Tag: maffia

  • Verkiezingen Ivoorkust verlopen voorbeeldig | Een mazzeltje voor de maffia

    Verkiezingen Ivoorkust verlopen voorbeeldig | Een mazzeltje voor de maffia

    Tot nu toe rustige verkiezingen in Ivoorkust

    Vier maanden nadat de presidentsverkiezingen in Ivoorkust werden ontsierd door geweld, stemden Ivorianen op 6 maart opnieuw. Momenteel wordt het land geleid door de partij RHDP van president Alassane Ouattara.

    Voor het eerst in tien jaar nam het Ivoriaanse Volksfront (FPI), onder leiding van voormalig president Laurent Gbagbo, deel aan de verkiezingen. FPI is onderdeel van een coalitie genaamd ‘Samen voor Democratie en Soevereiniteit’ (EDS). Deze coalitie sloot een verbond met de grootste oppositiepartij, de Democratische Partij van Ivoorkust (PDCI). Henri Konan Bédié – een andere ex-president van Ivoorkust – is de leider van PDCI.

    Deze ontwikkelingen boden hoop op ‘een politieke verzoening binnen een land waarvan de recente geschiedenis wordt gekenmerkt door sterke spanningen en electoraal geweld’, schrijft Abidjan.net.

    Volgens Koaci is het inmiddels vrijwel zeker dat de RHDP zal winnen. Het Afrikaanse portaal meldt dat de formatie van Alassane Ouattara ‘ruim 145 zetels van de 255 in het parlement zal kunnen behalen, met een algemene participatiegraad van rond de 40 procent’.

    ‘In Afrika bezuiden de Sahara is de bekendmaking van resultaten vaak het meest gevoelige moment van de verkiezingen’

    De vraag is nu, merkt het Burkinese dagblad Le Pays op, of ‘de hoofdrolspelers zich [zullen] onderwerpen aan het oordeel van de stembus? Het minste wat we kunnen zeggen is dat de dingen (…) dit keer vrijwel perfect georganiseerd zijn’, aldus de krant.

    De stemming vond zaterdag plaats ‘in rust en vrede’, bevestigt Wakat Séra. ‘Is dit niet enkel “stilte van een geladen geweer”?’ vraagt ​​Le Pays zich af. ‘In Afrika bezuiden de Sahara is de bekendmaking van voorlopige of definitieve resultaten vaak het meest gevoelige moment bij de organisatie van verkiezingen’, aldus de Burkinese krant.

    Maandag stond los van de vrijwel zekere overwinning van de presidentiële partij ook in het teken van de benoeming van secretaris-generaal Patrick Achi als interim-premier, ter vervanging van Hamed Bakayoko, meldt Abidjan.net. Téné Birahima Ouattara, minister van presidentiële zaken en jongere broer van de huidige president, werd benoemd tot interim-minister van Defensie, eveneens ter vervanging van Bakayoko, die ook deze functie bekleedde.

    Volgens Deutsche Welle werd de voormalige premier overgeplaatst naar Frankrijk en vervolgens naar Duitsland, waar hij wordt behandeld tegen kanker. Maar ‘sinds zijn vertrek uit het land zijn er geruchten op de sociale media in Ivoorkust dat de premier het slachtoffer zou zijn geworden van vergiftiging’, merkt de Duitse site op. Volgens haar bronnen zijn deze beweringen ‘ongegrond’.


    Lula mag weer mee in de race tegen Bolsonaro

    Een rechter van het Braziliaanse Hooggerechtshof, Edson Fachin, heeft op maandag 8 maart alle veroordelingen vernietigd van de voormalige president Luiz Inácio Lula da Silva van Brazilië in verband met de onderzoeken naar de anticorruptieoperatie Lava Jato (‘Operatie Wasstraat’), meldt G1.

    Met deze beslissing krijgt de voormalige Braziliaanse president ‘zijn burgerrechten terug’, specificeert de website van de Globo-groep. Volgens de Folha de S. Paulo kan Lula zich nu dus weer kandidaat stellen voor de presidentsverkiezingen van 2022.

    ‘Ongeldige’ aanklachten

    Vanaf nu zullen de verschillende zaken waarbij de voormalige Braziliaanse president betrokken is, worden geanalyseerd door de justitie van het federale district in Brasilia, specificeert de Braziliaanse krant. Lula werd veroordeeld in het kader van een grootschalig onderzoek naar corruptie. De motor achter het onderzoek was de toenmalige rechter Sergio Moro, die later minister werd onder Bolsonaro.

    Volgens de Folha de S. Paulo verklaarde Fachin de beslissingen van de federale rechtbank van Paraná, inclusief de aanklachten tegen Lula, ‘nietig’.

    ‘Mijn onschuld is bewezen en de schuld van de officier van justitie en de federale politie is meer dan bewezen’, zei Lula in een interview met El Pais Brasil, gepubliceerd vóór de beslissing van Fachin. Hij voegt eraan toe: ‘Nu hebben we alleen nog verkiezingen nodig.’

    Vanwege de veroordeling kon Lula niet meedoen aan de presidentsverkiezingen van 2018. Peilingen wezen hem destijds aan als de winnaar, maar Jaír Bolsonaro ging er met de winst vandoor.


    Maffia pikt een flink graantje mee van covid

    Volgens een onderzoek van het Romeinse dagblad La Repubblica zijn 140.000 Italiaanse bedrijven betrokken bij woekerrentes en het witwassen van geld. Dat is twee keer zoveel als vorig jaar. De economische crisis die door covid-19 is veroorzaakt, heeft een ‘potentiële meevaller’ gecreëerd waarvan de georganiseerde misdaad profiteert. 

    ‘Waar je ook bent in Italië, je loopt grote kans een ​​bedrijf tegen te komen dat zojuist van eigenaar is veranderd’, aldus de krant. Dat geldt voor een groot aantal regio’s, maar in het bijzonder voor het zuiden van het schiereiland.

    Het Romeinse dagblad geeft enkele voorbeelden. ‘Tijdens de eerste fase van de pandemie veranderden in de provincie Napels 663 bedrijven van eigenaar, ofwel 2 procent. In Rome werden tussen eind februari en midden oktober 2020 1265 commerciële bedrijven verkocht, wat neerkomt op 1,8 procent.’ Een identiek percentage als dat in Catania, de tweede stad van Sicilië en de tiende meest dichtbevolkte gemeente, waar 168 bedrijven van eigenaar zijn veranderd.

    Veel bedrijven hebben de verwoestende economische gevolgen van de pandemie niet overleefd en moesten failliet gaan

    Zoals de Italiaanse media melden, bieden deze cijfers ‘een significante statistische momentopname van het effect van de pandemie op het nationale economische weefsel’. Veel bedrijven hebben de verwoestende economische gevolgen van de pandemie niet overleefd en moesten failliet gaan. Deze werden vaak opgekocht ‘door mensen die kunnen investeren, die geld in overvloed hebben, zelfs in tijden van diepe crisis’. Een dat profiel, schrijft La Repubblica, doet sterk denken aan een bekende economische speler op het schiereiland: de maffia.

    Kleine troost zou zijn dat de nieuwe regering van Mario Draghi zich terdege bewust is van dit gevaar. Tijdens zijn inaugurele rede verklaarde de nieuwe premier zelf dat ‘er een significant risico bestaat dat de georganiseerde misdaad de economie binnendringt als gevolg van de liquiditeitscrisis’, en dat het bijgevolg noodzakelijk is ‘om de verificaties van de eigendomsveranderingen van bedrijven te intensiveren’.


    Neanderthalers verdwenen langer geleden dan gedacht

    Volgens eerder onderzoek dateerde de resten van de Neanderthaler uit de grot van Spy in België, waar sinds de negentiende eeuw veel overblijfselen zijn gevonden, van 24.000 jaar geleden. Maar volgens een studie die gisteren [8 maart] in het wetenschappelijke tijdschrift Pnas werd gepubliceerd, zijn ze in werkelijkheid tussen de 40.600 en 44.200 jaar oud. 

    Een multidisciplinair team uit België, Groot-Brittannië en Duitsland kwam tot deze conclusie na het ontwikkelen van een nieuwe onderzoeksmethode. De ontdekking wordt gezien als een belangrijke eerste stap om meer te weten te komen over de aard van onze voorganger en om te begrijpen waarom deze uiteindelijk plaatsmaakte voor de moderne mens.

