Tag: Moellah Baradar

  • Vrouwenrechten in Afghanistan: ‘De nieuwe regering is allesbehalve inclusief‘

    Vrouwenrechten in Afghanistan: ‘De nieuwe regering is allesbehalve inclusief‘

    De zogenaamd ‘inclusieve’ regering is uiteindelijk slechts een doodgewone talibanorganisatie. Er zit niet één vrouw bij. Het enige doel is om in de smaak te vallen bij de Afghaanse meerderheid.

    Een tijdlang hadden de taliban er de mond van vol. ‘Wij werken aan de vorming van een inclusieve regering die het hele Afghaanse volk vertegenwoordigt,’ beloofde moellah Abdul Ghani Baradar nadat hij in Kabul was gearriveerd om een regering te vormen. ‘Wij willen in vrede leven,’ verzekerde regeringswoordvoerder Zabihullah Mujahid op 15 augustus tijdens de eerste persconferentie na de val van Kabul. ‘Wij willen noch binnenlandse, noch buitenlandse vijanden.’

    ‘Eerst zien, dan geloven,’ luidde al heel snel het devies van een steeds grotere kring van waarnemers, bestaande uit Afghanen, buitenlandse regeringen, mensenrechtenvertegenwoordigers en politieke experts. De nieuwe talibanregering is op dezelfde dag bekendgemaakt dat moedige betogers de straten van Kabul en andere steden op gingen, met name vrouwen die eisten dat hun rechten en hun plaats in het landsbestuur en de maatschappij gerespecteerd zouden worden.

    De nieuwe Afghaanse regering is allesbehalve inclusief, integendeel, ze bestaat uitsluitend uit taliban. De beweging heeft haar eigen organigram weer van stal gehaald, met de bijbehorende commissies, stafmedewerkers en de almachtige emir Haibatullah Akhundzada, om de regering vorm te geven.

    Niet één vrouw

    Het beruchte ministerie voor de Verspreiding van Deugd en het Voorkomen van Ondeugd van het eerste talibanregime is terug; het ministerie voor Vrouwen is verdwenen. De overgrote meerderheid van deze regering bestaat uit etnische Pashtun, met maar één Tadzjiek en één Hazara, die allebei taliban zijn. Er zit niet één vrouw bij, zelfs niet op een ondergeschikte positie. Het is een regering van de oude garde, met een nieuwe generatie moellahs en militaire bevelhebbers. De mannen die tijdens het talibanbewind van de jaren negentig aan de macht waren, zijn terug, met een nog langere en wittere baard. Ook zitten er voormalige gevangenen van Guantánamo bij, figuren die op de zwarte lijst van de Verenigde Staten en de Verenigde Naties staan, geharde strijders en zelfverklaarde onderhandelaars die aan gesprekken hebben deelgenomen en de regionale hoofdsteden zijn afgereisd om de beloften van de taliban 2.0 te verkondigen.

    Sommige namen springen eruit. De premier ad interim van de nieuwe regering heet Hassan Akhund; hij is een van de stichters van de taliban en staat op de sanctielijst van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. De minister van Binnenlandse Zaken ad interim is Sirajuddin Haqqani, een man van wie we alleen het gezicht kennen dankzij een foto waarop het deels aan het oog wordt onttrokken door een karamelkleurige sluier op een affiche met personen die worden gezocht door de FBI (die vijf miljoen dollar biedt voor zijn aanhouding). De nieuwe minister van Defensie ten slotte, moellah Mohammed Yaqoob, wordt afgebeeld met een zwart silhouet en is niemand anders dan de oudste zoon van moellah Omar, de stichter van de taliban.

    Het nieuwe regime lijkt het resultaat van een minutieus uitgewerkt compromis. Moellah Akhund staat opeens aan het hoofd en geeft daarmee diverse politieke rivalen en militaire zwaargewichten het nakijken, met name moellah Baradar die in weerwil van talrijke voorspellingen een ondergeschikte post heeft gekregen.

    Afghanistan is te belangrijk om aan zijn lot te worden overgelaten

    Ik herinner me een zin die werd uitgesproken door talibanonderhandelaar Mohammad Abbas Stanekzai, die is teruggekeerd op zijn vroegere post van onderminister van Buitenlandse Zaken. Toen ik hem afgelopen februari, na de ondertekening van het historische akkoord tussen de taliban en de Verenigde Staten, vroeg wat hij zou zeggen tegen Afghanen die bevreesd waren voor hun terugkeer, antwoordde hij nadrukkelijk: ‘Ik zou hun zeggen dat we een regering krijgen die acceptabel is voor de meerderheid.’ Hij legde zwaar de nadruk op het woord ‘meerderheid’. Met andere woorden, het zou een regering worden die de traditionele waarden hoog in het vaandel had, en niet de westerse ideeën waar de taliban niets van moeten hebben. De euforie vierde op dat moment hoogtij en de Afghanen begonnen te dromen van het einde van de oorlog. Enkele maanden later, op de eerste dag van de officiële onderhandelingen over Afghanistan in Qatar, gaven de taliban te verstaan dat ze niet langer de stichting van een islamitisch emiraat eisten. Ze zeiden te begrijpen hoe gevoelig dat onderwerp lag.

