Tag: Orbán

  • Orbáns oorlog tegen Soros wordt steeds absurder

    Orbáns oorlog tegen Soros wordt steeds absurder

    De Hongaarse regering schakelt een tandje bij in de propagandaoorlog tegen belegger George Soros. Men waarschuwt nu zelfs voor ‘burgeroorlogachtige toestanden’.

    Wie dacht dat de campagne van de Hongaarse regering tegen belegger en filantroop George Soros zijn dieptepunt wel had bereikt, komt bedrogen uit. In een postercampagne in juli werd het land zo ongeveer overstroomd met weinig flatteuze portretten van de 86-jarige Amerikaan van Hongaarse afkomst. Naast de gemene grijns waarmee hij was afgebeeld stond: ‘Wij staan niet toe dat Soros als laatste lacht.’ En de volgende propagandagolf is al onderweg. De regering heeft een ‘nationale consultatie’ georganiseerd: een soort volksraadpleging die door de partij van Orbán, Fidesz, is ingevoerd. Aan alle huishoudens wordt een lijst met uiterst suggestieve vragen gestuurd, dit keer over het zogenaamde ‘Soros-plan’: het door de regering naar voren gebrachte verwijt dat Soros jaarlijks een miljoen migranten in Europa wil vestigen en zodoende de naties wil opheffen.

    Staatsvijand

    Fidesz-fractieleider Lajos Kósa bevestigt dit voornemen in de wandelgangen van een besloten vergadering in Velence, waar de partij bijeen is ter voorbereiding op de parlementsverkiezingen van komend voorjaar. ‘Het echte gevaar komt van het plan-Soros,’ zei premier Orbán in zijn speech, aldus de regeringsgezinde internetsite Origo. Naar aanleiding van de nederlaag van de Hongaarse regering − wier klacht over het verplichte quotum asielzoekers door het Hof van Justitie van de Europese Unie werd afgewezen − verklaarde hij dat Brussel ‘de wil van Soros’ probeert door te zetten. Maar de EU zou Hongarije niet klein krijgen en het plan zou tot mislukken gedoemd zijn als het volk Fidesz steunde en Orbán voor de derde keer de verkiezingen zou winnen.

    Al maanden lijkt dit het belangrijkste verkiezingsthema van Fidesz te worden. Orbán heeft voor zijn confronterende en polariserende politieke stijl altijd een tegenstander nodig, en daarvoor voldoet de zwakke oppositie allang niet meer. Daarom heeft hij Soros de afgelopen twee jaar uitgeroepen tot een soort staatsvijand die op de achtergrond alles aanstuurt. Kritische, linkse non-gouvernementele organisaties (ngo’s) en zelfs de EU worden door diens ‘maffia-achtige netwerk’ beïnvloed, zo beweert Orbán. Het afwijzen van de klacht van Hongarije door het Europese Hof is een geschenk uit de hemel, omdat het zijn standpunt bevestigt.

    Maar op deze manier wordt het verhitte klimaat geschapen waarin Orbán floreert en waardoor hij zich als redder van Hongarije kan voordoen

    In haar veldtocht tegen Soros − die pikant genoeg ooit Orbán ondersteunde met een beurs voor Oxford − pakte de regering afgelopen voorjaar eerst de door de miljardair opgerichte Central European University aan. Ze vaardigde kort daarop een wet uit die alle vanuit het buitenland gefinancierde ngo’s aan de leiband legt. Ook al heeft de postercampagne in juli volgens Hongaarse media de belastingbetaler meer dan 17 miljoen euro gekost en de regering het verwijt bezorgd antisemitisch te zijn, de toon is inmiddels nog veel grover geworden. Al in maart waarschuwde László Kövér, een van de voornaamste Fidesz-ideologen, dat er voorafgaand aan de verkiezingen gewelddadige botsingen zouden komen. Hij had het over een mogelijke aanval op Hongaarse instituties door een vermeende alliantie van de oppositie met ‘organisaties van Soros’. Kövér beweerde zelfs dat in Boedapest burgeroorlogachtige toestanden dreigden te ontstaan.

