Tag: machtspolitiek

  • De onbegrijpelijke normalisering van de Syrisch-Arabische betrekkingen

    De onbegrijpelijke normalisering van de Syrisch-Arabische betrekkingen

    Met welke logica Arabische landen diplomatieke betrekkingen met Bashar al-Assad willen herstellen is moeilijk te volgen. Het Syrische regime – aan de macht gekomen via een staatsgreep – heeft inmiddels een half miljoen moorden op zijn geweten en zeven miljoen ontheemden.

    De versnelde normalisering van de diplomatieke betrekkingen tussen een toenemend aantal Arabische regimes en dat van Bashar al-Assad heeft iets onbegrijpelijks: na het bezoek van de Syrische dictator aan de Omaanse hoofdstad Masqat en daarna aan Abu Dhabi afgelopen februari en maart, en na dat van de Egyptische minister van Buitenlandse zaken aan Damascus, eveneens afgelopen februari, ontving Riyad op 14 april jongstleden nieuwe afgevaardigden uit de regio om over de terugkeer van Syrië in de Arabische Liga te praten, na twaalf jaar schorsing. Ook al worden er door bepaalde analisten rationele verklaringen voor deze kentering aangedragen, er blijft reden voor verwarring. Laten we desondanks proberen hun logica te volgen.

    Iraanse invloed

    Deze toenadering wordt ingegeven door de wens om Iran uit Syrië te verjagen of in elk geval de Iraanse invloed op het land te verminderen, aldus enkele commentatoren uit de Emiraten en Saoedi-Arabië. Dit oogmerk lijkt hoogst onwaarschijnlijk. Daarvoor is Iran veel te goed ingebed in Syrië en is de relatie tussen de twee regimes veel te organisch en hecht. Assad is niet alleen niet bij machte om zijn banden met Teheran te verbreken of zelfs maar te verzwakken, hij wil dat ook helemaal niet. Waarom zou hij? Iran heeft zijn regime gered en het een bestaansreden gegeven: de strijd tegen het ‘Takfiri-terrorisme’ en het lidmaatschap van ‘Verzetsas’, twee elementen die stroken met de sociaal-culturele aard van Syrië. Het eerste element strookt met het beleid van de regimes van Mohammed bin Zayed van de Verenigde Arabische Emiraten en Mohammed bin Salman van Saoedi-Arabië (maar ook met dat van de Verenigde Staten, Rusland en andere landen), het tweede verschaft een ideologische dekmantel aan een regionaal bondgenootschap op confessionele basis dat organisch tegen bepaalde Arabische landen is gekant – met name Saoedi-Arabië – en waarvan het centrum zich in Teheran bevindt.

    In Libanon, Irak, Jemen en Syrië gaat Teheran tot het uiterste om de dominantie te behouden

    De Arabische Liga is veel minder belangrijk voor Syrië. Die wordt door Bashar al Assad alleen maar als een ‘spel’ gezien, net als de VN, zoals hij in 2011 zelf op de Amerikaanse televisiezender ABC verklaarde. De aanwezigheid van Syrië in deze twee organisaties is altijd mooi meegenomen, maar het gaat Assad er vooral om de absolute en permanente macht te behouden, en daarvoor staat Iran om geostrategische en culturele redenen garant. In Libanon, Irak, Jemen en Syrië zelf heeft Teheran bewezen tot het uiterste te gaan om de dominantie te behouden. Het gevolg is dat als de leiders van de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië, evenals die van Jordanië, Algerije en Egypte, werkelijk denken dat ze afstand moeten nemen van Teheran om hun betrekkingen met Damascus te normaliseren, ze zich deerlijk vergissen en als verliezers van het ‘spel’ uit de bus zullen komen.

    Intrinsiek oorlogszuchtig regime

    Zou deze toenadering misschien vooral worden ingegeven door de wens om de interne strijd in de regio te beteugelen? De Verenigde Arabische Emiraten normaliseren hun betrekkingen met Israël en Saoedi-Arabië heeft datzelfde gedaan met Iran en zendt positieve signalen uit naar Tel Aviv, terwijl beide landen meer afstand nemen van Jemen. Maar behalve dat daarmee een regime wordt geaccepteerd dat een half miljoen van zijn burgers heeft vermoord, zeven miljoen heeft ontheemd en een groot deel van zijn steden heeft verwoest, is de wezenlijke vraag de volgende: wil het Syrische regime de regio stabiliseren? De geschiedenis van de afgelopen halve eeuw – niet alleen in Syrië, maar ook in Libanon, Irak en Turkije – maakt zo’n hypothese weinig aannemelijk. Oorlogszuchtigheid is een van de duidelijkste karaktertrekken van het Syrische familieregime, met de bedoeling voor altijd aan de macht te blijven in een land dat vroeger een republiek was, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Golfstaten waar de dynastieën en naties zich in samenspraak hebben gevormd. Het regime van Assad is via een staatsgreep aan de macht gekomen, en er is in feite sprake van een permanentte staatsgreep tegen de Syrische staat en maatschappij. Een staatsgreep die meedogenloosheid tot een vorm van regeren heeft verheven. En de mislukte revolutie van twaalf jaar geleden heeft dit oorlogszuchtige karakter alleen nog maar bestendigd.

