Tag: Middellandse Zee

  • Zeker zestig migranten verdronken na vertrek vanuit Libië

    Zeker zestig migranten verdronken na vertrek vanuit Libië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spaanse parlement keurt controversiële amnestiewet goed

    » Presidentsverkiezingen Rusland begonnen, winnaar staat zo goed als vast

    25 mensen konden gered worden door maritieme autoriteiten

    Zeker zestig mensen zijn verdronken op een schip dat migranten over de Middellandse Zee vervoerde van Libië naar Italië. Dat meldt Middle East Monitor. Volgens organisatie SOS Méditerranée werden daarnaast vijfentwintig mensen in ‘zeer zwakke’ toestand gered in samenwerking met de Italiaanse kustwacht.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De centrale Middellandse Zee is een van de dodelijkste migratieroutes ter wereld. Volgens het VN-migratieagentschap (IOM) zijn er vorig jaar bijna 2500 migranten omgekomen of vermist geraakt tijdens de oversteek, sinds het begin van 2024 zijn dat al 226 mensen. De migranten op het schip zouden drie dagen eerder zijn vertrokken.

    Volgens de organisatie was de motor van de boot stilgevallen. De afgelopen weken neemt het aantal migranten dat vanuit Afrika de oversteek waagt naar Europa weer toe omdat de weersomstandigheden beter zijn. Autoriteiten in Europa vrezen dat het aantal doden ook weer gaat toenemen.

  • Waarom de overstromingen in Libië zo verwoestend waren

    Waarom de overstromingen in Libië zo verwoestend waren

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Libië, dat vorige week zwaar getroffen is door overstromingen. De stad Derna aan de Middellandse Zee is grotendeels verwoest. Hoe kan het dat het land hier niet op was voorbereid?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €5 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is er gebeurd in Libië? 

    Op zondag 10 september raasde storm Daniel over het oosten van Libië en liet in zijn spoor een grote ravage achter langs de Middellandse Zeekust van het land. Het tot nu toe bevestigde dodental varieert, maar het loopt in de duizenden, met nog eens duizenden vermisten. Volgens de VN gaat het om 3958 doden en 9000 vermisten, bericht Al Jazeera. Ugochi Daniels, plaatsvervangend directeur-generaal voor operaties bij de Internationale Organisatie voor Migratie, vertelde Al Jazeera dat de laatste schatting van het aantal ontheemden door de overstroming 46.000 is.

    Vooral havenstad Derna is zwaar getroffen. Revista 5W geeft een ontluisterend beeld van de ravage in de stad waar voorheen 100.000 mensen woonden: ‘Gebouwen verpulverd, verwrongen auto’s aangespoeld, bruggen verbrijzeld en roodachtige modder die alles bedekt. Honderden levenloze lichamen, gewikkeld in dekens, lagen op de trottoirs, en in een van de ziekenhuizen van Derna, omgebouwd tot mortuarium, lagen lijkzakken opgestapeld op de afdelingen. In de dagen na de tragedie zijn vanuit de zee tientallen levenloze lichamen aangespoeld.’

    Grote delen van de Libische stad Derna zijn weggevaagd door de overstromingen van 10 september. – © Hamza Turkia / Xinhua / SIPA

    Bij velen rijst nu de vraag hoe deze storm zo veel schade en doden tot gevolg kon hebben. In slechts 24 uur viel er meer regen dan het gebied normaal gesproken in een heel jaar te voortduren krijgt, zo’n 400 millimeter. Volgens de Libische meteorologische dienst was het de zwaarste regenval in meer dan vier decennia. Die stortregens hebben het stroomgebied van de Wadi Derna, de rivier die ontspringt in de bergen rond de stad, overspoeld. In de nacht van zondag op maandag, toen de meeste mensen thuis waren nadat de noodtoestand voor Daniel was afgekondigd, stortten twee dammen in de rivier in als gevolg van de regens en raasde een stortvloed van water met verwoestende kracht over de stad: naar schatting 33 miljoen kubieke meter, het equivalent van 12.000 Olympische zwembaden, beschrijft Revista 5W. Toen de regens de eerste dam, die ongeveer 70 meter hoog was, verwoestten, zorgde een overstroming ervoor dat de tweede dam barstte. 

    ‘De combinatie van deze extreme weersomstandigheden en de kwetsbaarheid van het land, de wegen en de dammen maakte dit de ergste storm die Noord-Afrika in bijna een eeuw heeft getroffen’, vat The Washington Post samen.

    Waarom was de impact zo groot?

    In de uren voordat de dam in de buitenwijken van Derna brak en catastrofale overstromingen veroorzaakte, lijken zowel de autoriteiten als de bewoners zich bewust te zijn geweest van het dreigende levensgevaar’, schrijft Middle East Eye. Toch zijn zelfs na alle waarschuwingen de autoriteiten niet overgegaan tot evacuatie. ‘Bronnen ter plaatse en openbare verklaringen van Libische autoriteiten onthullen een weifelende en lakse reactie op de gevaren, zowel in de uren voor de ramp als in de noodlottige nacht waarin de regen Oost-Libië teisterde.’ 

    De oorzaak voor dit gebrek aan handelen zit volgens veel media in de politiek instabiele situatie in Libië. ‘Het instorten van de twee dammen in Wadi Derna onderstreept de zwakte van de Libische infrastructuur na meer dan een decennium van chaos’, aldus The Guardian. ‘De situatie werd verergerd doordat Libië verdeeld is door twee rivaliserende regeringen: een door de VN erkende regering in Tripoli en een regering in het oosten, gesteund door een meerderheid van de parlementsleden en de oostelijke commandant Khalifa Haftar’, voegt Middle East Eye daaraantoe. 

    DrpZCVEbfk5t4vpty ug6Iex4i6oC0n83FSp3o9f7TWFuhvmB01of9ofBa9zKOZkrCLO0 tqSaAem 5zdpOt SJTiMuAw7JWPcC4S4MWuiG9qP85UHfR8 doNedFFOcvqeHgDQyp sGc1qbZAvyMAb0
    Een man zit voor zijn verwoeste huis in Derna. In de stad zijn zo’n 1500 gebouwen beschadigd. – © Ahmed Gaber / Xinhua

    Hoewel de regering in Tripoli vooraf wees op de gevaren van de storm in Oost-Libië en liet weten dat het reddingsteams had klaarstaan, kon het niet ingrijpen omdat die gebieden onder controle staan van Haftar. Het Oost-Libische regime koos in plaats van evacuatie voor een reactieve opstelling: er werd een avondklok ingevoerd en pas toen de storm al over Derna was geraasd, werd de noodtoestand afgekondigd. 

    ‘In de huidige omstandigheden in het land, met tientallen gewapende groepen, smokkelnetwerken, wijdverspreide corruptie en verwaarloosde infrastructuur, is de coördinatie van reddingsoperaties en hulp een uiterst complexe uitdaging’, vat Revista 5W samen

    Naast de politieke instabiliteit en de slechte infrastructuur in Libië, speelt ook de opwarming van de Middellandse Zee als gevolg van klimaatverandering een rol. . Voordat de storm Libië bereikte was Daniel uitgegroeid tot een zogenaamde medikaan, oftewel een orkaan in het Middellandse Zeegebied, die ontstaat doordat koude lucht uit het noorden over het warme zeewater stroomt. Ook hierdoor kon deze storm de grootste overstroming in Afrika veroorzaken van de afgelopen honderd jaar.

    The Washington Post wijst eveneens naar het ‘abnormaal’ warme water van de Middellandse Zee als veroorzaker van de verwoestingen. ‘Onderzoek heeft aangetoond dat medikanen waarschijnlijk krachtiger worden in een opwarmende wereld.’

    Hoe moet het nu verder met Libië?

    ‘De ramp in het noordoosten van Libië is een nieuwe stap richting de afgrond’, schrijft Revista 5W. ‘Ondanks de rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen hebben jaren van conflict de problemen ernstig verergerd, variërend van voedselonzekerheid tot corruptie en diepe ongelijkheid. Vóór het conflict was het land een van de economische schokdempers van de regio, grotendeels dankzij de olie-inkomsten. Het was een bestemming voor zowel migranten uit Sub-Sahara-Afrika als migranten uit Noord-Afrikaanse landen zoals Tunesië en Egypte; Libië was toen niet het beginpunt van de zeeroute naar Europa, maar een bestemming waar migranten geld konden sparen om vervolgens naar huis terug te keren.’

    Meer dan een week na de ramp begint de internationale hulp pas echt op gang te komen. Nog steeds zijn reddingsteams op zoek naar overlevenden en druk bezig lichamen te bergen. De getraumatiseerde Libiërs, van wie er nu alleen al in Derna dertigduizend dakloos zijn, hebben dringend schoon water, voedsel, onderdak en basisvoorzieningen nodig, terwijl het risico op cholera, diarree, uitdroging en ondervoeding toneemt, zo waarschuwen de VN. 

    JnRWnChOHpGSVxUh8ViWt6AW LXYpcobrEb7W1XzSmBfvXLCUzxUBDlk4TNbSTLylXh YtNoUXYubqFpnv5rqQXqk F9zk P0XawdBxoHhH bKpk22lVGPp T5pF LSjVEc1rlVLgndHJXQ2cL3Mlnk
    Leden van het internationale reddingsteam zoeken tussen de brokstukken in Derna naar overlevenden. De internationale noodhulp is pas deze week op gang gekomen. – © Hamza Turkia / Xinhua

    Maar naast acute noodhulp is er ook steun nodig om het getroffen gebied straks weer op te bouwen. Zo vertelt Badr al-Din al-Toumi, hoofd noodhulp van de Libische regering, aan Al Jazeera dat zo’n 1500 van de 6142 gebouwen in de stad zijn beschadigd. ‘In Griekenland heeft Daniel een schade achtergelaten die wordt geschat op ongeveer 2,5 miljard euro’, schrijft Revista 5W. ‘In Libië zijn de gevolgen nog niet te overzien. Niet alleen zijn er duizenden levens verloren, ook is de wederopbouw complex en zeer kostbaar in een land waar de overheidsstructuren defect zijn.’

    In een hoofdredactioneel commentaar wijst The Guardian op het pijnlijke uitblijven van internationale steun. ‘Vanwege grote fossiele brandstofvoorraden en regionale veiligheidsdoelstellingen hebben buitenlandse mogendheden zich in het verleden altijd met Libië bemoeid. De EU heeft het land honderden miljoenen euro’s gegeven om de migratie in te dammen, daarbij de verschrikkelijke misstanden van de Libische kustwacht negerend. Is de EU nu bereid om de gewone Libiërs te helpen? Frankrijk, dat zoveel heeft gedaan om Haftar te steunen, heeft in het bijzonder de verantwoordelijkheid om voor een krachtige Europese reactie te zorgen. De Libiërs hebben terecht het gevoel dat de internationale gemeenschap en hun eigen leiders hen in de steek laten. Ze hebben nu meer dan ooit echte steun nodig.’

    Lees ook:

  • Verscherpte grenscontroles leiden tot meer geld voor smokkelaars – en meer doden op zee

    Verscherpte grenscontroles leiden tot meer geld voor smokkelaars – en meer doden op zee

    Sinds de landen rond de Middellandse Zee hun controles hebben aangescherpt, zijn de ‘handelaren in hoop’ ertoe gedwongen nieuwe – en gevaarlijkere – manieren en routes te vinden om migranten te smokkelen. ‘Smokkelaars bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis.’

