Tag: medisch onderzoek

  • De medische interesse in hypnose groeit, zij het langzaam

    De medische interesse in hypnose groeit, zij het langzaam

    Ondanks hardnekkige scepsis groeit de medische interesse in hypnotherapie langzaam. Hersenonderzoek en klinische studies tonen steeds overtuigender aan dat hypnose mogelijk een effectief middel is tegen pijn en psychische klachten.

    Het zijn goede tijden voor de hypnosebusiness. Op YouTube bieden kanalen zoals UltraHypnosis video’s met kaarsen, wervelende patronen en langzame voice-overs, met titels als ‘Hypnosis to Declutter your Mind Before Deep Sleep’ [Hypnose om je hoofd leeg te maken voor een diepe slaap]. Sommige hebben tientallen miljoenen views. Op een recente conferentie van hypnose-experts in Californië wees David Spiegel, een van de sprekers, op het succes van zijn hypnose-app Reveri, die er het afgelopen jaar meer dan 214.000 gebruikers bij heeft gekregen, en in totaal 650.000 gebruikers telde sinds de lancering in 2020.

    Het internet staat vol met dubieuze ‘wellness’-rages, van een koud dompelbad tot detoxvoetbaden. Maar Spiegel, psychiater aan de Stanford University, is niet zomaar een influencer. Hij maakt deel uit van een kleine, maar groeiende groep artsen en onderzoekers die vinden dat hypnotherapie, door veel artsen als pseudowetenschap beschouwd, onterecht wordt verguisd.

    Hoewel de werkzaamheid van hypnose voor de meeste medische behandelingen niet bewezen is, heeft de techniek bij de behandeling van pijn en bepaalde psychische klachten intrigerende resultaten laten zien. Spiegel en zijn collega’s verzamelen bewijs uit een groeiende stapel klinische studies die het effect van hypnose op de hersenen onderzoeken en die de werking ervan getest hebben op allerlei vlakken: van het verzachten van pijn bij operaties en het verlichten van bijwerkingen van kankerbehandelingen tot het behandelen van angst, het prikkelbaredarmsyndroom (PDS) en depressie. In een artikel met de titel ‘Hypnosis: the most effective treatment you have yet to prescribe’ [Hypnose. De effectiefste behandeling die je nog moet voorschrijven], beweren Spiegel en Jessie (Kittle) Markovits, een arts van het Stanford Medical Centre, dat ‘hypnose, als het een medicijn was, allang de standaardbehandeling zou zijn’.

    Sceptisch

    De meeste voorstanders van hypnose splitsen de procedure op in twee delen. Tijdens de ‘inductie’ worden patiënten gevraagd om zich te concentreren op de stem van de hypnotiseur en een prettige herinnering (zoals relaxen op een strand). Als alles goed gaat, is het resultaat een toestand die je zou kunnen vergelijken met volledig opgaan in een film, waarbij je perceptie van tijd verandert.

    Vervolgens komt de ‘suggestie’, wanneer de hypnotherapeut de patiënt vertelt dat een scherpe pijn eigenlijk aanvoelt als warmte, of dat broccoli naar chocolade smaakt. Peter Whorwell, een Britse maag-darmarts die meer dan twintig door collega’s getoetste onderzoeksrapporten heeft geschreven over PDS en hypnose, beschrijft hoe je patiënten met colitis, een ontsteking van de dikke darm, kunt vragen zich voor te stellen dat een hand in hun darmen knijpt en dat die hand zich vervolgens langzaam ontspant.

    Reguliere wetenschappers die sceptisch zijn over hypnose vragen zich vaak af hoe het nou precies werkt: hoe zorgen de suggesties die aan een patiënt gedaan worden ervoor dat deze nuttige effecten ervaart? Voorstanders van hypnose maken daarom gebruik van neuroimagingtechnieken om uit te zoeken wat er in het hoofd van mensen gebeurt terwijl ze gehypnotiseerd worden.

