Tag: Nieuws

  • Bijna de helft van de mensen vermijdt het nieuws. ‘Als er iets belangrijks gebeurt, hoor ik het wel’

    Bijna de helft van de mensen vermijdt het nieuws. ‘Als er iets belangrijks gebeurt, hoor ik het wel’

    Een democratie heeft goed geïnformeerde burgers nodig. Maar bijna de helft van de bevolking vermijdt traditionele nieuwsberichten. ‘Wij willen het gezellig hebben.’

    Zonder informatie geen democratie, zegt men. En toch hebben nog nooit zo veel mensen toegegeven geen nieuws meer te volgen als nu – ook in Zwitserland. Op de opkomst bij de stembus heeft dat overigens interessant genoeg geen invloed.

    Op de dag waarop bekend werd dat de Hamasleider en het brein achter de aanslag van 7 oktober 2023 in de Gazastrook gedood was, zegt Jasmin Walker bij de koffie: ‘Daar gaat het zeker niet over als ik ’s avonds met mijn vrienden praat. Wij willen het gezellig hebben en praten over persoonlijke, diepgaande dingen.’

    Walker is 36, zelfstandig kapper en dierenactivist in de buurt van Thun; ze behoort tot de groeiende groep mensen die het nieuws mijdt. Het lijkt paradoxaal: oorlogen in Gaza en Oekraïne, migratie en klimaatverandering: hoe dichterbij de wereldproblemen komen, hoe vaker mensen zich afwenden van de media die daarover berichten.

    Volgens verschillende studies hoort bijna de helft van de mensen tot de zogenoemde nieuwsgedepriveerden, oftewel de groep die maar sporadisch of helemaal geen nieuws consumeert – en die groep wordt steeds groter. Ze overlapt met het derde deel dat volgens het Digital News Report van het Reuters Institute het nieuws ‘vaak of soms’ actief vermijdt, waartoe ook regelmatige nieuwsgebruikers kunnen behoren.

    Statussymbool

    Over het algemeen zijn het vaker vrouwen dan mannen. En het betreft in toenemende mate mensen die met de media zijn opgegroeid, ze deels ook jarenlang intensief gebruikten en nu tijdelijk het nieuws mijden of helemaal niet meer volgen. ‘Al die negativiteit! Daar heb ik geen behoefte aan,’ zegt Walker, die is opgegroeid in een huishouden waar het dagelijkse tv-journaal verplicht was, maar die tijdens de coronacrisis voor het laatst een krant heeft ingezien.

    Wat vroeger taboe was, is tegenwoordig ‘al bijna een statussymbool’, zegt mediapsycholoog Gregor Waller van de Hogeschool voor Toegepaste Wetenschap in Zürich over het groeiende aantal mensen, ook in zijn persoonlijke omgeving, die menen zich niet meer te hoeven informeren over de wereld – en hij bedoelt dat niet positief. ‘Ze willen de controle terug over die berichtenstroom waar nooit een einde aan komt, maar op deze manier sluiten ze zich af voor de wereld.’

    Andreas Friedrich, zevenwenvijftig jaar oud en vader van twee kinderen, zegt het niet zonder trots: hij eigent zich ‘het privilege’ toe om af te zien van alle informatie over wat er in de wereld en in Zwitserland gebeurt, terwijl hij zich daar jarenlang via twee krantenabonnementen van op de hoogte stelde. ‘Ik voel me beter zonder die vloedgolf van informatie. Waarom moet ik het altijd meteen weten als ergens een bom ontploft als het mij niet aangaat en ik er niks tegen kan doen?’

    Hij weet niet meer precies wanneer, maar het had te maken met Trumps eerste verkiezingscampagne

    Daarbij gaat het hem niet om gebrek aan kwaliteit in de berichtgeving, maar hij heeft op zeker moment besloten zichzelf te beschermen met filters. Hij weet niet meer precies wanneer, maar het had te maken met Trumps eerste verkiezingscampagne: ‘Dat we dat voor de tweede keer moeten meemaken vind ik onverdraaglijk.’ De filters zijn de opinies van zijn vrienden, maar ook van bekenden die hij treft bij borrels of avondjes met vrienden. ‘Ik lees gewoon alleen nog maar artikelen die me worden aanbevolen, heel gericht,’ zegt hij. Hij is heel visueel ingesteld, en zo kan hij zich een weg banen door het constante, steeds schellere geschitter van de media en de onlinewereld. 

    Friedrich hoort bij de groeiende groep nieuwsweigeraars die zich volgens de enquêtes van communicatiewetenschapper Anne Schulz van de Universiteit van Zürich zorgen maken om hun welzijn. Terwijl een minderheid als de coronaontkenners zich terugtrekt omdat ze het vertrouwen in de media verloren hebben en anderen gewoon geen interesse hebben in actuele politieke kwesties, voelt deze groep, aldus Schulz, zich ‘emotioneel uitgeput’ door de veelheid en het negatieve karakter van de in de media afgebeelde realiteit. ‘Het is een relatief nieuw fenomeen,’ zegt ze. Daar komt ook bij dat veel mensen de toestand in de wereld negatiever inschatten dan ze in werkelijkheid is.

    Om de effecten van slecht nieuws te begrijpen, zeggen neurowetenschappers, moet je terugkijken tot in het stenen tijdperk. Wij zijn gevormd door een negativity bias, we reageerden sterker op slechte tijdingen dan op goede. De focus op bedreigingen verzekerde het overleven in tijden waarin de sabeltandtijger nog op de loer lag in het bos.

    Stortvloed

    Het huidige probleem is de directheid van de informatie, de ‘stortvloed in realtime’, zoals psychoanalyticus en schrijver Jürg Acklin het noemt. ‘Vroeger, als ik de ochtendkrant had gelezen, zei ik tegen mijn vrouw: “Nu heb ik de wereld weer onder controle.” Dat gaat nu niet meer.’

    De voortdurende beschikbaarheid van informatie raakt bepaalde mensen harder, zegt Acklin: ‘Ze willen steeds meer weten, kunnen niet meer afwegen wat belangrijk is en wat niet; net als een hypochonder, die voortdurend nakijkt wat hij heeft, gaan ze manisch op zoek naar wat er ergens nog zou kunnen gebeuren. En altijd explodeert ergens wel iets.’

    Het gevoel overspoeld te worden roept volgens mediapsycholoog Waller een afweerreflex op die tot een totale weigering van nieuwsberichten kan leiden, juist omdat sommige mensen de spanning tussen het negatieve nieuws en hun eigen, weliswaar soms ook gestreste, maar toch bevredigende leven niet kunnen verdragen. ‘Toch doen de media niets anders dan hun werk als berichtgever en controlerende instantie.’

    ‘De digitale detox van de kleinburger’ noemde mediawetenschapper Bernhard Pörksen dit fenomeen kleinerend in een programma van de Zwitserse televisieomroep SRF. En Die Zeit vergelijkt het met een vlucht uit de wereld, een terugkeer naar het Biedermeiertijdperk, toen het privé- en het familieleven het allerbelangrijkste waren. Het past ook in de tegenwoordige brede trend van de zogeheten ‘selfcare’ of ‘mindfulness’. ‘In een overvolle, overprikkelde, zeer complexe wereld komt het erop aan ons op een nieuwe manier te bezinnen op onszelf’, schrijven de trendwatchers van het Zukunftsinstitut. Dat hoeft niet per se via meditatie of yoga; vaak gaat het om het zich losmaken, van wat dan ook. Op Instagram werd de daarbij passende hashtag ‘slow living’ al meer dan zes miljoen keer gebruikt.

    ‘De problemen zijn al even complex als de oplossingen. En ik kan er ook niks aan veranderen’

    Persoonlijk welzijn in plaats van een vijf-voor-twaalfstemming: ‘De problemen zijn al even complex als de oplossingen. En ik kan er ook niks aan veranderen,’ vindt de negentwintigjarige Mina Wellauer, die niet met haar echte naam in de krant wil. Na onlangs te zijn afgestudeerd werkt ze nu in de bouwsector, en ze informeert zich vooral via sociale media, waar het nieuws moet concurreren met amusement. Ze zegt twee dingen die niet alleen voor het nieuwsmijden van háár generatie kenmerkend zijn: ‘Als ik steeds maar lees over erge gebeurtenissen, dan krijg ik stress door mijn machteloosheid.’ En: ‘Als er iets belangrijks gebeurt, hoor ik het toch wel van iemand.’ 

    ‘Het nieuws vindt mij’, oftewel: je hoeft je helemaal niet zelf te informeren, omdat je via anderen toch wel hoort wat er aan de hand is. Volgens een internationale studie uit 2020 zijn het vooral jonge mensen die daar in toenemende mate op vertrouwen. Koploper in dit opzicht is Spanje, waar meer dan 80 procent van de ondervraagden lieten weten hiernaar te handelen.

    Zwitserland komt in dit onderzoek niet voor, maar blijkbaar voelen veel nieuwsmijders zich hier te lande toch voldoende geïnformeerd om te gaan stemmen; de opkomst bij verkiezingen is in elk geval niet gekelderd. Om zich te oriënteren vertrouwt Jasmin Walker bijvoorbeeld net als die ‘het nieuws-vindt-mij’-jongeren op de hulp van anderen – zoals haar vader, die het nieuws tot op heden nauwgezet volgt.

    Friedrichs strategie is het raadplegen van een stemwijzer, zonder het ‘hele mediacircus’ eromheen: ‘Daar kom je toch alle feiten en argumenten in tegen,’ zegt hij. Mocht er iets gebeuren dat relevant is, dan vertrouwt hij erop dat hij het wel van anderen hoort.

    Nieuwsmijding

    ‘Sinds ik geen nieuws meer lees, ben ik door niets wat in de wereld gebeurt verrast – afgezien van de oorlog in Oekraïne,’ zegt auteur Rolf Dobelli. Hij heeft vijf jaar geleden een provocerend boekje gepubliceerd, waarin hij zelfs oproept tot nieuwsmijding. ‘Al dat breaking news dat de hele dag over ons wordt uitgestort, schept alleen maar de illusie van weten. Nieuws is voor het brein wat suiker is voor het lichaam,’ zegt hij. Zijn toenmalige standpunt heeft hij in zoverre gerelativeerd dat hij een uitzondering maakt voor achtergrondartikelen in media als de Neue Zürcher Zeitung. Maar je móét je tegenwoordig haast wel beschermen tegen het nieuws: Oekraïne, Taiwan, het Midden-Oosten, de AI-revolutie: de actuele ontwikkelingen zijn crazy. Er gebeurt zo veel, zo snel, dat is voor elk brein te veel.’

    Dat is niet alleen te veel gevraagd voor de lezers, maar ook voor de media zelf. ‘Hoe mooi het idee van een brede algemene kennis ook is, in de huidige wereld is dat gewoon onmogelijk geworden,’ aldus Dobelli.

    Hij schetst het toekomstbeeld van een maatschappij waarin iedereen zich bij wijze van spreken terugtrekt in zijn eigen tuin en de publieke discussie steeds kanslozer wordt. Wat voor menigeen dystopisch klinkt, bevordert wat hem betreft het welzijn van het individu en maakt zonder al die afleiding betere beslissingen mogelijk.

    De democratische samenleving functioneert alleen maar wanneer burgers goed geïnformeerd zijn

    Anderen maken zich wél zorgen, want hier duikt een fundamentele tegenstrijdigheid op. Het individu mag zich beter voelen door het nieuwsmijden, maar de democratische samenleving functioneert toch alleen maar wanneer burgers goed geïnformeerd zijn. Mediawetenschapper Pörksen noemde het nieuwsweigeren in het eerder vermelde tv-programma ‘preverlichtingsdenken’ en ‘libertaire zelfzorg’, die ertoe leiden dat in de politiek het moment van ‘idioten, bullshitters en propagandisten’ is aangebroken.

    Paradoxaal genoeg profiteren nu uitgerekend de nieuwscritici ervan dat er een berichtenruis bestaat, dat anderen zich informeren en erover vertellen. ‘Daar heeft u mij te pakken,’ zegt Andreas Friedrich. Dat hij het gevoel heeft goed genoeg op de hoogte te zijn, komt onder andere doordat hij nog veel weet uit de tijd dat hij nog wél allerlei media consumeerde, maar ook door de uitwisseling met mensen die het nieuws regelmatig volgen.

    Het is, geeft hij toe, een ware luxe. Maar wat als de geïnformeerde vrienden ook ophouden met lezen en de informatiestroom die alleen in een democratie mogelijk is, opdroogt? Friedrich zegt, samen met andere nieuwsmijders: als de media minder negatief waren en ook meer zouden berichten over positieve ontwikkelingen, dan zou hij ook weer meer nieuws lezen. Dobelli zet enerzijds in op boeken, essays, lange artikelen. Anderzijds zegt hij: ‘Misschien vindt iemand ooit een nieuwe vorm van de agora uit.’ Hij doelt op de vergaderplaats waar de oude Grieken over politiek debatteerden.

    En psychoanalyticus Acklin, negenenzevetig jaar oud en een eeuwige optimist, verbindt een persoonlijke anekdote met een metafoor, om de hoop niet te verliezen: ‘Ik weet uit eigen ervaring wat er gebeurt als collega’s menen dat ze zich niet meer met het heden hoeven in te laten als ze oud zijn: dan bazelen ze alleen nog over hun kwaaltjes. Het is als met stilstaand water: zonder verse toevoer begint het te stinken. Dat wil niemand.’ 

