De toelage is voor mensen die Zweden vrijwillig willen verlaten
De Zweedse regering stelde donderdag voor om tot meer dan 30.000 euro per migrant toe te kennen in 2026, een nieuwe maatregel van de regerende rechtse coalitie die heeft beloofd om de immigratie aanzienlijk te verminderen. Dit is ‘een aanzienlijke verhoging’ van de 879 euro per volwassene en 439 euro per kind die momenteel worden toegekend aan migranten die bereid zijn Zweden vrijwillig te verlaten, aldus de Nigeriaanse website Pulse.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘We zetten nieuwe stappen in de heroriëntatie van het migratiebeleid’, zei minister van Migratie Johan Forssell in een verklaring, wiens regering wordt gesteund door de extreemrechtse Zweden Democraten (SD). In een onderzoeksrapport dat in augustus werd gepubliceerd, werd echter geadviseerd om deze terugkeertoelage niet aanzienlijk te verhogen, omdat ze gezien de kosten niet erg effectief zou zijn. De auteur van het rapport, Joakim Ruist, zei dat ze ook de inspanningen om migranten te integreren zou kunnen belemmeren.
El País toont samen met Lighthouse Reports de tegenstrijdigheden aan in de officiële versie van de ramp die op 14 juni het leven kostte aan meer dan zeshonderd mensen. Verschillende officiële verklaringen van overlevenden zijn volkomen identiek, alsof ze gekopieerd en geplakt zijn.
Enkele seconden voordat hij in zee viel, keek Kamal, een zevenentwintigjarige Syrische vluchteling, op zijn horloge. Het was 14 juni, 02:05 uur. Zijn lichaam zonk weg in de duisternis, samen met zo’n zevenhonderdvijftig mensen die met hem meereisden aan boord van een oude blauwe vissersboot met Italië als bestemming. ‘De kustwacht sleepte ons met hoge snelheid weg en we kapseisden,’ zegt hij. Het water, tot dan toe kalm, lag vol met mensen die wanhopig probeerden zichzelf te redden. Er klonk geschreeuw, mannen scheurden hun kleren van hun lijf om zich te bevrijden van de drenkelingen die zich aan hen vastklampten om het hoofd boven water te houden…
De boot van de Griekse kustwacht was van dichtbij getuige van de gebeurtenis. Toen de jongeman weer op zijn horloge keek – inmiddels aan boord van het superjacht dat te hulp was gekomen – was het 04:15. ‘Ik heb meer dan twee uur gezwommen,’ verklaart hij.
Kamal is een van de overlevenden van de tragische schipbreuk die drie weken geleden plaatsvond op de Ionische Zee op minder dan tachtig kilometer van de Griekse kust. Maar zijn getuigenis staat haaks op de versie van de Griekse autoriteiten. Kemal staat daarin niet alleen. Voor een gezamenlijk onderzoek van El País met Lighthouse Reports, Reporters United, Monitor, SIRAJ en Der Spiegel werden zeventien getuigen afzonderlijk ondervraagd. Zestien daarvan gaven dezelfde beschrijving: toen de motor van de vissersboot ermee ophield, sleepte een boot van de kustwacht het schip met hoge snelheid weg aan een touw. De vissersboot kapseisde. Sommigen denken dat het mislukte optreden van de kustwacht een ongeluk was, anderen vermoeden opzet. Twee overlevenden zeggen dat ze de sleepactie met hun mobieltjes hebben gefilmd, maar dat de Griekse kustwachten hun apparaten in beslag hebben genomen. Allemaal willen ze uit angst voor represailles dat hun naam wordt veranderd.
Twijfel
Het schip, dat vijf dagen eerder uit Libië was vertrokken, vervoerde zo’n zevenhonderdvijftig mensen: Syrische, Afghaanse, Egyptische en Pakistaanse vluchtelingen. Mannen en vrouwen – van wie enkele zwanger waren – maar ook tieners en kinderen die vastzaten in het ruim van de boot en op geen enkele manier konden ontkomen. Slechts tweeëntachtig lichamen zijn geborgen. Door het vermoedelijke aantal slachtoffers, zeker meer dan zeshonderd, is dit het op een na ergste scheepsongeluk in de Middellandse Zee, na dat van april 2015, waarbij elfhonderd doden vielen.
Voor degenen die het overleefden, was het verschil tussen leven en dood een kwestie van honderd of tweehonderd euro. Dat bedrag rekenden de mensenhandelaren extra voor de vluchtelingen die aan dek wilden reizen en niet in het ruim.
De Griekse regering, die elke verantwoordelijkheid ontkent, heeft op de volgende cruciale vraag geen antwoord: hoe is het mogelijk dat honderden mensen verdronken terwijl de kustwacht zich urenlang in de buurt van de vissersboot begaf? Er liggen serieuze beschuldigingen op tafel. Is de kustwacht verantwoordelijk voor het zinken van het schip? Werd redding uitgesteld, zelfs toen er mensen verdronken? Probeerde de kustwacht koste wat kost te voorkomen dat honderden migranten Grieks grondgebied zouden bereiken?
Tot op de dag van vandaag is er geen definitief bewijs dat de Griekse versie kan weerleggen. De enige juridische procedure die nu loopt, is gericht tegen negen vermeende Egyptische smokkelaars die zich aan boord van het schip bevonden.
Het gezamenlijke onderzoek van El País, Lighthouse Reports en partners levert nieuwe informatie op die de beschuldigingen aan het adres van de Griekse autoriteiten bekrachtigt. Het onderzoek legt de ontberingen bloot van een reis waarbij passagiers urine en zeewater moesten drinken – de modus operandi van de smokelaarsmaffia – en werpt vooral licht op het optreden van de kustwacht. Interne rapporten van Frontex – dat met een vliegtuig en een drone over het gebied vloog –, documenten van de rechtszaak en de zeventien interviews met de hoofdrolspelers in deze tragedie, suggereren dat de redding van de opeengepakte en uitgeputte passagiers nooit prioriteit had voor de Griekse autoriteiten.
Enkele uren na ontscheping nam de kustwacht de verklaringen van negen overlevenden op. Analyse suggereert echter dat sommige identieke getuigenissen tot stand zijn gekomen via knippen en plakken – een indicatie van mogelijke manipulatie van de feiten.
Het alarm zou bijna een half uur na het zinken zijn verzonden
Meer dan veertien uur nadat maritieme coördinatiecentra van Griekenland en Italië de vissersboot in precaire omstandigheden hadden gelokaliseerd, kwam de Griekse kustwacht pas in actie. Dat gebeurde toen de vissersboot, Adriana genaamd, al aan het zinken was.
