Tag: Migratie

  • ‘Niet opgeven’, zei de politie. ‘De volgende keer gaat het jullie lukken’

    ‘Niet opgeven’, zei de politie. ‘De volgende keer gaat het jullie lukken’

    Sinds de anti-immigratiewet van de extreemrechtse Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini in werking trad, krijgen asielzoekers die de oversteek naar Italië wagen geen humanitaire verblijfsvergunning meer. Na aankomst wacht velen een volgende vlucht: door de besneeuwde Alpen richting Frankrijk.

    Hier en daar komt uit een restaurant de geur van versgebakken pizza. Van achter de ramen van de cafés in skidorp Montgenèvre in de Alpen zijn op deze dinsdag in februari flarden van het gejoel van vakantie vierende toeristen te horen. Niet ver hiervandaan is de sfeer heel wat minder uitgelaten: hoog op de berg die naast het dorp oprijst, trekt een groepje van acht mensen in het pikkedonker de pas over die de grens vormt tussen Italië en Frankrijk.

    Soms zakken ze tot aan hun heupen weg in de sneeuw. Dan weer glijden ze met hun gladde zolen weg over het ijzelende oppervlak van het stukje piste dat ze opklimmen, met onder zich in de diepte de lichten van een Italiaans stadje. Ze weten niet wat hun wacht aan de overzijde van de bergkam die zich aftekent tegen de maanverlichte hemel. ‘En hoe moeten we nu?’ fluistert er eentje. ‘Hierlangs?’ vraagt een ander ongeduldig. Ze verliezen elkaar uit het oog, komen elkaar verderop min of meer toevallig weer tegen, en gaan weer uiteen.

    Zo proberen migranten bijna dagelijks, in een kat-en-muisspel met de politie, langs bergpassen in de Alpen Frankrijk te bereiken. Na meer dan vijf uur lopen door de vallei van Durance komt de groep aan in Briançon, de hoogste stad van Frankrijk, op twaalf kilometer van de grens. Ruim een uur lang moesten ze een van hun maten dragen, die bevangen was geraakt door de kou omdat hij zonder muts of handschoenen en met alleen tennisschoenen aan zijn voeten aan de tocht was begonnen.

    ‘Iemand die de woestijn, de zee en de bergen is overgestoken, waar is die nog bang voor?’

    In de noodopvang van Briançon vinden ze onderdak en warmte, net als 5200 mensen in 2018 vóór hen. Het zijn Guineeërs, Ivorianen, Malinezen, Senegalezen… ‘God is groot,’ roept de 22-jarige Senegalees Demba uit als hij veilig is aangekomen. De afgelopen dagen probeerde hij het ‘al drie keer’. De eerste keer hield de Franse gendarme hem aan in Briançon. De tweede keer gebeurde hetzelfde in La Vachette, de derde in Montgenèvre. Telkens weer werd hij, samen met de twee vrienden met wie hij de tocht ondernam, teruggestuurd naar Italië.

    ‘De politie en de gendarme waren erg vriendelijk,’ verzekert Demba ons. ‘Ze zeiden “niet opgeven” en “de volgende keer gaat het jullie lukken”, maar ze zeiden ook dat de bergen erg gevaarlijk zijn.’ Het hoofd van de eerste hulp van het ziekenhuis van Briançon Yann Fillet heeft deze winter vooralsnog geen reddingsactie in de bergen op touw hoeven zetten om migranten te hulp te schieten, maar ‘we zien wel veel meer gevallen van ernstige bevriezing dan vorig jaar’. Tegen een radiator aan gedrukt in de gemeenschapszaal van de opvang laat Mohammed het oedeem zien in bijna al zijn vingers. Een deel van de huid is volledig ontkleurd, zijn nagels vallen één voor één uit. Toch droeg hij wel handschoenen toen hij een maand geleden probeerde om vanuit Clavière, de laatste Italiaanse stad voor de grens, Briançon te bereiken. Maar hij moest twaalf uur lopen en geregeld zijn vuisten in de sneeuw zetten als zijn hij er zo diep in zakte dat hij niet meer vooruit kwam.

    Op 7 februari stierf een 28-jarige Togolees aan onderkoeling langs de kant van de weg niet ver van het dorp La Vachette. Vorig jaar overleden drie mensen tijdens hun tocht door de bergen. ‘En er zijn twee mensen spoorloos,’ zegt Michel Rousseau. Hij werkt voor de actiegroep Tous Migrants, die de migranten op straat opzoekt en steun verleent. Sinds 2016 kiezen zij in groten getale de route over de Alpen uit angst om teruggestuurd te worden bij de drukke grensovergang tussen Ventimiglia en Menton.

    hh 77110136

    De bergpas tussen Bardonecchia en Briancon is gesloten en onbegaanbaar vanwege lawinegevaar. Desondanks proberen migranten via deze bergpas de Italiaans-Franse grens over te steken. Per bus trein en bus reizen migranten eerst naar het gehucht Clavière hoog in de bergen, waar ze worden opgevangen door sympathisanten die de kelder van een kerk hebben gekraakt. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

    ‘Ze doen dat met de moed der wanhoop,’ denkt Rousseau. Sinds de anti-immigratiewet, of liever: het decreet, van de extreem-rechtse Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken Salvini in werking trad, is de populatie die de oversteek waagt van karakter veranderd. De wet maakte een einde aan de humanitaire verblijfsvergunningen, die een kwart van de asielzoekers tot dan toe voor twee jaar kregen. ‘Het klimaat is veranderd. Vroeger hadden de migranten die hier aankwamen hooguit zes maanden in Italië doorgebracht. Maar degenen die nu komen, kregen geen verblijfsvergunning of hebben geen kans op verlenging,’ vertelt pastoor Davide Rostan uit de vallei van Suse, een overtuigd actievoerder. ‘Sinds Salvini er is, zijn ze bang,’ vertelt vrijwilligster Sylvia Massara, die in een opvangcentrum werkt van een religieuze orde in Oulx, een klein Italiaans dorp op een steenworp afstand van de grens.

    Zelf zat Demba bijna tweeënhalf jaar in een opvangcentrum in het dorpje Gagliano del Capo in Apulië. Hij laat trots de bewijzen zien van zijn ijver: twee diploma’s van opleidingen die hij er volgde, één in biologische bijenteelt en één in diëtiek. Maar twee maanden geleden werd zijn asielaanvraag afgewezen en werd hij het centrum uitgezet. ‘Toen heb ik voor 150 euro per maand een kleine kamer bij een boer gehuurd,’ vertelt hij. ‘Ik vond werk in een klein restaurant in Leuca, waar ik zeven dagen per week van acht uur ’s ochtends tot zeven uur ’s avonds moest werken voor maar 750 euro per maand.’ Een prettige ervaring was het niet: ‘In Zuid-Italië houden ze niet van zwarte mensen, er is veel racisme,’ zegt Demba. ‘De meeste klanten vertrokken als ik hen serveerde. Toen stuurde de eigenaar me weg.’

    Demba verliet Casamance, een gebied in Senegal, al zeven jaar geleden. Hij reisde door Libië, Tunesië, Algerije en ten slotte door Marokko, waar hij ‘meer dan tien keer’ probeerde om de hekken rondom de Spaanse enclave Ceuta over te klimmen en ‘misschien wel zeven keer’ om de straat van Gibraltar in een rubberboot over te steken. Uiteindelijk keerde hij terug naar Libië en bereikte hij Italië over zee.

    ‘Iemand die de woestijn, de zee en de bergen is overgestoken, waar is die nog bang voor?’ vraagt de 28-jarige Guineeër Ousmane, die wij in de noodopvang van Briançon ontmoeten, verbitterd. Ook zijn asielaanvraag werd afgewezen, na een verblijf van tweeënhalf jaar in een asielzoekerscentrum in Apulië. ‘Ik heb twee jaar van mijn leven verloren,’ vertelt hij. ‘We zaten met tweehonderd mensen in dat kamp. Maar één Malinees kreeg uiteindelijk na vijf jaar een verblijfsvergunning.’

    ‘Ik moest wel acht keer bij de Italiaanse immigratiedienst langskomen. Toen begreep ik dat ze me niet konden helpen’

    Naast hem zit een andere Guineeër, van 21 jaar oud, die ook Ousmane heet. Hij bracht een jaar en acht maanden door in het asielzoekerscentrum van Mineo, te midden van de Siciliaanse sinaasappelboomgaarden, een centrum dat een tijdlang de twijfelachtige eer genoot het grootste migrantencentrum van Europa te zijn. Vaak wonen er wel vierduizend mensen, in gebouwen oorspronkelijk bedoeld om soldaten van een nabije Amerikaanse basis onder te brengen. Begin dit jaar kondigde Matteo Salvini de aanstaande sluiting van het centrum aan, na een serie arrestaties volgend op schandalen met drugssmokkel en systematische verkrachtingen, georganiseerd door een Nigeriaanse maffia.

    Net als veel anderen die in Mineo hebben gezeten, beschrijft Ousmane een heel andere business, die er over de ruggen van de migranten werd bedreven, met medeweten van de kampleiding: ‘In plaats van ons de 75 euro per maand te geven die ons als asielzoekers toekwam, gaven ze ons telefoonkaarten en sigaretten, die we voor hooguit drie euro per pakje konden doorverkopen.’ In Italië heeft ‘elk kamp zijn eigen wet’, zo vatten zijn landgenoten de situatie samen. Ousmane vertrok uit Mineo, waar hij ‘enkel at en sliep’. Hij woonde een maand lang op straat in Turijn, en besloot toen om naar Frankrijk te gaan. ‘Eerst wilde ik in beroep gaan tegen de afwijzing van mijn asielaanvraag. Maar ik moest wel acht keer bij de Italiaanse immigratiedienst langskomen. Toen begreep ik dat ze me niet konden helpen.’

    In Briançon komen de migranten weer op krachten, voeren ze telefoongesprekken en zoeken ze informatie. Het merendeel vertrekt binnen enkele dagen. ‘We proberen te bedenken wat we kunnen doen,’ legt een van hen uit. Camara is al een maand in Briançon. De 22-jarige Guineeër bracht drie jaar door in verschillende Italiaanse centra, tot hem gevraagd werd te vertrekken. Hij probeerde al twee keer eerder om Frankrijk binnen te komen. ‘De eerste keer hield de politie ons aan,’ vertelt hij. ‘Ze verscheurden mijn geboortebewijs en mijn kaart van de bergen.’ De volgende dag lukte het hem toch om Briançon te bereiken. ‘Ik kwam hiernaartoe omdat ze zeiden dat ik niet in Italië kon blijven en omdat ik een beetje Frans spreek. Maar ik ken hier helemaal niemand.’

    Auteur: Julia Pascual
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Openingsbeeld: Migranten lopen ’s nachts over een besneeuwde pas door de Italiaanse Alpen naar Frankrijk. – © Piet den Blanken / Hollandse Hoogte

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Japan experimenteert met multiculturalisme

    Japan experimenteert met multiculturalisme

    Japan heeft arbeidskrachten nodig. Met een nieuw visumsysteem wil het land buitenlandse werknemers aantrekken voor sectoren waar Japanners hun neus voor optrekken. Maar integratie gaat niet vanzelf in een samenleving die zichzelf als homogeen beschouwt.

    Tokio heeft op 2 november een wetsvoorstel aangenomen dat voorziet in twee nieuwe visumtypes. Het visum voor ‘specifieke competentie 1’ staat een verblijf van vijf jaar toe voor een laag gekwalificeerde aanstelling in veertien sectoren (landbouw, ouderenverzorging etc.). Het visum voor ‘specifieke competentie 2’ staat gespecialiseerde werknemers toe samen met hun gezin langer te blijven. Volgens de krant Mainichi Shimbun 
‘gaat het om een historisch keerpunt in het Japanse vreemdelingenbeleid’. Inderdaad opent het land momenteel alleen zijn deuren voor hoog gekwalificeerde werknemers, zoals artsen en hoogleraren. Desondanks worden er talrijke buitenlandse studenten en leerlingen te werk gesteld, soms onder illegale en erbarmelijke omstandigheden. 7089 van hen zijn volgens het ministerie van Justitie in 2017 hun werkgever ontvlucht.

    Tien jaar geleden is Tao Cheng, 
een 36-jarige Chinees, met zijn start-up popIn begonnen in het kantorencomplex Roppongi Hills in het centrum van Tokio. In 2012, toen ondernemingen en laboratoria overal op de wereld vochten om nieuw talent, heeft Japan een puntensysteem ingesteld om hoog gekwalificeerde vakmensen aan te trekken: buitenlanders met een goede opleiding en een goed inkomen kregen punten toebedeeld waarmee ze gemakkelijker in aanmerking kwamen voor een verblijfsvergunning. Dankzij dit systeem kreeg Cheng in maart 2017 ook een 
vergunning.

    Na een studie informatica aan het Technologisch Instituut in Tokio vervolgde 
de jonge Chinees zijn studie aan de 
Universiteit van Tokio. Daarna ontwierp hij software waarmee je, wanneer je een woord intypt op internet, onmiddellijk de betekenis plus de betreffende connotaties te zien krijgt. Baidu, de grootste Chinese zoekmachine, heeft het programma voor meer dan een miljard yen (8 miljoen euro) van hem gekocht.

    Dankzij zijn talent en zijn inspanningen heeft Cheng zijn ‘Japanse droom’ gerealiseerd. Je kunt met recht spreken van een succesverhaal. Maar de Chinese ondernemer, die nog altijd een spijkerbroek draagt, weerlegt deze indruk met een bittere glimlach. ‘In Japan is de concurrentie niet zo moordend. In China of de Verenigde Staten zouden ze niets van me hebben overgelaten.’

    Cheng kwam naar Japan nadat hij was gezakt voor 
de toelatingsexamens van de Chinese universiteit. De provincie Henan in Centraal-China, waar hij vandaan komt, telt meer dan honderd miljoen inwoners. Hoewel hij zich op een uitstekende middelbare school op de examens had voorbereid, realiseerde 
hij zich dat het erg moeilijk was om in zijn land op een topuniversiteit te komen; de concurrentie was te groot.

    Op aanraden van zijn oom besloot hij in Japan te gaan studeren. Gezien de grote concurrentie tussen de Verenigde Staten en China in de informaticasector was het realistisch om voor Japan te kiezen als vestiging voor een onderneming. ‘De slagingskans is er betrekkelijk hoog en als je eenmaal succes hebt, is het makkelijk om relaties aan te knopen. 
Dat ik Chinees ben is nooit een probleem geweest, 
in elk geval niet op commercieel vlak,’ zegt hij. Het 
is inmiddels achttien jaar geleden dat Cheng zich in Japan heeft gevestigd, net zo lang als hij in China heeft gewoond.

    Ontvolking

    Op het Japanse eiland Amami-Oshima, ongeveer 1300 kilometer ten zuiden van Tokio, zie je steeds meer buitenlandse werknemers in restaurants en bars. Deze tendens laat zich verklaren door de opening, drie jaar geleden, van een school waar Japanse les wordt gegeven, de Kakehashi International School, die nauwe banden heeft met een uitzend
bureau in Tokio.

    ‘Na het voltooien van de middelbare school vertrekken de jongeren hier naar de grote steden op het hoofdeiland van Japan,’ zegt Yukio Hamasaki, directeur van de school en voormalig voorzitter van de plaatselijke kamer van koophandel. ‘Het is onze missie om door het ontvangen van buitenlandse leerlingen een bijdrage te leveren aan de activiteit 
in de regio en de demografische teruggang te 
compenseren.’

    Bij het Japanse restaurant Komachi werken zes buitenlandse leerlingen van de school. Een van hen, een 28-jarige Nepalees, werkt op weekdagen van 18.00 tot 22.00, nadat hij tot het middaguur lessen Japans heeft gevolgd. De eilandbewoners stellen zich 
gastvrij op tegenover deze buitenlandse leerlingen, die niet te beroerd zijn om te werken. ‘De inwoners van Amami-Oshima zien geen verschil tussen 
buitenlanders en Japanners die niet van het eiland afkomstig zijn. Ik denk dat dat komt doordat ze allemaal een andere taal spreken dan ons eilanddialect,’ zegt de 45-jarige Yuichiro Hisakura, die een restaurant voor plaatselijke specialiteiten heeft, waar hij een Indonesische leerling heeft aangenomen. De Japanse school, die in oktober 15 nieuwe leerlingen heeft ingeschreven, telt er momenteel 39. Volgend jaar moeten dat er meer dan 60 zijn. Regio’s die met ontvolking kampen, zoals het eiland Amami-Oshima, trekken veel buitenlandse leerlingen aan. De stad Goto op het eiland Kyushu is ook van plan in april een Japanse school te openen.

    Om de demografische teruggang het hoofd te bieden wordt hiervoor al een lokaal ingericht, met subsidie van de staat. Volgens cijfers van het ministerie van Justitie telt het land momenteel 710 scholen waar Japanse les wordt gegeven. 240 daarvan zijn de 
afgelopen vijf jaar opgericht, bijna een per week. 
De meeste leerlingen die hier hun diploma halen, stromen door naar beroepsopleidingen of naar de universiteit.

    Ruzies

    Hoe moet je samenleven met mensen die een andere taal spreken en een andere manier van leven gewend zijn? De eerste buitenlandse werknemers die in de Japanse samenleving integreerden zijn de nikkeijin, afstammelingen van Japanners die naar het buitenland emigreerden, bijvoorbeeld naar Brazilië. Door 
de krapte op de arbeidsmarkt als gevolg van de economische bloei heeft Japan in 1990 zijn deuren voor hen geopend, en het merendeel kwam in tijdelijke dienst van fabrieken.

