Tag: Nicaragua

  • VS leggen sancties op aan Nicaragua vanwege staatsgeweld en desinformatie

    VS leggen sancties op aan Nicaragua vanwege staatsgeweld en desinformatie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zygna Games, bekend van FarmVille, verkocht voor 12,7 miljard dollar

    » VS: uitstoot van broeikasgassen is in 2021 sneller gestegen dan verwacht

    Nieuwe sancties voor Nicaragua

    Vorige week maandag, de dag dat Daniel Ortega werd beëdigd tot president na zeer omstreden verkiezingen, hebben de VS een nieuwe reeks sancties opgelegd aan hoogwaardigheidsbekleders uit Nicaragua, waaronder de minister van Defensie, meldt Al Jazeera. De stap is bedoeld om de druk op Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, te vergroten.

    Het Amerikaanse ministerie van Financiën zei dat er sancties zijn opgelegd aan zes Nicaraguaanse functionarissen vanwege staatsgeweld, desinformatie en aanvallen op onafhankelijke media.

    ‘De VS zullen de aanhoudende misstanden van het Ortega-Murillo-regime blijven aankaarten en diplomatieke en economische instrumenten inzetten voor herstel van de democratie’, liet minister Antony Blinken van Buitenlandse Zaken weten.

    Lees ook:

  • Nicaragua stapt uit Organisatie van Amerikaanse Staten

    Nicaragua stapt uit Organisatie van Amerikaanse Staten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Buitenlanders verlaten Ethiopië vanwege oprukkende burgeroorlog

    » Samsung bouwt chipfabriek in Texas om tekort aan te pakken

    Nicaragua hekelt macht VS in samenwerkingsverband

    Denis Moncada, minister van Buitenlandse Zaken van Nicaragua, heeft vorige week aangekondigd dat zijn land procedures is begonnen om zich terug te trekken uit de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS), omdat deelname ‘niet beantwoordt aan de belangen van de respectieve volkeren’, bericht persbureau MercoPress.

    Moncada voegde daaraan toe dat de OAS profiteert van de ondergeschiktheid van sommige regeringen aan andere belangen; dat is volgens hem de reden waarom zijn land het OAS-handvest opzegt. Volgens Moncada wordt de OAS namelijk door de Verenigde Staten gebruikt als instrument om zich te kunnen mengen in de interne aangelegenheden van de naties in de regio.

    Lees ook:

  • VS en VK leggen nieuwe sancties op aan Nicaragua

    VS en VK leggen nieuwe sancties op aan Nicaragua

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël annuleert oliedeal met Verenigde Arabische Emiraten

    » Haven Los Angeles wil af van niet-opgehaalde zeecontainers

    Onvrije verkiezingen leiden tot sancties

    De VS en het Verenigd Koninkrijk hebben nieuwe sancties aangekondigd tegen leden van de Nicaraguaanse regering als vergelding voor de omstreden presidentsverkiezingen van 7 november, bericht MercoPress. De VS legden nieuwe sancties op aan negen leden van de regering van Daniel Ortega en het federaal parket van het Centraal-Amerikaanse land. Het VK heeft sancties tegen de vicepresident van Nicaragua, Rosario Murillo, en zeven andere functionarissen aangekondigd.

    De internationale gemeenschap veroordeelt de afwezigheid van oppositie bij de verkiezingen, de arrestatie van haar leiders, de afwezigheid van internationale waarnemers en onafhankelijke media, en de vervolging van journalisten. Rusland en Venezuela wijzen die bezwaren af.

    Lees ook:

  • Nicaragua: Ortega wint als ‘farce’ bestempelde presidentsverkiezingen

    Nicaragua: Ortega wint als ‘farce’ bestempelde presidentsverkiezingen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Groot deel Amerikanen twijfelt over oorzaken klimaatverandering

    » Volgens Greta Thunberg is COP26 nu al ‘een mislukking’

    Vooraf stond vast dat Daniel Ortega zou winnen

    ‘Ortega wil president voor het leven worden, of zelfs een dynastie stichten, zoals de oude dictator Anastasio Somoza’, merkte het Mexicaanse dagblad El Universal op. Veel Latijns-Amerikaanse media wezen er zondag op dat Ortega, een voormalige revolutionaire held die hielp Somoza uit de macht te verdrijven, dezelfde weg is ingeslagen als de dictator.

    ‘In de afgelopen vier maanden heeft de rechterlijke macht de opsluiting bevolen van zeven voorkandidaten, die als rivalen van Ortega meededen aan de verkiezingen, alsmede van tweeëndertig oppositieleiders of zakenlieden, die beschuldigd werden van “samenzwering en verraad”‘, brengt BBC in herinnering.

    De verkiezingen werden door José Miguel Vivanco, hoofd van Noord- en Zuid-Amerika van de ngo Human Rights Watch, omschreven als een ‘farce’. ‘Ortega zal zijn vierde opeenvolgende ambtstermijn bekleden door middel van repressie, censuur en terreur’, zei hij tegen Infobae.

    Nicaraguanen hadden geen andere keuze hadden dan op Daniel Ortega te stemmen

    El Independiente merkt op dat ‘aangezien de Nicaraguanen geen andere keuze hadden dan op Daniel Ortega en [zijn echtgenote en huidige vice-president] Chayo Murillo te stemmen, het verzet zou moeten komen van het niet-stemmen.

    In feite schetsten de media van de regering en de oppositie een heel ander beeld van de verkiezingsdag, aldus El País. ‘De staatsmedia hebben zich in allerlei bochten hebben gewrongen om een land te laten zien dat vreedzaam en massaal zijn stem uitbracht.’

    Maar de oppositietitel La Prensa – waarvan de kantoren in augustus werden gesloten, maar die nog steeds actief is op internet – is onvermurwbaar: ‘Onthouding was de rode draad in alle stembureaus van Nicaragua’. De site toonde verlaten straten en lege pleinen, een heel ander beeld dan de ‘de viering van de democratie’ dat het regime schetste.

    De Amerikaanse president Joe Biden heeft, in navolging van de Europese Unie en veel van Nicaragua’s buurlanden, de stemming een ‘schijnverkiezing’ genoemd, ‘noch vrij, noch eerlijk, en zeker niet democratisch’, meldt The Hill.

  • Haïtianen wachten nog op hulp | Mogelijk duizenden Duitsers geprikt met zoutoplossing

    Haïtianen wachten nog op hulp | Mogelijk duizenden Duitsers geprikt met zoutoplossing

    Dodental van aardbeving in Haïti stijgt met storm op komst

    Het dodental als gevolg van de krachtige aardbeving die Haïti zaterdag trof, is op maandag 16 augustus opgelopen tot 1419, volgens cijfers van de Haïtiaanse rampendienst. Daarnaast worden er ook meer dan 6900 gewonden en meer dan 37.000 vernielde huizen geregistreerd, meldt Radio Vision 2000. De Haïtiaanse premier Ariel Henry kondigde drie dagen van nationale rouw aan, die dinsdag beginnen.

    ‘De situatie zou kunnen verslechteren door de komst van de tropische storm Grace’

    Maandag, ‘meer dan achtenveertig uur na de verwoestende aardbeving’, had de getroffen bevolking in het zuiden van het land nog steeds geen ‘hulp van de regering’ gekregen, aldus de radiozender, die verklaart dat er behoefte is aan ‘water, voedsel hygiënische producten, tenten en dekzeilen’. Zelfs met internationale hulp in aantocht, ‘zou de situatie voor de inwoners van het zuiden in de komende uren kunnen verslechteren door de doortocht van tropische storm Grace, die naar verwachting zware regenval en windstoten zal veroorzaken’, waarschuwt Radio Vision 2000. ‘Code oranje is afgekondigd in verschillende delen van het land.’

