verschillende au pairs. Lydia kon haar moeder niet boeien met haar verhalen over alledaagse problemen met huiswerk, vriendschappen en jongens. De enige manier waarop ze zich kon verzekeren van haar moeders aandacht was door middel van mode en make-up: make-overs, manicures en onlineshoppen. Ze herinnerde zich de liefdevolle blik van haar moeder wanneer ze mascara opdeed of haar haren borstelde. Dan zei haar moeder dat ze zo mooi was, dat de man die haar ooit zou krijgen zich gelukkig mocht prijzen. ‘En zodra ik dan probeerde met haar over een probleem met een docent of een vriendin te praten, zag ik de belangstelling bijna letterlijk van haar gezicht glijden, alsof ze dat er allemaal niet bij kon hebben.’ Lydia leerde haar eigen boontjes doppen. Maar na het overlijden van haar moeder merkte ze dat ze volledig werd beheerst door een streven naar lichamelijke perfectie.

    Kinderlijke houding

    Ik opperde dat Lydia zich misschien genoodzaakt voelde weer het schattige kind te worden dat ze weerspiegeld had gezien in de blik van haar moeder als ze samen met make-up in de weer waren. Deze opmerking triggerde een stroom van langdurig onderdrukte woede en frustratie. ‘Al had ik tegen haar geschreeuwd toen ze nog leefde, dan nog had ze me nauwelijks opgemerkt,’ zei ze met bittere tranen. ‘En nu zal ze me nooit meer horen.’

    Lydia’s woede was een vorm van uitgesteld verdriet, niet alleen om de moeder die ze was verloren maar ook om het perfecte kind dat ze zich kortstondig had gevoeld op de momenten dat ze de aandacht van haar moeder had weten vast te houden. Door te rouwen om dat kind leerde ze afrekenen met haar dwangmatige zelfkritiek. Niet lang nadat ze was gestopt met het posten van selfies, kwam Lydia een keer binnen met een glimlach om haar lippen. ‘Op weg naar buiten ving ik een blik van mezelf op in spiegel,’ zei ze. ‘En ik dacht: Jezus, ik ben eigenlijk best aantrekkelijk!’ Ze lachte weer hartelijk. ‘Maar grappig genoeg ben ik geen topmodel. En wat nog opmerkelijker is: dat wil ik ook niet eens meer worden.’

    Het lijkt soms alsof perfectionisme de weg is naar succes in ons volwassen bestaan. Maar in werkelijkheid is het een fundamenteel kinderlijke houding, die ons doordringt van de overtuiging dat het leven in feite voorbij is zodra we de hoop laten varen om de beste versie van onszelf te worden. Het tegendeel is waar, zoals ook Lydia ontdekte: het is precies het moment dat we eindelijk kunnen gaan leven.

    Pijlijk perfectionisme

    ‘Perfect is de vijand van goed’ is een aforisme dat Voltaire voor zijn Dictionnaire philosophique uit 1764 zou hebben ontleend aan de Italiaanse uitspraak Il meglio è l’inimico del bene. Eerder al, in 1726, noteerde Montesquieu: Le mieux est le mortel ennemi du bien (‘het betere is de aartsvijand van het goede’). 

    Perfectionisme is, kortom, een neiging waarvoor al eeuwenlang wordt gewaarschuwd. Tevergeefs, want het lijkt in het huidige tijdsgewricht vaker voor te komen dan ooit tevoren. ‘Maar liefst twee op de vijf kinderen en adolescenten zijn perfectionist’, zegt Katie Rasmussen, een Amerikaanse wetenschappelijk onderzoeker op het gebied van ontwikkeling en perfectionisme bij kinderen. En volgens de Wereldgezondheidsorganisatie heeft het aantal jeugdige perfectionisten het afgelopen decennium recordniveaus bereikt.

    Is het een probleem? Cultureel gezien beschouwen we perfectionisme als een positief kenmerk. Maar er zit een fors aantal haken en ogen aan. Perfectionisme leidt tot een waslijst aan klinische problemen: van depressie, angsten en fobieën tot eetstoornissen, chronische vermoeidheid, slapeloosheid en soms zelfs zelfmoord. Volgens Sarah Egan, wetenschapper aan de Curtin University in Perth, en gespecialiseerd in perfectionisme, eetstoornissen en angst, zijn er onderzoeken die suggereren ‘dat hoe hoger het perfectionisme is, hoe meer psychische stoornissen je zult krijgen’. Oppassen daarmee dus.

    BBC, Londen

  • Onze angst om te lijden. Waarom moderne maatschappijen niet kunnen omgaan met pijn

    Onze angst om te lijden. Waarom moderne maatschappijen niet kunnen omgaan met pijn

    Een dik jaar pandemie heeft een van de pathologische trekken van de westerse samenleving blootgelegd: de pijnfobie van een geïnfantiliseerde burgerij. Nu de noodtoestand voorbij is, ontstaat er nieuwe onrust: zullen we in staat zijn deze fase onbevreesd het hoofd te bieden?

    Dat een jeukende wond duidt op genezing weten we omdat het ons als kind almaar is voorgehouden. En ook dat je de korst er niet af moet krabben maar hem moet laten zitten tot hij vanzelf losraakt, want dan ontstaat gezonde littekenvorming. Maar tegenwoordig klinkt zelfs het woord korst al een beetje obsceen, een beetje lelijk, of eigenlijk niet op zijn plaatst. De korst valt niet af want hij krijgt de kans niet eens om zich te vormen, en dus kun je niet langer op het schoolplein opscheppen dat de dreun die je tijdens het spel opliep geheeld is en je weer helemaal in vorm bent. 

    We zijn verleerd spontaan te praten over pijn en tegenslag en reageren verontrust op pijn ‘nu de mortuaria zijn veranderd in supermarkten’, ‘nu we de vierde golf in India op televisie meemaken zonder de onze te hebben gezien’, ‘nu we de morele plicht hebben positief te zijn en in de sociale media een geslaagd leven uit te venten, of dat nu reëel is of niet, dat maakt niet uit’. Toch is pijn een van de grote leermeesters, misschien wel de enige, want op den duur helpt de sensatie ons om een inzichtelijker bestaan te leiden.

    Het mandaat van het geluk

    Lijden, en het vermogen het als iets onvermijdelijks tegemoet te treden en te leven zonder er zo ontzettend bang voor te zijn, heeft aan prioriteit ingeboet in het raderwerk dat onze identiteit uitmaakt. De citaten hierboven komen van diverse denkers uit de hele wereld die hun licht hebben laten schijnen op het laatste boek van een van de opzienbarendste filosofen sinds tijden. 

    De Koreaanse filosoof Byung-Chul Han noemde onze samenleving een decennium geleden al die van ‘vermoeidheid en transparantie’. Nu, nog midden in een pandemie, waarschuwt hij ons dat we ook De palliatieve samenleving (uitgeverij Herder) zijn, een samenleving die pijn afzwakt en uit de weg gaat, die bang is haar zogenaamde comfortzone kwijt te raken en is gezwicht voor het mandaat van het geluk en het rendement, die niets wil weten van de lering – welke lering? – die je uit echte tegenslag kunt trekken.

    Je wordt er met wat goede wil beslist wijzer van. ‘Pijn scherpt je waarneming. Pijn profileert het ik en geeft het contouren’, schrijft Han. Intussen stelt deze intellectueel dat ‘overal’, van de huiselijke kring tot op het dorpsplein, ‘de pijnvrees, de pijnfobie, een algehele angst voor lijden heerst’. 

    Op emotioneel vlak ‘is zelfs liefdesverdriet verdacht’

    Op emotioneel vlak ‘is zelfs liefdesverdriet verdacht’. Op het politieke ‘neemt de druk om schikkingen te treffen toe’. We voegen ons in palliatieve zones die ons onze vitaliteit ontnemen. We leven maar half. Of, zoals Byung-Chul-Han zegt: ‘Het leven wordt opgeofferd in ruil voor aangenaam overleven.’

    Nu er een einde is gekomen aan de noodtoestand, brengt dat weer een nieuwe onzekerheid met zich mee: zullen we de nieuwe fase ingaan zonder de angst om te lijden?

    Een kleine revolutie

    ‘Niet pijn is zinloos, maar overleven om leven te vermijden,’ stelt de schrijver Fabrizio Andreella vanuit Italië, waar de Koreaanse denker een kleine revolutie heeft veroorzaakt. ‘Als je pijn afwijst, wijs je het leven af, dan leef je zo min mogelijk om maar niet het risico te lopen dat je op pijn stuit.’ Andreella heeft het over een zekere ‘agressie van het goede, het geluk en het positivisme die ons, doordat we de keerzij ontkennen, afsnijdt van iets heel belangrijks, te weten pijn.’ 

    Zijn we eenmaal gewend aan de oppervlakte te leven, dan ‘sterven ook het avontuur en de ontdekkingslust’, wat Han betitelt als ‘sterk verminderd gevoel te leven’, een houding die de psycholoog José Carrión, lid van het psychologisch lab Cinteco in Madrid, als volgt beschrijft: ‘We kijken van opzij naar de werkelijkheid. Maar wanneer we er frontaal naar kijken of zij klopt op onze deur, wordt alles gecompliceerd. Dan komt het gebeurde extra hard aan, omdat we geen idee hadden dat het nog bestond en zo bedreigend was. We dachten dat de pijn ver weg was, dat de pijn in de verte was opgelost…’

    ‘In tijden van pandemie,’ lees je in De palliatieve samenleving, ‘lijkt het lijden van de anderen ons nog verder weg. Het valt uiteen in een aantal gevallen. De mensen sterven eenzaam op de IC’s, verstoken van alle persoonlijke genegenheid. Nabijheid betekent besmetting. De sociale afstand verscherpt het verlies aan empathie.’

    ‘We consumeren pijn als nooit tevoren, maar als een soort schouwspel, als vermaak, alsof het om een serie gaat’

    Een bestaan als zombie, zijdelings, zonder je ergens in te willen verdiepen maar alles eruit flappend via TikTok of Instagram. ‘Eerder dan verdoofd, zijn we een frivole, weinig fiere samenleving, en het lukt ons maar niet de nodige pijn te accepteren die hoort bij de commerciële wereld, de gevoelswereld, de rechtskundige, de academische…’ betoogt Javier Moscoso, als onderzoeker en docent Geschiedenis en Filosofie verbonden aan de Hoge Raad voor Wetenschappelijk Onderzoek (CSIC).

    In 2011 publiceerde hij al een van de grootste handboeken over de kwestie: Culturele geschiedenis van de pijn (uitgeverij Taurus). Inmiddels is Moscoso van mening dat het idee van pijn als iets vreemds en als iets wat zich ver weg afspeelt, een nog ernstiger scenario verhult: ‘We consumeren pijn als nooit tevoren, maar als een soort schouwspel, als vermaak, alsof het om een serie gaat, terwijl we met de eigen pijn een heel andere relatie hebben, de drempel ligt elders. We consumeren onbeschaamd andermans pijn, als een soort pornomisère, wat bijna een terugkeer naar de middeleeuwse esthetiek betekent.’

    Hij geeft een actueel voorbeeld: ‘Wat nu in India gebeurt met de vierde golf en waarvan hier nog niets in het nieuws is doorgedrongen.’ Nog een: ‘De verhalen over pijn, in de journalistiek bijvoorbeeld, worden verteld door een getuige wie niets is overkomen, die op het punt stond een bepaald vliegtuig te nemen of op het punt stond het slachtoffer te worden van een aanslag maar overleefde.’ Dat impliceert een visie die feitelijk tegengesteld is aan pijn, een waarbij we ‘ons inleven in de ander om ons te verheugen over onze eigen overleving’. 

    Veerkracht als kernwoord

    De professor stelt dat wij met name het idee van fysieke pijn niet verdragen: ‘Wij achten het ons recht om niet te lijden, wij zijn overgegaan van een wereld waarin men van opvatting was dat je je moest stalen tegen de ergste pijn, de middeleeuwse, naar de wereld van de negentiende eeuw, waarin pijn een functie en een nobel doel had, ook al was men uit op zo min mogelijk noodzakelijke pijn, naar een wereld, die van nu, waarin men zo weinig mogelijk pijn wil lijden.’

    Alle drie, Han, Andreella en Moscoso, zijn overigens van mening dat veerkracht hier fungeert als kernwoord. Het idee is dat we sterker uit een tegenslag tevoorschijn komen. Voor Han is het een ‘kapitalistisch mandaat’, voor Andreella ‘een modewoord dat onze relatie met pijn symboliseert’ en voor Mocoso ‘een van de merkwaardigste verschijnselen die zich in het Spanje van de laatste tijden heeft voorgedaan’.