  • Het geheim van ’Ndrangetha, de machtigste maffiaorganisatie ter wereld

    Het geheim van ’Ndrangetha, de machtigste maffiaorganisatie ter wereld

    Lange tijd werd de ’Ndrangheta beschouwd als ouderwets en genegeerd door de media. Die tijden zijn voorbij sinds de Calabrese maffia de Siciliaanse Cosa Nostra van de troon stootte. Inmiddels bouwde deze ‘familie’ een internationaal netwerk dat onderwereld en bovenwereld met elkaar verbindt.

    Dit artikel verscheen eerder in #176

    Het proces tegen de ’Ndrangheta

    Vanaf vandaag (13 januari) staan in Italië meer dan 350 leden van de Calabrese maffiaorganisatie ’Ndrangheta voor de rechter, onder hen bevinden zich politici, ondernemers en maffiosi. Ze staan terecht voor onder andere drugshandel, witwassen en fraude. Het is de grootste rechtszaak tegen de maffia in 30 jaar.
    Het proces vindt plaats in een zwaarbeveiligde bunker in de Calabrese plaats Lamezia Terme, die speciaal voor deze gelegenheid gebouwd is. ‘Het is belangrijk om het proces in Calabrië te voeren,’ aldus hoofdaanklager Nicola Gratteri – zelf Calabrees – in La Repubblica.

    De ene operatie na de andere. Een golf van 334 arrestaties in Vibo Valentia en elders in Europa [in december 2019]. Vervolgens het nieuwe onderzoek dat de Piemontese regionale wethouder Roberto Rosso ten val brengt vanwege het kopen van stemmen van de maffia. Elke dag weer worden we geconfronteerd met grote en kleine onderzoeken naar de enorme macht van de Calabrese clans, die niet alleen het zuiden van Italië verstikken maar inmiddels ook al tientallen jaren geleden voet aan de grond hebben gekregen in het voor hen vruchtbaardere noorden, met name in Lombardije en Piemonte. De ’Ndrangheta wordt vandaag de dag beschouwd als de machtigste, rijkste en meest wijdvertakte maffiaorganisatie ter wereld. Terwijl de Palermitaanse Cosa Nostra haar opkomst dankte aan de emigratie naar Noord-Amerika in de eerste helft van de vorige eeuw, zijn de Calabrese clans inmiddels overal aanwezig: van Australië tot Canada, via Brazilië, Venezuela, Argentinië, Oost-Europa en Rusland. Een expansie die in gang is gezet met het geld van de ontvoeringen in de jaren zeventig en tachtig, en die tegenwoordig wordt versterkt door de wereldhegemonie van de ’Ndrangheta in de cocaïnehandel. Maar is de ’Ndrangheta vandaag de dag sterker dan de Cosa Nostra, de maffia die de Italiaanse staat in de jaren tachtig en negentig uitdaagde tot op het hoogste niveau?

    Zeker, al zijn de ‘Sicilianen’ niet verdwenen, maar nemen ze steeds vaker van de ’Ndrangheta-clans de vaardigheid over om het staatsapparaat binnen te dringen zonder opzien te baren, zonder te schieten en zonder dat het nodig is hun spierballen of hun meest gewelddadige gezicht te laten zien. De ’Ndrangheta heeft er altijd de voorkeur aan gegeven instituties niet uit te dagen, maar erin te infiltreren. Dat geldt voor het ondernemerschap en de politiek, maar (in sommige gevallen) ook voor de rechterlijke macht en het politieapparaat.

    Kaart 1

    Open armen

    Door deze aanpak kon een maffia die te lang is beschouwd als een allegaartje van boerenfamilies en herders de controlekamer betreden. Om zo, en op verbluffende wijze, haar eigen ‘sociale kapitaal’ te laten groeien. De ‘Ndrangheta heeft het noorden niet besmet als een kwaadaardig virus, maar werd zowel in Milaan als in Genua, zowel in Modena en Reggio Emilia als in Aosta en Turijn met open armen ontvangen door degenen die profiteerden van de gunsten van de bazen die er veelal naartoe waren verbannen: van zwart werk tot afvalverwerking, van de bouw tot valse facturen.

    Het geld van de clans zit tegenwoordig in alle bedrijfssectoren: de bouw, de horeca, financiën, onlinegames, autohandel en zelfs de gezondheidszorg.

    De ‘Ndrangheta heeft hoofdzakelijk door drie factoren de top van de mondiale maffia bereikt.

    Ten eerste heeft de organisatie, in tegenstelling tot de Cosa Nostra, geen echte koepel, maar een crimine, die hoofdzakelijk verbindingsfuncties uitvoert, terwijl de clans autonoom werken (en zich autonoom bewegen), zij het binnen gemeenschappelijke regels en grenzen. Een soort franchise avant la lettre.

    Daarnaast is doorslaggevend geweest dat het de ’Ndrangheta is gelukt de hegemonie in de drugshandel te doorbreken, door eigen mensen in de cocaïneproducerende landen neer te zetten en verbonden te sluiten – mede door middel van gearrangeerde huwelijken – met de erfgenamen van de kartelbazen. Dezelfde archaïsche mechanismen dus, maar dan verplaatst naar de andere kant van de planeet.

    ‘De onzichtbaren’

    Het Italiaanse weekblad L’Espresso wijdde op 12 januari 2020 de titelpagina aan ‘de onzichtbaren’ van de ’Ndrangheta, waarbij de nadruk werd gelegd op de banden die deze tak van de maffia onderhoudt met de vrijmetselarij. In Calabrië, zo becijferde het Italiaanse weekblad, ‘bestaan 178 loges van vrijmetselaars met gezamenlijk 9000 leden. Ze worden druk bezocht door advocaten, leiders van bedrijven, leden van de ordebewakende instanties, en maffiabazen en hun afgevaardigden’. Maar ook door ‘vrijmetselaars uit de geestelijke stand’, zoals ‘de machtige pastoor van San Luca, die prat gaat op de steun van het Vaticaan’. In Calabrië zijn politiek, vrijmetselarij en ’Ndrangheta nauw verweven, zoals in het geval van Giancarlo Pittelli, vrijmetselaar en voormalig volksvertegenwoordiger, die onlangs is gearresteerd.

    espresso 1 1

    Ondermijning

    Ten slotte was de ’Ndrangheta in staat om zichzelf te vernieuwen, door van zevenhonderd doden in de tweede maffiaoorlog (1985-91) over te gaan op de strategie van de ondermijning. Met name na het bloedbad in Duisburg – zes doden in augustus 2007 – hebben de clans er bewust voor gekozen die zeer gewelddadige fase achter zich te laten en liquidaties en misdrijven met chirurgische precisie te beperken. Het motief? Precies het tegenovergestelde van de bloedbadstrategie van Totò Riina: wanneer de staat daarop reageert, doet die dat zo hard en vastberaden dat het de maffiaorganisatie in ernstige moeilijkheden brengt. Om die reden is het beter om de staat niet uit te dagen, maar om ermee te versmelten, om te vermijden dat de organisatie wordt gezien als de grootste bedreiging voor de veiligheid van het land (wat die in werkelijkheid wél is). De ’Ndrangheta weet wanneer die kan schieten en wanneer het beter is dat niet te doen, om te voorkomen dat de aandacht van de staat wordt getrokken, en ook om te voorkomen dat de burgers worden gealarmeerd, die in plaats van door de clans moeten worden ‘afgeleid’ door andere kwesties. Een marketingstrategie die haar weerga niet kent.

    Maar er is nog een andere, laatste en wellicht doorslaggevende factor, die door Nicola Gratteri, officier van justitie van Catanzaro, en wetenschapper Antonio Nicaso wordt gesignaleerd in hun nieuwste boek La rete degli invisibili (Het netwerk van de onzichtbaren). In haar contacten met de ontspoorde vrijmetselarij heeft de ’Ndrangheta een vliegwiel gevonden dat haar heeft binnengeloodst in de hoogste staatsapparaten van het land. Een geheim netwerk van onverdachte mensen – rechters, journalisten, politici, ondernemers, wetshandhavers – dat de macht heeft om alles te beïnvloeden. Een scenario dat uit een sciencefictionfilm lijkt te komen, in de ogen van degenen die de ’Ndrangheta beschouwen als een maffia van herders, riten en uitgebreide maaltijden met geroosterd geitenvlees in Aspromonte. Maar het is de zeer verontrustende werkelijkheid, zoals die uit de meest recente gerechtelijke onderzoeken naar voren komt.

    De tijd van de ontvoeringen

    Tussen de jaren zeventig en het begin van de jaren negentig genereerde de ’Ndrangheta veel inkomsten uit ontvoeringen.

