In het Verenigd Koninkrijk is Axel Rudakubana, de persoon die eind juli vorig jaar in Southport drie jonge meisjes doodstak, veroordeeld tot minimaal 52 jaar gevangenisstraf. De rechter benadrukte donderdag het ‘extreme geweld’ van de mesaanval op de kinderen, die in juli deelnamen aan een dansevenement in Southport. De moord op hen schokte Engeland en leidde tot gewelddadige rellen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Deze aanval vertegenwoordigt ‘een van de pijnlijkste momenten in de geschiedenis van ons land’, verklaarde premier Keir Starmer na het vonnis. Rudakubana, die maandag schuldig pleitte, kon niet tot levenslang worden veroordeeld omdat hij minderjarig was ten tijde van de aanval. In een hoofdartikel noemde het conservatieve dagblad The Daily Telegraph het vonnis ‘ongepast’ en beklaagde het zich erover dat het rechtssysteem ‘te mild’ was. De leider van de conservatieve oppositie, Kemi Badenoch, riep op tot wijziging van de wet.
Experts: ‘Singapore verleidelijk doelwit voor cybercriminelen’
In Singapore zijn meer dan honderd ambtenaren, waaronder vijf ministers van 30 overheidsinstellingen, afgeperst door middel van gerichte e-mails met compromitterende deepfakeafbeeldingen. Er werd losgeld geëist oplopend tot 50.000 dollar. South China Morning Post sprak met experts op het gebied van cyberbeveiliging die zeiden dat de zaak de geavanceerdheid en de snelle ontwikkeling van deepfaketechnologie onderstreept, wat wijst op een grotere behoefte aan publieke bewustwording en detectietools. Zij vrezen dat het recente cyberafpersingsincident in Singapore een voorbode kan zijn van grootschaligere cyberafpersingszaken in de toekomst.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘Singapore heeft misschien geen duidelijke zwakke plekken, maar zijn sterke economie en wereldwijde reputatie maken het een verleidelijk doelwit voor cybercriminelen,’ zegt Ali Fazeli, een senior cyberthreat intelligence consultant bij NexVision Lab, tegen het Hongkongse medium. ‘Als centrum voor de financiële sector, handel en bestuur beschikt Singapore over waardevolle informatie en invloedrijke mensen, waardoor het meer kans loopt op aanvallen.’
De gemanipuleerde afbeeldingen toonden naar verluidt politieke ambtsdragers en ambtenaren in compromitterende posities, zei het ministerie voor Digitale Ontwikkeling en Informatie van de stad in een verklaring op donderdag. De inhoud van de e-mails en de afbeeldingen die naar de slachtoffers werden gestuurd waren identiek, behalve het gezicht van de persoon in de afbeelding, dat afkomstig leek te zijn van open bronnen zoals LinkedIn, voegde het ministerie eraan toe.
De bus botste met een man die te veel gedronken had
Bij een busongeluk in Florida in de VS zijn minstens acht mensen om het leven gekomen. Tientallen anderen raakten gewond. Volgens NBC News werd het ongeluk veroorzaakt door een man onder invloed van alcohol, die met zijn auto op een bus met seizoenarbeiders uit Midden-Amerika botste.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De schoolbus vervoerde 53 migranten op weg naar een boerderij, toen een tegemoetkomende Ford pick-up truck op het voertuig botste. Meerdere mensen raakten zwaargewond en volgens autoriteiten is het aannemelijk dat het dodental nog zal stijgen.
De bestuurder van de auto, een man van 41, werd gearresteerd op acht aanklachten van doodslag onder invloed, zeiden de autoriteiten dinsdagmiddag. In Florida staat op een veroordeling voor doodslag onder invloed een minimum gevangenisstraf van vier jaar.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar naar Mexico, waar over ruim een maand verkiezingen worden gehouden. Tientallen kandidaten, met name in de lokale politiek, zijn al vermoord. Hoe komt dat?
Hoe erg is het geweld tegen politici in Mexico?
‘In Mexico zijn op één dag twee burgemeesterskandidaten dood aangetroffen, waarmee het aantal gedode kandidaten verder stijgt in wat de meest gewelddadige verkiezingen ooit in het land lijken te worden’. Dit schreef Al Jazeera op 20 april. ‘De dodelijke slachtoffers die vrijdag werden gemeld, brengen het aantal vermoorde kandidaten in de aanloop naar de presidents-, congres- en lokale verkiezingen op 2 juni op zeventien.’
‘Geweld tegen politici is wijdverspreid in Mexico. Begin april werd de burgemeester van Churumuco, een stad in de naburige staat Michoacán, doodgeschoten in een tacorestaurant in de hoofdstad Morelia. Begin april werd burgemeesterskandidaat Bertha Gaytán neergeschoten, enkele uren nadat ze om bescherming had gevraagd. Ze was net begonnen met haar campagne voor het burgemeesterschap van Celaya. Eind februari werden in een andere stad in Michoacán twee burgemeesterskandidaten binnen enkele uren na elkaar doodgeschoten’, somt PBSop.
Bij CNNvertelt Sandra Ley, programmadirecteur veiligheid bij México Evalúa, een denktank voor openbaar beleid, over waarom er zoveel lokale (kandidaat-)politici in Mexico worden vermoord. ‘Dit is een cruciaal moment voor de georganiseerde misdaad om invloed uit te oefenen op wie er aan de macht komt, wie er bescherming, informatie en middelen gaat bieden,’ aldus Ley. De verkiezingen in Mexico van 2 juni zijn de grootste in de geschiedenis: voor ruim twintigduizend functies, van president tot Congres, van gouverneur tot burgemeester, wordt gestemd, met in totaal zo’n zeventigduizend kandidaten.
Het meeste geweld vindt plaats bij lokale verkiezingen, waar kiezers een gemeentepresident kiezen, een rol die verwant is aan die van een burgemeester met een brede controle over hun gemeenschappen, die de verdeling van belastinginkomsten beheert en vaak aan het hoofd staat van de lokale politie.
Hoewel politiek geweld in vrijwel alle staten voorkomt, vindt het zwaarste geweld plaats in staten waar de georganiseerde misdaad diepgeworteld is, zo meldt de Council for Foreign Relations. ‘In Michoacán, Jalisco en Morelos worden meer ontvoeringen, afpersingen, moorden en bedreigingen gepleegd dan in andere staten. Maar het geweld heeft zich ook verspreid naar relatief vreedzamere staten. Een deel van de reden is dat criminele organisaties steeds meer geld verdienen, niet alleen met drugshandel langs de kusten en de noordelijke grens, maar ook met migrantensmokkel, oliediefstal, afpersing en ontvoering in het zuiden.’
Los van het verwoestende effect op de levens van de kandidaten en hun familie, hebben de aanslagen ook een impact op de opkomst bij de verkiezingen, schrijft Semafor.‘Elke aanval op een kandidaat verlaagt de opkomst met ongeveer 1,3 procent. Kiezers houden er rekening mee dat de georganiseerde misdaad “hun openbaar bestuur, staat en regering schendt”, waardoor een groot deel van het publiek er nu van overtuigd is dat hun stem weinig zal veranderen aan het geweld.’
Wat doet de regering tegen dit geweld?
President Andrés Manuel López Obrador (AMLO in de volksmond) erkende begin april dat de georganiseerde misdaad invloed probeert uit te oefenen op wie burgemeester wordt – door hun eigen kandidaat voor te stellen of potentiële rivalen uit te schakelen. Eind maart besloot de regering om ongeveer 250 kandidaten van lijfwachten te voorzien, maar degenen die zich verkiesbaar stellen voor gemeentelijke functies – hoewel ze het meeste gevaar lopen – staan achteraan in de rij voor beveiliging.
En hoewel AMLO erkent dat kartels lokale verkiezingen beïnvloeden, blijft hij het geweld bagatelliseren. Tijdens zijn dagelijkse persconferentie noemde hij de perceptie van onveiligheid ‘een zaak van publicisten’ en zei hij dat er kandidaten zijn die angst proberen te zaaien onder de bevolking, zo schrijft Infobae. Bij dezelfde persconferentie zei de Mexicaanse president dat het geweld allemaal ‘bij de omstandigheden hoort’ en dat Mexicanen zich volgens data van het Instituut voor Statistiek en Geografie (INEGI) kalm, veilig en gelukkig voelen.
In februari, toen uit een rapport al bleek dat tientallen kandidaten slachtoffer waren geworden van bedreigingen, aanslagen, ontvoeringen en moord, ontkende de president de ernst van de zaak, ondanks dat een groot deel van de slachtoffers van dit geweld afkomstig waren uit zijn eigen partij, Morena. ‘Er is niets te vrezen,’ zei AMLO volgens Aristegui. ‘We zien geen politiek verkiezingsgeweld’.
Los van wat AMLO over het verkiezingsgeweld zegt, is er tijdens zijn bijna zesjarige termijn ook weinig gedaan om het geweld door kartels in Mexico aan te pakken. AMLO werd verkozen op een verkiezingsbelofte van ‘knuffels, geen kogels’, waarbij hij zei zich liever te concentreren op de achterliggende redenen waarom mensen de misdaad ingaan, dan de kartels verantwoordelijk voor het geweld hard aan te pakken.
Het gevolg: bendegeweld nam toe in Mexico en het aantal arrestaties door de nationale garde in Mexico, die onder López Obrador werd opgericht om de federale politie te vervangen, daalde van 21.700 in 2018 tot 2800 in 2022, volgens The Wall Street Journal. Onder de huidige regering is politiek geweld daarnaast flink gestegen: van 94 moorden in 2018 naar 355 moorden in 2023.
‘Onder bedreigingen benoemen burgemeesters bendeleden op hoge plekken in gemeenten,’ vervolgt de Amerikaanse krant op basis van twee voormalige burgemeesters in de Mexicaanse deelstaat Guerrero. ‘Door deze functies krijgen kartels in feite de controle over contracten voor gemeentelijke bouwwerken, aanbestedingen en andere openbare diensten.’
Gaat een nieuwe regering het geweld anders aanpakken?
Gezien het geweld in Mexico, dat niet alleen politici maar ook heel veel onschuldige burgers treft, is het niet gek dat veiligheid een belangrijk thema is bij de aanstaande verkiezingen. ‘De duizenden mensen die elk jaar onder de grond belanden in Mexico, met of zonder grafsteen, maken het onmogelijk om de andere kant op te kijken. Er is ook geen manier om de realiteit die het land het hardst treft en die alleen maar erger wordt in verkiezingstijd te verbergen. Het zal het meest controversiële thema in de campagne zijn, die de twee prominente presidentskandidaten op de agenda zullen zetten’, schrijft El País hierover.
Die twee presidentskandidaten zijn Claudia Sheinbaum en Xóchitl Gálvez. Sheinbaum is de absolute topfavoriet om de verkiezingen te winnen. Ze is afkomstig uit Morena, de partij van president AMLO, en de president heeft Sheinbaum hoogstpersoonlijk aangewezen als zijn opvolger. Xóchitl Gálvez is de kandidaat van de oppositie, bestaande uit een coalitie van de traditioneel machtige partijen PRI, PAN en PRD. Ze erft zo het nalatenschap van die partijen, die decennialang het land bestuurden en met name onder president Felipe Calderón, die kartels keihard probeerde aan te pakken, Mexico in een veiligheidscrisis brachten.
De voorstellen van Claudia Sheinbaum omvatten meerdere punten: de jeugd weghouden van de georganiseerde misdaad, de rechterlijke macht hervormen en het leger inzetten tegen kartels, zo schrijft Expansion Politica.‘De snelheid waarmee de criminaliteit afneemt zal groter zijn, met andere woorden, elk jaar gaan we meer en meer criminaliteit terugdringen,’ zei Sheinbaum bij de presentatie van haar plannen.
Politiek analist Enrique Pérez Quintana is in een opiniestuk op Yahoo Newshard over de plannen van de gedoodverfde nieuwe president van Mexico. ‘De voorstellen van Claudia Sheinbaum zijn niet nieuw’, schrijft hij. ‘[Ze] zijn een voortzetting van de aanpak van de president. Ze zullen niet goed worden ontvangen door degenen die te maken hebben met onveiligheid en geweld, zoals de familieleden van de vermisten, de ontvoerden, de afgepersten, de bedreigden, degenen die van hun land zijn gejaagd en zijn beroofd.’
Oppositiekandidaat Gálvez was ook kritisch over de plannen van haar rivaal. Tijdens een persconferentie beschuldigde ze Sheinbaum ervan ‘knuffels te willen blijven geven’ aan kartels, zo schrijft El Financiero.Ze verwees naar een moment tijdens het presidentschap van AMLO, toen de president naar het geboortedorp van drugsbaas Joaquín ‘El Chapo’ Guzmán ging en een ontmoeting had met de moeder van de inmiddels aan de VS uitgeleverde kartelleider. ‘Sheinbaum wil doorgaan met knuffels geven aan de moeder van El Chapo,’ zei Gálvez.
Haar eigen veiligheidsplannen zijn uitgebreid, zo meldt PMX: van voorstelbare punten als hardere straffen tot de bouw van een zwaar beveiligde, hightech gevangenis, het vergroten van het aantal lokale en federale openbaar ministeries en een groei van de nationale politie.
Volgens het Wilson Centergaat het deze verkiezingen alsnog te weinig over geweld tegen politici. ‘Er staat te veel op het spel in Mexico, waaronder Mexicaanse levens. Het normaliseren van politiek geweld is in niemands belang. Politici, overheidsfunctionarissen, wetshandhavers, het maatschappelijk middenveld en de internationale gemeenschap moeten er veel meer aandacht aan besteden.’
180 gevangenisbewakers worden momenteel nog gegijzeld
De Ecuadoraanse president Daniel Noboa heeft donderdag aangekondigd twee nieuwe streng beveiligde gevangenissen te bouwen, als onderdeel van zijn belofte om de strijd aan te binden met drugsbendes. Dat meldt El Universo. Noboa heeft eerder al de noodtoestand voor zestig dagen uitgeroepen, het leger de straat op gestuurd en 22 bendes als terroristische groeperingen bestempeld.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Noboa zei dat hij gevangen bendeleiders wil opsluiten in de nieuwe gevangenissen. De faciliteiten moeten plaats bieden aan 736 gevangenen, met onder meer maximale beveiliging. In de gevangenis zullen alle mobiele en satellietsignalen geblokkeerd worden, wordt de elektriciteit zelf opgewekt en het water zelf gezuiverd. De huidige machtige bendes in Ecuador opereren veelvuldig vanuit de gevangenis, waar ze meer macht hebben dan bewakers.
Sinds de nieuwe geweldsuitbarsting in Ecuador zijn zo’n 170 gevangenismedewerkers gegijzeld in ten minste zeven gevangenissen. ‘De situatie is zeer zorgwekkend. We weten nog steeds niet hoe de omstandigheden binnen zijn’, zei een voorzitter van de vereniging van gevangenismedewerkers daarover. ‘Niemand gaat naar binnen, niemand komt naar buiten; we hebben geen exacte informatie.’
Volgens Human Rights Watch (HRW) begaat Israël een oorlogsmisdaad door de Palestijnen in Gaza de toegang tot voedsel, water en andere basisbehoeften te ontzeggen. Dat schrijftAl Jazeera. De Israëlische regering reageerde op de verklaring en beschuldigde HRW ervan een ‘antisemitische en anti-Israëlische’ organisatie te zijn.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De mensenrechtenorganisatie citeert verklaringen van Israëlische functionarissen, interviews met overlevenden, rapporten van hulporganisaties en satellietbeelden om aan te tonen dat Israël bezig is ‘om Palestijnen doelbewust te beroven van levensmiddelen’. ‘Wereldleiders zouden zich moeten uitspreken tegen deze afschuwelijke oorlogsmisdaad, die verwoestende gevolgen heeft voor de bevolking van Gaza,’ voegde Omar Shakir, directeur Israël en Palestina bij Human Rights Watch, eraan toe.
De woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Israël, Lior Haiat, zei in reactie op de verklaring tegen AFP: ‘Human Rights Watch (…) heeft de aanval op Israëlische burgers en het bloedbad van 7 oktober niet veroordeeld en heeft geen recht om te veroordelen wat er gaande is in Gaza als ze een oogje dichtknijpen voor het lijden en de mensenrechten van Israëli’s.’
Vorig jaar vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de Iraanse stad Iranshahr, waarbij 168 mensen omkwamen. Ondanks de gevaren zien veel inwoners geen andere uitweg: ‘Hoe moeten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’
In de achtergestelde regio Sistan en Beloetsjistan, in het zuidoosten van Iran, houden inwoners het hoofd boven water met handel in diesel. Voor weinig geld leggen ze hun leven in de waagschaal door een uiterst brandbaar product honderden kilometers lang over slechte wegen te vervoeren.
In het huis van Mohammad Hossein, in het dorp Karimabad, draagt iedereen zwarte rouwkleding. De reden: de 26-jarige Mohammad verbrandde levend in zijn pick-up. Dat gebeurde toen hij onderweg was als dieselsmokkelaar, het beroep waarmee hij in het levensonderhoud van een achtkoppig gezin voorzag.
Twee keer per week reed hij midden in de nacht naar het dorp Pir Konar, 480 kilometer verderop. Eerst moest hij uren wachten voordat hij de tank achter zijn auto kon vullen met 2600 liter diesel. Daarna reed hij naar de Pakistaanse grens. Daar deed hij twee dagen over. Hij verkocht zijn lading aan een Pakistaanse dealer en keerde terug naar Karimabad.
Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte
Karimabad ligt in de provincie Sistan en Beloetsjistan, een regio bevolkt door de Beloetsjen, een minderheid die voornamelijk bestaat uit soennieten – dus geen sjiieten, die de dominante religie vormen in Iran, waardoor de soennieten slachtoffer zijn van discriminatie.
Mohammad Hossein was het enige gezonde lid van de familie. Zijn vader loopt al jaren met een kruk. Zijn oudere broer, die lang hetzelfde werk deed, werd zo bang dat hij ermee moest stoppen. Een andere broer smokkelde eveneens tien jaar lang diesel, tot een auto-ongeluk hem arbeidsongeschikt maakte. Hij herinnert zich nog goed wat er gebeurde op de dag dat het lot van zijn broer werd bezegeld: ‘Om acht uur ’s ochtends kregen we te horen dat Mohammads auto was gekanteld. Hij vloog in brand nadat hij de vangrail had geraakt. Mohammad zat klem en verbrandde dus ook.’
