Het Verenigd Koninkrijk wil zo illegale migratie tegengaan
De regering van het Verenigd Koninkrijk wil een specifiek sanctiesysteem instellen om mensen die migranten het land binnensmokkelen aan te pakken. Het plan, dat erop gericht is om ‘financiële stromen bij de bron te stoppen, zal helpen bij het voorkomen, bestrijden en afschrikken van illegale immigratie en het smokkelen van migranten naar het Verenigd Koninkrijk’, zei de Britse minister van Buitenlandse Zaken, David Lammy, in een verklaring. Hij zal het plan donderdag in een toespraak presenteren.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Vooruitlopend op kritiek van een deel van links, schreef de minister van Buitenlandse Zaken in een opiniestuk voor The Guardian dat ‘degenen die beweren dat migratie geen onderwerp is [dat door de progressieve kant moet worden opgepakt]’ het mis hebben. ‘Er is niets progressiefs aan om het te laten gebeuren dat de meest kwetsbaren worden uitgebuit,’ merkte hij op.
Sinds hij aan de macht is, heeft Labour-premier Keir Starmer beloofd de strijd tegen mensensmokkelnetwerken op te voeren, die hij als terroristen wil behandelen. Het onderwerp zal een van de thema’s zijn van zijn ontmoeting met president Emmanuel Macron op donderdag in Chequers, in het Verenigd Koninkrijk.
Op de Balkan worden via de zwarte markt op berichtendienst Telegram oproepen gedaan om voor een aanzienlijk bedrag immigranten te smokkelen. Bij deze Bulgaarse chauffeur gaat bijna alles mis. En naar het geld kan hij fluiten.
Vladislav [niet zijn echte naam] leidt geen bijzonder turbulent leven. Hij woont in een stad in het noordoosten van Bulgarije, waar hij in een fabriek werkt, in ploegendienst. De eentonigheid van zijn baan en het magere salaris dat hij verdient brengen hem in de verleiding om dingen te doen die ver buiten zijn dagelijkse routine vallen – in dit geval zelfs buiten de wet.
Via een advertentie in een anoniem kanaal op berichtendienst Telegram begint Vladislav in september 2023 een nieuwe loopbaan als ‘handelaar in illegale immigranten’. Hij aarzelt aanvankelijk, maar het geld dat hem in het vooruitzicht wordt gesteld is toch te verleidelijk. Vladislav reageert op een bericht dat gebruiker Dark Haker heeft geplaatst, waarin wordt gezocht naar een ‘vervoerder tegen betaling van een groot bedrag’. Vladislavs’ interesse is daarmee al snel gewekt. Dark Haker biedt eerst 650 euro, dan 750, en uiteindelijk iets meer dan 1000 dollar voor het vervoeren van vier vluchtelingen van Boergas naar Sofia.
Internetchats
Illegale migranten de grens over zetten is niet langer alleen voorbehouden aan professionele smokkelaars; het wordt tegenwoordig ook gedaan door mensen die ‘gewoon geld willen verdienen’. Het werven van dergelijke ‘eendagssmokkelaars’ vindt en plein public plaats in internetchats die voor iedereen toegankelijk zijn.
Nadat hij akkoord is gegaan met het aanbod om de vluchtelingen te vervoeren, vertrekt Vladislav vrijwel onmiddellijk naar Boergas. De opdracht is relatief eenvoudig: haal de vier vluchtelingen op en rijd dan rechtstreeks naar Sofia, zonder onderweg ergens te stoppen. Er moet bij aankomst in Sofia een video-opname worden gemaakt van het tellen van de migranten, en er worden regelmatig screenshots van zijn locatie verwacht, zodat de organisatoren weten waar hij is.
Die avond krijgt hij de exacte coördinaten van de plaats waar hij heen moet rijden om de vluchtelingen op te halen. De locatie is een zandweg in Strandzja, tussen Kroesjevets en de Jasna Poljana-dam.
Als hij daar aankomt, ziet Vladislav in het schijnsel van mobiele telefoons de eerste vluchteling opdoemen: een man in donkere kleren met een rugzak. Hij heeft een kaalgeschoren hoofd, een baard en een snor. ‘Daarna verschenen er nog zes,’ vertelt Vladislav. Terwijl de afspraak was dat hij er vier mee zou nemen, waren het er opeens zeven. En in zijn sedan passen maar vijf mensen. Uiteindelijk neemt hij ze allemaal mee richting Sofia: vijf achterin en twee naast hem voorin.
De communicatie met de migranten in de auto verloopt moeizaam. Slechts een van hen spreekt een beetje Engels. ‘Ze maakten voornamelijk selfies met hun telefoons,’ vertelt Vladislav. Met behulp van een vertaalapp begrijpt hij dat ze uit Afghanistan komen en dat hun volgende stop Servië is, met eindbestemming Duitsland. Ze hebben 3000 euro per persoon betaald voor hun reis door Bulgarije.
Vage aanwijzingen
De aanwijzingen die Vladislav onderweg krijgt blijven erg algemeen. Hij moet achter een vrachtwagen gaan rijden en via de app Waze in de gaten houden waar de politie gesignaleerd is. ‘Werd je aangehouden, dan was je er gloeiend bij,’ zegt hij.
Bij aankomst maakt Vladislav zoals gevraagd een filmpje van de vluchtelingen die uitstappen. Volgens zijn correspondentie met een tweede contactpersoon, met een Pakistaans nummer, is dit een vereiste om betaald te worden. Na het maken van de video stappen de zeven migranten ineens weer in de auto. Een paar minuten later krijgen ze aanwijzingen op hun telefoon en stappen ze alsnog uit.
Vladislav was verteld dat hij de helft van het bedrag – 500 euro – van de vluchtelingen zelf zou krijgen. Bij aankomst in Sofia, kort voordat de zeven uiteindelijk de auto verlaten, krijgt hij echter heel andere instructies: hij moet geen geld aannemen van de vluchtelingen, omdat die het misschien nodig hebben voor de rest van de reis naar Duitsland.
Maar dan neemt het verhaal nog een andere wending: Vladislav moet wachten op een andere man die betrokken is bij de smokkel en die hem zal betalen. Maar die blijkt nog te slapen, hoort hij van de man achter het Pakistaanse nummer.
Op een parkeerplaats in Sofia probeert hij zelf wat te slapen. Als dat niet lukt, neemt hij weer contact op met de contactpersoon met het Pakistaanse nummer, die hem uitlegt dat ‘het doorspelen van het geld’ nog niet heeft plaatsgevonden, ‘maar het is in orde’, ‘geen probleem’ en ‘er is niets aan de hand’. Vladislav antwoordt: ‘Er is nog niets mijn kant op gekomen, zoals we wel hadden afgesproken.’
Desondanks blijft de organisator beweren dat alles in orde is. Latere communicatie met zowel het Bulgaarse als het Pakistaanse nummer maakt duidelijk dat de organisatoren elkaar niet kennen en dat de coördinatie elders plaatsvindt. Het Bulgaarse nummer had gesuggereerd dat Vladislav in Plovdiv zou worden betaald, maar tegen die tijd was hij al vertrokken.
‘Er is nog niets mijn kant op gekomen, zoals we wel hadden afgesproken’
Vladislav begint ernstige twijfels te krijgen, maar hij heeft de hoop op zijn honorarium nog niet helemaal opgegeven. In ieder geval heeft geen van zijn twee contactpersonen het contact tot nog toe verbroken.
