Tag: nepnieuws

  • AI-chatbots zijn het nieuwste wapen in de strijd tegen complottheorieën

    AI-chatbots zijn het nieuwste wapen in de strijd tegen complottheorieën

    AI kan grote hoeveelheden gegevens analyseren en antwoorden afstemmen op een specifiek doel. Hierdoor kan het desinformatie verspreiden, maar chatbots kunnen nu ook patronen in nepnieuws herkennen en effectieve strategieën ontwikkelen om het tegen te gaan.

    Het internet maakt het makkelijker dan ooit om complottheorieën op te doen en te verspreiden. En al zijn sommige onschuldig, andere kunnen zeer schadelijk zijn, doordat ze onenigheid zaaien en zelfs leiden tot onnodige sterfgevallen. Nu denken onderzoekers een nieuw hulpmiddel te hebben ontwikkeld om valse complottheorieën te bestrijden: AI-chatbots. Onderzoekers van MIT Sloan en Cornell University ontdekten dat chatten over een complottheorie met een groot taalmodel (LLM) het geloof van mensen erin met ongeveer 20 procent deed afnemen, zelfs bij deelnemers die wat zij geloofden belangrijk zeiden te vinden voor hun identiteit. Het onderzoek werd recentelijk gepubliceerd in het tijdschrift Science

    De bevindingen kunnen een belangrijke stap voorwaarts betekenen om mensen die zulke ongefundeerde theorieën aanhangen te bereiken en tot zinnen te brengen, zegt Yunhao (Jerry) Zhang, een postdoc die is verbonden aan het Psychology of Technology Institute en daar de invloed van AI op de samenleving bestudeert.

    Grondleggers AI

    De Nobelprijs voor Natuurkunde is dit jaar door de Amerikaan John Hopfield en de Canadees Geoffrey Hinton gewonnen. Hun ontdekkingen hebben zelflerende machines mogelijk gemaakt en zijn essentieel geweest voor de ontwikkeling van AI-systemen zoals ChatGPT.

    Het Nobelcomité benoemt dat de doorbraken op het gebied van machinaal leren van Hopfield en Hinton een volledig nieuwe manier laten zien waarop we computers kunnen gebruiken om ons te helpen en te begeleiden bij het aanpakken van veel van de uitdagingen waar onze maatschappij voor staat, schrijft The New York Times.

    Er zijn maar weinig methoden die aantoonbaar invloed hebben op de denkwijze van complottaanhangers, zegt Thomas Costello, onderzoeker aan MIT Sloan en hoofdauteur van de studie. Wat het onder andere zo moeilijk maakt, is dat verschillende mensen vasthouden aan verschillende gedeelten van een theorie. Dat betekent dat het aanvoeren van bepaalde stukjes feitelijk bewijs weliswaar effect op de een heeft, maar bij een ander niet altijd werkt.

    Hier komen AI-modellen in het spel, zegt hij. ‘Ze hebben toegang tot een enorme hoeveelheid informatie over diverse onderwerpen en zijn getraind op het internet. Daarom zijn ze in staat feitelijke tegenargumenten te genereren tegen specifieke complottheorieën.’

    AI-modellen zijn in staat feitelijke tegenargumenten te genereren tegen specifieke complottheorieën

    Aan deelnemers werd gevraagd informatie te delen over een complottheorie die zij geloofwaardig vonden. Waarom werden ze erdoor aangetrokken? Door welke bewijzen werd de theorie volgens hen gestaafd? De antwoorden werden gebruikt om steeds de meest toepasselijke reactie van de chatbot uit te lokken, die door de onderzoekers werd ingesteld om zo overtuigend mogelijk te zijn. 

    De deelnemers werd ook gevraagd hoezeer ze overtuigd waren van de juistheid van hun complottheorie op een schaal van 0 (beslist onjuist) tot 100 (beslist juist), en vervolgens aan te geven hoe belangrijk de theorie was voor hun begrip van de wereld. Daarna traden ze in drie rondes in gesprek met de AI-bot. Er werd door de onderzoekers voor drie rondes gekozen om er zeker van te zijn dat ze genoeg zinnig materiaal verzamelden.

    Na ieder gesprek werd aan de deelnemers opnieuw gevraagd hun vertrouwen in de theorie aan te geven. Vervolgens benaderden de onderzoekers alle deelnemers tien dagen na het experiment, en twee maanden later nog eens, om te beoordelen of hun inzichten na het gesprek met de AI-bot waren veranderd. De deelnemers gaven aan gemiddeld 20 procent minder geloof te hechten aan de door hen gekozen complottheorie, waaruit geconcludeerd kan worden dat sommigen na hun gesprekken met de bot fundamenteel van mening waren veranderd. 

    Yuval Noah Harari waarschuwt voor gevaren

    In zijn nieuwste boek Nexus: A Brief History of Information Networks from the Stone Age to AI waarschuwt Harrari voor de negatieve kant van kunstmatige intelligentie. De auteur van de bestseller Sapiens waarschuwt voor de verraderlijke gevaren van machinaal leren en het vermogen om de waarheid te manipuleren. ‘Het enge aan de AI-revolutie is dat er voor het eerst gereedschap is ontwikkeld dat in staat is om zelf beslissingen te nemen en ideeën te genereren’, aldus Harari in The Guardian.

    ‘Zelfs in een laboratoriumsetting is 20 procent een enorme score als het gaat om het veranderen van menselijke overtuigingen,’ zegt Zhang. ‘Misschien was het in de echte wereld minder geweest, maar ook 10 procent of 5 procent zou nog aanzienlijk zijn.’ 

    De auteurs probeerden de neiging van AI-modellen om informatie te verzinnen – het zogenaamde ‘hallucineren’ – te ondervangen door een professionele factchecker in te zetten om de nauwkeurigheid van 128 AI-claims te evalueren. 99,2 procent ervan bleek juist te zijn, terwijl 0,8 procent als misleidend werd beoordeeld. Geen enkele bleek volkomen onjuist te zijn.

    Een verklaring voor dit hoge nauwkeurigheidsgehalte is dat er een heleboel over complottheorieën op het internet is geschreven, waardoor ze heel ruim in de trainingsdata van het model figureerden, zegt David G. Rand, hoogleraar aan MIT Sloan en ook betrokken bij het project.  

    ‘Mensen waren opmerkelijk ontvankelijk voor bewijs. En dat is echt belangrijk,’ zegt hij. ‘Bewijs doet ertoe.’ 

  • Het internet is erger dan een hersenspoelmachine

    Het internet is erger dan een hersenspoelmachine

    De herschrijving van de Capitoolbestorming onder veel Republikeinen is alarmerend. Het is ook een treffend voorbeeld van hoe het internet onze politieke realiteit heeft vervormd. Een onderbouwing is altijd maar een scroll of een muisklik verwijderd.

    Probeer je even te herinneren hoe je je voelde op 6 januari 2021. Denk aan de geïmproviseerde galg die op het terrein van het Capitool stond, het traangas en het geluid van de oproerschilden die tegen de vlaggenmasten botsten die er tegenaan werden gegooid. Als je de videobeelden opnieuw bekijkt, herinner je je misschien de man in het sweatshirt met de tekst Camp Auschwitz die rustig tussen de indringers stond, of het beeld van de Confederatievlag die in de rotunda van het Capitool wapperde. De gebeurtenissen van die dag zijn zo gedocumenteerd, zo gememoriseerd, zo diep verankerd in onze recente politieke geschiedenis dat het moeilijk kan zijn om de shock en woede die zovelen voelden toen de beelden binnenstroomden, te bevatten. Maar het gebeurde allemaal: mannen en vrouwen sloegen ruiten in, vielen de politie van het Capitool aan, beklommen het marmeren bouwwerk van een van Amerika’s meest herkenbare nationale monumenten in een poging de uitslag van de verkiezingen van 2020 ongedaan te maken.

    Het is ook moeilijk om te onthouden dat het er ten minste even op leek dat de rede zou zegevieren, dat de machthebbers een consensus zouden bereiken tegen Donald Trump, wiens ongegronde beweringen over kiezersbedrog de aanval inluidden. Senator Lindsey Graham, een oude bondgenoot van Trump, wond er geen doekjes om toen hij die avond stemde om de overwinning van president Joe Biden te bekrachtigen: ‘Het enige wat ik kan zeggen is: ik doe niet mee. Genoeg is genoeg.’ De krant New York Post, meestal pro-Trump, beschreef de menigte als ‘rechtse mensen die door het lint gingen in Washington’. Techplatforms zoals Facebook en Twitter, die Trump over het algemeen hadden toegestaan om te posten wat hij wilde tijdens zijn presidentschap, blokkeerden tijdelijk zijn account. ‘We geloven dat de risico’s als de president onze service in deze periode mag blijven gebruiken simpelweg te groot zijn’, schreef CEO van Facebook Mark Zuckerberg destijds.

    Maar deze consensus was van korte duur. Op 7 januari gaf David A. Graham van The Atlantic een waarschuwing die profetisch bleek: ‘Onthoud hoe de couppoging van gisteren in het Amerikaanse Capitool is gegaan,’ aldus Graham. ‘Binnenkort zal iemand je misschien van een andere gang van zaken proberen te overtuigen.’ Nog voordat de relschoppers het gebouw uit waren, was een of andere marginale beweging online al een andere wereld aan het opbouwen van vermeend bewijs – een netwerk van leugens en verdraaide theorieën om de aanval te rechtvaardigen en te herschrijven wat er die dag echt gebeurd was. Tegen de lente begon het verhaal onder de wetgevers te veranderen. De gewelddadige opstand werd, in de woorden van de Republikeinse afgevaardigde Andrew Clyde uit Georgia, een ‘doodgewoon toeristenbezoek’.

    Rechtvaardigingsmachine

    De herschrijving van 6 januari onder veel Republikeinen is alarmerend. Het is ook een treffend voorbeeld van hoe het internet onze politieke realiteit heeft vervormd. In de afgelopen jaren is dit fenomeen toegeschreven aan de ‘desinformatiecrisis’. Maar die term komt niet eens in de buurt van wat er echt aan de hand is.

    Denk terug aan de aanvankelijke paniek rond ‘nepnieuws’, rond de verkiezingen van 2016 en de nasleep ervan, toen een mengeling van partizanen en ondernemende Macedonische tieners allerlei klassieke complottheorieën opdiste, zoals het verhaal over de FBI-agent die zelfmoord zou hebben gepleegd nadat hij de stemfraude van Hillary Clinton aan het licht had gebracht. Academici en deskundigen debatteerden eindeloos over het effect van deze artikelen. Waren de verhalen werkelijk zo overtuigend dat ze in staat waren iemands wereldbeeld en stemgedrag te veranderen? Of waren ze enkel pulp voor hersenloze partizanen? Afhankelijk van je perspectief vormde verkeerde informatie een existentiële bedreiging omdat het in staat was massa’s mensen te hersenspoelen, of was het feitelijk ongevaarlijk.

    Maar er is nog een andere, meer verontrustende mogelijkheid, een die we zijn gaan begrijpen door ons werk in de afgelopen tien jaar. Een van ons, Mike, heeft de effecten van onze verrotte informatieomgeving bestudeerd als onderzoekswetenschapper en expert in informatiegeletterdheid, terwijl de ander, Charlie, een journalist is die uitgebreid heeft geschreven en gerapporteerd over het sociale web. De laatste tijd is ons onafhankelijke werk zich gaan concentreren rond een bepaald gedeeld idee: dat desinformatie krachtig is, niet omdat het mensen van gedachten doet veranderen, maar omdat het mensen in staat stelt hun overtuigingen te handhaven in het licht van groeiend bewijs van het tegendeel. Het internet fungeert misschien niet zozeer als hersenspoelmachine, maar als rechtvaardigingsmachine. Een onderbouwing is altijd maar een scroll of muisklik van ons verwijderd en de prikkels van de moderne aandachtseconomie – mensen worden beloond met engagement en een grotere invloed naarmate hun publiek meer reageert op wat ze zeggen – zorgen ervoor dat mensen altijd meteen overal een onderbouwing bij moeten leveren. Deze dynamiek speelt in op de natuurlijke neiging van mensen om op zoek te gaan naar bewijs, om informatie te zoeken die de eigen overtuigingen ondersteunt of de argumenten tegen die overtuigingen ondermijnt. Het vinden van dergelijke informatie (of van grote groepen mensen die deze informatie gretig verspreiden) is niet altijd zo eenvoudig geweest. Het zoeken naar bewijs betekende in het verleden dat je je in een onderwerp moest verdiepen, argumenten moest testen of moest vertrouwen op echte expertise. Dat was de basis waarop het grootste deel van onze politiek, cultuur en argumentatie was gebouwd. 

    Het huidige internet – een volwassen ecosysteem waartoe iedereen toegang heeft en waarop je gemakkelijk zelf iets kunt publiceren – maakt daar korte metten mee. Toen de menigte op 6 januari het Capitool bestormde, draaide de rechtvaardigingsmachine op volle toeren en leverde ze in realtime ontkenningen op aanvraag aan iedereen die daar behoefte aan had. Jake Angeli, de ‘sjamaan van QAnon’, was een van de eerste doelwitten. Rechtse accounts die berichten plaatsten over de opstand beweerden dat dit geen echte ‘Stop the Steal’-ers waren, omdat Angeli er niet zo uitzag. ‘Dit is GEEN Trump-aanhanger… Dit is een in scène gezette #Antifa-aanval’, schreef voorganger Mark Burns in een tweet die Angeli in de Senaatskamer toonde – die vervolgens geliket werd door Eric Trump. Ander ‘bewijs’ volgde. Mensen deelden een foto van Angeli bij een Black Lives Matter-protest waar het QAnon-bord dat hij vasthield handig was weggeknipt. Mensen speculeerden dat hij een acteur was; anderen vatten zijn tatoeages op als een teken dat hij deel uitmaakte van een pedofiele elitekring en daarom, in hun logica, een Democraat was.

    De echte organisator, zo stelden ze, was de deep state, bijgestaan door extreemlinkse groeperingen

    Angeli als bewijs dat deze mensen niet MAGA waren, was slechts een van de vele voorbeelden van verdraaiingen. Binnen een paar uur speculeerden MAGA-influencers dat een van de demonstranten een tatoeage had van een hamer en sikkel; hét bewijs van linkse denkbeelden. Op tv beweerde een presentator van Fox News dat Trump-aanhangers geen donkere helmen dragen of zwarte rugzakken gebruiken, zodat de menigte niet trumpistisch kon zijn. Vrij snel ontstond het verhaal dat de aanval een valstrik was en dat de media erbij betrokken waren. Complotdenkers haalden de tijdstempel van een liveblog van NPR die de opstand van tevoren leek aan te kondigen aan als bewijs dat het allemaal vooraf gepland was door de ‘deep state’. Ze verzuimden op te merken dat het verhaal, zoals vele andere, in de loop van de dag was bijgewerkt en van nieuwe koppen voorzien, terwijl de tijdstempel van het oorspronkelijke bericht behouden bleef. De beroemde beelden van een agent van de Capitoolpolitie die op heldhaftige wijze de menigte wegleidt van de deur naar de Senaat was in de MAGA-wereld het bewijs dat Trump-aanhangers het Capitool in werden gelokt door de politie. Zo moesten ook de beelden van agenten die door relschoppers werden overweldigd en hen voorbij de barricades lieten gaan bewijzen dat de opstand in scène was gezet. De echte organisator, zo stelden ze, was de deep state, bijgestaan door extreemlinkse groeperingen.

    De haast waarmee bewijsmateriaal werd verzameld, leidde een tijdje tot een verwarrend dubbel verhaal van rechts. In het ene verhaal verliepen de rellen vreedzaam – de Trump-aanhangers in het Capitool waren nagenoeg gewoon toeristen. Het andere verhaal benadrukte het geweld en suggereerde dat er vernielingen waren aangericht door antifascisten. Uiteindelijk smolten de duellerende verhalen samen tot een completer verhaal: vreedzame Trump-aanhangers waren naar het Capitool gelokt door gewelddadige antifa-leden, bijgestaan door ordehandhavers die voor de deep state werkten.

    De bedoeling van deze onjuiste informatie was niet om degenen die geen Trump-aanhangers waren op andere gedachten over de opstand te brengen. Het doel was om elke cognitieve dissonantie weg te nemen die kijkers van deze couppoging mochten hebben ervaren en om de overtuigingen te versterken die de MAGA-volgelingen al hadden. En dat is de onthutsende erfenis van 6 januari. Terwijl de rechtvaardigingsmachine draaide, werd de rel het zoveelste bewijs van het schokkende geweld van radicaal links of de nooit eindigende kruistocht van de deep state tegen Trump. Op 7 januari overtrof het aantal zoekopdrachten op Google naar antifa en BLM (die geen rol hadden gespeeld in de gebeurtenis) het aantal zoekopdrachten naar Proud Boys (die wel een rol hadden gespeeld). In de maanden en jaren na de couppoging probeerde de rechtvaardigingsmachine miljoenen Amerikanen ervan te weerhouden de realiteit van die dag onder ogen te zien. Een opiniepeiling van The Washington Post uit december 2023 wees uit dat 25 procent van de respondenten geloofde dat het ‘zeker’ of ‘waarschijnlijk’ waar was dat FBI-agenten de aanval op het Capitool hadden georganiseerd en aangemoedigd. 26 procent twijfelde.

