Tag: moslims

  • Op dit eiland in Tunesië leven joden, moslims en christenen vreedzaam samen

    Op dit eiland in Tunesië leven joden, moslims en christenen vreedzaam samen

    Elk jaar in mei vindt in Tunesië een uniek en buitengewoon evenement plaats. Het Noord-Afrikaanse land, waar zich de oudste synagoge van Afrika bevindt, viert dan zijn joodse wortels met de bedevaart van La Ghriba, waarbij verschillende religies samenkomen.

    Zodra de veerboot de kust nadert, wacht je op Djerba een sereen welkom. Het eiland, voor Tunesiërs de historische thuishaven van de drie grote monotheïstische godsdiensten en de bestemming van een jaarlijkse joodse pelgrimstocht, wordt vaak het ‘eiland der dromen’ genoemd. Er zijn palmbomen zover het oog reikt en overal langs de soms nog rudimentaire wegen zie je Djerba’s kenmerkende huizen of ‘houche’, de kleurrijke kleine winkeltjes van het eiland. Mannen dragen er grijze jebbas-gewaden en vrouwen beskrismalhfas en dhallalas (traditionele strohoeden).

    Dit decor wordt aangevuld met tal van ongeëvenaarde details, zoals de geur van de prachtige blauwe zee, de vissers en de her en der verspreid liggende boten, verkopers van boeketten jasmijn, groepjes oude mannen die dammen en vrouwen op motorfietsen. Op dit eiland kom je in aanraking met kleuren, tinten en vormen die soms eenvoudig en minimalistisch zijn, maar nooit saai.

    Maar het zijn niet alleen de paradijselijke kusten en de onvergelijkbare zonsondergangen die dit eiland tot een unieke en mooie plek maken; het zijn vooral de mensen. Vandaar dat Djerba niet alleen wordt aanbeden door Tunesiërs, maar door talloze bezoekers van over de hele wereld. Hier zijn de bewoners er in de loop van de geschiedenis namelijk in geslaagd een vreedzame coëxistentie tussen de moslim-, christelijke en joodse gemeenschappen te behouden. En dat is uiterst zeldzaam – niet alleen voor de Arabische regio, ook voor de rest van de wereld.

    Joden van Djerba

    Vóór de oprichting van Israël in 1948 woonden er meer dan honderdduizend joden in Tunesië, maar met het verstrijken der jaren en na de Arabisch-Israëlische oorlog van 1967 zijn velen vertrokken. Toch herbergt het land een van de grootste joodse gemeenschappen in de MENA-regio [de regio Midden-Oosten en Noord-Afrika], van circa tweeduizend joden, waarvan zo‘n twaalfhonderd op Djerba wonen.

    Nog altijd hebben joodse Tunesiërs een belangrijke plek in de samenleving van Djerba. Net als hun niet-joodse buren zijn ze vooral actief in de toerismesector van het eiland.

    Djerba heeft één joodse school (Yeshiva), waar zowel seculier als religieus onderwijs wordt gegeven aan vijf- en zesjarigen evenals aan tieners. Als je door de klaslokalen loopt, hoor je de leerlingen discussiëren over verzen uit de Torah, waarbij ze afwisselend spreken in Tunesisch Arabisch en het Hebreeuws van de bijbelse teksten. Op een andere school op het eiland, de lagere school van Souani, krijgen islamitische en joodse leerlingen les in dezelfde klaslokalen. Ze hebben hetzelfde seculiere academische streven en geloven beide in een samenleving waarin verschillende religies harmonieus naast elkaar bestaan.

    Ook niet-joodse Tunesiërs nemen deel aan bepaalde tradities van de synagoge

    De joodse erfenis van Djerba en de religieuze diversiteit van Tunesië worden elk jaar tijdens de Ghriba-bedevaart getoond. Dit jaarlijkse evenement vond dit jaar plaats van 14 tot 22 mei. Tot de activiteiten behoorden onder andere een bezoek aan de synagoge, liefdadigheidsacties, gebedsdiensten en andere lokale tradities.

    Ook niet-joodse Tunesiërs nemen deel aan bepaalde tradities van de synagoge. Lokale vrouwen en bezoekers brengen bijvoorbeeld eieren mee waarop de namen van jonge meisjes uit hun familie staan en laten die in de synagoge achter. Na afloop van de bedevaart worden de eieren teruggebracht naar de jonge meisjes, die ze opeten in de hoop dat hun huwelijkskansen daarmee verbeteren.

    Als je naar de synagoge loopt, valt de beveiliging op. Honderden politieagenten, speciale eenheden en pantservoertuigen staan langs de weg en rond het bedevaartsoord opgesteld om een goed verloop van de festiviteiten te garanderen. Alvorens het terrein te betreden, moeten de bezoekers door een scanpoort en worden hun bezittingen grondig doorzocht.

    Maar zodra je het veiligheidsapparaat voorbij bent, zie je honderden Tunesische vlaggen en het kenmerkende blauw en wit van de gebouwen.

    Kleurrijke pelgrimage

    Op de achtergrond klinkt muziek. Er hangt een feestelijke sfeer. Alle betrokkenen, van jong tot oud, hebben hun mooiste kleren aangetrokken. Onder de prachtige zon van een aprilmiddag komen groepen bezoekers bijeen in nette overhemden, kleurrijke jurken en op hoge hakken, hun passen versnellend om een goede plek te bemachtigen in de Oukala (een soort traditionele en goedkope hotels in populaire Tunesische wijken), waar muziek zal worden gemaakt.

    ‘Mijn moeder heeft nieuwe kleren voor me gekocht voor vandaag. Nu wacht ik op mijn vrienden. Ik heb er heel veel zin in!’ zegt de achtjarige Ishmail met brede lach. Hij is hier met zijn ouders en andere familieleden.

    Aanwezigen die vooral gericht zijn op het religieuze aspect van het evenement, begeven zich rechtstreeks naar de synagoge. Ondanks de relatief kleine omvang is het interieur van het gebouw verbluffend mooi. Opvallend is de blauwe kleur van de aardewerken tegels die de vier muren tot aan het plafond bedekken. De ruimte krioelt van de mensen.

    Onder de bogen en de eeuwige lampen zitten sommige aanwezigen de Torah te lezen, anderen steken kaarsen aan en spreken, discreet en met gesloten ogen, lang gekoesterde wensen uit.

    ‘Ik ben hier gekomen om dit ei neer te leggen in naam van mijn alleenstaande nichtje,’ vertelt de zeventigjarige Frans-Tunesische Eliana. ‘Ik weet dat ze er niet echt in gelooft, maar sinds ik klein was, kwam ik al naar deze synagoge en zag ik mijn moeder en mijn tantes dit doen. Het maakt deel uit van onze geschiedenis en onze identiteit, en zo houd ik het erfgoed in leven.’

    Tragische aanslagen

    Deze jaarlijkse bedevaart is niet alleen belangrijk voor de plaatselijke gemeenschap, maar voor het hele land, zowel in economisch opzicht, doordat de toeristische sector van het eiland nieuw leven wordt ingeblazen, als in politiek opzicht, omdat ze bijdraagt aan het behoud van de vreedzame en multiculturele identiteit van Tunesië. Het evenement wordt maanden van tevoren voorbereid, met medewerking van verschillende belanghebbenden, waaronder het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit alles om onaangename verrassingen te voorkomen.

    In het recente verleden maakte Tunesië namelijk twee tragische aanslagen op de joodse gemeenschap van Djerba mee. De eerste was in 1985, toen een soldaat die belast was met de ordehandhaving het vuur opende in de synagoge van Ghriba, waardoor vijf mensen om het leven kwamen. In 2002 doodde een vijfentwintigjarige Frans-Tunesiër, die banden had met Al-Qaida, eenentwintig mensen.

    Met deze incidenten in het achterhoofd doen de Tunesische autoriteiten er alles aan om het jaarlijkse evenement veilig te houden. Zo willen ze tevens het toerisme, de nationale economie en de reputatie van Tunesië in het buitenland opschroeven. Regeringsleider Najla Bouden, minister van Toerisme Mohamed Moez Belhassine, woonde dit jaar het begin van de pelgrimage bij, evenals gouverneur van Médenine Said Ben Zayed, de opperrabbijn van Tunesië Haïm Bittan en verschillende ambassadeurs en diplomaten uit landen als Frankrijk, België, Duitsland, Italië en de VS.

    ‘Djerba is een smeltkroes van beschavingen en een plek van vrede en tolerantie’

    ‘Djerba is een smeltkroes van beschavingen en een plek van vrede en tolerantie,’ zegt Bouden. Minister van Toerisme Belhassine noemt de bedevaart van La Ghriba een belangrijke gebeurtenis die de zomer en het toerismeseizoen inluidt en de mensen aanspoort tot vreedzaam samenleven, tolerantie en een open gemeenschap.

    Hij voegt eraan toe dat dit belangrijke evenement, dat volgens hem ongeveer drieduizend bezoekers, vijftig journalisten en hoogwaardigheidsbekleders van veertien nationaliteiten bijeenbracht, niet alleen de gelegenheid biedt om het multiculturele aspect van het eiland te ontdekken, maar ook om je onder te dompelen in de talloze andere attracties van deze rijke bestemming.

    De organisatoren van de pelgrimstocht, onder leiding van Perez Trabelsi (voorzitter van het joodse comité van Ghriba en leider van de joodse gemeenschap in Djerba), zijn van mening dat de opkomst dit jaar uitzonderlijk was en dat het evenement zich op verschillende niveaus onderscheidde. Voor hen was het, na twee jaar van pandemie, van cruciaal belang om in deze tumultueuze tijden vanuit Tunesië een boodschap van vrede en coëxistentie over de wereld te verspreiden.

    Lees ook:

  • Frankrijk: Boerkini staat opnieuw in middelpunt politieke ruzie

    Frankrijk: Boerkini staat opnieuw in middelpunt politieke ruzie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Internationale olifantencorridor Botswana in gevaar

    » Somalië: oud-president Hassan Sheikh Mohamud komt opnieuw aan de macht

    Burgemeester Grenoble staat boerkini en topless zwemmen toe

    De boerkini, het badpak voor het hele lichaam, staat opnieuw in het middelpunt van een politieke ruzie in Frankrijk, meldt Angelique Chrisafis, correspondent voor The Guardian in Parijs. Eric Piolle, de spraakmakende groene burgemeester van Grenoble, wil in de gemeenteraad maandag zijn voorstel bespreken om mensen toe te staan zich ‘te kleden zoals ze willen’ bij buitenzwembaden. Dat zou zowel vrouwen als mannen toestaan om topless te zwemmen of een boerkini te dragen – of dat nu uit religieuze overtuiging is of om zich te beschermen tegen de zon.

    De versoepeling van de zwembadregels is zeer tegen de zin van de tot de rechtervleugel behorende Laurent Wauquiez, hoofd van de regio Auvergne-Rhône-Alpes. Hij dreigt ermee alle regionale financiering voor Grenoble terug te trekken als het de regels versoepelt: ‘Met geen cent zullen wij uw onderwerping aan het islamisme financieren,’ aldus Wauquiez.