    Gaat het dan om het bieden van hulp aan het Syrische volk dat sinds maart 2011 zoveel heeft geleden? Het lijkt er helaas op dat de voorstanders van normalisering niet de moeite hebben genomen ook maar een woord vuil te maken aan het onbekende lot dat meer dan 111 duizend Syriërs heeft getroffen; of aan het recht op een veilige terugkeer van bijna twee miljoen Syriërs die onder erbarmelijke omstandigheden in Libanon en Jordanië leven; of aan de toekomst van de 3,7 miljoen Syriërs in Turkije van wie de situatie allengs verslechtert; of aan het half miljoen Syriërs in Irak en Egypte. Daar komt bij dat het familieregime in Syrië niet alleen corrupt is, maar ook nog eens maffioos en misdadig, en dat van alle steun van de kant van regionale en internationale kapitaalverschaffers maar een miniem deel zal doordruppelen naar de verlichting van het menselijk leed in het land.

    Uitruil

    Laat de normalisering van de betrekkingen met dit ‘chemische’ regime zich misschien verklaren door een soort bewustwording van de gevolgen van de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Midden-Oosten en van de risico’s die verbonden zijn met de opkomst van zich steeds uitbreidende regionale machtscentra die goede banden onderhouden met Rusland, China en de bondgenoten daarvan? Is vanuit dit perspectief bezien de normalisering van de betrekkingen met het moordzuchtige regime van Assad misschien een stok om de Amerikanen te slaan die hun Saoedische bondgenoten ten tijde van Barack Obama op een in Saoedische ogen respectloze manier hebben behandeld en die niet erg happig zijn op onderhandelingen met Mohammed bin Salman? Ook al kunnen we onze ogen niet sluiten voor de onmiskenbare politieke emoties en rancune, vooral wanneer die leven bij niet verkozen en onverantwoordelijke elites, toch lijkt de normalisering van de betrekkingen met Iran en zijn Syrische protegé op ‘het zoeken van verkoeling in het vuur bij extreme hitte’, om een oud Arabisch spreekwoord te citeren.

    Of is er misschien sprake van een soort uitruil van Jemen tegen Syrië? Dat de Iraniërs hun vooruitgeschoven Houthi-post in Jemen inkrimpen en de Saoedi’s hun vooruitgeschoven post in Damascus normaliseren, waarmee de dominantie van Iran over Syrië (om van Irak en Libanon nog maar te zwijgen) in de hele Arabische wereld legitimiteit verkrijgt? Als dat het geval is, kan dat nauwelijks een rationele keuze worden genoemd.

    Is het nieuwe Arabische bestel erop gericht iedere volksbeweging de kop in te drukken?

    Het is in elk geval onvoorstelbaar dat de betrekkingen met het Syrische regime worden genormaliseerd omdat Bashar al-Assad de Arabische staten chanteert met het feit dat hij erin is geslaagd van Syrië een narcostaat te maken en op grote schaal Captagon-pillen naar de Golfstaten laat smokkelen. Te meer omdat het drugsimperium, dat wordt geleid door Bashars broer Maher, die onlangs nog in Saoedi-Arabië schijnt te zijn geweest, door het Syrische regime vermoedelijk niet alleen maar als een geldbron wordt beschouwd, maar ook als een oorlog die tot doel heeft de Saoedische maatschappij van binnenuit te vernietigen, zoals dat ook in Syrië zelf is gebeurd.

    De normalisering van de betrekkingen van de Emiraten en Saoedi-Arabië met het regime van Assad mist dus rationeel gesproken iedere basis. Maar misschien kan er een enigszins ‘rationele’ verklaring worden gevonden door de zaak vanuit een irrationeel oogpunt te bezien. Die verklaring moet naar mijn mening worden gezocht in een extreem ideaal dat in toenemende mate door de Arabische ‘elites’ wordt gedeeld: een politiek zonder politiek, zonder rechten, zonder discussie, en zelfs zonder maatschappij, een dynamiek van ‘Dubaïsering’ van talrijke Arabische landen. Dit ideaal behelst een strikt materialistische moderniteit, een universum dat wordt bestierd door superrijke oligarchen en een half tot slaaf gemaakte meerderheid van de samenleving. Dat is de bedoeling van het Neom- en het ‘The Line’-project van Mohammed bin Salman, van Sissi City, de toekomstige bestuurlijke hoofdstad van het Egyptische regime, en van de door de narco-elite in Damascus gekoesterde droom van een nieuw te bouwen Marota City. Wie op elkaar lijkt verenigt zich, en deze elites mogen dan afkomstig zijn uit zeer uiteenlopende milieus, ze delen een modernistische en fascinerende utopie. Termen als rechtvaardigheid, menselijke waardigheid en zelfs sociale interactie komen niet voor in het woordenboek van deze roofzuchtige en misdadige aristocratieën. Vanuit dit perspectief is massamoord geen obstakel voor normalisering. Integendeel, het kan indien nodig een laatste toevlucht zijn.

