Tag: Nederland

  • De Hollandse windmolen 2.0: duurzaam én esthetisch

    De Hollandse windmolen 2.0: duurzaam én esthetisch

    Zo gaat hij er ooit uitzien, de windturbine die de komende jaren in de haven van Rotterdam gebouwd moet worden. Want ook de energietransitie vraagt om esthetiek. ‘Wat we nu moeten formuleren, is een soort Futuristisch manifest 2.0.’

    Midden in de haven van Rotterdam moet de komende jaren een 174 meter hoge windturbine worden gebouwd waarin je ook kunt wonen. Maar het futuristische gebouw, in de vorm van een enorme ring die enerzijds een archaïsche indruk wekt, maar anderzijds doet denken aan het gigantische lanceerplatform uit de sciencefictionfilm Contact, gunt je vooral een blik in de toekomst. 

    De Windwheel Corporation, het consortium dat de windturbine in het land van de windmolens – waar anders? –symbolisch wil heruitvinden als spektakel van duurzaamheid, bestaat uit het team architecten rond Duzan Doepel en een ploeg investeerders die wordt aangevoerd door Johan Mellegers. De Technische Universiteit Delft levert knowhow in de vorm van een prototype, waarin de windturbine, die geen rotor of wieken heeft en dus niet het typische windgeluid en ook geen vibraties produceert, sinds 2013 proefdraait.

    Het Rotterdamse project is al een paar jaar bekend. De realisatie is, zeer optimistisch, op zijn vroegst gepland in 2025, en gaat tussen de 200 en 500 miljoen euro kosten, wat eveneens erg optimistisch lijkt. Het bouwwerk moet vooral als symbolische eco-architectuur dienen, maar ook als marktconform woongebouw, hotel, horecagelegenheid, uitkijktoren, hotspot voor toeristen en als een zichzelf bedruipende attractie voor selfies tegelijk. Op de tekening bestaat de gevel vrijwel geheel uit zonnepanelen. Ook elektrostatisch geladen waterdamp, binnen een elektrisch veld door wind in beweging gehouden, moet energie gaan produceren.

    Is hier ooit een deel van de oplossing of alleen een deel van het probleem te bewonderen?

    Tot zover de theorie. Of die in deze mate ook werkelijk functioneert, is nog niet te zeggen. En wat de vogels ervan vinden, weten we ook niet. Dat zouden we ze moeten vragen. Los van onze gevederde vrienden is het trouwens de vraag of hier iets futuristisch staat te gebeuren of dat er alleen sprake is van greenwashing, een project dat zich duurzamer voordoet dan het feitelijk is: is hier ooit een deel van de oplossing of alleen een deel van het probleem te bewonderen?

    Als dit visionaire, maar geenszins onrealistische project met succes wordt gerealiseerd, zou het een unieke hybride zijn: windkrachtcentrale en zonne-architectuur ineen. En zodoende precies wat Markus Söder (de Beierse minister-president) nu nodig heeft: een letterlijk bezienswaardige, zelfs blij stemmende oplossing voor twee actuele problemen. Want zowel met zonne- als met windenergie zitten we soms behoorlijk in onze maag.

    Groene wind

    Op deze twee natuurlijke energiebronnen is in de kwestie van het veranderende klimaat al onze hoop gevestigd. Maar veel deskundigen (zoals architecten) en hoeders van het stedenschoon houden niet van daken met zonnepanelen. En veel leken (zoals gewone mensen) en hoeders van het landschapsschoon houden niet van windturbines. Terwijl de politiek eindelijk wakker wordt en – met uitzondering van de gebruikelijke, bijna niet van idiotie te onderscheiden rechtse nostalgie – in alle verkiezingsprogramma’s een duidelijk groenere wind waait, heeft de samenleving moeite om akkoord te gaan met een energietransitie die aan hun kijkgewoonten raakt. En in die zin ook een kwestie van smaak is.

    Misschien biedt juist de waanzin waarin over het rationele op een irrationele en over het objectieve op een subjectieve manier wordt meebeslist, een uitweg uit het dilemma. Misschien heeft de energietransitie, waarvan de feitelijke noodzaak meer dan genoeg is aangetoond, niet nog meer feiten nodig. Maar moeten we die met eigen ogen kunnen zien. Misschien moet de push die nog nodig is niet zozeer uit de kracht van argumenten komen, maar uit de kracht van suggestie. Misschien heeft de klimaatverandering, die steeds sneller steeds apocalyptischer beelden produceert, ook symbolen van hoop en veelbelovende architectuur nodig.

    Na de overstromingsramp in West-Duitsland werden de talkshows op tv overspoeld met mensen die de noodzaak van een radicaal andere klimaat- en milieupolitiek verkondigden. Alweer. Het onderwerp ligt allang waar het thuishoort: op straat, de straat die eigenlijk een weiland had moeten zijn. Alleen bestaat er voor groene oplossingen weliswaar veel ostentatief verkondigde goede wil, maar aan het einde van de verkiezingsdag blijkt merkwaardigerwijs dat er tot nu toe nog steeds geen politieke meerderheid voor is. Daarom krijgen windturbines en zonnedaken een betekenis die de functionele betekenis verre overstijgt. In het gunstigste geval worden ze het emblematische handelsmerk van de energietransitie. Betekenisvolle symbolen en daarmee transformatoren naar een nieuw tijdperk.

    Futuristisch manifest 

    De kritiek op alle pogingen om de energiehonger van de mensheid te stillen door een pact te sluiten met zon en wind, zodat de nu al levensbedreigende klimaatverandering niet nog erger wordt, is nog steeds opmerkelijk robuust. De energietransitie, van fossiele, CO2-uitstotende energiedragers naar regeneratieve, schone bronnen, is allang geen technisch vraagstuk meer, maar een probleem van maatschappelijke acceptatie. En precies op dat punt komt er een factor in het spel die er ogenschijnlijk niets mee te maken heeft: de esthetiek.

    Wat we nu moeten formuleren, is een soort Futuristisch manifest 2.0. Om het geheugen wat op te frissen: het oprichtingsmanifest van het Futurisme, op 20 februari 1909 gepubliceerd in Le Figaro, is te danken aan de enerzijds door het fascisme en anderzijds door het anarchisme beïnvloede, krankzinnige ideeën van Filippo Tommaso Marinetti, dichtend advocaat van beroep en daarnaast actief als revolutionair. In het manifest bezweert hij op eloquente wijze het moderne tijdperk: als een tijd waarin de overlevering wordt vervloekt en reikhalzend wordt uitgekeken naar het per se ‘nieuwe’. En dat zo allesomvattend dat het opkomende totalitarisme er net zozeer in zit als het verlangen naar een niet alleen nieuwe, maar ook betere wereld.

    Er is nu niet alleen behoefte aan een nieuw ecologisch evenwicht, maar ook aan een nieuwe esthetiek

    Vanuit hedendaags gezichtspunt moet de manifeste onzin in het manifest – waarin wordt geconcludeerd dat raceauto’s mooier zijn dan antieke beeldhouwwerken en dat musea moeten worden gesloopt en parkeergarages moeten worden gebouwd, en waarin dynamiek en versnelling de nieuwe middelen tegen alle kwalen zijn – niet al te serieus worden genomen. Maar het manifest maakte toch enorm veel los. Zowel in de doelstellingen van het Bauhaus van Walter Gropius als in veel andere op esthetiek gebaseerde stromingen in het begin van de twintigste eeuw zijn er elementen van terug te vinden. Futurisme, Bauhaus, rationalisme: ze waren (en zijn in principe nog steeds) allemaal succesvol mede omdat ze de stromingen van hun tijd een gemeenschappelijke en zichtbare noemer gaven. Het nieuwe denken was ook altijd een nieuw verlangen. En een nieuwe manier van kijken.

    Daarom is nu niet alleen behoefte aan een nieuw ecologisch evenwicht, maar ook aan een nieuwe esthetiek, aan nieuwe architecten, landschapsarchitecten en ontwerpers. Zij beheersen de kunst om zon en wind tot de beelddragers van een op zijn beurt vernieuwde tijd te maken. Het gaat niet alleen om ingenieurstechniek, het gaat ook om de overtuigingskracht van de vorm. De wind, zie Rotterdam, kan ook een beeldbepalend oriëntatiepunt zijn; de zon, zie Rotterdam, moet niet leiden tot stuitend gepruts op de daken. Ecologie kan ook een kracht worden, juist van de esthetiek. Goed leven is wellicht niet voldoende, het moet ook mooi leven zijn. 

  • Bangkok Airways gehackt | Argentinië haalt banden aan met Cuba

    Bangkok Airways gehackt | Argentinië haalt banden aan met Cuba

    Venezuela: regering en oppositie streven naar ‘deelakkoorden’

    De tweede onderhandelingsronde tussen het regime van Nicolás Maduro en de Venezolaanse oppositie, met het oog op de regionale verkiezingen van 21 november, was gericht op het bereiken van ‘deelakkoorden’, schrijft het Spaanse agentschap Europa Press. Volgens de regeringsdelegatie zijn er al akkoorden gesloten, maar de oppositie heeft verklaard dat er nog geen overeenstemming is bereikt.

    De oppositie wil ingrijpende politieke veranderingen

    De vertegenwoordiger van Nicolás Maduro zei dat de onderhandelingen in een ‘hartelijke sfeer’ verlopen en dat het opheffen van de economische sancties zijn voornaamste doelstelling is. De oppositie, die ermee heeft ingestemd deel te nemen aan de verkiezingen in november, benadrukt de noodzaak van humanitaire akkoorden en ingrijpende politieke veranderingen. De onderhandelingen vinden plaats in Mexico, onder auspiciën van Noorwegen. Ook Nederland en Rusland spelen een bemiddelende rol.


    Bangkok Airways gehackt

    Bangkok Airways, de op een na oudste en op twee na grootste luchtvaartmaatschappij van Thailand, maakte op donderdag 26 augustus bekend dat hackers passagiersinformatie hebben gestolen bij een ransomware-aanval. De luchtvaartmaatschappij bevestigde de hack, een dag nadat een ransomware-bende, bekend als LockBit, een bericht op het darkweb plaatste waarin werd gedreigd gegevens te lekken als een fors bedrag aan losgeld niet zou worden betaald. De LockBit-bende gaf de luchtvaartmaatschappij vijf dagen de tijd om het losgeld te betalen, maar publiceerde zaterdag de ruim 200 GB aan gestolen gegevens nadat duidelijk werd dat Bangkok Air niet wilde onderhandelen, schrijft The Record.

    Er zijn ook bestanden bestolen die persoonlijke gegevens van passagiers bevatten

    Hoewel de meeste gestolen informatie zakelijke documenten lijkt te betreffen, zei Bangkok Airways dat de hackers er ook in geslaagd zijn bestanden te stelen die persoonlijke gegevens van sommige van haar passagiers bevatten. Het is onduidelijk om hoeveel passagiers het gaat.

    Eerder deze maand waarschuwde het Australian Cyber Security Center Australische bedrijven al voor een toename van aanvallen van de Lockbit-bende.


    Argentinië haalt banden aan met Cuba

    Jorge Neme, de Argentijnse minister van Internationale Economische Betrekkingen, heeft vorige week maandag in Havana een ontmoeting gehad met de Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken Bruno Rodríguez, waarbij beide landen hun intentie onderstreepten om de bilaterale banden te versterken, bericht MercoPress. Rodríguez maakte van de gelegenheid gebruik om Neme te bedanken voor de steun van Argentinië in het veroordelen van de economische, commerciële en financiële blokkade van de Verenigde Staten tegen het eiland.

    Neme had ook een ontmoeting met de Cubaanse minister van Landbouw om technische samenwerking en gezamenlijke zakelijke projecten te bespreken. Daarna bezocht hij verschillende bedrijven in de westelijke provincie Matanzas in Cuba.

  • ‘De Nederlandse kiezer heeft de “zuinige” Mark Rutte beloond’

    ‘De Nederlandse kiezer heeft de “zuinige” Mark Rutte beloond’

    De Tweede Kamerverkiezingen zijn ook in de rest van Europa niet onopgemerkt gebleven. Eén vraag bleek journalisten van Duitsland tot Italië mateloos te fascineren: waarom stemt Nederland al tien jaar lang op ‘Teflon Mark’?

    ‘Ook voor Nederland geldt de befaamde zin uit De tijgerkat [een roman van G. Tomasi di Lampedusa]: “alles moet veranderen opdat alles hetzelfde blijft”,’ schrijft het Italiaanse dagblad La Repubblica. ‘Nederland kiest voor continuïteit,’ kopt ook het Zwitserse dagblad Neue Zürcher Zeitung. ‘Mark Rutte kan in Nederland blijven regeren, en het vormen van een regering zou deze keer gemakkelijker moeten zijn dan vier jaar geleden,’ aldus de Duitse kwaliteitskrant Frankfurter Allgemeine. En dat ‘na een saaie campagne tijdens de pandemie die werd gezien als een referendum over de prestaties van de regering tijdens de crisis,’ schrijft The Guardian.

    Het Duitse tijdschrift Der Spiegel klinkt enigszins verbaasd over de overwinning van de VVD: ‘De regering-Rutte kondigde in januari zijn aftreden aan vanwege een schandaal met ten onrechte teruggevorderde kindertoeslag. Maar noch de affaire, noch het relatief hoge aantal coronabesmettingen in zijn land veranderde blijkbaar iets aan de populariteit van de premier.’

    De aandacht voor Ruttes verkiezingsoverwinning gaat ook in veel Italiaanse kranten gepaard met enige wrok en onbegrip. ‘De Nederlandse kiezers hebben de “zuinige” Mark Rutte beloond,’ aldus de in Milaan gevestigde Corriere della Sera. ‘[Het] blijkt dat Rutte en zijn centrumrechtse partij sterker zijn geworden, ondanks de schandalen die hem tot aftreden hebben gedwongen.’

    ‘De kiezers lijken het beleid van bezuinigingen op de overheidsfinanciën (en de harde lijn ten aanzien van de Zuid-Europese landen, te beginnen met Italië) en de beperkende coronamaatregelen die aan de Nederlanders zijn opgelegd, te hebben gewaardeerd.’

    Rutte zou zijn succes er volgens de krant zelfs aan danken. ‘Wat kan de Nederlanders ervan hebben overtuigd toch weer op Rutte te stemmen? Bijna zeker zijn houding ten opzichte van Europa en het herstelplan: de centrumrechtse regering nam herhaaldelijk onbuigzame en obstructieve standpunten in ten opzichte van de openingen die Brussel maakte voor de landen met de grootste schuldenlast (waaronder Italië).’

    ‘Zijn verkiezingsoverwinning zou Rutte er nu van kunnen overtuigen om zijn rigoureuze en “zuinige” beleid weer op de Europese tafel te leggen,’ vreest de Italiaanse krant.

    Toeslagenaffaire

    De grootste verbazing betreft de vergevingsgezindheid van de Nederlandse kiezer na de toeslagenaffaire. ‘Ongeveer 26.000 arme Nederlandse gezinnen waren door de belastingdienst gedwongen de van de staat ontvangen financiële steun terug te betalen. (…) Deze beschuldigingen bleken ongegrond, en de getroffen families kwamen in ernstige moeilijkheden.’ The Guardian wijst er als enige buitenlandse krant op dat veel slachtoffers van de toeslagenaffaire ‘racistisch werden geprofileerd’.

    ‘De gladde Mark Rutte’, kopt de Beierse krant Süddeutsche Zeitung boven een profiel van de verkiezingsoverwinnaar van de VVD. ‘Wat is de reden van zijn succes?’

    ‘Met het oog op het virus kon Rutte in zijn favoriete rol glijden: die van de hardwerkende probleemoplosser en zorgdrager’

    De krant meent dat Rutte vooral heeft geprofiteerd van corona. ‘Een jaar geleden, voor de pandemie, zou de herverkiezing van de 54-jarige premier nog verre van zeker zijn geweest. Maar met het oog op het virus kon Rutte in zijn favoriete rol glijden: die van de hardwerkende probleemoplosser en zorgdrager, die schijnbaar boven de partijen staat en het land door de crisis loodst.’  

    ‘De behoefte aan een betrouwbare crisismanager in het Catshuis was veel sterker dan de behoefte aan verandering,’ duidt ook de Frankfurter Allgemeine.

    De zuinige kameleon

    Toch is er ook veel kritiek op Rutte, schrijft SZ, wegens ‘een gebrek aan betaalbare woningen en grote problemen op het gebied van onderwijs en gezondheidszorg, dat volgens velen systematisch kapot is bezuinigd’.

    ‘[Maar] zijn flexibiliteit hielp Rutte om zich te ontworstelen aan de schandalen en crises waarmee zijn regeringsjaren gepaard gingen. Het waren altijd de anderen die moesten boeten. De kinderopvangtoeslagaffaire is daar een goed voorbeeld van. (…) Rutte en zijn kabinet zijn om die reden in januari afgetreden en demissionair verdergegaan. Maar hij heeft zich, als hoofdverantwoordelijke, toch weer verkiesbaar gesteld.’

    ‘Wat de kiezers blijkbaar bevalt aan de regeringsleider,’ duidt SZ, ‘is zijn jeugdige, licht ondeugende charme en ostentatieve bescheidenheid. Rutte, die alleenstaand is, woont in een driekamerappartement in Den Haag, fietst naar kantoor en geeft elke donderdagavond als vrijwilliger maatschappijleer op een school. Hij probeert zijn intellectuele interesses zo veel mogelijk te verbergen. Maar de man, die goed piano speelt, heeft één keer spectaculair gefaald toen hij zich tijdens een EU-top verveelde en zich verdiepte in een biografie van Chopin.’

    Ook La Repubblica benadrukt de zuinigheid en de veerkracht van Rutte, ‘de zuinige kameleon die al elf jaar regeert’, kopt de krant boven een profiel van de lijsttrekker van de VVD. Il Sole 24 Ore noemt de demissionair premier zelfs ‘de “teflonpremier”, vanwege zijn vermogen om zich uit elke politiek lastige kwestie te manoeuvreren’, zoals de toeslagenaffaire.

