Nieuwe wet verbiedt gesprekken over denuclearisatie
Pyongyang heeft een wet aangenomen die het recht vastlegt om preventief nucleaire aanvallen uit te voeren om zichzelf te beschermen, zeiden de Noord-Koreaanse staatsmedia vrijdag, zoals gemeld door The Japan Times. Volgens het officiële persbureau KCNA heeft het Noord-Koreaanse parlement de wet donderdag goedgekeurd.
De maatregel maakt de nucleaire status van Noord-Korea ‘onomkeerbaar’ en verbiedt alle gesprekken over denuclearisatie, aldus de leider van Noord-Korea, Kim Jong-un. De stap komt op het moment dat deskundigen zeggen dat het land zich lijkt voor te bereiden om voor het eerst sinds 2017 weer kernproeven te gaan uitvoeren.
De wereld is ‘één misverstand, één misrekening, verwijderd van nucleaire vernietiging’. Deze uitspraak deed António Guterres maandag bij de opening van een conferentie over het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens bij de VN. De secretaris-generaal van de internationale organisatie wees op de risico’s van de crises in het Midden-Oosten, op het Koreaanse schiereiland en in Oekraïne, zo meldt The New York Times.
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Anthony Blinken, uitte tijdens de conferentie kritiek op Rusland, dat zich in zijn ogen schuldig maakt aan ’gevaarlijke en roekeloze nucleaire intimidatie’. Verder was hij kritisch over de opstelling van Noord-Korea en Iran. Vladimir Poetin zei op zijn beurt in een boodschap dat ’er geen winnaar kan zijn in een nucleaire oorlog en dat zo’n oorlog nooit zou mogen plaatsvinden’.
Noord-Korea heeft voor het eerst toegegeven dat het getroffen is door een corona-uitbraak, aldus The Guardian. Het land heeft een ‘ernstige nationale noodtoestand’ uitgeroepen na de bevestiging van de eerste uitbraak van corona, waarna Kim Jong-un beloofde de uitbraak van de epidemie te ‘overwinnen‘.
Staatsmedia meldden donderdag dat een subvariant van het zeer besmettelijke omikronvirus, bekend als BA.2, was ontdekt in de hoofdstad Pyongyang. Maar zij verstrekten geen details over het aantal gevallen of mogelijke besmettingsbronnen, aldus de Britse krant.
Noord-Korea had tot nu toe beweerd geen enkel coronageval te hebben geregistreerd sinds het meer dan twee jaar geleden, aan het begin van de pandemie, zijn grenzen sloot.
Kandidaat van zittende president Moon verliest nipt
De voormalige procureur-generaal Yoon Suk-yeol is donderdag verkozen tot president van Zuid-Korea, na een nipte overwinning op de kandidaat van de regerende centrumlinkse partij. De kandidaat van de People Power Party (PPP) behaalde 48,56 procent van de stemmen tegen 47,83 procent voor Lee Jae-myung, volgens de definitieve resultaten.
‘De verkiezingen, een van de spannendste in de geschiedenis van Zuid-Korea, werden algemeen gezien als een referendum over president Moon Jae-in, die herhaaldelijk toenadering heeft gezocht tot Noord-Korea, terwijl economische groei uitbleef’, merkte Nikkei Asia op.
Een werkloze kok heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit op film was vastgelegd: hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars bereid zijn om de VN-sancties grof te schenden. Dat toont de film De Mol. Het verhaal is zo bizar, dat velen aan de echtheid twijfelen.
Aan het einde van de film, in een van de laatste shots, zit Ulrich Larsens echtgenote Sacha met de rug naar de camera. Haar blik is op haar man gericht, en langzaam zegt ze: ‘Ik vind dat je een idioot bent. Ook omdat je me niets verteld hebt.’ Wat antwoorddde UlrIch Larsen, ‘de mol’ zoals hij in de film genoemd wordt, zijn vrouw? ‘Ja, je hebt gelijk.’
Een van de beste geheime operaties
Hij is werkelijk naar de afspraak gekomen, de man die verantwoordelijk is voor wat Ola Kaldager, ooit chef van de Noorse inlichtingendienst E14, ‘een van de beste geheime operaties’ noemt die hij ooit heeft gezien. De man die door de Noord-Koreanen een leugenaar en een manipulator wordt genoemd. Nu zit hij in een onopvallend café in een onopvallende buitenwijk van Kopenhagen, waar Ulrich Larsen met zijn vrouw en kinderen woont. Hij draagt een grijs sweatshirt en heeft een kaalgeschoren hoofd. Je begrijpt meteen hoe zo iemand zich onzichtbaar kan maken. Hij is bovendien rustig en analytisch, en een nauwkeurige verteller met een verbazingwekkende opmerkzaamheid.
Ze hadden nooit gedacht dat het zo groot zou worden. Ulrich Larsen niet, die de hele zaak op touw had gezet, en Jim Latrache-Qvortrup, de ‘dritte im Bunde’, al evenmin. ‘Het werd voor een deel zo gek dat ik de mensen begrijp die zeggen: “Dat kan helemaal niet,”’ zegt Latrache-Qvortrup. ‘Hoe moet je in hemelsnaam deze film uitleggen aan iemand die hem nog niet gezien heeft? Hoe doe je dat?’
Een poging: een Deense kok die door ziekte arbeidsongeschikt is verklaard en van een uitkering leeft, duikt in de bizarre wereld van de vrienden van Noord-Korea in Europa. Daar speelt hij tien jaar lang als undercover de trouwe communist, en dringt hij steeds dieper door in de inner circle van de hiërarchie, tot hij samen met een voormalige cokedealer en legionnair van het vreemdelingenlegioen bij geheime ontmoetingen in Beijing en Pyongyang Noord-Koreaanse wapenhandelaars ertoe brengt verdragen te ondertekenen die onder andere voorzien in de bouw van een ondergrondse fabriek voor drugs en wapens door Noord-Korea op een eiland in het Victoriameer in Oeganda.
Dat zou, in grote lijnen, pas de helft van het verhaal zijn. Klinkt dat te grotesk voor een Hollywood-scenario? Het wordt nog gekker: Ulrich Larsen heeft elke afzonderlijke stap in deze reis gefilmd, met inbegrip van het ondertekenen van het verdrag voor de wapenfabriek in een geheime kelder in Pyongyang.
De mol
Al die jaren werkte Ulrich Larsen samen met de documentairefilmer Mads Brügger uit Kopenhagen. Lars zocht contact met hem nadat hij een vroegere documentaire over Noord-Korea van Brügger had gezien, en bood hem aan materiaal te leveren. Aanvankelijk was Brügger niet geïnteresseerd. ‘Die Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging is een tamelijk deprimerende aangelegenheid,’ zegt Mads Brügger bij een gesprek in zijn kantoor in de binnenstad van Kopenhagen. ‘Maar ik heb tegen Larsen gezegd: als er ontwikkelingen zijn, hou me dan op de hoogte.’
Er waren ontwikkelingen. En Mads Brügger maakte daarvan uiteindelijk de documentaire De mol, die in première ging bij de BBC en de publieke tv-zenders in onder andere Denemarken, Noorwegen en Zweden [en Nederland].
Nogmaals: een werkloze kok, vader van een gezin uit een buitenwijk van Kopenhagen, fan van Metallica en liefhebber van modelspoorbaantjes, heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit door iemand op film was vastgelegd – namelijk hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars blijkbaar bereid zijn om de door de Verenigde Naties uitgevaardigde sancties grof te schenden.
En terwijl Noord-Korea-deskundigen erover twisten of de in de film getoonde Noord-Koreanen zich wel echt aan hun deel van de deal gehouden hebben, of dat in dit schimmenspel misschien iedereen alle anderen voor de gek houdt, hebben medewerkers van de Verenigde Naties contact gelegd met de filmmakers en bestuderen ze het door hen geleverde materiaal. En de ministers van Buitenlandse Zaken van Zweden en Denemarken meldden zich met een gemeenschappelijke verklaring: ‘Wij nemen de inhoud van de documentaire zeer serieus,’ heet het. Men heeft besloten de zaak voor te leggen aan de EU en het VN-comité voor sancties.
‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf. Ik had een project nodig’
Waarom steekt iemand zijn neus in zulke zaken? In het café vertelt Ulrich over zijn vader die werkte op de veerboten die van Denemarken naar Duitsland voeren. Als kind mocht hij vaak meevaren, meestal naar Puttgarden, maar soms ook naar het Oost-Duitse Warnemünde. De zeelui hadden er plezier in de jongen te waarschuwen om niet aan land te gaan. ‘Ze zeiden dat daar het communisme wachtte.’ Kort na de val van de muur, als hij dertien is, leerde hij op een van die schepen een jongen uit Rostock en zijn zus kennen. De families bezochten elkaar over en weer. ‘Wij kwamen in Rostock en zij bij ons in Gedser. We voerden urenlange gesprekken, ook over socialisme en kapitalisme, over het gedeelde Duitsland.’ Sindsdien spreekt Larsen bijna accentloos Duits.
Hij wilde altijd kok worden, zegt Larsen, en toen hij het werd, voelde hij zich helemaal op zijn plek: de vriendschap in de keuken, het plezier, en dan elke dag het moment ‘waarop de stilte in een paar seconden verandert in een wervelstorm’.
Op zeker moment deed zijn alvleesklier niet meer mee, hij kreeg zware diabetes. Nog altijd is eten pijnlijk voor hem. Algauw was van werken geen sprake meer. ‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik had een project nodig.’ Toen zag hij op televisie The Red Chapel, een film van Mads Brügger, die in 2009 met twee uit Korea afkomstige Deense komieken naar Noord-Korea gereisd was. Noord-Korea fascineerde hem, zegt Larsen. Urenlang zocht hij informatie op het internet. Aanvankelijk was hij vooral geboeid door de parallellen met het gedeelde Duitsland, maar algauw boezemde het atoomprogramma van de regerende Kim-dynastie hem angst in. ‘Ik dacht: Kan ik misschien iets doen?’
Ulrich Larsen legt contact met de filmmaker. En wordt lid van de Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging, een troosteloos stelletje socialisten van de oude stempel. Van het begin af aan nam hij zijn camera mee en gebruikte die om korte fimpjes van de vergaderingen op het net te zetten. In die filmpjes wordt Larsen een propagandist van het regime, hij prijst het goede leven in Noord-Korea. ‘Het ging erom het vertrouwen van die mensen te winnen,’ zegt hij. Steeds weer gebeurde er maandenlang niets. Larsen blijft geduldig. Hij vertelt zijn vrouw over de vriendschapsvereniging, maar niet over zijn ware bedoelingen, niet over het filmproject.
In 2012 wordt Ulrich voor het eerst uitgenodigd om naar Noord-Korea te komen. Daar krijgt hij een medaille van het regime voor zijn loyaliteit, en op die reis leert hij Alejandro Cao de Benós kennen, een van de meest kameleontische figuren in het verhaal: Cao de Benós stamt af van verarmde Spaanse adel maar heeft in de voorbije jaren met zijn ‘Korean Friendship Association’ (KFA) naam gemaakt als de grootste cheerleader van het regime
Hij trad de laatste jaren in het Westen steeds weer op als bemiddelaar voor degenen die toegang wilden krijgen tot het geïsoleerde land. In de film leren we Alejandro Cao de Benós kennen als iemand die in Pyongyang in een operette-achtig officiersuniform voor duizenden partijbonzen Koreaanse slagzinnen brult, en die Larsen waarschuwt voor ‘de neger’, die ‘alleen maar slaapt en steelt’.
‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in’
Interessant wordt het verhaal op het moment waarop de Spanjaard Ulrich Larsen opneemt in zijn KFA, hem tot zijn ‘Scandinavische vertegenwoordiger’ maakt en hem dan verzoekt om investeerders te zoeken voor het door de sancties geteisterde Noord-Korea. Het is intussen 2016. En nu spitst regisseur Mads Brügger zijn oren. ‘Ik wist dat we Alejandro een investeerder moesten presenteren.’ Dus ging hij op zoek naar een acteur die voor hem de rol kon spelen van een Noorse oliemiljonair. En hij vond ‘mr. James’, in het echte leven Jim Latrache-Qvortrup, voormalig soldaat van het vreemdelingenlegioen en cocaïnedealer van de Kopenhaagse jetset, die op dat moment juist vrijkwam uit de gevangenis. ‘In het Deens zeggen we dan: alsof er een sinaasappel in je tulband valt,’ zegt Mads Brügger. Een gelukstreffer. ‘Jim bloeit op in gevaarlijke situaties. En dan ontpopt hij zich ook nog als een begenadigd toneelspeler.’
‘Eerst zei ik tegen Mads: je maakt een grapje zeker,’ vertelt Jim Latrache-Qvortrup, ‘en toen: ik doe het.’ Zijn luide schaterlach rolt door de lobby van het hotel. Latrache heeft voorgesteld het gesprek te voeren in het ‘Angleterre’, de elegantste gelegenheid van Kopenhagen. Hij heeft een kortgeknipte volle baard en perfect gekamde haren, net alsin de film. ‘Jezus,’ zegt hij. ‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in.’
In de docu speelt hij een in Karl Lagerfeldpakken geklede blaaskaak die op zoek is naar crystal meth en wapens. In werkelijkheid heeft hij, dyslectisch als hij is, met de hulp van zijn vrouw – model en Zuid-Oostazië-specialist – in de gevangenis alsnog zijn eindexamen gehaald, en speelt hij tijdens het diner de liefdevolle en charmante tafelheer. ‘Voor mij was het een achtbaanritje op adrenaline,’ zegt hij.
Krankzinnige reis
Vanaf dat moment reizen Ulrich Larsen en ‘mr. James’ samen. Het wordt een krankzinnige reis. Deels gefilmd met een verborgen camera, maar vaak ook heel openlijk door Larsen, die de kameraden al jaren kennen als YouTuber voor de Noord-Koreaanse zaak. We zien Alejandro Cao de Benós die al tijdens het eerste gesprek met ‘mr. James’ opschept dat Noord-Korea ‘zich aan geen enkele regel hoeft te houden’: ze kunnen zorgen voor crystal meth, maar willen ook graag ‘fabrieken bouwen om duikboten en tanks te produceren.’
Allemaal loze praatjes? In een schriftelijke reactie verklaart Cao de Benós dat de film ‘in scène gezet en gemanipuleerd’ is. Hij zou nooit een opdracht uit Noord-Korea voor wapen- of drugsdeals hebben gekregen. Maar in de film zitten de twee Denen na zijn bemiddeling al snel met mensen van de Noord-Koreaanse geheime dienst achter in een limousine in Pyongyang, en vervolgens in een ondergronds restaurant, waarin de ondertekening van een heel bijzondere overeenkomst ’wordt gevierd met karaoke en vele rondjes “Skol!”: de Noord-Koreanen hadden voorgesteld een ondergrondse fabriek voor crystal meth en wapens te bouwen in Oeganda, op een eiland in het Victoriameer, onder een luxe resort. Codenaam: “The Tourism Project”’.
‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’
Ze ontmoeten de Noord-Koreanen in Oeganda om het eiland te bezichtigen, en horen een als ‘Danny’ voorgestelde Noord-Koreaan zeggen: ‘Jullie brengen je vliegtuigen onder de dekmantel van humanitaire hulp naar ons land, dan kunnen wij de bestelde goederen inladen. Jullie betalen ons en vliegen terug.’ De president van de Narae Trading Corporation, een wapenfabriek, overhandigt ze in Pyongyang een catalogus en een prijslijst: vele bladzijden vol met raketwerpers, drones, luchtafweerraketten, scudraketten met een bereik van 1350 kilometer, veertien miljoen dollar per stuk. De Noord-Koreanen stellen een keer een driehoeksdeal voor. Het idee: zij krijgen olie van een zakenman uit Jordanië, bouwen voor mr. James de fabriek in Oeganda, en daarvoor betaalt mr. James de Jordaniër. Ze vragen mr. James of hij voor hen geen wapens naar Syrië kan transporteren: ‘Projectielen, bommen…’ Ten slotte wordt Ulrich Larsen uitgenodigd in de Noord-Koreaanse ambassade in Stockholm, waar een diplomaat hem het uitgewerkte plan overhandigt voor de als luxe hotel vermomde wapenfabriek in het Victoriameer: ‘Het ziet eruit als in een film,’ zegt de heimelijk gefilmde Noord-Koreaan, en dan: ‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’
Mads Brügger noemt zich in de film een keer een ‘filmmaker die uit is op sensatie’. Men verwijt hem dat hij zijn beide protagonisten op onverantwoorde wijze blootgesteld heeft aan gevaar in een regime dat bekendstaat om zijn meedogenloosheid. Ulrich Larsen en Jim Latrache-Qvortrup ontkennen dat allebei. ‘In tegendeel,’ zegt Latrache-Qvortrup: ‘Mads en de producent hebben mij afgeremd toen ik verder wou gaan.’ En het was tenslotte allemaal zijn idee, zegt Ulrich Larsen. Niemand heeft hem ooit ergens toe gedwongen. Maar terwijl ‘mr. James’ beweert van ‘ieder moment’ van het avontuur te hebben genoten, is aan Larsen nu nog de beklemming te merken als hij over scènes vertelt waarin hij bijna werd ontmaskerd.