Als hij de volgende dagen verschillende aanbiedingen krijgt voor een tweede rit, voor nog meer geld – vier mensen voor 500 euro per persoon, bijvoorbeeld – stemt hij in, onder de voorwaarde dat hij bij aankomst ook de 1000 euro die hij nog tegoed heeft zal ontvangen.
Tijdens zijn tweede rit, naar een plaats die niet ver van de eerste eindbestemming ligt, raakt Vladislav de weg kwijt. Zijn telefoon heeft geen bereik en daarom kan hij geen verbinding maken met de gps-app, of met zijn contactpersoon. Uiteindelijk, na uren rondzwerven, gaat hij alleen terug. ‘Vreemd genoeg was de organisator op de hoogte van mijn situatie; toen we contact hadden, wenste hij me een goede reis terug.’
De vergeefse tweede rit is voor Vladislav geen reden om niet toch nog een derde poging te wagen: dit keer met een ander startpunt, een paar kilometer van de grensovergang met Turkije bij Lesovo, in de regio Jambol. Daar moet hij vijf migranten oppikken. Maar er komt niemand opdagen. De contactpersoon belooft dat hij nog 250 euro krijgt en 1000 euro van ‘de Arabier die de mensenhandel heeft georganiseerd’.
Kort voordat hij wil vertrekken, wordt Vladislav aangehouden door de grenspolitie. Niet zo verrassend, want in tegenstelling tot de eerste twee locaties ligt deze plek in het zicht van een controlepost. Hij moet zijn telefoon afgeven, met daarop de correspondentie met de organisatoren. Zijn auto wordt van onder tot boven uitgekamd. ‘Ik zei dat het mijn eerste keer was,’ vertelt hij. Maar ze bieden hem direct twee opties: meewerken of gearresteerd worden. Vladislav kiest de eerste.
Fluiten naar het geld
Alleen kan hij de grenspolitie nauwelijks van dienst zijn. Er zitten geen vluchtelingen in de auto en zijn contactpersonen zijn allemaal anoniem. Als hij zou worden betrapt met migranten, zou hem een onvoorwaardelijke straf boven het hoofd hangen. ‘Eén ding wisten ze heel zeker: ik zou geen enkele lev [de Bulgaarse munteenheid] krijgen voor mijn werk,’ zegt Vladislav, die naar huis wordt gestuurd.
Slechts een van zijn drie ritten is succesvol afgerond. Financieel is hij er zelfs op achteruit gegaan, want hij moest zelf de benzine betalen. Na een week besluit Vladislav zijn nieuwe carrière vaarwel te zeggen.
Financieel is Vladislav er zelfs op achteruit gegaan, want hij moest zelf de benzine betalen
Achteraf beseft hij dat het behoorlijk naïef was om geld te verwachten, nadat hij voor zijn eerste rit niet betaald kreeg. Bovendien realiseert hij zich nu dat hij zichzelf meerdere keren in gevaar heeft gebracht. Ondertussen ziet hij nog steeds Telegram-feeds voorbijkomen met advertenties voor vluchtelingenvervoer, tussen de aanbiedingen voor drugs, nepparfum en nepdiploma’s.
Wat hem inmiddels opvalt, is dat ‘het barst van de mensen zoals ik die gaan rijden, maar naar hun geld kunnen fluiten’. Hij probeert anderen sindsdien te waarschuwen ‘om niet gepakt te worden’.
Sinds de landen rond de Middellandse Zee hun controles hebben aangescherpt, zijn de ‘handelaren in hoop’ ertoe gedwongen nieuwe – en gevaarlijkere – manieren en routes te vinden om migranten te smokkelen. ‘Smokkelaars bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis.’
Vanaf 2015, toen de vluchtelingenstroom onhoudbaar groot was, hebben Europese en nationale instanties van de landen rond de Middellandse Zee enerzijds reddingsoperaties georganiseerd en anderzijds controles aangescherpt. Maar de mensensmokkelaars, die hun onmenselijke werk tot een wetenschap hebben verheven, blijven migranten in levensgevaar brengen, omdat er veel geld mee te verdienen valt. In bepaalde gevallen, schreef The New Humanitarian, is de dienst die een mensensmokkelaar levert voor hemzelf de laatste strohalm. In andere gevallen biedt dit werk economische vooruitzichten die het leven van zijn familie kan veranderen.
De routes vanuit Afrika en Turkije veranderen voortdurend, de vertrekpunten ook, de drijvende wrakken hebben soms ‘echte’ kapiteins en soms migranten die de rol van kapitein op zich nemen om niet te hoeven betalen voor de overtocht. De mensensmokkelaars doen er alles aan om te zorgen voor meer ruimte op de boot (ze geven de migranten bijvoorbeeld geen reddingsvesten, die ruimte innemen). Ze rusten de boten uit met extra motoren om zo’n groot mogelijke afstand te kunnen afleggen en zo dicht mogelijk bij hun eindbestemming te komen.
Van 2015 tot april 2023 hebben de Europese autoriteiten onder leiding van Frontex vier grote operaties georganiseerd en uitgevoerd: operatie Sophia (start: juni 2015), Poseidon (start: januari 2016), Indalo (start: maart 2017) en Themis (start: februari 2018). Er zijn hierbij respectievelijk 44.916, 133.126, 108.106 en 373.945 mensen gered. Volgens onderzoekers en internationale media bedraagt het dodental tot nu toe echter meer dan 20.000. De VN maakt zelfs melding van minstens 25.000 doden sinds 2015.
Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood
Er gaan levens verloren omdat mensensmokkelaars gedwongen worden op steeds creatievere manieren de hoop te verkopen die migranten – naast de honderden euro’s die een wanhopig persoon moet neertellen om zich te verzekeren van een plekje op een hopeloze boot – het leven kan kosten. Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood.
Hoewel Europa haar grensbeveiliging heeft aangescherpt en zich heeft gestort op de strijd tegen mensenhandel, groeit het aantal mensensmokkelaars volgens The Conversation, ondanks de overeenkomsten van de EU met bijvoorbeeld Turkije of Libië.
De vertrekpunten van de route worden steeds verlegd, vanuit heel Noord-Afrika naar Griekenland of Italië, vaker naar Italië, omdat dat land enorme kustgrenzen heeft, terwijl de Griekse grenzen beter worden bewaakt. Aangezien de Turkse kustlijn dichtbij is, zou de irreguliere migratie in Griekenland gemakkelijker te beheersen zijn. Bovendien verloopt de samenwerking met de Turkse kustwacht gemakkelijker. Euronews meldt echter dat smokkelaars steeds vaker met grotere schepen de internationale wateren voor het Griekse vasteland op varen, om zo de patrouilles van de lokale kustwacht te omzeilen.
Libië als vertrekpunt
Van de belangrijkste routes die voor migrantensmokkel worden gebruikt – de oostelijke (Turkije), de centrale (Libië, Egypte, enzovoort) en de westelijke (Marokko) –, lijken smokkelaars tegenwoordig aan Libië de voorkeur te geven als vertrekpunt. De reden hiervoor is het instabiele politieke klimaat in het land, waar de chaos die volgde op Khaddafi’s dood in 2011 haast normaal schijnt te zijn geworden.
