Tag: Macron

  • 4. En Marche! komt 
naar je toe deze zomer

    4. En Marche! komt 
naar je toe deze zomer

    Na de klinkende verkiezingszege in Frankrijk richt de partij van Macron zich nu op de Europese verkiezingen van 2019. Een leger vrijwilligers gaat het land in om de stemming van de burgers peilen.

    In een cafeetje in een tamelijk armoedige straat achter Montmartre bereikt de powerpoint-
presentatie een hoogtepunt. Op de muur staat geprojecteerd: ‘We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: glimlachen!’ De ruim veertig aanwezigen knikken. Ze worden getraind om de politieke buitendienst in te gaan. De komende weken zullen zij en vele andere glimlachende mensen bij honderdduizend huizen aanbellen en de burgers vragen of ze even tijd hebben om over Europa te praten. Begin april gaf La République En Marche! (LRM) het startsein voor de ‘Grote Mars voor Europa’. Toen partijleider Christophe Castaner de ‘Grote Mars’ aankondigde tegenover journalisten in Parijs, zei hij dat LRM ‘de beweging van het luisteren’ is, die ‘de Europese droom wil teruggeven aan de 
Fransen’. Deze vaag klinkende teksten zijn de voorbereiding op de Europese verkiezingen in 2019. President Macron en zijn partij willen laten zien dat ze meer zijn dan verrassende winnaars. Ze willen bewijzen dat het succes bij de presidentsverkiezingen niet alleen te danken was aan stemmen tegen Marine Le Pen. De overwinning van LRM bij de parlementsverkiezingen in de zomer was de eerste consolidatie; nu wil de partij ook in 
het Europees Parlement de grootste politieke kracht worden.

    Woonkamers van de republiek

    Maar met politieke strategie moet je de Fransen 
niet lastigvallen. En evenmin met de woorden ‘EU’ 
en ‘Brussel’. Het gaat ‘om Europa’. In het cafeetje in Parijs worden de ‘marcheerders’, zoals de partij ze noemt, eraan herinnerd dat het niet om een 
verkiezingscampagne gaat: ‘Jullie zijn hier niet om te overtuigen, maar om te luisteren.’ De glimlachende luisteraars worden voorzien van een Europablauwe pullover en een vragenlijst. Hebben ze het tot in de woonkamers van de republiek gebracht, dan moet over de volgende vragen van gedachten worden gewisseld: ‘Waar denkt u aan bij Europa? Wat werkt er volgens u niet in Europa? Vindt u dat Europa een wezenlijke invloed heeft op uw dagelijks leven?’ Alle antwoorden worden genoteerd en moeten worden verwerkt in het verkiezingsprogramma voor 2019.

    Wat Macron betreft is de raadpleging van de Fransen slechts een eerste stap in zijn Europapolitiek. Op 17 april maakte hij in het Europees Parlement in Straatsburg de start van een Europese burgerraadpleging bekend. Dat is in zoverre een voortzetting van de ‘Grote Mars’ dat de burgermaatschappij moet worden aangespoord in discussie te gaan over 
Europese kwesties. Maar anders dan in Frankrijk moet zijn partij niet in verband worden gebracht met deze raadplegingen. Macron hoopt dat van Denemarken tot Roemenië zwemverenigingen, 
vrijwillige brandweerkorpsen en vakbonden zelf in gesprek gaan over Europa. Het mogelijke, tactische neveneffect van deze debatoefening is dat er nieuwe partijen kunnen ontstaan die het voor LRM eenvoudiger maken om bondgenoten te vinden in het 
Europees Parlement.

    Auteur: Nadia Pantel
    Vertaler: Pieter Streutker

    Süddeutsche Zeitung
    München | dagblad | oplage 358.000 | sueddeutsche.de

    Het dagblad voor het zuiden van Duitsland behoort tot de toonaangevende kranten in het land. De links-liberale krant is een energiek verdediger van de mensenrechten en van de rechtsstaat.

  • 2. Stilte voor de storm?

    2. Stilte voor de storm?

    Volgens de Spaanse krant El País lijkt het Frankrijk van Macron op het Frankrijk van voor mei ’68. Sluimert er een opstand?

    Alleen de allerbeste journalisten zijn in staat om in 996 woorden, 12 alinea’s en 6180 tekens de stemming van een land te verwoorden. Alleen de allerbesten beschikken over 
een uitzonderlijk observatievermogen, een sensor waarmee ze de diepe onderstromen peilen die 
kenmerkend zijn voor een bepaald moment uit de geschiedenis. En alleen de allerbesten, zoals alleen de grote literaire schrijvers dat kunnen, schrijven teksten die je op verschillende manieren kunt interpreteren en die, afhankelijk van de bril waarmee ze worden gelezen, één ding betekenen of precies het tegenovergestelde. Het artikel in kwestie was de meest trefzekere diagnose van het prerevolutionaire Frankrijk van 1968 of een van de grootste analytische missers in de geschiedenis van de journalistiek.

    Verveling

    ‘Wanneer Frankrijk zich verveelt…’ Dat is de titel van het artikel van Pierre Viansson-Ponté – een ervaren journalist van Le Monde – dat op 15 maart 1968 op de voorpagina van de Parijse ochtendeditie van de krant stond afgedrukt. Het was een klassiek Frans journalistiek stuk: informatief, maar niet 
overladen met saaie data, interpretatief maar 
niet opiniërend, helder en prachtig geschreven. Viansson-Ponté beschreef een Frankrijk dat was weggezonken in lethargie en verveling, zoiets als ‘het einde van de geschiedenis’ 25 jaar voordat dit dankzij Francis Fukuyama een populair begrip werd. Frankrijk was een welvarend land, zonder oorlogen, zonder politieke spanningen, zonder sociale 
conflicten. Het paradijs, of de hel.

    Zes weken nadat het artikel was gepubliceerd, barstte mei ’68 los. Eerst waren er de studentenprotesten, daarna volgden de arbeiders en uiteindelijk brak er een politieke crisis uit die de Vijfde Republiek tot aan de rand van de afgrond bracht. In het door Viansson-Ponté beschreven conformistische, melancholische en doodverveelde Frankrijk ontketende zich in een paar weken tijd een ongebreidelde opstand – het tegendeel van verveling – waarin de ambities en dromen van een deel van de westerse jeugd zich samenbalden, en die de kiem droeg van veel van de sociale veranderingen – van gelijke rechten voor mannen en vrouwen tot het individualisme en de 
ik-cultuur – die onze huidige wereld kenmerken.

    Een Parijse demonstrant ligt op de grond tijdens clashes met de politie in mei 1968. – © HH
    Een Parijse demonstrant ligt op de grond tijdens clashes met de politie in mei 1968. – © HH

    Het zou zomaar kunnen dat Frankrijk zich nu, vijftig jaar later, opnieuw verveelt. Net als in 1968 heeft het land een sterke regering, is er geen noemenswaardige oppositie en staat er een zelfverzekerde, bijna koninklijke president aan het roer. Pas tien maanden nadat Emmanuel Macron de verkiezingen won, valt er iets van sociale onvrede over zijn hervormingen te bespeuren. Maar de diepgaande problemen waarover de Fransen zich ernstig zorgen maakten – de sociale tegenstellingen, de etnische verdeeldheid, de jihadistengetto’s, een bijna chronisch pessimisme en een onherroepelijke achteruitgang – lijken verleden tijd. Sinds de zomer van 2016 is de terroristische dreiging nog steeds van kracht maar groeit de economie, daalt de werkloosheid en wordt de president bewonderd in de wereld.

    Verveelt Frankrijk zich? ‘Nee,’ zei Frédéric Dabi, mededirecteur van marktonderzoekbureau Ifop. ‘Frankrijk wacht…,’ vulde hij aan. Dát zou vandaag een betere titel zijn voor het artikel van Viansson-Ponté. Of nog beter: Frankrijk wacht af… Wat wacht Frankrijk af? Wat de hervormingen van Macron gaan 
brengen. Dat de economie verder groeit en dat de werkloosheid daalt. En dat de kloof tussen het kansrijke en kansarme Frankrijk, tussen de Franse steden en de periferie, gedicht zal worden.

    Publicist Alain Minc, tot voor kort pleitbezorger van de globalisering, analyseert het onbehagen in zijn nieuwste boek Une humble cavalcade dans le monde de demain (Een bescheiden ritje ter paard door de wereld van morgen). ‘Het is niet nieuw in de geschiedenis: het kapitalisme is een machine die efficiëntie en ongelijkheid produceert’, schrijft hij. En hij ziet in het Frankrijk van 2018 tekenen van een aanzwellende golf, een gefrustreerde generatie, het pré-mei ’68-klimaat.

    Een beeld van wat Frankrijk anno maart 2018 zou kunnen zijn, geeft het Insee (het Centraal Bureau voor de Statistiek en Economische Studies) 
in zijn jaarlijkse rapport: ‘Frankrijk, een sociaal portret’. Het rapport 
concentreert zich op wat ze de modale Fransman met een gemiddeld
inkomen noemen. 18,5 procent van de bevolking behoort tot die categorie, voor wie het salaris schommelt tussen de 1510 en 1850 euro netto per maand. Hun opleidingsniveau, hun baan – 
áls ze al werk hebben – en hun 
toekomstvisie liggen dichter bij die van de arme Fransman. Wat betreft de kans op werk, de toegang tot primaire levensbehoeften, de kans op een eigen woning en de zeldzaamheid van eenoudergezinnen staan ze dichter bij de rijke klassen.

    Culturele kloof

    In een recent verschenen rapport van de Stichting Jean-Jaurès legt onderzoeker Jérôme Fourquet nóg een kloof bloot: de culturele kloof die de economische ongelijkheid, die in Frankrijk minder groot is dan 
in andere westerse landen, overstijgt. Het rapport ‘1985-2017: Wanneer de bevoorrechte klasse zich afscheidt’ beschrijft een ‘onzichtbaar proces’ dat bij de elite tot een vorm van separatisme heeft geleid.

    De elite woont in dezelfde wijken en steden, en wordt op dezelfde scholen opgeleid. Men gaat met elkaar om, trouwt met elkaar en krijgt kinderen met elkaar. Terwijl vroeger kruisbestuiving tussen de verschillende Frankrijken plaatsvond tijdens de dienstplicht en in de vakantiekampen, bestaat dit niet langer 
(het eerste geval) of is het nauwelijks meer in trek (het tweede geval).

    Als je het huidige Frankrijk op zijn Viansson-Pontés beschouwt, zou je het moeten hebben over een etnische breuklijn en de jihadisten in de getto’s, maar die diagnose zou onvolledig zijn als je voorbijgaat aan de angst van de modale Fransman voor een onzeker bestaan en het risico daarop dat hij loopt, zoals in het Insee-rapport staat. Of aan de sociale klassen die niet meer met elkaar in aanraking komen, zoals Fourquet beschrijft. Door die sociale segregatie is het ongenoegen met de politiek, dat zich niet alleen in Frankrijk manifesteert, beter te begrijpen.

    ‘Het enige waarover ze zich druk maken is of de meisjes op de campussen van Nanterre en Antony op de kamers van de jongens mogen komen’

    ‘Verveling is wat ons openbare leven kenmerkt. 
De Fransen vervelen zich’, begon Viansson-Ponté op 15 maart 1968 zijn artikel ‘Wanneer Frankrijk zich verveelt…’ Frankrijk, betoogde hij, had zich afgekeerd van de problemen in Vietnam, Latijns-Amerika en Azië die de wereld op hun grondvesten deed trillen. Frankrijk leefde onder een vreedzame stolp van onwetendheid. ‘Het zijn hun problemen, niet de onze…’ Het Frankrijk van toen had een stabiele 
regering en de arbeiders, suf van het televisiekijken, gehoorzaamden de wet en de autoriteiten, net als de studenten. Bij de jeugd was de verveling voelbaar. ‘In Spanje, Italië, België, Algerije, Japan, Amerika, Egypte, Duitsland en Polen’, zo schreef de journalist van Le Monde, ‘protesteren de studenten, roeren ze zich. Maar in Frankrijk: vergeet het maar. Het enige waarover ze zich druk maken is of de meisjes op de campussen van Nanterre en Antony op de kamers van de jongens mogen komen.’ ‘Het probleem,’ zo concludeerde hij, was ‘dat je niks opbouwt zonder bevlogenheid.’ En zijn laatste zin was: ‘Uiteindelijk, en dat is gebleken, kun je ook doodgaan van verveling.’

    Het knappe van het artikel was dat de schrijver, zonder dat hij het wist, zijn vinger had gelegd op de symptomen van de opstand die op het punt stond uit te breken. De diagnose van de wereld van vandaag moet nog geschreven worden.

    Auteur: Marc Bassets
    Vertaler: Henriëtte Arons

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 238.560

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant 
met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • 1. Macrons 
Thatcher-moment is aangebroken

    1. Macrons 
Thatcher-moment is aangebroken

    Na een vrij rimpelloos eerste jaar wacht de Franse president nu een beslissende slag met de vakbonden, schrijft het Britse weekblad The Spectator.

    De wittebroodsweken zijn voorbij voor Emmanuel Macron. Zijn eerste elf maanden als president gingen min of meer van een leien dakje, dankzij economische groei, internationale goedkeuring en museumopeningen in het Midden-Oosten. Maar de jonge president van Frankrijk maakt zich op voor maandenlange vijandigheden in zijn thuisland. ‘De uitputtingsslag’, kopte Le Parisien op 10 april. Naast deze grimmige tekst stond een foto van een van de vijanden van de president, een prominente figuur binnen de uiterst linkse vakbond CGT. Laurent Blum, de potige, baardige en oorlogszuchtige leider van de spoorwegafdeling van de bond, toonde zich onverzettelijk toen hij deze week een drie maanden durende spoorwegstaking afkondigde.

    Macron is even vastberaden als de stakers en lijkt ervan overtuigd dat hij als winnaar uit de bus zal komen. Tijdens het Paasweekend toonde de Franse televisie beelden van de president die in zijn auto stapte. ‘Geef niet toe aan de stakers!’ schreeuwde 
een voorbijganger. Een glimlachende Macron groette 
zijn medestander met een gebalde vuist en riep: ‘Maak u geen zorgen!’