    Veranderingen in hersenactiviteit beginnen bij inductie, zegt Mathieu Landry, een neurowetenschapper aan de Universiteit van Quebec in Trois-Rivieres en de auteur van een veelgeciteerd overzicht van hersenbeeldvormend onderzoek met betrekking tot hypnose. Hij wijst in het bijzonder op verhoogde activiteit bij gehypnotiseerde mensen in het centraal-executief netwerk (CEN), een verzameling hersencircuits waarvan bekend is dat ze betrokken zijn bij het reguleren van aandacht en focus. Er lijkt ook meer communicatie te zijn tussen delen van het CEN en de insula, die helpt bij het controleren en interpreteren van lichaamssignalen.

    Tijdens hypnose is het misschien mogelijk om pijnsignalen op een andere manier te verwerken en daardoor minder pijn te ‘voelen’

    De insula maakt deel uit van het salience network [waarbij salience ‘dat wat opvalt of in het oog springt’ betekent], zo genoemd omdat het de aandacht vestigt op belangrijke veranderingen in de omgeving. Het is betrokken bij het verwerken van bedreigingen en zorgt ervoor dat mensen zich bang of ongemakkelijk voelen als dat nodig is – gewaarwordingen die vaak voorkomen bij pijn en fobieën. Spiegel denkt dat de verhoogde communicatie tussen de CEN en de insula zou kunnen betekenen dat hypnotherapie de CEN in staat stelt om meer controle uit te oefenen over onaangename emoties.

    Elders in het saliencenetwerk beïnvloedt hypnose de activiteit in de cortex cingularis anterior, een kraagvormige structuur onder de prefrontale cortex, die onder andere helpt om iemands aandacht te sturen en die cruciaal is voor het verwerken van pijn en anticipatie. Er is enig bewijs dat hypnose ook de verbindingen verandert van de prefrontale cortex naar een derde hersengebied, de amygdala, die emotionele reacties helpt sturen. Al deze veranderingen kunnen te maken hebben met het vermogen van hypnose om angst en schrik te verminderen voor dingen die pijn veroorzaken, zoals PDS.

    Markovits zegt dat deze bewijzen suggereren dat hypnose gebruikmaakt van het vermogen van de hersenen om te interpreteren wat het lichaam ervaart. Tijdens hypnose, zegt ze, is het misschien mogelijk om pijnsignalen op een andere manier te verwerken en daardoor, letterlijk, minder pijn te ‘voelen’.

    Dit alles stemt tot nadenken, maar lijkt nog geen afdoende bewijs. Ook door middel van klinisch onderzoek, dat nuttig kan zijn om uit te zoeken of een interventie werkt, zelfs als de precieze werking onduidelijk is, hebben wetenschappers intrigerend bewijsmateriaal over hypnose verzameld.

    Gehypnotiseerde patiënten hadden minder morfine nodig

    Neem PDS, dat problemen met de stoelgang en pijn kan veroorzaken. In 2015 stelde Whorwell vast dat van 1000 patiënten met een moeilijk te behandelen vorm van PDS 67 procent aangaf minstens 30 procent minder buikpijn te ervaren als gevolg van hypnotherapie. Van ongeveer 30 klinische onderzoeken, waaronder ten minste 11 gerandomiseerde onderzoeken met controlegroep – de gouden standaard voor medisch bewijs – kwamen de meeste tot de conclusie dat hypnose de symptomen van PDS significant verbeterde.

    De Hoge Gezondheidsraad, een wetenschappelijk adviesorgaan van de Belgische overheid, concludeerde in 2020 dat hypnose bij de behandeling van depressie en angst standaardmethoden zoals cognitieve gedragstherapie (CGT) – een praattherapie – effectiever kan maken. Uit een meta-analyse (waarbij de resultaten van veel vergelijkbare onderzoeken worden gecombineerd) die werd gepubliceerd in 2021, kwam naar voren dat het toevoegen van hypnose aan CGT de resultaten verbeterde voor 66 procent van de patiënten die leden aan depressie, pijn of obesitas.

