Tag: maffia

  • Bewijsstukken suggereren dat Iran samenwerkt met criminele organisaties

    Bewijsstukken suggereren dat Iran samenwerkt met criminele organisaties

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderhandelingen Iran-VS: Trump gelooft dat nucleaire deal ‘dichtbij’ is

    » Oekraïne: Zelensky stuurt delegatie naar Istanboel voor vredesgesprekken

    Het land zou criminelen inhuren om aanslagen te plegen

    Door de jaren heen zijn verscheidene critici van de Iraanse overheid uit de weg geruimd. Nu blijkt uit bewijsstukken dat criminele organisaties waarschijnlijk als tussenpersoon werden gebruikt. De Iraanse overheid lijkt samen te werken met onder andere Russische criminele organisaties, maar ook met Iraanse criminelen in het buitenland. ‘Het Iraanse regime heeft soortgelijke beschuldigingen eerder ontkend. Er is nog geen nieuwe reactie van Iraanse functionarissen’, aldus de BBC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    In 2017 werd Saïd Karimian, hoofd van een prominente Perzische TV-zender, in Istanboel omgelegd. Hoewel hij door de Iraanse overheid als bedreiging werd gezien, ging de Turkse justitie ervan uit dat het om een maffiamoord ging. In 2019 werd Massoud Molavi, een deserteur uit de Iraanse Revolutionaire Garde (IRGC), ook in Istanboel neergeschoten. De internationale drugssmokkelaar Naji Sharifi Zindashti blijkt betrokken te zijn bij beide moorden. Hij was dertig jaar geleden ontsnapt uit een Iraanse gevangenis, naar verluidt onder verdachte omstandigheden. ‘De enige manier waarop hij terug kon keren en vrij kon zijn, is door samen te werken met de Iraanse inlichtingendiensten,’ aldus een anonieme bron van de BBC.

    In 1992 werden vier Iraanse Koerdische leiders doodgeschoten in een restaurant in Berlijn. De Duitse justitie legde de schuld bij Iran, aangezien de aanvallen onder andere door Iraanse agenten werden uitgevoerd. Vervolgens is er een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd tegen de Iraanse minister van Inlichtingen. ‘Sindsdien lijkt het erop dat het regime criminele organisaties inhuurt om ontvoeringen of moorden uit te voeren, zodat er geen directe link is tussen deze aanvallen en het regime’, schrijft de BBC.

  • Nederland: de kinderen van een land dat verstrikt is in de drugshandel

    Nederland: de kinderen van een land dat verstrikt is in de drugshandel

    Het komt steeds meer voor in Nederland: tieners die door de maffia voor de drugshandel worden geronseld. Politie, sociale agenten en politici doen hun best om hen op het rechte pad te houden. ‘Dit beeld van Nederland heeft weinig te maken met een ansichtkaart met fietsen en tulpen’, schrijft het Spaanse dagblad El País.

    Als dit verslag een soundtrack zou hebben, een lied dat ons door deze pagina’s heen tot het einde zou begeleiden, dan zou het de rap zijn van een zestienjarige jongen uit een van de ruigste buurten van Amsterdam, De 6. Grote woorden wanneer verschillende kinderen uit de buurt hun vuisten op elkaar slaan ter begroeting en de territoriale code uitwisselen: een vingerbeweging om dat nummer te illustreren. Trots op de buurt. Erbij horen. Identiteit. Sommige van hen hebben al dolklittekens en allemaal zijn ze bezig het geweld te ontwijken dat elke dag weer voor explosies en knallen in hun straten zorgt. Welkom in Nederland.

    We leven in een verneukte generatie, aldus de rap van Jeninhio, bekend als C6ster, in wiens stem het hartzeer doorklinkt van iemand die geen kind meer is maar ook nog niet volwassen. Hij heeft beginnende haargroei boven zijn lip en zijn gezicht, dat hij opzij draait, wordt overschaduwd door zijn donkere pet. Jeninhio behoort tot de generatie Nederlanders die op het randje balanceren: tussen de verleidelijke lokroep van een groeiende criminaliteit die goed betaalt en de inspanningen van scholen en organisaties om hen aan de goede kant van de wet te houden (of terug te brengen). Hij wordt vergezeld door Elaijah, vijftien, twee keer neergestoken, en Leonicio, dertien. Alle drie dragen ze het gebruikelijke uniform van hun leeftijd, van hun buurt, van de straat: trainingsbroek, ketting om de nek, capuchon op, met de air van iemand die al te veel heeft gezien in het leven en toch moet doen alsof hij nog meer heeft gezien. Ze arriveren met hun gids; coach James, een negenentwintigjarige man die met hen in hun taal kan praten omdat hij zijn puberteit in verschillende gevangenissen heeft doorgebracht alvorens zijn leven te beteren en als maatschappelijk werker aan de slag te gaan voor Adamas, een organisatie die zich inzet voor de begeleiding van deze kinderen. 

    ‘Toen ik zes of zeven jaar oud was, begonnen de problemen,’ vertelt Jeninhio, die zijn verhaal vertelt met veel pauzes en soms meer tussenwerpsels dan werkwoorden gebruikt. ‘Toen ik klein was sloeg mijn vader me, ik was dom, ik begon me in de nesten te werken… Ik ging de straat op om geld te verdienen en ik deed veel vreselijke dingen.’ Heel veel dingen. Vreselijke dingen.

    Om een van die dingen werd hij opgepakt en zo kwam hij in aanraking met James. Elaijah is eerder neergestoken, op zijn dertiende, twee keer. Ook heeft hij al enkele bommen van dichtbij zien afgaan, als vergelding voor de dood van een beroemde rapper, Bigidagoe. Oorlog tussen rappers, oorlog tussen maffia’s, oorlog tussen rivaliserende groepen drugscriminelen. Alleen al het afgelopen haar ontploften in Nederland in deze context 800 bommen.

    James hoort ze, neemt ze mee, brengt ze. Hij is onderdeel van hun leven. Hij kookt met ze. Hij maakt muziek met ze. Zijn doel: hun familie worden, hun referentiepunt. Hij werkt nauw samen met een van de populairste scholen van Amsterdam en is gespecialiseerd in de meer problematische en gewelddadige jongeren van de stad. ‘Ik probeer in hun leven en hun kringen te komen, hun ouders te leren kennen, hun huizen. Ik breng ze naar school, ik haal ze op. Ze praten graag met me. En ik begrijp hun moeilijkheden. Het zijn goede kinderen, ze zijn niet actief. Ze zijn gewoon getraumatiseerd, bang. Ze hebben gewoon iemand nodig die er voor ze is, die ze steunt.’ 

    James spreekt langzaam. Zijn strakke baard, zijn nektatoeage (‘till death 1 hundred I stand’), zijn zelfverzekerde toon, zijn kalmte en zijn ervaring tekenen deze geloofwaardige mediator, zoals de maatschappelijke werkers van de organisatie Adamas zichzelf noemen; mensen die getekend zijn door hetzelfde soort verleden dat nu het heden is voor de kinderen die ze proberen te begeleiden. ‘Ik kwam voor het eerst in de gevangenis toen ik dertien jaar oud was en heb zeven jaar in verschillende inrichtingen doorgebracht.’ Voor drugshandel? ‘Onder andere, ja.’ Hij lacht zonder verdere uitleg te geven. ‘Ik ben ook opgepakt voor een gewapende overval. Dat was een vreemd zijspoor in mijn leven. Dat ligt nu achter me.’

    Narcostaat

    James is exemplarisch voor de inspanningen van een bepaald deel van de Nederlandse samenleving dat de rampspoed wil beteugelen waarmee het land te maken heeft gekregen sinds door de tolerantie van softdrugsgebruik in de jaren zeventig ruimte ontstond voor een gebied waar volgens velen geen controle over is. Bezit van kleine hoeveelheden softdrugs is legaal in Nederland, maar productie of handel niet. En die productie en handel heeft zich uitgebreid naar synthetische drugs, cocaïne en heroïne en is zo ver doorgeschoten dat dit prachtige vakantieland van windmolens, tulpen en fietsen, een Europese economische grootmacht, nu door veel autoriteiten, van politiechefs tot de burgemeester van Amsterdam, de minister van Justitie en 59 procent van de burgers, wordt beschouwd als een narcostaat dan wel een staat met een hoog risico er een te worden. Volgens Europol is de helft van de 821 criminele netwerken die Europol onderzoekt op het continent betrokken bij drugshandel. En de meest voorkomende nationaliteit van hun leden is Nederlands.

    Narcostaat: stilstaan bij dit woord veroorzaakt acute uitslag bij alle geïnterviewden en instellingen, omdat iedereen zich ongemakkelijk voelt bij de vergelijking met Latijns-Amerikaanse landen waar drugshandelaars welig tieren. Maar de realiteit is hardnekkig: de Mocro Maffia, een crimineel netwerk dat tonnen cocaïne verplaatst in het land en zijn banden en misdaden heeft uitgebreid naar landen als België en Spanje, is een maffiakluwen dat geen piramidestructuur heeft, maar het risico spreidt over verschillende groepen die soms met elkaar overhoop liggen, instellingen corrumperen en die voormalig premier Mark Rutte en het koningshuis zodanig hebben bedreigd dat kroonprinses Amalia van Oranje, twintig, in 2023 haar toevlucht heeft gezocht in Spanje. ‘We hebben grote havens, financiële en logistieke infrastructuur, luchthavens… Dit is het dichtstbevolkte land in termen van transportknooppunten, een supermoderne superhub die een enorme drugshandel mogelijk maakt. Dat heeft de basis gelegd voor georganiseerde misdaad,’ zegt Yarin Eski, professor aan de Vrije Universiteit Amsterdam en expert op dit gebied.

    De Mocro Maffia wordt in verband gebracht met moorden en misdaden die het geweten opschudden van een land dat zich steeds soepeler opstelde ten opzichte van drugs: na de arrestatie van de leider, Ridouan Taghi, werden onder andere de broer van een beschermde getuige, zijn advocaat en een journalist die de zaak onderzocht vermoord. Er werd een los hoofd geplaatst voor een coffeeshop in Amsterdam en er werden martelkamers gevonden in containers evenals uiteengereten lijken, bommen over het hele land en achtergelaten drugslaboratoria in boerderijen en garages. En er werden veel arrestaties verricht van minderjarigen in de haven van Rotterdam. Zo’n vierhonderd per jaar – maar dat cijfer, erkent iedereen, is slechts het topje van de ijsberg.

    ‘Al snel is de verandering zichtbaar: ze beginnen Gucci-kleren te dragen, coole sportschoenen, hebben twee telefoons’

    Kindsoldaten. Het bedrijf dat vroeger zijn hele distributieketen door volwassenen liet runnen zet nu, vooral de laatste paar jaar, kinderen vanaf twaalf of dertien jaar in, die op deze manier makkelijk kunnen verdienen. De leden van de maffia kennen ze meestal uit hun eigen buurt. ‘Eerst nodigen ze hen uit in het huis van een van hen, waar ze wiet krijgen en videospelletjes mogen spelen. Daarna zetten ze hen in voor hun eigen praktijken: dealen, verspreiden, bombarderen, neersteken, vechten,’ zegt een van de maatschappelijk werkers. ‘Al snel is de verandering zichtbaar: ze beginnen Gucci-kleren te dragen, coole sportschoenen, hebben twee mobiele telefoons, contant geld. Dan weet je dat ze om zijn,’ aldus Geke Kersten, directeur van de Leerparkschool in Arnhem.

    De generaals van dit leger van kindsoldaten blijven undercover, ze zitten vrijwel onzichtbaar aan de knoppen van de machine die aast op buurtkinderen als Elaijah, Leonicio en Jeninhio. Deze drie zijn Nederlanders met Surinaamse familieafkomst, maar, in de woorden van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb, integratie werkt binnen deze kringen veel beter dan in de maatschappij: ‘Het kan me niet schelen dat het Mocro Maffia heet. Ik zie Albanezen met Italiaanse paspoorten, Noord-Afrikanen die uit Spanje komen, Turken, Britten, Nederlanders, Ieren… Het is het perfecte plaatje van samenwerking tussen alle maffia’s ter wereld. De integratie binnen de misdaad verloopt perfect.’ 

    Hij is een van de twee burgemeesters die zich in Nederland hebben onderscheiden door te proberen de ronseling van kinderen een halt toe te roepen. Zowel hij als die andere is geboren in Marokko en sociaaldemocraat: Aboutaleb, 62, werd in 2009 de eerste Marokkaanse burgemeester van een grote Europese stad, Rotterdam, en Ahmed Marcouch, een 55-jarige oud-politieagent en sinds 2017 burgemeester van Arnhem, heeft de criminaliteit in deze middelgrote stad zo prominent buiten de deur gehouden dat hij bekendstaat als ‘de sheriff’. In tegenstelling tot het meer toegeeflijke discours van de Amsterdamse burgemeester, die oproept tot het openen van het debat over regulering om de maffia’s tegen te gaan, kiezen Aboutaleb en Marcouch voor het pad van standvastigheid.

    Aboutaleb heeft zijn krachten gebundeld met collega’s in grote havensteden als Antwerpen en Hamburg, is naar verschillende Latijns-Amerikaanse landen gereisd om oplossingen te zoeken en leidt een initiatief van de Europese Unie om te proberen de mensenhandel in de landen van herkomst in te dammen. Marcouch kent het terrein. ‘Toen ik politieagent was in Amsterdam, pakten we mensenhandelaars van 23 tot 25 jaar, maar tegenwoordig zien we 12- en 13-jarigen die in mensenhandel actief zijn. Om hen te beschermen moeten we repressief optreden, maar ook investeren in onderwijs, in de sociaaleconomische factoren die hen beïnvloeden en in de redenen dat ze daar terechtkomen,’ zegt hij. ‘Gemeenten en landen hebben grenzen, maar de georganiseerde misdaad niet, en als we het georganiseerd noemen, is dat omdat het georganiseerd is, meer dan de overheid in haar strijd tegen criminaliteit,’ zegt Marcouch. Daarom heeft hij een groot aantal straatcoaches en maatschappelijk werkers op scholen en in buurten ingezet om de buurt door en door te leren kennen, misdaden te voorkomen en snel te reageren op de signalen.

    Verwaaloosd

    ‘Vijftien jaar lang hebben Nederlandse regeringen dit probleem verwaarloosd, het heeft niet de juiste prioriteit gekregen,’ zegt Aboutaleb in het oude stadhuisgebouw in Rotterdam, een bruisende metropool met meer dan 600.000 inwoners die gelegen is rondom Europa’s grootste haven. ‘Nu zie ik dat mijn jongeren, de kinderen uit de meest kwetsbare wijken, door criminelen worden ingehuurd om het vuile werk op te knappen. We noemen ze straatsoldaten. Ze krijgen duizenden dollars betaald als ze erin slagen grote hoeveelheden drugs naar buiten te krijgen. Daarom hebben we ons gemobiliseerd.’ 

    Niet ver van zijn kantoor ligt de indrukwekkende haven. Honderdduizenden containers komen hier elke dag van over de hele wereld aan, gebracht en vervoerd door meer dan 3000 bedrijven die concurreren in een haven waar meer dan 100.000 mensen werken. En waar iedereen een verdachte kan zijn. Rijen en rijen containers van allerlei herkomst en inhoud, opgesteld in een strikte eigen volgorde tot ze uit het zicht verdwijnen in de Noordzee. Het Havenbedrijf concentreert de informatie. De douane ook. En de jongens gaan niet in het wilde weg zoeken. Ze weten welke container ze moeten openen. Die informatie hebben ze meegekregen.

    Dit wordt ons uitgelegd door een ambtenaar van de Havendienst die uit voorzorg zijn naam niet wil geven. We zullen hem Mark noemen. ‘Ze hebben twee manieren van benaderen: eerst benaderen ze je voorzichtig om te zien of je van nut kan zijn. Als je ja zegt, trekken ze je na, zoeken ze uit waar je kinderen naar school gaan, wie je vrouw is, je ouders. Ze volgen je in hun gebied totdat ze je benaderen en zeggen: “We weten dat je kinderen in dit team spelen, dat je ouders daar en daar wonen en dat je vrouw…” Op dat moment kunnen ze je breken’, zegt hij. ‘Ze bedreigen je met een pistool, stoppen geld in je zak en zeggen: “Je gaat iets voor me doen.” Dan kun je naar de politie gaan, maar je weet dat ze terugkomen.’ Douanier Peter Van Buijtenen vertelt: ‘Vroeger gingen we in uniform naar huis. Met de metro, met de trein, overal. Nu kan dat niet meer. En we zeggen tegen onze werknemers: “Als je hier weggaat, laat dan je uniform achter en kleed je om. Laat niemand weten dat je hier werkt.”’  

    Mark houdt zich juist bezig met het trainen van werknemers om niet in de val te lopen en alle informatie te delen, een monsterklus gezien de macht van de maffia’s tegen werknemers die in het beste geval hun baan opzeggen en op zoek gaan naar minder risicolvol werk. ‘Velen vertrekken, anderen geven toe, het is te veel geld en te veel druk.’ Van Buijtenen, die al 41 jaar bij de Douane werkt, heeft net een van die teleurstellingen te verwerken gekregen die hier vaak voorkomen: een collega met 35 jaar dienst is gearresteerd wegens corruptie. Ze gaf informatie door.

    Het is altijd een kwestie van informatie. Daarmee sturen de maffia’s de kinderen. En de kinderen hebben geleerd hoe ze in de terminals komen, hoe ze containers binnensluipen om daar enkele dagen te blijven tot ze erin slagen om de drugs te verzamelen en te groeperen. Ze noemen het een containerhotel, omdat ze daarbinnen eten, drinken, matrassen, batterijen, kachels, vochtopnemers, zakken, luchtverfrissers en zelfs toiletten hebben voor de kinderen, tot het werk gedaan is.

    ‘Elke dag hebben we een moord, een schietpartij, een explosie’

    Het is een koude vrijdag in juni en de havenpolitie scheurt door het ijskoude water aan boord van hun patrouillevaartuig, de P4. Ze hebben een waarschuwing ontvangen: er is een zak met verzamelaarsgereedschap gevonden. De eigenaars hebben het daar achtergelaten en deze keer zijn ze ontsnapt. Maar deze bevelvoerders herinneren zich de keer dat ze een aantal jongens redden die zonder zuurstof vastzaten in hun ‘containerhotel’. ‘Vijf of zes waren opgesloten en dacht je dat ze iemand konden bellen? Nee, ze belden ons. Alleen wij gingen ze redden van de verstikkingsdood,’ zegt Hans, een van deze agenten van de eenheid Havenpolitie. Zijn collega Danny haalt een thermoskan hete koffie tevoorschijn, schenkt ons wat in. We zijn dankbaar want de kou dringt tot in onze botten door. Ze hebben tientallen jaren bij de Nederlandse marine gezeten, in Joegoslavië gediend, over de hele wereld gevaren en werken nu bij deze politie-eenheid.

    De inspanningen van de politie om het verkeer in het alledaagse leven in Rotterdam op afstand te houden zijn enorm, maar volgens de burgemeester van de stad ook een druppel op een gloeiende plaat tegenover een maffia die hier jaarlijks 200 miljard dollar omzet. Inspecteur Jonathan Abrahamse, een ervaren rechercheur van de Rotterdamse politie, zegt: ‘Elke dag hebben we een moord, een schietpartij, een explosie. Mijn team heeft op dit moment vijfenzeventig moorden geregistreerd.’ Met de hulp van de politie in het blauw proberen de geüniformeerde rechercheurs de netwerken te ontrafelen die drugs vervoeren in de haven en gaan ze achter gewelddadige schietpartijen en bommen aan die elke dag ontploffen vanwege schulden, waarschuwingen, wraak van jaloerse vriendjes, rappers met ruzie of intimidatie. ‘Met de bommen sturen ze een boodschap: “We weten waar je woont.” Op de plaats van de explosie is het onmogelijk om onderzoek te doen omdat ze capuchons en maskers dragen,’ zegt Abrahamse. ‘En ze praten niet. Pas als we een mobiele telefoon te pakken krijgen, komen we verder.’ Alles wordt vastgelegd. Foto’s van de kinderen die met wapens zwaaien, poseren met zakken drugs die groter zijn dan zijzelf, video’s. En een bepaalde commandostructuur. Zo weten ze dat degene die de bommen gooit ook de explosie moet opnemen. De politie heeft zelfs gevallen ontdekt waarbij de bendeleider dwingt om opnieuw een bom te laten ontploffen omdat de video van onvoldoende kwaliteit was.