Voorafgaand aan de schipbreuk bood Frontex de Griekse autoriteiten luchtsteun aan, zo bevestigt een woordvoerder. ‘Maar we kregen geen reactie,’ zegt ze. Ze gingen wel in op het aanbod om een drone in te zetten, maar stuurden die naar een ander schip, voor de kust van Kreta, waar ‘tachtig mensen direct gevaar liepen’. Toen de drone terugkeerde, was de redding van de Adriana al in volle gang.
Cruciaal in de door Griekenland gecoördineerde operatie was de rol van een luxe jacht van 93 meter – de Mayan Queen IV – die haar reddingsboot liet zakken en hielp bij het zoeken naar overlevenden. Wij hadden inzage in de getuigenis die de Britse kapitein Richard Kirkby heeft afgelegd bij de Griekse autoriteiten. Daaruit blijkt dat hij om 02.30 uur bericht van de schipbreuk ontving en om 02:55 uur als eerste commerciële schip in het gebied arriveerde. Als dat tijdstip correct is (de kapitein van een olietanker die ook aan de zoekactie deelnam, beweert om 02:12 een noodsignaal te hebben ontvangen), zou het alarm bijna een halfuur na het zinken zijn verzonden.
De kapitein verklaart dat zijn bemanning na noodkreten vijftien schipbreukelingen uit zee heeft gehaald. Later namen acht grote schepen deel aan de zoektocht naar meer overlevenden, zonder veel succes. Toen ze aankwamen had de zee alles opgeslokt en leek het alsof er niets was gebeurd.
Om zes uur ’s ochtends kreeg de Brit via de radio opdracht om de mensen op te pikken die in afwachting waren van de kustwacht en hen naar de haven te brengen. Daarna gingen honderd mensen en vier kustwachters op weg naar Kalamata, vier uur rijden verderop. Op de vraag of hij nog iets aan zijn verklaring wil toevoegen, knikt Kirkby. ‘Ja, ik wil gezegd hebben dat naast de tien tot vijftien mensen die we hebben gered, mijn bemanning me heeft meegedeeld dat er nog veel meer mensen aan de oppervlakte dreven.’
Omgekomen van de honger
De interviews met zestien overlevenden tijdens ons onderzoek leveren vergelijkbare versies op van wat er die ochtend gebeurde, toen amper honderdvier mensen het overleefden, terwijl er zo’n zeshonderd verdronken in een van de diepste delen van de Middellandse Zee. Getuigen zeggen dat ze, in tegenstelling tot de versie van de Griekse autoriteiten, herhaaldelijk en wanhopig om hulp hebben gevraagd. ‘Rond 13.00 uur vloog er een vliegtuig over ons heen. Met onze handen gebaarden we om hulp. Al eerder waren twee mensen omgekomen van de honger. Hun lichamen hebben we boven op de kapiteinshut gelegd, zodat het vliegtuig ze kon zien,’ zegt Amin, een Syrische overlevende van in de veertig.
Drie getuigen verzekeren ook dat de kustwacht hen beval hun reis naar de Italiaanse reddingszone voort te zetten, dus buiten hun jurisdictie. ‘Onze afspraak met de Griekse kustwacht was dat we hun schip zouden volgen naar Italiaanse wateren, waar een reddingsschip zou liggen dat ons naar Italië kon brengen. [Het Griekse schip] kreeg groen licht en we volgden het totdat onze motor het begaf,’ herinnert Manhal zich, een Syrische metselaar van in de dertig. Hij verloor zijn broer bij de schipbreuk.
Aanvankelijk ontkende de kustwacht een touw naar het schip te hebben gegooid, maar toen overlevenden hun versie aan journalisten konden navertellen, werd de hypothese dat de kustwacht het schip inderdaad had gesleept steeds aannemelijker. Degenen die verantwoordelijk waren voor de reddingsoperatie erkenden uiteindelijk gebruik van het touw, maar zeggen dat ze niet van plan waren de boot te slepen. En al helemaal niet naar Italië. De Griekse autoriteiten beweren onder meer dat de Italiaanse zoek- en reddingszone zich op meer dan honderddertig kilometer afstand bevond, een afstand van twee tot drie dagen varen.
Hassan, een drieëntwintigjarige Syriër, geeft details over de riskante operatie. ‘Ze vertelden dat ze ons naar het [Italiaanse] reddingsschip zouden brengen en dat het maar twee uur varen naar het westen was. Ze sleepten ons voort als een auto. Een keer eerder stond onze boot op het punt om te slaan, maar bleef ze overeind. De tweede keer helde de boot naar rechts en kapseisde ze. Ik had niet eens de tijd om te besluiten in het water te springen. Het touw werd doorgesneden en de boot van de kustwacht draaide om.’ Verschillende getuigenissen bevestigen dit verhaal.
‘Waarom kwam het niet terug? Waarom stopten ze? Ze hadden veel levens kunnen redden’
Maher, een zesentwintigjarige Syrische tandarts, deelt zijn herinneringen aan die vroege ochtend vanuit het vluchtelingenkamp Malakasa, veertig kilometer buiten Athene. ‘Ik was op het dek toen we kapseisden. Ik viel in het water en de boot veroorzaakte een enorme golf die me zo’n dertig meter verderop stuwde. Het was erg donker. Het Griekse schip stopte ongeveer vijfhonderd meter verderop, misschien meer. Ik ben er nog steeds van in de war… Waarom kwam het niet terug? Waarom stopten ze? Ze hadden veel levens kunnen redden.’
Het is niet de eerste keer dat de Griekse kustwacht – berucht om het verdrijven van migranten en vluchtelingen uit zijn wateren – van soortgelijke daden wordt beschuldigd. Vorig jaar veroordeelde het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de acties van Griekenland tegen een schip met zevenentwintig Afghaanse, Syrische en Palestijnse vluchtelingen dat in januari 2014 voor het Griekse eiland Farmakonisi voer. Griekse kustwachten probeerden het overbelaste schip mee te slepen totdat het kapseisde. Bij die schipbreuk kwamen elf vrouwen en kinderen om. Ook toen beweerde de Griekse kustwacht dat paniek en plotselinge bewegingen van de vluchtelingen aan boord het schip hadden doen zinken.
Acties van de Griekse kustwacht in de Egeïsche Zee zijn al langer reden tot zorg voor Frontex. Schendingen van het internationaal recht in Griekse wateren hebben ertoe geleid dat de functionaris van het grensagentschap dat belast is met grondrechten, heeft aanbevolen om niet langer met Athene samen te werken. Vooral de bewezen praktijk om groepen vluchtelingen in reddingsboten de zee op te slepen en ze naar Turkse wateren te brengen is zorgwekkend. De functionaris, aldus The New York Times, heeft opgeroepen tot de ‘sterkst mogelijke maatregelen’ om te zorgen dat Griekenland zich aan de wet zal houden.
