Queer personen in Oeganda krijgen dagelijks te maken met intimidatie en geweld. Toch weigert Clare Byarugaba, een van de weinige uitgesproken lhbtiq+-activisten in het land, de hoop op te geven. ‘Als je ergens van houdt, vecht je ervoor.’
Ik ben geboren in een land waarvan ik hou maar dat niet van mij houdt, een land dat elk aspect van wie ik ben afwijst en mij probeert uit te wissen. De mensen die mij liefde en tolerantie hebben bijgebracht, zijn wantrouwig en bang geworden. Families verketteren en veroordelen hun lhbtiq+-kinderen. Zoals een vriend van me die uit de kast kwam en bijna werd overreden door zijn vader. Waarom? Omdat zijn vader liever een dode zoon had dan een homoseksuele zoon. Of zoals mijn moeder, die weigert mijn seksualiteit en mijn werk te erkennen en vaak zegt dat ze zou willen dat ik bankbediende was.
Straatgeweld houdt niet alleen maar in dat je gestenigd wordt op straat. Er is ook sprake van geweld als je, net als wij, elke dag in angst en onzekerheid leeft. Geradicaliseerde burgerwachten maken stelselmatig namen bekend van mensen uit de gemeenschap. Ik kan in Kampala niet over straat lopen of gebruikmaken van het openbaar vervoer. Mijn dagelijkse routine verandert voortdurend. Ik word continu bedreigd en moet noodgedwongen om de haverklap verhuizen. Zodra de politie tips heeft binnengekregen, valt ze safehouses binnen en gooit ze leden van de lhbtiq+-gemeenschap in smerige cellen; daar moeten ze onmenselijke en vernederende behandelingen ondergaan, zoals een verblijf in de isolatiecel en gedwongen visitaties, waaraan geen enkele bewijskracht te ontlenen valt. De politie heeft door de gemeenschap georganiseerde workshops stilgelegd en deelnemers gearresteerd.
Weinig dingen zijn gevaarlijker dan leiders zonder angst voor represailles
Toen ik in 2016 werd gearresteerd omdat ik het had gewaagd een pride-evenement te organiseren, kwam mijn advocaat net op tijd, voordat de politie me overleverde aan gedetineerde criminelen die schuimbekten van opwinding omdat ze de kans kregen om mij en anderen in de gevangenis een lesje te leren omdat we homoseksueel waren. Die nacht overleefde ik een corrigerende verkrachting.
De crisis waarmee mijn gemeenschap te maken heeft, is alleen maar erger geworden sinds de Oegandese president, die al bijna veertig jaar aan de macht is, in 2023 de ‘Anti-homoseksualiteitswet’ aannam. Deze draconische wet heeft, net als de anti-homowet uit 2013 die puur om technische redenen werd ingetrokken, de donkere kant blootgelegd van een steeds autoritairdere regering die vastbesloten is om bij wijze van afleidingsmanoeuvre en om populistische redenen een kwetsbare gemeenschap tot zondebok te maken. Weinig dingen zijn gevaarlijker dan leiders zonder angst voor represailles, die geen verantwoording hoeven af te leggen voor het feit dat ze bepaalde mensen als tweederangsburgers behandelen.
De nieuwe wet verhoogt de straf voor vrijwillige seksuele relaties tussen volwassenen van hetzelfde geslacht naar levenslang. De wet roept allerlei nieuwe misdrijven in het leven, zoals ‘gekwalificeerde homoseksualiteit’, waaronder ook consensuele seks met een persoon met een handicap valt, en waarvoor homoseksuele Oegandezen de doodstraf kunnen krijgen. Op ‘poging tot homoseksualiteit’ staat tien jaar gevangenisstraf. De wet stelt ‘het promoten van homoseksualiteit’ strafbaar; op elke vorm van verdediging van Oegandezen uit de lhbtiq+-gemeenschap staat een mogelijke gevangenisstraf van twintig jaar. Activisten, gezondheidswerkers en andere mensen riskeren lange gevangenisstraffen en hoge boetes als ze programma’s uitvoeren of hun steun betuigen. In de afgelopen anderhalf jaar hebben we ruim 1550 bevestigde gevallen van grove schending van de mensenrechten van Oegandese lhbtiq+-personen gedocumenteerd.
Je zult je wel afvragen: Clare, waarom verlaat je het land niet, als dat jou probeert uit te wissen?
Op 9 oktober 2024 was het 62 jaar geleden dat Oeganda onafhankelijk werd van de Britse overheersing, maar de anti-sodomiewetten uit het koloniale tijdperk zijn nooit ingetrokken. Bovendien lijdt de Oegandese lhbtiq+-gemeenschap onder een afschuwelijke vorm van herkolonisatie door een machtige anti-lhbtiq+-beweging. Radicaal-rechtse religieuze extremisten uit de VS, Sharon Slater van [de christelijke lobbygroep] Family Watch International, [koepelorganisatie] Agenda Europe en soortgelijke Russische propagandagroepen hebben – onder het mom van het promoten van familiewaarden – hun schadelijke anti-lhbtiq+-campagnes gepromoot via omgekochte experts in Oeganda en andere Afrikaanse landen. Daarmee is een minderheidsgemeenschap in gevaar gebracht die enkel en alleen vanwege haar anders-zijn als een schandvlek wordt gezien.
Je zult je wel afvragen: Clare, waarom verlaat je het land niet, als dat jou probeert uit te wissen? Maar als je ergens van houdt, vecht je ervoor, vecht je om erbij te horen, vecht je voor de vrijheden die autoritaire regimes niet willen geven, vecht je omdat zo veel gemeenschappen over de hele wereld moeten vechten. Ik ben geen uitzondering. Ik vecht omdat ik wil dat degenen die na mij komen een zachtere landing krijgen, een ander Oeganda leren kennen. Ik geloof in de Afrikaanse cultuur van ubuntu, medemenselijkheid; in mijn taal zeggen we Omuntu, Nomuntu ahabwa bantu, dat betekent in wezen ‘een persoon is een persoon door andere personen’. Ubuntu is fundamenteel inclusief en gaat over respect, tolerantie en zorg voor je familie, vrienden en buren.
Vanwege de eindeloze haat tegen de lhbtiq+-gemeenschap zou het makkelijk voor me zijn om te zeggen dat mijn broeders en zusters barbaars zijn, en dat ze niet zullen veranderen. Maar de ruggengraat van mijn activisme is optimisme en hoop. Oegandezen hebben geleerd te haten, maar ik geloof dat de geest van respect, broederschap, tolerantie en acceptatie niet dood is onder mijn volk.
Een veilige plek
Via PFLAG-Uganda, dat ik heb opgericht, probeer ik Oegandezen te helpen hun homofobie af te leren en mensen die anders zijn weer te accepteren. Daarnaast creëer ik een veilige plek voor gezinnen om een stevige basis te leggen voor de ondersteuning van hun lhbtiq+-kinderen, daar waar dat het belangrijkst is: thuis.
Met de strategische procesvoering van [non-profitorganisatie] Chapter Four strijden we tegen institutionele ongelijkheid en discriminatie. Met onze belangenbehartiging proberen we het bewustzijn over het lot van de lhbtiq+-gemeenschap te vergroten, in de hoop de gevaarlijke gevolgen van de door de staat gesteunde homofobie en transfobie in Oeganda te beperken. Samen met onze internationale partners proberen ervoor te zorgen dat overheids- en niet-overheidsactoren grove schendingen van de mensenrechten in de portemonnee gaan voelen, door gerichte sancties en een herziening van de voorwaarden van buitenlandse steun te eisen.
Onze roep om gerechtigheid en vrijheid weerklinkt op het hele Afrikaanse continent. We eisen dat Oeganda zijn internationale en regionale verplichtingen op het gebied van mensenrechten nakomt, omdat Oeganda van alle burgers is.
Door deze haatdragende wet word ik elke dag wakker in de wetenschap dat het land waar ik ben geboren en opgegroeid, een land dat ik als vreedzaam beschouwde, waar we hebben geleerd om van elkaar te houden en tolerant tegenover elkaar te zijn, mijn bestaan ontkent.
Ze schelden me uit voor van alles en nog wat: een economische saboteur, een lesbische huursoldaat, een gekwalificeerd homoseksueel, een leider van een verloren generatie, een verspilling van vrouwelijkheid. Ik draag al deze namen als een ereteken. Ze betekenen dat ik iets belangrijks doe. Van fatsoenspolitiek is behalve de onderdrukker nooit iemand beter geworden. Keurige vrouwen schrijven tenslotte immers nooit geschiedenis.
Ik verlang naar een tijd waarin ik, op reis in een willekeurig Afrikaans land, de geest van ubuntu kan voelen. Ik wil acceptatie zien en solidariteit en liefde voelen. Ik wil er kracht uit kunnen putten. Ik wil mijn hoop nieuw leven inblazen dat Oegandezen ooit de vrijheden zullen hebben die ik in Noord-Amerika zie. Ik wil gevierd worden als mijn meest authentieke zelf, zonder alle voorwaarden die erbij komen kijken als je moet voldoen aan de grillen van de meerderheid.