    De rechercheur laat ons de schets van de knapen zien die hij na veel moeite heeft weten samen te stellen om een bende te ontmantelen. ‘Deze had maar liefst 16.000 foto’s van wapens op zijn mobiele telefoon staan,’ zegt hij. Het is makkelijk om ze te krijgen. ‘Ze kosten 500 euro en op Telegram regel je ze zo,’ zegt hij. Hetzelfde geldt voor de bommen: ‘Voor 6 euro hebben ze een explosief genaamd cobra dat uit België komt, en wat benzine.’ 

    Is er licht aan het einde van de tunnel? De rechercheur ziet het niet: ‘Ik ben hier al tien jaar. Politici lijken het probleem nu te begrijpen, maar ik ben niet optimistisch. Er zijn steeds meer wapens en de kinderen zijn jonger. Te veel extreem geweld. Het is een maatschappelijk fiasco.’

    Abrahamse wijst haarfijn aan waar het pijnpunt zit: maatschappelijk falen. Burgemeester Aboutaleb beweert dat er minstens tien schakels zijn in de keten tussen deze kinderen en de maffiabazen die de drugs vervoeren. Als zij vallen, komen er anderen voor in de plaats. Want de grote nieuwigheid onder deze generatie is dat “de werkaanbieding”, het verleidelijke bericht dat hun leven opvrolijkt, hen in de vroege uurtjes van de ochtend bereikt in de beslotenheid van hun slaapkamers, terwijl hun ouders – als die er zijn – misschien nog liggen te slapen. ‘Wil je 500 euro verdienen?’ 

    Brigadier Reiners de Groen, die in de wijk patrouilleert met als missie te voorkomen dat kinderen doelwit worden van de maffiagroepen, weet hier alles van: ‘Ze gebruiken arme kinderen die vaak geen ouders hebben, die een laag IQ hebben en die denken dat ze geen ander werk kunnen krijgen. Ze dwingen ze ook: ze wachten ze op in een auto, bedreigen ze. Meisjes dwingen ze de prostitutie in te gaan, zoals we hebben zien gebeuren met Bulgaarse en Oekraïense meisjes.’ Hij heeft het over de slachtoffers van wat ze loverboys noemen, een ander groeiend fenomeen. Reiners is een van de meest prominente politieagenten omdat hij naar scholen gaat en jongeren probeert uit te leggen waar deze manieren om snel geld te verdienen toe kunnen leiden: de gevangenis of de dood.

    Soms lukt het. Soms niet

    Saviera, een van de charismatische en geloofwaardige boodschappers van organisatie Adamas, weet veel over de bijkomende prostitutie – die niet veel te maken heeft met die van de Amsterdamse wallen. Net als James probeert Saviera meisjes te begeleiden die op dit moment lijden onder wat zij zelf in haar jeugd heeft meegemaakt: ‘Ik kom uit een gezin van misbruik en geweld. Ik ken de straat vanaf mijn achtste en ik ben verkracht toen ik veertien was. Ik nam ook drugs, ik kreeg drugs…’ zegt deze jonge vrouw die nu zesentwintig jaar oud is en een baby heeft. ‘Mijn eigen verhaal leert me dat je op straat op zoek gaat naar datgene wat je thuis niet kreeg.’ 

    Tegenwoordig ziet Saviera een groeiend probleem van criminelen die meisjes gebruiken als een makkelijkere manier om te verkopen omdat ze minder in de gaten worden gehouden. ‘Ze worden al snel een doelwit voor hun loverboys. Als ze eenmaal verliefd zijn en verslaafd aan drugs, doen ze alles wat hen gevraagd wordt. Dat is het soort meisjes waar ik mee werk.’ Ze benadert ze als een soort grote zus die naar ze kan luisteren zonder druk uit te oefenen, die de tijd heeft, het goede voorbeeld kan geven en ze kan begeleiden. ‘Wij zijn een spiegel van de straat. Soms lukt het. Soms niet,’ bekent ze.

    Dat geldt ook voor Alper, Danny en Jermaine, de straatcoaches, een soort straatpatrouilles die kinderen in Arnhem proberen te behoeden voor criminaliteit. Met z’n drieën zwerven ze door de wijk in uniforme sportkleding en proberen ze opstootjes de kop in te drukken voordat ze ergere vormen aannemen en de relschoppers op het politiebureau belanden. ‘Hier werken we samen met scholen, coaches, buurten, maatschappelijk werkers en de politie om de boel veilig te houden,’ zegt Hans Jansen, die aan het hoofd staat van een van de organisaties die werken aan het project Veilige Omgeving Arnhem. Ze houden ook hun netwerken in de gaten. ‘Nu begint alles daar. Vroeger moest je naar buiten als je iets slechts wilde doen. Nu komt de verleiding naar je mobiel, terwijl je ouders liggen te slapen,’ zegt Mustafa Amerizine van Am Support. 

    De belangrijkste inspanningen zijn sport, training, hulp bij huiswerk en zelfs een netwerk om jongeren in dienst te nemen, zoals dat van Toni Íñiguez, een Nederlander van Galicische afkomst die voorzitter is van de Vereniging van Ondernemers en erin slaagde om meer dan honderdtwintig jongeren aan een baan te helpen om ze uit het risico van delinquentie te halen. Of de ervaring van Young Talents, een organisatie in Rotterdam, die al honderden kinderen aanzette tot voetbal en activiteiten, zoals het kappersvak leren. ‘Het gaat om het creëren van een soort gemeenschap waar de kinderen gezonde banden vormen en zich beschermd voelen,’ aldus hun instructeur, Cem Sahiner. 

    De inspanningen zijn enorm. Net als de onmacht. ‘Wat hier aan de hand is ondermijnt ons democratische systeem, onze rechtsstaat. Het infecteert onze instellingen omdat drugsgebruik genormaliseerd wordt,’ zegt burgemeester Marcouch. Het debat over legalisatie moet worden toegejuicht, maar dat geldt evengoed voor het debat over de verantwoordelijkheid van de consument: ‘Als mensen kleding kopen die door kinderen is gemaakt, weet iedereen dat dat onethisch is. Alle consumenten weten dat elke gram bloed bevat. In het geval van drugs is dat anders. De politie heeft er lange tijd geen prioriteit van gemaakt. Zelfs niet van de moorden rond de rechtszaak tegen Taghi.’ 

    Ver weg, in een geheime compound waar het grootste strafproces uit de Nederlandse geschiedenis plaatsvond, is Taghi veroordeeld tot levenslang voor verschillende moorden. Zestien andere bendeleiders hebben eveneens straf gekregen. En de stevige rap van C6ster (‘living in a fucked up generation’) speelt nog steeds in een studio in Amsterdam waar de drie tieners samen onder de bescherming van hun petten, capuchons en op een toon die mannelijk probeert te zijn hun dromen hardop uitspreken: Elaijah wil architect worden of kickbokser. Leonicion kunstenaar. En C6ster rapper. Eigenlijk is hij dat al. Een geweldige kleine rapper van de meest verneukte generatie. Iemand van wie we ongetwijfeld nog zullen horen.

  • Overlevenden Griekse schipbreuk: ‘De kustwacht sleepte ons weg’

    Overlevenden Griekse schipbreuk: ‘De kustwacht sleepte ons weg’

    El País toont samen met Lighthouse Reports de tegenstrijdigheden aan in de officiële versie van de ramp die op 14 juni het leven kostte aan meer dan zeshonderd mensen. Verschillende officiële verklaringen van overlevenden zijn volkomen identiek, alsof ze gekopieerd en geplakt zijn.

    Enkele seconden voordat hij in zee viel, keek Kamal, een zevenentwintigjarige Syrische vluchteling, op zijn horloge. Het was 14 juni, 02:05 uur. Zijn lichaam zonk weg in de duisternis, samen met zo’n zevenhonderdvijftig mensen die met hem meereisden aan boord van een oude blauwe vissersboot met Italië als bestemming. ‘De kustwacht sleepte ons met hoge snelheid weg en we kapseisden,’ zegt hij. Het water, tot dan toe kalm, lag vol met mensen die wanhopig probeerden zichzelf te redden. Er klonk geschreeuw, mannen scheurden hun kleren van hun lijf om zich te bevrijden van de drenkelingen die zich aan hen vastklampten om het hoofd boven water te houden…

    De boot van de Griekse kustwacht was van dichtbij getuige van de gebeurtenis. Toen de jongeman weer op zijn horloge keek – inmiddels aan boord van het superjacht dat te hulp was gekomen – was het 04:15. ‘Ik heb meer dan twee uur gezwommen,’ verklaart hij.

    Kamal is een van de overlevenden van de tragische schipbreuk die drie weken geleden plaatsvond op de Ionische Zee op minder dan tachtig kilometer van de Griekse kust. Maar zijn getuigenis staat haaks op de versie van de Griekse autoriteiten. Kemal staat daarin niet alleen. Voor een gezamenlijk onderzoek van El País met Lighthouse Reports, Reporters United, Monitor, SIRAJ en Der Spiegel werden zeventien getuigen afzonderlijk ondervraagd. Zestien daarvan gaven dezelfde beschrijving: toen de motor van de vissersboot ermee ophield, sleepte een boot van de kustwacht het schip met hoge snelheid weg aan een touw. De vissersboot kapseisde. Sommigen denken dat het mislukte optreden van de kustwacht een ongeluk was, anderen vermoeden opzet. Twee overlevenden zeggen dat ze de sleepactie met hun mobieltjes hebben gefilmd, maar dat de Griekse kustwachten hun apparaten in beslag hebben genomen. Allemaal willen ze uit angst voor represailles dat hun naam wordt veranderd.

    Twijfel

    Het schip, dat vijf dagen eerder uit Libië was vertrokken, vervoerde zo’n zevenhonderdvijftig mensen: Syrische, Afghaanse, Egyptische en Pakistaanse vluchtelingen. Mannen en vrouwen – van wie enkele zwanger waren – maar ook tieners en kinderen die vastzaten in het ruim van de boot en op geen enkele manier konden ontkomen. Slechts tweeëntachtig lichamen zijn geborgen. Door het vermoedelijke aantal slachtoffers, zeker meer dan zeshonderd, is dit het op een na ergste scheepsongeluk in de Middellandse Zee, na dat van april 2015, waarbij elfhonderd doden vielen.

    Voor degenen die het overleefden, was het verschil tussen leven en dood een kwestie van honderd of tweehonderd euro. Dat bedrag rekenden de mensenhandelaren extra voor de vluchtelingen die aan dek wilden reizen en niet in het ruim.

    De Griekse regering, die elke verantwoordelijkheid ontkent, heeft op de volgende cruciale vraag geen antwoord: hoe is het mogelijk dat honderden mensen verdronken terwijl de kustwacht zich urenlang in de buurt van de vissersboot begaf? Er liggen serieuze beschuldigingen op tafel. Is de kustwacht verantwoordelijk voor het zinken van het schip? Werd redding uitgesteld, zelfs toen er mensen verdronken? Probeerde de kustwacht koste wat kost te voorkomen dat honderden migranten Grieks grondgebied zouden bereiken?

    Tot op de dag van vandaag is er geen definitief bewijs dat de Griekse versie kan weerleggen. De enige juridische procedure die nu loopt, is gericht tegen negen vermeende Egyptische smokkelaars die zich aan boord van het schip bevonden.

    Het gezamenlijke onderzoek van El País, Lighthouse Reports en partners levert nieuwe informatie op die de beschuldigingen aan het adres van de Griekse autoriteiten bekrachtigt. Het onderzoek legt de ontberingen bloot van een reis waarbij passagiers urine en zeewater moesten drinken – de modus operandi van de smokelaarsmaffia – en werpt vooral licht op het optreden van de kustwacht. Interne rapporten van Frontex – dat met een vliegtuig en een drone over het gebied vloog –, documenten van de rechtszaak en de zeventien interviews met de hoofdrolspelers in deze tragedie, suggereren dat de redding van de opeengepakte en uitgeputte passagiers nooit prioriteit had voor de Griekse autoriteiten.

    Enkele uren na ontscheping nam de kustwacht de verklaringen van negen overlevenden op. Analyse suggereert echter dat sommige identieke getuigenissen tot stand zijn gekomen via knippen en plakken – een indicatie van mogelijke manipulatie van de feiten.

    Het alarm zou bijna een half uur na het zinken zijn verzonden

    Meer dan veertien uur nadat maritieme coördinatiecentra van Griekenland en Italië de vissersboot in precaire omstandigheden hadden gelokaliseerd, kwam de Griekse kustwacht pas in actie. Dat gebeurde toen de vissersboot, Adriana genaamd, al aan het zinken was.

    Voorafgaand aan de schipbreuk bood Frontex de Griekse autoriteiten luchtsteun aan, zo bevestigt een woordvoerder. ‘Maar we kregen geen reactie,’ zegt ze. Ze gingen wel in op het aanbod om een ​​drone in te zetten, maar stuurden die naar een ander schip, voor de kust van Kreta, waar ‘tachtig mensen direct gevaar liepen’. Toen de drone terugkeerde, was de redding van de Adriana al in volle gang.

    Cruciaal in de door Griekenland gecoördineerde operatie was de rol van een luxe jacht van 93 meter – de Mayan Queen IV – die haar reddingsboot liet zakken en hielp bij het zoeken naar overlevenden. Wij hadden inzage in de getuigenis die de Britse kapitein Richard Kirkby heeft afgelegd bij de Griekse autoriteiten. Daaruit blijkt dat hij om 02.30 uur bericht van de schipbreuk ontving en om 02:55 uur als eerste commerciële schip in het gebied arriveerde. Als dat tijdstip correct is (de kapitein van een olietanker die ook aan de zoekactie deelnam, beweert om 02:12 een noodsignaal te hebben ontvangen), zou het alarm bijna een halfuur na het zinken zijn verzonden.

    De kapitein verklaart dat zijn bemanning na noodkreten vijftien schipbreukelingen uit zee heeft gehaald. Later namen acht grote schepen deel aan de zoektocht naar meer overlevenden, zonder veel succes. Toen ze aankwamen had de zee alles opgeslokt en leek het alsof er niets was gebeurd.

    Om zes uur ’s ochtends kreeg de Brit via de radio opdracht om de mensen op te pikken die in afwachting waren van de kustwacht en hen naar de haven te brengen. Daarna gingen honderd mensen en vier kustwachters op weg naar Kalamata, vier uur rijden verderop. Op de vraag of hij nog iets aan zijn verklaring wil toevoegen, knikt Kirkby. ‘Ja, ik wil gezegd hebben dat naast de tien tot vijftien mensen die we hebben gered, mijn bemanning me heeft meegedeeld dat er nog veel meer mensen aan de oppervlakte dreven.’

    Omgekomen van de honger

    De interviews met zestien overlevenden tijdens ons onderzoek leveren vergelijkbare versies op van wat er die ochtend gebeurde, toen amper honderdvier mensen het overleefden, terwijl er zo’n zeshonderd verdronken in een van de diepste delen van de Middellandse Zee. Getuigen zeggen dat ze, in tegenstelling tot de versie van de Griekse autoriteiten, herhaaldelijk en wanhopig om hulp hebben gevraagd. ‘Rond 13.00 uur vloog er een vliegtuig over ons heen. Met onze handen gebaarden we om hulp. Al eerder waren twee mensen omgekomen van de honger. Hun lichamen hebben we boven op de kapiteinshut gelegd, zodat het vliegtuig ze kon zien,’ zegt Amin, een Syrische overlevende van in de veertig.

    Drie getuigen verzekeren ook dat de kustwacht hen beval hun reis naar de Italiaanse reddingszone voort te zetten, dus buiten hun jurisdictie. ‘Onze afspraak met de Griekse kustwacht was dat we hun schip zouden volgen naar Italiaanse wateren, waar een reddingsschip zou liggen dat ons naar Italië kon brengen. [Het Griekse schip] kreeg groen licht en we volgden het totdat onze motor het begaf,’ herinnert Manhal zich, een Syrische metselaar van in de dertig. Hij verloor zijn broer bij de schipbreuk.

    Aanvankelijk ontkende de kustwacht een touw naar het schip te hebben gegooid, maar toen overlevenden hun versie aan journalisten konden navertellen, werd de hypothese dat de kustwacht het schip inderdaad had gesleept steeds aannemelijker. Degenen die verantwoordelijk waren voor de reddingsoperatie erkenden uiteindelijk gebruik van het touw, maar zeggen dat ze niet van plan waren de boot te slepen. En al helemaal niet naar Italië. De Griekse autoriteiten beweren onder meer dat de Italiaanse zoek- en reddingszone zich op meer dan honderddertig kilometer afstand bevond, een afstand van twee tot drie dagen varen.

    Hassan, een drieëntwintigjarige Syriër, geeft details over de riskante operatie. ‘Ze vertelden dat ze ons naar het [Italiaanse] reddingsschip zouden brengen en dat het maar twee uur varen naar het westen was. Ze sleepten ons voort als een auto. Een keer eerder stond onze boot op het punt om te slaan, maar bleef ze overeind. De tweede keer helde de boot naar rechts en kapseisde ze. Ik had niet eens de tijd om te besluiten in het water te springen. Het touw werd doorgesneden en de boot van de kustwacht draaide om.’ Verschillende getuigenissen bevestigen dit verhaal.

    ‘Waarom kwam het niet terug? Waarom stopten ze? Ze hadden veel levens kunnen redden’

    Maher, een zesentwintigjarige Syrische tandarts, deelt zijn herinneringen aan die vroege ochtend vanuit het vluchtelingenkamp Malakasa, veertig kilometer buiten Athene. ‘Ik was op het dek toen we kapseisden. Ik viel in het water en de boot veroorzaakte een enorme golf die me zo’n dertig meter verderop stuwde. Het was erg donker. Het Griekse schip stopte ongeveer vijfhonderd meter verderop, misschien meer. Ik ben er nog steeds van in de war… Waarom kwam het niet terug? Waarom stopten ze? Ze hadden veel levens kunnen redden.’

    Het is niet de eerste keer dat de Griekse kustwacht – berucht om het verdrijven van migranten en vluchtelingen uit zijn wateren – van soortgelijke daden wordt beschuldigd. Vorig jaar veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de acties van Griekenland tegen een schip met zevenentwintig Afghaanse, Syrische en Palestijnse vluchtelingen dat in januari 2014 voor het Griekse eiland Farmakonisi voer. Griekse kustwachten probeerden het overbelaste schip mee te slepen totdat het kapseisde. Bij die schipbreuk kwamen elf vrouwen en kinderen om. Ook toen beweerde de Griekse kustwacht dat paniek en plotselinge bewegingen van de vluchtelingen aan boord het schip hadden doen zinken.

    Acties van de Griekse kustwacht in de Egeïsche Zee zijn al langer reden tot zorg voor Frontex. Schendingen van het internationaal recht in Griekse wateren hebben ertoe geleid dat de functionaris van het grensagentschap dat belast is met grondrechten, heeft aanbevolen om niet langer met Athene samen te werken. Vooral de bewezen praktijk om groepen vluchtelingen in reddingsboten de zee op te slepen en ze naar Turkse wateren te brengen is zorgwekkend. De functionaris, aldus The New York Times, heeft opgeroepen tot de ‘sterkst mogelijke maatregelen’ om te zorgen dat Griekenland zich aan de wet zal houden.

    Volgens documenten getuigden vier mensen in vrijwel dezelfde bewoordingen dat de trawler zonk omdat hij ‘oud’ was en dat ‘er geen reddingsvesten waren’

    De kustwacht beweert dat getuigenissen van overlevenden, die in eerste instantie spaarzaam waren, zijn aangedikt onder invloed van externe actoren. ‘De aanpassingen van de verklaringen volgden op de overplaatsing van getuigen naar Malakasa, een kamp waartoe – in tegenstelling tot wat ze zelf beweren – leden van ngo’s en advocaten snel toegang hadden’, schreef het Griekse dagblad I Kathimerini deze week.

    Maar analyse van de verklaringen van de overlevenden aan de kustwacht wijst juist op andere vormen van interventie. In de officiële interviews staan minstens vier vrijwel identieke verklaringen over een belangrijk moment van de reis en de schipbreuk, ook al zijn ze door vier verschillende mensen afgelegd aan verschillende vertalers. In een van de gevallen trad bovendien een van de kustwachten als vertaler op. Enkele nagenoeg identieke zinnen suggereren dat één verklaring is gekopieerd en in verschillende ondervragingen is geplakt. Volgens officiële documenten zouden de vier letterlijk hebben gezegd: ‘Mensen begonnen te klagen omdat we zonder voedsel en water zaten en veel passagiers dachten dat de kapitein verdwaald was en niet wist hoe hij in Italië moest komen, dus was hij genoodzaakt om hulp te vragen.’

