Tag: Nederland

  • Het Nederlandse regeerakkoord: ‘Een recept voor politieke acrobatiek’

    Het Nederlandse regeerakkoord: ‘Een recept voor politieke acrobatiek’

    Om de week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar Nederland. Wat wordt er geschreven over de plannen van de minderheidscoalitie met D66, CDA en VVD?

    Hoe verliep de totstandkoming van deze coalitie?

    ‘Rob Jettens verkiezingswinst kan als historisch worden beschouwd’, aldus Handelsblatt. ‘Hij wist slechts enkele weken voor de verkiezingen het tij te keren en de ervaren rechts-populist Geert Wilders nipt te verslaan.’ De Duitse krant voegt eraan toe dat de achtendertigjarige Rob Jetten in februari waarschijnlijk de jongste en eerste openlijk homoseksuele premier van Nederland wordt.

    ‘Een sociaal-liberale, progressieve, pro-Europese politicus verdrijft het rechtse spook van Geert Wilders. Althans, dat is het perspectief vanuit Brussel. Wie iets beter kijkt, ziet de coalitie van Jetten als een teken van instabiliteit in Europa’, schrijft Süddeutsche Zeitung. De krant legt uit dat de coalitie van D66, het CDA en de VVD geen meerderheid heeft in de Tweede Kamer. ‘Tenzij zich onvoorziene omstandigheden voordoen, zal Jetten dus een minderheidsregering leiden en voortdurend op zoek moeten naar compromissen.’ 

    Markus Wilp van het Centrum voor Nederlandse Studies in Münster legt in Die Zeit uit dat er sinds de afgelopen verkiezingen vijftien partijen in de Tweede Kamer zitten. ‘Of een partij een zetel behaalt, wordt beslist door relatief weinig stemmen, omdat Nederland slechts 13,5 miljoen kiesgerechtigden telt en er geen kiesdrempel is.’ De opkomst bij de laatste verkiezingen lag net onder de 80 procent. ‘Een partij heeft maar zo’n zeventigduizend stemmen nodig om in de Tweede Kamer te komen, en dat zorgt voor een zeer gefragmenteerd partijlandschap.’

    The Guardian merkt op dat een minderheidskabinet ‘zeer ongebruikelijk’ is voor Nederland, maar vanwege de politieke versnippering en wederzijdse uitsluitingen waren de opties beperkt. VVD-leider Dilan Yeşilgöz sloot GroenLinks-PvdA vanaf het begin uit omdat zij de linkse partij ‘te radicaal’ vond, aldus de Britse krant. Pogingen van de VVD om de radicaal-rechtse populistische partij JA21 in de regering op te nemen, stuitten dan weer op fel verzet van D66.

    Een minderheidsregering is in Nederland slechts één keer is voorgekomen, merkt Handelsblatt op

    Een minderheidsregering is zo ongebruikelijk dat het in de moderne geschiedenis van Nederland slechts één keer is voorgekomen, merkt Handelsblatt op. ‘Dat was onder leiding van de huidige NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte – en duurde slechts twee jaar.’

    Opvallend is dat GroenLinks-PvdA nu de grootste oppositiepartij is geworden. Dat komt door ‘het uiteenvallen van de PVV, die bijna een derde van haar zetels in de verkiezingen verloor,’ schrijft The Guardian.

    Ook Le Monde bericht over de verliezen van Wilders: ‘De heer Wilders, die de Europese politiek op zijn kop zette door de Tweede Kamerverkiezingen van november 2023 te winnen, heeft de afgelopen weken zijn populariteit sterk zien afnemen.’ Het aantal zetels van zijn partij daalde van 37 in 2023 naar 26. ‘In januari namen zeven van zijn parlementsleden ontslag vanwege zijn autoritaire leiderschap binnen de partij.’ Andere extreemrechtse partijen, zoals Forum voor Democratie en JA21, blijven daarentegen groeien, benadrukt de Franse krant.

    Welke plannen vallen het meest op?

    Het regeerakkoord bevat volgens Politico een reeks ambitieuze doelstellingen. De nieuwe regering wil duidelijk maken dat ze definitief breekt met jaren van politieke verlamming en koos als slogan ‘Aan de slag!’ ‘De drie coalitiepartners willen een einde maken aan een tijdperk van polarisatie en volledig terugkeren naar de lange traditie van compromispolitiek in Nederland. Na de door conflicten geteisterde en somber gestemde regering-Schoof kunnen we vanuit Den Haag een “yes-we-can”-sfeer verwachten’, aldus de politieke nieuwswebsite. 

    Tegelijkertijd staan er grote uitdagingen op de agenda. Het oplossen van de woningcrisis en het afbouwen van de stikstofuitstoot via uitkoopregelingen vergt flinke investeringen, erkent Politico. Plannen voor bezuinigingen op onderwijs en internationale hulp worden voorlopig uitgesteld, wat als een overwinning voor D66 kan worden beschouwd. De nieuwssite benadrukt echter dat deze winst ten koste gaat van de sociale uitgaven, waarop flink zal worden gekort. ‘De nieuwe regering balanceert bovendien op een dun koord door enerzijds te spreken van een streng immigratiebeleid en zich anderzijds te willen distantiëren van Wilders, om geen progressieve stemmers te verliezen.’ 

    ‘Een links-liberale regeringsleider op een rechtse koers’

    ‘De nieuwe regeringscoalitie stelt belastingverhogingen voor, voert een hard beleid ten aanzien van asiel en gaat bezuinigen op sociale voorzieningen. Deze maatregelen maken geld vrij voor investeringen in onderwijs, veiligheid en defensie en dragen bij aan de nieuwe doelstellingen van de NAVO’, analyseert Frankfurter Allgemeine Zeitung in een artikel met als kop: ‘Een links-liberale regeringsleider op een rechtse koers’. Volgens de Duitse krant ‘treffen de geplande bezuinigingen alle pijlers van het sociale zekerheidsstelsel en wijzen ze op een verschuiving naar rechts’. 

    Financial Times viel vooral de freedom tax op. ‘Alle NAVO-leden hebben toegezegd te zullen voldoen aan de eis van de VS om de defensie-uitgaven tegen 2035 te verhogen tot 5 procent van het bbp. Om dat doel te bereiken, zullen Nederlandse burgers via de inkomstenbelasting een zogeheten “freedom tax” betalen, die uiteindelijk meer dan 3 miljard euro per jaar oplevert. Ook Nederlandse bedrijven zullen een dergelijke bijdrage moeten betalen, wat uiteindelijk goed moet zijn voor 1,7 miljard euro per jaar.’

    Wat zijn de grootste uitdagingen?

    ‘Jetten bereidt zich nu voor op een zeer complexe taak: het leiden van een regering die afhankelijk is van andermans steun en compromissen’, aldus het Argentijnse dagblad La Nacion. ‘Het land heeft last van chronische instabiliteit, met vijf regeringen in vijftien jaar. De laatste regeerpoging – ​​onder leiding van de extreemrechtse Geert Wilders – mislukte al na elf maanden.’ 

    Het advies van informateur Rianne Letschert suggereert dat de toekomstige regering vele slapeloze nachten tegemoet gaat

    Met uitzondering van Wilders benadrukken de oppositieleiders echter dat ze zich ‘constructief’ zullen opstellen ten opzichte van de nieuwe regering, constateert Politico. Maar aangezien de twee grootste oppositiepartijen – GroenLinks-PvdA en de PVV – diametraal tegenovergestelde standpunten innemen, vormt de minderheidscoalitie ‘een recept voor politieke acrobatiek’. 

    El País besteedt in het bijzonder aandacht aan een uitspraak van informateur Rianne Letschert. ‘Ze gaf (…) de politici nog een laatste advies: “Koop een goed koffiezetapparaat.”.’ Deze opmerking, legt de krant uit, verwijst niet alleen naar ‘het feit dat koffie de favoriete warme drank is van de Nederlanders, die volgens marktonderzoek gemiddeld 3,6 kopjes per dag drinken’, maar suggereert ook dat de toekomstige regering vele slapeloze nachten tegemoet gaat. 

    De volgende stap is de verdeling van ministeries en kabinetsfuncties. Als alles goed gaat, zal het definitieve team eind februari op de trappen van het paleis van de Nederlandse koning staan voor de traditionele foto. En dan, zoals Politico stelt, kan ‘het echte werk’ beginnen. 

  • De internationale pers over de Nederlandse verkiezingen. ‘Gematigdheid loont weer’

    De internationale pers over de Nederlandse verkiezingen. ‘Gematigdheid loont weer’

    Jetten wist de winst naar zich toe te trekken, de PVV verloor terrein. De vraag is of radicaal-rechts zijn plafond heeft bereikt en of Nederland een regering kan vormen zonder weer maandenlang te formeren. Ook in het buitenland volgt men de ontwikkelingen op de voet.

    Al Jazeera concludeert: de centristen winnen, extreemrechts verliest aanhang. Wilders wordt in één adem genoemd met ‘Dutch Trump’. ‘De Nederlandse verkiezingen werden gezien als een test om te kijken of extreemrechts zijn bereik kan uitbreiden of dat het in delen van Europa zijn hoogtepunt al heeft bereikt.’ De site benadrukt dat Jetten ‘de jongste en eerste openlijk homoseksuele premier’ zou kunnen worden en citeert zijn feesttoespraak over ‘afscheid van de politiek van haat’ en zijn motto: ‘Het kan wél’. 

    ‘Nog maar een maand geleden had niemand de winst van Rob Jetten verwacht’, schrijft het Franse Le Point. Jetten heeft volgens de krant ‘altijd een stijl gecultiveerd die haaks staat op de traditionele Nederlandse politiek’ omdat hij rustig en zonder veel ophef te werk gaat. ‘Zijn omgeving omschrijft hem als een “politiek ingenieur”, opgeleid in het openbaar bestuur, bedreven in de mechanismen van coalities en een architect van compromissen. Tegenstanders vinden hem saai en bureaucratisch.’

    ‘Jettens Barack Obama-achtige slogan “Het kan wél” ging in tegen de pessimistische stemming in het land’

    De Financial Times merkt op dat de pro-EU Jetten, ‘wiens politieke stijl weleens wordt vergeleken met die van voormalig premier en huidig ​​NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte’, een optimistische campagne heeft gevoerd. ‘Jettens Barack Obama-achtige campagneslogan “Het kan wél” ging in tegen de over het algemeen pessimistische stemming in het land.’

    Volgens The Japan Times kan het vormen van een coalitie nog wel even op zich laten wachten, aangezien ‘Nederland tot de landen in Europa behoort die het langst doen over de vorming van een regering’. De Japanse krant benadrukt dat D66 meerdere kanten op kan – centrumlinks of centrumrechts – en dat regeren per definitie het bouwen van een alliantie is. 

    Ook El País voorspelt dat de formatie lang kan gaan duren. In het verleden, aldus de Spaanse krant, werd er namelijk uitgebreid de tijd genomen: 225 dagen (Rutte III), 299 dagen (Rutte IV), 223 dagen (Schoof). ‘Dit staat in schril contrast tot wat tientallen jaren geleden gebruikelijk was: de snelste coalitievorming tot nu toe vond plaats in 1948, toen sociaaldemocraat Willem Drees erin slaagde om in slechts 31 dagen een regering te vormen.’ El País omschrijft Wilders als een politicus ‘aan de limiet van zijn kansen’: zelfs als hij de grootste was geworden, blijft er een centristisch veto. De eindconclusie: gematigdheid loont weer, het CDA herwon gehoor, GL-PvdA zakte weg en D66 is de grote winnaar.

    The Guardian herinnert de lezer eraan dat er opnieuw verkiezingen waren vanwege de val van het kabinet, die werd veroorzaakt doordat Wilders in juni de stekker eruit trok na ‘onwerkbare’ asielplannen. De Britse krant analyseert wat de zorgen van de kiezer zijn: migratie en, nog belangrijker, het woningtekort. ‘Als deze vragen – en andere dringende problemen, waaronder de stijgende kosten voor de gezondheidszorg – niet op de juiste manier worden aangepakt, waarschuwen analisten dat de schijnbare terugkeer van Nederland naar wat op een meer verstandige vorm van bestuur lijkt, van korte duur zal zijn.’

    Volgens The Economist ‘kiest Nederland optimisme boven anti-immigrantenpopulisme’

    Het Duitse Süddeutsche Zeitung richt zijn pijlen op enkele overige kandidaten. ‘Het magere resultaat voor GL-PvdA onder leiding van Frans Timmermans kwam als verrassing. Hoewel de voormalig minister van Buitenlandse Zaken en EU-commissaris de aanstaande fusie van de twee partijen tot nu toe goed heeft weten te leiden, slaagt hij er duidelijk niet in de massa te bereiken.’ De tegenvaller stelde echter niets voor vergeleken met het verlies van NSC. ‘De NSC, opgericht door de afvallige christendemocraat Pieter Omtzigt, maakte misschien wel de meest brute val in de Nederlandse partijgeschiedenis mee en verloor al haar twintig zetels.’ Dit heeft mede bijgedragen aan het succes van het CDA, dat ‘aanvankelijk had gehoopt op een tweede plaats’, maar desondanks veel zetels heeft gewonnen ten opzichte van de vorige verkiezingen. Een andere partij die zijn zetelaantal heeft zien groeien is JA21, aldus SZ. ‘Onder leiding van Joost Eerdmans presenteert JA21 zich als een maatschappelijk aanvaarde vorm van extremisme.’ De krant wijst erop dat de partij als een van de vijf in de Tweede Kamer in haar verkiezingsprogramma pleit voor remigratie.

    Volgens The Economist ‘kiest Nederland optimisme boven anti-immigrantenpopulisme’. Uit deze verkiezingen blijkt dat ‘de ideologische aard van Nederland misschien niet veel is verschoven, maar de stemming is veranderd’, aldus het Amerikaanse dagblad. 

  • De langste mens is aan het krimpen

    De langste mens is aan het krimpen

    In Nederland blijken kinderen tegenwoordig kleiner te zijn dan hun ouders, terwijl de Nederlandse man in twee eeuwen 18 centimeter gegroeid is en nu de langste ter wereld is. Waarom die lengte nu weer afneemt is nog niet helemaal duidelijk.

    Het is lastig om de fysieke gezondheid van een land of een regio te bestuderen, aangezien er nauwelijks consistent verzamelde indicatoren van gezondheid voorhanden zijn. Maar in ons recente onderzoek hebben we gekeken naar het duidelijke verband tussen de gezondheid van een bepaalde bevolkingsgroep en één simpel, veelvuldig vastgelegd gegeven: lichaamslengte.

    Lichaamslengte is gedurende vrijwel de hele geschiedenis van de mens min of meer een constante geweest. Tot 1800 schommelde de gemiddelde lichaamslengte in Europa tussen de 1 meter 65 en de 1 meter 70, maar in de laatste tweehonderd jaar is er iets opmerkelijks gebeurd: de gemiddelde lengte is, over de hele wereld, maar met name in Europa, spectaculair toegenomen. In veel Europese landen is de gemiddelde lengte met meer dan 15 centimeter toegenomen, en dat is met name goed te zien in Nederland; de gemiddelde Nederlandse man is gegroeid van 1 meter 66 in 1810 tot 1 meter 84 anno nu, een toename van 18 centimeter in minder dan twee eeuwen. Op dit moment zijn Nederlandse mannen de langste ter wereld.

    Grafiek

    Hoewel DNA zonder meer een rol speelt bij lichaamslengte, kan zo’n enorme verandering bij een hele bevolking niet worden verklaard aan de hand van enkel de evolutie – want als dat het geval was, zouden we deze verandering van lichaamslengte terugzien over een veel langere periode.

    In Nederland is er, net als in een groot deel van de rest van de wereld, de afgelopen tweehonderd jaar sprake geweest van een enorme verbetering van de levensstandaard, op alle vlakken: van een afname van oversterfte en besmettelijke ziekten tot een grotere beschikbaarheid van kwalitatief hoogstaand voedsel. De snelle toename van de lichaamslengte laat dan ook een duidelijk verband zien tussen leefomstandigheden en een gezondere, langere bevolking.

    Tijdens onze ontwikkeling worden zowel lichaamslengte als gezondheid bepaald door deels dezelfde factoren, waarvan voeding de belangrijkste is. Om te groeien en gezond te zijn moeten mensen hun lichaam voorzien van voedingsstoffen. Maar het kan zijn dat andere lichaamsfuncties meer energie nodig hebben, waardoor de voedingsstoffen niet kunnen worden gebruikt voor groei; factoren als ziekte, stress of zware lichamelijke arbeid kunnen allemaal resulteren in een minder lange bevolking.

    Recente onderzoeken hebben aangetoond dat in het Nederland van de negentiende eeuw langdurige of terugkerende ziekten samenhingen met een geringere lichaamslengte onder volwassenen, terwijl minder langdurige, eenmalige periodes van ziekte de groei juist bevorderden. De reden daarvan is vermoedelijk dat minder ernstige ziekten zorgden voor een betere immuniteit tegen toekomstige infecties.

    De dood van ouders, met name van de moeder, leidt tot een geringere lichaamslengte

    Verder is gebleken dat de dood van ouders, met name van de moeder, leidde tot een geringere lichaamslengte. Bij heel jonge kinderen is de verklaring hiervoor vermoedelijk dat ze afhankelijk waren van hun moeder voor voeding. Het ging echter ook op voor oudere kinderen, wat erop duidt dat het immens veel stress oplevert als een van de belangrijkste zorgverleners overlijdt.

    Opmerkelijk genoeg bleek het verlies van een moeder bij kinderen te leiden tot een geringere lichaamslengte – zowel in Nederland als elders – terwijl dat niet opging voor het verlies van een vader. Mogelijk is dat het gevolg van de verschillende genderrollen bij de zorg voor kinderen in deze periode.

    Over het algemeen genomen kan lengte worden gezien als een weerspiegeling van de kwaliteit en de kwantiteit van het voedsel dat mensen tot zich hebben genomen – en van de afwezigheid van stressfactoren die de energie van die voeding wegnemen – vanaf de geboorte tot aan het einde van de puberteit.

    gezondheidstoestand

    Bij het meten van de gezondheidstoestand van volwassenen is lengte een ingewikkelder gegeven. Vandaag de dag hebben mensen van meer dan gemiddelde lengte – en met name mannen – over het geheel genomen een geringere kans om te overlijden. Daarentegen hebben extreem lange mannen (1 meter 90 of langer) een net iets groter risico om te overlijden, voornamelijk omdat ze een grotere kans hebben op verschillende soorten kanker. Men vermoedt dat dit iets heeft te maken met de lichaamsmassa; langere lichamen hebben meer cellen en meer celdelingen, wat betekent dat er meer kans bestaat dat daar verstoringen optreden. Langere mensen nemen meestal ook meer calorieën tot zich, wat ook een rol zou kunnen spelen.

    De bevindingen van onderzoek naar bevolkingen uit vroeger tijden (dat wil zeggen, van voor de Eerste Wereldoorlog) maken het nog complexer: langere mensen, en dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen, overleden over het algemeen op jongere leeftijd, zelfs als ze naar hedendaagse maatstaven relatief klein waren (zoals vrouwen van 1 meter 55).

    Die hogere sterftecijfers waren vermoedelijk te wijten aan het feit dat kleinere mensen minder calorieën nodig hebben dan hun langere leeftijdgenoten. In perioden van schaarste, die in het verleden gebruikelijker waren, liepen kleinere mensen dan ook minder risico om ondervoed te raken.

    Onder bevolkingen uit vroeger tijden overleden ook meer mensen aan besmettelijke ziekten dan tegenwoordig, en de combinatie van die twee factoren betekende een verhoogd overlijdensrisico voor langere mensen.

    is ons voedingspatroon verslechterd? Belemmert obesitas bij kinderen de groei?

    Ons onderzoek richtte zich primair op het belang van de factor lichaamslengte bij onderzoek naar het verleden, maar het heeft ook belangrijke implicaties voor de gezondheidszorg van vandaag de dag, vooral in gebieden die lastig te bereiken of in kaart te brengen zijn. Momenteel verzamelt de WHO gegevens over dwerggroei, dus of kinderen al dan niet achterblijven bij wat als een gezonde groeicurve wordt beschouwd. Deze gegevens worden algemeen gebruikt om een inschatting te maken van de mate van ondervoeding in een bepaald land of een bepaalde regio.

    In Nederland zijn kinderen tegenwoordig kleiner dan hun ouders, maar het is onduidelijk waardoor de reuzen van de moderne wereld weer beginnen te krimpen. Dat roept een aantal serieuze vragen op: is ons voedingspatroon verslechterd? Belemmert obesitas bij kinderen de groei?

    Door te ontrafelen waarom bevolkingen langer worden – of juist krimpen – kunnen we meer inzicht krijgen in de gezondheid op landelijk niveau, in plaats van op individueel niveau. 

  • Nederland: de kinderen van een land dat verstrikt is in de drugshandel

    Nederland: de kinderen van een land dat verstrikt is in de drugshandel

    Het komt steeds meer voor in Nederland: tieners die door de maffia voor de drugshandel worden geronseld. Politie, sociale agenten en politici doen hun best om hen op het rechte pad te houden. ‘Dit beeld van Nederland heeft weinig te maken met een ansichtkaart met fietsen en tulpen’, schrijft het Spaanse dagblad El País.