    Het ziet ernaar uit dat er een nieuw Arabisch bestel aan het ontstaan is, een bestel dat uitermate reactionair en meedogenloos is en gericht op het de kop indrukken van iedere volksbeweging. Er wachten ons moeilijke tijden…

    Lees ook:

  • ‘We staan aan het begin van een nieuw tijdperk van pure machtspolitiek’

    ‘We staan aan het begin van een nieuw tijdperk van pure machtspolitiek’

    De democratische achteruitgang is zo ernstig dat autocraten nu openlijk staatsgrepen plegen, verkiezingen stelen en andere landen binnenvallen, stelt Yascha Mounk in The Atlantic aan de kaak. ‘Despotische leiders van Myanmar tot Nicaragua voelen zich niet langer verplicht de schone schijn op te houden.’

    Vladimir Poetin houdt de schijn niet meer op. Maandenlang beweerde de Russische president dat hij slechts geïnteresseerd was in de veiligheid van zijn land. Maandenlang verzekerde hij de wereld dat hij geïnteresseerd was in een diplomatieke oplossing. Maandenlang hoonde hij waarschuwingen over een dreigende Russische invasie in Oekraïne weg. 

    Vervolgens gaf hij bevel tot een grootschalige aanval op een soevereine natie. Russische raketten bliezen doelen op in belangrijke steden als Kyiv, Lviv en Charkov. Russische troepen trokken in hoog tempo Oekraïens grondgebied binnen. Er is weer oorlog in het hart van Europa.

    Hoewel Poetin bleef volhouden dat het een ‘speciale militaire operatie’ betrof, was het duidelijk de bedoeling dat de wereld zijn boodschap zou horen. De wereldorde van na de val van de Sovjet-Unie is verleden tijd. Poetin is niet langer bereid zijn ambities te laten fnuiken door zelfs maar de meest elementaire internationale normen – zoals het verbod op verovering van grondgebied met militaire middelen. 

    We staan aan het begin van een nieuw tijdperk van pure machtspolitiek.

    Democratische recessie

    De aanval op Oekraïne viel samen met de lang geplande publicatie van het jaarlijkse rapport van de Amerikaanse waakhond Freedom House over de staat van de democratie in de wereld. Terwijl het rapport op 24 februari net na middernacht op de website van de ngo verscheen, zond CNN livebeelden uit van Russische troepen die de grens overstaken en van donkere rookwolken die boven Oekraïense steden opstegen. 

    Op basis van uitgebreid onderzoek naar de ontwikkelingen over de gehele aardbol, concludeert Freedom House dat de wereld het zestiende achtereenvolgende jaar is ingegaan van wat politicoloog Larry Diamond een ‘democratische recessie’ heeft genoemd. In 2021 was het aantal landen waar de democratie verloren dreigt te gaan wederom veel groter dan het aantal landen waar de democratie zich ontplooit. 

    In zestig landen zijn de burgerrechten verslechterd en democratische instellingen beknot, waarbij Afghanistan, Nicaragua, Tunesië en Soedan de kroon spannen. Aan het begin van de democratische recessie leefde ongeveer de helft van de wereldbevolking in een land dat als ‘vrij’ werd bestempeld. Inmiddels leeft nog maar twee op de tien mensen in een ‘vrij’ land, vier op de tien in ‘halfvrije’ landen zoals India, en nog eens vier op de tien in ‘onvrije’ landen zoals Saoedi-Arabië. 

    Voor alle aanvallen op de democratie uit het afgelopen jaar geldt dat ze steeds brutaler zijn geworden

    Ook nu weer vertonen landen waarvan de democratische instellingen door politicologen als stabiel werden beschouwd – dat wil zeggen dat het zeer onwaarschijnlijk werd geacht dat ze in de nabije toekomst zouden wankelen – serieuze tekenen van zwakte en instabiliteit. Zo verstoorde een aanslag op het Amerikaanse Capitool, op 6 januari 2021, de vreedzame machtsoverdracht in de Verenigde Staten, die lange tijd als het prototype van de duurzame democratie werden beschouwd.

    De interessantste bevindingen van het rapport helpen de tragische gebeurtenissen in Oost-Europa in een bredere context te plaatsen. De ogenschijnlijke plannen van Rusland om delen van Oekraïne in te lijven zijn een grove schending van het internationale recht, maar voor alle aanvallen op de democratie uit het afgelopen jaar geldt dat ze steeds brutaler zijn geworden. Nu de democratie overal ter wereld in een crisis verkeert, steken antidemocraten hun autocratische ambities niet langer onder stoelen of banken. 

    Tijdens de Koude Oorlog zijn tal van democratische regeringen waarin antidemocraten openlijk het gebruik van politiek geweld omarmden, onder wapengekletter gesneuveld. Maar in de afgelopen decennia kwamen dictators in spe meestal via de stembus aan de macht, door (relatief) vrije en eerlijke verkiezingen te winnen. Pas daarna begonnen zij de macht naar zich toe te trekken, onafhankelijke instellingen uit te hollen en de vrijheid van meningsuiting dusdanig in te perken dat ze niet meer langs democratische weg uit het zadel konden worden gelicht. 