    Vanaf 2015, toen de vluchtelingenstroom onhoudbaar groot was, hebben Europese en nationale instanties van de landen rond de Middellandse Zee enerzijds reddingsoperaties georganiseerd en anderzijds controles aangescherpt. Maar de mensensmokkelaars, die hun onmenselijke werk tot een wetenschap hebben verheven, blijven migranten in levensgevaar brengen, omdat er veel geld mee te verdienen valt. In bepaalde gevallen, schreef The New Humanitarian, is de dienst die een mensensmokkelaar levert voor hemzelf de laatste strohalm. In andere gevallen biedt dit werk economische vooruitzichten die het leven van zijn familie kan veranderen.

    De routes vanuit Afrika en Turkije veranderen voortdurend, de vertrekpunten ook, de drijvende wrakken hebben soms ‘echte’ kapiteins en soms migranten die de rol van kapitein op zich nemen om niet te hoeven betalen voor de overtocht. De mensensmokkelaars doen er alles aan om te zorgen voor meer ruimte op de boot (ze geven de migranten bijvoorbeeld geen reddingsvesten, die ruimte innemen). Ze rusten de boten uit met extra motoren om zo’n groot mogelijke afstand te kunnen afleggen en zo dicht mogelijk bij hun eindbestemming te komen.

    Van 2015 tot april 2023 hebben de Europese autoriteiten onder leiding van Frontex vier grote operaties georganiseerd en uitgevoerd: operatie Sophia (start: juni 2015), Poseidon (start: januari 2016), Indalo (start: maart 2017) en Themis (start: februari 2018). Er zijn hierbij respectievelijk 44.916, 133.126, 108.106 en 373.945 mensen gered. Volgens onderzoekers en internationale media bedraagt het dodental tot nu toe echter meer dan 20.000. De VN maakt zelfs melding van minstens 25.000 doden sinds 2015.

    Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood

    Er gaan levens verloren omdat mensensmokkelaars gedwongen worden op steeds creatievere manieren de hoop te verkopen die migranten – naast de honderden euro’s die een wanhopig persoon moet neertellen om zich te verzekeren van een plekje op een hopeloze boot – het leven kan kosten. Vaak vinden de migranten datgene waarvoor ze op de vlucht zijn: de dood. 

    Hoewel Europa haar grensbeveiliging heeft aangescherpt en zich heeft gestort op de strijd tegen mensenhandel, groeit het aantal mensensmokkelaars volgens The Conversation, ondanks de overeenkomsten van de EU met bijvoorbeeld Turkije of Libië.

    De vertrekpunten van de route worden steeds verlegd, vanuit heel Noord-Afrika naar Griekenland of Italië, vaker naar Italië, omdat dat land enorme kustgrenzen heeft, terwijl de Griekse grenzen beter worden bewaakt. Aangezien de Turkse kustlijn dichtbij is, zou de irreguliere migratie in Griekenland gemakkelijker te beheersen zijn. Bovendien verloopt de samenwerking met de Turkse kustwacht gemakkelijker. Euronews meldt echter dat smokkelaars steeds vaker met grotere schepen de internationale wateren voor het Griekse vasteland op varen, om zo de patrouilles van de lokale kustwacht te omzeilen.

    Libië als vertrekpunt

    Van de belangrijkste routes die voor migrantensmokkel worden gebruikt – de oostelijke (Turkije), de centrale (Libië, Egypte, enzovoort) en de westelijke (Marokko) –, lijken smokkelaars tegenwoordig aan Libië de voorkeur te geven als vertrekpunt. De reden hiervoor is het instabiele politieke klimaat in het land, waar de chaos die volgde op Khaddafi’s dood in 2011 haast normaal schijnt te zijn geworden.

    Bovendien lijkt een gedestabiliseerde sociaal-politieke omgeving de corruptie van de autoriteiten te verergeren; grenswachten in de landen van herkomst worden in grote mate omgekocht. Zoals een Libische mensensmokkelaar jaren geleden aan The Guardian vertelde: ‘Een van de redenen dat vis [in Libië] duur is, is het gebrek aan vissersboten die de zee op gaan om te vissen. Ze worden allemaal gebruikt door smokkelaars.’

    Pushbacks

    Uit onderzoek blijkt dat de Griekse kustwacht die in het verleden al meerdere malen is beschuldigd van pushbacks (het terug de zee op drijven van boten met migranten om te verhinderen dat ze de territoriale wateren bereiken) in de nacht van 14 juni op z’n minst een uiterst bedenkelijke rol heeft gespeeld bij een schipbreuk die aan zeker zeshonderd migranten het leven heeft gekost.

    Een gammele vissersboot die op 9 juni uit Libië was vertrokken met zo’n 750 mannen, (zwangere) vrouwen en kinderen aan boord – afkomstig uit onder meer Syrië, Afghanistan, Egypte en Pakistan – sloeg op 14 juni rond twee uur ’s nachts om, op minder dan 80 kilometer voor de kust van de Griekse Peloponnesos. Na deze ramp, die de meeste slachtoffers eiste sinds een vluchtelingenboot zonk in 2015, deden onder meer de Spaanse krant El País, het Nederlandse collectief voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports en het Duitse weekblad Der Spiegel gezamenlijk onderzoek. Daaruit ontstaat het beeld dat de Griekse kustwacht eerst op verkeerde wijze de vissersboot op sleeptouw heeft genomen – waardoor die omsloeg – en vervolgens veel te lang wachtte met reddingspogingen. Ook bleek dat overlevenden die elkaars taal niet spreken letterlijk dezelfde verklaring zouden hebben afgelegd. Dat maakt de resultaten van het ‘officiële’ onderzoek naar de toedracht door de Griekse autoriteiten, die alle schuld ontkennen, uiterst dubieus.

    ‘De migratiestromen zijn tegenwoordig “gemengd”. Vaak valt niet direct te achterhalen waarom deze mensen zich in ons land of in Italië bevinden; er zijn veel kleine, regionale crises, vooral in Afrika ten zuiden van de Sahara, waarvan we de samenhang niet altijd begrijpen,’ vertelt Anastasios Yfantis, operationeel directeur van de Griekse tak van Médecins du Monde. 

    Dit alles is natuurlijk van invloed op de ‘tarieven’ van de mensensmokkelaars. Als er bijvoorbeeld veel smeergeld nodig is om de autoriteiten om te kopen, moet de wanhopige die een nieuw leven zoekt ook meer betalen. De prijs die de mensensmokkelaars vragen, hangt ook af van de manier waarop ze de migranten vervoeren: over land, over zee of door de lucht.

    Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker

    De tarieven zijn ook afhankelijk van het aantal mensen per boot. De overtocht kan kleinschaliger zijn – en wellicht veiliger – en daardoor meer kosten. Een boot met honderden mensen daarentegen, kost minder per persoon, maar is ook gevaarlijker.

    Wat er de laatste tijd echter wordt waargenomen is dat de mensensmokkel op grotere schaal plaatsvindt maar met minder boten. Dit levert de smokkelaars veel winst op, maakt dat er meer mensen hun land van herkomst verlaten en het vermindert het aantal overtochten. 

    Tegelijkertijd zijn de schepen die gebruikt worden van goedkoop metaal. ‘Deze metalen schepen zijn goedkoop geproduceerd en aan elkaar gelast. Ze zijn lang niet zo zeewaardig als de houten vissersboten die vroeger op de Tunesische route werden gebruikt of de motorboten waar Tunesische migranten de voorkeur aan geven,’ aldus Flavio Di Giacomo, woordvoerder van de Internationale Organisatie voor Migratie – het VN-migratieagentschap, op InfoMigrants. Di Giacomo zegt dat ‘de boten zo instabiel zijn dat als iemand tijdens de reis om welke reden dan ook beweegt of het vaartuig door de golven heen en weer wordt geschud, de hele boot kan vollopen met water en veel gemakkelijker kapseist dan de boten die in het verleden werden gebruikt.’

    De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars

    ‘Eén ding is zeker: op de Middellandse Zee zijn de schepen die migranten aan boord hebben steeds vaker rijp voor de schroot, en de plastic nepboten op de Egeïsche Zee, die vanuit Turkije vertrekken, worden door de mensen die ermee gevaren hebben “doodsballonnen” genoemd. Hoe het ook zij, naargelang het toezicht en de maatregelen in de landen rond de Middellandse Zee worden aangescherpt en het risico van de onderneming toeneemt, stijgt ook de prijs van de reis. Je hoort mensen zeggen dat ze 1000 euro per persoon hebben betaald en dat de prijs binnen een maand is verdubbeld of zelfs verviervoudigd. De tarieven veranderen voortdurend en worden volledig bepaald door de smokkelaars. Voordat de mensen oversteken naar hun bestemming werken ze een tijdje in het tussenland, brengen de 10.000 euro voor het gezin bijeen en gaan dan aan boord van de tot mislukken gedoemde boot, zonder zwemvest en zonder te kunnen zwemmen. Samen met hun kinderen. Het is echt hun laatste hoop,’ aldus Anastasios Yfantis.

    Weinig ontmanteld

    Het is opmerkelijk, zo meldt The Conversation, dat de Europese autoriteiten geregeld informatie openbaar maken over mensen die gearresteerd zijn op verdenking van mensenhandel, maar dat er weinig bekend wordt gemaakt over hoeveel van deze arrestaties daadwerkelijk tot een veroordeling leiden. Onderzoek toont aan dat de meeste pogingen om mensenhandel te bestrijden vooral leiden tot het terugdringen van kleinschalige criminele activiteiten, meestal ad hoc georganiseerd door de migranten zelf.

    Voormalig Frontex-directeur Gil Arias Fernández zegt dat Europese rechtshandhavingsinstanties in 2022 maar heel weinig grote groepen smokkelaars hebben ontmanteld. Dit is deels te wijten aan logistieke problemen – de ‘grote’ smokkelaars opereren meestal vanuit buurlanden en gaan nooit zelf aan boord van de boten – maar ook aan het gebrek aan bewijsmateriaal tegen grote, transnationale, georganiseerde misdaadgroepen die betrokken zijn bij het smokkelen van irreguliere migranten. 

    Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten

    Voor de smokkelaars lijken alle lichten op groen te staan; ze kunnen vrijwel ongestoord doorgaan met hun activiteiten. ‘Smokkelaars zijn de officieuze instantie achter de hedendaagse irreguliere migratie. Zij bepalen waar en hoe mensen zich verplaatsen en hoe veilig ze zijn tijdens hun reis’, schrijft The New Humanitarian.

    ‘Ons inzicht in de werkwijze van mensensmokkelaars hebben we van de mensen die erin geslaagd zijn ons land te bereiken en vervolgens terecht zijn gekomen in opvang- of detentiecentra op Chios, Samos, Lesbos, enzovoort. Hoeveel brandjes er ook geblust worden, zolang mensen genoodzaakt zijn om op deze manier te reizen, zullen ze dat blijven doen. Ze zullen niet ophouden. Mensen uit Eritrea hebben ons verteld dat ze vanuit Noord-Afrika naar Europa zijn vertrokken na in detentiecentra in Egypte of Tripoli te hebben gezeten. Ze zagen dat als een fase waarvan ze wisten dat ze die zouden moeten doorlopen voordat ze de volgende stap van de gevreesde reis konden zetten,’ vertelt Anastasios Yfantis. 