In brand
In 2022 vlogen 170 voertuigen met gesmokkelde diesel in brand rond de stad Iranshahr en kwamen er 168 mensen om – 147 van hen hadden kinderen.
‘We wisten dat het gevaarlijk was, maar we hadden geen keus,’ zegt de vader van Mohammad Hossein. ‘Hoe moesten we anders in ons levensonderhoud voorzien?’
Begin deze eeuw werden de stad Iranshahr en de omliggende dorpen door rampspoed getroffen: zeven jaar achter elkaar viel er geen druppel regen. Door de ongeorganiseerde aanleg van dammen en een landbouw die niet op de veranderde omstandigheden wist in te spelen werd vruchtbare grond verpest.
De in de jaren negentig gestichte industriestad Iranshahr biedt tegenwoordig een spookachtige aanblik. Het is er leeg en stil. De kalksteen- en marmermijn is al jaren gesloten. Het geboortecijfer is hier echter hoger dan het landelijk gemiddelde.
Krediet
Mohammad Hossein, die al vanaf zijn vijftiende als assistent-chauffeur werkte, kocht twee jaar geleden een pick-up op krediet. Hij zat altijd in de schulden; door diesel te vervoeren, kon hij die maandelijks aflossen én de familie-uitgaven voor zijn rekening nemen.
Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr. Een voertuig dat in brand vliegt betekent het verlies van bestaansmiddelen voor zeker tien mensen.
Het Khatam-ziekenhuis in Iranshahr, een stad waar zo’n 200.000 mensen wonen, telt landelijk het hoogste aantal operaties en amputaties die aan brandwonden zijn gerelateerd.
Vorig jaar ontploften wekelijks gemiddeld vier pick-uptrucks op de wegen van Iranshahr
Alle transporteurs die op de wegen hier in de buurt zijn verbrand, komen in dit ziekenhuis terecht. Met tien bedden en drie operatiekamers is dit het enige brandwondencentrum binnen een straal van 400 kilometer.
Een arts die er wekelijks twee of drie jonge dieselsmokkelaars met brandwonden behandelt en opereert, betreurt dat ze ‘voor niets sterven’.
Op de ringweg van Iranshahr heeft zich een kilometerslange rij van pick-ups, bestelwagens en auto’s gevormd. De chauffeurs staan twee rijen dik om een deel van hun vracht te verkopen voor dertig keer zoveel als de normale prijs – meestal twee- à driehonderd liter die ze hebben ingekocht tegen het overheidstarief.
Hier bevindt zich een depot van gesmokkelde diesel, en de meeste vervoerders van Iranshahr zijn er klant. Hetzij om diesel aan het depot te verkopen, hetzij om er diesel in te kopen, die over de grens wordt gesmokkeld. Kleine overdekte, schemerige, stinkende binnenplaatsen, zwarte, vettige vloeren. Met een zuigpomp en een elektromotor worden tientallen vaten van elk 220 liter gevuld.
Pinapparaat
Eslam, de eigenaar, heeft een pinapparaat, contanten en een kluis.
De prijs voor het kopen en verkopen van diesel verandert meerdere keren per dag. Noch de dieseltransporteurs, noch de verkopers weten wie die prijs bepaalt. Ze weten alleen dat het openen en sluiten van de Pakistaanse grens en zelfs het stijgen en dalen van het peil van de grensrivier er invloed op hebben.
We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden
In dit entrepot in Iranshahr heeft een tankwagen zijn inhoud nog maar net gelost of er arriveert een nieuwe pick-up. De chauffeur, een magere jongeman met een donker gezicht, die een eindje bij zijn auto vandaan staat om een sigaret te roken, maakt zich op om naar Pirkour te rijden. Het zal twee dagen duren voor hij bij de grens is. ‘De weg is zo slecht dat je het leven gaat vervloeken. We moeten door de woestijn en over de bergen om de politie te vermijden.’
De pick-ups met diesel vormen een konvooi. De chauffeurs kiezen een jonge collega uit als verkenner. Een kwartier voordat de stoet vertrekt gaat hij er op een motorfiets vandoor, en hij keert terug om de chauffeurs te vertellen of er onderweg politie valt te verwachten.
Leraar worden
Mohammad Hossein betaalde de studie van zijn negentienjarige neef Chahab. Als hij dit jaar niet naar de universiteit gaat, zal ook hij moeten werken als dieseltransporteur, net als de rest van de jongens in het dorp.
‘In ons dorp ben ik de enige die naar de universiteit kan,’ zegt Chahab. ‘De andere jongeren hebben niet eens de middelbare school gedaan. Studeren interesseert ze niet. We hebben hier niet eens een park of een voetbalveld.’
Een lokale bewoner zegt dat zelfs de clandestiene verkoop van diesel voor veel van deze jongeren te hoog is gegrepen: ‘Ze hebben minimaal 500.000 toman [9 euro] nodig om tanks en twee of drie meter slang te kunnen kopen. Met zo’n bedrag kun je een gezin van zeven een week lang van brood voorzien. En veel gezinnen in het dorp eten alleen brood.’
Chahab wil alleen maar ‘een goede baan’ en ‘een eenvoudig leven’. ‘Mijn droom is om leraar te worden, maar hier, in dit dorp, is het waarmaken van je dromen een droom.’
Ooit waren er ‘grote verhalen’ die alles verklaarden, van het morele gedrag van staten tot aan literatuur. Met het wegvallen van overkoepelende verhaallijnen is er behoefte ontstaan aan een nieuwe manier van denken over wat ons verbindt, van Manilla tot Silicon Valley tot aan Moskou, aldus de Russisch-Britse journalist.
‘Beste Peter. Ik heb lang gewacht voor ik je schreef, maar het laatste nieuws maakt duidelijk dat het eenvoudigweg gevaarlijk is om nog langer te zwijgen.
Mijn ex-collega’s zitten in de gevangenis. Maandenlang hebben mijn vrienden en ik moeite gehad om ook maar enige aandacht van de media te krijgen. Nu is er iets gebeurd dat wel degelijk de aandacht van de belangrijkste nieuwsagentschappen heeft getrokken – maar ik vraag me af hoelang het zal duren. Is er een manier om die aandacht vast te houden? Ik heb het gevoel dat wij allemaal gijzelaars zijn hier – en het is angstaanjagend. Alles, iedere misdaad, is hier mogelijk geworden.’
Ik kreeg deze boodschap deze zomer van een vriend in Belarus, een paar dagen nadat de dictator van het land, Alexander Loekasjenka, een MIG-straaljager had ingezet om een internationale passagiersvlucht te onderscheppen bij de doorkruising van ‘zijn’ luchtruim en een journalist uit Belarus en zijn vriendin, die in vermeende veiligheid in Litouwen hadden gewoond, van boord had gehaald. Een paar dagen later verscheen de gevangengenomen journalist, Roman Protasevitsj, met duidelijke sporen van marteling op de staatstelevisie. In een setting die de showprocessen onder Stalin in herinnering roept, bekende hij verraad.
In het kort
• De stuitende ontvoering van een journalist uit Belarus en zijn vriendin door Loekasjenka is alweer in de vergetelheid geraakt.
• De reden is dat Loekasjenka’s schandelijke misdaden niet in een ruimere betekenisketen terecht zijn gekomen.
• Alles is onderdeel van één samenhangende geschiedenis.
Er was sprake van enige verontwaardiging in wat we graag de internationale gemeenschap noemen; de woorden ‘kaping’ en zelfs ‘terroristische daad’ vielen. En vervolgens raakte, zoals mijn vriend al vreesde, het voorval in vergetelheid. Loekasjenka kreeg te maken met milde represailles, zoals een verbod aan de staatsluchtvaartmaatschappij van Belarus om op Europa te vliegen. Zijn boodschap aan iedereen die het waagde hem tegen te werken was krachtiger: ik kan met je doen wat ik wil, waar je ook bent.
Een gebeurtenis wordt pas onthouden als het past binnen een breder kader
Het kostte me moeite het verzoek van mijn vriend te beantwoorden. Een gebeurtenis wordt pas onthouden als het past binnen een breder kader. Iedereen die weleens een geheugenspelletje heeft gedaan weet dat je afzonderlijke dingen onthoudt door ze in een reeks te plaatsen, zodat ze betekenis krijgen als onderdeel van een groter geheel. Zo is het ook in de media en politiek: een voorval krijgt pas zeggingskracht als onderdeel van een brede narratief.
Maar Loekasjenka’s schandelijke misdaden zijn niet in een ruimere betekenisketen terechtgekomen. En dit geldt niet alleen voor Belarus. Van Birma tot Syrië, van Jemen tot Sri Lanka hebben we meer bewijs dan ooit van misdaden jegens de menselijkheid – van marteling, chemische aanvallen, clusterbombardementen, verkrachting, repressie en willekeurige vrijheidsberoving. Maar de verhalen dwingen maar moeizaam aandacht af, laat staan consequenties. We hebben meer mogelijkheden om te publiceren dan ooit; er zijn geen geografische beperkingen; ons publiek behelst in potentie de hele wereld. Toch komt op de meeste onthullingen of onderzoeken geen respons. Hoe kan dat?
DE SELECTIE VAN 360
360 selecteerde dit jaar drie verhalen, uit de categorieën Distinguished Reporting, Public Discourse en Investigative Reporting.
In deze en in alle andere tijden hebben we een journalistiek nodig die ons informeert over wat er buiten ons blikveld gebeurt, over wat politici proberen geheim te houden, en die regeringen dwingt verantwoording af te leggen over beslissingen die de welvaart van gewone mensen bedreigen. En daar hoort geen enkel ander streven bij dan het zo gewetensvol mogelijk de werkelijkheid proberen te beschrijven. Of zoals Peter Pomerantsev het in zijn artikel beschrijft: ‘We gaan een hobbel te lijf die slechts een onregelmatigheid in een hoek van de tuin leek, maar als we hem uitgraven leiden de wortelstokken ons naar de tuin van de buren. Dit is een nieuwe missie van de journalistiek. Uitzoeken waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou.’
Instorting
De instorting van de Sovjet-Unie had moeten aanzetten tot bespiegeling en ons moeten aanmoedigen niemand uit te sluiten van het grotere mensenrechtenverhaal tegen politieke repressie. En in de jaren negentig leek dit ook even mogelijk. Toen de democratiseringsgolf zowel de pro-Sovjet- als de pro-Amerika-dictaturen over de hele wereld omverwierp; toen in 1998 het Internationaal Hof van Strafrecht in Den Haag werd opgericht; toen met succes humanitaire interventies werden uitgevoerd van in de westerse Balkanlanden tot in Oost-Afrika. Even leek het er inderdaad op dat de rechtvaardigheid eerlijker zou worden verdeeld.
Maar er gebeurde iets anders. In plaats van dat er meer deelnemers werden toegelaten in het mensenrechtenverhaal, stortte het hele verhaal in elkaar. Eerst kregen sommige slachtoffers meer aandacht dan andere, geleidelijk aan kregen geen enkele slachtoffers meer langdurige aandacht. De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hadden de wereld gedwongen de Verklaringen van de Rechten van de Mens van de VN te onderschrijven, althans in principe, en de post-Koude Oorlog-rampen in Srebrenica en Rwanda hadden humanitaire interventies in de hand gewerkt en de weg geopend naar het ‘recht op bescherming’.
Bij vorige misdaden tegen de menselijkheid gold altijd onwetendheid als excuus
Bij vorige misdaden tegen de menselijkheid gold altijd onwetendheid als excuus. Van Auschwitz tot Srebrenica tot Rwanda konden leiders beweren dat ze zich ofwel niet bewust waren van de feiten, ofwel dat de feiten twijfelachtig waren of de gebeurtenissen te snel gingen om in te grijpen. Maar inmiddels hebben we toegang tot alwetende media, die vaak met overvloedig en ogenblikkelijk bewijsmateriaal komen. En toch hebben die minder effect dan ooit. Het misdaadportret bestaat nog altijd uit allemaal losse beelden.
Dat voelde in de Koude Oorlog anders. Toen leek er een verband te bestaan tussen de arrestatie van één enkele Sovjet-dissident en een bredere geopolitieke, institutionele, morele, culturele en historische strijd. In de media, boeken en films uit die tijd werden de verhalen van afzonderlijke politiek gevangenen en mensenrechtenschendingen verteld als onderdeel van een breder, overkoepelend verhaal over de algemene vrijheidsstrijd tegen dictatuur, een strijd met de ziel van de geschiedenis als inzet. En dankzij dat complete verhaal voelden inwoners van democratieën zich deel uitmaken van een identiteit: wij staan aan de kant van de vrijheid versus de tirannie. Er waren instanties die dit narratief en deze identiteit ondersteunden. Politiek gevangenen voelden zich minder kwetsbaar wanneer informatie over hun arrestatie bekend werd gemaakt op de BBC of Radio Free Europe, of opgepikt door Amnesty International, in de Verenigde Naties ter sprake kwam, naar voren werd gebracht door Amerikaanse presidenten in bilateraal topoverleg met het Sovjetleiderschap.
Hierdoor hielden we onze aandacht erbij. En toen de zonden van het Westen zelf werden onthuld, zoals het CIA-programma met Koude Oorlog-gerelateerde heimelijke moorden en coups in de jaren zeventig, ontstond er bovendien een kader om de aandacht en de verontwaardiging van het westerse publiek te kanaliseren.
Er was wat je een ‘groot verhaal’ zou kunnen noemen, dat alles omvatte: van het morele gedrag van staten tot aan literatuur en kunst en hoe de mensen zichzelf zagen. Het was verbonden met verlichtingsidealen aangaande ‘vooruitgang’ en ‘bevrijding’, waarbij feiten en bewijzen iets waren om gerespecteerd, bevestigd of verworpen te worden met redelijke argumenten of verifieerbaar bewijs. Zelfs het Sovjetregime maakte deel uit van een taal en wereldbeeld waarin rechten – de rechten van gekoloniseerde of voorheen economisch onderdrukte volken – er althans in theorie toe deden. Het zette zelfs een handtekening onder mensenrechtenbeloftes, die Sovjet-dissidenten in staat stelden van de Kremlinleiders te eisen ‘hun eigen wetten te eerbiedigen’.
In deze strijd tussen verheven ideeën, waarin beide partijen hun idealen superieur verklaarden, ontstond ruimte voor dissidenten om van de macht te eisen dat ze haar idealen na zou leven. In de periferie werden deze idealen aangeheven om steun te vragen voor vrijheidsbewegingen van een van beide kampen.
Haken en ogen
Natuurlijk zaten er haken en ogen aan die grote verhalen. Vaak werden slachtoffers van rivaliserende ideologieën bevoorrecht terwijl er continentwijde blinde vlekken bleven bestaan. Priesters die in Polen door de communisten waren vermoord kregen meer aandacht in de westerse media dan priesters die door bondgenoten van de VS waren vermoord in El Salvador. Het Rode Leger dat opstanden in Boedapest en Praag neersloeg werd oneindig intensiever gevolgd dan de neergeslagen antikoloniale opstanden in Kenia.
Vooralsnog worden ‘de cheques die in 1945 werden uitgeschreven aan de kwetsbaarste volken in de wereld – aangeduid als “internationale humanitaire wet” – niet verzilverd’, aldus David Miliband, de voormalig Britse minister van Buitenlandse Zaken en het huidige hoofd van het IRC (International Rescue Committee). Wij zijn wat hij noemt het Straffeloze Tijdperk ingegaan: ‘Een tijd waarin militairen, milities en huurlingen in conflicten over de hele wereld menen met alles weg te komen. En omdat ze met alles wegkomen, doen ze ook alles.’
Het verval kwam deels van binnenuit. De taal voor rechten en vrijheden werd uitgehold door leiders die haar misbruikten en lege hulzen achterlieten. Het Sovjetregime versjacherde de taal die bestemd was voor economische gerechtigheid en gelijkheid – tegenwoordig klinkt alleen al het woord ‘socialist’ velen in het voormalige communistische blok als een vloek in de oren. In het Westen werden verheven begrippen als vrijheid en tirannie ingezet als excuus voor niet-uitgelokte oorlogen en bezoedeld door de onvermijdelijke consequenties van de oorlog. In 2003 koppelde president George W. Bush voorafgaand aan de invasie van de Verenigde Staten in Irak doelbewust de tweespalt uit de Koude Oorlog aan zijn visie op het Midden-Oosten door beloftes te maken als ‘de democratie zal overwinnen’ en ‘vrijheid kan de toekomst zijn van ieder land’. In werkelijkheid had de invasie een burgeroorlog tot gevolg en honderdduizenden doden, werd de macht van Iran vergroot en veranderde Syrië in een vazalstaat van een nieuwe autoritaire as. Onder de bevolking in rijke democratieën leidde de invasie tot cynisme en een verbitterde zoektocht naar de eigen identiteit. Woorden die in Oost-Berlijn en Praag nog volop betekenis hadden, verloren in Bagdad hun strekking. En voor beelden gold dat net zo goed.
Anders dan democratie – luidt de weinig subtiele boodschap – is dictatuur sterk en stabiel
Dit rottingsproces van binnenuit ging gepaard met de aanval van buitenaf. Het grote leidmotief van de huidige Russische en nu ook Chinese propaganda is dat het verlangen naar vrijheid en de strijd voor mensenrechten niet leiden tot voorspoed maar tot ellende en bloedvergieten. Russische propagandakanalen koppelen graag flitsen van volksopstanden in Syrië of Oekraïne aan beelden van de daaruit voortvloeiende conflicten in die landen, alsof de oorlog het onvermijdelijke gevolg van de revoltes was en niet de reactie van dictaturen om ze neer te slaan. Anders dan democratie – luidt de weinig subtiele boodschap – is dictatuur sterk en stabiel.
Nobelprijs
De Nobelprijs voor de Vrede werd vorig jaar toegekend aan twee journalisten: Maria Ressa, de uitgever van Rappler, uit de Filippijnen, en Dmitri Moeratov, de uitgever van Novaja Gazeta, uit Rusland. Als we goed naar hun werk kijken, tekent zich iets interessants af.