    Staatsgrepen

    Midden jaren tachtig was het aantal landen dat een democratische verschraling beleefde hoog, maar het aantal militaire staatsgrepen bleef laag. In 2021 daarentegen telde maar liefst zeven coups, het hoogste aantal sinds het jaar 2000. In onder andere Myanmar, Soedan en Mali hebben militairen het afgelopen jaar hun favoriete politieke leider met geweld aan de macht geholpen. 

    De democratische normvervaging heeft er ook voor gezorgd dat zittende (minister-)presidenten harder kunnen optreden. In de periode vlak na de Koude Oorlog hadden zelfs dictators het gevoel dat ze de schijn van democratie moesten ophouden. Politieke leiders deden meestal hun best om de illusie van democratische legitimiteit in stand te houden. Hoewel deze democratische geloofsbelijdenissen nooit oprecht waren, vormden ze voor autoritaire regimes een prikkel om oppositieactivisten of gewone burgers niet al te openlijk of al te wreed te onderdrukken. Dat is nu aan het veranderen.

    In Rusland zijn Aleksej Navalny en veel van zijn aanhangers in de cel beland en is zijn organisatie van de verkiezingen uitgesloten

    Hoewel bijvoorbeeld de Russische oppositie lange tijd onder extreem moeilijke – en gevaarlijke – omstandigheden moest opereren, konden enkele partijen die kritisch tegenover Poetin stonden soms meedoen aan de verkiezingen. Zo niet in 2021, toen Aleksej Navalny en veel van zijn aanhangers in de cel belandden en zijn organisatie van de verkiezingen werd uitgesloten. 

    En bij de Nicaraguaanse verkiezingen van dit jaar, om nog een voorbeeld te noemen, arresteerden de sandinistische leiders een aantal oppositiekandidaten op grond van valse beschuldigingen. ‘Verkiezingen hebben autoritaire leiders lange tijd een schijn van legitimiteit gegeven’, schrijven Sarah Repucci en Amy Slipowitz van Freedom House. ‘Maar naarmate de internationale normen in de richting van autocratie verschuiven, worden deze schijnvertoningen steeds wranger.’ 

    Een ander treurig stemmend aspect van het rapport is dat het aantal landen dat democratischer wordt, de laatste tijd drastisch is gedaald. In 2006, het eerste jaar van de democratische recessie, bewogen 56 landen in de richting van meer vrijheid en democratie. Vorig jaar gold dat nog maar voor 25 landen. 

    De Amerikaanse droom

    Aan het einde van de Koude Oorlog wezen alle tekenen in de richting van democratie. De Amerikaanse droom, de welvaart uit Hollywoodfilms en de in de Bill of Rights vastgelegde vrijheden werden overal ter wereld nagejaagd. Ook andere stabiele en succesvolle westerse democratieën vormden een inspiratiebron voor democratische gezinde inwoners van andere landen. Met de Verenigde Staten als enige supermacht werden de geopolitieke ambities van dictators, die zich min of meer gedwongen zagen met een fluwelen vuist te regeren, ingetoomd.

    De veranderingen van de afgelopen drie decennia hebben de aantrekkingskracht van democratie wezenlijk verminderd. Wie in de eerste plaats geïnteresseerd is in materiële rijkdom, kan zich tegenwoordig in welvarende autocratieën als China of de Verenigde Arabische Emiraten vestigen; voor veel inwoners van de allerarmste landen is de droom van het goede leven niet langer synoniem aan leven in een democratisch land. Veel democratieën worden nu verscheurd door scherpe tegenstellingen en worstelen met binnenlandse spanningen die de stabiliteit bedreigen; ook in de VS staan de democratische instellingen onder druk. Daarbij wordt aan de poten van de democratische wereld gezaagd door een opkomend China en een revanchistisch Rusland; de autocraten op deze aardbol kunnen voor economische investeringen, militair materieel en internationale legitimiteit terecht bij opkomende autoritaire regimes. 

    Despotische leiders van Myanmar tot Nicaragua voelen zich niet langer verplicht de schone schijn op te houden

    Daarom voelen dictators zich vrij om hun masker af te werpen. Despotische leiders van Myanmar tot Nicaragua voelen zich niet langer verplicht de schone schijn op te houden of het ministerie van Buitenlandse zaken gunstig te stemmen. En die dictators die over aanzienlijke militaire slagkracht beschikken, zoals Vladimir Poetin, proberen de wereldorde nu naar hun hand te zetten. 

    De democratie krijgt er een tegenspeler bij op het wereldtoneel. In de komende decennia zal er niet alleen fysiek strijd worden geleverd tussen democratieën en autocratieën op belangrijke slagvelden zoals Oekraïne, maar ook intellectueel, tussen de voorvechters van democratie en diegenen die het zelfbeschikkingsrecht van een volk resoluut naar de prullenmand verwijzen.

