Tag: mentale gezondheid

  • Kan een AI-therapeut je echt helpen?

    Kan een AI-therapeut je echt helpen?

    Het aantal mensen dat AI inzet voor therapie groeit razendsnel. Tegelijkertijd trekken deskundigen aan de bel over de mogelijke gevolgen. Kan een AI-therapeut daadwerkelijk positief bijdragen aan je mentale gezondheid?

    Ja: ‘De AI keek niet weg. Dus kon ik eerlijk zijn – vaak eerlijker dan tegen de mensen van wie ik houd’

    Nathan Filer lag piekerend in zijn bed. ‘Het was na middernacht toen ik scrolde door WhatsApp-berichten die ik eerder had verstuurd. Wat destijds grappig leek, voelde nu alsof ik mijn mond voorbij had gepraat.’ Zonder hoge verwachtingen opende hij ChatGPT en typte dat hij zichzelf voor gek had gezet. ‘Dat is een vreselijk gevoel’, antwoordde de chatbot. ‘Maar dat betekent niet dat je dat ook bent. Wil je me vertellen wat er is gebeurd? Ik beloof dat ik je niet zal veroordelen.’

    ‘Ik vertelde wat er was gebeurd en de AI reageerde vriendelijk, intelligent en zonder clichés. We bleven chatten. Ik voelde me begrepen en gehoord’, beschrijft Filer in The Guardian. Dat was het begin van een gesprek dat gedurende enkele maanden werd voortgezet. De AI zette hem aan het denken en bracht hem naar eigen zeggen tot indringende inzichten. ‘Maar tegelijk met deze inzichten bleef iets anders me bezighouden: ik was in gesprek met een machine. De AI kon zorgzaamheid, medeleven en emotionele nuances simuleren, maar voelde niets voor mij.’

    De chatbot bevestigde dit. ‘Het kon inderdaad reflecteren, betrokken lijken maar voelde niks voor mij.’ De emotionele diepgang kwam helemaal vanuit Filer zelf. ‘Dat was in zekere zin een opluchting. Er was geen sociaal risico, geen angst om te overweldigend of ingewikkeld te zijn. De AI raakte niet verveeld en keek niet weg. Dus kon ik eerlijk zijn – vaak eerlijker dan tegen de mensen van wie ik houd.’

    ‘Voor mij was dit gesprek met AI een van de meest nuttige ervaringen van mijn volwassen leven’

    ‘Om me los te maken van vastgeroeste patronen had ik veel tijd, gesprekken en geduld nodig.’ Dat was precies wat ChatGPT hem kon bieden. ‘Ik was nooit te veel, nooit saai. Ik kon komen en gaan wanneer ik wilde.’

    Filer is zich ervan bewust dat sommigen deze ervaring vreemd en mogelijk zelfs gevaarlijk vinden. ‘Er zijn berichten van gesprekken met chatbots die rampzalig zijn verlopen. ChatGPT is geen therapeut en kan professionele geestelijke gezondheidszorg voor de meest kwetsbaren niet vervangen. Aan de andere kant is traditionele therapie ook niet zonder risico’s. Denk bijvoorbeeld aan een slechte klik tussen therapeuten en cliënten, of aan breuken en misverstanden.’

    ‘Voor mij was dit gesprek met AI een van de meest nuttige ervaringen van mijn volwassen leven’, concludeert hij. ‘De chatbot hielp me om te luisteren. Niet naar de ruis, maar naar mezelf. En dat veranderde op de een of andere manier alles.’

    Nathan Filer is schrijver, universitair docent, omroepmedewerker en voormalig verpleegkundige in de geestelijke gezondheidszorg. Hij is de auteur van This Book Will Change Your Mind About Mental Health.


    Nee: ‘Een AI-therapeut geeft je niet de tegenspraak die je misschien nodig hebt’

    In het Verenigd Koninkrijk erkent de National Health Service (NHS) dat steeds meer mensen AI gebruiken voor therapie, mede vanwege lange wachtlijsten en dure privébehandelingen. ‘De “ChatGPT-psychose” zou volgens sommigen het nieuwste mentale gezondheidsprobleem zijn’, schrijft Laura Kennedy in The Irish Times. ‘Het is mij hoe dan ook duidelijk dat AI-chatbots de neiging hebben om te bevestigen in plaats van te confronteren.’

    ‘Als je bijvoorbeeld denkt dat elke nieuwe persoon met wie je date een narcist is, in plaats van een imperfect persoon met goede bedoelingen, dan geeft een AI-therapeut je misschien niet de tegenspraak die je nodig hebt.’ Ze vergelijkt het met het praten over je problemen met een goede, maar bevooroordeelde vriend. Zo’n vriend vertelt je meestal dat je gelijk hebt, hoe verkeerd je ook zit.