    ‘Op het Europese toneel zal Rutte het meest ervaren zijn als Angela Merkel niet langer bondskanselier is,’ schrijf FAZ. Alleen Viktor Orbán is langer aan de macht.

    Nieuwe vrouwelijke ster

    ‘Maar de echte verrassing is de sprong voorwaarts van de liberaal-democratische partij D66, die vijf zetels wint, naar 24 stijgt en stevig tweede wordt,’ schrijft de Italiaanse zakenkrant.

    ‘Toen de eerste prognose van de uitslag bekend werd, sprong Sigrid Kaag op tafel van vreugde,’ aldus SZ. ‘Dat haar partij, ondanks het feit dat zij deel uitmaakt van de regering, haar zetelaandeel in het parlement kan uitbreiden van 19 naar een verwachte 24, heeft veel te maken met haar zelfverzekerde optreden in de tv-debatten, die dit keer nog belangrijker waren dan anders vanwege de pandemie. (…) De minister van Buitenlandse Handel met een uitgebreide internationale ervaring is de eerste vrouw in Nederland die een realistisch vooruitzicht heeft om ooit premier te worden.’

    Ook volgens Il Sole 24 Ore is het succes van D66 te danken aan de lijsttrekker, ‘Sigrid Kaag, een echte rijzende ster in de Nederlandse politiek. (…) ‘Zij spreekt Arabisch, heeft een Palestijnse echtgenoot en een kosmopolitische en pro-Europese instelling, in tegenstelling tot de euroscepsis van de rechtse partijen en het op zijn minst lauwe of utilitaire europeanisme van Rutte.’ Ook de Duitse krant Die Welt spreekt van ‘een nieuwe vrouwelijke ster in Den Haag’.

    ‘Sigrid Kaag is de eerste vrouw in Nederland die een realistisch vooruitzicht heeft om ooit premier te worden’

    Ook de Franse krant Le Monde is verrast door het succes van D66, die ‘zijn beste uitslag ooit haalde’ en dat in ‘een koninkrijk dat wordt gekenmerkt door wantrouwen jegens de Europese Unie, die over het algemeen wordt gezien als bureaucratisch en te duur’.

    Wie samen met de VVD en D66 een nieuwe coalitie gaan vormen blijft nog de vraag, aldus Il Sole 24 Ore, maar ‘in ieder geval is het zeer waarschijnlijk dat er een verschuiving zal plaatsvinden in de richting van een meer pro-Europese koers, gezien het succes van D66’.

    Extreemrechts

    Het politieke landschap in Nederland is na de verkiezingen verder versplinterd, aldus Der Spiegel. ‘In totaal zijn 17 partijen in het parlement gekomen – er is geen kiesdrempel van 5 procent zoals in Duitsland.’

    Veel Duitse kranten benadrukken de groei van extreemrechts. ‘Er zullen drie extreemrechtse partijen in het nieuwe parlement vertegenwoordigd zijn met in totaal 27 zetels,’ schrijft Der Spiegel [29 in de voorlopige uitslag]. Ondanks de krimp van de PVV, groeit de FvD en komt ook JA21, een afsplitsing van die partij, met drie zetels in de Tweede Kamer, merkt Die Welt op, ‘zodat de rechtspopulisten per saldo sterker uit de verkiezingen komen’.

    ‘In de toekomst bestaat nu iets minder dan een vijfde van het parlement uit extreemrechtse, nationalistische politici, meer dan ooit tevoren,’ merkt de Süddeutsche Zeitung op. ‘De wederopstanding van een bepaalde extreemrechtse politicus is opmerkelijk. (…) Thierry Baudet van FvD was na een racismeschandaal eigenlijk al afgeschreven, zijn partij viel uiteen.’

    ‘Voor de linkse partijen daarentegen is het resultaat een ramp, temeer daar linkse thema’s zoals sociale rechtvaardigheid en belastingbeleid de verkiezingscampagne domineerden,’ aldus SZ. ‘Het bitterste verlies is waarschijnlijk geleden door GroenLinks. (…) Aan de andere kant heeft de pro-Europese partij Volt, die voor het eerst meedeed, meteen drie zetels in de wacht gesleept. (…) In de herfst wil deze partij het ook in Duitsland proberen.’

    Hoge opkomst ondanks corona

    ‘De eerste landelijke verkiezingen in de EU ten tijde van covid-19 hebben een hoge opkomst gekend, rond 80 procent,’ schrijft Il Sole 24 Ore. ‘Dat komt door het besluit om de verkiezingen over drie dagen te spreiden, van maandag tot en met woensdag, en om zeventigplussers de mogelijkheid te bieden per brief te stemmen.’

    ‘Om een maximale veiligheid te garanderen, vervolgt het zakenblad, ‘werden zowat overal stembureaus ingericht, van sportscholen tot kerken, van musea tot concertzalen. Er werd zelfs gestemd in een windmolen. (…) Om de verkiezingspotloden niet te hoeven ontsmetten, hebben verschillende gemeenten ervoor gekozen de potloden mee te geven. Met als resultaat dat het souvenirs zijn geworden.’

  • Marokko in greep van wraakporno | Britse musici zingen brexitblues

    Marokko in greep van wraakporno | Britse musici zingen brexitblues

    Marokko windt zich op over buitenechtelijke seks

    Marokkaanse rechtbanken hebben een jonge vrouw veroordeeld voor haar rol in een seksfilmpje die op grote schaal op het internet is verspreid. De video werd zonder haar toestemming online geplaatst, maar toch was zij degene die werd aangeklaagd, aangezien het Marokkaanse strafrecht seks buiten het huwelijk strafbaar stelt.

    In Marokko heeft een ‘digitale sit-in’ op sociale media de aandacht getrokken van het Marokkaanse weekblad TelQuel. De hashtag #STOP490trending topic in Marokko – is duizenden keren gedeeld. Om daar tegengewicht aan te bieden is de hashtag #KEEP490 in het leven geroepen. 490 is het nummer van het artikel in het Marokkaanse Wetboek van Strafrecht dat buitenechtelijke seksuele relaties strafbaar stelt.

    De zaak van Hanaa, een 24-jarige alleenstaande moeder, die op 4 januari tot een maand gevangenisstraf werd veroordeeld, lag aan de basis van de socialemediastorm. Ze is door de rechtbank veroordeeld omdat ze, gekleed in een niqab, seks had met een man waarmee ze niet is getrouwd. Daar is een filmpje van gemaakt dat in december op een pornowebsite is geplaatst.

    De video, die zich als een lopend vuurtje over het Marokkaanse web verspreidde, is zonder haar toestemming gepubliceerd en, volgens haar advocaat, ook zonder haar medeweten gefilmd, schrijft TelQuel in een tweede artikel.

    ‘Hier in Marokko is het de vrouw die tegen haar zin werd gefilmd – het slachtoffer dus – die veroordeeld wordt tot een maand gevangenisstraf en een boete van 500 dirham’

    Volgens de advocaat gaat het om zogeheten ‘wraakporno’: het chanteren van of wraak nemen op een persoon door middel van belastende beelden.

    Aujourd’hui le Maroc betreurt dat fundamentele rechten in Marokko nog niet zijn gegarandeerd: ‘Artikel 490 is een soort van grote grap in het Wetboek van Strafrecht. De realiteit is anders. Men heeft het over het legaliseren van cannabis terwijl de basale vrijheden om over je eigen lichaam te beschikken niet eens zijn gewaarborgd.’

    ‘Hier in Marokko is het de vrouw die tegen haar zin werd gefilmd – het slachtoffer dus – die veroordeeld wordt tot een maand gevangenisstraf en een boete van 500 dirham’, aldus de Marokkaanse site Le360.

    Toch is een deel van de Marokkanen fel voorstander van de wet. ‘De conservatieven zien rood van woede’, schrijft TelQuel. “#Keep490 of ga het land uit’, schrijft een voorstander van artikel 490 op Twitter.

    De man die het filmpje heeft gemaakt woont in Nederland, verklaart de advocaat van Hanaa tegenover de Franse krant Le Monde. Omdat Nederland en Marokko geen uitleveringsverdrag kennen, is de man, in tegenstelling tot de vrouw, niet veroordeeld voor seks buiten het huwelijk, aldus de advocaat. Zij is wel van plan om in Nederland een aanklacht in te dienen tegen de man.


    Tweede impeachment van Trump is grondwettelijk

    Zesenvijftig van de honderd senatoren (vijfig Democraten, zes Republikeinen) hebben ermee ingestemd dat de voormalige president van de VS wel degelijk aan een impeachmentprocedure kan worden onderworpen, ook al is hij nu een gewone burger.

    De stemming vond plaats ‘na een emotioneel beladen dag’, meldt Politico. De democratische aanklagers begonnen hun pleidooi met een videomontage van de bestorming van het Capitool op 6 januari. Zij beschuldigen het voormalige staatshoofd ervan in zijn toespraak, enkele minuten voor de incidenten, de menigte te hebben aangezet tot geweld.

    Voor het Trump-kamp is het proces ‘politiek theater’ dat ‘het land zal verscheuren’ en is het er uitsluitend op gericht te voorkomen dat de voormalige president zich in 2024 herkiesbaar stelt, bericht Politico. Impeachment zou volgens Trumps verdediging zinloos zijn aangezien hij niet meer in functie is.

    De Democratische afgevaardigde uit Colorado, Joe Neguse, verwerpt dat argument: ‘Dat zou betekenen dat een president zijn land zou kunnen verraden, zijn ambt zou kunnen neerleggen en zijn straf volledig zou kunnen ontlopen.’

    Volgens CNN was Trump niet blij met het ietwat onsamenhangende optreden van zijn advocaat Bruce Castor ten overstaan van de Senaat. De stemverhouding van 56-44 bevestigt niettemin dat Trump alle kans maakt om opnieuw te worden vrijgesproken, merkten de Amerikaanse media op. Er is een tweederde meerderheid nodig om hem te veroordelen.


    Post-brexitblues voor Britse muzikanten

    ‘Britse muzikanten zingen de blues’, kopt Financial Times. Sinds het begin van de coronapandemie wordt het ene na het andere concert afgelast. Zelfs Glastonbury, het emblematische muziekfestival dat gewoonlijk in juni in het zuiden van Engeland plaatsvindt, is al van de kalender gehaald. Voor het tweede jaar op rij. ‘Het besluit heeft de somberheid alleen maar doen toenemen door de hoop op een opleving van het festivalseizoen deze zomer te temperen’, aldus de zakenkrant.

    Zeker nu naast de onrust over de coronacrisis ook de gevolgen van brexit te voelen zijn. Sinds 1 januari kunnen Britse en Europese onderdanen niet langer onbelemmerd reizen tussen beide kanten van het Kanaal. Concerten en tournees die op het continent zijn gepland, zullen daardoor moeilijker te organiseren zijn, vreest de pers. Financial Times noemt bijvoorbeeld het geval van ‘John Smith, een folkzanger voor wie brexit tien jaar werk om een fanbasis op te bouwen in landen als Duitsland en Nederland, waar hij regelmatig optreedt, vrijwel teniet heeft gedaan’.

    Volgens The Guardian ‘moeten Britse muzikanten nu visa, werkvergunningen en importvergunningen voor hun apparatuur aanvragen wanneer zij naar de EU reizen om te werken, een vervelende en dure administratieve procedure die vooral opkomende muzikanten dreigt te treffen’.

    Zoals Sky News uitlegt, geven Brussel en Londen elkaar de schuld van deze blinde vlek in de brexitonderhandelingen die eind 2020 werden afgerond. Tijdens de besprekingen stelde de EU ‘een wederzijdse vrijstelling van administratieve formaliteiten voor reizen van maximaal negentig dagen voor kunstenaars, sportlieden en journalisten’ voor. Maar dat was onverenigbaar met de belofte van de regering om de controle over de grenzen van het Verenigd Koninkrijk terug te krijgen, antwoordde Londen.

  • Amsterdam is het nieuwe Londen. Nederland als         toevluchtsoord van de brexodus

    Amsterdam is het nieuwe Londen. Nederland als toevluchtsoord van de brexodus

    Al voor de brexit trokken Britse bedrijven massaal naar het vasteland. Nederland is bijzonder populair, en deze journalist van Fortune begrijpt tijdens een fietstocht door Amsterdam heel goed waarom.

    Dit artikel verscheen eerder in #172.

    Rhian Ravenscroft, jurist bij het Amerikaanse handels-platform MarketAxess, had genoeg tijd om over haar volgende stap na te denken. Ze was zeven maanden zwanger, had er zwaar de pest in dat ze een vol uur moest reizen van haar huis aan de rand van Londen naar het hoofdkantoor van het bedrijf in de wijk Barbican.

    Tegen de tijd dat ze haar kantoor bereikte, wist ze wat haar te doen stond. ‘Ik was de eerste die om overplaatsing vroeg,’ zegt Ravenscroft, die Brits is.

    ‘Als je niet drie uur per dag hoeft te reizen kun je heel wat extra tijd in je werk steken’

    Wanneer ik Ravenscroft in oktober ontmoet, meer dan drie jaar later, is het opnieuw een sprankelende, zonnige ochtend. Ze zit inmiddels in een eeuwenoud huis aan een Amsterdamse gracht, het nieuwe EU-hoofdkantoor van MarketAxess. Het geluid buiten de grote vensters is niet afkomstig van het Londense verkeer maar van het water dat klotst door passerende rondvaartboten.

    In Londen moest Ravenscroft, inmiddels opgeklommen tot senior juridisch adviseur, dagelijks een treinkaartje kopen van omgerekend 29 euro. Vandaag heeft ze haar driejarige dochtertje Seren met de fiets naar een naburige peuterspeelzaal gebracht en daarna haar fiets met het kinderzitje achterop voor haar kantoor geparkeerd. Totale reistijd: vijf minuten. Totale kosten: nul. ‘De kwaliteit van leven is totaal veranderd,’ zegt de 36-jarige Ravenscroft, nog altijd verbaasd over de ommezwaai. ‘Als je niet drie uur per dag hoeft te reizen kun je heel wat extra tijd in je werk steken.’

    Niet langer afwachten

    Ravenscroft is bepaald niet de enige wier leven door de Brexit radicaal is veranderd. De vraag of het Verenigd Koninkrijk de EU al of niet zal verlaten heeft de Britse economie en het politieke bestel van het land ernstig
    verstoord. Algemene verkiezingen op 12 december en een deadline voor een exit-deal op 31 januari zijn de volgende plotwendingen in dit langlopende drama dat het Britse vertrek zal bestendigen – of niet.

    Maar een groot deel van de zakenwereld heeft besloten het laatste bedrijf niet langer af te wachten. Sinds het tellen van de stemmen in 2016 hebben veel ondernemingen zich geheel uit het Verenigd Koninkrijk teruggetrokken of belangrijke onderdelen van hun bedrijfsvoering naar de andere 27 EU-landen verplaatst, waarbij duizenden werknemers hun vertrouwde omgeving moesten verlaten om niet verstrikt te raken in Europese regelgeving.

    De ontwrichting die een definitieve Brexit teweeg zal brengen valt onmogelijk te voorspellen, en de volledige dimensies zullen pas over jaren duidelijk worden. Toch kun je in het kleine, ordelijke Amsterdam nu al een glimp opvangen van hoe Europa er na de Brexit uit zal zien. Volgens het Nederlands Agentschap voor Buitenlande Investeringen (NFIA), onderdeel van het ministerie van Economische Zaken, heeft een honderdtal bedrijven dat actief is in het VK al kantoren in Nederland geopend vanwege de Brexit.

    Minstens 65 daarvan zijn gevestigd in Amsterdam, dat met zijn 800.000 inwoners niet kan tippen aan de 9 miljoen van Londen. Volgens woordvoerders van de stad zal de toestroom de komende drie jaar zo’n 3500 banen opleveren. En dat kan weleens een klein druppeltje zijn vergeleken bij de te verwachten stortvloed. Volgens NFIA-commissaris Jeroen Nijland is het aantal andere bedrijven waarmee het agentschap in gesprek is gestegen van 80 afgelopen januari tot bijna 350 nu. ‘Het gaat razendsnel,’ zegt hij.

    Hoewel er de afgelopen tijd grote mediabedrijven en biotechnologische concerns in Amsterdam zijn neergestreken, is deze verandering nergens zo scherp voelbaar als in de financiële dienstverleningssector. Decennia lang concentreerde de financiële identiteit van Europa zich op tweeënhalve vierkante kilometer Londen die simpelweg The City werd genoemd. Dat is niet langer het geval. Sinds het Brexitreferendum is de bedrijfstak uitgewaaierd over het Europese continent, een sterke verschuiving die uiteindelijk weleens permanent kan blijken.

    Het is nog maar de vraag of de Nederlanders meer aan de Brexit zullen verdienen dan verliezen

    Voor Amsterdam is de migratie onmiskenbaar een zegen. Maar velen in de stad vinden het nog te vroeg om te juichen. Nieuwe inwoners zetten de woningmarkt, die toch al kampt met een gebrek aan betaalbare huisvesting, nog verder onder druk. En het is nog maar de vraag of de Nederlanders meer aan de Brexit zullen verdienen dan verliezen. Nederland telt zo’n 225.000 banen die rechtstreeks verband houden met de handel met het VK. De export heeft een waarde van zo’n 25,5 miljard euro per jaar, een economische slagader die nu gevaar loopt.

    Simone Kukenheim, de Amsterdamse wethouder voor Economische Zaken, benadrukt dat de stad de positie van financieel centrum nooit heeft nagejaagd. ‘Dit is een reactie op de Brexit, niet dat we er een slaatje uit slaan,’ zegt ze. ‘We vinden het dieptreurig dat het VK vertrekt.’ Maar voorlopig is die treurnis theoretisch en zijn de baten reëel.