    Lees ook:


    Nicaragua verbiedt zes buitenlandse ngo’s

    ‘Het regime [van de Nicaraguaanse president] Daniel Ortega en [zijn echtgenote en vicepresident] Rosario Murillo heeft via het ministerie van Binnenlandse Zaken’ de intrekking bevolen van de vergunningen van zes buitenlandse niet-gouvernementele organisaties met hoofdkantoren in ‘de Verenigde Staten of Europa‘, schrijft de Nicaraguaanse krant Confidencial. De betrokken ngo’s zijn: National Democratic Institute For International Affairs, International Republican Institute, Helping Hands The Warren William Pagel Foundation, Oxfam Itermon, Oxfam Ibis en Diakonia.

    Zij worden ervan beschuldigd niet te hebben voldaan aan ‘hun verplichtingen uit hoofde van de wetten die gelden voor organisaties zonder winstoogmerk op Nicaraguaans grondgebied’. Dit besluit zal ‘gevolgen hebben voor de begunstigde gemeenschappen en de lokale organisaties die door hen worden gefinancierd‘, waarschuwt La Prensa.

    Lees ook:

    Duizenden mensen gevaccineerd met zoutoplossing

    In de Duitse deelstaat Nedersaksen lopen duizenden mensen rond zonder bescherming tegen corona omdat ze een zoutoplossing hebben gekregen in plaats van een vaccin. Meer dan tweeduizend mensen willen zich opnieuw laten vaccineren, bericht ZDF.

    Volgens het district zouden 8557 mensen getroffen zijn

    Vorige week dinsdag (10 augustus) werd bekend dat duizenden mensen, meer dan aanvankelijk werd aangenomen, in het district Friesland in werkelijkheid geen vaccinatie tegen covid-19 hebben gekregen omdat een verpleegster in het voorjaar injecties zou hebben gegeven met een zoutoplossing. Ze zou dit hebben gedaan om te verdoezelen dat een ampul was gebroken. Volgens het district gaat het mogelijk om 8557 mensen die tussen 5 maart en 20 april werden gevaccineerd. Het is nog onduidelijk hoe groot de werkelijke omvang van de zaak is.

    Het district heeft informatiebrieven en e-mails gestuurd naar mogelijk gedupeerden om de situatie toe te lichten. Daarnaast is er een aparte informatielijn opgezet. Op 10 augustus hadden ongeveer duizend mensen de informatielijn gebeld. De beschuldigde verpleegster ontkent.

  • Na twaalf jaar een regering zonder Netanyahu | Rusland en Nicaragua arresteren oppositieleiders

    Na twaalf jaar een regering zonder Netanyahu | Rusland en Nicaragua arresteren oppositieleiders

    Israël krijgt voor het eerst sinds 2009 een regering zonder Netanyahu

    De Israëlische oppositieleider Yair Lapid heeft woensdag een coalitieakkoord voor een nieuwe regering bereikt met acht partijen. Daarmee zal premier Benjamin Netanyahu, die sinds 2009 onafgebroken aan de macht is geweest, worden afgezet.

    De aankondiging kwam ‘vijfendertig minuten voor de deadline’ van middernacht op woensdag 2 juni, schrijft The Times of Israel: na ‘nagelbijtende gesprekken’ belde de leider van de Israëlische oppositie, Yair Lapid, president Reuven Rivlin om te vertellen dat het hem was gelukt een regering te vormen ‘die Netanyahu uit de macht zet’.

    ‘Deze regering zal er zijn voor alle burgers van Israël, voor hen die voor haar hebben gestemd en voor hen die dat niet hebben gedaan. Zij zal alles doen om de Israëlische samenleving te verenigen’, verklaarde Yair Lapid aan president Rivlin.

    ‘Dit is de eerste keer sinds de geboorte van Israël dat een Israëlisch-Arabische partij deel gaat uitmaken van de regering’

    De leider van de centristische Yesh Atid-partij (‘Er is een Toekomst’) bracht het nieuws naar buiten nadat hij ’s avonds rechtse partijen en de Israëlisch-Arabische formatie Ra’am had opgeroepen om zijn toekomstige regering te steunen. Zijn team heeft een foto vrijgegeven van het regeerakkoord dat is ondertekend door de leiders van acht Israëlische partijen – twee van links, twee van het midden, drie van rechts en één Arabische partijleider. Een ‘historische foto’ en zelfs ‘meer dan dat’; ‘dit is de eerste keer sinds de geboorte van Israël dat een Israëlisch-Arabische partij deel gaat uitmaken van de regering’, schrijft Haaretz, dat er ironisch aan toevoegt: alleen ‘de man die het allemaal mogelijk maakte’, Benjamin Netanyahu, ‘was er niet bij.’

    ‘De coalitie, aldus Ynetnews, is ‘een amalgaam van partijen uit het hele politieke spectrum’ en ‘betekent het einde van twaalf jaar Benjamin Netanyahu als minister-president’.

    Volgens The Times of Israel zal de radicaal-rechtse leider Naftali Bennett tot september 2023 als premier fungeren, waarna Yair Lapid hem zal opvolgen tot het einde van de zittingsperiode van de Knesset, het Israëlische parlement, in november 2025.

    Onzekere meerderheid

    Deze toekomstige ‘regering van verandering’ moet nog het vertrouwen van de Knesset winnen. En omdat Israël sinds de ontbinding van de Knesset in december 2018 in een politieke impasse is beland, ‘is het niet zeker dat het de eindstreep zal halen’, aldus The Times of Israel.

    Het coalitieakkoord wordt gesteund door acht van de dertien partijen die vertegenwoordigd zijn in het parlement na de verkiezingen van 23 maart. Een parlementslid van Naftali Bennetts Yamina-partij, Amichai Chikli, kondigde echter aan dat hij tegen de nieuwe coalitie zou stemmen. Volgens de berekeningen van Times of Israel zou de voorgestelde regering-Lapid-Bennett momenteel de steun van 61 parlementsleden hebben, ‘de kleinst mogelijke meerderheid’ in de 120 zetels tellende Knesset. Een ander parlementslid van Yamina, Nir Orbach, kondigde woensdagavond aan dat ook hij van plan is tegen te stemmen, ‘een zet die deze nieuwe regering van haar kleine meerderheid zou kunnen beroven’, aldus de Israëlische krant.

    De stemming voor de nieuwe regering zal uiterlijk op 14 juni zal plaatsvinden, ‘wat Netanyahu en zijn aanhangers twaalf dagen zou geven om te proberen Yair Lapid en Natafli Bennett uit de macht te houden’, aldus Times of Israel.

    ‘Netanyahu zal gebruikmaken van de demonstranten op straat en op sociale media en alle rabbijnen die bereid zijn zich voor hem uit te spreken’

    Haaretz verwacht dat in de dagen voor de stemming ‘Netanyahu de druk zal opvoeren, gebruikmakend van de demonstranten op straat en op sociale media en alle rabbijnen die bereid zijn zich voor hem uit te spreken, om de twijfelende leden van Bennetts partij te beïnvloeden’. ‘Naast de strijd om zijn politieke voortbestaan’, brengt The Times of Israel in herinnering, staat Netanyahu momenteel terecht in drie corruptiezaken.

    Of deze anti-Netanyah-regering nu het vertrouwen van de Knesset krijgt of niet, voor Haaretz was de enige die woensdagavond hoe dan ook als ‘winnaar’ van dit regeerakkoord kon worden beschouwd, Yair Lapid.