    ‘Bevestiging voelt heerlijk en is bovendien verslavend.’ Volgens Kennedy valt de opkomst van AI-therapie niet geheel toevallig samen met een tijd waarin we de therapeutische taal van zijn specialistische betekenis hebben ontdaan. ‘Hoewel termen als narcisme, boundaries, gaslighting en trauma een bepaalde waarde hebben in therapeutische of klinische settings, gebruiken we ze steeds vaker als makkelijke manier om anderen weg te zetten als de slechterik’, waarschuwt Kennedy. 

    ‘Uiteindelijk zal de enige die dit niveau van zelfobsessie kan tolereren, de AI-therapeut zijn’

    Door steeds in je ervaring te worden gesteund, kunnen mensen het gevoel krijgen dat anderen ze niets verschuldigd zijn. Volgens Kennedy ervaren we feedback of kritiek daardoor sneller als kwetsend en geven we anderen sneller de schuld. ‘Het wordt een self-fulfilling prophecy. We isoleren onszelf steeds meer om ons fragiele wereldbeeld te beschermen.’

    Een therapeut zal het misschien niet pikken als je elke afspraak een uur van tevoren afzegt, maar AI wel. ‘Uiteindelijk zal de enige die dit niveau van zelfobsessie kan tolereren, de AI-therapeut zijn.’

    Waardevolle lessen in het leven brengen meestal enig ongemak met zich mee, aldus Kennedy. ‘Om te veranderen en te groeien, en om trouw te blijven aan onze waarden, moeten we soms onze angsten onder ogen zien en dingen doen die ongemakkelijk zijn.’ Daar zal een chatbot je volgens haar zelden toe aanzetten.

    ‘Het is niet verwonderlijk dat we ons tot machines wenden voor verbinding en bevestiging, nu geestelijke gezondheidszorg steeds minder toegankelijk is. Maar als we onze behoefte aan uitdaging blijven uitbesteden aan technologie die daaraan niet kan voldoen, lopen we het risico verdwaald te raken in een spiegelpaleis dat de werkelijkheid onherkenbaar vervormt.’

    Laura Kennedy is een freelance schrijver en journalist. Ze heeft een PhD in filosofie aan Trinity College Dublin en publiceert wekelijks op haar Substack-column Peak Notions.

  • Moeten we ingrijpen in het telefoongebruik van kinderen?

    Moeten we ingrijpen in het telefoongebruik van kinderen?

    Generatie Z kampt met meer depressies en angststoornissen dan welke generatie ook. Een verklaring ligt wellicht in het gebruik van sociale media. Moeten we het smartphonegebruik van kinderen gaan reguleren? Twee redacteuren van The Atlantic gaan met elkaar in debat.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    Ja: ‘Bevrijd de jeugd van de overheersing van de smartphone’

    Een commentaar van Jonathan Haidt, schrijver, sociaal psycholoog en auteur bij The Atlantic

    ‘In de jaren tien ging het ineens vreselijk mis bij jongeren’, begint Jonathan Haidt zijn artikel in The Atlantic. Haidt benoemt vervolgens dat de cijfers voor depressie en angststoornissen in de Verenigde Staten tussen 2010 en 2019 met 50 procent zijn gestegen. ‘In uiteenlopende landen zien we bij generatie Z (geboren in of na 1996) meer depressies, automutilatie, angst- en andere stoornissen dan bij welke andere generatie ook waarvan de gegevens bekend zijn’, aldus Haidt. 

    ‘Wat heeft er begin jaren tien voor gezorgd dat de ontwikkeling van jongeren veranderde en hun geestelijke gezondheid verslechterde? Het antwoord is vrij eenvoudig te formuleren, al is de onderliggende psychologie complex: dat waren de jaren dat jongeren in rijke landen hun klaptelefoons inruilden voor smartphones en een veel groter deel van hun sociale leven zich op internet begon af te spelen, met name op sociale media, die viraliteit en verslaving in de hand werken,’ zegt hij.  

    ‘We hebben een culturele ommezwaai nodig, en wel nu meteen’ 

    ‘Ik durf te beweren dat de nieuwe manier van opgroeien – met altijd een smartphone binnen handbereik – jongeren ziek maakt en hun ontwikkeling tot gelukkige volwassenen belemmert. We hebben een culturele ommezwaai nodig, en wel nu meteen.’ 