    Lees ook:

  • Wie is buitenlandminister Sergej Lavrov? ‘Zijn moraal is de Russische staat’

    Wie is buitenlandminister Sergej Lavrov? ‘Zijn moraal is de Russische staat’

    Minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov is uitgegroeid tot dé vertegenwoordiger van Moskou op het wereldtoneel. Met zijn snelle denkvermogen, dreunende bariton en grote ego is hij geknipt voor zijn rol. Een portret.

    Uit het archief

    Uit dit portret van Sergej Lavrov uit 2016 blijkt al hoe belangrijk de rol van Ruslands buitenlandminister is. Momenteel onderhandelt hij namens Rusland met Oekraïne over een mogelijk einde van de oorlog. Donderdag was de eerste ontmoeting de Oekraïense minister van Buitenlandse Zaken Dmitro Koeleba, maar die leverde geen concreet resultaat op. Wie is deze man die alom gezien wordt als de trouwe uitvoerder van Poetins plannen?

    Stalin liet het misschien voor de eeuwigheid bouwen, maar het is lastig te renoveren. Al jarenlang werken bouwvakkers aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan het Smolenskayaplein in Moskou. Etage voor etage, 27 verdiepingen, 28 liften, tweeduizend werkkamers. De ene kant van het met keramieken tegels beklede gebouw oogt weer als nieuw, de andere staat nog in de steigers. Met de bouw van de eerste wolkenkrabber in Moskou moest het bewijs worden geleverd dat de Sovjet-Unie na de oorlog niet aan het eind van haar Latijn was.

    Het kantoor van Sergej Lavrov bevindt zich op de zevende verdieping. Tapijt op de vloer, landschapsschilderijen aan de muur: sinds de renovatie heeft de sfeer iets weg van de conservatieve elegantie van het Waldorf Astoria, waar Lavrov in zijn New Yorkse periode andere diplomaten ontmoette. In de ontvangstruimte staat een versierde nieuwjaarsboom. Eronder liggen de geschenken die hem vanuit de hele wereld worden toegestuurd. Dat het er weer heel veel zijn, is geen bijzaak: ook dergelijke details zijn een graadmeter om te bepalen of Rusland veel vrienden heeft in de wereld.

    Wereldwijd heeft geen enkele minister van Buitenlandse Zaken zo veel ervaring als hij

    In het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt een positieve balans van het afgelopen jaar opgemaakt: John Kerry, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, is twee keer naar Rusland gekomen en tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties had Lavrov meer dan vijftig persoonlijke ontmoetingen, waarvan meer dan veertig ‘op initiatief van de tegenpartij’ tot stand waren gekomen. Geen spoor van isolement. Sinds de Russische straaljagers het luchtruim boven het noorden van Syrië controleren, onderhouden ook de Amerikanen zich weer regelmatig met de Russen. Islamitische Staat is gekwalificeerd als gemeenschappelijke tegenstander, Oekraïne is naar de achtergrond verdwenen en kijk aan, Lavrov is gewild.

    Amerikaanse levensstijl

    Dat zag er begin 2015 nog anders uit, tijdens de jaarlijkse Veiligheidsconferentie voor regeringsleiders, diplomaten en experts in München. In een korzelige toespraak dist Lavrov de bekende verwijten van Moskou op: de dwalingen van de VS in Kosovo, Irak en Libië, de uitbreiding van de NAVO. De door Washington beraamde Arabische Lente, die het Nabije Oosten in chaos stort. Rechts-radicalen in Kiev die het eigen volk bombarderen. Het Westen splijt Europa. Degenen die het verhaal voor het eerst horen draaien hun ogen naar het plafond, schudden het hoofd, schuiven op hun stoel heen en weer. En als Lavrov in het aansluitende debat verklaart dat de annexatie van de Krim in overeenstemming is met het Handvest van de Verenigde Naties en dat er bij de Duitse hereniging niet eens een referendum heeft plaatsgevonden, klinken er verontwaardigde kreten en beginnen anderen te lachen.

    ‘Misschien vindt u het lachwekkend,’ moppert Lavrov tegen de zaal. ‘Ik vond sommige dingen ook lachwekkend, maar ik heb me ingehouden.’ Als de elite van de internationale diplomatie de Russische minister van Buitenlandse Zaken uitlacht, weet je dat het dieptepunt is bereikt. Het heeft Lavrov ook persoonlijk geraakt, zeggen mensen die hem al lange tijd kennen.

    Toen Sergej Viktorovitsj Lavrov in 1950 in Moskou ter wereld kwam, werd het gebouw waarin hij vandaag de dag resideert net voltooid. Later werkte hij zelf mee aan de bouw van een symbool van Moskou: na zijn schooltijd maakte hij deel uit van een groep vrijwilligers die de graafwerkzaamheden voor het fundament van de televisietoren Ostankino uitvoerde. Daarmee verzamelde hij punten voor de toelating tot het elitaire Instituut voor Buitenlandse Betrekkingen. ‘Ik heb een kuil gegraven voor de televisie,’ grapte hij enkele jaren geleden in een latenightshow.