    Lees ook:

  • Migratie: mediterrane landen komen samen in Rome

    Migratie: mediterrane landen komen samen in Rome

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kroatië: Dubrovnik beboet lawaai van rolkoffers

    » Grote schade aan kathedraal en twee doden bij Russische aanval op Odessa

    Gemeenschappelijk fonds moet migratie indammen

    Zondag vond op uitnodiging van de Italiaanse premier Giorgia Meloni een top van zo’n twintig landen uit de Middellandse Zeeregio plaats om de samenwerking tussen immigratie- en emigratielanden te bevorderen, bericht Il Foglio. Tijdens de conferentie schetsten de regeringsleiders de contouren van een fonds voor de financiering van investeringsprojecten en grenscontroles, met als doel de migratiestromen op middellange termijn beter te reguleren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De Europese Unie en Tunesië, een belangrijk vertrekpunt voor migranten, ondertekenden vorige week een overeenkomst voor een ’strategisch partnerschap’ dat onder meer voorziet in een harde aanpak van mensensmokkelaars en striktere grenzen. ‘We willen dat onze overeenkomst met Tunesië een voorbeeld wordt. Een blauwdruk voor de toekomst. Voor partnerschappen met andere landen in de regio’, vertelde Ursula von der Leyen, hoofd van de Europese Commissie, op de conferentie.

    Mensenrechtenorganisaties en ngo’s die migranten redden tijdens de gevaarlijke overtocht over de Middellandse Zee hekelen de deal met Tunesië. Human Rights Watch noemde het ‘een nieuw dieptepunt in de inspanningen van de Europese Unie om de komst van migranten koste wat het kost in te dammen’ dat ’slechts lippendienst bewijst aan de mensenrechten’. ‘Het laat zien dat Europa niets heeft geleerd van haar medeplichtigheid aan de gruwelijke mishandeling van migranten in Libië’, zei de organisatie donderdag.

    Lees ook:

  • Wat kan Europa doen tegen de migratiecrisis?

    Wat kan Europa doen tegen de migratiecrisis?

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week gaan we dieper in op de recente bootramp voor de kust van Griekenland, die het debat rond de aanhoudende migratiecrisis in Europa weer heeft doen oplaaien. Al jarenlang zoekt de EU naar oplossingen, maar zijn die er wel?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Hoe groot is de migratiecrisis in Europa?

    De tragedie voor de kust van Griekenland, waarbij mogelijk zo’n zeshonderd migranten zijn verdronken nadat hun overvolle boot zonk, heeft volgens The New York Times aangetoond dat de migratiecrisis in Europa nog verre van voorbij is. ‘De pandemie heeft de crisis misschien een tijdje getemperd, maar een enorm aantal mensen is nog steeds bereid om alles te riskeren en in gammele bootjes te stappen in de hoop op een beter leven in Europa’, schrijft de Amerikaanse krant. En de cijfers benadrukken dat.

    Uit de meest recente gegevens van het Europese grensbewakingsagentschap Frontex blijkt dat in de eerste vier maanden van 2023 in totaal ruim tachtigduizend mensen illegaal de Europese grenzen overstaken: een stijging van 26 procent ten opzichte van 2022 en het hoogste aantal voor de periode januari-april sinds 2016. Met name de route over de Middellandse Zee – waar de scheepsramp plaatsvond – is nog altijd zeer populair, schrijft BalkanInsight, dat benadrukt dat op alle andere routes juist minder migranten worden geteld.

    Naar aanleiding van de bootramp voor de Griekse kust riepen de Verenigde Naties de Europese Unie op tot ‘dringende en beslissende actie om verdere sterfgevallen op zee te voorkomen na de laatste tragedie in de Middellandse Zee, de ergste in jaren’, zo schrijft RFI. Eerder dit jaar riep Italië al de noodtoestand uit vanwege de aanhoudende stroom migranten die vanuit Noord-Afrika de oversteek maken richting het Zuid-Europese land.

    ANP 345198942
    Een gezin dat met achtendertig anderen de oversteek naar Europa heeft gemaakt, wordt afgezet door de Griekse kustwacht op het eiland Kalamata in 2016. – © Nikitas Kotsiaris / EPA

    Met de noodtoestand maakt het land miljoenen euro’s vrij om de grenzen beter te bewaken en de noodopvang van migranten te regelen. Want, zo schrijft de BBC, onder de rechts-nationalistische regering van Giorgia Meloni worden er wel maatregelen genomen, maar die stoppen de toestroom niet. Europa zit met de handen in het haar: ieder jaar worden strengere maatregelen beloofd. Dat gebeurde in februari nog na een EU-top, waar meer geld werd vrijgemaakt voor een betere grensbewaking en voor manieren om illegale migratie af te schrikken.

    ‘We zullen actie ondernemen om onze buitengrenzen te versterken en illegale migratie te voorkomen,’ zei Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, na de EU-top volgens Deutsche Welle. Daarbij moet er ook gekeken worden naar de landen waar de migranten vandaan vertrekken, zoals Marokko, Libië en Tunesië. Maar dat laatste land waarschuwde de EU al dat de capaciteiten beperkt zijn. ‘Wij zijn niet de grenswacht van Europa,’ aldus de Tunesische president.

    Waarom blijven de migranten komen?

    Europa moet met een oplossing komen voor de vluchtelingencrisis, als die al bestaat. Om te kunnen kijken naar manieren om deze crisis het hoofd te bieden, moet de EU eerst begrijpen waar de migranten vandaan komen en wat hen drijft om, ondanks alle risico’s, de oversteek te blijven maken. Want Europa is hier medeverantwoordelijk voor, zo schrijft The Observer, de zondagskrant van The Guardian. De krant wijst naar de scheepsramp in Griekenland, waarbij onder de slachtoffers Pakistanen, Egyptenaren, Syriërs, Afghanen en Palestijnen waren.

    ‘Het falen van het Westen om de oorlog van het Syrische regime tegen zijn bevolking te stoppen, leidde tot de migrantencrisis van 2015-2016, toen honderdduizenden Syriërs veiligheid zochten in Europa’, schrijft The Observer, die ook kijkt naar de rol van de VS en de NAVO in de huidige crisis in Afghanistan. ‘Dit argument kan verder worden uitgebreid naar mensen uit andere verwaarloosde postkoloniale landen, bijvoorbeeld in de Hoorn van Afrika, de Sahel en Zuid-Azië, wier hopeloosheid, verarming en chronische onveiligheid migratie aanwakkeren’, zo vervolgt de krant.

    ANP 471667827
    Nadat het reddingschip van de ngo Sea-Watch vorige week negendertig mensen in nood op de Middellandse Zee had gered, werd het reddingsschip Aurora in beslag genomen door de Italiaanse autoriteiten op Lampedusa. – © Sw / ROPI via ZUMA Press

    Volgens het redactioneel van de Britse krant is Europa dus medeverantwoordelijk voor de migratiecrisis en daarmee medeverantwoordelijk voor de oplossing. En naast geweld, armoede en ziektes is er nog een andere drijfveer, zo schrijft Ibrahim Özdemir, adviseur voor de VN, in een artikel voor Politico. Hij noemt de recordcijfers rondom illegale migratie in Europa ‘het begin van een ongekende klimaatvluchtelingencrisis die de sociale orde in Europa snel zou kunnen destabiliseren en de politiek van het continent zou kunnen ontwrichten’.

    Özdemir schrijft dat Europa zijn asielsysteem niet heeft hervormd, ondanks dat er steeds meer klimaatvluchtelingen zijn. De EU heeft volgens de beleidsmaker ‘miljarden euro’s verspild aan grensmuren en hekken – het equivalent van bijna twaalf Berlijnse Muren’. The Guardian schrijft ook dat het blokkeren van migratieroutes geen oplossing is. EU-lidstaten geven miljoenen euro’s aan Afrikaanse landen om mensensmokkel tegen te gaan, maar ‘de impact van de antismokkelwet heeft mensen op steeds gevaarlijkere paden gedreven’. Volgens de Britse krant liggen er honderden lichamen van omgekomen migranten in de Sahara. Onzichtbare slachtoffers, net als de vele bootvluchtelingen die zijn omgekomen op de Middellandse Zee.

    Wat is de oplossing voor deze crisis?

    Volgens The Conversation zijn scheepsrampen als die voor de kust van Griekenland te voorkomen, ‘maar alleen als het EU-beleid niet langer gericht is op het sluiten van grenzen en “ordehandhaving”, maar op humanitaire actie. Dit zou betekenen dat er echt veilige routes worden geopend voor mensen die op zoek zijn naar veiligheid, zodat ze om een asielaanvraag in te kunnen dienen niet afhankelijk zijn van de tocht op een overvol schip’.

    Foreign Affairs zegt hetzelfde: je kan je eigen migratiebeleid niet bij andere landen op het bordje leggen; legale migratie moet veiliger worden gemaakt. Hard beleid in eigen land is ook geen oplossing, schrijft de Britse journalist Gideon Rachman in Financial Times. ‘Wanneer één land erin slaagt om een hard beleid te voeren ten aanzien van vluchtelingen, verplaatst het probleem zich vaak gewoon. De Hongaarse intimidatie van vluchtelingen in 2015 was een van de redenen waarom Duitsland zijn grenzen opende.’

    ANP 449373248
    Aardbeienplukkers aan het werk in een kas in het Spaanse dorp Ayamonte in Andalucië. In Spanje kunnen migranten uit onder meer Senegal en Marokko tijdelijk werken om arbeidstekorten te verhelpen. © Jorge Guerrero / AFP

    Kijken naar wat migranten in het land van bestemming kunnen bijdragen, is een van de meer praktische manieren om de migratiecrisis aan te pakken, schrijft Al Jazeera. De website neemt Polen als voorbeeld, waar duizenden gezondheidswerkers uit andere landen aan de slag zijn gegaan, mede omdat de aanwas van dokters en verpleegkundigen uit eigen land was gestokt. Deze toetreding tot de arbeidsmarkt  zorgt voor betere integratie, meer toegankelijkheid tot zorg voor migranten en is een oplossing voor het arbeidstekort.

    Migranten zien als bijdrage aan de maatschappij, in plaats van als een gevaar dat koste wat kost buiten de deur moet worden gehouden: Spanje doet hetzelfde, schrijft persbureau Reuters. Dat land werkt met programma’s, zij het tijdelijk, waarbij migranten uit onder meer Senegal en Marokko komen werken en helpen arbeidstekorten te verhelpen, bijvoorbeeld in de groente- en fruitsector.

    Andere toonaangevende merken in Europa streven datzelfde doel na, schrijft Forbes. ‘Adidas, Marriott, Amazon en tientallen andere bedrijven kondigden maandag aan dat ze in de komende drie jaar in totaal 250.000 vluchtelingen in dienst zullen nemen, zullen opleiden of op een andere manier zullen helpen’, aldus de website. 

    Maar migratie is niet alleen nuttig voor de arbeidsmarkt. Volgens de prijswinnende Britse journalist Gaia Vince in The New European is migratie niet eens een probleem, maar een oplossing. Vooral in het licht van de migratiestromen die op gang zullen komen door klimaatverandering. ‘We moeten, als vluchtelingen van naties, onszelf gaan beschouwen als burgers van de planeet Aarde. (…) We moeten klaarstaan om weer te verhuizen als dat nodig is’, schrijft Vince. Door de migratiecrisis zouden we worden gedwongen na te denken over duurzame manieren om mensen te huisvesten die wonen op plaatsen in de wereld die door klimaatverandering onleefbaar zullen worden, aldus de Britse journalist.

    Lees ook:

  • Europese migratiecrisis: waarom Italië de noodtoestand uitriep

    Europese migratiecrisis: waarom Italië de noodtoestand uitriep

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Italië, waar premier Giorgia Meloni onlangs de noodtoestand uitriep vanwege het hoge aantal migranten. Kunnen we een herhaling van de vluchtelingencrisis 2015-2016 verwachten?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Wat is er aan de hand in Italië?

