Tag: Obama

  • VS: Trump deelt ‘genadeslag’ uit aan de strijd tegen klimaatverandering

    VS: Trump deelt ‘genadeslag’ uit aan de strijd tegen klimaatverandering

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Venezuela: Delcy Rodríguez belooft ‘vrije en eerlijke’ verkiezingen

    » Parijs: tien mensen gearresteerd wegens kaartjesfraude Louvre

    Hij ziet Obama’s klimaatbeleid als ‘een gigantische oplichterij’

    Donald Trump heeft donderdag de zogenaamde Endangerment Finding ingetrokken, een wet die in 2009 onder president Barack Obama werd aangenomen en stelt dat ‘de ophoping van broeikasgassen in de atmosfeer de volksgezondheid en het welzijn in gevaar brengt’. Volgens hem hebben deze regels ‘niets te maken met de volksgezondheid’ en ‘is het allemaal oplichterij, een gigantische oplichterij’.

    Op basis van genoemde wet kon het Environmental Protection Agency (EPA) ‘de uitstoot van vervuilende stoffen die bijdragen aan de opwarming van de aarde, afkomstig van voertuigen, energiecentrales en andere industriële bronnen, beperken. Transport is namelijk de grootste veroorzaker van klimaatvervuiling in de Verenigde Staten’, legt The Guardian uit. ‘Het Witte Huis verwerpt de klimaatwetenschap en opent de deur naar meer vervuiling.’

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Onder leiding van een president die klimaatverandering een hoax noemt, beweert de regering in feite dat de overgrote meerderheid van de wetenschappers wereldwijd ongelijk heeft en dat een warmere planeet geen enkele bedreiging vormt’, aldus The New York Times.

    Daarmee worden ‘feiten verworpen die decennialang zijn geaccepteerd door presidenten van beide partijen, waaronder Richard Nixon, wiens belangrijkste adviseur waarschuwde voor de gevaren van klimaatverandering, en George Bush, de eerste president die een internationaal klimaatverdrag ondertekende’, benadrukt de New Yorkse krant.

    ‘Hoewel je het kon zien aankomen – Washington heeft zich immers opnieuw teruggetrokken uit het Klimaatakkoord van Parijs na Trumps terugkeer in het Witte Huis – is deze aankondiging toch een zware klap voor de wereldwijde inspanningen om klimaatverandering te bestrijden’, concludeert El País.

  • Trump wijt vliegtuigongeluk in Washington aan diversiteitsbeleid Democraten

    Trump wijt vliegtuigongeluk in Washington aan diversiteitsbeleid Democraten

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » India: minimaal dertig mensen omgekomen tijdens hindoefeest Kumbh Mela

    » Democratische Republiek Congo: M23 rukt op in het oosten en is voorbij Goma

    Daardoor zou het toelatingsbeleid in de luchtvaart zijn versoepeld

    Donderdag viel president Trump tijdens een persconferentie de Democratische oud-presidenten Joe Biden en Barack Obama aan en beschuldigde hen ervan dat ze de veiligheidseisen voor de luchtvaart hadden afgezwakt, schrijft The Washington Post. Hij deed deze uitspraken nadat hij beloofd had een diepgaand onderzoek te zullen instellen naar de oorzaken van de vliegtuigcrash waarbij woensdagavond zevenenzestig mensen om het leven kwamen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hij richtte zijn pijlen met name op programma’s ter bevordering van diversiteit binnen de regering, en meer in het bijzonder binnen de Amerikaanse regelgevende instantie voor de luchtvaart, de FAA. Het diversiteitsbeleid zou er volgens hem voor zorgen dat de luchtvaart mensen aanneemt die niet competent genoeg zijn.

    De onderzoekers van het Amerikaanse Transport Safety Agency (NTSB), belast met het vaststellen van de oorzaken van het ongeluk, benadrukten dat ze in dit stadium niet over ‘genoeg bewijs’ beschikten om een oorzaak vast te stellen of uit te sluiten. De zwarte dozen werden onder water gevonden maar zouden geanalyseerd moeten kunnen worden. Volgens The Washington Post was de verkeerstoren onderbezet op de avond van de crash.

  • ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    ‘Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten’. De arrogantie van de elite

    Jarenlang keek de progressieve elite stiekem neer op de mensen onder aan de maatschappelijke ladder. Die mensen zijn nu afgehaakt en stemmen overal ter wereld op de populisten. Eigen schuld, dikke bult, zegt Elisabeth Raether.

    Keuze uit het archief

    Vijf jaar geleden, september 2016, publiceerden wij een dossier genaamd: ‘Hé elite, kijk eens in de spiegel!’ In dit artikel daaruit fileert een jonge Duitse journaliste vlijmscherp de kronkels in de gedachten van wat meestal de linkse elite wordt genoemd. Hun stelregel lijkt te zijn: zolang je zelf alles volgens de – door hen zelf bepaalde – regels doet, is het geen probleem om op anderen neer te kijken.

    Na maanden van voorverkiezingsstrijd heeft onze verontwaardiging over Donald Trump iets overbodigs gekregen: hij zegt iets onbeschofts en wij grijpen geschrokken naar onze parelketting, als burgerdames die iemand aan tafel uit een vingerkommetje zien drinken. Maar de verrassing is er nu wel af. En vooral: Trump kwam niet uit het niets. Waarschuwingssignalen genoeg. We hebben lang gedacht dat het voldoende was iemand als hij met scherpzinnige spot en minachting op zijn plaats te zetten.

    Maar of het nu satirische stukjes of afkeurende hoofdartikelen waren, of dat we hem gewoon voor gek zetten om zijn haar: niets hielp. Eigenlijk hebben we steeds gedacht dat alleen dat kapsel al genoeg was om erger te voorkomen. Maar Trump en andere autoritaire leiders kregen steeds meer succes en werden steeds zelfbewuster.

    Het zou aan ons kunnen liggen. Want uit alle aanwijzingen, die we niet alleen over het hoofd hebben gezien maar bewust hebben genegeerd, blijkt dat wij − ook als Europeanen − een onaangename waarheid onder ogen moeten zien: wij leven in een klassenmaatschappij, waar de ene groep leidt en de andere volgt. En als we om Trump en Melania lachen, ontmaskeren we niet hén, maar onszelf.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden

    Wie zijn wij? Wij zijn de leiders. Wij zijn de nieuwe liberale elite. Wij zijn degenen die met tranen in de ogen luisteren naar Michelle Obama’s toespraak op de democratische conventie. Wij zijn het soort mensen dat niet bang is om een moderne en toch elegante outfit te dragen die vermoedelijk is ontworpen door een jonge designer uit New York wiens naam de meeste Amerikanen niet eens kunnen uitspreken. Wij zijn de mensen die überhaupt niet zo snel bang zijn, niet voor de onbegrijpelijke soevereiniteit waarmee de First Lady spreekt, noch voor de mengeling van macht en morele volmaaktheid die ze belichaamt als ze zegt: ‘Ik word iedere dag wakker in een huis dat is gebouwd door slaven.’ Michelle Obama is mooi, rijk, intelligent, elegant en heel, heel machtig. Maar ze is ook zwart, zodat ze zonder een zweempje schaamte mag genieten van al haar voorrechten, de schaamte die lange tijd de prijs is geweest van leven in de bovenlaag van de samenleving.

    Wij hanteren dezelfde werkwijzen als alle elites overal ter wereld: wij definiëren wat goede smaak is, wat hoort en wat niet hoort, en kijken neer op degenen die zich daar niet aan houden. We zoeken het gezelschap van ‘ons soort mensen’. Maar net als een regime dat door revolutie aan de macht is gekomen, staan we boven alle verwijten, want wij, althans de generaties voor ons, hebben voor die plaats moeten vechten.

    We hebben de tolerantie bij wijze van spreken uitgevonden, en we definiëren dus ook wat dat is

     Het resultaat is de onaantastbare macht van het juiste, onze macht dus. En inderdaad, we hebben veel goeds teweeggebracht wat we de wereld nalaten: vrijheid en rechten voor vrouwen, migranten, gehandicapten, homoseksuelen. Maar de klassen hebben we niet afgeschaft. We hebben ons in de top van de klassenmaatschappij genesteld, en hebben nu het gevoel dat alle remmen los zijn.

    Van onderaf zou dat er wel eens heel anders uit kunnen zien.

    Michelle en Melania

    Hillary Clinton heeft dochter Chelsea ‘perfect’ opgevoed, zei Michelle Obama in haar toespraak. Dat zal niet iedere Amerikaanse moeder van haar kinderen durven zeggen; in ieder geval niet de moeders van de dikzakken en de spijbelaars, gedetineerden, tienermoeders en drugsverslaafden. Maar die moeders kunnen de First Lady niet verwijten dat ze arrogant is, tenzij hun voorouders op zijn minst ook slaven waren.

    Na Michelle Obama was er een toespraak van een jonge transvrouw, Sarah McBride. Dankzij zorgvuldige medische ingrepen ziet ze er zo fantastisch uit als iedere vijfentwintigjarige zich zou wensen. McBride was stagiaire in het Witte Huis en werkt nu bij een ngo. Haar verhaal gaat er niet alleen over dat álle mensen gelijk zijn, ze vertelt ook over haar echtgenoot, een transman, die op zijn achtentwintigste aan kanker overleed en zich tot zijn dood heeft ingezet voor LBGTQA-mensen in de VS.

    Er zijn niet veel vijfentwintigjarigen die op de conventie mogen spreken, en nog minder die zo hoogstaand en onzelfzuchtig overkomen. Maar hoe zit het met die anderen? Die niet zwart of hoogbegaafd, niet stijlvol of transgender, geen stralende jonge weduwe en wellicht niet eens vrouw zijn? Wat is hun heldenverhaal?

    Op de conventie van de Republikeinen, kort daarvoor, stond Melania Trump op het podium. Ook zij is aan haar gezicht geopereerd, maar om andere redenen. Smalle ogen, volle lippen, geföhnd haar. Ze leest van de autocue, waar ze zich kennelijk erg voor moet concentreren. Ze heeft een zwaar Balkanaccent en een monotone stem. Haar gelaatsuitdrukking past niet bij wat ze zegt: ze praat over liefde, het gezin en kindness, maar ze kijkt als een roofdier, cool, sexy, alsof ze bezig is iemand te verleiden, alsof ze alleen maar zo kan kijken.

    Veel van wat bij een toespraak mis kan gaan, gaat ook mis. Dat is al duidelijk vóórdat iemand ontdekt dat hele passages ervan zijn overgeschreven uit een toespraak van Michelle Obama in 2008. Een paar dagen later onthult een tijdschrift in New York dat het designdiploma dat Melania Trump zou hebben in het postcommunistische Slovenië van de jaren tachtig helemaal niet bestond. Vanaf dat moment kent het leedvermaak geen grenzen meer. Als ze dan al een universitair diploma verzint, waarom dan niet een bestaand? Melania, een vrouw net zo nep als haar borsten.

    Maar hoe zit het met de fakeborsten van de jonge transvrouw? Waarom zijn sommige borsten progressief en andere reactionair? Als iemand zijn biologische geslacht niet wil accepteren, mag hij zich laten opereren tot zelfs zijn moeder hem niet meer herkent. En als iemand er mooier of jonger uit wil zien dan hij is, dan zou dat niet mogen? Hoe moet je dat uitleggen aan iemand buiten de liberale kliek?

    Je kunt ook anders naar het optreden van Melania Trump kijken. Een verkiezingsteam had het niet beter in scène kunnen zetten: de hoon waar Trumps vrouw tegenaan loopt, is dezelfde die bij zijn kiezers tomeloze woede-uitbarstingen veroorzaakt. Zij worden opnieuw bevestigd in hun wrok. Zwarte mannen en vrouwen in de VS zijn slachtoffer van politiegeweld, arm, en moeten zich tegen ontelbare vooroordelen verdedigen. Maar er is nog een groep die buitengesloten wordt. Want ook over mensen die de vooruitgang niet zo snel kunnen bijbenen, mogen we − ook in tijden van sekseneutrale taal − allerlei denigrerende dingen zeggen; de mensen die onzeker zijn, geen talenten hebben, bang zijn: de witte mannen. Hun verlangens, hun behoeften, hun angsten, hun levensverhalen: één grote grap. Je kunt ze white trash noemen, of arbeiders, werklozen, ongeschoolden. Hoe dan ook, populair zijn ze niet, wereldwijs evenmin en zelfspot kennen ze niet. Zij zijn degenen die gekwetst zijn.

    Het kan op het eerste gezicht misplaatst lijken dat juist degenen die zijn afgehaakt zich identificeren met het echtpaar Trump, dat tenslotte fabelachtig rijk is. Melania Trump post selfies vanuit haar gouden woonkamer en heeft een assistente die boodschappen voor haar doet. De tegenstrijdigheid dat uitgerekend miljardairs de uitgeslotenen weten te bereiken, verdwijnt snel: want ze zijn niet alleen economisch uitgesloten, maar vooral cultureel.

    Lees ook:

    De leidster van het Front National, Marine Le Pen, had een bevoorrechte jeugd in een rijke voorstad van Parijs, maar mensen die zich aan de kant gezet voelen, zijn dol op haar. Terwijl de welgestelden een lompe vrouw met prefascistische opvattingen zien, koesteren de gepijnigde zielen zich in haar warmte. Want zij voelen hoe de liberale elite op hen neerkijkt. Le Pen heeft jarenlang haar uiterste best gedaan om toegelaten te worden in de Parijse televisiestudio’s waar haar vader een ongewenste gast was. Nu vecht ze voor het presidentschap met een hartstocht alsof het niet om politiek, maar om het vereffenen van een rekening gaat.

    Dat is het heldenverhaal van de veronachtzaamden: jullie zogenaamd tolerante veelverdieners hebben ons jarenlang genegeerd. We mochten optreden in realityshows op tv, zodat jullie je, met je eeuwige ironie, konden amuseren. Maar nu is het ernst. Nu willen we de macht, en die zullen we krijgen ook. Jullie vonden het toch altijd zo erg dat we niet gingen stemmen? Nou, dat is precies wat we gaan doen.

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Maar wat is dan wel verstandig? Wij, de klasse van wereldburgers, gaan ervan uit dat we altijd weloverwogen meningen verkondigen. Hoewel, bijvoorbeeld: niet alle tegenstanders van genetische modificatie kunnen je vertellen waarom ze daar zo tegen zijn, want het is ook gewoon een gevoel. Je wilt nou eenmaal graag dat wat je eet op een of andere manier waarde heeft en puur is.

    Ook kunnen niet alle pleitbezorgers van de EU uitleggen wat daar nou zo goed aan is, want het gaat uiteraard ook om onze identiteit, een vaag gevoel dat zich zo moeilijk laat beschrijven. Het is in ieder geval makkelijker om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet waar van die uitstekende, maar ongelooflijk goedkope wijnen op de kaart staan.

    Lees ook:

    Wereldwijde woede, vooral onder jongeren

    Iedereen heeft altijd meer begrip voor zijn eigen domheid dan voor die van de ander. Maar wie bepaalt wat dom is? Wie beslist wat de juiste problemen zijn en wat de verkeerde? Afgezien daarvan: Wat kan er nou dom aan zijn om iemand in het Witte Huis of het Elysée te kiezen waarmee je je kunt identificeren?

    Superioriteit

    ‘When they go low, we go high,’ zei Michelle Obama in haar toespraak op de conventie in de richting van de aanhangers van Trump, wat in het Nederlands zoiets betekent als: we laten ons door dat verschrikkelijke gedrag van jullie niet van de wijs brengen. Maar je kan haar uitspraak ook omdraaien: als jullie in hoger sferen verkeren, halen wij de boel nog eens naar beneden.

    Met gekwetstheid en angst heb je nog geen politiek manifest. Het is niet eens verstandig om je door zulke gevoelens te laten leiden, lezen we overal, of het nu gaat om de Brexitkiezers die tegen hun eigen belang gestemd hebben of om de fans van Trump, die nergens van schrikken, wat hun kandidaat ook beweert – of hij nu gelooft dat hij zijn NAVO-partners in de steek kan laten of dat Parijs in Duitsland ligt. Ook de AfD (Alternative für Deutschland) komt met absolute nonsens nog het verst. Sarah Palin ging acht jaar geleden de geschiedenis in als een rariteit. De toenmalig gouverneur van Alaska antwoordde op de vraag naar haar vicepresidentiële kwalificaties op het terrein van buitenlandse zaken met de legendarische zin: ’Van hieruit kun je Rusland zien.’ Desondanks was ze zo populair dat haar brilmontuur voortdurend was uitverkocht – er waren maar weinig politici met wie mensen zich zo sterk identificeerden. Palin was de voorloper van het fenomeen Trump: Ik ben een beetje onnozel, en dat is oké. Ze had buitengewoon veel succes, juist omdat ze de belichaming was van argeloosheid en gebrek aan gezond verstand.

    Het is makkelijk om vóór de EU te zijn als je al in alle (interessante) Europese hoofdsteden bent geweest en overal een leuk restaurantje weet

    Op het moment dat ze zo woedend werden, waren de uitgeslotenen allang van het politieke toneel verdwenen. De Franse socioloog Didier Eribon zegt dat de communistische arbeidersklasse vroeger ook al homofoob en racistisch was, maar dat ze nu vooral op het Front National stemmen omdat de socialistische regeringspartij niets meer met hen te maken wil hebben. De PS onder François Hollande wil het ‘nieuwe links’ zijn, vertegenwoordigd door vlerken als premier Manuel Valls en minister van economische zaken Emmanuel Macron, die geen idee hebben van de strijd die de afhakers tegen ‘die daar boven’ voeren. Onverholen hautain zei Valls laatst over degenen die tegen een geliberaliseerde arbeidsmarkt demonstreerden: Dat is het oude links. De Franse socialisten, de Duitse SPD, de Democraten in de VS, allemaal hebben ze hun groezelige komaf achter zich gelaten en zich geconcentreerd op de veel deftiger culturele vraagstukken.

    Dat de achterblijvers pas door autoritaire leiders en racisten weer een stem hebben gekregen, is een drama. Want natuurlijk hebben ook arbeiders en werklozen transgenderkinderen en homoseksuele zonen en dochters voor wie ze het allerbeste willen, en natuurlijk zullen vooral degenen die geïsoleerd zijn geraakt het meest te lijden hebben van de gevolgen van klimaatveranderingen. Maar wij hebben onze internationale attitude tot ons handelsmerk gemaakt. We hebben geen enkele mogelijkheid voorbij laten gaan om onze superioriteit te demonstreren: wij zijn zo veel intelligenter, humoristischer en hebben zo’n heldere kijk op de zaken. Wij scheiden ons vuilnis en maken geen spelfouten. Het mag dan slechts een ondertoon zijn, die onze arrogantie verraadt, we moeten er wel naar gaan luisteren. Bij de afhakers is de boodschap namelijk al lang aangekomen, en voor de autoritaire leiders was het vervolgens gemakkelijk om het nadenken over vrijheid en het verantwoordelijkheidsgevoel af te serveren als een luxe die maar weinigen zich kunnen permitteren. Zij beweren dat tolerantie de ideologie van de macht is. Dat mag onjuist en manipulatief zijn, het laat wel zien wat onze grootste zwakte is.

  • Ananasrecepten als protest | Rusland straft Twitter door het te vertragen

    Ananasrecepten als protest | Rusland straft Twitter door het te vertragen

    Rusland ‘straft’ Twitter door het platform te vertragen

    Op woensdag 10 maart kondigde Moskou aan de uploadsnelheid van Twitter in het land te zullen verstoren. Deze maatregel heeft tot doel het sociale netwerk te straffen, omdat het verboden inhoud niet heeft verwijderd.

    Vorige week, zo meldt de Moscow Times, dreigde de Russische mediawaakhond het sociale netwerk met ‘zware boetes voor het niet verwijderen van drieduizend publicaties met informatie over zelfmoord, kinderpornografie en drugs sinds 2017’.  De mediawaakhond zet de dreigementen nu kracht bij door deze nogal bijzondere stap te zetten, volgens experts ‘een nieuwe methode om buitenlandse sociale media te onderdrukken’.

    Het artikel citeert Mikhail Klimarev, directeur van de Internet Protection Society, een organisatie die de vrijheid op internet verdedigt: ‘Vanuit overheidsperspectief is het logisch om druk uit te oefenen op Twitter. Er zijn relatief weinig gebruikers in Rusland, maar ze zijn hyperpolitiek.’ Desalniettemin voorspelt Klimarev dat het Kremlin daar niet zal stoppen en dat ‘Facebook en Google zullen volgen’.

    Lees ook:

    Ook The Guardian plaatst het initiatief in de huidige politieke context. ‘Vladimir Poetin was woedend over de rol die sociale netwerken speelden bij het verkrijgen van steun voor de tegenstander Aleksej Navalny’, aldus de Britse krant. ‘De Russische president heeft bij verschillende gelegenheden geklaagd over de Amerikaanse technologieplatforms.’

    ‘Het is moeilijk om deze verklaring serieus te nemen’

    Maar volgens Leonid Kovachich, lid van een Russische denktank, geïnterviewd door de Moscow Times, zou het Kremlin niet over de nodige middelen beschikken om deze strijd aan te gaan.

    ‘Rusland heeft niet de technologische middelen om sociale mediaplatforms effectief te blokkeren. Zelfs in China, waar de hele internetinfrastructuur is ontworpen om informatie buiten te houden, zijn ze er nog niet zo goed in. Daarom is het moeilijk om deze verklaring serieus te nemen.’


    Joe Biden behaalt zijn eerste grote wetgevende overwinning

    Het stimuleringspakket van 1,9 biljoen dollar, dat woensdag (10 maart) eindelijk door het Amerikaanse Congres is aangenomen, is ‘de meest vooruitstrevende wetgeving in de Amerikaanse geschiedenis’, aldus het Witte Huis. De meerderheid van de pers juicht een ‘historische’ overwinning voor Joe Biden toe, ondanks de unanieme oppositie van de Republikeinen. 

    ‘Deze wet zal de grootste impact hebben op de sociale en economische rechtvaardigheid sinds decennia, en werd aangenomen aan het begin van het presidentschap’ van Joe Biden, aldus politiek strateeg Bob Shrum in de Los Angeles Times. Hij noemt Biden een fundamenteel ‘transformatieve’ president.

    De Corriere della Sera trekt een parallel tussen Biden en een andere Amerikaanse president, die niet erg charismatisch was maar wel een indrukwekkend staat van dienst heeft op het gebied van sociaal beleid: Lyndon B. Johnson. De architect van de Great Society, merkt het Milanese dagblad op, ‘heeft in vijf jaar tijd meer hervormingen doorgevoerd dan al zijn opvolgers in de halve eeuw die volgde’.

    Voor The Guardian heeft Joe Biden ‘het tot zijn missie gemaakt om het vertrouwen in de staat te herstellen’ – dat werd sinds de jaren zestig, met name door Ronald Reagan, ernstig ondermijnd – met een stimuleringsplan voor ‘de grootste uitbreiding van de welvaartsstaat in decennia’.

    ‘Progressieve stoomwals’

    De belangrijkste maatregelen van het plan – een nieuwe cheque van $1400 voor de meeste Amerikanen, de uitbreiding van werkloosheidsuitkeringen van de tientallen miljarden dollars die zijn toegewezen aan de covid-19-vaccinatie en scholen – zijn bekend. Maar het Britse dagblad wijst erop dat de wet ook voorziet in ‘de grootste investering in de geschiedenis voor indianen’ (31 miljard dollar) en ‘de grootste voorziening voor zwarte boeren sinds een halve eeuw’ (5 miljard dollar). De krant noemt het plan de ‘erfenis van Roosevelt’ waardig.

    Zorgen

    Maar het conservatieve Wall Street Journal maakt zich zorgen. ‘Dit is slechts het begin van de progressieve stoomwals’, aldus de krant, die de wet ‘zelfs tijdens de Obama-jaren ondenkbaar’ noemt. Het zakenblad maakt zich zorgen omdat de Democratische Partij ‘verenigd is rond het meest linkse programma sinds decennia’, terwijl de Republikeinen ‘verdeeld zijn en intellectueel overhoop liggen’.

    Misschien willen Republikeinen ‘de economie doen instorten, denkend dat het hen zou kunnen helpen om de tussentijdse verkiezingen in 2022 te winnen’, zegt commentator Dean Obeidallah op de MSNBC-site. Of misschien willen ze ‘alleen beleid ondersteunen dat gunstig is voor hun rijkste donateurs?’

    ‘Eén ding is zeker: toen miljoenen Amerikanen hun hulp nodig hadden, zeiden ze “nee”. Ik hoop dat de kiezers in 2022 op dezelfde manier op hen zullen reageren.’