    Als dit verslag een soundtrack zou hebben, een lied dat ons door deze pagina’s heen tot het einde zou begeleiden, dan zou het de rap zijn van een zestienjarige jongen uit een van de ruigste buurten van Amsterdam, De 6. Grote woorden wanneer verschillende kinderen uit de buurt hun vuisten op elkaar slaan ter begroeting en de territoriale code uitwisselen: een vingerbeweging om dat nummer te illustreren. Trots op de buurt. Erbij horen. Identiteit. Sommige van hen hebben al dolklittekens en allemaal zijn ze bezig het geweld te ontwijken dat elke dag weer voor explosies en knallen in hun straten zorgt. Welkom in Nederland.

    We leven in een verneukte generatie, aldus de rap van Jeninhio, bekend als C6ster, in wiens stem het hartzeer doorklinkt van iemand die geen kind meer is maar ook nog niet volwassen. Hij heeft beginnende haargroei boven zijn lip en zijn gezicht, dat hij opzij draait, wordt overschaduwd door zijn donkere pet. Jeninhio behoort tot de generatie Nederlanders die op het randje balanceren: tussen de verleidelijke lokroep van een groeiende criminaliteit die goed betaalt en de inspanningen van scholen en organisaties om hen aan de goede kant van de wet te houden (of terug te brengen). Hij wordt vergezeld door Elaijah, vijftien, twee keer neergestoken, en Leonicio, dertien. Alle drie dragen ze het gebruikelijke uniform van hun leeftijd, van hun buurt, van de straat: trainingsbroek, ketting om de nek, capuchon op, met de air van iemand die al te veel heeft gezien in het leven en toch moet doen alsof hij nog meer heeft gezien. Ze arriveren met hun gids; coach James, een negenentwintigjarige man die met hen in hun taal kan praten omdat hij zijn puberteit in verschillende gevangenissen heeft doorgebracht alvorens zijn leven te beteren en als maatschappelijk werker aan de slag te gaan voor Adamas, een organisatie die zich inzet voor de begeleiding van deze kinderen. 

    ‘Toen ik zes of zeven jaar oud was, begonnen de problemen,’ vertelt Jeninhio, die zijn verhaal vertelt met veel pauzes en soms meer tussenwerpsels dan werkwoorden gebruikt. ‘Toen ik klein was sloeg mijn vader me, ik was dom, ik begon me in de nesten te werken… Ik ging de straat op om geld te verdienen en ik deed veel vreselijke dingen.’ Heel veel dingen. Vreselijke dingen.

    Om een van die dingen werd hij opgepakt en zo kwam hij in aanraking met James. Elaijah is eerder neergestoken, op zijn dertiende, twee keer. Ook heeft hij al enkele bommen van dichtbij zien afgaan, als vergelding voor de dood van een beroemde rapper, Bigidagoe. Oorlog tussen rappers, oorlog tussen maffia’s, oorlog tussen rivaliserende groepen drugscriminelen. Alleen al het afgelopen haar ontploften in Nederland in deze context 800 bommen.

    James hoort ze, neemt ze mee, brengt ze. Hij is onderdeel van hun leven. Hij kookt met ze. Hij maakt muziek met ze. Zijn doel: hun familie worden, hun referentiepunt. Hij werkt nauw samen met een van de populairste scholen van Amsterdam en is gespecialiseerd in de meer problematische en gewelddadige jongeren van de stad. ‘Ik probeer in hun leven en hun kringen te komen, hun ouders te leren kennen, hun huizen. Ik breng ze naar school, ik haal ze op. Ze praten graag met me. En ik begrijp hun moeilijkheden. Het zijn goede kinderen, ze zijn niet actief. Ze zijn gewoon getraumatiseerd, bang. Ze hebben gewoon iemand nodig die er voor ze is, die ze steunt.’ 

    James spreekt langzaam. Zijn strakke baard, zijn nektatoeage (‘till death 1 hundred I stand’), zijn zelfverzekerde toon, zijn kalmte en zijn ervaring tekenen deze geloofwaardige mediator, zoals de maatschappelijke werkers van de organisatie Adamas zichzelf noemen; mensen die getekend zijn door hetzelfde soort verleden dat nu het heden is voor de kinderen die ze proberen te begeleiden. ‘Ik kwam voor het eerst in de gevangenis toen ik dertien jaar oud was en heb zeven jaar in verschillende inrichtingen doorgebracht.’ Voor drugshandel? ‘Onder andere, ja.’ Hij lacht zonder verdere uitleg te geven. ‘Ik ben ook opgepakt voor een gewapende overval. Dat was een vreemd zijspoor in mijn leven. Dat ligt nu achter me.’

    Narcostaat

    James is exemplarisch voor de inspanningen van een bepaald deel van de Nederlandse samenleving dat de rampspoed wil beteugelen waarmee het land te maken heeft gekregen sinds door de tolerantie van softdrugsgebruik in de jaren zeventig ruimte ontstond voor een gebied waar volgens velen geen controle over is. Bezit van kleine hoeveelheden softdrugs is legaal in Nederland, maar productie of handel niet. En die productie en handel heeft zich uitgebreid naar synthetische drugs, cocaïne en heroïne en is zo ver doorgeschoten dat dit prachtige vakantieland van windmolens, tulpen en fietsen, een Europese economische grootmacht, nu door veel autoriteiten, van politiechefs tot de burgemeester van Amsterdam, de minister van Justitie en 59 procent van de burgers, wordt beschouwd als een narcostaat dan wel een staat met een hoog risico er een te worden. Volgens Europol is de helft van de 821 criminele netwerken die Europol onderzoekt op het continent betrokken bij drugshandel. En de meest voorkomende nationaliteit van hun leden is Nederlands.

    Narcostaat: stilstaan bij dit woord veroorzaakt acute uitslag bij alle geïnterviewden en instellingen, omdat iedereen zich ongemakkelijk voelt bij de vergelijking met Latijns-Amerikaanse landen waar drugshandelaars welig tieren. Maar de realiteit is hardnekkig: de Mocro Maffia, een crimineel netwerk dat tonnen cocaïne verplaatst in het land en zijn banden en misdaden heeft uitgebreid naar landen als België en Spanje, is een maffiakluwen dat geen piramidestructuur heeft, maar het risico spreidt over verschillende groepen die soms met elkaar overhoop liggen, instellingen corrumperen en die voormalig premier Mark Rutte en het koningshuis zodanig hebben bedreigd dat kroonprinses Amalia van Oranje, twintig, in 2023 haar toevlucht heeft gezocht in Spanje. ‘We hebben grote havens, financiële en logistieke infrastructuur, luchthavens… Dit is het dichtstbevolkte land in termen van transportknooppunten, een supermoderne superhub die een enorme drugshandel mogelijk maakt. Dat heeft de basis gelegd voor georganiseerde misdaad,’ zegt Yarin Eski, professor aan de Vrije Universiteit Amsterdam en expert op dit gebied.

    De Mocro Maffia wordt in verband gebracht met moorden en misdaden die het geweten opschudden van een land dat zich steeds soepeler opstelde ten opzichte van drugs: na de arrestatie van de leider, Ridouan Taghi, werden onder andere de broer van een beschermde getuige, zijn advocaat en een journalist die de zaak onderzocht vermoord. Er werd een los hoofd geplaatst voor een coffeeshop in Amsterdam en er werden martelkamers gevonden in containers evenals uiteengereten lijken, bommen over het hele land en achtergelaten drugslaboratoria in boerderijen en garages. En er werden veel arrestaties verricht van minderjarigen in de haven van Rotterdam. Zo’n vierhonderd per jaar – maar dat cijfer, erkent iedereen, is slechts het topje van de ijsberg.

    ‘Al snel is de verandering zichtbaar: ze beginnen Gucci-kleren te dragen, coole sportschoenen, hebben twee telefoons’

    Kindsoldaten. Het bedrijf dat vroeger zijn hele distributieketen door volwassenen liet runnen zet nu, vooral de laatste paar jaar, kinderen vanaf twaalf of dertien jaar in, die op deze manier makkelijk kunnen verdienen. De leden van de maffia kennen ze meestal uit hun eigen buurt. ‘Eerst nodigen ze hen uit in het huis van een van hen, waar ze wiet krijgen en videospelletjes mogen spelen. Daarna zetten ze hen in voor hun eigen praktijken: dealen, verspreiden, bombarderen, neersteken, vechten,’ zegt een van de maatschappelijk werkers. ‘Al snel is de verandering zichtbaar: ze beginnen Gucci-kleren te dragen, coole sportschoenen, hebben twee mobiele telefoons, contant geld. Dan weet je dat ze om zijn,’ aldus Geke Kersten, directeur van de Leerparkschool in Arnhem.

    De generaals van dit leger van kindsoldaten blijven undercover, ze zitten vrijwel onzichtbaar aan de knoppen van de machine die aast op buurtkinderen als Elaijah, Leonicio en Jeninhio. Deze drie zijn Nederlanders met Surinaamse familieafkomst, maar, in de woorden van de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb, integratie werkt binnen deze kringen veel beter dan in de maatschappij: ‘Het kan me niet schelen dat het Mocro Maffia heet. Ik zie Albanezen met Italiaanse paspoorten, Noord-Afrikanen die uit Spanje komen, Turken, Britten, Nederlanders, Ieren… Het is het perfecte plaatje van samenwerking tussen alle maffia’s ter wereld. De integratie binnen de misdaad verloopt perfect.’ 

    Hij is een van de twee burgemeesters die zich in Nederland hebben onderscheiden door te proberen de ronseling van kinderen een halt toe te roepen. Zowel hij als die andere is geboren in Marokko en sociaaldemocraat: Aboutaleb, 62, werd in 2009 de eerste Marokkaanse burgemeester van een grote Europese stad, Rotterdam, en Ahmed Marcouch, een 55-jarige oud-politieagent en sinds 2017 burgemeester van Arnhem, heeft de criminaliteit in deze middelgrote stad zo prominent buiten de deur gehouden dat hij bekendstaat als ‘de sheriff’. In tegenstelling tot het meer toegeeflijke discours van de Amsterdamse burgemeester, die oproept tot het openen van het debat over regulering om de maffia’s tegen te gaan, kiezen Aboutaleb en Marcouch voor het pad van standvastigheid.

    Aboutaleb heeft zijn krachten gebundeld met collega’s in grote havensteden als Antwerpen en Hamburg, is naar verschillende Latijns-Amerikaanse landen gereisd om oplossingen te zoeken en leidt een initiatief van de Europese Unie om te proberen de mensenhandel in de landen van herkomst in te dammen. Marcouch kent het terrein. ‘Toen ik politieagent was in Amsterdam, pakten we mensenhandelaars van 23 tot 25 jaar, maar tegenwoordig zien we 12- en 13-jarigen die in mensenhandel actief zijn. Om hen te beschermen moeten we repressief optreden, maar ook investeren in onderwijs, in de sociaaleconomische factoren die hen beïnvloeden en in de redenen dat ze daar terechtkomen,’ zegt hij. ‘Gemeenten en landen hebben grenzen, maar de georganiseerde misdaad niet, en als we het georganiseerd noemen, is dat omdat het georganiseerd is, meer dan de overheid in haar strijd tegen criminaliteit,’ zegt Marcouch. Daarom heeft hij een groot aantal straatcoaches en maatschappelijk werkers op scholen en in buurten ingezet om de buurt door en door te leren kennen, misdaden te voorkomen en snel te reageren op de signalen.

    Verwaaloosd

    ‘Vijftien jaar lang hebben Nederlandse regeringen dit probleem verwaarloosd, het heeft niet de juiste prioriteit gekregen,’ zegt Aboutaleb in het oude stadhuisgebouw in Rotterdam, een bruisende metropool met meer dan 600.000 inwoners die gelegen is rondom Europa’s grootste haven. ‘Nu zie ik dat mijn jongeren, de kinderen uit de meest kwetsbare wijken, door criminelen worden ingehuurd om het vuile werk op te knappen. We noemen ze straatsoldaten. Ze krijgen duizenden dollars betaald als ze erin slagen grote hoeveelheden drugs naar buiten te krijgen. Daarom hebben we ons gemobiliseerd.’ 

    Niet ver van zijn kantoor ligt de indrukwekkende haven. Honderdduizenden containers komen hier elke dag van over de hele wereld aan, gebracht en vervoerd door meer dan 3000 bedrijven die concurreren in een haven waar meer dan 100.000 mensen werken. En waar iedereen een verdachte kan zijn. Rijen en rijen containers van allerlei herkomst en inhoud, opgesteld in een strikte eigen volgorde tot ze uit het zicht verdwijnen in de Noordzee. Het Havenbedrijf concentreert de informatie. De douane ook. En de jongens gaan niet in het wilde weg zoeken. Ze weten welke container ze moeten openen. Die informatie hebben ze meegekregen.

    Dit wordt ons uitgelegd door een ambtenaar van de Havendienst die uit voorzorg zijn naam niet wil geven. We zullen hem Mark noemen. ‘Ze hebben twee manieren van benaderen: eerst benaderen ze je voorzichtig om te zien of je van nut kan zijn. Als je ja zegt, trekken ze je na, zoeken ze uit waar je kinderen naar school gaan, wie je vrouw is, je ouders. Ze volgen je in hun gebied totdat ze je benaderen en zeggen: “We weten dat je kinderen in dit team spelen, dat je ouders daar en daar wonen en dat je vrouw…” Op dat moment kunnen ze je breken’, zegt hij. ‘Ze bedreigen je met een pistool, stoppen geld in je zak en zeggen: “Je gaat iets voor me doen.” Dan kun je naar de politie gaan, maar je weet dat ze terugkomen.’ Douanier Peter Van Buijtenen vertelt: ‘Vroeger gingen we in uniform naar huis. Met de metro, met de trein, overal. Nu kan dat niet meer. En we zeggen tegen onze werknemers: “Als je hier weggaat, laat dan je uniform achter en kleed je om. Laat niemand weten dat je hier werkt.”’  

    Mark houdt zich juist bezig met het trainen van werknemers om niet in de val te lopen en alle informatie te delen, een monsterklus gezien de macht van de maffia’s tegen werknemers die in het beste geval hun baan opzeggen en op zoek gaan naar minder risicolvol werk. ‘Velen vertrekken, anderen geven toe, het is te veel geld en te veel druk.’ Van Buijtenen, die al 41 jaar bij de Douane werkt, heeft net een van die teleurstellingen te verwerken gekregen die hier vaak voorkomen: een collega met 35 jaar dienst is gearresteerd wegens corruptie. Ze gaf informatie door.

    Het is altijd een kwestie van informatie. Daarmee sturen de maffia’s de kinderen. En de kinderen hebben geleerd hoe ze in de terminals komen, hoe ze containers binnensluipen om daar enkele dagen te blijven tot ze erin slagen om de drugs te verzamelen en te groeperen. Ze noemen het een containerhotel, omdat ze daarbinnen eten, drinken, matrassen, batterijen, kachels, vochtopnemers, zakken, luchtverfrissers en zelfs toiletten hebben voor de kinderen, tot het werk gedaan is.

    ‘Elke dag hebben we een moord, een schietpartij, een explosie’

    Het is een koude vrijdag in juni en de havenpolitie scheurt door het ijskoude water aan boord van hun patrouillevaartuig, de P4. Ze hebben een waarschuwing ontvangen: er is een zak met verzamelaarsgereedschap gevonden. De eigenaars hebben het daar achtergelaten en deze keer zijn ze ontsnapt. Maar deze bevelvoerders herinneren zich de keer dat ze een aantal jongens redden die zonder zuurstof vastzaten in hun ‘containerhotel’. ‘Vijf of zes waren opgesloten en dacht je dat ze iemand konden bellen? Nee, ze belden ons. Alleen wij gingen ze redden van de verstikkingsdood,’ zegt Hans, een van deze agenten van de eenheid Havenpolitie. Zijn collega Danny haalt een thermoskan hete koffie tevoorschijn, schenkt ons wat in. We zijn dankbaar want de kou dringt tot in onze botten door. Ze hebben tientallen jaren bij de Nederlandse marine gezeten, in Joegoslavië gediend, over de hele wereld gevaren en werken nu bij deze politie-eenheid.

    De inspanningen van de politie om het verkeer in het alledaagse leven in Rotterdam op afstand te houden zijn enorm, maar volgens de burgemeester van de stad ook een druppel op een gloeiende plaat tegenover een maffia die hier jaarlijks 200 miljard dollar omzet. Inspecteur Jonathan Abrahamse, een ervaren rechercheur van de Rotterdamse politie, zegt: ‘Elke dag hebben we een moord, een schietpartij, een explosie. Mijn team heeft op dit moment vijfenzeventig moorden geregistreerd.’ Met de hulp van de politie in het blauw proberen de geüniformeerde rechercheurs de netwerken te ontrafelen die drugs vervoeren in de haven en gaan ze achter gewelddadige schietpartijen en bommen aan die elke dag ontploffen vanwege schulden, waarschuwingen, wraak van jaloerse vriendjes, rappers met ruzie of intimidatie. ‘Met de bommen sturen ze een boodschap: “We weten waar je woont.” Op de plaats van de explosie is het onmogelijk om onderzoek te doen omdat ze capuchons en maskers dragen,’ zegt Abrahamse. ‘En ze praten niet. Pas als we een mobiele telefoon te pakken krijgen, komen we verder.’ Alles wordt vastgelegd. Foto’s van de kinderen die met wapens zwaaien, poseren met zakken drugs die groter zijn dan zijzelf, video’s. En een bepaalde commandostructuur. Zo weten ze dat degene die de bommen gooit ook de explosie moet opnemen. De politie heeft zelfs gevallen ontdekt waarbij de bendeleider dwingt om opnieuw een bom te laten ontploffen omdat de video van onvoldoende kwaliteit was.

    De rechercheur laat ons de schets van de knapen zien die hij na veel moeite heeft weten samen te stellen om een bende te ontmantelen. ‘Deze had maar liefst 16.000 foto’s van wapens op zijn mobiele telefoon staan,’ zegt hij. Het is makkelijk om ze te krijgen. ‘Ze kosten 500 euro en op Telegram regel je ze zo,’ zegt hij. Hetzelfde geldt voor de bommen: ‘Voor 6 euro hebben ze een explosief genaamd cobra dat uit België komt, en wat benzine.’ 

    Is er licht aan het einde van de tunnel? De rechercheur ziet het niet: ‘Ik ben hier al tien jaar. Politici lijken het probleem nu te begrijpen, maar ik ben niet optimistisch. Er zijn steeds meer wapens en de kinderen zijn jonger. Te veel extreem geweld. Het is een maatschappelijk fiasco.’

    Abrahamse wijst haarfijn aan waar het pijnpunt zit: maatschappelijk falen. Burgemeester Aboutaleb beweert dat er minstens tien schakels zijn in de keten tussen deze kinderen en de maffiabazen die de drugs vervoeren. Als zij vallen, komen er anderen voor in de plaats. Want de grote nieuwigheid onder deze generatie is dat “de werkaanbieding”, het verleidelijke bericht dat hun leven opvrolijkt, hen in de vroege uurtjes van de ochtend bereikt in de beslotenheid van hun slaapkamers, terwijl hun ouders – als die er zijn – misschien nog liggen te slapen. ‘Wil je 500 euro verdienen?’ 

    Brigadier Reiners de Groen, die in de wijk patrouilleert met als missie te voorkomen dat kinderen doelwit worden van de maffiagroepen, weet hier alles van: ‘Ze gebruiken arme kinderen die vaak geen ouders hebben, die een laag IQ hebben en die denken dat ze geen ander werk kunnen krijgen. Ze dwingen ze ook: ze wachten ze op in een auto, bedreigen ze. Meisjes dwingen ze de prostitutie in te gaan, zoals we hebben zien gebeuren met Bulgaarse en Oekraïense meisjes.’ Hij heeft het over de slachtoffers van wat ze loverboys noemen, een ander groeiend fenomeen. Reiners is een van de meest prominente politieagenten omdat hij naar scholen gaat en jongeren probeert uit te leggen waar deze manieren om snel geld te verdienen toe kunnen leiden: de gevangenis of de dood.

    Soms lukt het. Soms niet

    Saviera, een van de charismatische en geloofwaardige boodschappers van organisatie Adamas, weet veel over de bijkomende prostitutie – die niet veel te maken heeft met die van de Amsterdamse wallen. Net als James probeert Saviera meisjes te begeleiden die op dit moment lijden onder wat zij zelf in haar jeugd heeft meegemaakt: ‘Ik kom uit een gezin van misbruik en geweld. Ik ken de straat vanaf mijn achtste en ik ben verkracht toen ik veertien was. Ik nam ook drugs, ik kreeg drugs…’ zegt deze jonge vrouw die nu zesentwintig jaar oud is en een baby heeft. ‘Mijn eigen verhaal leert me dat je op straat op zoek gaat naar datgene wat je thuis niet kreeg.’ 