Ik smeek de lezers om Oeganda in de gaten te blijven houden. Ik smeek jullie om morele, financiële en technische steun te blijven bieden aan activisten en organisaties die daar aan het werk zijn. Jullie solidariteit zal ons helpen om de vrijheid te verkrijgen waarvoor we zo hartstochtelijk vechten. Tot die tijd blijf ik een seksuele outlaw. Ik blijf me verzetten tegen de dominante cultuur. Ik blijf me verzetten tegen opgelegde heteroseksualiteit. Ik blijf werken vanuit hoop.
Clare Byarugaba is een van de weinige openlijke lhbtiq+-activisten in Oeganda. In haar rol als Diversity, Equity and Inclusion Officer bij Chapter Four Uganda heeft ze de allereerste Parents and Families of LGBTIQ children (PFLAG-Uganda) opgericht, een baanbrekend maatschappelijk project dat tot doel heeft dialoog en verzoening tussen lhbtiq+-personen en hun familieleden te bevorderen.
Oeganda heeft een migratieovereenkomst met de VS gesloten
De Salvadoraan Kilmar Abrego García, die in maart ten onrechte naar El Salvador werd uitgezet en vervolgens naar de Verenigde Staten werd teruggebracht, is een symbool geworden van het repressieve migratiebeleid van de regering-Trump. Hij werd maandag gearresteerd door de immigratiedienst (ICE) en door de Amerikaanse autoriteiten in hechtenis genomen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het ministerie had aangegeven dat hij naar Oeganda zou worden gestuurd, een land dat vorige week bekendmaakte een overeenkomst te hebben gesloten met Washington om migranten op te vangen die door de Verenigde Staten worden uitgezet.
Maar zijn advocaat verklaarde maandag dat er onmiddellijk een klacht is ingediend om zijn uitzetting aan te vechten. Een rechter in Maryland heeft vervolgens bevolen de procedure op te schorten ‘in afwachting van een hoorzitting later deze week, waarin de advocaten van Abrego García de gelegenheid zullen krijgen om aan te tonen dat hij vervolging te vrezen heeft als hij naar Oeganda wordt gestuurd’, legt de Amerikaanse website Vox uit.
Het werk aan een project in het kader van de Nieuwe Zijderoute om Kenia en Oeganda met elkaar te verbinden, ligt al een hele tijd stil. Het duurste infrastructuurproject in Afrika is een casestudy geworden van hoe China armere landen met kolossale schulden opzadelt.
Sinds Chinese ingenieurs een spoorlijn van 4,7 miljard dollar door het Keniaanse dorp Emurutoto hebben aangelegd, hoeven inwoners niet meer te vrezen dat ze van de buitenwereld worden afgesneden door overstromingen. Of dat ze worden geraakt door een trein.
Boven hun vallei torent het spoor op enorme pijlers. Daarna stopt het abrupt in een maïsveld. Geiten grazen er tussen de betonnen dwarsliggers. De spoorbrug is een wandelpad ter waarde van vele miljoenen dollars geworden.
Emurutoto heeft aardig profijt getrokken van China’s investeringsproject, dat tot doel had de Keniaanse haven in Mombasa te verbinden met buurland Oeganda en ver daarbuiten.
Ooit leefden de mensen er van kleinschalige landbouw en van werk in het nabijgelegen stadje Duka Moja (‘één winkel’ in het Swahili). Maar in 2016 arriveerden de Chinezen. Samuel Kiseentu, die destijds geitenhoeder was, werd aangenomen als arbeider. ‘Na een paar maanden had ik dit bij elkaar gespaard,’ zegt hij, terwijl hij op de motorfiets onder hem klopt.
Er kwamen honderden banen bij voor de lokale bevolking, er werd een nieuwe onverharde weg aangelegd en de waterleiding onderging verbetering. Boeren met land langs de route ontvingen 3 miljoen Keniaanse shilling [ruim 20.000 euro] per halve hectare in onteigeningsovereenkomsten.
‘Het leven werd hier beter,’ zegt de dertigjarige Isaac Shonke, die werd opgeleid als metaalbewerker en genoeg geld ging verdienden om zijn kinderen privéonderwijs te laten volgen.
Leenvoorwaarden
In 2017 was de eerste helft van de lijn Kenia-Oeganda in bedrijf, zij het verliesgevend. In april 2019 stopte het werk in de Grote Riftvallei. Toen er verontrustende berichten kwamen over de stijgende kosten van de lijn en over de geheimhouding rond de leenvoorwaarden tussen de banken van Beijing en andere Afrikaanse landen die problemen hadden om schulden af te lossen, weigerde China de laatste ruim 300 kilometer tussen Nairobi en de grens met Oeganda te financieren.
Het duurste infrastructuurproject in Afrika was een casestudy geworden van hoe China armere landen met kolossale schulden opzadelt. ‘De managers zeiden ons dat er geen geld meer was om het af te maken, en vertrokken,’ zegt Shonke.
Als er verslaggevers in het dorp verschijnen, worden ze omsingeld door een kleine, nieuwshongerige menigte: is al bekend wanneer het werk weer begint? Een bewaker die met zijn gezin in hutten van roestig blik woont, is daar maar gebleven na het vertrek van de Chinezen.
De opbrengsten van een drie jaar lange bouwgolf, die ten koste ging van investeringen in basisvoorzieningen, zijn teruggelopen.
De meeste dorpelingen zeggen dat ze nog nooit een trein hebben gezien, laat staan het enorme, ongebruikte station, bijna 25 kilometer verderop in Suswa, waar rollend materieel is beplakt met voorbarige, snoevende slogans: ‘Connecting Nations. Prospering People.’
De passagiers op de 80 kilometer lange reis terug naar Nairobi zijn in een feestelijke stemming. Het is de laatste dag van het schooljaar en lagereschoolkinderen, die op een uitstapje zijn, zitten opeengepakt op stoelen die 150 Keniaanse shilling (1 euro) kosten voor een kinderdagretour.
Een paar kilometer lang rijdt de trein evenwijdig aan de bijna honderddertig jaar oude spoorlijn die door de Britten werd aangelegd en bekendstond als de Lunatic Express vanwege de enorme kosten voor de regering van Westminster en de menselijke offers onder het bouwpersoneel, dat werd geplaagd door ziektes en leeuwen.
Jarenlang had Kenia getwijfeld tussen renovatie van het oude spoor of investeren in een nieuw spoor. In veel rapporten, waaronder een van de Wereldbank, werd modernisering van het bestaande spoor als beste oplossing aanbevolen. Toch viel de keuze op een nieuw spoor, met een bredere spoorbreedte. Het ontwerp en de bouw vielen China toe, zonder concurrerende aanbesteding. Een deel van de oude lijn wordt nu vrijgemaakt van bosschages om op ouder rollend materieel overgeladen vracht naar de grens met Oeganda te krijgen.
De Chinese Communistische Partij bezigt slogans als ‘win-winsamenwerking’ en ‘China ontmoet de wereld’
De Chinese trein verlaat de Grote Riftvallei via de Ngong-heuvels. De nieuwste en langste tunnel van Oost-Afrika biedt een verklaring voor de grote verliezen die de lijn lijdt. De donkere ramen wekken angstig gehuil en gebeden voordat de wagon aan de andere kant naar buiten komt en de inzittenden knipperend met hun ogen in gejuich uitbarsten. Hen wacht nog een ander bouwtechnisch hoogstandje: een 6 kilometer lange brug over Nairobi National Park waar de trein overheen raast en waar een giraffe met gemak onderdoor kan.
Als er één beleid is waarvoor het China van president Xi staat, dan is het wel het Belt and Road Initiative, ook wel Nieuwe Zijderoute genoemd. De Chinese Communistische Partij bezigt vertrouwde slogans als ‘win-winsamenwerking’ en ‘China ontmoet de wereld’, maar de onderliggende ideologie is echt die van Xi.
Met het initiatief werden enorme hoeveelheden van China’s overtollige buitenlandse valuta in potentiële handelspartners gepompt, de meeste gelegen in wat vroeger Derde Wereld heette en nu als het Globale Zuiden wordt aangeduid. Niet alleen overheden zouden deelnemen, ook particuliere ondernemingen. De markteconomie ging een rol spelen.
De ‘win-win’ was duidelijk. Landen die krap bij kas zaten kregen een investeringsinjectie, China verwierf sneller toegang tot natuurlijke hulpbronnen en tot grotere potentiële markten voor zijn industriële productie.
Grootmacht
Xi hoopte bovendien dat grootmacht China zich zou profileren als een alternatief voor de Verenigde Staten en zijn westerse bondgenoten – een dat geen vragen stelt over mensenrechten. China’s door de staat geleide economische model zou naar voren komen als een voor veel regeringen aantrekkelijker propositie dan de westerse nadruk op privatisering.
Belt and Road heeft zeker successen op zijn naam staan. Chinese bedrijven hebben havens gebouwd in Latijns-Amerika en spoorwegen in Indonesië. De handel floreert. Zo wordt driekwart van de Braziliaanse sojabonen nu geëxporteerd naar China, twee keer zo veel als acht jaar geleden.
De Chinese economie heeft echter een paar slechte jaren gehad. Vooral tijdens de covid-19-crisis kwamen er gebreken van Beijings staatsdirigisme bloot te liggen. Dat heeft ook zijn weerslag gehad op de Nieuwe Zijderoute. De financiële crisis in Kenia, die deels is toe te schrijven aan de schulden die zijn gemaakt in het kader van het initiatief, is een voorbeeld.