    Verbod op de import van ananas

    Taiwanese internetgebruikers delen massaal ananasgerechten en -recepten sinds China op 26 februari een verbod aankondigde op de import van ananas vanaf het zelfregerende eiland. Als reden werd opgegeven dat ze ongedierte bevatten.

    De Taiwanese regering bekritiseerde dit plotselinge besluit van Beijing als een ‘economische intimidatie’, vergelijkbaar met het verbod op Australische wijn vorig jaar.

    De Taiwanese Landbouwraad beweert dat vanaf oktober 2020 tot nu alle ananas die vanuit Taiwan naar China wordt geëxporteerd, de veiligheidscontroles heeft doorstaan.

    Taiwan exporteert ongeveer 10 procent (45.621 ton) van zijn productie van verse ananas, waarvan 95 procent naar China. Het verbod zou de ananasboeren ernstig schaden, vooral degenen die de hoogwaardige gouden diamantvariant plantten om te voorzien in de Chinese vastelandmarkt.

    #FreedomPineapple-campagne

    Als reactie op het verbod heeft de Taiwanese regering toegezegd 1 miljard Taiwanese dollar (ongeveer 30 miljoen euro) te investeren in subsidies.

    President Tsai Ing-wen drong er bij het publiek op aan lokale ananas te consumeren om boeren te ondersteunen, en het ministerie van Buitenlandse Zaken riep op tot een #FreedomPineapple-campagne op sociale media om Taiwanese ananas te promoten.

    Ananasrecepten

    Velen steunen de oproep door foto’s van ananasgerechten en de bijbehorende recepten te plaatsen. Een selectie:

    Barbecue-ananas met varkensvlees. Marineer buikspek in sojasaus, rijstwijn, suiker, gembersap. Rooster het op de barbecue met ananas, prei en rode paprika. Kook de saus die is gebruikt om het varkensvlees te marineren tot het dikker wordt.

    Meng de ingekookte saus met Griekse yoghurt, honing en een beetje mosterd. Varkensvlees geserveerd met ananas is fantastisch, helemaal met Taiwanees bier erbij!

    Ananastaart met gebrande suiker en rum. 1. Meng rum met suiker en boter en kook tot de suiker gesmolten is. 2. Leg de ananas en granaatappelpitjes in de taartvorm en giet de rum met suiker erop. Meng dan bloem, melk, ei, suiker, plantaardige olie en bakpoeder tot een crème. Smeer het mengsel in de vorm en bak 40 minuten onder de 170 graden Celsius. 3. Haal de taart eruit en giet nog wat rum met suiker eroverheen. Zoals mijn leraar zegt: ‘Een werkelijk heerlijk dessert veroorzaakt revolutie.’

    Gebakken rijst met ananas en garnalen. Snijd de garnalen horizontaal (dit maakt het gemakkelijker om de darmen eruit te halen en de garnalen krullen op natuurlijke wijze als ze gaar zijn) en bak de garnalen, kip, asperges en in blokjes gesneden rode paprika in de pan. Roerbak de rijst met eieren, doe dan alle andere gebakken ingrediënten en in blokjes gesneden verse ananas in de pan en roer alles door elkaar. Doe de gebakken rijst in een ananaskom en voeg wat cashewnoten toe. Het beste ananasgerecht wat er is.

  • ‘Het zorgwekkende van complottheorieën is dat ze het debat verstoren’

    ‘Het zorgwekkende van complottheorieën is dat ze het debat verstoren’

    Bush zat dus achter de aanslagen van 11 september 2001, de VN verspreiden het communisme, vaccinaties zijn doodeng en Obama wil oude mensen van staatswege laten ruimen. Amerika was al ver voor Trump in de wurggreep van krankzinnige complottheorieën.

    Dit artikel verscheen al eerder in nummer 61.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week werden in de VS de aanslagen van 9/11 herdacht. De aanslagen zijn voer voor wilde complottheorieën, die ook nu nog vele mensen in hun greep houden.
    Dat bizarre theorieën hun weg naar de politiek gevonden hebben, bleek woensdag ook tijdens het eerste debat tussen Donald Trump en Kamala Harris. Zo zei Trump dat migranten in Ohio huisdieren eten en legde hij Harris’ running mate Tim Walz uitspraken in de mond over abortus die Walz nooit gedaan heeft. Dit artikel van Newsweek uit 2021 laat zien hoe en waar complottheorieën ontstaan en hoe ze zo invloedrijk zijn geworden in de Amerikaanse politiek.

    Een veelgeprezen plan voor de regulering van nieuwbouw in Baldwin County werd de nek omgedraaid. Volgens boze kiezers maakte het deel uit van een complot van de Verenigde Naties om een einde te maken aan het recht op privébezit, het communisme in te voeren en de lokale bevolking in treinwagons af te voeren naar interneringskampen. Toen het plan werd weggestemd, klonk er luid gejuich en werd ‘God Bless America’ aangeheven. De voltallige commissie bouw- en woningtoezicht trad uit frustratie af.

    Marjorie Taylor Greene

    Het Amerikaanse Congresslid Marjorie Taylor Green is in opspraak geraakt door filmpje uit 2018 waarin ze complottheorieën spuit. In de opname beweert ze dat de aanslagen van 11 september een hoax zijn, dat voormalig president Barack Obama moslim is en dat de Clintons moordenaars zijn, bericht The New York Times op 29 januari 2021.
    ‘Het [40 minuten durende filmpje] geeft een kijk op het verwrongen wereldbeeld dat het Republikeinse congreslid uit Georgia uitdraagt, die in de drie maanden sinds haar verkiezing een nationaal merk voor zichzelf heeft gecreëerd als een conservatieve provocateur die met trots de hard-rechtse marge naar het Capitool heeft gebracht’, schrijft het dagblad.
    De krant stelt ook dat Greene een aanhanger is van de Qanon-theorie die beweert dat Trump strijdt tegen een schimmige kliek van Democratische pedofielen.
    Een grote groep van Democraten roept op om haar uit het Huis van Afgevaardigden te verwijderen en ook uit haar eigen partij klinkt er steeds meer kritiek over haar controversiële standpunten, aldus de NYT.

    Een federaal voorstel om artsen te vergoeden voor een gesprek met bejaarde patiënten over de medische opties in hun laatste levensfase is op sterk water gezet. Een aantal conservatieven, Sarah Palin voorop, had het voorstel afgeschilderd als een plan voor bureaucratische ‘doodscommissies’ die zouden gaan bepalen wie in leven mag blijven en wie niet. Het plan had de steun van ouderengroeperingen, geriaters en oncologen. Nu het is verworpen, krijgen bejaarden alleen zo’n gesprek over de verschillende opties voor reanimatie, pijnbestrijding en religieuze bijstand als hun arts dat gratis aanbiedt.

    Vaccinatievrees

    In 2008 kreeg in Amerika niemand mazelen en kregen 13.278 mensen kinkhoest. In 2013 waren er 276 gevallen van mazelen en meer dan 24.000 van kinkhoest. Deskundigen wijten dat aan de daling van het aantal mensen dat wordt ingeënt. Voornaamste oorzaak daarvan is de vrees dat artsen en farmaceutische bedrijven de risico’s van inenting verdoezelen om hun inkomsten niet in gevaar te brengen – ook al zijn de winstmarges in deze specifieke branche zo klein dat zes op de zeven bedrijven zich er de afgelopen 35 jaar uit hebben teruggetrokken.

    Doordat diverse kwakzalvers en beroemdheden dit waanidee blijven verspreiden, zijn ziekten die door vaccinatieprogramma’s bijna waren uitgeroeid nu ineens weer in opkomst.

    Complottheorieën over de overheid zijn al zo oud als de Amerikaanse constitutie

    George Bush heeft duizenden slachtoffers op zijn geweten omdat hij achter de aanslagen van 11 september 2001 zat. Barack Obama is Keniaans staatsburger en had volgens de wet geen president mogen worden. Voorgestelde onderwijsrichtlijnen maken deel uit van een antichristelijke communistische samenzwering om van onze kinderen homo’s te maken. De officiële werkloosheidscijfers en de aanmeldingscijfers voor Obamacare zijn door het Witte Huis gewoon verzonnen. Enzovoort, enzovoort.

    Complottheorieën over de overheid zijn al zo oud als de Amerikaanse constitutie. Maar waren het vroeger vooral tirades van schuimbekkende gekken waar je om kon lachen, tegenwoordig loopt het volgens deskundigen uit de hand: krankzinnige waanbeelden en verzinsels houden het overheidsbeleid in een wurggreep en vormen zelfs een bedreiging voor de volksgezondheid. ‘Dit soort theorieën maakt elke rationele discussie in dit land onmogelijk,’ zegt burgerrechtenadvocaat Mark Potok van het Southern Poverty Law Center, die onlangs een rapport schreef over de gevolgen van het zogenaamde Agenda 21-complot. ‘Ze krijgen echt invloed.’

    De ongehoorde groei van zowel het aantal complottheorieën als hun invloed is volgens deskundigen deels te wijten aan snellere communicatiemiddelen als internetfora, Twitter en andere sociale media. ‘Complottheorieën spelen een grotere rol in het publieke debat dan vroeger,’ zegt Eric Oliver, politicoloog aan de universiteit van Chicago.

    Agenda 21

    Het angstbeeld van Agenda 21 is een goed voorbeeld. Het gaat om een nietbindende intentieverklaring die in 1992 werd ondertekend door Bush sr. en 177 andere wereldleiders. De gedachte was eenvoudig: de landen beloofden in hun beleid voor stedelijke ontwikkeling en ruimtelijke ordening te proberen het milieu zo veel mogelijk te sparen. Zowel links als rechts beschouwden het destijds als een stap die niet veel voorstelde.

    Maar nu niet meer. Extremistische organisaties zien in Agenda 21 nu een poging van de VN en de ‘Nieuwe Wereldorde’ om alle privébezit te confisqueren, communisme te propageren en tegenspraak de kop in te drukken. Je mag niet meer wonen waar je wil. Bomen krijgen evenveel rechten als mensen. Elektriciteitsbedrijven gaan hun klanten bespioneren.

    Buurtbewoners protesteren tegen de aanleg van fietspaden met spandoeken die verwijzen naar sinistere internationale complotten

    In 2012 nam het Republikeinse partijbestuur een resolutie aan waarin het document werd veroordeeld als een ‘geniepig plan’ om het volk een ‘socialistisch/communistische herverdeling van rijkdom’ op te dringen. Het partijcongres zwakte de formulering later af, maar bleef Agenda 21 veroordelen als een onuitvoerbare verklaring zonder financiële onderbouwing, ‘geniepig’ en een ‘aantasting van de Amerikaanse soevereiniteit’.

    En nu wordt overal in het land dat Agenda 21-complot van stal gehaald zodra een gemeentelijke commissie – die vaak nog nooit van de VN-verklaring heeft gehoord – met een bestemmingsplan komt om de wildgroei aan nieuwbouw te reguleren en daarbij oog te houden voor het milieu. Zo verging het Baldway County. In Maine werd een stokje gestoken voor de aanleg van een nieuwe weg die een eind moest maken aan verkeersopstoppingen.

    Idem dito met plannen voor het herstel van oesterbedden in Virginia en een hogesnelheidstrein in Florida. Buurtbewoners protesteren tegen de aanleg van fietspaden (fietspaden!) met spandoeken die verwijzen naar sinistere internationale complotten.

    Ook de rel rond Cliven Bundy is in verband gebracht met de VN: deze boer in Nevada weigert de verplichte vergoeding te betalen voor vee dat op federaal grondgebied graast. ‘Doe eens onderzoek naar Agenda 21 van de VN, die door de regering-Obama wordt gebruikt om je via een bestemmingsplan van al je land en je rechten te beroven,’ schreef iemand uit Idaho aan de regionale krant Coeur d’Alene Press naar aanleiding van die zaak. ‘De VN willen een eind maken aan al het privébezit, want dat vindt men “niet duurzaam”.’ Die brief belandde niet in de prullenbak bij alle andere bizarre complottheorieën die de media elke dag ontvangen. Nee, het schrijven werd in de krant afgedrukt onder de kop: ‘BUNDY: Onderdeel VN Agenda 21’.

    En dat is een verontrustende trend: dat prominente politici verhalen over geheime complotten spuien zonder een greintje bewijs

    Maakt verder niet uit dat die vergoeding voor het grazen op publieke grond al sinds 1934 bestaat, en dat 18.000 boeren ook netjes betalen zonder dat er een wereldwijd complot voor nodig is. Uit onderzoek blijkt dat dit soort bangmakerij zich niet beperkt tot één kant van het politieke spectrum.

    Neem de regering-Bush. Er wordt beweerd dat Bush de aanslagen van 9/11 heeft gebruikt – of zelfs georganiseerd – om oorlog te kunnen voeren en het veiligheidsapparaat uit te breiden. Dat Cheney de Irakoorlog op touw heeft gezet om via aanbestedingen miljoenen dollars te kunnen doorsluizen naar zijn vroegere werkgever Halliburton. Dat ze hun verkiezingsoverwinning in 2004 danken aan verkiezingsfraude in Ohio. En die ideeën leven niet alleen onder gewone burgers, maar worden ook geventileerd door politici met landelijke bekendheid: het Democratische congreslid Keith Ellison, de ultrarechtse Republikein Rand Paul en Robert F. Kennedy, de linkse zoon van Bobby Kennedy in zijn radioprogramma.

    Zonder bewijs

    En dat is een verontrustende trend: dat prominente politici verhalen over geheime complotten spuien zonder een greintje bewijs. Zo steunen veel politici de gedachte dat Obama zijn geboortecertificaat heeft achtergehouden, een belangrijke bouwsteen van de theorie dat hij in Kenia is geboren. Voormalig Congreslid Cynthia McKinney geloofde in de complottheorieën omtrent 9/11. Senator Ted Cruz heeft gezegd dat Agenda 21 de afschaffing van golfbanen en verharde wegen beoogt. En ook prominente zakenlui en commentatoren spuien ongefundeerde complottheorieën. De dalende werkloosheidscijfers die de regering in het verkiezingsjaar 2012 publiceerde, waren volgens Jack Welch, voormalig hoofd van General Electric, gelogen. Dat de peilingen een zege voor Obama voorspelden, was volgens diverse commentatoren een complot van peilingbureaus. Toen het Witte Huis bekendmaakte hoeveel mensen zich hadden aangemeld voor Obamacare, noemde Jesse Waters van Fox News dat ‘een keiharde leugen’.

    Deskundigen die onderzoek naar het fenomeen doen, weten niet zeker waarom zo veel landelijk bekende figuren tegenwoordig openlijk met complottheorieën komen. ‘Mensen overschreeuwen zichzelf soms,’ zegt psycholoog Michael Wood, die hierover doceert aan de universiteit van Winchester. ‘Maar het kan ook heel goed dat die complottheorieën in de hogere echelons echt hebben postgevat. Het zou vreemd zijn als politici hier totaal immuun voor waren.’

    Wanneer complotdenkers hun tegenstanders beschuldigen van dubieuze praktijken, dekken ze zich vaak in met de opmerking dat er alleen een paar kwesties zijn die vragen bij hen oproepen. Dat is volgens deskundigen dé manier om een complottheorie aan te zwengelen. ‘Een van de gebruikelijkste methoden om een complottheorie te propageren is door “enkel wat vraagtekens te plaatsen” bij een officieel verhaal,’ zegt Karen Douglas, redacteur van het British Journal of Social Psychology . ‘Dat is een heel sterke retorische truc: je hoeft inhoudelijk niets aan te dragen, alleen je twijfels te uiten over de beweerde juistheid.’

    Maar als het een gewoonte wordt om politieke tegenstanders van grove fouten te betichten op basis van ongefundeerde onzin, kan dat funest zijn voor het maatschappelijk debat. Als beide zijden elkaar aanvallen op basis van de wildste theorieën en elkaar uitmaken voor terrorist, landverrader, moordenaar of racist, leidt dat tot een polarisatie die besturen onmogelijk maakt. ‘Het zorgwekkende van complottheorieën is dat ze het debat verstoren dat zo belangrijk is voor een democratie,’ zegt Brendan Nyhan van Dartmouth College. ‘Ze leiden de aandacht af van de echte problemen waar het debat over zou moeten gaan.’

    Aztlan-complot

    Waar komen complottheorieën vandaan? Ze borrelen vaak op in marginale subculturen, waar ze worden opgepikt door figuren met iets van geloofwaardigheid, tot ze uiteindelijk de massamedia bereiken. Een goed voorbeeld is het zogenaamde ‘Aztlan-complot’: Mexico zou plannen hebben om de VS binnen te vallen en zeven zuidelijke staten te heroveren. De theorie werd eerst geopperd in een radicaal antimigrantenclubje van nog geen tien mensen. Dat werd opgepikt door anderen en in steeds bredere kring verspreid, tot het uiteindelijk zelfs op CNN werd besproken door de bekende tv-journalist Lou Dobbs.

    ‘In zo’n sociaal netwerk kan een complottheorie zich als een lopend vuurtje verspreiden’

    ‘Zo gaat dat,’ zegt Mark Potok. ‘Het begint met een marginaal clubje, en voor je het weet is het een item op televisie en wordt het razend lastig om nog een serieus debat over immigratie te voeren.’

    De groei van het aantal nieuwsmedia draagt bij aan de verspreiding van complottheorieën, maar volgens experts valt dat nog in het niet bij de invloed van sociale media en internet. Die maken het voor aanhangers van complottheorieën makkelijker om zich online af te zonderen met uitsluitend gelijkgestemden, zodat een situatie ontstaat waarin niemand het beeld met feiten corrigeert en verzinsels welig tieren. ‘In zo’n sociaal netwerk kan een complottheorie zich als een lopend vuurtje verspreiden,’ zegt Cass Sunstein van Harvard University, auteur van het boek Conspiracy Theories and Other Dangerous Ideas . ‘Het is dan echt besmettelijk.’

    Aanhangers van complottheorieën worden soms weggezet als dom en labiel, maar onderzoek nuanceert dat beeld. ‘De realiteit is dat ook goed geïnformeerde mensen aan zulke theorieën ten prooi vallen, als ze er een bevestiging in vinden van wat ze graag willen geloven,’ zegt Brendan Nyhan.

    Daar zijn onderzoekers het over eens: mensen uit alle lagen van de maatschappij omarmen complottheorieën als een manier om de chaos van het leven te bezweren. ‘Om allerlei redenen kan de wereld steeds chaotischer en onoverzichtelijker lijken,’ legt Nyhan uit. ‘Complottheorieën geven je het gevoel dat je weer greep krijgt op de chaos.’

    Onderzoek naar het soort mensen dat in complottheorieën gelooft levert verrassende resultaten op. Zo bleek uit één onderzoek dat mensen die denken dat prinses Diana in 1997 is vermoord, ook sneller geneigd zijn te geloven dat ze nog leeft. En mensen die denken dat Osama bin Laden al dood was toen een Amerikaans commandoteam in 2011 zijn schuilplaats binnenviel, zijn er ook vaker van overtuigd dat hij toen is ontsnapt. Dit vermogen om twee tegenovergestelde ideeën te koesteren is cruciaal. Uit onderzoek blijkt dat slechts één persoonlijkheidsfactor de kans kan voorspellen dat iemand in een complottheorie zal geloven: de vraag of hij al in andere complottheorieën gelooft.

    En het aantal mensen dat in deze, vaak uiterst onwaarschijnlijke verhalen gelooft is gigantisch. Vorig jaar bleek uit een peiling dat 28 procent van de Amerikanen gelooft dat een geheime elite via een wereldwijde autoritaire regering de hele wereld in haar greep probeert te krijgen, 15 procent gelooft dat de bevolking stiekem door de overheid wordt gehersenspoeld via tv-uitzendingen en 14 procent denkt dat de CIA verantwoordelijk was voor de verspreiding van crack in de jaren tachtig. Vergelijkbare en soms nog extremere cijfers zie je bij medische complottheorieën. Uit een onderzoek in het Journal of the American Medical Association in maart bleek dat 49 procent van de respondenten in ten minste één medische complottheorie geloofde, en 18 procent in drie of meer. De bekendste theorieën betroffen behandelingen tegen kanker, vaccinaties en mobiele telefoons, en die hadden ook de meeste aanhang. 37 procent dacht dat natuurlijke behandelmethoden tegen kanker onder de pet werden gehouden door de overheid en de farmaceutische industrie, en volgens 20 procent wordt de overheid door het bedrijfsleven belet cijfers bekend te maken waaruit blijkt dat je van mobiele telefoons kanker krijgt of dat artsen heimelijk geloven dat vaccinaties wel degelijk gevaarlijk zijn.

    Net als politieke fabeltjes hebben medische complottheorieën reële consequenties. Mensen die erin geloven zijn sneller geneigd geen zonnebrandcrème te gebruiken en geen jaarlijkse check-up te laten doen. Uit een studie van de universiteit van Kent bleek dat mensen die aan complottheorieën over vaccinaties werden blootgesteld ‘minder snel geneigd waren zich te laten inenten’ dan de mensen uit de controlegroep.

    Ontkrachten

    Al hebben complottheorieën concrete gevolgen voor het politieke debat en de volksgezondheid, ze zijn lastig te bestrijden. Wie feiten aanvoert om ze te ontkrachten, sterkt de aanhangers slechts in hun geloof. ‘Als je een waan idee probeert te ontkrachten, bijten sommigen zich er juist des te meer in vast,’ zegt Cass Sunstein. ‘Ze denken dan: waarom neemt iemand zo veel moeite om het te ontkennen als het toch niet waar is? Met andere woorden: de ontkenning bewijst het gelijk van hun theorie.’ 

    Brendan Nyhan legde Sarah Palins aantijgingen over ‘doodscommissies’ voor aan proefpersonen. Die kregen daarna informatie waaruit bleek dat Palins bewering niet klopte. Als mensen een hekel aan Palin hadden, of als ze haar wel mochten maar weinig kennis hadden van politiek, geloofden ze die tegenargumenten. Maar het voorleggen van feitenmateriaal had juist ‘een averechts effect bij Palinaanhangers met meer politieke kennis, die na kennisname van de corrigerende feiten nog sterker geneigd waren in de doodscommissies te geloven en tegen de voorgestelde hervorming te zijn’. Sommige aanhangers van complottheorieën zijn dus gewoon niet te overtuigen. Een debat over methoden om complottheorieën te bestrijden kan zelfs een aanleiding zijn voor nieuwe complottheorieën. Zo schreef Sunstein in 2008 een artikel over complottheorieën en de overheid, en het probleem dat de bedenkers van die theorieën online alleen communiceren met gelijkgestemden. 

    Meestal kun je ze negeren, maar wat als het gaat om bij voorbeeld een groep fundamentalistische moslims of andere extremisten die ook geweld prediken? Eén mogelijke tactiek, aldus Sunstein, zou kunnen bestaan uit ‘cognitieve infiltratie van extremistische groepen’. Opsporingsambtenaren moeten zich dan aanmelden bij de discussiefora en sociale netwerken waar die gevaarlijke ideeën circuleren en daar informatie verspreiden die de theorieën ontkracht. Die ambtenaren kunnen zich bekendmaken of juist niet – beide opties hebben volgens Sunstein voor- en nadelen.

    De aanval werd meteen geopend. Sunstein zou alle kritiek op de regering de kop in willen drukken en misschien zelfs willen helpen critici op te sporen. Volgens de nieuwe complottheorie werkte Sunstein in opdracht van de overheid, want hij had vroeger aan het hoofd gestaan van het Bureau voor Informatie en Wetgeving van het Witte Huis: hij was verantwoordelijk geweest voor de informatieverspreiding van het Witte Huis. (Zoek maar op internet, of lees de klantbeoordelingen van Sunsteins boek op Amazon.com: de ‘Sunstein is een stroman van de overheid’-theorie duikt overal op.) 

    Hoe het echt zit? Sunsteins werk had niets met spionage te maken. Hij gaf leiding aan een operatie om de papierstroom te reduceren en te controleren of nieuwe regelgeving niet in strijd was met de wet. ‘Ze denken dat ik me daar bezighield met politieke propaganda,’ zegt hij. ‘Maar dat was mijn werk niet, ik moest alleen de papierstroom indammen.’ 

    Cirkel 

    Sunstein is niet de enige die zoiets overkomt. Toen het Southern Poverty Law Center zijn rapport over Agenda 21 had gepubliceerd, stond de telefoon roodgloeiend. ‘We werden suf gebeld door goedbedoelende mensen die ons uitlegden hoe dom we waren, dat we met open ogen in de val van de elite waren getrapt,’ zegt Potok. 

    Zo gaat dat met de eindeloze cirkel van complottheorieën. Ze zijn niet te weer leggen en niet kapot te krijgen. Wie iets tegen zo’n overspannen theorie inbrengt, moet zelf wel deel uitmaken van het complot. Want over één ding waren de meeste geïnterviewde des kundigen het eens: zodra dit artikel verschijnt, zal Newsweek ervan worden beticht deel uit te maken van een complot. 