Maria Ressa’s situatie had heel goed zo’n ver-van-mijn-bedshow voor de rest van de wereld kunnen zijn. Ze staat als journalist bloot aan kritiek van de Filippijnse regering, omdat ze de wederrechtelijke moorden aan de kaak stelt die onder president Rodrigo Duterte zijn gepleegd. Journalisten in de hele wereld staan dag in dag uit bloot aan kritiek en in de Filippijnen worden ze regelmatig vermoord zonder dat er veel aandacht in het buitenland voor is. Zelfs de massamoorden door proregeringbendes, waar Maria (die zitting heeft in de Raad van Commissarissen van Coda Story) verslag van deed, zijn nauwelijks goed voor een krantenkop in het buitenland. Toch wist Maria onze aandacht vast te houden. Hoe?
Toen ze zich verdiepte in wat haar overkwam, merkte Maria dat iets aan Duterte’s aanvallen – zijn gebruik van trollenlegers en cybermilitia’s om zijn tegenstanders te intimideren, bekladden en breken – zowel nieuw was als universeel. Hij paste niet alleen censuur toe, hij zorgde daarnaast voor een hoop heisa op de sociale media, zodat de waarheid werd overstemd en de werkelijkheid vervormd. Maria beperkte haar onderzoek niet tot de Filippijnen, maar breidde het uit naar Facebook, de schadelijke kanten van de sociale media, de rechteloosheid van digitale misinformatie. Haar campagne en de manier waarop ze haar verhaal vertelde voerden niet alleen naar het presidentieel paleis in Manilla maar ook naar Silicon Valley, naar iedere verkiezing waarmee online was gesjoemeld, naar ieder conflict dat werd gevoed door digitale haatcampagnes, naar iedere vrouw of minderheid die werd getiranniseerd of getreiterd op sociale media, naar iedere ouder die bezorgd was over wat hun kinderen online overkwam. Haar verhaal kreeg belang voor iedere wetgever en civiel ambtenaar die zich afvragen hoe ze deze nieuwe grens moeten trekken. Het actualiseerde ons denken over vrijheid van meningsuiting in het digitale domein en dwong technologiebedrijven om op z’n minst toe te geven dat illegaal gecoördineerde campagnes geen rechtmatige uitingsvorm waren maar een vorm van censuur. Eén bestaand persoon die iets onaangenaams zegt, alla. Maar als een handvol trollen pretendeert dat duizenden niet-bestaande personen hetzelfde zeggen, ligt dat anders.
Maria bracht in haar onderzoek landen met elkaar in verband die nooit onder één noemer waren gebracht
Daarnaast bracht Maria in haar onderzoek landen met elkaar in verband die nooit onder één noemer waren gebracht. Niemand had ooit Rusland en de Filippijnen op één lijn gezien. Hun dissidenten ontmoeten elkaar niet. Ze stonden in de Koude Oorlog aan verschillende kanten. Maar inmiddels zijn deze twee prominente gebieden op het gebied van online manipulatie onderdeel van een samenhangend verhaal geworden. Maria bekeek research van Russische journalisten om te begrijpen wat in haar eigen land gaande was en begon Rusland en de Filippijnen te zien als één frontlinie van digitaal autoritarisme.
Wereldomspannend narratief
In Rusland ontstond bovendien nog een andere schijnbaar lokale kwestie die uitgroeide tot een wereldomspannend narratief. Toen Russische activisten en journalisten voor het eerst, in het vroege Poetin-tijdperk, de wereld probeerden duidelijk te maken dat het regime stoelde op diefstal uit staatsbezittingen en witwaspraktijken in westerse landen, haalden de meesten hun schouders op. Wat kan het schelen? Het was misschien niet goed voor Rusland, maar Londen en New York werden er rijker van en het Kremlin zwakker. Het kostte tien jaar moeizaam argumenteren en bewijs verzamelen om te laten zien dat het bij de corruptie in Rusland en Afrika, Centraal-Azië en het Midden-Oosten niet alleen ging om een lokale tragedie. Wij werden er net zo goed door geraakt. Corruptie was ook een manier om democratieën te infiltreren en ondermijnen, onze buitenlandpolitiek in opspraak te brengen, politici om te kopen, uiterst rechtse politiek een podium te geven. Er werd een elite gecreëerd die haar invloed en macht aanwendde om oorlogen te beginnen en ermee weg te komen, omdat westerse landen inmiddels afhankelijk waren van de onrechtmatige investeringen. Er werd een wereld gecreëerd waarin de rijken der aarde er andere regels op na houden, niet geplaagd door het binnenlandse recht waar dan ook. En zo werden de ongelijkheid en woede gevoed waardoor het geloof van burgers in democratische instellingen werd ondermijnd. En de vijand zat niet alleen in het Kremlin, het betrof ook tussenpersonen en witwassers op achtenswaardige kantoren in New York en Londen.
Het was een hele klus om aan te tonen dat de tragedie van een ziekenhuis in Noord-Rusland, dat door bureaucraten was geplunderd om vastgoed in Londen te kopen, ook de mensen in het Pentagon aanging. Tegenwoordig staat corruptie (of preciezer: kleptocratie en witwasserij) centraal op de veiligheidsagenda van de nieuwe regering van de VS. Maar het heeft jaren hard werken gekost om de verbanden bloot te leggen die begraven liggen onder al het nepnieuws en de narcistische blik van de sociale media, en om van iets wat op het eerste oog een randverschijnsel leek een verhaal te maken dat in al onze levens speelt.
Dus dat is de opdracht: de als ranken ineengrijpende geschillen aan het licht brengen, de vervlochten wortels van de problemen die de wereld heviger dan ooit teisteren en waarvan de diepere betekenis nog moet worden onthuld. Vroeger bestond het grote verhaal van de democratie ergens boven ons hoofd, als een vliegtuig waar je in kon stappen vanaf een platform dat ‘mensenrechten’ heette. Nu gebruiken we schoppen. We gaan een hobbel te lijf die slechts een onregelmatigheid in een hoek van de tuin leek, maar als we hem uitgraven leiden de wortelstokken ons naar de tuin van de buren. Dit is een nieuwe missie van de journalistiek. Uitzoeken waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou. Het onverwachte raakpunt vinden tussen landen waarvan niemand ooit eerder dacht als onderdeel van een en dezelfde kaart. Want deze nieuwe lijnen bestaan. Ze hoeven niet te worden gecreëerd – ze moeten worden opgediept. En dan kan één afzonderlijk voorval staan voor vele andere en kan één krantenartikel over de grenzen resoneren. Nieuwe kijkers en lezers, die er nooit bij stilstonden dat ze iets gemeen hadden, kunnen worden bijeengebracht. En deze nieuwe journalistiek moet meer doen dan alleen nieuwe verbanden leggen en nieuwe kijkers en lezers verbinden – ze moet de contouren aangeven van de discussie die de oplossing aanreikt voor de blootgelegde kwesties en haar publiek de kans bieden om van passieve spelers te veranderen in deelnemers aan een herformulering van een toekomst.
We hebben de laatste jaren over de hele wereld meer protesten gezien dan in decennia het geval was
Want hoewel het oude verhaal over ‘democratiseringsgolven’, over makkelijk gedefinieerde en herkenbare ‘mensenrechtenverklaringen’ is verbleekt, riskeren mensen nog steeds hun leven en levensonderhoud om te protesteren en te vechten voor… ja, waarvoor? We hebben de laatste jaren over de hele wereld meer protesten gezien dan in decennia het geval was. Van Hongkong tot Tbilisi, van Soedan tot Chili. En in Belarus natuurlijk. Belarus dat altijd werd weggezet als tevreden met z’n ontaarde dictator, met het compromis tussen stabiliteit en eenmansbewind. En toen ineens, hoe bestaat het, kwam het hele land in opstand. Niet alleen stedelijke liberalen, maar ook gepensioneerden en fabrieksarbeiders lieten van zich horen.
Maar anders dan in 1989 denken we bij al deze protesten over de hele wereld niet aan een geheel. We zien ze niet als onderdeel van één onvermijdelijke, samenhangende Geschiedenis. De rechten waarvoor wordt opgekomen zijn erg verschillend. De regimes waartegen wordt gevochten houden zich niet per se aan de oude verschillen tussen democratieën en dictaturen. En toch kriebelt er nog steeds iets. Een soort onderliggende urgentie, een behoefte die niet kan worden bevredigd. Wat verbindt al deze uiteenlopende bewegingen? Wat zullen we aantreffen tijdens ons graafproces? Misschien houdt zich daarbeneden wel iets samenhangends schuil en leiden alle ranken naar een allesomvattend geheugen, iets levends, enorms, globaals, vreselijks – dat zich klaarmaakt om de epische bewijsschatten, de gigantische hoeveelheid data die getuigen van misbruik en misdaden jegens de menselijkheid, een doel én een betekenis te geven.
Zes jaar na de aanslagen van 13 november heeft de rechtbank in Parijs Salah Abdeslam veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf zonder kans op vervroegde vrijlating. ‘Een uitzonderlijke straf’, schrijft Le Soir, voor het enige nog levende lid van de terreurgroep die in 2015 op verschillende plaatsen in de Franse hoofdstad een bloedbad aanrichtte.
De straf is ‘een primeur voor een terroristische daad’, merkt ook Le Temps op. ‘De openbaar aanklager had deze straf geëist, de zwaarst mogelijke volgens het Franse recht.’ De uitspraak ‘onderstreept het unieke en historische karakter van deze misdaad’, schrijft Corriere della Sera.
Experts toonden aan dat Abdelsalams bomgordel niet afging omdat hij niet werkte
Justitie geloofde niet in de verklaring van Salah Abdeslam, die zei dat hij zich op het laatste moment bedacht en niet wilde dat de bomgordel afging, meldt El País. Experts toonden aan dat de bomgordel niet afging omdat hij niet werkte.
Abdeslam was niet de enige die die dag werd veroordeeld. Het speciaal samengestelde Hof gaf onder andere ook levenslang aan Mohamed Abrini, die Abdeslam vergezelde om de Clio te huren die bij de aanslagen werd gebruikt en om woonruimte te huren in Parijs. Ook was hij betrokken bij de aanslag op het Brusselse vliegveld Zaventem.
‘Er is dus een uitspraak, maar het was vanaf het begin duidelijk dat het in dit proces om meer ging dan een vonnis’, schrijft Süddeutsche Zeitung. ‘Het was een poging om alle gevolgen te beschrijven die een dergelijk misdrijf met zich meebrengt, want 13 november 2015 veranderde Frankrijk.’
Met valse advertenties en neppe websites sluizen internetfraudeurs geld weg. Alles verloopt snel en anoniem waardoor het lastig is de criminelen te achterhalen. Wel kunnen we op Crimenetwork gesprekken van de oplichters lezen.
Misschien kunnen we nog iets vinden op eBay. Zo vlak voor Kerst is dit platform de laatste grote hoop voor veel mensen die nog een cadeautje zoeken. Sommigen willen niet meer veel geld uitgeven, anderen hebben het gewoon niet. En bij eBay of in off-the-beaten-track onlineshops is het vaak ietsje goedkoper.
Maar deze koopjesjacht kent risico’s. Want terwijl de argeloze koopjeszoekers de aanbiedingen langslopen hebben internetfraudeurs allang hun val gezet. En dat gaat zoals hier tussen twee gebruikers met als pseudoniem lockdownlothar en 3komma3:
lockdownlothar guess you’re sway, right? 3komma3 hoi ja lockdownlothar wat kan ik voor je doen? 3komma3 wil graag op proef tien advertenties kopen voor klaz. (‘Klaz’ staat voor eBay, de advertenties horen bij de oplichterstruc.) lockdownlothar kunnen we doen lockdownlothar prijssegment en andere item verzoeken? 3komma3 beste niche 3komma3 prijs vanaf 500.
Crimenetwork, een marktplaats voor criminelen, waar vrijwel alles te krijgen valt waar de legale markt niet in voorziet
Bovenstaande boodschap komt uit een echte chat tussen twee vermoedelijke cybercriminelen. Een van hen is 3komma3 – of ook wel sway. Beide pseudoniemen gebruikt hij op Jabber, een instant messaging-service vergelijkbaar met het vroegere msn. Het forum waar ze elkaar hebben ontmoet is Crimenetwork, een marktplaats voor criminelen, waar vrijwel alles te krijgen valt waar de legale markt niet in voorziet: nep-onlineshops met fakeproducten, gejatte identiteiten, gekaapte bankrekeningen. Wie zoekt, die vindt.
Advertenties met koopjes
Op internetfora vinden deze vermoedelijke fraudeurs alles wat ze voor hun oplichterij nodig hebben. De nietsvermoedende shopper ziet alleen advertenties met koopjes en kan de verleiding niet weerstaan. Hij klikt, betaalt – en staat met lege handen. De bestelling komt nooit aan, het geld verdwijnt naar een door de oplichters gekaapte rekening en is weg. De daders hebben daarvoor alleen een computer nodig en een flinke portie criminele energie. Elk jaar maken ze zo miljoenen euro buit.
In 2020 wilde de recherche het criminele forum een harde slag toebrengen. Veertienhonderd agenten doorzochten een flink aantal gebouwen. Lamgelegd hebben ze het netwerk duidelijk niet. Want enkele chatberichten schreven lockdownlothar en 3komma3 pas begin dit jaar.
De mensen achter zulke pseudoniemen opereren niet in een bende, het zijn lone wolves
Uit de gesprekken blijkt dat mensen achter zulke pseudoniemen niet in een bende opereren, het zijn lone wolves. Ze frauderen allemaal op eigen houtje. Maar ze onderhouden wel contact met elkaar, ze bieden elkaar diensten aan, sommigen worden ook echte maatjes. De Süddeutsche Zeitung kon ruim 20.000 chats inzien en de echtheid ervan steekproefsgewijs controleren via enige eruit voortvloeiende bitcoin-transacties. Zo kom je heel dicht bij de vermoedelijke fraudeurs – tot bij hun onderlinge chatverkeer. sway schreef tussen eind januari en begin april 7300 berichten, meer dan enig andere persoon in het chat-bestand. Wat drijft iemand die thuis waarschijnlijk honderdduizenden euro’s verdient met oplichting vanaf zijn computer?
Werktijden
Zijn normale ‘werktijd’ ligt klaarblijkelijk tussen elf uur ’s ochtends en 10 uur ’s avonds, de meeste berichten heeft hij binnen dit tijdsbestek geschreven. Waarom er juist van sway zoveel chats in het bestand zitten, is vooralsnog niet duidelijk. Mogelijk is hij zeer actief is in de scene en beschikt hij over een groot netwerk. Maar het is ook mogelijk dat iemand hem een loer heeft willen draaien.
Zijn job in de scene is die van shop filler, schrijft sway aan een van zijn chatpartners. Dat kan weinig anders betekenen dan dat hij nepwinkels opzet en zijn bankrekeningen spekt met geld van mensen die daar intrappen. Uit de chats blijkt verder dat hij mensen ook oplicht met nepadvertenties op eBay.
Elke dag chat sway met dienstverleners die hem veel werk uit handen nemen – en daarbij fors meeverdienen. In de chats informeert sway naar hun diensten, pingelt af van hun prijs, bekritiseert slechte waar. Hij koopt diensten in, vermoedelijk om zelf te kunnen frauderen. Dit systeem staat bekend als crime as a service. Met 30 pseudoniemen had sway in de genoemde drie maanden contact. Voor sommigen lijkt hij een vaste klant, anderen zijn waarschijnlijk vooral vriendjes.
Dit soort nepadvertenties verschijnt ook bij Amazon of andere online marktplaatsen
Dagelijks besteedt sway een deel van de dag aan het lokken van potentiële slachtoffers met fakeadvertenties op eBay. Daarvoor kopiëren oplichters meestal bestande bonafide advertenties en proberen zij die op het platform te plaatsen. Dit soort nepadvertenties verschijnt ook bij Amazon of andere online marktplaatsen. sway laat zulke advertenties – in de chats noemt hij ze ‘insis’ – door anderen in elkaar zetten. Zoals door raes:
3komma3 hoi 3komma3 wil graag paar insis kopen 3komma3 10x op proef raes nicheproducten? 3komma3 joe raes er zijn 80, in de aanbieding
Aan het eind van het gesprek koopt sway voor 150 euro advertenties. Daarmee creëert hij voor zichzelf de mogelijkheid om in het tijdsbestek van een maand zo’n 35 miljoen gebruikers op eBay te bestelen.
Technische voorzorgsmaatregelen
En eBay? Het bedrijf is op de hoogte van het probleem en treft naar eigen zeggen technische voorzorgsmaatregelen, neemt goed nota van klachten van gebruikers en waarschuwt voor opvallende zaken. Een woordvoerder zegt dat klanten beter niet vooruit kunnen betalen en dat het platform er alles doet om de veiligheid te garanderen.
sway heeft op dat moment twintig nieuwe advertenties. Het geld dat daarmee gemoeid is stuurt hij naar raes, natuurlijk niet via een bankoverschrijving, maar via bitcoin wallet. Dat is de digitale portemonnee waarmee je cryptovaluta zoals bitcoins kunt verzenden en ontvangen. Elke transactie die ooit met bitcoin is gedaan, wordt vastgelegd in de blockchain en kan met behulp van eenvoudige online tools door iedereen publiekelijk worden ingezien. En inderdaad, enkele uren na sways bericht legt de blockchain een transactie vast van omgerekend ongeveer 150 euro.
serkan36: broer, ik moet gewoon junky stuff hebben voor te adverteren
Vooral nicheproducten zijn gewild. Experts zeggen dat mensen met name in de val lopen als een product moeilijk verkrijgbaar is en kopers bereid zijn vooraf te betalen. Dan kan het net zo goed om de nieuwe Playstation als om een zak openhaardhout gaan. De vermoedelijke dienstverlener in de misdaad heeft als insider tip roeimachines aanbevolen, die gaan momenteel ‘als broodjes over de toonbank’. Geen wonder, in tijden van pandemie willen mensen immers thuis kunnen sporten. Het vraagstuk van producten die bijzonder ‘goed lopen’ houdt sway sowieso regelmatig bezig. Vaak gaat dat in een heel eigen vaktaaltje:
serkan36 broer serkan36 ik moet gewoon junky stuff hebben voor te adverteren 3komma3 wat is junky stuff serkan36 so dj shit un gitaren serkan36 dan gaan de mensen los 3komma3 oke bro 3komma3 vet veel adverteren 3komma3 aanval ok serkan36 ja maar ik moet ook gewoon advertenties hebben die knallen serkan36 un geen inbouwkeukens un grasmaaimachines serkan36 doe mij platenspelers un so djay shitzooi.
