De New Yorkse humor van Fran Lebowitz dient als remedie tegen moedeloosheid. Verder: Russische luis in de pels Navalny onthult Poetins corruptie in docu & meer aanraders van de 360-redactie.
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, boeken en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
Nieuws uit Navajo
De Amerikaanse Navajo-natie, die zich uitstrekt over bijna achttien miljoen hectare, is hard getroffen door de pandemie. De journalisten van dagblad The Navajo Times nemen hun taak om nieuws te brengen en een stem aan de inwoners te geven serieus. Vele Navajo zijn verstoken van internet, zodat de krant de enige bron van informatie is. Verslaggevers rijden het uitgestrekte gebied door om de bevolking naar hun ervaringen te vragen. Soms zijn ze achttien uur onderweg voor één opdracht.
‘We zijn gezegend met de gave van het verhalen vertellen’, zegt een van hen, ‘maar die moet je op de juiste manier gebruiken. Je moet nederig zijn, je moet oprecht zijn in wat je doet, en je moet respectvol zijn naar de mensen aan en over wie je je verhalen vertelt. Je moet zorgvuldig omgaan met je geschenk’ in dit minivideoportret dat The New Yorker maakte.
‘Een inspirerend verhaal voor ieder die doordrongen is van het belang van journalistiek’, tipt hoofdredacteur Laura Weeda.
Navalny komt met documentaire over Poetins paleis
‘Hallo, Navalny hier. We begonnen met deze productie toen ik op de intensive care lag, maar we waren het er meteen over eens dat we hem zouden vrijgeven op het moment dat ik naar huis terugkeerde, naar Rusland, naar Moskou, omdat we niet willen dat de hoofdpersoon van deze film denkt dat we bang voor hem zijn en dat ik daarom alleen vanuit het buitenland zijn grootste geheimen zou durven te openbaren. Een van onze kijkers is de meest toegewijde bewonderaar van ons werk, op wiens bevel ik werd vergiftigd: Vladimir Poetin.’
Zo begint Aleksej Navalny Poetins Paleis, een twee uur durende film waarin hij de geschiedenis van Vladimir Poetin en diens verbijsterende corruptie uit de doeken doet.
Het feit dat Navalny wachtte met het uitbrengen van de film totdat hij was teruggekeerd op Russische bodem, is een extra plaagstoot naar Poetin: je kunt me arresteren, maar als ik in de gevangenis zit doet dit verhaal al wereldwijd de ronde. Daar heeft Navalny overigens gelijk in, want volgens de BBC is Poetins Paleis al miljoenen keren bekeken.
Een aanrader van redacteur IJsbrand van Veelen.
De documentaire van Navalny met Engelse ondertiteling.
‘Na The American Nightmare weer ruimte voor The American Dream? Zeker met The Great Gatsby, een graphic novel, prachtig geïllustreerd door Adam Simpson,’ tipt art director Majel van der Meulen.
F. Scott Fitzgeralds The Great Gatsby uit 1925 is dit jaar toegetreden tot het publieke domein, dus staat het illustratoren vrij om met de Amerikaanse klassieker aan de slag te gaan.
The Great Gatsby wordt algemeen beschouwd als de grootste Amerikaanse roman aller tijden en is het verhaal van de rijke, Don Quichot-achtige Jay Gatsby en zijn obsessieve liefde voor rijkeluisdochter Daisy Buchanan. Het is ook een waarschuwend verhaal over de Amerikaanse droom in al zijn uitbundigheid, decadentie, hedonisme en passie.
Illustrater Adam Simpson studeerde aan het Edinburgh College of Art, de Rhode Island School of Design en het Royal College of Art in Londen. Simpson heeft onder andere bijgedragen aan The New Yorker en The New York Times, en ontwierp een postzegelreeks voor de Olympische Spelen in Londen in 2012.
The Great Gatsby van F. Scott Fitzgerald met illustraties van Adam Simpson is te bestellen via uw lokale boekhandel.
Zwarte markt van Venezolaanse olie
Het mag niet van de VS, Venezolaanse olie kopen, maar niet elk land houdt zich aan de internationale sancties die het regime van Nicolás Maduro zijn opgelegd. Sterker nog: Venezolaanse olie blijkt de hele wereld over te gaan.
Dat ontdekte de onderzoeksjournalisten van ArmandoInfo, een collectief van Venezolaanse journalisten in ballingschap. In samenwerking met EL País, publiceerden ze een uitgebreid en goed gedocumenteerd Follow The Money-achtig onderzoek, tipt redacteur Joep Harmsen.
Via een Colombiaanse ‘trader’, een Mexicaanse zakenman en een Italiaanse ex-polospeler worden via Russische contacten de sancties op grote schaal ontweken om ruwe Venezolaanse olie te verkopen aan landen als Turkije, Maleisië en Singapore, en zelfs aan de Palestijnse autoriteiten. Ook het Mexicaanse staatsoliebedrijf PEMEX, dat eerder al op de vingers werd getikt omdat het voedsel en drinkwater had geruild voor ruwe Venezolaanse olie, blijkt een grote vinger in de pap te hebben.
Is dat erg? Nicolás Maduro organiseerde vorig jaar nieuwe parlementsverkiezingen, nadat het oude parlement – onder leiding van Juan Guaidó – al jaren buitenspel was gezet. Venezuela is daarmee de facto een dictatuur geworden. Bij de nieuwe verkiezingen sloot Maduro vrijwel alle oppositiepartijen uit van deelname. De EU oordeelt daarom dat de verkiezingen niet eerlijk zijn verlopen en erkent de uitslag niet.
New Yorkse humor
Om niet moedeloos te worden van de fantasieloze politiek in eigen land en elders, waar een ellenlang debat over een avondklok de toeslagenaffaire en andere belangrijke kwesties opzij drukt, is er maar één remedie: humor. En dan vooral die van Fran Lebowitz, te zien op Netflix in Pretend it’s a city, geïnterviewd door vriend en maestro Martin Scorcese, die overigens zelf meer lacht dan vragen stelt.
Lebowitz sneert, spot erop los en keurt vrijwel alles af. Maar bovenal is het een portret van haar en Scorsese (Marty) met hun herinneringen aan de stad van hun jeugd, New York. waar beiden een liefdesrelatie mee onderhouden.
De titel, Pretend it’s a city, is wat Lebowitz tegen (voormalige) toeristen roept als ze haar voor de voeten lopen. Oergeestig en melancholisch, altijd een mooie combinatie.
Tien jaar geleden verspreidden honderden miljoenen liters olie zich over de oceaanbodem in de Golf van Mexico. Het duurde maanden om de bron te dichten. Elf mensen en duizenden dieren kwamen om het leven. De olie vervuilt nog steeds het milieu. Wetenschapper Tim Kalvelage ziet overeenkomsten met fouten die nu gemaakt worden.
Er klopte iets niet: hoe kon het water zo snel weer zo schoon zijn? Bijna drie maanden lang waren honderden miljoenen liters olie over de oceaanbodem in de Golf van Mexico gestroomd en verspreid over enkele honderden kilometers vanaf de bron. Begin augustus, slechts drie weken nadat het lek was gedicht, waren zo goed als alle sporen weer gewist.
David Hollander, zeechemicus aan de Universiteit van Zuid-Florida, ging op zoek naar olie in DeSoto Canyon, een bijzonder visrijk gebied ten noordoosten van de plaats van het ongeval. ‘De olieconcentraties daalden heel snel, vooral door olie-etende bacteriën’, zegt Hollander. Maar micro-organismen alleen konden de snelle afname niet verklaren. ‘We hebben iets gemist.’ Het antwoord op zijn vraag lag diep in de zee verborgen.
De ramp had zich weken eerder voltrokken, toen op 20 april 2010 zo’n 60 kilometer voor de kust van de Amerikaanse staat Louisiana sprake was van een zogenaamde klapband [het ongecontroleerd vrijkomen van ruwe olie en / of aardgas uit een oliebron of gasbron nadat de drukregelsystemen hebben gefaald]. Modder en gas schoten vanaf een diepte van 1500 meter ongecontroleerd naar het zeeoppervlak, waar boorstation Deepwater Horizon zich bevond.
Het drijvende platform van het bedrijf Transocean had in opdracht van petroleumgigant BP enkele kilometers in het sediment van het Macondo-olieveld geboord. De onderkant van het boorgat werd vervolgens weer gesloten. Maar het cement dat door het uitvoerende bedrijf Halliburton werd gebruikt, kon de druk van de oliebron niet weerstaan. Bovendien trad de uitbarstingsbeveiliging op de zeebodem niet in werking – een meer dan 16 meter hoge hydraulische klep die in geval van nood de boorstangen moest dichtknijpen en het gat zou afsluiten.
Het gas veroorzaakte twee explosies in de machinekamers van de Deepwater Horizon, waarbij elf arbeiders omkwamen. Minder dan twee dagen later zonk het brandende boorplatform onder een dikke, zwarte rookwolk. ‘De boorpijp scheurde en de waanzin begon’, zegt Hollander.
De kracht van de zwarte fontein op de bodem van de Golf van Mexico was simpelweg te groot
Het zinken van Deepwater Horizon markeerde het begin van een olievlek die alle eerdere olievlekken overschaduwde. Het boorgat spuwde naar schatting 700.000 ton olie en gas in de diepzee. Talrijke pogingen om het lek op 1500 meter onder het zeeoppervlak te dichten, mislukten. BP probeerde eerst met behulp van duikrobots de uitblaasbeveiliging te activeren – zonder succes. Een stalen trechter van vier verdiepingen die over de kapotte boorpijp moest worden geschoven om de olie naar een boorschip te leiden, bevroor in de koude diepte. Ook andere pogingen mislukten, de kracht van de zwarte fontein op de bodem van de Golf van Mexico was simpelweg te groot.
Olieplatform Deep Horizon in de Golf van Mexico.
Pas op 15 juli, na 85 dagen, slaagde BP erin de oliestroom te stoppen. Eerder al waren technici erin geslaagd de boorpijp af te snijden en direct boven de defecte uitblaasbeveiligingen een nieuwe klep te installeren. Toen deze op 15 juli werd gesloten en bestand bleek tegen de druk, pompte BP zware modder door de pijp en verzegelde de oliebron met cement. Op 21 september 2010 verklaarde de Amerikaanse regering de Macondo-bron uiteindelijk voorgoed dood.
Maar de olie had zich in de drie maanden dat dit duurde over een oppervlakte van 150.000 vierkante kilometer verspreid. De vluchtige componenten verdampten in de atmosfeer en de autoriteiten verbrandden een deel van het glinsterende tapijt op het zeeoppervlak. Ondanks alle pogingen om de verspreiding in te dammen, vervuilde de olie ongeveer 2000 kilometer kustlijn. Met name de moerassen in het zuiden van Louisiana waren zwaar aangetast en sterk geërodeerd. Honderdduizenden zeevogels, zoals Azteekse meeuwen, jan-van-gent en bruine pelikanen, kwamen om in olie. Verschillende zeeschildpadden en dolfijnen vonden eveneens de dood of leden aan chronische vergiftiging. De autoriteiten sloten gedurende enkele maanden een derde van de wateren van de Golf van de VS af voor visserij.
Milieuschade
Tien jaar later is de Golf van Mexico gedeeltelijk hersteld: de vogelpopulatie is aanzienlijk toegenomen en hier en daar groeien moerasgrassen uit de grond. De olie is echter nog altijd aanwezig, zegt marien onderzoeker Nancy Rabalais van de Louisiana State University: ‘Als je op de kwelders loopt, spuit er op sommige plaatsen olie uit de gaten van de vioolkrabben.’
Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s), waarvan wordt vermoed dat ze kanker en misvormingen veroorzaken, zijn nog steeds sterk verrijkt aanwezig in de sedimenten. De gedecimeerde dolfijnenpopulatie lijdt onder de voortdurende vervuiling. De dieren worden vaker ziek en er komen meer miskramen voor. Het zal generaties duren voordat de zeezoogdieren zich herstellen.
De ramp kostte BP volgens The Guardian 65 miljard dollar aan opruimwerkzaamheden, compensatie en boetes; ongeveer een derde van de olie en tonnen chemicaliën belandde op de bodem van de oceaan. Dit kwam ook er geen kennis was van hoe de olie zich onder de extreme omstandigheden op een diepte van 1500 meter zou gedragen.
Om de verspreiding tegen te gaan, werden maatregelen genomen die nog nooit eerder waren genomen – en die de zaken alleen maar erger maakten
Steve Murawski, zeebioloog aan de University of South Florida en destijds hoofdadviseur van de Amerikaanse Fisheries Authority, ziet in de rampenbeheersing opvallende parallellen met de huidige coronapandemie: ‘De situatie werd volledig onderschat. BP en de Amerikaanse regering waren voorbereid op een tankerongeval, maar niet op een olielekkage in de diepzee. Er werd veel geïmproviseerd.’ Om de verspreiding van de olie tegen te gaan, werden maatregelen genomen die nog nooit eerder waren genomen – en die de zaken alleen maar erger maakten.
Twee weken na de uitbarsting verzamelde Murawski’s collega David Hollander watermonsters ruim 100 kilometer van het boorgat, van de bodem tot aan het zeeoppervlak. Het water zag er ogenschijnlijk schoon uit, maar op een diepte van ongeveer 1000 meter vonden hij en zijn collega’s moleculen die kenmerkend zijn voor ruwe olie, waaronder de mogelijk kankerverwekkende PAK’s. Blijkbaar bewoog een giftige wolk zich vanaf de bron door de Golf van Mexico.
‘Het hoofd van BP zei dat we gek waren: olie drijft!’ zegt Hollander. De wetenschapper was er echter van overtuigd dat deze olie afkomstig was uit het Macondo-veld en vroeg om een vergelijkingsmonster, een tiende van een milliliter, om dit te bewijzen. ‘Net als in de coronacrisis liepen wetenschappers destijds voorop.’
Hollander kreeg een heel vat olie afgeleverd bij zijn laboratorium. En ja, hij had gelijk: een bijna onzichtbare wolk van de fijnste oliedruppeltjes en in water oplosbare verbindingen uit het Macondo-veld golfde op in de diepzee. Een half jaar na het ongeval was de olie op meer dan 300 kilometer van het boorgat nog meetbaar. BP plaatste moest haar schattingen van de hoeveelheid lekkende olie drastisch corrigeren.
Een overvloed aan koolwaterstoffen zorgden ervoor dat de populatie olieafbrekende bacteriën explodeerde en het zuurstofgehalte in de diepte op sommige plaatsen met meer dan de helft afnam.
Vuile badrand
Restanten van de bacteriën sloegen als op een vuile badrand neer op de continentale helling. Huidige computersimulaties laten zien dat de giftige sluier op een diepte van 1000 meter zich aanzienlijk verder verspreidde dan de olie aan de oppervlakte: tot aan Texas en voorbij de Florida Keys de Atlantische Oceaan in.