    De laatste tijd hebben steeds meer partijvertegenwoordigers zijn waarschuwing voor een ‘hete herfst’ overgenomen, al is daar geen enkele concrete aanwijzing voor. Links Hongarije bevindt zich nog steeds in een beklagenswaardige positie en is alleen met zichzelf bezig, terwijl de rechts-extremistische partij Jobbik zich de afgelopen twee jaar opvallend gematigd opstelt. Bij de laatste grote demonstraties, zoals die tegen de ngo-wet, kwam het niet tot botsingen van enige omvang. Toch verklaarde de plaatsvervangend voorzitter van de nationale veiligheidscommissie (en van Fidesz), Szilárd Németh, dat de geheime diensten straatgevechten voorafgaand aan de verkiezingen als een serieus gevaar beschouwden. Door het buitenland gefinancierde organisaties zouden van plan zijn de binnenlandse orde in Hongarije te verstoren, beweerde Németh, en hij noemde drie activistische leden van de oppositie, onder wie de internationaal bekende toneelregisseur Árpád Schilling, als de aanstichters. Volgens de website Budapest Beacon verklaarden andere leden van de veiligheidscommissie juist dat de geheime diensten helemaal niet hadden gewaarschuwd voor onrust.

    Iets dergelijks gebeurde recent met betrekking tot journalisten die de regering onwelgevallig waren. Al eind juli had Orbán in zijn jaarlijkse toespraak op de zomeruniversiteit in Baile Tusnad (een stad in Roemenië waar veel etnische Hongaren wonen) gezegd dat de verkiezingsstrijd niet tegen de oppositie zou worden gevoerd, maar tegen vijanden van buiten. Hij noemde zoals gebruikelijk het ‘netwerk’ van Soros, maar voor het eerst ook diens ‘media’. Een paar dagen geleden publiceerde de nieuwssite 888.hu, eigendom van een nauw aan Orbán gelieerde adviseur, een lijst van ‘Soros-propagandisten’ die Hongarije in het buitenland zwartmaken. De Hongaarse Vereniging van Journalisten Múosz veroordeelde de lijst, waarop namen van medewerkers van Politico, Reuters en Bloomberg prijkten.

    Geen enkel bewijs

    Voor de tegen leden van de oppositie, journalisten en activisten ingebrachte verwijten ontbreekt ieder bewijs. Maar op deze manier wordt het verhitte klimaat geschapen waarin Orbán floreert en waardoor hij zich als redder van Hongarije kan voordoen. De ‘nationale consultatie’ tegen het ‘Soros-plan’ dient geen enkel ander doel, evenmin als die tegen de EU afgelopen voorjaar. Ook toen verpakte de regering in een overheidsenquête een massa valse beweringen, zodanig dat de Europese Commissie zich genoodzaakt zag die in een brochure van vier pagina’s te rectificeren. De juridisch overigens vrijblijvende enquêtes kosten de belastingbetaler 4 miljoen euro, aldus de krant Magyar Nemzet. En daar komt de miljoenen verslindende informatiecampagne, die feitelijk alleen Fidesz-propaganda is, nog bij.

    Auteur: Meret Baumann

    Openingsbeeld: De gewraakte poster waarop Soros met een gemene grijns staat afgebeeld. – © HH

    Text Here Neue Zürcher Zeitung
    Zwitserland | dagblad | oplage 155.000

    Een van de oudste kranten ter wereld. Dagblad van wereldklasse bekend om zijn intellectuele diepgaande stijl en zijn liberale signatuur.

  • 4. Orbán droomt van een gesloten staat

    4. Orbán droomt van een gesloten staat

    Het nationalisme van het Hongaarse regime is een schaamlap voor corruptie en neoliberalisme, aldus een Hongaarse columnist.

    De huidige critici van de Europese Unie willen dat de natiestaten terugkeren. Viktor Orbán heeft dit een prioritaire doelstelling genoemd in zijn jaarlijkse toespraak [uitgesproken op 10 februari jl.] Culturele en economische soevereiniteit is altijd al zijn belangrijkste stokpaardje geweest. Aan de ene kant zou de natiestaat volgens hem kunnen zorgen voor culturele homogeniteit. Aan de andere kant zou de natiestaat de onderlinge concurrentie tussen landen op het gebied van belastingen en lonen bevorderen. Maar waarom zou een van deze twee benaderingen nu uitgerekend voor Hongarije gunstig zijn?