    ‘Als deze regering door de Knesset wordt goedgekeurd, zijn haar overlevingskansen op 27 augustus 2023, wanneer Yair Lapid volgens het roulatieakkoord Naftali Bennett moet vervangen als premier, op zijn best gering’, schrijft de centrum-linkse krant. ‘Maar zelfs als dat niet gebeurt, zal Yair Lapid bij de volgende verkiezingen met een ruime marge winnen, omdat veel kiezers die in het verleden te sceptisch waren om op hem te stemmen, hem nu zien als een potentiële premier en, beter nog, als de architect van wat de ultieme overwinning op Benjamin Netanyahu zou kunnen zijn.’

    Lees ook:


    Opnieuw oppositieleden gearresteerd in Rusland

    Twee belangrijke figuren van de liberale oppositie tegen het Kremlin zijn de afgelopen dagen gearresteerd. Andrej Pivovarov, leider van de organisatie Open Rusland, werd op de avond van 31 mei in Sint-Petersburg gearresteerd, terwijl hij aan boord was van het vliegtuig dat hem voor een vakantie naar Warschau zou brengen. De politie dwong het vliegtuig, dat al in beweging was, om te keren en hield het bijna twee uur aan de grond, meldde Novaja Gazeta. Pivovarov werd meegenomen op beschuldiging van ‘samenwerking met een ongewenste organisatie’.

    Op 27 mei heeft de Open Rusland-beweging reeds al haar kantoren in Rusland gesloten en de lidmaatschapsstatus van al haar aanhangers opgezegd, om vervolging te voorkomen. De beweging, die is opgericht en vanuit het buitenland wordt geleid door de geëmigreerde voormalig oligarch Michail Chodorkovski, is recent door de Russische rechterlijke macht tot een ‘ongewenste buitenlandse organisatie’ verklaard.

    ‘Nu de parlementsverkiezingen in september naderen, zijn de autoriteiten actief bezig de gelederen van de oppositie te zuiveren’

    Pas na 23 uur in hechtenis mocht Pivovarov zijn advocaat spreken, schrijft de krant. Intussen werd hij verhoord en werd zijn appartement doorzocht. Sindsdien is hij voor berechting overgebracht naar Krasnodar, 1700 kilometer van Sint-Petersburg. Op een hoorzitting van 2 juni is besloten dat Pivovarov zal worden vastgehouden voor twee maanden voorlopige hechtenis, bericht The Moscow Times.

    Andrej Pivovarov, 39 jaar, is ondernemer en sinds 2004 actief tegenstander van het regime. Hij heeft verschillende demonstraties georganiseerd en is al eerder gearresteerd. Na zich bij verschillende oppositiepartijen en -formaties te hebben aangesloten, werd hij in maart 2018 verkozen tot voorzitter van de organisatie Open Rusland, waarvan hij in 2019 uitvoerend directeur werd.

    Dmitri Goedkov

    Op 1 juni werd de oprichter van Verenigde Democraten, Dmitri Goedkov, gearresteerd en vervolgens twee dagen vastgehouden, meldt dagblad Kommersant. Hij werd beschuldigd van het niet terugbetalen van een huurlening tussen 2015 en 2017. De hele dag door werden huiszoekingen verricht in zijn woning en bij twaalf van zijn medewerkers of ex-collega’s.

    Dmitri Goedkov, 41, was afgevaardigde van de partij Rechtvaardig Rusland in de Federale Doema tussen 2011 en 2016, maar werd in 2013 uit de partij gezet omdat hij had deelgenomen aan protesten van de buitenparlementaire oppositie. In 2017 stond hij op de lijst van de liberaal-democratische partij Jabloko bij de verkiezingen, maar kwam niet in het parlement. In 2019 werd zijn kandidatuur voor de gemeente Moskou door de kiescommissie afgewezen.

    Volgens nieuwssite Gazeta.ru heeft Jabloko gezegd dat zij de gesprekken met Goedkov over een kandidaatschap voor de parlementsverkiezingen van september 2021 zal voortzetten.

    ‘De oppositiepartijen vragen zich af hoe ze nog kritiek kunnen leveren zonder als extremist te worden gebrandmerkt’

    Het dagblad Nezavissimaja Gazeta schrijft: ‘Nu de parlementsverkiezingen in september naderen, zijn de autoriteiten actief bezig de gelederen van de oppositie te zuiveren. Kort voor de sluiting van de kantoren van Open Rusland staakten de kantoren van Alexej Navalny in allerijl alle activiteiten, net als de beweging van Michail Chodorkovski, om vervolging van hun leden of de familieleden van hun leden te voorkomen.’

    In een redactioneel commentaar betreurt Nezavissimaja Gazeta deze jacht op de oppositie en wijst erop dat zelfs de ‘legale’ oppositie wordt getroffen, dat wil zeggen de oppositie die door het regime wordt getolereerd en een zetel in de Doema heeft: de Communistische Partij, de extreemrechtse partij van Vladimir Zjirinovski, de partij Rechtvaardig Rusland en, in mindere mate, Jabloko.

    ‘In plaats van dankbaarheid [van de regering] voor haar loyaliteit, oogst de “legale” oppositie terreur’, schrijft de krant. ‘De oppositiepartijen vragen zich af hoe ze nog kritiek kunnen leveren zonder als extremist te worden gebrandmerkt en zullen gedwongen zijn zeer voorzichtig campagne te voeren.’

    Lees ook:


    Belangrijkste oppositieleider van Nicaragua onder huisarrest

    Ook in Nicaragua neemt de repressie van de oppositie toe. Cristiana Chamorro, de belangrijkste uitdager van president Daniel Ortega voor de presidentsverkiezingen in november, werd woensdagavond onder huisarrest geplaatst. Ze wordt door de regering beschuldigd van het witwassen van geld.

    Haar broer, journalist Carlos Fernando Chamorro, kondigde dit aan in een tweet die door La Prensa werd overgenomen. ‘Het regime van Daniel Ortega heeft op woensdag 2 juni opdracht gegeven tot de arrestatie van oppositielid Cristiana Chamorro en de doorzoeking van haar huis’, meldde de Nicaraguaanse krant.

    ‘Voor het huis van Chamorro staat een ME-eenheid die journalisten aanvalt die verslag doen’ van de gebeurtenissen, laat de krant weten, ‘en tot nu toe is de toestand van de kandidaat [Chamorro] onbekend’.

    Symbolisch figuur

    Christiana Chamorro is de dochter van Violeta Barrios de Chamorro, de vrouw die in 1990 bij de verkiezingen de eerste regering van Daniel Ortega versloeg. ‘Het eerste wat elke Nicaraguaan je over haar zou vertellen is dat ze Violeta’s dochter is,’ vertelt Ana Margarita Vijil, een politiek analist en voormalig docent aan de Polytechnische Universiteit van Nicaragua, aan BBC Mundo.

    ‘Symbolisch betekent Cristiana, die nauw verbonden was met de regering van haar moeder, voor de huidige regering ook de levende herinnering aan die nederlaag’, aldus Vijil.

    In slechts een paar maanden tijd is Chamorro van niet (openlijk) politiek actief uitgegroeid tot het meest zichtbare gezicht van de oppositie in Nicaragua. Vooral nadat ze had besloten zich kandidaat te stellen voor de verkiezingen van 7 november, schrijf BBC Mundo.

    Lees ook:

  • ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    Abraham Lincoln zei het al: geef iemand macht en hij (/zij) laat zijn ware aard zien. Er zijn talloze voorbeelden van beloftevolle politici die zich, eenmaal aan de macht, ontpopten tot meedogenloze onderdrukkers.

    Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenis-experiment uit 1971. Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’

    De volgende machthebbers doorstonden de test niet:

    Abiy Ahmed

    Abiy Ahmed werd op 2 april 2018 beëdigd tot de twaalfde premier van een zeer onrustig Ethiopië. In de protesten tegen politieke ongelijkheid, landonteigening en mensenrechtenschendingen waren honderden doden gevallen en werden duizenden mensen opgepakt. De meeste demonstranten waren Oromo en Amharen, de twee grootste etnische groepen in Ethiopië, die samen 60 procent van de bevolking vormen. Velen voelden zich oneerlijk behandeld door de machthebbers, die vooral behoorden tot de Tigrinya-groep, die minder dan 7 procent van de bevolking uitmaakt. Ahmeds voorganger Desalegne stapte op om hervormingen mogelijk te maken.

    Aanvankelijk maakte Abiy – Oromo-moeder en Amhara-vader – de verwachtingen waar. Hij liet tienduizenden dissidente Ethiopiërs vrij en ging in gesprek met gevluchte tegenstanders in het buitenland. Hij nodigde Isaias Afewerki, de president van Eritrea, uit om het grensconflict tussen de twee landen te beslechten – met succes. In oktober dat jaar presenteerde Abiy Ahmed zijn nieuwe kabinet, dat voor de helft uit vrouwen bestaat – die volgens Ahmed minder geneigd zijn tot corruptie dan mannen. Op Abiys voordracht heeft het land sinds 1 november 2018 ook voor het eerst een vrouw als opperrechter, Meaza Ashenafi.

    Abiy ontving in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede ‘voor zijn inspanningen om vrede en internationale samenwerking te bereiken’

    Deze inspanningen leverden Abiy in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede op: ‘voor zijn inspanningen om vrede en internationale samenwerking te bereiken, en in het bijzonder voor zijn beslissende initiatief om het grensconflict met buurland Eritrea op te lossen’.

    Maar sinds de oorlog in Tigray, en zijn vermeende rol daarin, heeft de reputatie van de Ethiopische premier een flinke deuk opgelopen. Abiy beweerde aanvankelijk dat de oorzaak van de oorlog de aanval van Tigray op militaire bases in de regio was. Maar zijn ‘overwinningstoespraak’ eind vorig jaar onthulde dat gedetailleerde voorbereidingen voor een oorlog al ruim twee jaar geleden begonnen.

    Aanleiding voor het conflict is de weigering van TPLF, de regerende partij van Tigray, om op te gaan in de partij van Abiy. Op de vraag waarom hij niet eerder tot actie overging, zou Abiy hebben gereageerd dat Ethiopië op dat moment niet over voldoende militaire capaciteit beschikte. Het federale leger was heimelijk versterkt, onder andere met dronecapaciteit, op zo’n wijze dat het buiten het zicht van de leiders van Tigray bleef.

    Vlak voor de oorlog werden de internet-, telefoon- en elektriciteitsleidingen naar Tigray door de overheid afgesloten, schrijft Netblocks. Sindsdien zijn alle wegen, inclusief het luchtruim, geblokkeerd. Ook de banken zijn gesloten. Tigrinya die buiten Tigray werken worden ontslagen. Journalisten mogen geen verslag uitbrengen vanuit Tigray, schrijft het Zuid-Afrikaanse Mail & Guardian. Er is enkel toestemming voor hulporganisaties om steun te bieden in gebieden die onder controle van de overheid vallen.

    Sinds het begin van de oorlog zijn de steden van Tigray onderworpen aan zware bombardementen en beschietingen. De regio wordt op verschillende fronten tegelijk aangevallen. Er wordt melding gedaan van wijdverbreide plunderingen van Eritrese en Amhara-militairen, waaronder die van bijzondere culturele en religieuze artefacten.

    Voor de Tigreeërs zelf komt het geweld niet als verrassing: ‘Abiy, met zijn geveinsde politiek van verzoening, liet ons in de steek.’

    De aanpak doet denken aan de door de regering veroorzaakte hongersnood in Ethiopië van 1984-1985. Door opzettelijke verarming en verwaarlozing en de daaropvolgende emigratie werden Tigrinya steeds meer als arme mensen beschouwd. In Eritrea werd Agame, de naam van het oostelijke Tigray-gebied, veranderd in een denigrerende term waarmee naar alle Tigrinya werd verwezen. In de Ethiopische regio Amhara werden Tigrinya aangeduid met termen als sprinkhanen, luizen, bedelaars, banda [verrader] en nog veel meer, en deze zijn nog altijd gangbaar.

    Lees ook:


    Asma al-Assad

    Asma al-Assad had mooie dromen voor de Syrische hoofdstad Damascus toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen opstandige groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoenencollectie.

    Lees ook ons uitgebreid portret van de First Lady van Syrië:


    Narendra Modi

    ‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.

    Lees ook dit artikel van schrijver en essayist Arundhati Roy:


    Aleksander Loekasjenka

    Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.

    Lees ook dit uitgebreid portret van de ‘laatste dictator van Europa’:


    Evo Morales

    Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’

    De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.

    In 2014 voerde Morales een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken

    Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.

    De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.

    Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.

    Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.

    In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’

    En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’

    Lees ook dit artikel over de Nicaraguaanse president Daniel Ortega:

  • Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    Hoe Ortega van idealistische vrijheidsstrijder in onderdrukker veranderde

    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega krijgt steeds meer dictatoriale trekjes. Protesten tegen sociale hervormingen worden hard neergeslagen, met inmiddels ruim driehonderd doden tot gevolg.

    In een soort geteleviseerde vergadering kondigde Daniel Ortega in april 2018 aan dat de hervorming van het sociale zekerheidsstelsel werd ingetrokken. Dezelfde hervorming die een paar dagen eerder tot een golf van geweld had geleid, die door de regering met harde hand werd onderdrukt en waarbij meer dan tien doden vielen. ‘Ik deel het Nicaraguaanse volk mede dat ik heden het besluit heb ontvangen van het Directoraat Sociale Zekerheid (…) om de maatregel in te trekken (…) die tot zoveel protest heeft geleid.’ De aankondiging was niet het einde, maar het begin van een nieuwe etappe die Nicaragua op zijn grondvesten deed schudden.

    ‘Als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht’

    Lange tijd werd ervan uitgegaan dat macht corrumpeert, een theorie die onder meer was gebaseerd op het beroemde Stanford-gevangenisexperiment uit 1971.

    Een onderzoek van Smithsonian Institution kwam echter tot een andere conclusie: macht corrumpeert niet, maar versterkt al bestaande ethische tendensen. Of in de woorden van Abraham Lincoln: ‘Bijna iedereen kan tegenspoed doorstaan, maar als je iemands karakter wilt testen, geef hem dan macht.’
    De volgende machthebbers doorstonden de test niet:

    ▪ Abiy Ahmed, sinds 2018 premier van Ethiopië, kreeg in 2019 de Nobelprijs voor de Vrede, onder andere omdat hij erin geslaagd was het langlopende grensconflict met Eritrea op te lossen. Inmiddels voert hij een oorlog tegen de noordelijke regio Tigray, waarbij meldingen worden gedaan van wijdverbreide plunderingen en mensenrechtenschendingen.

    ▪ Asma al-Assad had mooie dromen voor Damascus, Syrië, toen ze er vanuit Londen heen trok om bij haar man Bashar te zijn. Het zou een welvarende, culturele wereldhoofdstad worden. Maar terwijl niet veel later vele onschuldige burgers als gevolg van een oorlog tegen rebelse groepen omkwamen, leek zij vooral bezig met het uitbreiden van haar schoencollectie.