    ‘De rehabilitatie van de veerkracht in Spanje heet verzet, denk aan het #saldremosmasfuertes (we komen hier sterker uit) van de regering. Pedro Sánchez schrijft zijn memoires en noemt ze Handboek van het verzet, het pandemielied was ‘Resisteré’… (Ik zal me verzetten). Camilo José Cela zei het al om Spanje te kenschetsen: ‘Wie zich verzet, wint’. We krijgen te horen: ‘Verzet je nu maar, want er zit niets anders op’.

    ‘Tegenwoordig huilt iedereen. Er is geen nuchterheid. Er is geen schaamte. Volgens de regels van de sociale etiquette voel je niet als je niet huilt’

    Deze ‘pijnfobie’ en ‘lofrede op het verzet’ worden gestut door andere fenomenen van onze tijd: ‘Als je de werkelijkheid ziet als conflictueus dualisme tussen goed en kwaad, zoals we in de westerse cultuur deden, is het logisch dat men er vroeg of laat toe komt het bestaan van pijn te ontkennen of af te zwakken. Voeg hieraan toe het narcisme en de genotscultus, niet om te genieten van het leven maar als vlucht, en de pijnvrees wordt evident.’

    Moscoso wijst ook op ‘een zekere onbeschaamdheid en overdaad aan expressiviteit’. ‘Daarom ben ik het maar deels eens met Byung-Chul Hans idee dat we een verdoofde samenleving zijn, want de ontlading van emoties gaat alle perken te buiten. Tegenwoordig huilt iedereen. Er is geen nuchterheid. Er is geen schaamte. Volgens de regels van de sociale etiquette voel je niet als je niet huilt.’

    Psycholoog Carrión is milder: ‘De term veerkracht behoeft verfijning. In de middeleeuwen begroef je een dode met dezelfde spa waarmee je aardappels rooide. Honger, kou en armoede waren normaal. Ook nu moeten we ziekte accepteren, omdat de malaise deel uitmaakt van het herstel. We moeten rekening houden met pijn als iets dat mogelijk is, en zorgen dat de angst ons niet verlamt.’

    Baas over ons leven

    Het zijn gevoelens die sterk leven sinds in maart 2020 de noodtoestand intrad. Lucía Fernández, eveneens psycholoog, zegt dat het laatste jaar het aantal personen, met name jongeren, dat therapeutische hulp zoekt is toegenomen. ‘In een moeilijke, eentonige situatie ontstaat vanzelf het diepe verlangen om op te knappen, te overleven, om alles te doen wat nodig is om de negatieve ervaring zin te geven.’

    Moscoso pleit er daarentegen voor ‘de noodzakelijke pijn, die bij het leven hoort, [te] accepteren, de niet-noodzakelijke [te] bestrijden.  

    Hij wijst er ten slotte op dat ‘uitmaken welke pijn noodzakelijk is en welke niet een politiek, filosofisch en economisch vraagstuk vormt’. ‘Een van de politieke hoofdvragen van de twintigste eeuw was of degenen die klagen ook recht hebben om te  klagen, of ze zich aanstellen of echt zorg nodig hebben. En daar hebben we nog altijd mee te maken.’

  • ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    Een op de vier vrouwen die in de tweede helft van de jaren zeventig zijn geboren, wordt geen moeder. Niet omdat ze dat niet wil, maar omdat ze het niet kan. De pijn die dit bij betrokkenen veroorzaakt, wordt vergroot door het taboe dat op het onderwerp rust. ‘Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs.’

    Onvruchtbaarheid

    ‘Niet in staat zijn een zwangerschap te voldragen ook al kun je wel zwanger worden.’ De begrippen steriliteit en onvruchtbaarheid worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn medisch gezien niet hetzelfde. Dit is een van de vele voorbeelden van het gebrek aan kennis over vruchtbaarheidsproblemen bij vrouwen. De meeste mensen zien vruchtbaarheid als iets vanzelfsprekends, tot er opeens belemmeringen opduiken. En naast de emotionele en financiële belasting brengt onvruchtbaarheid ook andere problemen met zich mee: de maatschappelijke druk om kinderen te krijgen en de geheimzinnigheid waarmee vruchtbaarheidsproblemen worden omgeven. Zes vrouwen en een man praten openhartig over het onderwerp, dat in hun ogen bij het moederschap hoort, ook als die zo gewenste ‘wonderbaby’ aan het eind van de rit niet komt.

    Dit artikel werd genomineerd voor de shortlist van de Innovation Award van de European Press Prize 2021.

    infertilityl persona1 b
    © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    ‘De eerste paar jaar heb ik er niet over gepraat, uit schaamte. Ik voelde me ellendig dat ik de enige vrouw in mijn omgeving was die niet zwanger kon worden of een kind kon krijgen. Alsof dat mijn eigen schuld was. Soms dacht ik zelfs: Misschien wil ik het niet graag genoeg? Wil ik soms niet echt moeder worden? Ik had het idee dat mijn lichaam anders was dan dat van andere vrouwen. Dat is niet zo: onvruchtbaarheid is iets natuurlijks, het hoort ook bij het moederschap.’

    De Míriam van nu is niet dezelfde als de Míriam van tien jaar geleden, die zich ervoor schaamde om over haar onvruchtbaarheidsproblemen te praten. Nu is ze een vrouw die de dingen bij de naam noemt. Ze heeft genoeg van dat ‘wonderbaby’-verhaal, over vrouwen die na jaren worstelen met onvruchtbaarheid en allerlei medische behandelingen uiteindelijk dat zo gewenste kind krijgen. Ze vindt dat er in dat verhaal nog een ander personage thuishoort: dat van de kinderloze vrouw.

    ‘Want dat is onvruchtbaarheid óók,’ zegt zij. ‘Het eindigt niet altijd met een baby in je armen.’ Vier op haar arm getatoeëerde stipjes, voor elk niet-geboren kind één, vormen het zichtbare aandenken aan de vier miskramen die ze heeft gehad. Voor haar lag de grens bij het moment dat ze aangewezen zouden zijn op een medisch geassisteerde bevruchting. ‘Dat wilden we niet: het leek zo zakelijk en ik had het gevoel dat we daarmee ingingen tegen wat mijn lichaam me vertelde. Bovendien kostte het veel geld om op die manier een kind te krijgen en zag ik ook op tegen de druk van de angst dat het toch weer mis zou gaan.’

    ‘Maar toen de tijd daar was en we beseften dat we via de natuurlijke weg geen kind zouden krijgen, dacht ik dat ik misschien een belemmering opwierp tegen zwanger worden via andere methode die niet beter of slechter was.’ Uiteindelijk besloten haar partner en zij om één poging te doen en probeerden ze eiceldonatie, maar zonder succes. En na tien jaar leven met onvruchtbaarheid, besloten ze het niet langer te proberen. Ze was toen 41. Eén jaar verwijderd van 42, de leeftijd die ze voor zichzelf als grens om moeder te worden had gesteld.

    1. Wanneer zeg je: het is genoeg?

    Míriam Aguilar
    ‘Het is heel belangrijk om voor jezelf een grens te bepalen, want de samenleving oefent druk op je uit om het te blijven proberen: “Je zult het zien: de volgende keer gaat het vast goed!” Waarom horen vrouwen die het blijven proberen toch altijd dat ze zo dapper zijn? Terwijl degenen die besluiten te stoppen worden beschouwd als zielenpieten die het niet gered hebben. Hoe lang had ik het moeten blijven proberen? En wie weet zou ik dan nu uiteindelijk wel een kind hebben en me realiseren dat ik niet gelukkiger was dan daarvóór. De dag waarop we besloten dat het klaar was, voelde ik me bevrijd. Ik had gedaan wat ik kon en moest accepteren wat mijn lichaam niet kon.’

    15-20 procent van de paren in de vruchtbare leeftijd hebben last van vruchtbaarheidsproblemen

    Ariana Ruglio

    ‘Waar je de grens trekt is heel persoonlijk. Ik heb al een dochter. Als ik nog helemaal geen kinderen had, zou ik het misschien wel blijven proberen. Of misschien niet. Ik denk dat je de grens moet trekken bij het moment dat je er zelf niet meer tegen kunt. Hou dan op en kijk eens goed naar je leven. Ik vind het een verschrikkelijk idee om dit allemaal continu te moeten doormaken. Het is ook moedig om te zeggen: “Dit was het.” Want het leven is veel meer dat dat. Voor ons was de grens dat ik meer wilde dan alleen moeder zijn.’

    Sandra Arolas

    ‘Dit was echt de laatste poging. Dat klinkt vreemd, omdat we zo lang zijn doorgegaan, maar het was ook de laatste om economische redenen. Want die behandelingen zijn niet gratis. En ook: je krijgt heel sterke hormoonbehandelingen en ik kan niet mijn hele leven hormonen blijven slikken. We gingen met een superdik dossier naar de arts en zeiden: “Dit is het dossier van alle behandelingen die ik heb gehad, dit hebben we allemaal al gedaan en dit is het laatste dat we willen doen.”’

    Ona Campillo

    ‘Ik blijf het niet eeuwig proberen. Er is een grens aan: we zijn ons ervan bewust dat we het nu al twee jaar proberen, we hebben vier miskramen gehad, en nu doen we in vitro-fertilisatie. Op een bepaald moment is het geld op. Dat zal een behoorlijk bepalende factor zijn.’

    Sandra Albert

    ‘Als ik de loterij had gewonnen, was ik het wel blijven proberen, maar het kostte veel geld en we besloten uit financiële overwegingen om niet door te gaan.

    Ze zeiden tegen ons: “Blijf het proberen en wie weet heb je geluk”. Hoeveel miskramen moet ik krijgen voordat ik een keer geluk heb? Elke keer als je een miskraam hebt, is het lichamelijk heel zwaar, en psychologisch ook. Voor mij was het een verschrikkelijke teleurstelling. Het was een mislukking. Ik bleef maar huilen en mijn partner zei dan tegen me: “Niet huilen.” Ik had het nodig om te huilen, ik had het recht om boos te zijn en ik moest rouwen. En dat veroorzaakte ook veel spanningen.’

    Na drie vroege miskramen, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en een medische pelgrimstocht beseften Sandra en haar man dat hun zwangerschappen nooit levensvatbaar zouden zijn. Het was het gevolg van een genetische afwijking bij hem. Het was een opluchting om de oorzaak te weten en vooral om de schuldgevoelens uit hun hoofd te kunnen zetten. Ze wendden zich tot geassisteerde voortplanting en na drie vergeefse ivf-pogingen, waarover ze hun omgeving niet vertelden, legde Sandra Albert zich erbij neer dat ze nooit kinderen zou krijgen. Hun relatie had zwaar onder dit alles geleden en zelf kon ze zich eindelijk herstellen van de emotionele en lichamelijke uitputting van zoveel jaren mislukte pogingen. Al die tijd had ze het voor zich gehouden, maar nu hielp het haar dat ze een groep vrouwen vond die hetzelfde hadden meegemaakt, zodat ze zich begrepen voelde en ook andere vrouwen kon helpen. 

    infertilityl persona5 a
    ‘En wie bekommert zich om de onvruchtbare vrouwen?’ – Glòria Labay, 54 jaar, verloskundige. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    2. Relaties en seks

    Sandra Albert

    ‘We beleefden het ieder op onze eigen manier. Hij trok zich terug in zijn wereld en ik in de mijne. We groeiden uit elkaar. We konden geen manier vinden om hier samen doorheen te komen en onze relatie sterker te maken in plaats van zwakker. Uiteindelijk zijn we uit elkaar gegaan. Ons onvermogen om kinderen te krijgen heeft daarin een grote rol gespeeld, want hij weigerde om adoptie te overwegen. Ik kon me geen leven zonder kind voorstellen. En het was voor mij heel moeilijk te zien dat hij daar niets aan wilde doen.’

    Míriam

    ‘Je kunt niet zeggen dat het een negatieve invloed op onze relatie heeft gehad, sommige dingen maken de band juist sterker. Misschien heeft het wel invloed op ons seksleven: het is vreselijk om jarenlang op het moment van de ovulatie te moeten vrijen! Het wordt heel machinaal, wanneer je als stel zoiets natuurlijks gebruikt voor een bepaald doel. Bij seks moet het om de seks gaan, niet om kinderen krijgen.’

    Ona

    ‘Ik werd af en toe wel gespannen, want het is heel frustrerend om je seksleven zo te moeten plannen. Die druk ben je tenminste kwijt als je een ivf-traject ingaat.’

    Ariana

    ‘Mijn seksualiteit is anders dan vijf jaar geleden, maar dat geld ook voor mijn kijk op kinderen krijgen. Nu ben ik juist bang dat ik zwanger word: de arts heeft me verteld dat 99 procent van mijn zwangerschappen in een miskraam zal eindigen en dus moet je altijd ‘oppassen’.