Detector
In Tarragona zat hij een keer met Alejandro Cao de Benós in zijn ‘bunker’, toen de Spanjaard een afluisterdetector haalde en Larsen – die microfoon en camera op zijn lichaam droeg – daarmee scande. In de film hoor je de detector plotseling luid piepen. ‘Op dat moment dacht ik: Nu is alles voorbij,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik dacht aan mijn vrouw. Dat zou het ergste geweest zijn: als het hier was afgelopen, dan zou ik mijn gezin nooit de waarheid verteld hebben.’
Larsen bleef koel en gaf de schuld aan de elektrische sleutel van de huurauto. Hij komt ermee weg, zichtbaar geschrokken, en gaat toch door. ‘Ik wilde gewoon die informatie eruit krijgen,’ zegt hij. ’Ik wilde de wereld laten zien hoe Noord-Korea en zijn bondgenoten handelen.’
Nu zijn zijn beelden publiek geworden. En de deskundigen twisten over de interpretatie ervan. De door de filmmaker geleverde details zijn ‘adembenemend’, zeggen de Noord-Koreadeskundigen Rüdiger Frank en Peter Ward: ‘Vroegere berichten over hoe Noord-Korea probeert de sancties te omzeilen, worden hier bevestigd en dramatisch geïllustreerd.’ Maar er zijn ook onbeantwoorde vragen. Sommigen geloven in een misleidingspoging van Noord-Korea. Hebben de Noord-Koreanen gewoon geprobeerd om de beide Denen te bedriegen? Waarom hebben de Noord-Koreanen nooit een grondig antecedentenonderzoek gedaan naar die zogenaamde oliemiljonair mr. James? Anderen brengen daar tegenin dat de documentaire op haar manier ook toont hoe goed de sancties van de VN functioneerden en dat de Noord-Koreanen ronduit vertwijfeld waren in hun zoektocht naar geld.
De intentie van de Noord-Koreanen in de film is niet met zekerheid te achterhalen. ‘Dat het werkelijk tot wapenleveranties zou komen, was wat ons betreft uitgesloten,’ zegt regisseur Brügger. ‘Dat was de rode lijn die we nooit overschreden zouden hebben.’
‘Allemaal gelogen’
In Kopenhagen zetten beide protagonisten intussen de eerste stappen terug in hun normale leven. Jim Latrache-Qvortrup verdient zijn geld tegenwoordig met een exclusieve massagepraktijk. Angst voor vergelding van de kant van Noord-Korea heeft hij niet, zegt hij. Ze hebben een ontmoeting gehad met mensen van de Deense geheime dienst PET, en ook hun inschatting luidt; wees voorzichtig, maar er is geen acuut gevaar. De documentaire, meent Jim Latrache-Qvortrup, heeft sinds de uitzending zijn leven veranderd. Degenen die hem eerder altijd als een ex-crimineel hadden bestempeld, zagen hem nu met andere ogen. ‘Zelfs als ik morgen neergeschoten zou worden, zou ik nu sterven als een held en de naam van mijn tweee zoons zou gezuiverd zijn.’ Dan lacht hij, als bevrijd.
De Noordkoreaanse ambassade in Zweden noemt de film in een verklaring ‘verzonnen’ en ‘deel van de intriges van vijandige krachten’ tegen Noord-Korea. Over de ‘manipulator Ulrich’ heet het dat hij ‘op het moment wel is ondergedoken’, maar dat men zijn leugens snel kan ontkrachten: ‘Het zou niet moeilijk zijn hem te vinden.’
Ulrich Larsen heeft voor de film nooit een cent gekregen. Ook hij houdt contact met de Deense geheime dienst. Nee, hij is niet verhuisd, en hij zit niet in een getuigenbeschermingsprogramma. Maar hij let nu wel op met wie hij afspreekt, waar hij heen gaat en rijdt; hij verandert zijn routes elke dag. Hij is opgelucht, zegt hij, dat zijn gezin nu alles weet. Dat zijn vrouw hem heeft vergeven. Bij de première in een Kopenhaagse bioscoop waren ze allemaal trots op hem: zijn vader, zijn vrouw en beide dochters. De veertienjarige toonde hem opgewonden een berichtje op haar mobiel: haar vrienden deden nu in de klas een project over zijn film. ‘Ik ben opeens een coole vader,’ zegt Ulrich Larsen. Zijn eigen vader heeft hem na de premiere geschreven dat hij trots op hem was: ‘Maar doe zoiets nooit weer!’ Zou hij dat dan doen? Hij zwijgt. ‘Je weet het nooit,’ zegt hij.
Ulrich Larsen, de mol. Een paar keer tijdens het gesprek heeft hij Noord-Korea zijn ‘hobby’ genoemd. Het is maar goed, zegt hij ten slotte, dat hij nog een andere hobby heeft: zijn modelspoorbaan, een Märklin. Als hij een keer geld heeft, dan wil hij een wens vervullen: een moderne Märklin Mini, computergestuurd, tweemaal anderhalve meter. ‘Ik zou een kleine stad bouwen, met huizen en treinen, zes, zeven stuks misschien.’ Het klinkt als een groot avontuur.
Wie was de overleden Tanzaniaanse president John Magufuli en waaraan overleed hij?
De Tanzaniaanse president John Magufuli is op woensdag 17 maart overleden aan de gevolgen van hartproblemen, zo maakte de vicepresident bekend in een toespraak die werd uitgezonden door de staatszender TBC. Wekenlang gingen er geruchten rond dat de president besmet was geraakt met corona. Sinds 27 februari was hij niet meer in het openbaar verschenen.
‘Einde van een tijdperk’, kopt de Daily Nation woensdagavond op hun website. John ‘de bulldozer’ Magafuli, de zoon van een boer, was in 2015 opgeklommen tot president van Tanzania dankzij zijn reputatie als doeltreffend leider en zijn strijd tegen corruptie. Toen hij werd verkozen, investeerde hij flink in hulpprogramma’s voor de meest kwetsbaren, verlaagde hij zijn salaris en halveerde hij het aantal ministers, aldus het Keniaanse dagblad.
Tegelijkertijd werd zijn eerste ambtstermijn gekenmerkt door een forse inperking van burgerlijke vrijheden. De pers en de oppositie werden in toenemende mate het werk belemmerd. Volgens Reporters zonder Grenzen is Tanzania steeds ‘autoritairder’ geworden onder het presidentschap van een man die ‘geen kritiek duldt’. In 2020, nadat de president verschillende juridische trucs inzette om de campagne van de oppositie te dwarsbomen, werd John Magufuli herkozen met meer dan 84 procent van de stemmen – vergeleken met 58 procent in 2015. De belangrijkste oppositiekandidaat, Tundu Lissu, die in 2017 een moordaanslag overleefde, beschuldigde Magafuli van massale fraude alvorens Tanzania te ontvluchten.
Coronascepticus
Maar uiteindelijk zal Magafuli worden herinnerd om zijn coronabeleid. Officieel heeft het land sinds mei 2020 geen nieuwe besmettingen meer gemeld. De maand daarop verzekerde de Tanzaniaanse president dat zijn land de pandemie had uitgeroeid dankzij de gebeden van de bevolking. Beperkende maatregelen werden onnodig verklaard en gedoneerde mondmaskers uit het buitenland werden ervan verdacht mogelijk drager van het virus te zijn, meldde The Citizen destijds. Onlangs nog waarschuwde John Magafuli voor vaccins uit het buitenland, schrijft de Tanzaniaanse krant. Ironisch genoeg ontstonden er hardnekkige geruchten dat Magufuli zelf ernstig ziek was geworden van het virus.
De Daily Nation was de eerste media die alarm sloeg over de gezondheid van Magufuli. Op 10 maart berichtte het Keniaanse dagblad dat ‘de leider van een Afrikaans land’, die lijdt aan complicaties die verband houden met covid-19, in een ziekenhuis in Nairobi was opgenomen.
Daags na de publicatie van het artikel in de Daily Nation beweerde de oppositieleider Tundu Lissu op Twitter, ditmaal met naam en toenaam, dat president Magufuli naar India was overgeplaatst.
Latest update from Nairobi: The Man Who Declared Victory Over Corona “was transferred to India this afternoon.” Kenyans don’t want the embarrassment “if the worst happens in Kenya.” His COVID denialism in tatters, his prayer-over-science folly has turned into a deadly boomerang! pic.twitter.com/DyXYYbIvdd
Het gerucht ging viral, waardoor de regering genoodzaakt was het te ontkennen. De premier hield vol dat de president in goede gezondheid verkeerde en rechtvaardigde zijn langdurige afwezigheid door te zeggen dat hij aan het werk was. De Daily Nationmeldde zondag dat de afwezigheid ‘ongewoon’ was voor de leider, die dol is op openbare optredens.
De volgende dag riep de vicepresident van Tanzania, Samia Suluhu Hassan, haar medeburgers opnieuw op de geruchten te negeren, waarbij ze cryptische zinnen gebruikte als ‘we zijn veilig’, zo schrijft The Citizen, terwijl ze uitlegde, zonder iemand bij naam te noemen, dat ‘het normaal is dat als iemand onwel is, griep krijgt of koorts heeft’. ‘Het is tijd voor Tanzanianen om zich te verenigen in gebed’, voegde ze eraan toe.
Drie dagen later overleed president John Magufuli niet in Kenia of India, maar in zijn thuisland Tanzania, aan hartproblemen. Volgens de grondwet wordt vicepresident Samia Suluhu Hassan waarnemend president. Zij is de eerste vrouw die deze functie bekleedt in Tanzania en in Oost-Afrika. Er is een nationale rouwperiode van veertien dagen afgekondigd.
VS heeft 100 miljoen doses toegediend en deelt uit aan buurlanden
Joe Biden streefde ernaar honderd miljoen doses toe te dienen in de eerste honderd dagen van zijn presidentschap. Het doel werd al in minder dan zestig dagen bereikt. De honderd miljoenste prik werd gezet op vrijdag 19 maart, dag 58 van de regering-Biden. ‘We liggen ver voor op schema, maar we hebben nog een lange weg te gaan’, zei de president, geciteerd door de Amerikaanse publieke omroep NPR.
Joe Biden verklaart dat 65 procent van de 65-plussers ten minste één dosis heeft gekregen en dat 36 procent volledig is gevaccineerd, meldt Fox News. Ten tijde van zijn inhuldiging was het percentage niet hoger dan 8 procent. De baas van het Witte Huis verwacht dat alle Amerikanen boven de 18 op 1 mei in aanmerking komen. Mississippi werd deze week de tweede staat in het land die de vaccinatie openstelde voor alle inwoners boven de zestien jaar, bericht CNN. Vijf andere staten zouden op 5 april kunnen volgen.
‘Ervoor zorgen dat onze buren het virus kunnen indammen, is een cruciale stap in het beëindigen van de pandemie’
Terwijl de inentingscampagne vordert, is donderdag bekendgemaakt dat de Verenigde Staten vaccins gaat ‘delen’ met hun Canadese en Mexicaanse buren, bericht Politico. Het betreft het AstraZeneca-vaccin, dat in de VS nog op goedkeuring wacht.
‘Onze prioriteit blijft het vaccineren van de Amerikaanse bevolking’, aldus Jen Psaki, woordvoerder van het Witte Huis, waaraan ze toevoegde dat ‘ervoor zorgen dat onze buren het virus kunnen indammen een cruciale stap is in het beëindigen van de pandemie’. Mexico zal zo’n 2,5 miljoen doses AstraZeneca ontvangen, Canada zo’n 1,5 miljoen.
‘Dit is de eerste keer dat president Biden heeft ingestemd met het delen van de doses met andere landen’, aldus Axios, dat opmerkt dat de internationale druk op de VS is toegenomen. De Amerikanen hebben 27 procent van de in de wereld beschikbare doses geproduceerd en nul geëxporteerd, aldus de site. China heeft op zijn beurt 60 procent van zijn productie geëxporteerd.
Vaccindiplomatie
CNN spreekt dan ook over ‘gespannen vaccindiplomatie’. Washington heeft 4 miljard dollar toegezegd voor het Covax-programma dat vaccinatie in de armste landen financiert, maar de weigering om tot dusverre vaccins te exporteren, plaatst ‘de regering-Biden in een lastig parket ten opzichte van haar rivalen’. Rusland en India delen hun vaccins. China heeft naar verluidt gratis vaccins verstrekt aan 69 landen en vaccins verkocht aan 28 andere landen. Een manier ‘om zijn invloed en soft power uit te breiden’, volgens CNN.
The Washington Post vestigt de aandacht op de timing van de aankondiging, aangezien Mexico zijn inspanningen lijkt op te voeren om de komst van migranten aan de grens al enkele weken in te dammen. Ambtenaren van beide landen zeggen dat de vaccinlevering niet afhankelijk is van strengere immigratiecontroles, zo meldt de krant. ‘Het is een parallelle onderhandeling’, vertelt een Mexicaanse diplomaat echter aan de krant op voorwaarde van anonimiteit. ‘Als er geen massale vaccinatie plaatsvindt in Mexico, zal het moeilijker zijn om de grens weer open te stellen voor niet-essentiële activiteiten. Vaccinatie in Mexico komt ook de Verenigde Staten ten goede’, benadrukt hij.
Mexicaanse politieagenten vermoord door drugsbende
Gisteren (18 maart) zijn dertien mensen gedood in een hinderlaag in Mexico. De aanval, die in verklaring van de autoriteiten als ‘laf’ wordt omschreven, vond plaats in Coatepec Harinas in de staat Mexico. Vijf politieagenten en acht justitiemedewerkers waren het doelwit van een bende toen zij op patrouille waren ‘om criminele groepen te bestrijden die in het gebied actief zijn’, schrijft El Universal.
Rodrigo Martínez-Celis, de regionale minister van Veiligheid, noemt het een aanval op heel Mexico en verklaart: ‘We zullen met volle kracht terugslaan.’ De regio is een van de gevaarlijkste in een land waar de ‘oorlog tegen drugs’ sinds 2006 aan 300.000 mensen het leven heeft gekost.
‘Een klap in het gezicht van de Mexicaanse staat’
Dezelfde dag is in het nabijgelegen Almoloya de Alquisiras een confrontatie met de staatspolitie gemeld waarbij vier agenten om het leven kwamen, bericht Milenio. Naar verluidt zijn het dezelfde daders als die de agenten overvielen in Coatepec Harinas. Volgens getuigen werden de daders onderschept door de politie, waarna een vuurgevecht ontstond.
Volgens de regionale autoriteiten zijn de aanvallen ‘een klap in het gezicht van de Mexicaanse staat’, aldus Milenio.
Noord-Korea verbreekt diplomatieke banden met Maleisië
Pyongyang verwijt het Maleisië dat het heeft ingestemd met de uitlevering van een van zijn burgers aan de Verenigde Staten. ‘Het was een vijandige daad (…) onder druk van Washington’, aldus een verklaring van het ministerie van Buitenlandse Zaken, die werd overgenomen door KCNA, het persbureau van de Noord-Koreaanse regering.
De burger, Mun Chol Myong, werd in december 2019 in Maleisië gearresteerd wegens witwassen en smokkel. Hij zou de eerste Noord-Koreaan kunnen worden die in de Verenigde Staten wordt berecht in een zaak die verband houdt met de Amerikaanse sancties tegen de Volksrepubliek, aldus de website NK News.
‘De VS zal hiervoor boeten’
In het persbericht wordt hij afgeschilderd als ‘onschuldig’ en een slachtoffer van ‘absurde verzinsels’. Ook wordt de Verenigde Staten ‘de belangrijkste vijand’ van Noord-Korea genoemd en wordt het land gewaarschuwd dat het ‘hiervoor zal boeten’.
Christopher Green, universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden, geciteerd door NK News, wijst erop eraan dat Maleisië jarenlang ‘ongebruikelijk loyaal is geweest aan Noord-Korea’, zelfs als dat betekende dat het ‘een oogje dichtkneep’ voor sommige ‘problematische acties’. Maar de relatie bekoelde in 2017 toen de halfbroer van Kim Jong-un door Noord-Koreaanse spionnen werd vermoord op de luchthaven van Kuala Lumpur.