    Het is niet de eerste keer dat badkleding een politieke rel veroorzaakt in Frankrijk vlak voor een verkiezing

    De ruzie wordt door alle partijen aangegrepen in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van volgende maand, waar de centristische groepering van de herkozen president Emmanuel Macron een meerderheid hoopt te behalen. Het is niet de eerste keer dat badkleding voor het hele lichaam vlak voor een belangrijke verkiezing een politieke rel veroorzaakt in Frankrijk. In de zomer van 2016, in de aanloop naar de presidentsverkiezingen, hadden zo’n dertig Franse kustplaatsen de boerkini van het strand verbannen. De hoogste administratieve rechtbank oordeelde echter dat het antiboerkinidecreet ‘een ernstige en duidelijk illegale aanval op de fundamentele vrijheden’ was.

    In Grenoble zij burgemeester Piolle dat de nieuwe zwembadregels niet alleen over boerkini’s gingen en dat de boerkini een ‘non-issue’ is. Hij zei dat de rel aantoonde dat de kwaliteit van het Franse politieke debat in een neerwaartse spiraal zat. ‘Stop met het stigmatiseren en discrimineren van moslims in ons land,’ verkondigde hij in een interview op France 2 TV.

    Lees ook:

  • Zware ramadan voor moslims in Oekraïne

    Zware ramadan voor moslims in Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » India’s beroemde levende hangbruggen zijn voorgedragen als werelderfgoed

    » Russen verlaten Tsjernobyl – mogelijk vanwege blootstelling aan straling

    Moslimgemeenschap van plan om geld in te zamelen

    Moslims in Oekraïne gaan dit jaar een moeilijke ramadan tegemoet in oorlogstijd, maar toch zijn velen van plan om de vastenperiode te benutten om geld in te zamelen voor mensen in nood.

    ‘We moeten alles anders doen,’ zegt Niyara Nimatova, Krim-Tataarse en hoofd van de Oekraïense Moslimliga tegen Al Jazeera. Op de eerste dag van de vastenmaand, waarschijnlijk zaterdag, wil zij een iftar bereiden met een groep gevluchte gezinnen die bij haar in het islamitisch centrum in Tsjernivtsi verblijven.

    Moslims maken ongeveer één procent uit van de bevolking van Oekraïne

    ‘Veel moslims zijn het land uit gevlucht maar de moslims in Oekraïne hebben steun nodig,’ zegt Nimatova aan de telefoon vanuit de westelijke Oekraïense stad, waar ze naartoe is verdreven vanuit de zuidoostelijke provincie Zaporizja.

    Moslims maken ongeveer één procent uit van de bevolking van Oekraïne, dat overwegend orthodox-christelijk is. De voorbereidingen voor de ramadan zijn dit jaar moeilijk als emotioneel geweest. Families kunnen zich daardoor niet vrij bewegen bij zonsondergang, als de vastendag voorbij is en zij bij elkaar gaan eten.

    ‘Ons huis staat altijd open tijdens de ramadan, oorlog of niet’

    Als Krim-Tataarse moest Nimatova al eerder haar woonplaats verlaten. Toen Rusland in 2014 de Krim annexeerde, werden zij en haar familie gedwongen te vluchten naar Zaporizja.

    Isa Celebi, een Turkse gordijnverkoper die sinds 2010 in Oekraïne woont, zegt dat veel moslims dit jaar tijdens de ramadan niet thuis zullen zijn en dat sommigen ‘zelfs in hun auto zullen wonen’.

    ‘Ons huis staat altijd open tijdens de ramadan, oorlog of niet. ‘We zullen ons brood delen,’ maar hij voegt eraan toe dat de voorraden van sommige voedingsmiddelen schaars zijn, terwijl de prijzen zijn gestegen.

    Lees ook:

  • GitHub sluit Indiase website die moslima’s ‘ter veiling’ aanbiedt

    GitHub sluit Indiase website die moslima’s ‘ter veiling’ aanbiedt

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Polen en Hongarije kochten Pegasus-spyware kort na bezoek Netanyahu

    » Tesla bekritiseerd om openen showroom in Chinese regio Xinjiang

    Indiase moslima’s vaker slachtoffer van misbruik en geweld

    Quratulain Rehbar, een journalist in India, trof onlangs een profiel van zichzelf aan op nepveilingwebsite Bulli Bai, die zijn naam ontleent aan een scheldwoord voor moslima’s. Rehbar werd daar ‘ter veiling’ aangeboden, evenals tientallen andere moslima’s, waaronder beroemde vrouwen zoals Nobelprijswinnaar Malala Yousafzai, schrijft The Washington Post. Veel van deze vrouwen bekritiseren het hindoenationalisme en de behandeling van etnische en religieuze minderheden in India door premier Narendra Modi en zijn rechtse Bharatiya Janata-partij (BJP).

    Modi en de BJP voeren een agenda die de nadruk legt op het primaat van hindoes in het land. De afgelopen maanden laaide een golf van religieus geweld op tussen hindoes en moslims, waarbij critici van de BJP worden aangevallen door bendes. Online en soms offline misbruik en geweld zijn vooral wijdverbreid tegen vrouwelijke tegenstanders van het hindoenationalisme.

    De website, gebouwd op het populaire Amerikaanse coderingsplatform GitHub, werd overigens direct door GitHub gesloten na een stroom van online protesten.

    Lees ook:

  • Een islamitisch Pools dorp in het hart van de migratiecrisis

    Een islamitisch Pools dorp in het hart van de migratiecrisis

    In het Poolse dorp Bohiniki, een paar kilometer van de Belarussische grens, leven katholieken en moslims al vier eeuwen naast elkaar. Op 15 november werd er het eerste slachtoffer begraven van de migratiecrisis die aan deze grenzen van de Europese Unie woedt.

    Vlak voor onze neus, op de drempel van de Pools-Belarussische grens, loeien de sirenes van een groot konvooi met militaire vrachtwagens en politiebussen. Wanneer het laatste blauwe zwaailicht dooft, verschijnen aan de horizon de contouren van een heuvel, die doet denken aan een egel. Van dichtbij blijken de toppen honderd enorme kruisen te zijn. De grootste is meer dan tien meter hoog – niet iets abnormaals in het meest katholieke land van Europa.

    Maar toch, op slechts tien minuten afstand, voelt het alsof we in een heel ander land zijn beland als we het opschrift ‘Meczet’ (moskee) naast het toegangsbord van Bohoniki ontdekken. Het gebouw ziet eruit als een kleine houten kerk tussen keurige Poolse huizen. De halve maan die het gebouw siert, maakt echter het verschil in de ogen van een Oost-Europeaan.

    Pools Mekka

    ‘Wij zijn Tataars en moslims. Dit is het Poolse Mekka,’ vertelt Szofia, of liever Zuhra, die binnenkort zeventig wordt en met haar zoon en haar man naast de moskee woont. Oorspronkelijk afkomstig uit een lokaal moslimdorp, trouwde ze in Bohoniki. Haar ouders waren Tataren uit Litouwen. Zuhra nodigt ons uit in haar huisje waarvan de muren bedekt zijn met islamitische kalligrafie. Naast de citaten uit de Koran, staren foto’s van meerdere generaties bruiloften, verjaardagen of feestdagen ons aan.

    Ik vraag Zuhra wat ze vindt van haar geloofsgenoten, die vier of vijf kilometer van Bohoniki in de vrieskou Naast Zuhra en haar familie wonen hier nog slechts een paar Tataarse families. De rest zijn katholieken met wie de Tataren al honderden jaren in perfecte harmonie hebben samengeleefd. ‘Als zij een religieuze feestdag vieren, krijgen wij fijne dingen en andersom brengen wij hen ook traktaties op onze feestdagen’, zegt Zuhra. De idylle van de twee religies die vreedzaam naast elkaar leven staat in schril contrast met de botsing van beschavingen aan de nabijgelegen grens, waar Poolse bewakers de confrontatie aangaan met duizenden moslimvluchtelingen, die steeds meer bevangen raken door de kou.

    Lees ook:

    Naast Zuhra en haar familie wonen hier nog slechts een paar Tataarse families. De rest zijn katholieken met wie de Tataren al honderden jaren in perfecte harmonie hebben samengeleefd. ‘Als zij een religieuze feestdag vieren, krijgen wij fijne dingen en andersom brengen wij hen ook traktaties op onze feestdagen’, zegt Zuhra. De idylle van de twee religies die vreedzaam naast elkaar leven staat in schril contrast met de botsing van beschavingen aan de nabijgelegen grens, waar Poolse bewakers de confrontatie aangaan met duizenden moslimvluchtelingen, die steeds meer bevangen raken door de kou.

    De Poolse Tataren zijn al vier eeuwen aanwezig in de regio. De kleine houten moskee dateert van driehonderd jaar terug, maar is nog steeds prachtig onderhouden. Er komen zoveel gelovigen uit het hele land naar de grote feestdagen en maandelijkse gebedsdiensten, dat de meesten van hen in de tuin moeten zitten.

    ‘Ik leef niet mee met deze mensen omdat het moslims zijn zoals ik, maar omdat het mensen zijn’

    Maciej Szczesnowicz, hoofd van de lokale moslimgemeenschap, nadert de zestig maar zou met zijn joviale uitstraling en ronde gezicht zo tien jaar jonger kunnen zijn. Volgens hem ligt het geheim daarvoor in de islam: ‘Ik drink geen alcohol, ik kijk niet naar andere vrouwen dan mijn eigen vrouw en ik let op wat ik eet,’ zegt hij.

    Lees ook:

    Dan verdwijnt zijn glimlach. ‘De eerste hebben we op maandag begraven.’ Hij doelt op een negentienjarige Syrische moslim die op de avond van 15 november ter aarde werd besteld. ‘We hebben nog meer werk te doen, want vandaag hebben ze nog een lijk gevonden aan de rand van het naburige dorp,’ vertelt hij bij een mok dampende Turkse koffie. Maciej organiseert niet alleen begrafenissen. Bijna iedere dag brengt hij warme soep, thee en dekens naar de grens.

    ‘Als we ze binnenlaten en er gebeurt iets, dan zal het op ons afstralen, want we zijn ook moslim’

    Aan het begin van de crisis zetten de dorpelingen zich in voor de vluchtelingen. Maar sinds ze op de Poolse televisie hebben gezien dat ze met geweld door de hekken proberen te breken, nam het enthousiasme af. ‘Zij hebben dure telefoons en hippe jassen, terwijl wij arm zijn. Geen wonder dat velen hen niet meer willen helpen. Maar wij gaan hoe dan ook door, want er zitten daar ook vrouwen, kinderen en zieken bij.’