    We hebben elkaar veel steun gegeven. Hij wilde meer kinderen en als het aan hem had gelegen zouden we het nog eens hebben geprobeerd, maar dat wilde ik niet. Je moet veel met elkaar praten en heel eerlijk zijn over hoe je je voelt en waar je bang voor bent, want een relatie kan gemakkelijk bezwijken onder al dat gedoe.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij hadden het geluk dat we elkaar goed begrepen, we konden elkaar steunen en ik denk dat het onze relatie sterker heeft gemaakt; onze pech heeft ons dichter bij elkaar gebracht.’

    E: ‘Soms wist ik niet of ik wel de juiste ondersteuning bood. Maar ik probeerde er voor haar te zijn, haar te begrijpen. Natuurlijk hoef je niet altijd sterk te zijn. Dankzij dit alles hebben wij geleerd dat er momenten zijn waarop je elkaar moet opvangen. Op sommige dagen ben ik heel negatief en op andere dagen is zij dat.

    Op dit moment hebben we drie of vier zwangerschappen in onze omgeving en we zouden liegen als we zeiden dat dat geen pijn doet. Uiteindelijk leer je het te aanvaarden, want je bent natuurlijk ook blij, het zijn je vrienden. Tegelijkertijd denk je: “Waarom overkomt mij dit?” Maar uiteindelijk leg je je erbij neer. Hoe lang het ook doorgaat, het zal altijd moeilijk voor ons blijven. Je moet accepteren dat je boos wordt. Verdriet en boosheid moeten er nu eenmaal uit.’

    Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’

    Zij begonnen drie jaar geleden voor het eerst te proberen in verwachting te raken. Ze dachten dat dat ‘een eitje’ zou zijn, net als in de meeste tv-series en films. Vanwege een menstruatie die uitbleef, gingen ze naar een dokter, die bevestigde dat Ona zwanger was geworden… en de vrucht had verloren. In de maanden daarna gaf de Predictor nog drie keer een positieve uitslag, die ofwel in een miskraam of in een buitenbaarmoederlijke zwangerschap eindigde.

    Het gevaarlijkste moment kwam toen Ona, zwaar bloedend, met spoed geopereerd moest worden vanwege een geperforeerde eileider. ‘Op zo’n moment ben je er niet mee bezig of je vader wordt of niet, want je loopt kans je partner te verliezen,’ zegt Edu. Nu weten ze dat ze niet langer kunnen proberen om op een natuurlijke manier zwanger te worden. Ze zijn al te vaak op de Eerste Hulp beland. Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’. Volgens de artsen zijn zij een ‘heel duidelijk’ geval van onvruchtbaarheid en ze staan op de wachtlijst voor ivf in de reguliere gezondheidszorg. Tegelijkertijd zijn ze ook aan het traject in de particuliere sector begonnen. Daar zitten ze nu middenin. We interviewden hen een paar dagen voor de terugplaatsing van het enige levensvatbare embryo dat hun eerste ivf had opgeleverd, en die hun zo’n 10.000 euro heeft gekost. Ze beleven het, zeggen ze ‘met de handrem erop’.

    infertilityl persona2 a
    ‘Na hoeveel miskramen zal ik eens geluk hebben?‘ – Sandra Albert, 48 jaar, werkloze administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    3. Sociale druk

    Ona

    ‘Het is een zware tijd, het schudt je emotioneel door elkaar en je hebt momenten waarop je er spijt van hebt en tegen jezelf zegt dat het jouw schuld is. Je ziet vriendinnen in verwachting raken terwijl jij al tweeënhalf jaar aan het proberen bent. En dan zeggen mensen dingen tegen je als: “Hou er gewoon mee op, en je zult zien dat je zwanger wordt. Je moet er gewoon niet meer zo over nadenken.”’

    Sandra Albert

    ‘Wij kregen steeds de vraag: ‘En, wanneer komen de kinderen?’ En als je op dat gebied problemen hebt, is dat ingewikkeld. Elk stel heeft zijn eigen tempo en eigen problemen. Deze vragen zouden niet gesteld moeten worden. Als een stel al lang bij elkaar is en geen kinderen heeft, is dat omdat ze het niet willen of omdat ze het niet kunnen.’

    Míriam

    ‘Er is een moment geweest waarop ik me afvroeg: “Als ik die druk niet voelde, zou ik dan doorgaan?” Je vraagt je af of je dit allemaal doet omdat je moeder wilt worden of omdat je moeder moet zijn om in het plaatje te passen van hoe de samenleving is ingericht. Ik begreep dat ik moeder wilde zijn, maar het was ook zo dat ik veel druk voelde.’

    Glòria Labay

    ‘Wij leven in een wereld die is gericht op kinderen krijgen, maar mijn partner en ik vormen nu ook een gezin, ook al hebben we geen kinderen samen.’

    Ariana

    ‘Het lijkt wel of het moederschap voor een vrouw het hoogste doel is. Dat is een patriarchale instelling. Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs; het maakt niet uit of je lichaam volgestopt wordt met hormonen en medicijnen, het maakt niet uit of je kinderen doodgaan tijdens de zwangerschap, je moet het blijven proberen en dat heeft veel te maken met het idee dat vrouw zijn betekent moeder zijn.’

    4. De gevolgen: lichamelijk…

    Míriam

    ‘Het verlies van mijn baby’s was heel pijnlijk en de eerste miskraam was het ergst. Op dat moment dacht ik: ‘Wat is dit? Wat gebeurt er? Niemand bereidt je op zoiets voor en ik ging naar de Eerste Hulp. Op dat moment voelde ik me niet slecht behandeld, maar ook niet echt goed. Ik verloor bijna alles op het toilet van het ziekenhuis. Ik had het gevoel dat me iets verschrikkelijks was overkomen en dat zij het niet zo belangrijk vonden.’

    Sandra Albert

    ‘Na de behandelingen was ik vijftien of zestien kilo zwaarder. Bij elke zwangerschap en ivf kwam ik twee kilo aan en die bleven eraan.’

    5. … en emotioneel

    Sandra Arolas

    ‘Na de eerste drie miskramen had ik het een tijdlang heel zwaar. Het kostte me zelfs moeite om langs een kinderspeelplaats te lopen. Ik geloof niet dat het een obsessie werd, al had dat wel kunnen gebeuren, want we hebben veel behandelingen achter elkaar gedaan. En zo kwam er een moment waarop we zeiden dat het genoeg was geweest en zijn we een jaar lang gestopt, voordat we de laatste ivf deden.

    We hadden dat liever allemaal niet hoeven doen, dan was de lichamelijke, emotionele en financiële prijs veel lager geweest. Met die behandelingen moet je wel heel zeker weten dat je het echt wilt. En wij wisten dat heel zeker, maar toch komen er soms nog steeds twijfels op.’

    Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan

    Glòria

    ‘Ik werd wel zwanger en vervolgens verloor ik het telkens rond de acht weken. Hoeveel miskramen kan ik aan? Het was schadelijk voor me. Daarom heb ik het opgegeven. Zwangerschapsbehandelingen lijken het tovermiddel, maar dat zijn ze helemaal niet. Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan.’

    6. De financiële prijs

    Sandra Albert

    ‘We hebben er heel veel geld aan uitgegeven. Alles ging op aan de behandelingen, er bleef niets over voor reizen of iets anders, het was allemaal voor dat ene doel. We werkten alleen maar om dat te kunnen betalen.’

    Sandra Arolas

    ‘Wij hebben geld geleend en we probeerden niet eens meer om een huis te kopen of een andere auto. In het begin hadden we spaargeld en nu hebben we leningen – en twee kinderen, natuurlijk! En dat is fantastisch. Maar we moeten ook leningen terugbetalen voor behandelingen die niet werkten. Dat is zwaar, want op de een of andere manier kun je toch blijkbaar niet vergeten wat er niet goed ging.’

    Tussen de 35000 en 8000 euro

    Dat kost een ivf-behandeling, exclusief medicatie (rond de 700 euro) en extra technieken zoals pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) (4000 euro). 

    Nederland: De kosten van ivf verschillen per kliniek, maar over het algemeen kost een ivf-traject gemiddeld 3.000 euro. Een ivf/ICSI-behandeling in combinatie met PGD (preïmplantatie genetische diagnostiek – waarmee kan worden gezocht op ernstige genetische aandoeningen), kost per poging ongeveer 7000 euro. De eerste drie behandelingen worden (tot je 43e) door vrijwel alle ziektekostenverzekeraars vergoed. Wel geldt het eigen risico en het eventuele vrijwillige eigen risico. Het is mogelijk om extra ivf-behandelingen aanvullend te laten verzekeren.

    Ona

    ‘Wij hebben financiële steun gekregen: we hebben zelf de helft betaald en onze ouders hielpen ons met de andere helft, want ook al bieden ze veel mogelijkheden om het te financieren, vruchtbaarheid is nog steeds een commerciële aangelegenheid. Er spelen veel belangen mee en er is geen garantie dat het de eerste keer goed gaat.

    Op een bepaald moment moest ik elke maand in de gaten houden of ik wel of niet ongesteld werd, of ik een injectie moest gaan halen, of ik pleisters moest dragen, of ik naar de dokter moest… het was heel vermoeiend. Maar toch keken we er echt naar uit en daarom hebben we deze hele reeks behandelingen uiteindelijk gedaan. Ik had het gevoel dat ik niet meer in de maat liep. Het zijn zoveel hormonen dat je op een gegeven moment het contact met je lichaam een beetje verliest.’

    Na zes miskramen, bijna tien jaar behandelingen, ivf’s en twaalf embryoterugplaatsingen is Sandra Arolas in verwachting van haar tweede kind. Het oudste kind kwam vijf jaar geleden via de eerste ivf, na drie natuurlijke zwangerschappen die in een miskraam eindigden. De oorzaak van de onvruchtbaarheid was een genetisch probleem van haar partner.

    Sandra is gewend aan puncties, injectiespuiten en hormonen. Maar voor de laatste ivf, waarmee ze eindelijk de tweede zwangerschap kreeg waar ze zo lang op had gehoopt, moest ze een jaar stoppen en rust nemen. ‘Omdat ik wilde leven zonder te hoeven nadenken over of ik mijn medicijnen wel had genomen. Wanneer ik ongesteld moest worden. Ik wilde dat alles normaal was.’

    Nu telt ze de dagen af tot ze haar baby in haar armen heeft. Deze zwangerschap is niet gemakkelijk geweest: ‘Ik zie vrouwen die erg van hun zwangerschap genieten en die benijd ik wel. Ik kan er niet van genieten, omdat ik zo gespannen ben. Het is heel moeilijk voor me geweest om een band met dit kind te vormen. Ik weet inmiddels dat de statistieken voor mij niet gunstig zijn. Dus het is vreemd dat het goed gaat.’

    infertilityl persona6 b
    ‘Ik had behoefte dat iemand me zou vertellen: “Wat er met jou gebeurt, gebeurt met veel mensen.”’ – Ariana Ruglio, 36 jaar, administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    7. Verwachtingsmanagement

    Sandra Arolas

    ‘Wij wilden altijd kinderen, een stuk of wat. Ik wist zeker dat ik er drie wilde en dat er twee al voor mijn dertigste zouden komen. Maar dan ineens besef je dat het niet zo makkelijk gaat als je dacht. Ik dacht dat de eerste er wel zou zijn als ik 26 was, maar het duurde tot ik 32 was. En als de tweede komt ben ik 38. Je hebt bepaalde verwachtingen, maar je hebt het niet in de hand, het hangt niet van jou af.’

    Gemiddeld aantal kinderen

    Gemiddeld aantal kinderen per vrouw in Catalonië: 1,31; in de EU ligt het gemiddelde op 1,59 in Nederland op 1,57 (in 2019, CBS).

    Ona

    ‘Het was voor mij vanzelfsprekend dat ik zwanger zou worden. Mijn moeder raakte moeiteloos in verwachting, van een tweeling. Ik twijfelde er niet aan dat het bij mij ook zo zou gaan. Iedereen zei tegen ons dat we nog heel jong waren en dat ik heus wel in verwachting zou raken. En dan komen de obstakels, die niet passen in het plaatje dat je verwachtte. Ouders die besluiten om pas laat aan kinderen te beginnen, moet je dan ook nooit veroordelen, want het is niet alleen een kwestie van vruchtbaarheid. We hebben een probleem als samenleving. We worden pas later in ons leven economisch onafhankelijk. Toen ik 24 of 25 was, vond ik mezelf nog te jong om een kind te krijgen.’