‘De hoeveelheden lantaarn- en drakenvissen in de diepzee zijn enorm afgenomen in de nasleep van de olieramp’, zegt Steve Murawski. ‘Ze zijn tot op heden niet hersteld.’ Er is geen direct bewijs dat de vis het slachtoffer is geworden van de giftige wolk, maar het is de enige plausibele verklaring. Ook al omdat de onderzoekers hoge concentraties koolwaterstoffen in de vissen konden detecteren. Het is echter nog onduidelijk of de olie zelf fataal was, of slechts in combinatie met miljoenen liters dispergeermiddel.
In de strijd tegen de olievloed sproeide BP namelijk grote hoeveelheden rond van het dispergeermiddel Corexit, een mengsel van oppervlakteactieve stoffen, alcoholen en oplosmiddelen. Zelfs in de diepe zee. Een week na de uitbarsting bevestigde BP een slang aan het lek in de boorpijp en pompte bijna drie miljoen liter Corexit naar de plaats van de uitbarsting. Dit moest de olie opdelen in kleinere druppeltjes die langzamer stijgen en de bacteriën sneller afbreken. Voor BP zou er een positief neveneffect zijn geweest: de olievlek op het oppervlak zou minder groot worden, waarmee de ware omvang van de puinhoop zou worden verborgen – wat echter mislukte.
De verantwoordelijken gooiden duizenden tonnen chemicaliën in zee, die maandenlang in de Golf bleven circuleren
Het is bovendien de vraag of dit middel het verhoopte effect heeft gehad. Michael Schlüter, vloeistofmonteur aan de Technische Universiteit van Hamburg, en zijn team simuleerden de uitbarsting in het laboratorium onder diepzee-omstandigheden. ‘Onze tests tonen aan dat de olie veel kleinere druppeltjes vormde dan BP aannam, zelfs zonder Corexit.’ Omdat de olie en het gas die omhoogschoten onder enorme druk stonden, functioneerde de bovenkant van het boorgat letterlijk als een spuitbus.
De verantwoordelijken gooiden dus duizenden tonnen chemicaliën in zee, die vermoedelijk grotendeels niet het gewenste effect hadden, maar wel maandenlang in de Golf bleven circuleren. De effecten van het dispergeermiddel op de ecologie van de diepzee zijn tot dusverre nauwelijks onderzocht. Wel is bekend dat de olie-corexitmix zeer giftig is voor koudwaterkoralen die door de eeuwen heen op de zeebodem zijn gegroeid.
Sneeuwstorm
Even controversieel en gedenkwaardig voor de diepzeefauna was iets anders, ver verwijderd van de klapband: de gouverneur van Louisiana opende de sluisdeuren van de Mississippi om de olie weg te spoelen van de kust. Maar de actie veranderde in een fiasco: het zoete water van de rivier deed zoutgevoelige soorten zoals oesters massaal afsterven. Bovendien spoelde fijn sediment de Golf van Mexico binnen, wat een sneeuwstorm veroorzaakte.
Buiten in de golf bloeide het plankton. In aanwezigheid van olie en dispergeermiddel lieten de gestreste algen grote hoeveelheden kleverig slijm los. De kleimineralen uit de kwelders dienden als ballastmateriaal en lieten olieachtige algenvlokken massaal de diepte in sneeuwen. ‘Waar zich normaal gesproken slechts een millimeter sediment per jaar ophoopt’, zegt David Hollander, ‘stapelde zich nu een centimeter dikke laag op in een paar maanden.’
Zo werden kleine en grote diepzeebewoners begraven. Het overaanbod aan organisch materiaal was een feest voor bacteriën, die alle zuurstof op de oceaanbodem opslokten. Veel levende wezens kregen onder de vettige deken van sneeuw geen lucht meer om te ademen.
‘De Macondo-olie is pas uit het milieu verdwenen als hij diep begraven ligt’
Zeechemicus Hollander en zijn collega’s hadden in mei 2010 al de vele vlokken opgemerkt die als vers gevallen sneeuw de zeebodem bedekten. Dus onderzochten ze het sediment beter en ontdekten meer dan tien centimeter dikke afzettingen van in olie vastzittende algen en kleideeltjes. Zoals later bleek, had de strijd van de oliefanaat geleid tot een vervuilende sneeuwstorm die het leven op de bodem van de oceaan letterlijk verstikte. Dit verklaarde de snelle afname van olie op het wateroppervlak.
‘Het is niet meer te zien, maar het is nog steeds in de omgeving’, zegt Steve Murawski. Hij en David Hollander hebben sinds de ramp samen een tiental expedities in de Golf van Mexico ondernomen. Overdag werd aas aan haken gespietst en vislijnen uitgeworpen, en ’s nachts werden sedimentmonsters verzameld. Ze reisden de hele Golf af, tot aan Cuba en Mexico.
Hollander en zijn collega’s onderzochten ook de regio rond de plaats van het Ixtoc I-ongeval, ten westen van het schiereiland Yucatán in Mexico. Daar was in 1979 eveneens een klapband. Negen maanden lang stroomde olie op een diepte van 50 meter in zee, in totaal ongeveer 475.000 ton. Als je daar vandaag in de mangroven graaft, kom je al snel een laag sediment tegen waar vloeibare olie in zit, zegt Hollander. ‘De Macondo-olie is pas uit het milieu verdwenen als hij diep begraven ligt.’
Het team van Murawski ving duizenden vissen, en geen daarvan was vrij van olieresten
Dit blijkt ook uit de bevindingen van het team van Steve Murawski, dat vis onderzocht op olieresiduen zoals PAK’s. In het gebied rond het wrak van de Deepwater Horizon liepen deze aanvankelijk enkele jaren achter elkaar terug, waarna ze weer fors stegen. De verklaring is waarschijnlijk dat de olieachtige sedimenten weer omhoog komen nadat ze van de continentale helling zijn afgegleden.
Het herstel van het ecosysteem wordt ook beïnvloed door het feit dat de Golf lijdt onder chronische olievervuiling, lekkende boorgaten of kleine ongelukken die plaatsvinden op de talloze platforms. Het team van Murawski ving duizenden vissen, en geen daarvan was vrij van olieresten. Dat alleen al zegt veel over de enorme voetafdruk die de mensheid in de Golf van Mexico achterlaat.
Vorige week werden in Algerije opnieuw verschillende nieuwssites gecensureerd. Nu het hardhandig optreden tegen journalisten de laatste maanden gestaag is toegenomen, zoeken Algerijnen naar andere manieren om onafhankelijke nieuwsites te raadplegen.
De nieuwssite Observ’Algérie schrijft dat het land te maken heeft met een nieuwe golf van censuur, waarbij onafhankelijke online media het doelwit zijn van het regime. Het journalistieke platform Twala, dat onlangs door een groep journalisten is opgezet, werd zonder enige vorm van uitleg en zonder proces door de autoriteiten gecensureerd. Daarover zegt Twala in een verklaring: ‘Wij spreken ons krachtig uit tegen de arbitraire censuur die de afgelopen jaren verschillende Algerijnse media heeft geraakt. Het is een aanslag op de persvrijheid en op de vrijheid van informatie in Algerije.’
Het zijn niet alleen pas opgerichte media die het slachtoffer zijn van de Algerijnse repressie. Nadat journalist Khaled Drareni (zie afbeelding) afgelopen augustus tot drie jaar gevangenisstraf werd veroordeeld voor ‘het aanzetten tot een ongewapende opstand en het ondermijnen van de nationale eenheid’, heeft het regime zijn greep nog verder verscherpt door de door hem in 2017 opgerichte website, Casbah Tribune, te blokkeren. Drareni leverde kritiek op de regering en berichtte bijvoorbeeld openlijk over de keren dat hij werd meegenomen voor verhoor.
‘Trieste dag’
‘Het is een trieste dag’, schreef het Algerijnse dagblad Liberté in augustus. ‘Door Khaled Drareni te veroordelen (…) heeft de regering zojuist op de meest brute wijze afstand gedaan van elke aanspraak op rechtvaardigheid en vrijheid.’
Nadat Abdelaziz Bouteflika in 2019 aftrad als president, hoopten veel Algerijnse journalisten op een einde aan de mediarepressie. Maar zijn opvolger, voormalig eerste minister Abdelmadjid Tebboune, zette het beleid van Bouteflika, die al sinds 1991 aan de macht was, voort.
Sinds het aantreden van Tebboune heeft de regering de toegang tot de sites als Observ’Algérie, Maghreb Émergent en Radio M afgesloten. Maar in het tijdperk van VPN, de vaak gratis tool waarmee gebruikers hun IP-adres kunnen wijzigen, lijkt de censuur een farce. Afgelopen juli rapporteerde Observ’Algérie een toename van het aantal bezoekers op haar site.
Algerijnse journalisten en lezers hebben dus inmiddels geleerd om de censuur te omzeilen, aldus Twala. Maar de censuur heeft wel degelijk gevolgen voor de mate waarin een groot deel van de burgers toegang heeft tot informatie. Zolang er barrières zijn om bepaalde onafhankelijke nieuwssites te bezoeken, is er geen sprake van vrijheid van informatie.
Zal olie- en gaswinning in Denemarken stoppen?
De Deense regering en het parlement hebben een akkoord ondertekend dat het einde van de olie- en gasexploitatie in 2050 betekent. De Deense pers reageert overwegend positief op het akkoord, hoewel sommige commentatoren het besluit vooral zien als symboolpolitiek.
De Deense regering kondigde op donderdag 3 december aan dat zij met het parlement een akkoord had bereikt over het stopzetten van de oliewinning in de Noordzee vanaf 2050. De regering presenteerde dit voornemen als een doorbraak op het gebied van klimaatbeleid, te meer nu Denemarken op 1 januari 2021, wanneer brexit van kracht gaat, de grootste producent van aardgas en aardolie van de EU zal worden.
‘Dit is een historisch besluit dat het in overeenstemming is met onze wens om tegen 2050 CO2-neutraal te zijn,’ aldus klimaatminister Dan Jørgensen tijdens de persconferentie na afloop, geciteerd door Information.
Voor het eerst sinds de Klimaatwet zijn we oprecht trots op het vermogen van de regering
Het dagblad deelt deze mening en is ervan overtuigd dat dit besluit andere landen zal inspireren het voorbeeld van Denemarken te volgen. Zelfs Greenpeace zegt tegen de krant optimistisch te zijn: ‘Het kan over de hele wereld een domino-effect in gang zetten en groot respect afdwingen. Voor het eerst sinds de Klimaatwet zijn we oprecht trots op het vermogen van de regering en het parlement om internationale verantwoordelijkheid te nemen in de strijd tegen klimaatverandering.’
Deze beslissing zal een flinke kostenpost vormen, schrijft Information. Sinds 1972 is meer dan 500 miljard DKK (55 miljard euro) verdiend met de exploitatie van aardolie en -gas. Door hiermee te stoppen laat Denemarken zo’n 13 miljard Deense kronen liggen en zullen 4000 mensen hun baan verliezen.
‘Omgekeerd heeft Denemarken nu 30 jaar om zich aan te passen aan nieuwe groene kansen, die andere inkomsten voor de staat kunnen creëren,’ zegt Sebastian Mernild, hoogleraar klimaatverandering, tegen de krant.
Symbolische waarde
Maar Politiken is sceptisch over het akkoord. Volgens de burgemeester van Esjberg, de stad met de belangrijkste haven van Denemarken, zal de olie- en gaswinning hiermee niet stoppen. Na 2050 kunnen de in de stad aanwezige olie- en gasbedrijven op basis van de bestaande vergunningen hun activiteiten gewoon voortzetten.
Het akkoord heeft ‘een klein effect op het klimaat, maar een grote symbolische waarde’, aldus het conservatieve dagblad Berlingske. ‘Het concrete effect op het klimaat wordt nergens in het akkoord vermeld’, stelt de krant. Voorafgaand aan de onderhandelingen was er een advies uitgebracht door de onafhankelijke Klimaatraad. Conclusie: het effect op het milieu van het stoppen van de olie- en gaswinning op de Noordzee zou slechts ‘een licht positief effect hebben op het klimaat’. Het dagblad schrijft dat het aandeel van Denemarken in de wereldwijde olieproductie maar 0,1 procent bedraagt. De Verenigde Staten nemen ter vergelijking 15 procent voor hun rekening en Saoedi-Arabië is goed voor 12,9 procent.
Aangemoedigd door de stijgende olieprijzen en het vooruitzicht van een coronavaccin hebben de olie-exporterende landen donderdag een voorzichtige verhoging van de productie vanaf januari aangekondigd.
OPEC en zijn bondgenoten kwamen op donderdag met een ‘onverwachte beslissing: een verhoging van productie met 500.000 vaten per dag en een maandelijkse vergadering van energieministers om het evenwicht tussen vraag en aanbod opnieuw te beoordelen’, berichtte NPR. Veel deskundigen waren verrast door het bericht, de verwachting was dat de komende maanden de productie nog op hetzelfde niveau zou blijven.
Het akkoord tussen OPEC en Rusland – OPEC+, in oliejargon – zorgt ervoor dat de drastische productievermindering die is doorgevoerd sinds het begin van de covid-19-pandemie enigszins wordt teruggeschroefd. ‘De productie zal vanaf januari slechts met 7,2 miljoen vaten per dag worden verminderd, vergeleken met de huidige 7,7 miljoen vaten per dag’, schrijft Al-Jazeera.
Fox Business wijst erop dat het kartel in april vorig jaar zijn productie in historische proporties moest verminderen ‘om de markt te stabiliseren, terwijl de maatregelen die over de hele wereld werden ingevoerd om de verspreiding van covid-19 te vertragen, tot een vermindering van de vraag met 25 tot 30 miljoen vaten per dag’.
De Amerikaanse zender CNBC meldt het bereikte OPEC-akkoord als breaking news.
The Wall Street Journal schrijft dat het besluit van OPEC om de oliekraan weer voorzichtig open te draaien ‘suggereert dat de grootste producenten ter wereld van mening zijn dat de ergste vraagcrisis als gevolg van de pandemie achter hen ligt’.
Het Amerikaanse zakenblad stelt vast dat ‘de internationale olieprijzen weer zijn gaan stijgen, met 25 procent sinds begin november, en dat de Aziatische economieën sterk zijn opgeveerd, waardoor de vraag is aangetrokken’. Investeerders verwachten een terugkeer van de vraag ‘in de rest van de wereld, na de veelbelovende resultaten van verschillende coronavaccins’.
Maar de besprekingen die tot het besluit van de donderdag leidden gingen moeizaam en openbaarden ‘spanningen die het moeilijker konden maken’ om de outputdoelstellingen van het oliekartel ‘te halen als de wereldeconomie in de komende maanden weer opleeft’, aldus The New York Times.