    Hoewel hij in dezelfde god gelooft als de vluchtelingen en hen als mensen ziet, heeft Maciej bedenkingen. “We zijn Hoewel hij in dezelfde god gelooft als de vluchtelingen en hen als mensen ziet, heeft Maciej bedenkingen. ‘We zijn hier al eeuwen en hebben uitstekende relaties met onze Poolse katholieke vrienden. Wie garandeert ons dat er geen terroristen tussen zitten, zoals degenen die zichzelf opbliezen in Duitsland of Frankrijk? Als we ze binnenlaten en er gebeurt iets, dan zal het op ons afstralen, want we zijn ook moslim.’

    Voordat we Bohoniki verlaten, bezoeken we de ‘nieuwe’ moslimbegraafplaats aan het einde van het dorp. De oude was door de communisten platgewalst. Er zijn voornamen te zien als Ibrahim, Mohamed, Ajsa, Arslan of Yusuf, en ook Poolse namen zoals Milkamanowicz, Jasinscy en Sulkiewicz. De grond is nog niet bevroren in Bohoniki. De doodgravers hadden nog geen moeite om een graf te graven voor een man afkomstig uit een ver land.

    Lees ook:

  • Alleen politieke moed kan de spanningen in Oost-Jeruzalem verminderen

    Alleen politieke moed kan de spanningen in Oost-Jeruzalem verminderen

    Het geweld tussen Israël en Hamas is niet onoplosbaar, meent Haaretz. Maar dan moet de regering van Israël wel een nieuwe weg inslaan. Die klampt zich nog altijd vast aan de fictie van een eenvoudig juridisch probleem en een ‘lokaal conflict’.

    In Oost-Jeruzalem zijn de Palestijnse betogingen en de huidige botsingen met de Israëlische politie het resultaat van tientallen jaren spanningen en juridische gevechten over het lot van Sheikh Jarrah, een kleine Arabische wijk in het noorden van de Oude Stad, waar de bewoners met uitzetting worden bedreigd door een groep Joodse kolonisten.

    Om te begrijpen wat er op het spel staat moeten we teruggaan in de geschiedenis. In 1876, tijdens de Ottomaanse periode en vóór de opkomst van de zionistische beweging in 1897, kochten de religieuze besturen van de Sefardische en Asjkenazische Joden in Jeruzalem een lapje grond in Sheikh Jarrah, in de buurt van de tombe van Shimon Hatsadiq (Simon II de Rechtvaardige), een Joodse hogepriester uit de Oudheid. Daar werd een kleine Joodse wijk gesticht.

    Toen in 1948 de oorlog uitbrak, moesten tienduizenden burgers hun huis ontvluchten

    Toen in 1948 de oorlog uitbrak, moesten tienduizenden burgers hun huis ontvluchten, en aan het eind van de onafhankelijkheidsoorlog deelde een Israëlisch-Jordaanse bestandslijn de stad in tweeën. De overgrote meerderheid van de vluchtelingen bestond uit Arabieren (vijfentwintigduizend zielen) die hun have en goed moesten verlaten omdat die voortaan ten westen van de groene lijn waren gesitueerd, in het Israëlische gedeelte, terwijl een kleine Joodse minderheid (zeventienhonderd zielen) haar bezittingen in het Jordaanse gedeelte ten oosten van de bestandslijn moest achterlaten, voornamelijk in de historisch Joodse wijk van de Oude Stad.

    Na de oorlog van 1948 nam het Israëlische parlement een wet aan die Joodse vluchtelingen recht gaf op een vergoeding ter waarde van de goederen die ze in Oost-Jeruzalem hadden moeten achterlaten. Evenzo lieten Jordanië en de Verenigde Naties in 1956 achtentwintig huizen in de wijk Sheikh Jarrah bouwen voor Palestijnse vluchtelingenfamilies.

    Terugeisen

    Tijdens de Zesdaagse Oorlog in 1967 veroverde en annexeerde Israël de Oude Stad en West-Jeruzalem. Sinds de hereniging stipuleert de Israëlische wet dat de Joden het recht hebben bezittingen terug te eisen die tussen 1948 en 1967 in Oost-Jeruzalem zijn achtergelaten. Dezelfde wet bepaalt expliciet dat het omgekeerde niet geldt voor de Arabieren die hun door Israël gevorderde en genationaliseerde bezittingen in West-Jeruzalem hebben moeten achterlaten.

    In Sheikh Jarrah bleef alles ondanks de Israëlische verovering van Oost-Jeruzalem lange tijd bij het oude, totdat de extreemrechtse kolonisten er in het begin van de jaren 2000 aanspraak op gingen maken.

    Lees ook:

    In die tijd hadden de religieuze besturen van de Sefardische en Asjkenazische Joden in Jeruzalem, na een tijdlang hun eigendomsrechten te hebben uitgeoefend, die rechten overgedragen aan het Israëlische vastgoedbedrijf Nahalat Shimon (Erfenis van Simon), een filiaal van Nahalat Shimon International, een maatschappij die geregistreerd staat in de Amerikaanse staat Delaware. Omdat Delaware bekendstaat om zijn volstrekt ondoorzichtige wetgeving, is niet te achterhalen wie de aandeelhouders zijn van het moederbedrijf.

    Sinds 2003 is Nahalat Shimon verwikkeld in een juridische strijd die niet alleen tot doel heeft de afstammelingen van de Palestijnse vluchtelingen uit hun huizen in Sheikh Jarrah te verdrijven, maar ook om de hele wijk plat te gooien en er tweehonderd woningen voor Joodse families voor in de plaats te bouwen.

    Tot dusver was het vastgoedbedrijf erin geslaagd vier Arabische families uit hun huis te laten zetten. Maar momenteel worden, ingevolge een vonnis van het Israëlische hooggerechtshof (dat overigens gezien het politieke klimaat zijn zitting van 10 mei heeft verdaagd), driehonderd bewoners van dertien panden met uitzetting bedreigd ten gunste van Joodse kolonisten.

    Zeker 30 procent van het onroerend goed in Oost-Jeruzalem behoort aan Arabieren toe

    Deze dreiging verklaart de recente protesten van Palestijnen in zowel Oost-Jeruzalem als in de door Israël bezette gebieden en het buitenland. Door zich te beroepen op de eigendomsrechten van fysieke en morele Israëlisch-Joodse rechtspersonen op goederen die sinds zeven decennia in het bezit zijn van Palestijnen in Oost-Jeruzalem, heeft het gerecht een doos van Pandora geopend: volgens de meest voorzichtige schattingen behoorde voor de oorlog van 1948 30 procent van het onroerend goed in Oost-Jeruzalem aan Arabieren toe.

    Natuurlijk sluit de Israëlische wet iedere wederkerigheid voor Arabische eigenaars uit, maar het geval-Sheikh Jarrah zou de oude Palestijnse eigendomsaanspraken op hele wijken in Oost-Jeruzalem weleens nieuw leven kunnen inblazen en zelfs tot acties bij het Internationaal Strafhof (ICC) kunnen leiden.

    Toch zou deze tijdbom met een klein beetje politieke moed van de kant van Israël onklaar kunnen worden gemaakt.

    In 2010 hebben twee onderzoekers van het Jerusalem Institute for Policy Research, Yitzhak Reiter en Lior Lehrs, een eenvoudige oplossing voorgesteld: de grond onteigenen die op papier aan Nahalat Shimon toebehoort. Sinds 1967 heeft de Israëlische staat in Oost-Jeruzalem duizenden hectares grond van Palestijnse eigenaars onteigend om er een enorme strook Israëlische wijken te bouwen. Dus waarom zou diezelfde staat nu niet een kleine uitzondering kunnen maken door een onteigeningsprocedure van maar enkele hectares te starten, maar ditmaal ten bate van enkele honderden Palestijnen in Oost-Jeruzalem in ruil voor een schadeloosstelling voor vastgoedbedrijf Nahalat Shimon.

    Vernieuwende oplossing

    Ter onderbouwing van hun voorstel citeren Reiter en Lehrs een niet-bindende uitspraak die in 1999 is gedaan door Menachem Mazuz, destijds viceprocureur-generaal. Ten aanzien van een zaak die sterk leek op die in Sheikh Jarrah achtte Mazuz het ‘ondenkbaar dat de Israëlische regering haar onteigeningen kan motiveren door verwijzing naar het nationaal belang (van Israël), maar niet overweegt hetzelfde te doen omwille van de vrede en diplomatie’.

    Volgens de twee Israëlische onderzoekers zou zo’n moedige en vernieuwende oplossing louter voordelen met zich meebrengen voor de Hebreeuwse staat. Om te beginnen zouden op korte termijn de huidige spanningen worden bedwongen en zou er snel een eind komen aan de gewelddadigheden. Ten tweede zou Israël minder moeite hebben om zijn positie inzake de kwestie Jeruzalem te verdedigen tegenover de internationale gemeenschap. Ten derde zou het dossier Jeruzalem op een constructievere manier worden behandeld door het ICC. En ten vierde zouden de Palestijnse argumenten om het dossier te heropenen van de Arabische goederen die na 1948 in West-Jeruzalem zijn achtergelaten worden verzwakt.

    Al Jazeera maakte een documentaire over een Palestijnse familie die haar huis in Jeruzalem werd uitgezet.

    Maar de regering klampt zich nog altijd vast aan de fictie van een eenvoudig juridisch probleem en een lokaal conflict, terwijl de Palestijnen steeds beter in staat zijn aan te tonen dat de handen van de Israëlische justitie zijn gebonden door een in wezen discriminerende wetgeving. Als om hun gelijk te geven brengt de Israëlische staat sinds enkele weken een enorme politiemacht op de been, die niet alleen de Palestijnse betogingen op een gewelddadige manier onderdrukt, maar ook aan de kant van de Israëlische kolonisten staat.

    Er bestaat een eenvoudige, evenwichtige en rechtvaardige oplossing voor het probleem Sheikh Jarrah. Maar die vergt een politieke moed waaraan het de Israëlische leiders tot nu toe ontbreekt. 

    Lees ook:

  • Europese Hof keurt verbod op onverdoofd slachten goed & meer wereldnieuws

    Europese Hof keurt verbod op onverdoofd slachten goed & meer wereldnieuws

    Volgens joodse en islamitische organisaties stelt het Europese Hof dierenwelzijn boven vrijheid van religie. Wat is er tien jaar later over van de Arabische Lente? Inheemse Mexicanen komen in opstand tegen de ‘Maya-trein’ en in Spanje mogen ongeneeslijk zieken nu hulp vragen bij het beëindigen van hun leven.

    ‘Historisch besluit’

    Gisteren (17 december) stemde een meerderheid van het Spaanse Congres (vergelijkbaar met de Tweede Kamer) voor een nieuwe wet die euthanasie mogelijk moet maken in geval van ernstige en ongeneeslijke ziekte of ernstige, chronische en invaliderende ziekte. De euthanasieaanvraag zal moeten worden goedgekeurd door twee verschillende artsen – waarvan er één specialist is in de betreffende ziekte – en zal vervolgens moeten worden voorgelegd aan een evaluatiecommissie van de regionale volksgezondheidsautoriteit.