    Het eerste ‘beroemde’ slachtoffer was John Paul Getty III, zoon en kleinzoon van Amerikaanse miljardairs, die vijf maanden werd vastgehouden. Hij werd tegen een losgeld van drie miljard lires vrijgelaten, en raakte bovendien een deel van zijn rechteroor kwijt.
    In 1988 werd Cesare Casella 741 dagen vastgehouden; voor Carlo Celadon duurde de lijdensweg 831 dagen.
    De gang van zaken bij deze ontvoeringen is vaak identiek: de ontvoeringen worden doorgaans gepleegd in het rijke noorden van het land, de ‘gijzelaars’ worden vastgehouden in de Aspromonte in het zuiden, waar ze in piepkleine ruimtes worden opgesloten.
    Soms slagen gevangenen erin te ontvluchten. Een van hen, in 1984, is Carlo de Feo, die zijn toevlucht zoekt tot een dorpje, maar prompt door de bewoners wordt uitgeleverd aan zijn ontvoerders uit angst voor represailles. In twintig jaar tijd ontvoert de ’Ndrangheta zo 139 mensen, van wie sommigen nooit worden teruggevonden. Het losgeld stelt de ontvoerders in staat vaste voet aan de grond te krijgen in de cocaïnesmokkel, maar ook in de bouwsector, zoals blijkt uit de naam van een wijk in de stad Bovalino, aan de voet van de Aspromonte, die de bijnaam ‘Paul Gettywijk’ draagt, naar de eerste ontvoerde.

    All the Money in the World 1800 nr 1 1 1
    All the Money in the World is een Amerikaanse film uit 2017, geregisseerd door Ridley Scott, gebaseerd op het waar-gebeurde verhaal van de ontvoering van John Paul Getty III.

  • Stad van Pablo Escobar is nu 
een paradijs voor pensionado’s

    Stad van Pablo Escobar is nu 
een paradijs voor pensionado’s

    Ooit gold Medellín als de gevaarlijkste stad op aarde. Maar die tijd is voorbij. Tegenwoordig is de stad met zijn zachte klimaat en goede voorzieningen een populaire bestemming voor Amerikaanse bejaarden.

    In een drukbezocht café aan een lommerrijke straat in Medellín drinkt Cindy Crawford Thomas een cappuccino. De gepensioneerde lerares uit Colorado Springs vertelt dat het haar geen enkele moeite kostte om het zuiden van Florida te verlaten en zich te vestigen in wat ooit de gevaarlijkste stad van de wereld was. ‘De beslissing om weg te gaan uit Florida was zo genomen. Het leven is daar te hectisch. Je kent je buren nauwelijks. Er zijn veel mensen, maar er is geen cohesie.’

    Medellín – waar Pablo Escobar opgroeide en vroeger ’s werelds gewelddadigste drugskartel zetelde – is een warme, kosmopolitische stad, vertellen Thomas en haar man David, met betaalbare huurwoningen, aangenaam weer en goede medische voorzieningen. Bovendien voelen ze zich hier veiliger dan in Florida. ‘Er wordt nog steeds gedacht dat in Medellín het hoogste aantal moorden ter wereld wordt gepleegd,’ zegt Thomas, ‘maar dat klopt niet meer.’

    Het echtpaar maakt deel uit van een almaar groeiende golf avontuurlijke gepensioneerden die besluiten naar Colombia te emigreren. In 2017 maakte de Amerikaanse Social Security 6704 pensioenuitkeringen over naar Colombia – een stijging van 85 procent ten opzichte van 2010 en op basis van voorlopige schattingen het hoogste aantal Amerikaanse pensioenen van alle landen in Latijns-Amerika, met uitzondering van Mexico.

    Pablo Escobar

    Media die zich op gepensioneerden richten, zijn vol lof over Medellín; televisieprogramma’s als House Hunters International brengen de stad prominent in beeld. En dat terwijl Medellín decennialang een plek was waar bezoekers met een grote boog omheen liepen. De stad was de thuishaven van drugsbaron Pablo Escobar en zijn Medellín-kartel. Huurmoorden en aanslagen met autobommen hielden de op een na grootste stad van het land in een wurggreep. Gedurende een groot deel van de jaren negentig werden er de meeste moorden ter wereld gepleegd, met als dieptepunt het jaar 1995: 225 moorden per 100.000 inwoners.

    Ondanks de bloedige reputatie die nog steeds aan de stad kleeft, is het aantal moorden gedaald naar 20 per 100.000 inwoners – veel lager dan in steden als St. Louis, Baltimore, New Orleans en Detroit.

    ‘Nu de stad steeds veiliger is geworden, komen er steeds meer toeristen en gepensioneerden deze kant op,’ zegt Juliana Cardona Quirós, wethouder Toerisme van Medellín. In 2017 bezochten meer dan 735.000 bezoekers de stad, een stijging van 5 procent ten opzichte van het jaar ervoor. ‘En het zijn niet alleen jonge mensen die je in cafés ziet zitten. Ook ouderen hebben de potentie van Medellín ontdekt,’ aldus Cardona. ‘Ze waarderen het zachte klimaat, het goede openbaar vervoer en een leven in een door natuur en bergen omringde stad.’

    Toch doen populaire series als Narcos of El Patrón del Mal, die zich afspelen in het gewelddadige verleden van de stad, afbreuk aan de reputatie van Medellín. Toen Nancy Kiernan en haar man met de gedachte speelden om na hun pensioen in Latijns-Amerika te gaan wonen, sprak ze een man die enorm enthousiast was over Medellín. ‘We glimlachten beleefd,’ weet ze zich nog te herinneren, ‘terwijl ik hem in gedachten voor gek verklaarde.’

    De 59-jarige Kiernan komt uit Maine en is manager medische dienstverlening. Toen ze bijna zes jaar geleden naar Medellín verhuisde, kende ze nauwelijks expats van haar leeftijd. Dat is wel anders sinds de stad zo vaak genoemd wordt in artikelen over pensioengerelateerde onderwerpen. Niet alleen trekt Medellín Amerikanen aan die in de VS wonen, maar ook Amerikanen die zich al hadden gevestigd in landen als Ecuador of Panama. ‘Sommige delen van de stad zitten vol gringo’s,’ zegt Kiernan.

     Het fraai gelegen Medellín is de tweede stad van Colombia met zo’n 2,5 miljoen inwoners. – © Jim Wyss / Getty Images
    Het fraai gelegen Medellín is de tweede stad van Colombia met zo’n 2,5 miljoen inwoners. – © Jim Wyss / Getty Images

    Het echtpaar Thomas verhuisde zes weken geleden van Boquete – een stad met ongeveer 25.000 inwoners in het noorden van Panama – naar Medellín. ‘Ik vond het daar saai, dus besloten we te kijken of Medellín beter zou bevallen,’ aldus Cindy Thomas.

    Ze vonden er een driekamerappartement dat ze delen met hun drie honden en drie katten. Ze betalen ongeveer 1400 dollar per maand. Hun maandelijkse uitgaven, inclusief lidmaatschap van een sportschool en frequente uitjes, schatten ze op ‘ruim onder de 3000 dollar’. Volgens Kiernan kan het overgrote deel van de mensen comfortabel leven voor minder dan 2000 dollar per maand. ‘Colombia is niet het goedkoopste land om in te leven, maar het is goed te doen,’ zegt Kiernan, terwijl ze haar vruchtensap drinkt in een glimmende shoppingmall vol winkels met internationale merken. ‘Het weer is fantastisch, het is een kosmopolitische stad, je kunt water uit de kraan drinken en de dienstverlening is deugdelijk.’

    De stad heeft een internationale luchthaven, waardoor Medellín makkelijk toegankelijk is vanuit de oostkust van de Verenigde Staten. Daarnaast zijn alle mogelijke medische voorzieningen aanwezig. Uit een enquête over het jaar 2017, gepubliceerd in het tijdschrift América Economía, blijkt dat 7 van de 49 belangrijkste ziekenhuizen van Latijns-Amerika in Medellín staan. Een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie plaatst Colombia op plek 22 in een ranking van medische voorzieningen in 190 landen, boven de Verenigde Staten en Canada, die op nummer 37 en 33 staan. Emigranten met een permanente verblijfsvergunning die in Medellín wonen, kunnen zich inschrijven bij het ziekenfonds, dat maar 30 dollar per maand kost. David Thomas vertelde dat een vriend met een particuliere verzekering onlangs met een hartaanval met spoed naar het ziekenhuis moest. Hij hoefde maar 14 dollar uit eigen zak te betalen.

