Het schilderij werd in de oorlog van een Jood gestolen
Patricia Kadgien, de dochter van Friedrich Gustav Kadgien, bekend als Adolf Hitlers ‘financiële tovenaar’, wordt ervan beschuldigd het schilderij Portret van een dame bij haar echtgenoot te hebben verstopt. Dit 18e-eeuwse schilderij van de Italiaanse kunstenaar Giuseppe Ghislandi werd tijdens de Tweede Wereldoorlog gestolen van een Joodse galeriehouder en waarschijnlijk door haar vader naar Argentinië gesmokkeld, merkt Clarín op.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Patricia Kadgien mag het land zes maanden niet verlaten. Het schilderij ter waarde van 50.000 dollar werd door een Nederlandse krant opgemerkt op een foto van een vastgoedadvertentie voor het huis van het echtpaar in Mar del Plata. Maar het schilderij was verdwenen toen de lokale politie het huis doorzocht. Het was de advocaat van het echtpaar die het aan de autoriteiten overhandigde.
Björn Höcke gebruikte een slogan van de voormalige SA
Een Duitse rechtbank heeft een vooraanstaand lid van de extreemrechtse Alternative für Deutschland een boete opgelegd voor het gebruik van een verboden nazi-uitdrukking tijdens een politieke bijeenkomst. Dat meldt EuroNews. Björn Höcke, de leider van de AfD in de oostelijke regio Thüringen, kreeg een boete voor het gebruiken van een slogan die geassocieerd wordt met de paramilitaire vleugel van de nazi-partij, de SA, tijdens een toespraak op een campagne-evenement in mei 2021.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Höcke, een voormalig geschiedenisleraar, sloot die toespraak af met de kreet ‘alles voor Duitsland’. De rechter oordeelde dinsdag dat hij op de hoogte was van de nazi-connotaties toen hij deze uitspraak deed, en legde hem een boete op van 13.000 euro. De aanklagers hadden een voorwaardelijke straf van zes maanden geëist.
Höcke, die een maximale gevangenisstraf van drie jaar boven het hoofd hing, beschuldigde de aanklagers ervan dat hij het slachtoffer was van ‘politieke onderdrukking’. Duitsland heeft strenge wetten die het gebruik van slogans, propaganda en symboliek die verbonden zijn aan de nazi’s verbieden.
Duitsland kampt met een groeiend probleem van extreemrechts. Dat heeft de Duitse veiligheidsdienst dinsdag gezegd bij de publicatie van hun jaarlijkse rapport, schrijft de Frankfürter Allgemeine Zeitung. Volgens de dienst is de extreemrechtse beweging binnen een jaar tijd met zeker vijfduizend leden gegroeid tot bijna veertigduizend mensen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Dat er meer extreemrechtse mensen op de radar van de Duitse veiligheidsdienst zijn verschenen, heeft te maken met de monitoring van politieke partij AfD. Zeker tienduizend leden van deze partij worden als extreemrechts beschouwd. Volgens de dienst hangen veel leden van de partij complottheorieën aan en zijn ze bereid geweld te gebruiken om hun doelen te bereiken. Ook proberen ze grond op te kopen om autonome gemeenschappen te stichten. Daar staat tegenover dat ook extreemlinks in Duitsland groeit, al is deze groep minder gewelddadig.
Volgens de veiligheidsdienst neemt ook de dreiging vanuit Rusland toe in Duitsland. Sinds de oorlog in Oekraïne zijn er meer spionnen actief in het land en wordt er meer nepnieuws verspreid over de oorlog, onder meer via sociale media. Omdat Duitsland steeds actiever Russische diplomaten en spionnen uitzet, probeert Rusland op andere manieren aan informatie te komen.
Een plan om het beeld om te smelten gaat niet door
De Uruguayaanse regering zit in zijn maag met een bronzen adelaarsbeeld dat afkomstig is van een oorlogsschip van de nazi’s, dat in 1939 tot zinken werd gebracht voor de kust van het Zuid-Amerikaanse land. Het beeld werd in 2006 gevonden en de huidige regering wilde het beeld omsmelten tot een vredesduif. Na zware kritiek heeft Uruguay daar toch vanaf gezien, schrijft persbureau AFP.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Uruguay besloot enkele jaren geleden al het beeld niet te veilen, uit angst dat het in verkeerde handen terecht zou komen. Vervolgens besloot president Lacalle Pou dat het beeld omgesmolten moest worden, om van een oorlogssymbool een vredessymbool te maken. Historici en kunstliefhebbers hadden daar zware kritiek op en suggereerden dat het beeld in een museum werd gezet, voor een tentoonstelling over het Derde Rijk.
Het beeld stond ooit op de achtersteven van het Duitse marineschip Graf Spee. In 1939 werd het schip door de Duitser zelf tot zinken gebracht nadat de Britse marine het schip ernstig beschadigd had. Op het beeld, dat ruim 300 kilo weegt, is naast een adelaar een groot hakenkruis te zien.
De Peruaanse antidrugseenheid heeft 58 pakketten van 1 kilo in beslag genomen. Op ieder pakket stond een afbeelding van een nazivlag en in de cocaïne stond in reliëf de naam Hitler geschreven, meldt The Guardian.
De drugs werden ontdekt in de haven van Paita en zaten, volgens een politierapport in handen van Associated Press, verstopt in een container waarin asperges werden vervoerd. De lading was bestemd voor een haven in België, aldus het rapport. De drugs waren in het ventilatiesysteem van de container verborgen, zo bleek uit foto’s en video’s van de Peruaanse antidrugseenheid ingezien door AP. De politie gaat de andere tachtig containers op het schip ook doorzoeken.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Peruaanse autoriteiten hebben eerder meldingen gemaakt van pakketten cocaïne met bijzondere afbeeldingen, maar nog nooit werden er pakketten met nazivlaggen gevonden, schrijft The Guardian.
Naar schatting produceert Peru jaarlijks 90 ton drugs waarvan het merendeel naar Europa wordt verscheept. Peru is volgens de Verenigde Naties de op een na grootste producent van cocabladeren ter wereld, en de op een na grootste producent van cocaïne, zo stelt de Amerikaanse Drug Enforcement Administration.