Bovendien lijkt een gedestabiliseerde sociaal-politieke omgeving de corruptie van de autoriteiten te verergeren; grenswachten in de landen van herkomst worden in grote mate omgekocht. Zoals een Libische mensensmokkelaar jaren geleden aan The Guardian vertelde: ‘Een van de redenen dat vis [in Libië] duur is, is het gebrek aan vissersboten die de zee op gaan om te vissen. Ze worden allemaal gebruikt door smokkelaars.’
Pushbacks
Uit onderzoek blijkt dat de Griekse kustwacht die in het verleden al meerdere malen is beschuldigd van pushbacks (het terug de zee op drijven van boten met migranten om te verhinderen dat ze de territoriale wateren bereiken) in de nacht van 14 juni op z’n minst een uiterst bedenkelijke rol heeft gespeeld bij een schipbreuk die aan zeker zeshonderd migranten het leven heeft gekost.
Een gammele vissersboot die op 9 juni uit Libië was vertrokken met zo’n 750 mannen, (zwangere) vrouwen en kinderen aan boord – afkomstig uit onder meer Syrië, Afghanistan, Egypte en Pakistan – sloeg op 14 juni rond twee uur ’s nachts om, op minder dan 80 kilometer voor de kust van de Griekse Peloponnesos. Na deze ramp, die de meeste slachtoffers eiste sinds een vluchtelingenboot zonk in 2015, deden onder meer de Spaanse krant El País, het Nederlandse collectief voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports en het Duitse weekblad Der Spiegel gezamenlijk onderzoek. Daaruit ontstaat het beeld dat de Griekse kustwacht eerst op verkeerde wijze de vissersboot op sleeptouw heeft genomen – waardoor die omsloeg – en vervolgens veel te lang wachtte met reddingspogingen. Ook bleek dat overlevenden die elkaars taal niet spreken letterlijk dezelfde verklaring zouden hebben afgelegd. Dat maakt de resultaten van het ‘officiële’ onderzoek naar de toedracht door de Griekse autoriteiten, die alle schuld ontkennen, uiterst dubieus.
‘De migratiestromen zijn tegenwoordig “gemengd”. Vaak valt niet direct te achterhalen waarom deze mensen zich in ons land of in Italië bevinden; er zijn veel kleine, regionale crises, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara, waarvan we de samenhang niet altijd begrijpen,’ vertelt Anastasios Yfantis, operationeel directeur van de Griekse tak van Médecins du Monde.
Dit alles is natuurlijk van invloed op de ‘tarieven’ van de mensensmokkelaars. Als er bijvoorbeeld veel smeergeld nodig is om de autoriteiten om te kopen, moet de wanhopige die een nieuw leven zoekt ook meer betalen. De prijs die de mensensmokkelaars vragen, hangt ook af van de manier waarop ze de migranten vervoeren: over land, over zee of door de lucht.
Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker
De tarieven zijn ook afhankelijk van het aantal mensen per boot. De overtocht kan kleinschaliger zijn – en wellicht veiliger – en daardoor meer kosten. Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker.
Wat er de laatste tijd echter wordt waargenomen is dat de mensensmokkel op grotere schaal plaatsvindt maar met minder boten. Dit levert de smokkelaars veel winst op, maakt dat er meer mensen hun land van herkomst verlaten en het vermindert het aantal overtochten.
Tegelijkertijd zijn de schepen die gebruikt worden van goedkoop metaal. ‘Deze metalen schepen zijn goedkoop geproduceerd en aan elkaar gelast. Ze zijn lang niet zo zeewaardig als de houten vissersboten die vroeger op de Tunesische route werden gebruikt of de motorboten waar Tunesische migranten de voorkeur aan geven,’ aldus Flavio Di Giacomo, woordvoerder van de Internationale Organisatie voor Migratie – het VN-migratieagentschap, op InfoMigrants. Di Giacomo zegt dat ‘de boten zo instabiel zijn dat als iemand tijdens de reis om welke reden dan ook beweegt of het vaartuig door de golven heen en weer wordt geschud, de hele boot kan vollopen met water en veel gemakkelijker kapseist dan de boten die in het verleden werden gebruikt.’
De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars
‘Eén ding is zeker: op de Middellandse Zee zijn de schepen die migranten aan boord hebben steeds vaker rijp voor de schroot, en de plastic nepboten op de Egeïsche Zee, die vanuit Turkije vertrekken, worden door de mensen die ermee gevaren hebben “doodsballonnen” genoemd. Hoe het ook zij, naargelang het toezicht en de maatregelen in de landen rond de Middellandse Zee worden aangescherpt en het risico van de onderneming toeneemt, stijgt ook de prijs van de reis. Je hoort mensen zeggen dat ze 1000 euro per persoon hebben betaald en dat de prijs binnen een maand is verdubbeld of zelfs verviervoudigd. De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars. Voordat de mensen oversteken naar hun bestemming werken ze een tijdje in het tussenland, brengen de 10.000 euro voor het gezin bijeen en gaan dan aan boord van de tot mislukken gedoemde boot, zonder zwemvest en zonder te kunnen zwemmen. Samen met hun kinderen. Het is echt hun laatste hoop,’ aldus Anastasios Yfantis.
Weinig ontmanteld
Het is opmerkelijk, zo meldt The Conversation, dat de Europese autoriteiten geregeld informatie openbaar maken over mensen die gearresteerd zijn op verdenking van mensenhandel, maar dat er weinig bekend wordt gemaakt over hoeveel van deze arrestaties daadwerkelijk tot een veroordeling leiden. Onderzoek toont aan dat de meeste pogingen om mensenhandel te bestrijden vooral leiden tot het terugdringen van kleinschalige criminele activiteiten, meestal ad hoc georganiseerd door de migranten zelf.
Voormalig Frontex-directeur Gil Arias Fernández zegt dat Europese rechtshandhavingsinstanties in 2022 maar heel weinig grote groepen smokkelaars hebben ontmanteld. Dit is deels te wijten aan logistieke problemen – de ‘grote’ smokkelaars opereren meestal vanuit buurlanden en gaan nooit zelf aan boord van de boten – maar ook aan het gebrek aan bewijsmateriaal tegen grote, transnationale, georganiseerde misdaadgroepen die betrokken zijn bij het smokkelen van irreguliere migranten.
Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten
Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten. ‘Smokkelaars zijn de officieuze instantie achter de hedendaagse irreguliere migratie. Zij bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis’, schrijft The New Humanitarian.
‘Ons inzicht in de werkwijze van mensensmokkelaars hebben we van de mensen die erin geslaagd zijn ons land te bereiken en vervolgens terecht zijn gekomen in opvang- of detentiecentra op Chios, Samos, Lesbos, enzovoort. Hoeveel brandjes er ook geblust worden, zolang mensen genoodzaakt zijn om op deze manier te reizen, zullen ze dat blijven doen. Ze zullen niet ophouden. Mensen uit Eritrea hebben ons verteld dat ze vanuit Noord-Afrika naar Europa zijn vertrokken na in detentiecentra in Egypte of Tripoli te hebben gezeten. Ze zagen dat als een fase waarvan ze wisten dat ze die zouden moeten doorlopen voordat ze de volgende stap van de gevreesde reis konden zetten,’ vertelt Anastasios Yfantis.
Honderdduizenden vluchtelingen proberen uit Libië naar Europa te komen. Een miljardenbusiness voor de bendes mensensmokkelaars. Een plaatselijke krijgsheer heeft de mensensmokkelaars de oorlog verklaard: met één schip, 37 mannen en ondoorzichtige motieven.