    Twee verklaringen – waarin elke verantwoordelijkheid van de kustwacht is weggelaten – vertonen letterlijke overeenkomsten wat betreft het moment van de schipbreuk. De twee zouden ten overstaan van verschillende tolken en op verschillende tijdstippen woordelijk hebben gezegd: ‘Op een bepaald moment kwam er ’s nachts een boot van de kustwacht om te helpen, maar plotseling kapseisde de boot (…) Toen hebben ze ons gered met een rubberboot. Daarna kwamen er nog twee of drie boten (…) Bij zonsopgang hebben ze ons op een van die boten gezet en naar de haven gebracht waar we nu zijn. Ze gaven ons ook water.’ Volgens deze documenten getuigden vier mensen in vrijwel dezelfde bewoordingen dat de trawler zonk omdat hij ‘oud’ was en dat ‘er geen reddingsvesten waren’.

    Van de negen verklaringen aan de kustwacht die wij inzagen, noemt slechts één het slepen van de vissersboot als oorzaak van de ramp. Maar van de verklaringen die diezelfde getuigen voor de officier van justitie aflegden, zijn er zes die uitvoeriger beschrijven hoe hun boot werd gesleept voordat ze kapseisde.

    Voor het onderzoek hebben we gesproken met twee van de negen overlevenden die een verklaring hebben afgelegd, eerst bij de kustwacht en daarna bij de officier van justitie. Allebei zeggen ze dat de kustwacht het deel van hun getuigenis heeft weggelaten waarin ze melding maken van het slepen van de trawler. ‘Ze vroegen me wat er met het schip was gebeurd en hoe het zonk. Ik heb ze verteld dat de kustwacht kwam en een touw aan onze boot vastbond, ons begon te slepen en het schip liet kapseizen,’ zegt een van hen. ‘Dat deel van mijn verklaring is niet genoteerd,’ vervolgt hij. Deze overlevende beweert ook dat hij zich onder druk gezet voelde om ten onrechte mensenhandelaren aan te wijzen. ‘Ze vroegen me naar de Egyptische mensenhandelaren (…) Ik was moe, dus ik vertelde ze wat ze wilden horen.’ 

    Groen licht

    Aangenomen wordt dat toen de Adriana zonk, veel van de slachtoffers al dood waren. De zevenhonderdvijftig mensen aan boord van het schip betaalden vijfenveertighonderd euro voor de overtocht, en ondergingen voorafgaand aan de reis maanden van mishandeling en afpersing. Het Libische netwerk dat de reis organiseerde, met vestigingen in Libanon en Syrië, hield een deel van de passagiers vast in een loods bij Tobroek, een stad op honderdvijftig kilometer van de grens met Egypte. Ze konden geen contact onderhouden met de buitenwereld, hun paspoorten waren ingenomen en ze kregen per dag slechts een portie brood en een stuk kaas te eten. De bewakers, zeggen de overlevenden, sloegen en beledigden hen en vermoordden iedereen die problemen veroorzaakte. ‘Als ze rond de pakhuizen van Tobroek zouden gaan graven, zouden ze veel lichamen vinden,’ zegt Kamal. Sommigen zaten acht maanden opgesloten, in afwachting van groen licht van de maffia voor het vertrek van het schip.

    Zowel Griekenland als de Europese Commissie als Frontex geeft de smokkelaarsmaffia de schuld van de tragedie, maar alle verzwijgen dat de gangsters in sommige gevallen niet alleen profiteren van migrantengeld, maar ook van Europees geld dat ze krijgen in ruil voor de belofte de komst van mensen te verhinderen. Drie verschillende bronnen bevestigen dat een van de belangrijkste leiders van het netwerk dat het vertrek van de Adriana organiseerde voor de Libische marine werkt, onder leiding van generaal Khalifa Hafter, de krijgsheer die het oosten van het land controleert. Volgens een Libische bron werd op de avond van het vertrek van de Adriana een avondklok afgekondigd om de operatie te vergemakkelijken. Niets van wat er in dat gebied gebeurt, ontgaat de generaal. Hafter is onlangs door Italië en Malta gevraagd naar een oplossing om illegale immigratie naar de Europese Unie een halt toe te roepen.

    Eenmaal op zee ontstonden er al snel problemen. De reis zou maximaal drie dagen duren, op de tweede dag werd duidelijk dat de kapitein was verdwaald. Het schip stond onder bevel van een tiental Egyptenaren die voor het criminele netwerk werkten en die, aldus de verklaringen van enkele overlevenden, de passagiers sloegen en beledigden. ‘Angst en paniek maakten zich van ons meester,’ herinnert Kamal zich. ‘We vroegen om redding, ook al was het aan de Libische kustwacht, want we waren in gevaar,’ zegt Manhal.

    Op de derde dag raakten het voedsel en het water op en werden mensen ziek of begonnen ze flauw te vallen. Overdag was het extreem warm en ’s nachts erg koud. Als eersten stierven een Egyptenaar en een Pakistaan ​​van de dorst. Vervolgens stierf de kapitein aan een hartaanval, wordt gezegd. De passagiers dronken zeewater dat was gezoet met dadels en vermengd met urine en vuil water uit een radiator.

    ‘We vroegen hen om ons aan boord te nemen, omdat ze een grote boot hadden, maar ze wilden ons niet meenemen’

    Toen in de namiddag van de vierde dag twee olietankers op verzoek van de kustwacht de Adriana naderden om voorraden af te leveren, ontstond er verwarring en paniek. Er werd gevochten om voedsel en water. ‘We vertelden aan de tweede boot die kwam (de Faithful Warrior) dat we geen water en voorraden wilden; toen er flessen naar ons werden gegooid ontstond er paniek. We vroegen hen om ons aan boord te nemen, omdat ze een grote boot hadden, maar ze wilden ons niet meenemen,’ beweert Manhal. Dit verhaal staat haaks op de officiële versie, volgens welke er nooit om hulp is gevraagd.

    Toen de boot op 14 juni rond twee uur ’s nachts kapseisde, klommen tientallen mensen op de romp die ondersteboven lag. De schipbreukelingen klampten zich zo goed mogelijk vast aan wat er nog restte van de Adriana. Maar de golven – veroorzaakt door de zinkende vissersboot en door de bewegingen van de boot van de kustwacht – maakten het moeilijk om grip te houden. Vier getuigenissen bevestigen dat het Griekse schip, in plaats van direct tot redding over te gaan, nog meer slachtoffers veroorzaakte door rond het schip te cirkelen en grote golven te genereren.

    ‘Het schip dat ons had laten zinken kwam dichterbij en veroorzaakte een grote golf’

    ‘Ik was uitgeput en zwom naar onze boot. Ik hield me ongeveer tien minuten vast aan een stuk metaal, maar het schip dat ons had laten zinken kwam dichterbij en veroorzaakte een grote golf. Mensen die zich vasthielden, vielen in het water,’ zegt Samir, een zevenendertigjarige Syriër. Na een tweede golf verdween de vissersboot. ‘Alsof er niets was gebeurd,’ zegt hij. ‘Het Griekse schip deed bijna een halfuur niets,’ volgens Maher. ‘Ik heb er geen verklaring voor. Waarom kwamen ze niet meteen terug? Als ze dat wel hadden gedaan, hadden ze veel vluchtelingen kunnen redden die nog in leven waren.’

    ‘Het duurde lang voordat ze een kleine boot stuurden,’ beaamt Nassim, een twintigjarige vluchteling uit Syrië. Hij beweert dat de boot die hij ervan beschuldigt hen tot zinken te hebben gebracht, alles van een afstand in de gaten hield. ‘We waren bang om dichterbij te komen en zwommen weg totdat we zagen dat ze met reddingen begonnen.’ Een van de Egyptenaren die de schipbreuk overleefde vertelt dat hij twee uur in het water dreef en bleef wachten. ‘De Griekse boot lag op ongeveer vijftig meter afstand, maar een halfuur lang deden ze niets.’

    Manhal, de metselaar die zijn broer verloor, herinnert zich wel een snelle interventie van de kustwacht na de schipbreuk, maar vreesde al voor zijn leven toen het touw aan de boeg van de trawler werd vastgebonden. ‘We wisten dat slepen gevaarlijk zou zijn. Zelfs iemand die onervaren is, kan je vertellen dat je om een boot te stabiliseren touwen aan beide kanten van de boot moet vastmaken en niet alleen aan de voorkant… Dit zijn mensen van de kustwacht. We dachten dat ze wisten wat ze deden.’

    Lees ook:

  • Süddeutsche Zeitung over Inez Weski: ‘De macht van Taghi lijkt nog niet gebroken’

    Süddeutsche Zeitung over Inez Weski: ‘De macht van Taghi lijkt nog niet gebroken’

    De onkreukbare strafrechtadvocaat Inez Weski zou drugsbaron Ridouan Taghi hebben geholpen om berichten uit de gevangenis te smokkelen. De zaak laat zien hoe de georganiseerde misdaad de Nederlandse rechtsstaat tot het uiterste drijft, aldus het Duitse dagblad.

    Wist ze wat haar te wachten stond? Op de ochtend van 19 april houdt advocaat Inez Weski een spectaculair pleidooi in de Amsterdamse rechtbank. Eigenlijk zou haar cliënt Ridouan Taghi de gelegenheid krijgen voor een ‘laatste woord’. Hij en zestien medeverdachten worden beschuldigd van zes moorden, vier pogingen tot moord, drugshandel en het vormen van een criminele organisatie. Het proces is bijna afgelopen en het Openbaar Ministerie wil Taghi levenslang opsluiten. Volgens het OM is alles gezegd en bewezen.

    Maar Weski ziet het anders. Ze wil vrijspraak en lanceert een van haar kenmerkende tegenaanvallen: ze kondigt aan dat Ridouan Taghi aangifte heeft gedaan wegens ontvoering. De man die wereldwijd werd gezocht, werd in 2019 in Dubai gearresteerd. Men had hem daar willen ‘neutraliseren’, aldus Weski. Ze verzocht om nieuwe getuigen te mogen horen.

    Waarschijnlijk was dat het laatste optreden van de achtenzestigjarige steradvocaat. Twee dagen later werd ze gearresteerd op een van de ergste beschuldigingen die men tegen een advocaat kan uiten: ze had berichten van haar cliënt uit de isoleercel gesmokkeld. Daarmee veranderde ze zelf in een crimineel.

    Circus

    De val van Weski is de laatste van vele wendingen in het Marengo-proces, een proces dat niet alleen de rechtsstaat tot het uiterste drijft, maar dat ook waarnemers en deelnemers verbijstert door de gruwelijke details. Marengo (de naam werd door een willekeurige gerechtelijke computer voorgesteld) ‘tart elke verbeelding’, luidde het oordeel van een krant. De advocaat van een getuige sprak van het ‘meest vergiftigde en zieke proces dat er ooit is gehouden’. Anderen mopperen over het ‘Marengo-circus’.

    Toch valt er niets te lachen. Dat blijkt al uit de locatie van het proces in een industriegebied in het westen van Amsterdam: een voormalig kantoorgebouw, opgetrokken uit lichtgekleurde klinkers en omgebouwd tot een streng beveiligde rechtbank die niet alleen vanwege de permanent gesloten luiken ‘de bunker’ is gedoopt. Gemaskerde speciale eenheden in vier terreinwagens met draaiende motor houden op procesdagen de wacht achter de barricades. Hier stonden islamitische terroristen van de Hofstadgroep terecht. En enkele zware criminelen uit de Amsterdamse onderwereld.

    In het grootste strafproces in de Nederlandse geschiedenis staan hier nu Taghi en zestien handlangers terecht. Tegen Taghi loopt nog een vervolgprocedure, betreffende eerdere delicten. De vijfenveertigjarige Taghi, geboren in Marokko en opgegroeid in Utrecht, begon als wietdealer, ging vervolgens smokkelen en gaf uiteindelijk leiding aan een bende die trans-Atlantische cocaïnehandel organiseerde. Nederland is het Europese knooppunt voor de drug uit Zuid-Amerika, maar in toenemende mate ook voor synthetische drugs als LSD en ecstasy.

    De handel breidde zich de afgelopen tien jaar verder uit en het geweld nam navenant toe. Want de bende van Taghi is niet de enige – de concurrentie is genadeloos. Meer dan tien jaar geleden escaleerde de oorlog binnen de Amsterdamse ‘Mocro Maffia’ nadat de politie een lading cocaïne in beslag had genomen. Ontvoeringen, brandstichtingen, schietpartijen op straat en een reeks moorden waren het gevolg. Soms worden buitenstaanders vermoord of wordt een verkeerde persoon als doelwit gekozen. De Nederlandse term daarvoor is ‘vergismoord’.

    Wat betekent het voor de rechtsstaat als zelfs iemand als Inez Weski niet tegen de druk bestand is?

    Taghi’s organisatie is vrij klein: de kern wordt gevormd door familieleden en goede vrienden. Hijzelf geldt als uiterst gewiekst en voor hem tellen mensenlevens blijkbaar niet. Iedereen die hem in de weg staat of die praat, moet dood. De onderzoekers denken – op basis van gecodeerde gsm-berichten – dat hij voor die moorden jonge helpers heeft ingehuurd. In 2017 meldde een van Taghi’s helpers, Nabil B., zich bij de politie als kroongetuige. Toen het OM dat in 2018 bekendmaakte, werd eerst de broer van Nabil doodgeschoten en vervolgens zijn advocaat.

    Kort daarvoor had de politiebond alarm geslagen: Nederland ging steeds meer lijken op een ‘narcostaat’, op een land ‘waar de rechtsstaat wordt ondermijnd door een machtige parallelle drugseconomie’. In diezelfde periode verscheen een rapport van sociaal wetenschapper Pieter Tops, waarin wordt beschreven hoe hele delen van het land in de greep zijn gekomen van de georganiseerde misdaad. Dat de zorgen terecht zijn, bleek in 2021 ook uit de moord op de bekende misdaadverslaggever Peter R. de Vries, die als vertrouweling van de kroongetuige fungeerde. Een golf van verontwaardiging ging door het land.

    De macht van Taghi lijkt nog niet gebroken, zoals de moord op De Vries duidelijk maakte, ook al zit hij in Vught, in de best beveiligde gevangenis van het land. Van daaruit blijft hij regeren. Blijkbaar laat hij nog steeds tegenstanders uitschakelen. Hij smeedde er zelfs ontsnappingsplannen met zijn neef en advocaat Youssef Taghi, die hem ook hielp contact te onderhouden met zijn familie en zakelijke partners. De politie kwam Youssef Taghi op het spoor toen hij werd afgeluisterd – begin 2023 werd hij veroordeeld tot vijf en een half jaar gevangenisstraf. Tijdens dat proces uitte een advocaat voor het eerst verdenkingen tegen Weski, die zij krachtig weersprak.

    Onder druk

    Weski was toen al in het vizier gekomen van de onderzoekers, die profiteerden van de ontcijfering van cryptodienst SkyECC, waardoor ze communicatie binnen de familie Taghi konden lezen. Daaruit blijkt dat al voordat Youssef Taghi zijn oom hielp, er vanuit de gevangenis berichten waren verstuurd, onder meer naar de Italiaanse maffiabaas Raffaele Imperiale. De onderzoekers zijn er zeker van dat alleen Weski dat kan hebben gedaan. Eerst aarzelde het Openbaar Ministerie om actie te ondernemen tegen de advocaat, maar inmiddels lijkt er voldoende bewijs te zijn.

    Is Inez Weski mogelijk onder druk gezet? En zo ja, waarmee? Dat vragen mensen in justitiële kringen zich af. Weski is een kritische advocaat, die misstanden bij de politie aan de kaak stelt en zo nodig resoluut de rechtsstaat zijn plek wijst. Ze geldt als integer en eerlijk en zit al meer dan veertig jaar in het vak, eerst met haar zus, daarna alleen. Weski heeft een voorliefde voor ingewikkelde strafzaken en strijdt tot het uiterste voor haar vaak prominente cliënten. Ze werd bekend door televisieoptredens en door haar verschijning: dikke kohl rond haar ogen, zwarte kleding, zwarte Porsche. Er wordt gezegd dat ze altijd afstand houdt tot haar cliënten en zich door hen nooit laat tutoyeren.

    Aanvankelijk, zo blijkt uit de gedecodeerde berichten, hield ze daaraan vast – ook tegenover Taghi – en weigerde ze blijkbaar informatie te delen, wat enige wrevel in de familie veroorzaakte. Dus waarom zou ze van gedachten zijn veranderd? Ze werd bedreigd, is de meest gehoorde theorie. Weski is ‘zeer ervaren, integer en een zeer sterke persoonlijkheid’, aldus de advocaat van Youssef Taghi. Er zijn aanwijzingen in het strafdossier dat ze zich aanvankelijk verzette, maar dat ze ‘de druk’ niet kon weerstaan. Welke druk, vragen de media zich af. En wat betekent het voor de rechtsstaat als zelfs iemand als Inez Weski daar niet tegen bestand is?

    In de zaak van de moorden rond kroongetuige Nabil B. ging nagenoeg alles mis wat er mis kon gaan

    Haar detentie is verlengd tot juni. De zaak-Taghi gaf ze op en de Orde van Advocaten heeft haar geroyeerd. Om formele redenen, werd er nadrukkelijk bij vermeld; lang niet iedereen is overtuigd van haar schuld. Het OM kan overdreven gereageerd hebben, wat niet de eerste keer zou zijn. Beschuldigingen tegen andere advocaten van de bende Taghi zijn al vaker ongegrond gebleken. In een recent proces tegen een vermeende corrupte lokale politicus in Den Haag heeft het OM zich volgens de algemene opinie echt belachelijk gemaakt.

    Ook wordt het OM en de politie verweten kwetsbare mensen die het doelwit zijn van de georganiseerde misdaad, slecht te beschermen. In de zaak van de moorden rond kroongetuige Nabil B. ging nagenoeg alles mis wat er mis kon gaan, zo blijkt uit een officieel onderzoek. Waarschuwingen werden genegeerd en het dreigingsniveau werd chronisch onderschat. Zo is men er altijd van uitgegaan dat advocaten geen doelwit konden zijn omdat ze vervangbaar zijn.

    Taghi wil zich nu voorlopig zelf verdedigen. Het valt nog te bezien of er in het najaar een uitspraak komt, zoals gepland. Ook de parallelle procedure in de moordzaak-De Vries loopt vertraging op. De uitspraak tegen twee verdachten, die vermoedelijk door Taghi of zijn vertrouwelingen zijn ingehuurd, stond gepland voor juli 2022, maar kort daarvoor kwam er nieuw bewijsmateriaal boven water en werden meer verdachten aangehouden. Omdat een rechter wegens verblijf in het buitenland afwezig was, moest het hele proces worden heropend.

    Lees ook:

  • Kan Trump net zo ten onder gaan als Al Capone?

    Kan Trump net zo ten onder gaan als Al Capone?

    Al Capone werd niet gepakt voor moord of maffiapraktijken, maar voor belastingontduiking. Sinds uit een FBI-inval in Donald Trumps huis blijkt dat de voormalige president geheime documenten heeft achtergehouden, zou hij weleens voor iets vergelijkbaars kunnen worden veroordeeld.

    Aan de moordzuchtige gangsterpraktijken van Al Capone in het Chicago van de jaren twintig van de vorige eeuw kwam geen eind door het onderzoek naar de moorden waartoe hij opdracht gaf of de rivieren vol rum die hij verkocht tijdens de Amerikaanse drooglegging, maar door geduldig federaal onderzoek naar zijn verzuim om belasting te betalen over al zijn onrechtmatige inkomsten.

    Donald Trump riskeert nog strafrechtelijke vervolging wegens het aanzetten tot een gewelddadige staatsgreep tegen de regering van de Verenigde Staten. Maar de nooit eerder vertoonde inval die de FBI afgelopen maandag [8 augustus 2022] deed in zijn huis in Florida lijkt onderdeel van een strafrechtelijk onderzoek naar het meenemen – verduisteren is misschien een beter woord – van geheime documenten toen hij het Witte Huis verliet.

    Dus in plaats van veroordeeld te worden als een gewelddadige opstandeling die uit was op het vernietigen van de Amerikaanse democratie, draait Donald Trump misschien wel de bak in om een veel prozaïscher reden: hij heeft tegen het zere been geschopt van de nerds van de Amerikaanse Nationale Archieven, de wettige bewaarders van de verdwenen documenten, die vervolgens het ministerie van Justitie hebben getipt.