Volgens het financiële nieuwskanaal Bloomberg moest de OPEC+ genoegen nemen met een ‘compromis’ om ‘een breuk tussen de belangrijkste leden van het kartel: de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië’ te voorkomen. Laatstgenoemd land wilde de productievermindering op het huidige niveau handhaven, terwijl de Emiraten, waarvan de productiecapaciteit de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen, pleitten voor een versoepeling.
‘Tot voor kort bepaalden Saoedi-Arabië – dat de facto de OPEC runt – en zijn bondgenoten in de Golfstaten, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit, samen het productiebeleid’, analyseert persbureau Reuters. Maar de groeiende onafhankelijkheid van Abu Dhabi, die nu op veel punten afwijkt van de politieke lijn van Riyad, ‘zou kunnen betekenen dat het tijdperk van automatische samenwerking voorbij is’.
Sanmitsu, het Japanse woord dat de coronamaatregelen samenvat
‘Sanmitsu’ is in Japan geselecteerd als woord van het jaar 2020. Na veelvuldig gebruik door politici, vooral door de gouverneur van Tokio, Yuriko Koike, is het de standaardterm geworden in de strijd tegen de epidemie in Japan.
Net als in Nederland (anderhalvemetersamenleving, blokjesverjaardag) hebben veel nieuwe Japanse woorden die zijn ontstaan in 2020 iets te maken met de coronapandemie. Op 1 december publiceerde de Japanse uitgeverij Jiyukokuminsha haar selectie van nieuwe woorden en trends van het afgelopen jaar, en werd de jaarlijkse hoofdprijs toegekend aan de uitdrukking ‘sanmitsu’ (三密), meldt de publieke zender NHK. Het karakter 三 (san) geeft het nummer 3 aan, en het karakter 密 (mitsu) betekent ‘dicht op elkaar zitten’. De woord-van-het-jaarverkiezing, die in 1984 voor het eerst plaatsvond, is een traditie geworden in Japan en kondigt de komst van de winter en het einde van het jaar aan.
Het woord ‘sanmitsu’ is sinds het bedacht is tijdens de eerste golf van de epidemie een gordiaanse knoop geweest voor vertalers
Het woord ‘sanmitsu’ is sinds het bedacht is tijdens de eerste golf van de epidemie een gordiaanse knoop geweest voor vertalers. Het karakter mitsu (密) is aanwezig in de volgende drie woorden: mippei (密閉), misshu (密集), missetsu (密接). De Engelstalige pers in Japan, zoals deJapan Times vertaalt het als de ‘Three C’s’ die de drie situaties aanduiden die vermeden moeten worden om het verloop van de epidemie te vertragen. Het eerste woord, ‘mippei’, verwijst naar afgesloten ruimtes (closed spaces). Het tweede, ‘misshu’, naar drukke plekken (crowded places), en het derde, ‘missetsu’, naar nauw contact (close contact).
Royal Dutch Shell zegt per 2050 een net-zero emissions business te willen worden, maar het investeert slechts een paar miljard dollar in de ontwikkeling van schone energie, tegenover 150 miljard in fossiele brandstoffen. Het Zwitserse blad Reportagen voelde de Chief Climate Change Advisor van Shell hierover aan de tand. Maar daarvoor moest het hem eerst te spreken zien te krijgen.
Keuze uit het archief
Onlangs maakte Shell, voor de verplaatsing van het hoofdkantoor naar het VK nog Royal Dutch Shell, bekend dat het in 2022 de hoogste winst in 115 jaar heeft geboekt, namelijk 38 miljard euro. Het oliebedrijf profiteerde vooral van de gestegen energieprijzen door de Russische invasie in Oekraïne. In 2022 keerde Shell 24,5 miljard euro uit aan aandeelhouders en investeerde het slechts 3,3 miljard euro in hernieuwbare energiebronnen. Twee jaar geleden interviewde Reportagen de Chief Climate Change Advisor van Shell over het gebrek aan duurzame investeringen. Het werd een ongemakkelijk gesprek.
Waar is hij nu, David Hone, de man die door zijn werkgever, het olieconcern Royal Dutch Shell, naar iedere klimaatconferentie wordt gestuurd? Hone, die regelmatig door regeringsinstanties als adviseur wordt aangetrokken. Hone, die dan met een licht zangerige stem verklaart hoe Shell zich een wereld voorstelt die niet warmer mag worden dan de ongeveer anderhalve graad waartoe op de Parijse klimaatconferentie van 2015 werd besloten. Die grafieken op de wand projecteert: stroomdiagrammen waarin koolstoffen zeldzame veranderingen ondergaan en dan in lucht oplossen. David Hone, de jongensachtige Chief Climate Change Advisor bij Shell, met borstelige wenkbrauwen en lachrimpeltjes in zijn gezicht, die zou ineens niet meer bereikbaar zijn.
‘Nothing is possible,’ schrijft Sally Donaldson, de persvoorlichter; wekenlang krijg ik hem niet te pakken.
Maar dan duikt Hone ineens weer op, van de ene op de andere dag. Ik heb hem aan de telefoon.
‘Hoi Christoph.’
‘Hoi David.’
‘We hebben precies een half uur, tot op de seconde. Dus laten we meteen ter zake komen, oké?’
‘David, de wereld verandert, de klimaatbeweging is machtig geworden, steeds meer staten en gemeentes willen een toekomst zonder fossiele brandstoffen, veel investeerders ontraden investeringen in de oliebusiness. Wat betekent dat voor een olieconcern als Shell?’
‘Dat is een politieke vraag. Die kan ik niet beantwoorden. Next question, please.’
‘Next question,’ zegt ook Donaldson, die op de achtergrond meeluistert.
Hone, hoofdadviseur klimaatverandering bij Shell, mag niet praten over klimaatpolitiek, niet over de vele klachten tegen het concern wegens een gebrek aan inzet voor het klimaat, en hij mag zich niet uitspreken over de klimaatbeweging die Shell steeds meer onder druk zet.
Hone mag alleen spreken over datgene waaraan hij in de weken van zijn onbereikbaarheid heeft gewerkt: de strategieën waarmee het olieconcern Shell in de toekomst een net-zero emissions business moet worden. Een concern dus dat miljoenen tonnen aardolie uit de aarde oppompt, die olie verwerkt in raffinaderijen, vervolgens gas en olie over de halve wereld transporteert om het aan klanten te verkopen die het dan verbranden – en die onder de streep geen broeikasgas meer in de atmosfeer wil uitstoten.
Deze ambitie om een ‘net-zero emissions business’ te worden moet in 2050 ‘of eerder’ gerealiseerd zijn, aldus de nieuwste prognoses van Hone. Ze berusten op het zogeheten Sky Scenario, een groots opgezette, met beelden en diagrammen ondersteunde visie die wil laten zien wat een aardolieconcern nog te zoeken heeft in een CO2-neutrale toekomst; Een scenario dat niet alleen het management van Shell, maar ook de wetenschap, de economie en de samenleving moet helpen om ‘betere beslissingen te nemen’. Het Sky Scenario laat zien hoe je in de toekomst de samenleving kunt decarboniseren en klimaatneutraal kunt maken, en waarom in die toekomst desondanks diesel, benzine, aardgas, zware olie en alle mogelijke fossiele brandstoffen nodig zullen zijn – en natuurlijk ook waarom Shell er dan nog steeds is.
‘Net-zero’ of ‘klimaatneutraal’ betekent voor Shell zoveel als een wereld waarin er weliswaar meer hernieuwbare energie en synthetische brandstoffen zullen zijn, maar nog altijd heel veel olie en aardgas, dus fossiele brand-stoffen. Het geproduceerde CO2 moet dan worden afgevangen en onderaards opgeslagen, of door herbebossing worden gecompenseerd.
‘Laten we dan over concrete zaken spreken, David. Het is me opgevallen dat Shell volgens het Sky Scenario aanvankelijk pas in 2070 klimaatneutraal wilde worden, dus twintig jaar later dan het klimaatakkoord van Parijs voorschrijft. Maar nu hebt u deze ramingen verscherpt en wil Shell ineens al in 2050 klimaatneutraal zijn.’ ‘Nou ja, we proberen echt zo veel aspecten van het klimaatakkoord mee te nemen als maar mogelijk is. En onze ambitie is om met die scenario’s een kader te scheppen waarbinnen we onze doelen steeds weer kunnen aanpassen. Dit kader is dynamisch; bij onze laatste plannen gingen we er nog van uit dat we de mondiale opwarming tot 2 graden zouden beperken, en toen bleef nog open wanneer en hoe we dan op nul CO2-uitstoot zouden uitkomen.’
‘En nu bent u wijzer?’
‘Ja, we steunen nu de ambitie om de mondiale opwarming tot 1,5 graad te beperken en we willen onze bijdrage al voor 2050 leveren. Dat betekent dat we nu helemaal op de lijn van het klimaatakkoord zitten.’
‘Maar Shell zal toch nog olie blijven produceren?’
‘Ja, dat zal inderdaad het geval zijn.’
Grootste vervuiler
Het olieconcern Royal Dutch Shell, voortgekomen uit een handel in curiositeiten in het Londense East End die in 1833 zijn zaken uitbreidde naar schelpen en later naar kerosine, behoort tot de tien grootste vervuilers als het gaat om CO2-uitstoot. In 2019 blies het concern alleen al met de eigen productiefaciliteiten 70 miljoen ton CO2 in de atmosfeer. Daar komen de miljarden tonnen CO2 nog bij die ontstaan wanneer al die benzine, diesel, gas, zware olie en kerosine in automotoren, verwarmingsinstallaties en scheepsmotoren worden verbrand – de zogenoemde scope-3-emissie. Alles bij elkaar heeft Shell sinds 1965 meer dan 34.000 megaton CO2 in de lucht losgelaten.
Niet dat Shell nooit heeft geweten welke gevolgen deze belasting van de atmosfeer met kooldioxide heeft. Want het concern heeft uiterlijk in de jaren tachtig kennis genomen van wat de Amerikaanse Eunice Newton Foote in 1856 voor het eerst precies had beschreven: dat de lucht sterker opwarmt als die is verrijkt met meer CO2. Het daarmee verbonden broeikaseffect, het schadelijke effect daarvan op het klimaat en de bijbehorende potentieel catastrofale gevolgen beschreef Shell voor het eerst uitvoerig in een intern rapport waarin het heette dat het ‘dringend noodzakelijk’ was snel te handelen, omdat het ‘anders te laat zou kunnen zijn om effectieve tegenmaatregelen te nemen ter stabilisering van de gevolgen (klimaatopwarming) of zelfs om alleen de situatie maar te stabiliseren’.
In 1991 produceerde Shell de film Climate of Concern en toonde het in drastische beelden die niet onderdeden voor een film van Greenpeace welke catastrofale gevolgen de uitstoot van broeikasgassen in de atmosfeer zou hebben: vernietigende stormen, droogte, klimaatvluchtelingen, een stijgende zeespiegel – alles wat de mensheid te wachten stond werd daar al voorspeld en er werd gesteld dat er ‘dringend’ iets moest worden gedaan om het verbranden van fossiele brandstoffen te stoppen.
Maar Shell heeft precies het tegendeel gedaan.
Tegen beter weten in handelen, daar stond Royal Dutch Shell niet alleen in. Het concern volgde dezelfde strategie als de concurrenten Chevron Total en BP. En net als andere concerns wordt Shell nu vanwege deze houding op de korrel genomen door radicale organisaties als Code Rood.
Code Rood
Deze in Nederland gevestigde groepering lanceerde afgelopen jaar de leus ‘It’s time to make Shell history’, of beknopter, ‘Shell must fall’. Bij elke actie voor het hoofdkantoor in Den Haag, bij hun optredens tijdens de aandeelhoudersvergadering en bij hun teach-ins herinnert Code Rood aan de lange keten van doofpotten, sussende verklaringen en leugens die Shell zich in de klimaatkwestie heeft veroorloofd. Dat Shell behoorde tot de firma’s die de gerenommeerde chemicus en ‘klimaatontkenner’ Frits Böttcher betaalden om de klimaatopwarming openlijk te betwijfelen (de hoge concentratie van CO2 in de atmosfeer zou vooral ‘goed zijn voor planten’); dat Shell miljoenen heeft gestoken in de lobby voor minder klimaatbescherming: 36,5 miljoen euro ging sinds 2010 alleen al naar hun lobbyisten in Brussel, en minstens evenveel geld naar Washington. Ook is niet vergeten dat Shell de activisten van Greenpeace die in 1995 protesteerden tegen het afzinken van het olieplatform Brent Spar aanviel met waterkanonnen, juist op het moment dat ze aan dunne touwen boven de woelige zee hingen, en dat Shell pas bereid was tot dialoog toen een oproep tot een boycot leidde tot omzetverliezen bij de tankstations.
Niet afgehandeld is verder dat Shell onherstelbare milieuschade heeft veroorzaakt in de Nigerdelta in Nigeria, en nog altijd is onopgehelderd welke rol Shell speelde bij de onderdrukking van de protesten en de terechtstelling van Ken Saro-Wiwa in 1995. De Nigeriaanse schrijver en activist had de protesten van de Ogoni tegen Shell aangevoerd, en werd in een showproces samen met acht medeverdachten ter dood veroordeeld. Shell heeft nooit zijn samenwerking met het Nigeriaanse regime erkend, het ontkende elk aandeel in de schuld, maar betaaldede familie van Saro-Wiwa buiten-gerechtelijk wel 15,5 miljoen dollar, als onderdeel van een ‘schadeloosstelling’.
Shell-man
Dat alles heeft David Hone meegemaakt. Hij behoort, net als zijn collega’s van het Scenario-team, tot een generatie Shell-mannen die hun hele carrière bij het bedrijf hebben gewerkt, hij komt ‘uit de olie’. Hone werd aan de Universiteit van Adelaide in Australië opgeleid tot chemisch ingenieur. In 1980 kwam hij als raffinage-ingenieur bij Shell in dienst, maar hij stapte algauw over naar de oliehandel bij de Shell-raffinaderij in Sydney. Hij ging vervolgens als oliehandelaar naar Londen, klom op in het management en werd in 2001 aangesteld in zijn huidige positie.
Shell heeft sinds 1965 meer dan 34.000 megaton CO2 in de lucht losgelaten
Hij zette zich met hart en ziel in voor zijn missie. In een videoblog staat Hone voor Buckingham Palace in Londen; met een glimlach op zijn gezicht vertelt hij dat het er echt om gaat ‘het gezicht van Shell te veranderen’. Het concern zal ‘compleet worden omgeturnd’ en zo zal ‘Shell worden gered voor de toekomst’. Want, zo voegt Hone eraan toe, we moeten de weg van de verandering inslaan, en hij spreekt hier ook ‘als vader’.