    Islamitisch emiraat

    Tijdens gesprekken met vrouwelijke onderhandelaars verzekerden ze dat vrouwen voor alle functies in aanmerking zouden komen, ook die van minister, met als enige uitzondering de post van president. Dat was enkele maanden geleden. Nu zijn de taliban aan de macht.

    In een verklaring die kort na de bekendmaking van de interimregering werd gepubliceerd zei de emir dat de taliban op zoek waren naar ‘iedereen met voldoende talent, competentie en werkervaring’.

    Maar bij al die aansporingen bleef duidelijk wat de prioriteit was: versterking van ‘het systeem’, oftewel de herinvoering van het islamitische emiraat. De rest is van secundair belang. Afghanistan is te belangrijk om aan zijn lot te worden overgelaten. Het risico dat het land een toevluchtsoord wordt voor terroristen, de zorgen over de mensenrechten en de verergering van de humanitaire en alimentaire crisis zullen heel wat mensen ertoe aanzetten manieren te zoeken om samen te werken met onervaren leiders die nog altijd meer in het verleden verankerd zijn dan gericht op een andere toekomst.

    Maar het devies blijft hetzelfde: eerst zien, dan geloven.

  • Maak kennis met de hardliners van de taliban

    Maak kennis met de hardliners van de taliban

    Niet lang nadat de internationale troepen Afghanistan verlieten, formeerde moellah Akhund een theocratische regering met oude bekenden en nieuwe gezichten. Zijn zij in staat om stabiliteit te brengen in het door oorlog verscheurde land?

    Moellah Hassan Akhund 

    Akhund is een van de meest vooraanstaande figuren binnen de taliban. Hij was medeoprichter van de beweging aan het begin van de jaren negentig en vicepremier gedurende het talibanregime van 1996-2001. Ook was hij in die periode minister van Buitenlandse Zaken en provinciaal gouverneur.

    Vermoed wordt dat Akhund, die afkomstig is uit Kandahar, de geboorteplaats van de taliban, nauwe banden onderhield met de overleden geestelijk leider moellah Omar.

    Het gezien Akhunds senioriteit en status geen ‘grote verrassing’ dat hij tot hoofd van de nieuwe regering is benoemd

    Tijdens de opstand van de taliban bekleedde Akhund een hoge militaire positie. Ook was hij hoofd van de leiderschapsraad, het hoogste besluitvormingsorgaan van de taliban, dat gevestigd is in de stad Quetta in het zuidwesten van Pakistan.

    Sinds 2001, toen de door de VS geleide invasie de taliban van de macht beroofde, staat Akhund op de terrorismelijst van de VN. De VN noemt hem een van de ‘meest effectieve bevelhebbers van de taliban’ en zegt dat hij geboren is tussen 1955 en 1958.

    Volgens Ibraheem Bahiss, een onafhankelijke Afghaanse onderzoeksanalist, is het gezien Akhunds senioriteit en status geen ‘grote verrassing’ dat hij tot hoofd van de nieuwe regering is benoemd.

    Lees ook:

    Moellah Baradar

    Abdul Ghani Baradar, een veteraan onder de talibanleiders, is degene die het meest op de voorgrond treedt binnen de drie decennia oude militante islamistische beweging. De 53-jarige Baradar was onderbevelhebber van de taliban onder moellah Omar en coördineerde de militaire operaties van de beweging in Afghanistan voordat hij in 2010 in het naburige Pakistan werd gearresteerd.

    ‘Baradar is een sleutelfiguur binnen het leiderschap en de diplomatieke vertegenwoordiging van de taliban’

    Baradar werd door de Pakistaanse autoriteiten gevangengezet nadat hij naar verluidt zonder toestemming van Pakistan, de grootste buitenlandse sponsor van de beweging, gesprekken had gefaciliteerd tussen de Afghaanse regering en bevelhebbers van de taliban. Hij zat acht jaar gevangen in Pakistan, waar veel talibanleiders naartoe waren gevlucht na de door de VS geleide invasie in 2001 die hun wrede regime de kop kostte. Nadat er rechtstreeks overleg op gang was gekomen tussen de taliban en Washington kwam hij in 2018 vrij op voorspraak van de Verenigde Staten en werd hij als hoofd van het politieke bureau van de taliban in Qatar de belangrijkste onderhandelaar van de beweging. In 2020 tekende Baradar tijdens een plechtigheid in Doha een overeenkomst met de speciale Amerikaanse gezant voor Afghanistan Zalmay Khalilzad.