  • Wereldnieuws: Lokale politici hebben in Duitsland last van intimidatie & meer

    Wereldnieuws: Lokale politici hebben in Duitsland last van intimidatie & meer

    Politici waarschuwen voor ‘dictatoriale tendens’

    De Latijns-Amerikaanse Ronde Tafel voor Reflectie, geleid door de Chileense ex-president Michelle Bachelet, heeft zich uitgesproken tegen de repressie in Venezuela, meldt El País. De groep beschouwt de uitzetting van het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN en de arrestatie van activist Rocío San Miguel als een ernstige fout van het chavismo, en waarschuwt voor een ‘dictatoriale tendens’ die niet past bij Venezuela.

    Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide

    Sinds haar arrestatie op 9 februari zit de activist San Miguel gevangen in El Helicoide, de beruchte gevangenis van de Venezolaanse inlichtingendienst. Ze wordt verdacht van het beramen van een staatsgreep. Toen de VN-commissie zich uitsprak tegen de arrestatie van San Miguel werd de organisatie gesommeerd het land te verlaten. Volgens de Venezolaanse minister van Buitenlandse Zaken, Yván Gil, is de mensenrechtencommissie ‘een privékantoor geworden van coupplegers en terroristische groeperingen die voortdurend complotten smeden tegen het land’.

    gettyimages 1156650706 594x594 1
    © Sean Gallup/Getty Images

    ’s Werelds eerste houten satelliet

    Japanse wetenschappers zijn erin geslaagd een satelliet te ontwikkelen van hout. De LignoSat-sonde is gemaakt van magnoliahout, dat bij experimenten in het International Space Station (ISS) bijzonder stabiel bleek te zijn en bestand tegen scheuren. De sonde wordt deze zomer met een Amerikaanse raket gelanceerd, schrijft Nikkei Asia.

    De houten satelliet is gebouwd om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen

    De houten satelliet is gebouwd door onderzoekers van de Universiteit van Kyoto en het bosbouwbedrijf Sumitomo Forestry om te zien of deze kunnen dienen als milieuvriendelijk alternatief voor de gebruikelijke metalen. ‘Alle satellieten die de atmosfeer van de aarde weer binnenkomen, verbranden en creëren kleine aluminiumoxidedeeltjes die jarenlang in de bovenste atmosfeer blijven zweven,’ legt Takao Doi uit, astronaut en ruimtevaartingenieur van de Universiteit van Kyoto. ‘Die deeltjes tasten het milieu op aarde aan.’


    Lokale politici hebben last van intimidatie

    In 2022 heeft meer dan 60 procent van de lokale volksvertegenwoordigers in Duitsland te maken gehad met bedreigingen en agressie, blijkt uit gegevens van de Heinrich-Böll-Stiftung en de Universiteit van Duisburg-Essen. Vooral burgemeesters liggen onder vuur.

    ‘Veel mensen die betrokken zijn bij de lokale politiek ervaren vijandigheid,’ schrijft Die Tageszeitung. In januari 2024 richtte het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken daarom zelfs een ‘contactpunt voor de bescherming van gemeenteambtenaren en gekozen vertegenwoordigers’ op om dit fenomeen aan te pakken. Minister Nancy Faeser zei dat het doel van het nieuwe contactpunt was om aan ambtsdragers en gekozen vertegenwoordigers over te brengen: ‘Je staat er niet alleen voor.’

    Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord

    ‘Lokale politiek is direct,’ aldus Faeser. Deze nabijheid maakt mensen echter ook kwetsbaar. Dit varieert van haatmails tot fysieke aanvallen en zelfs moord, zoals in het geval van de districtsvoorzitter van Kassel, Walter Lübcke, die in 2019 werd vermoord door een rechts-extremist.

    Veel van deze overtredingen worden niet eens bij de politie gemeld, aldus Faeser. Pogingen tot intimidatie zoals ‘Ik weet naar welke school je kinderen gaan’ zijn niet ongewoon. Ze heeft al met verschillende burgemeesters gesproken die zeiden: ‘Dan kan ik maar beter stoppen om mijn gezin te beschermen.’

    Lokale politici waarmee Die Tageszeitung sprak, maken melding van haatcampagnes en intimidatie op sociale netwerken, rotte eieren die naar hun huizen werden gegooid en beledigende brieven. Gekozen vertegenwoordigers voelen zich in de steek gelaten wanneer ze worden geconfronteerd met bedreigingen, geven het op en stellen zich niet langer verkiesbaar.

    Thomas Zschornak, de CDU-burgermeester van Nebelschütz, een kleine gemeente in het oosten van Duitsland, is een van de bedreigde politici. Twee jaar lang was hij het slachtoffer van een intense intimidatiecampagne; ook hij stelde zich niet herkiesbaar. Hij verliet de politiek met een burn-out.


    Showmax verdringt Netflix in Afrika

    Het Zuid-Afrikaanse streamingbedrijf Showmax is Netflix voorbijgestreefd in Afrika, schrijft Rest of World. Showmax, dat in 2015 ontstond uit MultiChoice, Afrika’s grootste entertainmentbedrijf, had eind november 2023 2,1 miljoen abonnees op het continent, tegenover 1,8 miljoen voor Netflix, volgens marktonderzoeksbureau Omdia. Showmax heeft Netflix ingehaald te midden van de hevige concurrentie in de Afrikaanse videostreamingindustrie, waar internationale bedrijven, grote telecombedrijven en verschillende landspecifieke apps vechten om het geld van de consument. Het bedrijf probeert zich te onderscheiden door een aanbod van series en films gericht op de Afrikaanse consument.

    Showmax werkt samen met HBO en Comcast. Het platform heeft ook de streamingrechten voor de Engelse Premier League.

    Onderzoek: herbebossing houdt klimaatopwarming tegen

    Onderzoekers hebben ontdekt dat herbebossingsprojecten in het oosten van de Verenigde Staten ‘een verbluffende prestatie hebben geleverd’: het inperken van de stijgende temperaturen die het gevolg zijn van de klimaatcrisis. The Guardian meldt dat wetenschappers al lange tijd verbaasd waren over een zogenaamd ‘opwarmingsgat’ boven delen van het zuidoosten van de VS, waar de temperaturen constant zijn gebleven of zelfs zijn gedaald, ondanks de onmiskenbare bredere opwarmingstrend. Een belangrijke reden voor deze afwijking, zo blijkt uit het nieuwe onderzoek, is de enorme herbebossing van een groot deel van het oosten van de VS na het aanvankelijke verlies van grote aantallen bomen na de Europese kolonisatie van het Amerikaanse continent.

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest’

    ‘De herbebossing is opmerkelijk geweest en we hebben aangetoond dat dit zich heeft vertaald in de omringende luchttemperatuur,’ zegt Mallory Barnes, een milieuwetenschapper aan de Universiteit van Indiana die het onderzoek leidde. ‘Het “opwarmingsgat” was een echt mysterie en hoewel het niet alles verklaart, toont dit onderzoek aan dat er een belangrijk verband is met herbebossing.’

    Vanaf de jaren 1920 is de Amerikaanse regering begonnen met een voortvarend boomplantprogramma. Dat heeft ertoe geleid dat er in de afgelopen eeuw ongeveer 15 miljoen hectare herbebost gebied is bijgekomen in het oosten van de VS – genoeg bomen om een gebied groter dan Engeland te bedekken.

    Showmax PR Mobile Device 1240x698 1

    Karkassen

    Onder een donkere, met ijs bedekte zee voor de kust van Groenland stuit een dappere duiker op de enorme karkassen van dwergvinvissen. Alex Dawson, die het spectaculaire beeld maakte, won hiermee de prijs voor Onderwaterfotograaf van het Jaar 2024. Whale Bones werd gefotografeerd onder de zwaarste omstandigheden, waarbij hij met duikpak en ademhalingsondersteuning afdaalde onder de ijskap van Groenland. 

    De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld

    De foto werd gekozen uit 6500 inzendingen van over de hele wereld. Een andere winnaar was JingGong Zhangs, die eerder het paren van zeepaardjes vastlegde en dit jaar het broedseizoen van de Japanse Zoarchias, een zogeheten puitaal, wist te fotograferen.

    Alex DawsonUPY2024
    © Alex Dawson/UPY2024
  • Lokale journalistiek is onmisbaar

    Lokale journalistiek is onmisbaar

    In de VS worden wekelijks meer dan twee regionale kranten opgedoekt. Van de ooit vierentwintigduizend dag- en weekbladen zijn er nog maar zesduizend over. Nieuwsorganisaties proberen de teloorgang van ‘de buurtvriend’ op verschillende manieren te herstellen.

    Er was een tijd dat ik, als ik ver van huis moest zijn, steevast plaatselijke kranten meepakte. Ik las ze van voor tot achter. Ze boden een momentopname van een kleine maar echte wereld: een schandaal in het schoolbestuur, een winnend schoolteam, de dood van een geliefde leraar.

    Veel verslaggevers van mijn (gevorderde) leeftijd zijn begonnen bij kleine dag- of weekbladen, waarvan vrijwel elke plaats of buitenwijk er destijds wel eentje had. Zelf ben ik begonnen bij The News Tribune in Woodbridge, New Jersey, een onafhankelijk dagblad met een oplage van ongeveer 58.000 exemplaren. We schreven over van alles en nog wat: van schoolbestuursvergaderingen tot een jongen die het bij de padvinderij tot Eagle Scout had geschopt. Mijn eerste grote nieuwsitem was een lokale verkiezing, een stoomcursus in politiek en de bron van een van de beste – en wellicht meest profetische – citaten die ik ooit heb opgetekend, van een zittende burgemeester die had verloren en snauwde: ‘Het tweepartijensysteem zaait verdeeldheid.’

    Ze waren de bouwstenen van de gemeenschap, de democratie, de politiek

    Terugdenken aan die lokale krantjes is niet alleen maar nostalgie van een oude dagbladjournalist. Ze waren de bouwstenen van de gemeenschap, de democratie, de politiek. Hun teloorgang is een belangrijke reden voor de acute polarisatie en politieke verwarring die we vandaag de dag zien. ‘In de afgelopen tien jaar dringt het beeld zich op dat lokaal nieuws zich in een ernstige crisis bevindt’, schrijven Ellen Clegg en Dan Kennedy, beiden doorgewinterde journalisten, in hun nieuwe boek What Works in Community News: Media Start-Ups, News Deserts, and the Future of the Fourth Estate, waarin ze onderzoeken hoe verschillende gemeenschappen het vacuüm proberen op te vullen.

    Middagkrant

    The News Tribune was een middagkrant, wat typisch was voor Noord-New Jersey, waar de New Yorkse kranten de ochtenden domineerden. Na de werkdag wachtte de lokale krant op de deurmat, met plaatselijke nieuwtjes, supermarktbonnen, rubrieksadvertenties, kerkdienstroosters en sportuitslagen van middelbare scholen.

    Het was een fantastische leerschool voor een beginnend verslaggever. De ervaren redacteuren hadden tijd om de stukken na te lezen, en schrijven over lokale schandalen, stakingen of raadsvergaderingen vormde een stoomcursus in correctheid. Je schreef per slot van rekening voor mensen die wisten hoe de vork in de steel zat en die bij de eerste de beste fout aan de telefoon zouden hangen.

    Het pepertje dat ik, toen het mijn beurt was, kokhalzend naar binnen werkte, brandde een permanente angst om het fout te doen in mijn brein

    De krant had een speciale beproeving voor beginnelingen na het maken van hun eerste fout die een rectificatie behoefde: de persoon in kwestie moest boven op de ronde tafel in het midden van de redactieruimte een hete chilipeper opeten uit een potje dat Elias Holtzman, een van de oudgedienden, speciaal voor deze beproeving had klaarstaan. Het pepertje dat ik, toen het mijn beurt was, kokhalzend naar binnen werkte, brandde een permanente angst om het fout te doen in mijn brein.

    Jonge verslaggevers bleven meestal niet lang hangen – niet vanwege de pepers maar omdat een lokale krant de gebruikelijke opstap was voor een journalistieke carrière.

    Maar het was een leerschool van onschatbare waarde en een onvergetelijke ervaring, vooral vanwege de journalistieke macht om dingen voor elkaar te boksen. Je vastbijten in lokale politici in Noord-New Jersey leverde altijd iets op: een reeks artikelen die ik samen met een collega schreef over de exorbitante tarieven van gemeentelijke juristen leidde tot publieke verontwaardiging en actie, en leverde smakelijke citaten op. Een lokale ambtenaar die werd beschuldigd van het aannemen van steekpenningen muntte deze uitspraak toen hij voor een vakantiereisje naar de Caraïben vloog: ‘Het goede van Amerika is dat je onschuldig bent totdat je portemonnee leeg is.’

    Voor lezers was het ook een leerschool. De kandidaten bij lokale verkiezingen of de sprekers op vergaderingen van schoolbesturen behandelden kwesties die de lezers direct aangingen. Ambtelijke corruptie was geen ver-van-mijn-bedshow; het was misbruik van fondsen die naar de school van je kind of je bibliotheek hadden moeten gaan. Overigens vond ik het bevredigend om te lezen dat de leugens van afgevaardigde George Santos vóór hij werd verkozen, waren onthuld door een kleine krant op Long Island, The North Shore Leader. Alleen jammer dat het nieuws zich niet buiten de kring van 20.000 lezers verspreidde.

