Tag: nationalisme

  • Ook in democratische landen worden mensen ingedeeld op huidskleur of afkomst

    Ook in democratische landen worden mensen ingedeeld op huidskleur of afkomst

    In democratische landen worden mensen nog altijd getagd, gelabeld of bestempeld op basis van hun huidskleur of afkomst. In Mexico is het palet wel erg uitgebreid. ‘Hoe leggen we deze figuren uit dat er witte Latijns-Amerikanen, Duitsers met een donkere huid en Europese moslims bestaan?’

    ‘Kom binnen, güerita, wat zal het zijn, wat is er van je dienst?’ Het woord güera/o wordt niet in alle landen gebruikt, maar in het mijne, Mexico, worden er blonde personen of personen met een witte huid mee bedoeld. De enige uitzondering zijn de marktkooplieden, die de gewoonte hebben iedere vrouw güerita (‘blondje’) te noemen, of ze er nou uitziet als een Barbie met platinablond haar of een chocoladekleurige huid heeft. Ik neem aan dat deze gewoonte oorspronkelijk een vorm van vleierij was, want eeuwenlang, en nog steeds, worden mensen met een lichte huid gezien als mensen met macht, als bazen en eigenaren. Als je op de markt in Mexico deel uitmaakt van de clientèle ben je dus vanzelf güerita

    Deze merkwaardige uitzondering daargelaten beschikt de Mexicaanse kleurenwaaier, net als die in andere landen van Latijns-Amerika, over enkele hulpmiddelen om onze kleurverschillen aan te geven, waarbij de lichte huid, die wij ‘wit’ noemen, altijd als vertrekpunt geldt. Wie over een lichte huid beschikt is güera/o, al ben je óók güera/o als je al dan niet geverfd blond haar hebt. En van wit naar boven – of naar beneden, het is maar hoe je het bekijkt – beschrijven de mensen zichzelf aan de hand van bepaalde schakeringen: je kunt een gezonde roze, een tarwekleurige, een kastanjebruine of een gebronsde huidskleur hebben. Het woord moreno wordt doorgaans afgezwakt met de toevoeging ‘licht’. Met de donkere huid heeft men meer moeite, vandaar dat de verkleinvorm wordt gebruikt: de pasgeboren baby is morenito; net iets donkerder en het wordt prietito, en alleen iemand met een heel donkere huid is mulato. In bepaalde kringen, met name als je behoort of wilt behoren tot een sociaal-economische of culturele middenklasse of bovenlaag, typeren maar weinigen zichzelf als moreno of ‘zwart’. Nu ja, in grappen en beledigingen komt het woord ‘zwart’ veelvuldig voor.

    Ik ben opgegroeid in een geschoold arbeidersgezin in het Mexico van de jaren zeventig en ging dus op de markt door voor güerita, op school – een nonnenschool met veel meisjes uit Spaanse gezinnen – voor wit, en bij de kapper voor kastanjebruin. Eigenlijk ben ik het een noch het ander, ik ben wit noch güera: ik heb donker kastanjekleurig haar en een kaneelkleurige huid. Maar in de denkbeeldige klasse uit mijn kindertijd en jeugd was ik een wit Mexicaans meisje dat op een particuliere school zat, een buitenlandse naam had en bovendien Engels sprak. 

    Brown, white en latina

    Om te profiteren van die twee laatste eigenschappen pakte ik in 2004 mijn biezen en ging in de Verenigde Staten wonen. Eenmaal in Los Angeles duurde het geen jaar voor het tot me doordrong dat ik helemaal niet was wat ik dacht dat ik was en dat ik ook nog eens van alles was waarvan ik me niet bewust was. Al stond het in mijn Mexicaanse paspoort – in die tijd werd in je paspoort je huidskleur vermeld –, wit was ik niet, want in de VS is white voorbehouden aan Angelsaksische Noord-Amerikanen. Ik was niet güera, wat dat staat gelijk aan blonde, en ik heb mijn haar nooit willen blonderen. Ik had niet langer een buitenlandse naam – al bleven ze hem bij Starbucks verkeerd spellen – en wat ik beschouwde als een behoorlijk goed niveau Engels viel vies tegen, want één ding is films zonder ondertiteling begrijpen, schrijven over het uitgavenbudget van Californië is andere koek. Wat nog het meeste indruk op me maakte was dat het feit dat ik Mexicaans was niet zo belangrijk leek, want toen ik in de Verenigde Staten kwam, veranderde ik prompt in ‘brown’ en in ‘latina’: Brown, immigrant, latina, who writes in Spanish and speaks English with a funny heavy accent.’

    Yup, that was me.

    Terwijl ik bezig was me een nieuwe identiteit aan te meten, had ik vooral moeite om de vinger achter het etiket ‘latina’ te krijgen. Strikt genomen is iedereen latino – voornamelijk mensen afkomstig uit Europa en Midden- en Zuid-Amerika – die een van het Latijn afgeleide taal spreekt. Spanjaarden, Italianen en Fransen zijn dus latinos, en natuurlijk ook Mexicanen, Colombianen, Argentijnen en Peruanen. En omdat we met zovelen zijn kwam iemand op het idee om de latinos van het Amerikaanse continent onder één noemer te brengen en ons Latijns-Amerikanen te noemen. Tot zover is het min of meer duidelijk. Het wordt pas problematisch als het etiket daadwerkelijk wordt gebruikt.  

    Alle hispanos zijn latinos, maar niet alle latinos zijn hispanos

    In het dagelijks leven van de Verenigde Staten gebruikt men ‘latino’ voor iedereen die uit een Latijns-Amerikaans land afkomstig is. De bepaling ‘Amerikaans’ wordt uiteraard weggelaten, want degenen die in de VS wonen beschouwen alleen zichzelf als Amerikanen. (Bolívar draait zich om in zijn graf.) ‘Latino’ wordt ook gebruikt als synoniem voor ‘brown’: je bent ‘moreno’, je bent ‘latino’. En het wordt door elkaar gehaald met ‘hispano’, wat de benaming is voor degenen die afkomstig zijn uit landen die het Spaans als officiële taal hebben: alle hispanos zijn latinos, maar niet alle latinos zijn hispanos. Op officiële papieren vallen beide categorieën onder het kopje ‘etnische groepering’. 

    Wat het kopje ‘race’ betreft bieden genoemde formulieren vier opties: wit, zwart, Aziatisch of Native American, die laatste om de inheemse volkeren van het continent aan te duiden. Wat een onzin, opnieuw. Want ik ben niet wit, maar ook niet zwart of een van de andere opties. Als het om kleur gaat past brown me het best. Maar brown geldt als synoniem van latino, wat een etnische categorie is. Toen ik in 2010 mijn bedenkingen kenbaar maakte aan de mensen van het Census Bureau, opperden ze om Race: white. Ethnicity: latinain te vullen. Maar hoor eens: in dit land ben ik zelfs op de markt niet white

    Nationalisme en witte suprematie

    Als het voorgaande niet genoeg is om iemand in zijn identiteit te laten verstrikken, zal ik je vertellen wat me overkwam toen ik na 17 jaar Verenigde Staten besloot in Spanje te gaan wonen. Het eerste wat ze vragen als ze horen waar ik vandaan kom, is wat ik vind van de Amerikaanse politiek. Ik zou kunnen antwoorden: van welke van de 35 landen van Amerika? Ik doe het niet, want ik weet best wat ze bedoelen: Amerikanen, dat zijn de inwoners van de VS (Bolívar draait zich nog eens om). Ze zeggen toch dat zij, de Spanjaarden, Amerika, de Amerikanen dus, hebben ‘veroverd’? Denken ze soms dat Hernán Cortés tot Manhattan is gekomen? Maar het mooiste komt nog: als met ‘Amerikanen’ de inwoners van de Verenigde Staten worden bedoeld, wat zijn wij dan? Het antwoord: latinos. In Spanje gebruiken de Spanjaarden, dus de oorspronkelijke latinos die ons een Latijnse/Romaanse taal hebben opgelegd, het woord ‘latino’ om ons, de Mexicaanse, Ecuadoriaanse of Peruaanse immigranten, aan te duiden. En de Spanjaarden? Dat zijn witte Europeanen. 

    Het punt is dat deze Europeanen die Spaans spreken, en in veel gevallen niet blond zijn en ook geen blauwe ogen hebben, als ze in de Verenigde Staten aankomen, etiketten krijgen opgeplakt als immigrant, latino, en in sommige gevallen brown. Ook al zijn ze geboren in Europa. Ook al beheersen ze het Engels. Kunt u zich de verwarring voorstellen?

    Welkom in mijn wereld.

    Aan welke kant van de Atlantische Oceaan je je ook bevindt, nationalisme en witte suprematie plegen de troef van de kleurenkaart te spelen: zeg me hoe donker je huid is en ik zal je zeggen hoe weinig je waard bent voor je land en je samenleving. Dat is hetzelfde in Mexico ten aanzien van de inheemse bevolking uit Oaxaca of van immigranten uit Honduras of Haïti, en in de Verenigde Staten als er sprake is van Mexicanen, Midden-Amerikanen of Afro-Amerikanen, en in Spanje als er mensen ten Zuiden van de Sahara, moros oftewel Noord-Afrikanen of zigeuners in het spel zijn: in het dagelijks leven word je onophoudelijk geconfronteerd met uitingen van latent of expliciet, niet-aflatend, heftig racisme, waarin het wemelt van de etiketten. En dat in landen die er prat op gaan tot het democratische deel van de wereld te horen.

    Hoe kunnen we de diversiteit begrijpen als het onszelf al zo’n moeite kost om te weten wat wij zijn?

    Ik schrijf dit vanuit Barcelona, een paar uur na de Spaanse verkiezingscampagne die uiteindelijk in de media werd gedomineerd door een racistische belediging aan het adres van een zwarte voetballer, die ‘aap’ werd genoemd. Na afloop van de gemeenteraadsverkiezingen bleken rechts en extreemrechts in het hele land belangrijke winst te hebben geboekt, zowel wat het aantal zetels als het aantal gemeenten betreft. Heel wat leden van die partijen zinspelen heimelijk of zelfs openlijk op hun witte huid of Europese afkomst als een van de waarden die hun programma voorstaat. 

    En hier wordt het opnieuw ingewikkeld. Hoe leggen we deze figuren uit dat er witte Latijns-Amerikanen, Duitsers met een donkere huid, Europese moslims, latinos die Spaans noch Amerikaans zijn of niet-nationalistische witten bestaan, als het ons soms moeite kost de anderen én onszelf te zien als zwarte Latijns-Amerikanen, als Noord-Amerikanen die Spaans spreken, als Latijns-Europeanen, als niet-witte Spanjaarden, als niet-Noord-Amerikaanse Amerikanen, als Native Americans? Hoe kunnen we de diversiteit begrijpen en recht doen als het onszelf al zo’n moeite kost om te weten – of te accepteren – wat wij zijn? 

  • Yuval Noah Harari over identiteitspolitiek: ‘Het is een bekrompen stamverhaal’

    Yuval Noah Harari over identiteitspolitiek: ‘Het is een bekrompen stamverhaal’

    Volgens historicus Yuval Noah Harari omvat onze identiteit zoveel meer dan tegenwoordig vaak wordt aangenomen. ‘Als je je richt op slechts één deel ervan en je inbeeldt dat dat het enige is wat telt, zul je niet begrijpen wie je werkelijk bent.’

    Vraag je je af wie je bent, waar je vandaan komt en wat je identiteit is? Ieder mens waagt zich aan deze belangrijke en boeiende zoektocht. Maar het kan ook gevaarlijk zijn. Als ik mijn identiteit op een duidelijke manier probeer af te bakenen, sluit ik anderen mogelijk buiten. Ik zou tot de conclusie kunnen komen dat mijn identiteit wordt bepaald door het feit dat ik tot één specifieke groep mensen behoor, en daardoor alle aspecten van mijn leven negeren die niet te rijmen zijn met die indeling.

    De mens is echter een ongelofelijk complex wezen. Als je je richt op slechts één deel van je identiteit en je inbeeldt dat dat het enige is wat telt, zul je niet begrijpen wie je werkelijk bent. Voor mij als Jood is het bijvoorbeeld duidelijk dat de Joodse geschiedenis en cultuur belangrijke onderdelen van mijn identiteit zijn. Maar de Joodse geschiedenis is lang niet genoeg om te verklaren wie ik ben. Ik ben opgebouwd uit allerlei elementen die overal vandaan komen.

    Ik houd van voetbal, dat heb ik van de Britten. Zij hebben het spel uitgevonden. Dus als ik een bal in het doel schiet, ben ik een beetje Brits. ’s Ochtends drink ik graag koffie. Dat heb ik te danken aan de Ethiopiërs, die het drankje ontdekten, en de Arabieren en Turken, die het over de hele wereld verspreidden. Ik zoet mijn koffie graag met een lepel suiker, dankzij de Papoea’s, die meer dan achtduizend jaar geleden in Nieuw-Guinea suikerriet domesticeerden. Soms leuk ik mijn koffie op met een stuk chocolade, waardoor ik in verbinding sta met de tropische wouden van Midden-Amerika en het Amazonegebied, waar inheemse Amerikanen mogelijk vijfduizend jaar geleden al begonnen cacao te verbouwen.

    Sommige Joden houden niet van voetbal, drinken geen koffie en mijden suiker en chocolade. Toch hebben ook zij veel te danken aan andere culturen. Het Hebreeuws, de heilige taal van het jodendom, heeft veel van zijn woorden, zinnen en basisstructuren ontleend aan andere talen, zoals het Fenicisch, Akkadisch, Grieks, Arabisch en vooral Aramees. Grote delen van het Oude Testament zijn niet in het Hebreeuws geschreven, maar in het Aramees, evenals grote delen van de Misjna, de Talmoed en andere belangrijke joodse teksten. De oude Arameeërs vereerden de god Haddad in plaats van Jehova en doodden verscheidene Joodse koningen. Maar Aramese elementen zijn moeilijk weg te denken uit de Hebreeuwse taal en de Joodse cultuur. Tijdens de rouw bidden orthodoxe joden het Kaddisj-gebed, dat uit Aramese klanken is opgebouwd. Zo’n vijfentwintighonderd jaar geleden verruilden de joden hun eigen Hebreeuwse schrift voor het Aramees, wat tot op de dag van vandaag wordt gebruikt in onder andere de Thora, de Talmoed en in dagbladen.

    Code

    Meer in het algemeen hebben we de uitvinding van het schrift niet te danken aan de Arameeërs, maar aan de oude Sumeriërs. Duizenden jaren voordat de eerste Jood leefde, verzonnen een paar Sumerische studiebollen iets slims: ze gebruikten een stok om tekens in een stuk klei te kerven. Voor deze tekens bedachten ze een code en ze creëerden de schrijftechnologie die ons uiteindelijk boeken, kranten en websites opleverde.