    ‘Baradar is een sleutelfiguur binnen het leiderschap en de diplomatieke vertegenwoordiging van de taliban,’ zegt Graeme Smith, die veel over Afghanistan heeft gepubliceerd en consultant is bij de Brusselse denktank International Crisis Group (ICG). Maar hij noemt het een vergissing om uitsluitend op één talibanleider te focussen. ‘Het leiderschap van de taliban is veel collectiever dan de hiërarchische structuur van andere organisaties,’ zegt Smith. ‘Ze overleggen in brede kring, niet alleen met de leiding maar ook met een aantal raadgevende organen binnen de groep.’

    Baradar is een Durrani Pashtun uit de zuidelijke provincie Uruzgan. De meeste talibanleiders zijn zuidelijke Pashtuns. Zijn nauwe banden met de overleden moellah Omar bezorgde hem de bijnaam ‘baradar’, oftewel ‘broeder’.

    Lees ook:

    Moellah Yaqoob 

    Moellah Yaqoob was vrijwel onbekend tot 2015, toen de taliban de dood erkenden van zijn vader moellah Omar, die ruim twee jaar eerder was overleden in Pakistan. Sindsdien is de ambitieuze Yaqoob hoog opgeklommen binnen de talibangelederen. Na zijn mislukte poging om zijn vader in 2015 op te volgen consolideerde hij zijn macht, eerst als plaatsvervangend leider en daarna als militair opperbevelhebber.

    ‘Moellah Omar was een charismatische leider en er is nog altijd enorm veel respect voor hem’

    Yaqoob, van wie wordt aangenomen dat hij in de dertig is, gaf leiding aan militaire operaties in dertien zuidelijke en westelijke provincies, ondanks zijn gebrek aan ervaring op het slagveld. Hij is opgeleid op enkele streng islamitische seminaries in Pakistan.

    Volgens experts geniet Yaqoob aanzien onder de veldcommandanten omdat hij de oudste zoon is van moellah Omar. ‘Moellah Omar was een charismatische leider en er is nog altijd enorm veel respect voor hem, voor zijn familie en zelfs voor zijn vertrouwelingen, van wie velen in de loop der jaren op invloedrijke posities zijn benoemd,’ zegt Obaid Ali, verbonden aan het Afghanistan Analyst Network, een onafhankelijke denktank in Kabul.

    Nieuw conflict

    De toenemende rivaliteit tussen de taliban en de Islamitische Staat van Khorasan (IS-K), een rivaliserende militante groepering, heeft het begin van een nieuwe fase van geweld in Afghanistan ingeluid – een ontwikkeling die, zoals veel Afghanen vrezen, nog meer bloedvergieten zal uitlokken, schrijft Gandhara in een ander artikel.

    Sinds het aantreden van de talibanregering is het aantal bomaanslagen en aanvallen van IS-K tegen de taliban en Afghaanse burgers sterk toegenomen. Deskundigen zeggen dat de extremistische groepering is gesterkt door de verminderde aanwezigheid van de VS in Afghanistan en de onopzettelijke vrijlating door de taliban van honderden IS-K gevangenen na het overnemen van de gevangenissen.

    Sirajuddin Haqqani 

    Sirajuddin Haqqani is plaatsvervangend leider van de taliban en heeft als militair bevelhebber leiding gegeven aan operaties in 21 oostelijke en noordelijke provincies. Ook geeft hij leiding aan het Haqqani-netwerk, de machtigste en dodelijkste talibanfactie. Het netwerk wordt door de Verenigde Naties als terroristische organisatie aangemerkt. Volgens experts onderhoudt het netwerk nauwe banden met Al-Qaeda en de leiding van het Pakistaanse leger, die er al lange tijd van wordt beschuldigd de taliban een veilige haven en materiële steun te bieden.

    Het netwerk, gevestigd in tribale gebieden in noordwest-Pakistan, is beschuldigd van enkele van de dodelijkste aanslagen op burgers en Afghaanse en buitenlandse veiligheidstroepen, en het is allengs beruchter geworden om zijn gebruik van zelfmoordterroristen bij complexe aanslagen in steden.

    Haqqani, op wiens hoofd door de VS tien miljoen dollar is gezet, is de zoon van de overleden radicale islamistische leider Jalaluddin Haqqani, een belangrijke verzetscommandant tijdens de oorlog tegen het Sovjetleger in Afghanistan in de jaren tachtig.

    Sher Mohammed Abbas Stanekzai

    Stanekzai was plaatsvervanger van Baradar op het politieke kantoor van de taliban in Qatar. Hij werd in de jaren tachtig opgeleid aan prestigieuze militaire academies in India en sloot zich daarna aan bij de moedjahedien, de door de VS gesteunde islamistische guerrillabeweging die tegen de Sovjets vocht tijdens hun decennialange bezetting van Afghanistan.

    Toen de taliban in 1996 het grootste deel van Afghanistan in handen kregen, na een verwoestende burgeroorlog van vier jaar, werd Stanekzai tot onderminister van Buitenlande Zaken benoemd. Hij spreekt vloeiend Engels, is een belangrijke leider van de politieke vleugel van de taliban en een van de belangrijkste woordvoerders van de beweging tegenover buitenlandse diplomaten en media.