Verder krijgt Australië Amerikaanse kernonderzeeërs
De Australische premier Anthony Albanese, die maandag een bezoek bracht aan Washington, moest ‘tien maanden wachten op zijn eerste persoonlijke ontmoeting met de Amerikaanse president’ Donald Trump, maar hij verliet het Witte Huis maandag met ‘een miljardencontract voor mijnbouw, bedoeld om de wereldwijde dominantie van China te bestrijden’ op het gebied van kritieke mineralen en zeldzame aardmetalen, meldt de Australische omroep ABC.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Hij wist ook een ‘vernieuwde toezegging’ van de Verenigde Staten te verkrijgen ten aanzien van hun gezamenlijke veiligheidspact, ‘inclusief de bevestiging dat Australië de Amerikaanse AUKUS-kernonderzeeërs zou krijgen’ zoals vastgelegd in de overeenkomst.
Op beelden die woensdag door het nationale Colombiaanse mijnagentschap zijn verspreid, is te zien hoe de met modder bedekte overlevenden met de hulp van reddingswerkers uit een tunnel komen in de mijn van La Reliquia, op ongeveer vier uur rijden van Medellín, de tweede stad van Colombia.
De mijnwerkers zaten sinds maandagavond 80 meter onder de grond vast nadat een instorting de ingang van de mijn had geblokkeerd, aldus El Espectador. De mijn van La Reliquia wordt geëxploiteerd door een lokaal bedrijf in opdracht van het Canadese Aris Mining Corporation.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In Colombia komen mijnongevallen vaak voor en zijn ze dikwijls dodelijk. Zondag werden zeven mijnwerkers dood aangetroffen in een illegale goudmijn in een regio in het zuidwesten van het land, waar guerrillastrijders naast cocaïnehandel ook illegaal goud delven om hun eigen activiteiten te financieren.
Nu Chinese leningen en westerse hulp slinken, zijn de Golfstaten belangrijke investeerders geworden voor de Afrikaanse mijnbouw. De economische push gaat gepaard met een diplomatieke push.
Mining Indaba, Afrika’s grootste mijnbouwconferentie, is een geologische jamboree en een geopolitiek spektakel. Want naast de gebruikelijke Chinese en westerse bedrijven komen er ook deelnemers uit de Golf. Manara Minerals bijvoorbeeld, een Saoedisch staatsfonds, heeft tot 15 miljard dollar te besteden aan buitenlandse mijnen. Of de International Holding Company, een conglomeraat uit de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) met een marktkapitalisatie van 240 miljard dollar, speurt ook rond op het continent en kocht eerder al een aandeel van 51 procent in een Zambiaanse kopermijn.
De VAE , Saoedi-Arabië en Qatar zien Afrika als een bestemming voor hun kapitaal, een arena voor hun rivaliteit en een test voor hun wereldwijde ambities. Dubai is een belangrijke financiële hub geworden voor Afrikaanse elites. Nu Afrikaanse leiders alternatieven zoeken voor de slinkende Chinese leningen en westerse hulp, verandert de opkomst van de Golf de geopolitieke situatie op het continent.
Hoewel de benadering per land verschilt, delen de genoemde Golfstaten de overtuiging dat Afrikaanse landen door andere staten worden verwaarloosd en dat ze er makkelijk voet aan de grond kunnen krijgen omdat het arme landen zijn. Afrika bezuiden de Sahara heeft meer dan 20 keer zoveel inwoners als de landen van de Samenwerkingsraad van de Golf (Saoedi-Arabië, VAE, Qatar, Oman, Koeweit en Bahrein), maar een kleiner bbp.
Economische banden zijn het duidelijkste bewijs van nauwere betrekkingen tussen de Golfstaten en Afrika. In de jaren 2010 bedroeg de jaarlijkse gemiddelde handel tussen Afrika bezuiden de Sahara en de VAE minder dan de helft van die tussen diezelfde regio en Amerika. Maar sinds 2020 is de som van de import en export tussen de Emiraten en Afrika bezuiden de Sahara groter.
Investeren
De afgelopen tien jaar waren de VAE de op drie na grootste buitenlandse directe investeerder in Afrika en zijn ze Afrikaanse staten met een tekort aan harde valuta te hulp geschoten, zoals Soedan in 2019 en Ethiopië in 2018. Onlangs beloofden de Emiraten 35 miljard dollar te investeren in Egypte.
De VAE zijn vooral actief op het gebied van logistiek en energie. Ze vormen China’s grootste rivaal voor Afrikaanse havens. DP World, een bedrijf uit Dubai, beheert havens in negen Afrikaanse landen en kreeg in oktober een nieuwe vergunning in Tanzania. De Abu Dhabi Ports Group beheert er nog meer. Deze versterken de positie van de VAE als knooppunt tussen Afrika en Azië, een rol die nog wordt versterkt door de luchtvaartmaatschappij Emirates.
De VAE helpen Afrika ook met de ontwikkeling van olie- en gasprojecten op een moment dat sommige landen in het Westen zich zorgen maken dat ze de klimaatakkoorden niet zullen kunnen naleven. In december kwamen Marokko en de VAE overeen om een pijplijn te bouwen die gas van Nigeria naar de Middellandse Zee zou kunnen brengen. Tegelijkertijd behoren investeerders uit de Emiraten tot de grootste investeerders in duurzame energieprojecten in Afrika. Masdar, een staatsbedrijf, zegt 10 miljard dollar te zullen investeren om de stroomopwekkingscapaciteit in Afrika ten zuiden van de Sahara met 10 gigawatt te verhogen.
In november vond de eerste Saudi-Afrikaanse top plaats, geïnspireerd door de driejaarlijkse bijeenkomsten van China. Saoedi-Arabië kondigde aan dat het tot 2030 meer dan 25 miljard dollar in Afrika zou investeren en nog eens 5 miljard dollar aan hulp zou geven. Saoedi-Arabië heeft de afgelopen jaren bijgedragen aan een hulpprogramma voor Soedan en, naar verluidt, de Centraal-Afrikaanse Republiek, en heeft sindsdien hulp toegezegd aan Ghana en andere landen met een schuldencrisis.
De rol van Qatar in Rwanda laat zien hoe ver kleine investeringen (naar Golfmaatstaven) in Afrika gaan. De Qatar Investment Authority (QIA), een staatsinvesteringsfonds van 500 miljard dollar, heeft samen met de Rwanda Social Security Board, een binnenlands fonds, geïnvesteerd in een pan-Afrikaans fonds. QIA heeft ook een aandeel van 60 procent in een project om een nieuwe luchthaven te bouwen ten zuiden van de hoofdstad Kigali.
Golfstaten kunnen Afrika destabiliseren en zo westerse doelen ondermijnen
De economische push van de Golf gaat gepaard met een diplomatieke push. Van 2012 tot 2022 hebben Qatar en de VAE het aantal ambassades in Afrika meer dan verdubbeld. Saoedi-Arabië is van plan het aantal diplomatieke posten uit te breiden van 28 naar 40.