    Lavrov in afwachting van een televisie-interview. – © Getty Images
    Lavrov in afwachting van een televisie-interview. – © Getty Images

    En daarna? Hij maakt een voorbeeldige carrière in de Sovjetdiplomatie. Naast Engels en Frans wijst de hogeschool hem als derde vreemde taal Singalees toe, waardoor hij in 1972 eerst op de ambassade in Sri Lanka belandt. Wanneer hij in 1981 wordt overgeplaatst naar de Sovjetdelegatie bij de Verenigde Naties, loopt in zijn geboorteland juist het tijdperk-Breznjev ten einde, raakt het Sovjetleger steeds verder verwikkeld in de oorlog in Afghanistan en hebben de VS en andere westerse landen een jaar eerder om die reden de Olympische Spelen in Moskou geboycot. In de Koude Oorlog nadert de temperatuur het dieptepunt.

    In New York leert Lavrov alle spelregels en trucs van de grote diplomatie kennen – én de Amerikaanse levensstijl. Hij is dol op whisky en sigaretten, en in zijn vrije tijd gaat hij skiën in Vermont of wildwatervaren. In 1988 wordt hij teruggeroepen naar een land waar 
een omwenteling gaande is en dat algauw uiteenvalt. Wanneer Boris Jeltsin hem in 1994 weer naar New York stuurt als VN-ambassadeur, is er van de supermacht niet veel meer over dan het vetorecht.

    ‘Who are you to fucking lecture me,’ snauwt hij de Britse minister David Miliband toe

    Dat vacuüm moet hij nu met zijn optreden vullen. Met zijn snelle denkvermogen, zijn dreunende bariton en zijn grote ego is hij de ideale kandidaat voor die rol. Naar goede Sovjettraditie zegt de in Italiaanse pakken gestoken Lavrov in de Veiligheidsraad vooral ‘njet’. Wanneer in 2003 een rookverbod wordt ingesteld in het VN-gebouw, weigert hij zich hieraan te houden. Hij laat secretaris-generaal Kofi Annan weten dat hij, Annan, ook maar gewoon een werknemer is aan wie ‘dit gebouw 
niet toebehoort’. Zijn dochter Jekaterina gaat in Manhattan naar school en 
studeert aan de Columbia University. Tegenwoordig zwaait ze de scepter over het Moskouse filiaal van veilinghuis Christie’s.

    Van zijn 65 jaar is Lavrov er 43 werkzaam geweest in de diplomatieke dienst, de laatste elf als minister van Buitenlandse Zaken. Wereldwijd heeft geen enkele andere minister op die post zo veel ervaring als hij. John Kerry is al de vierde Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken die met hem te maken krijgt. Afgelopen zomer was de Saoedische minister van Buitenlandse Zaken op bezoek in Moskou. Tijdens de aansluitende persconferentie mompelt Lavrov hoofdschuddend: ‘Stomme idioten.’ Eigenlijk zegt hij niet ‘stomme’, maar bezigt hij een onvertaalbare krachtterm die Russische media sinds juli 2014 niet meer mogen afdrukken of uitzenden [als gevolg van een verbod op het gebruik van vloekwoorden in de media]. De belediging is niet bestemd voor Adel al-Jubeir, maar voor de onrustige fotografen. ‘We storen u hopelijk niet?!’ bijt Lavrov hen toe voor hij verdergaat.

    Met beginnelingen samenwerken is behoorlijk zenuwslopend. En als je al zo lang meedraait als Lavrov, is vrijwel iedereen een beginneling. Als je met hem in gesprek bent, wil je vooral niet dat de irritatie die op zijn gezicht geschreven staat over jezelf wordt 
uitgestort. Dat weet Lavrov ook. Naar believen verdoezelt hij zijn superioriteit of zet hij de sluizen open. ‘Who are you to fucking lecture me?!’ snauwt hij Britse minister van Buitenlandse Zaken David Miliband in 2008 toe, wanneer die tijdens de oorlog met Georgië invloed probeert uit te oefenen op de Russen. In Moskouse winkels met patriottische artikelen zijn tegenwoordig muismatjes met die zin en Lavrovs portret te koop.

    Onaangename kant

    In juli 2012 maakt ook Guido Westerwelle kennis met de onaangename kant van Lavrov. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken is in Moskou om te proberen tot samenwerking te komen in het Syrië-vraagstuk. Maar Lavrov vindt zijn aanbod zo mager dat hij alle diplomatieke spelregels overtreedt door op de persconferentie vertrouwelijkheden te verklappen: Merkel had Poetin gevraagd of Rusland Assad asiel wilde verlenen. ‘Neem hem zelf maar als jullie willen,’ steekt hij de draak met de Duitsers. Met een versteende gezichtsuitdrukking laat Westerwelle de vernedering over zich heenkomen.