    Hypnose is ook getest naast anesthesie bij grote operaties. In een klinisch onderzoek uit 2020 onder 113 patiënten die een hartoperatie ondergingen in een Frans ziekenhuis werden verschillende hypnosetechnieken uitgeprobeerd naast de gangbare chemische anesthesie.  Patiënten werd gevraagd ‘zich te concentreren op een rood voorwerp’ en vervolgens ‘mentaal naar een aangename plek te reizen’, waarna ze dieper in ontspanning en ‘een tranceachtige toestand’ werden gebracht, zoals staat beschreven in een artikel dat werd gepubliceerd in een Amerikaans tijdschrift over cardiologie. Als dat niet werkte, werden de patiënten bestookt met vragen die gericht waren op het ‘verzadigen van de geest’, een andere inductietechniek. Beide methoden resulteerden in minder pijn en meer sedatie dan bij de placebogroep het geval was, wat betekende dat gehypnotiseerde patiënten minder morfine nodig hadden.

    Veelbelovende resultaten

    Deze reeks veelbelovende resultaten laat zien dat de medische interesse in hypnotherapie groeit, zij het langzaam. Sinds 2015 gebruiken alle dertig Franse universitaire ziekenhuizen hypnose om pijn te beheersen; twintig daarvan bieden hypnose aan in combinatie met plaatselijke verdoving, als alternatief voor algehele anesthesie bij sommige ingrepen waarvan het pijn- en risiconiveau minder hoog zou zijn. In Nederland is hypnose gebruikt om vrouwen gerust te stellen tijdens de screening op borstkanker. Hypnose wordt aangeboden bij pijnbestrijding in het Bethesda Kinderziekenhuis in Boedapest, dat kinderen met brandwonden uit heel Hongarije behandelt.

    Terwijl de onderzoeken die het gebruik van hypnose bij pijnbestrijding ondersteunen over het algemeen van goede kwaliteit zijn, is het onderzoek naar het gebruik van hypnose bij stoppen met roken of slapeloosheid minder degelijk. Wie op dit vlak bewijs wil verzamelen, loopt aan tegen de slechte reputatie van hypnose in het algemeen. Eén probleem, zeggen voorstanders, is dat hypnose vaak niet gereguleerd is. Het is illegaal om je voor te doen als arts als je geen professioneel medisch examen hebt afgelegd, maar in de meeste landen mag iedereen zich hypnotiseur noemen. Het vakgebied ligt daarom open voor charlatans en oplichters.

    Er zijn ook andere obstakels. Als hypnose een medicijn was, dan zouden de positieve onderzoeksresultaten tot nu toe, in combinatie met het feit dat hypnotherapie relatief goedkoop is en makkelijk toe te passen met behulp van technologie, ervoor zorgen dat hypnose op grote schaal gebruikt zou worden, zegt Markovits. Maar omdat hypnose geen medicijn is, valt er moeilijk geld aan te verdienen.

    Guy Montgomery, een klinisch psycholoog in het Mount Sinai-ziekenhuis in New York, publiceerde in 2007 een onderzoek naar borstbiopsies en lumpectomieën, waarbij kankerweefsel wordt verwijderd. Hij toonde aan dat hypnose vóór de operatie de duur van de operatie verkortte, de bijwerkingen nadien verminderde en de noodzaak om kalmerende middelen en pijnstillers voor te schrijven verkleinde.

    Destijds berekende hij dat het ziekenhuis hiermee 772,71 dollar per patiënt kon besparen en hij was er zeker van dat andere oncologen zijn voorbeeld zouden volgen en ook hypnose zouden gebruiken bij hun patiënten. Bijna twintig jaar later is dat nog steeds niet het geval. ‘In tegenstelling tot bij farmaceutica,’ zegt hij, ‘komen de dollars in dit geval niet in iemands zak terecht.’