Qatar bemiddelde tussen Amerika en Rwanda over de vrijlating vorig jaar van Paul Rusesabagina, de held van de film Hotel Rwanda. En in 2018 hielpen Saoedi-Arabië en de VAE bij een toenadering tussen Ethiopië en Eritrea. Beide Golfstaten hebben geld bijgedragen aan de strijd tegen jihadisten in de Sahel.
Toch kunnen Golfstaten Afrika ook destabiliseren en zo westerse doelen ondermijnen. Dat geldt vooral voor de VAE, die de meeste risico’s nemen bij het nastreven van hun geostrategische belangen op het continent. Zozeer zelfs dat, hoe hard sommige Afrikanen ook beweren dat de VAE op het gebied van investeringen het ‘nieuwe China’ worden, de manier waarop de Emiraten heimelijk een netwerk van machthebbers opbouwen, doet denken aan de Afrika-strategie van Rusland.
De VAE hebben economische macht en wapenleveranties gebruikt om een netwerk van klanten in Noordoost-Afrika op te bouwen. Hiertoe behoren Khalifa Haftar, een Libische machthebber, Mohammed Hamdan Dagalo, een Soedanese krijgsheer die ook wel bekendstaat als Hemedti, en de president van Tsjaad, Mahamat Déby. De steun van de VAE aan Hemedti’s Rapid Support Forces in de jarenlange burgeroorlog in Soedan – tijdens welke zijn paramilitaire troepenmacht is beschuldigd van genocide – heeft de vredesbesprekingen onder leiding van Saoedi-Arabië en Amerika bemoeilijkt en zet zijn tegenstander, de Soedanese strijdkrachten, aan om wapens te zoeken in Iran. (De Emiraten ontkennen de paramilitairen te bewapenen).
Daarnaast hebben de VAE nauwe banden gesmeed met Abiy Ahmed, de premier van Ethiopië, door infrastructuurprojecten te financieren en drones te leveren die gebruikt worden in de burgeroorlog in Tigray. Eritrea en Somalië hebben steun gezocht bij Saoedi-Arabië om zich te verzetten tegen wat zij zien als een door de VAE gesteund plan van het door land ingesloten Ethiopië om Somaliland, een afgescheiden deel van Somalië, te erkennen in ruil voor het pachten van land aan de kust. ‘We zijn ons ervan bewust dat we niet genoeg inzicht hebben in de dynamiek van de VAE,’ zegt een westerse diplomaat in Ethiopië.
Avonturisme
De gevolgen van het avonturisme van de Emiraten herinneren ons eraan dat de Golf nauwelijks een voorvechter van Afrikaanse democratie genoemd kan worden. De Saoedi’s hebben junta’s verwelkomd die via staatsgrepen aan de macht kwamen. In Somalië hebben Qatar en de VAE elkaar beschuldigd van het omkopen van rivaliserende politici. Amerika heeft sancties opgelegd aan bedrijven in de VAE vanwege hun vermeende banden met al-Shabaab, de Somalische jihadistische groepering, en met Wagner, de Russische huurlingenmacht, die nauwe banden onderhield met Hemedti en andere machthebbers.
Dan is er nog de rol die vooral Dubai zou spelen wat betreft het mogelijk maken van Afrikaanse corruptie. In de afgelopen tien jaar, nu Europese landen in elk geval hebben beloofd om de financiële regelgeving aan te scherpen, wenden Afrikaanse zakelijke en politieke elites – wat vaak op hetzelfde neerkomt – zich tot Dubai. In 2021 waren er meer dan 26.000 Afrikaanse bedrijven in Dubai, een stijging van ongeveer een derde ten opzichte van vier jaar eerder, volgens de Kamer van Koophandel van Dubai.
De meeste kapitaalstromen van Afrika naar Dubai zijn volkomen legaal – en weloverwogen, voor elites die hun geld graag willen houden. ‘Veel Afrikanen hebben geen vertrouwen in hun eigen economie,’ stelt Ricardo Soares de Oliveira van de Universiteit van Oxford. En in tegenstelling tot Chinezen of Indiërs, die graag gebruikmaken van Caribische belastingparadijzen of Mauritius voordat ze het geld weer naar huis brengen, ‘doen Afrikanen niet veel aan rondreizen: het is meestal eenrichtingsverkeer’.
Toch wijzen verschillende rapporten erop dat Dubai een kant heeft die nog meer zorgen baart. In 2020 stelde een rapport van de Carnegie Endowment for International Peace, een denktank, dat ‘de vastgoedmarkt van Dubai een magneet is voor besmet geld’. Het rapport identificeerde 34 gouverneurs, 7 senatoren en 13 ministers uit Nigeria met eigendommen in Dubai, waarvan de kosten volgens het rapport ‘hoger lijken te zijn dan wat ze zich met hun officiële salarissen zouden moeten kunnen veroorloven’. Eveneens in 2020 beweerde The Sentry, een waakhond, dat Dubai ongeveer 95 procent van het goud importeert dat afkomstig is uit conflictgebieden zoals Soedan, Zuid-Soedan, Congo en de Centraal-Afrikaanse Republiek. Vorig jaar beweerde Al-Jazeera, een Qatarese nieuwszender, in een rapport dat Zimbabwaanse elites miljarden dollars in contanten en goud naar Dubai hebben gesmokkeld. Hemedti is deels rijk geworden door de verkoop van Soedanees goud via Dubai, aldus de VN.
De openheid van Dubai – in goede en slechte zin – is niet speciaal met het oog op Afrika in het leven geroepen
Vorige maand vierden de VAE dat ze van een officiële ‘grijze lijst’ van witwassers waren geschrapt. In Dubai wonen echter nog steeds veel mensen die door Afrikaanse en andere staten worden beschuldigd van fraude, zoals Isabel dos Santos, de dochter van de ex-president van Angola.
De openheid van Dubai – in goede en slechte zin – is niet speciaal met het oog op Afrika in het leven geroepen. Maar de rol van Dubai als een ticket enkele reis voor rijke Afrikanen en hun geld heeft een onevenredig grote impact op het continent. ‘Afrika stelt voor Dubai misschien niet veel voor, maar Dubai is enorm belangrijk voor Afrika,’ aldus Soares de Oliveira.
De opkomst van de Golf stelt Afrikaanse leiders voor een bekende keuze. Gebruiken ze partnerschappen met buitenlandse mogendheden voor hun eigenbelang of voor het welzijn van hun burgers? Voor het Westen is er nog een andere uitdaging. Amerika en de Europese mogendheden willen meer Afrikaanse mineralen veiligstellen, de invloed van Rusland en China verminderen en goed bestuur bevorderen. De Golfstaten zouden soms kunnen helpen bij sommige van deze doelen, maar bieden geen betrouwbare weg om westerse doelen te bereiken. Net als in andere delen van de wereld hebben de opkomende oliestaten hun eigen ambities en zullen ze die meedogenloos nastreven.
De EU moet streven naar strategische autonomie om economisch concurrerend te blijven en de klimaatdoelen te halen, schrijft Werner Hoyer, president van de Europese Investeringsbank. Dat betekent dat Europa niet afhankelijk moet zijn van enkel één land als het gaat om de aanvoer van nieuwe grondstoffen die cruciaal zijn voor de energietransitie.