Zonder radicale verandering zal het klimaat van deze planeet vroeg of laat ‘doldraaien’, en het huidige energie-systeem is trouwens volkomen onhoudbaar.
Dat was elf jaar geleden. Vandaag worstelt Hone nog altijd met dezelfde vragen; in de tussentijd heeft Shell nog meer miljoenen tonnen CO2 de atmosfeer in geblazen en het ziet er niet naar uit dat de 86.000 medewerkers van het concern in de nabije toekomst volledig zullen overstappen op de productie van windturbines, zonnepanelen en elektrische voertuigen – integendeel.
Het Shell Technology Center in Amsterdam ligt aan het water tegenover het Centraal Station, te midden van een wat schraal parklandschap. Een functioneel gebouw met meerdere vleugels en hoge ramen. Alleen boven de ontvangstruimte en het restaurant zijn zonnepanelen aangebracht. Maar het technologiecentrum wordt door innovatieve warmtepompen verwarmd en zou volgens Shell CO2-neutraal zijn. Voor de ingang staat een bronzen sculptuur van een gehurkte, naakte figuur die zorgzaam een plant in de hand houdt, omlijst door een globe van filigraan.
Hier werken duizenden mensen, maar ze mogen bij hun arbeid geen bezoek ontvangen. Ze houden zich bezig, geeft Shell aan, met verbeterde oliewinning, met carbon capture and storage, dus met het afvangen van CO2 uit de atmosfeer en het onder hoge druk opslaan ervan in ondergrondse holtes met fundamentele chemische processen, en ook met alternatieve energievormen.
‘Dat is allemaal leuk en aardig, David, maar als ik zie hoeveel miljoenen Shell investeert in de exploratie van nieuwe aardolievelden, zoals het Appomattox-veld in de Golf van Mexico, met een productie van 175.000 vaten per dag, hoe moet ik dan geloven dat Shell op weg is naar een gedecarboniseerde toekomst?’
‘Nou ja, we leven in een wereld waarin maar 20 procent van de energieconsumptie wordt gedekt door elektriciteit. De rest bestaat uit vloeibare brand-stoffen en ook kolen. Dat betekent dat energie uit vloeibare en vaste koolstofverbindingen belangrijk is, en bij Shell gaan we ervan uit dat dat nog een tijd zo zal blijven, dat de overstap naar een honderd procent geëlektrificeerde samenleving nog niet mogelijk is. Kort gezegd: we hebben nog geen oplossing voor alle toepassingen die we nodig hebben. Dus zullen we nog een paar decennia, misschien wel tot het einde van de eeuw, fossiele energie nodig hebben.’
‘Betekent dat dat Shell naar olie blijft boren en met olie wil blijven groeien?’
‘Ja. Wij houden er rekening mee dat er voorlopig nog een groot aandeel fossiele brandstoffen nodig is. Neem alleen al de luchtvaart. Het is onwaarschijnlijk dat er op enig moment elektrisch aangedreven vliegtuigen zullen zijn, en ook de langeafstandsvrachtwagens die bijvoorbeeld dwars door Australië rijden, zullen op diesel blijven rijden.’
‘Dat zien sommige deskundigen anders.’
‘Wij geloven daar niet in.’
‘Hoe komt u op die manier tot een nettonuluitstoot van broeikasgas in 2050?’
‘Doordat wij in de eerste plaats de uitstoot van broeikasgas die ontstaat bij onze oliewinning met zo’n 60 procent verminderen, en in de tweede plaats doordat we in de afzienbare toekomst zullen zien dat onze klanten, dus iedereen die onze producten koopt, de CO2-uitstoot zullen compenseren. Wij compenseren onze uitstoot bij de oliewinning doordat we het uitgestoten CO2 uit de lucht zuigen en ondergronds opslaan, of doordat we bossen aan-planten. En onze klanten zullen hetzelfde doen. Ook zij zullen de technieken van het afvangen en opslaan van CO2 toepassen om hun uitstoot te compenseren.’
‘Dus Shell verlegt de verantwoordelijkheid voor het klimaat naar zijn afnemers?’
‘Precies.’
‘En hoe moet dat precies gebeuren?’
‘Dat zou er dan zo uitzien dat wij bijvoorbeeld aardgas leveren aan een firma die waterstof produceert. Deze firma compenseert de uitstoot van CO2 die bij de omzetting van aardgas in waterstof ontstaat. Daar heeft Shell niets meer mee te maken. De waterstof wordt dan gebruikt in een nieuwe generatie vliegtuigen die op waterstof vliegen. De luchtvaartmaatschappij hoeft dan niets meer te compenseren, omdat bij het verbranden van waterstof alleen waterdamp ontstaat. Waar het om gaat is dus the guy in the middle, die bij ons aardgas koopt en die waterstof verkoopt. Die moet de CO2-kwestie regelen. Shell heeft niets meer te maken met de uitstoot van zijn klanten.’
‘Dus nog eens: de klanten zijn zelf verantwoordelijk voor de afhandeling van de CO2-uitstoot?’
‘Juist.’
‘En vanaf wanneer?’
Zoals altijd wanneer Hone het verder niet meer weet, vraagt hij persvoorlichter Donaldson mij een paar documenten te sturen; daaruit blijkt echter alleen maar dat het bedrijf ‘steeds intensiever’ met zijn klanten wil samenwerken ‘naarmate 2050 dichterbij komt.’
Project Northern Lights
Shell wil in de toekomst zo lang mogelijk vasthouden aan zijn huidige businessmodel en begint daarnaast met het afvangen van CO2 uit de lucht en de ondergrondse opslag ervan.
Zo heeft Shell bekendgemaakt dat het hiervoor samen met Total en het technologieconcern Equinox onder de Noordzee een project wil bouwen, Northern Lights geheten. Daar, diep onder de zeebodem, in een vroeger aardolieveld, zal om te beginnen 1,5 miljoen ton CO2 per jaar worden opgeslagen; dat zal snel 5 miljoen ton worden. De voltooiing van het project staat voor 2024 gepland. Shell en Total exploiteren het veld als een commercieel project voor bijvoorbeeld klanten van de CO2-intensieve cementindustrie, maar ook om het eigen CO2 op te slaan. Er zouden overigens veertien opslagplaatsen van het formaat Northern Lights nodig zijn om alleen al het CO2 uit Shells eigen productiefaciliteiten te kunnen opslaan, en nog eens enkele tientallen voor de klanten van Shell die hun CO2 ook ondergronds moeten opslaan.
‘Shell heeft met de uitstoot van zijn klanten niets meer te maken’
Over de risico’s van deze technologie communiceert Shell niet. Het concern verzwijgt dat onder hoge druk opgeslagen CO2 onder geen beding mag vrijkomen. Ongevallen, bijvoorbeeld door aardverschuivingen, zouden fataal zijn, want CO2 is in hoge concentraties dodelijk. In 1986 ontsnapte in Kameroen bij een natuurlijke eruptie een reusachtige bel CO2 uit het Nyosmeer; die steeg eerst hoog op, daalde daarna neer over de omliggende dorpen en kostte 1746 mensen het leven. Over de vraag welke risico’s het ‘carbon capture and storage’-programma met zich meebrengt, bestaan tot dusver alleen modelstudies.
Een deel van het CO2 moet dus ondergronds, een ander deel zal door nieuw aangeplante en goed onderhouden bossen aan de atmosfeer worden onttrokken. Zo komt Shell tot het resultaat dat de mensheid in 2050 nog altijd 16,5 gigaton in de atmosfeer mag brengen door het verbranden van fossiele brandstoffen, bijna half zoveel als in 2020.
Koolstofbubbel
Niet echt een scenario dat klimaatbewuste en vooruitziende investeerders zal overtuigen. Andrew Grant is hoofd Olie, gas en mijnbouw bij Carbon Tracker, een onafhankelijke denktank in de financiële sector die zich bezighoudt met de effecten van de energietransitie op de financiële wereld.
Deze organisatie heeft het begrip ‘koolstofbubbel’ geïntroduceerd: daarmee worden investeringen in de fossiele industrie bedoeld die op een dag waardeloos zullen zijn, omdat de mensheid het zich gewoonweg niet meer kan veroorloven de bekende en nog niet bekende olie- en gasvoorraden te exploiteren zonder de ineenstorting van het klimaat te riskeren.
Grant vindt dat Shell (zoals ook andere olieconcerns) nog altijd veel geld in de koolstofbubbel pompt; veel te veel om de doelen van het Parijse klimaatakkoord te bereiken. En dat, zegt Grant, is voor veel investeerders steeds riskanter. Het is te voorzien dat de transitie in de richting van een gedecarboniseerde, van fossiele energie onafhankelijke economie ‘zich heel snel zal moeten voltrekken’, en dan zijn aandelen en andere waardepapieren in de olie-industrie opeens waardeloos.
Het is een feit, benadrukt Grant, dat we ons bevinden op een omslagpunt, een punt waarop nieuwe duurzame technologieën, nieuwe aanzetten in de politiek, een andere manier van denken bij de investeerders en de klimaatbeweging maatgevend zijn. Bij de investeerders gaf Blackrock, de grootste vermogensbeheerder ter wereld, een beslissend signaal af toen het in januari van dit jaar de financiële wereld opriep om het geld niet meer te investeren in fossiele energiedragers maar in nieuwe, duurzame technieken en energievormen.
Verder is energie uit hernieuwbare bronnen concurrerend geworden. Zo hebben offshorewindparken sinds kort geen overheidssubsidies meer nodig. De productie van windturbines en de opwekking van stroom uit wind zijn meer dan kostendekkend geworden. De productie van stroom uit zonnecellen is al langer voordeliger dan die uit kolen en gas; de prijzen voor zonnecellen zijn in de laatste tien jaar gehalveerd. Naar schatting zullen elektrische auto’s al in 2022 even voordelig in aanschaf zijn als benzine- en dieselauto’s. Producenten van vrachtwagens bieden tegenwoordig vloten met elektrische of waterstofaandrijving aan. De technologische transitie is reëel, versneld door nieuwe accupakketten, slimme stuursystemen, intelligente recuperaties en een groter bereik.
Aflopende zaak
‘Gezien deze ontwikkelingen, David, is het businessmodel van Shell een aflopende zaak.’
‘Dat zien wij anders. Als Maersk nu zijn vloot klimaatneutraal wil maken, dan hebben ze toch een energiedrager nodig waarmee ze hun schepen kunnen laten varen, nietwaar? Laten we nu eens aannemen dat ze met waterstof worden aangedreven, dan opent dat voor Shell een reusachtige markt, en ik zeg u: wij hebben ervaring met het ontwikkelen van nieuwe markten. Shell was leidend bij het ontwikkelen van een technologie om aardgas vloeibaar te maken, wat ertoe heeft geleid dat je aardgas nu goedkoper van de ene naar de andere plek kunt verschepen.’
‘En de toekomstige business zal waterstof zijn?’
‘Ja, waterstof is eenvoudig te maken, moeilijk te transporteren, maar veel bedrijven en industrietakken weten hoe dat gaat. Waterstof verbrandt bij zeer hoge temperaturen. Je kunt het voor auto’s gebruiken en voor vliegtuigen, dat is allemaal al uitgeprobeerd. Ook in de scheepvaart. Waterstof is goed op te slaan en vooral honderd procent natuurlijk.’
Maar alleen als deze waterstof uit hernieuwbare energie, met wind- of zonne-energie wordt gemaakt, want de klimaat- en ook de energiebalans van waterstof die met aardgas wordt gemaakt is desastreus – en blijft ook meer dan problematisch als het bij de waterstofproductie vrijgekomen CO2 weer in de bodem wordt geperst.
Op dit punt in het gesprek verliest Hone enigszins zijn zelfbeheersing. Hij verzoekt persvoorlichter Donaldson om mij alsjeblieft een paar officiële verklaringen van het hoogste management daarover te sturen. Donaldson roept tussendoor dat ze bij Shell ‘really’ op weg zijn om in 2050 een ‘net-zero emission company’ te worden.
Intussen valt het veel mensen zwaar om dat te geloven. In een onopvallende, verlaten zijstraat van het Amsterdamse Spiegelkwartier liggen de kantoren van de onafhankelijke organisatie Milieudefensie. Het is de laatste dag voor de lockdown, een paar medewerkers ruimen hun bureau nog leeg en gaan weg. Alleen Freek Bersch is er nog, die zich bezighoudt met Shell. Nine de Pater, inhoudelijk medewerker klimaat en energie, is er via een videoverbinding bij. Ze vertellen dat Shell, in Nederland al decennialang een zeer gerespecteerd, van belasting vrijgesteld quasi-staatsbedrijf, in korte tijd veel aanzien heeft verloren. Dat ligt, zeggen ze eenstemmig, niet alleen aan de klimaatkwestie, maar ook aan de gebeurtenissen in Groningen.
Aardbevingen
Daar, in de buurt van een stadje in Noordoost-Nederland, heeft de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM), een dochtermaatschappij van Exxon en Shell samen, dertig jaar lang gas uit de grond gepompt, en hoe meer gas er werd opgepompt, des te groter de schade aan gebouwen werd in Groningen en omgeving. Regelmatig waren er aardbevingen, waarbij scheuren in huizen ontstonden en delen van huizen dreigden in te storten – bewoners van de provincie Groningen hebben zo’n vijftigduizend schadeclaims ingediend. Maar de NAM en Shell hebben jarenlang bestreden dat er een verband bestaat tussen de schade en de gaswinning. Nu eisen ze van de Nederlandse regering compensatie voor de voortijdige sluiting van het gasveld.
Dat, zegt Bersch, is bij de bevolking niet goed gevallen. En dus was het niet moeilijk om medestrijders te vinden toen Milieudefensie in april 2019 een klacht tegen Shell indiende: 17.200 burgers sloten zich erbij aan. Daarmee wordt voor het hoogste gerechtshof van Nederland geëist dat Shell de uitstoot van CO2 tot 2030 met minstens 45 procent vermindert (ten opzichte van 2010) en in 2050 tot nul heeft teruggebracht, en wel reëel, zonder compensatie en zonder ‘carbon capture and storage’. De aanklacht wordt onderbouwd met dezelfde argumenten die Shell al in de jaren tachtig aanvoerde in de eigen film Climate of Concern: met de catastrofale gevolgen voor het klimaat en de schending van mensenrechten. Bersch zegt dat de aanklacht onvermijdelijk is geworden, omdat Shell ervan uitgaat in 2050 nog altijd 50 procent fossiele brandstoffen te verbranden in vergelijking met nu; en dat is gewoon niet in overeenstemming te brengen met het klimaatakkoord. Te meer omdat Shell de compensatie voor de CO2-uitstoot die ontstaat bij de verbranding van zijn producten niet eenvoudig mag overlaten aan de afnemers, want in laatste instantie is Shell, net als elk ander bedrijf, er verantwoordelijk voor ‘dat de verkochte producten geen schade aanrichten’.