    Tegenwoordig ziet Saviera een groeiend probleem van criminelen die meisjes gebruiken als een makkelijkere manier om te verkopen omdat ze minder in de gaten worden gehouden. ‘Ze worden al snel een doelwit voor hun loverboys. Als ze eenmaal verliefd zijn en verslaafd aan drugs, doen ze alles wat hen gevraagd wordt. Dat is het soort meisjes waar ik mee werk.’ Ze benadert ze als een soort grote zus die naar ze kan luisteren zonder druk uit te oefenen, die de tijd heeft, het goede voorbeeld kan geven en ze kan begeleiden. ‘Wij zijn een spiegel van de straat. Soms lukt het. Soms niet,’ bekent ze.

    Dat geldt ook voor Alper, Danny en Jermaine, de straatcoaches, een soort straatpatrouilles die kinderen in Arnhem proberen te behoeden voor criminaliteit. Met z’n drieën zwerven ze door de wijk in uniforme sportkleding en proberen ze opstootjes de kop in te drukken voordat ze ergere vormen aannemen en de relschoppers op het politiebureau belanden. ‘Hier werken we samen met scholen, coaches, buurten, maatschappelijk werkers en de politie om de boel veilig te houden,’ zegt Hans Jansen, die aan het hoofd staat van een van de organisaties die werken aan het project Veilige Omgeving Arnhem. Ze houden ook hun netwerken in de gaten. ‘Nu begint alles daar. Vroeger moest je naar buiten als je iets slechts wilde doen. Nu komt de verleiding naar je mobiel, terwijl je ouders liggen te slapen,’ zegt Mustafa Amerizine van Am Support. 

    De belangrijkste inspanningen zijn sport, training, hulp bij huiswerk en zelfs een netwerk om jongeren in dienst te nemen, zoals dat van Toni Íñiguez, een Nederlander van Galicische afkomst die voorzitter is van de Vereniging van Ondernemers en erin slaagde om meer dan honderdtwintig jongeren aan een baan te helpen om ze uit het risico van delinquentie te halen. Of de ervaring van Young Talents, een organisatie in Rotterdam, die al honderden kinderen aanzette tot voetbal en activiteiten, zoals het kappersvak leren. ‘Het gaat om het creëren van een soort gemeenschap waar de kinderen gezonde banden vormen en zich beschermd voelen,’ aldus hun instructeur, Cem Sahiner. 

    De inspanningen zijn enorm. Net als de onmacht. ‘Wat hier aan de hand is ondermijnt ons democratische systeem, onze rechtsstaat. Het infecteert onze instellingen omdat drugsgebruik genormaliseerd wordt,’ zegt burgemeester Marcouch. Het debat over legalisatie moet worden toegejuicht, maar dat geldt evengoed voor het debat over de verantwoordelijkheid van de consument: ‘Als mensen kleding kopen die door kinderen is gemaakt, weet iedereen dat dat onethisch is. Alle consumenten weten dat elke gram bloed bevat. In het geval van drugs is dat anders. De politie heeft er lange tijd geen prioriteit van gemaakt. Zelfs niet van de moorden rond de rechtszaak tegen Taghi.’ 

    Ver weg, in een geheime compound waar het grootste strafproces uit de Nederlandse geschiedenis plaatsvond, is Taghi veroordeeld tot levenslang voor verschillende moorden. Zestien andere bendeleiders hebben eveneens straf gekregen. En de stevige rap van C6ster (‘living in a fucked up generation’) speelt nog steeds in een studio in Amsterdam waar de drie tieners samen onder de bescherming van hun petten, capuchons en op een toon die mannelijk probeert te zijn hun dromen hardop uitspreken: Elaijah wil architect worden of kickbokser. Leonicion kunstenaar. En C6ster rapper. Eigenlijk is hij dat al. Een geweldige kleine rapper van de meest verneukte generatie. Iemand van wie we ongetwijfeld nog zullen horen.

  • Hoe het Nederlandse ‘niksen’ een wereldwijde hype werd

    Hoe het Nederlandse ‘niksen’ een wereldwijde hype werd

    Als je ziet hoeveel boeken er zijn gepubliceerd over de typisch Nederlandse ‘kunst van het niksen’, lijkt het een typisch Hollands fenomeen. Maar hoe rijmen we dat met het calvinisme dat Nederlanders met de paplepel is ingegoten? Of zijn die waarden inmiddels veranderd en wordt er tegenwoordig juist veel afgenikst om maar niet overspannen te raken?

    Ik sta op het strand van Scheveningen, de bekende badplaats bij Den Haag, en ik ben aan het niksen – het Nederlandse woord voor helemaal niets doen. Ik probeer niet na te denken over de vraag of ik echt niets doe als ik op het strand sta. Misschien kan ik beter gaan zitten? Maar dan zou ik zitten. Hoe kun je het best niksen? Naast me staat Olga Mecking, de auteur van Niksen: Embracing the Dutch Art of Doing Nothing, die het moeiteloos lijkt te kunnen. In de drie jaar sinds haar boek is uitgebracht, is Mecking uitgegroeid tot dé Nederlandse autoriteit op het gebied van helemaal niets doen. Ineens herinner ik me dat er een eindje verderop op de promenade een pannekoekenrestaurant zit. Valt pannekoeken eten onder niksen, of ben je dan te veel met iets bezig? Misschien ben ik niet in de wieg gelegd om te niksen.

    Dat hoort ze heel vaak, zegt Mecking, dat mensen moeite hebben om niksen te definiëren. ‘De definitie die ik in het boek gebruik is: niets doen, zonder enig doel voor ogen. Niet naar een film kijken, niet op je telefoon zitten, geen mails lezen. We hebben altijd ergens in ons achterhoofd wel iets van een doel. Als we staan te koken, denken we: Deze maaltijd is goed voor de lijn, of goed voor mijn gezondheid. Als we een wandeling maken, moet dat bijdragen aan ons streven van tienduizend stappen. En dan genieten we niet meer van gewoon eten of wandelen. Dus waar het om gaat, is dat je die doelen loslaat.’

    Uitputting door werk

    Hoe komt het dat aandoeningen als burn-outs, depressie en stress (in de westerse wereld) aan de orde van de dag zijn? Die vraag is de afgelopen decennia door sociologen en psychologen onderzocht.

    Het lijkt namelijk of die aandoeningen erop wijzen dat deze tijd uitputtender zou zijn dan vroeger, terwijl de arbeidsuren zijn afgenomen en ook zwaar en/of eentonig fysiek werk gedeeltelijk is overgenomen door machines.

    Toch is het energieniveau van de mens door de eeuwen heen in principe gelijk gebleven, schrijft filosofisch magazine Aeon. De reden zou zijn dat we ons, door sociale veranderingen die het gevolg zijn van nieuwe technologieën, geconfronteerd zien met nieuwe cognitieve en emotionele eisen en de grens tussen werk en vrije tijd vervaagd is. We zijn bijvoorbeeld in principe altijd en overal bereikbaar. Bovendien is door de globalisering de concurrentie enorm toegenomen. Geen wonder dat uitputting een wijdverbreid euvel is.

    In haar boek Exhaustion: A History beschrijft Anna Katharina Schaffner dat uitputting aan geen enkele tijd verbonden is en al sinds de klassieke oudheid een academisch onderwerp is. Het fenomeen werd destijds echter gezien als een biochemische onevenwichtigheid, een somatische kwaal, een virusziekte of zelfs een spirituele tekortkoming. Het werd onder andere in verband gebracht met de stand van de planeten, een pervers verlangen naar de dood en sociale en economische ontwrichting. Oftewel: alle theorieën over aan werk gelieerde uitputting laten slechts zien hoe men in het verleden dacht over lichaam en geest.

    Een burn-out is nu weliswaar een geaccepteerde reden om een werknemer betaald verlof te laten nemen, maar wordt ook nog wel voorgesteld als een ‘vorm van zwakte en gebrek aan wilskracht’. In de middeleeuwen werd uitputting gezien als ‘een zonde’ en volgens sommige neoliberale theorieën is een burn-out volledig te wijten aan het individu zelf. De negentiende-eeuwse Amerikaanse arts George M. Beard ging ervan uit dat ‘het gevoelige zenuwstelsel van de moderne stadsmens niet was opgewassen tegen zintuiglijke overbelasting veroorzaakt door lawaai, snelheid en te veel informatie’.

    Burn-out-theoretici van de eenentwintigste eeuw voeren in principe nog steeds vergelijkbare argumenten aan en wijzen op de schadelijke effecten van nieuwe communicatietechnologieën en de neoliberale werkplek, met als gevolg vaak ‘energie-afbrekend’ gedrag, zoals te hard werken, verkeerd eten, te veel piekeren en slapeloosheid. Maar in tegenstelling tot depressie wordt een burn-out – en daarover zijn de meeste psychologen het eens – uitsluitend veroorzaakt door externe factoren die direct gerelateerd zijn aan de werkomgeving en iemands positie daarin.

    Haar woorden spreken me aan. Ik ben er klaar voor om die doelgerichtheid los te laten. ‘Het was niet makkelijk om een definitie te vinden,’ gaat ze verder. ‘Ik merkte dat mensen last kregen van schuldgevoelens zodra ik met een nauw omschreven definitie kwam. Ik hoor zo vaak van mensen dat ze zich schuldig voelen als het ze niet lukt om niks te doen.’ En daarmee omschrijft ze precies de reden waarom er wereldwijd zo veel belangstelling is voor haar boek.

    Mecking, die werkt als journalist en een blog heeft over ouderschap (ze heeft zelf drie kinderen), is getrouwd met een Duitser en woont in Den Haag. Ze spreekt vloeiend Nederlands maar is van oorsprong Pools. In 2018 stuitte ze op het begrip ‘niksen’ in een gratis supermarktblaadje. Het intrigeerde haar dat ze geen andere taal kende met een vergelijkbaar werkwoord. Ze hield een pitch voor een artikel over het onderwerp bij The New York Times. Toen dat in 2019 verscheen – ‘The Case for Doing Nothing’ (Een pleidooi om niets te doen) – ging het meteen viraal. Binnen enkele weken had ze een contract met een uitgever. Haar boek, dat enigszins te vergelijken is met boeken over hygge (De Deense kunst van de gezelligheid) en fika (de Zweedse kunst van de koffiepauze) verscheen precies op het moment dat in Nederland de eerste harde lockdown inging, eind 2020. Een veelzeggende review op Amazon in dat jaar: ‘Het perfecte boek voor wie door de pandemie kampt met stress.’ 

    Na de pandemie heeft het fenomeen standgehouden. Begin dit jaar liet fitnessketen David Lloyd – met meer dan honderd sportscholen in het Verenigd Koninkrijk – weten lessen te gaan geven in niksen, om mensen te helpen met ‘het loslaten van spanning’. In de aankondiging werd Jan de Jonge geciteerd, een Nederlandse psycholoog die gespecialiseerd is in niksen: ‘Wellness is heel belangrijk in ons hectische bestaan. Nederlanders, die de naam hebben relaxed en gemoedelijk te zijn, vinden het fijn om na een dag hard werken even lekker te niksen.’ Op X voegt hij eraan toe dat niksen geen typisch Nederlandse manier van leven is, maar eerder een reactie op onze moderne manier van leven.

    Hoe Nederlands is niksen

    Er zijn nog veel meer boeken verschenen over niksen, van mensen die duidelijk niet hebben geluisterd naar hun eigen advies om niks te doen. Niksen. De Hollandse kunst van het nietsdoen van Annette Lavrijsen. Niksen. Lang leve het lanterfanten van Maartje Willems en Lona Aalders. Niksen: The Power of Doing Nothing van Tess Jansen. A Dutch Guide to Niksen van Johanna van Elp.

    Maar hoe Nederlands is het nou eigenlijk om te niksen? En waar komt het woord vandaan? ‘Niksen is een mediaconcept, net zoiets als blue monday,’ zegt Ruut Veenhoven, emeritus hoogleraar ‘Sociale condities voor menselijk geluk’ aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Ooit werd aangenomen dat blue monday, de derde maandag van januari, op grond van bepaalde ‘berekeningen’ de deprimerendste dag van het jaar was. Later bleek dit hele concept te zijn verzonnen door een reisbureau. Niksen is niet helemaal hetzelfde: niemand spoort je aan om een georganiseerde reis te boeken. En Nederlanders gebruiken het werkwoord ook echt. Veenhoven erkent dat de belangstelling voor het concept niksen veelzeggend is. ‘We zijn duidelijk het gelukkigst als we bezig zijn. En in de moderne samenleving zijn er heel veel leuke dingen te doen. Met als gevolg dat we ook heel veel doen. Het tempo ligt hoger dan in niet-westerse landen en het niveau van tevredenheid met het bestaan is ook hoog, en blijft stijgen. Maar toch… Een neveneffect is de tijdsdruk die ontstaat. We dromen van meer ontspanning.’ Niksen biedt ons datgene waarnaar we hunkeren: een verklaring voor wat er ontbreekt – de aanwezigheid van het niets in ons bestaan.

    Mensen verkiezen zwart werk of een uitkering

    Columnist Alfredo González van ElHeraldo de México legt het probleem van de 5 miljoen openstaande vacatures in Mexico bij de grote informele sector in het land. Volgens de economisch commentator ‘sluiten veel mensen, volwassenen en jongeren, geschoolden en ongeschoolden, zich liever aan bij de informele economie. En dat tast de overheidsfinanciën aan: niet alleen omdat deze mensen belasting ontduiken, maar ook omdat het investeerders afschrikt die in ons land op zoek zijn naar geschoolde arbeidskrachten.’

    Een van de redenen voor deze ontwikkeling is het grote aantal sociale programma’s en uitkeringen dat de Mexicaanse president Andrés Manuel López Obrador heeft ingevoerd, aldus González. ‘Er zijn middelen voor jongeren, alleenstaande moeders, ouderen en andere kwetsbare groepen. Ze dienen om een nood te lenigen, maar helpen hen niet om een toekomst op te bouwen.’

    Meckings boek is inmiddels in dertien talen vertaald en met name de Fransen zijn ervan gecharmeerd. (‘L’art de ne remplir aucun objectif,’ verzucht de Franse Cosmopolitan – te vertalen als ‘De kunst om geen enkel doel na te streven’.) Maar dat niksen uit Nederland afkomstig is, wil nog niet zeggen dat Nederlanders er bij uitstek goed in zijn. ‘Niksen lijkt overal ter wereld als een concept te worden gezien, behalve in Nederland,’ zegt Carolien Hamming, oprichter en directeur van CSR Centrum, een centrum voor onderzoek naar stress en veerkracht, in de buurt van Utrecht. ‘Het heeft niets van doen met onze cultuur. Integendeel, we zijn calvinisten die elkaar voorhouden dat we harder moeten werken.’ 

    Mecking heeft Hamming geïnterviewd toen ze net was begonnen met haar research. Hamming zei toen dat Nederlanders niet goed zijn in niks doen. ‘We hebben met de paplepel ingegoten gekregen dat we ons altijd nuttig moeten maken en behulpzaam moeten zijn. Luiheid is des duivels oorkussen.’ Maar ze kan het de mensen niet kwalijk nemen dat ze belangstelling tonen voor het idee, nu stress en neerslachtigheid meer en meer om zich heen grijpen. ‘Onze hersenen zijn overbelast; we weten niet hoe we niets moeten doen.’ 

    Achtergrond

    Toen ik Nederlandse vrienden vroeg naar de achtergrond van het niksen, zeiden ze dat ze het woord wel kenden, maar dat ze niet konden zeggen wat er zo typisch Nederlands aan was. Maar ze maakten ook grapjes: ‘Sorry, ik ben te druk aan het niksen om antwoord te geven.’ Mecking vertelt dat toen zij begon aan haar boek over niksen, een andere uitgever net een contract had gesloten met een andere auteur om over hetzelfde onderwerp te schrijven. De race was begonnen en haar deadline werd naar voren gehaald. Niet echt in de geest van het niksen.

    En Hamming heeft gelijk: het concept is niet voorbehouden aan Nederland. Ik heb het gebruik niet kunnen terugvinden in de Nederlandse taal vóór eind jaren tien. Het wordt gewoonlijk gedefinieerd als een reactie op een meedogenloos arbeidsethos dat, zoals dat gaat met woordenboeken, opmerkelijk specifiek wordt omschreven en pas onlangs zou zijn gemunt. Om de een of andere reden heb ik het gevoel dat niksen niet tot het vocabulaire behoorde van grote Nederlandse kunstenaars als Vermeer, Rembrandt of Van Gogh, die allemaal pleitbezorger waren van intensieve lichamelijke activiteit. Het is opmerkelijk dat dit ongebruikelijke werkwoord is opgedoken in een land dat zichzelf doorgaans beschouwt als calvinistisch en atheïstisch. Net als Hamming mompelen mijn Nederlandse vrienden meestal iets over het calvinisme zodra ik over niksen begin: deze tak van het zestiende-eeuwse protestantisme vond grote weerklank in Nederland. En Calvijns waarden van hard werken, soberheid, discipline en ‘oprechtheid’ zijn er nog altijd in sterke mate voelbaar.

    Die openheid is ook een overblijfsel van het calvinisme: ‘Kijk gerust naar me. Ik heb niets te verbergen’

    Neem de manier waarop ze in Nederland omgaan met zonwering en gordijnen. Die worden niet gebruikt. Toen ik door Den Haag liep, in een poging achteloos te niksen, viel me op dat ik overal bij mensen naar binnen kon kijken, ongeacht de vraag of die mensen al dan niet aan het niksen waren. 

    Merkwaardige mengeling

    Die openheid is ook een overblijfsel van het calvinisme: ‘Kijk gerust naar me. Ik heb niets te verbergen.’ Het is een fascinerende, tegenstrijdige culturele impuls: je nooit laten gaan en je aan de regels houden, en tegelijkertijd volkomen transparant zijn. Het is een merkwaardige mengeling van zowel beheerst als ontspannen zijn. Geen wonder dat je dan soms de behoefte voelt om te niksen, om even bij te komen. En ook geen wonder dat het verlangen naar niksen geen exclusief Nederlands fenomeen blijkt te zijn.

    Dat het onderwerp ‘burn-out’ in Nederland zo hoog op de agenda staat, heeft wellicht iets te maken met de inherente spanning van het calvinistische verleden. Vorig jaar werd een onderzoek naar welzijn, uitgevoerd door een ziektekostenverzekeraar, breed aangehaald in de Nederlandse pers. De Cigna Healthcare Vitality Study werd uitgevoerd met tienduizend respondenten uit twaalf verschillende markten, verspreid over verschillende landen, waaronder de VS, Kenia, China en vijf Europese landen. Nederland scoorde hoog. Hoewel 90 procent van de Nederlandse werknemers zegt opgebrand te zijn, en 27 procent van de mensen zich als gevolg daarvan moe en leeg voelt, waren de Nederlanders als groep nog altijd de minst gestresste werknemers van het onderzoek. Hoewel 64 procent van de Nederlandse respondenten stress ervoer, was die score beduidend lager dan in België, waar het percentage 81 procent bedroeg. Ruud Wassen, hoofd marketing van Cigna, en zelf ook Nederlander, legt uit dat het stressniveau in Europa sinds de pandemie hoog is en dat Nederland daar geen uitzondering op vormt. Maar, zegt hij, Nederlandse werknemers ervaren relatief weinig stress als het gaat om de kosten van het levensonderhoud, de persoonlijke financiële situatie en onzekerheid over de toekomst. Als we echter kijken naar de belangrijkste stressfactor, dan verschilt Nederland niet van andere landen, zegt hij. ‘Te veel werk.’

    Het punt is dat Nederlanders volkomen in de stress schieten bij de gedachte aan een burn-out

    ‘Een burn-out is niet voorbehouden aan Nederlanders, maar het is wel een groeiend probleem in Nederland,’ aldus Roel Fransen, hr-manager bij Oval, een bedrijf uit Tilburg dat zich inzet voor het vergroten van de betrokkenheid van werknemers. Uit een studie van onderzoeksorganisatie TNO uit 2023 blijkt dat een op de vijf Nederlandse werknemers kampt met symptomen van een burn-out. ‘Dat is een significante toename ten opzichte van eerdere jaren,’ zegt Fransen. ‘En het lijkt erop dat die toename is toe te schrijven aan een aantal factoren: het feit dat het werk steeds meer van mensen vergt, de opkomst van de platformeconomie en de veranderde kijk op de balans tussen werk en vrije tijd.’

    Dus het is niet zo dat Nederlanders wereldwijd het hoogst scoren als het om burn-outs gaat – ze scoren juist lager dan de meeste andere landen. Het punt is dat ze volkomen in de stress schieten bij de gedachte aan een burn-out. ‘Sommige reacties op een burn-out lijken verankerd in de Nederlandse cultuur,’ zegt Fransen. ‘Zo hebben Nederlanders een sterk gevoel voor sociale solidariteit, waardoor mensen met een burn-out minder snel een stigma krijgen. 

    Nederlanders zijn vaak heel ambitieus en zetten zichzelf vaak onder grote druk om te slagen. Ze zijn misschien ook wat huiverig om vrij te nemen van het werk, zelfs als ze ziek zijn. Daarnaast kan de Nederlandse “gezelligheid” er soms toe leiden dat mensen de druk voelen om overal aanwezig te zijn, terwijl ze ondertussen hun werk niet mogen laten versloffen, wat er vaak op neerkomt dat ze voorbijgaan aan hun eigen behoeften.’ 