    Nog nooit kwamen er in de eerste drie maanden van het jaar zo veel migranten aan in Italië als nu. Een indrukwekkende 31.292 personen bereikten de Italiaanse kust in het eerste kwartaal van 2023. Een stijging van 300 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar en meer dan tijdens de hoogtijdagen van de Europese vluchtelingencrisis in 2015-2016. 

    Voornamelijk via Tunesië en Libië, en recent ook Turkije, steken migranten de Middellandse Zee over naar het Zuid-Europese land. Ten minste 492 mensen zijn gestorven voordat ze Italië bereikten volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), die erop wijst dat deze cijfers in werkelijkheid veel hoger liggen, bericht Le Monde.

    Die cijfers heeft de Italiaanse premier Giorgia Meloni aangegrepen om op 11 april de noodtoestand uit te roepen in Italië vanwege het hoge aantal migranten. De ‘noodtoestand voor migranten’ is de komende zes maanden van kracht en stelt de regering in staat om extra middelen vrij te maken en de uitvoerende macht speciale bevoegdheden te geven, buiten de geldende wetten om, schrijft Il Post.

    ‘Er komen steeds meer mensen via Tunesië. Alles wat gered kan worden, wordt tegenwoordig op zee gered. Maar honderden, zo niet duizenden, sterven zonder dat de wereld zich iets van hen aantrekt’, schrijft Marc Beise in Süddeutsche Zeitung

    ANP 454795585
    Reddingswerkers van de Spaanse ngo Open Arms redden migranten op de Middellandse Zee, 15 september 2022. – © Petros Karadjias / AP Photo

    ‘Daarbij past dat de Italiaanse regering nu de noodtoestand heeft uitgeroepen’, vervolgt Beise. ‘Dit klinkt op het eerste gezicht dramatisch, omdat het zelden gebeurt, meestal na natuurrampen of recentelijk bij de coronapandemie. Maar het is allereerst een maatregel met een nogal administratief doel, waarbij in eerste instantie enkele miljoenen euro’s worden vrijgemaakt en de regering extra bevoegdheden krijgt voor de behandeling en verdeling van de vluchtelingen.’

    ‘Het aantal aankomsten blijft laag voor een land met 60 miljoen inwoners of in vergelijking met de 120.000 Oekraïners die begin 2022 in drie maanden tijd naar Italië vluchtten’, zegt Flavio Di Giacomo, IOM-woordvoerder voor het Middellandse Zeegebied, tegen Le Monde. ‘Feit blijft dat het opvangsysteem voor migranten – waarin momenteel meer dan 110.000 mensen zijn ondergebracht – niet opgewassen is tegen een hoge instroom’, vervolgt de Franse krant.

    De aankomsten van migranten over zee zullen de komende weken naar verwachting toenemen nu de weersomstandigheden voor een oversteek gunstiger worden. ‘Italië heeft in 2018 toegezegd het opvangsysteem te ontmantelen en moet nu tenten opzetten in Catania [Sicilië] of Roccella Ionica [Calabrië]’, aldus Marco Bertotto, directeur van Artsen zonder Grenzen (AZG) in Italië in Le Monde. ‘We behandelen de komst van vluchtelingen nog steeds als een crisis, terwijl we weten dat de aantallen structureel zijn.’

    Wat zijn de gevolgen van de noodtoestand?

    Concreet betekent de noodtoestand, aldus La Repubblica, dat de regering een speciale commissaris kan benoemen ‘die verantwoordelijk is voor het vinden van extra plaatsen voor de opvang van migranten via vereenvoudigde procedures. Zo kan hij gebouwen kopen of huren om nieuwe opvangcentra te openen, maar ook boten en bussen om asielzoekers die in Lampedusa van boord zijn gegaan [waar meer dan twee derde van de mensen aankomen] overbrengen naar andere steden.’

    Vanuit financieel oogpunt wordt met het uitroepen van de noodtoestand een fonds van 5 miljoen euro vrijgemaakt, een bedrag dat in de loop van de tijd zou kunnen worden verhoogd. 

    Echt revolutionair is dit niet, de Italiaanse media zijn dan ook niet zozeer kritisch op de concrete maatregelen die uit de noodtoestand voortvloeien, als wel op het feit dat deze maatregel meestal in een heel andere context wordt gebruikt. ‘De komst van migranten wordt behandeld als ware het een aardbeving’, schrijft het progressieve La Repubblica, verwijzend naar het feit dat de noodtoestand vaak in werking wordt gesteld na een natuurramp. 

    ANP 467966990
    Op 27 april arriveerden tweehonderdvijftig migranten van Lampedusa op Sicilië. – © Roberto Viglianisi / IPA / ABACAPRESS.COM

    Het is niet ongebruikelijk een wet in te zetten die oorspronkelijk niet bedoeld was om langetermijnverschijnselen, zoals immigratie, aan te pakken, aldus Il Sole 24 Ore: ‘Momenteel is in Italië een twintigtal noodtoestanden van kracht, maar wat migranten betreft [afgezien van een procedure die in gang is gezet voor Oekraïense vluchtelingen], dateert het enige precedent uit 2011, toen Silvio Berlusconi een plan presenteerde voor de herverdeling van asielzoekers uit Noord-Afrika.’

    De regering-Berlusconi was de laatste volledig rechtse regering die Italië leidde vóór de huidige, wat suggereert dat het uitroepen van de noodtoestand voor migranten ook een symbolische politieke waarde heeft. Dit is althans wat La Repubblica suggereert, door te stellen: ‘Waarom werd in 2016 de noodtoestand niet uitgeroepen, toen Italië een recordaantal registreerde van 181.000 migranten die aankwamen via de Middellandse Zee,?’

    In die zin lijkt het uitroepen van de noodtoestand haast een mediastunt, aldus het centristische dagblad Il Riformista. ‘Als het gaat om migratie wordt, bij gebrek aan concrete ideeën, liever de noodklok geluid.’

    Kortom, deze maatregel is geen wonderoplossing voor het probleem. De regering zelf beaamt dit, zoals blijkt uit de verklaringen van de minister van Burgerbescherming en Maritiem Beleid, Nello Musumeci, opgetekend door het katholieke dagblad Avvenire: ‘We moeten duidelijk zijn: dit zal het probleem niet oplossen. De oplossing is uiteindelijk afhankelijk van een interventie van de Europese Unie.’

    Wat zijn de oplossingen voor de migratiecrisis in Italië?

    ‘Het decreet van Meloni is een signaal aan Europa dat Italië hulp nodig heeft’, schrijft ook Marc Beise van SZ. ‘De Europese Commissie gaat nu het noodplan van Italië onderzoeken. Dat is een goede zaak, want Brussel kan niet anders dan zich intensiever dan voorheen met de situatie bezighouden. Er zijn nu massale gezamenlijke inspanningen nodig om te voorkomen dat de situatie escaleert: in Brussel, in Italië, in Tunesië, waar honderdduizenden wachten om de grens over te steken, en ook in de vele andere landen waar de vluchtelingen vandaan komen. De tijd dringt.’

    Italië zelf zoekt naast de noodtoestand ook voor oplossingen op het internationale toneel. Zo probeert de regering-Meloni Tunesië politiek te steunen, met name in de pogingen van het Noord-Afrikaanse land om een lening van 1,9 miljard dollar los te krijgen bij het Internationaal Monetair Fonds, dat wil dat president Kais Saied en zijn regering eerst instemmen met economische hervormingen.

    000 33DE976
    Leden van een vereniging voor migrantenrechten protesteren tegen het migratiebeleid van de Italiaanse regering op 18 april in Rome. – © Filippo Monteforte / AFP

    De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antonio Tajani, heeft op woensdag 12 april in Rome zijn Tunesische ambtgenoot, Nabil Ammar, ontmoet. In een interview met het dagblad La Repubblica van 4 april juichte de heer Ammar de steun van Rome toe en riep hij op tot meer Europese hulp om de migratiestromen onder controle te krijgen.

    ‘Laten we de voorwaarden scheppen voor echte ontwikkeling hier [in Tunesië] en in de landen ten zuiden van de Sahara. Laten we verder gaan dan de logica: we geven jullie geld en in ruil daarvoor stoppen jullie de illegale immigratie’, drong hij aan.

    Lees ook:

  • Italië weigert alle migranten van schip te halen

    Italië weigert alle migranten van schip te halen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Verenigde Staten maken zich op voor midterms

    » Klimaattop COP27 van start in Egypte

    Italië is met premier Meloni strenger tegenover migranten

    De meerderheid van de migranten op het reddingschip Humanity 1 is dit weekend van boord gegaan in de haven van het Italiaanse Catania, zo meldt de BBC. Het schip, met daarop veel minderjarigen die in slechte gezondheid verkeerde, lag ruim een week voor anker voor de Italiaanse kust, aangezien de autoriteiten weigerden de migranten aan land te laten.

    De Humanity 1 vaart onder Duitse vlag. Volgens Italië, waar sinds enkele weken de radicaal rechtse Giorgia Meloni premier is, moesten de migranten daarom door Duitsland opgenomen worden. Duitsland zei bereid te zijn migranten op te nemen, zolang Italië ze aan land kon laten. Op zondag werden 144 van de 179 opvarenden eindelijk toegelaten, maar 35 mannelijke migranten mochten niet van het schip. De kapitein van de Humanity 1 weigerde daarop de haven te verlaten.

    Een van de campagnebeloften van Meloni was een strenger migratiebeleid. De afgelopen jaren maken migranten met grote regelmaat de oversteek over de Middellandse Zee vanuit Noord-Afrika. Meestal komen ze aan land in Italië of worden ze onderweg opgepikt door reddingsboten of schepen van mensenrechtenorganisaties.

    Lees ook:

  • Twaalf Syrische vluchtelingen, waaronder kinderen, overleden op Middellandse Zee

    Twaalf Syrische vluchtelingen, waaronder kinderen, overleden op Middellandse Zee

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Aandeelhouders Twitter stemmen massaal voor overnameplan Musk

    » Oekraïne: verhalen over Russische martelingen duiken op in bevrijde gebieden

    Veertien mensen hebben schipbreuk overleefd

    Zes Syrische vluchtelingen, waaronder drie kinderen, zijn dood aangetroffen op een boot die aankwam in de Siciliaanse haven Pozzallo, meldde de VN-vluchtelingenorganisatie (UNHCR). Ondertussen werden voor de Tunesische kust nog eens zes lichamen geborgen, wat het dodental van de schipbreuk vorige week op twaalf brengt. Volgens de UNHCR maakten de doden deel uit van een groep van zesentwintig mensen die al dagen op zee waren, bericht Al Jazeera.

    In de boot werden nog een vrouw en haar dochter aangetroffen. Zij werden naar een ziekenhuis op het naburige eiland Malta gevlogen. Meer dan twaalfhonderd mensen zijn dit jaar omgekomen of verdwenen toen zij probeerden de Middellandse Zee over te steken.

    Lees ook:

  • Hoe Italiaanse  kooplieden uit de twaalfde eeuw het idee van risico uitvonden

    Hoe Italiaanse kooplieden uit de twaalfde eeuw het idee van risico uitvonden

    In deze tijden van corona worden we misschien wel vaker geconfronteerd met het begrip ‘risico’ dan ooit tevoren. Maar waar komt dat begrip eigenlijk vandaan? Hoogleraar Italiaanse en Mediterrane studies Karla Mallette zocht het uit.