Al de hele menselijke geschiedenis zijn grondstoffen onmisbaar voor economische ontwikkeling, internationale betrekkingen en het lot van hele naties en beschavingen. Van kostbare metalen (zilver en goud) en landbouwproducten (suiker, rubber, zijde en specerijen) tot energiebronnen als olie en gas, telkens opnieuw hebben veranderingen van vraag als gevolg van technologische ontwikkelingen wereldwijd tot andere handelspatronen en geldstromen geleid en menigmaal conflicten en uitbuiting in de hand gewerkt.
In de jaren twintig van deze eeuw zijn we steeds meer aangewezen geraakt op een nieuwe reeks kritieke grondstoffen, waaronder zeldzame aardmetalen (REE’s) en metalen als lithium, gallium en germanium. Het gebruik van deze grondstoffen in zaken als zonnepanelen, accu’s, windturbines en computerchips voor industrie en defensie maakt ze onmisbaar voor de groene en digitale transitie, die op haar beurt de toekomst van onze planeet zal bepalen.
Europa zal nooit zelf in zijn vraag naar REE’s of lithium kunnen voorzien en moet daar ook niet naar streven. Het is beter om de toegang tot kritieke grondstoffen veilig te stellen zodat we niet zijn overgeleverd aan de genade van partijen die ze als wapen kunnen inzetten, zoals het Kremlin heeft gedaan met aardgas en aardolie. Een dergelijke toegang is van wezenlijk belang voor het versterken van onze strategische autonomie, het handhaven van onze concurrentiekracht en het halen van onze klimaatdoelen.
Immens karwei
Om dit doel te bereiken moeten we de fouten uit het verleden vermijden, niet in de laatste plaats de al te grote afhankelijkheid van één enkele leverancier. Recente gebeurtenissen, zoals de coronaepidemie en de grootscheepse Russische inval in Oekraïne, hebben in alle economische sectoren het belang van veilige aanvoerketens vergroot. Ze benadrukken ook de aanzienlijke invloed van opkomende markten – zoals de BRICs-landen (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) – die veel belangrijke wereldwijde aanvoerketens domineren, waaronder die van kritieke grondstoffen.
Als we blijven streven naar decarbonisatie en elektrificatie, zullen metalen en mineralen steeds belangrijker worden. Alleen al de wereldwijde vraag naar REE’s zal naar verwachting tot 2030 vervijfvoudigen. Aan de aanbodkant wordt de markt echter maar door één land gedomineerd: bijna 90 procent van alle REE’s en 60 procent van al het lithium ter wereld wordt gewonnen en verwerkt in China. Zodoende is de Europese Unie voor bijna al haar geïmporteerde REE’s afhankelijk van China.
De recente ervaringen maakten al duidelijk wat de risico’s zijn van zo’n sterke afhankelijkheid. Om ontwrichting te vermijden moet Europa zijn aanvoerketens diversifiëren en minder riskant maken. Het probleem kan niet simpelweg worden opgelost door te investeren in Europese mijnbouw. Dat zou bovendien economisch zinloos zijn. In plaats daarvan zullen we gelijkgezinde partners overal op de wereld moeten helpen hun extractie- en verwerkingscapaciteit op te schalen.
Desondanks moeten we nog een aantal moeilijke beslissingen nemen over mijnbouwprojecten binnen Europa, en zullen we ook meer moeten investeren in onze eigen raffinaderijen en verwerkingsfabrieken. Zo leggen we de basis voor een energieneutrale circulaire economie. Dat is een immens karwei dat aanzienlijke en langdurige investeringen zal vergen.
Uit eerdere initiatieven, zoals de Europese Batterij Alliantie (EBA) uit 2017, bleek dat we met vereende krachten kunnen slagen. Europa huisvest inmiddels een van de groenste en meest geavanceerde gigafabrieken voor accu’s ter wereld. Binnenkort zal Europa twee derde van de lithium-ion-accu’s die het nodig heeft voor elektrische voertuigen en energieopslag zelf produceren.
We erkennen dat Europa momenteel over onvoldoende middelen beschikt
Om dit succesverhaal te herhalen moeten we het kritieke-grondstoffenvraagstuk niet afzonderlijk aanpakken. Alle initiatieven inzake het veiligstellen van voorraden moeten worden gebundeld tot een veelomvattend beleid, zoals we ook hebben gedaan in de strijd tegen klimaatverandering. Bij deze aanpak moeten we streven naar een Europees buitenlandbeleid dat is gericht op het ontwikkelen en versterken van strategische samenwerking en het verhogen van investeringen in Europa en partnerlanden.
De dit jaar aangenomen Kritieke Grondstoffenwet van de EU heeft al de nodige beleidsveranderingen in gang gezet. Zoals de Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen eerder deze maand opmerkte tijdens haar toespraak over de Staat van de Unie, willen veel landen maar al te graag samenwerken om de wereldwijde aanvoerketens veilig te stellen.
Het is duidelijk dat Europa het niet kan laten bij het waarborgen van de toegang tot kritieke grondstoffen alleen. De Europese Investeringsbank (EIB), die de afgelopen zeven jaar al drie miljard euro heeft gestoken in het versterken van de aanvoerketens van kritieke grondstoffen, is graag van de partij. Maar we erkennen ook dat Europa momenteel over onvoldoende middelen beschikt. De EIB werkt daarom al aan een kritieke-grondstoffeninitiatief dat deze doelstellingen realistisch maakt, en we moedigen anderen aan hetzelfde te doen, zowel door regelgeving als door specifieke, concrete projecten.
Toegang tot strategisch belangrijke grondstoffen is van oudsher onmisbaar voor economische voorspoed en ontwikkeling. Om onze toekomst veilig te stellen, moeten we ons boven alles richten op het waarborgen van de toegang tot de nieuwe onmisbare grondstoffen van deze eeuw.
Werner Hoyer is sinds januari 2012 president van de Europese Investeringsbank
Het bonte gezelschap van financiers dat ‘de tandwielen’ van de steenkoolindustrie smeert, zal er waarschijnlijk voor zorgen dat deze lucratieve handel stand houdt, ook al is dat schadelijk voor planeet. De markt wil maar geen afscheid van de de vervuilende brandstof nemen.
Opgestapeld onder de azuurblauwe lucht in de haven van het Australische Newcastle liggen bergen steenkool waar gigantische shovels hapjes uit nemen. Ze scheppen het spul op transportbanden, die naar vrachtschepen leiden van soms wel drie voetbalvelden lang. Jaarlijks verwerken deze terminals 200 miljoen ton van de brandstof, wat Newcastle de grootste kolenhaven ter wereld maakt. De doorvoer beleeft een indrukwekkende comeback, nadat overstromingen vorig jaar de toelevering een zware slag hadden toegebracht.
Aaron Johansen, die toezicht houdt op de nieuwste, volledig geautomatiseerde terminal, verwacht voor de komende zeven jaar in ieder geval geen kleinere cijfers. Rijke Aziatische landen, zoals Japan en Zuid-Korea, snakken naar de hoogwaardige steenkool die de terminal passeert. En dat geldt ook steeds meer voor opkomende landen als Maleisië en Vietnam.