De nog heel vage projecten ter compensatie van CO2 wijst Milieudefensie ronduit af. Shell moet zijn operatieve olie- en gaswinning gewoon stopzetten, ‘en als ze slim waren bij Shell, dan hadden ze allang een alternatief bedacht waarmee ze op een andere manier nog geld zouden kunnen verdienen’.
De NAM en Shell eisen nu compensatie voor het sluiten van gasvelden
Alternatief businessmodel
Ik vraag Hone of Shell een alternatief businessmodel heeft.
‘Sowieso, dat is duidelijk. Shell produceert nu al elektriciteit. Thuis in Engeland koop ik mijn stroom bij Shell, en ook Shell in Nederland is bezig met een reeks stroomprojecten; wij investeren in zonne-energie, in windenergie en in de opslag van elektriciteit. Er liggen veel projecten op tafel die in ontwikkeling zijn.’
‘Dus toch: elektriciteit heeft de toekomst.’
‘Laten we het zo zeggen: ook voor ons is duidelijk dat elektriciteit in de toekomst een grote rol zal spelen.
Maar bij Shell gaan we ervan uit dat elektriciteit in deze eeuw waarschijnlijk toch niet de grootste energiedrager zal zijn.’
Big oil in de crisis
Alles begon te schuiven in de dagen dat de lockdown inging. Oliemerken reageren gevoelig op schommelingen in de vraag, en dus dokende prijzen de diepte in toen duidelijk werd dat de westerse wereld weken, zo niet maanden achtereen de weg, door de lucht en over zee.
Tijdens het onderzoek voor deze reportage dook de olieprijs korte tijd zelfs onder nul en halveerde 2020 was het resultaat bij Shell een min van 18,1 miljard dollar.
De investeerders zijn geenszins optimistisch. De Britse Barclays Bank adviseert geen aandelen Shell te kopen. Het is onzeker, aldus de analisten van Barclays, in welke richting de vooruitzichten voor de middellange termijn bij Shell gaan, en in het bijzonder de snelheid van de overgang naar hernieuwbare energie is een open vraag.
Dat is ook aan de cijfers te zien. Op zijn website toont Shell weliswaar talloze projecten met hernieuwbare energie, geïllustreerd met professioneel gemaakte, toegankelijke video’s, en benadrukt het concern op weg te zijn naar een toekomst met hernieuwbare stroom. Maar in werkelijkheid heeft het tussen 2017 en 2020 slechts 1 à 2 miljard dollar per jaar besteed aan de ontwikkeling van schone energie, in plaats van de aangekondigde 3 miljard. Tegelijkertijd gaf het concern, volgens de berekeningen van de journalisten Jillian Ambrose en Jasper Jolly in The Guardian, 120 miljard dollar uit aan de ontwikkeling van fossiele energiedragers; Shell wil dit aandeel in de komende jaren nog verhogen met 30 miljard per jaar, ongeveer honderdvijftig keer zoveel voor fossiele brandstoffen als alles wat naar hernieuwbare energie gaat.
Zoals in Newmotion, een Duits bedrijf dat onlangs door Shell is opgekocht. Newmotion biedt in 35 landen meer dan 150.000 laadpalen aan voor elektrische auto’s. De onderneming exploiteert palen voor privégebruik, voor ondernemingen en in de openbare ruimte. Bij Newmotion geloven ze in duurzame, geëlektrificeerde mobiliteit en willen ze het ‘alle mensen mogelijk maken zo veel mogelijk kilometers met schone elektriciteit te rijden’. Graag hadden we met de oprichters besproken wat het betekent wanneer een aanbieder van elektromobiliteit op een dag wordt opgekocht door een olieconcern, wat voor effect dat heeft op het eigen businessmodel. En waren we naar het adres gereisd waar het bedrijf is gevestigd, toepasselijkerwijs aan de Wattstrasse in Berlijn, en hadden we daar rondgekeken.
Of waren we naar het Île de Groix in Bretagne gereden. Ten zuiden van het kleine eiland in de noordelijke, vaak stormachtige Golf van Biskaje, bouwt de firma Eolfi, die in december door Shell werd overgenomen, in open zee drie gigantische windturbines die drijven. Drijvende windturbines bouwen is een nieuwe, baanbrekende technologie die moeizame funderingen en verankeringen in de zeebodem overbodig maakt en zo de zeeflora en fauna spaart. Daarom wordt het project ook gesteund door de regio Bretagne en is het een showproject bij de ontwikkeling van offshorewindparken.
Crisissymptoom
Maar helaas eindigen alle aanvragen bij deze firma’s weer op het bureau van Donaldson, die ons kortweg te verstaan geeft dat een bezoek aan deze bedrijven ‘niet nodig’ is, omdat zij vanuit die bedrijven alle informatie kan leveren. In een mailtje vat Donaldson dan de inhoud van de betreffende websites samen, vergezeld van de verklaring dat niemand bij Shell ‘andere of andersluidende informatie’ zal geven dan alles wat Hone of zijzelf al heeft gezegd, want ‘we are all part of the same company’.
Een communicatiestrategie die geen tegenspraak of ambivalenties wil toelaten is een crisissymptoom. Shell wil absolute controle over het narratief, over hoe de wereld er volgens Shell moet uitzien.
Shell, schreef journalist en auteur Malcolm Harris in een bijdrage voor het New York Magazine, nadat hij meerdere dagen als referent had deelgenomen aan een intern toekomstseminar, bekommert zich niet zozeer om zijn identiteit als olieconcern of om de klimaatcrisis, maar ‘vooral om Shell’. Shell zit gevangen in een naar binnen gekeerd, gecontroleerd communicatiesysteem, is Harris’ bevinding. Het is goed mogelijk dat het concern een paar stappen in de richting van klimaatbescherming doet, maar alleen als dat goed uitkomt. Shell heeft uiteindelijk ‘geen beknopte, begrijpelijke visie op een leefbare toekomst, geen ethische verbeeldingskracht, geen noemenswaardige moraal’.
Hernieuwbaar is sexy
Sinds de coronacrisis is veel bergafwaarts gegaan. Maar niet alles. Elektromobiliteit geldt als een megatrend; zo maakten BMW en Volkswagen in augustus bekend dat ze wegens de grote vraag de productiecapaciteit van de I3 en de e-Golf gingen opvoeren. De Zoë van Renault haast zich van het ene verkooprecord naar het andere, terwijl ook China volledig wil inzetten op elektromobiliteit.
Alleen in Frankrijk en Duitsland al steeg de waarde van een portfolio in hernieuwbare energie met 178,2 procent, terwijl investeringen in de economie van de fossiele energie 20,7 procent verloren.
Charles Donovan, directeur van het invloedrijke Centre for Climate Finance and Investment, noemde investeerders die nog altijd in fossiele energie investeren ‘luchtfietsers’.
Natuurlijk ziet David Hone dat anders.
Hone, die zich in zijn blog ooit uitsprak voor radicale verandering, en die een enthousiast interview had met James Lovelock, de voorloper van de klimaatbeweging en grondlegger van de Gaia-hypothese. Ik vroeg hem: ‘Wenst u voor uw kinderen een toekomst die eruitziet zoals Shell zich die voorstelt? Een wereld waarin nog altijd de helft van alle energie uit fossiele energie bestaat?’
‘Ja, zeker. Ja. (Aarzelt.) Ik zie dat Shell, dat de hele wereld op weg is naar een nettonulscenario, dat is werkelijk onvermijdelijk. Maar ja, de echte uitdaging is om dat allemaal eerder vroeger dan later te laten gebeuren. Daar gaat het om.’
‘U zou het persoonlijk dus liever sneller willen?’
‘Hoe zou ik dat anders moeten willen, ik als persoon en ook voor mijn kinderen. Serieus, we kunnen niet doorgaan met CO2 de atmosfeer in te blazen, dat brengt ons in reusachtige problemen. Dat weten we allemaal, en we moeten dat terugbrengen.’
Precies op dat moment onderbreekt Donaldson het gesprek, de dertig minuten zijn om.
Saoedi-Arabië wordt vaak gezien als bron van alle kwaad in de islamitische wereld. Maar wie van het land een zondebok maakt, ontslaat moslims van zelfkritiek, vindt een Marokkaanse journalist.
Terrorisme? IS? Vervolging van minderheden en cultureel conservatisme? Allemaal de schuld van Saoedi-Arabië. Het koninkrijk is de bron van alle kwaad, het kwaad dat we nog niet kennen inbegrepen, dat is welbekend. Je vraagt je bijna af hoe men het een eeuw geleden klaarspeelde om misstanden te verklaren, want in die tijd was Riyad [de hoofdstad] niet meer dan een door woestijn ingesloten vorstendom.
Irrationele ‘saoedifobie’ en blinde ‘saoedifilie’ bestaan naast elkaar. Van dat laatste verschijnsel kennen we de oorzaak, of menen we die te kennen: oliedollars hebben Riyad wereldwijd trouwe volgelingen opgeleverd. Wat de haat betreft die alleen al het woord ‘Saoedi-Arabië’ opwekt: die zou voortkomen uit het bondgenootschap van de Saoedi’s met westerse imperialisten, en uit hun hardnekkige homofobie en onderdrukking van vrouwen.
Islamitisch reveil
Deze kijk op de wereld schiet op zijn zachtst gezegd ernstig tekort. Hoe rijk en ondernemend het koninkrijk ook is, niet alle gebreken van de huidige islamitische wereld kunnen eraan worden toegeschreven. Waarom wordt dat dan toch zo gretig te pas en te onpas gedaan?
Omdat een zondebok ons vrijwaart van zelfkritiek. Wanneer we van het wahabisme de belangrijkste bron van neurotisch islamitisch hyperconservatisme maken, de Saoedische politiek als enige oorzaak opvoeren voor de depolitisering van omringende landen, het Saoedische geld als voornaamste reden noemen voor het succes van de politieke islam, dan kopen we ons voor een zacht prijsje vrij van alle schuld aan wat er mis met de huidige Arabisch-islamitische samenlevingen en hoeven we geen tijd te besteden aan pijnlijk zelfonderzoek.
Het brede religieuze reveil en de daaropvolgende strijd om culturele en sociale hegemonie die de islamisten met overige politieke krachten uitvochten, staan los van Saoedi-Arabië. Want dat stelde In de negentiende eeuw, toen deze strijd grotendeels zijn beslag kreeg, nog bitter weinig voor. De islamitische heropleving voltrok zich in Caïro, Damascus, Tripoli, Libanon. Het wahabisme – de religieuze doctrine van Saoedi-Arabië – is dan alleen nog een primitief en aan de rand van de islamitische wereld werkzaam onderdeel van deze heropleving.
In de negentiende eeuw waren noch de Syrisch-Egyptische salafisten en hun volgelingen in de Maghreb en op het Indiase subcontinent, noch de politieke activisten van de Moslimbroederschap (in 1928 in Egypte opgericht) Riyad ook maar een beetje schatplichtig. Het pad was al lang en breed door anderen geëffend toen de Saoedi’s in de jaren tachtig op financieel, cultureel en diplomatiek gebied wat in de melk te brokkelen kregen. De Saoedische en Qatarese financiële steun aan conservatieve sociale bewegingen was welkom, maar de sterke invloed van de islamisten op de islamitische wereld bestond al, en dus veranderde er weinig. Als er van Saoedisch succes sprake is, dan komt dat door een reeds aanwezige rot in de landen die het koninkrijk probeert te beïnvloeden. Een diepe rot. Ja, onze samenlevingen zijn gecorrumpeerd door Saoedisch geld: niet alleen omdat ze corrumpeerbaar waren, ze waren reeds gecorrumpeerd. Conservatisme is een lokaal verschijnsel. Riyad bood alleen een helpende hand. Lang is Saoedi-Arabië gezien als de gewapende en rechtschapen arm van de islam tegen liberale of communistische machinaties. Nu vervult het een andere rol: dat van vijgenblad voor onze eigen ondeugden.
Franstalig tijdschrift dat zich onderscheidt van zijn concurrenten door ruim baan te geven aan taboeonderwerpen als seksualiteit en door afstand te nemen van partijpolitiek.
In het begin van de vorige eeuw werden de leden van de Osage-indianenstam plotseling schatrijk, toen er olie werd ontdekt onder hun reservaat in Oklahoma. Niet lang daarna werden tientallen van hen op mysterieuze wijze vermoord. In 1923 kreeg de voorloper van de FBI opdracht om de zaak te onderzoeken. Bijna een eeuw later ontdekte New Yorker-journalist David Grann dat de moorden nog veel omvangrijker waren dan de FBI destijds naar buiten bracht. In deze voorpublicatie uit zijn boek De maand van de bloemendoder maken we kennis met de Osage-vrouw en haar familie, die de belangrijkste slachtoffers werden van de samenzwering.
In april raken de heuvels en de uitgestrekte vlakten van het deel van Oklahoma waar de Osage-indianen wonen overdekt met miljoenen kleine bloemen: viooltjes en winterpostelein en kleine korenbloemen. De schrijver John Joseph Mathews (1894-1979), zelf een Osage, moest bij deze oceaan van kleuren denken aan ‘goden die confetti hadden uitgestrooid’. Als in mei de coyotes huilen onder een verontrustend grote maan, komen grotere planten, zoals eendagsbloem en suzanne-met-de-mooie-ogen op en beroven de plantjes van hun licht en water. De steeltjes van de bloemen knakken, de bloemblaadjes dwarrelen weg en kort daarna zijn de plantjes alleen nog onder de grond aanwezig. Daarom wordt de maand mei door de Osage-indianen betiteld als ‘tijd van de bloemendodende maan’.
Op 24 mei 1921 begon Mollie Burkhart, een bewoner van de Osage-nederzetting Gray Horse, te vermoeden dat Anna Brown, een van haar drie zusters, iets was overkomen. Anna, vierendertig, minder dan een jaar ouder dan Mollie, was drie dagen daarvoor verdwenen. Ze was wel vaker ‘de hort op gegaan’, zoals haar familie het afkeurend aanduidde. Dan ging ze tot het eind van de nacht met vrienden dansen en drinken. Maar dit keer was ze helemaal niet thuisgekomen, en de dag daarop stond Anna ook niet zoals ze anders altijd deed op de veranda van Mollies huis, haar lange haar een beetje in de war en haar donkere ogen glanzend als glas. Binnen deed Anna graag haar schoenen uit, en Mollie miste het vertrouwde geluid van haar ongehaaste tred door het huis. Daar heerste nu een even diepe stilte als op de prairie. Drie jaar daarvoor was Mollie al haar zuster Minnie kwijtgeraakt. Die was choquerend snel verzwakt en toen overleden.