De boot is nog maar een paar meter van ons af als het mondingsvuur van een machinegeweer oplicht in de nacht. Schoten knallen, we laten ons op de vloer van de stuurhut vallen en drukken onze gezichten in de matten. Boven onze hoofden slaan kogels in. Vanuit onze dekking aan boord van de Tileel, een patrouilleschip van de Libische kustwacht, zien we op de golven van de Middellandse Zee een rubberboot met Afrikaanse vluchtelingen. Vlak daarnaast, nog geen dertig meter bij ons vandaan, ligt een speedboot waar mannen in camouflagepakken en met maskers op hun automatische geweren op ons leegschieten.
Donderdag, 6 april 2017, kort na middernacht. De aanval komt als een verrassing. Commander Al Bija van de Libische kustwacht was met de Tileel naar de vluchtelingen toe gesneld, die op weg waren van Libië in Noord-Afrika naar Italië, om hen uit de woelige zee te redden. Toen we hen bijna bereikt hadden dook uit de duisternis een speedboot op die als een schaduw op ons af vloog: mensensmokkelaars, vastbesloten controle over hun menselijke waar te houden.
Gevaarlijkste grens ter wereld
We zijn al tien dagen onderweg langs de kust van Libië, de zuidoever van de Middellandse Zee, de gevaarlijkste grens ter wereld. Volgens de Duitse regering houden zich in Libië op dat moment bijna een miljoen vluchtelingen en migranten op, waardoor het verreweg het belangrijkste doorgangsland is op de zeeweg van Afrika naar Europa. Er zouden dat jaar wel 300.000 mensen naar de Europese kust kunnen oversteken. De EU wil hen al in Libië tegenhouden.
Op de EU-top in februari 2017 in Malta hebben de regeringsleiders van de lidstaten een overeenkomst met Libië gesloten: de Libische kustwacht moet de Middellandse Zee afsluiten, de vluchtelingen opvangen en hen in opvangkampen in Libië onderbrengen. Die kustwacht bestaat ten westen van de hoofdstad Tripoli, waar een groot aantal bolwerken van de mensensmokkelaars ligt, uit één enkele boot en 37 man. Hun leider is commander Al Bija, een gevreesd krijgsheer.
Al Bija, dertig jaar, heeft een verminkte hand die hij gebruikt als een klauw. ‘Ik heb een heleboel mensen moeten doden,’ zegt hij. En hij is dol op paarden. Drie jaar heeft hij in Berlijn gewoond. Voor de een is hij een held, voor de ander een misdadiger of zelfs een moordenaar. En voor de politieke leiders van Europa is hij hier in het westen van Libië, dit desolate land zonder centrale regering, leger of politie, de enige kans om een eind te maken aan het werk van de mensensmokkelaars.
Als wij tijdens de aanval op de Tileel gehurkt op de vloer zitten, rent de commander onder een regen van kogels over het dek, schiet op de aanvallers, geeft zijn mannen dekking en schreeuwt bevelen. Om hem heen slaan de kogels van de mensensmokkelaars in de romp. Ramen gaan aan diggelen. Explosies. Geschreeuw. Mannen storten neer en blijven roerloos liggen.
Minutenlang gaat het schieten door. Dan is het opeens stil en klotsen alleen de golfjes van de nachtelijke zee nog tegen de boot.
Migranten worden vlak bij de kust van Libië gered van een houten boot, 3 maart 2017. – Marco Panzetti / NurPhoto via Getty Images)
‘Niemand kan om ons heen,’ zegt commander Al Bija vier dagen eerder in zijn commandopost, een kleine ruimte met een groot raam dat uitziet over de haven van Zawiyah, zo’n vijftig kilometer ten westen van Tripoli. Aan de andere kant van de kademuren breken de golven van de Middellandse Zee op de okerkleurige rotsen. Al Bija − achterovergekamd haar, dichte baard, doordringende blik en een pistool in de zwartleren riem van zijn spijkerbroek − houdt een sigaret tussen de ringvinger en pink van zijn verminkte hand geklemd. Hij laat zijn aansteker klakken en zuigt de rook diep zijn longen in. Op de banken zitten zijn mannen met hun kalasjnikovs. ‘Wij zijn de enige functionerende kustwacht in het westen van Libië.’ Al bijna twee jaar controleert Al Bija met de zestien meter lange Tileel, een paar rubberboten en zijn kleine troep de kustwateren vanaf de Tunesische grens tot voorbij Janzur, vlak voor Tripoli. Een territorium bijna dertig keer zo groot als de Bodensee. ‘Onze missie,’ zegt Al Bija, ‘is vluchtelingen van de verdrinkingsdood te redden en mensensmokkelaars op te sporen en zo nodig om zeep te helpen.’
Naar eigen zeggen hebben Al Bija en zijn mannen meer dan 37.000 mensen van de Middellandse Zee naar Libië teruggebracht
Naar eigen zeggen hebben Al Bija en zijn mannen meer dan 37.000 mensen van de Middellandse Zee naar Libië teruggebracht. Alleen op 18 maart 2016 al, op één dag, hebben ze in totaal 2700 mensen uit twaalf rubberboten en een grote houten boot gered. Het Libische ministerie van Defensie bevestigt de getallen.
Al Bija laat ons op zijn telefoon een video zien: zielsgelukkige Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen die van de verdrinkingsdood zijn gered, dansen voor de commandopost in de haven van Zawiyah met zijn mannen. Op Facebook hebben ze geschreven: ‘Aan de helden van Zawiyah, zonder jullie was ik nu dood’. Of: ‘God zal het jullie duizendvoudig lonen’. Of ‘Jullie hebben mijn baby uit zee gered, mijn leven behoort jullie toe’.
Is commander Al Bija dus de bondgenoot waar Europa zo dringend naar op zoek is? Merkels man in Libië? Ook Angela Merkel heeft er op de top in Malta mee ingestemd de Libische kustwacht aan land en op Europese oorlogsschepen te trainen in bewapende grensbewaking en de omgang met vluchtelingen. Om een eind te maken aan de handel van de mensensmokkelaars heeft Italië 200 miljoen euro beschikbaar gesteld en de Europese Commissie in de eerste fase nog eens 200 miljoen euro.
‘Training hebben we niet nodig,’ zegt Al Bija in zijn commandopost in de haven van Zawiyah. ‘We weten wel hoe je moet navigeren, vechten en doden.’ Wat wil hij dan? ‘Als Europa wil dat wij de rotklusjes opknappen, dan moet Europa ons daarvoor betalen.’ En de prijs van zijn diensten: ‘Een reddingsboot voor duizend mensen, speedboten, onderdelen, brandstof en soldij.’
Hoort de commander echt tot de ‘good guys’, zoals hij zelf beweert, of speelt hij dubbel spel?
Geen alternatief voor Europa
Een alternatief voor Al Bija is er voor Europa op dit moment niet. Zes jaar na de val en de dood van de Libische dictator Moammar al-Gaddafi tijdens de internationale militaire ingreep in 2011, is de euforie over de Arabische Lente allang vervlogen. Bijna niemand in Libië hoopt nog op een overgang naar democratie. De volksbrigades die onder gejuich van de westerse wereld tijdens de revolutie werden opgericht, hebben na de val van Gaddafi hun wapens niet neergelegd, maar militaire arsenalen geplunderd, lege ministeries bezet en milities opgebouwd.