    Nederland trekt sinds jaar en dag buitenlandse bedrijven aan. Zo’n vierduizend daarvan, waarvan ongeveer de helft uit de VS, hebben zich volgens NFIA sinds de jaren zeventig in het land gevestigd. Luchthaven Schiphol is een grote internationale hub, op nog geen uur vliegen van Londen. Er wordt in brede kring Engels gesproken; ultrasnel internet is al lange tijd overal voorhanden. En de 25 procent vennootschapsbelasting is weliswaar hoger dan die in het VK of Ierland, maar lager dan die van de continentale reuzen Frankrijk en Duitsland.

    Het naderende vertrek van Groot-Brittannië versterkt deze voordelen. Veel mensen denken dat de Brexit vooral funest zal zijn voor de handel in goederen en vrezen hoge importtarieven op Franse wijn en Duitse auto’s of kilometers lange vrachtwagenfiles bij de grenzen. Maar de schade voor de dienstensector zal net zo groot zijn, zo niet groter. Zodra de Brexit werkelijkheid wordt zal ieder bedrijf dat momenteel in het VK is gevestigd, ongeacht de nationaliteit, nieuwe wettelijke vergunningen nodig hebben om zaken te doen met de rest van de EU, evenals nieuwe contracten voor klanten uit de EU.

    Brexodus

    Deze opdoemende realiteit heeft de financiële sector al in een vroeg stadium tot een Brexodus aangezet. Volgens de Britse denktank New Financial hebben tot dusver 332 financiële instellingen essentiële bedrijfsonderdelen vanuit Londen naar elders verplaatst. Dat staat misschien nog in geen verhouding tot het uiteindelijke aantal vertrekkenden: het internationale accountantskantoor EY schat dat Londen in de nabije toekomst zo’n zevenduizend banen zal verliezen en dat er ook voor zo’n 1,16 biljoen euro aan bankactiva dreigt te verdwijnen.

    Citibank en JPMorgan Chase hebben beide al zo’n honderd miljoen euro uitgegeven om hun EU-hubs uit Londen te verhuizen. Bank of Amerika heeft zo’n 125 mensen overgeplaatst naar een nieuw EU-hoofdkantoor in Dublin en zal er nog eens 400 overhevelen naar Parijs, waar de Europese Bankautoriteit naartoe is verhuisd.

    De kalme sfeer staat in schril contrast met veel andere Europese steden, met name Londen

    Amsterdam is op zijn beurt een magneet geworden voor bedrijven op het gebied van ‘gediversifieerde financiële dienstverlening’, een categorie die financiële data, makelaardij en aandelentransacties en andere handelsinfrastructuur omvat. De meeste financiële hoofdkwartieren in de stad behoren volgens New Financial tot deze categorie, en Amsterdam heeft meer van zulke Britse bedrijven aangetrokken dan enige andere stad in de EU. Dat verschaft Nederland de nodige kritische massa, vermoedelijk ten koste van Londen. ‘Voor investeerders die voor het eerst in Europa investeren zal het VK minder vaak op de shortlist staan,’ zegt Nijland van NFIA.

    Voor bedrijven die hun werkzaamheden vanuit het VK naar elders hebben verplaatst, is de Brexitdiscussie een gepasseerd station. ‘Niemand van ons kan blijven wachten tot politici de knoop doorhakken,’ zegt Nick Charteris-Black, directeur marktontwikkeling bij AM Best, een ratingbureau voor verzekeraars dat zijn hoofdkantoor heeft in Oldwick in de Amerikaanse staat New Jersey. Vorig jaar heeft AM Best zijn EU-hoofdkwartier van Londen naar de Amsterdamse Zuidas verplaatst, op tien treinminuten van luchthaven Schiphol. ‘Ongeveer een derde van ons bedrijf is vanuit Londen hier naartoe verhuisd,’ zegt Angela Yeo, die leiding geeft aan de Amsterdamse tak, terwijl ze van een ambachtelijk gezette espresso nipt in het café in de lobby van NoMa House, het nieuwe trendy onderkomen van het bedrijf. Ze beschrijft NoMa als een hub voor ‘Brexitvluchtelingen’; de grootste huurder is Kraft Heinz, die er vorig jaar een ‘center of excellence’ heeft geopend met 450 werknemers.

    Weinig financiële bedrijven hebben het VK geheel verla-ten, en vele laten het merendeel van hun Europese staf voorlopig daar. MarketAxess heeft tien werknemers in Amsterdam, terwijl er 120 in Londen blijven. AM Best heeft zeventig mensen in Londen en een tiental in Amsterdam. Maar als en wanneer de Brexit officieel wordt, zal een groter deel van hun zaken vermoedelijk vanuit Amsterdam worden gedaan en kan de personeels-weegschaal uiteindelijk nog verder doorslaan, samen met het zwaartepunt van de sector.

    Toch zeggen Amsterdam-promotors dat ze weinig actieve pogingen hebben ondernomen om nieuwkomers naar Amsterdam te halen. Nederland heeft geen wetten of belastingen aangepast voor geïnteresseerde bedrijven. Veel banken bijvoorbeeld hebben Parijs, Dublin of Frankfurt boven Nederland verkozen, ten dele omdat de Nederlandse wet bankiersbonussen aftopt tot 20% van het basisjaarsalaris, tegen 200% voor Londen en 100% voor andere EU-landen.

    En terwijl Frankfurt en Parijs grootscheepse campagnes organiseerden om hun stad bij de in Londen gevestigde bestuursvoorzitters aan te prijzen, beschouwden Amsterdamse bestuurders dat bijna als onfatsoenlijk, zegt Hugo Niezen, hoofd buitenlandse investeringen bij amsterdam inbusiness, het bedrijf dat de stad promoot. ‘Als we onze concurrenten zwartmaken, straalt dat negatief af op onszelf,’ zegt hij.

    Toevluchtsoord

    Toch hebben de Nederlanders voor minstens één organisatie werkelijk alles uit de kast gehaald. De ochtend na het Brexitreferendum in 2016 had Noël Wathion toen hij in Londen wakker werd meer reden om bezorgd te zijn dan de meeste anderen. Wathion is adjunct-directeur van het Europees Geneesmiddelenagentschap (EMA), dat sinds 1995 zijn hoofdkwartier in Londen had. Omdat het een EU-instelling is en geen particulier bedrijf, zou EMA bij een Brexit het Verenigd Koninkrijk volledig moeten verlaten. Het personeel ‘was er kapot van’, zegt Wathion, een Belg die al twintig jaar in Londen woonde. ‘Ze hadden hun leven opgebouwd in het VK.’

    Het Brexitreferendum dwong EMA de deuren van zijn hoofdkwartier te sluiten en ontketende de grootste werkgerelateerde verhuizing als gevolg van de Brexit. (Het agentschap was bovendien 585 miljoen euro kwijt om zijn huurcontract in Londen op te zeggen.) Voor de rest van Europa was EMA een enorme buit om binnen te halen. De winnende stad zou meer dan negenhonderd dik betaalde nieuwkomers erven en ook tal van farmaceutische en biotechnologische bedrijven kunnen aantrekken, die nauw met EMA moeten samenwerken om geneesmiddelen goedgekeurd te krijgen.

    Nederland wierp zich fanatiek in de strijd. De regering bood een hoofdkwartier aan de Zuidas aan ter waarde van 270 miljoen euro, geheel gebouwd volgens de wensen van EMA. Ze wees erop dat toeristenstad Amsterdam voldoende hotelruimte had voor de hordes specialisten die op bezoek zouden komen. Er werd een filmpje gemaakt waarin Nederlandse kinderen kijkers in vlekkeloos Engels begroetten, terwijl een verteller het EMA-personeel in Londen verzekerde dat ‘we al met al niet zo heel anders zijn. Wij hebben ook een bijzonder  stijlvolle koningin en houden ook van fish-and-chips.’ In 2017 resulteerde de eindstemming door de EU-ministers van Buitenlandse Zaken in remise voor Amsterdam en Milaan. Tot woede van Italiaanse politici werd de winnaar bij loting bepaald en bleek deze een heleboel grachten te hebben.

    b422ddbb025cc922df14f5261e42a297b0943045

    EMA heeft zich afgelopen maart definitief in Amsterdam gevestigd, en zijn komst heeft Nederland geen windeieren gelegd. Acht bedrijven op het
    gebied van gezondheidszorg of biotechnologie, waaronder het Japanse biotechbedrijf Rakuten Medical, openden het afgelopen jaar een kantoor in de stad, vermoedelijk om in de buurt van EMA te zitten, en brachten honderden banen mee. Dupont, het Britse medtechbe-drijf Aparito en het in Zuid-Afrika gevestigde Synexa Life Sciences hebben alle drie een Europees hoofdkantoor geopend in Leiden.

    ‘Wij hebben ook een bijzonder  stijlvolle koningin en houden ook van fish-and-chips’ 

    Wie door Amsterdam loopt of fietst ziet meteen waarom Brexitvluchtelingen de stad als toevluchtsoord hebben gekozen. De kalme sfeer staat in schril contrast met veel andere Europese steden, met name Londen. Tijdens een avondlijke fietstocht door een buitenwijk zie ik parken waar kinderen nog lang na donker voetballen.

    Adam Eades, bestuursvoorzitter van de Europese tak van de Chicago Board Options Exchange (CBOE), moest beslissen waar zijn bedrijf naartoe zou verhuizen. Amsterdam, zegt hij, won het van Frankfurt, Dublin, Parijs en Madrid. Eades reist wekelijks heen en weer tussen Londen, waar zijn vrouw en kinderen nog wonen, en het nieuwe EU-hoofdkantoor van CBOE in hetzelfde gebouw aan de Zuidas als AM Best. ‘Het is hier veel minder hectisch,’ zegt hij.

    Eades had nog een criterium: redelijk geprijsde woningen. Dat bleek bedrieglijker. Volgens Capital Value, een Utrechts adviesbureau voor investeringen in de woningmarkt, zijn de onroerendgoedprijzen in Amsterdam sinds het Brexitreferendum met zo’n 36% gestegen. Een appartement van 75 vierkante meter kost zo’n 1800 euro per maand om te huren, of zo’n 500.000 euro om te kopen. Als je er al een kunt vinden. Veel woningen zijn eigendom van corporaties en kennen wachtlijsten van wel dertien jaar. Yeo van AM Best zegt dat haar bedrijf vanwege de stijgende woonlasten gedwongen was het salaris van nieuwe werknemers te verhogen.

    Als teken van de veranderende tijden zijn de Londense huizenprijzen gedaald, terwijl die in Amsterdam het luchtbelstadium hebben bereikt. Eeg de Veer, huisvestingsmanager bij relocatie-expert Expat Help, zegt dat zijn bedrijf meer dan zevenhonderd EMA-werknemers aan woonruimte heeft geholpen. Velen houden hun Londense koopwoning nog aan, in de hoop dat het Britse pond in waarde zal stijgen voordat ze overgaan tot verkoop en herinvestering. ‘Iedereen zit in een vacuüm,’ zegt De Veer, ‘en wacht wat de Brexit teweeg zal brengen.’

    Na een korte busrit vanaf de Zuidas maken de kantoortorens plaats voor lage pakhuizen langs een winderig kanaal dat in de Noordzee uitmondt: de haven van Amsterdam. Van hieruit bouwden Nederlandse kooplieden hun land uit tot een handelsreus, hielpen ze bij de opening van de Zijderoute en vonden ze min of meer de wereldhandel uit. Hier bevinden zich de mammoetpakhuizen van Starbucks, en het is de grootste overslaghaven van cacaobonen ter wereld; op de dag dat ik er een bezoek bracht hing er een sterke chocoladegeur.

    De havenautoriteiten in Amsterdam en het grotere, drukkere Rotterdam hebben zich maandenlang voorbereid op de Brexit, uit vrees voor totale chaos. Als het VK de unie verlaat, zullen voor het eerst in dertig jaar voor alle Britse import en export douaneformulieren nodig zijn. Nederland schat dat de Brexit tegen 2030 1,2% van zijn bnp zal kosten, oftewel 10 miljard euro per jaar. (De schade voor Groot-Brittannië zal naar verwachting veel groter zijn.)

    ‘Exporteurs en importeurs zullen zeker tegen hogere kosten aanlopen,’ zegt Michael van Toledo, algemeen directeur van TMA Logistics.

    754f2cacd772e8927d3097904efab0b68ca64a20

    TMA laat zes keer per week een containerschip pendelen tussen Groot-Brittannië en Nederland. De boten naar Groot-Brittannië vervoeren voedsel en andere goederen. (Nederland stuurt enorme hoeveelheden vis, gesneden aardappels en mayonaise, de basis voor fish-and-chips; Groot-Brittannië produceert daar zelf maar heel weinig van.) En de boten die in Amsterdam arriveren? Die zitten voornamelijk vol rotzooi, letterlijk. Een deel van het vuilnis van de Londenaren, legt Van Toledo uit, wordt door verbranding omgezet in elektriciteit voor veertigduizend Amsterdamse huishoudens.

    Het is intrigerend om je voor te stellen dat vuilnis uit Londen de huizen verlicht van voormalige inwoners van die stad wier vroegere leven, net als het vuilnis, in rook is opgegaan. Nu overwegen de nieuwkomers, terwijl het
    gekrakeel over de Brexit aanhoudt, een toekomst die ze nooit hadden kunnen voorspellen: Nederlander worden.

    Geoffroy Vander Linden, hoofd van MarketAxess Nederland, woont nu in Amsterdam na twaalf jaar Londen. Bij het ter perse gaan van dit nummer van Fortune was zijn eerste kind in aantocht, een jongetje dat op
    Nederlandse bodem zou worden geboren. Zijn collega Rhian Ravenscroft zegt dat haar peuter Seren vloeiend Nederlands spreekt: ‘Ze heeft zelfs voor het eerst aan een fietswedstrijd meegedaan!’ Rhians man Toan (35) zal ook spoedig vanuit Londen verhuizen om managementpartner te worden bij M&C Saatchi Sports and Entertainment, dat zijn nieuwe EU-hoofdkantoor in Amsterdam zal openen. Of het stel ooit zal teruggaan naar Londen is de vraag. Hoe de Brexit ook uitpakt, zegt Rhian, ‘dit is een geweldige plek om kinderen groot te brengen.’

  • Aanbevolen door de redactie. Voorspellen met een korrel zout & meer

    Aanbevolen door de redactie. Voorspellen met een korrel zout & meer

    U denkt dat rechts in Amerika is doorgeschoten? Lees dan Cas Mudde in The Guardian. Verder: Perspective Daily over waarom we alle voorspellingen voor 2021 meteen uit het raam kunnen gooien & meer aanraders van de 360-redactie.

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    Verontrustende analyse

    ‘In de stroom van artikelen, commentaren en analyses rond de bestorming van Capitol Hill deze week, vielen me twee dingen op’, schrijft redacteur IJsbrand van Veelen. ‘Allereerst de verontrustende analyse van de Nederlandse politieke wetenschapper Cas Mudde in The Guardian.

    Onder de kop ‘What happened in Washington DC is happening around the World’ schrijft Mudde onder meer: ‘Ik bestudeer nu bijna dertig jaar internationaal extreemrechts en heb ze nog nooit zo gesterkt gezien als in de afgelopen jaren. Voor alle duidelijkheid: dit gaat niet alleen over Donald Trump of de VS.’

    Hij haalt onder meer de boerenprotesten in Nederland en anticoronaprotesten in Duitsland aan om zijn punt te maken dat centrumrechtse partijen te ver naar rechts zijn opgeschoven: ‘Het is daarom de hoogste tijd dat liberaal-democratische journalisten, politici en experts eindelijk extreemrechts gaan zien voor wat het is: een bedreiging voor de liberale democratie.’

    Van Veelen heeft ook een kijktip: ‘Reflecterend op de gebeurtenissen in Washington presenteert het internationale, in Amsterdam gevestigde, Cartoon Movement 24 cartoons van kunstenaars uit de hele wereld.’


    Wat weten we?

    Redacteur Han Langeslag van Perspective Daily bladerde begin dit jaar de voorspellingen van 2020 nog eens door, die natuurlijk geenszins de werkelijke gang van zaken in 2020 voorspelden. Geïnspireerd door een uitspraak van Donald Rumsfeld, waarin deze onderscheid maakt tussen wat we weten, wat we weten niet te weten en wat we niet weten niet te weten, stelt hij vervolgens de matrix van Rumsfeld op.

    ‘Zelfs al is de nalatenschap van Donald Rumsfeld omstreden, zijn matrix helpt ons om onze eigen kennis beter te classificeren. En dat is best handig in deze dagen en weken rond de jaarwisseling, waarin de meest kleurrijke voorspellingen voor het komende jaar weer op ons neerstromen’, aldus Langeslag.

    Screen Shot 2021 01 08 at 1.29.40 PM

    In de matrix neemt hij een extra gebied in onze kennis op: dat wat we niet weten te weten (unbekanntes Bekanntes of unknown knowns).

    ‘Via onder andere het verhaal van Henry Molaison, die een mislukte hersenoperatie onderging en steeds opnieuw verborgen talenten bij zichzelf ontdekte, Isaac Asimov over het Eurekemoment en Prof. Alexander Fleming die per toeval het antibioticum penicilline in zijn laboratorium in St. Mary’s Hospital ontdekte, komt hij tot de conclusie dat we alle voorspellingen die ook nu weer op ons neerstromen (bekijk vooral ook onze eigen selectie) met een korrel zout moeten nemen.’ Een tip van hoofdredacteur Laura Weeda.


    Als de kunst terugvecht

    360 publiceerde onlangs al een artikel van binnenuit de San Isidro-beweging toen verschillende Cubaanse kunstenaars in hongerstaking waren voor de vrijheid van meningsuiting. Periodismo Situado, een platform voor jonge Latijns-Amerikaanse journalisten, publiceerde een dossier over de Cubaanse protestbeweging die wordt geleid door mensen uit de kunstwereld en onafhankelijke journalisten, dat u wordt aangeraden door redacteur Joep Harmsen.