    Lekken van geheime informatie

    De FBI-inval bewijst onomstotelijk dat er sprake is van een onderzoek naar het lekken van informatie, misschien wel het grootste onderzoek uit de Amerikaanse geschiedenis. Maar juridisch gesproken is er niet veel verschil met de vele onderzoeken naar informatielekken die Trumps eigen ministerie van Justitie tijdens zijn ambtsperiode zo fanatiek heeft uitgevoerd. Trump zette zijn ministerie zelfs enorm onder druk om het lekken van geheime informatie te vervolgen, meestal wanneer het negatieve personthullingen over zijn eigen persoon betrof, of over Rusland, of allebei. The Intercept berichtte vorig jaar dat de regering-Trump een recordaantal van minstens 334 gevallen van het lekken van geheime informatie bij het Amerikaanse ministerie van Justitie aanhangig heeft gemaakt.

    Er is al sinds vorig jaar een stille strijd aan de gang tussen de Nationale Archieven, het ministerie van Justitie en Donald Trump

    In veel gevallen waarin sprake was van lekken naar de pers heeft het ministerie van Justitie een honderd jaar oude wet van stal gehaald, de Spionagewet, die de dader op tientallen jaren gevangenisstraf kan komen te staan. De regering heeft de Spionagewet vaak als stok achter de deur gebruikt om te zorgen dat verdachten van het lekken van informatie zich schuldig verklaarden aan minder zware delicten, zoals een verkeerde omgang met die informatie. The New York Times noemde afgelopen dinsdag een wet die een minder zware straf verordonneert dan de Spionagewet en die van toepassing zou kunnen zijn op de zaak-Trump, namelijk Artikel 2071 van Titel 19 van de ‘U.S. Code’, de federale statuten van de Verenigde Staten; volgens die wet kan een functionaris die belast is met de zorg voor officiële documenten maar die vervolgens ‘opzettelijk en wederrechtelijk verbergt, verwijdert, verminkt, wist, vervalst of vernietigt’, tot drie jaar gevangenisstraf worden veroordeeld en het recht verliezen om zich federaal verkiesbaar te stellen.

    Wanneer ze die wet hanteert, lijkt de huidige regering niet te hoeven bewijzen dat Trump documenten aan buitenlandse spionnen, de media of andere onbevoegden ter hand heeft gesteld.

    De FBI-inval in Mar-a-Lago, waarvoor een federale rechter een huiszoekingsbevel had verleend, was een verrassing voor Washington, maar helemaal onverwachts kwam hij nou ook weer niet. Er is al sinds vorig jaar een stille strijd aan de gang tussen de Nationale Archieven, het ministerie van Justitie en Donald Trump.

    Geheime documenten

    Na Trumps vertrek ontdekten de Nationale Archieven dat er een heleboel opnames, documenten en andere zaken uit het Witte Huis waren verdwenen en werd er een onderzoek ingesteld. Trump bleek minstens vijftien dozen met materiaal vanuit het Witte Huis naar zijn landgoed in Florida te hebben meegenomen en archiefmedewerkers begonnen hem achter de vodden te zitten om die terug te krijgen. Toen Trump de vijftien dozen uiteindelijk teruggaf in januari 2022, ontdekten de archiefmedewerkers dat er geheime documenten bij zaten en droegen ze de zaak over aan het ministerie van Justitie. Het ministerie van Justitie stelde vervolgens een onderzoek in en een kleine groep FBI-agenten begaf zich afgelopen lente naar Mar-a-Lago om naar geheime documenten te zoeken. De inval van afgelopen maandag toont onomstotelijk aan dat het ministerie van Justitie en de FBI van mening waren dat Trump onvoldoende had meegewerkt aan hun onderzoek en dat hij nog meer geheime documenten in zijn huis had verstopt, wat in strijd is met de federale wet.

    De grote vraag is natuurlijk wat Trump van plan was met zoveel uiterst geheime documenten nadat hij zijn ambt had verlaten

    Hoewel het mogelijk is dat de FBI-inval niet tot strafrechtelijke vervolging van Trump zal leiden, is moeilijk voorstelbaar dat de Amerikaanse minister van Justitie Merrick Garland en diens ministerie de historische stap van een FBI-inval in het huis van een voormalige president zouden hebben goedgekeurd als er niet veel meer op het spel had gestaan dan een bureaucratische poging om ontbrekende presidentiële documenten terug te halen. Ook lijkt moeilijk te geloven dat het Amerikaanse ministerie van Justitie zo’n politiek radioactieve inval zou riskeren als er alleen maar een lichte tik op de vingers zou volgen, zoals eerder het geval was bij voormalig CIA-directeur John Deutch en voormalige nationaal veiligheidsadviseur Sandy Berger.

    De grote vraag is natuurlijk wat Trump van plan was met zoveel uiterst geheime documenten nadat hij zijn ambt had verlaten. In Trumps geval is het moeilijk om niet het ergste te vrezen. Het ging duidelijk om documenten waarvan hij dacht dat ze hem in de toekomst nog op een of andere manier van nut zouden kunnen zijn, misschien tijdens een tweede presidentiële campagne, bij het afhandelen van privézaken of zelfs bij contacten met buitenlandse leiders. Het is bepaald niet vergezocht om te denken dat de Spionagewet van toepassing zou kunnen zijn.

    Ook is het moeilijk om de ogen te sluiten voor de ironie van de zaak. Als presidentskandidaat viel Trump Hillary Clinton continu aan omdat ze als minister van Buitenlandse Zaken regelmatig haar eigen e-mailadres had gebruikt en daarmee het risico had gelopen geheime informatie te lekken. Nu blijkt dat de slogan ‘Sluit haar op’ zich misschien wel in het geslacht vergist.

    Lees ook:

  • Bulgaarse verkiezingen: Borisov aan de leiding, maar regeringsvorming wordt lastig

    Bulgaarse verkiezingen: Borisov aan de leiding, maar regeringsvorming wordt lastig

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brazilië: Lula wint eerste verkiezingsronde met kleiner verschil dan verwacht

    » Iran: negen Europeanen, waaronder Nederlander, gearresteerd tijdens protesten

    Borisov ligt onder vuur vanwege banden met maffia

    Voormalig premier Bojko Borisov lijkt ‘de Bulgaarse parlementsverkiezingen [van zondag] te winnen’, maar het is onduidelijk ‘of de voormalige karatekampioen met de bezoedelde reputatie een regering kan vormen’, meldt Politico. De politieke nieuwssite ziet ‘geen duidelijke uitweg uit de langdurige politieke crisis in dit Balkanland’.

    Volgens de exitpolls ligt zijn centrumrechtse partij GERB op koers om ongeveer 25 procent van de stemmen te winnen in de verkiezingen, ‘de vierde in het land in achttien maanden tijd’. ‘Wat betekent dat hij nu zal moeten proberen een coalitie samen te stellen in een zeer gefragmenteerd politiek landschap’, aldus Politico.

    ‘De noodzaak om een regering samen te stellen zal alleen maar worden bemoeilijkt door de giftige reputatie van Borisov. In 2020 gingen mensen in Sofia en andere steden de straat op om te protesteren tegen de banden van zijn regering met de maffia en ze beweerden dat de Bulgaarse staat “gegijzeld” was’, schrijft de politieke nieuwssite.

    Lees ook:

  • Bulgaarse regering moet na zes maanden al aftreden

    Bulgaarse regering moet na zes maanden al aftreden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Sri Lankaanse economie staat ‘compleet op instorten’

    » Zorgverleners Maradona beschuldigd van doodslag

    Premier beschuldigt maffia en Rusland van tegenwerking

    De Bulgaarse regering van premier Kiril Petkov heeft op 22 juni een motie van wantrouwen in het parlement verloren. 123 van de 239 parlementsleden stemden voor het ontslag van het kabinet, dat nog maar zes maanden aan het bewind is. De stemming was verwacht, aldus The Sofia Globe, aangezien Slavi Trifonov, een tv-presentator die leider werd van de populistische partij ‘Er is zo’n volk’ (ITN), zich uit de regeringscoalitie had teruggetrokken wegens een te gunstig geacht beleid ten aanzien van Noord-Macedonië en een meningsverschil over de begroting.

    Petkov had beloofd de ‘welig tierende corruptie’ in zijn land te bestrijden met de pro-Europese partij ‘Wij zetten de verandering voort’ en nam een ‘ongewoon harde lijn’ aan tegen Rusland na de invasie van Oekraïne, aldus Politico. De in Harvard opgeleide econoom beschuldigde de maffia en de Russische ambassadeur in Sofia ervan hem en zijn regering tegen te werken. Het land stevent af op nieuwe parlementsverkiezingen, de vierde sinds april 2021.

    Lees ook:

  • Barbaren van de Balkan: hoe drugsbazen in Servië martelen op Mexicaanse wijze

    Barbaren van de Balkan: hoe drugsbazen in Servië martelen op Mexicaanse wijze

    Recent is een ‘horrorhuis’ in de buurt van Belgrado ontdekt, waar Servische gangsters hun rivalen martelden. De ontdekking toont aan dat criminele organisaties wreedheid van Mexicaanse kartels kopiëren om controle te krijgen over de drugshandel op de Balkan.

    De brede glimlach op hun gezichten toont de voldoening na een geslaagde operatie. In een roze huis in het dorp Ritopek, niet ver van Belgrado, poseren op 3 augustus 2020 twee gespierde, getatoeëerde mannen van in de dertig voor hun laatste trofee: een naakte man, de voeten en handen gebonden. Een van de beulen, die zwarte handschoenen draagt, tilt het hoofd van de gemartelde man op richting de lens van de fotograaf. Het gezicht van de man is gezwollen, de ogen zijn gesloten; waarschijnlijk is hij al dood. De cocaïneoorlog op de Balkan heeft weer een slachtoffer geëist.

    Op een andere opname, een paar minuten later genomen, zien we zijn voet naast zijn hoofd staan. Het lichaam is in stukken gesneden in een nabijgelegen kamer, die volledig is afgedekt met zeil. Op de achtergrond staat een professionele vleesmolen klaar om de stukken van het lichaam te vermalen. Daarna wordt het in zakken gestopt en in de nabijgelegen Donau gedropt.

    Balkanbendes zijn verantwoordelijk voor ongeveer 30 procent van de Europese cocaïne-invoer

    De foto’s die zijn genomen in een gebouw dat door de plaatselijke pers nu ‘het horrorhuis’ wordt genoemd, en waren nooit bedoeld om ooit op het bureau van een Servische rechter te belanden. Maar een van de twee lachende dertigers, Veljko Belivuk, alias ‘Velja Nevolja’ [Velja het probleem], beging samen met zijn handlangers de fout de foto’s te delen met de app Sky ECC. Ze dachten dat de encryptie daarvan niet te kraken was en wisten niet dat de Belgische, Nederlandse en Franse politie zouden doordringen tot de versleutelde geheimen van deze chatapp.

    De uitwisselingen (gesprekken, sms’jes, foto’s, et cetera) bieden een blik achter de coulissen van de georganiseerde misdaad en vormen de belangrijkste bewijsstukken tegen Belivuk en zijn bende. Ze getuigen ook van de barbaarsheid van deze criminelen, die bereid zijn tot elke vorm van geweld, om de controle te behouden over de cocaïnehandel vanuit de Balkan, een regio die de laatste jaren een belangrijke doorvoerzone is geworden voor de aanvoer uit Latijns-Amerika. Balkanbendes die rechtstreekse banden hebben met Latijns-Amerikaanse kartels, zijn volgens Europol goed voor ongeveer 30 procent van de cocaïne-invoer in Europa.

    Twee duimen omhoog en een mes

    Een ongepubliceerd rapport, ingezien door Le Monde, verschaft inzicht in de methoden van bepaalde Servische en Montenegrijnse bendes. Het is opgesteld door de Franse gerechtelijke politie en aan het eind van de zomer van 2021 aan de Servische justitie overhandigd, in het kader van het onderzoek naar het ‘horrorhuis’. De auteur van het rapport, een commissaris van het Centraal Bureau voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad, bundelde tal van berichten die door de bende van Belivuk werden uitgewisseld met Sky ECC, alsook 56 foto’s, waaronder die van vijftien slachtoffers.

    In deze stroom van berichten, bevinden zich screenshots van overschrijvingen in bitcoins; betalingen aan de moordenaars te betalen. Op de foto’s zijn partijen cocaïne te zien, wapens (automatische 9mm-pistolen en semi-automatische Tsjechische Skorpios), valse identiteitspapieren en stapels geld. Een bericht van één regel volstaat voor een opdracht tot ontvoering of executie. ‘Wij zijn er voor’, schrijft Belivuk onder het pseudoniem ‘Soprano’ bijvoorbeeld, gevolgd door drie emoji’s: twee duimen omhoog en een mes.

    Alleen al Belivuk wordt van zeven moorden beschuldigd

    ‘Tot op heden’, schrijft de auteur van het verslag, ‘zijn er negentien geïdentificeerde slachtoffers van moord geregistreerd, zeven niet-geïdentificeerde slachtoffers van moord en negen slachtoffers van extreem geweld dat waarschijnlijk tot de dood heeft geleid.’ Alleen al Belivuk, die in januari 2021 werd gearresteerd en nog steeds op zijn proces wacht, wordt van zeven moorden beschuldigd.

    Het verhaal begint in een idyllische omgeving, in de kuststad Kotor, genesteld in een fjord aan de ruige kust van Montenegro. Deze kleine haven was lange tijd het bolwerk van Darko Saric, bijgenaamd de ‘cocaïnekoning’. Zo’n vijftienjaar lang zwaaide hij de scepter over de handel, met inkomsten die door sommige bronnen in totaal op een slordige 1 miljard euro worden geschat. Maar na zijn arrestatie in 2014 kregen potentiële erfgenamen ambities. De roof van een lading van 200 kilo coke in het Spaanse Valencia, eind 2014, maakte dat de groep uiteenviel.

    Zo begon de ‘oorlog van Kotor’, het epicentrum van een conflict tussen voormalige ‘broeders’ die vijanden werden. Aan de ene kant stond de clan van Kavac, genoemd naar het dorp waar zij een toevluchtsoord vonden en geleid door Slobodan Kascelan en Radoje Zvicer. Aan hen heeft Belivuk, de man van het ‘horrorhuis’, trouw gezworen. Aan de andere kant van de heuvel, huist een andere clan: de Skaljari, gevestigd in het centrum van Kotor, die onder bevel staan van de gebroeders Vukotic en gelieerd zijn aan de Servische clan van Zemun. Op het spel staat het geld dat in de cocaïnehandel omgaat.

    Om de aard van het conflict te begrijpen, is nog een kleine omweg nodig naar de voetbalstadions van Belgrado. Want voordat hij de sterke man werd van de Kavac-clan, maakte Belivuk, alias ‘Velja het probleem’, naam bij het gevolg van Partizan Belgrado, een van de voetbalclubs in de Servische hoofdstad. In de loop der jaren werd hij leider van de groep meest radicale deel van de toeschouwers. Zijn bende, die terug te vinden is op de tribunes bekend onder de naam Principi, werd gevormd door een groep bijzonder gevreesde hooligans: de Grobari (‘doodgravers’). Na in elkaar te zijn geslagen door enkelen van hen overleed Toulouse-supporter Brice Taton in september 2009 voor de wedstrijd Partizan-Toulouse in Belgrado. ‘De supportersgroepen, met name die van Partizan, zijn volledig geïntegreerd in de drugshandel. Zij beschikken over het vermogen tot snelle mobilisatie, geweldspotentieel en de dekmantel van de clubs en dat maakt hen tot ideale doorgeefluiken’, schrijft politicoloog Loïc Tregourès en auteur van het boek Le Football dans le chaos Yougoslave [voetbal in de chaos van Joegoslavië] uit 2019.

    Gevoel van straffeloosheid

    Bij ‘Velja het Probleem’ begint een soort opwaartse trend naar zware criminaliteit. Zijn Principi hebben niet alleen de zeggenschap over de zuidelijke tribune van het stadion van Partizan overgenomen; hun netwerken reikt tot ver daarbuiten. Sommige van hen, met een rol in de nachtclub-, security- en restaurantsector, werden sleutelfiguren bij het witwassen van geld dat afkomstig was van de illegale handel in drugs, sigaretten of wapens. Nadat ze een hal van het stadion annexeerden en tot hun hoofdkwartier maakten, breidden ze hun invloed verder uit tot het punt waarop ze, net als andere bendes, goede connecties hadden binnen de politie en in de politiek.

    Maar hoe kwam Belivuk, de hooligan die sleutelfiguur werd, terecht bij de Kavac-clan die met zijn rivalen in de badplaats Kotor in oorlog was? Dat is een van de raadselen die door het onderzoek ontrafeld zullen moeten worden. Intussen blijkt de zaak veel groter te zijn dan een simpel misdaadverhaal.

    De zoon van president Vucic verschijnt regelmatig in het openbaar met bendeleden

    Zowel in Podgorica als in Belgrado is het algemeen bekend dat er banden zijn tussen de georganiseerde misdaad en de politiek. Sommige waarnemers spreken zelfs van ‘maffiastaten’. Zo zouden aanhangers van Belivuks bende de inwijdingsceremonie van de Servische president Aleksandar Vucic hebben beschermd, wiens zoon Danilo regelmatig in het openbaar verschijnt met bendeleden, ook op de tribune. En wordt de president van Montenegro, Milo Dukanovic, niet al sinds begin jaren 2000 met name door de Italiaanse justitie verdacht van banden met de Camorra, de Napolitaanse maffia?

    Zo ver gaat de Franse politie niet, maar ze wijst wel op de greep die de twee rivaliserende clans van Kotor (de Kavacs en de Skaljaris) op Servië en Montenegro hebben. ‘Een aanzienlijke mate van corruptie op verschillende niveaus stelde de twee organisaties in staat grote invloed uit te oefenen op verschillende Balkanlanden’, schrijft de auteur van het verslag. Over de onderschepte berichten schrijft hij: ‘Deze gegevens stelden ons ook in staat de hoge mate van corruptie waar te nemen waardoor deze clan [Kavac, van Velja het Probleem] kon opereren ten gunste van overheidsfunctionarissen zoals politieagenten of hoge ambtenaren van Montenegrijnse instellingen.’

    In feite verraadt analyse van de Sky-uitwisselingen het gevoel van straffeloosheid dat de clan in kwestie koesterde. Zo nemen haar leiders, Velja het Probleem of Slobodan Kascelan, soms zelf deel aan executies. Dat gebeurde bijvoorbeeld in augustus 2020, na de ontvoering van een zekere Nikola Stanisic, lid van de Skaljari. Hij was een zeer symbolisch doelwit want hij is de zoon van een van de rechterhanden van ‘Arkan’, een krijgsheer die in 2000 werd vermoord. Arkan was de leider van de ultra’s van Rode Ster, de andere voetbalclub uit Belgrado, en daarna van de Tijgers, een paramilitaire groep. De erfenis die Nikola Stanisic met zich meedroeg, rechtvaardigt op deze augustusdag in 2020 de aanwezigheid van Kascelan zelf in het ‘horrorhuis’. Na te zijn vernederd en vervolgens gemarteld om de codes van zijn telefoon te verkrijgen, wordt Stanisic doodgeschoten. Zijn lichaam wordt verbrand en begraven in een park.

    Mexico in Belgrado

    Dergelijke methoden waren niet altijd de regel. ‘Vóór Belivuk was extreem geweld niet kenmerkend voor lokale criminele organisaties. Saric [‘de cocaïnekoning’] bijvoorbeeld, deed er alles aan om onder de radar te blijven en voerde zijn illegale activiteiten uit onder het mom van een legaal bedrijf,’ aldus Sasa Djordjevic van de afdeling Belgrado van Global Initiative Against Transnational Organized Crime, een onafhankelijke organisatie gevestigd in Genève. Maar nu nemen de leiders Mexicaanse ‘narco’s’ als model. ‘Kijk, schat, Mexico in Belgrado,’ merkte Belivuk op bij de foto van een lijk.

    Deze organisaties beperken hun invloedssfeer niet tot de Balkan. Elders in Europa zijn ze te vinden bij strategische havens als Rotterdam en Antwerpen, maar ook in landen waar de diaspora gevestigd is (Duitsland, Oostenrijk, Zweden). De moordenaars van de ‘Kotor-oorlog’ waren ook daar actief. Weer andere regio’s worden gezien als toevluchtsoorden. ‘Deze gewelddadige criminele organisaties gebruiken Frans grondgebied als incidentele uitvalsbasis na het plegen van moorden in het buitenland, alsmede als plek voor het witwassen van geld en de circulatie van wapens en drugs’, aldus de Franse gerechtelijke politie.