    Het jodendom keek niet alleen voor de taal en het schrijfsysteem buiten de deur, maar ook voor een aantal centrale, religieuze vraagstukken. Zo staat bijvoorbeeld nergens in de Thora vermeld dat de mens een eeuwige ziel heeft die in het hiernamaals gestraft of beloond zal worden. Dat was duidelijk geen essentieel onderdeel van het bijbelse jodendom. De God van het Oude Testament belooft de mensen nergens dat ze, als ze zijn geboden gehoorzamen, eeuwige gelukzaligheid in de hemel zullen genieten, en dreigt nergens dat ze, als ze zondigen, voor eeuwig in de hel zullen branden. Dat het jodendom centrale, religieuze vraagstukken van externe bronnen heeft afgekeken, is dus eigenlijk te voorzichtig geformuleerd. In feite zijn centrale, religieuze overtuigingen ook buiten de eigen traditie ontstaan.

    Het jodendom nam het geloof in het eeuwige leven voornamelijk over van de Griekse filosofie van Plato en de Perzische religie van het Zoroastrisme. Aan de Perzen ontleenden de joden ook het concept van de duivel en de Messias. Het merendeel van wat ons in leven houdt en alles de moeite waard maakt – van voeding tot filosofie, van geneeskunde tot kunst – is niet uitgevonden door een specifiek volk, maar door mensen van over de hele wereld. Dit geldt niet alleen voor Joden, maar voor alle mensen. 

    Iemand die Afrikaanse culturen wilde beschimpen, vroeg ooit laatdunkend: ‘Wie is de Tolstoj van de Zoeloes?’ Deze persoon leek te geloven dat geen enkele Afrikaanse cultuur – hetzij Zoeloe, hetzij welk Afrikaans volk dan ook – literaire werken heeft voortgebracht die vergelijkbaar zijn met Tolstojs Oorlog en Vrede of Anna Karenina. Ralph Wiley, een Afro-Amerikaanse journalist, had op deze uitdaging een eenvoudig antwoord. Hij kwam niet aanzetten met een lijst Zoeloe-auteurs, zoals Benedict Wallet Vilakazi, Mazisi Kunene of John Langalibalele Dube. Evenmin benadrukte hij dat Afrikaanse auteurs als Chinua Achebe, Chimamanda Ngozi Adichie of Ngũgĩ wa Thiong’o even goed waren als westerse. Wiley omzeilde de valstrik volledig: in zijn boek Dark Witness schreef hij dat ‘Tolstoj de Tolstoj van de Zoeloes is – tenzij je het nuttig vindt om je universele, menselijke kwaliteiten toe te eigenen en die als stambezit te beschouwen’.

    Tolstoj spreekt over gevoelens, vragen en inzichten die even relevant zijn voor mensen in Durban en Johannesburg als voor die in Moskou en Sint-Petersburg

    Tolstoj is in tegenstelling tot wat fanatieke racisten en hardcore muggenzifters van ‘culturele toe-eigening’ beweren, niet het exclusieve eigendom van de Russen. Hij is van alle mensen. Zelf is Tolstoj sterk beïnvloed door de ideeën van buitenlanders als de Fransman Victor Hugo en de Duitser Arthur Schopenhauer, om nog maar te zwijgen van Jezus en Boeddha. Tolstoj spreekt over gevoelens, vragen en inzichten die even relevant zijn voor mensen in Durban en Johannesburg als voor die in Moskou en Sint-Petersburg.

    Tweeduizend jaar geleden schreef de Afrikaans-Romeinse toneelschrijver Terentius, een vrijgemaakte slaaf, iets vergelijkbaars: ‘Ik ben een mens, en niets menselijks is mij vreemd.’ Ieder mens is een erfgenaam van de hele menselijke schepping. Mensen die in hun zoektocht naar identiteit hun wereld reduceren tot de geschiedenis van één enkele natie keren hun menselijkheid de rug toe. Ze veronachtzamen wat ze delen met alle andere mensen. En ze veronachtzamen iets nog veel diepers. Alle uitvindingen en ideeën die de mens de laatste paar duizend jaar tot wasdom heeft gebracht, zijn slechts de bovenlaag van wie wij zijn. Onder die korst, in de diepten van je lichaam en je geest, bevinden zich vele lagen die zich in miljoenen jaren hebben ontwikkeld, lang voordat er überhaupt mensen waren. Dit diepe mysterie manifesteert zich in alles wat ik voel en denk. Om te begrijpen wie ik ben, moet ik me openstellen voor dit mysterie en het onderzoeken. Ik moet geen genoegen nemen met een verhaal dat me koppelt aan een stam die een paar duizend jaar op een paar heuvels bij een rivier heeft geleefd.

    Vlinders

    Denk bijvoorbeeld aan onze paringsrituelen. Wat voel je als je iemand ziet die je aantrekkelijk vindt, als je voor het eerst iemands hand vasthoudt, als je voor het eerst met iemand zoent? Denk aan die achtbaan van emoties, de hoop en de angst, de vlinders in de buik, de stijgende lichaamstemperatuur en de versnelde ademhaling. Wat zijn dat toch voor verschijnselen, waaraan schrijvers en zangers al eeuwenlang aandacht besteden?

    Deze zijn niet uitgevonden door Joden, Arameeërs, Russen of Zoeloes. Sterker nog: ze zijn helemaal niet uitgevonden door mensen. De evolutie heeft ze in miljoenen jaren gevormd, en je deelt ze niet alleen met alle andere mensen, maar ook met chimpansees, dolfijnen, beren en vele andere dieren. Religieuze rituelen zoals de joodse bar mitswa of de christelijke eucharistie zijn hooguit tweeduizend jaar oud en verbinden de huidige generatie met ongeveer honderd generaties daarvoor. Rituelen bij zoogdieren zijn daarentegen tientallen miljoenen jaren oud en verbinden je met miljoenen voorgaande generaties zoogdieren en zelfs met voorouders vóór de zoogdieren.

    Als ik mijn identiteit beperk tot een bepaalde groep mensen, dan ga ik aan dat alles voorbij. Dan laat ik weinig ruimte over voor voetbal en chocolade, voor Aramees en Tolstoj, of zelfs voor romantiek. Wat overblijft, is een bekrompen stamverhaal dat in de strijd om identiteitspolitiek een effectief wapen kan zijn, maar ook een hoge prijs heeft. Zolang ik me vasthoud aan dat bekrompen verhaal, zal ik nooit de waarheid over mezelf kennen.

    Lees ook:

  • ‘De pure moed van deze tijd zal voortleven’

    ‘De pure moed van deze tijd zal voortleven’

    Het ontbrak Oekraïne aan nationale mythen. Wat in het ene deel van het land als heldendaad geldt, brandmerkt men elders als verraad of onderdrukking. Maar sinds de oorlog wemelt het van de nationale helden, die de bevolking houvast geven, aldus de Oekraïense schrijver Andrej Koerkov.

    Vóór de oorlog sms’ten Oekraïense tieners elkaar vaak foto’s van Russische rappers. Nu tonen hun telefoonschermpjes een gezichtsloze man met een helm op: de zogeheten ‘spook van Kyiv’. Deze levende legende zag het licht op de tweede dag van de Russische invasie. Een onbekende piloot zou de lucht boven Kyiv patrouilleren in een oude Sovjet MiG-29. Al snel zou hij ten minste tien Russische straaljagers hebben neergeschoten. Hoewel het ministerie van Defensie volhoudt dat deze schimmige crack geen mooi verzinsel is, ontbreekt overtuigend bewijs voor zijn bestaan – sommige video’s van hem in actie bleken afkomstig te zijn van computergames.

    Nog veel meer memes overspoelen de virtuele ruimte: de soldaten op het Slangeneiland in de Zwarte Zee die met een ondubbelzinnig ‘val dood’ reageerden op de oproep van een Russisch oorlogsschip om zich over te geven; Vitaly Skakoen, de (genie)soldaat die zich als vrijwilliger aanmeldde om mijnen te leggen onder de brug naar het stadje Henitsjesk aan de Zee van Azov om een colonne Russische tanks te stuiten en zichzelf daarbij opblies (het Russische leger veroverde de plaats alsnog). Zelfs de president, Volodymyr Zelensky, is met zijn uitdagende video‘s op social media stoerder geworden dan het droes van Sint-Petersburg.

    Sinds de onafhankelijkheid in 1991 heeft het Oekraïne ontbroken aan helden waaromheen nationale sprookjes konden worden gesponnen. De historische coryfeeën die de geschiedenis ons heeft geschonken, voldoen om allerlei redenen matig. De afgelopen dagen zijn er echter tientallen helden opgestaan. In zekere zin is het passend als de meest romantische van hen, de geheimzinnige piloot, misschien niet echt is. Als deze helden niet bestonden, zouden we ze moeten uitvinden. Op dit moment voelt het alsof alleen moed ons van de totale vernietiging kan redden.

    De geniesoldaat

    Ik ben geen soldaat. Gedurende mijn dienstplicht was ik gevangenisbewaker. Ik kan loopgraven aanleggen, maar ik ben een zestigplusser. Ik weet dat mijn frontlinie op het informatieslagveld ligt, toch moet ik in Oekraïne blijven. Mensen zoals Skakoen, de geniesoldaat, overtuigen me ervan dat ik niet hoef te vluchten. Ze geven me een gevoel van veiligheid, ook al vechten ze ver van mij vandaan. Ze geven me het gevoel dat Oekraïne stand zal houden.

    Veel sokkels in Kyivv die als bronnen van patriottische inspiratie zouden moeten dienen, worden nu nog bezet door figuren die onbekend of onbemind zijn en het volk verdelen. Oekraïne heeft moeite om nationale helden te vinden vanwege zijn bewogen verleden. We zijn een multi-etnische, veeltalige samenleving waar allerlei grootmachten over hebben gebakkeleid – het Pools-Litouwse gemenebest, het tsaristische rijk, de nazi’s. Wat in het ene deel van het land als moed wordt geprezen, brandmerkt men in een ander deel als verraad of onderdrukking. Oekraïners houden er niet van dat hun iets wordt opgelegd, en al helemaal geen helden. Toegegeven, weinigen hebben iets tegen de nationale dichter Taras Sjevtsjenko. Evenzo lopen weinigen voor hem warm. De tsaristische keizerlijke politie verbande hem ooit vanwege zijn patriottische verzen, en slachtoffers zijn zelden goede helden, vooral voor een volk in oorlog.

    Oekraïne heeft moeite om nationale helden te vinden vanwege zijn bewogen verleden

    De Sovjets probeerden van de zeventiende-eeuwse Kozakkenleider Bohdan Chmelnytsky een nationaal symbool te maken. Het Kremlin had een voorkeur voor hem omdat hij de tsaar in 1654 formeel vroeg hem te helpen de Polen te bestrijden. Geen slimme zet, want kort daarop verbood de tsaar het Kozakkenleger en verloren de Oekraïense gebieden hun onafhankelijkheid. Nu nog is zijn standbeeld te vinden in het centrum van de oude stad van Kyiv, op het Sofiyskaya-plein, pal naast mijn huis. Het is niet vernield nadat Oekraïne zich in 1991 onafhankelijk verklaarde van de Sovjet-Unie, maar er legt ook nooit iemand bloemen bij hem neer. Misschien komt dat omdat zijn aanhangers duizenden Oekraïense joden, die van collaboratie met Polen werden beticht, hebben vermoord.

    De meest omstreden Oekraïense ‘held’ is Stepan Bandera, een ultranationalist die de nazi’s in 1941 in Oekraïne verwelkomde omdat hij het land wilde bevrijden van communisten. Vanwege zijn diepe hang naar Oekraïense onafhankelijkheid voerden de nazi’s hem uiteindelijk af naar een concentratiekamp. Het grootste deel van de oorlog zat hij er gevangen. Daarna vestigde hij zich in München, waar een KGB-agent hem in 1959 liquideerde. Veel Oekraïners waarderen zijn inspanningen voor de onafhankelijkheid van het land (sommige vrijwilligers die nu tegen Poetin vechten noemen hun molotovcocktails Bandera-smoothies). Bij anderen roept hij weerzin op door het geweld waaraan zijn volgelingen zich hebben overgegeven.

    Recentere pogingen tot nationale mythevorming mislukten eveneens. Even leek het erop dat Viktor Joesjtsjenko uit het juiste hout was gesneden. Tijdens de verkiezingen in 2004 was hij de tegenstander van de kandidaat van het Kremlin, Viktor Janoekovitsj, en werd hij vergiftigd, wat zijn gelaat misvormde. De daaropvolgende golf van verontwaardiging mondde uit in de Oranjerevolutie, die leidde tot hernieuwde verkiezingen. Nadat Joesjtsjenko tot president was gekozen, was hij maar al te snel bereid om compromissen te sluiten met de oude garde.

    De Maidan-opstand in 2014 had een geschikte held kunnen voortbrengen. Nadija Savstjenko, een gevechtspiloot en officier in het Oekraïense leger, werd gevangengenomen door de Russen, die een proces tegen haar voerden in Moskou, waar ze de rechter uitschold en weigerde diens gezag te erkennen. Na haar vrijlating werd ze parlementslid, maar verbaasde ze vriend en vijand door voor vriendschap met de separatisten van het Donbas-bekken te pleiten. Sommigen vermoedden dat de Russen haar hadden gehersenspoeld. Inmiddels is ze helemaal vergeten.

    Helden en antihelden

    Zal er voor Zelensky ooit een standbeeld zijn weggelegd? Zo ja, zullen mensen dat bezoeken? Misschien dat we niet langer vast zullen zitten in die eindeloze cyclus van helden die in antihelden veranderen. Voor het eerst sinds de hoogtijdagen van Bohdan Chmelnytsky in de zeventiende eeuw werd Oekraïne in 1991 een onafhankelijk land. De Oekraïners hechten sterker aan die onafhankelijkheid dan aan wat dan ook.

    Zelfs degenen die weinig op hebben met de regering van Zelensky of het Oekraïense politieke systeem, zijn bereid ervoor te vechten. Liever dat dan te worden verpletterd door een buitenlandse macht. Ook als de helden van deze oorlog later dingen doen die hun reputatie zullen bezoedelen, zal de pure moed van deze tijd voortleven. Ik denk dat mensen zich de naam van geniesoldaat Vitaly Skakoen zullen herinneren. We zullen een nieuwe nationale identiteit om hem heen bouwen.