    Glòria

    ‘Al je vruchtbare jaren besteed je aan je werk en dan merk je ineens dat als je kinderen wilt, het niet lukt. Ik wist dat de vruchtbaarheid vanaf je vijfendertigste begint af te nemen, maar je denkt altijd dat statistieken iets anders zijn dan individuele gevallen. Voor mij was het heel belangrijk om naar de universiteit te gaan, bijvoorbeeld. Ik zag het krijgen van kinderen als een vanzelfsprekendheid. Maar dat bleek niet terecht. Je moet er zelf actief in zijn.’

    8. Gebrek aan informatie

    Glòria

    ‘Als vrouw ben je een groot deel van je leven bezig met zorgen dat je niet zwanger wordt. Ik had anticonceptiemiddelen gebruikt, ik had een spiraaltje… Je hebt in je hoofd dat het heel gemakkelijk is om zwanger te worden en daarom gebruik je al die anticonceptiemethoden – maar dan blijkt dat het helemaal niet zo gemakkelijk gaat. In het begin denk je dat je best een paar jaar kunt wachten.’

    Ona

    ‘Ik heb nu geleerd hoe de vrouwelijke voortplanting werkt en ik heb mezelf ook leren kennen. Je denkt er nooit aan dat je maar twee of drie dagen per maand zwanger kunt raken. Je ziet zoveel films en tv-series waarin het al bij de allereerste keer raak is…

    Het verhaal van de “wonderbaby” is overal, maar waar zijn al die mensen bij wie het niet lukt? Waar zijn ze? Wat doen ze? Er is niets geregeld voor mensen bij wie het niet lukt. Tijdens de behandelingen is er psychologische ondersteuning, maar als het allemaal klaar is, ben je gewoon een mislukte vruchtbaarheidsbehandeling. Zo noemen ze het. Ik voel het niet als een mislukking. Soms zijn woorden ook belangrijk.’

    Ze wilde altijd moeder worden, maar bij geen van haar relaties was het ervan gekomen. Op haar achtendertigste zei ze tegen zichzelf: ‘Het is nu of nooit.’ Twee zwangerschappen met haar toenmalige partner eindigden in een miskraam en ze wendde zich in haar eentje tot geholpen voortplanting: inseminaties, ivf en uiteindelijk eiceldonatie. Dat laatste deed ze samen met haar huidige partner. Het lukte niet. Net zo min als het adoptietraject waaraan ze begon. Uiteindelijk besloot ze dat haar relatie met het moederschap, dat haar altijd heeft ‘gefascineerd’, professioneel zou blijven.

    Ze is vroedvrouw en helpt al meer dan twintig jaar baby’s op de wereld. ‘Ik heb geen ziekteverlof hoeven nemen omdat ik niet meer tegen het beroep kon, maar ik heb op bepaalde momenten wel vrij moeten nemen. Ik denk dat mijn ervaring me heeft geholpen om vrouwen te ondersteunen die een verlies hebben geleden, want niet alles in het moederschap is een roze wolk.’

    Nu begint ze een gezondheidszorgproject om andere vrouwen en stellen te helpen leven met onvruchtbaarheid, en ze is ook de drijvende kracht achter ‘La vida sin hijos’ (Leven zonder kinderen), een door haar bijeengebrachte groep vrouwen die taboes willen doorbreken.

    ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken’

    9. Nog steeds een taboe

    Glòria

    ‘Ik wilde niet meedoen aan dit taboe, dit complot van stilzwijgen. Het is net als vijftig jaar geleden, toen mensen altijd zeiden dat iemand die kanker had, een “lang ziekbed” had. Ik wil niet dat er eufemismen worden gebruikt als het over onvruchtbaarheid gaat.

    Ik ben er gewoon voor uitgekomen. Het probleem is dat er geen normale voorbeelden zijn van kinderloze vrouwen. Het gaat altijd om stereotypen, zoals de verbitterde vrouw of de stiefmoeder. Nu veel mensen besluiten hierover te praten, zal het taboe verdwijnen.’

    Sandra Arolas

    ‘Veel mensen vroegen of wij kinderen wilden. Maar als ik dan vertelde wat er speelde, begonnen ze vaak over hun eigen ervaring, die wel succesvol was. Zo krijg je uiteindelijk het gevoel dat je alleen staat, dat dit kennelijk alleen jou overkomt. Terwijl het juist heel veel mensen blijkt te overkomen. Het is niet waar dat het er maar weinig zijn. Er wordt gewoon niet over gepraat.’

    Míriam

    ‘Naar mijn idee werd iedereen uiteindelijk zwanger. Of dat nou natuurlijk ging of via behandelingen. Dus ik dacht: Wat gebeurt er? Waarom overkomt dit alleen mij? Terwijl er natuurlijk veel vrouwen zijn die niet zwanger worden of miskramen krijgen. Waarom praten mensen daar dan niet over?

    Over menstruatie wordt ook niet gepraat. Mensen praten niet over de postnatale periode of de moeilijke kanten van het moederschap of de borstvoeding. Niemand praat over wat dan ook dat vrouwen meemaken. En dit is óók iets dat wij meemaken.’

    infertilityl persona1 a
    ‘De dag dat ik besloot dat het klaar was, voelde ik me bevrijd.’ – Miriam Aguilar, 42 jaar, accessoireontwerper. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ariana

    ‘Er hangt een groot taboe rond reproductieve gezondheid en de geestelijke gezondheid van vrouwen. Niemand vertelt je dat een op de vier zwangerschappen niet wordt voldragen. Niemand vertelt je dat als je kind binnenin je sterft, je misschien toch een bevalling door moet. Niemand vertelt het je omdat we het niet willen horen. Als mannen in deze positie verkeerden, zouden zij er dan meer over praten? Dit zijn gebeurtenissen die je niet kunt voorkomen, maar je kunt mensen die ze moeten doormaken wel helpen om ermee om te gaan.’

    Glòria

    ‘Het is heel belangrijk om erover te praten. De meeste mensen dragen onvruchtbaarheid in stilte. Veel onderwerpen die voor vrouwen belangrijk zijn, blijven onzichtbaar. Erover praten is zogenaamd feminisme.

    Als je niet vruchtbaar bent, is het alsof je een lichamelijk defect hebt. Maar dat gaat gewoon niet meer op. Dat vrouwen zijn waar we nu zijn, komt doordat we besloten méér te willen dan alleen moeder zijn. Maar het patriarchaat heeft bepaald dat de belangrijkste rol van vrouwen is om kinderen te krijgen. Een vrouw die geen moeder is, past daar gewoon niet in. Wat voor rol heeft een volwassen vrouw als ze niet voldoet aan wat er van haar wordt verwacht? Veel dingen zijn ineens buiten je bereik, je verwachting van hoe je leven zou zijn verdwijnt.’

    Sandra Arolas

    ‘Het idee dat je nutteloos bent als je geen kinderen kunt krijgen, bestaat nog steeds. Alsof mensen met een baarmoeder verplicht zijn nieuw leven op de wereld te zetten. Of het nu je eigen beslissing is of niet, het feit dat je geen kinderen hebt maakt je tot een uitzondering.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij vrouwen zijn opgevoed met de gedachte dat het onze missie in het leven is om moeder te worden. Als je dat doel niet bereikt, kun je nog zo’n vrije, zelfstandige vrouw zijn, maar toch besef je ergens dat jij ook zo bent, dat je nog steeds vastzit aan de regels van het patriarchaat. En dat is frustrerend.’

    E: ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken.’

    Sandra Albert

    ‘Toen de dokter ons vertelde dat onze enige mogelijkheid het gebruik van donorsperma was, zei mijn partner dat hij niet wilde dat iemand dat wist. Wat maakt het uit of het je eigen bloed is of niet?’

    Míriam

    ‘Ik zat er niet mee dat de eitjes niet van mezelf zouden zijn. Het maakte me niet uit, want wat ik wilde was een kind. Ik had niet dat bezitterige gevoel dat het van mij moest zijn.

    Ik heb me echt overweldigd gevoeld door het moederschap, maar ook erg in de steek gelaten bij mijn miskramen, omdat ik geen ruimte kreeg om te praten. Er hangt een enorm taboe rond de geestelijke gezondheid van vrouwen. Het is alsof je nergens last van mag hebben, alsof je gewoon moet vergeten en verder gaan.’

    Zij wilde altijd moeder worden. Maar haar eerste zwangerschap was niet wat ze zich ervan had voorgesteld en ook het moederschap was niet het sprookje dat haar was verteld. Bij haar is sprake van een secundaire onvruchtbaarheid. Haar eerste dochter werd met 41 weken geboren na een lange en zware, maar normale zwangerschap. De problemen kwamen later, toen ze probeerden een tweede kind te krijgen. Ze raakte in verwachting van Pol en Gala, maar die zwangerschappen eindigden abrupt na dertien en zestien weken. Uit onderzoeken bleek dat Ariana een immuunziekte had en dat zou er de oorzaak van kunnen zijn dat haar zwangerschappen mis liepen. Met behandeling was er een kans om het opnieuw te proberen, maar Ariana en haar man besloten ermee op te houden en te aanvaarden dat hun gezin een ongebruikelijke grootte had. ‘We besloten dat het klaar was. Ik wilde dat niet nog een derde keer meemaken. Er was misschien wel een oplossing voor mijn onvruchtbaarheid, maar ik besloot die niet aan te grijpen. Dat begrijpen veel mensen niet. Het lijkt zelfzuchtig als je je dochter geen broertje of zusje wilt geven. Mijn dochter heeft al een broertje en zusje, maar die zijn er niet. Wij hebben een ander gezin.’

    Op haar Instagramaccount ‘Temps de dol’ (Tijd van rouw) maakte ze de verschillende vormen van moederschap zichtbaar waarover je nooit hoort, met name verdriet rond geboortes. ‘Voor mij is onvruchtbaarheid moederschap. De dood van een kind in de baarmoeder maakt deel uit van het moederschap, de dood van je kind bij de geboorte maakt deel uit van het moederschap en het beëindigen van een zwangerschap is ook deel van het moederschap.’

    10. Wat mij geholpen heeft

    ‘Ik heb een Instagramaccount aangemaakt om het verhaal te vertellen, als een dagboek. Ik had behoefte aan iemand die tegen me zei: “Wat jou overkomt, overkomt velen van ons, je stelt je niet aan.” En ik begon te schrijven. Ik heb ook psychologische hulp gezocht omdat ik besefte dat ik er alleen niet uit zou komen. Beide dingen hebben me geholpen om me geen misbaksel te voelen.’

    Sandra Arola

    ‘De mensen die ons het meest na staan hebben ons er doorheen gesleept en nooit vraagtekens geplaatst bij onze keuzes: “Als je je goed voelt en je vindt dat je het moet doen, doe het dan.” En het is goed om mensen te hebben die naast je staan, want het is niet gemakkelijk.’

    infertilityl persona3 a
    ‘We zien overal om ons zwangerschappen, en het zou een leugen zijn om te zeggen dat dat geen pijn doet.’ – Ona Campillo en Eduard Pi, 31 en 32 jaar, communicatie technici. – – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ona en Edu

    O: ‘Erover praten helpt me om ermee in het reine te komen, de scherpe kantjes eraf te halen en niet boos op het leven te worden. En het heeft me geholpen om met andere vrouwen te praten die net zulke dingen hebben meegemaakt.’

    E: Wij zijn er heel open over en maken zelfs grapjes over onze situatie, want dat helpt ons om ons beter te voelen. Iedereen moet zijn of haar eigen manier vinden.’

    Sandra Albert

    ‘In mijn omgeving was het niet iets waarover je praatte. Ik heb mijn moeder uitgelegd dat ik de eerste behandeling zou ondergaan, maar daarna heb ik er met haar niet meer over gesproken. Want als je er niet over praat, bestaat het probleem niet. En ook om de druk te ontwijken en vragen als “En? Hoe ging het? Nu wel gelukt?”’

    11. Aanvaarding, een leven zonder kinderen

    Sandra Albert

    ‘Toen de laatste ivf ook niet lukte, was het tijd om eens goed over mijn leven na te denken, want ik was heel verdrietig. En ik zei tegen mezelf: “Ofwel je gaat op zoek naar iets om naar uit te kijken in je leven, of je wordt een verbitterd mens.” Nu kan ik er beter mee omgaan, maar ik heb een hele tijd in een vacuüm geleefd. Het is nu een paar jaar geleden en ik heb tijd gehad om het te verwerken. Op mijn leeftijd is het sowieso een gepasseerd station. Ik kan er nu goed mee omgaan. Het is moeilijk geweest om een balans te vinden, maar het gaat nu prima. Ik ben gegroeid als persoon.’

    Glòria

    ‘Ik lijd er niet meer onder: ik ben eroverheen gekomen. Als je maar praat, word je sterker. Dit is niet bepalend voor mij. Het is me overkomen, maar er is me heel veel meer overkomen.