    Buurtvriend

    ‘De krant was hier diepgeworteld,’ vertelt Charles Paolino, die hoofdredacteur van The News Tribune was toen ik er werkte. ‘Hij werd al zo lang uitgegeven, sinds de negentiende eeuw, dat mensen het gevoel hadden dat ze de krant konden bellen als ze in de problemen zaten of in een winkel niet fatsoenlijk waren geholpen, of als ze vastliepen in de stroperige bureaucratie. We waren een buurtvriend. Ik maak me zorgen om de vraag wie die rol nu vervult.’

    En dat niet alleen. Ellen Clegg, geroutineerd verslaggever en voormalig redacteur van de opiniepagina van The Boston Globe, vertelt lachend hoe ze bij haar buurman in Brookline, Massachusetts, moest aankloppen om te horen of hij bij een lokale verkiezing had gewonnen. Dan Kennedy, professor journalistiek aan de Northeastern University, stelt dat het lokalenieuwsvacuüm mensen ontvankelijk maakt voor het gepolariseerde karakter van het nationale nieuws, zodat ouders op schoolbestuursvergaderingen staan te schreeuwen over vaccinaties of de kritische rassentheorie, maar niet op de hoogte zijn van zaken als wiskundetoetsen of nieuwe faciliteiten.

    Begin 1900 telde Amerika zo’n vierentwintigduizend dag- en weekbladen

    Als mensen niet weten wie er op de kieslijst staat, is de opkomst belabberd. ‘We zien nu veel meer “straight-ticket voting”,’ [dat kiezers met één vinkje alle partijkandidaten kunnen aankruisen voor verschillende algemene verkiezingen] zegt Penelope Muse Abernathy, auteur van The State of Local News 2023, een onderzoeksrapport van de Medill School of Journalism van Northwestern University,  en mijn oud-collega bij The Times. ‘Een van de mooie dingen als je als krant veel verslaggevers hebt, is dat ze bijeenkomsten kunnen bijwonen. Als er een obligatie-uitgifte was, schreven ze wat het zou gaan kosten. Nu moeten we meer belasting betalen, neemt de corruptie toe en past er niemand meer op de winkel.’

    Begin 1900 telde Amerika zo’n vierentwintigduizend dag- en weekbladen. Dat aantal is in de loop van de twintigste eeuw gedaald – de afgelopen twee decennia in sneltempo. Inmiddels zijn er nog maar zesduizend over, waarvan velen het water aan de lippen staat, blijkt uit het onderzoek. Op dit moment worden er wekelijks meer dan twee kranten opgedoekt. Sommige gebieden, veelal getekend door armoede, zijn veranderd in ‘nieuwswoestijnen’, zoals Abernathy ze noemt, verstoken van betrouwbare nieuwsbronnen: geen papieren of online kranten, geen nieuwsuitzendingen op radio of tv.

    Hoe het zover heeft kunnen komen is uitvoerig gedocumenteerd. Adverteerders zijn naar het internet uitgeweken, wat voor veel kranten de nekslag betekende; conglomeraten en hedgefondsen kochten zieltogende dagbladen op en zetten het mes in het personeelsbestand. Het leek er zelfs even op dat solide kranten het niet zouden halen.

    Maar er zijn tekenen dat het tij keert. Clegg en Kennedy beschrijven in hun boek hoe lokale en regionale nieuwsorganisaties de berichtgeving op verschillende manieren proberen te herstellen. Het gaat voornamelijk om non-profitorganisaties, vaak bijgestaan door een aantal stichtingen die nieuwsstart-ups helpen. Het is nog geen tsunami, maar de bottom-upgroei van lokale nieuwsorganisaties heeft inmiddels wel al gezorgd voor de verspreiding van nieuws dat anders niet naar buiten zou zijn gebracht.

    Eigen, unieke stempel

    Ik hoop van harte dat er sprake is van een omslag. Toen ik het internet afstruinde naar verhalen over mijn oude krant, stuitte ik op een stuk dat Holtzman, de man van de hete pepers, in 1995 schreef toen The News Tribune ophield te bestaan: ‘Weer een krant ter ziele, en daarmee de vitaliteit die de berichtgeving over een lokale gemeenschap met zich meebrengt, het eigen, unieke journalistieke stempel, het vuur van de concurrentie en alles wat de krant betekende voor de gemeenschap waarvoor ze schreef.’ 

    Wat zou het geweldig zijn als de berichten over de dood van de lokale journalistiek overtrokken zouden blijken en Eli kokhalzend en met tranende ogen op zijn bureau zou moeten staan. 

  • Wereldnieuws: Massastaking UPS op komst & meer

    Wereldnieuws: Massastaking UPS op komst & meer

    Voorzitter Stanford stapt op

    Marc Tessier-Lavigne heeft zijn aftreden aangekondigd als voorzitter van de prestigieuze Stanford-universiteit in Californië, schrijft The New York Times. Een onafhankelijke evaluatie bracht grote gebreken aan het licht in studies die hij in het verleden heeft begeleid. Het onderzoek, uitgevoerd door een extern panel van wetenschappers, weerlegt weliswaar dat Tessier-Lavigne geprobeerd zou hebben te verdoezelen dat een belangrijk Alzheimer-onderzoek uit 2009 vervalste gegevens bevatte.

    Stanford staat bekend om de kwaliteit van zijn onderzoek en de beschuldigingen zijn slecht voor de integriteit van de universiteit

    Er is geen bewijs van vervalsing, noch heeft ­Tessier-Lavigne zich op andere manieren schuldig gemaakt aan fraude. Maar de evaluatie stelt ook dat dit onderzoek, uitgevoerd toen hij leidinggevende was bij biotechbedrijf Genentech, niet ‘de gebruikelijke normen van wetenschappelijke nauwkeurigheid en methode’ haalt. Stanford staat bekend om de kwaliteit van zijn onderzoek en de beschuldigingen zijn slecht voor de integriteit van de universiteit.

    © Stanford News Service
    © Stanford News Service

    Overtreding van de Volksliedwet

    De eerste persoon die moest terechtstaan op grond van de zogenoemde ‘Volksliedwet’ in Hongkong heeft drie maanden gevangenisstraf gekregen, aldus South China Morning Post. Fotograaf Cheng Wing-chun gebruikte het lied ‘Glorie aan Hongkong’ – dat wordt beschouwd als een protestlied tegen de invloed van Beijing op de stadstaat – in een videoclip waarin schermer Edgar Cheung Ka-long tijdens de Olympische Spelen van Tokio in 2021 een gouden medaille in ontvangst neemt. Het filmpje van anderhalve minuut op YouTube doet volgens de rechtbank voorkomen alsof toeschouwers applaudisseren voor het protestlied als het wordt afgespeeld tijdens de medaille-uitreiking. 

    Het lied werd geschreven tijdens de protesten in 2019 en roept mensen op te vechten voor vrijheid en ‘Hongkong te bevrijden’ tijdens de ‘revolutie van onze tijd’. De autoriteiten vallen vooral over die laatste zinssnede, die zou oproepen tot afscheiding van het Chinese regime.


    Microkosmos

    Iets New Yorkser dan de metro van New York is er niet te vinden, volgens de Zwitserse fotograaf Willy Spiller, wiens boek en tentoonstelling Hell on Wheels deze maand worden gepresenteerd in de Hazenstraat in Amsterdam. Galerie Bildhalle geeft daar een overzicht van foto’s uit de periode 1977-1984, toen de metro’s nog onder de graffiti zaten en de stations niet waren aangeharkt. ­Spiller fotografeerde de microkosmos van New York gedurende acht jaar. Hij was er tijdens het spitsuur en zag tienermeisjes in hun witte schooluniform over de stoelen hangen. De mobiele telefoon die nu het beeld zou bepalen, bestond nog niet. 


    Rijke Chinezen trekken weg

    Australië was de eerste helft van dit jaar de belangrijkste overzeese bestemming voor Chinese vastgoedbeleggers, meer dan populaire plekken als Canada, het Verenigd Koninkrijk en de VS, zo blijkt uit de jaarlijkse ranglijst van vastgoedbedrijf Juwai IQI. Met vier plekken in de top 10 blijkt Zuidoost-Azië een hotspot voor vermogende Chinezen, meldt Sydney Morning Herald. Het streven van president Xi Jinping naar ‘gemeenschappelijke welvaart’ en de strenge coronamaatregelen hebben ertoe geleid dat rijke Chinezen massaal naar plekken als Singapore trekken. Ze parkeren hun geld in het buitenland, uit angst voor maatregelen in eigen land. Naar verwacht loopt de Chinese kapitaalvlucht dit jaar op tot 135 miljard euro. 

    Ruim 700.000 Chinezen zullen tussen 2023 en 2025 naar de VS, Canada en Australië migreren

    De komende jaren wordt een aanhoudende stroom van Chinese vastgoedinvesteringen in het buitenland verwacht. Ruim 700.000 Chinezen zullen tussen 2023 en 2025 naar de VS, Canada en Australië migreren.

    © Unsplash
    © Unsplash

    Moraalpolitie is terug

    Tien maanden na de dood van Mahsa Amini is de moraalpolitie van Iran weer op straat verschenen om vrouwen te dwingen te voldoen aan de strikte islamitische kledingvoorschriften. Dat zegt een woordvoerder van Faraja, de Iraanse instantie voor wetshandhaving. Agenten zullen vrouwen eerst waarschuwen als ze zich niet aan de regels houden; degenen die ‘de normen blijven overtreden’ kunnen rekenen op juridische stappen, aldus CNN.

    De moraalpolitie werd september vorig jaar het mikpunt van (inter)nationale verontwaardiging, toen de 22-jarige Amini, die was opgepakt omdat ze haar hoofddoek verkeerd zou hebben gedragen, naar een ‘heropvoedingscentrum’ werd gestuurd, waar ze drie dagen later stierf. Het leidde tot protesten die maandenlang aanhielden en een van de grootste binnenlandse bedreigingen in meer dan tien jaar vormden voor het heersende regime. Terwijl de autoriteiten met veel geweld reageerden, verdween de moraalpolitie nagenoeg uit de straten van Teheran. 

    Vorig jaar executeerde Iran zeker 582 mensen – een stijging van 75 procent ten opzichte van 2021

    De moraalpolitie – die onder sancties van de VS en de EU valt – is machtig en goed bewapend en controleert de gevangenissen en de heropvoedingscentra. Daar krijgen gedetineerden lessen over de islam en het belang van de hijab. Voordat ze worden vrijgelaten moeten ze een belofte ondertekenen dat ze zich zullen houden aan de kledingvoorschriften. 

    Vorig jaar executeerde Iran zeker 582 mensen – een stijging van 75 procent ten opzichte van 2021. Volgens mensenrechtenorganisaties toont die stijging aan dat Teheran demonstranten tegen het regime angst wil aanjagen.


    Massastaking UPS op komst

    De 340.000 chauffeurs en andere werknemers van UPS, de grootste bij een vakbond aangesloten werkgever in de Verenigde Staten, voeren momenteel onderhandelingen met het bedrijf, meldt Grist. Klimaatverandering en extreme hitte zijn daarbij enkele van de belangrijkste kwesties. Als er op 31 juli geen bevredigend contract ligt, beginnen de werknemers aan de grootste staking bij één werkgever in de Amerikaanse geschiedenis. 

    Deze zomer worden weer allerlei temperatuurrecords gebroken en de nood bij de medewerkers is hoog: op zomerse dagen kan de temperatuur achter in hun bestelwagen oplopen tot bijna 50 graden. Sinds 2015 meldde UPS zeker 143 hitte-gerelateerde incidenten bij de federale dienst voor veiligheid op de werkvloer.

    Vorig jaar stierf een van haar collega’s aan een hitte­beroerte in zijn bestelwagen

    ‘Als ik maar niet flauwval,’ denkt een bezorger in Los Angeles vaak als ze de laadruimte van haar vrachtwagen in gaat. ‘Wie weet dat ik achter in die truck zit? Ik ben als alleenstaande moeder als enige verantwoordelijk voor mijn zoon.’ Vorig jaar stierf een van haar collega’s aan een hitte­beroerte in zijn bestelwagen. 

    Hoewel de klimaatverandering de zomers heter en gevaarlijker maakt voor de bezorgers, rekent UPS op dezelfde ‘onrealistische’ productiviteitscijfers van zijn medewerkers. Chauffeurs en magazijnmedewerkers worden geacht zes dagen per week en meer dan twaalf uur per dag te werken in de hitte. Aangezien productiviteit wordt gemeten door middel van bewakingscamera’s en sensoren in de vrachtwagens, is het voor chauffeurs lastiger om pauzes te nemen. Daarom zijn de eisen van de UPS-werknemers inzake hitteveiligheid gekoppeld aan andere zaken zoals hogere lonen, meer voltijdbanen en een einde aan gedwongen overuren. 

    ‘Deze werknemers zijn overwegend vrouwen, mensen van kleur of immigranten. Ze kunnen het zich niet veroorloven om pauzes te nemen of tijd te verliezen door zich om hun gezondheid te bekommeren,’ aldus een expert arbeidsrecht. ‘Het is hoog tijd dat UPS de hitte voelt, zoals wij die de hele tijd ervaren,’ zegt een strijdvaardige chauffeur.