In de chats gaat het verder over halters, paardenzadels, kettingzagen of elektrische scooters. De vermeende gangsters scannen voortdurend de markt – en zetten daarop hun val. Zeker de maand december betekent voor internetfraudeurs hoogconjunctuur: ‘Hoe vaker mensen online shoppen, hoe vaker ze in de val van de nepshop trappen,’ waarschuwt Iwona Husemann van de consumentenbond Noordrijn-Westfalen. Door de 2g-regel in de detailhandel zullen dit jaar waarschijnlijk heel veel mensen kiezen voor onlineshopping, denkt ze. Daarbij komen nog de leveringsproblemen bij speelgoed en elektronica – reden temeer om elders op zoek te gaan naar aanbiedingen.
Nepshopproject
Behalve met nepadvertenties op eBay probeert sway consumenten klaarblijkelijk ook om de tuin te leiden met nepshops. In plaats van hier en daar een losse nepadvertentie zet sway daartoe meteen een complete website op. Die moet alles weghebben van een bonafide onlineshop met een groot aanbod. Alles op zo’n site is fake. Voor zijn meest recente nepshopproject geeft sway opdracht aan weer een andere chatpartner, die zichzelf op Crimenetworksimonerus noemt. Zijn taak: de inhoud kopiëren van de sites van solide online-postorderbedrijven en deze nabouwen voor de nepwinkels. De twee werken al een paar dagen samen. Ondertussen raken ze aan de praat, over bitcoins en het geld dat ze met onlinefraude binnenhalen:
sway te veel geld uitgegeven laatste tijd simonerus haha. wat heb je nog zo opgescharreld sway poeh paar auto’s simonerus hoe maak je zo veel geld zonder wat te doen sway nou ik leef van het maanden geleden verdiende nog haha simonerus wat was dat dan 20 30k sway nene. was wel goed simonerus ik heb 700 gemaakt ongeveer. vorig jaar sway dan heb je echt grote uitgaven simonerus dit jaar wil ik 1mio halen. hoe dan ook simonerus dan eventjes rustig aan
Even later schrijft sway dat hij in het afgelopen jaar tussen de 100.000 en 200.000 euro heeft verdiend. Of dat klopt kan de Süddeutsche Zeitung niet controleren. Maar de bedragen die hij blijkens de bitcoin-transacties overmaakt doen vermoeden dat er in zijn zaakjes wel degelijk veel geld omgaat.
Volgens de recherche zijn maar weinig onlinefraudeurs professioneel programmeur laat staan hacker
Volgens de recherche zijn maar weinig onlinefraudeurs professioneel programmeur laat staan hacker. Waarom ook al die moeite? Gedetailleerde instructies voor onlinefraude staan op fora als Crimenetwork. Daar worden zakelijke en persoonlijke dingen besproken. Iemand schrijft dat hij als kind Pokemon-kaarten heeft gestolen, een ander werkt niet als zijn vriendin over de vloer is. En soms krijgen ze wroeging, iemand schrijft: ‘Jezelf op de borst slaan kun je niet, om eerlijk te zijn. Zeker ook omdat je altijd bang moet zijn dat je ’s ochtends hardhandig wordt gewekt.’ Hij bedoelt: door de politie.
Sway alias 3komma3 wacht kennelijk een volgende stap. Als een slachtoffer toehapt op een van zijn eBay-advertenties of nepshops, heeft hij immers een factuur nodig zodat de handel er zo echt mogelijk uitziet. Voor dienstverlener bigfootcnw een fluitje van een cent:
3komma3 hoi 3komma3 kun je me snel un rekening voor un koffiemachine knutselen bigfootcnw hi bigfootcnw ben jij sway ? 3komma3 yep 3komma3 die machine is et 3komma3 lukt et vllt in 5 min bigfootcnw Ik ben al bijna klaar
Identiteitskaarten en pakketzegels
Zo vervalsen mogelijke cybercriminelen als sway waarschijnlijk ook foto’s van identiteitskaarten en pakketzegels. Sway koopt zo’n zegel bijvoorbeeld bij Whit3cnw. Hij schrijft: ‘Heb un 100% tid-graad nodig gaat dat snel.’ tid, weer zo’n afkorting. Zij staat voor Transaction id, het trackingnummer waarmee de verzendstatus van pakketten gevolgd kan worden. Het is gekocht met een valse identiteit. Waarschijnlijk zal sway zijn denkbeeldige pakket nooit verzenden, maar met een echt trackingnummer kan hij zijn slachtoffers langer aan het lijntje houden.
Om met zijn slachtoffers af te kunnen rekenen mist sway nu nog een bankrekening. Zijn eigen rekeningnummer kan hij immers niet gebruiken. Op Crimenetwork koopt hij daarom waarschijnlijk een zogeheten bankdrop, een eerder door een oplichter gekaapte rekening. In de chats komen heel vaak gekaapte rekeningen van online banken zoals n26, Fidor of de Postbank terug. Veel minder vaak, maar daarom des te gewilder en duurder, lijkt er sprake te zijn rekeningen van de Sparkasse en de Consorsbank.
Een gejatte bankrekening is een belangrijk onderdeel van deze zwendel
Een gejatte bankrekening is een belangrijk onderdeel van deze zwendel. Ze bestaan dankzij de naïviteit van het publiek. Mensen surfen op internet en zien daar een goed gecamoufleerde advertentie van oplichters: ‘Testpersonen gezocht voor opening van een bankrekening.’ Nietsvermoedend klikken zij erop en openen zo een rekening bij een bank. In ruil daarvoor krijgen ze van de oplichters wat geld – een kleine tegemoetkoming voor de moeite. Vervolgens vragen de oplichters de mensen om hun toegangsgegevens. Zij zullen het rekeningnummer dan weer afsluiten. Maar dat is, net als het hele testgebeuren, een leugen. Zodra de mensen hun gegevens hebben doorgegeven kunnen de oplichters het legaal geopende bankrekeningnummer gebruiken alsof het van hen is. Als de koper bij eBay vervolgens geld overmaakt, belandt dit op de gekaapte rekening en vloeit het van daaruit weer weg. Zonder ook maar een spoor achter te laten naar de dader. In plaats daarvan komt de argeloze testpersoon in beeld.
Als de politie met de slachtoffers contact opneemt, is het vaak al te laat en zijn de daders gevlogen. Desgevraagd zeiden alle banken dat ze zich bewust waren van het probleem en dat dit als gevolg van de pandemie ook groter was geworden. Ze gingen er actief mee aan de slag, met technische oplossingen en via voorlichting. Maar zolang mensen nietsvermoedend in de trucjes van oplichters trappen valt het frauduleus openen van bankrekeningen niet volledig te voorkomen. Daarover is iedereen het eens.
Omdat alles anoniem en snel verloopt, is het voor de recherche lastig de oplichters te achterhalen
Als de politie bij de slachtoffers voor de deur staat is het meestal te laat. Omdat alles anoniem en snel verloopt, is het voor de recherche lastig de oplichters te achterhalen. Voor consumenten is dat geen goed nieuws. Ze zijn min of meer machteloos en kunnen op een dag een waarschijnlijke oplichter zoals sway tegen het lijf lopen. In een van de chats duikt zijn telefoonnummer op. Als Süddeutsche Zeitung hem belt, neemt hij niet op. Hij antwoordt via Telegram Messenger. Op onze aantijgingen wil hij in eerste instantie niet reageren, hij schrijft dat het ‘waarschijnlijk om een misverstand’ gaat. Als we doorvragen stuurt hij links naar het socialemediaprofiel van de drie betrokken SZ-redacteuren, zegt dat hij daar wel iets mee kan en dat ze maar eens goed moeten nadenken of ze hun verhaal wel willen publiceren. Vooralsnog is het zijn laatste bericht.
Einde vervolging ‘ernstig falen van de rechtsgang’
’Mark F. Pomerantz, die namens de rechtbank van Manhattan een onderzoek leidde naar Donald Trump, zegt dat de voormalige Amerikaanse president schuldig is aan meervoudige fraude’, aldus Axios. Pomerantz, die met pensioen ging om aan het Trump-onderzoek te werken, nam op 23 februari ontslag.
In zijn ontslagbrief, in bezit van The New York Times, verklaart hij voor het eerst expliciet zijn overtuiging dat het Openbaar Ministerie de voormalige president had kunnen veroordelen. De beslissing van officier van justitie Bragg om het onderzoek naar Donald Trump te staken, was ’in strijd met het algemeen belang’, schreef hij.
Pomerantz, die overwoog Trump aan te klagen voor het vervalsen van financiële documentatie, beschreef het beëindigen van de vervolging als ’ernstig falen van de rechtsgang’. ’De nieuwe officier van justitie van Manhattan heeft er inderdaad voor gekozen om Trump niet aan te klagen’, verklaart Pomerantsz aan Axios. ’Geen enkel dossier is perfect. Zelfs als er risico’s waren, ben ik ervan overtuigd dat niet overgaan tot vervolging schadelijker zal zijn voor het vertrouwen in de rechtspleging.’
De VS hebben de import van avocado’s uit Mexico stopgezet. Het besluit komt aan als een klap voor de Mexicaanse economie want avocado’s zijn het derde belangrijkste exportproduct, schrijft El País.
Mexico produceert ruim een derde van ’s werelds avocado’s en is mondiaal gezien de grootste producent. Van de export gaat 81 procent naar de VS, de belangrijkste handelspartner en de grootste markt ter wereld. De export naar de VS genereerde vorig jaar ruim 2,8 miljard dollar (2,47 miljard euro) en betekende 300.000 directe en indirecte banen. De import is stopgezet na bedreigingen van inspecteurs in de staat Michoacán, de belangrijkste producent en een gebied dat lijdt onder geweld van de georganiseerde misdaad.
In de zomer van 1997 gaan Truus en Harry Langendonk op vakantie naar Duitsland. De reis eindigt bij een bosrand bij Traunstein. Nog altijd zoekt de politie hun moordenaar, die op klaarlichte dag zoiets als de volmaakte misdaad lijkt te hebben gepleegd.
En hij dacht nog: Gek, wat doet een zakenman zo laat ’s nachts bij een bushalte? Tien over twee, zo laat rijden er toch allang geen bussen meer? Op dat tijdstip heeft een manager toch geen taxi nodig, de vluchten gaan pas veel later. Rond die tijd wordt hij toch alleen gebeld door dronkelappen of verliefden die elkaar ’s avonds vinden en de volgende morgen alweer vreemden voor elkaar zullen zijn. Maar een zakenman?
Wolfgang Stahl ziet hem al van ver. Een man in een donker pak, licht overhemd, das, halflang haar. Zeven minuten eerder had hij vanuit de telefooncel hier een taxi besteld bij de halte Löwenberger Strasse, aan de uiterste rand van Neurenberg. Stahl stopt, opent de portier aan de bijrijderskant, maar de man sluit die meteen weer en stapt achter in. Stahl draait zich om, goedenavond, waar gaan we heen? ‘En toen dacht ik, man, wat ziet die eruit! Hij had smerige handen en zijn haar was nat van het zweet.’
De man zegt dat hij naar het Hauptbahnhof wil. Dan zegt hij niets meer en zit onbeweeglijk op de achterbank, een stille passagier. Pas na twee, drie kilometer vraagt hij of hij met Franse francs kan betalen. Geen probleem, zegt Wolfgang Stahl. Hij roept de centrale op en vraagt om de wisselkoers. Dan geen woord meer tot het station.
Een paar dagen later zal Stahl in de krant lezen over twee lijken die in deze nacht werden verbrand, even buiten de stad. Truus en Harry Langendonk, een echtpaar uit Nederland. Hij leest over het geld dat ze bij zich hadden voor de vakantie: guldens, schillings, francs. En hij zal de politie bellen en zeggen: hoor es, er zat een man bij mij in de taxi die mij in francs wilde betalen. En dat nog nooit iemand hem in Franse francs wilde betalen.
De smerige handen, de haren nat van het zweet, misschien toch geen zakenman
Wolfgang Stahl, grijze haren, een bruin shirt, rijdt nog eens de route van toen. Hij is allang met pensioen, heeft allang geen taxi meer, maar hij hoeft de bushalte maar te zien en meteen zit hij weer in die nacht in 1997. Alles staat hem meteen weer voor de geest. De smerige handen, de haren nat van het zweet, misschien toch geen zakenman. En zijn dialect, Oostenrijks.
Het is allemaal bijna vijfentwintig jaar geleden. Vijfentwintig jaar, wat klinkt dat ontzettend lang geleden. En toch is het nog altijd alsof het gisteren was. Stahl rijdt nu naar het centraal station van Neurenberg. Een bouwplaats, wachtende auto’s. Toen was het hier veel minder druk, zegt Stahl, zeker ’s nachts. Dan blijft hij staan, wijst op een lantaarnpaal naast de ingang van het station. ‘Daar heb ik ‘m uit laten stappen.’
100 francs
Die nacht in juni 1997, tegen 2.30 uur. De stille passagier heeft betaald: 100 francs. Hij loopt door de hal, maar maakt na een paar meter rechtsomkeert en komt terug naar de taxi. Hij steekt zijn hoofd door het achterportier naar binnen, zegt dat hij geen Duits geld heeft en of Stahl nog eens 100 francs voor hem kan wisselen. Dat kan. Stahl geeft hem 30 mark. De man gooit het portier dicht en verdwijnt.
Voor Wolfgang Stahl is de rit daarmee afgelopen. Maar de passagier loopt door het station, misschien kijkt hij of er nog treinen gaan, misschien denkt hij koortsachtig na, wie zal het zeggen. Zeker is alleen dat hij aan de andere kant van het station naar buiten loopt en een tweede taxi neemt. Zijn vlucht gaat verder.
Bijna vijfentwintig jaar later is de politie nog steeds op zoek naar die man. Een man die bij een bosrand in de buurt van Traunstein twee vakantiegangers neerschiet: Truus en Harry Langendonk. Die ze bovendien nog de keel doorsnijdt, op klaarlichte dag, ze later in hun camper legt en daarmee rijdt, en blijft rijden, net zo lang tot de brandstof op is. Hoofdzaak is: wegwezen. Die de auto vlak voor Neurenberg parkeert, alles in brand steekt en dan een raadselachtige reis door de nacht begint en in de ochtendschemer weer precies daar aankomt waar hij deze bizarre misdaad beging. De politie zoekt een man die twee mensen ombrengt en daarbij zo onwaarschijnlijk veel geluk heeft dat hij bijna zoiets als de volmaakte misdaad begaat.
Stefan Stampfl is op dit moment de enige die de moordenaar van de Langendonks nog zoekt
Maar het is beter om op de laatste dag van de Langendonks ergens anders te beginnen. Bij het middagmaal. Marquartstein, een dorp in de Chiemgau, nog geen drie uur met de auto ten zuiden van Neurenberg. Stefan Stampfl stopt voor een klein huis, stapt uit. Voor hem ligt het dal, met de kerktoren, verderweg glinstert de Chiemsee. Een omgeving die door een siersmid vormgegeven lijkt. Stampfl loopt om het huis heen, kijkt de tuin in, waar het klimop over de muur heen groeit, gaat een paar stappen terug, kijkt langs de gevel omhoog, waar de stuc afbrokkelt, het hout verweerd is. Op het balkonhek is de naam nog herkenbaar: ‘Wirtshaus Zum Schlossberg’, de letters zijn al lange tijd niet meer bijgewerkt. Aan alles in deze geschiedenis knaagt de tand des tijds.
Stefan Stampfl, negenenveertig, is hoofdcommissaris bij de recherche in Traunstein. Een man die in alles een opgeruimde indruk maakt: in zijn kleding, zijn zinnen, zijn stemming. Hij heeft een glad gezicht, krachtige armen, en is 1 meter 95 lang. Harry Langendonk was bijna even lang.
Stampf onderzoekt vanaf het begin de zaak. In 1997 was hij een van de dienstdoende agenten die het bos op de plek van de misdaad onderzochten. In 2003 zat hij in de speciale commissie (Soko) die nog eens met alle getuigen heeft gesproken, de taxichauffeurs, de omwonenden die de schoten en de schreeuwen gehoord hebben. In 2015 heeft hij de opsporing overgenomen. En nu? Stefan Stampfl is op dit moment de enige die de moordenaar van de Langendonks nog zoekt.
Bovendien koopt Harry een bierglas met opdruk van het Wirtshaus. Voor thuis.
Het overwoekerde café in Marquartstein dus. Hier hebben de twee gegeten voordat ze later met hun camper naar de bosrand zijn gereden. De plek van de misdaad. 7 juni 1997, 12.30 uur. Hoewel het buiten mooi weer is, gaan Truus en Harry Langendonk binnen aan een tafeltje zitten. Hij bestelt braadworsten en gebakken aardappeltjes. Hij drinkt er een appelsap bij. Zij eet niets, drinkt alleen een beetje zwarte thee. Ze zijn intussen negen dagen onderweg. Ze vertellen de serveerster over hun reis, zeggen dat ze Reit im Winkl graag willen bezoeken. Bovendien koopt Harry een bierglas met opdruk van het Wirtshaus. Voor thuis.
Slechts uren later, na de moord, zal de stille passagier met een tweede taxi uit Neurenberg terugrijden. Hij zal de chauffeur lange tijd niet precies zeggen waar hij heen wil, zal zijn bestemming steeds weer veranderen, hij zal ook Marquartstein een keer noemen. Uitgerekend. Hebben de Langendonks hun moordenaar hier al ontmoet, bij het middagmaal?