  • ‘Een spuit of een pilletje is niet genoeg om obesitas te bestrijden’

    ‘Een spuit of een pilletje is niet genoeg om obesitas te bestrijden’

    Nieuwe medicijnen om obesitas te behandelen, zogenaamde GLP1-agonisten, zijn in korte tijd zeer populair geworden. Maar volgens John Schoonbee van herverzekeraar Swiss Re zijn medicijnen pas een laatste redmiddel, als aanpassingen in levensstijl niet aanslaan.

    Het idee van een pil of een injectie waarmee je kunt afvallen is heel aanlokkelijk voor mensen die worstelen met hun gewicht. Het is ook een droom van farmaceutische bedrijven, van wie de middelen tegen obesitas vaak tekortschoten op het gebied van veiligheid of effectiviteit. Maar dat lijkt nu te veranderen. Sinds de Amerikaanse goedkeuring van een wekelijkse injectie om af te vallen in 2021, en daarna het groen licht van de Europese toezichthouder, zijn er al verschillende geneesmiddelen op de markt of staan ze op het punt goedgekeurd te worden. Een hele reeks producenten, van grote fabrikanten tot kleinere biotechbedrijven, verkoopt al dit soort middelen of is ze aan het testen. Herverzekeraars zoals Swiss Re stellen ook veel belang in geneesmiddelen tegen obesitas en andere chronische aandoeningen die de verbetering van de levensverwachting afremmen. Hoe minder mensen ziek worden en voortijdig sterven, hoe beter onze portefeuilles presteren.

    De nieuwe middelen, zogenaamde GLP1-agonisten, verminderen het hongergevoel. Uit klinische onderzoeken blijkt dat ze leiden tot gewichtsverlies, een betere glucoseregulatie en patiënten helpen greep te krijgen op hun diabetes, de aandoening waarvoor deze middelen oorspronkelijk zijn ontwikkeld. Er is ook aangetoond dat ze de kans op hart- en vaatziekten verminderen. Daarmee kunnen ze een waardevolle bijdrage leveren aan de strijd tegen wat een groot en groeiend medisch probleem is: volgens schattingen van de Amerikaanse Centres for Disease Control and Prevention is bij meer dan 40 procent van de volwassenen in de VS sprake van obesitas (een BMI van 30 of hoger). Volgens één onderzoek zouden de economische kosten van overgewicht of obesitas (denk aan productiviteitsverlies door ziekteverzuim) in 2035 wereldwijd kunnen oplopen tot vier biljoen dollar per jaar.

    Maar in de strijd tegen deze obesitasepidemie moet een belangrijk principe leidend blijven: beslissingen over de inzet van deze geneesmiddelen moeten worden genomen op basis van wetenschappelijk inzicht, niet op basis van socialemediahypes. Obesitas is een complex probleem waarin maatschappelijke factoren, gedrag en voeding allemaal een rol spelen. Een spuit of een pilletje alleen is niet genoeg om iemand een gezondere stofwisseling te geven.

    Belangrijke nadelen

    Wie het gebruik van deze medicijnen overweegt, moet rekening houden met een aantal belangrijke nadelen. GLP1-medicijnen hebben bijwerkingen zoals misselijkheid, spijsverteringsproblemen, abdominale zwelling en braken, al nemen die na verloop van tijd vaak af. In één onderzoek stopte circa 7 procent van de proefpersonen voortijdig met de behandeling vanwege de bijwerkingen, tegen 3,1 procent in de placebogroep. Het inschatten van de bijwerkingen op langere termijn is lastiger. Hoewel het gewichtsverlies bij het onderzoek naar de goedgekeurde injectie vooral verlies van vet betrof, werd ook spierweefsel afgebroken. De mensen die de injectie kregen toegediend verloren 6,9 kilo aan spierweefsel, bijna vijfmaal zoveel als in de controlegroep. Dat is van belang: spiermassa is een belangrijke graadmeter voor de gezondheid en het herstellend vermogen van mensen, vooral naarmate ze ouder worden.

