Tag: oorlog

  • Sektarische chaos in Jemen

    Sektarische chaos in Jemen

    Jemen gaat sinds vorig jaar gebukt onder sektarisch geweld. Sjiitische Houthi-rebellen voeren strijd tegen de verdreven president Abd-Rabbuh Mansur al-Hadi. En dan zijn er behalve hun tegenstanders nog de Moslimbroeders, Al Qaida en IS. Er is te veel dat hen scheidt om tot een verzoenende regeling te komen.

    Jemen hangt van paradoxen aan elkaar. Dat begint al met het aantal strijdende partijen in de huidige oorlog die iedereen probeert aan te wenden om zijn eigen agenda te realiseren. Zo kunnen de belangen van de één op sommige punten samenvallen met de belangen van de ander, de vijand van vandaag kan de bondgenoot van morgen zijn, en vice versa. In de eerste plaats zijn er de Houthi’s (rebelerende milities die beschouwd worden als sjiieten). Sinds een tiental jaren voeren ze oorlog tegen de Jemenitische centrale regering, wat geleid heeft tot verzwakking van het regime en verbreding van de politieke en religieuze kloof in de samenleving. Dat zal ook 
zo blijven als deze oorlog is afgelopen. Er dient trouwens op te worden gewezen dat de Houthi’s de vijand waren van president Ali Abdallah Saleh [aan de macht van 1978 tot 2012], terwijl ze nu gemene zaak met hem maken, zonder dat we weten hoe lang dat zal duren.

    ‘Jemen regeren is als dansen in een slangenkuil’
    prentjemen

    Geen terugkeer

    Vervolgens is er de afscheidingbeweging in het zuiden. Die is het gevolg van alle teleurstellingen die de eenwording van het land in 1990 teweeg heeft gebracht. Deze mensen hebben goede (sociale, politieke en culturele) redenen om zich van het noorden af te scheiden. Ze strijden nu tegen de overheersing van de uit het noorden afkomstige Houthi’s, maar ze willen daarom nog geen terugkeer naar de status quo ante, dat wil zeggen een herstel van de centrale macht in Sanaa, die ze beschouwen als een noordelijke overheersing. Velen van hen vinden de huidige oorlog bij uitstek een gelegenheid om zich onafhankelijk te verklaren. In de derde plaats zijn er de Moslimbroeders. In het verleden waren het bondgenoten van president Saleh in 
de strijd tegen de zuiderlingen, maar nu zijn het bondgenoten van de zuiderlingen in de strijd tegen Saleh, die sindsdien met de Houthi’s optrekt. 
De Moslimbroeders, die hun politieke koers steeds heel behendig verleggen, profiteren van de huidige oorlog door zich een positie te verwerven in het centrum van het land zodat ze straks na de oorlog een partij zijn waar niemand omheen kan. Dat is tegen de zin van de anderen, die niet dezelfde ideologie hebben, maar die zich wel in hetzelfde kamp als zij bevinden, namelijk tegen de Houthi’s. Dan is er nog Al-Qaida, waarvan een van de vertegenwoordigers deel heeft uitgemaakt van de delegatie van de huidige president Abd-Rabbuh Mansur al-Hadi [in ballingschap in Saoedi-
Arabië] bij de onderhandelingen in Genève [om een politieke oplossing 
te vinden voor de oorlog]. Toch koos 
Al-Qaida vroeger partij voor president Saleh, die dat weer gebruikte om inhoud te geven aan zijn fameuze uitspraak ‘Jemen regeren is als dansen 
in een slangenkuil’. Maar er is ook nog IS, dat bestaat uit dissidenten van Al-Qaida en de Moslimbroeders. Net als Al-Qaida nemen zij geen genoegen met minder dan een staat waarin de sharia van kracht is, net als de Taliban in Afghanistan. Ze bevinden zich dus in hetzelfde kamp als Al-Qaida [maar concurreren ook met hen].
    Hoe dan ook, al deze actoren zijn pionnen in een ingewikkeld schaakspel, waarin de posities steeds veranderen door de tribale en regionale banden. 
Er worden regionale en internationale actoren ingezet in een geopolitieke context die Jemen te buiten gaat, waarin alles verward raakt tussen tribale, regionalistische, regionale en internationale belangen om ten slotte uit te kristalliseren in de vorming van clans met verschillende benamingen. Zij hebben alle gemeen dat ze tegen de vestiging van een sterk centraal gezag zijn.

    Ze zijn allemaal tegen de vestiging van een sterk centraal gezag

    Gloeiende kolen

    Zelfs als de regionale en internationale machten erin zouden slagen een regeling te treffen (waar het nog lang niet naar uitziet), dan kunnen deze groepen het proces nog steeds negatief beïnvloeden en destabiliseren. En zelfs als het de regeringsgezinde krachten zou lukken de Houthi’s in het hele land te bedwingen, dan blijven ze nog steeds aanwezig als gloeiende kolen onder 
de as. Anders gezegd, zelfs als het zou komen tot een verzoening die op de voorpagina’s van de kranten en op de televisie zal worden gevierd, zal er een lange slijtageslag volgen tussen de verschillende actoren. Er is te veel dat hen scheidt.
    In het tegenovergestelde geval, als de regeringsgezinde krachten er niet in slagen de orde in het hele land te herstellen, zal dat de facto neerkomen op een afscheiding. Wat er ook gebeurt, we zijn ertoe veroordeeld om lange tijd in een instabiel land te leven. De lijdensweg van Jemen is nog niet ten einde.

    Hassan Khader

    Shaffaf
    Frankrijk, website, metransparent.com
    Arabische nieuwssite, opgericht in 2006. ‘Transparantie’ publiceert artikelen met een liberaal standpunt. Ook in het Engels en Frans.