Fotograaf Pelle Cass maakte duizelingwekkende foto’s van overvolle sportvelden. Verder: Luister naar uiteenlopende geluiden uit de 55 landen van het Afrikaanse continent op AIAC Radio & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
Foto’s van gewone Noord-Koreanen
Redacteur IJsbrand van Veelen stuitte op een fascinerende serie foto’s die de Franse fotograaf Stéphan Gladieu in Noord-Korea maakte van de bevolking. Dit artikel op de cultuursite It’s Nice That biedt daarvan een fraai overzicht.
Over doorsnee Noord-Koreanen horen we zelden of nooit iets, aldus Gladieu. ‘De 25 miljoen inwoners zijn een soort spook van de moderne wereld. Ik wilde daar een gezicht aan geven.’ Daarvoor waren wel vijf reizen naar het geïsoleerde land nodig en drie jaar lang onderhandelen over de plaatsen waartoe hij toegang wilde hebben.
‘Ik heb een vertrouwensband weten op te bouwen door me heel voorspelbaar, statisch en controleerbaar te gedragen. Daar is ook het hele idee van deze serie op gebaseerd: om binnen de controle waaraan ik was onderworpen precies genoeg vrijheid te vinden voor mijn foto’s.’
Gladieu maakte een boek van zijn foto’s van Noord-Koreanen, Corée Du Nord (2020).
Radio Afrika
De Sierra Leonees-Amerikaanse muziekproducent, dj, schrijver en cultureel activist Chief Boima, tevens hoofdredacteur van Africa Is a Country, medeoprichter van Kondi Band en de oprichter van het INTL BLK-platenlabel, heeft een maandelijkse onlineradioprogramma: AIAC Radio. De show bevat een mix van muziek en interviews met muzikanten, historici, journalisten en meer. Een aanrader van hoofdredacteur Laura Weeda.
Als luisteraar kom je veel te weten over de cultuur en politiek van de verschillende Afrikaanse landen, onderlinge en externe invloeden op alle gebieden en maak je dankzij Boima’s zeer gevarieerde selectie kennis met muziek van alle genres. De afleveringen zijn voorzien van tracklist, zodat je zelf verder op verkenning kunt gaan.
In de afgelopen drie afleveringen, respectievelijk gewijd aan Sierra Leone, Trinidad en Tobago en Djibouti, leerde ik onder andere dat reggae in Sierra Leone populair is, dat Trinidad en Tobago de meeste vakanties van alle landen ter wereld heeft omdat alle religieuze feestdagen er worden gevierd en dat de muziek- en filmindustrie op Djibouti het meest is beïnvloed door India, dat zich aan de andere kant van de Arabische Zee bevindt.
Overvolle velden
Nu we allemaal snakken naar zwetende mensenmassa’s ontwierp de Amerikaanse fotograaf Pelle Cass foto’s van overbevolkte sportvelden. Hij legt meerdere foto’s van dezelfde sportwedstrijd over elkaar waardoor de hele wedstrijd in één beeld lijkt samengevat, zoals te zien is in een voorproefje van deze fotoserie in The Guardian.
Een tip van art directorMajel van der Meulen: ‘Foto’s van sportevenementen, ik selecteer ze zelden voor 360 Magazine. Nooit heeft kijken naar sport me gefascineerd, liever zelf bewegen is mijn motto. Deze serie Crowded Fields is verbluffend mooi, en deel ik graag.’
Pelle Cass’ Crowded Fields is tot en met 21 maart te zien in Abigail Ogilvy Gallery in Boston.
Verbreek het pact
In heel Mexico protesteren al enkele dagen (voornamelijk) vrouwen tegen de kandidatuur Félix Salgado Macedonio voor gouverneur van de staat Guerrero. Deze kandidaat van regeringspartij Morena is door twee vrouwen beschuldigd van verkrachting.
Op 15 februari verscheen Basilia ‘N.’, een van de slachtoffers, voor de Nationale Commissie voor Waarheid en Rechtvaardigheid (CNHJ). Na de zitting vroeg zij de president om in haar zaak tussenbeide te komen, schrijft de Mexicaanse websiteAnimal Político.
Sinds afgelopen woensdag (17 februari) sporen vrouwen president Andrés Manuel López Obrador via sociale media aan om ‘het patriarchale pact te verbreken’ en de kandidatuur van Salgado Macedonio niet te steunen.
Donderdag (18 februari) zei de president dat de protesten van de vrouwen gegrond zijn, maar dat de inwoners van Guerrero die Salgado steunen ook het recht hebben om gehoord te worden.
‘Wat moet ik doen als mijn vriend, neef of partner een vrouw heeft verkracht of seksueel misbruikt?’
Daarom wil redacteur Joep Harmseneen les delen uit een tweede artikel van Animal Político, van de hand van Ana Estrada. ‘Wat moet ik doen als mijn vriend, neef of partner een vrouw heeft verkracht of seksueel misbruikt?’ In de ijdele hoop dat de Mexicaanse president en alle andere mannen in machtsposities meelezen (Geert Wilders en Dion Grauss bijvoorbeeld).
Animal Político: ‘Als u een man bent, heb ik nieuws voor u: het is tijd om dit pact te verbreken, om een soort “verraad aan het patriarchaat” te plegen en te stoppen met gedrag dat geweld tegen vrouwen veroorzaakt.
Mannen (…) moeten erkennen dat het verhaal van hun mannelijkheid complex is en begrijpen dat “we niet alleen monsters zijn die elke dag geweld uitoefenen; we zijn mensen, een product van onze omstandigheden en onze sociaalculturele constructies. Het is aan ons om te veranderen en verantwoordelijkheid te nemen voor onze daden.”’
Een tropisch netwerk opbouwen
De site Tropical Papers zet Latijns-Amerikaanse kunstenaars, architecten, ontwerpers en wetenschappers in de zon die ook hier weer begint te schijnen. Het is een kleurige ambitieuze site met de meest verrassende protagonisten uit verschillende disciplines.
Opgericht in Parijs in 2020 als een non-profit artistieke organisatie, brengt tropical papers een lokaal en internationaal publiek bijeen dat zich op verschillende vlakken bezighoudt met ‘de tropen’, in feite een denkbeeldig gebied.
‘Het is een hedendaags postkoloniaal laboratorium, een bron van kennis en multidisciplinaire projecten’
‘Het is een hedendaags postkoloniaal laboratorium, een bron van kennis en multidisciplinaire projecten die interconnectiviteit, uitwisseling van ervaringen en dialogen over sociale, historische en actuele geopolitiek stimuleren, door middel van milieu- en duurzame perspectieven’, schrijven de oprichters, onder wie voormalig directeur van het Museum voor Moderne Kunst (CAPC) in Bordeaux.
Editor at largeKatrien Gottlieb: ‘Zo, een mondvol over dit bewonderenswaardige initiatief dat allerlei programma’s ontwikkeld heeft om virtueel aan deel te nemen, bedoeld om een tropisch netwerk op te bouwen en kennis uit verschillende disciplines te delen.’
Uitbarstingen vulkaan Etna, Catania sluit zijn vliegveld
De vulkaan Etna op Sicilië kende op dinsdag 16 februari zijn spectaculairste uitbarsting in maanden, schrijft La Repubblica. Een regen van as, lava en puin daalde neer op de omgeving van Catania, een stad aan de voet van de vulkaan.
Een ‘lavafontein, een reusachtige aswolk en rondvliegende lapilli’ (lavafragmenten) – tot in Catania: zo beschrijft het dagblad La Sicilia het ‘ongelooflijke gebrul’ van de Etna op dinsdag 16 februari, rond 16.10 uur.
Volgens het Italiaanse Instituut voor Geofysica en Vulkanologie is de activiteit van de Etna geconcentreerd in de zuidoostelijke krater en langs de westelijke wand van de Valle del Bove, waar de lava een hoogte van ongeveer 2000 meter boven de zeespiegel heeft bereikt.
Technici en onderzoekers van het Etna-observatorium hadden op maandag 15 februari vastgesteld dat explosieve activiteit van de vulkaan gestegen was, aldus de site tgcom24.
Volgens La Sicilia zijn er grote lapilli gevallen op de gemeenten Nicolosi, Pedara, Mascalucia en Trecastagni, allemaal ten noorden van Catania. De ‘regen’ van as en lapilli werd ook waargenomen in Catania zelf – een stad met meer dan 300.000 inwoners – van waaruit op 16 februari ‘een kolom van rook en as van bijna 6000 meter hoog’ werd gezien.
Deze imposante aswolk dwong de autoriteiten de luchthaven van Catania te sluiten. Volgens La Repubblica vertrouwen vulkanologen erop dat de uitbarsting ‘geen gevaar oplevert voor mensen, huizen of dorpen’ in de regio.
Trump versus McConnell: oorlog binnen de Republikeinse partij
De voormalige Amerikaanse president Donald Trump gaf dinsdag (16 februari) partijgenoot en senator Mitch McConnell een veeg uit de pan door zijn partij te vragen zich af te keren van de Republikeinse leider in de Senaat. McConnell stelde Trump verantwoordelijk voor het gewelddadige bestormen van het Capitool op 6 januari.
‘Mitch is een norse en nukkige politieke nietsnut die nooit lacht, en als Republikeinse senatoren achter hem blijven staan, zullen ze nooit meer verkiezingen winnen’, zei Trump in een verklaring geciteerd door Politico.
De verklaring bevat ‘geen teken van berouw voor Trumps opmerkingen aan het adres van een menigte aanhangers, die vervolgens op 6 januari het Capitool aanvielen’, schrijft The New York Times.
De senator is van mening dat het voormalige staatshoofd strafrechtelijk kan worden vervolgd, ook al is hij door het Congres vrijgesproken
Volgens een bron uit de omgeving van Trump, schrijft Politico, heeft een opiniestuk dat McConnell zondag publiceerde in TheWall Street Journal, de woede van de voormalige president uitgelokt. De senator stelt daarin dat hij van mening is dat het voormalige staatshoofd strafrechtelijk kan worden vervolgd, ook al is hij door het Congres vrijgesproken. Trumps vernietigende uitspraken over McConnell ‘zullen de strijd tussen Republikeinen over de toekomst van de partij na het presidentschap van Trump vrijwel zeker doen oplaaien’, concludeert Politico.
De voormalige president, die nog steeds door een groot deel van het Republikeinse electoraat wordt gesteund, pleit voor een populistische aanpak, terwijl de senaatsleider wil terugkeren naar een koers gericht op het bevorderen van het bedrijfsleven, met een kleine rol voor de overheid.
Volgens The New York Times overwegen de adviseurs van Trump om actief campagne te gaan voeren voor bijna een dozijn kandidaten die het in de voorverkiezingen gaan opnemen tegen de Republikeinen die voor impeachment hebben gestemd. Deze stap zal de wrijving tussen het kamp-Trump en het kamp-McConnell alleen maar vergroten.
Noord-Koreaanse hackers vallen Pfizer aan
Pyongyang heeft geprobeerd de technologie achter het coronavaccin van Pfizer te stelen uit een laboratorium in de VS. Daar is de Nationale Inlichtingendienst van Zuid-Korea (NIS) achter gekomen, meldt het nieuwsagentschap Yonhap op dinsdag. Het is niet bekend wanneer de vermeende hack plaatsvond en of deze succesvol was.
‘Noord-Korea is een gesloten samenleving, maar wel een met geavanceerde cybereenheden, die bereid zijn andere landen als doelwit te nemen, niet alleen voor geheime informatie maar gewoon voor geld’, stelt Gordon Corera van de BBC.
Pyongyang heeft de afgelopen maanden ook meer dan 255 miljoen euro aan cryptovaluta gestolen via computeraanvallen om verboden kernwapens en raketten te kunnen financieren, volgens een vertrouwelijk VN-rapport dat een paar dagen geleden is gepubliceerd, schrijft Euronews.
Dinosaurus uitgestorven door komeet in plaats van planetoïde
Het uitsterven van de dinosaurussen werd veroorzaakt door een komeet, niet door een planetoïde, zoals lange tijd algemeen werd aangenomen. Volgens een onderzoek dat maandag (15 februari) in het wetenschappelijk tijdschrift Scientific Reports is gepubliceerd, was het enorme object dat 66 miljoen jaar geleden de aarde trof, een overblijfsel van een komeet afkomstig uit de verre uithoeken van het zonnestelsel.
Tot dan toe was de meest populaire theorie dat het object dat verantwoordelijk was voor de massale uitsterving afkomstig was uit de hoofdgordel, gelegen tussen Mars en Jupiter, waar zich de grootste concentratie planetoïden bevindt. Maar de frequentie waarmee deze planetoïden de aarde kunnen raken is ‘minstens tien keer te laag’ om de inslag te verklaren, zegt Avi Loeb, medeauteur van de studie en professor aan Harvard.
Volgens Loeb en co zou het zwaartekrachtveld van Jupiter de komeet vanuit een uithoek van het zonnestel richting de zon hebben geslingerd. In de buurt van de zon zou een deel van de komeet zijn afgebroken, dat vervolgens koers zette naar de planeet Aarde, om aldaar in te slaan.
Al in 1980 opperde de natuurkundige Luis Alvarez, gelijktijdig met de Nederlandse Geofysicus Jan Smit, dat het uitsterven van de dinosauriërs veroorzaakt was door een grote planetoïde- of komeetinslag, voegt Ars Technicaeraan toe. Maar tot nu toe werd altijd een planetoïde aangewezen als de meest plausibele dader.
Ook was de waarschijnlijke inslagplaats al lange tijd vastgesteld: een grote krater in Chicxulub, op het Mexicaanse schiereiland Yucatán. Geschat wordt dat bij de inslag meer dan een miljard keer zoveel energie is vrijgekomen als bij de atoombommen die in 1945 op Hiroshima en Nagasaki tot ontploffing zijn gebracht, schrijft Ars Technica. Daardoor ontstonden megatsunami’s, massale branden en een grote stofwolk die de lucht verduisterde en een radicaal effect had op het klimaat van de aarde.
De bevindingen van Loeb en zijn coauteurs tonen aan dat de ongewone samenstelling van de resten aangetroffen in de Chicxulub-krater – koolstofhoudend chondriet – erop wijst dat die afkomstig zijn uit de Oortwolk en niet uit de hoofdgordel van planetoïden, zoals eerder gedacht werd.
Waar een groot deel van de wereld stil ligt, is het succes van het videoplatform YouTube sinds het begin van de pandemie vertienvoudigd, meldt CNN. Voor het nieuwe jaar koos het platform de slogan: ‘Geef iedereen een stem en toon die aan de rest van wereld.’ Dit is hoe Alex Okosi, directeur van YouTube voor opkomende landen, het gevoel van het initiatief #YouTubeBlackVoicessamenvatte in Okay Africa.
Het platform heeft besloten om YouTubers van het Afrikaanse continent te steunen door een fonds van honderd miljoen dollar op te richten waarmee ze twintig kanalen met creatieve en originele content kunnen belonen. Het platform ziet Afrika als een veelbelovende markt en is van plan om de komende jaren meer dan 500 YouTubers financieel te ondersteunen.
#YouTubeBlackVoices zou vooral zijn bedoeld om de inhoud die door Afrikaanse YouTubers is gemaakt, te democratiseren. Het aanbod is daarom breed en bevat ook politieke onderwerpen. Zo reflecteert Akah Bants, een acteur in opleiding, op de Nigeriaanse samenleving, en biedt hij aan zijn 42.000 abonnees bijvoorbeeld de ruimte voor een debat over vaccinatie tegen Covid-19 in Nigeria.
Het nucleaire programma van Pyongyang
Volgens een jaarverslag van VN-experts, dat maandag aan de Veiligheidsraad is voorgelegd, heeft Noord-Korea vorig jaar ‘splijtstof geproduceerd, kerncentrales onderhouden en zijn ballistische raketinfrastructuur verbeterd’, terwijl het op zoek was naar materialen en technologieën om uit het buitenland aan te schaffen. Volgens dit document zouden Pyongyang en Teheran in 2020 ook de samenwerking hebben hervat bij de ontwikkeling van langeafstandsraketten.
‘Noord-Korea en Iran, vaak aan de rand van de internationale diplomatie, onderhouden al lang geheime en wederzijds voordelige betrekkingen’, schrijft Bloomberg. Het rapport werd enkele weken nadat Joe Biden aantrad als president van de VS doorgestuurd naar de VN-commissie die toezicht hield op de sancties die aan Noord-Korea werden opgelegd.
Een woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei maandag dat de regering-Biden voornemens is een nieuwe aanpak met Pyongyang te bepalen, en ook met bondgenoten opnieuw zal kijken naar manieren om druk uit te oefenen.