    ▪ ‘Dit is een leider die ons land vooruit wil helpen’, zeiden veel Indiërs in 2014 over Narendra Modi, die dat jaar de verkiezingen won. Hij zou in tegenstelling tot tegenstander Rahul Ghandi niet uit zijn op eigenbelang. Zeven jaar later is duidelijk dat Modi wel degelijk zijn ‘eigen groepering’, de hindoebevolking, voortrekt. Met maatregelen als het abrupt afschaffen van een deel van de bankbiljetten in 2016 en een al even abrupte lockdown vorig jaar, benadeelt hij bovendien het overgrote armere deel van de bevolking.

    ▪ Aleksander Loekasjenka won de eerste democratische verkiezingen van Belarus in 1994 als ‘corruptiebestrijder’. Maar hij duldt geen tegenspraak. Na beschuldigingen van stembusfraude in 2020 ontstonden massale protesten, die ‘de laatste dictator van Europa’ met harde hand neersloeg. Meer dan 32.000 mensen zouden zijn gearresteerd.

    Het systeem van sociale zekerheid in Nicaragua kent ruime uitkeringen, maar kampt sinds 2013 met tekorten. Door de hervorming werden de pensioenen verlaagd van 80 procent naar 70 procent van het gemiddelde inkomen over een bepaalde periode. Tevens werd onder andere de werkgeverspremie in 2020 verhoogd van 19 procent naar 22,5 procent en de werknemerspremie van 6,25 procent naar 7 procent.

    ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet’

    Volgens een rapport van het CELAG (Centrum voor Geopolitieke en Sociaal-Economische Studies in Latijns-Amerika) vereist het pensioensysteem zoals voorgesteld in de Nicaraguaanse hervorming – in grote lijnen hetzelfde als de vigerende systemen in Argentinië, Colombia en Uruguay – een verdubbeling van het aantal premiejaren. Met andere woorden: de hervorming was geen disproportionele aanpassing in een land als Nicaragua, dat in vergelijking met de andere Midden-Amerikaanse landen over zeer positieve macro-economische en sociale indicatoren beschikt.

    Het bnp groeide in 2008 met 2,9 procent en met 4,7 procent in 2016. Het percentage geweldsdelicten met dodelijke gevolgen, dat Honduras, El Salvador en Guatemala tot de meest gewelddadige landen ter wereld maakt, is in Nicaragua relatief erg laag: in de buurlanden schommelde het in 2010 tussen de 77,5 en 41 procent, terwijl het in Nicaragua maar 9,1 procent was. De sociale programma’s, zoals Hambre Cero (Nul Honger), Usura Cero (Nul Woekerpraktijken) en Desempleo Cero (Nul Werkloosheid), hielpen het percentage van de bevolking dat onder de armoedegrens leefde naar beneden te brengen: volgens de officiële cijfers daalde het van 45 procent in 2006 naar 24,9 procent in 2016 en hetzelfde gebeurde met de ongelijkheidsindex.

    ANP 360238985 2
    Een gemaskerde demonstrant houdt een zelfgemaakte mortier vast. Hij neemt deel aan een protestmars tegen de regering Ortega in Managua, op 2 september 2018. – © Inti Ocón / AFP

    Toch veroorzaakte de hervorming een explosie van protesten onder een bepaald deel van de bevolking, met name jonge studenten van de belangrijkste Nicaraguaanse universiteiten. Jongeren die de revolutie niet hadden meegemaakt. Op 18 april 2018 begonnen ze zich te mobiliseren en gingen ze de straat op om barricades op te werpen en scholen te bezetten. De repressie van de overheid was buitensporig.

    De verklaring voor deze crisis moet niet in sociaal-economische factoren gezocht worden. Als het een politieke crisis was, dan was de grootste fout van de overheid wel dat ze de oplossing zocht in geweld, want daardoor werden de mensenrechtenactivisten, de vrouwen, de families van de slachtoffers, vertegenwoordigers van de Katholieke Kerk en een heel groot deel van de bevolking juist extra gemobiliseerd. Ondanks het intrekken van de hervorming sloeg de opstand razendsnel over naar andere steden en naar delen van het platteland, vooral de zone langs de Pacifische kust en het centrale noorden van Nicaragua. Het leek erop dat de mensen het aftreden wilden van het presidentieel paar, en de reactie van de overheid was verhoogde repressie en criminalisering van het protest.

    Er volgden massale demonstraties, twee landelijke stakingen, bezettingen van universiteiten, en overal werden wegversperringen opgeworpen, sommige permanent, andere met tijdelijke doorgang. Die blokkades, een van de meest karakteristieke aspecten van het conflict, werden verdedigd met zelfgemaakte mortieren en ander wapentuig. Medio mei, op het hoogtepunt van de crisis, werd een rondetafelconferentie georganiseerd, onder auspiciën van de Katholieke Kerk en met deelname van de regering en de recent opgerichte ‘Burgerlijke Alliantie voor Democratie en Recht’, een amalgaam van studenten- en boerenorganisaties, leden van de burgerij en werkgeversorganisaties, zoals de COSEP (Hoge Raad van Privé-Ondernemingen). Op de eerste vergadering eiste de Alliantie het aftreden van de regering Ortega en vervroegde verkiezingen. En de regering eiste verwijdering van de wegversperringen. De onderhandelingen liepen vast en zijn nog steeds niet vlot getrokken.

    Patroon

    Het geweld van de staat was er vooral op gericht deelname aan demonstraties te ontmoedigen, wegversperringen te ontmantelen en de uitingen van politieke onvrede de kop in te drukken. Het CIDH, het Inter-Amerikaans Comité voor Mensenrechten, zag een patroon: excessief en willekeurig geweld door de politie en de anti-oproereenheden, alsmede het inzetten van parapolitionele eenheden of knokploegen, met oogluikende toestemming en zelfs medewerking van het openbaar gezag. De eenheden maakten gebruik van vuurwapens, traangasgranaten en rubberkogels. Die repressieve reactie van de staat heeft geleid tot verhoogde spanning onder de demonstranten, de veiligheidstroepen en de oproerpolitie en heeft de polarisatie in de hand gewerkt, met als gevolg grote onlusten, botsingen met de demonstranten en allerlei soorten geweld in het hele land.

    In feite heeft de reactie van de regering-Ortega op het sociaal protest een nieuwe spiraal van politiek geweld in de geschiedenis van het land in gang gezet en het klimaat overrijp gemaakt voor het ontstaan – aan beide kanten van het conflict – van gemaskerde en gewapende burgermilities die terreur onder de bevolking zaaien. Volgens het rapport van het CIDH heeft het repressieve beleid van de overheid, met excessief en arbitrair gebruik van de politiemacht, geleid tot 220 doden in de periode 18 april tot 1 juli 2018. Begin augustus van dat jaar was het dodental opgelopen tot bijna driehonderd. Het comité telde in de periode tot 6 juni ook 1337 gewonden en 507 arbitraire arrestaties.

    Aan de andere kant, bij de overheid en het FSLN (het Sandinistisch Nationaal Bevrijdingsfront), telde het comité in de periode tot 6 juni minstens 5 dode en 65 gewonde politieagenten. Inmiddels is het dodental bij de politie opgelopen tot minstens 9, waarvan 4 agenten op 12 juli het leven lieten bij de aanval op Morrito, in het departement Río San Juan. Ook vielen er volgens het CIDH 17 slachtoffers onder mensen die gelieerd waren aan de overheid of het FSLN en die door geweld of een regelrechte moordaanslag om het leven waren gekomen. Verder 40 gevallen van brandstichting of andere schade aan eigendommen van de regering of het FSLN, plus 29 ontvoeringen, merendeels van politieagenten of mensen die voor de lokale overheid werkten. Vermeld dient te worden dat er bij zes van de aangegeven ontvoeringen tekenen van marteling werden gemeld.