     © International Brotherhood of Teamsters
    © International Brotherhood of Teamsters
  • Wereldnieuws: Mexicanen wantrouwen hervorming kieswet & meer

    Wereldnieuws: Mexicanen wantrouwen hervorming kieswet & meer

    Eredoctoraat voor Massimo Troisi

    Een van de geliefdste acteurs van Italië en een favoriete zoon van Napels, acteur en filmregisseur Massimo Troisi, kreeg op 20 februari postuum een eredoctoraat van de Napolitaanse Federico II-universiteit, meldt ANSA. Troisi zou een dag voor de uitreiking 70 jaar geworden zijn. Hij overleed in 1994 op 41-jarige leeftijd aan een hartafwijking, één dag na het afronden van zijn laatste film Il postino

    Zijn hoofdrol als postbode tegenover Philippe Noiret als de Chileense dichter Pablo Neruda maakte hem postuum internationaal beroemd. Hij kreeg twee Oscarnominaties voor Il postino – een als acteur en een als scenarist. De Napolitaanse filmregisseur Mario Martone, die Troisi bij de uitreiking van het eredoctoraat ‘een Napolitaanse Chaplin’ noemde, bracht eind februari de persoonlijke documentaire Laggiù qualcuno mi ama [Ergens is er iemand die van me houdt] over Troisi uit.

    Troisi
    © Wikimedia

    Het Suezkanaal wordt niet verkocht

    Niks van waar, zei de Egyptische president Abdel Fattah Al-Sisi op 26 februari. Het gerucht ging dat Egypte het Suezkanaal zou willen verkopen voor een biljoen dollar. ‘Ik weet dat het de Egyptenaren bezighoudt. Maar los van het bedrag: het is dus niet waar,’ aldus Sisi op een bijeenkomst over de ontwikkeling van de Sinaï, schrijft Middle East Monitor. Het gerucht komt niet helemaal uit de lucht vallen want de Egyptische economie staat er belabberd voor.

    Eerder deze maand werd aangekondigd dat 32 bedrijven zullen worden geprivatiseerd om aan de eisen van het IMF te voldoen

    In mei vorig jaar begon premier Madbouly over plannen om bepaalde staatsactiva te privatiseren en de rol van de particuliere sector in de economie te vergroten – wellicht komen de verhalen over de verkoop van het Suezkanaal daarvandaan. Eerder deze maand werd aangekondigd dat 32 bedrijven zullen worden geprivatiseerd om aan de eisen van het IMF te voldoen en om een acute economische crisis te voorkomen. Het doel van de privatisering is om de druk te verminderen die de overheidsschuld legt op de verdere ontwikkeling van Egypte.


    Hockney immersief

    De tachtigjarige Britse kunstenaar David Hockney gebruikt al tientallen jaren technologie en werkt met een iPad sinds deze in 2010 op de markt kwam. Nu is er Bigger & Closer (not smaller & further away), een vijftig minuten durende lichtshow die zijn zes decennia durende carrière omspant, met een soundtrack van de Amerikaanse componist Nico Muhly en commentaar van de kunstenaar zelf. Critici lopen nog niet echt warm voor de immersieve ervaring, aldus Art News. Het zou entertainment zijn en geen kunst. Je voelt en ruikt de verf niet, en zijn werk verliest intimiteit als het wordt opgeblazen in pixels. Maar Hockney heeft altijd goed geweten hoe hij techniek kan inzetten. Hij krijgt old-schoolers op een gegeven moment vast wel mee.

    8. David Hockney at Lightroom photographer Justin Sutcliffe 682x1024 1

    Mexicanen wantrouwen hervorming kieswet

    In Mexico-Stad zijn meer dan 100.000 mensen de straat op gegaan om te protesteren tegen de bezuinigingen die president López Obrador wil doorvoeren in het Electoraal Instituut (INE). Het instituut geeft kiezerspassen uit en houdt toezicht op het stemproces in afgelegen en vaak gevaarlijke uithoeken van het land, schrijft The Hill.

    De demonstratie werd georganiseerd door de partijen PRI en PAN, die eerder aan de macht waren en beweren dat als de voorstellen van López Obrador van kracht worden, de democratie gevaar loopt. De Mexicaanse president ontkent dat de hervormingen een bedreiging vormen voor de democratie maar zegt dat het INE te groot is en te veel geld uitgeeft. (Er blijft overigens nog 700 miljoen euro over.) Verkiezingen in Mexico zijn naar internationale maatstaven duur, deels omdat bijna alle legale campagnefinanciering door de regering wordt verstrekt.

    LENIN MORENO SE REUNE CON EL LIDER MEXICANO LOPEZ OBRADOR 36186836092
    © Wikimedia

    Afkicken voor de ultrarijken

    Wereldwijd groeide het aantal ultra-rijken – mensen met een vermogen van minimaal 50 miljoen dollar (47 miljoen euro) – van 174.800 in 2019 naar 264.000 in 2021, schrijft The Guardian. Uit The Spear’s 500, een catalogus met exclusieve diensten voor de rijken, blijkt dat er allerlei nieuwe ondernemingen ontstaan die deze groep bedienen, uiteenlopend van adviesbureaus voor het aanschaffen van een wijngaard tot reputatiebeheer. 

    Een aparte, bloeiende tak betreft zeer exclusieve geestelijke gezondheidszorg. Want mensen in deze vermogensklasse zijn weliswaar financieel gewapend tegen allerlei problemen, maar hebben drie tot vijf keer meer kans dan gemiddeld op een psychische aandoening of een drugsprobleem. Voor behandelingen tegen verslavingen en psychische nood is er bijvoorbeeld Paracelsus Recovery, een luxe revalidatiekliniek in Zürich. Anders dan in andere bekende afkickklinieken – The Meadows in Arizona, Betty Ford in Californië, Priory in het Verenigd Koninkrijk – zullen cliënten van Paracelsus nooit een andere cliënt zien. Er is geen groepstherapie en geen gemeenschappelijke ruimte.

    Cliënten verblijven in een eigen villa of appartement en hebben een eigen chauffeur, huishoudster, kok en inwonende therapeut,

    Cliënten verblijven in een eigen villa of appartement en hebben een eigen chauffeur, huishoudster, kok en inwonende therapeut, evenals dagelijkse een-op-eensessies met een team van tussen de vijftien à twintig psychiaters, artsen, verpleegkundigen, yogaleraren, masseuses, voedingsdeskundigen, hypnotherapeuten en traumatherapeuten die elkaar na elke afspraak informeren over de toestand en de vooruitgang van de cliënt. Er verblijven tegelijkertijd drie of vier cliënten in verschillende onderkomens van de kliniek, maar hun roosters zijn zo samengesteld dat het lijkt alsof zij de enige in de faciliteit zijn. Met deze vorm, die single-client rehab wordt genoemd, weet behalve het personeel niemand dat ze er zijn. Paracelsus accepteert slechts 30 tot 40 cliënten per jaar, maar verdient op die manier kennelijk genoeg om de kliniek draaiende te houden. Niet zo gek misschien, gezien de kostprijs van 95.000 tot 120.000 Zwitserse frank (95.500 tot 120.640 euro) per week voor een verblijf dat doorgaans zes tot acht weken duurt.


    Afghaanse vrouwen proberen digitaal te studeren

    Sinds de taliban in augustus 2021 de macht grepen, mogen vrouwen er niet reizen zonder mannelijk gezelschap en hebben weinig mogelijkheden om te werken. De meeste meisjes mogen sinds de machtsovername niet meer naar de middelbare school. Volgens een recent onderzoek van Gallup voelt minder dan 12 procent van de Afghaanse vrouwen zich met respect en waardigheid behandeld, meldt NPR. Vrouwen die hun mening uiten tegen de taliban worden geconfronteerd met gewelddadige onderdrukking van hun protesten, detentie, intimidatie en zelfs marteling. Velen zagen zich gedwongen het land te ontvluchten.

    Naar schatting 90.000 vrouwen zijn getroffen door het studieverbod op universitair onderwijs

    Naar schatting 90.000 vrouwen zijn getroffen door het studieverbod op universitair onderwijs. Velen van hen proberen het daarom digitaal – bijvoorbeeld via University of the People, een particuliere online-universiteit in het Amerikaanse Pasadena. Dat is allesbehalve ideaal vanwege slechte internetverbindingen. Bovendien is er geen vooruitzicht op werk, want banen voor vrouwen zijn er amper. Ook onderwijsinstellingen als FutureLearn, Herat School en Education Bridge for Afghanistan springen in op de gestegen vraag naar digitaal onderwijs door cursussen te ontwerpen en beurzen beschikbaar te stellen voor Afghaanse studenten. ‘Hun toekomstperspectieven zijn inderdaad somber, maar dat betekent niet dat ze hun onderwijs zouden moeten staken,’ aldus Shai Reshef, voorzitter van University of the People. Hij zegt dat zijn universiteit meer dan 6000 aanvragen kreeg sinds de aankondiging van het verbod in december. Het gehele jaar ervoor waren dat er 10.000.

  • Wereldnieuws: Toenemende censuur in Indonesië & meer

    Wereldnieuws: Toenemende censuur in Indonesië & meer

    Toenemende censuur in Indonesië

    Eerder deze maand nam het parlement van Indonesië een wet aan die veel kritiek oogst omdat daarmee onder meer seks voor het huwelijk en samenwonen buiten het huwelijk strafbaar worden. Minder aandacht kreeg het feit dat diezelfde wet, die bekendstaat als KUHP, ook de greep van de regering op online-uitingen sterk vergroot, schrijft Rest of World. Dat betreft berichtgeving door traditionele media, maar ook uitingen van particulieren op sociale media. De wet beperkt een breed scala aan uitingen, uiteenlopend van het verspreiden van nepnieuws en marxistisch-leninistische ideologieën tot het beledigen van de president. Techbedrijven kunnen worden gedwongen om inhoud te verwijderen die de Indonesische regering onwelgevallig is.

    AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten

    Hoofdstuk 241 van de KUHP is bijvoorbeeld gericht tegen critici van de regering en betreft ‘verspreiding van vernederingen van de regering of staatsinstellingen’. Hoofdstuk 218 richt zich op degenen die ‘de eer en waardigheid’ van de president of vicepresident aantasten, behalve als dat gebeurt in ‘het algemeen belang of uit zelfverdediging’. Gebruikte termen als ‘vernedering’, ‘kritiek’ en ‘nepnieuws’ zijn uiterst vaag en rekbaar, is de klacht van onder meer Damar Juniarto, van het Southeast Asia Freedom of Expression Network (SAFEnet). Dat stelt de regering in staat dergelijke termen naar believen te interpreteren. De zinsnede ‘elke vorm van informatietechnologie’ betekent dat de wet kan worden toegepast op alle vormen van kritiek op sociale media. ‘Iedereen kan gecriminaliseerd worden,’ aldus Juniarto. AMSI, de Indonesische vereniging voor onlinemedia, deelt zijn bezorgdheid, evenals online-uitgevers, gebruikers van sociale media en activisten. 

    De nieuwe wet volgt op de eerdere zogenoemde PSE-verordening die digitale platforms verplicht zich in Indonesië te registreren, waarna de platforms zijn gehouden om alle inhoud te verwijderen die de regering ‘onwettig’ acht – een brede term die van toepassing kan zijn op van alles, variërend van pornografie tot grappen over de president. 

    hobi industri 7tXqXcVcLDM unsplash
    © Unsplash

    Tunesische vakbond waarschuwt president

    De UGTT, de machtigste vakbond van Tunesië, heeft de Tunesische president Kais Saied gewaarschuwd dat een tweede ronde van de omstreden parlementsverkiezingen moet worden uitgesteld om chaos te voorkomen, aldus Al Jazeera. Volgens de UGTT zal het nieuwe parlement geen legitimiteit hebben, gezien de absurd lage opkomst bij de eerste verkiezingsronde eerder deze maand, toen uit protest slechts 11,2 procent van de kiesgerechtigden stemde. ‘Ik verwachtte dat de president de boodschap van die lage opkomst zou hebben begrepen… maar hij gaat door met zijn plannen,’ aldus UGTT-voorman Noureddine Taboubi. Zijn vakbond met meer dan een miljoen leden wist eerder door stakingen de economie stil te leggen en speelde een belangrijke rol in de revolutie van 2011.

    In Tunesië is het onrustig sinds Saied vorig jaar het door de oppositie gedomineerde parlement ontbond en de grondwet zodanig wijzigde dat die ondergeschikt werd aan het presidentschap. De oppositie beschuldigt hem ervan een ‘staatsgreep’ te hebben gepleegd.