    Wie honderd jaar na de ineenstorting van de Habsburgse monarchie, die de multiculturele vrede op wonderbaarlijke wijze had weten te bewaren, in Midden-Europa tot iedere prijs zou willen terugkeren naar de natiestaat of naar etnische homogeniteit, heeft niets begrepen van de geschiedenis. En ook niet van het heden. De natiestaat van Viktor Orbán is weliswaar handig, want het lukt om Audi en Mercedes aan te trekken met lage lonen en karige arbeidsvoorwaarden. Maar het wordt veel minder efficiënt wanneer je het salaris van een Duitse werknemer in Ingolstadt afzet tegen een Hongaarse arbeider die in Györ zwoegt.

    Dan verliest het kader van de natiestaat zijn aantrekkelijkheid ten opzichte van een pan-Europese benadering. Het is geen toeval dat een natiestaat als Ierland Apple toestond om de fiscus te tillen. In die kwestie waren noch Orbán, noch Le Pen, noch Heinz-Christian Strache [de leider van de Oostenrijkse FPÖ] verontwaardigd over een multinational die de regels van het oude continent en zijn burgers met voeten trad. Het was de Europese Commissie die in actie kwam. De extreem-rechtse partijen, de ridders van de natiestaat, zijn vooral degenen die, achter hun façade van xenofobie, hun eigen arbeiders uitleveren aan de grillen van de globalisering zodra ze een hoge positie hebben bereikt.

    De beste truc van het nationalisme 
is de kiezers ervan te overtuigen dat 
ze zich moeten laten leiden door hun onderbuikgevoelens, als leden van een gedroomde nationale gemeenschap, 
in weerwil van rationele belangen

    Het verbaast dus niet dat groeperingen die de EU op de korrel nemen en er zelfs van gruwen – van de Lega Nord en de FPÖ tot Fidesz – pleiten voor een neoliberaal beleid tegen armoedzaaiers wanneer ze regeren. Het is per slot van rekening heel eenvoudig om Brussel ervan te beschuldigen te hebben bijgedragen aan de daling van de koopkracht en de algehele sociale malaise.

    Viktor Orbán denkt helemaal niet aan de arbeider in Györ wanneer hij de 
natiestaat ophemelt. Hij denkt vooral aan de corruptie, die veel lastiger aan het licht kan worden gebracht in een staat die potdicht zit, en aan de multinationals die hij paait met belastingverlagingen. Het werk van Ulrich Beck (Duitse socioloog, 1944-2015) toont goed aan dat nationalistische retoriek een comfortabele schaamlap is voor 
de kwalijke gevolgen van corruptie en neoliberalisme.

    De beste truc van het nationalisme 
is de kiezers ervan te overtuigen dat 
ze zich moeten laten leiden door hun onderbuikgevoelens, als leden van een gedroomde nationale gemeenschap, 
in weerwil van rationele belangen. 
De arbeider uit het noordoosten van Engeland zou eigenlijk moeten rebelleren tegen de Tories, die zijn positie aanzienlijk hebben verzwakt en hebben bijgedragen aan de stijging van 
de werkloosheid. Maar hij balt zijn vuist tegen Brussel, omdat hij zijn oren laat hangen naar het UKIP-verhaal tegen het sociale Europa, waar 
hij in deze barre tijden toch echt veel baat bij zou hebben.

    Wie de natiestaat in Hongarije bij hoog en bij laag steunt, en dus de grootste pleitbezorger van belastingparadijzen is, blijft de plaatselijke arbeiders afschepen met lage lonen om deze gokstrategie vol te houden die ons onderscheidt van andere landen. Zou dat op termijn echt voordelig zijn voor het land?

    Auteur: Péter Techet
    Vertaler: Dirk Zijlstra

    Lees in deze editie ook het opiniestuk van Ivan Krastev over de anti-EU-partijen.