    Een van de slachtoffers van het ‘horrorhuis’ is een befaamde bankovervaller

    De analyse van de via Sky uitgewisselde gegevens heeft nog niet alle geheimen van de folterkamer aan het licht gebracht. In het laboratorium worden DNA-sporen onderzocht in een poging de slachtoffers te identificeren. De lijst met bekende gevallen biedt al een overzicht van de vijanden van de clan, en het gaat allemaal een stuk verder dan wat opstootjes op de voetbaltribunes. Een van de slachtoffers is een man wiens faam tot buiten de grenzen van Servië reikte: Milan Ljepoja, destijds lid van de Pink Panthers, een bende van bankovervaller die meesters waren in vermommingen en spectaculaire bankovervallen, of het nu in Parijs, Zwitserland of Dubai was. Ljepoja werd in 2008 in Frankrijk gearresteerd en gevangengezet, keerde enkele jaren later terug naar Servië en hield zich een tijdje gedeisd, maar kwam toen te dicht in de buurt van de cocaïnehandel. Hij betaalde een hoge prijs voor zijn nabijheid tot de Skaljari. Op een foto van 8 december 2020 is zijn gemutileerde lijk zonder armen te zien.

    Tot dusver zijn ongeveer dertig personen door de gerechtelijke autoriteiten van Servië in staat van beschuldiging gesteld. Verschillende van hen hebben gepraat. ‘Sommigen van hen hebben, geconfronteerd met bewijsmateriaal, meegewerkt met de onderzoekers en uitvoerig verslag gedaan van de werking van de organisatie en de gepleegde misdaden’, aldus het rapport van de gerechtelijke politie. Verzwakt door de arrestaties van hun leiders, opgeschrikt door de verbanning van andere leden en geconfronteerd met het feit dat politieke allianties opnieuw moeten worden opgebouwd, gaan de clans van Kotor een nieuwe fase in hun geschiedenis in, die onvoorspelbaarder is dan ooit. Eén ding is in ieder geval zeker delen ze: de cocaïneoorlog is nog niet voorbij.

    Lees ook:

  • Een bul in de bajes: maffiosi verlaten cum laude de gevangenis

    Een bul in de bajes: maffiosi verlaten cum laude de gevangenis

    In zwaar beveiligde gevangenisafdelingen volgen criminele die lange straffen uitzitten een studie om de tijd te doden. Zo ontstond de meest hoogopgeleide generatie maffiosi ooit.

    Er is een maffia die in niets lijkt op de maffia zoals we die kennen, te weten onbehouwen en dom: die van Bernardo Provenzano’songrammaticale en cryptische pizzini [gecodeerde briefjes waarmee maffiosi onderling communiceren], of de boerse maffia van Totò Riina, iemand die zichzelf graag aan anderen mocht voorstellen met de mededeling dat hij slechts lagere school had gehad. 

    In hun schuilplaatsen hadden ze altijd wel een Bijbel, en soms troffen degenen die voortvluchtigen opspoorden in een enkele lade exemplaren aan van I Beati Paoli [een historische roman over een middeleeuwse Siciliaanse sekte die door sommigen wordt gezien als voorloper van de maffia] of Calvello il bastardo van William Galt, alias Luigi Natoli. Voor hen heilige teksten, eerder maffialiteratuur dan literatuur óver de maffia. Andere lectuur werd niet aangetroffen.

    900x1200
    Historische roman over een middeleeuwse Siciliaanse sekte die door sommigen wordt gezien als voorloper van de maffia.

    Maar de bazen die zijn opgegroeid in de schaduw van de Corleonesi hebben geen voorbeeld genomen aan diezelfde Corleonesi. In moeilijke tijden zochten ze hun toevlucht tot scholing, en in de kwarteeuw dat ze opgesloten zaten in cellen die niet veel meer dan holen zijn, bevonden ze zich uitsluitend in het gezelschap van Fjodor Dostojevski en de gebroeders Karamazov, Lev Tolstoj, Italo Svevo, Boris Pasternak, Luigi Pirandello, Duitse filosofen, protestantse theologen, Virgilius en Immanuel Kant.

    En zo ontstond op de extra beveiligde gevangenisafdelingen de hoogstopgeleide generatie maffiosi ooit. Begerig naar kennis verslinden de zonen van het ‘41 bis-regime’ [‘hard gevangenisregime’ oftewel isolement, naar artikel 41 bis van de Italiaanse wet op het gevangenisbeheer], alles wat aan papier is toevertrouwd. Ze zijn frequente bezoekers van gevangenisbibliotheken en ze pressen hun advocaten dagelijks om aanklagers en rechters-commissarissen te bewegen hun verlof en gunsten te verlenen door universiteitsdiploma’s en studiepunten te overleggen.

    De wet heeft de deuren van hun cellen voor altijd gesloten, maar die van het onderwijs wijd geopend

    Laatste in de rij is de boss Filippo Graviano, die zijn verzoekschrift vergezeld deed gaan van zijn bul in de economie en een certificaat van deelname aan een cursus finance. Terwijl buiten steeds minder wordt gelezen, lezen ze binnen steeds meer. De mannen van de oude ‘Cupola’ [de commissie van maffiabazen] leren, verdiepen zich in de geschiedenis en de mysteries van het geloof en studeren cum laude af in de geesteswetenschappen. De wet heeft de deuren van hun cellen voor altijd gesloten, maar die van het onderwijs wijd geopend. 

    Onkruid

    Veelzeggend is het verhaal van Giuseppe Grassonelli, opgetekend door collega Carmelo Sardo in Malerba (Onkruid), een prachtig boek over de Agrigentijnse boss van Porto Empedocle. Toen hij voor de eerste keer naar het eiland Pianosa werd gestuurd, op 15 november 1992, vond hij onder het matras van zijn brits een exemplaar van Oorlog en vrede. Hij begon het te lezen, maar begreep de woorden niet en barstte van wanhoop in tranen uit.

    81xhxJVXF0L
    De memoires van Grassonelli met als titel Malerba (onkruid) als bijnaam.

    Om te ontkomen aan de hel van zijn nooit eindigende straf begon hij te studeren. Na vijftien jaar isolement studeert hij af op ‘De Napolitaanse revolutionaire opstanden van 1799 en het “oproer” in de provincies van het Koninkrijk’. Na een eerste graad in de letteren zal Grassonelli binnenkort ook zijn tweede krijgen, in de filosofie. Het is de culturele revolutie van de Siciliaanse maffia.

    Een ander die aanvankelijk amper in staat was zijn handtekening te zetten, is de beroemde Gaspare Spatuzza, de maffioso uit Palermo die nep-spijtoptant Vincenzo Scarantino ontmaskerde en wiens bekentenis leidde tot de herziening van het proces inzake de moordaanslag op antimaffiarechter Paolo Borsellino. Tegenwoordig kleedt hij zich altijd in het zwart, als een priester, en in zijn boekenkast staan Misdaad en straf, boeken van de Italiaanse filosofen Giovanni Reale en Dario Antiseri, en de geschriften van Joe Dispenza over kwantumfysica. 

    De laatste keer dat hij buiten de gevangenis werd gezien, was in de buurt van Misilmeri, een dorp in de buurt van Palermo waar hij samen met een vriend een man had laten oplossen in zoutzuur. Zijn handlanger vertelde de rechters tot in detail over de moord en zei over Spatuzza: ‘Meteen na de moord had Gaspare honger en vroeg me om iets te gaan kopen; hij zette zijn tanden in een broodje, at met één hand en roerde met de andere.’ Dus met de ene hand hield hij zijn sandwich vast en met de andere hand roerde hij met een houten pollepel in de kuip waarin het lijk aan het oplossen was. Een macaber verleden. Volgens iedereen die bekend is met de wreedheden uit zijn vroegere leven is Gaspare een ander mens geworden. 

    Cum laude

    Calogero, een van broers van Giovanni Brusca [de maffioso die onder meer de bom tot ontploffing bracht die een einde maakte aan het leven van openbaar aanklager Giovanni Falcone], heeft zich ingeschreven bij de letterenfaculteit. Antonio Tusa, de neef van Piddu Madonia, de boss van Caltanissetta, heeft zich ingeschreven bij landbouwkunde; de maffiosi Giancarlo Giugno uit Niscemi en Carlo Marchese uit Riesi schreven zich in bij respectievelijk geneeskunde en rechten. 

    Tommaso Spadaro, de ‘koning van Kalsa’ (een wijk in Palermo), studeerde niet lang voor zijn dood op 72-jarige leeftijd af in de gevangenis van Spoleto, waar hij een levenslange gevangenisstraf uitzat voor de moord op een onderofficier van politie. Hij was een voormalig sigarettensmokkelaar en de bazen hadden hem bij de Porta Nuova-familie gehaald vanwege zijn schepen en zijn oude contacten met de Camorra. Don Masino, oftewel Tommaso Buscetta, studeerde op een haar na cum laude af. De titel van zijn scriptie luidde: ‘Het mensbeeld in het gedachtengoed van Gandhi’. 

    Levenslange gevangenisstraf of niet, de leden van de cosa nostra zijn ervan overtuigd dat ze vroeg of laat vrij zullen komen

    Maar wat drijft maffiosi er, naast de beperkingen van het 41 bis-gevangenisregime, toe om zo waanzinnig hard te studeren? Deskundigen zeggen: levenslange gevangenisstraf of niet, de leden van de cosa nostra zijn ervan overtuigd dat ze vroeg of laat vrij zullen komen. 

    Een paar jaar geleden kwamen de kranten met het opzienbarende nieuws dat Pietro Aglieri van de Corleone-clan cum laude was geslaagd voor zijn tentamen over de geschiedenis van het christendom, en dat hij in de Rebibbia-gevangenis zelfs complimenten had gekregen van de drie professoren in de commissie. Geen al te grote opgave voor de grootste filosoof van de Siciliaanse maffia, strateeg van de ‘zachte dissociatie’ (spijtoptant zijn zonder iemand te beschuldigen) die hij de toenmalige nationale antimaffia-aanklager Pierluigi Vigna beloofde. Hij was al sinds zijn actieve leven ten prooi aan een mystieke crisis, woonde in een hol waar hij een altaar had laten bouwen en kreeg terwijl hij werd gezocht bijna dagelijks bezoek van een monnik van de Orde van Ongeschoeide Karmelieten. 

    Aglieri had laten weten dat hij, als hij zichzelf ooit zou aangeven, niet naar de politie zou stappen maar naar de aartsbisschop van Palermo, Salvatore De Giorgi. Wat had hij, in de tijd dat hij voortvluchtig was, beter kunnen lezen dan het complete oeuvre van Edith Stein, de Duitse karmelietes en filosofe die in 1942 stierf in Auschwitz? Een maffiose intellectueel avant la lettre. 

    Net als die ander, als het tenminste waar is wat hem wordt toegeschreven, de beruchte, ongrijpbare Matteo Messina Denaro, hoofdrolspeler in een indrukwekkende correspondentie met Antonino Vaccarino, voormalig burgemeester van Castelvetrano en eigenaar van een bioscoop, die werd gearresteerd voor drugshandel. In opdracht van de geheime dienst schreef burgemeester Vaccarino onder het pseudoniem Suetonius brieven aan een mysterieuze ‘Alessio’, die niemand minder was dan Matteo. 

    Hij citeerde de Aeneis, bediscussieerde Toni Negri, beschouwde Bettino Craxi als ‘de beste politicus die Italië heeft gekend’. En hij haalde, vanuit zijn optiek niet te onpas, in elke brief de woorden aan van [de Braziliaanse schrijver] Jorge Amado: ‘Er is niets lagers dan rechtspraak die twee handen op één buik is met de politiek.’

    Het is een genuanceerde manier van denken die botst met de botheid van een Totò Riina, de primitiviteit van een Leoluca Bagarella en het groteske taalgebruik van Provenzano in zijn cryptische briefjes aan vrienden: ‘Sendi, kan jij me zeggen, jouw maat, die we in de lente ontmoet hebben, hij zal het wel weten, die groente, die we cichorei noemen, als hij kan vinden waar de aarde die cichorei draagt, kan hij dan wat zaadjes voor me bewaren, voor als het ontploft?’ Enzovoort.

    Doctorandus

    Die herontdekte berichten, en zijn manie – of wellicht was het noodzaak, om dreigende telefoontaps en andere afluistermethodes te omzeilen – om velletjes papier vol te kladden, kwamen Provenzano zelfs op een sneer van Riina te staan: ‘Mijn dorpsgenoot? Een beste man, al schrijft hij te veel.’

    Maar een mens verandert niet altijd door scholing. Zo is Cesare Lupo, maffioso uit Brancaccio en zwager van de bazen Giuseppe en Filippo Graviano, tijdens zijn opsluiting in Catanzaro afgestudeerd aan de Magna Graecia-universiteit met een scriptie over ‘Afpersing’. Hij wilde zijn diploma met champagne vieren, de gevangenis-directeur gaf hem een cola. Lupo was zo’n grote kenner van afpersing dat hij kort na zijn vrijlating opnieuw voor eenzelfde misdaad werd gearresteerd door agenten van de recherche van Palermo. 

    Dertig jaar na alle bloedbaden zijn ze allemaal ‘doctorandus’

    Dertig jaar na alle bloedbaden zijn ze allemaal ‘doctorandus’, de bazen van de cosa nostra. Wie weet, misschien hebben ze de oude Luciano Liggio tot voorbeeld genomen, de eerste maffiagevangene die een paar boeken in zijn cel had. Toen hij in de jaren zeventig werd gehoord door de parlementaire antimaffiacommissie, liet Liggio zich voorstaan op zijn kennis: ‘Ik heb van alles gelezen, over geschiedenis, filosofie, pedagogiek. De klassiekers. Ik heb Charles Dickens en Benedetto Croce gelezen.’ Om vervolgens, implicerend dat hij nooit een bekentenis zou ondertekenen, geheimzinnig te fluisteren: ‘Maar wie ik het meest bewonder is Socrates, iemand die nooit iets heeft geschreven, net als ik.’ 

    GettyImages 174303425
    Arrestatie van de crimineel Luciano Leggio in Milaan, 1974. © Adriano Alecchi / Mondadori / Getty
  • Italiaanse politie legt beslag op bezit van maffiabroers ter waarde van 800 miljoen euro

    Italiaanse politie legt beslag op bezit van maffiabroers ter waarde van 800 miljoen euro

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS hebben avocado-import uit Mexico stopgezet

    » Onderzoek: klimaatclaims van ExxonMobil, Chevron, Shell en BP zijn greenwashing

    Broers Perri goed voor 800 miljoen

    De Italiaanse autoriteiten hebben bij een antimaffiaoperatie beslag laten leggen op bezittingen van drie broers van de familie Perri in de stad Lamezia Terme in Calabrië ter waarde van 800 miljoen euro. Het betreft onder meer het grootste winkelcentrum van Zuid-Italië en ruim honderd winkels, waaronder negentien supermarkten, auto- en motorshowrooms; belangen in vierendertig bedrijven; een voetbal- en volleybalclub, bericht La Repubblica.

    Lees ook:

  • Paus verklaart antimaffiarechter zalig | China en Australië in conflict

    Paus verklaart antimaffiarechter zalig | China en Australië in conflict

    Tegenvaller voor Joe Biden

    Volgens het Amerikaanse ministerie van Arbeid kwamen er in april in de VS 266.000 banen bij en is het werkloosheidspercentage weer gestegen tot 6,1 procent. Dat is een behoorlijke tegenvaller voor het Witte Huis, want experts voorspelden ‘1 miljoen nieuwe banen en een werkloosheidspercentage van 5,8 procent’, volgens CNBC. ‘Veel economen hadden zelfs nog hogere cijfers verwacht, want de Amerikaanse economie vertoonde tekenen van sterk herstel.’

    Desondanks relativeert de Amerikaanse president Joe Biden deze tegenvaller. Hij verzekert dat de inspanningen van de Amerikanen ‘vruchten beginnen af te werpen’, schrijft The New York Times. ‘Maar de helling is steil en er is nog een lange weg te gaan. We komen uit een economische klap die ons 22 miljoen banen heeft gekost’, zo citeert de krant Biden.

    Ook minister van Financiën Janet Yellen benadrukt dat de weg naar herstel ‘lang’ zal zijn, en wijst erop dat de cijfers over één maand ‘niet als een duidelijke trend moeten worden geïnterpreteerd’, aldus CNN. Ze verzekert dat de Verenigde Staten al ‘opmerkelijke vooruitgang’ hebben geboekt en dat ‘volledige werkgelegenheid’ volgend jaar al zal worden bereikt.

    Lees ook:

    Joe Biden meent dat de cijfers van april het bewijs leveren van ‘het succes’ van de reddingsoperatie van 1,9 biljoen dollar, waartoe aan het begin van dit jaar werd besloten, ‘en van het enorme uitgavenvoorstel dat de afgelopen weken werd aangekondigd’, merkt Politico op. ‘Dit zijn vitale maatregelen’, vindt Biden.

    De Amerikaanse president wil ongeveer 4 biljoen dollar vrijmaken om banen te ontwikkelen en de Amerikaanse economie te transformeren, door onder meer investeringen in infrastructuur, een plan dat door de Republikeinen overigens ronduit wordt afgewezen.

    Volgens de conservatieven weerhoudt de hulp aan werklozen, die tot september 300 dollar per week krijgen, Amerikanen ervan om werk te zoeken

    Biden ‘gokt erop dat enorme overheidsuitgaven het land uit de economische en gezondheidsproblemen zal helpen en dat ze de politieke vooruitzichten voor de Democraten op weg naar de tussentijdse verkiezingen van volgend jaar zullen verbeteren’, is de analyse van AP. ‘Maar de tegenvallende werkgelegenheidscijfers zullen zijn tegenstanders versterken, en bij de Republikeinen de weerstand vergroten tegen het infrastructuurplan dat hij door het Congres probeert te krijgen.’

    In feite, zo schrijft de Financial Times, grijpen de Republikeinen nu hun kans om de tegenvallende cijfers van afgelopen week te presenteren als ‘bewijs dat het beleid van de president niet tot een snel herstel leidt, ondanks de snelle, wijdverbreide vaccinaties en hulp aan gezinnen.’ Volgens de conservatieven weerhoudt de hulp aan werklozen, die tot september 300 dollar per week krijgen, Amerikanen ervan om werk te zoeken.

    Dat wordt niet alleen door Joe Biden en Janet Yellen in twijfel getrokken, maar ook door The Washington Post. De Republikeinen zijn ‘tegen verhoging van het minimumloon, tegen ouderschapsverlof, tegen collectieve onderhandelingen, tegen de veiligheidswetten voor werknemers, tegen oplossingen voor kinderopvang, tegen universele ziektekostenverzekering’, aldus de krant, ‘maar vragen ze zich nog steeds af waarom werknemers niet op elke beschikbare baan duiken.’


    Paus verklaart antimaffiarechter zalig

    Afgelopen zondag heeft het Vaticaan voor het eerst in zijn geschiedenis een magistraat zaligverklaard. Het gaat om rechter Rosario Livatino, die in 1990 op 38-jarige leeftijd werd vermoord door Cosa Nostra. Na de moord op Livatino, op 21 september 1990 in de Siciliaanse stad Agrigento, duurde het maanden voordat onderzoekers de betekenis van de drie letters ‘STD’ hadden ontcijferd, die werden aangetroffen in zijn aantekeningen, in zijn dagboek en in andere bestanden, zo schrijft de Italiaanse krant La Stampa. Het bleek niet te gaan om de codenaam van een gangster of om een geheime boodschap, maar het betrof de initialen van de Latijnse uitdrukking ‘Sub Tutela Dei’, hetgeen zoveel betekent als ‘Onder Gods hoede’. Het is een uitdrukking die oorspronkelijk werd gebruikt door magistraten in de middeleeuwen voordat ze hun vonnis uitspraken. 

    ‘Je kunt niet in God geloven en tegelijk een gangster zijn’

    Rosario Livatino blijkt een bijzonder vroom man te zijn geweest en dat is een van de redenen waarom hij afgelopen zondag tijdens een mis in het Vaticaan als eerste rechter in de geschiedenis zalig werd verklaard. Paus Johannes Paulus II had na de aanslag in 1993 al de ouders van de vermoorde magistraat bezocht en hem een ‘martelaar voor gerechtigheid en indirect voor het geloof’ genoemd. De huidige paus Franciscus op zijn beurt schreef een voorwoord in een boek over Livatino, waarin hij spreekt over ‘de klaagzang van een rechtvaardige man die wist dat hij deze onrechtvaardige dood niet verdiende’. 