    We zijn recentelijk allemaal experts op het gebied van risicobeoordeling en risicobeheer geworden; we denken na, praten en tweeten over het risico dat we nemen als we ons bezighouden met activiteiten die ooit alledaags waren. Het is moeilijk voorstelbaar dat we zonder het begrip risico zouden leven: het is het analytische instrument waarmee we de wenselijkheid berekenen van handelingen die voordeel of verlies kunnen opleveren.

    Toen het woord risico in de twaalfde eeuw in West-Europese talen belandde, ongeveer in dezelfde periode dat ook de begrippen ‘gevaar’ en ‘toeval’ ontstonden om de bedreiging van voorspoed aan te duiden, duurde het even voordat het begrip beklijfde. Niccolò Machiavelli (1469-1527) en Francesco Guicciardini (1483-1540), de twee grote Italiaanse schrijvers uit de vijftiende en zestiende eeuw die schreven over toeval en macht terwijl alles om hen heen instortte, gebruikten het Italiaanse woord rischio in ieder geval niet in de werken waarmee ze beroemd werden, ook al waren Italianen early adopters van het begrip en van het speculatieve gedrag dat het beschrijft.

    Een plotselinge storm kon schip, bemanning en lading vernietigen en piraterij was alomtegenwoordig

    Het eerst bekende gebruik van het Latijnse woord resicum, verre voorouder van risk, rischio, risque, risico, dook op in een notariscontract dat op 26 april 1156 in Genua werd opgemaakt. De kapitein van een schip sloot een contract af met een investeerder om met het geïnvesteerde kapitaal naar Valencia te reizen. Het contract wijst het resicum toe aan de investeerder: de kapitein zou aan het einde van de reis 25 procent van de winst ontvangen en de investeerder streek de resterende 75 procent op. Dit contract laat overigens zien dat de middeleeuwse Italiaanse scheepvaart een egalitair karakter had. Het specificeert namelijk dat de reis zou kunnen worden verlengd van Valencia naar Alexandrië voordat het schip terug zou keren naar Genua, maar alleen als een meerderheid van de mannen aan boord ermee instemde.

    Resicum had in deze vroege contracten een magische werking. Het kerkelijk recht verbood de betaling van rente op leningen in middeleeuws Europa, net zoals de islamitische wet dat deed in het oostelijke en zuidelijke Middellandse Zeegebied. Om in het geval van een succesvolle voltooiing van een reis een bonus te kunnen betalen aan investeerders, durfkapitalisten en kapiteins, bood resicum de mogelijkheid om te ontsnappen aan dat verbod. En tegelijk was de kans om investeringswinst te boeken zo ook weggelegd voor degenen die niet konden reizen: een klein maar significant deel van de investeerders in deze maritieme contracten blijken gepensioneerde zeelieden of vrouwen te zijn. Het risico dat werd genomen door degenen die de reis ondernamen werd zo dus gedeeld.

    Zeevaart over de Middellandse Zee kon enorm winstgevend zijn, maar was riskant. Een plotselinge storm kon schip, bemanning en lading vernietigen en piraterij was alomtegenwoordig. Een kapitein kon op het moment dat hij vertrok niet weten wat de toestand in de haven van bestemming was. Hij zou naar Valencia kunnen gaan met de bedoeling om zijde te kopen, om er vervolgens achter te komen dat een regimewisseling of plaag de economie had verwoest en de wevers en verkopers van zijde had verjaagd. Vóór de innovatie van resicum droegen kapiteins en bemanning de risico’s van de reis: alleen zij zouden de lasten dragen en de winst in eigen zak steken. Resicum verdeelde potentiële winst en verlies over een bredere gemeenschap. Onvoorziene omstandigheden konden worden geclassificeerd en het risico gerationaliseerd.

    Al-rizq

    Waar kwam dit wonderen verrichtende begrip vandaan? Historici denken dat resicum is afgeleid van het Arabische woord al-rizq dat voorkomt in de Koran. Het verwijst naar Gods voorziening voor de schepping. Zoals in dit vers dat een zelfstandig naamwoord en een werkwoord met dezelfde lexicale stam bevat: ‘Hoeveel schepselen kunnen niet voor hun eigen voorziening [rizq] zorgen! God voorziet hen en jou: hij is de Alhorende, de Alwetende.’ In de middeleeuwen werd het woord gebruikt om de dagvergoeding voor soldaten aan te geven. In het dialect van al-Andalus, het Arabische Spanje, verwees het naar toeval of geluk. Het lijkt erop dat rizq van haven tot haven rond de Middellandse Zee reisde, totdat het begrip op de werktafel belandde van een klerk in Genua, die een strategie bedacht om de risico’s van transmediterrane handelsondernemingen te spreiden.

    Vanaf dat moment begon resicum aan een triomftocht. Want wat werkte voor de transmediterrane scheepvaart, werkte net zo goed voor een breed scala aan contracten, uiteenlopend van op premie gebaseerde schadeverzekeringen tot polissen die werden afgesloten op het leven van tot slaaf gemaakten, vooral van tot slaaf gemaakte zwangere vrouwen wier leven bijzonder precair was. Gokkers konden zelfs een resicumcontract afsluiten op de levensverwachting van beroemde mensen. Kortom, resicumcontracten die in Genua en Venetië werden opgesteld, liepen aan het einde van de veertiende eeuw uiteen van verzekeringen tot wat we nu gokken zouden noemen.

    Nadat het nieuwe woord in het Italiaans terechtkwam, toen nog een jonge taal, dook het op bij enkele schrijvers die in het Italiaans schreven. De betekenis van het begrip begint te veranderen: In de veertiende eeuw verscheen het Italiaanse woord rischio, meestal als synoniem voor gevaar, in poëzie, geschiedenissen, morele verhandelingen en in vroege wetboeken die in de nieuwe volkstaal waren geschreven. Het had toen niet meer de betekenis van een uitkering als stimulans voor investeringen in onzekere ondernemingen.

    Het begrip past goed bij de ontwikkelingen in het tijdsgewricht. De vijftiende en zestiende eeuw in Italië boden volop mogelijkheden om na te denken over gevaar en risico. De aanwezigheid van huurlingen, uitgenodigd om te vechten namens Italiaanse facties van Milaan tot Rome en de strijd tussen Anjou en Aragón om het Koninkrijk Napels in het zuiden, domineerde de eerste helft van de vijftiende eeuw. Na de Ottomaanse verovering van Constantinopel in 1453 verdreven moslims Byzantijnse christenen om de oude keizerlijke hoofdstad te claimen die de Italianen zelf in 1204 hadden veroverd, tijdens de Vierde Kruistocht. In de zestiende eeuw bestormden Franse en Spaanse legers het schiereiland en voerden ze oorlogen op Italiaanse bodem.

    ‘Risicomanagement was in handen van lieden aan de onderkant van het sociale spectrum’

    Schrijvers die nauw zijn verbonden met de omwentelingen in deze eeuwen zijn Machiavelli en Guicciardini, beiden door politici aangesteld om te reflecteren op de machinerie van de politiek. Machiavelli’s Il Principe werd een van de bekendste verhandelingen over staatsmanschap tijdens de renaissance en het wordt nog steeds herdrukt en nagevolgd. Guicciardini noteerde zijn gedachten in het alledaags boek Ricordi [Herinneringen], dat pas na zijn dood werd gepubliceerd. Beide mannen staan stil bij het toeval of het lot, beiden schrijven over fortuin en over de tumultueuze veranderingen in hun tijd. Maar noch Guicciardini, noch Machiavelli gebruikten het woord risico, noch gebruikten ze de kwantitatieve analyse die destijds opkwam om het kronkelende pad van het lot te onderzoeken. Waarom?  

    Mogelijk omdat ze dachten in het Latijn, waaruit de Italiaanse woorden voor fortuin, lot en gevaar stamden die wel werden gebruikt. Maar risico, dat zijn oorsprong vond in de koran, had nog geen plaats in de wereld van Machiavelli en Guicciardini. Risico duidde toen nog op de harde onderhandelingen tussen ondernemers en zeelieden; risicomanagement was in handen van lieden aan de onderkant van het sociale spectrum. Degenen die in transmediterrane scheepvaart investeerden of resicumpolissen afsloten op het leven van de rijken en beroemdheden, waren niet de prinsen en gouverneurs naar wiens gunsten Machiavelli en Guicciardini dongen.

    Het woord en de praktijk van verzekeren, bereikten tegen het einde van de zestiende eeuw Frankrijk, Spanje, Engeland, Nederland en Duitsland. Resicum kwam zo in allerlei spellingen in alle volkstalen terecht. Risicobeoordeling- en management zouden in de loop van de volgende eeuwen rijpen, totdat, zoals de Duitse socioloog Ulrich Beck het omschreef, ‘risicomaatschappijen’ ontstonden, die waarschijnlijkheid en statistieken gebruiken om de mogelijke uitkomst van gebeurtenissen te berekenen. Inmiddels beschouwen we risicobeoordeling als een zaak van experts met tabellen en rekenmachines, die we inhuren om ons te vertellen wat er gaat gebeuren en wat het ons gaat kosten.

    Maar we hebben die experts niet nodig om te marchanderen met het lot. Risico is een verhaal dat we onszelf vertellen over de toekomst. Als ik het risico inschat om in 2021 een uitnodiging voor een sociale bijeenkomst te accepteren, denk ik graag aan die mannen en vrouwen die in 1156 hun resicum op de kade in Genua berekenden, met het ene oog op een handvol munten en het andere op de horizon.

    Lees ook:

  • Hulporganisaties op de Middellandse Zee onder vuur

    Hulporganisaties op de Middellandse Zee onder vuur

    Reddingsacties van ngo‘s op de Middellandse Zee zouden volgens de Europese en Italiaanse grensautoriteiten mensensmokkel faciliteren. Maar uit onderzoek van The Intercept blijkt dat de autoriteiten samenwerken met Libische smokkelaars, terwijl de hulporganisaties en migranten zelf worden aangeklaagd.

    Lees hier deel 1 van dit artikel.

    In 2014 breekt een nieuwe etappe aan in het werk van DNAA, het Italiaanse antimaffia- en antiterreuragentschap dat zich de laatste jaren toelegde op het aanpakken van mensensmokkelaars op de Middellandse Zee, en zijn directeur Franco Roberti. Italië heeft Mare Nostrum, een reddingsmissie in de internationale wateren voor de kust van Libië die meer dan 150.000 mensen redde, na een jaar opgeheven vanwege budgettaire beperkingen en een gebrek aan Europese samenwerking.

    In haar kielzog heeft de EU twee nieuwe operaties opgezet, een via Frontex en de ander onder militaire vlag, Operatie Sophia genaamd. Deze operaties zijn niet gefocust op het redden van mensenlevens, maar op grensbeveiliging en mensensmokkelaars uit Libië. Vanaf 2015 werden vertegenwoordigers van Frontex en Operatie Sophia toegevoegd aan de bijeenkomsten van DNAA, waarbij Italiaanse aanklagers erop toezagen dat beiden zich aan de nieuwe onderzoeksstrategie hielden.

    Die strategie betekende dat iedereen die als bemanningslid optrad of een noodoproep deed op een boot met migranten, als medeplichtige aan mensensmokkel moest worden beschouwd en onderworpen moest worden aan de Italiaanse jurisdictie. Zo konden ze de Libische smokkelaars aanpakken zoals ze eerder de Italiaanse maffia hadden aangepakt.

    Belangrijk voor het onderzoek zijn foto‘s van reddingsacties, zoals de luchtfoto die door de Italiaanse kustwacht aan Dieudonne, een Kameroense bootvluchteling die werd verhoord door de kustwacht, werd getoond, waarmee de politie op een andere manier kon identificeren wie de boten bestuurde en wie hielp bij het navigeren.