    De staat verloor het vermogen om ‘geweldloos gehoorzaamheid’ af te dwingen

    Deze nieuwe verharding van het politiek geweld duidt op twee dingen: 1) dat de overheid niet in staat is gebleken een structuur op te zetten die het monopolie op de uitgeoefende machts- en dwangmiddelen vast in handen hield, 2) dat de regering faalt in de uitoefening van beleid, en 3) dat de staat nog steeds zwak is.

    De Midden-Amerikaanse socioloog Edelberto Torres-Rivas hangt de theorie aan dat uit de kleinschalige guerrilla van de Contra’s – georganiseerd en ondersteund door de Verenigde Staten – tegen de Sandinistische revolutie een electorale democratie ontstond met een zwak staatsapparaat. Die minimale democratie, een noodzakelijke maar onvoldoende voorwaarde voor een democratische politiek, leidde tot een labiel regime dat vanaf 2008 door het FSLN werd ondermijnd, waarna een proces van delegitimering volgde. De staat verloor het vermogen om, in de woorden van Weber, geweldloos gehoorzaamheid af te dwingen.

    Daniel Ortega maakte deel uit van de Regering van Nationale Wederopbouw (1979-1985), hij was van 1985 tot 1990 president van Nicaragua en kwam in 2006 opnieuw aan de macht door middel van verkiezingen, nadat hij een verbond met de leiders van de Contra’s had gesloten. In 2011 werd hij door middel van een hoogst kwestieuze grondwetswijziging herkozen en wederom in 2016, samen met zijn vrouw, Rosario Murillo, als vicepresident. Hij had de verkiezingen met meer dan 72 procent van de stemmen gewonnen en het FSLN won een meerderheid in het Congres met 67 procent van de stemmen. Maar volgens sommige waarnemers werd er tijdens die verkiezingen alleen gediscussieerd over de opkomst: de oppositie stelde dat minder dan 35 procent van de kiezers naar de stembus was gegaan, terwijl het officiële opkomstpercentage op 68,2 procent stond. De legitimiteit van de uitslag werd betwist.

    Geen vernieuwing

    Na 2008 waren er in het politieke speelveld geen tegenkrachten meer, zoals sommige politicologen hebben aangetoond. De Hoge Kiesraad had de Conservatieve Partij en de MRS, de Sandinistische Hervormingsbeweging, een afsplitsing van het FSLN, een wettelijke status onthouden. De MRS was in 1995 opgericht door de pragmatisch-vernieuwende vleugel van het FSLN en werd geleid door Sergio Ramírez, ex-vicepresident onder Daniel Ortega. Sindsdien draaide het FSLN grotendeels om de persoon van Daniel Ortega en werd elke ‘vernieuwing’ van het partijbestuur aan de kant geschoven, iets wat in 2002 in de partijstatuten werd vastgelegd.

    In 2006 wees de sandinistische socioloog Orlando Núñez de MRS aan als een van de grote vijanden van de regering, samen met de ‘conservatieve oligarchie’, de Amerikaanse ambassade, de bankiers, de krant La Prensa en de ondernemers verenigd in de COSEP. Destijds was hij van mening dat die coalitie weinig in de melk te brokkelen had, omdat ze de leiding had verloren van het leger, de politie en de Katholieke Kerk. Volgens Núñez, de mentor van Hambre Cero, had die coalitie in 2006 tot doel Nicaragua opnieuw te polariseren en uiteen te rijten tussen ‘democraten en ethisch gezinden’ aan de ene kant en ‘corrupte konkelaars en terroristen’ aan de andere kant. Twaalf jaar later lijkt het erop dat het discours onveranderd is gebleven, want Daniel Ortega beweert dat sommige groeperingen uit zijn op ‘omverwerping van de constitutionele en institutionele orde’ om ‘het gezag en de wettig gekozen regering te vervangen’. Het lijkt erop dat dit de rechtvaardiging was voor het buitensporig gebruik van geweld.

    Ortega knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China

    Die interpretatie behoeft nog wel enige nuancering. De eerste is dat het bedrijfsleven in 2007 wat dichter tegen de regering aan begon te schurken (de ‘Publiek-Private Alliantie’ heette dat, maar die ging in april 2018 weer ter ziele). De tweede is dat de Katholieke Kerk gaandeweg haar handen van de regering aftrok, met als klap op de vuurpijl een expliciete veroordeling van de regering wegens haar vervolgingspraktijken en twijfels van het bisdom Nicaragua of het nog door zou gaan met bemiddelen in de nationale dialoog. En de derde is de toenadering van de Nicaraguaanse regering tot de Verenigde Staten, om gesprekken te openen over cruciale onderwerpen als migratie en drugshandel.

    Torres-Rivas zei dat het niet de consensus is die de staatsmacht democratisch maakt, maar het succesvol overbruggen van de verschillen, zodat conflicten binnen de kaders van de wet worden opgelost en het inzetten van de machtsfactor gelegitimeerd is. ‘Illegaliteit en geweld kunnen niet bestreden worden met meer illegaliteit en geweld, dat doet een krachtige staat niet.’

    ANP 358621712
    Demonstranten houden een spandoek vast met de tekst ‘Ortega en Murillo moordenaars’, verwijzend naar de Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, tijdens een bedevaart in Managua op 28 juli 2018. – © Marvin Recinos / AFP

    In januari 2007 wachten Evo Morales, Daniel Filmus, Rafael Correa en Manuel Zelaya op de inauguratie van Daniel Ortega, die na zeventien jaar weer president van Nicaragua wordt. De ceremonie was al met een uur uitgesteld: de nieuwe gezaghebbers hadden besloten op Hugo Chávez te wachten, die opgehouden was. Onder de genodigden bevonden zich ook Tom Shannon, onderminister voor Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten, en tien andere staatshoofden. Chávez, de commandant van de Bolivariaanse Revolutie, en Ortega, de president van de Sandinistische Revolutie, tekenden de volgende dag een aantal samenwerkingsverdragen: voor de levering van olie, voor landbouwleningen, voor de bouw van krachtcentrales, voor kwijtschelding van schulden. Het was het hoogtepunt van het ‘Roze Tij’ of de ‘Draai naar Links’, de ‘nationaal-populistische’ of ‘post-neoliberale’ regeringen, die na de crisis van het neoliberalisme in Latijns-Amerika opkwamen.

    Evo Morales ‘keert terug’

    Morales moest in 2019 aftreden als president na protesten tegen zijn herverkiezing. Er zou sprake zijn van verkiezingsfraude. Nu is de voormalig cocaboer bezig met een comeback.

    Evo Morales werd als kandidaat van de socialistische MAS-partij in 2006 de eerste Boliviaanse president van inheemse afkomst. Bij zijn aantreden beloofde hij: ‘We zullen een einde maken aan de koloniale staat en het neoliberale model. Vijfhonderd jaar van verzet door de inheemse volkeren van Amerika zijn voorbij.’

    De gedeeltelijke nationalisatie van olie en gas betaalde royale sociale programma’s die het armoedecijfer terugbrachten van 59 tot 35 procent. Het armste land van Zuid-Amerika werd het snelst groeiende land, met een gemiddelde toename van 5 procent per jaar gedurende meer dan tien jaar.

    Maar de voormalig leider van de vakbond van cocaboeren kreeg al snel autoritaire trekjes. Hij voerde in 2014 een nieuwe grondwet in om een derde presidentstermijn mogelijk te maken. Een referendum in 2016 voor een vierde termijn, werd verworpen. Maar een jaar later oordeelde het constitutionele hof – bestaande uit door zijn partij aangestelde rechters – dat hij het toch nog eens kon proberen.