Volgens documenten getuigden vier mensen in vrijwel dezelfde bewoordingen dat de trawler zonk omdat hij ‘oud’ was en dat ‘er geen reddingsvesten waren’
De kustwacht beweert dat getuigenissen van overlevenden, die in eerste instantie spaarzaam waren, zijn aangedikt onder invloed van externe actoren. ‘De aanpassingen van de verklaringen volgden op de overplaatsing van getuigen naar Malakasa, een kamp waartoe – in tegenstelling tot wat ze zelf beweren – leden van ngo’s en advocaten snel toegang hadden’, schreef het Griekse dagblad I Kathimerini deze week.
Maar analyse van de verklaringen van de overlevenden aan de kustwacht wijst juist op andere vormen van interventie. In de officiële interviews staan minstens vier vrijwel identieke verklaringen over een belangrijk moment van de reis en de schipbreuk, ook al zijn ze door vier verschillende mensen afgelegd aan verschillende vertalers. In een van de gevallen trad bovendien een van de kustwachten als vertaler op. Enkele nagenoeg identieke zinnen suggereren dat één verklaring is gekopieerd en in verschillende ondervragingen is geplakt. Volgens officiële documenten zouden de vier letterlijk hebben gezegd: ‘Mensen begonnen te klagen omdat we zonder voedsel en water zaten en veel passagiers dachten dat de kapitein verdwaald was en niet wist hoe hij in Italië moest komen, dus was hij genoodzaakt om hulp te vragen.’
Twee verklaringen – waarin elke verantwoordelijkheid van de kustwacht is weggelaten – vertonen letterlijke overeenkomsten wat betreft het moment van de schipbreuk. De twee zouden ten overstaan van verschillende tolken en op verschillende tijdstippen woordelijk hebben gezegd: ‘Op een bepaald moment kwam er ’s nachts een boot van de kustwacht om te helpen, maar plotseling kapseisde de boot (…) Toen hebben ze ons gered met een rubberboot. Daarna kwamen er nog twee of drie boten (…) Bij zonsopgang hebben ze ons op een van die boten gezet en naar de haven gebracht waar we nu zijn. Ze gaven ons ook water.’ Volgens deze documenten getuigden vier mensen in vrijwel dezelfde bewoordingen dat de trawler zonk omdat hij ‘oud’ was en dat ‘er geen reddingsvesten waren’.
Van de negen verklaringen aan de kustwacht die wij inzagen, noemt slechts één het slepen van de vissersboot als oorzaak van de ramp. Maar van de verklaringen die diezelfde getuigen voor de officier van justitie aflegden, zijn er zes die uitvoeriger beschrijven hoe hun boot werd gesleept voordat ze kapseisde.
Voor het onderzoek hebben we gesproken met twee van de negen overlevenden die een verklaring hebben afgelegd, eerst bij de kustwacht en daarna bij de officier van justitie. Allebei zeggen ze dat de kustwacht het deel van hun getuigenis heeft weggelaten waarin ze melding maken van het slepen van de trawler. ‘Ze vroegen me wat er met het schip was gebeurd en hoe het zonk. Ik heb ze verteld dat de kustwacht kwam en een touw aan onze boot vastbond, ons begon te slepen en het schip liet kapseizen,’ zegt een van hen. ‘Dat deel van mijn verklaring is niet genoteerd,’ vervolgt hij. Deze overlevende beweert ook dat hij zich onder druk gezet voelde om ten onrechte mensenhandelaren aan te wijzen. ‘Ze vroegen me naar de Egyptische mensenhandelaren (…) Ik was moe, dus ik vertelde ze wat ze wilden horen.’
Groen licht
Aangenomen wordt dat toen de Adriana zonk, veel van de slachtoffers al dood waren. De zevenhonderdvijftig mensen aan boord van het schip betaalden vijfenveertighonderd euro voor de overtocht, en ondergingen voorafgaand aan de reis maanden van mishandeling en afpersing. Het Libische netwerk dat de reis organiseerde, met vestigingen in Libanon en Syrië, hield een deel van de passagiers vast in een loods bij Tobroek, een stad op honderdvijftig kilometer van de grens met Egypte. Ze konden geen contact onderhouden met de buitenwereld, hun paspoorten waren ingenomen en ze kregen per dag slechts een portie brood en een stuk kaas te eten. De bewakers, zeggen de overlevenden, sloegen en beledigden hen en vermoordden iedereen die problemen veroorzaakte. ‘Als ze rond de pakhuizen van Tobroek zouden gaan graven, zouden ze veel lichamen vinden,’ zegt Kamal. Sommigen zaten acht maanden opgesloten, in afwachting van groen licht van de maffia voor het vertrek van het schip.
Zowel Griekenland als de Europese Commissie als Frontex geeft de smokkelaarsmaffia de schuld van de tragedie, maar alle verzwijgen dat de gangsters in sommige gevallen niet alleen profiteren van migrantengeld, maar ook van Europees geld dat ze krijgen in ruil voor de belofte de komst van mensen te verhinderen. Drie verschillende bronnen bevestigen dat een van de belangrijkste leiders van het netwerk dat het vertrek van de Adriana organiseerde voor de Libische marine werkt, onder leiding van generaal Khalifa Hafter, de krijgsheer die het oosten van het land controleert. Volgens een Libische bron werd op de avond van het vertrek van de Adriana een avondklok afgekondigd om de operatie te vergemakkelijken. Niets van wat er in dat gebied gebeurt, ontgaat de generaal. Hafter is onlangs door Italië en Malta gevraagd naar een oplossing om illegale immigratie naar de Europese Unie een halt toe te roepen.
Eenmaal op zee ontstonden er al snel problemen. De reis zou maximaal drie dagen duren, op de tweede dag werd duidelijk dat de kapitein was verdwaald. Het schip stond onder bevel van een tiental Egyptenaren die voor het criminele netwerk werkten en die, aldus de verklaringen van enkele overlevenden, de passagiers sloegen en beledigden. ‘Angst en paniek maakten zich van ons meester,’ herinnert Kamal zich. ‘We vroegen om redding, ook al was het aan de Libische kustwacht, want we waren in gevaar,’ zegt Manhal.
Op de derde dag raakten het voedsel en het water op en werden mensen ziek of begonnen ze flauw te vallen. Overdag was het extreem warm en ’s nachts erg koud. Als eersten stierven een Egyptenaar en een Pakistaan van de dorst. Vervolgens stierf de kapitein aan een hartaanval, wordt gezegd. De passagiers dronken zeewater dat was gezoet met dadels en vermengd met urine en vuil water uit een radiator.