    Openingsbeeld: Viktor Orbán begroet aanhangers tijdens de Hongaarse nationale feestdag op 15 maart. – © Arpad Kurucz / HH

    Magyar Nemzet
    Hongarije | dagblad | 70.000

    Rechts-conservatief Hongaars dagblad. De krant is gelieerd aan de regerende Fidesz-partij van Viktor Orbán en is altijd kritisch over de linkse oppositiepartij MSZP.

  • 4. De onstuitbare opkomst van de ideeën van Erdogan

    4. De onstuitbare opkomst van de ideeën van Erdogan

    Volgens politicoloog Tanil Bora vertoont het regime van de Turkse president Erdogan veel overeenkomsten met dat van andere conservatieve nationalisten als Viktor Orbán en Vladimir Poetin.

    Gelooft u, in het licht van de huidige debatten over de grondwetsherziening, dat we na het kemalisme [de ideologie van Atatürk, stichter van het moderne Turkije] nu in het tijdperk van het erdoganisme zijn aangeland?

    Het erdoganisme is een concept van westerse politicologen, dat om die reden wordt bekritiseerd en bespot door Turkse conservatieven. Het erdoganisme als ideologie en manier van regeren is gebaseerd op een persoonlijkheidscultus en alleenheerschappij. Het is een concept dat de nadruk legt op de ideologische en intellectuele kneedbaarheid van het regime, in die mate dat alleen de zeggenschap en de willekeur van de machthebber werkelijk van belang zijn. Dit concept stelt ons in staat het huidige Turkse regime te vergelijken met dat van Orbán in Hongarije, Andrzej Duda in Polen of Poetin in Rusland, die evenzeer het product zijn van onze tijd. De meeste van deze leiders zijn conservatieve nationalisten, maar ook ‘sterke mannen’, populisten die de scheiding der machten ter discussie stellen en zich rechtstreeks tot het volk richten door de politieke partijen, de democratische regels en de traditionele reguleringsmechanismen te omzeilen; ze zetten de mechanismen van de representatieve democratie naar hun hand. Ze doen alsof ze hun legitimiteit rechtstreeks aan het volk ontlenen en weigeren de macht te delen, onder het voorwendsel dat de natie ondeelbaar is en de volkssoevereiniteit onvervreemdbaar.

    Anders dan autocratische regimes uit de twintigste eeuw handhaven deze regimes een parlement, een burgermaatschappij en een rechtsapparaat, die ze echter wel uitkleden…

    Ja. De instituties worden uitgekleed naargelang de omstandigheden. Ze verliezen hun onafhankelijkheid en worden instrumenten van de macht of ontwikkelen zich op zo’n manier dat ze hun naam niet langer waardig zijn. Dat is een zeer hedendaags kwaad. De eenentwintigste eeuw maakt een autoritaire ontwikkeling door die aan het fascisme herinnert. Het erdoganisme is de plaatselijke exponent van deze ontwikkeling.

    De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien

    Hoe zou u de betrekkingen tussen het erdoganisme en het islamisme definiëren?

    Het islamisme speelt deels een rol in deze ratjetoe maar het is niet het enige element. Het erdoganisme steunt op een zeer uitgebreid nationalistisch repertoire dat zich uitstrekt van het onkerkelijke nationalisme tot het racistische nationalisme van extreem rechts. We treffen er ook een neo-Ottomaanse tendens in aan die verband houdt met het islamisme maar daar niet toe kan worden beperkt, evenals de gebruikelijke etatistische, op veiligheid gerichte ideologie die erg pregnant blijft. Maar het islamisme is natuurlijk een belangrijke en structurele factor.

    De scheiding der machten wordt opnieuw ter discussie gesteld. Hoe verhoudt het erdoganisme zich tot die scheiding?