    ‘Een van de hoogtepunten van het protest was toen eind november meer dan honderd kunstenaars en journalisten zich bij het ministerie van Cultuur in Havana verzamelde om een einde te eisen aan de repressie en vrijlating van de politieke gevangen af te dwingen. Lees voor een gedetailleerde kroniek van het protest het artikel van Jesús Jank Curbelo.

    De bekendste kunstenaar die meedeed aan het protest was Tania Bruguera, die in 2008 de Prins Claus Prijs won. Over haar rol en die van haar kunstinstituut schrijft Marialina Ramos in haar stuk als “een plek waar op vurige en enthousiasmerende manier uiting wordt gegeven aan verzet en waar nieuwe ideeën worden bedacht om in te grijpen in de publieke ruimte en invloed uit te oefenen op het debat op Cuba.”’


    Walhalla van schoonheid en vermaak

    Editor at large Katrien Gottlieb: ‘Op zoek naar schoonheid en vermaak is Open Culture werkelijk een walhalla in het coronatijdperk. Geblinddoekt, om niet te hoeven kiezen tussen al die verleidelijkheden, kwam mijn wijsvinger al scrollend terecht bij Moby Dick. Met als dubbele traktatie: Moby Dick voorgelezen door de geweldige stemmen van Tilda Swinton, John Waters, Stephen Fry en zelfs David Cameron.

    Het zee-epos over een gedoemd schip, klinkt als een avonturenroman, maar het zou net zo goed een Griekse tragedie kunnen zijn, of een aanklacht tegen het kapitalisme, tegen het klimaatbeleid waarmee de mensheid zichzelf aan het vernietigen zou zijn. Toen al. Honderd-en-zestig jaar geleden.’


    Beeldentuin

    ‘Door het nieuws benieuwd naar Washington en andere hangouts dan het Capitool? Neem dan een kijkje in de beeldentuin van het Hirschhorn Museum’, tipt art director Majel van der Meulen.

    Hoewel het museum gesloten is, kunnen bezoekers nog steeds rondwandelen door de eigenaardige tuin. Een van de topstukken is ‘We Come in Peace’ van Huma Bahbha, uit 2018. ‘Bhabha’s felle vrouwenfiguur is een reactie op de vele monumenten voor mannen in de stad’, legt museumdirecteur Melissa Chiu uit aan The Washington Post. ‘We zien haar graag als een schildwacht die mensen begroet’, aldus Chiu.

    Het ontwerp en de titel van het beeld verwijzen naar een sciencefictionfilm uit 1951 over een buitenaardse landing in Washington.

    hmsg tr854 20200722 004 1
    ‘We Come in Peace’ van de kunstenaar Huma Bhabha. – © Tex Andrews / Hirshhorn Museum and Sculpture Garden

  • ‘Jij hebt wiet nodig’

    ‘Jij hebt wiet nodig’

    Legalisering van cannabis staat tegenwoordig op elke politieke agenda. Uruguay nam het voortouw. Canada en sommige staten in de VS volgden. Simon Kuper dook een Amsterdamse coffeeshop in om lering te trekken uit het Nederlandse gedoogbeleid.

    Toen ik voor de krant wiet moest gaan roken in Amsterdam, vroeg ik een vriendin of ze me een goede ‘coffeeshop’ kon aanbevelen. Haar antwoord was heel Nederlands: ‘Ik ben nog nooit in een coffeeshop geweest.’ Ze koos de Paradox, de zaak die het dichtst bij de school van haar zoon was, zodat ze hem na afloop kon ophalen.

    Nu zitten we in wat voelt als een gezellige huiskamer vol met kussens, omringd door keurige, goedgeklede twintigers van over de hele wereld. De café-eigenaar, Ludo Bossaert, die de Paradox 27 jaar geleden is begonnen, beveelt Pure Special Haze Mix aan, een joint van 5 euro. Volgens de uitgebreide menukaart van de zaak zorgt die voor een ‘super high’.

    Waarschijnlijk ben ik de eerste klant in de geschiedenis van de Paradox die om een bonnetje vraagt. Ludo – een gedreven botanist, amateurnarcohistoricus en hasjsommelier – leert me eerst te zuigen voordat ik de joint opsteek, om van de zoete kaneelachtige smaak te genieten. Dan begin ik te roken. Hij steekt twee duimen op: ‘Dat noem ik nou onderzoeksjournalistiek!’

    Belangrijk onderwerp

    Iemand moet het doen, want cannabis is nu een belangrijk onderwerp geworden in de politiek. Op 17 oktober werd Canada de eerste grote economie die wiet legaliseerde voor recreatief gebruik, nadat Uruguay in 2013 het voortouw had genomen. Sinds 1 november kunnen artsen van de Britse National Health Service medicinale wiet voorschrijven. Dertig staten in de VS hebben medicinale cannabis al gelegaliseerd, terwijl negen recreatief gebruik toestaan.

    Donald Trump heeft al aangegeven dat hij de decriminalisering ondersteunt. Cannabis zou in de Angelsaksische wereld binnenkort net zo bij het dagelijks leven kunnen horen als alcohol of koffie, en sigaretten vervangen, die sociaal onaanvaardbaar worden. Kunnen we na bijna vijftig jaar decriminalisering in Nederland zeggen dat dit een goede ontwikkeling is? En is wiet een goed middel tegen pijn en allerlei kwalen?

    De cannabisplant wordt al minstens vijfduizend jaar door mensen gerookt, vaak als pijnstiller. Cannabispollen zijn aangetroffen in een 4200 jaar oud Nederlands graf. Zelfs koningin Victoria kreeg volgens John Hudak in Marijuana: A Short History ‘door de hofarts medicinale marihuana voorgeschreven als pijnstiller bij menstruatiekrampen’. Wiet werd in de VS voor het eerst controversieel in de jaren dertig, toen anti-immigratiepartijen marihuana (ze gebruikten bewust het Spaanse woord) in verband brachten met Mexicaanse immigranten.

    Al snel na de beëindiging van de Drooglegging begon de VS in 1937 met de harde aanpak van wiet, schrijft Hudak. Eind jaren vijftig was marihuana definitief illegaal in Amerika. In 1961 zette de VN cannabis tussen de meest verslavende middelen op Lijst 1, waarmee de plant bijna overal in de illegaliteit werd gedreven.

    Cannabis kan binnenkort net zo bij het dagelijks leven horen als koffie

    Toen kwam Richard Nixons war on drugs – wiet, heroïne, alles. Zijn doelwit was niet zozeer de wiet als wel de langharige jongelui die het als een sacrament leken te vereren. ‘Als je hasj rookt, leer je je innerlijk kennen,’ zei Bob Marley, en Bob Dylan zong dat iedereen stoned moest worden.

    In 1970 stelde president Nixon de commissie-Shafer in om advies in te winnen over de te volgen aanpak. Maar Shafers eindoordeel paste niet echt in zijn straatje: ‘De commissie is unaniem van mening dat het gebruik van marihuana niet zo’n ernstig probleem is dat mensen die marihuana roken [… ] onderworpen moeten worden aan criminele procedures.’ Dit advies schaarde zich in een reeks officiële Amerikaanse rapporten (te beginnen in 1944 met een rapport van de New Yorkse burgemeester Fiorello La Guardia) waarin werd geconcludeerd dat softdrugs niet echt een probleem vormden.

    Nixon negeerde Shafer. Hij ondertekende wetten en richtte een bureau op voor de strijd tegen de wiet. Intussen werd overal agressief reclame gemaakt voor tabak en alcohol, de drugs van zijn ‘zwijgende meerderheid’. (Nixon zelf was een zware drinker, die op eigen houtje het anti-epilepsiemedicijn Dilantin gebruikte als kalmeringsmiddel.)

    Onbedoeld zorgde Nixon ervoor dat cannabis cool werd. Veel Amerikaanse tieners wisten al uit eigen ervaring dat wiet waarschijnlijk niet je leven te gronde zou richten. Het werd een onschuldige vorm van rebellie.

    Hollands pragmatisme

    Terwijl de VS tegen de wiet streed, begon het slaperige Nederland de softdrug net te ontdekken. Waarschijnlijk was het eerste grote marihuanafeest buiten de Amsterdamse hippiekringen een popfestival in Rotterdam in 1970. Duizenden jongeren rookten ongehinderd softdrugs, terwijl politieagenten in burger rondliepen om hen in de gaten te houden.

    Cees Ottevanger, destijds een jonge politie-inspecteur, vertelde tientallen jaren later in het Nederlandse televisieprogramma Andere tijden: ‘Met de beste wil van de wereld konden we niet melden dat het slecht, vreselijk of onaangenaam was. Want de sfeer was fantastisch en er was geen enkele reden om bang te zijn dat er iets zou gebeuren.’

    De Nederlandse staat legaliseerde de cannabis niet, deels om de buurlanden niet voor het hoofd te stoten. Er werd echter wel besloten om gebruikers van softdrugs niet te vervolgen. De overheid vond niet dat blowen gevaarlijker was dan alcohol of koffie, en zelfs als dat wel zo was, vonden ze dat een drooglegging criminelen aan werk zou helpen.

    Het is een misverstand te denken dat de Nederlandse staat voor softdrugs is of voor prostitutie (legaal in Nederland). De Nederlandse staat is eerder pragmatisch. Ze hebben liever dat dergelijke riskante activiteiten in het zicht blijven zodat ze die kunnen reguleren (en er belasting over kunnen heffen), terwijl andere landen ze de illegaliteit in duwen, waar verdere controle ontbreekt.

    The Bulldog, de eerste coffeeshop in Amsterdam die in 1974 opende op de Wallen en inmiddels een keten is met vijf coffeeshops en ook nog enkele kleding- en souvenirwinkels. © Hollandse Hoogte
    The Bulldog, de eerste coffeeshop in Amsterdam die in 1974 opende op de Wallen en inmiddels een keten is met vijf coffeeshops en ook nog enkele kleding- en souvenirwinkels. © Hollandse Hoogte

    Ik heb het grootste deel van mijn puberteit in Nederland doorgebracht, van 1976 tot 1986. Waar ik woonde waren coffeeshops en een paar vrienden van mij zaten een tijdje in die scene, maar het was geen grote rage onder tieners. Op mijn middelbare school werd wiet niet geassocieerd met creativiteit en rebellie, maar met ongelukkige drop-outs. Sigaretten werden veel cooler gevonden.

    We kregen les over harddrugs. Ik herinner me nog dat we de angstaanjagende Duitse film Christiane F. te zien kregen, over een jonge heroïneverslaafde die prostituee wordt. Toen de Nederlandse staat in 2009 een rapport uitbracht met een lijst van de gevaarlijkste drugs, was dit de top 4: 1. crack; 2. heroïne; 3. tabak; 4. alcohol. Cannabis stond op de tiende plaats.

    Amerikanen van mijn generatie werden anders opgevoed. Nancy Reagan, de vrouw van de Amerikaanse president, voerde in de jaren tachtig oorlog tegen hard- en softdrugs met de kreet: ‘zeg gewoon nee’. Overal ter wereld zorgden paniek zaaiende, bekrompen types ervoor dat softdrugs de aantrekkingskracht van verboden vruchten kregen.

    Bezoekers van het Rotterdam Pop Festival in 1970, naar alle waarschijnlijkheid het eerste grote marihuanafeest buiten de Amsterdamse hippiekringen. – © Getty
    Bezoekers van het Rotterdam Pop Festival in 1970, naar alle waarschijnlijkheid het eerste grote marihuanafeest buiten de Amsterdamse hippiekringen. – © Getty

    Dat besefte ik als student in Engeland toen ik twee voetbaltrips naar Amsterdam organiseerde. Mijn teamgenoten wilden niet het Amsterdamse studentenleven verkennen, met de prachtige cafés en alle romantische mogelijkheden. Liever slenterden ze iedere avond over de Wallen of zaten ze in een dubieuze coffeeshop waar toeristen enorm werden afgezet. Ik werd sloom van de wiet (vooral toen mijn teamgenoten mijn neus dichthielden zodat ik niet kon uitademen), maar als hyperactieve twintigjarige wilde ik niet sloom worden.

    Toen ik protesteerde, wees de Amerikaanse doelman me erop dat het een kick gaf om legaal wiet te kunnen roken. Aan de andere kant, mijmerde hij, was het voor de Amerikaanse adolescent juist een kick om stíékem bier te drinken en wiet te roken. Het legaliseren van softdrugs zou dat verpesten, zei hij. Maar toen leek legalisering in de VS onvoorstelbaar. In die tijd gaf Bill Clinton als eerste president toe dat hij wiet had gerookt (en daarbij niet had geïnhaleerd). Die bekentenis verplichtte hem ertoe Nixons oorlog krachtig voort te zetten.
    De cannabisplant wordt al minstens vijfduizend jaar door mensen gerookt

    Niet legaal, wel gedoogd

    Het Nederlandse drugsbeleid komt ook voorbij in de gangsterfilm Pulp Fiction uit 1994 – met regie en scenario van Quentin Tarantino, die kort in Amsterdam heeft gewoond:

    Vincent: ‘Ja, het komt hierop neer: je kunt het legaal kopen, je kunt het legaal in bezit hebben en als je de eigenaar van een hasjcafé bent kun je het legaal verkopen. Het is illegaal om het bij je te hebben, maar dat maakt eigenlijk niet uit, want als je in Amsterdam wordt aangehouden door de politie mogen ze je niet fouilleren…’

    Jules: ‘O man! Ik ga erheen, punt uit. Ik ga er f**ing heen.’

    In feite zijn softdrugs niet legaal in Amsterdam. Ludo vertelt over een ruzie met een politieagent die een inval deed in de Paradox.

    Ludo: ‘Het is toch legaal?’

    Agent: ‘Het is helemaal niet legaal!’

    Ludo: ‘Dus het is illegaal.’

    Agent: ‘Nee, dat ook niet.’

    Ludo: ‘Wat dan?’

    Agent: ‘Het wordt gedoogd.’

    Spacecakes

    Ludo mag vijf gram per klant per dag verkopen, waarover hij belasting betaalt, maar geen btw – ‘omdat het geen bestaand product is in Europa’, legt hij uit. De levering – de zogenaamde ‘achterdeur’ van Nederlandse coffeeshops – is officieel illegaal. ‘Omdat de aanvoer illegaal is, zijn de prijzen voor wiet hoog, want je betaalt voor het risico,’ zegt Ludo. Hij koopt alleen met contant geld, van betrouwbare thuistelers.

    ‘Ik geef de voorkeur aan kleine hoeveelheden die met liefde zijn gekweekt. Met grotere partijen zijn de betrokkenen vaak halfcrimineel.’ Legaal mag hij maar vijfhonderd gram op voorraad hebben, dus de hele dag komen mensen met een bestelbusje of op de fiets langs om de drugs af te leveren. De politie komt regelmatig controleren. Als ze minderjarigen in zijn zaak aantreffen, of harddrugs, of een te grote voorraad, kunnen ze de tent sluiten.

    In 1995 waren er 350 coffeeshops in Amsterdam. Sindsdien is ongeveer de helft gesloten, vooral in een poging het drugstoerisme te ontmoedigen. Tot dusver heeft Ludo ervan geprofiteerd dat er concurrenten werden gesloten. Op een doordeweekse middag is elk tafeltje in de Paradox bezet.

    Hij is gespecialiseerd in spacecake: een dunne plak cake die één gram wiet per stuk bevat. Een klant uit Shanghai heeft hem eens een brief gestuurd, versierd met origamitekeningen om hem te bedanken voor ‘het brood’. Ludo legt uit: ‘Ze bedoelde cake, maar in China moet je op je woorden letten.’

    Spacecake is verraderlijk. Bij een joint wordt de wiet snel in je bloed opgenomen, waarna je stoned wordt en stopt met roken (een zelfbeperkingsmechanisme dat bij alcohol en tabak ontbreekt). Maar bij eetbare cannabis kan het uren duren voordat je het effect voelt, dus vaak nemen gebruikers te veel. De Amsterdamse gezondheidsdienst, die het zat was om Ludo’s bewusteloze klanten uit de goot te rapen, vroegen hem te stoppen met de verkoop van spacecake.

    Hij ging ermee door, maar verpakt nu iedere plak met uitgebreide instructies: ‘Als je nog nooit cannabis hebt gerookt: eet een kwart plak en wacht twee uur op het effect’, enzovoorts.

    Ingehaald

    Ik hou het bij de joints. Ik inhaleer te weinig om een ‘super high’ te krijgen, maar langzaam leer ik snel twee keer achter elkaar te inhaleren en een onbekende sensatie daalt in. Uiteindelijk weet ik wat het is: ik voel me ontspannen.

    ‘Alles wordt zachter en ronder,’ legt Ludo uit.

    Ik zie bleek, merkt mijn vriendin op.

    ‘Zijn bloedsuikerspiegel daalt,’ zegt Ludo. De budtender brengt een muntthee met honing, maar ik voel me vrolijk. Ik verlies elk besef van tijd en bekijk welwillend de andere klanten, van wie de meesten over hun schermpje gebogen zitten. Alles is rustig, tot buiten een auto toetert.

    ‘Willem, je taxi!’ roept een van de vaste klanten.

    Willem is een oudere man in een rolstoel, die zich eerder in onze discussie over het Amerikaanse drugsbeleid heeft gemengd. Zijn ‘taxi’ is eigenlijk een busje speciaal voor gehandicapten, dat hem komt ophalen. Zoals altijd rolt Ludo Willem naar buiten en via een loopplank het busje in. Het is een typisch Amsterdams tafereel.

    Al zo’n veertig jaar lang vormen de Amsterdamse coffeeshops de voorhoede van de mondiale cannabispolitiek. Eind twintigste eeuw werd in Nederland de toekomst uitgevonden. Ik groeide op met aparte fietsstroken op de weg; in 1999 bedachten de Nederlanders Big Brother, het eerste realitytelevisieprogramma; in 2001 waren ze de eersten met het homohuwelijk. Maar Nederland vindt niet langer de toekomst uit. Op het gebied van de cannabis is het Nederlandse gedoogbeleid inmiddels ingehaald door landen waar cannabis is gelegaliseerd.