    Andrej Koerkov is een Oekraïense schrijver. Zijn meest recente roman is Grijze Bijen (Grey Bees, Deep Vellum/MacLehose Press)

  • ‘Historische’ abortusuitspraak in Mexico | Myanmar laat extremistische monnik vrij

    ‘Historische’ abortusuitspraak in Mexico | Myanmar laat extremistische monnik vrij

    ‘Historische’ abortusuitspraak in Mexico

    Het Mexicaanse Hooggerechtshof heeft op dinsdag 7 september ‘een historisch precedent’ geschapen door de strafbaarstelling van abortus in de noordelijke deelstaat Coahuila ongrondwettelijk te verklaren, schrijft de Mexicaanse krant Excelsior.

    ‘Dit besluit zal gevolgen hebben voor het hele land, zodat vrouwen die hun zwangerschap vroegtijdig afbreken in geen enkele staat kunnen worden gestraft’, aldus de krant.

    ‘Wat de beslissing van het Hof niet doet, is abortus volledig legaliseren

    ‘Wat de beslissing van het Hof niet doet, is abortus legaliseren in de dertig staten die het verbieden, noch op federaal niveau, schrijft de krant Reforma. De rechters hebben alleen de antiabortuswet van Coahuila ongeldig verklaard, ‘zodat de antiabortuswetten van de andere 29 staten die vrijwillige abortus strafbaar stellen (…) van kracht blijven’. Momenteel zijn Oaxaca en Mexico-Stad de enige staten waar abortus binnen de eerste twaalf weken van de zwangerschap volledig is gedecriminaliseerd, aldus Reforma.

    Maar deze uitspraak zal ‘alle rechters in het land ervan weerhouden vrouwen te vervolgen die beschuldigd worden van het misdrijf van vrijwillige abortus‘, en ‘als er tot vervolging wordt overgegaan, zal de federale rechterlijke macht in staat zijn die ongedaan te maken‘. Vrouwen die hun zwangerschap willen afbreken kunnen nu naar de rechter stappen ‘zodat een federale rechter de betrokken kliniek of het betrokken ziekenhuis kan bevelen de abortus uit te voeren’.

    Groene sjaals

    ‘Coahuila zwaait met groene sjaals!‘ kopt El Financiero. Dinsdag gingen in Saltillo, de hoofdstad van de deelstaat, verschillende feministische groepen de straat op met groene sjaals – het symbool van de strijd voor toegang tot abortus – om het nieuws te vieren.

    ‘Dit is een nieuwe stap in de historische strijd voor gelijkheid, waardigheid en volledige uitoefening van de rechten van de vrouw‘, aldus voorzitter Arturo Zaldívar van het Hooggerechtshof. Tijdens de stemming benadrukte rechter Ana Margarita Ríos Farjat dat de federale grondwet abortus niet verbiedt en dat het strafbaar stellen ervan in strijd is met de mensenrechten ‘zoals de menselijke waardigheid, autonomie, vrije ontplooiing van de persoonlijkheid, rechtsgelijkheid, gezondheid en reproductieve vrijheid‘, aldus El Universal.

    De rechter voegde hieraan toe dat naar schatting elk jaar tussen de 350.000 en een miljoen abortussen worden uitgevoerd in Mexico, waarvan een derde complicaties oplevert, doordat vrouwen moeilijk toegang hebben tot medische zorg, schrijft La Jornada.

    Lees ook:


    Myanmar laat extremistische monnik vrij

    De ultranationalistische monnik Ashin Wirathu, bekend om zijn anti-islamretoriek, is vrijgelaten en de aanklachten tegen hem zijn door het Myanmarese militaire regime ingetrokken. Wirathu had zich november vorig jaar aan de politie overgegeven na verscheidene maanden op de vlucht te zijn geweest, schrijft de website Myanmar Now. Hij werd vervolgd wegens opruiing, na toespraken waarin hij het voormalig de facto staatshoofd, Aung San Suu Kyi, had aangevallen.

    Sindsdien is de politieke situatie radicaal veranderd doordat het leger de verkozen regering van Aung San Suu Kyi op 1 februari omver heeft geworpen.

    Wirathu had zijn aanhangers opgeroepen om ‘het leger te koesteren alsof het Boeddha belichaamde’

    In 2019 had Wirathu zijn aanhangers opgeroepen om ‘het leger te koesteren alsof het Boeddha belichaamde’. Nationalistische groeperingen hebben sinds de machtsovername door het leger om zijn vrijlating gevraagd.

    Myanmar Now meldt dat het leger sinds 1 februari veel gevangenen heeft vrijgelaten, waaronder een andere boeddhistische extremist. Ook zijn gewone gevangenen vrijgelaten, alsmede personen die dicht bij het regime staan.

    In 2013 stond Wirathu op de voorpagina van het tijdschrift Time met de kop ‘Het gezicht van boeddhistisch terrorisme’. Tien jaar eerder was hij veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf wegens het aanzetten tot antimoslimrellen in Kyaukse, in de regio Mandalay, schrijft Myanmar Now.

    Lees ook:


    Singapore geeft ‘zero covid’ op

    Singapore heeft besloten niet langer te streven naar ‘zero covid’ en zal moeten leren ‘leven met het virus’, aldus de premier van het land, Lee Hsien Loong. ‘Het is niet langer mogelijk om covid-19-gevallen tot nul te reduceren, ook al zouden we voor lange tijd op slot gaan. Daarom moeten we ons erop voorbereiden dat covid-19 endemisch wordt, zoals griep of waterpokken’, aldus Lee.

    Singapore heeft een van de hoogste vaccinatiepercentages ter wereld

    Zijn vaststelling komt ondanks het feit dat Singapore een van de hoogste vaccinatiepercentages ter wereld heeft, met 80 procent van de volwassenen die volledig zijn gevaccineerd. Daarmee staat Singapore op de tweede plaats na Malta met 82 procent, schrijft Gizmodo.

    Singapore, met ongeveer 5,7 miljoen inwoners, behoorde tot het handvol landen die een strategie volgen om covid-19 volledig uit te bannen, in plaats van alleen het virus te onderdrukken. Andere ‘zero covid’-landen waren het afgelopen jaar Nieuw-Zeeland, Taiwan, China, Vietnam en Australië.

  • Brexit breekt de Britten op

    Brexit breekt de Britten op

    Theresa May heeft nog vier maanden om een deal uit de Brexit-onderhandelingen te slepen waar de Britten achter staan. Dat lijkt een schier onmogelijke taak te worden. De Leave-stemmers willen iets wat niet kan, en de oppositie weigert met alternatieven te komen.

    Dus eindelijk hebben de onderhandelingen over de Brexit tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie een overeenkomst opgeleverd [die op 25 november is getekend door de 27 resterende Europese lidstaten]. Het is een compromis dat in de verste verte niet tegemoetkomt aan de hoge verwachtingen van juni 2016, toen de Britten ervoor kozen uit de EU te stappen. Het zal Groot-Brittannië lange tijd binden aan de douane-unie en de interne markt van de EU. Niks roemrijke vlucht naar de onafhankelijkheid: Groot-Brittannië wordt een satelliet die rondjes draait om de planeet Europa en moet gehoorzamen aan wetten waarover het niets te zeggen heeft.

    Het is een oefening in schadebeperking, geen moedige breuk met het recente verleden. Maar de vraag is of het Britse politieke stelsel met deze minst kwade uitkomst kan leven. Theresa May heeft de overeenkomst aan haar kabinet voorgelegd en zal er in Westminster een parlementaire meerderheid voor moeten zien te vinden. Zal het verdeelde politieke establishment een manier vinden om dit complexe, ambigue en teleurstellende noodzakelijke kwaad te slikken? Tot nu toe wijst niets erop dat het gemakkelijk zal worden.

    Achtbaanrit

    Lady Bracknell uit The Importance of Being Ernest van Oscar Wilde ging nog net niet zover om te zeggen dat het een kwestie van pech is wanneer een regering haar verstand verliest, maar dat het op slordigheid begint te lijken wanneer dat ook voor de oppositie geldt. Ze zou daar echter rotsvast van overtuigd zijn geweest als ze de Brexit zou hebben meegemaakt. De Brexit-route die de Britse regering tot nu toe heeft afgelegd, doet denken aan een achtbaanrit: op elke uitzinnige vlaag van optimisme volgt een ijzingwekkend steile afdaling naar de wanhoop.

    Het is gemakkelijk om May en haar bitter verdeelde Conservative Party er de schuld van te geven dat met nog maar vier maanden te gaan een deal is gesloten waarvan nog lang niet zeker is of die doorgaat. Gemakkelijk omdat het volledig terecht is: de Tories hebben hun land in de grootste crisis na de Tweede Wereldoorlog gestort en lijken niet in staat tot geloofwaardig, coherent en collectief leiderschap.

    Maar wat de crisis nog erger maakt, is dat het ontbreekt aan wat je normaal gesproken in een parlementaire democratie zou verwachten: dat de belangrijkste oppositiepartij een helder alternatief biedt voor de falende, zwabberende regering. De leden van Labour zijn in overgrote meerderheid tegen de Brexit: in september wees een peiling uit dat 86 procent een tweede referendum wil.

    In een recent, groot onderzoek van Channel 4 News zei 75 procent van de Labour-achterban de nauwe banden van het Koninkrijk met de EU te willen behouden. Uit onderzoek blijkt dat in het oude, industriële thuisland van de partij, waar arbeiders zich in 2016 krachtig uitspraken vóór de Brexit, de opinie verschuift in de richting van een nieuw referendum.
    Maar Labour-leider Jeremy Corbyn zei vorige week tegen de Duitse krant Der Spiegel dat Artikel 50 (de in maart 2017 door May aangehaalde bepaling in het Europese Verdrag op grond waarvan een lidstaat de Unie mag verlaten) onherroepelijk is en dat zijn partij ‘moet proberen te begrijpen waarom mensen voor een vertrek hebben gestemd’.

    Hij werd bijna onmiddellijk tegengesproken door zijn woordvoerder Buitenland, Emily Thornberry, en zijn woordvoerder Brexit, Keir Starmer, die allebei volhielden dat een tweede referendum nog steeds mogelijk is. De breuklijn binnen de partij is intussen even duidelijk zichtbaar als die binnen de Tories.

    Welk lid wil de verantwoordelijkheden en de kosten van een lidmaatschap voor zijn rekening nemen als de faciliteiten gratis toegankelijk zijn voor niet-leden?

    Labour wordt net als de Tories bijeengehouden door niet veel meer dan een fantasie. Officieel luidt het standpunt van de partij dat ze de Brexit steunt, maar zich zal verzetten tegen elke deal met de EU die niet ‘precies dezelfde voordelen oplevert als we op dit moment als lid van de interne markt en de douane-unie hebben’. Dat is óf zeer misleidend óf – en waarschijnlijker – een leugen. De EU kan een niet-lidstaat niet ‘precies dezelfde voordelen’ geven als de leden.

    In dat geval zou ze ophouden te bestaan. Welk lid wil de verantwoordelijkheden en de kosten van een lidmaatschap voor zijn rekening nemen als de faciliteiten gratis toegankelijk zijn voor niet-leden? De Labour-leiding weet dat ongetwijfeld ook, maar houdt de illusie in stand om met twee monden te kunnen spreken: de Brexit steunen, maar May veroordelen omdat ze er niet in is geslaagd een resultaat uit de onderhandeling te slepen dat praktisch onmogelijk is.

    Dus wat is hier aan de hand? Uit het recente onderzoek van Channel 4, het grootste in zijn soort sinds het Brexit-referendum, blijkt dat het Verenigd Koninkrijk er op dit moment met een meerderheid van 54 tegen 46 procent voor zou hebben gestemd om binnen de EU te blijven. Daaruit blijkt op zijn minst dat een groot aantal kiezers tegen de Brexit is, gezien de eis dat elke deal die de onderhandelingen (al dan niet) opleveren aan het volk moet worden voorgelegd. Hoe is het mogelijk dat het Britse politieke stelsel niet in staat lijkt de burgers in tijden van een nationale crisis duidelijke alternatieven te bieden?

    Je zou dat aan slecht leiderschap kunnen wijten, en daarvan is er meer dan genoeg. Maar er is veel meer aan de hand. Het grote probleem is openheid. Om twee belangrijke kwesties – allebei pijlers onder de Brexit – wordt met een grote boog heen gelopen. Ze blijven onbesproken omdat het dé grote tegenstellingen binnen de crisis zijn. De EU heeft bij herhaling haar frustratie laten blijken over het onvermogen van de Britten om precies te verwoorden wat ze willen.

    Maar het gaat hier niet om een kwestie van slecht onderhandelen. De technocraten van de Britse regering kunnen niet precies zeggen wat ze willen, omdat ze niet het achterste van hun tong willen laten zien. Achter de Brexit gaan twee kwesties schuil die niet bij naam mogen worden genoemd.

    In Noord-Ierland loopt een student langs een anti-Brexit-billboard. De grens tussen de Republiek Ierland en Noord-Ierland is een heet hangijzer in de onderhandelingen. – © Getty Images
    In Noord-Ierland loopt een student langs een anti-Brexit-billboard. De grens tussen de Republiek Ierland en Noord-Ierland is een heet hangijzer in de onderhandelingen. – © Getty Images

    De Brexit wordt treffend samengevat in de briljante slogan van de Leave-campagne van 2016, Take back control [‘Pak de zeggenschap terug’]. Die ís zo briljant omdat hij soepel langs twee bijzonder ongemakkelijke vragen manoeuvreert: wat houdt ‘zeggenschap’ eigenlijk in? En wie zou die moeten krijgen?

    Een ander woord voor ‘zeggenschap’ is ‘wetgeving’. De fundamentele aantrekkingskracht van de Brexit is dat de Britten zich daarmee bevrijden van de vele wetten die hun door Brussel zouden zijn opgelegd en voortaan zichzelf mogen besturen. Ze willen graag eigen baas zijn over milieu, voedselveiligheid, mededinging en monopolies. Inderdaad gaat de EU over veel van die kwesties, en dat de Britten er zelf over willen beslissen is heel goed verdedigbaar. Om die reden hebben de meeste mensen voor de Brexit gestemd en verwachten ze autonomie.

    Maar daar draait de Brexit helemaal niet om. De ware agenda van de harde brexiteers gaat niet over eigen wetgeving, maar over minder wetgeving. Dominic Raab, de inmiddels afgetreden Brexit-minister, droomt niet van zelfregulering, maar van de voltooiing van het deregulerende, neoliberale project dat in 1979 in gang werd gezet door Margaret Thatcher.