    Kais Said 2
    Kais Saied – © Houcemmzoughi / Wikimedia

    Vliegen met een geladen pistool

    De Transportation Security Administration (TSA), die zorg draagt voor de binnenlandse veiligheid in het luchtverkeer in de Verenigde Staten, liet deze maand weten dat de maximumstraf voor overtredingen met vuurwapens zal worden verhoogd, nadat medewerkers in 2022 een recordaantal vuurwapens onderschepten bij veiligheidscontroles op luchthavens. TSA-agenten namen meer dan 6301 vuurwapens in beslag, en daarvan was meer dan 88 procent geladen, schrijft BuzzFeed News. Dat aantal overtreft het vorige record van 5072 uit 2021, en volgens TSA zullen er in de laatste weken van dit jaar nog eens zo’n 300 wapens in handbagage worden gevonden. Dat betekent dat TSA dit jaar dagelijks bijna 16 geladen vuurwapens aantrof. Als reactie daarop zal de TSA de maximumboete voor overtredingen met vuurwapens verhogen tot 14.950 dollar, ruim 14.000 euro.

    patrick campanale oCsQLKENz34 unsplash
    O’Hare International Airport Chicago, VS – © Unsplash

    Opgedragen aan sekswerkers 

    Jaarkalenders hebben vaak een thema. Dat zette Playbabe-oprichters Aurélia Majean en Lucy Owen Jones aan het denken: waarom niet de 2023-editie opdragen aan sekswerkers? Playbabe is een non-profitproject dat verschillende feministische verenigingen steunt en kalenders gebruikt om geld in te zamelen.

    Vorig jaar zamelden zij geld in voor En Avant Toutes, dat zich inzet voor gendergelijkheid en het einde van geweld tegen vrouwen en mensen uit de lgbtqia+-gemeenschap. De Playbabe-kalender van 2023 doneert 100 procent van de verkoopwinst aan Hydra Berlin, dat opkomt voor de rechten van sekswerkers. Tot nu toe is er 1200 euro ingezameld, aldus Itsnicethat.


    Griekenland presteerde het best in 2022

    The Economist stelde een lijst samen van landen die het best en landen die het slechtst presteerden in 2022, dat als een slecht jaar de boeken in gaat. Door sterke inflatie gingen de meeste inkomens in rijke landen erop achteruit en aandelenmarkten kelderden wereldwijd met 20 procent. Verrassend genoeg heeft vooral het Middellandse Zeegebied reden voor een economisch feestje. Bovenaan de lijst staat Griekenland, en ook Portugal en Spanje scoren hoog. Ondanks de politieke chaos deed Israël het goed.

    In Zwitserland bleef de inflatie laag en stegen de consumentenprijzen met slechts 3 procent. Landen met niet-Russische energiebronnen, zoals Spanje, dat een groot deel van zijn gas uit Algerije betrekt, scoorden bovengemiddeld. Duitsland had een slecht jaar ondanks de politieke stabiliteit, en Estland en Letland – die werden geprezen om hun hervormingen – staan nu onderaan. Nederland eindigt op de 19e plek van de 34 geanalyseerde landen.


    Bedrijven bemoeien zich met uiterlijk Schotse binnensteden

    Meer dan drie van de vier grootste winkelcentra in Schotland zijn geregistreerd in belastingparadijzen, zo blijkt uit onderzoek door de Schotse onderzoeksjournalistieke site The Ferret. Het onderzoek maakt deel uit van de serie Who Owns Urban Scotland?, waarin de site oproept tot meer transparantie over de belangen van eigenaren en hun betrokkenheid bij Schotse steden. Gekeken werd naar 23 grote winkelcentra in Glasgow, Edinburgh, Dundee, Aberdeen, Inverness, Perth, Stirling en Dunfermline. Daarvan hebben 18 winkelcentra eigendomsstructuren die gebruik maken van in belasting-paradijzen geregistreerde bedrijven.

    Veel winkelcentra worstelen met de klappen die de retailmarkt vooral sinds de pandemie kreeg te verwerken

    Veel winkelcentra worstelen met de klappen die de retailmarkt vooral sinds de pandemie kreeg te verwerken. Tussen 2016 en 2021 ging 83 procent van de winkels failliet, waaronder grote warenhuizen als BHS en Debenhams – ‘ankerpunten’ waar winkelcentra traditioneel van afhankelijk waren. Hun verdwijnen bemoeilijkt het bestrijden van de huidige leegstand. Sommige buurten zullen worden omgevormd tot ‘stadswijken’ met nieuwe straten, kantoren, woningen en openbare ruimte. Critici betogen dat de ‘onzichtbare’ eigenaren van dergelijke winkelcentra een ‘onhoudbare invloed’ hebben op de ontwikkeling van Schotse stedelijke centra en pleiten voor wetgeving die een einde maakt aan het gebruik van belastingparadijzen. Registratie in een belastingparadijs is niet illegaal, maar organisaties als het Tax Justice Network, menen dat overheden hierdoor inkomsten mislopen en dat het kleinere, binnenlandse bedrijven ondermijnt.

    Billy Wilson Jenners Department Store Edinburgh Scotland
    Billy Wilson Jenners Department Store Edinburgh Scotland

  • Wereldnieuws: Musk jaagt adverteerders weg & Meer

    Wereldnieuws: Musk jaagt adverteerders weg & Meer

    Tweeling uit oudste embryo’s

    Ongeveer een maand geleden, op 31 oktober, werden Lydia en Timothy Ridgeway geboren. Die dag kwamen er wel meer kinderen ter wereld, maar wat deze tweeling zo bijzonder maakt is dat ze zijn geboren uit wat volgens het Amerikaanse National Embryo Donation Center de langst bevroren embryo’s zijn die ooit tot een levende geboorte hebben geleid, meldt CNN. De embryo’s werden op 22 april 1992 ingevroren. Ze waren afkomstig van een anoniem echtpaar dat in-vitrofertilisatie (ivf) had ondergaan. Bijna drie decennia lang werden de embryo’s bewaard in een tank met vloeibare stikstof van bijna 200 graden onder nul.

    ‘Het is verbazingwekkend’

    ‘Het is verbazingwekkend,’ zegt vader Philip Ridgeway, die met zijn vrouw en kinderen in Portland, Oregon, woont. ‘Ik was vijf jaar oud toen God Lydia en Timothy het leven schonk, en sindsdien heeft Hij dat leven in stand gehouden.’ Het stel heeft nog vier andere kinderen, van acht, zes, drie en bijna twee jaar oud, die geen van allen via ivf of donoren zijn verwekt.

    221119112545 04 twins 30 year old embryos
    Rachel en Philip Ridgeway kregen een tweeling uit embryo’s die bijna dertig jaar bevroren waren geweest. – © Courtesy Philip & Rachel Ridgeway

    Snacks en honden

    Een opgraving in het riool van het Colosseum in Rome heeft half opgegeten snacks opgeleverd van toeschouwers die ooit keken hoe gladiatoren vochten op leven en dood, aldus Ansa. Ook werden er resten gevonden van dieren die in de arena werden opgejaagd. Onder de gevonden hapjes zijn stukjes gegrild vlees, pizza, groenten en fruit, aldus archeologe Federica Rinaldi, die de werkzaamheden leidde. De opgraving bracht botten aan het licht van leeuwen, luipaarden, beren en honden, die gedwongen werden met elkaar te vechten of gedood werden door jagers. 

    Ook zijn er munten gevonden, waaronder een sestertie met het hoofd van Marcus Aurelius, vertelt archeologe Francesca Ceci. ‘Met een beetje fantasie kun je je voorstellen hoe deze glimmende munten naar beneden werden gegooid, in het zand van de arena terechtkwamen en wegstroomden met het bloed van mensen en dieren.’

    andrei popescu i7M726ZcwlE unsplash
    © Unsplash

    Grotere Hockney en dichterbij

    Met Bigger & Closer (not smaller & further away) maakt de wereldberoemde kunstenaar David Hockney een zogenaamde immersive ervaring van zijn werken, schrijft It’s Nice That. In plaats van ervoor te staan, kan de bezoeker de afbeeldingen werkelijk binnentreden. Het wordt de eerste tentoonstelling in Lightroom, een vier verdiepingen hoge ruimte in Kings Cross die is uitgerust met de nieuwste digitale projectie- en audiotechnologie. De reis door zijn werk kan bovendien gemaakt worden met commentaar van Hockney zelf, waarin hij uitlegt hoe hij fotografie gebruikt als een manier om te tekenen met een camera. Hockney werkte drie jaar lang met Lightroom  samen om de tentoonstelling technisch te vervolmaken. Van 25 januari tot 23 april 2023.

    david hockney lightroom bigger a.format webp.width 2880 4xDTe0nBGV6DyLyo
    David Hockneys The Arrival of Spring in Woldgate, East Yorkshire in 2011. – © David Hockney / Collection Centre Pompidou, Parijs

    Poetins energiewapen

    Volgens The Economist dient de beste kans voor Poetin om een wig te drijven tussen Oekraïne en het Westen zich deze winter aan. Vóór de oorlog leverde Rusland 40 tot 50 procent van het aardgas dat de EU importeert. In augustus draaide Poetin de kraan van een grote pijpleiding naar Europa dicht en schoten de brandstofprijzen omhoog.

    Meer kou betekent dat meer mensen sterven

    Tot nu toe heeft Europa deze schok goed doorstaan door voldoende gas op te slaan. Maar ook al zijn de marktprijzen voor brandstoffen in-middels gedaald, de reële gemiddelde kosten voor gas en elektriciteit voor huishoudens in Europa liggen veel hoger dan voorheen. Modellen die The Economist maakte, suggereren dat dat weleens grote gevolgen zou kunnen hebben. Meer kou betekent dat meer mensen sterven. Gegeven de relatie tussen sterfte, weersomstandigheden en energiekosten zou het aantal slachtoffers van Poetins ‘energiewapen’ in Europa weleens hoger kunnen uitvallen dan het aantal soldaten dat tot nu toe in Oekraïne is omgekomen.


    Amsterdam op ‘No List 2023’

    Fodor’s, het bedrijf voor reisinformatie dat groot werd door mensen te vertellen waar ze heen moeten om te slapen, eten en drinken, heeft nu een lijst gepubliceerd met plekken wereldwijd waar je in 2023 juist níét heen moet gaan, schrijft Grist. Hun ‘No List 2023’ adviseert niet om deze bestemmingen te vermijden vanwege het slechte eten, de slechte bezienswaardigheden of gevaar, maar omdat een teveel aan toeristen op deze plekken ecologische, culturele en sociale schade veroorzaakt. 

    De lijst richt zich op de impact van het wereldwijde toerisme op drie specifieke gebieden: unieke natuurlijke omgevingen die steeds verder worden aangetast door toeristen, culturele hotspots die te kampen hebben met grote drukte en een overbelaste infrastructuur, en bestemmingen die te maken hebben met een watercrisis.

    Na een korte onderbreking vanwege de pandemie is het toerisme weer explosief gestegen

    Lake Tahoe in Californië en Antarctica haalden de lijst van natuurwonderen die vanwege hun kwetsbaarheid het wegblijven van toeristen verdienen. Op de lijst met culturele bestemmingen waar de infrastructuur onder hoogspanning staat en stijgende kosten van levensonderhoud de plaatselijke bevolking verjagen, wordt Amsterdam genoemd, naast Venetië en de Amalfikust in Italië, Cornwall in Engeland en Thailand.

    Door een combinatie van voedselconsumptie, accommodatie, vervoer en de aankoop van souvenirs draagt het wereldwijde toerisme voor 8 procent bij aan de mondiale uitstoot van broeikasgassen. Na een korte onderbreking vanwege de pandemie is het toerisme weer explosief gestegen en inmiddels worden de cijfers van voor de pandemie zelfs overtroffen. 


    Musk jaagt adverteerders weg

    Het is een understatement om te zeggen dat het niet echt lekker gaat met Twitter sinds miljardair Elon Musk het platform op 27 oktober voor 44 miljard dollar overnam. Eind november had ruim eenderde van de honderd grootste marketeers al gedurende twee weken niet meer geadverteerd op het platform, zo blijkt uit een analyse door The Washington Post. Dat geeft aan dat adverteerders sinds de overname terughoudend zijn geworden. Tientallen topadverteerders, waaronder veertien bedrijven uit de top-50, stopten met adverteren, aldus de analyse van de krant op basis van van gegevens van Pathmatics, een bedrijf dat gespecialiseerd is in merkanalyses en digitale marketingtrends. 

    Advertenties van A-merken zoals Jeep en snoepfabrikant Mars, die in de zes maanden vóór de overname door Musk tot de top-100 van Amerikaanse adverteerders op Twitter behoorden, zijn in elk geval sinds 7 november niet meer op de site te zien geweest. ‘We zijn eind september begonnen met het opschorten van reclameactiviteiten op Twitter, toen we hoorden van enkele belangrijke ontwikkelingen op onder meer het gebied van merkveiligheid, die gevolgen hadden voor onze merken,’ aldus een verklaring van Mars, dat naast het gelijknamige snoepgoed ook voedingsmiddelen en producten voor huisdieren maakt. 

    Het gevaar voor hen en voor Twitter is dat Musk ‘zelf een heel sterk merk wordt’

    Ook farmaceut Merck, ontbijtgranenproducent Kellogg’s, telecommunicatiereus Verizon en bierbrouwer Boston Beer hebben de afgelopen weken hun advertenties stopgezet, volgens gegevens van Pathmatics.

    Volgens Matthew Quint, directeur van het Center on Global Brand Leadership aan de Columbia Business School in New York, zijn veel bedrijven zich bewust van ‘de mogelijke druk van belanghebbenden en consumenten, wanneer ze zich verbinden met inhoud die als opruiend wordt gezien.’ Het gevaar voor hen en voor Twitter is dat Musk ‘zelf een heel sterk merk wordt, een controversieel merk zelfs,’ aldus Quint. ‘Hoe meer hij op de voorgrond treedt, des te meer adverteerders er waarschijnlijk voor kiezen om niet geassocieerd te worden met een Elon Musk-platform.’