Aan de andere kant van de wereld is de stemming wel anders. De afgelopen weken verstoorden activisten meermaals de jaarlijkse algemene vergadering van Europese banken en energiebedrijven, waarbij zij grote schrijvers citeerden, onder wie Shakespeare (Don’t shuffle off this mortal coil) en de Spice Girls (Stop right now), in hun oproep een einde te maken aan de steenkoolwinning. Ze geven een stem aan de breed gevoelde angst voor wat steenkool voor het klimaat kan aanrichten als grootste bron van broeikasgassen. De brandstof was goed voor ruim 40 procent van energiegerelateerde koolstofemissies in 2022. De Verenigde Naties zeggen dat de productie met 11 procent per jaar moet dalen om de opwarming van de aarde ten opzichte van pre-industriële tijden onder de 1,5 graad Celsius te houden. Het Internationaal Energieagentschap (IEA), een officiële voorspellende instantie, wil niet dat er nieuwe mijnen worden geopend, noch dat er bestaande worden uitgebreid. Klimaatexperts denken dat 80 procent van de reserves ongebruikt moet blijven.
In 2020 meende het IEA nog dat de steenkoolconsumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt
Dit moet dan voornamelijk gebeuren door de financiële toeleveringsketen af te knijpen. Ruim tweehonderd van ’s werelds grootste financiers, waaronder 87 banken, hebben aangekondigd dat ze investeringen in kolenmijnbouw of kolencentrales aan banden zullen leggen. Kredietverstrekkers die goed zijn voor 41 procent van de wereldwijde bankactiva hebben zich aangesloten bij de Net-Zero Banking Alliance en toegezegd hun portefeuilles tegen 2050 af te stemmen op CO2-neutrale emissies. Op de COP26-top in 2021 voorspelden de VN dat de steenkoolproductie door deze campagne verleden tijd zou worden. In 2020 meende het IEA nog dat de consumptie tien jaar geleden al een hoogtepunt had bereikt.
Geoliede handelsmachine
Toch lijkt koning Steenkool steviger op zijn troon te zitten dan ooit. In 2022 bedroeg de vraag ernaar voor het eerst meer dan 8 miljard ton. In dit artikel beschrijven we wie de tandwielen van deze ooit tot ondergang gedoemd lijkende handelsmachine smeert. Onze bevinding is dat de markt levendig, goed gefinancierd en winstgevend is. Nog opvallender is dat het bonte gezelschap van financiers er waarschijnlijk voor zal zorgen dat de handel tot ver in de jaren dertig van deze eeuw standhoudt, en dat die handel nog een aantal zakken flink zal vullen, ten nadele van de planeet.
Het is verleidelijk om 2022 als een uitzonderlijk jaar te beschouwen. Rusland sneed de gasleidingen naar Europa af en Europa verbood de invoer van steenkool uit Rusland. Het continent verliet zich op vloeibaar aardgas (lng) dat bestemd was voor Azië en thermische steenkool uit Colombia, Zuid-Afrika en het verre Australië. Ook Aziatische landen die afhankelijk zijn van hoogwaardige Russische steenkool gingen diversifiëren. De prijzen voor topkwaliteit stegen. De armere buren van Europa werden uit de gasmarkt geprijsd en stortten zich op brandstof van mindere kwaliteit.
De crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt
Nu is de storm gaan liggen. Na een zachte winter hebben Europese nutsbedrijven weer behoorlijke voorraden aan gas en kolen. Maar naarmate de vraag naar stroom voor verkoelingsapparatuur in steeds warmere zomers toeneemt, zal de invoer van steenkool versnellen. De Chinese economie is het tijdperk van zerocovidbeleid te boven gekomen, India gaat als een speer. Handelaren verwachten dat het wereldwijde verbruik dit jaar met nog eens 3 tot 4 procent zal groeien.
Steenkool blijft waarschijnlijk ook na 2023 in trek. Het klopt dat de vraag in Europa zal afnemen naarmate het aanbod van hernieuwbare energiebronnen stijgt. In de VS, met hun goedkopere schaliegas, ís de vraag al laag. Maar de crisis van vorig jaar heeft de importafhankelijke Aziatische landen eraan herinnerd dat wanneer energie schaars is, steenkool uitkomst biedt. Kolen zijn goedkoper en ruimer voorradig dan andere brandstoffen en – eenmaal op eenvoudige schepen geladen – overal naartoe te vervoeren. Dit in tegenstelling tot lng, waarvoor je speciale schepen en terminals voor hervergassing moet bouwen, wat jaren duurt. China wil de komende twee jaar 270 gigawatt aan nieuwe kolencentrales bouwen, meer dan welk land dan ook ter wereld vandaag de dag aan capaciteit heeft. India en een groot deel van Zuidoost-Azië volgen hetzelfde pad.
Blijvende vraag naar steenkool
Zelfs als het Westen steenkool snel afzweert, zal de vraag naar thermische steenkool tussen nu en 2030 met slechts 10 tot 18 procent dalen, verwacht de Boston Consulting Group. Een groot deel van de vraag komt voor rekening van de binnenlandse productie in China en India, de grootste verbruikers ter wereld. Import blijft echter cruciaal. Investeringsbanken verwachten niet dat de verhandelde volumes dit decennium snel onder de 900 miljoen ton komen, ten opzichte van 1 miljard ton vorig jaar. Eén investeringsbank, Liberum Capital, verwacht de komende vijf jaar een stijgende invoer.
Blijft de wereldwijde kolenmarkt aan die hardnekkige vraag voldoen? Ons onderzoek lijkt te zeggen van wel. Er is genoeg geld voor drie vitale schakels in de toeleveringsketen: handel en scheepvaart, meer graven in bestaande mijnen, en nieuwe projecten.
Handelsfinanciering is nog het eenvoudigst. Consultant Oliver Wyman berekende voor The Economist dat hoge prijzen, samen met de langere reizen als gevolg van omgeleide export, de behoefte aan werkkapitaal van kolenhandelaren in 2022 opdreven tot 20 miljard dollar, vier keer het historische gemiddelde. Ervan uitgaande dat de gemiddelde kolenprijs boven de 100 dollar per ton blijft, wat veel analisten verwachten, blijft die behoefte tot ten minste 2030 boven de 7 miljard dollar.
Handelaren in grondstoffen blijven liquide genoeg om de aankoop van kolen te financieren. Een van hun geldbronnen bestaat uit bedrijfsleningen via meerjarige bankleningen of obligaties, waardoor bedrijven een vastgesteld bedrag naar eigen goeddunken kunnen gebruiken. Handelaren kunnen ook gebruikmaken van doorlopend krediet op korte termijn, verstrekt door groepen banken. Veel van dit soort financieringen zijn sinds begin 2022 uitgebreid – en belopen vaak enkele miljarden dollars – om handelaren te helpen sterke prijsschommelingen op te vangen. Banken die restricties opleggen en bepalen dat het geld niet mag worden gebruikt om steenkool te kopen, lopen het grote risico dat handelaren hun toevlucht zoeken tot concurrenten die wat minder strikt in de leer zijn. Dat zijn dus maar weinig banken.