    Bewijs op aanvraag

    Complottheorieën zijn een diep ingebakken menselijk fenomeen en 6 januari is slechts een van de vele cruciale momenten in de Amerikaanse geschiedenis waarbij mensen zich lieten meeslepen door paranoïde ideeën. Maar er is een duidelijk verschil tussen deze opstand, waarbij mensen bergen bewijs kregen voorgeschoteld over een gebeurtenis die zich in realtime afspeelde op sociale media, en bijvoorbeeld de moord op John F. Kennedy, toen het internet nog niet bestond, mensen speculeerden over de gebeurtenis en relatief weinig informatie hadden om zich op te baseren. Of denk aan de aanslagen van 9/11: sommigen omarmden complottheorieën die vergelijkbaar waren met de theorieën die achter de false flag-verhalen over 6 januari zaten. Maar de verspreiding van deze complottheorieën werd niet in de hand gewerkt door de hoge snelheid waarmee nieuws op sociale media verspreid wordt, maar door de langzamere verspreiding van vroege online streamingsites, prikborden, e-mail en torrents. Er waren geen gecentraliseerde feeds voor mensen om verhalen te creëren en uit te putten.

    De rechtvaardigingsmachine, met andere woorden, heeft dit instinct niet gecreëerd, maar heeft het proces van het uitwissen van cognitieve dissonantie wel veel efficiënter gemaakt. Ons huidige, gefragmenteerde mediaecosysteem werkt veel sneller en met minder strubbelingen dan eerdere versies en biedt consumenten bewijs op aanvraag dat beter op maat gemaakt is dan zelfs de meest krankzinnige kabelnieuwsuitzendingen kunnen bieden. En de effecten reiken verder dan alleen complotdenkers. Zo hadden anti-Trump-influencers en liberaal georiënteerde kabelnieuwszenders het tijdens het afgelopen verkiezingsseizoen vaak over de stroom van Trump-aanhangers die zijn bijeenkomsten vroegtijdig verlieten, waarmee ze suggereerden dat de steun voor Trump tanende was. Dit was niet waar, maar zulke video’s hielpen het Democratische publiek om in een wereld te blijven waarin Trump impopulair was en gedoemd om te verliezen.

    Als je tijd doorbrengt op sociale media kom je er al snel achter dat er vraag is naar dit soort inhoud. De eerste uren na een catastrofale nieuwsgebeurtenis werden ooit gebruikt om de dingen op een rijtje te zetten: wat is er precies gebeurd? Wie zat erachter? Wat was de omvang? Nu is elke gebeurtenis meteen koren op de machine. Na een massale schietpartij gaan partizanen op zoek naar bewijs om te suggereren dat de dader MAGA is, of een radicaal linkse politicus, of een ontevreden trans jongere. Vorige week, in de uren nadat een massamoordenaar met een auto op burgers inreed op Bourbon Street in New Orleans, kwam Trump aanzetten met leugens en speculaties over de verdachte door te suggereren dat hij een migrant was. Later kwam er informatie binnen waaruit bleek dat de bestuurder een Amerikaans staatsburger en legerveteraan was. De tragedie en de chaos van de onmiddellijke nasleep werden aangegrepen om het grensbeleid van de Democraten aan te vallen.

    Deze reflex draagt bij aan een culturele en politieke verrotting. Een cultuur waarin elke gebeurtenis – elk menselijk succes of elke tragedie – wordt aangegrepen als bewijs om politieke punten te scoren, is een nihilistische cultuur. Het is een cultuur waarin je nooit van mening hoeft te veranderen of zelfs maar geconfronteerd wordt met ongemakkelijke informatie. Nieuwscycli zijn korter en de grootste verhalen in de wereld – zoals de moordaanslag op Trump afgelopen zomer in Pennsylvania – doen het kortstondig goed in het publieke bewustzijn, om daarna weer te verdwijnen. De rechtvaardigingsmachine gedijt op het moordende tempo van onze informatieomgeving; de machine wordt aangedreven door de constante komst van meer nieuws, meer bewijs. Het is niet nodig om dingen te reorganiseren en opnieuw te beoordelen. Het resultaat is dat we vastzitten, het gevoel hebben gevangen te zitten in een eeuwige tegenwoordige tijd.

    Alleen hysterische Democraten, geobsedeerd door het neerhalen van Trump, bleven erover doorzeuren

    Deze stagnatie is nu wat 6 januari ons heeft nagelaten. Toen de Republikeinen eenmaal hun visie op de opstand hadden herschreven – in het beste geval als iets wat niet gebeurd is en in het slechtste geval als een voorbeeld van inmenging van de deep state – deden ze alle pogingen om hen ter verantwoording te roepen af als ‘Trump derangement syndrome’. Republikeinen in de Senaat blokkeerden aanvankelijke pogingen om een tweepartijdige commissie over 6 januari op te richten; de toenmalige minority leader Mitch McConnell noemde het een ‘puur politieke onderneming’ die ‘geen cruciale nieuwe feiten aan het licht zou brengen of genezing zou bevorderen’. Tijdens de hoorzittingen van het Congres over de couppoging negeerde Fox News grotendeels de gang van zaken. De nu gekozen president Trump dringt aan op een FBI-onderzoek naar voormalig afgevaardigde Liz Cheney vanwege haar betrokkenheid bij de commissie. Haar bevindingen, die werden gepubliceerd in een gedetailleerd rapport, werden onmiddellijk in diskrediet gebracht door de Republikeinen, die het oneerlijk, politiek gemotiveerd en onderdeel van een heksenjacht noemden. Volgens de cynische logica van de Republikeinen waren de gebeurtenissen van 6 januari overdreven, maar behoorden ze ook tot het verre verleden. Alleen hysterische Democraten, geobsedeerd door het neerhalen van Trump, bleven erover doorzeuren.

    Het was terecht dat de Democraten – en de twee Republikeinen in de commissie – mensen ter verantwoording wilden roepen vanwege 6 januari, maar het bleek buitengewoon moeilijk om dat te doen in een informatieomgeving die voortdurend blijft steken in wat op dat moment speelt. Trump en het MAGA-mediacomplex gebruikten de opstand om de Democraten af te schilderen als een partij van scheldkoppen die geobsedeerd zijn door het verleden en maar doordrammen over democratie. Het werk van de commissie was zorgvuldig en methodisch, tegenovergesteld aan de hectiek en snelheid die kenmerkend zijn voor de rechtvaardigingsmotor. Op een moment van anti-institutionele gevoelens werd het waarheidsvindingproces van het congres door sommigen als academisch, traag en zelfs elitair ervaren. Veel mensen negeerden het proces. Ondertussen leek het werk van het rechtse ecosysteem om de commissie te ondermijnen voor zijn volgelingen vaak meer geïmproviseerd, authentieker en uiteindelijk overtuigender.

    Toen de Democratische Partij ervoor koos om de verkiezingen van 2024 te laten gaan over Trump, zijn bedreiging van de rechtsstaat en de ‘strijd om de ziel van deze natie’, zoals president Biden het ooit verwoordde, deed ze dat in de veronderstelling dat de onuitwisbare beelden van 6 januari bijna vier jaar later hun weerklank hadden behouden. Die veronderstelling klopte, over het algemeen, niet. Als mensen worden geconfronteerd met informatie die hun wereldbeeld op zijn kop kan zetten, kunnen ze nu zoeken naar bevestiging in de vorm van feeds met complottheorieën of video’s zonder context. Ze kunnen AI en hun favoriete influencers vragen om hun te vertellen waarom ze gelijk hebben. Ze kunnen feeds op maat samenstellen en toekijken hoe algoritmes leveren wat ze zoeken. En ze worden overspoeld met data.

    Het gezoem van de rechtvaardigingsmachine is geruststellend. Het zorgt ervoor dat de wereld minder onvoorspelbaar, meer kenbaar lijkt. Te midden van al dat lawaai ontwaar je die woorden die ieder zo graag hoort: ‘Je hebt al die tijd gelijk gehad.’ 

  • Desinformatie als wapen. ‘Woede maakt ons kwetsbaar voor manipulatie’

    Desinformatie als wapen. ‘Woede maakt ons kwetsbaar voor manipulatie’

    Hoewel rechtse desinformatienetwerken bekender zijn, bestaan er aan de andere kant van het politieke spectrum vergelijkbare misleidende structuren, vaak met hetzelfde doel: invloed uitoefenen op de publieke opinie en politieke processen.

    Het Syrië van Bashar al-Assad is geen vriendelijke plek voor journalisten. Sinds het begin van de opstand in 2011 heeft het regime weinig visa afgegeven. Toen de Amerikaanse journalist Marie Colvin en de Franse fotojournalist Rémi Ochlik in 2012 zonder toestemming Syrië binnenkwamen, waren ze een doelwit en werden vermoord. Maar in 2021 kreeg een Canadese podcaster op ongebruikelijke wijze toegang tot het door het regime gecontroleerde Syrië. Toen hij voor de ruïnes van Jarmuk stond – een Palestijns vluchtelingenkamp dat van 2013 tot 2018 door het regime werd belegerd, geblokkeerd en gebombardeerd – moffelde hij Assads verantwoordelijkheid voor de vernietiging van het kamp weg en deed hij, met een staaltje adembenemend cynisme, een oproep om de sancties tegen zijn regime op te heffen.

    Voordat hij zich erop toelegde moordenaars van Palestijnen van blaam te zuiveren, was Aaron Maté, de podcaster in kwestie, een pro-Palestijnse activist. Hij werkte ooit voor onafhankelijke mediaorganisaties zoals Democracy Now! en The Real News Network, maar toen zijn carrière in het slop raakte, werd ze er door nieuwe weldoeners uit getrokken. Hij werd naar voren geschoven door de Russische delegatie bij de Verenigde Naties toen die iemand nodig had om de feiten over de chemische aanval van Assad op Douma in april 2018 te verdoezelen. Een cache van e-mails die de Commissie voor Internationale Gerechtigheid en Verantwoording in handen kreeg, onthulde ook dat hij door het Russische propaganda-apparaat werd gezien als een nuttig kanaal voor het plaatsen van lekken: een medewerker van de Russische mediaorganisatie Ruptly vertrouwde twee van Matés Britse bondgenoten – de controversiële academici Paul McKeigue en Piers Robinson – toe dat hij persoonlijke informatie had verzameld over de getuigen en overlevenden van het bloedbad in Douma, die hij van plan was naar Maté te lekken, zodat die ze kon verspreiden. Dit zou de individuen in levensgevaar hebben gebracht, aangezien het regime meedogenloos alle informatie over haar verantwoordelijkheid voor de aanval liet verdwijnen.

    Na een pelgrimstocht naar Moskou in december 2015 keerde hij terug als een nieuwe man met nieuwe standpunten

    Maté trad slechts in de voetsporen van zijn Amerikaanse kameraad Max Blumenthal, die zelf een Paulusbekering had ondergaan. In 2012 was Blumenthal fel gekant tegen het Syrische regime en nam hij ontslag bij de Libanese krant Al-Akhbar vanwege de pro-Assad-houding ervan. Maar toen rond de tijd van de zogenaamde Arabische Lente de contrarevolutie werd ingezet, maakte Blumenthal een ommezwaai. Na een pelgrimstocht naar Moskou in december 2015 keerde hij terug als een nieuwe man met nieuwe standpunten – en een nieuwe website: The Grayzone. Russische media hielpen hem zich beter te profileren en Blumenthal trouwde zelfs met een producer voor RT, het door de staat gefinancierde tv-station dat voorheen Russia Today heette. Op dat moment stond Rusland voor een ramp op het gebied van public relations omdat de Syrische vrijwillige reddingswerkers en medici, bekend als de Witte Helmen, die Rusland systematisch op de korrel nam, genomineerd waren voor de Nobelprijs voor de Vrede. Een documentaire over hun heldendaden was in de race voor een Oscar. En toen kwam Blumenthal om de zaken te vertroebelen. Hij verzon een verhaal uit bestaande samenzweringstheorieën (de pro-Assad-activist Vanessa Beeley beweerde dat het merendeel daarvan van haar gestolen was), over de Witte Helmen en later ook over de medische professionals van de Syrian American Medical Society (SAMS). Blumenthal gebruikte islamofobe stijlfiguren die deden denken aan de propaganda van het Assad-regime en probeerde beide organisaties in verband te brengen met Al-Qaida. 

    Opmerkelijke wending

    Deze laster is weerlegd door zeven regeringen, waaronder de Verenigde Staten. Blumenthal zou ook bij de VN verschijnen als gast van het Russische regime.

    Dit betekende een opmerkelijke wending voor Blumenthal. Tijdens een optreden in 2013 aan de Universiteit van Denver had hij geklaagd over het verlies van inkomsten vanwege zijn kritiek op het Syrische regime, waardoor hij naar eigen zeggen zijn huur niet meer kon betalen. Maar met zijn herziene waardering voor Assad en zijn beslissende stop in Rusland – waar hij hetzelfde gala bijwoonde als waar oud-generaal Michael Flynn en de eeuwige presidentskandidaat van de Green Party, Jill Stein, dineerden met president Vladimir Poetin – lijkt hij zijn dagen van gebrek achter zich te hebben gelaten. Blumenthal staat nu in openbare registers als de trotse eigenaar van een huis in Washington, D.C. Hij onthulde in 2023 dat zijn voormalige makker Ben Norton dankzij de inkomsten van The Grayzone zelfs onroerend goed in Nicaragua had kunnen kopen, waarna Norton hem bestempelde als ‘een labiele megalomaan zonder samenhangende principes’ en naar China verdween met wat volgens Blumenthal 70.000 dollar aan Grayzone-geld was.

    Op 11 september 2024 klaagden Amerikaanse federale aanklagers RT-medewerkers Kostjantyn Kalasjnikov en Jelena Afanasjeva aan wegens overtreding van de Foreign Agents Registration Act voor een beïnvloedingsoperatie waarbij 9,7 miljoen dollar werd doorgesluisd naar rechtse mediasterren Tim Pool, Dave Rubin, Benny Johnson en Lauren Southern. Volgens de federale aanklacht werd het geld via lege vennootschappen in Turkije, de Verenigde Arabische Emiraten en Mauritius doorgesluisd naar Tenet Media, een socialmediabedrijf dat in Tennessee geregistreerd staat op naam van het Canadese echtpaar Liam Donovan en Lauren Chen (de laatste een voormalige RT-medewerker). Tenet huurde de rechtse influencers in en verdeelde alleen al 8,7 miljoen dollar onder Pool, Rubin en Johnson (Rubin ontving 400.000 dollar per maand plus een tekenbonus van 100.000 dollar en Pool verdiende 100.000 dollar per video). De influencers moesten video’s produceren over een aantal van dezelfde onderwerpen die The Grayzone behandelt, zoals samenzweringstheorieën rond covid-19 en vaccins en een sympathieke kijk op de interventie van Rusland in Oekraïne.

    Als de website geen geld ontvangt van Rusland, zal dat zeker niet zijn vanwege zijn journalistieke onafhankelijkheid

    The Grayzone beweert dat het nieuwskanaal ‘geen financiering ontvangt van een overheid noch van een door de overheid gesteunde groep of persoon’ en dat het volledig afhankelijk is van de ‘steun van lezers zoals jij’. Maar als de website geen geld ontvangt van Rusland, zal dat zeker niet zijn vanwege zijn journalistieke onafhankelijkheid. Het personeel van The Grayzone is te gast geweest bij regimes van Caracas tot Managua en heeft massamisdaden witgewassen van Damascus tot Xinjiang. Ze hadden er geen moeite mee Russische narratieven te propageren op door Russische functionarissen georganiseerde forums. Blumenthal werd naar de VN-Veiligheidsraad gestuurd om te beweren dat Oekraïne de onverzettelijke partij was in de oorlog met Rusland, terwijl Maté een ander VN-forum bijwoonde om de met bewijzen gestaafde verantwoordelijkheid van het Syrische regime voor de chemische aanval op Douma in april 2018 te ontkennen. Hun relaties met Russische staatsvertegenwoordigers lijken hartelijk. De permanente vertegenwoordiger van Rusland bij de VN, Dmitri Poljanski, bedankte zowel Blumenthal als Maté persoonlijk voor hun respectievelijke getuigenissen bij de VN. Hij verspreidt Matés berichten vaak op Twitter en was te gast op de podcast van The Grayzone.

    In tegenstelling tot de wispelturige rechtse rakkers die het Kremlin probeerde in te zetten, biedt The Grayzone betrouwbaarheid. Na de verkiezingen van 2016, toen RT en het Russische staatsnieuwsagentschap en de radio-omroepdienst Sputnik steeds meer onder de loep werden genomen, weken verschillende van hun werknemers uit naar alternatieve media in de VS. Naast bedrijven als MintPress en BreakThrough News werd The Grayzone blijkbaar een geliefd toevluchtsoord. De werknemers en medewerkers, zoals Anya Parampil, Wyatt Reed, Mohamed Elmaazi, Jeremy Loffredo, Kit Klarenberg, Dan Cohen en Rania Khalek, zijn allemaal ooit in dienst geweest van de Russische overheid. De inhoud die ze produceren voor The Grayzone is niet te onderscheiden van de inhoud die ze produceerden voor RT of Sputnik. (Misschien is deze overlap de reden dat het Kremlin hen niet de investering waard vindt die Rubin, Pool en Johnson ten deel viel.)

    Steun

    Maar er is geen reden om de mogelijkheid van tafel te vegen dat The Grayzone in de lucht wordt gehouden dankzij de ‘steun van lezers zoals jij’. Er is inderdaad veel steun van lezers, zelfs als die niet zijn zoals jij of ik. Op een GoFundMe-pagina van The Grayzone staat bijvoorbeeld een donatie van 30.000 dollar van slechts één iemand: ‘George Waters’ (de officiële naam van Pink Floyd-bassist Roger Waters, die op latere leeftijd geïnteresseerd is geraakt in pro-Kremlin-complottheorieën). Als podcasts zoals Chapo Trap House miljoenen hebben binnengeharkt met reactionair gebrabbel, dan focust The Grayzone zich tenminste op belangrijkere zaken. Het is niet ondenkbaar dat er genoeg publiek is dat ervoor wil betalen.

    De afgelopen jaren hebben zowel de Amerikaanse regering als EU-functionarissen de dreiging van desinformatie benadrukt. Sinds 2016 is er een hele industrie ontstaan rond deze kwestie. Gepensioneerde spionnen, slimme academici en ondernemende journalisten doen allemaal mee. Ze richten zich bijna uitsluitend op de kant van het aanbod. Volg het geld, ontwar het web, ontmantel het bedrog, adviseren ze. 