  • Een Europese kweekvijver voor IS

    Een Europese kweekvijver voor IS

    Het Bosnische dorpje Osve trekt sinds een jaar of drie opvallend veel jongeren die graag voor IS willen gaan vechten in Syrië en Irak.

    In vergelijking met de totale bevolking van het land van 3,8 miljoen inwoners slaat het Bosnische dorpje Osve, dat op ongeveer honderd kilometer van Sarajevo en driehonderd kilometer van Zagreb ligt, beslist het record in werving van strijders voor Syrië en Irak. Aanhangers van het salafisme, de radicale tak van de islam, streken er drie jaar geleden neer. Een van de eersten die in Osve gingen wonen, was Harun Mehicevic, tegen wie een Australisch arrestatiebevel loopt vanwege terrorisme. Een andere inwoner van dit dorpje, Emrah Fojnica, die verdacht werd van betrokkenheid bij de aanval op de Amerikaanse ambassade in Sarajevo in 2011, is onlangs omgekomen bij een zelfmoordaanslag in Bagdad.

    De meerderheid gelooft dat de islam wordt aangevallen en dat ze die behoren te verdedigen

    Werkloosheid

    Osve staat centraal in de studie The Lure of the Syrian War: The Foreign Fighters’ Bosnian Contingent, geschreven door Vlado Azinovic, hoogleraar politicologie in Sarajevo, en Muhamed Jusic, islamtheoloog en journalist. Volgens Azinovic, een van de meest vooraanstaande experts op het gebied van terrorisme vanuit de regio, vertrokken er tussen 2012 en 2014 156 mannen en 36 vrouwen uit Bosnië en Herzegovina naar Syrië en Irak. ‘Daarbij gaat het natuurlijk om door de grenspolitie van Bosnië en Herzegovina geregistreerde personen. Hoogstwaarschijnlijk liggen de aantallen veel hoger, want niet iedereen die de grens passeert wordt geregistreerd. Zeker ook doordat 20 procent van de vertrekkers permanent of tijdelijk in het buitenland woont en werkt,’ licht Azinovic toe.

    Tot begin 2015 zijn 48 mannen en 3 vrouwen uit Irak en Syrië teruggekeerd, terwijl 83 mannen en 32 vrouwen er nog steeds verblijven. Het aantal mannelijke terugkeerders nadert de 30 procent, waarmee Bosnië en Herzegovina het land is met de meeste IS-strijders die huiswaarts keren. Volgens een recent onderzoek zijn 26 inwoners van het land – 25 mannen en 1 vrouw – omgekomen in Irak of Syrië.

    Maar waarom zijn er zo veel salafisten in dorpen als Gornja Maoca en Osve komen wonen? Volgens sommigen hebben ze zich langs de etnische grenzen van Bosnië en Herzegovina gevestigd om op te treden als hoeders van het grondgebied en het geloof. ‘Die theorie snijdt geen hout, want die grenzen waren al getrokken langs de strijdlijnen van de vroegere legers [van Bosnië, Servië en Kroatië],’ verklaart Azinovic. Volgens hem hebben de salafisten zich in dit deel van noordwest-Bosnië gevestigd omdat de Serviërs er niet naar terug wilden. ‘Dus hebben de salafisten er voor spotprijzen verlaten huizen en grond gekocht omdat niemand anders die nog wilde. Ze wonen liever ver van de bewoonde wereld en de beschaving. Dat vinden ze juist prima,’ meent Azinovic.

    In Bosnië en Herzegovina bestaat geen centraal register van personen die ervan worden verdacht dat ze naar Syrië of Irak zijn vertrokken. Op dit moment hebben niet minder dan drieëntwintig politiediensten de taak hun bewegingen te volgen. Toch pakt het land dit probleem slecht aan. Een voorbeeld: een van de staatsveiligheidsdiensten verzocht Turkije het bilaterale akkoord te implementeren over samenwerking tussen beide landen in de strijd tegen het terrorisme en de georganiseerde misdaad. Volgens dit akkoord mochten Bosnische politiemensen op de drukste grensovergangen aanwezig zijn om zo samen met hun Turkse collega’s zicht te houden op welke inwoners van hun land naar Syrië reizen. Turkije ging op dit verzoek in, en stelde voor daarover in Ankara te komen vergaderen. Een paar dagen voor die ontmoeting zegden de Bosniërs af vanwege onenigheid over welke politiedienst Bosnië en Herzegovina er mocht vertegenwoordigen.

    De laatste weken was er in de internationale media veel aandacht voor de campagne van IS om strijders in Bosnië en Herzegovina te rekruteren en werd beklemtoond dat het land het hoogste werkloosheidscijfer ter wereld heeft. Is de dreiging van islamitisch terrorisme vanuit Bosnië en Herzegovina reëel? De internationale gemeenschap denkt van wel, terwijl de instituties in Bosnië en Herzegovina die dreiging juist bagatelliseren. Azinovic: ‘Vanaf het begin van de oorlog in Bosnië en Herzegovina [1992-1995] heeft de radicale islamitische ideologie er ingang gevonden, zowel via buitenlandse strijders uit westerse landen als via moslims die zich bij het Bosnische leger aansloten. Ze verspreidden het idee dat de Bosnische moslims de voornaamste slachtoffers van de oorlog waren geworden doordat ze geen “goede moslims” waren. Twintig jaar na de oorlog heeft dit idee bij de Bosniërs echt postgevat. Een hele nieuwe generatie is met deze ideologie opgegroeid.’