    Ngo’s in het vizier

    Bij gebrek aan reddingsschepen van de overheid begon een vloot van schepen van hulporganisaties aan een groot aantal reddingsacties in de internationale wateren voor de kust van Libië. Deze schepen, die werden gecoördineerd door het Italiaanse reddingscentrum van de kustwacht in Rome, maakten het moeilijk voor aanklagers en politie om bewijsmateriaal te verzamelen. Volgens de notulen van een vergadering van DNAA, die Zach Campbell en Lorenzo D’Agostino van The Intercept hebben ingezien, gaven sommige ngo‘s, waaronder MOAS, routinematig foto‘s aan de Italiaanse politie en Frontex. Anderen weigerden met het argument dat het leveren van bewijs voor onderzoek naar de mensen die ze hadden gered, hun doeltreffendheid en neutraliteit zou ondermijnen.

    In de jaren na Mare Nostrum was de ngo-vloot verantwoordelijk voor meer dan een derde van alle reddingen in het centrale Middellandse Zeegebied, volgens schattingen van Operatie Sophia. Omdat de ngo‘s geen informatie van geredde migranten verzamelden voor de politie, werd ‘informatie die essentieel is om het begrip van het bedrijfsmodel van smokkel te vergroten’, niet verkregen, aldus een uitgelekt rapport.

    Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie

    Tijdens een volgende bijeenkomst herhaalden zes aanklagers hun bezorgdheid. Reddingsacties van hulporganisaties betekenden dat de politie migranten op zee niet kon ondervragen, zeiden ze, en daarom moesten gevallen worden geseponeerd door gebrek aan bewijs. Een admiraal van de kustwacht onderstreepte hoe belangrijk het is om ondervragingen te doen vlak na een reddingsactie, omdat dan ‘een moment van empathie is bereikt’. ‘Het is niet mogelijk om deze taak uit te voeren als de reddingsinterventie wordt uitgevoerd door schepen van ngo’s’, aldus de admiraal tegen de groep.

    Ngo’s veroorzaakten dus problemen voor de DNAA-strategie. Tijdens de bijeenkomsten bespraken Italiaanse aanklagers en vertegenwoordigers van de kustwacht, de marine en het ministerie van Binnenlandse Zaken wat ze konden doen om dehulporganisaties in toom te houden. Tegelijkertijd richtten verschillende aanklagers afzonderlijk hun vizier op de ngo’s zelf.

    Zo beschuldigde Frontex in een intern rapport, dat later volledig werd gepubliceerd door The Intercept, een vaartuig van een ngo ervan migranten rechtstreeks van Libische smokkelaars te hebben overgenomen, op grond van informatie van ‘Italiaanse autoriteiten’. Die claim werd weersproken met videobewijs en door de bemanning van het schip.

    ’Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen

    Maanden later maakte Carmelo Zuccaro, de officier van justitie van Catanië, bekend dat hij onderzoek deed naar reddingsorganisaties. ‘Samen met Frontex en de marine proberen we toezicht te houden op al deze ngo’s die hebben laten zien over grote financiële middelen te beschikken’, zei Zuccaro tegen de Italiaanse krant La Repubblica. Zijn uitspraak ging viraal in Italiaanse en Europese media. ‘Vrienden van mensenhandelaars’ en ‘taxiservice voor migranten’ werden gangbare beledigingen van humanitaire ngo’s door anti-immigratiepolitici en extreemrechts in Italië.

    Zuccaro zou uiteindelijk zijn beweringen terugdraaien en een parlementaire commissie vertellen dat hij op dat moment met een hypothese werkte maar geen bewijs had om zijn uitspraak te staven.

    In een interview met de  Duitse krant Die Welt in februari 2017 onthield de directeur van Frontex, Fabrice Leggeri, zich van expliciete kritiek op het werk van reddingsorganisaties, maar hij zei wel dat ze het politieonderzoek in de Middellandse Zee belemmerden. Omdat hulporganisaties een groter percentage reddingen verrichtten, aldus Leggeri, ‘wordt het voor de Europese veiligheidsautoriteiten steeds moeilijker om door ondervraging van migranten meer te weten te komen over de smokkelnetwerken‘.

    ‘Die lastercampagne ging heel, heel ver’, zegt voormalig minister van Buitenlandse Zaken Emma Bonino. Verwijzend naar Marco Minniti, destijds de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, voegt ze eraan toe: ‘Ik probeerde Minniti ertoe aan te zetten niet zo geobsedeerd te zijn door de mensen die hierheen kwamen, maar om een integratiebeleid voor Italië in te voeren. Maar hij concentreerde zich uitsluitend op Libië, op het smokkelen en op het criminaliseren van ngo’s met behulp van officieren van justitie.’

    Volgens Bonino vormde de actie tegen ngo’s deel van een groter plan om het Europese beleid in het centrale Middellandse Zeegebied te veranderen. De eerste stap was de verschuiving van humanitaire redding naar grensbeveiliging en smokkel. De tweede stap ‘was de ngo’s aan te klagen of hen te arresteren. Het was een smerige campagne tegen hen. Met na zoveel jaren als resultaat dat er geen veroordelingen, geen straffen, geen processen zijn.’

    ‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen, maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje’

    Een derde stap behelsde het opzetten van een nieuwe kustwacht in Libië om te doen wat de Europeanen volgens het internationaal recht niet konden: mensen op zee onderscheppen en terugbrengen naar Libië, van waaruit ze net waren gevlucht.

    Aanvankelijk waren de leiders bij Frontex voorzichtig. ‘Als Frontex kijken we met bezorgdheid naar Libië; er is daar geen stabiele staat’, zei Leggeri in het interview van 2017. ‘We helpen nu 60 officieren op te leiden voor een mogelijke toekomstige Libische kustwacht. Maar dit is op zijn best een begin.’ Maar Bonino ziet dat anders. ‘Ze begonnen die zogenaamde kustwacht te ondersteunen,’ zegt ze. ‘Maar dat waren dezelfde mensenhandelaars in een ander jasje.’

    Dezelfde uniformen, dezelfde schepen

    Dieudonne, een Kameroense migrant die veilig is aangekomen in Italië, werd nooit opgeroepen als getuige door de rechtbank. Hij hoopt dat geen van zijn lotgenoten in de gevangenis is beland, maar zegt graag te getuigen tegen mensenhandelaars mocht hij worden gebeld. ’Ik heb de politie de contactgegevens van mensenhandelaars gegeven, ik heb ze namen gegeven’, aan boord van het kustwachtschip, zo vertelt hij The Intercept.

    De smokkeloperaties in Libië gebeurden in het zicht, maar de Italiaanse politie moest in internationale wateren blijven. Uitgelekte documenten van Operatie Sophia beschrijven jarenlange inspanningen van Europese ambtenaren om de Libische politie ertoe te bewegen smokkelaars te arresteren. Achter gesloten deuren gaven Italiaanse en EU-topfunctionarissen toe dat diezelfde smokkelaars waren verweven met de nieuwe Libische kustwacht die Europa aan het opzetten was en dat samenwerking met hen mogelijk in strijd zou zijn met het internationaal recht.

    Al in 2015 merkten meerdere functionarissen op de antimaffiabijeenkomsten van DNAA op dat sommige smokkelaars verontrustend dicht bij leden van de Libische regering stonden. ‘Milities gebruiken dezelfde uniformen en dezelfde schepen als de Libische kustwacht die door de Italiaanse marine wordt getraind’, zei schout bij nacht Enrico Credendino, verantwoordelijk voor Operatie Sophia, in 2017. Het hoofd van de Libische kustwacht en de Libische minister van Defensie, beide bondgenoten van de Italiaanse regering, onderhouden ‘nauwe relaties met enkele militiebazen’, aldus Credendino.

    Een van de Libische kustwachtofficieren werd veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie

    Een van de Libische kustwachtofficieren die aan beide kanten opereerde, was Abd al-Rahman Milad, ook wel bekend als Bija. In 2019 onthulde de Italiaanse krant Avvenire dat Bija, met de Italiaanse grenspolitie en inlichtingenfunctionarissen in mei 2017 deelnam aan een bijeenkomst op Sicilië die was gericht op het tegengaan van migratie vanuit Libië. Een maand later werd hij door de VN-Veiligheidsraad veroordeeld voor zijn rol als toplid van een machtige smokkelmilitie in de kustplaats Az Zawiyah, en, zoals de VN het omschreef, voor ‘het met vuurwapens tot zinken brengen van migrantenboten.’

    Volgens gelekte documenten van Operatie Sophia zijn kustwachtofficieren die onder Bija’s bevel stonden, getraind door de EU tussen 2016 en 2018.

    Terwijl de Italiaanse regering vermeende smokkelaars in Italië vervolgde, werkten ze ook samen met mensen waarvan ze wisten dat het smokkelaars waren in Libië. Minniti, de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken van Italië, rechtvaardigde de deals van zijn regering met Libië, want het vooruitzicht van massale migratie vanuit Afrika bezorgde hem ‘angst voor het welzijn van de Italiaanse democratie’.

    In een van de antimaffiabijeenkomsten van 2017 schetste Vittorio Pisani van het ministerie van Binnenlandse Zaken een plan dat voorzag in de directe coördinatie van de nieuwe Libische kustwacht. Ze zouden ‘een operatiekamer in Libië creëren voor de uitwisseling van informatie met het ministerie van Binnenlandse Zaken’, aldus Pisani, ‘voornamelijk over de positie van ngo-schepen en hun reddingsoperaties. Zodoende kon de Libische kustwacht aan de slag in zijn nationale wateren.’

    ‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’

    En daarmee werd de derde stap van het plan in gang gezet. Aan het einde van de bijeenkomst stelde Roberti voor om vertegenwoordigers van de Libische politie uit te nodigen voor hun volgende bijeenkomst. In een interview met The Intercept bevestigde hij dat Libische vertegenwoordigers ten minste twee antimaffiabijeenkomsten bijwoonden en dat hij zelf Bija ontmoette tijdens een bijeenkomst in Libië, een maand nadat het rapport van de VN-Veiligheidsraad was gepubliceerd. Een jaar later werd Bija bestraft door de commissie van de Veiligheidsraad voor Libië, met bevriezing van zijn tegoeden en een verbod op internationale reizen.

    ‘We hadden de medewerking van Libische instellingen nodig. Maar ze deden niets, omdat ze geld aannamen van de mensenhandelaars’, zegt Roberti in het Napolitaanse café. ‘Zijzelf waren de mensenhandelaars.’

    Een veilige plek

    Roberti ging in 2017 met pensioen bij DNAA. Hij zei dat de organisatie onder zijn leiding een basis creëerde voor de omgang met migratie in heel Europa. Maar hij erkent dat zijn uitbreiding van DNAA naar migratiekwesties gemengde resultaten heeft opgeleverd. Hij zegt dat de antimaffiastrategie haperde – net als zijn reis naar Duitsland in de jaren negentig met Giovanni Falcone om internationale maffiapraktijken aan te pakken – vanwege een gebrek aan samenwerking met de ngo’s, met andere Europese regeringen en met Libië.

    ‘Op Europees niveau werkt de samenwerking niet’, aldus Roberti. En wat betreft Libië voegt hij eraan toe: ‘We hebben het geprobeerd. En ik denk dat de afspraken die de regering maakte, juist waren. Maar uiteindelijk werd het een mislukking.’