Er zouden experimenten met de slachtoffers zijn gedaan
Tijdens een ceremonie in Berlijn zijn duizenden botresten begraven op een begraafplaats. De botresten waren enkele jaren eerder aangetroffen tijdens werkzaamheden aan de campus van de Vrije Universiteit in Berlijn. Deskundigen vermoeden dat het gaat om botten van slachtoffers van experimenten van nazi’s, meldt Tagesspiegel.
Wie de slachtoffers zijn en waar ze aan zijn overleden, wordt niet uitgezocht
Op de plek waar tegenwoordig de Vrije Universiteit staat, was vroeger namelijk een onderzoeksinstituut van de Kaiser-Wilhelm-Gesellschaft gevestigd. Wetenschappers aan dit instituut deden onderzoek naar rassenleer en rassenverbetering. Ze werkten onder meer samen met de kamparts van Auschwitz-Birkenau, Josef Mengele. Na de vondst is echter besloten niet uit te zoeken wie de slachtoffers zijn en waar ze aan zijn overleden.
Belangenorganisaties van slachtoffers van de Holocaust hebben gezamenlijk ingestemd met een afsluitende ceremonie op een nabijgelegen begraafplaats waarbij de zestienduizend botresten in vijf kisten worden begraven. Vertegenwoordigers van deze groepen, autoriteiten van de universiteit en van de gemeente Berlijn waren donderdag aanwezig bij de ceremonie.
De vrouw werkte als secretaresse in een concentratiekamp
In de Duitse stad Itsehoe is een vrouw van 97 veroordeeld voor haar rol in de holocaust. Zij heeft een voorwaardelijke celstraf van twee jaar gekregen voor medeplichtigheid aan de moord op ruim tienduizend mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Volgens Deutsche Welle kan het proces de laatste zaak zijn waarin iemand terechtstaat voor misdaden gepleegd tijdens de oorlog.
Irmgard Furchner werkte tijdens de Tweede Wereldoorlog in concentratiekamp Stuffhof in Polen. Joden en krijgsgevangenen van de nazi’s moesten daar dwangarbeid doen. Daarnaast waren er ook gaskamers in het kamp nabij Gdansk. Zeker 65.000 mensen vonden er de dood.
Furchner faciliteerde de situatie in het kamp door het invullen van papierwerk en het bijhouden van administratie. Ze werd veroordeeld volgens het jeugdrecht, omdat ze tussen 1943 en 1945, toen ze in het kamp werkte, tussen de 18 en 19 jaar oud was. In haar slotverklaring zei haar advocaat dat ze betreurt dat ze een rol in het kamp, zelfs al was het een administratieve.
De groep maakte deel uit van de extreemrechte Reichsbürger
De Duitse politie heeft woensdag bij een grootschalige antiterreuractie 25 mensen aangehouden die verdacht worden van het beramen van een coup tegen de Duitse staat, schrijft Die Welt. Bij de operatie waren drieduizend agenten betrokken, die verspreid over elf deelstaten tientallen woningen, kantoren en bedrijven binnenvielen.
De 25 gearresteerden maakten deel uit van de extreemrechte Reichsbürger, een beweging die de Duitse staat niet accepteert. Onder de aangehouden mensen was Heinrich XIII Reuss (een achterneef van prinses Beatrix) een oud-legercommandant en een oud-politica van de extreemrechtse AfD. De Reichsbürger wordt door de Duitse autoriteiten al langere tijd gezien als terroristische beweging, maar het is voor het eerst dat er zo een grootscheepse politieactie tegen hen wordt uitgevoerd.
De groep had verregaande plannen om het Duitse parlement te bestormen en vervolgens te ontheffen, om vervolgens een nieuwe regering en een nieuw leger op te richten. Heinrich XIII Reuss moest die regering voorzitten. Volgens de Duitse autoriteiten is met de aanhoudingen aangetoond dat de afkeer van de Duitse democratische rechtstaat en de extreemrechtse sympathieën in Duitsland dieper geworteld zitten dan voorheen werd gedacht.
Brieven met hulpverzoeken van joden staan nu online
De Heilige Stoel heeft donderdag duizenden archiefstukken online beschikbaar gesteld voor publiek. Het betreft onder andere aan de paus gerichte brieven van Europese joden die tijdens de Tweede Wereldoorlog om hulp vroegen tegen de vervolging door de nazi’s. ‘Wanhopige verzoeken’, schrijft Il Fatto Quotidiano. In maart 2020 had het Vaticaan al de historische archieven van Pius XII opengesteld voor onderzoekers. Pius XII (paus van 1939 tot 1958) wordt door sommigen ervan beschuldigd te hebben gezwegen tijdens de uitroeiing van zes miljoen joden.
Deze nieuwe publicatie, op verzoek van paus Franciscus, zal de nakomelingen van de afzenders in staat stellen om ‘sporen van hun verwanten te vinden in elk deel van de wereld’, aldus aartsbisschop Paul Gallagher, secretaris voor Relaties met Staten, in een artikel gepubliceerd in L’Osservatore Romano, het dagblad van het Vaticaan.
Lavrov beweerde dat Adolf Hitler van Joodse afkomst was
In een gesprek met premier Naftali Bennett heeft de Russische president Vladimir Poetin zich verontschuldigd voor een bewering van de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov, meldt Haaretz. Lavrov had gezegd dat Adolf Hitler van Joodse afkomst was.
Bennett aanvaardde Poetins verontschuldiging voor Lavrovs opmerkingen en bedankte hem voor het verduidelijken van de houding van de Russische president ten opzichte van het Joodse volk en de herinnering aan de Holocaust, zei Bennett in een verklaring.
‘Volgens mij had Hitler ook Joods bloed. Dat wil absoluut niets zeggen’
De diplomatieke ruzie begon toen Lavrov in een interview met de Italiaanse media zei dat het Joods-zijn van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky de vermeende nazi-elementen van zijn land niet tenietdeed, aldus de krant. ‘Wat maakt het uit dat Zelensky Joods is?’ had Lavrov gezegd. ‘(…) Dat wil absoluut niets zeggen. Wijze Joden zeiden dat de meest fervente antisemieten meestal zelf Joods zijn.’
Veel Israëlische leiders, waaronder premier Naftali Bennett en minister van Buitenlandse Zaken Yair Lapid, veroordeelden de verklaring. Yair Lapid noemde de opmerking ‘onvergeeflijk en schandalig, en ook een verschrikkelijke historische misser’.