    Elon Musk at a Press Conference
    © Daniel Oberhaus / Wikimedia
  • Zenders Radio France International en France 24 definitief geschorst in Mali

    Zenders Radio France International en France 24 definitief geschorst in Mali

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » EU zegt klaar te zijn om Russische ‘gaschantage’ tegen te gaan

    » Rapport: onafhankelijke media in Hongkong bijna volledig ontmanteld

    Malinese junta had schorsing in maart bevolen

    De zenders Radio France InternationaI (RFI) en France 24 zijn sinds woensdag 27 april definitief geschorst in Mali, meldt Wakat Séra. De twee Franse audiovisuele media hadden sinds 17 maart een tijdelijk uitzendverbod en zijn er woensdag door de Hoge Autoriteit voor Audiovisuele Communicatie (HACA) in Mali van op de hoogte gebracht dat zij niet langer op Malinees grondgebied mogen uitzenden.

    France Médias Monde (FMM), de moedermaatschappij van RFI en France 24, reageerde in een verklaring waarin zij een dergelijke maatregel ‘met kracht’ betwistte en beloofde ‘alle mogelijke middelen van beroep’ te zullen aanwenden.

    De opschorting is een teken van de escalerende spanningen tussen Frankrijk en Mali. Het militaire bewind van Mali had de schorsing van de twee media op 17 maart bevolen nadat RFI en France 24 berichten hadden gepubliceerd dat het Malinese leger betrokken was bij misstanden tegen burgers.

    Lees ook:

  • Hoe de actualiteit alle aandacht kaapt

    Hoe de actualiteit alle aandacht kaapt

    We vinden het doodnormaal dat de actualiteit elk moment van de dag kan inbreken en dan opeens geldt als het enige deel van de werkelijkheid dat er écht toe doet.

    Keuze uit het archief

    Deze week kreeg techgigant Meta een schadevergoeding van 375 miljoen dollar opgelegd. Het bedrijf werd ervan beschuldigd kinderen te beschadigen door ze bloot te stellen aan ongepaste inhoud en grensoverschrijdend gedrag op sociale media. Er is echter nog een manier waarop sociale media gebruikers beschadigen (en die is misschien nog ernstiger): ze overladen met een stortvloed aan nieuwsberichten waar ze weer op kunnen reageren.
    Als gevolg van een aandachtsindustrie die volledig is gericht op winstmaximalisatie van de technologiebedrijven wordt ons dagelijks leven vrijwel beheerst door de laatste nieuwtjes. Dat doet de democratie meer kwaad dan we zouden verwachten, aldus columnist Oliver Burkeman in deze longread van The Guardian. Het opiniestuk werd in 2020 genomineerd voor The Opinion Award van de European Press Prize.

    Het was een koude middag, die vrijdag de dertiende november van 2015, maar dat maakte het er alleen maar knusser op in de Old Town Bar, een van de oudste bruine kroegen van Manhattan. ‘Een warm, gezellig tentje zonder kapsones, ik ben er zeer op gesteld,’ zegt Adam Greenfield, die er die dag met een vriend tussen de houten schotjes zat voor een biertje en een frietje. ‘Het soort kroeg waar je in de loop van de tijd geschiedenis opbouwt.’ Greenfield is gespecialiseerd in stadsplanning en is daarom wat filosofischer aangelegd dan de meeste mensen, als het om onderwerpen als de aantrekkingskracht van knusse kroegen gaat. Maar iedereen die weleens in de Old Town Bar of een andere gezellige kroeg in een drukke stad is geweest, weet wat Greenfield en zijn vriend daar vonden: een plek om even bij te komen, bij te tanken, bij te praten. ‘En toen begonnen onze telefoons te trillen.’

    Moslimterroristen hadden in Parijs met vuurwapens en zelfmoordvesten een aantal gecoördineerde aanslagen gepleegd, waarbij in totaal honderddertig doden vielen, onder wie negentig concertgangers in de Bataclan. Greenfield weet nog goed dat iedereen daar in New York tegelijkertijd naar zijn telefoon greep, ‘je voelde de temperatuur in de kroeg meteen zakken’. Van alle kanten klonken de meldingen van pushberichten in nieuwsapps en Facebooks veiligheidscheck, de nieuwe functie waarmee gebruikers in de buurt van de aanslagen hun vrienden konden laten weten dat ze ongedeerd waren. Het was alsof de knusse muren van de Old Town Bar ineens zo poreus waren ‘als een vergiet, alsof de buitenwereld met grote kracht door alle gaten naar binnen spoot’.

    Het was niet voor het eerst dat Greenfield (die ooit als ontwerper voor Nokia werkte) enigszins schuldbewust besefte dat mobiele telefoons ons leven ook slechter kunnen maken. Het schrille contrast tussen de knusse sfeer in die kroeg en dat akelige nieuws uit Parijs illustreerde de kwetsbaarheid van zo’n plek en de ontspanning die je er vindt. In één klap kaapte het nieuws alle aandacht van zo’n beetje alle aanwezigen. Het deed er niet toe of ze vrienden of familie in Parijs hadden, of ze iets konden doen om te helpen of niet. De actualiteit brak gewoon binnen, verdreef de directe werkelijkheid van de kroeg en drong zich op als het enige deel van de werkelijkheid dat er wérkelijk toe deed.

    Marinade van nieuws

    Dat we er zelden bij stilstaan hoe vreemd zo’n inbraak in onze dagelijkse werkelijkheid eigenlijk is, komt doordat dit voor velen van ons tegenwoordig een doodnormale situatie is. We baden continu in een marinade van nieuws. ’s Ochtends kunnen we het belangrijkste nieuws al hebben doorgenomen, voordat we ook maar met iemand een woord hebben gewisseld. In de bus of wachtend in de rij doden we de tijd met scrollen op Twitter, dat ons meesleurt in het drama van de presidentspolitiek of een humanitaire ramp. Volgens een onderzoek neemt naar schatting 70 procent van ons zijn smartphone of tablet mee naar bed.

    Men maakt zich de laatste jaren erg druk om de hoeveelheid tijd die we aan die apparaten besteden en wat dat mogelijk met onze hersenen doet. Maar één daarmee verbonden psychische verschuiving blijft bijna onopgemerkt: de mate waarin voor een bepaald deel van de bevolking het nieuws steeds meer tijd opslokt – en, iets subtieler, ook steeds centraler komt te staan in onze subjectieve beleving van de werkelijkheid. De wereld van de nationale politiek en internationale crises kan daardoor belangrijker en zelfs echter gaan lijken dan onze directe omgeving – onze familie, onze werkkring, onze wijk.

    Het is niet simpelweg dat we veel te veel naar onze schermen zitten te turen, maar die schermen hebben bovendien iets veranderd aan de manier waarop we in de wereld staan: het nieuws is niet langer een decoronderdeel in ons leven, maar vormt er het hoofdtoneel van. De wijze waarop tv- en krantenjournalisten de actualiteit altijd al beleefden, is nu ook de manier waarop miljoenen nieuwskijkers die beleven.

    Nieuws is wel het laatste wat inwendige rust mogelijk maakt

    Vanuit Brits en Amerikaans perspectief zijn de Brexit en het presidentschap van Trump de bergpieken die in dit nieuwe mentale landschap boven alles uittorenen. Maar door de buitenissigheid van die twee fenomenen verliezen we uit het oog hoe vreemd en hoe nieuw het eigenlijk is dat het nieuws – wat er ook in het nieuws is – zo’n centrale rol in ons dagelijks leven speelt.

    In The New York Times draait columnist Nicholas Kristof de inmiddels welbekende riedel van klachten af over een vriendenkring die ‘aan Trump verslaafd’ is geraakt: ‘Op borrels, op tv, aan de eettafel, in de koffiehoek, overal gaat het gesprek tegenwoordig alleen nog maar over Trump.’ Maar de wijze waarop Trump al het andere nieuws in de actualiteit overschaduwt, is niet de enige oorzaak van deze verslaving. Een andere oorzaak ligt in het feit dat de drama’s in het nieuws alle andere zaken in ons leven overschaduwen.

    Krankzinnig

    Je kunt makkelijk denken dat het nieuws je zo bezighoudt omdat het tegenwoordig zo krankzinnig is. Maar dat is het nieuws altijd al vaak geweest. Wat het nieuws alleen nog nooit is geweest, is zo alomtegenwoordig. Vanaf het prilste begin tot enkele decennia geleden was het nieuws bijna per definitie een bericht van elders: een wereld waarop je even een blik wierp alvorens weer naar je eigen wereld terug te keren. Eeuwenlang was nieuws alleen iets voor een kleine elite. Ook na de komst van de massamedia besteedden hoogopgeleide burgers aanvankelijk zelden meer dan een uur per dag aan het nieuws.

    De recente ingrijpende verandering in onze nieuwsbeleving is niet simpelweg te wijten aan het feit dat er nu 24 uur per dag nieuws is. Daar was CNN al in 1980 mee begonnen. Het heeft eerder te maken met het veel recentere gevoel dat we, dankzij de interactiviteit van sociale media, zelf actief aan de actualiteit deelnemen. Als je bijvoorbeeld boos bent over de Brexit, kun je daar bijna de hele tijd boos over blijven: je kunt steeds weer nieuwe woestmakende feiten tegenkomen en lucht blijven geven aan je woede op manieren die tot in de eerste jaren van deze eeuw nog ondenkbaar waren. Was je toen tegen verwanten en collega’s zo tekeergegaan als zelfs mensen van aanzien, romanschrijvers en filosofen tegenwoordig dagelijks op Twitter doen, dan had je iedereen van je vervreemd.

    Eén cruciaal verschil is dat het voelt alsof je echt iets doet als je op Facebook een tirade afsteekt, berichten deelt of een online-enquête invult – dat je iets doet waarmee je, al is het op nog zo’n kleine schaal, een bijdrage kunt leveren aan de uitkomst van het verhaal. Dat gevoel dat je invloed hebt mag dan één grote illusie zijn – ten gunste van de sociale media waaraan die illusie ons verslingerd maakt – maar het is onmiskenbaar sterk. En het heeft ook vat op mensen die zelf nooit een bericht of een reactie plaatsen. Alleen al doordat je een onuitputtelijke, op jouw voorkeuren toegesneden voorraad updates, commentaren, grappen en analyses kunt doorbladeren, krijg je het gevoel dat je deelneemt aan het nieuws, wat heel anders voelt dan het passief consumeren van steeds dezelfde headlines die de hele dag door op tv te zien zijn bij CNN of de BBC.

    Verlies van controle

    Toch is deze nieuwe verhouding tot het nieuws, zoals je misschien zelf ook al hebt gemerkt, geen recept voor meer geluk of succes in ons eigen leven. Als je met een deel van je gedachten voortdurend in de wereld van de actualiteit verkeert, waar je bent blootgesteld aan de totaliteit van alle leed en leugens op aarde en boos wordt over gebeurtenissen die zo groot zijn dat je er in je eentje toch niets aan kunt veranderen, val je ten prooi aan wat Greenfield, schrijver van het boek Radical Technologies: The Design of Everyday Life, ‘een sluimerend gevoel van paniek en verlies van controle’ noemt, een zo wijdverbreid onbehagen dat het inmiddels alledaags voelt.

    Niet iedereen heeft natuurlijk de vrijheid om elke dag urenlang op sociale media te zitten, en in zoverre is deze buitensporige vereenzelviging met het nieuws per definitie een probleem van de bevoorrechte klasse. Maar de sluipende kolonisering van onze persoonlijke werkelijkheidsbeleving door ‘de actualiteit’ gaat ook gepaard met de opkomst van een vreemde nieuwe moraal – een sociale norm die erop neerkomt dat wegkijken van de actualiteit, of althans weigeren het nieuws een centrale rol in je leven te geven, een onverantwoorde luxe is die alleen voor een enkeling is weggelegd.

    © Design Majel van der Meulen / Unsplash
    © Design Majel van der Meulen / Unsplash

    Sinds de Verlichting heerst de gedachte dat het een democratische burgerplicht is om jezelf op de hoogte te houden van het wel en wee van de natie en de wijdere wereld – een plicht die des te meer gewicht krijgt in tijden van opkomend autoritarisme. Maar tegenwoordig gaat men er vaak van uit dat dit automatisch ook de plicht inhoudt om niet de ogen te sluiten voor het nieuws. De aanvechting om de blik af te wenden wordt gezien als een blijk van bevoorrechting en gebrekkig besef van de eigen luxepositie.

    ‘Als je niet woedend bent, heb je niet opgelet.’ Men gaat er steeds meer van uit dat wie iets wil betekenen voor of zelfs maar solidariteit wil tonen met de directe slachtoffers van de gebeurtenissen in het nieuws –bijvoorbeeld illegale immigranten die te maken krijgen met het hardvochtige uitzettingsbeleid van de regering-Trump – de morele plicht heeft om zich in dat nieuws te blijven onderdompelen.