De artsen hadden het over ‘een ziekte waardoor ze snel was weggekwijnd’, maar Mollie had zo haar twijfels. Minnie was pas zevenentwintig, en altijd kerngezond geweest.
Het kan verkeren
Net als hun ouders waren de namen van Minnie en haar zusters opgenomen in de Osage Roll, en daardoor waren ze officieel geregistreerd als lid van de stam. Het betekende ook dat ze een enorm bedrag bezaten. Kort na 1870 waren de Osage uit hun woongebied in Kansas verdreven en ondergebracht in een rotsachtig, naar iedereen dacht waardeloos reservaat in het noordoosten van Oklahoma. Maar tientallen jaren later ontdekte men dat onder dat land een van de grootste olievoorraden van de Verenigde Staten lag. Om die olie te mogen winnen, moesten bedrijven de Osage betalen: eerst een exploitatievergunning en daarna royalty’s. In het begin van de twintigste eeuw kreeg iedereen die als lid van de stam geregistreerd stond voor het eerst elk kwartaal een bedrag. In eerste instantie was dat maar een paar dollar, maar later, toen er steeds meer olie werd gewonnen, werden dat honderden en nog later duizenden dollars. Vrijwel elk jaar liep het bedrag verder op, als de prairiebeekjes die samen de brede, modderige Cimarro vormen, tot de stamleden vele miljoenen dollars aan inkomsten genoten. Alleen in 1923 al kwam er meer dan dertig miljoen binnen, qua koopkracht het equivalent van meer dan vierhonderd miljoen dollar nu. De Osage waren per hoofd van de bevolking het rijkste volk ter wereld.
‘Het kan verkeren!’ schreef Outlook, een weekblad in New York. ‘In plaats van honger te lijden geniet de indiaan een royaal inkomen, dat bankiers groen doet zien van jaloezie.’
Het Amerikaanse publiek raakte gefascineerd door de voorspoed van de stam, die in schril contrast stond met de gebruikelijke beelden van indianen na de eerste gewelddadige contacten met blanken – de oerzonde waaruit het land was ontstaan. Journalisten kwamen met spannende reportages over de ‘plutocratische Osage’ en de ‘rode miljonairs’ met hun uit baksteen opgetrokken landhuizen, kristallen kroonluchters, diamanten ringen, bontjassen en auto’s, mét chauffeur. Een van hen verbaasde zich over de meisjes van de Osage, die naar de chicste kostscholen gingen en de mooiste mode uit Parijs droegen, ‘alsof une très jolie mademoiselle van de Parijse boulevards per ongeluk in dit plaatsje in een indiaans reservaat was beland’.
Journalisten schreven ook over alles wat aan het traditionele bestaan van de Osage deed denken, en bij de lezers een beeld kon oproepen van ‘wilde’ indianen. In een artikel stond: ‘Dure auto’s staan in een kring om een open kampvuur heen, waarop de gebronsde, in kleurige dekens gehulde eigenaars op primitieve wijze vlees bereiden.’ In een ander meldde de journalist dat een groep Osage in een privévliegtuig arriveerde om deel te nemen aan een dansceremonie – ‘een voorval dat een romanschrijver nog niet zou kunnen verzinnen’.
De verwarring die de Osage opriepen bij het algemene publiek werd puntig verwoord door de Washington Star, die schreef: ‘In plaats van “Ach, arme indiaan”, kunnen we beter zeggen “Lach, rijke indiaan”.’
Gray Horse was een van de oudste nederzettingen van het reservaat. Samen met Fairfax, niet ver daar vandaan en met bijna vijftienhonderd inwoners wat groter, en Pawhuska, de hoofdstad, met meer dan zesduizend inwoners, bood het een wonderlijk en kakelbont beeld. Op straat liep van alles door elkaar: cowboys, gelukszoekers, stokers van illegale drank, waarzeggers, medicijnmannen, outlaws, U.S. Marshals, financiers uit New York en oliebaronnen. Waar eerst paarden hadden gelopen, reden nu auto’s over verharde wegen, en de geur van benzine overstemde die van de prairie. Rijen kraaien tuurden omlaag van telefoondraden. Er waren koffiehuizen en operatheaters en polovelden.
Al gaf Mollie haar geld wat minder royaal uit dan sommige van haar buren, ze had toch een mooi, ruim, houten huis laten bouwen, niet ver van de oude hut van de familie, die nog was opgetrokken uit met touw aan elkaar gebonden palen, geweven matten en boombast. Ze had een aantal auto’s en ook het nodige personeel. ‘Pottenlikkers van de indianen’, dat was de denigrerende term die veel kolonisten gebruikten voor dat personeel. Meestal waren het migranten: zwarten of Mexicanen, hoewel in het begin van de jaren twintig een bezoeker van het reservaat ontsteld meldde dat ‘zelfs blanken alle huishoudelijke taken vervullen waartoe een Osage zich niet wenst te verlagen’.
‘Squaw man’
Mollie was een van de laatsten die Anna voor haar verdwijning hadden gezien. Die dag, 21 mei, was Mollie kort nadat het licht was geworden opgestaan, een gewoonte die ze had overgehouden aan de tijd waarin haar vader elke ochtend bad tot de zon. Ze was gewend aan het koor van veldleeuweriken en oeverlopers en prairiehoenders, nu doorschoten door het pok-pok van boren die zich door de aarde groeven. Anders dan veel vriendinnen, die Osage-kleding hadden afgezworen en hun haar kort droegen, naar de mode van die tijd, sloeg Mollie een deken om haar schouders en liet haar lange haar over haar rug vallen. Daardoor was haar markante gezicht, met zijn hoge jukbeenderen en bruine ogen, goed te zien.
Haar man, Ernest Burkhart, stond tegelijk met haar op. Burkhart, een blanke man van achtentwintig, had het wat clichématig knappe voorkomen van een figurant in een western: kort bruin haar, leisteenblauwe ogen en een vierkante kin. Alleen zijn neus speelde het spel niet mee; die zag eruit alsof hij bij een vechtpartij een paar klappen had gekregen. Hij was opgegroeid in Texas, waar zijn vader een arme katoenboer was geweest en was in de ban geraakt van de verhalen over de Osage Hills, een laatste restant van het Wilde Westen, waar, zei men, nog steeds cowboys en indianen rondzwierven.
In 1912, toen hij negentien was, had hij wat spullen bij elkaar gepakt, net als Huckleberry Finn die op avontuur gaat in het Territory, en was hij in Fairfax gaan wonen, bij zijn oom William K. Hale, een dominante veehouder. ‘Die was niet het soort man dat je vroeg of je iets wilde doen, maar je gewoon iets opdroeg,’ zei Burkhart een keer over Hale. Toch werd die zijn tweede vader. Burkhart deed vooral klussen voor Hale, maar werkte ook weleens als chauffeur. Zo had hij Mollie ontmoet.
Hij greep iets te vaak naar een fles illegale drank en pokerde graag met mannen die een twijfelachtige reputatie genoten, maar onder dat ruige uiterlijk leek ook tederheid en een zweem onzekerheid te zitten, en Mollie werd verliefd op hem. Mollies moedertaal was Osage, al had ze later op school ook wat Engels geleerd, maar Burkhart studeerde net zo lang op haar taal tot hij erin kon communiceren.
Mollie had diabetes en hij zorgde voor haar als haar gewrichten pijn deden en ze rammelde van de honger. Toen hij hoorde dat een ander een oogje op haar had, mompelde hij dat hij niet zonder haar kon. Toch viel het hun niet gemakkelijk om te trouwen. Burkharts ruige vrienden lachten hem uit omdat hij een ‘squaw man’ was geworden. En al waren de drie zussen van Mollie met blanke mannen getrouwd, zij was principieel voor een gearrangeerd huwelijk, zoals haar ouders hadden gehad.
Toch vond Mollie, wier familie een geloof beleed dat een mix was van Osage-tradities en katholieke overtuigingen, dat God haar niet eerst liefde kon geven om die daarna weer af te pakken, en dus werden in 1917 ringen uitgewisseld en beloofden zij en Ernest elkaar tot in eeuwigheid lief te hebben.
In 1921 hadden ze een dochter van twee, Elizabeth, en een zoon van acht maanden, James, die ze Cowboy noemden. Mollie zorgde ook voor haar oude moeder Lizzie, die bij haar dochter was ingetrokken nadat haar man was overleden. Omdat Mollie diabetes had, was Lizzie bang dat ze jong zou komen te overlijden, en dus smeekte ze haar andere kinderen om dan de zorg over te nemen. Maar in werkelijkheid zorgde Mollie voor iedereen.
Ze zei dat de flacon leeg moest omdat ze anders kon worden beboet – het land was een jaar daarvoor drooggelegd – en bood de gasten een slok jajem aan
21 mei had een mooie dag moeten worden voor MoIlie. Ze had een bescheiden lunch georganiseerd, omdat ze graag gasten ontving. Nadat ze zich had aangekleed, gaf ze de kinderen te eten. Cowboy had vaak ernstige oorpijn, en dan blies ze in zijn oren tot hij ophield met huilen. Mollie zorgde dat haar huis keurig op orde was en dus instrueerde ze het personeel tot iedereen druk bezig was en het hele huis net zo rumoerig was als een schip dat net heeft aangelegd – op Lizzie na, die ziek was en in bed was gebleven. Mollie vroeg Ernest om Anna te bellen en te vragen of ze voor de verandering zin had om te helpen met het verzorgen van Lizzie. Anna was het oudste kind en haar moeder had een bijzonder plekje in haar hart voor haar. Ook al zorgde Mollie voor Lizzie, Anna was de dochter die door haar moeder werd verwend, ondanks haar vaak stormachtige leven.
Toen Ernest Anna opbelde met de mededeling dat haar moeder haar nodig had, beloofde die meteen een taxi te bellen en kort daarop was ze er al. Ze had een rok aan met daarop een indiaanse deken in een bijpassende kleur, en rode schoenen. In haar hand had ze een tas van alligatorleer. Voordat ze het huis betrad, had ze haastig haar verwaaide haar gekamd en haar gezicht gepoederd. Maar Mollie zag dat ze onvast op haar benen stond en met dubbele tong praatte. Anna was dronken.
Mollie maakte geen geheim van haar misnoegen. Een aantal gasten was er al. Onder hen waren twee broers van Ernest, Bryan en Horace Burkhart, die, aangetrokken door het zwarte goud, naar Osage County waren verhuisd en Hale vaak hielpen op diens ranch. Een tante van Ernest, die maar al te vaak racistische dingen zei over indianen, was ook op bezoek, en het laatste wat Mollie wilde, was wel dat Anna de oude dragonder reden tot gemopper zou geven.
Anna deed haar schoenen uit en begon meteen een scène te maken. Ze haalde een flacon uit haar tas en schroefde de dop eraf, zodat de scherpe lucht van illegaal gestookte whisky vrijkwam. Ze zei dat de flacon leeg moest omdat ze anders kon worden beboet – het land was een jaar daarvoor drooggelegd – en bood de gasten een slok jajem aan.
Mollie wist dat Anna het de laatste tijd erg moeilijk had gehad. Ze was kort daarvoor gescheiden van haar echtgenoot, Oda Brown, die een stalhouderij had. Daarna was ze steeds vaker te vinden in de rumoerige boomtowns van het reservaat die meteen na de ontdekking van de olie waren ontstaan. Plaatsen als Whizbang, waar, werd gezegd, de hele dag werd besteed aan ‘whizzen’ (zuipen) en de hele nacht aan ‘bangen’ (neuken). ‘Hier zijn alle mogelijke soorten losbandigheid en zedelijk verderf aan aan te treffen,’ meldde een overheidsrapport. ‘Gokken, drinken, overspel, leugens, diefstal en moord.’ Anna was in de ban geraakt van de panden aan het donkerste eind van de straten. Vanbuiten oogden ze keurig, maar er zaten verborgen kamers in met tientallen flessen moonshine, zoals illegale drank werd genoemd. Een van haar bedienden vertelde de autoriteiten later dat Anna heel veel whisky dronk en ‘zich tegenover blanke mannen zeer lichtzinnig gedroeg’.
In het huis van Mollie begon Anna te flirten met Ernests jongste broer Bryan, met wie ze wel eens was uitgegaan. Hij was wat somberder van aard dan Ernest en had ondoorgrondelijke ogen met gele vlekjes erin en dunner wordend haar, dat hij met pommade achterover kamde. Een sheriff die hem kende, beschreef hem als een kleine rouwdouw. Toen Bryan een van de meisjes die bij de lunch bedienden vroeg of ze zin had om die avond met hem mee te gaan naar een dansfeest, zei Anna dat ze hem zou vermoorden als hij wat uithaalde met een andere vrouw.
Ondertussen zei de tante van Ernest, zo hard dat iedereen het kon horen, hoe vreselijk ze het vond dat haar neef met een roodhuid was getrouwd. Daar kon Mollie niet meteen iets tegen inbrengen, omdat de tante door een blank meisje werd bediend, een allesbehalve subtiele verwijzing naar de maatschappelijke verhoudingen binnen het stadje.
Anna bleef stennis schoppen. Ze maakte ruzie met de gasten, met haar moeder, met Mollie. ‘Ze liep alleen maar te drinken en ruzie te maken,’ zei een bediende later tegen de autoriteiten. ‘Ik kon haar taal niet verstaan, maar ze had steeds mot.’ En ze voegde eraan toe: ‘Het gedrag van Anna was bar en boos. Ik werd er bang van.’
Die avond wilde Mollie voor haar moeder zorgen. Ernest zou met de gasten naar Fairfax rijden, acht kilometer naar het noordwesten. Daar zouden ze samen met Hale naar Bringing Up Father gaan, een rondreizende musical over een arme Ierse immigrant, die miljoenen wint in een loterij en daarna probeert om chique kringen binnen te komen. Bryan had een cowboyhoed opgezet, en zijn katachtige ogen keken vanonder de brede rand naar buiten. Hij bood Anna aan om haar bij haar huis af te zetten.
Voor ze vertrokken, waste Mollie Anna’s kleren, gaf haar iets te eten en vergewiste zich ervan dat haar zuster voldoende was ontnuchterd om weer herkenbaar te zijn als haar zus, opgewekt en aardig. Zo konden ze even plezierig samen zijn. Toen nam Anna afscheid. Door haar lach schitterde het goud van een vulling.
Met elke nacht die verstreek, werd de onrust van Mollie groter. Bryan zei dat hij Anna meteen bij haar huis had afgezet voor hij was doorgereden naar de voorstelling. Na de derde nacht zette Mollie op haar kalme, maar resolute manier iedereen aan het werk. Ze stuurde Ernest naar Anna’s huis. Hij probeerde de voordeur. Die zat op slot. Toen hij door een raam keek, leek het huis donker en verlaten.