De regering van nationale eenheid, waar de EU met haar plannen op steunt, heeft nauwelijks controle over Libië. Minister-president Fayez al-Sarraj, aangesteld door de Verenigde Naties en sinds 15 maart 2016 in functie, moet de nieuwe staat opbouwen. Maar het parlement, dat bijeenkomt in Tobroek, duizend kilometer oostelijk van Tripoli, heeft zijn eenheidsregering niet erkend. In het oosten van het land weigert de machtige generaal Haftar met hem samen te werken. En de terreurorganisatie Islamitische Staat heeft verschillende steden veroverd.
Experts schatten dat in deze ondoorzichtige burgeroorlog in Libië zo’n 1700 militante groeperingen met elkaar strijden, langs grenzen van clans, stammen en geloof en in de territoria van plaatselijke krijgsheren. Rivaliserende milities controleren steden, grote wegen, raffinaderijen en olievelden. En de lucratieve handel in mensen die de Middellandse Zee willen oversteken.
‘Die EU-lui zitten achter hun chique bureaus allerlei prachtige dingen te verzinnen,’ zegt Al Bija terwijl hij ons zijn basis laat zien, een rotsige baai waarvan toegangen en havenmuren streng worden bewaakt. Aan boord van de Tileel zijn mannen bezig een zwaar machinegeweer te oliën. ‘De kust van West -ibië is de “moeder van alle stammen en clans”,’ verklaart Al Bija. Een wereld die afgesloten is voor buitenstaanders, zelfs voor Libiërs die hier niet vandaan komen. ‘Wie hier niet geboren en getogen is, overleeft hier niet.’
Om de kust van mensensmokkelaars te bevrijden zijn honderden goed getrainde mannen nodig, zegt Al Bija. Maar wie moet die mannen uitkiezen? De zwakke eenheidsregering in Tripoli? De EU? ‘Ik,’ zegt de commander, ‘alleen ik ken de goeie mensen.’
Over zijn achtergrond vertelt hij dit. Door de revolutie in 2011 moest Al Bija zijn studie aan de militaire academie in Tripoli beëindigen. Hij sloot zich aan bij de rebellen tegen Gaddafi, raakte negen keer zwaargewond en verloor bij een granaataanval twee vingers van zijn rechterhand. Hij trekt met zijn linkerbeen en zijn bekken zit scheef. Als hij denkt dat niemand het ziet, slikt hij pijnstillers.
In de zomer van 2015 zat deze zoon van een voormalig legerofficier, die eigenlijk Abdurahman Salem Ibrahim Milad heet en Al Bija als geuzennaam voert, met zijn kameraden uit de revolutie in een café in het gebombardeerde Zawiyah. Gaddafi was al vier jaar dood, Libië een mislukte staat. Werk was er niet. Perspectief ook niet. Toen kreeg hij een idee: ‘Waarom doen we niet iets groots en nemen we de haven over?’
Zijn vriend Mohamed Ramadan, dertig, is vergroeid met zijn machinegeweer. Ramzi Ibrahim met zijn jongensgezicht en blinkend witte tanden, zesentwintig, kan het met zijn kalasjnikov tegen iedere scherpschutter opnemen. Mohamed Erhouma, een visserszoon van dertig, kent de Libische wateren vanaf zijn vroegste jeugd en is een getalenteerd stuurman. En Mohamed Shkoundali kan met zijn magische vingers ieder apparaat weer aan de gang krijgen. Hij is met zijn vijfendertig jaar de oudste van het groepje.
Samen hebben ze op die zachte, vroege zomerdag van 2015 hun wapens gepakt en een vijandige militie na een bloedige strijd uit de haven verdreven. Ze richtten de commandopost in en brachten de gehavende Tileel, een zestien meter lang patrouilleschip met boordgeschut op de boeg, weer in de vaart. Ze creëerden een eigen embleem, verleenden zichzelf militaire rangen, noemden zich de ‘Libische kustwacht van Zawiyah’ en voeren de Middellandse Zee op.
Hun zelfverklaarde vijand: de mensensmokkelaars. De Verenigde Naties gaan ervan uit dat er langs de Libische kust tientallen bendes zijn die zich hebben georganiseerd in een netwerk. Ze houden vluchtelingen en migranten die geen geld voor de overtocht hebben vaak maandenlang vast in privégevangenissen, waar geslagen, verkracht, gemarteld en gemoord wordt. In een recent openbaar geworden intern rapport van de Duitse ambassade in Niger wordt gesproken van concentratiekampachtige toestanden.
Een van de machtigste smokkelaars in het westen van Libië zou een man van nog geen dertig uit Sabratha zijn. ‘Ahmed Dabbashi, VIP-reisjes naar Europa,’ zegt Al Bija. ‘Goede schepen met sterke motoren, geëscorteerd door zijn eigen militie. Aankomst in Italië gegarandeerd.’ Het grootste schip van Dabbashi hebben ze op 5 juli 2016 tegen vier uur ’s morgens opgebracht. ‘We hebben meer dan tien man uitgeschakeld, het escorte tot zinken gebracht en zeshonderd Afrikanen teruggebracht.’ Van toen af aan wist iedereen in Libië: ‘We don’t fuck around,’ zegt Al Bija.
Waarom riskeert Al Bija zijn leven? ’Ik heb een goed hart,’ zegt hij, terwijl hij een hand op zijn borst legt. ‘Moet ik mijn broeders soms op zee laten verdrinken?’
En waarmee verdienen ze hun geld? Hij is paardenhandelaar, zegt Al Bija. Zijn kameraden winkelier, aannemer, monteur. ‘Een groot deel van ons inkomen gaat in onze operaties zitten.’ Later zegt hij dat ze driehonderd dagen per jaar op zee zijn.
En hoe geeft hij zijn gezin echt te eten? ‘We nemen illegale vissersschepen uit Egypte en Tunesië in beslag, verkopen de vangst en leggen ze aan de ketting tot de eigenaars een boete hebben betaald.’
Maar hij bestrijdt toch vooral mensensmokkelaars? Waarom? ‘Hun clans verdienen er miljoenen aan. Daar kopen ze moderne wapens, kogelvrije auto’s en tanks voor. Als wij er geen eind aan maken, zullen ze uiteindelijk ons overheersen, verdrijven en vermoorden.’
En hier, in dit schimmige rijk van krijgsheren, milities en georganiseerde mensensmokkel, wil de EU ‘grensmanagement’ bedrijven om een halt toe te roepen aan de toestroom uit Afrika. Maar is een warlord als Al Bija wel de juiste partner om, op de loonlijst van de EU, op de Middellandse Zee op vluchtelingen te jagen? Want zo veel is wel duidelijk: de commander heeft de controle over een enorm gebied, dat aan de staat is ontglipt, met wapengeweld overgenomen. Zijn macht is niet politiek gelegitimeerd, maar door de gevechtskracht van zijn troep.
Centrum van de macht
In een kogelvrije terreinauto, met zijn kalasjnikov naast zich op de grond, rijdt Al Bija met ons het betwiste achterland van Zawiyah in waar hij ons iets wil laten zien. We laten de door iedereen verlaten stadsrand, de kapotgeschoten gevels en de granaattrechters achter ons. Bij checkpoints patrouilleren jongemannen in bomberjacks en legerbroeken, met spiegelende zonnebrillen en machinepistolen, op hun pick-ups hebben ze luchtafweergeschut en raketwerpers gemonteerd.