    Probleem

    Maar het wordt stilaan duidelijk dat er in deze houding een probleem schuilt, nog los van de gevolgen voor ons individuele geluk. Er is goede reden om te denken dat een samenleving waarin zo veel mensen zo intens meeleven met de emotionele drama’s in het nieuws helemaal geen ideale democratie is, dat deze mate van persoonlijke betrokkenheid juist een symptoom is van de schade die het maatschappelijk leven al is toegebracht. En dat voert ons naar een mogelijkheid die bij nieuwsjunkies, politiek geëngageerde activisten en journalisten niet meteen zal opkomen: dat we het niet alleen aan onze eigen mentale gezondheid maar ook aan de wereld verplicht zijn te zoeken naar een manier om het nieuws weer op zijn plaats te zetten.

    Velen van ons kunnen zich de tijd nog heugen dat het nieuws een aangename verstrooiing in ons dagelijks leven was, de favoriete afleiding van de aan zijn bureau gebakken kantoorwerker. Toen essayist Alain de Botton vijf jaar geleden zijn boek Het nieuws: een gebruiksaanwijzing schreef, kon hij daarin nog beweren dat het nieuws ons trekt omdat we daarin even aan onze dagelijkse beslommeringen kunnen ontsnappen. Kijkend naar het nieuws, schreef De Botton, kon je ‘vraagstukken (…) vinden die veel ernstiger en indringender zijn dan de problemen die je zelf op je bordje hebt gekregen, en door deze grotere kwesties je eigen zelfgerichte zorgen en twijfels (…) laten overstemmen.

    Door de massamedia werd de aandacht van de lezer het schaarse goed

    Een hongersnood, een overstroomde stad, een seriemoordenaar op vrije voeten, een regering die aftreedt (…); zulke externe opschudding is misschien wel precies wat we nodig hebben om inwendige rust mogelijk te maken.’ Het is opvallend hoe snel dat allemaal is veranderd. Tegenwoordig is het nieuws wel het laatste wat inwendige rust mogelijk maakt. Steeds meer wordt het niet zozeer iets waarín, maar waaráán je wilt ontvluchten.

    Dat is een symptoom van een nieuwe en acute fase in een historische verschuiving die al heel lang aan de gang is: vroeger leefde men in een wereld waarin informatie schaars was, maar nu is de voorraad informatie in principe onbegrensd en is juist onze aandacht het schaarse goed. De eersten die goed geld wisten te verdienen met een nieuwsvoorziening, waren volgens historicus Andrew Pettegree een aantal goed ingevoerde burgers in het Italië van de zestiende eeuw, die handgeschreven nieuwsoverzichten leverden aan een handjevol rijke cliënten. Dat ze daarmee geld konden verdienen, was een gevolg van informatieschaarste: de inlichtingen in hun bulletins waren niet zo gemakkelijk te krijgen.

    In de Londense koffiehuizen van de zeventiende eeuw, vaak beschouwd als de eerste plek waar gewone burgers een maatschappelijk debat over politiek konden voeren, werkte het ook zo. Tegen een kleine entreeprijs kreeg je daar de kans op een gesprek met mensen die van de nieuwste ontwikkelingen op de hoogte waren, en inzage in een rijke voorraad vlugschriften en nieuwsbulletins. De mogelijkheden voor zulke welingelichte politieke gesprekken waren schaars en dus wel wat geld waard.

    Aandachtseconomie

    Maar naarmate de techniek het makkelijker maakte om nieuws te verspreiden, en steeds meer nieuwsleveranciers naar de gunsten van de lezer dongen, begon er een subtiele omkering op te treden: niet informatie maar de aandacht van de lezer werd het schaarse goed waarom werd gestreden. In het begin van de negentiende eeuw kwamen ondernemers als Benjamin Day, oprichter van The New York Sun, met een revolutionair nieuw verdienmodel: je krant, volgestouwd met sensationele verhalen, voor minder dan de kostprijs aan de man brengen en je geld verdienen met de verkoop van advertenties.

    Zo kochten adverteerders in feite toegang tot de aandacht van zo veel mogelijk lezers, wat natuurlijk een stimulans was om verhalen vol overdrijving en verzinsels te publiceren. Day plaatste ooit een reeks artikelen waarin werd beweerd dat Sir John Herschel, een vooraanstaand astronoom, had ontdekt dat er mensachtige wezens met vleermuisvleugels op de maan leefden. Maar ook de serieuze politieke verslaggeving en de onderzoeksjournalistiek profiteerden van deze grofmazige opzet. Adverteerders wilden lezers, en die trok de uitgever misschien vooral met roddelrubrieken of sportverslagen – maar als makelaar tussen deze twee partijen kon de hoofdredacteur een deel van de advertentiegelden naar serieuzere verslaggeving sluizen.

    De hele geschiedenis van de massamedia vanaf dat moment zou je, zoals Tim Wu uitlegt in zijn boek Aandacht is het nieuwe goud, kunnen zien als het proces van de groeiende doelmatigheid waarmee de beschikbare hoeveelheid aandacht werd ontgonnen. Succes was daarbij weggelegd voor wie een nieuwe ader aanboorde (zoals toen de radio de huiskamers binnendrong en aandacht inpikte die voorheen werd besteed aan lezen of praten) of manieren vond om de aandacht nadrukkelijker op te eisen (zoals met de komst van kranten in kleurendruk).

    Datahonger

    Een smartphone met Facebook of Twitter erop is het hoogtepunt van deze trend. Zo’n telefoon is er helemaal op ontworpen om de laatste kruimeltjes aandacht op te zuigen – in de trein, op de wc, in bed – en minutieus alles bij te houden wat je aantikt of wegveegt, alles waar je bij blijft hangen of juist langs scrollt. De sociale media gebruiken de aldus verzamelde onmetelijke hoeveelheden data om je precies het soort berichten voor te schotelen dat mensen zoals jij niet kunnen weerstaan en dat zo verleidelijk mogelijk te doen. Zo kunnen ze de hoofdprijs vragen van adverteerders die maar al te graag zo’n nauw omschreven en daarmee dus waardevol segment van het publiek willen bereiken.

    Steeds meer gebruikers beseffen inmiddels wel dat dit gebruik van data om de aangeboden content algoritmisch op de gebruiker toe te snijden de drijvende kracht is achter de verslavende werking van de digitale technologie: softwarebedrijven zijn verwikkeld in een wapenwedloop, op zoek naar steeds efficiëntere middelen om een stukje van de eindige hoeveelheid aandacht in te pikken. Voor hun voortbestaan en hun groei zijn ze dus aangewezen op jouw verslaving aan hun producten. Maar dat verklaart ook waarom het nieuws een steeds grotere rol is gaan spelen in onze gedachten.

    In een situatie van informatieschaarste wil het nieuws wel in een aparte mentale wereld blijven die we alleen af en toe betreden; dan móét het zelfs exclusief blijven, net als een attractiepark met een hek eromheen of een besloten club, want er moet iemand aan kunnen verdienen door een toegangsprijs te vragen. Maar in een wereld met een informatieoverschot en aandachtsschaarste geldt het omgekeerde. In de strijd om onze aandacht moet elke nieuwsleverancier – en uiteindelijk elk nieuwsbericht – met alle andere wedijveren om zich ons hoofd binnen te wurmen.

    © Design Majel van der Meulen / Unsplash
    © Design Majel van der Meulen / Unsplash

    Wu schrijft dat die wedloop zich ‘van nature in een neerwaartse spiraal zal bewegen: de aandacht zal bijna altijd uitgaan naar het opvallendere, sensationelere, buitensporigere alternatief, naar elke prikkel die eerder appelleert aan wat psychologen onze “onwillekeurige” aandacht noemen’. Het resultaat van dit alles is dat naarmate het publieke bewustzijn steeds meer wordt gedomineerd door het nieuws, het nieuws steeds meer wordt gedomineerd door extreme, sensationele en zelfs onware verhalen.

    In een aandachtseconomie gedijt het nieuws – het kan er immers op bogen meer aandacht te verdienen dan bijvoorbeeld films of sport; het nieuws gaat over de serieuze zaken in de wereld. En je trekt geheid miljoenen lezers met het schouwspel van een labiele president met zijn vinger op de nucleaire knop, of met de dreiging van een situatie waarin voedsel en geneesmiddelen net als in de oorlog weer op de bon moeten als gevolg van een Brexit zonder deal.

    Maar dit vergroot ook de druk om ervoor te zorgen dat elk nieuwsverhaal zich terugverdient door viraal te gaan, en het verlaagt de drang om een deel van de (teruglopende) inkomsten van een nieuwsorganisatie te steken in verslaggeving die tijdrovender en serieuzer van aard is. Deze situatie stimuleert vooral verslaggeving over scorebordpolitiek en over hete hangijzers in de cultuurstrijd, en een spervuur van meningen in opiniestukken die bedoeld zijn om de lezer in zijn vooroordelen te bevestigen of juist verontwaardigde afkeuring uit te lokken. Al met al hoeft een verhaal vanuit commercieel oogpunt niet eens waar te zijn, zolang het maar boeiend is: nepnieuws is geen ontsporing, maar juist de logische eindfase van een media-economie waarin content vooral ‘optimale betrokkenheid’ moet wekken.

    Evolutionaire oorsprong

    Het is de moeite waard eens goed te bedenken hoe vreemd het eigenlijk is, gezien het onderliggende doel van het nieuws, dat we zo veel met de actualiteit bezig zijn. Als onze belangstelling voor nieuws een evolutionaire oorsprong heeft, is dat omdat het allicht je overlevingskansen verhoogt als je op de hoogte bent van directe lokale bedreigingen voor het leven van jou en je stam. En een van de grote verworvenheden van de beschaving is dat we ook kunnen meeleven met nieuwsfeiten die ons niet persoonlijk raken, maar waarop we wel invloed zouden kunnen uitoefenen door bijvoorbeeld te gaan stemmen, vrijwilligerswerk te doen of geld te doneren.

    De moderne aandachtseconomie benut deze twee drijfveren echter niet om ons op de hoogte te houden van bedreigingen voor onszelf of om verbetering mogelijk te maken in het leven van anderen, maar om winst te genereren voor de makelaars in aandacht. Daarom worden we onophoudelijk bestookt met het ene na het andere incident, ongeacht of het werkelijk van belang is, en met een eindeloze opeenvolging van menselijk leed, ongeacht of het in onze macht ligt om er iets aan te doen. Het geloof dat het onze morele plicht is om daar kennis van te blijven nemen – dat deze mate van engagement en emotionele betrokkenheid de enige manier is om op de hoogte te blijven van hoe de wereld ervoor staat – begint steeds meer te lijken op een excuus voor onze verslaving aan het beeldscherm.

    Vervreemding

    Iedereen die aan onlinenieuws verslaafd is, kent de daaruit voortvloeiende ervaring van vervreemding, ook al begrijpen we niet altijd waar die door komt. Ze manifesteert zich als het moedeloosmakende gevoel dat we op internet onze tijd zitten te verdoen, ook al kunnen we het blijkbaar niet laten. (Zelfs rokers zullen toch niet zo’n enorme hekel aan zichzelf hebben omdat ze niet zonder sigaret kunnen als Twitter-gebruikers omdat ze niet zonder Twitter kunnen?) We beginnen stilaan te beseffen wat het eigenlijk betekent om te zeggen dat aandacht een schaars goed is: dat die absoluut eindig is, dat elke minuut die je aan een bepaald nieuwsbericht besteedt, niet meer kan worden besteed aan alles wat er verder is.

    Door aandacht te besteden aan het nieuws, zegt de bij Google vertrokken filosoof en technologie-activist James Williams, ‘betaal’ je in feite ‘met alles waaraan je die aandacht niet hebt geschonken (…), met dat goede gesprek dat je had kunnen hebben met je angstige kind, of met de slaap die je tekortkomt en dat uitgeslapen gevoel dat je de volgende ochtend dus niet hebt’. De verhalen die het nieuws domineren, onttrekken niet alleen aandacht aan ander nieuws; de grondstof die wordt geplunderd, is jouw leven.

    De grondstof die wordt geplunderd door het nieuws, is jouw leven

    Dat sommigen van ons moeite hebben om dat in te zien, komt mede doordat in dit tijdperk van sociale media de opvatting heerst dat het een morele taak is om de actualiteit, en met name het politieke nieuws, te volgen. Dat je je plicht als staatsburger verzuimt als je geen standpunt weet in te nemen over de brandende kwesties van de dag. Wellicht heb je op de sociale media zelf ook weleens die belachelijke maar toch merkbare druk gevoeld om over elke natuurramp, dode beroemdheid of nieuwe beleidsaankondiging van de regering-Trump plechtig je mening te verkondigen, alsof wij allemaal de ambassadeur zijn van een kleine natie waarvan het stilzwijgen maar al te licht wordt opgevat als een blijk van harteloze onverschilligheid.

    ‘Te midden van alle chaos in deze wereld voelt het verkeerd om mensen aan te raden het nieuws niet te volgen,’ geeft auteur John Zeratsky toe. Toch is dat wat hij in zijn zelfhulpboeken doet. Betrokkenheid lijkt iets te zijn ‘wat je gewoon hoort op te brengen als volwassen, welingelichte burger of slimme, op groei gerichte carrièremaker’. En als betrokkenheid bij het nieuws een geloofsartikel wordt, gaat de gedachte om je daarvoor zelfs maar gedeeltelijk af te sluiten allicht als ketterij klinken. Maar het zou weleens een vorm van ketterij kunnen zijn waaraan we dringend behoefte hebben – en niet alleen voor onze eigen gemoedsrust. Het functioneren van onze democratie kan ervan afhangen.