    Zelfingenomen als altijd, toen nog. Maar misschien begint Macron toch wat nerveus te worden. Hij weet dat zijn reputatie op het spel staat, niet alleen in Frankrijk maar overal ter wereld. Stel je het gegrijns voor in Berlijn, het gegniffel in Londen, het teleur
gestelde hoofdschudden in Brussel als de president met zijn stoere praat even zwak blijkt te zijn als zijn voorgangers wanneer hij met massale stakingen wordt geconfronteerd.

    Stormenderhand

    Sinds zijn uitverkiezing heeft Macron de wereld 
stormenderhand veroverd. Hij heeft Trump, Poetin en Erdogan ontvangen, de spanningen tussen 
Libanon en Saoedi-Arabië helpen verminderen, het initiatief genomen om de stroom vluchtelingen van Noord-Afrika naar Italië in te dammen, Frankrijk weer op de kaart gezet als ‘soft power’ nummer 1 
van de wereld en het Parijse klimaatakkoord van 2015 nieuw leven ingeblazen na de terugtrekking van de VS.

    Dit alles was mogelijk doordat hij het thuisfront 
volledig domineerde. De wijdverbreide stakingen, afgelopen herfst, tegen de eerste fase van zijn 
economische hervormingen bloedden dood, en zijn politieke opponenten bleken al even ondoeltreffend, 
gedesoriënteerd als ze waren door de 
wanprestatie van hun partijen bij de verkiezingen van vorig jaar, toen Macron zijn opmerkelijke overwinning behaalde.

    Maar nu wordt de president geconfronteerd met vier uitdagingen die de komende vier jaar van zijn presidentschap zullen bepalen. De terugkeer van de islamistische terreur in Frankrijk heeft het land in opschudding gebracht en aangetoond dat zelfs stille binnenwateren niet veilig zijn voor 
de jihadisten. De recente aanslagen in Carcassonne en Trèbes, die vier mensen het leven kostten, waren ook een bewijs van datgene waarvoor de veiligheidsdiensten al maanden 
waarschuwden: dat de val van het 
IS-kalifaat geen eind zal maken aan het geweld in Europa. Eerder is het tegendeel het geval, nu de jihadisten in groten getale terugkeren, vastbesloten om de strijd hier voort te zetten.

    Een stakende spoorwegarbeider met een masker van Macron tijdens een betoging in Marseille op 13 april. – © Claude Paris / HH
    Een stakende spoorwegarbeider met een masker van Macron tijdens een betoging in Marseille op 13 april. – © Claude Paris / HH

    Voor veel Fransen is islamisme onverbrekelijk verbonden met immigratie – de tweede horde die Macron moet nemen – en met de overtuiging dat terroristen gemakkelijk hun land kunnen binnenkomen dankzij de slappe grenscontroles. In februari 
kondigde de regering plannen aan om illegale immigratie een halt toe te roepen en afgewezen asielzoekers 
versneld uit te zetten. Het wetsvoorstel, dat deze maand in het parlement zal worden behandeld, wordt door de meerderheid van de Fransen met open armen ontvangen, maar niet door sommige leden van Macrons eigen partij, La République En Marche. Het wetsvoorstel zal worden aangenomen, maar op het Franse bureau voor vluchtelingenbescherming wordt al gestaakt en antikapitalistische groeperingen kondigen demonstraties aan. Ook sommige kunstenaars laten zich niet onbetuigd, met voorop Jean-Marie Gustave Le Clézio, in 2008 winnaar van de Nobelprijs voor Literatuur, 
die tekeergaat tegen Frankrijks ‘schandalige behandeling van migranten’.

    Handenwringende schrijvers zullen Macron geen zorgen baren, maar het derde probleem, het spoorwegpersoneel dat tot eind juni twee dagen per week het werk zal neerleggen, is angstaanjagender. Een van de hervormingsvoorstellen van de regering behelst het openstellen van het treinvervoer voor buitenlandse concurrenten en het 
verbeteren van een dienstverlening die de afgelopen jaren aanzienlijk aan kwaliteit heeft ingeboet. Daar kan de 46,6 miljard euro schuld van de SNCF nog bij worden opgeteld, een astronomisch bedrag dat deels zal worden 
verlaagd door het beëindigen van de geprivilegieerde status van spoorwegbeambten die al sinds 1909 bestaat en voorziet in levenslange baangarantie en pensionering op 50-jarige leeftijd voor machinisten en op 57-jarige 
leeftijd voor andere werknemers.

    De “Zadistes” zijn een symbool van verzet voor Franse beroepsdemonstranten, de anarchisten, milieuactivisten en antifascisten die snakken naar een gevecht met hun president

    Met steun van de CGT is het spoorwegpersoneel vastbesloten om vast te houden aan zijn rechten, maar Macron beschouwt de SNCF als de belichaming van verouderde arbeidspraktijken in 
de publieke sector. ‘We leven in een veranderende wereld,’ zei minister van Verkeer 
Élisabeth Borne onlangs. ‘Ook de SNCF moet veranderen om haar dienstverlening te verbeteren.’ Een 
peiling van een krant wees uit dat van de bijna 
honderdduizend respondenten slechts 28 procent achter de staking stond. Maar die krant was dan wel de centrum-rechtse Le Figaro. Veel mensen ter linkerzijde steunen de staking, en andere groepen met grieven, zoals studenten, Air France-medewerkers, werknemers van supermarkten en vuilnisophalers zullen in de nabije toekomst hun eigen stakingen of protestbetogingen organiseren.

    De vierde uitdaging voor Macron lijkt oppervlakkig bezien de minst problematische: wat moet er worden gedaan aan de driehonderd milieuactivisten die 1650 hectare moerasland bezet houden in Notre-Dame-des-Landes, in de buurt van Nantes? 
In januari wisten ze na een lange campagne de bouw van een vliegveld tegen te houden. De regering, die haar nederlaag erkende, droeg hun op het gebied uiterlijk 31 maart te verlaten. Die deadline is verstreken, maar een harde kern van rouwdouwers blijft zitten en heeft zich verschanst met behulp van 
tunnels en barricades met boobytraps. De politie zou hun verzet binnen enkele uren kunnen breken, maar de regering weet dat dat een lont in het kruitvat zou kunnen zijn. De ‘Zadistes’, zoals ze zichzelf noemen – naar zone à défendre, oftewel ZAD – zijn een symbool van verzet voor Franse beroepsdemonstranten, de anarchisten, milieuactivisten en antifascisten die snakken naar een gevecht met hun president.

    Leuze tijdens een anti-Macronbetoging in Parijs op 19 april. – © Julien Mattia / Getty Images
    Leuze tijdens een anti-Macronbetoging in Parijs op 19 april. – © Julien Mattia / Getty Images

    Frankrijk is dus niet alleen maar aan een uitputtingsslag begonnen, het is een slag tussen verschillende visies. Macron en zijn medestanders willen Frankrijk zo snel mogelijk ontdoen van zijn reputatie als land van werkschuwe stakers, de mensen die de president afgelopen september gedenkwaardig omschreef als fainéants (slampampers). Het was geen toeval dat op de dag dat de SNCF-staking begon, de regering bekendmaakte dat Frankrijk in 2017 een recordbedrag aan buitenlandse investeringen had binnengehaald, een stijging van 16 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. De linkse krant Le Monde schreef dit toe aan het ‘Macron-effect’.

    Dit is het Frankrijk dat Macron voor zich ziet, de ‘start-upnatie’ die hij tijdens zijn presidentiële 
campagne van vorig jaar in het vooruitzicht stelde en die, naar hij hoopt, de knapste koppen ter wereld zal aantrekken. Hij wil van Parijs een post-Brexit-paradijs voor bankiers maken en heeft aangekondigd dat hij de komende vijf jaar 1,5 miljard euro zal investeren in een nieuw nationaal programma voor kunstmatige intelligentie dat met de Chinese en Amerikaanse programma’s moet wedijveren.

    Dat is een angstaanjagende visie voor miljoenen mannen en vrouwen die niet willen dat Frankrijk verandert, die de veiligheid en bescherming van de publieke sector koesteren. Maar Macron weet van geen wijken. Hij heeft zelfs de ouderen tegen zich in het harnas gejaagd door de belasting op pensioenen te verhogen om belastingverlaging voor werkenden mee te kunnen financieren. ‘Sommige mensen zullen klagen en het niet willen begrijpen, maar zo 
is Frankrijk nu eenmaal,’ zei hij eens.

    Veel gepensioneerden zullen tot de acht miljoen werknemers hebben behoord die vijftig jaar geleden, in mei 1968, een algemene staking hielden en de straat op gingen om te protesteren tegen het bewind van Charles de Gaulle, een president die ze als wereldvreemd en conservatief beschouwden. Een halve eeuw later wordt de man in het Elysée als te innovatief en ambitieus beschouwd, als een gevaarlijke jonge megalomaan die in de woorden van een socialistisch parlementslid ‘het beleid van Margaret Thatcher’ overneemt. Als Emmanuel Macron deze lente en zomer ongeschonden doorkomt, zal hij zich de ‘Iron Man’ mogen noemen.

    Auteurs: Gavin Mortimer en Luke Baker
    Vertaler: Peter Bergsma

    The Spectator 
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 73.791

    Springplank voor aspirant-parlementariërs. Opgericht in 1828 en nog altijd het kompas voor intellectuelen en conservatieve leiders. Sterke analyses, scherp van toon.

    THE WEEK

    ‘Heeft Frankrijk nu ook een Thatcher?’ vroeg het Britse weekblad The Week zich medio april op zijn voorpagina af. In een overzicht van de internationale pers waarschuwde het blad de Franse president: Macron wil duidelijk doorgaan voor een vastberaden hervormer, maar dan heeft hij er het grootste belang bij niet door de knieën te gaan voor de vakbond van het spoorwegpersoneel. Doet hij dat wel, dan brengt hij andere hervormingen in gevaar die nog veel belangrijker zijn.

  • Dossier: Eén jaar Macron

    Dossier: Eén jaar Macron

    De Franse president staat er goed op.

    Hij wist zijn eerste jaar zonder grote kleerscheuren door te komen, bouwde als enige Europese leider een goede band op met Donald Trump en toonde zich een militaire leider door in te grijpen in Syrië. De vraag is nu: kan hij zijn succes doortrekken bij zijn confrontaties met de vakbonden in eigen land en bij de Europese verkiezingen van 2019?  

    1. Macrons 
Thatcher-moment is aangebroken

    2. Stilte voor de storm?

    3. Trumps beste vriend in Europa

    4. En Marche! komt 
naar je toe deze zomer

    5. De president als krijgsheer

    6. Drie vragen aan…

    7. Tijdslijn

    Beeld: Emmanuel Macron loopt na zijn inhuldiging in 2017 naar de Arc de Triomphe, om een krans te leggen bij het graf van de onbekende soldaat. – © Alain Jocard / AFP PHOTO

  • Frankrijk: 1968 of 1984?

    Frankrijk: 1968 of 1984?

    Het zal u niet ontgaan zijn: Emmanuel Macron is een jaar in functie. Ook 360 doet mee aan de kalenderjournalistiek en brengt u in dit nummer een kloek dossier vol stukken over 
de Franse president.

    Een van de interessantste daarvan komt uit de Spaanse krant El País. De auteur heeft de knipselmap erbij gepakt en duikelde daar een beroemde analyse op van de Franse journalist Pierre Viansson-Ponté (1920-1979). Die schreef in maart 1968 in een voorpaginastuk in Le Monde dat Frankrijk was ‘weggezonken in lethargie en verveling’. Het was een welvarend land, zonder oorlogen, zonder politieke spanningen, zonder sociale conflicten. De Franse studenten? Zij misten in tegenstelling tot hun leeftijdgenoten in andere landen bevlogenheid. Zes weken later brak Mei ’68 aan. Tien miljoen Franse studenten en arbeiders gingen de straat op, legden het land plat en wierpen bijna de regering omver.

    Zou zoiets nu weer kunnen gebeuren? vraagt de auteur van het El País -verhaal zich af. Dat we het niet doorhebben, maar dat er onder de oppervlakte een opstand sluimert? Volgens sommige linkse Franse politici en analisten zijn er tekenen 
die daarop wijzen. Kijk naar de ook in Frankrijk zeer populaire #MeToo-beweging, zeggen zij. En naar de spoorwegstakingen. Of neem de recente studentenprotesten tegen de veranderingen in het Franse baccalaureaat. Macrons linkse concurrent Mélenchon, nooit te beroerd om hem weg te zetten als een president voor de rijken, sprak onlangs zelfs hardop over een nieuw Mei ’68. ‘Tegen degenen die zeggen dat ik droom, zeg ik dat ik liever mijn droom heb dan de nachtmerries die ik om me heen zie.’

    Het kan zomaar zijn dat we helemaal geen linkse opstand krijgen, dat Macron zijn confrontatie met de vakbonden wint en daarmee zijn Margaret Thatcher-moment beleeft

    Maar anderen geven de linkse krachten weinig kans. Het zijn de verliezers van de verkiezingen die nu vergeefs revanche proberen te nemen, zo klinkt het. Ook de culturele omstandigheden lijken niet te vergelijken. Macron mag dan volgens velen autoritaire trekjes hebben, een vergelijking tussen deze tijd en het repressieve tijdperk-De Gaulle gaat volledig mank.

    Het kan ook dus zomaar zijn dat we helemaal geen linkse opstand krijgen, dat Macron zijn confrontatie met de vakbonden wint en daarmee zijn Margaret Thatcher-moment beleeft. Dan zijn we niet in 1968, maar in 1984.

    Macron zei er zelf ook wat over in een recent interview 
met La Nouvelle Revue française, dat hem ondervroeg over zijn literaire voorkeuren (Gide, Camus, Colette). Volgens Macron was Mei ’68 ‘een gebeurtenis uit een andere tijd. Het was eenmalig, het is voorbij’. Over 1984 liet hij zich niet uit.

    Han Ceelen
    ceelen@360international.nl

    Beeld: Een Parijse demonstrant ligt op de grond tijdens clashes met de politie in mei 1968. – © HH

  • 3. Trumps beste vriend in Europa

    3. Trumps beste vriend in Europa

    De vriendschap tussen Emmanuel Macron en Donald Trump lijkt bizar, maar de twee hebben meer gemeen dan je zou denken, betoogt columnist Roger Cohen.