    Terug in de tijd

    Op 31 maart 2012 schetsten we in het redactioneel van ons pasgeboren magazine een toekomstbeeld waarin een hele generatie opgroeide zonder werk. Er werden overal in Europa pogingen gedaan om het tij te keren. Twaalf jaar later zijn sommige hervormingen doorgevoerd en liggen de banen voor het oprapen, alleen wil niet iedereen meer koste wat het kost de arbeidsmarkt op. Een terugblik.

    De Amerikaanse industrie – het werkloosheidscijfer lag in 2012 boven de 9 procent; nu is dat 3,9 procent – klaagde dat het moeilijker zou worden om aan geschoolde vakmensen te komen omdat de aard van het werk veranderd was. Iedereen moest met de computer om kunnen gaan en waar haalden ze nog een machinebankwerker vandaan? In Italië was het eenvoudiger om duizend mensen te ontslaan dan één individuele werknemer en woedde er een strijd tussen de overheid en de vakbonden, die toen al van kortlopende contracten af wilden. Terwijl in Polen – waar drie op de vijf mensen tijdelijk werk verrichten – contracten niet eens onder de arbeidswetgeving vielen.

    Oplossingen waren moeilijk te vinden. Op veel plaatsen, tot in Richmond Californië aan toe, werd heil gezien in het Baskische voorbeeld van de coöperatie. Daar begon de firma Solar met ‘democratisch ondernemen’ en gaf inwoners de kans zich om te scholen tot monteur van installaties voor groene energie. Daarna konden ze mede-eigenaar worden. Maar ook aan dit model bleken haken en ogen te zitten. Naast de kosten om een bedrijf gaande te houden, bleek er ook coöperatieve scholing nodig om ieders stem gehoord te laten worden en gezamenlijk beslissingen te kunnen nemen. Toch heeft wortel schieten in een gemeenschap zeker de nodige betrokkenheid gebracht, die bijvoorbeeld bij multinationals als Amazon of Google ver te zoeken is. Tegen die vorm van ‘moderne slavernij’ komt nu een generatie in opstand. En geef ze eens ongelijk, als met al die uren lopendebandwerk de huizenhoge huur niet eens betaald kan worden en een hypotheek al helemaal niet tot de mogelijkheden behoort. Dus inderdaad: arbeid adelt nog steeds niet altijd.

    Snap je wat ik bedoel met tegenstrijdig? Niet stigmatiseren. Het uiterste uit jezelf halen. Geen vrij nemen van je werk. Alle sociale bijeenkomsten bijwonen en dan ook gezellig zijn. Altijd de gordijnen openhouden. Het klinkt echt slopend om succesvol Nederlander te zijn.

    Maar wat de aandacht voor niksen bovenal aantoont, is de hang naar filosofieën uit andere landen. We leven in een tijd waarin velen van ons min of meer kunnen doen en laten wat we willen, meer dan op enig ander moment in de geschiedenis. Maar wat we vooral blijken te willen, is dat iemand met verstand van zaken ons het gevoel geeft dat we ons instinct mogen volgen. Hygge is het helemaal en niemand is er zo goed in als de Denen. Maar de Denen hebben niet het monopolie op knusse avondjes en kaarslicht. Fika is een prachtige traditie. Maar Zweden is niet de enige plek ter wereld waar je taart kunt eten en koffie kunt drinken. Zo hoef je ook geen Nederlander te zijn of het woord niksen te kennen om even niets te doen, je kunt ook gewoon… niets doen. En niets doen kun je onmogelijk verkeerd doen. Het zal dan ook niemand verbazen dat ik tot de ontdekking kwam dat die pannekoeken toch echt onder mijn definitie van niksen vielen. 

  • Wat zij zeggen over de impasse in de Nederlandse kabinetsformatie

    Wat zij zeggen over de impasse in de Nederlandse kabinetsformatie

    Wat schrijven internationale commentatoren en opiniemakers over het gebrek aan vooruitgang in de kabinetsformatie in Nederland? ‘Zo’n tweeënhalve maand na de Nederlandse verkiezingen zijn Wilders, en de Nederlanders met hem, weer terug bij af.’

    Thomas Kirchner – redacteur Europese politiek

    Süddeutsche Zeitung

    ‘Wat dacht Pieter Omtzigt toen hij zich plotseling terugtrok uit de verkennende gesprekken om een nieuwe Nederlandse regering te vormen? (…) De aanpak van Omtzigt is riskant; het zal hem niet alleen sympathie kosten bij potentiële partners, maar ook bij zijn eigen kiezers, die volgens peilingen in overgrote meerderheid voor samenwerking met Wilders zijn. Aan de andere kant blijft hij trouw aan zijn principes, wat op de lange termijn in zijn voordeel kan werken.’


    Jon Henley – Europacorrespondent

    The Guardian

    ‘Het beloofde nooit makkelijk te worden om een nieuwe regering te vormen in Nederland toen de verkiezingen werden gewonnen door een extreemrechtse fanatiekeling die de Koran wil verbieden, alle nieuwe asielaanvragen wil afwijzen, de EU wil verlaten en een heleboel milieuregels wil verscheuren. Het werd echter een stuk moeilijker toen een belangrijk potentieel lid zich terugtrok uit coalitiebesprekingen, wat betekent dat Geert Wilders bijna geen kans maakt om een meerderheidsregering te vormen – hoewel een minderheidskabinet tot de mogelijkheden blijft behoren.’


    Eva Hartog – journalist

    Politico

    ‘Wilders heeft Omtzigt ervan beschuldigd “de deur open te zetten” voor de groen-rode alliantie van Frans Timmermans, die tweede werd na de PVV en daarom de voor de hand liggende partij zou zijn om de besprekingen te leiden als een centrumrechtse coalitie onmogelijk blijkt. Maar Timmermans zelf heeft tegen de NOS gezegd dat er nog te veel onduidelijk is. (…) Met andere woorden: Zo’n tweeënhalve maand na de Nederlandse verkiezingen zijn Wilders, en de Nederlanders met hem, weer terug bij af.’


    Jean-Pierre Stroobants – correspondent

    Le Monde

    ‘We zijn terug bij af, met drie opties: voortzetting van de driepartijengesprekken (PVV, VVD, BBB) om een minderheidscoalitie te vormen, een – hoogst onzekere – oproep aan andere partijen om deel te nemen aan de coalitie, of een terugkeer naar de stembus. De laatste optie zou weleens de voorkeur van Wilders kunnen krijgen: in de laatste peilingen krijgt zijn partij nu vijftig zetels, ruim voor alle andere partijen. Het is misschien om dit vooruitzicht te vermijden dat zijn drie huidige gesprekspartners, ondanks alles, zouden kunnen proberen de brokken te lijmen, ook al omschreef Omtzigt de mogelijkheid van zijn deelname als “zeer klein”.’

  • Links Europa moet vuist maken tegen dubbele rechtse moraal, aldus Frans Timmermans

    Links Europa moet vuist maken tegen dubbele rechtse moraal, aldus Frans Timmermans

    De Nederlandse politicus en voormalig EU-commissaris Frans Timmermans noemt de ommezwaai op klimaatgebied van landen als Engeland ‘verbijsterend’. In een interview met The Guardian vertelt hij hoe hij bouwt aan een groene toekomst in een gefragmenteerd politiek landschap. 

    Frans Timmermans, de politicus die zijn hoge positie bij de EU heeft opgegeven om mee te doen aan de Nederlandse verkiezingen, roept alle progressieve partijen in Europa op om zich te verenigen tegen de ‘verbijsterende’ ondermijning van de klimaatdoelen door rechts. De voormalige vicevoorzitter van de Europese Commissie voert nu de gezamenlijke lijst van GroenLinks en de PvdA aan en is van mening dat links zich moet mobiliseren tegen het streven van radicaal-rechts om klimaatmaatregelen als ‘onbetaalbaar’ weg te zetten. Hij gaf The Guardian een van zijn eerste campagne-interviews en zei daarin dat het Verenigd Koninkrijk een van de eerste landen was waarvan de regering terugkomt op haar klimaatbeloften. 

    De Britse premier Rishi Sunak zwakte de klimaatplannen van zijn regering vorige maand danig af met de mededeling dat het verbod op de verkoop van nieuwe diesel- en benzineauto’s vijf jaar wordt uitgesteld en ook de afschaffing van gasboilers minder snel zal worden ingevoerd. ‘Het grote gevaar is nu dat rechts gaat zeggen, en Sunak is daar een goed voorbeeld van: we kunnen ons geen klimaatbeleid veroorloven, het is te duur, vooral voor mensen met een smalle beurs,’ zegt Timmermans. ‘Het is vrij verbijsterend om te zien dat politici die meestal weinig oog hebben voor mensen met lage inkomens zich ineens wel sterk voor hen maken nu dat in hun strijd tegen het klimaatbeleid past,’ vindt hij. ‘Daar zitten duidelijk economische belangen achter. Het gevaar voor links, voor progressieve partijen, is dat deze tegenstelling tussen sociale rechtvaardigheid en klimaatrechtvaardigheid door rechts wordt uitgebuit en bij links verdeeldheid kan zaaien.’

    ‘Het grote gevaar is nu dat rechts gaat zeggen: we kunnen ons geen klimaatbeleid veroorloven’

    Timmermans wil de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen in 2030 hebben teruggebracht met 65 procent (meer dus dan de 55 procent die de EU zich ten doel stelt) en hij denkt dat het bedrijven en consumenten alleen maar in verwarring zal brengen als klimaatmaatregelen nu weer worden afgezwakt. Net als het Verenigd Koninkrijk heeft ook Zweden onlangs aangekondigd in zijn klimaatbeleid te gaan snijden, en in Duitsland wordt geklaagd over de kosten van het isoleren van gebouwen. Maar Timmermans’ scherpste kritiek geldt de beleidsvoornemens van Sunak. Hij waarschuwt dat de Conservatieve Partij ‘door de radicalen lijkt te worden overgenomen’. Uitstel van het verbod op benzineauto’s is volgens hem een schijnbesparing. ‘Ik hoop dat we onze burgers ervan kunnen overtuigen dat hoe langer je wacht met het nemen van klimaatmaatregelen, hoe duurder ze worden en hoe moeilijker het zal zijn om nog te veranderen,’ zegt hij.

    Historisch dieptepunt

    De populaire sociaaldemocraat en oud-minister, die vermaard is om zijn talenkennis en sinds kort met een grijze baard rondloopt, werd vrij recent tot lijsttrekker uitgeroepen en op slag stond de nieuwe fusiepartij bovenaan in de peilingen. Op dit moment moet hij maar twee partijen voor zich laten: de centrumrechtse VVD van de huidige premier Rutte en het pas opgerichte Nieuw Sociaal Contract van de ‘gematigde outsider’ Pieter Omtzigt. Maar het vertrouwen in de politiek bevindt zich op een historisch dieptepunt. Mede dankzij de kritiek van Omtzigt in de Kamer viel het vorige kabinet Rutte in 2021 over een schandaal waarbij duizenden ouders, vaak mensen met een dubbele nationaliteit, onterecht van fraude met kindertoeslagen waren beschuldigd. En het land betaalt momenteel een ereschuld van 22 miljard euro aan de provincie Groningen, waar 85.000 woningen zijn beschadigd door de decennialange gaswinning. 

    Timmermans heeft net een rondgang van vijf weken door het land gemaakt en beloofd de bureaucratie terug te dringen en te streven naar meer vertrouwen tussen burger en overheid. ‘Als iemand die uit een mijnstreek komt, sta ik nog steeds versteld [van Groningen]. Want in de mijnstreek hadden we precies hetzelfde probleem, dat woningen schade opliepen, maar daar werd meteen iets aan gedaan,’ zegt hij. Een recent schandaal waarbij de fiscus zich bij fraude-onderzoek schuldig bleek te hebben gemaakt aan etnisch profileren, waarvan de minister van Financiën achteraf heeft erkend dat het een vorm van ‘institutioneel racisme’ was, wordt door Timmermans genoemd als een andere reden voor het gebrek aan vertrouwen in de Nederlandse politiek. Hij vindt het ‘vreselijk, vreselijk pijnlijke’ onthullingen en erkent dat het ‘een hele tijd zal duren’ voordat het vertrouwen bij de kiezer is hersteld.

    Ruttes huidige vierpartijenkabinet is in juli weliswaar gevallen over ‘onoverbrugbare’ verschillen van mening over de asielproblematiek, maar volgens Timmermans zal immigratie in de aanloop naar de verkiezingen op 22 november geen splijtzwam worden. ‘Onbeheersbare migratie is een van de factoren die bijdragen aan de onzekerheid in onze samenleving, dus daar moet links net zo goed als rechts een aanpak voor vinden,’ zegt hij. ‘We hebben een verantwoord migratiebeleid nodig, en dat begint met onze internationale overeenkomsten.’ En hij neemt het Verenigd Koninkrijk weer op de korrel, waar minister van Binnenlandse Zaken Suella Braverman in een populistische toespraak vorige week waarschuwde voor een ‘orkaan’ van massa-immigratie: ‘Wij zijn Braverman niet. Dat zijn onze grondbeginselen. Dat is waar de hele westerse democratie om draait.’

    Veerkracht

    Zijn verkiezingsprogramma belooft een verhoging van het minimumloon en meer tegemoetkomingen aan de lage inkomens, meer belasting op vervuiling en op de winsten van bedrijven, een nieuw toptarief voor de inkomstenbelasting, een extra ‘miljonairsbelasting’ en hardere aanpak van belastingontduiking. Maar hij heeft ook voorstellen die de gewone burger in de portemonnee zullen raken, zoals de geleidelijke afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Hij beseft dat dit weerstand kan oproepen: ‘Op sommige mensen werkt klimaatbeleid als een rode lap, ze winden zich daar enorm over op, en in de rechtse media word ik al heel lang als “klimaatpaus” weggezet.’ Maar hij zegt te staan voor een ‘betere samenleving’. ‘Er heerst een diep gevoel van onrechtvaardigheid in onze samenleving, en we moeten het vraagstuk van de herverdeling aanpakken,’ meent hij. ‘Dat zal ook tot meer zelfvertrouwen leiden. Onze mentaliteit van “er is niks wat wij niet kunnen oplossen, want wij zijn Nederlanders” is omgeslagen in “er is niks wat wij kunnen oplossen, want wij zijn Nederlanders”.’

    ‘Als je geen vertrouwen meer hebt in je eigen veerkracht, wordt alles een probleem’

    Deze Monty Python-fan, gekleed in een keurig hemd en jasje met daaronder een spijkerbroek en sneakers, schreef na brexit een verdrietige liefdesbrief aan Groot-Brittannië en ziet nog steeds grote overeenkomsten tussen dat land en Nederland. ‘Om het te zeggen zoals mijn kinderen zouden doen: we zijn onze swag kwijt,’ zegt hij. ‘Herinneren jullie je de tijd van Cool Britannia nog? Niemand heeft het daar nog over. Maar als je trots bent op je land, heb je ook meer veerkracht. Als je geen vertrouwen meer hebt in je eigen veerkracht, wordt alles een probleem.’ De kracht van verenigd links, het bouwen aan een groene toekomst in een gefragmenteerd politiek landschap, is zijn oplossing voor dat probleem. ‘Een van de redenen dat ik weer de nationale politiek in ben gegaan,’ zegt hij, ‘is dat we nu een kans hebben om tot een beweging in de andere richting te komen.’

  • Donkere wolken en warmgele luchten. Het weer zegt alles in de 17e-eeuwse schilderkunst

    Donkere wolken en warmgele luchten. Het weer zegt alles in de 17e-eeuwse schilderkunst

    Omdat de Nederlandse economie in de Gouden Eeuw vrijwel alles aan het weer te danken had – zonder wind draaide geen molen en kon geen schip uitvaren – weerspiegelde de binnenlandse kunst deze maritieme onderwerpen. Zo speelden wolken in schilderijen een belangrijke rol als sfeermakers.

    In de maritieme schilderkunst uit de Gouden Eeuw dient het weer niet alleen als decor. Luchten hebben karakter en creëren drama en sfeer. Donkere wolken die boven schepen uittorenen, kunnen een waarschuwing zijn; windstilte en slappe zeilen kunnen kalmte, uitputting of frustratie uitdrukken. Maar het weer biedt ook een mogelijkheid tot waarheidsgetrouwheid. Vanaf de jaren dertig van de zeventiende eeuw, aldus een recente meteorologische analyse, raakten kunstenaars meer geïnteresseerd in het afbeelden van waarneembare wolkenformaties, in plaats van te volstaan met de generieke, bolle vormen op het werk van hun voorgangers. Ze bootsten omstandigheden na die ze met eigen ogen waarnamen langs de Noordzeekust.

    Schepen op de Rede ca 1658 Willem van de Velde de Jonge collectie Mauritshuis
    Schepen op de Rede, ca. 1658, Willem van de Velde de Jonge, collectie Mauritshuis

    Accuratesse bij het afbeelden van wind en water, waaruit bleek dat de schilder zelf op ervaring in de zeevaart kon bogen, was een kwestie van trots. Hendrick Cornelisz Vroom liet zich erop voorstaan dat hij een schipbreuk voor de kust van Portugal had overleefd. Willem van de Velde de Oude nam zichzelf op in zijn penschilderij Slag bij Scheveningen (1655). Hij staat afgebeeld als een minuscuul figuurtje met een hoed, dat in een bootje zijn schetsboek en potlood vastklemt. De details die hij op deze tekening heeft vastgelegd, wil hij maar zeggen, had hij niet veilig vanaf de kust kunnen waarnemen.

    The Fleets drawn up for Battle design Willem van de Velde The Elder 587m x 330 m woven after 1685
    De vloot staat opgesteld voor een te voeren zeeslag. Willem van de Velde, 1685

    De buitensporige macht van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in de zeventiende eeuw was afhankelijk van schepen en zeelieden. Het land dankte zijn rijkdom aan de zee, verworven via zeehandel met andere Europese landen en de controle over koloniale aanvoerroutes. Het toonde zijn macht op zee, tijdens zeeslagen met de Engelse, Franse, Spaanse en Portugese marine om zijn handelsposten te verdedigen. Zijn binnenlandse kunstmarkt was een weerspiegeling van deze belangen. Welvarende Nederlandse mannen en vrouwen – kooplieden, scheepsbouwers, bankiers en hun familie – deden in navolging van de aristocratie aan zelfpromotie door het verstrekken van opdrachten aan kunstenaars. Hun voorkeur ging uit naar maritieme onderwerpen, composities die de lof zongen van de plekken en acties waaraan ze hun fortuin dankten: zeestukken, havengezichten, reddingen bij stormachtig weer, zeeslagen.

    Een branderaanval op de Royal James tijdens de Zeeslag bij Solebay 7 juni 1672. Willem van de Velde de Jonge 1675
    Een branderaanval op de Royal James, tijdens de Zeeslag bij Solebay, 7 juni 1672. Willem van de Velde de Jonge, 1675

    Details in de maritieme schilderkunst zijn dikwijls metoniemen voor grotere, abstracte concepten die de grenzen van het schilderij overschrijden. Een opbollende Nederlandse vlag aan de marssteng van een oorlogsschip op de voorgrond van Reinier Nooms’ Amsterdamse havenscène (ca. 1654-55) lijkt groter dan de zeilen van de schepen daarachter. Op Hollandse schepen op een kalme zee (1665) van Willem van de Velde de Jonge herinneren gouden toetsen eraan dat macht en geld hand in hand gaan: op een van de schepen prijkt een met goudverf geschilderd wapen; het boegbeeld in de vorm van een leeuw op een ander schip heeft krullende gouden manen.

    Zelfstandig onderwerp

    Het weer kan als volgt worden geïnterpreteerd, aan de hand van gemeenschappelijke associaties: storm is slecht, zonnestralen zijn goed. De interessantere maritieme schilderijen behandelen het als een zelfstandig onderwerp. Vrooms Een Nederlands schip en een Kaag in een frisse bries (ca. 1628-30), waarop een varend oorlogsschip en een kleinere boot staan afgebeeld, gaat evenzeer over de wind en het effect ervan als over schepen. Fraaie golvende lijnen in de wolken van Vroom, die zijwaarts over het schilderij lopen, brengen ze in beweging. Dezelfde daaronder gereproduceerde lijnen, fijne veegjes en dalletjes in het water, laten zien hoe de zee in dezelfde richting raast en wolkjes schuim opwerpt. Op schilderijen waarop eerder verstilling dan beweging wordt afgebeeld, wordt de atmosfeer het onderwerp. Op Gezicht op Hoorn (ca. 1650) van Abraham de Verwer tonen de slappe zeilen van de schepen dat er niets beweegt.

    De Zeeslag bij Kijkduin 21 augustus 1673 Willem van de Velde de jonge circa 1687
    De Zeeslag bij Kijkduin, 21 augustus 1673, Willem van de Velde de jonge, circa 1687

    Het belangwekkende schuilt in de onmetelijke hemel, waar zich kleine verschillen in het gewicht van de lucht manifesteren: tussen stukken puur doorzichtig blauw hangen slierten wolk en zwaarder ogende cumulusformaties. Schilderijen met een narratief element maken het weer onderdeel van hun verhaal. Op Het verzamelen van de Nederlandse vloot voor de Vierdaagse Zeeslag, 11 tot 14 juni 1666 (1670) van Van de Velde de Jonge staan oorlogsschepen in formatie afgebeeld voor aanvang van een van de bloedigste conflicten uit de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog. Het indrukwekkende vaartuig op de voorgrond, De Liefde, is in schaduw gehuld en zijn fragiel ogende masten en tuigage worden bijna omgeven door een dikke, donkere wolkenmassa. Het schip ging ten onder in de strijd, waarbij vijftienhonderd mannen omkwamen.