    Toch is het aantal aanhangers van het salafisme niet groot: het gaat om een groep van twee- tot drieduizend mensen. Zeker, bij alle terroristische aanslagen die in Bosnië en Herzegovina zijn gepleegd, wordt gewezen naar de salafisten, die aanhangers van Al-Qaida waren voordat ze naar IS overstapten. Tegelijk is het zo dat de Republika Srpska [Servische Republiek], die deel uitmaakt van de staat Bosnië en Herzegovina, het probleem heeft gepolitiseerd met het doel de eigen afscheidingspolitiek te rechtvaardigen door zich te presenteren als een bolwerk van christelijk Europa.

    kaartbosnie

    Randfiguren

    Kortgeleden is de politie van de Republika Srpska vanwege vermeende terroristische dreigingen in staat van paraatheid gebracht. Met machinepistolen gewapende agenten bewaken nu de staatsinstellingen. In de ogen van Azinovic zijn de Bosnische moslims de voornaamste gegijzelden van deze situatie: ‘Niemand kan een mogelijke terroristische aanslag in Bosnië en Herzegovina of elders in de regio voorspellen,’ denkt hij. ‘In de meeste gevallen van ideologische radicalisering gaat het om individuen die het moeilijk hebben in het leven. Het zijn vaak randfiguren, mensen met ernstige psychische problemen die zich niet weten aan te passen aan het moderne leven en zich vastklampen aan de waarden van vroeger.’

    De sociale media spelen bij hun radicalisering een belangrijk rol. ‘Maar toch,’ benadrukt Azinovic, ‘zelfs degenen die een radicale interpretatie van de islam aanhangen, keuren geweld en terrorisme lang niet altijd goed.’ Uit zijn onderzoeken blijkt dat het proces van radicalisering wordt geïnitieerd door lokale religieuze leiders. De mensen die naar Syrië gaan, met name jongeren, verwarden en wereldvreemden die geestelijk niet sterk in hun schoenen staan, worden vaak onderworpen aan een versneld radicaliseringsproces.

    Analyse van dit proces onder personen die zijn vertrokken om zich bij IS aan te sluiten, toont aan dat ze niet geradicaliseerd zijn omdat ze zich door hun eigen maatschappelijke omgeving onrechtvaardig behandeld voelen, maar eerder doordat ze het idee hebben dat een grotere gemeenschap waarmee ze zichzelf identificeren, leed wordt aangedaan. Over het algemeen gelooft een meerderheid van hen dat de islam wordt aangevallen en dat ze die behoren te verdedigen. Zowel de boodschappen van de plaatselijke islamistische leiders als die uit de oorlogsgebieden zijn altijd zo geformuleerd dat ze oproepen tot het verdedigen van de hele moslimgemeenschap en het bestrijden van de vijand. Jongeren raken vaak individueel geradicaliseerd via internet of de sociale media. Dankzij deze nieuwe technologieën kunnen de strijders in Syrië en Irak rechtstreeks contact houden met een wereldwijde achterban om nieuwe strijders te rekruteren. En het is onmogelijk om precies te volgen wat er op de sociale media gebeurt.

    Bosnië en Herzegovina vormt in dat opzicht geen uitzondering. De overheid heeft geprobeerd haar burgers van vertrek naar het strijdtoneel in Syrië en Irak te weerhouden door het formeren van of toetreden tot paramilitaire eenheden strafbaar te stellen. Jammer genoeg worden zo alleen de gevolgen aangepakt en niet de oorzaken. Bosnië en Herzegovina behoorde weliswaar tot de eerste landen in de regio die vertrek naar een buitenlandse oorlog verboden, maar anders dan in andere landen, die vooral inzetten op preventieve maatregelen, heeft het op dit punt nog geen enkel samenhangend beleid ontwikkeld. Verbieden en strafbaar stellen is niet genoeg. Integendeel, het zou wel eens contraproductief kunnen werken.

    Igor Alborghetti

    Reactie Izet Hadzic

    Izet Hadzic is de informele leider van de salafistische moslims in Osve. Heeft hij enige greep op het vertrek van inwoners naar de strijdgebieden in Syrië en Irak en hun aansluiting bij IS? Worden die reizen door de salafistische gemeenschap georganiseerd en gefinancierd?

    Izet Hadzic: ‘Denk even na: een normaal mens zou nooit vijf moslimfundamentalisten met vrouwen en kinderen naar de oorlog laten vertrekken. Wie vertrokken is, heeft dat uit eigen beweging gedaan. En ze hebben hun gezinnen meegenomen, omdat ze Syrië als het beloofde land zien. Iedereen ziet wel kans om 200 euro van vrienden en familie te lenen. Een vliegticket naar Turkije kost hooguit 100 euro. Dus hoezo financiering van terroristen?’

    Wie is er dan verantwoordelijk voor dat ze op zo grote schaal vanuit Bosnië en Herzegovina naar door IS gecontroleerd gebied vertrekken?
    ‘In zekere zin is dat de overheid. De maatschappij heeft deze mensen vanwege hun geloof buitengesloten en gemarginaliseerd. In Bosnië krijgen ze geen werk. Vervolgens zijn ze gaan denken dat de oorlog een goede manier is om aan die situatie te ontsnappen, wat geld te verdienen en een dak boven hun hoofd te vinden.’

    Heeft u contacten met IS?
    ‘Sinds ik een video op YouTube heb gezet waarin ik nadrukkelijk zeg dat het Bosniërs niet is toegestaan om in Bosnië en Herzegovina terroristische aanslagen te plegen, heb ik alleen maar bedreigingen van die zogenaamde Islamitische Staat gekregen. Ze beschuldigden me ervan dat ik een ongelovige zou zijn en ze hebben gedreigd me te onthoofden. Ik heb die bedreigingen zeer serieus genomen en bij de politie gemeld.’