Colombia biedt bescherming aan Venezolaanse migranten
Bogota zal een ‘tijdelijke beschermingsstatus’ creëren voor migranten zonder papieren die het land binnenkomen om de crisis in het naburige Venezuela te ontvluchten, kondigde de Colombiaanse president Iván Duque maandag aan. Colombia is de belangrijkste bestemming voor Venezolaanse vluchtelingen: ongeveer 1,7 miljoen Venezolanen trokken erheen, van wie meer dan de helft (56 procent) zonder papieren.
Venezolanen krijgen gedurende tien jaar een tijdelijke beschermingsstatus, waarin ze een verblijfsvisum kunnen aanvragen, licht het Colombiaanse dagblad El Tiempotoe. De aankondiging komt nadat president Duque in december zware kritiek kreeg te verduren vanwege zijn voornemen om migranten zonder papieren uit te sluiten van de massale vaccinatiecampagne tegen het coronavirus, die in Colombia op 20 februari van start gaat. De president heeft zich sindsdien teruggetrokken en besloten internationale hulp te vragen voor het vaccineren van deze illegale migranten.
Chinese popster zingt over huiselijk geweld
Het nieuwste nummer van de Chinese popster Tan Weiwei gaat niet over liefde of relaties, maar richt zich op vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld, schrijft The New York Times in een portret. ‘Ken mijn naam en onthoud hem. Wanneer kunnen we een einde maken aan de tragedie?’ zingt ze zingt in haar nummer Xiao Juan, de Chinese equivalent van Jane Doe, gegeven aan onbekende of niet-geïdentificeerde vrouwelijke slachtoffers van misdrijven.
Still van Bilibili.
Sinds het in december uitkwam, heeft het nummer weerklank gevonden bij miljoenen vrouwen in China. Op een videowebsite die populair is bij jonge Chinese internetgebruikers, Bilibili, is de video van het lied meer dan 1,1 miljoen keer bekeken.
Hoewel China in 2015 een wet tegen huiselijk geweld heeft aangenomen, wordt deze niet goed gehandhaafd. Dat geldt vooral voor kleinere steden en landelijke gebieden. Volgens Beijing Equality, een vrouwenrechtengroep, berichtten Chinese media sinds de wet in 2016 werd aangenomen over de dood van meer dan 900 vrouwen die door hun partners zijn vermoord, maar ligt werkelijke aantal waarschijnlijk veel hoger.
Tan Weiwei, ook wel bekend als Sitar Tan, is een van de weinige muzikanten die het taboe-onderwerp in China aansnijdt – en geen enkele andere Chinese muzikant doet dat zo direct en met zo veel weerklank. De autoriteiten in China hebben hard opgetreden tegen het feminisme en de #MeToo-beweging, en cultureel gezien wordt het niet gepast geacht om openlijk over deze kwesties te spreken, die door Chinezen worden beschouwd als ‘gezinsaangelegenheid’. Het is in de Chinese popcultuur niet gebruikelijk dat musici kritiek uiten op sociale kwesties.
Al jaren geleden werd in Noord-Korea een liberalisering van het economische systeem in gang gezet. Een journalist uit Hongkong ging ter plaatse kijken en gaf zich uit voor investeerder.
Onder de grijze hemel strekt een vlak landschap zich tot in het oneindige uit. Een oude trein, afkomstig uit Dandong in de Chinese provincie Liaoning en met bestemming de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang, doorkruist het landschap onder het uitspuwen van rookpluimen.
Het verstoort de rust van deze geïsoleerde plek. De wagon zit vol oude Chinezen die de Culturele Revolutie van 1966 tot 1976 nog hebben meegemaakt en die de afstand en de moeilijke reis trotseren om in Noord-Korea hun oude socialistische droom nieuw leven in te blazen.
Dan komen er plotseling enkele vrouwen met gouden kettingen, met edelstenen bezette oorbellen en zijden blouses de coupé binnen. Vanwege hun reistassen van Hugo Boss en hun perfecte beheersing van het Mandarijn hield ik hen in eerste instantie voor Chinezen die een uitstapje maakten, maar vervolgens zag ik op hun borst een bordje gespeld met ‘Kim Il-sung, Kim Jong-il’, en dat verried hun identiteit. Een koude douche voor de groep oude Chinezen. ‘Voor nostalgie is geen plaats meer’, leek het verzorgde uiterlijk van deze Noord-Koreaanse vrouwen duidelijk te maken.
Modelstad
Het eerste halfjaar van 2018 was rijk aan opzienbarend nieuws op het Noord-Koreaanse schiereiland, maar nu was dan toch de tijd aangebroken voor de langverwachte opheffing van de sancties en de openstelling van het land. Een week voor de top tussen de Verenigde Staten en Noord-Korea begaf ik me naar vijf grote Noord-Koreaanse steden, waar ik me uitgaf voor investeerder.
Gedurende deze dagen heb ik proefondervinderlijk kunnen vaststellen wat de deskundigen van internationale betrekkingen bedoelen als ze het hebben over de ‘risico’s’ (stroomuitval in het hotel, een geannuleerde vlucht…). Maar één ding blijft als een paal boven water: de Engelstalige boodschap van het ontvangstcomité: ‘We welcome foreign investment’.
We vertrekken vanuit hotel Ryugyong.
Deze piramidevormige wolkenkrabber van 105 verdiepingen in de wijk Potonggang van Pyongyang is onlangs op het elektriciteitsnet aangesloten – een hele gebeurtenis. Het is een prestigeproject dat een mooi beeld geeft van de staat van de Noord-Koreaanse economie. Het kostte niet minder dan dertig jaar om het hotel te bouwen; het werd ‘het langst durende bouwwerk uit de geschiedenis’ genoemd. De werkzaamheden lagen een tijdlang stil als gevolg van geldgebrek en diverse keren moesten delen weer worden gesloopt. Aan het interieur lijkt nog het een en ander te moeten gebeuren, maar de gevel kan als voltooid worden beschouwd.
Als je naar een plattegrond van Pyongyang uit 2012 kijkt, ontbreken er drie verkeersaders: Changjon Street, Mirae Scientists Street (straat van de Toekomstige Wetenschappers) en Ryomyong Avenue. Deze straten zijn pas na 2012 aangelegd – overigens wel binnen een jaar, dankzij een mobilisatie van het leger. De ‘modelstad’ die Pyongyang is, blijft zich voortdurend vernieuwen: er worden nieuwe hotels gebouwd en andere gerenoveerd, en er worden nieuwe winkelcentra in gebruik genomen.
Als de werkzaamheden zijn voltooid, hebben de rode slogans op een witte ondergrond van weleer dikwijls plaatsgemaakt voor in grijs graniet gegraveerde inscripties met een minder uitgesproken politieke connotatie. Het belang van de economie laat zich steeds sterker voelen en de skyline van Pyongyang blijft nauwelijks meer achter bij die van Hongkong.
De ene wolkenkrabber na de andere schiet uit de grond, want volgens Noord-Koreakenners is Kim Jong-un commerciëler ingesteld en minder aan ideologie gehecht dan Kim Il-sung en Kim Jong-il, zijn grootvader en vader. Terwijl het land eerder voorrang gaf aan het leger en daarop mikte voor zijn ontwikkeling, heeft Kim Jong-un duidelijk te kennen gegeven dat hij ‘alle pijlen op de economie’ wil richten.
Eerder al had de jonge leider in alle discretie enkele maatregelen genomen om de economie te liberaliseren, zoals het vaststellen van productiequota per huishouden, het toestaan dat landbouwers oogstoverschotten voor eigen gebruik behielden en het creëren van verscheidene speciale economische zones.
Al moet de effectiviteit van deze maatregelen nog worden aangetoond, de inwoners van Pyongyang kunnen eindelijk op een andere manier door het leven. De mensen gaan niet langer gekleed in ‘de kleuren van het socialisme’ (zwart, wit, grijs of blauw) en de wachtkamer voor binnenlandse vluchten op Sunan International Airport biedt inmiddels een totaal andere aanblik dan die van uitgehongerde en sjofele Noord-Koreanen die ik had verwacht: de jonge moeders doen denken aan pas getrouwde Japanse vrouwen, met hun ton sur ton-outfits en hun westers geklede kinderen. Zelfs de ajumma (wat boerse vrouwen van middelbare leeftijd) pronken met tassen van Prada.
Natuurlijk, het gaat hier maar om een minderheid van nieuwe rijken, maar in slechts zeven dagen heb ik kunnen constateren dat ook buiten de hoofdstad, zoals in Sinuiju, kinderen rondlopen op sneakers van Adidas. Zijn dat geïmporteerde producten die worden gedistribueerd door de staat? ‘Zeker niet, die hebben de mensen zelf gekocht’, zegt een inwoner. Het laat niet alleen zien dat ouders bereid zijn veel geld uit te geven voor hun kind, maar ook dat de Noord-Koreanen over talrijke kanalen beschikken om artikelen te kopen die zijn geïmporteerd.
‘Toen hij in 2011 zijn vader opvolgde als leider van Noord-Korea, kondigde Kim Jong-un niet aan dat hij het economische beleid van zijn land drastisch wilde veranderen. Dat beleid is in grote lijnen gehandhaafd, al zijn er onmiskenbaar veranderingen doorgevoerd’, meldt het Zuid-Koreaanse weekblad Sisa In. De Noord-Koreaanse economie zou langzaam gezonder worden, al ‘blijft het aandeel van de buitenlandse handel in de sterke ontwikkeling beperkt’.
Er zijn verscheidene verklaringen gegeven voor deze verbetering: ‘Allereerst wordt op institutioneel niveau de vrije markt inmiddels getolereerd. Ook bemoedigend is dat de staat zijn investeringen heeft herverdeeld in het kader van een pragmatischere benadering, die voorrang geeft aan terreinen met een snel rendement. Bovendien heeft, naast de diversificatie van de in het land geproduceerde producten, de vooruitgang op het gebied van wetenschap en technologie positieve effecten, zoals de modernisering van talrijke sectoren.’
Het blad licht toe: ‘Op de markten en in de winkels concurreren steeds meer lokaal gefabriceerde producten met producten die uit China zijn geïmporteerd. Apparaten waaraan nieuwe technologie te pas komt, hebben de wind mee dankzij de toegenomen welvaart van de beter gesitueerden, en de assemblage ervan vindt vaak plaats in het land zelf, met enkele geïmporteerde onderdelen.’ Ook op energiegebied zou de situatie sterk verbeteren, dankzij door de staat toegestane investeringen in de renovatie van hydro-elektrische en thermische centrales, evenals in duurzame energie.
Volgens een andere inwoner kost een Adidas-outfit 200 dollar, ‘en dat kunnen de mensen nog betalen’. Al heeft de langdurige boycot verhinderd dat Noord-Korea veel buitenlands kapitaal kon aantrekken, toch is het land erin geslaagd talrijke buitenlandse producten naar zijn grondgebied te halen. Om de koopkracht van de Noord-Koreanen te meten is er geen betere maatstaf dan de spullen van Adidas.
Wat het bruto binnenlands product per inwoner betreft, bevindt Noord-Korea zich op het niveau van Myanmar en Cambodja, de twee laatste landen met een autocratisch regime voordat ze hun handelsgrenzen opengooiden. ‘In 2017 bedroeg het gemiddelde jaarinkomen per inwoner 1500 dollar, maar volgens andere schattingen is dat 2000 à 3000 dollar’, zegt Rick Chu, de eerste academicus die onderwijs over Noord-Korea geeft in Taiwan.
Volgens hem blijven de regionale verschillen groot en komt men, zodra men Pyongyang verlaat, in een andere wereld. Desondanks erkent de onderzoeker ‘dat de economische situatie van Noord-Korea de afgelopen zes jaar aanzienlijk is verbeterd’. Ik had nooit kunnen vermoeden dat ik zo veel dure merken (Gucci, Michael Kors, Louis Vuitton) zou tegenkomen tijdens mijn verblijf. In een kledingzaak aan Ryomyong Avenue telde ik een keur aan merken waarop de ‘buitenwereld’ jaloers kan zijn.
Ook al gaat het bij deze merken veelal om fraaie kopieën, goedkopere luxeartikelen zijn volop aanwezig. De inwoners van de wijk, veelal docenten aan de Kim Il-sung-universiteit, zijn behoorlijk koopkrachtig. Volgens een inwoner die elke dag de winkels afgaat, ‘kun je beter iets kopen als je het ziet, want morgen is het er niet meer’. Je hoort geregeld dat Noord-Koreaanse vrouwen een voorkeur hebben voor Franse parfums en tassen van Hermès. Hier steken de mensen hun liefde voor dure merken niet onder stoelen of banken, al zijn die meestal nep. Als ik een tas van Hermès omdraai om de prijs te bekijken, lees ik ‘90 dollar’.
Het is een beetje een déjà vu. ‘Noord-Korea doet denken aan China rond 1980’, zeggen veel analisten de laatste tijd, en ze constateren ‘een overdaad aan goede namaak’. In China konden maar weinig mensen in de jaren tachtig zich een echte Louis Vuitton veroorloven. Als het in een land dat economisch achterloopt beter begint te draaien, kunnen de burgers maar zelden echte producten betalen. Hoeveel Noord-Koreanen zouden deze ‘Hermès’ kunnen betalen als er twee nullen achter de prijs zouden staan? Het voorbeeld van China laat zien dat het tijd kost om consumenten van dure producten te kweken.
Handelhausse
Maar hoe heeft een land dat lange tijd onder een embargo gebukt is gegaan, zich zodanig kunnen ontwikkelen? Sinds 1995 publiceert Noord-Korea geen cijfers meer, maar Zuid-Korea maakt elk jaar een schatting. Daaruit blijkt dat Noord-Korea in 2016 een groei van 3,9 procent zou hebben gerealiseerd, de hoogste van de afgelopen zeventien jaar en hoger dan die van Zuid-Korea zelf.
In feite is dit land ‘achter een ijzeren gordijn’ niet langer op zichzelf aangewezen: de handel met het buitenland beleeft een hausse en levert deviezen op. Noord-Korea exporteert voornamelijk wapens, drugs (met name heroïne) en steenkool. De wapens vinden vooral aftrek in Afrika, de andere twee producten in China. De lange duur van het embargo heeft de ‘immuniteit’ van Noord-Korea alleen maar versterkt, en de ‘Koreaanse rijkdom’ heeft zich steeds meer gediversifieerd.
Het socialistische Noord-Korea kent allang geen planeconomie meer. ‘Rantsoenen zijn van twintig jaar geleden, alle mensen slaan hun slag op de zwarte markt’, legt een zekere meneer Kim me uit, rustig gezeten in zijn huis in Zuid-Korea. Ik interview hem via Skype over zijn leven in Noord-Korea, voordat hij de wijk nam naar het zuiden. Tijdens de grote hongersnood van de jaren negentig is het rantsoeneringssysteem bezweken: omdat de staat geen middelen meer had om in voedsel en andere basisbehoeften te voorzien, begonnen de mensen stiekem onderling handel te drijven.
Volgens een enquête die de Nationale Universiteit in Seoul in 2015 hield onder Noord-Koreaanse vluchtelingen, kwam meer dan de helft van het voedsel in die tijd van de zwarte markt. Maar wat het meest opleverde, volgens meneer Kim, waren ‘drugs, artikelen voor dagelijks gebruik, Zuid-Koreaanse tv-series, usb-sticks en cd’s met K-pop’.
Donju
Deze zwarte markt heeft op een verkapte manier aan de wieg gestaan van de eerste generatie Noord-Koreaanse kapitalisten. Die maakten aanvankelijk naam met smokkelwaar, om vervolgens langzaam maar zeker geld te verdienen aan het doorverkopen van goederen. Tegelijkertijd werd hun handel steeds exclusiever, van eenvoudige zaken als mais tot bankbiljetten in buitenlandse valuta (deviezen).
Twintig jaar later, na het vergaren van een flink fortuin, zijn ze ‘geldmeesters’ geworden, donju in het Koreaans. Ze vormen een opkomende kapitalistische klasse die zich vooral bezighoudt met grensoverschrijdende handel, bijvoorbeeld het samen met Chinezen exploiteren van mijnen, het met grote winstmarges exporteren van farmaceutische producten of thee naar Europa, of de handel in zeevruchten.
De Noord-Koreaspecialist Andrej Lankov schat dat privéondernemingen 30 tot 50 procent bijdragen aan het Noord-Koreaanse bbp. Ook de gewone arbeiders profiteren van het nieuwe elan dat de donju aan de economie verlenen. De afgelopen tien jaar zijn de salarissen in de staatsbedrijven met meer dan 250 procent gestegen, en in de niet-officiële sector (zoals privéondernemingen) zelfs met 1200 procent. Dat schept nieuwe commerciële perspectieven voor de donju op de binnenlandse markt, met name voor consumptieartikelen van de lichte industrie.