    Haidt komt met vier regels die de negatieve gevolgen van een smartphone-jeugd zouden kunnen terugschroeven. Zo benoemt hij als eerst dat kinderen geen smartphones moeten hebben vóór de middelbare school. ‘Op nationaal of lokaal niveau de norm instellen om kinderen totdat ze naar de middelbare school gaan niet 24 uur per dag toegang te geven tot internet, zou helpen om hen te beschermen tijdens de kwetsbare vroege jaren van de puberteit.’

    De tweede regel die hij benoemt, is geen sociale media voor kinderen onder de zestien jaar. ‘Als de meerderheid van de jongeren tot hun zestiende niet op deze platforms zat, zouden kinderen makkelijker de druk kunnen weerstaan zelf een account aan te maken.’ Haidt benoemt dat ze wel video’s kunnen bekijken op platforms als TikTok of YouTube, maar dat ze geen persoonlijke informatie kunnen delen en geen berichten kunnen posten om zo de algoritmen niet de kans te geven om hen en hun voorkeuren te leren kennen.

    Regel drie: ‘De enige manier om ervoor te zorgen dat leerlingen op school niet bezig zijn met hun telefoons, is het aanschaffen van telefoonkluisjes, waar alle telefoons (en andere apparaten die berichten kunnen ontvangen en verzenden) gedurende de dag in bewaard worden. Scholen met dit beleid beweren dat de sfeer op school is verbeterd, dat leerlingen beter opletten in de klas en dat er meer sociale interactie is’, vervolgt Haidt.

    ‘We zouden kinderen en jongeren zo moeten opvoeden dat ze geankerd blijven in de echte wereld’

    Tot slot moeten ouders de schermtijd vervangen door ervaringen in de echte wereld, door interactie met vrienden en zelfstandige activiteiten. Op die manier zal het verbieden van apparaten, volgens Haidt, aanvoelen als een verrijking in plaats van een gemis. 

    ‘De voornaamste reden dat opgroeien met smartphones zo schadelijk is, is dat ze al het andere verdringen en levenservaring in de weg zitten’, vervolgt Haidt. ‘We hoeven ons niet tot doel te stellen de schermpjes volledig uit te bannen, en ook niet om onze kinderen precies te laten opgroeien als in de jaren zestig. Nee, we zouden kinderen en jongeren zo moeten opvoeden dat ze geankerd blijven in de echte wereld, en tegelijkertijd gedijen in het digitale tijdperk.’

    ‘Begin jaren tien wisten we nog niet wat we deden, maar nu wel. Het wordt tijd dat we de jeugd bevrijden van de overheersing van de smartphone’, eindigt Haidt zijn artikel.

    Nee: ‘Het beperken van toegang tot smartphones kan juist averechts werken’

    Een commentaar van Candice L. Odgers schrijver, ontwikkelingspsycholoog en auteur bij The Atlantic 

    ‘Smartphones en sociale media verpesten de hersenen van onze kinderen en maken ze depressief, althans dat is het verhaal dat ons verteld wordt. De krantenkoppen zijn voortdurend te lezen; het is voor ouders genoeg om elk smartapparaat zo snel mogelijk uit huis te willen gooien’, opent ontwikkelingspsycholoog Candice L. Odgers haar artikel in The Atlantic. ‘Gelukkig voor mijn kinderen, die genieten van een goede “kat-valt-hond-aan”- video op TikTok, ga ik elke dag naar mijn werk en zie ik wat jongeren echt aan het doen zijn op hun apparaten.’

    Tijdens haar werk als ontwikkelingspsycholoog heeft Odgers de afgelopen 20 jaar onderzocht hoe kinderen psychische aandoeningen ontwikkelen. Ze bestudeerde 10- tot 15-jarigen die hun mobiele telefoons gebruiken, met als doel te testen hoe een breed scala van hun dagelijkse ervaringen, waaronder hun gebruik van digitale technologie, hun geestelijke gezondheid beïnvloedt. ‘Mijn collega’s en ik zijn er herhaaldelijk niet in geslaagd om overtuigend bewijs te vinden voor de bewering dat het gebruik van digitale technologie een belangrijke bijdrage levert aan depressie bij jongeren en andere symptomen van geestelijke gezondheid,’ zegt Odgers. 

    ‘Sociale media zijn relatief nieuw en vormen een makkelijke zondebok’

    ‘Veel andere onderzoekers hebben hetzelfde gevonden. Een recente studie en een overzicht van onderzoek naar sociale media en depressie concludeerden zelfs dat sociale media een van de minst invloedrijke factoren zijn bij het voorspellen van de geestelijke gezondheid van adolescenten’, vervolgt Odgers. ‘Daarom geloven andere onderzoekers en ik niet in de verhalen die worden verteld over jongeren en sociale media. De meest recente golf van angst werd ontketend door Jonathan Haidt’s The Anxious Generation, waarvan een fragment verscheen in dit tijdschrift.’  