    Het uiten van kritiek op maatschappij of politiek geldt momenteel in Turkije als een strafbaar feit en een oproep tot separatisme. De geringste afwijkende mening wordt als een vorm van verraad gezien, als een poging om zout in onze wonden te strooien of de publieke opinie te verdelen. De scheiding der machten wordt als een voorbeeld daarvan gezien. Als je hen mag geloven, betekent alleen het praten over die scheiding al dat je het land verdeelt en het terrorisme in de kaart speelt. De islamistische stroming in Turkije heeft altijd een probleem gehad met de scheiding der machten, maar er zijn twee verschillende tendensen te bespeuren.

    De eerste beschouwt de Turkse variant als veel te streng en pleit voor een ‘werkelijke scheiding’ met een universele strekking, geïnspireerd door de Angelsaksische landen waar men veel gematigder en respectvoller oordeelt over godsdiensten. De tweede tendens is van mening dat de scheiding der machten volstrekt onverenigbaar is met de islam. Deze laatste tendens wint terrein in Turkije maar ze heeft nog niet gewonnen. Naar mijn mening zijn beide richtingen vertegenwoordigd in de islamistische beweging en in de gelederen van de AKP. Hun gemeenschappelijke strategie bestaat erin dat ze de manoeuvreerruimte van de onkerkelijken willen beperken, zoals de laatsten hun best hebben gedaan de manoeuvreerruimte van de islamisten te beperken voordat de AKP aan de macht kwam.

    Streeft het erdoganisme ernaar een natie op te bouwen?

    Natuurlijk. Alle nationalistische ideologieën proberen het volk het beeld op te leggen dat ze van dat volk hebben. Zowel Erdogan als de AKP heeft zijn eigen definitie van het volk, zoals iedereen weet gebaseerd op de praktiserende en conservatieve soennitische meerderheid, die als loyaal wordt gezien en als exponent van het ‘echte land’. Ook de Koerden werden tot op zekere hoogte als een integraal onderdeel van deze meerderheid beschouwd. Tegenwoordig blijven ze stilzwijgend deel uitmaken van het nationale pact, maar worden ze opnieuw gewantrouwd en als een probleem gezien. Kortom, aan de ene kant zou er een werkelijke natie ontstaan, een volk in de meest organische zin van het woord, en aan de andere kant zouden we ‘de anderen’ krijgen, degenen die alleen voor de vorm tot de natie behoren omdat ze daar toevallig staatsburger van zijn. Uitdrukkingen als ‘ons volk’, die op consensus lijken te berusten, hebben in werkelijkheid tot doel een scheiding aan te brengen tussen het ‘echte’ volk en de anderen.

    Tanil Bora.
    Tanil Bora.

    Gaat het erom een vijandbeeld te creëren?

    Absoluut. Als je het volk definieert door het tot deze wezenskenmerken terug te brengen, wordt iedereen die niet in de matrijs past gemarginaliseerd. Deze criminalisering houdt verband met dat nieuwe populistische autoritarisme waarover we het eerder hadden. Dat zit in het DNA van het populisme. Het volk en de natie worden teruggebracht tot een formule, tot een identiteitskenmerk. Deze globale identiteitsformule laat geen enkele plaats aan bloedgroepen, aan afkomst, aan alternatieve keuzes. Deze hartstocht voor uniformiteit en homogeniteit verhindert de opkomst van een reëel pluralisme.

    Dat doet me denken aan de islamistische leider Necmettin Erbakan, van wie de stichters van de AKP zich afscheidden om hun eigen partij te beginnen. Hij had altijd de mond vol van ‘ons volk’. De nationalisten op rechts wilden hem dwingen duidelijk te maken wat hij daarmee bedoelde en wezen erop dat hij nooit over het ‘Turkse volk’ sprak. In feite probeerde Erbakan onder bedekte termen onmin te zaaien in de moslimgemeenschap.