    Sinds zijn verkiezing heeft paus Franciscus zijn aanklachten tegen maffiose organisaties geïntensiveerd, ondanks hun vrijgevigheid jegens sommige kerken en parochies. ‘Je kunt niet in God geloven en tegelijk een gangster zijn’, zei hij in 2018 tijdens een bezoek aan Palermo om eer te bewijzen aan Giuseppe Puglisi, een priester die in 1993 werd vermoord door Cosa Nostra. Tien jaar later, in 2013, viel Puglisi een zaligverklaring ten deel.


    Australische generaal voorziet conflict met China

    Een van de hoogste militaire commandanten van Australië blijkt tegen zijn troepen te hebben gezegd dat Beijing al verwikkeld is in een ‘grijze’ oorlog met Australië en dat het hoog tijd is om stappen te zetten aangezien de kans groot is dat dit in de toekomst uitmondt in een daadwerkelijk conflict. De openhartige en vertrouwelijke briefing van generaal-majoor Adam Findlay vorig jaar aan de Australische soldaten van de speciale strijdkrachten biedt tot nu toe het meest gedetailleerde inzicht in de wijze waarop de belangrijkste militaire planners van het land de dreiging van China zien, schrijft The Sydney Morning Herald.

    De toenmalige commandant van de speciale troepen, die sindsdien is afgetreden maar die nog steeds de Australian Defence Force (ADF) adviseert, benadrukte dat het Australische leger stappen onderneemt om oorlog te voorkomen, maar sprak ook van een ‘grote waarschijnlijkheid’ dat er een daadwerkelijk conflict kan uitbreken vanwege de onvoorspelbare aard van de internationale politiek.

    ‘Wat is volgens u de belangrijkste regionale dreiging?’ vroeg Findlay zijn troepen, voordat hij zelf antwoordde: ‘China.’

    Details van de briefing van april 2020 zijn via meerdere bronnen die anoniem willen blijven in handen gekomen van The Age en The Sydney Morning Herald. Ze zeggen dat generaal Findlay zijn troepen vertelde dat, als er daadwerkelijk een conflict dreigt, de ADF niet alleen moet vertrouwen op traditionele lucht-, land- en zeemacht, maar ook in staat zal moeten zijn om cyber- en ruimteoorlogvoering te voeren.

    Hij benadrukte ook de noodzaak voor de ADF om zijn aanwezigheid te onderstrepen en ‘eerste viool’ te spelen in Zuidoost-Azië en de zuidwestelijke Stille Oceaan. Hij beschreef hoe het leger informatie heeft verkregen waaruit blijkt dat China probeert gebruik te maken van de Australische ‘afwezigheid’ in de regio. ‘We moeten ervoor zorgen dat we het momentum niet verliezen, dus keer terug naar de regio’, aldus Findlay, die ook wees op de nauwe banden tussen Australië en Indonesië.

    Escalerende retoriek

    Inmiddels is ook de taal van de Australische regering over China de afgelopen weken verhard. Zo liet minister van Defensie Peter Dutton weten dat een oorlog om Taiwan niet kan worden uitgesloten, dat Australië digitaal ‘al wordt aangevallen’ en dat hij een ‘meer openhartige discussie met het publiek’ wil over de intenties van China. Volgens Dutton is de eerste prioriteit van de Australische regering ‘voortgaande vrede in onze regio’, maar hij waarschuwt dat Australië prioriteit moet geven aan de verdediging van zijn wateren in het noorden en westen. Ook de invloedrijke ambtenaar Michael Pezzullo, secretaris van het ministerie van Binnenlandse Zaken, waarschuwt dat de ‘oorlogstrommels’ al slaan.

    Voormalig premier Kevin Rudd vindt echter dat escalerende retoriek op geen enkele wijze ’de nationale veiligheid dient’ en dat het risico bestaat dat de spanningen met Peking op deze manier verder worden aangewakkerd. Eerder deze maand schreef voormalig minister van Buitenlandse Zaken Bob Carr dat ‘de Australische diplomatie naar uitwegen moet zoeken om de nachtmerrie te vermijden’ van een oorlog om Taiwan.

  • Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Hulp aan mensensmokkelaars. Noodzaak of strafbaar feit?

    Een Italiaanse antimaffia-instantie coördineert de Italiaanse en Europese aanpak van smokkelaars die mensen vanuit Libië naar Europa proberen te krijgen. De aanpak lijkt succesvol en bedient de wensen van de publieke opinie, maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat het voornamelijk migranten zijn die worden opgepakt en veroordeeld. Smokkelbendes blijven grotendeels buiten schot.

    ‘Afana Dieudonne noemt zichzelf geen held, want hij heeft dingen gedaan waar hij niet trots op is. Zoals iedereen in zijn situatie zou doen om te overleven, zegt hij. Dieudonne reisde van Kameroen naar Tunesië per vliegtuig, vandaar met de auto en te voet door de woestijn naar Libië, en belandde vervolgens in een rubberboot op de Middellandse Zee.’ Zo beginnen Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino hun verhaal voor The Intercept. Het verhaal van Afana Dieudonne kenmerkt de huidige aanpak van het migrantendrama.

    Mensensmokkelaars in Libië die het onderduikadres beheerden waar Dieudonne verbleef, vroegen om zijn hulp. Hij sprak een beetje Engels en wilde geen problemen, dus hij hielp hen, beducht omdat ze vaak stoned waren en altijd gewapend. Soms vroegen ze hem voedsel en water onder de andere migranten te verdelen. Andere keren verklikte hij degenen die hun bevelen niet opvolgden. Soms dwongen de mensenhandelaars hem tot geweld tegen zijn lotgenoten. Zij of ik, redeneerde hij.

    Op 30 september 2014 duwden de smokkelaars Dieudonne en 91 anderen in een rubberboot de zee op. In de pikdonkere nacht zagen ze de lichten van de Libische kust uit het zicht verdwijnen. Na een dag op zee begon de overvolle rubberboot water te maken. De opvarenden werden gered door een schip van een hulporganisatie en overgebracht naar een schip van de Italiaanse kustwacht. Dieudonne werd eruit gepikt voor ondervraging.

    Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist

    De eerste vragen die hem werden gesteld waren kort en routineus: naam, leeftijd, nationaliteit. En toen veranderde de ondervraging van toon: de agenten wilden weten hoe de mensenhandel in Libië werkte, zodat ze de betrokkenen konden arresteren. Ze wilden weten wie de rubberboot had bestuurd en wie had genavigeerd.

    Hij vertelde alles en wees ook de ‘kapitein’ aan, tussen aanhalingstekens, want er was geen echte kapitein. De echte mensensmokkelaars blijven in Libië, aldus Dieudonne, en degenen die handelen als ‘de “kapiteins” doen dat niet uit vrije wil’.

    Het antimaffia-agentschap

    Om migratie in het centrale Middellandse Zeegebied aan te pakken waren de inspanningen van de Italiaanse regering en de Europese Unie jarenlang gefixeerd op de achterblijvers in Libië. Die worden afwisselend facilitators, smokkelaars, mensenhandelaars of militieleden genoemd. Ze voorzien in hun levensonderhoud door anderen te helpen op illegale wijze Europa binnen te komen. Ze krijgen betaald om een reis te organiseren die zo gevaarlijk is dat hij al tienduizenden levens heeft geëist.

    De Europese poging om deze smokkelnetwerken te ontmantelen wordt aangestuurd door een opmerkelijk instituut: de Direzione nazionale antimafia e antiterrorismo (DNAA): het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap. Deze kleine politie-afdeling uit Rome verwierf in de jaren negentig en begin 2000 aanzien door grote delen van de maffia in Sicilië en elders in Italië te ontmantelen.

    Uit niet eerder gepubliceerde interne documenten blijkt dat DNAA een belangrijke rol speelde bij het toezicht op de zuidelijke zeegrenzen van Europa, in nauwe samenwerking met het EU-grensagentschap Frontex en Europese militaire missies die voor de Libische kust opereren.

    Illegale migratie naar Europa kreeg dezelfde aanpak als de maffia

    Onder leiding van de ervaren maffiajager Franco Roberti ontwikkelde DNAA een strategie die uniek was, in ieder geval nieuw voor de instanties die de grenzen moeten bewaken. Illegale migratie naar Europa zou dezelfde aanpak als de maffia krijgen. Hierdoor kregen de Italiaanse en Europese politie, kustwacht en marine, die volgens het internationaal recht verplicht zijn om gestrande vluchtelingen op zee te redden, de mogelijkheid om op zijn minst een aantal arrestaties en veroordelingen te verrichten.

    Het idee was om laaggeplaatste handlangers te arresteren en hen met dwang en de belofte van strafvermindering ertoe te brengen hun opdrachtgevers prijs te geven. Zo zouden onderzoekers de mensen een stap hoger op de ladder kunnen identificeren, om uiteindelijk de smokkelbendes in Libië te ontmantelen. Bij elke boot die in Italië arriveerde, verrichtte de politie een handvol arrestaties. Iedereen die tijdens de overtocht een actieve rol had gespeeld, van het sturen tot het vasthouden van een kompas tot het uitdelen van water of het repareren van een lek, kon worden gearresteerd op grond van de nieuwe wettelijke richtlijnen die werden opgesteld door Roberti’s antimaffia-eenheid.

    Aanklachten varieerden van smokkel tot transnationale criminele samenzwering en zelfs moord, als opvarenden benedendeks waren gestikt of waren verdronken. Het aantal mensen dat sinds 2013 is gearresteerd wordt in de duizenden geschat.

    Voor de politie, aanklagers en betrokken politici waren deze arrestaties een belangrijk binnenlands politiek succes want de publieke opinie in Italië had zich tegen migratie gekeerd, en nu haalden politiefoto’s van vermeende smokkelaars regelmatig de voorpagina‘s.

    De meeste ‘succesvolle’ vervolgingen betroffen veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald

    The Intercept vroeg documenten op via de Italiaanse Wet openbaarheid van bestuur. Uit notulen van niet-openbare gesprekken tussen leidinggevenden blijkt dat de meeste ‘succesvolle’ vervolgingen alleen betrokkenen op laag niveau betroffen, veelal migranten die voor hun overtocht hadden betaald. Smokkelbazen zelf werden zelden veroordeeld. Uit de documenten blijkt dat veel rechtszaken zijn gebaseerd op overhaaste onderzoeken en ondervragingen waarbij sprake was van dwang.

    In de jaren die volgden ging DNAA tot het uiterste om de stroom van arrestaties voort te zetten. Volgens interne documenten coördineerde het bureau een reeks strafrechtelijke onderzoeken naar de civiele hulporganisaties die levens redden in de Middellandse Zee en ervan worden beschuldigd het werk van de politie te belemmeren. DNAA zag ook toe op pogingen om een nieuwe kustwacht in Libië op te richten en op te leiden, wetende dat sommige kustwachtofficieren samenwerken met de smokkelnetwerken die de Italiaanse en Europese diensten juist proberen te bestrijden.

    Sinds de oprichting heeft het antimaffia-agentschap ongekende onderzoeksinstrumenten gebruikt en fungeerde het als een brug tussen politici en de rechtbanken. De documenten onthullen tot in de kleinste details hoe het agentschap met Italiaanse en Europese functionarissen, gebruikmaakte van allerlei bevoegdheden om vermeende smokkelaars aan te pakken, terwijl ze wisten dat het in de meeste gevallen ging om wanhopige mensen die op de vlucht waren voor armoede en geweld en die beperkte middelen hadden om zichzelf in de rechtbank te verdedigen.

    Tragedie en kansen

    DNAA werd begin jaren negentig opgericht na een decennium van escalerend maffiageweld. Tegen die tijd waren honderden aanklagers, politici, journalisten en politieagenten neergeschoten, opgeblazen of ontvoerd, en nog veel meer werden afgeperst door georganiseerde misdaadfamilies die actief waren in Italië en ver daarbuiten.

    In Palermo, de Siciliaanse hoofdstad, was officier van justitie Giovanni Falcone een rijzende ster in de Italiaanse rechterlijke macht. Falcone had ongekend succes behaald met een aanpak van de georganiseerde misdaad die gebaseerd was op het volgen van geldstromen, het in beslag nemen van activa en het centraliseren van bewijsmateriaal dat door openbare aanklagers op het eiland was verzameld. Maar toen de maffia uitbreidde naar de rest van Europa, bleek Falcone‘s werk ontoereikend.

    In september 1990 reisde een maffiacommando vanuit Duitsland naar Sicilië om een 37-jarige rechter neer te schieten. Weken later, bij een politiecontrole in Napels, bleek dat de Siciliaanse chauffeur van de vrachtwagen vol wapens, explosieven en drugs, ingezetene van Duitsland was. Een maand na diens arrestatie reisde Falcone naar Duitsland om een infrastructuur voor informatie-uitwisseling met de autoriteiten op te zetten. Hij bracht een jongere collega uit Napels mee, Franco Roberti.

    Het was een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken

    ‘We stonden tegenover een ondoordringbare muur’, aldus een bittere Roberti, die drie decennia later met The Intercept sprak in Napels. Inmiddels 73 jaar oud en met de hese stem van een levenslange roker, beschrijft Roberti het Italiaanse maffiaprobleem in directe bewoordingen. Hij betreurt het gebrek aan internationale samenwerking dat volgens hem tot op de dag van vandaag voortduurt. ‘Ze beweerden dat ze geen onderzoek hoefden te doen,’ aldus Roberti, ‘omdat het aan ons was om Italiaanse maffiosi in Duitsland te traceren.’

    Toen de aanklagers met lege handen terugreisden naar Italië, vertelde Falcone hem dat we ‘een gecentraliseerd nationaal orgaan nodig hadden dat rechtstreeks met buitenlandse gerechtelijke autoriteiten kon spreken en onderzoeken in Italië kon coördineren’.

    ‘Zo ontstond het idee van het antimaffia-agentschap’, aldus Roberti. De twee begonnen met het opzetten van wat de eerste nationale antimaffiastrijdmacht van Italië zou worden.

    Destijds was er veel weerstand tegen het project. Critici voerden aan dat Falcone en Roberti ‘superaanklagers’ creëerden met buitensporige macht over de rechtbanken, terwijl ze ondertussen onderhevig waren aan politieke druk van de regering in Rome. Het was, zo luidde de kritiek, een huwelijk tussen politie, justitie, politieke belangen en zogenaamd apolitieke rechtbanken; handig om de maffia te veroordelen, maar gevaarlijk voor de Italiaanse democratie.

    Toch werd het project in januari 1992 goedgekeurd door het Italiaanse parlement. Maar Falcone zou er nooit leiding aan geven want enkele maanden later werd hij gedood door een maffiabom, samen met zijn vrouw en de drie agenten die hen begeleidden. Door die aanslag verstomde alle kritiek op het plan van Falcone.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen’

    DNAA werd een van de belangrijkste instellingen van Italië, als nationale autoriteit voor alles wat betrekking heeft op de georganiseerde misdaad en als de instantie die verantwoordelijk is voor het gedeeltelijk bevrijden van het land uit de eeuwenlange greep van de maffia. In de decennia na de dood van Falcone deed DNAA wat velen in Italië voor onmogelijk hielden, door grote delen van de vijf belangrijkste Italiaanse misdaadfamilies te ontmantelen en het aantal moorden door de maffia bijna te halveren.

    Maar tegen de tijd dat Roberti er de leiding kreeg in 2013, was het alweer jaren geleden dat de laatste spraakmakende maffiavervolging had plaatsgevonden. Tegelijkertijd kreeg Italië te maken met een ongekend aantal migranten dat per boot arriveerde. Zo kwam Roberti op het idee om DNAA te laten optreden tegen wat hij zag als een ander soort maffia. Hij richtte zijn blik op Libië.

    ‘We moesten beter gecoördineerd handelen om mensensmokkel te bestrijden en dus nodigde ik iedereen aan tafel met als belangrijkste doel om levens te redden, schepen in beslag te nemen en smokkelaars te pakken’, aldus Roberti. ‘En dat hebben we gedaan.’

    Gewelddadigheden

    Afana Dieudonne bereikte de Libische havenstad Zuara in augustus 2014. Hij hoefde alleen nog de Middellandse Zee over en hij zou in Europa zijn. De smokkelaars die hij voor die stap betaalde, namen hem al zijn bezittingen af en stopten hem in een verlaten gebouw dat diende als onderduikadres om zijn beurt af te wachten.

    Dieudonne vertelt zijn verhaal in een klein kantoor in Bari, de Italiaanse havenstad waar hij nu een coöperatie runt die nieuwkomers helpt toegang te krijgen tot lokaal onderwijs. Hij is vurig en charismatisch. Telkens als hij iets betoogt, tikt hij met zijn knokkels op tafel. Hij stond drong er bij The Intercept op aan dat ze zijn echte naam zouden publiceren. Anderen die de reis recenter maakten en in afwachting zijn van beslissingen over hun verblijfsvergunning of vluchtelingenstatus, waren minder bereid om openlijk te spreken.

    Dieudonne herinnert zich zijn onderduik in Zuara als een aaneenschakeling van gewelddadigheden. De smokkelaars kwamen één keer per dag met eten en vroegen dan wie hun bevelen niet hadden opgevolgd. De aanwezigen in het gebouw wisten dat ze niet snel zouden worden ontdekt door politie of rivaliserende smokkelaars, maar ze wisten ook dat ze niet vrij waren om te vertrekken.

    ‘Ten overstaan van ons allemaal zetten de smokkelaars een man in een koelkast om te laten zien hoe de volgende zou worden behandeld die zich zou misdragen‘, herinnert Dieudonne zich verontwaardigd. Hij was getuige van martelingen, schietpartijen en verkrachtingen. ‘De eerste keer dat je het ziet, doet het je pijn. De tweede keer doet het je minder pijn. De derde keer’, zegt hij schouderophalend, ‘wordt het normaal. Het is de enige manier om te overleven.’

    ‘Daarom moet ik erom lachen dat mensen die een boot bestuurden worden aangehouden en dan als mensensmokkelaar worden behandeld’, zei Dieudonne. Migranten die naar Italië reisden, meldden dat ze onder bedreiging van een vuurwapen hebben moeten sturen. ‘Dat doe je alleen om niet ter plekke te sterven.’

    Mare Nostrum

    Twee jaar na de val van de regering van Moammar Qadhafi was een groot deel van de noordwestkust van Libië veranderd in een pleisterplaats voor smokkelaars die overtochten naar Europa organiseerden in grote houten vissersboten. Die overvolle schepen, ondermaats bestuurd door amateurs, kapseisden onvermijdelijk, met honderden doden als resultaat. In oktober 2013 eisten twee schipbreuken voor de kust van het Italiaanse eiland Lampedusa meer dan vierhonderd levens, wat tot publieke verontwaardiging leidde in heel Europa. Als reactie hierop lanceerde de Italiaanse staat twee plannen, het ene openbaar en het andere privé.

    ‘Het was een grote schok toen de tragedie bij Lampedusa plaatsvond’, herinnert de Italiaanse senator Emma Bonino zich, destijds de Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken. De premier ‘belegde een spoedvergadering en we besloten om onmiddellijk met een reddingsprogramma te beginnen’, zei Bonino. ‘Iemand wilde het programma “veilige zeeën” noemen, maar ik zei nee, niet veilig, want er zullen zeker nog andere tragedies volgen. Laten we het Mare Nostrum noemen.’

    Mare Nostrum, ‘onze zee‘ in het Latijn, werd de naam voor een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die een jaar duurde en die meer dan 150.000 mensen redde. De operatie bracht Italiaanse schepen, vliegtuigen en onderzeeërs dichter dan ooit bij de Libische kust. Franco Roberti, net twee maanden hoofd van DNAA, zag mogelijkheden om het juridische bereik van het land uit te breiden en een dodelijke slag toe te brengen aan smokkelbendes in Libië.

    Vijf dagen na de start van Mare Nostrum lanceerde Roberti zijn plan: een reeks coördinatievergaderingen tussen de hoogste echelons van de Italiaanse politie, marine, kustwacht en justitie. Onder leiding van Roberti zouden deze bijeenkomsten vier jaar duren en uiteindelijk vertegenwoordigers van Frontex, Europol, een militaire operatie van de EU en zelfs Libië omvatten.

    Iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, moest als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd

    De notulen van vijf van deze bijeenkomsten, die door Roberti werden gepresenteerd aan een commissie van het Italiaanse parlement en die in handen zijn van The Intercept, bieden een ongekend kijkje achter de schermen van de gebeurtenissen aan de zuidelijke grenzen van Europa sinds het drama van Lampedusa.