    Zo is in de Japanse stad Toyota, de slaapstad waar 
het gelijknamige automerk is gevestigd, meer dan de helft van de inwoners van de wijk Homi van buitenlandse afkomst, voor het merendeel Braziliaans. In het begin waren er heel wat spanningen tussen hen en de lokale bevolking. Ruzies vanwege geluidsoverlast, rondslingerend afval of onbetaalde contributie aan bewonersverenigingen waren schering en inslag. De scholen waren niet op de ontvangst van buitenlandse kinderen berekend. Hun drukbezette ouders vonden het niet erg dat ze niet naar school gingen omdat ze op een dag toch zouden teruggaan naar hun eigen land.

    Deze jongeren, die geen Japans spraken en geen plek hadden in de wijk, vochten onophoudelijk met lokale straatbendes. Na meer dan twintig jaar in Japan te hebben gewoond, overweegt de 29-jarige Braziliaan Gustavo Murayama zich er definitief te vestigen. Als Japanse afstammeling van de derde generatie is hij op 6-jarige leeftijd op de archipel gearriveerd en opgegroeid in de wijk Homi. ‘Als ik in de spiegel kijk, zie ik een buitenlander. Maar ik heb zin om me in te zetten voor Japan en me er definitief te vestigen,’ zegt hij. Hij werkt bij een uitzendbureau en broedt op 
manieren om de contacten tussen buitenlanders 
en de Japanners soepeler te laten verlopen. Zo heeft hij al een Portugeestalige informatiesite gecreëerd om Brazilianen te helpen.

    De aanvankelijke ruzies in de wijk lijken verleden tijd. Toch is voor Kunihiro Kawabe, voorzitter van 
het plaatselijke verbond van wijkverenigingen en van een reflectiegroep over het samenleven met 
buitenlanders, ‘het woord “samenleven” heel mooi’, maar, zegt hij, ‘er moeten nog heel wat problemen worden opgelost’. Hij buigt zich al lange tijd over oplossingen voor samenlevingsproblemen en moet bekennen dat hij het aantal buitenlanders liever niet ziet toenemen. Bij het toelaten van buitenlandse werknemers laat Japan het aan de plaatselijke overheden en bewoners over om de problemen op te lossen die zich voordoen in het dagelijks leven.

    Ook nu worden voorbereidingen getroffen om nog een groter aantal van hen aan te trekken. ‘Ze zeggen dat ze werknemers ontvangen en geen immigranten, maar dat is onzin. Het 
zijn gewoon immigranten,’ protesteert Kawabe. Van de verre eilanden voor de Japanse kust tot aan het centrum van de hoofdstad is er een groot aantal buitenlanders dat samenleeft met de Japanners. En de meeste Japanners zijn zich daarvan bewust. Eind oktober 2017 telde Japan zo’n 1,28 miljoen buitenlandse werknemers, een toename van bijna 50 procent in 5 jaar.

    Japanners doen alsof ze de buitenlanders niet zien

    De wijk Shinjuku in Tokio herbergt buitenlanders uit 135 landen en regio’s, en 
1 op de 8 inwoners is er buitenlander. Door mensen van verschillende oorsprong en uit verschillende 
culturen te ontvangen begeeft Japan [waar de mythe van homogeniteit diepgeworteld is] zich op de weg van het multiculturalisme. Verscheidene factoren hebben aan deze ontwikkeling bijgedragen: de daling van het geboortecijfer, de vergrijzing van de bevolking en de demografische teruggang. Omdat 
de werkzame beroepsbevolking is afgenomen, heeft het land geen andere keus dan een beroep te doen op buitenlanders.

    Toch doen de Japanners alsof ze hen niet zien, alsof ze doorzichtig zijn. Het gedrag van de regering, die weigert een migratiebeleid te voeren, is daarvan het beste voorbeeld. Door haar ogen te sluiten voor de buitenlanders die zich in haar land vestigen, er 
trouwen en kinderen krijgen, heeft de regering nagelaten om de werkomgeving van nieuwkomers en buitenlandse leerlingen te verbeteren en voldoende taalonderwijs aan te bieden.

    In Japan woonachtige Brazilianen juichen tijdens de WK-openingswedstrijd Brazilië-Kroatië op 13 juni 2014 in Oizumi, een stadje ten noorden van Tokio. – © Getty
    In Japan woonachtige Brazilianen juichen tijdens de WK-openingswedstrijd Brazilië-Kroatië op 13 juni 2014 in Oizumi, een stadje ten noorden van Tokio. – © Getty

    De regering heeft aangekondigd meer ongeschoolde arbeiders te willen aantrekken. Maar hoewel ze 
eindelijk heeft ingezien hoe groot de behoefte aan buitenlandse arbeidskrachten is, heeft ze geen enkele maatregel getroffen om het samenleven te faciliteren. Men blijft doen alsof de buitenlanders niet bestaan door familiehereniging te beperken en het aan lokale instituties over te laten om hen te helpen.

    Het probleem betreft niet alleen de mensenrechten. Als er niet wordt opgetreden tegen de ongelijkheid op de arbeidsmarkt en in het dagelijks leven, kan zich dat tegen de Japanners keren, met als gevolg meer lokale ordeverstoringen, minder veiligheid 
en een toename van maatschappelijke kosten. In diverse Europese landen heeft het ontbreken van maatregelen om de immigratie in goede banen te leiden, geleid tot sociale en politieke instabiliteit.

    Als Japan de buitenlanders als volwaardige burgers behandelt, in overeenstemming met de principes van een pluriforme en meertalige samenleving, 
dan zal het zijn perspectieven verbeteren. Niet de migranten moeten hiervoor verantwoordelijk worden gesteld, maar het volk dat hen ontvangt. Want de mens is geen inwisselbare machine.

    Auteurs: Takuya Asakura, Ari Hiramaya en Hiroki Manabe

    Asahi Shimbun
    Japan | dagblad | oplage 11.720.000

    De ‘Krant van de opgaande zon’ is een autoriteit in Japan, met 3000 journalisten verdeeld over 300 redacties in Japan en 30 daarbuiten. Het is de krant van intellectuelen, die zich ziet als verdediger van de democratie.

  • Brussels lof uit populistische hoek

    Brussels lof uit populistische hoek

    Het Vlaams Belang krijgt steun van Steve Bannon en Marine Le Pen in de strijd tegen het migratiepact. Hoe meer onvrede 
in Europa, hoe groter de voedingsbodem voor anti-Europees sentiment.

    Het beeld van de jonge Franse president Emmanuel Macron die in zijn Élysée-paleis wordt belegerd door oproerkraaiers in gele hesjes, is een bron van vreugde voor alle demagogen en autoritaire regimes die de wereld rijk is. Van de Amerikaanse president Donald Trump tot zijn Turkse evenknie Recep Tayyip Erdogan en van de islamistische 
republiek Iran tot Matteo Salvini, de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken en leider van de extreemrechtse partij Lega Nord, allemaal betuigen 
ze hun steun aan de gele hesjes en hopen ze dat die een duidelijk stempel zullen drukken op de Europese verkiezingen van mei 2019.

    Terwijl een kleine duizend gele hesjes op zaterdag 8 december demonstreerden in Brussel had Steve Bannon, de voormalige ‘éminence noire’ van Donald Trump, daar een ontmoeting met zijn geestverwant Marine Le Pen, voorzitter van Rassemblement 
National, en met de fascistische partij Vlaams Belang, om gezamenlijk te 
protesteren tegen het VN-migratiepact. Dit ‘pact met de duivel’, om Marine Le Pen te citeren, zou een eerste stap zijn naar ‘de grote vervanging’ van witten door Afrikanen en Arabieren, een staaltje nepnieuws dat bij een deel van de gele hesjes op veel bijval kan rekenen.

    “Parijs staat 
in brand. Londen is in crisis. Het mondiale migratieakkoord van Marrakesh is al dood voordat het getekend is”

    Voor Bannon, die ervan droomt de 
conservatieve trumpiaanse revolutie naar het Europese continent te exporteren, zijn de gele hesjes het equivalent van de Amerikaanse witte middenklasse die Trump aan de macht heeft gebracht: ‘Zowel in de kleine dorpen op het Franse platteland als in de straten van Parijs zijn de gele hesjes, de deplorabelen van Frankrijk, precies hetzelfde soort mensen als degenen die op Donald Trump of voor de Brexit hebben gestemd. Ze willen de controle over hun land terug en geloven in de natiestaat.’ Het ontbreken van diversiteit binnen de gelehesjesbeweging strookt met dit politieke oogmerk.

    Marine Le Pen heeft het ook perfect begrepen: ‘Op het moment dat zich in mijn land zeer verontrustende gebeurtenissen voltrekken, op het moment dat arme werknemers en gepensioneerden in opstand komen voor hun koopkracht en hun waardigheid, is 
het volstrekt ongepast om een nieuwe immigratiegolf te riskeren. Het is volstrekt ongepast om geld dat is bestemd voor sociale zorg in ons eigen land, klakkeloos overal ter wereld te blijven uitdelen terwijl onze landgenoten geen middelen meer hebben om zich te verzorgen, zich te verplaatsen, zich te huisvesten of zelfs maar te eten.’ Bannon voegt eraan toe: ‘Parijs staat 
in brand. Londen is in crisis. Het mondiale migratieakkoord van Marrakesh is al dood voordat het getekend is.’

    Verdeeld Europa

    Toegegeven, dit pact is juridisch niet bindend en bevestigt dat staten ‘het soevereine recht’ hebben om hun eigen migratiebeleid te voeren. Maar wat maakt dat uit! Deze tekst, die de bestaande principes en mensenrechten nog eens op een rijtje zet en 23 doelstellingen formuleert om landen te helpen bij hun migratiebeleid, biedt een ideale mogelijkheid om een verbindend 
antwoord te bieden op de angst voor identiteitsverlies, de afkeer van immigratie en de vrees voor sociale achteruitgang. Het is niet toevallig dat landen die worden geleid door populisten – of waar die in de meerderheid zijn – hebben besloten het pact niet te tekenen: ze willen de wereld het gezicht van een diep verdeeld Europa tonen.

    Tom Van Grieken van Vlaams Belang zit tussen Steve Bannon en Marine Le Pen in het Vlaamse parlement, 8 december in Brussel. – © HH
    Tom Van Grieken van Vlaams Belang zit tussen Steve Bannon en Marine Le Pen in het Vlaamse parlement, 8 december in Brussel. – © HH

    In België is de regering van de Frans-talige liberaal Charles Michel verscheurd geraakt, toen in de nacht van zaterdag 8 op zondag 9 december de N-VA, de rechts-radicale Vlaamse onafhankelijkheidspartij, uit de regering stapte omdat ze weigerde zich met 
het pact te associëren. Zeker, de partij van Bart De Wever, de grootste van Vlaanderen, zal de regering-Michel blijven steunen, maar alleen waar het economisch beleid betreft, om niet vooruit te lopen op de parlementsverkiezingen in mei 2019.

    Een vorm van ‘semioppositie’ die de N-VA in staat zal stellen de politieke ruimte te bezetten waarop het Vlaams Belang juist had geaasd. De confrontatie tussen nationalistische identiteitspolitici en eurofielen is begonnen. Ze zal hevig zijn, en de eersten staan inmiddels op voorsprong.

    Auteur: Jean Quatremer

    Libération
    Frankrijk | dagblad | oplage 151.000

    ‘Libé’ werd in 1973 opgericht door o.a. Jean-Paul Sartre, als protestkrant tegen het kapitalisme, consumentisme en de traditionele instituties. De krant hoort inmiddels bij de grote, serieuze Franse dagbladen.

  • 5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    5. Gele hesjes een 
gevaar voor de democratie?

    De betogingen van de gele hesjes
in Frankrijk hebben iets weg van 
de Arabische Lente – maar dan in Parijs. Kan echter de revolte tegen ‘het systeem’ de democratie in 
gevaar brengen in plaats van haar 
te verdedigen, vraagt men zich 
tot in Beiroet af.

    Er valt geen dictatuur omver te werpen. Er 
is ook geen sprake van een politiestaat die mensen bij de minste of geringste kritiek 
laat verdwijnen. In Frankrijk zijn demonstraties 
toegestaan, mag de oppositie van zich laten horen 
en worden de ergste beledigingen aan het adres van het staatshoofd getolereerd. Daar, in Frankrijk, is 
het onderwijs goed en gratis, evenals de gezondheidszorg, en staat de overheid de minstbedeelden bij. Daar heerst de rechtsstaat.

    Maar daar leek het gedurende een weekeinde toch ook een (klein) beetje op hier. ‘Ik kreeg het gevoel alsof ik in Beiroet was,’ bekende een aantal Libanezen die in de Franse hoofdstad wonen en die daar getuige waren van de woede van de gele hesjes. 
De stortvloed van verbaal en fysiek geweld, de 
brandende auto’s, de plunderingen op de Champs-Élysées, de totale wanorde, het saamhorigheidsgevoel van de oproerigen – dat alles wekt min of meer de indruk dat men zich aan de overkant 
van de Middellandse Zee bevindt.

    ‘Ik kreeg het gevoel alsof ik in Beiroet was’

    Men zou om deze vergelijking kunnen glim-lachen als het onderwerp niet zo ernstig was. 
Het was om (echte) dictaturen ten val te brengen dat de Arabieren acht jaar geleden in opstand kwamen, in een streven naar democratie. 
Diezelfde democratie die vandaag de dag lijkt 
te wankelen in de westerse wereld, en die soms zelfs, bij wijze van karikatuur, wordt voorgesteld als een dictatoriaal regime, in een politiek 
strijdperk waarin woorden een groot deel van hun betekenis hebben verloren.

    Op 7 mei 2017 meenden sommigen dat de verkiezing van Emmanuel Macron tot Franse president het einde betekende van een populistische 
kringloop in de westerse democratieën. De ruime overwinning van de jonge pro-Europese liberaal wekte hoop op een politieke vernieuwing die niet zou worden beheerst door uitersten. Maar we moeten constateren dat dit een illusie was. Niet alleen lijkt Macron op dit moment op het Europese en internationale toneel in een isolement te verkeren, maar ook stuit hij in eigen land op een beweging die in haar afkeer van ‘het systeem’ niet al te veel verschilt van de Brexit of de overwinning van Donald Trump.

    ‘Wij tegen hullie’, 
Parijs, 25 november – 
© ANP / AFP
    ‘Wij tegen hullie’, 
Parijs, 25 november – 
© ANP / AFP

    Ongetwijfeld mede doordat Macron bij zijn critici het beeld oproept van een president voor de rijken, die is losgezongen van de volkse werkelijkheid en bovendien nog arrogant ook, uit de onvrede zich op zo’n gewelddadige wijze. Zijn ideeën over ‘de macht van boven’, zijn wens om geen gebruik te maken van bemiddeling, zijn gebrek aan pedagogisch inzicht om de hervormingen, die in 
een mateloos tempo werden doorgevoerd, in goede banen te leiden, hebben zonder twijfel de woede van een deel van de bevolking aangejaagd.

    Maar het fenomeen lijkt de persoon van Emmanuel Macron en de puur Franse situatie te overstijgen. Ondanks de specifieke omstandigheden van iedere volksbeweging en van elk land, zien we in andere westerse democratieën bij substantiële delen van 
de bevolking hetzelfde gevoel van onthechting, van het idee dat ze in de steek gelaten zijn. Daar heerst dezelfde, soms heftige tweestrijd tussen steden en buitengebieden, tussen hoogopgeleiden en arbeiders, tussen degenen die (terecht of onterecht) vinden dat de globalisering hun geen windeieren legt, en degenen die (op even subjectieve gronden) het tegendeel ervaren.

    En populisten bedienen zich er van dezelfde demagogie om de volkse woede ter eigen voordeel aanwenden, dezelfde retoriek van ‘wij tegen hullie’ die geen enkele ruimte voor dialoog biedt, dezelfde grootschalige verspreiding van fake news en dezelfde utopische heimwee naar een gefantaseerd tijdperk waarin alles, uiteraard, beter was.
    Aan de andere kant, die van de machthebbers, vindt men dezelfde gebreken: gevoelens van onmacht en onvermogen om het gesprek aan te gaan met het kiezersvolk, dat antwoorden verwacht die zowel krachtig als simpel zijn.

    De niet-populisten slagen 
er niet in een samenhangend betoog te houden dat de populistische klasse duidelijk maakt dat de tijden van gouden bergen en ongebreidelde groei voorbij zijn. Ze kunnen zich niet langer bedienen van oude politieke recepten, maar slagen er ook niet in om nieuwe te vinden: daar vloeit een gevoel uit voort 
van een politiek van kleine stapjes, bijstellingen, die uit de aard van de zaak beperkt zijn omdat rekening moet worden gehouden met wereldwijde factoren, die de toehoorders al even vanzelfsprekend grotendeels ontgaan.

    Het nationale kader waarbinnen de politiek zich 
ontwikkelt, lijkt te beperkt om ook voldoende armslag te hebben voor de grotendeels geglobaliseerde economie. Op dezelfde manier lijkt de politiek niet 
in staat om een antwoord te geven op de grote uitdagingen van deze tijd – milieu, migratie, technologie, veiligheid – die brede lagen van de bevolking betreffen, en ze rechtstreeks en heftig raken. En die laatste wenden zich dan, eigenlijk logischerwijze, tot degenen die zich aan de werkelijkheid weinig gelegen laten liggen en het volk gouden bergen beloven.

    Auteur: Anthony Samrani

    L’Orient-Le Jour
    Libanon | dagblad | oplage onbekend

    In 1971 fuseerden de twee grootste Franstalige kranten van Beiroet: L’Orient en Le Jour. Geldt tegenwoordig als de beste Libanese krant en een van de beste uit de Arabische wereld.

  • Detentiecentra zijn wreed, maar de woestijn is erger

    Detentiecentra zijn wreed, maar de woestijn is erger

    Het zerotolerancebeleid van de regering-Trump heeft de zuidelijke grens van de VS veranderd in een gebied waar de kwetsbaarste mensen op aarde de dood vinden of verdwijnen. Volgens voormalig Border Patrol-agent Francisco Cantú heeft de situatie een kritiek punt bereikt – niet vanwege de criminaliteit, maar vanwege de minachting voor het menselijk leven.