    Als de wet – zoals verwacht ­– wordt goedgekeurd door de Senaat dan ‘zal het in de eerste weken van volgend jaar legaal zijn in Spanje voor een ongeneeslijk ziek persoon om hulp te vragen bij het beëindigen van zijn leven’, schrijft El País. Het dagblad noemt het besluit ‘historisch’. Door de nieuwe euthanasiewet krijgt ‘Spanje opnieuw een voortrekkersrol toebedeeld op het gebied van de sociale verworvenheden’, meldt de krant trots in een redactioneel commentaar.

    ‘Eindelijk het recht om waardig te sterven’, kopt de digitale krant El Confidencial. De conservatieve krant ABC is daarentegen minder verheugd met het besluit en oordeelt: ‘De staat speelt voor god.’ Het commentaar van de krant is in lijn met de conservatieve Partido Popular en het rechtse Vox, die beide tegenstemden. ‘Sterven en doden zijn geen individuele rechten, en nog minder in een samenleving met zoveel vooruitgang en beschikbare ondersteuning als de onze’, aldus ABC.

    De Arabische Lente 10 jaar later

    De Arabische lente begon tien jaar geleden, reden genoeg voor de wereldpers om terug te kijken op wat de opstanden in de Arabische wereld het afgelopen decennium teweeg hebben gebracht.

    Op 17 december 2010 stak de Tunesische straatverkoper Mohamed Bouazizi zichzelf in brand in de stad Sidi Bouzid. ‘Een eenzame daad van protest die een golf van antiautoritaire opstanden in de hele regio veroorzaakte’, aldus Middle East Eye. Mohamed Bouazizi stierf op 4 januari 2011, maar niet voordat zijn daad viraal ging, schrijft Al Jazeera. De demonstraties maakten een einde aan het 23-jarige bewind van de autoritaire president Zine El Abidine Ben Ali, de eerste leider van een Arabisch land die door protest moest aftreden.

    De gebeurtenis inspireerde tot een golf van opstanden in de Arabische wereld, waardoor mensen de straat op gingen om te protesteren tegen autoritarisme, corruptie en armoede. De Arabische Lente, zoals die opstanden gingen heten, werd grotendeels neergeslagen door contrarevolutionaire staatstroepen die wanhopig de status quo probeerden te handhaven, aldus Middle East Eye. Behalve in Tunesië leidde het tot machtswisselingen in Egypte en Libië, en een burgeroorlogen die nog altijd woeden in Libië, Syrië en Jemen.

    Voor veel mensen in de Arabische wereld is hun leven verslechtend na de Arabische Lente

    Voor veel mensen in de Arabische wereld is hun leven verslechtend na de Arabische Lente, schrijft The Guardian naar aanleiding van een peiling onder acht landen. Toch heeft een meerderheid van de respondenten in Soedan, Tunesië, Algerije, Irak en Egypte geen spijt van de protesten.

    In Syrië, Jemen en Libië heeft een meerderheid wel spijt. In die landen is ook een ruime meerderheid van mening dat ze slechter af zijn dan tien jaar geleden. Dat is niet gek, aangezien de landen in puin liggen na burgeroorlogen en buitenlandse interventies, aldus het Britse dagbad.

    Inheems verzet tegen ‘Maya-trein’

    Het is het prestigeproject van de Mexicaanse president Andres Manuel López Obrador: 1500 kilometer spoor door de Mexicaanse staat Yucatán, de wieg van de millennia-oude Maya-cultuur. Het treintraject heet dan ook ‘La tren maya’, de Maya-trein, en moet een grote lus vormen langs de belangrijkste archeologische vindplaatsen met Maya-ruïnes om zo een impuls aan het toerisme te geven.

    Maar de treinverbinding stuit op woede van de erfgenamen van de Maya’s. ‘De oorlog tegen de Maya-trein is begonnen’, aldus Post Opinión, de Spaanstalig opiniesectie van The Washington Post. Verschillende inheemse groepen hebben zich verenigd in hun verzet en hekelen de schade die het project aan het milieu, de natuur en hun manier van leven toebrengt.

    Op 7 december heeft de rechtbank in Campeche, Yucatán, in het voordeel van de inheemse collectieven beslist en de bouwwerkzaamheden aan het tweede deel van het spoor opgeschort, meldt La Jornada.

    ‘We willen niet het nieuwe Cancún worden, waar alle mangroves zijn verdwenen. Er is hier nog steeds bos’, zegt Genomelín López tegen El País. López is Chontal, een van de vele etnische Maya-groepen in de regio.

    Hoewel de regering heeft verzekerd dat het project geen gevolgen zal hebben voor het milieu, vooral omdat er gebruik zal worden gemaakt van bestaande spoorwegen, zijn veel bewoners in de regio onder andere bezorgd over de watervoorraden, die in gevaar zouden kunnen komen door de stedelijke ontwikkeling en onvoldoende afvalwaterzuivering, aldus El País.

    ‘Dierenwelzijn boven vrijheid van religie’

    Gisteren (17 december) deed het Europese Hof in Brussel uitspraak over het verbod op onverdoofd slachten dat de Vlaamse regioregering in 2019 instelde. Het hof vonniste dat overheden het recht hebben om zo’n verbod in te stellen: ‘Het hof concludeert dat de maatregelen in het decreet een eerlijk evenwicht mogelijk maken tussen het belang dat wordt gehecht aan dierenwelzijn en de vrijheid van joodse en islamitische gelovigen om hun geloof te belijden’, citeert Al Jazeera de uitspraak.

    Joodse en islamitische organisaties in Vlaanderen en de rest van de wereld reageren verontwaardigd op de uitspraak. Deze ‘stelt dierenwelzijn boven vrijheid van religie’, schrijft The Times of Israël. ‘Vanochtend werden joden opnieuw gedegradeerd tot tweede klas burgers in Europa’, aldus het commentaar.

    Velen verwachtten dat het verbod verworpen zou worden. Een juridisch adviseur van het hof had in september nog verklaard dat een verbod op kosjer en halal slachten in strijd was met het recht op vrijheid van godsdienst, aldus The Times of Israël. Maar volgens het hof betreft het verbod op onverdoofd slachten maar een klein onderdeel van het rituele proces, en niet de religieuze praktijk in het algemeen, meldt Deutsche Welle.

  • 3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    3. Steun is nodig, geen hoon of haat

    Radicale krachten verkneukelen zich over de problemen waarmee Emmanuel Macron momenteel wordt geconfronteerd. Waar ze op hopen is een politieke omwenteling bij de verkiezingen voor het Europees parlement in mei.

    Omwille van Europa heeft Emmanuel Macron onze steun nodig – niet onze hoon of haat. Een jonge, reformistische Franse president die een ‘Europese renaissance’ heeft beloofd, staat in zeer zwaar weer aan het roer van een land dat in hoog tempo lijkt af te glijden naar de positie van ‘De zieke man van Europa’. Het was veelzeggend dat de relschoppers afgelopen weekend het gelaat kapotsloegen van het beeld van Marianne – symbool van de Republiek – onder de Arc de 
Triomphe in Parijs.

    Nog geen drie weken geleden waren wereldleiders daar samengekomen om met Macron te vieren dat er honderd jaar geleden een einde was gekomen aan de Eerste Wereldoorlog. Als de gevoelens van 
verbittering waar Macron al vele malen voor heeft gewaarschuwd echt voet aan de grond krijgen in Frankrijk, dan zal dat gevolgen hebben voor het hele 
continent – niet alleen voor de politieke carrière van één iemand.

    Radicale groeperingen in heel Europa verkneukelen zich over de hachelijke positie waarin Macron zich bevindt met de gele hesjes. Van de hardline Brexiteers in Engeland (zowel in het linkse als in het rechtse kamp) tot aan Matteo Salvini, de extreemrechtse sterke man in Italië, om nog maar te zwijgen van de propagandamachine van Poetin: allemaal smullen ze ervan. Onlusten en chaos in liberale democratieën, daar gedijen deze extremisten bij. Waar ze op hopen is een politieke omwenteling bij de verkiezingen voor het Europees parlement in mei. Wat we nu in Frankrijk zien is een veeg teken, met consequenties die zich tot ver over de landsgrenzen uitstrekken.

    Terechte grieven

    Nog niet zo heel lang geleden heeft Macron zichzelf vol trots uitgeroepen tot de aartsvijand van zowel Salvini 
als de Hongaarse Viktor Orbán, twee leiders die hun politieke pijlen vooral richten op migranten, de oppositie en het rechtsstelsel. Macron is verzwakt, wordt in de verdediging gedrongen 
en raakt meer en meer geïsoleerd.

    De taferelen in Frankrijk van de afgelopen twee weken doen veel mensen denken aan de opstanden van mei 1968, maar welbeschouwd is een 
vergelijking met 6 februari 1934 meer op zijn plaats. Op die dag bestormden groepen extreemrechtse nationalisten de Franse hoofdstad, waarop een gewelddadige confrontatie met de politie volgde, met vijftien doden als gevolg. De gebeurtenissen van die dag zijn uitgegroeid tot een ontstaanslegende voor een bepaalde generatie extreemrechts in Frankrijk.

    Macron heeft zonder meer fouten gemaakt. De meeste demonstranten hebben terechte grieven, al geven ze daar niet erg coherent uiting aan. 
Ze zien zichzelf als de ‘onzichtbare burgers’ die met minachting worden behandeld door de Parijse elite, en nu zijn ze maar al te zichtbaar met hun lichtgevende vestjes. Ze hebben de publieke opinie achter zich.

    Een van de meest welbespraakte vertegenwoordigers van deze groep is Ingrid Levvasseur, een jonge verpleegster met twee kinderen, uit Normandië. Vorige week was ze op de televisie te zien en vertelde op aangrijpende wijze over de moeite die het haar kost om de eindjes aan elkaar te knopen, en over haar diepgewortelde gevoel van onrecht: ‘Sommige mensen zijn kwaad dat we de wegen blokkeren, maar je hoort ze niet klagen als ze uren in de file staan op weg naar de wintersport,’ zei ze 
met zachte stem.

    Veel Fransen hebben het gevoel dat ze in werkelijkheid niet krijgen waar ze recht op hebben

    Maar de onderstroom van de Franse crisis is nog grimmiger en wordt verwoord door een andere vertegenwoordiger van de gele hesjes, Christophe Chalençon, een smid uit de zuidelijke Vaucluse-regio. Chalençon is openlijk tegen moslims en hij heeft opgeroepen tot de installatie van een militair bewind – ‘want wat we nodig hebben is een echte bevelhebber, een generaal, een sterke man’. Ondertussen proberen extreemrechtse groeperingen als Action Française weer voet aan de grond te krijgen.

    De toezegging dat de belastingen 
uiteindelijk toch niet zullen worden verhoogd, komt waarschijnlijk ook te laat. Frankrijk kampt met drie grote zorgen. Er is de angst om in te boeten aan macht en aanzien; de angst voor de economische gevolgen van de globalisering en de angst om de ‘nationale identiteit’ te verliezen. Het land heeft ook te kampen met diepe, interne breuklijnen en het lijkt te veel gevraagd van een president om die in nog geen anderhalf jaar te repareren.