‘We vroegen hen om ons aan boord te nemen, omdat ze een grote boot hadden, maar ze wilden ons niet meenemen’
Toen in de namiddag van de vierde dag twee olietankers op verzoek van de kustwacht de Adriana naderden om voorraden af te leveren, ontstond er verwarring en paniek. Er werd gevochten om voedsel en water. ‘We vertelden aan de tweede boot die kwam (de Faithful Warrior) dat we geen water en voorraden wilden; toen er flessen naar ons werden gegooid ontstond er paniek. We vroegen hen om ons aan boord te nemen, omdat ze een grote boot hadden, maar ze wilden ons niet meenemen,’ beweert Manhal. Dit verhaal staat haaks op de officiële versie, volgens welke er nooit om hulp is gevraagd.
Toen de boot op 14 juni rond twee uur ’s nachts kapseisde, klommen tientallen mensen op de romp die ondersteboven lag. De schipbreukelingen klampten zich zo goed mogelijk vast aan wat er nog restte van de Adriana. Maar de golven – veroorzaakt door de zinkende vissersboot en door de bewegingen van de boot van de kustwacht – maakten het moeilijk om grip te houden. Vier getuigenissen bevestigen dat het Griekse schip, in plaats van direct tot redding over te gaan, nog meer slachtoffers veroorzaakte door rond het schip te cirkelen en grote golven te genereren.
‘Het schip dat ons had laten zinken kwam dichterbij en veroorzaakte een grote golf’
‘Ik was uitgeput en zwom naar onze boot. Ik hield me ongeveer tien minuten vast aan een stuk metaal, maar het schip dat ons had laten zinken kwam dichterbij en veroorzaakte een grote golf. Mensen die zich vasthielden, vielen in het water,’ zegt Samir, een zevenendertigjarige Syriër. Na een tweede golf verdween de vissersboot. ‘Alsof er niets was gebeurd,’ zegt hij. ‘Het Griekse schip deed bijna een halfuur niets,’ volgens Maher. ‘Ik heb er geen verklaring voor. Waarom kwamen ze niet meteen terug? Als ze dat wel hadden gedaan, hadden ze veel vluchtelingen kunnen redden die nog in leven waren.’
‘Het duurde lang voordat ze een kleine boot stuurden,’ beaamt Nassim, een twintigjarige vluchteling uit Syrië. Hij beweert dat de boot die hij ervan beschuldigt hen tot zinken te hebben gebracht, alles van een afstand in de gaten hield. ‘We waren bang om dichterbij te komen en zwommen weg totdat we zagen dat ze met reddingen begonnen.’ Een van de Egyptenaren die de schipbreuk overleefde vertelt dat hij twee uur in het water dreef en bleef wachten. ‘De Griekse boot lag op ongeveer vijftig meter afstand, maar een halfuur lang deden ze niets.’
Manhal, de metselaar die zijn broer verloor, herinnert zich wel een snelle interventie van de kustwacht na de schipbreuk, maar vreesde al voor zijn leven toen het touw aan de boeg van de trawler werd vastgebonden. ‘We wisten dat slepen gevaarlijk zou zijn. Zelfs iemand die onervaren is, kan je vertellen dat je om een boot te stabiliseren touwen aan beide kanten van de boot moet vastmaken en niet alleen aan de voorkant… Dit zijn mensen van de kustwacht. We dachten dat ze wisten wat ze deden.’
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week gaan we dieper in op de recente bootramp voor de kust van Griekenland, die het debat rond de aanhoudende migratiecrisis in Europa weer heeft doen oplaaien. Al jarenlang zoekt de EU naar oplossingen, maar zijn die er wel?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Hoe groot is de migratiecrisis in Europa?
De tragedie voor de kust van Griekenland, waarbij mogelijk zo’n zeshonderd migranten zijn verdronken nadat hun overvolle boot zonk, heeft volgens The New York Times aangetoond dat de migratiecrisis in Europa nog verre van voorbij is. ‘De pandemie heeft de crisis misschien een tijdje getemperd, maar een enorm aantal mensen is nog steeds bereid om alles te riskeren en in gammele bootjes te stappen in de hoop op een beter leven in Europa’, schrijft de Amerikaanse krant. En de cijfers benadrukken dat.
Uit de meest recente gegevens van het Europese grensbewakingsagentschap Frontex blijkt dat in de eerste vier maanden van 2023 in totaal ruim tachtigduizend mensen illegaal de Europese grenzen overstaken: een stijging van 26 procent ten opzichte van 2022 en het hoogste aantal voor de periode januari-april sinds 2016. Met name de route over de Middellandse Zee – waar de scheepsramp plaatsvond – is nog altijd zeer populair, schrijft BalkanInsight, dat benadrukt dat op alle andere routes juist minder migranten worden geteld.
Naar aanleiding van de bootramp voor de Griekse kust riepen de Verenigde Naties de Europese Unie op tot ‘dringende en beslissende actie om verdere sterfgevallen op zee te voorkomen na de laatste tragedie in de Middellandse Zee, de ergste in jaren’, zo schrijft RFI.Eerder dit jaar riep Italië al de noodtoestand uit vanwege de aanhoudende stroom migranten die vanuit Noord-Afrika de oversteek maken richting het Zuid-Europese land.
Met de noodtoestand maakt het land miljoenen euro’s vrij om de grenzen beter te bewaken en de noodopvang van migranten te regelen. Want, zo schrijft de BBC, onder de rechts-nationalistische regering van Giorgia Meloni worden er wel maatregelen genomen, maar die stoppen de toestroom niet. Europa zit met de handen in het haar: ieder jaar worden strengere maatregelen beloofd. Dat gebeurde in februari nog na een EU-top, waar meer geld werd vrijgemaakt voor een betere grensbewaking en voor manieren om illegale migratie af te schrikken.
‘We zullen actie ondernemen om onze buitengrenzen te versterken en illegale migratie te voorkomen,’ zei Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, na de EU-top volgens Deutsche Welle. Daarbij moet er ook gekeken worden naar de landen waar de migranten vandaan vertrekken, zoals Marokko, Libië en Tunesië. Maar dat laatste land waarschuwde de EU al dat de capaciteiten beperkt zijn. ‘Wij zijn niet de grenswacht van Europa,’ aldus de Tunesische president.
Waarom blijven de migranten komen?
Europa moet met een oplossing komen voor de vluchtelingencrisis, als die al bestaat. Om te kunnen kijken naar manieren om deze crisis het hoofd te bieden, moet de EU eerst begrijpen waar de migranten vandaan komen en wat hen drijft om, ondanks alle risico’s, de oversteek te blijven maken. Want Europa is hier medeverantwoordelijk voor, zo schrijft The Observer, de zondagskrant van The Guardian. De krant wijst naar de scheepsramp in Griekenland, waarbij onder de slachtoffers Pakistanen, Egyptenaren, Syriërs, Afghanen en Palestijnen waren.