Rechts-extremisme schijnt te zijn doorgedrongen in alle geledingen van de Duitse maatschappij, de overheid geeft toe het probleem jarenlang te hebben onderschat. Misschien wel omdat de motivatie van de extremisten vrij bizar is; ze bereiden zich voor op ‘Dag X’: een mythisch moment waarop de hele maatschappelijke orde in Duitsland zal instorten.
Keuze uit het archief
Deze week werden 25 Duitsers opgepakt op verdenking van het beramen van een coup tegen de Duitse staat. Ze wilden het parlement bestormen en een nieuwe regering installeren. Ook wilden ze een nieuw leger oprichten. Hun plannen tonen aan hoe diepgeworteld het rechts-extremisme nog steeds is in Duitsland. Twee jaar geleden schreef The New York Times daar dit artikel over.
Het plan van de groep klonk akelig concreet. Politieke vijanden en voorvechters van vluchtelingen en migranten zouden worden opgepakt, in een vrachtwagen geladen en afgevoerd naar een geheime locatie – om daar te worden vermoord. Een van de leden van deze groepering in het Oost-Duitse Güstrow had al dertig lijkzakken ingeslagen. Op een lijst van nog te kopen spullen stonden volgens justitie nog meer lijkzakken en ongebluste kalk, om de geur van begraven lijken te maskeren.
Het waren op het oog eerbiedwaardige burgers die dit plan bespraken. Een van hen was advocaat; hij was actief in de lokale politiek, maar had een grote hekel aan immigranten. Er zaten twee reservisten bij. En twee politieagenten, zoals Marko Gross (49): voormalig parachutist in het leger, nu scherpschutter bij de politie en hun officieuze leider.
De groep kwam voort uit een Duits chatnetwerk voor militairen en oud-militairen met rechts-extremistische sympathieën, dat was opgezet door een lid van het Kommando Spezialkräfte (KSK), de elitetroepen van het Duitse leger. Na verloop van tijd vormde zich onder leiding van Gross deze lokale onderafdeling, die onder meer een arts, een ingenieur, een interieurbouwer, een sportschooleigenaar en zelfs een visser onder haar leden telde. Nordkreuz noemden ze zich, Noorderkruis.
‘Allemaal bij elkaar waren we een compleet dorp,’ zei Gross in een van de gesprekken die ik dit jaar met een aantal Nordkreuz-leden voerde over het ontstaan en de plannen van hun groep. Ze ontkennen dat ze de dood van anderen beraamden. Maar uit de informatie van politie en justitie en uit een verklaring van één lid van de groep (waarvan wij een transcriptie konden inzien) blijkt dat hun plannen wel degelijk een duistere inslag hadden.
Duitsland is bezig met een inhaalslag wat betreft de aanpak van rechts-extremistische netwerken, waarvan de autoriteiten nu zeggen dat die wijder vertakt zijn dan ze hadden beseft. Juist voor een land dat zich van de last van zijn naziverleden en de gruwelen van de Holocaust heeft moeten bevrijden, is het verontrustend dat het rechts-extremisme zelfs tot in de strijdkrachten lijkt te zijn doorgedrongen. In juli dit jaar is een complete eenheid van het Kommando Spezialkräfte ontbonden, omdat die door extremisten bleek te zijn geïnfiltreerd.
De zaak van de Nordkreuz-groep, meer dan drie jaar geleden aan het licht gebracht maar pas sinds kort onder de rechter gekomen, laat zien dat het probleem van rechts-extremistische infiltratie niet nieuw is en zich ook niet beperkt tot het KSK of zelfs het leger. Rechts-extremisme, zo geven politici en autoriteiten nu toe, is doorgedrongen in alle geledingen van de Duitse maatschappij, doordat de overheid het probleem jarenlang heeft onderschat of niet onder ogen heeft willen zien. En nu kost het de autoriteiten grote moeite om het uit te roeien.
Dag X
De extremisten worden in belangrijke mate gemotiveerd door een idee dat zo bizar en vergezocht lijkt dat de instanties het simpelweg niet serieus namen, terwijl het in extreemrechtse kringen wel degelijk opgang maakte. Neonazi’s en andere extremisten noemen het ‘Dag X’: een mythisch moment waarop de hele maatschappelijke orde in Duitsland zal instorten. Overtuigde rechts-extremisten moeten zich daarop voorbereiden om dan – in hun ogen – het land te redden. Onder deze Dag X-preppers bevinden zich inmiddels respectabele mensen, met serieuze vaardigheden en ambities. En de Duitse autoriteiten beschouwen dat hele verhaal steeds meer als een excuus van rechts-extremisten om terroristische aanslagen of zelfs een staatsgreep te beramen.
‘Ik ben bang dat we nog maar het topje van de ijsberg hebben gezien,’ zegt Dirk Friedriszik, parlementslid in de deelstaat Mecklenburg-Vorpommern, waar Nordkreuz werd opgericht. ‘Het is niet alleen het KSK. Het grote probleem is: deze cellen zitten overal. In het leger, in de politie, onder reservisten.’
Nordkreuz was zo’n clubje dat zich intensief voorbereidde op Dag X. Eind 2016 kreeg de Duitse inlichtingendienst een tip en in de zomer van 2017 stelde justitie een onderzoek in. Maar het heeft jaren geduurd voordat dit netwerk, of althans een klein stukje ervan, voor de rechter werd gebracht. En nog steeds is maar één lid van de groep, Marko Gross, veroordeeld – niet wegens samenzwering, maar voor illegaal wapenbezit. Eind vorig jaar kreeg hij daarvoor 21 maanden voorwaardelijk – zo’n lage straf dat het OM dit jaar in beroep is gegaan.
Van de circa dertig leden van de Nordkreuz-groep zijn er maar twee, een andere politieagent en een advocaat, tegen wie momenteel nog een onderzoek loopt wegens het beramen van terroristische aanslagen.
Volgens kenners van rechts-extremisme is het typerend voor de manier waarop de autoriteiten hiermee omgaan. De lichtheid van de vergrijpen waarvoor extremisten worden vervolgd staat in geen verhouding tot de verreikende plannen die justitie zo wil bestraffen en voorkomen. De aanklachten zijn bijna altijd gericht tegen individuen, niet tegen de netwerken als zodanig.