    Als je kwaadwillende actoren in de gaten houdt en hun financiering afknijpt, kun je ze door middel van wetgeving ruïneren, zeggen ze.

    Normale mensen lopen net zoveel kans om in de desinformatievalstrik terecht te komen

    Maar er wordt weinig aandacht besteed aan de kant van de vraag. Dat er excentriekelingen zijn met een voorliefde voor samenzweringstheorieën of ideologen met oedipale ideeën die zich aangetrokken voelen tot tegendraadse verhalen is niet verrassend. Maar dat zijn marginale fenomenen. Normale mensen lopen net zoveel kans om in de desinformatievalstrik terecht te komen. Alleen de boosdoeners opsporen zal weinig helpen om het probleem te beteugelen zolang we niet begrijpen waarom mensen ten prooi vallen aan dergelijke verhalen.

    Na jaren gestaag te hebben ingeboet aan geloofwaardigheid vanwege hun schaamteloos propagandistische berichtgeving over Syrië, Oekraïne en covid-19, beleeft The Grayzone een soort opleving te midden van Israëls oorlog in Gaza. In 2016 waren de samenzweringstheorieën van The Grayzone die Assad steunden en zijn slachtoffers belasterden, voor honderden Palestijnse schrijvers en activisten aanleiding om een open brief te schrijven waarin ze dergelijke activiteiten aan de kaak stelden. Mainstream activistische groepen en podia mijden The Grayzone daarom. Maar ze worden nu weer toegelaten tot respectabele forums. Mensenrechtenactivisten in Groot-Brittannië waren verbijsterd toen ze onlangs vernamen dat Maté is uitgenodigd als spreker op een fondsenwervingsevenement voor de Palestijnse mensenrechtenorganisatie Al-Haq. Dit is des te ironischer gezien Matés vergoelijking van de moord op Palestijnen in Jarmuk en zijn kritiek op de geloofwaardigheid van Forensic Architecture, de in Londen gevestigde onderzoeksgroep die vaak samenwerkt met Al-Haq om Israëlische oorlogsmisdaden te onderzoeken (hij was boos dat Forensic Architecture Assad in verband had gebracht met de aanval op Douma). 

    Ook Blumenthal heeft zijn opwachting gemaakt op pro-Palestijnse forums, slechts een paar jaar nadat hij alom werd veroordeeld vanwege een sketch waarin hij de spot dreef met de Syrische slachtoffers van chemische aanvallen en om islamofobe laster tegen dezelfde heldhaftige gezondheidswerkers (in het bijzonder dr. Zaher Sahloul, de voorzitter van MedGlobal) die nu hun leven riskeren in Gaza, ondanks de systematische aanvallen van Israël op ziekenhuizen.

    Wanneer de berichtgeving wordt bepaald door politieke overwegingen, staat de waarheid in dienst van de macht. Nu de morele en epistemische basis instort, is alleen de macht nog scheidsrechter van de werkelijkheid. En om deze onbalans uit te wissen, wenden degenen die zich vervreemd en machteloos voelen zich tot elke bron waarvan ze denken dat die de scheefgroei zal helpen corrigeren.

    Moreel gevaar

    Deze relativering van de waarheid creëert een moreel gevaar. Het vermindert het vertrouwen in de media en wakkert het cynisme aan. De media zijn tegenwoordig diverser en vaak diepgaander dan twintig jaar geleden, en publicaties als The New York Times, The Washington Post en CNN produceren soms uitstekende journalistiek (zie bijvoorbeeld het uitmuntende werk van de visuele onderzoeksteams van deze instituten, de keiharde journalistiek van Clarissa Ward en de menselijke berichtgeving van Christiane Amanpour). Maar dat doet er weinig toe als de voorpagina’s en primetime worden gedomineerd door oppervlakkige, vertekende en sensationele verslaggeving en flauw commentaar. Wanneer een gebroken raam op een Amerikaanse universiteit meer aandacht krijgt dan de vernietiging van een hele familie in Gaza, haken velen af en gaan ze op zoek naar alternatieve bronnen. Een miljoen ‘desinformatie-experts’ zijn van weinig nut als één persconferentie van het Witte Huis al hun werk ongedaan kan maken. Rusland heeft miljoenen gespendeerd aan het kopen van invloed, maar de grootste troef die het ooit heeft gehad is Kirby, van wie elke uitspraak meer doet om de Amerikaanse geloofwaardigheid uit te hollen dan duizend betaalde influencers.

    Het cynisme dat hierdoor wordt gekweekt, ondermijnt het idee van universele mensenrechten. Wanneer mensenrechten selectief worden afgedwongen, worden ze gezien als een knuppel om ideologische tegenstanders mee te slaan. Met groot leedvermaak gaven China en Iran afgelopen voorjaar verklaringen uit waarin ze de VS opriepen zich gematigd op te stellen in hun gewelddadige optreden tegen studenten. Westerse verklaringen over mensenrechtenschendingen elders leiden nu alleen nog maar tot hoongelach.

    Onze terechte woede maakt ons kwetsbaar, waardoor cynici ons kunnen manipuleren

    Dit cynisme sijpelt overal doorheen. Mensen als Blumenthal, die de massamisdaden van autoritaire regimes witwasten, de spot dreven met de slachtoffers van massamoord en het zelfs opnamen voor de kwelgeesten van de Palestijnen in Jarmuk, worden nu uitgenodigd op mensenrechtenforums. Voor veel jonge activisten die wakker zijn geschud door Gaza, is de oorlog in Syrië verleden tijd. Maar als ze zich tot The Grayzone wenden voor informatie over Gaza, laten ze toe dat pro-Assad- en pro-Kremlinverhalen de activistenwereld binnensluipen. The Grayzone mag dan een ‘alternatief’ zijn voor de Amerikaanse mainstream media, wat betreft de oorlogen in Syrië en Oekraïne is het verbonden met de oorlogvoerende staten en fungeert het als spreekbuis voor hun verhalen. Hun wereldbeeld is net zo manicheïstisch als het wereldbeeld dat Palestijnen als onwaardige slachtoffers behandelt; behalve dan dat zíj de slachtoffers van antiwesterse daders als onwaardig beschouwen.

    Als we protesteren tegen het bedrog van de ene groep daders, kunnen we niet toestaan dat een andere groep ons openbare debat vergiftigt. Onze terechte woede maakt ons kwetsbaar, waardoor cynici ons kunnen manipuleren. Door ons scepticisme op te schorten en onze principes te laten varen, helpen we een leegte te creëren waarin zelfs het lijden van kinderen toelaatbaar wordt, afhankelijk van de context.

    The Grayzone is eerder een plaag dan een ingenieuze uitvinding om de waarheid te ondermijnen. Maar dit soort nieuwsbedrijven zullen altijd blijven bestaan zolang onze media zo gecompromitteerd zijn en onze debatten zo vervormd dat de grove tegendraadsheid van propagandisten op moedige waarheidsvinding lijkt. 

  • ‘Sociale media helpen niet om de wereld beter te begrijpen, laat staan een oorlog’

    ‘Sociale media helpen niet om de wereld beter te begrijpen, laat staan een oorlog’

    Nu de oorlog tussen Israël en Hamas escaleert, neemt de hoeveelheid desinformatie toe. De verspreiding van valse beweringen op sociale media maakt het moeilijk om feiten van fictie te onderscheiden. The Walrus sprak erover met mediadeskundige Taylor Owen.

    Onmiddellijk na de aanval van Hamas op Israël op 7 oktober j.l. en tijdens de daaropvolgende Israëlische bombardementen op Gaza, is op platforms zoals Facebook, X en YouTube een niet-aflatende stroom van verkeerde informatie verspreid, alsof de echte beelden die uit het conflictgebied komen nog niet gruwelijk genoeg zijn. De berichten en video’s die op sociale media circuleren variëren van wanstaltig (ontvoeringen en onthoofdingen) tot misleidend (beweringen over psy-ops [psychologische oorlogsvoering] door de Amerikaanse regering of van Oekraïense wapenleveranties aan Hamas). Eén video zou zelfs aantonen dat het Israëlische leger geënsceneerde videoclips van nepdoden maakt. (Het bleek te gaan om achter-de-schermenopnames van een korte film. Desondanks werd de video al miljoenen keren bekeken.)

    Hoe zijn deze platforms, die ooit van onschatbare waarde waren voor het volgen van wereldgebeurtenissen in realtime, zo’n puinhoop geworden? 

    Taylor Owen bezet de Beaverbrook-leerstoel in Media, Ethiek en Communicatie en is oprichter van het Centre for Media, Technology and Democracy aan McGill University in Montreal. We spreken hem over de bronnen van desinformatie, de veranderende rol van sociale media en hoe het verder moet met ons informatie-ecosysteem. 

    Het lijkt wel of er rond het conflict tussen Israël en Hamas een onbeperkte hoeveelheid content klaarstond om te worden verspreid zodra het zou escaleren. Hoe kan zoiets zo snel gebeuren? Hoeveel van deze informatie is georganiseerde propaganda en hoeveel ervan komt van mensen die gewoon iets willen posten?

    ‘Hoe konden mensen zo snel reageren op sociale media? Ik denk doordat we het normaal zijn gaan vinden om dat te doen. Als politieke actoren, maatschappelijke actoren, journalistieke actoren en burgers een decennium lang worden gestimuleerd om zich naar deze platforms te verplaatsen, dan is dat waar ze zich op richten als er iets gebeurt. Dat geldt voor het Israëlische leger, voor Hamas, voor nieuwsorganisaties en commentatoren die verkeer op hun YouTube-kanalen willen genereren. Iedereen zoekt de sociale media op, zodat een collectief gesprek kan worden gevoerd. 

    Het probleem is dat we dat grotendeels doen door de prikkels van het systeem zelf. Het ontwerp ervan bepaalt hoe wij ons engageren. En de gebeurtenissen rond Gaza maken heel duidelijk dat deze prikkels leiden tot onwenselijk gedrag. We zijn niet onze beste zelf als we deze online plekken opzoeken voor een collectief gesprek. Dat is een van de tragedies van wat we zelf hebben gebouwd. De tools die we gebruiken om ons over de wereld te informeren en over de wereld te praten, creëren echt perverse prikkels. 

    We kijken anders naar de wereld als onze kennis erover afkomstig is van berichten die ons boos maken’

    Het type en de toon van de inhoud die door deze ecosystemen worden aangemoedigd, hebben uiteindelijk effect op de mate waarin we ons gebeurtenissen aantrekken en hoe we denken over degenen aan de andere kant van een gebeurtenis. Als je mensen vraagt of ze vinden dat het gebruik van sociale media een beter begrip geeft van de wereld, is steeds vaker het antwoord dat ze er juist boos, ongedurig of onzeker van worden. Dat is vooral te zien op X, maar ook op YouTube: ga erheen in de nasleep van een gebeurtenis zoals de Hamas-aanslag en wat zie je? Mensen die tegenover elkaar staan en ruzie maken, extremen die boven komen drijven door het algoritmische systeem. Dat heeft uiteindelijk effect op het kennisgehalte van de samenleving. We kijken anders naar de wereld als onze kennis erover afkomstig is van berichten die ons boos maken.’

    Als ik dat hoor, denk ik: de lange geschiedenis op weg naar steeds snellere media heeft eindelijk het punt bereikt waarop ons verlangen naar onmiddellijke informatie ons vermogen om die betrouwbaar te kunnen produceren heeft overvleugeld. Valt dat überhaupt nog op te lossen als we onmiddellijke informatie verlangen?

    ‘Wanneer het systeem dat bepaalt wat we consumeren niet zorgt voor distributie van betrouwbare informatie, wordt het aanbod daarvan irrelevant. Met andere woorden, het maakt niet uit hoeveel journalistiek je in X pompt zolang het distributiemechanisme gebruikers alleen maar rotzooi voorschotelt. Er is natuurlijk ook een probleem aan de aanbodzijde, in die zin dat er op dit moment waarschijnlijk niet genoeg goede journalistiek wordt geproduceerd – om allerlei redenen waarover we het kunnen hebben: bedrijfsmodellen achter het nieuws, politisering van het nieuws, et cetera. Maar ik denk dat het er vooral om gaat dat distributiesystemen geen voorrang geven aan betrouwbare informatie boven andere inhoud. 

    X heeft zijn algoritmische prioriteiten radicaal veranderd. In plaats van vooral informatie te geven over gebeurtenissen die op dat moment plaatsvinden, wordt een heel specifiek type inhoud versterkt, evenals een specifiek type gebruiker – gebruikers die bijvoorbeeld hebben besloten een blauw vinkje te kopen. Dat is voor mij de kern van dit probleem: hoe deze systemen worden ontworpen, hoe we toezicht houden op deze systemen en hoe we besluiten de systemen te reguleren.

    Dan is er nog een aanvulling op het probleem aan de aanbodzijde, namelijk generatieve AI. Een groot deel van de content die we nu op sociale platforms tegenkomen wordt gemaakt door geautomatiseerde systemen die perfect zijn afgestemd op het ontwerp van het ecosysteem. Het resultaat is dat we steeds meer content zien die ons bezighoudt, boos maakt en inspeelt op onze vooroordelen, omdat dat exact is hoe die generatieve AI-tools die het grootste deel van deze content creëren, zijn afgesteld.’

    Het afgelopen jaar is er een versnelling geweest in de ontwikkeling van nieuwere, kleinere nichecommunities: of dat nu Bluesky of Mastodon is of een andere onlinegemeenschap die speciaal is ontworpen voor mensen waar je het niet mee eens bent. Het lijkt mij dat dit een nog sterkere echokamer creëert. Maakt de opkomst van deze kleinere gemeenschappen het informeren van het publiek niet juist moeilijker?

    ‘Ik denk dat de meeste van deze nichesites niet succesvol zijn gebleken doordat de netwerkeffecten van de grotere platformen zo groot zijn. Zelfs Threads, dat beschikt over de middelen en de schaal van Meta, heeft moeite om een nieuw netwerk te creëren. 

    Dat gezegd hebbende staat buiten kijf dat nichesites die zich richten op specifieke ideologische wereldbeelden polarisatie scheppen. Ik denk eigenlijk dat we het hier niet genoeg over hebben. Op sites als X vindt veel interactie plaats. Als iedereen daarop zit, is de kans groter dat je op de een of andere manier wordt blootgesteld aan een afwijkende mening. Terwijl als je op Rumble zit, het onwaarschijnlijk is dat je een progressieve kijk op de wereld krijgt voorgeschoteld. 

    Op het moment hebben we geen goede manier om de verschillende discoursen op deze verschillende platformen vast te leggen. We zijn daar wel mee bezig: kunnen we deze discoursen over verschillende platforms volgen in plaats van alleen binnen één platform? Ik heb sterk het vermoeden dat dit veel diepere polarisatie aan het licht zou brengen dan wanneer we slecht één enkel platform bekijken.’

    TikTok is voor velen een primaire nieuwsbron geworden. Zijn er bijzondere risico’s of voordelen aan dat platform?

    ‘Nadat de Europese Commissie in de nasleep van de aanslag in Israël waarschuwde dat techbedrijven moeten voldoen aan de Digital Services Act die net in werking is getreden, kondigde TikTok aan dat het meer dan 500.000 video’s had verwijderd en 8000 livestreams had afgesloten. Ze hebben hun naleving dus behoorlijk fors opgeschaald – in veel opzichten beter dan sommige andere platforms. Ik denk dat ze een meer reguliere speler gaan worden binnen het ecosysteem van de grote platforms. Dat is positief. 

    ‘In sommige opzichten bevinden we ons nu in de slechtste van alle mogelijkheden’

    Maar wat ingewikkeld is aan TikTok, is dat het overgrote deel van wat iedereen daar ziet hetzelfde is als wat ieder ander ziet. Er is een zeer beperkte hoeveelheid inhoud die daadwerkelijk door een groot aantal mensen wordt gezien. Dat betekent dat de algoritmes of, in veel gevallen, mensen bij TikTok, in grote mate kunnen bepalen hoe de wereld op hun platform wordt getoond. Je kunt je voorstellen dat dit op allerlei manieren wordt ingezet, positief en negatief. In die zin lijkt het platform veel meer op een filter van wat naar buiten wordt gebracht dan op een traditioneel sociaal netwerk dat gelijkwaardige toegang biedt tot een breder scala aan inhoud. Iedereen kan berichten plaatsen op TikTok, maar slechts heel weinig mensen worden gezien, en dat geeft het bedrijf een enorme macht bij het vormgeven van de verhaallijnen bij gebeurtenissen zoals deze.’

    Is er nog iets anders waar we het nog niet over hebben gehad waarvan u wel vindt dat we het moeten bespreken?

    ‘Het belangrijkste is, denk ik, dat deze tools overduidelijk niet langer geschikt zijn voor een van de kerncapaciteiten die we ze in het verleden hebben toegedicht, namelijk ons helpen beter te begrijpen wat er in de wereld gebeurt, terwijl de gebeurtenissen zich ontvouwen. Die taak hebben ze nooit perfect volbracht; de verschillende platforms deden het op verschillende manieren en met grote gebreken. Maar nu ontbreekt dat vermogen geheel. En dat betekent dat we zelfs al in een heel ander mediaecosysteem leven dan een jaar of twee geleden. 

    Tegelijkertijd leven we in een ecosysteem waarin minder nieuws wordt geproduceerd en waarin traditioneel nieuws – het alternatief voor dat sociale systeem – er slecht aan toe is. Dus in sommige opzichten bevinden we ons nu in de slechtste van alle mogelijkheden. We hebben niet zo’n robuust traditioneel mediaecosysteem als we ooit hadden, en het socialemediaecosysteem waarvan we hadden gehoopt dat dit het traditionele zou aanvullen, is in toenemende mate disfunctioneel en gewoon niet meer zo bruikbaar als het ooit was. Ik denk dat we daardoor behoorlijk traag zijn geworden als het gaat om het begrijpen van bepaalde gebeurtenissen.’