‘Het falen van het Westen om de oorlog van het Syrische regime tegen zijn bevolking te stoppen, leidde tot de migrantencrisis van 2015-2016, toen honderdduizenden Syriërs veiligheid zochten in Europa’, schrijft The Observer, die ook kijkt naar de rol van de VS en de NAVO in de huidige crisis in Afghanistan. ‘Dit argument kan verder worden uitgebreid naar mensen uit andere verwaarloosde postkoloniale landen, bijvoorbeeld in de Hoorn van Afrika, de Sahel en Zuid-Azië, wier hopeloosheid, verarming en chronische onveiligheid migratie aanwakkeren’, zo vervolgt de krant.
Volgens het redactioneel van de Britse krant is Europa dus medeverantwoordelijk voor de migratiecrisis en daarmee medeverantwoordelijk voor de oplossing. En naast geweld, armoede en ziektes is er nog een andere drijfveer, zo schrijft Ibrahim Özdemir, adviseur voor de VN, in een artikel voor Politico. Hij noemt de recordcijfers rondom illegale migratie in Europa ‘het begin van een ongekende klimaatvluchtelingencrisis die de sociale orde in Europa snel zou kunnen destabiliseren en de politiek van het continent zou kunnen ontwrichten’.
Özdemir schrijft dat Europa zijn asielsysteem niet heeft hervormd, ondanks dat er steeds meer klimaatvluchtelingen zijn. De EU heeft volgens de beleidsmaker ‘miljarden euro’s verspild aan grensmuren en hekken – het equivalent van bijna twaalf Berlijnse Muren’. The Guardian schrijft ook dat het blokkeren van migratieroutes geen oplossing is. EU-lidstaten geven miljoenen euro’s aan Afrikaanse landen om mensensmokkel tegen te gaan, maar ‘de impact van de antismokkelwet heeft mensen op steeds gevaarlijkere paden gedreven’. Volgens de Britse krant liggen er honderden lichamen van omgekomen migranten in de Sahara. Onzichtbare slachtoffers, net als de vele bootvluchtelingen die zijn omgekomen op de Middellandse Zee.
Wat is de oplossing voor deze crisis?
Volgens The Conversation zijn scheepsrampen als die voor de kust van Griekenland te voorkomen, ‘maar alleen als het EU-beleid niet langer gericht is op het sluiten van grenzen en “ordehandhaving”, maar op humanitaire actie. Dit zou betekenen dat er echt veilige routes worden geopend voor mensen die op zoek zijn naar veiligheid, zodat ze om een asielaanvraag in te kunnen dienen niet afhankelijk zijn van de tocht op een overvol schip’.
Foreign Affairs zegt hetzelfde: je kan je eigen migratiebeleid niet bij andere landen op het bordje leggen; legale migratie moet veiliger worden gemaakt. Hard beleid in eigen land is ook geen oplossing, schrijft de Britse journalist Gideon Rachman in Financial Times. ‘Wanneer één land erin slaagt om een hard beleid te voeren ten aanzien van vluchtelingen, verplaatst het probleem zich vaak gewoon. De Hongaarse intimidatie van vluchtelingen in 2015 was een van de redenen waarom Duitsland zijn grenzen opende.’
Kijken naar wat migranten in het land van bestemming kunnen bijdragen, is een van de meer praktische manieren om de migratiecrisis aan te pakken, schrijft Al Jazeera. De website neemt Polen als voorbeeld, waar duizenden gezondheidswerkers uit andere landen aan de slag zijn gegaan, mede omdat de aanwas van dokters en verpleegkundigen uit eigen land was gestokt. Deze toetreding tot de arbeidsmarkt zorgt voor betere integratie, meer toegankelijkheid tot zorg voor migranten en is een oplossing voor het arbeidstekort.
Migranten zien als bijdrage aan de maatschappij, in plaats van als een gevaar dat koste wat kost buiten de deur moet worden gehouden: Spanje doet hetzelfde, schrijft persbureau Reuters. Dat land werkt met programma’s, zij het tijdelijk, waarbij migranten uit onder meer Senegal en Marokko komen werken en helpen arbeidstekorten te verhelpen, bijvoorbeeld in de groente- en fruitsector.
Andere toonaangevende merken in Europa streven datzelfde doel na, schrijft Forbes. ‘Adidas, Marriott, Amazon en tientallen andere bedrijven kondigden maandag aan dat ze in de komende drie jaar in totaal 250.000 vluchtelingen in dienst zullen nemen, zullen opleiden of op een andere manier zullen helpen’, aldus de website.
Maar migratie is niet alleen nuttig voor de arbeidsmarkt. Volgens de prijswinnende Britse journalist Gaia Vince in The New Europeanis migratie niet eens een probleem, maar een oplossing. Vooral in het licht van de migratiestromen die op gang zullen komen door klimaatverandering. ‘We moeten, als vluchtelingen van naties, onszelf gaan beschouwen als burgers van de planeet Aarde. (…) We moeten klaarstaan om weer te verhuizen als dat nodig is’, schrijft Vince. Door de migratiecrisis zouden we worden gedwongen na te denken over duurzame manieren om mensen te huisvesten die wonen op plaatsen in de wereld die door klimaatverandering onleefbaar zullen worden, aldus de Britse journalist.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Italië, waar premier Giorgia Meloni onlangs de noodtoestand uitriep vanwege het hoge aantal migranten. Kunnen we een herhaling van de vluchtelingencrisis 2015-2016 verwachten?
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.
Wat is er aan de hand in Italië?
Nog nooit kwamen er in de eerste drie maanden van het jaar zo veel migranten aan in Italië als nu. Een indrukwekkende 31.292 personen bereikten de Italiaanse kust in het eerste kwartaal van 2023. Een stijging van 300 procent ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar en meer dan tijdens de hoogtijdagen van de Europese vluchtelingencrisis in 2015-2016.
Voornamelijk via Tunesië en Libië, en recent ook Turkije, steken migranten de Middellandse Zee over naar het Zuid-Europese land. Ten minste 492 mensen zijn gestorven voordat ze Italië bereikten volgens de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), die erop wijst dat deze cijfers in werkelijkheid veel hoger liggen, bericht Le Monde.
Die cijfers heeft de Italiaanse premier Giorgia Meloni aangegrepen om op 11 april de noodtoestand uit te roepen in Italië vanwege het hoge aantal migranten. De ‘noodtoestand voor migranten’ is de komende zes maanden van kracht en stelt de regering in staat om extra middelen vrij te maken en de uitvoerende macht speciale bevoegdheden te geven, buiten de geldende wetten om, schrijft Il Post.
‘Er komen steeds meer mensen via Tunesië. Alles wat gered kan worden, wordt tegenwoordig op zee gered. Maar honderden, zo niet duizenden, sterven zonder dat de wereld zich iets van hen aantrekt’, schrijft Marc Beise in Süddeutsche Zeitung.