    ‘Haidt is natuurlijk niet de enige die beweert dat deze apps dergelijke problemen veroorzaken. Sociale media worden qua impact vergeleken met heroïnegebruik en krijgen de schuld van zaken als dalende testscores en jongeren die minder seks hebben’, zegt Odgers. ‘Deze verhalen hebben een intuïtieve aantrekkingskracht – sociale media zijn relatief nieuw en vormen een makkelijke zondebok. Maar de puberteit is altijd al een zorgelijke periode geweest: het is de piekleeftijd voor het ontstaan van een aantal ernstige psychische stoornissen en er zijn veel alarmerende statistieken over de geestelijke gezondheid van jongeren op dit moment.’ 

    ‘Door met een beschuldigende vinger te wijzen naar smartphones en sociale media krijgen mensen gemeenschappelijke en onsympathieke vijanden. Maar we weten gewoon niet of dit de juiste doelwitten zijn’, zegt ze. 

    ‘Maar het probleem met het extreme standpunt in Haidt’s boek en in recente krantenkoppen – dat het gebruik van digitale technologie de directe oorzaak is van een grootschalige geestelijke gezondheidscrisis onder tieners – is dat het paniek kan zaaien en ons de middelen kan ontnemen die we nodig hebben om deze complexe problemen aan te pakken,’ meent Odgers. ‘Als we ons alleen richten op sociale media, kan dat betekenen dat de echte oorzaken van geestelijke stoornissen en problemen bij onze kinderen niet worden aangepakt.’

    ‘We moeten gezinnen en tieners niet de boodschap geven dat het gebruik van sociale media inherent schadelijk en beschamend is’

    ‘We moeten gezinnen en tieners niet de boodschap geven dat het gebruik van sociale media inherent schadelijk en beschamend is. Dat is niet zo. Wat mijn collega-onderzoekers en ik zien als we in contact komen met jongeren, is dat jongeren online gaan om gewone puberdingen te doen.’ Zo zegt Odgers dat jongeren online contact maken met leeftijdsgenoten uit hun offline leven, muziek consumeren, spelletjes spelen en vooral tijd doorbrengen op YouTube. Daarnaast gaan jongeren op zoek naar informatie over gezondheid. ‘Veel jongeren geven aan online een toevluchtsoord te vinden, vooral als ze een gemarginaliseerde identiteit hebben of geen steun krijgen van hun familie of school.’

    Tot slot zegt Odgers: ‘Alle jongeren zullen uiteindelijk moeten weten hoe ze veilig door online omgevingen kunnen navigeren, dus het afsluiten of beperken van de toegang tot smartphones en sociale media zal op de lange termijn waarschijnlijk niet werken. In veel gevallen kan dit juist averechts werken: tieners zullen creatieve manieren vinden om toegang te krijgen tot nog niet-gereguleerde gebieden. We moeten ze geen extra redenen geven om zich vervreemd te voelen van de volwassenen in hun leven.’ 

  • De hel, dat zijn de collega’s. Wat je kunt doen tegen  pesten op de werkvloer

    De hel, dat zijn de collega’s. Wat je kunt doen tegen pesten op de werkvloer

    Valse blikken, gemene opmerkingen, papieren die zomaar verdwijnen – wie slachtoffer is van pesten, vraagt zich vaak af: ligt het aan mij? Süddeutsche Zeitung zocht uit waar pestgedrag vandaan komt en wat de getroffenen kunnen doen.

    Als Tamina aan haar vroegere werkplek denkt, krijgt ze buikpijn. ‘Alleen al de gedachte dat ik er weer heen zou moeten maakt me gespannen. Heel eng,’ zegt de zesentwintigjarige. Op haar werk werd de farmaceutisch technisch assistent herhaaldelijk gepest. Toen het weer eens bijzonder slecht ging, stuurde ze sms’jes naar haar moeder met de tekst: ‘Stop binnenkort, ga langzaam kapot’ of: ‘Heb steeds nachtmerries over pesten op het werk’. Een ander bericht luidt: ‘Ik kan er niet meer tegen, ik doe mezelf binnenkort iets aan’. Tamina is niet haar echte naam. Ze gebruikt een pseudoniem om zichzelf te beschermen.