    Sociale groepen hebben het gevoel dat ze tegen elkaar worden uitgespeeld: jong versus oud, werkenden versus werklozen, platteland versus stad, ongeschoold versus geschoold. Dergelijke verschillen bestaan in vele landen, maar in Frankrijk nemen ze existentiële proporties aan als gevolg van het ideaal van gelijkheid dat al vele eeuwen met de Republiek wordt geassocieerd. Veel Fransen hebben het gevoel dat ze in werkelijkheid niet krijgen waar ze recht op hebben.

    Vaffanculo-dagen

    Toen Macron zich in 2017 verkiesbaar stelde, beloofde hij ‘een revolutie’ (het was zelfs de titel van zijn campagneboek) om tegemoet te komen aan 
een breed gevoelde noodzaak tot 
vernieuwing en de behoefte om het Franse prestige nieuw leven in te blazen, niet in de laatste plaats op het Europese toneel.

    Inmiddels lijkt de president in het binnenland krachteloos, en zijn plannen voor Europa kunnen elk moment de laatste sacramenten toegediend krijgen. Zoals de verzwakte Angela Merkel weinig kon uitrichten om het Europese project weer vlot te trekken, zal een verzwakte Macron op het hele continent extremisten en populisten in 
de kaart spelen. De Le Pens, Orbáns en Salvini’s staan al te trappelen in de coulissen. Als we niet met oplossingen komen, bestaat er de kans dat de Europese verkiezingen in Frankrijk uitlopen op een referendum tegen Macron.

    De Franse president is niet langer een vaandeldrager van liberalen en pro-Europeanen

    De Franse president is niet langer een vaandeldrager van liberalen en pro-Europeanen. Maar het is onvoorstelbaar gevaarlijk om dat te zien als een gunstige ontwikkeling voor Europa en de democratie in het algemeen. Het 
is alsof je hoopt op een zwaar treinongeluk omdat er dan een paar wagons kunnen worden vervangen. De sociale onvrede in Frankrijk is reëel en moet onder ogen worden gezien. Maar de krachten die garen zullen spinnen bij een algehele ravage en geweld op straat, zijn uitgerekend die krachten die ons in het ravijn zullen storten. 
Kijk maar naar de doodsbedreigingen aan het adres van de gele hesjes die hebben gezegd bereid te zijn met de regering om tafel te gaan zitten.

    Een paar jaar terug had een uitgeput en gespannen Italië zijn vaffanculodagen van protesten (met als boodschap aan het establishment: sodemieter op) waar de populistische Vijfsterrenbeweging zo sterk uit tevoorschijn is gekomen. Wat is er sindsdien gebeurd? Dit jaar is Italië in de greep gekomen van extreemrechts. De vaffanculodagen die 
Frankrijk nu doormaakt zullen tot een soortgelijk scenario leiden als er niet een paar nuchtere mensen opstaan om Macron op de een of andere manier te helpen iets van het vertrouwen te herwinnen. Het Europese democratische project en sociale rechtvaardigheid kunnen niet bestaan zonder een Europees, democratisch Frankrijk. Mariannes gelaat moet worden hersteld.

    Auteur: Natalie Nougayrède

    Natalie Nougayrède was directeur van Le Monde en werkt nu voor The Guardian. Verder is ze werkzaam geweest voor de krant Libération en de BBC.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | 
oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde 
columnisten en journalisten. Altijd 
zeer kritisch ten opzichte van de 
overheid en andere instituten.

  • Dossier: Frankrijk en de islam. De grote tegenstelling

    Dossier: Frankrijk en de islam. De grote tegenstelling

    Kan de islam zich conformeren aan nationale waarden? Dat is de vraag die ook premier Macron stelt om het hoofd te bieden aan de gewelddadige uitwassen van een religie met zes miljoen volgelingen.

    Hoe die hervorming zich verhoudt tot het Franse laïcité-model is een paradox en volgens de buitenlandse pers tegelijkertijd de kern van het probleem.

    1. Seculier of niet seculier?

    2. Tekenen van een nationale identiteitscrisis

    3. Is Frankrijk onverdraagzaam?

    4. Eerst de grondwet erkennen

    5. Wie zijn de Franse moslims?

    Beeld: Parijs, december 2017, meisjes op schoolreis maken een groepsselfie. – © Sabine Joosten / Hollandse Hoogte

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.

    antigone

    LITERATUUR | Griekse tragedie 
in tijden van IS

    Kamila Shamsie over moslims, migratie, terrorisme en verraad

    In Sophocles’ tragedie Antigone moet de gelijknamige hoofdpersoon, dochter van Oedipus, besluiten of ze het lijk van haar jongere broer, die hun beider broer verraden heeft, zal begraven of laten liggen om door de honden te worden verslonden, zoals de koning gebiedt te doen met verraders. Net als Antigone neigde men in het Oude Griekenland naar phusis, natuurwetten, boven nomos, door de mens gemaakte wetten.

    De Pakistaans-Britse schrijfster Kamila Shamsie, winnaar van o.a. een prestigieuze literatuurprijs in haar land van herkomst en groot theaterliefhebber, werd benaderd voor een remake van het toneelstuk, wat resulteerde in de roman Home Fire. In dit geval sluit de verradende broer zich aan bij een tak van de IS. Hun vader verwerkte geen kinderen bij zijn moeder, maar kwam als jihadstrijder om toen hij na een marteling naar Guantánamo werd overgeplaatst. De Washington Post vat het dilemma samen als ‘Wat is de verantwoordelijkheid van een zus voor haar voor IS strijdende broer’?

    The Guardian vindt het slim van Shamsie om het immigratieprobleem te benaderen middels een verhaal dat zo verankerd is in de westerse canon, al is deze strategie soms ook geforceerd: ‘De actualiteit van het verhaal strookt niet altijd met de tijdloosheid van het stuk, en het noodlot is moeilijk te rijmen met de individuele keuzes van de personages.’

    Peter Ho Davies van The New York Times is verdeeld over Shamsies poëtische taalgebruik ‘dat soms een eigen leven gaat lijden’: na een citaat van een alinea over het woord verdriet verzucht hij ‘Laat dat verdriet toch met rust’. Maar hij prijst haar vermogen ‘de benarde positie van Britse moslims’ op humoristische wijze in taal te vatten. Bijvoorbeeld in de beginscène, waarin oudste zus Isma urenlang wordt ondervraagd als ze voor haar PhD naar Amerika wil reizen en haar spullen ‘zo grondig worden gecheckt dat de douanebeambten niet zozeer naar verborgen vakken op zoek lijken als wel de kwaliteit van de materialen willen beoordelen’. Ook introduceert ze het begrip GWM: Googling while Muslim.

    Haar eigen Googlezoektocht naar IS-strijders had Shamsie nooit aangedurfd als ze vóór het schrijven van de roman niet haar verblijfsvergunning had gekregen, zegt ze in een interview met Vogue. The Irish Times prijst desalniettemin haar moed om onder ogen te zien dat ‘alle partijen schuld hebben’. ‘Personages, ook gezaghebbers, worden vaak sympathiek afgeschilderd doordat hun eigen morele dilemma’s aan het licht komen. Deze omzeiling van clichés zal sommigen aanspreken, maar de woede wekken van lezers die een meer zwart-witbenadering verlangen van terroristen versus niet-terroristen, moslims versus niet-moslims, de staat versus de burgers.’

    Tragediegetrouw moet het einde van Home Fire zo ‘schokkend’ (Publisher’s Weekly) en ‘explosief’ (New Statesman) zijn dat recensenten zich geen spoiler alerts veroorloven. Rahul Jacob van Financial Times verklapt alleen dat hij de roman twee keer las om tot de juiste interpretatie te komen. Davies (NYT) verwijst naar een scène uit de film Pather Panchali, waarin het huilen van twee ouders om hun overleden dochter overgaat in ‘hoge, schelle muziek, die klinkt als de schreeuw van de ziel’, en besluit met: ‘Er klinkt hoge, schelle muziek aan het einde van Home Fire.’

    Huis is brand verschijnt begin mei in een vertaling van Anne Jongeling bij Uitgeverij Signatuur.

    images 2

    FOTOGRAFIE | De hipsters van 1849

    ‘Deze foto’s zijn niet oud. Wij zijn oud’

    170 jaar geleden werd Californië ook al bevolkt door hipsters, getuige de portretten op de tentoonstelling Gold and Silver, vanaf 20 april te zien in fotomuseum Foam. ‘Zowel hun haardracht als hun uitstraling en zelfs hun kleding’ komen volgens The Guardian overeen. Dit was de tijd van de Californische goudrush, die begon nadat houthakker James W. Marshall in 1848 het edelmetaal aantrof in het plaatsje Colomo in Californië. Honderdduizenden mannen, de zogenaamde 49ers, lieten hun gezinnen achter en legden de gevaarlijke reis af naar het toen nog ruige gebied, waar geen claimrecht bestond en het goud dus haast letterlijk en figuurlijk voor het oprapen lag. ‘Jongemannen met een zucht naar wetteloosheid en bezit’, noemt Sarah Moz de geportretteerden in The New York Times. The Guardian typeert ze als ‘artistieke avonturiers’.

    Dit was immers ook de tijd van de daguerreotypie, een fotografische techniek die gebruikmaakt van een zilverplaat en tien jaar eerder aan de andere kant van de oceaan, in Parijs, werd uitgevonden. Werd dit in Frankrijk beschouwd als een puur wetenschappelijke ontwikkeling die sowieso inferieur was aan de schilderkunst, schrijft HyperAllergic, de Amerikanen zagen het als democratische zege dat portretten nu niet langer waren voorbehouden aan de aristocratie, en de goudzoekers waren de eerste groep die zich massaal liet fotograferen, meestal vlak na aankomst of vlak voor vertrek.

    ‘Denk je bij oude foto’s aan stoffig, gelig en saai, deze portretten ontkrachten dat vooroordeel volledig’, aldus Moz in_ NYT._ In een interview met BJP vergelijkt Luce Lebart, samensteller van het boek Gold and Silver (en aanwezig bij de opening in Amsterdam) de opkomst van fotografie in dit tijdperk met de opkomst van virtual reality nu. ‘Die foto’s zijn niet oud, ze zijn de jeugd van het medium. Wij zijn oud.’

    Ook de bewerking van de foto’s doet eigentijds aan, schrijft Moz. ‘Een mix van koper en brons moest accessoires als boutonnières of horloges accentueren, zoals dat nu in grafische vormgeving gebeurt.’ Het opvallende kleurgebruik deed schilder Samuel Morse de daguerrotypieën in een brief uit 1839 als ‘ware Rembrandts’ bestempelen. Lebart beaamt tegen BJP dat de contrasten en details ‘onbeschrijfelijk’ zijn, evenals de blikken, waarin volgens Daily Mail vaak ‘de beloften van gouden bergen’ doorschemeren. En soms de desillusie. Vanaf 1856 werd de winning van goud steeds bewerkelijker en droogde de toestroom van gelukszoekers op. Maar de reputatie van Californië als goudkust was gevestigd.