Chinezen zijn trots op veel zaken die Xi tot stand heeft gebracht, en dat geldt ook voor deze Zijderoute
Andere landen werden eveneens verrast door de kille benadering van hun Chinese partners. Aan leningen waren strenge voorwaarden verbonden, waarvan kiezers vaak geen weet hadden omdat de contracten geheim waren.
In Sri Lanka kon een met Chinees geld gebouwde haven de schuld niet terugbetalen. De oplossing was een lease aan een Chinees bedrijf. Toen Sri Lanka in een ernstige financiële crisis belandde, kreeg China de schuld, hoewel de leningen slechts een fractie van het totaal uitmaakten.
Nu Chinese banken zich afvragen hoeveel rendement projecten opleveren en regeringen steeds minder gediend zijn van de macht die China op hen uitoefent, begint de Nieuwe Zijderoute af te brokkelen. De aandacht wordt verlegd naar kleinere projecten.
Chinezen zijn trots op veel zaken die Xi tot stand heeft gebracht, en dat geldt ook voor deze Zijderoute, maar niet alleen de westerse critici van de Chinese Communistische Partij beginnen er nu scheuren in te ontwaren.
Het Hooggerechtshof van Ghana heeft woensdag het beroep verworpen tegen een wet die ‘wordt beschouwd als een van de meest draconische anti-LHBTI-wetten in Afrika’, meldt de BBC. De wet ‘over seksuele rechten en familiewaarden’, die afgelopen februari door het parlement werd aangenomen, voorziet in ‘drie jaar gevangenisstraf voor mensen die zich identificeren als LHBTI’ers en vijf jaar gevangenisstraf voor het oprichten of financieren van LHBTI-groepen’, aldus de Britse omroep.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De ratificatie is nu in handen van president Nana Akufo-Addo, wiens ambtstermijn op 7 januari afloopt. Hij heeft zich voor de nieuwe wet uitgesproken, net als zijn gekozen opvolger John Mahama. Maar het ministerie van Financiën heeft gewaarschuwd dat Ghana, dat in een ernstige economische crisis verkeert, ongeveer 3,8 miljard dollar (3,66 miljard euro) aan financiering van de Wereldbank kan verliezen als de wet wordt aangenomen. De instelling had namelijk alle nieuwe leningen aan Oeganda in 2023 opgeschort nadat in dat land een soortgelijke wet van kracht was geworden.
Op donderdag overleed de Oegandese atlete Rebecca Cheptegei in het ziekenhuis in Kenia nadat ze zondag met benzine was overgoten en in brand was gestoken door haar ex-partner. De familie van de 33-jarige marathonlooptster, die onlangs had deelgenomen aan de Olympische Spelen in Parijs, zei tegen Daily Nation dat de jonge vrouw zich al maanden zorgen maakte over haar veiligheid en dat familieleden de politie hadden gewaarschuwd dat ze in gevaar was.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens de vader van Rebecca Cheptegei kwam de moord voort uit een geschil over een stuk land dat zijn dochter had gekocht om haar huis op te bouwen. De Keniaanse krant meldt dat de familie van de marathonloopster de politie bekritiseerde voor het ‘niet snel genoeg ingrijpen’ om haar te redden: ‘De politie heeft ons in de steek gelaten.’
De dood Rebecca Cheptegei leidde tot verontwaardiging en afschuw bij vrouwenrechtenorganisaties, die al lange tijd alarm slaan over een verontrustende toename van het aantal moorden op vrouwen in Kenia en andere Afrikaanse landen, bericht The New York Times. Ten minste 500 vrouwen in Kenia zijn tussen 2016 en 2023 het slachtoffer geworden van femicide – een term die wordt gebruikt voor het doden van vrouwen en meisjes – volgens een rapport van Africa Data Hub, een groep die gevallen uit Keniaanse media verzamelt.
Cheptegei is niet de enige atlete die het slachtoffer is geworden van femicide. In 2021 werd Agnes Jebet Tirop, een Keniaanse topsportster die een wereldrecordhoudster was op de 10 kilometer, doodgestoken in haar huis en werd haar man beschuldigd van moord. Een jaar later werd Damaris Muthee Mutua, een in Kenia geboren atlete die uitkwam voor Bahrein, gewurgd gevonden in Iten.
Esther Muwombi stuurde een bericht naar familie en vrienden in Oeganda, maar kreeg geen antwoord. ‘Zijn ze soms van Facebook af?’ De waarheid was veel alarmerender: de Oegandese regering had Facebook verboden en het hele internet afgesloten.
Free Press Unlimited
360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.
RFG Magazine
Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.
Dit vond plaats tijdens de verhitte presidentsverkiezingen van 2021. Facebook had verschillende accounts verwijderd waarvan het vermoedde dat ze gelinkt waren aan de regerende National Resistance Movement (NRM). De Oegandese regering reageerde snel en beweerde dat oppositiegroepen sociale media gebruikten om onrust te zaaien, waardoor Facebook een veiligheidsrisico werd. Veel Oegandezen, onder wie ikzelf, waren verbijsterd: hoe kun je jezelf een democratisch land noemen en toch je burgers de vrijheid van meningsuiting op ’s werelds grootste socialemediaplatform ontzeggen? Tot op de dag van vandaag is Facebook niet toegankelijk in Oeganda. De digitale stilte die door de regering wordt afgedwongen, onderstreept een harde realiteit: voor het uiten van je mening kun je een hoge prijs betalen in Oeganda. De positie van het land op de World Press Freedom Index geeft dit al aan: het land staat op een beroerde 133ste plek van de 180, nog één plek lager dan vorig jaar.
Intimidatie
Oeganda heeft ruim driehonderd radiostations en dertig tv-stations, met het staatsbedrijf New Vision en het particuliere Daily Monitor als bekendste. Maar mensen die de programma’s voor deze kanalen produceren, hebben dagelijks te maken met intimidatie. In het beste geval worden Oegandese journalisten bedreigd; in het slechtste geval worden ze in elkaar geslagen, gearresteerd of wordt hun apparatuur in beslag genomen. Daarom kiezen velen voor zelfcensuur om gevaar te vermijden. Zelf kreeg ik ook te maken met spanningen. Toen ik werkte bij Signal FM, een radiostation in het oosten van Oeganda, werd ik geconfronteerd met een woedende man. Hij was net verkozen tot raadslid voor de National Resistance Movement en in een nieuwsbericht werd gesteld dat hij de verkiezingen had vervalst. ‘Waarom meld je nepnieuws?’ schreeuwde hij, en hij dreigde me aan te vallen. Ik wist te ontsnappen, maar de ontmoeting liet me geschokt achter.
Beperkende wetten
Ondanks de grondwettelijke belofte van persvrijheid worden de media in Oeganda verstikt door beperkende wetten. Zo is de Wet tegen computermisbruik gericht tegen de vrijheid van meningsuiting via traditionele media en digitale platforms. Dergelijke wetten dienen als instrument om afwijkende stemmen het zwijgen op te leggen, zoals die van journalist Farida Bikobere en schrijver Norman Tumuhimbise. Zij werden in 2022 gearresteerd, samen met zeven personeelsleden van Digital TV. Ze werden beschuldigd van aanstootgevende communicatie en online-intimidatie van president Museveni. Hoewel de Wet tegen computermisbruik in 2022 werd gewijzigd, is er niet veel veranderd. De wet legt critici van de regering opzettelijk het zwijgen op en zal worden gebruikt om de vrijheid van meningsuiting verder in te perken.
Esther Muwombi is een freelancejournalist uit Oeganda met ruim twaalf jaar ervaring in Oost-Afrika, waaronder in Oeganda, Rwanda, Kenia en Zuid-Soedan. Gepassioneerd door vrouwenrechten richtte ze in Zuid-Soedan het blad African Echoes op, dat werd stopgezet vanwege de burgeroorlog van 2013. Ze pleit voor inclusiviteit en medemenselijkheid, maar de onderdrukking van deze waarden dreef haar er in 2019 toe haar land te verlaten. Muwombi woont nu in Nederland en draagt bij aan mediaproducties voor onder meer TheNiles.org, Kulturaustausch en RefugeeHelp.
In Oeganda heeft een op de drie vrouwen die actief is als sekswerker hiv, aldus Africanews. In de gehele bevolking ligt het percentage dat geïnfecteerd is met het virus op 5 procent – een grote verbetering ten opzichte van dertig jaar geleden toen dat nog 30 procent was.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In de sloppenwijken van Kampala ‘doet één vrouw er alles aan om de situatie te verbeteren’, schrijft de pan-Afrikaanse nieuwssite over Deborah Nakatudde. Nakatudde is een voormalig sekswerker die al op vijftienjarige leeftijd in het vak terechtkwam nadat haar ouders overleden.
Ze woont en werkt in Bwaise, een van de grootste sloppenwijken in Kampala. In 2008 koos een organisatie voor seksuele en reproductieve gezondheid haar als peer educator voor vrouwen in de sloppenwijk. Maar na de sluiting van het project voelde Nakatudde dat er een dringende behoefte was om het werk voort te zetten. Ze startte haar eigen organisatie, Saving Lives Under Marginalisation (SLUM), die campagnes voert tegen seksueel overdraagbare aandoeningen onder sekswerkers in de sloppenwijken van Kampala.