    Het is verleidelijk te zeggen dat je je geen onwaarschijnlijker vriendschap kunt voorstellen dan die tussen Emmanuel Macron en Donald Trump, maar dan ga je wel aan de feiten voorbij.

    Natuurlijk, ze zijn het over maar heel weinig eens. Niet over Iran. Niet over de handel. Niet over de Europese Unie. Niet over of je kritiek moet hebben op Vladimir Poetin. Niet over het belang van waardigheid, of waarheid, of de Verlichting.

    Toch hoor ik dat ze elkaar voortdurend spreken. Trump volgt Macrons arbeidsmarkthervormingen en belt om hem de feliciteren. Het eerste staatsbezoek onder zijn regering zal dat van Macron zijn, volgende maand in Washington [het bezoek vond intussen plaats], een bijzondere eer voor een ‘great guy’. De Franse president is Trumps beste vriend in Europa, en misschien ook daarbuiten. Met de Britse premier Theresa May ging het mis. En met de Duitse bondskanselier Angela Merkel werd het ook niets. Trump-Macron is het enige trans-Atlantische scharnier dat niet knarst.

    Macron, die met zijn veertig jaar Trumps zoon zou kunnen zijn, heeft het politieke midden een grandioos toneel verschaft en daarmee de centristische politiek van een nieuw elan voorzien in tijden van populistische verleiding

    Echt verrassend is dat niet. Beide mannen zijn uit het niets gekomen, buitenbeentjes die tot het hoogste ambt van hun land zijn verheven door een golf van afschuw over de gangbare politiek. Ze zijn, elk op hun eigen manier, een historische toevalligheid, op het schild gehesen tijdens de overgang naar een nieuw tijdperk. Een verlangen naar ontwrichting bracht deze twee ontwrichters voort.

    Beiden rekenden af met het politieke establishment door het politieke midden weg te vagen of in te lijven. Beiden begrepen dat stemmers zowel verveeld als boos waren, wantrouwig tegenover de liberale consensus, woedend vanwege de alles verslindende globalisering, verlangend naar grandeur, snakkend naar onomwonden taal in plaats van de plichtmatige waarschuwingen van deskundigen.

    Macron, die met zijn veertig jaar Trumps zoon zou kunnen zijn, heeft het politieke midden een grandioos toneel verschaft en daarmee de centristische politiek van een nieuw elan voorzien in tijden van populistische verleiding. Hij is streng over immigratie omdat hij weet dat zijn overleving daarvan afhangt. Het toneel van Trump is dat van de zigzaggende bullebak, van onophoudelijk en vaak nietszeggend lawaai. Voor beide mannen zijn beweeglijkheid en actie van levensbelang.

    De gaullistische pompositeit, vermeden door Macrons voorganger, is terug van weggeweest. Als die nodig is om het racistische Front National te verslaan, schuw haar dan niet. Macron vierde zijn overwinning vorig jaar met een toespraak tot het Franse volk vanuit het Louvre, verwelkomde Poetin in Versailles en keerde dit jaar terug naar het paleis van de Zonnekoning voor een ‘Choose France’-top met ceo’s van over de hele wereld om een slordige drie miljard aan buitenlandse investeringen uit te bazuinen.

    ‘Het is niet “Make France Great Again”, maar het lijkt er veel op,’ zei een Franse vriend.

    wo16 fra macron tv

    Macrons viering van 14 juli, de nationale feestdag – compleet met gardisten te paard, troepen, tanks en gevechtsvliegtuigen – maakte zo’n indruk op zijn speciale gast, Donald Trump, dat deze nu zijn eigen versie wil met veel luchtmachtvertoon (maar sans tanks) op Veterans Day, de Amerikaanse viering van het einde van de Eerste Wereldoorlog.

    Belachelijk? Als je bedenkt dat Trump zich gewoonlijk met haviken omringt, lijkt deze vriendschap me zo belangrijk dat ik bereid ben veel te slikken.

    Of liever gezegd, mogelijkerwijs belangrijk. We moeten nog maar zien wat Macron uit deze vriendschap kan peuren. We weten niet of dat iets aardigs zal zijn of iets nuttigs. De band heeft Trump er niet van weerhouden het klimaatakkoord vaarwel te zeggen of Jeruzalem te erkennen als de hoofdstad van Israël. De jury is er nog niet uit.

    Trump heeft de Europese Unie uitgezonderd van importheffingen op staal en aluminium, iets waarop de Fransen sterk hadden aangedrongen. ‘Als we over één kam worden geschoren met China zou dat een groot probleem zijn,’ vertrouwde een hoge Franse ambtenaar me toe voordat Trump zijn beslissing nam.

    Iran

    Volgende kwestie: Iran. Als Macron het ergste niet kan voorkomen, namelijk dat Trump op 12 mei besluit het nucleaire akkoord te torpederen door de sancties niet langer op te schorten, dan zijn alle kansen verkeken. Het akkoord, dat op het nippertje voorkwam dat Iran zijn nucleaire programma voor militaire doeleinden zou gebruiken, werkt. De Fransen zijn vastbesloten het van kracht te laten blijven.

    Gebeurt dat niet, dan zal de confrontatie tussen sjiieten en soennieten in het Midden-Oosten verergeren, zal Iran in allerijl een bom ontwikkelen en zal Saoedi-Arabië niet ver achterblijven. Het non-proliferatieverdrag zou dan zo goed als zinloos worden.

    De voortekenen zijn niet zo goed. Mike Pompeo, de door Trump voorgedragen nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, is een havik wat Iran betreft. John Bolton, de nieuwe nationale veiligheidsadviseur, wil het nucleaire akkoord opzeggen en het Iraanse regime ten val brengen – en dat is nog maar het begin. Totale vernietiging dreigt. De uitdaging voor Macron – en Europa – om te voorkomen dat de kwestie-Iran uit de hand loopt, is alleen maar groter geworden.

    Macrons visie van herstelde grootsheid strookt met de Franse idealen. Die van Trump verraadt de Amerikaanse

    Terwijl het gedrag van Trump alleen maar grilliger wordt, een trend die de komende maanden nog zal verergeren door het onderzoek naar Russische bemoeienis met zijn uitverkiezing, biedt de vriendschap met Macron enige garantie tegen het ergste. Anders dan Trump weet de Franse president wat hij wil en is hij in staat een coherente strategie te hanteren.

    Hij is ook een bastion tegen de destructieve neigingen van Trump: diens gedweep met etnisch nationalisme en de steeds autoritairder wordende Poetin en Xi Jinping, de afkalving van de rechtsstaat, handelsoorlogen, de militarisering van het buitenlands beleid en de ondermijning van de Europese Unie.

    Macrons visie van herstelde grootsheid strookt met de Franse idealen. Die van Trump verraadt de Amerikaanse. Dat is het verschil. Veel hangt af van wat deze vriendschap oplevert.

    Auteur: Roger Cohen
    Vertaler: Peter Bergsma

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 540.000

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

    Cruciale rol in Syrië

    In een interview dat hij op 15 april gaf aan de Franse BFMTV, RMC en Mediapart rechtvaardigde Emmanuel Macron de raketaanvallen op Syrië door te wijzen op de rol van Frankrijk in dit deel van de wereld. ‘Hij wilde daarmee zijn leiderschap in de kwestie-Syrië benadrukken, hoewel de Franse deelname aan de operatie in zijn eigen land werd bekritiseerd’, schrijft The Wall Street Journal. In feite, vervolgt de Amerikaanse krant, betreurt de oppositie het ‘dat Frankrijk bezig is zijn onafhankelijkheid kwijt te raken door de VS en het Verenigd Koninkrijk te volgen’.

  • 6. Drie vragen aan…

    6. Drie vragen aan…

    Kenners aan het woord over de president.

    … 
Adam Sage, 
correspondent in Parijs van de Britse krant The Times

    ‘Een door en door Franse president’

    Welke conclusies trekt u uit het eerste jaar van Macron?
    ‘Macron is vooral een door en door Franse president, hij vertegenwoordigt niet de nieuwe wereld. In veel opzichten staat hij voor de continuïteit van de Franse naoorlogse politiek. Maar daarbij moet worden gezegd dat hij redelijk efficiënt en competent is, en dat hij bovendien al tijdens zijn verkiezingscampagne had aangekondigd wat hij nu in de praktijk brengt.’

    Heeft hij u verrast?
    ‘Wat mij verrast is zijn sterke vermogen om de zaken voor te stellen zoals de toehoorder ze graag zou vernemen. Als hij voor de buitenlandse pers spreekt, slaagt hij erin zich voor te doen als een leider die Frankrijk gaat hervormen in een richting die vooral op prijs wordt gesteld door niet-Fransen.’

    Op welk onderdeel van de hervormingen is hij het meest markant?
    ‘Hij heeft vooral indruk gemaakt op het internationale toneel, waar hij een onbekende was zonder enige ervaring. Desondanks heeft hij daar werkelijke invloed gekregen, met name door Donald Trump uit te nodigen voor de Franse nationale feestdag, de Quatorze Juillet. Dat was geniaal. Macron stak Trump in zijn zak, zonder enige protestdemonstratie in Parijs.

    Bij zijn bezoek aan het Verenigd Koninkrijk in januari was zijn optreden ook heel sterk, hoewel de sfeer gespannen was, met het oog op Calais en de Brexit. Met het aanbod om het Tapijt van Bayeux in Londen tentoon te stellen, effende hij het pad. Hij kreeg een fantastisch onthaal en gaf een interview aan de BBC dat iedereen geweldig vond. Alle Britten moeten hebben verzucht: “Hadden wij maar zo’n politicus…”’


    1. Adam Sage; 2. Rickard Werly; 3. Pablo Levi.
    1. Adam Sage; 2. Rickard Werly; 3. Pablo Levi.

    … Richard Werly, 
correspondent in Parijs van de Zwitserse krant Le Temps.

    ‘Macron belichaamt Frankrijk’

    Wat vindt u het meest opvallend aan het eerste jaar Macron?
    ‘De radicale verandering van stijl: Macron wil vooral niet op zijn voorganger Hollande lijken. Hij wil de man van de hervormingen zijn. Zo bezien doet hij het goed. Hij heeft het idee dat Frankrijk moet veranderen geloofwaardig gemaakt. De eerste tegenvaller: Macron wil hervormen, maar de Fransen niet. Tweede tegenvaller: Europa. Even was er hoop met zijn verkiezing, maar sindsdien wijst alles de andere kant op: de verkiezingen in Italië, Catalonië, de herverkiezing van Viktor Orbán… Macron blijft een eenling met tegenwind.’

    Waar komt het onbegrip tussen hem en de Fransen vandaan?
    ‘Het is vreemd om Macron nu te verwijten dat hij te snel gaat: hij had dat in de campagne duidelijk aangekondigd. Mij treft desondanks zijn onbuigzaamheid, zoals in het conflict met de spoorwegen. Je kunt geen hervormingen doorvoeren door je als een heerser te gedragen. Macron moet het debat aangaan.’

    Welke rol heeft hij ingeruimd voor de Franse diplomatie?
    ‘Er is een verschil tussen het Franse imago en de resultaten op diplomatiek niveau. Het imago is een doorslaand succes: met zijn aanval op Donald Trump inzake het klimaat belichaamde Macron Frankrijk, zijn rede in Davos trok veel aandacht, de ontmoeting van Poetin in Versailles was ook zeer geslaagd. Het probleem is dat diplomatie berust op het vermogen mee te tellen op momenten van crisis. Heeft Macron op klimaatgebied echt een sterke coalitie tegen Trump weten te smeden? Heeft hij in Syrië inderdaad een ombuiging bewerkstelligd? Je krijgt de indruk dat Rusland en Iran aan het langste eind trekken.’

    Dit is een man van amper veertig, die is opgegroeid met Erasmus en in wie de Europese waarden vast verankerd zijn

    … Pablo Levi, correspondent in Parijs van 
het Italiaanse persbureau Ansa.

    Onder de maat als ‘het land van de mensenrechten’

    Is Frankrijk in een jaar tijd veranderd?
    ‘Vrijwel onmiddellijk na het aantreden van Emmanuel Macron deed zich een Copericaanse revolutie van de arbeidsmarkt voor. Er was een “zwarte herfst” van protestdemonstraties aangekondigd, maar de hervormingen verliepen gladjes. Dat prikkelde Macron om het met het staatsspoorbedrijf SNCF nogmaals te proberen. Maar de wittebroodsweken waren voorbij, het sociale gemor stak de kop weer op en men herkende Frankrijk weer.’

    Wat vindt u van de Europese ambities van de president?
    ‘Daaruit spreekt een waanzinnige wilskracht en een grote oprechtheid. Dit is een man van amper veertig, die is opgegroeid met Erasmus en in wie de Europese waarden vast verankerd zijn. Helaas heeft hij een koude douche gekregen: men kan Europa niet in z’n eentje tot stand brengen. Of het nu Duitsland betreft met het lange en pijnlijke proces bij de vorming van een nieuwe regering, of Italië, waar de verkiezingen werden gewonnen door de populisten: Frankrijks bondgenoten lieten het vooralsnog afweten.’

    Heeft Macron u op een speciaal punt teleurgesteld?
    ‘Frankrijk blijft onder de maat als “het land van de universele mensenrechten”, een titel die het zichzelf heeft toegekend. De mooie woorden van de president over humanisme worden door de feiten niet ondersteund. In de bergen tussen Italië en Frankrijk steken vluchtelingen onder barre omstandigheden de grens over. Er zijn doden bij gevallen. Dat is “het land van de mensenrechten” onwaardig.’

  • Mark Rutte: ‘Ik hoop dat de 
Britten in de interne markt blijven’

    Mark Rutte: ‘Ik hoop dat de 
Britten in de interne markt blijven’

    In zijn nieuwe pro-Europese rol investeert Mark Rutte ook in Emmanuel Macron. Voor diens bezoek aan Den Haag, eind maart, lichtte Rutte tegenover de Franse krant Le Monde het Nederlandse EU-standpunt toe.

    U hebt samen met zeven andere noordelijke EU-landen een brief ondertekend tegen de hervorming van de muntunie. Betekent dat een definitief ‘nee’ tegen de voorstellen van Emmanuel Macron voor een eigen EU-begroting en een Europese minister van Financiën?