Financieel directeuren bij handelsfirma’s zeggen dat banken in landen waar handel de voornaamste bron van inkomsten is, waaronder DBS in Singapore en UBS in Zwitserland, nog steeds steenkoolaankopen financieren. Zwitserse regionale geldschieters helpen graag. Hetzelfde geldt voor banken in consumerende landen, zoals China en Japan, evenals voor de Britse bankengroep Standard Chartered, die zich richt op Aziatische bedrijven (DBS en Standard Chartered melden allebei dat ze hun belang in thermische steenkool aan het verminderen zijn). Alleen Europese kredietverstrekkers, vooral Franse, hebben zich teruggetrokken. De opengevallen plaatsen zijn ingenomen door banken uit producerende landen, zoals Australië, Indonesië en Zuid-Afrika.
Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool
Kleinere, uitsluitend op kolenhandel gerichte bedrijven (de zogeheten ‘pure players’) voelen wel een grotere druk. Banken die toch al nooit veel geld aan hen hebben verdiend, kunnen nauwelijks volhouden dat ze niet weten hoe het geleende geld wordt gebruikt. Vorig jaar werden sommige handelaren gedwongen geld te lenen van private fondsen, vaak gedekt door vermogende individuen, tegen jaarlijkse tarieven van bijna 25 procent – ongeveer vijf keer de standaardkosten. Maar na maanden van bloeiende handel hebben velen geen externe financiering meer nodig. Eén bankier zegt dat sommige van zijn in kolen handelende klanten de winst in 2022 hebben zien vertienvoudigen. Een van hen, gevestigd in Londen, zag zijn totale vermogen stijgen van 50 miljoen pond in 2021 naar 700 miljoen in 2023.
Om het product vervolgens naar kopers te verschepen, hebben handelaren vaak een door een gerenommeerde bank afgegeven garantie nodig dat ze op tijd worden betaald. Steeds minder leners willen dergelijke ‘kredietbrieven’ verstrekken, maar er zijn ook manieren om dit te omzeilen. Sommige handelaren brengen hun klanten meer in rekening om het tegenpartijrisico te dekken. Het helpt dat de investering beperkt is. Met de huidige prijzen kan een vracht steenkool niet meer dan 4 tot 5 miljoen dollar waard zijn. Een olietanker daarentegen kan voor 200 miljoen dollar aan ruwe olie vervoeren. Anderen maken gebruik van vertrouwde tussenpersonen, of vragen grotere garanties op andere goederen die de klant koopt. Sommige overheden in ontvangende landen geven de garantie zelf af of betalen zelfs vooruit.
Transport
Buiten Zuid-Afrika, waar spoorwegstakingen het transport hebben lamgelegd, biedt het vasteland voldoende infrastructuur om steenkool te vervoeren. Die infrastructuur zal zich alleen maar uitbreiden. Global Energy Monitor, een Amerikaanse ngo, verwacht dat India van plan is zijn kolenterminals meer dan te verdubbelen tot 1400 (momenteel zijn er wereldwijd 6300). De logistiek over zee is beperkter: onder druk van groene aandeelhouders mijden sommige verladers steenkool inmiddels. Maar kleinere transporteurs, vaak Chinezen of Grieken, hebben het stokje overgenomen. Handelaren melden geen problemen bij het verzekeren van de vracht. Zelfs het door sancties getroffen Rusland exporteert het grootste deel van zijn steenkool en gebruikt dezelfde mix van obscure handelaren en scheepvaartmaatschappijen, uit Hongkong of de Golf, die het gebruikt om zijn olie naar Azië te verschepen.
Financiering van meer graafwerkzaamheden in bestaande mijnen – de tweede schakel in de toeleveringsketen – is ook geen probleem. Vorig jaar steeg de steenkoolproductie tot een record van 8 miljard ton. Maar helemaal business as usual is het niet. Sinds 2018 hebben veel ‘majors’ in de mijnbouw (gediversifieerde conglomeraten die op openbare markten opereren) hun steenkoolactiva geheel of gedeeltelijk verkocht. Maar in plaats van te worden ontmanteld, zijn afgestoten activa opgepikt door particuliere mijnbouwers, concurrenten in opkomende markten en investeringsfirma’s. Nieuwe eigenaren hebben er geen moeite mee om mijnen volledig te benutten. In 2021 verzelfstandigde Anglo American, een in Londen gevestigde major, zijn Zuid-Afrikaanse mijnen in een nieuw bedrijf dat onmiddellijk beloofde de productie op te voeren.
Net als handelaren zitten de mijnbouwondernemingen op dit moment goed in de slappe was. De drie grootste ‘pure-play’-steenkoolproducenten van Australië gingen van een nettoschuld van 1 miljard dollar in 2021 naar 6 miljard dollar aan nettocontanten vorig jaar. Ze hebben het grootste deel van hun langlopende leningen afgelost, dus op dat gebied zijn er geen belangrijke deadlines. ‘Tegenwoordig gaat het niet meer om de vraag “Hoe herfinancier ik mijn schuld?” maar om “Wat doe ik met mijn extra geld?”,’ zegt een financieel directeur van een van hen.
Inconsequent beleid
Steenkoolmijnbouwondernemingen kunnen nog steeds geld lenen wanneer dat nodig is. Uit gegevens die de ngo Urgewald verzamelde, blijkt dat ze in de periode 2019-2021 in totaal 62 miljard dollar aan bankleningen hebben verkregen. Japanse bedrijven (SMBC, Sumitomo, Mitsubishi) waren de grootste geldschieters, gevolgd door Bank of China en JP Morgan Chase en Citigroup uit de Verenigde Staten. Europese banken stonden ook in de top-15. In deze periode slaagden mijnbouwbedrijven, voornamelijk uit China, er ook in om voor 150 miljard dollar aan obligaties en aandelen te verkopen, waarvoor Chinese banken vaak borg stonden. En de liquiditeit houdt aan. Urgewald heeft berekend dat in 2022 zestig grote banken in totaal 13 miljard dollar naar de dertig grootste steenkoolproducenten ter wereld hebben gesluisd.
Dit is mogelijk doordat het beleid van financiële ondernemingen dat steenkool uitsluit verre van consequent is. Vaak treedt dat beleid pas in 2025 in werking. In sommige gevallen geldt het alleen voor nieuwe klanten. In andere is financiering van projecten wel verboden, maar geldt dat niet voor algemene bedrijfsleningen die mijnbouwers kunnen gebruiken om naar steenkool te graven. Beleid dat dergelijke leningen beperkt, geldt vaak alleen voor mijnbouwers die veel van hun inkomsten uit steenkool halen, meestal 25 of 50 procent. Veel grote bedrijven, waaronder Glencore, een Zwitserse grondstoffengigant die 110 miljoen ton per jaar produceert, zitten onder deze percentages.