Daar stond hij dan, in de hitte. Een paar dagen daarvoor was er een verkoelende regenbui gevallen, maar daarna straalde de hitte van de zon weer meedogenloos tussen de takken van de zwarte eiken door. In deze tijd van het jaar trilde de lucht boven de prairie van de warmte en kraakte het gras als je eroverheen liep. In de verte, door het sidderende licht, kon je de skeletachtige vormen van boortorens onderscheiden.
Anna’s hoofd van de huishouding, die naast haar woonde, kwam naar buiten en Ernest vroeg: ‘Weet jij waar Anna is?’ Voor de regenbui, zei de vrouw, was ze naar Anna’s huis gelopen om openstaande ramen dicht te doen. ‘De regen zou naar binnen kunnen slaan,’ zei ze ter verklaring. Maar de deur was op slot en van Anna was geen spoor te bekennen. Ze was verdwenen.
Het nieuws van haar verdwijning deed snel de ronde in de boomtowns, van huis tot huis, van winkel tot winkel. Wat de onrust nog versterkte, waren verhalen dat nog een Osage, Charles Whitehorn, een week eerder was verdwenen. Whitehorn, een man van dertig, sympathiek en geestig, was getrouwd met een vrouw die voor een deel blank en voor een deel Cheyenne was. Een plaatselijke krant meldde ‘dat hij populair was bij de blanken én de leden van zijn stam’. Op 14 mei vertrok hij uit zijn huis, in het zuidwesten van het reservaat, om naar Pawhuska te gaan. Hij was niet meer thuisgekomen.
Toch was er nog geen reden tot paniek. Het was denkbaar dat Anna haar huis weer was uitgelopen nadat Bryan haar daar had afgezet en naar Oklahoma City was gegaan, of zelfs de staatsgrens was overgestoken, naar het bruisende Kansas City. Misschien was ze wel aan het dansen in een van de jazzclubs waar ze graag kwam, en was ze onwetend van de chaos die door haar verdwijning was ontstaan. En ook al was ze in de problemen gekomen, ze was niet voor een kleintje vervaard: vaak had ze een klein pistool in haar tas. Nog even geduld, dan is ze weer thuis, zei Ernest geruststellend tegen Mollie.
Opeens gilde hij: “Pap!” Toen zijn vader bij hem kwam, was de jongen bevend op een rots geklommen. Hij gebaarde naar de met mos begroeide rand van de beek en zei: “Daar ligt een dode”
Een week nadat Anna was verdwenen liep een oliearbeider anderhalve kilometer van Pawhuska over een heuvel toen hij bij de onderkant van een boortoren iets tussen de struiken uit zag steken. Hij liep erheen. Het was een rottend lijk, met twee kogelgaten tussen de ogen. Het slachtoffer was van dichtbij neergeschoten.
Het was warm en nat en lawaaierig op de heuvel. De grond schokte van het geweld waarmee boren zich door het leisteensediment vraten, en jaknikkers zwaaiden hun grote koppen op en neer. Andere mensen kwamen ook kijken bij het lichaam, dat in zo verregaande staat van ontbinding was dat het niet meer kon worden geïdentificeerd. In een van de zakken zat een brief. Iemand haalde hem eruit, streek hem glad en las hem. Hij was gericht aan Charles Whitehorn, en daardoor wisten ze dat hij het was.
Rond dezelfde tijd was een man bij Three Mile Creek, niet ver van Fairfax, op eekhoorns aan het jagen, samen met zijn zoon, een tiener, en een vriend. Terwijl de twee mannen uit een beek dronken zag de jongen een eekhoorn en haalde de trekker over. Een felle, hete flits en de jongen zag het dier levenloos uit de boom vallen, in een dal. Hij rende erheen en klauterde langs de helling omlaag, het dal in, waar de lucht zwaarder was en hij het fluisteren van een stroompje kon horen. Hij vond de eekhoorn en raapte hem op. Opeens gilde hij: ‘Pap!’ Toen zijn vader bij hem kwam, was de jongen bevend op een rots geklommen. Hij gebaarde naar de met mos begroeide rand van de beek en zei: ‘Daar ligt een dode.’
Het was het opgezwollen, in staat van ontbinding verkerende lichaam van zo te zien een indiaanse vrouw. Ze lag op haar rug, met haar haar in de modder en haar lege ogen op de hemel gericht. Insecten hadden het lichaam aangevreten.
De mannen en de jongen haastten zich naar hun kar en gaven de paarden de vrije teugel. Het stof van de prairie kolkte om hen heen. Toen ze de hoofdstraat van Fairfax hadden bereikt, konden ze daar geen lawman* vinden, en dus gingen ze naar de Big Hill Trading Company, een grote winkel die tevens begrafenissen verzorgde. Tegen de eigenaar, Scott Mathis, vertelden ze wat ze hadden gezien en die liet de man komen die de begrafenissen deed. Met een aantal anderen reed deze naar het dal. Daar bonden ze het lijk op een plank en sleepten het naar boven. Daarna legden ze het in een kist, in de schaduw van een zwarte eik. Toen het opgezwollen lijk werd bedekt met zout en ijs, begon het te slinken, alsof het laatste beetje leven eruit lekte. De begrafenisman probeerde vast te stellen of het om Anna Brown ging, want die had hij gekend. ‘Het lichaam was in verregaande staat van ontbinding, zo sterk opgezwollen dat het op barsten stond en rook zeer kwalijk,’ herinnerde hij zich later. ‘Het was zo zwart als een nikker.’
Duisternis
Hij en de andere mannen konden het niet identificeren. Maar Mathis, die Anna’s financiën regelde, nam contact op met Mollie en die ging naar het bos, aan het hoofd van een sombere groep, waarvan ook Ernest, Bryan, Mollies zus Rita en Rita’s man Bill Smith deel uitmaakten. Veel mensen die Anna hadden gekend, kwamen achter hen aan, en ook de nodige ramptoeristen. Kelsie Morrison, een van de beruchtste drankstokers en drugshandelaren van het district, nam zijn vrouw, een Osage, mee.
Mollie en Rita bleven vlak naast het lijk staan. De stank was adembenemend. Boven hen draaiden gieren obsceen rondjes. Het viel de twee vrouwen niet gemakkelijk om vast te stellen of het om Anna ging – het gezicht was goeddeels weggevreten – maar ze herkenden haar indiaanse deken en de kleren die Mollie voor haar had gewassen. Toen pakte Rita’s man een stok en duwde de mond open. Daardoor konden ze Anna’s gouden vullingen zien. ‘Dat is Anna, zeker weten,’ zei Bill.
Rita begon te huilen en haar man nam haar mee. Uiteindelijk mimede Mollie het woord ‘ja’. Het was Anna. Binnen de familie was Mollie altijd degene die haar zelfbeheersing wist te bewaren en ook nu liep ze samen met Ernest bij het lichaam weg. Wat daar achterbleef, was de eerste aanzet van een duisternis die niet alleen haar familie zou dreigen te verslinden, maar ook haar stam.
In deze tijd was er in het zuidwesten van de Verenigde Staten nog geen echte politie. Het gezag werd gehandhaafd door sheriffs, deputy’s, town marshals en Texas Rangers, gezamenlijk ‘lawmen’ genoemd.
The New Yorker
Verenigde Staten | weekblad | oplage 1.043.000
Sinds 1925 hét New Yorkse tijdschrift met als handelsmerk de satirische karikaturen en cartoons en geïllustreerde covers. Is met zijn parels van reportages, scherpe politieke analyses, fictie en essayistiek, rigoureuze factchecking en brede belangstelling voor cultuur favoriet onder liefhebbers van het journalistieke ambacht in binnen- en buitenland.
Gericht op New York zelf, maar ook daarbuiten gretig gelezen.
Libische milities smokkelen olie van hun land naar Europa, met steun van de politie en de kustwacht, en in eendrachtige samenwerking met de maffia.
Sabratah ligt aan de uiterste westkant van de Libische kust. De stad, ooit gesticht door Feniciërs, staat bekend om zijn Romeinse ruïnes. Recent zwaaiden Moeammar Gaddafi, rebellengroepen en de Islamitische Staat (IS) er beurtelings de scepter.
Nu biedt Sabratah een vrijhaven aan militanten en brandstofsmokkelaars, die dit historische deel van de Noord-Afrikaanse kust tot hun werkgebied hebben uitverkozen.
‘Wacht tot het donker is, dan zie je tientallen mannen schepen vullen met brandstof,’ zegt Davide. Dat is niet de echte naam van deze ingenieur uit Noord-Italië van ergens in de vijftig die jarenlang in het westen van Libië heeft gewerkt en om veiligheidsredenen anoniem wil blijven.
‘Tientallen schepen, tientallen tankers heb ik in het volle blikveld van de lokale kustwacht vanuit Sabratah zien vertrekken,’ zegt hij. ‘De milities, die het gebied tussen Zawiya en Sabratah controleren, verdelen onderling de zones die voor hen van belang zijn, met medeplichtigheid van de politie en de lokale kustwacht.’
Hij vertelt dat de brandstof naar havens in heel Europa gaat, ‘onder de ogen van degenen die de kust zouden moeten controleren. Iedereen weet het.’
Volgens hem beheersen de Hneesh en de Dabbashi, twee van de machtigste clans in het westen van Libië, de brandstofsmokkel en mensenhandel. Geschillen worden meestal gewapenderhand beslecht. ‘De mensen die de regio in de gaten zouden moeten houden worden met de dood bedreigd,’ zegt Davide. ‘Dus als ze iets zien, melden ze dat niet. Het gebied is afhankelijk van brandstofsmokkel, vooral nu contant geld schaars is geworden in Libië. De hele economie valt ten offer aan wetteloosheid en corruptie.’
Het geld in Libië is nauwelijks meer waard dan het papier waarop het is gedrukt
Libië heeft grotere toegang tot ruwe oliereserves dan enig ander land in Afrika. De economie van het land is altijd sterk afhankelijk geweest van de brandstofexport. Eind januari werden er 715.000 vaten olie per dag opgepompt: dat was het hoogste niveau sinds 2014, maar nog altijd minder dan de helft van de dagelijkse productie van 1,6 miljoen vaten vóór de revolutie van 2011. Veel van die olie, gewonnen terwijl er chaos in het land heerst, wordt nu weggesluisd door smokkelaars.
Volgens de Libische autoriteiten hebben deze praktijken het land meer dan een half miljard dinar – ruim 340 miljoen euro – gekost. Om een idee te geven van wat dat betekent: in 2016 werden de Libische begrotingsinkomsten geraamd op 5,4 miljard euro, terwijl de uitgaven bijna 13 miljard euro bedroegen. De Libische staatskas kampt dus met grote tekorten.
Volgens de Libische politie gebruiken de smokkelaars zowel kleine boten als tankers die wel 40.000 liter geraffineerde brandstof kunnen vervoeren. De lading van de schepen uit Sabratah wordt in Malta, op 160 mijl van de Libische kust, en ook in Sicilië verkocht, voordat ze het Italiaanse vasteland bereikt.
Op 27 januari kondigde Sadiq al-Sour, openbare aanklager van de zogeheten regering van Nationale Overeenstemming, een groot onderzoek aan inzake corruptie in de oliesector, gericht op de smokkel van geraffineerde producten van Libië naar Italië, Malta, Cyprus en Griekenland. De macht van de smokkelaars kan echter ver reiken. Op 4 januari beschuldigde Mustafa Sanalla, hoofd van het nationale Libische oliebedrijf, de Bewakers van Petroliumfaciliteiten – een officiële instantie – van corruptie en medeplichtigheid aan de praktijken van binnenlandse en buitenlandse smokkelaars. Het antwoord liet niet lang op zich wachten. Een dag na deze aantijging werd de belangrijkste elektriciteitscentrale van Zawiya, een stad van zo’n 200.000 inwoners, stilgelegd. Het westen van Libië moest het dagenlang zonder stroom stellen.
‘Brandstofkartels bestieren het gebied rond Zawiya,’ zegt Davide. ‘Ik heb gehoord van milities die controleposten opzetten, met de bedoeling wegen te blokkeren voor een ongestoorde doorgang van tankwagens naar de haven. In Sabratah vertelt iedereen me dat de Libische milities overeenkomsten hebben gesloten met Siciliaanse maffiafamilies, die de naar Italië gesmokkelde brandstof beheren.’
Terwijl de smokkelaars zich verrijken, komt aan het lijden van veel Libiërs voorlopig geen einde. Het geld is er nauwelijks meer waard dan het papier waarop het is gedrukt. En hoe armer het land wordt, hoe meer het misnoegen onder de bevolking groeit. In Tripoli belegeren honderden klanten dagelijks de banken. Ze willen toegang tot hun geld. Maar dat is weg: in Libië is bare munt het privilege van de brandstofsmokkelaars en mensenhandelaars, niet van de gemiddelde Libiër.
Moe
Nasser is zestig en heeft zeven kinderen: een paar jaar geleden nog verkocht hij auto’s en was hij rijk. Nu heeft hij niet meer over dan een paar duizend dinar bij de bank. En daar gaat Nasser, die uit oogpunt van veiligheid weigert zijn volledige naam te geven, elke ochtend naartoe. En elke ochtend krijgt hij er hetzelfde te horen: er is geen contant geld.
Nasser is moe. ‘Geen van jullie Europese regeringen wil ons helpen,’ zegt hij. ‘Vanuit het raam zien jullie mensen sterven in zee. Europese regeringen bedrijven propaganda met hun militaire operaties in de Middellandse Zee die ze namen geven als Sophia, Triton of Frontex. Ondertussen worden onze kusten continu geplaagd door zware misdaad, en niemand die probeert dat op te lossen.’
Tijdens een EU-top op 3 februari verplichtten Europese leiders zich tot uitgaven van 200 miljoen euro om illegale migratie en mensensmokkel vanuit de Noord-Afrikaanse kust in te dammen. Een maatregel die volgt op operatie Sophia, die was bedoeld de mensensmokkel tegen te gaan maar door diverse regeringen als een mislukking is bestempeld.
Iedereen, zegt Nasser, heeft er voordeel bij – behalve de man in de straat. ‘Niemand probeert er iets aan te doen omdat er op grote schaal van onze energiebronnen wordt geprofiteerd. Europese landen hebben jarenlang geprofiteerd. Nu zijn de Europeanen hier niet langer welkom. Hun aanwezigheid is verworden tot uitbuiting, diefstal.’
Tegenwoordig is de kustweg van Tripoli naar Sabratah – twee van de grootste steden van Libië – afgesloten vanwege gevechten tussen milities, die dagelijks levens eisen en tot ontvoeringen leiden. En toch blijft ENI, het belangrijkste Italiaanse energiebedrijf, hier op volle kracht werken, zelfs in de donkerste momenten van de burgeroorlog.