    Ketter

    Eén zo’n ketter tegen wil en dank is Robert Talisse, politiek filosoof aan de Vanderbilt-universiteit in Tennessee, die tot voor kort nog de mening was toegedaan die onder politiek filosofen allicht gemeengoed is: dat politiek van het hoogste belang is en er dus geen maat staat op de tijd die je daaraan moet besteden. In deze zienswijze ‘is democratie bedrijven iets wat je non-stop doet’, aldus Talisse, ‘en als je merkt dat de democratie in de problemen komt of problemen veroorzaakt, dan heb je altijd de oplossing van nóg meer democratie’. Maar door de groeiende obsessie met het nieuws die hij bij zichzelf en anderen constateerde, begon er een heel andere gedachte bij hem post te vatten. Het is bijvoorbeeld maar helemaal de vraag of het nou echt een vorm van democratische participatie is om het onlinenieuws te volgen, of dat het alleen maar zo voelt. En als het dat wel is, wie zegt dan dat het per se iets goeds is?

    Stel dat politieke participatie goed is op dezelfde manier als voor je gezondheid zorgen dat bijvoorbeeld is. Iemand die af en toe naar de sportschool gaat, doet dan iets goeds; gaat ze regelmatig naar de sportschool, dan is ze bijzonder goed. Maar brengt ze werkelijk al haar vrije tijd in de sportschool door, zodat haar vriendschappen en haar werk eronder lijden, dan wordt het ziekelijk. Fysiek gezond blijven is namelijk vooral een instrumentele deugd: het is goed omdat het je in staat stelt andere dingen te doen.

    Onze veranderde verhouding tot het nieuws leidt zelf tot slechter nieuws

    Ben je alleen nog maar met je gezondheid bezig, dan begrijp je dus niet waar het om draait. En doe je het zo intensief dat je jezelf erbij blesseert, dan mis je de essentie nog op een andere manier: dan kun je ook niet meer aan je gezondheid werken. Er valt iets voor te zeggen om te denken dat het met onze nieuwsverslaving ook zo werkt. Door het politieke nieuws zo’n centrale plaats in ons mentale landschap te geven, plegen we misschien wel roofbouw op juist die zaken die de politiek moest faciliteren, en beschadigen we het democratische bestel zelf. Om een duidelijker beeld van de mogelijke schade te krijgen kun je kijken naar wat er sinds de opkomst van de sociale media is gebeurd met de ‘publieke sfeer’, de ruimte waarin het democratisch debat zou moeten plaatsvinden.

    De pioniers in het hippietijdperk droomden ervan dat het internet de publieke sfeer enorm zou uitbreiden, tot een nieuwe mondiale agora waar mensen die nooit een stem hadden gehad konden deelnemen aan de besluitvorming. Dat zou eerlijkere en betere besluiten opleveren die veel breder worden gedragen. Maar het wordt steeds duidelijker dat het internet in feite vooral de scheiding tussen publiek en privé opheft en het zo steeds moeilijker maakt om tot een doordachte discussie, laat staan consensus te komen. Onze veranderde verhouding tot het nieuws lijkt zelf tot slechter nieuws te leiden.

    Mentale afstand

    In 2013, toen Donald Trump nog een lachwekkende tv-ster was en Twitter door gebruikers nog niet liefkozend voor ‘hellsite’ werd uitgemaakt, schreef de Duits-Koreaanse cultuurtheoreticus Byung-Chul Han in zijn vooruitziende boek Im Schwarm (‘In de zwerm’) al dat de digitale communicatie het politieke bedrijf langzamerhand onmogelijk maakte. Een gezond politiek debat berustte in zijn ogen op respect, wat vereist dat de deelnemers aan het debat een zekere mentale afstand tot elkaar bewaren: ‘Het openbare leven vereist een respectvol wegkijken van wat privé is.’

    Maar digitale verbondenheid heft die afstand op. Online vervaagt het onderscheid tussen weloverwogen openbaar commentaar op het nieuws en impulsieve oprispingen van je halfbakken privé-indruk; en op sociale media worden de extreemste gevoelsuitbarstingen beloond en uitvergroot. Een directe verbinding tussen het nieuws en de diepste krochten van ieders geest blijkt er niet toe te leiden (en achteraf lijkt dat misschien nogal wiedes) dat het gemakkelijker wordt om tot overeenstemming en oplossingen te komen. Het leidt ertoe dat ieder thema waarover verschil van mening bestaat al snel ontaardt in slaande ruzie.

    Voor een goed functionerende publieke sfeer moeten we collectief kunnen beschikken over een gedeelde verzameling feitelijke kennis van de werkelijkheid, als stabiele ondergrond waarop we onze meningsverschillen kunnen uitvechten. Maar met zo’n gigantisch overschot aan informatie, gefilterd op grond van wat ieders individuele aandacht trekt, blijft van die gedeelde grondslag al snel weinig over. Ondertussen worden we door de algoritmes van de sociale media ongemerkt in steeds meer gescheiden groepjes van steeds soortgelijkere mensen opgedeeld, zodat ook als je met elkaar over bijvoorbeeld films of sport discussieert, je dat steeds vaker doet met mensen van dezelfde politieke kleur als jij.

    Hoe groter je politieke betrokkenheid wordt, des te meer alles ook politiek wordt – en des te moeilijker het wordt, zo wijst onderzoek uit, om je politieke tegenstanders nog helemaal als mens te zien. En dat is een situatie waar populisten garen bij spinnen, want zij weten dat ze van het leven een veldslag langs politieke lijnen moeten maken om de publieke aandacht volledig te kunnen domineren.

    Zo bezien blijft er weinig over van de gedachte dat voortdurend het nieuws volgen een effectieve manier is om autoritaire tendensen te bestrijden of andere lovenswaardige politieke doelen na te streven. Door je op sociale media elke dag urenlang kwaad te maken op je tegenstanders werk je mee aan de uitholling van de democratie, ook al doe je dat vanuit een moreel onberispelijke positie. Onder politiek geïnteresseerden mag dan de algemene wijsheid heersen dat deze tijd schreeuwt om grotere betrokkenheid bij de actualiteit, maar misschien is het tegendeel juist het geval.

    Als je jezelf afsluit voor het nieuws, zal dat je echter nog steeds vooral op het verwijt komen te staan dat het egoïstisch is en jij niet beseft hoe bevoorrecht je bent. Een jaar geleden stond er in The New York Times een artikel over Erik Hagerman, een man in Ohio die sinds de verkiezingen van 2016 het nieuws niet meer volgde. Hij ging zelfs zover dat hij ruis op zijn oortjes afspeelde om in koffietenten geen gesprekken over Trump op te vangen. Dat artikel ging viraal – natuurlijk! – en Hagerman kreeg een stortvloed aan honende zedenpreken over zich heen. (Die zou hij althans hebben gekregen als hij ze was gaan lezen.)

    ‘Niet iedereen kan zich ervoor afsluiten,’ zo verwoordde Kellen Beck de woede van velen in een artikel op Mashable, waarin hij Hagerman uitriep tot ‘de meest egoïstische man in Amerika’. ‘Mensen van wie het gezin uiteen wordt gerukt door het uitzettingsbeleid van de immigratiedienst kunnen zich er niet voor afsluiten. Mensen die slachtoffer worden van vuurwapengeweld kunnen zich er niet voor afsluiten.’ Maar ‘als witte man die in de gelegenheid is gesteld een hoop geld te verdienen (en te sparen), wordt Hagerman niet direct getroffen door veel van wat dit land en zijn medeburgers overkomt’.

    Nieuws mijden

    Maar de gedachte achter dit argument – dat de keuze om minder aandacht aan het nieuws te schenken vanzelfsprekend een verwerpelijke luxe is – is een restant uit de tijd van informatieschaarste. Als het moeilijk is om aan nieuws te komen, is het goed om de moeite te nemen het nieuws te volgen. Maar als het nieuws overal is en non-stop baden in het nieuws de situatie alleen maar lijkt te verergeren, moet je juist moeite doen om het nieuws, al is het maar gedeeltelijk, te mijden. In een tijd van aandachtschaarste betekent een zinvol leven juist dat je niet aan ieder belangrijk thema aandacht schenkt; van de grootste heiligen in de geschiedenis werd nooit gevraagd om zich om zo veel verschillende vormen van leed te bekommeren als jij tegenwoordig onder ogen krijgt door alleen al een site met buitenlands nieuws door te nemen.

    Of het egoïstisch is om je daarvoor af te sluiten, hangt af van de vraag wat je doet met de tijd die je daardoor overhoudt. (Hagerman had, zo stond in het artikel, 20 hectare waterrijke grond gekocht op de plek van een gesloten kolenmijn en wilde dat gebied opknappen om het uiteindelijk aan de samenleving te schenken, een project waar hij de rest van zijn leven en bijna al zijn spaargeld aan dacht te gaan spenderen. Er zijn egoïstischer manieren om je tijd door te brengen.) Jezelf voor veel belangrijk nieuws afschermen is misschien wel een voorwaarde om überhaupt iets te kunnen doen.

    We moeten ook blijven werken aan maatschappelijke verbondenheid

    Nu de politiek de gedachten van zo veel mensen beheerst, zo stelt Robert Talisse in zijn nieuwe boek Overdoing Democracy, wordt het misschien wel een essentiële vorm van activisme om juist minder tijd te besteden aan dingen die politiek zijn – of die, zoals alles op sociale media, politiek voelen – en die tijd liever te steken in constructieve zaken waarin politiek geen rol kan spelen. Zo bezien is een weigering om in de kroeg of bij de koffieautomaat over Trump of de Brexit te kletsen geen kwestie van je kop in het zand steken, maar een poging om te voorkomen dat alle domeinen in het leven ten prooi vallen aan het dictaat van de actualiteit.

    De remedie voor de verdeeldheid in de samenleving, zo wordt vaak gezegd, is om meer tijd door te brengen met mensen van ‘de andere kant’. Maar Talisse raadt ons aan bewust deel te nemen aan sociale activiteiten die helemaal niet door politieke voorkeuren zijn gedreven – waarin de hele vraag van iemands politieke affiniteit sowieso niet aan de orde is. Hij woont zelf in Nashville en gaat tegenwoordig vaak met zijn vrouw naar bluegrassconcerten. ‘Ik heb geen idee wat de politieke kleur van de andere concertgangers is,’ zegt hij. ‘Het is niet dat je als Democraat plekken moet opzoeken waarvan je weet dat er veel Republikeinen komen. Je moet gewoon dingen gaan doen waarin politiek geen rol hoeft te spelen.’

    Talisse beseft dat deze goede raad als recept voor het redden van constructieve democratische betrokkenheid nogal triviaal en misschien zelfs naïef klinkt. Maar als je een veilig heenkomen zoekt voor het vreselijk verslavende drama van de nationale en internationale politiek, is dat waarschijnlijk onvermijdelijk: juist omdat het nieuws zo verslavend is, moet je er niet vreemd van opkijken dat het alternatief er eerst nog wat suf bij afsteekt. En hij benadrukt dat hij er niet voor pleit om je voortaan helemaal van conventionele vormen van activisme te onthouden: ‘Ik zeg niet dat je niet naar demonstraties moet gaan. Maar dat moet niet het enige zijn wat je doet. Dus wat ik eigenlijk zeg, is dat democratie meer werk is dan je denkt, omdat je ook die andere dingen moet doen.’ We moeten demonstreren. Maar we moeten ook blijven werken aan de maatschappelijke verbondenheid die onze politiek mede mogelijk zou moeten maken.

    Talisse wijst erop dat er na Trumps verkiezingszege veel artikelen werden geschreven met adviezen over hoe je tijdens Thanksgiving moest omgaan met politieke discussies binnen de familie, waarbij de conclusie vaak luidde dat als het te veel stress opleverde om een beschaafd gesprek te voeren met een oom die op Trump had gestemd, je misschien beter thuis kon blijven. Maar dan, zegt Talisse, ga je er stilzwijgend van uit dat als puntje bij paaltje komt, politieke overtuigingen belangrijker zijn dan familiebanden. En dat is de wereld op zijn kop: een van de hoofddoelen van een democratisch bestel is juist dat het iedereen de kans moet garanderen op zaken zoals een familieleven. Als je met Thanksgiving aan tafel zit met een oom die voor Trump is, gaat het er niet om dat je probeert tot een compromis te komen of het met elkaar eens te worden, maar dat je beseft dat we meer zijn dan onze politieke voorkeur alleen. Dat we, in de woorden van Talisse, ‘om elkaar als politieke gelijken tegemoet te treden elkaar als meer dan alleen kiezers moeten zien’.

    Druk maken

    Het is natuurlijk niet helemaal eerlijk dat we hier überhaupt bij stil moeten staan. Dat wij als individu zelf het initiatief moeten nemen om minder op te gaan in de actualiteit van nieuws en politiek, terwijl het probleem wordt veroorzaakt door een aandachtsindustrie die volledig is gericht op winstmaximalisatie van de technologiebedrijven. Maar het is misschien de enige manier waarop we daarin nog enige verandering kunnen brengen. Als de kolonisering van ons dagelijks leven door het nieuws schadelijk is voor zowel onszelf als het democratisch bestel, moeten we daar niet klakkeloos in meegaan. En misschien is het helemaal niet onze morele plicht om ons druk te maken om alles wat in het nieuws is, maar juist om ons daar een beetje minder druk om te maken.