    Verder denken veel medische deskundigen dat wie met zo’n behandeling begint, er voor het leven aan vastzit. Zodra je ermee stopt, kunnen de positieve gevolgen verdwijnen. In één onderzoek daalde het gemiddelde BMI van de deelnemers in 16 maanden tijd weliswaar van 37,6 naar 31,2, maar binnen een jaar nadat ze waren gestopt hadden ze een flink deel van de verdwenen kilo’s er weer bij. Ook de verbeterde bloeddruk was tenietgedaan. En als je deze geneesmiddelen tientallen jaren gebruikt, groeit de kans dat de bijwerkingen zich opstapelen. Daarnaast heeft levenslange behandeling grote financiële consequenties. De prijs van de injecties wordt in Amerika geschat op 13.600 dollar per jaar. Zelfs als die prijs onder invloed van toenemende concurrentie in de toekomst daalt, kan het voor een verzekeraar nog een dure aangelegenheid worden als deze middelen verplicht in het pakket komen.

    Het zou dom zijn om de ogen te sluiten voor het potentieel van deze geneesmiddelen om de obesitas- en diabetesepidemie af te remmen en de levenskwaliteit van patiënten te verbeteren. Maar vanwege de mogelijke bijwerkingen en de hoge kosten van langdurig gebruik moeten de artsen die deze middelen voorschrijven en de patiënten die ze innemen goed nadenken over hoe ze worden ingepast in een duurzaam plan voor gewichtsverlies. Dat wordt des te nijpender omdat de middelen zo populair zijn: één fabrikant heeft al gewaarschuwd dat de vraag binnenkort zijn productiecapaciteit dreigt te overtreffen.

    Er moet meer onderzoek worden gedaan naar de voedingsrichtlijnen

    Verder moet er worden nagedacht over hoe breed ze kunnen worden ingezet. Ook mensen met een klein beetje overgewicht willen waarschijnlijk wel een paar kilo afvallen en zullen deze geneesmiddelen willen gebruiken voor overwegend cosmetische doeleinden. Daarom is het des te belangrijker dat mensen goed worden voorgelicht over alle mogelijkheden, te meer daar we weten dat mensen die worstelen met hun gewicht vaak ook zonder medicatie goed geholpen kunnen worden. Twee van de belangrijkste manieren waarop dat kan, hebben te maken met wat we eten en hoeveel we bewegen. Veel van wat we tegenwoordig consumeren verschilt hemelsbreed van wat onze voorouders op hun bord hadden, doordat we steeds meer grijpen naar voorbewerkt voedsel. En het leven wordt steeds meer geautomatiseerd, wat minder fysieke arbeid en meer stilzitten betekent.

    Veel mensen die gewicht willen verliezen en de daarmee samenhangende ziekten willen aanpakken hebben daarom baat bij doordachte programma’s die aanzetten tot gezonder eten en meer bewegen. Er moet meer onderzoek worden gedaan naar de voedingsrichtlijnen van de verschillende nationale voedingsbureaus, want die zijn vaak verouderd. Het advies luidt bijna altijd om minder te eten en meer te bewegen, maar daarbij wordt te eenzijdig gekeken naar de energiebalans (‘calories in, calories out’), de gedachte dat je vanzelf afvalt als je maar minder calorieën eet dan je verbrandt. Er is inmiddels veel kritiek op het voedingsparadigma van de afgelopen vijftig jaar, waarbij vooral naar calorieën werd gekeken en vet, met name verzadigde vetten, gedemoniseerd werd.