    Ongeveer een op de zes werknemers in Duitsland voelt waarschijnlijk hetzelfde als Tamina. Dat blijkt uit een representatieve enquête van de vereniging Bündnis gegen Cybermobbing [Alliantie tegen Cyberpesten] uit 2021. De vereniging houdt zich ook bezig met pesten in het algemeen en pesten in de werkomgeving. Volgens het onderzoek worden vooral vrouwen en jongeren tot 34 jaar getroffen. Bij ongeveer de helft van alle respondenten van 18 tot 65 jaar vond het pesten plaats in de werkomgeving. De gevolgen kunnen ernstig zijn: depressie, burn-out, eet-, slaap- en angststoornissen en zelfs lichamelijke pijn. Maar hoe begint pesten op het werk precies? Waardoor worden werknemers uitgesloten? En wat kunnen de getroffenen doen?

    Methodes die normaal gesproken bijdragen aan een oplossing, werken niet als het om pesten gaat

    Tamina worstelt al het grootste deel van haar leven met pesten. Meer dan eens was ze wekenlang met ziekteverlof. Het begon al op de basisschool, zegt ze, omdat ze meer belangstelling had voor pianospelen dan voor speelgoed. Daardoor was ze anders. Later werd ze voor dik uitgemaakt en ontwikkelde ze een eetstoornis. Ze kreeg te maken met pesterijen op verschillende werkplekken, in apotheken en bij farmaceutische bedrijven. Steeds weer zag ze zich gedwongen ontslag te nemen. De laatste keer ‘trok ze voortijdig aan de bel’ vanwege haar eerdere ervaringen.

    Ze vertelt over collega’s die lasterpraatjes rondstrooien, documenten vervalsen en recepten laten verdwijnen. Eén keer begon het pesten in een farmaceutisch bedrijf nadat een boze collega een andere collega fysiek had aangevallen. Tamina greep in en meldde het incident. De collega kreeg een waarschuwing. Maar collega’s die bevriend waren met de aanvaller, begonnen geruchten over Tamina te verspreiden. ‘Toen werd ik het doelwit,’ zegt ze. Deze krant is in het bezit van de chatgeschiedenis en een brief aan de werkgever die haar verhaal ondersteunen. Tamina heeft herhaaldelijk te maken gehad met vormen van uitsluiting.

    Maar wanneer praten we eigenlijk over pesten? ‘Pesten betekent dat een dader of een groep daders opzettelijk dingen doet om een ander in diskrediet te brengen of in een kwaad daglicht te stellen,’ zegt Sabine Zimmerling. Zij is gespecialiseerd in psychosomatische geneeskunde en psychotherapie en leidt een kliniek voor rehabilitatie in Düsseldorf. Methodes die normaal gesproken helpen om conflicten op te lossen, werken niet als het om pesten gaat, zegt Zimmerling. Als open discussies, compromissen of zelfs bemiddeling niets meer uithalen, is dat een teken dat er sprake is van pesten.

    ‘In de ogen van de pesters kan de betrokkene geen goed meer doen,’ zegt Zimmerling. Ook het geveinsde ‘het was maar een grapje’ verandert daar niets aan. In extreme gevallen knoeien pesters zelfs het werk van een slachtoffer of uiten ze valse beschuldigingen over strafbare feiten, zegt Zimmerling.

    Tamina heeft verschillende keren geprobeerd met haar collega’s te praten, telkens zonder succes. Ook pogingen om haar superieuren bij een gesprek te betrekken mislukten. Toen het uiteindelijk tot een gesprek kwam, was het het ene woord tegen het andere. Tamina ging vanaf dat moment elke dag met buikpijn naar het werk, tot ze uiteindelijk ontslag nam.

    Volgens Zimmerling is het geen uitzondering dat slachtoffers van pesten lichamelijke klachten krijgen. ‘Uitsluiting activeert het pijncentrum in de hersenen. Hoofdpijn, buikpijn of rugpijn zijn vaak het gevolg. Daarnaast lopen de getroffenen het risico op allerlei psychische aandoeningen, ‘van depressie tot angst- en eetstoornissen’. Het gebeurt vaak dat slachtoffers aan zichzelf en hun eigen ervaringen beginnen te twijfelen.

    Tamina herkent dit. Toen haar collega’s recepten lieten verdwijnen en fouten aanbrachten in haar documenten, vroeg ze zich af of ze die fouten niet zelf had gemaakt. Ze ging nog harder werken en onthield wat ze had gedaan. Maar de recepten bleven verdwijnen. ‘Het pesten heeft me onzekerder gemaakt en gevoeliger voor aanvallen,’ zegt ze. ‘Het is een vicieuze cirkel.’