Infiltratie
Maar dat het zo veel moeite kost om die te vervolgen, wijst op een ander probleem dat de Duitse autoriteiten steeds meer zorgen baart: de extreemrechtse infiltratie in juist die instanties die er onderzoek naar moeten doen, zoals het politieapparaat. In juli trad de hoofdcommissaris van politie in de deelstaat Hessen af, omdat neonazi’s doodsbedreigingen hadden verstuurd met gebruik van persoonsgegevens die van politiecomputers waren gehaald. En in datzelfde Hessen werd vorige zomer een regionale politicus vermoord door een man die als neonazi bekendstond – een moordaanslag die veel Duitsers de ogen heeft geopend voor het gevaar van extreemrechts terrorisme.
Sommige Nordkreuz-leden namen hun plannen zo serieus dat ze al een lijst met politieke vijanden hadden opgesteld. Heiko Böhringer, politiek actief in hun regio, kreeg doodsbedreigingen. ‘Ik dacht over preppers altijd: dat zijn ongevaarlijke gekken die te veel griezelfilms hebben gezien,’ zegt hij. ‘Maar daar denk ik nu anders over.’
In juli is een KSK-eenheid ontbonden wegens extreemrechtse infiltratie
Friedriszik, die in de lokale politiek al jaren aandacht vraagt voor het groeiende gevaar van extreemrechts, was lange tijd een roepende in de woestijn. ‘Het is een beweging die op heel veel plaatsen invloed heeft,’ zegt hij. ‘Die verhalen over Dag X klinken misschien als een dagdroom. Maar als je goed kijkt, zie je hoe snel zoiets kan omslaan in serieuzere voornemens – en concrete plannen.’
De schietbaan in Güstrow, een klein stadje in het noordoosten van het land, bevindt zich aan het einde van een lange onverharde oprijlaan met een stevig hek ervoor. Het terrein is afgezet met prikkeldraad. Er wappert een Duitse vlag.
‘Hier is het allemaal begonnen,’ zei Alex Moll, interieurbouwer, lid van Nordkreuz en in het bezit van een jachtvergunning en een kast vol geweren, toen ik eerder dit jaar rondkeek in de regio. Marko Gross, de politieman, was een vaste bezoeker van de schietbaan. Hij had als parachutist en verkenner in het Duitse leger gezeten, in een bataljon dat later opging in de elitetroepen van het KSK. Toen was hij al afgezwaaid, maar hij kent meerdere militairen die wel in het KSK hebben gediend. Een andere vaste klant was Frank Thiel, die als pistoolschutter prijzen won en in heel Duitsland een veelgevraagd schietinstructeur was voor leger en politie.
Het vervulde de mannen met ontzetting dat in het najaar van 2015 honderdduizenden asielzoekers uit de oorlogen in Syrië, Irak en Afghanistan naar Duitsland kwamen. Zij zagen daarin een invasie van potentiële terroristen, die tot het failliet van de Duitse verzorgingsstaat en misschien zelfs tot maatschappelijke chaos zou leiden. En hun eigen regering ontving die vluchtelingen met open armen. ‘We maakten ons zorgen,’ zei Gross in een van de gesprekken die ik in de loop van dit jaar met hem had.
Tijdens een schiettraining die Thiel eind 2015 in het zuiden van Duitsland aan militairen van het KSK had gegeven, had hij gehoord over een landelijk netwerk waarin je met versleutelde berichten van gedachten kon wisselen over de veiligheid in Duitsland en de beste manier om je op een crisis voor te bereiden. Het werd beheerd door een militair; die heette André Schmitt, maar iedereen kende hem als Hannibal. Wie wilde meedoen?
Zo’n dertig mensen, veelal vaste bezoekers van de schietbaan in Güstrow, werden binnen de kortste keren lid van dit netwerk en begonnen gretig de updates van Schmitt te volgen. En al snel zette Gross een aparte groep op met leden uit zijn regio. Ze woonden allemaal in de streek rond Güstrow, hadden extreemrechtse sympathieën en beschouwden zichzelf als bezorgde burgers. In januari 2016 was Nordkreuz gevormd. Voor toelating golden twee criteria, zei Moll: ‘De juiste vaardigheden en de juiste mentaliteit.’
Gross en een andere politieman in de groep waren lid van wat toen nog een politieke partij in opkomst was, maar inmiddels de derde partij in de Bondsdag: Alternative für Deutschland. Minstens twee andere leden van de groep hadden weleens een bijeenkomst bijgewoond van het Thule-Seminar, een organisatie waarvan de leiders Hitler-portretten aan de muur hebben en de dominantie van het blanke ras prediken.
Om de paar weken kwam Nordkreuz bijeen boven de sportschool van een van de leden of in de showroom van Alex Moll, waar ik hem ook sprak. Soms hielden ze een barbecue, of lieten ze een gastspreker komen. Zo herinnerde Moll zich dat er eens een oud-militair kwam praten over crisismanagement. En ze hadden ook eens een lid van de zogenaamde Reichsbürger-beweging op bezoek, die het naoorlogse Duitse staatsbestel niet erkent. Zoals de leden het vertellen, werd hun groep allengs een hecht clubje met één gezamenlijk streven dat hun leven ging beheersen: de voorbereiding op Dag X.
H. begon over “de mensen in het dossier” die moesten worden “opgeruimd”
Safehouse
Ze legden voorraden aan om het honderd dagen te kunnen uitzingen: voedsel, benzine, toiletbenodigdheden, walkietalkies, geneesmiddelen en munitie. Marko Gross haalde daarvoor het geld op: 600 euro per lid. Zo legde hij een voorraad van in totaal meer dan 55.000 patronen aan. En ze kozen een ‘safehouse’ waar de leden zich op Dag X met hun gezin zouden verzamelen: een voormalig vakantiedorp uit de communistische tijd, diep in de bossen. Een ‘ideale’ plek, zegt Moll, met een beekje voor schoon drinkwater, een meertje om in te baden en kleren te wassen, in het bos genoeg wild om op te jagen en genoeg hout om mee te bouwen, en zelfs een oude septic tank.