    Wat te denken van de houding van de AKP en Erdogan ten aanzien van het Koerdische probleem? We hebben gezien hoe de AKP bijeenkomsten organiseerde met Koerdische vlaggen en openlijk de term ‘Koerdistan’ gebruikte, maar op andere momenten gewoon ontkende dat er zoiets als een Koerdische kwestie bestond…

    Sinds haar ontstaan doet de AKP alsof ze in staat is de Koerdische kwestie te regelen en heeft ze inderdaad blijk gegeven van een gematigdheid en een souplesse die ongekend zijn voor een rechtse Turkse partij. Als we de vraag naar de juistheid en het democratische of antidemocratische karakter even buiten beschouwing laten, moeten we erkennen dat het aanbieden van een islamitische identiteit een bijdrage heeft geleverd aan de oplossing van de Koerdische kwestie. De AKP heeft blijk gegeven van een groot aanpassingsvermogen zonder zich in het islamitische kader te laten opsluiten. Het is een partij die veel kiezers in de Koerdische regio heeft weten aan te spreken. Maar sindsdien heeft er een complete ommekeer plaatsgevonden.

    We kunnen ons dus afvragen wat de echte AKP is. Is dat de AKP van voor of van na de ommekeer ten aanzien van de Koerdische kwestie?

    Ik zou er een lief ding voor over hebben om in het hoofd te kunnen kijken van al diegenen binnen de AKP die zich voorstander hebben verklaard van een oplossing van de Koerdische kwestie, of dat nu in naam van de islam was of van de democratie. Je zou ze graag over het onderwerp willen horen, maar ze doen er liever het zwijgen toe. Gaat het niet om het belangrijkste probleem in het huidige Turkije? Er is in dit land geen vrijheid van gedachte of publieke opinie meer. Om tal van redenen kunnen deze mensen zich niet langer uitspreken.

    Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken

    Wat vindt u van de Democratische Volkspartij HDP [een linkse partij die is voortgekomen uit de Koerdische politieke beweging]?

    Ik vind dat de HDP heeft blijk gegeven van een bewonderenswaardige hoeveelheid gezond verstand ondanks de pressie en de pogingen van het regime om haar monddood te maken. De leden van de HDP zijn vorig jaar ernstig bekritiseerd omdat ze geen duidelijk standpunt innamen op het moment dat de onenigheden tussen het Turkse leger en de PKK weer begonnen. Ik begrijp die kritiek, maar hun hardnekkige pogingen om de Turkse politiek democratischer te maken ondanks de meedogenloze repressie, de voortdurende beschuldigingen en het isolement waarin ze zijn gedwongen vind ik absoluut opmerkelijk.

    En hoe denkt u over de Republikeinse [sociaaldemocratische] Volkspartij CHP? Daar is een probleem bij de partijleiding.

    Dat komt vooral doordat de partij het niet eens kan worden over fundamentele problemen. Omdat de CHP zich niet kan losmaken van haar etatistische cultuur, wordt ze in de richting van een bepaalde vorm van conservatisme geduwd. Iedereen op links houdt vast aan zijn eigen militante overtuigingen en heeft daarom moeite een ander publiek aan te spreken. Jullie bij Cumhuriyet weten als geen ander hoe treurig het is gesteld met de persvrijheid en de vrijheid van meningsuiting. Elk standpunt kan binnen enkele secondes ongeloofwaardig worden gemaakt met een lawine van laster, beledigingen en pogingen tot intimidatie. De mensen staan enorm onder druk en zoeken hun heil bij elkaar. Ze leven van dag tot dag. Maar je kunt geen politiek bedrijven zonder dat je probeert andere bevolkingsgroepen aan te spreken en je thuishonk verlaat om andere terreinen te verkennen.

    Auteur: Kemal Göktas
    Vertaler: Peter Bergsma

    Openingsbeeld: De Bosnische basketballer Indira Kaljo kreeg van FIBA toestemming om tijdens de wedstrijden haar hoofddoek te dragen. De reguliere Turkse media besteedden uitgebreid aandacht aan haar. – © Elif Ozturk / Anadolu Agency / Getty

  • Tijd voor een cordon sanitaire rond Orbán

    Tijd voor een cordon sanitaire rond Orbán

    De Hongaarse premier Viktor Orbán is dikke vrienden met Vladimir Poetin, en hij wil populistisch rechts in Europa gaan leiden. Website Napi.hu roept de Europese conservatieven op om hier een stokje voor steken.