    ‘Toen ik jong was, heb ik geïnhaleerd’, zei Barack Obama. ‘Daar ging het juist om’

    In deze eeuw begon de VS op een gegeven moment zijn eigen oorlog tegen de wiet ter discussie te stellen. Ondanks de tientallen miljarden die aan handhaving werden uitgegeven en alle levens die kapot werden gemaakt door arrestaties en gevangenisstraffen, konden de meeste Amerikanen makkelijk aan softdrugs komen.

    In 2008 bleek uit een data-analyse onder leiding van Louisa Degenhardt van het National Drug & Alcohol Research Centre van New South Wales dat langdurig cannabisgebruik in de VS en Nieuw-Zeeland (beide 42 procent) veel hoger was dan in andere landen. Het Nederlandse percentage was 20 (hoger dan de meeste andere Europese landen). Een gevolg van al dat blowen was dat jonge Amerikanen ontdekten dat softdrugs niet het grote kwaad waren.

    Barack Obama werd tot president gekozen nadat hij had gezegd: ‘Toen ik jong was, heb ik geïnhaleerd. Daar ging het juist om.’ (In zijn memoires uit 1995 Dreams From My Father heeft hij waarschijnlijk overdreven hoe vaak hij heeft geblowd.) Toch, zo legt Hudak uit, had Obama’s carrière behoorlijk kunnen ontsporen als hij als tiener was gearresteerd wegens het bezit van softdrugs – het lot van talloze zwarte jongeren, gezien het raciale onderscheid dat wordt gemaakt bij het handhavingsbeleid.

    De miljardairs George Soros en Michael Bloomberg hebben toegegeven dat ze wiet hebben gerookt. Nadat Elon Musk had getweet dat hij aandelen Tesla wilde terugkopen voor 420 dollar per stuk, beschuldigde de Amerikaanse beurstoezichthouder SEC hem van fraude: ‘Musk verklaarde dat hij de prijs had afgerond op 420 dollar omdat hij onlangs had vernomen dat het een bekend getal was in de marihuanacultuur en dacht dat zijn vriendin “het wel grappig zou vinden”, wat natuurlijk geen geweldige manier is om een prijs vast te stellen.’ (‘420’ is Amerikaans slang voor cannabisgebruik.)

    Therapeutisch effect

    Kortom, wiet wordt algemeen aanvaard in Amerika. De overheid en veel staten zetten de strijd ertegen voort: in 2016 werden 587.700 Amerikanen gearresteerd voor het bezit van marihuana, meer dan alle andere geweldsmisdrijven bij elkaar. De minister van Justitie, Jeff Sessions, is een softdrugsbestrijder à la Nixon. Maar hij heeft de tijd niet mee. Trump is zich ervan bewust dat de meeste Amerikanen nu voor legalisering zijn. Ludo merkt op dat zijn Amerikaanse klanten blasé worden: Vroeger keken ze bewonderend naar mijn menukaart. Nu zeggen ze waarschijnlijk: “Die gast verkoopt maar vijf soorten wiet.”’

    Ludo vindt het medicinale gebruik in Engeland een veelbelovend begin: ‘Totale legalisering zou ze goeddoen, dan zou die stiff upper lip eens wat ontspannen. En het schept meteen werkgelegenheid voor duizenden mensen.’

    Als softdrugs worden gelegaliseerd in de Angelsaksische wereld zou dat Ludo’s bedrijf kunnen schaden. Maar hij hoopt dat daardoor ook het hoognodige medische onderzoek naar cannabis van de grond zal komen. Wetenschappers hebben de plant nooit intensief bestudeerd, uit angst voor een politie-inval in het lab. Voor zo’n algemeen gebruikte drug is het merkwaardig dat we er zo weinig van weten.

    We beginnen net te begrijpen welk deel van de plant wat doet. Nu liggen er verdere ontdekkingen in het verschiet. Er is veel hoop gevestigd op het gebruik van cannabis bij allerlei kwalen, van pijn tot epilepsie tot multiple sclerose. Een eerste verkennende studie door Dame Sally Davies, Chief Medical Officer in Engeland [medisch hoofdadviseur van de regering], concludeerde dat er bewijs is dat medicinale cannabis gunstige therapeutische effecten heeft.

    Schadelijk

    Cannabis kan positieve effecten hebben, maar ook negatieve. Iemand die ik goed ken zag ik veranderen in een paranoïde futloze blower met een gat van tien jaar in zijn cv, waar hij lang nadat hij was gestopt met blowen nog last van heeft gehad. De Amerikaanse beroepsvereniging van longartsen waarschuwt dat ‘marihuana die wordt gerookt echt schadelijk [is] voor de menselijke long’ en dat ‘geregeld gebruik kan leiden tot chronische bronchitis en ervoor [kan] zorgen dat iemand met een verzwakt immuunsysteem vatbaarder is voor longinfecties’. Zware gebruikers hebben ook een grotere kans op het ontwikkelen van een psychose.

    In de VS heeft het legaliseren tot een lichte stijging van het aantal blowers geleid. Sinds deze week mogen op Facebook cannabisgerelateerde bedrijven vermeld worden in de zoekresultaten van gebruikers.

    De opkomende Amerikaanse cannabisindustrie heeft er, net zoals de tabaksindustrie en het casino, baat bij om zware gebruikers aan te moedigen. Typisch wellicht dat de VS van massale opsluiting in gevangenissen kan overgaan op gelegaliseerde overconsumptie.

    Ik begrijp het gevaar en toch verlaat ik de Paradox als een bekeerling. Een vriend van me die veel van drugs afweet, adviseerde me eens: ‘Je bent zo hyper, ga nooit cocaïne gebruiken. Jij hebt wiet nodig.’ In het late namiddagzonnetje wandelend langs de Amsterdamse grachten, begrijp ik wat hij bedoelde.

    Cannabis zou prachtig passen bij mijn overvolle leven als veertigjarige met druk werk en een gezin. Ik heb geen tijd om heel alternatief ’s middags stoned op een sofa te liggen (tenzij de krant me meer van deze opdrachten geeft). Ik wil gewoon af en toe ’s avonds een joint opsteken om te ontspannen (te unwinden, zoals Ludo het in Nederengels noemt). Softdrugs lijken een gezondere methode dan wijn.

    David Nutt, hoogleraar neuropsychopharmacologie aan het Imperial College London, voorspelt: ‘Het zal medicinaal breed worden ingezet, maar voor verschillende medicijnen.’ Volgens hem had de epidemische vormen aannemende verslaving aan opiaten in de VS voorkomen kunnen worden als artsen cannabis in plaats van opiaten hadden voorgeschreven.

    Ludo is met name enthousiast over een stofje in cannabis dat CBD (cannabidiol) heet. Het is niet psychoactief, maar het kalmeert en helpt je in slaap te vallen, zegt hij. ‘Mensen geven het aan hun kinderen, hun hond.’ Keurige mensen zoals zijn tandarts en accountant vragen hem ernaar. Coca-Cola verklaarde vorige maand dat ‘ze nauwkeurig de ontwikkeling van het non-psychoactieve CBD volgen om het eventueel als ingrediënt te gebruiken in specifieke gezondheidsdrankjes.’ Cannabidiol zou dan maatschappelijk weleens aanvaardbaarder kunnen worden dan suiker.

    Headshop

    Voor ik Amsterdam verlaat, bezoek ik nog een headshop om een speciaal pijpje te kopen (ik vond joints te bitter). Ik neem echt geen wiet mee naar huis in Frankrijk, waar het illegaal is; ik zal het kopen bij een vriend van me in de buurt van Parijs, die regelmatig iets in huis heeft.

    Bij een Nederlandse drogisterij kocht ik een pakje CBD-pillen uit een grote kast met cannabidiolproducten. ‘Niet verslavend’ staat er demonstratief op de verpakking.

    Auteur: Simon Kuper

    Financial Times
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | 448.000

    Toonaangevende krant voor de Londense City en de rest van de wereld. Internationale economie en management worden uitputtend behandeld.

  • Mark Rutte: ‘Ik hoop dat de 
Britten in de interne markt blijven’

    Mark Rutte: ‘Ik hoop dat de 
Britten in de interne markt blijven’

    In zijn nieuwe pro-Europese rol investeert Mark Rutte ook in Emmanuel Macron. Voor diens bezoek aan Den Haag, eind maart, lichtte Rutte tegenover de Franse krant Le Monde het Nederlandse EU-standpunt toe.

    U hebt samen met zeven andere noordelijke EU-landen een brief ondertekend tegen de hervorming van de muntunie. Betekent dat een definitief ‘nee’ tegen de voorstellen van Emmanuel Macron voor een eigen EU-begroting en een Europese minister van Financiën?

    Rutte: ‘Het is niet mijn bedoeling op de voorstellen van president Macron te reageren maar om met eigen voorstellen te komen, naar oplossingen te zoeken en, misschien, verschillen te constateren. Ik ben het met president Macron eens dat we zowel op staatsniveau als op Europees niveau moeten opereren. Dat betekent dat we de criteria van Maastricht moeten respecteren, dat we moeten hervormen, de tekorten moeten wegwerken en naar een begrotingsoverschot moeten streven.’

    Die strenge boodschap is vooral aan het adres van Frankrijk gericht, nietwaar?

    ‘Ik geloof dat Frankrijk al goed bezig is. Ik ga me niet uitspreken over de politieke keuzes die worden gemaakt, maar ik ben onder de indruk van de daadkracht van de Franse president, vooral waar het zijn hervorming van de arbeidsmarkt betreft.’

    Wat moet er op Europees niveau gebeuren?

    ‘Zoals de Franse president zegt, moeten we de muntunie versterken. Met prioriteit voor een Europees stabiliteitsmechanisme en de oprichting van een Europees monetair fonds dat in laatste instantie de problemen kan oplossen van landen die in moeilijkheden verkeren. Ook moet de bankenunie verder worden versterkt om bancaire risico’s te verminderen en moet een stap worden gezet in de richting van een Europees depositogarantiestelsel. Ten slotte moet de privésector kunnen worden aangesproken als een bank in de problemen komt, zodat de belastingbetaler niet voor alles opdraait. Als dat allemaal gebeurd is, kunnen we tegen die belastingbetaler zeggen dat de belofte is nagekomen om gezamenlijk een hoog welvaartsniveau te garanderen.’

    ‘President Macron en ik denken over veel dingen hetzelfde’

    Hoe ziet u de rol van Europa?

    ‘Mijn benadering is positief: uitgaan van de kracht van de lidstaten, niet van hun zwakte. Een krachtige interne markt bouwen, wat nog maar ten dele is gerealiseerd, onze veiligheid garanderen door middel van efficiënte samenwerking, maar ook de criteria van Maastricht respecteren, die de lidstaten verplichten hun openbare financiën en hun economie op orde te brengen. Een Europa dat nuttig is voor zijn burgers en zich met name om werkgelegenheid en veiligheid bekommert. President Macron en ik denken over veel dingen hetzelfde.’

    Kunt u enkele concrete punten noemen?

    ‘De migratie en de oorzaken daarvan, de versterking en verbetering van de interne markt, veiligheid en defensie – Nederland is actief in Mali en steunt de actie van G5-Sahel. President Macrons idee over “een Europa dat beschermt” is verleidelijk. Mijn land wil ook voortvarend optreden op klimaatgebied, met als ambitieus doel een vermindering van onze CO2-uitstoot met 55 procent in 2030. Samen kunnen we aan een Europa bouwen dat de klimaatverandering het hoofd biedt.’

    Best ruimte

    Waarom bent u tegen een verhoging van de Europese begroting, zoals het Europees Parlement vraagt?

    ‘Mijn doel is modernisering te bevorderen en extra afdrachten te vermijden. Mijn prioriteiten zijn innovatie, het bewaken van de buitengrenzen en een betere aanpak van de migratie. Tegelijkertijd moeten we ook bezien op welke gebieden het wel wat minder kan. Nederland is een van de grootste netto bijdragers aan de Europese begroting en het verschil met andere landen mag niet groter worden. Het uitgavenplafond zal herzien moeten worden en, gezien het vertrek van het Verenigd Koninkrijk, moeten worden bevroren. En vervolgens zal de begroting hervormd moeten worden door middel van het vaststellen van nieuwe prioriteiten. Daarvoor is best ruimte: 70 procent van de huidige uitgaven gaat naar landbouw en structuurfondsen.’

    Moeten alleen rechtsstaten voortaan toegang krijgen tot Europese fondsen?

    ‘Daar zijn wij niet tegen, al stellen we voor die toegang vooral afhankelijk te maken van gerealiseerde hervormingen en niet van periodieke aanbevelingen van de Commissie.’

    Vreest u een breuk tussen Oost en West?

    ‘Ik heb het afgelopen jaar een aantal Oost-Europese leiders ontmoet. Als het Schengengebied functioneert, als de buitengrenzen goed worden gecontroleerd, als de Dublin-Conventie – die bepaalt dat het land waar een asielzoeker Europa is binnengekomen ook de asielaanvraag in behandeling moet nemen – wordt aangepast, geloof ik dat sommigen van hen zich wel bereid zullen tonen om vluchtelingen op te vangen, wat een verplichting blijft.’

    Is de Brexit met name zorgelijk voor een land als het uwe?

    ‘Het belangrijkst is dat de 27 landen op één lijn blijven zitten. Onder een wanordelijke Brexit zullen we allemaal lijden, ook Frankrijk. Ik zou graag zien dat de Britten in de interne markt blijven en dat we zo veel mogelijk samenwerkingsverbanden aangaan, op voorwaarde dat alle regels en de integriteit van de interne markt worden gerespecteerd.’

    Hoe denkt u over de ‘politieke’ Commissie die Jean-Claude Juncker voorstaat?

    ‘Ik heb veel respect voor voorzitter Juncker en zijn programma, maar wij zijn vierkant tegen het idee van een “politieke” Commissie. De Commissie kan initiatieven nemen en moet erop toezien dat gemaakte afspraken worden nageleefd. Het is bijvoorbeeld gênant dat ze Italië en Frankrijk op een verschillende manier heeft behandeld wat het tekort van 3 procent betreft. Daarmee schendt ze de regels, schaadt ze het uiteindelijke doel – de welvaart van de hele Unie – en maakt ze het ons moeilijk verantwoording af te leggen tegenover onze respectievelijke burgers.’

    Auteur: Jean-Pierre Stroobants
    Vertaler: Rutte Bergsma

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 331.837

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Houdt een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Hoe Nederland de plaats van 
de Britten gaat overnemen

    Hoe Nederland de plaats van 
de Britten gaat overnemen

    Voor ons Nederlanders is de Brexit een uitgelezen kans, schrijft The Economist. 
Met de Britten verliezen we een machtige bondgenoot, maar we kunnen nu wel zelf het initiatief gaan pakken.

    ‘Alle volken rond de Noordzee zijn met elkaar verbonden,’ mijmert Hans de Boer, voorzitter van werkgeversvereniging VNONCW terwijl hij in Den Haag uit het raam van zijn kantoor op de twaalfde verdieping staart. Het is geen verkeerde plek voor een Nederlander om de gevolgen van de Brexit te overpeinzen. De Rotterdamse haven, de drukste van Europa, valt ternauwernood in de ochtendnevel te ontwaren. Tachtigduizend Nederlandse bedrijven doen zaken met Groot-Brittannië en elk jaar razen 162.000 vrachtwagens tussen beide landen heen en weer. De Rabobank heeft becijferd dat zelfs een zachte Brexit in 2030 tot een daling van het bbp met 3 procent zou kunnen leiden. Ierland uitgezonderd krijgt geen land het zwaarder voor de kiezen. ‘De Brexit had niet onze voorkeur,’ merkt De Boer droogjes op.

    Nederlandse regeringen uit de jaren vijftig en zestig deden hun best hun Britse vrienden over te halen om tot de Europese club toe te treden. Toen de Britten er in juni 2016 voor stemden om de Europese Unie te verlaten, vroegen sommigen zich af of Nederland in hun kielzog zou volgen. De Europese trauma’s op migratie- en economisch gebied stelden het geduld van de Nederlandse kiezer al jaren op de proef en premier Mark Rutte leek niet bereid het voor Europa op te nemen. Eurosceptische sentimenten waren koren op de molen voor Geert Wilders, die aandrong op een ‘Nexit’. Ruim een jaar geleden, met verkiezingen op komst, hielden Europeanen hun hart vast.

    Calvinistisch vingertje

    Wat er vervolgens gebeurde was interessant. De VVD won de verkiezingen, hoewel het succes van PVV-leider Geert Wilders Rutte dwong tot een vierpartijencoalitie met een minieme meerderheid. In plaats van het Europese feestje te verstoren, mengde Rutte zich, aangespoord door zijn adviseurs, in het debat over Europa met een enthousiasme dat weinigen van hem kenden. Begin maart bracht hij een bezoek aan Berlijn om een gedetailleerde speech over de EU te houden, zijn eerste grote bemoeienis met de Unie sinds hij in 2010 premier werd. Niet lang daarna kwamen Nederland en zeven andere kleine landen uit Noord- en Oost-Europa (een hoge EU-ambtenaar sprak van de ‘slechtweercoalitie’) met een gezamenlijke visie op de EU.

    Vooralsnog leidt het niet tot grote beleidswijzigingen inzake Europa. De Nederlanders willen nog steeds de risico’s en de gezamenlijke uitgaven beperken en de handel binnen de EU stimuleren. Met hun calvinistische zwaaiende vingertje dringen ze er bij andere landen op aan eerst in eigen huis orde op zaken te stellen alvorens aan te kloppen voor gezamenlijke oplossingen. Maar volgens Hans de Boer is dat om de Nederlandse kiezer gerust te stellen en niet om de EU dwars te zitten. Bovendien markeert de Berlijnse toespraak een verandering van stijl van een premier die zich lange tijd niet graag in de discussie over Europa mengde. Rutte klaagde na een Europese top meestal over gebakken lucht. Nu stort hij zich vol overgave op Europa. ‘Ik heb hem nog nooit zo pro-Europees gezien,’ zegt een collega.