    Colombia is nog altijd de grootste cocaïneproducent ter wereld, de regering blijft strijden tegen linkse guerrillastrijders en nog altijd zijn politieke moorden dagelijkse 
realiteit

    Ondanks de juichende woorden is Medellín niet voor iedereen geschikt, vindt Brad Hinkelman, eigenaar van Casacol, een makelaarskantoor dat diensten verleent aan beleggers die in vastgoed willen investeren en aan gepensioneerden die een tweede woning zoeken. Hinkelman verwijt de media dat ze onrealistische verwachtingen scheppen van Medellín: of het is een poel van verderf waar harddrugs de dienst uitmaken, of het is ‘het Parijs van Latijns-Amerika’. ‘Er komen mensen naar ons kantoor die niet adequaat zijn voorbereid op een leven in deze stad,’ zegt hij. ‘Ze denken dat ze met een uitkering een luxeleven kunnen leiden. Aan ons de taak om hen te confronteren met de werkelijkheid.’

    Bovendien kampt Colombia nog steeds met omvangrijke en hardnekkige problemen. Het land is nog altijd de grootste cocaïneproducent ter wereld, de regering blijft strijden tegen linkse guerrillastrijders en nog altijd zijn politieke moorden dagelijkse 
realiteit. Desondanks plaatste het gezaghebbende tijdschrift International Living, dat zich richt op gepensioneerden, Colombia als zesde op de lijst van landen waar je na je pensioen het best kunt gaan wonen.

    Het echtpaar Thomas gaf les op de J.P. Taravella 
High School in Broward County, op ongeveer 8 
kilometer van de Marjory Stoneman Douglas High School, waar onlangs zeventien leerlingen en 
docenten met een geweer werden afgeslacht. En de moeder van David Thomas woonde een tijd in het bejaardenhuis in Hollywood waar in 2017 twaalf 
personen omkwamen door een elektriciteitsstoring die werd veroorzaakt door de orkaan Irma. Incidenten als deze maken dat er op een andere manier naar de wereld wordt gekeken, waardoor zelfs een stad met de reputatie van Medellín veilig lijkt. ‘Ik denk niet dat we ooit nog terugkeren naar Florida,’ aldus Cindy Thomas.

    Auteur: Jim Wyss
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    El Nuevo Herald
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 42.000

    In 1977 voor het eerst uitgebracht als bijlage van de Miami Herald, sinds 1986 op eigen benen. Dé Spaanstalige krant (de tweede en meest gelezen in de VS) van de latinogemeenschap in Miami.

  • De scheermessenmaffia

    De scheermessenmaffia

    In de Spaanse regio Galicië verdienen visstropers goud geld aan mosselen, scheermessen en coquilles. Hun buit vindt zijn weg naar restaurants, visafslagen en visverwerkingsbedrijven. ‘Ze zijn erger dan de drugshandelaren,’ zegt een kustwachter.

    ‘Mijn strandvilla heb ik betaald van de opbrengst van de verkoop van scheermessen.’ Aan het woord is Ramón (pseudoniem), een van de grote jongens van de illegale visvangst aan de kust van Galicië. Ooit heeft hij in één nacht wel 140 kilo scheermessen buitgemaakt, aldus Ramón, geboren en getogen in Rías Baixas, waar hij nog steeds woont. We zitten te praten op het terras van een bar waar de regen hard op de overkapping klettert. ‘Op mijn achtste ben ik begonnen. Mijn vader is zeeman, als kind werd ik op zee aan het werk gezet.’ Het verschil is dat Ramón besloot te vissen zonder vergunning: hij vist illegaal en verkoopt zijn vangsten in het zwarte circuit. Ramón is zeevruchtenstroper.

    Behalve op scheermessen vist hij op coquilles en zwemkrabben. Hij duikt met en zonder zuurstoffles. ‘Terwijl ik naar de bodem zwem houdt een auto de omgeving in de gaten en post er iemand bij het water. In vier à vijf uur halen we gemiddeld zo’n zestig kilo op. Mijn record is zes uur achter elkaar duiken zonder zuurstoffles.’

    Halverwege de jaren negentig heeft Ramón miljoenen verdiend met illegale visserij. Hij kocht er een villa, een appartement in la Coruña en een in Santiago de Compostela van. ‘Alert zijn, dát is de truc. Ik kijk voortdurend in mijn achteruitkijkspiegel. Als ik drie keer achter elkaar dezelfde auto zie, smeer ik hem. En ik duik bijna altijd ’s nachts om een uur of drie. We zijn standaard met vier of vijf man. We hebben de boel strak georganiseerd.’

    Dat de zeevruchtenstropers hun zaakjes goed geregeld hebben blijkt uit het feit dat de Guardia Civil en de Servizo de la Xunta de Galicia, de kustwacht van Galicië, de laatste jaren strijd voeren (soms al te letterlijk) tegen wat steeds meer gaat lijken op georganiseerde misdaad: de nieuwe maffia van de Galicische kust.

    © Pxhere
    © Pxhere

    Gegevens van de Consellería do Mar de la Xunta de Galicia, het Departement Visserij Galicië, laten zien dat er in 2016 73.140 kilo illegale visvangst werd onderschept. Vorig jaar liep dat cijfer op naar 175.074 kilo.

    ‘Dat we in Galicië een probleem hebben kunnen we niet ontkennen, maar de situatie is niet dramatisch,’ zegt Lino Sexto, onderdirecteur van de kustwacht van Galicië. ‘We hebben vooruitgang geboekt in de strijd tegen een oud probleem waartegen het moeilijk optreden is. Visstroperij is pas sinds de wetsherziening van 2015 een misdaad waar gevangenisstraf op staat. Tot nu toe is nog geen enkele stroper achter de tralies beland. Ze betalen liever een boete. Sommigen voelen zich onaantastbaar,’ aldus Lino.

    In Muxía, een vissersdorpje aan de Costa da Morte, vertelt de gepensioneerde eendenmosselvisser Moncho do Pesco dat de stropers in speedboten met zware motoren aan komen varen. ‘Ze duiken naar de rotsen die onder het wateroppervlak liggen en plukken ze kaal. In één nacht kunnen ze zesduizend euro verdienen en ze gaan een derde van het jaar op pad. Tel uit je winst!’

    Moncho legt uit dat ze over land en over zee komen. Ze posten, soms zelfs gewapend met stokken en knuppels, op strategische plekken, waarna ze weer vertrekken met kratten vol eendenmossels. ‘Net als die lui die smokkelen.’

    ‘Ze zitten overal, maar hoeven dit niet te doen. De georganiseerde visstroperij levert veel meer geld op dan de tabaks- en drugssmokkel’

    Suso is controleur van de vissersgilde San Telmo de Pontevedra. De vissersgildes in Galicië zijn verplicht om om de beurt de kust te inspecteren op illegale vispraktijken. Op veel kustplekken wordt die afspraak niet nageleefd, en waar men dat wel doet maken de controleurs geen schijn van kans tegen de stropers. ‘Maffiosi zijn het, schrijf dat maar op: maffiosi!’ schreeuwt Suso boos, terwijl hij in de haven van Campelo een touw van zijn vissersboot losgooit. ‘Vorige maand hebben ze mijn auto in de fik gestoken en vorige week moesten de koplampen van mijn andere auto het ontgelden. Gisteren werd ik aangevallen en zijn mijn brillenglazen gebroken. Ze zijn nog erger dan drugshandelaren!’ schreeuwt Suso, ons gesprek afkappend.

    In Galicië heb je zeevruchtenstropers die illegaal een paar kilo eendenmosselen en zwemkrabben vangen om te overleven. Het is kruimelwerk vergeleken met de tonnen zeevruchten die de grote jongens zwart verkopen en de duizenden euro’s die ze ermee omzetten. Ze verkopen vooral venusschelpen, coquilles en scheermessen, want die worden het hele jaar door gegeten en leveren het meeste geld op.

    ‘Ze zijn goed georganiseerd, verdienen tonnen en lopen er gewoon mee te koop. Ze rijden in dikke auto’s, varen in zware boten en schaffen appartementen aan. Ze gedragen zich als drugshandelaren,’ vertelt een lid van een vissersgilde. ‘En een paar zijn dat ook. Ze houden zich bezig met drugshandel, tabaksmokkel en visstroperij. De Os Fanchos-clan, bijvoorbeeld, van die kerel die Diana Quer heeft vermoord. Ze zitten overal, maar hoeven dit niet te doen. De georganiseerde visstroperij levert veel meer geld op dan de tabaks- en drugssmokkel.’