    De bij voorbaat controversiële verkiezingen van 2019 verliepen chaotisch, onder andere doordat de voorlopige telling van de stemmen abrupt werd onderbroken nadat de elektriciteit uitviel. Vierentwintig uur later, bij het hervatten van de telling, had Morales ineens de 10 procentpunt voorsprong die nodig was om zijn rivaal, Mesa, in de eerste ronde te verslaan, overschreden.

    Na de massale protesten die deze gang van zaken opleverde, gesteund door de grootste vakbond van het land, het leger en de politie, trad Morales af en vluchtte naar Mexico en later Argentinië.

    Een zelfbenoemde interim-regering onder leiding van Jeanine Áñez, een evangelisch christen die werd ingezworen met een bijbel zo groot als een koelkast, moest zo snel mogelijk nieuwe verkiezingen organiseren. Morales’ vertrouweling Luis Arce en zijn MAS-partij wonnen die verkiezingen, waarop Morales terugkeerde naar Bolivia. Arce werd president.

    In maart werden Áñez en haar voormalige interim-ministers gearresteerd voor terrorisme en opruiing vanwege hun rol in de protesten van 2019. ‘Politieke vervolging,’ volgens de voormalig conservatieve interim-president, ‘in de stijl van een dictatuur.’

    En nu is er een campagne op touw gezet die Morales weer terug aan het hoofd van de regering moet krijgen, als opvolger van president Arce: ‘Evo vuelve’; ‘Evo keert terug’. Hij wil immers nog die vierde termijn uitdienen, waar hij recht op heeft. Want, zoals een commentator in de Boliviaanse krant Los Tiempos schrijft: ‘Volgens Morales en zijn volgelingen is Evo het magische antwoord op elk probleem.’

    In Washington fronste men de wenkbrauwen. Midden-Amerika is een cruciale regio in de veiligheidsdoctrine van de VS. Nicaragua was, vanaf zijn politieke onafhankelijkheid, een belangrijke issue in de Amerikaanse buitenlandse politiek. De terugkeer aan de macht van het FSLN kon een versterking betekenen van de ‘Bolivariaanse Alliantie’, een regionaal blok dat door Venezuela was opgezet als alternatief voor de ‘Vrijhandelszone van Amerika’, die in 2005, op een mislukte onderhandelingstop in Mar del Plata, ten grave werd gedragen – maar niet in Midden-Amerika, waar een jaar eerder, in 2004, een vrijhandelsverdrag werd getekend tussen de VS, Midden-Amerika, en de Dominicaanse Republiek (CAFTA-DR in het Engels: Dominican Republic – Central America Free Trade Agreement).

    Handelspartner VS

    De Verenigde Staten hadden ook nog andere plannen, zoals het ‘Puebla-Panama Plan’ (PPP), later omgedoopt tot ‘Mesoamerica Project’, ter bevordering van de grondstofwinning, de bouw van infrastructuur, de export van regionale goederen, controle over migratie en uitbreiding van het zogeheten ‘Mérida Initiatief’ en het ‘Plan Colombia’ naar Midden-Amerika. Washington wilde de door Cuba en Venezuela opgezette allianties ontkrachten. Het was tekenend dat Honduras, vanouds een bondgenoot van de Verenigde Staten, zich na de militaire staatsgreep tegen Manuel Zelaya uit de Bolivariaanse Alliantie terugtrok.

    Ortega trok zich niet terug uit de ‘Vrijhandelszone van Amerika’ en ook niet uit het ‘Mesoamerica Project’. Hij steunde de VS zelfs in zijn migratiepolitiek en zijn war on drugs. De VS bleef de belangrijkste handelspartner van Nicaragua. Maar Ortega sloot zich wel onmiddellijk aan bij de Bolivariaanse Alliantie en intensifieerde de politiek economische banden met Chávez. Hij knoopte betrekkingen aan met Rusland en versterkte de relatie met China. Vervolgens kondigde hij de aanleg aan van het Nicaraguakanaal, een project dat uitgevoerd zou worden door de Chinese HKND Group en dat aanleiding heeft gegeven tot talloze speculaties. Met die besluiten toonde Nicaragua zijn onafhankelijkheid op het terrein van internationale betrekkingen, en deze uitingen van nationale soevereiniteit, die tegen de belangen van de VS ingaan, zijn een klap in het gezicht van de Noord-Amerikanen, met hun traditionele politieke arrogantie en hun systematische streven om hun wil aan de regio op te leggen.

    Politieke landschap

    In de periode tussen het opnieuw aan de macht komen van Ortega en de huidige crisis, die zijn regime doet wankelen, is het politieke landschap in Latijns-Amerika veranderd: van de ‘Draai naar Links’ naar de ‘Conservatieve Restauratie’. In Argentinië en Chili kwam rechts via verkiezingen aan de macht. In Haïti (2004), Honduras (2009), Paraguay (2012) en Brazilië (2016) gebeurde dat door middel van allerlei vormen van machtsontzetting, meestal, maar niet altijd, in samenwerking met hun Noord-Amerikaanse tegenhangers. Venezuela, de grote steunpilaar van Nicaragua, beleeft een van de zwaarste crises in zijn geschiedenis: bovenop de binnenlandse factoren komt nog eens de systematische druk die de Verenigde Staten en zijn Latijns-Amerikaanse bondgenoten sinds de staatsgreep van 2002 op de Bolivariaanse revolutie uitoefenen. De overwinning van Trump bemoeilijkte het dubbelspel van Ortega nog verder. Eind 2017 werd in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden de ‘NICA Act’ (Nicaragua Investment Conditionality Act) aangenomen, die additionele internationale leningen aan Nicaragua – van groot belang voor de economische groei van het land – moest blokkeren. Het is binnen die regionale context dat de Nicaraguaanse regering op de massale protesten van de bevolking met toenemend geweld reageert.

    Eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was

    ‘Ik voelde me vereerd in het gezelschap te verkeren van de Nicaraguaanse studentenleiders die hun leven wagen voor de vrijheid…’, zo luidt de tweet bij de foto waarop drie Nicaraguaanse studenten poseren met de Texaanse Republikein Ted Cruz. Nog breder is hun glimlach op de foto met Ileana Ros-Lehtinen (de drijvende kracht achter de NICA Act) of met Marco Rubio, twee mensen met wie ze zich ook lieten fotograferen tijdens hun bezoek aan de VS, dat gefinancierd werd door Freedom House, de aan de CIA gelieerde organisatie die in de jaren tachtig een vinger in de pap had van de zogenaamd ‘anticommunistische’ psychologische oorlog in Midden-Amerika en die zich tegenwoordig ook bemoeit met bepaalde groeperingen binnen de Venezolaanse oppositie. Dezelfde organisatie die de Argentijnse mediamagnaat Héctor Magnetto in 2016 vereerde met de Prijs voor Vrijheid van Meningsuiting. Ook het National Democratic Institute (NDI) en de National Endowment for Democracy (NED), twee studentenorganisaties uit de VS, zijn actief in Nicaragua.

    Volgens officiële cijfers heeft de NED tussen 2014 en 2017 4,2 miljoen dollar aan verschillende lokale organisaties uitgedeeld. De Nicaraguaanse studenten brachten ook een bezoek aan El Salvador, waar ze een ontmoeting hadden met de burgemeester van de hoofdstad en gedeputeerden van ARENA, de Nationalistische Republikeinse Alliantie, die de harde kern vormt van politiek rechts in het land. De tournee zorgde voor heftige discussies binnen de Nicaraguaanse studentenorganisaties, want eens te meer bleek hoe ingrijpend de Noord-Amerikaanse inmenging was, terwijl tevens het gebrek aan leiderschap en de complexiteit van de binnenlandse verhoudingen aan het licht kwamen. Daarin schuilt het grootste obstakel voor een democratisch-politieke uitweg uit de crisis, die zowel het pact tussen de sociaal-economische elites als de Noord-Amerikaanse inmenging het hoofd kan bieden.