    Keuze uit het archief

    De Hongaarse premier stond deze week weer volop in het nieuws omdat hij tijdens een top van Europese regeringsleiders de toetredingsgesprekken met Oekraïne wilde blokkeren en zijn veto heeft uitgesproken over een financieel steunpakket aan het door oorlog geteisterde land.
    Volgens dit artikel uit 2017 hoeven we daar niet vreemd van op te kijken. De tegenstem van Orbán past in een patroon dat al jarenlang zichtbaar is: Hongarije zoekt toenadering tot Rusland en wil een Europa waarin het populisme de scepter zwaait, aldus analyticus Sandór Komócsin.

    Op 2 februari ontving Hongarije voor de tweede keer in twee jaar de Russische president Vladimir Poetin op zijn grondgebied [de vorige keer was op 17 februari 2015]. ‘Geen enkel land in Europa schurkt zo tegen hem aan sinds de annexatie van de Krim in het voorjaar van 2014, en Viktor Orbán heeft sinds 2013 jaarlijks een persoonlijk onderhoud met hem,’ aldus politicoloog Péter Krekó, lid van de Hongaarse denktank Political Capital en gastprofessor aan de Universiteit van Indiana.

    De Hongaarse minister-president is bondgenoot nummer één geworden in Poetins diplomatie jegens de lidstaten van de Unie. Tot nu toe onderdrukte Orbán zijn ‘poetinofilie’ op het Europese politieke toneel, maar sinds Donald Trump in het Witte Huis zit, gooit hij het over een andere boeg. In een toespraak eind januari op een forum in Brussel dat was georganiseerd door de Konrad Adenauer-stichting, pleitte Orbán voor een algehele herziening van de Russisch-Europese betrekkingen.

    Péter Szijjártó, zijn minister van Buitenlandse Zaken, sloot zich naadloos bij hem aan toen hij in een recent interview met Reuters verklaarde dat de sancties die Brussel had afgekondigd om Rusland te veroordelen wegens de invasie van de Krim simpelweg zinloos waren. Hij zei ook dat de Amerikaanse pressie die tot nu toe was uitgeoefend naar aanleiding van de nauwer aangehaalde banden tussen Boedapest en Moskou, ongetwijfeld zou afnemen nu de regering-Trump was geïnstalleerd.

    Schimmige voorwaarden

    De belangrijke akkoorden die de afgelopen jaren zijn gesloten tussen beide hoofdsteden, hebben de politiek-economische afhankelijkheid van Hongarije ten opzichte van Rusland vergroot. Het akkoord over de uitbreiding van de kerncentrale Paks [ondertekend in 2014 met een Russische lening van 10 miljard euro, inmiddels geherwaardeerd op 12 miljard euro] is een van de meest frappante voorbeelden hiervan. De schimmige voorwaarden van het akkoord doen twijfels rijzen over de transparantie en voeden vermoedens van corruptie. De onderhandelingen op 2 februari gingen ook over de verlenging van het langetermijncontract voor Russische gasleveranties, een onderwerp dat naar verwachting een cruciale rol gaat spelen in de volgende parlementsverkiezingen in 2018. Als de Hongaarse regering probleemloos kan blijven profiteren van het Russische gas zonder al te ingrijpende gevolgen voor de financiën, kan ze proberen de kiezers te verleiden met een nieuwe verlaging van hun energierekening.

    De Hongaars-Russische vriendschap beperkt zich niet tot het politiek-economische terrein. Procureur-generaal Péter Polt begaf zich onlangs naar Moskou om een eventueel samenwerkingsverband op te zetten met zijn Russische collega’s. Volgens het officiële verslag ging het om verdediging van gezamenlijke belangen en corruptiebestrijding. Maar deze nobele intenties laten onverlet dat de regering-Orbán stelselmatig het Russische voorbeeld volgt om buitenlandse ngo’s op de korrel te nemen.

    Hoewel ook andere landen, zoals Cyprus, Griekenland of Slowakije, het goed met Rusland kunnen vinden, volgt alleen het Hongarije van Viktor Orbán het Russische model werkelijk op bijna alle terreinen na. Zowel ideologisch, economisch als bestuurlijk zijn de overeenkomsten verbluffend. En de overwinning van Trump heeft niet alleen tot gevolg dat Orbán nu openlijk kan uitkomen voor zijn goede banden met Poetin. Ook het populisme van bepaalde eurosceptische groeperingen heeft nu vrij spel.