    Tijdens de eerste bijeenkomst, gehouden in oktober 2013, vertelde Roberti de deelnemers dat de antimaffiabureaus in de Siciliaanse stad Catanië een innovatieve manier hadden ontwikkeld om migrantensmokkel aan te pakken. Door Libische smokkelaars aan te pakken zoals ze de Italiaanse maffia hadden aangepakt, konden aanklagers jurisdictie claimen over internationale wateren tot ver buiten de Italiaanse grenzen. Dat, aldus Roberti, betekende dat ze legaal aan boord konden gaan van schepen op volle zee om ze te onderzoeken en er beslag op te leggen en dat gevonden bewijsmateriaal in de rechtbank kon worden gebruikt.

    De Italiaanse autoriteiten weten al sinds lange tijd dat ze volgens de internationale maritieme wetgeving verplicht zijn om mensen die Libië ontvluchten op overvolle boten te redden en in veiligheid te brengen. Toen het aantal mensen dat de oversteek probeerde te maken steeg, raakten veel Italiaanse officieren van justitie en kustwachters ervan overtuigd dat smokkelaars op deze reddingsacties vertrouwden om hun bedrijfsmodel te laten werken. Daarom luidde de antimaffiaredenering: iedereen die als bemanningslid optreedt of een noodoproep doet op een boot met migranten, moet als medeplichtige aan mensensmokkel worden beschouwd en onderworpen worden aan de Italiaanse jurisdictie.

    Europese leiders zochten koortsachtig naar een oplossing voor wat zij zagen als een dreigende migratiecrisis. Italiaanse functionarissen dachten dat ze het antwoord hadden en rechtvaardigden hun beslissingen publiekelijk om toekomstige verdrinkingen te voorkomen.

    Maar volgens de notulen van de antimaffiavergadering in 2013 was deze nieuwe strategie zeker een week ouder dan de schipbreuken bij Lampedusa. Siciliaanse aanklagers hadden het plan al opgesteld om de migratie over de Middellandse Zee aan te pakken, maar misten de instrumenten en de publieke steun om het in daden om te zetten. Na de tragedie van Lampedusa en de oprichting van Mare Nostrum, hadden ze plotseling allebei.

    Scafisti

    Dieudonne en 91 anderen werden gered in de internationale wateren voor de kust van Libië door een Europese ngo genaamd MOAS (Migrant Offshore Aid Station). Ze brachten twee dagen door aan boord van het schip van MOAS voordat ze werden overgebracht naar een schip van de Italiaans kustwacht, de Nave Dattilo, om naar Europa te worden gebracht.

    Aan boord van de Dattilo vroegen kustwachters aan Dieudonne waarom hij Kameroen had verlaten. Ze lieten hem een foto zien van de rubberboot die vanuit de lucht was genomen. ‘Ze vroegen me wie er stuurde, wie welke rol had en zo’, zegt hij. ‘Toen vroegen ze me of ik kon vertellen hoe mensenhandel in Libië werkt, dan zouden ze me verblijfsdocumenten geven.’

    Aanvankelijk wilde hij niet niet graag meewerken. Hij wilde geen lotgenoten beschuldigen, maar was ook bang dat hij verdachte zou kunnen worden. Per slot van rekening had hij de stuurman een paar keer geholpen tijdens de reis. ‘Ik dacht dat ze me pijn zouden doen als ik niet meewerkte‘, zegt hij. ‘Niet zozeer lichamelijk, maar ze zouden me als oneerlijk kunnen beschouwen, als iemand die deel uitmaakt van de mensenhandel.’

    Dieudonne kan niet begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika

    Tot op de dag van vandaag zegt hij dat hij niet kan begrijpen waarom Italië mensen zou straffen die zijn gevlucht voor armoede en politiek geweld in West-Afrika. Hij somt gebeurtenissen van alleen al het afgelopen jaar op: dienstplicht, hongersnood, corruptie, gewapende milities, aanvallen op scholen. ‘En je probeert dan iemand te veroordelen omdat hij erin is geslaagd daaraan te ontkomen?’

    Het kustwachtschip legde aan in Vibo Valentia, een stad in Calabrië. Tijdens het ontschepen vertelde een plaatselijke politieagent aan een journalist dat ze vijf mensen hadden gearresteerd. De journalist vroeg hoe de politie de verdachte had geïdentificeerd. ‘Er is veel gedaan door de kustwacht’, antwoordde de agent. ‘De migranten zijn twee dagen geleden opgepikt en de vermeende smokkelaars zijn bekend. En we hebben getuigenverklaringen en video’s.’

    Gevallen als deze, waarbij arrestaties worden verricht op basis van foto- of videobewijs en verklaringen van getuigen zoals Dieudonne, komen vaak voor, aldus Gigi Modica, een rechter in Sicilië die veel immigratie- en asielzaken heeft gedaan. ‘Het is meestal hetzelfde verhaal. Ze pakken drie of vier mensen op, niet meer. Ze stellen hen twee vragen: wie bestuurde de boot en wie hield het kompas vast’, aldus Modica. ‘Dat is alles. Zo krijgen ze namen en de rest maakt ze niets uit.’

    Als een van de eerste rechters in Italië sprak Modica mensen vrij die beschuldigd waren van het besturen van rubberboten, in het Italiaans bekend als scafisti, op grond van het feit dat ze daartoe gedwongen werden. Dergelijke ‘noodtoestand’-uitspraken komen sindsdien steeds vaker voor. Modica noemt de onregelmatigheden op die hij in soortgelijke gevallen heeft gezien: systemisch racisme, getuigenverklaringen waarvan migranten later zeiden dat ze die niet hadden afgelegd, ondervragingen zonder aanwezigheid van een vertaler of advocaat, en in sommige gevallen aanmoediging door de politie om afstand te doen van het recht om asiel aan te vragen.

    ‘Heel vaak zijn deze vermeende scafisti gewone mensen die door smokkelaars in Libië gedwongen werden een boot te besturen’, aldus Modica.

    Getuigen worden enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk

    Documenten van meer dan een dozijn processen die door The Intercept zijn ingezien, laten zien dat vervolgingen grotendeels zijn gebaseerd op getuigenissen van migranten aan wie een verblijfsvergunning is beloofd in ruil voor medewerking. Getuigen worden al enkele uren na hun redding op zee door de politie verhoord, terwijl ze vaak nog in shock zijn van het overleven van een schipbreuk.

    In veel gevallen worden identieke verklaringen, inclusief typefouten, toegeschreven aan verschillende getuigen en gekopieerd en geplakt in verschillende politierapporten. Sommige van deze rapporten zorgden voor decennialange straffen. In andere gevallen weerspraken of ontkenden getuigen de verklaringen van de politie tijdens een kruisverhoor in de rechtbank.

    De Italiaanse kustwacht besloot in sommige gevallen redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van schepen om arrestaties uit te voeren

    Al in 2015 bespraken de aanwezigen op de antimaffiabijeenkomsten het probleem van dergelijke vervolgingen. Tijdens een bijeenkomst in februari erkende Giovanni Salvi, toen de officier van justitie van Catanië, dat migrantenboten vaak in internationale wateren werden achtergelaten door smokkelaars. Toch zette de Italiaanse politie vaart achter vervolging van degenen die aan boord waren achtergebleven.

    Deze vervolgingen werden zo belangrijk geacht dat de Italiaanse kustwacht in sommige gevallen besloot redding uit te stellen van boten die in nood verkeerden, in afwachting van de ‘de komst van institutionele schepen die arrestaties kunnen uitvoeren’, zo vertelde een kustwachtcommandant tijdens de bijeenkomst.

    Gevraagd naar de opmerkingen van de commandant, ontkende de Italiaanse kustwacht ‘ooit’ een reddingsoperatie te hebben vertraagd. Het uitstellen van redding om welke reden dan ook is in strijd met het internationale en Italiaanse recht en zou volgens verschillende mensenrechtenadvocaten in Europa aanleiding kunnen zijn voor strafrechtelijke aansprakelijkheid.

    Lees hier deel 2 van dit artikel.

  • Moeten fresco’s weg van de Italiaanse muren? | Ernstige crisis voor Bolsonaro

    Moeten fresco’s weg van de Italiaanse muren? | Ernstige crisis voor Bolsonaro

    Leger, marine en luchtmacht keren zich tegen Bolsonaro

    De commandanten van het leger, de marine en de luchtmacht traden op dinsdag 30 maart af vanwege een conflict met de Braziliaanse president, die de dag ervoor de minister van Defensie had ontslagen. Volgens Folha de S. Paulo is de crisis tussen de Braziliaanse uitvoerende macht en het leger de ergste sinds 1977, toen minister van Defensie Sylvio Frota werd ontslagen te midden van een militaire dictatuur. De gerenommeerde Braziliaanse krant spreekt van ‘een primeur’.

    Volgens het dagblad was het onbehagen over het onverwachte ontslag van Azevedo ‘te groot’. Deze laatste en zijn bondgenoten zijn van mening dat Bolsonaro ‘een rode lijn heeft overschreden’ door in het bijzonder voor te stellen een ‘staat van verdediging’ uit te roepen om te voorkomen dat in het hele land lockdowns worden afgekondigd.

    ‘Mijn leger’ zal dergelijke maatregelen niet toestaan, verklaarde de Braziliaanse president publiekelijk. Volgens Folha de S. Paulo is het verzet tegen de lockdowns waartoe de gouverneurs van de Braziliaanse staten besloten hebben om de verspreiding van het coronavirus te beteugelen, een ‘obsessie’ geworden voor de president, die de vaccinatiecampagne al tegen zijn wil heeft moeten omarmen.

    Lees ook:

    De beperkende maatregelen roepen nog meer weerstand op dan de oproep tot vaccinatie, en Bolsonaro vreest dat ze zijn herverkiezing in 2022 ‘nog moeilijker’ zullen maken, concludeert het dagblad.

    Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19

    Ondertussen is de toestand in ziekenhuizen vanwege de agressievere Braziliaanse P.1-variant penibel, meldt Wall Street Journal, die een videoreportage op de intensive care in de staat Rio Grande do Sul maakte. ‘Volgens gezondheidswerkers neemt het sterftecijfer toe en verslechtert de toestand van patiënten die de P.1-variant dragen zeer snel.’ 

    Volgens intensivecaremedewerkers is deze nieuwe golf van covid-19-gevallen het gevolg van een versoepeling van de maatregelen. Veel Brazilianen trotseren de maatregelen, legt de Wall Street Journal uit, daarin aangemoedigd door ‘een president die het virus blijft bagataliseren’. Bolsonaro roept de Braziliaanse bevolking op om te stoppen met ‘zeuren’ over covid-19.


    Beladen controverse in Napels

    Veel muren in de stad aan de voet van de Vesuvius worden gesierd door tekeningen ter ere van overledenen. ‘Het vieren van overleden dierbaren met portretten of kleine altaren op straat is een traditie die verband houdt met een zekere archaïsche religiositeit’, legt La Stampa uit. 

    ‘Maar steeds vaker zijn de gezichten op de muren van de stad die van de doden die verband houden met de georganiseerde misdaad; jonge jongens die stierven als gevolg van illegale acties. (…) Emanuele Errico, Luigi Caiafa, Emanuele Sibillo, Ugo Russo en vele anderen. Ze hadden allemaal problemen met de wet, ze hadden allemaal recht op hun fresco, maar dat recht wordt nu bedreigd.’ Sommige portretten zijn al gewist.

    Lees ook:

    In het centrumlinkse dagblad La Repubblica neemt een Napolitaanse advocaat de pen op (en hij is niet de enige) om de symbolische waarde van de ‘kunstwerken’ te verdedigen. ‘We zijn het er allemaal over eens dat de dood van tieners in het stadscentrum een ​​tragedie is, maar om deze reden moeten we de dingen niet vereenvoudigen. De staat tegenover zijn vijanden plaatsen is zwart-wit. Een vijftienjarige jongen die wordt vermoord, is nog steeds een slachtoffer, en je kunt zijn dood niet bezweren door de verantwoordelijkheid bij hem zelf te plaatsen en te zeggen: ‘Hij heeft erom gevraagd.’”

    Het verwijderen van het fresco van Ugo Russo (hieronder) is voorlopig opgeschort door de rechtbanken, maar de druk van de bewoners is vaak niet voldoende om de regering te dwingen terug te treden. Als vergelding werd bijvoorbeeld het portret van een Napolitaanse zanger beklad met een ‘verhulde bedreiging’, schrijft Corriere della Sera: ‘De doden moeten worden gerespecteerd, niet gewist.’ Belangrijk detail: dit fresco is gemaakt in samenwerking met het stadhuis van Napels, merkt het Milanese dagblad op.

    Corriere zet het dilemma helder uiteen: ‘Enerzijds kunnen we de wens om de symbolen van een levensstijl die is gebaseerd op het negeren van regels en wettigheid, uit te wissen, niet betwisten, maar we kunnen ook erkennen dat een verflaag niet voldoende is om het probleem op te lossen, waarvan deze fresco’s slechts het gevolg zijn.

    Gaan we getuige zijn van een slepende oorlog tussen twee teams, totdat een van de twee het terugvechten beu wordt? Het probleem is dat het om veel muren gaat, aangezien veel jonge mensen leven van (en sterven door) criminele handelingen. Een leger van schilders zou niet genoeg zijn om al deze gezichten van de muren van Napels en uit van ons geweten te roeien.’

    Lees ook:

    Het belangrijkste dagblad van de stad, Il Mattino, deelt deze mening niet. Het is verheugd met de beslissing die ‘gemakkelijke compromissen vermijdt en geen consessies doet op het gebied van legaliteit’. 

    Om haar standpunt te illustreren, gebruikt de Napolitaanse krant geen grote woorden, maar haalt ze een voorbeeld aan dat het belang moet illustreren van het terugwinnen van het stedelijk grondgebied voor de bevolking zelf: ‘Denk aan het fresco van Luigi Caiafa. Hoeveel ouders moesten hier elke ochtend langs lopen en liegen tegen hun kinderen die hen vragen wie deze persoon was? Dat gezicht werd vereeuwigd vlak voor hun huis.’

    Lees ook:


    Amazon-medewerkers krijgen mogelijk een eerste vakbond

    Dinsdag begon de telling van de stemmen die zullen bepalen of werknemers in Bessemer, Alabama, de allereerste vakbond zullen vormen binnen een Amazon-magazijn in de VS, meldt ABC News.

    Het initiatief voor een vakbond bij een van de grootste werkgevers in de natie heeft de aandacht getrokken van wetgevers en beleidsmakers, aangezien velen de stemming beschouwen als een keerpunt in de georganiseerde arbeidersbeweging, die de afgelopen decennia in de VS wegkwijnde.

    De vakbondsformatie in Alabama zou bovendien een ‘precedent’ kunnen scheppen en andere Amazon-arbeiders in het hele land kunnen inspireren om dit voorbeeld te volgen.

    Als het doorgaat, zullen de magazijnmedewerkers worden vertegenwoordigd door de Retail, Wholesale and Department Store Union (RWDSU). ‘Deze campagne is in veel opzichten al een overwinning geweest’, zegt RWDSU-voorzitter Stuart Appelbaum in een verklaring. ‘Ook al weten we niet hoe de stemming zal verlopen, we denken dat we de deur hebben geopend voor meer organisatie in het hele land; en we hebben laten zien hoe ver werkgevers zullen gaan om tegen te gaan dat hun werknemers een ​​vakbondsstem krijgen. Deze campagne is het belangrijkste voorbeeld geworden van waarom in dit land hervorming van het arbeidsrecht nodig is.’

    Lees ook:

    Vorige week bezocht senator Bernie Sanders Alabama om enkele van de arbeiders te ontmoeten die betrokken waren bij de vakbondsinspanningen. ‘Waar ik benieuwd naar ben is waarom de rijkste man ter wereld, Jeff Bezos, miljoenen uitgeeft om te voorkomen dat arbeiders een vakbond oprichten, zodat ze kunnen onderhandelen over betere lonen, secundaire arbeidsvoorwaarden en contracten’, tweette Sanders voorafgaand aan zijn bezoek, geciteerd door CNN.

    Zijn tweet wekte woede van Amazon-directeur Dave Clark, die op Sanders’ tweet reageerde door op te merken dat het minimumloon van Vermont [waarvan Sanders senator is] $11,75 per uur bedraagt in vergelijking met Amazons $15. ‘De senator mag zijn onzinnige interpretaties bewaren tot hij zijn achtertuin op orde heeft’, aldus Clark.

    Aan de andere kant van het spectrum heeft ook de Republikeinse senator Marco Rubio publiekelijk zijn steun voor de vakbond uitgesproken in een opiniestuk dat eerder deze maand door USA Today werd gepubliceerd.

    Op de dag dat er voor de vakbond werd gestemd, bracht president Joe Biden een video op Twitter uit waarin hij zijn steun uitsprak voor de vakbonden en arbeiders aanmoedigde om ‘je stem te laten horen’.

    ‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek’

    In reactie op een verzoek om commentaar meldde Amazon dinsdag aan ABC News dat ‘het RWDSU-lidmaatschap met 25 procent is gedaald tijdens de ambtsperiode van Stuart Appelbaum, maar dat is nog geen rechtvaardiging voor de heer Appelbaum om de feiten verkeerd voor te stellen’.

    Het bedrijf vervolgt: ‘Onze werknemers kennen de waarheid – een startloon van $15 of hoger, ziektekostenverzekering vanaf dag één en een veilige en inclusieve werkplek. We moedigden al onze werknemers aan om te stemmen, en hun stem zal in de komende dagen worden gehoord.’

  • Chinezen kopen massaal ‘Patriottische producten’| Afvalmaffiosi gearresteerd

    Chinezen kopen massaal ‘Patriottische producten’| Afvalmaffiosi gearresteerd

    Puerto Rico krijgt herstelgeld

    De regering van Puerto Rico heeft deze week 912 miljoen dollar toegezegd gekregen van de Amerikaanse overheid, schrijft ABC News. Dat bedrag is bedoeld voor verbetering van de onderwijssituatie op het eiland. Puerto Rico worstelt nog steeds met herstel na de orkanen Irma en Maria in 2017 en een reeks aardbevingen eind 2019 die tientallen scholen verwoestten of beschadigden. 


    Fraude in Moldavië

    Op verzoek van justitie heeft het parlement van Moldavië deze week de immuniteit van twee parlementsleden opgeheven. Een van hen is Petru Jardan, plaatsvervangend leider van de Shor-partij. De ander, Denis Ulanov, behoort tot dezelfde partij die is vernoemd naar de voortvluchtige oligarch Ilan Shor, meldt Balkan Insight. Shor zou het meesterbrein zijn achter de verduistering van zeker een miljard dollar uit het Moldavische banksysteem via een reeks schimmige transacties tussen 2012 en 2014. Door de diefstal ging Moldavië bijna failliet.

    De twee partijgenoten van Shor, die nu dus hun parlementaire onschendbaarheid kwijt zijn, worden eveneens verdacht van frauduleus handelen. Ulanov zou hand- en spandiensten hebben verleend tijdens het Moldavische bankschandaal en Jardan wordt verdacht van fraude in verband met de verlening van een concessie voor de internationale luchthaven van Chisinau in 2013. De regering droeg in dat jaar het beheer van de luchthaven voor 49 jaar over aan Avia Invest, een bedrijf dat Ilan Shor amper een maand voor de concessieverlening oprichtte.


    Ieren kweken eigen voedsel

    Bibliotheken in Ierland helpen mee om mensen te leren hun eigen voedsel te verbouwen. De stap is onderdeel van een nieuw initiatief om gezond eten aan te moedigen, schrijft RTÉ uit Dublin. De campagne, waarin de organisaties Healthy Ireland en Libraries Ireland samenwerken en die ‘Grow It Yourself’ (Kweek het Zelf) is genoemd, stelt 50.000 voedselkweeksets gratis beschikbaar. Met elk pakket kunnen rode bieten, wortelen, sla, erwten en tomaten worden geteeld en handleidingen voor het kweken ervan worden bijgeleverd. In het pakket zitten ook ansichtkaarten en cadeaukaartjes voor het geval mensen pakketten willen delen.

    Deelnemers krijgen e-mails en filmpjes met tips en suggesties om het initiatief verder te verspreiden. De organisatoren hopen dat zo’n half miljoen mensen zullen profiteren van het zelf kweken. De tijd is er rijp voor volgens Michael Kell, de oprichter van Grow it Yourself, want door de pandemie is al een recordaantal mensen bezig met het verbouwen van eigen voedsel. 