    In de drieënhalf jaar dat ik bij de United States Border Patrol werkte, van 2008 tot 2012, had ik de grootste moeite met het Amerikaanse immigratiebeleid op de momenten dat ik het probeerde uit te leggen aan de mensen die er het directst bij betrokken waren.

    Tijdens een grenspatrouille werd ik een keer aangesproken door een vrouw aan de andere kant. Ze hunkerde naar informatie over haar zoon. Ze wist niet waar, of hoe lang geleden, hij de grens was overgestoken, ze wist niet of hij werd vastgehouden of dat hij ergens onderweg was verdwaald. Ze wist niet eens of hij nog wel in leven was.

    Het kost me moeite om me te herinneren wat ik tegen haar heb gezegd. Het zou kunnen dat ik heb uitgelegd dat het oversteken van de grens er vaak op neerkomt dat je dagen of weken door de woestijn loopt. Het zou kunnen dat ik haar heb aangeraden haar zoon als vermist op te geven. Het zou kunnen dat ik haar het nummer heb gegeven van een telefonische hulplijn waar de naam en de geboortedatum kunnen worden vergeleken met iemand in het immigrantendetentiesysteem – iemand die door de Amerikaanse overheid wordt gezien als een misdadiger, als een lichaam dat een bed in beslag neemt in een particulier detentiecentrum. Iemand die, voor de vrouw die trillend achter het hek stond, álles betekende.

    Na een maand van verontwaardiging over de onmenselijkheid van het zerotolerancebeleid van president Trump, zijn we de afgelopen weken getuige geweest van een stroom van verwarrende en uiteenlopende verklaringen omtrent immigratie: de president heeft voorgesteld immigranten zonder papieren het recht op een eerlijke rechtsgang te onthouden, minister van Justitie Jeff Sessions is er heel stellig in dat iedere volwassene die illegaal de grens oversteekt dient te worden vervolgd, het hoofd van de Customs and Border Protection heeft laten weten dat gezinnen hun proces weer in vrijheid mogen afwachten. Ondertussen zijn duizenden kinderen en ouders van elkaar gescheiden en zitten ze vast in een web van opvanglocaties en detentiecentra, die worden geleid door non-profitorganisaties of door particuliere gevangenis-, beveiligings- en defensieorganisaties.

    Manifeste misstand

    Het is belangrijk dat we ons realiseren dat deze crisis, veroorzaakt door een regering-Trump die ouders en kinderen scheidt, slechts de meest manifeste misstand is van een al tientallen jaren lopend project om een ‘uitzonderingstoestand’ te creëren aan onze zuidelijke grens. Dit concept werd in de nasleep van 11 september gebruikt door de Italiaanse filosoof Giorgio Agamben om de noodtoestand te duiden die door verschillende regeringen werd uitgeroepen teneinde verschillende rechten en vormen van bescherming in te trekken of op te schorten. Toen de president in april aan de grens de National Guard inzette (een maatregel die ook twee van zijn voorgangers hebben genomen), liet hij weten dat ‘de situatie aan de grens een kritiek punt heeft bereikt’. Maar welbeschouwd is het aantal mensen dat de grens oversteekt al langere tijd historisch laag – ondanks een paar recente pieken – en is de grens momenteel veiliger dan ooit. Al kun je je afvragen: veiliger voor wie?

    Wat er aan de grens gebeurt, is voor de meeste Amerikanen een ver-van-mijn-bedshow. Maar binnen de wereld van de grensbewaking heeft de militarisering van de grens geleid tot een cultuur die is doortrokken van oorlogstermen en -tactieken. Agenten van de grenspolitie noemen immigranten ‘misdadigers’, ‘vreemdelingen’, ‘lichamen’ of ‘toncs’ (mogelijk een acroniem van temporarily out of native country, of van territory of origin not known – of een verwijzing naar het geluid van de klap van een Maglite-zaklamp op het hoofd van een immigrant). De grenspolitie beschikt over drones, helikopters, infraroodcamera’s, radar, grondsensoren en gepantserde voertuigen. Maar hun dodelijkste wapen is van geografische aard – de woestijn zelf.

    De grensbewaking in de jaren negentig viel samen te vatten als ‘preventie door middel van afschrikking’. De grenspolitie trad hard op tegen migranten die in steden als El Paso de grens overstaken. Er werden muren gebouwd, er werden torenhoge budgetten vrijgemaakt en er werden talloze nieuwe mensen in dienst genomen om in de grenssteden te patrouilleren. Buiten de steden, zo was de veronderstelling, zou de meedogenloze woestijn het vuile werk opknappen en mogelijke migranten weren, ver buiten het oog van de media.

    Een kruis markeert het graf van een immigrant in Holtville, Californië, in 2016. – © John Moore / Getty Images
    Een kruis markeert het graf van een immigrant in Holtville, Californië, in 2016. – © John Moore / Getty Images

    Doris Meissner, die van 1993 tot 2000 aan het hoofd stond van de Immigration and Naturalization Service (INS), zei in The Arizona Republic dat de INS ervan overtuigd was dat ‘de geografische omstandigheden aan onze kant stonden’ en dat de stroom immigranten vanzelf zou opdrogen wanneer mensen zich zouden realiseren wat die omstandigheden behelsden.

    Maar zelfs toen duidelijk werd dat grote aantallen mensen evengoed de tocht door de woestijn maakten en er jaarlijks honderd of meer mensen door de ontberingen het leven lieten, hield de overheid vast aan haar beleid. ‘Op geen enkel moment is serieus overwogen om vanwege die consequenties de teugels aan de grens te laten vieren,’ erkent Meissner. Met andere woorden: alles bleef bij het oude, in de wetenschap dat er migranten om het leven kwamen.

    De grenspolitie beroept zich geregeld op de zoekacties die ze uitvoeren, om te laten zien dat ze in zekere zin een humaan beleid voeren. Maar dat is net zoiets als brandweerlieden die een bedankje willen omdat ze een brand hebben geblust die hun eigen baas heeft aangestoken. Doordat ik een training kreeg als ambulancebroeder, kon ik me vastklampen aan de gedachte dat ik de migranten hielp, en zo kon ik mijn ogen sluiten voor het feit dat ik deel uitmaakte van een systeem dat hen de dood in dreef. Dergelijke redeneringen verhullen ook de wreedheid van de grenspolitie: ik heb meegemaakt dat agenten groepen migranten over een verlaten gebied verspreidden en hun watervoorraad vernietigden, handelingen die ook uitvoerig zijn beschreven door mensenrechtenorganisaties.

    CNN bracht onlangs aan het licht dat de grenspolitie een lager aantal sterfgevallen onder migranten heeft geregistreerd dan in werkelijkheid het geval was

    Het zerotolerancebeleid van de huidige regering stoelt op dit idee van afschrikking. In een interview op Fox News legde Laura Ingraham minister Sessions het vuur na aan de schenen. Op haar vraag of kinderen van hun ouders werden gescheiden met de bedoeling mensen te ontmoedigen de grens over te steken, erkende hij uiteindelijk: ‘Ja, hopelijk komt de boodschap nu over.’

    De regering heeft laten weten dat zelfs dit beleid ‘humanitair’ is, deels omdat het toekomstige migranten ervan kan weerhouden hun kinderen deze gevaarlijke tocht te laten ondernemen. Daarmee wordt voorbijgegaan aan bewijs dat gedurende vele decennia is vergaard: ongeacht de hel die migranten moeten doorstaan om de grens over te steken, zullen ze de gok wagen om te kunnen ontsnappen aan de concretere dreiging van geweld in hun thuisland, om zich te herenigen met hun gezin of om in ieder geval iets van economische zekerheid te verwerven.

    Beleidsmakers gaan er ook aan voorbij dat een strengere grensbewaking vrijwel altijd de netwerken van mensensmokkelaars, die vaak aan een kartel zijn verbonden, in de kaart speelt. Die zien het als een kans om de prijs op te drijven en kwetsbare migranten over te halen een nog riskantere oversteek te wagen om maar niet gepakt te worden.

    Jason de León, die aan het hoofd staat van het Undocumented Migration Project, zegt dat de overheid immigranten zonder papieren ziet als ‘mensen wier leven geen enkele politieke of sociale waarde heeft’ en ‘mensen wier dood weinig tot niets betekent’. Deze devaluatie van het leven van migranten is geen kwestie van retoriek: CNN bracht onlangs aan het licht dat de grenspolitie een lager aantal sterfgevallen onder migranten heeft geregistreerd dan in werkelijkheid het geval was. In de officiële overzichten van meer dan zesduizend doden in zestien jaar zijn zeker vijfhonderd sterfgevallen weggelaten – er worden dus letterlijk levens uitgevaagd.

    Kritiek punt

    De logica van afschrikking verschilt niet zo veel van de logica van oorlogsvoering: de grens is erdoor veranderd in een gebied waar de uitzonderingstoestand geldt, een gebied waar de kwetsbaarste mensen op aarde de dood vinden of verdwijnen, een gebied waar kinderen worden losgerukt van hun ouders om een boodschap af te geven: je bent hier je leven niet zeker. In die zin heeft de situatie aan de grens een kritiek punt bereikt – niet vanwege de criminaliteit, maar vanwege de minachting voor het menselijk leven.

    We mogen niet wegzakken in onverschilligheid. In de nasleep van de hevige protesten tegen het uiteenrukken van gezinnen, die in het hele land hebben geklonken, is het nu van wezenlijk belang dat we onze woede richten op het barbaarse beleid dat dit mogelijk heeft gemaakt.

    Auteur: Francisco Cantú
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Francisco Cantú studeerde Internationale Betrekkingen en ging daarna in dienst bij de US Border Patrol, als tweetalige grenswacht van Mexicaanse komaf. Hij moest uitgeputte en uitgedroogde landgenoten detineren, wanhopige mannen, vrouwen en kinderen. Hij moest drugspartijen onderscheppen en dode lichamen bergen. Totdat hij er psychisch niet meer tegen kon en ontslag nam. Over zijn ervaringen aan de grens schreef hij The Line Becomes a River, Dispatches from the Border, in het Nederlands vertaald door Molly van Gelder (De streep wordt een rivier. Berichten van de grens) en uitgegeven door Athenaeum-Polak & Van Gennep.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 571.500

    Krant der kranten. Won meer Pulitzerprijzen dan enig ander medium. Motto: ‘All the news that’s fit to print.’

  • Waarom Amerikaanse immigranten zo dol zijn op Ferrero Rocher

    Waarom Amerikaanse immigranten zo dol zijn op Ferrero Rocher

    Voor Liana Aghajanian vormden de in goudfolie verpakte chocoladebolletjes in de jaren tachtig en negentig hét symbool van het goede leven in de VS. Dit gevoel bleek universeel onder immigranten.

    Voor mij en vele andere immigranten is leven in Amerika nauw verbonden met Ferrero Rocher. Ik kwam aan het einde van de jaren tachtig met mijn ouders vanuit het Midden-Oosten naar de Verenigde Staten. We waren Iraans-Armeense vluchtelingen die na de oorlog tussen Irak en Iran een nieuw bestaan probeerden op te bouwen. Zoals zoveel andere immigrantengezinnen omarmden we onwennig onze nieuwe, vreemde Amerikaanse identiteit terwijl we ons vastklampten aan de oude, die ons duizenden jaren lang van een bestaan had verzekerd.

    Naast de Amerikaanse dollar en de Iraanse toman was Ferrero Rocher het derde wettige betaalmiddel dat voor mij heilig en reëel was. De in goudfolie verpakte zoete lekkernij was een glanzend bolletje waarin tussen laagjes chocoladevulling en stukjes hazelnoot de pijn, de vreugde en de dromen van immigranten schuilgingen. Het was een verholen handdruk, een teken van respect en goede smaak. Het was een symbool van het ‘goede leven’, iets wat als geen andere eetwaar stond voor sociaaleconomische aspiraties.

    De meeste Amerikanen kennen Ferrero Rocher tegenwoordig van Nutella, maar lang voordat die hazelnootcrème als ingrediënt in bijna elk recept voor een hip dessert voorkwam, was de uitwisseling van een doosje Ferrero Rocher (met 48 stuks erin als je geluk had) een geheime, universele taal onder immigranten uit de jaren tachtig en negentig. Die was in zwang in de o zo gastvrije cultuur van je familie: je ging nooit zonder lege handen bij iemand langs, zelfs al waren het onbekenden. En nam je Ferrero Rocher mee, dan wisten je gastheren zeker dat ze met jou op goud gestuit waren. Ook stond de lekkernij steevast op tafel bij immigranten thuis, waar ze werd gepresenteerd ter ere van de gasten.

    Bij schrijfster Tasbeeh Herwees en haar Libisch-Amerikaanse familie hadden ze dankzij haar moeder altijd Ferrero Rocher in huis, maar was het een soort verboden vrucht die was voorbehouden aan bezoekers. ‘Het was het soort chocola dat ze altijd ergens verstopte,’ zegt ze. ‘Ze werd hels als we aan haar voorraad Ferrero Rocher kwamen.’ Herwees groeide in het Californische Culver City op in een appartementencomplex waar alleen maar Libisch-Amerikaanse gezinnen woonden, allemaal met een schaaltje Ferrero Rocher op tafel voor de gasten. Ze associeerde het chocoladesnoepje met de Libische cultuur, want ze hadden het alleen bij haar thuis, op Libisch-Amerikaanse bruiloften en in Libië zelf. ‘Ik had een tante die altijd een Ferrero Rocher tevoorschijn toverde wanneer ik bij haar langsging. Ik kon ervan op aan dat ze ze in huis had,’ zegt ze. ‘Daardoor werd ze een van mijn favoriete tantes. Voor mij had het iets decadents. Zelfs wanneer ik er nu een eet, heeft het nog iets speciaals.’


    De hevige emotionele reactie die dit ene chocolaatje bij immigrantengezinnen opriep was universeel. Hun leven was doortrokken van oorlog, geweld, politieke onrust en sociaaleconomische ongelijkheid. Terwijl hun wereld veranderde, was Ferrero Rocher een constante factor, een toegankelijke brug tussen heden en verleden. Inmiddels is het een nostalgische herinnering aan wat het voor immigrantenkinderen zoals ik betekende om in Amerika op te groeien.

    Ook al zit er goudfolie om het snoepje, de maker was van eenvoudige komaf. (Niettemin bleek het vermogen van de erfgenamen van het Ferrero-Rocher-imperium uiteindelijk meer dan 20 miljard dollar waard.) Toen aartsvader Pietro Ferrero tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn banketbakkerszaak dreef, waren ingrediënten als chocola schaars. Vandaar dat hij ter compensatie hazelnoten toevoegde. Het smeersel dat hij uitvond heette eerst SuperCrema voordat het begin jaren zestig werd omgedoopt tot Nutella, een combinatie van het woord voor ‘noot’ en het Italiaanse achtervoegsel waarmee iets zoets wordt aangeduid, ella.

    Ferrero Rocher kwam in 1982 in Europa op de markt. Een variant met kokosnoot en amandel, Raffaello, volgde acht jaar later. Pietro’s zoon Michele, die de eer toekomt dat hij het buitenste chocoladelaagje toevoegde, was een vrome katholiek die elk jaar een pelgrimage naar het Franse heiligdom Lourdes ondernam. Toen hij op Valentijnsdag 2015 op negentachtigjarige leeftijd overleed, werd bekend dat zijn inspiratie voor Ferrero Rocher de Roc de Massabielle was geweest, een bolvormige grot in Lourdes waar de maagd Maria zou zijn verschenen aan de heilige Bernadette, een veertienjarige boerenmeisje dat hout aan het sprokkelen was.

    Het is dus niet zo vreemd dat het eten van een Ferrero Rocher een welhaast religieuze ervaring is. Onder de chocola en de stukjes hazelnoot zit een dun, krokant korstje, met daar weer onder een klodder romige, Nutella-achtige chocola. In het midden bevindt zich één hele hazelnoot, als het beeld van de Notre Dame van Lourdes in de grot waar Maria aan Bernadette verscheen.

    Het was de ideale marketingtruc voor de ideale doelgroep

    Maar hoe kon een religieus geïnspireerd Italiaans snoepje zo geliefd worden onder Amerikaanse immigranten? Zoals zo vaak heeft het antwoord alles te maken met marketing. Terwijl andere fabrikanten van chocoladesnoepjes, bijvoorbeeld Godiva, zich in luxueuze winkelcentra positioneerden, was Ferrero Rocher overal te vinden in etnische supermarkten die het snoepje importeerden, en uiteindelijk ook in goedkope Amerikaanse drogistenketens als CVS en Rite Aid. Het had meer glans en was duurder dan Whitman’s en Russell Stover en het had dat exotische vleugje Europese verfijning, waardoor het op slag een betaalbaar luxeartikel werd. ‘Het lekkerste chocolaatje ooit!’ aldus Amerikaanse advertenties voor Ferrero Rocher, en we konden er geen genoeg van krijgen. Het werkte. Het was de ideale marketingtruc voor de ideale doelgroep.

    In een poging de internationale chocolademarkt te domineren bouwde Ferrero Rocher fabrieken en productiecentra in Oost-Europa, Azië, het Midden-Oosten en Afrika. De lekkernij drong door tot het onderbewustzijn van Roemenen, Indiërs, Armeniërs, Libanezen, Chinezen, Nigerianen en vele anderen die zich door de aura van het geïmporteerde luxeartikel aangesproken voelden. In Hongkong, waar het chocolaatje bekendstaat als ‘goudzand’, vertegenwoordigde het van meet af aan een bepaalde sociale status. Zakenlieden uit Hongkong brachten het als geschenk mee naar het vasteland van China, vooral met Chinees Nieuwjaar. ‘De Hongkongse cadeautraditie en -gebruiken werden gretig overgenomen, vooral door de 80 miljoen Chinezen in Guangdong, en zo ontstond de band tussen Ferrero Rocher en de Chinese geschenktraditie,’ schreef Lawrence L. Allen in Chocolate Fortunes: The Battle for the Hearts, Minds, and Wallets of China’s Consumers. Chinese handelsbeperkingen hielden Ferrero Rocher eerst nog buiten de deur. Toen het snoepgoed in 2007 ten slotte toch voet aan de grond kreeg, waren er al nepversies in omloop. Een populaire was volgens Allen Fretate Relish, een andere Tressore Dore, dat in 2008 gedwongen werd de productie te staken en het Italiaanse bedrijf een schadevergoeding van 43.000 dollar moest betalen.