Sommige beleidsregels zijn bewust vaag geformuleerd om vrijstellingen mogelijk te maken. Hoewel Goldman Sachs heeft beloofd ‘binnen een redelijk tijdsbestek’ te zullen stoppen met het financieren van thermische steenkoolmijnbouwbedrijven zonder diversificatiestrategie, schijnt de bank leningen te blijven verstrekken aan Peabody, een gigantisch Australisch mijnbouwbedrijf dat vorig jaar 78 procent van zijn inkomsten betrok uit de verkoop van steenkool (wellicht hielp het dat het bedrijf onlangs een bescheiden dochteronderneming op het gebied van zonne-energie heeft opgericht). Van de 426 grote banken, investeerders en verzekeraars die werden beoordeeld door Reclaim Finance, een andere ngo, kan van slechts 26 worden vastgesteld dat ze een beleid voeren dat overeenstemt met een nettonulscenario in 2050. Nog minder van die bedrijven hebben gezegd steenkool volledig te zullen afzweren. De meeste Chinese en Indiase staatsbanken hullen zich op dat gebied in stilzwijgen.
Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels
Kortom, weinig banken zijn bereid om hun omzet of de voorraden van hun land te schaden. Volgens analisten helpt dit de bestaande mijnen om tot begin 2030 aan de vraag te voldoen. Pas dan kan er sprake zijn van een crisis in de steenkoolsector. Westerse banken, die hun beleid vaak om de zoveel tijd evalueren, zullen de duimschroeven langzaam maar zeker aandraaien. Het huidige gebrek aan nieuwe projecten – de derde schakel in de keten – betekent dat er mogelijk niet genoeg nieuwe voorraad is wanneer oude mijnen stoppen met produceren.
Hoewel het steeds moeilijker is om nieuwe projecten gefinancierd te krijgen, is er nog altijd geld beschikbaar. Westerse banken trekken zich terug, maar andere spelers dringen zich op de voorgrond. Westerse mijnbouwers zijn al jaren zuinig met kapitaalinvesteringen. Nadat ze in het eerste decennium van deze eeuw een hoop hadden uitgegeven, leden velen onder de prijsdalingen halverwege de jaren tien. En al boeken ze nu weer flinke winsten, dan nog kopen de grote jongens liever concurrenten op, heropenen ze oude mijnen of geven ze kapitaal terug aan aandeelhouders dan dat ze nieuwe ondernemingen in het leven roepen. Het investeringsklimaat is het schraalst in de steenkoolsector. Een mijn vanaf de grond opbouwen kan meer dan tien jaar duren. En ook het verkrijgen van vergunningen, die in het Westen steeds vaker worden geweigerd, is een uiterst tijdrovende zaak.
Het financieren van nieuwe projecten in rijke landen stuit op nogal wat obstakels. Vorig jaar moest Adani Group, een Indiaas bedrijf dat het beheer voert over Carmichael, een enorme kolenmijn in aanbouw in Queensland, uit eigen zak 500 miljoen dollar aan obligaties herfinancieren die het voor het project had uitgegeven. Sommige opportunistische fondsen zullen blijven mikken op sappige winsten, vooral in geval van prijsstijgingen. De eerste diepe steenkoolmijn die in decennia in Groot-Brittannië is gegraven, is uiteindelijk eigendom van EMR Capital, een investeringsfirma die is opgericht op de Kaaimaneilanden. Peter Ryan van Goba Capital, een soortgelijk bedrijf in Miami, verwacht dat de kolenactiva van zijn bedrijf tegen 2030 verachtvoudigd zullen zijn.
Hardnekkige grondstof
In Azië is de situatie anders. Banken blijven behulpzaam. Beleggers zijn begonnen nieuwe mijnen in eigen land te steunen. Familiefondsen, die zijn opgericht om het fortuin van de rijken te beleggen, zijn geïnteresseerd. Elke zakelijke dynastie in Indonesië, waar mijnbouw de ruggegraat van de economie vormt, moet steenkool bezitten, zegt een handelaar. In India doen obscure vastgoedfirma’s biedingen op land waar steenkool valt te winnen. Uiteindelijk zouden bedrijven uit deze landen mijnen kunnen aanleggen in het buitenland, gevolgd door banken, maar Chinese uitstapjes in het Westen zullen zeldzaam blijven; Indiase en Indonesische bedrijven, die al een samenstel van steenkoolactiva in Australië bezitten, zullen hun voetafdruk echter ongetwijfeld vergroten.
Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren
En dus zal de steenkolenmarkt er in de jaren dertig heel anders uitzien. ‘Van eigendom en exploitatie tot financiering en consumptie: steenkool wordt een grondstof voor opkomende markten,’ zegt een mijnbouwondernemer. De prijzen blijven hoog door aanvoerbeperkingen, maar de groep exporteurs die hieraan goud geld verdient, zal krimpen. Colombia en Zuid-Afrika, die Europa bedienen, verliezen hun afzetmarkt. Rusland zal het moeilijker krijgen om naar China te verschepen. Alle drie zullen ze minder steenkool exporteren voor minder geld. Australië zal critici sussen door zich te concentreren op de efficiëntste steenkool; dan kan het land minder exporteren maar hogere prijzen berekenen. Indonesië zou de toonaangevende exporteur kunnen worden, zoals Saoedi-Arabië dat nu is voor olie. Het zal meer van zijn basissteenkool verkopen, vaak voor meer geld.
Hoewel steenkool zich in een neerwaartse spiraal bevindt, zal het afscheid onaangenaam lang duren. Rond de jaren veertig kan de vraag voorgoed uitdoven, ten gunste van hernieuwbare energiebronnen. Maar zelfs dan houden sommige landen hun opties open. Stel dat er nog eens een energiecrisis komt. ‘Dan zal steenkool, die grondstof die niemand wil, de grondstof zijn die we wel weer moeten gebruiken,’ zegt een grote handelaar die Azië bedient. ‘Dat zou weleens een eeuwigdurend kenmerk van steenkool kunnen zijn.’
Veel internationale mijnbouwbedrijven hebben grote moeite jonge werknemers binnen te halen. De sector heeft een imago van zwaar werk, seksisme, milieuschade en uitbuiting, maar is essentieel voor de energietransitie. ‘Er is geen verse aanvoer terwijl we wel ervaring verliezen.’
Lily Dickson snelde over de campus van de Universiteit van Leeds toen een actievoerende student haar een folder in handen drukte. Daarin werd opgeroepen tot een verbod op het werven van personeel onder studenten voor bedrijven in de mijnbouw en de olie- en gaswinning. De 24-jarige promovenda in de geologie was verbouwereerd. Ze kwam net terug uit Finland, waar ze met het mijnbouwbedrijf Mawson Gold uit Vancouver naar nieuwe vindplaatsen van kobalt in Europa had gezocht.
Het was geen loze oproep en ook geen op zichzelf staand incident. Vorig jaar hebben al vier Britse universiteiten mijnbouwbedrijven verboden nog personeel te werven of deel te nemen aan carrièrebeurzen op hun campus. Het hoort bij de algemene trend dat studenten en jonge werkenden zich afkeren van een sector die in hun ogen schadelijk is voor de aarde.