‘Daarbij past dat de Italiaanse regering nu de noodtoestand heeft uitgeroepen’, vervolgt Beise. ‘Dit klinkt op het eerste gezicht dramatisch, omdat het zelden gebeurt, meestal na natuurrampen of recentelijk bij de coronapandemie. Maar het is allereerst een maatregel met een nogal administratief doel, waarbij in eerste instantie enkele miljoenen euro’s worden vrijgemaakt en de regering extra bevoegdheden krijgt voor de behandeling en verdeling van de vluchtelingen.’
‘Het aantal aankomsten blijft laag voor een land met 60 miljoen inwoners of in vergelijking met de 120.000 Oekraïners die begin 2022 in drie maanden tijd naar Italië vluchtten’, zegt Flavio Di Giacomo, IOM-woordvoerder voor het Middellandse Zeegebied, tegen Le Monde. ‘Feit blijft dat het opvangsysteem voor migranten – waarin momenteel meer dan 110.000 mensen zijn ondergebracht – niet opgewassen is tegen een hoge instroom’, vervolgt de Franse krant.
De aankomsten van migranten over zee zullen de komende weken naar verwachting toenemen nu de weersomstandigheden voor een oversteek gunstiger worden. ‘Italië heeft in 2018 toegezegd het opvangsysteem te ontmantelen en moet nu tenten opzetten in Catania [Sicilië] of Roccella Ionica [Calabrië]’, aldus Marco Bertotto, directeur van Artsen zonder Grenzen (AZG) in Italië in Le Monde. ‘We behandelen de komst van vluchtelingen nog steeds als een crisis, terwijl we weten dat de aantallen structureel zijn.’
Wat zijn de gevolgen van de noodtoestand?
Concreet betekent de noodtoestand, aldus La Repubblica, dat de regering een speciale commissaris kan benoemen ‘die verantwoordelijk is voor het vinden van extra plaatsen voor de opvang van migranten via vereenvoudigde procedures. Zo kan hij gebouwen kopen of huren om nieuwe opvangcentra te openen, maar ook boten en bussen om asielzoekers die in Lampedusa van boord zijn gegaan [waar meer dan twee derde van de mensen aankomen] overbrengen naar andere steden.’
Vanuit financieel oogpunt wordt met het uitroepen van de noodtoestand een fonds van 5 miljoen euro vrijgemaakt, een bedrag dat in de loop van de tijd zou kunnen worden verhoogd.
Echt revolutionair is dit niet, de Italiaanse media zijn dan ook niet zozeer kritisch op de concrete maatregelen die uit de noodtoestand voortvloeien, als wel op het feit dat deze maatregel meestal in een heel andere context wordt gebruikt. ‘De komst van migranten wordt behandeld als ware het een aardbeving’, schrijft het progressieve La Repubblica, verwijzend naar het feit dat de noodtoestand vaak in werking wordt gesteld na een natuurramp.
Het is niet ongebruikelijk een wet in te zetten die oorspronkelijk niet bedoeld was om langetermijnverschijnselen, zoals immigratie, aan te pakken, aldus Il Sole 24 Ore: ‘Momenteel is in Italië een twintigtal noodtoestanden van kracht, maar wat migranten betreft [afgezien van een procedure die in gang is gezet voor Oekraïense vluchtelingen], dateert het enige precedent uit 2011, toen Silvio Berlusconi een plan presenteerde voor de herverdeling van asielzoekers uit Noord-Afrika.’
De regering-Berlusconi was de laatste volledig rechtse regering die Italië leidde vóór de huidige, wat suggereert dat het uitroepen van de noodtoestand voor migranten ook een symbolische politieke waarde heeft. Dit is althans wat La Repubblica suggereert, door te stellen: ‘Waarom werd in 2016 de noodtoestand niet uitgeroepen, toen Italië een recordaantal registreerde van 181.000 migranten die aankwamen via de Middellandse Zee,?’
In die zin lijkt het uitroepen van de noodtoestand haast een mediastunt, aldus het centristische dagblad Il Riformista. ‘Als het gaat om migratie wordt, bij gebrek aan concrete ideeën, liever de noodklok geluid.’
Kortom, deze maatregel is geen wonderoplossing voor het probleem. De regering zelf beaamt dit, zoals blijkt uit de verklaringen van de minister van Burgerbescherming en Maritiem Beleid, Nello Musumeci, opgetekend door het katholieke dagblad Avvenire: ‘We moeten duidelijk zijn: dit zal het probleem niet oplossen. De oplossing is uiteindelijk afhankelijk van een interventie van de Europese Unie.’
Wat zijn de oplossingen voor de migratiecrisis in Italië?
‘Het decreet van Meloni is een signaal aan Europa dat Italië hulp nodig heeft’, schrijft ook Marc Beise van SZ. ‘De Europese Commissie gaat nu het noodplan van Italië onderzoeken. Dat is een goede zaak, want Brussel kan niet anders dan zich intensiever dan voorheen met de situatie bezighouden. Er zijn nu massale gezamenlijke inspanningen nodig om te voorkomen dat de situatie escaleert: in Brussel, in Italië, in Tunesië, waar honderdduizenden wachten om de grens over te steken, en ook in de vele andere landen waar de vluchtelingen vandaan komen. De tijd dringt.’
Italië zelf zoekt naast de noodtoestand ook voor oplossingen op het internationale toneel. Zo probeert de regering-Meloni Tunesië politiek te steunen, met name in de pogingen van het Noord-Afrikaanse land om een lening van 1,9 miljard dollar los te krijgen bij het Internationaal Monetair Fonds, dat wil dat president Kais Saied en zijn regering eerst instemmen met economische hervormingen.
De Italiaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antonio Tajani, heeft op woensdag 12 april in Rome zijn Tunesische ambtgenoot, Nabil Ammar, ontmoet. In een interview met het dagblad La Repubblica van 4 april juichte de heer Ammar de steun van Rome toe en riep hij op tot meer Europese hulp om de migratiestromen onder controle te krijgen.
‘Laten we de voorwaarden scheppen voor echte ontwikkeling hier [in Tunesië] en in de landen ten zuiden van de Sahara. Laten we verder gaan dan de logica: we geven jullie geld en in ruil daarvoor stoppen jullie de illegale immigratie’, drong hij aan.
Migranten die weg willen uit Chili worden niet toegelaten in Peru
Aan de grens tussen Peru en Chili is sprake van een groeiende crisissituatie nu een toenemend aantal Venezolaanse migranten probeert terug te keren vanuit Chili richting Venezuela, meldt La Tercera. Peru riep woensdag de noodtoestand uit vanwege de migratiecrisis aan de grens, die als gevolg heeft dat migranten niet worden toegelaten tot Peru.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Tientallen Venezolanen zitten daardoor vast in het grensgebied, dat midden in de Atacamawoestijn ligt, waar het overdag zeer heet is en ’s nachts afkoelt tot onder het vriespunt. Onder de gestrande migranten zouden vrouwen en kinderen zijn. De Chileense regering heeft de Peruaanse ambassadeur op het matje geroepen.