    Ontoereikende stap

    Nadat Daniel Ortega eind juli 2018 een deel van de wegversperringen en blokkades had weggeruimd, gaf hij te kennen open te staan voor het uitschrijven van een referendum over het vervroegen van de presidentsverkiezingen van 2021 naar 2019. Dat idee was een goede, maar ontoereikende politieke stap. Zonder politieke veranderingen die het democratisch bestel, op het vlak van de mensenrechten en de soevereiniteit van het volk, geloofwaardig maken, kan de crisis elk moment weer losbarsten. 

  • In Nicaragua bestaat geen politieke wil voor vrije verkiezingen

    In Nicaragua bestaat geen politieke wil voor vrije verkiezingen

    De enige zekerheid die er momenteel is in Nicaragua is dat Ortega en zijn vrouw, tevens vicepresident, herkozen willen worden. Dit betekent dat ze de totale macht houden over de overheid, de economie, de politie en het leger.

    Onlangs sprak ik via Zoom met mijn vriend de Canadese schrijver John Ralston Saul, oud-voorzitter van PEN International, die een paar jaar geleden in Nicaragua was geweest. De PEN, vroeger de PEN CLUB, werd in 1921 in Londen opgericht met niemand minder dan Joseph Conrad, George Bernard Shaw en H.G. Wells als leden van het eerste uur. De schrijversorganisatie verenigt nu schrijvers van over de hele wereld en houdt zich vooral bezig met het verdedigen van de vrijheid van meningsuiting en de mensenrechten. 

    John belde me omdat hij benieuwd was hoe het in Nicaragua is, waar de Nicaraguaanse PEN-afdeling onder voorzitterschap van schrijfster Gioconda Belli onlangs haar deuren moest sluiten. We spraken lang over Nicaragua en haalden herinneringen op aan toen ik hem een keer meenam om een kijkje te nemen in de krater van de actieve vulkaan Masaya. Een voor toeristen angstaanjagende diepte waaruit dikke zwaveldampen opstijgen, alsof we in dit land wonen in de bek van de hel, zoals kroniekschrijver Fernández de Oviedo de vulkaankrater omschreef.  

    Om te beginnen zei ik dat de ene gekozen regering van Latijns-Amerika het beter doet dan de andere en dat de ene democratischer is dan de andere maar dat de democratieën de afgelopen decennia zich hebben kunnen wortelen omdat de kiessystemen vertrouwen wekken en verhalen over fraude, stembussen vol valse stembiljetten – met name van dode mensen – en klunzig vervalste bewijsstukken tot het verleden behoren. 

    ANP 360036887
    De Nicaraguaanse president Daniel Ortega en zijn vrouw, vicepresident Rosario Murillo, ballen hun vuisten tijdens de herdenking van de eenenvijftigste verjaardag van de guerrillacampagne Pancasan in Managua, op 29 augustus 2018. – © AFP

    Niemand zal de legitimiteit van de overweldigende verkiezingszege van president Nayib Bukele in El Salvador in twijfel trekken. Of hij die absolute meerderheid die hem de totale controle over het land geeft, zal gebruiken om de democratie te bestendigen of om zeep te helpen, zal moeten blijken. De stemmen die hij heeft gekregen zijn eerlijk geteld. En als in Peru het vertrouwen in de politiek in een voortdurende crisis verkeert, komt dat niet door verkiezingsfraude maar doordat de verkozen leiders keer op keer corrupt blijken te zijn. 

    Anders is het in Nicaragua waar de grondwet dicteert dat er in november van dit jaar presidentsverkiezingen en parlementaire verkiezingen worden gehouden. Over een paar maanden dus, maar er worden geen voorbereidingen getroffen die de indruk wekken van een eerlijk electoraal proces om een democratische transitie mogelijk te maken.  

    In een resolutie van de Algemene Vergadering van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) van november vorig jaar staan de basisvoorwaarden waaraan onze verkiezingen moeten voldoen om eerlijk te verlopen: ‘deugdelijke’ onderhandelingen tussen de regering en de oppositie ‘waarvan niemand wordt uitgesloten’; ‘grondige’ electorale hervormingen die voldoen aan internationale normen; herstructurering en modernisering van de Verkiezingsraad zodat onafhankelijk, transparant en verantwoord optreden is gewaarborgd; actualiseren van het register kiesgerechtigden; aanwezigheid van nationale en internationale waarnemers. 

    Voorwaarden

    Daarnaast staat er in de resolutie dat er sprake moet zijn van een pluriform politiek proces ‘ter waarborging van de burgerlijke en politieke rechten, inclusief de vrijheid van vreedzame vergadering en samenscholing, het recht op vrijheid van meningsuiting. Tevens moeten nieuwe politieke partijen zich kunnen registreren in het kiesregister’.

    Aan deze voorwaarden had eind mei voldaan moeten zijn, maar tot nu toe heeft de regering geen vinger uitgestoken. Voorlopig weten we alleen dat Ortega en zijn vrouw, de vicepresident, zich klaarmaken om te worden herkozen, wat betekent dat ze, zoals al vijftien jaar het geval is, de totale controle houden over de burgers, de economie, de politie en het leger. Vooralsnog wijst niets erop dat er ook maar de minste politieke wil bestaat om die totale macht te onderwerpen aan vrije verkiezingen. 

    De Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties die dit jaar in Genève vergaderde, liet weten ‘zeer bezorgd te zijn over het feit dat Nicaragua geen pogingen doet om het kiessysteem en de instituties zodanig te hervormen dat er eerlijke en transparante verkiezingen kunnen plaatsvinden’.    

    Hoe kun je in dit klimaat verkiezingscampagnes houden?

    Ook eist de Mensenrechtenraad dat men ‘stopt met het opjagen en belagen van de oppositie‘; ‘met arbitraire arrestaties, bedreigingen en andere vormen van intimidatie om critici te onderdrukken’; ‘de gearresteerden vrijlaat die illegaal en arbitrair zijn opgepakt’. Daarnaast eist de Raad dat de wetten die een schending zijn van de mensenrechten worden ingetrokken. Denk alleen maar de wet Cybercriminaliteit, de ‘Buitenlandse Agentenwet’ (organisaties die geld krijgen uit het buitenland moeten zich laten registreren en zeggen wat ze met het geld gaan doen; ze worden uitgesloten van politieke activiteiten) en de levenslange gevangenisstraf voor ‘haat zaaien’. 

    Kun je een acceptabele politieke situatie creëren in een land met meer dan 120 politieke gevangenen, voornamelijk jonge mensen, en met duizenden jonge ballingen, die zijn gevlucht toen er vanaf 18 april 2018 sprake was van ongebreidelde repressie? 

    Hoe kun je in dit politieke klimaat verkiezingscampagnes houden? De politie patrouilleert op straat en slaat elke poging tot vreedzame manifestatie neer, sluit zonder daartoe gerechtigd te zijn oppositieleden op in hun huis en verbiedt hen naar buiten te gaan, en valt zaaltjes binnen waar politieke bijeenkomsten worden gehouden. 

    Van diverse media en televisiestations is de apparatuur in beslag genomen en andere media, zoals Radio Darío in León hangt hetzelfde boven het hoofd. 

    We staren nog steeds in de krater van de actieve vulkaan, zeg ik tegen John. Het zal heel lastig zijn om de weg te vinden die ons weg leidt van de bek van de hel, maar we houden hoop.