    FILM | Alles wat je verwachtte en meer

    Poëtisch drieluik van Samuel Maoz

    Hoe hoog je verwachtingen ook zijn, deze film maakt ze waar en overtreft ze, begint Kenneth Turan zijn recensie van Foxtrot, de nieuwe film van de Israëlische filmmaker Samuel Maoz, in de LA Times. En met acht Ophirs in eigen land, een Zilveren Leeuw in Venetië, een nominatie voor de Academy Award en veel lof voor zijn vorige film Lebanon (2009), vervolgt hij, is er best wat reden voor hooggespannen verwachtingen.

    Ook dat de Israëlische minister van Cultuur, Miri Regev, de film in Haaretz’ woorden ‘de oorlog verklaarde’ is voor velen een aanbeveling. Regev probeerde de organisatie van het Israeli Film Festival in Parijs ertoe over te halen een andere openingsfilm te kiezen, waarop directeur Hélène Schoumann zich liet ontvallen dat Regev misschien toch niet zo erg van cultuur houdt. En van democratie al evenmin, vermoedt Haaretz.

    Foxtrot is een drieluik over achtereenvolgens twee ouders die het nieuws krijgen dat hun zoon in het leger is omgekomen, de verveling van deze zoon en zijn compagnons op hun post in de woestijn, waar ‘meer kamelen dan mensen voorbijkomen’ , en hoe de ouders verder proberen te gaan met hun leven. Regev viel met name over een scène waarin de Israëlische soldaten bij het controlepunt per ongeluk onschuldige inzittenden van een auto vermoorden en hun fout proberen te verdoezelen; ‘een belediging voor de Joodse gemeenschap’, aldus de minister. Maoz, die zelf aan de Israëlisch-Libanese Oorlog van 1982 deelnam, vertelt Telerama dat deze allegorische scène illustreert hoe Israël ‘de waarheid liever in de modder begraaft dan hem onder ogen te zien’. Ook wijst hij erop dat zelfs de meest patriottische Amerikanen Michael Cimino en Oliver Stone niet als verraders beschouwen vanwege hun films over de Vietnam-oorlog.

    Vulture noemt Maoz een ‘dichter-regisseur’ omdat niet alleen deze scène, maar de gehele film in metaforen wordt verteld. (De titel is de naam van de controlepost, maar natuurlijk ook van de quickstepachtige dans ‘waarbij partners over de vloer zigzaggen zoals de regisseur tussen zijn vertellingen heen en weer beweegt’.) De surreële beelden van cameraman Giora Bejach, die volgens LA Times ‘op geen enkele manier geïnteresseerd is in een normale manier van vertellen’, verschaffen het geheel bovendien een vreemd soort schoonheid, schrijft The Jerusalem Post.

    Rolling Stone noemt het dan ook ‘de zoveelste fuck-up van de Academy’ dat Maoz niet de Oscar voor beste film van 2018 heeft gekregen. Maar volgens Vulture is dit de zoveelste aanbeveling: blijkbaar was de film te bijtend.

    Foxtrot draait nu in de bioscopen.

    Auteur: Laura Weeda

  • In Myanmar help je elkaar, maar niet de moslims

    In Myanmar help je elkaar, maar niet de moslims

    De inwoners van Myanmar staan bekend om hun buitengewone solidariteit. Alleen geldt die dus niet voor de Rohingya.

    De eerste buurt in Yangon waar ik woonde had al vrijwel geen charme toen ik er aankwam. Vlak daarna raakten we het enige wat er nog leuk aan was kwijt toen de gemeenteraad de bomen langs de straat liet kappen om de weg tot zes banen te verbreden. In één klap werd de tot dan toe verwaarloosde straat een drukke verbindingsweg tussen de flats in het centrum en de buitenwijken van de stad in het oosten.

    Op een avond zag ik een auto de hoek om slingeren en een man aanrijden die langs de kant van de weg liep. In minder dan een minuut hadden vele tientallen mensen zich rond de plek van het ongeluk verzameld. Twee van hen verzorgden de gewonde man terwijl tien of vijftien anderen het verkeer gingen regelen. Omdat de politie nergens te bekennen was, haakten weer anderen de handen in elkaar om een versperring te vormen en te voorkomen dat de man achter het stuur, die duidelijk dronken was, ervandoor zou gaan. Algauw kwam er een plaatselijke ambulance, bemand door een groep vrijwilligers, die de gewonde man op een brancard van bamboe afvoerden naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis.

    Zes cijfers

    Ik dacht na over die avond tijdens een recent bezoek aan Phandeeyar, een technologisch centrum in Yangon dat de drijvende kracht is achter Myanmars opkomende, digitale industrie. De afgelopen twee jaar heeft Phandeeyars ‘Accelerator’-programma met succes jonge ontwikkelaars begeleid die op apps gebaseerde bedrijven willen opzetten. In twee van de eerste start-ups worden al investeringen gedaan die tot in de zes cijfers lopen.

    Wat vooral opvallend is aan het programma is de maatschappelijke betrokkenheid van de mensen die eraan meedoen. Eén start-up werkt aan de digitalisering van medische dossiers, wat een steunpilaar kan zijn voor de gezondheidszorg in Myanmar, die onder chronische financiële tekorten lijdt. Een ander werkt aan de start van een nationaal recyclingsysteem, dat van de grond af moet worden opgebouwd. De initiatiefnemers ontlenen hun motivatie aan de treurige aanblik van al het vuil waarmee afvoeren en rivieren door het hele land verstopt raken. De oprichters van RecyGlo werken intussen samen met kantoren en privéscholen om het vuilnis in Yangon op te halen – papier wordt verkocht aan plaatselijke bedrijven terwijl andere recyclebare producten in grote hoeveelheden naar China worden verscheept.

    ‘Dit hoort eigenlijk door de staat te worden gedaan,’ zei RecyGlo’s medeoprichter Yamin Oo. ‘Maar in een ontwikkelingsland kan de staat niet zo veel doen. Daar is een ondersteunend systeem voor nodig.’

    Het technologisch centrum Phandeeyar in Yangon. – © Taylor Weidman / Getty Images
    Het technologisch centrum Phandeeyar in Yangon. – © Taylor Weidman / Getty Images

    Myanmar staat bekend als een van de meest liefdadige landen ter wereld als het om giften en vrijwilligerswerk gaat. Maar het is misschien juister om te zeggen dat de mensen hier gewend zijn geraakt een handje te helpen als de staat daar de middelen niet voor heeft. Nadat ongekende overstromingen in 2015 meer dan honderdduizend dorpelingen uit hun huis verdreven, vormden zich rondom Yangon spontaan liefdadigheidsgroepen die geld vroegen aan automobilisten om voorraden te kopen die ze later zelf naar de opvangkampen reden. Vorig jaar, na wanordelijk verlopen onderhoudswerkzaamheden aan een aantal drukke buslijnen, boden vrijwilligers gestrande reizigers een rit in hun auto aan.

    Maar dit verantwoordelijkheidsgevoel jegens de gemeenschap, dat zo vaak een voorbeeld is van Myanmar op zijn best, heeft ook een donkere keerzijde. Het afgelopen jaar heeft het land zich ingegraven als reactie op het massale geweld tegen de Rohingya-minderheid, die nog steeds buiten de grenzen van die collectieve solidariteit valt. Onlineactivisten die Aung San Suu Kyi steunen – de feitelijke leider van het land, wier regering verantwoordelijk is voor de chaotische reactie op de vluchtelingenexodus – hebben geprobeerd om buitenlandse media in diskrediet te brengen en de wereldwijde verontwaardiging over Myanmar af te doen als een samenzwering.

    In de staat Rakhine, het epicentrum van de crisis in het afgelopen jaar, hielden inwoners humanitaire hulp aan Rohingya tegen. In één stad beschuldigden inwoners een boeddhistische winkeleigenares ervan dat ze zaken deed met moslims, waarna ze haar kaalschoren en lieten rondlopen met een bord waarop ‘verrader’ stond.

    Tot nu toe heeft de regering weinig gedaan om haar burgers in het gareel te houden of om de destructievere instincten een halt toe te roepen. Maatschappelijke organisaties zeggen dat ze worden tegengewerkt. Kundige technocraten die geen banden hebben met de partij van Suu Kyi worden wantrouwig bekeken. Mensen die antimoslimagitatie veroordelen worden bedreigd en kunnen niet rekenen op hulp van de politie of steun van de staat. Of, erger nog, ze worden het doelwit van hinderlijke aanklachten.

    Een groot deel van Myanmars recente geschiedenis is een aaneenschakeling van gemiste kansen. Het is moeilijk om het gevoel af te schudden dat we weer zo’n gemiste kans voorbij zien komen.

    Auteur: Sean Gleeson
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Nikkei Asean Review
    Japan | weekblad | oplage 12.000

    In 2013 opgericht magazine over politiek, economie, zaken en internationale betrekkingen, vanuit een Aziatisch perspectief. Onderdeel van mediareus Nikkei, onder meer de eigenaar van de Financial Times.

    CONTEXT: VN-bezoek

    Myanmar gaat in beginsel akkoord met het bezoek van de ambassadeurs van de lidstaten van de Veiligheidsraad van de VN, die op dit moment wordt voorgezeten
    door Peru. De internationale vertegenwoordiging gaat op een nog niet vastgesteld tijdstip ook naar Bangladesh, naar de omgeving van Cox’s Bazar, waar zich zevenhonderd- duizend uit Birma gevluchte Rohingya’s bevinden.

    De Birmaanse regering had in februari een dergelijk bezoek nog uitgesloten. Nu, begin april, heeft ze haar toestemming gegeven, maar de details over het bezoek zijn nog niet bekend. Daarom is het onduidelijk of de VN-delegatie ook toegang krijgt tot de Birmaanse deelstaat Arakan (tegenwoordig Rakhine), het woongebied van de Rohingya’s.

  • ‘Het is gewoon apartheid’

    ‘Het is gewoon apartheid’

    Op een zwarte school in het Deense Aarhus heeft het schoolbestuur ervoor gekozen om alle witte leerlingen samen te zetten.

    Als je bij de Lankaer Middenschool* in Tilst – een buitenwijk van Aarhus [de tweede stad van Denemarken] – op bus 3A stapt, kun je goed zien dat de leerlingenpopulatie van deze school qua etnische samenstelling geen afspiegeling is van de Deense bevolking. Op deze maandagmiddag, nu de school net uit is, is de bus propvol. De meerderheid van de passagiers is zo te zien van buitenlandse komaf. Veel meisjes dragen een hoofddoek en ondanks de warme nazomerzon zijn er geen blote benen te zien.

    Geen wijk in het land schijnt zo veel rijtjeshuizen te hebben als Tilst en de meeste bewoners zijn autochtone Denen, al staan er ook wat sociale woningbouwflats waar dat niet het geval is. Toch hebben veel allochtone leerlingen de afgelopen jaren een voorkeur opgevat voor de Lankaer Middenschool. Aan het begin van dit schooljaar hebben de tweehonderd eersteklassers zelfs een record gebroken: acht op de tien zijn geen autochtone Denen.