    Uitgebreid

    DNAA heeft zijn activiteiten sindsdien uitgebreid. Tussen 2017 en 2019 keurde de Italiaanse regering twee wetsvoorstellen goed die het antimaffia-agentschap belast met vrijwel alle illegale immigratiekwesties. Sinds 2017 zijn vijf Siciliaanse aanklagers, die allemaal ten minste één coördinatievergadering bijwoonden, vijftien afzonderlijke gerechtelijke procedures begonnen tegen medewerkers van hulporganisaties. Tot dusver zijn er geen veroordelingen. Drie zaken zijn door de rechtbank verworpen en de rest loopt nog.

    Eerder deze maand kwam het nieuws naar buiten dat Siciliaanse aanklagers journalisten en mensenrechtenadvocaten hebben afgeluisterd voor een van deze onderzoeken. Ze luisterden wettelijk beschermde gesprekken af met bronnen en cliënten. Het Italiaanse ministerie van Justitie heeft een onderzoek ingesteld naar het incident, dat volgens Italiaanse juridische experts neerkomt op crimineel handelen. De officier van justitie die de telefoontaps goedkeurde, woonde tenminste één coördinatievergadering van DNAA bij, waar onderzoeken tegen ngo’s uitvoerig werden besproken.

    Sinds DNAA zijn bereik heeft vergroot, zijn de belangrijkste spelers van eerdere coördinatievergaderingen gestegen in de pikorde van Italiaanse en Europese instellingen. Een officier van justitie, Federico Cafiero de Raho, leidt nu het antimaffia-agentschap. Salvi, de voormalige officier van justitie van Catanië, is nu procureur-generaal van Italië. Pisani, de voormalige medewerker van het ministerie van Binnenlandse Zaken, is plaatsvervangend hoofd van de Italiaanse inlichtingendiensten. En Roberti is lid van het Europees Parlement.

    Cafiero de Raho staat achter de onderzoeken en arrestaties die het antimaffia-agentschap door de jaren heen heeft verricht. Hij noemde de coördinatievergaderingen een essentieel instrument voor aanklagers en politie in moeilijke tijden.

    Gevraagd naar zijn specifieke opmerkingen tijdens de bijeenkomsten, met name zijn verklaringen dat humanitaire hulporganisaties gereguleerd moesten worden en zijn herhaalde erkenning dat leden van de nieuwe Libische kustwacht betrokken waren bij smokkelactiviteiten, zegt Cafiero de Raho dat zijn opmerkingen in de juiste context moeten worden geplaatst, namelijk het ontwikkelen door Italië en de EU van een kustwacht in een deel van Libië dat grotendeels werd geregeerd door lokale milities.

    Zijn uiteindelijke doel is wat hij in de coördinatievergaderingen van DNAA de ‘buitengerechtelijke oplossing’ noemde: proberen om het bestaan van misdaden tegen de menselijkheid in Libië te bewijzen, zodat ‘de VN troepen naar Libië kan sturen om migrantenkampen te ontmantelen die zijn opgezet door mensenhandelaars… en de controle over dat gebied te heroveren.’

    De overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen wordt onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië

    Een woordvoerder van de afdeling buitenlands beleid van de EU, die Operatie Sophia leidde, weigerde rechtstreeks te reageren op het bewijs dat de leiders van de Europese militaire operatie wisten dat delen van de nieuwe Libische kustwacht ook betrokken waren bij smokkelactiviteiten, maar merkte wel op dat Bija zelf niet is opgeleid door de EU. Een woordvoerder van Frontex zegt dat zijn organisatie ‘niet is betrokken bij de selectie van te trainen officieren’.

    In 2019 veranderde de Europese migratiestrategie opnieuw. Nu wordt de overgrote meerderheid van de vertrekkende schepen onderschept door de Libische kustwacht en teruggebracht naar Libië. In maart 2019 haalde Operatie Sophia al haar schepen terug uit het reddingsgebied en richt zich sindsdien op luchtpatrouilles om de Libische kustwacht aan te sturen en te coördineren. Mensenrechtenadvocaten in Europa hebben daarop zes juridische procedures tegen Italië en de EU aangespannen: in strijd met het internationaal recht zouden ze de terugkeer van migranten naar gevaarlijke omstandigheden faciliteren.

    Gedurende vier jaar van coördinatievergaderingen hebben Italië en de EU inderdaad privé toegegeven dat het onwettig is om mensen naar Libië terug te sturen. ‘Fundamentele schendingen van de mensenrechten in Libië maken het onmogelijk om migranten terug te drijven naar de Libische kust’, zei Pisani in 2015. Twee jaar later ontwierp hij het begin van een plan dat precies dat zou doen.

    Het resultaat van louter toeval

    Dieudonne weet dat hij geluk heeft gehad. De scheidslijn tussen verdachte en slachtoffer is geheel afhankelijk van de eerste indrukken van politieagenten in de minuten of uren na een reddingsactie. Volgens politierapporten die in rechtszaken werden gebruikt, waren fysieke kenmerken, zoals ‘een lichtere huidskleur’, of gedrag aan boord van het schip, zoals het nauwkeurig in de gaten houden van politiebewegingen ‘met opmerkelijke belangstelling’, voldoende om argwaan te wekken.

    In een uitspraak uit 2019 waarin zeven vermeende smokkelaars werden vrijgesproken na drie jaar voorarrest, schreven rechters dat ‘de selectie van de verdachten aan de ene kant en de getuigen aan de andere kant, met als enige uitzondering de stuurman, nagenoeg het resultaat is van louter toeval’.

    Meewerken met Libische smokkelaars heeft andere migranten in Italië lange gevangenisstraffen gekost. In september 2019 werd een 22-jarige Guinees, bijgenaamd Suarez, gearresteerd bij aankomst in Italië. Vier getuigen vertelden de politie dat hij had samengewerkt met gevangenisbewakers in Az Zawiyah, in het detentiecentrum voor immigranten dat wordt beheerd door de beruchte Bija.

    ‘Suarez was ook een gevangene die gedwongen meewerkte’, zei een van de getuigen tegen de rechtbank. Degenen die zich geen betaling van losgeld kunnen veroorloven, helpen vaak met maaltijden uitdelen of toezicht houden, verklaarde een ander. ‘Je zou er moeten zijn om de situatie te begrijpen’, aldus de eerste getuige. Suarez werd veroordeeld tot 20 jaar gevangenisstraf, die onlangs in hoger beroep is teruggebracht tot twaalf jaar.

    Verrassend kalmte

    Dieudonne herinnert zich zijn reis op zee levendig, met verrassende kalmte. Toen de boot water begon te maken, probeerde hij te helpen. ‘Je moet helpen waar dat nodig is.’ In zijn kantoor in Bari buigt hij zich voorover en maakt schepbewegingen met zijn armen, alsof hij water uit een boot haalt.

    ‘Zouden ze mij ook moeten veroordelen?’ vraagt hij zich af. Hij vindt het ironisch dat het de Libiërs waren die Bija uiteindelijk in oktober arresteerden op beschuldiging van mensenhandel. De Italianen en Europeanen, zegt hij lachend, hadden het te druk samen te werken met de corrupte kustwacht. Overigens werd Bija vorige maand vrijgelaten uit de gevangenis nadat een Libische rechtbank hem van alle aanklachten heeft vrijgesproken. Hij is gepromoveerd bij de kustwacht en weer aan het werk gezet.

    Dieudonne denkt vaak aan de mensen die hij identificeerde aan boord van het kustwachtschip midden op zee. ‘Ik heb de politie de waarheid verteld. Maar als dat leidt tot de veroordeling van een onschuldig persoon, dan is dat verkeerd’, zegt hij. ‘Omdat ik weet dat die persoon niets fout heeft gedaan. Integendeel, hij heeft ons leven gered door dat vlot te besturen.’

    Dit artikel werd samengesteld door IJsbrand van Veelen.

  • Dit bedrijf dumpt jaarlijks vijf miljoen ton fosfor in de Middellandse Zee. De gedupeerden willen er werken

    Dit bedrijf dumpt jaarlijks vijf miljoen ton fosfor in de Middellandse Zee. De gedupeerden willen er werken

    De Tunesische regio Gabès, ooit een idyllisch gebied aan de Middellandse Zee, is gaandeweg geruïneerd sinds er in de jaren zeventig chemische industrie werd gevestigd. Het milieu op het land en in de zee is zwaar verontreinigd en bewoners kampen met gezondheidsklachten die uiteenlopen van ademhalingsproblemen tot kanker. Diezelfde bewoners eisen werk in de chemische fabrieken.

    Abdellah Nouri is al ruim twee jaar niet meer op zee geweest. Bij de visser uit de stad Ghannouch in de Tunesische kustregio Gabès, werd in 2018 kanker vastgesteld en zijn ziekte en de behandeling ervan hebben hem aan huis gebonden. Nouri vist al op de Middellandse Zee sinds zijn zeventiende. Hij gelooft dat zijn gezondheidsproblemen worden veroorzaakt door vervuiling afkomstig van het nabijgelegen industriecomplex.

    ‘De industrie heeft mij, mijn gezondheid en mijn levensonderhoud vernietigd’, citeert de Tunesische journaliste Layli Foroudi Nouri in haar verslag over de desastreuze invloed van de chemische industrie op de regio Gabès aan de Tunesische Middellandse Zeekust. 

    ‘Zittend op de grond in zijn woonkamer wijst hij [Nouri] in de richting van een grote fabriek van het staatsbedrijf Groupe Chimique Tunisien (GCT), die ruw fosfaatgesteente verwerkt. Imposante schoorstenen blazen enorme wolken de lucht in en jaarlijks loost de fabriek miljoenen tonnen giftig zwart slib in de zee.’ 

    Fosfaatindustrie

    Ooit was het Tunesische Gabès, een gebied van ruim 7000 vierkante kilometer met 400.000 inwoners aan de Middellandse Zee, beroemd om zijn overvloedige zeeleven, granaatappelbomen, hennaplanten en dadelpalmen. Een ideaal gebied om te ontwikkelen voor toerisme, maar mogelijke plannen daartoe gingen definitief in rook op toen de regering in de jaren zeventig besloot dat Gabès het belangrijkste centrum van de Tunesische fosfaatindustrie moest worden. Fosfaat is essentieel voor de productie van meststoffen en conserveringsmiddelen.

    Een elektronisch display zou de niveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak in de lucht moeten aangeven, maar het ding is al jaren kapot

    Industriële vervuiling door GCT heeft de kustgemeenschappen van Gabès verwoest. Bewoners kampen in hoge mate met luchtwegaandoeningen en kanker en de oogsten van lokale akkerbouwers zijn karig geworden. In Gabès, de hoofdstad van de provincie, zou een elektronisch display de niveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak in de lucht moeten aangeven, maar het ding is al jaren kapot.

    Het bord is van GCT, met drie fabrieken de grootste vervuiler. Daarnaast zijn er in het gebied nog zo’n twintig zeer vervuilende particuliere fabrieken in bedrijf. Ze produceren onder meer aluminiumfluoride dat wordt gebruikt in metaalgieterijen, en fosfaatzout dat nodig is voor de productie van wasmiddelen en keramiek.

    GCT verwerkt jaarlijks 3,5 miljoen ton ruw fosfaat uit fosfaatgesteente, dat zo’n 160 kilometer verderop wordt gedolven, in de heuvels van de Gafsa. Het fosfaat wordt vervolgens met containerschepen geëxporteerd naar tientallen landen over de hele wereld. De chemische industrie biedt werk aan bijna 5000 mensen, waarvan 2800 werkzaam bij GCT.