Ik vroeg of het hunzelf allemaal ook niet een beetje vergezocht leek. Mijn ‘westelijke naïviteit’ ontlokte Moll een glimlach. Hun deelstaat lag vroeger ingeklemd tussen het IJzeren Gordijn en de Poolse grens. De leden van Nordkreuz zijn nog opgegroeid in de oude DDR. ‘Onder het communisme moest je creatief zijn en de juiste kanalen kennen om aan sommige dingen te komen,’ legde Moll uit. ‘Je zou kunnen zeggen dat ons het preppen met de paplepel is ingegoten.’ En ze hebben dus ook al eens meegemaakt dat een staatsbestel volledig instortte, zei hij. ‘Zo leer je tussen de regels te lezen. Dat is een voordeel.’
In de loop van 2016, toen de migranten nog steeds met honderdduizenden naar Duitsland kwamen en Europa werd getroffen door enkele aanslagen van moslimterroristen, namen de voorbereidingen serieuzere vormen aan. Gross ging dat najaar met enkele andere Nordkreuz-leden naar een wapenbeurs in Neurenberg en sprak daar in eigen persoon met Schmitt, de commando die het landelijke netwerk beheerde. Op de toren van een afgedankte brandweerkazerne leerde de groep abseilen. Ze spraken twee verzamelpunten af voor Dag X. Er werden twee complete operatiekamers ingericht bij wijze van veldhospitaal, één in een kelder en één in een camper.
‘Het idee was dat er iets vreselijks op til was,’ vertelde Gross me. ‘We dachten bij onszelf: waarop willen we ons voorbereiden? En we zeiden: als we dit doen, dan gaan we er ook helemaal voor.’ Gross hield vol dat ze zich alleen voorbereidden op wat zij zagen als de dag waarop het hele maatschappelijke bestel zou instorten – op Dag X. Hij zei dat ze nooit van plan waren geweest om mensen te vermoorden of kwaad te doen.
Maar minstens één lid van de groep schetst een veel grimmiger beeld. ‘Bepaalde mensen moesten bijeengedreven en doodgeschoten worden,’ vertelde Horst Schelski in 2017 aan justitie, in een verklaring waarvan The New York Times een kopie heeft. Schelski is een voormalig luchtmachtofficier en zijn verhaal wordt door de anderen betwist. Het draait allemaal om een bijeenkomst die volgens hem eind 2016 plaatsvond op een parkeerplaats aan de provinciale weg bij Sternberg, een dorpje op zo’n drie kwartier rijden ten westen van Güstrow. Gross had daar afgesproken met een handvol andere mannen die inmiddels de harde kern binnen Nordkreuz vormden.
Mehmet Turgut-trofee
Onder de andere aanwezigen bevonden zich de twee mannen tegen wie nog een onderzoek loopt wegens het beramen van terreuraanslagen. Volgens de Duitse wetgeving mogen zij niet met hun volledige naam worden vermeld. Een van de twee was Haik J., net als Marko Gross een politieagent. De ander was de advocaat en lokale politicus Jan Henrik H. Zij wilden mij allebei niet te woord staan.
Jan Henrik H. wordt door andere leden van de groep beschreven als bijzonder fanatiek in zijn vreemdelingenhaat. Ze vertelden dat hij op zijn verjaardag altijd een schietwedstrijd hield in een wei achter zijn huis, in de noordelijke kuststad Rostock. De winnaar kreeg dan een trofee die vernoemd was naar Mehmet Turgut, de Turkse snackbarmedewerker die in 2004 in Rostock werd vermoord door leden van de rechts extremistische Nationalsozialistischer Untergrund. De laatste man die met de trofee naar huis ging, was Marko Gross.
‘Ze wilden niet alleen Dag X overleven. Ze wilden hun vijanden vermoorden’
Schelski vertelde de politie dat H. in zijn garage een dikke map bewaarde met namen, adressen en foto’s van lokale politici en activisten die hij als politieke vijanden beschouwde. Tot die laatsten rekende hij bijvoorbeeld mensen die vluchtelingen probeerden te helpen door vastgoed te zoeken dat geschikt was voor asielopvang. Veel van de informatie in dat dossier was afkomstig uit openbare bronnen. Maar er zaten ook handgeschreven briefjes bij met informatie afkomstig uit een politiecomputer.
Toen ze op die parkeerplaats koffie zaten te drinken, begon H. over ‘de mensen in het dossier’ die volgens hem ‘schadelijk’ waren voor de staat en moesten worden ‘opgeruimd’, zo verklaarde Schelski later tegen de politie. H. vroeg zich af hoe ze de gevangenen, als ze die eenmaal hadden opgepakt, het best konden vervoeren. Hij vroeg Schelski, majoor bij de reservisten, hoe ze zo’n transport konden loodsen langs de checkpoints, die er in een tijd van maatschappelijke onrust misschien zouden komen. Hadden ze dan uniformen nodig? Legertrucks? Schelski zei dat hij na dat gesprek afstand begon te nemen van de groep.
Maar die was toen al in het vizier van de inlichtingendienst. Zo’n acht maanden na die bespreking op de parkeerplaats voerde de politie de eerste van een reeks invallen uit in de huizen van verschillende Nordkreuz-leden.
In de loop van twee jaar hebben die invallen en verdere naspeuringen geresulteerd in de vondst van wapens, munitie en zwarte lijsten, alsook dat handgeschreven boodschappenlijstje voor Dag X, met daarop lijkzakken en ongebluste kalk. Toen ik Marko Gross naar die lijkzakken vroeg, zei hij dat die ‘multifunctioneel inzetbaar’ zijn, bijvoorbeeld als goedkope waterdichte slaapzakhoes of om grote voorwerpen in te dragen.
De lokale politicus Heiko Böhringer schrok enorm van het nieuws dat de groepering een lijst van politieke vijanden had opgesteld. Toen hij in 2015 doodsbedreigingen begon te ontvangen, kreeg hij bezoek van twee agenten die een schets van zijn huis kwamen maken. ‘We willen weten waar men binnen kan komen en waar u slaapt, zodat we u kunnen beschermen,’ zeiden ze. Hij zei dat hij zich toen nog geen grote zorgen maakte. Maar in juni 2018 werd hij uitgenodigd op het bureau. Er waren invallen gedaan bij twee leden van Nordkreuz, onder wie een politieman uit zijn eigen gemeente: Haik J., die ook bij het gesprek op de parkeerplaats was geweest.