  • Iran, niet Trump, hielp de nucleaire deal om zeep

    Iran, niet Trump, hielp de nucleaire deal om zeep

    Door te volharden in haar antiwesterse beleid liet de Islamitische Republiek de Amerikaanse president weinig keus, betoogt het conservatieve Britse dagblad The Daily Telegraph.

    Keuze uit het archief

    Een week geleden pleegde Israël een aanval op meerdere nucleaire faciliteiten in Iran en ontketende zo een nieuw conflict in het Midden-Oosten. Volgens Israël was Iran nu heel dicht bij de productie van een atoombom, wat een grote bedreiging zou zijn voor Israël en het hele Midden-Oosten. De geplande onderhandelingen over een nucleaire deal tussen de VS en Iran werden geannuleerd.
    Volgens dit artikel van The Daily Telegraph uit 2018 getuigt het van naïviteit om te denken dat Iran met onderhandelingen op andere gedachten kan worden gebracht. Het Iran van de ayatollahs heeft duidelijk genoeg laten zien waar het op uit is: islamitische heerschappij over het Midden-Oosten. Dat probeert het land te bereiken door militaire milities te steunen die het op Israël hebben gemunt.

    Ongetwijfeld de meest veelzeggende opmerking tijdens de crisis over de Iraanse nucleaire ambities kwam van de president van dat land, Hassan Rouhani. Hij beweerde dat Teheran constructieve betrekkingen wenste met de rest van de wereld. Was het maar waar.

    Toen de voormalige president van de VS, Barack Obama, drie jaar geleden zoveel persoonlijk politiek kapitaal investeerde in een nucleair akkoord, werd verondersteld dat Iran met de ondertekening hiervan inderdaad 
constructieve relaties voor ogen had.

    In plaats van te volharden in het agressieve, antiwesterse beleid dat het handelsmerk van de Islamitische Republiek is geweest sinds de revolutie van 1979, kon Teheran dankzij deze deal van koers veranderen, en zich positiever opstellen tegenover de buitenwereld. Obama geloofde daar beslist in, wat misschien verklaart waarom hij 
de Iraniërs zo’n mooie overeenkomst gunde, een die tientallen jaren van bedrog over de Iraanse nucleaire activiteiten wat al te gemakkelijk toedekte.

    Hij geloofde de Iraanse onderhandelaars onder leiding van minister van Buitenlandse Zaken Javad Zarif op hun woord toen die stelden dat het akkoord de basis kon leggen voor een nauwere betrokkenheid tussen beide landen, waardoor er een einde zou kunnen komen aan meer dan dertig jaar wederzijds vijandschap.

    Alleen al het idee van een Iraanse behoefte aan constructieve dialoog doet inmiddels lachwekkend aan

    Het tegendeel is gebeurd. De Iraniërs intensiveerden hun vijandschap jegens het Westen en zijn bondgenoten, en wel in zo hevige mate dat het idee alleen al van een Iraanse behoefte aan constructieve dialoog inmiddels lachwekkend aandoet.

    Als Rouhani werkelijk belang had gesteld in betere relaties, zou hij nooit hebben ingestemd met de vijandige bejegening door Iraanse oorlogsschepen van de 5de Vloot van de VS terwijl deze bezig was met normale patrouilletaken in de Golf. Hij zou zijn gestopt met het steunen van de Houthi-rebellen in Jemen, die medeschuldig zijn aan een humanitaire ramp omdat zij een democratisch gekozen regering omver wilden werpen.

    Bovendien zou Rouhani paal en perk hebben gesteld aan de massale wapenopbouw van de Revolutionaire Garde van Iran in Syrië en Libanon, waardoor er nu tienduizenden raketten staan die alle grote steden van Israël kunnen treffen.

    Iraans protest tegen de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem.  – © Getty
    Iraans protest tegen de Amerikaanse ambassade in Jeruzalem. – © Getty

    Dit zijn geen acties van een land dat constructieve relaties met de buitenwereld beoogt. Ze tonen juist ondubbelzinnig aan dat Iran nog altijd een agressieve politiek nastreeft, een politiek die dienstig blijft aan het fundamentele streven van de ayatollahs om de onverzoenlijke beginselen van de Iraanse revolutie in de hele islamitische wereld te verspreiden.

    Het is deze agressieve houding van de Iraanse heersende elite die heeft geleid tot de recente diplomatieke confrontatie tussen Washington en Teheran, precies zoals Trump in zijn toespraak uiteenzette.

    Hoe kunnen Washington en de andere ondertekenaars van het Joint Comprehensive Plan of Action – zoals de overeenkomst officieel heet – enig vertrouwen hebben in de Iraniërs wanneer hun optreden doordesemd is van kwade bedoelingen? Een confrontatie tussen Washington en Iran zat er hoe dan ook aan te komen, of Trump de nucleaire overeenkomst nu wel of niet intact had gelaten.

    Met name de militaire opbouw van Iran in het zuiden van Libanon en Syrië heeft Teheran op ramkoers gebracht met Israël.

    Oorlogswolken

    Inlichtingenexperts schatten de kans op een rechtstreekse militaire confrontatie tussen de Joodse staat en de ayatollahs, deze zomer, op fiftyfifty.

    Naar verluidt wilde Obama vooral over het Iraanse nucleaire programma onderhandelen om de kans op oorlog tussen Iran en Israël te verkleinen. En toch tekenen de oorlogswolken zich drie jaar later onheilspellender af dan ooit: Israël maakt zich klaar om zijn grenzen te verdedigen, louter vanwege de provocerende acties die Iran heeft ondernomen sinds het nucleaire akkoord is gesloten.

    Gezien de hechte band tussen Trump en de Israëlische premier Netanyahu weet Israël zich bovendien verzekerd van de steun van Washington als het verwikkeld raakt in een directe militaire confrontatie met Iran. Ik betwijfel of Obama met dit scenario rekening had gehouden, maar zijn regering ontbeerde dan ook ieder inzicht in de hardnekkigheid van Teherans streven om zijn invloed tot ver voorbij de Iraanse landsgrenzen uit te breiden.

    De wens van Iran om een machtsbasis te vestigen in delen van de Arabische wereld werd onlangs weerspiegeld in de forse verkiezingswinst van Hezbollah, de door Iran gesteunde militie in 
Libanon. Teheran hoopte hetzelfde te bewerkstelligen in de Iraakse stembusstrijd, eerder deze maand. Het steunde Hadi al-Amiri, de sjiitische militieleider die jaren in ballingschap in Iran leefde. Het pakte anders uit: het blok van de geestelijke Moqtada al-Sadr, die zich verzet tegen zowel Amerikaanse als Iraanse inmenging, won de verkiezingen. Iran heeft voorafgaand aan de Iraakse verkiezingen echter publiekelijk laten weten in geen geval te zullen toestaan dat de alliantie van Al-Sadr gaat regeren.

    De bewering van Rouhani dat Iran een constructievere relatie met de buitenwereld wil, kan als hol worden afgedaan. Te oordelen naar het recente gedrag van Teheran in het Midden-Oosten is regionale overheersing de werkelijke intentie van de ayatollahs. Als dat echt zo is, dan heeft het geen enkele zin om hen met wat voor overeenkomst dan ook ter wille te zijn, of die nu over nucleaire zaken gaat of over iets anders.

  • 4. Hacker vervangt Rosa Klebb

    4. Hacker vervangt Rosa Klebb

    Russische spionnen – bruut, kil, verleidelijk en gewetenloos – zijn geliefde personages in westerse speelfilms. Maar ze worden in snel tempo vervangen door technologie.

    Tot de impertinenties die Russen al generaties lang moeten dulden, behoort het beeld dat in de westerse popcultuur van hen wordt geschetst. Als stiefmoeder van alle kwaad geldt nog altijd de ongekend lompe Rosa Klebb, die de Britse held James Bond wilde doden met een giftig mes in de punt van haar schoen. Ook de Black Widow uit de vroege Marvel Comics, een met hightechwapens uitgeruste femme fatale, is een Russische agente. Russinnen en Russen waren meestal bruut, kil en gewetenloos, en als ze eens een keer aardig waren, zoals de hulpvaardige kosmonaut Lev Andropov in Armageddon, dan hadden ze een bontmuts met oorkleppen op en waren ze dronken.

    Momenteel komt de herinnering aan Rosa Klebb weer tot leven, en dat komt niet zozeer door de film als wel door de werkelijkheid. De van oorsprong Russische en later Britse agent Sergej Skripal is onlangs in Engeland het slachtoffer geworden van een gifaanslag, uitgevoerd met een in de Sovjet-Unie ontwikkelde chemische stof. Dat misdrijf zou net zo goed uit de Koude Oorlog kunnen dateren als het verhaal van de Vietnamees Trinh Xuan Thanh, die kort geleden midden in Berlijn werd ontvoerd – op bevel van de Socialistische Republiek Vietnam, zijn geboorteland. Communistische of autoritaire diensten, waartoe ook de Russische behoren, hebben even weinig genade met hun slachtoffers als respect voor rechtsstaten. Het Westen bekruipt dan ook een gevoel van onbehagen.

    De ontmaskerde spionne Anna Chapman begon een succesvolle tweede carrière als televisiepresentatrice

    Lange tijd waren Russische agenten verdwenen uit het bewustzijn van Europeanen en Amerikanen. Dat kwam door het einde van de Koude Oorlog en door het islamistische terrorisme. De personificatie van het kwaad was niet meer een bejaarde leider van het politbureau met zijn hand op de atoomknop, maar een prediker met opgestoken wijsvinger in een Afghaanse tent. De islamisten hadden beter dan de communisten door welke kracht er uitging van beelden: nooit eerder heeft de werkelijkheid de film zo overtroffen als op 11 september 2001, toen Al-Qaida de massamoord live op televisie bracht. De geheime diensten van Amerika bestreden het nieuwe gevaar met methoden waarvan het Westen eerder de Sovjet-Unie zou hebben verdacht – met ontvoeringen, martelingen en gevangenissen die boven recht en grondwet waren verheven.

    De post-Sovjet-Russen waren ondertussen weliswaar niet gestopt met het bespioneren van het Westen, maar wekten geen al te groot onbehagen meer op. In 2010 werd bijvoorbeeld een spionagenet in de VS opgerold – tien Russinnen en Russen hadden zich jarenlang voorgedaan als brave burgers, maar in het geheim informatie doorgespeeld aan Moskou. Als ze in code met elkaar spraken, zeiden ze grappige dingen als: ‘Het is geweldig om een kerstman in mei te zijn.’ De Amerikanen reageerden eerder verbluft en geamuseerd dan gealarmeerd, en de ontmaskerde spionne Anna Chapman begon – ook dat paste goed bij die tijd – een succesvolle tweede carrière als televisiepresentatrice.

    Scenarioschrijver Joseph Weisberg maakte van deze ware gebeurtenis een televisieserie over spionnen ‘onder ons’, over Philip en Elizabeth die aan de rand van Washington twee kinderen opvoeden en daarnaast – of beter gezegd als hoofdtaak – voor Moskou werken. Ze verleiden, folteren en moorden; op een keer snijden ze het lijk van een vrouw in stukken, zodat het in een koffer past. Weisberg ondervond maar één probleem met dit thema: de griezelfactor ontbrak, want niemand was meer bang voor de Russen. De schrijver loste dit op door vooral de spanningen binnen het agentengezin te belichten en de handeling terug te verplaatsen naar de jaren tachtig, toen de Amerikaanse president Ronald Reagan de Sovjet-Unie het ‘Rijk van het Kwaad’ noemde.

    Als Weisberg zijn serie The Americans vandaag de dag had geschreven, dan zou hij de handeling met een gerust hart weer in het heden kunnen laten plaatsvinden, waarin dan misschien geen Koude Oorlog heerst, maar op zijn minst wel Koude Vrede. De Russische president Vladimir Poetin ziet zijn land belegerd door het Westen, vooral door de uitbreidingen van de NAVO. Zijn onmiskenbare doel dat Rusland weer serieus wordt genomen of misschien zelfs wordt gevreesd, heeft hij inmiddels bereikt. Sinds de annexatie van de Krim en zijn breed uitgemeten bondgenootschap met de Syrische vatbommenwerper Bashar al-Assad acht het Westen Poetin tot nagenoeg alles in staat. De Britse regering uit zelfs de verdenking dat hij persoonlijk verantwoordelijk is voor de moord op Skripal. Bewijzen ontbreken, maar de Britse pers mag er graag op wijzen dat Poetin ooit KGB-agent is geweest, wat verdere bewijsvoering kennelijk overbodig maakt. Poetin voltooit het beeld door verraders ‘een slechte afloop’ te voorspellen of door te dreigen terroristen in de wc te verdrinken.

    Maar zijn de geheime diensten van de landen die ten oosten van het IJzeren Gordijn lagen echt gewetenlozer dan de westerse? Het verleden biedt in elk geval tal van filmrijpe aanwijzingen daarvoor. In 1959 stierf de Oekraïense anticommunist Stephan Bandera in München nadat een agent met een speciaal pistool blauwzuur in zijn gezicht had geschoten. In 1978 brachten de KGB en de Bulgaarse geheime dienst de dissident Georgi Markov om het leven: op een brug in Londen stak iemand de punt van een paraplu in zijn huid, waarmee het dodelijke ricine werd toegediend. In 1981 probeerde de Stasi Wolfgang Welsch, die mensen de DDR uit smokkelde, uit de weg te ruimen door zijn gehaktballen met thallium te prepareren.

    Ook veel andere geheime diensten grijpen echter naar het uiterste. De Israëlische Mossad heeft duizenden echte en vermeende terroristen gedood; in 2010 vermoordden vermoedelijk Israëlische agenten Hamas-leider Mahmud al-Mabhuh in een hotel in Dubai. Ze deden dat zo handig dat het aanvankelijk leek alsof Al-Mabhuh een natuurlijke dood in bed was gestorven. In de leerboeken zal ook een plaatsje ingeruimd blijven voor de commandoactie waarbij Amerikaanse agenten Al-Qaida-leider Osama bin Laden in Pakistan om het leven brachten; later werd hiervan de film Zero Dark Thirty gemaakt. Werkelijkheid en fictie zijn in een eeuwige wedloop met elkaar verwikkeld. Dat de werkelijkheid vaak wint, ligt beslist niet alleen aan de Russen.

    Meer echter dan in het Westen worden in het Oosten diensten ook tegen dissidenten en critici ingezet. Na de ervaring met het stalinisme zag de Sovjetleiding erop toe dat een individu niet meer willekeurig agenten kon inzetten: partij en politbureau oefenden controle uit over de leiding van de geheime dienst. Onder Poetin daarentegen heerst opnieuw een man uit de diensten met de diensten en is er geen enkele politieke kracht te bekennen die toezicht op hem houdt.

    Tien Russische spionnen die werden gearresteerd vanwege werkzaamheden in de VS. Linksboven Anna Chapman, die een tweede carrière kreeg als tv-presentator. – © HH
    Tien Russische spionnen die werden gearresteerd vanwege werkzaamheden in de VS. Linksboven Anna Chapman, die een tweede carrière kreeg als tv-presentator. – © HH

    Maar ook in de VS waren het niet zozeer rechtsstatelijke principes die de methoden van de geheime dienst dicteerden als wel de toestand in de wereld en het heersende dreigingsgevoel. In de jaren vijftig smeedde de CIA groteske plannen om de Cubaanse revolutionair Fidel Castro om het leven te brengen. Later distantieerde de organisatie zich van dergelijke methoden, tot met de terreur van 2001 alle scrupules weer verdwenen. De Amerikaanse president Barack Obama breidde zijn dronesoorlog aanvankelijk uit, maar stelde er later ook nieuwe grenzen aan door gericht doden te beperken tot gevallen waarin terroristen een ‘direct’ gevaar betekenden. In beide gevallen hadden de burgers nauwelijks mogelijkheden om de staat te controleren.

    Een bijzonder bewijs voor de meedogenloosheid van autoritaire veiligheidsapparaten zien experts in ‘honingvallen’: agentes of agenten die buitenlandse tegenhangers verleiden of seksuele omgang met hen hebben. Ook westerse diensten hebben deze truc gehanteerd, maar de Sovjet-Unie was daarin onverslaanbaar, wat uit westerse optiek verband hield met hun meedogenloosheid. Frederick Hitz, een voormalige inspecteur-generaal van de CIA, duidt dat als volgt: ‘Maar weinig westerse diensten konden hun burgers opleggen dat hun lichaam aan de staat toebehoorde.’

    Dat hierover net een film draait in de bioscoop is zeker geen toeval. Red Sparrow, een film over een Russische agente die andere spionnen moet verleiden, zou in 2010 nauwelijks kijkers hebben getrokken. Nu voegt hij zich bij een lange lijst westerse films waarin Russen beestachtig te werk gaan en bereid zijn tot geweld. Red Sparrow is een film die zó in 1988 had kunnen draaien (als je even buiten beschouwing laat dat de Amerikaanse hoofdrolspeelster Jennifer Lawrence, die de Russische agente speelt, toen nog helemaal niet was geboren).

    Maar moet je nog met de vijand naar bed om hem uit te horen? Voor geheime diensten hebben de grootste veranderingen tegenwoordig meer van doen met technologie dan met ideologie. Waarom zou je iemand in bed geheimen ontlokken als je diens telefoon kunt uitlezen? Waarom zou je het leven van een agent riskeren als je de vijand ook met een drone kunt doden?

    Over de spionagefilm werd altijd gezegd dat het een onverwoestbaar genre was: regimes en ideologieën mogen komen en gaan, de strijder die zich in zijn eentje en voor een hoger doel blootstelt aan de grootste gevaren zal er altijd zijn. Maar voor twee centrale taken van de geheime dienst zijn mensen steeds minder nodig. Als het zo doorgaat met de bots en drones, dan zou de spionagefilm wel eens spoedig zijn belangrijkste acteur kunnen kwijtraken: de agent zelf.

    Zo beschouwd maakten juist de VS de voorbije jaren de indruk van een schurkenstaat. Ten eerste vanwege Obama’s drones, ten tweede vanwege de verzamelwoede van de National Security Agency, die in het wilde weg telefoongegevens opsloeg. Dat het veiligheidsapparaat van de aardige meneer Obama uitgerekend de mobiele telefoon van de Bondskanselier liet afluisteren, stond voor de Duitsers praktisch gelijk aan verraad. Sinds de annexatie van de Krim begin 2014 is het weer Moskou dat onder een vergrootglas ligt. Sindsdien doen de VS hun beklag over Russische hackeraanvallen en het doelbewust lekken van e-mails van de Democraten om de presidentsverkiezingen van 2016 te beïnvloeden. Speciaal aanklager Robert Mueller heeft gereconstrueerd hoe Russische agenten de VS bespioneerden en vervolgens vanuit Sint-Petersburg met geautomatiseerde socialmedia-accounts probeerden kiezers te beïnvloeden en het vertrouwen in de staat te ondermijnen. Is dat hoe de nieuwe oorlogsvoering eruitziet? Ophitsing, destabilisering, verwarring – zo geraffineerd uitgevoerd dat Moskou het steeds plausibel kan bestrijden? De voormalige FBI-man Clint Watts heeft ooit in het Amerikaanse congres gezegd: ‘Rusland hoopt de tweede Koude Oorlog met de macht van de politiek te winnen, niet meer met de politiek van de macht.’ De ironie wil dat de Amerikanen als uitvinders van Facebook en Twitter de Russen zelf van de noodzakelijke instrumenten hebben voorzien. Aan de andere kant: is de situatie zo dramatisch als politici en diensten in het westen schetsen? Tenslotte is politiek in de VS al sinds lange tijd toxisch, en dat de Amerikanen hun staat wantrouwen blijkt al uit hun grondwet. Wat hebben de Russen daar eigenlijk precies aan veranderd?

    In Duitsland is het niet anders: voor de Bondsdagverkiezingen verzamelden de Duitse geheime diensten bewijzen voor mogelijke beïnvloeding door Moskou – maar geen enkel schrikbeeld is bewaarheid. De stroom van slechte berichten over Moskous destructieve rol droogt desondanks niet op. De Amerikaanse regering stelde onlangs over bewijzen te beschikken dat Russische hackers westerse krachtcentrales kunnen binnendringen. Verschillende autoritaire diensten zouden zich er wel eens heimelijk over kunnen verkneukelen met welke lowbudgettrucs ze het Westen van zijn stuk kunnen brengen.

    Poetin lijkt de beschuldigingen uit het Westen niet erg serieus te nemen, alsof hij ervan geniet dat Europeanen en Amerikanen zich onzeker voelen. De New Yorkse professor Nina Khrushcheva heeft eens de theorie geponeerd dat Poetin nauwkeurig heeft bekeken hoe Russen in Hollywoodfilms overkomen. En dat hij toen heeft besloten zich precies zo te gedragen om het Westen angst in te boezemen.

    Auteurs: Georg Mascolo en Nicolas Richter
    Vertaler: Pieter Streutker

    Openingsbeeld: Still uit Hitchcocks The 39 Steps (1935).

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland, dagblad, oplage 358.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

  • ‘Stad zonder banen’ wordt boomtown

    ‘Stad zonder banen’ wordt boomtown

    In 2009 telde Elkhart, een stadje in Indiana waar vooral campers worden gemaakt, nog twintig procent werklozen. Nu is vrijwel iedereen aan het werk.

    De zelfbenoemde camperhoofdstad van de wereld geeft een kijkje in hoe de Amerikaanse economie eruit zal zien als die op stoom is.

    Jongeren gaan hier na de middelbare school niet studeren maar werken in de fabriek omdat die een geweldig salaris en uitstekende arbeidsvoorwaarden biedt. Reclameborden waarop personeel wordt gevraagd schieten als bermonkruid uit de grond. En arbeiders zijn zó goed bij kas dat autodealers vertellen dat nieuwe pick-ups bijna niet aan te slepen zijn.

    Maar dat brengt ook spanningen met zich mee. Werkgevers kunnen werknemers niet aan zich binden en de huizenprijzen schieten omhoog. Het tekort aan personeel noodzaakte een filiaal van Kentucky Fried Chicken om 150 dollar tekenbonus aan te bieden. Een filiaal van McDonald’s kon afgelopen herfst niet open met de lunch omdat de managers niet genoeg personeel konden vinden voor acht dollar per uur om de rijen wachtenden aan de deur te helpen.

    Wat ons te wachten staat

    Nergens in de VS heeft zich zo’n ommekeer op de arbeidsmarkt voorgedaan als in deze stedelijke regio met 110.000 arbeiders, een mix van blanke fabrieksarbeiders, Mexicaanse immigranten en Amish. ‘Het is net 1955,’ zegt Michael Hicks, econoom aan de Ball State University. ‘Ook als je minimaal geletterd bent, vind je hier zo een baan.’

    De economische omstandigheden in Elkhart zijn uniek: de voorspoed heeft te maken met Elkharts centrale rol in de wederopleving van de campermarkt, waar automatisering noch buitenlandse concurrentie een bedreiging vormt. Maar nu de VS de periode van tien jaren werkloosheid achter zich heeft gelaten, breekt in de regio een toekomst aan van tekorten op de arbeidsmarkt en vechten om personeel.

    Het werkloosheidscijfer in de regio Elkhart daalde van twintig procent in 2009, het slechtst in de VS, naar net iets boven de twee procent in januari, de helft van het nationale gemiddelde. Het plaatselijke werkloosheidscijfer is nog dichter bij nul: zo’n 9500 openstaande vacatures. Dagelijks forenzen 25.000 arbeiders naar Elkhart, dat zelf 50.000 inwoners telt. Een economisch ontwikkelingsbureau van de county is in heel Appalachia en zelfs tot in Porto Rico op zoek naar kandidaten voor de vacatures.

    De toename in banen is in Elkhart het grootst van alle 403 stedelijke gebieden die door Moody’s Analytics zijn onderzocht. Terwijl het nationale werkloosheidscijfer naar de vier procent aan het zakken is, zit de Elkhart-regio al vierendertig achtereenvolgende maanden op dat niveau of lager. De rest van de VS zal waarschijnlijk nooit die duizelingwekkende ontwikkeling kunnen evenaren, maar de regio laat wel zien wat ons te wachten staat.

    In het derde kwartaal van 2017 was het gemiddelde weekloon met 6,3 procent gestegen ten opzichte van een jaar eerder, meldt het Labor Department, terwijl nationaal sprake was van een daling van 0,6 procent. In de camperindustrie van Elkhart, waar twaalf procent van de lokale arbeiders werkt, steeg het gemiddelde jaarsalaris met zeventien procent naar 68.000 dollar. En het stijgt nog steeds.