    Op 9 september 2013 krijgt de wereld een indruk van Lavrovs onderhandelingsvaardigheden. Het is een van die zeldzame momenten waarop diplomatie openlijk wordt bedreven. Voor de Amerikaanse president Obama staan die dag interviews met zes televisiezenders gepland. Hij wil de Amerikanen laten weten dat de Amerikaanse luchtmacht aanvallen op de Syrische dictator Bashar al-Assad zal gaan 
uitvoeren. Drie weken eerder hadden bij een gifgasaanval in de buurt van Damascus 1400 mensen de dood gevonden.

    Binnen de Moskouse machtsverhoudingen gedraagt Lavrov zich als een soldaat

    Lavrov heeft die dag de Syrische minister van Buitenlandse Zaken Walid al-Muallem op bezoek. In Moskou is het acht uur later dan in Washington. Terwijl de twee met elkaar praten, probeert John Kerry in Londen de op handen zijnde militaire actie te duiden. Op de vraag of Damascus de aanval nog kan afwenden, antwoordt hij niet al te 
serieus dat Syrië dan meteen al zijn chemische wapens moet inleveren.

    Onmiddellijk roept Lavrov de media bijeen. De minister van Buitenlandse Zaken stormt de zaal binnen en spreekt precies één minuut en veertig seconden: wij pakken het voorstel van Kerry op. Wij willen ons inzetten om Damascus te bewegen zijn chemische wapens af te staan als daarmee een militaire actie kan worden voorkomen. Dan vertrekt hij. Geen vragen. Niets. Vanuit zijn hotel in Moskou prijst al-Muallem ‘de wijsheid van de Russische leiders’; Syrië is bereid mee te bewegen.

    Lavrov heeft de ondoordachte opmerking van Kerry gebruikt om het heft in handen te nemen en daarmee de macht te grijpen. Uiteindelijk zijn er drie 
winnaars: Assad blijft gespaard, Obama hoeft geen nieuwe, impopulaire oorlog te beginnen en Poetin wordt niet neergezet als een slappeling als er opnieuw een bondgenoot in het Nabije Oosten ten val wordt gebracht.

    En de verliezers? Dat zijn de doden. Tot dan toe waren er in de Syrische burgeroorlog al bijna 100.000 mensen omgekomen. Sindsdien hebben er nog eens 150.000 de dood gevonden, de meesten door toedoen van Assads leger.

    Lavrov op bezoek in Turkmenistan. Hij wordt vergezeld door de Russische ambassadeur in Turkmenistan Alexander Blokhin en de Turkmeense minister van Buitenlandse Zaken.  © Valery Sharifulin / Corbis
    Lavrov op bezoek in Turkmenistan. Hij wordt vergezeld door de Russische ambassadeur in Turkmenistan Alexander Blokhin en de Turkmeense minister van Buitenlandse Zaken. © Valery Sharifulin / Corbis

    Binnen de Moskouse machtsverhoudingen gedraagt Lavrov zich als een soldaat, zegt een journalist die hem 
al vele jaren volgt. De bevelen komen van boven en hij voert ze uit. Dmitri Medvedev wil in 2009 een ‘nieuwe start’ in de betrekkingen met de VS, waarop Lavrov en Hillary Clinton symbolisch op de resetknop drukken. Twee jaar later bestempelt Vladimir Poetin Washington als de sturende macht achter de Arabische Lente en de massale protesten tegen het Kremlin, waarop Lavrov zijn lange lijst met dwalingen van de Amerikanen – van Kosovo tot Irak en Libië – weer tevoorschijn haalt en bij elke gelegenheid aanhaalt.

    Eén keer heeft Lavrov het Kremlin openlijk tegengesproken. Dat was begin 2012, toen de VS net een inreisverbod hadden afgekondigd voor een aantal Russische functionarissen dat ervan verdacht werd een greep in de Russische staatskas te hebben gedaan en het geld naar het buitenland te hebben gesluisd. Sergej Magnitski, de man die de fraude aan het licht had gebracht, was vervolgens in de gevangenis overleden, waarna op zijn lichaam sporen van marteling waren aangetroffen. Als reactie op de ‘Magnitski-lijst’ kwam de Doema met een wetsvoorstel waarmee Amerikanen de adoptie van Russische weeskinderen werd verboden.

    Lavrov heeft zich diverse keren tegen dat wetsvoorstel uitgesproken. Niet omdat daarmee de kinderen in Russische weeshuizen werden gestraft voor iets wat de Amerikanen hadden gedaan, maar omdat zijn ministerie net jarenlange onderhandelingen met de VS over adoptieregels had afgerond. Toen het adoptieverbod een feit was, verstomde ook Lavrovs kritiek.

    ‘Als hij al een moreel kompas heeft, dan weet ik het niet waar het zit,’ zei John Negroponte, die als VN-ambassadeur bij de Verenigde Naties in de Veiligheidsraad met Lavrov te maken kreeg. ‘Zijn moraal is de Russische staat.’

    Nieuwe buitenlandpolitiek

    Sinds 2014 voert Rusland een nieuwe buitenlandpolitiek, zegt Vladimir Frolov, een oud-diplomaat die in de jaren nul als buitenlandexpert de Russische regering van advies diende. Volgens hem stelt Moskou zich sinds het begin van de crisis in Oekraïne op het standpunt dat ‘als iedereen de regels overtreedt, Rusland dat ook mag’. Daarbij gaat het om wat van pas komt. ‘De Russen eisen van Kiev dat het de opstandelingen niet bombardeert en het volgende moment helpen ze Assad in Syrië dat juist wel 
te doen.’ De politiek is gestoeld op onberekenbaarheid, niet op principes.