    Rutte: ‘Het is niet mijn bedoeling op de voorstellen van president Macron te reageren maar om met eigen voorstellen te komen, naar oplossingen te zoeken en, misschien, verschillen te constateren. Ik ben het met president Macron eens dat we zowel op staatsniveau als op Europees niveau moeten opereren. Dat betekent dat we de criteria van Maastricht moeten respecteren, dat we moeten hervormen, de tekorten moeten wegwerken en naar een begrotingsoverschot moeten streven.’

    Die strenge boodschap is vooral aan het adres van Frankrijk gericht, nietwaar?

    ‘Ik geloof dat Frankrijk al goed bezig is. Ik ga me niet uitspreken over de politieke keuzes die worden gemaakt, maar ik ben onder de indruk van de daadkracht van de Franse president, vooral waar het zijn hervorming van de arbeidsmarkt betreft.’

    Wat moet er op Europees niveau gebeuren?

    ‘Zoals de Franse president zegt, moeten we de muntunie versterken. Met prioriteit voor een Europees stabiliteitsmechanisme en de oprichting van een Europees monetair fonds dat in laatste instantie de problemen kan oplossen van landen die in moeilijkheden verkeren. Ook moet de bankenunie verder worden versterkt om bancaire risico’s te verminderen en moet een stap worden gezet in de richting van een Europees depositogarantiestelsel. Ten slotte moet de privésector kunnen worden aangesproken als een bank in de problemen komt, zodat de belastingbetaler niet voor alles opdraait. Als dat allemaal gebeurd is, kunnen we tegen die belastingbetaler zeggen dat de belofte is nagekomen om gezamenlijk een hoog welvaartsniveau te garanderen.’

    ‘President Macron en ik denken over veel dingen hetzelfde’

    Hoe ziet u de rol van Europa?

    ‘Mijn benadering is positief: uitgaan van de kracht van de lidstaten, niet van hun zwakte. Een krachtige interne markt bouwen, wat nog maar ten dele is gerealiseerd, onze veiligheid garanderen door middel van efficiënte samenwerking, maar ook de criteria van Maastricht respecteren, die de lidstaten verplichten hun openbare financiën en hun economie op orde te brengen. Een Europa dat nuttig is voor zijn burgers en zich met name om werkgelegenheid en veiligheid bekommert. President Macron en ik denken over veel dingen hetzelfde.’

    Kunt u enkele concrete punten noemen?

    ‘De migratie en de oorzaken daarvan, de versterking en verbetering van de interne markt, veiligheid en defensie – Nederland is actief in Mali en steunt de actie van G5-Sahel. President Macrons idee over “een Europa dat beschermt” is verleidelijk. Mijn land wil ook voortvarend optreden op klimaatgebied, met als ambitieus doel een vermindering van onze CO2-uitstoot met 55 procent in 2030. Samen kunnen we aan een Europa bouwen dat de klimaatverandering het hoofd biedt.’

    Best ruimte

    Waarom bent u tegen een verhoging van de Europese begroting, zoals het Europees Parlement vraagt?

    ‘Mijn doel is modernisering te bevorderen en extra afdrachten te vermijden. Mijn prioriteiten zijn innovatie, het bewaken van de buitengrenzen en een betere aanpak van de migratie. Tegelijkertijd moeten we ook bezien op welke gebieden het wel wat minder kan. Nederland is een van de grootste netto bijdragers aan de Europese begroting en het verschil met andere landen mag niet groter worden. Het uitgavenplafond zal herzien moeten worden en, gezien het vertrek van het Verenigd Koninkrijk, moeten worden bevroren. En vervolgens zal de begroting hervormd moeten worden door middel van het vaststellen van nieuwe prioriteiten. Daarvoor is best ruimte: 70 procent van de huidige uitgaven gaat naar landbouw en structuurfondsen.’

    Moeten alleen rechtsstaten voortaan toegang krijgen tot Europese fondsen?

    ‘Daar zijn wij niet tegen, al stellen we voor die toegang vooral afhankelijk te maken van gerealiseerde hervormingen en niet van periodieke aanbevelingen van de Commissie.’

    Vreest u een breuk tussen Oost en West?

    ‘Ik heb het afgelopen jaar een aantal Oost-Europese leiders ontmoet. Als het Schengengebied functioneert, als de buitengrenzen goed worden gecontroleerd, als de Dublin-Conventie – die bepaalt dat het land waar een asielzoeker Europa is binnengekomen ook de asielaanvraag in behandeling moet nemen – wordt aangepast, geloof ik dat sommigen van hen zich wel bereid zullen tonen om vluchtelingen op te vangen, wat een verplichting blijft.’

    Is de Brexit met name zorgelijk voor een land als het uwe?

    ‘Het belangrijkst is dat de 27 landen op één lijn blijven zitten. Onder een wanordelijke Brexit zullen we allemaal lijden, ook Frankrijk. Ik zou graag zien dat de Britten in de interne markt blijven en dat we zo veel mogelijk samenwerkingsverbanden aangaan, op voorwaarde dat alle regels en de integriteit van de interne markt worden gerespecteerd.’

    Hoe denkt u over de ‘politieke’ Commissie die Jean-Claude Juncker voorstaat?

    ‘Ik heb veel respect voor voorzitter Juncker en zijn programma, maar wij zijn vierkant tegen het idee van een “politieke” Commissie. De Commissie kan initiatieven nemen en moet erop toezien dat gemaakte afspraken worden nageleefd. Het is bijvoorbeeld gênant dat ze Italië en Frankrijk op een verschillende manier heeft behandeld wat het tekort van 3 procent betreft. Daarmee schendt ze de regels, schaadt ze het uiteindelijke doel – de welvaart van de hele Unie – en maakt ze het ons moeilijk verantwoording af te leggen tegenover onze respectievelijke burgers.’

    Auteur: Jean-Pierre Stroobants
    Vertaler: Rutte Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 331.837

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Houdt een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Hoe Nederland de plaats van 
de Britten gaat overnemen

    Hoe Nederland de plaats van 
de Britten gaat overnemen

    Voor ons Nederlanders is de Brexit een uitgelezen kans, schrijft The Economist. 
Met de Britten verliezen we een machtige bondgenoot, maar we kunnen nu wel zelf het initiatief gaan pakken.

    ‘Alle volken rond de Noordzee zijn met elkaar verbonden,’ mijmert Hans de Boer, voorzitter van werkgeversvereniging VNONCW terwijl hij in Den Haag uit het raam van zijn kantoor op de twaalfde verdieping staart. Het is geen verkeerde plek voor een Nederlander om de gevolgen van de Brexit te overpeinzen. De Rotterdamse haven, de drukste van Europa, valt ternauwernood in de ochtendnevel te ontwaren. Tachtigduizend Nederlandse bedrijven doen zaken met Groot-Brittannië en elk jaar razen 162.000 vrachtwagens tussen beide landen heen en weer. De Rabobank heeft becijferd dat zelfs een zachte Brexit in 2030 tot een daling van het bbp met 3 procent zou kunnen leiden. Ierland uitgezonderd krijgt geen land het zwaarder voor de kiezen. ‘De Brexit had niet onze voorkeur,’ merkt De Boer droogjes op.

    Nederlandse regeringen uit de jaren vijftig en zestig deden hun best hun Britse vrienden over te halen om tot de Europese club toe te treden. Toen de Britten er in juni 2016 voor stemden om de Europese Unie te verlaten, vroegen sommigen zich af of Nederland in hun kielzog zou volgen. De Europese trauma’s op migratie- en economisch gebied stelden het geduld van de Nederlandse kiezer al jaren op de proef en premier Mark Rutte leek niet bereid het voor Europa op te nemen. Eurosceptische sentimenten waren koren op de molen voor Geert Wilders, die aandrong op een ‘Nexit’. Ruim een jaar geleden, met verkiezingen op komst, hielden Europeanen hun hart vast.

    Calvinistisch vingertje

    Wat er vervolgens gebeurde was interessant. De VVD won de verkiezingen, hoewel het succes van PVV-leider Geert Wilders Rutte dwong tot een vierpartijencoalitie met een minieme meerderheid. In plaats van het Europese feestje te verstoren, mengde Rutte zich, aangespoord door zijn adviseurs, in het debat over Europa met een enthousiasme dat weinigen van hem kenden. Begin maart bracht hij een bezoek aan Berlijn om een gedetailleerde speech over de EU te houden, zijn eerste grote bemoeienis met de Unie sinds hij in 2010 premier werd. Niet lang daarna kwamen Nederland en zeven andere kleine landen uit Noord- en Oost-Europa (een hoge EU-ambtenaar sprak van de ‘slechtweercoalitie’) met een gezamenlijke visie op de EU.

    Vooralsnog leidt het niet tot grote beleidswijzigingen inzake Europa. De Nederlanders willen nog steeds de risico’s en de gezamenlijke uitgaven beperken en de handel binnen de EU stimuleren. Met hun calvinistische zwaaiende vingertje dringen ze er bij andere landen op aan eerst in eigen huis orde op zaken te stellen alvorens aan te kloppen voor gezamenlijke oplossingen. Maar volgens Hans de Boer is dat om de Nederlandse kiezer gerust te stellen en niet om de EU dwars te zitten. Bovendien markeert de Berlijnse toespraak een verandering van stijl van een premier die zich lange tijd niet graag in de discussie over Europa mengde. Rutte klaagde na een Europese top meestal over gebakken lucht. Nu stort hij zich vol overgave op Europa. ‘Ik heb hem nog nooit zo pro-Europees gezien,’ zegt een collega.

    Ter rechtvaardiging merkt Rutte opgewekt op dat de Brexit Nederland ertoe dwingt zijn vier eeuwen oude diplomatieke balanceeract tussen Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië te herijken. Dat betekent twee dingen. Ten eerste een onverbloemd commitment aan Europa; Nederland wil dat de EU een sterke handelsrelatie met Groot-Brittannië smeedt, maar zonder de gelederen te verbreken. Ten tweede de bereidheid om ad-hoccoalities op bepaalde onderwerpen te vormen. Rutte noemt er een paar: een met Duitsland op het gebied van migratie, handel en de euro, een met bepaalde Midden-Europese landen over de interne Europese markt en een met de Fransen als het gaat om klimaatverandering. ‘De Brexit is een wake-upcall,’ zegt Ben Knapen, voormalig staatssecretaris van Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Vond Nederland het vaak wel best dat Groot-Brittannië het voortouw nam, nu moet het zelf in het geweer komen.

    Dat is deels een strategie om zich tegen onderonsjes van de grootmachten in te dekken. De angst dat de Frans-Duitse machine over hen heen zal walsen zit diep bij Nederlandse diplomaten. Toch zijn ze voorzichtig optimistisch dat de Duitsers hen niet zullen afvallen als het gaat om kwesties als de EU-begroting of de hervorming van de eurozone. Sterker nog, de Duitsers zijn blij dat de ‘groep van acht’ de aanval kiest, want dat maakt Duitsland tot het middelpunt van de discussie. Peter Altmaier, de Duitse minister van Economische Zaken en een vertrouweling van Angela Merkel, verleent de slechtweercoalitie stilzwijgend zijn steun.

    Maar Rutte investeert ook in Emmanuel Macron. Nadat de Franse president de Nederlandse premier twee keer in Parijs had ontvangen, ging hij vorige week op bezoek in Den Haag. De onmin tussen Frankrijk en Nederland is groot, vooral als het gaat om de eurozone; Nederland wil grotere nationale buffers om crises op te vangen, terwijl Macron wars is van supranationale instituties en een forse gezamenlijke begroting. Rutte erkent de verschillen, maar doet alsof de rest van de EU vanzelf volgt als hij en Macron een deal sluiten. (Duitsland zou daar ook wel iets over te zeggen kunnen hebben.) Nederlandse diplomaten, verzot op handel, liepen de rillingen gewoonlijk over de rug bij een oproep als die van Macron tot een ‘Europa dat beschermt’. Maar nu, nerveus geworden door roofzuchtige Chinese investeringen, Russisch spierballenvertoon, terreurdreiging en de handelstarieven van Donald Trump, vragen ze zich af of hij een punt heeft.

    Eurosceptisch rechts heeft bovendien een nieuwe held in de gesoigneerde, pianospelende politieke avonturier Thierry Baudet. De gevestigde orde doet hem af als een verwaande kwast in een pak, maar zijn oproep aan de Nederlanders om uit de EU te stappen vindt gehoor

    Het is een uitgelezen moment voor de Nederlanders. De Brexit kost ze een bondgenoot, maar biedt ook een kans om het initiatief te nemen. De hernieuwing van de Frans-Duitse relatie levert een gevaar op, maar geeft Nederland ook een mogelijkheid om zijn zegje over Europa te doen. Van de overeenkomst van de EU met Turkije uit 2016, die een einde aan illegale immigratie moest maken en waar Nederland mede de hand in had, heeft Rutte geleerd dat Europees optreden nationale problemen kan helpen oplossen. Nederlandse politici erkennen dat ze nog aan die nieuwe wereld moeten wennen. Maar vooralsnog ontbreekt het hun in de Nederlandse diplomatie niet aan grootspraak. Ruttes nekharen gaan rechtovereind staan bij elke suggestie dat zijn land een ‘klein land’ is.

    Toch moet hij oppassen dat hij in eigen land geen verzet oproept, wat hem voorzichtig zal maken met wat hij zegt. Nederlandse parlementsleden – ook die van partijen die meeregeren – en de media zijn gespitst op de geringste aanwijzing dat hun land zal worden meegesleurd in een zogeheten transferunie met wel lasten maar geen lusten. Nederlanders worden moe van Oost-Europese landen die vluchtelingen weigeren maar wel Europese subsidies opslokken. Eurosceptisch rechts heeft bovendien een nieuwe held in de gesoigneerde, pianospelende politieke avonturier Thierry Baudet. De gevestigde orde doet hem af als een verwaande kwast in een pak, maar zijn oproep aan de Nederlanders om uit de EU te stappen vindt gehoor. In de peilingen schiet zijn Forum voor Democratie Wilders voorbij.

    Alleen dat dwingt Rutte er al toe om in de komende debatten over de begroting, de eurozone en de hervorming van het Europese asielbeleid een harde lijn te kiezen. Voor veel Europeanen zullen de Nederlanders de durfals onder de bangeriken blijven. Maar na zolang aan de zijlijn te hebben gestaan, doen ze nu tenminste mee.