  • Yuval Noah Harari: ‘AI is in staat om intieme relaties met miljoenen mensen te kweken’

    Yuval Noah Harari: ‘AI is in staat om intieme relaties met miljoenen mensen te kweken’

    AI heeft het besturingssysteem van de menselijke beschaving gehackt, wat de loop van de menselijke geschiedenis zal veranderen, aldus historicus en denker Yuval Noah Harari. ‘Als ik een gesprek met iemand voer en niet weet of het een mens is of een AI, dan betekent dat het einde voor de democratie.’

    De angst voor kunstmatige intelligentie (AI) heeft de mensheid sinds het allereerste begin van het computertijdperk achtervolgd. Eerst richtte deze angst zich op machines die fysieke middelen gebruikten om mensen te doden, tot slaaf te maken of te vervangen. Maar de afgelopen paar jaar zijn er nieuwe AI-tools opgedoken die het overleven van de menselijke beschaving vanuit onverwachte hoek bedreigen. AI is inmiddels in staat om taal te manipuleren en te genereren, of het nu is met woorden, geluiden of beelden, en heeft daarmee het besturingssysteem van onze beschaving gehackt.

    Bijna de hele menselijke cultuur bestaat uit taal. Mensenrechten zitten bijvoorbeeld niet in ons DNA. Het zijn culturele artefacten, die we hebben gecreëerd door het vertellen van verhalen en het schrijven van wetten. Goden zijn geen fysieke realiteiten, maar culturele artefacten die we hebben gecreëerd door het verzinnen van mythen en het schrijven van heilige geschriften.

    Ook geld is een cultureel artefact. Bankbiljetten zijn gewoon kleurige stukjes papier, en momenteel bestaat meer dan negentig procent van het geld niet eens meer uit bankbiljetten, maar uit digitale informatie in computers. Geld ontleent zijn waarde aan de verhalen die bankiers, ministers van Financiën en cryptogoeroes ons erover vertellen. Sam Bankman-Fried, Elizabeth Holmes en Bernie Madoff waren niet zo goed in het creëren van werkelijke waarde, maar ze waren allemaal uiterst kundige verhalenvertellers.

    Wat zou er gebeuren als een niet-menselijke intelligentie beter wordt in verhalen vertellen, melodieën componeren, tekeningen maken en wetten en heilige geschriften schrijven dan de gemiddelde menselijke intelligentie? Wanneer mensen het over ChatGPT en andere nieuwe AI-tools hebben, denken ze vaak aan scholieren die AI gebruiken om hun opstellen te schrijven. Wat zal er met het schoolsysteem gebeuren als kinderen dat doen? Maar dit soort vragen gaat voorbij aan het algehele beeld. Vergeet opstellen. Denk aan de volgende Amerikaanse presidentsverkiezingen in 2024, en probeer je de impact van AI-tools voor te stellen waarmee op massale schaal politieke content, nepnieuws en heilige geschriften voor nieuwe cultussen kunnen worden gecreëerd.

    Alwetend orakel

    De afgelopen jaren heeft de QAnon-cultus zich uitgeleefd in anonieme onlineberichten, de zogenaamde ‘q-drops’. Volgers verzamelden, vereerden en interpreteerden deze q-drops als een heilige tekst. Hoewel voor zover wij weten alle eerdere q-drops door mensen werden opgesteld, en bots alleen maar hielpen om ze te verspreiden, zouden we in de toekomst de eerste cultussen in de geschiedenis kunnen zien waarvan de heilige teksten door een niet-menselijke intelligentie zijn geschreven. Religies hebben de hele geschiedenis lang beweerd dat hun heilige boeken van een niet-menselijke bron afkomstig waren. Dat zou spoedig de werkelijkheid kunnen worden.

    Op een prozaïscher niveau zouden we weldra langdurige onlinediscussies over abortus, klimaatverandering of de Russische invasie in Oekraïne kunnen voeren met entiteiten die we aanzien voor mensen, maar die in werkelijkheid AI zijn. Addertje onder het gras is dat al onze pogingen om een AI-bot op andere gedachten te brengen volstrekt zinloos zullen zijn, terwijl de AI haar boodschappen zo loepzuiver kan afstemmen dat de kans groot is dat we ons erdoor laten beïnvloeden.

    Dankzij haar taalbeheersing zou AI zelfs intieme relaties met mensen kunnen aangaan en de kracht van de intimiteit kunnen gebruiken om onze meningen en ons wereldbeeld te veranderen. Hoewel er geen enkele aanwijzing is dat AI over een eigen geweten of eigen gevoelens beschikt, hoeft ze alleen maar een emotionele band met mensen te kweken om op intieme voet met ze te geraken. In juni 2022 beweerde Blake Lemoine, een softwareontwikkelaar van Google, publiekelijk dat de AI-chatbot Lamda, waaraan hij werkte, gevoelens had ontwikkeld. Deze controversiële bewering kostte hem zijn baan. Het interessantst aan het voorval was niet Lemoines bewering, die vermoedelijk onwaar was, maar zijn bereidheid om zijn lucratieve baan op het spel te zetten ten behoeve van de AI-chatbot. Als AI mensen zo ver kan krijgen dat ze hun baan op het spel zetten, waar kan ze hen dan nog meer toe verleiden?

    In een politiek gevecht om het hoofd en hart van mensen te winnen, is intimiteit het meest efficiënte wapen, en AI is inmiddels in staat om intieme relaties met miljoenen mensen te kweken. We weten allemaal dat de strijd om de aandacht van mensen het afgelopen decennium in toenemende mate in de sociale media is gevoerd. Met de nieuwe generatie AI-tools wordt deze strijd van aandacht naar intimiteit verlegd. Wat gebeurt er met de menselijke samenleving en de menselijke psychologie wanneer AI in het strijdperk treedt tegen AI om intieme neprelaties met ons te kweken, die vervolgens kunnen worden gebruikt om ons ervan te overtuigen dat we op bepaalde politici moeten stemmen of bepaalde producten moeten kopen?

    Mensen zouden één enkele AI-adviseur als een alwetend orakel op ieder gebied kunnen gaan gebruiken

    Zelfs zonder het kweken van ‘nepintimiteit’ zouden de nieuwe AI-tools al een immense invloed hebben op onze meningen en ons wereldbeeld. Mensen zouden één enkele AI-adviseur als een alwetend orakel op ieder gebied kunnen gaan gebruiken. Geen wonder dat Google doodsbang is. Waarom zou ik nog op zoek gaan als ik het gewoon aan het orakel kan vragen? De nieuws- en reclame-industrie zou ook doodsbang moeten zijn. Waarom nog een krant lezen als ik gewoon aan het orakel kan vragen me het laatst nieuws te vertellen? En wat hebben advertenties voor zin als ik gewoon aan het orakel kan vragen wat ik moet kopen?

    En zelfs deze scenario’s weten het totaalbeeld niet echt te schetsen. We hebben het hier over het mogelijke einde van de menselijke geschiedenis. Niet het einde van alle geschiedenis, alleen van het door mensen gedomineerde deel daarvan. Geschiedenis is de interactie tussen biologie en cultuur; tussen enerzijds onze biologische behoefte aan dingen als eten en seks en anderzijds onze culturele scheppingen als religies en wetten. Geschiedenis is het proces waarmee wetten en religies eten en seks vormgeven. 

    Wat zal er met de loop van de geschiedenis gebeuren als AI de cultuur overneemt en verhalen, melodieën, wetten en religies gaat creëren? Eerdere hulpmiddelen als de drukpers en de radio hielpen de culturele ideeën van mensen te verspreiden, maar ze hebben nooit uit zichzelf nieuwe culturele ideeën gecreëerd. Met AI is het wezenlijk anders gesteld. AI kan geheel nieuwe ideeën creëren, een geheel nieuwe cultuur.

    De komende decennia zouden we weleens in de dromen van een buitenaardse intelligentie verzeild kunnen raken

    Aanvankelijk zal AI vermoedelijk de menselijke prototypes imiteren waarop ze in haar kinderjaren heeft geoefend. Maar met elk jaar dat verstrijkt zal de AI-cultuur onversaagd meer terreinen gaan verkennen waar nog geen mens ooit is geweest. Al duizenden jaren lang leven mensen in de dromen van andere mensen. De komende decennia zouden we weleens in de dromen van een buitenaardse intelligentie verzeild kunnen raken.

    De angst voor AI achtervolgt de mensheid pas de afgelopen decennia. Maar duizenden jaren lang is de mens achtervolgd door een veel grotere angst. We hebben altijd oog gehad voor de manier waarop verhalen en beelden onze geest kunnen manipuleren en illusies kunnen scheppen. Bijgevolg is de mens al sinds onheuglijke tijden bang in een wereld van illusies verstrikt te raken.

    Illusies

    In de zeventiende eeuw vreesde René Descartes dat een boze geest hem misschien in een wereld van illusies verstrikte en alles schiep wat hij zag en hoorde. In het oude Griekenland schreef Plato zijn beroemde ‘Allegorie van de Grot’, waarin een groep mensen zijn leven lang geketend in een grot zit, met uitzicht op een blinde muur. Een scherm. Op dat scherm zien ze diverse schaduwen geprojecteerd. De gevangenen zien de illusies die ze daar waarnemen voor de werkelijkheid aan.

    In het oude India verkondigden boeddhistische en hindoeïstische sages dat alle mensen verstrikt waren in de Maya, de wereld van illusies. Wat we normaliter voor de werkelijkheid aanzien zijn vaak slechts verzinsels van onze eigen geest. Vanwege hun geloof in deze of gene illusie kunnen mensen hele oorlogen voeren, anderen doden en bereid zijn ook zelf gedood te worden.

    De AI-revolutie confronteert ons met de boze geest van Descartes, met de grot van Plato, met de Maya. Als we niet oppassen, kunnen we verstrikt raken achter een gordijn van illusies, dat we niet kunnen wegrukken en waarvan we de aanwezigheid misschien niet eens vermoeden.

    De vraag die momenteel voorligt is hoe we ervoor kunnen zorgen dat de nieuwe AI-tools voor goede doelen worden aangewend en niet voor slechte

    Natuurlijk kan de nieuwe macht van AI ook voor goede doelen worden aangewend. Daar zal ik verder niet over uitweiden, want dat doen de ontwikkelaars ervan zelf al genoeg. Het is de taak van historici en filosofen zoals ik om op de gevaren te wijzen. Maar AI kan ons zeker ook op talloze manieren helpen, van het ontdekken van nieuwe middelen tegen kanker tot het vinden van oplossingen voor de ecologische crisis. De vraag die momenteel voorligt is hoe we ervoor kunnen zorgen dat de nieuwe AI-tools voor goede doelen worden aangewend en niet voor slechte. Daarvoor moeten we eerst begrijpen waar deze tools werkelijk toe in staat zijn.

    Sinds 1945 weten we dat kerntechnologie goedkope energie kan genereren ten bate van mensen, maar ook de menselijke beschaving fysiek te gronde kan richten. We hebben de hele internationale orde opnieuw vorm gegeven om de mensheid te beschermen en ervoor te zorgen dat kerntechnologie voornamelijk ten goede zou worden aangewend. Nu krijgen we te maken met een nieuw massavernietigingswapen dat de ondergang kan betekenen voor onze geestelijke en maatschappelijke wereld.

    We kunnen de nieuwe AI-tools nog steeds aan een systeem van regels onderwerpen, maar dan moeten we wel snel zijn. Waar kernwapens niet in staat zijn krachtiger kernwapens uit te vinden, is AI in staat tot het ontwikkelen van AI die exponentieel krachtiger is. De eerste cruciale stap is het eisen van rigoureuze veiligheidscontroles voordat krachtige AI-tools tot het publieke domein worden toegelaten. Zoals een farmaceutisch bedrijf geen nieuwe medicijnen mag vrijgeven voordat de bijwerkingen op zowel de korte als de lange termijn zijn getest, zouden techbedrijven geen nieuwe AI-tools moeten mogen vrijgeven voordat die gegarandeerd veilig zijn. Er zou een soort keuringsdienst van waren voor nieuwe technologie moeten komen, en wel gisteren.

    Zal het vertragen van de inzet van AI voor openbare doeleinden er niet toe leiden dat democratieën achter gaan lopen op gewetenloze autoritaire regimes? Integendeel. Het ongereguleerd inzetten van AI zou sociale chaos veroorzaken, wat voordelig zou zijn voor autocraten en funest voor democratieën. Democratie is een vorm van gesprek, en voor gesprekken is taal nodig. Wanneer AI de taal hackt, kan het ook ons vermogen vernietigen om zinvolle gesprekken te voeren, en daarmee de democratie.

    De eerste regulering die ik zou willen voorstellen is de verplichting voor AI om te melden dat ze een AI is

    We hebben net kennisgemaakt met een buitenaardse intelligentie, hier op aarde. Veel weten we er nog niet van, behalve dat ze onze beschaving te gronde kan richten. We moeten een halt toeroepen aan het onverantwoordelijk inzetten van AI-tools in de openbare ruimte, en AI reguleren voordat ze ons reguleert. En de eerste regulering die ik zou willen voorstellen is de verplichting voor AI om te melden dat ze een AI is. Als ik een gesprek met iemand voer en niet weet of het een mens is of een AI, dan betekent dat het einde voor de democratie.

    Deze tekst is gegenereerd door een mens.

    Toch?

    Lees ook:

  • Indonesië: nieuwe wet verbiedt online beledigen van de president

    Indonesië: nieuwe wet verbiedt online beledigen van de president

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: boete voor vliegen met vuurwapens verhoogd in 2023

    » Tunesische vakbond waarschuwt president na lage opkomst verkiezingen

    Toenemende censuur in Indonesië

    Vorige maand nam het parlement van Indonesië een wet aan die veel kritiek oogst omdat daarmee onder meer seks voor het huwelijk en samenwonen buiten het huwelijk strafbaar worden. Minder aandacht kreeg het feit dat diezelfde wet, die bekendstaat als KUHP, ook de greep van de regering op online-uitingen sterk vergroot, schrijft Rest of World. Dat betreft berichtgeving door traditionele media, maar ook uitingen van particulieren op sociale media. De wet beperkt een breed scala aan uitingen, uiteenlopend van het verspreiden van nepnieuws en marxistisch-leninistische ideologieën tot het beledigen van de president. Techbedrijven kunnen worden gedwongen om inhoud te verwijderen die de Indonesische regering onwelgevallig is.

    AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten

    Hoofdstuk 241 van de KUHP is bijvoorbeeld gericht tegen critici van de regering en betreft ‘verspreiding van vernederingen van de regering of staatsinstellingen’. Hoofdstuk 218 richt zich op degenen die ‘de eer en waardigheid’ van de president of vicepresident aantasten, behalve als dat gebeurt in ‘het algemeen belang of uit zelfverdediging’. Gebruikte termen als ‘vernedering’, ‘kritiek’ en ‘nepnieuws’ zijn uiterst vaag en rekbaar, is de klacht van onder meer Damar Juniarto, van het Southeast Asia Freedom of Expression Network (SAFEnet). Dat stelt de regering in staat dergelijke termen naar believen te interpreteren. De zinsnede ‘elke vorm van informatietechnologie’ betekent dat de wet kan worden toegepast op alle vormen van kritiek op sociale media. ‘Iedereen kan gecriminaliseerd worden,’ aldus Juniarto. AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten. 

    De nieuwe wet volgt op de eerdere zogenoemde PSE-verordening die digitale platforms verplicht zich in Indonesië te registreren, waarna de platforms zijn gehouden om alle inhoud te verwijderen die de regering ‘onwettig’ acht – een brede term die van toepassing kan zijn op van alles, variërend van pornografie tot grappen over de president. 

    Lees ook:

  • Agent in Spanje veroordeeld voor verspreiden nepnieuws

    Agent in Spanje veroordeeld voor verspreiden nepnieuws

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hoogste bedrag ooit gewonnen bij loterij

    » Voormalig FIFA-president noemt WK in Qatar een vergissing

    De man had nepnieuws over geweld door een migrant verspreid

    Een politieagent in Spanje is veroordeeld tot vijftien maanden celstraf vanwege het plaatsen van een video met nepnieuws over een migrant, schrijft El País. De man moet daarnaast een boete van ruim 1600 euro betalen. Of de man zijn baan kwijtraakt, is nog niet bekend.

    In 2019 plaatste de agent een filmpje op sociale media waarin een man te zien was die een vrouw mishandelde tot ze bewusteloos op de grond lag. Hij schreef erbij dat de man de vrouw ook had verkracht. Volgens hem ging het om een minderjarige illegale migrant uit Marokko, die door de staat ‘gesponsord’ zou worden.

    In werkelijkheid ging het echter om een filmpje van een mishandeling uit China. Volgens de rechter wilde de man met zijn daad alle migranten in Spanje in slecht daglicht plaatsen. Het is voor het eerst dat iemand in Spanje veroordeeld wordt voor het verspreiden van nepnieuws.

    Lees ook:

  • Turkije voert gevangenisstraffen in voor ‘desinformatie’

    Turkije voert gevangenisstraffen in voor ‘desinformatie’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rechtszaak Capitool: extremistische groepen blijven democratie VS bedreigen

    » Zweden: centrum-rechts bereikt coalitieakkoord met steun van extreemrechts

    Raad van Europa spreekt zorgen uit over wet

    Het Turkse parlement heeft donderdag een door president Recep Tayyip Erdogan voorgestelde wet goedgekeurd die het mogelijk maakt journalisten en gebruikers van sociale media tot drie jaar op te sluiten voor het verspreiden van ‘desinformatie’. Ook moeten sociale netwerken en internetsites persoonlijke gegevens van gebruikers verstrekken, bericht Deutsche Welle.