Noord-Korea is al lange tijd een geïndustrialiseerd land, maar voorheen waren politici geneigd voorrang te geven aan de zware industrie. Volgens de Duitse econoom Rüdiger Franck heeft Noord-Korea zijn lichte industrie herhaaldelijk opgeofferd aan de chemische en zware industrie. Vóór het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, aan het eind van de jaren tachtig, hielpen socialistische landen elkaar nog. Ook kon Noord-Korea, hoewel zijn lichte industrie niet in staat was aan de binnenlandse vraag te voldoen, kleding onder zijn inwoners distribueren, al was die qua snit niet bepaald origineel en qua kleur nog minder.
Maar dat is allemaal verleden tijd. Als je over de grote avenues wandelt, zie je dat de Noord-Koreanen bijdetijds zijn geworden en liefhebbers van buitenlandse producten. Hoe komen ze daaraan? Via de vrije markt. De staat gedoogt dat mensen bedrijfjes beginnen, bijvoorbeeld een dameskledingwinkel. ‘Veel Noord-Koreaanse vrouwen zouden graag een winkel openen, maar ze laten zich vaak afschrikken door de administratieve rompslomp’, wordt me uitgelegd door een Noord-Koreaanse die vaak een handje helpt in dat soort winkeltjes.
Talrijke plekken die onzichtbaar zijn voor de ogen van toeristen bruisen van de commerciële activiteit. Zo werd me in een wijk in de buurt van het Kim Il-sung-plein (die vanwege zijn vele wolkenkrabbers door buitenlandse inwoners ‘Pyongattan’ wordt genoemd, een samentrekking van Pyongyang en Manhattan) verteld dat een winkel daar zeer veel winst maakt met de verkoop van kleding van Uniqlo.
Om succesvol te zijn in de verkoop van confectie in Noord-Korea, moet men twee belangrijke zaken in het oog houden. Ten eerste moeten de kleren voldoen aan de kledingregels: Noord-Koreaanse vrouwen dragen over het algemeen vrij elegante kleren die ze opluisteren met een broche. Ze dragen gewoonlijk jasjes die de armen bedekken en rokken die tot de knieën reiken. Strakke kleding is verboden, evenals kleding die lichaamsdelen bloot laat.
In de tweede plaats verdient het aanbeveling om Japanse kleding te importeren, want als verstandige consumenten weten Noord-Koreanen dat die wereldwijd bekend staat om de kwaliteit.
Ze mopperen over de Chinese producten van slechte kwaliteit die je aantreft op Taobao, de Chinese verkoopsite die tal van Noord-Koreanen hebben uitgeprobeerd.
Europese producten daarentegen zijn te duur en hebben vaak een snit die niet beantwoordt aan de Noord-Koreaanse normen. Wel tref je artikelen aan van het Chinese merk Miniso, dat door sommigen in Hongkong wordt beschouwd als een illegale kopie van het Japanse Muji. Ze zijn erg gewild in Pyongyang, vooral bij de elite die zich de luxe kan permitteren, en worden veel verkocht door de winkels aan Ryomyong Avenue. Toch vertelde een vertegenwoordiger van het merk me dat het bedrijf geen filiaal in Noord-Korea heeft.
De Chinezen hebben oog gekregen voor de enorme commerciële mogelijkheden die de stad biedt: ‘Je kunt een fortuin verdienen als je het goed aanpakt’
Gezien de ontwikkeling die Noord-Korea doormaakt, is Pyongyang niet meer de enige bestemming waar de mensen naartoe stromen. Ze begeven zich ook naar Sinuiju, een stad die door zijn ligging in de buurt van het Chinese Dandong veelvuldig contact met Chinezen mogelijk maakt.
Onder hun invloed hebben de mogelijkheden om via internet te communiceren zich vermenigvuldigd, en veel inwoners van Sinuiju zijn bekend met Taobao, het sociale netwerk WeChat en ‘Xi Dada’, zoals [de Chinese] president Xi Jinping wel in de volksmond heet. De Chinezen hebben oog gekregen voor de enorme commerciële mogelijkheden die de stad biedt: ‘Je kunt een fortuin verdienen als je het goed aanpakt’, vertrouwde een inwoner me toe. ‘Sinuiju is tamelijk vrij.’
Hervormers
De woorden ‘vrijheid’ en ‘kiezen’ maken steeds vaker deel uit van het dagelijkse spraakgebruik in Noord-Korea. In zijn boek See You Again in Pyongyang: A Journey into Kim Jong-un’s North Korea schrijft de Amerikaanse auteur Travis Jeppesen dat de donju een klasse vormen waarvan de regering niet op aan kan, omdat ze geen onvoorwaardelijke aanbidders van Kim Jong-un zijn en niet klakkeloos geloven wat de propaganda zegt.
De hervormers zijn altijd bang geweest dat het ‘gif van het kapitalisme’ de Noord-Koreanen zal besmetten en tot oproer zal leiden. De term ‘donju’ heeft een zeer individualistische connotatie, die misplaatst lijkt in een land dat onbekend is met het begrip privébezit – maar geen enkele regel is heilig.
De onroerendgoedsector beleeft inmiddels een ongekende bloei. Volgens Zuid-Koreaanse onderzoeksorganisaties geven verscheidene Noord-Koreaanse steden tot op zekere hoogte toestemming om onroerend goed in privébezit te nemen. Zo kent Pyongyang een regeling die transacties tussen particulieren toestaat. Ook Sinuiju en Nampo gedogen dat een deel van het bestand aan onroerend goed in privébezit overgaat.
Maar laten we niet vergeten dat we in Noord-Korea zijn. ‘Natuurlijk, marktwerking wordt inmiddels oogluikend toegestaan, maar iedereen moet zich wel naar de staatsmarkt richten’, zegt de naar Zuid-Korea uitgeweken meneer Kim. De regering heeft privéhandel verboden; elke markt valt onder staatstoezicht, ‘zodat er belasting kan worden geheven’. De ‘onzichtbare hand’ begint zich te roeren in Noord-Korea, hetgeen Travis Jeppesen doet opmerken dat ‘als Noord-Korea een verdrag met de Verenigde Staten sluit, Kim Jong-un zelf misschien ook wel tot de gelederen van de donju zal toetreden’.
Andrej Lankov op zijn beurt legt uit dat ‘privéondernemingen op zijn Noord-Koreaans ondernemingen in handen van de staat zijn, die worden geleid door iemand die een deel van de winst zelf mag houden en de rest moet afdragen aan de overheid’. Deze ondernemingen, die actief zijn in onroerend goed, de mijnbouw en zelfs het toerisme, werken geheel volgens een kapitalistisch model. Maar uiteindelijk heet de directeur… Kim Jong-un.
CONTEXT: 1,46
… miljoen Zuid-Koreaanse won (ca. 1140 euro). Dit was het bruto nationaal product per inwoner van Noord-Korea in 2017, volgens berekeningen van de centrale bank van Zuid-Korea. Dat komt neer op 4,4 procent van de inkomsten per inwoner van Zuid-Korea.
CONTEXT: Krimp
In 2017 heeft de Noord-Koreaanse economie zwaar te lijden gehad onder de internationale sancties ten gevolge van de ballistische en nucleaire proeven van het land.
Het maandblad Shun Po (Hong Kong Economic Journal), dat sinds 1977 verschijnt, biedt lange reportages en onderzoeksartikelen op economisch gebied, maar ook over politiek, cultuur en maatschappij. Het richt zich voornamelijk op Hongkong en China, maar ook op de rest van de regio. Een deel van de artikelen is alleen toegankelijk via de website.
360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.
MUZIEK | Guns N’ Roses kan het nog
Pers verbaasd over ‘gepolijste en professionele’ reünietour
Een noodgreep was het. Omdat een handvol muzikanten verstek liet gaan, besloten de bands Hollywood Rose en L.A. Guns samen op te treden, om de avond nog enigszins te redden. Zo beroerd ging het niet eens. Twee jaar later, in 1987, verscheen hun debuutalbum Appetite For Destruction waarvan 28 miljoen exemplaren werden verkocht. Daarna lag de wereld aan hun voeten. De naam van de band? Guns N’ Roses.
En zoals dat gebeurt met ijzersterke bands: die gaan aan eigen succes ten onder. Er was voortdurend geruzie. Leadzanger Axl Rose trok alle macht en aandacht naar zich toe en versleet tientallen bandleden. De muziek werd er niet beter op.
Maar, zo stelt James Wigney in de Australische krant Herald Sun: ‘Tijd en geld blijken wonderbaarlijke genezers.’ Vandaar dat Guns N’ Roses in juni van start gaat met de negende etappe van hun inmiddels bijna tweeënhalf jaar durende wereldtournee. Mét gitarist Slash en bassist Duff McKagan uit de oorspronkelijke bezetting. Op grond van wat Wigney tijdens het concert in Sydney meemaakte ‘werd het geduld van de fans ruimhartig beloond: Guns N’ Roses is nog altijd een van de eerbiedwaardigste hardrockbands aller tijden’.
De tour is getiteld Not In This Lifetime. Zo luidde zes jaar geleden immers de reactie van Rose op de vraag naar reünieconcerten. James Hall van The Telegraph is ‘dolgelukkig’ dat de muzikanten van gedachten zijn veranderd. ‘Absoluut briljant’, schrijft hij over de twee concerten in Londen: ‘Axl Rose was lenig, op tijd en goed bij stem: drie dingen waar de fans jarenlang niet van op aan konden.’
Peter Larsen van The Daily News viel om van verbazing tijdens het optreden in Los Angeles: ‘Hier is gebeurd wat niemand ooit voor mogelijk had gehouden: Guns N’ Roses is een gepolijste en professionele band geworden.’
Guns N’ Roses: 3 juni Berlijn; 12 juni Gelsenkirchen, 18 juni Parijs, 1 juli Barcelona, 4 juli Nijmegen
Gevoel voor timing kun je de Nederlandse uitgever niet ontzeggen. In een periode dat president Donald Trump en zijn Noord-Koreaanse ambtgenoot Kim Jong-un wel of toch maar geen aanstalten maken elkaar de hand schudden, ligt de Nederlandse vertaling van Der Grosse Heimkehr (2017) in de winkel.
Deze historische roman van de Oostenrijks-Koreaanse schrijfster Anna Kim gaat over de spanningen op het Aziatische schiereiland. Het decor verschuift van Noord naar Zuid en van Amerika naar Japan, waar veel Koreanen in de jaren zestig hun toevlucht zochten. Sluimerende vaderlandsliefde is een van de thema’s, net als de dunne scheidslijn tussen waarheid en leugens, in een tijd dat nepnieuws nog propaganda heette.
Kim heeft een ‘geraffineerde’ familieroman geschreven over burgers ‘in een vergiftigd maatschappelijk klimaat met een maximum aan wantrouwen en paranoia’, schrijft Ijoma Mangold in Die Zeit. ‘In het stalinistische Noorden maar net zo goed in het pro-Amerikaanse, destijds door militairen geregeerde Zuiden.’
Paul Jandl van Die Welt noemt het boek ‘een pandemonium van politieke weeklachten’. Volgens de Duitse recensent krijgt de lezer in bijna 600 pagina’s ‘nauwelijks de kans om adem te halen (…) Met indrukwekkend gevoel voor drama grijpt Kim ver terug in de Koreaanse geschiedenis.’
Toen Sabine Vogel van Frankfurter Rundschau het boek uit had moest ze een tijdje bijkomen: ‘Wanneer een geschiedenis met zulke onvoorstelbare wreedheden zo’n ontroerende indruk achterlaat, hebben we te maken met wonderschone literatuur.’
Volgens recensente Katharina Borchardt op de site van de Duitse ARD ‘vraagt de roman wel enig uithoudingsvermogen maar leidt het verhaal uiteindelijk van particuliere herinneringen naar een grondig geresearcht bovenpersoonlijk, essayistisch niveau.’
De grote thuiskomst van Anna Kim is op 22 mei verschenen bij uitgeverij Signatuur.
Het werk van het Oostenrijkse kunstenaarscollectief Gelatin valt op z’n minst in de categorie ontregelend. Een sculptuur van bevroren urine, een metershoge neus aan de oever van de Donau of een installatie van lichtgevende ballonnen in een Puerto Ricaanse grot. Bij een performance liggen ze voor dood in het puin van een ingestort huis of bouwen ze een lift van menselijke lichamen.
De bezoeker van hun nieuwste exhibitie moet er dan ook niet raar van opkijken dat bij de ingang voor iedereen een ‘naaktpak’ klaarligt. Aantrekken niet verplicht.
Kunstcriticus Adrian Searle van The Guardian zag het viertal in 2016 aan het werk tijdens de Biënnale in Zürich. Daar ging het er heftig aan toe: ‘Waar is de rioolreinigingsdienst als je ze het hardst nodig hebt? Breng me naar het ziekenhuis. Of anders naar de spa.’
Volgens Nana Asfour van The New Yorker gaat het dan ook om ‘kunstenaars die er prat op gaan galeriehouders op de proef te stellen, de verwachtingen van het publiek onderuit te halen en de definitie van beeldende kunst te logenstraffen.’
Roberta Smith plaatst in The New York Times Gelatin (ook bekend onder de naam Gelitin) in de lijn van kunstprovocateurs als Egon Schiele en Franz West: ‘Objecten die zijn gemodelleerd naar echte penissen beschouw ik als gebaar van anti-kunst.’
De tentoonstelling Vorm – Fellows – Attitude is tot en met 12 augustus te zien in Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam
FILM | Frans dagje naar het strand
Familiedrama gelardeerd met wereldproblematiek
Drie vijftigers, twee broers en een zus, komen bij elkaar in de vakantievilla van hun vader die ligt bij te komen van een beroerte. Daar worden de broze familieverhoudingen danig op de proef gesteld. Zeker wanneer een bootje met vluchtelingen aanspoelt.
De Franse filmkritiek reageerde wisselend op La Villa, de twintigste film van regisseur Robert Guédiguian. Volgens Fabrice Leclerc in Paris Match is Guédiguian ‘als geen ander in staat een groot verhaal over liefde klein te houden en tegelijkertijd politieke thema’s tot in de finesses uit te werken’.
Voor Nathalie Simon van Le Figaro had het juist soberder gemogen: ‘De personages worden omarmd: van hun liefdesleven, hun verleden tot hun onzekere toekomst. En dan worden ook het terrorisme en het vluchtelingenprobleem er nog eens bijgehaald.’
Maar Pierre Vavasseur in Le Parisien schrijft dat Guédiguian er ‘door zoveel ingrediënten zo evenwichtig te doseren in geslaagd is een van zijn beste films af te leveren.’
Daar waar Polen net als veel andere Oost-Europese landen weigert Syrische vluchtelingen op te nemen, zijn Aziatische arbeidsmigranten er van harte welkom.
Na de golf economische vluchtelingen uit Oekraïne komt er nu een nieuwe aan – uit het Verre Oosten. Poolse werkgevers hebben steeds meer moeite om aan Oekraïense werknemers te komen – die al even veeleisend zijn geworden als de Polen – en beginnen in exotischer oorden personeel aan te werven.
Volgens gegevens van het ministerie van Gezin, Arbeid en Sociaal Beleid heeft Polen alleen al in 2017 bijna 30.000 werkvergunningen afgegeven aan mensen uit Nepal, India, Bangladesh, Oezbekistan, Pakistan, de Filippijnen en China. Het afgelopen jaar raakte het echt in de mode om mensen uit het Verre Oosten te rekruteren, iets wat Poolse werkgevers tot dusverre nooit hebben gedaan.
Het aantal buitenlandse werknemers in Polen stijgt gestaag: in 2016 zijn 140.000 werkvergunningen afgegeven, een jaar later is dat aantal bijna verdubbeld. Natuurlijk bestaat de meerderheid van hen uit Oekraïners en, in iets mindere mate, Witrussen. Maar na hen worden de meeste werknemers naar Polen gehaald uit… Nepal, gevolgd door India, Moldavië, Bangladesh en Oezbekistan. ‘Qua openheid van de grenzen kunnen we stellen dat we onze verplichtingen ten opzichte van de Europese Commissie meer dan vervuld hebben,’ grapt Andrzej Kubisiak, directeur [van de dienst analyse en communicatie] bij Work Service [het grootste wervingsbureau in Polen]. ‘Maar even serieus, het menselijk potentieel aan onze oostgrens raakt uitgeput. En daarom beginnen de werkgevers en de wervingsbureaus nu andere bronnen te zoeken.’