Camper
Truus en Harry Langendonk leidden wat je een normaal, misschien wel gelukkig, leven noemt. Hun bedrijf, een remservice, hadden ze jaren geleden al verkocht. Tijdens hun pensioen wilde ze vooral reizen. Ze hadden een nieuwe camper aangeschaft, een Mercedes, type Westfalia. Het kenteken wordt later in de kranten afgedrukt, ingevoegd onder ‘Registratienummer XY… onopgelost’: VB-13-JK.
De Langendonks woonden in Delden, twintig minuten van de Duitse grens. Truus, eenenzestig, las graag en verliet het huis nooit zonder gestifte lippen. Harry, drieënzestig, verstopte elk jaar kakelend een paar paaseieren voor zijn kleinkinderen. Ze speelden beiden piano en in hun huis stond een klok die hij als jongeman zelf had gebouwd. Met kerst. Er is een foto van hen waarop hij staat in een leren jasje, een kettinkje aan de pols, zij in een zomerjackje met kortgeknipte haren, ze proosten met elkaar en glimlachen.
Hun vakantiegeld nemen ze contant mee: guldens, francs, marken en schillings. Ze betalen liever niet met creditcard
In een Nederlandse reisblad lezen de Langendonks over de Duitse Alpenstrasse. Adembenemend, staat er boven het artikel. Ze besluiten de route te rijden met de camper. Hun vakantiegeld nemen ze contant mee: guldens, francs, marken en schillings. Ze betalen liever niet met creditcard.
Op 29 mei 1997 vertrekken ze vanuit Delden, langs de Rijn, naar de Alpen. Na een paar dagen sturen ze hun dochters een ansichtkaart uit Sigmaringen. Ze bezoeken slot Neuschwanstein en slot Linderhof, ze rijden naar Oberammergau en naar Wieskirche en maken daar overal foto’s die de politie later zal ontwikkelen. Uit Garmisch sturen ze een brief, ze schrijven dat ze in Mittenwald waren. Ze hadden een oude viool bij zich, die ze daar wilden laten taxeren. De politie zal resten daarvan terugvinden in de uitgebrande camper: snaren en werveltjes.
Stefan Stampfl, de rechercheur, stapt weer in zijn auto, laat het overwoekerde Wirtshaus achter zich en rijdt richting Traunstein. Rechts rijzen de bergen op als stomme getuigen, links strekken de velden zich uit. De politie heeft gereconstrueerd hoe de Langendonks op de plek van de misdaad zijn gekomen. Deze weg kunnen ze genomen hebben. Bij een oud gebouw van de post in Siegsdorf, kort voor Traunstein, stopt Stampfl nog eens. Een saai gebouw, duifgrijs gestuct. In de jaren negentig stonden overal in het land nog telefooncellen, ook hier. Tegen de muur zijn de omtrekken ervan nog zichtbaar.
Op 7 juni 1997, ergens tussen 13.30 en 14.30 uur, bellen de Langendonks een laatste keer naar huis. Ze spreken met hun schoonzoon, zeggen dat ze bij de Chiemsee zijn, en daar nog wat zullen blijven. Bij de benzinepomp aan de overkant staat een vrouw aan de kassa. Ze ziet hoe Truus Langendonk eerst alleen telefoneert, dan komt haar man erbij, ze wurmen zich met z’n tweeën in de telefooncel. Tot slot zeggen ze dat de munten op zijn. Ze bellen altijd tot de munten op zijn.
Vanaf het tankstation is het niet ver meer, een paar kilometer die het leven scheiden van de dood
Ongeveer een kwartier zijn de Langendonks hier geweest, ze tanken en kopen twee ijsjes bij de cassière. De politie zal haar later vragen of er nog iemand anders bij was. Zat er misschien nog iemand in de camper, stond er iemand in de buurt en stapte die ook in?
Van het tankstation is het niet ver meer, een paar kilometer die het leven scheiden van de dood. Stefan Stampfl rijdt nog eens door Traunstein heen, de B304 op, steeds verder, dan scherp naar links een smalle veldweg in die langs de bosrand omhoog voert, sparren, struiken. Dan blijft hij staan. Bij het Litzlwalchener Hölzl. De plek van de misdaad.
Litzlwalchen, dat zijn een paar huizen en boerderijen, verder alleen velden en bos. Een dorpje zo nietig en verloren dat het lijkt of het uit de broekzak van een reus is gevallen. Het is mogelijk dat de Langendonks juist daarom hierheen zijn gereden. Omdat het een rustig plekje is.
Modelvliegers
7 juni 1997 is een zaterdag. De zon schijnt uitbundig, 23 graden. In Litzlwalchen zijn verschillende modelvliegers bezig. Een echtpaar brengt de hele middag door bij de vliegplaats, recht tegenover de bosrand. In het dorp is een jonge moeder in de tuin bezig, haar man bouwt een vliegengordijn voor de terrasdeur. Een paar huizen verder kijkt een oudere dame tv.
Tussen 15 en 16 uur. Truus en Harry Langendonk parkeren hun camper langs de bosrand. Verscheidene getuigen zien de auto daar. Ze beschrijven ook dat er een tafeltje en stoelen bij het voertuig staan. Misschien drinken de Langendonks koffie, misschien doen ze een dutje, niemand die het weet.
Waarschijnlijk is dat ze hier uitrusten. Zeker is dat ze hier sterven.
Waar de dader ook vandaan komt, wat hij hier ook wil, omstreeks 18 uur schiet hij
Op enig moment zien de modelvliegers personen bij de camper, maar ze kunnen de politie later niet zeggen hoeveel het er zijn. De hut van de vliegers staat ongeveer 400 meter bij de Langendonks vandaan, hoe moeten ze weten of het er drie zijn, of vier? En waar komt de dader vandaan? Uit het bos, over de veldweg, uit het dorp?
Waarschijnlijk is er sprake van strijd. Omwonenden melden bij hun verhoor een blaffende stem, zoals bij commando’s. Zeker is dat de dader zijn moorden pleegt aan de kant van het bos, onzichtbaar achter de camper. Waar de dader ook vandaan komt, wat hij hier ook wil, omstreeks 18 uur schiet hij. De modelvliegers horen het, de jonge moeder in de tuin hoort het en verderop in Biebing horen ze de schoten ook. Nu eens worden er twee genoemd, dan weer vier of zes.
Waarschijnlijk verzet Harry Langendonk zich. Hij heeft op reis een tafelpoot bij zich, die niet bij de camper hoort, om zich te verdedigen, je weet maar nooit. Misschien grijpt hij er naar, hij ligt later buiten de auto, in de struiken. Zeker is dat de dader Harry dood schiet, door het hoofd. Meerdere getuigen horen een vrouw schreeuwen, krijsen, de modelvliegers horen haar, de jonge moeder hoort haar. Truus Langendonk is in paniek, ze krijgt een kogel in de borst.
Het is waarschijnlijk dat het pistool van de dader een keer blokkeert, dat hij een keer doorlaadt, de extractor wipt een onafgevuurd projectiel uit de loop, dat blijft in het gras liggen, alles verloopt heel snel; het kan zijn dat de vrouw nog om hulp schreeuwt, het is mogelijk dat de dader daarom meer haast maakt met zijn waanzin. Zeker is dat hij Truus Langendonk doodt door haar keel door te snijden, dat doet hij ook bij haar man, de duivel mag weten waarom, Harry Langendonk is toch al dood. De duivel mag weten wat hem die dag bezielt.
Aflevering 719
Boven in het dorp zit de oudere dame in haar huis en kijkt tv. Ze hoort de schoten, ze hoort het schreeuwen. Ze blijft tv kijken. Op ORF 2 is het dierenprogramma Wie wil mij hebben? bezig. Aflevering 719. De politie leidt daar later het tijdstip van de misdaad uit af. Buiten schijnt de zon, binnen vraagt de presentatrice Edith Klinger om een nieuw thuis voor haar in de steek gelaten honden en katten. En beneden aan de bosrand sterven twee mensen.
Men zegt altijd – een oude criminologische wijsheid – dat de plaats delict veel zou zeggen over de dader. Hier vertelt die zo goed als niks over hem. Wellicht omdat niet de dader, maar de slachtoffers de plek hebben uitgezocht. Stefan Stampfl zegt: ‘Het is nauwelijks voorstelbaar dat de Langendonks hierheen geloodst werden.’ Ze overnachtten alleen op campings, bij kerken of politiebureau’s. Waarom zouden ze een vreemde volgen naar het bos?
Getuigen dachten dat er een jager had geschoten – en dat de schreeuwen van een ree waren
Toch heeft Stampfl zich steeds opnieuw afgevraagd of ze hun moordenaar al eerder op de dag ontmoet kunnen hebben. De stille passagier. Merkt hij die twee op, met hun nieuwe camper, en blijft hij ze volgen? Biedt hij zich aan als kenner van de streek, als reisgids? Maar niets wijst daarop. De serveerster ziet de Langendonks bij het middagmaal alleen met z’n tweeën. De caissière ziet niemand anders bij de benzinepomp. ‘Daarom gaan we ervan uit dat die persoon de Hollanders inderdaad op de plaats delict is tegengekomen.’
Stampfl zet een paar stappen in de struiken. Het mos klimt omhoog langs de sparren, meer vooraan groeien jonge scheuten. Het bos verandert, maar de vragen blijven. Waarheen trekt de dader zich terug? Posteert hij zich ergens, kijkt hij of er iemand komt: politieauto’s of wandelaars?
Het paar dat indertijd bij de vliegplaats zat, ziet na de schoten nog iemand bij de camper. ‘Beweging,’ zegt Stampfl, ‘daarom hebben ze er verder niet bij nagedacht.’ Tegen de rechercheurs zeggen ze later dat ze dachten dat er een jager had geschoten – en dat de schreeuwen van een ree waren.
Mensen bellen de politie als iemand verkeerd parkeert. Mensen bellen de politie als iemand te luidruchtig barbecue’t. Mensen horen schoten, horen geschreeuw, maar de politie wordt niet gebeld. Dat is voor het onderzoek tot op heden de grootste ramp. Voor de dader is het slechts één van de vele momenten waarop hij geluk heeft gehad. Onwaarschijnlijk veel geluk.
Die stilte
Die stilte, zegt Tabea Block, die stilte zal ze niet vergeten. Het was een heel rustige dag, zelfs de B304, waar anders altijd auto’s langs razen, was niet te horen. Dan verscheurt een schot de lucht. ‘Een bruut gekrijs, een vrouw.’ Weer schoten, meerdere achter elkaar. Dan niets meer. ‘Ik dacht nog: wat gek.’ Als het jongelui waren die iets idioots uithaalden, dan zou het daarna toch niet stil zijn. Dan zou het pas echt beginnen.
Tabea Block was zesentwintig jaar, haar kinderen waren nog klein en ze was hier in de tuin bezig. Een kordate vrouw, vriendelijk, maar met een uitdagend lachje. Zij ging toen naar haar man, die in de kelder een vliegengordijn had gemaakt. Hé, had ze tegen hem gezegd, dat was raar, daarnet, dat schot, en dat geschreeuw. Hm, zei hij, ik weet het ook niet.
Wat je niet ziet, bestaat toch niet? Of wel?
Ze loopt nu de weg af, tot aan de velden. Dan wijst ze naar het bos. Ziet u? ‘Onmogelijk,’ zegt Block. De bomen, de hoek, de plaats delict is van hier af niet te zien. ‘Als ik iets had gezien, dan had ik de politie gebeld. Maar ik heb niets gezien. ’s Avonds dacht ze er al niet meer aan. Wat je niet ziet, bestaat toch niet? Of wel?
Tabea Block weet nog hoe de rechercheurs voor haar deur stonden. Hoe koud ze het kreeg. IJskoud.
Het onderzoek werd indertijd geleid door Werner Weiss. Ruim een week na de misdaad werd hij naar Litzlwalchen geroepen; tot dat moment dacht men nog dat Truus en Harry Langendonk vermoord werden op de plek waar ze ook verbrand werden. ‘Brutale roofmoord bij Neurenberg’ stond er in de Süddeutsche Zeitung. In de Abendzeitung: ‘Nieuw spoor in de dubbelmoord van Neurenberg’. De stille passagier had het voor elkaar gekregen om de plaats delict te verhullen.
Maar dan voert het onderzoek naar Litzlwalchen. Weiss had dienst; met een collega zocht hij de bosrand af, de veldweg, de weide. Ze vonden patroonhulzen. De bril van Truus. Vertrapt gras. Ze alarmeerden het bureau, de sporen moesten veiliggesteld worden; ze vormden een Soko, bijna zeventig man, het hele protocol.
Werner Weiss, vierenzestig, ziet er een beetje uit zoals je je een gepensioneerde commissaris voorstelt. In jeans met overhemd, een snorbaard en een donker getinte bril. Ook hij gaat nog eens langs de plaats delict, waar eerder Stefan Stampfl liep. Weiss was hier al jaren niet meer geweest, hij draait een sigaret, rookt en kijkt rond. ‘Elke keer een heel gek gevoel.’
Regen
Alles op de plaats delict leek indertijd de politie tegen te werken. Niet alleen dat het dagen duurde voordat hij ontdekt werd. Het regende ook, steeds weer. Weiss zegt: ‘Het goot zonder ophouden.’ De hulzen en het uitgeworpen projectiel verraden tenminste nog met welk pistool de Langendonks werden doodgeschoten: een Tokarew, TT-33, kaliber 7.62. Een ordonnanswapen van het Sovjetleger. In Duitsland nogal zeldzaam, in Oost-Europa wijd verbreid. Wat zegt dat over degene die het gebruikt? Ze dachten toen alle kanten op. Eén mogelijkheid: ‘Dit wapen, en vervolgens de keel doorsnijden met een mes – heeft die dader misschien ervaring uit een burgeroorlog?’
Iemand doodschieten van een of twee meter afstand, dat is één ding. Iets heel anders is het om op hem af te gaan, hem misschien zelfs beet te pakken, zijn lichaamswarmte te voelen, al is het maar een seconde, zijn paniek, razende beelden, hem dan een lemmet tegen de hals te drukken, zo strak als het kan, en dan te trekken. Wie zoiets doet – daarvan gaan de onderzoekers uit – pleegt niet zijn eerste misdaad.
Maar van één ding zijn ze overtuigd: dat de dader bekend is met de omgeving. Dat hij hier gewoond of gewerkt heeft. Op z’n minst hier op bezoek is geweest. ‘Hij doet alles om het hier bezemschoon te maken,’ zegt Werner Weiss. Hij neemt zelfs het risico om urenlang met twee lijken door de streek te rijden – en komt dan weer terug. ‘Als die niet van hier zou zijn, wat moet die hier dan?’
7 juni 1997, tot 20.00 uur. De dader gunt zich na de schoten lang de tijd, twee uur. Lang genoeg om tot bezinning te komen, na te denken. Ergens in deze tijdspanne besluit hij op te ruimen. Hij legt de lijken in de camper, klapt het tafeltje en de stoelen in, werpt de tafelpoot in de struiken. Wat hij vindt, laat hij verdwijnen.
Onopgemerkt rijdt hij de vallende nacht in. Achterin de camper liggen twee lijken
Tussen 20.00 en 20.15 uur zien meerdere getuigen de camper manoeuvreren en wegrijden van de bosrand. Het is waarschijnlijk dat de dader daarbij het opstapje over het hoofd ziet. Dat hij er ’s morgens nog eens heen gaat, kijkt of hij iets vergeten is, en het ding diep het bos in draagt, enkele honderden meters. Zeker is dat de politie het daar later vindt. Het is overreden, het blik is verbogen, het ligt onder een vermolmde boomstronk.
De dader rijdt van de veldweg de B304 op. Stefan Stampfl, die hem tot op heden zoekt, kan slechts vermoeden dat zijn route hem dan naar de snelweg voert. Onopgemerkt rijdt hij de vallende nacht in. Achterin de camper liggen twee lijken.
Aan een van de sparren aan de bosrand hangt een krans, rozen en klimop van plastic en ijzerdraad. De kleur is uit de bloemen verdwenen, maar ze hangen daar nog, al meer dan twintig jaar. Van de familie.
8 juni 1997, vanaf 0.30 uur. De camper parkeert op een bosweg naast de kruising van de snelweg Neurenberg-Oost, een paar kilometer van de stad. De stille passagier is zo ver gereden als maar mogelijk was. In de tank zit nog maar drie liter diesel, het waarschuwingslichtje brandde al een hele tijd. Op de weg ligt een hoop aarde, de dader hobbelt daar wellicht tegenaan, wil misschien nog uitwijken. Hij trekt de sleutel uit het contactslot en laat hem in de camper liggen.
Gasfles
0.55 uur. De camper staat in lichterlaaie. De passagier benut een gasfles die hij in het voertuig aantreft, wikkelt een lapje om het ventiel en steekt alles aan. Een verwoestende hitte, de bekleding valt van het dak, van de stoelen blijven alleen staketsels over. Het vuur vernietigt alle DNA-sporen die de dader in de auto achterlaat. De lijken van Truus en Harry verbranden.
Wanneer twee vrouwen de brand melden, is de stille passagier al onderweg in de stad. Hij vlucht bijna drie kilometer te voet; bezweet zal hij in de Löwenbergerstrasse aankomen. Het is waarschijnlijk dat de brandweer en de politie hem tegenkomen. Blauw zwaailicht, sirenes. Dat hij gestresst raakt, tussen de struiken springt, oversteekt naar de andere kant van de weg en zich verbergt achter schuttingen. Zeker is dat de politie langs de weg steeds weer voorwerpen uit de camper vindt. Dingen die de passagier eerst meeneemt, waarom dan ook – en dan weg gooit.
De paspoorten van de slachtoffers liggen in het gras, een brillehoes, een notitieboekje. Achter een houten schutting ligt hun portemonnee vol marken en guldens. De dader kan die verloren hebben, waarom zou hij die weg gooien? Het ging hem waarschijnlijk toch om het geld?
Staat hij misschien op een van die foto’s?
Ergens werpt hij het fototoestel van de Langendonks weg. Hij neemt zelfs de tijd om er twee fotorolletjes uit te trekken. Waarom? Staat hij misschien op een van die foto’s? De recherche zal nog een paar foto’s kunnen ontwikkelen: slot Neuschwannstein, Harry aan het meer, Truus in de bergen. Het belichten heeft de beelden onduidelijk gemaakt, alsof iemand er een sluier voor gehangen heeft. De dader tonen ze niet.