    DE ZEESLAG BIJ NIEUWPOORT 1653 Willem van de Velde de Oude
    De zeeslag bij Nieuwpoort, Willem van de Velde de Oude, 1653

    In Schepen in nood voor een rotsachtige kust (1667), van Ludolf Backhuysen, is eerder sprake van een rechtstreeks drama dan van een voorafschaduwing daarvan. Drie vrachtschepen, die allemaal een mast missen, hellen angstwekkend schuin over in hoge golven. De matte, afstotelijke kleur van het water komt terug in de massief grijze wolkenstructuren aan de hemel. Op de voorgrond steken rotsen als tanden uit het water.

    Het weer kan zekerheid of doelmatigheid uitdrukken

    Het weer wijst in twee richtingen tegelijk. De ene afloop van het verhaal wordt gesuggereerd door de kolkende wolkenmassa, het wrakhout dat al in het water drijft, de mannen die op het punt staan te springen. De andere wordt weergegeven door de bovenste hoek van het schilderij, waar een stuk warmgele lucht, vanachter verlicht door zonnestralen, erop kan duiden dat de storm zal gaan liggen.

    Gespreksonderwerp

    Eén reden waarom het weer zo’n bruikbaar gespreksonderwerp is, is de tijdelijkheid ervan. Wolken bewegen, wind verandert, regen komt en gaat: er is altijd iets om over te praten. (Volgens mijn Nederlandse partner denken Nederlanders dat ze bekendstaan om hun geklaag over het weer.) In verf is die tijdelijkheid moeilijk te vatten. ‘Dag in, dag uit/ Liggen we stil, bries noch beweging/ Statisch als een geschilderd schip/ Op een geschilderde oceaan’, zegt de Oude Zeeman van [de Engelse dichter] Coleridge, die de onveranderlijkheid van kunst gebruikt als metafoor voor bewegingloosheid.

    De schilderkunst van de Gouden Eeuw doet haar best om de incidentele aspecten van het weer in beeld te brengen. Op Estuarium aan het einde van de dag (ca. 1640-45) van Simon de Vlieger drijft er rook mee met de wind en waagt een werkman het erop een romp te teren voor het donker wordt. Maar de meeste kunstenaars uit die tijd geven de voorkeur aan het toevalsaspect van het weer, de manier waarop het kan worden gebruikt om zekerheid of doelmatigheid uit te drukken. Achter De Vliegers werkman die zwoegt op de kust, en achter de vloot schepen die zichtbaar is in de riviermond in de verte, schieten er schemerige stralen zonlicht uit de wolken als goddelijke pijlen. Op Na de storm (ca. 1700) van Van de Velde de Jonge, een andere compositie met zonsondergang, wordt het beeld overheerst door de dreigende, loodgrijze lucht. De schepen op de voorgrond lijken geluk te hebben gehad dat ze behouden zijn gebleven. Maar de lichtstralen die vanuit de verre hoek omlaag wijzen naar de vaartuigen, geven aan waaraan ze hun geluk te danken hebben. Als Nederlanders overleefden op zee, dan was het omdat ze iets groters aan hun kant hadden dan het weer.

    Lees ook:

  • Nederland en Denemarken leveren F-16’s aan Oekraïne

    Nederland en Denemarken leveren F-16’s aan Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Russische ruimtesonde is neergestort op de maan

    » Nederland en Denemarken leveren F-16’s aan Oekraïne

    Nederland en Denemarken sturen samen 61 F-16’s

    Het is de ‘eerste harde belofte’ van NAVO-landen om moderne gevechtsvliegtuigen aan Kyiv te leveren, aldus The Telegraph. Nederland en Denemarken kondigden zondag tijdens een verrassingsbezoek van president Volodymyr Zelensky aan de twee landen aan dat ze 61 F-16’s aan Oekraïne zullen doneren zodra de training van Oekraïense piloten is voltooid. Vrijdag gaven de Verenigde Staten groen licht voor de overdracht van deze vliegtuigen van Amerikaanse makelij.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Dit zullen de eerste F-16’s van Oekraïne zijn en ‘de eerste keer dat westerse bondgenoten vliegtuigen van NAVO-kwaliteit aan Kyiv leveren,’ aldus Financial Times. De Britse zakenkant wijst erop dat ‘Slowakije en Polen eerder hun vloot Sovjetvliegtuigen aan Oekraïne hebben gegeven’.

    Demissionair premier Mark Rutte ‘plakte geen cijfer’ op het aantal vliegtuigen, maar gaf zondag aan dat de Nederlandse luchtmacht 42 F-16’s tot haar beschikking geeft, meldt The Guardian. Maar de Oekraïense president was stelliger op sociale media: ‘42 straaljagers. En dat is nog maar het begin,’ schreef hij. De Deense premier Mette Frederiksen zei dat haar land negentien F-16’s zou leveren: zes aan het begin van het jaar, acht volgend jaar en de resterende vijf in 2025.

    Lees ook:

  • Wereldwijd groeit de weerstand tegen immigratie – en daarmee het populisme

    Wereldwijd groeit de weerstand tegen immigratie – en daarmee het populisme

    De val van het Nederlandse kabinet is het zoveelste voorbeeld van wereldwijde ontevredenheid over immigratie, schrijft The Wall Street Journal. Nu immigratie naar een recordhoogte stijgt, worden rechts-populistische partijen in een groot deel van de wereld populairder.

    Een recordaantal immigranten vertrekt naar welvarende landen. Dat leidt wereldwijd tot steeds meer protest, waardoor populistische partijen almaar populairder worden. Regeringen worden onder druk gezet om hun beleid aan te scherpen en de migratiegolf in te dammen.

    In veel landen, waaronder Canada en delen van Europa en Azië, worden migranten aangemoedigd om te komen, zodat ze tekorten aan arbeidskrachten kunnen verlichten en demografische dalingen kunnen compenseren. Maar die grote toestroom zorgt er, in combinatie met de toename van illegale immigratie naar de Verenigde Staten en Europa, tevens voor dat steeds meer kiezers ontevreden worden. Sinds het einde van de coronapandemie is de migratiestroom toegenomen, waardoor samenlevingen veranderen. Veel mensen geven immigranten de schuld van een toename in criminaliteit en hogere woonprijzen.

    Afgelopen vrijdag viel het Nederlandse kabinet. De verschillende partijen konden het niet eens worden over nieuwe maatregelen om de immigratie, die tot een recordhoogte is gestegen, te beperken. In Italië en Finland zijn onlangs anti-immigratiepartijen aan de macht gekomen en in Zweden gedogen ze sinds kort minderheidsregeringen. De extreemrechtse FPÖ [Vrijheidspartij] in Oostenrijk staat momenteel bovenaan in de landelijke peilingen.

    80 procent meer

    Vorig jaar verhuisden er ongeveer vijf miljoen meer mensen naar welvarende landen dan dat er mensen vertrokken. Volgens dataonderzoek van Wall Street Journal is dat 80 procent meer dan vóór de pandemie. De stijging wordt veroorzaakt door versoepeling van de reisbeperkingen die tijdens corona golden, toename van tekorten aan arbeidskrachten in rijke landen en grotere economische problemen in ontwikkelingslanden.

    Opiniepeilingen tonen aan dat de weerstand tegen immigratie in welvarende landen toeneemt – ook in landen die bekendstaan als het meest gastvrij voor nieuwkomers.

    Ruwweg de helft van de Canadezen is het niet eens met nieuwe plannen van de regering, die ongeveer een half miljoen immigranten per jaar wil gaan binnenlaten. Ze vinden dat te veel voor een land met veertig miljoen inwoners. Volgens een peiling van Léger, een onderzoeksbureau uit Montreal, is driekwart van de mensen bang dat het plan een buitensporige vraag naar huisvesting, gezondheidsdiensten en sociale diensten als gevolg heeft.

    In het Verenigd Koninkrijk zijn de regels versoepeld: het doel is om afgestudeerden uit het buitenland aan te trekken om een tekort aan vakkennis op te lossen. Volgens een enquête van onderzoeksbureau Public First vindt de helft van de mensen in het Verenigd Koninkrijk dat er te veel legale migratie plaatsvindt.

    Een groot deel van de bevolking in de Verenigde Staten is al langere tijd tegen immigratie. Die weerstand is het afgelopen jaar toegenomen: volgens Gallup polls ligt de tevredenheid van Amerikanen over immigratie rond de 28 procent, waar dat vorig jaar nog 34 procent was. Het is het laagste cijfer in tien jaar tijd.

    Finland is bezig langs de Russische grens een technologisch geavanceerd hek van tweehonderd kilometer te bouwen

    In Frankrijk vonden dagenlang gewelddadige protesten plaats, omdat de politie er onlangs een tiener van Noord-Afrikaanse afkomst doodschoot. Toch suggereren recente peilingen dat Marine Le Pen, de extreemrechtse leider van Front National, de volgende presidentsverkiezingen van het land zou kunnen winnen. Le Pen is ook voorstander van strengere immigratiewetten.

    Kiezers maken zich over het algemeen vooral zorgen om illegale immigratie, die vaak invloed heeft op lonen en sociale voorzieningen. Illegale immigratie via de Middellandse Zee naar Europa en vanuit Mexico naar de Verenigde Staten heeft de afgelopen maanden een recordhoogte bereikt.

    Maar mensen maken zich ook zorgen over de komst van laag- en zelfs hoogopgeleide legale migranten. De angst bestaat dat de prijzen voor wonen en andere kosten stijgen door hun komst, terwijl er al sprake is van hoge inflatie.

    Europese landen bouwen voort op maatregelen die al vóór de coronapandemie in gang zijn gezet: er worden honderden kilometers aan nieuwe land- en zeebarrières gebouwd om illegale migratie zo veel mogelijk te verhinderen. Finland is bezig langs de Russische grens een technologisch geavanceerd hek van tweehonderd kilometer te bouwen. Kyriakos Mitsotakis, de Griekse premier, beloofde in maart dat er langs de Turkse grens een stalen hek van zo’n honderdvijftig kilometer zou komen om illegale oversteek te voorkomen.

    Vooral in Europa ‘is er absoluut een discrepantie tussen het soort mensen dat onze arbeidsmarkten nodig heeft en het soort mensen dat binnenkomt’, zegt Roland Freudenstein, vicevoorzitter van de onafhankelijke denktank Globsec in Brussel. Veel mensen verhuizen naar Europa vanwege de sociale voorzieningen die worden aangeboden in landen als Zweden en Duitsland, aldus Freudenstein. In de Verenigde Staten ligt dat volgens hem anders: daar komen immigranten meer voor het werk, deels omdat er minder sociale voorzieningen zijn.

    Vacatures

    Het aantal immigranten naar de Verenigde Staten en Europa steeg in 2015 en 2016 enorm. De weerstand daartegen is een van de redenen dat Groot-Brittannië uit de Europese Unie stapte en Donald Trump president kon worden. ‘We zien nu een vergelijkbare ontwikkeling, die nog verder reikende gevolgen zou kunnen hebben,’ zegt Freudenstein.

    Ook in Nederland staan rechtse partijen bovenaan in de peilingen. De conservatieve partij van Mark Rutte heeft onlangs geprobeerd om de stroom asielzoekers naar het land te beperken, maar twee van de coalitiepartners weigerden hierin mee te gaan. Het leidde ertoe dat Rutte, de langstzittende regeringsleider in de Nederlandse geschiedenis, zichzelf gedwongen zag zijn ontslag aan te bieden aan de koning.

    De regering heeft voorspeld dat het aantal asielaanvragen dit jaar kan oplopen tot meer dan zeventigduizend, meer dan het vorige recordaantal uit 2015 [de voorlopige cijfers van de eerste zes maanden van 2023 ligger lagen dan verwacht: 20.122 asielaanvragen]. Met achttien miljoen inwoners is het een dichtbevolkt land en de huisvesting komt hierdoor onder druk te staan. Conservatievere kiezers roepen daarom op tot strengere controles.

    In veel landen is er nog steeds veel steun voor meer migratie, vooral onder bedrijfsleiders die bang zijn dat ze bepaalde functies niet kunnen bezetten zonder talent uit het buitenland. Japan stond lang bekend om zijn anti-immigratiebeleid, maar heeft vorige maand de regels voor buitenlandse werknemers versoepeld. Ook in Duitsland, Spanje en Zuid-Korea worden meer buitenlandse werknemers toegelaten of wordt de wetgeving versoepeld.

    Maar de groeiende weerstand onder de bevolking maakt het voor regeringen steeds moeilijker om een dergelijk beleid door te voeren. Toch is het volgens sommige leiders de enige manier om vacatures op te vullen, nu mensen in rijkere landen ouder worden en met pensioen gaan.

    In Duitsland haalt de anti-immigrantenpartij Alternative für Deutschland (AfD) in de peilingen rond de 20 procent van de stemmen. Dat is twee keer zoveel als bij de nationale verkiezingen van 2021. Het zou betekenen dat de AfD na de christendemocraten de populairste partij van het land is, populairder nog dan de sociaaldemocraten van bondskanselier Olaf Scholz. Uit de peilingen blijkt dat het immigratiebeleid voor de achterban van de AfD de belangrijkste reden is om de partij te steunen.

    Slechts zo’n honderdduizend van de ongeveer miljoen Oekraïners in Duitsland hebben een baan

    Duitsland heeft de afgelopen jaren miljoenen vluchtelingen uit Afghanistan, Syrië en Oekraïne opgenomen. Toch klagen bedrijven nog steeds dat ze meer hoogopgeleide migranten nodig hebben, omdat vluchtelingen moeilijk op te leiden en te integreren zijn. Slechts zo’n honderdduizend van de ongeveer miljoen Oekraïners in Duitsland hebben een baan.

    In Frankrijk heeft de regering van president Emmanuel Macron onlangs plannen opgeschort die het mogelijk maakten voor immigranten zonder papieren om in sectoren met een tekort aan arbeidskrachten te gaan werken. De plannen moeten worden uitgesteld vanwege een geschil met Italië over de illegale oversteek van de Frans-Italiaanse grens.

    Volgens een peiling die na het begin van de rellen door Odoxa-Backbone Consulting voor de krant Le Figaro werd afgenomen, wil ongeveer 60 procent van de Fransen dat de immigratiewetgeving wordt aangescherpt. Le Pen zei in februari dat een groot aantal immigranten ‘ervoor zorgt dat [banen] in eigen land worden “uitbesteed”’. Oftewel: werknemers van Franse afkomst moeten het afleggen tegen werknemers met een buitenlandse afkomst. ‘Als we een fabriek kunnen offshoren, doen we dat. En als dat niet kan, omdat je een restaurant of constructiewerk niet aan het buitenland kan uitbesteden, halen we meer immigranten binnen.’

    Ron DeSantis, gouverneur van Florida en Republikeinse presidentskandidaat, nam in mei een nieuwe wet aan die ongedocumenteerde immigranten in die staat nog verder criminaliseert. Belangrijke figuren uit de agrarische sector en de bouwsector zeggen dat de wet de tekorten aan arbeidskrachten daar zal vergroten.

    Australië en Nieuw-Zeeland haalden al lange tijd veel hoogopgeleide immigranten binnen, maar nu krijgen buitenlanders de schuld van de stijgende woonprijzen. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat de gemiddelde huur- en koopprijzen met ongeveer 1 procent stijgen als het equivalent van 1 procent van de bevolking van een stad daarnaartoe immigreert. Volgens recente opiniepeilingen is ongeveer 60 procent van de Australiërs voorstander van een migratiestop, zodat de woonprijzen kunnen dalen.

    Record

    In het Verenigd Koninkrijk zeggen ministers dat ze het aantal immigranten willen verminderen, hoewel dat aantal het afgelopen jaar door hun eigen beleid tot een recordhoogte is gestegen. Suella Braverman, de Britse minister van Binnenlandse Zaken, zei in mei dat we niet moeten vergeten hoe we zelf dingen kunnen doen. ‘Er is geen goede reden waarom we niet genoeg vrachtwagenchauffeurs, slagers of fruitplukkers zouden kunnen opleiden.’

    Vorig jaar verhuisden ongeveer zeshonderdduizend meer mensen naar het Verenigd Koninkrijk dan er het land verlieten – een record. Het is onwaarschijnlijk dat dit zo door zal gaan, want dat zou het aandeel van immigranten in de bevolking in tien jaar tijd met 5 procent verhogen, tot ongeveer 20 procent. Dat stelt Alan Manning, professor aan de London School of Economics en voormalig voorzitter van het U.K. Migration Advisory Committee [Adviescomité Migratie Verenigd Koninkrijk], dat de Britse regering adviseert over immigratiebeleid. ‘Alle infrastructuur zou dan moeten mee ontwikkelen, omdat er anders opstoppingen ontstaan,’ zegt hij.

    Experts zeggen dat de weerstand tegen immigranten onderdeel is van een zich herhalende cyclus. Bedrijven zetten zich voortdurend in voor soepeler immigratiewetten, omdat dat hun arbeidskosten verlaagt en hun winst verhoogt. Op rechts krijgen ze steun van neoliberale politici en op links van leiders die integratie nastreven. Daardoor wordt er een immigratiebeleid doorgevoerd dat soepeler is dan de gemiddelde kiezer wil.

    Het gevolg daarvan is volgens Manning dat het populisme een enorme boost krijgt. Populistische politici smoren vervolgens de immigratie in de kiem, waardoor de angsten van de kiezers afnemen en de cyclus opnieuw begint.

    Manning ontving honderden reacties van geïnteresseerde partijen toen hij als voorzitter van het U.K. Migration Advisory Committee informatie inwon. Bijna allemaal wilden ze dat er meer immigranten zouden worden binnengelaten. ‘Maar volgens opiniepeilingen wilden de meeste mensen juist minder immigratie,’ aldus Manning.

    Lees ook:

  • ‘Het werd tijd.’ De buitenlandse pers over de val van het kabinet en het vertrek van Rutte

    ‘Het werd tijd.’ De buitenlandse pers over de val van het kabinet en het vertrek van Rutte

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de val van het Nederlandse kabinet en het aangekondigde vertrek uit de politiek van premier en VVD-leider Mark Rutte. Wat schrijft de buitenlandse pers hierover?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Hoe kijkt het buitenland naar de val van het kabinet?

    ‘Ruzies over migratiebeleid hebben de Nederlandse regering verdeeld, die al een strenger immigratiebeleid heeft dan sommige andere EU-landen’, schrijft The New York Times. De Amerikaanse krant wijst erop dat migratie hoog op de agenda stond in Nederland sinds vorige zomer honderden asielzoekers in een ‘geïmproviseerd kamp buiten een overval opvangcentrum [in Ter Apel] werden opgevangen, onder wat hulpverleners beschreven als erbarmelijke omstandigheden’.

    Na de asielcrisis van 2015 is flink bezuinigd op de asielopvang in Nederland, schrijft The Washington Post. ‘Maar het aantal asielaanvragen in Nederland neemt weer toe en het uitgeklede systeem heeft moeite om de toestroom aan te kunnen.’

    ‘De coalitiepartners – Rutte’s VVD, het CDA, het progressieve D66 en de kleinere ChristenUnie – waren al weken in gesprek over het asielbeleid. Hoewel ze dicht bij een akkoord waren, escaleerde het conflict woensdag [5 juli] toen Rutte abrupt niet-onderhandelbare eisen introduceerde. De problemen stapelden zich vanaf dat moment op’, aldus Bloomberg

    ‘De discussies onderstreepten de ideologische verdeeldheid in de coalitie tussen de partnerpartijen die niet voor een streng migratiebeleid zijn – D66 en ChristenUnie – en de twee partijen die voor strengere maatregelen zijn – Ruttes conservatieve VVD en het CDA’, typeert The Guardian.

    Toch waren partijen het erover eens dat migratie ingeperkt moest worden. ‘De huidige zorgen over de huizencrisis, hoge gasprijzen en inflatie, probeerden sommigen af te schuiven op buitenlandse migranten – internationale studenten, rijkere “expats” en vooral asielzoekers’, schrijft het Britse dagblad in een analyse. ‘Maar het aftreden van de regering zal Nederland waarschijnlijk niet helpen om de dringende problemen op te lossen’, voegt het eraan toe. 

    bvXOoWnz2Kg4Su4ZBXyEpqxFrE0egDM9b7GaZGmE9 xrJK H6 ludlz9oYoGrBTPCSVktq8glSU2FgeY9QctkyEGz7KqdQErPmlMFPyJVHLWWrrCgmgm XVTbae2a7V QHS3hbpvPFj6fWkh29GwARQ
    Rutte arriveert op 6 mei bij het ministerie van Algemene Zaken voor het overleg over de asielaanpak. De coalitiepartijen waren al weken in discussie over het migratiebeleid voordat het kabinet viel. – © Robin Utrecht / ANP

    ‘Waarom deze plotselinge val van de coalitie?’ vraagt correspondent Thomas Kirchner zich af in Süddeutsche Zeitung. ‘Deze coalitiepartijen hadden überhaupt moeite om tot elkaar te komen. In anderhalf jaar hebben ze niet veel bereikt, maar wel íéts, ondanks de energiecrisis en de inflatie. In het buitenlandbeleid hebben ze een verfrissend duidelijke pro-Oekraïnekoers gevolgd. Toen het moeilijk werd, trokken ze samen op; niemand wilde nieuwe verkiezingen riskeren. Maar nu ineens wel?’