Nakatudde werkt samen met openbare gezondheidsinstellingen in Kampala om hiv-testen en -behandelingen voor sekswerkers mogelijk te maken. Haar stichting licht ook sekswerkers voor in sloppenwijken over preventiemethoden, zoals condoomgebruik of pre-expositie profylaxemedicatie (PrEP). Volgens Nakatudde bereikt ze elk jaar meer dan driehonderdvijftig sekswerkers met haar preventieboodschappen.
In Oeganda is maandag een anti-homowet van kracht gegaan, waardoor de lhbtqi+-gemeenschap in het Afrikaanse land zwaar onderdrukt wordt, schrijft Africa News. Vanuit het buitenland is ontstemd gereageerd op het feit dat de wet, die al langer onder vuur ligt, is aangenomen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Met de wet worden de rechten van homoseksuelen streng beperkt. Zo hebben zij niet langer het recht op huisvesting of medische zorg. Relaties tussen homoseksuelen zijn verboden en op het aanzetten van homoseksualiteit – zoals door hulporganisaties – worden bestraft met lange celstraffen. Wie hiv heeft en seks heeft met iemand anders van hetzelfde geslacht kan zelfs de doodstraf krijgen.
Westerse landen en hulporganisaties hebben de wet veroordeeld en aangekondigd hulpgelden aan het land terug te schroeven. Ook wordt er gesproken over het invoeren van sancties om Oeganda te straffen voor de mensenrechtenschendingen die de wet feitelijk inhoudt.
Het Oegandese parlement heeft een anti-lhbti-wet aangenomen die het al strafbaar maakt om je als queer te identificeren. The Daily Maverick sprak met Oegandezen over de wet en hoe die hun leven en dat van andere leden in de lhbti-gemeenschap beïnvloedt.
Op dinsdag 21 maart, dezelfde dag dat in Zuid-Afrika de Dag van de Mensenrechten werd gevierd, nam het Oegandese parlement een wet aan die grove mensenrechtenschendingen mogelijk maakt tegenover de queer gemeenschap in het land. Deze wet moet het bevorderen van homoseksualiteit en het overwegen van homoseksuele handelingen strafbaar maken. Hoewel de wet drie weken geleden door het parlement werd aangenomen, moet hij nog door president Yoweri Museveni worden ondertekend.
Frank Mugisha, een Oegandese lhbti-activist, zegt in een interview met DemocracyNow dat er verschillende redenen kunnen zijn waarom de president nog afwacht. Zo zouden lokale activisten en het maatschappelijk middenveld hem verzoeken de wetgeving niet te snel te ondertekenen vanwege de mogelijk heftige reacties en consequenties.
De Oegandese anti-lhbti-wetgeving komt op een moment waarop homofobe en transfobe wetgeving wereldwijd in opkomst lijkt. In de VS bijvoorbeeld zijn dit jaar alleen al minstens 417 anti-lhbti-wetsvoorstellen geïntroduceerd.
Voordat de nieuwe wet werd aangenomen, bestond in Oeganda al lange tijd vijandigheid jegens homoseksualiteit. Het is niet het eerste wetsvoorstel dat homofobie in het land probeert vast te leggen.
Privé
Natukunda (een pseudoniem, want ze wil anoniem blijven) identificeert zich als panseksueel. Hoewel ze deel is van de Oegandese diaspora in Zuid-Afrika, brengt ze nog steeds veel tijd door in Oeganda, vooral sinds haar ouders in 2019 terug verhuisden naar Kampala.
‘Natuurlijk hou ik van Oeganda. Mijn ouders komen er vandaan en het is een prachtig land met fijne mensen. Dat het land de Antihomoseksualiteitwet aanneemt is erg teleurstellend, want nu zit ik helemaal klem. Ik zou me willen identificeren als Oegandees, maar dat kan niet verenigd worden met wie ik echt ben, en in het bijzonder met mijn seksualiteit.
‘Behalve mijn broers en zussen wist niemand in Oeganda dat ik queer was. Zelfs mijn ouders niet – zij weten het nog steeds niet. Dus ik stond thuis gewoon bekend als hetero. Sterker nog, er werd nooit over seksualiteit gesproken, omdat Afrikaanse families het daar niet echt over hebben.’
In Zuid-Afrika voelde Natukunda zich in staat haar seksualiteit te uiten.
‘In Oeganda zag ik soms mensen – zowel mannen als vrouwen – tot wie ik me aangetrokken voelde, maar ik handelde er nooit naar. Ik hield het voor mezelf. Die kant uitte ik alleen hier in Zuid-Afrika,’ zegt ze.
‘Stel je voor dat ik nu in Oeganda ben en iemand leuk vind. Dan kan ik mijn affectie alleen maar tot uiting brengen als ik in een bar of nachtclub ben die behoorlijk ondergronds is, waar het donker is en waar anderen zich comfortabel voelen in de buurt van queer mensen. Anders houd je het privé.’
Natukunda weet nog goed dat ze in een Oegandese stad twee mannen hand in hand over straat zag lopen, met een glimlach op hun gezicht. Iedereen stopte om hen aan te staren.
‘Ik heb mijn ouders al verschillende keren verteld dat ik wel van mijn familie houd en zo, maar dat ik me er niet op mijn gemak voel’
Ze zegt dat migranten die naar huis terugkeren voor heel uitgesproken uitdagingen komen te staan: in het buitenland kunnen ze openlijk hun seksualiteit tonen, terwijl homoseksuele mensen hun seksuele voorkeur in Oeganda altijd verborgen moeten houden. Als ik nu naar huis ga, is het dan echt veilig? vraagt ze zich af.
Maar volgens haar is het belangrijk is om nog geen ophef te maken over de situatie in Oeganda, aangezien Museveni het wetsvoorstel nog moet ondertekenen.
Dembe (een pseudoniem, want hij wil anoniem blijven) is Oegandees en queer.
‘Ik weet nog dat ik tijdens mijn tienerjaren besloot af te komen van de “Oegandeesheid” van mijn identiteit. Ik had het gevoel dat die niet strookte met mijn queerness, en ik wist dat ik die niet kon veranderen. Dus probeerde ik de band met mijn Oegandese identiteit zwakker te maken.’
‘Om een voorbeeld te geven: de moedertaal van mijn ouders, en ook die van mij, is Loeganda. Maar in mijn tienerjaren begon ik uitsluitend Engels met ze te spreken. Ik wilde niet meer proberen de taalkundige of culturele band met Oeganda in stand te houden.’
Mukasa (een pseudoniem, want hij wil anoniem blijven) is een mensenrechtenadvocaat die gespecialiseerd is in gelijke rechten. Daartoe behoren de rechten van mensen met een beperking, migranten en leden van de lhbti-gemeenschap. Hij identificeert zich als queer en maakt deel uit van de Oegandese diaspora in Zuid-Afrika.
Hij zegt dat zijn ouders, die ook in Zuid-Afrika wonen, minstens één keer per jaar naar Oeganda gaan om familie te zien, meestal rond Kerstmis. ‘Ik heb mijn ouders al verschillende keren verteld dat ik wel van mijn familie houd en zo, maar dat ik me er niet op mijn gemak voel. Ik voel me niet veilig genoeg om terug te keren naar Oeganda. Ik blijf in Zuid-Afrika en vier Kerst zonder mijn familie,’ zegt Mukasa.
Hij vertelt dat het pijnlijk is om afstand te nemen van zijn Oegandese identiteit. ‘Het is erg treurig om te bedenken dat mijn banden met mijn familieleden, mijn cultuur en mijn geschiedenis hierdoor minder sterk worden.’
Zijn ouders zijn van plan terug te keren naar Oeganda. Dat heeft hem aan het denken gezet: ‘Als ik op een dag een gezin zou hebben en met een man zou trouwen, kan ik ze dan meenemen naar Oeganda zodat ze mijn ouders kunnen ontmoeten? Als mijn ouders overlijden en begraven worden in Oeganda, kan ik dan een begrafenis bijwonen zonder dat mijn veiligheid in gevaar komt? Als mijn ouders ziek worden, kan ik dan teruggaan om bij ze te zijn? Zulke angsten komen bij me boven.’
Roofdieren
Mukasa vindt de manier waarop er over de nieuwe wet gesproken wordt vreemd. Oegandese wetgevers zeggen dat de wet bedoeld is om ‘traditionele Afrikaanse waarden’ te beschermen, wat het idee in stand houdt dat homoseksualiteit en andere vormen van queer-zijn per definitie anti-Afrikaans zijn.
‘Er worden veel argumenten aangevoerd om het wetsvoorstel te rechtvaardigen. Veel daarvan verwarren homoseksualiteit met pedofilie. Een van de definities van agressieve homoseksualiteit die in het wetsvoorstel voorkomt, is bijvoorbeeld seks met een minderjarige zonder diens toestemming. Dat heeft helemaal niets te maken met homoseksualiteit, maar mensen lijken het idee te hebben dat vooral homoseksuele mannen een soort roofdieren zijn die op je kinderen jagen. Dat we gevaarlijk zijn.