Na een halfuur bereiken we een afgelegen hoeve. Achter een ijzeren poort opent zich een andere wereld. In goedverzorgde stallen staan prachtige paarden. Twee omheinde stukken land met netjes aangeharkt zand, weilanden, een overdekte manege in aanbouw. In een kleine villa met gestucte plafonds en beschilderde muren ruikt het nog naar verf. Steeds meer gepantserde terreinwagens met schietgaten in de geblindeerde ramen komen binnengereden. Mannen met sluwe koppen, gouden kettingen en lijfwachten stappen uit. ‘Als er problemen zijn tussen clans en stammen,’ zegt Al Bija, ‘dan worden die hier geregeld.’ Nu begrijpen we het: we bevinden ons in het centrum van de macht.
Hij trekt zijn schoenen uit, loopt op blote voeten door het zand en haalt een van zijn paarden uit de stal. Jodran, de Moedige, is een grijze hengst met welgevormde spieren. Hij wordt een paar keer per dag geroskamd. Al Bija’s ogen stralen als hij hem een rode singel en rode beenbeschermers aan doet.
Wat kost een hengst als Jodran? ‘Vijftigduizend dollar!’ Allemaal van in beslag genomen vissersboten? Al Bija neemt het pistool uit zijn riem en geeft het aan een van zijn mannen. Dan springt hij in het zadel en rijdt weg.
Tussen eucalyptus- en vijgenbomen, langs een verlaten weg ergens tussen de chaotische fronten van de burgeroorlog, rijden even later de vorsten van de clans stapvoets naast elkaar. Het is een demonstratie van geslotenheid naar buiten toe, een choreografie van de mistige allianties in de Libische oorlog. Dan maken ze plotseling rechtsomkeert, geven hun paard de sporen en jagen ieder voor zich de horizon tegemoet. Ver voor de anderen uit: commander Al Bija.
Waarom laat hij ons dit allemaal zien? In de late namiddag zitten we samen in het zand. Al Bija maakt muntthee boven een open vuur. We drinken uit een glas dat de mannen elkaar doorgeven en dat steeds wordt bijgevuld. Waarom? ‘Om iets terug te doen voor de Duitsers.’ Zwaargewond tijdens de revolutie, werd hij in 2012 naar Berlijn gevlogen, waar de chirurgen in het St. Marienkrankenhaus zijn schotwonden hebben geopereerd, de wonden van huidtransplantaties hebben voorzien en aan wat er van zijn rechterhand over is de stompjes van de vingers die er door de granaten van Gaddafi waren afgerukt hebben geamputeerd. Drie jaar heeft Al Bija in Duitsland doorgebracht, en overal werd hij met respect behandeld. ‘En de Duitse vrouwen: beeldschoon,’ zegt hij. Tegen onze tolk spreekt hij Arabisch: het Duits is hij verleerd, maar één woord kent hij nog: ‘Broeders,’ noemt hij ons terwijl hij ons op de schouder slaat.
Waarom is hij niet in zijn huisje aan de Ernst-Reuter-Platz in Berlin-Charlottenburg gebleven? Waarom is hij in de zomer van 2015 teruggegaan naar een land dat ondertussen in een burgeroorlog was terechtgekomen? ‘Vader. Moeder,’ zegt Al Bija. ‘Familie, clan, stam.’ In Libië kun je je niet gewoon terugtrekken uit de oorlog. Het gaat om meer dan je eigen leven. ‘Verantwoordelijkheid. Eer.’
Maar er zijn zware beschuldigingen tegen Al Bija ingebracht. Als we weer terug zijn in de commandopost, lezen we voor van TRT World, een van de vooraanstaande Turkse nieuwssites in Istanboel. 22 februari 2017: ‘Al Bija is de grootste speler in de kustwachtmaffia, en hij heeft de lucratieve mensensmokkel in Zawiyah en aangrenzende kuststreken stevig in zijn greep.’
Al Bija kijkt duister. Zijn mannen kijken op van hun telefoons. ‘Alle mensensmokkelaars ten westen van Tripoli betalen Al Bija een percentage’, zegt het artikel. Wie weigert wordt door de commander aangepakt met de Tileel.
Experts als de Italiaanse journaliste Nancy Porsia, die al jaren verslag doet uit Libië, weten het zeker: ‘De kustwacht van de Libische marine neemt deel aan de mensenhandel.’ Kolonel Tarek Shanboor, die op het ministerie van Binnenlandse Zaken van de eenheidsregering in Tripoli werkt, moet toegeven: ‘We hebben mensensmokkelaars in onze rangen, dat is een ernstig probleem.’
Als Europa in deze omstandigheden de Libische kustwacht zou versterken, doet het precies wat het niet moet doen, waarschuwt Frank Dörner van de Duitse hulporganisatie Sea-Watch. In plaats van mensensmokkelaars te bestrijden loopt het EU-actieplan gevaar dat het het tegendeel bewerkstelligt: ‘Het maakt een gewelddadige escalatie op het water waarschijnlijker. Daardoor wordt de situatie voor de vluchtelingen nog gevaarlijker.’ Commander Al Bija legt zijn verminkte hand op tafel. ‘Allemaal leugens die door de mensensmokkelaars de wereld in worden gebracht,’ zegt hij bedrieglijk rustig. Als zijn kustwacht uit de weg is, zouden ze vrij baan hebben met hun smerige handel.
Langzamerhand beginnen we het te begrijpen: hoe meer Afrikanen ze hier op elkaar proppen en hoe slechter het met deze mensen gaat, hoe beter de onderhandelingspositie van de milities tegenover Europa is
Al Bija en zijn mannen brengen de Afrikanen die ze in de boten van de smokkelaars op de Middellandse Zee onderscheppen onder in speciale kampen van de door de VN gesteunde eenheidsregering. Zoals de EU ze volgens de akkoorden van Malta in de toekomst in heel Libië heeft gepland. In het kamp in Surman, met de auto een half uur ten westen van Zawiyah, zitten in een hal met roestige, getraliede ramen meer dan tweehonderd vrouwen op de grond gehurkt, veel van hen met baby’s. Met hun knieën tegen hun borst gedrukt, hun hoofddoek voor het gezicht, hun ogen strak op hun voeten gericht. Niemand durft zich te bewegen. Zelfs geen gefluister is te horen.
Pas als de bewaker, een man in camouflage-uniform met een verwaarloosde baard, roodomrande ogen en een alcoholwalm, even naar buiten gaat, vat een jonge vrouw moed om met ons praten. Ze komt uit Nigeria en zit hier al meer dan tien maanden gevangen, zonder enig contact met de buitenwereld.
Niemand weet waar ze zich bevindt, haar familie denkt vast dat ze dood is.
Ze gaat op haar knieën voor ons zitten en vouwt smekend haar trillende handen. ‘Ze verkrachten ons,’ fluistert ze en laat haar armen zien, die onder de blauwe plekken zitten, je kunt de afzonderlijke vingerafdrukken zien. ‘Help ons, alstublieft.’ Ze tilt haar doek op. Tussen haar benen zit het trainingspak tot aan haar knieën onder het bloed. Wie heeft dat gedaan? ‘Allemaal. De een na de ander.’ De bewaker kom terug. Ze zwijgt en kijkt ons smekend aan. We voelen haar machteloosheid. We kunnen niets voor deze vrouwen doen. Integendeel: één verkeerd woord van ons, denken we, en ze zouden het zwaar moeten bekopen. Misschien met hun leven.