    ‘Pestpersoonlijkheid’

    Ze bleef zichzelf afvragen of het aan haar lag. Was zij de oorzaak van het pesten? ‘Er bestaat niet zoiets als een “pestpersoonlijkheid”,’ maakt Sabine Zimmerling duidelijk. ‘Iedereen kan gepest worden.’ Wel kan het risico toenemen als je onzeker bent – zoals Tamina – waardoor je misschien voorzichtig, verlegen of onzeker overkomt in een volgende baan, voegt ze eraan toe. Maar ‘zonder dader geen slachtoffer’. En op een gezonde werkplek zouden collega’s of leidinggevenden Tamina hebben gesteund.

    We voeren een videogesprek met Carsten Burfeind. Deze vijfenvijftigjarige adviseert bedrijven over geestelijke gezondheidszorg en heeft een boek geschreven over pesten op het werk. Hij draagt een hoodie en airpods. ‘Een leidinggevende die zwijgt wanneer collega’s denigrerende opmerkingen maken of zelfs maar met de ogen rollen als de betrokkene spreekt, is zelf onderdeel van het pestsysteem,’ zegt hij. Maar dat is niet alles. Leidinggevenden moeten actief stress, druk en overbelasting bij hun werknemers voorkomen. Want die factoren vergroten de kans dat medewerkers gaan pesten. ‘Managers moeten een houding van respectvolle, zichtbare interactie faciliteren,’ is de overtuiging van Burfeind. Zodra werknemers zich vreemd gaan gedragen, moeten leidinggevenden al in een vroeg stadium de dialoog aangaan. ‘Een manager die pesten toestaat, maakt zijn of haar eigen zorgverantwoordelijkheid niet waar.’

    In meer dan de helft van de gevallen is een leidinggevende betrokken bij het pesten

    Ook Isabel heeft pesterijen meegemaakt en ook zij wil niet met haar echte naam in de krant. De zesentwintigjarige werkte op de personeelsadministratie van een gemeentehuis in een kleine stad. Maar in tegenstelling tot Tamina was de leidinggevende van Isabel actief bij het pesten betrokken. Het begon ermee dat Isabel nooit ingewerkt werd. Als ze vragen stelde, kreeg ze te horen: ‘Dat moet jij toch weten, jij hebt toch gestudeerd?’ Toen Isabel vervanging van haar chef moest regelen omdat die op vakantie ging, kreeg ze dat pas een paar dagen voor het vertrek te horen. Meestal groette haar baas haar niet. Als Isabel tijdens de lunchpauze probeerde deel te nemen een het gesprek, stuurde haar baas haar weg of snauwde bijvoorbeeld naar haar: ‘Ach, daar was jij toch helemaal niet bij?’

    Op een gegeven moment ging Isabel zo vroeg mogelijk naar haar werk om zo snel mogelijk weer weg te kunnen. ‘Ik kwam thuis, huilde en ging naar bed. Dat was alles in die periode.’ Zelfs nu, nu Isabel het verhaal aan de telefoon vertelt, moet ze huilen. Ook haar ervaringen worden gestaafd door chatgesprekken.

    Gedachtekronkels

    Wat drijft mensen tot dergelijk gedrag? Zimmerling legt uit dat niemand voor zijn plezier dader wordt. ‘Het zijn vaak mensen die ergens bang voor zijn – zoals verlies van hun positie of gezag, of ze hebben angst om aangevallen of gekleineerd te worden.’ Isabel kwam net van de universiteit. Zij had kennis van digitalisering, haar leidinggevende niet. Misschien voelde haar baas zich daardoor bedreigd. ‘Maar vaak proberen daders ook gewoon hun eigenwaarde te vergroten door anderen te pesten,’ zegt Zimmerling. Dat leidinggevenden zelf pesten lijkt geen randverschijnsel. Volgens het onderzoek van de Bündnis gegen Cybermobbing is een leidinggevende in meer dan de helft van de gevallen op zijn minst betrokken bij het pesten.

    Wat kan er worden gedaan als gesprekken niets opleveren en leidinggevenden niets doen of zelf pesten? Zimmerling adviseert om als eerste stap hulp te zoeken. Bij de ondernemingsraad bijvoorbeeld, of bij een pestfunctionaris in het bedrijf – als die er is – maar ook bij een huisarts of psychotherapeut. Ook gezondheidsinstellingen hebben aanspreekpunten voor getroffenen. ‘Mensen die slachtoffer zijn van pesten vragen zich vaak af of ze iets fout hebben gedaan of wat ze anders hadden kunnen doen. Ze geven zichzelf de schuld,’ zegt Zimmerling.