Een heel ander arbeidsethos
Waarom is Azië plotseling in de mode? Bartosz Cebula, vicedirecteur van een bureau dat gespecialiseerd is in rekrutering van Aziaten, legt uit dat zijn cliënten ‘teleurgesteld zijn in het Oekraïense personeel. Ten eerste stijgen de aanwervingskosten van onze buren almaar. Oekraïners eisen vaak hetzelfde salaris als Polen, en soms meer. Ten tweede zijn Oekraïners, volgens mijn cliënten, vaak minder gemotiveerd. Indiërs en Nepalezen hebben een heel ander arbeidsethos.’
Uit de statistieken van het ministerie blijkt dat het voornamelijk om handarbeiders gaat. In 2017 waren er op een totaal van 250.000 buitenlandse werknemers slechts 30.000 gekwalificeerde krachten, 3000 informatici en 20… artsen. Het gaat hoofdzakelijk over lichamelijke arbeid – in de bouw en de verwerkende industrie. De administratieve rompslomp en de eenmalige kosten die verbonden zijn aan de aanwerving van mensen die van het andere eind van de wereld komen, vormen geen beletsel voor werkgevers die op de salarissen willen besparen.
Maar Bartosz Cebula is van mening dat ‘het bij ons nog steeds gemakkelijker is dan in Duitsland, waar de aanwerving van buitenlands personeel beperkt blijft tot een lijst met beroepen waarvan officieel erkend wordt dat er een tekort aan geschoold personeel bestaat, bijvoorbeeld wiskundigen, artsen of informatici. En daar wordt buitengewoon streng de hand aan gehouden. Daarom besluiten de Aziaten naar ons te komen. Voor hen is werken in de Europese Unie een droom, ze kunnen meer dan tien keer zo veel verdienen als in hun land van herkomst.’
Het ministerie van Arbeid wil uiterlijk voor de zomervakantie de aanwervingsvoorwaarden voor buitenlandse werkkrachten liberaliseren. Evenals in Duitsland moet er een lijst van beroepen komen, maar degenen die aan de criteria voldoen kunnen dezelfde voorrechten genieten als onderdanen uit zes Oost-Europese landen (Oekraïne, Wit-Rusland, Rusland, Armenië, Georgië en Moldavië); ‘de zes’. Werkgeversorganisaties willen zelfs een tiental landen toevoegen aan de lijst met landen waarvoor gunstiger voorwaarden gelden!
Als dit scenario zich voltrekt staat ons misschien een ware toestroom van goedkope arbeidskrachten uit heel Azië te wachten. In de Poolse wetgeving wordt bepaald dat buitenlandse werkkrachten een minimumsalaris moeten ontvangen en woonruimte moeten krijgen, maar hoe die woonruimte eruit moet zien wordt niet nader gepreciseerd. Het is dus mogelijk dat het net zo zal gaan als nu met de Oekraïners die soms met z’n tienen een appartement delen.
In dat opzicht staat het Poolse recht aan de kant van de werkgevers. Afgezien van de ‘bevoorrechten’ uit ‘de zes’, worden de overige werknemers aangeworven voor een minimumperiode van één jaar. Maar bij voorkeur twee jaar. In die periode mogen ze alleen maar werken voor de onderneming die ze heeft aangemeld bij de arbeidsadministratie en ze mogen dus niet, zoals de Oekraïners, van werk veranderen als iets hun niet aanstaat. De werkgever die een Nepalees laat komen voor de duur van een bouwproject heeft dus de garantie dat hij gedurende het project voor een minimumsalaris voor hem zal werken. Sterker nog, hij gaat niet naar huis tijdens de feestdagen en neemt geen vakantiedagen op. Er is geen directe vlucht tussen Warschau en Kathmandu en vluchten duren met overstappen algauw meer dan twintig uur en kunnen wel vijftienhonderd euro kosten. Een Oekraïner daarentegen die in Lublin [Oost-Polen] werkt, kan voor tien euro met de bus naar zijn geboortestad Lviv.
In de bouwsector worden ook Noord-Koreanen aangeworven. In 2016 hebben de autoriteiten vierhonderd werkvergunningen afgegeven en in 2017 circa honderd
Het is dus helemaal niet verbazingwekkend dat werkgevers hele ploegen Aziatische bouwvakkers laten komen. ‘Deze bouwvakkers hebben nog een voordeel,’ aldus Andrzej Kubisiak. ‘Ze hebben vaak ervaring met grote bouwprojecten omdat ze gewerkt hebben in de Arabische Emiraten of in Qatar. Ook in Azië zelf zijn er enorme bouwprojecten. Helaas kunnen Oekraïense bouwvakkers niet prat gaan op zo’n cv.’
In de bouwsector worden ook Noord-Koreanen aangeworven. In 2016 hebben de autoriteiten vierhonderd werkvergunningen afgegeven en in 2017 circa honderd. Vorig jaar hebben ze in Silezië (Zuid-Polen) gewerkt, terwijl ze twee jaar eerder in Ermland-Mazurië (Noord-Polen) werkzaam waren. Ze worden dus in heel Polen ingezet. Er zou dan ook niets vreemds aan geweest zijn als inmiddels algemeen bekend zou zijn dat het regime-Kim al jarenlang werknemers aan andere landen verkoopt. Vrijwel hun gehele salaris wordt ingehouden en vloeit in de Noord-Koreaanse schatkist. Tegelijkertijd zijn ze gewaarschuwd dat als ze vluchten, hun op het Koreaans schiereiland achtergebleven familieleden de consequenties ervan zullen ondervinden.
Oekraïners en Witrussen spreken al vrij snel Pools. Vaak hebben ze al een basis als ze in Polen aankomen. Hoe communiceren hun superieuren met de Aziaten? Met een Indiër kun je Engels praten, maar het wordt al lastiger met Chinezen, Nepalezen of Filippijnen. De werkgever moet er dus voor zorgen dat iedere ploeg ten minste één persoon bevat die een gemeenschappelijke taal spreekt.
Komt er in Polen een nieuwe boom van buitenlandse werknemers? ‘Naast een stijging van het aantal Aziatische arbeiders moet rekening worden gehouden met een toenemende immigratie uit de landen van de voormalige Sovjet-Unie,’ aldus Grzegorz Sielewicz, hoofdeconoom van Coface Midden-Europa. ‘Hoewel de Russische economie geleidelijk aantrekt, wordt de Poolse arbeidsmarkt een aantrekkelijk alternatief voor mensen uit traditionele emigratielanden als Moldavië, Georgië, Oezbekistan, Tadzjikistan of Kazachstan, die vroeger voor Rusland kozen.’
Wprost (‘Recht op het doel af’) staat in Polen vooral bekend om zijn scoops. In 2014 baarde het blad veel opzien met de publicatie van in het geheim opgenomen gesprekken tussen belangrijke politici.
Het optreden van de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un wordt vaak als roekeloos en irrationeel gezien. Maar dat klopt niet, betoogt Yevgen Sautin. China volgde in de jaren zestig dezelfde strategie.
Keuze uit het archief
Afgelopen week riep de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un op tot een grondwetswijziging om Zuid-Korea te identificeren als de ‘vijandige staat nummer één’. Daarmee lijkt de belofte van het regime om het Koreaanse schiereiland te verenigen definitief van de baan te zijn. Het land dreigt zelfs met een oorlog.
Die oorlogstaal is niets nieuws. Al jarenlang is Noord-Korea bezig met de ontwikkeling van een kernwapenprogramma. Raketproeven laten zien dat het land in staat is de VS met een kernaanval te bedreigen. Yevgen Sautin schreef al 2017 in The Diplomat dat we die nucleaire retoriek niet al te serieus hoeven te nemen. Sautin baseert dit standpunt op de strategie van China in de jaren zestig: bluffen over kernwapens om de eigen zwakte te verbergen en de achterstand ten opzichte van andere kernmachten te verdoezelen.
Recente tests met intercontinentale ballistische raketten wijzen het uit: in de zeer nabije toekomst zal Noord-Korea in staat zijn het Amerikaanse vasteland met een kernaanval te bedreigen. De regering van president Trump heeft gezworen het land geen gelegenheid te geven zijn ‘destructieve koers’ voort te zetten. Het is echter nog niet duidelijk hoe de Amerikanen denken Pyongyang een halt te kunnen toeroepen. Wel hebben Amerikaanse regeringsfunctionarissen hun toon verscherpt. Noord-Korea is in hun ogen nu de meest urgente bedreiging van de VS.
Het is van belang te beseffen dat er eerder met dit bijltje is gehakt. De Verenigde Staten bevonden zich ruim vijftig jaar geleden in een soortgelijke situatie. Zij werden toen geconfronteerd met de nucleaire ambities van het maoïstische China. En net als nu vroegen deskundigen zich ook toen bezorgd af of er wel rationele besluitvormers achter de knoppen zaten in de geïsoleerde communistische staat. Militaire opties – hoe riskant ook – werden serieus overwogen. Het vooruitzicht van een nucleair China vervulde Amerikaanse leiders met ontzetting.
Maar gaandeweg kwam zowel de regering van Kennedy als die van Johnson tot de slotsom dat China’s bescheiden kernarsenaal niet zou leiden tot een verschuiving van de onderliggende machtsverhoudingen in Oost-Azië, noch dat het vertrouwen van de Amerikaanse bondgenoten in Washingtons veiligheidsgaranties een deuk zou oplopen. Het nucleair bewapende China bleef mondiale revolutionaire bewegingen steunen en ging ook door met militaire hulp aan Noord-Vietnam in de oorlog met de Verenigde Staten. Als het om kernwapens ging, werd de toon van Beijing allengs gematigder; het liet hiermee blijken in staat te zijn tot gecalculeerde beheersing jegens de VS.
Hardnekkig depotisme
In december 1960 waarschuwde een Amerikaanse National Intelligence Estimate (NIE) [een document dat de standpunten van Amerikaanse geheime diensten samenvat] dat ‘China’s arrogante zelfvertrouwen, revolutionaire vuur en vertekende beeld van de wereld’ tot een ‘verkeerde inschatting van risico’s’ kon leiden. Dat gevaar zou alleen maar toenemen als communistisch China kernwapens kreeg.
Afgezien van het revolutionaire vuur zouden dezelfde conclusies kunnen worden getrokken voor Noord-Korea. Het is immers een van de meest geïsoleerde regimes ter wereld, met een uiterst wispelturige leider: Kim Jong-un. Daarnaast maakt het land zich ook nog schuldig aan ontvoering en moord, slingert het de Verenigde Staten de wonderlijkste verwensingen naar het hoofd en dreigt het regelmatig met nucleaire aanvallen op Zuid-Korea. Wie Noord-Korea van een afstand bekijkt, zou het land gemakkelijk kunnen aanzien voor een uitzonderlijk geval van hardnekkig despotisme.
En dat klopt dus niet, zoals blijkt uit de NIE: ook China in de jaren zestig voldeed aan dat profiel. Chinese leiders deden weinig anders dan de gevaren van een kernoorlog afwimpelen en de onvermijdelijke overwinning van de volksmassa op het Amerikaanse imperialisme en het Sovjet-revisionisme benadrukken. Tegelijkertijd overdreven de Chinese leiders de mogelijkheden van hun eigen nucleaire programma enorm en bagatelliseerden ze de effecten van een tegenaanval op het Chinese vasteland.
In feite was de Chinese oorlogsretoriek strategische bluf ter compensatie van de grote verschillen in nucleair vermogen tussen China en de twee supermachten: de VS en de Sovjet-Unie. In dat licht doet het haast onwezenlijk aan om Noord-Korea nu zichzelf te horen aanprijzen als ‘een sterke kernmacht’, in het bezit van ‘zeer krachtige intercontinentale ballistische raketten die elke plek op de wereld kunnen treffen’. Het is daarbij van belang in het oog te houden dat het Noord-Koreaanse nucleaire arsenaal nog altijd klein is, dat het land niet in staat is tot een tegenaanval en nooit in zijn eentje de militaire machtsverhoudingen in de regio zal weten te wijzigen. Het wapengekletter van Noord-Korea heeft tot doel de aandacht af te leiden van de zwakte en angst voor de toekomst van het regime.
Pyongyang heeft geen officiële nucleaire doctrine, waardoor analisten zich gedwongen zien de strategie van het land uit een aantal uitspraken af te leiden. Kim Jong-un rept van het belang het ‘nucleaire monopolie’ van de Verenigde Staten te doorbreken. Pyongyang zal niet als eerste kernwapens inzetten (‘no first use’) en is voorstander van wereldwijde, volledige ontwapening. Nochtans heeft Noord-Korea herhaaldelijk gedreigd kernwapens te gebruiken in preventieve aanvallen tegen de Verenigde Staten of Zuid-Korea. Sinds het uit het zeslandenoverleg [tussen de VS, Rusland, China, Japan, Zuid-Korea en Noord-Korea (2003-2008)] is gestapt, heeft Noord-Korea eventuele inspanningen om het Koreaanse schiereiland nucleair te ontwapenen onmogelijk gemaakt.
De Noord-Koreaanse verklaringen over kernwapens sluiten nauw aan op de officiële standpunten van China over kernwapens in de jaren zestig. Na China’s eerste kernproef in 1964 formuleerde Beijing ook drie uitgangspunten: China ontwikkelde atoomwapens om ‘het supermachtmonopolie te doorbreken’, China zou nooit atoomwapens als eerste gebruiken, en China ondersteunde de volledige uitbanning van deze wapens. En toch was Beijing sterk gekant tegen het Verdrag voor een Beperkt Verbod op Kernproeven (Limited Test Ban Treaty, LTBT, ook wel Beperkt Kernstopverdrag genoemd) en bleef het wereldwijde nucleaire ontwapening vijandig gezind totdat zijn eigen kernprogramma in de jaren zeventig iets begon voor te stellen. Uit het Chinese optreden zou je kunnen afleiden dat Noord-Korea opzettelijk een agressieve houding aanneemt om de algehele zwakte van het Noord-Koreaanse arsenaal te verdonkeremanen.
Als China’s nucleaire programma in de jaren zestig geen ernstige bedreiging vormde voor de Verenigde Staten, is er nu nog minder reden te vrezen voor Noord-Korea
Zoals William Burr en Jeffrey T. Richelson stelden in Whether to “Strangle the Baby in the Cradle”: The United States and the Chinese Nuclear Program, 1960-64 (Moeten we het kind in de wieg smoren? De Verenigde Staten en het Chinese nucleaire programma, 1960-64), beschouwde John F. Kennedy een eventuele Chinese kernproef als ‘historisch waarschijnlijk de meest significante en ernstigste gebeurtenis van de jaren zestig’. Een nucleair China was voor de regering-Kennedy zo’n schrikbeeld dat elke denkbare maatregel, van directe Amerikaanse aanvallen tot het parachuteren van Chinese nationalistische commando’s vanuit Taiwan, werd overwogen. Kennedy gaf functionarissen zelfs toestemming om Amerika’s aartsrivaal, de Sovjet-Unie, te polsen over gezamenlijke preventieve actie tegen China.
De president stond bepaald niet alleen in zijn vrees dat een nucleair China de grootste bedreiging voor de wereldvrede was. Terwijl de Culturele Revolutie woedde, was de US Navy bang dat China snel de beschikking zou krijgen over de technologie om ballistische raketten vanaf onderzeeërs te lanceren. En dat zou het misschien op zo’n manier doen dat het leek op een aanval van de Sovjet-Unie, met een mondiale kernoorlog als gevolg. (Zie Lyle J. Goldstein in When China Was a “Rogue State”: The Impact of China’s Nuclear Weapons Program on US-China Relations during the 1960’s [Toen China een schurkenstaat was: de gevolgen van China’s nucleaire wapenprogramma op de betrekkingen tussen de VS en China in de jaren zestig]). Om deze vermeende dreiging het hoofd te bieden, adviseerde de Navy om China’s eerste met raketten bewapende onderzeeër op zijn maidentrip tot zinken te brengen. Deze angsten grensden aan paranoia en stoelden op een grove overschatting van de Chinese technologie; China zou zijn eerste ballistische onderzeeraket pas in 1982 lanceren. De pers was ook fel tegen het idee dat Mao over kernwapens zou komen te beschikken en riep op tot militaire actie om de nucleaire ambities van Beijing te beknotten.
Onderhandelingstafel
Niet iedereen in Kennedy’s regering deelde zijn angsten. De Policy Planning Council [Raad voor Beleidsplanning] van het ministerie van Buitenlandse Zaken leverde een invloedrijke studie af waarin de vreselijke gevolgen van een Chinese kernproef werden betwijfeld. De stelling luidde dat het Chinese arsenaal geen grote bedreiging voor de Verenigde Staten kon vormen en de machtsverhoudingen in de regio er nauwelijks door zouden veranderen. Bovendien stond dat arsenaal bloot aan tegenaanvallen van de Amerikanen, iets waartoe de Chinezen zelf niet in staat waren. Een nucleair China zou er dus weinig voor voelen de VS overmatig uit te dagen. De aanhangers van deze aanvankelijk omstreden visie wonnen uiteindelijk het pleit in het Witte Huis.