  • De wereldwijde oorlog om zand

    De wereldwijde oorlog om zand

    We denken er nauwelijks over na, maar onze beschaving is gebouwd op zand. Het wordt onder meer gebruikt in de bouw, wasmiddelen en cosmetica. Nergens is de strijd om zand zo hevig als in India. Daar gaat de zandwinning niet alleen ten koste van de natuur, maar ook van mensenlevens.

    Keuze uit het archief

    Zand is niet weg te denken uit de geschiedenis van de mensheid. De oude Egyptenaren gebruikten het reeds om pyramides van te bouwen en ook beton – een mengsel van grind, zand en cement – was al in de oudheid bekend. Zand is niet alleen geschikt als bouwmateriaal, maar zit ook verstopt in producten als tandpasta, glas, cosmetica en microchips.
    Het natuurproduct wordt echter steeds schaarser, omdat er door de wereldwijde bouwhausse steeds grotere hoeveelheden zand nodig zijn. Zandwinning is alleen wel schadelijk voor ecosystemen en daarom niet overal toegestaan. Zo zijn er in India meerdere gebieden waar het illegaal is, maar waar zandwinners de regels aan hun laars lappen omdat er enorm veel te verdienen valt aan de zandexport. Mensen die ze erop aanspreken, doen dat met gevaar voor eigen leven. Zandwinning kost dus niet alleen het leven aan vogels en vissen, maar ook aan mensen, zoals blijkt uit dit artikel van het Amerikaanse maandblad WIRED.

    De moordenaars reden langzaam het steegje door, drie op één motorfiets gepropte mannen. Het was even na elf uur ’s ochtends op 31 juli 2013 en de zon brandde op de lage, eenvoudige huizenblokken langs een achterafstraatje van het Indiase boerendorp Raipur Khadar. Vage geuren van specerijen, stof en rioolwater kruidden de lucht. De mannen zetten de motor stil voor de oranje deur van een twee verdiepingen hoog huis van baksteen en pleisterkalk. Twee van hen stapten af, duwden de niet-afgesloten deur open en slopen de verduisterde slaapkamer aan de andere kant binnen. De onderkant van hun gezicht was met een witte sjaal bedekt. Een van hen had een pistool.

    In de slaapkamer lag Paleram Chauhan, een 52-jarige boer, een dutje te doen na een vroege lunch. In de aangrenzende kamer waren zijn vrouw en schoondochter aan het schoonmaken, terwijl Palerams zoon met zijn neefje van drie speelde.
    Schoten daverden door het huis. Preeti Chauhan, Palerams schoondochter, stormde de kamer binnen, met Ravindra op haar hielen. Door de open deur zag ze de moordenaars weer op hun motorfiets springen en wegscheuren.

    Paleram lag op zijn bed, terwijl het bloed uit zijn buik, keel en hoofd borrelde. ‘Hij probeerde iets te zeggen, maar dat lukte niet’, zegt Preeti, en haar stem wordt door tranen gesmoord. Ravindra leende de auto van een buurman en reed zijn vader in allerijl naar het ziekenhuis, maar het was te laat. Bij aankomst was Paleram dood.

    Zand is een eindige grondstof, net als alle andere

    Ondanks de maskers twijfelde de familie geen moment wie er achter de moorden zat. Al tien jaar lang drong Paleram er bij de plaatselijke autoriteiten op aan om een machtige criminele bende op te rollen die zijn hoofdkwartier in Raipur Khadar had. De ‘maffia’, zoals de mensen hen noemden, beroofde het dorp al jaren van een felbegeerde natuurlijke hulpbron, een van de meest gewilde grondstoffen van de 21ste eeuw: zand.

    Precies. Paleram Chauhan werd vermoord vanwege zand. En hij was niet de eerste, noch de laatste.

    Werklieden slaan stenen fijn tot zand in een illegale mijn bij het dorp Raipur Khadar. – © Adam Ferguson
    Werklieden slaan stenen fijn tot zand in een illegale mijn bij het dorp Raipur Khadar. – © Adam Ferguson

    Wereldwijde bouwhausse

    Onze beschaving is letterlijk op zand gebouwd. Al zeker sinds de oude Egyptenaren gebruiken mensen het voor de bouw. In de vijftiende eeuw vond een Italiaanse handwerksman uit hoe je van zand doorzichtig glas kunt maken, wat de weg effende voor microscopen, telescopen en andere technologische vindingen, zoals betaalbare ramen, die mede tot de wetenschappelijke revolutie van de Renaissance leidden. Verscheidene zandsoorten zijn een essentieel bestanddeel van wasmiddelen, cosmetica, tandpasta, zonnepanelen, microchips en vooral gebouwen; elke betonconstructie bestaat in wezen uit tonnen zand en grind die met cement aan elkaar zijn gelijmd.

    Zand – kleine, losse korrels steen en ander hard materiaal – kan worden gemaakt door gletsjers die stenen vermalen, door oceanen die schelpen verpulveren en zelfs door lava dat afkoelt en vergruist bij contact met de lucht. Maar bijna zeventig procent van alle zandkorrels op aarde is kwarts, gevormd door verwering. De tijd en de elementen knagen aan rotsen, boven en onder de grond, en schuren er korrels af. Rivieren transporteren tonnen van deze korrels tot in de verre omtrek, hopen ze op op hun beddingen en op plekken waar ze in zee uitmonden.

    Naast water en licht is zand een van de natuurlijke hulpbronnen die het meest door de mens worden aangewend. Mensen gebruiken jaarlijks meer dan 40 miljard ton zand en grind. Er is zoveel vraag naar dat overal ter wereld rivierbeddingen en stranden worden afgegraven. Woestijnzand is over het algemeen ongeschikt voor de bouw: omdat ze niet door water, maar door lucht zijn gevormd, zijn woestijnkorrels te rond om zich goed te binden. De hoeveelheid zand die wordt gewonnen, stijgt exponentieel.