    LCI, een bedrijf dat camperonderdelen maakt, heeft vier “dream managers” in dienst, adviseurs die arbeiders helpen bij het plannen van hun vakantie of bij het aanpakken van gezinsproblemen

    Sommige arbeidsvoorwaarden klinken meer naar Silicon Valley dan naar de Rust Belt. LCI, een bedrijf dat camperonderdelen maakt, heeft vier ‘dream managers’ in dienst, adviseurs die arbeiders helpen bij het plannen van hun vakantie of bij het aanpakken van gezinsproblemen. ‘We willen dat de mensen een hoger doel in hun leven hebben,’ vertelt een manager, John Ferguson, een vroegere dominee.

    Een ander bedrijf, dat planken maakt, adverteert met een gratis gezondheidscentrum om nieuwe krachten te lokken.

    De jacht op de arbeider heeft elders de inflatie opgestuwd. De prijzen van woningen in het middensegment zijn in de afgelopen twee jaar jaarlijks met 6,5 procent gestegen, aldus Gary Decker, de vroegere voorzitter van de makelaarsvereniging van Elkhart County, meer dan twee keer zo snel als in eerdere herstelperiodes.

    Jayco Factory 44 ziet eruit als een reusachtige timmermanswerkplaats, compleet met het geratel van nietpistolen en het gezoem van elektrische zagen. Het bedrijf, dat Entegra-kampeerauto’s produceert van 475.000 dollar per stuk, is onderdeel van Thor Industries Inc.

    Thor koopt het stalen chassis en arbeiders bij Jayco bouwen de camper verder af. Werknemers duwen met de hand vijftien meter lange campers over een railsysteem. De voertuigen worden verplaatst van werkeenheid naar werkeenheid, waar specialisten de verscheidene onderdelen met de hand monteren: kastjes, bedrading, wanden en daken. Om vijf uur ’s morgens komen Amish aan en om een uur ’s middags keren ze weer terug naar hun boerderij. Thor, de grootste werkgever van de regio, is al via allerlei onconventionele manieren op zoek naar personeel. Het bedrijf zoekt gegadigden in Youngstown, Ohio en andere steden in het Midwesten met hoge werkloosheid. Het neemt ook gedetineerden uit de countygevangenis in dienst in het kader van scholingsverlofprogramma’s.

    Met het oog op de toekomst nodigt het bedrijf brugklassers uit om zijn vestigingen te bezoeken, en stuurt het mooi afgewerkte campers op tournee langs basisscholen in de streek.


    Een camper in aanbouw in Elkhart. – © Ty Wright / Getty Images
    Een camper in aanbouw in Elkhart. – © Ty Wright / Getty Images

    De lonen in de camperindustrie zijn op een niveau waar andere sectoren niet tegenop kunnen: acht van de tien grootste werkgevers in Elkhart maken campers of camperonderdelen. Het personeel wordt betaald op basis van geproduceerde eenheden. Bij een volle werkweek betekent dat 90.000 dollar per jaar voor assembleurs in camperfabrieken en 100.000 dollar voor voormannen.

    Het werk is zwaar. In de personeelsadvertentie voor een baan als assembleur bij LCI staat dat het werk betekent dat je de hele dag moet lopen, bukken, knielen, voorover buigen, kruipen, hurken en klimmen, plus dat je voorwerpen van meer dan vijfentwintig kilo moet tillen.

    Oudere arbeiders zoeken wat minder eisende banen bij camperbedrijven die onderdelen maken en waar het basisloon vijftien tot twintig dollar per uur is.

    Lamont Blackwell, de manager van het plaatselijke filiaal van McDonald’s, vertelt dat hij vroeger voor meer geld bij LCI werkte. ‘Ik heb overwogen om terug te gaan, maar ik kan het niet meer aan,’ zegt hij. ‘Ik ben veertig en mijn lichaam laat het afweten.’

    Werknemers wisselen in deze arbeidsmarkt vaak van baan. Volgens lokale fabrikanten is het verloop in de camperindustrie grofweg honderd procent. Nieuwe werknemers worden bonussen van vijfhonderd tot duizend dollar geboden als ze negentig dagen blijven.

    De stedelijke regio Elkhart functioneert als een olie-economie – een Koeweit te midden van de maisvelden – aldus Enrico Moretti, econoom aan de Universiteit van Californië in Berkeley. De lonen in de camperindustrie zijn op een niveau waar maar weinig concurrenten tegenop kunnen, en daarom is er weinig verscheidenheid.

    Toen president Barack Obama met een stimuleringsplan van 800 miljard dollar kwam, reisde hij twee keer af naar Elkhart ter illustratie van hoe dramatisch de recessie was. “Bij ons was de situatie het slechtst van het hele land”

    Als er slechte tijden komen, zijn ze ook echt slecht. In 2009 liep de verkoop van campers met de helft terug en dat gold ook voor het aantal banen. De campershow van Elkhart werd voor het eerst in meer dan vijftig jaar afgezegd.

    De Britse krant The Independent noemde Elkhart ‘de stad zonder banen’. In het district Elkhart stonden op de scholen duizend kinderen minder ingeschreven, ongeveer zeven procent, omdat gezinnen de stad uit gingen op zoek naar werk, vooral de mensen uit Mexico, die in 1990 nog twee procent van de bevolking van Elkhart City uitmaakten en in 2010 al vierentwintig procent.

    Velen die in Elkhart bleven raakten hun huis kwijt. Meer dan een derde van de verkochte huizen in 2010 waren executieverkopen, vertelt Decker, de vastgoedmakelaar. Toen president Barack Obama met een stimuleringsplan van 800 miljard dollar kwam, reisde hij twee keer af naar Elkhart ter illustratie van hoe dramatisch de recessie was. ‘Bij ons was de situatie het slechtst van het hele land,’ zegt Jason Lippert, directeur bij LCI Industries.

    Langzaam krabbelde Elkharts economie weer op. Het stimuleringsplan sloeg aan, hoewel ook een aantal projecten mislukten. Drie bedrijven vestigden zich er, kregen van de overheid meer dan 50 miljoen dollar steun en produceerden slechts twee elektrische voertuigen voordat ze over de kop gingen.

    Vanaf 2012 begon de camperindustrie – en bij uitbreiding Elkhart – sterk te groeien, voornamelijk vanwege de verbeterende economie in de VS. De productie van campers en stacaravans verdrievoudigde ten opzicht van 2009 tot 500.000, aldus de Recreational Vehicle Industry Association.

    Herinneringen

    Shelley Moore, een stadsplanoloog, zegt dat de stad in een race tegen de klok is gewikkeld om een diversere en duurzamere economie op te bouwen. Dat streven wordt gefrustreerd door het succes van de camperindustrie.

    Een baan is nu zo makkelijk te krijgen dat niemand in de regio doorleert, wat een risico betekent bij een volgende crisis. Elkhart staat qua aantal inwoners met een afgeronde vervolgopleiding op de 335ste plaats van de 380 stedelijke gebieden, meldt het Brookings Institution.

    De inschrijvingen bij de vestiging van het Ivy Tech Community College in Elkhart zijn sinds de recessie met de helft afgenomen. ‘We moeten opboksen tegen een florerende economie,’ zegt Kyle Hannon, directeur van de plaatselijke campus. ‘Het is een beetje maf.’

    Maar zelfs in goede tijden bepalen herinneringen aan de laatste recessie – en angsten voor de volgende – zakelijke en persoonlijke beslissingen in Elkhart. Inwoners leggen spaarpotjes aan, onzeker of ze de economische opbloei wel kunnen vertrouwen. Dat is logisch, zegt Hicks, econoom aan de Ball State University. Bij de volgende recessie worden ze volgens hem hard getroffen.

    Weinig camperfabrikanten willen investeren in automatisering, vanwege de pieken en dalen in de bedrijfstak in het verleden. Zonder grote investeringen ‘zijn we heel flexibel’, legt Robert Martin uit, de algemeen directeur van Thor. ‘We kunnen inkrimpen als er slechte tijden aanbreken.’

    Er is bijna geen woning meer te huur in en om Elkhart, maar weinig bouwers zullen het wagen om huizen of appartementen neer te zetten die leeg komen te staan in een economie die zo sterk fluctueert.

    Matt Stump, assembleur bij Jayco, vertelt dat hij in januari naar Elkhart is teruggekeerd nadat hij vijftien jaar met zijn gezin in Peoria, Illinois, had gewoond, waar hij bij Caterpillar werkte. Hij kon in Elkhart geen huurhuis voor zijn gezin vinden, dus hij zit nu alleen in een B&B en in de weekenden rijdt hij naar huis, een rit van 4,5 uur.

    Auteur: Bob Davis
    Vertaler: Paul Bruijn

    The Wall Street Journal
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 2.277.000

    De bijbel voor zakenmensen. Maar bij het lezen is enig beleid nodig: naast reportages van hoge kwaliteit drukt de krant hoofdredactionele commentaren af die zó patriottisch zijn, dat ze hun geloofwaardigheid verliezen.

    Elkhart vs VS.
    Elkhart vs VS.
  • Kan Trump Obama’s erfenis afbreken?

    Kan Trump Obama’s erfenis afbreken?

    De Amerikaanse president Donald Trump lijkt er alles aan te doen om het beleid van zijn voorganger Barack Obama weer ongedaan te maken. Kan hem dat lukken?

    Nog niet zo lang geleden dacht ex-president Barack Obama vermoedelijk dat hij best wat successen kon voorleggen aan toekomstige historici. Hij kon wijzen op zijn hervorming van de gezondheidszorg, zijn historische handelsovereenkomst met Azië, zijn klimaatakkoord en het aanhalen van de diplomatieke betrekkingen met Cuba.

    Dat was toen. Vijf maanden na zijn vertrek uit het Witte Huis hult Obama zich voornamelijk in stilzwijgen terwijl Trump zich met de slopershamer op zijn politieke erfenis stort. Steen voor steen probeert president Trump af te breken wat Obama heeft opgebouwd. De handelsovereenkomst? Opgezegd. Het klimaatakkoord? Vergeet het maar. Cuba? Gedeeltelijk teruggedraaid. Gezondheidszorg? Nog onopgelost, maar kan ingetrokken worden zodra hij de tegenstand in het Congres weet te omzeilen.

    Zelden is een president zo vastbesloten geweest om niet alleen het land een andere koers te laten varen maar om ook actief te ontmantelen wat voor zijn komst was opgebouwd. Of het nu is uit rancune, politiek gewin, verschil in filosofie of de overtuiging dat de vorige president een puinhoop van het land heeft gemaakt, Trump heeft er geen misverstand over laten bestaan dat als ergens Obama’s naam op staat, hij er meteen een streep doorheen wil halen. ‘Ik kan geen ander voorbeeld in de recente geschiedenis van de VS bedenken waarbij een nieuwe regering zich zo inzet om de prestaties van de vorige regering terug te draaien,’ vertelt Russell Riley, historicus aan de University of Virginia die zich heeft gespecialiseerd in het Amerikaanse presidentschap. Terwijl andere presidenten zich concentreren op wat ze willen opbouwen, ‘slingert deze liever met de sloopkogel dan dat hij plannen ontwikkelt voor wat erna moet komen’.

    Volgens Shirley Anne Warshaw, werkzaam aan het Gettysburg College, is het niet uniek dat Trump breekt met de politiek van zijn voorganger. ‘Trump verschilt daarin niet van Obama,’ zegt ze. ‘Hij draait gewoon het beleid terug dat werd uitgevoerd door een president van een andere partij. Het verschil is dat andere presidenten ideeën hebben over wat ze zelf ervoor in de plaats willen opbouwen. In die zin heb ik nog geen enkele constructieve wet kunnen ontdekken. Voor zover ik het kan overzien heeft hij op dat gebied geen andere agenda dan het afbreken van wat zijn voorganger heeft bewerkstelligd. Misschien als enige uitzondering de belastinghervorming.’

    Trump heeft publiekelijk wetten ondertekend omdat hij graag wilde laten zien dat hij echt aan het slopen is. Niet alleen heeft hij zich teruggetrokken uit het Trans-Pacific Partnerschap (TTP) en het Parijse klimaatakkoord, hij heeft zijn fiat gegeven aan de aanleg van de oliepijpleiding Keystone XL, die door Obama was stilgelegd, en heeft hij de normen versoepeld voor het brandstofverbruik en de uitstoot van energiecentrales. Niet alleen probeert hij Obamacare af te schaffen, hij heeft ook plechtig beloofd om de beperkingen op te heffen die Obama na de financiële crisis in 2008 aan Wall Street had opgelegd.

    ‘Rampzalig zootje’

    Toch is hij niet zo ver gegaan als hij had gedreigd te zullen gaan. Hij heeft Obama’s nucleair akkoord met Iran intact gelaten, zij het met tegenzin, en hoewel hij publiekelijk en met veel ophef Obama’s Cubapolitiek de nek omdraaide, heeft hij in wezen veel van de details van dat beleid ongemoeid gelaten. Hij herriep Obama’s besluit niet om jonge illegale immigranten niet uit te zetten. Kort geleden hebben Republikeinse senatoren een nieuw wetsvoorstel ingediend over een systeem dat Obamacare moest vervangen, maar dat heeft het niet gehaald en het oude systeem blijft intact.

    Adviseurs benadrukken dat Trump niet wordt gedreven door een verlangen om het presidentschap van Obama te beschadigen. Maar als vastgoedmakelaar is hij er volgens hen van overtuigd dat je eerst het oude moeten slopen om plaats te maken voor het nieuwe. ‘Hij heeft niet alles ontmanteld, en ik weet niet of hij daar op uit is,’ zegt Hope Hicks, hoofd strategische communicatie in het Witte Huis. ‘Dat is misschien het neveneffect van wat hij aan het opbouwen is voor zijn eigen erfenis.’

    Toch heeft Trump de erfenis van Obama afgeschilderd als een rampzalig nalatenschap dat zo snel mogelijk afgebroken moet worden. ‘Het is een zootje. In het binnenland en het buitenland. Banen vloeien weg naar het buitenland. Al die bedrijven die ons land verlaten naar Mexico en elders, lage lonen, enorme instabiliteit in het buitenland waar je ook kijkt. Het Midden-Oosten is een ramp. Noord-Korea. Daar gaan we wat aan doen, mensen.’

    Obama en Trump oog in oog bij de inauguratie van Trump in januari dit jaar. – © Saul Loeb / HH
    Obama en Trump oog in oog bij de inauguratie van Trump in januari dit jaar. – © Saul Loeb / HH

    Volgens critici heeft Obama dat over zichzelf afgeroepen. Zijn belangrijkste wetten zijn aangenomen met uitsluitend de stemmen van de Democraten, wat betekent dat er geen consensus was die zijn presidentschap zou overleven. En toen de Republikeinen de meerderheid in het Congres kregen, stapte hij over op een strategie die hij de ‘strategie van de pen en de telefoon’ noemde, waarbij hij presidentiële besluiten tekende die door de volgende president makkelijk ongedaan gemaakt konden worden.

    Obama’s verweer was dat hij geen andere keuze had vanwege de obstructiepolitiek van de Republikeinen. Hoe dan ook, Obama heeft zich tijdens het huidige afbraakproces voornamelijk in stilzwijgen gehuld, omdat hij vindt dat hij, als hij zich uitspreekt, Trump alleen maar de publieke vijand verschaft waar hij zo hevig naar schijnt 
te verlangen. Maar Obama’s team vindt troost bij de gedachte dat Trump zijn eigen grootste vijand is, met zijn ‘veel geschreeuw weinig wol’.

    ‘Obama’s erfenis zou onder een competentere president dan Trump veel ernstiger zijn bedreigd,’ zegt Josh Earnest, de perssecretaris van het Witte Huis onder Obama.
    Volgens andere oudgedienden onder Obama is veel van wat Trump heeft gedaan minder ernstig dan het lijkt of eenvoudig terug te draaien. Hij heeft bijvoorbeeld de betrekkingen met Cuba niet echt 
verbroken. Het zal nog jaren duren voor de VS zich echt uit het Parijse klimaatakkoord heeft teruggetrokken, en de volgende president kan zich eenvoudig weer aansluiten. Het heeft echter wel gevolgen voor Amerika’s internationale reputatie.

    ‘De huidige regering haalt niet zozeer Obama’s erfenis onderuit, als wel Amerika’s leiderschap op het wereldtoneel,’ aldus Susan E. Rice, de voormalige nationale veiligheidsadviseur.

    Trump is natuurlijk niet de eerste president die de voorafgaande ambtsperiode verfoeit. George W. Bush was zo gedreven om het tegenovergestelde te doen van wat Bill Clinton had gedaan dat zijn aanpak ‘ABC’ werd genoemd: Alles Behalve Clinton. Obama heeft jarenlang zijn voorganger de schuld gegeven van tegenslagen op het gebied van de economie en de nationale veiligheid. De afgelopen decennia was het de gewoonte van een nieuwe president om meteen presidentiële bevelen te ondertekenen die het beleid van hun voorganger tenietdeden, waarmee ze het signaal wilden afgeven dat er een nieuwe wind in het Witte Huis waaide.

    Ook zal Trump niet kunnen wegnemen wat waarschijnlijk de eerste zin wordt in Obama’s overlijdensbericht, namelijk dat hij de eerste Afrikaans-Amerikaanse president was

    Het concreetste voorbeeld is het bevel dat Ronald Reagan ondertekende waarin de subsidie werd stopgezet aan internationale organisaties die hulp bij abortus boden.
    Clinton voerde de subsidie weer in. Bush herriep dat besluit, Obama herstelde het en Trump schafte de subsidie weer af. Toch hebben Bush en Obama verder weinig moeite gedaan om projecten van hun voorganger af te breken.

    Obama voorzag wel dat zijn erfenis door Trump bedreigd zou worden. 
Tijdens de verkiezingscampagne van vorig jaar waarschuwde hij zijn aanhang dat bij winst van Trump ‘alle vooruitgang die we de afgelopen acht jaar hebben geboekt het raam uit wordt gekieperd’. Pas na de verkiezingen beweerde hij het tegenovergestelde.
    ‘Misschien wordt vijftien procent teruggedraaid, hoogstens twintig. 
De rest blijft gewoon overeind.’

    Als uiteindelijk de rekening wordt opgemaakt, zal blijken dat Trump enkele van Obama’s belangrijkste successen niet teniet kan doen, zoals het feit dat Obama de economie uit een diep dal heeft gekregen, de auto-industrie heeft gered en het bevel heeft gegeven tot de actie die heeft geleid tot de dood van Osama Bin Laden. Ook zal Trump niet kunnen wegnemen wat waarschijnlijk de eerste zin wordt in Obama’s overlijdensbericht, namelijk dat hij de eerste Afrikaans-Amerikaanse president was.

    Daar staat tegenover dat Obama’s mislukkingen zullen blijven staan, wat Trump ook doet. Het oordeel van de geschiedenis over zijn aanpak van de burgeroorlog in Syrië, de rampzalige nasleep van de interventie in Libië of de economische ongelijkheid die hij heeft achtergelaten, zal niet afhangen van zijn opvolger. De beslissing van Amerika om Obama te vervangen door iemand die zo radicaal anders is, kan als bewijs gezien worden van Obama’s onvermogen om duurzame publieke steun te verwerven voor zijn agenda 
of om de polarisatie in het land te matigen.

    Maar erfenissen hebben ook iets grappigs. Tegenwoordig is Obama populairder dan tijdens het grootste deel van zijn presidentschap, wat waarschijnlijk het gevolg is van het contrast met Trump, die zo vroeg in de ambtstermijn de impopulairste president is. Dus ook al breekt Trump de erfenis van Obama af, dat zal het oordeel van de geschiedenis over zijn voorganger alleen maar goed doen.

    Auteur: Peter Baker

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Singapore vs. Hongkong: the battle

    Singapore vs. Hongkong: the battle

    De succesvolle Aziatische metropolen Hongkong en Singapore worden vaak in één adem genoemd. Toch hebben de twee steden tegengestelde kapitalistische modellen: de een is ultraliberaal, de ander ultradirigistisch. Le Monde legde de rivalen langs de meetlat.

    De rivaliserende steden Hongkong en Singapore vergelijken zich onophoudelijk met elkaar. Er gaat geen week voorbij of er is een enquête of peiling waarin ze met elkaar wedijveren, of het nu over de beheersing van het Engels gaat (voorsprong Singapore), over het aantal beursintroducties (voorsprong Hongkong) of zelfs over het gemiddelde IQ (gelijkspel: de twee steden zouden tot de wereldtop behoren). De kleinste nieuwtjes van de een worden angstvallig in de gaten gehouden door de ander.

    Zo lanceerde de Michelingids in 2016 een editie voor Singapore – zeven jaar na Hongkong, het werd tijd! Eind februari maakte de pers in Hongkong melding van een sterke stijging van de watertarieven in Singapore, en vroeg zich meteen af of zo’n maatregel er ook in zat voor Hongkong.

    De rivaliteit strekt zich uit tot alle sectoren, met name die van de ‘FinTech’ (nieuwe financiële technologieën). Hongkong hield van 7 tot 11 november 2016 zijn FinTech Week. Singapore ging daar drie dagen later overheen met zijn FinTech Festival. Hongkong groter, Singapore schoner; Hongkong Chinezer, Singapore kosmopolitischer; Hongkong dynamischer, Singapore ordelijker – aan het spelletje ‘zoek de verschillen’ tussen de Aziatische schijntweeling komt nooit een eind.

    Tegenovergestelde modellen

    Beide steden wekten in de eerste helft van de negentiende eeuw de hebzucht van de Britse kroon. De twee ‘parels van de Oriënt’, gescheiden door 2600 kilometer zee, waren strategisch gelegen langs de maritieme zijderoute: Singapore met de Straat van Malakka, Hongkong met de Parelrivierdelta. Hun identiteit is daarom sterk getekend door de internationale vrijhandel, en beide hebben hun essentiële rol daarin weten te behouden. In 2005 onttroonde Singapore Hongkong als grootste containerhaven ter wereld, om in 2010 zelf naar de tweede plaats te worden verwezen door Shanghai. Hongkong nam revanche door de grootste luchthaven voor vrachtverkeer te wereld te worden.

    Ten tijde van de kolonisatie was hun geringe omvang een voordeel. ‘De 
twee gebieden waren gemakkelijk te besturen voor het Verenigd Koninkrijk, dat dan ook flink investeerde in infrastructuur (opslagplaatsen, wegen, waterleiding) en openbare instellingen (rechtbanken, scholen, ziekenhuizen). Daarna zijn er andere initiatieven genomen, zoals een enorm programma voor sociale huisvesting,’ aldus Donald Low van de Lee Kuan Yew-school voor Openbaar Bestuur van de Nationale Universiteit van Singapore. Ook het rechtssysteem is een erfenis van de Britse kolonisator. ‘De rechtsstaat die beide steden kennen onderscheidt ze van alle andere landen in de regio,’ voegt Low eraan toe. ‘Alleen op die manier konden ze uitgroeien tot geloofwaardige financiële centra.’ Zowel Singapore als Hongkong richtte een agentschap op om corruptie te bestrijden. Dit weerhoudt beide er 
overigens niet van om te flirten met 
de status van belastingparadijs.

    Beide voormalige parels aan de Britse kroon hebben hun bijzondere ontwikkeling natuurlijk mede te danken aan hun geografische ligging, aan het uiterste noorden en zuiden van de Zuid-Chinese Zee. Hongkong, dat zich in 1997 bij de Volksrepubliek China aansloot (volgens het principe ‘een staat, twee systemen’), is altijd sterk 
op China georiënteerd geweest. Het is inmiddels een belangrijk financieel centrum voor grote Chinese bedrijven. Singapore is de onontkoombare 
metropool van Zuidoost-Azië en het Zuid-Pacifische gebied geworden.

    1. Skyline Singapore; 2. Skyline Hongkong. Welke vindt u mooier? – © HH
    1. Skyline Singapore; 2. Skyline Hongkong. Welke vindt u mooier? – © HH

    Na twee eeuwen parallelle ontwikkeling behoren de twee steden tot de wereldtop op het gebied van moderniteit en technologie. Toch hebben ze 
ook de nodige crises en epidemieën gekend. Bovendien zijn ze tussen 1941 en 1945 door de Japanners bezet. 
Hun wegen scheidden zich met het uitroepen van de Republiek Singapore in 1965, nadat de stad zich in 1963 had afgescheiden van de Federatie van Maleisische Staten en onafhankelijk was geworden. Hoewel de microstaat zich aan de Britse betutteling heeft ontworsteld, zijn de Britse instituties en het architecturale erfgoed er behouden gebleven, evenals het Engels als lingua franca, waarvan de gesproken variant met zijn speciale intonatie 
zich tot het singlish (Singapore English) heeft ontwikkeld. Het Engels dat er gesproken wordt is nog altijd van een hoger niveau dan dat in Hongkong, dat weliswaar tot 1997 Engels is gebleven maar waar slechts 6 procent van de bevolking de taal voldoende beheerst en slechts 1,5 procent deze vloeiend spreekt, volgens een studie van de 
Universiteit van Hongkong uit 2015.