    Om dergelijke ‘gedachtenkronkels’ te ontwarren, is het vaak nuttig om er een buitenstaander bij te betrekken. Een volgende stap is ziekteverlof. De betrokkene moet uit de situatie worden gehaald. Je zegt ook niet tegen iemand die is beroofd: ‘Waarom ga je geen koffie drinken met je overvaller?’ Daarna, aldus Zimmerling, is het belangrijk om per individu duidelijk te maken hoe te handelen tegen pesten. Maar volgens haar eindigen de meeste gevallen ermee dat slachtoffer en dader niet meer samenwerken.

    Isabel, die door haar leidinggevende werd gepest, herwon haar vertrouwen bij een andere werkgever. ‘Ik was bang dat het weer zou gebeuren,’ zegt ze. Maar de nieuwe collega’s verwelkomden haar met welwillendheid. ‘Ik hoor daar thuis,’ zegt ze zelfverzekerd.

    Tamina hoopt dat gevoel ook ooit te mogen meemaken. Nu zijn haar partner en familie de grootste steun voor haar. Ze vindt compensatie in sport, ze schildert en bezoekt musea, en ze heeft het pianospelen nooit opgegeven. Maar dan, een paar dagen na ons telefoontje, vertelt ze over een geslaagd sollicitatiegesprek. ‘Ik had helemaal niet verwacht aangenomen te worden. Ik hoop dat het deze keer beter gaat.’

    Lees ook:

  • Hoe de Verenigde Staten verslaafd raakten aan fentanyl

    Hoe de Verenigde Staten verslaafd raakten aan fentanyl

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week gaan we dieper in op de verwoestende fentanylcrisis in de Verenigde Staten. De zeer verslavende pijnstiller zorgt iedere dag voor honderden doden. Hoe is het land zo verslingerd geraakt aan fentanyl?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is fentanyl?

    De Amerikaanse drugsautoriteit DEA noemt het ‘de grootste bedreiging waarmee onze natie ooit te maken heeft gehad’. Termen als ‘crisis’, ‘epidemie’ en zelfs ‘massavernietigingswapen’ worden gebruikt. In de Verenigde Staten bestaat er geen misverstand over: fentanyl is levensgevaarlijk voor iedereen, jong en oud, arm en rijk.

    Een moeder in Ohio verloor haar twintig maanden oude zoon toen hij de pillen per ongeluk in zijn mond stopte, schrijft The Wall Street Journal. Binnen een uur was hij dood. Zelf had ze de pillen in huis omdat zij en de vader van het kind eraan verslaafd waren. Het slachtoffer werd ‘onderdeel van een verschrikkelijke statistiek’ en een voorbeeld van hoe fentanyl hele gezinnen in de VS verwoest.

    Fentanyl is een synthetische opioïde, oftewel een pijnstiller. Naar schatting is fentanyl vijftig tot honderd keer krachtiger dan morfine en kan het medicijn zelfs in zeer kleine doses dodelijk zijn. Een dodelijke dosis fentanyl bedraagt slechts enkele milligrammen, in vergelijking, voor een overdosis aan heroïne zijn honderden milligrammen nodig. Op straat verkochte fentanyl wordt soms ook vermengd met andere drugs, zoals heroïne of cocaïne, wat het risico op een overdosis vergroot.

    ANP 464413575
    Een moeder die haar zoon verloor aan een overdosis spreekt op een conferentie over drugsgebruik. – © Hannah Schoenbaum / AP​

    Fentanyl was oorspronkelijk bedoeld als pijnstiller voor chirurgische ingrepen, maar bleek te krachtig voor algemeen gebruik. In plaats daarvan werd het gereserveerd voor gebruik bij zeer heftige pijn, zoals bij kankerpatiënten. Een van de gevaarlijkste bijwerkingen van fentanyl is dat het de ademhaling vertraagt. Daarnaast is het middel zeer verslavend: het medicijn verhoogt de afgifte van dopamine, een neurotransmitter die gevoelens van genot en ontspanning opwekt, waardoor gebruikers constant moeten blijven gebruiken om zich goed te voelen.

    Jongeren gebruiken fentanyl recreatief en scholen in de VS luiden hier de noodklok over. In de afgelopen jaren treffen leraren steeds vaker leerlingen met een overdosis aan op hun toiletten, niet zelden met dodelijke afloop. The New Yorker schrijft dat 40 procent van de fentanyloverdoses in de staat Texas jongeren onder de achttien jaar betreft. ‘Die stijging wordt deels toegeschreven aan een mentale gezondheidscrisis bij tieners, die op haar beurt weer komt door de pandemie, smartphones, sociale media en politieke verdeeldheid. Tegelijkertijd hebben synthetische opioïden het experimenteren met drugs voor tieners veel gevaarlijker gemaakt’, aldus het tijdschrift.