    De fantasie achter de Brexit is een ‘open’ en ‘geglobaliseerd’ Groot-Brittannië, bevrijd van de ketenen van EU-wetgeving, met ruimere milieu-, gezondheids- en arbeidsregels, waarmee de weg wordt geplaveid voor een nieuw, gouden tijdperk van roofzuchtig hyperkapitalisme. Ook dat is heel goed verdedigbaar, hoewel abject. Alleen vinden de meesten Leave-stemmers niet dat de Brexit daarover zou moeten gaan. En die kloof maakt het onmogelijk om te zeggen wat ‘de Britten’ willen: ze willen verschillende dingen.

    Daar komt het tweede onderwerp waarover niet mag worden gesproken om de hoek kijken: het Engelse nationalisme

    Vraag twee is wie die ‘zeggenschap’ zou moeten krijgen. Waaruit bestaat, met andere woorden, ‘het volk’ dat de macht zou moeten terugkrijgen? En daar komt het tweede onderwerp waarover niet mag worden gesproken om de hoek kijken: het Engelse nationalisme. De Brexit is deels een reactie op een ontwikkeling die al sinds de millenniumwisseling speelt. Met het Goedevrijdagakkoord uit 1998 zette Noord-Ierland een stap in de richting van bestuurlijke zelfstandigheid, terwijl Schotland hetzelfde deed met de instelling van een eigen parlement in 1999. Als gevolg daarvan zijn de Engelsen in korte tijd heel anders tegen hun nationale identiteit gaan aankijken.

    Ze voelen zich niet zozeer Brits als wel Engels. Geen enkele grote politieke partij laat zich daarover uit, terwijl onderzoek aantoont dat de Engelsen steeds meer vervreemd raken van de overheid in Londen. De Brexit, vooral een Engels verschijnsel, is voor een deel een uiting van die frustratie. Om het (bot) met Anthony Barnett te zeggen, in zijn boek T_he Lure of Greatness: England’s Brexit and America’s Trump_ uit 2017: ‘Omdat ze Groot-Brittannië niet konden verlaten, kozen de Engelsen voor het op één na beste en zeiden ze tegen de EU dat ze kon oprotten.’

    Niet de ‘onzen’

    Er is overtuigend bewijs voorhanden dat de Engelsen die voor de Brexit stemden over het algemeen niets om het Verenigd Koninkrijk geven en vooral niet om Noord-Ierland. Toen Leave-stemmers en Conservatieven onlangs in een enquête over de toekomst van Engeland werd gevraagd of ‘mislukking van het vredesproces in Noord-Ierland’ als prijs ‘de moeite van het betalen waard is’ om met de Brexit ‘de zeggenschap terug te krijgen’, was maar liefst 83 procent van de Leave-stemmers en 73 procent van de Conservatieve kiezers in Engeland het daarmee eens.

    Dat is geen hersenloze wreedheid, er spreekt een diepe overtuiging uit dat de Noord-Ieren niet ‘de onzen’ zijn, dat wat ‘daar’ gebeurt niet ‘onze’ verantwoordelijkheid is. Uit het onderzoek van Channel 4 blijkt iets vergelijkbaars. Toen Leave-stemmers werd gevraagd wat ze ervan zouden vinden als Noord-Ierland als gevolg van de Brexit ‘het Verenigd Koninkrijk zou verlaten en zich aansluit bij Ierland’, antwoordde 61 procent dat ze daar ‘niet erg bezorgd’ of ‘helemaal niet bezorgd’ over waren.

    Dat mag onthutsend zijn, het is ook een duidelijke boodschap. Het probleem is alleen dat geen van beide grote partijen die onder ogen wil zien. Een van de plaagstootjes van de geschiedenis is dat deze Engelse nationale revolutie, want dat is de Brexit, ertoe heeft geleid dat de Noord-Ierse Democratic Unionist Party, een ultra-unionistische splinterpartij, voor het machtsevenwicht in Westminster zorgt en Theresa May – nog – in het zadel houdt.

    En zo komt het dat de Leave-stemmers al afscheid van het Verenigd Koninkrijk hebben genomen terwijl May het (in dit geval met steun van Labour) in alle toonaarden de liefde verklaart: ‘Ik zal er altijd voor vechten onze kwetsbare, dierbare unie in stand te houden en te versterken.’ De toekomst van het Verenigd Koninkrijk is nu zelfs een belangrijk onderdeel geworden van de onderhandelingen met de EU. Elke einddeal wordt uiterst complex.

    Dat komt vooral doordat de Britten geen afspraken willen over een harde grens in Ierland waardoor Noord-Ierland zal afwijken van de rest van het Verenigd Koninkrijk. Er valt geen heldere Brexit te formuleren zolang het gevecht voor een kwestie waar de Leave-stemmers niets om geven tot heilig doel is verklaard. Zoals Lady Bracknell al zei: ‘De draaikonterij over de kwestie is absurd.’

    Auteur: Fintan O’Toole

    The New York Review of Books
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

    Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte bijdragen van grote schrijvers en journalisten als 
J.M. Coetzee, Orhan Pamuk en eerder 
Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.

  • 1. Eigen keuken eerst

    1. Eigen keuken eerst

    In Italië, maar ook in andere landen, worden buitenlandse restaurants geweerd omdat ze een bedreiging zouden zijn voor de lokale keuken. Verderfelijk nationalisme, vinden ze bij Eater.com.

    Veel succes als je een kebabtent in de historische wijk van Florence zoekt, een bord gebakken rijst in Verona of een hamburger in de chique Italiaanse badplaats Forte dei Marmi. Sinds 2009 hebben gemeentebesturen in heel Italië het openen van ‘buitenlandse’ of ‘etnische’ eethuizen verboden, met diverse verklaringen.

    Vorig jaar was het gemeentebestuur van Florence bang dat de Italiaanse cultuur zou verwateren door het om zich heen grijpen van buitenlands voedsel. ‘Onze traditionele trattoria’s en historische eethuisjes worden 
verdreven door massaal geproduceerd voedsel,’ zei burgemeester Dario 
Nardella van Florence tegen een Italiaanse krant. In Noord-Italië zei de 
burgemeester van Verona tegen 
The Telegraph dat het beperken van het meeste ‘buitenlandse’ of diepgevroren voedsel ertoe zou leiden dat er ‘geen zaken meer worden geopend die eten verkopen dat is bereid op een manier die een inbreuk zou kunnen zijn op het decorum van onze stad’. Naar verluidt overweegt ook Venetië een van deze zogeheten UNESCO-wetten, die historische steden beschermen tegen invloeden van buitenaf.

    Je kunt deze wetten moeilijk als iets anders beschouwen dan een nieuwe vorm van nationalisme. Italië is niet het enige land dat voedsel met een 
buitenlands vleugje weert. In 2011 
verbood Frankrijk ketchup tijdens de schoollunch (behalve bij de friet, die maar eenmaal per week mocht worden geserveerd). Toen sommige mensen 
er lucht van kregen dat Denemarken halalgehaktballen serveerde in ziekenhuizen en op scholen, waren ze laaiend: de Deense Volkspartij, die immigratie wil beperken en gedwongen assimilatie van immigranten voorstaat, was van mening dat zulke praktijken ‘discriminerend waren voor de Deense cultuur’.

    ‘Geen xenofobie’

    Italiaanse politici proberen hun bedoelingen op een andere manier te rechtvaardigen. ‘Deze maatregel heeft niets met xenofobie te maken – hij is alleen bedoeld om onze cultuur te beschermen en op waarde te schatten,’ zei Umberto Buratti, burgemeester van Forte dei Marmi, in 2011 over zijn verbod op ‘buitenlands’ voedsel. ‘We zouden ook nee zeggen tegen Amerikaanse hamburgerketens.’

    Maar als je iets hebt gelezen over Brexit, of over het inreisverbod voor moslims of een van de vele andere overheidsmaatregelen, moet het verhaal je bekend voorkomen. Globalisering is eng! Industrialisering vernietigt al onze banen! Immigranten – met name moslims – overspoelen ons als een tsunami en zullen onze cultuur voor eens en voor altijd verdrinken!

    Hoewel sommige landen (hallo VS!) immigratie in haar geheel willen beperken, vinden wetgevers elders het politiek aanvaardbaarder om verklaringen te verzinnen als ‘we willen niet dat onze nationale cultuur wordt ondermijnd of “gedisneyficeerd”’. Natuurlijk zijn er mensen die zich echt zorgen maken dat hun culturele erfenis wordt weggespoeld. Volgens Fabio Parasecoli, directeur Voedselstudie-initiatieven aan de New School in New York en auteur van talrijke boeken over de Italiaanse eetcultuur, hebben sommige 
Italianen het idee dat ‘toeristen niet naar Italië komen om Chinese restaurants of McDonald’s te zien’ en vinden ze het belangrijk ‘de sfeer te behouden die belangrijk is voor het toerisme, dat een van de belangrijkste bronnen van inkomsten is voor steden en dorpen’.

    Maar zoals gezegd, je kunt deze wetten en de vaak tegen immigratie gekante politieke partijen die erachter zitten moeilijk als iets anders beschouwen dan een nieuwe vorm van nationalisme.

    Snelle hap maakt furore in Zuid-Afrika. (Zie tekst beneden)
    Snelle hap maakt furore in Zuid-Afrika. (Zie tekst beneden)

    In 2007 wees een onderzoek van het Pew Research Center uit dat 94 procent van de Italianen ‘immigratie als een groot probleem’ beschouwde en dat 73 procent vond dat immigranten een negatieve invloed op het land hadden. Om nog even wat zout in de wonden 
te wrijven: Italië werd uitzonderlijk zwaar getroffen door de recessie en het IMF heeft onlangs voorspeld dat de Italiaanse economie zich niet vóór 2020 zal herstellen tot het niveau van 2007.

    In veel gevallen hebben de verboden zeer wezenlijke gevolgen voor een 
deel van de middenstand in Italië. 
‘De meerderheid van de eethuisjes en buurtwinkeltjes is inderdaad in handen van niet-etnische Italianen,’ zegt Gregoria Manzin, hoogleraar 
Italianistiek aan de Australische La Trobe-universiteit.

    Italië hecht volgens Manzin zeer aan zijn eetcultuur omdat ‘Italianen Italianen zijn door wat ze eten en hoe ze het eten’. Toch heeft de consumptie van niet-lokaal voedsel ook economische gevolgen. De landbouw-, voedings- en horecasector in het land is goed voor 8,7 procent van het bnp. De economie hapert, het geboortecijfer daalt en de immigranten – en hun niet-Italiaanse eten – stromen in steeds groteren getale binnen.

    Parasecoli kan wel enig begrip opbrengen voor dit standpunt en zegt dat er ‘een sterk gevoel heerst overspoeld te worden’ door immigranten die vaak naar Italië komen voordat ze doorreizen naar andere Europese landen, al zijn er ‘tegelijkertijd hele sectoren die functioneren dankzij immigranten’. Hij zegt dat Italië bezig is ‘een land van oude mensen te worden’ en dat veel scholen alleen maar genoeg leerlingen hebben om open te kunnen blijven dankzij immigranten.

    Het is een explosieve combinatie: een land met sterke tradities dat bang is voor verandering en een bevolking die huiverig is om mensen van buiten te halen om hun land draaiende te houden.

    Eten is niet alleen een manier om mensen samen te brengen, het is ook een manier om ze uit elkaar te houden

    Slow Food International, dat het licht zag tijdens het protest tegen de vestiging van een McDonald’s in de buurt van de Spaanse Trappen in Rome, ziet een groot verschil tussen het beschermen van het traditionele voedsel en het beperken van buitenlandse invloeden. ‘Wij zetten ons in voor korte aanvoerketens en niet voor een ideologische ban op andere culturen,’ aldus secretaris-generaal Paolo Di Croce in een e-mail. Als voorbeeld noemt hij de eigenaar van een Chinees restaurant in Turijn die een moestuin heeft waar hij Chinese groenten verbouwt om traditionele recepten met verse ingrediënten te kunnen bereiden. ‘Die kok behoort absoluut tot het Slow Food-netwerk, en wij steunen hem,’ zegt hij.

    Het is belangrijk op te merken dat het verbannen van ‘buitenlands’ voedsel veel moeilijker zou zijn in een immigratieland als de Verenigde Staten of zelfs Engeland, waar immigranten van oudsher een duidelijk (en volgens sommigen weldadig) stempel drukken op de nationale keuken. ‘Zo’n ban is alleen mogelijk wanneer men zich sterk bewust is van de waarde van een nationale of regionale keuken,’ zegt Heather Benbow, hoogleraar aan de Universiteit van Melbourne, die onderzoek heeft gedaan naar voedsel, diversiteit en xenofobie in Australië en Europa.

    ‘Niet-Europese en immigratielanden als de Verenigde Staten, Canada en Australië hebben de keukens van de immigranten verwelkomd als een wenselijk en zelfs wezenlijk onderdeel van het stedelijk leven,’ zegt ze. Toch kunnen zelfs landen waar buitenlands voedsel wordt geaccepteerd en gewaardeerd hun eigen onderstromen van culinaire xenofobie hebben: zoals de angst voor Chinees voedsel dat barstensvol [smaakversterker] ve-tsin zit, of als je gewoon wéét dat je een voedselvergiftiging hebt opgelopen in dat Thaise restaurant waar je gegeten 
hebt, zonder ook maar een moment 
de salade in dat tentje met eigen 
moestuin te verdenken.

    Eten is niet alleen een manier om mensen samen te brengen, het is ook een manier om ze uit elkaar te houden. ‘Eten kan al bestaande interculturele spanningen versterken en er een uitlaatklep voor bieden,’ zegt Benbow. 
We beoordelen mensen vaak op wat 
ze eten en niets is makkelijker dan iemand aanvallen op zijn eetcultuur – of hij nou een McDonald’s-liefhebber is of een veganist. Voeg daar nog bij dat restaurants toegankelijker zijn voor het publiek dan andere door immigranten gedreven bedrijven in etnische enclaves, en je hebt een gemakkelijk doelwit voor vandalisme, haat en xenofobie – zelfs in een immigratieland als de Verenigde Staten.

    Vorig jaar werd een kiprestaurant in New Jersey overspoeld door recensies op de culinaire site Yelp, waarin de eigenaars (onder andere) voor ‘terroristen’ werden uitgemaakt nadat hun zoon ervan werd verdacht betrokken te zijn bij bomaanslagen in Manhattan en New Jersey. De bestuursvoorzitter van yoghurtfabrikant Chobani kreeg doodsbedreigingen nadat hij maatregelen had getroffen om meer vluchtelingen in dienst te nemen. Bloeiende restaurants en kruidenierswinkels van immigranten worden publieke symbolen van het succes dat voor iedereen bereikbaar is, maar vaak ook het doelwit van geweld. Alleen al het afgelopen jaar is een Midden-Oosters restaurant in Oakland met uitwerpselen besmeurd, werd een Indiaas restaurant in Denver beklad met de woorden ‘Heil Trump’ en werd een restaurant in 
Galveston dat eigendom is van een moslimimmigrant uit Pakistan tweemaal binnen een week met spek 
bekogeld zodat het moest sluiten.