    Tegenwoordig onderscheiden de steden zich vooral door hun diametraal tegenovergestelde maatschappijmodellen. Het ‘dirigistische’ model van Singapore, waarvan de resultaten overal ter wereld bewondering afdwingen, behoort tot de meest geavanceerde en vreemdste van de planeet. Alles wordt er berekend, geanalyseerd, voorzien 
en gemonitord. ‘Planning’ is het sleutelwoord. De stad belichaamt orde, properheid, veiligheid, excellentie en perfectie. Singapore is tegenwoordig 
de ‘smartste’ van de ‘smart cities’: 
up-to-date, doelmatig, duurzaam en toonaangevend op onderzoeksgebied.

    De openbare orde lijkt er tot het uiterste doorgedreven, zoals blijkt uit het beroemde verbod op kauwgum. 
Ook het milieu is een prioriteit. In Hongkong zijn het de burgers die, geconfronteerd met de apathie van 
de overheid, het initiatief nemen om de stranden schoon te maken. Wie in Singapore afval niet in een vuilnisbak deponeert, riskeert de eerste keer een boete van 1350 euro, de tweede keer 
het dubbele en de keer daarna vijf keer zoveel. Hardnekkige overtreders 
worden gedwongen te werk gesteld 
bij de gemeentereiniging.

    Sinds de onafhankelijkheid heeft 
Singapore nauwelijks sociale conflicten gekend, afgezien van twee stakingen (in 1986 en 2012) die beide nog geen twee dagen duurden. De Hongkongers gaan meerdere keren per jaar massaal de straat op. In de herfst van 2014 transformeerde de jeugd verschillende wijken in de stad tot surrealistische kampen om te protesteren tegen het plan van Beijing om de invloed van stemmingen te beperken. Dit zogeheten ‘parapluprotest’ duurde 79 dagen, wat in de tuinstad ondenkbaar zou zijn. ‘Singapore is het eerste land ter wereld dat het communisme in de marxistische zin van het woord heeft gerealiseerd,’ chargeert Jake van der Kamp, commentator van de ultraliberale 
South China Morning Post. ‘Zo’n 85 procent van de woningen wordt gesubsidieerd door de staat, de regering houdt naast andere belastingen 37 procent van alle salarissen in voor een collectief verzekeringsfonds en de hele zakenwereld staat onder overheidstoezicht.’

    De buitenlanders mogen maar twee soorten werk doen: werk waarvoor de Singaporezen hun neus optrekken of werk waarvoor kwalificaties zijn vereist die ter plekke niet voorhanden zijn

    De Singaporese regering bestuurt haar volk met dezelfde chirurgische precisie. Het geboortebeperkingsbeleid van de jaren zeventig, dat niet gespeend was van eugenetische trekjes, was zo doeltreffend dat de tegenovergestelde opdracht, aan het eind van de jaren tachtig, niet aansloeg. Om in de behoeften van de plaatselijke economie te voorzien moet de stad sindsdien mensen van buiten laten komen. Inmiddels is 40 procent van de bevolking van buitenlandse afkomst, wat 
het toch al multiculturele, Chinees-Indonesisch-Maleise Singapore een veel kosmopolitischer gemeenschap maakt dan Hongkong, dat voor 95 procent door Chinezen wordt bevolkt. De buitenlanders mogen maar twee soorten werk doen: werk waarvoor de Singaporezen hun neus optrekken of werk waarvoor kwalificaties zijn vereist die ter plekke niet voorhanden zijn. Nieuwe ondernemingen die zich er komen vestigen worden actief ondersteund.

    Waar de dynamische Singaporese overheid altijd tuk is op verbeteringen, is het gebrek aan visie bij de overheid in Hongkong een vast thema onder lokale zakenlui. Hongkong zou zijn critici kunnen antwoorden dat het zijn dynamiek en aantrekkelijkheid dankt aan zijn bewoners en zijn markteconomie, en niet aan de overheid. In tegenstelling tot Singapore hangt Hongkong het ultraliberalisme aan. De economie zou er zelfs de liberaalste ter wereld zijn, volgens de zeer conservatieve Amerikaanse denktank Heritage Foundation. De werkloosheid van maar 3 procent (tegen 2 procent in Singapore) lijkt aan te tonen dat dit recept ook werkt.

    Behalve vanwege de vrijheid en faciliteiten voor ondernemers is Hongkong ook aantrekkelijk vanwege zijn belastingstelsel. Door de geringe douanebarrières is het bijna een vrijhaven. Een beroemd voorbeeld blijft de afschaffing van de accijns op geïmporteerde wijn in 2008, die de ontwikkeling van een hele economische sector mogelijk maakte. Een ander voorbeeld is de markt voor moderne kunst die bloeiender is dan in Singapore, waar toch forse subsidies bestaan. Binnen enkele jaren hebben zich internationaal gerenommeerde galeries en grote veilinghuizen in Hongkong gevestigd, evenals een beurs voor moderne kunst, Art HK, die al snel werd opgekocht door wereldleider Art Basel. ‘De dynamiek van Hongkong is onvergelijkbaar. Dat is voor 
een groot deel te danken aan buurman China,’ bevestigt een ondernemer die beide steden goed kent. De energie 
die wordt geleverd door de nabijheid van China is onmiskenbaar. Singapore, daarentegen, is een beetje provinciaals. ‘De Hongkongers komen naar Singapore om op adem te komen; de 
Singaporezen gaan naar Hongkong om zichzelf weer te motiveren,’ zo vat een Singaporese taxichauffeur de situatie samen op grond van zijn dagelijkse observaties.

    Gardens by the Bay in Singapore. Het park bestaat onder meer uit een futuristisch bos van metalen bomen (‘Supertree grove’) en twee grote kassen. – © Getty Images
    Gardens by the Bay in Singapore. Het park bestaat onder meer uit een futuristisch bos van metalen bomen (‘Supertree grove’) en twee grote kassen. – © Getty Images

    De Hongkongers koesteren hun vrijheden en aarzelen niet om daarvan te profiteren, tot leedwezen van Beijing. ‘De ironie wil dat de burgers in Hongkong het recht hebben om te betogen en hun ongenoegen te uiten maar dat ze niet hun eigen leiders kunnen kiezen, terwijl in Singapore, waar kritiek amper wordt getolereerd, de burgers het recht hebben om naar de stembus te gaan,’ constateert Cherian George, hoogleraar Journalistiek.

    Paradoxaal genoeg hebben deze zeer verschillende systemen tot soortgelijke resultaten geleid, en tot soortgelijke gebreken. Geen enkele ontwikkelde 
economie ter wereld kent momenteel zulke grote verschillen tussen rijk en arm als deze twee steden. Op de grote avenues van Hongkong duwen dubbelgevouwen oude vrouwtjes karretjes met kartonnen dozen voor recycling voort tussen glimmende Ferrari’s en Tesla’s. Huisvesting is zo duur voor wie geen toegang heeft tot sociale woningbouw, dat een Chinese ondernemer op het idee is gekomen om ‘capsuleappartementen’ te introduceren, een moderne versie – met wifi – van de oude ‘kooiwoningen’, stapelbedden met tralies ervoor die dienst deden als onderkomen.

    De twee steden blinken ook uit in 
crony capitalism, nepotistisch kapitalisme. Op een ranglijst van de grootste plutocratieën ter wereld die in 2014 werd opgesteld door het Britse weekblad 
The Economist, prijkte Singapore op de vijfde en Hongkong zelfs op de eerste plaats. Onder het mom van grote economische vrijheid is Hongkong in vijftig jaar tijd uitgegroeid tot een oligarchie waar maar enkele families de dienst uitmaken in 
de belangrijkste economische sectoren.

    Als we de balans opmaken van het voortdurende duel tussen de twee 
steden, lijken economische argumenten zwaarder te wegen dan elke andere politiek-filosofische overweging. De vrees voor een braindrain van Hongkong naar Singapore is een steeds terugkerend thema in de pers van Hongkong. Met als reden de exorbitant hoge huren, de luchtvervuiling en de toenemende bemoeienis van China. Of, doodeenvoudig, het charmeoffensief van de Singaporese regering. Singapore lijkt zich plotseling te bevrijden van zijn lichte minderwaardigheidscomplex. 
De periode van beroering die de wereld momenteel doormaakt, heeft de kritiek op het sociale en politieke model doen verstommen. Dat doet weliswaar 
verstikkend aan, maar als puntje bij paaltje komt is het behaaglijk en geruststellend.

    Auteur: Florence de Changy

    Openingsbeeld: © HH

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders).

    uss buffalo and uss stethem depart changi naval base for the at sea 28506939156

    CONTEXT: Washington of Beijing? Een dilemma voor Singapore

    De stadstaat ging een keus tussen de supermachten altijd slim uit de weg, maar dreigt nu voor het blok te worden gezet.

    Washington of Beijing: voor Singapore, dat 14.000 keer kleiner is dan China en een militaire bondgenoot van de VS, is het lastig kiezen. Beijing sluit overal in Zuidoost-Azië bondgenootschappen, terwijl Washington met twee monden blijft spreken over de duur van zijn betrokkenheid bij de regio. Lee Kuan Yew, de stichter van de in 1965 uitgeroepen Republiek Singapore, onderhield uitstekende betrekkingen met zowel Henry Kissinger, als met Deng Xiaoping, van 1956 tot 1967 secretaris- generaal van de Communistische Partij van China. Lee Kuan Yew bracht zelfs zijn ‘vakantie’ door in Taiwan; dat ging allemaal probleemloos. Maar de tijden zijn veranderd.

    ‘Binnen drie tot vijf jaar dreigt Singapore moeilijke keuzes te moeten maken,’ voorspelt Donald Low van de Nationale Universiteit van Singapore. Tot overmaat van ramp hebben de Verenigde Staten op 23 januari jl. het Trans-Atlantisch Partnerschap (TPP) geannuleerd, een verkiezingsbelofte van Donald Trump. ‘Dat heeft de Singaporese regering ernstig in verlegenheid gebracht,’ bevestigt een diplomaat. ‘Hier is de vrijhandel meer dan een religie, het is het hart van het systeem. Als de internationale handel tot stilstand komt, gaat Singapore dicht.’ In werkelijkheid beschikt Singapore nog altijd over een twintigtal bilaterale vrijhandelsverdragen, met onder andere de VS, Japan en China. Dat neemt niet weg dat de houding van Washington weinig goeds belooft voor het regionale evenwicht en dat Singapore beseft hoe kwetsbaar zijn positie is.

    Singapore wordt inmiddels ook het hof gemaakt door China. De economische betrekkingen tussen de twee nemen een hoge vlucht. En Beijing duldt geen kritiek meer van deze stadstaat die het als Chinees beschouwt

    In augustus 2016 verzekerde president Barack Obama: ‘Singapore is de ankerplaats van onze aanwezigheid in de regio.’ Dit bondgenootschap berust op een memorandum van overeenstemming. ‘De marinebasis van Changi ontvangt Amerikaanse vliegdekschepen, het commando van de Amerikaanse strijdkrachten in de Grote Oceaan heeft zijn logistieke basis in Sembawang (aan de noordkant van Singapore) en de VS beschikken over een eskader op de luchtmachtbasis Paya-Lebar,’ aldus Eric Frecon, onderzoeker aan het marine-instituut en coördinator van het Observato- rium voor Zuidoost-Azië.

    Singapore wordt inmiddels ook het hof gemaakt door China. De economische betrekkingen tussen de twee nemen een hoge vlucht. En Beijing duldt geen kritiek meer van deze stadstaat die het als Chinees beschouwt. In november 2016 liet China zijn ongeduld blijken door negen Singaporese pantservoertuigen die terugkwamen uit Taiwan, waar Singapore al meer dan veertig jaar zijn troepen laat oefenen, tijdens een tussenstop in Hongkong in beslag te nemen. De voertuigen werden teruggegeven ter gelegenheid van het Chinees Nieuwjaar. Er was minstens één geheime missie naar Beijing nodig om dat voor elkaar te krijgen.

    Een andere bron van Chinese ergernis is het feit dat Singapore in juli 2016 het Hof van Arbitrage heeft ingeschakeld in het conflict over de Zuid-Chinese Zee. Als reactie daarop voerde de Global Times, de propagandatabloid van de Communistische Partij van China, een felle lastercampagne tegen Singapore. Sommigen mompelen dat de boodschap is doorgekomen: de oefeningen in Taiwan zijn opgeschort, in elk geval ‘voorlopig’. Hoe dan ook lijkt de ergste kou tussen de landen uit de lucht. De vergadering van de bilaterale samenwerkingsraad, die in 2016 wegens spanningen was geannuleerd, is op maandag 27 februari jl. alsnog gehouden in Beijing.

  • Trump: redder van de EU?

    Trump: redder van de EU?

    Nog voor de uitslag van de Nederlandse verkiezingen waagde Ivan Krastev al een voorspelling: de anti-EU-partijen in Europa zullen niet overwinnen. Met dank aan Donald Trump.

    ‘De Europese Unie is dood, maar ze weet het nog niet,’ verklaarde Marine Le Pen, leider van het Front National, onlangs. De voornaamste nieuwsmedia namen meteen afstand van haar uitspraak, maar veel mensen vragen zich af of 2017 misschien het laatste jaar van 
de Europese eenheid zou kunnen zijn. Europese leiders voelen zich alsof ze elk moment de strop van de beul om hun hals kunnen krijgen.

    In veel delen van Europa maken mensen zich ongerust dat de populistische golf niet gekeerd kan worden. Het 
oude continent wordt verscheurd 
door bittere tegenstellingen die zijn veroorzaakt door de euro en migratiecrises. De unie zit klem tussen het 
revisionistische Rusland en president Trumps America First, en is gedemoraliseerd door Groot-Brittanniës schokkende keuze voor een Brexit.

    Bovendien zouden de komende verkiezingen in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Tsjechië en, hoogstwaarschijnlijk, Italië het naoorlogse Europese project de das om kunnen doen. De Europese economie leeft op, maar tegelijk neemt het gevoel van onveiligheid toe. Uit een peiling van het Britse bureau YouGov in januari bleek dat 81 procent van de Fransen, 68 procent van de Britten en 60 procent van de Duitsers verwachtte dat er dit jaar een grote terroristische aanval zou plaatsvinden in hun land.

    Dus: zal de Europese Unie in 2017 
uiteenvallen?

    De verkeerde gok van 2017

    Waarschijnlijk niet. Net zoals arrogantie en zelfverzekerdheid de Europese elites blind hebben gemaakt voor de mogelijkheid van een Brexit, kunnen mensen nu, gehinderd door wanhoop en een modieus fatalisme, niet voorzien welke kant het zal uitgaan. Een weddenschap afsluiten op de instorting van de Europese Unie zou weleens de verkeerde gok van 2017 kunnen zijn.

    Het ziet er op dit moment naar uit 
dat Amerika, wederom, de redder van Europa zal zijn. Sommige Europeanen steunen het feit dat Trump afstand neemt van de traditionele bondgenoten van zijn land, anderen verafschuwen het. Maar beide groepen zijn nerveus geworden door wat ze in de eerste maand van de nieuwe Amerikaanse regering hebben zien gebeuren. 
Europeanen zijn niet bang voor Trump omdat hij bereid is muren te bouwen (Europa loopt wat dat betreft op hem vooruit) en ook niet omdat ze zo dol 
zijn op globalisering (velen hebben er een afkeer van). Hij jaagt Europeanen schrik aan omdat hij president Chaos is. Hij gedraagt zich als een personage uit een kinderboek – de man die op zijn paard sprong en in alle richtingen 
tegelijk galoppeerde.

    Marine Le Pen veranderde ineens van een meelevende radicaal in een heilige strijdster tegen de twee “totalitarismen” van onze tijd: de islam en globalisering

    Maar wat Trump tot de redder van 
de Europese Unie zou kunnen maken, is niet alleen de verontwaardiging 
die hij opwekt in de risicomijdende middenklassen, maar ook het radicaliserende effect dat zijn overwinning heeft op de populistische partijen hier. De populisten waren al lang voor de Amerikaanse verkiezingen in opkomst. In diverse landen slaagden ze erin een aanzienlijk aantal stemmen te trekken door naar het politieke centrum te laveren. Zo werden ze, voor sommigen, een levensvatbaar alternatief voor de status-quo.

    Maar sinds de overwinning van Trump hebben zijn Europese zielsverwanten die benadering laten vallen en besloten om weer te radicaliseren en de winnende strategie van zijn campagne te imiteren. Ze gooiden hun moeizaam aangeleerde matigheid overboord en keerden terug naar een bozere toon 
en een apocalyptischer wereldbeeld. 
Marine Le Pen veranderde ineens van een meelevende radicaal in een heilige strijdster tegen de twee ‘totalitarismen’ van onze tijd: de islam en globalisering.

    De electorale nederlaag van Norbert Hofer, de kandidaat van extreem-rechts, bij de Oostenrijkse presidentsverkiezingen in december, is misschien het beste voorbeeld van het Trump-effect op de Europese politiek. Door de overwinning van Trump werd extreem-rechts in Europa agressiever en arroganter, terwijl tegelijkertijd de bereidheid van zwevende kiezers om radicale alternatieven uit te proberen afnam.


    Net zoals Barack Obama’s gejubel over de Europese Unie de aanhangers ervan niet heeft geholpen, bewijst Trumps anti-EU-retoriek de populisten geen dienst. Europese elites grijpen dit moment aan om de onafhankelijkheid van Europeanen te verdedigen en op 
te komen voor hun nationale belang. Zo maakt Trumps revolutie ruimte voor een EU-vriendelijk nationalisme.

    Tot voor kort waren het extreem-rechts en extreem-links die vraagtekens zetten bij de mate waarin de Europese Unie afhankelijk is van de Verenigde Staten. Nu pleiten pro-
Europeanen voor een Europees leger 
en een onafhankelijke Europese 
buitenlandse politiek. Vorige maand omschreef Donald Tusk, de voorzitter van de Europese Raad, in een open brief aan de leiders van de 27 lidstaten het Amerika van Trump als een existentiële bedreiging van de Europese Unie, samen met Rusland, China en 
de radicale islam.

    Wat 2017 anders maakt dan vorig jaar, en waarom de Europese Unie een 
goede overlevingskans heeft, is dat de verwachtingen van het publiek zijn veranderd. Nu zijn we er niet alleen van overtuigd dat het ondenkbare wel degelijk realiteit kan worden (Brexit, president Trump), maar we verwachten het ook. We wachten erop dat Geert Wilders de volgende premier van Nederland wordt. We nemen aan dat Marine Le Pen de volgende president van Frankrijk zal zijn. En we speculeren erop dat er een einde komt aan 
bondskanselier Angela Merkels 
ambtsperiode.

    Dat zou allemaal kunnen – maar hoogstwaarschijnlijk gebeurt het niet. Als het ergste vermeden wordt, zou 
dat het Europese project juist nieuwe, broodnodige politieke energie kunnen geven. De geschiedenis leert ons dat overleven in tijden van crisis de 
ultieme bron van legitimiteit is. Het is eerder het vermogen van de Europese Unie om in 2017 te overleven dan het vermogen van de Unie om zichzelf te hervormen, dat de Europeanen ervan zal overtuigen dat eenheid niet tot het verleden behoort.

    Auteur: Ivan Krastev
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Ivan Krastev is voorzitter van het Center for Liberal Strategies, staflid van het Institute for Human Sciences in Wenen en columnist van The New York Times.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402

    De Krant der kranten. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium. Het motto ‘All the news that’s fit to print’ wordt sinds 1896 bewaakt door de familie Ochs Sulzberger. De gedrukte oplage is onder de 1 miljoen gedaald maar de website trekt meer dan 30 miljoen bezoekers per maand.

  • 8. Een stap terug in Azië?

    8. Een stap terug in Azië?

    De pivot to Asia (draai naar Azië) was een van de paradepaardjes van de regering-Obama. Als Trump die terugdraait, zal dat ingrijpende gevolgen hebben voor de veiligheid, mensenrechten en handelsverdragen.

    De America First-retoriek van aankomend president Donald Trump doet vermoeden dat hij niet al te geïnteresseerd is in de binnenlandse politiek van zijn Aziatische bondgenoten. Trump leverde weliswaar stevige kritiek op het economische beleid van China, en zei dat Japan en Zuid-Korea meer moeten uitgeven aan defensie, maar afgezien daarvan heeft hij zich amper over Azië uitgelaten.

    Als Trumps isolationistische verhaal wordt omgezet in beleid, betekent dat waarschijnlijk dat een van Obama’s paradepaardjes op het gebied van buitenlandse zaken – de zogenoemde pivot to Asia [‘draai naar Azië’] – zal worden teruggedraaid. ‘Voor zover wij dat kunnen inschatten, zal Trumps presidentschap het einde betekenen van de draai naar Azië als expliciet onderdeel van het Amerikaanse buitenlandbeleid,’ aldus Tom Pepinsky, Zuidoost-Azië-analist aan de Cornell-universiteit.

    Elke vorm van troepenvermindering zou de onzekerheid in de regio kunnen aanwakkeren

    Wat dat betekent voor de militaire aanwezigheid van de VS in Azië blijft vooralsnog onduidelijk. Elke vorm van troepenvermindering zou de onzekerheid in de regio kunnen aanwakkeren, aangezien dit de toenemende militaire macht van China in de regio zou vergroten en Noord-Korea zou aanmoedigen om de verdediging van Zuid-Korea en Japan verder op de proef te stellen.

    In navolging van zijn eerdere beschuldigingen aan het adres van Europese NAVO-landen, die hij afschilderde als profiteurs, zei Trump dat Japan en Zuid-Korea wat hem betreft meer zouden moeten bijdragen aan de aanwezigheid van Amerikaanse soldaten in de regio.

    Op 9 november, daags na Trumps overwinning, zei Chung Jin-suk van de Zuid-Koreaanse regeringspartij Saenuri in het parlement dat men ‘ingrijpende veranderingen op het gebied van veiligheid’ moet verwachten. Trump verzekerde de Zuid-Koreaanse president Park Geun-hye er later van dat de VS ‘bescherming zullen bieden tegen de instabiliteit in Noord-Korea’, aldus een woordvoerder van Park.

    De aankomend president heeft zich tot nog toe dubbelzinnig uitgelaten over de vraag of de Verenigde Staten zich – zoals werd gedreigd – zullen terugtrekken uit Azië. Michael Flynn, voormalig hoofd van het Amerikaanse Defense Intelligence Agency en adviseur voor buitenlands beleid tijdens de campagne van Trump, vertelde de Nikkei Asian Review in oktober dat het Amerikaans-Japanse bondgenootschap ‘van cruciaal belang’ is voor de veiligheid in Azië. En Trump ‘deelt die mening’ absoluut, zei hij. Niettemin, voegde Flynn eraan toe, moeten de leiders ‘eens goed bekijken wat de kosten zijn en wat ervoor nodig is om de veiligheid en stabiliteit [in de regio] te behouden’.

    Chinese verkoopsters poseren met een Trump-vlag in hun winkel in de stad Jinhua, bekend om zijn gedroogde ham. – © Getty Images
    Chinese verkoopsters poseren met een Trump-vlag in hun winkel in de stad Jinhua, bekend om zijn gedroogde ham. – © Getty Images

    Eveneens onduidelijk is Trumps standpunt als het gaat om de conflicten in de Zuid-Chinese Zee – een gebied dat bijna volledig door Beijing wordt geclaimd, zelfs nu de VS hun aanwezigheid in dit gebied hebben opgevoerd om China in het gareel te houden. Trumps visie op de rivaliteit in de betwiste wateren zou voor het eerst zichtbaar kunnen worden wanneer er nieuwe onthullingen boven water komen over de kunstmatige eilanden die China er aanlegt of de militarisering die er plaatsvindt, of anders tijdens regionale topontmoetingen in Azië in het komende jaar.

    Mocht Trump zich inderdaad terugtrekken, dan ‘zal Zuidoost-Azië zich afvragen of Amerika nog wel een betrouwbare partner is; sommigen vragen zich dat nu al af’, aldus Lee Jones van de School of Politics and International Relations aan de Queen Mary University of London.

    Trump heeft laten doorschemeren dat Rusland wat hem betreft wat meer de vrije hand zou moeten hebben in de voormalige Sovjetrepublieken. Hij suggereerde bovendien dat hij de Amerikaanse steun aan de zogenoemde gematigde rebellen, die in Syrië strijden tegen de regeringstroepen, zou stopzetten. In een telefoongesprek met de Russische president Poetin zei Trump dat hij ‘een sterke en duurzame relatie’ tussen de twee landen nastreeft.