Eerst maakt hij de plaats delict schoon, dan vernietigt hij de meeste van zijn sporen en blijft tot op heden onontdekt. Maar, zegt Stefan Stampfl, ‘ergens heeft hij een fout gemaakt. Misschien hebben we die alleen nog niet gevonden.’
In Litzlwalchen volgt Stampfl nu een grindweg die het bos in loopt. Het grind knerpt, zonlicht filtert door de bomen, buiten zeilt een modelvliegtuigje boven het veld. Het ziet er bijna belachelijk onschuldig uit. Misschien was dat juist het probleem.
Honderdveertig ordners
Stampfl heeft het gebeurde al zo vaak doordacht, en het dossier (honderdveertig ordners) zo vaak doorgelezen. Hij kan het gedrag van de dader niet verklaren. Er zijn momenten waarop hij volledig doelgericht handelt. De afweging of hij het risico zal nemen om met twee lijken in de auto gecontroleerd te worden. ‘En dat heeft hij overwogen, want hij heeft twee uur de tijd gehad.’ Maar er zijn ook momenten waarop hij volkomen chaotisch handelt. Waarom neemt hij spullen mee die voor hem geen waarde hebben, de paspoorten, de brillenhoes, en gooit ze dan toch weg? Geen enkele aanwijzing geeft daar een antwoord op.
Natuurlijk ook niet op de eigenlijke vraag: waarom dit alles? Stefan Stampfl zegt: ‘Ik denk dat het een toevalstreffer was. Hij ziet de camper, denkt: daar kan ik snel een paar honderd mark jatten. Hij gaat er naartoe, speelt mooi weer, kletst een beetje, peilt de situatie. Dan eist hij geld, en escaleert het.’
Toeval. Maar waarom dan het wapen? ‘Op die dag had hij het bij zich, waarom dan ook.’ Als hij alleen was. De politie acht het nog steeds mogelijk dat er meerdere daders waren. Dat de stille passagier alleen de schoonmaker was die alles wegwerkte, terwijl de moordenaar onderdook.
Meer dan driehonders personen hebben Stampfl en zijn collega’s al als mogelijke daders onderzocht. Steeds opnieuw hebben ze geprobeerd uit te vinden waarom de man zo’n haast had om terug te komen. Wie zou zijn ontbreken de volgende ochtend zijn opgevallen?
Ruim tweeduizend aanwijzingen, en geen enkele voerde tot dusver naar de dader
Ze hebben alle huizen in de buurt nagetrokken: moest hij naar zijn gezin, had hij hier een auto staan? Ze zijn alle boerderijen langs gegaan: moest hij naar de stal? Ze hebben de wegwerkers ondervraagd die in die periode aan de B304 werkten, moest hij naar zijn werk? Ze hebben de kazerne in Traunstein gecheckt en de bosbezitters, een bruiloft en alle feestjes die dat weekend gevierd werden, de krantencolporteurs en de matrassenverkopers die toen van deur tot deur gingen.
Maar overal: niets.
Ook doen ze onderzoek in Oostenrijk, naar een man uit de buurt van Graz. Stampfl rechercheert langzaam naar hem toe: was hij in 1997 een keer in Traunstein? Stampfl trekt het net rond hem steeds verder dicht: waar heeft hij gewoond? Nog dichter: in welke auto’s reed hij? Stampfl doet weken, maanden onderzoek. Dan is het een zaak van minuten, seconden uiteindelijk. Komt er een fax van de rederij: de man zat op een schip in Noorwegen toen de Langendonks werden vermoord.
Ruim tweeduizend aanwijzingen, en geen enkele voerde tot dusver naar de dader. Toch weet de politie hoe hij er ongeveer uit zag. De taxichauffeurs konden hem heel goed beschrijven: de stille passagier was tussen dertig en vijfendertig jaar oud, ongeveer 1 meter 80 tot 1.85 lang en sprak Oostenrijks, misschien ook Beiers. Haar: blond, sluik, halflang. Hij leek een beetje op prins IJzerhart, een beetje de jonge Rod Stewart. In elk geval geen alledaags gezicht. Hoe kan hij zich zo lang verborgen houden?
Frank Behring zit in het kleine park bij de zuidelijke uitgang van het Hauptbahnhof van Neurenberg. Eigenlijk heet hij anders, maar omdat zijn echte naam een beetje ongewoon is, zou de dader hem probleemloos via Google kunnen vinden. Dus moet hij hier Frank Behring heten. In de jaren negentig reed hij in de weekenden vaak een taxi, ook in die nacht in juni 1997. Hij was het die de stille passagier terug gereden heeft naar de Chiemgau. Niemand in dit verhaal heeft zoveel tijd met hem doorgebracht als Behring.
Daar, zegt hij nu, en wijst op de postbusgrijze uitgang, daar kwam de man het station uit.
8 juni 1997, om 2.30 uur. De stille passagier stapt in Frank Behrings taxi, gaat opnieuw achterin zitten. Ook Behring vallen meteen zijn natte haren op, het colbertjasje draagt de man intussen over de arm. Of Behring ook langere ritten doet? Zeker. Of hij met een creditkaart kan betalen? Nee. Behring heeft geen uitleesapparaat bij zich. Contant dus.
Het grootste deel wil de passagier deze keer niet in francs betalen maar in schillings. Bovendien heeft hij nog 30 mark. Zoveel als Wolfgang Stahl, de eerste taxichauffeur, hem een paar minuten geleden heeft gewisseld.
Notitieboekje
Frank Behring is een pietje precies, bijna pijnlijk precies. Hij heeft zijn notitieboekje meegebracht, hij heeft alles opgeschreven, flarden herinnering, brokstukken van zinnen, alles wat hem achteraf nog te binnen geschoten is. De recherche roept hem steeds opnieuw op, confronteert hem met verdachten, hij wordt een keer onder hypnose verhoord. Ze proberen Behring uit te wringen als een spons. Als iemand hun iets over de stille passagier kon vertellen, was hij het.
‘Erg spraakzaam was hij niet,’ zegt Frank Behring nu op het parkbankje. ’Wat opviel aan die figuur was dat die kleren niet bij hem pasten.’ Het kan zijn dat de dader zich heeft omgekleed, misschien had hij dat pak uit de bagage van Harry Langendonk genomen. Het kan zelfs zijn dat hij een pruik op had.
Na 2.30 uur. Behring probeert op de een of andere manier met de stille passagier in gesprek te komen. De man zegt dat hij zijn vriendin graag wil treffen. Dat hij haar is misgelopen. Maar hij weet blijkbaar helemaal niet precies waar hij heen wil. In Neurenberg heeft hij het over München. Ongeveer 30 kilometer later, ter hoogte van Hilpoltstein, vraagt hij naar het centraal station van München. Vijf minuten later wil hij naar het Noordooststation, waar dat ook is, en daarna naar de luchthaven, tot hij overschakelt naar Traunstein, naar Marquartstein. Weet hij dat zijn slachtoffers daar gegeten hebben?
Dan een telefoontje: het DNA van een man, iemand die ze nog niet kenden
Het lijkt haast alsof de stille passagier met de routewijzigingen in deze nacht ook steeds een paar raadsels wil opgeven, kruimels die zijn vervolgers oprapen, maar ze kunnen hem niet vinden.
Tot op heden geven de mensen tips, elke drie, vier weken. Stefan Stampfl trekt ze allemaal na. Jaar na jaar gaat voorbij en steeds weer zijn er van die momenten waarop hij heel even euforisch wordt. In 2015 vinden ze een gespecialiseerd laboratorium in Innsbruck, waar ze de portemonnee van de Langendonks nog eens laten onderzoeken. Ze laten elke naad lostornen, elke schilfer komt onder de microscoop. Dan een telefoontje: het DNA van een man, iemand die ze nog niet kenden. ‘Toen was ons duidelijk dat de dader er met zijn vingers ingezeten had en de biljetten had gezien.’ Dan de volgende domper. Stampfl zegt: ‘een gerechtigde sporenlater.’ Iemand van de familie had de portemonnee in handen gehad.
De dochters
Het beeld schokt een beetje als de drie vrouwen inloggen, camera’s worden in- en uitgeschakeld, nog eens inloggen, dan verschijnen ze op het beelscherm, elk in eigen huis, met kamerplanten, keukenkastjes, hartverwarmend normaal: Monique, Ellen en Karin Langendonk. De dochters van Truus en Harry.
Karin en Ellen zijn een tweeling, beide negenenvijftig. De ene met kortgeknipt haar, de ander met een indianenkapsel. Monique is de oudste, tweeënzestig, met een diepe stem. Vrouwen met twee levens – een voor, en een na de moord op hun ouders. Ze waren indertijd juist begin dertig – en opeens waren ze wees.
Wat je niet ziet, dat bestaat toch niet?
Ze beginnen meteen te vertellen over die krankzinnige eerste maanden, die onwerkelijke tijd. Karin zegt: ‘Ik had het gevoel alsof ik in Tatort meespeelde.’ In het nieuws werden familiefoto’s getoond, cameraploegen belegerden het huis in Delden. Toen de mensen van de boulevardpers allang weer weg waren, brachten politie-genten de sieraden die hun ouders gedragen hadden.
De drie zussen waren altijd heel close, en toch waren ze plotseling erg alleen. Ellen zegt: ‘We hebben het elk voor onszelf verwerkt.’ Een beetje zoals nu op het beeldscherm: drie gezichten, elk in haar eigen venster. Monique, de oudste, keek jarenlang naar geparkeerde auto’s. Ging door de stad en prentte zich kentekens in, zomaar. ‘Zodat ik de politie kan helpen als er iets gebeurt.’
Karin droomde steeds weer van haar ouders, juist in de eerste maanden. Hoe konden ze dood zijn? Toen ze weg reden, leefden ze toch nog? Het punt is dat de dader hun niet alleen hun moeder en vader heeft afgenomen, maar ook het afscheid. De dochters hebben het stoffelijk overschot van hun ouders nooit gezien, ze hebben afscheid genomen van twee houten kisten. De politie heeft hun ontraden om de kisten te openen.
Wat je niet ziet, dat bestaat toch niet? Monique Langendonk zegt: ‘Wij zullen nooit weten of ze daarin lagen. Maar het moet wel zo zijn. Ze hebben zich sindsdien nooit meer aan ons vertoond.’
Als een pop
8 juni 1997, voor 3.36 uur. Het blijft een vreemde rit. Het valt Frank Behring op dat de man volkomen rustig op de achterbank zit, als een pop. Later herinnert hij zich dat de passagier iets vertelde over een symfonieorkest, over klassieke muziek. De Langendonks hadden toch een viool bij zich, de wervels in de verkoolde resten, ze wilden het instrument toch laten taxeren. De rechercheurs halen half Mittenwald overhoop, spreken met de vioolbouwers, de knechten, maar niets, overal niets.
8 juni 1997, 3.36 uur. Frank Behring slaat af bij de Raststätte Holledau. De man wilde naar Marquartstein, maar Behring weet in de Chiemgau de weg niet. Hij koopt een kaart bij het tankstation, de stille passagier blijft zitten. Op de Raststätte zijn overal camera’s, ze registreren de taxi, laten zien dat er op de achterbank iemand zit, maar de taxi blijft precies zo staan dat zijn gezicht schuilgaat achter een zuil. Was Behring maar een tiende seconde vroeger of later gestopt, dan zou de man vol in beeld zijn geweest.
3.41 uur. De taxi rijdt verder. Hoeveel geluk kan iemand hebben? Geluk dat niemand in Litzwalchen de politie belt. Geluk dat hij op de rit naar Neurenberg nergens gecontroleerd wordt. Geluk dat de bewakingscamera op de Raststätte hem mist. En geluk dat de regen de sporen aan de bosrand voor altijd uitwist.
Die vervloekte hoop. Eerst draagt ze je, dan laat ze je vallen
Een paar jaar geleden was er in Beieren een amnestieregeling: een jaar lang konden de mensen illegale wapens inleveren bij de kantoren van de Landrat – ongestraft. Stefan Stampfl wilde weten of daarbij ook een of andere Tokarew opdook. Het wapen van de misdaad werd nooit gevonden, maar de verschoten munitie is een van de belangrijkste sporen, allemaal in databanken opgeslagen. Stampfl en zijn collega’s doen navraag, en inderdaad werd het model in de Landkreis Traunstein en Berchtesgadener Land meerdere malen ingeleverd. Om precies te zijn: meer dan dertig van die pistolen. De spanning stijgt.
De pistolen worden onderzocht. Stampfl brengt ze zelf naar München, naar het laboratorium van het Landeskriminalamt. Hij kijkt over de schouder van de deskundige mee wanneer de projectielen onder een stereomicroscoop worden vergeleken. Hij denkt aan de bezoeken van de zusjes Langendonk in Traunstein. Hij denkt aan de wenskaarten die ze elk jaar met kerst sturen.
Hij hoopt. En wordt teleurgesteld. Die vervloekte hoop. Eerst draagt ze je, dan laat ze je vallen. Steeds opnieuw. Intussen probeert Stampfl niet meer opgewonden te zijn als een spoor duidelijker wordt.
Ellen Langendonk zegt: ‘Wij hopen niet al te zeer.’ Monique Langendonk zegt: ‘Uit zelfbescherming.’ Karin Langendonk zegt: ‘Het is gebeurd, en je moet ermee dealen. We moeten dealen met veel dingen die daar gebeurd zijn.’
Vijfentwintig jaar
Bijna vijfentwintig jaar is de dader al op de vlucht. 51.000 euro beloning voor de tip die tot zijn arrestatie leidt. Het grootste deel komt van de dochters. Soms belt Stampfl ze op en vraagt of ze het bedrag handhaven. Een formaliteit eigenlijk. De brekende stem aan de andere kant. De sprakeloze seconden. Ja, elke keer weer. Hoe lang de misdaad ook geleden is, ze blijft voor de betrokkenen toch steeds nabij.
Wolfgang Stahl, de eerste taxichauffeur bekijkt sinds de moord de mensen die ’s nachts bij hem in de auto stappen met meer aandacht. Heeft zich vaker omgedraaid, om gezichten te monsteren.
Tabea Block, de omwonende, heeft een hond aangeschaft. Van haar huis tot de plaats delict is het maar een paar minuten lopen. Ze is er nooit meer heen gegaan.
‘Waarom, jochie, heb je dat gedaan? Wat ging er in je om? Wat is hier gebeurd?’
Werner Weiss, de gepensioneerde commissaris, is zelf eigenaar van een camper. Vroeger zou hij die zonder nadenken aan een bosrand parkeren. Sindsdien altijd weer die bedenkingen.
Frank Behring, de tweede taxichauffeur, bergt tot op heden alles over de zaak op in een map: notities, foto’s, krantenartikelen. Alles netjes en accuraat, meestal zelfs met de verschijningsdatum erbij.
Stefan Stampfl, de rechercheur, rijdt elke drie of vier maanden naar de bosrand, stapt uit en staat daar dan gewoon, met de handen in de zakken. Dan denkt hij na, zegt Stampfl. ‘Waarom, jochie, heb je dat gedaan? Wat ging er in je om? Wat is hier gebeurd?’ Dan rijdt hij verder.
Monique Langendonk, de oudste dochter maakt soms mee dat mensen klagen over hun zieke ouders. Over de zorg, de stress. Dan denkt ze bij zichzelf: waar klagen jullie over? Hoe graag zou zij haar ouders verzorgen.
Omkeren
8 juni 1997, voor 5 uur. Frank Behring rijdt met de stille passagier verder naar het zuiden, over de A8, de Bernauer berg, langs de Chiemsee, daar waren Truus en Harry Langendonk nog, ze hebben foto’s gemaakt op Herrenchiemsee. In Grabenstätt slaat Behring rechtsaf naar Marquartstein. Dan buigt de man voor het eerst naar voren en vraagt hoe laat het is. Dan wil hij opeens omkeren, meteen. De passagier verandert zijn bestemming voor de laatste keer. ‘Ik heb hem gezegd: U moet toch zo langzamerhand weten waar u heen wilt.’
Plotseling weet de man verbazend goed de weg. Hij loodst Behring naar Traunstein, door de stad heen. Zegt: rijdt u daar langs en daar langs, verder, naar de B304, steeds verder, tot aan het bos. Behring herinnert zich dat de passagier nog eens vraagt hoe laat het is. Waarom vraagt hij steeds naar de tijd?
Op een bepaald moment zegt de man: daarginds komt nu een bushokje, daar wil hij uitstappen. ‘Bushokje’, dat woord heeft Behring onthouden. Naar de plek waar Truus en Harry Langendonk vermoord werden is het van hier af maar een paar honderd meter. Over ongeveer twee uur valt de eerste regen.
5.10 uur. Behring stopt midden op de weg, dat kan hier om deze tijd. De rit kost uiteindelijk 500 mark. De man geeft hem 30 mark en 3300 schilling. ‘Toen zei hij nog: zo snel zijn 500 mark weg.’ Je bent gek, denkt Frank Behring. Was dan met de trein gegaan. Dan stapt de stille passagier uit. Behring ziet hem nog in de achteruitkijkspiegel, ziet hoe hij het bos in loopt.
Zuid-Afrikaanse gemeenschappen die het vóór corona al zwaar hadden, nemen het heft in eigen handen omdat de overheid verstek laat gaan. Initiatieven worden opgezet door particulieren, ngo’s of welvarende bedrijven, die grote sommen geld reserveren voor filantropisch werk.
Eén avond per week, als ze gaan patrouilleren in de straten van Thembokwezi, laten Natasha Msweswe en Zanele Madasi hun kinderen alleen. Pas om middernacht zijn ze weer thuis. Het is potentieel gevaarlijk, maar ze hebben weinig keus. ‘We knijpen ‘m soms wel, maar we willen onze gemeenschap beschermen,’ zegt Madasi (31). ‘We willen het verschil maken.’