    Hoewel het bedrijf dus voor broodnodige banen in het gebied zorgt, zijn de effecten van vervuiling desastreus. Het stuk strand tussen de stad Chott Salem en de industriële zone, die op minder dan anderhalve kilometer ligt, is bedekt met een dikke, zwarte laag fosforgips, een afvalproduct dat ontstaat tijdens de productie van fosforzuur. Uit een rapport van de Europese Unie uit 2018 blijkt dat GCT elk jaar ongeveer vijf miljoen ton daarvan in de Middellandse Zee dumpt.

    Fosforgips is licht radioactief en bevat zowel uranium als radium. Volgens een overheidsstudie uit 2012 is de visvangst aan de kust tussen 1997 en 2006 met meer dan dertig procent gedaald als gevolg van het chemische afval. In het rapport wordt vastgesteld dat het mariene ecosysteem ‘ernstig is beschadigd en dat een situatie is ontstaan die nu volledig onomkeerbaar is’.

    Ontmanteling

    Nouri zegt dat de lokale vissers een dramatische inkomensdaling hebben gezien. ‘Sinds de jaren negentig is hier niets meer. Vroeger nam je op één dag bijna zeventig kilo inktvis mee naar huis’. Volgens hem is de gemiddelde dagvangst nu gedaald tot drie kilo. Hij verhuurt zijn kleine boot inmiddels aan een visser uit een andere stad en betaalt zijn behandelingen tegen kanker met donaties van zijn buren. Hij mist zijn oude leven. ‘Mijn hart ligt op zee. Ik ben er kapot van.’

    Volgens natuurbeschermingsgroep BirdLife TunisiaAir heeft luchtverontreiniging gezorgd voor een afname van de vogelpopulatie. Onder de lokale bevolking circuleren geruchten over dalende vruchtbaarheidscijfers en frequente miskramen.

    ‘Een paar onderzoeken tonen aan dat er wat kleine problemen zijn, maar geen grote’

    Ondertussen houdt Moez Haddad, de secretaris-generaal van GCT, tijdens een telefoongesprek vol dat er geen bewezen schadelijke gevolgen zijn van het dumpen  van fosforgips in zee. ‘Een paar onderzoeken tonen aan dat er wat kleine problemen zijn, maar geen grote,’ beweert hij. Hij erkent wel dat GCT van plan is om in overeenstemming met internationale normen het dumpen ‘uit voorzorg’ te beëindigen. Gevraagd naar de hoge percentages kanker en ademhalingsproblemen bij inwoners in de regio Gabès, zegt hij dat ‘er geen officiële onderzoeken zijn die een oorzakelijk verband aantonen tussen gezondheidsproblemen en de effecten van Groupe Chimique Tunisien op het milieu.’

    In 2017 beloofde de Tunesische regering om de bestaande GCT-fabrieken te ontmantelen en te verhuizen naar een nieuwe locatie, ver weg van de woonwijken. Ook het dumpen van fosforgips in zee zou stoppen. Daarna werd het stil.

    Na de recente dood van vijf arbeiders bij een brand in een asfaltfabriek in de industriezone doen lokale milieuactivisten inmiddels opnieuw oproepen voor meer regelgeving en verhuizing van de fabrieken. ‘We zijn bang dat er van Gabès op een dag niets anders meer overblijft dan as’, zegt Haifa Bedoui, een activist van de lokale campagnegroep Stop Verontreiniging, tegen honderden mensen die zich hebben verzameld bij het kantoor van Mongi Thameur, de gouverneur van Gabès. Tijdens een bezoek na de brand erkende president Kais Saied de milieucrisis in de regio en beloofde hij een centrum voor kankerbehandeling voor de bewoners. De Tunesische regering zegt een onderzoek te zullen starten om de oorzaak van de brand vast te stellen.

    Langdurige gezondheidsproblemen

    De inwoners van Chott Salem en Ghannouch kunnen de vervuiling van de chemische fabrieken in hun huizen zien en ruiken. Traditionele huizen in de regio zijn gebouwd rond een open binnenplaats. Die gemeenschappelijke ruimte is bedoeld voor mensen om samen te komen en voor kinderen om te spelen. Nu zeggen ouders tegen hun zoons en dochters dat ze in hun slaapkamers moeten blijven.

    In 2017 werden negen leerlingen van een basisschool in Bouchema, een stad op iets meer dan anderhalve kilometer afstand van de fabrieken, naar het ziekenhuis gebracht met verstikkingsverschijnselen nadat gassen waren vrijgekomen bij de verwerking van zwavelzuur en ammoniumnitraat. De plaatselijke gouverneur wuifde zorgen van de bewoners weg als louter ‘paniek’.

    Dit terwijl lokale gezondheidswerkers patiënten behandelen die langdurige gezondheidsproblemen hebben die het gevolg lijken te zijn van de verontreiniging. Dr. Hamida Kwass, werkzaam op de afdeling Luchtwegaandoeningen van het regionale ziekenhuis Mohammed Ben Sassi in Gabès, zegt dat astma vooral voorkomt bij kinderen uit de stad Ghannouch. ‘De fabrieken staan bijna in hun huizen’, zegt ze.

    Kwass wil een studie uitvoeren naar luchtverontreiniging en de effecten daarvan op inwoners. ‘Er zijn vervuilende deeltjes uit de chemische industrie waarvan bekend is dat ze verband houden met een toename van luchtwegaandoeningen. Ze veroorzaken ziekte of zijn een verergerende factor.’

    Awatef Mansour, dertig, woont in Ghannouch en gaat elke maand ongeveer zes keer naar het regionale ziekenhuis. Haar drie kinderen van drie, zes en zeven jaar hebben allemaal astma. ‘Als de wind van richting verandert en uit de richting van het industrieterrein komt, hebben mijn kinderen ademhalingsproblemen.’ Ze merkte dat de gezondheidsproblemen van haar kinderen vorig jaar weg waren, toen ze met haar familie kort tijd in Zarzis woonde, een stad aan de kust op 130 kilometer afstand van de fabrieken. ‘Volgens de arts komen de allergieën door activiteiten op het bedrijventerrein.’

    Gebrekkige informatie

    Volgens Samir Aloulou, hoofd van de kankerafdeling van het Mohamed Ben Sassi-ziekenhuis, is de verspreiding van nasofaryngeale kanker schrikbarend hoog in Chott Salem en Ghannouch. Deze specifieke vorm van kanker, waar ook Nouri aan lijdt, tast het deel van de keel aan dat de achterkant van de neus met de mond verbindt. Aloulou is van mening dat het moeilijk is om een ‘honderprocentrelatie’ te leggen tussen de prevalentie van deze vorm van kanker en de chemische industrie. ‘Er is zeker verband tussen vervuiling en kanker, maar kanker heeft meerdere oorzaken. Behalve vervuiling spelen ook roken, voedsel en zwaarlijvigheid een rol’, zegt hij.

    ‘Er is een flagrant gebrek aan geloofwaardige informatie en data van de Tunesische autoriteiten’, aldus Mounir Majdoub, een econoom die meewerkte aan het EU-rapport uit 2018 over de luchtkwaliteit in de regio Gabès. Het rapport meldt dat verhoogde niveaus van deeltjes die gemakkelijk in de longen terecht kunnen komen verband houden met kanker en hart- en luchtweginfecties. ‘De conclusies van het rapport onthullen niet zozeer de daadwerkelijke gezondheidssituatie als gevolg van vervuiling, maar laten vooral zien dat er behoefte is aan gedegen studies’, zegt hij.

    ‘Soms houdt mijn knie er gewoon mee op. Als een auto zonder benzine’

    Andere ziekten zijn gemakkelijker in verband te brengen met de chemische industrie. Rachid Ben Othman werkte vroeger als monteur voor Flourine Chemical Industries (ICF), een privébedrijf dat aluminiumfluoride produceert. Hij kan zijn elleboog maar gedeeltelijk krommen, verder buigen lukt hem niet. Hij lijdt aan fluorose, veroorzaakt door overmatige blootstelling aan fluor. ‘Het begon in mijn polsen en daarna in mijn ellebogen. Het is verkalking van de gewrichtsbanden. Soms houdt mijn knie er gewoon mee op. Als een auto zonder benzine’.

    Othman werd zich in 2000 voor het eerst bewust van het probleem. Zijn gewrichten waren zo stijf dat hij ze niet volledig kon strekken of buigen. Het werd moeilijker om te werken en uiteindelijk ook te moeilijk om nog handschoenen aan te trekken. Maar pas in 2011 werd fluorose daadwerkelijk gediagnosticeerd.

    Hij zegt dat hij een van de weinige ICF-werknemers is die met succes een compensatie wist te eisen voor zijn handicap. Hij ontvangt nu 115 euro per maand en van zijn medische rekeningen wordt veertig procent voor hem betaald. Othman vermoedt dat sommige van zijn collega’s ook fluorose hebben. ‘Ze vertellen me over pijn in hun schouders, pijn hier en daar, verkalking. Ik ken de symptomen.’

    Taboe-onderwerp

    Behalve de inactiviteit van de overheid, laten ook organisaties die zouden moeten opkomen voor de veiligheid en het welzijn van werknemers het afweten. Leidinggevenden van de lokale afdeling van de Tunesische Algemene Vakbond (UGTT) zeggen het niet als hun taak te zien om zich uit te spreken over kwesties als volksgezondheid en vervuiling.

    Tijdens een gesprek over de omstandigheden in de regio met twee leiders van de regionale vakbond in Gabès en een manager van een van de GCT-fabrieken, lacht de laatste zachtjes en zegt: ‘Dat is een taboe-onderwerp.’ Een van de vakbondsleiders laat weten dat hij niet over vervuiling wil praten omdat de fabrieken hebben gezorgd voor de ontwikkeling van de regio en werkgelegenheid bieden aan duizenden mensen.

    Werkloosheid

    Hoewel Tunesië lange tijd een van ’s werelds grootste fosfaatexporteurs is geweest, is de industrie de afgelopen jaren gekrompen als gevolg van politieke instabiliteit en door frequente protesten van werkloze jongeren die banen eisen in de fosfaatmijnen.

    Volgens Habib Wahachi, adjunct-secretaris-generaal van de Gabès-afdeling van de UGTT, bedroeg de jaarproductie van Groupe Chimique Tunisien sinds de revolutie van 2010 gemiddeld minder dan een derde van wat het daarvoor was. Tunesië moest afgelopen oktober zelfs voor het eerst fosfaten importeren uit buurland Algerije.

    GCT heeft sinds 2017 geen nieuwe medewerkers meer aangenomen in de regio. De werkloosheid in Tunesië bedraagt momenteel 17,4 procent. Maar in Gabès is in totaal 24 procent werkloos en van de jongeren zit de helft zonder werk.

    Honderden jongeren uit Gabès blokkeerden van eind november tot december vorig jaar de industriezone in Ghannouch en het GCT-administratiegebouw in het stadscentrum van Gabès. Ze hekelden de vervuiling maar eisten tegelijkertijd banen in de fabrieken.

    ‘Geef me een baan zodat ik kan overleven. Wij zijn degenen die rechtstreeks door de verontreiniging worden getroffen’, stelde Youssef Hajej, een werkloze universitair afgestudeerde uit Ghannouch. Hij betoogde dat de GCT de lokale bevolking werk verschuldigd is ter compensatie van alle verwoestingen die het bedrijf heeft aangericht in de regio en de vernietiging van traditionele industrieën. ‘Ze vernietigen alles en het is dan ook normaal dat mensen hier vragen om daar in ieder geval een klein beetje van mee te kunnen profiteren.’