    In India heeft de oorlog tussen en tegen de ‘zandmaffia’ al honderden levens gekost

    Hoewel de voorraad misschien eindeloos lijkt, is zand een eindige grondstof, net als alle andere. De wereldwijde bouwhausse van de laatste jaren – al die megasteden die uit de grond schieten, van Lagos tot Beijing – verslindt ongekende hoeveelheden; in de zandindustrie gaat 70 miljard dollar om. In Dubai hebben enorme landwinningsprojecten en duizelingwekkende wolkenkrabbers alle nabije bronnen uitgeput. Australische exporteurs verkopen letterlijk zand aan Arabieren.

    Op sommige plekken baggeren multinationals zand op met enorme machines; op andere haalt de plaatselijke bevolking het weg met scheppen en pick-uptrucks. Naarmate groeves en rivierbeddingen uitgeput raken, richten zandwinners zich op de zee, waar duizenden schepen nu enorme hoeveelheden van de oceaanbodem opzuigen. Dit is dikwijls funest voor rivieren, delta’s en zee-ecosystemen. De zandwinning in de VS wordt verantwoordelijk gehouden voor stranderosie, water- en luchtvervuiling en ander onheil, van de Californische kust tot de meren in Wisconsin. Het Indiase hooggerechtshof heeft onlangs gewaarschuwd dat zandwinning op de oevers overal in het land bruggen ondermijnt en ecosystemen verstoort doordat vissen en vogels worden uitgeroeid. Maar de verordeningen zijn schaars en de bereidheid om er gevolg aan te geven is nog schaarser, vooral in ontwikkelingslanden.

    Zandwinning heeft sinds 2005 minstens twee dozijn Indonesische eilanden weggevaagd. Het zand van die eilanden kwam meestal terecht in Singapore, dat reusachtige hoeveelheden nodig heeft voor zijn kunstmatige gebieduitbreidingsprogramma om land op de zee te winnen. De stadstaat heeft de afgelopen veertig jaar 130 vierkante kilometer land toegevoegd en gaat daar onverdroten mee door, waardoor de Singaporezen veruit de grootste zandimporteurs ter wereld zijn. De indirecte milieuschade is zo extreem dat Indonesië, Maleisië en Vietnam de export van zand naar Singapore allemaal aan banden hebben gelegd of verboden.

    Illegale zandwinning

    Dit alles heeft wereldwijd tot een illegale zandwinningshausse geleid. In het binnenland van het Indonesische eiland Bali, ver van de toeristenstranden, bezoek ik een zandwinningsgebied. Het ziet eruit als Shangri-La na een meteoorinslag. Midden in een prachtige vallei die zich tussen groene bergen door kronkelt, omgeven door jungle en rijstvelden, gaapt een onregelmatig gevormde, zes hectare grote groeve van blootgelegd zand en steen. Op de bodem zijn mannen in korte broek en op teenslippers met mokers en scheppen bezig om zand en grind in ratelende, rook uitbrakende sorteermachines te laden.

    ‘Degenen die een vergunning hebben om zand op te graven, moeten ook voor het herstel van het land betalen,’ zegt Nyoman Sadra, een voormalig lid van het regionale bestuur. ‘Maar 70 procent van de zandwinners heeft geen vergunning.’ Zelfs bedrijven met een vergunning strooien met steekpenningen om kuilen te kunnen graven die breder of dieper zijn dan toegestaan.

    Op dit moment graven criminele bendes in minstens een tiental landen, van Jamaica tot Nigeria, tonnen zand per jaar op om op de zwarte markt te verkopen. De helft van het zand dat voor de bouw in Marokko wordt gebruikt, is naar schatting illegaal gewonnen; hele stukken strand verdwijnen. Een van de beruchtste gangsters van Israël, een man die van betrokkenheid bij een groot aantal recente aanslagen met autobommen wordt verdacht, begon zijn carrière met het stelen van zand van openbare stranden. Tientallen Maleisische ambtenaren werden in 2010 aangeklaagd omdat ze in ruil voor steekpenningen en seksuele gunsten hadden toegestaan dat illegaal gewonnen zand naar Singapore werd gesmokkeld.

    Maar nergens wordt meedogenlozer om zand gestreden dan in India. De oorlog tussen en tegen de ‘zandmaffia’ daar heeft volgens berichten de afgelopen jaren aan honderden mensen het leven gekost, onder wie politiemensen, andere ambtenaren en gewone mensen als Paleram Chauhan.

    De streek rond Raipur Khadar was vroeger voornamelijk landbouwgebied, vol tarwe en groente die op de schorren rond de rivier de Yamuna werden verbouwd. Maar Delhi, op minder dan een uur rijden noordwaarts, rukt snel op. Terwijl ik over een nieuwe zesbaanssnelweg door Gautam Budh Nagar rijd, het district waarin Raipur Khadar ligt, passeer ik de ene bouwplaats na de andere; nieuwe torens van glas en cement die naar de hemel groeien en het Indiase landschap kilometers lang beheersen alsof de credits aan het begin van Game of Thrones werkelijkheid zijn geworden. Naast talloze winkelcentra, flatgebouwen en kantoortorens is er een tweeduizend hectare grote ‘Sports City’ in de maak, inclusief diverse stadions en een Formule 1-circuit.

    De bouwhausse is ongeveer tien jaar geleden op gang gekomen, en daarmee de zandmaffia. ‘Er was al eerder wat illegale zandwinning’, zegt Dushynt Nagar, hoofd van een plaatselijke boerenbond, ‘maar niet in die mate dat er land werd gestolen of mensen werden vermoord.’