    Mensen doen er graag hoogdravend over hoe eten tot onderlinge acceptatie kan leiden. Maar voor het oplossen van immigratieproblemen en het beëindigen van xenofobie komt wel wat meer kijken dan een gemengde eettafel en een gezonde eetlust. Zoals Benbow zegt: ‘Sommige etnische keukens kunnen echt populair zijn zonder dat de meerderheid van de bevolking meer cultureel begrip kan opbrengen voor migranten.’

    Disneyficatie

    Menig politicus die voedsel in de ban wil doen omdat het een ‘slechte invloed’ op de plaatselijke cultuur zou hebben, heeft de opkomst van kebabzaken vergeleken met ‘Disneyficatie’. Maar hun definitie van dit woord doet me geloven dat ze nog nooit in een Disneypark zijn geweest. Door het wegnemen van de invloed van immigranten op de cultuur van je eigen land wordt dat land heus niet authentieker; daarmee omzeil je alleen alles wat ingewikkeld is, zodat een bezoek aan die geweldige plekken van de UNESCO-erfgoedlijst weinig verschilt van het dwalen door een door Disney ingericht Italiaans themapark. Het is niet veel anders dan zeggen dat het enige échte Italiaanse eten pizza is en dat de enige échte Italianen degenen zijn die ofwel bij de maffia zitten ofwel praten als Mario. De enige verklaring voor een voedselverbod is dat je er niet op kunt vertrouwen dat toeristen om de Italiaanse cultuur geven zonder hun toevlucht te nemen tot stereotypen.

    Spaghetti met tomatensaus is net 
zo goed een culinaire bastaard als de kebab die door een tentje in Verona wordt geserveerd. In 1844 werd het gerecht voor het eerst in een kookboek opgenomen. De tomaat komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika en bereikte pas in de zestiende eeuw Italië. Spaghetti arriveerde in de middeleeuwen op Sicilië dankzij moslims. Zulke dingen hoor je nooit wanneer mensen het over voedselverboden hebben.

    De burgemeester van Forte dei Marmi gelooft dat de Italiaanse cultuur alleen ‘beschermd en op waarde geschat kan worden’ door een ban op buitenlands voedsel. Maar wie het Italiaanse eten tot de vorm van 2017 wil bevriezen heeft geen respect voor de keuken. Geen enkele cultuur heeft maar één geschiedenis of maar één soort voedsel, en pogingen om Italië, Frankrijk, Denemarken of welk land dan ook in een glazen vitrine te stoppen zullen niet kunnen voorkomen dat die landen zich ontwikkelen. Je ontkent er alleen maar de invloeden mee waardoor die landen groot geworden zijn.

    Auteur: Tove Danovich

    SNELLE HAP MAAKT FURORE IN AFRIKA

    Is dit het een nieuw signaal van de toenemende welvaart in Zuid-Afrika? ‘Vergeet de Duitse auto’s en de dure horloges maar: de toenemende consumptie van fastfood zou wel eens de meest betrouwbare aanwijzing kunnen zijn voor de toenemende welvaart van de middenklasse in Zuid-Afrika,’ schrijft het Zuid-Afrikaanse weekblad Mail & Guardian. De Burger Kings, vestigingen van Domino’s Pizza en Starbucks nemen de laatste jaren hand over hand toe. De consumptie stijgt, door toedoen van de zwarte middenklasse die in tien jaar tijd in omvang is verdubbeld. Andere factoren die het succes van de snelle hap stimuleren: de onverzadigbare trek van Zuid-Afrikanen in vlees, hun voorkeur voor eten buiten de deur en ten slotte het stijgende aantal vrouwen met een baan.

    ‘Dat laatste betekent twee inkomens per gezin dat dus meer te besteden heeft. Maar het betekent ook dat degene die traditionaal zorgt voor de maaltijden daar nu minder tijd voor heeft’, aldus het blad.

    ‘Iedereen koopt tegenwoordig zo veel mogelijk kant-en-klaarmaaltijden, vooral van de bekende merken. En dat betekent dat zelfs mensen die minder te besteden hebben hun weinige geld nog aan fastfood uitgeven.’

    BIJ OPENINGSBEELD:

    De verwachting dat in de komende dertig jaar de wereldbevolking met tweeënhalf miljard zielen zal toenemen ‘zal voorstellingsvermogen en compromissen op het bord vereisen om dagelijks tien miljard mensen te kunnen voeden’, schrijft New Scientist. Het zal ‘een groene revolutie 2.0’ vergen volgens het Britse wetenschappelijke tijdschrift, dat een aantal extreme oplossingen opsomt voor de gastronomie van overmorgen. 
Er bestaan wat dat betreft 
verschillende stromingen, die elk onze eetlust op de proef zullen stellen. De synthetische productie van eieren en koemelk zonder dat er een dier aan te pas komt, bijvoorbeeld. Of termieten en rupsen, die immers rijk zijn aan eiwitten. Of groenten en kruiden die dankzij genetische manipulatie worden opgekweekt uit 
de darmbacterie E. coli…

    Eater
    VS | eater.com

    Dankzij de twee bloggers Lockhart Steele en Ben Leventhal is Eater groot en voornaam geworden als het over gastronomie gaat.

  • Voor de Koerden 
is het nu of nooit

    Voor de Koerden 
is het nu of nooit

    Al een eeuw strijden de Koerden in Irak voor zelfbestuur. Het referendum dat de Iraaks-Koerdische regering voor 25 september heeft uitgeschreven, biedt een unieke kans.

    Sinds de ontmanteling van de Koerdische provincie van het Ottomaanse rijk (als gevolg van de Britse bezetting van het gebied aan het einde van de Eerste Wereldoorlog), haken de Koerden in Irak naar onafhankelijkheid, in welke vorm dan ook. Aanvankelijk, aan het begin van de jaren twintig, richtten Europees georiënteerde nationalisten zich tot de Britse hoeders van het Iraakse mandaatgebied, met wie ze een wisselvallige relatie hadden. Onder auspiciën van de ‘koning van Koerdistan’, Mahmud Al-Hafid Barzanji, verzochten ze op de ‘lijst van nog te bevrijden volken’ te worden geplaatst. Ze wilden hiermee voorkomen dat ze weer onder Turks bewind zouden worden geplaatst.

    Nadat in 1932 de onafhankelijkheid van Irak was uitgeroepen – dat een Koerdische provincie kreeg – kwam de Koerdische nationalistische beweging voortdurend in botsing met de heersers in Bagdad. Achtereenvolgens waren dat de Hasjemitische dynastie (1932-1958), de nationalistische Iraakse leider Abdelkarim Al-Qassem (1958-1963) die Irak uitriep tot ‘eeuwige republiek’, en een reeks Baath-regimes: de gebroeders Abdelsalam en Abderrahman Aref (1963-1968), het duo Ahmed Hassan Al-Bakr en diens ‘secondant’ Saddam Hoessein (1968-1979), en tenslotte Saddam Hoessein zelf (1979-2003).

    De Amerikaanse invasie van Irak en de val van Saddam Hoessein in 2003 betekenden voor de Koerden dat ze niet meer voor een herstel van de tirannie van Bagdad hoefden te vrezen. Ze hadden al een autonoom gebied in Noord-Irak bevochten nadat de Amerikanen het bewind van Saddam in de nasleep van de Eerste Golfoorlog in 1991 vleugellam hadden gemaakt.

    schermafbeelding 2017 07 12 om 3 15 44 pm

    Nu is de Iraaks-Koerdische regering vastbesloten de nationalistische ambities volledig te verwezenlijken door op 25 september een referendum over onafhankelijkheid uit te schrijven. Er wordt openlijk van ‘afscheiding’ gesproken, een kortgeleden nog brandgevaarlijke term die tegenstanders van de Koerden gebruikten om hun autonomie in een kwaad daglicht te stellen.

    De situatie in de regio is weinig rooskleurig, maar dat komt de door schade en schande wijs geworden Koerden niet slecht uit. Zij weten immers dat hun omstandigheden verbeteren wanneer de vier staten waarover zij zijn uitgewaaierd (Irak, Iran, Syrië, Turkije) het zwaar te verduren krijgen. Alle spanningen tussen deze landen vormen voor de Koerden evenzovele bressen waarin zij zich kunnen nestelen.

    Mede dankzij het in 2006 ingestelde Iraakse federale systeem hebben de lokale autoriteiten van Erbil economische en politieke banden gesmeed met hun buurlanden, in het bijzonder met Iran en Turkije. Dit bewijst dat ze veel pragmatischer zijn dan uit hun nationalistische discours blijkt.

    Niet aan de grote klok

    Turkije en Iran hangen hun relatie met de Koerden in Irak liever niet aan de grote klok. Deze laatsten geven nu echter signalen af dat zij zich aan de kant van hetzij Ankara, hetzij Teheran zullen scharen, afhankelijk van de vraag welke partij het beste de Koerdische belangen dient. Daarom mijdt zowel Ankara als Teheran op dit moment meer dan ooit een confrontatie met de Iraakse Koerden. Want daarmee zou de ene regionale grootmacht de Koerden in de armen van de ander kunnen drijven, met ernstige economische en politieke schade als gevolg.

    De centrale regering in Bagdad is in dit politieke spel nog het minst te benijden, verzwakt als zij is door sektarische verdeeldheid, een neergaande economische situatie en een nog altijd haperende dagelijkse water- en stroomvoorziening. Bagdad – met zijn door sjiieten gedomineerde regering – wordt dermate door de eigen problemen in beslag genomen dat het zich van de rest van de Arabische wereld dreigt te vervreemden. Hierdoor is het minder in staat weerstand te bieden aan het Koerdische streven naar onafhankelijkheid. Het centrale Iraakse gezag is niet bij machte de Koerden zijn wil op te leggen. Het kan al helemaal geen oorlog tegen ze voeren, aangezien het Iraakse leger steeds verder uit elkaar valt. Blijft over: verbale agitatie.

    Overigens blijven de Koerden er heilig van overtuigd dat de Amerikanen het laatste woord zullen hebben, naast in mindere mate de Europeanen en de Russen

    Iraaks Koerdistan heeft zelf ook problemen, maar die zijn minder ernstig. Een optimistische visie luidt dat de onafhankelijkheid, die eventueel op het referendum volgt, een oplossing voor die problemen kan zijn. Salarissen zouden makkelijker kunnen worden betaald, en de spanningen tussen de regerende Koerdische Democratische Partij (KDP) en oppositiegroepen verminderen er wellicht door. Ook zou onafhankelijkheid een gunstig effect kunnen hebben op een transparant beheer van publieke gelden en op sociale gerechtigheid. Pessimisten vrezen juist dat de onafhankelijkheid vooral de huidige politieke elite ten goede zal komen en dat een nieuw Koerdistan meer zal lijken op Zuid-Soedan dan op een rechtsstaat en een baken van democratie. In dat scenario dient het referendum er alleen maar toe om de problemen te verdoezelen door nationalistische sentimenten op te poken.

    Hoe dan ook, voor een overweldigende meerderheid van de Koerden is dit referendum een unieke kans. De regionale Koerdische regering heeft daarom haar uiterste best gedaan haar betrekkingen met Arabische landen, met name de Golfstaten, op te poetsen. Dit om zo veel mogelijk steun voor de Koerdische onafhankelijkheid te verwerven. Toch blijven vooral Iran en Turkije sceptisch: ze zijn beducht voor het effect van die onafhankelijkheid op hun eigen Koerdische minderheden.

    Overigens blijven de Koerden er heilig van overtuigd dat de Amerikanen het laatste woord zullen hebben, naast in mindere mate de Europeanen en de Russen. Het Koerdische leiderschap zou het ook wel uit het hoofd hebben gelaten dit referendum te organiseren als het daarvoor geen groen licht van de wereldmachten had gekregen. Sinds 1991 hebben de Koerden geleerd zelfvoorzienend te zijn en rekening te houden met de duistere wetmatigheden die de internationale politiek dicteren.

    Evenzeer hebben zij een instinct ontwikkeld om de kansen te grijpen die de omstandigheden bieden. Op die manier zouden ze een einde kunnen maken aan de illusie van de ‘eeuwige’ republiek die de vroegere nationalistische Iraakse president Abdelkarim Al-Qassem koesterde.

    Of Koerdistan wordt nu onafhankelijk, of het wordt dat nooit meer: dat is de opvatting in de regio.

    Auteur: Shawrash Darwich

    Al-Hayat
    Saoedi-Arabië | dagblad | oplage 110.000

    ‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.

  • 4. Orbán droomt van een gesloten staat

    4. Orbán droomt van een gesloten staat

    Het nationalisme van het Hongaarse regime is een schaamlap voor corruptie en neoliberalisme, aldus een Hongaarse columnist.

    De huidige critici van de Europese Unie willen dat de natiestaten terugkeren. Viktor Orbán heeft dit een prioritaire doelstelling genoemd in zijn jaarlijkse toespraak [uitgesproken op 10 februari jl.] Culturele en economische soevereiniteit is altijd al zijn belangrijkste stokpaardje geweest. Aan de ene kant zou de natiestaat volgens hem kunnen zorgen voor culturele homogeniteit. Aan de andere kant zou de natiestaat de onderlinge concurrentie tussen landen op het gebied van belastingen en lonen bevorderen. Maar waarom zou een van deze twee benaderingen nu uitgerekend voor Hongarije gunstig zijn?

    Wie honderd jaar na de ineenstorting van de Habsburgse monarchie, die de multiculturele vrede op wonderbaarlijke wijze had weten te bewaren, in Midden-Europa tot iedere prijs zou willen terugkeren naar de natiestaat of naar etnische homogeniteit, heeft niets begrepen van de geschiedenis. En ook niet van het heden. De natiestaat van Viktor Orbán is weliswaar handig, want het lukt om Audi en Mercedes aan te trekken met lage lonen en karige arbeidsvoorwaarden. Maar het wordt veel minder efficiënt wanneer je het salaris van een Duitse werknemer in Ingolstadt afzet tegen een Hongaarse arbeider die in Györ zwoegt.