    Vertaler: Nico Groen

    Openingsbeeld: © ANP

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.114.549

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal politiek en economisch nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • ‘Franse Trump’ bindt de strijd aan met Macron

    ‘Franse Trump’ bindt de strijd aan met Macron

    Laurent Wauquiez is de nieuwe voorman van ‘fatsoenlijk rechts’ in Frankrijk. Hij is slechts twee jaar ouder dan Emmanuel Macron, maar in alles diens tegenpool. Door op te schuiven naar rechts poogt hij tevens Marine Le Pen de wind uit de zeilen te nemen.

    Laurent Wauquiez, oud-minister onder president Nicolas Sarkozy in 2011, is brutaal, jong en extreem ambitieus, Begin december werd hij gekozen tot voorzitter van Frankrijks grootste conservatieve partij. Als leider van Les Républicains (LR) zou de tweeënveertigjarige rechtse politicus bij uitstek geschikt zijn om president Emmanuel Macrons centristische partij La République en marche (LaREM) uit te dagen bij de verkiezingen voor het Europese Parlement in 2019 en bij de regionale verkiezingen in Frankrijk in het jaar daarop.

    Wauquiez, een conservatieve ‘bad boy’ (aldus Le Monde) die ooit weigerde als burgemeester van Le-Puy-en-Velay (Auvergne) een homohuwelijk te voltrekken, is van plan zijn ingedutte partij als wapen te gebruiken om Macron aan te vallen. Maar om het op te nemen tegen de president moet Wauquiez eerst LR in vorm zien te krijgen, want sinds de voormalige leider François Fillon in april ten onder ging in de strijd om het Elysée is de partij verdeeld en gedemoraliseerd.

    Maar streven naar eenheid is niet de strategie van de nieuwe partijleider. De man die twee keer minister is geweest en Donald Trump een ‘inspiratie’ noemde, probeert zijn partij een ruk naar rechts te geven door op alle gebieden, van economisch beleid tot de rol van de islam in Frankrijk, standpunten in te nemen die lijnrecht tegen het beleid van Macron ingaan. En wat maakt het daarbij uit of hij vaak de ultrarechtse Marine le Pen van het Front National naar de mond praat en gematigd-rechtse politici als de voormalige premier Alain Juppé tot razernij brengt?

    Wauquiez is eraan gewend vijanden te maken. In een interview met Politico uit de slungelige langeafstandsloper kritiek op Macron, ‘een overschatte president’ die ‘niets voor elkaar krijgt’ voor de Franse economie, en inzake de EU ‘tegen een muur oploopt’.

    Fabeltjes

    ‘Ik wil niet dat we in fabeltjes geloven,’ zegt Wauquiez, die tot dusver voorzitter was van de bestuursraad in de regio Auvergne-Rhône-Alpes in het oosten van Frankrijk. ‘Emmanuel Macron doet niet wat Gerhard Schröder deed 
in Duitsland. Hij doet niet wat David Cameron of Margaret Thatcher deden. De overheidsuitgaven gaan omhoog… En de hervorming van de arbeidswet is, als je naar de besluiten kijkt, maar een geringe hervorming. Ik wil niet dat bedrijven voor de gek gehouden worden of zich illusies gaan maken,’ voegt hij eraan toe. ‘We hebben in geen enkel opzicht te maken met een transformatie die voldoet aan wat Frankrijk nodig heeft.’

    Wauquiez vindt, evenals Fillon, dat de overheidsuitgaven in Frankrijk drastisch omlaag moeten. Hij beschrijft zijn eigen staat van dienst in Auvergne-Rhône-Alpes, een gebied dat hij als een soort ministaatje heeft geleid en waarin hij werkzoekenden steun weigerde en de regionale overheidsuitgaven met 5 procent verlaagde, als het tegenovergestelde van ‘het macronisme’. De president, meent hij, past wat kleinigheden aan en weigert het grote probleem aan te pakken: de overheidsuitgaven die 55 procent van het Franse bruto binnenlands product opslokken. ‘In zijn campagne beloofde hij het aantal ambtenaren terug te brengen tot honderdvijftigduizend,’ zegt Wauquiez. ‘Als hij dit tempo aanhoudt, duurt het twee eeuwen eer hij die belofte kan waarmaken. Ik wens hem een lang leven toe.’

    Als Wauquiez cynisch overkomt, dan 
is dat deels omdat hij zichzelf wil verkopen als Mr. Hyde tegenover Macron als Dr. Jekyll. Waar Macron gematigd is als het om de overheidsuitgaven gaat, kiest Wauquiez een positie ter rechterzijde van wijlen Margaret Thatcher. Waar Macron de integratie van de eurozone predikt, wil Wauquiez ‘een unie van natiestaten’. En waar Macron liberaal is inzake maatschappelijke problemen, is Wauquiez ultraconservatief.

    Macron verwoordt zijn “complexe gedachten” 
in ingewikkelde bijzinnen. Wauquiez cultiveert simpele botheid

    Het is ook een kwestie van stijl. Macron verwoordt zijn ‘complexe gedachten’ 
in ingewikkelde bijzinnen. Wauquiez cultiveert simpele botheid. De oneliners waarmee hij strooide toen hij de afschaffing van de Europese Commissie eiste, komen rechtstreeks uit het draaiboek van Trump. Ze zijn bedoeld om zoveel mogelijk woede op te wekken.

    Wat Wauquiez’ Trump-achtige optreden nog schaamtelozer maakt, is het feit dat hij van minstens even voorname afkomst is als Macron, zo niet voornamer. Ze zijn alle twee opgeleid aan de École nationale d’administration (ENA), een Frans instituut voor 
de elite, maar alleen Wauquiez werd toegelaten tot de ultraselectieve École Normale Supérieure. Wauquiez was het jongste parlementslid van zijn generatie. Voordat Macron president werd, was hij niet eerder in een publiek ambt verkozen.

    Het cruciale verschil is dat Wauquiez een partijman is die het familiebedrijf overneemt, terwijl Macron zijn eigen partij heeft opgericht.

    Door schokkende uitspraken te gebruiken als instrument om vooruit 
te komen, werkte Wauquiez zich omhoog tijdens een lange burgeroorlog die de conservatieve partij bijna verwoest heeft. Terwijl zijn ex-baas Nicolas Sarkozy in 2016 een verloren strijd voerde om de presidentiële nominatie op rechts, baande Wauquiez zich een weg naar een vooraanstaande positie. Op 10 december vorig jaar werd hij al in de eerste stemronde gekozen tot nieuwe leider van LR.

    Laurent Wauquiez bij een training van de spoorwegpolitie in november 2017. – © Nicolas Liponne / Getty
    Laurent Wauquiez bij een training van de spoorwegpolitie in november 2017. – © Nicolas Liponne / Getty

    Op weg naar de top heeft hij heel wat vijanden gemaakt. De huidige minister van Financiën Bruno Le Maire beschuldigde hem er in het verleden van dat hij ‘een schrikbewind’ voerde en hoge pieten binnen de partij noemden hem een ‘kille narcist’ die geen loyaliteit kende en net zo makkelijk weer afstand deed van eerder ingenomen standpunten. Tegen Politico zei Wauquiez ooit dat Michel Barnier, de EU-onderhandelaar over de Brexit, ‘niet alleen maar aardige dingen [over hem] te zeggen zou hebben’.

    Dat zou heel goed kunnen. In 2005 stemde Wauquiez voor het verdrag dat tot een Europese grondwet moest leiden, maar sindsdien heeft hij zich ontpopt tot een euroscepticus-light, en soms niet eens zó light. Nadat de Britten hadden gestemd voor een vertrek uit de EU stelde hij voor de Europese Commissie af te schaffen – een standpunt waarvan hij zich later distantieerde.

    Tegenwoordig heeft Wauquiez kritiek op wat hij de positieve houding van Parijs jegens de Brexit noemt: ‘Het lijkt of iedereen zegt: “Goed, Groot-Brittannië doet niet meer mee, prima”, zonder dat iemand erover nadenkt en zegt: “Kunnen we de EU misschien eens onder handen nemen waarbij we rekening houden met de Britse gevoelens? En tegen hen zeggen dat ze beter in de EU kunnen blijven?” We moeten de onderhandelingsmethoden, die Barnier heel bekwaam hanteert, herzien,’ voegde hij eraan toe. ‘Er komt nog een tijd na de Brexit, en daarom moeten we blijven praten. Misschien vinden we een oplossing waardoor ze weer lid kunnen worden, maar dan op een andere manier.’

    Zo vriendelijk als Wauquiez tegen Groot-Brittannië is, zo somber is hij over Macrons pogingen om de eurozone te herzien. Hij beschuldigt de president ervan dat hij een ‘technocratisch federalisme’ voorstelt waarin de voornaamste oorzaken van het euroscepticisme genegeerd worden, en meent dat Macrons plan ‘Frankrijk doet verdwijnen’ in de groep. ‘Ik denk dat we niet om het fundamentele vraagstuk van de architectuur van 
de lidstaten heen kunnen, en dat we moeten accepteren dat een grote lidstaat en een kleine lidstaat niet hetzelfde gewicht in de schaal leggen,’ meende hij. ‘Frankrijk of Duitsland zijn niet hetzelfde als Litouwen, hoe aardig we dat land ook vinden. Macron zegt dat we Europa gaan opbouwen zonder het volk [via referenda] te raadplegen. Dat is een vreselijke uitspraak voor een politiek leider en het getuigt duidelijk van minachting.’

    Marine Le Pen

    Dit soort beschuldigingen – die voorbijgaan aan het feit dat Macron aan de macht kwam na zijn eigen beweging vanaf de grond te hebben opgebouwd, en dat hij van plan is om volgend jaar in elk Europees land ‘democratische conventies’ te gaan houden – brengen 
Wauquiez dichter in de buurt van Marine Le Pen.

    Het Front National heeft Wauquiez lange tijd gezien als een potentiële bondgenoot, iemand die extreemrechts uit zijn isolement kan halen. Maar hij wees het voorstel van Le Pen af om de handen ineen te slaan en zei dat hij nooit een verbond met ultrarechts zou sluiten.

    Hij mikt er juist op stemmen van Le Pen te stelen door haar stoere praat over immigratie, de islam en terrorisme te imiteren – hij riep op om alle mensen die verdacht worden van banden met terroristen in de gevangenis te gooien – iets wat des te meer aantrekkingskracht heeft omdat hij, in tegenstelling tot Le Pen, ooit aan de macht zou kunnen komen.

    Als hij inderdaad ooit president wordt, zal hij allereerst en vooral de geloofwaardigheid van zijn land versterken, zegt Wauquiez, omdat het daar volgens hem nog steeds aan ontbreekt. ‘Frankrijk moet aan zichzelf gaan werken, want er komen geen Europese hervormingen als Frankrijk zichzelf niet verandert.’

    Macron, zijn Dr. Jekyll, zou het zelf niet beter kunnen verwoorden.

    Auteurs: Maïa de La Baume en Nicholas Vinocur
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Politico
    België | politico.eu

    Politiek, beleid en persoonlijkheden van de EU via video’s, columns, beeld en politieke fora.

  • 2. Wijsheid komt echt pas met de jaren

    2. Wijsheid komt echt pas met de jaren

    De opkomst van piepjonge leiders is helemaal geen voordeel, betoogt Philip Collins. Politici hebben ervaring nodig. ‘Wijsheid is van groot belang binnen de politiek, en toch klinkt eeuwig en altijd de roep om jeugd.’

    De opkomst van Jacinda Ardern (37) in Nieuw-Zeeland en die van Sebastian Kurz (31) in 
Oostenrijk maakt duidelijk dat kiezers bereid zijn jonge leiders hun vertrouwen te schenken. Maar om een land 
te besturen is meer nodig dan een energiek wonderkind.

    Sebastian Kurz, de nieuwe bondskanselier van Oostenrijk, is met zijn tweeëndertig jaar al behoorlijk oud als je kijkt naar de echt jonge leiders. William Pitt de Jongere was nog maar vierentwintig toen hij in 1783 premier werd. Door de grilligheid van de erfelijke troonsopvolging komt het voor dat vorsten al in hun kinderjaren de troon bestijgen. Koning Hoessein van Jordanië werd al op zijn zestiende gekroond, Faisal II van Irak en Gyanendra van Nepal werden op hun derde koning 
en Foead II van Egypte kwam aan het bewind toen hij nog maar 192 dagen oud was.

    Bovendien is het bondskanselierschap van Oostenrijk kinderspel vergeleken bij wat sommige anderen mensen op diezelfde leeftijd hebben bereikt. Marie Curie ontdekte radium toen ze eenendertig was. Bentley zette op die leeftijd zijn eerste auto in de markt en Hilton kocht zijn eerste hotel. Prins Albert organiseerde de Grote Tentoonstelling en Monet stelde het schilderij tentoon dat het startschot zou vormen van het impressionisme. En het zou mij verbazen als Kurz ooit een album uitbrengt dat net zo goed is als The River van Bruce Springsteen.

    Jong door de wol geverfd

    Voor sommige mensen is het leven al afgelopen op hun eenendertigste. Schubert droeg op zijn eenendertigste de kist van Beethoven en viel vervolgens zelf dood neer. Nijinski was eenendertig toen er een einde kwam aan zijn carrière als balletdanser omdat hij werd gediagnosticeerd als ongeneeslijk krankzinnig. Alan Turing had al een paar jaar voor het bereiken van die leeftijd de enigmacode gekraakt. En dan zijn er nog de echte genieën. Kurz is natuurlijk niet het eerste Oostenrijkse wonderkind. Mozart componeerde al op zijn vijfde zijn eerste stuk dat werd uitgevoerd. Pascal had op zijn twaalfde geheel zelfstandig vrijwel alle geometrische bewijzen van Euclides rond gekregen.

    Dat roept de vraag op of het überhaupt mogelijk is om een wonderkind te zijn in de politiek, want dat is Kurz allesbehalve. Los van het vervullen van zijn dienstplicht heeft hij weinig anders gedaan dan politiek bedrijven; hij heeft zelfs zijn studie rechten aan de universiteit van Wenen niet afgerond. Zijn nog betrekkelijk korte leven bestaat uit niet veel meer dan politiek. Hij is al net zo’n ervaren en door de wol geverfde politicus als Bill Clinton uiteindelijk was: hoe hij zijn handen beweegt, of hij zijn hoofd schuin houdt, het is allemaal zorgvuldig uitgedacht; zijn kleren zijn met de grootst mogelijke zorg gekozen en hij mag zich graag presenteren als iemand die veel sport.