    Afvalmaffiosi gearresteerd

    De Guardia di Finanza, de financiële opsporingsdienst van Italië, heeft beslag laten leggen op goederen met een waarde van zo’n 10 miljoen euro. Het betreft volgens een opsomming van Nepalese dagblad Il Mattino 44 commerciële panden en woonhuizen, 13 hectare grond en 900.000 euro op lopende rekeningen in bezit van de broers Antonio, Nicola en Salvatore Vassallo, afvalondernemers in Caserta, ten noorden van Napels. In eerste aanleg zijn de drie broers veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor het veroorzaken van ernstige milieuschade middels de ‘maffia-methode’, lees: het dumpen van gevaarlijk afval op illegale stortplaatsen. Ze deden dit in opdracht van de Casalesi-clan, een machtig onderdeel van de Camorra. 

    De drie gearresteerden zijn broers van Gaetano Vassallo, ooit een van de belangrijkste organisatoren van het verhandelen en illegaal lozen van giftig afval, leidend tot ernstige bodemverontreiniging en vergiftiging van het water in de omgeving van Napels. Gaetano Vassallo is inmiddels spijtoptant en werkt samen met de Italiaanse justitie.


    Zomers van zes maanden

    Als de opwarming van de aarde in het huidige tempo doorgaat duren de zomers op het noordelijk halfrond in 2100 bijna zes maanden, zo blijkt uit een studie die is gepubliceerd in het tijdschrift Geophysical Research Letters, weergegeven door NBC News. ‘Dit is de biologische klok voor elk levend wezen’, aldus de hoofdauteur van de studie, Yuping Guan van de Chinese Academie voor Wetenschappen. ‘Men spreekt over een temperatuurstijging van 2 of 3 graden, maar verandering van de seizoenen is veel makkelijker voor te stellen.’ 

    Guan en zijn collega’s onderzochten de dagelijkse klimaatgegevens van 1952 tot 2011 en ontdekten dat de zomers in die periode groeiden van gemiddeld 78 tot 95 dagen. De lengte van de winters kromp van 76 naar 73 dagen, de lenteseizoenen van 124 naar 115 dagen en de herfst van 87 naar 82 dagen. De veranderingen kunnen ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid, de landbouw en het milieu, waarschuwt Guan.


    Patriottische producten

    De hevige woordenwisseling die plaatsvond tussen Amerikaanse en Chinese topfunctionarissen tijdens de Alaska-top van vorige week heeft in China geleid tot de massale verkoop van T-shirts, hoodies, mokken, paraplu’s, tasjes, aanstekers, telefoonhoesjes en broeken met daarop patriottische teksten, schrijft AsiaOne.

    Vooral twee citaten van Yang Jiechi, chef buitenlands beleid van China, blijken populair te zijn: ‘De VS zijn niet gerechtigd tot een neerbuigende toon tegen China. Chinezen accepteren dat niet.’ En: ‘Bemoei je niet met de interne politiek van China.’ Kopers zeggen tot aanschaf van de ‘patriottische producten’ te zijn overgegaan vanwege de ‘onbeleefde en onredelijke houding’ van de VS.


    Lerarenstaking in Marokko

    Deze week zijn leraren met een tijdelijk contract in Marokko drie dagen in staking gegaan uit protest tegen de manier waarop veiligheidstroepen optraden tegen collega’s die een week eerder demonstreerden in Rabat. Daarbij werden verschillende betogers gearresteerd, schrijft Middle East Monitor. Op sociale media worden video’s van het hardhandige optreden verspreid. De Marokkaanse autoriteiten verdedigen het optreden omdat de demonstratie was verboden. 

    ‘Nieuwe aanvallen zullen het protest de komende dagen verder doen escaleren’, liet de nationale organisatie van tijdelijke leerkrachten weten. De leraren strijden al jaren voor vaste contracten binnen het Marokkaanse onderwijssysteem. Marokko telt naar schatting zo’n 100.000 leerkrachten met een tijdelijk contract.

  • ‘Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt’

    ‘Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt’

    De Mexicaanse socioloog Karina García Reyes interviewde 33 voormalige narco’s om de logica van hun wereldbeeld te kunnen begrijpen. Hiermee wil zijn een nieuw perspectief belichten: dat van de daders. ‘We moeten erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij.’

    Keuze uit ons archief

    Dat verdeeldheid onder neoliberalisme toeneemt, zien we overal gebeuren – nu ook in de politiek. Reyes legde dit gegeven vast in een studie. Ze kreeg de kans te ontsnappen uit een uitzichtloos gebied in Mexico, en besloot te onderzoeken wat ze overal om zich heen had gezien. De drugsbendeleden die ze interviewden zien zichzelf als de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan. Ze hebben de individualistische ethiek waarvan de hele (Mexicaanse) samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme doortrokken is, geïnternaliseerd.

    Dit artikel verscheen eerder in #174, februari 2020.

    Ik kom uit het noorden van Mexico, een gebied dat het zwaarst te lijden heeft van het geweld in de war on drugs. De periode van 2008 tot en met 2012 was de meest onzekere en gewelddadige in de geschiedenis van mijn stad. In het begin waren de confrontaties tussen het leger en de drugskartels, waarbij met scherp werd geschoten, sporadisch, maar algauw werden ze frequent, overal in de stad en op klaarlichte dag.

    Ikzelf maakte een keer een vuurgevecht mee op het deel van de universitaire campus waar ik college gaf. We moesten de deuren sluiten en de veiligheidsmaatregelen in acht nemen die voor dit soort situaties golden. En al mijn vrienden en familieleden hebben wel iets dergelijks meegemaakt, sommigen zagen het gebeuren vanuit hun auto en anderen vanuit huis.

    Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld

    Tegelijk met het toenemende geweld begon het kartel Los Zetas de plaatselijke middenstand af te persen. Als de kleine ondernemers geen ‘stageld’ – de eufemistische term voor beschermgeld – betaalden, kregen ze met geweld te maken of werden leden van hun familie ontvoerd.

    Geleidelijk aan sloten alle kleine ondernemers hun deuren en groeide de paranoia onder de bevolking vanwege de berichten die de narco’s op sociale media plaatsten. ‘Ga vanavond de deur niet uit, want er wordt geschoten.’ Soms werden die dreigementen nog waargemaakt ook.

    In die omstandigheden besloot ik naar het buitenland te gaan om te promoveren. Ik wilde in die onzekere toestand niet verder studeren en ging daarom naar Engeland. Hier ontstond mijn belangstelling voor de wetenschappelijke studie van het drugsgeweld. Dankzij de goede raad van een van mijn professoren was ik in staat om door middel van een proefschrift mijn frustratie uit te leven over de veiligheidspolitiek van Felipe Calderón, die van 2006 tot 2012 president van Mexico was. Ik ben zeven jaar met dit onderwerp bezig geweest.

    Screen Shot 2021 03 19 at 8.47.40 AM

    In mijn proefschrift onderzoek ik het drugsgeweld aan de hand van persoonlijke geschiedenissen. Tussen oktober 2014 en januari 2015 interviewde ik 33 mannen uit de wereld van de drugscriminaliteit. We spraken over hun kindertijd en hun puberteit, over alcohol- en drugsverslaving, vandalisme en hoe ze in de criminaliteit terecht waren gekomen en welke rol ze daarin vervulden. Om begrip te krijgen van de invloed die hun persoonlijke ervaringen hadden op hun intrede in de drugswereld, onderwierp ik hun verhalen aan een discursieve analyse.

    Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt

    De geïnterviewden hebben op twee manieren bijgedragen aan het karakter van mijn studie. In de eerste plaats methodologisch, omdat directe interviews met drugscriminelen iets totaal nieuws zijn in de academische wereld. Er is tot nog toe geen enkele studie verricht waarvoor meer dan dertig interviews met ex-drugscriminelen werden gebruikt. Ook opent mijn studie voor de academische wereld een nieuw perspectief, namelijk dat van de daders, dat tot nog toe zowel door onderzoekers als door bestuurders en politici werd genegeerd.

    In deze zin werpt de analyse van hun persoonlijke verhalen licht op de mogelijke oorzaken van hun intrede in de drugswereld en verklaart deze de logica van hun wereldbeeld. Dat te begrijpen is cruciaal, niet alleen voor de benadering van zo’n complex fenomeen, maar ook voor het bepalen van beleid om de veiligheid te waarborgen. Tot nog toe werden die maatregelen alleen genomen vanuit de logica van hen die de maatregelen nemen. Geen wonder dus dat ze faliekant mislukten.

    Slachtoffers noch monsters

    Om te beginnen moeten we erkennen dat drugscriminelen onderdeel zijn van onze maatschappij. Ze zijn onderhevig aan dezelfde normen en waarden en tradities als wij allemaal. Een van de voornaamste problemen in Mexico is dat de overheid ze systematisch discrimineert door het binaire discours van de Verenigde Staten over te nemen: ‘zij’ versus ‘wij’, ‘goed’ versus ‘kwaad’. Behalve dat dit discours een absurde oversimplificatie is, verdoezelt het de rijkgeschakeerde oorzaken van het geweld.

    Een analyse van de persoonlijke geschiedenissen van de ex-narco’s doet die schakeringen juist scherp uitkomen. De geïnterviewden zien zichzelf noch als slachtoffers, noch als monsters. Ze rechtvaardigen allemaal hun intrede in de drugswereld als hun ‘enige optie’ om te overleven, een motivatie die door veel wetenschappelijke studies wordt bevestigd. Maar hoewel ze goed van de schaduweconomie konden leven en voor hun gezinnen zorgden, wilden ze toch ‘meer’.

    De geïnterviewden zien zich ook niet als de bloeddorstige criminelen die in films worden opgevoerd. Ze omschrijven zichzelf als vrij handelende personen die besloten hebben in het illegaal circuit te opereren, maar tegelijkertijd noemen ze zichzelf ‘niks waard’, ‘wegwerpartikelen’.

    Dat gevoel van marginalisering, gevoegd bij de verslavingsproblemen en het ontbreken van een toekomstperspectief, maakt dat ze weinig waarde hechten aan hun leven en dat de dood zelfs als een bevrijding wordt gezien.

    Dit laatste is een cruciale factor voor het beleid dat ten aanzien van deze problematiek gevoerd dient te worden. De kernopdracht daarbij is te vermijden dat nog meer kinderen en jongeren zich als ‘niks waard’ gaan beschouwen.

    Mijn onderzoek laat zien hoe de participanten het binaire discours van de overheid overnemen. Ze noemen zichzelf de ‘anderen’, zij die buiten de maatschappij staan, ze vinden niet dat ze daar deel van uitmaken. Ze hebben ook de individualistische ethiek overgenomen waarvan de hele Mexicaanse samenleving sinds de opkomst van het neoliberalisme aan het eind van de jaren tachtig doortrokken is. Die ethiek is een tweesnijdend zwaard: ze geven niet de staat of de maatschappij de schuld van hun armoede, maar ze hebben ook geen spijt van hun misdaden.
    Ze vinden dat ze de ‘pech’ hebben gehad in armoede en in de marge van de maatschappij geboren te zijn en dat hun slachtoffers de ‘pech’ hebben gehad in hun handen te vallen. De logica is simpel: ‘Ieder voor zich.’

    Niets te verliezen

    Uit de analyse van de interviews kwam een cluster van ideeën en opvattingen naar voren die als vaststaande waarheden werden geponeerd en die ik ‘het narcodiscours’ heb gedoopt.

    De betekenis die armoede heeft in het narcodiscours liegt er niet om. Het heet dat arme mensen geen toekomst hebben en daarom ook niets te verliezen. Zoals een van de geïnterviewden (Wilson) zei: ‘Ik wist dat ik tot aan mijn dood in armoede zou leven en het enige wat ik deed was God vragen: waarom ik?’ Armoede wordt gezien als een natuurlijk gegeven, een omstandigheid waar niets aan te doen is en waar niemand verantwoordelijk voor is. Voetstoots wordt aangenomen dat ‘er iemand moet zijn die arm is’ (Lamberto) en ‘dat je er niks aan kunt veranderen’ (Tabo).

    Die kijk op armoede impliceert een individualistische kijk op de wereld: het individu is zelf verantwoordelijk voor zijn economische en sociale ontwikkeling. ‘Ik wist dat ik alleen stond, als ik iets wilde, dan moest ik het zelf gaan halen’ (Rigoletto).

    De logica van het narcodiscours met betrekking tot armoede is dat iedereen er alleen voor staat en dat dus ‘het recht van de sterkste’ (Yuca) geldt. Zo verklaart ook Cristian het: ‘In mijn wijk wisten we allemaal wat de regel was: als je zit te slapen, verlies je. Dat was de regel. Je moet gewelddadig zijn, door roeien en ruiten gaan, je moet voor jezelf opkomen, want niemand anders zal het doen.’

    “Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?”

    In het narcodiscours wordt ervan uitgegaan dat kleine kinderen en tieners onvermijdelijk bendeleden en drugsverslaafden worden. ‘Als je in een arme buurt opgroeit, dan weet je dat je op een bepaald moment aan de drugs verslaafd raakt’ (Palomo). Net zo worden de bendes, die dagelijks geweld en vandalisme plegen, gezien als ‘de enige manier om het geweld van de straat te overleven’ (Piochas). Er wordt dus van uitgegaan dat die jongeren geen toekomst hebben en daarom niks waard zijn: ‘Als je aan drugs verslaafd bent, beschouw je jezelf als een nul, minder dan afval… Wie kan het leven van een arme drugsverslaafde ene moer schelen?’ (Palomo).

    Ook de vroege dood van deze jongeren wordt als onvermijdelijk gezien: ‘Als je zo veel van je vrienden door geweld, door overdoses, door politiekogels, ziet omkomen, dan denk je dat dat ook jouw toekomst is’ (Tigre). Op die manier wordt al bij voorbaat aangenomen dat het met de jongeren slecht zal aflopen: ‘Ik dacht altijd dat ik óf aan een overdosis óf door een kogel zou sterven’ (Pancho).

    Volgens die logica kun je eigenlijk alleen maar van het leven genieten door de consumptie van luxegoederen, en de enige manier om daaraan te komen is door middel van ‘gemakkelijk geld’ dat het ‘gemakkelijke leven’ je biedt. Het gemakkelijke leven is de drugshandel. Ze weten dat de kick van gemakkelijk geld van korte duur is, maar toch loont die de moeite, omdat je ‘in deze wereld, als je geen geld hebt, niemand bent’ (Canastas).
    Ze kennen de gevaren. ‘De ene dag kun je nog in een duur restaurant zitten met allemaal mooie vrouwen om je heen, en de volgende dag word je wakker in de bajes’ (Ponciano). Het ‘gemakkelijke leven’ moet dus snel en op de toppen geleefd worden: ‘Mijn opzet was om elke dag te leven of het de laatste was. Ik liet het breed hangen. Ik kocht de duurste SUV’s, de duurste wijnen en ik had de mooiste vrouwen’ (Jaime).

    ‘Echte man’

    In het narcodiscours speelt ook het idee van de ‘echte man’, die agressief en gewelddadig dient te zijn. En een rokkenjager.

    De participanten noemden de arme wijken ‘de jungle’, de plaats waar het recht van de sterkste heerst. Lichamelijk geweld is essentieel om te kunnen overleven – letterlijk.

    In het narcodiscours komt ook een cruciaal element van geweldpleging tot uitdrukking, namelijk dat het aangeleerd gedrag is. Mensen worden niet gewelddadig geboren, ze worden gewelddadig gemaakt. Zoals Jorge zegt: ‘Als kind werd ik door grotere kinderen geslagen, ze maakten misbruik van me omdat ik alleen was. Ik was niet gewelddadig… maar ik moest wel gewelddadig worden, nog gewelddadiger dan zij. Dat moet als je op straat wilt overleven.’

    In ‘de jungle’ moeten mannen ook een reputatie opbouwen om te overleven. Een ‘echte man’, zo is de opvatting, is heteroseksueel, een rokkenjager, ‘een feestbeest met drugs en alcohol’ (Dávila).

    Daarnaast komt in het discours naar voren dat ‘echte mannen’, in tegenstelling tot vrouwen, geen angst of emoties of zwakte mogen tonen, en de beste manier om dat te doen is laten zien dat je onder alle omstandigheden sterk en dominant bent: binnen de bende, in gevechten met concurrerende bendes en thuis in het gezin.

    Screen Shot 2021 03 19 at 8.47.22 AM 2 1

    In de interviews uitten de participanten vaak de wrok die ze jegens hun vader koesterden. Van de 33 geïnterviewden bekenden er 28 dat ze op zeker moment in hun leven het liefst hun vader zouden hebben vermoord. Huiselijk geweld en geweld tussen mannen en vrouwen horen tot de eerste levenservaringen van deze participanten. Allemaal zijn ze het erover eens dat het dagelijks geweld van hun vaders tegen hun moeders hun als kind het meeste weerzin inboezemde. Het is een constant gegeven in de verhalen die ze vertellen, niet alleen over hun kindertijd, maar ook over drugsverslaving, geweld in het algemeen en hun intrede in de wereld van de misdaad.

    Voor een aantal participanten was het verlangen om hun vader te vermoorden of te martelen de belangrijkste motivatie om in de drugscriminaliteit te gaan. Rorro, bijvoorbeeld, vertelde dat hij als kind ‘geen enkele illusie of plannen voor de toekomst had, het enige waar ik aan dacht was mijn vader vermoorden als ik groot was… ik wilde hem aan stukken hakken’. De drugscriminaliteit in gaan verschafte hem die mogelijkheid. Ook Ponciano gaf aan dat hij zich, als hij mensen moest martelen, altijd voorstelde dat het om zijn vader ging, ‘en dan martelde ik ze met genoegen, net zoals hij ons martelde’.

    De fantasieën die de participanten hadden over het vermoorden van hun vader lijken allemaal op elkaar, allemaal wilden ze hem laten boeten, niet uit wraak voor wat hij hun had aangedaan, maar voor wat hij hun moeder had aangedaan. Opmerkelijk is dat ze ook geen van allen in staat waren hun voornemen uit te voeren toen ze daar de gelegenheid voor kregen. Facundo verwoordt het zo: ‘Ik had hem kunnen vermoorden als ik wilde. Ik had tientallen huurmoordenaars die voor me werkten. Als ik wilde… ik had hem kunnen laten martelen en toekijken hoe hij crepeerde. Maar ik kon het niet… dus ik zei tegen hem: maak dat je wegkomt, ik wil je nooit meer zien. Als ik je weer zie, vermoord ik je.’

    Macho-ideologie

    De oorzaken van de criminaliteit en het geweld in Latijns-Amerika zijn vrijwel in alle landen dezelfde. Tussen de verschillende bronnen van het geweld – van drugscriminelen, het leger, de guerrilla of de bendes – zijn er volgens mij twee dwarsverbindingen: de armoede en de giftige macho ideologie*. De dagelijkse ervaringen van de mensen die in armoede leven is de soep waarin alle soorten geweld (huiselijk geweld, bendegeweld, geweld tussen de seksen) gaar koken. En dat alles binnen het kader van het onzichtbare geweld dat zelden onderkend wordt: het structurele geweld van de staat.

    Wij moeten allemaal, academici, politici en burgers, deze ervaringen proberen te begrijpen en ervan leren. We kunnen wel erkennen dat armoede de moeder is van alle kwaad, maar we weten niet hoe het is om in armoede te leven. Het terugdringen en voorkomen van geweld kan alleen op lokaal niveau gebeuren. Elke regio, elke wijk heeft zijn eigen specifieke problemen en behoeften. Algemene politieke maatregelen zullen niet helpen. En misschien is dat het grote struikelblok: de geweldsproblemen bij de wortel aanpakken, daar kunnen politici geen goede sier mee maken.

    Ook moeten we bedenken dat de dominante macho-ideologie in de Latijns-Amerikaanse landen het geweld niet alleen goedkeurt, maar ook aanmoedigt. In de regio’s worden de problemen onveranderlijk te lijf gegaan met agressie en gemilitariseerde veiligheidsmaatregelen. Geweldloze oplossingen waren tot nog toe geen optie in onze landen, omdat machismo en geweld geïnstitutionaliseerde fenomenen zijn.

    Om het geweld aan te pakken moeten we beginnen met het te begrijpen. Waar komt het vandaan? Wie rechtvaardigt het en hoe? Hoe wordt het gepropageerd? Hoe hebben ze het eerder proberen te bestrijden? Om antwoord te geven op die vragen loont het om interdisciplinair te werk gaan en dienen onze overheden bereid te zijn naar ons te luisteren.

    Wat eerst moet gebeuren is een verandering van paradigma: de militairen moeten terug de kazerne in, complexe problemen moeten lokaal worden aangepakt (al zal dat de landelijke politiek geen punten opleveren) en we moeten ophouden met het binair discours waarin het heet dat ‘zij’ dood moeten, want daar bereiken we alleen maar mee dat de onverschilligheid van ‘hen’ jegens ‘ons’ toeneemt.