    ‘Het probleem is dat bijna iedereen weet wie ze zijn,’ zegt Lino Sexto. ‘Stropen is de normaalste zaak van de wereld, het wordt in Galicië geaccepteerd. Die lui werken niet in de luwte, integendeel, ze houden van machtsvertoon. Door de storm lag een paar dagen geleden het hele strand bezaaid met coquilles. De mensen wisten er wel raad mee. Maar zelfs de burgemeester beweerde dat zoiets normaal was. En hij is nog wel bioloog! De mensen beseffen niet hoeveel schade illegale visvangst aanricht,’ aldus Lino.

    Ook in Muxia zegt Moncho heel goed te weten wie zich bezighoudt met de illegale vangst van eendenmosselen. ‘Wat kan ik doen? Ruziemaken met die lui? Dat is mijn werk niet.’ In de stad la Coruña hoort de clandestiene verkoop van coquilles tot het straatbeeld. In een halve ochtend hebben de stropers hun buit op straat verkocht.

    Onder controle

    ‘Een paar jaar geleden hadden we veel problemen op de O Burgo, de riviermond die vlak bij la Coruña ligt,’ vertelt kustwachter Enrique Rodríguez. Verschillende families jatten daar venusschelpen en gebruikten hun kinderen als schild tegen ons. Ik kreeg klappen en hield er een kapotte wenkbrauw aan over. Een tijdje geleden was er zelfs een vuurgevecht met de Guardia Civil.’

    Ook Javier – hij wil evenmin met zijn echte naam in de krant – stroopt zeevruchten. Maar hij maakt geen grote omzet, zoals Ramón. ‘Ik doe dit om een boterham te verdienen. Wat doe ik verkeerd? Ik werk alleen maar. Wat heeft de kustwacht met mij te schaften? Een paar van ons zijn gewelddadig, voor het overgrote deel zijn we eerlijke mensen die de kost willen verdienen voor onze gezinnen.’

    In de haven van Marín, vlakbij Pontevedra, nodigt Enrique ons uit voor een tochtje op de Irmáns García Nodal, een van de vaartuigen die de kustwacht inzet op zijn kruistocht tegen de illegale visserij. Stuiterend over de golven van de rivier legt Enrique uit dat de kustwacht acht uitvalbases heeft langs de hele kust. ‘Ze verlinken elkaar om de haverklap. We krijgen aan één stuk door informatie doorgespeeld. Dat gaat van: hé, die gaan vanavond op stap, en die hebben geen vergunning. We hebben onze informanten.’

    Volgens Ramón gaat de informatie beide kanten op. ‘Ik weet precies op welke dagen en om hoe laat de kustwacht uitvaart. Wij hebben daar onze mannetjes zitten. De boel is onder controle,’ vertelt Ramón glimlachend. En als de kustwacht toch onverwacht komt, dan krijgen ze hen nooit te pakken. De stropers hebben de krachtigste motoren van de hele riviermond.

    Een vissershaven in Galicië. – © Flickr
    Een vissershaven in Galicië. – © Flickr

    ‘We moeten ons richten op de handelsstromen, daar draait het om,’ verzekert Lino Sexto me. De stropers raken hun handel probleemloos kwijt. ‘Ik verkoop mijn visvangst aan de beste restaurants in la Coruña en Santiago. Als ik namen noem dan val je van je stoel,’ vertelt Ramón. ‘Ik lever wat ze bestellen, de rekening gaat op naam van een collega beroepsvisser en klaar is Kees.’

    Onderdeel van het probleem is dat de illegale vangst wordt afgezet bij kwekerijen, visverwerkingsbedrijven en visafslagen. Veel zeevruchtenstropers hebben een vergunning, en anders heeft iemand anders uit de groep er wel een. De vangst zit overal en nergens. ‘Wee de dag dat er serieus onderzoek wordt gedaan naar de visverwerkingsbedrijven in Galicië,’ zegt Ramón.

    Hij doet zijn verhaal in een restaurant in Rías Baixas. Als ons gesprek is afgelopen staat hij op en wijst naar een leeg aquarium waar zeevruchten in horen te zwemmen. ‘Weet je waarom dat ding leeg is?’ Niet Ramón zelf maar de ober van het restaurant geeft uitleg: ‘Je hebt ons al een maand niets gebracht!’ Iedereen schiet in de lach.

    ‘Niemand geeft elkaar aan en iedereen laat het gebeuren, omdat iedereen boter op zijn hoofd heeft’

    Niemand van de vele leden van de vissersgilde Costa da Morte is bereid te praten. Een voor een weigeren ze een interview als ze horen dat het over de illegale visvangst gaat. Nadat meer dan een dozijn mannen heeft bedankt, komt er een die ook anoniem wil blijven. Hij fluistert: ‘Weet je waarom niemand wil praten? Omdat de meeste vissers zich niet aan de regels houden, ze hebben allemaal boter op hun hoofd. Zij stropen net zo goed.’

    ‘De meeste, zeg je?’ vraagt Ramón, de zeevruchtenstroper uit Rías Baixas. ‘Het is honderd procent, dat weet ik zeker. Zij zijn de echte maffia.’

    ‘Vijfennegentig procent van de overtredingen en van het probleem komt daar vandaan,’ zegt Lino Sexto. ‘De vangst, het volume, de quota vormen een groot probleem.’ De visser van de Costa de Morte gaat verder waar hij gebleven was: ‘Iedereen belazert hier de boel en trekt zijn eigen plan. Er is geen commitment, geen eensgezindheid. Zo gaat dat in Galicië. Niemand geeft elkaar aan en iedereen laat het gebeuren, omdat iedereen boter op zijn hoofd heeft.’

    ‘Er is geen werkelijk besef van wat het probleem behelst,’ vult Lino aan. Ramón de stroper maakt het fijntjes af: ‘Nooit heeft men een serieuze poging gedaan om zich daar bewust van te zijn. Als men het echt goed zou doen, als de zeevruchtenvissers een goede opleiding zouden krijgen, dan was dit probleem in twee dagen opgelost.’

    Auteur: Nacho Carretero
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Openingsbeeld: © Flickr

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Hoe Libische oliesmokkelaars het land leegzuigen

    Hoe Libische oliesmokkelaars het land leegzuigen

    Libische milities smokkelen olie van hun land naar Europa, met steun van de politie en de kustwacht, en in eendrachtige samenwerking met de maffia.

    Sabratah ligt aan de uiterste westkant van de Libische kust. De stad, ooit gesticht door Feniciërs, staat bekend om zijn Romeinse ruïnes. Recent zwaaiden Moeammar Gaddafi, rebellengroepen en de Islamitische Staat (IS) er beurtelings de scepter.

    Nu biedt Sabratah een vrijhaven aan militanten en brandstofsmokkelaars, die dit historische deel van de Noord-Afrikaanse kust tot hun werkgebied hebben uitverkozen.
    ‘Wacht tot het donker is, dan zie je tientallen mannen schepen vullen met brandstof,’ zegt Davide. Dat is niet de echte naam van deze ingenieur uit Noord-Italië van ergens in de vijftig die jarenlang in het westen van Libië heeft gewerkt en om veiligheidsredenen anoniem wil blijven.

    ‘Tientallen schepen, tientallen tankers heb ik in het volle blikveld van de lokale kustwacht vanuit Sabratah zien vertrekken,’ zegt hij. ‘De milities, die het gebied tussen Zawiya en Sabratah controleren, verdelen onderling de zones die voor hen van belang zijn, met medeplichtigheid van de politie en de lokale kustwacht.’

    Hij vertelt dat de brandstof naar havens in heel Europa gaat, ‘onder de ogen van degenen die de kust zouden moeten controleren. Iedereen weet het.’

    Volgens hem beheersen de Hneesh en de Dabbashi, twee van de machtigste clans in het westen van Libië, de brandstofsmokkel en mensenhandel. Geschillen worden meestal gewapenderhand beslecht. ‘De mensen die de regio in de gaten zouden moeten houden worden met de dood bedreigd,’ zegt Davide. ‘Dus als ze iets zien, melden ze dat niet. Het gebied is afhankelijk van brandstofsmokkel, vooral nu contant geld schaars is geworden in Libië. De hele economie valt ten offer aan wetteloosheid en corruptie.’