    Volgens de Raad van Europa kunnen de vage definitie van ‘desinformatie’ en de bijbehorende dreiging met gevangenisstraf een ‘afschrikkend effect en meer zelfcensuur tot gevolg hebben, niet in de laatste plaats met het oog op de komende verkiezingen in juni 2023’. Uit peilingen blijkt dat de steun voor Erdogan en zijn AKP sinds de laatste stemming is afgenomen, aldus DW.

    Artikel 29 van de wet gaf de meeste aanleiding tot bezorgdheid over de vrijheid van meningsuiting. Daarin staat dat wie online valse informatie over de veiligheid van Turkije verspreidt om ‘angst te zaaien en de openbare orde te verstoren’, een gevangenisstraf van één tot drie jaar kan krijgen.

    Lees ook:

  • TikTok speelt grote rol in het verspreiden van desinformatie over Oekraïne

    TikTok speelt grote rol in het verspreiden van desinformatie over Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brazilië: presidentskandidaat Lula spreekt zich uit voor abortus en doorbreekt taboe

    » Moet Nieuw-Zeeland katten vergiftigen om vogels te beschermen?

    ‘TikTok maakt een slechte beurt tijdens de oorlog’

    Door de oorlog in Oekraïne groeide TikTok razendsnel uit tot een van de belangrijkste bronnen van desinformatie, bericht The Japan Times. De krant sprak onder andere met Shayan Sardarizadeh, een BBC-journalist die gespecialiseerd is in het opsporen van desinformatie. Dagelijks werkt hij zich door een groot aantal TikTok-filmpjes heen, die een hallucinante mix van fake en echte informatie over de oorlog laten zien.

    ‘TikTok maakt een slechte beurt tijdens de oorlog’, zegt hij. ‘Ik heb nog geen ander platform gezien met zoveel nepinhoud.’ Het meest verontrustend zijn volgens hem de gefakete livestreams waarin gebruikers doen alsof ze ter plaatse zijn in Oekraïne. Ze gebruiken beelden uit eerdere conflicten of videogames en voegen zelfs neppe geweerschoten en explosies toe. Ze vragen ook nog eens geld om hun ‘verslaggeving’ te financieren.

    Tiktok heeft waarschijnlijk te weinig moderatoren die Oekraïens spreken

    Anastasija Zjirmont van Access Now, een belangengroepering die de digitale rechten van burgers beschermt, zegt dat er bij TikTok waarschijnlijk te weinig moderatoren werken die Oekraïens spreken, waardoor het voor TikTok lastiger is om valse informatie te onderscheiden.

    TikTok zegt dat het wel Russisch- en Oekraïenstaligen in huis heeft en dat het meer middelen heeft uitgetrokken voor de oorlogscontent, maar geeft daarover geen details.

    ‘De manier waarop je informatie op TikTok consumeert, namelijk vliegensvlug van de ene video naar de andere scrollen, betekent dat de kijker geen context meekrijgt’, zegt Chine Labbe van NewsGuard, dat online nepinformatie opspoort.

    TikTok erkent het probleem. In een blogpost op 4 maart laat het platform weten: ‘Wij gebruiken een combinatie van technologie en mankracht om ons platform te beschermen.’ Ook zegt het samen te werken met onafhankelijke factcheckers om meer context aan te bieden.

    De geïnterviewde experts benadrukken tegenover The Japan Times dat valse informatie welig tiert in alle sociale media, maar dat TikTok tot nu toe achterloopt op Facebook, Instagram of Twitter om desinformatie tegen te gaan.

    Lees ook:

  • Braziliaans kiestribunaal start onderzoek naar Bolsonaro | 6,5 miljard verlies voor Activision

    Braziliaans kiestribunaal start onderzoek naar Bolsonaro | 6,5 miljard verlies voor Activision

    Braziliaans kiestribunaal opent onderzoek naar Bolsonaro

    Het Braziliaanse kiestribunaal heeft maandag besloten een onderzoek in te stellen naar president Jair Bolsonaro vanwege zijn ongefundeerde aanvallen op de legitimiteit van het elektronische stemsysteem, dat sinds 1996 wordt gebruikt. Het dagblad Folha de São Paulo sprak van ‘de meest energieke actie’ tegen de extreemrechtse leider ‘sinds hij de verkiezingen van 2022 in twijfel begon te trekken’.

    Het kiestribunaal stemde er ook mee in het hoogste federale gerechtshof te vragen een onderzoek in te stellen naar het staatshoofd wegens het verspreiden van nepnieuws over de verkiezingen tijdens een live-uitzending op Facebook op 29 juli.

    Lees ook:


    6,5 miljard dollar

    Aandelen van game-uitgever Activision Blizzard daalden afgelopen week met 9 procent vanwege een rechtszaak die tegen het bedrijf is aangespannen voor ongelijke beloning van mannen en vrouwen, discriminatie op grond van geslacht en seksuele intimidatie. Sinds de rechtszaak vorige week vrijdag werd aangekondigd, verloor Activision Blizzard maar liefst 6,5 miljard dollar van zijn marktwaarde, schrijft Business Insider.


    Wielrennen voor vrouwen in Afghanistan

    Halverwege juni stonden zo’n 50 vrouwen aan de start voor de Ronde van Bamiyan, ondanks dat er een zwaar taboe rust op het vrouwenfietsen in Afghanistan, schrijft Al Araby. Officieel werd in 1986 een Afghaans wielerteam voor vrouwen opgericht, maar het werd eigenlijk pas een sport in het post-talibantijdperk.

    Veel vrouwen uit de nationale wielerploeg hadden als vluchteling leren fietsen in Iran en Pakistan

    De Amerikaanse Shannon Gilpin speelde daarbij een belangrijke rol. In 2009 was ze de eerste vrouw die mountainbikend door Afghanistan trok. Ze ontdekte dat een kleine groep vrouwen een eigen nationale wielerploeg had gevormd, met een slechte uitrusting maar met groot enthousiasme. Veel van die vrouwen hadden als vluchteling leren fietsen in Iran en Pakistan. Gilpins liefdadigheidsinstelling Mountain2Mountain zorgde voor beter materieel en betaalde het team om deel te kunnen nemen aan internationale toernooien.

    Nu de Taliban sinds het vertrek van de Amerikanen claimen dat ze 85 procent van het land in handen hebben en berichten over strenge beperkingen voor vrouwen weer aanzwellen, is het de vraag of het Afghaanse vrouwenfietsen nog toekomst heeft.

    Lees ook:

  • Facebook blokkeert nieuws in Australië | Schildpadden in Texas verlamd door kou

    Facebook blokkeert nieuws in Australië | Schildpadden in Texas verlamd door kou

    Facebook blokkeert nieuwsartikelen in Australië

    Eerder berichtten we al over Googles dreigement om Australië te verlaten, vanwege een wetsvoorstel van de regering dat eist dat nieuwsuitgevers voor hun inhoud worden betaald. Sindsdien, meldt Sydney Morning Herald, sloot het bedrijf miljoenencontracten met grote Australische uitgevers.

    Zo niet Facebook. Als reactie op het voorstel verhindert het bedrijf persgroepen en gebruikers om nieuwsartikelen op het sociale netwerk in het land te delen of te bekijken. De Australische regering noemt de blokkade ‘autoritair’, de Sydney Morning Herald ‘onthutsend’.  

    De officiële reactie van Facebook luidt als volgt:

    ‘We staan ​​voor een onaangename keuze: proberen te voldoen aan een wet die de realiteit van de relatie [tussen het netwerk en de uitgevers] negeert, of stoppen met het toestaan ​​van nieuwsinhoud op onze diensten in Australië. Met een bezwaard hart kiezen we voor de tweede optie.’

    Fakebook

    Afgezien van de afname van het verkeer naar hun sites die de maatregel tot gevolg zal hebben, maken veel Australische media, zoals The Australian Financial Review, zich zorgen over het verdwijnen van betrouwbare informatie op het netwerk. De krant is van mening dat ‘Facebook de Australische waarheid opoffert (…) om te voorkomen dat er een duur wereldwijd precedent wordt geschapen’.

    Volgens een rapport van de Universiteit van Canberra over digitaal nieuws in 2020 gebruikt 39 procent van de Australiërs Facebook om het nieuws te raadplegen en 49 procent om informatie over de covid-19-epidemie te verkrijgen. 

    ‘Terwijl Australië zich voorbereidt op de lancering van het belangrijkste vaccinatieprogramma van ons leven, zullen de antivaxers, die zoals we hebben gezien verkeerde informatie op Facebook verspreiden, niet langer worden weersproken door een persbericht van lokale gezagsdragers’, aldus Financial Review.

    Met al dit nepnieuws, waarschuwt ook The Australian, ‘wordt Facebook “Fakebook”’ en zorgt Mark Zuckerberg ervoor dat zijn ‘Australische gebruikers machteloos staan ​​tegenover gevaarlijk nepnieuws’. 

    Lees ook ons bericht van 22 januari:


    ‘Vrijheid voor Pablo Hasél. Weg met Franco’s rechtssysteem’

    Meer dan veertig mensen zijn gearresteerd na gewelddadige protesten in Madrid, Barcelona en Granada tegen de opsluiting van Pablo Hasél, meldde El Mundo woensdag (17 februari). In de Spaanse hoofdstad verzamelden honderden mensen zich ’s middags bij Puerta del Sol om de rapper te steunen, na zijn veroordeling tot negen maanden gevangenisstraf vanwege tweets waarin hij de politie en de monarchie aanvalt. De ‘ongeoorloofde maar vreedzame’ demonstratie ontmondde tegen de avond in ‘een veldslag’.

    In Barcelona verzamelden honderden mensen zich voor de tweede dag op rij, wat uitliep op ‘het verbranden van containers en het opzetten van barricades’.

    El País sprak met enkele demonstranten. Jorge Gómez, 24, licht toe: ‘Er is een gebrek aan vrijheid van meningsuiting, alleen omdat Hasél vanzelfsprekende dingen heeft gezegd.’ [Hasél noemde voormalig koning Juan Carlos I een maffiabaas.] Gómez noemt de wetten die de rapper hebben veroordeeld ‘middeleeuws’. Julia Castro, 22, voert aan dat: ‘veel reggaetonliedjes denigrerende boodschappen over vrouwen bevatten en toch door miljoenen mensen worden gehoord, terwijl slechts een minderheid naar Hasél luistert.’

    De kreet die het meest is gehoord op het centrale plein van Madrid is ‘Nazi’s overdag en politie ’s nachts’ en ‘Hier zijn de antifascisten’. Op spandoeken staat de slogan ‘Ontvoerd door de staat, iedereen op straat! Laten we zijn vrijheid heroveren!’ en ‘Vrijheid voor Pablo Hasél. Weg met Franco’s rechtssysteem’. Volgens het Spaanse dagblad begonnen de bijeenkomsten in feestelijke sfeer, met liedjes waarin de vrijlating van de Catalaanse rapper wordt geëist.

    Ook Amnesty International veroordeelt de opsluiting van de rapper.


    In het VK worden vrijwilligers ingeënt met het coronavirus

    De Britse regering heeft besloten een experiment te financieren dat van plan is om ongeveer negentig vrijwilligers te ‘infecteren’ met covid-19 om informatie te verzamelen over de reactie van het immuunsysteem. De ethische instantie voor klinische proeven heeft groen licht gegeven voor het experiment. Over een paar weken zullen gezonde mensen tussen de 18 en 30 jaar door middel van druppels in de neus met het virus worden besmet.

    Deze wereldprimeur roept enkele vragen op. Zoals: wat is een gepaste beloning als je ermee instemt te worden geïnjecteerd met een virus dat wereldwijd al 2,4 miljoen mensen heeft gedood? Het antwoord is volgens The Times 4000 pond (4600 euro).  In het project is in totaal 33 miljoen pond geïnvesteerd.

    Op middellange termijn hopen de onderzoekers de tests te kunnen voortzetten om nog ambitieuzere doelen te bereiken, legt professor Peter Openshaw van Imperial College London uit in The Guardian. ‘Deze onderzoeken zijn uniek en kunnen ons in staat stellen om sneller vooruitgang te boeken, niet alleen bij het begrijpen van de ziekte, maar ook bij het vinden van geschikte behandelingen en vaccins’, aldus de wetenschapper. Deze hulp zou meer dan welkom zijn in een tijd waarin de verspreiding van nieuwe varianten de internationale wetenschappelijke gemeenschap zorgen baart.

    Balans

    Het wetenschappelijke Nature stelde al aan het begin van de pandemie de vraag of dergelijke ‘tests op mensen’ acceptabel zouden zijn. De media bevestigden vervolgens dat het noodzakelijk was ‘een redelijk evenwicht te vinden tussen de risico’s die deze mensen lopen en het belang dat deze inspanning vormt voor de gemeenschap. De onderzoeken brengen risico’s met zich mee, maar nemen ze ook weg.’


    Zeeschildpadden worden in Texas gered van de kou

    In Texas is een congrescentrum ingericht om de ‘laatste slachtoffers van het strenge winterweer op te vangen’, schrijft NBC News. Het gaat om duizenden door de kou verdoofde zeeschildpadden, die op het strand zijn aangespoeld.

    De verdoving houdt in dat de schildpadden hun flippers niet meer kunnen bewegen en vanzelf komen bovendrijven. Ze weten dat ze moeten bewegen om te kunnen overleven, maar zijn niet in staat om hun lichaam daartoe aan te zetten, legt een medewerker van het centrum uit in een filmpje op CNN. Als gevolg daarvan worden ze levenloos.

    Bewoners, van wie sommigen zelf geen warmte of basisvoorzieningen in hun eigen huis hebben vanwege het ongewoon koude weer, hebben de zeeschildpadden gered en naar het congrescentrum in een vakantieoord in het zuiden van Texas gebracht.

    ‘Zo ongeveer om de vijftien minuten komt er weer een pick-uptruck of SUV aanrijden’, zegt Ed Caum, uitvoerend directeur van de South Padre Island Convention and Visitors Bureau, geciteert door The Guardian.

    Hij vertelt dat mensen soms een of twee zeeschildpadden meebrengen, soms meer. ‘Gisteren kwamen er soms ook aanhangwagens vol met vijftig tot honderd stuks.’ Tot nu toe zijn er meer dan 3500 zeeschildpadden ‘verzameld’; Caum is terughoudend met de term gered, want ‘we weten dat we er enkele gaan verliezen’.

    Nu er opnieuw een koufront nadert, is niet bekend wanneer de zeeschildpadden weer het water in kunnen. De temperatuur in het gebied was op woensdagmiddag ongeveer 4 graden Celsius. De schildpadden kunnen pas teruggeplaatst worden in de Golf van Mexico als het kwik boven de 15 graden uitstijgt.

    Eerder beschreef The Guardian al hoe de winterstorm de ongelijkheid in toegang tot elektriciteit vergroot onder Texanen; hoewel de staat de meeste elektriciteit produceert in de VS, ‘bevonden miljoenen kansarme inwoners zich de afgelopen weken in kou en duisternis’.

  • In het land 
van de leugens

    In het land 
van de leugens

    Om zijn mislukkingen te verhullen heeft het Egyptische regime in de media nepberichten verspreid over wetenschappers die belangrijke ontdekkingen zouden hebben gedaan en prestigieuze internationale prijzen zouden hebben gekregen.

    In 2016, ten tijde van het overlijden van de Egyptische onderzoeker Ahmed Zewail, die in 1999 de Nobelprijs voor Scheikunde had gekregen, wisten de Egyptische media niets beters te bedenken dan het uitnodigen van een dertienjarige puber die werd voorgesteld als het ‘kleine genie van Egypte’. Deze Walid Abadi aarzelde niet de dood van de grote wetenschapper als volgt te becommentariëren: ‘Zewail is dood, maar de wetenschap leeft en zal niet sterven.’ Om er in alle bescheidenheid aan toe te voegen dat hijzelf de fakkel zou overnemen.

    Deze jongen is door de media op het schild gehesen als een hyperbegaafde uitvinder die hard op weg is een behandeling van kanker te ontdekken door middel van ultrasone trillingen, alsmede een manier om geheime raket-
codes te kraken. Hij is uitgenodigd in studio’s en heeft prijzen ontvangen. Het Egyptische parlement, de Universiteit van Damanhour in de Nijldelta en de technische militaire faculteit hebben hem geëerd vanwege zijn veronderstelde titel van ‘jongste professor ter wereld’, die hem verleend zou zijn in Italië. Terwijl er in Italië geen prijs, 
titel of concours in dit genre bestaat.

    Het gouvernement Al Buhayrah heeft hem ook geëerd vanwege zijn eerste plaats bij het wetenschappelijke 
Archimedesconcours, een van de belangrijkste in zijn soort, dat wordt gehouden in Rusland. Alleen heeft hij, noch enige andere Egyptenaar, aan dit concours deelgenomen. Hij is tientallen keren aan het woord gekomen op de tv-zenders van de publieke omroep, zonder dat iemand de moeite heeft genomen de geloofwaardigheid van zijn beweringen nader te onderzoeken.

    Fabels

    Op deze manier presenteren de Egyptische media hem al drie jaar lang door dik en dun als de rijzende ster van de Egyptische wetenschap, terwijl het enige talent waarvan Walid heeft blijk gegeven zijn welsprekendheid is – hij die tijdens zijn toespraken nooit zal vergeten eer te bewijzen aan het 
leger en de Egyptische machthebbers. De paradox is dat Egypte echte wetenschappers, grote intellectuelen en waardevolle kunstenaars heeft voortgebracht. En toch steken de media in Caïro de loftrompet over een jongeman wiens wetenschappelijke verrichtingen pure fabels zijn.

    Maar fabels en leugens lijken de wind mee te hebben onder het bewind van president Abdel Fattah Al-Sissi. Men herinnere zich de fameuze 22ste 
februari 2014, toen de woordvoerder van het leger de ontwikkeling van een apparaat bekendmaakte dat zowel aids als hepatitis C kon diagnosticeren en behandelen. Het octrooi was verleend uit naam van de leden van het comité van ingenieurs van de Egyptische strijdkrachten. Het was uiteraard van begin tot eind gelogen en eindigde in een pijnlijk schandaal voor het leger.