    Als je geen kinderen blijkt te krijgen, komt alles een beetje op losse schroeven te staan, je waarden, wat je nalaat… En ik denk na over ouder worden. Ik denk dat mensen zonder kinderen daar meer mee bezig zijn dan mensen met kinderen, omdat ze ervan uitgaan dat die wel voor hen zullen zorgen.’

    Míriam

    ‘Ik dacht dat ik het nodig had om moeder te zijn. Ik weet nog hoe ik vroeger dacht over een meisje dat geen kinderen kon krijgen: “Ik zou doodgaan als mij dat zou gebeuren.” Nu weet ik dat je niet doodgaat omdat je geen kinderen hebt. Het zou normaal moeten zijn dat vrouwen zonder kinderen even gelukkig kunnen zijn. We moeten een eind maken aan die sociale druk. En mensen informeren, zodat ze niet van die pijnlijke vragen stellen. En we moeten realiseren dat een ivf-behandeling lang niet altijd werkt.’

    Ona en Edu

    E: ‘Natuurlijk moeten we ons erop voorbereiden dat we geen kinderen krijgen. Maar dat blijft toch een beetje doen alsof, want we willen nog steeds graag ouders zijn. Als het niet kan, kan het niet en moeten we naar andere manieren zoeken. Je kunt geen mogelijkheid najagen die er niet is, daar word je alleen maar ongelukkig van. Wat mij misschien nog het meest zou frustreren is dat ik mijn ouders dan ook geen grootouders kan maken. Dat zal voor mij misschien het moeilijkst te aanvaarden zijn.’

    Míriam

    ‘Dat ik mijn verhaal zo vaak vertel is ook bedoeld voor de vrouwen die dit doormaken of gaan doormaken. Zodat zij zich niet zo hoeven te voelen als ik me voelde: alleen. En ik denk ook aan mijn nichtje. Ik wil niet dat zij zich, als ze volwassen wordt, onder druk gezet voelt om kinderen te krijgen. Als zij dat niet wil of kan hoop ik dat ze de middelen en informatie heeft die ik niet had.’

  • Seks, feest en geld over de balk smijten: is dit het tijdperk dat in 2024 aanbreekt?

    Seks, feest en geld over de balk smijten: is dit het tijdperk dat in 2024 aanbreekt?

    Als de mensheid haar dieptepunt heeft bereikt, richt ze zich meestal met hernieuwde krachten weer op. Vandaar dat er volgens velen gouden tijden aanbreken voor creditcardmaatschappijen en condoomfabrieken. Maar er kan niet alleen worden gevierd. Er moeten ook dingen veranderen.

    Terwijl de besmettingen tot recordhoogte zijn gestegen, wagen steeds meer experts zich aan voorspellingen over hoe de samenleving zich na de crisis zal gedragen. 

    Een frivool bacchanaal à la Paris Hilton met muziek van Rafaella Carrà. Moeilijk voor te stellen, nu ons dagelijks leven gedicteerd wordt door het tegenovergestelde met beperkingen die stress en verwarring oproepen. Om te weten waar we nu staan en welke kant we op gaan, zijn er kleurcodes (rood, oranje, groen), genummerde coronagolven, vaccinatieschema’s en avondklokken.  

    Het is niet zo raar dat we, heen en weer geslingerd tussen de hoop op groepsimmuniteit en de vermoeidheid vanwege een pandemie die maar voortduurt, ons afvragen wat er the day after zal gebeuren, wanneer het coronavirus ons leven niet langer bepaalt. 

    ‘Net als in de roaring twenties van de vorige eeuw zullen mensen onherroepelijk op zoek gaan naar sociale interactie’

    ‘Net als in de roaring twenties van de vorige eeuw zullen mensen onherroepelijk op zoek gaan naar sociale interactie. Men zal nachtclubs bezoeken, naar restaurants, politieke bijeenkomsten, sportevenementen en optredens gaan. Religiositeit zal afnemen en er zal meer risicovol gedrag zijn, het opgespaarde geld zal uitgegeven worden. Het zou goed kunnen dat er een tijd aanbreekt van seksuele uitspattingen en geldverspilling.  

    Dat is het feestje dat Nicholas Christakis, gerenommeerd arts en als socioloog, verbonden aan Yale University, voorspelt. Hij is door Time verkozen tot een van de invloedrijkste mensen van de wereld en auteur van Apollo’s Arrow, waarin hij de effecten van de pandemie op de samenleving vanuit historisch perspectief analyseert. Hij staat niet alleen: experts van uiteenlopende disciplines voorzien een periode waarin het optimisme hoogtij viert, een periode van economisch herstel, van wetenschappelijke vooruitgang en van culturele bloei.  

    2024

    In een interview met de BBC benadrukte Christakis dat het post-coronatijdperk in 2024 zijn intrede zal doen. Dan zijn de vaccinatiecampagnes achter de rug en zijn de sociale en economische wonden geheeld. 

    ‘Het hoort bij de menselijke logica om te veronderstellen dat het einde van een tragedie leidt naar feestgedruis,’ zegt Manual Arias Maldano, schrijver van het boek Desde las ruinas del futuro. Teoría política de la pandemia (Vanaf de puinhopen van de toekomst. Een politieke theorie van de pandemie).  ‘Het zal gaan bruisen van vitaliteit, al zal dit wel afhangen van de sociaaleconomische situatie van elk afzonderlijk land.’ 

    Mocht zich inderdaad een goddeloos tijdperk aandienen dan zouden er gouden tijden aanbreken voor creditcardmaatschappijen en condoomfabrieken, we zouden ons niks meer willen herinneren, op technologisch en humanistisch gebied zouden we onszelf opnieuw uitvinden. 

    ANP 301392481 1 1
    Variety / Ballet ‘Ehed Karina’ /
    1 Januari 1920. – © ANP

    Wordt reggaeton de nieuwe charleston? Zal een onvervalste Great Gatsby (zie openingsbeeld, afkomstig uit de verfilming van 2013) het kakkersuitgaansleven in Madrid op zijn kop zetten ? Is de opvolger van Hemingway een Chinese schrijver? Of staat er misschien een nieuwe Wittgenstein op die een Tractatus schrijft die de filosofie op zijn kop zet? 

    De geschiedenis laat zien hoe het zou kunnen gaan. Als de mensheid haar dieptepunt heeft bereikt, richt ze zich meestal met hernieuwde krachten weer op. De pest die een kaalslag veroorzaakte in de middeleeuwen mondde uit in de renaissance, na de Amerikaanse Burgeroorlog braken de gouden tijden aan, en in Spanje kwam, na de dictatuur en de oliecrisis de Movida, het voorportaal van een periode van grote welvaart.

    Dus? Breekt er, gelet op de geschiedenis, een periode aan waarin we het geld over de balk smijten, zoals Christakis ons wil doen geloven?  

    Als economische groei uitblijft dan is de vergelijking met de roaring twenties een beetje naïef

    ‘Vrije seksuele moraal? Dat is overduidelijk. Na de zondevloed verschijnt altijd een regenboog. Economische overvloed? Natuurlijk zal er meer geld worden uitgegeven, maar als economische groei uitblijft dan is de vergelijking met de roaring twenties een beetje naïef,’ nuanceert essayist Jorge Freire. 

    Socioloog Fernando Vidal, verbonden aan de Universidad Ponitificia Comillas ICADE, denkt dat de samenleving in de post-coronatijd op twee heel verschillende manieren zal reageren. ‘Er zal een mix zijn van euforie en ontlading. De grootste hedonisten leven zij aan zij met een deel van de bevolking die, huiveriger en worstelend met de nasleep, zich afvraagt hoe het zover heeft kunnen komen.’ 

    De samenleving zal uiteenvallen in twee postpandemische kasten: de bedachtzamen en de roekelozen

    Het ziet ernaar uit dat in de veronderstelde nieuwe Jazz Age er tevens gewetensvolle party poopers zullen zijn. De samenleving zal uiteenvallen in twee postpandemische kasten: de bedachtzamen en de roekelozen. Die laatsten zullen niet achterom willen kijken. 

    In dat licht vindt Vidal dat het optimisme na een crisis gepaard moet gaan met een behoorlijke dosis diepgang. ‘Vieren zal belangrijk zijn maar veranderen ook.’ En die visie was er bijvoorbeeld niet na de Eerste Wereldoorlog, wel na de Tweede. ‘Het was alsof men in de jaren twintig was vergeten wat een slachting de Eerste Wereldoorlog en de griepepidemie van 1918 waren geweest terwijl er na 1945, zelfs toen de consumptiemaatschappij opkwam, werd reflecteer op de tragedie van de Holocaust en de dreiging van kernwapens. 

    Verschillende peilingen laten zien dat een groot percentage van de bevolking bepaalde aspecten van het leven in de toekomst wil veranderen. Terug na het leven van voor corona volstaat niet. Het nieuwe leven dat men voor ogen heeft fluctueert van verhuizen van de plek waar men nu woont tot definitief besluiten om te gaan telewerken. Ook is er een sterker milieubewustzijn vastgesteld. 

    ‘Grote trauma’s veroorzaken grote gedragsveranderingen bij mensen,’ aldus Vidal. Toen Groot-Brittannië werd getroffen door de gekkekoeienziektecrisis – een crisis die vergelijkbaar was met de vervuilde koolzaadoliecrisis in Spanje – was er een gigantische stijging van het aantal vegetariërs en mensen die vraagtekens zetten bij de gangbare eetgewoontes. Stel je maar eens voor wat er gaat gebeuren met wat we nu meemaken.’ 

    Tijdens deze pandemie heeft één gebied onbetwistbaar aan kracht gewonnen: de wetenschap

    Die nieuwe dynamiek zou grote invloed kunnen hebben op allerlei gebieden. Tijdens deze pandemie heeft één gebied onbetwistbaar aan kracht gewonnen: de wetenschap. Zonder de wetenschap kunnen we fluiten naar een nieuwe roaring twenties. In de strijd tegen corona heeft zich een revolutie ontketend waarin de hoofdrol is weggelegd voor vaccins met de messenger-RNA, is kunstmatige intelligentie tot wasdom gekomen en wordt ruimtevaartprogramma’s nieuw leven in geblazen. De verwachtingen zijn hooggespannen. 

    Ook de kunstwereld zou een opleving kunnen beleven met een eigen Lost Generation, Duke Ellington en Coco Chanel. Financial Times-columnist Janan Ganesh schreef onlangs dat je in dit decennium factoren kunt aanwijzen voor het ontstaan van een Arcadia in de kunsten, net als in de vorige eeuw. Een cultuurexplosie die, aldus Ganesh, de sinds het begin van deze eeuw vastgeroeste kunsten nieuw leven kan inblazen. 

    ‘Het Westen kampt met het probleem dat de bevolking erg oud is’

    Arias Moldonado vindt de gedachte van Ganesh interessant, maar deelt zijn optimisme niet. ‘Destijds voelde men de noodzaak om zich te verzetten tegen de traditionele kunsten, je had de vitaliteit van de avant-garde,’ aldus Moldonado. ‘Zou dat kunnen in onze tijd, nu we denken dat alles verzonnen is? Dat zie ik niet zo voor me, al zou het goed kunnen dat die vernieuwingsdrang zich nu richt op andere belangrijke thema’s, zoals de strijd tegen klimaatverandering.’ 

    Honderd jaar geleden was het gemakkelijk om aan te geven waar de creatieve boom plaatsvond, vandaag de dag is dat bijna onmogelijk. Vroeger was het Westen het middelpunt van de wereld. Parijs was het culturele mekka, de beste universiteiten zaten in Engeland en Duitsland en de Verenigde Staten hadden het geld en de vitaliteit van een ondernemende samenleving om dit proces te schragen. 

    ‘Het Westen kampt met het probleem dat de bevolking erg oud is,’ constateert Maldonado.  ‘Het gebrek aan vitaliteit kon wel eens een obstakel zijn voor een mogelijke culturele revolutie, die zich misschien in Azië en Latijns-Amerika, waar de bevolking veel jonger is, wel kan voordoen. Het zou goed kunnen dat wij het al oké vinden als we de pandemie overleven.’ 

    Religieus instinct

    Van de aardse kunsten en wetenschap maken we een stap naar het geloof, dat in de nabije toekomst wel eens voor frictie zou kunnen zorgen. Christakis’ hypothese is dat we in onze donkerste dagen onze toevlucht nemen tot het geloof, maar hij voorspelt wel een regressie. ‘Het religieuze instinct zal blijven opborrelen, maar in een ander jasje,’ aldus Jorge Freire, schrijver van Agitación: sobre el mal de la impaciencia  (Stress: over het kwaad dat ongeduld heet). ‘De angst voor de dood is nauw verbonden met het geloof. Zolang de mens sterfelijk is zal hij zich willen vasthouden aan het geloof, en het ziet er voorlopig niet naar uit dat we onsterfelijk worden.’ 