    We moeten meer inzicht krijgen in hoe ons lichaam vetten, koolhydraten en eiwitten omzet in energie, en op basis daarvan de voedingsrichtlijnen en onze bredere aanpak van overgewicht bijstellen. Zo weten we al dat het beteugelen van de insulineaanmaak, onder meer door minder suiker en koolhydraten te consumeren, dezelfde positieve effecten heeft als de nieuwe geneesmiddelen nu beloven. De werkelijkheid geworden droom van een pil of een injectie waarmee je kunt afvallen is een uitbreiding van ons arsenaal in de strijd tegen overgewicht. Die zal levens veranderen. Maar het is niet het enige wapen waarover we beschikken en er zitten haken en ogen aan. Voor een duurzame aanpak is het misschien beter om GLP1-agonisten te beschouwen als een extra optie om achter de hand te hebben, net zoals bariatrische chirurgie (maagband, maagverkleining) vaak gezien wordt als een laatste redmiddel tegen obesitas, iets waarnaar je alleen grijpt als veranderingen in de levensstijl niet aanslaan.

    Lees ook:

  • Henrietta Lacks’ cellen zorgden voor talloze medische doorbraken – zonder dat ze toestemming gaf

    Henrietta Lacks’ cellen zorgden voor talloze medische doorbraken – zonder dat ze toestemming gaf

    De erven van Henrietta Lacks hebben een farmaceutisch bedrijf aangeklaagd voor het verkopen van cellen die artsen van het Johns Hopkins-ziekenhuis in 1951 bij haar afnamen. Op basis van die cellen werden tal van medicijnen ontwikkeld die miljoenen aan winst opleverden, zonder dat de familie Lacks hierin meedeelde.

    Op 23 juni 2010 schreef Joanna Moorhead in The Guardian: ‘Henrietta Lacks, een eenendertigjarige moeder van vijf kinderen, stierf op 4 oktober 1951 aan baarmoederhalskanker. Hoewel haar ziekte een tragedie was voor haar familie, was het op een bepaalde manier een wonder voor de wereld van medisch onderzoek, en sterker nog, voor ieder van ons op deze aardbol.’

    Een wonder inderdaad, omdat de cellen van Lacks, die uit haar tumor werden gehaald terwijl ze een operatie onderging, in de jaren na haar dood verantwoordelijk zijn geweest voor enkele van de belangrijkste medische sprongen voorwaarts in de geschiedenis. Het poliovaccin, chemotherapie, klonen, het in kaart brengen van genen en ivf: het zijn slechts enkele mijlpalen in de gezondheidszorg, die te danken zijn aan het leven en de dood van de jonge moeder.

    De cellen van Lacks, die bekend staan als HeLa, naar de eerste twee letters van haar voor- en achternaam, vormden de eerste onsterfelijke menselijke cellijn in de geschiedenis. Wetenschappers in het ziekenhuis waar ze stierf, het Johns Hopkins in Baltimore, probeerden al jaren een continu reproducerende cellijn te produceren, maar dat mislukte steeds omdat het niet lukte de cellen in leven te houden. De cellen van Lacks waren de eerste die aansloegen, en waarmee een constant reproducerende lijn van cellen kon worden geproduceerd die letterlijk onsterfelijk zijn.

    Syfilis

    Gewone cellen die uit een menselijk lichaam worden gehaald en in een laboratorium worden bewaard, hebben een beperkte levensduur; maar een onsterfelijke cellijn wordt op zo’n manier gekweekt dat de cellen zich onbeperkt kunnen vermenigvuldigen. Waarom precies de cellen van Lacks gereproduceerd konden worden, terwijl die van honderden andere patiënten niet overleefden, is onduidelijk. het vermoeden is dat er verband bestaat met de hevigheid van haar tumor, die virulenter leek te zijn geworden doordat ze ook aan syfilis leed.

    Toen duidelijk werd dat de HeLa-cellen zich zouden blijven voortplanten, werden ineens allerlei onderzoeken en experimenten mogelijk. Om te beginnen betekende de beschikbaarheid van levende cellen buiten het menselijk lichaam dat artsen celdeling konden waarnemen en ook konden zien hoe virussen zich in de cellen gedroegen. Bovendien was het mogelijk om de cellen bloot te stellen aan omstandigheden die niet ethisch zouden zijn geweest als ze zich in een menselijk lichaam bevonden; artsen konden ze bijvoorbeeld bombarderen met kankerverwekkende stoffen om de resultaten te bestuderen. Dat gebeurde dan ook.