    Het geld in Libië is nauwelijks meer waard dan het papier waarop het is gedrukt

    Libië heeft grotere toegang tot ruwe oliereserves dan enig ander land in Afrika. De economie van het land is altijd sterk afhankelijk geweest van de brandstofexport. Eind januari werden er 715.000 vaten olie per dag opgepompt: dat was het hoogste niveau sinds 2014, maar nog altijd minder dan de helft van de dagelijkse productie van 1,6 miljoen vaten vóór de revolutie van 2011. Veel van die olie, gewonnen terwijl er chaos in het land heerst, wordt nu weggesluisd door smokkelaars.

    Volgens de Libische autoriteiten hebben deze praktijken het land meer dan een half miljard dinar – ruim 340 miljoen euro – gekost. Om een idee te geven van wat dat betekent: in 2016 werden de Libische begrotingsinkomsten geraamd op 5,4 miljard euro, terwijl de uitgaven bijna 13 miljard euro bedroegen. De Libische staatskas kampt dus met grote tekorten.

    Volgens de Libische politie gebruiken de smokkelaars zowel kleine boten als tankers die wel 40.000 liter geraffineerde brandstof kunnen vervoeren. De lading van de schepen uit Sabratah wordt in Malta, op 160 mijl van de Libische kust, en ook in Sicilië verkocht, voordat ze het Italiaanse vasteland bereikt.

    Een met olie volgeladen tanker arriveert in de haven van Tripoli. Volgens de Libische politie gebruiken de smokkelaars zowel kleine boten als tankers die wel 40.000 liter geraffineerde brandstof kunnen vervoeren. – © HH
    Een met olie volgeladen tanker arriveert in de haven van Tripoli. Volgens de Libische politie gebruiken de smokkelaars zowel kleine boten als tankers die wel 40.000 liter geraffineerde brandstof kunnen vervoeren. – © HH

    Op 27 januari kondigde Sadiq al-Sour, openbare aanklager van de zogeheten regering van Nationale Overeenstemming, een groot onderzoek aan inzake corruptie in de oliesector, gericht op de smokkel van geraffineerde producten van Libië naar Italië, Malta, Cyprus en Griekenland. De macht van de smokkelaars kan echter ver reiken. Op 4 januari beschuldigde Mustafa Sanalla, hoofd van het nationale Libische oliebedrijf, de Bewakers van Petroliumfaciliteiten – een officiële instantie – van corruptie en medeplichtigheid aan de praktijken van binnenlandse en buitenlandse smokkelaars. Het antwoord liet niet lang op zich wachten. Een dag na deze aantijging werd de belangrijkste elektriciteitscentrale van Zawiya, een stad van zo’n 200.000 inwoners, stilgelegd. Het westen van Libië moest het dagenlang zonder stroom stellen.

    ‘Brandstofkartels bestieren het gebied rond Zawiya,’ zegt Davide. ‘Ik heb gehoord van milities die controleposten opzetten, met de bedoeling wegen te blokkeren voor een ongestoorde doorgang van tankwagens naar de haven. In Sabratah vertelt iedereen me dat de Libische milities overeenkomsten hebben gesloten met Siciliaanse maffiafamilies, die de naar Italië gesmokkelde brandstof beheren.’

    Terwijl de smokkelaars zich verrijken, komt aan het lijden van veel Libiërs voorlopig geen einde. Het geld is er nauwelijks meer waard dan het papier waarop het is gedrukt. En hoe armer het land wordt, hoe meer het misnoegen onder de bevolking groeit. In Tripoli belegeren honderden klanten dagelijks de banken. Ze willen toegang tot hun geld. Maar dat is weg: in Libië is bare munt het privilege van de brandstofsmokkelaars en mensenhandelaars, niet van de gemiddelde Libiër.

    Moe

    Nasser is zestig en heeft zeven kinderen: een paar jaar geleden nog verkocht hij auto’s en was hij rijk. Nu heeft hij niet meer over dan een paar duizend dinar bij de bank. En daar gaat Nasser, die uit oogpunt van veiligheid weigert zijn volledige naam te geven, elke ochtend naartoe. En elke ochtend krijgt hij er hetzelfde te horen: er is geen contant geld.

    Nasser is moe. ‘Geen van jullie Europese regeringen wil ons helpen,’ zegt hij. ‘Vanuit het raam zien jullie mensen sterven in zee. Europese regeringen bedrijven propaganda met hun militaire operaties in de Middellandse Zee die ze namen geven als Sophia, Triton of Frontex. Ondertussen worden onze kusten continu geplaagd door zware misdaad, en niemand die probeert dat op te lossen.’

    Tijdens een EU-top op 3 februari verplichtten Europese leiders zich tot uitgaven van 200 miljoen euro om illegale migratie en mensensmokkel vanuit de Noord-Afrikaanse kust in te dammen. Een maatregel die volgt op operatie Sophia, die was bedoeld de mensensmokkel tegen te gaan maar door diverse regeringen als een mislukking is bestempeld.

    Iedereen, zegt Nasser, heeft er voordeel bij – behalve de man in de straat. ‘Niemand probeert er iets aan te doen omdat er op grote schaal van onze energiebronnen wordt geprofiteerd. Europese landen hebben jarenlang geprofiteerd. Nu zijn de Europeanen hier niet langer welkom. Hun aanwezigheid is verworden tot uitbuiting, diefstal.’

    Een aanval door IS op ENI, het Italiaanse energiebedrijf dat ook in de ‘donkerste momenten van de burgeroorlog’ in Libië in bedrijf blijft. – © HH
    Een aanval door IS op ENI, het Italiaanse energiebedrijf dat ook in de ‘donkerste momenten van de burgeroorlog’ in Libië in bedrijf blijft. – © HH

    Tegenwoordig is de kustweg van Tripoli naar Sabratah – twee van de grootste steden van Libië – afgesloten vanwege gevechten tussen milities, die dagelijks levens eisen en tot ontvoeringen leiden. En toch blijft ENI, het belangrijkste Italiaanse energiebedrijf, hier op volle kracht werken, zelfs in de donkerste momenten van de burgeroorlog.

    Veel werknemers van Mellitah Olil and Gas, ENI’s Libische dochteronderneming, zeggen na wat lokale bewoners beweren: dat de Dabbashi-stam afspraken heeft gemaakt om de veiligheid van de energiereuzen te waarborgen – afspraken die even vertrouwelijk als winstgevend zijn. In een van augustus 2015 daterende brief, die door een bron binnen de Libische geheime dienst is doorgespeeld naar Middle East Eye, staat dat het ‘bataljon van de martelaar Anas Dabbashi een begin heeft gemaakt met de beveiliging en bescherming van de compound. Het zal aanwezig blijven nabij de compoundingang en de weg die het complex verbindt met de westelijke ingangspoort van Sabratah.’

    De brief is ondertekend, aldus de bron, door vertegenwoordigers van Mellitah en de Dabbashi-clan. Zowel ENI als Mellitah Oil and Gas heeft nog niet gereageerd op vragen van de media.

    ‘Het is een domino-effect. We zijn in de steek gelaten, en nu is het land in chaos. Zo lang Libië zo gevaarlijk blijft, zullen westerse regeringen ons links laten liggen’

    Ook zou de Dabbashi-clan betrokken zijn bij mensenhandel, naast brandstof- en wapensmokkel. Dat hebben Libische geheime diensten Middle East Eye verteld. Vorig jaar heeft de burgemeester van Sabratah de Dabbashi-clan er publiekelijk van beschuldigd de aanwezigheid van IS in het gebied te hebben verheimelijkt, en in 2016 opdracht te hebben gegeven tot ontvoering van vier Italiaanse werknemers.

    Vertrouwelijke bronnen in de Libische regering zeggen dat de milities buitenlandse bedrijven dwingen steekpenningen te betalen om in het gebied te kunnen blijven werken: er kan zowel contant als met brandstof worden afgerekend. Libische bronnen binnen de inlichtingendiensten vertelden Middle East Eye dat de corruptie zo alomtegenwoordig is dat hele eenheden van politie en kustwacht openlijk betrokken zijn bij de criminele handel, met name in de regio Zawiya-Sabratah.

    In Tripoli klaagt Abdrazaq Alshneti, een ambtenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken, over het gebrek aan steun van westerse regeringen. ‘Het is een domino-effect,’ zegt hij ‘We zijn in de steek gelaten, en nu is het land in chaos. Er is hier geen enkele veiligheid. Zo lang Libië zo gevaarlijk blijft, zullen westerse regeringen ons links laten liggen.’