    Hij heeft zijn positie niet eens echt te danken aan zijn politieke talent. Het is eerder zo dat Kurz tot grote hoogten is gestegen op een golf van anti-migratiesentimenten. Hij heeft geprobeerd munt te slaan uit zijn jonge leeftijd en de kracht van de beeldvorming door zijn partij een ander imago te verlenen: de partijkleur is van zwart veranderd in een zachter turkoois, en de naam is veranderd in Oostenrijkse Volkspartij. Maar zijn leeftijd speelde een minder belangrijke rol bij zijn succes dan zijn niet al te sympathieke standpunten.

    Vóór Kurz en Ardern hebben we acht wereldleiders gezien die nog geen veertig waren

    In de politiek is het lastiger om het al op jonge leeftijd ver te schoppen dan in, bijvoorbeeld, de muziek. Politiek is eerder de kunst van het mogelijke dan de wetenschap van het onvermijdelijke, en in die zin is het dan ook geen terrein waar wonderkinderen tot bloei komen. Bij een politicus van onder de dertig blijven we het gevoel houden dat hij nog niet helemaal droog achter de oren is. Vóór Kurz en de zevenendertigjarige Jacinda Ardern, die onlangs premier is geworden van Nieuw-Zeeland, en die daarmee de jongste vrouwelijke leider ter wereld is, hebben we acht wereldleiders gezien die nog geen veertig waren. Van deze leiders spreken Emmanuel Macron (39), president van Frankrijk, en de drieëndertigjarige Kim Jong-un van Noord-Korea misschien wel het meest tot de verbeelding – ieder op hun eigen manier.

    Ardern heeft het vak geleerd in de Labour Party van Nieuw-Zeeland – om nog maar te zwijgen van de periode dat ze in Londen heeft gewerkt, voor Tony Blair – en net als alle andere jonge leiders stond haar leven altijd al in het teken van de politiek, waarvoor andere dingen moesten wijken. Haar snelle opkomst is misschien wel het spectaculairst. Ze zit pas sinds vorig jaar mei in de kamer. Er is binnen korte tijd zoveel veranderd in het politieke landschap dat ze in augustus vicevoorzitter werd van de partij en het inmiddels tot premier heeft geschopt. Het zou veel te kort door de bocht zijn om dit allemaal toe te schrijven aan een gunstig gesternte. Ze is zonder meer goed in haar vak, al moeten we nog afwachten of ze ook een goede premier zal blijken.

    JACINDA ARDERN – Premier van Nieuw-Zeeland, 37 jaar

    ▶ In functie sinds oktober 2017
    ▶ Labour Party (centrum-links)
    ▶ De jongste premier van Nieuw-Zeeland sinds 1856

    Beroepservaring:
    2003 Vicevoorzitter van de jongerenafdeling van de Labour Party op 23-jarige leeftijd
    2006 Politiek adviseur van de Britse premier Tony Blair in Londen
    2008 Gekozen in het parlement van Nieuw-Zeeland Augustus 2017 lijsttrekker voor Labour bij de algemene verkiezingen in september van dat jaar

    In de Britse politiek vertoont de leeftijd van de premier nogal wat schommelingen. De eerste man die zich premier mocht noemen, Robert Walpole, nam op zijn vierenveertigste zijn intrek in Downing Street. Tony Blair en David Cameron waren allebei drieënveertig. De victoriaanse tijd was de tijd van de Eerbiedwaardige Oude Mannen. Disraeli moest tot zijn drieënzestigste wachten voor hij premier werd, Palmerston bekleedde het ambt op zijn zeventigste en tegen de tijd dat Gladstone in 1892 aan zijn vierde termijn begon, was hij tweeëntachtig. Na de eeuwwisseling zijn er dertien premiers op rij geweest die allemaal ouder waren dan drieënvijftig.

    Na de oorlog werd de radio meer en meer verdrongen door de televisie, en daarmee was de politiek niet langer alleen een kwestie van het oor, maar ook van het oog. De leiders werden jonger, zij het niet per se aantrekkelijker. Harold Wilson, die al op zijn éénendertigste minister was, werd nog altijd als een groentje beschouwd toen hij op zijn achtenveertigste premier werd. Wilsons uitstraling was jong en modern, net als later die van Blair. Hij was jonger dan Thatcher, die drieënvijftig was, maar Wilson was ouder dan John Major toen die in 1990 premier werd, en hetzelfde geldt voor Blair en Cameron. Tony Blair, Charles Kennedy en William Hague – die in 1977 al op zijn zestiende naam maakte op het Tory-congres – waren allemaal in dezelfde periode partijleider en ze waren stuk voor stuk het jongste kamerlid toen ze voor het eerst werden gekozen.

    Door deze trend, dat politici steeds jonger worden, ontstaat er een merkwaardige poel van politici van ergens in de vijftig of zestig, die al op hun lauweren rusten. Tony Blair, David Cameron, David Miliband, Nick Clegg en George Osborne zijn allemaal alweer van het toneel verdwenen, al had de politiek er verstandiger aan gedaan hen niet zo vroeg met pensioen te sturen. Hetzelfde lot wacht ongetwijfeld Justin Trudeau in Canada en Macron in Frankrijk.

    We zouden er goed aan doen, en niet alleen om bovenstaande reden, om deze jeugdcultus met enig voorbehoud te beschouwen. De voornaamste reden daartoe valt te lezen in Shakespeares As You Like It, waarin de zeven leeftijden van de mens aan de orde komen. We lezen dat de wereld van de politiek – ‘de rechter […] vol wijze spreuken en banale exemplen’ – de vijfde fase is, na het grienen en kwijlen, het jengelende schooljoch met zijn tas, de minnaar en de soldaat, en net voor de ‘schrale oude paai op muiltjes; bebrilde neus en buidel aan de zijde’* waarmee Shakespeare naar ik vermoed op het Hogerhuis doelt. Waar het Shakespeare om gaat is dat er veel wijsheid nodig is om een land te besturen en dat wijsheid vergaard dient te worden. Het komt niemand aanwaaien. Het is een kwestie van ervaring.

    EMMANUEL MACRON – President van Frankrijk, 40 jaar

    ▶ In functie sinds mei 2017
    ▶ La République en Marche (LREM)
    ▶ Het jongste staatshoofd in de geschiedenis van de Vijfde Republiek

    Beroepservaring:
    2012 Presidentieel adviseur op 34-jarige leeftijd
    2014 Minister van Economische Zaken
    April 2016 Oprichting van de partij LREM
    Mei 2017 Wint de presidentsverkiezingen

    Tony Blairs politieke carrière maakt duidelijk hoe belangrijk ervaring is. 
In zijn memoires, A Journey, beschrijft Blair hoeveel hij pas in de praktijk heeft geleerd, toen hij al premier was. Het paradoxale, zo maakt het boek mooi duidelijk, is dat politici aan het begin van hun carrière het minst capabel zijn, terwijl ze dan politiek gezien vaak op hun hoogtepunt zijn. In Blairs beginjaren werden er binnen de gezondheidszorg en het onderwijs verschillende systemen ontmanteld, die in de latere jaren van Blair opnieuw moesten worden ingevoerd. Leraren, artsen en verpleegkundigen waren begrijpelijkerwijs erg gefrustreerd over dat schommelende beleid. Dit soort dingen valt te verwachten wanneer er mensen aan de macht komen die niet goed begrijpen hoe veranderingen zich voltrekken. En zodra de leider eenmaal heeft uitgevonden aan welke touwtjes hij moet trekken om effectief te kunnen besturen, is zijn of haar politieke positie dermate geërodeerd dat er nauwelijks nog iets valt te bewerkstelligen. Het moment waarop je goed wordt in politiek bedrijven, valt samen met het moment waarop iedereen een hekel aan je begint te krijgen.

    De jeugdcultus is misschien niet per se belangrijker geworden, maar wel zichtbaarder, in de lange periode van vrede sinds de Tweede Wereldoorlog. Winston Churchill kwam op zijn vijfentwintigste in de kamer en Roy Jenkins op zijn achtentwintigste, maar beide mannen hadden daarvoor in het leger gediend, wat hun een zeker aanzien verleende dat mensen als Douglas Alexander of William Hague ontbeerden. De generatie politici die opgroeide in de schaduw van de oorlog bracht niet alleen de wijsheid mee die door die ervaring was opgedaan, maar deze politici werden ook met meer respect bejegend omdat ze als militair blijk hadden gegeven van hun vaderlandsliefde. In zekere zin werd die generatie eerder volwassen, door in de oorlog te hebben gediend.

    LEO VARADKAR – Premier van Ierland, 38 jaar

    ▶ In functie sinds juni 2017
    ▶ Fine Gael (centrum-rechts)
    ▶ De jongste premier van Ierland.

    Beroepservaring:
    2003 Als 23-jarige gekozen in het bestuur van de provincie Fingal
    2007 Gekozen tot afgevaardigde in het parlement
    2014 Eerste benoeming op een ministerspost

    De moderne democratische samenleving die bij uitstek ruimte biedt aan oudere mannen (en nog steeds in veel mindere mate aan oudere vrouwen) is de Verenigde Staten. Theodore Roosevelt is de jongste die president van Amerika is geworden. Dat was in 1901, op drieënveertigjarige leeftijd, maar dat was alleen omdat William McKinley was vermoord. Kennedy was drieënveertig, Bill Clinton en Ulysses S. Grant waren zesenveertig en Barack Obama was zevenenveertig. Ze hebben allemaal munt geslagen uit hun jeugdige imago, maar in vergelijking met andere landen waren ze eigenlijk al behoorlijk op leeftijd. De reden daarvoor is dat de minimumleeftijd voor leden van het congres is vastgelegd in artikel 1 van de Amerikaanse grondwet, waarin staat dat er geen mensen van onder de vijfentwintig zitting mogen nemen in het Huis van Afgevaardigden en geen mensen van onder de dertig in de Senaat. Als gevolg daarvan zullen Amerikanen met politieke ambities meestal eerst ervaring opdoen in hun eigen staat voordat ze zich aan de landelijke politiek wagen. Of ze doen eerst iets heel anders, wat nog beter is. In Engeland gelden niet van dergelijke grondwettelijke beperkingen, terwijl daar een leeftijdsbepaling – dat je niet voor je dertigste premier mag worden, om maar iets te noemen – zou kunnen helpen om een ander soort politici te kweken. Enige ervaring buiten de politiek, en dan nog wat tijd binnen de politiek om het vak onder de knie te krijgen, zou weleens een ideaal uitgangspunt kunnen zijn voor een politicus.

    Trump en Corbyn

    President Trump wekt de indruk van een oude politicus die het evengoed niet zo best doet, maar dat beeld klopt niet helemaal. Hoewel Trump al éénenzeventig is, heeft hij geen noemenswaardige ervaring in de politiek. Zijn onvermogen om dingen gedaan te krijgen, maakt eens te meer duidelijk dat bedrijfsleven en politiek twee totaal verschillende werelden zijn.

    Er tekent zich een conclusie af: een lange carrière in de politiek, waarbij 
op jonge leeftijd wordt begonnen maar niet te vroeg wordt gepiekt, lijkt een ideaal uitgangspunt. Dat gold voor Winston Churchill wiens carrière vele valse starts kende, om het voorzichtig uit te drukken, tot aan zijn opmerkelijke laatste fase tijdens de Tweede Wereldoorlog. De jonge John F. Kennedy heeft de wereld, mede door zijn jeugdige impulsiviteit, tot aan de rand van een kernramp gebracht. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog waren drie politici – Ronald Reagan, Michail Gorbatsjov en Margaret Thatcher – in staat een uitweg te vinden uit een zeer gespannen situatie.

    JUSTIN TRUDEAU – Premier van Canada, 46 jaar

    ▶ In functie sinds 4 november 2015
    ▶ Justin Trudeau is de oudste zoon van Pierre Elliott Trudeau, premier van Canada van 1968 tot ’79 en van 1980
    tot ’84

    Beroepservaring:
    Oktober 2008 lid van het Canadese parlement voor de Liberal Party
    2013 Leider van de Liberal Party

    Wijsheid is van groot belang binnen de politiek en toch klinkt eeuwig en altijd de roep om jeugd. Het is waar dat politieke bewegingen zich moeten vernieuwen en dat de energie, de ideeën en de kracht van jonge mensen onontbeerlijk zijn. Een partij die geheel en al afhankelijk is van de conventionele wijsheid van ouderen is gedoemd te verstarren. Dat hebben we net gezien bij de Labour Party die, met vierhonderdduizend leden en nog altijd groeiende, binnen de Britse politiek van de afgelopen eeuw nog het dichtst in de buurt komt van een nieuwe partij. Het punt is natuurlijk dat een partij die op een dergelijke manier verjongt, een collectief geheugen ontbeert. Geen van de leden is zich ervan bewust, of vindt het van belang, dat Labour al eerder een poging tot nationalisatie heeft gedaan, en dat zoiets gewoonlijk slecht afloopt. Toen er nog eens op werd gewezen dat de leider van de Labour Party in de jaren zeventig van de vorige eeuw bevriend was met enkele zware terroristen had dat nauwelijks invloed op het electoraat, voor wie dat allemaal te ver in het verleden lag. Het is niet uitgesloten dat de cavalerie van de jeugd bij de volgende landelijke verkiezingen naar de overwinning wordt geleid door Jeremy Corbyn, die zelf al achtenzestig is, en die daarmee de oudste premier ooit zou worden.

    Corbyn is geen wijze man die kan bogen op veel ervaring, ondanks zijn leeftijd. Hij heeft eerder een lange carrière achter de rug in de protestbeweging dan in de politiek. Corbyn heeft geen ministeriële kennis, ook niet indirect, en uit niets blijkt dat hij enig benul heeft hoe je een grote bureaucratie effectief kunt laten functioneren. Desondanks heeft hij gekozen voor een politieke modus operandi waarbij de centrale overheid een belangrijke rol wordt toegedicht. Een man die zich ideologisch verwant voelt met overheidscontrole terwijl hij geen enkele ervaring heeft als staatsman: het belooft weinig goeds. Corbyn is een oude man maar in politieke zin is hij nog altijd jong en naïef.