    De schooldirectie heeft besloten om, in tegenstelling tot vroeger, Deense en allochtone leerlingen niet meer willekeurig over de klassen te verdelen, maar een onderscheid te maken: alle autochtoon Deense leerlingen zijn in slechts drie klassen geplaatst, waar zij ongeveer de helft van de 28 leerlingen van elke klas uitmaken. De vier andere klassen bestaan volledig uit allochtone leerlingen.

    ‘De rector zei dat sommige leerlingen misschien bang worden als ze alsmaar in de gang ‘wallah wallah’ horen’

    Sarah Azzam en Hafsa Omar zitten samen in zo’n klas zonder autochtone Denen. De twee meisjes vinden het niet ideaal: ‘Het niveau in onze klas ligt lager. Als er ook Deense kinderen waren, dan zouden we meer met ze omgaan en zouden ze ons kunnen helpen,’ vertelt Sarah Azzam. Hafsa Omar valt haar bij: ‘Wij hebben allebei buitenlandse ouders. Zij spreken geen Deens en kunnen ons niet helpen met ons huiswerk.’ Ze vertellen dat de rector in alle klassen is komen uitleggen waarom de leerlingen op deze manier over de klassen zijn verdeeld.

    ‘Hij zei dat sommige leerlingen misschien bang worden als ze alsmaar in de gang “wallah wallah” horen (uitdrukking die “bij allah” betekent),’ vertelt Hafsa Omar, en ze voegt eraan toe dat ze het argument niet goed begrijpt. De meisjes voelen zich achtergesteld omdat ze in een klas zonder Denen zitten.

    Twee moslimmeisjes in de achterstandswijk Gellerup in Aarhus. – © Laerke Posselt / Agence VU
    Twee moslimmeisjes in de achterstandswijk Gellerup in Aarhus. – © Laerke Posselt / Agence VU

    Nog maar tien jaar geleden, in 2007, waren de meeste leerlingen van de Lankaer Middenschool autochtone Denen. In die tijd was zo’n 25 procent van de leerlingen allochtoon. Dit percentage bleef groeien en ligt nu in de eerste klas al op zo’n 80 procent.

    Volgens rector Yago Bundgaard is deze ontwikkeling niet te stoppen. Op de basisschool en daarna gaan kinderen meestal naar de voor hen dichtstbijzijnde school, maar hun middenschool mogen ze zelf uitkiezen. De jongeren zoeken een omgeving uit waarin ze zich thuis denken te voelen, en daardoor ontstaat een vicieuze cirkel. De vele autochtone Denen uit Tilst kiezen liever voor de andere middenscholen van de stad, waar over het algemeen niet meer dan vijf à tien procent van de leerlingen allochtoon is.

    De Lankaer Middenschool trekt veel jongeren uit de getto’s van Bispehaven en Gellerupparken, al is deze school voor hen niet het dichtstbij. ‘We komen in een kritische fase terecht, waarin we de Deense leerlingen dreigen te verliezen, als ze nog maar met twee of drie per klas zijn. Uiteindelijk vertrekken ze dan,’ vertelt Yago Bundgaard. De rector hoopt door in bepaalde klassen een meer Deense omgeving te creëren, de autochtone Denen te kunnen behouden.

    ‘Er blijkt een kritische grens te bestaan van zo’n veertig à vijftig procent allochtone leerlingen’

    Leerlingvertegenwoordiger Jens Philip Yazdani vertelt dat veel leerlingen van Deense komaf tot hun verbazing merken dat veel van hun klasgenootjes schoolfeesten mijden omdat ze moslim zijn, geen alcohol drinken en sowieso geen feesten mogen bezoeken. ‘Dan kiezen ze vaak voor de makkelijkste oplossing en zoeken een school waar ze vrienden kunnen maken met wie ze meer gemeen hebben,’ zegt hij.

    Volgens professor Niels Egelund van de universiteit van Aarhus is het heel verstandig van de school dat de paar overgebleven Deense leerlingen bij elkaar worden gezet. Anders zou de Lankaer Middenschool binnenkort de primeur hebben de eerste school in Denemarken te zijn met honderd procent allochtone leerlingen. Volgens hem blijkt uit allerlei onderzoek dat het niveau van de lessen in de klassen met Deense kinderen hoger is.

    ‘Het zou geen enkel verschil maken als je in elke klas vier of vijf autochtone Denen zou plaatsen. Er blijkt een kritische grens te bestaan van zo’n veertig à vijftig procent allochtone leerlingen. Ga je daaroverheen, dan gaat het leerproces eronder lijden,’ vertelt Egelund.

    Beetje raar

    Bus 3A slaat de weg in richting de wijk Bispehaven. De twee vrienden Mahmoed Azzam en Abdul Hassan houden zich absoluut niet bezig met de klassensamenstelling of het onderwijsniveau. Hun lager onderwijs volgden ze op een islamitische privéschool, die geen enkele Deen onder de leerlingen telde, maar wel een uitstekend niveau had. Mahmoed Azzam vertelt dat er tijdens de facultatieve lessen sowieso leerlingen uit verschillende klassen bij elkaar zitten. ‘Toch vind ik het wel een beetje raar, ik had verwacht toch wel met minstens twee of drie Denen in de klas te komen,’ geeft Abdul Hassan toe.

    Je mag verwachten dat de samenstelling van een klas die van de samenleving reflecteert, vindt Yago Bundgaard. Politici zouden naar zijn mening instrumenten moeten creëren om de leerlingen beter over de verschillende scholen te verdelen. Eén oplossing zou bijvoorbeeld zijn om schooldistricten in het leven te roepen en een maximum te stellen aan het aantal migrantenkinderen per klas.

    Na twintig minuten komt bus 3A aan in Bispehaven en stappen de meeste passagiers uit, ook die uit Gellerupparken (een verpauperde wijk niet ver van Aarhus), want zij moeten hier overstappen. Een klein groepje eersteklassers blijft nadat de bus is vertrokken even staan kletsen.

    ‘Zo leren we nooit om met de Denen samen te leven en zij ook niet om voor ons open te staan’

    ‘Ik zit in een klas met alleen maar donkere kinderen. Zo leren we nooit om met de Denen samen te leven en zij ook niet om voor ons open te staan,’ zegt een van de kinderen. Abdullah Aden uit Somalië zit juist in een van de eerste klassen met wel vrij veel Denen. De samenstelling van de klassen op zijn school doet hem denken aan de vroegere scheiding van zwarten en blanken in Zuid-Afrika. ‘Het is gewoon pure apartheid,’ vindt hij.

    Bundgaard: ‘Het probleem is dat mijn leerlingen zelden in contact komen met de cultuur van jonge Deense kinderen. De opdracht van een middelbare school is om de leerlingen een vorming te bieden waarmee ze burgers van de Deense maatschappij kunnen worden. Dat wordt lastig als ze in hun dagelijks leven geen echte Denen ontmoeten. Maar het is evengoed zonde dat leerlingen van andere scholen de wereld van deze jonge allochtone kinderen niet leren kennen.’

    Minister van Onderwijs Ellen Trane Nørby erkent dat op sommige scholen in het land het aandeel allochtone leerlingen te groot is geworden. Zij benadrukt dat er een akkoord ligt over het middelbaar onderwijs (waar alle politieke partijen zich achter hebben geschaard). Afgesproken is dat de partijen deze herfst nog gezamenlijk een plan maken waarin de verdeling van leerlingen over scholen geregeld wordt, zodat het al volgend schooljaar in werking kan treden.

    ‘We moeten zowel aandacht hebben voor het probleem van de gettoscholen als voor het probleem dat leerlingen van het platteland vaak heel ver moeten reizen als zij van hogerhand op een school worden geplaatst’, zo valt in een verklaring te lezen.

    Auteur: Thomas Vibjerg
    Vertaler: Valentijn van Dijck

    *Het Deense schoolsysteem komt niet overeen met het Nederlandse. De leerlingen van de ‘Middenschool’ waar het in dit stuk om gaat zijn rond de vijftien jaar en volgen een tweede fase van het hoger onderwijs, die niet verplicht is.

    Jyllands-Posten
    Denemarken | dagblad | 148.000

    Grootste krant van Denemarken, die in het najaar van 2005 internationaal in het nieuws kwam toen zij een serie van twaalf satirische politieke spotprenten publiceerden waarin de profeet Mohammed werd gebruikt als illustratie bij een artikel over zelfcensuur en vrijheid van meningsuiting.

  • Yes, we Khan

    Yes, we Khan

    Sadiq Khan is vorige week gekozen tot burgemeester van Londen Het is voor het eerst sinds 2008 dat Labour in plaats van de Conservatieven de stad leidt.

    Wie is hij? En, belangrijker nog, wat wil hij?

    Onlangs stapte Sadiq Khan de ring binnen op de Earlsfield Amateur Boxing Club in Wandsworth in Zuid-Londen. Hij begon te sparren met een van de vaste bezoekers: duiken, ontwijken, stoten uitdelen. Als jongetje leerde Khan boksen, ook uit zelfverdediging; twee van zijn broers zijn coach op de door vrijwilligers gerunde academie bij Tooting, het kiesdistrict dat hij sinds 2005 vertegenwoordigt. ‘Boksen is niet hetzelfde als vechten,’ legde Khan uit toen ik hem twee dagen daarvoor interviewde. ‘Dat is een klassieke vergissing – boksen is een sport. De vaardigheden die je leert zijn levensvaardigheden: grootmoedigheid, wat je moet eten, hoe je in conditie blijft, hoe je voor elkaar moet zorgen. Het eerste wat je bij boksen leert is de verdediging – je moet jezelf verdedigen… In mijn familie hebben we allemaal gebokst en dat geeft je zelfvertrouwen als je op straat in de problemen komt.’

    Een winnaar

    Khan beweegt zich met een soepelheid die je zelden aantreft bij parlementsleden. Als gelovig moslim drinkt hij niet en in 2014 deed hij mee aan de marathon van Londen. Tijdens onze coolingdown komen we langs een weg waar zijn vader met bus 44 reed. Niet ver hiervandaan is de sociale huurwoning waar Khan opgroeide. Hij betwijfelt of buschauffeurs tegenwoordig in die wijk kunnen wonen en vindt het triest dat de veryupping het gemeenschapsgevoel in Londen heeft verstoord.

    Geen enkele Europese politicus heeft een groter persoonlijk mandaat dan de burgemeester van Londen. De leider van de stad gaat over een begroting van 16 miljard pond en het beleid wat betreft huisvesting, stadsplanning en vervoer. Khan is, zoals collega’s vaak zeggen, een ‘winnaar’.

    Bij de algemene verkiezingen van 2010 verdedigde hij zijn Tooting-zetel tegen een agressieve en ruim gefinancierde tegencampagne van zijn conservatieve uitdager. In datzelfde jaar leidde hij de campagne van Ed Miliband om partijleider van Labour te worden en was hij de strateeg achter de overwinning op David, de oudere broer van Ed Miliband. Toen deze hem bij de lokale verkiezingen van 2014 de post van schaduwminister voor Londen had toebedeeld, behaalde Khan voor Labour het beste resultaat sinds 1972. Bij de algemene verkiezingen van vorig jaar won de Labourpartij op een in andere opzichten sombere avond zeven zetels in Londen, het beste resultaat sinds 2001.