    Soft power

    Als Trump de claims van China in de Zuid-Chinese Zee als legitiem beschouwt, zou dit Beijing kunnen aanmoedigen om nog een stapje verder te gaan, ondanks het feit dat de historische aanspraken van China in juli nog werden verworpen door een internationaal gerechtshof. Ondanks die uitspraak probeerden verschillende landen in de regio zich al voor de verkiezingsuitslag in te dekken tegen eventueel naderend onheil; met name de Filipijnse president Duterte deed pogingen om de banden met China aan te halen.

    Als de VS weer zouden ‘terugdraaien’ uit Azië, zou Washington vrijwel zeker minder geneigd zijn om anderen de les te lezen over schendingen van mensenrechten – zoals de bloedige war on drugs van Duterte, waarbij sinds juni al meer dan drieduizend mensen om het leven zijn gekomen, of de aanhoudende macht van de militairen in Thailand, een andere oude bondgenoot van de VS.

    ‘Het gebrek aan fatsoen in de verkiezingsdebatten en de nativistische, xenofobische aard van diverse uitspraken van Trump hebben inmiddels al een negatieve uitwerking gehad op de Amerikaanse soft power in Azië en elders ter wereld’

    Naast hun ongeëvenaarde economische en militaire macht hebben de VS jarenlang kunnen vertrouwen op hun – minder tastbare – soft power bij het uitoefenen van invloed op andere landen. Volgens Joseph Nye, de wetenschapper van Harvard die deze term ooit bedacht, is dit ‘het vermogen om te verkrijgen wat men wil door middel van verleiding, in plaats van door dwang of beloning’. Nye merkt echter op dat het aanzien van de VS in Azië is geschaad. ‘Het gebrek aan fatsoen in de verkiezingsdebatten en de nativistische, xenofobische aard van diverse uitspraken van Trump hebben inmiddels al een negatieve uitwerking gehad op de Amerikaanse soft power in Azië en elders ter wereld,’ zo zei hij.

    Trumps aversie tegen vrijhandelsverdragen zou de aantrekkingskracht van de VS in Azië nog verder kunnen ondermijnen. Obama heeft zich vol overgave ingezet voor het Trans-Pacific Partnership (TPP), een handelsverdrag met elf landen rond de Stille Oceaan, waaronder Brunei, Japan, Maleisië, Singapore en Vietnam. Hij hoopte dat een succesvol TPP andere landen ertoe zou overhalen om ook mee te doen, maar nog voor de presidentsverkiezingen rezen er al twijfels, toen zowel Trump als Clinton zich tegen het voorstel uitsprak.

    De kans dat de Verenigde Staten het TPP zullen ratificeren is met de nieuwe machthebbers zo goed als nihil. ‘In zijn huidige vorm kan het TPP niet van kracht worden zonder Amerikaanse deelname,’ zei de Maleisische premier Najib echter tegen de Nikkei Asian Review.

    De ogen van de wereld zijn de komende maanden gericht op Donald Trump; hierin zal blijken in hoeverre hij de botte retoriek uit zijn verkiezingscampagne daadwerkelijk wil omzetten in beleid, of hij de confronterende koers zal varen die we van hem kennen uit The Apprentice, of toch zal terugvallen op de onderhandelingen en compromissen uit zijn jaren als zakenman.

    Auteur: Simon Roughneen
    Vertaler: Rogier Goetze

    Nikkei Asian Review
    Japan | weekblad | 2,946,594 ochtend, 1,558,594 Evening

    Bijdragen van over de hele wereld over Azië, met de nadruk op economie. Sinds 2015 ook eigenaar van Financial Times.

  • 2. Hoofdbrekens voor Trump

    2. Hoofdbrekens voor Trump

    In zijn verkiezingscampagne sprak Donald Trump lovende woorden over Vladimir Poetin. Maar als president zal hij harde noten moeten kraken met zijn Russische collega.

    Met zijn nucleaire wapengekletter en brutale militaire optreden zet Vladimir Poetin alle gangbare regels in de Amerikaans-Russische betrekkingen overboord en plaatst hij de Verenigde Staten voor een gevaarlijk dilemma. De nieuwe Amerikaanse president Trump erft een gespannen verhouding met Rusland, waarbij Washington in zijn pogingen Poetin een halt toe te roepen voornamelijk heeft gefaald. Deze maand besloot Moskou zich terug te trekken uit een historisch akkoord over de vernietiging van plutonium voor kernwapens en werd bekend dat het raketten heeft geplaatst in Kaliningrad, aan de Oostzee: twee berichten die onderstrepen hoe Poetins Rusland op geheel nieuwe en onvoorspelbare wijze de spierballen laat rollen.

    Het baart zowel Amerikaanse als Europese functionarissen steeds meer zorgen dat Poetin zo makkelijk de militaire confrontatie zoekt en zijn kernwapenarsenaal betrekt bij discussies die daar volgens het Westen helemaal niets mee te maken hebben. Dat maakt het razend lastig voor de VS en hun Europese bondgenoten om een passend antwoord te vinden op Poetins brutale tactieken, die de afgelopen jaren varieerden van annexatie van de Krim tot luchtsteun voor het Syrische regime en vermeende pogingen om de Amerikaanse verkiezingen te beïnvloeden. ‘Het voelt heel erg alsof we een onrustige en gevaarlijke fase in onze bilaterale relatie ingaan,’ zegt Julianne Smith, oud-adviseur van vicepresident Biden en bij het Pentagon ooit verantwoordelijk voor het NAVO-beleid. ‘Trump komt voor een paar belangrijke strategische keuzes te staan,’ aldus Smith.

    Verschillende functionarissen en oud-ambtenaren zijn het erover eens dat Trump in de omgang met dit herrijzende Rusland zal moeten kiezen uit verschillende onaangename en riskante opties. Een verzoenende opstelling om tot een akkoord over Oekraïne te komen kan de spanningen op korte termijn verminderen maar draagt het risico in zich dat het Poetin alleen maar brutaler zal maken. Een hardere lijn draagt het gevaar van escalatie in zich, met het risico van een militaire confrontatie in Syrië of de Baltische staten.

    Rusland is de laatste jaren steeds agressiever in zijn nucleaire beleid, door dreigende taal uit te slaan in discussies over het kernwapenarsenaal en de mogelijkheden voor de inzet daarvan te verruimen

    Sinds Obama’s pogingen om de verhouding met het Kremlin te ‘resetten’ zijn mislukt en Poetin in 2012 weer president werd, heeft Rusland er steeds meer een handje van om kwesties die niets met elkaar te maken hebben toch op elkaar te betrekken. Vaak weigert het zelfs samen te werken bij kwesties waarin beide landen gedeelde belangen hebben, louter om de druk op Washington in andere geschillen op te voeren. Heel anders dan de jaren zeventig, toen tijdens de detente tussen Amerika en het Oostblok beide mogendheden zich strikt aan bepaalde grenzen en ongeschreven regels hielden. Met name besluiten over kernwapens werden toen altijd losgekoppeld van andere kwesties en conflicten. Sinds de inval in de Krim in 2014 en de eenzijdige interventie in Syrië in 2015 heeft het Kremlin die benadering verlaten.

    Dat is een definitieve breuk met het verleden, waarin ruzies over regionale brandhaarden altijd los werden gezien van het overleg over wapenproliferatie. Toen het Kremlin onlangs het verdrag uit 2009 over de vernietiging van plutonium voor kernwapens opzegde, zei het erbij dat het deze stap zou heroverwegen als de VS hun militaire aanwezigheid langs de Russische grens zouden terugschroeven, alle sancties tegen het land zouden opheffen en Moskou financieel zouden compenseren voor de door die sancties veroorzaakte economische schade. Amerikaanse functionarissen zijn teleurgesteld over die Russische stap en ontsteld over wat zij als een verontrustend gedragspatroon zien. Een hoge regeringsfunctionaris noemde de berichten over plaatsing van Iskander-raketten in de Baltische enclave Kaliningrad ‘de laatste van een hele reeks verklaringen en maatregelen die doen betwijfelen of het Rusland ernst is met de vermindering van de hoeveelheid gevaarlijke nucleaire stoffen en daardoor de lange weg naar ontwapening ondermijnen’.


    Rusland is de laatste jaren steeds agressiever in zijn nucleaire beleid, door dreigende taal uit te slaan in discussies over het kernwapenarsenaal en de mogelijkheden voor de inzet daarvan te verruimen. In een opiniestuk in de krant Rossijskaja Gazeta in 2012 gaf Poetin als presidentskandidaat hoog op van de strategische rol van kernwapens in Ruslands buitenlandpolitiek. Hij zinspeelde zelfs op de mogelijkheid om ze in te zetten in een conventionele oorlog. Na zijn aantreden kwam hij met een plan voor de modernisering van Ruslands nucleaire strijdkrachten. In maart van dit jaar verklaarde Poetin dat hij op het punt heeft gestaan kernwapens in paraatheid te brengen toen het lot van de Krim in het geding was. Toen de Russische staatstelevisie hem vroeg of hij bereid zou zijn geweest in dat conflict kernwapens in te zetten, zei hij: ‘We waren er klaar voor. In het overleg met mijn collega’s heb ik gezegd dat de Krim historisch bij ons hoort. Er wonen Russen, die zijn in gevaar, en die kunnen we niet in de steek laten.’

    
Volgens de VS overtreedt Rusland een in 1987 door Reagan en Gorbatsjov gesloten verdrag tegen wapenproliferatie. Daarin beloofden beide landen alle vanaf de grond gelanceerde ballistische en kruisraketten met een bereik van 500 tot 5000 kilometer af te schaffen. Het was een belangrijke stap in de beëindiging van de Koude Oorlog en legde de basis voor verder overleg over vermindering van het aantal kernwapens. In 2010 heeft Rusland nog een nieuw START-verdrag getekend, maar alle pogingen van Obama om over verdere terugdringing van kernwapens te onderhandelen zijn sindsdien afgeketst. Het verdrag loopt af in 2021, en zonder nieuw akkoord zou alle vooruitgang van de afgelopen 25 jaar verloren kunnen gaan. Poetins regering werkt ook al niet meer mee aan het in de jaren negentig opgestarte overleg over de veiligstelling van radioactief materiaal. In maart weigerde Rusland de nucleaire top in Washington bij te wonen.

    In het streven naar goede betrekkingen heeft de regering-Obama steeds de gulden middenweg tussen confrontatie en compromis gezocht, vanuit de gedachte dat het intomen van Rusland op het wereldtoneel strategisch geduld vereist

    Die hardere opstelling op nucleair gebied gaat gepaard met een steeds agressievere inzet van conventionele troepen. Sinds de crisis in Oekraïne scheren Russische gevechtsvliegtuigen en bommenwerpers vaak rakelings langs de grenzen van het luchtruim van de NAVO en de VS of vliegen ze hinderlijk dicht langs Amerikaanse vliegtuigen en oorlogsschepen. Russische vliegtuigen schenden ook geregeld het luchtruim van landen als Finland en Zweden, die niet bij de NAVO zijn aangesloten maar wel meedoen aan de EU-sancties tegen Moskou. In maart 2015 zei de Russische ambassadeur in Kopenhagen dat Deense oorlogsschepen het ‘doelwit van Russische kernraketten’ zouden worden als er geavanceerde radarapparatuur op werd geïnstalleerd.

    Waar Rusland door de VS en de NAVO wordt afgeschilderd als internationale provocateur, beschuldigt Moskou de VS ervan in Ruslands achtertuin ‘staatsgrepen’ aan te wakkeren door democratiegezinde regeringen te steunen en het nucleair evenwicht te verstoren met raketschilden. Het is waar dat de VS in 2002 het ABM-verdrag over antiballistische raketten hebben opgezegd. Russische functionarissen vinden de plaatsing van Amerikaanse antiraketsystemen in Oost-Europa een provocatie en wijzen dat aan als oorzaak van het vastgelopen ontwapeningsoverleg. Moskou verwijt de NAVO en de VS roekeloos gedrag, verwijzend naar de grotere inzet van Amerikaanse tanks en troepen in Ruslands buurlanden en oefeningen met B-2-bommenwerpers dicht bij de Russische grens.

    In het streven naar goede betrekkingen heeft de regering-Obama steeds de gulden middenweg tussen confrontatie en compromis gezocht, vanuit de gedachte dat het intomen van Rusland op het wereldtoneel strategisch geduld vereist. Zo koos men na de invasie in Oekraïne en de annexatie van de Krim voor economische sancties in plaats van militaire actie. Maar de sancties, die Europa verdelen en geld kosten, hebben Ruslands ‘groene mannetjes’ niet verdreven en de Krim niet kunnen teruggeven aan Oekraïne. ‘We moeten een samenhangend beleid tegenover Rusland ontwikkelen,’ aldus een westerse diplomaat.

    ‘We kwamen, we zagen, hij stierf’

    Het vinden van een manier om de oplopende spanningen met Rusland te verminderen wordt een taak voor de nieuwe Amerikaanse regering. In Syrië werd Obama in 2015 overrompeld door de Russische inzet van artillerie en luchtmacht, waardoor de strijd kantelde in het voordeel van Assad. Door die interventie bepaalt Rusland nu de agenda in Syrië, waar Washington drastisch aan invloed heeft ingeboet en niet veel mogelijkheden meer heeft voor militair ingrijpen. Toen de voorzitter van de Joint Chiefs of Staff, generaal Joseph Dunford, door de Senaat werd gevraagd naar de mogelijkheid om in Syrië een no-flyzone in te stellen, zei hij dat ‘we dan oorlog moeten voeren tegen Syrië en Rusland’.

    Hillary Clinton pleitte in haar verkiezingscampagne herhaaldelijk voor een no-flyzone of een ‘veilige zone’ voor Syrische burgers. Ze trad nooit in detail over wat dat precies moest behelzen, maar haar adviseurs stelden dat de VS bijvoorbeeld een Syrisch vliegtuig zouden kunnen neerhalen, om Rusland zo te dwingen tot een duidelijke keuze: Assad verdedigen of samenwerken met Washington. Bij haar pleidooi voor een no-flyzone ging Clinton steeds voorbij aan de aanwezigheid in Syrië van het geavanceerde Russische luchtafweersysteem S400, dat ingezet zou kunnen worden tegen Amerikaanse toestellen die zo’n no-flyzone moeten opleggen.

    Het Kremlin zou een no-flyzone waarschijnlijk als een directe bedreiging voor de eigen troepen in Syrië beschouwen, zeker na wat er in Libië is gebeurd toen Clinton nog minister van Buitenlandse Zaken was. Toen de Veiligheidsraad in 2011 instemde met een no-flyzone in Libië, onthield het Rusland van president Medvedev zich van stemming. Clinton zou de Russen toen hebben verzekerd dat de actie niet was bedoeld om Gaddafi ten val te brengen. Maar vervolgens bleek de luchtsteun van de NAVO de Libische rebellen flink te helpen en dook er een video op van een lachende Clinton die de dood van Gaddafi omschreef als: ‘We kwamen, we zagen, hij stierf.’

    Het Kremlin voelde zich door de Amerikanen bedrogen. Volgens deskundigen hebben die interventie en de dood van Gaddafi Poetin ertoe gebracht om zich weer kandidaat te stellen voor het presidentschap.

    Vladimir Poetin en de Servische president Tomislav Nikolic tijdens een militaire parade in Belgrado. – © Vasily Maximov / Reuters
    Vladimir Poetin en de Servische president Tomislav Nikolic tijdens een militaire parade in Belgrado. – © Vasily Maximov / Reuters

    In de Amerikaanse verkiezingscampagne heeft Trump, heel anders dan Clinton, juist een verzoenende toon jegens Rusland aangeslagen. Clinton heeft vraagtekens gezet bij Trumps zakelijke relaties met Russische investeerders en zijn secondanten ervan beticht dat ze Moskouse propaganda napraten. In oktober spuide Trumps buitenlandadviseur Carter Page in een artikel op de pro-Russische website Sputnik kritiek op de Verenigde Staten vanwege hun ‘inmenging’ in de binnenlandse aangelegenheden van Ruslands buurlanden, waaronder Oekraïne. Volgens Page heeft Washington ‘geen enkel oog voor de Russische belangen’. Trump heeft herhaaldelijk opgeroepen tot hechtere samenwerking met het Kremlin in de strijd tegen IS in Syrië, maar laat verder weinig los over de manier waarop hij met Rusland zou willen omgaan.

    Soms doen de huidige problemen weer denken aan de jaren zeventig. Maar toen hadden beide mogendheden een verstandhouding die hun rivaliteit enigszins in toom hield. Volgens Henry Kissinger, de architect van de onder de presidenten Nixon en Ford tot stand gebrachte detente, ‘ontwikkelde zich een idee van strategische stabiliteit waarin beide landen zich konden vinden terwijl hun rivaliteit op andere gebieden onverminderd doorging’. Die ‘strategische stabiliteit’ en het daaruit resulterende evenwicht zijn sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verdwenen. Rusland voelt zich bedreigd en vernederd door de uitbreiding van de NAVO en de EU in Midden- en Oost-Europa. Het was ook woedend over de door Amerika geleide militaire interventies in Servië en later Irak – allemaal zonder volledig mandaat van de VN-veiligheidsraad.

    Ruslandexperts verschillen met elkaar van mening over de manier waarop Poetin het beste kan worden aangepakt. En geen enkele westerse regering lijkt duidelijk voor ogen te hebben hoe de oud-KGB’er op verschillende afschrikkingstactieken zal reageren, of waar hij met zijn land precies naar streeft. ‘We zien welke tactieken hij nu hanteert en hoe hij zich wereldwijd in verschillende brandhaarden mengt,’ zegt Julianne Smith. ‘Maar we weten niet precies hoever hij daarin wil gaan.’

    Auteurs: Dan De Luce en Reid Standish
    Vertaler: Frank Lekens

    Foreign Policy
    Verenigde Staten |tweemaandelijks tijdschrift | oplage 106.000

    Wetenschappelijk tijdschrift, opgericht in 1970 om het ‘debat te stimuleren over belangrijke kwesties van de Amerikaanse buitenlandse politiek’. Sinds 2008 eigendom van The Washington Post.

  • 4. De drone-president

    4. De drone-president

    Als winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede kreeg Obama veel kritiek op zijn inzet van drones voor het uitschakelen van terroristen. Maar zijn staat van dienst op dit gebied is genuanceerder dan je misschien zou verwachten.

    Op 5 maart van dit jaar voerden de VS met onbemande drones en bemande vliegtuigen 
een bombardement uit op wat de 
regering omschreef als een kamp van Al-Shabaab, bijna 200 kilometer ten noorden van Mogadishu. Daarbij zouden zo’n honderdvijftig leden van de terreurbeweging zijn gedood. Volgens de regering vormden deze strijders een directe bedreiging voor de troepen van de Afrikaanse Unie waar Amerikaanse adviseurs mee samenwerken, al werd daarvoor geen bewijs aangevoerd. Het nieuws dat Amerika aan de andere kant van de wereld, in een land waarmee het niet in oorlog is, honderdvijftig niet nader genoemde mensen had gedood, kreeg in eigen land nauwelijks aandacht, laat staan dat het enige ophef veroorzaakte. Het op afstand en buiten oorlogsgebied doden van mensen lijkt de gewoonste zaak van de wereld te worden.

    Een opvallende ontwikkeling, des te meer omdat die zich heeft voorgedaan onder Obama, die bij zijn aantreden toch het imago van antioorlogspresident had – in zo sterke mate dat hij misschien wel als enige man ter wereld de Nobelprijs voor de Vrede heeft gekregen op basis van wishful thinking. Als president voert onze Nobelprijswinnaar nu al langer oorlog dan al zijn voorgangers. Hij heeft in zeven landen militair geweld ingezet: Afghanistan, Irak, Syrië, Pakistan, Libië, Jemen en Somalië. In de laatste vier landen bestaat dat geweld bijna volledig uit onbemande drones die 
terreurverdachten executeren die 
banden zouden hebben met Al-Qaida of ‘daaraan gelieerde machten’.

    Dat een antioorlogspresident het gebruik van drones zo aantrekkelijk vindt, moet een teken aan de wand zijn. In de woorden van Hugh Gusterson in Drone: Remote Control Warfare:

    Als buitenrechtelijke liquidaties al zo’n aantrekkingskracht uitoefenen op een president die vroeger staatsrecht doceerde, die van begin af aan tegen de oorlog in Irak was, die een eind maakte aan het martelprogramma van de CIA en die bij zijn aantreden de intentie uitsprak om het detentiekamp in Guantanamo Bay te sluiten, dan is het onwaarschijnlijk dat eender welke opvolger de verleiding van de drone zal kunnen weerstaan.

    Obama met Nationaal Veiligheidsadviseur Susan E. Rice tijdens een terrorisme-update.
    Obama met Nationaal Veiligheidsadviseur Susan E. Rice tijdens een terrorisme-update.

    En we moeten ons dan niet alleen 
zorgen maken om president Trump of Clinton. Andere landen zullen ook niet schromen om naar het middel van onbemande luchtaanvallen te grijpen om problemen buiten hun landsgrenzen ‘op te lossen’. Israël, het Verenigd Koninkrijk, Iran, Irak, Nigeria en Pakistan hebben het voorbeeld van de VS 
al gevolgd en zetten inmiddels ook bewapende drones in. China heeft ze 
in de aanbieding voor 1 miljoen dollar per stuk. Het zal niet lang meer duren 
voordat het grootste deel van de 
ontwikkelde wereld over dit wapen beschikt. En als andere landen een 
precedent zoeken, is Obama’s staat 
van dienst op dit gebied het eerste waarnaar ze zullen wijzen.

    Wat is die staat van dienst? En wat 
kan en moet hij nu nog doen om de risico’s te verkleinen van een met 
drones bewapende wereld? Sommige critici stellen Obama’s staat van dienst op dit vlak gelijk aan de oorlogsmisdaden van zijn voorganger Bush. 
Zo beweert Glenn Greenwald in het nawoord bij The Assassination Complex dat Obama’s dronebeleid ‘de slechtste kanten belichaamt van wat de war on terror van Bush en Cheney zo funest maakte’. Greenwald vat Obama’s 
benadering van drones als volgt samen:

    De kern van zijn drone-moordprogramma is dat hij en hij alleen bij machte is om overal 
ter wereld mensen, ook Amerikaanse burgers, op de korrel te nemen en eenzijdig het bevel 
te geven om hen te executeren, op basis van zijn overtuiging dat het beoogde slachtoffer een terrorist is.

    Droneaanvallen zijn van alle verschillende oorlogsmiddelen het middel dat de minste burgerslachtoffers kost

    Als dat inderdaad zijn beleid was, 
zouden de verwijten van Greenwald 
en tal van andere critici terecht zijn. Maar het klopt niet. Ten eerste maakt Obama geen aanspraak op het recht om af te rekenen met ‘terroristen’, maar alleen met personen die onze tegenstander zijn in een door het 
Congres gesanctioneerd gewapend conflict met Al-Qaida en daaraan 
gelieerde organisaties. En het recht 
om vijanden in een gewapend conflict te doden is zo oud als het fenomeen oorlog zelf.

    Ten tweede maakt Obama geen 
aanspraak op het recht op de inzet van dodelijk geweld ‘overal ter wereld’, maar alleen in oorlogsgebieden, en daarbuiten alleen tegen vijandelijke strijders die een direct gevaar vormen dat niet op een andere wijze kan 
worden bestreden – meestal omdat het land waar zo’n strijder zich bevindt niet in staat is hem gevangen te nemen. Als zo’n land de vijand wel kan oppakken en berechten, is executie 
volgens onze regering geen optie.

    Ten derde blijkt uit meerdere bronnen, waaronder Greenwalds eigen website The Intercept, dat Obama zijn doelwitten zeker niet op eigen houtje kiest. Hij heeft een uitgebreid proces opgetuigd waarbij de informatie en adviezen van allerlei hooggeplaatste functionarissen in de krijgsmacht en de regering 
worden meegewogen voordat een gerichte actie wordt goedgekeurd.