    Lees ook:

    Sinds 1951 zijn HeLa-cellen blootgesteld aan eindeloze toxines, infecties en bestralingen en zijn er talloze medicijnen op getest. En dat alles heeft geleid tot honderden, zo niet duizenden nieuwe inzichten en heeft zo bijgedragen aan de manier waarop de geneeskunde zich in de tweede helft van de twintigste eeuw en het eerste decennium van deze eeuw kon ontwikkelen.

    ‘De lerares wist alleen dat ze zwart was en dat ze in 1951 was overleden aan baarmoederhalskanker’

    Decennialang werden HeLa-cellen routinematig gebruikt in laboratoria over de hele wereld en werden ze geprezen als cruciaal voor doorbraak na doorbraak, maar niemand leek stil te staan bij de persoon erachter. Totdat, zevenendertig jaar na de dood van Lacks, een zestienjarig schoolmeisje genaamd Rebecca Skloot in een biologieles haar lerares hoorde uitleggen hoe kanker begint, en dat de kennis over dat proces was verworven door het bestuderen van HeLa-cellen op kweek. Die cellen, zei de leraar, waren afkomstig van een vrouw genaamd Henrietta Lacks.

    Toen de les voorbij was, liepen de andere studenten al weg, maar Skloot bleef rondhangen. ‘Ik vroeg mijn lerares: wie was deze vrouw Henrietta Lacks? Waar kwam ze vandaan? Had ze kinderen? Maar de lerares wist alleen dat ze zwart was en dat ze in 1951 was overleden aan baarmoederhalskanker.’

    Henrietta Lacks 1920 1951
    Henrietta Lacks circa 1945–1951. – © Wikimedia Commons

    Nadat ze biologische wetenschappen had gestudeerd, wijdde Skloot zich aan wat zij de ‘onsterfelijkheid’ van Lacks noemt, en aan het achterhalen van de waarheid achter de HeLa-cellen. Het resulteerde in het boek The Immortal Life of Henrietta Lacks, dat een van de bestverkochte nieuwe boeken van 2010 werd en vervolgens meer dan zes jaar op de bestsellerlijst van The New York Times stond en uiteindelijk op nummer 1 belandde. Het boek werd in 2017 verfilmd voor HBO, met Rose Byrne als Skloot en Oprah Winfrey als Deborah, de dochter van Lacks.

    ‘Henrietta’s cellen zijn afgenomen zonder haar medeweten en zonder haar toestemming’

    Wat Skloot ontdekte was dat terwijl de cellen van Lacks het aanzien van de moderne geneeskunde veranderden, haar man en kinderen er niet alleen niets van wisten maar ook zelf geen adequate gezondheidszorg kregen. ‘Waar mensen het meest van schrikken, is dat Henrietta’s cellen zijn afgenomen zonder haar medeweten en zonder haar toestemming’, aldus Skloot. ‘Maar dat is de standaardpraktijk, zowel in het VK als in de VS. Als je vóór de operatie een algemeen toestemmingsformulier ondertekent, kunnen eventuele verwijderde cellen later voor onderzoek worden gebruikt en hoeven artsen dit niet te laten weten.’

    ‘Het algemene standpunt van de medische wetenschap is dat cellen die van een individu zijn afgenomen en voor onderzoek worden gebruikt, ten goede komen aan het algemeen welzijn, en dat het oké is om ze te gebruiken. Maar het verhaal van Lacks laat zien dat dat niet zo is, in ieder geval niet in Amerika. Want Henrietta’s cellen werden gebruikt om medische behandelingen te ontwikkelen, maar die behandelingen waren alleen bereikbaar voor mensen die een zorgverzekering konden betalen. Verarmde gezinnen, zoals de familie Lacks, waren precies de gezinnen die dat niet konden.’