    Zoals bij elk feestje is er iemand die de muziek uitzet en het licht uitdoet

    Afgaand op de voorspellingen weten we wanneer het grote postcoronafeest zal beginnen (2024), de gastenlijst is er ook (de bedachtzamen en de roekelozen) en Rafaella Carrà zal de muziek verzorgen. Wat we nog moeten uitzoeken is wie het feestje gaat betalen. 

    Laten we nog eens naar de geschiedenis kijken, misschien dat we daar een kompas voor onze toekomst vinden. Maart 1814. Het einde van de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog. Het geruïneerde Spanje zet de laatste regimenten van de napoleontische leger het land uit. Freire: ‘Alle dorpen in Catalonië, Aragon en Castilië waar koning Fernando VII zijn opwachting maakte na de ondertekening van het Verdrag van Valençay zetten dit luister bij met opera’s, praalwagens en zelfs met bouwwerken, zoals triomfbogen, die voor de gelegenheid waren opgetrokken. Dat Fernando VII een flutkoning was doet er niet toe. Wij Spanjaarden hebben maar weinig nodig om ons in de armen van Bacchus te werpen. Vooral als de gemeente het feestje bekostigt.’ 

    Als dat zo is, dan betalen we met z’n allen het postcoronafeestje en delen we de kosten. 

    En zoals bij elk feestje is er iemand die de muziek uitzet en het licht uitdoet. Als het zover is en we ons weer afvragen wat we morgen gaan doen, moeten we niet vergeten dat op het feestje van de roaring twenties, waar zoveel experts ons op wijzen, de beurscrack van ’29 volgde, Adolf Hitler en de ergste oorlog die de mensheid heeft meegemaakt. Dus: laten we niet zo zeker zijn van onze zaak. 

  • Taalkundige John McWhorter: ‘De definitie van racisme moet worden aangepast’

    Taalkundige John McWhorter: ‘De definitie van racisme moet worden aangepast’

    De Merriam-Webster, de Amerikaanse Van Dale, heeft aangekondigd de definitie van het woord ‘racisme’ te gaan verruimen. Taalkundige John McWhorter vindt dit ‘hoog tijd’ worden nu er meer aandacht is voor institutioneel racisme. ‘Het is onvermijdelijk dat de betekenis van woorden voortdurend verandert.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week bleek uit onderzoek in dertien EU-landen dat het aantal mensen van Afrikaanse afkomst dat discriminatie en racisme ervaart is toegenomen. Het is een probleem waar we maar niet van afkomen en dat zich al jarenlang voortsleept.
    In dit artikel van The Atlantic uit 2020 legt taalkundige John McWhorter uit hoe de term ‘racisme’ ontstaan is, hoe de betekenis ervan in de loop der jaren veranderd is en hoe belangrijk het is dat woordenboekmakers de huidige ontwikkelingen in de gaten houden. Waar racisme eerst nog stond voor het denkbeeld dat het ene ras superieur is aan het andere, heeft het de afgelopen jaren een nieuwe betekenis erbij gekregen: alle vormen van sociale ongelijkheid die gebaseerd zijn op ras, aldus McWhorter. ‘Als woordenboeken een afspiegeling moeten bieden van hoe de taal daadwerkelijk wordt gebruikt, moet dit erin verdisconteerd worden,’ zo besluit hij.

    De woordenboekmakers van Merriam-Webster werken aan een nieuwe definitie van ‘racisme’. Gaat de Great Awokening [‘woke’ betekent je bewust zijn van racisme en andere onderdrukkende structuren in de samenleving] nu al zo ver dat het woordenboek ervoor moet worden herschreven? Nee, maar de manier waarop het woord ‘racisme’ in de samenleving wordt gebruikt, valt al heel lang niet meer binnen de gangbare woordenboekdefinitie, en het is hoog tijd dat de woordenboekmakers dat doorkrijgen.

    In de Merriam-Webster werd racisme altijd gedefinieerd met wat je betekenis 1.0 zou kunnen noemen: de definitie die je voorleest aan een nieuwsgierig kind. Het gaat dan om wat we in het Engels vroeger prejudiced noemden: ‘de opvatting dat de eigenschappen en capaciteiten van een mens in hoofdzaak door raciale verschillen worden bepaald en dat één ras superieur is aan de andere’.

    Institutioneel racisme

    Maar al sinds de jaren zestig kom je ook begrippen tegen als ‘maatschappelijk racisme’ of ‘institutioneel racisme’, ter aanduiding van de maatschappelijke structuren die mensen van ondergeschikte rassen benadelen, door het collectieve effect van racistische denkbeelden. Zo zou je kunnen zeggen dat maatschappelijk racisme verantwoordelijk is voor de teloorgang van de infrastructuur in bepaalde wijken wanneer het wegtrekken van witte bewoners daar tot lagere belastingopbrengsten leidt.

    Omdat zo’n begrip een hele mond vol is, wordt het natuurlijk vaak afgekort tot racisme, en zo krijgt dat woord zijn definitie 2.0. Daarin voorziet het lemma in de Merriam-Webster ook al, want dat stelt dat racisme ook ‘een op racisme berustend politiek of maatschappelijk systeem’ kan zijn.

    Maar de pas afgestudeerde, 22-jarige Kennedy Mitchum heeft de woordenboekmakers gemaild om te vragen het lemma nog verder uit te breiden, zodat ook recht wordt gedaan aan de bredere betekenis die het woord inmiddels heeft gekregen met betrekking tot ‘maatschappelijke en institutionele macht’. Want racisme is, zoals Mitchum schreef, ‘een systeem van bevoordeling op basis van huidskleur’.

    Hier gaat het niet zozeer om denkbeelden als om het resultaat daarvan. Alle maatschappelijke ongelijkheid tussen witte mensen en andere bevolkingsgroepen wordt als racisme betiteld, wat dan een soort afkorting is voor de racistische denkbeelden die aan die ongelijkheid ten grondslag liggen. Deze betekenis 3.0 is inmiddels wijdverbreid. De populaire auteur Ibram X. Kendi, die ook voor The Atlantic schrijft, bestempelt alle op ras gebaseerde sociale ongelijkheid als onwenselijk racisme. Deze betekenis van het woord is in de sociale wetenschappen inmiddels gemeengoed en vormt de grondslag voor het moderne debat over ras en racisme. Zo zullen veel mensen zeggen dat de lagere prestaties van zwarte studenten op gestandaardiseerde tests betekenen dat die tests racistisch zijn, in de zin dat ze zwarte studenten benadelen.

    De Black Lives Matter-protest in Charlotte in North Carolina. – © Unsplash
    De Black Lives Matter-protest in Charlotte in North Carolina. – © Unsplash

    Irritatie

    Mitchum was het zat dat mensen haar in debatten over racisme verweten dat haar gebruik van het woord racisme niet klopte omdat die betekenis 3.0 niet ‘in het woordenboek staat’. En haar irritatie is terecht. Ze zoog die betekenis niet uit haar duim – overal in ons land wordt het woord door massa’s mensen, met name hoogopgeleiden, in die betekenis gebruikt.

    Woordenboeken kunnen achterlopen op de maatschappelijke ontwikkeling. Het idee dat een woord altijd onmiskenbaar ‘betekent’ wat er in het woordenboek staat, is dan ook veel te makkelijk. Het is onvermijdelijk dat de betekenis van woorden voortdurend verandert, en niet alleen in groepstaal en jargon. Wie dat niet gelooft, moet maar eens letten op het gebruik van het woord fantastic in oude films of oude afleveringen van de tv-serie The Twilight Zone: toen bedoelden ze niet fantastisch in de zin van ‘geweldig’, maar in de zin van ‘fantasierijk, imaginair’. De betekenis is geleidelijk verschoven. Maar in onze echte, fantasie-arme wereld hebben mensen de neiging om te denken dat de kille letters in een woordenboek een onveranderlijke waarheid uitdrukken. We kunnen dus niet toelaten dat de definities van zulke belangrijke woorden als ‘racisme’ bevroren blijven in de tijd van Watergate en zitkuilen. Want wreed en zo, maar we zijn alweer een heel stuk verder, weetjewel.

    Woorden zijn net mensen, hun ontwikkeling is vaak wanordelijk

    Maar de waaier aan betekenissen die het woord ‘racisme’ nu heeft, kan natuurlijk ook verwarrend zijn. Ik voorzie al een lang gesprek met mijn kinderen als ze over een tijdje met vragen komen omdat ze het woord in een betekenis hebben gehoord die veel verder reikt dan de simpele oude betekenis van prejudiced, mensen met ‘vooroordelen’.

    Het is op zichzelf niet ongebruikelijk dat de definitie van een woord uitdijt van de eigenschap van een individu naar die van een hele samenleving.

    De ontwikkeling van racisme 1.0 naar racisme 2.0 volgt een lijn van metaforisch denken die al dateert van de oude Grieken. Ook zij zagen een samenleving als individu in een macrokosmos. De conceptuele stap van een gezonde persoon naar een gezonde samenleving is dan niet zo groot, net zomin als die van een racistisch mens naar een racistische samenleving.

    Ongelijkheid

    Maar die stap is alleen klein als je discriminatie, dus actieve achterstelling, nog steeds als de essentie van racisme beschouwt. De stap van racisme 2.0 naar racisme 3.0 is een minder gebruikelijk soort taalverandering. In betekenis 3.0 spreekt het vanzelf om maatschappelijke ongelijkheid als racisme te bestempelen omdat die ongelijkheid ontegenzeggelijk voortvloeit uit een door vooroordelen ingegeven achterstelling. Zo zullen velen zeggen dat de gezondheidsstatistieken van zwarte Amerikanen slechter zijn doordat ze minder toegang hebben tot goede gezondheidszorg en supermarkten. In zo’n geval wordt ook vaak van racisme gesproken als actieve discriminatie niet (of niet meer) de directe oorzaak van de verschillen is.

    In de sociale wetenschappen is dit een algemeen aanvaard uitgangspunt, maar in de samenleving als geheel lijkt deze gedachte nog niet op algemene instemming te kunnen rekenen. Eén struikelblok is daarbij dat sommige maatschappelijke belemmeringen, die weliswaar voortkwamen uit racisme 1.0 en 2.0, inmiddels tot het verleden behoren, zoals de postcodediscriminatie (‘redlining’), waardoor zwarte wijken vanzelf overbevolkte achterstandswijken werden. Er zullen vast mensen zijn die zich verzetten tegen een definitie van racisme waarin ook denkbeelden en daden nawerken van mensen die allang overleden zijn.

    Taalkundigen schrijven anderen niet voor hoe ze de taal moeten gebruiken. Wij zijn als Chauncey Gardiner in Being There: we kijken graag toe. Maar taalkundigen zijn ook mensen, dus ik heb wel mijn voorkeuren. Zo houd ik niet van wanorde.

    Als ik mijn zin kreeg – maar dat gaat niet gebeuren – zouden we toestaan dat ‘racisme’ nu ook slaat op een samenleving en daarnaast het woord prejudiced uit de mottenballen halen om het racisme van individuen mee aan te duiden. Ooit was prejudiced immers hét Amerikaanse woord voor ‘racistisch’. Pas vanaf 1970 begon dat plaats te maken voor het woord ‘racistisch’ (racist), dat na 1980 sterk opkwam. Neem de manier waarop Sammy Davis Jr. in 1972 in All in the Family de spot drijft met Archie Bunker. Zijn gebruik van ‘prejudiced’ in deze passage is verouderd, daar zou je nu gewoon racist zeggen:

    If you were prejudiced, you’d go around saying you were better than anyone else in the world, but I can honestly say, after spending these marvelous moments with you, you ain’t better than anybody!

    In dezelfde periode waarin prejudiced het veld ruimde voor racist, begon chauvinist [seksistisch] plaats te maken voor sexist, om dezelfde redenen: heftige begrippen moeten soms ververst worden om hun kracht te behouden, zeker als ze veel gebruikt worden. Daardoor maakt het woord racism nu steeds vaker plaats voor white supremacy. Het is een kwestie van tijd voordat het daardoor is verdrongen, en woordenboekmakers moeten daar rekening mee houden.

    Vooroordelen

    Ik ken geen voorbeelden van verouderde woorden die met succes zijn afgestoft voor hernieuwd dagelijks gebruik, maar hemeltje – wat zou prejudiced tegenwoordig goed van pas komen. Daarmee doe je een heldere bewering over een persoon en diens denkbeelden: dat het iemand is die vooroordelen koestert. Het zou raar voelen om van een samenleving te zeggen dat die vol vooroordelen zit – je blijft dan toch denken aan die ene persoon, die mopperende racist op de veranda.