    Alice Chung, van wie de ouders vlak voor haar geboorte in 1984 vanuit Hongkong naar de VS emigreerden, herinnert zich het in ‘goud verpakte chocolaatje’ als een essentieel onderdeel van haar kindertijd. Ze weet nog dat haar ouders grote partijen bij Costco en Price Club insloegen. Niet alleen hadden ze altijd Ferrero Rochers in huis – en verstopten ze die zelfs omdat ze zo gewild waren –, ze namen ze ook in hun koffer mee naar China, tot groot genoegen van hun familie. ‘De verpakking is simpel, maar feit is dat we op goud belust zijn,’ zegt ze. ‘Het staat voor de voorspoed en de rijkdom die we anderen toewensen.’

    De liefde voor Ferrero Rocher is zo groot dat het snoepje zelfs als smeergeld wordt gebruikt. Een Ferrero-Rocher-liefhebber die halverwege de jaren negentig in Oekraïne woonde en anoniem wenst te blijven, vertelde dat hij als tolk uitstapjes en vervoer begon te regelen voor wie steden als Kiev en Charkov wilde bezoeken. Toen hij een keer op zeer korte termijn een verzoek voor zo’n reisje kreeg, waar speciale reserveringen voor nodig waren die niet alleen duurder bleken, maar ook uitsluitend weggelegd voor de hogere kringen, verzon hij een list. ‘Ik wilde best meer betalen, maar nam ook een bos bloemen of een doosje Rafaello’s of Ferrero’s mee naar het reisbureau, want die waren in Oekraïne helemaal je van het. De medewerkers waren diep onder de indruk,’ zegt hij. ‘De meesten zijn vrouwen die vaak overwerken zonder daarvoor betaald te krijgen, want de economie van Oekraïne is een zootje. Chocolaatjes en wat extra geld was beter dan extra geld zonder chocolaatjes. Het heeft diverse malen gewerkt.’

    Nutella zit tegenwoordig in elk hip dessert.
    Nutella zit tegenwoordig in elk hip dessert.

    Of we nu wel of geen Ferrero Rochers kregen of weggaven, ik vond altijd wel een manier om er een te jatten van een tafel vol zelfgebakken taart, dadels, noten en overvloedige hoeveelheden van de stroperige koffie die overal in het Midden-Oosten wordt gedronken. Dan at ik hem heel langzaam op, een eindeloos proces, wat iemand mogelijk op het idee bracht dat ik ondervoed was. Ik at me door elk laagje van het gouden ei heen totdat ik bij de hazelnoot in het midden was aanbeland. Ik wilde dat het eeuwig duurde, maar dat is nooit gebeurd. Als ik geen geduld had, slokte ik hem in één hap op, wat evenveel voldoening gaf. Daarna pulkte ik de stickertjes met ‘Ferrero Rocher’ in gouden letters van het doosje en plakte ze op mijn kleren, als een naambadge.

    De aantrekkingskracht was alleen niet zo universeel als ik dacht, en waarschijnlijk geeft niets de minachting voor Ferrero Rocher beter weer dan de uitzinnige reactie op de beruchte reclame die bekendstaat als ‘het ambassadeursfeestje’ en die in 1993 voor het eerst in het Verenigd Koninkrijk werd vertoond. Hij vervulde het klassenbewuste Britse publiek, dat zich lang voor de Brexit al niet erg Europees voelde, met afschuw. De commercial, met beroerde nasynchronisatie en de gezwollen achtergrondmuziek van een Italiaanse soap, speelt zich af op de receptie in een anonieme Europese ambassadeursresidentie. Een plichtgetrouwe butler loopt door de zaal met een berg Ferrero Rochers op een dienblad en palmt de zwijmelende internationale gasten in, onder wie een Française: ‘Monsieur, wiz zis Rocher you are really spoiling us!’

    Met één iconisch zinnetje werden het chocolaatje én de merkpositionering op verrukkelijke wijze belachelijk gemaakt en voor eeuwig opgestoten in de Britse popcultuur. Achttien jaar geleden sprak William Cook in een artikel over de commercial in de New Statesman van de ‘eeuwige spagaat tussen de mythe van het ambassadeleven en de realiteit van de winkel op de hoek’. De boodschap van hang naar luxe en goede smaak was in de ogen van sommigen juist smakeloos. ‘Britse kijkers maken zich vaak vrolijk óver buitenlanders, niet mét buitenlanders,’ schreef Cook.

    Kapitalistisch spel

    Tientallen jaren later is de reclame-die-zo-slecht-was-dat-hij-weer-goed-werd en die compleet over the top is grappiger dan ooit. Maar juist die spanning tussen mythe en werkelijkheid sprak immigranten zo aan: wat fantastisch dat je je een luxeartikel kon permitteren met daaraan de herinnering dat je het al je hele leven met je familie deelde. Misschien was het gewoon niet te bevatten voor mensen die nooit door een verhuizing waren gedwongen hun in de loop van generaties gevormde welvaart en cultuur vaarwel te zeggen.

    Ferrero Rocher speelde in op die relatie, bijvoorbeeld door het product in verband te brengen met het hindoeïstische lichtjesfeest Divali. ‘Waarom hebben we het zo speciaal gemaakt?’ zegt de voice-over van een in India uitgezonden commercial. ‘Omdat we weten hoe speciaal het is om met Divali bij je dierbaren te zijn.’ Het was een geniale zet in het wereldwijde kapitalistische spel, precies wat mijn familie nodig had toen we destijds de enorme veranderingen in ons leven doormaakten die ons thuisgevoel langzaam uitholden.

    Tegenwoordig is de Ferrero Group niet alleen doorgedrongen tot de Amerikaanse markt, hij neemt die ook over. Eerder dit jaar kocht het bedrijf voedingsconcern Nestlé voor een slordige 2,8 miljard dollar nadat het eerder al Fannie May Confections voor 115 miljoen dollar had overgenomen, evenals gomproducent Ferrara Candy Company. Het afgelopen jaar noteerde de Ferrero Group volgens het vakblad voor de snoepindustrie Confectionary News een wereldwijde omzet van 12,96 miljard dollar. In de VS is Ferrero Rocher volgens marketingdirecteur Shalini Stansberry van Ferrero Premium Chocolates USA het op drie na grootste chocolademerk.

    In een tijd vol jarennegentignostalgie en met een hevig Amerikaans immigratiedebat speelt Ferrero Rocher nog net zo’n grote rol in mijn leven als toen ik opgroeide. Ik koop de chocolaatjes nog altijd en neem ze nog steeds mee wanneer ik bij iemand op bezoek ga, zoals mijn ouders dat deden. Ik mag graag denken dat de Amerikaanse immigrantenbevolking Ferrero Rocher aan zijn succes in dat land heeft geholpen, zoals het ons ook ooit van dienst is geweest.

    Auteur: Liana Aghajanian
    Vertaler: Nico Groen

    Liana Aghajanian is een Armeens-Amerikaanse journalist. Ze is gespecialiseerd in narratieve journalistiek en internationale verslaggeving. Aghajanian werd geboren in Iran, en groeide op in Los Angeles.

    Thrillist.com
    VS | thrillist.com

    Opgericht in 2004. Amerikaanse website over eten, drinken, reizen en entertainment.

  • Wereldbeeld: Mars zonder grenzen

    Wereldbeeld: Mars zonder grenzen

    Enkele honderden migranten uit Midden-Amerika wachten aan de Mexicaanse kant van de grens bij Tijuana op toelating tot de VS.

    De groep is eind maart vanuit Guatemala begonnen aan een 3200 kilometer lange ‘March Without Borders’ per bus, per trein en te voet. Volgens internationale verdragen hebben zij recht om op humanitaire gronden in de VS asiel aan te vragen, maar president Donald Trump liet al op voorhand weten dat daar geen sprake van kon zijn. De grens blijft gesloten met als argument dat de Amerikaanse immigratiedienst ter plekke deze stroom niet kan verwerken.
    
© Carolyn Van Houten / Getty Images
    
© Carolyn Van Houten / Getty Images
  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    antigone

    LITERATUUR | Griekse tragedie 
in tijden van IS

    Kamila Shamsie over moslims, migratie, terrorisme en verraad

    In Sophocles’ tragedie Antigone moet de gelijknamige hoofdpersoon, dochter van Oedipus, besluiten of ze het lijk van haar jongere broer, die hun beider broer verraden heeft, zal begraven of laten liggen om door de honden te worden verslonden, zoals de koning gebiedt te doen met verraders. Net als Antigone neigde men in het Oude Griekenland naar phusis, natuurwetten, boven nomos, door de mens gemaakte wetten.

    De Pakistaans-Britse schrijfster Kamila Shamsie, winnaar van o.a. een prestigieuze literatuurprijs in haar land van herkomst en groot theaterliefhebber, werd benaderd voor een remake van het toneelstuk, wat resulteerde in de roman Home Fire. In dit geval sluit de verradende broer zich aan bij een tak van de IS. Hun vader verwerkte geen kinderen bij zijn moeder, maar kwam als jihadstrijder om toen hij na een marteling naar Guantánamo werd overgeplaatst. De Washington Post vat het dilemma samen als ‘Wat is de verantwoordelijkheid van een zus voor haar voor IS strijdende broer’?

    The Guardian vindt het slim van Shamsie om het immigratieprobleem te benaderen middels een verhaal dat zo verankerd is in de westerse canon, al is deze strategie soms ook geforceerd: ‘De actualiteit van het verhaal strookt niet altijd met de tijdloosheid van het stuk, en het noodlot is moeilijk te rijmen met de individuele keuzes van de personages.’

    Peter Ho Davies van The New York Times is verdeeld over Shamsies poëtische taalgebruik ‘dat soms een eigen leven gaat lijden’: na een citaat van een alinea over het woord verdriet verzucht hij ‘Laat dat verdriet toch met rust’. Maar hij prijst haar vermogen ‘de benarde positie van Britse moslims’ op humoristische wijze in taal te vatten. Bijvoorbeeld in de beginscène, waarin oudste zus Isma urenlang wordt ondervraagd als ze voor haar PhD naar Amerika wil reizen en haar spullen ‘zo grondig worden gecheckt dat de douanebeambten niet zozeer naar verborgen vakken op zoek lijken als wel de kwaliteit van de materialen willen beoordelen’. Ook introduceert ze het begrip GWM: Googling while Muslim.

    Haar eigen Googlezoektocht naar IS-strijders had Shamsie nooit aangedurfd als ze vóór het schrijven van de roman niet haar verblijfsvergunning had gekregen, zegt ze in een interview met Vogue. The Irish Times prijst desalniettemin haar moed om onder ogen te zien dat ‘alle partijen schuld hebben’. ‘Personages, ook gezaghebbers, worden vaak sympathiek afgeschilderd doordat hun eigen morele dilemma’s aan het licht komen. Deze omzeiling van clichés zal sommigen aanspreken, maar de woede wekken van lezers die een meer zwart-witbenadering verlangen van terroristen versus niet-terroristen, moslims versus niet-moslims, de staat versus de burgers.’

    Tragediegetrouw moet het einde van Home Fire zo ‘schokkend’ (Publisher’s Weekly) en ‘explosief’ (New Statesman) zijn dat recensenten zich geen spoiler alerts veroorloven. Rahul Jacob van Financial Times verklapt alleen dat hij de roman twee keer las om tot de juiste interpretatie te komen. Davies (NYT) verwijst naar een scène uit de film Pather Panchali, waarin het huilen van twee ouders om hun overleden dochter overgaat in ‘hoge, schelle muziek, die klinkt als de schreeuw van de ziel’, en besluit met: ‘Er klinkt hoge, schelle muziek aan het einde van Home Fire.’

    Huis is brand verschijnt begin mei in een vertaling van Anne Jongeling bij Uitgeverij Signatuur.

    images 2

    FOTOGRAFIE | De hipsters van 1849

    ‘Deze foto’s zijn niet oud. Wij zijn oud’

    170 jaar geleden werd Californië ook al bevolkt door hipsters, getuige de portretten op de tentoonstelling Gold and Silver, vanaf 20 april te zien in fotomuseum Foam. ‘Zowel hun haardracht als hun uitstraling en zelfs hun kleding’ komen volgens The Guardian overeen. Dit was de tijd van de Californische goudrush, die begon nadat houthakker James W. Marshall in 1848 het edelmetaal aantrof in het plaatsje Colomo in Californië. Honderdduizenden mannen, de zogenaamde 49ers, lieten hun gezinnen achter en legden de gevaarlijke reis af naar het toen nog ruige gebied, waar geen claimrecht bestond en het goud dus haast letterlijk en figuurlijk voor het oprapen lag. ‘Jongemannen met een zucht naar wetteloosheid en bezit’, noemt Sarah Moz de geportretteerden in The New York Times. The Guardian typeert ze als ‘artistieke avonturiers’.

    Dit was immers ook de tijd van de daguerreotypie, een fotografische techniek die gebruikmaakt van een zilverplaat en tien jaar eerder aan de andere kant van de oceaan, in Parijs, werd uitgevonden. Werd dit in Frankrijk beschouwd als een puur wetenschappelijke ontwikkeling die sowieso inferieur was aan de schilderkunst, schrijft HyperAllergic, de Amerikanen zagen het als democratische zege dat portretten nu niet langer waren voorbehouden aan de aristocratie, en de goudzoekers waren de eerste groep die zich massaal liet fotograferen, meestal vlak na aankomst of vlak voor vertrek.

    ‘Denk je bij oude foto’s aan stoffig, gelig en saai, deze portretten ontkrachten dat vooroordeel volledig’, aldus Moz in_ NYT._ In een interview met BJP vergelijkt Luce Lebart, samensteller van het boek Gold and Silver (en aanwezig bij de opening in Amsterdam) de opkomst van fotografie in dit tijdperk met de opkomst van virtual reality nu. ‘Die foto’s zijn niet oud, ze zijn de jeugd van het medium. Wij zijn oud.’

    Ook de bewerking van de foto’s doet eigentijds aan, schrijft Moz. ‘Een mix van koper en brons moest accessoires als boutonnières of horloges accentueren, zoals dat nu in grafische vormgeving gebeurt.’ Het opvallende kleurgebruik deed schilder Samuel Morse de daguerrotypieën in een brief uit 1839 als ‘ware Rembrandts’ bestempelen. Lebart beaamt tegen BJP dat de contrasten en details ‘onbeschrijfelijk’ zijn, evenals de blikken, waarin volgens Daily Mail vaak ‘de beloften van gouden bergen’ doorschemeren. En soms de desillusie. Vanaf 1856 werd de winning van goud steeds bewerkelijker en droogde de toestroom van gelukszoekers op. Maar de reputatie van Californië als goudkust was gevestigd.


    FILM | Alles wat je verwachtte en meer

    Poëtisch drieluik van Samuel Maoz

    Hoe hoog je verwachtingen ook zijn, deze film maakt ze waar en overtreft ze, begint Kenneth Turan zijn recensie van Foxtrot, de nieuwe film van de Israëlische filmmaker Samuel Maoz, in de LA Times. En met acht Ophirs in eigen land, een Zilveren Leeuw in Venetië, een nominatie voor de Academy Award en veel lof voor zijn vorige film Lebanon (2009), vervolgt hij, is er best wat reden voor hooggespannen verwachtingen.

    Ook dat de Israëlische minister van Cultuur, Miri Regev, de film in Haaretz’ woorden ‘de oorlog verklaarde’ is voor velen een aanbeveling. Regev probeerde de organisatie van het Israeli Film Festival in Parijs ertoe over te halen een andere openingsfilm te kiezen, waarop directeur Hélène Schoumann zich liet ontvallen dat Regev misschien toch niet zo erg van cultuur houdt. En van democratie al evenmin, vermoedt Haaretz.

    Foxtrot is een drieluik over achtereenvolgens twee ouders die het nieuws krijgen dat hun zoon in het leger is omgekomen, de verveling van deze zoon en zijn compagnons op hun post in de woestijn, waar ‘meer kamelen dan mensen voorbijkomen’ , en hoe de ouders verder proberen te gaan met hun leven. Regev viel met name over een scène waarin de Israëlische soldaten bij het controlepunt per ongeluk onschuldige inzittenden van een auto vermoorden en hun fout proberen te verdoezelen; ‘een belediging voor de Joodse gemeenschap’, aldus de minister. Maoz, die zelf aan de Israëlisch-Libanese Oorlog van 1982 deelnam, vertelt Telerama dat deze allegorische scène illustreert hoe Israël ‘de waarheid liever in de modder begraaft dan hem onder ogen te zien’. Ook wijst hij erop dat zelfs de meest patriottische Amerikanen Michael Cimino en Oliver Stone niet als verraders beschouwen vanwege hun films over de Vietnam-oorlog.

    Vulture noemt Maoz een ‘dichter-regisseur’ omdat niet alleen deze scène, maar de gehele film in metaforen wordt verteld. (De titel is de naam van de controlepost, maar natuurlijk ook van de quickstepachtige dans ‘waarbij partners over de vloer zigzaggen zoals de regisseur tussen zijn vertellingen heen en weer beweegt’.) De surreële beelden van cameraman Giora Bejach, die volgens LA Times ‘op geen enkele manier geïnteresseerd is in een normale manier van vertellen’, verschaffen het geheel bovendien een vreemd soort schoonheid, schrijft The Jerusalem Post.

    Rolling Stone noemt het dan ook ‘de zoveelste fuck-up van de Academy’ dat Maoz niet de Oscar voor beste film van 2018 heeft gekregen. Maar volgens Vulture is dit de zoveelste aanbeveling: blijkbaar was de film te bijtend.