Veel werknemers van Mellitah Olil and Gas, ENI’s Libische dochteronderneming, zeggen na wat lokale bewoners beweren: dat de Dabbashi-stam afspraken heeft gemaakt om de veiligheid van de energiereuzen te waarborgen – afspraken die even vertrouwelijk als winstgevend zijn. In een van augustus 2015 daterende brief, die door een bron binnen de Libische geheime dienst is doorgespeeld naar Middle East Eye, staat dat het ‘bataljon van de martelaar Anas Dabbashi een begin heeft gemaakt met de beveiliging en bescherming van de compound. Het zal aanwezig blijven nabij de compoundingang en de weg die het complex verbindt met de westelijke ingangspoort van Sabratah.’
De brief is ondertekend, aldus de bron, door vertegenwoordigers van Mellitah en de Dabbashi-clan. Zowel ENI als Mellitah Oil and Gas heeft nog niet gereageerd op vragen van de media.
‘Het is een domino-effect. We zijn in de steek gelaten, en nu is het land in chaos. Zo lang Libië zo gevaarlijk blijft, zullen westerse regeringen ons links laten liggen’
Ook zou de Dabbashi-clan betrokken zijn bij mensenhandel, naast brandstof- en wapensmokkel. Dat hebben Libische geheime diensten Middle East Eye verteld. Vorig jaar heeft de burgemeester van Sabratah de Dabbashi-clan er publiekelijk van beschuldigd de aanwezigheid van IS in het gebied te hebben verheimelijkt, en in 2016 opdracht te hebben gegeven tot ontvoering van vier Italiaanse werknemers.
Vertrouwelijke bronnen in de Libische regering zeggen dat de milities buitenlandse bedrijven dwingen steekpenningen te betalen om in het gebied te kunnen blijven werken: er kan zowel contant als met brandstof worden afgerekend. Libische bronnen binnen de inlichtingendiensten vertelden Middle East Eye dat de corruptie zo alomtegenwoordig is dat hele eenheden van politie en kustwacht openlijk betrokken zijn bij de criminele handel, met name in de regio Zawiya-Sabratah.
In Tripoli klaagt Abdrazaq Alshneti, een ambtenaar van het ministerie van Binnenlandse Zaken, over het gebrek aan steun van westerse regeringen. ‘Het is een domino-effect,’ zegt hij ‘We zijn in de steek gelaten, en nu is het land in chaos. Er is hier geen enkele veiligheid. Zo lang Libië zo gevaarlijk blijft, zullen westerse regeringen ons links laten liggen.’
Volgens Alshneti spelen dezelfde milities die brandstof smokkelen ook een grote rol in de mensenhandel in Tripoli. Er zijn, zo zegt hij, zeker zo’n tien illegale detentiecentra, rechtstreeks onder het beheer van milities. Dezelfde milities die moeten worden beteugeld, wil Libië enige vooruitgang boeken.
‘Het is veel meer dan een politiek probleem,’ zegt Alshneti. ‘In Libië is een regering van nationale eenheid ondenkbaar zolang er geen krachtig nationaal leger is.’
Het heeft er steeds meer schijn van dat het Westen militair wil gaan ingrijpen in Libië. Maar zal dit de situatie niet juist verergeren?
Westerse landen staan op het punt een offensief te lanceren tegen IS in Libië, aldus een militaire woordvoerder in de westelijke stad Misrata. Maar ter plekke bestaan grote zorgen dat verdere internationale inmenging in het land de situatie alleen maar zal verergeren.
Libië is de afgelopen weken opgeschrikt door een reeks grote aanslagen van IS, waaronder een bomaanslag op een politiebureau in Zliten, bij Misrata, op 7 januari, waarbij vijfenzestig mensen omkwamen en honderd anderen gewond raakten. Ook heeft IS aanslagen uitgevoerd op de belangrijkste olieterminals van Libië in R’as Lanoef en Sidra. Het zijn deze incidenten die hebben geleid tot speculaties dat de VS en zijn bondgenoten hun strijd tegen IS wel eens zouden kunnen uitbreiden naar Libië.
De situatie op 8 februari.
Het nationale oliebedrijf van Libië (NOC) heeft ook opgeroepen tot een interventie om strategische delen van het land, waaronder de olieterminals, te beschermen. Ibrahim Bate el Mal, een woordvoerder voor de militaire raad van Misrata, verklaarde dat officials al gesprekken hebben gevoerd met Amerikaanse, Franse en Italiaanse militaire contacten. ‘Ik kan alleen maar zeggen dat de Amerikanen, Fransen en Italianen hebben gevraagd hoe zij de Libiërs kunnen helpen tegen IS te vechten, en dat de operatie niet lang zal duren. We zijn dicht bij een interventie,’ aldus Bate el Mal.
Maar hij gaf ook toe dat veel mensen bezorgd zijn dat een militaire interventie kan mislukken en het misschien al te laat zou kunnen zijn. ‘Ik denk dat het verkeerd was om zo lang te wachten. We hebben het gevaar waarschijnlijk onderschat. Ik denk dat zelfs de westerse regeringen het verkeerd hebben gezien,’ zei hij. ‘Het punt is dat enerzijds de expansie van IS uit de hand is gelopen, maar dat anderzijds het gevaar bestaat dat de situatie door een militaire interventie alleen maar slechter wordt. Dat is het gevoel van onze mensen en onze troepen.’
IS zal het spookbeeld oproepen van een westerse overname van het land
In 2011 was een door de NAVO geleide luchtcampagne – met Amerikaanse, Franse, Italiaanse en Britse steun – van cruciaal belang bij het omverwerpen van het regime van de Libische leider Muammar Kadhafi. Maar het land is sindsdien in de greep van instabiliteit en onrust.
Volgens Basher Bernani, lid van de gemeenteraad van Zliten, zijn de meeste mensen tegen buitenlands ingrijpen. ‘Deze situatie kan niet langer worden opgelost door luchtaanvallen,’ aldus Bernani. ‘Ze hadden eerder tussenbeide moeten komen, maar nu heeft IS Sirte helemaal ingenomen. Er zijn fundamentalistische militieleden in Benghazi, Misrata en Bin Jawad, er zijn “sleeper cells” in Tripoli en hier in Zliten en in Sabratha zijn twee trainingskampen.’
Mensensmokkel
Bernani zegt dat de plaatselijke bevolking bang is dat een buitenlandse interventie door IS als propaganda kan worden gebruikt om het spookbeeld op te roepen van een westerse overname van het land. Daardoor wint IS aan steun onder jonge mensen en kan de beweging sympathiserende strijders aantrekken uit Tunesië, Marokko, Algerije en andere landen, via de poreuze grenzen van Libië. ‘Het is waarschijnlijk dat Europese militaire actie de situatie zal verergeren en tientallen buitenlandse strijders hierheen zal brengen,’ zegt hij.
Sinds IS op 7 januari zijn aanwezigheid in Zliten kenbaar maakte door de bomaanslag op het politiebureau, terwijl driehonderd rekruten op het plein daarvóór aan het trainen waren, hebben officials als Bernani voortdurende gewapende bescherming nodig gehad als zij zich door de stad bewogen. Terwijl we over het verwoeste plein lopen, wijst hij op scherven van de bomvrachtwagen, die was volgeladen met stukjes ijzer en scherpe messen om zo veel mogelijk slachtoffers te maken. ‘We hebben de armen en benen van onze jongens teruggevonden op de derde verdieping van het slaapverblijf,’ zegt hij. ‘Twaalf families hebben zonen verloren en kunnen niet rouwen, omdat de lichamen onherkenbaar zijn verminkt.’
Bersani zegt dat onderzoekers denken dat IS het politiebureau op de korrel heeft genomen vanwege de banden met de Libische Kustwacht, die de faciliteit ook als rekruterings- en trainingscentrum gebruikte. Hij zegt dat Zliten een belangrijk tussenstation is voor mensen die de Middellandse Zee proberen over te steken naar Europa, en dat IS connecties lijkt te zijn aangegaan met andere militiegroeperingen die betrokken zijn bij de mensensmokkel, als een manier om inkomsten te verwerven. ‘Het wordt nu steeds duidelijker dat IS betrokken is bij de mensensmokkel, waardoor ze verzekerd zijn van grote hoeveelheden contanten,’ zegt hij.
Volgens andere officials was de aanval in Zliten voor IS ook belangrijk, omdat de beweging zo aantoonde dat ze aanwezig is in de kuststrook tussen Tripoli en Misrata, en dat ze de middelen en de manschappen heeft om elders in Libië aanslagen te plegen.
Mustafa Ben Aish, een ander lid van de gemeenteraad van Zliten en de directeur van een noodeenheid die in actie kwam na de bomaanslag op het politiebureau, verklaarde dat IS profiteert van de machtsstrijd tussen de rivaliserende regeringen in Tripoli en Tobroek. De situatie werd deze maand verder gecompliceerd door de aankondiging van een nationale regering. Deze wordt gesteund door de VN, maar afgewezen door veel leden van de twee concurrerende parlementen van Libië.
‘De Libiërs zijn niet klaar voor een nieuwe oorlog’
Martin Kobler, de VN-gezant voor het land, gaf toe dat het politieke vredesproces te traag is verlopen om gelijke tred te kunnen houden met de expansie van IS. Hij betichtte de groepering van het ‘stelen van grondgebied van het Libische volk’.
‘De enige echte winnaar is IS, en de verwoesting van de barakken is daar het bewijs van,’ zegt Ben Aish, terwijl hij een lijst laat zien van de doden en gewonden. ‘De zwaarst gewonden werden geëvacueerd naar andere landen. Er zijn er nu vijftien in Italië en ongeveer twintig in Turkije. Sommigen van hen verkeren in kritieke toestand en iedere keer dat ik een telefoontje van hun familie krijg denk ik dat het in plaats van die jongens ook mijn eigen zoon had kunnen zijn. Dat is heel pijnlijk voor me,’ zegt hij.
Na de bomaanslag in Zliten heeft IS aanvallen gepleegd op de olieterminals in R’as Lanoef en Sidra, waarbij minstens 37 personen zijn omgekomen en een stuk of vijf opslagtanks in brand zijn gevlogen, zodat een nieuwe klap is uitgedeeld aan de toch al zwaar belaagde Libische oliesector.
Olie
Vóór de revolutie van 2011 produceerde Libië 1,6 miljoen vaten ruwe olie per dag, vandaag nog geen 350.000. De aanvallen van IS doen vrezen voor een totale ineenstorting van de industrie. Voor IS lijkt het doel niet het verkopen van olie, zoals de beweging in Syrië en Irak heeft gedaan, maar het saboteren van de economie, waardoor Libië nóg instabieler wordt en IS kan profiteren van het machtsvacuüm.
Volgens Bate el Mal zijn de militaire inlichtingenchefs bang dat een mogelijke interventie het land verder kan destabiliseren. IS-strijders uit Syrië, Irak en van elders zouden aan de oproep gehoor kunnen geven het territorium van het zelf uitgeroepen kalifaat te komen verdedigen. Hij zei dat strijders uit Soedan, Tunesië, Egypte, Algerije en Jemen zich al in Sirte aan het verzamelen waren, en opperde dat Kadhafi-loyalisten die uit zijn op wraak de beweging in de geboortestad van de vroegere leider steunen, net zoals aanhangers van Saddam Hoessein ervan zijn beticht IS in Irak te hebben gesteund.
‘We zien hier gebeuren wat in Irak al met de Baath-partij is gebeurd,’ zei hij.
‘De Libiërs betalen nu de prijs voor de gevolgen van hun revolutie. Ze zijn niet klaar voor een nieuwe oorlog, maar hun kinderen sterven door toedoen van IS. Al wat de beweging wil is het land verwoesten.’
Onafhankelijke site met een groot reservoir aan correspondenten, die de gebeurtenissen in ‘Midwest-Azië’ op de voet volgen o.l.v. David Hearst, afkomstig van The Guardian.
CHRONOLOGIE: van hoop tot chaos
20 okt 2011 | Dictator Muammar Kadhafi wordt gedood in Sirte. Drie dagen later roept de Nationale Overgangsraad (CNT) ‘de bevrijding’ van het land uit als slotstuk van de opstand die in februari begon en door een westerse coalitie wordt ondersteund.
7 juli 2012 | Eerste vrije verkiezingen. Het Verbond van Nationale Krachten (AFN) komt als winnaar uit de bus. Het correcte verloop van de verkiezingen lijkt hoopgevend. Op 8 augustus draagt de CNT de macht over aan het parlement, de Algemene Nationale Raad (CGN).
14 okt 2012 | Ali Zeidan wordt tot premier benoemd.
2013 | De milities die Kadhafi hebben bestreden, weigeren de wapens neer te leggen en blijven actief in de grote steden. Islamistische stromingen, in het parlement vertegenwoordigd door de Partij voor Recht en Wederopbouw (PJC), blijven de regering in de wielen rijden. In het oosten van het land roeren de federalisten van Ibrahim Jadran zich. Het komt sporadisch her en der tot botsingen.
20 feb 2014 | Vorming van een Grondwetgevende Raad, die in april voor het eerst bijeenkomt.
11 maart 2014 | Ali Zeidan wordt afgezet en ontvlucht het land. Abdallah al-Theni neemt tijdelijk zijn plaats in.
16 mei 2014 | Generaal Khalifa Haftar, ex-balling in de VS, duikt op in Libië en begint de Operatie Waardigheid tegen de islamistische milities.
25 juni 2014 | Opnieuw verkiezingen. Het nieuwe parlement, zetelend in Tobroek, krijgt internationale erkenning.
22 augustus 2014 | Een coalitie van islamistische milities, waaronder de Libische Dageraad, bezet Tripoli en steunt de CGN, die weigert het nieuwe parlement te erkennen.
september 2014 | Er komt een dialoog op gang onder leiding van de VN-gezant Bernardino Léon.
september 2014 | IS duikt op in Derna.
januari 2015 | IS bezet Sirte, maar wordt uit Derna verdreven.
17 dec 2015 | Er wordt in Skhirat (Marokko) een akkoord gesloten tussen een aantal strijdgroepen na bemiddeling van de nieuwe VN-gezant Martin Kobler.
14 jan 2016 | Gevechten met IS rond de belangrijkste olie-installaties.
19 januari | Er wordt een regering van nationale eenheid gevormd onder leiding van de voormalige architect Faiez Sarraj, onafhankelijk van beide ‘parlementen’. De regering zal in Tripoli zetelen. Om alle politieke groeperingen en alle etnische minderheden een stem te geven, telt deze regering 32 ministers, maar zij wordt (nog) niet erkend door alle deelnemers.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.