    Rechtszaak

    Tot overmaat van ramp maakten de cellen van Lacks farmaceutische bedrijven ook nog eens rijk. Meer specifiek verkochten celbanken en biotechbedrijven flesjes met haar cellen: de gangbare prijs voor een tube HeLa-cellen was in 2010 ongeveer 260 dollar. Geen cent van de winst die haar cellen hadden helpen genereren, ging naar haar nabestaanden. Terwijl de cellen van hun moeder wereldwijd wetenschappelijke bekendheid verwierven, was voor de familie Lacks geen fortuin weggelegd.

    Tot zover The Guardian in 2010. Mogelijk komt er nu een wending in het verhaal dat zo tragisch verliep voor de familie Lacks: nabestaanden hebben het farmaceutische bedrijf Thermo Fisher Scientific aangeklaagd. Ze beschuldigen het bedrijf ervan cellen van Lacks te hebben verkocht die artsen van het Johns Hopkins-ziekenhuis in 1951 zonder haar medeweten of toestemming hebben afgenomen, aldus een recent artikel The Guardian.

    ‘De HeLa-cellijn is de eerste lijn van menselijke cellen die met succes werd gekloond’ en die sindsdien voortdurend is gebruikt ‘voor onderzoek dat bijna elk domein van de geneeskunde heeft beïnvloed’, aldus de advocaten van de nabestaanden in een persbericht.

    Thermo Fisher Scientific, uit Waltham, Massachusetts, heeft willens en wetens weefsel in massa geproduceerd en verkocht, dat door artsen in het ziekenhuis van Lacks was afgenomen binnen ‘een raciaal onrechtvaardig medisch systeem’, aldus de federale aanklacht.

    Volgens de aanklacht jaagde een groep witte artsen van Johns Hopkins in de jaren vijftig op zwarte vrouwen met baarmoederhalskanker

    De rechtbank van Baltimore wordt gevraagd om Thermo Fisher Scientific te gelasten ‘het volledige bedrag van de nettowinst die is verkregen door de HeLa-cellijn te commercialiseren over te maken naar de erven Henrietta Lacks’. Daarnaast wordt verlangd dat het Thermo Fisher Scientific permanent wordt verboden om de HeLa-cellijn te gebruiken zonder toestemming van de nabestaanden. Op zijn website zegt het bedrijf dat het jaarlijks ongeveer 35 miljard dollar aan inkomsten genereert.

    Volgens de aanklacht jaagde een groep witte artsen van het Johns Hopkins-ziekenhuis in de jaren vijftig op zwarte vrouwen met baarmoederhalskanker, waarbij weefselmonsters uit hun baarmoederhals werden weggesneden zonder medeweten of toestemming.

    ‘De uitbuiting van Henrietta Lacks vertegenwoordigt helaas de gemeenschappelijke strijd die zwarte mensen door de geschiedenis heen hebben meegemaakt’, aldus de aanklacht. ‘Zwart lijden heeft geleid tot enorme medische vooruitgang en winsten, zonder eerlijke compensatie of erkenning.’

    Een van de advocaten van de familie is Ben Crump, een in Florida gevestigde burgerrechtenadvocaat die de afgelopen jaren nationaal bekendheid kreeg als vertegenwoordiger van de families van Trayvon Martin, Michael Brown, Breonna Taylor en George Floyd, de zwarte mensen wier dood door toedoen van politie en burgerwachten nieuw leven inblies in een nationale beweging voor politiehervorming en raciale rechtvaardigheid.

    Het Johns Hopkins-ziekenhuis zegt dat het zijn omgang met Lacks en haar familie na meer dan vijftig jaar en na de publicatie van het boek van Rebecca Skloot in 2010 met andere ogen bekijkt.

    ‘Op verschillende momenten in de afgelopen decennia hadden we als Johns Hopkins meer kunnen doen en moeten doen om de familie van Henrietta Lacks te informeren en samen te werken uit respect voor hun privacy en hun persoonlijke belangen’, zo meldt het Johns Hopkins-ziekenhuis op zijn website.

    Lees ook: