We worden overspoeld door nepnieuws. De Brexit, de overwinning van Trump, de aanvallen op diezelfde Trump, allemaal gingen ze gepaard met valse nieuwsberichten. Die blijken verrassend eenvoudig te maken, en je kunt er veel geld mee verdienen.
Ligt de schuld bij politici aIs Poetin, of is er meer aan de hand? Zijn factchecks de oplossing? Bestond nepnieuws vroeger al? En dekt de term de lading nog wel?
In de tijd voorafgaand aan de Franse Revolutie werkten schrijvers van schotschriften, de libelles, vaak vanuit het buitenland aan de ondergang van de monarchie. Iets dergelijks lijkt zich te voltrekken in het Amerika van de ‘alternatieve feiten’.
We leven in een post-feitentijdperk. Dat wordt weerspiegeld, en nog verergerd, door de grenzeloze onverschilligheid waarmee president Donald Trump met verifieerbare beweringen omspringt – en zelfs met wat hij eerder publiekelijk heeft gezegd. Het enorme en complexe netwerk van ‘nieuws’-sites die dubieuze beweringen de wereld in sturen, die op hun beurt weer verspreid worden door sociale media, speelt een even belangrijke rol. Volgens een recente studie ontlenen bijna een op de twee Amerikanen hun nieuws aan Facebook – het medium waarop tijdens de campagne talloze valse feiten en leugens circuleerden.
Dit fenomeen is ‘nieuw’ in die zin dat het erger is dan een paar jaar geleden, maar de wortels gaan ver terug, tot in het achttiende-eeuwse Frankrijk. Het tijdperk van de Verlichting, beroemd om de rede en empirisch onderzoek, was ook de bakermat van de post-feiten en post-waarheden waar we nu mee worden geconfronteerd. Voor het Frankrijk van het ancien régime waren de consequenties revolutionair. Dat kunnen ze voor ons ook worden.
In een serie invloedrijke boeken bracht historicus Robert Darnton de wereld van de Parijse broodschrijvers opnieuw tot leven. Het was een wereld van krabbelaars die, omdat ze geminacht werden door de maatschappelijke en politieke instituties van het achttiende-eeuwse Parijs, hun leven wijdden aan de ondermijning ervan. Ze leenden Voltaires beroemde oproep ‘écrasez l’infâme’ en draaiden die om. In plaats van ‘de schandelijke dingen te vertrappen’, verspreidden ze die juist.
Schandaalblaadjes
Het favoriete wapen van deze desperado’s was de libelle. In zo’n schotschrift vol insinuaties en leugens werden ministers en adviseurs van de koning afgeschilderd als incompetente clowns en seksverslaafde graaiers. Door geruchten als waarheid te presenteren wakkerden de schandaalblaadjes de onrust en woede van een toenemend aantal sociaal ontevreden Parijzenaars aan.
Lezers wisten niet, of wilden niet weten, dat de schotschriften weinig met de realiteit van doen hadden. Over een aantal apocriefe brieven die geschreven waren door de maîtresse van koning Lodewijk XV, Madame du Barry, merkte een lezer op dat ze ‘des te meer waarheid bevatten omdat ze verzonnen waren’.
Net zoals het nepnieuws tijdens onze laatste presidentsverkiezingen dikwijls afkomstig was uit Russische of Macedonische bronnen [zie pagina 17], zo werden de achttiende-eeuwse schotschriften vaak verspreid door Franse émigrés in het buitenland. Franse afgezanten aan het Engelse hof protesteerden tevergeefs tegen de straffeloosheid waarmee schotschrijvers zoals Charles Théveneau de Morande vanuit het veilige Londen lasterlijke verslagen de wereld in stuurden. (Het parlement verzette zich tegen de pogingen van de kroon om Morande en anderen het zwijgen op te leggen. Het beriep zich op de persvrijheid en genoot van de chaos die de pamfletten aan de andere kant van het Kanaal veroorzaakten.)
Volgens Darnton belasterden schotschriften ‘alles wat verheven en fatsoenlijk was, de monarchie zelf incluis, met een grofheid die vandaag de dag moeilijk denkbaar is’. Maar dat schreef Darnton ongeveer veertig jaar geleden. Morandes grofheid lijkt nogal tam in een wereld waarin een pizzeria in Washington het hoofdkwartier zou zijn van een kinderslavensyndicaat geleid door een doortrapte Hillary Clinton.
En toch zouden de schotschriften – hoewel in de Franse archieven niets te vinden is over een burger die met een musket zwaaiend het Trianon binnendringt om de beschuldigingen tegen de koning in eigen persoon te onderzoeken – heel goed de bestormers van de Bastille beïnvloed dan wel opgehitst kunnen hebben.
De schandaalschriften waren volgens Darnton zo krachtig omdat ze ‘complexe gebeurtenissen reduceerden tot een conflict tussen personen’. Zaken van groot gewicht, zoals de door kanselier Maupeou voorgestelde belasting- en bestuurshervormingen – die de revolutie in Frankrijk misschien hadden kunnen voorkomen – interesseerden de lezers van Morande niet. Volgens hem en andere verzinners van nepnieuws ging het om de persoon Maupeou – iemand die ze neerzetten als een sukkel en een bedrieger.
In één pamflet werd beweerd dat toen een lakei een pastei aansneed die de maîtresse van de koning, Madame du Barry, had gekregen, er een wolk eendagsvliegen uitkwam die de pruik van Maupeou binnendrongen. In zijn ijver om te helpen trok de lakei Maupeous pruik van zijn hoofd waardoor zijn kale schedel zichtbaar werd. Het hof verkneukelde zich om de benarde situatie van Maupeou, en de lezers werd een beeld voorgeschoteld van de slechte, lichtzinnige mensen die hen zogenaamd zouden regeren.
Onder Louis XVI werden de schotschriften giftiger, vooral als ze gericht waren tegen Marie Antoinette. Hoewel de carrières en karakters van de vrouw van de Franse koning en Hillary Clinton niets gemeen hebben, lokten beide vrouwen venijnige leugens uit. In schotschriften over Marie Antoinette, die door historici als ‘politieke pornografie’ werden betiteld, werd Versailles afgeschilderd als een poel van seksuele zondigheid en schanddaden – precies zoals bij de internetgeruchten over Clinton die Vince Foster, juridisch adviseur in het Witte Huis, zou hebben vermoord nadat ze een affaire met hem had gehad.
Uiteindelijk waren het verhalen over personen, en niet over politiek, die het publiek interesseerden en regimes konden maken of breken
Uiteindelijk waren het verhalen over personen, en niet over politiek, die het publiek interesseerden en regimes konden maken of breken.
In een interview met Ron Suskind uit 2004 maakte een politiek adviseur van president George W. Bush – naar algemeen wordt aangenomen Karl Rove – de beroemde opmerking: ‘Wij zijn nu een wereldrijk, en als we iets doen, creëren we onze eigen werkelijkheid.’
In één adem veegde hij ‘de op de werkelijkheid gebaseerde gemeenschap’ waarin Suskind leefde en werkte van tafel. Die wereld van Suskind stamt direct af van de indrukwekkendste op de werkelijkheid gebaseerde gemeenschap die er bestaat: de Verlichting. Ze was, op zijn best, geen rijk van razernij maar van rede, niet van misleiding maar van dialoog, niet van minachting voor de wetenschap maar van respect ervoor. Het is geen toeval dat deze vroegere op de realiteit gestoelde gemeenschap overspoeld werd door een giftige golf van nepnieuws, net zoals de onze nu.
Historici die de achttiende eeuw bestuderen, discussiëren nog steeds over de vraag of de wereld van de schotschriften heeft bijgedragen aan de vernietiging van de Franse monarchie. Historici die de eenentwintigste eeuw bestuderen zullen misschien ooit discussiëren over de vraag of de virtuele wereld van nepnieuws heeft bijgedragen aan de val van de Amerikaanse republiek.
Meest links georiënteerde van de grote Amerikaanse kranten. Belangrijke nieuwsbron voor de entertainmentindustrie en winnaar van vele Pulitzerprijzen. Eigendom van de Tribune Company in Chicago.
De term nepnieuws bestaat pas kort, maar heeft nu al zijn betekenis verloren. Weg ermee, vindt Margaret Sullivan.
Om zich af te zetten tegen een tv-interviewer die zei dat Obamacare toch ook goede kanten heeft, greep de Republikeinse ex-senator en Tea Party’er Jim DeMint naar een makkelijke sneer: ‘Dat valt allemaal in de categorie nepnieuws.’
Om het CNN-bericht te ontkrachten dat Ivanka Trump haar intrek nam in de kantoren in de East Wing van het Witte Huis, die traditioneel het domein van de first lady zijn, gebruikte radiopresentator en complotdenker Alex Jones dezelfde term. En om de belangrijkste Witte Huis-correspondent van ABC, Jonathan Karl, af te serveren koos een aartsconservatieve website het voor de hand liggende ‘nepnieuwsbrenger’.
‘Nepnieuws’ heeft wel degelijk een eigen betekenis: opzettelijk bedachte leugens in de vorm van nieuwsartikelen, bedoeld om het publiek te misleiden. Bijvoorbeeld: het onjuiste verhaal dat paus Franciscus zijn steun voor Donald Trump had uitgesproken, of het ongegronde bericht dat Hillary Clinton vlak voor de verkiezingen aangeklaagd zou worden.
Maar al bestaat de term nog niet zo lang, hij heeft zijn betekenis nu al verloren. Sneller dan je ‘pizzagate’ kunt uitspreken heeft hij allerlei totaal verschillende betekenissen gekregen: liberale prietpraat. Linkse ideeën. Of gewoon alles uit de wereld van het nieuws dat de toehoorder niet wil horen.
Noem een leugen gewoon een leugen. Noem een broodje aap een broodje aap. Noem een complottheorie bij zijn naam
‘De snelheid waarmee deze term gepolariseerd raakte en zelfs een retorisch wapen werd, laat zien hoe efficiënt de conservatieve media zijn geworden,’ zegt Nikki Usher, hoogleraar aan de George Washington-universiteit. En journalist Jeremy Peters schreef in The New York Times: ‘Conservatieve tv- en radiopersoonlijkheden, top-Republikeinen en zelfs Trump zelf hebben zich van dit begrip meester gemaakt en het ingezet tegen elk nieuws dat niet in hun kraam te pas kwam.’
Dus ik wil een eenvoudig voorstel doen aan de wereld die zich met de waarheid bezighoudt. Laten we een lijn uitgooien en dat arme kind van het podium trekken. Inderdaad: gebruik het gewoon niet meer.
Noem een leugen gewoon een leugen. Noem een broodje aap een broodje aap. Noem een complottheorie bij zijn naam. ‘Nepnieuws’ is per slot van rekening een diffuse uitdrukking.
Kwartiertje roem
Begrijp me niet verkeerd. Leugens in de vorm van nieuwsverhalen zijn een echt probleem en moeten echte aandacht krijgen. Dat werd maar al te duidelijk toen een man uit North Carolina met zijn automatisch geweerd in de aanslag een pizzeria in Washington binnenliep om ‘zelf eens uit te checken’ wat hij op internet had gelezen: verzonnen onzin over een niet-bestaand kinderprostitutienetwerk waar Hillary Clinton bij betrokken zou zijn.
We moeten een manier vinden om erover te praten. Hoogleraar Usher, om maar iemand te noemen, vindt de tijd nog niet rijp om het begrip nepnieuws uit te bannen, omdat het volgens haar nog nut heeft voor ‘de politiek onafhankelijke, gemiddeld geïnformeerde, gewone kiezer, die nog niet bij uiterst rechtse of uiterst linkse media is beland’ – voor hem is het een manier om in één woord zijn zorg te uiten over fouten, desinformatie en complotdenken.
En ja, al deze problemen bestaan echt, en het is belangrijk om erover te discussiëren. Maar het helpt niet om ze allemaal bij elkaar in een blender stoppen en dan op te kloppen tot één schuimige naam. ‘Nepnieuws’ heeft zijn kwartiertje roem gehad. Laten we dit besmette begrip nu uit zijn lijden verlossen.
Wie Vladimir Poetin de schuld geeft van nepnieuws snapt het niet, aldus internet scepticus Evgeny Morozov. Het zijn onze eigen democratieën die volwassen moeten worden.
Beweringen dat Rusland achter de politieke aardverschuivingen van 2016 zit, gaan voorbij aan de ondermijnende invloed van digitaal kapitalisme.
De democratie komt om in nepnieuws. Zo luidt de nieuwste, geruststellende conclusie van de mensen die in 2016 aan het kortste eind hebben getrokken, bij de Brexit, de Amerikaanse verkiezingen of het Italiaanse referendum. Kennelijk delven al die serieuze, eerlijke en ouderwets verstandige volwassenen het onderspit bij verkiezingen dankzij een gevaarlijke epidemie van nepnieuws, internetmemes en grappige YouTube-filmpjes.
Dat verklaart de recente golf van aangedragen oplossingen: het verbieden van internetmemes (een voorstel van de regerende partij in Spanje); commissies van experts in het leven roepen om het waarheidsgehalte van nieuws te beoordelen (een oplossing die is aangedragen door de Italiaan die de leiding heeft over de antitrustmaatregelen); centra opzetten om nepnieuws tegen te gaan, en ondertussen media als Twitter en Facebook beboeten voor het verspreiden ervan (een aanpak die is voorgesteld door de Duitse overheid).
Deze laatste maatregel zal Facebook aangrijpen om zich krachtig uit te spreken vóór de vrijheid van meningsuiting – hetzelfde Facebook dat onlangs een foto heeft verwijderd van het standbeeld van een naakte Neptunus in Bologna, omdat het aanstootgevend zou zijn! Luidt de nepnieuwscrisis de ondergang in van de democratie? Of is het domweg het gevolg van een diepere, meer structurele malaise die al veel langer speelt?
Beleidsmakers komen met nog meer maatregelen van het soort waarmee men de kiezers in eerste instantie van zich heeft vervreemd: meer expertise, meer centralisatie, meer regulatie
Het valt nauwelijks te ontkennen dat er sprake is van een crisis, maar of die crisis het gevolg is van nepnieuws of van iets heel anders is een vraag die elke democratie zich zou moeten stellen. Onze elites willen er niet aan. Hun nepnieuwsverhaal is zelf nep: het is een oppervlakkige verklaring voor een complex, structureel probleem, waarvan zij het bestaan hardnekkig blijven ontkennen. Het gemak waarmee mainstream instituties, van regerende partijen tot denktanks tot media, hebben besloten dat ‘nepnieuws’ het perspectief vormt van waaruit ze de om zich heen grijpende crisis willen beschouwen, zegt veel over hun rigide wereldbeeld.
De grootste dreiging voor de westerse samenleving van vandaag de dag is niet zozeer de opkomst van onverdraagzame democratieën in het buitenland als wel de hardnekkige onvolwassenheid van de democratie in eigen land. Deze onvolwassenheid, waarvan de elite vrijwel dagelijks getuigt, manifesteert zich in twee vormen van ontkenning: het ontkennen van het feit dat de meeste problemen waarmee we momenteel kampen een economische achtergrond hebben, en het ontkennen van het feit dat de professionele expertise ernstig is uitgehold.
Morele paniek
De eerste vorm manifesteert zich wanneer een fenomeen als de Brexit of de overwinning van Trump voornamelijk wordt toegeschreven aan culturele factoren als racisme of de onwetendheid van de kiezers. De tweede vorm gaat voorbij aan het feit dat de diepe frustratie van velen over de bestaande instituties niet zozeer voortkomt uit onwetendheid over hoe die functioneren, maar juist uit het feit dat men daar maar al te zeer vertrouwd mee is.
Beleidsmakers zijn verblind door deze twee vormen van ontkenning en komen met nog meer maatregelen van het soort waarmee men de kiezers in eerste instantie van zich heeft vervreemd: meer expertise, meer centralisatie, meer regulatie. Maar omdat men niet in staat blijkt te denken in termen van politieke economie, zullen onvermijdelijk de verkeerde dingen worden gereguleerd.
De morele paniek over nepnieuws laat zien hoe deze twee vormen van ontkenning de politiek veroordelen tot een eeuwige onvolwassenheid. Door de weigering te onderkennen dat de crisis rondom nepnieuws economische wortels heeft, richt iedereen zijn pijlen maar wat graag op het Kremlin – en niet op het businessmodel van het digitale kapitalisme, dat domweg niet levensvatbaar is.
Maar het lijkt toch zonneklaar dat buitenlandse inmenging – of Rusland er nou achter zit of een andere regering – onmogelijk op een dergelijke schaal viraal nieuws kan verspreiden? Er zijn altijd al merkwaardige bewegingen geweest die nepnieuws hebben verspreid. Wat zij ontbeerden om hun waanzinnige theorieën te doen postvatten, was niet de politieke en financiële rugdekking van Rusland, maar de krachtige digitale infrastructuur van onze moderne tijd, die ruimhartig wordt gefinancierd door onlineadvertising.
Het probleem schuilt niet in nepnieuws, maar in de snelheid en het gemak waarmee dat wordt verspreid. Het dankt zijn bestaan goeddeels aan het hedendaagse digitale kapitalisme, waardoor het ongekend winstgevend is om onware maar klikwaardige verhalen te verzinnen en in omloop te brengen. Om de nepnieuwscrisis echt aan te pakken zou het establishment een van de bovengenoemde vormen van ontkenning moeten afzweren en zich moeten mengen in de politieke economie van communicatie. Maar wie is bereid om onder ogen zien te dat het de afgelopen dertig jaar uitgerekend de politieke partijen zijn geweest, zowel centrumlinks als centrumrechts, die Silicon Valley hebben gekoesterd, die de telecommunicatie hebben geprivatiseerd en die zich betrekkelijk afwachtend hebben opgesteld waar het de antitrustwetgeving betreft?
We moeten zorgen dat onlineadvertising – met zijn perverse klik-en-deelmechanisme – een minder centrale rol gaat spelen in onze manier van leven, werken en communiceren
De enige oplossing voor het probleem van nepnieuws, waarbij het probleem op waarde wordt geschat en de elite niet te veel macht in handen krijgt, is een volledige herbezinning op de grondvesten van het digitale kapitalisme. We moeten zorgen dat onlineadvertising – met zijn perverse klik-en-deelmechanisme – een minder centrale rol gaat spelen in onze manier van leven, werken en communiceren. Tegelijkertijd moeten we meer beslissingsbevoegdheid overhevelen naar de burgers – en het weghalen bij ondernemingen en experts die eenvoudig zijn te corrumperen.
Dat betekent dat we een wereld moeten construeren waarin Facebook en Google niet al te veel macht kunnen uitoefenen en waarin ze geen monopolie hebben op het ontwikkelen van oplossingen. Een ontzagwekkende taak die om volwassen democratieën vraagt. Helaas geven de bestaande democratieën, die gevangenzitten in verschillende vormen van ontkenning, er de voorkeur aan de schuld bij anderen te leggen en de problemen meer en meer af te wentelen op Silicon Valley.
The Guardian
Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000
Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.
Facebook heeft een aantal maatregelen aangekondigd om nepnieuws te bestrijden. Maar de Russische site Vzglyad, die dicht bij het Kremlin staat, ziet meer na- dan voordelen.
Volgens een persbericht van Facebook zal informatie die door een bepaald aantal gebruikers als onjuist wordt bestempeld, ter verificatie aan onafhankelijke instellingen worden doorgestuurd. Voor deze taak worden genoemd televisiezender ABC News, persbureau Associated Press en verder de websites FactCheck.org, PolitiFact en Snopes. En die lijst wordt naar alle waarschijnlijkheid langer. Toch zal er geen censuur plaatsvinden en zullen posts niet worden verwijderd: nepnieuws zal het label ‘twijfelachtig’ krijgen en een lagere plek in de feeds krijgen. Gebruikers kunnen dan nog wel gewoon op deze links klikken voor meer informatie en als zij ze willen delen dan kan dat, al komt er wel een waarschuwing bij te staan.
Er heeft altijd misinformatie op Facebook gestaan, net zoals er altijd nepnieuws verschenen is in de traditionele pers. De hysterie rondom het nepnieuws begon na de nederlaag van Hillary Clinton bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen. De Democraten lijken vrijwel iedereen voor hun nederlaag verantwoordelijk te willen stellen, behalve uiteraard de kandidate zelf en haar team. De meest gehoorde versie is die van de Russische hackers, maar men gaat zelfs zover Vladimir Poetin ervan te betichten deze ‘speciale operatie’ hoogstpersoonlijk te hebben geleid.
Al met al is het enige positieve aspect aan de plannen dat Facebook dit type informatie dus niet wegfiltert
Toen Oekraïense Facebookgebruikers schreven dat Vladimir Poetin zich als politieman verkleed had en persoonlijk het neerslaan van de Maidan-manifestaties had geleid, grinnikten de Russen dat alleen hun buren zoiets idioot konden bedenken. De Amerikaanse media doen er echter niet voor onder. Ook Amerikaanse journalisten moeten, wanneer ze schrijven over door Poetin aangevoerde hackerlegers, het waarheidsgehalte van de informatie waarop ze zich baseren, verifiëren.
Al met al is het enige positieve aspect aan de plannen dat Facebook dit type informatie dus niet wegfiltert. Russische internetgebruikers weten maar al te goed hoe accounts onder schimmige voorwendsels kunnen worden verwijderd. Wie alleen maar het woord khokhol gebruikt [dat naast de letterlijke betekenis ‘kuif’ ook de achternaam is die Russen aan Oekraïners geven, verwijzend naar het traditionele kozakkenkapsel], loopt het gevaar een maand te worden verbannen vanwege belediging van het Oekraïense volk. Een citaat uit de klassieke Russische literatuur kan zelfs leiden tot definitieve afsluiting van een account.
Behalve dit ene positieve punt is er weinig reden voor opgetogenheid. Dit type informatieanalyse kan in de toekomst immers ook gebruikt worden tegen politieke tegenstanders. Het valt te verwachten dat gebruikers informatie als foutief zullen bestempelen als ze het niet met de inhoud ervan eens zijn. Na de venijnige Amerikaanse verkiezingscampagne is het moeilijk voorstelbaar dat ABC News, Associated Press en consorten zich onpartijdig op zullen stellen. Wie er precies de taak krijgt om voor het Russische gedeelte van Facebook de inhoud te checken, blijft de vraag. Als de officiële media het op zich nemen, zal er geroepen worden dat het Kremlin via deze weg propaganda bedrijft. Doen daarentegen de oppositiemedia het, dan zal elk stukje positief nieuws over Rusland meteen als misinformatie aangemerkt worden.
Geheel natuurlijk
De traditionele media zijn juist ooit in het leven geroepen om nepnieuws te beperken. Redacteuren worden duur betaald om hun bronnen te controleren, onafhankelijke bevestiging te zoeken van beweringen en zorgvuldig te overwegen of een nieuwsfeit publicatie verdient. Nieuwsorganen die in de race om de muisklikken te veel rommel publiceren, verliezen onherroepelijk het vertrouwen van hun lezers. Maar voor mensen die internetnieuwtjes blindelings geloven, zonder zich af te vragen wat de bron ervan is, heeft geen enkele filter zin, zelfs al hielden alle journalisten van de wereld zich alleen maar bezig met het checken van Facebookberichten. Want wie geloof hecht aan het eerste het beste bericht op een willekeurige website, gelooft ook een anonieme sms, een graffiti-uiting of ongesigneerd pamflet.
De beschuldigingen van Clinton-aanhangers dat Trump dankzij misinformatie op Facebook gewonnen zou hebben zijn ongefundeerd, net als die gericht tegen Poetin, hackers, marsmannetjes of het aardmagnetisch veld. Het enige wat Facebook wel zou kunnen doen om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan, is bij elk gedeeld item een waarschuwing te zetten: ‘Kent u deze website (en gebruiker) al lang? Weet u zeker dat de hier verspreide informatie betrouwbaar is?’ Al zal dit waarschijnlijk ook niet het gewenste effect hebben, omdat mensen nu eenmaal geloven wat ze willen geloven.
Ik wil trouwens wel benadrukken dat op Facebook en op VKontakte [het belangrijkste Russische socialemediaplatform] berichten als ‘een hondenkennel heeft dringend behoefte aan bloed van bloedgroep S’, waar 99 procent van de fakeoproepen uit bestaat, niet meer massaal gedeeld worden. Dat ging geheel natuurlijk, zonder ingrijpen van journalisten of beheerders. Gebruikers begrijpen gewoon dat ze een domme, zielige indruk maken als ze zoiets gedachteloos herposten. En dat is ook wat er met valse berichtgeving zal gebeuren, al zullen de liefhebbers van massamanipulatie zonder twijfel wel weer met nieuwe trucs komen.
De site onderscheidt zich door razendsnelle reactie op de actualiteit. Zonder twijfel de sleutel tot hun succes. Nieuws en analyses door talentvolle schrijvers.
Mark Zuckerberg kondigde op 11 januari het Facebook Journalism Project aan ‘om de waarde van de journalistiek te onderstrepen, terwijl Facebook een antwoord zal moeten geven op de kritiek voor zijn rol in de verspreiding van valse berichten [tijdens de campagne voor het Amerikaanse presidentschap]’, schrijft Financial Times. De onderneming van Zuckerberg wordt ervan beschuldigd dat het onzinnige berichten heeft laten rondgaan over kandidaten voor het Witte Huis, die een deel van de kiezers kunnen hebben beïnvloed.
Zuckerberg erkende eind december al dat zijn netwerk een rol speelt in de wijze waarop berichten worden verspreid. Met zijn Facebook Journalism Project wil hij nauwer gaan samenwerken met redactionele partners als Bild,BuzzFeed,El País en The Washington Post en de gebruikers van Facebook ‘gevoeliger maken voor de analyse van het nieuws’. Bovendien wil hij journalisten instrumenten aanbieden, zoals instant articles, die rechtstreeks op de site kunnen worden gepubliceerd. Ook wil hij gaan samenwerken met groepen en bedrijven die van fact checking hun dagelijks werk maken.
Dat laatste zal als eerste worden getest in Duitsland, waar Facebook gaat samenwerken met het onderzoekscentrum Correctiv in Berlijn. Deze instelling zal volgens de Süddeutsche Zeitung tot taak krijgen ‘inhoud van berichten die door gebruikers van Facebook worden gesignaleerd, op waarheid te controleren en zo nodig te voorzien van het stempel “twijfelachtig”’.
De mogelijkheid dat de Duitse verkiezingen dit jaar ook door ‘fake news’ zullen worden beïnvloed, houdt Berlijn sterk bezig.
Een journalist van de Engelse website Spiked ergert zich dood aan de dubbele standaard van media als Buzzfeed. Steen en been klagen over nepnieuws, maar tegelijk zelf onzinverhalen over Trump naar buiten brengen.
Als er een prijs bestond voor met twee maten meten, zou de Trumpvrezende, Brexit-hatende babbelklasse die met gemak winnen. Deze mensen maken zich nu al maanden druk over ‘nepnieuws’, waarschuwen dat we in een ‘post-waarheid’-tijdperk leven en kijken neer op de gewone man, omdat die in de leugens trapt van elke demagoog die hem een simpeler leven met minder immigranten belooft. En toch hebben diezelfde mensen nu een document gepubliceerd en gedeeld dat totaal ongeverifieerd is, uit onbekende bron komt en vol onbewezen beweringen en onwaarschijnlijke verhalen staat. Maar deze geruchten mag je gewoon verspreiden, want ze zijn gericht tegen Trump en we hebben allemaal de pest aan Trump.
Buzzfeed, het jeugdige, min of meer hippe doorgeefluik van elk liberaal cliché, doet al maanden zorgelijk over de westerse wereld die afglijdt in de ‘post-waarheid’. In december wierp de site het Amerikaanse Congres nog voor de voeten dat het niet optrad tegen ‘nepnieuws’ en niets deed tegen ‘de vele complottheorieën die tijdens de presidentsverkiezingen zo breed waren gedeeld’ en tegen alle ‘desinformatie en propaganda’ over Hillary. En toch publiceerde datzelfde Buzzfeed afgelopen maand iets wat je gerust ‘desinformatie’ of ‘propaganda’ of in ieder geval ‘uiterst ongefundeerde beweringen’ mag noemen: het document waaruit zou blijken dat Trump tot over zijn oren in de Russische contacten zit en prostituees heeft betaald om op een bed te plassen waarin de Obama’s ooit hadden geslapen.
“Doe wat wij zeggen en sloop Amerika voor ons, of anders onthullen we jouw anti-Obama-hoerenpiesfeestje.” Als je dat gelooft, geloof je alles
Ja, ik heb het over het dossier met informatie die verzameld zou zijn door een voormalige Britse geheim agent – en Britse geheim agenten liegen immers nooit –, waarin wordt beweerd dat Trump ‘geheime banden’ heeft met Rusland. Vooral één verhaal ging de hele wereld over: Trump zou de Obama’s zo hevig haten dat hij naar een hotel in Moskou ging waar zij ooit hadden gelogeerd en daar prostituees inhuurde om op het bed te plassen waarin zij ooit hadden geslapen. En al doende werden ze gefilmd door de Russische geheime dienst, die camera’s in de kamer had geplaatst en vervolgens Trump chanteerde: ‘Doe wat wij zeggen en sloop Amerika voor ons, of anders onthullen we jouw anti-Obama-hoerenpiesfeestje.’ Als je dat gelooft, geloof je alles.
Dit gerucht past prachtig in de steeds verder uitdijende complottheorie van liberaal links dat Trump eigenlijk een manchurian candidate is, een mol, een marionet van Poetin die doet wat zijn meester beveelt. Nu weten we dus waarom de president zo ijverig bezig is Amerika te vergiftigen ten bate van het Boze Rusland: op zijn minst voor een deel omdat Rusland de anti-Obama-pisprostitutiefilm bezit. Zo erg is de pro-Hillary-, pro-EU-kliek nu de weg kwijt, zo losgeslagen zijn deze mensen dat ze nu met een linkse versie van het mccarthyisme uit de jaren vijftig het idee verspreiden dat de Russen Trump in hun macht hebben. Ze zijn blij met elk dossier, hoe ongefundeerd ook, waarin ze bevestigd zien dat ze níét verloren hebben, dat de EU níét mislukt is of dat Hillary wél deugde, maar dat boze chanteurs achter de Zwarte Zee onze computers, ons hoofd en ons hart zijn binnengedrongen en alles hebben bedorven.
Natuurlijk moet bediscussieerd worden of en zo ja waarom Rusland de e-mails van de Democratische Partij heeft gehackt. Maar inmiddels zijn we al vele stappen verder en zijn we verzand in het klassieke complotdenken waarin je a) ervan overtuigd raakt dat een boosaardige, angstaanjagende buitenlandse macht de controle heeft over jouw politiek, jouw samenleving en jouw medeburgers (maar niet over jou, want jij bent superslim); en b) je wanhopig vastklampt aan elke bewering en elk verhaal dat jouw totaal van lotje getikte mening ondersteunt.
Vijftien jaar geleden waren mensen van de media verontwaardigd over het ‘obscure’ dossier van Tony Blair voorafgaand aan de inval in Irak. Ze zagen het als een verzameling onverifieerbare feiten, uit naamloze of onbetrouwbare bronnen. Nu, in 2017, vinden delen van de media het prima om zelf obscure dossiers te publiceren. Ze laten elke scepsis varen, verwaarlozen hun taak om te verifiëren, zetten objectiviteit opzij, verspreiden geruchten en voeden roddelpraat. Buzzfeed heeft zich niet gedragen als een serieus journalistiek medium, maar als al die andere premoderne geruchtenmachines die verhalen vertelden of documenten verspreidden over onwelgevallige personen – heksen, bisschoppen, Joden – om de haat tegen hen aan te jagen. En al hebben de mainstream media de beweringen uit het dossier niet zelf gepubliceerd, toch gaan ook zij niet vrijuit: vele zijn nu stiekem blij dat Buzzfeed gedaan heeft wat zij van hun nog steeds bestaande richtlijnen voor objectiviteit niet mochten doen, want nu kunnen ze de verhalen herhalen en meedeinen op de geruchtenstroom.
Als dit geen “post-waarheid”, of op zijn minst post-objectiviteit, post-journalistiek en pre-verificatie is, dan weet ik het niet meer
Als dit geen ‘post-waarheid’, of op zijn minst post-objectiviteit, post-journalistiek en pre-verificatie is, dan weet ik het niet meer. We zijn nu zover dat mainstream media Facebook oproepen om mensen te straffen die likes posten naar verhalen als ‘Hillary’s adviseurs runden een pedofielennetwerk in een pizzeria’, en tegelijkertijd zelf verhalen verspreiden als ‘Trump reisde naar Moskou om prostituees op het kussen van Michelle Obama te laten piesen’. Maar het is natuurlijk alleen ‘nepnieuws’ als ánderen het doen.
Dit is echt ernstig. De objectiviteit heeft het afgelegd, waarheid en feitelijkheid komen nu op de tweede plaats, ver na partijdigheid. Aan alle kanten. Velen laten hun haat tegenover Trump nu de overhand krijgen en verzaken zo hun plicht om feiten te verzamelen en sceptisch te staan tegenover geheime diensten die de politieke agenda willen bepalen – zie de eis dat FBI / CIA meer doen om Trumps zogenaamde Russische banden bloot te leggen. In hun steeds wanhopiger pogingen om te voorkomen dat Trump de westerse liberale waarden ondergraaft, verwoesten westerse liberalen die helemaal zelf.
Deze onafhankelijke website werd in 2000 opgericht door vrijwilligers en wordt gefinancierd door donateurs – en een beetje reclame. De site heeft als doel om inhoud van hoge kwaliteit te bieden, en doet dat in rubrieken als Hot Topics, Free Speech, British news, etc.
Student Cameron Harris uit Maryland verzon aan zijn keukentafel een nepnieuwsverhaal om Hillary Clinton in diskrediet te brengen. Het werd een daverend succes.
De herfst is net begonnen en Donald Trump, die achterligt in de peilingen, lijkt te werken aan een verklaring voor het geval een geboren winnaar als hij toch onverhoopt de verkiezingen mocht verliezen. ‘Als ik heel eerlijk ben denk ik dat er met de uitslagen wordt gerotzooid,’ zegt de Republikeinse genomineerde tegen een uitzinnige menigte in Columbus, Ohio. Hij krijgt steeds meer bewijzen dat er sprake is van fraude, voegt hij eraan toe. De verdere invulling laat hij over aan de verbeelding van zijn toehoorders. Een paar weken later gaat Cameron Harris, een student met een grote belangstelling voor de lokale politiek in Maryland, en iemand die wel wat extra inkomsten kan gebruiken, aan zijn keukentafel zitten om te zoeken naar de details die Trump onvermeld heeft gelaten. Het onzinverhaal dat volgt is zijn meesterwerk in een zeer bedenkelijke kunstvorm die de laatste tijd sterk in opkomst is.
Harris begint met de kop: ‘Tienduizenden valse Clinton-stemmen aangetroffen in pakhuis in Ohio’. Het lijkt hem wel logisch om deze schokkende ontdekking te laten plaatsvinden in de stad, en de staat, waar Trump er zo op heeft gehamerd dat er sprake zou zijn van doorgestoken kaart. ‘Toen ik begon te schrijven had ik een bepaalde theorie,’ vertelt Harris, een 23-jarige voormalig quarterback en fraternity leader. ‘Gezien het feit dat Trump-aanhangers zo’n diepgeworteld wantrouwen hebben jegens de media, zouden de mensen alles slikken waarin Trumps beweringen worden herkauwd. Trump zei “doorgestoken kaart, doorgestoken kaart”. De mensen hadden het idee dat Hillary Clinton alleen zou kunnen winnen wanneer er met de uitslagen werd gerommeld.’
Eigen toko
In een roerig verkiezingsjaar dat wordt gekenmerkt door nepnieuws is Harris een autodidact, iemand met een eigen toko, iemand zonder banden met Russische spionagediensten of Macedonische verzinselfabrieken.
Terwijl Trump – die in electorale zin zonder meer de wind in de rug heeft gehad door de tsunami aan onzinverhalen – wordt geïnaugureerd, kunnen we veel leren van het verhaal van Harris en zijn nepnieuwswebsite ChristianTimesNewspaper.com.
Een verslaggever die de website heeft weten te herleiden tot Cameron Harris, neemt contact met hem op. Aanvankelijk is Harris bepaald niet blij dat hij is ontmaskerd. ‘Het ligt allemaal nogal gevoelig,’ zegt Harris, waarbij hij opmerkt dat hij een politiek consultancybureau wil opzetten en bang is voor reputatieschade. Maar uiteindelijk besluit hij toch te vertellen over zijn tijdelijke uitstapje op het terrein van nepnieuws, waarmee hij volgens eigen berekeningen zo’n duizend dollar per uur aan advertentie-inkomsten opstreek. Terugkijkend op deze ervaring voelt hij een mengeling van schuld over het verspreiden van valse informatie, en trots dat hij het zo vakkundig heeft gedaan.
De nepfoto van Cameron Harris, overgenomen uit The Birmingham Mail.
Die avond in september aan zijn keukentafel vraagt Harris zich af: Wie zou deze vervalste Clinton-stemmen gevonden kunnen hebben? Hij bedacht Randall Prince, een elektricien uit Columbus. Deze gewone man, een Trump-aanhanger wiens naam een enigszins voorname uitstraling heeft, is in een achterafkamertje in een pakhuis gestuit op een stapel dozen vol stembiljetten waarop Clinton is aangekruist – zo besluit Harris. ‘Er komt vrijwel niemand in dat gebouw. Het wordt voornamelijk gebruikt door een loodgietersbedrijf, voor tijdelijke opslag,’ aldus Prince.
Mocht iemand het belang van deze vondst ontgaan, dan maakt Harris dat nog even expliciet duidelijk: ‘Wat Prince heeft aangetroffen zou het bewijs kunnen zijn dat er een grootschalige operatie plaatsvindt om Clinton deze cruciale swingstate in handen te spelen.’ Een foto kan eventuele twijfels over het waarheidsgehalte wegnemen, bedenkt hij. Hij googelt op ‘dozen met stembiljetten’ en heeft al snel een foto gevonden van een kalende man achter een stapel dozen waar ook nog eens heel toepasselijk ‘Ballot Box’ op staat. Het is een foto uit The Birmingham Mail en hij betreft verkiezingen in Engeland, zo’n zesduizend kilometer van Columbus, maar dat maakt niets uit. In het onderschrift krijgt de kalende Engelsman een nieuwe naam: ‘Meneer Prince, hier op de foto, poseert met zijn vondst, terwijl het verkiezingscomité een onderzoek instelt.’ In het artikel wordt vervolgens uitgelegd dat ‘Clintons verkiezingscomité vermoedelijk de bedoeling had om de vervalste biljetten ergens tussen de echte biljetten te stoppen, voor de officiële telling op 8 november’. Vervolgens voert Harris de spanning nog eens op. ‘Dit verhaal is nog in volle gang,’ schrijft hij, ‘en als we meer weten, zal CTN u ogenblikkelijk op de hoogte brengen.’
Hij drukt op de knop en op 30 september staat het verhaal online. Het raast over het internet als een soort namaakkomeet. ‘Nog voor ik het had gepost wist ik dat het zou aanslaan,’ vertelt Harris. Hij had gelijk. Het verhaal over de dozen met stembiljetten, aangejaagd door een handjevol Facebookpagina’s die Harris speciaal met dat doel heeft aangemaakt, gaat als een razende over het web, voortgestuwd door verontwaardigde commentaren van mensen die ervan overtuigd zijn dat Clinton op oneerlijke wijze probeert Trump de overwinning afhandig te maken, en die maar al te blij zijn met deze bewijzen. Uiteindelijk wordt het bericht door zes miljoen mensen gedeeld, volgens CrowdTangle, een bedrijf dat webpubliek in kaart brengt.
De volgende dag laat de verkiezingscommissie in Franklin County, Ohio, weten dat er een onderzoek is ingesteld en dat de aantijgingen van fraude ongefundeerd lijken. Binnen enkele dagen doet Jon Husted, de verantwoordelijke politicus in Ohio, een verklaring uitgaan waarin het verhaal wordt ontkracht. ‘Als christen heb ik er grote moeite mee dat een website die zich laat voorstaan op zijn christelijke betrokkenheid, dergelijke leugens verspreid,’ zegt Husted. Er is niets expliciet christelijks aan zijn handelen, erkent Harris; hij heeft domweg voor vijf dollar een verlopen internetadres gekocht op ExpiredDomains.net. Binnen enkele dagen heeft het verhaal, dat hij in vijftien minuten in elkaar heeft geflanst, hem zo’n vijfduizend dollar opgeleverd. Dat is een aanzienlijk aandeel van de tweeëntwintigduizend dollar die hij volgens een boekhoudkundig rapport tijdens de gehele presidentscampagne heeft binnengehaald met advertenties voor schoenen, haargel en webdesign die Google op zijn site plaatst.
Hij krijgt te horen dat hij het domein, gezien het aantal bezoekers, waarschijnlijk kan verkopen voor zo’n honderdvijftien- tot honderdvijfentwintigduizend dollar
Naar eigen zeggen is hij wekelijks misschien een half uur bezig met de nepnieuwssite, in totaal waren het er een uur of twintig. Hij had een nog veel grotere slag kunnen slaan, waarmee de vijf dollar die hij heeft neergeteld voor de Christian Times-domeinnaam hem meer dan een ton had kunnen opleveren. Het ging hem om het geld, niet om de politiek, blijft hij benadrukken. Hij is in mei afgestudeerd aan Davidson College in North Carolina, en hij moet in zijn onderhoud voorzien. ‘Ik gebruikte het geld voor het aflossen van mijn studielening, voor aanbetalingen van een auto en om de huur te betalen,’ zegt hij. Op het moment dat hij het verzonnen verhaal over de stembiljetten publiceert, heeft hij al een bescheiden succesje geboekt met ‘Hillary Clinton Blames Racism for Cincinnati Gorilla’s Death’ (Hillary Clinton wijt dood gorilla in Cincinnati aan racisme). Het gaat hier om het trieste lot van Harambe, de gorilla die is neergeschoten nadat hij in de dierentuin een jongetje heeft vastgepakt. Meer succes heeft Harris met ‘Early Morning Explosion in DC Allegedly Leaves Yet Another DNC Staffer Dead’, waarin hij met allerlei complottheorieën komt over het neerschieten van een lid van het Democratic National Committee.
Later zal hij goedgelovige lezers wijsmaken dat de politie een aanklacht wil indienen tegen Bill Clinton, vanwege diens banden met een kinderpornonetwerk, in ‘NYPD Looking to Press Charges Against Bill Clinton for Underage Sex Ring’. Vergelijkbare verhalen zijn die over het doodslaan van een dakloze in ‘Protesters Beat Homeless Veteran to Death in Philadelphia’ of over de ophanden zijnde scheiding van de Clintons, in ‘Hillary Clinton Files for Divorce in New York Courts’. Acht van zijn verhalen zijn in heldere bewoordingen ontkracht op Snopes.com, een site die nepnieuws onderzoekt, maar geen van die verhalen zijn zo invloedrijk als het verzonnen verhaal over de stembiljetten.
Donald Trump heeft gebruikgemaakt van valse beweringen om zijn politieke tegenstanders onderuit te halen, om de legitimiteit van Obama in twijfel te trekken en om de media in diskrediet te brengen. Deze praktijken vertonen veel overeenkomsten met de manier waarop hij is opgeklommen van reality tv-ster tot machtigste gekozen politicus van het land. En het is precies dit mechanisme waaraan Cameron Harris naar eigen zeggen zijn kortstondige succes heeft te danken: mensen hebben behoefte aan feiten, hoe ongeloofwaardig ook, die hen sterken in hun overtuigingen.
‘Aanvankelijk schrok ik ervan – de reacties die het losmaakte,’ zegt hij. ‘Hoe makkelijk mensen zich lieten overtuigen. Het had bijna iets van een sociologisch experiment,’ vervolgt Harris, die politicologie en economie heeft gestudeerd. Eind oktober, wanneer onvermijdelijk het einde van zijn avontuur dichterbij komt, wil Harris het webdomein laten taxeren dat zich inmiddels een plek heeft verworven in de top-20.000 van websites. Hij krijgt te horen dat hij het domein, gezien het aantal bezoekers, waarschijnlijk kan verkopen voor zo’n honderdvijftien- tot honderdvijfentwintigduizend dollar.
Maar Harris maakt een fout die hem duur zal komen te staan: hij besluit het nog even aan te zien. Daags na de verkiezingen, die worden verguisd omdat er munt is geslagen uit de verspreiding van nepnieuws, laat Google weten niet langer advertenties te zullen plaatsen op sites die duidelijk verzinsels publiceren. Als Harris een paar dagen later op zijn site kijkt, zijn de advertenties verdwenen. Hij raadpleegt nogmaals de taxateur en krijgt te horen dat zijn site feitelijk geen cent meer waard is. Maar nog is niet alles verloren. Hij heeft een pop-up op de site geplaatst om bezoekers uit te nodigen zich aan te sluiten bij het ‘Stop the Steal’-team, dat beoogt uit te vinden ‘hóé Hillary precies de verkiezingen wil stelen en hoe ú daar een stokje voor kunt steken!’ Op die manier heeft hij vierentwintigduizend mailadressen weten te verzamelen. Hij heeft nog niet besloten wat hij daarmee wil gaan doen, laat hij weten.
Schuldig
Op de vraag of hij zich schuldig voelt dat hij leugens heeft verspreid over een presidentskandidaat, reageert Harris met een peinzend zwijgen. Dan verschuilt hij zich achter de opmerking dat politiek altijd wordt gekenmerkt door overdrijvingen, halve waarheden en onversneden leugens, en dat hij dus geen wezenlijk verschil heeft gemaakt, als je naar het grote plaatje kijkt. ‘Wat een campagneteam of een kandidaat zegt, is eigenlijk nooit helemaal waar,’ zegt hij.
Tegenwoordig praat hij ook Trump zelf na, die keer op keer beweert dat het de journalisten zelf zijn die geregeld nepnieuws naar buiten brengen. Wanneer BuzzFeed een ‘schokkend maar ongeverifieerd’ rapport naar buiten brengt waaruit zou blijken dat Rusland van plan is geweest Trump te chanteren, schrijft Cameron Harris op Twitter: ‘Schokkend maar ongeverifieerd: dat geldt voor al het nepnieuws.’ Hij zwijgt over zijn eigen kennis op dat terrein.
Auteur: Scott Shane
Vertaler: Nicolette Hoekmeijer
De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.