    In den beginne was het woord ‘racist’ voor velerlei uitleg vatbaar. Is dat iemand die lid is van een bepaald ras? Die voor andere rassen opkomt? Of iemand die aandacht vraagt voor het bestaan van verschillende rassen? Of slaat ‘racistisch’ vooral op een bepaald beleid? Dat laatste is de richting waarin de betekenis zich heeft ontwikkeld. Maar in mijn ideale taal leggen mensen vooroordelen aan de dag en geeft een samenleving blijk van racisme.

    Helaas voegt de taal zich nooit volledig naar je wensen. Woorden zijn net mensen, hun ontwikkeling is vaak wanordelijk. ‘Letterlijk’ kan ook precies het tegenovergestelde betekenen, evenals het Engels voor ‘snel’ (zo heb je run fast, hardlopen, tegenover stuck fast, vastzitten). En wat kan ‘daten’ wel niet allemaal betekenen?

    Hoe het ook zij, als woordenboeken een afspiegeling moeten bieden van hoe de taal daadwerkelijk wordt gebruikt, moet dit erin verdisconteerd worden. Dus laten we blij zijn dat ook de lexicografie woke wordt over racisme.

  • Víctor Jara leeft in Chili nog altijd voort als symbool van verzet

    Víctor Jara leeft in Chili nog altijd voort als symbool van verzet

    De complete Chileense culturele sector steunt de protesten van de bevolking tegen het regeringsbeleid van president Sebastián Piñera en voor een gelijke verdeling van de welvaart in het land. De muziek van de vermoorde zanger Víctor Jara brengt het protest tot uiting.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen maandag werd in Chili een aantal oud-soldaten van het Pinochet-regime vijftig jaar na dato veroordeeld voor de moord op de populaire zanger Víctor Jara. Ze werden schuldig bevonden aan het martelen en vermoorden van dit icoon van de Latijns-Amerikaanse populaire muziek in 1973. Als lid van de Chileense Communistische Partij was Víctor Jara fervent aanhanger van president Salvador Allende, die in 1970 de verkiezingen won en slachtoffer werd van een door de CIA gesteunde militaire staatsgreep op 11 september 1973. Dit artikel uit El País van vier jaar geleden laat zien hoe belangrijk Víctor Jara nog steeds is voor de Chileense bevolking, die in 2019 en masse de straat op ging. Jara’s muziek klonk tijdens elke demonstratie en voorzag de onvrede van de Chilenen met het regeringsbeleid van woorden. Zelfs vijftig jaar later is de nagedachtenis aan Jara nog altijd springlevend in Chili.

    Toen de Chileense singer-songwriter Mon Laferte tijdens de uitreiking van de Latin Grammy’s op de rode loper haar jurk van haar schouders liet glijden was voor de hele wereld de protestboodschap op haar borst zichtbaar: ‘Chili martelt, moordt en verkracht’. Haar daad was slechts het topje van de ijsberg. De complete Chileense culturele sector steunt de demonstraties van de bevolking, die de ongelijke verdeling van de welvaart in het land niet langer pikt. Alle kunstdisciplines hebben zich verenigd, graffiti-artiesten die de muren in de stad beschilderen staan zij aan zij met ’s lands succesvolste schrijver Isabel Allende. Iedereen doet mee.

    ‘Nooit werd er in Chili naar aanleiding van sociale onrust zo veel nieuwe muziek gemaakt in zo’n korte tijd,’ zegt muziekjournalist en schrijver Marisol García.

    ‘In Chili zijn muziek en politiek en soms ook politiek activisme altijd al nauw met elkaar verweven, maar het leek alsof die traditie een beetje was ingezakt. De demonstraties begonnen op 18 oktober en vanaf die dag komen artiesten bijna dagelijks met nieuwe liedjes. Rappers, techno-dj’s, iedereen laat van zich horen,’ aldus García. Nog maar een paar dagen geleden was op een steenworp afstand van het epicentrum van de burgerprotesten te zien hoe kunstenaars zich manifesteren. Daar, op het Plaza Baquedano, pal voor haar thuisbasis het Teatro de la Universidad, gaf het Orquesta Sinfónica Nacional een concert. ‘Wij strijden voor dezelfde zaak als het Chileense volk en voor ons is muziek de manier om ons te uiten,’ vertelde violist Daniel Zelaya.

    Muzikanten te midden van een anti-regeringsprotest in Santiago op 22 oktober. Het protest tegen het regeringsbeleid van president Piñera wordt breed gesteund onder muzikanten, filmmakers, kunstenaars en schrijvers. – © Esteban Felix / AP Photo / HH
    Muzikanten te midden van een anti-regeringsprotest in Santiago op 22 oktober. Het protest tegen het regeringsbeleid van president Piñera wordt breed gesteund onder muzikanten, filmmakers, kunstenaars en schrijvers. – © Esteban Felix / AP Photo / HH

    Een van de symbolen van deze protestmaand was het lied ‘El derecho de vivir en paz’ (Het recht op leven in vrede) van singer-songwriter Víctor Jara, die kort na de militaire staatsgreep in 1973 werd vermoord. Wat dit lied losmaakte, kun je vergelijken met de impact van de humoristische cartoons tijdens de dictatuur van Pinochet. Meer dan een miljoen mensen hadden zich verzameld voor een mars in Santiago de Chile. Ze gaven gehoor aan de oproep van het collectief Mil guitarristas para Víctor Jara [Duizend gitaristen voor Víctor Jara], dat zich voor de Biblioteca Nacional had verzameld om zijn liederen te spelen.

    Dit lied werd ook uitgekozen door achttien Chileense musici uit alle delen van de wereld – Israël, Duitsland, New York – om op sociale media te verspreiden. Cellist Daygoro Serón, die in Oostenrijk woont en werkt, vroeg elke musicus om het stuk te spelen terwijl ze zichzelf filmden. Alle opnames werden in een enkele video gemonteerd, die was te zien op sociale media. ‘Het stemt hoopvol dat diverse maatschappelijke en politieke sectoren spontaan de handen ineen slaan om te strijden tegen ongelijkheid,’ vindt gitarist Emmanuel Sowicz, die in Londen woont en deelnam aan het initiatief.

    ‘President Piñera, vanuit alle delen van de wereld hebben schrijvers gezien dat Chili niet langer is wat het ooit was, er is geen weg meer terug,’ zegt Isabel Allende aan het begin van een video van het Chileense schrijfsterscollectief AUCH! die in de begindagen van de protesten circuleerde op sociale media. Een maand later zijn als gevolg van de protesten 23 burgers omgekomen en 2391 gewond geraakt, aldus het Instituto Nacional de Derechos Humanos [Nationaal Instituut voor Mensenrechten]. De overheid zegt dat 1974 agenten verwondingen opliepen. De uitspraak van de beroemde schrijver van Het huis met de geesten kreeg bijval van auteurs van over de hele wereld.

    De Nicaraguaanse schrijver Gioconda Belli en de Peruaanse schrijver Santiago Roncagliolo riepen op tot ‘waardigheid, geen kogels’. Zowel in binnen- als buitenland heeft de literatuur haar stem laten horen. ‘Er zijn steunbetuigingen opgesteld, handtekeningen verzameld, opiniecolumns geschreven, de sociale media zijn ingezet, er zijn lezingen op openbare plekken georganiseerd en spontane bijeenkomsten opgeluisterd,’ somt de jonge romanschrijver Alejandra Costamagna op. Dit alles dient maar één doel: de roep om een rechtvaardige samenleving, een samenleving waar sociale verworvenheden geen handelswaar zijn maar rechten,’ zegt Costamagna, auteur van de bekroonde roman El sistema del tacto

    Solidariteit in de kunsten

    Al laten de letteren flink van zich horen, misschien wordt het nieuwe Chili, waarvan de huidige protesten en demonstraties een uiting zijn, de laatste jaren wel het beste verbeeld door toneelschrijvers als Guillermo Calderón of Luis Barrales. Maar ook de filmwereld heeft zich deze dagen geroerd. De productiemaatschappij Fábula, van filmmaker Pablo Larraín, riep tijdens een bijeenkomst van vakgenoten op tot een ‘moment van bezinning’.

    Tegelijkertijd documenteren verschillende collectieven, zoals Registro Callejero, wat er zich op straat afspeelt. Actrice en regisseuse Manuela Martelli, die met haar camera de straat op is gegaan om de demonstraties te filmen, zegt dat ‘in Chili het gevoel overheerst dat er sprake is van machtsmisbruik, dat er ongelijkheid is en dat Chili welvarender wordt maar dat niet iedereen daarvan profiteert’.

    ‘Vanuit alle delen van de wereld hebben schrijvers gezien dat Chili niet langer is wat het ooit was’

    Ook de grotere musea manifesteren zich. Claudia Zaldívar, directrice van het Museo de la Solidaridad Salvador Allende, vertelt dat het museum zijn deuren sloot toen de noodtoestand werd uitgeroepen en het leger de straat op ging. ‘We hebben een bijeenkomst georganiseerd voor de buurtbewoners. Het museum staat in dienst van de gemeenschap en is een plek voor de dialoog,’ verduidelijkt Zaldívar.

    De kunstvereniging Arte Contemporáneo Asociado – bestaand uit kunstenaars, theoretici en conservators – trok de publieke ruimte in. Op 25 oktober organiseerden ze een massale mars langs zes monumenten in Santiago de Chile die symbool staan voor de geschiedenis, de cultuur en de grote verhalen van Chili. Ze bedekten de monumenten met doeken als waren het lijkwades. Volgens kunstcriticus en bestuurslid Diego Parra ‘proberen kunstenaars vanuit hun eigen discipline, dat wil zeggen de verbeelding, een tegengeluid te laten horen’. 

  • Kiezen voor een betere wereld. Het kan

    Kiezen voor een betere wereld. Het kan

    Hoe moet het verder met deze wereld? Ontwerper Bruce Mau ziet het zo: er zijn twee keuzes die zich opdringen. Of gebruikmaken van alle mogelijkheden die dit tijdperk ons biedt en een sprong in de ongewisse toekomst maken. Of ons blijven wentelen in veilige, vertrouwde patronen.

    2018 was de vijftigste verjaardag van wat ik als de laatste grote revolutie beschouw: de chaos van 1968, het jaar toen in de Vietnamoorlog het tij begon te keren, overal studentenprotesten uitbraken en de Praagse lente hardhandig de kop werd ingedrukt. Tegenwoordig wordt Noord-Amerika geconfronteerd met niet één, maar twee revoluties: een revolutie van kansen en een revolutie van afwijzing. Het voelt misschien niet als een revolutionaire tijd, maar wie goed om zich heen kijkt, ziet dat economische, sociale en politieke krachten ons momenteel in twee richtingen trekken. De ene richting zal ons verder vooruit stuwen, de andere zal ons terugduwen. Ons lot hangt af van welke revolutie wij omarmen.

    De revolutie van kansen wordt gedreven door onderwijs, wetenschap, innovatie en design. Ons dagelijks leven kan altijd slimmer, sneller, gemakkelijker, lichter, groener, rechtvaardiger, opener, toegankelijker en mooier. Van de energiebronnen die we gebruiken tot de producten die we kopen, van het voedsel dat we eten tot de manier waarop we omgaan met onze omgeving en met elkaar, alles wordt zo ontworpen dat het steeds beter aan onze behoeften voldoet.

    Tegenwoordig is Warren Buffett een van de rijkste mensen ter wereld, maar hoewel hij over mogelijkheden beschikt die ik niet heb, zien onze levens er niet zo heel verschillend uit

    Praktisch elke meetbare trend van belang is in de afgelopen tweehonderd jaar ten goede gekeerd. Grote problemen zijn opgelost, van de bestrijding van besmettelijke ziektes tot gratis openbaar onderwijs. We zijn op de maan geland. We hebben continu mensen aan het werk in een internationaal ruimtestation, we laten een wagentje over Mars karren en lanceren kneitergrote raketten die op eigen kracht kunnen landen. Vele naties bundelen hun krachten in de strijd tegen polio, malaria, aids, ebola, armoede, honger en klimaatverandering. We hebben een wereldwijde infrastructuur voor de productie en het vervoer van goederen, voor vliegverkeer en telecommunicatie. Meer dan vier miljard mensen hebben inmiddels toegang tot internet, en daarmee tot enorme hoeveelheden informatie en nieuwe kansen, en de landbouwproductie is ten opzichte van 1961 meer dan verdrievoudigd.