    Tevoren had het comité van de strijdkrachten een persconferentie georganiseerd waar een onbekende in generaalsuniform de werking van het apparaat uitlegde. Dit alles in aanwezigheid van de toenmalige interim-president, Adli Mansour, en zijn minister van Defensie, niemand anders dan… Abdel Fattah 
Al-Sissi. Het apparaat werd geacht alle virusziekten te behandelen die er op 
de wereld bestonden.

    Volgens twee bronnen bestond het apparaat uit een vrijwel lege doos met alleen maar een steen erin die was verbonden 
met twee kabels

    Dit toneelstukje wekte de lachlust van miljoenen toen de Egyptische komiek Bassem Youssef er de draak mee stak tijdens zijn satirische talkshow, die vervolgens werd verboden. Volgens twee bronnen bestond het apparaat uit een vrijwel lege doos met alleen maar een steen erin die was verbonden 
met twee kabels. Deze steen, aldus de verantwoordelijken, zou een gewijde steen uit Mekka zijn die ‘formidabele krachten bezat om allerlei kwalen te genezen’. De generaal werd gevraagd wat er moest gebeuren om de uitvinding wereldwijd te laten erkennen. 
Hij antwoordde dat de rest van de wereld zijn zorg niet was. Een voorbode van het schandaal dat zou volgen.

    Op 21 november 2017 volgde een 
nieuwe leugen, toen op de officiële Facebookpagina van de legerwoordvoerder bekend werd gemaakt dat 
een team van onderzoekers van de medische faculteit van de strijdkrachten met hun ontdekking van een behandeling van leverkanker middels DNA-manipulatie een eerste plaats en een gouden medaille in de wacht had gesleept tijdens het internationale synthetischebiologieconcours iGem 
in Boston.

    Tv-host Bassem Youssef krijgt nog wat make-up voor zijn satirische nieuwsprogramma Al Bernameg begint, een soort Egyptische variant op The Daily Show. – © Getty Images
    Tv-host Bassem Youssef krijgt nog wat make-up voor zijn satirische nieuwsprogramma Al Bernameg begint, een soort Egyptische variant op The Daily Show. – © Getty Images

    Alleen gooide de site van het concours roet in het eten door te verklaren dat het Egyptische team helemaal geen prijs in de wacht had gesleept. Het enige wat ze hadden ontvangen was het traditionele welkomstcadeau dat aan alle deelnemers werd uitgereikt.

    De ontdekking van hun leugens lijkt 
de medische faculteit van de militaire universiteit niet te deren. Ze hebben zelfs een vijf jaar durende medische opleiding aangekondigd voor een bedrag van 15.000 Egyptische pond voor burgers en 10.000 voor militairen [respectievelijk 750 en 500 euro]. Dit alles, zo werd verzekerd, met de officiële erkenning van Britse collega’s onder bescherming van de Britse Royal Society.

    Vervolgens wilde de bond van Egyptische artsen er meer van weten, met het oog op harmonisatie van de diploma’s. Het behoeft geen betoog dat er geen sprake is van zo’n akkoord tussen de militaire faculteit en de Royal Society, waarmee het om de zoveelste leugen gaat om aspirant-artsen geld uit de zak te kloppen.

    Auteur: Bassel Abdallah

    Daraj
    Libanon | nieuwssite | daraj.com

    Alternatieve nieuwssite die in 2017 is opgericht in Beiroet. De redactie bestaat uit journalisten uit Libanon en andere Arabische landen, die een alternatief willen bieden voor traditionele Arabische media. Met reportages en onderzoeksjournalistieke verhalen, veelal over minder courante onderwerpen als mensenrechten en homoseksualiteit.

  • ‘Niets op deze pagina is echt’

    ‘Niets op deze pagina is echt’

    Hoe een politiek satirische site de draak steekt met extremistische ideeën en maandelijks zes miljoen bezoekers trekt die denken dat ze waar zijn.

    Keuze uit het 360-archief

    Hoe makkelijk het is om miljoenen lezers je meest bizarre verzinsels te doen geloven, bewees Christopher Blair al in 2016 met zijn satirische Facebookpagina. Ondanks de disclaimer ‘Niets op deze pagina is waar’ bracht wat voor Blair als één grote grap begon, iets sinisters aan het licht waarmee we de afgelopen jaren maar al te vertrouwd zijn geraakt.

    North Waterboro, Maine. Het enige licht in het huis was de gloed van drie computerschermen. Christopher Blair (46) ging achter zijn toetsenbord zitten en begon te typen. Zijn vrouw was naar haar werk en zijn kinderen waren onderweg naar school, maar online wachtte zijn andere community, een virtuele, waar niets was wat het leek. Hij logde in op zijn website en verzon zijn eerste nieuwsbericht van die dag.

    ‘BREAKING’, schreef hij, met zijn wijsvingers de ene na de andere letter kiezend terwijl hij verschillende opties overwoog. Hij kon melden dat Hillary Clinton was overleden tijdens een geheime buitenlandse missie met als doel vluchtelingen Amerika binnen te smokkelen. Of hij kon president Trump de Nobelprijs voor de Vrede toekennen omdat hij het had aangedurfd de klimaatverandering te ontkennen. Op Blairs scherm verscheen een mailtje van een vriend die hem met zijn site hielp. ‘Wat voor debiels zullen we vandaag weer eens viral laten gaan?’ schreef hij. ‘Hoe extremer we worden, hoe meer mensen erin trappen’, antwoordde Blair.

    Bij wijze van grap was hij hier tijdens de verkiezingscampagne voor het presidentschap van 2016 mee begonnen: een politiek satirische site op Facebook waarop hij samen met andere linkse bloggers de draak stak met de extremistische ideeën die zich volgens hen onder ultrarechts verspreidden. In het tweejarige bestaan van zijn Facebookpagina, genaamd America’s Last Line of Defense, had Blair verhalen verzonnen over de invoering van de sharia in Californië, over Bill Clinton die een seriemoordenaar was gebleken, over illegale immigranten die Mount Rushmore hadden beschadigd en over Barack Obama, die op zijn negende, tijdens de Vietnamoorlog, een oproep voor militaire dienst had ontdoken.

    ‘Deel dit als ook jij woedend bent!’ stond er meestal boven zijn berichten, en duizenden mensen op Facebook hadden ze geliket en gedeeld, van wie de meesten niet doorhadden dat het om satire ging. Sterker nog: Blairs Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55.

    ‘Niets op deze pagina is waar’, luidt een van de veertien disclaimers op Blairs site, maar anno 2018 worden de verhalen die erop staan in Amerika werkelijkheid, versterken ze de vooroordelen van mensen, komen ze terecht op Macedonische en Russische sites met nepnieuws en bereiken ze maandelijks maar liefst zes miljoen bezoekers die denken dat ze waar zijn. Wat voor Blair als één grote grap begon, brengt iets sinisters aan het licht.

    ‘Hoe racistisch, bekrompen, aanstootgevend of “nep” we het ook maken, de mensen blijven maar terugkomen’, schreef hij een keer op zijn persoonlijke Facebookpagina. ‘Waar ligt de grens? Komt er ooit een punt waarop mensen beseffen dat ze alleen maar rotzooi voorgeschoteld krijgen en besluiten terug te keren naar de werkelijkheid?’

    Schreeuwende hoofdletters

    Blairs eigen werkelijkheid lag buiten, achter de gesloten gordijnen van zijn kantoor, een driekamerwoning in de bossen van Maine, waar de verharde weg overging in grind; niet zijn huis, maar een huurhuis. De afgelopen tien jaar was hij een keer of vijf, zes met zijn gezin verhuisd, het hele land door op zoek naar vast werk, terwijl hij intussen baantjes in de bouw en de horeca met elkaar afwisselde. Soms leefden ze noodgedwongen van voedselbonnen. Tijdens de economische crisis van 2008 was hij voor [fastfoodketen] Wendy’s gaan werken om de schuld op hun 
creditcard af te lossen.

    Ook begon Blair, die al zijn hele leven Democraat was, online zijn politieke gal te spuwen. Hij kreeg het aan de stok met onbekenden op een internetforum genaamd Brawl Hall [to brawl betekent ‘knokken’]. 
Soms deed hij zich op Facebook voor 
als iemand van de extreemrechtse Tea Party, om beheerder van een besloten groep te kunnen worden en hun site met linkse ideeën te bestoken alvorens hem op zwart te zetten.

    De afgelopen jaren had hij meer dan tien onlineprofielen aangemaakt. Soms deed hij zich op de bijbehorende foto’s voor als een aantrekkelijk blondine uit een zuidelijke staat of als een bandana dragende conservatief die luisterde naar de naam Flagg Eagleton. Zo verleidde hij mensen ertoe racistische of seksistische opmerkingen te maken, om hen vervolgens openlijk aan de schandpaal te nagelen. Blairs lange stukken waren bot en geestig tegelijk. Geleidelijk aan verwierf hij een linkse aanhang op het internet en werd hij fulltime politiek blogger. Nergens kon hij beter zeggen wat hij dacht en zich voordoen als wie hij maar wilde.

    ‘Wat voor debiels zullen we vandaag weer eens viral laten gaan?’

    Nu hing hij over zijn bureau, tussen een loopband en twee terraria, en browste langs conservatieve forums 
op Facebook, op zoek naar inspiratie voor zijn volgende bericht. Hij was 1 meter 98, woog bijna 150 kilo en typte elke dag duizenden woorden in schreeuwende hoofdletters. Hij zag 
een foto van Trump op een ceremonie in het Witte Huis. Achter de president stonden verschillende hoogwaardigheidsbekleders, onder wie een witte 
en een zwarte vrouw. Blair kopieerde de foto, zette een rode kring om de twee vrouwen en typte het eerste wat in hem opkwam.

    ‘President Trump reikte de verzoenende hand en nodigde Michelle Obama en Chelsea Clinton uit’, schreef Blair. ‘Ze bedankten hem door tijdens het volkslied hun middelvinger op te steken. Hoogverraad! Achter de tralies ermee!’ Blair hield op met typen en keek nog eens naar de foto. De witte vrouw was Chelsea Clinton helemaal niet, het was Hope Hicks, de voormalige communicatieadviseur van het Witte Huis.

    De zwarte vrouw was 
niet Michelle Obama, maar voormalig Trump-medewerker Omarosa Newman. Obama noch Clinton was voor de ceremonie uitgenodigd. 
Niemand had een middelvinger naar de president opgestoken. Het hele idee was volslagen belachelijk, en dat was precies het punt dat Blair wilde maken.

    ‘We leven in een idiocratie’, stond ergens in een lijstje op Blairs bureau, en hij voer er wel bij. In een goede maand leverden de advertenties op zijn site hem maar liefst 15.000 dollar op, en hij had een schare trouwe online fans. Honderden mensen bezochten America’s Last Line of Defense om 
conservatieven te vernederen die Blairs nepverhalen deelden omdat ze dachten dat ze echt waren. Op Blairs eigen Facebookpagina maakte hij in zijn 
contacten met linkse aanhangers de conservatieve lezers uit voor ‘schapen’, ‘boerenpummels’, ‘STrumperds’, ‘aardappelkoppen’ en ‘leeghoofden.’

    ‘Hoe kan een weldenkend mens al 
die flauwekul geloven?’ schreef hij. 
Hij drukte op ‘verzenden’ en keek toe terwijl zijn leugen zich begon te verspreiden.

    Shirley Chapian

    De zon was nog maar net op in Pahrump, Nevada, toen Shirley Chapian (76) op Facebook inlogde voor haar eerste potje Criminal Case van die ochtend. Een vriendin had haar op het Facebookspelletje met 65 miljoen spelers gewezen. Een uur lang was ze een detective uit de jaren dertig; ze verhoorde getuigen en probeerde feit van fictie te onderscheiden totdat ze zaak nr. 48 
uiteindelijk oploste en haar Facebook-newsfeed aanklikte. ‘Goedemorgen, Shirley! Fijn dat je er weer bent’, luidde het automatisch gegenereerde bericht bovenaan haar pagina.

    Ze legde haar vinger op de muis en begon naar beneden te scrollen. Het huis was leeg en stil, op het geklik van de muis na. 
Ze woonde in haar eentje en had soms dagenlang alleen hier contact, op Facebook. In haar newsfeed van die ochtend zaten ook foto’s en berichtjes van haar ongeveer driehonderd vrienden, maar de meeste posts kwamen van politieke groeperingen die Chapian volgde: ‘Patriotten voor vrije meningsuiting’, ‘Verbied de islam’, ‘Trump 2020’ en ‘Rebel Life’. Elke politieke pagina postte dagelijks verschillende berichten, 
waarvan vele onder het kopje ‘BREAKING NEWS’. Op haar computer lag Amerika permanent onder vuur.

    Links beperkte de vrije meningsuiting, immigranten bestormden de grens en brachten 
illegaal hun stem uit, politici smeedden plannen om iedereen zijn wapens af te pakken. ‘Je let even niet op of er gebeurt weer iets bezopens in dit land’, had Chapian een keer op haar Facebook-pagina geschreven. Vandaar dat ze had besloten altijd op te letten en soms uren achtereen scrolde en berichten deelde.

    ‘BREAKING: Democratische megadonor beschuldigd van seksueel misbruik!!!’
    ‘Heeft Michelle Obama echt iets met Bruce Springsteen?’
    ‘Boer uit Iowa beweert dat Bill Clinton seks had met koe op “cokefeestje”’

    Boven Chapians scherm hingen 
borduurwerkjes die ooit een groot deel van haar tijd hadden opgeslokt, kunststukjes waar ze honderden uren in had gestoken. Maar nu kon ze er het geduld niet meer voor opbrengen. Buiten lag een doodlopende weg met identiek 
beigebruine rotstuintjes rond dubbele, vaste stacaravans, dezelfde als de hare, de meeste met buren die ze nog nooit had ontmoet. Daarachter alleen maar cactussen, zo ver het oog reikte, en hitte.

    Shirley Chapian, 76. 
Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar op Facebook werd ze pas echt conservatief.  – Jabin Botsford / Getty
    Shirley Chapian, 76. 
Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar op Facebook werd ze pas echt conservatief. – Jabin Botsford / Getty

    Nadat haar moeder was overleden, 
had Chapian besloten te stoppen met werken en was ze naar Las Vegas 
verhuisd om bij een vriendin te gaan wonen. Toen Las Vegas te duur werd, vertelde een makelaar haar over 
Pahrump. Ze kocht een stacaravan met drie kamers voor nog geen 100.000 dollar en schilderde hem paars. Ze maakte een paar vrienden 
in het plaatselijke ouderencentrum en ging vaak uit eten in het Thaise restaurant in de stad. In 2009, een paar jaar nadat ze in Pahrump was komen wonen, kocht ze een nieuw computerscherm en werd lid van Facebook. Haar profielfoto was er een van haar kat. ‘Kom graag in contact met vrienden 
en gelijkgestemden’, had ze destijds geschreven.

    Meestal had ze op de Republikeinen gestemd, net als haar ouders, maar 
op Facebook werd ze pas echt conservatief. In de maanden nadat Obama was gekozen, begon ze hem te 
wantrouwen. Ze vond hem arrogant 
en onervaren, en op Facebook stuitte 
ze op een stortvloed aan informatie die haar ergste vermoedens bevestigde, zonder dat ze besefte dat een deel van al die berichten onwaar was. Obama was niet alleen links, las ze, hij was zelfs een socialist. Zijn politieke verdiensten waren niet alleen schamel, 
hij had ze uit zijn duim gezogen, net als zijn bul van de universiteit en wie weet zelfs zijn geboorteakte.

    Deelgenoot

    Chapian had jarenlang naar de grote tv-zenders gekeken, maar ze verbaasde zich voortdurend over de steeds grotere kloof tussen wat ze op internet las en wat ze op die zenders zag. ‘Wat houden ze nog meer voor ons achter?’ schreef ze een keer op Facebook. En als zij 
vond dat de media tekortschoten of bevooroordeeld waren, dan was het haar eigen verantwoordelijkheid om 
op zoek te gaan naar alternatieven.

    Ze abonneerde zich op zo’n tien conservatieve nieuwsbrieven en begon naar Alex Jones op InfoWars te kijken. De 
ene ultrarechtse Facebookgroep leidde haar met gerichte advertenties naar de andere, en voordat ze het wist volgde Chapian ruim 2500 conservatieve 
pagina’s, een ideologische echokamer die grossierde in scepsis. Klimaat-
verandering was nep. De media waren gecensureerd of voorgekookt. De 
politiek in Washington was in de greep van een ‘deep state’.

    Chapian geloofde niet alles wat ze online las, maar vertrouwde factcheckers en de verslaggeving van de media evenmin. Ze dacht weleens dat de harde feiten niet te achterhalen waren, dat de waarheid ergens in het midden lag. Het meest vertrouwde ze op haar vermogen kritisch te denken en de waarheid te onderscheiden, en haar eerste ingevingen vielen steeds vaker samen met die van de onlinecommunity, waar ze het grootste deel van haar tijd rondhing.

    Het aantal keren dat ze iets op Facebook likete of deelde nam elk jaar toe, en ze reageerde soms tot midden in de nacht op de tientallen berichten die dagelijks binnenkwamen. Ze had het idee dat ze deelgenoot werd gemaakt van allerlei duistere geheimen en dat het haar plicht was die te doorzien en te delen.

    ‘Hoe overduidelijk nep 
ook, ze klikken nog steeds op “like”’

    ‘Ik ben niet van de samenzwerings-theorieën, maar…’ schreef ze voordat 
ze een link deelde over een uit de 
lucht gegrepen verhaal waarin de Democratische geldschieter George Soros een fanatieke nazi was geweest en een overlevende van de schietpartij in Parkland een betaalde acteur bleek.