     Vladimir Poetin (l.) en Viktor Orbán tijdens hun gezamenlijke persconferentie op 2 februari. – © Getty
    Vladimir Poetin (l.) en Viktor Orbán tijdens hun gezamenlijke persconferentie op 2 februari. – © Getty

    In oktober 2016 wilde Orbán een discussie met de voorzitter van de Oostenrijkse rechts-populistische FPÖ, Heinz-Christian Strache, maar moest daarvan afzien onder druk van de Europese Volkspartij [EVP, fractie van christen-democratische en conservatieve partijen in het Europees Parlement]. De Hongaarse leider denkt dat de Europese elites die nu aan de macht zijn, verjaagd zullen worden door de woede van het volk, zodat ‘eerlijke’ politici, zoals Marine Le Pen, Geert Wilders en Strache, het nieuwe Europa dat hij opeist en waarvan hij de aanvoerder wil zijn, zullen leiden.

    Volgens de analyse van Péter Krekó is Amerika sterk genoeg om het presidentschap van Trump te overleven, maar is Europa veel minder bestand tegen de harde kritiek die het van alle kanten ondervindt. De EVP heeft een bijzondere verantwoordelijkheid en zou een cordon sanitaire moeten aanleggen om interne bedreigingen te neutraliseren. Sommige deskundigen raden de EVP aan de partij van Viktor Orbán uit te sluiten, maar Europees rechts is van mening dat een dergelijk initiatief meer schade zou berokkenen dan dat het nut zou hebben.

    Een van de zeldzame successen van de EVP is dat zij Orbán heeft laten inbinden met betrekking tot de herinvoering van de doodstraf. De EVP moet duidelijke grenzen stellen om te voorkomen dat Orbán doorgaat met het destabiliseren van de gematigde conservatieven. De warme ontvangst van Poetin in Boedapest is hier een perfect voorbeeld van, want die druist in tegen de wil van de EVP. Als de EVP niet krachtig stelling neemt, zullen de klassieke partijen de populistische koers kiezen die de Hongaarse regering al sinds 2010 volgt.

    CONTEXT: Waarom de Russen nog aanmoedigen?

    Bevestiging van toegezegde kredieten voor de Hongaarse kerncentrale Paks, renovatie van orthodoxe kerken in Boedapest, intensivering van gezamenlijk ruimteonderzoek, ‘verdediging van de christelijke wortels’ in Syrië en afstemming van de standpunten over Oekraïne… De ontmoeting tussen Orbán en Poetin op 2 februari kende geen verrassingen. De kleine linkse partij Együtt, die tegen de Hongaars-Russische romance is, had haar militanten opgeroepen fluitconcerten te geven bij het parlement. De overgrote meerderheid van de plaatselijke waarnemers uitte ernstige kritiek op de komst van wat zij beschouwen als een ongemakkelijke vriend – ook ter rechterzijde.

    ‘Waarom zouden we de Russische arrogantie nog moeten aanmoedigen? Het kille cynisme van Poetin toont aan dat hij de broek aanheeft in deze relatie,’ schrijft Bálint Ablonczy in weekblad Heti Válasz. Péter Magyari van de oppositiesite 444.hu doet het nog eens dunnetjes over: ‘Poetin wil de hele wereld laten zien dat een NAVO– en EU-lidstaat de rode loper voor hem uitrolt, gewoon om deze organisaties van binnenuit te verzwakken. Orbán is de belangrijkste bondgenoot in deze ondermijningsoperatie.’

    ‘Poetin is geen klootzak, geen dwaze dictator, noch een Nero,’ werpt politicoloog Dávid Szabó tegen op het regeringsgezinde 888.hu. ‘Volgens mij slokt hij Hongarije helemaal niet met huid en haar op. Moskou is een regionale grootmacht die bruggenhoofden wil bouwen in zijn omgeving, met name in de EU. Ik vind het de normaalste zaak van de wereld.’