    De familie Chauhan

    De familie Chauhan woont al eeuwen in het gebied, vertelt Palerams zoon Aakash me. Hij is een slanke jongeman met grote bruine ogen en wijkend zwart haar en draagt een spijkerbroek, een grijs sweatshirt en teenslippers. We zitten op plastic stoelen die op de kale betonnen vloer van de woonkamer van de familie zijn gezet, slechts een paar meter van de plek waar zijn vader werd vermoord.

    De familie bezit ongeveer vier hectare land en deelt zo’n tachtig hectare gemeentegrond met de rest van het dorp – althans vroeger. Een jaar of tien geleden eigende een groep plaatselijke ‘bodybuilders’, zoals Aakash hen noemt, geleid door Rajpal Chauhan (geen familie, het is een veel voorkomende achternaam) en zijn drie zoons, zich de zeggenschap over de gemeentegrond toe. Ze schraapten de bovenste laag af en begonnen het zand op te graven dat daar eeuwenlang door de overstromende Yamuna was gedeponeerd. Om het nog erger te maken, remde het stof dat daarbij vrijkwam de groei van de gewassen eromheen af.

    Als lid van de panchayat, de gemeenteraad van het dorp, leidde Paleram de campagne om een eind aan de zandwinning te maken. Dat had vrij simpel moeten zijn. Behalve dat de grond van het dorp werd gestolen, is zandwinning ten strengste verboden in het gebied rond Raipur Khadar omdat het dicht bij een vogelreservaat ligt. En de regering weet wat er gebeurt: in 2013 constateerde een onderzoeksteam van het federale ministerie van Milieu en Bosbeheer ‘overvloedige, onwetenschappelijke en illegale winning’ in heel Gautam Budh Nagar.

    Desondanks konden Paleram en andere dorpelingen het geen halt toeroepen. Ze klaagden jarenlang bij politie, bestuursambtenaren en rechtbanken – maar er gebeurde niets. Naar verluidt accepteren veel plaatselijke overheden steekpenningen van de zandwinners om zich niet met hun zaken te bemoeien – en niet zelden zijn ze ook zelf bij die zaken betrokken.

    De afgelopen drie jaar hebben zandwinners minstens twee politiemensen gedood en vele andere aangevallen

    Voor degenen die geen steekpenningen aannemen, is de maffia niet zachtzinnig. ‘We doen regelmatig controles bij de illegale zandwinners,’ zegt Navin Das, die de leiding heeft over de zandwinning in Gautam Budh Nagar. ‘Maar het is erg moeilijk omdat we worden aangevallen en beschoten.’ De afgelopen drie jaar hebben zandwinners minstens twee politiemensen gedood en vele andere aangevallen, evenals bestuursambtenaren en klokkenluiders. Afgelopen maart nog, vlak na mijn terugkomst uit India, belandde een televisiejournalist in het ziekenhuis na een aanslag door illegale zandwinners.

    Volgens gerechtelijke documenten hebben Rajpal en zijn zoons zowel Paleram en zijn familie als andere dorpelingen bedreigd. Aakash kent een van de zoons, Sonu, uit de tijd dat ze samen op school zaten. ‘Hij was altijd een keurige jongen,’ zegt Aakash. ‘Maar toen hij in de zandbusiness terechtkwam en snel geld begon te verdienen, ontwikkelde hij zich tot crimineel en werd hij erg agressief.’ Uiteindelijk arresteerde de politie Sonu in de lente van 2013 en legde beslag op enkele van zijn vrachtwagens. Maar hij kwam al gauw op borgtocht vrij.

    Op een ochtend reed Paleram op zijn fiets naar zijn akkers, die vlak naast de zandgroeve liggen, en kwam hij Sonu tegen. ‘Hij zei: Het is jouw schuld dat ik de gevangenis in moest, aldus Aakash. ‘Hij zei dat mijn vader de zaak moest laten rusten.’ In plaats daarvan diende Paleram opnieuw een klacht in bij de politie. Een paar dagen later werd hij doodgeschoten.

    Sonu, zijn broer Kuldeep en zijn vader Rajpal werden voor de moord gearresteerd. Ze zijn momenteel allemaal op borgtocht vrij. Aakash komt hen af en toe tegen. ‘Het is een klein dorp,’ zegt hij.

    Duiken naar rivierzand

    In de brede Thane Creek, een troebele inham even buiten Mumbai, wemelt het op een ochtend in februari van de houten bootjes. Honderden liggen er voor anker, romp tegen romp, in een onregelmatige rij die zich een kleine kilometer uitstrekt. De oevers zijn begroeid met groene mangroves, waar flatgebouwen bovenuit torenen. Er hangt een flauwe zweem van zout in de lucht van de nabije Arabische Zee, vermengd met diesel van de bootmotoren.

    Elke boot heeft zes tot tien man aan boord. Een of twee van hen duiken naar de rivierbodem, vullen een metalen emmer met zand en komen weer boven, terwijl het water uit hun zwarte haar en snor stroomt. Daarna hijsen twee anderen, die met blote voeten op planken staan die uit de boot steken, de emmer op met touwen. Hun afgetrainde, gespierde lijven zouden elke sportschoolhipster jaloers maken als de pijs ervoor niet zo hoog was.

    Pralhad Mhatre (41) duikt tweehonderd keer per dag, zegt hij. Hij doet het werk al zestien jaar. Hij verdient bijna het dubbele van de hijsers, maar het blijft niet veel, zo’n zestien dollar per dag. Hij wil dat zijn zoon en drie dochters een ander beroep kiezen, niet in de laatste plaats omdat hij denkt dat er weldra geen rivierzand meer zal zijn. ‘Toen ik begon, hoefden we maar zes meter diep te gaan,’ zegt hij. ‘Nu is het twaalf. We kunnen hoogstens vijftien meter diep duiken. Als het veel lager wordt, zijn we onze baan kwijt.’