In het rapport werd wel onderkend dat er negatieve politieke gevolgen kleefden aan een Chinese kernproef – zoals proliferatie – maar die konden worden bezworen door garanties van Washington aan zijn bondgenoten. En zie: in de nasleep van de eerste Chinese kernproef lukte het de regering-Johnson om Japan met een juiste mix van veiligheidswaarborgen en diplomatieke druk van het nucleaire pad af te houden. De jaren daarop oefenden de Verenigde Staten vergelijkbare druk uit op Taiwan en Zuid-Korea om niet met eigen kernwapenprogramma’s te komen.
Als China’s nucleaire programma in de jaren zestig geen ernstige bedreiging vormde voor de Verenigde Staten, is er nu nog minder reden te vrezen voor Noord-Korea. Zelfs als Noord-Korea zijn raketten verbetert, behouden de Verenigde Staten en hun bondgenoten nog een overweldigend militair en economisch overwicht. Net als in de jaren zestig moeten de Verenigde Staten hun regionale bondgenoten en partners openlijk en op geloofwaardige wijze gerust stellen, dat is alles. Elke Noord-Koreaanse poging een wig te drijven in de alliantie tussen de VS en Zuid-Korea zal mislukken zolang Washington brede veiligheidsgaranties blijft leveren aan Seoul. Ook Japan zal drastische maatregelen niet nodig vinden als het zich openlijk gesteund weet door de regering-Trump.
Ten slotte: de VS moeten zich krachtig uitspreken tegen het koppelen van de Noord-Koreaanse nucleaire kwestie aan problemen in de relatie tussen de VS en China die daar niets mee te maken hebben. Dat is nodig om de angst van Taiwan weg te nemen dat Washington de feitelijke onafhankelijkheid van het eiland zou willen opgeven in ruil voor Chinese druk op Noord-Korea. Het is inmiddels duidelijk dat Beijing, uit machteloosheid of onwil, Pyongyang niet zal dwingen een andere koers te kiezen. De Verenigde Staten moeten zich niet laten verleiden tot bredere besprekingen in de hoop op meer Chinese samenwerking inzake Noord-Korea.
Na de Chinese kernproef van 1964 zette president Johnson handelscontroles en extra inlichtingenwerk in om het tempo van de Chinese nucleaire ontwikkeling af te remmen. Al bleef het Chinese kernprogramma een bron van zorg, Washington leerde er uiteindelijk mee leven. En dat was dankzij snelle en geloofwaardige Amerikaanse garanties aan belangrijke regionale bondgenoten, zoals Japan. Naarmate Chinese leiders hun strategie wijzigden en enige toenadering zochten tot het Westen, veranderden ook China’s nucleaire standpunten beetje bij beetje. Noord-Korea is China niet, maar een soortgelijk beleid van strategisch geduld en robuuste veiligheidswaarborgen aan Zuid-Korea en Japan is de beste optie om Noord-Korea weer terug te krijgen aan de onderhandelingstafel.
De regering-Trump probeert China over te halen om samen de kwestie Noord-Korea aan te pakken. Het probleem is alleen dat Beijing goede redenen heeft om niet te streng te zijn tegen Pyongyang, schrijft Azië-expert Andrei Lankov.
Alle ogen zijn momenteel gericht op Noord-Korea: president Trump heeft te verstaan gegeven dat hij het ‘Noord-Koreaanse probleem’ eindelijk wil oplossen – oftewel, dat hij zal zorgen dat Noord-Korea kernwapenvrij wordt. Heel bijzonder is dat niet: de afgelopen 25 jaar heeft elke nieuwe Amerikaanse president beloofd iets aan de nucleaire ambities van Noord-Korea te zullen doen. Sommigen hebben het met onderhandelingen geprobeerd, anderen hebben de druk opgevoerd. Geen van beide benaderingen heeft tot dusver geholpen.
De regering-Trump, die Noord-Korea als een van haar grootste buitenlandse problemen lijkt te zien, kiest voor de harde lijn, maar op een speciale manier: Trump hoopt China over te halen tot een aantal keiharde gemeenschappelijke sanctiemaatregelen. De zaak werd besproken tijdens de topontmoeting van Trump en Xi Jinping afgelopen april. De Amerikaanse regering schijnt zich bereid te hebben verklaard een deel van haar anti-Chinabeleid te heroverwegen – inclusief ingewikkelde handelskwesties – als China ‘volledig meewerkt’ aan het onder druk zetten van Noord-Korea.
De regering-Trump gaat ervan uit dat Chinese sancties Noord-Korea aan de rand van de economische afgrond zouden brengen en hoopt de leiders in Pyongyang er op die manier toe te dwingen hun nucleaire ambities te heroverwegen. Gezien het feit dat zo’n 90 procent van de buitenlandse handel van Noord-Korea op het conto van China komt en dat Beijing het land bovendien van vitale levensbehoeften voorziet, zoals scheepsladingen gesubsidieerde brandstof, lijkt dit een redelijke verwachting.
Politieke desintegratie
Het probleem is alleen dat Beijing goede redenen heeft om niet te streng voor Pyongyang te zijn. Hoewel het kernwapenprogramma van Noord-Korea niet in goede aarde valt bij de Chinese leiders, zijn ze bang dat echt veelomvattende sancties inderdaad tot de economische instorting van het land zouden leiden, waarna politieke desintegratie zou volgen. Een Noord-Korea in staat van burgeroorlog zou in hun ogen een grotere bedreiging zijn dan het nucleair bewapende maar betrekkelijk stabiele Noord-Korea van dit moment. Erger nog, een crisis in Noord-Korea zou kunnen resulteren in een Duitslandachtige hereniging van het land onder leiding van Seoel – dat wil zeggen, in het ontstaan van een verenigde, democratische en nationalistische Koreaanse staat die waarschijnlijk een bondgenoot van de Verenigde Staten zou worden. Dat is niet iets waarop men in Beijing zit te wachten.
Afgezien daarvan weten de Chinese deskundigen dat Noord-Korea kernwapens als de enige garantie ziet voor het overleven van het regime en er dus nooit afstand van zal doen, ook al is de druk nog zo groot. Daarom is het hoogst onwaarschijnlijk dat een Chinese boycot van Noord-Korea – zoals de regering-Trump die graag zou zien – tot de gewenste denuclearisering zou leiden, en is de kans veel groter dat die juist het soort crisis zou uitlokken waar China zo bang voor is.
Daarom zijn de verwachtingen van de regering-Trump irreëel. Beijing zou nog liever geconfronteerd worden met de gevolgen van een handelsoorlog met Washington dan met die van een echte oorlog vlak in de buurt – al zullen ze dat niet gauw aan de grote klok hangen.
Maar moeten we ons daar zorgen over maken? Moeten we het erg vinden dat het waarschijnlijk nog wel even zal duren voordat Trumps Chinese droom werkelijkheid wordt? Misschien niet, want de alternatieven zijn veel erger.
Het eerste alternatief zou onderhandelen zijn, maar ook dat zal niet werken. Kim Jong-un gelooft dat hij voordat hij gaat onderhandelen een intercontinentale ballistische raket moet ontwikkelen en opstellen die in staat is het Amerikaanse continent te treffen. Zijn ingenieurs werken met opmerkelijke snelheid aan dit project en hun succes zal vermoedelijk een kwestie van jaren zijn, zo niet maanden – ook al twitterde Trump in januari dat zo’n IBR ‘er niet gaat komen’.
Hopelijk zal Trump de les leren die ook zijn voorgangers tandenknarsend moesten aanvaarden: voor het Noord-Koreaanse kernwapenprobleem bestaat geen eenvoudige oplossing
Dus als eenmaal duidelijk wordt – voor de zoveelste keer – dat sancties noch onderhandelingen werken, en dat Noord-Korea weleens het derde land ter wereld kan worden dat theoretisch in staat is San Francisco van de kaart te vegen, hoe zal de president dan reageren? Een militaire aanval zou een optie kunnen zijn – dat wil zeggen, daar hebben sommige sleutelfiguren in de regering al vele malen op gezinspeeld.
Maar Noord-Korea is in staat om terug te slaan als het wordt aangevallen en zal dat waarschijnlijk ook doen – misschien door een massale artillerieactie tegen Seoel, de reusachtige hoofdstad die vlak bij de Noord-Koreaanse grens ligt. Als dat gebeurt, zullen de Zuid-Koreanen terugschieten en zullen de Verenigde Staten zich binnen de kortste keren in een landoorlog in Azië verwikkeld zien.
Dus misschien is het maar goed dat de Chinezen momenteel nadenken over het meewerken aan sancties en tijd winnen terwijl ze de Verenigde Staten concessies op andere gebieden afdwingen. Een oorlog zou veel erger zijn. We moeten misschien ook hopen dat het geloof in een Chinees wonder zo’n lang leven beschoren zal zijn dat Trump de les zal leren die ook zijn voorgangers tandenknarsend moesten aanvaarden: voor het Noord-Koreaanse kernwapenprobleem bestaat geen eenvoudige oplossing. In het verleden duurde het meestal een jaar of twee voordat een nieuwe regering deze ongemakkelijke waarheid onder ogen zag.
Andrei Lankov (Rusland, 1963) is directeur van de Korea Risk Group, het moederbedrijf van NK News, een Amerikaanse betaalsite die nieuws en analyses brengt over Noord-Korea.
Elk jaar spoelen op de Japanse kust tientallen scheepswrakken aan met lijken van vissers. Waar komen ze vandaan? En hoe zijn de vissers gestorven? Het Duitse weekblad Die Zeit ging op onderzoek uit.
Op de boot van mijn liefste gaat mijn liefste aan boord, om te gaan vissen. En ik roep uit: Waarheen gaat de boot van mijn liefste? Ik krijg geen antwoord. De boot aan de horizon, met witte mast, Is die niet van mijn liefste? Ik zie hem niet, mijn liefste, omdat tranen mijn blik vertroebelen.
(Lied over Noord-Koreaanse vissers, gedicht door hun vrouwen)
Wit zijn de muren en wit zijn ook de kasten met dossiers die in wit karton gebonden zijn. De mensen die hier werken, dragen witte pakken. Een ruimte zo steriel als een laboratorium, zoals in veel Japanse gemeentehuizen. Afdelingschef Kiyoshi Tanaka legt een stapel papieren op de tafel waaraan hij bezoekers ontvangt. Buiten woedt een sneeuwstorm, een laatste stuiptrekking van de winter. De wind rukt aan de kale takken, tilt ze op en duwt ze omlaag, om ze dan opnieuw te laten zwiepen.
‘We zijn eraan gewend merkwaardige dingen langs onze kust te vinden,’ zegt Tanaka in het gemeentehuis van Sai, een eenzaam vissersdorp met een paar honderd houten huizen. Het ligt in het uiterste noorden van Honshu, het grootste eiland van Japan. ‘We vinden van alles en nog wat,’ zegt Tanaka. Hij vertelt over vrachtcontainers die zich hebben losgerukt, over meubels die op de golven drijven, vaten van chemicaliën, planken, ijzeren palen. Veel dingen die op het strand zijn aangespoeld, kan hij niet eens goed thuisbrengen.
Het is de taak van Tanaka om de strandgoederen volgens de voorschriften te verwijderen, naar de vuilstortplaats te rijden of te laten verbranden. Een weinig opwindende bezigheid in het dorp van tweeduizend zielen. Tot er voor de kust iets opdook wat rechtstreeks uit een griezelverhaal leek te komen. De armada van doden. Ouderwetse schepen, ondersteboven drijvend of nog volledig intact, leeg of met lijken benedendeks.
Stuurloze schepen
Meneer Tanaka slaat het dossier open waarop ‘Hyouchakusen’ staat. Stuurloze schepen. Tanaka laat de kaart van de gemeente zien waarop hij de vindplaatsen heeft aangegeven. Vijf stippen voor vijf zwartgeschilderde vaartuigen, drie kleine, lege sloepen van sparrenhout en twee grote vissersschepen.
Het eerste werd op 27 oktober 2015 ontdekt. Tijdstip van de vondst, zo leest Tanaka voor uit het dossier: tegen 8.30 uur. Vindplaats: ondersteboven drijvend bij een golfbreker voor de kust. Lengte: twaalf meter, breedte: drie meter. Op vijf meter van het schip, op het basalt van de golfbreker, een dode man, het gezicht aangevreten door vissen. Een maand na de ontdekking van die eerste boot spoelde in Sai het volgende raadselachtige schip aan.
Spookschepen worden ze door de pers genoemd. Ze duiken op uit het niets, niet alleen in Sai, maar overal langs de Japanse westkust, soms enkele dagen na elkaar. In de afgelopen winter alleen al zijn er in Japan zevenendertig van deze geheimzinnige schepen ontdekt, met tientallen doden aan boord. Volgens cijfers van de kustwacht waren het er in de afgelopen vier jaar meer dan tweehonderdtachtig. Inmiddels besteden alleen de lokale kranten nog aandacht aan de spookschepen, zo gewoon zijn ze geworden in dit land met een kustlijn van 29.800 kilometer.
De armada van doden getuigt van een van de grootste rampen die zich op dit moment op de wereldzeeën voltrekken
De deur van Tanaka’s kantoor zwaait open. Sneeuwvlokken dwarrelen door de deuropening en een man met een besneeuwd regenjack stapt naar binnen. Yukihito Sakai, voorzitter van de visserscoöperatie, is op verzoek van Tanaka hiernaartoe gekomen.
Sakai heeft met zijn vissersboot het tweede spookschip in de gemeente Sai geborgen. ‘Van die dag droom ik nog altijd,’ zegt hij. Het was 2 december 2015, tegen elf uur. Het gekapseisde schip was in een van de netten terechtgekomen, in de romp ontdekten ze vier lichamen. ‘Dat schip laat ik over twee maanden vernietigen,’ zegt Tanaka met een blik in de dossiers, ‘als er tot die tijd tenminste niemand komt om het als zijn eigendom op te eisen.’ Zo staat het in dit deel van Japan in de wet.
De armada van doden getuigt van een van de grootste rampen die zich op dit moment op de wereldzeeën voltrekken. De vloot komt vanaf de andere kant van de zee, 1100 kilometer verderop. 1100 kilometer met niets dan zwarte golven, die onophoudelijk rollen, eindeloos rijzen, eindeloos dalen. De Japanners noemen dit de ‘Japanse Zee’, de Noord-Koreanen de ‘Koreaanse Oostzee’ en de Zuid-Koreanen alleen ‘Oostzee’. Zo omstreden zijn deze wateren.
Op de Koreaanse kust woont de vijfenveertigjarige Rhee Cheol-Soo*, een smalle, haast knokige man met twee gezichten: angstig en hautain. Tot een paar maanden geleden woonde hij in Noord-Korea en had hij zijn eigen vissersschip. Hij is een van de heel weinige vissers die in de afgelopen jaren Noord-Korea hebben weten te ontvluchten. Nu zit hij in een hotel in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoel en vraagt hij me zijn echte naam niet te publiceren omdat zijn vrouw en kinderen nog in het Noorden zijn. Gedurende drie dagen vertelt hij het verhaal van zijn schip.
‘Het weer was heel goed,’ herinnert Rhee zich van die ochtend in maart. De eerste vaart van het nieuwe jaar. ‘Er stond een zwakke wind uit het noorden en de zee was heel glad.’
In die tijd woonde Rhee in de havenstad Kimch’aek aan de oostkust van Noord-Korea. Hij groeide op in een mijnwerkersstad en leerde lassen. Op zijn tiende begon hij met roken en toen hij dertien was overleed zijn vader na een verkeerd geplaatste injectie. De helft van de vakken waarin hij les kreeg, ging over de revolutie van Kim Il-sung, de grondlegger van de Democratische Volksrepubliek Korea. Rhee werd soldaat en lid van de Communistische Partij.
Toen de Sovjet-Unie uiteenviel en Noord-Korea zijn belangrijkste handelspartner verloor, kwam er hongersnood in het land. In 1994 bouwde Rhee zijn eerste vissersboot. Rhee behoort tot de tienduizenden Noord-Koreanen die in de afgelopen jaren visser zijn geworden. Enkelen nemen dat besluit uit nood, anderen uit eerzucht. Ze willen de vis niet alleen eten, maar ook verkopen. Omdat ze meer willen dan enkel overleven.