    Foxtrot draait nu in de bioscopen.

    Auteur: Laura Weeda

  • Een Portugees Silicon Valley

    Een Portugees Silicon Valley

    In navolging van Berlijn, Dublin en Barcelona proberen ook de Portugese steden Lissabon en Porto technologiebedrijven aan te trekken. De lage loonkosten zijn allang niet meer hun enige troef.

    Wie zei er dat Portugal nooit technologiereuzen als 
Google en Amazon aan 
zou kunnen trekken, ondanks zijn zon en stranden? Google is van plan om een centrum voor technische ondersteuning in Oeiras [in Groot-Lissabon] te openen en daar 535 banen te creëren. Het beeld van ons land in het 
buitenland beperkt zich dus niet tot het toerisme en de goals van Cristiano Ronaldo.
    Dankzij het gunstige economische tij, de geografische ligging, de relatieve veiligheid, de goede infrastructuur en het Portugese talent, ondersteund door een overheidsbeleid dat inzet op digitale technologie, biedt Portugal opeens een uiterst moderne aanblik. En gezien de snelheid waarmee momenteel grote investeringen worden gedaan, lijkt 
de innovatiestrategie van de overheid zijn vruchten af te werpen.

    Google, dat twintig jaar geleden door twee studenten uit Stanford werd opgericht, is niet het eerste internetzwaargewicht dat zich in Portugal 
vestigt. Maar het bedrijf is zo groot dat er waarschijnlijk andere hightechmultinationals zullen volgen, Amazon 
bijvoorbeeld. Dit Amerikaanse bedrijf onderhandelt al een jaar over de opening van een servicecentrum in Porto, met 250 hooggekwalificeerde banen. Het moet veel meer dan een eenvoudig logistiek centrum worden, een echte technologische hub van waaruit de marktleider van de onlineverkoop zijn expansie naar Afrika wil uitrollen. 
De miljardair en zakenman Jeff Bezos, die behalve van Amazon ook eigenaar is van The Washington Post en zich opmaakt om ook in de gezondheidszorg actief te worden, wil in de havenwijk Boavista een kantoor bouwen. Hij haakt daarmee aan bij de opvallende creatieve activiteit in Noord-Portugal.

    Google heeft zijn oog op Lagoas Park in Oeiras laten vallen omdat het bedrijf binnen de regio Lissabon alleen daar genoeg kantooroppervlak en groen vindt en de huren er redelijk zijn. 
In juni zullen zich 535 werknemers installeren in zevenduizend vierkante meter moderne bureauruimte. De leden van de Portugese regering die zich met het dossier hebben bemoeid, weten sinds het Web Summit in november [een groot jaarlijks congres van de internetsector in de Portugese hoofdstad] dat Lissabon het won van andere steden als het Poolse Krakau, dat een felle strijd leverde om de 
investering naar zich toe te trekken.

    De Amerikaanse internetreus wil op termijn tweeduizend banen creëren, waaronder zo’n vijfhonderd hooggekwalificeerde banen, voor ingenieurs en voor informatici, die applicaties moeten gaan ontwikkelen. Daarnaast zijn er administratief en financieel medewerkers nodig en mensen voor werving en selectie, marketing en klantenservice, naast natuurlijk technisch personeel voor Googles primaire dienstverlening.

    ‘We hebben geen enkele steun of 
subsidie toegezegd’, vertelt minister van Economie Manuel Caldeira Cabral, die bij de gesprekken betrokken was. ‘We hebben dit soort servicecentra sowieso weinig prikkels te bieden. Europese subsidies zijn vooral bestemd voor industrie en toerisme. En van belastingvoordelen is ook geen sprake geweest.’

    Tweeduizend informatici

    Google heeft, net als andere technologiereuzen, de warme belangstelling van de Eurocommissaris voor 
Mededinging Margrethe Vestager. 
Het bedrijf kwam niet weg met de belastingvoordelen die het genoot in Ierland, waar het zijn Europese 
hoofdkwartier heeft gevestigd.

    De komst van de nieuwe hightechcentra roept de vraag op of Portugal eigenlijk wel het gekwalificeerde 
personeel bezit om aan de plotseling gestegen vraag te voldoen.

    ‘Er is momenteel in de informatie-technologiesector een tekort aan 
tweeduizend informatici,’ geeft de voorzitter van de Portugese ingenieurs-vereniging Carlos Mineiro Aires toe. Het probleem is de laatste jaren zelfs verergerd. Op het hoogtepunt van de crisis, tussen 2011 en 2014, verlieten 40.000 à 50.000 informatici Portugal. ‘Landen als Groot-Brittannië, Duitsland, Denemarken en Noorwegen organiseerden in Portugal professionele 
bijeenkomsten en kaapten onze beste mensen weg, door ze goede salarissen en arbeidsomstandigheden te bieden. Ze kiezen de beste uit, en deze jonge hoogopgeleiden verlaten Portugal 
zonder enige compensatie voor de 
studie van 40.000 à 50.000 euro die ze hebben genoten’, zegt Mineiro Aires grimmig.

    Deelnemers aan de technologieconferentie Web Summit in Lissabon in novemer 2017. – © Horacio Villalobos / Getty Images
    Deelnemers aan de technologieconferentie Web Summit in Lissabon in novemer 2017. – © Horacio Villalobos / Getty Images

    Volgens recent onderzoek van het 
wervingsbureau Michael Page zijn de salarissen voor informatici in Portugal het afgelopen jaar met vijftien procent gestegen. Maar Mineiro Aires noemt 
ze ‘nog steeds erg laag’. ‘Gemiddeld verdienen die hoogopgeleiden netto minder dan duizend euro per maand. Met zulke lage salarissen wordt het lastig om ze in Portugal te houden.’ Maar als de vraag naar informatici door de komst van de grote internet-bedrijven gaat groeien, zullen de 
salarissen snel stijgen.

    Alexandre Vaz van de ‘Digital Delivery Hub’ die Mercedes-Benz vorig jaar in Portugal opende en dat al snel een onafhankelijk bedrijf werd, Mercedes-Benz.io Portugal, zegt geen enkele moeite te hebben om gekwalificeerd personeel te vinden. ‘Vóór het eind van dit jaar willen we honderd werknemers hebben. We hebben al veel cv’s ontvangen, waaronder ook van kandidaten 
uit het buitenland. Veel jongeren 
ontdekken Portugal en willen er graag gaan wonen; sowieso is de markt voor programmeurs steeds internationaler.’

    Nu Lissabon en Portugal in trek zijn, krijgen directies van digitale multinationale bedrijven meer aandacht voor wat er in ons land gebeurt. Vaak gebeurt dat tijdens het Web Summit, dat afgelopen november voor de tweede keer plaatsvond in het Parque das Nações in Lissabon. Vaak zijn ze voor het eerst in Portugal. Ze zien het 
levendige ecosysteem van start-ups 
en andere initiatieven dat in Lissabon floreert, waarderen de creatieve sfeer, kijken rond en pakken hun rekenmachientjes erbij. Niet alleen de goedkope Portugese arbeidskrachten zijn voor hen aantrekkelijk; ze zoeken een investering die op wereldwijde schaal 
concurrerend is. Het land voldoet aan dat criterium en heeft bovendien hoogopgeleid personeel, wat een extra pluspunt is.

    ‘Deze buitenlandse bedrijven willen die talenten graag aan zich binden,’ vertelt directeur Rui Coelho van Invest Lisboa, een organisatie opgezet om investeerders naar de regio toe te halen. ‘In de technologiesector vindt een wereldwijd gevecht om talent plaats, omdat de sector leeft van innovatie en zowel de producten als de diensten steeds complexer worden. Het is dus belangrijk voor zulke bedrijven om zich ergens te vestigen waar de allerbesten graag willen komen werken’.

    ‘We moeten aan alle natuurwetenschappen meer aandacht besteden, aan wiskunde en techniek, het middelbaar onderwijs in die vakken verbeteren’

    De werkomstandigheden zijn in 
Lissabon uitstekend en de stad kan op dat vlak prima concurreren met Barcelona, Berlijn of Dublin. ‘In Barcelona is de politieke situatie niet stabiel’, gaat Coelho verder, ‘en wat Berlijn betreft, kan ik je garanderen dat je een Duitse informaticus eerder naar Lissabon krijgt dan daarnaartoe. In Dublin is 
er, ondanks de taal en het gunstige belastingklimaat, een sterk verloop van personeel, omdat de concurrentie tussen al die hightechbedrijven moordend is. En de huren zijn erg hoog.’

    De opening van de innovatiehub in Beato [waar voor het einde van dit jaar 35.000 vierkante meter voorzien is] stelt ook andere buitenlandse bedrijven in staat om zich hier te installeren. Alleen al in 2017 begeleidde Invest 
Lisboa 526 bedrijven, investeerders en ondernemers daarbij.

    Voor voormalig staatssecretaris van Innovatie Carlos Oliveira, tegenwoordig directeur van InvestBraga [een 
economisch stimuleringsbureau voor de stad Braga] profiteert het land momenteel van het ‘multiplier effect’ dat de toeloop van buitenlandse investeerders met zich meebrengt. ‘Er gebeurt veel in Portugal, en we hebben op dit moment precies wat investeerders zoeken: gekwalificeerd personeel, in veel grotere aantallen dan onze concurrenten.’ Zowel voor de callcenters, waar mensen uit krimpende sectoren komen werken, als voor onderzoek en ontwikkeling en voor technische 
afdelingen. ‘Die mensen zoeken interessant werk dat betaalt.’ Carlos Oliveira valt hem bij: ‘Wanneer een investeerder personeel wil aantrekken, 
is het belastingklimaat niet het belangrijkste criterium.’

    Is deze vijver aan talent onuitputtelijk? ‘Het wordt hoog tijd om over die vraag te gaan nadenken,’ vindt Oliveira. ‘We moeten aan alle natuurwetenschappen meer aandacht besteden, aan wiskunde en techniek, het middelbaar onderwijs in die vakken verbeteren en meer plaatsen bij de technische vakken 
aan de universiteit creëren. Dat zal binnen vijf jaar zijn effect hebben op 
de arbeidsmarkt.’ Dat geeft de andere internetgiganten nog even tijd om zich te bezinnen.

    Auteur: Clara Teixeira en Paulo M. Santos
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Visão
    Portugal | oplage 108.000

    In 1993 onderging het zwart-wit weekblad_ O Jornal_ op tabloidformaat een metamorfose: het veranderde in een fullcolourmagazine, een soort Portugese Newsweek. Inmiddels is de titel uitgegroeid tot het tweede actualiteitenmagazine van het land, na Expresso.

  • Terug naar Rotherham

    Terug naar Rotherham

    In het misbruikschandaal in Rotherham vier jaar geleden, heeft geen enkele verantwoordelijke rekenschap hoeven afleggen. Veertienhonderd minderjarigen waren mishandeld, ontvoerd en verkracht met medeweten van de plaatselijke autoriteiten. De politie deed niets uit angst voor rassenrellen. Door te zwijgen hoopten ze dat het probleem zou verdwijnen. De Süddeutsche Zeitung keerde terug naar de Noord-Engelse stad en sprak met betrokkenen.

    Ze is vanuit de stad naar een wijk met bakstenen rijtjeswoningen verhuisd, waarvan er tienduizenden zijn in Groot-Brittannië. Een aaneenschakeling van deuren, schroot in de voortuintjes, blinde vensters, in de verte akkers. De wijk is nieuw. De mensen kennen elkaar nog niet. Dat is goed.

    Omdat de nieuwsgierige taxibestuurder die de gast heeft gebracht geen aanstalten maakt om te vertrekken, doet ze minutenlang de deur niet open. Erachter vier kleine kamers, keurig opgeruimd. Alleen de sokken van haar zoons hangen te drogen op de verwarming in de badkamer. Ze zijn elf en zestien, die twee. De vader van de oudste zit in de gevangenis, net als enkele van zijn familieleden. Hij heet Arshid Hussain, bijgenaamd Mad Ash, en is een verkrachter. Net als twee van zijn broers en een oom.

    Ik was zijn favoriet

    Naast de deur hangt een kinderfoto van de zoon van Mad Ash, een knul met een donkere huid en zwart haar die lachend in de camera kijkt. Recentere foto’s van de tiener zijn er niet; ze wil niet dat hij wordt herkend. Toen ze zwanger werd, wilde ze de baby per se houden, omdat ze dacht dat Mad Ash echt van haar hield. Soms denkt ze dat nog steeds. ‘Ik was zijn favoriet,’ zegt ze nog altijd, ‘de andere meisjes gaf hij door aan andere mannen. Mij niet.’

    Van maatschappelijk werk moest het kind destijds uit de buurt van zijn vader blijven, die als gevaarlijk te boek stond. Maar dat de toen vierentwintigjarige Mad Ash haar, de tiener uit een volledig gezin, een goede leerlinge, had aangesproken, cadeautjes had gegeven, vervolgens dronken had gevoerd, gemanipuleerd, van haar gezinsleden had vervreemd en na een tijdje haar vertrouwen te hebben gekweekt had verkracht, ontvoerd, bedreigd, afgeperst, tot roofovervallen had aangezet, haar ouders had bedreigd, en dat het vijftienjarige meisje regelmatig werd opgepakt door de politie terwijl ze zich in zijn auto, in zijn bed of naakt in een of ander achterkamertje bevond, daaraan leek niemand zich te storen. Op een keer werd ze gearresteerd omdat er een knuppel bij haar werd gevonden die van hem was. Hij ging vrijuit.

    Grooming wordt dat genoemd: een volwassene knoopt ogenschijnlijk vriendschap aan met een kind om het seksueel uit te buiten.

    Nu is ze een tengere en toch pezige vrouw, het haar in een dikke vlecht gebonden, de wenkbrauwen bijgetekend tot een strenge boog. Ze noemt zichzelf ‘overlevende’. Het woord ‘slachtoffer’ klinkt haar te zwak in de oren. Een paar maanden geleden heeft ze afscheid genomen van haar pseudoniem ‘Jessica’, waaronder ze heeft getuigd tegen Arshid en zijn familie. Sammy Woodhouse heet ze, dat mag nu iedereen weten. Arshid, inmiddels 41, is een Brit van Pakistaanse komaf. Hij is tot 35 jaar cel veroordeeld.

    Het geval van Sammy is er maar een van de vele in de stad nabij Sheffield, in het noorden van Engeland. En van de duizenden vergelijkbare gevallen in de rest van het land. Ze vertoonden allemaal hetzelfde patroon. Jonge mannen, vaak taxichauffeurs en uitbaters van afhaalrestaurantjes in de Curry Mile van Rotherham probeerden de meisjes te versieren – en naar hun hand te zetten. ‘Mindbending’, beïnvloeding van iemands wil, zo noemt Sammy’s advocaat David Greenwood dat proces. Vervolgens kwamen er oudere mannen bij die de meisjes gebruikten, meestal met geweld. Sommige meisjes werden naar andere steden gebracht, waarna gedwongen prostitutie volgde. Decennialang. De krankzinnigheid ten top.


    Het ‘groomingschandaal van Rotherham’ was voorpaginanieuws, honderden artikelen werden erover geschreven, tientallen documentaires gemaakt. Alleen al in deze stad zouden er veertienhonderd kindslachtoffers zijn geweest. Iedereen had ervan geweten. Meer dan twintig jaar liepen ouders, maatschappelijk werkers en ook jonge slachtoffers zelf de deur plat bij politie en gemeentebestuur. Er waren bewijzen, maar die verdwenen. Er waren getuigenverklaringen, maar die werden niet serieus genomen. Er waren ordners met namen en feiten, met DNA-sporen en processen-verbaal. Ze werden genegeerd. Tegen de ouders werd gezegd dat ze zelf moesten omkijken naar hun vroegrijpe dochters die dronken in auto’s van onbekende mannen werden gearresteerd; dat was geen taak van de politie. Tegen de meisjes, onder wie ook veel kinderen uit tehuizen, werd gezegd dat het sletten waren. Eigen schuld, niets waard.

    In hun pogingen een halt toe te roepen aan wat politie en autoriteiten lieten gebeuren, gingen maatschappelijk werksters ook naar de moslimgemeenschap, naar de imams in de moskeeën om te zeggen: Kijk, we hebben namen, adressen. Praat met de families van deze mannen, zorg ervoor dat het ophoudt. Maar er gebeurde niets.

    In 2016 werd vonnis gewezen in de zaak-Arshid. Toen was Sammy dertig jaar oud, maar in de tijd dat het allemaal begon, was ze net veertien. ‘Destijds waren wij meisjes onzichtbaar,’ zegt ze, terwijl ze onzichtbare kruimels van haar nepmarmeren salontafel veegt. ‘Nu hebben we tenminste een stem.’

    Het wegkijken had vele oorzaken. Onwetendheid, incompetentie, laatdunkendheid. De angst om als racist te worden bestempeld. De vrees dat het fragiele evenwicht tussen de moslims en de rest van de bevolking zou worden verstoord. Het was iedereen duidelijk dat de kwestie een enorme politieke lading had. Wetenschapster Alexis Jay verwoordt het in haar rapport over ‘seksuele uitbuiting van de kinderen van Rotherham van 1997 tot 2013’, dat ze in opdracht van de overheid maakte, als volgt: de autoriteiten ‘wisten dat de meeste daders islamitische Aziaten waren en de meeste slachtoffers wit. Door te zwijgen hoopten ze dat het probleem zou verdwijnen. Ze waren bang om te zeggen wat er aan de hand was.’

    Maatschappelijk werkers en jeugdwerkers die erop wezen dat het om overwegend Aziatische daders ging, werden naar een cursus racial awareness gestuurd om te leren hun vooroordelen te bestrijden. Politie en gemeente durfden geen maatregelen te treffen omdat ze rassenrellen vreesden. Ze waren bang, zegt advocaat Greenwood, dat het ‘een voedingsbodem voor rechtsextremisme’ zou zijn.