Dat veel Venezolaanse migranten ervoor kiezen om te vertrekken uit Chili heeft te maken met problemen bij de migratiedienst in het Zuid-Amerikaanse land. Vanwege de grote aantallen migranten die de afgelopen jaren naar Chili zijn gekomen, duurt het lang voordat nieuw aangekomen migranten een visum bemachtigen, waardoor ze geen contract kunnen krijgen, geen woning kunnen huren of bankrekening kunnen openen.
Tunesië is het belangrijkste vertrekpunt van vluchtelingen
Ten minste twintig mensen worden vermist nadat een boot die de Middellandse Zee wilde oversteken voor de kust van Tunesië is gezonken. Zeventien andere opvarenden werden door de kustwacht gered. Twee van hen zouden in kritieke toestand verkeren nadat de boot voor de kust van de Oost-Tunesische stad Sfax was gezonken. De afgelopen weken zijn tientallen mensen vermist geraakt of omgekomen bij verschillende verdrinkingsongevallen voor de Tunesische kust. Steeds meer vluchtelingen proberen vanuit het Noord-Afrikaanse land Europa per boot te bereiken, aldus Al Jazeera.
Meloni riep het IMF en andere landen op om Tunesië snel financieel bij te staan
Tunesië heeft Libië vervangen als belangrijkste vertrekpunt voor mensen die armoede en conflicten in Afrika en het Midden-Oosten ontvluchten in de hoop op een beter leven in Europa. De nationale garde van Tunesië zei vrijdag dat in de eerste drie maanden van het jaar meer dan veertienduizend vluchtelingen, voornamelijk afkomstig uit Afrika ten zuiden van de Sahara, zijn onderschept of gered terwijl ze probeerden Europa binnen te komen, vijf keer meer dan in dezelfde periode vorig jaar.
Europa kan een enorme golf vluchtelingen uit Noord-Afrika verwachten als de financiële stabiliteit in Tunesië niet wordt gewaarborgd, zei de Italiaanse premier Giorgia Meloni vrijdag. Meloni riep het Internationaal Monetair Fonds en andere landen op Tunesië snel te helpen om te voorkomen dat het land ineenstort.
De Tunesische minister van Buitenlandse Zaken, Nabil Ammar, zei vorige week dat het land financiering en materieel nodig heeft om zijn grenzen beter te beschermen. Tunesië heeft de afgelopen jaren apparatuur van Italië gekregen, maar volgens Ammar is die verouderd en ontoereikend.
In het Poolse dorp Bohiniki, een paar kilometer van de Belarussische grens, leven katholieken en moslims al vier eeuwen naast elkaar. Op 15 november werd er het eerste slachtoffer begraven van de migratiecrisis die aan deze grenzen van de Europese Unie woedt.
Vlak voor onze neus, op de drempel van de Pools-Belarussische grens, loeien de sirenes van een groot konvooi met militaire vrachtwagens en politiebussen. Wanneer het laatste blauwe zwaailicht dooft, verschijnen aan de horizon de contouren van een heuvel, die doet denken aan een egel. Van dichtbij blijken de toppen honderd enorme kruisen te zijn. De grootste is meer dan tien meter hoog – niet iets abnormaals in het meest katholieke land van Europa.
Maar toch, op slechts tien minuten afstand, voelt het alsof we in een heel ander land zijn beland als we het opschrift ‘Meczet’ (moskee) naast het toegangsbord van Bohoniki ontdekken. Het gebouw ziet eruit als een kleine houten kerk tussen keurige Poolse huizen. De halve maan die het gebouw siert, maakt echter het verschil in de ogen van een Oost-Europeaan.
Pools Mekka
‘Wij zijn Tataars en moslims. Dit is het Poolse Mekka,’ vertelt Szofia, of liever Zuhra, die binnenkort zeventig wordt en met haar zoon en haar man naast de moskee woont. Oorspronkelijk afkomstig uit een lokaal moslimdorp, trouwde ze in Bohoniki. Haar ouders waren Tataren uit Litouwen. Zuhra nodigt ons uit in haar huisje waarvan de muren bedekt zijn met islamitische kalligrafie. Naast de citaten uit de Koran, staren foto’s van meerdere generaties bruiloften, verjaardagen of feestdagen ons aan.
Ik vraag Zuhra wat ze vindt van haar geloofsgenoten, die vier of vijf kilometer van Bohoniki in de vrieskou Naast Zuhra en haar familie wonen hier nog slechts een paar Tataarse families. De rest zijn katholieken met wie de Tataren al honderden jaren in perfecte harmonie hebben samengeleefd. ‘Als zij een religieuze feestdag vieren, krijgen wij fijne dingen en andersom brengen wij hen ook traktaties op onze feestdagen’, zegt Zuhra. De idylle van de twee religies die vreedzaam naast elkaar leven staat in schril contrast met de botsing van beschavingen aan de nabijgelegen grens, waar Poolse bewakers de confrontatie aangaan met duizenden moslimvluchtelingen, die steeds meer bevangen raken door de kou.
Naast Zuhra en haar familie wonen hier nog slechts een paar Tataarse families. De rest zijn katholieken met wie de Tataren al honderden jaren in perfecte harmonie hebben samengeleefd. ‘Als zij een religieuze feestdag vieren, krijgen wij fijne dingen en andersom brengen wij hen ook traktaties op onze feestdagen’, zegt Zuhra. De idylle van de twee religies die vreedzaam naast elkaar leven staat in schril contrast met de botsing van beschavingen aan de nabijgelegen grens, waar Poolse bewakers de confrontatie aangaan met duizenden moslimvluchtelingen, die steeds meer bevangen raken door de kou.
De Poolse Tataren zijn al vier eeuwen aanwezig in de regio. De kleine houten moskee dateert van driehonderd jaar terug, maar is nog steeds prachtig onderhouden. Er komen zoveel gelovigen uit het hele land naar de grote feestdagen en maandelijkse gebedsdiensten, dat de meesten van hen in de tuin moeten zitten.
‘Ik leef niet mee met deze mensen omdat het moslims zijn zoals ik, maar omdat het mensen zijn’
Maciej Szczesnowicz, hoofd van de lokale moslimgemeenschap, nadert de zestig maar zou met zijn joviale uitstraling en ronde gezicht zo tien jaar jonger kunnen zijn. Volgens hem ligt het geheim daarvoor in de islam: ‘Ik drink geen alcohol, ik kijk niet naar andere vrouwen dan mijn eigen vrouw en ik let op wat ik eet,’ zegt hij.