    Het was niet de asielkwestie waar het Rutte om te doen was, schrijft Kirchner. ‘Rutte zocht gewoon een voorwendsel om deze coalitie te beëindigen. Enerzijds omdat het hem duidelijk was dat het niet zou lukken om een veel ernstiger probleem onder controle te krijgen: de stikstofcrisis. (…) Anderzijds omdat Rutte kansen zag. De peilingcijfers van de VVD kunnen ermee door, terwijl de concurrentie, vooral in het midden en op links, op haar gat ligt. Rutte liet de coalitie bewust barsten om, zoals hij dat zag, op tijd weg te sluipen van een volledige desintegratie. En door te focussen op het asielbeleid, leidde hij de aandacht af van het falen op stikstof. Zijn aanpak zou dus theater zijn, een poging om aan de macht te blijven van machiavelliaan met dertien jaar ervaring in de regering.’

    Het Hongaarse regeringsgezinde dagblad Magyar Nemzet verkneukelt zich over het falen van een van de felstste critici van Hongarije en zijn migratiebeleid. ‘Mark Rutte, die ooit zei dat de Hongaren op de knieën moesten worden gedwongen [in reactie op een Hongaarse anti-lhbti-wet in 2021], is nu op de knieën gedwongen. Zijn regering is ingestort – wat een verrassing – vanwege interne meningsverschillen over migratie.’

    Wat vinden buitenlandse media van het vertrek van Rutte?

    ‘Hij was de grote overlever van de Nederlandse politiek, een man wiens vermogen om kritiek te ontwijken en schandalen te overleven hem de bijnaam “Teflon Mark” opleverde. Hij combineerde achterkamertjesvaardigheden met een imago van alledaagsheid om de langstzittende leider van het land te worden’, schrijft Jon Henley van The Guardian in een analyse. Maar zijn besluit om uit de politiek te vertrekken ‘maakt een einde aan zijn zeventienjarig leiderschap van de VVD en dertien jaar als minister-president van Nederland, aan het hoofd van vier verschillende regeringen’. Dat hij lange tijd zo populair heeft kunnen zijn, verklaart The Economist als volgt: ‘Zijn imago van gewone man, die zich net zo goed thuis voelt in pak als in spijkerbroek en polo, past goed bij de vreemde combinatie van nuchter calvinisme en onverbloemd hedonisme binnen de Nederlandse cultuur.’

    ‘Nederland zonder Rutte betekent het einde van een tijdperk’, aldus Thomas Kirchner in een portret in Süddeutsche Zeitung. ‘Een tijd waarin het aan de ene kant goed ging met het land. Het slaagde erin de financiële crisis te boven te komen door massaal te bezuinigen en het vertraagde in ieder geval de opkomst van de rechtse populisten. Op het Europese toneel wordt Rutte gezien als een bekwame en betrouwbare partner, vooral van de Duitse regering. Rutte trad al vroeg zeer krachtig op tegen het Rusland van Vladimir Poetin. Deze houding kwam mede voort uit het neerschieten van vlucht MH17 boven Oekraïne door Russisch gesteunde separatisten in 2014, een crisis waarin Rutte het land bij elkaar hield’, aldus Kirchner.

    Maar de Duitse correspondent is ook kritisch. ‘De demissionaire premier laat een berg onopgeloste problemen achter, van klimaat- en huisvestingsbeleid tot de vraag hoe het nu verder moet met de landbouw. De gesprekken met boeren over een oplossing voor de “stikstofcrisis” zitten in een impasse. Daarnaast bevorderde Rutte een algemeen verlies van vertrouwen in de politiek door regelmatig over zaken te liegen.’

    639Rx84EESdrFWqoMbhZ0WZco1TSm9yKlVuvfGEBlff8L3TD W8YPUcZTIj1EXw58AEODmxYsVsPa3TdNvyJnYK6vO1PXRxsv1KvkwhzPySORmVf64Z3AcNbVQ NRCFNrI5njYiqlYjk6I44L02I8JU
    Rutte bood zondag zijn ontslag aan bij de koning. Volgens buitenlandse media stond hij bekend om zijn imago van gewone man, mede vanwege de oude Saab waarin hij al jaren rijdt. – © Robin Utrecht / ANP 

    Veel mensen in Nederland vreesden dat Rutte door zou gaan voor een vijfde kabinet, schrijft Kirchner in een opiniestuk in dezelfde krant. ‘Meer stagnatie, meer manoeuvres om de macht te behouden. Meer van hetzelfde met de altijd lachende man die sinds 2010 aan het roer stond, die met een appel in zijn hand naar kantoor fietste, die zo sympathiek en snel van begrip leek. Die zoveel crises had overleefd.’

    Maar ‘zelfs aan de carrière van succesvolle politici komt een einde. Angela Merkel voelde dat voor zichzelf op tijd aan. Mark Rutte niet. Een groot aantal Nederlanders was hem beu’, aldus Kirchner. ‘Rutte had twee jaar geleden eigenlijk al politiek gezien afgedaan’ toen hij ternauwernood het toeslagenschandaal en het ‘Omtzigt, functie elders’-schandaal overleefde. ‘Het werd tijd.’

    Henley van The Guardian schrijft hierover: ‘Misschien was het grootste voordeel van de vertrekkende Nederlandse premier wel dat er nooit iets aan hem leek te kleven. Hij is eerder een manager dan een visionair leider – zijn favoriete uitspraak is naar verluidt die van de voormalige Duitse kanselier Helmut Schmidt: “Mensen met visie moeten naar de dokter” – zijn aloude beleid van meeveren, altijd meeveren, liet hem uiteindelijk in de steek.’

    Volgens The Economist verdwijnt Rutte niet compleet van het politieke toneel. ‘Er gaan veel geruchten dat hij een kandidaat is om Jens Stoltenberg te vervangen als hoofd van de NAVO, wanneer diens termijn volgend jaar afloopt.’ Verschillende media schrijven ook dat voor Rutte misschien een positie bij de Europese Unie in het verschiet ligt.

    Hoe nu verder?

    ‘Wat er nu gaat gebeuren, is op zijn zachtst gezegd onzeker’, schrijft The Guardian in een hoofdredactioneel commentaar. ‘[Ruttes] vertrek laat een tijdelijke leegte achter die extremere krachten hopen op te vullen. Na de pandemie zijn ook in Nederland de problemen rondom de kosten van levensonderhoud, de energiecrisis, toenemende wereldwijde migratie en de groene transitie een zegen gebleken voor radicaal rechts, waarvan de invloed doorsijpelt naar de mainstream.’

    ‘Het vertrek van Rutte luidt het uur nul in in Nederland, de natie is onthoofd en moet zich hergroeperen’, oordeelt Thomas Kirchner. ‘In het beste geval wordt er ruimte en lucht gecreëerd om na te denken over wat het land nodig heeft. (…) Het welvarende land, dat lang zo zelfverzekerd was, gaat een periode van grote onzekerheid tegemoet.’

    Kirchner vervolgt: ‘Het meest waarschijnlijke scenario op dit moment lijkt een coalitie tussen de liberaal-conservatieve VVD en de BoerBurgerBeweging van Caroline van der Plas, die echter het ambt van regeringsleider schuwt. Hoe zo’n alliantie het aantal landbouwhuisdieren, het moeilijkste probleem, zal verminderen, is niet te voorzien. De uitstoot van de veehouderij moet hoe dan ook omlaag.’

    4cdgCFhgcoY3CT IRIjYa3uykR9qgcqcrs1DbFL5mea4o4sKMppf9DJe
    Caroline van der Plas (BBB) en Mark Rutte omhelzen elkaar na het debat over de val van het kabinet. Van der Plas maakt grote kans om Rutte op te volgen als premier, aangezien haar partij de grootste werd in de provinciale verkiezingen van maart en leidt in de peilingen voor de Tweede Kamerverkiezingen. – © Phil Nijhuis / Hollandse Hoogte / ANP

    Wat is de impact op Europa?

    ‘Er staat ons nu een onverwacht turbulente politieke zomer en herfst te wachten’, aldus The Guardian. ‘Het aftreden van Rutte betekent dat er voor het einde van het jaar vier belangrijke Europese verkiezingen zullen plaatsvinden. In Spanje zou bij vervroegde verkiezingen later deze maand voor het eerst sinds de terugkeer van de democratie een rechtsradicale partij in de regering kunnen zitten. In Slowakije gaat een Poetin-vriendelijke partij voorop in de peilingen, die gekant is tegen verdere militaire steun aan Oekraïne. In Polen hoopt de conservatief-nationalistische partij PiS dit najaar op een derde opeenvolgende overwinning.’

    The New York Times wijst ook op de wijdverspreide ruk naar rechts in Europa. ‘Afgelopen najaar wonnen de Zweedse Democraten, een partij met wortels in de neonazibeweging, 20,5 procent van de stemmen in Zweden, en werden zo de op een na grootste partij in het parlement. In Frankrijk haalde de extreemrechtse leider Marine Le Pen, die al lange tijd een anti-immigratie standpunt inneemt, vorig jaar de laatste ronde van de presidentsverkiezingen. In Hongarije is premier Viktor Orbán deels aan de macht gekomen door te protesteren tegen immigratie. En vorig jaar verkoos Italië een hard-rechtse coalitie onder leiding van Giorgia Meloni, wier lange staat van dienst van kritiek op immigratie en de Europese Unie bezorgdheid heeft gezaaid over de betrouwbaarheid van de natie in de westerse alliantie.’

    Ook Kirchner baart deze trend zorgen. ‘In verschillende landen verschuift de politieke as op dit moment naar rechts, meestal vanwege de manier waarop met de migratiekwestie wordt omgegaan. Voor een deel is dit een realistisch probleem, dat moet worden aangepakt. Voor een deel, zoals in Nederland, is het probleem veroorzaakt door nalatigheid van de overheid. Maar voor een deel ook is het veroorzaakt door jarenlange haatzaaierij.’

    ‘Tegen die onheilspellende achtergrond heeft het vertrek van Rutte een betekenis die verder gaat dan de Nederlandse grenzen’, vervolgt The Guardian. ‘Rutte, een invloedrijke figuur op het internationale toneel, was een veteraan van de generatie sociaal-liberale, fiscaal conservatieve leiders die de politiek van de Europese Unie bepaalden na de crash van 2008. De daaruit voortvloeiende bezuinigingen maakten de weg vrij voor de opkomst van populistische partijen, het tot zondebok maken van migranten en voor een nationalistische opleving. Om radicaal rechts van zich af te schudden, hebben de mainstream partijen een andere aanpak nodig dan die van de Rutte en gelijkgestemde bondgenoten; een aanpak met de nodige investeringen en genoeg ambitie om de uitdagingen van deze tijd aan te pakken.’

    Lees ook:

  • Kan de levering van F-16’s aan Oekraïne het verloop van de oorlog veranderen?

    Kan de levering van F-16’s aan Oekraïne het verloop van de oorlog veranderen?

    Vorige week meldden het Verenigd Koninkrijk en Nederland dat ze F-16-gevechtsvliegtuigen gaan leveren aan Oekraïne. Ook de Verenigde Staten gaven groen licht. Maar verandert dat ook daadwerkelijk de uitkomst van de oorlog?

    Vorige week kondigden het Verenigd Koninkrijk en Nederland aan dat zij een ‘F-16-coalitie’ zouden opzetten om Oekraïne te voorzien van de gevechtsvliegtuigen die het nodig heeft, schrijft The Guardian. De Verenigde Staten zeiden aanvankelijk dat zij niet bereid waren om de levering van vliegtuigen van Amerikaanse makelij toe te staan. Maar vrijdag gaf het Witte Huis toch groen licht en zei het bereid te zijn om Oekraïense piloten op te leiden.

    Deze ommezwaai is ‘een stap die de Oekraïense militaire capaciteit aanzienlijk zal verbeteren zonder het risico op een onaanvaardbare escalatie met Rusland’, aldus David French in The New York Times. Volgens Christoph von Marschall van Der Tagesspiegel maken de gevechtsvliegtuigen weinig verschil voor de militaire situatie. Rusland zet zelf nauwelijks nauwelijks bemande gevechtsvliegtuigen in.

    Nee: ‘Het duurt heel lang voordat Oekraïense piloten getraind zijn’

    ‘Er zijn te veel argumenten tegen het leveren van westerse gevechtsvliegtuigen’, schrijft correspondent diplomatie Christoph von Marschall in Der Tagesspiegel. ‘Ten eerste duurt het heel lang voordat Oekraïense piloten getraind zijn. Minstens een jaar.’ Volgens een hoge ambtenaar van de Amerikaanse regering zal de training enkele maanden in beslag nemen en in de komende weken van start gaan, bericht The Guardian.

    ‘Ten tweede blijft de vraag welk verschil straaljagers zouden maken voor de militaire situatie onbeantwoord. Ook de bemande Russische luchtmacht blijft grotendeels aan de grond – uit angst voor de Oekraïense luchtverdediging. Het risico te worden neergeschoten staat in geen redelijke verhouding tot de kosten van een straaljager en de opleiding van de piloten’, stelt Von Marschall.

    ‘Het meeste van wat straaljagers kunnen, kan ook worden bereikt met onbemande wapens’

    ‘Ten derde kan het meeste van wat straaljagers kunnen, ook worden bereikt met onbemande wapens: drones, raketten, langeafstandsgeschut. Deze wapens kosten veel minder’, aldus Von Marschall. ‘Geconfronteerd met de keuze waar de beperkte middelen met het grootste voordeel moeten worden ingezet, antwoordt vrijwel geen enkele militair deskundige dat Oekraïne, van alle landen, nu het meest dringend gevechtsvliegtuigen nodig heeft.’

    Von Marschall vreest ten slotte dat ‘het besluit om straaljagers te leveren Vladimir Poetin voorwendselen geeft om het Westen van escalatie te beschuldigen. En op zijn beurt een militaire escalatie te rechtvaardigen.’ In reactie op de aankondiging van de ‘straaljagercoalitie’, zei de Russische onderminister van Buitenlandse Zaken Aleksandr Groesjko dat westerse landen ‘kolossale risico’s lopen, schrijft Al Jazeera.


    Ja: ‘F-16’s zijn precies wat Oekraïne nodig heeft’

    Columnist David French van The New York Times is minder bezorgd dat de levering van moderne gevechtsvliegtuigen aan Oekraïne zal leiden tot verdere escalatie. ‘De F-16 vormt – vooral in de bescheiden aantallen die ter discussie staan – geen wezenlijke bedreiging voor Rusland zelf. Hij vormt alleen een wezenlijke bedreiging voor de Russische invasie.’

    Alexandre Vautravers, hoofdredacteur van Swiss Military Review, zei tegen Al Jazeera dat het ondanks de waarschuwing van Rusland onwaarschijnlijk is dat Moskou de situatie zal laten escaleren. ‘Telkens wanneer Oekraïne een nieuw wapensysteem heeft ontvangen, hebben we veel retoriek gehoord – maar heel weinig actie van Russische zijde.’

    Volgens French kunnen moderne F-16’s de doorslag voor Oekraïne geven in de oorlog: ‘Het is een wapen dat Oekraïne defensief kan inzetten en dat relatief dicht achter de frontlinie kan toeslaan. Dat is precies wat Oekraïne nodig heeft.‘

    ‘F-16’s kunnen Russische troepen direct aan het front aanvallen’

    Ondanks westerse luchtafweer blijft Oekraïne kwetsbaar voor Russische luchtaanvallen, aldus French, die een veteraan is van de Irakoorlog. Gevechtsvliegtuigen kunnen daar verandering in brengen: ‘Niet alleen kunnen F-16’s over de hele lengte en breedte van Oekraïne vliegen om een betere luchtverdediging te bieden; ze hebben ook een veel grotere capaciteit om Russische troepen direct aan het front en kilometers daarbuiten aan te vallen.’

    French vervolgt: ‘Deze capaciteit blijkt zelfs nog belangrijker te zijn omdat meerdere Oekraïense functionarissen mij erop hebben gewezen dat het Russische stoorzendersysteem de raketten die door het beroemde Amerikaanse HIMARS-systeem worden afgevuurd veel minder effectief heeft gemaakt. (…) Meer geavanceerde gevechtsvliegtuigen kunnen ook Russische vliegtuigen aanvallen die een succesvolle tactiek toepassen, glide bombing genaamd, waarbij zij Oekraïne bombarderen vanaf posities buiten het bereik van de meeste Oekraïense luchtdoelraketten.’

    Met moderne gevechtsvliegtuigen is Oekraïne niet alleen in staat een nederlaag uit te stellen, aldus French, maar heeft het ook een kans om als overwinnaar uit de bus te komen. Met de levering van F-16’s krijgt Oekraïne een mogelijkheid om ‘Rusland uit bezet Oekraïne te verdrijven en – dit is van cruciaal belang – om hernieuwde Russische agressie na deze oorlog af te schrikken.’

    Lees ook:

  • Der Spiegel over de BBB: ‘Opstand van normale mensen tegen politici’

    Der Spiegel over de BBB: ‘Opstand van normale mensen tegen politici’

    Der Spiegel ging langs bij Caroline van der Plas in Den Haag. Volgens het Duitse weekblad is de overwinning van de BBB bij de Provinciale Statenverkiezingen een herhaling van wat Frankrijk beleefde met de gele hesjes. ‘De regering jaagt met klimaatmaatregelen de middenklasse tegen zich in het harnas.’

    Van Deventer, dat vlak naast een deel van Nederland ligt dat ‘de Achterhoek’ heet, is het maar anderhalf uur met de trein naar de torenflats van Den Haag, waar ministers en parlementariërs werken. Maar voor Caroline van der Plas ligt tussen haar stad Deventer en Den Haag een hele wereld. ‘Intussen word ik hier door iedereen serieus genomen,’ zegt de vijfenvijftigjarige terwijl ze langs de vergaderruimtes van het parlement loopt. De vrouwen en mannen die haar in de gangen groeten, dragen pakken of mantelpakjes. Van der Plas draagt sneakers en een gebreid vest dat zo groot en pluizig is dat je het ook als plaid zou kunnen gebruiken.

    Toen Van der Plas in 2021 als enige afgevaardigde van haar partij in het parlement werd gekozen, was ze een kleine sensatie omdat ze met een tractor naar Den Haag kwam. Twee jaar later is ze uitgegroeid tot een grote sensatie. Haar partij, de BoerBurgerBeweging, ofwel BBB, haalde op 15 maart bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten bijna 20 procent van de stemmen. Het is een succes dat door de Nederlandse media een ‘monsterzege’ genoemd wordt.

    Nieuwigheid

    Bekijkt men de zege van Van der Plas eenvoudig als een verkiezingsuitslag, dan gaat het eigenlijk om een puur Nederlandse nieuwigheid. De provinciale parlementen waarin de BBB nu haar opwachting maakt, beslissen weliswaar over de zetelverdeling in de Eerste Kamer van het Nederlands parlement (die te vergelijken is met de Duitse Bundesrat), maar het is niet alsof de Nederlanders een nieuwe premier gekozen zouden hebben.

    Alleen is de symbolische betekenis van deze verkiezingen duidelijk groter. Al maanden voert de regering een spectaculair dispuut met de Nederlandse boeren. Om de stikstofemissies tot 2030 te halveren heeft de regering van Mark Rutte besloten dat het aantal melkkoeien en mestvarkens drastisch verminderd moet worden. Dat zou voor een derde van de veeboeren het einde kunnen betekenen. Voor veel boeren klonk dat als een rechtstreekse aanval. Met hun tractoren blokkeerden ze in de afgelopen maanden steeds weer snelwegen en andere wegen, en trokken woedend op naar Den Haag.

    Begint hier de opstand van de plattelandsbevolking tegen de groene plannen van de progressieve bewoners van de grote steden?

    Het was een protest met een radicale inslag, dat wereldwijd bejubeld werd door rechtse populisten. Donald Trump bijvoorbeeld noemde de boeren ‘strijders tegen de klimaatdictatuur’. Marine Le Pen verzekerde hun van haar steun. En nu helpen de kiezers een van de prominentste woordvoerders van deze boeren aan de overwinning. Begint hier de opstand van de plattelandsbevolking tegen de groene plannen van de progressieve bewoners van de grote steden?

    Caroline van der Plas rolt geërgerd met haar ogen wanneer men haar op één lijn wil stellen met de internationale populisten van rechts. ‘Ik ontken de klimaatverandering niet, de boeren zijn toch de eersten die gemerkt hebben dat de grond steeds droger wordt,’ zegt ze. Maar ze zegt ook: ‘Veel mensen vragen zich af of het werkelijk wat uitmaakt als iedereen elektrisch rijdt. Voor velen is het belangrijkste probleem dat ze niet meer weten hoe ze hun rekeningen moeten betalen.’