Buiten wacht kolonel Ibrahim Ali Abdusalam, directeur van het vrouwenkamp in Surman. Officieel valt hij onder het ministerie van Binnenlandse Zaken, maar in werkelijkheid wordt het kamp gecontroleerd door lokale milities. ‘Ziet u hoe stil ze zijn,’ zegt hij glimlachend. ‘Dat betekent dat ze het hier goed hebben.’
Waarom houdt hij de vrouwen maandenlang onder deze verschrikkelijke omstandigheden vast? ‘Europa wil de vrouwen niet hebben,’ zegt hij rustig en zonder lang te hoeven nadenken, ‘Oké, dan houden we ze hier.’ Maar het is de hoogste tijd dat Europa eindelijk voor hen gaat betalen. ‘Mobiele toiletten en douches, schommels en glijbanen, tampons, luiers, babymelk.’
Langzamerhand beginnen we het te begrijpen: hoe meer Afrikanen ze hier op elkaar proppen en hoe slechter het met deze mensen gaat, hoe beter de onderhandelingspositie van de milities tegenover Europa is. Langzamerhand is ook tot Surman doorgedrongen dat Europa de grensbewaking naar Libië wil verplaatsen en daar op grote schaal in wil investeren. De Libische kustwacht moet de vluchtelingen en migranten die ze hebben opgevangen in de toekomst ‘in adequate opnamefaciliteiten afleveren’, zegt het actieplan van Malta. Libië moet voor deze mensen zorgen en een administratief apparaat opbouwen zodat ze conform de volkenrechtelijke procedures asiel kunnen aanvragen. Degenen die worden erkend kunnen ‘in contingenten’ over de Europese landen worden verdeeld. Degenen die worden afgewezen zal de EU bij de ‘vrijwillige terugkeer naar hun vaderland’ ondersteunen.
De hulporganisaties lopen tegen dit plan te hoop. ‘Zolang vluchtelingen en migranten in Libië worden blootgesteld aan gevangenis, mishandeling, ontvoering en verkrachting, is de reis over de Middellandse Zee voor velen hun enige hoop om aan die hel te ontsnappen,’ verklaart Markus Beeko van Amnesty International Duitsland. ‘Aan de zware vergrijpen tegen de mensenrechten bij vluchtelingen en migranten in Libië moet een eind komen voor de EU-samenwerking een overweging kan maken.’ De organisatie PRO Asyl schrijft in een open brief aan Angela Merkel over een ‘dieptepunt in de Europese vluchtelingenpolitiek.’ Al eerder werd Libië een door Europa gefinancierde vluchtelingengevangenis, en wel in 2010, toen de EU betrokken was bij een deal tussen de Italiaanse minister-president Silvio Berlusconi en Moammar al-Gaddafi, waarbij die eerste Gaddafi, die vanwege zijn steun aan het internationale terrorisme al in de jaren zeventig vogelvrij werd verklaard, vijftig miljoen euro in het vooruitzicht stelde als hij vluchtelingen en migranten tegenhield.
Gaddafi liet er destijds geen misverstand over bestaan: zonder hem zou Europa door de illegale migratie ‘zwart kleuren’. In opdracht van Europa liet hij de mensen die op de Middellandse Zee werden opgepakt naar Libië terugbrengen en hield hij ze voor onbepaalde tijd vast in gevangenkampen, zonder te onderzoeken of ze aanspraak konden maken op asiel. Ook toen al stelden mensenrechtenorganisaties de klappen, seksuele mishandeling en marteling aan de kaak.
24 interneringskampen
Volgens de Verenigde Naties exploiteert de Libische eenheidsregering vierentwintig interneringskampen voor migranten, veel ervan nog uit de tijd van Gaddafi. Europa wil van de bestaande infrastructuur gebruikmaken en er menswaardige opvangkampen van maken. Niet-acceptabele kampen moeten worden gesloten. Hoe de EU de milities ertoe wil brengen hun kampen op te geven is onduidelijk.
‘Ze laten ons hier wegrotten,’ fluistert een man in een cel in het kamp van Annas, dat in een voormalige bandenfabriek in Zawiyah is gevestigd. Door het piepkleine kijkgaatje in de ijzeren deur kunnen we alleen het wit van zijn ogen zien. Een bijtende stank slaat ons tegemoet. Dan wordt er een lucifer aangestoken, steeds meer doodsbange gezichten lichten op in het duister, naakte bovenlijven vol met huidziekten en wonden.
Dicht op elkaar hurken de mannen op de grond. Omdat de cel te klein is om zich uit te kunnen strekken, slapen ze zittend. Er is geen douche, geen toilet. Ze urineren onder een deken in waterflesjes die ze eerst hebben leeggedronken. Hun stoelgang doen ze in plastic zakjes.
De man achter het kijkgaatje van de cel heet Mohamed Moseray. Hij is vijfentwintig, een informaticastudent uit Sierra Leone. Hij draagt nog hetzelfde trainingspak, onder de zoutkorsten, dat hij aanhad toen hij weken geleden half verdronken uit de Middellandse Zee werd opgevist. De huid eronder is aangevreten door benzine die door de lekgeslagen boot stroomde. Hij vertelt dat hij zijn studie in Sierra Leone moest afbreken omdat hij er geen werk naast kon vinden en zijn familie hem niet kon onderhouden. Hij had gewoon geen toekomst meer. ‘Mijn grote droom is om af te studeren,’ zegt Moseray, hij begint te trillen en te huilen, maar vermant zich. ‘Daarom wil ik naar Italië, en dan verder naar Canada.’ Daar betaalt de regering zijn studie.
Na een odyssee van vijf jaar dwars door West-Afrika en de Sahara, vertelt Moseray, duwden Libische smokkelaars kort na middernacht op 19 maart 2017 de rubberboot die hem naar Italië zou brengen de Middellandse Zee in. Meer dan honderdvijftig mensen moesten er van de mensensmokkelaars in. ‘Wie niet instapt, schieten we dood.’ Ze waren nog geen twee uur op zee toen de boot omsloeg.
‘Geschreeuw, gebeden, mensen, overal in het water, zwangere vrouwen, kinderen, baby’s. En niemand kon zwemmen!’ Hij somt zijn vrienden op: ‘Mohamed Focus Diallo, verdrinkt. Amadou Melodiba, verdrinkt. Mohamed Bah, verdrinkt.’ De een na de ander zag hij naast zich onder water verdwijnen.
Wat daarna gebeurde, weet Mohamed Moseray niet meer. Hij herinnert zich alleen het schip dat kort na zonsopgang op hen afkwam. En de hand die zijn redder hem toestak. ‘Als een klauw,’ zegt Mohamed Moseray. ‘Hij miste een paar vingers.’
Tegen tien uur ’s avonds gaan we aan boord van de Tileel, met een tiental zwaarbewapende mannen in camouflage-uniformen, de klittenbandsluitingen strak onder hun kin. Commander Al Bija heeft van zijn spionnen een tip gekregen: op het strand van Sabratha, een stad vlak in de buurt, hebben mensensmokkelaars in deze stormachtige nacht een rubberboot vol mensen op weg naar Europa gestuurd.
De mannen drukken patronen in het magazijn van hun kalasjnikovs, leggen granaatwerpers naast zich op de bank en een patroonband in het zware machinegeweer op de boeg. Redden betekent voor hen steeds vaker vechten. Doordat ze met de Tileel langs de kust cruisen wakkeren ze de geweldspiraal aan. Want steeds meer bendes gaan ertoe over hun menselijke vracht bewapend te escorteren.