    De volgende dag neemt Sumaira Abdulali, India’s belangrijkste actievoerder tegen illegale zandwinning, me mee naar een ander soort groeve. Abdulali is een beschaafd, gefortuneerd lid van de bourgeoisie in Mumbai, met een zachte stem en een voorname manier van doen. Ze reist al jarenlang in een auto met leren bekleding en chauffeur naar afgelegen gebieden om foto’s te maken van het werk van de zandmaffia. Daarbij is ze beledigd, bedreigd, met stenen bekogeld, met hoge snelheid achtervolgd, zijn haar autoruiten kapotgeslagen en heeft ze zo’n harde klap gekregen dat er een tand afbrak.

    ‘Het fundamentele probleem is ongebreidelde cementbouw’

    Abdulali raakte betrokken toen zandwinners een strand in de buurt van Mumbai begonnen te vernielen waar haar familie al generaties lang de vakanties doorbracht. In 2004 ondernam ze het eerste gerechtelijke burgerinitiatief tegen de zandwinning in India. Dat haalde de kranten, zodat Abdulali een stortvloed van telefoontjes uit het hele land kreeg van mensen die haar hulp zochten om hun eigen plaatselijke zandmaffia tegen te houden. Sindsdien heeft Abdulali tientallen mensen geholpen bij het opstellen van hun aangiften en blijft ze de plaatselijke ambtenaren en kranten bestoken met een gestage stroom goed gedocumenteerde klachten van eigen hand. ‘We kunnen de bouw niet tegenhouden. We willen de ontwikkeling geen halt toeroepen’, zegt ze in een Engels met een Brits-Indisch accent. ‘Maar we willen dat men zijn verantwoordelijkheid neemt.’

    Abdulali neemt me mee naar het plattelandsstadje Mahad, waar zandwinners ooit haar auto kapotsloegen. Zandwinning is ten strengste verboden in die regio omdat vlakbij een beschermd kustgebied ligt. Desondanks komen we in de jungleheuvels niet ver buiten het stadje een grijsgroene rivier tegen waarop boten open en bloot zand van de rivierbodem opzuigen met dieselpompen. De oevers liggen bezaaid met enorme zandhopen, die mannen met graafmachines op vrachtwagens scheppen.

    Kort daarna, weer op de hoofdweg, rijden we achter een klein konvooi van drie zandtrucks. Ze denderen ongestoord langs een politiebusje dat langs de weg staat geparkeerd. Een tweetal agenten staat er werkeloos naast en kijkt naar het passerende verkeer. Een derde doet binnen een dutje, met zijn stoel volledig naar achter geklapt. Dit is te veel voor Abdulali. We stoppen naast het busje. Een agent die de leiding lijkt te hebben, neemt er daarbinnen zijn gemak van, gekleed in een kaki-uniform, met sterren op zijn schouders en zwarte sokken aan zijn voeten. Zijn schoenen heeft hij uitgetrokken. ‘Heeft u die trucks met zand niet gezien die net zijn gepasseerd?’ vraagt Abdulali.

    ‘We hebben vanochtend een paar keer verbaal opgemaakt,’ antwoordt de agent vriendelijk. ‘Nu hebben we lunchpauze.’ Bij het wegrijden passeren we nog een zandtruck die een paar honderd meter verderop langs de weg staat geparkeerd.
    Enige tijd later stel ik hierover vragen aan een plaatselijke ambtenaar. ‘De politie is twee handen op een buik met de zandwinners,’ zegt de ambtenaar, die me verzoekt zijn naam niet te noemen. ‘Als ik de politie bel om me te begeleiden bij een controle, tippen ze de zandwinners dat we eraan komen.’ Zelfs in de zaken die hij voor de rechter heeft gebracht, is er niemand veroordeeld. ‘Ze glippen er altijd door vanwege een vormfout.’

    Werklieden uit Bangladesh laden zand uit Indiase boten bij de Thane-rivier bij Mumbai. – © Adam Ferguson
    Werklieden uit Bangladesh laden zand uit Indiase boten bij de Thane-rivier bij Mumbai. – © Adam Ferguson

    Gespannen sfeer

    Terug in Raipur Khadar, na mijn gesprek met de familie van Paleram Chauhan, is zijn zoon Aakash bereid mij en mijn tolk, Kumar Sambhav, de gemeentegrond te laten zien die de maffia in bezit heeft genomen. We hadden die ochtend een auto gehuurd in Delhi en Aakash wijst onze chauffeur de weg. Het is moeilijk te missen: recht tegenover het dorp aan de overkant van de weg ligt een stuk opengereten land met kraters van drie tot zes meter diep en huizenhoge bergen zand en steen. Her en der rijden trucks en grondverzetmachines rond en groepjes mannen, in totaal minstens vijftig, slaan stenen stuk met hamers en scheppen zand in trucks. Ze blijven naar onze auto staren terwijl we langzaam voorbijrijden over het onverharde pad met diepe voren dat door het winningsgebied loopt. Aakash wijst behoedzaam naar een lange, gezette man in spijkerbroek en overhemd: Sonu.

    Even later, ver in het winningsgebied, stappen we uit om foto’s te maken van een uitzonderlijk grote krater. Na enkele minuten ziet Aakash drie mannen, van wie drie met een schep, doelbewust op ons af benen. ‘Sonu komt eraan,’ mompelt hij.

    We beginnen terug te lopen naar de auto en proberen niet gehaast te lijken. Maar we zijn te langzaam. ‘Klootzak!’ brult Sonu, nu nog maar een paar meter van ons vandaan, tegen Aakash. ‘Wat moet je hier?’