‘Ze lieten een schets van mijn huis zien,’ zegt Böhringer. ‘Het was de schets die de twee agenten bij mij thuis hadden gemaakt,’ zegt hij. ‘Juist de mensen die hadden gezegd dat ze mij wilden beschermen, hadden die schets daarna doorgegeven aan de mensen die het op mij hadden gemunt.’ En hij concludeert: ‘Ze wilden meer dan alleen Dag X overleven. Ze wilden hun vijanden vermoorden. Daarvoor maakten ze concrete plannen.’
De eerste keer dat ik aanklopte bij Marko Gross, in het dorpje Banzkow, een uur rijden van de schietbaan, heb ik bijna twee uur buiten met hem staan praten. De tweede keer begon het te regenen en noodde hij me binnen in zijn bakstenen boerenhuis in de Strasse der Befreiung, vernoemd naar de bevrijding van de nazi’s aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. In het halletje zag ik zijn oude uniform en insigne hangen. Een grote kaart van Duitsland in 1937 prijkte prominent aan de muur. En overal afbeeldingen van vuurwapens: op koelkastmagneten, op koffiemokken, op een kalender.
Gestolen munitie
Dat was het huis waar de politie in augustus 2017 bij een inval meer dan twintig vuurwapens en 23.800 patronen had gevonden, deels ontvreemd uit arsenalen van leger en politie. Bij een tweede inval in juni 2019 trof de politie weer 31.500 patronen en een uzi aan. Toen werd hij ook aangehouden. Het voorlezen van de volledige lijst van alle in zijn huis gevonden patronen, vuurwapens, explosieven en messen kostte de aanklagers in de rechtszaal bijna drie kwartier. Gross is alleen vervolgd wegens illegaal wapenbezit. In het lopende onderzoek naar terrorisme is hij getuige, geen verdachte.
‘Iemand die zo veel munitie in huis heeft, tegen het rechts-extremisme aanschurkt en in chats ook extremistische opmerkingen maakt, is geen ongevaarlijke prepper,’ zegt de minister van Binnenlandse Zaken van de deelstaat, Lorenz Caffier. Nee, zegt hij, ‘Marko G. speelt een hoofdrol.’
De gestolen munitie in zijn huis bleek afkomstig uit meer dan tien wapenarsenalen van politie- en legereenheden in het hele land, wat kan wijzen op medestanders binnen die organisaties. Verschillende van die eenheden deden schiettrainingen in Güstrow. Tegen drie andere politieagenten loopt een onderzoek naar mogelijke hulp aan Gross. Tijdens de rechtszaak verklaarde Gross dat hij niet meer wist hoe hij aan de munitie was gekomen. Toen ik hem sprak, bleef hij dat volhouden.
Maar verder had hij geen moeite om zijn mening te spuien. Angela Merkel moest ‘voor de rechter worden gesleept’, zei hij. De multiculturele steden in West-Duitsland zijn ‘het kalifaat’. En wie aan de sluipende migratie wil ontsnappen, kan maar beter verhuizen naar het Oost-Duitse platteland, ‘waar de mensen nog steeds Schmidt, Schneider en Müller heten’. In een kast lag een exemplaar van het prominente radicaal-rechtse tijdschrift Compact, met een foto van Trump op de cover.
‘Ik mag Trump wel,’ zei Gross.
In 2009 hadden collega’s bij de politie al hun zorg uitgesproken over zijn extreemrechtse denkbeelden. Ze hadden erop gewezen dat hij met boeken over de nazi’s naar het werk kwam. Maar daar werd niets mee gedaan.
‘Extreemrechts is geen gevaar,’ beweerde hij. ‘Ik ken geen enkele neonazi.’ Militairen en agenten zijn ‘gefrustreerd’, zei hij in ons derde gesprek, en hij somde een hele lijst klachten op over migranten, misdaad en de reguliere media. Hij vergelijkt de berichtgeving over corona nu met de staatscensuur van het communisme. Daarom volgt hij het YouTube-kanaal van RT, de Russische staatszender, en andere alternatieve media.
In dat parallelle universum van desinformatie hoort hij dat de overheid asielzoekers ’s nachts stiekem het land in vliegt. Dat corona een list is om burgers van hun rechten te beroven.
En dat Merkel werkt voor wat hij de ‘deep state’ noemt. ‘Die deep state is wereldwijd,’ zegt Gross. ‘Dat is het grootkapitaal, de grote banken, Bill Gates.’ Hij verwacht nog steeds dat ons vroeg of laat Dag X te wachten staat. Onlusten na een economische meltdown. Of grootschalige stroomuitval, want de Duitse overheid doekt alle kolencentrales op.
De Nordkreuz-leden en de autoriteiten hebben me nooit verteld waar zich nu precies dat safehouse bevindt. Het is er nog steeds, zegt Gross, die in de actieve dagen van Nordkreuz tegen een van de leden had gepocht dat zijn netwerk wel tweeduizend geestverwanten in Duitsland en daarbuiten omvatte. ‘Het netwerk bestaat nog steeds,’ zegt hij.
Xia Ming, hoogleraar politieke wetenschappen in New York, schetst een portret van zijn voormalige studiegenoot Wang Huning, de belangrijkste adviseur van de Chinese president.
Hij heeft zich weten te onderscheiden in een vijver van 1,4 miljard mensen, en dat verdient op zichzelf al respect! Of je nu met de prins of de tijger optrekt, het is één pot nat. Wang Huning heeft zich aangepast aan de politieke zeden van Zhongnanhai, de zetel van de Chinese regering, om er drie generaties monarchen te dienen. Dankzij zijn grote kennis van het raderwerk van de staat is hij steeds verder opgeklommen, een onmiskenbaar teken van zijn opmerkelijke intellectuele en emotionele kwaliteiten. Maar weinig mensen zullen die kwaliteiten betwisten: hij is een innemende man die in staat is om een missie tot een goed einde te brengen en problemen op te lossen, en hij loopt niet met zijn talenten te koop. Toch gaan we hier proberen zijn profiel wat verder uit te diepen.