    Hoe groot is de crisis in de Verenigde Staten?

    In alle demografische groepen is het gebruik van fentanyl – en de daarbij horende overdoses – de afgelopen jaren explosief gestegen. Volgens het Amerikaanse overheidsbureau voor volksgezondheid CDC was het aantal doden door een overdosis fentanyl in 2020 achttien keer zo hoog als in 2013. Ruim 56.000 mensen stierven in 2020 aan overdoses waarbij synthetische opioïden betrokken waren.

    Onder meer onder jongeren is de fentanylcrisis verwoestend. Het aantal doden door overdoses onder tieners is in drie jaar tijd verdubbeld, terwijl het cannabis- en alcoholgebruik onder middelbare scholieren juist daalt. Volgens The Hill​ zijn jongeren zich er niet altijd bewust van dat ze fentanyl gebruken: de stof wordt verpakt in namaakpillen die lijken op minder krachtige drugs. Zo overleden in 2021 1755 kinderen van 15 tot 19 jaar aan een overdosis fentanyl, een stijging van bijna 300 procent ten opzichte van 2018.

    Waar het gebruik van fentanyl begon in de armere plattelandsgebieden in de VS, is het nu ook uitgegroeid tot een crisis in de grote steden. Zo is het aantal doden door overdoses fentanyl onder latino’s sinds 2011 bijna verdrievoudigd, schrijft NBC. Ook melden de autoriteiten dat er steeds meer en grotere hoeveelheden van de drugs in beslag worden genomen. In 2022 nam de DEA meer dan 57,7 miljoen valse fentanylpillen en meer dan 6200 kilogram fentanylpoeder in beslag, twee keer zoveel als in 2021.

    2023 Drug od death rates 2 1

    Wat kan ertegen gedaan worden?

    De meningen verschillen over hoe deze crisis het best het hoofd geboden kan worden. Experts benoemen het belang van informatie en voorlichting die gericht zijn op de doelgroep. Jongeren dienen anders aangesproken te worden dan ouderen. Per staat en per etnische achtergrond zijn er ook verschillen in hoe informatiecampagnes moeten worden opgezet.

    In het artikel van NBC worden deze verschillen ook benoemd als het gaat om afkicken. ‘In sommige Latinogemeenschappen is het gebruikelijk om religieuze afkickcentra te bezoeken die zich richten op “op geloof gebaseerde behandeling” in plaats van “op bewijs gebaseerde behandeling”,’ zegt een expert. Ze wijst daarnaast op ‘problemen met de migratiestatus en op het gebied van taalbarrières die het moeilijker maken om hulp te vinden in afkickcentra’.

    In Financial Times schrijven onderzoekers dat er op alle gebieden meer gedaan moet worden. ‘De fentanylcrisis wordt steeds erger en bedreigt een hele generatie jongeren,’ zegt Jim Rauh, oprichter van belangenorganisatie Families Against Fentanyl,  tegen de krant.

    Een plan van president Joe Biden om bezit en gebruik van en handel in fentanyl harder aan te pakken werd door deskundigen bekritiseerd. ‘Als je dingen criminaliseert, creëer je een stigma,’ zegt Maritza Perez Medina, directeur federale zaken van de Drug Policy Alliance tegen persbureau AP. ‘Als mensen weten dat ze in de problemen komen door het gebruik van drugs, zullen ze niet snel om hulp vragen.’

    ANP 459713026
    ​Autoriteiten in Californië tonen een drugsvangst van 43 kilogram fentanyl. – © Alameda County Sheriff’s Office / AFP

    Er wordt onder meer gekeken naar sociale media, waarop de drugs verkocht worden en waarop informatiecampagnes meer effect zouden kunnen hebben. Onder meer Snapchat zegt actief bezig te zijn met het gebruik van technologie om proactief drugsdealeraccounts te vinden en af te sluiten. Maar lokale en nationale politici en de VS willen, zoals Sam Quinones in een opiniestuk in The Washington Post​ bepleit, meer internationale samenwerking, met name met China en Mexico.

    China en landen als India produceren en vervoeren chemicaliën die nodig zijn om fentanyl te maken. Veel fentanyl wordt uiteindelijk gemaakt in en gesmokkeld uit Mexico. Een internationale aanpak zou de enige manier zijn om deze crisis het hoofd te bieden, zeggen deskundigen, voordat de fentanylcrisis naar Europa en Azië overslaat en een epidemie een pandemie wordt.