Een ander beeld dat men van queer-zijn heeft is dat het uit het Westen is geïmporteerd, of dat het gedrag is dat men in het Westen heeft aangeleerd. Of dat mensen homoseksueel worden door naar films of series op DStv [een tv-zender in zuidelijk Afrika] en Netflix te kijken. Er zijn altijd al homoseksuele Afrikanen geweest.’
Mukasa geeft het voorbeeld van een Oegandese monarch, koning Mwanga II, die van 1884 tot 1888 regeerde. Er zijn historische bewijzen dat de koning queer was, zodat bekend is dat queerness zelfs in het prekoloniale Oeganda voorkwam.
In meer dan dertig Afrikaanse landen zijn homoseksuele relaties verboden
Antihomowetten en beeldvorming rondom homoseksualiteit blijven niet beperkt tot Oeganda. In meer dan dertig Afrikaanse landen zijn homoseksuele relaties verboden. Mukasa legt uit hoe de nieuwe Oegandese wet andere Afrikaanse landen zou kunnen beïnvloeden. ‘Het lijkt alsof sommige landen zich hebben laten inspireren door Oeganda, en dat is verontrustend. Een Keniaans parlementslid zei onlangs dat hij een soortgelijk wetsvoorstel wil indienen, wat betekent dat hij min of meer kopieert wat er in Oeganda gebeurt.’
We zijn blij dat het wetsvoorstel wereldwijd aandacht krijgt en wordt veroordeeld. Ik denk dat het maatschappelijke middenveld in Afrika en vooral Zuid-Afrika een unieke en invloedrijke rol kan spelen. Want, zoals ik al eerder zei: het idee bestaat dat homoseksualiteit on-Afrikaans en geïmporteerd is, dat het westers gedrag is.
Maar als Afrikanen in Zuid-Afrika en op het hele continent zich ook uitspreken tegen wat er gaande is, wordt dat verhaal ondermijnd. Het zou laten zien dat Afrika geen monoliet is – dat we niet allemaal homofoob zijn of geloven dat homoseksueel gedrag in strijd is met onze cultuur.’
Het parlement moet zich opnieuw over de wet buigen
De president van Oeganda wil dat het parlement opnieuw gaat kijken naar een controversiële antihomowet, meldt Al Jazeera. Hoewel de wet al werd aangenomen, moet gekeken worden of deze wel grondwettelijk is. Het goedkeuren ervan zorgde eerder voor grote kritiek van de internationale gemeenschap; het is een van de strengste wetten ter wereld tegen homoseksualiteit.
Zo is het openlijk uitkomen voor je seksuele geaardheid als homoseksueel strafbaar, net als het aanmoedigen of promoten van homoseksualiteit. Voor sommige delicten, zoals seks met iemand van hetzelfde geslacht, kunnen Oegandezen een levenslange gevangenisstraf krijgen. Ook staat op ernstigere strafbare feiten de doodstraf, bijvoorbeeld als iemand ook hiv heeft.
Westerse landen, aangemoedigd door mensenrechtenorganisaties, dreigen met het terugschroeven van ontwikkelingshulp en investeringen als Oeganda de wet niet van tafel haalt.
Oegandese parlementsleden hebben een controversieel wetsvoorstel tegen de lhbti-gemeenschap aangenomen dat homoseksuele handelingen met de dood bestraft, bericht The Guardian. Op twee na hebben alle 389 parlementsleden dinsdagavond gestemd voor het strenge wetsontwerp, dat stelt dat homoseksuele seks en ‘werving, promotie en financiering’ van homoseksualiteit bestraft kunnen worden met de doodstraf.
Een eerdere versie van de wet leidde tot veel internationale kritiek en werd later door het constitutionele hof van Uganda op procedurele gronden nietig verklaard. De wet gaat nu naar president Yoweri Museveni, die zijn veto kan uitspreken of de wet kan ondertekenen. In een recente toespraak leek hij zijn steun voor het wetsontwerp uit te spreken.
In Oeganda staat op homoseksuele seks al levenslange gevangenisstraf
Het wetsvoorstel is de laatste in een reeks tegenslagen voor lhbti-rechten in Afrika, waar homoseksualiteit in de meeste landen illegaal is, schrijft The Guardian. In Oeganda, een overwegend conservatief christelijk land, staat op homoseksuele seks al levenslange gevangenisstraf. Mensenrechtenactivisten hebben de beslissing van het Oegandese parlement veroordeeld en spreken van een ’haatwet’.
Bwindi National Park is een van de epicentra van het onderzoek naar zoönosen. Door de groeiende bevolking in de regio en het opkomende toerisme komt contact met wilde dieren er steeds vaker voor. ‘Bwindi is een tikkende tijdbom en een nieuwe uitbraak is onvermijdelijk.’
Met medewerking van de Oegandese journalist Dicta Asiimwe
Het gebeurde in Kenia in de jaren tachtig. De Franse ingenieur Charles Monet werkte in een van de westelijke suikerfabrieken van het land. Monet – de naam is een pseudoniem dat hem later werd gegeven door de schrijver Richard Preston – trok als natuurliefhebber in zijn vrije tijd graag naar afgelegen natuurgebieden in de omgeving. Bij een van zijn bezoekjes aan Mount Elgon, de grootste en oudste uitgedoofde vulkaan van Oost-Afrika, ging hij met zijn metgezel de grot van Kitum binnen, een ruimte die rijk is aan minerale zouten en waar vroeger olifanten en buffels rondzwierven. Wat Charles Monet niet wist, was dat in die grot, die nu voor het publiek gesloten is, ook een kolonie fruitvleermuizen leefde.
Tijdens de tocht haalde hij zijn been open aan een steen waarop resten zaten van de uitwerpselen van vleermuizen. Zo liep hij het marburgvirus op, een lid van de familie van de filovirussen, zoals ebola. Hij overleed een paar dagen later in een ziekenhuis in Nairobi. Zijn vrouw en het medisch personeel dat hem behandelde, werden besmet en stierven eveneens; de Franse ingenieur ging de geschiedenis in als patiënt nul van het marburgvirus. Wereldwijd begonnen wetenschappers te waarschuwen voor de risico’s van zoönosen: ziekten die kunnen worden overgedragen tussen dieren en mensen. Ze waarschuwden dat de mensheid steeds vaker aan deze ziekten zou worden blootgesteld vanwege het toenemende contact tussen mensen en wilde dieren, als gevolg van globalisering, bevolkingsgroei en economische ontwikkeling.
Vier decennia later en honderden kilometers verwijderd van de grot van Kitum, stelt Benard Ssebide, veterinair hoofd van de ngo Gorilla Doctors, de uitrusting samen die hij nodig heeft voor een noodgeval in het Bwindi Impenetrable Forest National Park van Oeganda. Enkele uren eerder hadden parkwachters hem laten weten dat een vijf jaar oude gorilla met zijn arm verstrikt zat in een strik die door stropers was uitgezet. Ssebide en zijn team verlaten het kamp rond vijf uur ’s morgens; zij zullen van de gelegenheid gebruik maken om meer te doen dan alleen het dier verzorgen.
Een tikkende tijdbom
Met steun van de Amerikaanse National Institutes of Health lanceerde de Universiteit van Californië-Davis eerder dit jaar CREID, een wereldwijd netwerk van onderzoekscentra dat monsters verzamelt van in het wild levende dieren en mensen. De monsters worden geanalyseerd op pathogenen – virussen, bacteriën, schimmels en dergelijke, die van in het wild levende dieren op mensen kunnen overspringen – met als doel de verbetering van de preventie en de aanpak van pandemieën.
Bwindi National Park, dat op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO staat, is een van de zestien locaties in Afrika die voor dit netwerk werden geselecteerd. Het is een uitgestrekt en ongerept woud waar toeristen uit de hele wereld naartoe komen om gorilla’s te zien. Door economische ontwikkeling groeide de bevolking rond het park aanzienlijk.
Naast het behandelen van de gewonde arm van de kleine gorilla, maken Ssebide en zijn team van de interventie gebruik om neus-, bloed- en speekselmonsters van het dier te nemen en diens gezondheidstoestand te analyseren. Monsters van primaten die in Bwindi leven (apen, bavianen en gorilla’s), maar ook van muggen en vleermuizen, worden geanalyseerd in een laboratorium van het EpiCentre for Emerging Infectious Disease Intelligence (EEIDI), in samenwerking met het veldteam van Gorilla Doctors. Het programma is gericht op enkele specifieke virussen die op de soorten actief zijn. In het geval van primaten gaat de aandacht vooral uit naar filovirussen zoals ebola en marburg. Bij muggen ligt de nadruk op de aanwezigheid van arbovirussen die verantwoordelijk zijn voor ziekten als dengue, gele koorts, chikungunya en zika; bij vleermuizen ligt de nadruk op de beroemde coronavirussen die covid-19 en het MERS-CoV (Middle East respiratory syndrome) veroorzaken.
‘De gezondheid van ons allen staat op het spel’
Christine Johnson, hoofdonderzoeker van het EEIDI-project en coördinator van CREID, onderstreept dat Bwindi en het Virus Research Laboratory in Oeganda de eerste verdedigingslijn vormen tegen de uitbraak van een nieuwe pandemie.