    Minder drone-inzet

    Het is ook belangrijk om op te merken dat Obama’s beleid en praktijk ten 
aanzien van de inzet van drones in 
de loop van zijn regeerperiode sterk 
is veranderd. Zijn eerste jaren in het ambt werden gekenmerkt door een agressieve uitbreiding van het droneprogramma. Zo zijn er volgens de 
New America Foundation onder Bush 48 drone-aanvallen uitgevoerd in 
Pakistan, met tussen de 377 en 558 doden tot gevolg, terwijl er onder Obama 355 aanvallen werden uitgevoerd, met in totaal tussen de 1907 
en 3067 doden tot gevolg. Maar nadat het aantal droneaanvallen in Pakistan in 2010 piekte met 122, is het sindsdien ieder jaar gedaald. In 2015 zijn er in Pakistan slechts tien aanvallen uitgevoerd en dit jaar tot nu toe nog maar drie. Ook het aantal droneaanvallen in Jemen is gedaald, van een piek van 47 in 2012 tot 24 in 2015 en negen in dit jaar. Obama’s neiging om drones in te zetten is in zijn tweede ambtstermijn dus beduidend zwakker dan in zijn eerste.

    Volgens critici kosten drones veel levens van onschuldige burgers. Ook hier is het beeld gecompliceerd. De VS hebben jarenlang geweigerd droneaanvallen te erkennen, en legden dus ook geen publieke verantwoording af over de slachtoffers die daarbij vielen en over de vraag of dat strijders of 
burgers waren. Diverse onafhankelijke organisaties proberen in die leemte te voorzien, maar het is buitengewoon moeilijk om aan accurate gegevens te komen.

    Het Londense Bureau of Investigative Journalism kwam met de schatting 
dat in Pakistan, Jemen en Somalië samen tot 24 mei 2016 tussen de 493 
en 1168 burgers zijn omgekomen door Amerikaanse droneaanvallen. De New America Foundation is voorzichtiger en houdt het op 370 tot 448 burger-doden in dezelfde drie landen. Na 
zevenenhalf jaar over het onderwerp 
te hebben gezwegen, meldde de regering op 1 juli jongstleden zelf dat er tussen januari 2009 en december 2015 64 tot 116 burgers zijn omgekomen 
bij 473 ‘terreurbestrijdingsoperaties buiten actieve conflictgebieden’. Daarbij werden Irak, Syrië en Afghanistan expliciet als ‘actieve conflictgebieden’ aangemerkt, dus het rapport bevatte geen cijfers over de hoeveelheid burgerslachtoffers die er in die landen zijn gevallen, al mag je ervan uitgaan dat het om aanzienlijke aantallen gaat.


    De discrepantie met de cijfers van organisaties als de New America 
Foundation was volgens de regering het gevolg van de veronderstelde 
superioriteit van haar eigen inlichtingenwerk en het feit dat onafhankelijke organisaties zich baseren op nieuwsbronnen die mogelijk vatbaar zijn voor terroristische propaganda. Maar in 2011 beweerde John Brennan, Obama’s toenmalige adviseur voor de nationale veiligheid, dat er in het jaar daarvoor niet één onschuldige burger was omgekomen als gevolg van een drone-aanval: terroristen zijn dus niet de 
enigen die propaganda maken.

    De beschuldiging dat droneaanvallen zo veel burgerslachtoffers eisen, roept enerzijds de vraag op: in vergelijking waarmee dan? In één opzicht lijkt het vreemd om juist droneaanvallen te bekritiseren omdat er burgerslachtoffers bij vallen. Zoals Avery Plaw van de Universiteit van Massachusetts in Dartmouth overtuigend aantoont in Killing by Remote Control, zijn droneaanvallen van alle verschillende oorlogsmiddelen het middel dat de minste burgerslachtoffers kost. Bemande vliegtuigen kunnen veel minder 
precies te werk gaan, omdat ze niet urenlang in de lucht kunnen blijven hangen om te wachten op het ideale moment om toe te slaan. En grondtroepen resulteren bijna onvermijdelijk in meer collateral damage dan een 
droneaanval.

    Dat er burgerslachtoffers vallen is te wijten aan allerhande factoren, met als voornaamste dat het moeilijk is om ‘de vijand’ te lokaliseren als die zich tussen burgers verschuilt en geen uniform draagt. Gebrekkig inlichtingenwerk is een andere oorzaak, evenals een te groot vertrouwen in de belgegevens van telefoons waarvan je niet zeker kunt weten of ze echt in handen zijn van het beoogde slachtoffer. Zoals 
The Intercept hoorde van een voormalige dronebestuurder: ‘We jagen niet op mensen maar op hun telefoon – in de hoop dat de persoon die we treffen 
ook daadwerkelijk de boef is.’ Of zoals Michael Hayden in 2014 zei, in een debat met mij aan de Johns Hopkins-universiteit: ‘We doden mensen op basis van belgegevens.’

    Het aantal burgerslachtoffers van droneaanvallen buiten oorlogsgebieden is de afgelopen jaren niettemin sterk gedaald. Zo maakt de New America Foundation melding van 49 tot 63 doden in Pakistan in 2011, maar heeft het er van 2014 tot 2016 slechts twee geteld. In Jemen meldt het zestien 
burgerdoden in 2012, maar slechts 
vijf in 2014 en tot nu toe niet een in 2015 en 2016. De cijfers van het Bureau of Investigative Journalism vallen doorgaans hoger uit, maar ook daar 
is sprake van een daling en zie je de laatste jaren nog maar heel weinig burgerslachtoffers.

    Betere cijfers

    Eén reden voor die betere cijfers schuilt misschien in de nieuwe standaard 
voor droneaanvallen buiten conflictgebieden, die Obama in mei 2013 
aankondigde. In een toespraak voor de National Defense University en in een gelijktijdig uitgevaardigde geheime presidentiële beleidsrichtlijn zei hij gerichte aanvallen buiten oorlogsgebieden alleen nog te zullen toestaan als 1) het doelwit een aanhoudende bedreiging vormt voor Amerikaanse burgers, 2) gevangenneming niet 
haalbaar is en de dreiging niet op een andere wijze kan worden geneutraliseerd, en 3) het vrijwel zeker is dat 
bij de actie geen doden of gewonden onder burgers zullen vallen. Diverse critici, waaronder ikzelf, hebben 
kritiek geuit op de ruime betekenis die aan de term ‘aanhoudende bedreiging’ wordt gegeven en gevraagd wat de regering precies bedoelt met de 
‘haalbaarheid’. Maar bij een strenge uitleg van die woorden kun je er eigenlijk niet zo veel meer op tegen hebben 
en valt te verwachten dat er minder aanvallen worden uitgevoerd, en dat er daarbij ook minder burgerslachtoffers vallen.

    Het dronebeleid van Obama laat 
dus een gemengd beeld zien. In zijn eerste ambtstermijn was het een 
middel waarvan hij intensief gebruikmaakte, in zijn tweede termijn is hij steeds selectiever geworden. Daar zijn waarschijnlijk twee belangrijke redenen voor. Ten eerste heeft Obama in 
de loop van zijn regeerperiode, mede in reactie op de brede kritiek, steeds meer openheid over het droneprogramma gegeven – al ging dat met horten en stoten. Na een toespraak van toenmalig juridisch adviseur van Buitenlandse Zaken Harold Koh, in maart 2010, is 
de regering begonnen het programma publiekelijk te verdedigen en steeds meer details prijs te geven. Transparantie dwingt je om verantwoording af te leggen: het is geen toeval dat grotere openheid geleid heeft tot voorzichtiger beleid en grotere terughoudendheid 
bij de inzet van drones.

    Ten tweede heeft de regering misschien meer oog gekregen voor de strategische nadelen van de aanvankelijke nadruk op drones. Enerzijds zijn 
droneaanvallen een effectieve manier om gevaarlijke individuen op moeilijk toegankelijke plaatsen uit te schakelen. Zoals Audrey Cronin opmerkt in Drones and the Future of Armed Conflict:

    De dreiging van drones heeft terroristische operaties verstoord en uit koers geslagen. 
Het dwingt Al-Qaida en zijn bondgenoten hun gedrag aan te passen, zodat ze vooral 
nog bezig zijn te overleven en ernstig worden belemmerd in hun bewegingsvrijheid en 
hun mogelijkheden om operaties te plannen en uit te voeren.

    Het gebruik 
van drones is goedkoper dan andere vormen van geweld, je brengt er geen Amerikaanse levens mee in gevaar en je kunt relatief gemakkelijk ontkennen dat je ze gebruikt

    Anderzijds schrijft Cronin ook dat droneaanvallen ‘niet kunnen voorkomen dat de leiders worden opgevolgd en de organisatie doorgaat met het maken van propaganda en het uitvoeren van lokale aanslagen’. En als drones haat zaaien en daarmee de steun voor onze vijand vergroten, zijn ze misschien contraproductief. De meeste berichten lijken daarop te wijzen. Generaal 
Stanley McChrystal, die het bevel 
voerde over de Amerikaanse troepen 
in Afghanistan, zei in 2013 tegen The Huffington Post dat droneaanvallen 
‘een beeld van Amerikaanse arrogantie’ creëren en ‘hartgrondige’ haat oproepen. In 2012 bleek uit peilingen dat 
90 procent van de Pakistanen tegen droneaanvallen was en 74 procent 
de VS als vijand beschouwde. En dat terwijl Pakistan de op een na grootste ontvanger van Amerikaanse financiële steun is, na Afghanistan, en nog vóór Israël.

    Juist hun specifieke kwaliteiten maken drones zo verleidelijk. Het gebruik 
van drones is goedkoper dan andere vormen van geweld, je brengt er geen Amerikaanse levens mee in gevaar en je kunt relatief gemakkelijk ontkennen dat je ze gebruikt. En daardoor, zo waarschuwt Gusterson, kunnen drones leiden tot ‘een vorm van permanente kleinschalige militaire operaties 
waardoor de grens tussen oorlog en vrede dreigt te vervagen’.

    De vraag voor Obama is of hij de geschiedenis wil ingaan als de leider die het tijdperk van permanente, 
kleinschalige oorlogvoering per drone heeft ingeluid. Andere leiders, zowel 
in Amerika als elders, zullen in zijn optreden een rechtvaardiging voor hun eigen handelwijze zoeken.

    Het ligt volledig binnen Obama’s macht om een minder dubieuze 
erfenis inzake drones achter te laten. Daarvoor moet hij dan nog wel een aantal andere hervormingen door-voeren. Het is niet genoeg, zoals een voormalige hoge regeringsmedewerker me uitlegde, om de presidentiële richtlijn voor de inzet van drones openbaar te maken: hij moet er een presidentieel decreet van maken, zodat het voor zijn opvolger moeilijker wordt om ervan 
af te wijken. En hij moet de in die richtlijn geformuleerde strenge voorwaarden als uitgangspunt nemen 
voor gesprekken met onze NAVO-bondgenoten over een algemeen aanvaarde standaard voor de inzet van drones buiten oorlogsgebieden. Of we het leuk vinden of niet, drone-aanvallen horen bij de oorlogvoering van de toekomst, en de hele wereld heeft er belang bij om op internationaal niveau een hoge drempel op te werpen tegen de inzet van dat middel.

    Het overheidsrapport over burgerslachtoffers van 1 juli is wat dat betreft een belangrijke stap vooruit. Het is de eerste poging om verantwoording af 
te leggen over de resultaten van het gebruik van drones. Het op dezelfde dag uitgevaardigde presidentiële decreet verplicht de regering om 
hierover voortaan jaarlijks een rapport uit te brengen. Ook verplicht het alle partijen die zijn betrokken bij de inzet van geweld, zowel binnen als buiten oorlogsgebied, om het aantal burgerslachtoffers tot een minimum te beperken en ‘indien van toepassing en in overeenstemming met de doelstelling van de missie’ fouten te erkennen en schadeloosstelling te betalen aan burgerslachtoffers of hun nabestaanden. De regering verdient hiervoor 
alle lof.

    Maar de nieuwe openheid en het presidentieel decreet schieten op belangrijke fronten ook ernstig tekort. Door alleen totaalcijfers te geven over de hele 
afgelopen periode van zeven jaar, maakt de regering het onmogelijk haar cijfers te vergelijken met de door ngo’s gedocumenteerde individuele incidenten. Daarbij komt dat het presidentiële decreet weliswaar geldt voor álle 
burgerslachtoffers van oorlogsgeweld, maar dat de jaarlijkse verplichte 
rapportage alleen burgerslachtoffers buiten actieve conflictzones betreft. Burgerslachtoffers verdienen altijd erkenning, waar ze ook vallen. Voor deze beperking van de jaarlijkse 
rapportage geeft de regering geen 
verklaring.

    Formeel toezicht

    Het belangrijkste wat Obama moet doen betreft niet alleen de formulering van algemene richtlijnen voor drone-inzet, maar de implementatie daarvan. De bevoegdheid om iemand van 
het leven te beroven moet een strak juridisch kader krijgen. En om daarover verantwoording te kunnen afleggen is een vorm van formeel toezicht vereist.

    In Israël moeten alle gerichte liquidaties na afloop door de rechter worden getoetst. Bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gaat het de kant op dat er zelfs rechterlijke toetsing wordt geëist voor doden die op het slagveld vallen. Maar onder president Obama hebben de VS duizenden 
personen ver van enig slagveld geëxecuteerd zonder daarvoor ooit specifieke verantwoording af te leggen, met als enige uitzondering de liquidatie in september 2011 van Anwar al-Awlaki, een Amerikaans staatsburger. De regering heeft nooit uitgelegd wie er zijn gedood, op basis waarvan de besluiten zijn genomen en wat de daadwerkelijke gevolgen van specifieke droneaanvallen zijn geweest.

    Het op het slagveld doden van vijandelijke strijders wordt in oorlogstijd geaccepteerd en vereist doorgaans geen afzonderlijke rechtvaardiging: dat iemand 
een vijand is, is dan rechtvaardiging genoeg. Maar een land dat het recht opeist om specifieke personen buiten oorlogsgebieden te elimineren op 
basis van hun vermeende wandaden, moet dat kunnen verantwoorden – 
en moet dat zo veel mogelijk openbaar doen. Aan een dergelijke verantwoording heeft het tot nu toe ontbroken. Geheime executies zijn niet verenigbaar met de rechtsstaat. Dat is het werk van doodseskaders, niet van een democratie.

    Zoals Obama in 2013 in zijn toespraak op de National Defense University zei: ‘Dezelfde menselijke vooruitgang die ons de technologie schenkt waarmee we aan de andere kant van de wereld een aanval kunnen uitvoeren, legt 
ons ook de plicht op om die macht te beteugelen – of het risico te lopen dat we er misbruik van gaan maken.’ Hij is nu nog in de gelegenheid om die macht aanzienlijk te beteugelen. Als hij die kans niet grijpt, zal hij de geschiedenis ingaan als de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede die verantwoordelijk is voor de doorbraak van een vreselijk gevaarlijke en ethisch dubieuze vorm van oorlogvoering. Dat is niet de Obama die ik me wil herinneren.

    Auteur: David Cole
    Vertaler: Frank Lekens

    The New York Review of Books
    Verenigde Staten | maandblad | oplage 119.000

    Het lijfblad van de New Yorkse intelligentsia bestaat sinds 1963 en dankt zijn reputatie aan doorwrochte en lange bijdragen van hoge kwaliteit van diverse grote schrijvers, journalisten en historici als J.M. Coetzee, Orhan Pamuk, en eerder Tony Judt, Hannah Arendt en Saul Bellow.

  • 1. Yes, he tried

    1. Yes, he tried

    Obama werd gekozen op een golf van optimisme, met de belofte dat hij Amerika’s wonden zou helen. Is dat hem gelukt? Gary Younge kijkt terug op een adembenemende verkiezingsnacht in 2008 – en op wat volgde.

    Toen op de avond van de verkiezingen van 2008 Ohio was binnengehaald, steeg er luid gejuich op in de President’s Lounge, een bar in de overwegend zwarte south side van Chicago. Er werd champagne ontkurkt, onbekenden vielen elkaar om de hals, agenten in patrouillewagens riepen de naam van de zojuist gekozen president door hun luidspreker: ‘Obama!’

    Terwijl ik mijn blik over alle gezichten aan de bar liet glijden, keek een vrouw me stralend aan, hief haar margarita en riep: ‘Mijn man zit in Afghanistan. Nu komt hij naar huis!’ Barack Obama had nooit gezegd dat hij een einde zou maken aan de oorlog in Afghanistan. Hij had juist beloofd dat hij de inzet van het Amerikaanse leger daar zou vergroten. Het was niet zo dat deze vrouw hem verkeerd had begrepen; ze had domweg haar hoop op hem geprojecteerd.

    Dat was het effect dat Obama destijds op mensen had. Meestal werd er niet al te goed geluisterd naar wát hij zei, omdat men viel voor de manier waaróp hij het zei. Weloverwogen, welbespraakt, goed geïnformeerd: dit was een politicus die sprak in volzinnen met werkwoorden. Hij zou niet alleen de opvolger worden van George W. Bush. Hij was de anti-Bush.

    En dan was er nog Obama’s uiterlijk: lang, knap, zwart – een stijlvolle verschijning, een representant van een bevolkingsgroep

    En dan was er nog Obama’s uiterlijk: lang, knap, zwart – een stijlvolle verschijning, een representant van een bevolkingsgroep die is ondervertegenwoordigd en gemarginaliseerd. Het idee dat deze man aan het hoofd van het land zou staan, amper drie jaar na de orkaan Katrina, vervulde velen van ontzag. De details leken ineens onbelangrijk, waar het om ging was dat deze man president zou kunnen worden.

    Ik hoorde voor het eerst over Barack Obama van wijlen mijn schoonmoeder, Janet Mack, die in Chicago woonde en al in 2003 deel uitmaakte van zijn campagneteam toen hij een Senaatszetel probeerde te behalen. Dat was het jaar waarin ik als correspondent van The Guardian naar Amerika verhuisde. Ik heb eerst in New York gewoond en later in Chicago, om afgelopen augustus weer terug te keren naar Londen. Janet had Obama een paar keer op een lokale televisiezender gezien en vond dat hij zinnige dingen zei. Ze was aanwezig geweest bij een demonstratie waar hij zich, als staatssenator, uitsprak tegen de invasie in Irak. Toen hij zich net verkiesbaar had gesteld was ze bang dat hij vermoord zou worden, maar langzaam raakte ze eraan gewend dat hij in de schijnwerpers stond. ‘Vergelijk het met mensen die in Californië wonen, met de aardbevingen,’ zei ze tegen me. ‘Je kunt niet voortdurend in angst leven.’

    obamafamilie 1

    In 2008 gingen we samen naar het zuiden van Chicago voor Obama’s nominatiespeech, en we stonden met een paar honderd anderen in het Regal Theatre, waar een groot scherm hing. Er werd gehuild en er werden vuisten in de lucht gestoken. Onderweg naar huis kneep Janet, die als zwarte vrouw in het Zuiden was opgegroeid, even in mijn arm en lachte. Gewoonlijk was ze heel spraakzaam. Maar gedurende het halfuur dat we naar huis reden zei ze alleen maar, tegen niemand in het bijzonder: ‘Ik kan het nauwelijks geloven.’

    Obama’s campagne voor de presidentsverkiezingen was in veel opzichten weinig opzienbarend. In de Senaat had hij in 90 procent van de gevallen net zo gestemd als Hillary Clinton. Hij stond ergens in het midden van de partij, beloofde herzieningen van de gezondheidszorg en een iets eerlijkere verdeling van de welvaart – precies die standpunten waar de gemiddelde Democraat zich al een generatie lang sterk voor maakte. Maar hij schoot als een komeet omhoog. Zijn verhaal was zo aansprekend, zijn retoriek zo meeslepend, zijn gedrevenheid zo overduidelijk – en zijn overwinning, toen die eenmaal was behaald, zo onwaarschijnlijk.

    Obama was zich er al lange tijd van bewust dat de kiesgerechtigden in hem zagen wat ze in hem wilden zien. ‘Ik fungeer als een leeg scherm waarop kiesgerechtigden van zeer diverse politieke pluimage hun eigen visie kunnen projecteren,’ schreef hij in 2006 in De herovering van de Amerikaanse droom. ‘Ik zal dan ook sommige van die mensen teleurstellen, zo niet allen.’ Maar hij had er deels zelf de hand in gehad. Hij beweerde te zijn gevormd door de suffragettes, de burgerrechtenbeweging en de vakbonden, haalde toespraken aan uit die traditie en positioneerde zich als een man die voor een omwenteling kon zorgen. Op de laatste avond van de voorverkiezingen, in juni 2008, beloofde hij de menigte in Saint Paul, Minnesota, letterlijk de aarde: ‘Later zullen we onze kleinkinderen kunnen vertellen dat dit het moment was … waarop de stijging van de zeespiegel werd afgeremd en onze planeet weer kans kreeg om op krachten te komen.’

    Herstelwerkzaamheden

    Er waren flink wat herstelwerkzaamheden nodig. Toen Obama aan de macht kwam, had Amerika net een oorlog in de Golf verloren en was het aan de verliezende hand in Afghanistan. In een peiling onder negentien landen bleek twee derde van die landen een negatieve kijk te hebben op Amerika. De Amerikanen zelf hadden ook geen al te best zelfbeeld. Door de bankencrisis was hun economie in een vrije val beland. De armoede nam hand over hand toe, de aandelen kelderden in recordtempo en slechts 13 procent van de bevolking had het idee dat het de goede kant op ging met het land.

    Dit was het Amerika waarmee Obama werd opgezadeld toen hij op de verkiezingsavond van 2008 in een overwinningsroes met zijn gezin het podium betrad in Grant Park in Chicago – een visioen in het zwart voor een land dat nog niet van de schok was bekomen.

    Toen de Irakoorlog nog maar net een jaar bezig was, leek de Amerikaanse samenleving meer gepolariseerd dan ooit. Maar het dieptepunt bleek nog niet te zijn bereikt

    In Marshalltown, Iowa, staat op 26 januari van dit jaar een menigte urenlang in de ijzige kou te wachten op een toespraak van Donald Trump. Er worden petjes verkocht met ‘Make America Great Again’ (made in China), badges met de tekst ‘Bomb The Shit Out Of Isis’ en ‘Hillary For Prison 2016’. Een man loopt rond met een poster van Hitler die een rekening voor zorgkosten in zijn hand houdt en zegt: ‘Nu ben je te ver gegaan, Obama!’ Aan de overkant van de weg staan demonstranten, voornamelijk hispanics. In de loop van het afgelopen halfjaar heeft Trump Mexicanen uitgemaakt voor verkrachters, heeft hij beloofd alle moslims de toegang tot het land te ontzeggen en heeft hij Chinezen, gehandicapten, vrouwen en joden beledigd.

    Binnen neemt sheriff Joe Arpaio uit Arizona het woord. Arpaio, die fel gekant is tegen immigranten en nog altijd volhoudt dat Obama’s geboortebewijs is vervalst, kondigt Trump aan, die tevoorschijn komt vanachter een gordijn. ‘Heeeeeere’s Donald!’ De menigte zwelt aan, er zijn honderden mensen op afgekomen, en ook de onoverdekte tribunes worden opengesteld om alle mensen te kunnen herbergen. Trump kraamt allerlei nonsens uit, een beetje als een dronken oom op een barbecue. Hij pocht over zijn muur om de Mexicanen buiten de deur te houden. ‘Het wordt een prachtige, reusachtige muur. O, wat zullen jullie die muur mooi vinden.’ Na afloop zegt Brian Stevens, 37 jaar, dat Trump grote indruk op hem heeft gemaakt. ‘Ik ben het niet in alles met hem eens. Maar ik denk wel dat hij kan zorgen dat er iets verandert. Iemand moet zich sterk maken voor Amerika. We hebben hem gewoon nodig.’

    Obama vergaarde in één klap landelijke roem met de woorden dat dit soort dagen tot het verleden zouden behoren. Op de Democratische conventie in 2004 zei hij dat het leek alsof de politieke tweedeling van het land van buitenaf was opgelegd, door cynische arbeiders en simplistische media. Destijds, toen de Irakoorlog nog maar net een jaar bezig was, leek de Amerikaanse samenleving meer gepolariseerd dan ooit. Maar het dieptepunt bleek nog niet te zijn bereikt.

    Toen Obama in 2008 presidentskandidaat was, was een van de belangrijkste beloften van zijn campagne dat hij boven de strijdende partijen zou gaan staan en zou zoeken naar een samenwerking die de partijen oversteeg. Zo liep het echter niet. In 2010 liet de toenmalige minderheidsleider in de Senaat, Mitch McConnell, weten dat het voor de Republikeinse partijtop ‘een politieke prioriteit was om te voorkomen dat president Obama een tweede termijn zou dienen’. Republikeinse Congresleden, die zelfs weigerden samen te werken met hun eigen partijleiding, dreigden herhaaldelijk de Verenigde Staten naar de rand van de afgrond te brengen, of domweg de hele overheid lam te leggen – tenzij Obama terug zou komen op gedane beloften, of wetten zou terugdraaien die al waren aangenomen.