    Volgens Alshneti spelen dezelfde milities die brandstof smokkelen ook een grote rol in de mensenhandel in Tripoli. Er zijn, zo zegt hij, zeker zo’n tien illegale detentiecentra, rechtstreeks onder het beheer van milities. Dezelfde milities die moeten worden beteugeld, wil Libië enige vooruitgang boeken.

    ‘Het is veel meer dan een politiek probleem,’ zegt Alshneti. ‘In Libië is een regering van nationale eenheid ondenkbaar zolang er geen krachtig nationaal leger is.’

    Auteur: Francesca Mannocchi
    Vertaling: Carl Stellweg

    Middle East Eye
    Ver.-Kon. | middleeasteye.net

    Gebeurtenissen in ‘Midwest-Azië’, o.l.v. David Hearst, afkomstig van The Guardian.
  • Roberto Saviano zegt niks

    Roberto Saviano zegt niks

    De Süddeutsche Zeitung begon een jaar geleden de serie interviews Ohne Worte. Zonder woorden kan veel gezegd worden. Ook journalist en chroniqueur van de Napolitaanse maffia Roberto Saviano kwam voor de lens van fotograaf Frank Bauer te staan. Met gebaren gaf hij uiting aan zijn angsten en beschreef hij wat het met hem doet om nergens thuis te zijn zo lang de ‘ndrangheta op hem jaagt.

    Roberto Saviano heeft het leven van zijn gezin kapotgemaakt, zo ziet hij dat zelf. Vaak gaan er maanden overheen voor het gezin bijeen is, en als het ervan komt is iedereen altijd gespannen. ‘Ik heb mijn gezin mee gesleept in een wereld van angst en twijfel,’ schreef hij. Hij zou dat niet nog eens doen, en toch: spijt heeft hij niet. Het is zoals het is als je de Napolitaanse maffia nerveus maakt, zoals Saviano in 2006 met zijn boek Gomorra. Sinds die tijd is Saviano een onvrij man. Hij woont op een geheim adres, wisselt regelmatig van woonplaats, moet elke afspraak en elke reis afstemmen met de veiligheidsdiensten van het betreffende land en zodra hij verschijnt, worden hotels en restaurants ontruimd en op bommen doorzocht. Bij deze fotosessie waren twee lijfwachten aanwezig.

    Een leven zonder echt ergens thuis te zijn. Wat doet dat met u?
    Een leven zonder echt ergens thuis te zijn. Wat doet dat met u?
    U noemde Italië ‘mooi maar vervallen’. Is het sindsdien verbeterd?
    U noemde Italië ‘mooi maar vervallen’. Is het sindsdien verbeterd?
    Een leven zonder echt ergens thuis te zijn. Wat doet dat met u?
    Een leven zonder echt ergens thuis te zijn. Wat doet dat met u?
    Ik heb mijn gezin mee gesleept in een wereld van angst en twijfel
    Bent u bang?
    Bent u bang?

    Beschuldiging

    De Amerikaanse nieuwssite The Daily Beast betichtte Roberto Saviano, bekend van de bestseller Gomorra, onlangs van plagiaat in zijn tweede boek ZeroZeroZero, over de internationale cocaïnehandel. In La Repubblica verweerde de nemesis van de Napolitaanse maffia zich: ‘Wat ik schrijf, heet non-fictie.’ De beschuldiging zou bedoeld zijn om hem in diskrediet te brengen.

    Uw vader is katholiek, uw moeder joods. Hoe vaak bidt u op een dag?
    Uw vader is katholiek, uw moeder joods. Hoe vaak bidt u op een dag?
    Denkt u dat er iemand is die zich voor u zal opofferen?
    Denkt u dat er iemand is die zich voor u zal opofferen?
    Hoe moeten wij ons uw dagelijks leven voorstellen?
    Hoe moeten wij ons uw dagelijks leven voorstellen?
    Wat uit uw vroegere leven mist u sinds uw boek over de Camorra?
    Wat uit uw vroegere leven mist u sinds uw boek over de Camorra?
    Heeft u enig idee hoeveel aanslagen er op u beraamd zijn?
    Heeft u enig idee hoeveel aanslagen er op u beraamd zijn?

    (Foto boven: Saviano antwoordt met gebaren op de vraag: maakt uw studie filosofie uw leven makkelijker of moeilijker? © Frank Bauer)

  • De burgemeester die er nooit is

    De burgemeester die er nooit is

    Terwijl Rome zucht onder oude Italiaanse kwalen als corruptie en de maffia, schittert burgervader Ignazio Marino door afwezigheid. De stad is zelfs onder curatele gesteld.

    Hij is zo vaak afwezig dat zelfs zijn ontslag waarschijnlijk niemand zou opvallen. Vandaar ook dat hij zich verschanst op de Cariben, om zijn memoires te schrijven. Ignazio Marino, de burgemeester van Rome en lid van de Democratische Partij, zou perfect de hoofdrol kunnen spelen in een film van de gebroeders Coen: The Man Who Wasn’t There.
    Het lag dan ook voor de hand dat de burgemeester-schrijver niet aanwezig zou zijn toen de ministerraad zich boog over het monumentale rapport van prefect Franco Gabrielli over de maffia in de hoofdstad [het gigantische corruptienetwerk dat afgelopen december werd blootgelegd in Rome]. Premier Renzi zei over hem: ‘De burgemeester is de afwezige die niet kan worden weggestuurd.’ Marino schrijft. Sinds hij burgemeester is, maakt hij elke avond aantekeningen in schriftjes van verschillende kleuren: zwart voor de maffia die hij niet heeft gezien, rood voor de revolutie die hij heeft beloofd, geel voor zijn reizen en ontsnappingen, grijs voor de nare 
journalisten, de regenboog voor de aanmoedigingen die hij kreeg uit het buitenland ‘waar ze mij begrijpen en roemen om dezelfde redenen waarom ik in Rome word uitgefloten’. Laten we eerlijk zijn: toen in november 2014 in de wijk Tor Sapienza de rellen tegen de immigranten losbarstten, had de burgervader, die in zijn verkiezingsbijeenkomsten had beloofd Rome om te vormen tot ‘stad van de gastvrijheid’, niets gemerkt en vloog hij zelfs, steeds minder betrokken als hij was bij de realiteit, de volgende ochtend naar Londen terwijl de rellen in alle hevigheid voortwoedden. En tijdens de dagen van ordinary madness toen heel Rome op jacht was naar drie Roma die in [de wijk] Primavalle zeven mensen hadden aangereden en een arme vrouw op slag hadden gedood, was hij in Philadelphia om een eredoctoraat in ontvangst te nemen. En toen de Romeinse politieagenten zich eind vorig jaar massaal ziek meldden, was en bleef Marino in Boston.
    Ook voor het recente schandaal rond de protserige begrafenis van maffiabaas Vittorio Casamonica [waarbij onder meer rozenblaadjes uit een helikopter werden gestrooid], is Marino vanzelfsprekend op geen enkele manier verantwoordelijk. Hij had natuurlijk weer zijn terugvlucht gemist, hij was vergeten dat zijn Rome donderdag onder het mes zou gaan voor een openhartoperatie, maar hij is opnieuw onschuldig, net als de hoofdrolspeler uit de film van de gebroeders Coen, die over zichzelf zegt: ‘Ik was een geest. Ik zag niemand. Niemand zag mij.’

    Ignazio Marino zou zomaar tot Kerstmis in Texas kunnen blijven zonder dat iemand het zou merken, afgezien van de cartoonisten en de satirici. – © Getty Images
    Ignazio Marino zou zomaar tot Kerstmis in Texas kunnen blijven zonder dat iemand het zou merken, afgezien van de cartoonisten en de satirici. – © Getty Images
    Is Marino schuldig? Nee, afwezig