    Ter rechtvaardiging merkt Rutte opgewekt op dat de Brexit Nederland ertoe dwingt zijn vier eeuwen oude diplomatieke balanceeract tussen Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië te herijken. Dat betekent twee dingen. Ten eerste een onverbloemd commitment aan Europa; Nederland wil dat de EU een sterke handelsrelatie met Groot-Brittannië smeedt, maar zonder de gelederen te verbreken. Ten tweede de bereidheid om ad-hoccoalities op bepaalde onderwerpen te vormen. Rutte noemt er een paar: een met Duitsland op het gebied van migratie, handel en de euro, een met bepaalde Midden-Europese landen over de interne Europese markt en een met de Fransen als het gaat om klimaatverandering. ‘De Brexit is een wake-upcall,’ zegt Ben Knapen, voormalig staatssecretaris van Europese Zaken en Ontwikkelingssamenwerking. Vond Nederland het vaak wel best dat Groot-Brittannië het voortouw nam, nu moet het zelf in het geweer komen.

    Dat is deels een strategie om zich tegen onderonsjes van de grootmachten in te dekken. De angst dat de Frans-Duitse machine over hen heen zal walsen zit diep bij Nederlandse diplomaten. Toch zijn ze voorzichtig optimistisch dat de Duitsers hen niet zullen afvallen als het gaat om kwesties als de EU-begroting of de hervorming van de eurozone. Sterker nog, de Duitsers zijn blij dat de ‘groep van acht’ de aanval kiest, want dat maakt Duitsland tot het middelpunt van de discussie. Peter Altmaier, de Duitse minister van Economische Zaken en een vertrouweling van Angela Merkel, verleent de slechtweercoalitie stilzwijgend zijn steun.

    Maar Rutte investeert ook in Emmanuel Macron. Nadat de Franse president de Nederlandse premier twee keer in Parijs had ontvangen, ging hij vorige week op bezoek in Den Haag. De onmin tussen Frankrijk en Nederland is groot, vooral als het gaat om de eurozone; Nederland wil grotere nationale buffers om crises op te vangen, terwijl Macron wars is van supranationale instituties en een forse gezamenlijke begroting. Rutte erkent de verschillen, maar doet alsof de rest van de EU vanzelf volgt als hij en Macron een deal sluiten. (Duitsland zou daar ook wel iets over te zeggen kunnen hebben.) Nederlandse diplomaten, verzot op handel, liepen de rillingen gewoonlijk over de rug bij een oproep als die van Macron tot een ‘Europa dat beschermt’. Maar nu, nerveus geworden door roofzuchtige Chinese investeringen, Russisch spierballenvertoon, terreurdreiging en de handelstarieven van Donald Trump, vragen ze zich af of hij een punt heeft.

    Eurosceptisch rechts heeft bovendien een nieuwe held in de gesoigneerde, pianospelende politieke avonturier Thierry Baudet. De gevestigde orde doet hem af als een verwaande kwast in een pak, maar zijn oproep aan de Nederlanders om uit de EU te stappen vindt gehoor

    Het is een uitgelezen moment voor de Nederlanders. De Brexit kost ze een bondgenoot, maar biedt ook een kans om het initiatief te nemen. De hernieuwing van de Frans-Duitse relatie levert een gevaar op, maar geeft Nederland ook een mogelijkheid om zijn zegje over Europa te doen. Van de overeenkomst van de EU met Turkije uit 2016, die een einde aan illegale immigratie moest maken en waar Nederland mede de hand in had, heeft Rutte geleerd dat Europees optreden nationale problemen kan helpen oplossen. Nederlandse politici erkennen dat ze nog aan die nieuwe wereld moeten wennen. Maar vooralsnog ontbreekt het hun in de Nederlandse diplomatie niet aan grootspraak. Ruttes nekharen gaan rechtovereind staan bij elke suggestie dat zijn land een ‘klein land’ is.

    Toch moet hij oppassen dat hij in eigen land geen verzet oproept, wat hem voorzichtig zal maken met wat hij zegt. Nederlandse parlementsleden – ook die van partijen die meeregeren – en de media zijn gespitst op de geringste aanwijzing dat hun land zal worden meegesleurd in een zogeheten transferunie met wel lasten maar geen lusten. Nederlanders worden moe van Oost-Europese landen die vluchtelingen weigeren maar wel Europese subsidies opslokken. Eurosceptisch rechts heeft bovendien een nieuwe held in de gesoigneerde, pianospelende politieke avonturier Thierry Baudet. De gevestigde orde doet hem af als een verwaande kwast in een pak, maar zijn oproep aan de Nederlanders om uit de EU te stappen vindt gehoor. In de peilingen schiet zijn Forum voor Democratie Wilders voorbij.

    Alleen dat dwingt Rutte er al toe om in de komende debatten over de begroting, de eurozone en de hervorming van het Europese asielbeleid een harde lijn te kiezen. Voor veel Europeanen zullen de Nederlanders de durfals onder de bangeriken blijven. Maar na zolang aan de zijlijn te hebben gestaan, doen ze nu tenminste mee.

    Vertaler: Nico Groen

    Openingsbeeld: © ANP

    The Economist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 1.114.549

    Sinds jaar en dag de bijbel voor iedereen die zich interesseert voor internationaal politiek en economisch nieuws. Liberaal, niet te verwarren met conservatief.

  • De grootste bloemenveiling ter wereld

    De grootste bloemenveiling ter wereld

    Aalsmeer is het epicentrum van de wereldwijde bloemenhandel. In een gigantisch gebouw worden dagelijks 27 miljoen bloemen verhandeld. El País kreeg een rondleiding door een labyrint van rozengeur en maneschijn.

    Het is elf uur ’s ochtends als een koelwagen achteruitrijdt en zich vasthaakt aan laad- en losdock nummer 17. De chauffeurs stappen uit, openen de containers en er komen 48.250 rozen tevoorschijn. De rozen komen uit Soria [Spanje], waar ze twee dagen eerder zijn geplukt, waarna ze via Frankrijk en België in twintig uur tijd naar Aalsmeer zijn vervoerd. Hier, in dit gigantische gebouw van 1,3 miljoen vierkante meter met 443 identieke laad- en losdocks waar dagelijks 27 miljoen bloemen de ruimte 
binnengaan en weer verlaten, wordt 
de lading gelost. Binnen vindt de transactie tussen verkopers en kopers plaats. Op de grootste bloemenveiling ter wereld gaan de bloemen van de teler naar de groothandel, worden vraag 
en aanbod samengebracht en de prijs bepaald. De bloemen en planten worden verwerkt volgens een uitgekiend logistiek proces in het gebouw. Dit 
proces begint met de komst van een vrachtwagen met volle stapelwagens die door loodsmedewerkers worden uitgeladen.

    De rozen uit Soria komen in bossen van tien. In elke rechthoekige emmer is plaats voor tachtig rozen, 
in elke stapelwagen passen er 1500. 
De rozen worden naar een koelcel gebracht met een temperatuur van vier graden boven nul, waar een laatste inspectie plaatsvindt. De beste rozen, van het type A1, met stelen van bijna een meter lang en dikke, openspringende knoppen, worden verfraaid met een kartonnen verpakking, waardoor de biedprijs wellicht hoger uitvalt.

    ‘Deze komen uit Ecuador, en die daar, dat zijn Afrikaanse rozen.’ Henk 
Lammers zit al 35 jaar in het vak en herkent de bloemen van de concurrent van veraf. Jaren geleden werkte hij 
als veilingkoper; daarna, in de jaren tachtig, opende hij in Madrid een groothandel en nu is hij in Nederland verantwoordelijk voor de transacties van Aleia Roses, een Spaans bedrijf dat in 2016 in de bloemenhandel is gestapt. Aleia Roses heeft in Soria een enorme kas waar de Red Naomi wordt geteeld, een van de meest gewilde rozen. Elke dag worden er honderdduizend rozen geoogst die bijna allemaal naar veilinghuis Aalsmeer worden getransporteerd, waar het bedrijf een eigen kantoor en koelcel heeft.

    Lammers is onze gids in dit gebouw. We volgen zijn kindjes in deze enorme machinerie in Aalsmeer. Vele kilometers leggen we af in een labyrint van gangen en ijskoude ruimtes, waar het altijd ruikt naar een tuin in de vroege ochtend.

    Jaaromzet 4,7 miljard

    Royal Flora Holland, de coöperatie 
die eigenaar is van de Aalsmeerse 
bloemenveiling, draait een jaaromzet van 4,7 miljard euro (dat is twee keer de omzet van de Spaanse boekenbranche). De geschiedenis van het veilinghuis gaat terug tot het einde van de negentiende eeuw en is onderwerp van het proefschrift ‘The Making of Dutch Flower Culture’ (later bewerkt tot het boek Holland Flowering) waar de Amerikaanse antropoloog Andrew Gebhardt in 2014 op promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Van de zes veilinghuizen (nu zijn dat er nog vier) die eigendom zijn van Flora Holland 
werken tienduizend personen per dag via Aalsmeer,’ schrijft Gebhardt in 
zijn onderzoek. ‘Dit is de grootste van allemaal. Het veilinghuis bedient de lokale, de regionale en de wereldmarkt. Zowel in Nederland als daarbuiten is Aalsmeer het gezicht van de bloemenindustrie, en in Aalsmeer vond de allereerste veiling van tuinbouw-
producten plaats.’

    Gebhardt vertelt dat de plaatselijke passie voor bloemen is geboren in de zeventiende eeuw, de Nederlandse Gouden Eeuw. Toen richtten de Nederlanders de blik naar buiten, hielden 
ze zich bezig met wetenschappelijk onderzoek en deden allerhande uitvindingen, koloniseerden ze gebieden én vochten ze tegen de Spanjaarden. 
De nouveaux riches importeerden 
exotische goederen en raakten geïnteresseerd in nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding, zoals tuindecoratie. 
Er ontstond zelfs een run op tulpen 
uit Turkije, de zogeheten tulpenmanie, die aan de wieg stond van een van de eerste financiële zeepbellen. De prijzen van tulpenbollen schoten omhoog en er werd druk geïnvesteerd en gespeculeerd. Je kunt het vergelijken met de bitcoineuforie van nu. Maar in 1637 spatte de bloembollenzeepbel uit elkaar en zagen veel middenklassers hun spaargeld verdampen.

    Aalsmeer. De geveilde bloemen en planten worden door orderpikkers naar de transportlocatie gebracht voor vervoer naar de klanten. – © Bert Janssen / HH
    Aalsmeer. De geveilde bloemen en planten worden door orderpikkers naar de transportlocatie gebracht voor vervoer naar de klanten. – © Bert Janssen / HH

    Het was de opkomst van het protestantisme, van het kapitalisme en de markteconomie. Twee eeuwen later, toen de Aalsmeerse bloementelers hun eerste kassen bouwden (de eerste kas voor rozenteelt dateert uit 1896), besloten ze zich te verenigen in een coöperatie. Door hun oogst dagelijks op een veiling te verkopen konden ze tegenwicht bieden aan de machtspositie van de koper. Het veilinghuis Aalsmeer is in 1911 opgericht. Gebhardt: ‘Zonder veiling en zonder coöperatie zou de markt gedomineerd worden door de kopers.’ De in een coöperatie verenigde telers konden rekenen op een minimumprijs voor hun product, ze deelden het belang om een goed product te verkopen voor een redelijke prijs én ze waren immuun voor financiële zeepbellen: de snijbloem is een beperkt houdbaar product. Naarmate er minder oorlog werd gevoerd in Europa, de koopkracht steeg en de consumptiemaatschappij en 
globalisering zich consolideerden, groeide dit lokale initiatief.

    Momenteel is Nederland de op vier na grootste bloemenproducent ter wereld (na de Verenigde Staten, China, Japan en India), maar omgerekend per hoofd van de bevolking is de sector kolossaal.

    De bloemenindustrie bedraagt maar liefst 5 procent van het bbp. Nederland heeft 43 procent van de wereldwijde bloemenexport in handen en is daarmee met gemak marktleider. De omzetcijfers van 2016 van Flora 
Holland, de coöperatie die bijna alle veilingen in Nederland heeft opgeslokt, waren verpletterend. In dat jaar 
verkochten de vier veilingen samen 3,3 miljard rozen, 2 miljard tulpen, 1,2 miljard chrysanten en 1 miljard Afrikaanse margrieten. Een fors deel van die bloemen werd verhandeld 
via Aalsmeer. Nogal wat bloemen komen uit Kenia, Ecuador, Ethiopië 
en Colombia, na Nederland de grote exportlanden. Van daaruit vertrekken ze naar grootverbruikers als Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk, waar snijbloemen een alledaags product zijn dat je in de supermarkt kunt kopen, legt Lammers uit, terwijl we nog steeds in de koelcel staan, die nu is volgeladen met zo’n zeventigduizend bloemen.

    Voordat hij begint, loopt hij graag nog even de koelruimte in, om “te kijken en te voelen”: “Emoties sturen deze handel aan”

    Snijbloemen blijven een week of drie goed. Daarom moet de veilinglogistiek snel en nauwkeurig verlopen en mag het koelen niet onderbroken worden. Onmiddellijk na het lossen verschijnt er een elektrisch wagentje, zo eentje waar gemakzuchtige golfers in rijden, dat zich vasthaakt aan de 31 stapelwagens met de rozen uit Soria, en zo vormen ze, vastgekoppeld aan elkaar, een tientallen meters lange bloementrein die langzaam het gebouw in rijdt. 
Tijdens de rit kruist het treintje andere bloementreinen die allemaal een 
frisse, zoete geur verspreiden. 
Daarnaast zijn er fietsen waarmee je gemakkelijk de afstanden in de veiling kunt overbruggen.

    De rozen uit Soria worden naar een nieuwe koelcel gebracht, het voorportaal van de veiling – een ruimte 
die zo groot is dat je er een potje zou kunnen voetballen als er geen stellages met bloemen zouden staan en als de automatische deuren niet zomaar zouden openspringen om de zigzaggend door elkaar heen rijdende stapelwagens door te laten. In deze koelruimte staan alleen maar rozen, de rest van 
de snijbloemen gaan naar soortgelijke ruimtes. Hier blijven de rozen staan tot morgenochtend zes uur, wanneer de veiling begint. Om vijf uur ’s ochtends, een uur voor aanvang van de veiling, loopt een man langs de rijen rozen uit verschillende continenten. Hij staat stil, pakt een bos, betast de rozenblaadjes, zet de rozen terug in hun emmer en loopt door. Aan het eind van de rij slaat hij de hoek om en begint opnieuw. Een andere man zegt in zijn mobiele telefoon in het Frans ‘30 centimeter’, daarbij doelend op de stengel (hoe langer de stengel, hoe duurder de roos, want dan blijft de roos langer goed). Het zijn de kopers. Voordat de veiling begint inspecteren ze de bloemen. Een aantal jaren geleden, toen iedereen fysiek aanwezig was bij de veilingen, was het in deze ruimte 
net een mierenhoop. Nu wordt het merendeel van de bloemen via internet 
verhandeld. Maar veilingmeester Erik Wassenaar komt bijna altijd kijken. 
Hij draagt een jack en een spijkerbroek. Vandaag moet hij 1200 stapelwagens (vier miljoen rozen, vlak voor 
Valentijnsdag loopt dat aantal met 
50 procent op) verkopen. Voordat hij begint, loopt hij graag nog even de koelruimte in, om ‘te kijken en te voelen’: ‘Emoties sturen deze handel aan.’

    Red Naomi, Mystic Blue

    Even voor zessen loopt Wassenaar 
naar de koffieruimte, waar hij een paar geintjes maakt met zijn collega’s. 
Daarna loopt hij in zijn eentje zijn onpersoonlijke kantoor binnen en 
verruilt zijn nette schoenen voor een paar sneakers met platte zool. Zo kan hij het pedaal waarmee hij de veilingcontroles ijkt goed voelen. Op zijn tafel staan een toetsenbord met vreemde tekens en twee beeldschermen. Op het ene scherm staat een grote cirkel met een schaalverdeling van 1 tot 100, een voor elke eurocent. Dit is de veilingklok. Verkopen via de veilingklok is een Nederlandse uitvinding. De veilingmeester noemt een startprijs, laten 
we zeggen één euro. Daarna, als een digitale secondewijzer, telt de klok razendsnel cent voor cent af. In plaats van de prijs op te drijven, drukken de kopers aan de andere kant van het web op een knop als ze de juiste prijs te 
pakken hebben. Een angstaanjagend spel: je moet wachten tot de prijs zover is gezakt dat je zo min mogelijk hoeft af te rekenen, maar wacht je te lang, dan is een andere koper je voor. Dit 
vak vereist zelfbeheersing en stalen zenuwen.
    ‘Laten we het zo stellen: het is niet handig om de avond ervoor een paar biertjes gedronken te hebben,’ glimlacht onze gids. Dan klinkt er ineens een Japanse gong. De veilingmeester zet zijn koptelefoon op zijn hoofd en zegt: ‘Ladies and gentlemen! Pure Roses…’ Wat volgt gaat in het Nederlands, in korte zinnen: ‘minimale afname…, steel 50 centimeter…’ Onderwijl tikt Wassenaar op zijn toetsenbord en draait het bolletje rond en volgt de ene na de andere transactie. Tot zijn kantoortje dringen vaag de stemmen van de andere veilingmeesters door 
die in identieke veilingzalen zitten. Zo nu en dan neemt hij een slok koffie en prijst hij een partij aan op een speciale toon: ‘Red Naomi, Mystic Blue,’ zegt 
hij geheimzinnig in de microfoon. Na achttien minuten is Aleia Roses uit Soria aan de beurt. Hij pauzeert even om de spanning op te voeren, en 
daar gaan de partijen. In 3 minuten 
en 16 seconden worden er 41.320 eenheden verkocht, dat is 210 rozen per seconde. Die van de hoogste kwaliteit gaan voor 81,3 cent de deur uit, 
15 procent duurder dan de vorige keer.