    Dan verliest het kader van de natiestaat zijn aantrekkelijkheid ten opzichte van een pan-Europese benadering. Het is geen toeval dat een natiestaat als Ierland Apple toestond om de fiscus te tillen. In die kwestie waren noch Orbán, noch Le Pen, noch Heinz-Christian Strache [de leider van de Oostenrijkse FPÖ] verontwaardigd over een multinational die de regels van het oude continent en zijn burgers met voeten trad. Het was de Europese Commissie die in actie kwam. De extreem-rechtse partijen, de ridders van de natiestaat, zijn vooral degenen die, achter hun façade van xenofobie, hun eigen arbeiders uitleveren aan de grillen van de globalisering zodra ze een hoge positie hebben bereikt.

    De beste truc van het nationalisme 
is de kiezers ervan te overtuigen dat 
ze zich moeten laten leiden door hun onderbuikgevoelens, als leden van een gedroomde nationale gemeenschap, 
in weerwil van rationele belangen

    Het verbaast dus niet dat groeperingen die de EU op de korrel nemen en er zelfs van gruwen – van de Lega Nord en de FPÖ tot Fidesz – pleiten voor een neoliberaal beleid tegen armoedzaaiers wanneer ze regeren. Het is per slot van rekening heel eenvoudig om Brussel ervan te beschuldigen te hebben bijgedragen aan de daling van de koopkracht en de algehele sociale malaise.

    Viktor Orbán denkt helemaal niet aan de arbeider in Györ wanneer hij de 
natiestaat ophemelt. Hij denkt vooral aan de corruptie, die veel lastiger aan het licht kan worden gebracht in een staat die potdicht zit, en aan de multinationals die hij paait met belastingverlagingen. Het werk van Ulrich Beck (Duitse socioloog, 1944-2015) toont goed aan dat nationalistische retoriek een comfortabele schaamlap is voor 
de kwalijke gevolgen van corruptie en neoliberalisme.

    De beste truc van het nationalisme 
is de kiezers ervan te overtuigen dat 
ze zich moeten laten leiden door hun onderbuikgevoelens, als leden van een gedroomde nationale gemeenschap, 
in weerwil van rationele belangen. 
De arbeider uit het noordoosten van Engeland zou eigenlijk moeten rebelleren tegen de Tories, die zijn positie aanzienlijk hebben verzwakt en hebben bijgedragen aan de stijging van 
de werkloosheid. Maar hij balt zijn vuist tegen Brussel, omdat hij zijn oren laat hangen naar het UKIP-verhaal tegen het sociale Europa, waar 
hij in deze barre tijden toch echt veel baat bij zou hebben.

    Wie de natiestaat in Hongarije bij hoog en bij laag steunt, en dus de grootste pleitbezorger van belastingparadijzen is, blijft de plaatselijke arbeiders afschepen met lage lonen om deze gokstrategie vol te houden die ons onderscheidt van andere landen. Zou dat op termijn echt voordelig zijn voor het land?

    Auteur: Péter Techet
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Lees in deze editie ook het opiniestuk van Ivan Krastev over de anti-EU-partijen.

    Openingsbeeld: Viktor Orbán begroet aanhangers tijdens de Hongaarse nationale feestdag op 15 maart. – © Arpad Kurucz / HH

    Magyar Nemzet
    Hongarije | dagblad | 70.000

    Rechts-conservatief Hongaars dagblad. De krant is gelieerd aan de regerende Fidesz-partij van Viktor Orbán en is altijd kritisch over de linkse oppositiepartij MSZP.

  • 4. De onstuitbare opkomst van de ideeën van Erdogan

    4. De onstuitbare opkomst van de ideeën van Erdogan

    Volgens politicoloog Tanil Bora vertoont het regime van de Turkse president Erdogan veel overeenkomsten met dat van andere conservatieve nationalisten als Viktor Orbán en Vladimir Poetin.

    Gelooft u, in het licht van de huidige debatten over de grondwetsherziening, dat we na het kemalisme [de ideologie van Atatürk, stichter van het moderne Turkije] nu in het tijdperk van het erdoganisme zijn aangeland?

    Het erdoganisme is een concept van westerse politicologen, dat om die reden wordt bekritiseerd en bespot door Turkse conservatieven. Het erdoganisme als ideologie en manier van regeren is gebaseerd op een persoonlijkheidscultus en alleenheerschappij. Het is een concept dat de nadruk legt op de ideologische en intellectuele kneedbaarheid van het regime, in die mate dat alleen de zeggenschap en de willekeur van de machthebber werkelijk van belang zijn. Dit concept stelt ons in staat het huidige Turkse regime te vergelijken met dat van Orbán in Hongarije, Andrzej Duda in Polen of Poetin in Rusland, die evenzeer het product zijn van onze tijd. De meeste van deze leiders zijn conservatieve nationalisten, maar ook ‘sterke mannen’, populisten die de scheiding der machten ter discussie stellen en zich rechtstreeks tot het volk richten door de politieke partijen, de democratische regels en de traditionele reguleringsmechanismen te omzeilen; ze zetten de mechanismen van de representatieve democratie naar hun hand. Ze doen alsof ze hun legitimiteit rechtstreeks aan het volk ontlenen en weigeren de macht te delen, onder het voorwendsel dat de natie ondeelbaar is en de volkssoevereiniteit onvervreemdbaar.

    Anders dan autocratische regimes uit de twintigste eeuw handhaven deze regimes een parlement, een burgermaatschappij en een rechtsapparaat, die ze echter wel uitkleden…

    Ja. De instituties worden uitgekleed naargelang de omstandigheden. Ze verliezen hun onafhankelijkheid en worden instrumenten van de macht of ontwikkelen zich op zo’n manier dat ze hun naam niet langer waardig zijn. Dat is een zeer hedendaags kwaad. De eenentwintigste eeuw maakt een autoritaire ontwikkeling door die aan het fascisme herinnert. Het erdoganisme is de plaatselijke exponent van deze ontwikkeling.

    De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien

    Hoe zou u de betrekkingen tussen het erdoganisme en het islamisme definiëren?

    Het islamisme speelt deels een rol in deze ratjetoe maar het is niet het enige element. Het erdoganisme steunt op een zeer uitgebreid nationalistisch repertoire dat zich uitstrekt van het onkerkelijke nationalisme tot het racistische nationalisme van extreem rechts. We treffen er ook een neo-Ottomaanse tendens in aan die verband houdt met het islamisme maar daar niet toe kan worden beperkt, evenals de gebruikelijke etatistische, op veiligheid gerichte ideologie die erg pregnant blijft. Maar het islamisme is natuurlijk een belangrijke en structurele factor.

    De scheiding der machten wordt opnieuw ter discussie gesteld. Hoe verhoudt het erdoganisme zich tot die scheiding?

    Het uiten van kritiek op maatschappij of politiek geldt momenteel in Turkije als een strafbaar feit en een oproep tot separatisme. De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien, als een poging om zout in onze wonden te strooien of de publieke opinie te verdelen. De scheiding der machten wordt als een voorbeeld daarvan gezien. Als je hen mag geloven, betekent alleen het praten over die scheiding al dat je het land verdeelt en het terrorisme in de kaart speelt. De islamistische stroming in Turkije heeft altijd een probleem gehad met de scheiding der machten, maar er zijn twee verschillende tendensen te bespeuren.

    De eerste beschouwt de Turkse variant als veel te streng en pleit voor een ‘werkelijke scheiding’ met een universele strekking, geïnspireerd door de Angelsaksische landen waar men veel gematigder en respectvoller oordeelt over godsdiensten. De tweede tendens is van mening dat de scheiding der machten volstrekt onverenigbaar is met de islam. Deze laatste tendens wint terrein in Turkije maar ze heeft nog niet gewonnen. Naar mijn mening zijn beide richtingen vertegenwoordigd in de islamistische beweging en in de gelederen van de AKP. Hun gemeenschappelijke strategie bestaat erin dat ze de manoeuvreerruimte van de onkerkelijken willen beperken, zoals de laatsten hun best hebben gedaan de manoeuvreerruimte van de islamisten te beperken voordat de AKP aan de macht kwam.

    Streeft het erdoganisme ernaar een natie op te bouwen?

    Natuurlijk. Alle nationalistische ideologieën proberen het volk het beeld op te leggen dat ze van dat volk hebben. Zowel Erdogan als de AKP heeft zijn eigen definitie van het volk, zoals iedereen weet gebaseerd op de praktiserende en conservatieve soennitische meerderheid, die als loyaal wordt gezien en als exponent van het ‘echte land’. Ook de Koerden werden tot op zekere hoogte als een integraal onderdeel van deze meerderheid beschouwd. Tegenwoordig blijven ze stilzwijgend deel uitmaken van het nationale pact, maar worden ze opnieuw gewantrouwd en als een probleem gezien. Kortom, aan de ene kant zou er een werkelijke natie ontstaan, een volk in de meest organische zin van het woord, en aan de andere kant zouden we ‘de anderen’ krijgen, degenen die alleen voor de vorm tot de natie behoren omdat ze daar toevallig staatsburger van zijn. Uitdrukkingen als ‘ons volk’, die op consensus lijken te berusten, hebben in werkelijkheid tot doel een scheiding aan te brengen tussen het ‘echte’ volk en de anderen.

    Tanil Bora.
    Tanil Bora.

    Gaat het erom een vijandbeeld te creëren?

    Absoluut. Als je het volk definieert door het tot deze wezenskenmerken terug te brengen, wordt iedereen die niet in de matrijs past gemarginaliseerd. Deze criminalisering houdt verband met dat nieuwe populistische autoritarisme waarover we het eerder hadden. Dat zit in het DNA van het populisme. Het volk en de natie worden teruggebracht tot een formule, tot een identiteitskenmerk. Deze globale identiteitsformule laat geen enkele plaats aan bloedgroepen, aan afkomst, aan alternatieve keuzes. Deze hartstocht voor uniformiteit en homogeniteit verhindert de opkomst van een reëel pluralisme.

    Dat doet me denken aan de islamistische leider Necmettin Erbakan, van wie de stichters van de AKP zich afscheidden om hun eigen partij te beginnen. Hij had altijd de mond vol van ‘ons volk’. De nationalisten op rechts wilden hem dwingen duidelijk te maken wat hij daarmee bedoelde en wezen erop dat hij nooit over het ‘Turkse volk’ sprak. In feite probeerde Erbakan onder bedekte termen onmin te zaaien in de moslimgemeenschap.

    Wat te denken van de houding van de AKP en Erdogan ten aanzien van het Koerdische probleem? We hebben gezien hoe de AKP bijeenkomsten organiseerde met Koerdische vlaggen en openlijk de term ‘Koerdistan’ gebruikte, maar op andere momenten gewoon ontkende dat er zoiets als een Koerdische kwestie bestond…

    Sinds haar ontstaan doet de AKP alsof ze in staat is de Koerdische kwestie te regelen en heeft ze inderdaad blijk gegeven van een gematigdheid en een souplesse die ongekend zijn voor een rechtse Turkse partij. Als we de vraag naar de juistheid en het democratische of antidemocratische karakter even buiten beschouwing laten, moeten we erkennen dat het aanbieden van een islamitische identiteit een bijdrage heeft geleverd aan de oplossing van de Koerdische kwestie. De AKP heeft blijk gegeven van een groot aanpassingsvermogen zonder zich in het islamitische kader te laten opsluiten. Het is een partij die veel kiezers in de Koerdische regio heeft weten aan te spreken. Maar sindsdien heeft er een complete ommekeer plaatsgevonden.

    We kunnen ons dus afvragen wat de echte AKP is. Is dat de AKP van voor of van na de ommekeer ten aanzien van de Koerdische kwestie?

    Ik zou er een lief ding voor over hebben om in het hoofd te kunnen kijken van al diegenen binnen de AKP die zich voorstander hebben verklaard van een oplossing van de Koerdische kwestie, of dat nu in naam van de islam was of van de democratie. Je zou ze graag over het onderwerp willen horen, maar ze doen er liever het zwijgen toe. Gaat het niet om het belangrijkste probleem in het huidige Turkije? Er is in dit land geen vrijheid van gedachte of publieke opinie meer. Om tal van redenen kunnen deze mensen zich niet langer uitspreken.

    Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken

    Wat vindt u van de Democratische Volkspartij HDP [een linkse partij die is voortgekomen uit de Koerdische politieke beweging]?

    Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken. De leden van de HDP zijn vorig jaar ernstig bekritiseerd omdat ze geen duidelijk standpunt innamen op het moment dat de onenigheden tussen het Turkse leger en de PKK weer begonnen. Ik begrijp die kritiek, maar hun hardnekkige pogingen om de Turkse politiek democratischer te maken ondanks de meedogenloze repressie, de voortdurende beschuldigingen en het isolement waarin ze zijn gedwongen vind ik absoluut opmerkelijk.

    En hoe denkt u over de Republikeinse [sociaaldemocratische] Volkspartij CHP? Daar is een probleem bij de partijleiding.

    Dat komt vooral doordat de partij het niet eens kan worden over fundamentele problemen. Omdat de CHP zich niet kan losmaken van haar etatistische cultuur, wordt ze in de richting van een bepaalde vorm van conservatisme geduwd. Iedereen op links houdt vast aan zijn eigen militante overtuigingen en heeft daarom moeite een ander publiek aan te spreken. Jullie bij Cumhuriyet weten als geen ander hoe treurig het is gesteld met de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Elk standpunt kan binnen enkele secondes ongeloofwaardig worden gemaakt met een lawine van laster, beledigingen en pogingen tot intimidatie. De mensen staan enorm onder druk en zoeken hun heil bij elkaar. Ze leven van dag tot dag. Maar je kunt geen politiek bedrijven zonder dat je probeert andere bevolkingsgroepen aan te spreken en je thuishonk verlaat om andere terreinen te verkennen.

    Auteur: Kemal Göktas
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: De Bosnische basketballer Indira Kaljo kreeg van FIBA toestemming om tijdens de wedstrijden haar hoofddoek te dragen. De reguliere Turkse media besteedden uitgebreid aandacht aan haar. – © Elif Ozturk / Anadolu Agency / Getty

  • 2. Hoogtijdagen multinationals zijn voorbij

    2. Hoogtijdagen multinationals zijn voorbij

    Politici als Donald Trump, die tekeergaan tegen de macht van grote internationale bedrijven, lopen in veel opzichten achter. Multinationals waren al ruim voor de populistische revoltes van 2016 op hun retour.

    Een van de vele dingen waar Donald Trump een hekel aan heeft zijn grote wereldconcerns. Hij verwijt ze een ‘bloedbad’ onder gewone Amerikanen aan te richten door banen en fabrieken naar het buitenland te verhuizen. Hij wil deze plunderende multinationals temmen. Lagere belastingen zullen hun geld naar Amerika laten terugvloeien, importheffingen zullen hun buitenlandse aanvoerketens belemmeren, en de handelsovereenkomsten waardoor ze zaken kunnen doen zullen herschreven worden. Om aan strafmaatregelen te ontkomen ‘hoeven jullie alleen maar hier te blijven’, zei hij tegen de Amerikaanse bazen.