Bedrijven die gespecialiseerd zijn in het delven van koper, lithium en andere metalen die onmisbaar worden geacht voor de productie van groene energie, hebben naar eigen zeggen grote moeite met het werven van genoeg jong personeel om de energietransitie aan te kunnen. De meeste mijnbouwbedrijven in de VS, Australië en Europa zeggen dat hun groeiplannen gevaar lopen als deze trend zich voortzet. Er dreigen vooral tekorten aan hooggeschoolde krachten als ingenieurs, geologen en data-analisten. ‘Veranderende maatschappelijke verwachtingen zetten ons als werkgever onder druk om beter te leren uitleggen wie we zijn en waar we voor staan’, zo is te lezen in het laatste jaarverslag van Rio Tinto.
De mijnbouwsector bungelt onder aan de lijst van carrièrekeuzes voor jongeren
Ondanks de rol die ze spelen in de energietransitie kampen mijnbouwbedrijven met het imago van een ‘vuile’ industrie, vanwege mijnrampen in het verleden en beschuldigingen van uitbuiting en seksueel geweld. De sector bungelt onder aan de lijst van carrièrekeuzes voor jongeren. In een mondiale enquête van adviesbureau McKinsey zei 70 procent van de respondenten in de leeftijdscategorie van vijftien tot dertig dat ze waarschijnlijk of zelfs zeer zeker niet in de mijnbouw willen werken. Volgens het Amerikaanse Centrum voor Onderwijsstatistiek lag het aantal geologen en aardwetenschappers dat in 2020 in de VS is afgestudeerd bijna 25 procent lager dan in 2015, terwijl het totaal aantal afgestudeerde studenten in het land in die periode met 8 procent gestegen is. En het aantal inschrijvingen voor dergelijke studies daalde ook in Canada en Australië, landen waar de mijnbouw een economische factor van belang is. Volgens McKinsey daalde het aantal studenten dat een studie in de mijnbouwkunde voltooide in Australië tussen 2014 en 2020 met 63 procent. En in Canada lag het aantal inschrijvingen voor mijnbouwkunde in 2020 volgens de Mining Industry Human Resources Council tien procent lager dan in 2016.
Steenkool is groen
Als je in het streven naar groene brandstoffen geen alternatief kunt vinden voor fossiele brandstoffen, kun je die laatste natuurlijk nog altijd gewoon als ‘groen’ aanmerken. Dat is althans het opmerkelijke standpunt van Indonesië, schrijft Courrier International.
De Indonesische Hoge Autoriteit voor Financiële Diensten, die verantwoordelijk is voor de classificatie van economische activiteiten aan de hand van hun impact op het milieu, is van plan om de bouw van nieuwe kolengestookte elektriciteitscentrales voor de verwerking van mineralen zoals aluminium en nikkel, groen te verklaren. Dat Indonesië de vijfde grootste producent en grootste exporteur van steenkool ter wereld is, speelt daarbij ongetwijfeld een doorslaggevende rol.
Dat leidt tot zorgen over een kenniskloof in de toekomst, als de bedrijven aangewezen zullen zijn op afzettingen met een lagere dichtheid aan metalen. ‘Er zijn al vaker mensen uit het vak gestapt, maar nu is er geen verse aanvoer terwijl we door de pensioenuitstroom wel ervaring verliezen,’ zegt Alex Gorman, mijnbouwkundig analist bij Peel Hunt. Volgens Rohitesh Dhawan, hoofd van de brancheorganisatie International Council on Mining and Metals, is meer dan de helft van het arbeidsbestand in de Amerikaanse mijnbouw boven de 45. ‘De gemiddelde werknemer in onze branche is tegenwoordig aan de oude kant, meer richting pensioen,’ zegt hij. En nu het moeilijker wordt om nieuwe mensen te werven, zit zijn branche daardoor ‘aan twee kanten klem’.
Belemmering
Volgens een onderzoek van McKinsey zegt 86 procent van de leidinggevenden in de sector steeds meer moeite te hebben om de benodigde mensen te vinden en vast te houden. En bijna drie kwart van die topmensen meent dat dit gebrek aan nieuw talent een belemmering vormt voor het behalen van beoogde productiecijfers en strategische doelen. Rio Tinto heeft al gewaarschuwd dat het tot vertragingen of tegenvallende prestaties kan leiden.
Volgens het Amerikaanse Bureau voor Arbeidsstatistiek was het percentage openstaande vacatures voor de mijnbouw en de houtkap in de VS in maart 5,1 procent, een stuk hoger dan de 3,6 procent van vijf jaar geleden. In Canada is het vacaturepercentage in de mijnbouw al sinds 2015 gestaag aan het stijgen, met een voorlopig hoogtepunt van 4 procent voor werk in de mijnen en steengroeven en iets meer dan 6 procent voor ondersteunende taken in de mijnbouw. En volgens het Australische Bureau voor de Statistiek is het aantal vacatures in de mijnbouw ook in Australië gestegen van 2500 in mei 2016 (het laagste niveau sinds 2009) tot 10.600 in februari van dit jaar.
Het beeld bestaat dat mijnbouwbedrijven in het verleden geen verantwoordelijkheid namen voor mijnrampen
Het lukt de branche ook moeilijk om vrouwen aan te trekken. De mijnbouw is een van de weinige sectoren waar nog bijna alleen mannen werken en de werkomgeving vaak onveilig voor vrouwen wordt genoemd. Volgens een rapport van Rio Tinto uit 2022 op basis van een enquête onder tienduizend werknemers had 28 procent van de vrouwen die in de mijnbouw werkzaam zijn weleens te maken met seksuele intimidatie en hadden in de vijf jaar daarvoor 21 vrouwen melding gedaan van aanranding of verkrachting of een poging daartoe. ‘Het kan intimiderend zijn om de enige vrouw op de werkvloer te zijn,’ zegt Alex Gorman, die eerder in haar carrière ook gewerkt heeft voor koperwinningsprojecten in Botswana. ‘En als je een gezin hebt, is het moeilijk om als geoloog op locatie te moeten werken.’
Een onderzoek van accountantsbureau EY wees vorig jaar uit dat 12 procent van het wereldwijde personeelsbestand in de mijnbouw en metaalindustrie uit vrouwen bestaat, een disbalans die alleen wordt overtroffen door de bouw. Ook het gebrek aan vrouwen op leidinggevende posities blijkt een struikelblok te zijn bij het aantrekken van meer divers jong personeel.
Daarnaast worden mijnbouwbedrijven beticht van het uitbuiten van lokale arbeidskrachten. ‘Men neemt over het algemeen te weinig verantwoordelijkheid, met name met betrekking tot de uitbuiting van landen in Sub-Sahara-Afrika,’ zegt Haydon Mort, de CEO van Geologize Ltd., een communicatiebedrijf dat mijnbouwbedrijven helpt hun imago te bewaken. Dat de bedrijven nu moeite hebben om personeel te werven, komt doordat het beeld bestaat dat ze in het verleden geen verantwoordelijkheid namen voor mijnrampen, en die slechte reputatie wordt volgens experts versterkt door verwijten van uitbuiting van lokale arbeidskrachten. De bedrijven zetten wel stappen tegen die beeldvorming en het gebrek aan nieuw personeel. Zo werven ze inmiddels ook onder studenten bedrijfskunde en datawetenschappen. En ze zoeken hun personeel vaker in de regio’s waar hun mijnen zich bevinden en potentiële werknemers het bedrijf vaak al kennen.