Thembokwezi is een wijk in Khayelitsha, het grootste, overbevolkte township van Kaapstad, waar bendegeweld, drugsmisbruik en werkloosheid welig tieren. De Zuid-Afrikaanse politie laat zich hier nauwelijks zien en daarom speelt een netwerk van buurtwachten een cruciale rol in de misdaadbestrijding. Thembokwezi is welvarender en veiliger dan de rest van het township, en dat willen de inwoners graag zo houden. ‘Natuurlijk werken we met de politie samen,’ zegt Phindile George, het hoofd van de buurtwacht, die vijftig vrijwilligers telt, onder wie Msweswe en Madasi. ‘Maar als we met de armen over elkaar gaan zitten wachten, krijgen bendes hier de vrije hand.’
‘De mensen hebben het idee van een beschermende overheid opgegeven’
Zo nemen tienduizenden Zuid-Afrikanen, verspreid over het hele land, het heft in eigen handen. Sommigen geven les of zorgen voor een betrouwbare elektriciteitsvoorziening, anderen organiseren inentingscampagnes, repareren wegen, delen water uit of leveren beschermende kleding aan ziekenhuizen. Het zijn initiatieven die zijn opgezet door particulieren, ngo’s of welvarende bedrijven, die nu grote sommen geld reserveren voor filantropisch werk. De gemene deler is een vrijwel volslagen gebrek aan vertrouwen in de Zuid-Afrikaanse overheid als probleemoplosser. ‘De mensen hebben het idee van een beschermende overheid opgegeven. Het vertrouwen is tot het nulpunt gedaald. Het is een tragedie,’ zegt William Gumede, een gerespecteerd analist, gevestigd in Johannesburg.
Dat de overheid van het meest ontwikkelde land van het continent zich uit het dagelijkse leven heeft teruggetrokken, heeft verstrekkende gevolgen: het beïnvloedt de manier waarop mensen denken, zich gedragen en met elkaar omgaan, vooral in tijden van crisis. De dood van de alom gerespecteerde Desmond Tutu zorgde voor een moment van zowel rouw als paradoxale hoop. Na maandenlang door hachelijke omstandigheden uit elkaar te zijn gedreven, werden Zuid-Afrikanen weer even herinnerd aan wat hen onderling bindt.
Ontevredenheid
De meeste Zuid-Afrikanen hadden het al zwaar voor de pandemie losbrak. De ontevredenheid over het regerende ANC, de partij die sinds de val van het racistische, repressieve apartheidsregime aan de macht is, neemt al jaren toe. De economische groei was al aan het stagneren vóór het negenjarige bewind van Jacob Zuma, de populistische president die in 2018 werd ontslagen na talloze beschuldigingen van corruptie. Ondanks de goede bedoelingen van de huidige president, oud-vakbondsleider en mijnmagnaat Cyril Ramaphosa, is er sinds diens installatie weinig te vieren geweest. De economie liep tijdens de pandemie zware klappen op. Stroomonderbrekingen hebben fabrieken en bedrijven wekenlang lamgelegd en de openbare gezondheidszorg is door wanbeheer en corruptie ernstig uitgehold. Volgens de regering zijn er negentigduizend Zuid-Afrikanen overleden aan corona, maar uit betrouwbare oversterftecijfers komt een dodental naar voren dat twee tot drie keer zo hoog ligt. Het werkloosheidspercentage ligt op een schrikbarende 46 procent.
Tijdens de ergste verstoring van de openbare orde in decennia werden in juli 2021 in een groot deel van Zuid-Afrika winkelcentra geplunderd, warenhuizen in brand gestoken en cruciale infrastructuur aangevallen. Het geweld leek bewust aangewakkerd door afvallige facties binnen de regerende partij, die woedend waren dat Zuma wegens minachting van de rechtbank een gevangenisstraf opgelegd had gekregen, waardoor het vertrouwen in de overheid een verdere deuk opliep en een aantal Zuid-Afrikanen hun frustratie botvierden op straat.
Buurtwacht
De buurtwacht in Thembokwezi is bedoeld als aanvulling op de politie, maar in een ruiger deel van Khayelitsha is een gemeenschap de confrontatie met de plaatselijke autoriteiten aangegaan. Toen een strenge lockdown aan het begin van de pandemie in 2020 leidde tot grootschalige illegale ontruimingen, bezetten honderden daklozen een stuk braakliggend terrein om er houten en golfplaten huisjes te bouwen. ‘Politici houden ons al jaren voor dat ze hier huizen voor ons zullen neerzetten,’ vertelt gemeenschapsleider Mabhelandile Twani (40). ‘Ze houden zich niet aan hun beloftes, dus nu hebben we het heft in eigen handen genomen.’
Ondanks pogingen om deze mensen opnieuw te verdrijven, is hun buurt tot bloei gekomen. Er wonen inmiddels meer dan vijftienduizend mensen in de rijen met krotten op de zanderige grond. Elektriciteit wordt van beter voorziene straten in de buurt afgetapt. Twani noemt het ‘volksstroom’. De wijk staat bekend als Lockdown Village. En er zijn veel meer van dit soort nederzettingen, ontstaan uit de ellende die corona heeft veroorzaakt in een land dat zich geen steunmaatregelen kan permitteren zoals in Europa of de VS.
In de townships stelen drugsdealers watertanks van scholen
In Khayelitsha zijn er nu nederzettingen met namen als Sanitiser, Quarantine en Social Distance. ‘Het leven is nu zo zwaar. We krijgen geen overheidshulp. We proberen het zelf te rooien,’ zegt Nondwebi Kasba (73), die helpt bij het beheer van een gemeenschappelijke moestuin die buurtbewoners in het Illitha Park in Khayelitsha hebben opgezet om de allerarmsten te helpen. Ook Graaff-Reinet, een conservatief stadje in de Karoo-woestijn, duizend kilometer oostwaarts, kampt met tekorten aan voorzieningen die de overheid ooit bood. In de townships aan de rand van Graaff-Reinet stelen drugsdealers watertanks van scholen om de inhoud ervan naast cannabis en metamfetamine (crystal meth) te verkopen. Niemand meldt het bij de politie, ervan uitgaande dat die toch niet komt.
Banen zijn schaars. Opleidingsmogelijkheden waarmee jongeren aan hun situatie kunnen ontsnappen ook. Khanya Mbaile, een 31-jarige administrateur, hoopt een koffietent annex internetcafé te beginnen om de jongeren in het township waar ze woont een veilige ontmoetingsplek te bieden. Ze heeft met hulp van een ngo al zes computers aangeschaft. ‘We zijn allemaal doodop, maar er gloort een sprankje hoop,’ zegt Mbaile. De 58-jarige Louisa Masimela, een van de vele Zuid-Afrikaanse probleemoplossers, runt in een township ten zuiden van Graaff-Reinet een gemeenschapsschool voor jonge kinderen. De voormalige journaliste heeft geen vaste lokalen voor haar leerlingen, geen geld om de onderwijzers te betalen en drinkwater is ook een probleem. ‘Het valt allemaal niet mee, maar we willen onze kinderen een opleiding geven waarmee ze later kunnen uitvliegen,’ zegt Masimela. Dus heeft ze zelf oplossingen gevonden: een kerk biedt het schooltje doordeweeks ruimte aan en er zijn zeven vrijwilligers die lesgeven.
Water ontvangen ze van The Gift of Givers, een van de grootste ngo’s van Afrika. Die organisatie, volledig gefinancierd door particuliere donateurs, voornamelijk bedrijven, verdeelt jaarlijks 400 miljoen rand, circa 23 miljoen euro, aan hulp. In de provincie Oost-Kaap helpt de ngo ziekenhuizen door het verstrekken van broodnodige persoonlijke beschermingsmiddelen, medicijnen, zuurstofapparatuur, voedsel voor de patiënten en zelfs goodiebags om het personeel te motiveren. Elders in de provincie, een van de armste van Zuid-Afrika, heeft de ngo water naar arme gemeenschappen getransporteerd, waterputten gegraven, en zaden, veevoer en voedsel voor weeshuizen geregeld.
‘Dat zijn hoopgevende ontwikkelingen. Hier spreekt de wens uit voor een nieuw, inclusief project’
‘Er zitten een hoop goede mensen in de regering die het juiste willen doen, en ik zie dingen veranderen. Het zijn geen enorme veranderingen, maar mensen willen de problemen aanpakken,’ zegt Imtiaz Sooliman, oprichter van The Gift of Givers. ‘We moeten de gaten opvullen, maar dat neemt de spanningen niet weg. De mensen vragen waarom wij het werk van de overheid doen.’
De recente gemeenteraadsverkiezingen zijn voor veel analisten een reden voor optimisme. Het ANC werd door de kiezers afgestraft: het verloor 8,3 procent aan stemmen en bijna duizend raadszetels. In veel kleine steden, waaronder Graaff-Reinet, werd de partij gedwongen de macht te delen en ook in steden als Johannesburg en Pretoria brokkelde haar positie verder af. In verschillende steden sloegen lokale gemeenschappen de handen ineen om politieke alternatieven te creëren die op aardig wat aanhang konden rekenen. ‘Dat zijn hoopgevende ontwikkelingen,’ zegt William Gumede. ‘Hier spreekt de wens uit voor een nieuw, inclusief project.’
Politieke opties
Er is een duidelijke behoefte aan politieke opties die een authentiek alternatief bieden voor het ANC, maar die ontsnappen aan de giftige erfenis van het traumatische verleden van Zuid-Afrika. Dat het ANC de nationale politiek domineert, betekent dat de belangrijkste politieke gevechten binnen de organisatie plaatsvinden. Analist Judith Februari schreef in december voor Daily Maverick: ‘Van de onlusten in juli tot de falende inlichtingendiensten, van het groeiende antivax-sentiment tot het vasthouden aan kolenbelangen: de spanningen binnen de partij komen het land niet ten goede. Ramaphosa’s greep op de macht lijkt zwak en onvast.’
De langverwachte regen die een einde maakte aan de vijf jaar durende droogte heeft de landbouwsector geholpen om de elders geleden verliezen te compenseren, zeggen de boeren, maar de belangrijkste industrie, het toerisme, is door enorme verliezen aan omzet en werkgelegenheid zwaar getroffen door de pandemie. ‘Het is een regelrechte ramp,’ zegt de 59-jarige Kobus Potgieter, die een bed and breakfast runt op zijn boerderij even buiten Oudtshoorn, gelegen aan de spectaculaire Route 62, de beroemde, ooit drukbezochte toeristische autoweg. Na zestien jaar overweegt hij de handdoek in de ring te gooien, of op zijn minst af te slanken.
‘Mijn angst is dat we hier in Zuid-Afrika op een tijdbom leven’
Om potentiële bezoekers ervan te overtuigen dat het dorp veilig is, zette het toeristenbureau van Franschhoek met behulp van crowdfunding en financiële steun van grote bedrijven en de plaatselijke overheid een vaccinatiecampagne op poten. In november was 85 procent van de horecamedewerkers gevaccineerd. Maar net toen de toeristen begonnen terug te keren, gooide de omikron-variant met nieuwe reisverboden roet in het eten.
‘Het was een zware klap,’ zegt marketingmanager Ruth McCourt. In een van de landen met de meeste ongelijkheid ter wereld doorstaan sommigen de economische en politieke storm beter dan anderen. De inwoners van Franschhoek geven toe dat ze in een soort ‘bubbel’ leven. Dat geldt niet voor de half miljoen inwoners van Khayelitsha, die weinig bescherming genieten tegen de nieuwe coronagolf die door het land raast. ‘Het wordt een zwarte Kerst,’ zei Twani, de gemeenschapsleider in Lockdown Village, in december. ‘Mijn angst is dat we hier in Zuid-Afrika op een tijdbom leven. De mensen zijn boos. God weet wat er nog staat te gebeuren. Het kan alle kanten opgaan.’
De enige wet die in Altos de Cazucá, Colombia, geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. De delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Sinds corona is hun speelruimte enkel vergroot. Luz Mary, en andere burgers met haar, bieden de enige vorm van verzet die mogelijk is.
Altos de Cazucá, Soacha – Halverwege maart, als Colombia in lockdown gaat om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, weet Luz Mary wat haar te doen staat. Het is niet de eerste keer dat ze thuis zit opgesloten. De snel pratende moeder van twee kinderen doet de deur op slot, vanaf dat moment speelt haar leven zich af in de kamers van haar huis.
Toen Luz Mary zich in het verleden in huis opsloot, was dat vanwege een andere doodsdreiging. De gewapende mannen die de dienst uitmaken in haar wijk hadden er geen doekjes om gewonden: als ze niet tijdelijk uit beeld zou verdwijnen, zou ze weleens voorgoed kunnen verdwijnen.
‘Er zijn dagen en weken geweest dat ik het huis niet uit kon,’ vertelt ze. ‘Je leert scherp observeren – aan de manier waarop mensen zich gedragen zie je of er iets broeit in de wijk.’
Delincuentes
Luz Mary is actief binnen de gemeenschap – sommige Colombianen zouden haar een ‘maatschappelijk leider’ noemen. Haar werk richt zich op de kinderen in de verpauperde wijk. Ze leidt een programma, Semillas y Raíces (Zaden en wortels) om kinderen kennis te laten maken met muziek en toneel en ze ondertussen enige basiskennis bij te brengen op het gebied van gedragsregels en hygiëne.
Semillas y Raíces doet meer dan de deelnemers instrueren. Het programma biedt ook een veilige haven. Het huis van Luz Mary kijkt uit over een steile helling zonder verharde wegen en uit de onverharde paadjes tussen de groepen huisjes steekt her en der een waterleiding.
Delincuentes, zoals ze door de plaatselijke bevolking worden genoemd, hebben de wijk in hun greep en bedreigen de bewoners. Volgens de bewoners hebben deze bandieten banden met nationale drugskartels. Luz Mary zegt dat ze haar als een kwelgeest zien omdat zij de jongeren opvangt die zij proberen te ronselen – jongens en meisjes van soms nog geen negen jaar oud, die de delincuentes gebruiken om op de uitkijk te staan of om kleine klusjes te doen, in ruil voor eten of spullen die de ouders van de kinderen zich niet kunnen veroorloven.
Semillas y Raíces is ‘een manier om van de straat te blijven en weg te blijven van de drugs,’ zegt een tienermeisje in Luz Mary’s geïmproviseerde theater op het dak. ‘Als ik niet hier zou zijn, zou ik op straat rondhangen.’
Luz Mary’s werk is onbezoldigd – het programma levert haar niets op en ze bekostigt het zelf, met geld dat ze bijeensprokkelt met losse baantjes, het inleveren van afgedankte, herbruikbare materialen, en zo nu en dan een bescheiden gift. Het werk is ook gevaarlijk. Ze is talloze keren met de dood bedreigd. Toen ze dat meldde bij de autoriteiten, haalden die slechts hun schouders op, zegt ze. Dus probeert ze goed en zo kwaad als het gaat voor haar eigen bescherming te zorgen. Kinderen van het programma waarschuwen Luz Mary als ze ergens in de buurt dreigende woorden opvangen, en Luz Mary heeft van haar spaargeld camera’s laten plaatsen bij haar huis. ’s Avonds laat ligt ze vaak naar de wazige zwart-witbeelden te kijken en durft niet te gaan slapen. Ze moet er niet aan denken de kinderen in haar programma aan hun lot over te laten, maar ze speelt elke dag met de gedachte Altos de Cazucá te verlaten.
Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen
Het bijzondere verhaal van Luz Mary doet de ronde door heel Colombia. Overal in het land zien we maatschappelijk leiders, zowel in stadswijken als in dorpen – ze leveren vaak diensten en komen op voor rechten waar de overheid het laat afweten. Activisten en organisatoren nemen zo’n belangrijke positie in binnen de maatschappij dat ze een plek hebben gekregen in het historische vredesakkoord tussen de overheid en de guerrillabeweging FARC (de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia), waarin is vastgelegd dat ze overheidsbescherming zullen krijgen. Ook is in het akkoord vastgelegd dat er ingrijpende hervormingen zullen worden doorgevoerd om ongelijkheid tegen te gaan en te voorkomen dat gemeenschappen ten prooi vallen aan geweld.
Maar waar een zekere mate van bescherming is beloofd, zijn veel maatschappelijk leiders zoals Luz Mary sinds 2016 alleen maar geconfronteerd met nog meer dreiging. De afgelopen vier jaar heeft een golf van geweld meer dan 415 maatschappelijk leiders het leven gekost. De coronapandemie heeft die trend alleen nog maar versterkt. Door een landelijke lockdown van zes maanden zitten mensen als Luz Mary als weerloze slachtoffers thuis. Activisten kunnen niet hun huis verlaten om bedreigingen of aanslagen te melden bij de politie, en vaak beschikken ze niet over de mogelijkheid om dat via internet te doen. De beleidsmakers, die toch al vaak de ogen sluiten voor de benarde situatie op plekken als Altos de Cazucá, worden nu goeddeels in beslag genomen door de crisis in de gezondheidszorg.
Luz Mary is bij toeval uitgegroeid tot maatschappelijk leider nadat ze was verhuisd naar een sloppenwijk op een heuvel in Soacha, een stad ten zuiden van Bogotá, zonder te weten in wat voor ellende ze daar zou belanden. Inwoners zeggen dat ze wel begrijpen dat Soacha zo’n sterke aantrekkingskracht uitoefent op drugshandelaren, milities en guerrilla’s – je hoeft alleen maar naar de kaart te kijken. De snelweg die de stad in tweeën snijdt is de voornaamste verbinding tussen de hoofdstad en het zuiden van Colombia, met de grote havenstad Buenaventura. Wat nog een extra aantrekkingskracht uitoefent op criminelen, zijn de poreuze, meanderende grenzen tussen de verschillende wijken van Soacha en Bogotá zelf. De politie houdt de hoofdweg in de gaten, maar niemand controleert de stroom mensen en goederen die overal de ongemarkeerde gemeentegrens overgaat die door glooiende heuvels vol geïmproviseerde huisjes loopt.
‘Er is hier sprake van een juridisch en administratief vacuüm,’ zegt een jonge leider die aan de grens woont. ‘Deze buurt is van niemand.’
Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht
In 1990 beschouwde het oostelijke front van de FARC de corridor Soacha-Bogotá als een essentieel onderdeel van de strategie om de hoofdstad te omsingelen. De FARC stationeerde strijders op plekken als Altos de Cazucá. Vervolgens mengden paramilitaire groepen van de andere kant zich in de strijd. Deze rechtse milities, een buitengerechtelijke strijdmacht die is gelieerd aan de staat, deden rond 1997 hun intrede in Soacha, omdat zowel zij als de regering de guerrilla’s uit Bogotá wilden verdrijven en wilden voorkomen dat de FARC haar doel zou bereiken.