‘Bwindi is een tikkende tijdbom en een nieuwe uitbraak [van een zoönose] is onvermijdelijk. Het doel van ons werk is zoveel mogelijk te leren over de ziekteverwekkers die we bij dieren aantreffen, zodat we zo goed mogelijk voorbereid zijn om verspreiding ervan op tijd te stoppen,’ zegt Johnson tijdens een videogesprek vanuit de Verenigde Staten.
Het labonderzoek kan bijdragen aan toekomstige vaccins, nieuwe diagnostische tests en vooral kennis die inzicht verschaft in hoe een nieuw virus zich verspreidt en evolueert, voegt zij eraan toe. Als die route bekend is, kan de overdracht beter worden gestopt.
Het project in het Bwindi-woud is eigenlijk een druppel op een gloeiende plaat, maar wel van cruciaal belang. Het fungeert als model om datgene te leren en te herhalen wat in andere contexten is ontdekt.
‘Idealiter zouden wij dit soort monitoring natuurlijk doen in alle risicogebieden waar mensen en wilde dieren samenleven, maar de middelen zijn beperkt. Daarom is Bwindi de basis voor de ontwikkeling van mogelijke besmettingsmodellen,’ aldus Johnson.
Ze benadrukt dat er behoefte is aan wereldwijd gecoördineerde samenwerking en financiering voor dit soort onderzoek: ‘De gezondheid van ons allen staat op het spel.’
Onderbelicht probleem
Haven Nahabwe is functionaris Volksgezondheid van het Bwindi Community Hospital, en tevens verantwoordelijk voor de uitvoering van de EEIDI-studie bij mensen. Hij legt uit dat er in dit gebied een ernstig probleem is met het diagnosticeren van ziekten, omdat er te weinig tests zijn.
‘Als mensen koorts hebben, krijgen ze automatisch paracetamol of een behandeling tegen malaria voorgeschreven. Er wordt nooit gekeken naar een mogelijke virale of bacteriële infectie. Met ons programma proberen we te begrijpen wat de oorzaak van de koorts kan zijn.’
Bwindi National Park ligt in een dichtbevolkte regio van Oeganda, waarin meer dan een miljoen mensen zijn geconcentreerd op slechts 4000 vierkante kilometer. Het grenst aan de Democratische Republiek Congo en Rwanda, en ligt op enkele uren rijden van steden als Goma en Kigali, die beide meer dan een miljoen inwoners tellen. Het constante verkeer van personen en goederen tussen de drie landen speelt zich voor een groot deel af buiten de controle van de gezondheidsautoriteiten.
Veel mensen kunnen geen gebruik maken van de gezondheidszorg omdat het te duur is
Het Bwindi Community Hospital, dat gerund wordt door een christelijke Amerikaanse ngo, moet een bevolking van ongeveer 350.000 bedienen. Veel mensen kunnen geen gebruik maken van de gezondheidszorg omdat het te duur is, aldus Nahabwe.
‘Als ze ziek zijn, gaan ze meestal naar traditionele genezers. Als dat niet helpt, kiezen ze voor zelfmedicatie via de apotheker. Alleen als ze echt ziek zijn, komen ze naar het ziekenhuis, als ze het al kunnen betalen. Dat zorgt ervoor dat diegenen die naar onze praktijk komen een zeer slechte gezondheid hebben. Van de mensen die wij zien, heeft slechts 30 procent een ziektekostenverzekering.’
Catherine Tumushabe heeft drie kinderen en was zwanger van haar vierde toen we haar ontmoetten. Ziektekostenverzekering voor haar familie betekent dat ze 25.000 Oegandese shilling per trimester (ongeveer 6 euro) moet betalen, maar dat heeft ze niet altijd.
‘Ik kan allerlei ziekten behandelen, waaronder covid-19’
‘Ik heb dit trimester kunnen betalen, maar ik was te laat, dus ik weet niet of ik naar het ziekenhuis kan om te bevallen. Ik weet niet of mijn aanvraag zal worden goedgekeurd,’ zegt ze.
Als haar situatie niet op tijd wordt geregeld, moet zij ongeveer 50.000 shilling (12 euro) betalen per ziekenhuisdag, wat betekent dat de familie een deel van de bezittingen moet verkopen om de rekening te betalen. De meeste mensen in deze regio hebben die mogelijkheid niet eens.
Alufunsi Bifumbo woont in Kanungu en stamt af van een geslacht van traditionele genezers dat meer dan drie generaties teruggaat. Hij leerde van zijn voorouders hoe hij ziektes kan behandelen met kruiden die in het Bwindi National Park te vinden zijn. Het Frans dat hij spreekt, getuigt van zijn Congolese afkomst én van de poreusheid van de grenzen.
‘Ik behandel mensen aan beide kanten van de grens. Als ik mijn familie in Congo bezoek, neem ik geneeskrachtige kruiden van hier mee. Ik kan allerlei ziekten behandelen, waaronder covid-19; ik heb het zelf een paar maanden geleden opgelopen en ben genezen door te stomen met verschillende kruiden,’ zegt hij.
De meesten keren ziek en zonder diagnose terug naar huis, waardoor het risico van besmetting toeneemt
Om dat te demonstreren, roept hij zijn kleinzoon en vraagt hem drie verschillende planten uit de tuin te halen. Hij plukt de bladeren van de takken en plet ze in een vijzel. Dan dompelt hij ze onder in heet water om de stoom te produceren die, zegt hij, in staat is om corona te genezen.
Traditionele genezers zijn zeer gerespecteerde figuren binnen de gemeenschappen, omdat zij over eeuwenoude kennis beschikken, maar zij kunnen ook katalysatoren zijn bij een epidemie. Bifumbo houdt zich echter aan het protocol dat door de autoriteiten is opgelegd voor het geval zich ebola voordoet: patiënten onmiddellijk verwijzen naar het Bwindi Community Hospital. Wel houdt hij een pleidooi voor zijn bekwaamheid om andere zoönosen te behandelen, zoals infecties van de luchtwegen of koortsen die niet gepaard gaan met bloedingen.
Voor de mensen die rond het park wonen en voortdurend aan besmettingen worden blootgesteld, zijn er weinig alternatieven naast het Bwindi Community Hospital. Het dichtstbijzijnde openbare gezondheidscentrum is Kayonza, op vijf uur lopen. Vanwege zijn reikwijdte moet het ziekenhuis in staat zijn patiënten op te nemen en een breed scala aan behandelingen aan te bieden. Maar er is gebrek aan middelen en personeel. Patiënten krijgen vaak paracetamol voorgeschreven of een doorverwijzing naar een privéziekenhuis, wat velen zich niet kunnen veroorloven. De meesten keren ziek en zonder diagnose terug naar huis, waardoor het risico van besmetting en verdere uitbraken toeneemt.
Onderzoek om te kunnen handelen
John Kayiwa is het hoofd van EEIDI bij het UVRI, het Oegandese instituut voor onderzoek naar virussen. Hij coördineert de analyse van monsters die door het team van Gorilla Doctors worden verzameld en binnengebracht, om ziekteverwekkers in een vroeg stadium te kunnen identificeren. Daarna worden ze naar de Universiteit van Californië gestuurd, waar ze worden gesequencet om er een genetische kaart van te maken, zodat de ziekteverwekkers kunnen worden geïdentificeerd en gecatalogiseerd.
‘Wanneer iemand met koorts negatief test op malaria kan het wel een maand duren voordat we hier in het lab het resultaat hebben. Daarom sterven patiënten soms zonder te weten wat ze hadden. Wanneer iemand positief test voor een besmettelijke zoönose, is het wel zo dat diens contacten prioriteit worden en we de resultaten al tussen de 24 en 48 uur later kunnen hebben, waarna we maatregelen kunnen treffen.’
In 2009 zetten de VS onder Obama het PREDICT-project op, de voorloper van het CREID-netwerk. Het moest enige autonomie en capaciteitsopbouw bieden aan landen die het meest zijn blootgesteld aan uitbraken van zoönosen, waaronder Oeganda. Zo ontstonden de eerste pogingen om pandemische surveillance- en preventiesystemen op te zetten en te coördineren. Op basis van de verzamelde gegevens stelden stichtingen zoals The Global Virome Project rapporten op, waarin wordt geschat dat 75 procent van de toenemende infectieziekten bij mensen afkomstig is van dieren; en dat van de naar schatting 1,6 miljoen virussen die nog ontdekt zullen worden, er 700.000 zijn die mensen direct kunnen treffen. Er is nog een lange weg te gaan, aldus Kayiwa.
‘Zoönosen, uitzonderingen als covid-19 daargelaten, hebben de neiging zich langzaam te verspreiden, maar dat mag natuurlijk geen rechtvaardiging zijn voor de lange aanlooptijden waarmee wij werken. Investeren in lokale testcapaciteiten moet het doel zijn.’
Stijgende temperaturen kunnen het ontstaan van toekomstige pandemieën in de hand werken
Nahabwe, het hoofd Volksgezondheid in Bwindi, voegt daaraan toe dat het verhogen van de investeringen in Afrikaanse gezondheidsstelsels een eerste stap is om blootstelling aan toekomstige uitbraken te kunnen verminderen. ‘Als we echt een nieuwe pandemie willen voorkomen, moet dit voor de internationale gemeenschap de hoogste prioriteit hebben.’