    Maffiamelkkoe

    Laten we er geen doekjes om winden: nog nooit in de politieke geschiedenis van Rome is er een reces, een leegte, een vacuüm, een afwezigheid geweest die zo onschuldig was als die van Marino. Marino: een marsmannetje dat zich verplaatst per fiets in plaats van per ruimteschip, nooit vervolgd voor welk delict dan ook, maar altijd bespot om zijn stunteligheid. Burgemeester van de gaten in de weg, van het straatvuil en van de ongekende verloedering van de hoofdstad, en nu ook autobiografisch schrijver, een nieuw en onverwacht personage uit de Romeinse Commedia dell’Arte. ‘Als Marino blijft, vreten wij Rome binnen drie jaar op,’ had de Italiaanse crimineel Salvatore Buzzi voorspeld. Marino had niet gemerkt dat de stad die hij maar niet kon besturen, een melkkoe was geworden, noch dat zijn gemeenteraadsleden de bevelen van 
de maffia ‘moeten opvolgen omdat ik ze betaal en daarmee basta,’ aldus nog steeds Buzzi. Hij zag niets, maar intussen viel hij van zijn fiets toen hij probeerde te ontsnappen aan de kritische televisiecamera’s, en smakte hij met zijn hoofd op de stoep terwijl hij tegen de journalisten riep dat hij wel ‘wat beters te doen had’. Is Marino schuldig? Nee, afwezig. 
Hij zou zomaar tot Kerstmis in Texas kunnen blijven zonder dat iemand 
het zou merken, afgezien van de cartoonisten en de satirici. Daarom heeft het geen zin om Marino’s ontslag te eisen. Of beter gezegd: de demagogische campagne die door rechts wordt gevoerd om zijn ontslag te eisen, is politiek gezien onzinnig. Rome heeft namelijk al geen bestuur meer, de stad is uitgeput en kan zich zeker geen verkiezingen veroorloven tijdens het jubeljaar [dat op 8 december ingaat]. En het idee om een bewindvoerder voor de stad aan te stellen is ondenkbaar voor de hoofdstad van 
Italië. Zo ver mag het niet komen met de wandaden die de politiek heeft begaan tegen de mooiste stad van de wereld, waardoor die gaandeweg 
corrupt en verziekt, en nu ook maffioos is geworden. Marino, over wie mensen nog slechts hun schouders ophalen en hun ogen beschaamd ten hemel slaan, is zelf wel onder curatele gesteld. Maar op z’n Italiaans: hij is kaltgestellt door hem naar de Cariben te sturen. En dus fungeert Matteo Orfini [president van de Democratische Partij] als zijn politieke voogd. Prefect Franco Gabrielli zal zich in zijn plaats bezighouden met het Jubeljaar. Giovanni Malagò [voorzitter van het Italiaans Olympisch Comité] gaat zich storten op de kandidatuur van Rome voor de Spelen in 2024. De paus heeft zich 
ten koste van hem ontpopt tot hét publieke gezicht van Rome.

    Replay

    De ideale oplossing, die wij vorig jaar juni al voorstelden, was een speciale wet geweest om de controle over Rome weg te halen bij het stadsbestuur en toe te vertrouwen aan de staat, net zoals in Berlijn en Washington. In plaats daarvan zitten we nu opgescheept met curatele op zijn Italiaans, die bestaat uit achterkamertjespolitiek en schimmenspel: een replay van The Man Who Wasn’t There.

    Francesco Merlo

  • Libanese jeugd pikt het niet langer

    Libanese jeugd pikt het niet langer

    In Libanon keren jongeren zich steeds feller tegen de maffiose politieke kaste, die zich niets aantrekt van wat het volk wil.

    In Libanon is het woord ‘politicus’ een belediging. Voor fatsoenlijke Libanezen, die geen vleiers en meelopers zijn, is een politieke functie synoniem met verwerpelijk gedrag, diefstal en criminaliteit. Het is weliswaar een kenmerk van populisme om je af te zetten tegen politici, maar de Libanese politici doen er dan ook alles aan om het volk zo ver te krijgen. Deze politici, die oorlogen en haatgevoelens steeds weer aanwakkeren, die oproepen tot sektarisme, die zich storten op het neoliberalisme, die iets heilig verklaren wat uiteindelijk altijd neerkomt op heiligverklaring van hun eigen persoon, wier positie berust op geld en ‘verzet’ [verwijzing naar het programma van Hezbollah] maar vooral op de hechte banden van hun gemeenschap, doen niets anders dan zichzelf in stand houden.
    Deze categorie politici is in de jaren negentig op maffiose wijze ontstaan, op grond van bloedbanden. Door de verdeling tussen de ‘families’ is er een politieke klasse ontstaan die verdeeld is in twee takken. De ene is opgericht door Ghazi Kanaan en Abdel-Halim Khaddam [twee Syriërs die in de jaren 1980-1990 belast waren met het dossier-Libanon], en de andere door Rustum Ghazaleh [hoofd Syrische inlichtingen in Libanon tot 2005]. 
De gemeenschappelijke aanpak van deze politieke klasse, die steeds ongevoeliger is voor de burgers wier levenstandaard inmiddels is gedaald tot de armoedegrens, bestaat erin hun aanhangers één of twee maal per jaar in Beiroet bijeen te roepen om hun leiders, die zich prinsen voelen, toe te juichen. Dit ritueel is gericht op instandhouding van de kudde als natuurlijke politieke praktijk. [Heel wat politici hebben hun zoon of schoonzoon benoemd tot opvolger].

    Het is lastig om woorden te vinden die negatief genoeg zijn om deze politici te beschrijven

    Ogen geopend

    Libanese politici zijn nooit het toonbeeld van rechtschapenheid geweest. Maar nooit eerder was de politieke klasse zo slecht dat ze het land als 
haar eigendom beschouwde, zoals 
de Romeinen de Middellandse Zee ‘Mare Nostrum’ noemden. Als ware calvinisten geloven deze politici dat God hen al voor hun geboorte heeft voorbestemd voor het paradijs, maar 
in tegenstelling tot de calvinisten bestaat hun religie uit verkwisting. Het is lastig om woorden te vinden die negatief genoeg zijn om deze politici 
te beschrijven. De tegen hen gerichte woede gaat elk vocabulaire te boven, vooral voor dat deel van de Libanezen dat lijnrecht tegenover hen staat. 
Duizenden mannen en vrouwen van 30 tot 40 jaar, met goede opleidingen en moderne opvattingen, die hebben gestudeerd aan de beste universiteiten, vaak in het Westen, laten zich gelden als individu en als fatsoenlijk burger en weigeren het hoofd te buigen voor een of andere machtige man of generaal. Zíj hadden eigenlijk de beleidsmakers van het land moeten zijn, maar vinden privileges, macht en corruptie op hun weg. Deze generatie heeft de wereld de ogen geopend over de grote verdeeldheid tussen twee Libanese kampen: het pro-Iraanse kamp geleid door Hezbollah, en het pro-Saoedi-Arabische kamp onder leiding van de Hariri-clan. Ze sloten zich aan bij het ene of het andere kamp en geloofden lang in hun respectieve slogans om uiteindelijk beide hevig gedesillusioneerd te raken. Het eerste kamp wilde hen als kanonnenvlees in Libanon of Syrië laten dienen [Hezbollah strijdt in Syrië aan de zijde van het Syrische regime], terwijl ze volgens het andere kamp gewoon de handelaren en zakenlui moesten verrijken. Voor deze mannen en vrouwen volstaan de geijkte leuzen niet meer om de ware aard van de Libanese politieke klasse te verhullen.

    Libanese demonstranten roepen slogans tegen de regering tijdens een recente protestbijeenkomst. 
© Marwan Tahah / Corbis
    Libanese demonstranten roepen slogans tegen de regering tijdens een recente protestbijeenkomst. 
© Marwan Tahah / Corbis
    De woede van de jongeren is niet alleen legitiem, het is zelfs hun plicht

    Het ‘verzet’ tegen Israël is geen reden meer om Hezbollah te steunen en de moord op Hariri [ex-premier van Libanon, gedood in 2005] volstaat niet meer om het optreden van het pro-Hariri-kamp te vergoelijken. De Syrische revolutie heeft aangetoond dat de portretten van Assad konden worden verscheurd en dat zijn standbeelden konden worden neergehaald. Dat is een inspiratiebron. De woede van de jongeren is niet alleen legitiem, het is zelfs hun plicht. Ze zullen ongetwijfeld vergissingen begaan, maar daartoe hebben ze het volste recht. En ieder van ons heeft het recht en de plicht hun fouten te bekritiseren, maar niet nu. Vandaag de dag zijn de krachten waartegen zij het moeten opnemen veel talrijker en machtiger dan zij, want die vormen een goed geoliede wereld vol privileges. Die krachten gaan proberen met repressie, met leugens, of met een combinatie daarvan, de Libanese leiders en hun duistere zaakjes wit te wassen, net zoals zwart geld wordt witgewassen. Ze zullen de aard van het probleem verdraaien door het te vervangen door de valse voorstelling van zaken waar we al jaren mee worstelen en die ons verplettert. De droom zou opnieuw kunnen stranden, maar ons hart gaat uit naar die jonge mensen die het opnemen tegen deze bende afgestompte hypocrieten. Of ze nu winnen of verliezen, of ze nu gelijk of ongelijk hebben.

    Hazem Saghieh