    Intussen treedt er buiten zijn kantoor een machinerie in werking. In de koelcel worden de geveilde bloemenkarren op een rail getrokken en als onbemande spookhuiswagentjes door de ruimte geleid, richting de distributiehal. Dit is het kloppende hart van de markt: een hoge ruimte waar geen einde aan komt en waar zenuwslopende muzak klinkt, terwijl een wirwar van behendig bestuurde elektrische wagentjes de stapelwagens naar een volgende plek rijden, waar de bloemenpartij op een nieuwe stapelwagen wordt geladen en door andere elektrische wagentjes naar buiten worden gereden. In vijf uur tijd worden er vijftigduizend transacties gesloten; dat zijn 166 bewegingen per minuut. Aan boord van een van de elektrische wagentjes leidt de baas van het distributiecentrum, David Otten, ons de drukke werkvloer op waar men vlak langs elkaar rijdt en je getrakteerd wordt op een concert van gepiep, gezoem en gekletter. Otten zegt dat er 270 elektrische wagentjes rijden en dat het bij 284 link wordt. Elke bestuurder draagt een koptelefoon met een voice-systeem dat de instructies in zijn oor lispelt. Het is een vrouwenstem tegen wie de bestuurders terugpraten. 
‘Vaak,’ zegt hun baas, ‘fantaseren ze dat ze met een bloedmooie vrouw spreken.’ Een bijenkorfbrein dat een leger 
elektrische wagentjes aanstuurt. 
Otten wijst naar een poster met daarop de slogan ‘Samen vullen wij de wereld met bloemen’. Hij wil dat de werknemers trots zijn op wat ze doen. ‘Wij zorgen ervoor dat honderdduizenden cadeaus hun bestemming bereiken; 
wij vullen de wereld met emoties.’ Aangestuurd door kunstmatige 
intelligentie wordt er een regenboog vol dromen, beloftes, dood en teleurstellingen, liefkozingen, geboortes, relaties, leugens, hoop en prestaties 
de wereld in gestuurd.


    Het complete spectrum wordt bestreken, van rozen voor één euro tot die van de chique bloemist.

    Evenals in andere branches hebben digitalisering en globalisering bepaalde taken overbodig gemaakt; het 
personeel is in vijf jaar tijd met 
driehonderd man (zo’n 10 procent) gekrompen. Ook kalft de positie van Nederland als zenuwcentrum af: in 2005 was het land goed voor 50 procent van de wereldwijde export, dat is 7 
procent meer dan tegenwoordig. Maar het totale volume is toegenomen: er worden meer bloemen gekocht dan tien jaar geleden. En Aalsmeer is 
cruciaal. ‘De prijs in Aalsmeer is bepalend voor de rest van de wereld,’ legt Lambert van Horen uit, bloementeeltanalist bij de Rabobank. ‘Iedereen kijkt naar Aalsmeer, want het is de grootste veiling ter wereld. Net zoals een graankoper de markt in Chicago in de gaten houdt. Aalsmeer helpt de teler bij het nemen van zijn beslissingen: hier wordt bepaald welke kleuren en bloemen het goed gaan doen. Maar één ding is zeker: in de toekomst is deze fysieke ruimte overbodig.’ Van Horen legt uit dat veel bloemen niet meer naar Aalsmeer zullen komen. Een scherpe foto met de specificaties die 
de kopers online kunnen bekijken 
volstaat. Nog maar een van de veertien veilingen in Aalsmeer wordt fysiek bezocht. De volledig in bedrijf zijnde veiling houdt het midden tussen een saaie collegezaal en de controlekamer van een ruimtevaartagentschap. De kopers, zonder uitzondering mannen, zitten zwijgend op een tribune achter hun beeldscherm. Het is een steriel proces geworden. Vroeger konden ze 
de bloemen zien, ruiken en voelen.

    De koningin

    Ruud Haak (53) koopt al drie decennia lang bloemen, de laatste twintig jaar heeft hij zich toegelegd op de roos, 
ook wel de koningin van de bloemen-industrie genoemd (omzet in Nederland: 1,2 miljard euro). Je zou hem de rozenbroker van distributeur Hilverda De Boer kunnen noemen. Hij werkt vanuit de vestiging van het meer dan honderd jaar oude bedrijf aan de overkant van de weg. Elke ochtend van 
zes tot tien neemt Haak plaats in een donkere zaal vol beeldschermen en ergonomische stoelen, samen met een dozijn andere kopers, als ruimteverkeersleiders opgesteld in een halve cirkel. Hij heeft die ochtend voor aanvang van de veiling een kijkje genomen in 
de koelcel. Het aanbod viel tegen. Dan is het zaak de prijs niet te ver te laten zakken: snel reageren, anders blijf je met lege handen achter. Hij weet nog dat hij op Valentijnsdag zijn duurste rozen ooit heeft gekocht, ze liepen tegen de vier euro. ‘Voor dit soort soort werk bestaat geen opleiding – je hebt het of je hebt het niet,’ zegt Haak 
terwijl zijn vingers razendsnel over het toetsenbord vliegen om op de prijs 
te bieden die op het scherm wordt afgeteld.

    Na afloop toont hij de distributie-|afdeling waar alle bestellingen van die ochtend worden afgehandeld. In een doos ligt een bos rozen uit Soria, klaar voor transport naar bloemist Le Jardin des Fleurs in Rennes (Frankrijk). Een aantal andere emmers gaat naar de winkel van Ernst van Woerkom, vlak 
in de buurt. Al zijn bloemen komen uit Aalsmeer. Terwijl hij de doorns van 
de stelen afhaalt en de rozen op een houten tafel zet vertelt hij wat bloemen doen: ‘Bloemen maken emoties los. Ze kunnen je in een andere stemming brengen, ze spreken zonder iets te zeggen, ze kunnen een intens verdrietige gebeurtenis een beetje opfleuren.’ Stukje bij beetje vertelt deze 
bloemendecorateur, niet bloemist’ 
wat bloemen voor hem betekenen, een band die teruggaat tot zijn kindertijd, en over het door hem gemaakte bloemstuk dat elk jaar in Amsterdam aan Sinterklaas wordt aangeboden en, niet te vergeten, over de bloemendecoratie voor de koninklijke bruiloft van Letizia en Felipe in de Kathedraal van Madrid. Op de toonbank vouwt hij het bewijs open: knipsels uit het tijdschrift Hola. En daarnaast iets wat de aandacht trekt: twee rozen in de knop met zorg in een vaas geschikt. Te koop voor 
achtenhalve euro.

    Auteur: Guillermo Abril
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Openingsbeeld: Elke dag worden er honderdduizend rozen geoogst die bijna allemaal naar veilinghuis Aalsmeer worden getransporteerd. – © Bert Janssen / HH

    El País
    Spanje | oplage 397.000

    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Bij Antarctica zit een gat in 
het ijs zo groot als Nederland

    Bij Antarctica zit een gat in 
het ijs zo groot als Nederland

    Een Duitse expert ontdekte een enorm ijsvrij gebied in de Zuidelijke Oceaan, waar het nochtans extreem koud is. Wat is hier aan de hand?

    Voor de kust van Antarctica gaapt een gat in het normaal zo dikke pakijs van de Weddellzee. En Lars Kaleschke denkt dat hij het als eerste heeft gezien. De zee-ijsexpert van de Universiteit van Hamburg bestudeert elke dag de actuele meetgegevens van de Japanse GCOM-W1-satelliet – en wat daar onlangs op ongeveer 64 graden zuiderbreedte en 3 graden oosterlengte op de kaarten zichtbaar was, sloeg hem met stomheid: ‘Een gat met een oppervlak groter dan Nedersaksen.’

    Midden in de dikke ijslaag ten oosten van het Antarctische schiereiland was een zogeheten ‘polinia’ ontstaan. Het woord komt uit het Russisch en wordt gebruikt voor een ijsvrij of slechts met een heel dun laagje ijs bedekt wateroppervlak in een anders dichtgevroren omgeving – want de luchttemperatuur in deze streek ligt nog altijd in de dubbele cijfers onder nul.

    Op een recente maandag bereikte de Weddell-polinia met 49.111 km2 haar grootste omvang tot nu toe. De woensdag erna was ze met 39.111 km2 weer iets kleiner. ‘Hier komt diep water naar boven dat twee tot drie graden warmer is dan het oppervlaktewater,’ legt 
Kaleschke uit. Dit is een gevolg van een complex mechanisme, en van een onderzees gebergte. Zo’n 500 kilometer voor de Antarctische kust rijst de zogeheten Maud Rise op van de oceaanbodem. Deze circa 3500 meter hoge bergen komen niet boven het wateroppervlak uit omdat de zee hier ongeveer 5 kilometer diep is. Maar ze sturen de zeestromingen in dit gebied wel stevig in de war, geholpen door de krachtige winden die er voorkomen.

    Overdrukventiel

    Dat alles kan leiden tot een omkering in de gelaagdheid van de oceaan ten zuiden van de Antarctische ringstroom: normaliter ligt onderaan een laag van relatief warm, zoutrijk water. Daarboven ligt, als een deksel op een kookpot, een laag water die kouder is en zoutarmer.

    Maar in het gebied van de polinia die boven de Maud Rise is ontstaan, komen nu grote hoeveelheden relatief warm water naar de oppervlakte. Dit water geeft zijn warmte af aan de lucht, waarna zich opnieuw zee-ijs vormt. Maar dat bevat maar eenderde van het eerder in het water opgeloste zout. De rest van het zout wordt afgegeven aan de oceaan, waardoor de dichtheid van het water in de bovenlaag verandert. Dit wordt zwaarder en zakt naar beneden, en door dit zelfversterkende effect blijft de polinia open.

    Het is niet voor het eerst dat zich in 
de Weddellzee een polinia voordoet. Geowetenschappers houden zich nog altijd bezig met een exemplaar dat in de jaren zeventig drie winters voortduurde en in 1980 voor het eerst 
wetenschappelijk werd beschreven.

    Het enorme gat was te zien op opnames van de Amerikaanse weersatelliet Nimbus 5 en bereikte zijn maximale omvang in september 1975. Toen was meer dan 310.000 km2 wateroppervlak ijsvrij. Er werd een expeditie naar het gebied gestuurd, maar die arriveerde pas toen de polinia alweer dicht was.

    Het ijsgat: rechts september 2017, links augustus 2016.
    Het ijsgat: rechts september 2017, links augustus 2016.

    Daarna deed het fenomeen zich veertig jaar lang niet voor, tot vorig jaar. Maar het gat dat in 2016 ontstond 
was volgens de berekeningen van Kaleschka met maximaal 19.072 km2 duidelijk kleiner dan in de jaren zeventig. En duidelijk kleiner dan dit jaar.

    Een polinia werkt als een soort 
overdrukventiel op een snelkookpan, 
waarmee de oceaan zich in korte tijd van grote hoeveelheden warmte kan ontdoen. De Zuidelijke Oceaan is als warmtereservoir voor de hele wereld van belang: hoewel hij maar 30 procent uitmaakt van het zeeoppervlak 
op aarde, neemt hij ongeveer de helft van de kooldioxide en driekwart van de warmte op die alle oceanen tezamen absorberen. Bovendien warmt de Zuidelijke Oceaan in vergelijking met andere wereldzeeën maar langzaam op. Computermodellen geven aan dat natuurlijke klimaatschommelingen regelmatig tot enorme gaten in het ijs zullen leiden. Recent presenteerden onderzoekers van het Instituut voor Zeeonderzoek in Barcelona in het vaktijdschrift Journal of Climate de resultaten van een modelberekening die aangeven dat deze warmtetransfer zelfs verreikende wereldwijde gevolgen kan hebben. Niet alleen de directe omgeving wordt namelijk opgewarmd, op het hele zuidelijk halfrond stijgen de temperaturen van water en lucht, zelfs het noordelijk halfrond ondervindt 
hiervan effecten.

    ‘In jaren en decennia met een grote polinia zien we verandering van winden op het zuidelijke halfrond. De 
tropische regengordel schuift in zuidwaartse richting op’, schrijft co-auteur Irina Marinov van de Universiteit van Pennsylvania. De verschuiving van de regengordel met een enkele graad naar het zuiden houdt volgens de modellen twintig tot dertig jaar aan, aldus de onderzoekers.

    Klimaatverandering

    Maar houdt de polinia ook verband 
met de klimaatverandering? Eerdere studies wezen uit dat bij een opwarmende aarde gaten in het ijs juist zeldzamer worden. Onderzoekers van de McGill-universiteit in het Canadese Montreal wierpen in 2014 in het vaktijdschrift Nature Climate Change de stelling op dat polinia’s in het verleden vaak in de Zuidelijke Oceaan voorkwamen.

    Pas door de invloed van de mens op 
het klimaat zijn de ijsgaten volgens 
de onderzoekers zeldzaam geworden – omdat het zee-ijs door de klimaatverandering sterker smelt en er daardoor meer zoutarm water aan het 
oceaanoppervlak voorkomt. Dat houdt in zekere zin de daaronder liggende warmere waterlagen in toom, en zorgt 
er zo voor dat vooral het diepe oceaanwater opwarmt.

    Maar van tijd tot tijd vindt die warmte kennelijk een weg naar boven en ontstaat er een gat in het ijs. Het afgelopen jaar, zo zegt onderzoeker Kaleschke, was er wereldwijd sprake van een minimum aan zee-ijs. Mogelijk werden deze lage waarden in het Antarctisch gebied mede veroorzaakt door de – destijds duidelijk kleinere – polinia. Ook vanwege dit vermoeden wil hij de cijfers voor dit jaar heel zorgvuldig bestuderen.

    Auteur: Christoph Seidler
    Vertaler: Marten de Vries

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.

  • Gepaste trots

    Zo’n dertig jaar geleden doken voor het eerst berichten op over klimaatverandering door opwarming van de aarde en een daarmee gepaard gaande stijging van het zeeniveau. Het waren kleine berichtjes, snippertjes, buitenissigheidjes, bijvangst in de wandelgangen van wetenschappelijke congressen – nieuwtjes die soms wel, maar doorgaans niet de krant haalden.

    In betrekkelijk korte tijd is er op dat punt wel iets veranderd – in elk geval in de nieuwsvoorziening met betrekking tot ‘het klimaatvraagstuk’. Voor Nederland is dat probleem, en dan vooral de stijging van het zeeniveau, tamelijk urgent omdat we met 17 miljoen mensen op een heel klein stukje grond verblijven, waarvan een groot deel al sinds mensenheugenis onder de zeespiegel ligt. En als die zeespiegel stijgt, hebben we collectief kieuwen nodig om te overleven.

    Daar wordt vast ook al aan gewerkt.

    Feit is dat Nederland voorloopt in geavanceerde technieken om dit onheil te voorkomen en deze expertise internationaal vermarkt – want zo zijn we ook wel weer. Dat vervult ons met gepaste trots en verbindt – om dat inmiddels versleten woord toch maar weer eens te gebruiken – als de elftallen het laten afweten.

    De filosofie dat je mét water moet leven in plaats van het te willen verslaan, is vrij uniek in de wereld

    In het buitenland wordt met belangstelling gekeken hoe we dit waterland in bedwang weten te houden. En terecht, want de filosofie dat je mét water moet leven in plaats van het te willen verslaan, is vrij uniek in de wereld. Aanpassen aan het klimaat, zeker als het vakkundig wordt gedaan, levert uiteindelijk een betere bescherming op.

    The New York Times stuurde een van zijn sterverslaggevers, Michael Kimmelman, van huis uit zowel architectuurcriticus als concertpianist, naar de Rotterdam om te onderzoeken hoe die Nederlanders het klimaatprobleem met dat wassende zeewater aanpakken. Kimmelman, die eerder dit jaar met dezelfde vraag China (‘Rising Waters Threaten China’s Rising Cities) en Mexico (‘Mexico City, Parched and Sinking, Faces 
a Water Crisis) bezocht, werd laaiend enthousiast over wat hij in de Maasstad hoorde en vooral zag. Zijn conclusie: ‘The Dutch Have Solutions to Rising Seas’.

    Vooral over de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg raakte de Amerikaan buiten adem van bewondering: ‘… een verbluffend staaltje ingenieurswerk … een constructie van een onvergetelijke schoonheid … een van de minder bekende wonderen van het moderne Europa…’ Allang geen snippertje meer dus, en ook al is het ongebruikelijk dat 360 opent met een artikel over Nederland, deze pluimen wilden we u niet onthouden.

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl

    Beeld: Het Dakpark in Rotterdam. – © Hollandse Hoogte

  • De populistische geest in de fles

    De populistische geest in de fles

    Wie had kunnen denken dat de democratische planeet zich op 15 maart 2017 zo druk zou maken om verkiezingen in een plat en welvarend landje met zeventien miljoen inwoners?

    Heel Europa keek ademloos toe. Zelfs aan de andere kant van de Atlantische Oceaan was de nieuwsgierigheid gewekt: zou een overwinning van Geert Wilders, ‘de Nederlandse Trump’, de zegetocht van het populistische offensief bevestigen?

    Dat was de inzet van de strijd in Nederland, in een wereldoorlog die, in meer of mindere mate, al twee jaar aan de gang is. Een oorlog van ideeën, idealen en ideologieën. Een oorlog over cultuur, over erfgoed, over een manier van leven. Een oorlog over de verwezenlijking van de democratie en de visie van de politiek. Voorlopig is deze oorlog nog lang niet gewonnen – of verloren. Hij woedt volop. In deze strijd hoef je niet naar een denkbeeldige Maginotlinie te zoeken: we weten wat die waard is. We bevinden ons in het stadium dat de militair theoreticus Clausewitz in zijn verhandeling Vom Kriege ‘de mist van de oorlog’ noemde. ‘Oorlog’, schreef hij, ‘is het koninkrijk van de onzekerheid.’ We bevinden ons in het stadium waarin de tegenstander bekend is, waarin de mogelijkheden om hem te bestrijden zich aftekenen, maar waarin de traditionele troepen, die aan het eind van hun Latijn zijn, op versterking wachten; de uitkomst van de strijd is nog onzeker.