    De neonazi’s maakten inderdaad een sterke opleving door in Noord-Engeland. Aanhangers van de National Defense League en de British National Party marcheerden schreeuwend door de steden: ‘Onze meisjes zijn niet vogelvrij.’ Dit moest er niet nog eens bijkomen.

    Het gaat allemaal gewoon door, de daders van vroeger hebben inmiddels zoons die de dochters van de overlevenden opwachten. “Het is al zo lang gaande dat de mensen er op een of andere manier aan gewend zijn geraakt”

    Het is spitsroeden lopen. In Duitsland zijn met de vluchtelingencrisis en de toestroom van honderdduizenden moslimmannen vergelijkbare zorgen gerezen, die in de verwerking van de gebeurtenissen in Keulen in de oudejaarsnacht van 2015 op 2016 tot uiting kwamen: is het ongeoorloofd om te constateren dat veel moslimmannen een problematisch vrouwbeeld hebben? En welke consequenties trekt een maatschappij als het antwoord ‘ja’ luidt?

    De lijst van plaatsen waar hetzelfde is gebeurd als in Rotherham is eindeloos: Newcastle, Rochdale, Huddersfield, Leeds, Manchester, Sheffield, Derby, Keighley, Skipton, Blackpool, High Wycombe, Leicester, Dewsbury, Middlesbrough, Peterborough, Bristol, Halifax, Oxford. De daders hadden vrijwel allemaal een migratieachtergrond: Pakistan, India, Bangladesh, Iran, Irak, Turkije.

    Het zou een nationaal schandaal moeten zijn, maar Groot-Brittannië heeft te veel misbruikschandalen gekend. De verontwaardiging en de ontzetting zijn verflauwd. Misbruik in de kerk, op sportverenigingen, internaten, bij de BBC, en bovendien het vrijwel dagelijks terugkerende, stuitende misbruik in gezinnen en het exploderende aantal gebruikers van onlineforums over seks met kinderen. Bovendien worden tienduizenden Aziatische en Afrikaanse slachtoffers van prostitutie als seksslaven uitgebuit in Groot-Brittannië. In een recentelijk verschenen rapport heeft de politie toegegeven volledig overbelast te zijn. En ‘onthutst’.

    Onderweg naar Rotherham, gewapend met de vragen of grooming inmiddels aan banden is gelegd, of politie en autoriteiten ervan hebben geleerd, krijgt de verslaggeefster een telefoontje van het persbureau van de gemeente. Sorry, er wordt geen interview gegeven omdat er niets meer te melden is. Grooming – dat is inmiddels geschiedenis. Overwonnen. Uitverteld. De gemeentepolitie stuurt een mail: ‘Wij staan niet ter beschikking voor een interview.’ Doorlopen, er valt hier niets te zien.

    Niets is meer bezijden de waarheid. Je hoeft alleen maar naar Sammy Woodhouse te luisteren. Of naar haar advocaat, die vijfenzeventig, soms heel jonge slachtoffers vertegenwoordigt. Of naar de lokale parlementariër, die vanwege het schandaal haar carrière op het spel zette. Of naar de journalist die de kwestie aan het rollen bracht. Zij zeggen allemaal wat niemand wil horen: grooming gaat verder. En het zwijgen over de oorzaken en de achtergronden ook.

    Times- verslaggever Andrew Norfolk, die tal van prijzen heeft gekregen voor zijn onderzoek, woont in Leeds. Londen, zegt hij, sluit zijn ogen voor de echte problemen in het land. In 2004 kreeg hij de eerste tips, maar hij deed er tien jaar later pas iets mee. Nu schaamt hij zich daarvoor.

    ‘Een etnische minderheid aan de ene kant, kwetsbare, naïeve slachtoffers, voor een deel uit gebroken gezinnen en kindertehuizen, aan de andere, daar waagde niemand zich aan. Te veel gevaar voor generalisering, demonisering. Te veel explosief materiaal.’ Toen Norfolk de beerput eenmaal had opengetrokken, schreef hij lange tijd over niets anders. Een jaar geleden heeft hij het opgegeven, hij kreeg de beelden niet meer uit zijn hoofd. De politie heeft er toch van geleerd, zegt hij tegen zichzelf, ze nemen de zaak serieus. Maar hij is nog altijd prikkelbaar en schreeuwt woedend over het lawaai in een arbeiderskroeg in Leeds heen: ‘Het bestraffen van individuele daders is niet genoeg. De politie behandelt het fenomeen nog altijd als een aaneenschakeling van afzonderlijke gevallen.’ Het ‘fenomeen’ – het is en blijft beladen in een multiculturele maatschappij die op een goede verstandhouding en tolerantie gebaseerd en aangewezen is.

    Een prijswinnend voorpagina-artikel van Andrew Norfolk. Inmiddels is hij gestopt over de zaak te schrijven. Hij krijgt de beelden niet meer uit zijn hoofd.
    Een prijswinnend voorpagina-artikel van Andrew Norfolk. Inmiddels is hij gestopt over de zaak te schrijven. Hij krijgt de beelden niet meer uit zijn hoofd.

    In de hal van het gemeentehuis hangt een poster met mooie woorden: ‘We zullen luisteren naar kinderen en jonge mensen. We zullen de juiste beslissingen nemen.’ Ernaast hangt er nog een: ‘Ik ben je maatschappelijk werker, ik beloof je te helpen zoeken naar een veilige plek om te wonen, waar je geen kwaad wordt gedaan.’ Er zijn in Rotherham geen kindertehuizen meer omdat grooming nu eenmaal vaak kinderen uit tehuizen trof. In plaats daarvan organiseert de stad een ‘week van de adoptie’.

    Omdat bewijs werd geleverd van ‘collectief falen’, overbelasting en doofpotpraktijken bij politie en gemeentebestuur werden de betrokken chefs ontslagen en vervangen door regeringsfunctionarissen. Kortgeleden kwam het bericht dat geen enkele verantwoordelijke van toen ook maar rekenschap heeft hoeven afleggen. Opnieuw staan de ‘overlevenden’ sprakeloos.

    In Rotherham onderzoekt het National Crime Agency (NCA) alle gevallen tot 2014, waar nooit iets mee is gedaan. De rechtbanken draaien op volle toeren. Drie Brits-Pakistaanse bendes zijn veroordeeld. Het volgende proces is aanstaande: nog eens twaalf mannen zijn aangeklaagd en staan vanaf januari voor de rechtbank. Het NCA wil ook niet praten, maar meldt zich schriftelijk bij de Süddeutsche Zeitung met een soort activiteitenoverzicht: 28 aanhoudingen, 88 verdachten, 36 vooronderzoeken. Vanwege het enorme aantal daders concentreert men zich op degenen die nog altijd in deze omgeving actief zijn en het grootste leed hebben aangericht.

    De lokale Labour-afgevaardigde Sarah Champion vindt dat onvoldoende. In het kantoor van haar kiesdistrict laat ze cijfers van de plaatselijke politie zien: 231 meisjes hebben aangifte gedaan wegens seksuele uitbuiting door groomingbendes. Alleen al in het afgelopen jaar. ‘Moeders, vroeger zelf slachtoffer, komen in paniek op mijn spreekuur. Ze vertellen dat mannen tegen hen hebben gezegd: Je dochter is al bijna zo ver, ze is rijp.’

    Het gaat allemaal gewoon door, zegt Sarah Champion, de daders van vroeger hebben inmiddels zoons die de dochters van de overlevenden opwachten. ‘Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Het is al zo lang gaande dat de mensen er op een of andere manier aan gewend zijn geraakt.’

    Ook de politieke druk blijft. Champion heeft dat onlangs ervaren. Ze is afgestudeerd psychologe, een intelligente, hartelijke vrouw met donkere krullen en een ontspannen zelfbewustzijn. Tot voor kort was ze een rijzende ster binnen de Labour Party. In het schaduwkabinet van Jeremy Corbyn was ze verantwoordelijk voor de gelijke rechten van vrouwen. In de zomer werd ze uit haar functie ontheven. Ze had een taboe doorbroken, dat geen taboe meer zou moeten zijn: ze had twee keer in het openbaar gezegd dat Groot-Brittannië een ‘probleem met Brits-Pakistaanse mannen’ had. Dat was racistisch, heette het, haar positie was onhoudbaar geworden. Sindsdien is ze persona non grata bij Labour.

    Maar Champion blijft erbij: ‘Als ik met mijn constatering ongewild veel moslims in het land heb beledigd, maar een bijdrage heb geleverd aan de bescherming van kinderen, dan zou ik het zo weer zeggen.’ Dat er bij de groomingbendes anders dan bij de meeste andere gevallen van misbruik een etnische component aanwezig is, vindt ze voor de hand liggend. ‘Heel langzamerhand komen de eerste onderzoeksprogramma’s bij de vraag aan of er religieuze en culturele bijzonderheden zijn die aan dit schandaal ten grondslag liggen.’ Evenals alle andere gesprekspartners benadrukt ze dat de meeste verkrachters van kinderen in het Verenigd Koninkrijk witte mannen zijn. En dat de meeste gevallen van misbruik zich binnen het gezin voordoen. ‘Maar dat mag toch niet betekenen dat dit heel speciale patroon niet wordt onderzocht.’

    ‘Jullie hebben je kinderen opgevoed om te drinken en seks te hebben, wij maken daar alleen maar gebruik van’

    Ook voor de rechtbank komen taboes en culturele conflicten aan het licht. Maar weinig verdachten hebben een bekentenis afgelegd. Ook Arshid Hussain niet, Sammy’s verkrachter. Pakistaanse immigranten bestempelen hun slachtoffers als ‘trash’, uitschot, in de ogen van de daders hebben de meisjes ‘geen eer’, citeert advocaat David Greenwood uit de dossiers. Hij is bij tal van rechtszaken aanwezig geweest. ‘Jullie hebben je kinderen opgevoed om te drinken en seks te hebben, wij maken daar alleen maar gebruik van,’ hoorde hij steeds weer.

    Veel moslimdaders, zegt misbruikspecialist Greenwood, zien deze kinderen niet als kinderen omdat tieners in hun wereld voor huwbaar doorgaan. Het gaat ‘niet om pedofiele freaks, maar om mensenhandelaren’. Solidariteitsbetuigingen uit de Pakistaanse gemeenschap zijn er beslist ook. Zlakha Ahmed van de vrouwengroep Apna Haq, die huiselijk geweld bestrijdt, zegt: ‘Misbruik is misbruik. Het wordt tijd dat we dat erkennen en de daders ter verantwoording roepen, ook als ze uit ons midden komen.’ Een woordvoerder van de jonge generatie, Mobeen Hussein, heeft naam gemaakt als mediator en benadrukt dat zijn mensen de eersten waren die hebben gezegd: dit moet stoppen.

    ‘De Brits-Pakistaanse gemeenschap praat met ons, absoluut,’ bevestigt Alan Billings, de door de overheid aangestelde toezichthouder bij de politie van South Yorkshire. ‘We mogen niet toestaan dat onze maatschappij verdeeld raakt. Verbondenheid is belangrijk. En we mogen niet vergeten dat de daders brute criminelen zijn, die ook angst inboezemen bij hun eigen gemeenschap.’

    Sammy Woodhouse heeft andere zorgen. Ze is niet geïnteresseerd in de motieven van de daders, maar wel in de overlevenden.

    ‘Seks met wederzijdse instemming’

    Meer dan zevenhonderd meisjes uit Rotherham die een aanvraag tot schadeloosstelling voor het doorstane leed hadden ingediend bij de bevoegde overheidscommissie kregen een afwijzing. Ook Sammy moest haar schadeloosstelling bevechten. De motivatie van de autoriteiten: zelfs als hun verkrachters achter de tralies zitten, dan is nog niet uit te sluiten dat de meisjes de facto toch hebben ingestemd met de gemeenschap. ‘Seks met wederzijdse instemming’ heet dat. Zelfs de kinderen die op het moment van het vergrijp elf jaar oud waren, kan volgens de geldende wetgeving een schadeloosstelling worden geweigerd.

    De verontwaardiging was groot toen dit bekend werd; de slachtoffers worden tot daders gemaakt, zo werd gezegd. De ministerie van Justitie beloofde hervormingen, maar tot nog toe is er niets gebeurd.

    In Sammy’s nieuwe leven is er geen man en zijn er maar nauwelijks privécontacten. Ze heeft daar de kracht niet voor en torst te veel bagage met zich mee waarvan ze zich nog moet zien te verlossen: sinds haar tijd met Ashid Hussain heeft ze een lang strafblad. Veel meisjes hebben strafbare feiten gepleegd omdat ze daartoe werden gedwongen, omdat ze afhankelijk waren. Sammy strijdt nu voor een nieuwe wet, die ze ‘Sammy’s law’ noemt. Slachtoffers van groomingbendes, zegt ze, moeten erop kunnen vertrouwen dat hun strafblad wordt geschoond, want anders zijn ze bang om naar de politie te gaan. Tot op heden vindt ze geen gehoor.

    Ze is nog altijd bezig om de brokstukken van haar leven op te vegen. Een paar jaar geleden, ze was toen vijfentwintig, geloofde ze er heilig in dat ze zich eindelijk geestelijk had losgemaakt van Mad Ash. Hij was nog op vrije voeten en zij had nog geen verklaring tegen hem afgelegd. Uit een affaire met een alcoholist kreeg ze een tweede kind. Toch ging ze terug naar Arshid Hussain. ‘Ik was alleen. En hij was de vader van mijn zoon.’ Mad Ash zat inmiddels in een rolstoel, hij was beschoten. Ze was er zeker van dat hij haar niets kon doen – maar misschien wel iets voor haar zoon.

    ‘Ik heb me ontzettend vergist. Wat hij mijn zoon heeft aangedaan, was onverdraaglijk, onbeschrijflijk.’ De tiener heeft nu ernstige psychische problemen. Zijzelf is nu meestal sterk, zegt ze. Alleen af en toe moedeloos. Omdat de angst blijft. ‘Ik krijg steeds weer mails van meisjes die nu het doelwit van die kerels zijn. Het houdt nooit op.’ Ze wijst naar de voordeur, die stevig gebarricadeerd is. ‘Die kerels zijn daar buiten.’

    Auteur: Cathrin Kahlweit
    Vertaler: Pieter Streutker

    Cathrin Kahlweit is correspondent in Londen voor de Süddeutsche Zeitung. Ze werkt al ruim twintig jaar voor deze krant op verschillende redacties, zoals binnenland en Centraal- en Oost-Europa.

    Openingsbeeld: Rotherham, een van de meisjes die aangifte heeft gedaan. – © Christopher Furlong / Getty Images

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 445.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

  • De dichteres van Instagram

    De dichteres van Instagram

    ‘Insta-dichter’ Rupi Kaur (24) verkocht 1,4 miljoen exemplaren van haar eerste boek, maar is ook voortdurend mikpunt van spot. Dankt de Canadees-Indiase haar succes echt alleen aan de korte
    spanningsboog van millennials? Of is ze haar tijd gewoon vooruit?

    Rupi Kaur, 24, wil zichzelf nogal eens in omgevingen parachuteren die van oudsher niet voor haar bestemd waren. Om ze vervolgens te domineren. Zo gebeurt het niet dagelijks dat een 22-jarige universiteitsstudente een foto van menstruatievlekken post en dan strijd moet voeren tegen de socialmediasite die de boodschap heeft verwijderd (‘Ik ga me niet verontschuldigen voor het feit dat ik weiger het ego en de trots van de vrouwenhatende maatschappij te voeden’, schreef ze toen. Haar aantal volgers verzevenvoudigde.) Evenmin gebeurt het dagelijks dat een meisje uit een dorpje in Hoshiarpur, Punjab, op The New York Times Bestsellers List terechtkomt en 1,4 miljoen exemplaren van haar eerste boek verkoopt. En het gebeurt ook niet dagelijks dat een jonge, krachtige gekleurde stem weerklank vindt over de hele wereld, zoals die van Kaur, of dat nou goed of slecht is.


    De insta-dichter staat bekend om haar korte, openhartige versregels met willekeurige afbrekingen en vlotte, vaak recht-voor-zijn-raap poëzie over onderwerpen als immigratie, de mensheid, misbruik, verkrachting, alcoholisme en feminisme. (Our backs/tell stories/no books/have the spine to/carry) Ze wordt bekritiseerd (en vaak bespot) omdat ze uit het niets bekend is geworden met iets wat als ‘makkelijk’ wordt beschouwd. Kaur is zich wel degelijk bewust van de commentaren die haar tijdlijnen overspoelen. ‘Het is net als bij hedendaagse kunst. Toen die een beweging werd, raakten mensen ook geïrriteerd van een schilderij met alleen maar een stip erop, en zeiden ze: “Dat is niet eerlijk, dat zou ik ook kunnen.”’ Kaur hanteert verschillende processen voor het gesproken woord en internetpoëzie. ‘Ik schreef lange gedichten van vier pagina’s en merkte dat ze gedrukt niet zo goed vielen als gesproken. Dus ging ik op zoek naar het gedeelte waar m’n maag van omdraaide en dat bracht ik dan naar buiten.’

    Het succes van Kaurs werk wordt deels toegeschreven aan de korte spanningsboog van millenials. De poëzie die zij voorschotelt is snel en vaak provocerend, en vrijwel altijd herkenbaar. Dat laatste is de redding voor een generatie die bevestiging en kameraadschap zoekt op het internet. Het is echter niet zo dat alle 1,4 miljoen exemplaren van Milk and Honey aan millenials werden verkocht. En dat is nu precies Kaurs verdienste: ze wordt door alle generaties heen gewaardeerd.

    Zelfhaat

    Toen Kaur vier was, verhuisde ze met haar moeder naar Toronto om zich te herenigen met haar vader, die in Hoshiarpur als elektricien had gewerkt. ‘Ons dorpje is een gemeenschap,’ zei ze. ‘Die plotselinge verhuizing naar Canada was heel eenzaam.’ De ervaring nestelde zich in haar emotionele gestel en ze kan zich herinneren hoe haar vader haar plaagde: ‘Hij dacht dat ik kon huilen als hij met zijn vingers knipte.’ Wat ook waar was, geeft ze toe. Kaur denkt dat dit haar bij het schrijven heeft geholpen.