    Trumps agressief protectionistische toon is ongebruikelijk. Maar hij loopt in veel opzichten achter. Multinationals, de aanjagers van globalisering, waren al ruim voor de populistische revoltes van 2016 op hun retour. Hun financiële resultaten blijven achter, waardoor ze niet langer plaatselijke bedrijven uitkleden. Vele lijken niet meer in staat verder in hun kosten en belastingen te snijden en hun plaatselijke concurrenten te slim af te zijn. De impact op de wereldhandel zal groot zijn.

    Multinationals, die een groot deel van hun zaken buiten hun thuisbasis doen, bieden wereldwijd werk aan slechts een op de vijftig mensen. Maar ze zijn wel belangrijk. Een paar duizend bedrijven bepalen wat miljarden mensen bekijken, dragen en eten. Multinationals als IBM, McDonald’s, Ford, H&M, Infosys, Lenovo en Honda zijn het ijkpunt voor managers. Zij coördineren de aanvoerketens die verantwoordelijk zijn voor 50 procent van de wereldhandel. Zij nemen wereldwijd een derde van de waarde van de effectenbeurzen voor hun rekening en bezitten het leeuwendeel van het intellectuele eigendom – van lingerieontwerpen tot virtual-realitysoftware en medicijnen tegen diabetes.

    Een tentoonstelling van McDonald’s-speelgoed in de Canton Tower in Guangzhou (Kanton), China. – © Zhong Zhenbin / Getty Images
    Een tentoonstelling van McDonald’s-speelgoed in de Canton Tower in Guangzhou (Kanton), China. – © Zhong Zhenbin / Getty Images

    Hun grote bloei kwam begin jaren negentig, toen de markten van China en het voormalige Sovjetblok opengingen en Europa integreerde. De omvang en efficiency van multinationals viel in de smaak bij beleggers. Een Chinese fabriek kon gereedschap uit Duitsland gebruiken, belasting betalen in Luxemburg en verkopen aan Japan. Het was een gouden tijd.

    Belangrijk voor de opkomst van multinationals was hun aanspraak dat ze goudmijnen bij uitstek waren. Die aanspraak ligt inmiddels in duigen. De winsten van multinationals zijn de afgelopen vijf jaar met 25 procent gedaald. Hun investeringsresultaat is in twee decennia niet zo laag geweest. Deze neergang is deels te verklaren door de sterke dollar en een lage olieprijs. Technologische toppers en consumentenbedrijven met sterke merken doen nog steeds goede zaken. Maar de pijn is te wijdverbreid en langdurig om als een dipje te kunnen worden afgedaan. Liefst 40 procent van alle multinationals heeft minder dan 10 procent rentabiliteit van het eigen vermogen, een ongekend slechte prestatie. De meeste industrieën groeien langzamer en zijn minder winstgevend dan de plaatselijke bedrijven die in hun achtertuin zijn blijven hangen. Wereldwijd is de winst waarvoor multinationals verantwoordelijk zijn, gedaald van 35 procent tien jaar geleden tot 30 procent nu. Voor veel bedrijven op het gebied van de maakindustrie, financiële dienstverlening, grondstoffenvoorziening, media en telecommunicatie is de globalisering een last geworden in plaats van een lust.

    Dat komt doordat de winstgevendheid na dertig jaar onder druk staat. Bedrijven hebben hun belastingaanslagen tot het laagste punt teruggeschroefd; in China stijgt het loon van fabrieksarbeiders. Plaatselijke bedrijven zijn slimmer geworden; ze kunnen de innovaties van multinationals stelen, kopiëren of wegconcurreren zonder kostbare kantoren en fabrieken in het buitenland te hoeven bouwen. Van de Amerikaanse schalie-industrie tot de Braziliaanse banken, van de Chinese e-commerce tot de Indiase telecommunicatie, overal voeren plaatselijke bedrijven de boventoon, en niet de multinationals.

    Trump is het jongste en strijdlustigste voorbeeld van een wereldwijd streven om een groter deel van de winst van multinationals af te romen

    Het veranderende politieke landschap maakt het nog moeilijker voor de reuzen. Trump is het jongste en strijdlustigste voorbeeld van een wereldwijd streven om een groter deel van de winst van multinationals af te romen. China wil dat ze niet alleen hun aanvoerketens in het land vestigen, maar ook activiteiten waaraan meer hersenwerk te pas komt, zoals onderzoek en ontwikkeling. Van Duitsland tot Indonesië, overal worden de overname-, antitrust- en dataregels aangescherpt.

    De komst van Trump zal het bloederige herstructureringsproces alleen maar versnellen. Veel bedrijven zijn simpelweg te groot: ze zullen hun imperium moeten afslanken. Andere proberen zich dieper te wortelen in de markten waarop ze opereren. General Electric en Siemens ‘lokaliseren’ aanvoerketens, productie, banen en belastingen tot regionale of nationale eenheden. Een andere strategie is om ‘ongrijpbaar’ te worden. Toppers uit Silicon Valley, zoals Uber en Google, breiden zich nog steeds in het buitenland uit. Fastfood- en hotelketens stappen over van hamburgers bakken en bedden opmaken op het verkopen van merkrechten.

    Dat multinationals op hun retour zijn, zal politici het idee geven dat ze een grotere vinger in de pap krijgen. Maar niet elk land kan een groter deel van de productie, banen en belastingen van hetzelfde bedrijf in de wacht slepen. En een snelle aftakeling van de dominante vorm van zakendoen gedurende de afgelopen twintig jaar kan chaotische gevolgen hebben. Veel landen met een tekort op de handelsbalans (zoals het ‘globale’ Verenigd Koninkrijk) vertrouwen op de kapitaalstroom die multinationals binnenbrengen. Als de bedrijfswinsten dalen, zal de waarde van de effectenbeurzen vermoedelijk instorten.

    Hogere prijzen

    En de consumenten en stemmers? Die raken schermen aan, dragen kleren en slikken geneesmiddelen die worden geproduceerd door bedrijven die ze als immorele, afstandelijke uitbuiters beschouwen. De gouden tijd voor multinationals is ook een gouden tijd geweest voor consumentenkeuze en efficiency. Door hun neergang zal de wereld misschien eerlijker lijken. Maar de inkrimping van multinationals kan niet alle banen terugbrengen die mensen als Trump beloven. En het zal leiden tot hogere prijzen, minder concurrentie en vertragende innovatie. Mettertijd zouden miljoenen kleine bedrijven die zakendoen met het buitenland de grote bedrijven kunnen vervangen als overdragers van ideeën en kapitaal. Maar hun gewicht is gering. Misschien zullen de mensen, als ze terugkijken naar een tijd waarin multinationals de zakenwereld beheersten, betreuren dat die voorbij is.

    Vertaler: Peter Bergsma

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.337.180

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief. Alle stukken worden anoniem gepubliceerd.

    CONTEXT – VK: Op de terugtocht

    Hoe staan de grote multinationale ondernemingen ervoor in dit tijdperk van herlevend protectionisme, vraagt The Economist zich af. Die zijn ‘op de terugtocht’, concludeert het Britse weekblad in een uitgebreid dossier waarin wordt teruggekeken op het soms overdonderende succes van multinationals als McDonald’s of KFC in de decennia rond de eeuwwisseling en hun verval van de laatste jaren.

    CONTEXT – VS: 11.500 daling koopkracht

    Het gemiddelde Amerikaanse gezin zou de komende vijf jaar een verlies aan koopkracht van 11.500 dollar tegemoet moeten zien als Washington vasthoudt aan een importbelasting van 35 procent op producten uit Mexico en van 45 procent op import uit China en Japan, waarmee Donald Trump heeft gedreigd. Dat zou overeenkomen met het opleggen van een consumentenbelasting van 18 procent aan de 10 procent armste Amerikanen (en van slechts 3 procent aan de 10 procent rijkste), volgens een onderzoek van de National Foundation for American Policy, geciteerd door The Economist.

  • 1. Het einde van de liberale democratie

    1. Het einde van de liberale democratie

    De beroemde essayist Francis Fukuyama, die in 1989 ‘het einde 
van de geschiedenis’ aankondigde, buigt zich over het populistisch nationalisme dat overal in het Westen opgeld doet.

    De onverwachte nederlaag die Donald Trump toebracht aan Hillary Clinton vormt een waterscheiding, niet alleen in de Amerikaanse politiek, maar in de hele wereldorde. Het lijkt erop dat we op de drempel staan van een nieuw, populistisch-nationalistisch tijdperk, waarin de dominante liberale orde die sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw is opgebouwd wordt aangevallen door opgewonden, boze democratische meerderheden. Er bestaat een levensgroot gevaar dat we afglijden naar een wereld van elkaar bevechtende en even boze nationalistische entiteiten, en als dat gebeurt, beleven we een omslag die net zo belangrijk is als de val van de muur in 1989.

    De manier waarop Trump zijn overwinning heeft behaald, zegt veel over de sociale basis van de beweging die hij om zich heen heeft gevormd. Een blik op de stemverdeling leert dat de steun voor Clinton geografisch gezien geconcentreerd was in steden langs de kust, terwijl grote stukken van landelijk en kleinsteeds Amerika overduidelijk voor Trump hebben gestemd. Het verrassendst was de verschuiving in Pennsylvania, Michigan en Wisconsin, drie noordelijke industriële staten die hij aan zijn kant kreeg, terwijl ze bij vorige verkiezingen zo standvastig Democratisch waren dat Clinton niet eens de moeite nam om in die laatste staat campagne te voeren. Trump won dankzij de vakbondsarbeiders, slachtoffers van de de-industrialisatie, die hij met zijn ‘make America great again’ beloofde dat hij hun verdwenen fabrieksbanen zou terugbrengen.

    Klassensysteem

    Dit hebben we eerder gezien. Het is het verhaal van de Brexit, waar de kiezers die voor een vertrek stemden ook voornamelijk op het platteland en in kleine dorpen en steden buiten Londen woonden. Hetzelfde verhaal gaat op voor Frankrijk, waar kiezers uit de arbeidersklasse van wie de ouders en grootouders altijd op de communistische en socialistische partijen hebben gestemd, nu kiezen voor het Front National van Marine Le Pen.

    Maar populistisch nationalisme is een veel breder verschijnsel. Vladimir Poetin blijft impopulair onder de beter opgeleide kiezers in grote steden als Sint-Petersburg en Moskou, maar geniet in de rest van het land enorme steun. Hetzelfde geldt voor de Turkse president Recep Tayyip Erdogan, die zijn enthousiaste aanhangers vindt in de conservatieve lagere middenklasse van het land, en voor de Hongaarse premier Viktor Orban, die overal populair is, behalve in Budapest.

    Sociale klasse, tegenwoordig bepaald door opleidingsniveau, lijkt in veel geïndustrialiseerde en opkomende economieën het allerbelangrijkste sociale indelingscriterium. Het klassensysteem wordt gevoed door de globalisering en de opmars van de technologie, die zich weer konden ontwikkelen dankzij de voornamelijk door de VS gecreëerde liberale wereldorde.

    Als we het over een liberale wereldorde hebben, bedoelen we het gereguleerde systeem van internationale handel en investeringen dat de afgelopen jaren de basis heeft gevormd van een wereldwijde groei. Dankzij dit systeem kunnen in de week voor Kerstmis in China iPhones worden gemaakt en naar klanten in de VS en Europa verscheept. Hetzelfde systeem heeft miljoenen mensen ertoe aangezet om vanuit armere landen naar rijkere te trekken, waar meer kansen liggen voor henzelf en hun kinderen. Dit systeem heeft zijn belofte waargemaakt: tussen 1970 en de financiële crisis van 2008 in de Verenigde Staten, is de wereldwijde productie van goederen en diensten verviervoudigd, en zijn honderden miljoenen mensen de armoede ontstegen, niet alleen in China en Zuid-Amerika, maar ook in Afrika ten zuiden van de Sahara.

    De echte vraag zou niet moeten zijn waarom het populisme in 2016 is opgekomen, maar waarom het zo lang heeft geduurd voor het de kop opstak

    Maar zoals iedereen nu moet erkennen, hebben de voordelen van dat systeem niet de hele bevolking bereikt. De werkende klassen in de ontwikkelde wereld zagen hun banen verdwijnen als gevolg van de outsourcing en tot het uiterste doorgevoerde efficiëntie waarmee bedrijven de meedogenloze concurrentie op de wereldmarkt aangingen.

    Dit langetermijnverhaal kwam in een sterke stroomversnelling terecht door de hypotheekcrisis in de VS en de eurocrisis die Europa een paar jaar later trof. In beide gevallen ging het om een door de elite ontworpen systeem – in het geval van de VS geliberaliseerde financiële markten, in Europa bijvoorbeeld het interne migratiesysteem van Schengen – die dramatisch ineenstortten als gevolg van een externe schok. Weer betaalden gewone, werkende mensen een veel hogere prijs voor deze mislukkingen dan de elites zelf. Sindsdien zou de echte vraag niet moeten zijn waarom het populisme in 2016 is opgekomen, maar waarom het zo lang heeft geduurd voor het de kop opstak.

    In de VS was sprake van een politiek falen, in die zin dat het systeem de traditionele werkende klasse niet genoeg vertegenwoordigde. De Republikeinse partij werd gedomineerd door de Amerikaanse bedrijven en hun bondgenoten die flink hadden geprofiteerd van de globalisering, terwijl de Democratische partij was verworden tot identiteitspartij, een coalitie van vrouwen, Afro-Amerikanen, Hispanics, milieuactivisten en de LHBT-gemeenschap, die zich niet meer bezighield met economische vraagstukken.

    Het onvermogen van Amerikaans links om de werkende klasse te vertegenwoordigen, wordt in heel Europa weerspiegeld. De Europese sociaaldemocratie heeft zich al een paar decennia geleden verzoend met de globalisering, in de vorm van het Britse centrisme of het soort neoliberaal reformisme dat de sociaaldemocraten van Gerhard Schröder in het eerste decennium van deze eeuw aanhingen.

    Maar het bredere onvermogen van links was dat het dezelfde fout maakte als in de aanloop naar 1914 en de Eerste Wereldoorlog, toen, zoals de Brits-Tsjechische filosoof Ernest Gellner het zo mooi verwoordt, een brief die geadresseerd was aan ‘klasse’, per ongeluk werd bezorgd bij ‘natie’. Natie gaat bijna altijd boven klasse, omdat het kan putten uit een krachtige identiteitsbron, het verlangen naar verbinding met een natuurlijke culturele gemeenschap. Deze hang naar identiteit neemt nu de vorm aan van de Amerikaanse alt-rightbeweging, een voorheen nauwelijks serieus genomen verzameling groepen die allemaal een vorm van blank nationalisme aanhingen.