Ik heb Wang Huning veelvuldig meegemaakt tussen 1981 en 1991 op de faculteit voor Internationale politiek van de Fudan-universiteit in Shanghai. In die tijd verkeerde hij nog niet in de hoogste kringen, zodat het mogelijk was zijn ware gezicht en zijn werkelijke karakter te zien. En ook al heb ik een jaar of twintig geen direct contact meer met hem gehad, ook daarna heb ik zijn levensloop kunnen volgen aangezien onderzoek naar de Chinese politiek mijn vakgebied is.
Hervormingstendensen
We zaten op dezelfde faculteit en woonden beiden in gebouw nr. 7 op de campus van Fudan. In 1981, toen ik aan mijn bachelor begon, was Wang, die tien jaar ouder is dan ik, bezig met zijn master. Na zijn afstuderen werd hij docent op Fudan en in het studiejaar 1982-1983 heb ik colleges geschiedenis van het westerse politieke denken bij hem gevolgd. In die tijd volgde hij als docent nog het voetspoor van zijn eigen leermeester Chen Qiren, hoogleraar politieke economie en een orthodoxe marxistisch leninist.
Maar naarmate de belangstelling voor het westerse denken en de hang naar politieke hervormingen toenamen, wist Wang Huning zijn vergelijkend onderzoek naar politieke regimes steeds verder uit te breiden. In de jaren tachtig kwamen onze interessesferen dichter bij elkaar te liggen. Hij en mijn scriptiebegeleider waren in 1987 samen verantwoordelijk voor het ‘Politieke verslag van het dertiende Partijcongres van de Communistische Partij van China’. De tekst van Wang is getiteld ‘Scheiding van partij en staat’ en ik heb meegeschreven aan het hoofdstuk ‘Deconcentratie van machten’, twee typerende thema’s voor de hervormingstendensen in de jaren tachtig, waartoe Deng Xiaoping in 1979 de aanzet had gegeven.
We zijn allebei in 1984 lid geworden van de Communistische Partij van China en ik heb lange tijd tot dezelfde cel behoord als hij. Onze werkkamers waren trouwens maar een paar stappen van elkaar verwijderd. Tijdens mijn master hebben we vaak samengewerkt; ik heb bijvoorbeeld meegewerkt aan de redactie van enkele van zijn boeken, waaronder aan Fubai he fan fubai (‘Corruptie en strijd tegen corruptie’).
Maar in 1989 werden we ongewild tegenstanders. In februari van dat jaar liet de universiteit haar studenten ‘de beste jonge docent’ kiezen, en ik eindigde volgens een van mijn studenten, de vicevoorzitter van de studentenvereniging, op de eerste plaats. Maar als gevolg van een ‘democratische centralisering’ van de uitslagen, een ironische verwijzing naar de handelwijze van de Communistische Partij, was het Wang Huning die won. Kort daarna spatte de democratische studentenbeweging van 1989, bekend van het bloedig onderdrukte Tiananmenprotest, uit elkaar.
Wang had zonder aarzelen de kant van Partij en regering gekozen, terwijl ik de kant van de studenten koos. Van toen af aan hebben onze wegen zich gescheiden. Na deze gebeurtenissen besloot ik naar de Verenigde Staten te gaan om te promoveren, terwijl Wang aan zijn beklimming van de machtsladder begon.
In de ogen van de meeste mensen is Wang Huning een gevierde geleerde, maar in werkelijkheid draagt hij de littekens van zijn tijd met zich mee. Hij heeft proefschriften begeleid, maar zelf heeft hij nooit een bachelor gedaan en is hij nooit gepromoveerd [zie de bio onder aan de tekst].
Omdat Wang Huning geen klassieke opleiding heeft genoten, vertoont zijn onderzoek grote methodologische tekortkomingen en een gebrek aan conceptualisering. Wanneer hij bijvoorbeeld een historische ‘balans’ opmaakt van de corruptie in China, volstaat hij met een gedetailleerde en subjectieve beschrijving, zonder zich ooit (of vrijwel nooit) in oorzaak en gevolg te verdiepen. Dat heeft hem uiteindelijk vatbaar gemaakt voor de theorieën van de Chinese ‘nationale specificiteit’, al in zwang sinds het begin van de eenentwintigste eeuw, en van het ‘cultuurrelativisme’.
Desondanks heeft Wang Huning ontdekt hoe hij moet slagen. In zijn boek over corruptie onderkent hij de ‘alomvattende, allesoverheersende aard van de Chinese overheid’, die systematisch tot uitdrukking komt op elke positie binnen een complex hiërarchisch systeem. Gedurende zijn hele carrière heeft hij zijn ellebogen gebruikt om een begeerde positie te bereiken, om vervolgens de aan die positie verbonden voordelen te monopoliseren en de weg naar een nog hogere functie te vinden.
In 1986, toen hij betrokken werd bij het schrijven van het politieke verslag van het dertiende Partijcongres, begon Wang Huning een sterke neiging tot “neo-autoritarisme” te vertonen
Wang is een typische apparatsjik. Hij is geboren in Shanghai in een familie van middelhoge ambtenaren en trouwde met een van zijn medestudenten, Zhou Qi, wier vader hoogleraar-onderzoeker was aan het Instituut voor Contemporain Internationaal Onderzoek in Beijing. Daarna begon een carrière die nauw verbonden was met het Partijapparaat.
Begin jaren tachtig behoorden de briljantste jonge onderzoekers op de campus van Fudan bijna allemaal tot het liberale kamp, dat economische en sociale hervormingen voorstond, en in mindere mate politieke hervormingen. Maar nadat tijdens een seminar van de filosofische faculteit van Fudan het marxistisch leninisme ter discussie was gesteld, werden ze het doelwit van een ‘campagne tegen geestelijke vervuiling’ die werd gelanceerd in 1983.
Toen Wang Huning in 1984 lid werd van de Partij, werd Wang Bangguo, hoofd van het onderzoekslaboratorium en de politicologische faculteit van Fudan, zijn mentor, met de bedoeling het liberale tij te keren. Met steun van hogerhand maakt Wang Huning daarna een bliksemcarrière. Hij werd de jongste universitair hoofddocent van Fudan. Dat was slechts de voorbode van talrijke andere roemrijke titels. Volgens sommigen is hij ‘gesmeed door de Partij’. Waarschijnlijk is in elk geval dat hij in die tijd de aandacht trok van Zeng Qinghong, destijds adviseur van Jiang Zemin in het stadhuis van Shanghai.