    Nu kwam er weer een bericht binnen, afkomstig van de Facebookpagina America’s Last Line of Defense, die Chapian al ruim een jaar volgde. Er stond een foto in van Trump op een ceremonie in het Witte Huis. Twee vrouwen op de achtergrond, een zwarte en een witte, waren omcirkeld.

    ‘President Trump reikte de verzoenende hand en nodigde Michelle Obama en Chelsea Clinton uit’, luidde het bericht. ‘Ze bedankten hem door tijdens het volkslied hun middelvinger op te steken. Hoogverraad! Achter de tralies ermee!’

    Chapian keek naar de foto. Het 
verbaasde haar niets. Natuurlijk had Trump Clinton en Obama op het Witte Huis uitgenodigd: een ruimhartige, vaderlandslievende daad. Natuurlijk hadden de Democraten – of ‘Demonrats’, zoals Chapian ze weleens noemde – zich slecht gedragen en 
geen respect voor Amerika getoond. Het was hetzelfde verhaal dat ze elke dag honderden keren op het scherm voorbij zag komen, en deze keer besloot ze te liken en een bericht achter te laten. ‘Ach, ze hadden toch al geen klasse’, schreef ze.

    Nu-heb-ik-je

    Blair had de afgelopen jaren duizenden van dit soort verhalen verzonnen, altijd met dezelfde stereotyperingen om dezelfde mensen uit de tent te lokken, maar hij kreeg er nooit genoeg van om een bericht te zien rondzingen: acht keer gedeeld in de eerste minuut, 
160 keer binnen een kwartier, meer dan duizend naar een uur.

    ‘En… we gaan viral!’ schreef hij in een bericht aan zijn aanhangers op zijn persoonlijke Facebookpagina. ‘Zo 
langzamerhand heb ik de absurditeit van de dingen die ik post niet meer in de hand. Hoe belachelijk ook, hoe overduidelijk nep ook, en hoe vaak je het ook tegen die leeghoofden zegt, ze klikken nog steeds op “like” en ze blijven die berichten maar delen.’ Honderden of misschien wel duizenden mensen in het hele land geloofden werkelijk dat Obama en Clinton hun middelvinger naar de president hadden opgestoken.

    ‘Walgelijk. Het ontbreekt die vrouwen totaal aan zelfrespect’, schreef een vrouw in Fort Washakie, Wyoming. 
‘Ze verdienen het om publiekelijk te schande te worden gemaakt’, zei een man in Gainesville, Florida. ‘Geen 
verrassing met zulk brutaal uitschot.’
    Blair had ze voor de gek gehouden. 
Nu kwam zijn favoriete deel, het ‘nu-heb-ik-je’, wanneer hij zijn slachtoffers liet zien dat het een grap was. ‘Oké, stomkoppen, wakker worden’, schreef hij op America’s Last Line of Defense, zijn eigen reactie prominent naast 
het oorspronkelijke bericht. ‘Dat zijn Omarosa en Hope Hicks, niet Michelle Obama en Chelsea Clinton. Ze zouden niet dood op de foto gevonden willen worden met dit stelletje pseudopatriottistische, nationalistische geteisem.’

    Behalve geld verdienen met zijn site, was dit wat hij wilde: in contact komen met mensen die onware, extremistische verhalen verspreidden en laten zien dat die nep waren. Als zulke mensen publiekelijk voor paal werden gezet, zouden ze misschien kritischer worden over wat ze online deelden. Blair had geen tijd om op ieder van zijn honderdduizenden conservatieve volgers te reageren, en daarom beschikte hij over een community met meer dan honderd geestverwanten die zijn pagina samen met hem onderhielden.

    Ze hielden de reacties in de gaten, zetten conservatieven in hun hemd, maakten hen belachelijk en verleidden hen ertoe racistische opmerkingen te maken zodat ze bij Facebook konden worden aangeven. Volgens Blair hadden ze honderden mensen van Facebook weten te weren en waren sommigen zelfs ontslagen of in functie teruggezet vanwege opruiend onlinegedrag.

    Ook had hij Facebook gedwongen 22 sites met nepnieuws te sluiten omdat ze zijn content hadden geplagieerd, waaronder veel Macedonische sites, die zijn verhalen overnamen zonder erbij te vermelden dat het satire betrof. Blair wist niet of hij ooit iemand op andere gedachten had gebracht. 
Hij had nóg meer disclaimers in koeienletters boven zijn berichten gezet en woorden opzettelijk verkeerd gespeld om te laten zien dat het allemaal maar flauwekul was, maar er bleven almaar meer reacties komen.

    Christopher Blair, 46. 
Zijn  Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55. – © Jabin Botsford / Getty
    Christopher Blair, 46. 
Zijn Facebookpagina was uitgegroeid tot een van de populairste onder Trump-aanhangers van boven de 55. – © Jabin Botsford / Getty

    Chapian las de reacties op haar bericht en vroeg zich af, zoals zo vaak wanneer ze werd aangevallen: wie zijn die mensen, waar hebben ze het over? Natuurlijk hadden Michelle Obama en Chelsea Clinton de president geschoffeerd. Het was waar, op grond van wat ze van hen wist. In plaats van rechtstreeks te reageren op America’s Last Line of Defense, schreef Chapian iets op haar eigen Facebookpagina.

    ‘Vervelende linkse lui’, typte ze, waarna ze weer terugkeerde naar haar eigen newsfeed. Een islamitische vrouw in een brandende boerka: like. Een politieman die met een stok op een gemaskerde antifascistische demonstrant inslaat: like. Een zorgelijke, pipse Hillary Clinton: like. Een legerhelikopter met machinegeweren onderweg naar de vluchtelingenkaravaan: like.

    Op een middag had ze uren zitten scrollen, toen ze buiten een geluid hoorde. Ze draaide zich om en keek naar buiten. Een buurman veegde de witte steentjes op zijn stoep terug de rotstuin in. De lucht was strak blauw. Een postbode deed zijn ronde in de verder lege straat. Geen tekenen van een dreigende sharia. De migranten-karavaan was nog steeds honderden kilometers ver van de grens met Mexico. Antifascistische demonstranten moesten Pahrump nog ontdekken.

    Chapian kneep haar ogen toe tegen het zonlicht, deed het rolgordijn omlaag en richtte zich weer op het scherm. Een foto van illegale immigranten, lachend in een stemhokje: like. Ze scrolde naar nog een bericht van America’s Last Line of Defense, niet bewust van de waarschuwingen dat het satire betrof. Een groepje kinderen op gebedskleedjes in een klas. ‘Leerlingen in Californië gedwongen tot sharia’, stond er. ‘Ze eten geen bacon meer. Twee roepen Allah al aan. Laat kinderen geen nepgoden aanbidden!!’

    Chapian deinsde terug van het scherm. ‘Nee, toch!’ zei ze. ‘Als mijn kind op zo’n school zat, zou ik het er meteen vanaf halen.’ Ze had op Facebook honderden verhalen gelezen over de dreiging van de sharia en dit bevestigde bijna alles wat ze geloofde. Het zag er echt genoeg uit. ‘Weten de mensen wel dat er zulke dingen in dit land gebeuren?’ schreef ze. Ze klikte het bericht aan, wat werd opgemerkt achter een computer in Maine, waar Blair alweer een verhaal viral zag gaan en zich afvroeg of zijn lezers de grap doorhadden.

  • ‘We beginnen de ernst van fake news pas een beetje te begrijpen’

    ‘We beginnen de ernst van fake news pas een beetje te begrijpen’

    Fake News is de schuld van het internet, de Russen en Donald Trump, toch? Zo simpel is het niet, zegt de Britse journalist Matthew d’Ancona, die er een boek over schreef. ‘De mondialisering heeft de aard van ons bestaan veranderd.’

    Er is momenteel zo veel te doen over fake news dat het wel een moeras lijkt. Hoe vinden we daarin onze weg?

    ‘Allereerst moet je, zoals altijd, de term definiëren. Voor mij betekent “fake news” het opzettelijk verspreiden van foutieve informatie voor politieke of commerciële doeleinden. Het slaat zeker niet op nieuws dat me niet bevalt of waarmee ik het niet eens ben, of analyses die me ergeren. Maar in een heel interessant voorbeeld van wat psychologen het “spiegeleffect” noemen heeft Trump de term vrijwel geannexeerd om de media aan te duiden die kritiek op hem hebben. En de mensen zijn de term “fake news” gaan gebruiken om media aan te duiden waarvan de artikelen hun niet bevallen of waarmee ze het niet eens zijn.

    Je kunt het ook “post-waarheid” noemen, de mantel die alles bedekt. De post-waarheid begint op het moment dat leugens niet belangrijk meer zijn of wanneer de consumenten van die leugens ermee onder één hoedje spelen, wanneer de emotionele weerklank van die beweringen belangrijker is dan hun feitelijke juistheid. Ik denk dat de term “post-waarheid” het afgelopen jaar zo veel succes heeft gehad vanwege twee specifieke en overweldigende gebeurtenissen, de Brexit en de verkiezing van Trump. Die hebben een zeer sterke emotionele weerklank gevonden, die belangrijker lijkt dan het steekspel van feitelijke beweringen.’

    Het is fascinerend om de resultaten te zien die je krijgt als je de term ‘fake news’ googelt. Of het nu om de gebeurtenissen in Myanmar gaat of om het Equifax-schandaal, het is bijna choquerend. Het is alsof zowel links als rechts zich ervan bedient om hun respectievelijke identiteit te bewaren. Zou het kunnen dat als je maar lang genoeg beweert dat iets fake news is, het vanzelf fake news wordt?

    ‘Tja, dat is me nogal een vraag. Het eerste wat we moeten benadrukken is dat het rampzalig zou zijn als we dit probleem aan de politiek overlieten en als politici de termen “fake news” en “post-waarheid” zouden gaan gebruiken om hun eigen programma erdoor te drukken. Daarvoor staat er veel te veel op het spel. Het is in een liberale maatschappij oneindig veel belangrijker de waarde en het primaat van de waarheid te beschermen dan te weten of we een linkse of rechtse regering hebben. Dat is fundamenteel. Daarom denk ik dat we een stapje terug moeten doen en ons moeten afvragen waarom de informationele ecosfeer veranderd is. Dat heeft niet echt te maken met rechts of links. Natuurlijk is er een groot debat gaande over de relatie tussen de opkomst van populistisch rechts en dit probleem, maar naar mijn mening zijn de oorzaken veel algemener. Er spelen talrijke factoren mee, maar ik denk dat er twee hoofdfactoren zijn.

    De eerste is dat we een afnemend vertrouwen zien in de bestaande instituties. Het eclatantste voorbeeld was de financiële crisis van 2008/2009, waardoor wereldwijd het vertrouwen verdween in de banken die sinds het einde van de Koude Oorlog de wereldorde hadden ondersteund. Die schokgolf is momenteel in de hele wereld voelbaar. Maar er bestaat in de media en elders een tendens om te denken dat, omdat het acht of negen jaar geleden is gebeurd, de crisis ten einde is en de recessie verleden tijd. Het wordt tijd voor iets anders. Maar het was zo’n ingrijpende gebeurtenis dat de gevolgen naar mijn mening nog altijd enorm zijn.

    We zien in de informatiewereld een radicaal linkse beweging opkomen die niet minder gevaarlijk is dan haar tegenstander

    De tweede factor is de digitale revolutie. In het begin, toen rond 2004 het zogeheten “Web 2.0” zijn intrede deed en steeds meer mensen supersnel internet kregen, werd gedacht dat de tweede fase van de internetrevolutie wereldwijd een verbindende factor zou vormen. En dat is natuurlijk ook gebeurd: de obstakels bij het verspreiden van informatie zijn weggenomen, mensen kunnen overal ter wereld met elkaar communiceren, we hebben een ongeëvenaarde toegang tot informatie. Maar deze revolutie heeft ook een tegengesteld effect gehad: ze heeft mensen in hokjes geduwd waarin iedereen dezelfde overtuigingen is toegedaan. Er treedt een soort balkaniseringseffect op. Mensen kruipen bijeen in sociale of ideologische bubbels. En essentieel daarbij is dat dit fenomeen niet te wijten is aan een onvolkomenheid in het web. In feite zijn de algoritmen van de sociale netwerken juist voor dat doel ontworpen: om ons altijd meer te geven van wat we willen, waarvan we houden, en ons in contact te brengen met mensen die we aardig vinden. Dat is een erg plat voorbeeld, maar uiterst belangrijk voor de manier waarop de geloofssystemen zich momenteel vermengen en groeien.’

    Een van de dingen die me fascineren in het fakenewsprobleem is dat de indruk wordt gewekt dat links de waarheid in pacht heeft – we moeten die waarheid absoluut terugveroveren, wij zijn er de bewakers van en als we haar laten ontsnappen zullen de rechtse en conservatieve krachten ermee doen wat ze willen.

    ‘Nou, om terug te echoën wat u zegt, ik denk dat rechts gelijk heeft wanneer het betoogt dat echokamers als Antifa en SJW (Social Justice Warriors) even venijnig zijn. Probeer bijvoorbeeld maar eens op de sociale media een zinnig gesprek te beginnen over transgenders en zie hoe je bestookt wordt met stompzinnige opmerkingen als: “Geen enkele mannelijke cisgender heeft het recht een mening te verkondigen over transgenderisme.” Dat is de keerzijde van de medaille: we zien in de informatiewereld een radicaal linkse beweging opkomen die niet minder gevaarlijk is dan haar tegenstander. Ik kan me moeiteloos een links populisme voorstellen dat de precieze tegenhanger is van het fenomeen-Trump.

    Ik zie heel goed dat sommige mensen ons proberen wijs te maken dat de progressieve elite het begrip waarheid weer in haar macht probeert te krijgen, maar het gaat om een veel groter fenomeen. De vraag is in feite de volgende: willen we doorgaan met een systeem van informatie-uitwisseling, diepgaande analyse en feitenonderzoek, of willen we ons in een onmetelijk emotioneel moeras storten waar we zullen worden gebombardeerd met digitale beweringen en waar we bijeen schuilen in defensieve bubbels waarin het democratisch discours geen enkele betekenis meer heeft? Dat laatste lijkt me nog veel angstaanjagender.

    Een van de dingen waar degenen die echt betrokken zijn bij dit fundamentele debat over de post-waarheid naar mijn mening voortdurend op moeten blijven hameren om het in het hoofd van de mensen te laten doordringen, is precies wat u betoogt: we kunnen niet simpelweg zeggen dat de progressieve elite iedereen de mond probeert te snoeren. We kunnen het fenomeen niet afdoen als een poging om de fabuleuze vrijheid en variëteit die het internet ons biedt te verstikken. Dat zou rampzalig zijn.

    Om te beginnen is er geen enkele kans dat zoiets gebeurt; daar is het veel te laat voor. Zelfs als je veronderstelt dat een progressieve elite daarop uit zou zijn, zou het haar niet lukken. En we zijn dat stadium in elk geval allang voorbij.

    De vraag die we ons nu moeten stellen, is de volgende: is het, in het licht van de technologische en institutionele werkelijkheid van dit moment, nog mogelijk de waarheid als het belangrijkste uitgangspunt te beschouwen?’

    © GaryDoak/HH
    © GaryDoak/HH

    Ik vind het fascinerend hoe sommige regeringen, zoals die van Rusland, hun voordeel doen met fake news. Zal dit fenomeen om zich heen grijpen, als dat al niet is gebeurd?

    ‘De precieze omvang van het fenomeen kennen we niet. Er spelen duidelijk twee belangrijke factoren mee: allereerst de uiterst geraffineerde strategieën waarmee Rusland informatie manipuleert, zowel langs menselijke als langs geautomatiseerde weg, maar ook het ontstaan van bedrijven die in staat zijn fenomenale hoeveelheden informatie aan de sociale netwerken te onttrekken, informatie die vervolgens verkocht wordt om tijdens verkiezingscampagnes te worden gebruikt. Je hoeft maar naar Cambridge Analytica te kijken, een bedrijf dat is gespecialiseerd in electoraatsprofielen en is opgericht door miljardair Robert Mercer, een goede vriend van Steve Bannon, om te zien wat voor rol zulke bedrijven hebben gespeeld bij het Brexit-referendum en bij de verkiezingen in Amerika en andere landen.

    We beginnen nu pas doordrongen te raken van de ernst van het probleem, van het feit dat er enorm veel universitair en journalistiek onderzoek nodig is en dat dat er snel moet komen omdat dit alles zich nu, op dit moment afspeelt. We moeten eerst de manier analyseren waarop het zich voltrekt, de omvang van het probleem bepalen en daarna een beetje gas terugnemen en bedenken hoe we dit fenomeen aan regels kunnen onderwerpen zonder inbreuk te maken op de vrijheid van meningsuiting. Dat wordt een bijzonder hachelijke onderneming, want het ergste resultaat zou een ministerie van Waarheid zijn. Dat zou nog erger zijn dan de huidige status quo. Het idee dat een overheidsinstantie voor ons zou gaan bepalen wat waar is en wat niet is precies het tegengestelde van wat een moderne democratische orde zou moeten zijn.

    Als het doemdenken en de morele afkeer ons tot overregulering zouden dwingen, zouden we met een ongelooflijk verkrampt systeem komen te zitten waarin alle energie van het web teniet zou worden gedaan door een paniekerige autoritaire reactie. We moeten tussen deze twee klippen door zien te manoeuvreren.’

    Dus het is allemaal de schuld van het web?