Dan verdwijnt zijn glimlach. ‘De eerste hebben we op maandag begraven.’ Hij doelt op een negentienjarige Syrische moslim die op de avond van 15 november ter aarde werd besteld. ‘We hebben nog meer werk te doen, want vandaag hebben ze nog een lijk gevonden aan de rand van het naburige dorp,’ vertelt hij bij een mok dampende Turkse koffie. Maciej organiseert niet alleen begrafenissen. Bijna iedere dag brengt hij warme soep, thee en dekens naar de grens.
‘Als we ze binnenlaten en er gebeurt iets, dan zal het op ons afstralen, want we zijn ook moslim’
Aan het begin van de crisis zetten de dorpelingen zich in voor de vluchtelingen. Maar sinds ze op de Poolse televisie hebben gezien dat ze met geweld door de hekken proberen te breken, nam het enthousiasme af. ‘Zij hebben dure telefoons en hippe jassen, terwijl wij arm zijn. Geen wonder dat velen hen niet meer willen helpen. Maar wij gaan hoe dan ook door, want er zitten daar ook vrouwen, kinderen en zieken bij.’
Hoewel hij in dezelfde god gelooft als de vluchtelingen en hen als mensen ziet, heeft Maciej bedenkingen. “We zijn Hoewel hij in dezelfde god gelooft als de vluchtelingen en hen als mensen ziet, heeft Maciej bedenkingen. ‘We zijn hier al eeuwen en hebben uitstekende relaties met onze Poolse katholieke vrienden. Wie garandeert ons dat er geen terroristen tussen zitten, zoals degenen die zichzelf opbliezen in Duitsland of Frankrijk? Als we ze binnenlaten en er gebeurt iets, dan zal het op ons afstralen, want we zijn ook moslim.’
Voordat we Bohoniki verlaten, bezoeken we de ‘nieuwe’ moslimbegraafplaats aan het einde van het dorp. De oude was door de communisten platgewalst. Er zijn voornamen te zien als Ibrahim, Mohamed, Ajsa, Arslan of Yusuf, en ook Poolse namen zoals Milkamanowicz, Jasinscy en Sulkiewicz. De grond is nog niet bevroren in Bohoniki. De doodgravers hadden nog geen moeite om een graf te graven voor een man afkomstig uit een ver land.
De Canarische Eilanden hebben dit jaar acht keer zoveel migranten ontvangen als vorig jaar. Spaanse opiniemakers zien dat de eilanden de toestroom niet meer aankunnen en dringen aan op actie om een volgende humanitaire ramp te voorkomen.
Sinds het begin van dit jaar kampen de Canarische Eilanden met een grote instroom van migranten uit Afrika. ‘De crisis op de Canarische Eilanden is een mislukking van de regering, die de opvang dringend moet verbeteren’, schrijft de Spaanse krant El País in een redactioneel commentaar. In de haven van Arguineguín verblijven nu meer dan tweeduizend migranten die in bootjes de oceaan zijn overgestoken.
‘De migratiecrisis op de Canarische Eilanden is te wijten aan de hoge toestroom, maar meer nog aan het slecht handelen van de regering’, aldus El País. ‘Niemand twijfelt eraan hoe moeilijk het is om tussen 1 januari en 15 november 16.750 mensen te ontvangen en op te vangen, met een voortrazende pandemie en de beperkte middelen op de eilanden. Maar de huidige situatie is onaanvaardbaar. De mensen die aankomen worden behandeld op een manier die niet strookt met de waarden van de Spaanse samenleving, en die het migratiebeleid in twijfel trekt.’
Ook El Mundo, een van de andere grote Spaanse dagbladen, levert in het redactionele commentaar kritiek op het regeringsbeleid omtrent de Canarische Eilanden. ‘De minister van Binnenlandse Zaken slaagt er (…) niet in de middelen en manschappen te mobiliseren die een land als Spanje ter beschikking staan om de migratiedruk (…) het hoofd te bieden.’ De oplossing moet de Spaanse regering volgens het dagblad zoeken in Brussel. ‘De situatie wordt nog verergerd door het onvermogen van Sanchez om de EU te betrekken bij het aanpakken van een crisis die Europa in zijn geheel treft. Europa ondervindt nog altijd de gevolgen van het ontbreken van een gemeenschappelijke, solide en toereikende migratiestrategie.’
De meeste migranten bereiken de eilandengroep via Marokko. Onder hen is een aanzienlijke groep Marokkanen. Het rechtse dagblad La Razón wijt de ontstane situatie dan ook aan de slechte diplomatieke betrekkingen tussen de linkse coalitieregering van Spanje en het Noord-Afrikaanse land. ‘Als we aan de illegale immigratie de dreiging van terrorisme en drugshandel toevoegen, wordt het duidelijk dat de stabiliteit van Marokko van strategisch belang is voor Spanje. (…) Maar de huidige “co-regering” van Sánchez en Iglesias heeft zich onverantwoordelijk en niet loyaal tegenover ons buurland opgesteld.’ Nu Marokko zijn grenzen heeft gesloten vanwege corona, kunnen migranten niet worden teruggestuurd.
Spanje bevindt zich niet in een migratiecrisis maar in een opvangcrisis, betoogt de Spaanse politicoloog Augusto Delkáder Palacios in de onlinekrant El Español. ‘Het is niet meer dan logisch om te denken dat een land met meer dan 47 miljoen inwoners de middelen en capaciteit heeft om de 30.000 mensen op te vangen die volgens gegevens van het ministerie van Binnenlandse Zaken in 2020 onrechtmatig over zee in Spanje zijn aangekomen.
Maar het migratiebeleid van Spanje is altijd in handen geweest van het ministerie van Binnenlandse Zaken en dus is het een kwestie van politie- en veiligheidsbeleid’, analyseert Delkáder Palacios. ‘[Door deze focus op veiligheid] wordt de integratiedimensie in feite tenietgedaan en genegeerd.’ De politicoloog roept op tot een beter evenwicht tussen het integratiebeleid en grensbewaking. ‘We moeten de fundamenten van het beleid van migratiebeperking bevragen.’
Een reportage van Euronews over het grote aantal migranten in de haven van Arguineguín
Opvang van migranten vindt nu voor een deel plaats in de hotels die leeg staan vanwege corona. Daar is de lokale overheid niet altijd blij mee. De Canarische gemeenten gaan vanaf 1 januari boetes opleggen aan hotels die illegale migranten huisvesten, bericht El País. Hotels hebben alleen een vergunning voor toeristische overnachtingen, aldus Onalia Bueno, burgemeester van Mogán. ‘Wij, de toeristische gemeenten, kunnen de problemen van de staat niet meer oplossen: de situatie is uit de hand gelopen’, stelt de burgemeester.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.