    Toen Khan in mei vorig jaar aankondigde dat hij de Labourkandidaat wilde worden voor het burgemeesterschap van Londen, verwachtten velen dat hij dat niet zou halen. Daar was Khan het absoluut niet mee eens. De linksere koers die de partij was ingeslagen, was gunstig voor hem. Khan was tegen de oorlog in Irak geweest, een heikel punt voor actievoerders, en had er hard voor gewerkt om de steun van de vakbonden te krijgen. Zijn voordracht – steun zelfs – van Jeremy Corbyn als leider van Labour en zijn verzet tegen de hervor- mingen op het gebied van de uitkeringen vergrootten zijn kansen bij het ‘selecto- raat’ van de partij. Toen op 11 september 2015 de uitslag van de selectieprocedure bekend werd gemaakt, waren velen verbijsterd door zijn verpletterende overwinning. ‘Ik heb nooit gedacht dat het een nek-aan-nekrace zou worden,’ vertelde hij vlak na die bekendmaking. Niemand die ik heb gesproken betwij- felde Khans politieke kwaliteiten, maar sommigen zetten wel vraagtekens bij zijn integriteit. Nadat hij Corbyn had voorgedragen als partijleider, werd Khan beschimpt vanwege zijn harde verwijten aan het adres van de nieuwe leider in een interview in de Mail on Sunday. Khan waarschuwde dat Corbyns ontmoetingen met leden van Hamas en Hezbollah het anti-joodse imago van Labour versterkten, verweet hem dat hij niet meezong bij het volkslied (‘Dat was heel dom van hem. Je probeert immers premier te worden.’) en verklaarde dat hij ‘nauw zou samenwerken met een Tory-regering als dat in het belang van Londen zou zijn’.

    Een dergelijke kritiek, suggereren tegenstanders, zou nooit geuit zijn tijdens de selectieprocedure voor de burgemeesterkandidatuur.

    De Tory’s hebben onlangs veel zwaarder geschut in stelling gebracht: dat Khan een vriend is van islamitische extremisten. In februari meldde de S_unday Times_ dat Khan vier bijeenkomsten van de groepering Stop Political Terror had bijgewoond, die werd gesteund door Anwar al-Awlaki, de omgekomen geestelijke van Al-Qaida. De London Evening Standard merkte op dat Khans ex-zwager, Makbool Javaid, bijeenkomsten had bijgewoond die in de jaren negentig waren georganiseerd door de extremistische groepering Al-Muhajiroun (de twee hebben al tien jaar geen contact meer met elkaar). Daarna meldde MailOnline dat Khan in 2008 een toespraak had gehouden op het Global Peace and Unity-festival waar de ‘zwarte jihad-vlag wapperde’.

    ‘Ik ben altijd heel duidelijk geweest in mijn opvattingen met betrekking tot mensen die beweren hetzelfde geloof aan te hangen als ik maar er afschuwelijke opvattingen op na houden’

    Khans verklaring was: ‘Vaak heb je geen idee wie er voor jou spreekt en wie er na jou spreekt. Niemand zou toch in alle ernst kunnen denken dat ik instem met de ideeën die werden geuit door andere mensen die op diezelfde bijeenkomst spraken: zo werkte dat niet. Ik ben altijd heel duidelijk geweest in mijn opvattingen met betrekking tot mensen die beweren hetzelfde geloof aan te hangen als ik maar er afschuwelijke opvattingen op na houden.’ Khan is door extremisten met de dood bedreigd vanwege zijn betrokkenheid bij democratische politiek en omdat hij onlangs voor het homohuwelijk had gestemd.

    Vrienden zeggen dat hij ondanks de politieke en fysieke risico’s die het uiten van zijn mening met zich meebrengt, nooit heeft overwogen zijn mond te houden. Als voormalig mensenrechtenadvocaat en voorvechter van de burgerrechten, was dat een automatische keuze.

    In een toespraak voor de parlementaire pers in november, een week na de aanslagen in Parijs, verweet Khan opeenvolgende regeringen dat ze de segregatie in de Britse samenleving hadden toegestaan en de omstandigheden waarin extremisme kon gedijen ongemoeid hadden gelaten. Hij waarschuwde: ‘We hebben het recht van mensen om te leven volgens hun eigen cultuur beschermd, maar hebben dat ten koste laten gaan van het kweken van het gevoel dat ze deel uitmaken van een grotere gemeenschap. Te veel Britse moslims groeien op zonder iemand te kennen met een andere achtergrond.’

    Arbeidsethos

    Sadiq Aman Khan werd geboren op 8 oktober 1970 in het St George’s Hospital in Tooting. Zijn ouders waren kort daarvoor geëmigreerd van Pakistan naar Londen. Khan was het vijfde van acht kinderen. Zijn nu overleden vader, Amanullah, was meer dan vijfentwintig jaar buschauffeur; zijn moeder, Sehrun, naaister. Khan schrijft zijn arbeidsethos toe aan zijn opvoeding. ‘Mijn vader zat alle uren die God hem toestond op de bus. Mijn moeder bracht niet alleen acht kinderen groot, maar naaide thuis ook nog kleren terwijl ze ons opvoedde, kookte. Mijn vader en moeder waren altijd aan het werk, dus ook ik ging zo snel mogelijk werken. Ik had een krantenwijk, een baantje op zaterdag – enkele zomers heb ik als bouwvakker gewerkt.’

    De kinderen groeiden op in het Henry Prince-complex van sociale huurwoningen, waar Khan en zijn zeven broertjes en zusjes bij elkaar gepropt zaten in een vierkamerwoning. Pas op zijn drieëntwintigste reisde hij naar het buitenland en tot zijn vierentwintigste sliep hij in een stapelbed. Het gezin werd dagelijks geconfronteerd met racisme. Buspassagiers scholden zijn bebaarde vader uit voor ‘Paki Santa’ en vielen hem lastig. Dergelijke beledigingen dwongen Khan soms zijn bokstechnieken te gebruiken. ‘We rolden vechtend over de grond,’ vertelde hij Mail on Sunday over zo’n confrontatie. ‘Daarna heeft hij nooit meer “Paki” tegen me gezegd.’

    Khan en zijn broers kregen ook met racisme te maken op de voetbaltribune. ‘Ik bij Wimbledon, mijn broers bij Chelsea,’ vertelde hij me. Maar nu was het wel beter geworden in Londen. ‘Mijn dochters zijn zestien en veertien en zijn eigenlijk in dezelfde buurt opgegroeid als ik. Tegen hen is nooit “Paki” gezegd, zij zijn nooit het slachtoffer geworden van openlijke racistische beledigingen. Dat laat zien dat het beter is geworden.’

    Sadiq Khan op weg naar zijn nieuwe baan vanuit zijn huis in de wijk Tooting, waar hij al zijn hele leven woont. – © Jack Taylor / Getty Images
    Sadiq Khan op weg naar zijn nieuwe baan vanuit zijn huis in de wijk Tooting, waar hij al zijn hele leven woont. – © Jack Taylor / Getty Images

    Op school zei een docent tegen Khan, die een zwaar B-pakket had met biologie, scheikunde en wiskunde: ‘Jij gaat altijd de discussie aan. Waarom word je geen advocaat in plaats van tandarts?’ Die opmerking, en de tv-serie LA LAW, inspireerden hem om de advocatuur in te gaan. In 1994 werd hij advocaat-stagiaire bij Christian Fisher onder de hoede van de bekende mensenrechtenadvocate Louise Christian. Drie jaar later werd hij partner op dat kantoor – uitzonderlijk snel voor iemand van zijn leeftijd en achtergrond.

    Als mensenrechtenadvocaat trad hij op voor wat hij onlangs beschreef als ‘onverkwikkelijke types’, zoals Louis Farrakhan, de leider van de Nation of Islam, en Babar Ahmad, die in 2013 in de VS bekende schuldig te zijn aan ‘het verschaffen van materiële ondersteuning aan het terrorisme’. Ahmad, tegen wiens uitzetting Khan en andere parlementariërs zich hadden verzet, was een jeugdvriend. Khans tegenstanders hebben geprobeerd dat uit te buiten. ‘We kwamen nooit bij elkaar over de vloer – we ontmoetten elkaar in de moskee,’ vertelde Khan me. ‘Als je mensen spreekt in de moskee, praat je niet over politiek en zo. Wel weet ik dat er veel ophef was rondom zijn arrestatie, want hij was het slachtoffer van wangedrag van de politie. Hij diende een schadeclaim in en kreeg een vergoeding toegewezen – hem was ernstig letsel toegebracht.’

    Dwars

    In 2005 werd Khan gekozen als parlementslid voor Tooting, waar hij zijn hele leven heeft gewoond. Zes maanden na zijn intrede in het parlement lag hij dwars bij Tony Blairs poging om het wettelijk mogelijk te maken dat iemand die van terrorisme werd verdacht negentig dagen kon worden vastgehouden zonder dat er een rechter aan te pas kwam. Dat was de eerste botsing van vele met de toenmalige premier.

    In 2006 ondertekende hij een open brief waarin ervoor werd gewaarschuwd dat de buitenlandse politiek van de regering ‘munitie leverde voor extremisten’. Op de tiende herdenkingsdag van de bomaanslag die op 7 juli 2005 in Londen plaatsvond, vertelde hij dat Blair ‘de vier islamitische parlementsleden had opgeroepen om naar Downingstreet 10 te komen en ons daar vertelde dat het onze verantwoordelijkheid was. “Dat is het niet,” zei ik. “Waarom hebt u ons opgeroepen? Ik geef u toch ook niet de schuld van de Ku Klux Klan? Waarom doet u dat dan wel bij ons voor de vier daders van de bomaanslagen van 7/7?”’

    In 2008 werd Khan benoemd tot minister van Binnenlands Bestuur, en werd de tweede moslim als bewindsman. Het jaar daarop werd hij minister van Transport: de eerste moslim die deel uitmaakte van het kernkabinet en lid werd van de Privy Council (de geheime adviesraad van de koningin). ‘Het paleis belde me op en vroeg: “Op wat voor Bijbel wilt u de eed afleggen?” Ik antwoordde: “De Koran”, waarop zij zeiden: “Die hebben we niet.” Toen heb ik er zelf maar een meegenomen.’

    De verkiezing van een Britse moslim als burgemeester zou een gebeurtenis van internationaal belang zijn, en symbool staan voor het kosmopolitisme van Londen. ‘Ik ben het zat om te verliezen. Ik geloof niet in heldhaftig falen,’ zei hij. ‘Ik heb de juiste politiek, ik heb de juiste principes. Nu hebben we alleen nog de macht nodig om Londen te verbeteren.’

    Auteur: George Eaton
    Vertaler: Paul Bruijn

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 23.900

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.