    In toom gehouden

    Daaraan ontleent de strijd in Nederland zijn belang. In Polen en in de Verenigde Staten heeft de tegenstander gewonnen door middel van een soort verrassingsaanval: de partij die aan de macht was, en overtuigd van haar overwinning, heeft die niet zien aankomen. Ze was totaal gechoqueerd. In Oostenrijk had het verrassingseffect minder succes, al waren daar wel twee verkiezingsrondes voor nodig. Toen ze de strijd in Nederland aangingen, wisten de twee kampen min of meer wat hun te doen stond. Ze hadden goed naar de Brexitcampagne in het Verenigd Koninkrijk gekeken, en naar de Amerikaanse presidentscampagne, en daaruit lering getrokken.

    Na de veldslag is het Nederlandse landschap sterk verdeeld: de populistische leider is ontegenzeglijk in toom gehouden, maar niet weggevaagd; hij heeft zelfs terrein gewonnen. Honend heeft hij zijn tegenstanders uitgedaagd ‘de geest weer in de fles te stoppen’. De winnaar, de centrum-rechtse premier Mark Rutte, heeft steken laten vallen tijdens het gevecht, vooral doordat hij dezelfde wapens gebruikte als zijn tegenstander: Rutte heeft het anti-immigratiesentiment soms net zo hard uitgebuit als Wilders, in plaats van het frontaal aan te vallen. En als hij het over de nederlaag van ‘slecht populisme’ heeft, impliceert hij dat er ook ‘goed populisme’ bestaat, het zijne.
    In de rest van het democratische Nederlandse kamp zijn nieuwe en veelbelovende krachten verrezen op de ruïnes van de Partij van de Arbeid, die door conflicten werd verdeeld. GroenLinks en D66 hebben spectaculaire winst geboekt door zich fel tegen extreem-rechts te keren en vóór Europa en diversiteit te pleiten. Deze onderling sterk verschillende partijen zullen een coalitie moeten vormen om de dreiging van Wilders af te wenden.

    De kloof die men elders heeft zien ontstaan tussen de voorstanders van nationale soevereiniteit en de “Europeanen”, kan de kloof tussen links en rechts overbruggen

    Wat kunnen de Franse strategen leren van de Nederlandse verkiezingen? Beide landen hebben in 2005 via een referendum tegen het verdrag over de Europese grondwet gestemd. Beide landen kampen al lange tijd met een extreem-rechtse beweging, met kwesties die verband houden met de islam en het anti-immigratiesentiment. Zowel in Frankrijk als Nederland bezwijkt de rechtse kandidaat soms voor de populistische verleiding en lijdt de socialistische partij schipbreuk.

    De Nederlandse campagne en de populistische geest in de fles hebben enkele nuttige breukvlakken onthuld. De kloof die men elders heeft zien ontstaan tussen de voorstanders van nationale soevereiniteit en de ‘Europeanen’, of tussen de nationalisten en de globalisten, kan de kloof tussen links en rechts overbruggen. Over immigratiekwesties en de houding tegenover de islam wordt in progressieve kringen inmiddels realistischer gedacht: de scheidslijn tussen de elite en het volk, waarvan de zorgen als die van ‘blanke boze mannen’ werden afgedaan, heeft de rampzalige opkomst van het populisme tot gevolg gehad. Steeds meer progressieve Europeanen, zoals de Nederlanders Luuk van Middelaar en Paul Scheffer, geven toe hoe belangrijk het is om de Europese burger in bescherming te nemen. Wat we van deze verkiezingen hebben geleerd, is dat degenen die overleven in een politiek landschap dat bezig is uit elkaar te vallen, niet degenen zijn die teruggrijpen op het verleden noch degenen die de status-quo verdedigen, maar degenen die een nieuwe toekomst willen opbouwen.

    Auteur: Sylvie Kaufmann
    Vertaler: Peter Bergsma

    Sylvie Kauffmann is de eerste vrouwelijke journalist die – kortstondig (2010-2011) – 
hoofdredacteur van Le Monde was. Ze schrijft nog altijd voor ‘de krant die nooit slaapt’ en voor de NYT over Europa, Azië en de VS.

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders). Om recht te doen aan de titel ‘De wereld’ houdt Le Monde een groot netwerk van correspondenten in stand.

  • Meer Nederlandse literatuur graag

    Meer Nederlandse literatuur graag

    De Britse krant The Guardian is blij verrast met de nieuwe Penguin-bloemlezing van Nederlandse literatuur, samengesteld door wijlen Joost Zwagerman. ‘Deze bundel laat ons zien dat Nederlandse en Britse personages in wezen op elkaar lijken.’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen woensdag was het Wereldboekendag. Op deze dag wordt aandacht gevraagd voor het belang van boeken en literatuur in een tijd waarin de woordcultuur steeds meer verdrongen wordt door de beeldcultuur. Bij literatuur denken we wellicht eerder aan buitenlandse boeken dan aan de werken van onze eigen literaire grootmeesters.
    Onterecht, vindt Jonathan Gibbs. In dit artikel uit The Guardian van acht jaar geleden breekt de Britse recensent een lans voor de Nederlandse literatuur. De reden dat die internationaal zo onbekend is, is dat de Nederlanders zelf haar zo slecht kennen, aldus Gibbs. Werk aan de winkel dus.

    Waar moet je beginnen bij Nederlandse literatuur? Elke Britse lezer met een redelijk oog voor wat er over de grens gebeurt kan een lijst Franse, Italiaanse en Scandinavische schrijvers opsommen, modern en klassiek. En ook Duitse, al zijn die waarschijnlijk eerder van de vorige eeuw dan de huidige. Maar Nederlandse? Dat is een vreemd hiaat in onze culturele kennis van Europa.

    En dat is verbazingwekkend als je bedenkt hoe de gemiddelde Nederlander en Brit op elkaar lijken. Natuurlijk, Het diner van Herman Koch, waarin een schijnbaar gelukkig gezin genadeloos wordt gefileerd, was in 2009 een groot internationaal succes en Gerbrand Bakker won in 2010 de International IMPAC Dublin Literary Award met The Twin [de Engelse vertaling van Boven is het stil]. En dan is er nog Cees Nooteboom, inmiddels in de tachtig, die is doorgedrongen tot de zeldzame hogere sferen van ‘het genoemd worden als Nobelkandidaat’. Maar dat waren de Nederlandse auteurs die ik kon opnoemen… tot de verschijning van The Penguin Book of Dutch Short Stories.

    Deze enorm welkome bloemlezing bewijst ons een dubbele dienst door ons te laten kennismaken met 36 schrijvers, levende en dode, van wie we waarschijnlijk nog nooit hebben gehoord, en ook nog tot op zekere hoogte uit te leggen waarom dat zo is. Dat is te danken aan de uitstekende inleiding van samensteller Joost Zwagerman. Het speet me voor in het boek te moeten lezen dat hij zelfmoord heeft gepleegd voordat de bloemlezing verscheen.

    cover

    De reden dat de Nederlandse literatuur hier [in Engeland] onbekend is, aldus Zwagerman,
is dat de Nederlanders die zelf nauwelijks kennen. De Nederlandse taal is de afgelopen eeuwen aan zo’n voortdurende verandering onderhevig geweest, schrijft hij, dat ‘veel grote werken uit de zeventiende-, achttiende- en negentiende-eeuwse Nederlandse literatuur in modern Nederlands moeten worden vertaald om ze toegankelijk te maken voor de gemiddelde lezer’. Laurence Sterne? Jane Austen? Charlotte Brontë? Stel je voor dat die allemaal voor ons verloren waren gegaan!

    Het is dan ook niet verwonderlijk dat Zwagerman zijn selectie nog geen eeuw geleden laat beginnen, in 1918. Titaantjes, geschreven onder het pseudoniem Nescio, heeft pas in 2012 zijn weg naar de Engelse lezer gevonden. Zwagerman prijst Nescio’s verhaal – over een groep idealistische jongemannen die zich met vallen en opstaan aanpassen aan het werkzame leven – omdat het zo lyrisch is, en omdat het algemene beeld van de Nederlander als nuchter en hardwerkend erin wordt omgedraaid – en daar laat hij het vrijwel bij.

    Het is ook onmiskenbaar melancholiek. Ik zou liegen als ik zei dat deze bundel de Nederlandse literatuur als een
dijenkletser presenteert. Waar er sprake is van humor, is die van de wrange en sombere soort, zoals in
‘De Minnema-variaties’ van Nicolaas Matsier, een verhaal over een redacteur van een literair tijdschrift die wordt geplaagd door eindeloze inzendingen van een gedoemde – en eerlijk gezegd verschrikkelijke – dichter. Het is grappig zoals Herman Melvilles De klerk Bartleby grappig is: eindeloos, totdat je beseft hoe onaangenaam vertrouwd het voelt.

    Net als wij zien Nederlanders zichzelf als een redelijk compromis tussen Latijnse hartstocht en Duitse onbuigzaamheid

    Er is veel eigenaardigs te vinden in de Nederlandse literatuur; tot mijn favorieten behoren een verhaal over een man die wordt uitgedaagd verse hondenpoep te eten om de sleutels van een grachtenhuis te bemachtigen, en over een journalist die een dag in het veld doorbrengt met een in gedachten verzonken muskusrattenvanger.
Maar wat het uiteindelijk zo de moeite waard maakt, is dat de bundel ons laat zien dat Nederlandse en Britse personages in wezen op elkaar lijken. Hetzelfde geldt voor de twee talen, 
linguïstisch gesproken, als je de uiterst netelige kwestie van de uitspraak
buiten beschouwing laat. Net als bij ons voert rationaliteit hoogtij in Nederland, met in de kern een visioen van klassenloosheid. Net als wij zien Nederlanders zichzelf als een redelijk compromis tussen Latijnse hartstocht en Duitse onbuigzaamheid.

    Ongetwijfeld mede dankzij de voortreffelijke vertalingen voelen veel Nederlandse verhalen en boeken vertrouwd, soms griezelig vertrouwd. De meeste zouden met gemak in het Verenigd Koninkrijk kunnen worden gesitueerd – bij East Bergholt van Marcel Möring is dat
daadwerkelijk het geval, net als bij
De omweg van Gerbrand Bakker, dat in Wales speelt. De personages hebben vreemde trekjes die ons bekend voorkomen. Daar moeten we dankbaar
voor zijn, en we moeten niet rusten voordat er meer Nederlandse literatuur onze kant op komt.

  • Denk volgens The New York Times

    Denk volgens The New York Times

    De Amerikaanse krant blijft opvallend neutraal over de opkomst van de controversiële immigrantenpartij Denk. Maar partijleiders die alleen interviews geven als zij hun uitlatingen voorafgaand aan publicatie kunnen autoriseren, dat kan écht niet.

    Europa heeft zijn portie boze partijen tegen immigratie de laatste tijd wel gehad. Daarentegen zet één partij de immigratiepolitiek op zijn kop door waarschijnlijk als eerste in Nederland met een pro-immigrantenstandpunt te komen. De partij, Denk, wordt geleid door mensen van etnische komaf. De multiculturele kandidaten verzetten zich tegen xenofobie en racisme in Nederland.

    Denk positioneert zichzelf als antwoord op de ‘eigen-volk-eerst’- en isolationistische gedachte van Geert Wilders’ PVV, die het goed doet in de peilingen. ‘Uniek aan Denk is dat de partij volledig in handen is van mensen met een etnische achtergrond,’ zegt de van oorsprong Nederlandse Cas Mudde, specialist op het gebied van Europese radicale politieke partijen. ‘In Nederland zitten niet-blanken al heel lang in het parlement, maar alle partijen worden nog altijd door witte Nederlanders gedomineerd,’ aldus Mudde, universitair docent aan de School for Public and International Affairs van de Universiteit van Georgia. ‘Er is nog nooit een door niet-blanke Nederlanders gedomineerde partij geweest die kans maakte om in het parlement te komen.’

    Controversieel

    Denk bleek controversieel. De partij werd door politieke tegenstanders met scepsis begroet en stuitte in de media op kritiek. Ze werd er door Het Parool van beschuldigd ‘het vuurtje van de onvrede onder immigranten op te stoken’. Op social media wordt Denk een partij van ‘Nederlandhaters’ genoemd.

    Tot de politieke doelstellingen van Denk behoren het weren van de pejoratieve term ‘allochtoon’ uit wetgevende instanties en het vervangen van termen als ‘integratie’ door ‘acceptatie’. Ze wil een ‘racismeregister’ bijhouden van gekozen vertegenwoordigers die zich van hatelijke taal bedienen en diegenen van openbare functies uitsluiten die racisme aanwakkeren. Ze is ook voor een slavernijmuseum en de afschaffing van Zwarte Piet.

    ‘Denk is veel moderner, veel slimmer in de manier waarop ze leden mobiliseert’

    De oprichters van Denk zijn weggezet als ‘marionetten’ van de president van Turkije, Recep Tayyip Erdogan, maar doen er alles aan de basis van de partij te verbreden door belangrijke vertegenwoordigers van minderheidsgroeperingen in Nederland aan zich te binden. Afgelopen november werd Tatjana Maul, voormalig Miss Nederland en dochter van een Macedonische moeder en een Pools-Nederlandse vader, persvoorlichter van de partij. De grootste boost van Denks profiel vond plaats in mei, toen de in Suriname geboren tv-presentator en danseres Sylvana Simons aankondigde zich namens Denk verkiesbaar te stellen voor de Tweede Kamer. In tv-interviews zei ze dat ze zich bij de partij had aangesloten omdat ze vond dat het racisme in Nederland een ‘gevaarlijk’ niveau had bereikt en dat het land zijn koloniale erfenis en rol in de trans-Atlantische slavenhandel ‘ontkende’. Haar aankondiging leidde in de sociale media tot zulke extreem negatieve reacties – naar haar zeggen kwamen er veertigduizend racistische beledigingen – dat Mark Rutte deze ‘walgelijke’ berichten van ‘idioten’ in een van zijn wekelijkse tv-interviews veroordeelde.

    Mevrouw Maul zegt dat de partijleiders elk interviewverzoek weigeren zolang ze niet de gelegenheid krijgen hun uitlatingen voorafgaand aan publicatie te autoriseren, iets wat The New York Times nooit doet.

    Op dit moment wijzen peilingen uit dat Denk bij de volgende verkiezingen waarschijnlijk op twee of drie zetels kan rekenen, volgens andere is dat er hooguit één. ‘Andere populistische migrantenpartijen hebben tot dusver geen succes,’ zegt Lars Rensmann, hoogleraar Europese Politiek en Maatschappij aan de Universiteit van Groningen, die onderzoek doet naar Europese politieke partijen, waaronder rechts-extremistische en populistische. ‘Denk is veel moderner, veel slimmer in de manier waarop ze leden mobiliseert,’ zegt hij, ‘en ze maakt kans op succes bij de verkiezingen, wat vergelijkbare partijen nooit is gelukt.’

    Veel politici ter linkerzijde geloven dat winst voor Denk ten koste zal gaan van de PvdA. Ahmed Marcouch, PvdA-Kamerlid, geboren in Marokko en woonachtig in Nederland sinds 1979, is bang dat Denk de langs etnische scheidslijnen lopende tegenstellingen in Nederland alleen maar zal verergeren. ‘Wij van de PvdA willen een samenleving voor iedereen, zonder dat het ertoe doet waar je vandaan komt,’ zegt hij.

    Maar anderen vinden dat de PvdA weinig voor minderheidsgroeperingen heeft gedaan. ‘Denk raakt een gevoelige snaar bij mensen die vinden dat in het parlement niemand namens hen spreekt over cruciale onderwerpen als islamofobie en racisme,’ zegt Sandew Hira, directeur van het International Institute for Scientific Research, dat zijn basis heeft in Den Haag en onderzoek doet naar identiteitsvorming en kolonialisme. ‘De mensen identificeren Denk niet met etnische kandidaten, wat wel het geval zou zijn geweest als ze nog steeds in de PvdA hadden gezeten,’ voegt hij eraan toe. ‘Ze hebben een etnische stem die het voor gekleurde mensen opneemt en hun belangen behartigt.’


    Denk slaat aan bij mensen als Jerry Afriyie, een in Ghana geboren en in Nederland opgegroeide dichter. Hij is grondlegger van Nederland Wordt Beter, een activistische volksgroepering die gedeeltelijk de opvattingen van de Black Lives Matter-beweging omarmt en demonstraties tegen Zwarte Piet organiseert. ‘Nu is er tenminste een politieke partij die de term “institutioneel racisme” in de mond durft te nemen,’ zegt hij. ‘We wonen in een land waar blanke overheersing bestaat, altijd bestaan heeft en steeds groter wordt. Daar moet een antwoord op komen.’ Hij en vele anderen die hij kent stemmen komend jaar op Denk, zegt hij: ‘Want Denk is het beste antwoord dat we op dit moment hebben.’

    Auteur: Nina Siegal
    Vertaler: Nico Groen

    Afbeelding bovenaan: Tunahan Kuzu is de tweede van links, Selçuk Öztürk staat rechts.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

    CONTEXT: Ontstaan van Denk

    Denk werd in 2014 opgericht door twee van oorsprong Turkse Kamerleden, Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk, die uit de PvdA stapten uit onvrede over het integratiebeleid van de partij. Ze behielden hun zetel in het parlement, wat zo blijft tot aan de verkiezingen van maart 2017. Denk heeft de drempel van duizend leden geslecht, waardoor ze in aanmerking komt voor 165.000 euro staatssteun per jaar. Ze hoopt te profiteren van de aanzienlijke groep Nederlanders van buitenlandse komaf, die wordt geschat op 1 miljoen van de in de totaal 17 miljoen inwoners. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft ongeveer 4,4 procent van de Nederlanders een Marokkaanse achtergrond en zo’n 3,5 procent een Turkse.