    Daarmee is ook de rol van Lavrov veranderd. Nu eens meldt het ministerie van Buitenlandse Zaken een overval van Oekraïense nationalisten op een overheidsinstantie op de Krim, dan weer massa-executies door het Oekraïense leger. Niets daarvan wordt bevestigd. Officiële standpunten en gefingeerde werkelijkheid zijn niet meer uit elkaar te houden.

    ‘Sinds 2014 baseert de Russische buitenlandpolitiek zich niet meer op feiten,’ zegt Vladimir Frolov, de buitenlandexpert, ‘maar wordt een alternatieve werkelijkheid gecreëerd.’ Het Akkoord van Minsk is naar zijn mening daarvan het beste voorbeeld: Moskou heeft de wereld het verhaal van de bedreigde Russischtalige bevolking in Donetsk opgedrongen. Om hun rechten te beschermen, zou een federalisering van Oekraïne noodzakelijk zijn. Op basis daarvan hebben Merkel, Hollande en Poetin in Minsk de belofte van een grond-
wetshervorming bij de Oekraïense 
president Petro Porosjenko afgedwongen.

    ‘De inzet in Syrië wordt verkocht als een nieuwe anti-Hitler-coalitie, maar nu tegen IS, terwijl het eigenlijk om de redding van Assad gaat.’ De afschildering van IS als gemeenschappelijke 
vijand is geaccepteerd en praktisch de realiteit geworden.

    Brutaliteit werkt het beste bij gevaar

    Niets wat afwijkt van de zelf gecreëerde realiteit vindt genade in de ogen van Moskou. Toen de Verenigde Naties in mei 2014 geen nazi’s aan de macht zagen in Kiev en ook geen bedreiging voor de Russischtalige bevolking constateerden, leidde dat tot stevige kritiek van het ministerie van Buitenlandse Zaken op het rapport van de Commissaris voor de Mensenrechten: ‘Een ten hemel schreiende discrepantie en een dubbele norm laten er geen twijfel over bestaan dat de opstellers een politieke opdracht hebben uitgevoerd om de zelfbenoemde machthebbers in Kiev van verdenking te zuiveren.’ Verder werd gerept van een ‘junta in Kiev’ en bovendien zou de ‘protestbeweging in het zuidoosten’ van Oekraïne worden gedemoniseerd.

    In de Sovjetdiplomatie waren dit soort zaken niet aan de orde, zegt historicus Karl Schlögel. ‘De buitenlandpolitiek van de Sovjet-Unie kwam voort uit een eigen wereldvisie, er was een politieke kaart, een coördinatenstelsel als referentiepunt. Je hoefde het er niet mee eens te zijn, maar je wist waar je aan toe was. Zij vertelden ook niet altijd de waarheid, maar ze veroorloofden zich geen demagogisch toontje.’

    Volgens Schlögel is diplomatie de inachtneming van conventies, die gesprekken ook bij onoverbrugbare tegenstellingen mogelijk maken. Maar Lavrov speelt in zijn ogen soeverein met overtredingen van die regels.

    Condoleezza Rice schetst in haar memoires een gesprek waarin ‘Sergej’ terugkijkt op december 1991, toen 
Gorbatsjov aftrad en er opeens vijftien afzonderlijke landen waren. ‘Hij zei 
dat hij niet meer wist welk land hij eigenlijk vertegenwoordigde.’ Met de Sovjet-Unie verdween ook het coördinatenstelsel. En als VN-ambassadeur ondervond Lavrov hoe het Westen keer op keer de regels schond die hijzelf in ere hield: het ingrijpen van de NAVO in Kosovo noch de oorlog in Irak wist hij te voorkomen. De Veiligheidsraad werd gepasseerd.

    Kerry

    Of de ervaren, wereldwijze Lavrov zelf gelooft wat hij zegt? Dat de VS achter alle revoluties zitten, van het Nabije Oosten tot en met het Onafhankelijkheidsplein in Kiev? Frolov denkt van niet. ‘Maar doorslaggevend is dat het werkt.’

    De richtlijnen voor de buitenlandpolitiek worden vastgesteld door anderen, zoals Sergej Ivanov. De stafchef van 
het Kremlin heeft net als Poetin een verleden in de spionage. Maar op het internationale toneel kan niemand 
die richtlijnen beter uitvoeren, zegt Vladimir Frolov. ‘Dat is Lavrovs grote voordeel: hij kan met Kerry werken.’

    Sinds Russische bommenwerpers boven Syrië het pad van de Amerikaanse toestellen kruisen, werkt Kerry ook weer met hem. Brutaliteit werkt het beste bij gevaar. Als de veiligheidsexperts in februari weer bijeenkomen in München zal niemand meer om Lavrov lachen.