Vanaf dat moment is Altos de Cazucá een broeinest van geweld. Tussen 2003 en 2006 zijn duizenden paramilitairen gedemobiliseerd, maar volgens de inwoners van veel buurten in Soacha zijn ze nooit echt vertrokken. De namen zijn veranderd maar de structuren zijn ongewijzigd, en dat geldt met name voor de hiërarchieën die zijn verbonden met de illegale economie. Vandaag de dag lopen er geen geüniformeerde mannen meer door de straat, zoals de paramilitairen ooit deden. Maar de delincuentes hoeven geen gevechtstenue te dragen om de bevolking angst in te boezemen. Iedereen weet wie ze zijn en wat ze doen – ze persen ondernemers af en rekenen af met inwoners die zich verzetten tegen hun illegale macht.
Net als in de tijd van de guerrilla’s en paramilitairen, zijn de wijken van Soacha nog altijd belangrijke corridors, met name voor drugs maar ook voor wapens en andere smokkelwaar, en voor illegale immigranten. Cocaïne, crack en marihuana gaan naar Bogotá, de rijkste binnenlandse afzetmarkt. Grondstoffen en andere producten die nodig zijn voor de bereiding van cocaïne, gaan Bogotá uit. De autoriteiten hebben cocapasta in beslag genomen, maar ook bewerkte cocaïne, wat erop duidt dat er in Soacha vermoedelijk drugslaboratoria zijn gevestigd die waarde – en winsten – toevoegen aan de aangevoerde smokkelwaar.
De wetteloosheid die de hellingen van Soacha zo lucratief maakt voor de drugshandel maakt diezelfde hellingen betaalbaar voor de vele arbeiders die werken in Bogotá maar zich de hoge huren daar niet kunnen veroorloven. Plaatselijke overheden noemen Soacha ‘een vat vol slachtoffers’ omdat een groot deel van de bevolking naar Soacha is getrokken na van huis en haard te zijn verdreven in een binnenlandse strijd die al meer dan een halve eeuw woedt. De afgelopen jaren zijn er ook tienduizenden Venezolaanse immigranten naar het gebied getrokken. Officieel telt Soacha 645.000 inwoners, maar Crisis Group heeft van de inwoners zelf en van het stadsbestuur begrepen dat het bevolkingsaantal in werkelijkheid de miljoen is gepasseerd. De mensen leven – vaak dicht opeengepakt – in niet meer dan 200.000 onderkomens, waarvan vele worden bedreigd door aardverschuivingen of overstromingen.
De sloppenwijken van Soacha staan lokaal bekend als invasiones omdat vele zijn gebouwd op privéterrein, of op land dat met geweld is ingenomen. Daarbij wordt telkens hetzelfde patroon gevolgd: tierreros, machtige makelaars met banden met de georganiseerde misdaad – delincuentesofwel corrupte politici – leggen beslag op stukken land om er ondermaatse huizen te bouwen. Vervolgens verkopen de tierreros die aan straatarme mensen, die zelfs een lening krijgen aangeboden om de aankoop te kunnen bekostigen. Om de zoveel jaar verkopen de makelaars hetzelfde stuk land weer door en zetten de bewoners uit, die geen juridische hulp kunnen inschakelen.
Lokaasmethode
Luz Mary is maar al te bekend met deze lokaasmethode. Zij en haar man konden zich geen huis permitteren in Bogotá, maar een terriero wist hen ervan te overtuigen dat ze in Altos de Cazucá wel een eigen huis konden kopen. Omdat de verkopers zeiden dat de grond binnen een aantal jaar zou worden gelegaliseerd, sloten ze een lening van enkele duizenden dollars af om het huis te kunnen betalen. Ze hebben hun schuld nog lang niet afbetaald, maar inmiddels is duidelijk dat het stukje grond nooit hun bezit zal worden.
Soacha kent een aantal overheidsvoorzieningen en de clandestiene handelaren proberen overal van te profiteren, van het openbaar vervoer tot aan de watervoorziening, waardoor de armlastige inwoners het alleen nog maar zwaarder krijgen. Veel winkeliers betalen een ‘vaccin’-belasting aan lokale groepen die beweren voor bescherming te zorgen. Die groepen maken zich schuldig aan afpersing en wie niet meewerkt, wordt daar meedogenloos voor gestraft. Door mensen te vermoorden die hun het hoofd bieden, geven ze een duidelijke boodschap af wie er de baas is.
Toen Luz Mary nog klein was, ging ze met haar moeder mee naar Bogotá, op de vlucht voor paramilitair geweld in een klein plaatsje niet ver van Manizales, in het westen van het land. Daarvoor woonden ze in Suba, een arbeiderswijk in het noordwesten van Bogotá. Luz Mary vertelt: ‘We gingen naar de stad in de hoop op een beter leven, maar we werden geconfronteerd met nog grotere problemen.’ Haar jeugd is getekend door armoede, onveiligheid en misbruik.
Tegen de tijd dat ze een jonge vrouw is, moet Luz Mary de grootste moeite doen om de eindjes aan elkaar te knopen in Suba. Als ze net zwanger is, verhuist ze met haar man naar Altos de Cazucá, in de hoop op een nieuw begin. Binnen enkele weken nadat ze hun intrek hebben genomen in het huisje van twee verdiepingen dat een tierrero hun heeft verkocht, wordt hun hoop getemperd. Ze komt tot de ontdekking dat er twee drugverkooppunten – ollas – in hun huizenblok zijn, eentje iets hoger op de heuvel en eentje vlak naast hun huis. De hogergelegen olla wordt gedreven door een paramilitaire groep; de lagergelegen olla wordt naar verluidt gerund door ‘guerrilla’s’. Haar buren zijn verslaafd aan crack. Luz Mary leert haar kinderen hun handen voor hun ogen te houden en hun oren dicht te stoppen, om ze af te schermen van de afschuwelijke beelden en geluiden in de buurt.
Langzaam krijgt Luz Mary een beeld van wat er om haar heen gebeurt. Lokale bendes drijven de drugverkooppunten en persen plaatselijke winkeliers af. Maar het zijn niet zomaar boefjes die hun kans schoon zien. Zoals de buren uitleggen maken deze groepen deel uit van groter en doelgerichter geheel. De staatsombudsman van Colombia, die tot taak heeft de mensenrechtensituatie in beeld te brengen, noemt deze opzet tercerización. Het is een soort piramide-achtige bedrijfsstructuur waarin gewapende, kartelachtige groepen de macht over een bepaalde buurt uitbesteden aan plaatselijke milities. De grotere groepen betalen de voetsoldaten meestal uit in drugs, die de laatsten weer doorverkopen om in hun levensonderhoud te voorzien. De overkoepelende organisatie wast de handen in onschuld aangezien het de delincuenteszijn die geweld gebruiken om hun macht te behouden.
Geleidelijk, maar gaandeweg steeds sneller, vallen Luz Mary en haar man ten prooi aan een depressie – ze zitten gevangen in een turbulente situatie door de schuld die ze zijn aangegaan nadat ze zonder het te weten een stuk gestolen land hebben gekocht.
Muziek
Op een wel heel troosteloze dag pakt de man van Luz Mary, gezeten op hun geel met bruine bank, zijn oude gitaar en begint te zingen. De muziek raakt hen, en op dat moment realiseren ze zich dat ze twee keuzes hebben. Ze kunnen blijven hangen in hun situatie of ze kunnen, om de woorden van Luz Mary te gebruiken ‘afrekenen met het idee dat ze slachtoffer zijn’ en iets dóén. Ze zijn allebei geschokt dat voor veel kinderen in de buurt geweld de gewoonste zaak van de wereld is. ‘Het is onvoorstelbaar waar kinderen allemaal aan wennen,’ zegt Luz Mary. Dat is het moment waarop ze besluit op zoek te gaan naar een manier om die kinderen te helpen.
Luz Mary en haar man zien muziek als de beste manier om jonge mensen te bereiken. Maar eerst moeten ze de kinderen zo ver zien te krijgen dat ze zich aansluiten bij een gestructureerd programma. De delincuentes delen eten uit om de jongeren te paaien, dus besluiten zij hetzelfde te doen.
Luz Mary herinnert zich de eerste kinderen die haar huis binnen kwamen stommelen en nieuwsgierig om zich heen keken, op zoek naar een reden om te blijven. In het begin komen er maar een paar kinderen, later zijn dat er tientallen. Luz Mary begrijpt dat ze zullen moeten beginnen bij de basis. ‘De kinderen die kwamen, stonken verschrikkelijk,’ zegt ze. ‘Ze wasten zich niet en ze hadden een grote mond, want de mentaliteit die ze meekrijgen is dat ze toch niets voorstellen.’ Als ze één ding kon bereiken, dacht ze, dan was dat om die jongeren een ander zelfbeeld te geven.
Het programma dat ze samen met haar man opzet, Semillas y Raíces, bestaat uit muziekles, kleinschalige toneelvoorstellingen en kleine buurtprojecten, In de begintijd van Semillas y Raíces laat het staatswaterleidingbedrijf de inwoners weten dat ze gratis water krijgen als ze een eigen aquaduct bouwen. Luz Mary en de kinderen gaan aan de slag, storten beton en leggen een voor een de leidingen.
Bij het uitbreken van de pandemie komt de overheidssteun traag op gang en verdwijnen allerlei baantjes. Semillas y Raíces schraapt alles bij elkaar om ouderen en hulpbehoevenden in de buurt eten te kunnen geven. In september en oktober zijn de kinderen en andere inwoners weken in de weer om een steile lokale weg te plaveien zodat de regen niet de huizen binnen stroomt.
‘We roeien met de riemen die we hebben en we werken ons uit de naad,’ zegt Luz Mary. ‘We krijgen geen enkele hulp. We recyclen en we verkopen van alles en nog wat om aan geld te komen. We krijgen eten dat anders weggegooid zou worden.’
Momenteel zijn er meer dan honderd kinderen die geregeld bij Luz Mary over de vloer komen en die zijn uitgegroeid tot een soort broertjes en zussen van haar eigen kinderen. De kinderen hoeven niets te betalen, al dragen sommige ouders bij wat ze maar kunnen missen. Sommige kinderen komen zonder dat hun ouders het weten, soms omdat hun vader of moeder lid is van de gewapende groepering. Om die kinderen te beschermen, maakt Luz Mary een afspraak met hen. Als ze elkaar op straat tegenkomen, doen ze of ze elkaar niet kennen.
De bedreigingen beginnen zodra duidelijk wordt dat Semillas y Raíces effect sorteert. Het aquaductproject van Luz Mary valt slecht bij sommige bewoners die zelf de watertoevoer in de hand hadden willen houden om zo weer andere bewoners te kunnen afpersen. Later komt Luz Mary erachter dat een van de mannen die zich benadeeld voelt een huurmoordenaar in de arm heeft genomen – een man van eenentwintig die al tientallen moorden op zijn naam zou hebben staan. Ze is bang dat er nog altijd een prijs op haar hoofd staat.
Dan volgen de berichtjes op haar telefoon. De eerste keer leest Luz Mary het berichtje niet eens – meestal is het reclame, of onzin. Als ze er toevallig wel een keer een blik op werpt, raakt ze in paniek door de mengeling van gedetailleerde dreigementen en beledigingen. Er wordt een ultimatum gesteld: ze krijgt twintig dagen om uit Soacha te vertrekken en anders komen ze haar vermoorden, staat er. Ze is van mening dat haar ‘vergrijp’ tweevoudig is. Om te beginnen heeft haar programma de vijver drooggelegd van jonge rekruten voor de bendes. Ten tweede heeft het programma met behulp van kleine giften genoeg geld bij elkaar weten te sprokkelen om T-shirts te laten drukken – wat leidt tot geruchten dat Semillas y Raíces geen armoedig clubje is, maar een rijke organisatie die geld probeert te verdienen.
Doodsbang daalt Luz Mary de helling af in de hoop op hulp van de autoriteiten in het centrum van Soacha. Rondom het plein, daterend uit de koloniale tijd, staan overheidsgebouwen, waar merendeels overwerkte ambtenaren de rijen mensen te woord staan die zich dag in dag uit melden met hun problemen. Luz Mary vertelt dat ze naar de officier van justitie is gegaan om een aanklacht in te dienen. Ze zegt dat ze ook naar het politiebureau en de ombudsman is gegaan om melding te maken van de doodsbedreigingen. De dagen verstrijken en ze hoort niets. ‘Ik stond weer met beide benen op de grond,’ zegt ze. ‘Ik begreep dat niemand me te hulp zou komen.’
De buren raden haar aan zich een tijdje gedeisd te houden. Als ze ophoudt met haar werk, zeggen ze, zullen de bedreigingen ook wel ophouden. Ze weet nog dat ze op het gemeentehuis hetzelfde advies kreeg, toen ze daar maanden later aan de bel trok. ‘Ik vertelde mijn verhaal, maar ze zeiden dat ik zelf verantwoordelijk was voor de situatie, gezien de plek waar we wonen.’
Wanneer maatschappelijk leiders op een dergelijke manier worden bedreigd, moeten volgens de Colombiaanse wet de plaatselijke overheden als eerste reageren. Maar hoewel Soacha elk jaar tijdelijk andere huisvesting regelt voor een beperkt aantal mensen dat met vergelijkbare bedreigingen te maken krijgt, schiet de reactie van de overheid vaak te kort en dan kunnen de maatschappelijk leiders eigenlijk nergens meer terecht. Luz Mary hoopt in aanmerking te komen voor het beschermingsprogramma van het ministerie van Binnenlandse Zaken, dat grofweg zo’n vijfduizend maatschappelijk leiders in heel Colombia helpt met kogelvrije vesten of zelfs bodyguards. Ze is maanden bezig om de vereiste papieren bij elkaar te krijgen en het ingewikkelde aanvraagformulier te doorgronden, dat ze uiteindelijk ingevuld en wel afgeeft op een politiebureau. Dit jaar alleen al hebben bijna zevenduizend leiders hulp gevraagd bij deze instantie – slechts zestien procent van de aanvragen is gehonoreerd.
Inmiddels vertrouwt Luz Mary voor haar veiligheid niet langer op de overheid, maar op het netwerk dat ze met Semillas y Raíces heeft opgebouwd. Meer dan eens is ze door kinderen uit gezinnen die banden hebben met de gewapende bandieten gewaarschuwd dat hun ouders het over haar hadden. Dat is voor haar het teken om zich binnenshuis op te sluiten, met als enige gezelschap haar beveiligingscamera’s. Ze registreert alles wat zich op straat afspeelt, tot diep in de nacht, en als er echt iets gebeurt hoopt ze dat haar camera’s het allemaal hebben vastgelegd.
Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen
Door de pandemie is alles anders. Zoals Luz Mary zegt: ‘Alle problemen die in onze gemeenschap spelen komen nu naar de oppervlakte – en ineens zijn het er drie keer zoveel.’
Zoals ook elders in Colombia zien gewapende groepen in Altos de Cazucá corona – en de lockdown om de verspreiding van het virus een halt toe te roepen – als een uitgelezen kans om hun greep op de buurt te verstevigen. Omdat er maar weinig lokale autoriteiten zijn om de lockdown af te dwingen, hebben de delincuentes hun eigen beperkingen aan de bewegingsvrijheid ingesteld. In augustus meldt de ombudsman dat er bepaalde groepen in Soacha zijn die bepalen welke winkels wel of niet open mogen om bevoorraad te worden, waarmee ze duidelijk laten zien wie de macht in handen heeft in Altos de Cazucá. De enige wet die hier geldt is de ley de silencio – de wet van het zwijgen. Wie een bedreiging meldt of in het geweer komt tegen de intimidatie wordt bestempeld tot sapo, informant. Wie de gewapende groeperingen ook maar een strobreed in de weg legt, loopt gevaar. Alleen al het melden van een misdaad kan beteken dat je tot vijand wordt bestempeld. Luz Mary zegt dat er tijdens de lockdown twee mensen zijn vermoord, maar dat ‘niemand zijn mond open heeft gedaan’.
De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger
De scholen in Colombia zijn sinds maart gesloten vanwege de pandemie, wat de gewapende groeperingen nieuwe kansen biedt om de kinderen los te weken van hun gezin. De meeste kinderen in Soacha volgen geen virtuele lessen; in plaats daarvan krijgen ze opdrachten mee die een zekere mate van ouderlijke supervisie vereisen – en dat is voor veel gezinnen domweg te hoog gegrepen. In juni heeft de inspecteur-generaal melding gemaakt van een toenemend aantal kinderen dat wordt gerekruteerd in stedelijke gebieden zoals Soacha, waar jongeren zich aansluiten bij de plaatselijke bendes of zelfs bij gewapende groeperingen verspreid over het hele land. Maatschappelijk leiders die het ergste proberen te voorkomen moeten nog meer moeite doen dan voorheen om die kinderen een veilige omgeving te bieden.
Onlangs heeft Luz Mary haar buurtgenoten bij elkaar geroepen voor een toneelles – in de nieuwe realiteit van corona. ‘De enige manier om op dit soort plekken les te geven is door een interactieve school op te zetten,’ zegt ze. Een man gekleed in een vuilniszak en met een geschminkt gezicht loopt met gespreide armen van de ene kant van de straat naar de andere. Hij doet alsof hij een vliegtuig is dat het virus van het ene land naar het andere brengt. Hij ‘infecteert’ iedereen die hij aanraakt.
De toekomst voor maatschappelijk leiders zoals Luz Mary ziet er grimmig uit, maar een toekomstbeeld zonder hen is nog grimmiger. ‘Er gebeuren hier de meest vreselijke dingen,’ zegt ze. ‘Er komt geen einde aan de dreigementen. Soms heb ik het gevoel dat ik het niet langer aankan. Maar dan vraag ik me af: als ik het niet meer doe, wie moet het dan doen? (…) Er gebeuren veel afschuwelijke dingen in het leven. Mijn bijdrage aan deze wereld is dat ik deze kinderen iets leer.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.