Tel bij dit alles de klimaatcrisis op: uit verschillende onderzoeken, waaronder een studie die afgelopen april in het tijdschrift Nature verscheen, blijkt dat stijgende temperaturen het ontstaan van nieuwe ziekten en toekomstige pandemieën in de hand kunnen werken. Voorlopige studies tonen aan hoe de temperatuurstijging leidt tot een verandering van de habitat van bepaalde dieren, die gaan samenleven met andere soorten en met de mens. Daardoor wordt het onvermijdelijk dat zij naast nieuwe leefgebieden ook ziekten met elkaar zullen delen.
Gedurende ons verblijf in Bwindi kregen we een glimp te zien van de veranderingen die in de nabije toekomst worden verwacht. Tijdens een van haar regelmatige uitstapjes om monsters te verzamelen, vond de Amerikaanse onderzoeker Jelica J. Joyner van het Gorilla Doctors-team een exemplaar van de Aedes aegypti, een type mug dat virussen overbrengt zoals knokkelkoorts, gele koorts, chikungunya en zika. De vondst was niet ongewoon, afgezien van het feit dat de mug zich amper een meter boven de grond bevond, terwijl dit insect zich gewoonlijk op een hoogte van 3 of 4 meter beweegt. Een subtiele verandering, maar een die voor Joyner wijst op de wetenschappelijke consensus dat klimaatverandering van invloed is op de habitat en zodoende op het risico van overdracht van virale ziekten.
Overdracht door toerisme
Het Bwindi Impenetrable Forest National Park is een van de meest bezochte parken van Oeganda. Het genereert meer dan 60 procent van de inkomsten die het land uit ecotoerisme haalt, en volgens prognoses zal dat alleen maar stijgen. Bezoekers van over de hele wereld trekken naar dit kleine park van 330 vierkante kilometer om de laatste berggorilla’s van de planeet te zien. Hoewel het aantal berggorilla’s is gestegen tot iets meer dan duizend, waarvan meer dan de helft in Oeganda leeft, blijft het een bedreigde diersoort. De inspanningen om de soort in stand te houden en zijn omstandigheden te verbeteren zijn dan ook groot.
De mens deelt 98,25 procent van zijn DNA met deze primaten; de coronacrisis betekende een keerpunt in de relatie tussen de twee soorten, althans in Bwindi. Gezien de kwetsbaarheid van de gorilla’s voor corona, werden de veiligheidsprotocollen voor een bezoek aan de dieren verscherpt om mogelijke besmetting tot een minimum te beperken. Temperatuurcontroles, desinfectiemaatregelen en het gebruik van mondkapjes werden verplicht gesteld.
‘Het nauwere contact tussen dieren en mensen in Bwindi is een gevolg van toerisme. Ziekten kunnen zich gemakkelijk verspreiden,’ zegt de Oegandese arts Gladys Kalema-Zikusoka, vicevoorzitter van de Afrikaanse Vereniging voor Primaten en oprichter van de plaatselijke ngo Conservation through Public Health [Natuurbehoud door Volksgezondheid].
‘Een epidemie van schurft bij de gorilla’s toonde ons dat plaatselijke gemeenschappen geen adequate gezondheidszorg kreeg’
Toerisme, erkent Kalema-Zikusoka, is een complexe factor bij de preventie van pandemieën. Het is een risicofactor voor de wereldgezondheid omdat het voor nieuwe uitbraken van zoönosen kan zorgen, maar tegelijkertijd genereert het ook onmisbare inkomsten voor de instandhouding en bescherming van ecosystemen.
Deze Oegandese arts is toonaangevend in de wereld van de natuurbescherming en kreeg voor haar werk in het nationale park diverse onderscheidingen, waaronder de Edinburgh Medal of Merit. Zij is ook bekend als pleitbezorger voor meer Afrikaanse stemmen in het mondiale debat over natuurbehoud. Na enkele jaren als dierenarts voor het Oeganda Wildlife Agency te hebben gewerkt, besloot zij in 2003 haar eigen organisatie op te richten om gorilla’s te beschermen vanuit wat toen een uniek perspectief was: het welzijn van lokale gemeenschappen.
‘Een epidemie van schurft bij de gorilla’s [die zich verspreidde via de mens] toonde ons dat plaatselijke gemeenschappen geen adequate gezondheidszorg kregen. We besloten dat we moesten pleiten voor een verbetering van hun welzijn. Niemand zag dit als een maatregel om het milieu te beschermen, behalve de mensen van Bwindi zelf.’
In Bwindi werden stropers omgeschoold tot gorillaspotters
Om het ecosysteem te beschermen, is het van essentieel belang dat de gemeenschap bij het proces wordt betrokken, benadrukt Kalema-Zikusoka. Dat in Bwindi werkgelegenheid werd gecreëerd in de toeristische sector en stropers werden omgeschoold tot gorillaspotters, heeft de bevolking gestimuleerd om het park met andere ogen te gaan bekijken. Het is van essentieel belang, zegt ze, om meer steun te geven aan de plaatselijke gezondheidscentra, die de eerste lijn tegen besmetting vormen. Het zijn Afrikaanse stemmen zoals de hare die theorieën over natuurbehoud hebben voorzien van een meer lokaal en een menselijker standpunt; plaatselijke gemeenschappen worden nu gezien al onmisbare actoren.
‘Geloven in een wereld waarin geen conflict bestaat tussen mensen en wilde dieren vanwege een vermeende fysieke scheiding, is totaal onrealistisch. Coëxistentie moet mogelijk worden gemaakt, en dat kan door gemeenschappen te voorzien van sociale, economische en gezondheidsinstrumenten waarmee ze een waardig leven kunnen leiden. Als ze zich op eigen kracht kunnen redden, hebben ze het niet nodig om hun toevlucht te nemen tot stroperij of andere activiteiten die het ecosysteem kunnen schaden.’
Dr. Kalema-Zikusoka lanceerde uiteenlopende initiatieven om het welzijn van de bevolking te verbeteren: van het opzetten van pluimveehandel en het bevorderen van vaccinatie voor werknemers in de toeristische sector, tot het voorstel dat gemeenschappen het vlees dat zij eten, moeten kunnen testen om te voorkomen dat zij zoönosen oplopen.
Tweesnijdend zwaard
Toen Bwindi in de jaren negentig tot nationaal park werd uitgeroepen, ontstond een economisch centrum dat is blijven groeien. Door de constante bevolkingsgroei veranderden dorpen op korte tijd in steden; in februari 2021 gebeurde dat met Buhoma, bij de ingang van Bwindi.
Toen het gebied tot park werd verklaard, verkocht Gordon Kwikiriza houten beeldjes aan westerse toeristen die de mysterieuze gorilla’s kwamen bekijken. Vervolgens opende hij een winkel en ging hij in een hotel werken, totdat hij de hand wist te leggen op een van de iconische safarivoertuigen. Dat stelde hem in staat de maatschappelijke ladder verder te beklimmen. Kwikiriza maakt nu deel uit van de rijkere klasse in de regio. Het laatste project waarmee hij zijn brood hoopt te verdienen, is een nieuw, gezinsvriendelijk hotel bij de entree van het park.
‘Buhoma zit midden in een toeristische hausse en die groei zal niet stoppen,’ zegt hij, staand op het terrein waar hij drie bungalows wil bouwen, op minder dan tweehonderd meter van de ingang van het Bwindi Impenetrable Forest.
Sinds de gorilla’s zich hebben aangepast aan het toerisme, vallen ze minder gauw mensen aan
Bwindi heeft een eigenaardigheid ten opzichte van andere parken: gezien de hoge bevolkingsdichtheid in het gebied – met een jaarlijkse groei van drie procent, een van de hoogste op het continent – heeft het geen zogenaamde bufferzones, die bedoeld zijn om de leefgebieden van mens en dier af te bakenen om conflicten te vermijden of te verminderen. Het enige wat in plaats daarvan is voorgesteld, is om enkele gebieden te reserveren voor theeplantages: dat gewas is niet aantrekkelijk voor de wilde dieren van Bwindi omdat het geen voedselbron is. Vooralsnog verhindert dat de dieren niet om het park te verlaten en het groeiende aantal boerderijen en landbouwvelden te bereiken.
Ibrahim Byarugaba is zevenenvijftig jaar oud en woont in Kwenda, net buiten het park. Eind jaren negentig werd hij aangevallen door een gorilla terwijl hij zijn land tussen de Democratische Republiek Congo en Oeganda bewerkte. Zijn geval is niet uniek: in die tijd vonden er veel aanvallen plaats. Sinds de gorilla’s zich hebben aangepast aan het toerisme, vallen ze minder gauw mensen aan. Maar de ontmoetingen met dieren in het veld vinden nog steeds plaats.
‘We komen nog steeds olifanten, bavianen, apen en gorilla’s tegen. Ze eten alles op en vaak vernielen ze de boel compleet. Ze laten ons achter zonder eten voor onze kinderen, zodat we het schoolgeld kunnen betalen.’
Wanneer een kind naar school gaat, wordt het risico van contact met dieren op het veld kleiner
De boer bekritiseert het feit dat het Oegandese Wildlife Agency geen compensatie biedt voor dergelijke vernielingen en dat er voor de gemeenschap zware straffen staan op het verzamelen van brandhout, vruchten of andere hulpbronnen uit het bos: de jacht op een dier kan leiden tot elf jaar gevangenisstraf.