    Hetzelfde kan worden gezegd van zijn partij, die geconfronteerd wordt met de principiële kwestie welke rol jeugd kan spelen binnen de politiek. Het gaat er niet alleen om hoe oud de politici zijn, maar ook om de vraag hoe oud de partij is. Mondiaal gezien heeft een politieke partij een levensverwachting van drieënveertig jaar. Na een derde eeuw hebben de kiezers behoefte aan iets nieuws. In Engeland, een land dat wordt gegijzeld door het eigen electorale systeem, is er sinds de oprichting van de Labour Party in 1906 geen levensvatbare politieke partij meer opgericht. De Conservative Party is, ook in zijn hedendaagse vorm, geworteld in de tijd van de Great Reform Act, die dateert van alweer een kleine twee eeuwen geleden. Deze twee opgebrande mastodonten hebben net bij de landelijke verkiezingen 83 procent van de stemmen binnen weten te halen, ondanks een breed gevoelde onvrede met beide partijen.

    Macron heeft de perfecte combinatie gevonden van ervaring en een frisse uitstraling

    Het waarlijk opmerkelijke aan Emmanuel Macrons En Marche! is niet de leeftijd van de partijleider. Opmerkelijk is vooral dat de partij zo nieuw is. Macron heeft de perfecte combinatie gevonden van ervaring en een frisse uitstraling. Zodoende kan zijn beweging zowel politiek als antipolitiek bedrijven. Zelf is Macron minister van Economische Zaken geweest in het kabinet van Hollande, en veel mensen binnen zijn team zijn gepokt en gemazeld in de politiek. Daarnaast is hij erin geslaagd capabele mensen uit andere bedrijfstakken aan te trekken, mensen zonder politieke ervaring. Dit vernieuwende aspect van En Marche! is van cruciaal belang voor het succes. En Marche! was jong en nieuw. Het was de geboorte van een nieuw soort politiek, in plaats van een herschikking van de bestaande politiek.

    De Britse politiek maakt een afgeleefde indruk en daar kunnen de oudere kopstukken van Labour of van de Conservative Party niets tegen doen. Er is behoefte aan vers bloed en de gevestigde politieke partijen zijn aan vervanging toe.

    Auteur: Philip Collins
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    KADER: Nieuw-Zeeland, het bliksemsucces van Jacinda Ardern

    ‘Jacinda Ardern zet de politiek in Nieuw-Zeeland onder hoogspanning,’ voorzag de Amerikaanse financiële website Bloomberg in september vorig jaar, twee dagen voor de algemene verkiezingen, die Ardern aan de macht brachten. (Zij werd op 19 oktober benoemd tot premier, na een coalitieakkoord met de populistische partij First.)

    De nu 37-jarige Ardern heeft dus een flitsende carrière in de poltiek gemaakt. Ze maakte haar parlementaire debuut in 2008 en was nog altijd een ‘eenvoudig’ parlementariër toen ze op 1 augustus 2017 werd aangewezen als lijsttrekker van de Labour Party, die in problemen verkeerde. De partij slaagde er onder haar leiding in zich in nauwelijks zeven weken uit de nesten te werken, vat Bloomberg samen.

    ‘Ze begreep de frustraties die het land in hun greep hielden, meent de Nieuw-Zeelandse website Stuff, die van deze frustraties een opsomming geeft: problemen met huisvesting, openbaar vervoer en groeiende ongelijkheid. Maar vooral, benadrukte de site, bleef Ardern hameren op de noodzaak van een generatiewisseling na negen jaar overheersing door de rechtse National Party. Bovendien wist ze zich bekwaam te verdedigen tegen beschuldigingen van seksisme die werden geuit na haar nominatie. De media in Nieuw-Zeeland spraken zelfs van een ‘Jacindamania’.

    KADER: Opzij ouwe…!

    In tegenstelling tot wat zij pretendeert, is de generatie van jonge politici niet vernieuwender of warser van oude politieke gebruiken dan de vorige, tekent de Vlaamse krant De Morgen aan. Wat haar wel onderscheidt, ‘nog afgezien van haar charme’, is veeleer ‘een zekere mate van meedogenloosheid’: tal van jonge politici gebruiken hun ellebogen ten koste van hun leiders, zoals Emmanuel Macron ten opzichte van François Hollande, of Matteo Renzi ten aanzien van Enrico Letta, destijds premier van Italië en partijleider.

    De ‘verjonging’ is dus voornamelijk het verschijnsel van een tijd waarin ‘hiërarchische structuren worden verpulverd’ aldus de krant. ‘De jonge en ambitieuze individuen maken een snellere opgang. Maar ze tuimelen ook evensnel omlaag.’

    ‘De doorlooptijd van politieke leiders wordt korter’ – en dat betekent dat zij na afloop van hun mandaat iets anders zullen moeten gaan doen, concludeert De Morgen.

    KADER: Justin Trudeau wordt een dagje ouder

    Kort voor zijn aantreden, eind 2015, als premier van Canada schreef het Franstalige dagblad La Presse: ‘Het probleem voor Justin Trudeau is niet dat hij te jong zou zijn, maar dat heel wat mensen niet de indruk hebben dat hij voldoende gerijpt is.’ Vandaag de dag, op 46-jarige leeftijd, wordt de liberale premier met een heel ander probleem geconfronteerd. De krant The Globe and Mail merkt op dat de tijd vliegt en dat de leiders van de belangrijkste oppositiepartijen jonger zijn dan de premier – in feite nu ‘de oude man’ in de Canadese politiek. Het weekblad MacLean’s heeft ervoor gekozen om op een radicale manier de ‘volwassenheidscrisis’ van Trudeau te illustreren door hem in november vorig jaar op de voorpagina af te beelden met een begin van kaalheid – tevens een knipoog naar zijn vader, Pierre Elliott Trudeau, die zijn zoon voorging als regeringsleider.

    KIM JUNG-UN – Opperste leider van Noord-Korea, 34-35 jaar

    ▶ In functie sinds 20 december 2011
    ▶ Voorzitter van de Arbeiderspartij van Noord-Korea
    ▶ Eerste staatshoofd van zijn land geboren na het ontstaan van Noord-Korea

    Beroepservaring:
    Voorzitter van het Centraal Militair Comité
    Bevelhebber van het Volksleger
    Lid van het presidium van het Politburo

    Kim Jung-un zou volgens onbevestigde berichten een deel van zijn opleiding hebben gevolgd aan Zwitserse privéscholen

  • 1. Generatie start-up doet haar intrede in de politiek

    1. Generatie start-up doet haar intrede in de politiek

    Met Sebastian Kurz en Emmanuel Macron staat in Europa een nieuwe generatie politici aan het roer. Zij verschillen fundamenteel van hun voorgangers, schrijft de Duitse journalist Sidney Gennies.

    Vroeger zou zoiets onmogelijk zijn geweest. Zo’n Sebastian Kurz die met een niet afgemaakte rechtenstudie binnen vijf maanden zijn partij ÖVP overneemt, overhoophaalt en er ook nog de parlementsverkiezingen in Oostenrijk mee wint – en kanselier wordt. Op zijn eenendertigste! De jongste regeringsleider ooit in de EU. Hoe kan dat?

    Jonge politici wachten niet meer tot eerbiedwaardige partijcommissies het besluit nemen dat hun tijd gekomen is. Er is een nieuw tijdperk aangebroken. En eigenlijk is het verbazingwekkend dat dat in de politiek zo laat gebeurt.

    Kurz is ondanks zijn jonge leeftijd een ervaren staatsman. Hij heeft als minister van Buitenlandse Zaken met succes positie gekozen tegenover Angela Merkel en bijna in zijn eentje de sluiting van de Balkanroute voor vluchtelingen doorgezet.

    Dat hij de coup waagde door de ÖVP in mei voor de keus te stellen ‘zoals ik het wil of helemaal niet’, een greep naar het partijvoorzitterschap deed en nieuwe verkiezingen eiste, was dus geen jeugdige onbezonnenheid die goed voor hem heeft uitgepakt. Het was berekenend en Sebastian Kurz is niet de eerste. In Frankrijk heeft de 39-jarige Emmanuel Macron in even korte tijd iets dergelijks voor elkaar gekregen. Een half jaar voor de presidentsverkiezingen van 2017 lanceerde hij zijn beweging En Marche – en won. De twee zullen niet de laatsten van deze generatie zijn die de macht zoeken en weten te grijpen.

    SEBASTIAN KURZ – Kanselier van Oostenrijk, 32 jaar

    ▶ In functie sinds december 2017
    ▶ Österreichische Volkspartei (ÖVP)
    ▶ De jongste in deze functie

    Beroepservaring:
    2009 Voorzitter van de jongerenafdeling van de ÖVP op 23-jarige leeftijd
    2010 Lid van de gemeenteraad van Wenen
    2011 Staatssecretaris
    2013 Minister van Buitenlandse Zaken
    Juli 2017: Gekozen tot leider van de ÖVP, die in oktober de algemene verkiezingen wint

    Het succes van de jongeren geeft blijk van de crisis waarin de zogenaamde volkspartijen verkeren, die tegenwoordig overal in Europa blij mogen zijn als ze nog eenderde van hun land vertegenwoordigen. En van de behoefte van de kiezers die daarvan is af te lezen, namelijk die aan echte, voel- en zichtbare verandering. Maar aan die behoefte konden bijvoorbeeld in de VS ook de samen bijna honderdvijftig jaar oude Donald Trump en Bernie Sanders voldoen.

    Het succes van de jongeren getuigt daarom eerder van het zelfvertrouwen van een nieuwe generatie politici. Toen Sebastian Kurz op zevenentwintigjarige leeftijd net minister van Buitenlandse Zaken was geworden, heeft hij eens op een vraag naar zijn voorbeelden geantwoord dat hij die niet had. En misschien is dat ook wel symptomatisch voor een generatie die is opgegroeid in de wetenschap dat niets zo hoeft te blijven als het is. Die is opgegroeid met Mark Zuckerberg, die – slechts twee jaar ouder dan Kurz – giganten als Microsoft en Apple passeerde en met Facebook een website neerzette die de wereld helemaal opnieuw met elkaar verbond. Een wereld waarin muzikanten niet meer hopen te worden ontdekt door producers, maar hun liedjes meteen op YouTube zetten. En waarin ondernemers hun businessplan niet aan een bank voorleggen, maar op Kickstarter zetten om aan startkapitaal te komen.

    De generatie start-up heeft nu haar intrede gedaan in de grote politiek. Dat betekent meer innovatie, meer flexibiliteit, meer kansen, maar ook minder zekerheid, minder planbaarheid, minder controle

    De generatie start-up heeft nu haar intrede gedaan in de grote politiek, met alles wat daarmee samenhangt. Dat betekent meer innovatie, meer flexibiliteit, meer kansen, maar ook minder zekerheid, minder planbaarheid, minder controle.

    Met de plannen van Emmanuel Macron om de arbeidsmarkt te dereguleren en het pensioenstelsel te hervormen krijgt Frankrijk een voorproefje van wat dat kan gaan betekenen. En Sebastian Kurz heeft weliswaar de verkiezingen gewonnen met de belofte van een harde lijn in de vluchtelingenkwestie, maar hoe hij die wil nakomen zonder Oostenrijk binnen Europa te isoleren, valt nog te bezien. Voor beiden geldt:
    dat ze aan de macht hebben weten te komen betekent alleen dat het anders wordt, niet noodzakelijkerwijs beter.

    Auteur: Sidney Gennies
    Vertaler: Pieter Streutker

    Der Tagesspiegel
    Duitsland | dagblad | oplage 132.000

    Degelijke kwaliteitskrant. Opgericht in 1945 in Berlijn, waar zich nog altijd het merendeel van de lezers bevindt.

    Sebastian Kurz, een man met haast

    Met zijn 31 jaar is de nieuwe Oostenrijkse kanselier Sebastian Kurz een model van politieke voorlijkheid. Hij meldt zich in 2004 als 17-jarige bij de Jonge Oostenrijkse Christen-Democraten (JVP) en wordt voorzitter van die club in 2009. In 2011 wordt hij als 24-jarige staatssecretaris voor Integratie en twee jaar later minister van Buitenlandse Zaken.

    In mei 2017 haalt hij het stoute stukje uit en werpt zich op tot leider van de Österreichische Volkspartei (ÖVP), als de voorzitter van die partij, Reinhold Mitterlehner, tevens vicekanselier in de regeringscoalitie, na geharrewar binnen de coalitie met de sociaal-democraten van de SPÖ en binnen zijn eigen partij, al zijn politieke functies neerlegt. Kurz wordt met 98,7 procent van de stemmen gekozen tot zijn opvolger. Hij weet voorwaarden te bedingen waaronder hij het vrijwel geheel voor het zeggen krijgt en verwerft bovendien de steun van een belangrijk deel van de Oostenrijkse haute finance en de industriëlen. Bij de algemene verkiezingen in oktober 2017 wordt de ÖVP met 31,7 procent de grootste partij.

    De sleutels tot het succes van Kurz zijn, naast zijn leeftijd, zijn verzet tegen de migratiepolitiek van Angela Merkel en zijn taalgebruik, dat aanschurkt tegen dat van de rechts-radicale FPÖ, waarmee hij in december 2017 een regeerakkoord sluit. Op 18 december wordt Kurz – die volgens het Weense weekblad Profil mikt op een conservatief beleid, politieke moed en persoonlijke bescheidenheid – officieel kanselier. Met zijn 31 jaar is hij de jongste regeringsleider binnen de EU.

  • Schulz is geen Macron of Corbyn

    Schulz is geen Macron of Corbyn

    Kan SPD-kandidaat Martin Schulz een voorbeeld nemen aan Emmanuel Macron of Jeremy Corbyn? Nee, stelt de conservatieve Frankfurter Allgemeine Zeitung. En een derde weg is er eigenlijk ook niet.

    Zijn de kaarten al geschud? De eerste helft van het verkiezingsjaar was een soort nachtmerrie voor de SPD. Eerst was er het laaiende enthousiasme over de nieuwe voorzitter en kanselierskandidaat, waarbij nog altijd vraagtekens kunnen worden gezet. Toen de verpletterende deelstaatverkiezingen. En nu is alles weer als vanouds: Merkel heerst.