    Toch zijn veel commentatoren er op de een of andere manier van overtuigd dat we achterop raken. ‘In Amerika neemt het vertrouwen af,’ kopte The Atlantic in januari 2018 bij een artikel over het dalende vertrouwen in de overheid, de media en het bedrijfsleven. In een Ipsos-enquête zei meer dan de helft van de Canadese ondervraagden in 2017 dat de jongeren van nu slechter af zijn dan de generatie van hun ouders. We zijn ervan overtuigd dat we slecht presteren, dat onze instellingen falen, dat we niet in staat zijn de belangen van de wereldgemeenschap boven onze persoonlijke of nationalistische belangen te stellen, niet van onze fouten leren en niet bereid zijn ons gedrag te veranderen in het algemeen belang.

    In 1820 leefde naar schatting 94 procent van alle wereldburgers in extreme armoede. Het verschil tussen rijk en arm was gigantisch. Tegenwoordig is Warren Buffett een van de rijkste mensen ter wereld, maar hoewel hij over mogelijkheden beschikt die ik niet heb, zien onze levens er niet zo heel verschillend uit. We kunnen allebei onderwijs genieten, met het vliegtuig reizen en op vakantie gaan, we hebben mobiele telefoons, computers en internet, we drinken koffie van Starbucks en maken gebruik van Google. Dat al die mogelijkheden wereldwijd openliggen voor miljarden mensen is hét kenmerk van onze tijd.

    Nooit is er in de geschiedenis zoveel rijkdom gecreëerd als in de afgelopen vijftig jaar. Miljarden mensen zijn toegetreden tot de mondiale middenklasse. Die groep telt volgens één studie nu 3,8 miljard mensen en is daarmee voor het eerst in de geschiedenis groter dan de groep mensen die in armoede leeft. Door nieuwe vormen van betalingsverkeer en economische uitwisseling hebben ook de allerarmsten tegenwoordig toegang tot de rijkdom van de markt. De Keniaanse mobiele betaaldienst M-Pesa schijnt twee procent van de Keniaanse huishoudens uit de armoede te hebben getild, louter door deze mensen voor het eerst toegang te bieden tot een bankrekening. Dat is de revolutie van kansen: zorgen dat iedereen die kansen kan benutten.

    © Josh Barwick
    © Josh Barwick

    De revolutie van afwijzing staat voor wanhopig vasthouden aan verouderde technologieën, industrieën en energiesystemen, ongeacht de gevolgen voor mens, milieu en economie. G20-landen geven nog steeds 444 miljard dollar subsidie aan fossiele brandstoffen. (In 2016 gaf Canada 3,3 miljard dollar aan de fossiele-brandstofindustrie.) Ondanks de dalende vraag naar steenkool hamert president Trump erop dat de Amerikaanse steenkoolindustrie moet worden gered, en zijn regering heeft tientallen milieuvoorschriften geschrapt, waaronder veiligheidsvoorschriften voor het boren in zee.

    De revolutie van afwijzing leidt ook tot een steeds grotere concentratie van rijkdom in de handen van een steeds kleinere groep, zodat één procent van de mensheid nu meer dan veertig procent van alle rijkdom ter wereld bezit. De inkomensongelijkheid is in Noord-Amerika, Rusland, China en India sinds 1980 heel snel toegenomen en in Europa matig, zo blijkt uit het World Inequality Report van 2018. In regio’s waar de ongelijkheid niet is gestegen, was die al extreem hoog: ongeveer zestig procent van alle rijkdom in het Midden-Oosten blijft in handen van de rijkste tien procent van de bevolking. Zelfs in Canada, een land met een levensstandaard die voor velen een ideaal is, is het bezit van de rijkste 87 families gelijk aan dat van alle bewoners van de provincies Newfoundland en Labrador, Prince Edward Island en New Brunswick samen. Het gevaar dreigt dat de rijkste burgers een leven gaan leiden dat volledig is afgescheiden van het onze en zo hun binding met de maatschappij verliezen. De toekomst ligt niet in ommuurde villawijken en vip-lounges, maar in platforms die de voordelen van onze tijd binnen ieders bereik brengen.

    Gezondheid

    Onze levensduur is ontegenzeggelijk de beslissende graadmeter voor de mate waarin we beschikken over goede gezondheidsvoorlichting, goede zorg en een gezonde leefomgeving. De levensduur neemt wereldwijd al tweehonderd jaar toe. Op sommige plaatsen gaat dat sneller dan op andere en in tijden van crisis of conflict kan de levensduur ook weleens afnemen. Maar de algemene trend is onmiskenbaar. De technologische en wetenschappelijke vooruitgang heeft onze mogelijkheden voor medisch ingrijpen vergroot, resulterend in nieuwe vormen van gezondheidszorg, een lagere kindersterfte en een langere levensduur. Op het vlak van medische innovatie worden er voortdurend nieuwe technologieën voor ingrijpen in het menselijk lichaam bedacht en gerealiseerd.

    Armen, benen, handen, gewrichten, tanden, ogen, hart, nieren, huid, oren, alvleesklier, botten, kraakbeen, lever en longen: allemaal kunnen we die nu vervangen of herstellen. Hugh Herr, die aan het Massachusetts Institute of Technology prothesen ontwikkelt en bij het bergbeklimmen zelf zijn onderbenen heeft verloren, grapt weleens dat hij medelijden heeft met mensen die hun ledematen niet kunnen upgraden. Zijn eigen kunstbenen worden steeds beter – hij heeft nu al speciale benen om te hardlopen en om te klimmen – terwijl de rest van zijn lichaam gewoon veroudert, net als dat van andere mensen. Hij voorziet een toekomst waarin prothesen niet alleen worden gebruikt om ontbrekende ledematen te vervangen, maar om het menselijk lichaam te verbeteren, een toekomst waarin kunstmatige alternatieven te verkiezen zijn boven onze eigen botten en organen.

    Als wij mensen de handen ineen slaan, kunnen we ziekten compleet van de aardbodem vagen. De pokken was de eerste ziekte die officieel uitgeroeid werd verklaard. Het uitroeien van malaria zal niet lukken, maar de verspreiding ervan kan tegen die tijd wel sterk worden teruggedrongen. Sinds er in 1988 een begin werd gemaakt met het uitroeien van polio, is het aantal ziektegevallen al met minstens 99 procent gedaald.

    Ondertussen worden in de revolutie van afwijzing pseudowetenschap en complotdenken verkozen boven wetenschappelijke feiten. Sinds 2009 is in twaalf staten van de VS een stijging te zien van het aantal mensen dat vaccinaties weigert met een beroep op hun ‘wereldbeschouwing’. Ook in Europa grijpt de weerstand tegen vaccinatie eveneens om zich heen. Ongefundeerde geruchten over neveneffecten worden breed uitgemeten en nieuw leven ingeblazen op internet, vooral via sociale media. In dit geval geeft de nieuwe technologie een stem aan groepen die angst willen zaaien en zo de fundamenten van kennis en waarheid ondermijnen.


    De revolutie van kansen belooft politieke vrijheid en een ingrijpende machtsverschuiving naar echte democratie in maatschappelijke processen en marktmechanismen. Dat betekent vrij verkeer van mensen, vrijheid van meningsuiting en een vrije pers.

    Al sinds halverwege de jaren zeventig stijgt het aantal democratische regeringen ter wereld. In 2016 waren volgens het Pew Research Center bijna zes op de tien regeringen democratisch. Dat is een enorme prestatie, als je bedenkt dat er tweehonderd jaar geleden nog maar één officiële democratie bestond (de Verenigde Staten), waarin je toen alleen nog stemrecht had als je man, blank en grondbezitter was. De afgelopen zeventig jaar heeft een enorme afname van politiek geweld laten zien. In Canada is de maatschappelijke betrokkenheid gegroeid: meer Canadezen zijn lid van groepen en organisaties binnen hun gemeenschap, en volgens cijfers uit 2013 over politieke en culturele organisaties is meer dan de helft van de leden daarin actief via internet. Het internet en alle platforms die daarop mogelijk zijn, maken de weg vrij voor een ongekende participatiegraad in onze democratie.

    Soms voelt dat misschien niet zo, en met reden. Wereldwijd zit de vrijheid al tien jaar in het slop: Turkije, Polen, Venezuela en Hongarije glijden af naar een vorm van autocratie. Crowdfunding, sociale media en videoplatforms zijn gebruikt om mensen tegen elkaar op te zetten in plaats van verbinding te zoeken. In Myanmar heeft het leger gebruikgemaakt van Facebook om mensen tot geweld tegen de Rohingya aan te zetten op een manier die doet denken aan het gebruik van de radio tijdens de genocide in Rwanda. En extreemrechtse partijen in Europa zetten sociale media in om de angst voor migranten aan te wakkeren en aan te dringen op sluiting van de landsgrenzen.

    Ook de vrijheid van meningsuiting wordt bedreigd. Freedom House constateerde dat van juni 2016 tot mei 2017 dertig van de vijfenzestig regeringen die deze onafhankelijke Amerikaanse mensenrechtenorganisatie volgt, geprobeerd hebben het online debat de kop in te drukken. In Turkije zijn meer dan 180 mediakanalen en uitgeverijen opgedoekt. Staatshoofden als Donald Trump en de Filipijnse Rodrigo Duterte worden steeds feller in hun aanvallen op de media. De laatste heeft persvrijheid zelfs ‘een privilege’ genoemd en gezegd dat journalisten die zijn vermoord waarschijnlijk ‘wel iets gedaan’ zullen hebben om dat te verdienen. In die trends ontwaar ik de revolutie van afwijzing, waarbij leiders angst zaaien om in naam van nationalisme en nationale veiligheid burgerrechten te ontmantelen.

    Of we het nou willen of niet, we zijn allemaal afhankelijk van elkaar

    Waarom is dat van belang? Omdat we, of we het nou willen of niet, allemaal van elkaar afhankelijk zijn. Op de lange termijn is het succes van de burgers van één land volledig afhankelijk van het succes van alle andere landen. Ideeën, goederen en mensen gaan tegenwoordig met grote snelheid de hele wereld rond. Onze grootste problemen op het gebied van economie, gezondheidszorg, politiek en milieu lopen over landsgrenzen heen. Net als mensen: of je nu denkt aan vluchtelingen die willen ontkomen aan vervolging (of aan de gevolgen van de klimaatverandering) of aan immigranten op zoek naar werk. In 2036 kan één op de twee Canadezen een immigrant of een kind van een immigrant zijn. We moeten daar niet voor terugdeinzen en geen hindernissen opwerpen, maar blij zijn met een wereld waarin culturen, rassen en talen zich vermengen en nieuwe vormen van rijkdom en schoonheid opleveren.

    Klimaatverandering

    De tweesprong waar we voor staan wordt het scherpst geïllustreerd in de klimaatverandering. Volgens het laatste rapport van het VN-Klimaatpanel hebben we nog maar elf jaar om te voorkomen dat de mensheid te kampen krijgt met verwoestende overstromingen, droogtes en vluchtelingencrises. Als de temperatuur met twee graden stijgt, zal 99 procent van alle tropische koraalriffen sterven, zal een vijfde van de insecten meer dan de helft van hun leefgebied verliezen en zullen miljoenen mensen uit tropische gebieden geëvacueerd moeten worden om te ontkomen aan droogtes en overstromingen. Beperking van de temperatuurstijging tot 1,5 graad of minder – een doel dat het rapport schetst – zou vereisen dat de CO2-uitstoot in 2050 wereldwijd is teruggedrongen tot nul.

    Bij zulke sombere voorspellingen is het gemakkelijk om pessimistisch te worden. Maar hoewel we vaak slecht op problemen anticiperen, hebben we ook bewezen dat we kunnen doorpakken als er een crisis voor de deur staat. Er is goed nieuws: overal ter wereld komen mensen en overheden in actie. Een non-profitorganisatie in Michigan is bezig sequoia’s te klonen om met de aanplant daarvan de oude oerbossen te herstellen. Op een strand in Mumbai hebben meer dan duizend vrijwilligers onder leiding van een jonge advocaat 3,5 miljoen kilo afval opgeruimd. China heeft plannen voor een enorme markt in emissierechten en India heeft inmiddels wereldwijd de grootste markt voor het veilen van duurzame energieprojecten.

    De twee revoluties die ik heb geschetst, lijken misschien een simplistisch model voor een complexe, steeds veranderende wereld. Maar ze helpen ons te zien hoe we verder moeten. We hebben uiteindelijk allemaal het recht om onze revolutie zelf te kiezen, en zo zal elk land en elke regio zijn eigen keuze maken. Maar als we niet samen kiezen, als we niet samen de revolutie van kansen zien zullen we vanzelf vervallen in de revolutie van afwijzing. En dan lopen we onze kansen mis.

    Auteur: Bruce Mau
    Vertaler: Frank Lekens

    The Walrus
    Canada | verschijnt 10 x per jaar | oplage 60.000

    The Walrus publiceert longreads over Canadese en internationale actualiteiten evenals fictie en poëzie van Canadese auteurs.