    Toen Kaur opgroeide, las ze alles van Amrita Pritam tot Maya Angelou, Roald Dahl, Doctor Suess en Harry Potter. ‘Je groeit op met zo veel zelfhaat,’ zei ze. ‘Thuis zeiden mijn ouders dat ik uit de zon moest blijven, omdat ik anders te donker zou worden. Op school kreeg ik te horen dat ik heel breed gebouwd ben en overal haar had, dus ik dacht dat ik een mislukking was.’ Ze gebruikte poëzie als ontlading. (We are all born/so beautiful/the greatest tragedy is/being convinced we are not)

    Rupi Kaur verhuisde op haar vierde van Punjab naar Toronto. – © Getty Images
    Rupi Kaur verhuisde op haar vierde van Punjab naar Toronto. – © Getty Images

    Kaurs positie van immigrant dreef haar echter niet af van haar sikh-identiteit, die haar niet alleen bij haar schrijven inspireert, maar haar op slechte dagen nog steeds kracht geeft. ‘Sikhs werden vermoord door de Mongolen. Maar ze hebben zich aan dat gevaar ontworsteld, en enerzijds vind ik dat heel pijnlijk, maar anderzijds geeft me dat juist kracht. De boodschap is dat ik afstam uit een cultuur die heeft overwonnen.’ [Het sikhisme is een monotheïstische religie die vooral in de Indiase staat Punjab wordt aangehangen.] Kaur is haar portie controversen ook wel te boven gekomen. Een paar maanden geleden werd ze door Twitteraars beschuldigd van plagiaat op mede-Tumblr dichter Nayyirah Waheed. Zoals dat gaat met nieuws op internet, werd ze verontwaardigd aan de gescherpte hooivorken van 140 karakters geregen. Dit incident leidde echter ook tot een grotere discussie over poëzie, ervaringen en vertellingen van gekleurde vrouwen die in deze nieuwe epigrammatische stijl schrijven. ‘Ik heb geen plagiaat gepleegd,’ zegt Kaur. ‘Mijn ervaring vertegenwoordigt waarschijnlijk een procent, maar mijn stem is belangrijk, net als al die andere ervaringen. We gaan heel veel vergelijkbare ervaringen horen. Maar het zou toch oneerlijk zijn om als ik over seksueel misbruik schrijf en een ander jong, bruin meisje gaat dat toevallig ook doen, te zeggen dat zij bezig is met plagiaat of toe-eigening?’ Kaur denkt dat dit een moment in de tijd vertegenwoordigt en vergelijkt het met de renaissance of victoriaanse periode. ‘Die perioden werden later zo genoemd omdat er bewegingen waren die bepaalde tijden, bepaalde metaforen, bepaalde thema’s herhaalden,’ zegt ze.

    Voor haar volgende boek, waarvoor ze op het punt staat op tournee te gaan, vertelt Kaur te zijn geïnspireerd door zonnebloemen. ‘Ik dacht, stel dat we allemaal onze eigen zon zijn? En de bloemen zijn verschillende mensen en ervaringen die we opdoen in het leven.’ Dit boek met vijf hoofdstukken (Verwelking, Neervallen, Wortelschieten, Groeien, Bloeien) is in essentie de reis door de levenscyclus van een plant, maar vertelt ‘naar buiten gekeerde’ – in tegenstelling tot bespiegelende – verhalen over migratie en andere ervaringen. Hoewel het schrijfproces bij dit boek moeizaam was voor de zeer zelfkritische Kaur, volhardde ze en schreef ze onvermoeibaar de hele dag door. ‘Als je als artiest je kunst aan de wereld laat zien, zul je nooit goed genoeg zijn. Er zal altijd wel iemand zijn die je weet te raken,’ zei ze. ‘We moeten ons op ons werk concentreren. Dat zal ons overleven en dat zal de haat overleven.’

    Auteur: Asmita Bakshi
    Vertaler: Tineke Funhoff

    India Today
    India | weekblad | oplage 1.600.000

    India Today werd in 1975 opgericht en wordt tegenwoordig uitgegeven in het Hindi, Tamil, Malayalam 
en Telugu.

  • ‘Franse Trump’ bindt de strijd aan met Macron

    ‘Franse Trump’ bindt de strijd aan met Macron

    Laurent Wauquiez is de nieuwe voorman van ‘fatsoenlijk rechts’ in Frankrijk. Hij is slechts twee jaar ouder dan Emmanuel Macron, maar in alles diens tegenpool. Door op te schuiven naar rechts poogt hij tevens Marine Le Pen de wind uit de zeilen te nemen.

    Laurent Wauquiez, oud-minister onder president Nicolas Sarkozy in 2011, is brutaal, jong en extreem ambitieus, Begin december werd hij gekozen tot voorzitter van Frankrijks grootste conservatieve partij. Als leider van Les Républicains (LR) zou de tweeënveertigjarige rechtse politicus bij uitstek geschikt zijn om president Emmanuel Macrons centristische partij La République en marche (LaREM) uit te dagen bij de verkiezingen voor het Europese Parlement in 2019 en bij de regionale verkiezingen in Frankrijk in het jaar daarop.

    Wauquiez, een conservatieve ‘bad boy’ (aldus Le Monde) die ooit weigerde als burgemeester van Le-Puy-en-Velay (Auvergne) een homohuwelijk te voltrekken, is van plan zijn ingedutte partij als wapen te gebruiken om Macron aan te vallen. Maar om het op te nemen tegen de president moet Wauquiez eerst LR in vorm zien te krijgen, want sinds de voormalige leider François Fillon in april ten onder ging in de strijd om het Elysée is de partij verdeeld en gedemoraliseerd.

    Maar streven naar eenheid is niet de strategie van de nieuwe partijleider. De man die twee keer minister is geweest en Donald Trump een ‘inspiratie’ noemde, probeert zijn partij een ruk naar rechts te geven door op alle gebieden, van economisch beleid tot de rol van de islam in Frankrijk, standpunten in te nemen die lijnrecht tegen het beleid van Macron ingaan. En wat maakt het daarbij uit of hij vaak de ultrarechtse Marine le Pen van het Front National naar de mond praat en gematigd-rechtse politici als de voormalige premier Alain Juppé tot razernij brengt?

    Wauquiez is eraan gewend vijanden te maken. In een interview met Politico uit de slungelige langeafstandsloper kritiek op Macron, ‘een overschatte president’ die ‘niets voor elkaar krijgt’ voor de Franse economie, en inzake de EU ‘tegen een muur oploopt’.

    Fabeltjes

    ‘Ik wil niet dat we in fabeltjes geloven,’ zegt Wauquiez, die tot dusver voorzitter was van de bestuursraad in de regio Auvergne-Rhône-Alpes in het oosten van Frankrijk. ‘Emmanuel Macron doet niet wat Gerhard Schröder deed 
in Duitsland. Hij doet niet wat David Cameron of Margaret Thatcher deden. De overheidsuitgaven gaan omhoog… En de hervorming van de arbeidswet is, als je naar de besluiten kijkt, maar een geringe hervorming. Ik wil niet dat bedrijven voor de gek gehouden worden of zich illusies gaan maken,’ voegt hij eraan toe. ‘We hebben in geen enkel opzicht te maken met een transformatie die voldoet aan wat Frankrijk nodig heeft.’

    Wauquiez vindt, evenals Fillon, dat de overheidsuitgaven in Frankrijk drastisch omlaag moeten. Hij beschrijft zijn eigen staat van dienst in Auvergne-Rhône-Alpes, een gebied dat hij als een soort ministaatje heeft geleid en waarin hij werkzoekenden steun weigerde en de regionale overheidsuitgaven met 5 procent verlaagde, als het tegenovergestelde van ‘het macronisme’. De president, meent hij, past wat kleinigheden aan en weigert het grote probleem aan te pakken: de overheidsuitgaven die 55 procent van het Franse bruto binnenlands product opslokken. ‘In zijn campagne beloofde hij het aantal ambtenaren terug te brengen tot honderdvijftigduizend,’ zegt Wauquiez. ‘Als hij dit tempo aanhoudt, duurt het twee eeuwen eer hij die belofte kan waarmaken. Ik wens hem een lang leven toe.’

    Als Wauquiez cynisch overkomt, dan 
is dat deels omdat hij zichzelf wil verkopen als Mr. Hyde tegenover Macron als Dr. Jekyll. Waar Macron gematigd is als het om de overheidsuitgaven gaat, kiest Wauquiez een positie ter rechterzijde van wijlen Margaret Thatcher. Waar Macron de integratie van de eurozone predikt, wil Wauquiez ‘een unie van natiestaten’. En waar Macron liberaal is inzake maatschappelijke problemen, is Wauquiez ultraconservatief.

    Macron verwoordt zijn “complexe gedachten” 
in ingewikkelde bijzinnen. Wauquiez cultiveert simpele botheid

    Het is ook een kwestie van stijl. Macron verwoordt zijn ‘complexe gedachten’ 
in ingewikkelde bijzinnen. Wauquiez cultiveert simpele botheid. De oneliners waarmee hij strooide toen hij de afschaffing van de Europese Commissie eiste, komen rechtstreeks uit het draaiboek van Trump. Ze zijn bedoeld om zoveel mogelijk woede op te wekken.

    Wat Wauquiez’ Trump-achtige optreden nog schaamtelozer maakt, is het feit dat hij van minstens even voorname afkomst is als Macron, zo niet voornamer. Ze zijn alle twee opgeleid aan de École nationale d’administration (ENA), een Frans instituut voor 
de elite, maar alleen Wauquiez werd toegelaten tot de ultraselectieve École Normale Supérieure. Wauquiez was het jongste parlementslid van zijn generatie. Voordat Macron president werd, was hij niet eerder in een publiek ambt verkozen.

    Het cruciale verschil is dat Wauquiez een partijman is die het familiebedrijf overneemt, terwijl Macron zijn eigen partij heeft opgericht.

    Door schokkende uitspraken te gebruiken als instrument om vooruit 
te komen, werkte Wauquiez zich omhoog tijdens een lange burgeroorlog die de conservatieve partij bijna verwoest heeft. Terwijl zijn ex-baas Nicolas Sarkozy in 2016 een verloren strijd voerde om de presidentiële nominatie op rechts, baande Wauquiez zich een weg naar een vooraanstaande positie. Op 10 december vorig jaar werd hij al in de eerste stemronde gekozen tot nieuwe leider van LR.

    Laurent Wauquiez bij een training van de spoorwegpolitie in november 2017. – © Nicolas Liponne / Getty
    Laurent Wauquiez bij een training van de spoorwegpolitie in november 2017. – © Nicolas Liponne / Getty

    Op weg naar de top heeft hij heel wat vijanden gemaakt. De huidige minister van Financiën Bruno Le Maire beschuldigde hem er in het verleden van dat hij ‘een schrikbewind’ voerde en hoge pieten binnen de partij noemden hem een ‘kille narcist’ die geen loyaliteit kende en net zo makkelijk weer afstand deed van eerder ingenomen standpunten. Tegen Politico zei Wauquiez ooit dat Michel Barnier, de EU-onderhandelaar over de Brexit, ‘niet alleen maar aardige dingen [over hem] te zeggen zou hebben’.

    Dat zou heel goed kunnen. In 2005 stemde Wauquiez voor het verdrag dat tot een Europese grondwet moest leiden, maar sindsdien heeft hij zich ontpopt tot een euroscepticus-light, en soms niet eens zó light. Nadat de Britten hadden gestemd voor een vertrek uit de EU stelde hij voor de Europese Commissie af te schaffen – een standpunt waarvan hij zich later distantieerde.

    Tegenwoordig heeft Wauquiez kritiek op wat hij de positieve houding van Parijs jegens de Brexit noemt: ‘Het lijkt of iedereen zegt: “Goed, Groot-Brittannië doet niet meer mee, prima”, zonder dat iemand erover nadenkt en zegt: “Kunnen we de EU misschien eens onder handen nemen waarbij we rekening houden met de Britse gevoelens? En tegen hen zeggen dat ze beter in de EU kunnen blijven?” We moeten de onderhandelingsmethoden, die Barnier heel bekwaam hanteert, herzien,’ voegde hij eraan toe. ‘Er komt nog een tijd na de Brexit, en daarom moeten we blijven praten. Misschien vinden we een oplossing waardoor ze weer lid kunnen worden, maar dan op een andere manier.’

    Zo vriendelijk als Wauquiez tegen Groot-Brittannië is, zo somber is hij over Macrons pogingen om de eurozone te herzien. Hij beschuldigt de president ervan dat hij een ‘technocratisch federalisme’ voorstelt waarin de voornaamste oorzaken van het euroscepticisme genegeerd worden, en meent dat Macrons plan ‘Frankrijk doet verdwijnen’ in de groep. ‘Ik denk dat we niet om het fundamentele vraagstuk van de architectuur van 
de lidstaten heen kunnen, en dat we moeten accepteren dat een grote lidstaat en een kleine lidstaat niet hetzelfde gewicht in de schaal leggen,’ meende hij. ‘Frankrijk of Duitsland zijn niet hetzelfde als Litouwen, hoe aardig we dat land ook vinden. Macron zegt dat we Europa gaan opbouwen zonder het volk [via referenda] te raadplegen. Dat is een vreselijke uitspraak voor een politiek leider en het getuigt duidelijk van minachting.’

    Marine Le Pen

    Dit soort beschuldigingen – die voorbijgaan aan het feit dat Macron aan de macht kwam na zijn eigen beweging vanaf de grond te hebben opgebouwd, en dat hij van plan is om volgend jaar in elk Europees land ‘democratische conventies’ te gaan houden – brengen 
Wauquiez dichter in de buurt van Marine Le Pen.

    Het Front National heeft Wauquiez lange tijd gezien als een potentiële bondgenoot, iemand die extreemrechts uit zijn isolement kan halen. Maar hij wees het voorstel van Le Pen af om de handen ineen te slaan en zei dat hij nooit een verbond met ultrarechts zou sluiten.

    Hij mikt er juist op stemmen van Le Pen te stelen door haar stoere praat over immigratie, de islam en terrorisme te imiteren – hij riep op om alle mensen die verdacht worden van banden met terroristen in de gevangenis te gooien – iets wat des te meer aantrekkingskracht heeft omdat hij, in tegenstelling tot Le Pen, ooit aan de macht zou kunnen komen.

    Als hij inderdaad ooit president wordt, zal hij allereerst en vooral de geloofwaardigheid van zijn land versterken, zegt Wauquiez, omdat het daar volgens hem nog steeds aan ontbreekt. ‘Frankrijk moet aan zichzelf gaan werken, want er komen geen Europese hervormingen als Frankrijk zichzelf niet verandert.’

    Macron, zijn Dr. Jekyll, zou het zelf niet beter kunnen verwoorden.

    Auteurs: Maïa de La Baume en Nicholas Vinocur
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Politico
    België | politico.eu

    Politiek, beleid en persoonlijkheden van de EU via video’s, columns, beeld en politieke fora.

  • 4. Afrikaanse krokodillentranen

    4. Afrikaanse krokodillentranen

    Afrikaanse leiders zijn medeschuldig aan de migratiecrisis, schrijft columnist Hamadou Gadiaga uit Burkina Faso. Zij bieden hun talentvolste burgers geen enkel perspectief.

    ‘Schokkend’, ‘walgelijk’, ‘weerzinwekkend’… De reacties lieten niet lang op zich wachten na de publicatie op 14 november van een video van de Amerikaanse zender CNN over de openbare veiling van Afrikaanse migranten, op een steenworp afstand van de Libische hoofdstad Tripoli.

    Maar hoe je het ook wendt of keert, het veelkoppige monster van de slavernij wordt niet zomaar even overwonnen met verontwaardigde verklaringen of veroordelingen in het wilde weg – ook al komen ze van staatshoofden. Dat zal toch echt moeten gebeuren door met open vizier en zonder vrees de oorzaken te bestrijden voor het feit dat duizenden jonge Afrikanen vol ambitie aan de bedenkelijke praktijken van mensensmokkelaars en mensenhandelaren ten offer vallen.

    Hoe dat te bewerkstelligen? Daar is geen hogere wiskunde voor nodig. Om te beginnen moeten we een einde maken aan de wijze waarop de leiders van de landen waar de migranten vandaan komen wegduiken voor hun verantwoordelijkheden. Doordat zij corruptie, vriendjespolitiek en cliëntelisme tot regeervorm hebben verheven, bieden zij de sterksten en de slimsten onder hun burgers geen enkel perspectief.

    Migranten gebruiken een maaltijd in een detentiecentrum in Libië. – © Manu Brabo / HH
    Migranten gebruiken een maaltijd in een detentiecentrum in Libië. – © Manu Brabo / HH

    Het toppunt is dat deze Afrikaanse leiders, gezien hun onvermogen om met relevante oplossingen te komen voor het probleem van de werkloosheid, zich opgelucht voelen door dit vrijwillige vertrek. Het bevrijdt hen van een bevolkingsgroep die in verzet tegen hen zou kunnen komen: de jeugd.

    Uit onverantwoordelijke, bekrompen berekening ontdoen leiders uit veel landen bezuiden de Sahara zich graag van hun meest competente onderdanen, in ruil voor rust in de tent en cheques naar huis van degenen die het Europese eldorado met gevaar voor eigen leven hebben weten te bereiken. Het is een houding die de onmenselijke behandeling van migranten in Libië alleen maar zal verergeren.

    Zo zal het blijven zolang onze landen door schertsfiguren worden bestuurd. Zolang Libië een vruchtbare voedingsbodem blijft voor meedogenloze smokkelaars en moderne slavenhandel vanwege de chaos in het land sinds de val van Gaddafi in 2011. En zolang westerse leiders juridische en fysieke muren blijven oprichten tegen immigratie om de publieke opinie in hun landen te sussen.