    Klimaatpolitiek

    In Nederland herhaalt zich nu grotendeels wat Frankrijk al beleefde met de gele hesjes: de regering probeert duidelijke maatregelen te nemen tegen de klimaatverandering en jaagt daarmee de middenklasse tegen zich in het harnas. In Frankrijk was het een belasting op brandstof, in Nederland is het de strijd tegen de hoge stikstofuitstoot. In beide gevallen maakte de regering de indruk dat ze de sociale gevolgen van haar klimaatpolitiek niet had voorzien.

    Van der Plas zelf beschrijft haar partij zo: ‘Wij zetten ons in voor degenen die over het hoofd worden gezien omdat ze niet in de grote steden wonen.’ Het etiket ‘boerenpartij’ wijst ze af; zelf is ze journalist, geen boerin. Met de boeren kwam ze in contact omdat ze over hen schreef, onder andere voor het vakblad Pigbusiness.

    Het duidelijkste doel van Van der Plas en haar BBB is vermoedelijk om opnieuw te onderhandelen over de stikstofbeperkingen. Verder wil ze zich niet laten vastleggen op grote politieke lijnen. Ze is voorstander van een restrictievere immigratiepolitiek. Toch heeft ze in het parlement tegen een voorstel van rechts gestemd, dat helemaal geen vluchtelingen meer wil opnemen. Ze benadrukt steeds weer dat ze ‘voor de zwakken’ wil opkomen. Maar ze vindt ook dat de staat zich terughoudender moet opstellen. De BBB heeft ook degenen aangetrokken die tegen de coronamaatregelen waren.

    Nederland heeft een efficiëntiemaatschappij gecreëerd waarin de verbinding tussen staat en burger verloren is gegaan

    Van der Plas treedt aan zonder duidelijk partijprogramma, maar met haar persoonlijkheid. Zelf vat ze haar positie samen met ‘gezond verstand’, wat een beetje klinkt alsof iedereen die het niet met haar eens is, niet goed bij zijn hoofd is. Bij dat ‘gezond verstand’ hoort voor haar ook het niet te pikken dat je ‘sinds een paar jaar alles wordt voorgeschreven’. Voortdurend wordt je verteld welke grappen je nog mag maken of hoe je moet eten. ‘Voor veel mensen verandert de maatschappij te snel,’ zegt Van der Plas. Ze belooft haar kiezers niet dat ze de tijd kan stoppen, ‘maar ik luister echt naar ze’.

    De historicus René Cuperus publiceerde ruim een jaar geleden een studie die precies de kiezers beschrijft die haar BBB nu gemobiliseerd heeft. Die studie heet ‘De atlas van afgehaakt Nederland’. Cuperus zit in café De posthoorn, een paar stappen verwijderd van het regeringscentrum, waar politici elkaar graag treffen om te praten. Dit is precies de wereld die de BBB-kiezers als empathieloos en arrogant beschouwen. Met streng neoliberalisme heeft Nederland volgens hem een ‘efficiëntiemaatschappij’ gecreëerd waarin de verbinding tussen de staat en zijn burgers verloren is gegaan. ‘Er werd sterk bezuinigd op de sociale voorzieningen en de publieke infrastructuur werd afgeslankt en gecentraliseerd; dat merken vooral de mensen op het platteland aan alles,’ zegt Cuperus. En die mensen gaat het er vooral om ‘de controle terug te pakken’.

    Stoom afblazen

    Het succes van de BBB heeft volgens Cuperus zo’n groot gewicht dat het zelfs de regering ten val zou kunnen brengen. Het zijn verkiezingen geweest waarin de mensen stoom hebben afgeblazen, ze richtten zich tegen premier Mark Rutte en zijn kabinet. Tegelijkertijd ziet hij de BBB ook als een kans om de polarisering in het land tegen te gaan: ‘De BBB is een anti-establishmentpartij die verantwoordelijkheid wil nemen.’ Anders dan de rechtse populisten rond Geert Wilders en Thierry Baudet, die tot dusver de proteststemmen opvingen, heeft de BBB een constructieve pretentie. ‘En nu maar hopen dat de BBB niet wordt overgenomen door het rechtse populisme of door de agrarische lobby,’ aldus Cuperus.

    In de strijd om de stikstofreductie ziet hij ook een generatieconflict: ‘De progressieve, groene millennials in de steden interesseren zich niet voor de landbouw. De oudere mensen op het platteland zijn daarentegen bang dat ze hun paradijs zullen verliezen.’

    Een van deze paradijzen is het dorp Bathmen, ten oosten van Deventer, de stad waar Caroline van der Plas vandaan komt. Het cultureel centrum tegenover de dorpsschool biedt een cursus pilates aan, op het plein voor de bibliotheek staan een kaas- en een vishandelaar, in de hondensalon ‘Monique’ wordt juist een poedel geschoren. In deze idylle heeft Geertjan Kloosterboer zijn boerderij met 130 melkkoeien. Zijn vader was hier al boer en zijn grootvader ook. Van der Plas en Kloosterboer kennen elkaar al jaren. Samen hebben ze een vereniging opgericht met een website waar stedelingen zich kunnen aanmelden voor een bezoek bij boeren.

    Kloosterboers dieren leiden een rimpelloos bestaan in een grote stal, tussen machines die voor hen werken. Een motor aan de stalwand laat twee blauwe borstels ronddraaien, waar de koeien zich een beetje door kunnen laten krabben. Op de stalvloer schuift een schoonmaakrobot de koeienvlaaien opzij. Wanneer een koe druk voelt in de uier, gaat ze naar de melkrobot, die de spenen aansluit en begint te zuigen. In de wei komen de dieren niet, maar Kloosterboer heeft waterbedden gekocht waarop de dieren liggen als ze herkauwen.

    Exporteur

    Terwijl Kloosterboer alles met trots demonstreert, blijft steeds één vraag meespelen: waarom moeten wij boeren ons leven opgeven, terwijl alle anderen doorgaan als altijd? We zijn gewend geraakt aan te grote auto’s, we gooien te veel eten weg. Ik wil dat veranderen,’ zegt Kloosterboer.

    Intussen is de landbouw in Nederland niet zomaar een businessmodel zoals er zoveel zijn, maar een belangrijke bedrijfstak. Het land is na de VS de grootste exporteur van agrarische producten. Op minimaal oppervlak wordt maximaal geproduceerd – dat is een van de redenen waarom de stikstofemissies zoveel hoger zijn dan het Europees gemiddelde. ‘We hebben meer tijd nodig. Als ze het onmogelijke verlangen, dan weigeren mensen mee te werken.’

    ‘De kloof die de Nederlanders van elkaar scheidt,’ zegt Van der Plas, ‘is niet die tussen stad en platteland, maar die tussen normale mensen en politici.’ Daar rekent ze zichzelf nu ook toe.

    Lees ook:

  • Overal in Europa komen boeren in verweer tegen de groene agenda van de EU

    Overal in Europa komen boeren in verweer tegen de groene agenda van de EU

    Brussel heeft een groenere landbouwsector nodig om de klimaatdoelstellingen te halen. Maar Europese boeren vinden dat er te veel van hen wordt gevraagd. ‘Tegenwoordig geeft iedereen het vee de schuld van methaanproductie en vervuiling, maar ik zie dat anders.’

    De schuren en melkstallen van de boerderij van Takis Kazanas (66) vallen in het niet bij de majestueuze bergen die over de Thessalische vlakte uitsteken. Op deze groene vlakte in Noord-Griekenland wordt al duizenden jaren vee gehouden, maar nu praten instanties in Brussel over regels die ertoe zullen leiden dat boerderijen als die van Kazanas als industriële installaties worden beschouwd, vergelijkbaar met staalfabrieken of chemische industrie.

    Als die verandering van kracht wordt, zal de boerderij waar hij 300 runderen en 230 hectare land beheert met zijn vier zonen, wettelijk verplicht worden de uitstoot van broeikasgassen en het niveau van verontreiniging te verlagen. Met ambitieuze klimaatdoelstellingen voor 2030 dwingt Brussel de landbouw eindelijk om groener te worden. Kazanas vangt al biogas op uit koeienmest en in plaats van chemische mest rijdt hij zelfgemaakte mest over het land uit. ‘Dat is wat de EU wil en dat is wat ik doe,’ zegt Kazanas, die in 1986 begon met dertig runderen. ‘Tegenwoordig geeft iedereen het vee de schuld van methaanproductie en vervuiling, maar ik zie dat anders.’

    Hij is een van de vele boeren die moe worden van wat zij zien als milieuvoorschriften die worden opgelegd door een bureaucratie op 2500 kilometer afstand. De omvang van de transformatie die de Europese Commissie vraagt met haar Boer tot Bord-strategie – halvering van de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in 2030, vermindering van het gebruik van meststoffen, verdubbeling van de biologische productie en herbebossing van sommige landbouwgronden – zou ook in minder moeilijke tijden opmerkelijk zijn.

    Moeilijk te reguleren

    De strategie komt op het moment dat de oorlog in Oekraïne de wereldvoedselmarkt overhoop heeft gehaald en boeren geconfronteerd worden met verlaging van subsidies die worden gegeven in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), een programma van 55 miljard euro per jaar, dat al sinds 1962 voor voedselzekerheid in Europa zorgt.

    Volgens de EU is er dringend behoefte aan milieuhervormingen in de landbouwsector. Een hoge EU-functionaris die zich bezighoudt met klimaatbeleid noemt het ‘ons probleemkind’. De sector is verantwoordelijk voor 11 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen in de EU – een percentage dat bijna even hoog is als twintig jaar geleden.

    Stikstofoxiden in meststoffen, dierlijke urine en uitwerpselen vormen een belangrijk deel van het probleem; zware stikstofconcentraties zorgen ervoor dat invasieve planten andere soorten verdringen, wat leidt tot verlies van biodiversiteit. Maar de sector is zeer moeilijk te reguleren; de 9,1 miljoen landbouwbedrijven in de EU variëren in type en omvang, uiteenlopend van industriële bedrijven met duizenden ‘grootvee-eenheden’ – de rekeneenheid waarmee de hoeveelheid dieren in de landbouw wordt aangeduid – tot kleine boeren met een enkele wijnstok en een paar geiten. De marges zijn doorgaans zeer klein. Er zijn biologische producenten die overleven met lokale handel, maar ook varkenshouders die te maken hebben met hevige internationale concurrentie, waardoor zelfs een kleine stijging van de voederprijs de jaarwinst al teniet kan doen.

    De landbouwgrond van de EU is nu een nieuw strijdtoneel voor groene ambities geworden

    Het keerpunt voor veel landbouwers kwam na de inval van Rusland in Oekraïne, net toen de Europese Commissie de doelstellingen van de ‘Boer tot Bord’-strategie bekendmaakte. Volgens een hoge ambtenaar van de Commissie ‘veranderde het debat bijna van de ene dag op de andere’. De landbouwgrond van de EU is nu een nieuw strijdtoneel voor groene ambities geworden. Nerveuze regeringen schroeven de voorstellen van de Commissie terug onder druk van een georganiseerde, goed gefinancierde landbouwlobby die nauwe banden onderhoudt met politici.

    Zo heeft de Nederlandse regering onlangs een programma opgeschort om boerderijen te sluiten – en daardoor de uitstoot van stikstofoxide te verminderen –, nadat de ontluikende BoerBurgerBeweging (BBB) in maart de provinciale verkiezingen won, profiterend van een golf van woede tegen de plannen.

    Recentelijk hebben de regeringen van Polen en Hongarije de invoer van graan, zuivelproducten, vlees, fruit en groenten uit Oekraïne tijdelijk stopgezet omdat boeren klaagden dat de goedkope invoer van Oekraïens voedsel de prijzen drukt.

    Het groeiende verzet is een belangrijke uitdaging voor de doelstelling van de EU om de emissies tegen 2030 met 55 procent te verminderen ten opzichte van 1990, overeenkomstig internationale verplichtingen. Als Brussel er niet in slaagt de boeren mee te krijgen, kan dat een bedreiging zijn voor de belofte om tegen 2050 een nettonuluitstoot te bereiken.

    De voorstellen van de EU zijn niet passend tijdens een ‘oorlogseconomie’ waarin boeren vrij moeten kunnen produceren, zegt Christiane Lambert, medevoorzitter van de machtige EU-landbouwvakbond Copa-Cogeca. ‘Mensen die beslissingen nemen over de landbouw weten er niets van.’

    Volgens het Franse Instituut voor Gezondheid zijn boeren drie keer vaker geneigd om zelfmoord te plegen dan andere professionals

    Voor veel boeren gaat het verzet tegen de komende veranderingen over overleven. Tom Vandenkendelaere, Belgisch lid van het Europees Parlement, zegt dat de druk op de boeren ondraaglijk wordt. ‘Het gaat om het aantal beleidsmaatregelen dat hen tegelijkertijd treft. We moeten het rustiger aan doen.’ Hij zegt dat boeren die gewoon hun werk doen, zich belasterd voelen door activisten die hen ervan beschuldigen de planeet te schaden en die klimaatverandering wijten aan het eten van vlees. ‘Ze hebben het gevoel dat hun manier van leven onder vuur ligt.’

    Boeren op een Kruispunt, een onafhankelijke nonprofitorganisatie die geestelijke gezondheidszorg biedt aan boeren in Vlaanderen, zag dat 44 procent meer mensen zich aanmelden in 2022 dan in 2021. Volgens het Franse Instituut voor Gezondheid zijn boeren drie keer vaker geneigd om zelfmoord te plegen dan andere professionals. En Caroline van der Plas, leider van de BBB, zei deze maand in het Nederlandse parlement: ‘Mensen die zorgen voor ons dagelijks voedsel worden weggezet als dierenmishandelaars, gifmengers, bodemvernietigers en milieuvervuilers.’

    Maar EU-beleidsmakers stellen dat de maatregelen op lange termijn juist in het belang van de boeren zijn. De stijging van de gasprijzen heeft de kosten van meststoffen en chemicaliën opgedreven. Decennia aan intensieve landbouw hebben voedingsstoffen in de bodem uitgeput, zodat meer moet worden gebruikt om dezelfde productie te bereiken. ‘Het idee “óf meer natuur, óf meer voedsel” is een mythe,’ zegt een EU-functionaris. ‘De belangrijkste fundamentele bedreigingen voor de voedselzekerheid zijn klimaatverandering en verlies van biodiversiteit.’

    Virginijus Sinkevičius, de EU-commissaris voor milieu en visserij, is het daarmee eens. ‘Wat voor mij heel belangrijk is, is dat mensen begrijpen dat de milieuvoorstellen nooit gericht zijn tegen de landbouwbedrijven. Ze zijn er juist voor de bedrijven, want zonder natuur is landbouw niet mogelijk.’ En, voegt hij eraan toe, ‘ze vormen weliswaar een aanzienlijke verandering voor onze landbouwers, maar het is onvermijdelijk dat ze een deel van de oplossing zijn. Allicht gebeurt dat niet van de ene op de andere dag.’ Een sector die nu al het gevoel heeft met de rug tegen de muur te staan, zal inderdaad waarschijnlijk niet makkelijk toegeven.

    Klem tussen milieueisen en lage prijzen

    Het aantal landbouwbedrijven in de EU is sinds 2005 met meer dan een derde gekrompen. Terwijl het gemiddelde landbouwbedrijf groter is geworden, is het agrarisch inkomen constant laag gebleven, schommelend rond de 20.000 euro per persoon.

    Bram van Hecke, die werkt op het melkveebedrijf van zijn familie in de buurt van het Belgische Oostende, zegt dat hij, zijn vader en zijn broers het gevoel hebben klem te zitten tussen de milieueisen van politici en de eisen van supermarkten die niet méér willen betalen. ‘Als je naar een bank gaat en zegt te willen investeren maar dat je inkomsten zullen halveren, geven ze je geen lening,’ zegt hij. ‘Meer produceren is haalbaar, terwijl extreem milieubewust zijn je bedrijf kan schaden.’

    Van Hecke, die tevens hoofd is van de Groene Kring, een Vlaamse groep van jonge landbouwers, zegt dat een EU-richtlijn om de stikstofvervuiling aan te pakken zijn bedrijf jaarlijks 10.000 tot 15.000 euro kost. Deze maatregel verplicht landbouwers om met GPS de verspreiding van stalmest te registreren en schrijft voor dat ze niet binnen 5 meter van water mogen boeren. ‘De gemiddelde grondprijs in Vlaanderen is 63.000 euro per hectare en we verliezen ongeveer 4 hectare door deze nitraatrichtlijn. Reken maar uit. De regering kondigt aan onze kosten te zullen verhogen, maar heeft geen plannen om ons inkomen te helpen verhogen.’

    ‘In sommige regio’s, zoals Nederland en Vlaanderen, is de ecologische voetafdruk van de landbouw te groot’

    Op macroniveau klopt dat. Volgens agronomen worden delen van Europa te intensief bebouwd. In 2021 exporteerde de EU voor 197 miljard euro aan landbouwproducten naar landen als China en importeerde zij voor 150 miljard euro: een overschot van 47 miljard euro.

    Krijn Poppe, een Nederlandse landbouweconoom, is voorstander van herbezinning. ‘Export mag niet ten koste gaan van klimaat en natuur,’ zegt hij. ‘In sommige regio’s, zoals Nederland en Vlaanderen, is de ecologische voetafdruk van de landbouw te groot.’ Burgers in deze ‘stadstaten’, zoals hij ze noemt, hebben ook behoefte aan recreatiegebieden, natuurgebieden, schoon water, woningen en vervoer. Het antwoord, zegt Poppe, is terugkeer naar de tijd waarin consumenten hogere prijzen betaalden voor minder intensief geproduceerd voedsel. ‘In de jaren tachtig consumeerden Nederlanders minder eiwitten; 40 procent van het voedsel was dierlijk en 60 procent plantaardig. Nu eten we meer en is de verhouding eiwitten-plantaardig omgedraaid naar 60-40.’

    Volgens Poppe zullen sommige landbouwbedrijven onvermijdelijk verdwijnen omdat veel bedrijven te klein zijn om te concurreren. ‘Een econoom die kijkt naar het totale welzijn ziet waarschijnlijk geen probleem,’ voegt hij eraan toe, ‘maar een politicus die de banen van boeren wil beschermen, zal daar negatiever over denken.’

    Existentieel moment

    Geen wonder dat boeren dit zelf als een existentieel moment zien. Volgens de Sloveen Franc Bogovič, fruitteler en lid van het Europees Parlement, zou het plan om het gebruik van pesticiden tegen 2030 met 50 procent te verminderen – een van de doelstellingen van een fel betwiste richtlijn waarover EU-wetgevers momenteel onderhandelen – een groot deel van zijn productie wegvagen. ‘Ik zit al vele jaren in deze sector en ik heb nog nooit zo’n groot bezwaar gehad tegen een beleidsvoorstel,’ zegt hij.

    Hij is vooral ontstemd over het feit dat deze nieuwe verordeningen komen nadat in januari een grootschalige herziening van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) ter bevordering van groenere productie in werking is getreden. Het GLB, dat landbouwers subsidieert, is in de loop der jaren gekrompen en steeds meer geld gaat naar milieuprojecten en nevenbedrijven in plaats van naar voedselproductie. ‘Ze proberen verder te gaan dan het beleid dat pas dit jaar van start is gegaan,’ zegt hij. ‘Mensen zijn bang voor hun toekomst. Ze komen in grote problemen als ze hun wijngaarden, boomgaarden of vleesproductie moeten inkrimpen, die ze vijf jaar geleden met leningen hebben gefinancierd. Je hebt twintig jaar nodig om daarmee je geld terug te verdienen.’

    ‘Boeren vragen zich af: “Waarom haat Brussel ons?”’

    Ondanks het verzet heeft Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, het tempo van de beleidsvorming sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne niet vertraagd. ‘Boeren vragen zich af: “Waarom haat Brussel ons?”,’ zegt Vandenkendelaere. Eén theorie is dat Von der Leyen steun nodig heeft van de Grünen in de Duitse coalitie om haar tweede termijn veilig te stellen. Een andere theorie is dat ze vindt dat landbouw – vooral de veeteelt – de planeet schaadt.

    ANP 467842947 1
    In de Sloveense hoofdstad Ljubljana protesteerden op 25 april duizenden boeren met zo’n 1500 tractoren tegen de milieurestricties voor de landbouw die de Sloveense regering van plan is in te voeren. – © Ales Beno / Anadolu Agency

    EU-doelstellingen Van Boer tot Bord

    – Gebruik van chemische en gevaarlijke pesticiden met 50 procent verminderen tegen 2030.

    – 20 procent minder meststoffen gebruiken tegen 2030.

    – Verkoop van antimicrobiële stoffen voor vee en aquacultuur verminderen met 50 procent.

    – De hoeveelheid land bestemd voor biologische landbouw verhogen van 9,1 procent in 2020 tot 25 procent in 2030.

    – Grotere veehouderijen verplichten zich aan de regelgeving te houden voor schone lucht en schoon water, die geldt voor de zware industrie.

    ‘De Commissie is ervan overtuigd dat de overgang naar een veerkrachtige en duurzame landbouwsector – in overeenstemming met de Europese groene ambities, de Boer tot Bord-strategie en strategieën voor biodiversiteit – van fundamenteel belang is voor de voedselzekerheid,’ zegt Eric Mamer, woordvoerder van Von der Leyen. Hij weigert te bevestigen of zij zelf rood vlees of zuivelproducten gebruikt. ‘De persoonlijke voedingskeuzes van de voorzitter zijn niet van invloed op de voorstellen van de commissie,’ zegt hij.