Ze hoopt dat verjonging van het personeelsbestand ertoe leidt dat mijnbouwbedrijven veranderen en meer gaan doen aan sociaal verantwoord ondernemen en beperking van de milieuschade
Rio Tinto noteerde vorig jaar een stijging van 30 procent in het aantal afgestudeerden dat zich inschreef voor een opleidingstraject bij het bedrijf. ‘Dit was met 256 afgestudeerden de grootste lichting die we ooit hebben gehad,’ aldus een woordvoerder, die erbij zegt dat het bedrijf dit jaar de driehonderd hoopt te halen. BHP verwacht 3500 nieuwe mensen te werven met een nieuw programma van leerling- en stageplaatsen die niet alleen bedoeld zijn voor mensen met een universitaire opleiding. En ook non-profitorganisaties proberen bij te dragen aan de mobilisatie van talent voor wat zij zien als een snelgroeiende industrie. De vrijwilligersorganisatie Women in Mining U.K. helpt scholen bijvoorbeeld met het ontwikkelen van lespakketten over milieukunde en geologie voor met name de basisschool. ‘Iedereen krijgt al een beetje geologie op school als er wordt verteld over vulkanen, en dat kan verder worden uitgebouwd,’ zegt directeur Stacy Hope. Ze streeft ook naar de instelling van stageplaatsen en beurzen voor jonge vrouwen met interesse in dit vakgebied. Ze hoopt dat verjonging van het personeelsbestand er ook toe leidt dat mijnbouwbedrijven veranderen en meer gaan doen aan sociaal verantwoord ondernemen en beperking van de milieuschade.
Authentiek
Codelco, een Chileens staatsbedrijf in de kopermijnbouw, heeft al succes met het werven van personeel in de regio. In een recente enquête kwam het uit de bus als het bedrijf waar Chileense studenten na hun studie het liefst zouden werken, ondanks de sancties die het onlangs door de milieuwaakhond kreeg opgelegd. Andere bedrijven in de top-10 waren Nestlé en Walmart, aldus Merco, het onderzoeksbureau dat deze ranglijst opstelt. En ook het Egyptische goudmijnbouwbedrijf Centamin werkt nu meer met lokale arbeidskrachten dan met Europese en Australische expats. Door binnen Afrika te werven kunnen ze volgens directeur Martin Horgan mensen aantrekken uit landen als Congo, Ghana en Zimbabwe, waar meer recente ervaring met mijnbouw is dan in bijvoorbeeld Europa.
Haydon Mort van Geologize zegt dat ook sociale media zoals Instagram een goed middel zijn om jongere mensen te bereiken. Hij voegt eraan toe dat de industrie wel verantwoordelijkheid moet nemen voor bestaande problemen zoals de milieuschade. ‘Je moet authentiek zijn,’ zegt hij. ‘Transparant zijn over de gevolgen die je activiteiten zullen hebben voor het milieu en voor de gemeenschap.’
‘Dingen zoals het zoeken naar een Europese vindplaats voor kobalt, dat is iets waar de maatschappij echt baat bij kan hebben’
Maar niet iedereen onderschrijft de opvatting dat de mijnbouw van cruciaal belang is voor de energietransitie. ‘Een beetje mijnbouw is wel nodig, maar de huidige door winstbejag gedreven industrie is verantwoordelijk voor grootschalige ecologische verwoesting en talloze gevallen van inbreuken op de mensenrechten,’ zegt Jamie Kelsey Fry, een woordvoerder van het Britse Extinction Rebellion.
Lily Dickson was een van de acht vrouwen op de in totaal vijfentwintig studenten die aan haar universiteit vorig jaar de master in geologie behaalden. De meeste van haar jaargenoten werken inmiddels al in de sector. Zij wil eerst nog promoveren, maar is daarna ook wel van plan om in de mijnbouw te gaan werken. De sector biedt haar de kans om te reizen, in de buitenlucht te werken en onderzoek naar duurzaamheid te doen, en het werk sluit aan bij haar fascinatie voor hoe de wereld werkt. ‘Als je eenmaal inziet dat de mijnbouw van cruciaal belang is, is het zaak om daarbij betrokken te raken,’ zegt Dickson. ‘Het is spannend werk. Dingen zoals het zoeken naar een Europese vindplaats voor kobalt, dat is iets waar de maatschappij echt baat bij kan hebben.’
Bolivia heeft een van de grootste lithiumreserves ter wereld
Bolivia heeft een overeenkomst ter waarde van 1,4 miljard dollar gesloten met Rusland en China voor de winning van lithium, zo schrijft El País.De bedrijven waarmee de overeenkomst is gesloten zijn het Russische staatsbedrijf Rosatom en de Chinese Citic Guoan Group.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het Zuid-Amerikaanse land heeft een van de grootste lithiumreserves ter wereld, maar wint in vergelijking met buurlanden Chili en Argentinië, die ook grote lithiumreserves hebben, maar weinig van het mineraal door een gebrek aan investeringen en technologie. Momenteel haalt Bolivia jaarlijks 600 ton lithium uit de grond; in 2025 moet dit, dankzij investeringen van China en Rusland, 75.000 ton lithium zijn.
Eerder dit jaar sloot Bolivia al een overeenkomst met de Chinese batterijfabrikant CATL. Bolivia en China onderhouden van oudsher warme banden, onder meer op economisch gebied. Ook met Rusland heeft Bolivia goede betrekkingen. Bij VN-stemmingen rond de oorlog in Oekraïne houdt het land zich steevast afzijdig.
Onder meer een politiebureau werd in brand gestoken
Inwoners van het Surinaamse dorp Pikin Saron in district Para hebben dinsdag een politiepost en een controlepost van het staatsbosbeheerbedrijf SBB aangevallen en vrachtwagens en andere voertuigen in brand gestoken. Dat schrijft De Ware Tijd. Vervolgens vielen zij een goudconcessie van het Surinaamse mijnbouwbedrijf Grassalco in het nabijgelegen Maripaston binnen, waarbij een werknemer van het bedrijf werd neergeschoten. Bij schotenwisselingen met de politie vielen vervolgens twee doden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De regering heeft het leger richting het district gestuurd om de orde te herstellen. Website Waterkant citeert president Chan Santokhi, die zegt: ‘In de eerste plaats spreek ik mijn ernstige afkeuring uit. Deze acties horen niet thuis in onze samenleving. Alle misnoegen worden in overleg en met gesprekken uitgewerkt. Ook in dit geval zullen de grieven van de lokale bewoners op een correcte manier worden behandeld.’
Het is al meerdere weken onrustig in Para, waar de inheemse bevolking zegt geen inspraak te hebben in de mijn- en bosbouw in het gebied. Ook willen ze meer mee kunnen profiteren van de opbrengst. De groep wil een rechtszaak beginnen om de Surinaamse staat te dwingen inkomsten af te staan.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.