Zolang mensen en wilde dieren nog samenleven, is het voor het EEIDI-team vrijwel onmogelijk een nieuwe uitbraak van zoönose te voorkomen. Daarom vertrouwen zowel Johnson als dierenarts Ssebide op onderwijs als middel voor verandering.
‘Mensen weten dat vleermuizen gastheer zijn van een hele rits aan ziekten. De eerste bijdragen uit de gemeenschappen voor een veilige oplossing waren voorstellen die neigden naar uitroeiing. We moesten didactisch materiaal maken op basis van de bijzonderheden van elke plek om uit te leggen dat dit geen optie was, aangezien [vleermuizen] essentieel zijn voor de instandhouding van het ecosysteem,’ zegt Johnson.
Ssebide benadrukt dat preventie altijd bij voorlichting begint, al is het maar vanwege het simpele gegeven dat wanneer een kind naar school gaat, het risico van contact met dieren op het veld kleiner wordt.
‘In plaats van de gewassen te bewaken, zit hij of zij dan te leren in een klaslokaal. Bij leden van de gemeenschap die naar school gaan, is de kans ook kleiner dat zij veel kinderen krijgen, wat de bevolkingsdruk zal doen afnemen. Met een betere opleiding kom je in aanmerking voor beter werk en zal je dus minder brandhout hoeven te sprokkelen in het bos of hoeven te stropen; er is dan meer geld voor andere brandstoffen of om voedsel te kopen. Voorlichting is immers het beste middel om eventuele toekomstige uitbraken te bestrijden.’
Ook buurland Congo-Kinshasa kampt met ebola-uitbraak
De Oegandese regering heeft op 20 september verklaard dat er sprake is van een ebola-uitbraak in het district Mubende, in het centrum van het land. Er is één bevestigd dodelijk slachtoffer – een vierentwintigjarige man – en er zijn ten minste acht besmettingen gerapporteerd, bericht The East African. De laatste ebola-uitbraak in het land was in 2019, met vijf sterfgevallen.
De Democratische Republiek Congo, die in het westen grenst aan Oeganda, heeft momenteel ook te kampen een uitbraak van het ebolavirus, dat een dodelijke hemorragische koorts veroorzaakt.
Ten minste twee mensen zijn gedood en vijftien gewond geraakt toen leden van de vredesmissie van de Verenigde Naties (MONUSCO) in de Democratische Republiek Congo (DRC) het vuur openden op een grenspost in de oostelijke regio van het land, aldus de Congolese regering, meldt Al Jazeera.
Het incident vond zondag plaats in de Beni-regio van de DRC toen VN-soldaten van de interventiebrigade van MONUSCO vanuit Oeganda het land binnenkwamen.
Na een verbale woordenwisseling leken de vredeshandhavers het vuur te openen
Op een video van het incident, die op sociale media werd gedeeld, waren mannen te zien – ten minste één in politie-uniform en een ander in legeruniform – die oprukten naar het stilstaande VN-konvooi achter een gesloten slagboom in Kasindi. Na een verbale woordenwisseling leken de vredeshandhavers het vuur te openen, waarna ze het hek openden, doorreden en bleven schieten terwijl de mensen aan de andere kant dekking zochten.
De secretaris-generaal van de VN, António Guterres, zei dat hij ‘ontsteld’ was door het incident en hij eiste ‘de aanhouding van de militairen die bij dit voorval betrokken waren en de onmiddellijke opening van een onderzoek’, meldt de onafhankelijke Congolese radiozender Radio Okapi.
Yoweri Museveni, die al 35 jaar president van Oeganda is, neemt het op 14 januari op tegen Bobi Wine, de voormalige popster die een populair politicus werd. Tijdens de campagne heeft Facebook gebruikers die dicht bij de president staan geblokkeerd. Enkele dagen voor de verkiezingen slaat de regering terug.
Het is decennia geleden dat Oeganda zulke gespannen presidentsverkiezingen meemaakte. Een paar dagen voor de verkiezingen van 14 januari, waarin de 76-jarige Yoweri Museveni, de president, het zal opnemen tegen de 38-jarige reggaezanger Bobi Wine, heeft Facebook zich gemengd in de campagne. ’s Werelds grootste socialemediaplatform heeft de accounts van verschillende overheidsfunctionarissen verwijderd, bericht de New Vision.
‘We hebben een netwerk van Oegandese accounts en pagina’s verwijderd die zich schuldig maakten aan “ongepast gedrag”, met als doel het debat in de aanloop naar deze verkiezingen te beïnvloeden’, legt Kezia Anim-Addo, hoofd communicatie van Facebook voor Sub-Sahara-Afrika, uit aan het Oegandese dagblad. ‘Gezien de naderende verkiezingen in Oeganda, zijn we snel overgegaan tot onderzoek en ontmanteling van dit netwerk’, voegt Anim-Addo eraan toe.
Dit optreden van het Amerikaanse bedrijf heeft tot woede geleid bij de regerende partij, de NRM (National Resistance Movement). ‘De buitenlandse krachten die denken dat ze een marionet aan de macht kunnen helpen door de accounts van NRM-sympathisanten te deactiveren moeten zijn schamen’, schreef de persvoorlichter van de Oegandese president zaterdag op Twitter.
Gisteravond (12 januari) heeft de Oegandese president Yoweri Museveni in een toespraak verklaard dat zijn regering tot en met verkiezingsdag de toegang tot sociale media in het hele land gaat afsluiten. Ook beschuldigt hij Facebook van ‘arrogantie’, bericht Al Jazeera.
‘Dat sociale kanaal waar je het over hebt (…) moet eerlijk kunnen worden gebruikt door iedereen die het wil gebruiken’, aldus Museveni. ‘Als je partij kiest tegen ons, dan zal je niet in Oeganda opereren.’
Ook de toegang tot Twitter, WhatsApp, Signal en Viber wordt afgesloten tot en met verkiezingsdag, aldus Al Jazeera.
Wine verklaart dat hij tijdens zijn opsluiting werd gemarteld door het leger
‘De blokkade van Facebook komt aan het einde van een verkiezingsperiode die wordt gekenmerkt door hardhandig optreden tegen de politieke oppositie, het lastigvallen van journalisten en landelijke protesten die hebben geleid tot ten minste 54 doden en honderden arrestaties’, aldus The New York Times.
Bobi Wine, wiens echte naam Robert Kyagulanyi is, is tijdens de campagne door de politie geslagen, besproeid met traangas en voor het gerecht gedaagd vanwege het negeren van de coronaregels. Vorige week diende Wine een klacht in bij het Internationaal Strafhof, waarin hij Museveni en andere huidige en voormalige topambtenaren uit de veiligheidsdienst ervan beschuldigde een golf van geweld en mensenrechtenschendingen tegen burgers, politici en mensenrechtenadvocaten te hebben georkestreerd, bericht The New York Times.
Wine, die opgroeide in een sloppenwijk in de hoofdstad Kampala, werd bekend als de ‘Ghetto President’ van het land vanwege zijn activisme en muziek, schrijft Foreign Policy (lees ook het portret van hem in Time Magazine, getipt op 360 Online). Hij won een zetel in het parlement in 2017 en beloofde de corruptie te bestrijden. Een jaar later werd hij gearresteerd, beschuldigd van verraad. Wine verklaart dat hij tijdens zijn opsluiting werd gemarteld door het leger.
Weerklank
De boodschap van Wine heeft weerklank gevonden bij de jonge bevolking van Oeganda (< 30), die twee derde van de geregistreerde kiezers uitmaken. De meesten van hen zijn werkloos of afhankelijk van informeel werk. Maar de gegevens uit peilingen zijn schaars en het is nog onduidelijk of Wine kan opboksen tegen Museveni’s belofte van stabiliteit, aldus FP. Eerdere Oegandese presidentsverkiezingen zijn ontsierd door beschuldigingen van fraude.
Museveni kwam in 1986 aan de macht na het leiden van een gewapende opstand die het regime van zijn voorganger ten val bracht. Hoewel hij decennialang een meerpartijenstelsel afwees, hielp Museveni de bevolking van het land uit de armoede en luidde hij een tijdperk van relatieve stabiliteit in. ‘Oeganda heeft in de afgelopen decennia geen vreedzame machtsoverdracht gekend en de kans op instabiliteit na de verkiezingen is groot’, schat FP de situatie in.
Ook de Nigeriaanse toneelschrijver en Nobelprijswinnaar Wole Soyinka, die erg betrokken is bij Afrikaanse democratiseringsbewegingen (lees ook ‘Niet commanderen maar praten’ op 360 Online), waarschuwt in een interview metThe Guardian voor geweld na de verkiezingen: ‘Museveni blijft vechten tot het bittere einde, en hij vecht vals aangezien hij gelooft dat macht zijn natuurlijk geboorterecht is.’
Wel is Soyinka hoopvol over de opkomst van Bobi Wine: ‘Voor mij vertegenwoordigt hij de geest van de toekomst van Afrika. Mensen van mijn generatie zouden moeten begrijpen wanneer het tijd voor ons is om plaats te maken voor nieuw bloed, nieuw denken, dat meer afgestemd is op de hedendaagse samenleving’, aldus de 86-jarige schrijver geciteerd door de Britse krant.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.