Die ochtend dat Rhee voor het eerst na de winter weer gaat vissen, komen de families op de kust bijeen. Inmiddels heeft Rhee een groot schip, twaalf meter lang, vier meter breed. Het heeft geen naam, alleen een registratienummer. Ze hebben proviand voor vier weken aan boord. Drinkwater in plastic jerrycans, waarmee ze het hele dek hebben volgestouwd, vijftien zakken rijst van 20 kilo, 300 kilo ijs om onderweg de vis mee te koelen. De mannen nemen zwijgend afscheid van hun vrouwen. Rhee zegt dat het ongeluk brengt als je elkaar bij vertrek omhelst of hoopt op een weerzien. Ze zullen elkaar omhelzen wanneer ze gelukkig en met een rijke vangst huiswaarts zijn gekeerd. Dus gooien de mannen de trossen los, starten de motor en kijken zonder een woord te zeggen hoe hun vrouwen steeds kleiner worden.
Kapitein Rhee legt aan en laat de papieren van zijn bemanning zien, waarvan de meeste zijn vervalst
Wanneer de Japanse visser Sakai het wrak voor het eerst ziet, in december 2015, drijft het ondersteboven. Slechts enkele centimeters zwart hout steken boven het water uit. Een andere visser, lid van zijn coöperatie, heeft hem die ochtend gebeld. Sakai vaart naar het spookschip en ziet dat er een touw aan de romp is bevestigd. Zijn bemanning maakt het aan de achtersteven vast, Sakai geeft gas en sleept het verongelukte schip naar de haven. Een tochtje dat normaal gesproken een kwartier duurt, maar nu bijna drie uur in beslag neemt, zo zwaar is de sleep. In de haven hijsen twee kranen het schip op de kade. Sakai ziet benen bengelen uit openingen op het dek. Arme kerels, denkt Sakai. Vissers zoals wij.
De eerste dagen zijn Rhee en zijn kleine bemanning in een goed humeur. De jongste aan boord is pas zestien jaar. Hij moet allerlei klusjes doen, zoals het dek schrobben. De man in de machinekamer noemen ze de operator, hij zorgt voor reparaties en onderhoud. Een zwijgzame man, met wie Rhee sinds twee jaar vaart.
Zes uur na vertrek bereiken ze laatste controlepost van de Volksrepubliek langs de kust. Een kleine wachtpost met radiostation. Kapitein Rhee legt aan en laat de papieren van zijn bemanning zien, waarvan de meeste zijn vervalst. Volgens de documenten zijn de mannen werkzaam in het leger, zodat hij minder steekpenningen hoeft te betalen. In het land van de Kims kan de meeste wet- en regelgeving met smeergeld buiten werking worden gesteld. Rhee zegt dat hij een meester in de corruptie is.
De kustwacht controleert hoeveel diesel ze aan boord hebben. Een maatregel die moet voorkomen dat vissers de wijk nemen naar het buitenland. De ambtenaren geven een passeerbewijs voor vijftien dagen af, zo lang mogen de vissers op zee blijven. Als ze na die tijd terugkeren, moeten ze nog meer smeergeld betalen.
Dieven
Tegen de avond bereikt kapitein Rhee de open zee. Het is al donker wanneer ze het net uitwerpen. Voordat de bemanning de kooien opzoekt, stelt Rhee een rooster op voor de wacht. Om de twee uur zullen ze elkaar afwisselen. In de wateren voor de kust van Noord-Korea zijn veel dieven actief. Vissers die elkaars vangst afhandig maken. Zo groot is de nood in het land, zo veel geld kan er met vis worden verdiend.
‘Ik ben vaak bestolen,’ zegt Rhee. ‘En ik heb ook zelf netten gestolen.’ Aan boord hebben ze een zak met vijftig kilo stenen. Munitie om aanvallers af te weren. Rhee weet van gevechten waarbij vissers elkaars boten met molotovcocktails in brand hebben gestoken.
De volgende ochtend halen ze het net weer op. Hoewel ze handschoenen dragen, halen ze hun vingers open en vormen zich bloederige blaren. Rhee staat aan het roer, de anderen trekken het net aan boord. Het zit vol vis.
Sakai herinnert zich het geluid dat het wrak maakt wanneer de twee kranen het op de kade zetten. Een dof gekreun trekt door de romp van het houten schip. Aanvankelijk staan ze allemaal maar een beetje te staan. De mannen van de kustwacht, een delegatie van de plaatselijke politie, afdelingschef Tanaka van de gemeente en visser Sakai. Maar dan zetten ze een aluminiumladder tegen de scheepswand en klimmen omhoog.
Aan de buitenkant lijkt het schip vrijwel onbeschadigd, slechts enkele planken zijn gebroken. Drie luiken bieden toegang tot het inwendige van het schip. De onderzoekers gaan op hun knieën zitten en schijnen met zaklantaarns naar binnen. Tussen versplinterde balken en plastic kisten waarin vis wordt ingelegd in zout, tussen zwemvesten, handschoenen, touwen en lege waterflessen ontdekken ze vier lichamen, drie in een ruimte bij de boeg en een, met een aangevreten gezicht, in de machinekamer bij de achtersteven. ‘Vermoedelijk de kapitein,’ zegt Sakai. Allemaal hebben ze zich met touwen aan balken vastgebonden om niet overboord te worden gespoeld.
Noord-Korea is een uitgemergeld land, waar de mensen elk stukje grond benutten om er iets te verbouwen. Langs de kant van de weg groeien aardappels en bonen, op spoordijken staan maisplanten. Noord-Korea is ook een land dat vrijwel geen machines heeft. Op de velden worden de zaailingen met de hand geplant. Volgens cijfers van de Verenigde Naties is 28 procent van de kinderen en 42 procent van de hele bevolking ondervoed.
Omdat de kustwateren vrijwel zijn leeggevist, wagen Noord-Koreaanse vissers zich steeds verder de zee op. Vijf dagen achtereen werpen Rhee en zijn mannen het net uit. Er heeft zich een groepje schepen gevormd: Rhee en tien andere kapiteins, vissers die al jaren met elkaar bevriend zijn. ’s Avonds leggen ze de boten aan elkaar vast voor een gezellig samenzijn, maar ook om hun netten te bewaken.
Rhee schat dat ze zich op zeventig kilometer van de kust bevinden. De radio aan boord zwijgt, de signalen van de Noord-Koreaanse kuststations zijn te zwak en berichten uit Japan of Zuid-Korea kan Rhee met het apparaat niet ontvangen.
De in China gefabriceerde motor, waarvoor Rhee veel geld heeft betaald, verliest op dag vijf aan vermogen. Op de ochtend van de zesde dag begint hij te reutelen en te stotteren, om uiteindelijk de geest te geven. De operator probeert de storing op te sporen; samen met Rhee haalt hij de motor uit elkaar. Beide zuigers zijn vastgelopen en de cilinders zijn gaan smelten. ‘Toen wist ik dat we zo goed als verloren waren,’ zegt Rhee.
De strijd om vis bezorgt de Noord-Koreanen grotere verliezen dan de oorlog die het regime officieel nog altijd tegen het imperialisme voert
De bevriende vissers zijn op dat moment ver weg. Rhee straalt optimisme uit tegenover zijn bemanning. ‘Als de kapitein wanhoopt, wanhoopt de hele bemanning.’ Ze overleggen. Opeens zien ze onbekende vissersschepen, een paar honderd meter bij hen vandaan. Ze zwaaien, roepen om hulp, maar geen van de schepen verandert van koers. ‘Onbekende schepen worden niet geholpen,’ zegt Rhee. De kapiteins zijn bang voor hun netten of willen geen diesel verspillen om anderen te redden. Zo duur is diesel in Noord-Korea.
Rhee besluit tot een wanhoopsdaad. De mannen bouwen van twee balken een mast en naaien van dekens een zeil.
Identiteitsbewijs
In de haven van Sai, herinnert visser Sakai zich, dragen vier politieagenten de vier lijken uit het wrak de aluminiumtrap af. De forensisch patholoog-anatoom zal de oudste van de zeelieden, 1,66 m lang, later op vijftig jaar schatten. Een ander is begin twintig en 1,63 m lang, weer een ander heeft een tien centimeter lang litteken op zijn buik, waarschijnlijk van een blindedarmoperatie. En dan is er nog de jongste, die nog geen twintig jaar oud is.
De politieagenten trekken de kleren van de doden uit, waarbij lapjes huid loslaten. Ze spreiden de kleding uit op de vloer en maken er foto’s van. Oliepakken die tegen zeewater en regen beschermen, zwarte werkbroeken en -hemden, ondergoed, kousen. In de zakken van twee jassen vinden ze Koreaanse identiteitsbewijzen, doorweekt, de inkt doorgelopen. De lichamen doen ze in blauwe plastic zakken.
Sakai kijkt lang naar de foto van het identiteitsbewijs dat in het gemeentedossier zit. Het gezicht van een jongeman, verzorgd, gekleed in een zwart pak en een wit overhemd en met een zwarte stropdas om. Sceptisch kijkt hij in de lens van de fotograaf, het voorhoofd gefronst. ‘Hoe hebben ze zich met zo’n kleine boot zo ver de zee op kunnen wagen,’ mompelt Sakai.
De laatste hoop van Rhee is om met behulp van het zeil de groep bevriende vissers te bereiken. Maar op de middag van de tweede dag na de averij slaat het weer om. Er komt een storm opzetten, de wind trekt met het uur aan. ‘De golven waren drie meter hoog,’ herinnert Rhee zich. Ze slaan over het dek, trekken de boot met zich mee omlaag, zo diep dat Rhee alleen nog maar zwarte muren van water om zich heen ziet.
De mannen verschansen zich in de slaapruimte bij de achtersteven. Er is daar geen raam, alleen een ledlamp die nauwelijks licht in de duisternis brengt. Iedereen aan boord kent wel iemand die bij het vissen op zee is omgekomen. Sommige families in de kustdorpen hebben verscheidene zonen verloren. De strijd om vis bezorgt de Noord-Koreanen grotere verliezen dan de oorlog die het regime officieel nog altijd tegen het imperialisme voert.
Desondanks is er in het land geen gebrek aan mannen die de zee op willen. Vissers zijn bij vrouwen gewild als echtgenoot, vertelt Rhee. Een visser in de familie is de garantie op overleven. Hij neemt altijd eten mee.
Rhee werkt voor zichzelf. Met zijn boot valt hij officieel onder de commandant van een legerdivisie, die hem heeft geronseld bij de staalfabriek van Kimch’aek. In het land van de hongersnood heeft sinds enkele jaren elke staatsinstelling haar eigen vissersvloot: het ziekenhuis van Kimch’aek, de universiteit, de nationale bank, alle legereenheden. Rhee moet per bemanningslid een ton vis per jaar aan de divisie afstaan. Zodra hij terug is, halen de bevelhebbers de vis persoonlijk op met een vrachtwagen.
‘Ik heb hun natuurlijk alleen de mindere kwaliteit gegeven,’ zegt Rhee. De grotere vissen doet hij al op open zee van de hand. De vissers, vaak ook smokkelaars, ruilen vissen en krabben tegen sterkedrank, rijst en bier die andere boten uit China hebben meegenomen. De rest van de vangst verkoopt Rhee aan een handelaarster die de bouw van zijn boot met een lening heeft gefinancierd. Ze krijgt de vis met twintig procent korting op de geldende marktprijs en verkoopt die vervolgens met winst door aan groothandelaren, die met bus en trein het hele land afreizen om particuliere markten te bevoorraden.
De vis maakt van Rhee een welgesteld man. Rijk zelfs. Hij kan nog drie schepen kopen en neemt kapiteins en bemanningsleden in dienst. Hij laat een huis bouwen voor zijn familie, koopt een televisie en een computer. Zichzelf trakteert hij op een motor, die hij tijdens een heimelijke reis naar China op een veiling koopt – in het land van de Kims een absolute zeldzaamheid.
De prijs daarvoor, zo lijkt het nu, is zijn leven.
De mensen waren te gulzig en hebben te veel vis uit de zee gehaald
Een week na de berging van het spookschip, zegt visser Sakai in het gemeentehuis, hebben ze de doden verbrand. Hun as wordt in een schrijn op de begraafplaats van de boeddhistische Shofuku-jitempel bewaard. Een klein wit huisje, dat van alle schrijnen het dichtst bij de kliffen staat.
Er overlijden veel mensen in het vissersdorp Sai, vertelt Sakai. Zo’n zeventig procent van de inwoners is ouder dan zestig. Woonden er veertig jaar geleden nog zesduizend mensen in Sai, nu zijn dat er nog maar tweeduizend. De meeste winkels zijn verdwenen omdat er onvoldoende klanten zijn. Onlangs is het laatste bankfiliaal gesloten.
De visvangst heeft het land ooit groot gemaakt. Het was omgeven door de rijkste visgronden ter wereld. Maar de mensen waren te gulzig en hebben te veel vis uit de zee gehaald. Veel plaatsen die van visserij hebben geleefd, dreigen te verdwijnen. De dodenschepen uit Noord-Korea stuiten aan de Japanse kust op stervende dorpen.
Tegenslag
‘We raakten het gevoel voor tijd kwijt,’ zegt Rhee over de dagen in de buik van het schip. Op de avond van de tweede dag gaat de storm liggen. De mannen kunnen eindelijk gaan slapen. ‘Toen kregen we nieuwe tegenslag te verduren,’ zegt Rhee. De volgende ochtend ontdekken ze dat een deel van de watervoorraden verloren is gegaan. Door de storm zijn de jerrycans beschadigd geraakt. De boot drijft op zee. Het wordt nacht en weer dag en weer nacht en weer dag. Aan het zeil hebben ze vrijwel niets. Ze roeien met de enige roeispaan die ze hebben, om beurten, tot de zon ondergaat.
Rhee schat dat ze nog altijd zo’n zestig kilometer van de kust verwijderd zijn. Op dag veertien zijn de watervoorraden opgebruikt. De mannen zijn aan het eind van hun Latijn. Er ontstaan ruzies. Rhee verwijt de operator dat hij de motor onvoldoende heeft getest voor vertrek en de operator verdedigt zich. Over die laatste dagen spreekt Rhee veelal met tegenzin.
Een dag voordat ze geesten zouden zijn geworden, zoals Rhee het uitdrukt, ontwaren ze vissersboten. Boten die lijken op die van hun vrienden. Ze roepen, en zwaaien met hun oranje reddingsvesten. Een van de boten vaart naar hen toe. De bemanning herkent de vermisten, die al dood gewaand waren. ‘Nooit zal ik dat moment vergeten,’ zegt Rhee. ‘We omhelsden elkaar. Iedereen huilde. We huilden allemaal.’
‘Ik denk dat die mannen zich vastbonden omdat ze gevonden wilden worden’
Het spookschip van Sai, niet de boot van de gelukkige Rhee Cheol-Soo maar van een andere kapitein, heeft afdelingschef Tanaka van de gemeente op een dieplader naar een hoogvlakte laten rijden, nog geen tien kilometer verderop. Zodra de sneeuwstorm is geluwd, kan het schip worden bekeken. Wat is het klein! Benedendeks hangen nog plastic zakken met oude rijstvoorraden.
Rhee overleefde de tochten waarop zo veel Noord-Koreaanse vissers sterven. Maar aan de welvaart die hij met zijn gevaarlijke beroep verwierf, had hij uiteindelijk niet veel. Een jaloers bemanningslid, vertelt hij, gaf hem aan als smokkelaar en bezorgde hem een jaar werkkamp. Na zijn vrijlating vluchtte hij in 2015 via China naar Zuid-Korea. Aan het eind van het gesprek in Seoel bekijkt Rhee de foto’s uit Japan. Hij ontcijfert de naam op het identiteitsbewijs van de jonge visser. Kim Namgyeong. Arbeider in dezelfde staalfabriek waarvoor Rhee ooit viste. ‘Ik denk overigens niet,’ zegt Rhee voordat hij afscheid neemt, ‘dat ze zich in het schip hebben vastgebonden omdat ze hoopten dat ze daarmee de dood zouden ontlopen. Ik denk dat die mannen het deden omdat ze gevonden wilden worden.’
Rhee gaat proberen om de families in Noord-Korea te informeren. Zodat ze weten dat ze niet langer op de vermisten hoeven te wachten.
Auteur: Wolfgang Bauer
Vertaler: Pieter Streutker
*De naam en enkele details van zijn levensomstandigheden zijn ter bescherming van hem aangepast.
De krant van de Duitse intelligentsia is tolerant en liberaal en biedt iedere donderdag grote politieke analyses. Bij controversiële thema’s worden verschillende meningen en auteurs tegenover elkaar gezet. Voormalig bondskanselier Helmut Schmidt levert regelmatig bijdragen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.