    ‘Nee, helemaal niet, want het web is alleen maar een doorgeefluik. De technologie heeft een dominante rol gespeeld, maar alleen omdat de aard van het menselijk bestaan is veranderd. We leven in een gemondialiseerd bestel en hoezeer de mensen zich daar ook tegen proberen te verzetten, onze grenzen worden steeds poreuzer. We vermengen ons als soort en worden economisch en cultureel steeds afhankelijker van elkaar. Natuurlijk, als je de internetkabels zou weghalen zou er geen Twitter of Facebook meer zijn waarmee informatie met de snelheid van het licht kan worden verspreid. Maar er is een bepaalde soort-zoekt-soorttendens: op momenten van extreme spanning en grote veranderingen zoeken mensen het gezelschap van anderen met dezelfde denkbeelden. Op die manier vinden ze andere uitdrukkingsvormen die misschien minder heftig zijn, maar die wel bestaan. Daarom wijs ik ouderwetse reacties op dit probleem af: ik denk dat het internet een positieve uitwerking heeft gehad en dat als het niet zou bestaan, er aan het eind van de Koude Oorlog wel iets overeenkomstigs zou zijn uitgevonden. Het ontstaan van een wereld die niet langer in de ban zou zijn van wederzijdse angst voor vernietiging zou in elk geval een enorme invloed hebben gehad op de manier waarop we ons gedragen als soort. En dat is ook gebeurd. Een van de gevolgen is dat alles ter discussie wordt gesteld, en dat is absoluut essentieel.

    We hebben een stadium bereikt waarin iedereen kan beweren dat hij de waarheid in pacht heeft – en dan niet alleen maar in het domein van de politiek. Ik denk dat de opkomst van pseudowetenschappen, het herleven van complottheorieën en het ontkennen van de holocaust en dergelijke daar allemaal verband mee houden. Die moet je als één geheel zien. Een van de dingen die ik in mijn boek duidelijk heb willen maken is dat mijn standpunt absoluut niet politiek gemotiveerd is, of in elk geval niet ingegeven door politieke hokjesdenkerij: het is een epistemologisch standpunt over de manier waarop we omgaan met kennis en informatie en waarop we de waarheid beoordelen. Dat heeft niets te maken met links of rechts.’

    Mensen zijn niet alleen sterker geneigd zich een op maat gemaakte identiteit aan te meten, maar menen ook recht te hebben op een op maat gemaakte waarheid

    Ik heb de indruk dat door het fenomeen van desinformatie het belang van het individu toeneemt. Vroeger had je alleen maar de staat en jijzelf, en tegen de staat kon je niets terugzeggen, terwijl we nu dankzij het internet en de technologie in staat zijn om ons uit te drukken, waarbij we niet alleen de waarheid verkondigen, maar om het even wat.

    ‘U legt de vinger op de zere plek. Ik ben het honderd procent met u eens. Toen ik in 1991 journalist werd, moest je over een eigen drukkerij of zender beschikken om je standpunt kenbaar te maken. De enigen die het systeem tartten waren piratenzenders en radioprogramma’s op cd. Maar tegenwoordig kan iedereen zijn standpunt bijna voor niets over het voetlicht brengen. Dat is een goede zaak als je in de vrijheid van de mens gelooft, maar het betekent ook dat mensen niet alleen sterker geneigd zijn zich een op maat gemaakte identiteit aan te meten, maar ook recht menen hebben op een op maat gemaakte waarheid. Dat is begrijpelijk, maar tegelijkertijd is het een sociale onmogelijkheid omdat de waarheid een verbindende kracht bezit. Het is uiteindelijk de erkenning van onveranderbare feiten die een samenleving mogelijk maakt. Als we allemaal solipsisten zouden zijn, zouden we niet kunnen functioneren. Nu begeven we ons op het terrein van de sciencefiction, maar als iedereen in “alternative facts” zou geloven, om de onsterfelijke formule van Trumps woordvoerder Kellyanne Conway te citeren, of in een volledig alternatief universum, zou iedere sociale interactie onmogelijk zijn.

    Dus u heeft gelijk, we hebben nu de mogelijkheid om een volstrekt persoonlijke werkelijkheid te creëren, en we moeten realistisch zijn over de gevolgen die dat kan hebben.’

    Dit gesprek doet denken aan beelden uit Mad Max. Bent u een aanhanger van de dystopie? Hoe zal het er volgens u over tien jaar uitzien?

    ‘Nee, ik ben niet dystopisch. Ik denk dat alles op zijn pootjes terechtkomt. Laten we zeggen dat ik dit boek heb willen schrijven om iedereen wakker te schudden, omdat ik me zorgen maakte over wat ik als de ernstigste weerslag van Brexit en Trump beschouwde. Volgens velen vormden die twee gebeurtenissen alleen maar een verstoring van de natuurlijke orde en zou die natuurlijke orde zich uiteindelijk weer herstellen, anders zouden we in uw woestenij van Mad Max belanden. Maar ik denk dat het zo helemaal niet werkt. Ik denk dat het in de geschiedenis vaak is voorgekomen dat mensen voor dezelfde extreme uitdagingen werden gesteld als wij nu, en dat je daarvoor niet moet terugdeinzen.

    Ik ben een optimist: we zullen spectaculaire veranderingen meemaken in de manier waarop we omgaan met de technologische reuzen, in de manier waarop we het manipuleren van informatie doorzien, bijvoorbeeld door Rusland, zoals u noemde, maar ook door mensen als Robert Mercer. Ik denk dat er veranderingen komen die afzonderlijk misschien onbeduidend lijken, maar die als je ze bij elkaar optelt belangrijke gevolgen zullen hebben.’


    Welke concrete stappen kunnen we zetten?

    ‘Sommige stappen zijn heel eenvoudig, maar desondanks nog niet gezet. Waarom geven we kinderen vanaf vijf jaar geen digitaal onderwijs, als volwaardig schoolvak? Ik heb het niet over internetveiligheid, maar over de manier waarop je het web op een intelligente en kundige manier kunt gebruiken. Dat zou echt een stap vooruit zijn. Ik denk dat tech-giganten aan strengere regelgeving zullen worden gebonden. Wanneer we meer van hen weten, zullen er maatregelen worden genomen tegen figuren als Mercer en zal de internationale diplomatie die ter harte nemen. Voorlopig staan we nog maar aan het begin. De kranten schrijven erover, de veiligheidsdiensten doen onderzoek maar het probleem heeft in het internationale discours nog niet het belang dat het naar mijn mening uiteindelijk zal krijgen.

    Er is tenslotte geen oplossing die van bovenaf kan worden opgelegd. Dat is de kern van het probleem en niemand weet of de mensen bereid zijn te accepteren dat democratie een recht is dat ook plichten met zich meebrengt. Hoe zullen de mensen, nu we hun de krachtigste informatietools uit de geschiedenis ter beschikking hebben gesteld, die tools willen gebruiken? Meestal gebruiken ze die voor doeleinden die niets te maken hebben met waar we hier over spreken: om te weten wat er vanavond op de televisie komt, of om iets te kopen op Amazon. Maar wat hun informatieconsumptie op het gebied van de belangrijke dingen des levens betreft, zullen ze moeten besluiten of die hun aan het hart gaan. Het gevaarlijkste van deze hele geschiedenis is in mijn ogen de infantilisering van de burger. Wil de burger zich al dan niet als volwassene gedragen? Op die vraag bestaat geen eenvoudig antwoord.’

    We hebben niet echt rolmodellen op dit gebied.

    ‘Nee, daar heeft u gelijk in. Alle grote retoriek uit het verleden betekende een uitdaging voor de burger. Of je nu naar Lincoln en Martin Luther King kijkt of naar John F. Kennedy en zelfs homoactivist Harvey Milk, al die grote verdedigers van de burgerrechten hadden met elkaar gemeen dat ze betrokkenheid eisten van degenen tot wie ze zich richtten.

    Op dit moment lijkt onze voorkeur naar amusement uit te gaan – het verontrustendste aan Trump is mijns inziens dat hij in wezen een entertainer is die politiek tot entertainment heeft gedegradeerd. Wat in zijn ogen het belangrijkst is zijn de kijkcijfers – u heeft gezien hoe hij de Emmy Awards neersabelde omdat ze geen goede kijkcijfers hadden, hij heeft Arnold Schwarzenegger bekritiseerd omdat die lagere kijkcijfers had dan hijzelf met zijn The Celebrity Apprentice. Wat hem het meest heeft dwarsgezeten sinds hij president is, is volgens mij het idee dat er bij de inauguratie van Barack Obama in 2009 meer mensen aanwezig waren dan bij die van hem. De politiek dreigt op dit moment eenvoudigweg een tak van de showbusiness te worden, en dat is angstaanjagend.

    Maar het is niet onontkoombaar. Als we de afgelopen achttien maanden iets hebben geleerd, dan is het dat niets onvermijdelijk is. We leven in roerige tijden, en daar moeten we gebruik van maken. Dit is een geweldige kans voor mensen met goede bedoelingen om gezamenlijk actie te ondernemen, maar dan moeten ze dat wel doen. Er is geen hogere macht die dit probleem zal oplossen – de mensen moeten het zelf doen.’


    Uw opmerking dat ‘iedereen kan beweren dat hij de waarheid in pacht heeft’ laat me nog steeds niet los.

    ‘Toch is dat zo. De vraag is, om uw gedachtegang over te nemen, of mensen meer bereid zijn zich aan hun ofwel tribale ofwel geïndividualiseerde idee van de waarheid vast te klampen of dat ze de waarde erkennen van dingen die waar zijn omdat ze nu eenmaal waar zijn. En dat hoeft niet per se een offer te zijn, omdat je geen beleid op het gebied van gezondheidszorg of welke vorm van sociale organisatie dan ook kunt ontwikkelen zonder een algemeen aanvaard idee van de waarheid. Dat bestaat niet. Dus hoe aantrekkelijk het ook mag lijken om te zeggen: “Ze kunnen de pot op, ze mogen geloven wat ze willen maar wij hebben tenminste onze eigen versie van de waarheid”, die vlieger gaat gewoon niet op.’

    Vertaler: Peter Bergsma

    Het kudde-instinct

    Als bepaalde informatie maar vaak genoeg gelezen en gedeeld wordt op de sociale netwerken, hoef je niet te controleren of die klopt, want dat heeft vast iemand anders al gedaan, toch? Zo denken velen van ons erover, volgens een studie die is verschenen in Proceeding of the National Academy of Sciences (PNAS). Met andere woorden, ‘als groep zijn we minder geneigd de feiten te verifiëren’, schrijft de Harvard Business Review. ‘Zoals dieren in de natuur zich veilig voelen in een kudde, zo voelen wij ons veilig in een menigte,’ zegt Gita Johar van Columbia University, die het onderzoek heeft geleid, tegen Science. ‘Als je datzelfde instinct toepast op de informatie die we tot ons nemen via de sociale netwerken, leidt het tot het minder checken van feiten.’ Daarom heeft fake news de neiging online om zich heen te grijpen, aldus de studie.

    In # 114 publiceerde 360 een dossier over fake news. Hier leest u het terug.

    52 Insights
    52-insights.com

    De website 52 Insights werd in 2015 opgericht en wil mensen informeren over de ingrijpende veranderingen die plaatsvinden in de wereld. Dit doet men door het wekelijks publiceren van interviews met schrijvers, onderzoekers, creatieven, uitvinders en anderen die ons leven veranderen.

  • 4. De daders? 
Kwajongens op de Balkan

    4. De daders? 
Kwajongens op de Balkan

    Veel van het fake nieuws dat werd verspreid in de Amerikaanse verkiezingscampagne kwam uit Veles, een voormalig industriestadje in Macedonië.

    ‘Komt u voor Trump?’ vraagt 
de manager van een hotel in Veles met een raadselachtige glimlach. ‘Niemand zal iets loslaten.’ Sinds de eerste berichten in de wereldpers over de IT-piraten uit Veles en het geld dat ze ermee hebben opgestreken, heerst de omertà in deze stad. De zwijgplicht houdt in dat er niet wordt gesproken over Trump en de ‘rol’ die jongeren van Veles gespeeld zouden hebben bij de verkiezing van de nieuwe president van de Verenigde Staten. Ze zijn beroemd geworden sinds het Amerikaanse webportal BuzzFeed een opmerkelijke concentratie websites signaleerde (meer dan honderdvijftig) in dit arme stadje met amper vijftigduizend zielen. De specialiteit van al deze sites: nepnieuws dat verband houdt met de Amerikaanse verkiezingen.

    De moderne tijd lijkt aan Veles te zijn voorbijgegaan: een biljet van 100 euro wisselen is een heksentoer. Dan moet je naar het casino. Gevels waarvan de pleisterlaag heeft losgelaten, stapels afgedankte huishoudelijke apparaten op amper 50 meter van het stadscentrum, cevapcici [gehaktworstjes, een Balkanspecialiteit] worden per stuk verkocht [voor 10 denari ofwel 0,16 euro]: dit is de stad die het politieke leven in Amerika heeft doen ‘kantelen’!

    Het voormalige industriecentrum lijkt nu een verwaarloosd monument van arbeiderszelfbestuur. Het apocalyptische postindustriële beeld van Veles – het vroegere Titov, de laatste stad in het voormalige Joegoslavië die de verwijzing naar de naam van de maarschalk heeft geschrapt, in 1996 – wordt gecompleteerd door de verkiezingsposters [voor de parlementsverkiezingen in december 2016] waarop benadrukt wordt dat het gaat om ‘de belangrijkste verkiezingen sinds de onafhankelijkheid van Macedonië’.

    Tante Google

    De westerse media hebben schande gesproken van de bemoeienis van 
hackers uit Veles met de Amerikaanse verkiezingen. Toch moet je het woord hacker tussen aanhalingstekens zetten. De jongeren uit de stad hadden gewoon algauw door dat de advertenties van Google (AdSense) een goudmijn waren.

    Ze zetten Engelstalige websites op met als doel er nieuwtjes over Trump op 
te zetten die in de VS een maximum aantal clicks zouden genereren. Dan hoefden ze maar te wachten totdat Google het geld overmaakte. Ze braken zich er niet het hoofd over of dat gevolgen zou hebben voor de verkiezingen.

    Er wordt gezegd dat sommige jongeren tijdens de campagne wel tussen de 50.000 en 60.000 euro hebben verdiend. Google stuurde hun betalingsopdrachten die zij dan incasseerden bij de bank. Omdat er geen transparante regelgeving bestaat voor internettransacties en om gedoe met de belastingen te vermijden, gaven ze als reden op ‘schenking van een tante in het buitenland’. Of iets anders wat even creatief was. Tante Google maakte het geld naar haar neven in Veles over tot afgelopen herfst. In Veles kende iedereen deze ‘bizness’ met Google. De lange wachtrijen voor de banken op sommige dagen spraken voor zich…

    norealnews

    Een zelfverzekerde jongeman van rond de dertig, met een zonnebril op – hoewel het medio december is – en een mobieltje in de hand, is naar onze afspraak gekomen in een prachtige wagen. ‘Hallo, volg mijn auto maar,’ zegt hij door het raampje. Blijkbaar wil hij vermijden dat hij gezien wordt met journalisten. ‘Mensen die met journalisten praten worden gezien als verraders,’ 
zo vertrouwt hij ons toe. ‘Dat zijn de jongens die “gezongen” hebben om 
op te scheppen over de bedragen die 
ze hebben verdiend. Dat is echt overdreven, zo veel geld hebben we er nu ook weer niet mee verdiend. Maar een enkeling wel,’ geeft hij toe.

    ‘Aanvankelijk heb je de indruk op een goudmijn te zijn gestuit,’ zo vertelt hij. ‘Alles begon in mei, toen Trump presidentskandidaat van de Republikeinen werd. Veles is een dorp … geruchten verspreiden zich snel. Iemand begon ermee en toen verspreidde het verhaal zich als een epidemie. Je hoefde alleen maar wat basiskennis van webdesign en programmeren te hebben om te beginnen. Een kind kan de was doen. Je neemt een artikel van een Amerikaanse portal en verandert de kop. Vaak heeft het niks met de tekst te maken, je moet er gewoon iets boven zetten wat de aandacht trekt, om een maximaal aantal clicks te krijgen.’

    Onze gesprekspartner vindt het overdreven dat er wordt gesproken over honderden sites in Veles. ‘Het waren er tussen de honderdvijftig en tweehonderd, maar slechts een stuk of twintig maakten er serieus werk van. Je hoefde alleen maar een tekst te publiceren en hem op Facebook te laten circuleren. Het was ongelooflijk. Normaal gesproken verdien je op iedere 10 dollar die je investeert in Facebook 2 dollar terug. Maar met Trump verdienden we op iedere 10 dollar wel 30 dollar.’

    ‘Amerikanen zijn niet als wij, ze klikken op alles’

    ‘Amerikanen zijn niet als wij, ze klikken op alles,’ vervolgt hij. ‘Tijdens de campagne onderhandelden de adverteerders over de tarieven van de advertenties. Elke cent die in de campagne geïnvesteerd werd leverde een aardige winst op… totdat BuzzFeed [zie pag. 14-15] zich ermee bemoeide. Eén tekst 
was genoeg om het systeem onderuit te halen. In de meeste gevallen werden de rekeningen van AdSense voor ons geblokkeerd. Sommige van ons hadden zelfs geen tijd meer om een factuur in te dienen,’ voegt hij er teleurgesteld aan toe.

    ‘Toen Trump de Amerikaanse verkiezingen had gewonnen begonnen ze te zoeken naar de oorzaken van zijn verkiezingszege. Sommigen zeiden dat het kwam door de propaganda die was verspreid via Facebook. Alsof wij hadden bijgedragen aan de overwinning van Trump, 
hou toch op! Wij zeiden voor de grap dat we nog meer stemmen hadden kunnen winnen als Trump ons had gefinancierd. We hebben niks met Trump, we hebben geen bijzondere redenen om voor hem te zijn.’
    Voor de IT-piraat van Veles was het ‘gewoon een kwestie van wat geld verdienen’.

    Auteur: Veljko Miladinovic
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Globus
    Kroatië | weekblad | 22.000

    Globus heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van onderzoeksjournalistiek in Kroatië, door aandacht te besteden aan privatisering, geweld tegen etnische Serviërs en andere beladen onderwerpen die in de mainstream media niet aan bod komen.