    Veel redenen voor de raketstart van Schulz hebben aan overtuigingskracht ingeboet omdat ze in tegenspraak zijn met de sterke neergang die hij sindsdien beleeft. Schulz is er niet in geslaagd een thema te benoemen dat de Duitsers aanspreekt, en kennelijk is het ook geen voordeel tegenover Angela Merkel en de grote coalitie [CDU/CSU en SPD] om aan de zijlijn te staan en de rol van onbevlekte te willen spelen. Misschien was dat het geval in het voorjaar, op een gunstig moment. Er zijn echter maar weinig politici die langere tijd kunnen inspelen op een hunkering zonder daarvoor een podium te hebben in de instituties waarvan ze juist als tegenvoeters worden beschouwd. Schulz ontbreekt het althans aan optredens in de Bondsdag.

    Derde optie?

    Dat is niet het enige waar het de kanselierskandidaat aan ontbreekt. De SPD wordt niet meer alleen beoordeeld op de drie nederlagen in de deelstaatverkiezingen. Het succes van twee heel verschillende sociaal-democraten, Jeremy Corbyn en Emmanuel Macron, zou de partij een impuls kunnen geven. De SPD heeft echter grote moeite om een keuze maken tussen die twee. Niet omdat ze hen allebei zo goed vindt, maar omdat beiden zijn zoals de SPD niet meer wil zijn. De een is te zeer een betonsocialist, de ander is wat niet alleen binnen Die Linke maar ook binnen de SPD wordt afgedaan als neoliberaal. Met de Corbyn-Macron-verlegenheid van de SPD wordt de vinger precies op de zere plek gelegd: ja, en wat nu, is er niet een derde optie?

    Van Schulz mag je verwachten dat hij het het liefst zo zou doen als Macron. Al in de sociaal-democratische lente leek het erop dat de Schulz-stoet met een Schulz-lijst in de Schulz-herfst naar de Schulz-verkiezingen zou gaan trekken. Sigmar Gabriel [minister van Buitenlandse Zaken in het huidige kabinet-Merkel] heeft een bijeenkomst van de SPD al eens geënthousiasmeerd met de opmerking dat de partij weer meer ‘een beweging’ moest worden, zoals ooit in de gouden jaren zeventig. Gabriels worsteling bestond voor een groot deel in een strijd tegen het keurslijf van de partij. Daarin ingesnoerd zal de SPD geen kanselier afleveren. Het probleem voor Schulz is dat hij geen Macron is, hoewel hij beslist een beweging in gang heeft gezet. Maar hij is weer ingesnoerd.

    Er zijn echter kanselierskandidaten van de SPD geweest die minder bewegingsruimte hadden. Schulz is ten slotte ook geen Corbyn, die alleen maar geluk heeft dat zijn oudbakken boodschap door de sombere Britse perspectieven op veel kiezers overkomt als een veilige haven. Waarschijnlijk vergaat het hem net als Schulz aan het begin van het jaar: hij weet helemaal niet wat hem overkomt. De situatie in Duitsland is echter een heel andere dan die in Groot-Brittannië of Frankrijk. Elke poging die landen erbij te betrekken loopt voor Schulz uit op een aanval van links tegen sociaal-democratische halfhartigheid en van rechts tegen een vermeende rood-rood-groene samenzwering.

    1. Martin Schulz (62, SPD); 2. Christian Linder (38, FDP); 3. Cem Özdemir (52, De Groenen)
    1. Martin Schulz (62, SPD); 2. Christian Linder (38, FDP); 3. Cem Özdemir (52, De Groenen)

    Schulz’ boodschap van ‘rechtvaardigheid’ zal daarom alleen aanslaan als die een snaar raakt die met rechtvaardigheid – een paradox die de SPD bij veel verkiezingen achtervolgt – niet veel meer van doen heeft. Schulz probeert dat met trefwoorden als ‘investeringen’, motto’s als ‘pensioen in plaats van bewapening’ en een belastingplan met lastenverlichting voor de lage en middeninkomens.

    Op de pensioenplannen van de SPD wil de CDU helemaal niet reageren. Dat grenst aan een weigering om een verkiezingsstrijd te voeren. De binnenlandse veiligheid heeft de SPD maandenlang achteloos overgelaten aan de CDU; ook hierop is een reactie dus helemaal niet meer nodig. Wat er ook in de verkiezingsprogramma’s staat, de Union [CDU/CSU] lijkt alweer dezelfde positie te hebben ingenomen als toen ze in afwachting was van Sigmar Gabriel als kanselierskandidaat: Merkel zal het in orde maken. Alles wat er momenteel zoal gaande is in de wereld speelt haar in de kaart. Een verkiezingsstrijd lijkt ze helemaal niet nodig te hebben.

    Maar de les van de afgelopen maanden is eigenlijk een heel andere. Die hebben aangetoond hoe snel stemmingen kunnen veranderen. Er rest de SPD niets anders dan daar haar hele vertrouwen in te stellen. Met Schulz is het al eens gelukt, dus waarom niet nog een keer? Zijn de kaarten al geschud? Eén ding heeft Schulz met Merkel gemeen: wie hem onderschat, heeft al verloren.

    Auteur: Jasper von Altenbockum

    Merkels concurrenten

    Martin Schulz gaf begin dit jaar het voorzitterschap van het Europees Parlement op om de Duitse sociaal-democraten aan te voeren bij de komende verkiezingen voor de Bondsdag. Hij is afkomstig uit de buurt van Aken, waar hij zijn eerste stappen in de politiek zette en tot burgemeester werd gekozen van Würselen, vlak bij de Nederlandse grens. In 1994 werd hij gekozen in het Europees Parlement en hij bleef vervolgens meer dan twee decennia in Brussel. In aanloop naar de Bondsdagverkiezingen heeft hij een duidelijke achterstand op Merkel.

    Christian Linder wil de Duitse liberalen terugbrengen in de Bondsdag, waar zij bij de vorige verkiezingen uit verdwenen. ‘Hij is de FDP, de hele campagne is op hem toegesneden’, aldus tv- zender ARD. Lindner is een uitstekend spreker, die conservatieve opvattingen afwisselt met nieuwe ideeën en af een toe een gerichte provocatie. Hij heeft kritiek op de immigratiepolitiek van Merkel en wil betere betrekkingen met Rusland.

    Cem Özdemir leidt samen met Katrin Göring-Eckardt Die Grünen. Hij is ‘de Turk’ (in Duitsland geboren) in de lopende verkiezingsstrijd. Özdemir zit sinds 1994 in de Bondsdag en stond aan de wieg van de resolutie over de Armeense genocide die in 2016 door de Bondsdag werd aangenomen. Hij is evenals Schulz voor het verwijderen van Amerikaanse nucleaire wapens van Duits grondgebied.

    Frankfurter Allgemeine Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 382.000

    Een van de belangrijkste kranten van Duitsland. Hoewel politiek onafhankelijk, wordt de FAZ over het algemeen een gematigd conservatief profiel toegedicht.

  • Kan Emmanuel Macron president worden?

    Kan Emmanuel Macron president worden?

    Vlak voordat in Frankrijk de voorverkiezing op rechts losbarstte tussen Sarkozy, Juppé en Fillon, maakte voormalig minister Emmanuel Macron zijn kandidatuur op links bekend. Heeft hij enige kans?

    JA

    Emmanuel Macron, de kersverse presidentskandidaat, heeft verwarring gezaaid in de wereld van politiek en media. Kan de voormalige minister van Economie van François Hollande het Franse politieke landschap werkelijk opschudden? Zijn poging is moedig. Onuitvoerbaar? We zullen zien.

    Op een avond in februari, anderhalve maand voor Macrons lancering van zijn beweging ‘En marche’, suggereerde een vertrouweling van de jonge minister dat hij zich kandidaat wilde stellen voor het presidentschap. Dat leek toen nog onmogelijk: tussen Hollande, bekritiseerd maar nog niet verguisd door de zijnen, en Juppé, de waarschijnlijke toevlucht voor anti-FN gezinde republikeinen, leek geen plek voor een derde kandidaat.

    Maar in de weken die volgden lanceerde Macron, die tot dan toe gokte dat Nicolas Sarkozy de eerste ronde namens rechts zou winnen, zijn beweging ‘En marche’, waarmee hij te kennen gaf dat hij de politieke krachtsverhoudingen niet als onveranderlijk beschouwt. Hij verwijt zijn politieke tegenstanders oubollig te zijn en alleen gericht op bezuinigingen. Hij stortte zich in de race naar het Elysée met de woorden: ‘De president van de republiek vertegenwoordigt de waarden van ons land, de continuïteit van de Franse geschiedenis, de waardigheid van het openbare leven. Ik ben er klaar voor.’

    Om te voorkomen dat de linkse gemoederen al te verhit raakten heeft hij zijn kandidatuur aangekondigd terwijl Hollande op staatsbezoek was in Marokko

    Macrons tweede ijzer in het vuur is het feit dat hij zich tegen het ‘systeem’ keert. Uit een opiniepeiling in juni 2015 bleek al dat negen van de tien kiezers negatief over dat systeem oordelen. Macron weet dus dat hij op aanhang kan rekenen. Volgens hem is ‘En marche’ geen ‘partij’, maar ‘een beweging die links noch rechts is’. Daarmee hoopt hij degenen over te halen die overwegen niet te gaan stemmen.

    Zijn adviseurs hebben de peiling van CEVIPOFIPSOS van 25 oktober sterk in twijfel getrokken: ‘De uitslag, die voor Macron 13 à 14 procent van de stemmen voorspelt, houdt geen rekening met al die Fransen die overwegen niet te gaan stemmen of zeggen nog niet te weten op wie. Met andere woorden, 40 procent van de ondervraagden is niet meegeteld. Het reservoir is immens.’

    Voor Macron gaat het niet alleen om een verkiezingsstrategie. Als iemand die ‘tegen het systeem’ is en pleit voor een ‘democratische revolutie’, wil hij de ‘maatschappelijke blokkades’ opheffen en ‘Frankrijk de eenentwintigste eeuw binnenleiden’.

    Met nog maar honderdduizend (voorlopige) aanhangers weet Macron dat de strijd moeilijk zal worden. Om te voorkomen dat de linkse gemoederen al te verhit raakten heeft hij zijn kandidatuur aangekondigd terwijl Hollande op staatsbezoek was in Marokko. Hij hoopt vooral linkse kiezers ervan te weerhouden op Juppé te stemmen, zijn meest geduchte tegenstander op rechts.

    Auteur: Nathalie Raulin

    Nathalie Raulin is politiek verslaggever bij Libération.

    Emmanuel Macron.
    Emmanuel Macron.

    NEE

    De kandidatuur van Emmanuel Macron? ‘Dat wordt nooit wat,’ grapt een aanhanger van François Hollande met een wat geforceerde glimlach die onzekerheid verraadt. Al spreekt de voormalige minister van Economie veel mensen aan, zijn kandidatuur lijkt tot mislukken gedoemd. ‘Hij profiteert vooral van de teleurstelling in Hollande,’ analyseert een minister. ‘En omdat hij vaag blijft over zijn programma, wordt de luchtbel steeds groter. Maar op een gegeven moment spat die uit elkaar.’

    Waarom maakt iemand die zegt niet links of rechts te zijn, maar alle Fransen te willen verenigen, geen enkele kans? Omdat Macron twee makkes heeft: een beperkt kiezerspotentieel, en een ideologie die slechts een minderheid van de Fransen momenteel aanspreekt.

    ‘Tussen links en rechts is nooit voldoende politieke ruimte geweest om president te kunnen worden,’ verzekert een kopstuk van de Parti socialiste. Een minister voegt eraan toe: ‘Zijn electoraat is te klein om het land te kunnen veroveren. Je wint geen presidentsverkiezingen met alleen start-uppers, jongeren uit de buitenwijken en blije globalisten.’

    Het politieke landschap belooft weinig goeds voor hem. Links kan momenteel maar op 35 procent van de stemmen rekenen, te verdelen onder drie kandidaten: Jean-Luc Mélenchon, de winnaar van de eerste ronde van de Parti socialiste (Hollande, Valls of Montebourg) en Macron, om van de groene en extreemlinkse kandidaten nog maar te zwijgen. Zo wordt het moeilijk tijdens de eerste ronde meer dan 20 procent van de stemmen te krijgen. Daarom is het van vitaal belang voor Macron dat Alain Juppé de eerste ronde niet wint namens rechts. ‘Anders is het met hem gedaan,’ voorspelt een socialistische leider. [hier uitslag van zondag]

    Als Macron president wil worden, heeft hij een meerderheid nodig. En dus een flinke aanhang in het parlement. Opnieuw een enorm probleem

    Toch geloven aanhangers van Macron dat die ruimte er wel degelijk is. Ze weigeren zich te laten opsluiten in de status quo van een politiek die wordt gedomineerd door de automatische afwisseling van links en rechts. Maar als Macron president wil worden, heeft hij een meerderheid nodig. En dus een flinke aanhang in het parlement. Opnieuw een enorm probleem.

    Nog weer een ander groot probleem voor Emmanuel Macron is zijn ideologische positie, die slechts een minderheid van de Fransen aanspreekt. Hij is pro-Europees en liberaal, zowel in economisch als maatschappelijk opzicht. Hoe moet zo iemand linkse kiezers overtuigen die vinden dat de arbeidswethervorming niet ver genoeg gaat? Of de rechtse kiezers als hij een goed woordje doet voor de gediscrimineerde jeugd in de buitenwijken?

    Vanwege deze dubbele handicap gaat men er in de omgeving van François Hollande van uit dat Macron in februari of op zijn laatst in maart het loodje zal leggen. Een Hollande-getrouwe laat zich ontvallen: ‘Dan zullen we moeten zien hoe we hem veilig weer thuis krijgen.’

    Auteur: Grégoire Biseau
    Vertaler: Peter Bergsma

    Grégoire Biseau is adjunct-hoofdredacteur van Libération en chef van de politieke redactie.

    Libération (2x)
    Frankrijk | dagblad | oplage 151.000

    Libé’ werd in 1973 opgericht door o.a. Sartre n.a.v. de studentenrevolte van mei 1986 tegen kapitalisme, consumisme en traditionele instituties.