    Maar behalve deze extremisten begonnen ook veel gewone Amerikaanse burgers zich af te vragen waarom er zo veel immigranten hun gemeenschap binnenkwamen, en wie de drijvende kracht was achter een politiek correct taalgebruik waarin je niet eens over het probleem kon klagen. Dit is de reden waarom Donald Trump ook veel stemmen kreeg van beter opgeleide en rijkere kiezers, die geen slachtoffer van de globalisering waren, maar toch het idee hadden dat hun land ze werd afgepakt. Onnodig te zeggen dat deze dynamiek ook ten grondslag lag aan de Brexit-stem.

    Een aanmoediging voor Donald Trump op een verlaten huis in Schuylkill County, Pennsylvania. – © Mark Makela / Getty Images
    Een aanmoediging voor Donald Trump op een verlaten huis in Schuylkill County, Pennsylvania. – © Mark Makela / Getty Images

    Dus wat zullen de concrete gevolgen van Trumps overwinning zijn voor het internationale systeem? In tegenstelling tot wat zijn critici zeggen heeft Trump wel degelijk een consequent en doordacht standpunt: hij is nationalist op het gebied van economisch beleid en in relatie met het wereldwijde politieke systeem. Hij heeft duidelijk gemaakt dat hij bestaande handelsakkoorden als NAFTA en waarschijnlijk ook de WTO wil openbreken, en dat hij bereid is daaruit te stappen als hij niet krijgt wat hij wil. En hij heeft zijn bewondering geuit voor ‘sterke’ leiders zoals Poetin in Rusland, die met hun doortastendheid tenminste resultaten boeken. Veel minder vriendelijk is zijn opstelling tegenover traditionele VS-bondgenoten, zoals de leden van de NAVO of Japan en Zuid-Korea, die hij ervan heeft beschuldigd dat ze profiteren van de Amerikaanse militaire macht. Dit duidt erop dat ook voor de steun aan die landen opnieuw onderhandeld moet worden over de bestaande kostenverdeling.

    De gevaren van deze standpunten, zowel voor de wereldeconomie als voor het mondiale veiligheidssysteem, kunnen niet genoeg benadrukt worden. De wereld van vandaag gonst van het economisch nationalisme. Een open handels- en investeringsstelsel is altijd in stand gehouden door de hegemonie van de VS. Als Amerika nu eenzijdig de voorwaarden van het contract verandert, zijn er in de rest van de wereld veel machtige spelers die de VS maar al te graag met gelijke munt willen terugbetalen, en zo ontstaat een neerwaartse economische spiraal die herinneringen oproept aan de jaren dertig van de vorige eeuw.

    Het gevaar voor de internationale veiligheidssystemen is al even groot. Rusland en China zijn de afgelopen decennia opgekomen als belangrijke, autoritaire grootmachten die allebei territoriale ambities hebben. Vooral Trumps houding tegenover Rusland is verontrustend: hij heeft nooit een woord van kritiek op Poetin geuit en zelfs gesuggereerd dat diens annexatie van de Krim misschien wel gerechtvaardigd was. Gezien zijn onwetendheid over de meeste aspecten van buitenlands beleid, doen zijn uitspraken met betrekking tot Rusland vermoeden dat Poetin een of andere verborgen macht over hem heeft, misschien in de vorm van schulden aan Russische bronnen die zijn zakenimperium drijvende houden. Als Trump inderdaad een poging doet om ‘beter op te schieten’ met Rusland, zullen de eerste slachtoffers daarvan Oekraïne en Georgië zijn, twee landen die als wankele democratieën de steun van Amerika nodig hadden om hun onafhankelijkheid te behouden.

    De invloed van Amerika heeft altijd meer afgehangen van zijn “soft power” dan van domme inzet van geweld

    Breder gezien zal een presidentschap van Trump het eind aankondigen van het tijdperk waarin Amerika zelf een symbool van democratie vormde voor mensen die overal ter wereld onder corrupte, autoritaire regimes leven. De invloed van Amerika heeft altijd meer afgehangen van zijn ‘soft power’ dan van domme inzet van geweld, zoals de invasie in Irak. De Amerikaanse keuze bij de afgelopen verkiezingen betekent een wisseling van de wacht, van het liberale, internationalistische kamp naar het populistische, nationalistische kamp. Het is niet toevallig dat Trump krachtige steun kreeg van UKIP-voorman Nigel Farage, en dat een van de eersten die hem feliciteerden Marine le Pen van het Franse Front National was.

    Het afgelopen jaar is er een nieuwe populistisch-nationalistische internationale opgestaan, waarin gelijkgestemde groepen elkaar over de grenzen heen informatie en steun bieden. Het Rusland van Poetin levert daar een enthousiaste bijdrage aan, niet omdat het iets geeft om de nationale identiteit van anderen, maar simpelweg om onrust te stoken. De informatieoorlog die Rusland heeft ontketend door het e-mailverkeer van het Democratic National Committee te hacken, heeft al een zeer schadelijk effect gehad op Amerikaanse instellingen, en het is te verwachten dat dit nog doorgaat.

    Grote onzekerheden

    Er blijven nog grote onzekerheden bestaan rond dit nieuwe Amerika. Trump mag dan in zijn hart een uiterst consequent nationalist zijn, hij is ook heel pragmatisch. Wat zal hij doen als hij ontdekt dat andere landen niet bereid zijn om opnieuw over bestaande handelsverdragen of bondgenootschappen te onderhandelen? Zal hij genoegen nemen met de beste deal die hij kan krijgen, of gewoon weglopen? Er is veel gepraat over het gevaar van Trumps vinger op de kernwapenknop, maar naar mijn idee is hij in de grond veel meer een isolationist dan iemand die graag overal ter wereld militair geweld wil gebruiken. Als hij te maken krijgt met de realiteit van de burgeroorlog in Syrië, kan het heel goed zijn dat hij een pagina uit het tactiekboekje van Obama opslaat en ook maar gewoon blijft wachten tot het voorbij is.

    Hier komt de persoonlijkheidskwestie om de hoek kijken. Net als veel andere Amerikanen kan ik moeilijk een persoonlijkheid bedenken die minder geschikt is als leider van de vrije wereld dan Trump. Dit heeft maar gedeeltelijk te maken met zijn concrete politieke opvattingen, en veel meer met zijn ijdelheid en zijn overgevoeligheid voor wat hij ziet als een gebrek aan respect. Vorige week bestond hij het om op een podium met winnaars van de Medal of Honor – de Amerikaanse onderscheiding voor opvallende moed – te roepen dat hij óók heel moedig was: ‘financieel moedig’. Hij heeft aangekondigd dat hij van al zijn vijanden en critici genoegdoening zal eisen. Stel dat hij te maken krijgt met andere wereldleiders die hem niet genoeg respect betonen, zal hij dan reageren als een uitgedaagde maffiabaas, of als een pragmatisch zakenman?

    De grootste uitdaging voor de liberale democratie komt nu niet zozeer van openlijk autoritaire grootmachten als China, maar van binnenuit. In de VS, Groot-Brittannië, Europa en veel andere landen komt het democratische deel van het politieke systeem in opstand tegen het liberale deel, en dreigt het zijn ontegenzeggelijke legitimiteit te gebruiken om korte metten te maken met de regels die tot nu toe gedrag beheersten en een vrije, open en tolerante wereld waarborgden. De liberale elites die het systeem hebben gecreëerd, moeten luisteren naar de boze stemmen aan de poorten en zich realiseren dat sociale gelijkheid en identiteit de meest urgente kwesties zijn die ze moeten aanpakken.

    Hoe dan ook hebben we een paar zware jaren voor de boeg.

    Auteur: Francis Fukuyama
    Vertaler: Annemie de Vries

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • Amerika begint op Europa te lijken

    Amerika begint op Europa te lijken

    Veel Europese waarnemers zijn verbijsterd over de krankzinnige Amerikaanse verkiezingscampagne. Zo niet de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev. ‘Ze lijken gewoon steeds meer op ons.’

    Voor de meeste Europeanen die momenteel Amerika bezoeken is het alsof ze op Mars zijn geland. Zelfs de best ingevoerde politieke analisten kunnen geen touw vastknopen aan wat er in dat land gebeurt. Ze nemen aanstoot aan de opkomst van Donald Trump, zijn verbaasd dat de democratisch-socialistische ideeën van Bernie Sanders jonge Amerikaanse kiezers zo aanspreken en in de war door het emotieloze, risicomijdende buitenlandbeleid van president Obama, dat ertoe heeft geleid dat de Syrische president Assad ongestraft Obama’s eigen verbod op het gebruik van chemische wapens kon overtreden.

    Ikzelf tast veel minder in het duister dan mijn mede-Europeanen. Als ik de woede van de middenklasse zie, de arrogantie van de onbeminde elite, het gemeenschappelijke ongeloof in de effectiviteit van militaire machtsmiddelen en de alomtegenwoordige angst voor de toekomst, dan heb ik misschien voor het eerst het idee dat ik precies begrijp wat er in Amerika gebeurt.

    Amerikanen komen niet langer van Mars, en Europeanen niet langer van Venus

    Neem de knuppels die Donald Trump in het hoenderhok gooit met zijn verachtelijke en krankzinnige opmerkingen. Zijn succes, dat zelfs Ted Cruz gematigd doet lijken, verbijstert zowel velen in Amerika als daarbuiten, gewend als men is dat Amerikaanse politici voorzichtig laveren tussen bloeddorstig populisme en gematigd fatsoen. Tot nu toe bleven ze altijd een centrumkoers varen.

    Maar Donald Trump zou zich thuisvoelen in Europa. Bij nationale verkiezingen hier krijgen de gematigde partijen hooguit de helft van de stemmen. De rest gaat naar partijen die de politieke onderbuikgevoelens aanspreken. Als ik hier in Sofia of in Warschau of Amsterdam een café binnenkom, hoor ik groepen mannen en vrouwen schreeuwen dat buitenlanders per bus het land moeten worden uitgezet, dat moslims geweerd moeten worden en dat er langs onze grenzen muren moeten worden opgetrokken.

    Ze spreken namens de meerderheid die zich bedreigd ziet door het verlies van haar politieke macht en de snelle afname van haar welvaart. Ze voelen zich bedrogen door de demografische revolutie die zich overal op de wereld voltrekt, een revolutie waardoor ze een minderheid in hun eigen land dreigen te worden. De botte directheid van Trump en de ongeëvenaarde behendigheid waarmee hij de nieuwsmedia bespeelt lijken zo sterk op de politieke stijl van de voormalige Italiaanse premier Silvio Berlusconi dat ik me soms afvraag of die hem niet stiekem coacht vanaf de zijlijn.

    Ook Bernie Sanders moet de Europeanen bekend voorkomen. De meeste jonge Europeanen die ik ken beschouwen het kapitalisme als een oneerlijk systeem dat gesjoemel in de hand werkt; voor hen is het echte socialisme – dus niet de neoliberale ‘sociaaldemocratie’ à la Duitsland – nauwelijks een vies woord. Ze zien zichzelf als de grootste slachtoffers van de huidige situatie en dromen vaak hardop van een revolutie (zij het, gelukkig, een geweldloze variant). Voor hen is de oorlog tussen de generaties de nieuwe versie van de klassenoorlog van hun ouders (en grootouders en overgrootouders).


    In landen als Griekenland, Spanje en Portugal is bijna de helft van de jongeren werkloos, zelfs na een universitaire opleiding. Ze zien globalisering als een regelrechte ramp en walgen van vrijhandel. En hoewel Sanders geen Jean Jaurès of Leon Trotski is – ik vind hem ongeveer even opwindend als een komkommersandwich – is zijn gebrek aan charisma voor vele nieuwe radicalen in Europa en Amerika een bewijs temeer van zijn integriteit en authenticiteit.

    Zelfs van Obama’s drastische ommezwaai naar buitenlandse ‘realpolitik’ kijk ik niet meer op. Hij zegt dat hij de ‘spelregels van Washington’ heeft afgeschaft, tot verbazing en angst van Amerika’s Europese bondgenoten. Obama’s beruchte beleidsgebod ‘Doe geen domme dingen’ is al jarenlang de enige leidraad voor het buitenlandbeleid van de Europeanen. Hij maakt alleen maar iets expliciet wat we allang weten, namelijk dat Amerika behoedzamer wordt in zijn buitenlandbeleid; Europeser. Amerikanen komen niet langer van Mars, en Europeanen niet langer van Venus. Misschien zitten we met zijn allen op Saturnus en proberen we te voorkomen dat het vuige gepeupel onze mooie ringen vies maakt.

    Onaantastbaar?

    Als er iemand momenteel Amerika niet ‘snapt’, dan zijn het wel de Amerikanen zelf. Ze zien niet dat hun land in hoog tempo ‘normaliseert’ en niet langer kan vertrouwen op oneindige, breed gedeelde economische groei en zalige geopolitieke afzondering. ‘Het lot van onze natie is dat we geen ideologieën hebben, maar verenigd zijn,’ zei de Amerikaanse historicus Richard Hofstadter ooit. Wanneer ze zichzelf met Europa vergeleken, gingen Amerikanen er prat op dat ‘zoiets hier niet kan gebeuren’ – namelijk Europees socialisme en Europees fascisme. Ze achtten zichzelf immuun voor de ziektebeelden van de democratie: overal op de wereld kunnen menigtes doldraaien, maar niet in Amerika, het land van het gezond verstand. Maar zijn de Amerikanen, na de extreme polarisatie en het disfunctionerende landsbestuur van de afgelopen jaren, er nog steeds van overtuigd dat hun democratie onaantastbaar is?

    Nu de ‘normalisering’ van Amerika zich voor onze ogen afspeelt, heb ik het idee dat veel Europeanen heimwee hebben naar het Amerika dat we nooit echt hebben begrepen. Dat is het Amerika dat zo veel van zijn jonge zwarten in de gevangenis stopt, maar wel een zwarte man als president kiest. Een Amerika dat nog altijd de doodstraf kent, maar ook de rechten van immigranten beschermt. Een Amerika dat niet alleen probeert de wereldorde te handhaven, maar die ooit hartstochtelijk wilde veranderen. Een Amerika met zijn onvolkomenheden, maar ook zijn beloften. Een Amerika dat ambitieuzer was, en minder ambivalent. We missen het nu al.

    Auteur: Ivan Krastev
    Vertaler: Peter Bergsma

    Ivan Krastev is voorzitter van het Centre for Liberal Strategies in Sofia, en columnist voor The New York Times.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.