    Brussel heeft enkele veranderingen doorgevoerd sinds de oorlog in Oekraïne begon. Zo mogen boeren nu gewassen planten voor diervoeder op de 10 procent van de grond die normaal gesproken onbebouwd moet blijven om te herstellen – een regel die als voorwaarde geldt om subsidie te kunnen krijgen. Ook zijn de regels aangaande wisselbouw opgeschort.

    Maar het zijn de nationale regeringen die op de rem hebben getrapt. De voorstellen van de Europese Commissie kunnen door de zevenentwintig lidstaten worden gewijzigd, en punt voor punt werden de ambities afgezwakt.

    Het voornemen tot algemene vermindering van pesticiden is teruggestuurd naar de Commissie met het verzoek tot een nieuwe effectbeoordeling. Ministers klagen dat in plaats van rekening te houden met de uitgangspositie van elk land, aan iedereen dezelfde evenredige vermindering wordt opgelegd. Nederland, dat bijvoorbeeld al veel meer pesticiden gebruikt dan Polen, zou het gebruik bijvoorbeeld niet hoeven te veranderen. Er wordt ook bezwaar gemaakt tegen plannen om alleen rekening te houden met de hoeveelheid gebruikte chemicaliën en niet met de giftigheid ervan.

    Volgens sommigen is afkopen de beste manier om met tegenstand om te gaan

    Wat betreft herziening van de richtlijn industriële emissies (grotere veehouderijen worden verplicht te voldoen aan voorschriften voor schone lucht en schoon water die ook gelden voor de zware industrie) erkende de Commissie in februari dat zij vorig jaar bij de lancering van het voorstel verkeerde cijfers heeft gebruikt.

    De drempel voor naleving werd gesteld voor varkens-, pluimvee- en rundveebedrijven met ten minste 150 grootvee-eenheden, met de bewering dat daarmee slechts 13 procent van de Europese commerciële bedrijven zou worden getroffen. Die berekeningen waren echter gebaseerd op bedrijfsgegevens uit 2016. Toen de berekening opnieuw werd gemaakt met gegevens uit 2020, bleek dat zes op de tien pluimvee- en varkensbedrijven eronder zouden vallen.

    Een voorstel voor wettelijk bindende doelstellingen om daarmee de verslechtering van het milieu aan te pakken – vorig jaar voorgesteld als onderdeel van de Boer tot Bord-strategie – stuit op verzet omdat het onvermijdelijk zal leiden tot het verlies van landbouwgrond. Sommige gedraineerde veengronden zouden bijvoorbeeld opnieuw doorweekt raken. Het doel is om tegen 2030 maatregelen voor natuurherstel te hebben voor ten minste 20 procent van het land en de zee binnen de EU.

    Afzonderlijke wetgeving om ontbossing terug te dringen stuitte vorig jaar op verzet in landen als Zweden en Finland – voor hen werd een uitzondering gemaakt zodat ze de exploitatie van plantages voort kunnen zetten.

    In juni is het tijd voor het laatste deel van het Boer tot Bord-pakket; de wetgeving die landen gaat verplichten om de staat van hun bodem te controleren en te verbeteren. Zo’n zestien EU-ministers van Landbouw hebben in januari een brief aan Brussel ondertekend waarin ze zich erover beklagen dat dat beleid kan leiden tot ‘opoffering van land- en bosbouwgrond in de Unie’. ‘Dat zal zeer waarschijnlijk negatieve gevolgen hebben voor de voedselzekerheid, de toevoer van hernieuwbare grondstoffen (voor houtbouw of de bio-economie) en van hernieuwbare energiebronnen, zoals lokaal beschikbare biomassa’, aldus de brief.

    Afkoop

    Volgens sommigen is afkopen de beste manier om met tegenstand om te gaan. EU-landbouwcommissaris Janusz Wojciechowski deed al een oproep tot meer GLB-financiering omdat de inflatie – die vorig jaar in de eurozone bijna 10 procent bereikte – de reële waarde ervan heeft uitgehold. Het GLB ‘bedraagt slechts 0,4 procent van het bruto binnenlands product van de EU om voedselzekerheid, milieuveiligheid en klimaatzekerheid te garanderen,’ stelt hij.

    De particuliere sector is het daarmee eens. FoodDrinkEurope, dat fabrikanten vertegenwoordigt, heeft Von der Leyen opgeroepen een deel van de miljarden aan subsidies voor de groene transitie naar landbouw over te hevelen. ‘De EU-strategie Boer tot Bord beschikt niet over voldoende middelen en is niet toegerust voor de huidige marktrealiteit en de toekomstige druk,’ aldus de organisatie. Verschillende regeringen hebben eenzelfde oproep gedaan en wijzen erop dat de gestegen rente de prijs van noodzakelijke investeringen heeft opgedreven.

    Terug naar Griekenland, waar Georgios Georgantas, de Griekse landbouwminister, zegt dat boeren zoals Kazanas steun nodig hebben om Europa te kunnen blijven voeden. Aangezien klimaatverandering al gevolgen heeft voor de opbrengsten, ‘moeten we de landbouw op het huidige niveau houden’, zegt hij, ‘of zelfs uitbreiden.’

    Om dat te bereiken heeft Athene een fonds van 525 miljoen euro in het leven geroepen om jongeren te stimuleren in de landbouw te stappen. ‘De groene transitie is noodzakelijk voor de EU, maar dit zet landbouwers onder druk,’ zegt Georgantas. ‘Andere sectoren krijgen steun – ook de boeren hebben daar behoefte aan.’

    Lees ook:

  • Hoe Nederland bij de Millingerwaard niet langer tegen het water vecht

    Hoe Nederland bij de Millingerwaard niet langer tegen het water vecht

    Waar men jarenlang probeerde te voorkomen dat de Waal overstroomde, besloot Nederland het water de ruimte te geven – en zo het dreigende gevaar te veranderen in een aanwinst voor de natuur. ‘Je wilt het water buitenhouden. Maar dat werkt niet. Het is niet vol te houden.’

    Als de Waal niet ver van de Duits-Nederlandse grens buiten haar oevers treedt, komt het natuurgebied de Millingerwaard onder water te staan en lopen weilanden, percelen en paden vol. Bevers trekken de bomen in en bouwen tijdelijke burchten. De sterke stroming verandert het landschap doordat greppels worden uitgehold en er nieuwe plassen ontstaan. 

    Dit is geen ramp. Het is zo ontworpen.

    Het laaggelegen Nederland loopt met de plaatsing van reusachtige uitschuifbare waterkeringen voor de kust wereldwijd voorop in de strijd tegen de stijgende zeespiegel en de oceanische stormvloed. Minder bekend zijn de innovatieve manieren van het land om met buiten hun oevers tredende rivieren om te gaan. Zo zijn er niet alleen versterkingen opgeworpen tegen hoog water, maar wordt het water in het geval van overstromingen ook meer ruimte te geven. De Millingerwaard is slechts één voorbeeld van de vele langs rivieren gelegen locaties in het hele land die een gedaantewisseling hebben ondergaan ten behoeve van extra ruimte voor de onvermijdelijke watertoeloop.

    Dit soort projecten is niet alleen ontwikkeld om de schade als gevolg van de overstromingen langs de rivier te verminderen, maar ook om voordelen te benutten die het omgeving ten goede komen. De Millingerwaard, gelegen aan de drukke vaarroute op de Waal, is een veelgeprezen voorbeeld van ecologisch herstel binnen een overstromingsgebied. En in het nabije Nijmegen is door de aanleg van een aanvankelijk omstreden tweede kanaal een park ontstaan dat de relatie van de stad met de rivier opnieuw heeft vormgegeven. 

    De afbrokkeling van de kust maakt het opwarmen van onze planeet dramatisch zichtbaar. Maar als gevolg van klimaatverandering treden ook de rivieren vaker buiten hun oevers. Door de stijgende temperaturen kan de atmosfeer meer vocht vasthouden, wat leidt tot hevige regenval en dientengevolge overstromingen zoals die in Duitsland in 2021, met vele doden tot gevolg.

    Dijken

    Al eeuwenlang beschermden de Nederlanders zich tegen hoog rivierwater door het bouwen van dijken. Ondanks dit soort maatregelen noopten ernstige overstromingen in 1993 en 1995 tot de evacuatie van een kwart miljoen mensen. ‘Dit was in feite het startpunt om te heroverwegen hoe we met de heviger toenemende wateraanwas in de rivieren moesten omgaan,’ zegt Frans Klijn, deskundige op het gebied van waterbeheer en verbonden aan onderzoeksinstituut Deltares. ‘Gaan we de oevers telkens opnieuw en steeds verder ophogen? Of moeten we ons beleid veranderen?’

    Begin deze eeuw koos Nederland voor die laatste optie, met de lancering van het programma Ruimte voor de rivier. Daarmee veranderde de houding van het land ten aanzien van het overstromen van rivieren van ‘indammen’ naar ‘laten gaan’. Naast veiligheidsmaatregelen tegen hoog water, waaronder de uitbreiding van overstromingsgebieden en het wegnemen van knelpunten, speelden ook natuur, recreatie en industrie een rol in de diverse projecten van het programma. De regering was weliswaar de strategisch architect, maar de lokale besturen en belanghebbenden voerden de plannen uit.

    Die multifunctionele aanpak was cruciaal, zegt Klijn, die deel uitmaakte van een commissie die toezicht hield op het programma. Want grote overstromingen komen zelden voor, maar omwonenden hebben dagelijks met het gebied te maken. ‘Als je iets lelijks maakt dat eens in de duizend jaar zijn dienst bewijst maar er iedere dag lelijk uitziet, ben je niet slim bezig,’ zegt Klijn. ‘Je moet een tweede oogmerk hebben, namelijk bevordering van de kwaliteit van de omgeving.’ 

    Frans Schepers kijkt in de vroege schemering van een middag in december naar rimpelingen in de kalme, kleine poel. Een eend. Geen bever.

    ‘Soms zie je ze even,’ fluistert Schepers, sinds lang een trouwe bezoeker van de Millingerwaard en medeoprichter van Rewilding Europe, een organisatie die met lokale partners samenwerkt om in heel Europa nieuwe gebieden met wilde natuur te creëren. De bevers, die van oudsher in Nederland leefden maar daar sinds 1826 waren uitgestorven, hoorden bij de eerste soorten die terugkeerden nadat het voormalige boerenland eind twintigste eeuw was veranderd in een natuurlijke habitat. 

    Staat de rivier erg hoog, dan loopt het hele gebied onder – waarmee de kracht van het vloedwater stroomafwaarts wordt verminderd

    Schepers, die geen moeite heeft zich staande te houden op het tapijt van vochtige eiken- en wilgenbladeren, springt behendig over een 60 centimeter brede watergeul die de semi-aquatische knaagdieren hebben aangelegd om poelen in het oeverbos met elkaar te verbinden. De frisse geur van watermunt komt tot ons van krachtige groene takjes die uit de moerassige aarde groeien, maar wordt verdrongen door iets muskusachtigs – een vossenspoor. Al houden de bevers zich schuil, hun aanwezigheid blijkt duidelijk uit hun holen en hun tandafdrukken op boomstammen. 

    Hier komt de Rijn, die helemaal vanuit de Alpen stroomt, Nederland binnen en vertakt zich in verschillende zijarmen, waaronder de Waal. Ooit bewoog de rivier zich van nature over een breder terrein, maar in de loop van de eeuwen werd de bedding smaller. Land veranderde in akkerland, een verandering die na de Tweede Wereldoorlog doorzette. 

    Natuurgebieden naast de rivier werden kleiner en er werden dijken gebouwd om het boerenland te beschermen tegen overstroming. Maar zo’n smallere bedding bracht risico’s met zich mee, bijvoorbeeld toen in januari 1995 vroeg smeltwater en hevige regens stroomopwaarts het water in de rivieren deden stijgen. Dit was een van de gebieden die werden geëvacueerd omdat de dijken als gevolg van het hoge water dreigden te breken. De oevers hielden stand, maar de gebeurtenis was een waarschuwing die omwonenden vatbaarder maakte voor het idee om naast de rivier ruimte vrij te houden.

    Natuurgebied de Millingerwaard kwam voort uit een combinatie van belangen, waaronder natuurontwikkeling, bescherming tegen overstroming en de lokale economie – zowel kleiafgraving als nieuw natuurtoerisme. ‘Het was een win-winsituatie,’ zegt Bart Beekers van ARK Natuurontwikkeling. De organisatie begon het plan voor de Millingerwaard in 1991 met een stuk zanderig rivierduin dat voorheen werd gebruikt om schapen te laten grazen. Het gebied nam in omvang toe naarmate organisatoren een lappendeken van aangrenzende percelen wisten te verwerven. Daarbij werden natuurlijke processen hersteld in het overstromingsgebied dat deels door de meanderende Waal wordt omsloten.

    Stroomafwaarts groeven winningsbedrijven een reeks kanalen. Als het rivierwater stijgt, vullen de zijkanalen zich nu met water. Staat de rivier erg hoog, dan loopt het hele gebied onder – waarmee de kracht van het vloedwater stroomafwaarts wordt verminderd. De veranderingen hebben het peil van de rivier met 9 centimeter naar beneden gebracht.

    Doordat natuurlijke processen nu weer de overhand hebben gekregen, is het aantal soorten flink toegenomen

    Donzige gallowayrunderen en konikpaarden grazen er vrij en zorgen voor een mozaïek van ecosystemen in het landschap. Grote zaagbekken, die hier overwinteren, duiken tussen de andere vogels boven het spiegelgladde oppervlak. Een schoorsteen van een fabriek die bakstenen maakte van klei uit de nieuwe kanalen steekt boven de bomen uit. Samenwerking met de industrie, waaronder bedrijven in de Millingerwaard die klei en zand afgraven, speelt vaak een belangrijk rol bij het in ongerepte staat brengen van nieuwe plekken, vertelt Schepers.

    Het boerenbedrijf had langs de Nederlandse rivieren weinig ruimte voor de natuur overgelaten, en de biodiversiteit was afgenomen. Doordat natuurlijke processen nu weer de overhand hebben gekregen, is het aantal soorten flink toegenomen. Bij een informele telling van lokale natuurliefhebbers werd in 2022 melding gemaakt van ruim vijfduizend planten- en dierensoorten in de hele Gelderse Poort, het natuurgebied dat de Millingerwaard omvat. Overstroming is belangrijk voor het ecosysteem, doordat zaden worden verspreid en de grond verschuift, wat puike poelen voor insecten en amfibieën oplevert.

    Er gingen bij de vorming van de Gelderse Poort weliswaar zo’n dertig banen in de landbouw verloren, maar daar staat tegenover dat er ruim tweehonderd banen bij kwamen doordat het gebied een toeristische attractie werd, met nieuwe kansen voor het horecawezen.

    De Millingerwaard is een vroeg voorbeeld van het combineren van natuurherstel en bescherming tegen wateroverlast; het is inmiddels leidend bij een heleboel andere projecten, in Nederland en de rest van Europa. ‘Ik denk dat dit laat zien dat de natuur onze beste bondgenoot is bij het oplossen van een paar grote uitdagingen waar we voor staan,’ zegt Schepers. ‘Het gaat om klimaatbestendigheid, maar het biedt ook sociaal-economische voordelen.’

    Ruim 10 kilometer stroomafwaarts maakt de Waal een scherpe bocht. Millennialang was dit een strategische plek: de Romeinen bouwden er een van de noordelijkste posten van hun rijk, Karel de Grote bouwde er een paleis. Maar voor de moderne stad Nijmegen vormde de rivier een gevaar.

    Terwijl de rivierbedding stroomopwaarts ruim anderhalve kilometer breed was, vernauwde ze zich tot nog geen halve kilometer tussen het stadscentrum aan de zuidkant en de dijk die het dorp Lent aan de noordkant beschermde. Door de haakse bocht waren de laaggelegen delen van de historische stad gevoelig voor overstromingen – zoals in 1995, toen de Waal buiten haar oevers trad, al waren de gevolgen minder ernstig dan gevreesd. 

    Aanpakken

    Om het knelpunt aan te pakken werd parallel aan de rivier aan de noordkant een kleiner kanaal gegraven, waardoor in het midden een langgerekt eiland ontstond, dat een populair park is geworden.

    Het aanpassen van de rivierbedding kostte jaren onderhandeling en planning, vertelt omgevingsmanager Andrea Voskens, die tijdens het project namens de gemeente de contacten met de belanghebbenden onderhield. Het idee om ruimte te geven aan de rivier betekende een behoorlijke omschakeling in de manier van denken, zegt ze. ‘Je wilt vechten, je wilt het water buitenhouden. Maar dat werkt niet. Het is niet vol te houden.’

    Om het nieuwe zijkanaal aan te leggen moest de gemeente namens Rijkswaterstaat vijftig huizen opkopen en afbreken. Aanvankelijk ondervond het voorstel weerstand, zegt Voskens. Bewoners kwamen met een alternatieve oplossing en gingen er zelfs mee naar Den Haag. Toen de Tweede Kamer zich uitsprak voor het oorspronkelijke plan, stemden ze er na onderhandelingen over financiële compensatie mee in zich elders te vestigen. Er bestond een wettelijk procedé om bewoners tot verhuizing te dwingen, maar dat was voor geen enkel van de vijftig gezinnen nodig, aldus Voskens. Ze zegt dat dit te danken was aan het open proces waar de bewoners bij werden betrokken, en aan de algemeen heersende verwachting dat een stijging van het waterpeil in de Waal de situatie gevaarlijk zou maken. ‘We zagen allemaal in dat er groot risico bestond en dat we daar iets aan moesten doen,’ zegt ze. 

    Dankzij het project zakte het waterpeil met 35 centimeter – 8 centimeter meer dan oorspronkelijk was beraamd, aldus Rijkswaterstaat.

    Park

    De stad was aanvankelijk van plan huizen op het eiland te bouwen, maar die plannen verdwenen van tafel toen het klaar was en de plaatselijke bewoners het als een park gingen beschouwen.

    Voskens zegt dat het project de band van Nijmegen met de rivier heeft veranderd. Met zijn gevaarlijke stromingen en drukke scheepvaart was de Waal voorheen ongeschikt voor recreatie. Nu maken joggers en wandelaars veelvuldig gebruik van voetpaden door de struikachtige vegetatie op het eiland. Bij warm weer huisvest het eiland festivals. Roeiers en zwemmers peddelen en poedelen in het kalme water van de kunstmatige vaargeul. ‘Dit heeft iets veranderd in de dynamiek van de stad,’ zegt Voskens.

    Margo van den Brink, universitair hoofddocent Water en Ruimte aan de Rijksuniversiteit Groningen, zegt dat een van de grootste successen van het landelijke initiatief ‘Ruimte voor de rivier’ de combinatie is van hoogwaterveiligheid en ruimtelijke kwaliteit. De meeste van de vierendertig projecten die het initiatief omvatte pakten niet alleen het hoge water aan, ook maakten ze de omgeving bij de rivier leefbaarder, mooier of duurzamer. Dat tweeledige doel is met name belangrijk in het licht van klimaatverandering. ‘Het is echt een goed voorbeeld van de wat ruimtelijkere aanpak bij overstromingsrisicobeheer, die nu zo nodig is,’ zegt ze.

    Het programma laat zien hoe je door ook ruimtelijk vormgevers, zoals landschapsarchitecten, te betrekken bij waterbeheerprojecten diverse ambities kunt combineren. 

    ‘Er is veel meer ruimte voor de natuur, en we zien veel meer biodiversiteit’

    Klijn, die in de commissie zat die toezicht hield op de ruimtelijke kwaliteit van de projecten, zegt dat krachtig centraal leiderschap de sleutel was tot het succes van het programma. Lokale betrokkenheid van inwoners en belanghebbenden is belangrijk, maar mensen moeten begrijpen wat onderhandelbaar is en wat niet. Er werd een planningspakket ontwikkeld voor de selectie van projecten in het kader van Ruimte voor de rivier, waarbij bestuurders en lokale belanghebbenden betrokken waren. Dit maakte het makkelijker om uit te leggen waarom het op sommige specifieke locaties nodig was om veranderingen door te voeren. Met elkaar brachten de projecten het hoogwaterniveau naar beneden in alle aftakkingen van de Rijn in Nederland, waaronder de Waal.

    De volledige overstromingscapaciteit van het project Ruimte voor de rivier is nog niet getest. Maar in 2018 werd hoog water in de armen van de Rijn zonder problemen afgevoerd, aldus Rijkswaterstaat. En soortgelijke projecten in het zuiden van het land leken de overstromingen in 2021 minder hevig te maken. 

    Toch breidt Nederland de capaciteit van het overstromingsgebied nog steeds uit, omdat klimaatverandering naar verwachting in de toekomst voor hogere waterstanden zal zorgen. 

    Klijn zegt dat hij bij zijn reizen door het land merkt hoe de riviergebieden zijn veranderd. ‘Er is veel meer ruimte voor de natuur, en we zien veel meer biodiversiteit.’

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/de-waterkraan-gaat-dicht/