    Klaagzangen en krokodillentranen volstaan niet om de verwerpelijke verkoop van migranten in Libië tegen te gaan. Er moet een duurzame continentale strategie worden ontwikkeld om het netelige probleem van de immigratie op te lossen.

    We kunnen het niet vaak genoeg zeggen: alleen goed bestuur, gezamenlijk optreden van de diverse landen van vertrek, doorreis en bestemming, alsmede aanzienlijke financiële steun van de Europese Unie voor banenplannen, zullen soelaas brengen voor deze jongeren die bereid zijn zich over te leveren aan de gevaren van de zee, of aan racisten en andere slavendrijvers, om hun doel te bereiken.

    Auteur: Hamadou Gadiaga
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Le Pays
    Burkina Faso | dagblad | oplage 20.000

    Hoewel president Compaoré weinig waarde hecht aan een vrije pers, is er in Burkina Faso een rijke mediacultuur. Le Pays, onafhankelijk sinds 1991, is populair vanwege de scherpe commentaren op de regering.

  • 1. ‘Ik weet dat het gevaarlijk is – maar ik doe het zo wéér’

    1. ‘Ik weet dat het gevaarlijk is – maar ik doe het zo wéér’

    Wie als gestrande migrant niet op de slavenmarkt wordt verkocht, komt terecht als dwangarbeider in een ‘opvangkamp’, een ander voorportaal van de hel.

    Het detentiecentrum in Sorman, waar honderden wanhopige vluchtelingen worden vastgehouden, is een betonnen blok. Het staat aan een regionale weg in het westen van Libië, ongeveer zestig kilometer van Tripoli, in de buurt van Sabrata en Zawiya, twee steden die floreren dankzij de illegale oliehandel. Bij de enige toegang tot het gebouw, een deur met een simpel hangslot, staat een bewaker. Uit angst voor zijn eigen veiligheid weigert hij zijn naam te geven, maar de verslaggever en de fotograaf krijgen wel toestemming om binnen een kijkje te nemen.

    In de gevangenis zitten rond de tweehonderdvijftig vrouwen en dertig kinderen hutjemutje op de grond. Iedere vierkante centimeter is bezet. Naast elk matrasje liggen wat toiletspullen, zeep, een kam. Sommige gevangenen hebben een extra shirt. De meeste hebben niets.

    Jandra, midden twintig, ontvluchtte de armoede in Ivoorkust, hopend op een betere toekomst in Europa. Zij en honderdtwintig anderen waren al uitgevaren toen de motor van hun rubberboot het begaf. Al snel werden ze door de Libische kustwacht onderschept en gearresteerd. Eerst werd de groep naar een officieel centrum in Zawiya gebracht, waar wel twaalfhonderd gedetineerden verbleven, vertelt ze. ‘We zaten met honderd man in de cel. Het was zo vol dat we niet eens konden liggen, we moesten om beurten slapen.’

    Niemand kan zeggen hoeveel illegale centra er zijn: regeringsvertegenwoordigers vertonen zich niet in gebieden die in handen zijn van de milities omdat het er levensgevaarlijk is

    De bewakers van het detentiecentrum namen hen alles af, vertelt Jandra. Schoenen, shirts, telefoons en, natuurlijk, geld. ‘Daarna begonnen ze ons af te persen. Ze gebruikten onze telefoons om onze vrienden in Libië te bellen en geld te eisen in ruil voor onze vrijheid, of ze belden met onze familieleden en dreigden ons te vermoorden als ze niet snel met geld over de brug kwamen.’

    Jandra’s verhaal is niet het enige. Steeds meer migranten die op zoek naar een beter leven Italië proberen te bereiken, belanden uiteindelijk weer in Libië, waar ze terechtkomen in een spiraal van geweld en bedreigingen. Libië is onder migranten en vluchtelingen de populairste springplank naar Europa. In de eerste zes maanden van 2017 stierven er minstens 2030 migranten bij hun poging de Middellandse Zee over te steken. Het merendeel begon de overtocht in Libië.

    Volgens Laura Thompson van de Internationale Organisatie voor Migratie zijn er in heel Libië 31 of 32 detentiecentra, waarvan de helft onder de verantwoordelijkheid van de regering valt, of in gebieden ligt die in handen van de regering zijn. Ze zegt dat niemand weet hoeveel mensen er worden vastgehouden, en dat ‘de omstandigheden mensonterend zijn’.

    Regelrechte hel

    Maar er zijn ook illegale detentiecentra, gerund door gewapende milities die betrokken zijn bij mensenhandel en oliesmokkel, vaak in samenwerking met Libische kustwachters. Niemand kan zeggen hoeveel illegale centra er zijn: regeringsvertegenwoordigers vertonen zich niet in gebieden die in handen zijn van de milities omdat het er levensgevaarlijk is. Volgens een in februari gepubliceerd rapport van Unicef zijn de gevangenissen in handen van de milities niets meer dan ordinaire dwangarbeiderskampen waar mensen worden kaalgeplukt. Voor de duizenden migrantenvrouwen en kinderen is de gevangenis een regelrechte hel waar verkrachting, seksuele uitbuiting, mishandeling en honger aan de orde van de dag zijn.

    Ahmed, een politieman die zijn echte naam niet durft te noemen, vertelt: ‘Er zijn legio gevangenissen waar wij geen leiding over hebben, in Tripoli alleen al zijn er ten minste dertien die door gewapende milities worden gerund. Een van de machtigste milities die hier in Tripoli betrokken is bij mensenhandel en die de controle heeft over illegale detentiecentra, is de Sharikan. Wij staan volledig machteloos, we kunnen niet eens in de buurt van deze gevangenissen komen want je bent je leven niet zeker in de gebieden die zij in handen hebben.’

    In Tripoli vertelt Abdrazaq Alshneti, een agent van de speciale eenheid voor de bestrijding van illegale migratie, dat de toestand in een aantal officiële centra wegens geldgebrek onhoudbaar is. Verder wil hij niets loslaten, maar een collega wil wel een boekje opendoen, onder voorwaarde dat hij anoniem blijft. ‘Ibrahim’ vertelt dat de detentiecentra in de maanden vóór de overeenkomst tussen Europa en de door de VN gesteunde regering van premier al-Sarraj uit hun voegen barstten. ‘Als de centra overvol raken, wordt er ruimte gemaakt. Er is simpelweg geen geld om alle gedetineerden te voeden,’ vertelt Ibrahim. ‘Sommige bewakers zijn integer, maar er zitten ook corrupte tussen.’

    Met deze foto, ‘The Libyan Migrant Trap’, won fotograaf Daniel Etter een derde prijs bij de World Press Photo 2016. De foto toont twee Nigeriaanse vluchtelingen in een detentiecentrum in het Libische Sorman. – © Daniel Etter/World Press Photo/HH
    Met deze foto, ‘The Libyan Migrant Trap’, won fotograaf Daniel Etter een derde prijs bij de World Press Photo 2016. De foto toont twee Nigeriaanse vluchtelingen in een detentiecentrum in het Libische Sorman. – © Daniel Etter/World Press Photo/HH

    Hij zinspeelt op de banden tussen het gevangenispersoneel, smokkelaars, milities en mensenhandelaars, die wanhopige migranten onderling verkopen alsof ze handelswaar zijn. Bewakers overhandigen migranten tegen betaling aan mensenhandelaars. Smokkelaars waarschuwen de kustwacht wanneer hun migranten de oversteek wagen, zodat ze onderschept kunnen worden en doorverkocht aan milities. En milities arresteren migranten op straat omdat ze niet de vereiste documenten hebben. ‘Ze doen alsof ze illegale migranten in de kraag vatten en houden ze dan vast in hun centra, zonder fatsoenlijk eten of drinken, pakken hun geld af, buiten ze uit, misbruiken de vrouwen,’ zegt Ibrahim.

    Immigranten worden ook naar de omgeving rond de kustplaats Garabulli gebracht, halverwege Misrata en Tripoli, om de rubberboten vol nieuwe migranten te besturen – met medeweten van Libische kustwachters. De kustwacht ontkent met klem dat medewerkers zijn betrokken bij mensenhandel.

    Ahmed, de politieagent, vertelt dat milities in de afgelopen maanden verscheidene malen hebben geprobeerd om officiële detentiecentra met geweld in te nemen. Zo werd een officieel detentiecentrum in de omgeving van Garabulli in maart door milities in brand gestoken. Het gebouw brandde tot de grond toe af. Niemand weet wat er met de migranten is gebeurd.

    Baby’s geboren

    In het detentiecentrum in Sorman zijn er in het afgelopen half jaar zes baby’s geboren. De vrouwen, hun kinderen en de pasgeboren baby’s zijn niet door een arts bezocht. ‘Om veiligheidsredenen,’ zegt een bewaker. ‘Libië is te gevaarlijk.’ Een paar kilometer verderop ligt de Al-Nassergevangenis, het officiële detentiecentrum in Zawiya. Toen de migratie op zijn hoogtepunt was, in het begin van de zomer, zaten er meer dan 2600 mensen. Toen wij het detentiecentrum bezochten was hun aantal geslonken tot 1000. Sommige gedetineerden worden hier al acht maanden vastgehouden. De mannenafdeling is opgedeeld in kleine cellen, waar tussen de twintig tot vijftig mannen dag en nacht zijn opgesloten, behalve wanneer ze te eten krijgen. De enigen die vrij mogen rondlopen, zijn vijftig Tunesiërs die hun uitzetting afwachten.

    Een bewaker opent een van de cellen. John, uit Gambia, komt op gedempte toon met ons praten. Hij is bang dat de bewakers hem horen. Zijn landgenoot Phil komt erbij staan. ‘Ze gebruiken ons als slaven, en als ze ons niet meer nodig hebben, worden we afgedankt,’ vertelt John. ‘Soms komt de lokale bevolking brood en zeep brengen. Maar internationale hulporganisaties laten zich hier niet zien.’

    Een van de redenen waarom hulporganisaties centra als deze niet bezoeken is dat het er – net als op zoveel andere locaties in Libië – niet veilig wordt geacht. In juni werd een konvooi van UNSMIL, de VN-missie in Libië, dertig kilometer ten westen van Tripoli door milities aangevallen. Zeven medewerkers werden korte tijd vastgehouden. De kidnappers eisten de vrijlating van drie vermeende drugsdealers die in Tripoli waren gearresteerd. Ngo’s hebben om meer bescherming gevraagd tegen milities, maar of veiligheidsmaatregelen daadwerkelijk iets zullen uithalen, valt nog te bezien.

    In de vrouwenafdeling van Al-Nasser, het detentiecentrum in Zawiya, zitten ongeveer honderdvijftig vrouwen samengepakt in één ruimte. Een van hen, Princess, een Nigeriaanse, is twee weken geleden bevallen van een tweeling. Haar man wordt elders vastgehouden. Ze weet niet waar – zoals hij op zijn beurt niet weet dat hij inmiddels vader is van een tweeling. Princess brengt haar dag liggend op een matrasje door, naast haar twee baby’s. Er zijn geen luiers en er is niet genoeg drinkwater.

    Zoals vele anderen heeft ze op haar vlucht voor Boko Haram een tocht dwars door de Sahara achter de rug. Ze is vastbesloten haar kinderen een leven zonder angst te bieden, waarin ze niet voortdurend voor hun leven hoeft te vrezen. ‘Het kan me niet schelen dat de kustwacht me heeft tegengehouden, ik doe het zo weer,’ zegt ze terwijl ze naar haar pasgeboren tweeling kijkt. ‘Ik weet dat het gevaarlijk is, maar in Nigeria is het ook gevaarlijk. Als je niet door de oorlog sterft, sterf je van de honger, en hier zitten we in de gevangenis, net zo’n hel. Het is de moeite waard om de oversteek nog eens te wagen.’

    Ze beseft nog niet dat ze van geluk mag spreken als ze uit Libië weet te ontsnappen.

    Auteur: Francesca Mannocchi

    Middle East Eye
    Londen | middleeasteye.net

    Middle East Eye werd in 2014 opgericht als onafhankelijke informatiesite. Dankzij een groot correspondentennet brengt de site nieuws uit 24 landen en snijdt daarbij politieke, economische en sociale onderwerpen aan.

  • 3. Slavenveiling toont hardnekkig racisme

    3. Slavenveiling toont hardnekkig racisme

    De verkoop van Afrikaanse migranten komt niet uit de lucht vallen, schrijft Haythem Guesmi. ‘De hiërarchische samenleving in de hele Maghreb is doortrokken van racistische, discriminerende praktijken.’

    Het hardnekkige probleem met racisme in Libië en de Maghreb is oud nieuws. Bewijzen van slavernij in Libië werden al in april verzameld door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). Ophef ontstond pas na de CNN-reportage Mensen te koop: waar levens worden geveild voor vierhonderd dollar, waarin te zien is hoe Libiërs Afrikaanse migranten per opbod verkopen. De storm van verontwaardiging was te verwachten, nu mensen het met eigen ogen konden aanschouwen.

    Legio zwarte Noord-Afrikanen worden op sociaal, institutioneel en politiek vlak geconfronteerd met racisme. Wanneer de zwarte Tunesische dichter Anis Chouchene dicht over ‘een samenleving die bang is voor verschillen’, bekritiseert hij de manier waarop zwarte Afrikanen als inferieur ras worden bestempeld. De hiërarchische samenleving in de hele Maghreb is doortrokken van racistische, discriminerende praktijken. Libië vormt daarop geen uitzondering. Maar dit racisme moet naar mijn idee worden gezien als ‘een strijd tegen allochtone Afrikanen’ – om wijlen de zwarte emancipator Frantz Fanon aan te halen – en niet als moderne slavernij.


    Migranten wachten om terug te gaan naar hun barakken na een lunch in het detentiecentrum in Karareem, nabij Misrata in Libië. – © Manu Brabo / HH
    Migranten wachten om terug te gaan naar hun barakken na een lunch in het detentiecentrum in Karareem, nabij Misrata in Libië. – © Manu Brabo / HH

    Zwarte Libiërs worden Fezzazna genoemd, een verwijzing naar de zuidwestelijke regio Fezzan waar ze voornamelijk wonen, maar ook om hun inferieure sociale positie aan te geven. In Benghazi, in het oosten van Libië, heet een lokale markt in de volksmond ‘slavensoek’. En in Tunesië zijn Zinji [Oost-Afrikaanse slaven die in vroeger tijden door Arabieren werden verhandeld] of Aswad [zwarte slaven die in vroege moslimlegers dienstdeden] inmiddels geaccepteerde termen om zwarte mensen aan te duiden omdat de racistische lading eraf zou zijn. Maar zolang er zich geen werkelijke omwenteling voordoet, blijven complexe kwesties als ‘negrofobie’ en xenofobie bestaan. Zoals Fanon stelt: ‘We zijn van nationalisme overgegaan op ultranationalisme, vervolgens op chauvinisme, en uiteindelijk op racisme.’

    Het in 1951 – het jaar van onafhankelijkheid – gestichte koninkrijk was geen lang leven beschoren: het werd na een staatsgreep in 1969 vervangen door Moammar al-Qadhafi’s Jamahiriya, een dictatuur waarin de mensenrechten van zowel Libiërs als buitenlanders continu werden geschonden. Tijdens de volksopstand om de dictator en zijn regime ten val te brengen, werd de bodem gelegd voor de huidige relatie tussen Libische rebellen en Afrikanen uit landen bezuiden de Sahara. Het Libische leger ronselde zwarte Afrikaanse huurlingen, voornamelijk onder Toearegs, om Qadhafi te helpen de protesten te kop in te drukken. Toen de opstand uitgroeide tot een gewapend conflict, keerden de Libiërs zich tegen de zwarte huurlingen én tegen zwarte arbeiders.

    In Tripoli, Misrata, Benghazi of Tobroek zal de CNN-reportage weinig uithalen. In een door burgeroorlog verscheurd land met torenhoge inflatie, een kwijnende economie en massaexecuties van gevangenen, is iedereen ofwel betrokken bij mensenhandel, of juist bij de bestrijding ervan. Hoewel de CNN-reportage een geval van schuldslavernij laat zien, gaat het bij veel migrantenveilingen om mensenhandel met losgeld als motief. Nu de Libië-route naar Italië nagenoeg is afgesloten, zitten veel migranten uit landen bezuiden de Sahara klem. Ze hebben veelal geen geld om smokkelaars te betalen voor terugkeer naar hun moederland. Smokkelaars kiezen ervoor de migranten te verkopen aan de hoogste bieder – privépersonen dan wel organisaties, bijvoorbeeld milities. De kopers dwingen de migranten om familie te bellen voor losgeld. Naar verluidt halen mensenhandelaren per persoon omgerekend drie- tot vijfduizend euro binnen.

    ‘Onmenselijk’

    Een paar dagen voordat de CNN-beelden de wereld overgingen, noemde de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten bij de VN, Zeid Ra’ad al-Hussein, het EU-beleid om Libische autoriteiten te helpen migranten te onderscheppen en vast te zetten ‘onmenselijk’. Veel Libiërs reageerden geschokt op het nieuws over de slavenveilingen. Door de Europese militaire en politieke interventie en de druk op het instabiele land om in de vluchtelingencrisis als poortwachter te fungeren, loopt de situatie, die al rampzalig was, inmiddels volledig uit de hand.

    Auteur: Haythem Guesmi
    Vertaler: Astrid Staartjes

    Africa is a Country
    Verenigde Staten | africasacountry.com

    Deze tien jaar oude blog, beheerd vanuit Zuid-Afrika, de VS en Engeland, werd opgericht om een tegengeluid te geven op de traditionele opvattingen van de westerse media over Afrika. ‘Op deze site gaat het niet over honger, Barack Obama of Bono’, zei oprichter Sean Jacobs (Zuid-Afrika). Waarover wel? Politiek, economie, voetbal en maatschappij, met een kritische blik.