De oversteek naar Italië kost op het ogenblik ongeveer 2500 dollar per persoon. Als je dit bedrag omrekent voor de 181.000 mensen die in 2016 naar Italië zijn overgestoken, en voor de meer dan 5000 mensen die bij hun poging zijn verdronken, dan hebben de Libische mensensmokkelaars in 2016 ongeveer 450 miljoen dollar binnengekregen.
Het bedrag moet weliswaar van tevoren worden betaald, maar toch: als je je vracht verliest aan de Tileel, is dat slecht voor de zwaarbevochten handel. Want degenen die op zee worden opgepakt en teruggebracht naar Libië, zullen in de wijdvertakte netwerken langs de Afrikaanse migratieroutes hun smokkelaars sterk afraden. Vanuit het gezichtspunt van de laatsten is het minder erg als hun klanten in de Middellandse Zee verdwijnen. Of niet meer te identificeren zijn als ze op een strand aanspoelen.
Zonder boordverlichting, als een spook, vaart de Tileel de haven van Zawiyah uit en iets later breekt hij door de hoge branding, de Middellandse Zee op. Schuim spat op aan de boeg. Windvlagen rukken aan de stuurhut. ‘Als we ze niet vinden, zijn ze dood,’ zegt commander Al Bija aan het roer.
In Libië, waar het erom gaat te overleven, speelt niemand open kaart. Wat Al Bija’s agenda ook mag zijn, aan boord van de Tileel vermoeden we uiteindelijk dat wij er ook een plaatsje in hebben. Wil hij uit het verhaal dat we over hem zullen schrijven als een waardige partner van Europa naar voren komen? En ons nu bewijzen dat hij dat ook daadwerkelijk is?
Al Bija vertelt dat zijn deal met de EU in volle gang is. Vlak voordat wij aankwamen heeft hij in Tunis met Engelse diplomaten gesproken. De Spaanse regering heeft hem uitgenodigd naar Madrid te komen. Waar die gesprekken over gaan? ‘Geheim!’ Toch maakt hij ons deelgenoot van een paar van zijn eisen: ‘Een levens- en ziektekostenverzekering voor mij en mijn mannen. En visa voor een relaxvakantie van twee weken in Europa.’
Om te bewijzen dat hij een waardige partner voor Europa is, heeft Al Bija niet alleen zijn eigen leven op het spel gezet, maar ook dat zijn van mannen en dat van ons. En dat van de mensen in de rubberboot
Koers Noordnoordwest. 18 knopen. De lichtjes van de kust zijn ver weg, boven het pikzwarte water staat de halve maan bijna recht boven ons als op het radarscherm iets oplicht. Gespannen dringen de mannen rond commander Al Bija. De ramen van de stuurhut beslaan van hun adem, met hun vingers gaan ze over het radarscherm alsof ze daarop kunnen voelen wat ons buiten te wachten staat. Een halfuur lang koersen we op het signaal af. Dan ziet de infraroodcamera op de boeg een boot, ongeveer 400 meter voor ons. Commander Al Bija bestudeert het silhouet op de monitor. ‘Een rubberboot,’ zegt hij tenslotte met nauwverholen triomf in zijn stem
Al Bija kijkt veelbetekenend om naar ons. Tot aan het eind komen we er niet achter wie de commander echt is: de man die in Berlin-Charlottenburg genas om terug te gaan naar Libië en met een gekaapt schip en een paar mannen de kustwateren te veroveren. Vaststaat alleen dat hij in het door oorlog ontwrichte Libië een gaatje heeft gevonden om geld te verdienen met het redden van vluchtelingen.
De belangrijkste pijlers onder de EU-afspraken met Libië wankelen. De kustwacht zit vol dubieuze figuren. En wat die veilige opvangkampen betreft: op dit moment zijn het niet meer dan door de milities gemanagede pakhuizen vol weerloze mensen, waardevolle assets in de oorlog om Libië en om de Europese miljoenen.
‘Snelle oplossingen zijn er niet,’ zegt Martin Kobler, de Duitse speciale VN-ambassadeur voor Libië. ‘We moeten doen wat we kunnen om Libië te stabiliseren.’ Dan zouden veel mensen in plaats van in boten te klimmen in het olieland blijven om daar, net als vroeger onder Gaddafi, te gaan werken. En de mensensmokkelaars zouden maar weinig klanten hebben.
De honderdvijftig mensen die nu in het zicht van de Tileel in de volgepakte opblaasboot tegen metershoge golven vechten, hebben niets aan langetermijnoplossingen. Als we ze bijna bereikt hebben, komt uit de nacht een raceboot op ons afgesneld. De smokkelaars openen het vuur en wij laten ons op de vloer vallen.
Commander Al Bija rent door de kogelregen, schiet terug, trekt een gewonde uit het schootsveld en kruipt naar ons toe. Met zijn verminkte hand tikt hij ons op de schouder. Leven we nog? Hij kijkt alsof het succes van zijn missie daarvan afhangt.
Opeens is het stil. Voorzichtig tillen we ons hoofd op. Met een pikhaak trekken Al Bija en zijn mannen de raceboot dichterbij. Drie smokkelaars zijn neergeschoten, twee van hen zijn zwaargewond.
‘Geloven jullie ons nu?’ schreeuwt de commander. ‘Geloven jullie nu eindelijk dat wij niet bij hen horen?’ We weten het niet zeker. Om te bewijzen dat hij een waardige partner voor Europa is, heeft Al Bija niet alleen zijn eigen leven op het spel gezet, maar ook dat zijn van mannen en dat van ons. En dat van de mensen in de rubberboot.
Als versteend zitten ze in het licht van onze zaklantaarns. Geen van hen lijkt gewond te zijn. De vrouwen hebben hun handen gevouwen in gebed. Huilende kinderen begraven hun hoofd in de jas van hun moeder. Het zou uren duren om ze terug te slepen naar de haven. De mensensmokkelaars hebben via hun satelliettelefoons hun basis op de hoogte gebracht. Tegen hun vloot van zwaarbewapende raceboten heeft de Tileel geen schijn van kans.
‘Te riskant,’ zegt commander Al Bija terwijl hij de boot met zijn voet wegduwt. Het water staat tot aan hun knieën. Waarom neemt hij niet een paar van hen aan boord? In elk geval de kinderen? In plaats van te antwoorden vaart Al Bija met volle kracht terug naar Zawiyah. De mensen in de rubberboot drijven weg en verdwijnen in de duisternis.
Tekst: Michael Obert
Vertaling: Izaak Hilhorst
Michael Obert en Moises Saman zijn al vaker onder vuur komen te liggen in crisisgebieden. Maar niet midden in de nacht op een boot op de Middellandse Zee. Aan land kun je je in elk geval gecontroleerd terugtrekken, op de Tileel konden ze alleen op de vloer blijven liggen en hopen. Hun tolken Salah Almorjini en Moises Saman bleven ongedeerd, Michael Obert brak toen hij tijdens de aanval struikelde een paar ribben.
Süddeutsche Zeitung Magazin
Duitsland | weekblad | oplage 445.000
Het vrijdagsupplement van de SZ, en daarmee een van de grootste tijdschriften van Duitsland, samen met dat van Die Zeit. Veel interviews en veel (populaire) cultuur.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.