    Aakash zwijgt. Sambhav mompelt iets van dat we maar toeristen zijn, terwijl we allemaal in de auto stappen. ‘Ik zal jullie zusterneukers een rondleiding geven,’ zegt Sonu. Hij rukt het portier van onze chauffeur open en gebiedt hem uit te stappen. De chauffeur gehoorzaamt, zodat de rest van ons wel moet volgen. Aakash blijft wijselijk zitten.
    ‘We zijn journalisten,’ zegt Sambhav. ‘We zijn hier om te kijken hoe de zandwinning verloopt.’ (Dit gesprek ging geheel in het Hindi; Sambhav heeft het naderhand voor me vertaald.’)
    ‘Zandwinning?’ zegt Sonu. ‘We winnen helemaal geen zand. Wat hebben jullie gezien?’
    ‘We hebben gezien wat we gezien hebben. En nu gaan we weg.’
    ‘Nee, geen sprake van,’ zegt Sonu.

    ‘In ons systeem kun je alles gemakkelijk met geld kopen – getuigen, politie, bestuursambtenaren’

    Zo gaat het gesprek enkele minuten door in een sfeer die steeds gespannener wordt, totdat een van Sonu’s bullebakken op de aanwezigheid van een buitenlander wijst – ik. Dit doet Sonu en zijn mannen aarzelen. Een westerling als ik iets aandoen zou ze veel meer problemen bezorgen dan een plaatselijke bewoner als Aakash aanpakken. We grijpen de kans om weer in de auto te stappen en rijden weg. Sonu kijkt ons woedend na.

    De zaak tegen Sonu en zijn familie vindt moeizaam zijn weg door de trage gerechtelijke molens van India. De vooruitzichten zijn niet geweldig. ‘In ons systeem kun je alles gemakkelijk met geld kopen – getuigen, politie, bestuursambtenaren’, vertelt een jurist die nauw bij de zaak betrokken is, op voorwaarde van anonimiteit. ‘En die lui hebben een hoop geld dankzij de zandwinning.’

    Aakash houdt contact met politierechercheurs en heeft geprobeerd de Indiase Nationale Commissie voor de Mensenrechten erbij te halen. Zijn moeder smeekt hem de zaak te laten rusten, vooral sinds haar andere zoon, Aakashs broer Ravindra – die de hoofdgetuige was in de zaak – vorig jaar dood is aangetroffen langs een spoorbaan, vermoedelijk overreden door een trein. Niemand weet precies hoe dat heeft kunnen gebeuren.

    Vraag en aanbod

    Ondertussen zet India met vallen en opstaan stappen om de zandwinning aan banden te leggen. Het Nationale Groene Tribunaal, een soort federaal gerechtshof voor milieuzaken, heeft zijn deuren geopend voor elke burger die een klacht wil indienen over illegale zandwinning. Op sommige plekken hebben burgers wegen geblokkeerd om zandtrucks tegen te houden, en bijna elke dag verklaart een plaatselijke of staatsambtenaar vastbesloten te zijn de zandwinning aan te pakken. Soms nemen ze zelfs trucks in beslag, leggen ze boetes op of verrichten ze arrestaties. Zelfs de pasbenoemde politierechter van Gautam Budh Nagar maakte vorige maand goede sier door tientallen zandtrucs te confisqueren en diverse mensen te arresteren.

    Maar India is een onmetelijk land met meer dan een miljard mensen. Er wordt hoogstwaarschijnlijk op duizenden plekken illegaal zand gewonnen. Corruptie en geweld zullen zelfs de best bedoelde pogingen om dat tegen te gaan dwarsbomen. In wezen is het een kwestie van vraag en aanbod. Het aanbod van zand dat op een verantwoorde manier kan worden gewonnen is eindig. Maar de vraag ernaar niet.

    Elke dag groeit de wereldbevolking. Steeds meer mensen in India – en overal elders – willen fatsoenlijke huizen om in te wonen, kantoren en fabrieken om in te werken, centra om in te winkelen en wegen om dat alles te verbinden. Volgens de klassieke opvatting vereist economische ontwikkeling beton en glas. En dus zand.

    ‘Het fundamentele probleem is de ongebreidelde cementbouw’, zegt Ritwick Dutta, een vooraanstaande Indiase milieuadvocaat. ‘Daarom is de zandmaffia zo gigantisch geworden. Zand is overal.’

  • De kleur van de oorlog

    De kleur van de oorlog

    Marjoleine Boonstra ontmoet mensen die een oorlog hebben meegemaakt, een overstroming of iets anders dat hun leven op z’n kop heeft gezet. Zij treft hen wanneer journalisten de plek des onheils hebben verlaten. Ze tonen hun verdriet en hun overlevingskracht.

    Keep on Steppin’ is een crossmediaal project dat bestaat uit vijf korte films, een iPad-applicatie, een website, een boek en een fototentoonstelling. De korte films kunt u hieronder bekijken. De eerste vier zijn ooggetuigenverslagen uit Afghanistan, New Orleans en Bosnië, verteld door een voice-over. In ‘The Making Of’ (onderaan) legt Boonstra uit hoe Keep on Steppin’ tot stand gekomen is.

    Regie en camera
    Marjoleine Boonstra
    Producenten
    Femke Wolting en Bruno Felix, Submarine Channel
    Scenario
    Céline Linssen
    Design & Animatie
    Jurriaan Esmeijer en Christiaan de Rooij
    Interactie design
    Jurriaan Esmeijer
    Stemmen
    Peter Blok, Pierre Bokma, Carine Crutzen, Dorothy Heady-Caroll en Gijs Scholten van Aschat

    Deze bijdrage kwam tot stand dankzij de makers en een samenwerkingsverband tussen 360 en Submarine Channel. Submarine is een productiestudio in Amsterdam waar speelfilms, documentaires, animaties en crossmediale projecten worden ontwikkeld.