    Een paar jaar geleden, toen het door de Republikeinen gedomineerde Huis van Afgevaardigden ervoor zorgde dat de federale overheid gedurende een korte periode ‘op slot’ ging, maakte Congreslid Marlin Stutzman duidelijk hoezeer Obama’s tegenstanders dwarslagen: ‘We moeten zien dat we hier iets uit slepen,’ zei hij. ‘Al heb ik geen idee wát.’

    Wat president Obama ook zei of deed, hij zou altijd een katalysator zijn voor politieke polarisatie. Volgens sommigen is dat te wijten aan het feit dat rechts zich niet kon neerleggen bij het feit dat de president zwart was, en vermoedelijk zit daar wel wat in. Maar er zat veel meer achter dan alleen de rassenkwestie: Obama belichaamt op heel veel verschillende manieren de zorgen van een deel van blank Amerika. Hij is de zoon van een Keniaanse immigrant in een periode waarin Amerika het heel moeilijk heeft met de gevolgen van immigratie en buitenlandse handel. Hij is de zoon van een niet-praktiserende moslim die aan de macht kwam op het moment dat het land oorlogen verloor in landen met een bevolking die in meerderheid uit moslims bestaat. Hij komt voort uit een gemengd huwelijk in een periode waarin de snelst groeiende etnische groepering in het land de groep is die zich identificeert met ‘meer dan één ras’. Hij is een niet-blanke president die zijn presidentschap eindigt in een tijd waarin in Amerika de meerderheid van de kinderen onder de vijf niet blank is.

    Zowel in demografische als geopolitieke zin betekent het niet meer hetzelfde als vroeger om een blanke Amerikaan te zijn. Voor wie zich niet bij die ontwikkeling kon neerleggen groeide Obama uit tot de belichaming van zowel de gevoelde dreiging als de vernedering. Trump is in veel opzichten hun antwoord.


    In zijn laatste State of the Union, in januari, erkende Obama dat er niet veel was terechtgekomen van zijn droom van een politiek klimaat van consensus. ‘Een van de weinige dingen van mijn presidentschap die ik betreur,’ zei hij, ‘is dat de rancune en de argwaan tussen de partijen niet is afgenomen, maar alleen maar is verhevigd. Ik twijfel er geen seconde aan dat een president met de talenten van een Lincoln of een Roosevelt beter in staat zou zijn geweest de kloof te dichten, en ik verzeker u dat ik me zal blijven inzetten om het beter te doen zolang ik dit ambt bekleed.’ Met nog maar negen maanden te gaan in een verkiezingsjaar is het nauwelijks voorstelbaar dat de impasse nog kan worden doorbroken.

    Tegen het einde van Obama’s eerste termijn, in 2012, was er een wijdverbreid gevoel dat het allemaal niet snel genoeg ging, dat hij te makkelijk zwichtte voor zijn tegenstanders. Het was alsof hij eerst met zichzelf in onderhandeling ging voordat hij een handreiking deed naar de tegenpartij, die de uitgestoken hand vervolgens laatdunkend wegsloeg. Nadat hij was verkozen op een golf van optimisme, leek hij gereserveerd en stuurloos. Nadat hij harten had beroerd met zijn toespraken, leek hij niet langer in staat de mensen te bereiken.

    Tijdens een op televisie uitgezonden bijeenkomst in een gemeentehuis, twee jaar na zijn verkiezing, richtte Velma Hart, een Afro-Amerikaanse vrouw met twee kinderen, het woord tot Obama en verwoordde de desillusie van velen. ‘Ik kan het niet langer opbrengen,’ zei ze tegen hem. ‘Ik kan het niet langer opbrengen om u te verdedigen, om uw beleid te verdedigen, om het stelsel van veranderingen te verdedigen waar ik me sterk voor heb gemaakt, en ik ben diep teleurgesteld hoe we er nu voor staan.’ In relatie tot Obama moeten mensen hun teleurstelling onder ogen zien. Vaak zegt die net zoveel over henzelf als over Obama.

    Ik was voor Obama in de strijd met Hillary Clinton, omdat hij zich tegen de oorlog in Irak had gekeerd in een tijd waarin dat zijn politieke carrière had kunnen schaden; zij had de oorlog gesteund omdat dat gunstig was voor haar carrière. Naar mijn idee was hij de meest progressieve kandidaat. Al snel sloeg de teleurstelling toe.

    Tweede campagne

    Ik was blij met het raciaal symbolische belang van Obama’s overwinning, en ik verheugde me. Maar ik verheerlijkte het niet, omdat ik niet verwachtte dat het veel concreets zou opleveren. Als kandidaat speelde zijn ras een essentiële rol, maar in zijn boodschap kwam het niet aan de orde. Toen ik de tekst van zijn aanvaardingsspeech van 2008 doornam, viel me op dat hij Martin Luther King had geciteerd zonder hem bij naam te noemen – hij verwees naar hem als ‘de oude prediker’. Als een zwarte kandidaat niet onomwonden Martin Luther King kan citeren, dacht ik, wie kan hij dan wel citeren?

    Obama heeft nooit radicale veranderingen beloofd, en gezien de structuren waarbinnen hij moest opereren had hij ook nauwelijks kans die daadwerkelijk door te voeren. Het is uitgesloten om president van Amerika te worden zonder vele miljoenen aan sponsoring te krijgen van rijke mensen en bedrijven (tenzij je zelf miljardair bent). Die mensen zullen zich allemaal tegen je keren als je niet hun belangen behartigt. Het Congres, waar Obama de strijd mee moest aanbinden, is al evenzeer gecorrumpeerd door financiële belangen.

    Dat pleit Obama niet vrij. Op vele terreinen, met name op het vlak van de economie, de banken en de persoonlijke vrijheid, had hij meer kunnen doen, of het beter kunnen doen. Dat heeft hij ook zelf toegegeven; in 2011, kort voor zijn herverkiezing, heeft hij een lijst samengesteld van punten waarop hij onvoldoende heeft gepresteerd: hervormingen op het gebied van immigratie, armoede, het Midden-Oosten, Guantanamo Bay en het homohuwelijk. In 2011 zagen ook de mensen die dicht bij Obama stonden dat hij niet alleen zijn basis dreigde te verliezen, maar ook zijn bestaansrecht als de man die voor verandering zou zorgen.

    Destijds zag het er niet al te rooskleurig uit voor Obama. Zijn tweede campagne was bij lange na niet zo euforisch als de eerste. De redenering van de president was kort gezegd als volgt: ‘Het land stond er belabberd voor toen ik aan de macht kwam, het gaat nu veel beter dan wanneer ik niet aan de macht zou zijn geweest, en het zal veel slechter gaan als ik de macht verlies.’ Wat begon als ‘Yes we can’ was verworden tot ‘Het had erger gekund’. Maar Obama heeft het altijd getroffen met zijn vijanden. Mitt Romney bleek een kansloze kandidaat.

    Naarmate het einde van Obama’s ambtsperiode naderbij komt, hoeven we ons niet langer te beperken tot de discussie over wat zijn presidentschap betekent; we kunnen het nu ook in duidelijke bewoordingen hebben over wat Obama heeft klaargespeeld.

    Vanuit esthetisch oogpunt is Obama’s publieke imago altijd een beetje retro geweest

    Iedereen heeft zijn eigen lijstje. Die lijstjes zijn geen van alle uitputtend. Obama heeft de Amerikaanse soldaten teruggetrokken uit Irak (om daar later weer te gaan bombarderen), hij heeft de betrekkingen met Cuba aangehaald, heeft Osama Bin Laden gedood, heeft een nucleaire overeenkomst gesloten met Iran en heeft het aanzien van Amerika in de wereld aanzienlijk vergroot. Twintig miljoen onverzekerde volwassen hebben nu een zorgverzekering dankzij Obamacare. Toen Obama aan de macht kwam, was er een werkloosheid van 7,8 procent, die ook nog eens opliep; vandaag de dag ligt het op 4,9 procent en is het dalende. Obama heeft het uitzetten van ouders van in Amerika geboren of legaal in Amerika verblijvende kinderen weten te traineren, en ook heeft hij ervoor gezorgd dat kinderen die illegaal met hun ouders het land zijn binnengekomen meer bescherming genieten (de Dream Act). De opbrengst van wind- en zonne-energie is verdriedubbeld; de auto-industrie is gered. Hij heeft zich uiteindelijk in krachtige bewoordingen uitgesproken voor maatregelen om het wapenbezit aan banden te leggen. Hij heeft twee vrouwen benoemd in het Hooggerechtshof, Elena Kagan en Sonia Sotomayor (de eerste Latina).

    Er zijn natuurlijk ook feiten die een heel ander beeld schetsen. Onder Obama is de strijd in Afghanistan geëscaleerd, en de troepen zitten er nog altijd; er zijn meer mensen uitgezet dan onder welke Amerikaanse president in de geschiedenis ook; hij heeft de Espionage Act uit 1917 gebruikt om twee keer zoveel klokkenluiders te vervolgen als alle eerdere presidenten bij elkaar; onder zijn bewind is het aantal drone-aanvallen in Pakistan met 700 procent toegenomen (om nog maar te zwijgen van Jemen, Somalië en andere gebieden), waarbij tussen de 1900 en de 3000 slachtoffers zijn gevallen, onder wie meer dan honderd burgers; er zijn Amerikanen zonder proces geëxecuteerd; de ongelijkheid in welstand en de inkomensongelijkheid zijn toegenomen en de bedrijfswinsten hebben een hoge vlucht genomen; zijn partij heeft legendarische tussentijdse verkiezingsnederlagen geleden. In Syrië heeft hij een rode lijn in het zand getrokken en vervolgens ontkend dat hij dat had gedaan; hij zei dat hij geen troepen zou sturen en deed het vervolgens toch.

    De discrepanties tussen Obama’s campagnebeloften en de daadwerkelijke maatregelen zijn het sterkst waar het om burgerrechten gaat. ‘Deze regering spiegelt ons een valse keuze voor tussen de vrijheden die we koesteren en de veiligheid die we kunnen bieden,’ zei hij als presidentskandidaat op 1 augustus 2007. ‘Honderd procent veiligheid en honderd procent privacy, zonder daar op wat voor manier dan ook hinder van te ondervinden, is uitgesloten,’ zei hij op 7 juni 2013, toen de Edward Snowden-affaire speelde. ‘We zullen bepaalde keuzes moeten maken.’

    Tot slot zijn er de dingen die Obama heeft nagelaten. Hij heeft niet één medewerker van de geheime dienst vervolgd wegens marteling; hij heeft niet één topman uit de financiële wereld vervolgd wegens misdrijven in verband met de crash van 2007/2008; hij heeft Guantanamo Bay niet gesloten.

    Foto’s van Obama in het Witte Huis wekken de indruk dat zowel hij als Michelle zich hun rol moeiteloos hebben aangemeten. – © Amanda Lucidon
    Foto’s van Obama in het Witte Huis wekken de indruk dat zowel hij als Michelle zich hun rol moeiteloos hebben aangemeten. – © Amanda Lucidon

    Maar een nalatenschap is iets anders dan een grootboek. Het is tegelijkertijd minder concreet dan een opsomming, én van diepere betekenis. Een nalatenschap gaat net zozeer om wat mensen voelen als om wat ze weten, het gaat net zozeer om het heden als om het verleden. Vanuit esthetisch oogpunt is Obama’s publieke imago altijd een beetje retro geweest – denk aan de oorspronkelijke campagneposters met ‘Hope’ en ‘Change’. Met zijn gezin aan zijn zijde straalde het merk Obama niet zozeer glamour uit, maar eerder stijl. Net als John F. Kennedy droeg hij een beeld uit dat voldoende Amerikanen nastreefden of waaraan ze behoefte hadden, of beide: een jong, aantrekkelijk gezin, een stralende toekomst.

    Foto’s van Obama in het Witte Huis wekken de indruk dat zowel hij als Michelle zich deze rol moeiteloos hebben aangemeten.

    Toen Virgina McLaurin, een Afro-Amerikaanse vrouw van 106, haar droom in vervulling zag gaan en eerder dit jaar een bezoek mocht brengen aan het Witte Huis, dansten de president en zijn vrouw heel ontspannen met haar. ‘Rustig aan, niet zo snel,’ grapte Obama. Naarmate we verder in zijn tweede ambtstermijn komen, lijkt hun positie hun steeds meer te passen als een tweede huid – dat die huid zwart is, is voor velen nog altijd iets bijzonders. ‘Ik had niet gedacht ooit van mijn leven in het Witte Huis te zullen komen,’ zei McLaurin, opkijkend naar de gastheer en gastvrouw. ‘Ik ben zo gelukkig. Een zwarte president, een zwarte vrouw, en ik ben hier om het zwarte verleden eer te bewijzen.’

    Een nalatenschap is geen statisch 
gegeven; het is aan voortdurende verandering onderhevig. Een paar jaar voor Martin Luther Kings dood moest bijna twee derde van de Amerikaanse bevolking maar weinig van hem hebben, vanwege zijn opstelling in de Vietnamoorlog en vanwege het feit dat hij een herverdeling van de welvaart voorstond. Maar nog geen generatie later werd 
zijn geboortedag landelijk gevierd.

    Ronald Reagan wordt inmiddels bejubeld als held van de conservatieven, hoewel hij zich sterk maakte voor een pardon voor ongeregistreerde migranten en het overheidstekort gigantisch liet oplopen. Tijdens de laatste jaren van Clintons presidentschap gingen de meeste mensen ervan uit dat hij voornamelijk herinnerd zou worden om alle schandalen. Maar nee, hij werd geroemd omdat hij het land uit het financiële dal had laten klimmen. Toen zijn vrouw zich kandidaat stelde als presidentskandidaat voor de Democraten, moest hij terugkomen op wezenlijke onderdelen van die nalatenschap – de aanpak van de misdaad, de hervorming van de gezondheidszorg, de financiële deregulatie – maatregelen waardoor Afro-Amerikanen er disproportioneel op achteruitgingen en waar de banken garen bij sponnen.

    ‘De geschiedenis zal veel milder oordelen dan het huidige Republikeinse Huis van Afgevaardigden,’ zegt Mitch Stewart, die een belangrijke rol speelde in beide verkiezingscampagnes van Obama. ‘De geschiedenis zal stilstaan bij de onderbelichte successen die deze regering heeft geboekt. Een efficiënter gebruik van energie, het terugdraaien van de CO2-uitstoot. Hij heeft het studiefinancieringsstelsel hervormd, wat grote gevolgen heeft voor een nieuwe generatie studenten. Hij heeft de Verenigde Staten een impuls gegeven die nog lang na zijn presidentschap vruchten zal afwerpen. Zijn nalatenschap draait om al deze kleinere successen die nauwelijks aandacht hebben gekregen, maar waar een hele generatie de gevolgen van ondervindt.’

    Rassengelijkheid

    De ironie wil dat het aspect van Obama’s nalatenschap waar hij vooral om zal worden herinnerd – het feit dat hij de eerste zwarte president was – betrekking heeft op een terrein waarop nauwelijks echte vooruitgang is geboekt: rassengelijkheid. De inkomensongelijkheid tussen zwarte en blanke Amerikanen is alleen maar toegenomen, evenals de werkloosheid en de armoede onder zwarten; de zwarte inkomens zijn gestagneerd. Dat wil niet zeggen dat hij niets heeft bereikt. Hij heeft meer zwarte rechters benoemd dan ooit, duizenden niet-gewelddadige drugdealers in vrijheid gesteld, het verschil in strafmaat voor crack en cocaïne verkleind. Alles wat hij heeft gedaan voor de armen, zoals Obamacare, pakt disproportioneel gunstig uit voor Afro-Amerikanen.

    Maar over het geheel genomen is Obama’s raciale nalatenschap eerder van een symbolische dan van een concrete orde. Het feit dat hij president kon worden dwong Afro-Amerikanen om hun eigen beeld van Amerika kritisch onder de loep te nemen. Hun eigen leven was er niet structureel beter op geworden, maar dat veranderde weinig aan hun kijk op de Amerikaanse samenleving. Toen Obama overwoog een gooi te doen naar het presidentschap, vroeg zijn vrouw hem wat hij dacht te kunnen bereiken als hij zou winnen. ‘De dag dat ik word ingezworen als president,’ antwoordde hij, ‘zal de wereld met andere ogen naar ons kijken. En miljoenen kinderen in dit land zullen een andere kijk op zichzelf krijgen. Dat alleen al is belangrijk.’

    Uiteindelijk bleek het echter nog niet zo eenvoudig dat beeld overeind te houden. Toegegeven, toen in 2012 Trayvon Martin werd doodgeschoten door George Zimmerman, kon Obama de woorden spreken die geen enkele president voor hem had kunnen spreken: ‘Trayvon Martin had mijn zoon kunnen zijn.’ Toch is het niet erg waarschijnlijk dat Zimmerman naar Trayvon keek en dacht: ‘Daar gaat de toekomstige president van Amerika.’ Dankzij Obama zijn Amerikanen anders tegen racisme gaan aankijken; ze hebben echter geen andere kijk gekregen op zwarten. Obama’s presidentschap eindigt in een periode van oplopende raciale spanningen vanwege politiegeweld.

    ‘Zijn presidentschap zou een periode inluiden van postracisme en kleurenblindheid,’ zegt Keeanga-Yamahtta Taylor, hoogleraar aan Princeton en schrijver van From #BlackLivesMatter To Black Liberation. ‘Tijdens zijn presidentschap is de Black Lives Matter-beweging tot grote hoogten gestegen. Het is de belangrijkste antiracistische beweging van de afgelopen veertig jaar, en die is opgekomen tijdens het bewind van een zwarte president. De ongekende opkomst van deze beweging kan worden gezien als een teleurstelling over de tekortkomingen van de regering-Obama. Voor sommige van die tekortkomingen bestaat een externe oorzaak, zoals de vijandigheid waarmee het overwegend Republikeinse Congres hem tegemoet treedt. Maar een deel van de oorzaak schuilt erin dat zijn eigen beleid tekortschiet.’

    De afgelopen paar jaar is het #BlackLivesMatter-debat vrijwel zonder enige verwijzing naar Obama gevoerd. Dat wijst erop dat, op een bepaald niveau, zijn betrokkenheid bij enkele van de belangrijkste aspecten van zwarte levens haast voor de sier is. Hij is de poster die in de etalage van de kapper of de nagelstudio prijkt, de muurschildering in een metrogang – een ideaal dat niet verward moet worden met de slijtageslag van de dagelijkse realiteit. De vraag of Amerika een zwarte president kan kiezen is beantwoord; de vraag wat zwarte levens waard zijn is nog immer actueel.

    Barack en Michelle Obama maken een dansje met de 106-jarige Virginia McLaurin.
    Barack en Michelle Obama maken een dansje met de 106-jarige Virginia McLaurin.

    Op 29 januari, in de Col Ballroom in Davenport, Iowa, is het moeilijk om niet weemoedig te worden. De Col Ballroom dateert van 1914 en staat op de lijst van het National Register of Historic Places. De kroonluchters verlichten en belichten het oude gebouw met de vorstelijke uitstraling, en de posters getuigen van alle beroemdheden die er hebben opgetreden, van Duke Ellington tot Jimi Hendrix.

    Dus op het moment dat de swingband stilvalt en Bill Clinton het podium betreedt om zijn vrouw Hillary aan te kondigen, heb je helemaal het gevoel dat je bent teruggegaan in de tijd. Hillary is alleen maar gedrevener geworden sinds ze hier acht jaar geleden van Obama verloor. Maar ze kampt nog altijd met dezelfde kwetsbaarheden als in 2008. Ze wordt gezien als een insider, terwijl de mensen nu juist verandering willen. Ze wordt achtervolgd door schandalen – haar e-mails op een privéserver – en men vindt haar onbetrouwbaar. Ze belooft vooruitgang door groei, niet door verandering. Ze probeert zelfs te scoren met het feit dat haar programma weinig opwindend is. ‘Ik geloof meer in doen dan in van alles beloven,’ zegt ze tegen de aanwezigen. In feite beoogt zij Obama’s derde termijn te dienen, en ze vraagt om een kans om zijn werk af te maken.

    Obama’s tweede termijn was overtuigender dan zijn eerste. Na de schietpartij in Sandy Hook, waar de twintigjarige Adam Lanza twintig schoolkinderen, zes leerkrachten, zijn moeder en zichzelf om het leven bracht, beloofde Obama eindelijk iets te doen aan het juridische gebrek aan daadkracht om het wapenbezit aan banden te leggen – iets waarvoor hij zich is blijven inzetten. De Republikeinen hebben laten zien dat ze niet in staat zijn compromissen te sluiten, maar ondertussen heeft Obama de ruimte gevonden om zijn stempel te drukken op de politieke toekomst. Een paar maanden na de tussentijdse verkiezingen tekende hij de Dream Act; afgelopen november heeft hij zijn veto uitgesproken over de Keystone Pipeline – een pijpleiding die van Canada naar de Mexicaanse Golf loopt – vanwege de schade aan het milieu. Terwijl andere presidenten zich de laatste maanden van hun ambtstermijn, waarin ze feitelijk aan handen en voeten zijn gebonden, voornamelijk bezighouden met de bouw van hun zogeheten presidential library, heeft Obama nog allerlei losse eindjes afgehecht.

    Obama’s nalatenschap is een voorwaardelijke wijs – hoe het had kunnen zijn

    Karen Sanchez, een negentienjarige Sanders-aanhanger uit Marshalltown, Iowa, zegt dat ze vindt dat Obama het geweldig heeft gedaan. ‘Hij heeft gedaan wat hij kon. Ik denk dat hij meer had kunnen doen, maar ze bleven hem maar tegenwerken.’ Een Hillary-aanhanger op een bijeenkomst in Adel, Iowa, die anoniem wil blijven, beaamt dat. ‘Hij heeft gedaan wat hij kon,’ zegt ze.

    Dat is de standaardreactie op elke Democratische bijeenkomst waar ik vraag hoe mensen denken dat Obama herinnerd zal worden: niet per se om wat hij heeft bereikt, maar om wat hij bereikt had kunnen hebben als de tegenpartij zich wat inschikkelijker had opgesteld. Obama’s nalatenschap is een voorwaardelijke wijs – hoe het had kunnen zijn. Yes. We. Tried.

    Maar naarmate de verkiezingen naderen lijkt de gedeeltelijke en terughoudende goedkeuring om te slaan in een onvoorwaardelijker enthousiasme. Te midden van alle politieke zwaargewichten, onheilsprofeten en showmannen lijkt Obama alleen maar te zijn gegroeid, en hij lijkt intelligenter dan ooit.

    De dag na een Republikeins debat kopte CNN: ‘Trump verdedigt de afmetingen van zijn penis’. Trump had zich verweerd tegen de suggestie van Marco Rubio dat hij, omdat hij kleine handen heeft, vast ook een kleine penis zou hebben. ‘Kijk naar deze handen – zou je dit kleine handen noemen?’ vroeg Trump aan een joelende menigte. ‘Wees gerust, er is bepaald geen probleem.’

    Als het politieke debat tot een dergelijk niveau daalt, als er zo weinig wordt verwacht van de kandidaten en er zo bedroevend weinig keuze is, gaat het feit dat Obama het heeft geprobeerd – en de manier waarop hij het heeft geprobeerd – haast als vanzelf zwaarder wegen dan het feit dat het hem bij lange na niet altijd is gelukt.

    Nu er een einde komt aan zijn ambtstermijn, begint het langzaam tot de Amerikanen door te dringen dat Obama een volwassene in het Witte Huis was, en men realiseert zich ineens hoe prettig het is dat het Witte Huis niet voortdurend in schandalen en drama’s was verwikkeld. Terwijl de lonen werden bevroren, bedrijven over de kop gingen, de onzekerheid toenam en de hoop verflauwde, probeerde Obama iets voor elkaar te boksen. Niet veel, niet genoeg – maar beter dan niets. Men kan serieuze, morele bedenkingen hebben bij Obama en zijn nalatenschap, en toch erkennen dat hij van grote waarde is geweest, gezien de alternatieven.

    Met Obama verliezen de Amerikanen een man die zowel zijn werk in dienst van het volk áls het volk zelf serieus nam; iemand die iets symboliseerde wat hemzelf oversteeg. Dit is het einde van de rit voor een leider die oprecht gelooft dat feiten van belang zijn; dat Amerikanen niet onnozel zijn; dat hun democratie een waarde vertegenwoordigt en dat de regering een bepaalde verantwoordelijkheid heeft; dat Amerika beter verdient.

    Auteur: Gary Younge
    Vertaler: Nicolette Hoekmeijer

    Gary Younge (46) is verslaggever van The Guardian. Na te hebben rondgereisd in Soedan, Zuid-Afrika en tal van Europse landen, vestigde hij zich in 2003 in de Verenigde Staten. Hij is de auteur van No Place Like Home, een boek over de cultuur van zwarte Amerikanen in het zuiden van de VS.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.