In 1986, toen hij betrokken werd bij het schrijven van het politieke verslag van het dertiende Partijcongres, begon Wang Huning een sterke neiging tot ‘neo-autoritarisme’ te vertonen, een stroming die zowel economisch liberalisme als een moderne dictatoriale macht voorstond en het liberaal-democratische gedachtegoed een halt wilde toeroepen. Toen de democratische beweging in 1989 uit elkaar spatte, nam hij het op voor Jiang Zemin, die door de liberale intellectuelen werd bekritiseerd omdat hij in mei van dat jaar de Shijie Jingji Daobao (World Economic Herald) had gesloten, een van de eerste liberale kranten van China, met als motief dat deze de democratische beweging ‘begunstigd’ zou hebben. Na het bloedbad van 4 juni 1989 op het Tiananmenplein in Beijing is het aantal liberalen in universitaire en politieke kringen in China vrijwel gedecimeerd, door middel van repressie of verbanning.
Chinese Hegel
Voor een vertegenwoordiger van het neo-autoritarisme als Wang Huning openden zich nieuwe horizonten. Hij werd de architect en goochelaar van een steeds reactionairder politiek regime.
Wang was tamelijk sterk beïnvloed door het marxistisch leninisme en andere Europese politieke theorieën. Ik herinner me dat in zijn colleges over de geschiedenis van het westerse politieke denken zijn bewondering voor Plato doorklonk, de ‘koning van de filosofie’, en voor boeken als De vorst van Niccolò Machiavelli en Leviathan van Thomas Hobbes. Zijn masterscriptie ging over nationale soevereiniteit, een geliefd onderwerp van de Franse politiek filosoof Jean Bodin (1529-1596), die manieren bestudeerde om de koning te helpen zijn absolute macht te consolideren en een eind te maken aan het feodalisme van de middeleeuwen.
Hij was in zekere zin een Chinese Hegel, die het bestaan van een dictatoriaal regime verdedigde en van mening was dat ‘de staat zijn bestaan dankt aan de komst van God naar de wereld’ (Hegel, Hoofdlijnen van de rechtsfilosofie, 1820). Maar hij was ook een Chinese Heidegger, de beroemde filosoof die de denker van het fascistische regime werd. En als je in het politieke verslag van het negentiende Congres van de Communistische Partij van China, gepubliceerd in november 2017, de passage over de grote strijd, de grote werken en de grote dromen leest, te verwezenlijken door de Partij, moet je onwillekeurig ook aan een andere Duitse nazifilosoof denken, Carl Schmitt (1888-1985), voor wie ‘het specifieke politieke onderscheid het verschil tussen vriend en vijand is’. Met andere woorden, het belangrijkste van alles is om te weten wie er aan jouw kant staat en wie tot degenen behoort die bestreden moeten worden. Zonder deze potentieel dodelijke strijd zou de politiek niets voorstellen.
Het is niet zo abnormaal om te denken dat de weg naar “een sterk leger voor een sterk land” uiteindelijk tot hetzelfde historische lot zullen leiden dat Duitsland en Japan was beschoren
In zijn boek Meiguo fandui meiguo (Amerika tegen Amerika) uit 1991 poneert Wang Huning duidelijk voor welke uitdaging Azië naar zijn idee staat: dat Japan, het Land van de Rijzende Zon, de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog zware militaire klappen heeft toegebracht, en zware economische klappen in de jaren tachtig van de vorige eeuw, komt volgens hem doordat het individualisme, het hedonisme en de democratie zijn overwonnen door collectivisme, zelfopoffering en autoritarisme. Ziedaar de waarden en de historische ontknoping van de droom van een ‘rood Rijk van de Rijzende Zon’ dat hij samen met Xi Jinping wil realiseren.
Momenteel is het niet zo abnormaal om te denken dat de weg naar ‘een sterk leger voor een sterk land’, waarvoor het politieke verslag van het negentiende Congres onder de bezielende leiding van Wang Huning pleit, en het idee dat ‘de Partij almachtig is in het hele land’, uiteindelijk tot hetzelfde historische lot zullen leiden dat Duitsland en Japan was beschoren. Toch schrijft Wang Huning in zijn boek Zhengzhi di rensheng (Een politiek leven) uit 1994: ‘Het is verschrikkelijk dat wij meestal niet in staat zijn lering te trekken uit de gruwelen van het verleden.’ Volgens sommigen is Wang Huning het prototype van een geleerde in regeringskringen die liever in de schaduw vertoeft. Hij heeft misschien ongefundeerde verwachtingen gewekt, maar hij heeft zich nooit de ideeën van Socrates toegeëigend, die een ‘paardenvlieg voor Athene’ wilde zijn en een ‘wereldburger’ (Plato, Apologie van Socrates). Zijn kritische geest is slechts op één ding gericht: het door het slijk halen van de westerse mogendheden. Wellicht zal hij er ooit in slagen herboren te worden en zichzelf te overstijgen door een eind te maken aan de symbiotische relatie die hij met de totalitaire machthebbers onderhoudt en China in een meer liberale en democratische richting kunnen stuwen.
Toen ik in 1991 toestemming vroeg om Fudan te verlaten en in de Verenigde Staten te gaan studeren, zei Wang Huning me drie dingen: ten eerste dat hij zich niet tegen mijn vertrek zou verzetten; ten tweede dat de VS een grote machine was waarvan je absoluut het ritme diende te volgen om niet vermorzeld te worden; en ten derde dat zolang hij invloed had op Fudan, hij me altijd zou terugnemen als ik dat zou willen. Het eerste punt betrof een gunst aan mijn adres, het tweede was een nuttig advies en het derde zal me naar ik hoop nog eens van pas komen.
In ‘Een politiek leven’ schrijft Wang Huning: ‘De politieke belofte is een begrip dat nadere uitwerking verdient; het is misschien het logische beginpunt voor het creëren van een politieke filosofie in China.’ Maar dit voornemen mag geen pact van Faust met de duivel worden. Noch op persoonlijk vlak, noch wat het land betreft.
Duanchuanmei is een Chinese website, opgezet in 2015 door de advocaat Will Cai, die in Hongkong de kritiek kreeg dat hij op al te goede voet zou staan met Xi Jinping.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.